Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/69
Nächste Seite
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens dit toestel te gebruiken.
ALPINE ELECTRONICS GmbH
Benelux Branch
Leuvensesteenweg 510 b6
1930 Zaventem - België
Tel. +32-(0)2-725 13 15
Fax +32-(0)2-725 13 26
E-mail: info@alpine.be
RDS DVD-AUDIO/VIDEO-ontvanger
DVA-9861Ri
R
DIGITAL VIDEO
TM
ALLEEN VOOR GEBRUIK IN DE WAGEN
DVA-9861Ri_Cover 06.7.14 4:42 PM ページ 1
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    ALLEEN VOOR GEBRUIK IN DE WAGEN

    R

    RDS DVD-AUDIO/VIDEO-ontvanger

    DVA-9861Ri
    TM

    DIGITAL VIDEO

    • GEBRUIKERSHANDLEIDING
    Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens dit toestel te gebruiken.

    ALPINE ELECTRONICS GmbH
    Benelux Branch
    Leuvensesteenweg 510 b6
    1930 Zaventem - België
    Tel. +32-(0)2-725 13 15
    Fax +32-(0)2-725 13 26
    E-mail: info@alpine.be



  • Page 2

    CHM-S630
    CHA-S634

    CHA-1214

    • CD-wisselaar voor DVA-9861 Ri

    • CD-wisselaar voor DVA-9861 Ri

    U kunt meer doen met Alpine CD-wisselaars!
    Meer muziekselecties, meer veelzijdigheid, meer comfort.
    De CHA-S634 is een hoogwaardige CD-wisselaar voor 6 CD’s met nieuwe M DAC, CD-R/RW PLAY BACK, MP3
    PLAY BACK en CD TEXT.
    Het CHA-1214 Ai-NET-model is goed voor 12 CD’s, terwijl het CHM-S630 M-Bus-model een supercompacte wisselaar
    is voor 6 CD’s met CD-R/RW PLAY BACK.



  • Page 3

    NEDERLANDS

    Inhoud
    Gebruiksaanwijzing
    WAARSCHUWING
    WAARSCHUWING................................... 4
    VOORZICHTIG......................................... 4
    VOORZORGSMAATREGELEN ............... 4
    Welke CD’s kunt u afspelen?................. 6

    Aan de slag
    Toestel in- en uitschakelen............................... 8
    Frontpaneel losmaken en bevestigen ............... 8
    Ingebruikneming .............................................. 9
    Volume instellen .............................................. 9
    Instellen van de tijd .......................................... 9

    Radio
    Luisteren naar de radio......................................9
    Handmatig opslaan van voorkeuzezenders .... 10
    Auto memory van voorkeuzezenders............. 10
    Afstemmen op voorkeuzezenders .................. 10
    Frequentiezoekfunctie.................................... 10

    RDS
    RDS-ontvangstmodus instellen en
    RDS-zenders ontvangen ............................ 11
    RDS-voorkeuzezenders oproepen.................. 11
    Regionale (lokale) RDS-zenders ontvangen .... 11
    Instellen van het zoeken volgens
    programma-identificatie (PI SEEK) .......... 12
    PTY31-ontvangst (Nooduitzending)
    instellen...................................................... 12
    Het uur instellen op automatisch aanpassen .. 12
    Verkeersinformatie ontvangen ...................... 12
    Zenders zoeken volgens programmatype
    (PTY)......................................................... 13
    Verkeersinformatie ontvangen tijdens het
    afspelen van een CD of
    een radio-uitzending .................................. 13
    Prioriteitsnieuws ............................................ 13
    Weergave van radiotekst................................ 14

    CD/MP3/WMA
    Afspelen ......................................................... 14
    Herhaald afspelen ........................................... 15
    M.I.X. (functie voor willekeurig afspelen) .... 16
    Zoeken op CD-tekst ....................................... 16
    Zoeken op bestands-/mapnaam
    (voor MP3/WMA) ..................................... 16
    Over MP3/WMA ........................................... 17

    DVD/Video-CD
    Een CD afspelen............................................. 19
    Zoeken op programma.................................... 19
    Zoeken op afspeellijst..................................... 19
    Afspelen stoppen (PRE-STOP) ...................... 20
    Afspelen stoppen ............................................ 20
    Snel vooruit spoelen/Snel achteruit spoelen ... 20
    Begin van hoofdstukken of tracks zoeken ...... 20
    Programma/Afspeellijst kiezen....................... 21
    Stilstaande beelden afspelen (pauzeren) ......... 21
    Beeld per beeld afspelen vooruit/achteruit ..... 21
    Afspelen in slow motion................................. 21
    Zoeken op titelnummer .................................. 21
    Zoeken op groepsnummer .............................. 21
    Zoeken op nummer van het programma
    of de afspeellijst ......................................... 21
    Rechtstreeks zoeken op
    hoofdstuk- of tracknummer........................ 22
    Herhaald afspelen ........................................... 22
    Veranderen van audiotrack............................. 23
    Veranderen van hoek...................................... 23
    Veranderen van ondertitels
    (ondertitelingstaal) ..................................... 23
    De status van de CD weergeven ..................... 24
    Scrol om naar de vorige of volgende
    pagina te gaan ............................................ 24

    1-NL



  • Page 4

    Instelling van het geluid
    Regeling Bass/Treble/Balance
    (links-rechts)/Fader (voor-achter)/Defeat.. 25
    Regeling van de Bass ..................................... 25
    Regeling van de Treble................................... 26
    In- en uitschakelen van de functie Loudness .. 26

    Andere functies
    Tekst weergeven ............................................ 27
    Tijd weergeven............................................... 28
    Black-outmodus in- en uitschakelen .............. 28
    Wallpaper instellen ........................................ 28

    SETUP
    Aanpassen van het geluid
    Het basisvolume van bronsignalen aanpassen.............. 29
    In- en uitschakelen van de subwoofer .......................... 29
    Subwoofersysteem instellen ......................................... 29

    Scrollfunctie aanpassen
    Verlichtingskleur veranderen........................................ 29
    Dimmerregeling............................................................ 29
    Instellen van het scrolltype........................................... 29
    Instellen van het scrollen (TEXT SCROLL)................ 29
    Demonstratie................................................................. 29

    Extern toestel
    Aansluiten op een MP3-wisselaar (PLAY MODE)...... 29
    Mutemodus in- en uitschakelen (INT MUTE) ............. 29
    AUX-modus instellen (V-Link) ................................... 29
    Aansluiten op een externe versterker ........................... 30
    Digitale uitgang instellen.............................................. 30

    DVD-instelling
    Bediening DVD-instelling ..................................... 30
    De taal instellen ............................................................ 31
    Instelling tv-scherm ..................................................... 31
    Instelling van de landcode ........................................... 31
    Classificatieniveau instellen (oudercontrole) ............... 32

    Audio-instelling
    Bediening Audio-instelling..................................... 33
    Digitale uitgang instellen.............................................. 33
    Downmix-modus instellen............................................ 34

    2-NL

    Standaardinstelling
    Bediening standaardinstelling................................. 35
    DVD-audio afspeelmodus instellen.............................. 35
    CD-afspeelmodus instellen........................................... 35
    Video-CD-afspeelmodus instellen................................ 35
    De bonusgroep afspelen................................................ 35

    Externe audioprocessor (optioneel)
    Instelprocedure voor Dolby Surround............ 36
    Luidsprekers instellen .................................... 37
    MX-modus van de externe audioprocessor
    instellen...................................................... 37
    Scheidingsfilterafstelling ............................... 37
    Tijdcorrectie handmatig uitvoeren
    (TCR)/faseomschakeling........................... 38
    De tijdcorrectie berekenen......................... 38
    De tijdcorrectie invoeren ........................... 38
    De fase omschakelen ................................. 39
    Instellingen grafische equalizer ..................... 39
    Instellingen parametrische equalizer.............. 40
    Bascompressor instellen................................. 40
    Bass Focus instellen ....................................... 41
    Luidsprekerinstelling ..................................... 41
    Instelling van Dolby Digital........................... 41
    Luidsprekerniveaus regelen....................... 41
    Het geluid van de lage tonen mengen
    met het achterkanaal ............................ 42
    Het akoestisch beeld instellen ................... 42
    Krachtig geluid met hoog volume
    verkrijgen ............................................. 43
    DVD-niveau instellen .................................... 43
    Pro Logic II-modus gebruiken ....................... 43
    Lineaire PCM-instelling................................. 44
    Instellingen opslaan in het geheugen ............. 44
    Het voorkeuzegeheugen oproepen ................. 44
    Het huidige voorkeuzenr. / equalizermodus
    bevestigen .................................................. 44
    Werking afstandsbediening............................ 45



  • Page 5

    iPod™ (optioneel)
    Afspelen ......................................................... 46
    Een gewenst liedje zoeken ............................. 46
    Zoeken op afspeellijst................................ 46
    Zoeken op artiest ....................................... 46
    Zoeken op album ....................................... 47
    Zoeken op liedje ........................................ 47
    Rechtstreekse zoekfunctie.............................. 47
    Afspeellijst/Artiest/Album kiezen.................. 48
    Snel zoeken .................................................... 48
    Afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.) .. 48
    Herhaald afspelen........................................... 48
    Tekst weergeven ............................................ 48

    Installatie en aansluitingen
    Waarschuwing ...................................... 62
    Voorzichtig ............................................ 62
    Voorzorgsmaatregelen ......................... 62
    Installatie........................................................ 63
    Aansluitingen ................................................. 65
    Voorbeeld van systeem .................................. 67

    Wisselaar (optioneel)
    Bediening van een CD-wisselaar
    (optioneel).................................................. 49
    Snel zoeken .................................................... 49
    MP3-bestanden afspelen met de
    CD-wisselaar (optioneel)........................... 49
    Keuze tussen verschillende CD-wisselaars
    (optioneel).................................................. 49

    Afstandsbediening
    Bedieningstoetsen op de afstandsbediening... 50
    Bij het gebruik van de afstandsbediening ...... 51
    Batterijen vervangen ...................................... 51

    Informatie
    Over DVD’s ................................................... 52
    Terminologie.................................................. 53
    Lijst van taalcodes.......................................... 54
    Lijst van landcodes......................................... 55
    Bij problemen................................................. 57
    Specificaties ................................................... 61

    3-NL



  • Page 6

    Gebruiksaanwijzing
    WAARSCHUWING
    WAARSCHUWING
    Dit symbool wijst op belangrijke aanwijzingen.
    Niet-naleving van de aanwijzingen kan ernstig
    letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben.
    VOER GEEN BEDIENINGEN UIT DIE UW AANDACHT
    AFLEIDEN EN ZO HET VEILIG BESTUREN VAN UW
    VOERTUIG IN GEVAAR BRENGEN.
    Functies die langer dan een moment uw aandacht vereisen, mogen
    alleen worden bediend nadat u uw voertuig volledig tot stilstand
    heeft gebracht. Breng uw voertuig altijd tot stilstand op een veilige
    plaats alvorens deze functies te bedienen. Niet-naleving van deze
    aanwijzing kan een ongeval tot gevolg hebben.

    STEL HET GELUIDSVOLUME ZO IN DAT U NOG ALTIJD
    GELUIDEN VAN BUITEN KUNT WAARNEMEN TIJDENS
    HET RIJDEN.
    Niet-naleving van deze aanwijzing kan een ongeval tot gevolg
    hebben.

    HET TOESTEL NIET UIT ELKAAR NEMEN OF WIJZIGEN.
    Niet-naleving van deze aanwijzing kan een ongeval, brand of een
    elektrische schok tot gevolg hebben.

    GEBRUIK HET TOESTEL ALLEEN IN AUTO’S MET EEN 12VOLT-ACCU MET NEGATIEVE AARDING.

    VOORZICHTIG
    Dit symbool wijst op belangrijke aanwijzingen.
    Niet-naleving van de aanwijzingen kan letsel of
    materiële schade tot gevolg hebben.
    STOP ONMIDDELLIJK HET GEBRUIK INDIEN ER ZICH
    EEN PROBLEEM VOORDOET.
    Niet-naleving van deze aanwijzing kan lichamelijk letsel of
    beschadiging van het toestel veroorzaken. Breng het toestel naar uw
    erkende Alpine-dealer of het dichtstbijzijnde Alpineonderhoudscentrum voor herstelling

    GEBRUIK GEEN NIEUWE EN OUDE BATTERIJEN DOOR
    ELKAAR. PLAATS DE BATTERIJEN VOLGENS DE JUISTE
    POLARITEIT.
    Als u de batterijen plaatst, dient u de juiste polariteit (+ en –) in acht
    te nemen, volgens de aanwijzing. Het scheuren of het uitlekken van
    chemische producten uit de batterij kan brand of lichamelijk letsel
    veroorzaken.

    VOORZORGSMAATREGELEN
    Toestel reinigen
    Gebruik een zachte droge doek om het toestel regelmatig te reinigen.
    Voor hardnekkige vlekken mag u de doek alleen met water
    bevochtigen. Als u andere producten gebruikt, kunnen de lak of de
    kunststof aangetast raken.

    (Als u hier niet zeker van bent, vraag het dan na bij uw dealer.) Nietnaleving van deze aanwijzingen kan brand of andere nare gevolgen
    hebben.

    Temperatuur

    HOUD KLEINE VOORWERPEN ZOALS BATTERIJEN
    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.

    Vochtcondensatie

    Het inslikken ervan kan ernstig letsel tot gevolg hebben. Indien dit
    toch gebeurt, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.

    GEBRUIK BIJ HET VERVANGEN VAN ZEKERINGEN
    ALLEEN ZEKERINGEN MET DEZELFDE AMPEREWAARDE.
    Niet-naleving van deze aanwijzing kan brand of een elektrische
    schok tot gevolg hebben.

    VENTILATIEOPENINGEN OF RADIATORPANELEN NIET
    AFSTOPPEN.
    Hierdoor kan binnen in het toestel een zodanig intense hitte ontstaan
    dat er brand uitbreekt.

    GEBRUIK DIT TOESTEL ALLEEN VOOR MOBIELE 12VTOEPASSINGEN.
    Elk ander gebruik dan dat waarvoor het toestel is ontworpen is, kan
    brand, een elektrische schok of ander letsel tot gevolg hebben.

    RAAK DE INVOERSLEUVEN OF ANDERE OPENINGEN
    NIET AAN EN LEG ER GEEN VREEMDE VOORWERPEN IN.
    Niet-naleving van deze aanwijzing kan letsel of beschadiging van
    het toestel tot gevolg hebben.

    4-NL

    Zorg ervoor dat de temperatuur in het voertuig tussen +60 °C en
    –10 °C bedraagt voor u het toestel inschakelt.
    Ten gevolge van condensatie kan het weergegeven geluid van de CD
    zweven. In dit geval haalt u de CD uit de speler en wacht u ongeveer
    een uur tot het vocht is verdampt.

    Beschadigde CD
    Probeer nooit CD’s af te spelen die gebarsten, verbogen of
    beschadigd zijn. Als u een slechte CD afspeelt, kan het
    weergavemechanisme ernstig beschadigd raken.

    Onderhoud
    Probeer in geval van problemen nooit zelf het toestel te herstellen.
    Breng het toestel naar uw Alpine-dealer of de dichtstbijzijnde
    Alpine-onderhoudsdienst voor onderhoud.



  • Page 7

    Probeer het volgende nooit

    Correcte hantering

    Neem de CD niet vast of trek er niet aan terwijl hij door het
    automatisch herladingsmechanisme in de speler wordt getrokken.
    Probeer geen CD in het toestel te plaatsen terwijl het toestel is
    uitgeschakeld.

    Laat de CD niet vallen. Houd de CD zo vast dat u geen
    vingerafdrukken achterlaat op het oppervlak. Breng geen kleefband,
    papier of zelfklevend papier op de CD aan. Schrijf niet op de CD.
    JUIST

    ONJUIST

    JUIST

    CD’s plaatsen
    U kunt slechts één CD tegelijk in uw speler plaatsen om af te spelen.
    Probeer nooit meer dan één CD in de speler te steken.
    Zorg ervoor dat de labelzijde naar boven ligt als u de CD plaatst.
    Als u een CD op een onjuiste manier invoert, zal “ERROR” op uw
    speler worden weergegeven. Als “ERROR op het display blijft staan,
    hoewel de CD goed werd ingevoerd, drukt u met een scherp
    voorwerp (bijvoorbeeld een balpen) op de RESET-toets.
    Als u een CD afspeelt terwijl u op een zeer hobbelige weg rijdt, kan
    de weergave verspringen, maar dit veroorzaakt geen krassen op de
    CD of beschadigt de speler niet.

    Nieuwe CD’s
    Om te voorkomen dat de CD blokkeert, werpt de CD-speler
    automatisch CD’s uit met een onregelmatig oppervlak of CD’s die
    verkeerd werden geplaatst. Wanneer een nieuwe CD in de speler
    wordt geplaatst en na het laden weer wordt uitgeworpen, ga dan met
    uw vinger rond de opening in het midden en de buitenrand van de
    CD. Als u kleine bobbeltjes of onregelmatigheden voelt, kan dit de
    oorzaak zijn dat de CD wordt geweigerd. U kunt de bobbeltjes
    verwijderen door langs de binnenzijde van het gat en langs de
    buitenrand van de CD te wrijven met een balpen of een soortgelijk
    voorwerp. Plaats de CD daarna opnieuw in de speler.
    Opening in
    het midden

    Opening in
    het midden

    Bobbeltjes

    Nieuwe CD

    CD reinigen
    Vingerafdrukken, stof of vuil op het oppervlak van de CD kunnen tot
    gevolg hebben dat de CD-speler verspringt. Voor een
    routinereiniging volstaat het het weergaveoppervlak met een schone,
    zachte doek af te vegen van het midden van de CD naar de
    buitenzijde.
    Als het oppervlak zeer vuil is, bevochtigt u een schone, zachte doek
    met een oplossing van zacht neutraal schoonmaakmiddel voor u de
    CD reinigt.

    CD-accessoires
    Er bestaan verschillende accessoires om het CD-oppervlak te
    beschermen en de geluidskwaliteit te verbeteren. De meeste ervan
    beïnvloeden echter de dikte en/of doorsnede van de CD. Wanneer
    dergelijke accessoires worden gebruikt, kan de CD buiten de
    standaardspecificaties vallen, wat bedieningsproblemen kan
    veroorzaken. Het is dus niet aan te bevelen dergelijke accessoires te
    gebruiken voor CD’s die in Alpine CD-spelers worden afgespeeld.

    Buitenkant
    (bobbeltjes)

    CD’s met onregelmatige vorm
    Gebruik in dit toestel alleen CD’s met ronde vorm; gebruik nooit
    CD’s met een speciale vorm.
    Als u CD’s met een speciale vorm gebruikt, kan het mechanisme
    beschadigd raken.

    Doorschijnend vel

    CD-stabilisator

    De plaats van installatie
    Zorg ervoor dat de DVA-9861Ri niet wordt geïnstalleerd op een
    plaats die is blootgesteld aan:





    Rechtstreeks zonlicht en warmte
    Hoge vochtigheid en water
    Overmatig veel stof
    Overmatig veel trillingen

    5-NL



  • Page 8

    Welke CD’s kunt u afspelen?

    Volgende CD’s kunnen niet worden afgespeeld
    DVD-ROM’s, DVD-RAM’s, CD-ROM’s (behalve MP3/
    WMA-bestanden), foto-CD’s, enz.

    Geschikte CD’s
    De hierna vermelde CD’s kunnen in dit toestel worden afgespeeld.
    Merkteken
    (logo)

    Opgenomen inhoud CD-formaat

    DVD-regionummer (afspeelbaar regionummer)
    Deze DVD-speler kan elke CD afspelen waarvan het regionummer 2
    (of All) is. DVD’s met een regionummer dat hierna niet is
    aangegeven, kunnen niet worden afgespeeld op deze DVD-speler.

    12 cm*
    DVD-audio

    2

    Audio + Video

    ALL

    8 cm
    12 cm*
    DVD-video

    Audio + Video
    8 cm

    12 cm
    DIGITAL VIDEO

    Video-CD

    Deze DVD head-unit is compatibel met de afspeelregeling (PBC) die
    geschikt is voor video-CD’s (versie 2.0).
    Met “PBC” kunt u menuschermen die op de CD werden opgenomen,
    gebruiken om de gewenste scène te zoeken en kunt u verschillende
    soorten informatie in dialoogvorm bekijken.

    Gebruik van compact disks (CD/CD-R/CD-RW)

    Audio + Video
    8 cm

    12 cm

    Muziek-CD

    Video-CD’s

    Als u CD’s gebruikt die niet aan deze voorschriften beantwoorden,
    kan de goede werking niet worden gegarandeerd.
    U kunt CD-R’s (CD Recordable)/CD-RW’s (CD-ReWritable)
    gebruiken die alleen werden opgenomen op audiotoestellen. U kunt
    ook CD-R’s/CD-RW’s afspelen die audiobestanden in MP3/WMAformaat bevatten.


    Audio
    8 cm
    (CD-single)

    * Geschikt voor two-layer DVD-schijven



    De volgende CD’s kunnen niet altijd op dit toestel worden
    afgespeeld:
    CD’s met fouten, CD’s met vingerafdrukken, CD’s die werden
    blootgesteld aan extreme temperaturen of zonlicht (bijv.
    achtergelaten in de auto of in dit toestel), CD’s die in onstabiele
    omstandigheden werden opgenomen, CD’s waarop een opname
    is mislukt en waarop men een heropname heeft geprobeerd,
    CD’s die beschermd zijn volgens het auteursrecht en die niet
    voldoen aan de industrienorm voor audio-CD’s.
    Gebruik CD’s met MP3/WMA-bestanden die zijn geschreven in
    een formaat dat compatibel is met ISO9660 niveau 1 of niveau 2.
    Zie pagina’s 17 en 18 voor meer informatie.

    Als u CD-R/CD-RW gebruikt
    • Als een CD-R/CD-RW niet kan worden afgespeeld, dient u na te
    gaan of de laatste schrijfsessie werd afgesloten (beëindigd).
    • Beëindig de CD-R/CD-RW indien nodig en probeer de CD
    opnieuw af te spelen.

    Tips om uw eigen CD’s te maken
    De DVA-9861Ri kan DVD-audio, DVD-video, Video-CD en AudioCD afspelen en beschikt over een ingebouwde MP3/WMA-decoder.
    Volgende informatie kan u helpen om uw eigen muziek-CD’s
    (Audio-CD of CD-R/RW-bestanden met MP3/WMA-codering) te
    maken.
    Wat is het verschil tussen een audio- en een MP3/WMA-CD?
    Een audio-CD heeft hetzelfde formaat als de CD’s die u in de winkel
    koopt (ook wel CD-DA genoemd). MP3 (MPEG-1 Audio Layer
    3)/WMA (Windows Media Audio) is een databestand dat gebruik
    maakt van een comprimeermodel om de grootte van het
    muziekbestand te verkleinen.*

    6-NL



  • Page 9

    Hybride audio-CD en data- (MP3/WMA) CD-R/RW-CD’s:
    De DVA-9861 Ri kan beide sectoren op de CD lezen. Kies CDDA
    om het audiogedeelte af te spelen of MP3/WMA om het MP3/
    WMA-gedeelte* af te spelen.
    Multisessie CD-R/RW:
    Als een opname werd stopgezet, wordt dit als één sessie beschouwd.
    Als de CD niet wordt afgesloten (beëindigd), kunnen bijkomende
    gegevens worden toegevoegd.
    Als deze bijkomende gegevens worden opgenomen, wordt dit een
    “multisessie”-CD. De DVA-9861Ri kan enkel multisessies met
    gegevensformaat lezen (MP3/WMA-bestanden – geen audio-cdbestanden).
    Degelijk geformatteerde MP3/WMA-CD’s:
    Gebruik ISO9660-formattering om de CD’s goed te kunnen afspelen.
    U kunt ook standaard ISO-benaming Level 1 (8.3 DOS-standaard),
    Level 2 (32 tekens) of Joliet (lange bestandsnamen van Windows of
    Macintosh) gebruiken voor de benoeming van bestanden.*
    *Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor bijkomende informatie.

    Behandeling van compact disks (CD/CD-R/CD-RW)







    Raak het oppervlak niet aan.
    Stel de CD niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
    Breng geen stickers of labels op de CD aan.
    Reinig de CD als er stof op zit.
    Zorg ervoor dat de CD glad en vlak is.
    Gebruik geen in de handel verkrijgbare CD-accessoires.

    Laat de CD niet gedurende lange tijd in de auto of in het
    toestel achter.
    Stel de CD nooit bloot aan rechtstreeks zonlicht.
    Hitte en vochtigheid kunnen de CD beschadigen, zodat u deze
    mogelijk niet meer kunt afspelen.

    Gebruik van DVD-R’s/DVD-RW’s/DVD+R’s/DVD+RW’s
    • Dit toestel is compatibel met CD’s die werden opgenomen in de
    modus DVD-Video en DVD-VR.
    • Merk op dat deze DVD-speler geen CD’s kan afspelen die niet
    zijn beëindigd (d.w.z. die zijn verwerkt om te worden afgespeeld
    op ‘alleen-afspelen’ DVD-spelers).
    • Het is mogelijk dat sommige CD’s niet worden afgespeeld,
    afhankelijk van het opnameapparaat en het formaat van de CD.
    (CD’s of bestanden met een kopieerbeveiliging, kunnen mogelijk
    niet worden afgespeeld. Bepaalde opnamesystemen kunnen
    mogelijk gekopieerde bestanden niet juist formatteren om het
    goed afspelen mogelijk te maken.)
    • In de volgende gevallen is het mogelijk dat dit toestel de CD niet
    kan afspelen:
    CD’s die werden opgenomen door bepaalde DVD-recorders,
    bepaalde CD’s met onregelmatige vorm, CD’s met fouten, vuile
    CD’s, als de optische lens van de DVD-speler vuil is of wanneer
    er sprake is van vochtcondensatie in het toestel.
    • Neem alle waarschuwingen in acht die bij uw DVD-R’s/DVDRW’s/DVD+R’s/DVD+RW’s-CD’s zijn gevoegd.
    • Bevestig geen stickers, etiketten of tape op de bedrukte zijde van
    de DVD-R’s/DVD-RW’s/DVD+R’s/DVD+RW’s.
    • In vergelijking met gewone CD’s zijn DVD-R’s/DVDRW’s/DVD+R’s/DVD+RW’s gevoeliger voor hitte, vocht en
    rechtstreeks zonlicht. Als u ze achterlaat in een auto, enz., kunnen
    ze beschadigd raken en kan dit toestel ze mogelijk niet meer
    afspelen.
    • Het operationele temperatuurbereik voor het afspelen van een CD
    is:
    DVD-R/DVD-RW: –25 ~ +70°C
    DVD+R/DVD-RW: +5 ~ +55°C

    Diskterminologie
    Titel
    Als titels geprogrammeerd zijn voor de DVD, vormen de titels de
    grootste onderverdeling van de informatie die werd opgenomen op
    de CD.
    Hoofdstuk
    Elke titel kan ook opgesplitst zijn in kleinere onderdelen, die we
    hoofdstukken noemen. Dit kunnen specifieke scènes of
    muziekkeuzes zijn.
    • Dit product bevat beschermingstechnologie op het auteursrecht
    dat wordt beschermd door Amerikaanse octrooien en andere
    intellectuele eigendomsrechten. Het gebruik van deze
    beschermingstechnologie op het auteursrecht moet worden
    toegestaan door Macrovision en is alleen bedoeld voor
    huishoudelijke en andere beperkte weergavetoepassingen, tenzij
    uitdrukkelijk anders toegestaan door Macrovision. Decompilatie
    of het uit elkaar nemen is verboden.
    • Vervaardigd onder licentie van Dolby Laboratories.
    “Dolby”, “Pro Logic” en het dubbel-D-symbool zijn
    handelsmerken van Dolby Laboratories.
    • “DTS” en “DTS2.0 + Digital Out” zijn handelsmerken van
    Digital Theater Systems, inc.
    • Windows Media en het Windows-logo zijn handelsmerken of
    gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de
    Verenigde Staten en/of andere landen.
    • Apple, het Apple-logo en iPod zijn handelsmerken van Apple
    Computer, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
    • “De licentie voor de codeertechnologie van de MPEG Layer-3
    audio is van Fraunhofer llS en Thomson”
    “De levering van dit product houdt alleen een vergunning in
    voor privégebruik voor niet-commerciële doeleinden. Het geeft
    geen recht om dit product te gebruiken in een commerciële
    (d.w.z. inkomsten opwekkende) real time uitzending (op de
    aarde, via satelliet, kabel en/of een ander medium),
    uitzending/streaming via internet, intranet en/of andere
    netwerken of in andere elektronische systemen voor
    inhoudverspreiding, zoals betaalradio of toepassingen voor
    muziek-op-verzoek. Voor dergelijk gebruik is een aparte licentie
    vereist.
    Raadpleeg http://www.mp3licensing.com voor meer informatie.”

    7-NL



  • Page 10

    Druk om het frontpaneel te sluiten op de linkerkant tot het
    wordt vergrendeld, zoals op onderstaande afbeelding wordt
    getoond.

    Aan de slag
    (OPEN)

    SOURCE/
    POWER

    Encoder-draaiknop

    3
    MODE

    Pak het frontpaneel stevig vast, schuif naar links
    q, trek vervolgens w om het te verwijderen.

    TITLE

    Toestel in- en uitschakelen
    Druk op SOURCE/POWER om het toestel in te
    schakelen.


    Het toestel kan worden ingeschakeld door op om het even welke
    andere toets te drukken, behalve TITLE, de encoder-draaiknop en
    (OPEN).

    Houd SOURCE/POWER meer dan 2 seconden
    ingedrukt om het toestel uit te schakelen.


    Wanneer het toestel de eerste keer wordt ingeschakeld, begint het
    volume vanaf niveau 12.

    Frontpaneel losmaken en bevestigen
    Zorg ervoor dat u de encoder-draaiknop in het toestel drukt voor u
    het frontpaneel opent, zodat dit volledig opent. Indien u dit niet doet,
    kan het frontpaneel beschadigd raken.

    Druk de encoderdraaiknop in

    • Het frontpaneel kan tijdens normaal gebruik warm worden (in het
    bijzonder de aansluitklemmen aan de achterzijde van het
    frontpaneel). Dit wijst niet op een defect.
    • Plaats het frontpaneel in het meegeleverde draagetui om het te
    beschermen.
    • Trek niet te hard wanneer u het frontpaneel losmaakt. Dit kan
    immers een defect tot gevolg hebben.
    • Laat het frontpaneel niet open of rijd niet met de auto als het
    paneel open staat. Dit kan immers een ongeval of defect tot gevolg
    hebben.

    Aanbrengen

    1

    Plaats de rechterkant van het frontpaneel in het
    ingebouwde toestelgedeelte. Zet de groef op het
    frontpaneel op eenzelfde lijn met het uitstekend
    gedeelte van het toestel.

    2

    Druk op de linkerkant van het frontpaneel tot het
    stevig in het toestel vastzit.

    Als u opnieuw op de encoder-draaiknop drukt, springt deze er terug
    uit.

    De encoder-draaiknop
    springt eruit

    Afnemen

    1
    2

    Schakel het toestel uit.
    Druk op

    8-NL

    (OPEN) om het frontpaneel te openen.

    • Voor u het frontpaneel terugplaatst, dient u na te gaan of er geen
    vuil of stof op de aansluitklemmen ligt en of niets tussen het
    frontpaneel en de hoofdeenheid ligt.
    • Bevestig het frontpaneel zorgvuldig, waarbij u de zijkanten van het
    frontpaneel vasthoudt, zodat u niet per vergissing op een knop
    drukt.



  • Page 11

    Ingebruikneming

    Radio

    Druk op de RESET-toets als u het toestel voor het eerst gebruikt,
    nadat u de auto-accu heeft vervangen, enz.

    1
    2
    3

    Encoderdraaiknop

    Schakel het toestel uit.

    SOURCE/
    BAND
    POWER

    Druk op
    (OPEN) om het frontpaneel te openen
    en verwijder het vervolgens.
    Druk met een balpen of een ander scherp
    voorwerp op RESET.

    MODE

    RESET-toets

    Volume instellen

    Instellen van de tijd

    2

    Houd de toets TITLE minstens 2 seconden
    ingedrukt terwijl de tijd wordt weergegeven.
    De tijdsindicatie knippert.

    3

    Draai de encoder-draaiknop om de uren in te
    stellen terwijl de tijdsindicatie knippert.

    4
    5

    Druk op MODE als het uur is ingesteld.
    Draai de encoder-draaiknop om de minuten in te
    stellen terwijl de tijdsindicatie knippert.
    De tijd wordt 5 seconden na het instellen van de minuten
    automatisch ingesteld. De tijd kan ook handmatig worden
    ingesteld door op de toets TITLE te drukken.

    • Om de klok gelijk te zetten met een andere klok/horloge of met de
    tijdsaankondiging op de radio, houdt u de MODE-toets minstens 2
    seconden ingedrukt nadat u het “uur” heeft ingesteld. De minuten
    worden teruggezet op 00. Als het display meer dan “30” minuten
    toont, zal de tijd een uur vooruitgaan.

    Voorkeuzetoetsen
    (1 tot en met 6)

    1

    Druk op de SOURCE/POWER-toets tot een
    radiofrequentie op het display verschijnt.

    2

    Druk herhaaldelijk op de BAND-toets tot de
    gewenste radiofrequentieband wordt
    weergegeven.
    FM1 (F1) → FM2 (F2) → FM3 (F3) → MW → LW → FM1 (F1)

    3

    Druk op de TUNE/A.ME-toets om de tunermodus
    te kiezen.
    DX SEEK (afstandsmodus) → SEEK (lokale modus) →
    OFF (handmatige modus) → DX SEEK

    Druk herhaaldelijk op TITLE tot de tijd wordt
    weergegeven.
    Voor meer details zie “Weergave van tekst” (pagina 27).

    FUNC.

    Luisteren naar de radio

    Draai de encoder-draaiknop tot het gewenste geluid
    wordt verkregen.

    1

    TUNE/
    A.ME

    • De beginmodus is de afstandsmodus.
    Afstandsmodus:
    Er wordt automatisch afgestemd op zowel sterke als
    zwakke zenders (automatisch zenders zoeken).
    Lokale modus:
    Er wordt alleen automatisch afgestemd op sterke zenders
    (automatisch zenders zoeken).
    Handmatige modus:
    De frequentie wordt handmatig stapsgewijs afgestemd
    (handmatige afstemming).

    4

    Druk op
    of
    gewenste zender.

    om af te stemmen op de

    Als u
    of
    ingedrukt houdt, verandert de
    frequentie voortdurend.

    9-NL



  • Page 12

    Handmatig opslaan van voorkeuzezenders

    Frequentiezoekfunctie

    1

    U kunt een radiozender zoeken op basis van zijn frequentie.

    2

    Selecteer de radiofrequentieband en stem af op de
    radiozender die u in het voorkeuzegeheugen wilt
    opslaan.
    Houd een van de voorkeuzetoetsen (1 tot 6)
    waaronder u de zender wenst op te slaan,
    minstens 2 seconden ingedrukt.
    De gekozen zender is nu in het geheugen opgeslagen.
    Het display toont de frequentieband, het
    voorkeuzenummer en de zenderfrequentie die in het
    geheugen zijn opgeslagen.

