Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/88
Nächste Seite
use maintenance+ book
RS 125
aprilia part# 8102938
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Forum

Suche zurücksetzen

  • für was steht das Dreieck im display über dem neutralen Gang Eingereicht am 26-5-2019 16:39

    Antworten Frage melden

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    RS 125

    use+maintenancebook
    aprilia part# 8102938



  • Page 2

    © 1998 aprilia s.p.a. - Noale (VE)
    Eerste editie: oktober 1998
    Herdruk: juni 1999, maart 2000, junuari 2001
    U herkent de officiële aprilia-motorfietsdealer aan dit logo op de deur of etalage:

    7!!23#(57).'3"//$

    3#(!00%.
    De volgende waarschuwingen worden in
    heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:

    a

    Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op de
    motorfiets of in de handleiding,
    dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel.
    Niet-naleving van de aanwijzingen die
    worden gegeven in de boodschappen
    voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico’s voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor de
    motorfiets!

    c

    Aanwijzingen om handelingen te
    vergemakkelijken. Technische
    informatie.

    Deze raamsticker wordt elk jaar verstrekt
    en dient daarom actueel te zijn.

    Vervaardigd en gedrukt door:
    editing division
    Soave (VERONA) - Italië
    Tel. +39 - 045 76 11 911
    Fax +39 - 045 76 12 241
    E-mail: customer@stp.it
    www.stp.it
    In opdracht van:
    aprilia s.p.a.
    via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië
    Tel. +39 - 041 58 29 111
    Fax +39 - 041 44 10 54
    www.aprilia.com

    2

    gebruik en onderhoud RS 125

    ).&/2-!4)%



    Bewerkingen voorafgegaan door
    dit symbool dienen aan de andere
    kant van de motorfiets te worden herhaald.
    Indien niet expliciet anders vermeld, moet
    u voor de montage van de onderdelen de
    stappen voor demontage in omgekeerde
    volgorde herhalen.
    Daar waar de termen “rechts” en “links”
    worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan
    dat de rijder in normale rijhouding op de
    motorfiets zit.

    7!!23#(57).'%.

    6//2:/2'3-!!42%'%,%.

    !,'%-%.% /0-%2+).'%.
    Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het
    gedeelte “VEILIG RIJDEN”.
    Uw veiligheid en die van anderen hangt
    niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van
    de kennis van de motorfiets, van de staat
    van onderhoud en van de basisregels voor
    VEILIG RIJDEN.
    Daarom is het belangrijk de motorfiets
    goed te leren kennen, zodat u er zich veilig
    mee in het verkeer kunt begeven.



  • Page 3

    a

    Dit boekje hoort onlosmakelijk bij
    de motorfiets en moet in geval van
    verkoop worden overgedragen.
    aprilia heeft bij de samenstelling van dit
    boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia
    echter voortdurend het ontwerp van zijn
    producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw motorfiets lichtjes afwijken van
    de in dit boekje beschreven kenmerken.
    Indien u vragen heeft met betrekking tot de
    informatie in dit boekje, aarzel dan niet om
    contact op te nemen met uw Concessionario Ufficiale aprilia.
    Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven,
    de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u
    zich uitsluitend te wenden tot de officiële
    aprilia-dealers en onderhoudscentra, die
    een betrouwbare en snelle service garanderen.
    Wij danken u omdat u voor aprilia heeft
    gekozen en wensen u veel rijplezier.
    Alle rechten voor wat betreft elektronische
    opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook,
    zijn voorbehouden voor alle landen.
    In sommige landen vereisen de
    van kracht zijnde milieuwetgeving
    en geluidsvoorschriften periodieke
    inspecties.

    a

    In deze landen moet de gebruiker van het
    voertuig:
    – contact opnemen met een Concessionario Ufficiale aprilia om de niet-goedgekeurde onderdelen te laten vervangen
    door onderdelen die goedgekeurd zijn in
    het betreffende land;
    – voer de vereiste periodieke inspecties
    uit.
    Bij aankoop van deze motorfiets
    dient u in de navolgende figuur de
    identificatiegegevens te vermelden
    die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Het
    etiket bevindt zich onder het zadel van de
    rijder, zie pag. 56 (DEMONTEREN VAN
    HET ZADEL VAN DE RIJDER).

    a

    Dit zijn identificatiegegevens van:
    – YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...);
    – I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...);
    – LANDENCODES = land van homologatie (I, UK, A, ...).
    Ze dienen te worden doorgegeven aan de
    Concessionario Ufficiale aprilia bij de aankoop van vervangingsonderdelen of acces-

    soires die specifiek zijn voor uw model.
    In deze handleiding worden de volgende
    symbolen gebruikt om de verschillende
    versies aan te duiden:
    e versie automatische lichtschakelaar
    (Automatic Switch-on Device)

    _

    Free Power versie

    m optie
    o versie met katalysator
    VERSIE VOOR:

    I Italië

    S Singapore

    U Verenigd

    s Slovenië

    a Oostenrijk

    i Israël

    p Portugal

    ¬ Zuid-Korea

    F Finland

    M Maleisië

    B

    c Chili

    Koninkrijk

    België

    d Duitsland

    H Kroatië

    f Frankrijk

    A Australië

    E Spanje

    u Verenigde Staten

    G

    Ä Brazilië

    Griekenland

    O Nederland

    R Zuid-Afrika

    Y Zwitserland

    n Nieuw-Zeeland

    D Denemarken

    C Canada

    J Japan

    gebruik en onderhoud RS 125

    3



  • Page 4

    !,'%-%.% ).(/5$
    VEILIG RIJDEN..................................................... 5
    BASISREGELS
    VOOR DE VEILIGHEID ................................ 6
    KLEDING ...................................................... 9
    ACCESSOIRES .......................................... 10
    LADING ...................................................... 10
    PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN ... 12
    PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN/
    BEDIENINGSELEMENTEN .............................. 14
    INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES .. 15
    TABEL INSTRUMENTEN
    EN CONTROLELAMPJES ......................... 16
    MULTIFUNCTIONELE COMPUTER .......... 17
    BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE
    BEDIENINGSELEMENTEN .............................. 20
    BEDIENINGSELEMENTEN
    OP DE LINKERSTUURHELFT ................... 20
    BEDIENINGSELEMENTEN
    OP DE RECHTERSTUURHELFT .............. 21
    CONTACTSCHAKELAAR .......................... 22
    STUURSLOT .............................................. 22
    HULPUITRUSTING ........................................... 23
    VALHELMHAAK ......................................... 23
    HANDSCHOEN-/
    GEREEDSCHAPSSETKASTJE ................. 23
    VERLENGSTUK VOOR
    ACHTERSPATBORD ................................. 23
    SPECIAAL GEREEDSCHAP
    ............... 24
    BELANGRIJKSTE ONDERDELEN .................. 25
    BRANDSTOF .............................................. 25
    TRANSMISSIEOLIE ................................... 25
    REMVLOEISTOF - aanbevelingen ............. 26
    SCHIJFREMMEN ....................................... 26
    VOORREM ................................................. 27
    ACHTERREM ............................................. 28
    OLIERESERVOIR ...................................... 29
    AFSTELLEN VAN DE SCHAKELHENDEL 29
    AFSTELLEN VAN DE ACHTERREM ......... 30
    AFSTELLEN VAN DE KOPPELING ........... 30
    KOELVLOEISTOF ...................................... 32
    BANDEN ..................................................... 33
    VERSIE MET AUTOMATISCHE
    LICHTONTSTEKING
    ........................... 34
    KATALYTISCHE
    GELUIDDEMPER
    ......................... 34

    m

    e
    oA

    4

    gebruik en onderhoud RS 125

    RICHTLIJNEN VOOR GEBRUIK ...................... 35
    CONTROLES VOORAF .............................. 35
    STARTEN .................................................... 36
    VERTREKKEN EN RIJDEN ........................ 38
    INRIJDEN .................................................... 41
    STOPPEN ................................................... 41
    PARKEREN ................................................. 42
    RAADGEVINGEN TER VOORKOMING
    VAN DIEFSTAL ........................................... 42
    ONDERHOUD .................................................... 43
    ONDERHOUDSSCHEMA ........................... 44
    IDENTIFICATIEGEGEVENS ....................... 46
    DE MOTORFIETS OP DE
    .. 47
    ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN
    DE MOTORFIETS OP DE
    VOORSTE STANDAARD ZETTEN
    ...... 47
    CONTROLEREN VAN HET
    TRANSMISSIEOLIEPEIL EN BIJVULLEN .. 48
    VERVERSEN VAN DE
    TRANSMISSIEOLIE .................................... 49
    VOORWIEL ................................................. 50
    ACHTERWIEL ............................................. 52
    TRANSMISSIEKETTING ............................ 54
    DEMONTEREN VAN HET ZADEL
    VAN DE RIJDER ......................................... 56
    VERWIJDEREN
    VAN DE ZIJMOTORSCHERMEN ............... 56
    OMHOOG ZETTEN
    VAN DE BRANDSTOFTANK ...................... 57
    LUCHTFILTER ............................................ 58
    CONTROLEREN VAN DE VOOREN DE ACHTEROPHANGING .................... 59
    ACHTEROPHANGING ................................ 60
    CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE
    VAN DE REMBLOKJES .............................. 61
    AFSTELLING VAN HET
    STATIONAIRE TOERENTAL ...................... 62
    AFSTELLEN VAN DE GASHENDEL .......... 62
    AFSTELLEN
    VAN DE CHOKEHENDEL ( ) .................... 63
    BOUGIE ...................................................... 64
    ACCU .......................................................... 65
    NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU . 65
    CONTROLEREN EN REINIGEN
    VAN DE ACCU-AANSLUITINGEN .............. 66
    DEMONTEREN VAN DE ACCU ................. 66

    m
    m

    0

    CONTROLEREN VAN HET
    ELEKTROLYTPEIL ..................................... 67
    OPLADEN VAN DE ACCU ......................... 67
    MONTEREN VAN DE ACCU ...................... 67
    VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN ....... 68
    CONTROLEREN VAN
    DE ZIJSTANDAARD EN
    DE VEILIGHEIDSSCHAKELAAR ............... 69
    CONTROLEREN
    VAN DE SCHAKELAARS ........................... 70
    AFSTELLEN VAN DE VERTICALE
    LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP .......... 71
    GLOEILAMPEN .......................................... 71
    VERVANGEN VAN DE
    GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMP ......... 72
    VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
    VAN DE VOORSTE EN ACHTERSTE
    RICHTINGAANWIJZERS ........................... 73
    VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
    VAN HET ACHTERLICHT .......................... 74
    VERVOER ......................................................... 75
    LEDIGEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK .................................... 75
    REINIGING ........................................................ 76
    LANGE PERIODE VAN STILSTAND ......... 77
    TECHNISCHE GEGEVENS .............................. 78
    SMEERMIDDELENTABEL ......................... 81
    Importeurs .............................................. 84-85
    ELEKTRISCH SCHEMA - RS 125 .............. 86



  • Page 5

    veilig rijden



  • Page 6

    "!3)32%'%,3
    6//2 $% 6%),)'(%)$
    Om de motorfiets te mogen besturen is het
    nodig dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet (rijbewijs, geestelijke en lichamelijke gezondheid, verzekering, wegenbelasting, registratie motorfiets, nummerplaat, enz.).
    U wordt aangeraden zich de motorfiets geleidelijk eigen te maken, daar waar weinig
    verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.

    6

    gebruik en onderhoud RS 125

    Het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt
    in aanzienlijke mate de rijveiligheid.
    Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en
    lichamelijk goed in staat bent te rijden, en
    rijd vooral niet bij vermoeidheid en slaperigheid.

    Het merendeel van de ongelukken is te wijten aan onervarenheid van de rijder.
    Leen de motorfiets NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval
    van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.



  • Page 7

    Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen
    en houd u aan de nationale en plaatselijke
    verkeersregels.
    Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen
    (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden
    enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

    Bots niet tegen obstakels die schade aan
    het voertuig kunnen toebrengen of de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.
    Rijd niet vlak achter andere voertuigen om
    u mee te laten “zuigen”.

    Houd altijd beide handen aan het stuur en
    de voeten op de pedalen (of de voetplanken) en neem een correcte rijhouding aan.
    Vermijd absoluut rechtop te gaan staan tijdens het rijden of uw ledematen te strekken.

    gebruik en onderhoud RS 125

    7



  • Page 8

    OIL

    De rijder moet zich nooit af laten leiden of
    laten beïnvloeden door personen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen,
    enz.) tijdens het rijden.

    8

    gebruik en onderhoud RS 125

    COOLER

    Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof
    en olie, zoals beschreven in het “SMEER SCHEMA”; controleer regelmatig of de olie
    en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.

    Controleer, als de motorfiets bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het remsysteem en de vitale delen niet beschadigd
    zijn.
    Laat de motorfiets eventueel nakijken door
    een officiële aprilia dealer, met speciale
    aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat
    is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
    Meld elk mankement bij het functioneren
    aan de technici/mecaniciens opdat de reparatiewerkzaamheden vergemakkelijkt
    worden.
    Rijd absoluut niet met de motorfiets wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt.



  • Page 9

    ONLY ORIGINALS
    A12
    345

    Verander nooit de plaats, de stand of de
    kleur van: de kentekenplaat, de richtingaanwijzers, de lichten en de claxon.
    Modificaties aan de motorfiets doen de garantie onherroepelijk vervallen.

    Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de motorfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de
    veiligheid in gevaar brengen of zelfs de
    motorfiets onwettig maken.
    U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt
    van de uitrusting van de motorfiets.
    In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigenschappen van de
    motorfiets veranderen.
    Houd absoluut geen snelheidswedstrijden
    met andere voertuigen.
    Vermijd het rijden op een andere ondergrond dan het wegdek.

    +,%$).'
    Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken
    dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de
    juiste wijze gedragen worden. Controleer of
    de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de
    juiste maat heeft en of het vizier schoon is.
    Draag beschermende kleding; mogelijkerwijs
    met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere
    weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u
    zodoende ook een betere bescherming.
    De kleding moet goed passen en aan de
    uiteinden gesloten zijn. Koorden, ceintuur
    en das mogen niet los hangen; voorkom
    dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken
    in bewegende delen of bedieningselementen.

    gebruik en onderhoud RS 125

    9



  • Page 10

    Zorg ervoor dat u geen voorwerpen in uw
    zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren
    bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelfde geldt voor de eventuele passagier).
    !##%33/)2%3
    De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het
    gebruik van de accessoires.
    Denkt u er tijdens de montage aan dat geen
    onderdelen zoals de lichten of onderdelen
    die dienen voor het aangeven van de richting
    of voor geluidssignalen bedekt worden,
    waardoor deze onderdelen geheel of
    gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer
    ook niet de uitslag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen.
    Vermijd het gebruik van accessoires die de
    10

    gebruik en onderhoud RS 125

    toegang tot de bedieningselementen belemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden.
    De gestroomlijnde accessoires en de grotere windschermen kunnen als ze op
    de motorfiets gemonteerd zijn de windgevoeligheid ervan vergroten en zodoende
    de stabiliteit tijdens het rijden verminderen.
    Controleer of de accessoires op degelijke
    wijze bevestigd zijn aan de motorfiets en
    geen gevaar opleveren tijdens het rijden.
    Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het
    maximale vermogen van de motorfiets overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou
    de motorfiets tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk
    stroomtekort kunnen voordoen, zodat de
    claxon en de lichten niet meer functioneren.
    aprilia raadt het gebruik van originele accessoires aan (originele aprilia accessoires).

    ,!$).'
    Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading.
    De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij
    het zwaartepunt van de motorfiets bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van de motorfiets zodat er een
    optimale balans is.
    Zorg er verder voor dat de lading goed is
    vastgemaakt op de motorfiets, vooral voor
    een lange rit.



  • Page 11

    KG!

    Bevestig absoluut geen grote, zware en/of
    gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de
    spatborden en de vorken; dit vertraagt de
    reactiesnelheid van de motorfiets in de
    bochten en hindert de controle tijdens het
    rijden.
    Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van de motorfiets en
    voer ook niet de helm aan de daarvoor bestemde haak mee. Deze zaken zouden tegen personen of voorwerpen kunnen stoten, waardoor de rijder de controle over de
    motorfiets zou kunnen verliezen.

    Vervoer geen bagage die niet goed bevestigd is aan de motorfiets.
    Vervoer geen bagage die te ver uit de bagagedrager steekt of die de lichten, de
    claxon of de controlelampjes bedekt.
    Vervoer geen dieren of kinderen op het
    handschoenkastje of op de bagagedrager.

    Overschrijd niet de limiet voor vervoer die
    geldt voor iedere zijtas.
    Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en
    de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets.

    gebruik en onderhoud RS 125

    11



  • Page 12

    0,!!43).' 6!. $% (//&$%,%-%.4%.

    ,%'%.$!
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)
    7)
    12

    Dashboard
    Linker achteruitkijkspiegel
    Contactslot/stuurslot
    Accu
    Zekeringkastje
    Brandstofkraan
    Zadelslot
    gebruik en onderhoud RS 125

    8)
    9)
    10)
    11)

    Oliereservoir
    Dop oliereservoir
    Handschoen-/gereedschapssetkastje
    Linker voetsteun duopassagier (klikwerking, ingeklapt/uitgeklapt)
    12) Linker voetsteun rijder (met veer, altijd
    uitgeklapt)

    13)
    14)
    15)
    16)

    Schakelpedaal
    Zijstandaard
    Linker motorscherm
    Claxon



  • Page 13

    ,%'%.$!
    1) Rechter voetsteun duopassagier
    (klikwerking, ingeklapt/uitgeklapt)
    2) Valhelmkabel
    3) Zadel van rijder
    4) Luchtfilter
    5) Achterremvloeistofreservoir
    6) Tankdop

    7)
    8)
    9)
    10)
    11)
    12)

    Expansietank
    Dop expansietank koelvloeistof
    Rechter achteruitkijkspiegel
    Voorremvloeistofreservoir
    Achterrempomp
    Rempedaal achterrem

    13) Rechter voetsteun rijder
    (met veer, altijd uitgeklapt)
    14) Transmissieketting

    gebruik en onderhoud RS 125

    13



  • Page 14

    0,!!43).' 6!. $% ).3425-%.4%."%$)%.).'3%,%-%.4%.

