Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/96
Nächste Seite
use maintenance+ book
RS
250
aprilia part# 8102855
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    RS 250

    use+maintenancebook
    aprilia part# 8102855



  • Page 2

    © 1997 aprilia s.p.a. - Noale (VE)
    Eerste editie: november 1997
    Herdruk: februari 1999, december 2000
    U herkent de officiële aprilia-motorfietsdealer aan dit logo op de deur of etalage:

    7!!23#(57).'3"//$

    3#(!00%.
    De volgende waarschuwingen worden in
    heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:

    a

    Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op de
    motorfiets of in de handleiding,
    dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel.
    Niet-naleving van de aanwijzingen die
    worden gegeven in de boodschappen
    voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico’s voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor de
    motorfiets!

    c

    Aanwijzingen om handelingen te
    vergemakkelijken. Technische
    informatie.

    Deze raamsticker wordt elk jaar verstrekt
    en dient daarom actueel te zijn.

    Vervaardigd en gedrukt door:
    editing division
    Soave (VERONA) - Italië
    Tel. +39 - 045 76 11 911
    Fax +39 - 045 76 12 241
    E-mail: customer@stp.it
    www.stp.it
    In opdracht van:
    aprilia s.p.a.
    via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië
    Tel. +39 - 041 58 29 111
    Fax +39 - 041 44 10 54
    www.aprilia.com

    2

    gebruik en onderhoud RS 250

    ).&/2-!4)%



    Bewerkingen voorafgegaan door
    dit symbool dienen aan de andere
    kant van de motorfiets te worden herhaald.
    Indien niet expliciet anders vermeld, moet
    u voor de montage van de onderdelen de
    stappen voor demontage in omgekeerde
    volgorde herhalen.
    Daar waar de termen “rechts” en “links”
    worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan
    dat de rijder in normale rijhouding op de
    motorfiets zit.

    7!!23#(57).'%.

    6//2:/2'3-!!42%'%,%.

    !,'%-%.% /0-%2+).'%.
    Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het
    gedeelte “VEILIG RIJDEN”.
    Uw veiligheid en die van anderen hangt
    niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van
    de kennis van de motorfiets, van de staat
    van onderhoud en van de basisregels voor
    VEILIG RIJDEN.
    Daarom is het belangrijk de motorfiets goed
    te leren kennen, zodat u er zich veilig mee
    in het verkeer kunt begeven.



  • Page 3

    a

    Dit boekje hoort onlosmakelijk bij
    de motorfiets en moet in geval van
    verkoop worden overgedragen.
    aprilia heeft bij de samenstelling van dit
    boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia
    echter voortdurend het ontwerp van zijn
    producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw motorfiets lichtjes afwijken van
    de in dit boekje beschreven kenmerken.
    Indien u vragen heeft met betrekking tot de
    informatie in dit boekje, aarzel dan niet om
    contact op te nemen met uw Concessionario Ufficiale aprilia.
    Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven,
    de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u
    zich uitsluitend te wenden tot de officiële
    aprilia-dealers en onderhoudscentra, die
    een betrouwbare en snelle service garanderen.
    Wij danken u omdat u voor aprilia heeft
    gekozen en wensen u veel rijplezier.
    Alle rechten voor wat betreft elektronische
    opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook,
    zijn voorbehouden voor alle landen.
    In sommige landen vereisen de
    van kracht zijnde milieuwetgeving
    en geluidsvoorschriften periodieke
    inspecties.

    a

    In deze landen moet de gebruiker van het
    voertuig:
    – contact opnemen met een Concessionario Ufficiale aprilia om de niet-goedgekeurde onderdelen te laten vervangen
    door onderdelen die goedgekeurd zijn in
    het betreffende land;
    – voer de vereiste periodieke inspecties
    uit.
    Bij aankoop van deze motorfiets
    dient u in de navolgende figuur de
    identificatiegegevens te vermelden
    die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Het
    etiket bevindt zich onder het zadel van de
    rijder, zie pag. 60 (DEMONTEREN VAN
    HET ZADEL VAN DE RIJDER).

    a

    Dit zijn identificatiegegevens van:
    – YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...);
    – I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...);
    – LANDENCODES = land van homologatie (I, UK, A, ...).
    Ze dienen te worden doorgegeven aan de
    Concessionario Ufficiale aprilia bij de aankoop van vervangingsonderdelen of acces-

    soires die specifiek zijn voor uw model.
    In deze handleiding worden de volgende
    symbolen gebruikt om de verschillende
    versies aan te duiden:
    e versie automatische lichtschakelaar
    (Automatic Switch-on Device)

    m optie
    o versie met katalysator
    VERSIE VOOR:

    I Italië

    S Singapore

    U Verenigd

    s Slovenië

    a Oostenrijk

    i Israël

    p Portugal

    ¬ Zuid-Korea

    F

    M Maleisië

    Koninkrijk

    Finland

    B België

    c Chili

    d Duitsland

    H Kroatië

    f Frankrijk

    A Australië

    E

    u Verenigde Staten

    Spanje

    G Griekenland

    Ä Brazilië

    O Nederland

    R Zuid-Afrika

    Y Zwitserland

    n Nieuw-Zeeland

    D

    C Canada

    Denemarken

    J Japan

    gebruik en onderhoud RS 250

    3



  • Page 4

    !,'%-%.% ).(/5$
    VEILIG RIJDEN ..................................................................................................5
    BASISREGELS VOOR DE VEILIGHEID......................................................6
    KLEDING......................................................................................................9
    ACCESSOIRES..........................................................................................10
    LADING ......................................................................................................10
    PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN ...................................................12
    PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN/BEDIENINGSELEMENTEN ............14
    INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES..................................................15
    TABEL INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES ...............................16
    MULTIFUNCTIONELE COMPUTER..........................................................18
    BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN ............24
    BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT .....................24
    BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT .................25
    CONTACTSCHAKELAAR ..........................................................................26
    STUURSLOT..............................................................................................26
    HULPUITRUSTING...........................................................................................27
    DEMONTEREN VAN HET PASSAGIERSZADEL......................................27
    VALHELMHAAK .........................................................................................27
    HANDSCHOEN-/GEREEDSCHAPSSETKASTJE .....................................28
    SPECIAAL GEREEDSCHAP
    ..............................................................28
    VERLENGSTUK VOOR ACHTERSPATBORD
    ..................................28
    BELANGRIJKSTE ONDERDELEN ..................................................................29
    BRANDSTOF .............................................................................................29
    TRANSMISSIEOLIE ...................................................................................29
    REMVLOEISTOF (aanbevelingen).............................................................30
    SCHIJFREMMEN .......................................................................................30
    VOORREM .................................................................................................31
    ACHTERREM .............................................................................................32
    OLIERESERVOIR ......................................................................................33
    AFSTELLEN VAN DE VOORREMHENDEL ..............................................34
    AFSTELLEN VAN DE ACHTERREM .........................................................34
    AFSTELLEN VAN DE KOPPELING...........................................................35
    KOELVLOEISTOF......................................................................................36
    BANDEN.....................................................................................................38
    KATALYTISCHE GELUIDDEMPERS
    (enkel voor versie met katalysator).............................................................38
    RICHTLIJNEN VOOR GEBRUIK .....................................................................39
    CONTROLES VOORAF .............................................................................39
    STARTEN...................................................................................................40
    VERTREKKEN EN RIJDEN .......................................................................42
    INRIJDEN ...................................................................................................45
    STOPPEN ..................................................................................................45
    PARKEREN................................................................................................46
    RAADGEVINGEN TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL..........................46
    ONDERHOUD ...................................................................................................47
    ONDERHOUDSSCHEMA ..........................................................................48
    IDENTIFICATIEGEGEVENS......................................................................50

    &

    &

    2

    4

    gebruik en onderhoud RS 250

    &
    &

    DE MOTORFIETS
    OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN
    ................................... 51
    DE MOTORFIETS
    ....................................... 51
    OP DE VOORSTE STANDAARD ZETTEN
    CONTROLEREN
    VAN HET TRANSMISSIEOLIEPEIL EN BIJVULLEN................................ 52
    VERVERSEN VAN DE TRANSMISSIEOLIE ............................................. 53
    VOORWIEL................................................................................................ 54
    ACHTERWIEL ........................................................................................... 56
    TRANSMISSIEKETTING ........................................................................... 58
    DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER................................ 60
    DEMONTAGE VAN DE BRANDSTOFTANK............................................. 61
    LUCHTFILTER........................................................................................... 62
    ONTLUCHTEN VAN DE OLIE................................................................... 63
    CONTROLEREN
    VAN DE VOOR- EN DE ACHTEROPHANGING ....................................... 64
    VOOROPHANGING .................................................................................. 64
    ACHTEROPHANGING .............................................................................. 66
    CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES ............... 68
    AFSTELLING VAN HET STATIONAIRE TOERENTAL............................. 69
    AFSTELLEN VAN DE GASHENDEL......................................................... 69
    AFSTELLEN VAN DE CHOKE-HENDEL (e) ........................................... 69
    BOUGIES................................................................................................... 70
    ACCU......................................................................................................... 71
    DEMONTEREN VAN DE ACCU................................................................ 72
    CONTROLEREN VAN HET ELEKTROLYTPEIL....................................... 72
    OPLADEN VAN DE ACCU ........................................................................ 73
    MONTEREN VAN DE ACCU..................................................................... 73
    NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU ............................................... 73
    VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN...................................................... 74
    CONTROLEREN VAN DE ZIJSTANDAARD
    EN DE VEILIGHEIDSSCHAKELAAR ........................................................ 75
    CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS ............................................. 76
    AFSTELLEN VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL
    VAN DE KOPLAMP ................................................................................... 77
    GLOEILAMPEN ......................................................................................... 77
    VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMP .................. 78
    VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE
    VOORSTE/ACHTERSTE RICHTINGAANWIJZERS ................................. 79
    VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP VAN HET ACHTERLICHT ............. 80
    VERVOER ........................................................................................................ 81
    LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK .................................................... 81
    REINIGING ....................................................................................................... 82
    LANGE PERIODE VAN STILSTAND ........................................................ 83
    TECHNISCHE GEGEVENS ............................................................................. 84
    SMEERMIDDELENTABEL ........................................................................ 88
    Importeurs ............................................................................................ 90-91
    ELEKTRISCH SCHEMA - RS 250............................................................. 92
    LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - RS 250........................................... 93



  • Page 5

    veilig rijden



  • Page 6

    "!3)32%'%,3
    6//2 $% 6%),)'(%)$
    Om de motorfiets te mogen besturen is het
    nodig dat u aan alle wettelijke verplichtingen voldoet (rijbewijs, geestelijke en lichamelijke gezondheid, verzekering, wegenbelasting, registratie motorfiets, nummerplaat, enz.).
    U wordt aangeraden zich de motorfiets geleidelijk eigen te maken, daar waar weinig
    verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.