    • In totaal kunnen 30 zenders worden opgeslagen in het
    voorkeuzegeheugen (6 zenders per frequentieband: FM1, FM2,
    FM3, MW en LW).
    • Als onder een voorkeuzegeheugen reeds een zender werd
    opgeslagen, zal deze gewist worden en door de nieuwe zender
    worden vervangen.
    • Als de indicator “FUNC” aan is, schakelt u de indicator uit door
    op de FUNC.-toets te drukken, waarna u de bewerking kunt
    uitvoeren.

    Auto memory van voorkeuzezenders

    1

    Druk herhaaldelijk op de BAND-toets tot de
    gewenste radiofrequentieband wordt
    weergegeven.

    2

    Houd de TUNE/A.ME-toets minstens 2 seconden
    ingedrukt.
    De frequentie op het display blijft veranderen tijdens de
    auto memory. De tuner zoekt automatisch naar 6 sterke
    zenders in de geselecteerde frequentieband en slaat
    deze op. De zenders worden opgeslagen onder de
    toetsen 1 tot 6 (volgens signaalsterkte).
    Als de auto memory is voltooid, gaat de tuner naar de
    zender die werd opgeslagen onder voorkeuzelocatie nr. 1.

    • Als geen zenders werden opgeslagen, zal de tuner terugkeren naar
    de oorspronkelijke zender waarnaar u luisterde voor de aanvang
    van de automatische geheugenprocedure.

    Afstemmen op voorkeuzezenders

    1

    Druk herhaaldelijk op de BAND-toets tot de
    gewenste frequentieband wordt weergegeven.

    2

    Druk op een van de voorkeuzetoetsen (1 tot 6)
    waaronder de door u gewenste radiozender werd
    opgeslagen.
    Het display geeft de frequentieband, het
    voorkeuzenummer en de frequentie van de gekozen
    zender weer.

    • Als de indicator “FUNC” aan is, schakelt u de indicator uit door
    op de FUNC.-toets te drukken, waarna u de bewerking kunt
    uitvoeren.

    10-NL

    1

    Houd de toets
    in de radiomodus minstens 2
    seconden ingedrukt om de modus zoeken op
    frequentie in te schakelen.

    2

    Draai aan de encoder-draaiknop om de
    gewenste frequentie te kiezen.

    3

    Druk op MODE om de gekozen frequentie te
    ontvangen.

    • Houd
    minstens 2 seconden ingedrukt in de zoekmodus om deze
    te annuleren. De zoekmodus wordt ook geannuleerd als er binnen
    10 seconden geen bewerking wordt uitgevoerd.



  • Page 13

    RDS-voorkeuzezenders oproepen

    RDS
    EncoderTA draaiknop MENU

    MODE

    TITLE

    1

    Druk op de FUNC.-toets, zodat de indicator
    “FUNC” oplicht.

    2

    Druk op de 1 AF-toets om de RDS-modus in
    werking te stellen.

    3

    Druk op de FUNC.-toets om de normale modus in
    werking te stellen.
    De indicator “FUNC” dooft.

    4

    Controleer of de indicator “FUNC” gedoofd is,
    druk vervolgens op de voorkeuzetoets waaronder
    de gewenste RDS-zender werd opgeslagen.
    Als het signaal van de voorkeuzezender zwak is, zal het
    toestel automatisch zoeken naar een sterkere zender in
    de AF-lijst en daarop afstemmen.

    FUNC. 1 AF NEWS 2 3 PTY

    RDS-ontvangstmodus instellen en
    RDS-zenders ontvangen

    5

    Als de voorkeuzezender en de zenders in de AFlijst niet kunnen worden ontvangen:
    Als de instelling PI SEEK is ingeschakeld (zie “Instellen
    van het zoeken volgens programma-identificatie (PI
    SEEK)” op pagina 12), zoekt het toestel naar een andere
    zender in de PI-lijst.
    Als er nog geen zenders in het gebied kunnen worden
    ontvangen, geeft het toestel de frequentie van de
    voorkeuzezender weer en verdwijnt het
    voorkeuzenummer.
    Als het signaalniveau van de regionale (lokale) zender
    waarop wordt afgestemd te zwak wordt voor ontvangst,
    drukt u op dezelfde voorkeuzetoets om af te stemmen op
    een lokale zender in een andere regio.

    RDS (Radio Data System) is een radio-informatiesysteem dat gebruik
    maakt van de 57kHz-onderdraaggolf van normale FM-uitzendingen.
    RDS maakt het mogelijk allerhande informatie, waaronder
    verkeersinformatie en zendernamen, te ontvangen en automatisch
    opnieuw af te stemmen op een sterkere zender die hetzelfde
    programma uitzendt.

    1

    Druk op de FUNC.-toets, zodat de indicator
    “FUNC” oplicht.

    2

    Druk op de 1 AF-toets om de RDS-modus in
    werking te stellen.

    3

    Druk op
    of
    om af te stemmen op de
    gewenste RDS-zender.

    • Raadpleeg het hoofdstuk Radiofuncties voor de instelling van de
    RDS-zenders.
    De RDS-zenders kunnen alleen vooraf worden ingesteld in de
    frequentiebanden F1, F2 en F3.

    4

    Druk opnieuw op de 1 AF-toets om de RDS-modus
    uit te schakelen.

    Regionale (lokale) RDS-zenders ontvangen

    5

    Druk op de FUNC.-toets om de normale modus te
    activeren.
    De indicator “FUNC” dooft.

    • Wanneer “PTY31-ontvangst (Nooduitzending) instellen”
    (raadpleeg pagina 12) is ingeschakeld, zal het toestel, indien het
    het PTY31 (Nooduitzending)-signaal ontvangt, automatisch het
    bericht “ALARM” tonen op het display.
    De digitale RDS-gegevens omvatten de volgende
    informatie:
    PI
    Programma-identificatie
    PS
    Programmadienstnaam
    AF
    Lijst met alternatieve frequenties
    TP
    Verkeersprogramma
    TA
    Verkeersmelding
    PTY
    Programmatype
    EON
    Verbeterde andere netwerken

    1

    Druk op de MENU-toets om de modus SETUP te
    kiezen, druk vervolgens op MODE.
    De modus SETUP is in werking gesteld.
    BASS ENGINE ↔ SETUP ↔ RETURN (OFF) ↔
    BASS ENGINE

    2

    Druk op
    of
    om de modus RDS
    REGIONAL te kiezen, druk vervolgens op MODE.

    3

    Draai de encoder-draaiknop naar ON of OFF.

    4

    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.

    In de modus OFF blijft het toestel automatisch de
    overeenkomstige lokale RDS-zender ontvangen.
    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.

    11-NL



  • Page 14

    Instellen van het zoeken volgens
    programma-identificatie (PI SEEK)

    1

    Druk op de MENU-toets om de modus SETUP te
    kiezen, druk vervolgens op MODE.
    De modus SETUP is in werking gesteld.

    Het uur instellen op automatisch aanpassen
    Wanneer u ON instelt, wordt het uur automatisch aangepast via RDSgegevens.

    1

    De modus SETUP is in werking gesteld.

    BASS ENGINE → SETUP → RETURN (OFF) → BASS ENGINE

    2
    3
    4

    Druk op
    of
    om PI SEEK te kiezen en
    druk vervolgens op MODE.

    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.

    PTY31-ontvangst (Nooduitzending) instellen
    Draai de PTY31-ontvangst (nooduitzending) naar ON/OFF.

    1

    BASS ENGINE → SETUP → RETURN (OFF) → BASS ENGINE

    2

    Druk op
    of
    om de modus “AUTO
    CLOCK” te kiezen en druk vervolgens op MODE.

    3
    4

    Draai de encoder-draaiknop naar ON of OFF.

    Draai de encoder-draaiknop naar ON of OFF.
    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.

    Druk op de MENU-toets om de modus SETUP te
    kiezen en druk vervolgens op MODE.
    De modus SETUP is in werking gesteld.

    3
    4

    Druk op de TA-toets, zodat de indicator “TA”
    oplicht.

    2

    Druk op
    of
    om de gewenste
    verkeersinformatiezender te kiezen.

    Draai de encoder-draaiknop naar ON of OFF.
    Als u ON instelt, worden de nooduitzendingen ontvangen,
    ongeacht de bron.
    Tijdens de ontvangst wordt “ALARM” weergegeven.

    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.









    12-NL

    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.

    1

    Druk op
    of
    om de ALERT PTY31-modus
    te kiezen en druk vervolgens op MODE.

    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.
    Wanneer een nooduitzending wordt ontvangen, wordt het
    geluidsvolume automatisch veranderd in het volume dat
    in het geheugen van de verkeersinformatiemodus is
    opgeslagen.
    Raadpleeg “Verkeersinformatie ontvangen” op pagina 12
    voor meer informatie.

    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.

    Verkeersinformatie ontvangen

    BASS ENGINE → SETUP → RETURN (OFF) → BASS ENGINE

    2

    Druk op de MENU-toets om de modus SETUP te
    kiezen, druk vervolgens op MODE.

    Als wordt afgestemd op een verkeersinformatiezender,
    licht de indicator “TP” op.
    De verkeersinformatie is alleen hoorbaar op het moment
    dat ze wordt uitgezonden.
    Als geen verkeersinformatie wordt uitgezonden, staat het
    toestel in de waakstand. Als verkeersinformatie wordt
    uitgezonden, ontvangt het toestel deze
    verkeersinformatie automatisch en verschijnt gedurende
    5 seconden “TRF-INFO” op het display.
    Aan het einde van de uitzending van de
    verkeersinformatie keert het toestel automatisch terug
    naar de waakstand.
    Als het verkeersinformatiesignaal onder een bepaald niveau daalt,
    blijft het toestel 1 minuut in de ontvangstmodus. Als het signaal
    langer dan 1 minuut onder een bepaald niveau blijft, gaat de
    indicator “TA” knipperen.
    Wilt u niet naar de ontvangen verkeersinformatie luisteren, druk
    dan licht op de TA-toets om die verkeersmelding over te slaan. De
    TA-modus blijft geactiveerd om de volgende verkeersmelding te
    ontvangen.
    Als het geluidsvolume wordt gewijzigd tijdens de ontvangst van
    verkeersinformatie, wordt het gewijzigde volume in het geheugen
    opgeslagen. De volgende maal dat verkeersinformatie wordt
    ontvangen, zal het geluidsvolume automatisch worden aangepast
    aan het opgeslagen niveau.
    In de TA-modus selecteert de automatische zoekfunctie alleen TPzenders.



  • Page 15

    Zenders zoeken volgens programmatype
    (PTY)

    Verkeersinformatie ontvangen tijdens het
    afspelen van een CD of een radio-uitzending

    1

    Druk op de FUNC.-toets, zodat de indicator
    “FUNC” oplicht.

    1

    Druk op de TA-toets, zodat de indicator “TA”
    oplicht.

    2

    Druk op de 3 PTY-toets om de PTY-modus in
    werking te stellen terwijl het toestel in FMradiomodus staat.

    2

    Druk op
    en
    om desgewenst een
    verkeersinformatiezender te kiezen.
    Aan het begin van de verkeersinformatie dempt het
    toestel automatisch het volume van de CD-speler/wisselaar of van de gewone FM-uitzending.
    Aan het einde van de verkeersinformatie keert het toestel
    automatisch terug naar de oorspronkelijke bron waarnaar
    u luisterde voor de uitzending van de verkeersinformatie.

    Het programmatype van de momenteel ontvangen
    zender wordt 10 seconden lang weergegeven.
    Als er geen programmatype kan worden ontvangen,
    wordt 10 seconden lang “NO PTY” weergegeven.
    Als er geen RDS-zender kan worden ontvangen, staat
    “NO PTY” op het display.
    • Als geen bewerking wordt uitgevoerd binnen 10 seconden nadat u
    op de toets 3 PTY heeft gedrukt, wordt de PTY-modus automatisch
    geannuleerd.

    3

    Wanneer er geen verkeersinformatiezenders kunnen
    worden ontvangen:
    In de tunermodus:
    Als het TP-signaal al meer dan 1 minuut niet meer kan
    worden ontvangen, gaat de indicator “TA” knipperen.

    Druk op
    en
    binnen de 10 seconden
    nadat de PTY-modus in werking werd gesteld om
    het gewenste programmatype te kiezen terwijl PTY
    (programmatype) wordt weergegeven.

    In de CD-modus:
    Als het TP-signaal niet meer kan worden ontvangen,
    wordt automatisch een verkeersinformatiezender van een
    andere frequentie gekozen.

    Telkens als u op deze toets drukt, wordt het volgende
    programmatype weergegeven.
    LIGHT M

    4

    CLASSICS

    OTHER M

    Druk op de 3 PTY-toets binnen de 10 seconden
    nadat u het programmatype heeft gekozen, om een
    zender te zoeken in het gekozen programmatype.
    De indicator voor het gekozen programmatype knippert
    tijdens de zoekbewerking en gaat branden als een
    zender werd gevonden.
    Als er geen PTY-zender wordt gevonden, geeft het
    display gedurende 10 seconden “NO PTY” weer.

    5

    Druk op de FUNC.-toets om de normale modus in
    werking te stellen.
    De indicator “FUNC” dooft.

    • Bedien het toestel terwijl de indicator “FUNC” aan is. Als u
    binnen 10 seconden geen bewerking uitvoert, gaat de indicator
    “FUNC” uit.

    • De ontvanger is uitgerust met de EON-functie (verbeterde andere
    netwerken) teneinde bijkomende alternatieve frequenties bij te
    houden in de AF-lijst. Tijdens de ontvangst van een RDS EONzender licht de indicator “EON” op. Als de ontvangen zender de
    verkeersinformatie niet uitzendt, stemt de ontvanger automatisch
    af op de verwante zender die de verkeersinformatie wel uitzendt.

    3

    Druk op de TA-toets om de modus voor
    verkeersinformatie uit te schakelen.
    De indicator “TA” dooft.

    Prioriteitsnieuws
    Met deze functie kunt u voorrang geven aan het nieuwsprogramma.
    U mist het nieuwsprogramma nooit, want het toestel geeft
    automatisch voorrang aan het nieuwsprogramma als de uitzending
    begint, waarbij het programma dat u op dat moment beluistert, wordt
    onderbroken. Deze functie is operationeel wanneer uw toestel is
    ingesteld op een andere modus dan LW of MW.

    1

    Druk op de FUNC.-toets, zodat de indicator
    “FUNC” oplicht als het toestel in de FMradiomodus staat.

    2

    Druk NEWS 2 om de modus PRIORITY NEWS in
    werking te stellen.
    De indicator “NEWS” verschijnt op het display.
    Om de functie PRIORITY NEWS uit te schakelen, drukt u
    op de toets NEWS 2.

    • In de modus PRIORITY NEWS wordt het volume niet automatisch
    verhoogd, in tegenstelling tot de modus TA.

    3

    Druk op de FUNC.-toets om de normale modus in
    werking te stellen terwijl het toestel in FMradiomodus staat.
    De indicator “FUNC” dooft.

    13-NL



  • Page 16

    Weergave van radiotekst

    CD/MP3/WMA

    Tekstberichten van een radiozender kunnen worden weergegeven.

    Druk op de TITLE-toets terwijl u een FM-zender in de
    radiomodus ontvangt om de radiotekst weer te geven.

    Encoder- SOURCE/
    (OPEN) draaiknop POWER

    /

    Telkens als u op de toets drukt, verandert het display.
    Als er PS (programmadienstnaam) is
    PS (Programmadienstnaam)* → Klok → Radiotekst →
    PS (Programmadienstnaam)

    * Houd de toets TITLE minstens 2 seconden ingedrukt als PS wordt
    weergegeven in de radiomodus, frequentie wordt gedurende 5
    seconden weergegeven.
    MODE

    Als er geen PS (programmadienstnaam) is

    FUNC.

    4 5

    TITLE

    FREQUENCY → Klok → Radiotekst → FREQUENCY

    Op het display staat gedurende enkele seconden “WAITING”,
    waarna het tekstbericht wordt weergegeven.
    • Als er geen tekstbericht kan worden ontvangen of als het toestel
    een tekstbericht niet goed kan ontvangen, verschijnt “NO TEXT”
    op het display.

    Afspelen

    1

    Druk op

    2

    Plaats een CD met de labelzijde naar boven.

    (OPEN).

    Het frontpaneel zal opengaan.
    De CD wordt automatisch in het toestel getrokken.

    Sluit het frontpaneel handmatig.
    Als er reeds een CD in het toestel zit, drukt u op de
    SOURCE/POWER-toets om naar de CD-modus te gaan.
    Telkens als u op de toets drukt, verandert de modus.
    TUNER → DISC → IPOD*1 → CHANGER*2 → TUNER

    *1 Alleen als een iPod is aangesloten.
    *2 Alleen als de CD-wisselaar is aangesloten

    3

    Terwijl een MP3/WMA wordt afgespeeld, drukt u op
    f of p om de gewenste map te kiezen.
    Door f of p ingedrukt te houden, veranderen de
    mappen voortdurend.

    4

    Druk op
    of
    (bestand) te kiezen.

    om de gewenste track

    Terugkeren naar het begin van de huidige track (bestand):
    Druk op
    .
    Snel achteruit spoelen:
    ingedrukt houden.
    Vooruitgaan naar het begin van de volgende track
    (bestand):
    Druk op
    .
    Snel vooruit spoelen:
    ingedrukt houden.

    14-NL



  • Page 17

    5
    6

    Om het afspelen te onderbreken, drukt u op de
    / -toets.

    Herhaald afspelen

    Als u nogmaals op de
    afspelen verdergezet.

    Druk op
    spelen.

    /

    -toets drukt, wordt het

    Druk op q om de CD uit te werpen, nadat u op
    (OPEN) hebt gedrukt om het frontpaneel te
    openen.

    • Verwijder een CD niet terwijl hij wordt uitgeworpen. Plaats niet
    meer dan één CD tegelijk. Als u een van beide handelingen toch
    uitvoert, kan er een defect optreden.
    • Als de CD niet wordt uitgeworpen, houdt u q gedurende ten
    minste 2 seconden ingedrukt.
    • De CD-speler kan CD’s met audiogegevens, MP3-bestanden en
    WMA-bestanden afspelen.
    • Een bestand in WMA-formaat dat is beschermd door DRM
    (Digital Rights Management) kan op dit toestel niet worden
    afgespeeld.
    • Het weergegeven tracknummer voor het afspelen van MP3/WMAbestanden is het bestandsnummer dat op de CD is opgenomen.
    • De afspeeltijd wordt mogelijk niet juist weergegeven bij het
    afspelen van een bestand dat is opgenomen met VBR (variabele
    bitsnelheid).
    • Als f wordt ingedrukt terwijl de CD in de M.I.X.-modus wordt
    afgespeeld, wordt het nieuwe bestand in een willekeurige volgorde
    afgespeeld. Als p wordt ingedrukt, zal het begin van het huidige
    bestand worden afgespeeld.

    De track (het bestand) wordt herhaaldelijk afgespeeld.
    Druk opnieuw op
    4 en kies RPT
    afspelen uit te schakelen.

    RPT

    : Slechts één track wordt herhaaldelijk
    afgespeeld

    RPT

    : Een CD wordt herhaaldelijk afgespeeld

    (off)
    *1 Als een CD-wisselaar is aangesloten
    • Als tijdens M.I.X.-weergave (M.I.X. ONE) in de CDwisselaarmodus de functie REPEAT is ingesteld op ON, geldt
    M.I.X. alleen voor de huidige CD.
    MP3/WMA-modus:

    RPT

    : Slechts één bestand wordt herhaaldelijk
    afgespeeld

    RPT

    : Alleen bestanden in een map worden
    herhaaldelijk afgespeeld
    : Een CD wordt herhaaldelijk afgespeeld

    RPT

    F01 T03 10'15
    Weergave
    mapnummer

    Weergave
    Verstreken tijd
    bestandsnummer

    • Druk op de TITLE-toets om de weergave om te schakelen. Zie
    “Weergave van tekst” (pagina 27) voor meer informatie hierover.
    • Als het mapnummer of bestandsnummer uit drie cijfers bestaat,
    worden F of T cijfers om honderdtallen weer te geven.

    om het herhaalde

    CD-modus:

    MP3/WMA-afspeelweergave
    Het mapnummer en het bestandsnummer worden als volgt
    weergegeven.

    4 om de huidige track herhaaldelijk af te

    (off)

    *2 Als een MP3-compatibele CD-wisselaar is aangesloten
    • Als een CD-wisselaar voor 6 CD’s of een MP3-compatibele CDwisselaar is aangesloten:
    In de CD-wisselaarmodus drukt u op de FUNC.-toets om de
    indicator “FUNC” te laten oplichten, waarna u binnen 10
    seconden naar bovenstaande stap gaat.
    • Als een CD-wisselaar voor 12 CD’s is aangesloten:
    In de CD-wisselaarmodus drukt u twee keer op de FUNC.-toets
    om de indicator “FUNC” te laten oplichten, waarna u binnen 10
    seconden naar bovenstaande stap gaat.

    15-NL



  • Page 18

    M.I.X. (functie voor willekeurig afspelen)

    Zoeken op CD-tekst

    Druk op 5

    Tracks kunnen worden gezocht en afgespeeld met behulp van de CDtekst op de CD. Als de CD of wisselaar geen tekst ondersteunt, kan
    worden gezocht op tracknummers.

    tijdens het afspelen of in pauzemodus.

    De tracks (bestanden) op de CD worden in een willekeurige
    volgorde afgespeeld.
    Om de M.I.X.-afspeelmodus te annuleren, drukt u opnieuw op
    de toets 5
    .
    Interne CD-modus:

    1

    RPT

    : M.I.X. modus uit

    CD-wisselaarmodus:

    M.I.X.

    : Tracks worden in willekeurige volgorde
    afgespeeld.

    M.I.X. : Alle nummers op de CD’s van het
    huidige magazijn worden mee opgenomen
    in de willekeurige afspeelvolgorde.

    tijdens het afspelen.

    Hierdoor wordt de zoekmodus ingesteld.

    2

    Draai de encoder-draaiknop om de gewenste
    track te kiezen en druk dan op MODE.
    Nu wordt de gekozen track afgespeeld.

    M.I.X. : Tracks worden in willekeurige volgorde
    afgespeeld.

    Druk op

    • Houd
    minstens 2 seconden ingedrukt in de zoekmodus om deze
    te annuleren. De zoekmodus wordt ook geannuleerd als er binnen
    10 seconden geen bewerking wordt uitgevoerd.
    • Het zoeken op CD-tekst is niet mogelijk tijdens het gebruik van de
    M.I.X.-afspeelmodus.

    Zoeken op bestands-/mapnaam
    (voor MP3/WMA)
    U kunt de map- en de bestandsnaam weergeven en zoeken terwijl u
    luistert naar het bestand dat momenteel wordt afgespeeld.

    Bediening ingebouwde toestelgedeelte

    (off)

    • Als tijdens het afspelen met RPT
    (REPEAT ALL) in de CDwisselaarmodus de functie M.I.X. is ingesteld op ON, geldt M.I.X.
    alleen voor de huidige CD.

    1

    Tijdens het afspelen van MP3/WMA-bestanden,
    drukt u op
    om de zoekmodus in werking te
    stellen.

    2

    Draai de encoder-draaiknop om de modus
    Zoeken op mapnaam of Zoeken op bestandsnaam
    te kiezen en druk vervolgens op
    .

    MP3/WMA-modus:

    M.I.X. : Alleen bestanden in een map worden in
    willekeurige volgorde afgespeeld.

    Modus Zoeken op mapnaam

    3

    Draai binnen 10 seconden aan de encoderdraaiknop om de gewenste map te kiezen.

    4

    Druk op de / om het eerste bestand in de
    gekozen map af te spelen.

    M.I.X. : Bestanden worden in willekeurige volgorde
    afgespeeld.
    Als een MP3-compatibele CD-wisselaar is
    aangesloten, worden alle bestanden op een
    CD in willekeurige volgorde afgespeeld,
    waarna de volgende CD wordt afgespeeld.

    RPT
    of
    (off)

    : M.I.X. modus uit

    * Als een MP3-compatibele CD-wisselaar is aangesloten
    • Als een CD-wisselaar voor 6 CD’s of een MP3-compatibele CDwisselaar is aangesloten:
    In de CD-wisselaarmodus drukt u op de FUNC.-toets om de
    indicator “FUNC” te laten oplichten, waarna u binnen 10
    seconden naar bovenstaande stap gaat.
    • Als een CD-wisselaar voor 12 CD’s is aangesloten:
    In de CD-wisselaarmodus drukt u twee keer op de FUNC.-toets
    om de indicator “FUNC” te laten oplichten, waarna u binnen 10
    seconden naar bovenstaande stap gaat.

    16-NL

    • Houd
    minstens 2 seconden ingedrukt in de zoekmodus om deze
    te annuleren. De zoekmodus wordt ook geannuleerd als er binnen
    10 seconden geen bewerking wordt uitgevoerd.
    • In de modus Zoeken op mapnaam drukt u op
    om naar de
    modus Zoeken op bestandsnaam te gaan.
    • In de modus Zoeken op mapnaam drukt u op de FUNC.-toets om
    terug te keren naar het kiezen van de zoekmodus.
    • Als een CD alleen de bronmap bevat, is Zoeken op mapnaam niet
    mogelijk.
    • “ROOT” wordt weergegeven als de bronmap geen mapnaam
    heeft.
    • Het zoeken op mapnaam is niet mogelijk tijdens het gebruik van de
    M.I.X.-afspeelmodus.



  • Page 19

    Modus Zoeken op bestandsnaam

    3
    4

    Druk op f of p om een andere map te kiezen.

    5

    Druk op MODE om het gekozen bestand af te
    spelen.

    Selecteer het gewenste bestand door binnen de 10
    seconden aan de encoder-draaiknop te draaien.

    • Houd
    minstens 2 seconden ingedrukt in de zoekmodus om deze
    te annuleren. De zoekmodus wordt ook geannuleerd als er binnen
    10 seconden geen bewerking wordt uitgevoerd.
    • Druk in de modus Zoeken op bestandsnaam op de FUNC.-toets
    om terug te gaan naar de vorige modus (modus Zoeken op
    mapnaam of het kiezen van de zoekmodus).
    • Het zoeken op bestandsnaam is niet mogelijk tijdens het gebruik
    van de M.I.X.-afspeelmodus.

    Werking afstandsbediening

    1

    Houd / SEARCH minstens 2 seconden
    ingedrukt tijdens het afspelen.
    De lijst met mapnamen wordt weergegeven op het
    optionele monitorscherm.

    2

    Druk op f of p om een mapnaam te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.
    De lijst met bestandsnamen van de geselecteerde map
    wordt weergegeven.

    3

    Druk op f of p om een bestandsnaam te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.
    Het gekozen bestand wordt afgespeeld.

    • Als er 8 of meer namen in de lijst staan, drukt u op
    of
    om
    van pagina te veranderen.
    • Druk op RETURN om de Zoekmodus uit te schakelen als de
    modus Zoeken op mapnaam is geactiveerd.
    • In de modus Zoeken op bestandsnaam drukt u op RETURN om
    naar de modus Zoeken op bestandsnaam te gaan.
    • In de modus Zoeken op mapnaam/Zoeken op bestandsnaam, houdt
    u / /SEARCH minstens 2 seconden ingedrukt om deze modus
    te annuleren.

    Over MP3/WMA
    VOORZICHTIG
    Behalve voor privé-gebruik is het gratis of tegen vergoeding
    kopiëren van audiogegevens (inclusief MP3/WMA-bestanden)
    of het verspreiden of overdragen ervan, zonder de
    toestemming van de eigenaar van het auteursrecht ten
    strengste verboden door de wet op de auteursrechten en door
    een internationaal verdrag.
    Wat is MP3?
    De officiële naam van MP3 is “MPEG-1 Audio Layer 3”. Dit is
    een compressiestandaard die door de ISO (International
    Standardization Organization) en MPEG (instantie van IEC)
    wordt beschreven.
    MP3-bestanden bevatten gecomprimeerde audiogegevens.
    Met MP3-codering kunnen audiogegevens zeer sterk worden
    gecomprimeerd, waardoor de grootte van de
    muziekbestanden tot één tiende van hun oorspronkelijke
    grootte kan worden teruggebracht. Daarbij wordt bijna geen
    afbreuk gedaan aan de CD-kwaliteit. Het MP3-formaat kan
    dergelijke grote compressieverhoudingen realiseren door
    geluiden te elimineren die onhoorbaar zijn voor het menselijk
    oor of door andere geluiden worden gemaskeerd.

    Wat is WMA?
    WMA, of “Windows Media™ Audio”, zijn gecomprimeerde
    audiogegevens.
    WMA lijkt op MP3-audiogegevens en kan CD-geluidskwaliteit
    verkrijgen op kleine bestandsformaten.

    Methode om MP3/WMA-bestanden te maken
    De audiogegevens worden gecomprimeerd met specifieke
    MP3/WMA-software. Voor meer informatie over het maken van
    MP3/WMA-bestanden verwijzen we naar de handleiding bij
    die software.
    De MP3/WMA-bestanden die met dit toestel kunnen worden
    afgespeeld, hebben de bestandsextensie “mp3” / “wma”.
    Bestanden zonder extensie kunnen niet worden afgespeeld.
    (WMA ver. 7.1, 8 en 9 worden ondersteund)

    Ondersteunde bemonsteringsfrequenties en bitsnelheden
    voor het afspelen
    MP3
    Bemonsteringsfrequenties: 32 kHz 48 kHz
    Bitsnelheden:
    32 - 320 kbps
    WMA
    Bemonsteringsfrequenties: 32 kHz 48 kHz
    Bitsnelheden:
    32 - 320 kbps
    Merk op dat voor bemonsteringsfrequenties de
    frameweergave van het toestel (pagina 27) eventueel niet juist
    wordt weergegeven.
    Afhankelijk van de bemonsteringsfrequenties is het mogelijk
    dat dit toestel niet juist kan afspelen.

    ID3-tags/WMA tags
    Als taggegevens in een MP3/WMA-bestand vervat zitten, kan
    dit toestel de titel (titel van de track), de naam van de artiest
    en de naam van het album weergeven op basis van de
    ID3-/WMA taggegevens.
    Dit toestel kan alleen alfanumerieke tekens van één byte en
    het onderstrepingsteken weergeven. Voor niet-ondersteunde
    tekens wordt “NO SUPPORT” weergegeven.
    Het aantal tekens kan beperkt zijn of tekens kunnen onjuist
    worden weergegeven, afhankelijk van de taginformatie.

    MP3/WMA-CD’s maken
    MP3/WMA-bestanden worden voorbereid, waarna ze met
    behulp van CD-R-brandsoftware op een CD-R of CD-RW
    (DVD-R/DVD-RW) worden geschreven. Een CD kan tot 1.024
    bestanden/256 mappen (inclusief bronmappen) bevatten.

    Ondersteunde media
    Dit toestel kan CD-ROM’s, CD-R’s en CD-RW’s afspelen.

    Overeenkomstige bestandssystemen
    Dit toestel ondersteunt CD’s die zijn geformatteerd volgens
    ISO9660 Level 1 of Level 2.
    Binnen de ISO9660-standaard dient men rekening te houden
    met een aantal beperkingen.
    De maximale geneste mapdiepte is 8 (inclusief de
    brondirectory). Het aantal tekens voor een map/bestandsnaam is beperkt.
    Geldige tekens voor de namen van mappen/bestanden zijn
    de letters A-Z (in hoofdletters), de cijfers 0-9 en ‘_’
    (onderstrepingsteken).
    Dit toestel kan ook CD’s in Joliet, Romeo, enz. afspelen en
    andere normen die voldoen aan ISO9660. Het is echter
    mogelijk dat de bestandsnamen, mapnamen enz. niet altijd
    goed worden weergegeven.

    17-NL



  • Page 20

    Ondersteunde formaten
    Dit toestel ondersteunt CD-ROM, CD-ROM XA, Mixed Mode
    CD, Enhanced CD (CD-Extra) en multisessie.
    Dit toestel kan CD’s die met Track At Once of met
    pakketsoftware werden opgenomen, niet juist afspelen.

    DVD/Video-CD
    In dit gedeelte wordt zowel de werking van de afstandsbediening als
    van het ingebouwde toestelgedeelte beschreven.

    Volgorde van bestanden
    Het toestel speelt de bestanden af in de volgorde waarin ze
    door de software werden geschreven. De afspeelvolgorde
    kan dus verschillend zijn van de volgorde die u heeft
    ingegeven. De afspeelvolgorde van de mappen en
    bestanden is als volgt. De afspeelvolgorde van mappen en
    bestanden verschilt echter van het mapnummer en
    bestandsnummer dat op het display is aangegeven.

    (OPEN)

    Bronmap

    SOURCE/
    POWER

    /

    4

    DN

    UP

    RETURN

    ENT.

    /

    Numeriek
    toetsenbord
    (0 tot 9)

    MENU
    CLR
    DISP./TOP M.
    Map

    ANGLE

    MP3/WMA-bestand

    SUBTITLE

    AUDIO

    Terminologie
    Bitsnelheid
    Dit is de compressieverhouding voor de codering van het
    geluidssignaal. Hoe groter de bitsnelheid, des te beter de
    geluidskwaliteit, maar ook des te groter de bestanden.
    Bemonsteringsfrequentie
    Deze waarde geeft aan hoeveel keer per seconde de gegevens
    worden bemonsterd (opgenomen). Audio-CD’s gebruiken
    bijvoorbeeld een bemonsteringsfrequentie van 44,1 kHz, zodat
    het geluid 44.100 keer per seconde wordt bemonsterd
    (opgenomen). Hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, des te
    beter de geluidskwaliteit, maar ook des te groter de omvang van
    de gegevens.
    Codering
    Converteren van muziek-CD’s, WAVE- (AIFF) bestanden en
    andere geluidsbestanden naar het opgegeven formaat voor
    audiocompressie.

    • De bediening van DVD/Video-CD kan zowel via de
    afstandsbediening als via het ingebouwde toestelgedeelte worden
    uitgevoerd. In dit gedeelte wordt zowel de bediening van de
    afstandsbediening als van het ingebouwde toestelgedeelte
    beschreven.
    • Om DVD/Video-CD weer te geven, is de optionele TV-monitor
    vereist.
    • DVA-9861Ri wijzigt de video-uitgang automatisch (NTSC of PAL),
    naargelang de CD. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de
    monitor om NTSC of PAL in te stellen op de aangesloten monitor.

    CD-types die kunnen worden gebruikt voor elk
    opschrift worden vertegenwoordigd door de volgende
    merken:
    In de handel verkrijgbare DVD-audio-CD’s kunnen
    worden gebruikt.

    Tag
    Songinformatie zoals titels van tracks, namen van artiesten,
    namen van albums enz., die op MP3/WMA-bestanden werden
    geschreven.
    MP3: ID3-tag
    WMA: WMA-tag
    Bronmap
    De bronmap bevindt zich bovenaan het bestandssysteem. De
    bronmap bevat alle mappen en bestanden.