    ,%'%.$!
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)
    7)
    14

    Contactschakelaar/stuurslot (n - m - s)
    Choke-hendel (e)
    Schakelaar richtingaanwijzers (c)
    Drukknop claxon (f)
    LAP-drukknop (chronometer)
    Dimlichtschakelaar (b - a)
    Drukknop grootlichtsignaal (a)
    gebruik en onderhoud RS 125

    8)
    9)
    10)
    11)
    12)
    13)
    14)

    Koppelingshendel
    Instrumenten en controlelampjes
    Voorremhendel
    Gashendel
    Startknop (r)
    Lichtschakelaar (o - p - •) (niet voorzien op _ versie)
    Motorstopschakelaar (n - m)



  • Page 15

    ).3425-%.4%. %. #/.42/,%,!-0*%3

    ,%'%.$!
    1) Programmeerknoppen van multifunctionele computer
    2) Multifunctionele digitale display
    (koelvloeistoftemperatuur - klok - accuspanning - chronometer)
    3) Toerenteller
    4) Rood LED-waarschuwingslampje oliereserve (j)
    5) Groen waarschuwingslampje richtingaanwijzer (c)
    6) Groen waarschuwingslampje neutraalstand (q)

    7)
    8)
    9)
    10)
    11)
    12)

    Blauw waarschuwingslampje grootlicht (a)
    Oranje waarschuwingslampje “zijstandaard omlaag” (\)
    Dagteller
    Terugstelknop dagteller
    Kilometertotaalteller
    Snelheidsmeter

    gebruik en onderhoud RS 125

    15



  • Page 16

    4!"%, ).3425-%.4%. %. #/.42/,%,!-0*%3
    Beschrijving

    Functie

    Waarschuwingslampje
    richtingaanwijzers
    Waarschuwingslampje grootlicht

    ( c)
    (a)

    Toerenteller (tpm/rpm)
    Waarschuwingslampje
    zijstandaard omlaag

    Koelvloeistoftemperatuur (°C)
    Multifunctionele
    digitale display

    Klok
    Accuspanning
    (V BAT)
    Chronometer

    16

    gebruik en onderhoud RS 125

    Licht op wanneer de koplamp in de stand voor het “grootlicht” staat of wanneer het grootlichtsignaal
    wordt gebruikt.
    Geeft het aantal toeren per minuut van de motor aan.

    a

    Overschrijd nooit het maximale toerental van de motor, zie pag. 41 (INRIJDEN).

    (\)

    LED-waarschuwingslampje oliereserve ( j )
    Waarschuwingslampje neutraalstand
    Dagteller
    Terugstelknop dagteller
    Kilometertotaalteller
    Snelheidsmeter

    Knippert wanneer de richtingaanwijzers in werking zijn.

    (q)

    (h)

    Licht op wanneer de zijstandaard is uitgeklapt.
    Licht op wanneer de hoeveelheid resterende olie in het reservoir 0,35 L bedraagt.
    Als het waarschuwingslampje oplicht, betekent dit dat de oliereserve wordt gebruikt;
    vul in dit geval onmiddellijk olie bij, zie pag. 29 (OLIERESERVOIR).

    a

    Licht op wanneer de versnelling in neutraal staat.
    Geeft het aantal kilometers van een bepaald traject aan. Zet hem op nul met de terugstelknop.
    Linksom draaien om de dagteller op nul te zetten.
    Geeft het totaal aantal gereden kilometers aan.
    Geeft de rijsnelheid aan.

    Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor aan,
    zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Wanneer een temperatuur van 115°C ÷ 130°C (239°F ÷ 266°F) wordt aangegeven, moet u de motor afzetten en het koelvloeistofpeil controleren, zie
    pag. 32 (KOELVLOEISTOF).
    Voor het
    Als de maximum toegelaten temperatuur wordt overschreden afwisselen
    tussen de
    (130°C), kan de motor ernstige schade oplopen.

    a

    Als de aanduiding “///” op de display verschijnt, raadpleeg dan
    een officiële aprilia-dealer om de koelvloeistofthermistor en/of het elektrisch circuit te laten nakijken.
    Geeft het uur en de minuten aan, afhankelijk van de voorinstelling,
    zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Geeft de accuspanning aan in volt,
    zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Geeft de diverse tijden aan, afhankelijk van de voorinstelling,
    zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    getoonde
    gegevens, zie
    pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE
    COMPUTER).



  • Page 17

    -5,4)&5.#4)/.%,% #/-054%2
    LEGENDA
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)

    LAP toets
    )
    MODE toets (
    LOCK toets ( )
    START toets (
    )
    Bovenste afleeskader
    Onderste afleeskader

    BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
    ◆ Draai de contactschakelaar (7) in de
    stand “n”.
    ◆ Door steeds de
    -toets in te drukken
    verschijnen respectievelijk de volgende
    functies:

    TH2O
    Koelvloeistoftemperatuur in °C

    VBAT
    Accuspanning

    TIME
    Digitale klok

    LAP TIME
    Chronometer

    zien, en in het onderste kader de tijd (9).
    – Het kader knippert bij een temperatuur
    boven de 100°C, ook al is er een andere functie dan “TH2O” zichtbaar.
    – Beneden de 30°C geeft het afleeskader “×” af te lezen.
    Meetbereik 0 ÷ 130°C.

    a

    Als de maximum toegelaten temperatuur wordt overschreden
    (130°C), kan de motor ernstige
    schade oplopen.
    Als de aanduiding “///” op de display
    verschijnt, raadpleeg dan een officiële
    APRILIA-dealer om de koelvloeistofthermistor en/of het elektrisch circuit te laten nakijken.

    TH2O (temperatuur van de koelvloeistof)
    ◆ Als u één keer de
    -toets indrukt, dan
    krijgt u in het bovenste kader de temperatuur van het koelvloeistof (8) in °C te
    gebruik en onderhoud RS 125

    17



  • Page 18

    VBAT (accuspanning)
    ◆ Als u de
    -toets twee maal indrukt, krijgt
    u de accuspanning (10) (in volt) te zien.
    Bij 4000 tpm en ingeschakeld dimlicht
    moet de spanning tussen 13 en 15 V liggen.
    In het onderste kader kunt u de tijd (11) aflezen.

    TIME (instellen van uren / minuten)
    Als u de -toets drie maal indrukt, verschijnen de uren en de minuten (12).



    Om de gewenste tijd te programmeren,
    moet u als volgt te werk gaan:
    ◆ Druk toets in: de uren beginnen te
    knipperen.
    ◆ Druk toets
    in: het getal dat de uren
    aangeeft gaat omhoog.
    ◆ Om de minuten in te stellen, drukt u op
    de -toets. De cijfers van de minuten
    beginnen te knipperen.
    ◆ Door op toets
    te drukken, gaat het getal dat de minuten aangeeft omhoog
    U legt de ingestelde tijd vast door
    De middelste toets in te drukken.



    18

    gebruik en onderhoud RS 125

    LAP TIME (chronometer)
    ◆ Als de
    -toets voor de vierde maal ingedrukt wordt, verschijnt de “LAP TIME”
    (13)-functie, waarmee de rondetijden
    vastgelegd en in het geheugen opgeslagen kunnen worden, om naar believen
    opgeroepen te worden.



  • Page 19

    Het gebruik van de “LAP TIME”-functie
    (alleen als de motorfiets wordt gebruikt
    op plaatsen waar geen verkeer is).
    ◆ Als u de chronometerfunctie wilt gebruiken, druk dan de -toets in.
    De “/” (LAP) verschijnt nu.
    ◆ Wilt u de chronometer in werking zetten,
    druk dan de “LAP” (1)-toets in op de linkerstuurhelft.
    ◆ Als u de rondetijd af wilt lezen, druk dan
    opnieuw de “LAP” (1)-toets in: de rondetijd blijft 15 seconden lang zichtbaar;
    daarna verschijnt de kloktijd weer.
    ◆ Als u de chronometerfunctie niet meer
    wilt gebruiken, druk dan de -toets in.

    Oproepen rondetijden (LAP MEMORY).
    ◆ Voor het afzonderlijk oproepen van de
    rondetijden drukt u de -toets in, waarna “ ” in beeld komt.
    ◆ Druk, als u de rondetijden wilt nakijken
    die in het geheugen zijn opgeslagen, de
    “LAP” (1)-toets in.
    De eerste rondetijd wordt dan aangegeven door “  ” , de tweede door “
     ”, enz.

    Het uitwissen van de gegevens die in
    het geheugen zijn opgeslagen.
    ◆ Druk voor het uitwissen van de gegevens die in het geheugen zijn opgeslagen de -toets in, waarna “/  ” of
    “/  ” of “/  ”, enz. verschijnen.
    ◆ Houd nu de
    -toets ingedrukt en druk
    tegelijkertijd de “LAP” (1)-toets op de linkerstuurhelft in.
    Nu zijn de gegevens uitgewist.

    c

    U kunt maximaal 10 rondetijden
    aflezen. De laatste rondetijd verschijnt als “/  ”.

    gebruik en onderhoud RS 125

    19



  • Page 20

    "%,!.'2)*+34% /.!&(!.+%,)*+% "%$)%.).'3%,%-%.4%.
    3) DIMLICHTSCHAKELAAR (b - a)
    Wanneer de lichtschakelaar in de stand “o” staat, zie pag. 21
    (BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT): als de dimlichtschakelaar in de stand “a” staat,
    brandt het grootlicht; als hij in de stand “b” staat, brandt het
    dimlicht.
    3) DIMLICHTSCHAKELAAR (b - a) _
    In de stand “ b” branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht altijd.
    In de stand “ a” brandt het grootlicht.
    4) “LAP” DRUKKNOP (chronometer)
    Druk op deze knop om de chronometer van de multifunctionele computer te gebruiken.

    c

    Voor het instellen van de functies, zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    "%$)%.).'3%,%-%.4%. /0 $%
    ,).+%234552(%,&4

    c

    De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de
    contactschakelaar in de stand “n” staat.

    1) DRUKKNOP CLAXON ( f)
    De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
    2) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (c)
    De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links
    gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te
    geven dat u rechts gaat afslaan. Op het midden van de schakelaar drukken om de richtingaanwijzer uit te zetten.

    20

    gebruik en onderhoud RS 125

    5) CHOKE-HENDEL (e)
    De choke voor het koud starten van de motor wordt in werking gesteld door de hendel “e” omlaag te draaien.
    Breng de hendel “e” weer in zijn oorspronkelijke stand om de
    choke uit te schakelen.
    6) DRUKKNOP GROOTLICHTSIGNAAL (a)
    U kan het grootlicht gebruiken om tegenliggers te verwittigen
    wanneer u inhaalt, bij gevaar of in een noodsituatie.



  • Page 21

    "%$)%.).'3%,%-%.4%. /0 $%
    2%#(4%234552(%,&4

    c

    De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de
    contactschakelaar in de stand “n” staat.

    1) MOTORSTOPSCHAKELAAR (n - m)

    a

    Bedien de motorstopschakelaar “n dens gewoon rijden.

    m” niet tij-

    Dit is een veiligheids- of noodschakelaar.
    Met de schakelaar in de stand “n” kan de motor worden gestart;
    de motor wordt gestopt door de schakelaar in de stand “m” te
    zetten.
    Bij gestopte motor en met de contactschakelaar
    in de stand “n”, kan de accu ontladen worden.
    Wanneer de motorfiets tot stilstand is gekomen
    nadat de motor is gestopt, moet u de contactschakelaar
    in de stand “m” zetten.

    a

    2) KOPLAMPSCHAKELAAR (o - p - •)
    (niet voorzien op de _ versie)
    Wanneer de lichtschakelaar in de stand “•” staat, zijn de lichten uit; wanneer de schakelaar in de stand “p” staat, branden de parkeerlichten en de dashboardverlichting; wanneer
    de schakelaar in de stand “o” staat, branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht.
    Het grootlicht kan worden bediend met de dimlichtschakelaar,
    zie pag. 20 (BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT).
    3) STARTKNOP (r)
    Wanneer de startknop “r” wordt ingedrukt, doet de startmotor de motor draaien. Voor het starten, zie pag. 36 (STARTEN).
    gebruik en onderhoud RS 125

    21



  • Page 22

    Stand

    De sleutel
    kan uit het
    contact worden getrokken.

    m

    De motor
    kan niet
    worden
    gestart en
    de lichten
    kunnen niet
    worden ontstoken.

    De sleutel
    kan uit het
    contact worden getrokken.

    n

    De motor
    kan worden
    gestart en
    de lichten
    kunnen worden ontstoken.

    De sleutel
    kan niet uit
    het contact
    worden
    getrokken.

    Stuurslot

    345523,/4

    De contactschakelaar (1) bevindt zich op
    de stuurkolomplaat.

    Draai de sleutel nooit in de stand
    “s” terwijl u rijdt, om te vermijden dat u de controle over de
    motorfiets verliest.

    c

    De sleutel bedient de contactschakelaar/het stuurslot, het zadelslot en het brandstoftankslot.
    Bij de motorfiets worden twee sleutels
    geleverd (één reservesleutel).

    22

    gebruik en onderhoud RS 125

    a

    BEDIENING
    Om het stuur te vergrendelen:
    ◆ Draai het stuur volledig naar links.
    ◆ Draai de sleutel in de stand “m”.
    ◆ Druk de sleutel in en draai hem in de
    stand “ s”.
    ◆ Trek de sleutel uit het contact.

    Uittrekken
    sleutel

    Het stuur is
    vergrendeld. Het is
    onmogelijk
    de motor te
    starten en
    de lichten te
    ontsteken.

    s
    #/.4!#43#(!+%,!!2

    Functie



  • Page 23

    (5,05)42534).'

    6!,(%,-(!!+
    Dankzij de valhelmhaak hoeft u niet langer uw
    helm of andere zaken met u mee te nemen
    telkens wanneer u de motorfiets achterlaat.

    a

    Rijd niet terwijl de helm aan de haak
    hangt, want dit kan uw veiligheid
    ernstig in het gedrang brengen.

    Ga als volgt te werk om de helm op te hangen:
    ◆ Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 56 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).
    ◆ Trek het oogje (1) van de kabel (2) uit de
    haak (3).
    ◆ Steek de kabel (2) door de vizieropening of
    door een lus die is voorzien op de helm.
    ◆ Steek het oogje (1) volledig in de haak (3).
    ◆ Plaats het zadel van de rijder terug en
    vergrendel het.

    (!.$3#(/%.

    '%2%%$3#(!033%4+!34*%
    Het handschoen-/gereedschapssetkastje
    bevindt zich onder het zadel van de rijder;
    u kunt er als volgt bij komen:
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard.
    ◆ Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 56 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).
    De gereedschapsset (4) bevat:
    – Inbussleutels van 3, 5 mm
    – Steeksleutel van 10-13 mm
    – Bougiesleutel van 17-21 mm
    – Dubbele kruiskop-/4 mm inbussleutel
    – Gereedschapstasje

    6%2,%.'345+ 6//2
    !#(4%230!4"/2$
    (in de landen waar dit is vereist)
    Het verlengstuk van het achterspatbord (5)
    is bijzonder nuttig wanneer het wegdek nat
    is; het beperkt de hoeveelheid opspattend
    water van het achterwiel.

    c

    Het verlengstuk van het achterspatbord (5) wordt standaard geleverd in landen waar dit onderdeel wettelijk verplicht is.

    Max. toegestaan gewicht: 1,5 kg

    gebruik en onderhoud RS 125

    23



  • Page 24

    30%#)!!, '%2%%$3#(!0 m
    Voor het uitvoeren van specifieke werkzaamheden is het raadzaam het volgende
    speciaal gereedschap te gebruiken (verkrijgbaar bij een officiële aprilia-dealer):

    Gereedschap

    Werkzaamheden

    Pag.

    Speciale
    dopsleutel (1)

    Afstelling van de
    koppelingspeling.

    30

    Demonteren van
    achterwiel.

    50

    Afstellen van de
    transmissieketting.

    52

    Demonteren van
    voorwiel.

    48

    Achterste
    standaard (2)
    Voorste
    standaard (3)

    Koppelingspennen De motorfiets op de
    achterstandaard
    achterstandaard zetten.
    (4)

    24

    gebruik en onderhoud RS 125

    45



  • Page 25

    42!.3-)33)%/,)%

    "%,!.'2)*+34% /.$%2$%,%.

    Controleer het transmissieoliepeil om de
    4000 km (2500 mi), zie pag. 48 (CONTROLEREN VAN HET TRANSMISSIEOLIEPEIL EN BIJVULLEN).
    Ververs de transmissieolie na de eerste
    1000 km (625 mi) en daarna telkens om de
    12000 km (7500 mi), zie pag. 49 (VERVERSEN VAN DE TRANSMISSIEOLIE).

    "2!.$34/&

    a

    De brandstof die gebruikt wordt
    voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden. Het is belangrijk dat het tanken en de
    onderhoudswerkzaamheden in een goed
    geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor. Niet roken gedurende het
    tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact
    mijden met open vlammen, vonken en
    elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert. Verder moet u ook voorkomen dat
    er benzine uit de tankopening stroomt,
    aangezien ze vlam kan vatten bij contact
    met de gloeiende delen van de motor.
    Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controleren of de plek waar de benzine is terechtgekomen geheel droog is en voor u gaat
    rijden moet u er zich van vergewissen dat
    er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.
    Loodvrije benzine zet uit onder invloed
    van zonnewarmte en zonnestraling. Vul de
    tank daarom nooit tot de rand. Mijd contact van benzine met de huid en inademing
    van dampen; zuig geen benzine op en
    breng de benzine niet over van één vat in
    een ander met behulp van een slang.

    c
    a

    Gebruik 75W-90 olie van hoge
    kwaliteit, zie pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL).
    LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
    BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
    Gebruik uitsluitend superbenzine (4 Stars
    U), in overeenstemming met de norm
    DIN 51600, min. octaangetal 98
    (N.O.R.M.) en 88 (N.O.M.M.).
    2 ^ Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, in overeenstemming met de norm DIN
    51607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en
    85 (N.O.M.M.).
    INHOUD BRANDSTOFTANK
    (reserve inbegrepen): 13 L
    TANKRESERVE: 3,5 L (mechanische reserve).
    Ga als volgt te werk om te tanken:
    ◆ Steek de sleutel (1) in het slot op de
    brandstofklep (2).
    ◆ Draai de sleutel rechtsom, trek eraan en
    open de brandstofklep.

    Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.
    Na gebruik van olie uw handen goed
    wassen.
    Loos de olie niet in het milieu.
    Bewaar de olie in een afgesloten vat en
    breng afgewerkte olie naar het benzinestation of naar een gemeentelijk verzamelpunt.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.

    gebruik en onderhoud RS 125

    25



  • Page 26

    a

    Zie er goed op toe dat de remschijven niet vettig of smerig
    zijn, in het bijzonder na uitvoering van onderhoudswerkzaamheden of
    controles.
    Controleer of de remleidingen niet gedraaid of versleten zijn.
    Let op dat geen water of stof per ongeluk in het remcircuit terechtkomt.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.
    2%-6,/%)34/&
    AANBEVELINGEN

    c

    Deze motorfiets is uitgerust met
    schijfremmen vooraan en
    achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.
    De volgende informatie heeft betrekking
    op slechts één remsysteem, maar geldt
    voor beide.

    a

    Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wijten zijn aan
    onregelmatigheden in het hydraulische
    systeem.
    In geval van twijfel met betrekking tot
    het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u
    te rade gaan bij uw officiële APRILIAdealer.

    26

    gebruik en onderhoud RS 125

    Als de remvloeistof in contact komt met
    de huid of de ogen, kan dit leiden tot
    ernstige irritatie.
    Was zeer grondig de delen van het
    lichaam die in contact zijn gekomen met
    de vloeistof. Raadpleeg een arts of een
    oogarts als de vloeistof in contact is gekomen met uw ogen.
    Loos remvloeistof niet in het milieu.
    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
    HOUDEN

    a

    Wanneer u de remvloeistof gebruikt, moet u erop letten dat u
    er niet mee morst op de plastic
    of gelakte delen, omdat deze door de
    vloeistof kunnen worden aangetast.