    6

    gebruik en onderhoud RS 250

    Het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt
    in aanzienlijke mate de rijveiligheid.
    Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en
    lichamelijk goed in staat bent te rijden, en
    rijd vooral niet bij vermoeidheid en slaperigheid.

    Het merendeel van de ongelukken is te wijten aan onervarenheid van de rijder.
    Leen de motorfiets NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval
    van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.



  • Page 7

    Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen
    en houd u aan de nationale en plaatselijke
    verkeersregels.
    Vermijd plotselinge manoeuvres die gevaar opleveren voor uzelf en voor anderen
    (bijvoorbeeld: steigeren, te hard rijden
    enz.), en houd altijd rekening met de toestand van het wegdek, het zicht, enz.

    Bots niet tegen obstakels die schade aan
    het voertuig kunnen toebrengen of de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.
    Rijd niet vlak achter andere voertuigen om
    u mee te laten "zuigen".

    Houd altijd beide handen aan het stuur en
    de voeten op de pedalen (of de voetplanken) en neem een correcte rijhouding aan.
    Vermijd absoluut rechtop te gaan staan tijdens het rijden, of uw ledematen te strekken.

    gebruik en onderhoud RS 250

    7



  • Page 8

    OIL

    De rijder moet zich nooit af laten leiden of
    laten beïnvloeden door personen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen,
    enz.) tijdens het rijden.

    8

    gebruik en onderhoud RS 250

    COOLER

    Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof
    en olie, zoals beschreven in het "SMEER SCHEMA"; controleer regelmatig of de olie
    en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.

    Controleer, als de motorfiets bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het remsysteem en de vitale delen niet beschadigd
    zijn.
    Laat de motorfiets eventueel nakijken door
    een officiële aprilia dealer, met speciale
    aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat
    is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
    Meld elk mankement bij het functioneren
    aan de technici/mecaniciens opdat de reparatiewerkzaamheden vergemakkelijkt
    worden.
    Rijd absoluut niet met de motorfiets wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt.



  • Page 9

    ONLY ORIGINALS
    A12
    345

    Verander nooit de plaats, de stand of de
    kleur van: de kentekenplaat, de richtingaanwijzers, de lichten en de claxon.

    Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de motorfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de
    veiligheid in gevaar brengen of zelfs de
    motorfiets onwettig maken.
    U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt
    van de uitrusting van de motorfiets.
    In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigensc happen van de
    motorfiets veranderen.
    Houd absoluut geen snelheidswedstrijden
    met andere voertuigen.
    Vermijd het rijden op een andere ondergrond dan het wegdek.

    +,%$).'
    Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken
    dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de
    juiste wijze gedragen worden. Controleer of
    de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de
    juiste maat heeft en of het vizier schoon is.
    Draag beschermende kleding; mogelijkerwijs
    met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere
    weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u
    zodoende ook een betere bescherming.
    De kleding moet goed passen en aan de
    uiteinden gesloten zijn. Koorden, ceintuur
    en das mogen niet los hangen; voorkom
    dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken
    in bewegende delen of bedieningselementen.
    Zorg ervoor dat u geen voorwerpen in uw
    gebruik en onderhoud RS 250

    9



  • Page 10

    zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren
    bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelfde geldt voor de eventuele passagier).
    !##%33/)2%3
    De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het
    gebruik van de accessoires.
    Denkt u er tijdens de montage aan dat geen
    onderdelen zoals de lichten of onderdelen
    die dienen voor het aangeven van de richting
    of voor geluidssignalen bedekt worden,
    waardoor deze onderdelen geheel of
    gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer
    ook niet de uitslag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen.
    Vermijd het gebruik van accessoires die de
    toegang tot de bedieningselementen be10

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    lemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden.
    De gestroomlijnde accessoires en de grotere windschermen kunnen als ze op
    de motorfiets gemonteerd zijn de windgevoeligheid ervan vergroten en zodoende
    de stabiliteit tijdens het rijden verminderen.
    Controleer of de accessoires op degelijke
    wijze bevestigd zijn aan de motorfiets en
    geen gevaar opleveren tijdens het rijden.
    Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het
    maximale vermogen van de motorfiets overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou
    de motorfiets tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk
    stroomtekort kunnen voordoen, zodat de
    claxon en de lichten niet meer functioneren.
    aprilia raadt het gebruik van originele accessoires aan (originele aprilia accessoires).

    ,!$).'
    Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading.
    De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij
    het zwaartepunt van de motorfiets bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van de motorfiets zodat er een
    optimale balans is.
    Zorg er verder voor dat de lading goed is
    vastgemaakt aan de motorfiets, vooral
    voor een lange rit.



  • Page 11

    KG!

    Bevestig absoluut geen grote, zware en/of
    gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de
    spatborden en de vorken; dit vertraagt de
    reactiesnelheid van de motorfiets in de
    bochten en hindert de controle tijdens het
    rijden.
    Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van de motorfiets en
    voer ook niet de helm aan de daarvoor bestemde haak mee. Deze zaken zouden tegen personen of voorwerpen kunnen stoten, waardoor de rijder de controle over de
    motorfiets zou kunnen verliezen.

    Vervoer geen bagage die niet goed bevestigd is aan de motorfiets.
    Vervoer geen bagage die te ver uit de bagagedrager steekt of die de lichten, de
    claxon of de controlelampjes bedekt.
    Vervoer geen dieren of kinderen op het
    handschoenkastje of op de bagagedrager.

    Overschrijd niet de limiet voor vervoer die
    geldt voor iedere zijtas.
    Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en
    de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    11



  • Page 12

    0,!!43).' 6!. $% (//&$%,%-%.4%.

    ,%'%.$!
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)
    7)
    12

    Dashboard
    Linker achteruitkijkspiegel
    Contactschakelaar
    Dop 2-takt olie reservoir
    Brandstofkraan
    Accu
    Zekeringen
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    8) Slot handschoen-/gereedschapssetkastje
    9) Passagierszadel
    10) Valhelmkabel
    11) Linker voetsteun duopassagier (klikwerking, ingeklapt/uitgeklapt)
    12) Transmissieketting

    13) Linker voetsteun rijder (met veer, altijd
    uitgeklapt)
    14) Schakelpedaal
    15) Zijstandaard
    16) Claxon



  • Page 13

    ,%'%.$!
    1) Rechter voetsteun duopassagier (klikwerking, ingeklapt/uitgeklapt)
    2) Handschoen-/gereedschapssetkastje
    3) Riem duopassagier
    4) Elektronische eenheid
    5) Zadel van rijder
    6) Achterremvloeistofreservoir

    7)
    8)
    9)
    10)
    11)
    12)
    13)

    Luchtfilter
    Tankdop
    Dop koelvloeistofreservoir
    Rechter achteruitkijkspiegel
    Voorremvloeistofreservoir
    Kickstarter
    Rempedaal achterrem

    14) Achterrempomp
    15) Rechter voetsteun rijder (met veer, altijd uitgeklapt)

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    13



  • Page 14

    0,!!43).' 6!. $% ).3425-%.4%."%$)%.).'3%,%-%.4%.

    ,%'%.$!
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)
    7)
    14

    Contactschakelaar/stuurslot (n - m - s)
    Choke-hendel (e)
    Schakelaar richtingaanwijzers (c)
    Drukknop claxon (f)
    Dimlichtschakelaar (b - a)
    LAP-drukknop (multifunctioneel)
    Koppelingshendel
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    8)
    9)
    10)
    11)
    12)

    Instrumenten en controlelampjes
    Voorremhendel
    Gashendel
    Drukknop grootlichtsignaal (a)
    Lichtschakelaar (o - p - •)
    (niet voorzien op _ versie)
    13) Motorstopschakelaar (n - m)



  • Page 15

    ).3425-%.4%. %. #/.42/,%,!-0*%3

    ,%'%.$!
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)

    Groen waarschuwingslampje richtingaanwijzer (c)
    Blauw waarschuwingslampje grootlicht (a)
    Toerenteller
    Rood LED-waarschuwingslampje overtoerental (max)
    Groen waarschuwingslampje “dimlicht en parkeerlicht” (p)
    Oranje waarschuwingslampje “zijstandaard omlaag” (\)

    7) Rechter multifunctionele digitale display (koelvloeistoftemperatuur - klok - accuspanning - chronometer)
    8) Rood LED-waarschuwingslampje oliereserve (j)
    9) Groen waarschuwingslampje neutraalstand (q)
    10) Programmeerknoppen van multifunctionele computer
    11) Linker multifunctionele digitale display
    (snelheidsmeter - dagteller)
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    15



  • Page 16

    4!"%, ).3425-%.4%. %. #/.42/,%,!-0*%3
    Beschrijving

    Functie

    Waarschuwingslampje
    richtingaanwijzers

    ( c)

    Knippert wanneer de richtingaanwijzers in werking zijn.

    Waarschuwingslampje grootlicht

    (a)

    Licht op wanneer de koplamp in de stand voor het “grootlicht” staat of wanneer het grootlichtsignaal wordt gebruikt.
    Geeft het aantal toeren per minuut van de motor aan.

    a

    Toerenteller (tpm/rpm)

    Overschrijd nooit het maximale toerental van de motor, zie pag. 45 (INRIJDEN).