    18-NL

    In de handel verkrijgbare DVD-video-CD’s
    (gebruikt voor het uitzenden van films, enz.) of
    een DVD-R/DVD-RW/DVD+R/DVD+RW die werd
    opgenomen in videomodus kan worden gebruikt.
    DVD-R/DVD-RW-CD’s die werden opgenomen
    in de modus DVD-VR kunnen worden gebruikt.
    Video-CD’s kunnen worden gebruikt.



  • Page 21

    Een CD afspelen
    Voorzichtig
    • Niet alle functies werken voor elke DVD. In de instructies van
    de specifieke DVD’s vindt u meer informatie over de
    ondersteunde functies.
    • Vingerafdrukken op een CD kunnen een ongunstige invloed
    hebben op het afspelen. Als er zich een probleem voordoet,
    verwijdert u de CD en gaat u na of er geen vingerafdrukken op
    de afspeelzijde zitten. Reinig de CD indien nodig.
    • Let bij het gebruik van de afstandsbediening, op dat u maar één
    toets tegelijk indrukt. Door meerdere toetsen tegelijk in te
    drukken, kan een verkeerde bediening worden veroorzaakt.
    • Als u een ongeldige bewerking probeert uit te voeren (op basis
    van het type CD dat wordt afgespeeld), verschijnt volgend
    symbool op het monitorscherm:
    Weergavepositie geheugenfunctie
    Zelfs als u tijdens het afspelen het toestel of de contactsleutel
    uitschakelt of een andere bron kiest, gaat het afspelen verder vanaf
    het punt waar het afspelen werd gestopt zodra het toestel weer wordt
    ingeschakeld.

    1

    Druk op

    2

    Plaats een CD met de labelzijde naar boven.

    (OPEN).

    Het frontpaneel zal opengaan.
    De CD wordt automatisch in het toestel getrokken.

    Als een menuscherm verschijnt
    Op DVD’s en video-CD’s met afspeelregeling (PBC) kunnen
    menuschermen automatisch verschijnen. In dit geval gaat u als volgt
    te werk om het afspelen te starten.
    • Deze bediening wordt bestuurd via de afstandsbediening.
    • Voor veel CD’s kan het menuscherm ook worden weergegeven
    door op de MENU-toets te drukken.

    DVD-menu maaaaaaaaaaaaaaa
    Druk op f, p,
    of
    om het gewenste item te kiezen
    en druk vervolgens op ENT.
    • Voor sommige CD’s kunnen items rechtstreeks in het menuscherm
    worden gekozen met behulp van de cijfertoetsen (“0” tot “9”).
    • Als de DVD-audio-CD is ingesteld op “VCAP”, kan de bewerking
    worden uitgevoerd. (Raadpleeg “De afspeelmodus DVD-audio
    instellen” op pagina 35.)

    Menu Video-CD maaaaaa
    Gebruik het numeriek toetsenbord (“0” tot “9”) om
    het gewenste nummer te kiezen, en druk vervolgens
    op ENT.
    • Het menuscherm verschijnt niet als de PBC-functie is
    uitgeschakeld. Stel in dat geval de afspeelmodus VCD in om de
    PBC-functie in te schakelen.
    Raadpleeg “De afspeelmodus Video-CD instellen” (pagina 35)
    voor meer informatie.

    Zoeken op programma
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    1
    Sluit het frontpaneel handmatig.
    Als er reeds een CD in het toestel zit, drukt u op de
    SOURCE/POWER-toets op het ingebouwde
    toestelgedeelte om naar de CD-modus te gaan.

    De zoeklijst voor programma’s verschijnt op het scherm.

    2

    *1 Alleen als een iPod is aangesloten
    *2 Alleen als de CD-wisselaar is aangesloten

    3

    Druk op q om de CD uit te werpen, nadat u op
    (OPEN) hebt gedrukt om het frontpaneel te
    openen.

    • Verwijder een CD niet terwijl hij wordt uitgeworpen. Plaats niet
    meer dan één CD tegelijk. Als u een van beide handelingen toch
    uitvoert, kan er een defect optreden.
    • Als de CD niet wordt uitgeworpen, houdt u q gedurende ten
    minste 2 seconden ingedrukt.
    • De achterkant van een dubbelzijdige DVD wordt niet automatisch
    afgespeeld. Verwijder de CD, draai hem om en steek hem weer in
    het toestel.
    • Plaats nooit kaart-CD’s voor navigatiedoeleinden, aangezien deze
    de uitrusting kunnen beschadigen.
    • Zie ook “DVD-instelling” (pagina 30 tot 32).

    Druk op f of p om het gewenste programma te
    kiezen en druk vervolgens op ENT.
    Het gekozen programma wordt afgespeeld.

    Telkens als u op de toets drukt, verandert de modus.
    TUNER → DISC → IPOD*1 → CHANGER*2 → TUNER

    Houd DISP./TOP M. minstens 2 seconden
    ingedrukt terwijl een DVD-VR-CD wordt
    afgespeeld.

    • Als PLAY LIST wordt gekozen, verschijnt de zoeklijst voor
    afspeellijsten op het scherm.

    Zoeken op afspeellijst
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    1

    Druk op MENU terwijl een DVD-VR-CD wordt
    afgespeeld.
    De zoeklijst voor afspeellijsten verschijnt op het scherm.

    2

    Druk op f of p om de gewenste afspeellijst te
    kiezen en druk vervolgens op ENT.
    De gekozen afspeellijst wordt gespeeld.

    • Alleen CD’s met een afspeellijst kunnen worden gebruikt.
    • Als PROGRAM LIST wordt gekozen, verschijnt de zoeklijst voor
    programma’s op het scherm.

    19-NL



  • Page 22

    Afspelen stoppen (PRE-STOP)

    DVD-audio (modus VOFF)*

    1

    Druk tijdens het afspelen op ■ om het afspelen te stoppen. Deze
    positie wordt in het geheugen opgeslagen.

    1

    Tijdens het afspelen drukt u op ■ op de
    afstandsbediening.
    Op het display verschijnt “PRE-STOP”.

    2

    Druk op

    /

    in de modus PRE-STOP.

    Het afspelen begint op de plaats waar het voordien werd
    gestopt.

    • Voor sommige CD’s is de positie waarop het afspelen werd
    gestopt mogelijk niet nauwkeurig.
    • Als “VOFF” is ingesteld, is de functie PRE-STOP niet
    beschikbaar voor de DVD-audio-CD. (Raadpleeg “De
    afspeelmodus DVD-audio instellen” op pagina 35.)

    Afspelen stoppen

    Houd
    (snel achteruit spoelen) of
    (snel
    vooruit spoelen) ingedrukt tijdens het afspelen of
    tijdens pauze.
    Als u deze toets langer dan 1 seconde ingedrukt houdt,
    wordt de CD met 21 keer de normale snelheid
    vooruit/achteruit gespoeld.

    2

    Laat
    spelen.

    of

    los om terug gewoon af te

    * Stel “VCAP” (Videocompatibele audiospeler) of “VOFF” (Video
    OFF) in als Standaardinstelling. Raadpleeg “De afspeelmodus
    DVD-audio instellen” (pagina 35) voor meer informatie.
    • Tijdens snel vooruit of achteruit spoelen hoort u geen geluid.
    • Het snel vooruitspoelen/snel achteruitspoelen van maar één
    nummer dat wordt afgespeeld, kan worden uitgevoerd op een
    video-CD die is uitgerust met PBC (afspeelregeling).
    • Bij DVD’s en video-CD’s met afspeelregeling (PBC), kan het
    menuscherm opnieuw verschijnen tijdens het snel vooruit of
    achteruit spoelen.

    Begin van hoofdstukken of tracks zoeken
    Tijdens het afspelen drukt u twee keer op ■ op de
    afstandsbediening.
    “STOP” wordt weergegeven, en het afspelen stopt.
    • Het afspelen stopt eveneens als ■ langer dan 2 seconden wordt
    ingedrukt.
    • Het afspelen start vanaf het begin als / wordt ingedrukt
    terwijl het afspelen gestopt is.
    • Als VOFF wordt ingesteld, drukt u één keer op ■ om het afspelen
    van DVD-audio te stoppen (STOP). (Raadpleeg “De afspeelmodus
    DVD-audio instellen” (pagina 35).

    Snel vooruit spoelen/Snel achteruit spoelen
    DVD-audio (modus VCAP)*/DVD-video/Video-CD

    1

    Houd
    (snel achteruit spoelen) of
    (snel
    vooruit spoelen) ingedrukt tijdens het afspelen.
    Als u deze toets langer dan 1 seconde ingedrukt houdt,
    wordt de CD met dubbele snelheid vooruit/achteruit
    gespoeld.
    Als u de toets nog 5 seconden ingedrukt houdt, wordt de
    CD met 8 keer de normale snelheid vooruit/achteruit
    gespoeld.
    Als u de toets nog 10 seconden ingedrukt houdt, wordt
    de CD met 21 keer de normale snelheid vooruit/achteruit
    gespoeld.

    2

    Laat
    spelen.

    20-NL

    of

    los om terug gewoon af te

    Druk tijdens het afspelen op

    of

    .

    Het hoofdstuk/ de track verandert telkens u de toets indrukt,
    en het gekozen hoofdstuk/de track begint af te spelen.
    : Druk op deze toets om het afspelen te starten
    vanaf het begin van het volgende hoofdstuk of de
    track.
    : Druk op deze toets om het afspelen te starten
    vanaf het begin van het huidige hoofdstuk of de
    track.
    • Sommige DVD’s zijn niet opgesplitst in hoofdstukken.
    • Het begin van een track kan mogelijk niet worden gevonden op
    een video-CD die is uitgerust met PBC (afspeelregeling). Stel de
    afspeelmodus VCD zo in dat de PBC-functie wordt uitgeschakeld.
    Raadpleeg “De afspeelmodus video-CD instellen” (pagina 35).
    • Tijdens de pauzestand kan een bediening worden uitgevoerd op de
    DVD-audio.

    Bijkomende uitleg
    “Hoofdstukken” zijn indelingen van films of
    muziekkeuzes op DVD’s.
    “Tracks” zijn indelingen van films of muziekkeuzes op
    video- en muziek-CD’s.
    “Groepen” verbinden een track (één nummer) met
    andere tracks die op een DVD-audio zijn opgeslagen.
    Het afspelen van groepen verschilt naargelang de CD.
    “Afspeellijsten” bepalen een reeks beelden en hun
    afspeelvolgorde.
    • Alleen CD’s met een afspeellijst kunnen worden gebruikt.



  • Page 23

    Programma/Afspeellijst kiezen

    Zoeken op titelnummer

    Druk tijdens het afspelen of in de pauzestand op f, p
    op het toestel of UP, DN op de afstandsbediening om
    het/de vorige of volgende programma/afspeellijst te
    kiezen.

    Gebruik deze functie om posities op de DVD snel op te zoeken op
    basis van de titel.

    Het programma/de afspeellijst verandert telkens u de toets
    indrukt, en het/de gekozen programma/de afspeellijst begint.

    1

    Als het afspelen stopt, geeft u het nummer van de
    gewenste titel in met behulp van het numeriek
    toetsenbord (“0” tot “9”).

    2

    Druk op ENT.

    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    f, UP: Druk op deze toets om het afspelen te starten vanaf
    het begin van het volgende programma of de
    afspeellijst.
    p, DN: Druk op deze toets om het afspelen te starten vanaf
    het begin van het vorige programma of de afspeellijst.
    • Alleen als een afspeellijst op de CD wordt beheerd, kan de
    afspeellijst worden gekozen en kan de bewerking worden
    uitgevoerd.

    Stilstaande beelden afspelen (pauzeren)

    1
    2

    Druk tijdens het afspelen op
    Druk nogmaals op de
    verder te zetten.

    /

    /

    Het afspelen start vanaf het gekozen titelnummer.

    • In de modus PRE-STOP zoekt deze functie het begin van het
    hoofdstuk door het nummer ervan.
    • Deze functie kan niet worden gebruikt voor CD’s waarop geen
    titelnummers zijn opgenomen.
    • Druk op CLR om het laatste cijfer van het titelnummer te wissen.
    Houd de CLR-toets minstens 2 seconden ingedrukt om de
    invoermodus te annuleren.
    • De weergave start automatisch voor titelnummers van twee cijfers,
    zelfs als in procedure 2 niet op ENT. werd gedrukt.

    Zoeken op groepsnummer

    .

    -toets om het afspelen

    • Bij de stilstaande beelden wordt geen geluid weergegeven.
    • Het beeld of het geluid kan tijdelijk stoppen als het afspelen vanuit
    de pauzemodus wordt hervat. Dit wijst niet op een defect.

    Beeld per beeld afspelen vooruit/achteruit

    Een groepsnummer op een DVD stelt verscheidene audiogedeeltes
    vast die vergelijkbaar zijn met hoofdstukken voor de video. Gebruik
    deze functie om posities op de DVD snel op te zoeken op basis van
    het groepsnummer.
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    Als het afspelen stopt, geeft u het nummer van de
    gewenste groep in met behulp van het numeriek
    toetsenbord (“0” tot “9”).
    Het afspelen start vanaf het gekozen groepsnummer.

    1

    In de pauzemodus drukt u op

    2

    Druk op de
    spelen.

    of

    .

    Telkens als u de toets indrukt, gaat het beeld met één
    vooruit of achteruit.
    /

    -toets om terug gewoon af te

    • Tijdens het beeld voor beeld afspelen vooruit/achteruit wordt geen
    geluid weergegeven.
    • Voor DVD-VR en video-CD is het beeld voor beeld afspelen
    achteruit niet beschikbaar.

    Afspelen in slow motion

    1

    Als
    of
    in de pauzemodus wordt ingedrukt
    gehouden, wordt de afspeelmodus slow motion
    ingesteld met 1/8ste van de normale snelheid.
    Als u de toets nog 5 seconden ingedrukt houdt, gaat de
    slow motionsnelheid naar de helft van de normale
    snelheid.

    2

    Laat
    /

    of
    los om te pauzeren, en druk
    om af te spelen.

    • Tijdens het afspelen in slow motion wordt geen geluid
    weergegeven.
    • Het traag afspelen is niet beschikbaar bij het afspelen van een
    diavoorstelling.
    • 1/2 en 1/8 zijn snelheden bij benadering. De effectieve snelheid is
    verschillend van CD tot CD.
    • Voor DVD-VR en video-CD is het achteruit afspelen in slow
    motion niet beschikbaar.

    • In de modus PRE-STOP zoekt deze functie het begin van de track
    door het nummer ervan. Raadpleeg voor de bediening
    “Rechtstreeks zoeken op hoofdstuk- of tracknummer” (pagina 22).
    • Deze functie kan niet worden gebruikt voor CD’s waarop geen
    groepsnummers zijn opgenomen.

    Zoeken op nummer van het programma of
    de afspeellijst
    Gebruik deze functie om posities op de DVD snel op te zoeken op
    basis van de programma’s/afspeellijsten van de DVD.
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    1

    Als het afspelen stopt, geeft u het nummer van het
    gewenste programma of de afspeellijst in met
    behulp van het numeriek toetsenbord (“0” tot
    “9”).

    2

    Druk op ENT.
    Het afspelen start vanaf het nummer van het gekozen
    programma of de afspeellijst.

    • In de modus PRE-STOP zoekt deze functie het begin van het
    hoofdstuk door het nummer ervan.
    • Deze functie kan niet worden gebruikt voor CD’s waarop geen
    nummers van programma’s of afspeellijsten zijn opgenomen.
    • Druk op CLR om het laatste cijfer van het nummer van het
    programma/de afspeellijst te wissen.
    Houd de CLR-toets minstens 2 seconden ingedrukt om de
    invoermodus te annuleren.
    • Afhankelijk van het aantal ingevoerde cijfers, kan het afspelen
    automatisch starten, zelfs als ENT. niet werd ingedrukt in stap 2.

    21-NL



  • Page 24

    Rechtstreeks zoeken op hoofdstuk- of
    tracknummer

    DVD-video
    REPEAT CHAPTER

    Het hoofdstuk wordt herhaaldelijk
    afgespeeld.

    Gebruik deze functie om snel naar het begin van de hoofdstukken of
    tracks op de CD te gaan.

    REPEAT TITLE

    De titel wordt herhaaldelijk afgespeeld.

    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    REPEAT OFF

    De modus speelt terug gewoon af.
    (Fabrieksinstelling)

    1
    2

    Tijdens het afspelen, pre-stop of in pauzestand,
    geeft u het nummer van het gewenste hoofdstuk of
    de track in met behulp van het numeriek
    toetsenbord (“0” tot “9”).

    DVD-VR (terwijl het programma wordt afgespeeld)
    REPEAT CHAPTER

    Druk op ENT.
    Het afspelen start vanaf het geselecteerde hoofdstuk of
    de track.

    • Deze functie kan niet worden gebruikt voor CD’s waarop geen
    hoofdstuknummers zijn opgenomen.
    • Als het toestel is gestopt, kan worden gezocht naar een video-CD.
    • Het begin van een tracknummer kan niet onmiddellijk worden
    gevonden op een video-CD die is uitgerust met PBC
    (afspeelregeling). Stel de afspeelmodus VCD zo in dat de PBCfunctie wordt uitgeschakeld. Raadpleeg “De afspeelmodus videoCD instellen” (pagina 35).
    • Afhankelijk van het aantal ingevoerde cijfers, kan het afspelen
    automatisch starten, zelfs als ENT. niet werd ingedrukt in stap 2.
    • Druk op CLR om het laatste cijfer van het hoofdstuk/tracknummer te wissen. Houd de CLR-toets minstens 2 seconden
    ingedrukt om de invoermodus te annuleren.

    REPEAT PROGRAM
    REPEAT DISC

    Het hoofdstuk wordt herhaaldelijk
    afgespeeld.
    Het programma wordt herhaaldelijk
    afgespeeld.
    Alle programma’s worden herhaaldelijk
    afgespeeld. (Fabrieksinstelling)

    DVD-VR (terwijl de afspeellijst wordt afgespeeld)
    REPEAT CHAPTER
    REPEAT PLAYLIST
    REPEAT DISC

    Het hoofdstuk wordt herhaaldelijk
    afgespeeld.
    De afspeellijst wordt herhaaldelijk
    afgespeeld.
    De modus speelt terug gewoon af.
    (Fabrieksinstelling)

    VIDEO CD

    Herhaald afspelen
    Gebruik deze functie om de titels, hoofdstukken, tracks, enz. van een
    CD herhaaldelijk af te spelen.

    Tijdens het afspelen drukt u op
    ingebouwde toestelgedeelte.

    De track wordt herhaaldelijk
    afgespeeld.

    REPEAT DISC

    De volledige CD wordt herhaaldelijk
    afgespeeld. (Fabrieksinstelling)

    REPEAT OFF

    Het afspelen wordt niet herhaald.

    4 op het

    De herhaalmodus verandert telkens de toets wordt ingedrukt.

    DVD-audio (modus VCAP) *1
    REPEAT TRACK

    De track wordt herhaaldelijk afgespeeld.

    REPEAT GROUP

    De groep wordt herhaaldelijk afgespeeld.

    REPEAT OFF

    De modus speelt terug gewoon af.
    (Fabrieksinstelling)

    DVD-audio (modus VOFF) *1
    REPEAT TRACK

    De track wordt herhaaldelijk afgespeeld.

    REPEAT GROUP

    De groep wordt herhaaldelijk afgespeeld.

    REPEAT DISC

    De volledige CD wordt herhaaldelijk
    afgespeeld. (Fabrieksinstelling)

    22-NL

    REPEAT TRACK

    *1 Stel “VCAP” of “VOFF” in als Standaardinstelling. Raadpleeg

    “De afspeelmodus DVD-audio instellen” (pagina 35) voor meer
    informatie.
    *2 Alleen weergegeven in de wisselaarmodus.
    • De modus voor herhaald afspelen van een track/CD kan niet
    worden gebruikt op video-CD’s met afspeelregeling (PBC). Stel de
    afspeelmodus VCD zo in dat de PBC-functie wordt uitgeschakeld.
    Raadpleeg “De afspeelmodus video-CD instellen” (pagina 35).
    • Bij sommige CD’s kunt u de herhaalmodus niet veranderen.
    • Als u tijdens het afpelen van DVD-video
    4 minstens 2
    seconden ingedrukt houdt, zal het toestel overgaan naar REPEAT
    OFF.



  • Page 25

    Veranderen van audiotrack

    Veranderen van ondertitels
    (ondertitelingstaal)

    Voor CD’s met meervoudige audio of audiotalen, kunt u de audiotaal
    tijdelijk veranderen tijdens het afspelen.

    Bij DVD’s met meerdere ondertitelingstalen, kan de taal worden
    veranderd tijdens het afspelen, of kunnen de ondertitels worden
    verborgen.

    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    Druk tijdens het afspelen op AUDIO.
    Het geluid schakelt tussen de alternatieve audiotracks op de
    CD telkens de toets wordt ingedrukt.
    • De gekozen audiotrack wordt de standaardinstelling telkens als
    het toestel wordt ingeschakeld of als de CD wordt verwisseld. Als
    de CD niet over de taal beschikt die u hebt gekozen als standaard
    audiotrack, wordt de standaardtaal van de CD gekozen als
    vervanging. Raadpleeg “De taal instellen” (pagina 31).
    • Het is niet bij alle CD’s mogelijk om alternatieve audiotracks te
    kiezen tijdens het afspelen. In dit geval kiest u de audiotracks in
    het menu van de DVD.
    • Het kan even duren voordat de gekozen alternatieve track wordt
    afgespeeld.

    DVD-VR/Video-CD’s met veelvoudige audio
    DVD-VR
    Houd AUDIO minstens 2 seconden ingedrukt tijdens
    het afspelen.
    De linker- en rechterkanalen worden als volgt weergegeven
    telkens als u op de toets drukt.
    LR → LL → RR → LR

    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    Druk tijdens het afspelen op SUBTITLE.
    Telkens als u op de toets drukt, worden andere ondertitels
    gekozen uit de verschillende talen die op de CD werden
    opgenomen, of worden de ondertitels uitgeschakeld.
    Tijdens het afspelen van DVD-VR, wordt de weergave van
    ondertitels ingesteld op ON of OFF.
    • Het kan even duren voor de gekozen ondertiteling verschijnt.
    • Het is niet bij alle CD’s mogelijk om de ondertiteling tijdens het
    afspelen te veranderen. In dit geval selecteert u de ondertiteling in
    het menu van de DVD.
    • De gekozen ondertitelingstaal wordt de standaardinstelling telkens
    als het toestel wordt ingeschakeld of als de CD wordt vervangen.
    Als de CD niet over de gewenste taal beschikt, wordt de
    standaardtaal van de CD gekozen als vervanging.
    Raadpleeg “De taal instellen” (pagina 31).
    • Op sommige CD’s kunnen de ondertitels worden weergegeven,
    zelfs als ze uitgeschakeld zijn.
    • Als de DVD-audio-CD is ingesteld op “VCAP”, kan de bewerking
    worden uitgevoerd. (Raadpleeg “De afspeelmodus DVD-audio
    instellen” op pagina 35.)

    Druk tijdens het afspelen op AUDIO.

    Tips
    Veranderen vanuit het diskmenu.
    Op sommige CD’s kunnen de audiotaal, de hoek en de
    ondertitels worden veranderd vanuit het diskmenu.

    De linker- en rechterkanalen worden als volgt weergegeven
    telkens als u op de toets drukt.

    DVD-video

    Video-CD

    LR → LL → RR → LR

    Veranderen van hoek
    Tijdens het afspelen van DVD’s waarop scènes staan die vanuit
    verschillende hoeken werden gefilmd, kunt u van hoek veranderen
    tijdens het afspelen.
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    Druk tijdens het afspelen op ANGLE.
    Telkens als u op de toets drukt, wordt een andere hoek
    gekozen uit de verschillende hoeken die op de CD werden
    opgenomen.
    • Het kan mogelijk even duren voor de hoek verandert.
    • Afhankelijk van de CD kan de hoek op één of twee manieren
    worden veranderd.
    - Naadloos: de verandering van hoek gebeurt vloeiend.
    - Niet-naadloos: als een andere hoek wordt gekozen, verschijnt
    eerst een stilstaand beeld, waarna van hoek wordt veranderd.
    • Als de DVD-audio-CD is ingesteld op “VCAP”, kan de bewerking
    worden uitgevoerd. (Raadpleeg “De afspeelmodus DVD-audio
    instellen” op pagina 35.)

    1. Druk op MENU, kies het item en druk vervolgens
    op ENT.
    2. Druk op f, p, of
    om de taal of de hoek te
    kiezen en druk vervolgens op ENT.
    (Op sommige CD’s kan de taal of hoek worden
    gekozen met behulp van het numeriek toetsenbord
    (“0” tot “9”) terwijl het menu voor de taal of hoek
    wordt weergegeven.)

    DVD-audio
    1. Houd DISP./TOP M. ingedrukt, kies het item en
    druk vervolgens op ENT.
    2. Druk op f, p, of
    om de taal of de hoek te
    kiezen en druk vervolgens op ENT.
    (Op sommige CD’s kan de taal of hoek worden
    gekozen met behulp van het numeriek toetsenbord
    (“0” tot “9”) terwijl het menu voor de taal of hoek
    wordt weergegeven.)
    • Als de DVD-audio-CD is ingesteld op “VCAP”, kan de
    bewerking worden uitgevoerd. (Raadpleeg “De afspeelmodus
    DVD-audio instellen” op pagina 35.)

    23-NL



  • Page 26

    Voorbeeld van de DVD-VR-weergave

    De status van de CD weergeven
    Gebruik onderstaande procedure om de status (titelnummer,
    hoofdstuknummer, enz.) van de momenteel afgespeelde DVD weer te
    geven op het monitorscherm.
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    Druk tijdens het afspelen op DISP./TOP M.
    De afspeelstatus wordt weergegeven.
    De weergave van de afspeelstatus wordt gesloten als
    DISP./TOP M. opnieuw wordt ingedrukt.

    Huidig nummer
    CD afspelen
    van het hoofdstuk
    Weergave van
    tekstinformatie
    DVD–VR
    N T SC
    van de CD
    INFO.
    Huidig programma
    1
    18
    1:23'45"
    of nummer van de
    afspeellijst
    PLAY
    REPEAT D I SC
    AUDIO:1/2
    LR
    DOLBY D 3 / 2.1

    Afspeelstatus
    Instelling voor
    herhaalfunctie
    (standaardinstellingREPEAT DISC)

    TV-systeem
    (NTSC of PAL)
    Afspeeltijd van
    het hoofdstuk
    Huidige uitgang
    audiosignaal

    Huidig audionummer/status

    Voorbeeld van de DVD-audio-weergave

    Huidige groep
    nummer
    Afspeelstatus
    Instelling voor
    herhaalfunctie
    (standaardinstellingREPEAT OFF)
    Huidige audiotaal/
    nummer
    Huidige
    ondertitelingstaal/
    nummer

    Voorbeeld van een video-CD-weergave

    Huidig nummer
    van de track

    CD afspelen

    DVD–A
    1

    TV-systeem
    (NTSC of PAL)
    N T SC

    18

    1:23'45"

    PLAY
    REPEAT OFF
    A UD I O
    1 1
    ML P 9 6 k 2 4 b 6
    SUBT. : JPN 1 / 2
    ANGLE: 1 / 3

    Afspeeltijd van
    de track

    Huidige uitgang
    audiosignaal

    • Als de DVD-audio-CD is ingesteld op “VCAP”, kan de bewerking
    worden uitgevoerd. (Raadpleeg “De afspeelmodus DVD-audio
    instellen” op pagina 35.)

    Voorbeeld van de DVD-video-weergave
    Huidig nummer
    van het hoofdstuk

    Huidig nummer
    van de titel
    Afspeelstatus
    Instelling voor
    herhaalfunctie
    (standaardinstellingREPEAT OFF)
    Huidige audiotaal/
    nummer
    Huidige
    ondertitelingstaal/
    nummer

    24-NL

    DVD–V
    1

    N T SC
    18

    1:23'45"

    PLAY
    REPEAT OFF
    AUDIO:ENG 1/4
    DOLBY D 3 / 2.1
    SUBT. : JPN 1 / 2
    ANGLE: 1 / 3

    Huidig nummer van de hoek

    Huidig nummer
    van de track
    Afspeelstatus
    Instelling voor
    herhaalfunctie
    (standaardinstellingREPEAT DISC)
    Afspeelregeling
    (PBC)

    Huidig nummer van de hoek

    CD afspelen

    CD afspelen

    TV-systeem
    (NTSC of PAL)

    VCD

    1

    1 2 ' 3 4 "

    Afspeeltijd van
    de track

    Huidige audiostatus

    • Als PBC is ingeschakeld, worden het huidige nummer van de track
    en de afspeeltijd van de track niet weergegeven.

    Scrol om naar de vorige of volgende pagina
    te gaan
    “Pagina” is een stilstaand beeld dat op een DVD-audio-CD werd
    opgeslagen.
    • Deze bediening wordt uitgevoerd door de afstandsbediening.

    Afspeeltijd van
    het hoofdstuk

    Huidige uitgang
    audiosignaal

    Houd 1 minstens 2 seconden ingedrukt tijdens het
    afspelen om het vorige stilstaand beeld weer te geven.
    Als u 2 minstens 2 seconden ingedrukt houdt, wordt
    het volgende stilstaand beeld weergegeven. Als u 3
    minstens 2 seconden ingedrukt houdt, wordt de
    homepage weergegeven.
    • Bij DVD-audio-CD’s zonder pagina’s kan de functie “Pagina” ,
    afhankelijk van de DVD-audio-CD, mogelijk niet worden gebruikt
    als de beelden in de vorm van een diavoorstelling staan.
    • Als de DVD-audio-CD is ingesteld op “VCAP”, kan de bewerking
    worden uitgevoerd. (Raadpleeg “De afspeelmodus DVD-audio
    instellen” op pagina 35.)



  • Page 27

    Instelling van het geluid
    Encoder- SOURCE/
    draaiknop POWER BAND MENU

    Regeling van de Bass
    U kunt de klemtoon van de frequentie voor de lage tonen wijzigen
    om uw eigen klankbeeld te scheppen.

    1

    Druk op de MENU-toets om de modus BASS
    ENGINE te kiezen en druk vervolgens op MODE.
    BASS ENGINE → SETUP → RETURN (OFF) → BASS ENGINE

    2

    Druk op
    of
    om de regelmodus voor de
    lage tonen (lagetonen-middenfrequentie) te kiezen.
    BASS ↔ TREBLE

    De middenfrequentie van de lage tonen instellen
    MODE

    3-1

    Regeling Bass/Treble/Balance
    (links-rechts)/Fader (voor-achter)/Defeat

    1

    80Hz → 100Hz → 120Hz → 60Hz → 80Hz

    Beklemtoont de weergegeven frequentiebereiken van
    de lage tonen.

    Druk herhaaldelijk op de MODE-toets om de
    gewenste modus te kiezen.
    Telkens als u op de toets drukt, verandert de modus als
    volgt:
    BASS → TREBLE → SUBW* → BALANCE → FADER →
    DEFEAT → VOLUME → BASS

    Niveau Bass: –7 ~ +10
    Niveau Treble: –7 ~ +7
    Subwoofer: 0 ~ +15
    Balance: L15 ~ R15
    Fader: R15 ~ F15
    Defeat: ON/OFF
    Volume: 0 ~ 35
    • Als u de MODE-toets niet binnen 5 seconden indrukt nadat u de
    modus BASS, TREBLE, BALANCE, FADER, DEFEAT of
    SUBWOOFER heeft gekozen, keert het toestel automatisch terug
    naar de normale modus.

    Druk op de SOURCE/POWER-toets om de
    gewenste middenfrequentie van de lage tonen te
    kiezen.

    De bandbreedte voor de lage tonen instellen

    3-2

    Druk op BAND om de gewenste bandbreedte
    voor de lage tonen te kiezen.

    (Smal)

    (Breed)

    Verandert de bandbreedte voor de versterking van de
    lage tonen naar breed of smal. Een brede instelling
    versterkt een ruim frequentiebereik boven en onder de
    middenfrequentie. Een smallere instelling versterkt alleen
    de frequenties nabij de middenfrequentie.

    * Als de subwoofermodus op OFF staat, kan het niveau niet worden
    aangepast.

    2

    Draai aan de encoder-draaiknop tot u in elke
    modus de gewenste klank verkrijgt.
    Door defeat in te schakelen (ON), keren de voordien
    uitgevoerde instellingen voor BASS en TREBLE terug
    naar de fabriekswaarden.

    • Afhankelijk van de aangesloten toestellen kan het zijn dat
    bepaalde functies en indicatoren op het display niet werken.

    25-NL



  • Page 28

    Het niveau van de lage tonen instellen

    Het niveau van de hoge tonen instellen

    3-3 Draai aan de encoder-draaiknop om het

    3-2 Draai aan de encoder-draaiknop om het

    *

    gewenste niveau voor de lage tonen (–7~+10) te
    kiezen.
    U kunt het niveau van de lage tonen beklemtonen of
    afzwakken.

    4

    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.
    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.

    • Als u binnen 60 seconden niet op een toets drukt, wordt de
    instelling van de lage tonen automatisch uitgeschakeld.
    • De instellingen van het niveau van de lage tonen worden
    afzonderlijk in het geheugen opgeslagen voor elke bron (FM, MW
    (LW), CD, enz.) tot de instelling wordt gewijzigd. De instellingen
    voor de frequentie en de bandbreedte van de lage tonen voor één
    bron, gelden ook voor alle andere bronnen (FM, MW (LW), CD,
    enz.).
    • Afhankelijk van de aangesloten toestellen werken bepaalde
    functies en indicatoren op het display niet. Het niveau van de lage
    tonen kan echter nog wel worden ingesteld als een audioprocessor
    met lagetonenregeling wordt aangesloten.
    • Deze functie kan niet worden gebruikt als de DEFEAT-functie is
    ingeschakeld.
    • In de instelmodus voor lage tonen, kan de instelmodus voor de
    TREBLE CONTROL worden opgeroepen door op
    of
    te drukken.
    * U kunt de instelling ook aanpassen door op MODE te drukken.

    Zie “Regeling (links-rechts)/Fader (voor-achter)/Defeat” (pagina
    25).

    *

    gewenste niveau voor de hoge tonen (–7~+7) te
    kiezen.
    U kunt de hoge tonen beklemtonen.

    4

    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.
    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.

    • Als u binnen 60 seconden niet op een toets drukt, wordt de
    regeling van de hoge tonen automatisch uitgeschakeld.
    • De instellingen van het niveau van de hoge tonen worden
    afzonderlijk opgeslagen voor elke bron (FM, MW (LW) en CD) tot
    de instelling wordt gewijzigd. De instellingen voor de frequentie
    van de hoge tonen voor één bron, gelden ook voor alle andere
    bronnen (FM, MW (LW), CD, enz.).
    • Afhankelijk van de aangesloten toestellen werken bepaalde
    functies en indicatoren op het display niet. De hoge tonen kunnen
    echter nog wel worden ingesteld als een audioprocessor met
    hogetonenregeling wordt aangesloten.
    • Deze functie kan niet worden gebruikt als de DEFEAT-functie is
    ingeschakeld.
    • In de instelmodus voor hoge tonen, kan de instelmodus voor de
    BASS CONTROL worden opgeroepen door op
    of
    te
    drukken.
    * U kunt de instelling ook aanpassen door op MODE te drukken.