    3#()*&2%--%.

    a

    De remmen zijn de belangrijkste
    onderdelen voor uw veiligheid,
    dus moeten zij te allen tijde in
    perfecte staat verkeren; controleer ze
    voor elke rit.
    De remvloeistof moet eenmaal per jaar
    vervangen worden door een officiële
    APRILIA-dealer.
    Gebruik remvloeistof van het type dat is
    aangegeven in het smeerschema, zie
    pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL).
    Deze motorfiets is uitgerust met hydraulische schijfremmen vooraan en achteraan.
    Naarmate de remblokjes afslijten, neemt
    het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
    Het voorremvloeistofreservoir bevindt zich
    op de rechterstuurhelft, naast de bevestiging van de voorremhendel.
    Het achterremvloeistofreservoir bevindt
    zich onder het bovenste stuk van de kuip,
    op de rechterzijde van de motorfiets.
    Controleer regelmatig het remvloeistofpeil
    in de reservoirs, zie pag. 27 (VOORREM),
    pag. 28 (ACHTERREM), en de slijtage van
    de remblokjes, zie pag. 61 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES).



  • Page 27

    a

    Vul nooit bij tot boven het “MAX”niveau.
    Enkel wanneer nieuwe remblokjes worden gebruikt, is het aangeraden
    het reservoir tot het “MAX”-niveau te
    vullen.
    Naarmate de remblokjes afslijten,
    neemt het vloeistofpeil af om de slijtage
    automatisch te compenseren.

    6//22%-



    c

    Vermijd langdurige blootstelling
    van de remvloeistof aan lucht.
    De remvloeistof is hygroscopisch, d.w.z. het neemt bij contact met
    lucht het in de lucht aanwezige vocht
    op.
    Laat de remvloeistofhouder niet langer
    openstaan dan nodig tijdens het bijvullen.

    CONTROLE
    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.





    Zet de motorfiets op de standaard en
    draai het stuur volledig naar rechts.
    Controleer of het vloeistofpeil boven het
    “MIN”-streepje staat.
    Als de vloeistof niet tot aan het “MIN”streepje reikt, moet u bijvullen.

    BIJVULLEN

    a

    De remvloeistof kan uit het reservoir lopen. Bedien de voorremhendel niet als de dop van
    het remvloeistofreservoir los is of is
    verwijderd.

    Schroef de dop (1) los en verwijder hem.

    a



    Verwijder de afdichting (2).

    c

    Schud niet met de motorfiets terwijl u het remvloeistofreservoir
    vult, om te vermijden dat vloeistof wordt
    gemorst.


    Vul het reservoir niet tot het “MAX”-niveau wanneer de remblokjes versleten
    zijn, om te vermijden dat de vloeistof
    naar buiten stroomt wanneer de remblokjes worden vervangen.


    Monteer de onderdelen opnieuw in omgekeerde volgorde.

    a

    Controleer de werking van de
    remmen. Neem zo nodig contact
    op met uw officiële APRILIA-

    dealer.

    Ingeval er teveel speling in de remhendel zit, u teveel elastische weerstand
    voelt of er lucht in het circuit is terechtgekomen, moet u contact opnemen met
    uw officiële APRILIA-dealer, omdat kan
    blijken dat het remsysteem ontlucht
    moet worden.

    Vul het reservoir (3) met remvloeistof, zie
    pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL), tot
    het voorgeschreven niveau tussen het
    “MIN”- en het “MAX”-streepje is bereikt.

    gebruik en onderhoud RS 125

    27



  • Page 28




    Verwijder de afdichting (3).
    Vul met behulp van een spuit het remvloeistofr eservoir (1), z ie pag. 81
    (SMEERMIDDELENTABEL) tot het
    voorgeschreven niveau tussen het
    “MIN”- en het “MAX”-streepje is bereikt.

    a

    !#(4%22%-

    BIJVULLEN

    c

    De remvloeistof kan uit het reservoir lopen. Bedien de achterremhendel niet als de dop van
    het remvloeistofreservoir los is of is
    verwijderd.

    CONTROLE
    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.






    Laat de motorfiets rechtop staan, zodat
    de vloeistof in het reservoir (1) evenwijdig blijft met de dop (2).
    Controleer of het vloeistofpeil boven het
    “MIN”-streepje staat.
    Als de vloeistof niet tot aan het “MIN”streepje reikt, moet u bijvullen.

    a



    Schroef de dop (2) los en verwijder hem.

    a

    Vermijd langdurige blootstelling
    van de remvloeistof aan lucht.
    De remvloeistof is hygroscopisch, d.w.z. het neemt bij contact met
    lucht het in de lucht aanwezige vocht
    op.
    Laat de remvloeistofhouder niet langer
    openstaan dan nodig tijdens het bijvullen.

    c

    Zorg dat de vloeistof in het reservoir evenwijdig met de rand
    blijft staan (in horizontale stand), zodat
    tijdens het bijvullen geen remvloeistof
    wordt gemorst.
    28

    gebruik en onderhoud RS 125

    Enkel wanneer nieuwe remblokjes worden gebruikt, is het aangeraden het reservoir tot het
    “MAX”-niveau te vullen.
    Naarmate de remblokjes afslijten,
    neemt het vloeistofpeil af om de slijtage
    automatisch te compenseren.
    Vul het reservoir niet tot het “MAX”-niveau wanneer de remblokjes versleten
    zijn, om te vermijden dat de vloeistof
    naar buiten stroomt wanneer de remblokjes worden vervangen.


    Monteer de onderdelen opnieuw in omgekeerde volgorde.

    a

    Controleer de werking van de
    remmen. Neem zo nodig contact
    op met uw officiële APRILIA-

    dealer.

    Ingeval er teveel speling in de remhendel zit, u teveel elastische weerstand
    voelt of er lucht in het circuit is terechtgekomen, moet u contact opnemen met
    uw officiële APRILIA-dealer, omdat kan
    blijken dat het remsysteem ontlucht
    moet worden.



  • Page 29

    /,)%2%3%26/)2
    Vul het oliereservoir elke 500 km (312 mi).
    De motorfiets is uitgerust met een afzonderlijke menginrichting waarin de benzine
    en de olie voor het smeren van de motor
    worden gemengd, zie pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL).
    De olievoorraad wordt aangegeven door
    het oplichten van het LED-waarschuwingslampje van de oliereserve “ j ” op het
    dashboard, zie pag. 15 (INSTRUMENTEN
    EN CONTROLELAMPJES).

    a

    Wanneer u de motorfiets zonder
    olie gebruikt, wordt er zware
    schade aan de motor toege-

    bracht.

    Als de olie in het oliereservoir is opgebruikt of als de olieleiding is verwijderd,
    neem dan contact op met een officiële
    APRILIA-dealer, die het systeem zal ontluchten.
    Dit is noodzakelijk, want als de motor
    draait terwijl er lucht in het oliecircuit
    aanwezig is, kan dit ernstige schade
    aan de motor veroorzaken.

    Vul het oliereservoir als volgt:
    Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 56 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).
    ◆ Verwijder de plug (1).


    INHOUD OLIERESERVOIR: 1,4 L
    RESERVE: 0,35 L

    a

    Na gebruik van olie uw handen
    goed wassen. Loos de olie niet
    in het milieu.

    BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.

    !&34%,,%. 6!. $%
    3#(!+%,(%.$%,
    De positie van de schakelhendel kan worden afgesteld door middel van de stang
    (2). Ga hiervoor als volgt te werk:
    ◆ Draai de moeren (3, 4) los.
    ◆ Draai de stang en stel de hoogte van de
    schakelhendel af.
    ◆ Draai de moeren (3, 4) vast.
    De pen van de schakelhendel blijft gesmeerd dankzij de uitsparing en de twee
    keerringen.
    Bij het demonteren, de keerringen smeren
    en opletten dat ze niet worden beschadigd.

    gebruik en onderhoud RS 125

    29



  • Page 30

    !&34%,,%. 6!. $% !#(4%22%Het rempedaal is ergonomisch geplaatst
    tijdens de assemblage van de motorfiets.
    Zo nodig kan de hoogte van het rempedaal
    worden bijgeregeld:
    ◆ Draai de borgmoer (1) los.
    ◆ Schroef de remstelmoer (2) volledig los.
    ◆ Schroef de borgmoer (3) volledig tegen
    de pompregelstang (4).
    ◆ Draai de pompregelstang (4) volledig
    vast en daarna 3-4 slagen losser.
    ◆ Schroef de remstelmoer (2) vast tot het
    rempedaal (5) op de gewenste hoogte
    staat.
    ◆ Vergrendel de remstelmoer (2) met de
    borgmoer (1).
    ◆ Draai de pompregelstang (4) los en laat
    hem contact maken met de pompzuiger.
    ◆ Draai de stang vast zodanig dat een minimale speling ontstaat van 0,5  1 mm
    tussen de pompregelstang (4) en de
    pompzuiger.
    30

    gebruik en onderhoud RS 125

    a

    Zorg dat er een zekere speling is
    tussen de remstelmoer en het
    contactpunt, om te voorkomen
    dat de rem in werking blijft en zodoende
    vroegtijdige slijtage van de remdelen
    veroorzaakt.
    Speling tussen de remstelmoer en het
    contactpunt: 0,5  1 mm.


    Vergrendel de pompregelstang met de
    borgmoer (3).

    a

    Controleer de werking van de
    rem.
    Neem zo nodig contact op met
    uw officiële APRILIA-dealer.
    Controleer na het afstellen of het wiel
    vrij draait met de rem onbediend.

    !&34%,,%. 6!. $% +/00%,).'
    Stel de koppeling af als de motor stopt of
    de neiging vertoont te versnellen wanneer
    de koppelingshendel wordt aangetrokken
    en de versnellingen worden ingeschakeld
    of als de koppeling slipt, wat leidt tot een
    vertraging in de versnelling in vergelijking
    met het toerental van de motor.
    Kleine afstellingen zijn mogelijk met de
    stelmoer (6):
    ◆ Trek het beschermingselement (7) weg.
    ◆ Zet de moer (8) los (door ze rechtsom te
    draaien).
    ◆ Draai aan de stelschroef (6) tot de speling op het uiteinde van de koppelingshendel ca. 10÷15 mm is (zie afbeelding).
    ◆ Zet de moer (8) vast (door ze linksom te
    draaien) en vergrendel de stelschroef (6).
    ◆ Controleer de speling op het uiteinde van
    de koppelingshendel.
    ◆ Plaats het beschermingselement terug



  • Page 31

    a
    c

    Neem contact op met uw officiële APRILIA-dealer als u er niet
    in slaagt de koppeling correct af
    te stellen of als de koppeling niet werkt
    zoals het hoort.
    Controleer of de koppelingskabel intact is: hij mag nergens geplet zijn en de isolatie mag nergens versleten zijn.


    (7).
    Als de stelschroef (6) volledig is vast- of
    losgeschroefd of als het niet mogelijk is om
    de speling correct af te stellen:
    ◆ Verwijder het beschermingselement (7).
    ◆ Draai de moer (8) volledig op de stelschroef (6).
    ◆ Draai de stelschroef (6) volledig vast.
    ◆ Verwijder het linker motorscherm, zie
    pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ZIJMOTORSCHERMEN).
    ◆ Schroef de plug (9) los met een schroevendraaier (of een muntstuk) en verwijder ze.

    c

    De speciale sleutel (10) is verkrijgbaar bij elke officiële aprila-

    dealer.













    Draai de stelschroef (13) een halve slag
    losser; dit komt overeen met een speling
    van ca. 3÷4 mm van de hendel (14).
    Blokkeer de stelschroef (13) met de
    schroevendraaier (12) en draai met de
    speciale sleutel (10) de binnenste moer
    (11) vast.
    Draai de plug (9) opnieuw vast.
    Controleer de speling op het uiteinde van
    de koppelingshendel (10 ÷ 15 mm).
    Hermonteer het linker motorscherm.
    Start de motor, zie pag. 36 (STARTEN).
    Trek de koppelingshendel volledig aan
    en schakel in eerste versnelling.
    Controleer of de motor niet stopt, of de
    motorfiets niet de neiging vertoont te versnellen en of de koppeling niet slipt tijdens het versnellen of tijdens het rijden.

    Smeer de koppelingskabel regelmatig
    met een geschikt smeermiddel, zie
    pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL), om
    vroegtijdige slijtage en corrosie te vermijden.

    Steek de speciale sleutel (19) in en draai
    de binnenste moer (11) los.
    Steek een min-schroevendraaier (12) in
    de speciale sleutel (19) en draai de stelschroef (13) volledig vast.
    gebruik en onderhoud RS 125

    31



  • Page 32

    +/%,6,/%)34/&

    a

    Gebruik de motorfiets niet als
    het koelvloeistofpeil onder het
    voorgeschreven minimum ligt.

    Controleer het koelvloeistofpeil om de
    1500 km (935 mi) en na lange ritten; vervang de koelvloeistof om de 24 maanden.

    a

    De koelvloeistof is giftig: slik ze
    niet in; als de koelvloeistof in
    contact komt met de huid of de
    ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
    Als de koelvloeistof in contact komt met
    de huid of de ogen, overvloedig spoelen
    met water en een arts raadplegen. Als
    de koelvloeistof wordt ingeslikt, het braken opwekken, mond en keel overvloedig spoelen met water en onmiddellijk
    een arts raadplegen.
    LOOS REMVLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.
    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
    HOUDEN.
    Let op dat u geen koelvloeistof morst
    op de hete onderdelen van de motor: de
    vloeistof kan vlam vatten en onzichtbare vlammen veroorzaken.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.

    32

    gebruik en onderhoud RS 125

    a

    Laat de koelvloeistof verversen
    door een officiële APRILIA-dealer.

    De koelvloeistof is samengesteld uit 50%
    water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste motortemperaturen en
    garandeert een goede bescherming tegen
    roest.
    Het is handig hetzelfde mengsel ook in de
    zomer te gebruiken, aangezien zo het verlies ten gevolge van verdamping tot een
    minimum wordt beperkt, zodat het niet nodig is zeer regelmatig bij te vullen.
    Op die manier neemt de aanwezigheid van
    minerale zoutresten in de radiator veroorzaakt door verdampt water af en is de goede werking van het koelsysteem verzekerd.
    Als de buitentemperatuur minder dan 0°C
    bedraagt, moet u het koelcircuit regelmatig
    controleren en zo nodig de concentratie
    van antivries verhogen (tot maximum
    60%).
    Gebruik voor de koeloplossing gedistilleerd
    water, om schade aan de motor te voorkomen.

    a

    Verwijder de dop van de expansietank niet als de motor nog
    heet is, aangezien de koelvloeistof onder druk staat en zeer warm is.

    CONTROLEREN EN BIJVULLEN

    a
    c

    Controleer het koelvloeistofpeil
    en vul de expansietank bij koude
    motor.



    Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.





    Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    Laat de motorfiets rechtop staan met de
    twee wielen op de grond.



  • Page 33

    "!.$%.
    Deze motorfiets is uitgerust met banden
    zonder binnenband.

    a

    Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 78 (TECHNISCHE
    GEGEVENS).
    Als de banden warm zijn, is de meting
    niet correct.
    In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit gemeten worden.







    Controleer of het vloeistofpeil in de expansietank (1) zich tussen de “MIN”- en
    “MAX”-streepjes bevindt (zie afbeelding).
    Indien dit niet het geval is, de vulplug (2)
    losdraaien en verwijderen.
    Vul de expansietank bij met koelvloeistof, zie pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL), tot het “MAX”-niveau bijna is bereikt. Vul niet bij tot boven dit niveau,
    anders kan de koelvloeistof naar buiten
    stromen terwijl de motor draait.
    Breng de vuldop (2) opnieuw aan.

    a

    In geval van overmatig verbruik
    van koelvloeistof of wanneer de
    tank leeg blijft, moet u controleren of er geen lekken zijn in het circuit.
    Laat eventuele lekken herstellen door
    een officiële APRILIA-dealer.

    Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop
    u rijdt niet opgevangen en daardoor
    overgebracht op het stuur, waardoor
    het rijcomfort in het gedrang komt en de
    wegligging in bochten afneemt.
    Als daarentegen de bandenspanning te
    laag is, komen de zijkanten van de banden onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de
    rand van de velg glijdt of loskomt, waardoor u de controle over de motorfiets
    verliest. Ingeval u plots remt zouden de
    banden van de velg kunnen afschuiven.
    Bovendien zou de motorfiets uit de
    bocht kunnen schuiven.
    Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de
    banden in slechte staat zijn, hebben ze
    minder grip en neemt de bestuurbaarheid van de motorfiets af.

    Vervang de band wanneer hij versleten
    is of als er in het loopvlak een gat zit
    van meer dan 5 mm. Na het vervangen
    van een band, moeten de wielen uitgebalanceerd worden. Gebruik enkel het
    door APRILIA aanbevolen bandenformaat, zie pag. 78 (TECHNISCHE GEGEVENS).
    Zorg dat de banden altijd voorzien zijn
    van hun ventieldoppen, om te vermijden
    dat ze plots leeglopen. Vervanging, reparatie, onderhoud en uitbalanceren
    zijn zeer belangrijk en moeten worden
    uitgevoerd door bekwame technici met
    het juiste gereedschap.
    Om die reden is het raadzaam bovenstaande handelingen te laten uitvoeren
    door een officiële APRILIA-dealer.
    Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt
    met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de
    banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn.
    Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs
    als ze niet volledig afgesleten zijn hard
    worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd.
    In dit geval moet u de banden vervangen.
    MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL
    voor: ..................................................2 mm
    achter: ...............................................2 mm

    gebruik en onderhoud RS 125

    33



  • Page 34

    6%23)% -%4 !54/-!4)3#(%
    ,)#(4/.434%+).' e

    +!4!,94)3#(%
    '%,5)$$%-0%2 o A

    Motorfietsen die met dit systeem zijn uitgerust, zijn onmiddellijk herkenbaar, aangezien de lichten automatisch worden ontstoken zodra de contactschakelaar in de
    stand “n” wordt gedraaid.
    Daarom is geen lichtschakelaar voorzien.
    De lichten kunnen alleen worden gedoofd
    door de contactschakelaar in de stand “m”
    te draaien.
    Controleer voor u de motorfiets start of de
    dimlichtschakelaar in de stand “b” (voorste dimlicht) staat.