    LED-waarschuwingslampje
    overtoerental

    (max)

    Waarschuwingslampje
    parkeerlicht en dimlicht

    (p)

    Waarschuwingslampje
    zijstandaard omlaag

    (\)

    LED-waarschuwingslampje oliereserve ( j )

    Knippert wanneer het door de gebruiker ingestelde max. toerental is bereikt, zie pag. 20 (INSTELLEN VAN DE OVERTOERENTALGRENS (ALLEEN BIJ AFGEZETTE MOTOR)).
    Licht op wanneer de maximumgrens van het motortoerental wordt bevestigd en telkens wanneer
    de contactschakelaar gedurende ongeveer drie seconden in de stand “n“ wordt gedraaid, zie
    pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Licht op wanneer de lichten branden.
    Licht op wanneer de zijstandaard is uitgeklapt.
    Licht op, gedurende ongeveer 0,5 seconde, zodra de contactschakelaar in de stand “n“ wordt
    gedraaid, ter controle van de juiste werking van het lampje.
    Als het lampje niet oplicht onder deze omstandigheden, neem dan contact op met uw officiële
    aprilia-dealer.

    a

    Als het waarschuwingslampje oplicht terwijl de motor normaal draait, betekent dit
    dat de oliereserve wordt gebruikt; vul in dit geval onmiddellijk olie bij, zie pag. 33
    (OLIERESERVOIR).

    Waarschuwingslampje neutraalstand

    16

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    (q)

    Licht op wanneer de versnelling in neutraal staat.



  • Page 17

    Beschrijving
    Multifunctionele
    digitale display
    (linkerzijde)

    Functie
    Snelheidsmeter
    (km/h - mph)

    Geeft de momentele, gemiddelde of maximale rijsnelheid aan, afhankelijk
    van de voorinstelling, zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    Dagteller (km - mi)

    Geeft het aantal kilometers van een traject aan of het totale aantal kilometers.

    Koelvloeistoftemperatuur
    (°C / °F)
    (h)

    Geeft de temperatuur van de koelvloeistof in de motor aan,
    zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).
    Wanneer een temperatuur van 115°C ÷ 130°C (239°F ÷ 266°F) wordt aangegeven, moet u de motor afzetten en het koelvloeistofpeil controleren, zie
    pag. 36 (KOELVLOEISTOF).
    Wanneer de aanduiding “///” verschijnt, moet u de motor afzetten en
    het koelvloeistofpeil controleren, zie pag. 36 (KOELVLOEISTOF).

    a

    Multifunctionele
    digitale display
    (rechterzijde)

    Voor het afwisselen tussen de
    getoonde gegevens, zie
    pag. 18 (MULTI-

    Als de maximum toegelaten temperatuur wordt overschreden FUNCTIONELE
    COMPUTER).
    (130°C - 266°F), kan de motor ernstige schade oplopen.

    Klok

    Geeft het uur en de minuten aan, afhankelijk van de voorinstelling,
    zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    Accuspanning
    (V BATT)

    Geeft de accuspanning aan in volt,
    zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    Chronometer

    Geeft de diverse tijden aan, afhankelijk van de voorinstelling,
    zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    17



  • Page 18

    -5,4)&5.#4)/.%,% #/-054%2
    Wanneer de contactschakelaar (1) in de
    stand “n“ wordt gedraaid, gaan de volgende waarschuwingslampjes op het dashboard branden:
    – (rood) LED-waarschuwingslampje overtoerental “max” (2);
    – (rood) LED-waarschuwingslampje oliereserve (j) (3) - gedurende ongeveer
    0,5 seconde.
    De wijzer (4) van de toerenteller verplaatst
    zich naar de door de gebruiker ingestelde
    maximumwaarde (tpm). Na ongeveer 3 seconden gaat het rode LED-waarschuwingslampje van het overtoerental “max” (2) uit;
    de wijzer (4) van de toerenteller keert naar
    zijn beginpositie terug. Op die manier wordt
    de werking van de onderdelen getest.
    Na de eerste 1000 km (625 mi) en
    daarna telkens om de 4000 km
    (2500 mi) verschijnt de aanduiding
    “SERVICE” (5) op de rechterdisplay.
    Neem in dat geval contact op met een officiële APRILIA-dealer, die de onder-

    a

    18

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    houdswerken zal verrichten die zijn aangegeven in het onderhoudsschema, zie
    pag. 48 (ONDERHOUDSSCHEMA) . Om de
    aanduiding “SERVICE” te doen verdwijnen, moet u op de “LAP”-drukknop (6)
    drukken en daarna op de drukknop R
    en beide knoppen ongeveer 5 seconden
    lang ingedrukt houden.
    Met de contactschakelaar (1) in de stand
    “n“ gedraaid, zijn de standaardinstellingen
    op het dashboard de volgende:
    Rechterdisplay: Klok (7), koelvloeistoftemperatuur in °C (8).
    Linkerdisplay: Momentele snelheid in
    km/h (9), traject 1 (dagteller) (10), kilometertotaalteller (11).
    Bij installatie van de accu of van de zekering van 20 A:
    – De wijzer van de toerenteller (4) draait 12
    maal rechtsom (klikt 12 maal) om de werking van de toerenteller zelf te controleren.
    – De momentele, maximale en gemiddelde snelheid is ingesteld in “km/h”.
    – De koelvloeistoftemperatuur is ingesteld
    in °C.

    – De digitale klok is ingesteld op nul.
    – De rode lijn is ingesteld op 6000 rpm
    (tpm) en wordt aangegeven door het oplichten van het rode-lijn LED-waarschuwingslampje “max ” (rood) (2).
    Voer indien nodig de gewenste
    afstellingen uit.

    c

    CONTROLE VAN DE WERKING VAN DE
    SEGMENTEN
    ◆ Druk de drukknoppen A en B gelijktijdig in.
    ◆ Draai de contactsleutel (1) van de stand
    “m“ in de stand “n“.
    Alle segmenten blijven ingeschakeld tot de
    drukknoppen A en B worden losgelaten.
    OVERSCHAKELEN van km op mi (van
    km/h op MPH) EN OMGEKEERD (LINKERDISPLAY).
    ◆ Druk op de drukknop A tot na ongeveer
    5 seconden alle aanduidingen (12) op de
    linkerdisplay beginnen te knipperen.
    ◆ Laat drukknop A los.



  • Page 19





    Druk op drukknop B om de maateenheid
    te veranderen van “km” in “mi” (van
    “km/h” in “MPH”) en omgekeerd.
    Druk, om de instelling te bevestigen, op
    drukknop A gedurende ongeveer 5 seconden.

    INSTELLEN VAN DE MOMENTELE,
    MAXIMALE EN GEMIDDELDE SNELHEID (LINKERDISPLAY)
    Twee seconden nadat de motorfiets is beginnen te rijden, verschijnt automatisch de momentele snelheid op de display, ook als een andere
    functie is ingesteld.
    Wanneer de contactsleutel in de stand “n“
    wordt gedraaid, verschijnen de momentele
    snelheid (1) en het deelaantal afgelegde
    kilometers/mi (traject 1) (2) op de linkerdisplay. Terugstellen van “traject 1” (2): druk
    terwijl de dagteller is ingesteld op de momentele snelheid drukknop R ongeveer 2
    seconden lang in.

    c



    Om de maximale snelheid (3) en de afstand van “traject 1” (2) weer te geven,
    moet u drukknop B ongeveer 1 seconde
    lang indrukken.
    De aanduiding “V max” (4), de maximale
    snelheid (3) en de afstand van “traject 1”
    (2) worden getoond.
    Terugstellen van de maximale snelheid (3):
    druk terwijl de dagteller is ingesteld op de
    “V max” functie drukknop R ongeveer 2
    seconden lang in.
    De maximale snelheid wordt berekend op basis van de afstand
    die is afgelegd sinds de teller werd teruggesteld op nul voor de maximale snelheid zelf. De afstand van “traject 1” (2)
    die op de display verschijnt, is het aantal
    afgelegde kilometers/mijl sinds de teller
    de laatste keer werd teruggesteld op nul.

    c



    Om de gemiddelde snelheid (5) en de afstand van “traject 2” (6) weer te geven,
    moet u de drukknop B ongeveer 1 secon-

    de lang indrukken. De aanduiding “AVS”
    (7), de gemiddelde snelheid (5) en de afstand van “traject 2” (6) worden getoond.
    Terugstellen van de gemiddelde snelheid
    (5) en de afstand van “traject 2” (6): druk
    terwijl de dagteller is ingesteld op de “AVS”
    functie de drukknop R in gedurende ongeveer 1 seconde.
    De gemiddelde snelheid wordt
    berekend op basis van de afstand van “traject 2” (dagteller).
    De afstand van “traject 2” (6) die op de
    display verschijnt is het aantal afgelegde kilometers/mijl sinds de teller de
    laatste keer werd teruggesteld op nul.
    Als meer dan 1000 km (625 mi) zijn afgelegd zonder dat “traject 2” is teruggesteld op nul, zal de meting van de gemiddelde snelheid verkeerd zijn.

    c



    Om de momentele snelheid (1) en de afstand van “traject 1” (2) weer te geven, moet
    u nogmaals de drukknop B indrukken.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    19



  • Page 20

    INSTELLEN VAN DE OVERTOERENTALGRENS (ALLEEN BIJ AFGEZETTE
    MOTOR)
    Wanneer het ingestelde maximale toerental is overschreden, begint het rode
    LED-waarschuwingslampje “max” van
    het overtoerental (2) op het dashboard
    te knipperen.
    Wanneer de drukknop C gedurende minder dan één seconde wordt ingedrukt, verplaatst de wijzer (1) van de toerenteller
    zich naar het ingestelde overtoerental en
    blijft 3 seconden in die positie staan, waarna hij terugkeert naar zijn beginpositie.