    Zie “Regeling (links-rechts)/Fader (voor-achter)/Defeat” (pagina
    25).

    In- en uitschakelen van de functie Loudness

    Display niveau-indicator voor lage tonen
    Meestal wordt het niveau van de lage tonen weergegeven.

    Loudness legt een speciale klemtoon op de lage en hoge frequenties
    bij lage luistervolumes. Dit compenseert de lagere gevoeligheid van
    het menselijk oor voor lage en hoge tonen.

    Houd de MODE-toets minstens 2 seconden ingedrukt
    om de modus LOUDNESS in of uit te schakelen.
    De indicator “LD” licht op.

    Regeling van de hoge tonen
    U kunt de klemtoon van de hogetonenfrequentie wijzigen om uw
    eigen klankbeeld te scheppen.

    1

    Druk op de MENU-toets om de modus BASS
    ENGINE te kiezen en druk vervolgens op MODE.
    BASS ENGINE → SETUP → RETURN (OFF) → BASS ENGINE

    2

    Druk op
    of
    om de regelmodus voor de
    TREBLE (hogetonen-middenfrequentie) te kiezen.
    BASS ↔ TREBLE

    De middenfrequentie van de hoge tonen instellen

    3-1

    Druk op de SOURCE/POWER-toets om de
    gewenste hogetonen-middenfrequentie te kiezen.
    10.0kHz → 12.5kHz → 15.5kHz → 7.5kHz → 10.0kHz
    Beklemtoont de weergegeven frequentiebereiken van de
    hoge tonen.

    26-NL



  • Page 29

    Weergave indicatoren

    Andere functies

    Als de tekst wordt weergegeven, gaan volgende
    indicatoren aan, overeenkomstig de modus.
    TITLE

    q
    FUNC.

    Tekst weergeven
    Tekstinformatie, zoals de naam van de CD en de track, wordt
    weergegeven als u een CD afspeelt die compatibel is met CD-tekst.
    Het is ook mogelijk om de mapnaam, de bestandsnaam, de tag, enz.
    weer te geven tijdens het afspelen van MP3/WMA-bestanden.

    Druk op TITLE.

    w

    q De stand van een liedje dat wordt afgespeeld, wordt
    opgelicht weergegeven in het totaal aantal
    weergegeven liedjes. Hieronder wordt een voorbeeld
    van het display getoond. De stand licht ook op wanneer
    een bewerking, zoals snel vooruit spoelen, enz. wordt
    uitgevoerd.

    w Licht op wanneer een CD is geplaatst
    Voorbeeld display liedjesstand

    Telkens als u op de toets drukt, verandert het display.
    <Eerste helft>

    <Midden>

    <Laatste helft>

    De weergave in radiomodus:
    Als er PS (programmadienstnaam) is

    • Als bijvoorbeeld het 5de van 10 liedjes op een CD wordt afgespeeld,
    wordt “
    ” weergegeven.

    PS (Programmadienstnaam)*1 → Clock → Radio →
    Text → PS (Programmadienstnaam)

    Als er geen PS (programmadienstnaam) is

    Indicator/
    modus

    CD-modus

    MP3/WMAmodus

    iPod-modus



    Terwijl Folder
    Name wordt
    weergegeven





    Terwijl File
    Name wordt
    weergegeven





    Terwijl Artist
    Name* wordt
    weergegeven

    Terwijl Artist
    Name* wordt
    weergegeven

    Terwijl Album
    Name* wordt
    weergegeven

    Terwijl Album
    Name* wordt
    weergegeven

    Terwijl Song
    Name* wordt
    weergegeven

    Terwijl Song
    Name* wordt
    weergegeven

    FREQUENCY → Clock → Radiotekst → FREQUENCY

    De weergave in CD-modus:
    TRACK NO./ELAPSED TIME → TRACK NO./CLOCK →
    TEXT (DISC NAME)*2 → TEXT (TRACK NAME)*2 →
    TRACK NO./ELAPSED TIME

    De weergave in MP3/WMA-modus:
    FOLDER NO./FILE NO./ELAPSED TIME →
    FOLDER NO./FILE NO./CLOCK → FOLDER NAME*3 →
    FILE NAME*3 → ARTIST NAME*4 → ALBUM NAME*4 →
    SONG NAME*4 → FRAME*5 →
    FOLDER NO./FILE NO./ELAPSED TIME

    Terwijl Text
    (Disc Name)
    wordt
    weergegeven

    *1 Als u de toets TITLE minstens 2 seconden ingedrukt houdt in de

    *2

    *3

    *4

    *5

    PS-displaymodus, wordt “FREQUENCY” gedurende 5 seconden
    weergegeven.
    Weergegeven tijdens het afspelen van een CD met CD-tekst.
    Als er geen tekst is (Naam CD of naam track), wordt “DISC
    TEXT”/“TRACK TEXT” weergegeven. Als er een wisselaar is,
    wordt “D TEXT”/“T TEXT” weergegeven.
    “ROOT” wordt weergegeven als mapnaam voor de bronmap die
    geen mapnaam heeft. Als er geen map- of bestandsnaam is, wordt
    “FOLDER”/“FILE” weergegeven.
    ID3-tag/WMA-tag
    Als een MP3/WMA-bestand ID3/WMA-taginformatie bevat, wordt
    de ID3/WMA-taginformatie weergegeven (naam van het liedje,
    artiestennaam en albumnaam). Alle andere taggegevens worden
    genegeerd.
    Als er geen taginformatie is, wordt
    “ARTIST”/“ALBUM”/“SONG” weergegeven.
    Als “SCROLL AUTO” is ingesteld bij “Instellen van het scrollen
    (TEXT SCROLL)” (pagina 29), wordt er automatisch door de
    taginformatie gescrold.
    De bemonsteringsfrequentie van de opname en de bitsnelheid van
    het MP3/WMA-bestand worden weergegeven. Bij een WMAbestand met variabele bitsnelheid wordt de gemiddelde bitsnelheid
    weergegeven.

    Terwijl Text
    (Track Name)
    wordt
    weergegeven

    *Taginformatie
    “Text”
    Tekst:
    Tekstcompatibele CD’s bevatten tekstinformatie, zoals de
    naam van de CD en de naam van de track. Dergelijke
    tekstinformatie wordt “text” genoemd.
    • Afhankelijk van het soort tekens is het mogelijk dat sommige
    tekens met dit toestel niet goed worden weergegeven.
    • Om tekstinformatie te kunnen weergeven, moet de CD-wisselaar
    ook compatibel zijn met CD-tekst.

    • U kunt geen titel- of tekstinformatie weergeven voor DVD of
    video-CD.

    27-NL



  • Page 30

    • Als de scrollinstelling (pagina 29) op “SCROLL MANU” is
    ingesteld, houdt u de TITLE-toets minstens 2 seconden ingedrukt
    om de tekstinformatie één keer te scrollen (modi TEXT DISPLAY,
    FOLDER NAME DISPLAY, FILE NAME DISPLAY of TAG
    DISPLAY).
    • “NO SUPPORT” verschijnt als de gewenste tekstinformatie niet op
    dit toestel kan worden weergegeven.
    • Afhankelijk van de inhoud is het mogelijk dat de tekst of de
    taginformatie niet goed wordt weergegeven.

    SETUP
    U kunt het toestel gemakkelijk aanpassen aan uw eigen voorkeur en
    gebruik. Kies het menu SETUP bij Aanpassen van het geluid,
    Scrollfunctie aanpassen, enz. om de gewenste instelling te kiezen.
    Encoderdraaiknop

    SOURCE/
    POWER

    BAND

    MENU

    Tijd weergeven
    Druk herhaaldelijk op TITLE tot de tijd wordt
    weergegeven.
    Bij elke druk op de knop verandert het display.
    Voor meer details zie “Weergave van tekst” (pagina 27).
    • Als u in de modus Prioriteit voor de tijdafbeelding een andere
    tuner of CD-functie kiest, wordt de tijdsweergave onmiddellijk
    onderbroken. De gekozen functie wordt ongeveer 5 seconden
    weergegeven, waarna de tijd opnieuw op het display verschijnt.
    • Als het toestel is uitgeschakeld, maar de sleutel in het contactslot
    zit, drukt u op TITLE om de tijd weer te geven.

    Black-outmodus in- en uitschakelen

    MODE

    In stappen 1 tot en met 4 hierna wordt een typische
    SETUP-procedure beschreven. Zie verder voor meer
    informatie over elk SETUP-menu.

    1

    BASS ENGINE → SETUP → RETURN (OFF) → BASS
    ENGINE

    Als de black-outmodus is ingeschakeld, schakelen het display en de
    verlichting van de toetsen uit om energie te sparen. Deze bijkomende
    energie verbetert de geluidskwaliteit.

    Houd de toets FUNC. minstens 2 seconden ingedrukt
    om de black-outmodus in werking te stellen.

    De modus SETUP is in werking gesteld.

    2

    Druk op
    of
    om het gewenste SETUPmenu te kiezen en druk vervolgens op MODE.
    (bijv. SUBWOOFER kiezen)

    Het display en de verlichting van de toetsen worden
    uitgeschakeld.
    • Als u tijdens de black-outmodus op een willekeurige toets op het
    toestel drukt, wordt de functie gedurende 5 seconden weergegeven
    om de bediening te tonen, waarna het toestel terugkeert naar de
    black-outmodus.
    Om de black-outmodus te annuleren, houdt u de toets FUNC.
    minstens 2 seconden ingedrukt.

    Druk op de MENU-toets om de modus SETUP te
    kiezen, druk vervolgens op MODE.

    FM LEVEL ↔ RDS REGIONAL*1 ↔ PI SEEK*2 ↔ ALERT
    PTY31*3 ↔ AUTO CLOCK*4 ↔ ILLUMINATION ↔
    DIMMER ↔ SUBWOOFER ↔ (SUBW SYSTEM)*5 ↔
    PLAY MODE ↔ SCROLL TYPE ↔ TEXT SCROLL ↔
    INT MUTE ↔ AUX IN ↔ (AUX NAME)*6 ↔ POWER IC ↔
    OPT OUTPUT ↔ DEMO ↔ FM LEVEL
    *1 Zie “Regionale (lokale) RDS-zenders ontvangen” (pagina 11).
    *2 Raadpleeg “Instellen van het zoeken volgens programma-

    identificatie (PI SEEK)” (pagina 12).

    Wallpaper instellen

    *3 Raadpleeg “PTY31-ontvangst (nooduitzending) instellen” (pagina

    Een gegevensbestand dat werd gedownload van de gebruikerswebsite
    van ALPINE wordt naar een CD-R/CD-RW-schijf geschreven, en
    automatisch geüpload als de CD in het DVA-9861Ri-toestel wordt
    geplaatst.
    Het wallpaperbestand kan worden opgeslagen en weergegeven
    zolang er geen CD wordt geplaatst, of tijdens het afpselen van een
    CD/MP3/WMA-audio, of als een DVD-schijf wordt stopgezet.

    *4 Zie “Tijd instellen op automatisch aanpassen” (pagina 12).
    *5 Alleen weergegeven als SUBW is ingeschakeld.
    *6 Alleen weergegeven als AUX is ingeschakeld.

    • Als meerdere bestanden zijn opgeslagen op een CD, zal alleen het
    eerste bestand op het toestel worden opgeslagen.

    Plaats een CD-R/CD-RW waarop gegevens staan.
    Nadat de CD werd opgespoord, wordt het gegevensbestand
    geüpdatet.
    • Er kunnen tot 2 bestanden op dit toestel worden opgeslagen. Als
    een derde bestand wordt gedownload, wordt het eerste bestand
    overschreven en wordt het nieuwe in het geheugen opgeslagen.
    • Om de wallpaper te veranderen, houdt u ENT. minstens 2
    seconden ingedrukt op de afstandsbediening als de CD niet is
    geplaatst, of als PRESTOP of STOP werden ingesteld in de CDmodus.
    • De gedownloade gegevens worden zelfs niet gewist als de
    voedingskabel van de accu wordt losgekoppeld.

    28-NL

    12).

    3

    Draai aan de encoder-draaiknop om de
    instelling te wijzigen.
    (bijv. SUBW ON of SUBW OFF kiezen.)

    4

    Druk op de MENU-toets en kies RETURN.
    Na 2 seconden keert het toestel terug naar de normale
    modus.
    Houd de MENU-toets minstens 2 seconden ingedrukt om
    terug te keren naar de normale modus.



  • Page 31

    Aanpassen van het geluid
    Het basisvolume van bronsignalen aanpassen
    FM-LEVEL HI (basisinstelling) / FM-LEVEL LOW

    Als het verschil in geluidsvolume tussen de CD-speler en FM-radio
    te groot is, past u het FM-signaalniveau aan.

    In- en uitschakelen van de subwoofer
    SUBW ON (basisinstelling) / SUBW OFF

    Als de subwoofer is ingeschakeld, voert u volgende stappen uit om
    het uitgangsniveau van de subwoofer aan te passen.
    1 Druk herhaaldelijk op de MODE-toets om de
    SUBWOOFER-modus te kiezen.

    Instellen van het scrollen (TEXT SCROLL)
    SCROLL AUTO / SCROLL MANU (basisinstelling)

    Deze CD-speler kan de namen van de CD en de tracks, die op CD’s
    met CDTEXT werden opgenomen, scrollen; hetzelfde geldt voor
    tekstinformatie van MP3/WMA-bestanden, mapnamen en tags.
    SCROLL AUTO: De CD-tekstinformatie, de tekstinformatie van
    map- en bestandsnamen en de tags worden
    automatisch gescrold.
    SCROLL MANU: Het display scrolt wanneer een CD wordt
    geladen, van track wordt veranderd enz.

    • Het toestel scrolt CD-tekstnamen, mapnamen, bestandsnamen of
    tags.

    BASS → TREBLE → SUBW → BALANCE → FADER →
    DEFEAT → VOLUME → BASS

    Demonstratie

    2 Regel het niveau met de encoder-draaiknop.

    Het toestel beschikt over een demofunctie voor de weergave.

    Subwoofersysteem instellen

    DEMO ON / DEMO OFF (basisinstelling)

    • Om de demofunctie af te sluiten, kiest u DEMO OFF.

    SUBW SYS1 (basisinstelling) / SUBW SYS2

    Kies SYS1 of SYS2 als het gewenste subwoofereffect.
    SUBW SYS1: Het subwooferniveau verandert afhankelijk van
    de instelling van het hoofdvolume.
    SUBW SYS2: De verandering van het subwooferniveau is niet
    afhankelijk van de instelling van het
    hoofdvolume. De subwoofer is bijvoorbeeld ook
    hoorbaar bij lage volume-instellingen.

    Scrollfunctie aanpassen
    Verlichtingskleur veranderen
    ILLUMI BLUE (basisinstelling) / GREEN / AMBER / RED

    U kunt de verlichtingskleur van de volgende zes toetsen wijzigen:
    SOURCE/POWER, BAND, / /TUNE/A.ME, MENU,
    en
    .
    BLUE ↔ GREEN ↔ AMBER ↔ RED

    • De verlichtingskleur van de bovengenoemde zes toetsen bepaalt
    ook de kleur van de andere toetsen.
    Als de kleur van de zes toetsen BLUE/AMBER/RED is, is de kleur
    van de andere toetsen RED. Als de kleur van de zes toetsen
    GREEN is, zijn de andere toetsen ook GREEN.

    Dimmerregeling
    DIMMER AUTO (basisinstelling) / DIMMER MANU
    Zet de dimmerregeling op AUTO om de helderheid van het toestel te
    verminderen als de koplampen van de auto worden ingeschakeld.
    Deze modus is interessant als u de achterverlichting van het toestel ’s
    nachts te helder vindt.
    • Als uw voertuig is uitgerust met een dimmerregeling voor de
    dashboardverlichting, mag u de DIMMER-kabel (oranje) van de
    radio nooit aansluiten op deze dimmerregeling.

    Instellen van het scrolltype
    SCROLL TYPE1 / SCROLL TYPE2 (basisinstelling)

    U kunt kiezen tussen twee scrollmethoden.
    Kies het gewenste type.

    Extern toestel
    Aansluiten op een MP3-wisselaar (PLAY MODE)
    CD-DA (basisinstelling) / CD-DA/MP3

    Voor deze instelling uit bij het aansluiten op een MP3-wisselaar. De
    MP3-wisselaar kan CD’s met zowel CD- als MP3-bestanden
    afspelen. In sommige situaties (bepaalde verbeterde CD’s) kan het
    afspelen echter moeilijk zijn. Voor deze speciale gevallen kunt u
    alleen het afspelen van CD-gegevens kiezen. Als een CD zowel CDals MP3-bestanden bevat, begint het afspelen vanaf het gedeelte met
    CD-gegevens op de CD.
    CD-DA:

    Alleen CD-gegevens kunnen worden
    afgespeeld.
    CD-DA/MP3: Zowel CD-gegevens als MP3-bestandstracks
    kunnen worden afgespeeld.

    • Verander van CD nadat u deze instelling heeft uitgevoerd.

    Mutemodus in- en uitschakelen (INT MUTE)
    MUTE ON (basisinstelling) / MUTE OFF

    Als een toestel met de onderbrekingsfunctie wordt aangesloten, wordt
    het audiosignaal automatisch gedempt als het onderbrekingssignaal
    van het toestel binnenkomt.

    AUX-modus instellen (V-Link)
    AUX IN ON / AUX IN OFF (basisinstelling)

    U kunt het tv-/videogeluid invoeren door een optionele AiNET/RCA-aansluitkabel (KCA-121B) of Versatile Link-contactdoos
    (KCA-410C) aan te sluiten op deze component.
    U kunt de weergave van de AUX-naam wijzigen als AUX IN is
    ingeschakeld. Selecteer de AUX-naam door op
    of
    te
    drukken. Druk vervolgens op MODE. Draai dan aan de encoderdraaiknop.
    Als de KCA-410C is aangesloten, kunt u twee AUX-namen kiezen.
    • Via de KCA-410C kunt u tot 2 externe toestellen met RCA-uitgang
    aansluiten. In dit geval drukt u op SOURCE/POWER om de
    AUX-modus te selecteren, waarna u op BAND drukt om het
    gewenste toestel te kiezen.

    SCROLL TYPE1: De tekens scrollen ononderbroken en
    verschijnen vanaf de rechterkant van het
    display.
    SCROLL TYPE2: De tekens worden een voor een
    weergegeven en verdwijnen een voor een
    vanaf de linkerkant van het display wanneer
    het scherm vol is.

    29-NL



  • Page 32

    Aansluiten op een externe versterker
    POWER IC AAN (basisinstelling) / POWER IC OFF

    Als een externe versterker is aangesloten, kunt u de geluidskwaliteit
    verbeteren door de voeding van de ingebouwde eindversterker uit te
    schakelen.

    DVD-instelling

    POWER IC OFF: Gebruik deze modus als de voorversterkers
    vooraan en achteraan het toestel worden
    gebruikt om een externe versterker aan te
    sturen die is aangesloten op de
    luidsprekers.
    In deze instelling voert de inwendige
    versterker van de head-unit geen signaal
    naar de luidsprekers.

    ENT.
    RETURN

    Links
    voor

    Versterker

    Numeriek
    toetsenbord
    (0 tot 9)

    Rechts
    voor

    CLR

    Links
    achter
    Versterker

    SETUP

    Rechts
    achter

    POWER IC ON: De luidsprekers worden aangestuurd door
    de ingebouwde eindversterker.

    Luidsprekers
    LUIDSPREKER
    RECHTS VOOR

    Rechts voor

    Bediening DVD-instelling
    • De bediening van de DVD-instelling wordt uitgevoerd door de
    afstandsbediening.
    Alle DVD-instellingen hebben de volgende 4 stappen gemeen.
    Raadpleeg het specifieke gedeelte voor meer informatie.

    LUIDSPREKER
    RECHTS ACHTER

    Rechts achter

    1

    Druk op SETUP voor u een CD plaatst, of als het
    toestel in stopmodus staat.
    Het instelmenu verschijnt op de monitor.

    LUIDSPREKER
    LINKS ACHTER

    S E T UP

    Links achter

    L
    T
    P
    A
    C

    LUIDSPREKER
    LINKS VOOR

    A
    V
    A
    U
    U

    N G
    S
    R E
    D I
    S T

    U
    C
    N
    O
    O

    A G E
    R E E
    T A L
    S E
    M S

    S
    N

    1 6 9
    O F F

    W I D E
    D E

    T U P
    E T U P

    Links voor

    • Het systeem produceert geen geluid als de stroomuitgang is
    uitgeschakeld.
    • Als een externe versterker alleen voor de subwoofer is
    aangesloten, schakel deze dan in.

    2

    Druk op, f of p om het gewenste instellingsitem
    te kiezen en druk vervolgens op ENT.
    Er zullen meer items worden weergegeven.
    Instelitems:

    Digitale uitgang instellen

    LANGUAGES / TV SCREEN / PARENTAL / AUDIO
    SETUP*1 / CUSTOM SETUP*2

    OPT OUT ON / OPT OUT OFF (Basisinstelling)

    Om digitaal aan te sluiten op een audioprocessor, moet de optische
    digitale uitgang worden ingeschakeld.

    *1 Zie “Audio-instelling” op pagina 33.
    *2 Zie “Standaardinstelling” op pagina 35.

    • Als DVD-audio wordt gebruikt, wordt het geluid voortgebracht via
    Ai-NET, ongeacht deze instelling.

    3

    Druk op f, p,
    of om de instelling te
    veranderen en druk vervolgens op ENT.

    4

    Als de instelling is voltooid, drukt u op SETUP.

    30-NL

    De instelling keert terug naar de normale modus.



  • Page 33

    • Als instellingen worden gewijzigd, worden oude instellingen
    overschreven. Noteer de huidige instellingen voor u wijzigingen
    aanbrengt. Als de accu van het voertuig is losgekoppeld, worden
    de instellingen gewist en zullen ze teruggaan naar de
    fabrieksinstellingen.

    De taal instellen
    U kunt de taal voor de audio, voor de ondertiteling en voor de menu’s
    instellen volgens uw wensen.
    Zodra de taal is ingesteld, wordt dit de standaardtaal. Deze functie is
    handig als u altijd in het Engels wenst te luisteren. (Niet alle CD’s
    bieden de mogelijkheid om de standaardtaal te wijzigen. Indien dit
    niet mogelijk is, is de fabrieksstandaardtaal van toepassing.)

    Instelitem: LANGUAGES
    Overige instelitems: AUDIO / SUBTITLE/ MENU
    AUDIO:
    Stel de taal van de
    audiotrack in.

    SETUP

    Instelling tv-scherm
    Gebruik onderstaande procedure om het uitvoerscherm in te stellen
    naargelang het type tv-monitor dat wordt gebruikt.

    Instelling item: TV SCREEN
    Instelling inhouden: 16:9 (WIDE) / 4:3 (LETTERBOX) /
    4:3 (PAN SCAN)
    • Bij sommige CD’s wordt het beeld niet ingesteld volgens het
    gekozen schermformaat. (Voor meer informatie verwijzen we naar
    de uitleg op de CD-hoes.)
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.
    16:9 (WIDE)
    Kies deze optie als een
    breedbeeld-tv is
    aangesloten. Dit wordt
    gekozen van bij verzending
    door de fabriek.

    L A N G U A G E S

    SUBTITLE:
    Stel de taal in van de
    ondertitels die op het
    scherm worden
    weergegeven.

    A U D I O

    A U T O

    S U B T I T L E

    A U T O

    M E N U

    A U T O

    MENU:
    Stel de taal in die wordt
    gebruikt voor de menu’s
    (titelmenu, enz.).

    Instelmogelijkheden:
    AUDIO-modus / MENU-modus:
    AUTO *1 / ENGLISH / JAPANESE / GERMAN / SPANISH
    / FRENCH / ITALIAN / SWEDISH / CHINESE / OTHERS *2
    SUBTITLE-modus:
    AUTO *1 / ENGLISH / JAPANESE / GERMAN / SPANISH
    / OFF / FRENCH / ITALIAN / SWEDISH / CHINESE /
    OTHERS *2
    Druk op f, p,
    of
    om de gewenste taal te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.
    *1 AUTO:
    De CD wordt afgespeeld met de audiotaal of
    ondertitelingstaal die is ingesteld als prioriteitstaal voor
    de CD.
    *2 OTHERS:
    Stel deze optie in om de CD af te spelen met een
    andere taal dan één van de weergegeven talen. Druk
    op ENT. en gebruik vervolgens het numeriek
    toetsenbord “0” tot “9” om de gewenste taalcode van 4
    cijfers in te voeren. Druk vervolgens nogmaals op
    ENT. Voor de taalcodes verwijzen we naar “Lijst van
    taalcodes” (pagina 54).
    • Als u de taalinstelling verandert als de CD in het toestel zit, wordt
    over de instelling beslist met een van de volgende bewerkingen.
    - Schakel het ingebouwde toestelgedeelte uit
    - Schakel de bron om op de head-unit.
    • Als u de taal van de huidige CD tijdelijk wenst te wijzigen, kan u
    dit doen in het DVD-menu of met de bediening die wordt
    beschreven in het hoofdstuk “Veranderen van audiotrack”
    (pagina 23).
    • Als de CD niet over de gekozen taal beschikt, wordt de
    standaardtaal van de CD ingesteld.
    • Talen die van bij verzending werden ingesteld door de fabriek:
    Audiotaal: AUTO
    Ondertitelingstaal: AUTO
    Menutaal: AUTO
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.

    4:3 (LETTER BOX)
    Kies deze optie als u een monitor
    met het klassieke 4:3-formaat
    (normale tv-aspectverhouding) hebt.
    Er kunnen onderaan en bovenaan
    het scherm zwarte randen zichtbaar
    zijn (als een film in 16:9-formaat
    wordt afgespeeld). De breedte van
    deze randen is afhankelijk van de
    originele aspectverhouding van de
    bioscooprelease van de film.
    4:3 (PAN SCAN)
    Kies deze optie als u een
    monitor met het klassieke
    4:3-formaat hebt. Het beeld
    vult het volledige tv-scherm.
    Omdat de
    aspectverhouding echter
    niet overeenkomt, zijn
    bepaalde delen van de film
    uiterst links en rechts niet zichtbaar (als een film in het
    formaat 16:9 wordt afgespeeld).

    Instelling van de landcode
    Stel de landcode in waarvan u het classificatieniveau wenst in te
    stellen (oudercontrole).

    Instelling item: PARENTAL
    Overige instellingsitems: COUNTRY CODE
    Instelling inhouden: CODE
    1 Druk op f of p om “PARENTAL” te kiezen en druk
    vervolgens op ENT.
    De invoermodus voor het wachtwoord is in werking
    gesteld.
    2 Gebruik het numeriek toetsenbord “0” tot “9” om het
    wachtwoord van 4 cijfers in te voeren. Druk vervolgens
    op ENT.
    PASSWORD * * * *
    De ingevoerde nummers worden weergegeven als “*”.
    Het standaard wachtwoord is 1111 bij verzending
    door de fabriek.
    Het display PARENTAL verschijnt.
    • Telkens CLR wordt ingedrukt, kan één cijfer worden gewist. Druk
    CLR minstens 2 seconden in om alle cijfers te verwijderen.
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.
    • Als het wachtwoord fout is, keert het toestel terug naar het display
    om het wachtwoord in te voeren, nadat gedurende 3 seconden
    “PASSWORD ERROR” werd weergegeven.

    31-NL



  • Page 34

    3 Druk op f of p om “COUNTRY CODE” te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.
    4 Druk op f of p om AUTO of OTHERS te kiezen.
    Druk op ENT. als u AUTO hebt gekozen.
    AUTO: De primaire landcode van de opgenomen
    landcodes wordt afgespeeld.
    OTHERS: De instelling van de inhoud verandert naar
    “OTHERS” als de gewenste landcode wordt
    ingevoerd.
    Als u AUTO hebt gekozen, gaat u naar stap 6. Als u
    OTHERS hebt gekozen, gaat u naar stap 5.
    5 Gebruik het numeriek toetsenbord “0” tot “9” om de
    landcode van 4 cijfers in te voeren. Druk vervolgens
    op ENT.
    Voorbeeld: Duitsland “6869” werd ingevoerd
    6 Als de instelling is voltooid, drukt u op SETUP.
    De instelling keert terug naar de normale modus.
    • Als u het wachtwoord wilt veranderen, selecteert u “CHANGE
    PASSWORD” in stap 3. Voer het nieuwe wachtwoord (4 cijfers) in
    en druk op ENT.
    • Schrijf het wachtwoord op een stukje papier en bewaar dit ergens
    in geval u uw wachtwoord vergeet.
    • Als de ingevoerde code fout is, keert het toestel terug naar het
    display om de landcode in te voeren, nadat gedurende 3 seconden
    “CODE ERROR” werd weergegeven.
    • Voor de landcodes verwijzen we naar “Lijst van landcodes”
    (pagina’s 55 en 56).
    • Telkens CLR wordt ingedrukt, kan één cijfer worden gewist. Druk
    CLR minstens 2 seconden in om alle cijfers te verwijderen.
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.

    Classificatieniveau instellen (oudercontrole)
    Gebruik deze functie om het bekijken van films te beperken tot
    kinderen die het aangewezen leeftijdsniveau hebben.

    Instelling item: PARENTAL
    Overige instellingsitems: PARENTAL LEVEL
    1 Druk op f of p om “PARENTAL” te kiezen en druk
    vervolgens op ENT.
    De invoermodus voor het wachtwoord is in werking
    gesteld.
    2 Gebruik het numeriek toetsenbord “0” tot “9” om het
    wachtwoord van 4 cijfers in te voeren. Druk vervolgens
    op ENT.
    PASSWORD * * * *
    De ingevoerde nummers worden weergegeven als “*”.
    Het standaard wachtwoord is 1111 bij verzending
    door de fabriek.
    Het display voor de invoer van het beperkingsniveau
    (PARENTAL LEVEL) verschijnt.
    • Telkens CLR wordt ingedrukt, kan één cijfer worden gewist. Druk
    CLR minstens 2 seconden in om alle cijfers te verwijderen.
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.
    • Als het wachtwoord fout is, keert het toestel terug naar het display
    om het wachtwoord in te voeren, nadat gedurende 3 seconden
    “PASSWORD ERROR” werd weergegeven.

    32-NL

    3 Druk op f of p om “PARENTAL LEVEL” te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.
    4 Druk op f, p,
    of
    om het beperkingsniveau te
    kiezen (1 tot 8) en druk vervolgens op ENT.
    SET UP
    PARENTAL >> LEVEL
    OFF
    8

    7

    6

    5

    4

    3

    2

    1

    Selecteer “OFF” om de oudercontrole te annuleren of
    als u geen classificatieniveau wenst in te stellen.
    Hoe lager het nummer, hoe hoger het
    classificatieniveau.
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.
    5 Als de instelling is voltooid, drukt u op SETUP.
    De instelling keert terug naar de normale modus.
    • Als u het wachtwoord wilt veranderen, selecteert u “CHANGE
    PASSWORD” in stap 3. Voer het nieuwe wachtwoord (4 cijfers) in
    en druk op ENT.
    • Schrijf het wachtwoord op een stukje papier en bewaar dit ergens
    in geval u uw wachtwoord vergeet.
    • Op DVD’s zonder classificatie wordt het afspelen niet beperkt,
    zelfs als een classificatieniveau is ingesteld.
    • Als het classificatieniveau is ingesteld, blijft dit in het geheugen
    bewaard tot het niveau wordt gewijzigd. Om het afspelen van
    CD’s met hogere classificatieniveaus mogelijk te maken of om de
    oudercontrole te annuleren, moet de instelling worden gewijzigd.
    • Niet alle DVD’s beschikken over een functie oudercontrole. Als u
    niet zeker bent van een DVD, kunt u hem eerst afspelen om dit na
    te gaan. Laat DVD’s niet rondslingeren in de buurt van jonge
    kinderen als u meent dat ze voor hen niet geschikt zijn.
    Tips
    • Classificatieniveau tijdelijk wijzigen
    Voor sommige CD’s moet u het classificatieniveau dat in
    de standaardinstellingen is gedefinieerd, wijzigen tijdens
    het afspelen. In dit geval verschijnt het bericht
    “PARENTAL LEVEL CHANGE OK?” op het
    monitorscherm
    • Om het niveau van de oudercontrole te wijzigen en af te
    spelen, drukt u op ENT.
    De invoermodus voor het wachtwoord wordt weergegeven.
    Voer het wachtwoord van 4 cijfers in dat u hebt ingesteld
    bij “Classificatieniveau instellen (oudercontrole)” en druk
    vervolgens op ENT.
    • Om af te spelen zonder het niveau van oudercontrole te
    wijzigen, drukt u op ■ .
    (Wanneer u op ■ drukt, zal het afspelen gebeuren volgens
    het niveau van oudercontrole dat werd ingesteld in
    “Classificatieniveau instellen (oudercontrole).”)



  • Page 35

    5

    Audio-instelling

    Als de instelling is voltooid, drukt u op SETUP.
    De instelling keert terug naar de normale modus.

    • Als instellingen worden gewijzigd, worden oude instellingen
    overschreven. Noteer de huidige instellingen voor u wijzigingen
    aanbrengt. Als de accu van het voertuig is losgekoppeld, worden
    de instellingen gewist en zullen ze teruggaan naar de
    fabrieksinstellingen.

    Digitale uitgang instellen
    ENT.

    Met volgende procedure wordt het digitale audiosignaal ingesteld dat
    afkomstig is van de DVA-9861Ri.

    Instelling item: DIGITAL OUT
    Overige instellingsitems: DOLBY D / DTS

    RETURN

    Druk op f of p om het gewenste instellingsitem te kiezen
    en druk vervolgens op ENT.
    DOLBY D:
    DTS:

    SETUP

    Stelt de digitale uitvoer van Dolby in.
    De basisinstelling is BITSTREAM.
    Stelt de uitvoer van DTS in.
    De basisinstelling is BITSTREAM.

    Instelling inhouden: BITSTREAM / LPCM
    Druk op f of p om BITSTREAM of LPCM te kiezen en druk
    vervolgens op ENT.

    Bediening Audio-instelling
    • De bediening van de audio-instelling wordt uitgevoerd door de
    afstandsbediening.
    Alle audio-instellingen hebben de volgende 5 stappen gemeen:
    Raadpleeg het specifieke gedeelte voor meer informatie.

    1

    Druk op SETUP voor u een CD plaatst, of als het
    toestel in stopmodus staat.
    Het instelmenu verschijnt op de monitor.

    BITSTREAM: De digitale uitgang wordt automatisch
    geschakeld in functie van het soort audiosignaal
    dat wordt afgespeeld.
    Zorg dat u “BITSTREAM” selecteert als u een
    digitale audioprocessor wenst aan te sluiten en
    Dolby Digital-audio wenst weer te geven.
    “BITSTREAM” wordt gekozen van bij verzending
    door de fabriek.
    LPCM:
    Het audiosignaal dat op de CD is opgenomen,
    wordt omgevormd naar 48 kHz/16-bit (voor
    DVD’s) of 44,1 kHz (voor video-CD’s en CD’s)
    lineaire PCM-audiosignalen.