    Parkeer de motorfiets met katalysator niet in de nabijheid van
    droge struiken of op plaatsen
    waar kinderen kunnen komen, aangezien de katalysator tijdens het gebruik
    zeer hoge temperaturen bereikt; wees
    dus uiterst voorzichtig en vermijd elk
    contact totdat hij geheel is afgekoeld.

    a

    Het motorfiets met katalysator is voorzien
    van een geluiddemper met metalen katalysator van het type “platinum-rhodium tweeweg”.
    Deze dient voor de oxidatie van de CO
    (koolmonoxide) en van de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die zich in de uitlaatgassen bevinden.
    Deze verbindingen worden omgezet in respectievelijk kooldioxide en stoom.
    Gebruik geen loodhoudende
    benzine, want deze vernietigt de
    katalysator.

    a

    34

    gebruik en onderhoud RS 125



  • Page 35

    2)#(4,)*.%. 6//2 '%"25)+

    a

    Voer voor het vertrek steeds een
    voorafgaande controle uit om na
    te gaan of de motorfiets juist en
    veilig functioneert (zie de tabel met
    “CONTROLES VOORAF” hierna). Het
    niet uitvoeren van deze controles kan
    leiden tot ernstige letsels of schade aan
    de motorfiets.
    Aarzel niet raad te vragen aan uw officiële APRILIA-dealer ingeval u iets niet
    begrijpt i.v.m. de werking van bepaalde
    bedieningselementen of als u bepaalde
    onregelmatigheden vermoedt of vaststelt.
    Een controle vergt weinig tijd en verhoogt de veiligheid aanzienlijk.

    #/.42/,%3 6//2!&
    Controle

    Pagina

    Voorste en achterste schijfremmen

    Onderdeel

    Controleer de werking, de stationaire speling van de
    bedieningshendels en het vloeistofpeil en kijk of er geen
    lekken zijn. Vul zo nodig het vloeistofreservoir bij.

    26, 27
    28, 59

    Gashendel

    Controleer of hij soepel werkt en of hij volledig kan worden open- en dichtgedraaid, bij alle standen van het
    stuur. Zo nodig bijstellen en/of smeren.

    60

    Smeerolie/transmissieolie

    Controleren en/of zo nodig bijvullen.

    Wielen/banden

    Controleer het loopvlak van de banden, de bandenspanning, slijtage en eventuele beschadiging.

    33

    Remhendels

    Controleer of ze goed werken. Zonodig de scharnierpunten smeren en de speling bijstellen.

    30

    Stuur

    Controleer of het stuur soepel draait, zonder speling.



    Koppeling

    De stationaire speling op het uiteinde van de koppelingshendel moet ongeveer 10÷15 mm bedragen; de
    koppeling moet werken zonder haperen en/of slippen.

    30, 31

    Zijstandaard

    Controleer of hij goed werkt en of de veerspanning hem
    weer in de normale stand brengt. Zo nodig scharnierpunten en draaiende delen smeren. Controleer of de veiligheidsschakelaar op de zijstandaard correct werkt.

    67, 68

    Bevestigingselementen

    Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten.
    Stel ze zo nodig af of draai ze aan.



    Transmissieketting

    Controleer de speling.

    Brandstoftank

    Controleer het brandstofpeil en vul zonodig bij. Controleer het circuit op lekken en verstopping.

    25, 55, 73

    Koelvloeistof

    Het koelvloeistofpeil in de expansietank moet tussen het
    “MIN”- en het “MAX”-streepje liggen.

    32, 33

    Lichten, waarschuwingslampjes,
    claxon en elektrische onderdelen

    Controleer de goede werking van akoestische en visuele
    voorzieningen. In geval van defect de lampjes vervangen
    of het defect repareren.

    63÷72

    29, 46, 47

    52, 53

    gebruik en onderhoud RS 125

    35



  • Page 36

    34!24%.

    a

    Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat uiterst giftig is bij inademing. Start de motorfiets niet
    in een gesloten of slecht geventileerde
    ruimte.
    Het niet opvolgen van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of
    zelfs tot de dood door verstikking.

    c

    Met de motorfiets op de zijstandaard kan de motor enkel worden gestart als de versnelling in neutraal staat; als u in dit geval de
    versnellingen probeert in te schakelen,
    stopt de motor.
    Met de zijstandaard opgetrokken kan de
    motor worden gestart met de versnelling in neutraal of met de versnelling ingeschakeld en de koppelingshendel
    aangetrokken.

    36

    gebruik en onderhoud RS 125












    Laat de standaard opgetrokken.
    Ga op de motorfiets zitten.
    Zet de hendel van het brandstofkraantje
    (1) in de stand “ON”.
    Verdraai de sleutel (2) en zet de contactschakelaar in de stand “n”.
    Blokkeer minstens één wiel door een van
    de remhendels aan te trekken.
    Zet de motor in neutraal (groen waarschuwingslampje “q” licht op).
    Zet de motorstopschakelaar (3) in de
    stand “n”.
    Zorg dat de lichtschakelaar (4) in de
    stand “•” staat.
    _ Zorg dat de dimlichtschakelaar (5) in
    de stand “b” staat.
    Als de motorfiets wordt gestart met koude motor, draai dan de choke-hendel
    “e” (6) omlaag.

    c

    Om de accu niet nodeloos te belasten, mag u de startknop “r”
    niet langer dan vijftien seconden ingedrukt houden.
    Als de motor binnen deze tijdspanne
    niet start, wacht dan tien seconden en
    druk de startknop “r” nogmaals in.


    Druk de startknop “r” (7) in zonder gas
    te geven en laat hem los zodra de motor
    start.

    a

    Als het LED-waarschuwingslampje oliereserve “j” oplicht,
    betekent dit dat de oliereserve
    wordt gebruikt; vul in dit geval onmiddellijk olie bij, zie pag. 29 (OLIERESERVOIR).
    Druk de startknop “r” (7) niet in
    terwijl de motor draait, want zo
    kunt u de startmotor beschadigen.

    a



  • Page 37

    STARTEN MET KOUDE MOTOR
    Wanneer de omgevingstemperatuur laag
    is (ongeveer 0°C), is het soms moeilijk de
    motor bij de eerste poging aan de gang te
    krijgen.
    In dit geval:
    ◆ Draai de choke-hendel “e” (6) naar omlaag.
    ◆ Blijf minstens tien seconden lang op de
    startknop “r” (7) drukken en draai tegelijk zachtjes aan de gashendel.



    Houd minstens één remhendel aangetrokken en geef geen gas vóór u vertrekt.

    a

    Rijd niet weg met een koude motor.
    Om de uitstoot van vervuilende
    stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten
    warm draaien door gedurende de eerste
    kilometers met lage snelheid te rijden.


    Draai de choke-hendel “e” (6) omhoog
    wanneer de motor is opgewarmd.

    STARTEN MET EEN ’VERZOPEN’
    MOTOR
    Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de
    aanzuigleidingen en in de carburateur zit,
    kan de motor verzuipen.
    Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:
    ◆ Voer de eerste negen stappen van de
    startprocedure uit.
    ◆ Draai de choke-hendel “e” (6) omlaag.
    ◆ Druk gedurende enkele seconden op de
    startknop “ r” (7) (waardoor de motor
    stationair draait) met de gashendel volledig open (Pos. A).

    Op het moment dat de motor start
    De gashendel (8) loslaten.
    Draai de choke-hendel “e” (6) naar omhoog.
    Als het stationaire toerental onstabiel
    is, moet u regelmatig zachtjes aan de
    gashendel (8) draaien.




    Als de motor niet start
    Wacht enkele seconden en herhaal de
    startprocedure.
    STARTEN NA EEN LANGE PERIODE
    VAN STILSTAND
    Laat na een lange periode van stilstand de
    startmotor ongeveer tien seconden lang
    draaien zonder gas te geven, zodat de
    vlotterkamer zich kan vullen.
    Om de motor te starten, draait u de
    gashendel zachtjes wat open en voert u de
    startprocedure uit.

    gebruik en onderhoud RS 125

    37



  • Page 38

    6%242%++%. %. 2)*$%.

    a

    Deze motorfiets is een bijzonder
    krachtige machine en moet geleidelijk aan en met de grootste
    zorg worden ingereden.
    Plaats geen voorwerpen voor het voorste stuk van de kuip.

    c

    Lees voor u vertrekt aandachtig
    het hoofdstuk “veilig rijden”, zie
    pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
    Als de “normale” hoeveelheid brandstof is opgebruikt tijdens het rijden, zet
    dan de hendel van het brandstofkraantje (1) in de stand “RES” om de brandstofreserve te gebruiken.
    Brandstofreserve: 3,5 L (mechanische
    reserve).

    a

    Wanneer u zonder duopassagier
    rijdt, moeten de voetsteunen van
    de passagier ingeklapt zijn.
    Houd tijdens het rijden uw handen aan
    de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.
    NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE
    AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.
    Als u een duopassagier meeneemt, zeg
    hem/haar dan dat hij/zij niet in de weg
    gaat zitten tijdens het manoeuvreren.

    38

    gebruik en onderhoud RS 125

    Vertrekken:
    Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels
    juist in.



    a





    Tracht uzelf vertrouwd te maken
    met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met de motorfiets in
    rusttoestand. De spiegel is convex,
    waardoor voorwerpen verder weg lijken
    dan ze in werkelijkheid zijn. De spiegels
    geven een “breedhoekbeeld” en enkel
    door ervaring kan u de afstand tot achteropkomende voertuigen correct inschatten.


    Rijd de eerste kilometers met gematigde
    snelheid, zodat de motor kan opwarmen.



    Laat de gashendel (2) los (Pos. A) en
    trek bij stationaire motor de koppelingshendel (3) volledig aan.
    Schakel in eerste versnelling door het
    schakelpedaal (4) omlaag te drukken.
    Laat de remhendel los (aangetrokken tijdens het starten).

    a

    Bij het vertrek kan het abrupt
    loslaten van de koppelingshendel ertoe leiden dat de motor stilvalt of dat de motorfiets gaat schokken.
    Nooit plots of te sterk versnellen wanneer u de koppelingshendel loslaat, om
    te voorkomen dat de koppeling gaat
    “slippen” (trage ontkoppeling) of dat
    het voorwiel van de grond komt (steigeren) (snelle ontkoppeling).



  • Page 39

    Terugschakelen moet gebeuren in de volgende situaties:
    ◆ Wanneer u een helling afrijdt of wanneer
    u remt, om het remeffect te versterken
    door de compressie van de motor.
    ◆ Wanneer u een helling oprijdt, als de ingeschakelde versnelling niet is aangepast aan de snelheid (hoge versnelling,
    gematigde snelheid) en het toerental van
    de motor daalt.



    Laat de koppelingshendel (3) langzaam
    los en geef tegelijk gas door zachtjes aan
    de gashendel (2) te draaien (Pos. B).
    De motorfiets zet zich in beweging.

    a

    Overschrijd nooit het aanbevolen toerental, zie pag. 41 (INRIJDEN).



    Verhoog de snelheid door zachtjes aan
    de gashendel (2) te draaien (Pos. B),
    zonder het aanbevolen toerental te overschrijden, zie pag. 41 (INRIJDEN).

    Schakel als volgt de tweede versnelling in:

    a

    Ga snel te werk.
    Rijd nooit met een te laag toerental.





    Laat de gashendel (2) (Pos. A) los, trek
    de koppelingshendel (3) aan en zet de
    schakelhendel (4) omhoog. Laat de
    koppelingshendel (3) los en versnel.
    Herhaal de laatste twee handelingen en
    schakel in hogere versnellingen.

    a

    Als het LED-waarschuwingslampje oliereserve “j” oplicht,
    betekent dit dat de oliereserve
    wordt gebruikt; vul in dit geval onmiddellijk olie bij, zie pag. 29 (OLIERESERVOIR).

    a

    Schakel de versnellingen één
    voor één in; wanneer met meer
    dan één versnelling tegelijk
    wordt teruggeschakeld, is het mogelijk
    dat het maximale toerental (wegrijsnelheid) wordt overschreden.
    Laat vóór en tijdens het terugschakelen
    de gashendel los.
    Schakel als volgt terug:
    Laat de gashendel (2) (Pos. A) los.
    Trek zo nodig de remhendels geleidelijk
    aan en vertraag de snelheid van de motorfiets.
    ◆ Trek de koppelingshendel (3) aan en
    druk de schakelpedaal (4) omlaag om terug te schakelen.
    ◆ Laat de remhendels los indien u ze heeft
    aangetrokken.
    ◆ Laat de koppelingshendel los en versnel
    geleidelijk.



    gebruik en onderhoud RS 125

    39



  • Page 40

    a

    Draai de gashendel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking
    open en dicht om te vermijden
    dat u per ongeluk de controle over de
    motorfiets verliest.
    Als u moet remmen, laat u de gashendel
    los en trekt u beide remmen aan, zodat
    de druk op de remdelen gelijkmatig
    wordt verdeeld en de snelheid zonder
    stoten vermindert.
    Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar
    dat één wiel blokkeert, waardoor de motorfiets zijn grip op de baan verliest.
    Als u op een helling stopt, moet u de
    gashendel volledig loslaten en enkel de
    remmen gebruiken om de motorfiets
    stabiel te houden.
    Als u de motor gebruikt om de motorfiets stabiel te houden, bestaat het risico dat de koppeling oververhit raakt.

    40

    gebruik en onderhoud RS 125

    a

    Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de
    bocht met matige en constante
    snelheid nemen of lichtjes versnellen;
    rem niet op het laatste moment: de motorfiets raakt dan heel waarschijnlijk
    aan het slippen.
    Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de
    remkracht afneemt.
    Maak gebruik van de motorcompressie
    en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.
    Nooit een helling met afgezette motor
    afrijden!
    Bij nat wegdek of een slechte grip
    (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met
    matige snelheid rijden en plots remmen
    of manoeuvres die kunnen leiden tot het
    verlies van de grip op de weg of tot een
    val vermijden.

    a

    Let zeer goed op ieder obstakel
    of een verandering in het wegdek.
    Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels,
    wegmarkeringen, metalen platen ter
    aanduiding van wegenwerken kunnen
    bij regen uiterst glad worden.
    Om die reden moeten al deze obstakels
    zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken
    rijdt en de motorfiets niet onnodig laat
    overhellen.
    Gebruik bij verandering van rijstrook of
    rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers en vermijd bruuske en gevaarlijke
    manoeuvres.
    Schakel de richtingaanwijzers uit zodra
    u van richting bent veranderd.
    Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald
    wordt.
    Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over de
    motorfiets verliezen.



  • Page 41

    ).2)*$%.
    Het inrijden van de motor is van het grootste belang met het oog op een correcte
    werking van de motorfiets.
    Rijd zoveel mogelijk op hellingen en/of
    bochtige wegen, zodat de motor, de ophanging en de remmen een doelmatige inrijperiode ondergaan.
    Rij tijdens het inrijden met wisselende snelheid. Op die manier worden de onderdelen
    eerst “belast” en dan “ontlast” en kunnen
    de motoronderdelen afkoelen. Hoewel het
    belangrijk is dat tijdens het inrijden de motoronderdelen worden belast, mag u hierin
    niet overdrijven.

    c

    Pas na een inrijperiode van
    1500 km (937 mi) mag u optimale
    prestaties verwachten van de motorfiets.
    Houd u aan de volgende regels:
    ◆ De gashendel niet plots volledig opendraaien bij lage snelheid; dit geldt zowel
    tijdens als na de inrijperiode.
    ◆ Rem tijdens de eerste 100 km (62 mi)
    voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de
    blokjes op de remschijf rustig inlopen.
    ◆ Tijdens de eerste 800 km (500 mi) nooit
    met een toerental van meer dan
    6000 tpm (rpm) rijden.

    a

    Na de eerste 1000 km (625 mi)
    moeten de controles aangeduid in
    de kolom “Na het inrijden” van het
    ONDERHOUDSSCHEMA worden uitgevoerd, zie pag. 44 (ONDERHOUDSSCHEMA), om letsels bij uzelf of andere personen en/of schade aan de motorfiets te
    vermijden.




    Tussen de eerste 800 km (500 mi) en
    1600 km (1000 mi) mag u sportiever rijden, de snelheid variëren en slechts enkele seconden de maximale acceleratie
    gebruiken, om zo een beter inlopen van
    de onderdelen te verzekeren; nooit met
    een toerental van meer dan 9000 tpm
    (rpm) rijden (zie tabel).
    Na de eerste 1600 km (1000 mi) mag u
    betere prestaties verwachten van de motor; evenwel nooit het maximale toerental van 11000 tpm (rpm) overschrijden.
    Maximaal toerental tijdens
    de inrijperiode
    Aantal km (mi)

    tpm (rpm)

    0÷800 (0÷500)

    6000

    800÷1600 (500÷1000)

    9000

    meer dan1600 (1000)

    11000

    34/00%.

    a

    Vermijd indien mogelijk bruusk
    stoppen, plots vertragen en remmen op het laatste moment.



    Laat de gashendel los (1) (Pos. A), trek
    de remmen geleidelijk aan en schakel tegelijk terug om snelheid te minderen, zie
    pag. 38 (VERTREKKEN EN RIJDEN).
    Ga, zodra de snelheid is geminderd, als
    volgt te werk vóór u de motorfiets stopt:
    ◆ Trek de koppelingshendel (2) aan om te
    voorkomen dat de motor stilvalt.
    Wanneer de motorfiets tot stilstand is gekomen:
    ◆ Zet de motor in neutraal (groen waarschuwingslampje “q” licht op).
    ◆ Laat de koppelingshendel los.
    ◆ Houd in geval van kortstondig halt houden minstens één rem aangetrokken.

    gebruik en onderhoud RS 125

    41



  • Page 42

    2!!$'%6).'%. 4%2
    6//2+/-).' 6!. $)%&34!,

    0!2+%2%.

    a

    Parkeer de motorfiets op een
    stevige en effen ondergrond om
    te voorkomen dat hij omvalt.
    De motorfiets niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.
    Zorg dat de motorfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen. Laat de motorfiets niet onbeheerd
    achter met de motor aan of met het
    sleuteltje nog in de contactschakelaar.
    Ga niet op de motorfiets zitten terwijl hij
    op de standaard staat.





    Stop de motorfiets, zie pag. 41 (STOPPEN).
    Zet de motorstopschakelaar (1) in de
    stand “m”.
    Draai de sleutel (2) en zet de contactschakelaar (3) in de stand “m”.
    Zet de hendel van het brandstofkraantje
    (4) in de stand “OFF”.

    42

    gebruik en onderhoud RS 125



    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    onder (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).

    a

    Laat de sleutel nooit in het contact steken.



    Laat het sleuteltje NOOIT in het contact zitten en gebruik altijd het stuurslot.
    Parkeer de motorfiets op een veilige
    plaats, indien mogelijk in een garage of op
    een bewaakte plaats.
    Gebruik indien mogelijk een extra anti-diefstalvoorziening.
    Zorg dat alle documenten in orde zijn en
    dat u uw kentekenbewijs op zak heeft.
    Noteer uw persoonlijke gegevens en uw
    telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken
    ingeval de motorfiets na diefstal wordt
    teruggevonden.
    FAMILIENAAM: .........................................

    Vergrendel het stuur, zie pag. 22
    (STUURSLOT) en trek de sleutel uit het
    contact.

    NAAM: .......................................................

    DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD
    ZETTEN
    ◆ Neem het linker handvat (5) en de passagiersriem (6) vast.
    ◆ Druk tegen de zijstandaard met uw rechtervoet en klap hem volledig uit (7).
    ◆ Kantel de motorfiets tot de standaard op
    de grond rust.
    ◆ Draai het stuur volledig naar links.