    20

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Het instellen gebeurt als volgt:
    ◆ Druk knop C in, laat hem los en druk
    hem nogmaals in binnen de 3 seconden.
    De wijzer (1) gaat bij elke stap met
    1000 rpm (tpm) omhoog zolang C ingedrukt blijft; wanneer de wijzer de maximumwaarde heeft bereikt, begint hij
    weer van voor af aan.
    ◆ Druk de drukknop C in tot het gewenste
    toerental is ingesteld.
    ◆ Wanneer de drukknop C wordt losgelaten en binnen de 3 seconden opnieuw
    wordt ingedrukt in fasen, gaat de wijzer
    (1) per puls met 100 rpm (tpm) omhoog;
    wanneer de wijzer de maximumwaarde
    heeft bereikt, begint hij weer van voor af
    aan.



    Laat drukknop C los om te bevestigen.
    Na 3 seconden wordt de instelling van
    de overtoerentalgrens bewaard.

    c

    De instelling wordt bevestigd
    door het oplichten van het rode
    LED-waarschuwingslampje “max” van
    het overtoerental (2).



  • Page 21

    MULTIFUNCTIONELE COMPUTER
    (RECHTERDISPLAY)
    De rechter (multifunctionele) display geeft
    standaard de koelvloeistoftemperatuur in
    °C (of °F) (1) en de digitale klok (2) weer.

    c

    Wanneer de motor koud is, knippert de aanduiding “&2/'”.

    Door het indrukken van knop D kunnen
    achtereenvolgens de volgende functies
    worden ingesteld:
    Standaardinstelling:
    temperatuur in °C en digitale klok

    D
    Accuspanning (V BATT)

    D
    Uurinstelling

    D
    Minuteninstelling

    D
    °C of °F instelling

    STANDAARDINSTELLING:
    KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR EN
    DIGITALE KLOK
    De koelvloeistoftemperatuur (1) wordt getoond in de bovenste helft van de rechterdisplay.
    Het is mogelijk om over te schakelen van
    °C op °F en omgekeerd, zie pag. 22 (INSTELLING VAN °C OF °F).
    ◆ Wanneer de temperatuur onder 35°C
    (9 5°F ) is, k n ippe rt de a andu iding
    “&2/'” (1) op de rechterdisplay.
    ◆ Wanneer de temperatuur boven 115°C
    (239°F) is, knippert de waarde (1) op de
    rechterdisplay, ook als een andere dan
    de standaardinstelling is ingesteld.
    ◆ Wanneer de temperatuur boven 130°C
    (266°F) is, verschijnt de aanduiding
    “///” (1) op de rechterdisplay.
    ◆ Bereik van de thermometer:
    0 - 130°C (32 - 266°F).

    De digitale klok (2) verschijnt in de onderste helft van de rechterdisplay.
    Voor het instellen en veranderen van uur
    en minuten, zie pag. 22 (INSTELLEN VAN
    HET UUR) en pag. 22 (INSTELLEN VAN
    DE MINUTEN).
    ACCUSPANNING - V BATT
    Wanneer de druktoets D eenmaal wordt
    ingedrukt, verschijnt de accuspanning
    uitgedrukt in volt (3) op de onderste helft
    van de rechterdisplay, terwijl de koelvloeistoftemperatuur (1) op de bovenste
    helft wordt aangegeven.
    De aanduiding “V BATT” (4)
    wordt getoond.
    Het oplaadcircuit werkt zoals het hoort
    als bij 4000 rpm (tpm) de accuspanning
    met ingeschakeld dimlicht tussen 13 en
    15 V ligt.



    gebruik en onderhoud

    RS 250

    21



  • Page 22

    2

    INSTELLEN VAN HET UUR
    ◆ Wanneer de drukknop D voor de tweede maal wordt ingedrukt, beginnen de
    uursegmenten (1) te knipperen op de onderste helft van de rechterdisplay (digitale klok).
    ◆ Om de uurinstelling te veranderen, moet
    u de “LAP” drukknop (2) op de linkerstuurhelft indrukken.
    ◆ Druk knop D in om de uurinstelling te
    bevestigen.

    22

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    INSTELLEN VAN DE MINUTEN
    Wanneer de drukknop D voor de derde
    maal wordt ingedrukt, beginnen de minutensegmenten (3) te knipperen op de onderste helft van de rechterdisplay (digitale klok).
    ◆ Om de minuteninstelling te veranderen,
    moet u de “LAP” drukknop (2) op de linkerstuurhelft indrukken.
    ◆ Druk knop D in om de minuteninstelling
    te bevestigen.


    INSTELLING VAN °C OF °F
    ◆ Wanneer de drukknop D voor de vierde
    maal wordt ingedrukt, beginnen de segmenten van de koelvloeistoftemperatuur
    in °C of °F (4) te knipperen op de bovenste helft van de display.
    ◆ Om de instelling °C met °F en omgekeerd te veranderen, moet u de “LAP”
    drukknop (2) op de linkerstuurhelft indrukken.
    ◆ Druk knop D in om de instelling te bevestigen.



  • Page 23

    1

    CHRONOMETER (RECHTERDISPLAY)
    Met de chronometer kan u de tijd per ronde
    opmeten wanneer u met de motorfiets op
    een circuit rijdt en de gegevens zo opslaan, dat u ze nadien na elkaar kan raadplegen.
    Wanneer de “CHRONOMETER” functie is
    ingesteld, kunnen de volgende functies
    niet worden opgeroepen:
    ◆ Maximale snelheid “V max”
    ◆ Gemiddelde snelheid “AVS”
    ◆ Afstand “traject 2”.
    ◆ Om de chronometer in werking te stellen,
    moet u de “LAP” drukknop (1) en vervolgens binnen de 0,7 seconden de drukknop D indrukken.





    Om de tijdopname te starten, moet u de
    “LAP” drukknop (1) indrukken en onmiddellijk loslaten.
    Om de geregistreerde tijd op te slaan,
    moet u de “LAP” drukknop (1) indrukken.

    De “LAP” drukknop (1) is niet bruikbaar gedurende 10 seconden en de laatst opgeslagen tijd (2) wordt getoond op de display.
    Daarna wordt de chronometer met de huidige tijdopname (3) getoond, beginnend
    vanaf 10 seconden.
    ◆ Om de eerst opgeslagen tijd (4) weer te
    geven, moet u drukknop B indrukken.
    ◆ Om de andere opgeslagen tijden in volgorde te bekijken, moet u de “LAP” drukknop (1) indrukken. De aanduidingen
    /, /, /, /, enz. (5) worden getoond.
    ◆ Druk de drukknop B in om de tijdopname opnieuw te starten.

    c

    U kan max. 40 tijden opslaan.
    Daarna is de “LAP” drukknop (1)
    niet langer bruikbaar.




    Om het geheugen op nul te zetten, moet
    u de drukknop A en de “LAP” drukknop
    (1) tegelijk indrukken gedurende 2 seconden.
    Om de chronometerfunctie te annuleren,
    moet u de “LAP” drukknop (1) en de
    drukknop D indrukken.

    De koelvloeistoftemperatuur (6) en de digitale klok (7) verschijnen op de rechter
    (multifunctionele) display.

    c

    Wanneer de motor koud i s,
    wordt de aanduiding “&2/'”
    getoond.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    23



  • Page 24

    "%,!.'2)*+34% /.!&(!.+%,)*+% "%$)%.).'3%,%-%.4%.
    5

    3
    4

    3) DIMLICHTSCHAKELAAR (b - a) _
    In de stand “ b“ branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht altijd.
    In de stand “ a“ brandt het grootlicht.
    2
    1

    "%$)%.).'3%,%-%.4%. /0 $%
    ,).+%234552(%,&4

    c

    De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de
    contactschakelaar in de stand "n" staat.

    1) DRUKKNOP CLAXON ( f)
    De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
    2) SCHAKELAAR RICHTINGAANWIJZERS (c)
    De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links
    gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te
    geven dat u rechts gaat afslaan. Op het midden van de schakelaar drukken om de richtingaanwijzer uit te zetten.
    24

    3) DIMLICHTSCHAKELAAR (b - a)
    Wanneer de lichtschakelaar in de stand “ o “ staat, zie
    pag. 25 (BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT): als de dimlichtschakelaar in de stand “a”
    staat, brandt het grootlicht; als hij in de stand “b ” staat,
    brandt het dimlicht.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    4) “LAP” DRUKKNOP (multifunctioneel)
    Met deze drukknop kunnen de volgende functies afwisselend
    worden weergegeven op de rechter multifunctionele display:
    – uren en minuten;
    – koelvloeistoftemperatuur (°C of °F);
    – chronometer.

    c

    Voor het instellen van de functies, zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    5) CHOKE-HENDEL (e)
    De choke voor het koud starten van de motor wordt in werking gesteld door de hendel "e" omlaag te draaien.
    Breng de hendel "e" weer in zijn oorspronkelijke stand om de
    choke uit te schakelen.



  • Page 25

    "%$)%.).'3%,%-%.4%. /0 $%
    2%#(4%234552(%,&4

    c

    De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de
    contactschakelaar in de stand "n" staat.
    1

    1) MOTORSTOPSCHAKELAAR (n - m)

    a

    Bedien de motorstopschakelaar “n dens gewoon rijden.

    m” niet tij-

    Dit is een veiligheids- of noodschakelaar.
    Met de schakelaar in de stand "n" kan de motor worden gestart;
    de motor wordt gestopt door de schakelaar in de stand "m" te
    zetten.

    2
    3

    a

    Bij gestopte motor en met de contactschakelaar
    in de stand "n", kan de accu ontladen worden.
    Wanneer de motorfiets tot stilstand is gekomen
    nadat de motor is gestopt, moet u de contactschakelaar
    in de stand "m" zetten.
    2) KOPLAMPSCHAKELAAR (o - p - •)
    (niet voorzien op de _ versie)
    Wanneer de lichtschakelaar in de stand “•” staat, zijn de lichten uit; wanneer de schakelaar in de stand “p” staat, branden de parkeerlichten en de dashboardverlichting; wanneer
    de schakelaar in de stand “o” staat, branden de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht.
    Het grootlicht kan wordt bediend met de dimlichtschakelaar,
    zie pag. 24 (BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT).