    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.

    S E T UP
    L
    T
    P
    A
    C

    A
    V
    A
    U
    U

    N G
    S
    R E
    D I
    S T

    U
    C
    N
    O
    O

    A G E
    R E E
    T A L
    S E
    M S

    S
    N

    1 6 9
    O F F

    W I D E
    D E

    T U P
    E T U P

    2

    Druk op f of p om “AUDIO SETUP” te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.

    3

    Druk op f of p om het gewenste instellingsitem te
    kiezen en druk vervolgens op ENT.
    Items voor AUDIO SETUP:
    DIGITAL OUT/ DOWNMIX MODE
    S E T UP
    A U D I O

    S E T U P

    D I G I T A L
    D OWNM I X

    4

    O U T
    MO D E

    S U R R O U N D

    Druk op f of p om de instelling te veranderen en
    druk vervolgens op ENT.

    33-NL



  • Page 36

    Audio-uitgang/Optische digitale audio-uitgang

    Format

    Fs

    Q

    Instelling van de
    digitale uitgang
    (DVD SETUP)

    LPCM
    (CD-DA,
    DVD-V, DVD-A,
    DVD-VR)

    44,1/176,4kHz

    16/20/24bit

    48/96/192kHz

    PPCM
    (DVD-A)

    CD

    Audio-opnameformaat

    Optische digitale
    audio-uitgang

    Analoge audio-uitgang
    (Ai-NET, RCA-uitgang)

    BITSTREAM of LPCM

    44,1 kHz, 16 bit, LPCM
    2 kan (2 kan Downmix)*

    OK

    16/20/24bit

    BITSTREAM of LPCM

    48 kHz, 16 bit, LPCM
    2 kan (2 kan Downmix)*

    OK

    44,1/88,2/
    176,4kHz

    16/20/24bit

    BITSTREAM of LPCM

    Geen geluid

    OK

    48/96/192kHz

    16/20/24bit

    Dolby Digital
    (-EX) (DVD-V,
    DVD-A,
    DVD-VR)

    48kHz

    16/18/20bit

    LPCM

    48 kHz, 16 bit, Gedecodeerd
    2 kan (2 kan Downmix)*

    OK

    BITSTREAM

    Bit stream (Max 7.1 kan)*

    OK

    DTS (-ES)
    (CD-DA,
    DVD-V,
    DVD-A)

    44,1kHz

    LPCM

    44,1 kHz, 16 bit, Gedecodeerd
    2 kan (2 kan Downmix)*

    OK

    BITSTREAM

    Bit stream (Max 6.1 kan)*

    OK

    LPCM

    48 kHz, 16 bit, Gedecodeerd
    2 kan (2 kan Downmix)*

    OK

    BITSTREAM

    Bit stream (Max 6.1 kan)*

    OK

    LPCM

    44,1 kHz, 16 bit,
    Gedecodeerd 2 kan*

    OK

    BITSTREAM

    Bit stream*

    OK

    LPCM

    48 kHz, 16 bit, Gedecodeerd
    2 kan (2 kan Downmix)*

    OK

    BITSTREAM

    Bit stream (Max 5.1 kan)*

    OK

    LPCM

    44,1 kHz, 16 bit,
    Gedecodeerd 2 kan*

    OK

    BITSTREAM

    Bit stream*

    OK
    OK

    48/96kHz

    MPEG 1Layer
    II
    (V-CD, DVD-V,
    DVD-A, DVDVR)

    44,1kHz

    48kHz

    16/20/24bit

    16/20/24bit

    16bit

    16bit

    MPEG 2Layer
    II
    (DVD-V,
    DVD-A,
    DVD-VR)

    44,1kHz

    16bit

    48kHz

    16bit

    LPCM

    48 kHz, 16 bit, Gedecodeerd
    2 kan (2 kan Downmix)*

    BITSTREAM

    Bit stream (Max 5.1 kan)*

    OK

    MPEG 1/2/
    2.5 Layer III
    (MP3, WMA)

    32kHz

    16bit

    BITSTREAM of LPCM

    32 kHz, 16 bit,
    gedecodeerd 2 kan

    OK

    44,1kHz

    16bit

    BITSTREAM of LPCM

    44,1 kHz, 16 bit,
    Gedecodeerd 2 kan

    OK

    48kHz

    16bit

    BITSTREAM of LPCM

    48 kHz, 16 bit,
    gedecodeerd 2 kan

    OK

    * Geen geluid bij het afspelen van een DVD-audio.

    Downmix-modus instellen
    Deze functie is van toepassing op Dolby Digital en DTS stream-geluid.
    Instelling item: DOWNMIX MODE
    Instelling inhouden: STEREO/SURROUND ENCODED

    STEREO:
    Stereo downmix
    SURROUND ENCODED: Surround-compatibele downmix
    De basisinstelling in de fabriek is SURROUND ENCODED.

    34-NL



  • Page 37

    Standaardinstelling

    5

    Als de instelling is voltooid, drukt u op SETUP.
    De instelling keert terug naar de normale modus.

    • Als instellingen worden gewijzigd, worden oude instellingen
    overschreven. Noteer de huidige instellingen voor u wijzigingen
    aanbrengt. Als de accu van het voertuig is losgekoppeld, worden
    de instellingen gewist en zullen ze teruggaan naar de
    fabrieksinstellingen.

    DVD-audio afspeelmodus instellen

    ENT.
    RETURN

    Om de DVD audio-CD af te spelen, heeft u de keuze uit 3
    verschillende instellingen. Als de CD DVD-video en audio bevat,
    stelt u VCAP (Videocompatibele audiospeler) of VOFF (Video OFF)
    in om de DVD-audio af te spelen.

    Instelling item: DVD-A PLAY MODE
    Instelling inhouden: VIDEO/VCAP/VOFF
    Numeriek
    toetsenbord
    (0 tot 9)

    CLR

    VIDEO: Er wordt alleen DVD-video afgespeeld als de CD
    DVD-video en audio bevat.
    VCAP: DVD-audio wordt afgespeeld met video.
    VOFF: DVD-audio wordt afgespeeld zonder video.

    De basisinstelling in de fabriek is VCAP.

    SETUP

    • Kies deze instelling voordat u een CD plaatst. Als reeds een CD
    werd geplaatst, kiest u de instelling na het verwijderen van de CD.

    CD-afspeelmodus instellen

    Bediening standaardinstelling
    • De bediening van de standaardinstelling wordt uitgevoerd door de
    afstandsbediening.
    Alle standaardinstellingen hebben de volgende 5 stappen
    gemeen: Raadpleeg het specifieke gedeelte voor meer
    informatie.

    1

    Druk op SETUP voor u een CD plaatst, of als het
    toestel in stopmodus staat.
    Het instelmenu verschijnt op de monitor.

    A
    V
    A
    U
    U

    N G
    S
    R E
    D I
    S T

    U
    C
    N
    O
    O

    Instelling item: CD PLAY MODE
    Instelling inhouden: CD-DA/COMPRESSED
    CD-DA:

    Alleen CD-gegevens kunnen worden
    afgespeeld.
    COMPRESSED: Alleen MP3/WMA-bestanden kunnen worden
    afgespeeld.

    De basisinstelling in de fabriek is CA-DA.
    • Als er reeds een CD werd geplaatst, voert u de instelling uit nadat
    u de CD heeft verwijderd.

    Video-CD-afspeelmodus instellen
    Als u een video-CD afspeelt met afspeelregeling (PBC), kunt u
    ervoor kiezen om PBC ON of OFF te zetten.

    S E T UP
    L
    T
    P
    A
    C

    Het toestel kan worden ingesteld om alleen de audiogegevens of
    alleen de MP3/WMA-bestanden af te spelen op CD’s die zowel
    audiogegevens als MP3/WMA-bestanden bevatten.

    A G E
    R E E
    T A L
    S E
    M S

    S
    N

    1 6 9
    O F F

    W I D E
    D E

    T U P
    E T U P

    Instelling item: VCD PLAY MODE
    Instelling inhouden: PBC ON/PBC OFF
    PBC ON:
    PBC OFF:

    Het PBC-menu wordt weergegeven.
    Het PBC-menu wordt niet weergegeven.

    De basisinstelling in de fabriek is PBC ON.

    De bonusgroep afspelen

    2

    Druk op f of p om “CUSTOM SETUP” te kiezen en
    druk vervolgens op ENT.

    3

    Druk op f of p om het gewenste instellingsitem te
    kiezen en druk vervolgens op ENT.
    Items voor :
    DVD-A PLAY MODE / CD PLAY MODE / VCD PLAY
    MODE / BONUS CODE
    S E T UP
    C U S T OM
    D
    C
    V
    B

    S E T U P

    V D— A P L A Y M O D E
    V C A P
    D P L A Y MO D E C OM P R E S S
    C D P L A Y MO D E
    P B C O N
    O N U S C O D E

    Naast de gebruikelijke groep, omvat DVD-audio ook een bijkomende
    bonusgroep. Als de bonusgroep werd gekozen, hoewel het
    invoerscherm voor het wachtwoord wordt weergegeven, kunt u een
    wachtwoord van 4 cijfers vooraf invoeren.

    Instelling item: BONUS CODE
    Instelling inhouden: CODE
    1 Druk op f of p om “BONUS CODE” te kiezen en druk
    vervolgens op ENT.
    2 Gebruik het numeriek toetsenbord “0” tot “9” om het
    wachtwoord van 4 cijfers in te voeren. Druk vervolgens
    op ENT.
    • VTelkens CLR wordt ingedrukt, kan één cijfer worden gewist.
    Druk CLR minstens 2 seconden in om alle cijfers te verwijderen.
    • Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige scherm.
    3 Als de instelling is voltooid, drukt u op SETUP.
    De instelling keert terug naar de normale modus.

    4

    Druk op f of p om de instelling te veranderen en
    druk vervolgens op ENT.

    • Als het wachtwoord van de bonusgroep verschilt van het
    wachtwoord in het gedeelte dat u hebt ingesteld, wordt het
    invoerscherm automatisch weergegeven.

    35-NL



  • Page 38

    Externe
    audioprocessor
    (optioneel)
    TA

    Encoderdraaiknop

    MODE

    Instelprocedure voor Dolby Surround
    Voer volgende instellingen uit om Dolby Digital- en DTS-geluid met
    grotere nauwkeurigheid weer te geven.

    Instelprocedure

    1

    Luidsprekerinstelling (pagina 41)

    2

    Luidsprekerniveaus instellen (pagina 41)

    3

    Lage tonen mengen met het achterkanaal
    (pagina 42)

    4

    Het akoestisch beeld instellen (pagina 42)

    5

    Krachtig geluid verkrijgen met hoog volume
    (pagina 43)

    BAND

    (De te gebruiken luidsprekers in- en uitschakelen
    en hun weerklank instellen)

    (Het signaaluitgangsniveau van de verschillende
    luidsprekers instellen)

    Voorkeuzetoetsen
    (1 tot en met 6)

    Als een externe audioprocessor op dit toestel is aangesloten, kunt u
    hem op dit toestel bedienen. Sommige audioprocessors kunnen
    mogelijk niet worden bediend.
    Als de PXA-H900 is aangesloten, kunnen sommige bedieningen niet
    worden uitgevoerd op dit toestel. In dit geval dient u ze te bedienen
    op het aangesloten toestel. Volgende beschrijving is van toepassing
    als bijvoorbeeld de PXA-H700 of PXA-H701 aangesloten is.
    Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de aangesloten
    audioprocessor.
    • De instellingen of afstellingen die op de aangesloten
    audioprocessor werden uitgevoerd, kunnen niet goed worden
    bediend op dit toestel.
    • De instellingen “Luidsprekers instellen”, “Regeling voor het
    geluid van de lage tonen” en “Instellingen grafische equalizer”
    zijn niet beschikbaar als de MRAD550 is aangesloten. Bovendien
    is de volgende instelling “De MX-modus instellen” niet
    verkrijgbaar als de MRA-F350 is aangesloten. Tevens verschillen
    de inhoud van de instellingen van de PXA-H700 en de PXA-H701.
    • Dit toestel kan niet worden aangesloten op de PXA-H510.
    • Als gedurende ongeveer 15 seconden geen bediening wordt
    uitgevoerd bij het instellen van de externe audioprocessor, wordt
    de regelmodus van de audioprocessor geannuleerd, en keert het
    toestel terug naar de normale modus.

    (Vloeiend geluid op de achterbank verkrijgen door
    de audiosignalen vooraan te mengen met de
    signalen van de luidsprekers achteraan)

    (Het akoestisch beeld instellen om een geluid te
    verkrijgen waarbij het lijkt of de middenluidspreker
    zich recht voor de luisteraar bevindt)

    (Energiek geluid verkrijgen met nog meer vermogen,
    zoals in een bioscoopzaal)

    6

    7

    DVD-niveau instellen (pagina 43)
    (Het volume (signaalniveau) instellen in de modi
    Dolby Digital, Pro Logic II, DTS en PCM.)

    Instellingen opslaan in het geheugen (pagina 44)
    (Alle instellingen en aanpassingen die op de
    DVA-9861Ri werden uitgevoerd (niet alleen de
    hierboven vermelde instellingen/aanpassingen)
    opslaan in het geheugen)

    Bij combinatie van de automatische instellingen e.d.

    is het aan te bevelen de automatische instellingen uit te voeren voor
    de Dolby Surround-instellingen.

    36-NL



  • Page 39

    MX CD (OFF, CD MX 1 tot 3)

    Luidsprekers instellen

    De CD-modus verwerkt een grote hoeveelheid gegevens. Met
    deze gegevens wordt het geluid zuiver weergegeven dankzij de
    grote hoeveelheid gegevens.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.
    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Hiermee wordt informatie gecorrigeerd die tijdens het
    comprimeren werd weggelaten.
    Hiermee wordt een erg harmonisch geluid weergegeven dat het
    origineel zeer dicht benadert.

    3

    Kies de selectiemodus SP door herhaaldelijk op
    TA te drukken.

    MX FM (OFF, FM MX 1 tot 3)

    4
    5

    Druk op MODE om de luidspreker te kiezen.
    Kies om het even welk soort luidspreker of stel de
    luidspreker in op ON/OFF met de encoderdraaiknop.
    FRONT1:
    FRONT2:
    REAR:
    CENTER:
    SUBWOOFER:

    OFF/TW (Tweeter)/FULL
    (Volledig bereik)
    OFF/ON
    OFF/ON
    OFF/ON
    OFF/MONO/STEREO

    6

    Herhaal stappen 4 en 5 om alle luidsprekers in te
    stellen.

    7

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Zet de luidspreker die niet is aangesloten op OFF.
    • Bovenstaande instellingen kunnen zelfs worden uitgevoerd als de
    luidspreker op OFF is ingesteld in de “Luidsprekerinstelling”
    (pagina 41).
    • Om de subwoofer te gebruiken in MONO met de PXA-H700 of
    PXA-H701 aangesloten, dient u de subwoofer aan te sluiten op de
    klem van de subwooferuitgang van de PXA-H700 of PXA-H701.

    MX COMPRESS MEDIA (OFF, CMPM MX 1 tot 3)

    De midden- tot hoge frequenties worden helderder en u hoort een
    erg harmonisch geluid op alle frequentiebanden.

    MX DVD (OFF, MOVIE MX 1 tot 2)
    Het dialooggedeelte van de video wordt veel duidelijker
    weergegeven.

    (DVD MUSIC)
    De CD bevat een grote hoeveelheid gegevens, zoals een
    muziekclip. MX gebruikt deze gegevens om het geluid nauwkeurig
    weer te geven.

    MX AUX 1 tot 3 (OFF, CMPM MX, MOVIE MX, MUSIC MX)
    Kies de MX-modus (CMPM, MOVIE of MUSIC) die overeenkomt
    met de aangesloten media.

    5

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • De inhouden van de MX-instelling die hier wordt uitgevoerd,
    wordt weerspiegeld in de PXA-H700 of PXA-H701.
    • Als OFF wordt gekozen, is het MX-effect van elke MX-modus
    uitgeschakeld.
    • Voor elke muziekbron, zoals radio, CD en MP3, kan een eigen
    MX-instelling worden gebruikt.
    • Er is geen MX-modus voor MW- of LW-radio.
    • MX COMPRESS MEDIA wordt toegepast voor MP3/WMA,
    MMD.

    Scheidingsfilterafstelling
    MX-modus van de externe audioprocessor
    instellen
    Voor u volgende bewerkingen uitvoert, dient u de MX-modus (Media
    Xpander) van de PXA-H700 op “AUTO” te zetten als de PXA-H700
    is aangesloten.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.
    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    3

    Kies de modus X-OVER door herhaaldelijk op TA
    te drukken.

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    4

    Kies L+R of L/R door de BAND-toets minstens 2
    seconden ingedrukt te houden.

    3

    Kies MX ON/OFF door op

    De MX-modus van de regelmodus voor de
    audioprocessor is in werking gesteld.

    of

    Als ON werd gekozen, drukt u op MODE.

    OFF: Schakelt het MX-effect van elke muziekbron uit.
    ON: Schakelt de opgegeven MX-modus in.

    4

    L+R: Hanteert gelijke instellingswaarden voor de
    linker- en rechterkanalen.
    L/R: Er kunnen verschillende instellingswaarden
    worden gehanteerd voor de linker- en
    rechterkanalen.

    te drukken.

    Nadat u ON heeft ingesteld, kiest u het gewenste
    MX-niveau met de encoder-draaiknop.

    • Het niveau van de muziekbron (zoals radio-uitzendingen en CD’s,
    behalve MW-, LW-radio) kan worden ingesteld.

    5

    Kies het gewenste kanaal door op
    drukken. Druk vervolgens op MODE.

    of

    te

    Als L+R werd gekozen:

    FRONT 1 → FRONT 2 → REAR → CENTER →
    SUBWOOFER → FRONT 1

    Als L/R werd gekozen:

    FRONT 1L → FRONT 1R → FRONT 2L → FRONT 2R →
    REAR L → REAR R → CENTER → SUBWOOFER →
    FRONT 1L
    • Het display van de luidsprekers verschilt, afhankelijk van de
    aangesloten luidspreker.

    37-NL



  • Page 40

    6

    Stel de afsnijfrequentie van HPF [filter hoge
    frequenties] (HP FREQ) in met de encoderdraaiknop. Druk vervolgens op MODE.

    Concrete voorbeelden
    De tijdcorrectiewaarde berekenen voor de luidspreker
    links vooraan in onderstaand schema.

    Het instelbare frequentiebereik verschilt afhankelijk van
    de kanalen (luidsprekers).

    7

    Stel de curve van HPF (HP SLOPE) in met de
    encoder-draaiknop. Druk vervolgens op MODE.

    8

    Stel LPF [filter lage frequenties] in door stappen 6
    en 7 uit te voeren.

    9

    Regel het niveau (LEVEL) met de encoderdraaiknop. Druk vervolgens op MODE.

    Omstandigheden:
    Afstand tussen verste luidspreker en luisterpositie:
    2,25 m
    Afstand tussen luidspreker links vooraan en luisterpositie:
    0,5 m
    Berekening:
    L = 2,25 m – 0,5 m = 1,75 m
    Compensatietijd = 1,75 ÷ 343 x 1000 = 5,1 (ms)
    Met andere woorden: door de tijdcorrectiewaarde voor de
    luidspreker links vooraan in te stellen op 5,1 (ms), wordt
    een virtuele afstand ingesteld overeenkomstig de afstand
    tot de verste luidspreker.

    Druk op de MODE-toets om terug te keren naar stap 6.

    10 Om andere kanalen in te stellen, herhaalt u
    stappen 5 tot 9.

    11 Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.

    Het toestel keert terug naar de normale modus.
    • Als de luidspreker is uitgeschakeld (“OFF”), kan de
    scheidingsfilter voor die luidspreker niet worden ingesteld. Zie
    “Luidsprekers instellen” (pagina 37).
    • Controleer de afspeelfrequenties van de aangesloten luidsprekers
    voor u instellingen uitvoert.
    • Om de luidsprekers te beschermen, is er geen OFF-instelling voor
    de laagdoorlaatfilter van de subwoofer (de curve blijft dezelfde).
    • De HPF-filter kan niet worden ingesteld op OFF (curve OFF) als
    tweeter wordt gekozen voor FRONT1. Of als de subwoofer is
    ingesteld op STEREO, wordt de instelling CENTER beïnvloed
    door de subwooferinstelling.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    Tijdcorrectie handmatig uitvoeren (TCR)/
    Faseomschakeling
    Wegens de speciale omstandigheden in het voertuig kunnen er grote
    verschillen in afstand zijn tussen de diverse luidsprekers en de
    luisterpositie. Met deze functie kunt u zelf de optimale
    correctiewaarden berekenen en de tijdfout op de luisterpositie
    uitsluiten.

    De tijdcorrectie berekenen

    1
    2

    Ga in de luisterpositie zitten (bijvoorbeeld de
    bestuurderszetel) en meet de afstand (in meter)
    tussen uw hoofd en de verschillende luidsprekers.
    Bereken het verschil in afstand tussen de verste
    luidspreker en de andere luidsprekers.
    L=

    3

    (afstand van verste luidspreker)
    – (afstand van andere luidsprekers)

    Deel de berekende afstanden voor de
    verschillende luidsprekers door de snelheid van
    het geluid (343 m/s bij een temperatuur van 20°C).
    Deze waarde is de tijdcorrectiewaarde voor de
    verschillende luidsprekers.

    38-NL

    5,1ms
    0,5m
    2,25m

    Het geluid is ongelijkmatig
    omdat de afstand tussen de
    luisterpositie en de
    verschillende luidsprekers
    verschillend is. Het verschil in
    afstand tussen de
    luidsprekers links vooraan en
    rechts achteraan bedraagt
    1,75 meter.

    De tijdcorrectie werkt het
    verschil in tijd weg die het
    geluid nodig heeft om vanuit
    de verschillende luidsprekers
    de luisterpositie te bereiken.
    Als de tijdcorrectie van de
    luidspreker links vooraan
    wordt ingesteld op 5,1 ms,
    kan de afstand van de
    luisterpositie naar de
    luidspreker worden
    gecoördineerd.

    De tijdcorrectie invoeren

    4

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    5

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    6

    Kies de TCR/PHASE-modus door herhaaldelijk op
    TA te drukken.

    7

    Kies L+R of L/R door de BAND-toets minstens 2
    seconden ingedrukt te houden.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    L+R: Hanteert gelijke instellingswaarden voor de linkeren rechterkanalen.
    L/R: Er kunnen verschillende instellingswaarden worden
    gehanteerd voor de linker- en rechterkanalen.



  • Page 41

    8

    Kies het gewenste kanaal door op
    drukken. Druk vervolgens op MODE.

    of

    te

    Als L+R werd gekozen:

    FRONT 1 → FRONT 2 → REAR → CENTER →
    SUBWOOFER → FRONT 1

    Als L/R werd gekozen:

    FRONT 1L → FRONT 1R → FRONT 2L → FRONT 2R →
    REAR L → REAR R → CENTER → SUBWOOFER →
    FRONT 1L
    • Het display van de luidsprekers verschilt, afhankelijk van de
    aangesloten luidspreker.

    9

    Stel de berekende tijdcorrectiewaarde (0,00 tot
    20,00 ms) in met de encoder-draaiknop. Druk
    vervolgens op MODE.

    Instellingen grafische equalizer
    Met de grafische equalizer kunt u het geluid wijzigen door gebruik te
    maken van telkens 31 frequentiebanden voor de luidsprekers vooraan
    (links en rechts), achteraan (links en rechts) en in het midden. Voor
    de subwoofer zijn nog eens 10 frequentiebanden verkrijgbaar. Op die
    manier kunt u het geluid regelen volgens uw eigen smaak.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus G-EQ door herhaaldelijk op TA te
    drukken.

    4

    Kies L+R of L/R door de BAND-toets minstens 2
    seconden ingedrukt te houden.

    De fase omschakelen

    L+R: Hanteert gelijke instellingswaarden voor de linkeren rechterkanalen.
    L/R: Er kunnen verschillende instellingswaarden worden
    gehanteerd voor de linker- en rechterkanalen.

    10 Schakel de fase (PHASE 0° of 180°) om met de

    encoder-draaiknop. Druk vervolgens op MODE.

    11 Om andere kanalen in te stellen, herhaalt u

    Wanneer de parametrische EQ wordt aangepast, wordt
    deze instelling uitgeschakeld.

    stappen 8 tot 10.

    12 Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.

    5

    Het toestel keert terug naar de normale modus.
    • Als de luidspreker is uitgeschakeld (“OFF”), kan de tijdcorrectie
    voor die luidspreker niet worden ingesteld. Zie “Luidsprekers
    instellen” (pagina 37).
    • De instelwaarde voor FRONT2 (luidsprekers) die is ingesteld voor
    de tijdcorrectie, wordt ook toegepast op de voorluidsprekers
    vooraan in “Bass Focus instellen” (pagina 41).
    • De automatische instelling (AUTO TCR) is niet mogelijk op dit
    toestel.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Kies het gewenste kanaal door op
    drukken. Druk vervolgens op MODE.

    of

    te

    Als L+R werd gekozen:

    FRONT → REAR → CENTER → SUBWOOFER → FRONT

    Als L/R werd gekozen:

    PFRONT L → FRONT R → REAR L → REAR R →
    CENTER → SUBWOOFER → FRONT L
    • Het display van de luidsprekers verschilt, afhankelijk van de
    aangesloten luidspreker.

    6

    Kies de frequentie met de encoder-draaiknop.
    Druk vervolgens op MODE.
    Instelbare frequentie:
    FRONT/REAR/CENTER: 20 Hz – 20 kHz (in stappen
    SUBWOOFER:

    van 1/3 octaaf)
    20 Hz – 160 Hz (in stappen
    van 1/3 octaaf)

    7

    Regel het niveau (LEVEL) (±9dB 1dB stap) met de
    encoder-draaiknop. Druk vervolgens op MODE.

    8

    Om andere frequenties in te stellen, herhaalt u
    stappen 6 en 7.

    9

    Om andere kanalen in te stellen, herhaalt u
    stappen 5 tot 8.

    10 Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.

    Het toestel keert terug naar de normale modus.
    • Als de luidspreker is uitgeschakeld (“OFF”), kan het niveau van
    de grafische equalizer voor die luidspreker niet worden
    aangepast. Zie “Luidsprekers instellen” (pagina 37).
    • Controleer de speelbare frequentiebereiken van de aangesloten
    luidsprekers voor u de equalizer afstelt. Als het speelbare
    frequentiebereik van de luidspreker bijvoorbeeld 55 Hz tot 30 kHz
    bedraagt, heeft een instelling in de frequentieband van 40 Hz of 20
    Hz geen effect. Bovendien kunt u de luidsprekers overbelasten en
    beschadigen.
    • Als de grafische EQ wordt aangepast, heeft de instelling van de
    parametrische EQ geen effect.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    39-NL



  • Page 42

    10 Om andere frequentiebanden in te stellen, herhaalt

    Instellingen parametrische equalizer

    u stappen 6 tot 9.

    De frequentiebanden van de grafische equalizer liggen vast. Daardoor
    is het zeer moeilijk om ongewenste pieken en dalen op specifieke
    frequenties te corrigeren. De middenfrequentie van de parametrische
    equalizer kan worden afgestemd op deze specifieke frequenties.
    Daarna worden de bandbreedte (Q) en het niveau onafhankelijk van
    elkaar afgesteld om de nodige correcties uit te voeren. De functie van
    de parametrische equalizer is een geavanceerd hulpmiddel voor echte
    hifi-liefhebbers.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus P-EQ door herhaaldelijk op TA te
    drukken.

    4

    Kies L+R of L/R door de BAND-toets minstens 2
    seconden ingedrukt te houden.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    L+R: Hanteert gelijke instellingswaarden voor de linkeren rechterkanalen.
    L/R: Er kunnen verschillende instellingswaarden worden
    gehanteerd voor de linker- en rechterkanalen.
    Wanneer de grafische EQ wordt aangepast, wordt deze
    instelling uitgeschakeld.

    5

    Kies het gewenste kanaal door op
    drukken. Druk vervolgens op MODE.

    of

    te

    Als L+R werd gekozen:

    FRONT → REAR → CENTER → SUBWOOFER → FRONT

    11 Om andere kanalen in te stellen, herhaalt u
    stappen 5 tot 10.

    12 Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.

    Het toestel keert terug naar de normale modus.
    • Als de luidspreker is uitgeschakeld (“OFF”), kan de
    parametrische equalizer voor die luidspreker niet worden
    ingesteld. Zie “Luidsprekers instellen” (pagina 37).
    • De frequenties van omliggende frequentiebanden kunnen niet in 7
    stappen worden ingesteld.
    • Controleer de speelbare frequentiebereiken van de aangesloten
    luidsprekers voor u de equalizer afstelt. Als het speelbare
    frequentiebereik van de luidspreker bijvoorbeeld 55 Hz tot 30 kHz
    bedraagt, heeft een instelling in de frequentieband van 40 Hz of 20
    Hz geen effect. Bovendien kunt u de luidsprekers overbelasten en
    beschadigen.
    • Als de parametrische EQ wordt aangepast, heeft de instelling van
    de grafische EQ geen effect.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    Bascompressor instellen
    U kunt de klank van de lage frequenties naar wens instellen.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus BASS SOUND door herhaaldelijk
    op TA te drukken.

    4

    Kies BASS COMP. door op
    of
    te
    drukken, en druk vervolgens op MODE.

    5

    Kies de gewenste modus met de encoderdraaiknop.

    Als L/R werd gekozen:

    FRONT L → FRONT R → REAR L → REAR R → CENTER
    → SUBWOOFER → FRONT L
    • Het display van de luidsprekers verschilt, afhankelijk van de
    aangesloten luidsprekers.

    6

    Druk op de BAND-toets om de frequentieband te
    kiezen.
    Instelbare frequentiebanden:
    FRONT/REAR/CENTER: 5 frequentiebanden
    SUBWOOFER:
    2 frequentiebanden

    7

    Kies de frequentie door aan de encoderdraaiknop te draaien en hem dan in te drukken.
    Druk vervolgens op MODE.
    De instelbare frequentie verandert naargelang de
    frequentieband.

    8

    Regel de bandbreedte (Q) met de encoderdraaiknop. Druk vervolgens op MODE.
    De bandbreedte kan in 6 stappen worden ingesteld:
    0,5/1/2/3/4/5

    9

    Regel het niveau (LEVEL) (±9dB 1dB stap) met de
    encoder-draaiknop. Druk vervolgens op MODE.

    40-NL

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Het geluid van de lage tonen wordt meer beklemtoond
    naarmate de modus opeenvolgend wordt veranderd in
    COMP1 → 2 → 3. Dit resulteert in een levendige klank
    van de lage frequenties.
    Selecteer OFF wanneer de instelling niet nodig is.

    6

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.



  • Page 43

    Bass Focus instellen

    5

    Met het voordien opgegeven vertragingsnummer (tijdverschil) kunt u
    een tijdverschil instellen tussen de luidsprekers vooraan-achteraan en
    links-rechts.
    Dit maakt namelijk een tijdcorrectie op basis van uw voorkeur
    mogelijk. Bij een oorspronkelijke vertraging van 0,05 ms voor elk
    van de 0 tot 400 stappen, is een waarneembare tijdcorrectie mogelijk.

    1

    Kies het kenmerk van de luidspreker met de
    encoder-draaiknop.
    OFF*1: Als geen luidspreker is aangesloten.
    SMALL: Als een luidspreker is aangesloten die geen
    lage frequenties (80 Hz of minder) kan
    afspelen.
    LARGE*2: Als een luidspreker is aangesloten die lage
    frequenties (80 Hz of minder) kan afspelen.
    (Subwoofer is alleen ingesteld op ON/OFF)

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    *1 De voorste luidsprekers kunnen niet op “OFF” worden
    gezet.
    *2 Als de voorste luidsprekers op “SMALL” worden
    ingesteld, kunnen de achterste en middenluidsprekers
    niet op “LARGE” worden ingesteld.

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus BASS SOUND door herhaaldelijk
    op TA te drukken.

    6

    4

    Herhaal stappen 4 en 5 om elke luidspreker in te
    stellen.

    Kies BASS FOCUS door op
    of
    te
    drukken, en druk vervolgens op MODE.

    7

    5

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.

    Druk op MODE om de luidspreker
    vooraan/achteraan/links/rechts te kiezen.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    6

    Draai aan de encoder-draaiknop om de
    luidsprekers vooraan/achteraan/links/rechts in te
    stellen.

    7

    Als u andere kanalen (luidsprekers) wenst in te
    stellen, herhaalt u stappen 5 en 6.

    8

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Elke instelling van Bass Focus wordt ook toegepast in de
    tijdcorrectie.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    Luidsprekerinstelling
    De PXA-H700 of PXA-H701 kan worden ingesteld naargelang het
    speelbare frequentiebereik van uw luidsprekers.
    Controleer het speelbare frequentiebereik van de luidsprekers (niet
    voor de subwoofer) voor u deze bediening uitvoert, om na te gaan of
    de luidsprekers lage frequenties (ongeveer 80 Hz of minder) kunnen
    afspelen.
    • Tijdens deze afstelling mag u niet stoppen, pauzeren, van CD
    verwisselen, de meeluisterfunctie gebruiken, snel vooruit spoelen
    of het audiokanaal van dit toestel omschakelen. De instelling
    wordt geannuleerd als de decodeermodus wordt veranderd.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus SP SETUP door herhaaldelijk op
    TA te drukken.

    4

    Kies de luidspreker door op de MODE-toets te
    drukken.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Het toestel keert terug naar de normale modus.
    • Als de middenluidspreker op “OFF” wordt gezet, worden de
    audiosignalen van het middenkanaal toegevoegd aan de
    audiosignalen uit de voorste luidsprekers.
    • Als u de weerklank van de luidspreker instelt op “OFF”, dient u
    ook de luidsprekerinstelling op “OFF” te zetten. (pagina 37)
    • Voer de instelling uit voor alle luidsprekers (“vooraan”,
    “midden”, “achteraan” en “subwoofer”). Als u dit niet doet, kan
    het geluid uit evenwicht zijn.
    • Als de middenluidspreker op “OFF” is ingesteld, heeft de
    instelling geen effect, zelfs niet als de middenluidspreker met deze
    functie wordt ingesteld.
    • Door de instellingen voor elke luidspreker te wijzigen kan de
    weergave uit de andere luidsprekers veranderen ten gevolge van
    de instelvereisten.
    • Als u PRO LOGIC II gebruikt en de achterste luidspreker is
    ingesteld op “LARGE”, komt er geen geluid uit de subwoofer.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    Instelling van Dolby Digital
    Luidsprekerniveaus regelen
    Met behulp van de testtonen kunt u het volume van de verschillende
    luidsprekers instellen. Als de niveaus gelijk zijn, merkt u op de
    luisterpositie een duidelijk gevoel van aanwezigheid uit de
    verschillende luidsprekers.
    • Tijdens deze afstelling mag u niet stoppen, pauzeren, van CD
    verwisselen, de meeluisterfunctie gebruiken, snel vooruit spoelen
    of het audiokanaal van dit toestel omschakelen. De instelling
    wordt geannuleerd als de decodeermodus wordt veranderd.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus MULTI CH SETUP door
    herhaaldelijk op TA te drukken.