    ...................................................................

    c

    Zorg dat de motorfiets stabiel
    staat.

    ADRES: .....................................................

    c

    TELEFOONNR.: .......................................
    In vele gevallen worden gestolen
    motorfietsen geïdentificeerd aan
    de hand van de gegevens in het gebruik
    en onderhoudsboekje.



  • Page 43

    /.$%2(/5$

    a

    Brandgevaar.
    Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de
    buurt van de elektrische onderdelen.
    Voor u begint met om het even welke
    vorm van onderhoud of inspectie van de
    motorfiets, moet u de motor afzetten, de
    sleutel uit het contact trekken, wachten
    tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld
    en indien mogelijk de motorfiets op een
    stevige en effen ondergrond optillen met
    speciaal daartoe bestemd gereedschap.
    Controleer vóór u begint of de ruimte
    waarin u werkt goed geventileerd is.
    Blijf uit de buurt van de gloeiende delen
    van de motor en van het uitlaatsysteem,
    om brandwonden te vermijden.

    a

    Ondersteun geen mechanische
    onderdelen of ander onderdeel
    van de motorfiets met de mond:
    geen van de onderdelen is voor consumptie geschikt; sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.

    a

    Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage
    van de onderdelen de stappen
    voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.

    Routineonderhoud kan gewoonlijk worden
    uitgevoerd door de gebruiker, maar vereist
    soms specifiek gereedschap en specifieke
    technische kennis.
    Neem voor periodiek onderhoud, hulp of
    technisch advies contact op met een officiële aprilia-dealer, die u een snelle en degelijke service garandeert.
    Vraag uw officiële aprilia-dealer om de
    motorfiets op de weg te testen na een reparatie of periodiek onderhoud.
    Voer in ieder geval zelf de “Controles vooraf” uit na een onderhoudsbeurt, zie pag. 35
    (CONTROLES VOORAF).

    gebruik en onderhoud RS 125

    43



  • Page 44

    /.$%2(/5$33#(%-!
    WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN
    DOOR DE officiële APRILIA-dealer (DIE
    OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD
    DOOR DE GEBRUIKER).
    Legenda
    = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
    = schoonmaken;
    = vervangen;
    = afstellen.

    
    
    
    

    c

    Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd
    terrein.

    44

    gebruik en onderhoud RS 125

    Onderdeel

    Om de 4000
    Na het inrijden
    km (2500 mi) of
    [1000 km (625 mi)]
    12 maanden

    Accu - Klembevestiging Elektrolytpeil
    Bougie
    Luchtfilter
    Koppelingspeling
    Lichtsysteem
    Remvloeistof
    Koelvloeistof
    Smeeroliepeil

    

    Transmissieolie

    

    Koplamp richten - werking
    Stationair motortoerental
    Wielen/banden en
    bandenspanning
    Spanning en smering
    aandrijfketting
    Slijtage van de voorste en
    achterste remblokjes


    

    

    
    
    

    Om de 8000 km
    (5000 mi) of 24
    maanden

    



    
    
    
    
    

    

    

    om de 1500 km (935 mi): 
    om de 500 km (312 mi): 
    om de 12000 km
    
    (7500 mi): 
    

    

    om de 1000 km (625 mi): 
    om de 500 km (312 mi): 

    

    om de 2000 km (1250 mi): 



  • Page 45

    WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN
    DOOR DE officiële APRILIA-dealer.
    Legenda
    = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
    = schoonmaken;
    = vervangen;
    = afstellen.

    
    
    
    

    c

    Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en stoffige gebieden of op geaccidenteerd
    terrein.

    Onderdeel
    Achterste schokdemper
    Carburateur
    Bedieningskabels en
    bedieningselementen
    Eenheid RAVE _
    Wielcentrering
    Stuurlagers en stuurspeling
    Wiellagers
    Remschijven
    Algemene werking van de motorfiets
    Remsystemen
    Koelsysteem
    Remvloeistof
    Koelvloeistof
    Vorkolie en oliepakking
    Zuiger en voeringen
    Kilometertellerbesturing
    Wielen/banden en bandenspanning
    Aanhaalkoppel moeren, bouten,
    schroeven
    Uitlaatpijp (behalve versie met
    katalysator)
    LED-waarschuwingslampje oliereserve
    Eindoverbrenging (ketting, kroonwiel,
    pignon)
    Brandstofleiding
    Leiding remsysteem
    Olieleiding menger
    Koppelingslijtage
    Uitlaatklep _

    Na het inrij- Om de 4000
    Om de 8000
    den [1000 km km (2500 mi) km (5000 mi)
    (625 mi)] of 12 maanden of 24 maanden


    
    
    

    

    



    

    

    
    
    
    


    
    

    

    

    

    

    

    

    jaarlijks: 
    om de 2 jaar: 
    om de 12000 km (7500 mi): 
    om de 8000 km (5000 mi):  / om de 16000 km
    (10000 mi): 


    
    
    

    

    



    

    



    

    





    







    

    
    
    
    
    +

    om de 4 jaar: 
    om de 4 jaar: 
    om de 4 jaar: 



    gebruik en onderhoud RS 125

    45



  • Page 46

    )$%.4)&)#!4)%'%'%6%.3
    Het is aan te raden het frame- en het motornummer te noteren in de daarvoor bestemde ruimte in dit boekje.
    Het framenummer kan van pas komen bij
    de aankoop van reserveonderdelen.

    c

    Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot
    zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het
    framenummer leidt tot een onmiddellijke nietigverklaring van het kenteken.

    46

    gebruik en onderhoud RS 125

    MOTORNUMMER
    Het motornummer is links op de bovenkant
    van het carter ingeslagen.

    FRAMENUMMER
    Het framenummer is op de rechterkant van
    het balhoofd ingeslagen.

    Motornr.

    Framenr.



  • Page 47

    $% -/4/2&)%43 /0 $%
    !#(4%234% 34!.$!!2$ :%44%.
    m


    ★ Schroef de pen (1) & in de daarvoor

    bestemde zitting op de achtervork en
    draai ze vast.

    c

    Roep de hulp in van een andere
    persoon om de motorfiets in verticale stand te houden met de twee wielen op de grond.





    Lijn de twee huizen op de standaard (2)
    uit met de twee pennen (1) op de motorfiets.
    Steun met één voet op de achterkant
    van de standaard (3).
    Druk de standaard (3) omlaag tot het
    einde van zijn slag (zie afbeelding).

    $% -/4/2&)%43 /0 $% 6//234%
    34!.$!!2$ :%44%. m







    Zet de motorfiets op de achterste standaard OPT, zie pag. 47 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN m).
    Lijn de twee uiteinden van de standaard
    (4) uit met de twee gaten (5) in de onderste stukken van de voorvork.
    Steun met één voet op de voorkant van
    de standaard (6).
    Druk de standaard (6) omlaag tot het
    einde van zijn slag (zie afbeelding).

    gebruik en onderhoud RS 125

    47



  • Page 48

    GA ALS VOLGT TE WERK

    c

    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.







    #/.42/,%2%. 6!. (%4
    42!.3-)33)%/,)%0%), %.
    ")*65,,%.
    Lees aandachtig pag. 25 (TRANSMISSIEOLIE) en pag. 43 (ONDERHOUD).
    Controleer het transmissieoliepeil om de
    4000 km (2500 mi), vervang de olie na de
    eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens
    om de 12000 km (7500 mi), zie pag. 49
    (VERVERSEN VAN DE TRANSMISSIEOLIE).

    48

    gebruik en onderhoud RS 125

    Zet de motor af en laat hem minstens
    tien minuten afkoelen, zodat de olie naar
    het carter kan terugstromen en afkoelen.
    Verwijder het linker motorscherm, zie
    pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ZIJMOTORSCHERMEN).
    Laat de motorfiets rechtop staan, met
    beide wielen op de grond.

    c

    Als u nalaat bovenstaande stappen uit te voeren, bestaat de
    kans op een verkeerde meting van het
    peil.


    Controleer of het oliepeil zich tussen één
    vierde (MIN) en de helft (MAX) van de
    hoogte van het glas (1) bevindt.

    c

    Het oliepeil mag nooit de helft
    van de hoogte van het glas overschrijden of onder één vierde zakken. In
    het eerste geval zal de overtollige olie
    uit het carter stromen; in het tweede geval kan de motor ernstige schade oplopen.

    BIJVULLEN
    Als bijvullen nodig is, ga dan als volgt te
    werk:
    ◆ Schroef de vuldop (2) los en verwijder
    hem.
    ◆ Giet een kleine hoeveelheid olie in het
    carter en wacht ongeveer één minuut,
    zodat de olie gelijkmatig in het carter kan
    stromen.
    ◆ Controleer of het oliepeil zich tussen één
    vierde (MIN) en de helft (MAX) van de
    hoogte van het glas (1) bevindt.
    ◆ Is dit niet het geval, voeg dan opnieuw
    kleine hoeveelheden olie toe en controleer het peil opnieuw door het glas (1),
    tot het voorgeschreven niveau (MAX) is
    bereikt.
    ◆ Schroef na het bijvullen de vuldop (2)
    weer op het carter en draai hem vast.

    a

    Draai de vulplug stevig vast en
    controleer of er geen lekken zijn.

    Controleer regelmatig of er geen
    olieverlies is ten gevolge van een lekkende pakking van het carterdeksel.
    Bij de eerste beurt dienen de schroeven
    van dit deksel te worden gecontroleerd.
    Gebruik de motorfiets niet met onvoldoende smering of met vervuilde of verkeerde olie, aangezien dit de slijtage
    van de bewegende delen zal versnellen
    en onherstelbare defecten kan veroorzaken.



  • Page 49



    6%26%23%. 6!. $%
    42!.3-)33)%/,)%
    Lees aandachtig pag. 25 (TRANSMISSIEOLIE) en pag. 43 (ONDERHOUD).
    Controleer het transmissieoliepeil om de
    4000 km (2500 mi), ververs de olie na de
    eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens
    om de 12000 km (7500 mi).
    ◆ Start de motor, zie pag. 36 (STARTEN) en
    laat hem gedurende enkele minuten stationair draaien, om de wegstroming van olie
    tijdens het aftappen te vergemakkelijken.

    c

    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.



    Zet de motor af en laat hem minstens
    tien minuten afkoelen, zodat de olie naar
    het carter kan terugstromen en afkoelen.

    a

    Wa nneer de moto r is o pgewarmd, bevat hij hete olie; daarom moet u, om brandwonden te
    vermijden, zeer voorzichtig zijn tijdens
    het uitvoeren van de hierna beschreven
    stappen.











    Verwijder het linker motorscherm, zie
    pag. 56 (VERWIJDEREN VAN DE ZIJMOTORSCHERMEN).
    Laat de motorfiets rechtop staan, met
    beide wielen op de grond.
    Plaats een maatbeker (1) met een inhoud van minimum 700 cm# onder de aftapplug (2).
    Draai de aftapplug (2) los en verwijder
    ze.
    Draai de vulplug (3) los en verwijder ze.
    Laat de olie af en laat hem gedurende
    enkele minuten in de maatbeker (1)
    druppelen.
    Verwijder de metaalresten van de magneet van de aftapplug (2).

    Controleer de afdichtring van de aftapplug (2) en vervang hem indien nodig.
    ◆ Schroef de aftapplug (2) in en draai ze
    vast.
    Aanhaalkoppel voor aftapplug (2):
    27 Nm (2,7 kgm).
    ◆ Giet ongeveer 600 cm# transmissieolie
    door de vulopening (3), zie pag. 81
    (SMEERMIDDELENTABEL).
    ◆ Draai de vulplug (3) vast.
    ◆ Start de motor, zie pag. 36 (STARTEN)
    en laat hem gedurende ongeveer één
    minuut stationair draaien, zodat het
    transmissieoliecircuit zich kan vullen.
    Controleer het oliepeil en vul zo nodig bij,
    zie pag. 48 (CONTROLEREN VAN HET
    TRANSMISSIEOLIEPEIL EN BIJVULLEN).

    a

    Draai de vulplug en de aftapplug
    stevig vast en controleer of er
    geen lekken zijn.

    Controleer regelmatig of er geen olieverlies is ten gevolge van een lekkende
    pakking van het carterdeksel.
    Bij de eerste beurt dienen de schroeven
    van dit deksel te worden gecontroleerd.
    Gebruik de motorfiets niet met onvoldoende smering of met vervuilde of verkeerde olie, aangezien dit de slijtage
    van de bewegende delen zal versnellen
    en onherstelbare defecten kan veroorzaken.

    gebruik en onderhoud RS 125

    49



  • Page 50

    6//27)%,

    a

    Het demonteren en opnieuw
    monteren van het voorwiel kan
    een probleem zijn voor personen
    zonder enige ervaring terzake. Neem zo
    nodig contact op met een officiële APRI

    LIA-dealer.
    Als u deze handelingen zelf wilt verrichten, moet u zich aan de volgende richtlijnen houden.
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
    Let op dat u tijdens het demonteren en
    monteren van het wiel de remleidingen,
    de schijven en de remblokjes niet beschadigt.

    c

    Gebruik voor het demonteren
    van het voorwiel de daarvoor bestemde voorste en achterste standaard
    &.
    50

    gebruik en onderhoud RS 125

    DEMONTEREN
    Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 47 (DE MOTORFIETS
    OP DE ACHTERSTE STANDAARD
    ZETTEN m).
    ◆ Zet de motorfiets op de voorste standaard,
    zie pag. 47 (DE MOTORFIETS OP DE
    VOORSTE STANDAARD ZETTEN m).


    a

    Controleer of de motorfiets stabiel staat.



    Vraag aan iemand om het stuur recht te
    houden in rijpositie, zodat het stuur geblokkeerd is.

    Aanhaalkoppel voor remklauwschroef
    (1): 22 Nm (2,2 kgm).




    Draai de twee schroeven (1) waarmee
    de voorremklauw (2) is bevestigd los en
    verwijder ze.
    Trek de remklauw (2) los van de schijf,
    maar laat ze op de leiding (3) zitten.

    a

    Trek nooit de voorremhendel aan
    nadat de remklauw is gedemonteerd; anders kunnen de remklauwzuigers uit hun houders schieten,
    waardoor de remvloeistof zou wegstromen. Neem als dit gebeurt contact op
    met uw officiële APRILIA-dealer, die het
    nodige onderhoud zal verrichten.
    Aanhaalkoppel voor schroef (4):
    80 Nm (8 kgm).









    Draai de schroef (4) los en verwijder ze
    door eerst de afstandsring weg te nemen.
    ★ Draai de twee schroeven (5) van de
    wielasklem iets losser.
    Plaats een steun (6) onder de band, zodat het wiel in positie blijft nadat het is
    losgemaakt.
    Trek de wielas (7) uit vanaf de linkerzijde.
    Verwijder het wiel door het langs voren
    uit te trekken en neem de afstandsring
    (8) weg.
    Maak de kilometertellerbesturing (9) los.



  • Page 51



    Plaats het wiel tussen de vorkpoten op
    de steun (6).

    a

    Gevaar voor letsel. Gebruik
    nooit uw vingers om de gaten uit
    te lijnen.



    MONTEREN
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).


    Breng een laag smeervet aan over de
    volledige lengte van de wielas (7), zie
    pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL).

    a

    Let tijdens het monteren op dat u
    de remleiding, de schijf en de
    remblokjes niet beschadigt.



    Plaats het lipje (10) van de kilometertellerbesturing (9) in de daarvoor bestemde
    zitting op de wielnaaf.

    c

    De afstandsring (8) moet zo worden aangebracht dat de zijde
    met de grootste diameter naar de rechter vorkpoot wijst.


    Plaats de afstandsring (8) in de houder
    op het wiel.

    Verplaats het wiel zodanig dat het gat in
    het midden van het wiel op één lijn staat
    met de gaten in de vork.
    ◆ Steek de wielas (7) volledig in.
    ◆ Breng de afdichtingsring aan en draai de
    schroef (4) met de hand vast.
    ◆ Houd de wielas (7) in positie.
    ◆ Draai de schroef (4) goed vast.
    Aanhaalkoppel voor schroef (4):
    80 Nm (8 kgm).

    a


    Ga voorzichtig te werk, om beschadiging van de remblokjes te
    voorkomen.

    Breng de remklauw (2) in de schijf en
    plaats hem zodanig dat de bevestigingsgaten van de remklauw en de gaten op
    de steun op één lijn staan.

    a

    Bij het hermonteren van de remtang moet u de borgschroeven
    van de tang vervangen door
    twee schroeven (1) van hetzelfde type.





    Druk met aangetrokken voorrem herhaaldelijk op het stuur, om zo de vork
    naar beneden te drukken. Op die manier
    worden de vorkpoten gelijnd.
    ★ Draai de twee schroeven (5) van de
    wielasklem vast.

    Aanhaalkoppel voor wielasklemschroef
    (5): 12 Nm (1,2 kgm).




    Verwijder de voorstandaard &, zie
    pag. 47 (DE MOTORFIETS OP DE
    VOORSTE STANDAARD ZETTEN m).
    Verwijder de achterstandaard &, zie
    pag. 47 (DE MOTORFIETS OP DE
    ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN
    m).

    a

    Knijp na het monteren de voorrem herhaaldelijk dicht om te
    zien of het remsysteem goed
    werkt.

    Controleer de uitlijning van het wiel.
    Laat het aanhaalmoment, de uitlijning
    en de uitbalancering van het wiel nakijken door uw officiële APRILIA-dealer, om
    ongelukken te voorkomen die ernstige
    letsels bij uzelf of bij anderen zouden
    kunnen veroorzaken.



    Schroef de twee bevestigingsschroeven
    (1) van de remklauw in en draai ze vast.
    Aanhaalkoppel voor remklauwschroef
    (1): 22 Nm (2,2 kgm).

    gebruik en onderhoud RS 125

    51



  • Page 52

    !#(4%27)%,

    a

    Het demonteren en opnieuw
    monteren van het achterwiel kan
    een probleem zijn voor personen
    zonder enige ervaring terzake. Neem zo
    nodig contact op met een officiële
    APRILIA-dealer.

    c

    Gebruik voor het demonteren
    van het achterwiel de daarvoor
    bestemde achterste standaard &.

    Laat vóór het uitvoeren van onderstaande handelingen de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om brandwonden te vermijden.

    DEMONTEREN
    ◆ Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 47 (DE MOTORFIETS
    OP DE ACHTERSTE STANDAARD
    ZETTEN m).
    Aanhaalkoppel voor wielmoer (1):
    100 Nm (10 kgm).
    ◆ Draai de moer (1) los en verwijder ze door
    eerst de afdichtingsring weg te nemen.
    ◆ Plaats een steun (2) onder de band, zodat het wiel in positie blijft nadat het is
    losgemaakt.
    ◆ Trek de wielas (3) uit vanaf de rechterzijde.

    a

    Controleer de positie van de
    rechter (4) en linker (5) kettingspanners, om ze nadien correct te
    kunnen hermonteren.