    3) DRUKKNOP GROOTLICHTSIGNAAL (a)
    U kan het grootlicht gebruiken om tegenliggers te verwittigen
    wanneer u inhaalt, bij gevaar of in een noodsituatie.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    25



  • Page 26

    Stand

    Functie

    I

    93

    3

    PU
    SH

    PU
    SH

    1

    Z AD I

    #/.4!#43#(!+%,!!2
    De contactschakelaar (1) bevindt zich op
    de stuurkolomplaat.

    c

    De sleutel bedient de contactschakelaar/het stuurslot, het
    brandstoftankslot en het slot van het
    handschoen-/gereedschapssetkastje.
    Bij de motorfiets worden twee sleutels
    geleverd (één reservesleutel).

    26

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Het stuur is
    vergrendeld. Het is
    onmogelijk
    de motor te
    starten en
    de lichten te
    ontsteken.

    De sleutel
    kan uit het
    contact worden getrokken.

    m

    De motor
    kan niet
    worden
    gestart en
    de lichten
    kunnen niet
    worden ontstoken.

    De sleutel
    kan uit het
    contact worden getrokken.

    n

    De motor
    kan worden
    gestart en
    de lichten
    kunnen worden ontstoken.

    De sleutel
    kan niet uit
    het contact
    worden
    getrokken.

    s
    Stuurslot

    Q

    345523,/4

    a

    Draai de sleutel nooit in de stand
    "s" terwijl u rijdt, om te vermijden dat u de controle over de
    motorfiets verliest.
    BEDIENING
    Om het stuur te vergrendelen:
    ◆ Draai het stuur volledig naar links.
    ◆ Draai de sleutel in de stand "m".
    ◆ Druk de sleutel in en draai hem in de
    stand “ s “.
    ◆ Trek de sleutel uit het contact.

    Uittrekken
    sleutel



  • Page 27

    (5,05)42534).'

    $%-/.4%2%. 6!. (%4
    0!33!')%23:!$%,




    Verwijder het deksel van het handschoen-/gereedschapssetkastje, zie
    pag. 28 (HANDSCHOEN-/GEREEDSCHAPSSETKASTJE).
    ★ Draai de schroef (1) los en verwijder ze.

    Aanhaalkoppel van schroef (1):
    12 Nm (1,2 kgm).
    G e b r u ik g e en g e r e ed s ch a p
    (schroevendraaier, enz.) voor
    het verwijderen en installeren van de
    grijpriemlus (2).
    ◆ ★ Trek de passagiersgrijpriem (3) weg,
    duw hem weg vanaf de binnenkant van
    het vak en verwijder de grijpriemlus (2).
    ◆ Draai de schroef (4) los, neem de ring en
    de moer weg en verwijder ze.

    c

    Aanhaalkoppel van schroef (4):
    7 Nm (0,7 kgm)



    Schroef vanaf de binnenzijde van het
    vak de moer (5) los en verwijder ze. Let
    op dat u ze niet verliest.
    ◆ Zet het passagierszadel (6) omhoog en
    demonteer het.
    ◆ Breng de pluggen (7) en (8) aan op het
    achterste stuk van de kuip en zet ze vast
    met de juiste schroeven en de bijbehorende moeren.
    ◆ Steek de schroeven (1), de schroef (4)
    met de bijbehorende ringen en moer, en
    de moer (5) in het gereedschapstasje.
    Op de binnenkant van de rechtse
    (9) en de linkse (10) plug zijn de
    codes “DX” (rechts) of “SX” (links)
    (montagezijde) en “UP” met een pijl
    (montagerichting) aangebracht.

    c




    Steek de pluggen (9) en (10) correct in
    de riemdoorvoerpunten.
    Steek de passagierszitting (6) en de passagiersgrijpriem (3) in het vak.

    6!,(%,-(!!+
    Dankzij de valhelmhaak hoeft u niet langer uw
    helm of andere zaken met u mee te nemen telkens wanneer u de motorfiets achterlaat.

    a

    Rijd niet terwijl de helm aan de haak
    hangt, want dit kan uw veiligheid
    ernstig in het gedrang brengen.

    Ga als volgt te werk om de helm op te hangen:
    ◆ Verwijder het deksel van het handschoen-/gereedschapssetkastje, zie
    pag. 28 (HANDSCHOEN-/GEREEDSCHAPSSETKASTJE).
    ◆ Trek het oogje (11) van de kabel (12) uit
    de haak (13).
    ◆ Steek de kabel (12) door de vizieropening
    of door een lus die is voorzien op de helm.
    ◆ Steek het oogje (11) volledig in de haak (13).
    ◆ Plaats het deksel terug en vergrendel
    het.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    27



  • Page 28

    4

    (!.$3#(/%.

    '%2%%$3#(!033%4+!34*%
    Het handschoen-/gereedschapssetkastje
    bevindt zich onder het passagierszadel; u
    kunt er als volgt bij komen:
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    ◆ Steek de sleutel (1) in het slot (2).
    ◆ Draai de sleutel (1) rechtsom.
    ◆ Verwijder het deksel van het kastje (3).
    De gereedschapsset (4) bevat:
    – Inbussleutels van 3, 4, 5, 6 mm
    – Steeksleutel van 8-10 mm
    – Steeksleutel van 11-13 mm
    – Pijpsleutel van 6-7 mm
    – Bougiesleutel van 21 mm
    – Kruiskopschroevendraaier
    – Gereedschapstasje
    Max. toegestaan gewicht: 1,5 kg
    28

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    30%#)!!, '%2%%$3#(!0 m
    Voor het uitvoeren van specifieke werkzaamheden is het raadzaam het volgende
    speciaal gereedschap te gebruiken (verkrijgbaar bij een officiële aprilia-dealer):
    Gereedschap

    Werkzaamheden

    Achterste
    standaard

    Verversen van de
    transmissieolie.
    Demonteren van
    achterwiel.
    Afstellen van de
    transmissieketting.

    Voorste
    standaard

    Demonteren van
    voorwiel.

    Pag.
    49
    52
    54
    50

    6%2,%.'345+ 6//2
    !#(4%230!4"/2$ m
    Het verlengstuk van het achterspatbord (5)
    is bijzonder nuttig wanneer het wegdek nat
    is; het beperkt de hoeveelheid opspattend
    water van het achterwiel.

    c

    Het verlengstuk van het achterspatbord (5) wordt standaard geleverd in landen waar dit onderdeel wettelijk verplicht is.



  • Page 29

    42!.3-)33)%/,)%

    "%,!.'2)*+34% /.$%2$%,%.

    Controleer het transmissieoliepeil om de
    4000 km (2500 mi), zie pag. 52 (CONTROLEREN VAN HET TRANSMISSIEOLIEPEIL EN BIJVULLEN).
    Ververs de transmissieolie na de eerste
    1000 km (625 mi) en daarna telkens om de
    12000 km (7500 mi), zie pag. 53 (VERVERSEN VAN DE TRANSMISSIEOLIE).

    "2!.$34/&

    a

    De brandstof die gebruikt wordt
    voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden. Het is belangrijk dat het tanken en de
    onderhoudswerkzaamheden in een goed
    geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor. Niet roken gedurende het
    tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact
    mijden met open vlammen, vonken en
    elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert. Verder moet u ook voorkomen dat
    er benzine uit de tankopening stroomt,
    aangezien ze vlam kan vatten bij contact
    met de gloeiende delen van de motor.
    Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controleren of de plek waar de benzine is terechtgekomen geheel droog is en voor u gaat
    rijden moet u er zich van vergewissen dat
    er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.
    Loodvrije benzine zet uit onder invloed
    van zonnewarmte en zonnestraling. Vul de
    tank daarom nooit tot de rand. Mijd contact van benzine met de huid en inademing
    van dampen; zuig geen benzine op en
    breng de benzine niet over van één vat in
    een ander met behulp van een slang.

    2

    1

    LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
    BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN
    Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, in
    ov ereens tem ming m et de norm DIN
    51607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en
    85 (N.O.M.M.).
    INHOUD BRANDSTOFTANK
    (reserve inbegrepen): 19,5 L
    TANKRESERVE: 3,6 L (mechanische reserve).
    Ga als volgt te werk om te tanken:
    ◆ Steek de sleutel (1) in het slot op de
    brandstofklep (2).
    ◆ Draai de sleutel rechtsom, trek eraan en
    open de brandstofklep.

    c

    Gebruik 75W-90 olie van hoge
    kwaliteit, zie pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL).

    a

    Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.
    Na gebruik van olie uw handen goed
    wassen.
    Loos de olie niet in het milieu.
    Bewaar de olie in een afgesloten vat en
    breng afgewerkte olie naar het benzinestation of naar een gemeentelijk verzamelpunt.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    29



  • Page 30

    a

    Zie er goed op toe dat de remschijven niet vettig of smerig
    zijn, in het bijzonder na uitvoering van onderhoudswerkzaamheden of
    controles.
    Controleer of de remleidingen niet gedraaid of versleten zijn.
    Let op dat geen water of stof per ongeluk in het remcircuit terechtkomt.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.
    2%-6,/%)34/& AANBEVELINGEN

    c

    Deze motorfiets is uitgerust met
    schijfremmen vooraan en
    achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.
    De volgende informatie heeft betrekking
    op slechts één remsysteem, maar geldt
    voor beide.

    a

    Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wijten zijn aan
    onregelmatigheden in het hydraulische
    systeem.
    In geval van twijfel met betrekking tot
    het goed functioneren van het remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u
    te rade gaan bij uw officiële APRILIAdealer.

    30

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Als de remvloeistof in contact komt met
    de huid of de ogen, kan dit leiden tot
    ernstige irritatie.
    Was zeer grondig de delen van het
    lichaam die in contact zijn gekomen met
    de vloeistof. Raadpleeg een arts of een
    oogarts als de vloeistof in contact is gekomen met uw ogen.
    Loos remvloeistof niet in het milieu.
    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
    HOUDEN

    a

    Wanneer u de remvloeistof gebruikt, moet u erop letten dat u
    er niet mee morst op de plastic
    of gelakte delen, omdat deze door de
    vloeistof kunnen worden aangetast.