    4

    Kies OUTPUT LEVEL door op
    of
    drukken, en druk vervolgens op MODE.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    te

    41-NL



  • Page 44

    5

    Druk op MODE om de luidspreker te kiezen die
    moet worden ingesteld.

    7

    De gekozen luidspreker laat een testtoon horen.

    6

    Regel het uitgangsniveau met de encoderdraaiknop.

    7

    Stel elk geluidsvolume in voor een optimale balans
    door stappen 5 en 6 te herhalen.

    • Het instelbereik voor de verschillende luidsprekers bedraagt –10
    dB tot +10 dB.
    • De instelling is gebaseerd op de voorste luidsprekers.

    8

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Deze instelling is niet van toepassing als de instelling van de
    achterste luidspreker op “OFF” is gezet.
    • Bij lineaire PCM-signalen komt de stem uit de achterste
    luidspreker, ongeacht de instelling voor REAR FILL en REAR
    MIX.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    Het akoestisch beeld instellen
    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Als een luidspreker is uitgeschakeld, kan het niveau van die
    luidspreker niet worden aangepast. Zie “Luidsprekerinstelling”
    (pagina 41).
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    Het geluid van de lage tonen mengen met
    het achterkanaal
    Deze functie mengt de audiosignalen van het voorkanaal met de
    audiosignalen uit de achterste luidsprekers, waardoor het geluid op de
    achterbank van het voertuig wordt verbeterd.
    • Tijdens deze afstelling mag u niet stoppen, pauzeren, van CD
    verwisselen, de meeluisterfunctie gebruiken, snel vooruit spoelen
    of het audiokanaal van dit toestel omschakelen. De instelling
    wordt geannuleerd als de decodeermodus wordt veranderd.

    Bij de meeste installaties moet de middenluidspreker rechtstreeks
    tussen de voorpassagier en de bestuurder worden geplaatst. Met deze
    functie wordt de informatie van het middenkanaal verdeeld naar de
    linker- en rechterluidsprekers. Dit creëert een akoestisch beeld dat
    een middenluidspreker recht voor elke luisteraar simuleert. Door het
    middenbereik in te stellen in PL II MUSIC (zie “Pro Logic II-modus
    gebruiken”, pagina 43), heeft deze functie geen effect meer.
    • Tijdens deze afstelling mag u niet stoppen, pauzeren, van CD
    verwisselen, de meeluisterfunctie gebruiken, snel vooruit spoelen
    of het audiokanaal van dit toestel omschakelen. De instelling
    wordt geannuleerd als de decodeermodus wordt veranderd.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus MULTI CH SETUP door
    herhaaldelijk op TA te drukken.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    4

    Kies BI-PHANTOM door op
    of
    te
    drukken, en druk vervolgens op MODE.

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    5

    Kies BI-PHANTOM ON/OFF met de encoderdraaiknop.

    3

    Kies de modus MULTI CH SETUP door
    herhaaldelijk op TA te drukken.

    4

    Kies REAR MIX door op
    of
    en druk vervolgens op MODE.

    5

    Kies REAR MIX ON/OFF met de encoderdraaiknop.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Als ON werd gekozen, drukt u op MODE.
    Als ON is ingesteld, wordt een geluidsfase gecreëerd
    alsof u recht voor de middenluidspreker zit, door het
    geluid van de middenluidspreker links en rechts te
    verspreiden.

    te drukken,

    6

    Het niveau kan worden geregeld binnen het bereik –5 tot
    +5. Hoe
    hoger het niveau, hoe meer de positie van de
    middenluidspreker
    naar de zijkanten wordt verschoven.

    Als ON werd gekozen, drukt u op MODE.
    Als ON is ingesteld, wordt het audiosignaal uit de
    achterste luidspreker gemengd met het audiosignaal
    vooraan.

    6

    Draai nadat u ON heeft ingesteld aan de encoderdraaiknop om het niveau te regelen (LEVEL).
    Het niveau kan in vijf stappen worden geregeld: –6, –3, 0,
    +3 en +6.
    Hoe hoger het niveau, hoe meer lage tonen uit de
    achterste luidsprekers komen. (Het effect is afhankelijk
    van de software (DVD, enz.).)

    42-NL

    Draai nadat u ON heeft ingesteld aan de encoderdraaiknop om
    het niveau te regelen (LEVEL).

    7

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Deze instelling is werkzaam als de middenluidspreker op SMALL
    of LARGE werd ingesteld bij de luidsprekerinstellingen.
    • Deze instelling is niet werkzaam als de luidspreker op CENTER
    “OFF” werd ingesteld in “Luidsprekers instellen” (pagina 37).
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.



  • Page 45

    Krachtig geluid met hoog volume verkrijgen
    Met Dolby Digital wordt het dynamisch bereik gecomprimeerd, zodat
    een krachtig geluid kan worden verkregen bij gewone
    geluidsvolumes. Deze compressie kan worden geannuleerd, om een
    energiek en nog krachtiger geluid te verkrijgen, zoals in een
    bioscoopzaal.
    Deze functie werkt alleen in de Dolby Digital-modus.

    7

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    Pro Logic II-modus gebruiken

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus MULTI CH SETUP door
    herhaaldelijk op TA te drukken.

    Pro Logic-verwerking kan worden uitgevoerd op de muzieksignalen
    die op twee kanalen zijn opgenomen, om een Dolby Pro Logic II
    surroundgeluid te verkrijgen. Voor tweekanaals Dolby Digital- en
    DTS-signalen is er ook een functie “REAR FILL” om de signalen
    van het voorkanaal weer te geven via het achterkanaal.

    4

    Kies LISTEN MODE door op
    of
    drukken. Druk vervolgens op MODE.

    5

    Kies STANDARD of MAXIMUM met de encoderdraaiknop.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    te

    STANDARD: Voor krachtig geluid bij normale
    geluidsvolumes
    MAXIMUM: Voor krachtig geluid bij hoge volumes

    6

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Stel het volume niet te luid in, zodat u geluiden van buiten het
    voertuig nog steeds kunt horen.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    DVD-niveau instellen
    Het volume (signaalniveau) voor de modi Dolby Digital, Dolby PL
    II, DTS en PCM kan worden ingesteld.
    • Tijdens deze afstelling mag u niet stoppen, pauzeren, van CD
    verwisselen, de meeluisterfunctie gebruiken, snel vooruit spoelen
    of het audiokanaal van dit toestel omschakelen. De instelling
    wordt geannuleerd als de decodeermodus wordt veranderd.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus voor het DVD LEVEL door
    herhaaldelijk op TA te drukken.

    4

    Druk op MODE om de modus te kiezen die moet
    worden ingesteld.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    DOLBY D → PL II → DTS PCM → DOLBY D

    5

    Regel het niveau (LEVEL) met de encoderdraaiknop.
    Het niveau kan worden geregeld binnen het bereik –5 tot
    +5.

    6

    Herhaal stappen 4 en 5 om elk niveau in te stellen.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies de modus D PL II/REAR door herhaaldelijk op
    TA te drukken.

    4

    Selecteer de gewenste modus door op
    te drukken.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    of

    MOVIE MODE:
    Geschikt voor stereo-tv-programma’s en alle
    programma’s die gecodeerd zijn met Dolby
    Surround. Hiermee wordt de
    richtingsgevoeligheid van het geluidsveld
    verbeterd tot bijna die van een afzonderlijk 5.1kanaalgeluid.
    MUSIC MODE:
    Kan worden gebruikt voor alle
    stereomuziekopnames en geeft een breed, diep
    geluidsveld.
    REAR FILL ON:
    Afhankelijk van de ingangssignalen is het
    mogelijk dat het geluid alleen uit de voorste
    luidsprekers komt. In dit geval kan de functie
    “REAR FILL” worden gebruikt om ook signalen uit
    de achterste luidsprekers weer te geven.
    OFF: Zet de functie D PL II/REAR op OFF.
    Als de MUSIC MODE wordt gekozen, kan het middenbereik
    met de volgende bedieningen worden aangepast.
    Deze functie biedt de optimale stempositionering door de
    positie van het middenkanaal in te stellen tussen de
    middenluidspreker en de L/R-luidspreker. (De instellingen
    in “Het akoestisch beeld instellen” (pagina 42) zijn niet
    werkzaam als deze functie in werking is gesteld.)
    1 Nadat u op MODE heeft gedrukt, kiest u MUSIC
    MODE en gebruikt u de encoder-draaiknop om CTW
    CONT ON/OFF te kiezen.
    Als ON werd gekozen, drukt u op MODE.
    Als ON is ingesteld, kunt u genieten van de optimale
    stempositionering door het geluid van het
    middenkanaal te verspreiden over de
    middenluidspreker en de L/R-luidspreker.
    2 Draai nadat u ON heeft ingesteld aan de encoderdraaiknop om het niveau te regelen (LEVEL).
    Het niveau kan worden ingesteld tussen 0 en 7. Als
    het niveau toeneemt, verschuift de positie van het
    middenkanaal van de positie van de
    middenluidspreker naar de twee zijkanten.

    43-NL



  • Page 46

    5

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.

    1

    Pas de waarde die moet worden opgeslagen aan
    en stel ze in.

    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    2

    Houd een van de voorkeuzetoetsen (1 tot 6)
    waaronder u de ingestelde/aangepaste waarde als
    voorkeuzegeheugen wenst op te slaan (MEMORY 1
    tot MEMORY 6), minstens 2 seconden ingedrukt.

    • Deze instelling is werkzaam als de instelling van de
    middenluidspreker op SMALL of LARGE werd gezet bij de
    luidsprekerinstellingen.
    • Tijdens deze afstelling mag u niet stoppen, pauzeren, van CD
    verwisselen, de meeluisterfunctie gebruiken, snel vooruit spoelen
    of het audiokanaal van dit toestel omschakelen. De instelling
    wordt geannuleerd als de decodeermodus wordt veranderd.
    • Deze instelling is niet werkzaam als de luidspreker op CENTER
    “OFF” werd ingesteld in “Luidsprekers instellen” (pagina 37).
    • Deze functie werkt alleen met tweekanaal-signalen. Deze functie is
    niet werkzaam als 5.1-kanaal DTS- of Dolby Digital-signalen
    worden ingevoerd.
    • Als de instelling van REAR FILL wordt uitgevoerd terwijl REAR
    MIX is ingeschakeld, blijft het geluid in de instelling voor
    achtergrondvulling ongewijzigd, omdat REAR MIX prioriteit krijgt
    tijdens 2-kanaal decodering (behalve lineaire PCM).
    • Bij lineaire PCM-signalen komt de stem uit de achterste
    luidspreker, ongeacht de instelling voor REAR FILL en REAR
    MIX.
    • Als de instelling is voltooid, is het aanbevolen de inhouden van de
    instelling op te slaan. Raadpleeg pagina 44 om de inhouden op te
    slaan.

    • Deze functie kan alleen worden gebruikt als de defeat-functie is
    uitgeschakeld.
    • De opgeslagen inhouden worden zelfs niet verwijderd als de
    accukabel wordt losgekoppeld.

    Het voorkeuzegeheugen oproepen

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Druk op een van de toetsen om het
    voorkeuzegeheugen dat u wilt oproepen (1 tot 6) te
    kiezen.

    Lineaire PCM-instelling

    Het duurt even om het voorkeuzegeheugen te verlaten.

    De uitgang kan worden ingesteld op 2 of 3 kanalen als CD’s worden
    afgespeeld die in lineaire PCM zijn opgenomen.

    1

    Ga na of de defeat-modus is uitgeschakeld (pagina
    25).

    2

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    3

    Kies PCM MODE door herhaaldelijk op TA te
    drukken.

    4

    Kies 2 CH of 3 CH met de encoder-draaiknop.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Het huidige voorkeuzenr. / equalizermodus
    bevestigen

    1

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt.

    2

    Druk herhaaldelijk op TA om PRESET INFO te
    kiezen.

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Het huidige voorkeuzenummer en de EQ-modus
    verschijnen op het display.
    Voorkeuzenummer

    2CH: 2-kanaals uitgang (L/R)
    3CH: 3-kanaals uitgang (L/R/CENTER)

    5

    De regelmodus voor de audioprocessor is in werking
    gesteld.

    Als de instelling is voltooid, houdt u TA minstens
    2 seconden ingedrukt.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.

    • Deze instelling is niet werkzaam als de luidspreker op CENTER
    “OFF” werd ingesteld in “Luidsprekers instellen” (pagina 37).

    De weergave van de EQ-instelling
    wordt getoond.

    Instellingen opslaan in het geheugen
    Er kunnen tot 6 ingestelde en aangepaste inhouden worden
    opgeslagen op dit toestel.
    Onderstaand worden allemaal instellings- en aanpassingsitems
    beschreven die zijn opgeslagen in één voorkeuzegeheugen.
    Instellings-/aanpassingsitems
    Luidsprekers instellen
    Instellen van Tijdcorrectie/Faseomschakeling/
    Bass focus instellen
    EQ aanpassen
    Scheidingsfilter aanpassen
    MX instellen
    BASS COMP. instellen
    PRO LOGIC II instellen/het middenbereik
    aanpassen*
    Dolby Surround aanpassen*
    Lineaire PCM-instelling*

    Raadpleeg pagina
    37
    38, 39, 41
    39, 40
    37
    37
    40
    43
    41, 42, 43
    44

    * Afhankelijk van het ingangssignaal, wordt het geluidseffect mogelijk
    niet verkregen.

    44-NL

    Geeft weer welke EQ, grafische EQ of parametrische EQ
    op dit moment is ingesteld.
    G: Grafische EQ
    P: Parametrische EQ

    3

    Houd TA minstens 2 seconden ingedrukt om de
    bevestiging te voltooien.
    Het toestel keert terug naar de normale modus.



  • Page 47

    Werking afstandsbediening

    Functie

    Naam van de toets van de afstandsbediening
    A.PROC.

    Toesteltoets

    Roept de audioprocessormodus op

    TA (meer dan 2 seconden)

    Schakelt de audioprocessormodus om

    TA

    Annuleert de audioprocessormodus

    TA (meer dan 2 seconden)

    Verandert het aanpassingsitem
    Verandert het aanpassingsitem
    BAND (meer dan 2 seconden)

    Gaat over op L+R of L/R

    BAND (meer dan 2
    seconden)

    Past het gekozen instelitem aan en verandert de ingestelde inhouden

    Encoder-draaiknop (Draaien)

    Past het gekozen instelitem aan en verandert de ingestelde inhouden

    Encoder-draaiknop (Draaien)

    ENT.

    Verandert het instelitem in het gekozen instelitem

    MODE

    Numeriek toetsenbord (1 tot 6)

    Slaat de instelwaarde op/roept ze op

    Voorkeuzetoetsen (1 tot 6)

    45-NL



  • Page 48

    iPod™ (optioneel)
    Encoderdraaiknop

    Een gewenst liedje zoeken
    Een iPod kan honderden liedjes bevatten. Als de liedjes worden
    geordend in afspeellijsten, kan de DVA-9861Ri deze afspeellijsten
    gebruiken om het zoeken naar liedjes te vergemakkelijken.

    SOURCE/
    POWER

    /

    45

    6

    Zoeken op afspeellijst

    1

    Druk op
    te stellen.

    2

    Draai de encoder-draaiknop om de zoekmodus
    PLAYLIST te kiezen en druk dan op
    .

    om de zoekselectiemodus in werking

    PLAYLIST ↔ ARTIST ↔ ALBUM ↔ SONG ↔ PLAYLIST
    MODE

    FUNC.

    Toetsen
    1 tot 6

    TITLE

    3 * Draai aan de encoder-draaiknop om de
    1

    gewenste afspeellijst te kiezen.

    Een iPod kan op de DVA-9861Ri worden aangesloten met behulp
    van de ALPINE FULL SPEED™ bijzondere aansluitkabel
    (meegeleverd).
    Wanneer de DVA-9861Ri is aangesloten met behulp van de kabel,
    werken de bedieningstoetsen van de iPodTM niet.

    4

    Druk op

    1 Druk na het kiezen van de afspeellijst in stap 3*1 op
    om naar de modus voor het zoeken van liedjes in
    de gekozen afspeellijst te gaan.

    Het toestel kan worden gebruikt met iPod™, iPod™ photo, iPod™
    mini of iPod™ nano van de derde generatie of recenter. iPod™
    Shuffle kan echter niet worden gebruikt.

    iPod van de derde generatie: Ver. 2.3
    iPod van de vierde generatie: Ver 3.0.2
    iPod photo: Ver.1.1
    iPod mini: Ver. 1.3
    iPod nano: Ver. 1.0


    Het toestel kan niet worden gebruikt met softwareversies van voor
    22.02.2005. Raadpleeg de handleiding van de iPod voor de
    bijzonderheden over “iPod software-updates”.

    Afspelen

    1

    Druk op de SOURCE/POWER-toets om naar de
    IPOD-modus te gaan.

    2

    Druk op
    kiezen.

    of

    om het gewenste liedje te

    Terugkeren naar het begin van het huidige liedje:
    Druk op
    .

    2 Draai aan de encoder-draaiknop om een liedje te
    kiezen en druk op MODE.
    Het gekozen liedje wordt afgespeeld.
    • Als u in de zoekmodus
    minstens 2 seconden ingedrukt houdt,
    of als gedurende 10 seconden geen bediening wordt uitgevoerd,
    wordt de zoekmodus geannuleerd.
    • Als u in de zoekmodus op FUNC. Drukt, keert u terug naar de
    vorige modus.
    • Alle liedjes op de iPod worden afgespeeld door de opgeslagen
    “iPod-naam” te kiezen in stap 3*1.
    • Het zoeken op afspeellijst is tijdens het gebruik van de M.I.X.afspeelmodus niet mogelijk.
    • In de zoekmodus kunt u naar een aangegeven positie springen
    door op een van de toetsen 1 tot 6 voor het snel zoeken te drukken.
    Raadpleeg “Rechtstreekse zoekfunctie” (pagina 47) voor meer
    informatie.
    • In de zoekmodus PLAYLIST wordt “NO SONG” weergegeven als
    er geen liedjes in de gekozen afspeellijst staan.

    Zoeken op artiest

    1

    Druk op
    om de zoekselectiemodus in werking
    te stellen.

    2

    Draai de encoder-draaiknop om de ARTISTzoekmodus te kiezen en druk dan op
    .

    Snel achteruit spoelen:
    ingedrukt houden.

    PLAYLIST ↔ ARTIST ↔ ALBUM ↔ SONG ↔ PLAYLIST

    Naar het begin van het volgende liedje gaan:
    Druk op
    .

    Druk op de
    /
    onderbreken.

    4

    -toets om het afspelen te

    Als u nogmaals op de
    verdergezet.

    /

    -toets drukt, wordt het afspelen

    • Als een liedje op de iPod wordt afgespeeld wanneer deze op de
    DVA-9861Ri is aangesloten, gaat het afspelen na de aansluiting
    gewoon verder.

    46-NL

    3* Draai aan de encoder-draaiknop om de
    2

    gewenste artiest te kiezen.

    Snel vooruit spoelen:
    ingedrukt houden.

    3

    .

    Zoeken naar een liedje in de gekozen afspeellijst

    iPods™ die met dit toestel kunnen worden gebruikt

    • Aanraak- of scroll-iPods zonder de juiste aansluiting kunnen niet
    op het toestel worden aangesloten.
    • Het toestel kan worden gebruikt met de volgende iPod-versies.
    Voor oudere versies kan een goede werking niet worden
    gegarandeerd.

    /

    De gekozen afspeellijst wordt gespeeld.

    Druk op

    /

    .

    Het gekozen liedje van de artiest wordt afgespeeld.



  • Page 49

    Zoeken naar een album van de gekozen artiest

    1

    Druk op
    te stellen.

    2*1Draai aan de encoder-draaiknop om een album te
    kiezen.

    2

    Draai de encoder-draaiknop om de SONGzoekmodus te kiezen en druk dan op
    .

    3 Druk op
    /
    af te spelen.

    om alle liedjes van het gekozen album

    Zoeken naar een liedje van het gekozen album
    1 Druk na het kiezen van het album in stap 2*1 op
    om naar de modus voor het zoeken van liedjes in het
    gekozen album te gaan.
    2 Draai aan de encoder-draaiknop om een liedje te
    kiezen en druk op MODE.
    Het gekozen liedje wordt afgespeeld.
    • Als u in de zoekmodus
    minstens 2 seconden ingedrukt houdt,
    of als gedurende 10 seconden geen bediening wordt uitgevoerd,
    wordt de zoekmodus geannuleerd.
    • Als u in de zoekmodus op FUNC. drukt, keert u terug naar de
    vorige modus.
    • Als u ALL kiest in stap 3*2 en op / drukt, worden alle liedjes
    op de iPod afgespeeld. Als u ALL kiest en op
    drukt, wordt de
    ALBUM-zoekmodus voor alle artiesten in
    werking gesteld.
    • Als u ALL kiest in stap 2*1 en op / drukt, worden alle liedjes
    van de gekozen artiest afgespeeld. Als u ALL kiest en u op
    drukt, wordt de SONG-zoekmodus voor de gekozen artiest
    in werking gesteld.
    • Het zoeken op de naam van de artiest is niet mogelijk tijdens het
    gebruik van de M.I.X.-afspeelmodus.
    • In de zoekmodus kunt u naar een aangegeven positie springen
    door op een van de toetsen 1 tot 6 voor het snel zoeken te drukken.
    Raadpleeg “Rechtstreekse zoekfunctie” (pagina 47) voor meer
    informatie.

    Zoeken op album

    1

    Druk op
    te stellen.

    2

    Draai de encoder-draaiknop om de ALBUMzoekmodus te kiezen en druk dan op
    .

    om de zoekselectiemodus in werking

    PLAYLIST ↔ ARTIST ↔ ALBUM ↔ SONG ↔ PLAYLIST

    3* Draai aan de encoder-draaiknop om het
    3

    gewenste album te kiezen.

    4

    Zoeken op liedje

    1 Druk na het kiezen van de artiest in stap 3*2 op
    om
    naar de modus voor het zoeken naar albums van de
    gekozen artiest te gaan.

    Druk op

    /

    .

    Het gekozen album wordt afgespeeld.

    Zoeken naar een liedje van het gekozen album
    1 Druk na het kiezen van het album in stap 3*3 op
    om
    naar de liedjes-zoekmodus in het gekozen album te gaan.

    PLAYLIST ↔ ARTIST ↔ ALBUM ↔ SONG ↔ PLAYLIST

    3

    Draai aan de encoder-draaiknop om het
    gewenste liedje te kiezen.

    4

    Druk op MODE.
    Het gekozen liedje wordt afgespeeld.

    • Als u in de zoekmodus
    minstens 2 seconden ingedrukt houdt,
    of als gedurende 10 seconden geen bediening wordt uitgevoerd,
    wordt de zoekmodus geannuleerd.
    • Als u in de zoekmodus op FUNC. drukt, keert u terug naar de
    vorige modus.
    • Het zoeken op de naam van het liedje is niet mogelijk tijdens het
    gebruik van de M.I.X.-afspeelmodus.
    • In de zoekmodus kunt u naar een aangegeven positie springen
    door op een van de toetsen 1 tot 6 voor het snel zoeken te drukken.
    Raadpleeg “Rechtstreekse zoekfunctie” (pagina 47) voor meer
    informatie.

    Rechtstreekse zoekfunctie
    De rechtstreekse zoekfunctie van het toestel kan worden gebruikt om
    op een efficiëntere manier een album, liedje, enz. te zoeken. In de
    PLAYLIST/ARTIST/ALBUM/SONG modus kunt u snel elk liedje
    opsporen.

    1

    Druk in de zoekmodus op een van de toetsen 1
    tot 6 om snel een aangegeven percentage van uw
    liedjesinhoud over te slaan.
    Voorbeeld van het zoeken op SONG:
    Als er 100 liedjes op uw iPod staan, zijn deze verdeeld in
    6 groepen, waarbij gebruik wordt gemaakt van
    percentages (zoals hieronder). Deze groepen worden
    toegewezen aan toetsen 1 tot 6 op het toestel.
    Voorbeeld 1:
    Veronderstel dat het liedje dat u zoekt zich ongeveer in
    het midden (50%) van uw bibliotheek bevindt: druk op
    toets 4 om naar het 50ste liedje te springen en draai de
    encoder-draaiknop om het gewenste liedje te zoeken.
    Voorbeeld 2:
    Veronderstel dat het liedje dat u zoekt zich ongeveer
    aan het einde (83%) van uw bibliotheek bevindt: druk op
    toets 6 om naar het 83ste liedje te springen en draai de
    encoder-draaiknop om het gewenste liedje te zoeken.

    2 Draai aan de encoder-draaiknop om een liedje te
    kiezen en druk op MODE.
    Het gekozen liedje wordt afgespeeld.
    • Als u in de zoekmodus
    minstens 2 seconden ingedrukt houdt,
    of als gedurende 10 seconden geen bediening wordt uitgevoerd,
    wordt de zoekmodus geannuleerd.
    • Als u in de zoekmodus op FUNC. drukt, keert u terug naar de
    vorige modus.
    • Als u ALL kiest in stap 3*3 en op / drukt, worden alle liedjes
    op de iPod afgespeeld. Als u ALL kiest en op
    drukt, wordt de
    SONG-zoekmodus voor alle albums in werking gesteld.
    • Het zoeken op de naam van het album is niet mogelijk tijdens het
    gebruik van de M.I.X.-afspeelmodus.
    • In de zoekmodus kunt u naar een aangegeven positie springen
    door op een van de toetsen 1 tot 6 voor het snel zoeken te drukken.
    Raadpleeg “Rechtstreekse zoekfunctie” (pagina 47) voor meer
    informatie.

    om de zoekselectiemodus in werking

    Alle 100 liedjes (100%)
    0%

    17%

    33%

    50%

    67%

    83%

    Voorkeuzetoetsen

    1

    2

    3

    4

    5

    6

    Liedjes

    Eerste
    liedje

    17de
    liedje

    33ste
    liedje

    50ste
    liedje

    67ste
    liedje

    83ste
    liedje

    47-NL



  • Page 50

    Alles afspelen in willekeurige volgorde:

    Afspeellijst/Artiest/Album kiezen
    Afspeellijst/Artiest/Album kan op een eenvoudige manier worden
    veranderd.
    Wanneer u bijvoorbeeld naar een liedje van een gekozen album
    luistert, kunt u van album veranderen.

    1

    Bij Alles in willekeurige volgorde afspelen worden alle liedjes op de
    iPod in willekeurige volgorde afgespeeld. Elk liedje wordt slechts
    een keer afgespeeld tot alle liedjes aan bod zijn gekomen.

    1

    Snel zoeken

    De liedjes worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
    → (off) → M.I.X.
    M.I.X.
    (alles afspelen in
    willekeurige volgorde)

    Druk op f of p om de (het) gewenste
    Afspeellijst/Artiest/Album te kiezen.

    • Als de zoekselectiemodus niet in werking is gesteld, wordt alleen
    op liedje gezocht; deze bewerking is niet mogelijk.
    • Als een album wordt gekozen bij het zoeken op artiest, kan het
    album worden gezocht.
    • Tijdens het afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.) is deze
    bewerking niet mogelijk.

    Druk op 6.

    2

    Om de M.I.X.-afspeelmodus te annuleren, kiest u
    (off) met de bovenstaande procedure.

    • Als Alles afspelen in willekeurige volgorde is gekozen, worden de
    gekozen liedjes die in de zoekmodus worden afgespeeld,
    geannuleerd.

    Herhaald afspelen

    U kunt zoeken naar liedjes.

    1

    Houd
    minstens 2 seconden ingedrukt om de
    snelzoekmodus in werking te stellen.

    2

    Draai aan de encoder-draaiknop om het
    gewenste liedje te kiezen.

    Alleen de functie Eén herhalen is beschikbaar voor de iPod.
    Eén herhalen: Eén liedje wordt herhaaldelijk afgespeeld.

    1

    Druk op

    4.

    Het bestand wordt herhaaldelijk afgespeeld.
    RPT → (off) → RPT
    (Eén herhalen)

    Het gekozen liedje wordt onmiddellijk afgespeeld.
    • Als u in de zoekmodus
    minstens 2 seconden ingedrukt houdt,
    of als gedurende 10 seconden geen bediening wordt uitgevoerd,
    wordt de zoekmodus geannuleerd.
    • Als er veel liedjes op de iPod staan, kan het even duren om liedjes
    te zoeken.

    Afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.)

    2

    Om het herhaald afspelen te annuleren, kiest u
    (off) met de bovenstaande procedure.

    • Tijdens het herhaald afspelen kunnen geen andere liedjes worden
    gekozen door op
    of
    te drukken.

    Tekst weergeven

    De functie voor afspelen in willekeurige volgorde van de iPod wordt
    weergegeven als M.I.X. op de DVA-9861Ri.

    U kunt de taginformatie van een liedje op de iPod weergeven.

    Afspelen van albums in willekeurige volgorde:

    Druk op TITLE.

    Bij het afspelen van albums in willekeurige volgorde worden alle
    liedjes in volgorde afgespeeld en wordt er vervolgens willekeurig een
    volgend album gekozen. Alle liedjes van dat album worden in
    volgorde afgespeeld, enz. Elk album wordt slechts een keer
    afgespeeld.

    Bij elke druk op de knop verandert het display.

    Afspelen van liedjes in willekeurige volgorde:
    Bij het afspelen van liedjes in willekeurige volgorde worden bepaalde
    gekozen liedjes in willekeurige volgorde afgespeeld. Elk liedje wordt
    slechts een keer afgespeeld tot alle liedjes aan bod zijn gekomen.

    1

    Druk op 5

    M.I.X.
    (afspelen van
    albums in
    willekeurige
    volgorde)

    2

    .

    De liedjes worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
    M.I.X.
    (afspelen van
    liedjes in
    willekeurige
    volgorde)

    (off)

    M.I.X.

    Om de M.I.X.-afspeelmodus te annuleren, kiest u
    (off) met de bovenstaande procedure.

    • Voor meer informatie over de zoekmodus verwijzen we naar “Een
    gewenst liedje zoeken” (pagina 46).
    • Als u een liedje in de albumzoekmodus heeft gekozen voordat u de
    functie voor het afspelen in willekeurige volgorde (M.I.X.) koos,
    worden de liedjes niet in willekeurige volgorde afgespeeld, zelfs
    niet als de functie voor het afspelen van albums in willekeurige
    volgorde werd gekozen.

    48-NL

    TRACK No./ELAPSED TIME → TRACK No. / CLOCK →
    ARTIST NAME* → ALBUM NAME* → SONG TITLE* →
    TRACK No./ELAPSED TIME

    * Taginformatie
    Als de scrollinstelling (pagina 29) op “SCROLL AUTO” is
    ingesteld, wordt er automatisch door de taginformatie gescrold.
    * “ARTIST”/“ALBUM”/“SONG” wordt weergegeven als er geen
    taginformatie is.
    • Als de scrollinstelling zie (pagina 29) is ingesteld op “SCROLL
    MANU”, houdt u de TITLE-toets minstens 2 seconden ingedrukt
    om de taginformatie slechts één keer te scrollen.
    • Als de naam van de artiest, het album of het liedje die is
    aangemaakt met iTunes te lang is, zullen de liedjes misschien niet
    worden afgespeeld wanneer de iPod wordt aangesloten op de
    adapter. Daarom wordt een maximum van 250 tekens aanbevolen.
    Het maximum aantal tekens voor de head-unit is 128 (128 bytes).
    • Sommige tekens zullen misschien niet juist worden weergegeven.
    • “NO SUPPORT” wordt weergegeven wanneer tekstinformatie niet
    compatibel is met de DVA-9861Ri.



  • Page 51

    Wisselaar
    (optioneel)
    Encoder- SOURCE/
    draaiknop POWER

    BAND

    Snel zoeken
    U kunt zoeken op tracks (bestanden).

    1

    Houd de toets
    in de wisselaarmodus minstens
    2 seconden ingedrukt om de modus Snel zoeken
    in werking te stellen.

    2

    Draai de encoder-draaiknop binnen de 10
    seconden om een gewenste track (bestand) te
    kiezen.
    De gekozen track wordt onmiddellijk afgespeeld.

    • De modus Snel zoeken wordt geannuleerd door de toets
    minstens 2 seconden ingedrukt te houden.

    /

    FUNC.

    Keuzetoetsen
    (1 tot 6)

    Bediening van een CD-wisselaar (optioneel)
    Een optionele CD-wisselaar voor 6 of 12 CD’s kan worden
    aangesloten op dit toestel als deze compatibel is met Ai-NET. Als
    een CD-wisselaar is aangesloten op de Ai-NET-ingang van dit
    toestel, kan de CD-wisselaar worden bediend op dit toestel.
    Met behulp van de KCA-400C (multiwisselaar-schakeltoestel) of de
    KCA-410C (Versatile Link-klem) kunnen verschillende wisselaars
    door dit toestel worden bestuurd.
    Zie “Keuze tussen verschillende CD-wisselaars” op pagina 49 om de
    CD-wisselaars te kiezen.
    • De bedieningstoetsen op dit toestel voor de bediening van de CDwisselaar zijn alleen actief als een CD-wisselaar is aangesloten.
    • De DVD-wisselaar (optioneel) kan zowel worden bestuurd via dit
    toestel als via de CD-wisselaar.

    1

    Druk op de SOURCE/POWER-toets om de
    wisselaarmodus in werking te stellen.
    Op het display worden het CD-nummer en het
    tracknummer weergegeven.

    • De bronindicator is afhankelijk van de aangesloten bron.
    • Druk op de BAND-toets om de CD-modus om te schakelen naar
    de wisselaarmodus.

    2

    Druk op de diskkeuzetoets (1 tot 6) die
    overeenkomt met een van de CD’s in de CDwisselaar.
    Het geselecteerde CD-nummer verschijnt op het display
    en de CD wordt afgespeeld.

    • Na het kiezen van de gewenste CD kunt u de wisselaar op dezelfde
    manier bedienen als de CD-speler van dit toestel.
    Voor meer details verwijzen we naar het hoofdstuk
    CD/MP3/WMA.
    • Als de indicator “FUNC” aan is, werken de diskkeuzetoetsen niet.

    Als een CD-wisselaar voor 12 CD’s is aangesloten:
    Om de CD’s van 1 tot 6 te kiezen, wordt dezelfde procedure
    toegepast als die van de CD-wisselaar voor 6 CD’s. Om de
    CD’s van 7 tot 12 te kiezen, drukt u eerst op de FUNC.-toets
    om naar de CD-selectiemodus te gaan (7 tot 12). Hierdoor
    wijzigt de indicator “D” in “d”. Druk dan op de gewenste
    keuzetoets. De keuzetoetsen 1 tot 6 vertegenwoordigen
    respectievelijk de CD’s 7 tot 12.