    Als u deze handelingen zelf wilt verrichten, moet u zich aan de volgende richtlijnen houden.
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    Let op dat u tijdens het demonteren en opnieuw monteren van
    het wiel de remleiding, de schijf
    en de remblokjes niet beschadigt.
    52

    gebruik en onderhoud RS 125

    c



    Neem de rechter (4) en linker (5) kettingspanners los.

    c

    Haal de aandrijfketting (6) van
    het kettingwiel (7).




    Draai het wiel door en haal de transmissieketting (6) van het kettingwiel (7).
    Trek het wiel langs achteren uit de achtervork, hierbij voorzichtig de schijf uit de
    remklauw trekkend.

    a

    Trek nooit de achterrem aan nadat het wiel is gedemonteerd;
    anders kunnen de remklauwzuigers uit hun houders schieten, waardoor de remvloeistof zou wegstromen.
    Neem als dit gebeurt contact op met uw
    officiële APRILIA-dealer, die het nodige
    onderhoud zal verrichten.

    c

    Controleer de positie van de afstandsringen (8) en (9), om ze
    nadien correct te kunnen hermonteren.



  • Page 53






    Plaats de linker (5) en rechter (4) kettingspanners in de juiste positie in hun zittingen op de vork.
    Smeer de wielas (3) gelijkmatig in met
    een laagje smeervet.
    Steek de wielas (3) volledig in vanaf de
    linkerzijde.

    c

    Controleer of de wielas (3) volledig in het wiel steekt, met de kop
    in de voorziene houder op de linker kettingspanner (5).




    Neem de linker afstandsring (8) uit.
    Neem de rechter afstandsring (9) uit.

    OPNIEUW MONTEREN
    De buitenste zittingen van de wielnaaf
    lichtjes smeren.



    c

    De linker en rechter afstandsringen (8, 9) niet verwisselen.



    Plaats de linker (8) en rechter (9) afstandsring in hun juiste houders op het
    wiel.

    a

    Controleer alvorens het wiel opnieuw te monteren of de steunplaat (10) van de remklauw (11)
    correct geplaatst is; de gleuf van de
    plaat moet in de voorziene aanslagpen
    (12) aan de binnenkant van de linkerpoot van de achtervork passen.
    Breng de schijf voorzichtig in de remklauw.



    Plaats het wiel tussen de achtervorkpoten op de steun (2).

    a

    Uw vingers niet tussen de ketting en het kettingwiel steken.

    a

    Gevaar voor letsel.
    Gebruik nooit uw vingers om de
    gaten uit te lijnen.







    Draai het wiel door en leg de transmissieketting (6) rond het kettingwiel (7).

    Beweeg het wiel naar achteren tot het
    gat in het midden van het wiel en de gaten op de achtervork op één lijn staan.
    Draai de steunplaat (10), met de remklauw (11) en de draaipen op de aanslagpen (12), tot ze is uitgelijnd met de
    gaten.

    c

    De linker en rechter kettingspanners (4, 5) niet verwisselen.




    Breng de afdichtingsring aan en draai de
    moer (1) met de hand vast.
    Controleer de kettingspanning, zie pag. 54
    (TRANSMISSIEKETTING).
    Draai de moer (1) vast.

    Aanhaalkoppel voor wielmoer (1):
    100 Nm (10 kgm).

    a

    Trek na het hermonteren enkele
    malen de achterremhendel aan
    en controleer of het remsysteem
    goed werkt.
    Controleer de uitlijning van het wiel.
    Laat het aanhaalmoment, de uitlijning
    en de uitbalancering van het wiel nakijken door uw officiële APRILIA-dealer, om
    ongelukken te voorkomen die ernstige
    letsels bij uzelf of bij anderen zouden
    kunnen veroorzaken.

    gebruik en onderhoud RS 125

    53



  • Page 54

    42!.3-)33)%+%44).'
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
    De motorfiets is uitgerust met een ketting
    met ringschalm.
    Zorg bij het demonteren en hermonteren
    van de ketting dat de klem (1) van de ringschalm met de open zijde tegenovergesteld aan de rijrichting is gericht (zie afbeelding).

    a

    Als de ketting te slap staat, kan
    ze van het kettingwiel aflopen,
    wat vaak leidt tot ongevallen of
    zware schade aan de motorfiets.
    Controleer regelmatig de speling en regel eventueel bij, zie hiernaast (REGELEN). Laat indien nodig de ketting vervangen door een officiële APRILIAdealer, die zal zorgen voor een degelijke
    en snelle service.

    54

    gebruik en onderhoud RS 125

    a

    Als de onderhoudswerkzaamheden niet correct worden uitgevoerd, kan dit leiden tot voortijdige slijtage van de ketting en/of schade
    aan de tandwielen. Voer het onderhoud
    vaker uit als u de motorfiets in veeleisende omstandigheden of op stoffige en/of
    modderige wegen gebruikt.
    CONTROLEREN VAN DE SPELING
    Controleer de speling als volgt:
    ◆ Zet de motor af.
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard.
    ◆ Zet de schakelhendel in neutraal.
    ◆ Controleer of de verticale speling, op een
    punt in het midden tussen het voor - en
    achtertandwiel in het onderste deel van de
    ketting, ongeveer 25  35 mm bedraagt.
    ◆ Verrijd de motorfiets, om de verticale
    speling van de ketting ook te kunnen
    controleren wanneer het wiel draait; de
    speling moet constant blijven tijdens alle
    draaibewegingen van het wiel.

    a

    Als er op bepaalde delen van de
    ketting een grotere speling is,
    wijst dit erop dat sommige schakels beschadigd of vastgevreten zijn;
    neem in dit geval contact op met een officiële APRILIA-dealer. Om het risico op
    vastgevreten schakels te vermijden, moet
    de ketting regelmatig worden gesmeerd,
    zie pag. 55 (REINIGING EN SMERING).
    Als de speling overal even groot is, maar
    meer of minder dan 25  35 mm bedraagt,
    moet u ze afstellen, zie onder (REGELEN).

    c

    REGELEN
    Gebruik voor het afstellen van
    de ketting de achterste standaard &.
    Als na controle blijkt dat de kettingspanning moet worden geregeld, doe dit dan als
    volgt:
    ◆ Zet de motorfiets op de achterste standaard & , zie pag. 47 (DE MOTOR-



  • Page 55

    a

    Smeer de ketting regelmatig,
    vooral als bepaalde delen droog
    of roestig zijn. De beschadigde
    of vastgevreten schakels moeten gesmeerd en gerepareerd worden.
    Als dat niet mogelijk is, moet u contact
    opnemen met een officiële APRILIAdealer, die de ketting zal vervangen.





    FIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN m).
    Draai de moer (2) volledig los.

    c

    Voor de wielcentrering zijn vaste
    merktekens (3-4) voorzien, die
    zichtbaar zijn in de houders van de kettingspanners op de achtervorkpoten,
    voor de wielas.



    Draai de twee borgmoeren (5) los.
    Draai aan de stelmoeren (6) en regel de
    kettingspanning, ervoor zorgend dat de
    merktekens (3-4) correct geplaatst zijn
    op beide zijden van de motorfiets.
    ◆ Draai de twee borgmoeren (5) vast.
    ◆ Draai de moer (2) vast.
    Aanhaalkoppel voor wielmoer:
    100 Nm (10 kgm).
    ◆ Controleer de speling van de ketting, zie
    pag. 54 (CONTROLEREN VAN DE
    SPELING).

    CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE
    VAN DE KETTING, HET VOOR - EN
    ACHTERTANDWIEL
    Controleer vervolgens de ketting, het voor
    - en achtertandwiel en ga na of ze geen
    van de volgende mankementen vertonen:
    ◆ Beschadigde rollen.
    ◆ Losse bouten.
    ◆ Droge, verroeste, afgeplatte of vastgevreten schakels.
    ◆ Extreme slijtage.
    ◆ Extreme slijtage of beschadiging van de
    tanden van de tandwielen

    a

    Controleer de kettingspanrol (7) op slijtage.
    Controleer tot slot de slijtage van de beschermschoen van de achtervork.

    REINIGING EN SMERING

    a

    Wees uiterst voorzichtig bij het
    afstellen, smeren, reinigen en
    vervangen van de ketting.

    Smeer de ketting om de 500 km (312 mi)
    en telkens wanneer nodig.
    Smeer de ketting met een vetspray voor
    kettingen of met SAE 80W-90 olie.
    Reinig de ketting nooit met een waterspuit,
    stoom, water onder druk en licht ontvlambare oplosmiddelen.

    Indien de kettingrollen beschadigd zijn en/of de bouten loszitten moet het volledige kettingelement worden vervangen (voor - en
    achtertandwiel en ketting).

    gebruik en onderhoud RS 125

    55



  • Page 56

    $%-/.4%2%. 6!. (%4 :!$%,
    6!. $% 2)*$%2






    Zet de motorfiets op de standaard.
    Steek de sleutel (1) in het slot (2).
    Draai de sleutel (1) linksom.
    Zet het zadel (3) omhoog en verwijder het.
    Verwijder de flap (4).

    c

    Bij het hermonteren:
    Controleer voor het omlaag zetten en vergrendelen van het zadel of u de sleutel niet in het handschoenen-/gereedschapssetkastje hebt
    laten liggen.





    Plaats de flap (4) correct.
    Steek de achterste lipjes (6) van het zadel in de daarvoor bestemde zittingen
    (zie afbeelding).
    Plaats de koppeling (5) in haar zitting,
    zet het zadel omlaag en druk er op tot
    het slot vastklikt.

    56

    gebruik en onderhoud RS 125

    a

    Controleer alvorens te vertrekken of het zadel (3) goed op zijn
    plaats zit en is vergrendeld.

    6%27)*$%2%.
    6!. $% :)*-/4/23#(%2-%.
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    a

    Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.






    Zet de motorfiets op de standaard.
    Schroef de vier schroeven (7) los en verwijder ze.
    Maak de twee elektrische aansluitingen
    (8) van de richtingaanwijzer los.
    Schroef de twee onderste schroeven (9)
    los en verwijder ze.







    Voor het linker motorscherm: schroef
    de twee achterste schroeven (10) los en
    verwijder ze.
    Voor het rechter motorscherm: schroef
    de achterste schroef (11) los en verwijder
    ze.
    Schroef de vier schroeven (12) los en
    verwijder ze.

    a

    Behandel de plastic en gelakte
    delen voorzichtig, om te vermijden dat deze worden bekrast of
    beschadigd.


    Verwijder het zijmotorscherm (13).



  • Page 57

    /-(//' :%44%.
    6!. $% "2!.$34/&4!.+
    Lees aandachtig pag. 25 (BRANDSTOF)
    en pag. 43 (ONDERHOUD).

    a

    Brandgevaar.
    Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.

    Brandstofdampen zijn schadelijk voor
    uw gezondheid.
    Controleer vóór u begint of de ruimte
    waarin u werkt goed geventileerd is.
    Adem geen brandstofdampen in.
    Rook niet en gebruik geen open vuur.








    Zet de hendel van het brandstofkraantje
    (1) in de stand “OFF”.
    Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 56 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).
    Schroef de schroef (2) los en verwijder
    ze en neem de ring weg.
    Verwijder de steunstang van de brandstoftank (3) uit zijn verankeringszittingen.
    Zet het voorste deel van de brandstoftank (4) omhoog en steek de stang
    (3) in zoals getoond op de afbeelding.

    LAAT BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU
    TERECHTKOMEN.

    gebruik en onderhoud RS 125

    57



  • Page 58

    ,5#(4&),4%2
    Reinig het luchtfilter om de 4000 km
    (2500 mi) of om de 12 maanden en vervang het om de 8000 km (5000 mi) of vaker als de motorfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen.
    Het luchtfilter kan gedeeltelijk worden gereinigd nadat met de motorfiets op dergelijke wegen is gereden.

    a

    Een gedeeltelijke reiniging van
    het filter betekent niet dat de vervanging van het filter zelf kan
    worden overgeslagen of uitgesteld.

    DEMONTAGE
    Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    ◆ Schroef de twee schroeven (1) los en
    verwijder ze.
    ◆ Schroef de twee schroeven (2) los en
    verwijder ze en neem de moeren onder
    de schroeven weg.
    ◆ Verwijder het filterhuisdeksel (3).
    ◆ Verwijder het filterelement (4) samen
    met de roosters (5).


    a

    Dek de opening af met een schone doek om te voorkomen dat
    vreemd materiaal via de aanzuigleidingen binnendringt.

    REINIGING
    Reinig het filterelement (4) met zuivere,
    niet-ontvlambare oplosmiddelen of met
    oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.
    ◆ Breng een filterolie of een dikke olie
    (SAE 80W-90) aan over het volledige oppervlak van het filterelement en knijp het
    vervolgens samen om de overtollige olie
    te laten weglopen.


    c

    Het filterelement (4) moet goed
    doordrenkt zijn, maar mag niet
    druipen.
    VERVANGEN
    Vervang het filterelement (4) door een
    nieuw element van hetzelfde type.



    58

    gebruik en onderhoud RS 125



  • Page 59

    #/.42/,%2%. 6!. $% 6//2
    %.
    $% !#(4%2/0(!.').'

    a

    Laat het vervangen van de olie
    van de voorvork over aan een officiële APRILIA-dealer, die een
    snelle en degelijke service garandeert.
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    Laat de vorkolie verversen om de
    12000 km (7500 mi).
    Voer om de 8000 km (5000 mi) de volgende controles uit:
    ◆ Pomp de vork herhaaldelijk op en neer
    door met dichtgeknepen voorrem op het
    stuur te drukken.
    De vering moet soepel zijn en er mogen
    geen oliesporen op de vorkpoten te zien
    zijn.
    ◆ Controleer de bevestiging van alle delen
    en de goede staat van de verbindingen
    van de voor- en de achterophanging.

    a

    Neem in geval van mankementen of als u de hulp van een specialist wenst, contact op met uw
    officiële APRILIA-dealer.

    gebruik en onderhoud RS 125

    59



  • Page 60

    a

    Verdraai de stelmoer (1) met één
    slag per keer.
    Test de motorfiets herhaaldelijk
    op de weg tot de optimale afstelling is
    verkregen.
    Stelmoer (1) Vastschroe- Losschroeven
    ven

    !#(4%2/0(!.').'
    De achterophanging bestaat uit een schokdemper met veer, die is vastgemaakt op
    het frame door middel van dempingsblokken en op de achtervork door middel van
    hefboomsystemen. Voor het instellen van
    het weggedrag van de motorfiets, is de
    schokdemper voorzien van een moer (1),
    voor het afstellen van de voorbelasting van
    de veer (2).

    c

    Het rijgedrag van de motorfiets
    kan worden aangepast door de
    hoogte van het voorste deel te verstellen.
    Neem voor dit soort afstelling contact
    op met een officiële APRILIA-dealer.

    60

    gebruik en onderhoud RS 125

    AFSTELLEN VAN DE ACHTERSTE
    SCHOKDEMPER
    De standaardinstelling van de achterste
    schokbreker is geschikt voor de meeste rijcondities bij lage of hoge snelheid, met een
    beperkte of een maximale belasting. De instelling kan evenwel ook worden aangepast
    aan het specifieke gebruik van de motorfiets.

    a

    De moer mag niet verder dan 25
    mm vanaf het begi n van de
    draad worden geschroefd (zie afbeelding). Als deze grens wordt overschreden, zal zelfs de geringste oneffenheid in het wegdek plotse schokken
    veroorzaken.
    ◆ Draai de stelmoer (1) aan (afstelling van
    de voorbelasting van de veer van de
    schokdemper) (zie tabel).

    Functie

    Verhoging
    van de
    voorbelasting
    van de veer

    Weggedrag

    De motorfiets De motorfiets
    is harder
    is zachter
    afgeveerd
    afgeveerd

    Aanbevolen
    wegdek

    Effen of
    normale
    wegen

    Opmerkingen Rijder en
    passagier

    Verlaging
    van de
    voorbelasting
    van de veer

    Oneffen
    wegen
    Rijder alleen



  • Page 61

    #/.42/,%2%. 6!. $% 3,)*4!'%
    6!. $% 2%-",/+*%3
    Lees aandachtig pag. 26 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen), pag. 26
    (SCHIJFREMMEN), pag. 43 (ONDERHOUD).
    De volgende informatie heeft betrekking
    op één remsysteem, maar geldt voor
    beide.
    Controleer de slijtage van de remblokjes
    na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna
    om de 2000 km (1250 mi).
    De slijtage van de remblokjes hangt af van
    het gebruik, de rijstijl en de staat van het
    wegdek.

    a

    Controleer de slijtage van de
    remblokjes in het bijzonder voor
    elke rit.

    Voor een snelle controle van de slijtage
    van de remblokjes gaat u als volgt te werk:
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard.
    ◆ Voer een visuele controle van de dikte
    van het wrijvingsmateriaal uit door tussen de remklauw en de blokjes te kijken.
    Kijk:
    – vanaf de onderzijde, op de voorkant,
    voor de voorremklauwen (1);
    – vanaf de onderzijde, op de achterkant,
    voor de achterremklauw (2).

    a

    Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een
    metaalachtig geluid en vonkvorming
    door de remklauw als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en
    de staat van de remschijf zouden daardoor negatief worden beïnvloed.


    Als de dikte van het wrijvingsmateriaal
    (zelfs maar van één remblokje) ongeveer
    tot 1 mm is afgenomen, moet u beide
    blokjes vervangen.
    – Voorremblokje (3).
    – Achterremblokje (4).

    a

    Laat de remblokjes vervangen
    door uw officiële APRILIA-dealer.

    gebruik en onderhoud RS 125

    61



  • Page 62

    !&34%,,%. 6!. $% '!3(%.$%,
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
    De speling van de gashendel moet 2÷3
    mm zijn, gemeten op het uiteinde van de
    greep.

    !&34%,,).' 6!. (%4
    34!4)/.!)2% 4/%2%.4!,
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
    Stel het stationaire toerental af telkens
    wanneer er onregelmatigheden optreden.
    Ga hiervoor als volgt te werk:
    ◆ Rijd enkele kilometers tot de normale rijtemperatuur is bereikt, zie pag. 17
    (Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur “h”).
    ◆ Zet de motor in de neutrale stand (groen
    waarschuwingslampje “q” licht op).
    ◆ Controleer het stationaire toerental van
    de motor op de toerenteller.
    De stationaire snelheid van de motor moet
    1250 – 100 tpm (rpm) bedragen.

    62

    gebruik en onderhoud RS 125

    Indien nodig:
    Zet de motorfiets op de standaard.
    Stel de knop (1) in.
    Door hem AAN TE DRAAIEN (rechtsom), verhoogt u het toerental van de motor.
    Door hem LOSSER TE DRAAIEN (linksom), verlaagt u het toerental van de motor.
    ◆ Draai de gashendel een paar maal open
    en dicht om de juiste werking te controleren en om na te gaan of het stationaire
    toerental constant is.



    c

    Neem zo nodig contact op met
    uw officiële APRILIA-dealer.