    3#()*&2%--%.

    a

    De remmen zijn de belangrijkste
    onderdelen voor uw veiligheid,
    dus moeten zij te allen tijde in
    perfecte staat verkeren; controleer ze
    voor elke rit.
    Laat de remvloeistof om de twee jaar
    vervangen worden door een officiële
    APRILIA-dealer.
    Gebruik remvloeistof van het type dat is
    aangegeven in het smeerschema, zie
    pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL).
    Deze motorfiets is uitgerust met hydraulische schijfremmen vooraan en achteraan.
    Naarmate de remblokjes afslijten, neemt
    het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
    Het voorremvloeistofreservoir bevindt zich
    op de rechterstuurhelft, naast de bevestiging van de voorremhendel.
    Het achterremvloeistofreservoir bevindt
    zich onder het bovenste stuk van de kuip,
    op de rechterzijde van de motorfiets.
    Controleer regelmatig het remvloeistofpeil
    in de reservoirs, zie pag. 31 (VOORREM),
    pag. 32 (ACHTERREM), en de slijtage van
    de remblokjes, zie pag. 68 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES).



  • Page 31

    3

    a

    Vul nooit bij tot boven het “MAX”niveau.
    Enkel wanneer nieuwe remblokjes worden gebruikt, is het aangeraden
    het reservoir tot het “MAX”-niveau te
    vullen.

    1
    3

    4
    2

    6//22%-

    Bijvullen:

    Controle

    De remvloeistof kan uit het reservoir lopen. Bedien de voorr em han del nie t w an nee r de
    schroeven (1) los zijn en zeker niet wanneer het deksel van het remvloeistofreservoir is verwijderd.

    c

    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.






    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN) en draai het
    stuur volledig naar rechts.
    Controleer of het vloeistofpeil boven het
    "MIN"-streepje staat.
    Als de vloeistof niet tot aan het "MIN"streepje reikt, moet u bijvullen.

    a




    Draai de twee schroeven (1) van het
    remvloeistofreservoir (2) los.
    Zet het deksel (3) omhoog en verwijder
    het samen met de schroeven en de pakking (4).

    c

    Schud niet met de motorfiets terwijl u het remvloeistofreservoir
    vult, om te vermijden dat vloeistof wordt
    gemorst.


    Naarmate de remblokjes afslijten,
    neemt het vloeistofpeil af om de slijtage
    automatisch te compenseren.
    Vul het reservoir niet tot het “MAX”-niveau wanneer de remblokjes versleten
    zijn, om te vermijden dat de vloeistof
    naar buiten stroomt wanneer de remblokjes worden vervangen.


    Monteer de onderdelen opnieuw in omgekeerde volgorde.

    a

    Controleer de werking van de
    remmen. Neem zo nodig contact
    op met uw officiële APRILIA-

    dealer.

    Ingeval er teveel speling in de remhendel zit, u teveel elastische weerstand
    voelt of er lucht in het circuit is terechtgekomen, moet u contact opnemen met
    uw officiële APRILIA-dealer, omdat kan
    blijken dat het remsysteem ontlucht
    moet worden.

    Vul het reservoir (2) met remvloeistof, zie
    pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL), tot
    het voorgeschreven niveau tussen het
    “MIN”- en het “MAX”-streepje is bereikt.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    31



  • Page 32




    2

    1

    2
    1

    3

    !#(4%22%-

    Bijvullen:

    Controle

    De remvloeistof kan uit het reservoir lopen. Bedien de achterremhendel als de dop van het
    remvloeistofreservoir los is of is verwijderd.

    c

    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.






    Laat de motorfiets rechtop staan, zodat
    de vloeistof in het reservoir (1) evenwijdig blijft met de dop (2).
    Controleer of het vloeistofpeil boven het
    "MIN"-streepje staat.
    Als de vloeistof niet tot aan het "MIN"streepje reikt, moet u bijvullen.

    32

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    a




    Demonteer de accu, zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
    Draai vanaf de binnenkant van de accuhouder de plug (2) los en verwijder ze.

    c

    Zorg dat de vloeistof in het reservoir evenwijdig met de rand
    blijft staan (in horizontale stand), zodat
    tijdens het bijvullen geen remvloeistof
    wordt gemorst.

    Verwijder de afdichting (3).
    Vul met behulp van een spuit het remvloeistofr eservoir (1), zie pag. 88
    (SMEERMIDDELENTABEL) tot het
    voorgeschreven niveau tussen het
    “MIN”- en het “MAX”-streepje is bereikt.

    a

    Enkel wanneer nieuwe remblokjes worden gebruikt, is het aangeraden het reservoir tot het
    “MAX”-niveau te vullen.
    Naarmate de remblokjes afslijten,
    neemt het vloeistofpeil af om de slijtage
    automatisch te compenseren.
    Vul het reservoir niet tot het “MAX”-niveau wanneer de remblokjes versleten
    zijn, om te vermijden dat de vloeistof
    naar buiten stroomt wanneer de remblokjes worden vervangen.


    Monteer de onderdelen opnieuw in omgekeerde volgorde.

    a

    Controleer de werking van de
    remmen. Neem zo nodig contact
    op met uw officiële APRILIA-

    dealer.

    Ingeval er teveel speling in de remhendel zit, u teveel elastische weerstand
    voelt of er lucht in het circuit is terechtgekomen, moet u contact opnemen met
    uw officiële APRILIA-dealer, omdat kan
    blijken dat het remsysteem ontlucht
    moet worden.



  • Page 33

    /,)%2%3%26/)2
    De motorfiets is uitgerust met een afzonderlijke menginrichting waarin de benzine
    en de olie voor het smeren van de motor
    worden gemengd, zie pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL).
    De olievoorraad wordt aangegeven door
    het oplichten van het LED-waarschuwingslampje van de oliereserve “ j “ op het
    dashboard, zie pag. 15 (INSTRUMENTEN
    EN CONTROLELAMPJES).

    a

    Controleer het oliepeil om de
    500 km (312 mi).
    Gebruik van de motorfiets zonder olie kan ernstige schade aan de motor veroorzaken.
    Als de olie in het oliereservoir is opgebruikt of als de olieleiding is verwijderd,
    neem dan contact op met een officiële
    aprilia-dealer, die het systeem zal ontluchten.
    Dit is noodzakelijk, want als de motor
    draait terwijl er lucht in het oliecircuit
    aanwezig is, kan dit ernstige schade
    aan de motor veroorzaken.

    3

    2

    1

    Vul het oliereservoir als volgt:
    Draai de schroef (1) los en verwijder ze.
    Verwijder de klem (2).
    Verwijder de plug (3).





    INHOUD OLIERESERVOIR: 1,6 L
    RESERVE: 0,3 L

    a

    Na gebruik van olie uw handen
    goed wassen. Loos de olie niet
    in het milieu.

    BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    33



  • Page 34

    1

    7

    3

    3
    4

    2
    1

    6

    1

    2
    4

    3
    4

    5
    2

    !&34%,,%. 6!. $%
    6//22%-(%.$%,
    De afstand tussen het uiteinde van de hendel (1) en het handvat (2) kan worden afgesteld door de stelmoer te verdraaien (3).
    De standen “1” en “4” komen respectievelijk overeen met een afstand van ongeveer
    136 en 103 mm tussen het uiteinde van de
    hendel en het handvat.
    De standen “2” en “3” zijn tussenafstanden.
    ◆ Duw de hendel (1) naar voren en verdraai de stelmoer (3) tot het gewenste
    cijfer tegenover het pijlmerkteken staat.

    34

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    8

    !&34%,,%. 6!. $% !#(4%22%Het rempedaal is ergonomisch geplaatst
    tijdens de assemblage van de motorfiets.
    Zo nodig kan de hoogte van het rempedaal
    worden bijgeregeld:
    ◆ Draai de borgmoer (4) los.
    ◆ Schroef de remstelmoer (5) volledig
    vast.
    ◆ Schroef de borgmoer (6) volledig tegen
    de pompregelstang (7).
    ◆ Draai de pompregelstang (7) volledig
    vast en daarna 3-4 slagen losser.
    ◆ Schroef de remstelmoer (5) los tot het
    rempedaal (8) op de gewenste hoogte
    staat.
    ◆ Vergrendel de remstelmoer (5) met de
    borgmoer (4).
    ◆ Draai de pompregelstang (7) los en laat
    hem contact maken met de pompzuiger.
    ◆ Draai de stang vast zodanig dat een minimale speling ontstaat van 0,5  1 mm
    tussen de pompregelstang (7) en de
    pompzuiger.

    a

    Zorg dat er een zekere speling is
    tussen de remstelmoer (5) en het
    contactpunt, om te voorkomen
    dat de rem in werking blijft en zodoende
    vroegtijdige slijtage van de remdelen
    veroorzaakt.
    Speling tussen de remstelmoer en het
    contactpunt: 0,5  1 mm.


    Vergrendel de pompregelstang met de
    borgmoer (6).

    a

    Controleer de werking van de
    rem.
    Neem zo nodig contact op met
    uw officiële APRILIA-dealer.
    Controleer na het afstellen of het wiel
    vrij draait met de rem onbediend.



  • Page 35

    2




    4

    7
    5
    1

    3

    !&34%,,%. 6!. $% +/00%,).'
    Stel de koppeling als de motor stopt of de
    neiging vertoont te versnellen wanneer de
    koppelingshendel wordt aangetrokken en
    de versnellingen worden ingeschakeld of
    als de koppeling slipt, wat leidt tot een vertraging in de versnelling in vergelijking met
    het toerental van de motor.
    Kleine afstellingen zijn mogelijk met de
    stelmoer (1):
    ◆ Trek het beschermingselement (2) weg.
    ◆ Draai de borgmoer (3) los.
    ◆ Draai aan de stelmoer (1) tot de stationaire speling op het uiteinde van de koppelingshendel ongeveer 10 mm bedraagt (zie afbeelding).
    ◆ Draai de borgmoer (3) vast en controleer
    de afstelling opnieuw.