    MP3-bestanden afspelen met de CDwisselaar (optioneel)
    Als u een wisselaar aansluit die compatibel is met MP3, kunt u op dit
    toestel CD-ROM’s, CD-R’s en CD-RW’s afspelen waarop MP3bestanden staan.

    1

    Druk op de SOURCE/POWER-toets om naar de
    MP3-wisselaarmodus te gaan.

    2

    Druk op een van de diskkeuzetoetsen (1 tot 6)
    die overeenkomen met de gewenste CD in de CDwisselaar.

    3

    Druk op de /
    onderbreken.

    -toets om het afspelen te

    Als u nogmaals op de
    afspelen verdergezet.

    /

    -toets drukt, wordt het

    • Het toestel kan CD’s afspelen met zowel audiogegevens als MP3bestanden.
    • Om MP3 te gebruiken met een MP3-compatibele CD-wisselaar,
    gaat u naar “CD/MP3/WMA” op pagina 14 tot 18.

    Keuze tussen verschillende CD-wisselaars
    (optioneel)
    Het Ai-NET-systeem van Alpine ondersteunt tot 6 CD-wisselaars. Bij
    gebruik van twee of meer wisselaars dient de KCA-400C
    (multiwisselaar-schakeltoestel) te worden gebruikt. Gebruikt u 1
    schakeltoestel, dan kunt u tot 4 CD-wisselaars aansluiten. Gebruikt u
    2 schakeltoestellen, dan kunt u tot 6 CD-wisselaars aansluiten. Als u
    de KCA-410C (Versatile Link-klem) gebruikt, kunt u twee wisselaars
    en twee externe uitgangen (AUX) aansluiten.

    1

    Druk op de SOURCE/POWER-toets op dit toestel
    om de CD-wisselaarmodus te activeren.

    2

    Druk op de BAND-toets om de selectiemodus voor
    de CD-wisselaar in werking te stellen.
    De selectiemodus voor de CD-wisselaar blijft gedurende
    enkele seconden actief.

    3

    Druk op de BAND-toets tot de indicator voor de
    gewenste CD-wisselaar op het display verschijnt.

    • Als de gekozen CD-wisselaar niet is aangesloten, wordt “NO
    CHGR-No.” op het display weergegeven.
    • Om de gekozen wisselaar te bedienen, zie “CD/MP3/WMA”
    (pagina 14-18).
    • Voor meer details over de externe ingang (AUX) als de KCA-410C
    wordt gebruikt, zie “AUX-modus instellen (V-Link)” op pagina 29.

    49-NL



  • Page 52

    Afstandsbediening

    y

    toets
    Radiomodus: SEEK- (DN) toets
    CD-wisselaarmodus:
    Druk op de toets om terug te keren naar het
    begin van de huidige track. Houd de toets
    ingedrukt om snel terug te spoelen.
    MP3/WMA/iPod-modus:
    Druk op de toets om terug te keren naar het
    begin van het huidige bestand. Houd de
    toets ingedrukt om snel terug te spoelen.
    DVD/video-cd:
    • Ga naar de gewenste positie op de CD.
    • Houd deze toets tijdens het afspelen meer dan 1
    seconde ingedrukt om de CD met dubbele snelheid
    terug te spoelen. Houd de toets meer dan 5 seconden
    ingedrukt om de CD met 8 maal de normale snelheid
    terug te spoelen. Houd de toets meer dan 10 seconden
    ingedrukt om de CD met 21 maal de normale snelheid
    terug te spoelen. Tijdens het afspelen of in pauzestand
    zal de CD echter met 21 maal de normale snelheid
    (alleen DVD-audio (VOFF modus)) terugspoelen als u
    de toets minstens 1 seconde ingedrukt houdt.
    • Als u deze toets in de pauzemodus ingedrukt houdt,
    wordt de CD in slow motion teruggespoeld met 1/8ste
    van de normale snelheid. Als u de toets nog 5
    seconden ingedrukt houdt, gaat de slow
    motionsnelheid van het terugspoelen naar de helft van
    de normale snelheid (alleen DVD-video).
    • Tijdens de pauzestand gebeurt het afspelen beeld voor
    beeld telkens u de toets indrukt (alleen DVD-video).

    Bedieningstoetsen op de afstandsbediening

    u

    /

    -toets

    Schakelt tussen afspelen en pauze.

    SEARCH-toets
    MP3/WMA-modus: Door deze toets meer dan 2 seconden
    in te drukken, activeert u de modus
    Zoeken op mapnaam/bestandsnaam.

    q PWR-toets
    Zet het toestel ON en OFF.

    w SRC-toets

    i ■-toets
    Stopfunctie.
    DVD/video-CD:

    Kiest de audiobron.

    e DN-toets
    Radiomodus: Kiest in dalende volgorde de zenders die in
    de voorkeuzegeheugens van de radio
    werden geprogrammeerd.
    MP3/WMA-modus:
    Mapselectietoets (DN) om de map te
    kiezen.
    DVD-modus: Kiest een programma of afspeellijst, in
    dalende volgorde (alleen DVD-VR).
    Wisselaarmodus:
    Diskselectietoets (DN) om een CD te kiezen
    in dalende volgorde.
    MP3-compatibele CD-wisselaarmodus:
    Houd de diskselectietoets (DN) ingedrukt
    om een CD te kiezen in dalende volgorde.
    iPod-modus: Kiest een afspeellijst/artiest/album in
    dalende volgorde.

    r VOLUME f / p toets
    Verhoogt of verlaagt het geluidsvolume.

    t RETURN-toets
    DVD-/video-cd- (PBC ON) modus: Keert terug naar het
    vorige scherm. (Niet mogelijk met alle CD’s.)

    Als u een keer drukt, wordt de PRESTOP ingesteld; als u twee keer drukt,
    wordt de stop ingesteld.

    o MENU-toets
    DVD-modus:

    • Toont de menuweergave (alleen
    DVD-video, DVD-audio).
    • Toont de zoeklijst voor afspeellijsten
    op het scherm (alleen DVD-VR).

    !0 CLR-toets
    Verwijdert nummers (één teken per keer) die werden
    gekozen en ingevoerd.
    Houd deze toets minstens 2 seconden ingedrukt. Alle
    tekens die werden gekozen en ingevoerd worden gewist,
    of de invoermodus wordt geannuleerd.

    !1 DISP./TOP M.-toets
    DVD/video-CD/MP3/WMA-modus:
    Toont de afspeelstatus.
    DVD-modus:
    • Als u meer dan 2 seconden drukt,
    wordt de menuweergave getoond
    (alleen DVD-video, DVD-audio).
    • Als u meer dan 2 seconden drukt,
    wordt de zoeklijst voor afspeellijsten
    op het scherm getoond (alleen
    DVD-VR).

    !2 SETUP-toets
    Het display met DVD SETUP-lijst verschijnt.

    !3 AUDIO-toets
    DVD/video-CD-modus: Verandert van audio.

    50-NL



  • Page 53

    !4 BAND-toets
    Radiomodus: Verandert de frequentieband.
    CD/MP3/WMA/wisselaar-modus:
    Verandert van CD-modus.

    @3 ANGLE-toets
    DVD-modus: Schakelt de hoek van het beeld om.

    @4 SUBTITLE-toets
    DVD-modus: Schakelt de ondertiteling om.

    !5 A.PROC.-toets
    Druk op deze toets om de lijst met audioprocessoren op
    te roepen.

    !6 MUTE-toets
    Verlaagt het volume onmiddellijk met 20 dB. Druk
    opnieuw op de toets om de functie te annuleren.

    !7 UP-toets
    Radiomodus: Kiest in stijgende volgorde de zenders die
    in de voorkeuzegeheugens van de radio
    werden geprogrammeerd.
    MP3/WMA-modus:
    Mapselectietoets (UP) om de map te
    kiezen.
    DVD-modus: Kiest een programma of afspeellijst, in
    stijgende volgorde (alleen DVD-VR).
    Wisselaarmodus:
    Diskselectietoets (UP) om een CD te kiezen
    in stijgende volgorde.
    MP3-compatibele CD-wisselaarmodus:
    Houd de diskselectietoets (UP) ingedrukt
    om een CD te kiezen in stijgende volgorde.
    iPod-modus: Kiest een afspeellijst/artiest/album in
    stijgende volgorde.

    !8 f, p,

    ,

    Kiest een item dat op het scherm wordt weergegeven.

    !9 ENT. -toets

    Bij het gebruik van de afstandsbediening
    • Richt de afstandsbediening binnen ca. 2 meter op de
    afstandsbedieningssensor.
    • Het is mogelijk dat de afstandsbediening niet kan
    worden gebruikt als de afstandsbedieningssensor is
    blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht.
    • De afstandsbediening is een klein, licht maar
    precisieapparaat. Om schade, een korte levensduur van
    de batterijen, bedieningsfouten en slechte reacties te
    vermijden, dient u rekening te houden met het
    volgende.
    - Stel de afstandsbediening niet bloot aan overmatig
    veel schokken.
    - Steek ze niet in de zak van uw broek.
    - Houd de afstandsbediening op een veilige afstand van
    voedsel, vocht en vuil.
    - Leg de afstandsbediening niet in rechtstreeks
    zonlicht.

    Batterijen vervangen
    Batterijtype: CR2025-batterij of gelijkwaardig.

    1

    De batterijbehuizing openen

    2

    Batterijen vervangen

    Geeft het gekozen item in.

    @0

    Schuif het batterijdeksel open door stevig in de richting
    van de pijl te drukken.

    -toets
    Radiomodus: SEEK (UP)-toets
    CD/wisselaarmodus:
    Druk op de toets om naar het begin van de
    volgende track te gaan. Houd de toets
    ingedrukt om snel vooruit te spoelen.
    MP3/WMA/iPod-modus:
    Druk op de toets om naar het begin van het
    volgende bestand te gaan. Houd de toets
    ingedrukt om snel vooruit te spoelen.
    DVD/video-CD:
    • Ga naar de gewenste positie op de CD.
    • Houd deze toets tijdens het afspelen meer dan 1
    seconde ingedrukt om de CD met dubbele snelheid
    vooruit te spoelen. Houd de toets meer dan 5 seconden
    ingedrukt om de CD met 8 keer de normale snelheid
    vooruit te spoelen.
    Houd de toets meer dan 10 seconden ingedrukt om de
    CD met 21 keer de normale snelheid vooruit te spoelen.
    Tijdens het afspelen of in pauzestand zal de CD echter
    met 21 maal de normale snelheid (alleen DVD-audio
    (VOFF modus)) vooruit spoelen als u de toets minstens
    1 seconde ingedrukt houdt.
    • Als u deze toets in de pauzemodus ingedrukt houdt,
    wordt de CD in slow motion afgespeeld met 1/8ste van
    de normale snelheid.
    Als u de toets nog 5 seconden ingedrukt houdt, gaat de
    slow motionsnelheid naar de helft van de normale
    snelheid (alleen DVD-video, DVD-VR, Video-CD).
    • Het beeld gaat één frame vooruit telkens de toets in de
    pauzemodus wordt ingedrukt (alleen DVD-video, DVDVR, Video-CD).

    @1 Numeriek toetsenbord
    Om cijfers in te geven.

    @2 MONITOR-toets

    Steek de batterij in de behuizing met de (+)-indicatie naar
    boven, zoals op de afbeelding wordt getoond.

    • Als u een batterij omgekeerd plaatst, kan dit een defect
    veroorzaken.

    Niet gebruikt.

    51-NL



  • Page 54

    3

    Het deksel sluiten
    Schuif het deksel op zijn plaats zoals wordt afgebeeld, tot
    u een klik hoort.

    Informatie
    Over DVD’s
    Muziek-CD’s en DVD’s zijn voorzien van groeven (sporen), waarin
    de digitale gegevens worden opgenomen. De gegevens hebben de
    vorm van microscopisch kleine putjes die in de sporen zijn
    opgenomen. Deze putjes worden gelezen door een laserstraal om de
    CD af te spelen. Op DVD’s is de dichtheid van de sporen en putjes
    twee keer zo hoog als bij CD’s, waardoor DVD’s meer gegevens
    kunnen bevatten op een kleinere ruimte.

    CD’s
    Waarschuwing
    VOER GEEN BEDIENINGEN UIT DIE UW AANDACHT
    AFLEIDEN EN ZO HET VEILIG BESTUREN VAN UW
    VOERTUIG IN GEVAAR BRENGEN.
    Functies die langer dan een moment uw aandacht vereisen, mogen
    alleen worden bediend nadat u uw voertuig volledig tot stilstand
    heeft gebracht. Breng uw voertuig altijd tot stilstand op een
    veilige plaats alvorens deze functies te bedienen. Niet-naleving
    van deze aanwijzing kan een ongeval tot gevolg hebben.

    Minimale lengte
    van de putjes 0,9 µm

    1,2 mm

    Spoorafstand 1,6 µm

    DVD’s
    Bedienbaar met afstandsbediening
    Richt de zender van de afstandsbediening op de
    afstandsbedieningssensor.
    Afstandsbedieningssensor

    Aansluitbaar op de interfacedoos voor de
    afstandsbediening
    U kunt dit toestel bedienen met de stuurwielbediening
    van het voertuig als een Alpine-interfacedoos voor de
    afstandsbediening (optioneel) is aangesloten. Neem
    contact op met uw Alpine-dealer voor meer
    bijzonderheden.

    Minimale lengte
    van de putjes 0,6 mm
    0,9 µm
    0,6 mm

    Spoorafstand 0,74 µm

    Een CD van 12 cm kan één film of ongeveer vier uur muziek
    bevatten.
    Bovendien leveren DVD’s scherpe beeldkwaliteit met levendige
    kleuren, dankzij een horizontale resolutie van meer dan 500 lijnen
    (vergeleken met minder dan 300 lijnen voor een VHS-cassette). Met
    een optionele digitale audioprocessor (PXA-H900/PXA-H701, enz.)
    kunt u met behulp van Dolby Digital 5.1-kanaal Surround de kracht
    en de sfeer van een bioscoopzaal nabootsen.

    Bovendien bieden DVD’s een verscheidenheid aan
    functies.
    • Meervoudige audio* (pagina 23)
    Films kunnen in max. acht talen worden opgenomen. De
    gewenste taal kan op de afstandsbediening worden
    gekozen.
    • Ondertitelingsfunctie* (pagina 23)
    Films kunnen ondertitels bevatten in max. 32 talen. De
    gewenste ondertitelingstaal kan op de afstandsbediening
    worden gekozen.
    • Verschillende hoeken* (pagina 23)
    Als de DVD een film bevat die vanuit verschillende hoeken
    werd opgenomen, kan de gewenste hoek worden gekozen
    op de afstandsbediening.
    • Meervoudige verhalenfunctie*
    Met deze functie bevat één film verschillende verhaallijnen.
    U kunt verschillende verhaallijnen kiezen om verschillende
    versies van dezelfde film te bekijken.
    De bediening verschilt van CD tot CD. Tijdens de film
    verschijnen keuzeschermen met verhaallijnen en
    aanwijzingen. Volg gewoon de aanwijzingen.
    * De functies audiotaal, ondertitelingstaal, hoek, enz. verschillen
    van CD tot CD. Voor meer informatie verwijzen we naar de
    aanwijzingen van de CD.

    52-NL



  • Page 55

    Dolby Pro Logic

    Terminologie
    Dolby Digital
    Dolby Digital is een compressietechnologie voor digitale audio, die
    werd ontwikkeld door Dolby Laboratories. Met deze techniek kunnen
    grote hoeveelheden audiogegevens efficiënt worden opgenomen op
    CD’s. Dolby Digital is compatibel met audiosignalen van mono (1
    kanaal) tot 5.1-kanaal surround-effect. De signalen voor de
    verschillende kanalen zijn volledig onafhankelijk en, omdat het
    geluid digitaal en kwalitatief hoogstaand is, is er geen verlies van
    geluidskwaliteit.
    * De afzonderlijk verkochte digitale audioprocessor (PXA-H900,
    PXA-H701, enz.) is vereist om te kunnen genieten van het
    volledige 5.1-kanaal surround-effect.
    De DVA-9861Ri voert Dolby Digital-decoding uit als analoge
    audiosignalen worden uitgevoerd; 2-kanaal audio en niet 5.1-kanaal.

    Dolby Pro Logic is de technologie waarmee programma’s worden
    gedecodeerd die in Dolby Surround werden gecodeerd. Pro Logicdecodering biedt u vier geluidskanalen (vooraan links/rechts, midden
    en mono achteraan surround) via een 2-kanaal (stereo)bron.
    * De afzonderlijk verkochte digitale audioprocessor (PXA-H900) is
    vereist om te kunnen genieten het surroundgeluid van Dolby Pro
    Logic.

    Dolby Pro Logic II
    Dolby Pro Logic II geeft 2-kanaal bronnen weer in 5 kanalen over het
    volledige frequentiebereik.
    Daartoe wordt gebruik gemaakt van een geavanceerde, kwalitatief
    hoogstaande matrix surround-decoder, die de ruimtelijke
    eigenschappen van de oorspronkelijke opname opmaakt zonder
    geluiden toe te voegen of de klank van de bron te wijzigen.
    * De afzonderlijk verkochte digitale audioprocessor (PXA-H701,
    enz.) is vereist om te kunnen genieten van Dolby Pro Logic II
    surroundgeluid.

    Lineaire PCM-audio (LPCM)

    Middenluidspreker

    LPCM is een signaalopnameformaat dat wordt gebruikt voor muziekCD’s. Terwijl muziek-CD’s worden opgenomen met 44,1 kHz/16-bit,
    worden DVD’s opgenomen met 48 kHz/16-bit tot 96 kHz/24-bit,
    waardoor een hogere geluidskwaliteit wordt bereikt dan bij muziekCD’s.

    Classificatieniveaus (oudercontrole)
    Voorste
    luidsprekers

    Dit is een functie om de leeftijd voor het bekijken van DVD’s te
    begrenzen, zoals werd bepaald door censuurwetten in verschillende
    landen. De manier waarop het bekijken wordt begrensd, is
    verschillend van DVD tot DVD. Soms kan de DVD helemaal niet
    worden afgespeeld, soms worden bepaalde scènes overgeslagen en
    soms worden bepaalde scènes vervangen door andere scènes.

    Achterste
    luidsprekers

    Subwoofer

    Luidsprekeropstelling om te
    genieten van Dolby
    Digital-geluid/DTS-geluid

    DTS
    Dit is een digitaal geluidsformaat voor thuistoepassingen van het
    DTS-geluidssysteem. Dit is een kwalitatief hoogstaand
    geluidssysteem, dat door Digital Theater Systems, Inc. werd
    ontwikkeld voor gebruik in bioscoopzalen.
    DTS beschikt over zes onafhankelijke geluidssporen. De
    bioscoopweergave wordt volledig thuis, enz. gerealiseerd. DTS is de
    afkorting van Digitaal bioscoopsysteem.
    * Om van DTS surroundgeluid te kunnen genieten, hebt u de
    afzonderlijk verkochte DTS digitale audioprocessor (PXAH900/PXA-H701, enz.) nodig. De DVD-videosoftware moet ook
    over een DTS-geluidsspoor beschikken.
    De DVA-9861Ri beschikt over een ingebouwde DTS 2-kanaal
    audiodecoder. Analoge audio-uitgangen zijn beschikbaar.

    53-NL



  • Page 56

    Lijst van taalcodes
    (Raadpleeg pagina 31 voor bijzonderheden.)
    Afkorting
    AA
    AB
    AF
    AM
    AR
    AS
    AY
    AZ
    BA
    BE
    BG
    BH
    BI
    BN
    BO
    BR
    CA
    CO
    CS
    CY
    DA
    DE
    DZ
    EL
    EN
    EO
    ES
    ET
    EU
    FA
    FI
    FJ
    FO
    FR
    FY
    GA
    GD
    GL
    GN
    GU
    HA
    HI
    HR
    HU
    HY
    IA

    54-NL

    Code
    6565
    6566
    6570
    6577
    6582
    6583
    6589
    6590
    6665
    6669
    6671
    6672
    6673
    6678
    6679
    6682
    6765
    6779
    6783
    6789
    6865
    6869
    6890
    6976
    6978
    6979
    6983
    6984
    6985
    7065
    7073
    7074
    7079
    7082
    7089
    7165
    7168
    7176
    7178
    7185
    7265
    7273
    7282
    7285
    7289
    7365

    Taal
    Afar
    Abchazisch
    Afrikaans
    Amharisch
    Arabisch
    Assameens
    Aymara
    Azerbeidzjaans
    Basjkiers
    Wit-Russisch
    Bulgaars
    Bihari
    Bislama
    Bengaals, Bangla
    Tibetaans
    Bretons
    Catalaans
    Corsicaans
    Tsjechisch
    Welsh
    Deens
    Duits
    Bhutani
    Grieks
    Engels
    Esperanto
    Spaans
    Estisch
    Baskisch
    Perzisch
    Fins
    Fiji
    Faerøers
    Frans
    Fries
    Iers
    Schots Gaelisch
    Galicisch
    Guarani
    Gujarati
    Hausa
    Hindi
    Kroatisch
    Hongaars
    Armeens
    Interlingua

    Afkorting
    IE
    IK
    IN
    IS
    IT
    IW
    JA
    JI
    JW
    KA
    KK
    KL
    KM
    KN
    KO
    KS
    KU
    KY
    LA
    LN
    LO
    LT
    LV
    MG
    MI
    MK
    ML
    MN
    MO
    MR
    MS
    MT
    MY
    NA
    NE
    NL
    NO
    OC
    OM
    OR
    PA
    PL
    PS
    PT
    QU
    RM

    Code
    7369
    7375
    7378
    7383
    7384
    7387
    7465
    7473
    7487
    7565
    7575
    7576
    7577
    7578
    7579
    7583
    7585
    7589
    7665
    7678
    7679
    7684
    7686
    7771
    7773
    7775
    7776
    7778
    7779
    7782
    7783
    7784
    7789
    7865
    7869
    7876
    7879
    7967
    7977
    7982
    8065
    8076
    8083
    8084
    8185
    8277

    Taal
    Interlingue
    Inupiak
    Indonesisch
    IJslands
    Italiaans
    Hebreeuws
    Japans
    Jiddisch
    Javaans
    Georgisch
    Kazaks
    Groenlands
    Cambodjaans
    Kanarees
    Koreaans
    Kasjmiers
    Koerdisch
    Kirgizisch
    Latijn
    Lingala
    Laotiaans
    Litouws
    Lets
    Malagasi
    Maori
    Macedonisch
    Malayalam
    Mongools
    Moldavisch
    Marathi
    Maleis
    Maltees
    Birmaans
    Nauru
    Nepalees
    Nederlands
    Noors
    Occitaans
    (Afaan) Oromo
    Oriya
    Punjabi
    Pools
    Pashto
    Portugees
    Quechua
    Rhaeto-Romaans

    Afkorting
    RN
    RO
    RU
    RW
    SA
    SD
    SG
    SH
    SI
    SK
    SL
    SM
    SN
    SO
    SQ
    SR
    SS
    ST
    SU
    SV
    SW
    TA
    TE
    TG
    TH
    TI
    TK
    TL
    TN
    TO
    TR
    TS
    TT
    TW
    UK
    UR
    UZ
    VI
    VO
    WO
    XH
    YO
    ZH
    ZU

    Code
    8278
    8279
    8285
    8287
    8365
    8368
    8371
    8372
    8373
    8375
    8376
    8377
    8378
    8379
    8381
    8382
    8383
    8384
    8385
    8386
    8387
    8465
    8469
    8471
    8472
    8473
    8475
    8476
    8478
    8479
    8482
    8483
    8484
    8487
    8575
    8582
    8590
    8673
    8679
    8779
    8872
    8979
    9072
    9085

    Taal
    Kirundi
    Roemeens
    Russisch
    Kinyarwanda
    Sanskriet
    Sindhi
    Sango
    Servo-Kroatisch
    Singalees
    Slovaaks
    Sloveens
    Samoaans
    Shona
    Somalisch
    Albanees
    Servisch
    Siswati
    Sesotho
    Soendanees
    Zweeds
    Swahili
    Tamil
    Telugu
    Tadzjieks
    Thai
    Tigrinya
    Turkmeens
    Tagalog
    Setswana
    Tonga
    Turks
    Tsonga
    Tataars
    Twi
    Oekraïens
    Urdu
    Oezbeeks
    Vietnamees
    Volapuk
    Wolof
    Xhosa
    Yoruba
    Chinees
    Zoeloe



  • Page 57

    Lijst van landcodes
    (Raadpleeg pagina 31 voor bijzonderheden.)
    Afkorting
    AD
    AE
    AF
    AG
    AI
    AL
    AM
    AN
    AO
    AQ
    AR
    AS
    AT
    AU
    AW
    AZ
    BA
    BB
    BD
    BE
    BF
    BG
    BH
    BI
    BJ
    BM
    BN
    BO
    BR
    BS
    BT
    BV
    BW
    BY
    BZ
    CA
    CC
    CD

    Code
    6568
    6569
    6570
    6571
    6573
    6576
    6577
    6578
    6579
    6581
    6582
    6583
    6584
    6585
    6587
    6590
    6665
    6666
    6668
    6669
    6670
    6671
    6672
    6673
    6674
    6677
    6678
    6679
    6682
    6683
    6684
    6686
    6687
    6689
    6690
    6765
    6767
    6768

    CF
    CG
    CH
    CI
    CK
    CL
    CM
    CN
    CO
    CR
    CU
    CV
    CX
    CY
    CZ
    DE
    DJ
    DK

    6770
    6771
    6772
    6773
    6775
    6776
    6777
    6778
    6779
    6782
    6785
    6786
    6788
    6789
    6790
    6869
    6874
    6875

    Land
    Andorra
    Verenigde Arabische Emiraten
    Afghanistan
    Antigua en Barbuda
    Anguilla
    Albanië
    Armenië
    Nederlandse Antillen
    Angola
    Antarctica
    Argentinië
    Amerikaans-Samoa
    Oostenrijk
    Australië
    Aruba
    Azerbeidzjan
    Bosnië en Herzegovina
    Barbados
    Bangladesh
    België
    Burkina Faso
    Bulgarije
    Bahrein
    Burundi
    Benin
    Bermuda
    Brunei Darussalam
    Bolivië
    Brazilië
    Bahama’s
    Bhutan
    Bouveteiland
    Botswana
    Wit-Rusland
    Belize
    Canada
    Cocoseilanden
    Democratische
    Republiek Congo
    Centraal-Afrikaanse Republiek
    Congo
    Zwitserland
    Ivoorkust
    Cookeilanden
    Chili
    Kameroen
    China
    Colombia
    Costa Rica
    Cuba
    Kaapverdië
    Christmaseiland
    Cyprus
    Tsjechië
    Duitsland
    Djibouti
    Denemarken

    Afkorting
    DM
    DO
    DZ
    EC
    EE
    EG
    EH
    ER
    ES
    ET
    FI
    FJ
    FK
    FM
    FO
    FR
    GA
    GB
    GD
    GE
    GF
    GH
    GI
    GL
    GM
    GN
    GP
    GQ
    GR
    GS

    Code
    6877
    6879
    6890
    6967
    6969
    6971
    6972
    6982
    6983
    6984
    7073
    7074
    7075
    7077
    7079
    7082
    7165
    7166
    7168
    7169
    7170
    7172
    7173
    7176
    7177
    7178
    7180
    7181
    7182
    7183

    GT
    GU
    GW
    GY
    HK
    HM

    7184
    7185
    7187
    7189
    7275
    7277

    HN
    HR
    HT
    HU
    ID
    IE
    IL
    IN
    IO
    IQ
    IR
    IS
    IT
    JM
    JO
    JP
    KE
    KG
    KH

    7278
    7282
    7284
    7285
    7368
    7369
    7376
    7378
    7379
    7381
    7382
    7383
    7384
    7477
    7479
    7480
    7569
    7571
    7572

    Land
    Dominica
    Dominicaanse Republiek
    Algerije
    Ecuador
    Estland
    Egypte
    Westelijke Sahara
    Eritrea
    Spanje
    Ethiopië
    Finland
    Fiji
    Falklandeilanden
    Federale Staten van Micronesia
    Faerøer
    Frankrijk
    Gabon
    Verenigd Koninkrijk
    Grenada
    Georgië
    Frans-Guyana
    Ghana
    Gibraltar
    Groenland
    Gambia
    Guinee
    Guadeloupe
    Equatoriaal-Guinea
    Griekenland
    Zuid-Georgië en Zuidelijke
    Sandwicheilanden
    Guatemala
    Guam
    Guinee-Bissau
    Guyana
    Hong Kong
    Heard- en
    McDonaldeilanden
    Honduras
    Kroatië
    Haïti
    Hongarije
    Indonesië
    Ierland
    Israël
    India
    Brits Territorium in de Indische Oceaan
    Irak
    Islamitische Republiek Iran
    IJsland
    Italië
    Jamaica
    Jordanië
    Japan
    Kenia
    Kirgizië
    Cambodja

    Afkorting
    KI
    KM
    KN
    KP

    Code
    7573
    7577
    7578
    7580

    KR
    KW
    KY
    KZ
    LA

    7582
    7587
    7589
    7590
    7665

    LB
    LC
    LI
    LK
    LR
    LS
    LT
    LU
    LV
    LY
    MA
    MC
    MD
    MG
    MH
    MK

    7666
    7667
    7673
    7675
    7682
    7683
    7684
    7685
    7686
    7689
    7765
    7767
    7768
    7771
    7772
    7775

    ML
    MM
    MN
    MO
    MP
    MQ
    MR
    MS
    MT
    MU
    MV
    MW
    MX
    MY
    MZ
    NA
    NC
    NE
    NF
    NG
    NI
    NL
    NO
    NP
    NR
    NU
    NZ
    OM
    PA

    7776
    7777
    7778
    7779
    7780
    7781
    7782
    7783
    7784
    7785
    7786
    7787
    7788
    7789
    7790
    7865
    7867
    7869
    7870
    7871
    7873
    7876
    7879
    7880
    7882
    7885
    7890
    7977
    8065

    Land
    Kiribati
    Comoren
    Saint Kitts en Nevis
    Democratische
    Volksrepubliek Korea
    Republiek Korea
    Koeweit
    Caymaneilanden
    Kazachstan
    Democratische
    Volksrepubliek Laos
    Libanon
    Saint Lucia
    Liechtenstein
    Sri Lanka
    Liberia
    Lesotho
    Litouwen
    Luxemburg
    Letland
    Libië
    Marokko
    Monaco
    Moldavië
    Madagascar
    Marshalleilanden
    Voormalige Joegoslavische
    Republiek Macedonië
    Mali
    Myanmar
    Mongolië
    Macau
    Noordelijke Marianen
    Martinique
    Mauritanië
    Montserrat
    Malta
    Mauritius
    Maldiven
    Malawi
    Mexico
    Maleisië
    Mozambique
    Namibië
    Nieuw-Caledonië
    Niger
    Norfolkeiland
    Nigeria
    Nicaragua
    Nederland
    Noorwegen
    Nepal
    Nauru
    Niue
    Nieuw-Zeeland
    Oman
    Panama

    55-NL



  • Page 58

    Afkorting
    PE
    PF
    PG
    PH
    PK
    PL
    PM
    PN
    PR
    PT
    PW
    PY
    QA
    RE
    RO
    RU
    RW
    SA
    SB
    SC
    SD
    SE
    SG
    SH
    SI

    56-NL

    Code
    8069
    8070
    8071
    8072
    8075
    8076
    8077
    8078
    8082
    8084
    8087
    8089
    8165
    8269
    8279
    8285
    8287
    8365
    8366
    8367
    8368
    8369
    8371
    8372
    8373

    Land
    Afkorting
    SJ
    Peru
    SK
    Frans-Polynesië
    SL
    Papoea-Nieuw-Guinea
    SM
    Filipijnen
    SN
    Pakistan
    SO
    Polen
    SR
    Saint-Pierre en Miquelon
    ST
    Pitcairneilanden
    SV
    Puerto Rico
    SY
    Portugal
    SZ
    Palau
    TC
    Paraguay
    TD
    Qatar
    TF
    Réunion
    TG
    Roemenië
    TH
    Rusland
    Codes_end
    TJ
    Rwanda
    TK
    Saoedi-Arabië
    TM
    Salomonseilanden
    TN
    Seychellen
    TO
    Soedan
    TP
    Zweden
    TR
    Singapore
    TT
    Sint-Helena
    TV
    Slovenië

    Code
    8374
    8375
    8376
    8377
    8378
    8379
    8382
    8384
    8386
    8389
    8390
    8467
    8468
    8470
    8471
    8472
    8474
    8475
    8477
    8478
    8479
    8480
    8482
    8484
    8486

    Land
    Spitsbergen en Jan Mayen
    Slovakije
    Sierra Leone
    San Marino
    Senegal
    Somalië
    Suriname
    Sao Tomé en Principe
    El Salvador
    Arabische Republiek Syrië
    Swaziland
    Turks- en Caicoseilanden
    Tsjaad
    Franse Gebieden in de zuidelijke Indische Oceaan

    Togo
    Thailand
    Tadzjikistan
    Tokelau
    Turkmenistan
    Tunesië
    Tonga
    Oost-Timor
    Turkije
    Trinidad en Tobago
    Tuvalu

    Afkorting
    TW
    TZ
    UA
    UG
    UM

    Code
    8487
    8490
    8565
    8571
    8577

    US
    UY
    UZ
    VA
    VC

    8583
    8589
    8590
    8665
    8667

    VE
    VG
    VI
    VN
    VU
    WF
    WS
    YE
    YT
    YU
    ZA
    ZM
    ZW

    8669
    8671
    8673
    8678
    8685
    8770
    8783
    8969
    8984
    8985
    9065
    9077
    9087

    Land
    Taiwan
    Verenigde Republiek van Tanzania
    Oekraïne
    Oeganda
    Kleine Pacifische eilanden
    van de Verenigde Staten
    Verenigde Staten
    Uruguay
    Oezbekistan
    Heilige Stoel (Vaticaanstad)
    Saint Vincent en de
    Grenadines
    Venezuela
    Britse Maagdeneilanden
    Amerikaanse Maagdeneilanden
    Vietnam
    Vanuatu
    Wallis en Futuna
    Samoa
    Jemen
    Mayotte
    Joegoslavië
    Zuid-Afrika
    Zambia
    Zimbabwe



  • Page 59

    Bij problemen
    Als u een probleem vaststelt, schakelt u het toestel uit en weer in. Als
    het toestel nog steeds niet normaal werkt, kunt u de items in de
    volgende checklist raadplegen. Met deze gids kunt u een probleem
    gemakkelijker identificeren dat afkomstig is van het toestel. Ligt het
    probleem niet bij het toestel, kijk dan alle aansluitingen van het
    systeem na of wend u tot een erkende Alpine-dealer.

    Algemeen
    Toestel of display werkt niet.
    • Het contactslot van het voertuig is uitgeschakeld.
    - Als het toestel werd aangesloten volgens de instructies, zal het
    niet werken als het contactslot van het voertuig is uitgeschakeld.
    • Verkeerde aansluiting van stroomdraad (rood) en accukabel (geel).
    - Controleer de aansluitingen van de stroomdraad en de
    accukabel.
    • Gesprongen zekering.
    - Controleer de zekering van het toestel; vervang indien nodig
    door een zekering met de juiste stroomsterkte.
    • Defect in de interne microcomputer ten gevolge van
    interferentieruis enz.
    - Druk met een balpen of een ander puntig voorwerp op de
    RESET-toets.