    Als dit niet het geval is, ga dan als volgt te
    werk:
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard.
    ◆ Trek het beschermingselement (2) weg.
    ◆ Draai de borgmoer (3) los.
    ◆ Verdraai de stelschroef (4) zo dat de
    voorgeschreven waarde wordt bereikt.
    ◆ Draai na het afstellen de borgmoer (3)
    vast en controleer de speling opnieuw.
    ◆ Plaats het beschermingselement (2) terug.

    a

    Controleer na het afstellen of
    draaien van het stuur geen verandering van het stationair toerental tot gevolg heeft en of de gashendel vlot en aut omatisch n aar zijn
    beginpositie terugkeert wanneer hij
    wordt losgelaten.



  • Page 63

    !&34%,,%.
    6!. $% #(/+%(%.$%, 0
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    Na het afstellen:
    ◆ Zet de moer vast (3) om de stelschroef
    (4) te vergrendelen en plaats het beschermingselement (2) terug.

    De ideale speling van de chokehendel is
    2 ÷ 3 mm.
    Stel de speling als volgt af:
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard.
    ◆ Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    ◆ Ga aan de linkerzijde van de motorfiets
    staan.

    c

    Trek het beschermingselement
    (1) van de gaskabel NIET weg.





    Trek het beschermingselement (2) weg.
    Zet de moer (3) los.
    Verdraai de stelschroef (4) op de carburateur.

    gebruik en onderhoud RS 125

    63



  • Page 64







    Controleer de elektrodenafstand met een
    diktemeter. De afstand moet 0,70,8 mm
    zijn; stel zo nodig bij door voorzichtig de
    aardelektrode te verbuigen.
    Controleer of de sluitring in goede staat is.
    De bougie en de sluitring met de hand
    aandraaien om beschadiging van de
    schroefdraad te voorkomen.
    Zet de bougie vast door deze met de
    bougiesleutel in de gereedschapsset
    een halve slag aan te draaien om de
    sluitring aan te drukken.

    Aanhaalmoment bougie: 20 Nm (2 kgm).
    "/5')%
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
    Controleer de bougie na de eerste 1000
    km (625 mi) en daarna om de 4000 km
    (2500 mi); vervang ze om de 8000 km
    (5000 mi).
    Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang
    ze zo nodig.
    U komt als volgt bij de bougie:
    ◆ Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).

    64

    gebruik en onderhoud RS 125

    Verwijder en reinig de bougie als volgt:
    Trek de bougiedop (1) van de bougie.
    Haal al het vuil van de voet van de bougie, schroef ze vervolgens los met de
    sleutel in de gereedschapsset en haal ze
    uit de zitting. Let hierbij goed op dat er
    geen stof of andere voorwerpen in de cilinder terechtkomen.
    ◆ Controleer of de elektrode en het middengedeelte uit porselein geen koolstofaanslag of roestvlekken vertonen; maak
    zo nodig de onderdelen schoon met een
    speciaal schoonmaakproduct voor bougies, met een ijzerdraad en/of een metaalborstel.
    ◆ Blaas krachtig de eventuele resten weg,
    om te voorkomen dat ze in de motor terechtkomen.
    Als de bougie scheurtjes vertoont in het
    isolatiemateriaal, als de elektroden verroest zijn of als er teveel koolstof op zit,
    moet de bougie vervangen worden.



    a

    De bougie moet goed aangedraaid zijn, anders kan de motor
    oververhit raken en beschadigd
    worden.
    Gebruik uitsluitend het aanbevolen type
    van bougie, zie pag. 78 (TECHNISCHE
    GEGEVENS) om de prestaties en de levensduur van de motor niet in het gedrang te brengen.




    Breng de bougiedop goed aan, zodat hij
    niet kan loskomen ten gevolge van motortrillingen.
    Monteer de brandstoftank.



  • Page 65

    !##5

    .! ,!.'% ).!#4)6)4%)4
    6!. $% !##5

    c

    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    Als de motorfiets langer dan 20
    dagen niet wordt gebruikt, moet u
    de zekering van 20 A uittrekken, om kwaliteitsverlies van de accu - als gevolg van
    het stroomverbruik van de multifunctionele computer - te voorkomen.

    Controleer het elektrolytpeil en de bevestiging van de accuklemmen na de eerste
    1000 km (625 mi) en daarna om de
    4000 km (2500 mi) of 12 maanden.

    a

    De elektrolyt in de accu is giftig
    en bijtend en in contact met de
    huid kan het brandwonden veroorzaken, doordat het zwavelzuur bevat.
    Draag beschermende kleding, een gezichtsmasker en/of een veiligheidsbril
    tijdens onderhoudswerkzaamheden.
    Indien de elektrolyt in contact komt met
    de huid, moet u de aangetaste huid
    overvloedig afspoelen met water.
    In geval van contact met de ogen, moet
    u de ogen goed uitspoelen gedurende
    15 minuten en daarna onmiddellijk een
    oogarts raadplegen.
    Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden
    water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige
    olie en roep onmiddellijk de hulp van
    een arts in.
    De accu scheidt explosieve gassen af
    en moet daarom uit de buurt van vlammen, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.

    Tijdens opladen of gebruik van de accu
    moet de ruimte goed geventileerd zijn
    en moet u inademing van de tijdens het
    opladen vrijgekomen gassen vermijden.
    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
    HOUDEN
    Laat de motorfiets niet teveel overhellen, om te vermijden dat het accuzuur
    uit de accu loopt, met alle gevaarlijke
    gevolgen van dien.

    a

    Draai nooit de aansluiting van de
    accukabels om.

    Koppel de accu aan of los met de contactschakelaar in de stand “m”.
    Sluit eerst de positieve kabel (+) aan,
    daarna de negatieve (–).
    Loskoppelen gebeurt in omgekeerde
    volgorde.

    Om de zekering van 20 A te verwijderen,
    dient de digitale klok op nul te worden
    gezet. Voor het terugstellen van de digitale klok, zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Als de motorfiets langer dan vijftien dagen
    ongebruikt blijft, moet de accu worden opgeladen, om sulfatering van de accu te
    voorkomen, zie pag. 67 (OPLADEN VAN
    DE ACCU):
    ◆ Demonteer de accu, zie pag. 66 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en bewaar
    hem op een koele en droge plaats.
    Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te
    controleren (ongeveer één k eer per
    maand) in de winter of wanneer de motorfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
    ◆ Laad de accu volledig op door middel
    van een normale oplading, zie pag. 67
    (OPLADEN VAN DE ACCU).
    Als de accu op de motorfiets blijft zitten,
    moet u de kabels van de klemmen loskoppelen.

    gebruik en onderhoud RS 125

    65



  • Page 66

    $%-/.4%2%. 6!. $% !##5

    c

    Om de accu te verwijderen, dient
    de digitale klok op nul te worden
    gezet. Voor het terugstellen van de digitale klok, zie pag. 17 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Lees aandachtig pag. 65 (ACCU).



    #/.42/,%2%. %. 2%).)'%.
    6!. $% !##5
    !!.3,5)4).'%.
    Lees aandachtig pag. 65 (ACCU).


    Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    ◆ Controleer of de kabelaansluitingen (1)
    en de accupolen (2):
    – in goede staat zijn (niet verroest of bedekt met koolresten);
    – ingesmeerd zijn met neutraal vet of vaseline.

    66

    gebruik en onderhoud RS 125

    Indien nodig:
    Controleer of het contactslot in de stand
    “m” staat.
    ◆ Maak eerst de negatieve (–) en dan de
    positieve kabel (+) los.
    ◆ Veeg roest weg met een staalborstel.
    ◆ Sluit eerst de positieve (+) en dan de negatieve kabel (–) aan.
    ◆ Smeer de aansluitklemmen van de kabels en van de accu in met neutraal vet
    of vaseline.








    Zorg dat de contactschakelaar in de
    stand “m” staat.
    Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    Maak eerst de negatieve (–) en dan de
    positieve kabel (+) los.
    Verwijder de ontluchtingsleiding van de
    accu (3).
    Schroef de schroef (4) los en verwijder
    ze.
    Verplaats de expansietank (5).
    Verwijder de accu en bewaar hem op
    een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.

    a

    Zodra de accu is gedemonteerd,
    moet hij op een veilige plaats
    buiten het bereik van kinderen
    worden bewaard.



  • Page 67

    #/.42/,%2%. 6!. (%4
    %,%+42/,940%),

    -/.4%2%. 6!. $% !##5
    Lees aandachtig pag. 65 (ACCU).

    Lees aandachtig pag. 65 (ACCU).
    Controleer het elektrolytpeil als volgt:
    ◆ Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    ◆ Laat de motorfiets rechtop staan met de
    twee wielen op de grond.
    ◆ Controleer of het vloeistofniveau zich
    tussen de twee “MIN”- en “MAX”-streepjes op de zijkant van de accu bevindt.
    Zo niet:
    ◆ Demonteer de accu, zie pag. 66 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
    ◆ Verwijder de doppen.

    a












    Gebruik uitsluitend gedistilleerd
    water voor het bijvullen van het
    elektrolytpeil. Vul nooit tot boven het “MAX”- streepje, want het elektrolytpeil stijgt tijdens het opladen.







    Vul enkel bij met gedistilleerd water.

    /0,!$%. 6!. $% !##5
    Lees aandachtig pag. 65 (ACCU).



    Controleer het peil van het accuzuur, zie
    hiernaast (CONTROLEREN VAN HET
    ELEKTROLYTPEIL).
    Sluit de accu aan op een acculader.
    Opladen met een amperage gelijk aan
    1/10 van de accucapaciteit wordt aanbevolen.
    Controleer na het opladen nogmaals het
    elektrolytpeil en vul zo nodig bij met gedistilleerd water.
    Plaats de doppen terug.

    a

    Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens
    de accu opnieuw te monteren,
    aangezien de accu nog een korte tijd
    gas blijft produceren.

    Zorg dat de contactschakelaar in de
    stand “m” staat.
    Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).
    Plaats de accu in zijn behuizing.
    Sluit de ontluchtingsleiding (1) aan.

    a

    Sluit bij het hermonteren altijd
    de ontluchtingsleiding van de
    accu aan om te vermijden dat de
    zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte delen, de rubberen elementen of de pakkingen aantasten wanneer ze uit de ontluchtingsleiding
    komen.







    Sluit de positieve kabel (+) en daarna de
    negatieve kabel (–) aan.
    Smeer de aansluitklemmen van de kabels en van de accu in met neutraal vet
    of vaseline.
    Zet de expansietank (2) in de correcte
    positie.
    Zet de schroef (3) vast.
    Zet de brandstoftank omlaag en vergrendel ze.

    Demonteer de accu, zie pag. 66 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
    Verwijder de doppen.

    gebruik en onderhoud RS 125

    67



  • Page 68

    6%26!.'%. 6!. $%
    :%+%2).'%.
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    a

    Tracht geen defecte zekeringen
    te herstellen.
    Gebruik nooit andere dan de
    aanbevolen zekeringen.
    Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting,
    zelfs brand veroorzaken.

    c

    Als een zekering regelmatig
    doorbrandt, is er waarschijnlijk
    een kortsluiting of een overbelasting in
    het elektrische systeem. In dit geval
    wordt aangeraden een officiële APRILIAdealer te raadplegen.

    68

    gebruik en onderhoud RS 125

    Als een elektrisch onderdeel niet werkt of
    onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.
    ◆ Draai de contactschakelaar naar “m” om
    kortsluiting te vermijden.
    ◆ Zet de brandstoftank omhoog, zie
    pag. 57 (OMHOOG ZETTEN VAN DE
    BRANDSTOFTANK).



    Om de zekering van 20 A te verwijderen, dient de digitale klok
    op nul te worden gezet. Voor het terugstellen van de digitale klok, zie pag. 17
    (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    1) Zekering van 20 A
    Van de accu naar contactschakelaar,
    spanningsregelaar, klok.

    c





    Trek de zekeringen één voor één uit en
    controleer of de smeltdraad niet is doorgebrand.
    Probeer voor u een zekering vervangt te
    achterhalen wat de oorzaak van het probleem was.

    Vervang de beschadigde zekering door
    een nieuwe met hetzelfde amperage.

    c

    Als u een van de reservezekeringen gebruikt, moet u een nieuwe
    zekering in de juiste houder steken.
    FUNCTIE VAN DE ZEKERINGEN

    2) Zekering van 15 A
    Van de contactschakelaar naar alle
    lichtgroepen en de claxon, elektromagnetische kleppen ­, RAVE-motor ­.
    3) Zekering van 7,5 A
    Van de contactschakelaar naar de ontsteking, startveiligheid.



  • Page 69

    #/.42/,%2%. 6!. $%
    :)*34!.$!!2$ %. $%
    6%),)'(%)$33#(!+%,!!2
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD) en pag. 70 (CONTROLEREN
    VAN DE SCHAKELAARS).
    De zijstandaard (1) moet zonder beletsel
    kunnen draaien.
    Voer de volgende controles uit:
    ◆ De veren (2) mogen niet beschadigd,
    versleten, verroest of zwak zijn.
    ◆ De zijstandaard moet ongehinderd kunnen draaien; smeer zo nodig de geleiding met vet in, zie pag. 81 (SMEERMIDDELENTABEL).

    De zijstandaard (1) is voorzien van een
    veiligheidsschakelaar (3) die dient om de
    rotatie van de motor te beletten of te onderbreken bij ingeschakelde versnelling en
    met de zijstandaard (1) omlaag.
    Ga als volgt te werk om te controleren of
    de veiligheidsschakelaar (3) werkt zoals
    het hoort:
    ◆ Ga in rijhouding op de motorfiets zitten.
    ◆ Klap de zijstandaard (1) omhoog.
    ◆ Start de motor, zie pag. 36 (STARTEN).
    ◆ Trek, met losgelaten gashendel (Pos. A)
    en bij stationaire motor, de koppelingshendel (4) volledig aan.




    Schakel in eerste versnelling door de
    schakelhendel (6) omlaag te duwen.
    Laat de zijstandaard (1) zakken, zodat
    de veiligheidsschakelaar (3) in werking
    treedt.

    Op dat moment:
    – moet de motor stoppen;
    – moet het waarschuwingslampje zijstandaard neer “\” oplichten.

    a

    Wanneer de motor niet stopt,
    neem dan contact op met een officiële APRILIA-dealer.

    gebruik en onderhoud RS 125

    69



  • Page 70

    #/.42/,%2%.
    6!. $% 3#(!+%,!!23
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).
    De motorfiets is uitgerust met drie schakelaars:
    – Remlichtschakelaar op de achterrempedaal (1).
    – Stoplichtschakelaar op de voorremhendel (2).
    – Veiligheidsschakelaar op de zijstandaard (3).

    70

    gebruik en onderhoud RS 125






    Controleer of de schakelaar vrij is van
    vuil of modder; de pen moet onbelemmerd kunnen bewegen en automatisch
    terugkeren naar de beginpositie.
    Controleer of de kabels correct zijn aangesloten.
    Controleer de veer (4): ze mag niet beschadigd, versleten of verzwakt zijn.



  • Page 71

    !&34%,,%. 6!. $% 6%24)#!,%
    ,)#(4"5.$%, 6!. $% +/0,!-0
    Voor een snelle controle van de juiste richting van de lichtbundel moet u de motorfiets op een effen ondergrond zetten, op
    tien meter afstand van een muur.
    Zet het dimlicht aan, ga op de motorfiets
    zitten en kijk of de bundel van de koplamp
    die op de muur wordt geprojecteerd zich
    net onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale
    hoogte).

    De afstelling van de lichtbundel van de
    koplamp gebeurt als volgt:
    ◆ Regel vanaf de linker achterzijde van het
    voorste stuk van de kuip de betreffende
    schroef (1) met behulp van een korte
    kruiskopschroevendraaier.
    Door ze AAN TE DRAAIEN (rechtsom),
    richt u de bundel omhoog.
    Door ze LOSSER TE DRAAIEN (linksom), richt u de bundel omlaag.

    ',/%),!-0%.
    Lees aandachtig pag. 43 (ONDERHOUD).

    a

    Draai vóór het vervangen van
    een gloeilamp de contactschakelaar in de stand “m”.
    Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een schone droge doek.
    Laat geen vingerafdrukken achter op de
    lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan.
    Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken wegvegen met alcohol, om te vermijden dat de
    lamp regelmatig uitvalt.
    WEES VOORZICHTIG DAT U DE ELEKTRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT.

    gebruik en onderhoud RS 125

    71



  • Page 72

    6%26!.'%.
    6!. $% ',/%),!-0%.
    6!. $% +/0,!-0

    Vervang de gloeilampen als volgt:

    Lees aandachtig pag. 71 (GLOEILAMPEN).

    a



    Zet de motorfiets op de standaard.

    c

    Controleer de zekeringen voor u
    een gloeilamp vervangt, zie
    pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).
    In de koplamp zitten:
    ◆ Eén gloeilamp voor het grootlicht (1)
    (rechts).
    ◆ Eén gloeilamp voor het parkeerlicht (2)
    (onderaan).
    ◆ Eén gloeilamp voor het dimlicht (3)
    (links).

    72

    gebruik en onderhoud RS 125

    GLOEILAMP VAN HET PARKEERLICHT
    Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.





    Neem vanaf de achterzijde van het voorste stuk van de kuip de lampfitting (4)
    vast, trek eraan en neem hem uit zijn
    houder.
    Trek de gloeilamp van het parkeerlicht
    (5) uit en vervang ze door een lamp van
    hetzelfde type.

    GLOEILAMPEN VAN HET GROOTLICHT
    ◆ Verwijder vanaf de rechter achterzijde
    van het voorste stuk van de kuip het beschermingselement (6) met uw handen.
    ◆ Trek de elektrische aansluiting (7) los.
    ◆ Maak de borgveer (8) op de achterkant
    van de lampfitting (9) los.
    ◆ Trek de gloeilamp (10) uit en vervang ze.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.


    Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.



  • Page 73

    GLOEILAMP VAN HET DIMLICHT
    ◆ Verwijder vanaf de linker achterzijde van
    het voorste stuk van de kuip het beschermingselement (11) met uw handen.
    ◆ Trek de aansluiting (12) los.
    ◆ Maak de borgveer (13) op de achterkant
    van de lampfitting (14) los.
    ◆ Trek de lamp (15) uit haar houder en vervang ze.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.


    Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

    6%26!.'%. 6!. $% ',/%),!-0%.
    6!. $% 6//234% %. !#(4%234%
    2)#(4).'!!.7)*:%23
    Lees aandachtig pag. 71 (GLOEILAMPEN).

    c

    Controleer de zekeringen voor u
    een gloeilamp vervangt, zie
    pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).



    Zet de motorfiets op de standaard.
    Draai de schroef (16) los en verwijder ze.

    c

    Let op dat u bij het verwijderen
    van het beschermingsglas het
    pennetje niet beschadigt.


    Verwijder het beschermingsglas (17).

    c

    Plaats bij het hermonteren het
    beschermingsglas weer correct
    in zijn zitting.
    Draai de schroef (16) niet te stevig en
    voorzichtig aan om beschadiging van
    het beschermingsglas te vermijden.



    Druk lichtjes op de gloeilamp (18) en
    draai ze linksom.
    Trek de gloeilamp uit haar houder.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.


    Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

    c

    Als de lampfitting (19) uit zijn
    houder komt, moet u hem correct insteken, door de opening van de
    fitting uit te lijnen met de zitting van de
    schroef.

    gebruik en onderhoud RS 125

    73



  • Page 74

    6%26!.'%. 6!. $% ',/%),!-0
    6!. (%4 !#(4%2,)#(4




    Lees aandachtig pag. 71 (GLOEILAMPEN).



    c

    Controleer de zekeringen voor u
    een gloeilamp vervangt, zie
    pag. 68 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN), alsook de goede werking van
    de stoplichtschakelaars, zie pag. 70
    (CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS).

    c

    Plaats bij het hermonteren het
    beschermingsglas correct in zijn
    houder.
    Draai de schroef (1) voorzichtig vast
    zonder te veel druk uit te oefenen, om te
    voorkomen dat het beschermingsglas
    wordt beschadigd.




    74

    gebruik en onderhoud RS 125

    Zet de motorfiets op de standaard.
    Draai de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
    Verwijder het beschermingsglas (2).

    Druk lichtjes op de gloeilamp (3) en draai
    ze linksom.
    Trek de gloeilamp uit haar houder.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.


    Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

    a

    Draai bij het monteren de
    schroeven (1) voorzichtig en niet
    te vast aan, om te vermijden dat
    u het beschermingsglas beschadigt.



  • Page 75

    6%26/%2
    ,%$)'%. 6!. $%
    "2!.$34/&4!.+
    Lees aandachtig pag. 25 (BRANDSTOF).

    a

    c

    Voor u de motorfiets gaat vervoeren, moeten de benzinetank
    en de carburateur volledig leeg zijn, zie
    hiernaast (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK); controleer na het leegmaken of alles volkomen droog is.
    Tijdens transport moet de motorfiets in
    verticale positie blijven staan, moet hij
    goed vastgemaakt zijn en moet de 1ste
    versnelling ingeschakeld zijn, om lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof te
    vermijden.

    a

    In geval van pech mag de motorfiets niet worden gesleept, maar
    moet u hulp inroepen.

    Gevaar voor brand.
    Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.
    Brandstofdampen zijn schadelijk voor
    uw gezondheid. Controleer alvorens de
    tank leeg te maken of de ruimte waarin
    u werkt goed geventileerd is.
    Adem geen brandstofdampen in.
    Rook niet en gebruik geen open vlammen.
    LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.







    Zet de motorfiets op de standaard.
    Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
    Neem een opvangbak met een capaciteit
    die groter is dan de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank en plaats hem
    op de grond aan de linkerzijde van de
    motorfiets.
    Verwijder de vuldop.
    Gebruik voor het aftappen van de brandstof uit de tank een handpomp of een
    dergelijk gereedschap.

    a

    Draai na het aftappen van de
    tank de vuldop vast.

    Ga als volgt te werk om de carburateur volledig af te tappen:
    ◆ Zet de brandstofkraan (1) op “RES”.
    ◆ Start de motorfiets, zie pag. 36 (STARTEN).
    ◆ Geef enkele malen gas tot de motor stilvalt bij gebrek aan brandstof.
    Neem zo nodig contact op met een officiële APRILIA-dealer.

    gebruik en onderhoud RS 125

    75



  • Page 76

    2%).)').'



    a

    Na het reinigen van de motorfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te
    wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken. Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee
    houden dat de remafstanden langer
    kunnen zijn. Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.
    Reinig de motorfiets regelmatig als hij in
    bepaalde gebieden of onder bijzondere
    omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:
    ◆ In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
    ◆ In gebieden gekenmerkt door een hoog
    percentage zout en vocht (zeegebieden,
    hete en vochtige klimaten).
    ◆ In speciale omstandigheden (gebruik
    van zout en chemische producten tegen
    ijsvorming op de wegen in de winter).
    ◆ Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen, enz. op de
    carrosserie zitten.
    ◆ Parkeer de motorfiets niet onder een
    boom, aangezien in sommige seizoenen
    bepaalde stoffen, hars, fruit of bladeren
    uit de bomen kunnen vallen, die bestanddelen bevatten die de lak mogelijk
    aantasten.

    76

    gebruik en onderhoud RS 125

    Voer de controles vooraf uit, zie pag. 35
    (CONTROLES VOORAF).
    Voor het verwijderen van vuil en modder
    van de gelakte delen moet u een lagedrukwaterspuit gebruiken; maak de vuile delen
    goed nat, veeg modder en vuil weg met
    een zachte autospons die in een oplossing
    van water en shampoo is gedrenkt (2 ÷ 4%
    shampoo in water).
    Vervolgens de delen afspoelen met veel
    water en afdrogen met een zeemlap.
    Voor het reinigen van de buitenkant van de
    motor moet u een ontvettingsmiddel,
    kwastjes en stoflappen gebruiken.
    Poets de motorfiets pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.

    c

    Reinig de bromfiets niet in de
    zon, vooral niet in de zomer, als
    de carrosserie nog warm is, want als de
    shampoo opdroogt voor hij wordt weggespoeld, kan hij de lak aantasten.
    Maak dof geworden lak nooit glanzend
    met polijstpasta.
    Gebruik geen water (of andere vloeistoffen) met een temperatuur van 40°C om
    de plastic onderdelen van de bromfiets
    te reinigen.
    Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en evenmin stoom om de
    volgende onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechteren de linkerhelft van het stuur, lagers,
    rempomp, instrumenten en controlelampjes, uitlaatdemper, handschoenkastje, contactschakelaar/stuurslot.
    Reinig onderdelen van rubber en kunststof en het zadel niet met alcohol, benzine of oplosmiddelen, maar gebruik uitsluitend water en een neutrale zeep.

    a

    Breng geen beschermende was
    aan op het zadel om te vermijden
    dat het glibberig wordt.



  • Page 77

    ,!.'% 0%2)/$% 6!. 34),34!.$

    c

    Als de motorfiets langer dan 20
    dagen niet wordt gebruikt, moet u
    de zekering van 20 A uittrekken, om kwaliteitsverlies van de accu - als gevolg van
    het stroomverbruik van de multifunctionele computer - te voorkomen.
    Nadat de motorfiets gedurende een lange
    periode heeft stilgestaan, dienen enkele
    maatregelen te worden getroffen om problemen te vermijden.
    Verder is het ook belangrijk de nodige reparaties en een groot onderhoud te laten
    uitvoeren vóór een periode van stilstand,
    om te vermijden dat u dit later vergeet.
    Ga als volgt te werk:
    ◆ Maak de brandstoftank en de carburateur leeg, zie pag. 75 (LEDIGEN VAN
    DE BRANDSTOFTANK).
    ◆ Trek de bougie uit en giet een koffielepel
    (5-10 cm#) tweetaktolie in de cilinder.
    Zet de contactschakelaar in de stand
    “n”; druk gedurende enkele seconden
    op de startknop “r” om de olie gelijkmatig over het cilinderoppervlak te verdelen. Monteer de bougie.












    Demonteer de accu, zie pag. 66 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en pag. 65
    (NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU).
    Reinig de motorfiets en laat hem drogen,
    zie pag. 76 (REINIGING).
    Poets de gelakte delen op met was.
    Pomp de banden op, zie pag. 33 (BANDEN).
    Plaats met behulp van een geschikte
    steun de motorfiets zodanig dat beide
    banden van de grond geheven zijn.
    Plaats de motorfiets in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschermd tegen zonlicht en met een minimum aan
    temperatuurschommelingen.
    Dek de motorfiets af, maar bij voorkeur
    niet met plastic of waterdichte materialen.

    NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
    ◆ Haal de motorfiets onder de afdekking
    vandaan en maak hem schoon, zie
    pag. 76 (REINIGING).
    ◆ Controleer de laadtoestand van de accu,
    zie pag. 67 (OPLADEN VAN DE ACCU)
    en monteer hem, zie pag. 67 (MONTEREN VAN DE ACCU).
    ◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 25
    (BRANDSTOF).
    ◆ Voer de controles vooraf uit, zie pag. 35
    (CONTROLES VOORAF).

    a

    Maak een testrit met een lage
    snelheid bij weinig verkeer.

    gebruik en onderhoud RS 125

    77



  • Page 78

    4%#(.)3#(% '%'%6%.3
    AFMETINGEN

    Max. lengte ...................................................... 1950 mm
    Maximale lengte
    (inclusief verlengstuk achterspatbord &) ....... 2005 mm
    Max. breedte.................................................... 720 mm
    Max. hoogte
    (voorste deel van de stuurkap inbegrepen) ..... 1135 mm
    Hoogte zadel ................................................... 805 mm
    Wielbasis ......................................................... 1345 mm
    Min. grondspeling ............................................ 163 mm
    Gewicht zonder rijder (klaar om te starten) ..... 139 kg

    MOTOR

    Type................................................................. één cilinder, 2-takt met membraan inlaat. Afzonderlijke smering
    door middel van automatische menginrichting met variabele
    opbrengst (1,0 - 3,0 %).
    Aantal cilinders ................................................ 1
    Totaal slagvolume............................................ 124,82 cm#
    Boring / slag..................................................... 54 mm / 54,5 mm
    Compressieverhouding.................................... 12,5 – 0,5 : 1
    Starten ............................................................. elektrisch
    Stationair toerental .......................................... 1250 – 100 tpm (rpm)
    Koppeling......................................................... meervoudige natte platen, handbediening op de linkerstuurhelft.
    Koeling............................................................. vloeistofgekoeld

    INHOUD

    Brandstof (reserve inbegrepen).......................
    Brandstofreserve .............................................
    Transmissieolie................................................
    Transmissieolie ­ ........................................
    Koelvloeistof ....................................................
    Olie (reserve inbegrepen)................................
    Oliereserve ......................................................
    Voorvorkolie.....................................................
    Zitplaatsen .......................................................
    Maximaal toelaatbare last
    (rijder + passagier + bagage) ..........................

    78

    gebruik en onderhoud RS 125

    13 L
    3,5 L (mechanische reserve)
    600 cm#
    600 cm#
    0,8 L (50% water + 50% antivries met ethylglycol)
    1,4 L
    0,35 L
    430 cm# (voor elke poot)
    2
    180 kg



  • Page 79

    TRANSMISSIE

    Type ................................................................ mechanisch, 6 versnellingen met voetbediening op de linkerzijde
    van de motor.

    VERHOUDINGEN

    Verhouding
    1ste
    2de
    3de
    4de
    5de
    6de

    CARBURATEUR

    Aantal .............................................................. 1
    Model .............................................................. DELL’ORTO PHBH 28

    BRANDSTOFTOEVOER

    Primair
    19/63 = 1 : 3,315

    Secundair
    10 / 30 = 1: 3,000
    14 / 29 = 1: 2,071
    17 / 27 = 1: 1,588
    19 / 25 = 1: 1,316
    21 / 24 = 1: 1,143
    22 / 23 = 1: 1,045

    Eindoverbrenging
    17 / 40 = 1 : 2,353

    Totaalverhouding
    1 : 23,406
    1 : 16,161
    1 : 12,391
    1 : 10,266
    1 : 8,916
    1 : 8,156

    Brandstof......................................................... superbenzine overeenkomstig DIN 51600 (4 Stars U), min. octaangetal 98 (N.O.R.M.) en 88 (N.O.M.M.) (loodvrij)
    Brandstof 2 ^ ............................................ loodvrije benzine overeenkomstig DIN 51607, min. octaangetal 95
    (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.)

    FRAME

    Type ................................................................ twee balken, met gegoten en gestampte platen
    Balhoofdhoek .................................................. 25° 30'
    Naloop............................................................. 102 mm

    OPHANGING

    Voor.................................................................
    Veerweg ..........................................................
    Achter..............................................................
    Veerweg ..........................................................

    REMMEN

    Voor................................................................. schijfrem - Ø 320 mm - met hydraulische overbrenging
    Achter.............................................................. schijfrem, Ø 220 mm - met hydraulische overbrenging

    WIELVELGEN

    Type ................................................................ lichtmetaallegering
    Voor................................................................. 3,00 x 17”
    Achter.............................................................. 4,00 x 17”

    hydraulisch werkende telescoopvork
    120 mm
    Hydraulische mono-schokdemper
    44,5 mm

    gebruik en onderhoud RS 125

    79



  • Page 80

    BANDEN

    VOOR .............................................................. 100/80 17” 52S; 110/70 R 17” 54T;
    - Bandenspanning voor rijder alleen ............... 180 kPa (1,8 bar)
    - Bandenspanning voor rijder met passagier... 180 ± 10 kPa (1,8 ± 0,1 bar)
    ACHTER.......................................................... 130/70 17” 62S; 140/60 ZR 17”;
    - Bandenspanning voor rijder alleen ............... 200 kPa (2,0 bar)
    - Bandenspanning voor rijder met passagier... 230 ± 10 kPa (2,3 ± 0,1 bar)

    ONTSTEKING

    Type................................................................. CDI
    Vonkvervroeging.............................................. 12° ± 2° bij 2000 tpm (rpm)

    BOUGIE

    Standaard ........................................................ NGK R BR8ES
    Standaard ­ ................................................. NGK R BR10EG
    Elektrodenafstand............................................ 0,7  0,8 mm

    ELEKTRISCH
    SYSTEEM

    Accu................................................................. 12 V - 9 Ah
    Zekeringen....................................................... 20 - 15 - 7,5 A
    Dynamo ........................................................... 12 V - 180 W

    GLOEILAMPEN

    Dimlicht (halogeen).......................................... 12 V - 55 W H1
    Grootlicht (halogeen) ...................................... 12 V - 55 W H3
    Parkeerlicht...................................................... 12 V - 5 W
    Richtingaanwijzers........................................... 12 V - 10 W
    Achterste parkeerlicht /
    Kentekenplaatverlichting / stoplicht ................. 12 V - 5 / 21 W
    Toerenteller...................................................... 12 V - 2 W
    Snelheidsmeter display ................................... 12 V - 2 W
    Multifunctionele displayverlichting ................... 12 V - 3 W

    WA A R S C H U WINGSLAMPJES

    Neutraalstand .................................................. 12 V - 2 W
    Richtingaanwijzers........................................... 12 V - 2 W
    Grootlicht ......................................................... 12 V - 2 W
    Standaard omlaag ........................................... 12 V - 2 W
    Oliereserve ..................................................... LED

    80

    gebruik en onderhoud RS 125

    100/80 ZR 17”

    150 / 60 ZR 17”



  • Page 81

    3-%%2-)$$%,%.4!"%,

    0

    Versnellingsbakolie (aanbevolen):
    F.C., SAE 75W - 90 of
    GEAR SYNTH, SAE 75W - 90.
    Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL-4.

    0

    MAX 2T COMPETITION of
    SPEED 2T.
    Smeerolie (aanbevolen):
    Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan
    ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++.

    0

    0

    F.A. 5W of
    F.A. 20 W;
    Vorkolie (aanbevolen): vorkolie
    als alternatief
    FORK 5W of

    0

    FORK 20W.

    Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen
    F.A. 5W en
    20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:
    SAE 10W =

    0 F.A. 20W of

    FORK 5W en

    FORK

    0 F.A. 5W 67% van het volume, + 0 F.A. 20W 33% van het volume of
    FORK 5W 67% van het volume, +

    FORK 20W 33% van het volume.

    0 F.A. 5W 33% van het volume, + 0 F.A. 20W 67% van het volume of
    FORK 5W 33% van het volume, +
    FORK 20W 67% van het volume.
    Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen): 0 AUTOGREASE MP of
    GREASE 30.
    SAE 15W =

    Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C…+140°C,
    druppelpunt 150°C…230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.
    Bescherming accupolen: Neutraal vet of vaseline.
    Kettingspray (aanbevolen):

    0 CHAIN SPRAY of

    CHAIN LUBE.

    aWAARSCHUWING
    Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof.

    Remvloeistof (aanbevolen):

    0 F.F., DOT 5 (compatibel met DOT 4) of

    BRAKE 5.1, DOT 5 (compatibel met DOT 4).

    aWAARSCHUWING
    Gebruik uitsluitend antivries en anti-corrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden.
    Motorkoelvloeistof (aanbevolen):

    0 ECOBLU - 40°C of

    COOL.
    gebruik en onderhoud RS 125

    81



  • Page 82

    /0-%2+).'%.

    62!!' !,4)*$ /2)').%,% /.$%2$%,%.
    82

    gebruik en onderhoud RS 125



  • Page 83

    /0-%2+).'%.

    62!!' !,4)*$ /2)').%,% /.$%2$%,%.
    gebruik en onderhoud RS 125

    83



  • Page 84

    Aw€y‚„i…‚ƒÀ

    84

    gebruik en onderhoud RS 125



  • Page 85

    Aw€y‚„i…‚ƒÀ

    gebruik en onderhoud RS 125

    85



  • Page 86

    7D7CRPAQ5@ÀQ5@7E3ÀÀPQÀ!

    86

    gebruik en onderhoud RS 125



  • Page 87

    ,%'%.$! %,%+42)3#( 3#(%-!
    23 
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)
    7)
    8)
    9)
    10)
    11)
    12)
    13)
    14)
    15)
    16)
    17)
    18)
    19)
    20)
    21)
    22)
    23)
    24)
    25)
    26)
    27)
    28)
    29)
    30)
    31)
    32)
    33)
    34)
    35)

    Dynamo
    Bobine
    Startmotor
    Spanningsregelaar
    Zekeringen
    Accu
    Startrelais
    Voorste stoplichtschakelaar
    Achterste stoplichtschakelaar
    Thermistor koelvloeistoftemperatuur
    Oliereservesensor
    Neutraalschakelaar sensor
    Zijstandaardschakelaar
    Richtingaanwijzer links achter
    Achterlicht
    Richtingaanwijzer rechts achter
    Knipperlicht
    Contactschakelaar
    Rechter dimlichtschakelaar
    Linker dimlichtschakelaar
    Compleet dashboard
    Multifunctionele display
    Dashboardgloeilampen
    Waarschuwingslampje zijstandaard omlaag
    Solenoïde ­
    Waarschuwingslampje neutraalstand
    LED-waarschuwingslampje oliereserve
    Waarschuwingslampje grootlicht
    Waarschuwingslampje richtingaanwijzer
    Claxon
    Richtingaanwijzer rechts voor
    Gloeilamp dimlicht
    Voorste parkeerlicht
    Richtingaanwijzer links voor
    RAVE-eenheid ­

    36)
    37)
    38)
    39)
    40)
    41)
    42)
    44)
    45)
    46)

    Multi-stekker
    Bougie
    Gloeilamp grootlicht
    Koplamp
    Toerenteller
    LAP-drukknop (chronometer)
    CDI
    Opneemspoel
    Rechter dimlichtschakelaar _
    Diode

    +,%52%. +!"%,3
    Ar Oranje
    Az Lichtblauw
    B Blauw
    Bl Wit
    G Geel
    Gr Grijs
    M Bruin
    N Zwart
    R Rood
    V Groen
    Vi Paars

    gebruik en onderhoud RS 125

    87



  • Page 88

    aprilia s.p.a. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze bromfiets:
    – Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
    – Laat de motor niet onnodig draaien.
    – Veroorzaak geen geluidsoverlast.
    – Heb eerbied voor de natuur.

    88

    gebruik en onderhoud RS 125






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Aprilia RS 125 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Aprilia RS 125 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 4,5 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info