    6

    Doe het volgende als de stelmoer volledig
    is vast- of losgeschroefd of als u er niet in
    slaagt de juiste stationaire speling in te
    stellen:
    ◆ Trek het beschermingselement (2) weg.
    ◆ Draai de borgmoer (3) los en draai de
    stelmoer (1) volledig vast.
    ◆ Draai de borgmoer (3) vast.
    ◆ Verwijder de splitpen (4).
    ◆ Zet de rechtse kuip (5) lichtjes naar buiten.
    ◆ Draai de borgmoer los op het onderste
    deel van de koppelingskabel (6), op de
    rechterzijde van de motor.
    ◆ Draai aan de stelmoer (7) tot de voorgeschreven stationaire speling is bereikt.
    ◆ Draai de borgmoer (6) vast en controleer
    de afstelling opnieuw.
    ◆ Plaats de kuip (5) terug.
    ◆ Steek de splitpen (4) in.

    Start de motor, zie pag. 40 (STARTEN).
    Trek de koppelingshendel volledig aan
    en schakel in eerste versnelling.
    Controleer of de motor niet stopt, of de
    motorfiets niet de neiging vertoont te versnellen en of de koppeling niet slipt tijdens het versnellen of tijdens het rijden.

    a
    c

    Neem contact op met uw officiële APRILIA-dealer als u er niet
    in slaagt de koppeling correct af
    te stellen of als de koppeling niet werkt
    zoals het hoort.
    Controleer of de koppelingskabel intact is: hij mag nergens geplet zijn en de isolatie mag nergens versleten zijn.


    Smeer de koppelingskabel regelmatig
    met een geschikt smeermiddel, zie
    pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL), om
    vroegtijdige slijtage en corrosie te vermijden.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    35



  • Page 36

    a

    De koelvloeistof is giftig: slik ze
    niet in; als de koelvloeistof in
    contact komt met de huid of de
    ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
    Als de koelvloeistof in contact komt met
    de huid of de ogen, overvloedig spoelen
    met water en een arts raadplegen. Als
    de koelvloeistof wordt ingeslikt, het braken opwekken, mond en keel overvloedig spoelen met water en onmiddellijk
    een arts raadplegen.
    +/%,6,/%)34/&

    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
    HOUDEN.

    a

    Let op dat u geen koelvloeistof morst
    op de hete onderdelen van de motor: de
    vloeistof kan vlam vatten en onzichtbare vlammen veroorzaken.

    Gebruik de motorfiets niet als
    het koelvloeistofpeil onder het
    voorgeschreven minimum ligt.

    Controleer het koelvloeistofpeil om de
    2000 km (1250 mi) en na lange ritten; vervang de koelvloeistof om de 24 maanden.

    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.

    a

    Laat de koelvloeistof verversen
    door een officiële APRILIA-dealer.

    36

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    De koelvloeistof is samengesteld uit 50%
    water en 50% antivries. Dit mengsel is ideaal voor de meeste motortemperaturen en
    garandeert een goede bescherming tegen
    roest.
    Het is handig hetzelfde mengsel ook in de
    zomer te gebruiken, aangezien zo het verlies ten gevolge van verdamping tot een
    minimum wordt beperkt, zodat het niet nodig is zeer regelmatig bij te vullen.
    Op die manier neemt de aanwezigheid van
    minerale zoutresten in de radiator veroorzaakt door verdampt water af en is de goede werking van het koelsysteem verzekerd.
    Als de buitentemperatuur minder dan 0°C
    bedraagt, moet u het koelcircuit regelmatig
    controleren en zo nodig de concentratie
    van antivries verhogen (tot maximum
    60%).
    Gebruik voor de koeloplossing gedistilleerd
    water, om schade aan de motor te voorkomen.

    a

    Verwijder de dop van de expansietank niet als de motor nog
    heet is, aangezien de koelvloeistof onder druk staat en zeer warm is.



  • Page 37

    3
    1

    Controleren en bijvullen



    Controleer het koelvloeistofpeil
    en vul de expansietank bij koude
    motor.

    a





    Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.



    c



    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.



    Laat de motorfiets rechtop staan met de
    twee wielen op de grond.
    Het koelvloeistofpeil in de expansietank
    (1) moet tussen het “MIN”- en het
    “MAX”-streepje op de doorzichtige buis
    (2) staan (zie afbeelding).
    Indien dit niet het geval is, de vulplug (3)
    losdraaien en verwijderen.
    Vul bij met koelvloeistof, zie pag. 88
    (SMEERMIDDELENTABEL) tot het koelvloeistofpeil tussen het “MIN”- en het
    “MAX”-streepje op de doorzichtige buis
    (2) staat.
    De vloeistof mag dit peil niet overschrijden; anders zal de vloeistof tijdens het
    draaien van de motor naar buiten stromen.
    Breng de vuldop (3) opnieuw aan.

    a

    In geval van overmatig verbruik
    van koelvloeistof of wanneer de
    tank leeg blijft, moet u controleren of er geen lekken zijn in het circuit.
    Laat eventuele lekken herstellen door
    een officiële APRILIA-dealer.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    37



  • Page 38

    "!.$%.
    Deze motorfiets is uitgerust met banden
    zonder binnenband.

    a

    Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 84 (TECHNISCHE
    GEGEVENS).
    Als de banden warm zijn, is de meting
    niet correct.
    In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit gemeten worden.
    Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop
    u rijdt niet opgevangen en daardoor
    overgebracht op het stuur, waardoor
    het rijcomfort in het gedrang komt en de
    wegligging in bochten afneemt.
    Als daarentegen de bandenspanning te
    laag is, komen de zijkanten van de banden onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de
    rand van de velg glijdt of loskomt, waardoor u de controle over de motorfiets
    verliest. Ingeval u plots remt zouden de
    banden van de velg kunnen afschuiven.
    Bovendien zou de motorfiets uit de
    bocht kunnen schuiven.
    Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de
    banden in slechte staat zijn, hebben ze
    minder grip en neemt de bestuurbaarheid van de motorfiets af.
    38

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Vervang de band wanneer hij versleten
    is of als er in het loopvlak een gat zit
    van meer dan 5 mm. Na het vervangen
    van een band, moeten de wielen uitgebalanceerd worden. Gebruik enkel het
    door APRILIA aanbevolen bandenformaat, zie pag. 84 (TECHNISCHE GEGEVENS).
    Zorg dat de banden altijd voorzien zijn
    van hun ventieldoppen, om te vermijden
    dat ze plots leeglopen. Vervanging, reparatie, onderhoud en uitbalanceren
    zijn zeer belangrijk en moeten worden
    uitgevoerd door bekwame technici met
    het juiste gereedschap.
    Om die reden is het raadzaam bovenstaande handelingen te laten uitvoeren
    door een officiële APRILIA-dealer.
    Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt
    met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de
    banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn.
    Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs
    als ze niet volledig afgesleten zijn hard
    worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd.
    In dit geval moet u de banden vervangen.
    MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL
    voor:.................................................. 2 mm
    achter:............................................... 2 mm

    +!4!,94)3#(% '%,5)$$%-0%23

    ENKEL VOOR VERSIE MET
    2
    KATALYSATOR

    a

    Parkeer de motorfiets met katalysator niet in de nabijheid van droge struiken of op plaatsen waar
    kinderen kunnen komen, aangezien de
    katalytische geluiddemper tijdens het gebruik zeer heet wordt; kijk dus heel goed
    uit en vermijd elke vorm van contact
    voordat hij volledig is afgekoeld.
    De motorfiets met katalysator is voorzien
    van twee geluiddempers met metallic “platina-rhodium”-tweewegkatalysator.
    Deze uitrusting dient voor de oxidatie van
    de CO (koolmonoxide) en van de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die zich in het
    uitlaatgas bevinden, waarbij de genoemde
    verbindingen respectievelijk worden omgezet in kooldioxide en waterdamp.

    a

    Gebruik geen loodhoudende
    benzine, aangezien deze de katalysator vernietigt.



  • Page 39

    2)#(4,)*.%. 6//2 '%"25)+

    a

    Voer voor het vertrek steeds een
    voorafgaande controle uit om na
    te gaan of de motorfiets juist en
    veilig functioneert (zie de tabel met
    “CONTROLES VOORAF” hierna). Het
    niet uitvoeren van deze controles kan
    leiden tot ernstige letsels of schade aan
    de motorfiets.
    Aarzel niet raad te vragen aan uw officiële APRILIA-dealer ingeval u iets niet
    begrijpt i.v.m. de werking van bepaalde
    bedieningselementen of als u bepaalde
    onregelmatigheden vermoedt of vaststelt.
    Een controle vergt weinig tijd en verhoogt de veiligheid aanzienlijk.

    #/.42/,%3 6//2!&
    Controle

    Pagina

    Voorste en achterste schijfremmen

    Onderdeel

    Controleer de werking, de stationaire speling van de
    bedieningshendels en het vloeistofpeil en kijk of er geen
    lekken zijn. Vul zo nodig het vloeistofreservoir bij.

    30-3132-68

    Gashendel

    Controleer of hij soepel werkt en of hij volledig kan worden open- en dichtgedraaid, bij alle standen van het
    stuur. Zo nodig bijstellen en/of smeren.

    69

    Motorolie/transmissieolie

    Controleren en/of zo nodig bijvullen.

    Wielen/banden

    Controleer het loopvlak van de banden, de bandenspanning, slijtage en eventuele beschadiging.

    38

    Remhendels

    Controleer of ze goed werken. Zonodig de scharnierpunten smeren en de speling bijstellen.

    34

    Koppeling

    De stationaire speling op het uiteinde van de koppelingshendel moet ongeveer 10 mm bedragen; de koppeling moet werken zonder haperen en/of slippen.

    35

    Controleer of dit goed werkt en of de veerspanning hen
    weer in de normale stand brengt. Zo nodig scharnierpunten en draaiende delen smeren. Controleer of de veiligheidsschakelaar op de zijstandaard correct werkt.

    75-76

    Bevestigingselementen

    Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten.
    Stel ze zo nodig af of draai ze aan.



    Transmissieketting

    Controleer de speling.

    Brandstoftank

    Controleer het brandstofpeil en vul zonodig bij. Controleer het circuit op lekken of verstopping.