    Radio
    Geen ontvangst van radiozenders.
    • Geen antenneaansluiting ofwel een open aansluiting.
    - Kijk na of de antenne correct is aangesloten; vervang indien
    nodig de antenne of de kabel.

    Onmogelijk om af te stemmen op zenders in de
    zoekmodus.
    • U bevindt zich in een zone waar het signaal zwak is.
    - Controleer of de tuner in de DX-modus staat.
    • Als u zich in een regio met een sterk signaal bevindt, kan het zijn
    dat de antenne niet geaard of verkeerd aangesloten is.
    - Kijk de aansluitingen van de antenne na; zorg ervoor dat de
    antenne degelijk is geaard op de montageplaats.
    • De antenne is misschien niet lang genoeg.
    - Kijk na of de antenne volledig werd uitgetrokken; als de antenne
    stuk is, dient u ze te vervangen door een nieuwe.

    De uitzending is lawaaierig.
    • De antenne is niet lang genoeg.
    - Trek de antenne volledig uit; vervang ze als ze gebroken is.
    • De antenne is slecht geaard.
    - Zorg ervoor dat de antenne degelijk is geaard op de
    montageplaats.

    CD/MP3/WMA/DVD/Video-CD

    Toestel werkt niet.

    CD-speler werkt niet.

    • De stroom van de monitor is niet ingeschakeld.
    - Schakel de stroom van de monitor in.
    • Condensatie.
    - Wacht even (ongeveer 1 uur) tot de condensatie is opgedroogd.

    • Bedrijfstemperatuur van +50 °C voor de CD werd overschreden.
    - Laat de binnenkant van het voertuig (of de kofferruimte)
    afkoelen.

    Er is geen beeld.

    • Vochtcondensatie in het CD-toestel.
    - Wacht lang genoeg tot de condensatie is verdampt (ongeveer 1
    uur).

    • De modus van de monitor staat niet in de modus die u wenst te
    bekijken.
    - Schakel om naar de modus die u wenst te bekijken.
    • De parkeerremdraad van de monitor is niet aangesloten.
    - Sluit de parkeerremdraad van de monitor aan en zet de
    parkeerrem aan. (Voor meer details verwijzen we naar de
    aanwijzingen bij de monitor.)

    Het beeld is onduidelijk of lawaaierig.
    • CD wordt snel vooruit of snel achteruit gespoeld.
    - Het beeld kan onduidelijk zijn, maar dit is normaal.
    • Voertuigaccu is zwak.
    - Controleer de accu en de bedrading.
    (Het toestel kan defecten vertonen als de accu minder dan 11
    volt vermogen levert als een kracht wordt toegepast.)
    • Fluorescentiebuis van de monitor is versleten.
    - Vervang de fluorescentiebuis van de monitor.

    Afgespeelde geluid van de CD zweeft.

    CD kan niet worden geplaatst.
    • Er zit reeds een CD in de DVD-speler.
    - Haal de CD uit de speler.
    • De CD is niet goed geplaatst.
    - Plaats de CD opnieuw volgens de aanwijzingen in het deel
    “CD’s plaatsen en verwijderen”.

    CD kan niet snel vooruit of achteruit worden gespoeld.
    • De CD werd beschadigd.
    - Haal de CD uit het toestel en gooi hem weg. Als u een
    beschadigde CD gebruikt in uw toestel, kan het mechanisme
    beschadigd raken.

    Afgespeelde geluid van de CD verspringt wegens
    trillingen.
    • Toestel verkeerd bevestigd.
    - Zet het toestel opnieuw degelijk vast.
    • De CD is zeer vuil.
    - Reinig de CD.
    • De CD vertoont krassen.
    - Vervang de CD.
    • De optische lens is vuil.
    - Gebruik geen in de handel verkrijgbare CD om de lens te
    reinigen.
    Raadpleeg uw dichtsbijzijnde Alpine-dealer.

    57-NL



  • Page 60

    Het afgespeelde geluid van de CD verspringt zonder
    trillingen.
    • De CD is vuil of gekrast.
    - Reinig de CD; als de CD is beschadigd, moet hij worden
    vervangen.

    Afspelen van CD-R/CD-RW onmogelijk.
    • Sessie werd niet degelijk beëindigd (afgesloten).
    - Sluit de sessie af en probeer opnieuw af te spelen.

    Foutmeldingen
    • Mechanische fout
    - Druk op q. Als de foutmelding verdwijnt, plaatst u de CD weer
    in het toestel. Als de hierboven vermelde oplossing het
    probleem niet verhelpt, dient u uw dichtstbijzijnde
    Alpine-dealer te raadplegen.

    MP3 wordt niet afgespeeld.
    • Er heeft zich een schrijffout voorgedaan. Het CD-formaat is niet
    compatibel.
    - Ga na of de CD in een ondersteund formaat is geschreven.
    Zie “Over MP3/WMA” op pagina’s 17-18 en schrijf vervolgens
    de CD opnieuw in een formaat dat door dit apparaat wordt
    ondersteund.

    Het afspelen begint niet.
    • CD is omgekeerd geplaatst.
    - Controleer de CD en laad hem met de bedrukte zijde omhoog.
    • CD is vuil.
    - Reinig de CD.
    • Er werd een CD geplaatst die niet kan worden afgespeeld met dit
    toestel.
    - Ga na of de CD kan worden afgespeeld.
    • Oudercontrole ingesteld.
    - Annuleer de oudercontrole of wijzig het classificatieniveau.

    Beeld stopt soms.
    • CD is gekrast.
    - Vervang door een CD zonder krassen.

    Audio
    Er komt geen geluid uit de luidsprekers.
    • Er komt geen signaal uit de luidsprekeruitgang van de interne
    versterker.
    - POWER-IC is op “ON” gezet (pagina 30).

    Indicatie voor CD-speler

    HI TEMP
    • Beschermingscircuit wordt in werking gesteld door hoge
    temperatuur.
    - De indicator zal verdwijnen als de temperatuur opnieuw binnen
    de bedrijfswaarden ligt.

    NO DISC
    • Geen CD geplaatst.
    - Plaats een CD.
    • Hoewel een CD is geplaatst, verschijnt “NO DISC” en het toestel
    begint niet met afspelen of werpt de CD uit.
    - Verwijder de CD als volgt:
    Druk opnieuw minstens 2 seconden op de q toets.
    Als de CD nog niet wordt uitgeworpen, raadpleegt u uw Alpinedealer.

    ERROR
    • Fout in het mechanisme.
    1) Druk op de q -toets en werp de CD uit.
    Raadpleeg uw Alpine-dealer indien de CD niet wordt uitgeworpen.
    2) Als de foutmelding daarna niet is verdwenen, drukt u nogmaals op
    de q-toets.
    Als de foutmelding nog steeds niet verdwenen is nadat u enkele
    keren op de q-toets heeft gedrukt, dient u uw Alpine-dealer te
    raadplegen.

    • Als “ERROR” wordt weergegeven:
    Als de CD niet kan worden uitgeworpen door op q te drukken,
    drukt u op de RESET-toets (zie pagina 9) en drukt u opnieuw op
    q.
    Als de CD nog steeds niet kan worden uitgeworpen, raadpleegt u
    uw Alpine-dealer.

    PROTECT
    • Er werd een WMA-bestand met auteursrechtelijke bescherming
    afgespeeld.
    - U kunt alleen bestanden afspelen die niet auteursrechtelijk zijn
    beschermd.

    UNSUPPORTED
    • De CD is niet geschreven in een door MP3/WMA ondersteund
    formaat.
    - Gebruik een CD die in het door MP3/WMA ondersteund
    formaat is geschreven.

    58-NL



  • Page 61

    Indicatie voor DVD/video-CD-speler

    (Audiodisplay)
    (Audiodisplay)
    (Monitordisplay)
    (Monitordisplay)

    • Fout in het mechanisme.
    1) Druk op q om de CD uit te werpen.
    Als de CD niet wordt uitgeworpen, drukt u opnieuw minstens 2
    seconden op q om de CD uit te werpen.
    Als de CD nog niet wordt uitgeworpen, raadpleegt u uw Alpinedealer.
    2) Als de foutmelding daarna niet verdwenen is, drukt u nogmaals op
    q.
    Als de foutmelding nog steeds niet verdwenen is nadat u enkele
    keren op q heeft gedrukt, dient u uw Alpine-dealer te raadplegen.

    • Beschermingscircuit wordt in werking gesteld door hoge
    temperatuur.
    - De indicator zal verdwijnen als de temperatuur opnieuw binnen
    de bedrijfswaarden ligt.
    - Laat het toestel uitgeschakeld tot de temperatuur daalt; schakel
    het toestel daarna weer in.

    (Audiodisplay)

    (Audiodisplay)

    (Monitordisplay)

    (Monitordisplay)

    • Geen CD geplaatst.
    - Plaats een CD.
    • Hoewel een CD is geplaatst, verschijnt “NO DISC” en het toestel
    begint niet met afspelen of werpt de CD uit.
    - Verwijder de CD als volgt:
    Druk opnieuw minstens 2 seconden op q.

    • Fout in het mechanisme.
    1) Druk op q om de CD uit te werpen.
    Als de CD niet wordt uitgeworpen, drukt u opnieuw minstens 2
    seconden op q om de CD uit te werpen.
    Als de CD nog niet wordt uitgeworpen, raadpleegt u uw
    Alpine-dealer.
    2) Als de foutmelding daarna niet verdwenen is, drukt u nogmaals op
    q.
    Als de foutmelding nog steeds niet verdwenen is nadat u enkele
    keren op q heeft gedrukt, dient u uw Alpine-dealer te raadplegen.

    (Monitordisplay)

    • Afstandsbediening kan niet worden gebruikt.
    - Voor sommige CD’s of afspeelmodi zijn bepaalde bedieningen
    niet mogelijk. Dit wijst niet op een defect.

    (Audiodisplay)

    (Monitordisplay)

    • De CD komt niet overeen met het nummer van de regionale code.
    - Plaats een CD die overeenkomt met het nummer van de regionale
    code.

    59-NL



  • Page 62

    Indicatie voor wisselaar

    HI TEMP
    • Beschermingscircuit wordt in werking gesteld door hoge
    temperatuur.
    - De indicator zal verdwijnen als de temperatuur opnieuw binnen
    de bedrijfswaarden ligt.

    ERROR - 01
    • Defect in de wisselaar.
    - Raadpleeg uw Alpine-dealer. Druk op de magazijnuitwerptoets
    en verwijder het magazijn.
    Controleer de indicatie. Plaats het magazijn opnieuw.
    Raadpleeg uw Alpine-dealer indien het magazijn niet uit het
    toestel kan worden getrokken.
    • Magazijnuitwerping onmogelijk.
    - Druk op de magazijnuitwerptoets. Als het magazijn niet wordt
    uitgeworpen, raadpleegt u uw Alpine-dealer.

    ERROR - 02
    • Er is een CD achtergebleven in de wisselaar.
    - Druk op de uitwerptoets om de uitwerpfunctie in werking te
    stellen. Als de wisselaar de uitwerpfunctie heeft beëindigd,
    plaatst u een leeg magazijn in de wisselaar om de CD te
    recupereren die in de wisselaar is achtergebleven.

    NO MAGZN
    • Er is geen magazijn in de wisselaar aanwezig.
    - Plaats een magazijn.

    NO DISC
    • Geen CD aangegeven.
    - Kies een andere CD.

    60-NL

    Indicatie voor iPod-modus

    NO IPOD
    • De iPod is niet aangesloten.
    - Zorg ervoor dat de iPod correct is aangesloten (zie
    “Aansluitingen”).
    Controleer of de kabel niet te sterk gebogen is.
    • De batterij van de iPod blijft zwak.
    - Raadpleeg de documentatie bij de iPod en laad de batterij op.

    NO SONG
    • Er zijn geen liedjes opgeslagen op de iPod.
    - Download liedjes naar de iPod en sluit hem aan op de adapter.

    ERROR - 01
    • Communicatiefout
    - Zet de contactsleutel uit en dan weer ON.
    - Controleer het display door de iPod opnieuw met de iPodaansluitkabel op de adapter aan te sluiten.

    ERROR - 02
    • Veroorzaakt doordat de iPod-softwareversie niet compatibel is met
    dit toestel.
    - Update de iPod-softwareversie zodat ze compatibel is met dit
    toestel.



  • Page 63

    ALGEMEEN

    Specificaties

    Spanningsvereiste

    FM-TUNERGEDEELTE
    Afstembereik
    Bruikbare gevoeligheid mono
    Selectie alternatief kanaal
    Signaal/ruisverhouding
    Stereoscheiding
    Vangbereik

    87,5 – 108,0 MHz
    0,7 µV
    80 dB
    65 dB
    35 dB
    2,0 dB

    MW-TUNERGEDEELTE
    Afstembereik
    Gevoeligheid (IEC-norm)

    531 – 1.602 kHz
    25,1 µV/28 dB

    153 – 281 kHz
    31,6 µV/30 dB

    CD-/DVD-GEDEELTE
    Frequentiebereik
    Wow & Flutter (% WRMS)
    Totale harmonische vervorming
    Dynamisch bereik
    Kanaalscheiding
    Signaalsysteem
    Horizontale resolutie
    Video-uitgangsniveau
    Signaal-ruisverhouding video
    Signaal-ruisverhouding audio

    5 – 20.000 Hz (±1 dB)
    Niet meetbaar
    0,008% (bij 1 kHz)
    95 dB (bij 1 kHz)
    85 dB (bij 1 kHz)
    NRSC/PAL
    500 lijnen of meer
    1Vp-p (75 ohm)
    DVD: 60 dB
    105 dB

    PICKUP
    Golflengte
    Laservermogen

    DVD: 665 nm
    CD: 785 nm
    CLASS II

    Breedte
    Hoogte
    Diepte

    178 mm
    50 mm
    166 mm

    Breedte
    Hoogte
    Diepte

    170 mm
    46 mm
    18 mm

    • Ten gevolge van de voortdurende productverbetering kunnen de
    technische gegevens en het ontwerp veranderen zonder
    voorafgaande kennisgeving.

    VOORZICHTIG
    KLASSE 1
    LASERPRODUCT
    (Onderzijde van speler)

    AFSTANDSBEDIENING
    Batterijtype
    Breedte
    Hoogte
    Diepte
    Gewicht

    CHASSISAFMETINGEN

    AFMETINGEN FRONT

    LW-TUNERGEDEELTE
    Afstembereik
    Gevoeligheid (IEC-norm)

    Maximaal vermogen
    Maximale pre-outspanning
    Lage tonen
    Hoge tonen
    Gewicht

    14,4 V DC
    (11 – 16 V toegelaten)
    50 W x 4
    4 V/10k ohm
    +20/–14 dB bij 60 Hz
    ±14 dB bij 10 kHz
    1,6 kg

    CR2025-batterij
    51 mm
    119 mm
    13 mm
    50 g (batterij
    niet inbegrepen)

    VOORZICHTIG-Laserstraling wanneer geopend, NIET IN DE STRAAL KIJKEN
    (Onderzijde van speler)

    61-NL



  • Page 64

    Installatie en aansluitingen
    Alvorens het toestel te installeren of aan te sluiten
    dient u de volgende informatie en pagina’s 4 en 5 van
    deze gebruiksaanwijzing grondig te lezen voor het
    juiste gebruik.

    Waarschuwing
    SLUIT HET TOESTEL CORRECT AAN.
    Verkeerde aansluitingen kunnen brand of schade aan het toestel tot
    gevolg hebben.

    GEBRUIK HET TOESTEL ALLEEN IN AUTO’S MET EEN 12VOLT-ACCU MET NEGATIEVE AARDING.
    (Als u hier niet zeker van bent, vraag het dan na bij uw dealer.) Nietnaleving van deze aanwijzingen kan brand of andere nare gevolgen
    hebben.

    ALVORENS DE AANSLUITINGEN TE MAKEN DIENT U DE
    KABEL VAN DE NEGATIEVE ACCUPOOL LOS TE MAKEN.
    Niet-naleving van deze aanwijzing kan elektrische schok of letsel
    door elektrische kortsluitingen tot gevolg hebben.

    Voorzichtig
    LAAT DE BEDRADING EN INSTALLATIE UITVOEREN
    DOOR EXPERTS.
    De bedrading en installatie van dit toestel vergen speciale technische
    vaardigheden en ervaring. Met het oog op de veiligheid dient u voor
    dit werk altijd contact op te nemen met de dealer bij wie u dit toestel
    heeft gekocht.

    GEBRUIK ALLEEN DE VERMELDE
    ACCESSOIREONDERDELEN EN INSTALLEER ZE OP EEN
    VEILIGE MANIER.
    Zorg ervoor dat u alleen de vermelde accessoireonderdelen gebruikt.
    Gebruik van andere onderdelen dan de vermelde kan het toestel
    inwendig beschadigen of kan tot gevolg hebben dat het toestel niet
    stevig wordt geïnstalleerd. Hierdoor kunnen onderdelen loskomen,
    wat gevaar of een defect aan het toestel kan veroorzaken.

    BRENG DE BEDRADING ZO AAN DAT ZE NERGENS
    WORDT GEPLOOID OF GEKNELD DOOR EEN SCHERPE
    METALEN RAND.

    Nooit kabelisolatie wegsnijden om andere systemen van stroom te
    voorzien. Hierdoor zou de stroomdoorvoercapaciteit van de draad
    worden overschreden, wat brand of een elektrische schok tot gevolg
    kan hebben.

    Leg de kabels en draden uit de buurt van bewegende onderdelen
    (zoals de stoelrails) of scherpe of puntige randen. Dit voorkomt dat
    de bedrading geplooid en beschadigd wordt. Indien de bedrading
    door een gat in een metalen voorwerp passeert, gebruik dan een
    rubberen doorvoerhuls om te voorkomen dat de metalen rand van het
    gat de draadisolatie kan doorsnijden.

    GEEN LEIDINGEN OF BEDRADING BESCHADIGEN BIJ HET
    BOREN VAN GATEN.

    NIET INSTALLEREN OP PLAATSEN MET VEEL VOCHT OF STOF.

    MAAK GEEN VERBINDINGEN MET ELEKTRISCHE KABELS.

    Wanneer u gaten in het chassis boort voor de installatie, moet u
    voorzorgsmaatregelen nemen om geen leidingen, brandstofleidingen,
    reservoirs of elektrische bedrading te raken, te beschadigen of te
    hinderen. Het niet nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan brand
    tot gevolg hebben.

    GEBRUIK BOUTEN OF MOEREN IN HET REM- OF
    BESTURINGSSYSTEEM NIET ALS AARDAANSLUITINGEN.
    Bouten of moeren van het rem- of besturingssysteem (of andere
    veiligheidssystemen) of reservoirs mogen NOOIT worden gebruikt
    voor installaties of aardaansluitingen. Het gebruik van deze
    onderdelen kan de controle over het voertuig onmogelijk maken en
    brand enz. veroorzaken.

    HOUD KLEINE VOORWERPEN ZOALS BATTERIJEN
    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.
    Het inslikken ervan kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
    Indien dit toch gebeurt, raadpleeg dan onmiddellijk een arts.

    NIET INSTALLEREN OP PLAATSEN WAAR HET TOESTEL DE
    BEDIENING VAN HET VOERTUIG, ZOALS HET STUURWIEL OF
    DE SCHAKELHENDEL, ZOU KUNNEN HINDEREN.
    Als u dat wel doet, kan het zicht vooruit worden belemmerd of
    kunnen bepaalde bewegingen worden gehinderd, wat tot een ernstig
    ongeval kan leiden.

    BELANGRIJK
    Noteer het serienummer van uw toestel in de daartoe voorziene ruimte
    hieronder en houd het bij als referentie. Het serienummer of het
    gegraveerde serienummer vindt u aan de onderzijde van het toestel.

    62-NL

    Vermijd het toestel te installeren op plaatsen waar vaak vocht of stof
    komt. Het toestel kan defect geraken door binnendringend vocht of stof.

    Voorzorgsmaatregelen
    • Vergeet niet de kabel los te koppelen van de (–) accupool voor u
    uw DVA-9861Ri installeert. Hierdoor vermijdt u elke kans op
    beschadiging van het toestel in geval van een kortsluiting.
    • Zorg dat u de kleurgecodeerde stroomdraden aansluit volgens het
    diagram. Verkeerde aansluitingen kunnen een defect aan het
    toestel of beschadiging van het elektrische systeem van het
    voertuig tot gevolg hebben.
    • Als u aansluitingen met het elektrisch systeem van het voertuig
    tot stand brengt, dient u rekening te houden met in de fabriek
    geïnstalleerde componenten (bijv. ingebouwde computer). Maak
    geen aftakkingen van deze draden om stroom te hebben voor dit
    toestel. Als u de DVA-9861Ri aansluit op de zekeringkast, dient u
    na te gaan of de zekering voor de kring waarop de DVA-9861Ri
    wordt aangesloten de juiste ampèrewaarde heeft. Indien de
    zekering een andere ampèrewaarde heeft, kan dit het toestel en/of
    het voertuig beschadigen. Raadpleeg uw Alpine-dealer in geval
    van twijfel.
    • De DVA-9861Ri is uitgerust met vrouwelijke RCA-aansluitingen
    om andere toestellen (bijv. een versterker) aan te sluiten die ook
    over RCA-connectoren beschikken. U heeft misschien een
    adapter nodig om andere toestellen aan te sluiten. Vraag in dat
    geval uw erkende Alpine-dealer om hulp.
    • Zorg ervoor dat u de negatieve luidsprekerdraad (–) aansluit op de
    negatieve luidsprekerklem (–). Verbind de luidsprekerkabels van
    het linker- en rechterkanaal nooit met elkaar of met de carrosserie
    van het voertuig.

    SERIENUMMER:
    INSTALLATIEDATUM:
    INSTALLATIETECHNICUS:
    PLAATS VAN AANKOOP:



  • Page 65

    2

    Installatie

    Metalen montagebeugel

    Voorzichtig
    Blokkeer de ventilator of de warmteverspreider van het toestel
    niet, want hierdoor wordt de luchtcirculatie gehinderd. In dit
    geval kan de warmte in het toestel zich opstapelen en brand
    veroorzaken.

    Schroef



    Luchtventilatiegat

    Sierbout

    Zeskantmoer
    (M5)

    (Achterzijde)

    dit toestel

    Als uw voertuig is uitgerust met de steun, monteert u
    de lange zeskantbout op het achterpaneel van de
    DVA-9861Ri en plaatst u het rubberen deksel op de
    zeskantbout. Als uw voertuig niet over de
    montagesteun beschikt, versterkt u de head-unit met
    de metalen montagebeugel (niet meegeleverd). Sluit
    alle draden van de DVA-9861Ri aan overeenkomstig
    de informatie in het deel “Aansluitingen”.

    Accessoirelijst
    • Head-unit ............................................................................1
    • Voedingskabel ....................................................................1
    • FULL SPEED™-aansluitkabel ..............................................1
    • Montageslede ......................................................................1
    • Draagetui ............................................................................1
    • Rubberen deksel ................................................................1
    • Zeskantbout ........................................................................1
    • Schroef (M5 × 8) ..................................................................4
    • RCA-verlengkabel (video) (2m) ..........................................1
    • Afstandsbediening ..............................................................1
    • Batterij (CR2025) ..................................................................1
    • Gebruikershandleiding ..................................................1 set
    • Het ingebouwde toestelgedeelte moet binnen de 35 graden van het
    horizontale vlak worden gemonteerd, van achter naar voor.

    Minder dan 35°

    • Voor de schroef * dient u een schroef te kiezen die geschikt is voor
    de installatieplaats in het chassis.

    3

    Schuif de DVA-9861Ri in het dashboard. Als het
    toestel op zijn plaats zit, dient u na te gaan of de
    borgpen volledig in de neerwaartse positie zit.
    Daartoe kunt u stevig op het toestel drukken terwijl u
    de borgpen met een kleine schroevendraaier omlaag
    duwt. Op die manier wordt het toestel stevig
    vergrendeld en kan het niet per ongeluk loskomen
    van het dashboard. Plaats het afneembare front.

    Borgpen

    1
    Rubberen deksel
    (meegeleverd)
    Steun
    Zeskantbout
    (meegeleverd)
    Dashboard

    Montageslede
    (meegeleverd)
    dit toestel

    Schuif de montageslede uit het ingebouwde
    toestelgedeelte (zie “Demontage” op pagina 64).
    Schuif de montageslede in het dashboard en zet de
    slede vast met de metalen sluitingen.

    63-NL



  • Page 66

    Demontage
    1. Verwijder het afneembare front.
    2. Gebruik een kleine schroevendraaier (of gelijkaardig
    gereedschap) om de borgpen naar de opwaartse
    positie te duwen (zie tekening hierboven).
    Als u een pen losmaakt, trekt u voorzichtig aan het
    toestel, zodat de pen niet opnieuw vastklikt vóór u de
    tweede pen losmaakt.
    3. Trek het toestel uit het dashboard en zorg ervoor dat
    het niet meer vastklikt.

    <JAPANESE CAR>

    Front kader

    Schroeven (M5 8)
    (meegeleverd)
    dit toestel

    Bevestigingssteun

    64-NL



  • Page 67

    Aansluitingen
    Naar voertuigdisplay-interface
    CD-wisselaar
    (Afzonderlijk verkocht)
    Naar iPod
    (Wit/bruin) Invoerdraad afstandsbediening
    (Wit/roze)

    Monitorbesturingsdraad

    Naar uitgangsstroomdraad
    Naar monitorbesturingsdraad
    Naar video-ingang
    klem

    Antenne
    ISO-antenne
    plug

    JASO-antenneplug
    (Roze/Zwart) Ingangsdraad audio-onderbreking (mute)
    (Blauw/Wit)

    Naar autotelefoon

    Inschakeldraad versterker (remote)

    Naar equalizer of versterker
    (Oranje)

    Dimmerdraad

    Naar de stroomdraad voor de verlichting
    van de instrumentengroep

    Geschakelde
    stroomdraad
    (Rood) (contactslot)

    Naar elektrische antenne

    (Zwart) Aardingsdraad
    voor de
    (Blauw) Draad
    elektrische antenne

    Contactsleutel

    (Geel) Accustroomdraad

    (Groen)
    (Groen/Zwart)

    Accu

    Luidsprekers
    Links achteraan

    (Wit)
    (Wit/Zwart)

    Links vooraan

    (Grijs/zwart)
    (Grijs)
    (Violet/Zwart)
    (Violet)

    Rechts vooraan
    Rechts achteraan

    Ai-NET

    Luidsprekers

    EQ/DIV NORM

    Versterker

    Links vooraan
    Rechts vooraan
    Links achteraan

    Versterker
    Rechts achteraan

    Versterker

    Subwoofers

    65-NL



  • Page 68

    q Aansluiting voertuigdisplay-interface
    Levert controlesignalen voor de voertuigdisplay-interface.
    Sluit deze aan op de optionele voertuigdisplayinterfacedoos.
    Voor meer informatie over de aansluitingen kunt u terecht
    bij uw dichtstbijzijnde Alpine-dealer.

    w Ai-NET-aansluiting
    Verbind deze met de uitgangs- of ingangsaansluiting van
    andere producten (CD-wisselaar, equalizer, enz.) die zijn
    uitgerust met Ai-NET.

    e Ai-NET-kabel (meegeleverd bij CD-wisselaar)
    r Rechtstreekse aansluiting iPod
    Besturing iPod-signalen.
    Sluit deze aan op een iPod met behulp van de FULL
    SPEED™ -aansluitkabel (meegeleverd).

    t FULL SPEED™-aansluitkabel (meegeleverd).
    y Invoerdraad afstandsbediening (Wit/Bruin)
    Sluit het externe Alpine-toestel aan op de uitvoerdraad
    van de afstandsbediening.

    u Monitorbesturingsdraad (Wit/Roze)
    Sluit deze aan op de monitorbesturingsdraad van de
    monitor die compatibel is met een aanraakscherm.

    i Aansluiting video-uitgang
    Deze aansluiting wordt gebruikt in combinatie met de
    video-ingangen van een ander videotoestel. (Monitor die
    compatibel is met een aanraakscherm, enz.)

    o Antennebus
    !0 ISO/JASO-antenneadapter (afzonderlijk verkocht)
    Afhankelijk van het voertuig kan een ISO/JASOantenneadapter vereist zijn.

    !1 Ingangsdraad audio-onderbreking (mute)
    (Roze/Zwart)
    Sluit deze draad aan op de audio-uitgang van een gsm,
    die aardsluiting geeft als een oproep wordt ontvangen.

    !2 Inschakeldraad versterker (remote) (Blauw/Wit)
    Sluit deze draad aan op de inschakeldraad van uw
    versterker of signaalprocessor.

    !3 Dimmerdraad (Oranje)
    Deze draad mag worden aangesloten op de stroomdraad
    voor de verlichting van de instrumentengroep. Hiermee
    kunt u de achtergrondverlichting van het toestel dimmen
    met de dimmerregeling van het voertuig.

    !4 Geschakelde stroomdraad (contactslot) (Rood)
    Sluit deze draad aan op een open klem in de zekeringkast
    van het voertuig of een andere ongebruikte stroombron
    die alleen (+) 12 V levert als het contact wordt
    ingeschakeld of in de accessoirepositie staat.

    !5 Aardingsdraad (Zwart)
    Sluit deze draad aan op een goede chassisaarding in het
    voertuig.
    Zorg ervoor dat de verbinding tot stand wordt gebracht
    met blank metaal en degelijk is vastgezet met de
    meegeleverde plaatmetaalschroef.

    !6 Draad voor de elektrische antenne (Blauw)
    Sluit deze draad aan op de +B-klem van uw elektrische
    antenne, indien van toepassing.
    • Deze draad mag alleen worden gebruikt om de elektrische
    antenne van het voertuig te sturen. Gebruik deze draad niet
    om een versterker, een signaalprocessor, e.d. in te schakelen.

    !7 Accustroomdraad (geel)
    Sluit deze draad aan op de positieve pool (+) van de
    autoaccu.

    !8 ISO-stroomtoevoerconnector
    !9 ISO-aansluiting (luidsprekeruitgang)

    66-NL

    @0 Uitgangsstroomdraad (Groen) luidspreker links
    achteraan (+)
    @1 Uitgangsstroomdraad (Groen/Zwart) luidspreker
    links achteraan (–)
    @2 Uitgangsstroomdraad (Wit) luidspreker links
    vooraan (+)
    @3 Uitgangsstroomdraad (Wit/Zwart) luidspreker links
    vooraan (–)
    @4 Uitgangsstroomdraad (Grijs/Zwart) luidspreker
    rechts vooraan (–)
    @5 Uitgangsstroomdraad (Grijs) luidspreker rechts
    vooraan (+)
    @6 Uitgangsstroomdraad (Violet/Zwart) luidspreker
    rechts achteraan (–)
    @7 Uitgangsstroomdraad (Violet) luidspreker rechts
    achteraan (+)
    @8 Digitale uitgangsaansluiting (optisch)
    Gebruik deze als toestellen worden gecombineerd die
    compatibel zijn met digitale optische ingang.

    @9 Interface-aansluiting voor
    stuurwielafstandsbediening
    Naar interfacedoos voor de stuurwielafstandsbediening.
    • Gebruik indien nodig een verlengkabel voor de
    stuurwielafstandsbediening.

    #0 RCA-uitgangen achteraan
    ROOD is rechts en WIT is links.

    #1 RCA-uitgangen vooraan
    ROOD is rechts en WIT is links.

    #2 RCA-uitgangen subwoofer
    ROOD is rechts en WIT is links.

    #3 Systeemschakelaar
    Als u een processor aansluit met behulp van Ai-NET, zet u
    deze schakelaar in de stand EQ/DIV. Als er geen toestel
    is aangesloten, laat u de schakelaar in de stand NORM
    staan.
    • Vergeet niet het toestel uit te schakelen voor u de stand van
    de schakelaar verandert.

    #4 Voedingsconnector
    #5 RCA-verlengkabel (afzonderlijk verkocht)
    #6 Zekeringhouder (10 A)



  • Page 69

    Voorbeeld van systeem
    Sluit de Ai-NET-compatibele digitale audioprocessor (compatibel met glasvezel), en de monitor/wisselaar die compatibel is
    met aanraakscherm aan.

    Systeemschakelaar

    EQ/DIV

    Monitor die compatibel
    is met aanraakscherm
    (afzonderlijk verkocht)

    Video-uitgangsstroomdraad
    (Geel)

    Video-ingangsklem
    RCA-verlengkabel (video) (meegeleverd)

    Monitordoos die
    compatibelis met
    aanraakscherm
    (afzonderlijk verkocht)

    Ingangsstroomdraad afstandsbediening

    Ingangsstroomdraad afstandsbediening

    (Wit/bruin)

    (Wit/bruin)

    Monitorbesturingsdraad

    Monitorbesturingsdraad
    (Wit/Roze)

    (Wit/Roze)

    Naar digitale uitgangsklem

    Glasvezelkabel
    Ingangsklem glasvezel (voor head-unit)
    Ai-NET-kabel
    Ai-NET-uitgangsklem

    Ai-NET compatibele
    digitale audioprocessor
    (afzonderlijk verkocht)
    (compatibel met
    glasvezel)

    Ai-NET-kabel

    • Als het toestel dat compatibel is met glasvezel is aangesloten, moet de modus
    van dit toestel worden ingesteld. Raadpleeg “De digitale uitgang instellen”
    (pag. 30) en schakel deze in.

    Ingangsklem
    glasvezel
    (voor wisselaar)

    Gelieve rekening te houden met het volgende wanneer u de
    glasvezelkabel gebruikt.

    *
    Glasvezelkabel

    • Buig de glasvezelkabel niet in een scherpe hoek.
    • Rol de glasvezelkabel niet op zodat de straal kleiner is dan 30 mm.
    • Leg niets bovenop de glasvezelkabel.

    Ai-NET-compatibele
    CD-wisselaar
    (afzonderlijk verkocht)

    * Alleen aansluiting van
    CD-wisselaar die
    compatibel is met glasvezel

    Om te voorkomen dat externe geluiden het audiosysteem binnendringen.
    • Plaats het toestel en de draden minstens 10 cm weg van de bedrading van de auto.
    • Houd de accukabels zo ver mogelijk weg van andere draden.
    • Maak de aardingsdraad stevig vast op een bloot stuk metaal (verwijder lak, vuil of vet indien nodig) van het autochassis.
    • Indien u een aanvullende optionele ruisonderdrukker installeert, sluit deze dan aan zo ver mogelijk van het toestel vandaan. Uw Alpinedealer verkoopt verschillende ruisonderdrukkers; u kunt bij hem terecht voor bijkomende informatie.
    • Raadpleeg uw Alpine-dealer voor verdere informatie, want hij is het best geïnformeerd over het voorkomen van ruis.

    67-NL






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Alpine DVA-9861RI wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Alpine DVA-9861RI in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,52 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info