    29-61-81

    Koelvloeistof

    Het koelvloeistofpeil in de expansietank moet tussen het
    "MIN"- en het "MAX"-streepje liggen.

    36-37

    Lichten, waarschuwingslampjes,
    claxon en elektrische onderdelen

    Controleer de goede werking van akoestische en visuele
    voorzieningen. In geval van defect de lampjes vervangen
    of het defect repareren.

    71÷80

    Zijstandaard

    33-52-53

    58-59

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    39



  • Page 40

    2

    ON
    RES
    PU
    SH

    O FF

    1

    34!24%.

    a

    Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat uiterst giftig is bij inademing. Start de motorfiets niet
    in een gesloten of slecht geventileerde
    ruimte.
    Het niet opvolgen van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of
    zelfs tot de dood door verstikking.

    c

    Met de motorfiets op de zijstandaard kan de motor enkel worden gestart als de versnelling in neutraal staat; als u in dit geval de
    versnellingen probeert in te schakelen,
    stopt de motor.
    Met de zijstandaard opgetrokken kan de
    motor worden gestart met de versnelling in neutraal of met de versnelling ingeschakeld en de koppelingshendel
    aangetrokken.

    40

    gebruik en onderhoud

    RS 250






    Laat de standaard opgetrokken.
    Ga op de motorfiets zitten.
    Zet de hendel van het brandstofkraantje
    (1) in de stand "ON".
    Verdraai de sleutel (2) en zet de contactschakelaar in de stand "n".
    Op dit moment:
    – gaat het rode LED-waarschuwingslampje van de oliereserve branden op
    het dashboard;
    – licht het LED-waarschuwingslampje
    “max” van het overtoerental op gedurende ongeveer drie seconden en verplaatst
    de wijzer van de toerenteller zich naar de
    vooringestelde overtoerentalgrens.

    c

    Het is mogelijk om de maateenheid van de snelheidsmeter (km
    of mi) en van de koelvloeistoftemperatuur (°C of °F), de overtoerentalgrens,
    de klokfuncties en zo nodig de chronometer in te stellen, zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).

    a

    Stel in het begin de overtoerentalgrens in op een lage waarde.
    Verhoog de grens geleidelijk
    naarmate u beter vertrouwd wordt met
    de motorfiets.
    Overschrijd tijdens de inrijperiode nooit
    het voorgeschreven maximale toerental, zie pag. 45 (INRIJDEN).







    Blokkeer minstens één wiel door een van
    de remhendels aan te trekken.
    Zet de motor in neutraal (groen waarschuwingslampje "q" licht op).
    Zet de motorstopschakelaar (3) in de
    stand "n".
    Zorg dat de lichtschakelaar (4) in de
    stand “•“ staat.
    _ Zorg dat de dimlichtschakelaar (5) in
    de stand “b“ staat.
    Als de motorfiets wordt gestart met koude motor, draai dan de choke-hendel
    "e" (6) omlaag.



  • Page 41

    Starten met koude motor
    Wanneer de omgevingstemperatuur laag
    is (ongeveer 0°C / 32°F), is het soms moeilijk de motor bij de eerste poging aan de
    gang te krijgen.
    In dit geval:
    ◆ Draai de choke-hendel "e" (6) naar omlaag.
    ◆ Druk het startpedaal (7) enkele keren
    krachtig in en draai tegelijk de gashendel
    (8) lichtjes open.




    Draai de kickstarter (7) naar buiten.
    Druk de kickstarter (7) in zonder gas te
    geven.

    a

    Zodra de motor is gestart, moet
    het rode waarschuwingslampje
    “j“ van de oliereserve uitgaan.
    Als dit niet het geval is of als het waarschuwingslampje oplicht terwijl de motor normaal draait, moet u het oliereservoir bijvullen, zie pag. 33 (OLIERESERVOIR).


    Houd minstens één remhendel aangetrokken en geef geen gas vóór u vertrekt.

    a

    Rijd niet weg met een koude motor.
    Om de uitstoot van vervuilende
    stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten
    warm draaien door gedurende de eerste
    kilometers met lage snelheid te rijden.



    Draai de choke-hendel "e" (6) omhoog
    wanneer de motor is opgewarmd.

    Starten met een ’verzopen’ motor
    Als de startprocedure niet correct wordt uitgevoerd of als er teveel brandstof in de
    aanzuigleidingen en in de carburateur zit,
    kan de motor verzuipen.
    Een verzopen motor moet als volgt gereinigd worden:
    ◆ Voer de eerste negen stappen van de
    startprocedure uit.
    ◆ Draai de choke-hendel "e" (6) omlaag.
    ◆ Druk het startpedaal (7) enkele keren
    krachtig in (zodat de motor snel ronddraait) en draai de gashendel volledig
    open (8) (Pos. B).

    Op het moment dat de motor start
    De gashendel (8) loslaten.
    Draai de choke-hendel "e" (6) naar omhoog.
    Als het stationaire toerental onstabiel
    is, moet u regelmatig zachtjes aan de
    gashendel (8) draaien.




    Als de motor niet start
    Wacht enkele seconden en herhaal de
    startprocedure.
    STARTEN NA EEN LANGE PERIODE
    VAN STILSTAND
    Na een lange periode van stilstand, moet u
    het startpedaal (7) enkele keren krachtig
    indrukken zonder gas te geven, zodat het
    brandstofcircuit kan vollopen.
    Om de motor te starten, draait u de
    gashendel zachtjes wat open en voert u de
    startprocedure uit.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    41



  • Page 42

    6%242%++%. %. 2)*$%.
    2

    a

    Deze motorfiets is een bijzonder
    krachtige machine en moet geleidelijk aan en met de grootste
    zorg worden ingereden.
    Plaats geen voorwerpen voor het voorste stuk van de kuip.

    ON
    RES

    c

    Lees voor u vertrekt aandachtig
    het hoofdstuk "veilig rijden", zie
    pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
    Als de "normale" hoeveelheid brandstof
    is opgebruikt tijdens het rijden, zet dan
    de hendel van het brandstofkraantje (1)
    in de stand "RES" om de brandstofreserve aan te spreken.
    Brandstofreserve: 3,6 L (mechanische
    reserve).

    a

    Wanneer u zonder duopassagier
    rijdt, moeten de voetsteunen van
    de passagier ingeklapt zijn.
    Houd tijdens het rijden uw handen aan
    de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.
    NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE
    AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.

    1

    Vertrekken:
    Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels
    juist in.

    42

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    B




    a

    Tracht uzelf vertrouwd te maken
    met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met de motorfiets in
    rusttoestand. De spiegel is convex,
    waardoor voorwerpen verder weg lijken
    dan ze in werkelijkheid zijn. De spiegels
    geven een “breedhoekbeeld” en enkel
    door ervaring kan u de afstand tot achteropkomende voertuigen correct inschatten.


    Als u een duopassagier meeneemt, zeg
    hem/haar dan dat hij/zij niet in de weg
    gaat zitten tijdens het manoeuvreren.

    A

    O FF

    Rijd de eerste kilometers met gematigde
    snelheid, zodat de motor kan opwarmen.




    Laat de gashendel (2) los (Pos. A) en
    trek bij stationaire motor de koppelingshendel (3) volledig aan.
    Schakel in eerste versnelling door het
    schakelpedaal (4) omlaag te drukken.
    Laat de remhendel los (aangetrokken tijdens het starten).

    a

    Bij het vertrek kan het abrupt
    loslaten van de koppelingshendel ertoe leiden dat de motor stilvalt of dat de motorfiets gaat schokken.
    Nooit plots of te sterk versnellen wanneer u de koppelingshendel loslaat, om
    te voorkomen dat de koppeling gaat
    "slippen" (trage ontkoppeling) of dat
    het voorwiel van de grond komt (steigeren) (snelle ontkoppeling).



  • Page 43

    6a
    5a
    4a
    3a
    2a

    3

    4

    4

    1a


    Laat de koppelingshendel (3) langzaam
    los en geef tegelijk gas door zachtjes aan
    de gashendel (2) te draaien (Pos. B).
    De motorfiets zet zich in beweging.

    a

    Overschrijd nooit het aanbevolen toerental, zie pag. 45 (INRIJDEN).



    Verhoog de snelheid door zachtjes aan
    de gashendel (2) te draaien (Pos. B),
    zonder het aanbevolen toerental te overschrijden, zie pag. 45 (INRIJDEN).

    Schakel als volgt de tweede versnelling in:

    a

    Ga snel te werk.
    Rijd nooit met een te laag toerental.



    Laat de gashendel (2) (Pos. A) los, trek
    de koppelingshendel (3) aan en zet de
    schakelhendel (4) omhoog. Laat de
    koppelingshendel (3) los en versnel.



    Herhaal de laatste twee handelingen en
    schakel in hogere versnellingen.

    a

    Als het LED-waarschuwingslampje “j” van de oliereserve
    oplicht terwijl de motor normaal
    draait, betekent dit dat de oliereserve
    wordt gebruikt; vul in dit geval onmiddellijk olie bij, zie pag. 33 (OLIERESERVOIR).
    Terugschakelen moet gebeuren in de volgende situaties:
    ◆ Wanneer u een helling afrijdt of wanneer
    u remt, om het remeffect te versterken
    door de compressie van de motor.
    ◆ Wanneer u een helling oprijdt, als de ingeschakelde versnelling niet is aangepast aan de snelheid (hoge versnelling,
    gematigde snelheid) en het toerental van
    de motor daalt.

    a

    Schakel de versnellingen één
    voor één in; wanneer met meer
    dan één versnelling tegelijk
    wordt teruggeschakeld, is het mogelijk
    dat het maximale toerental (wegrijsnelheid) wordt overschreden.
    Laat vóór en tijdens het terugschakelen
    de gashendel los.
    Schakel als volgt terug:
    Laat de gashendel (2) (Pos. A) los.
    Trek zo nodig de remhendels geleidelijk
    aan en vertraag de snelheid van de motorfiets.
    ◆ Trek de koppelingshendel (3) aan en
    druk de schakelpedaal (4) omlaag om terug te schakelen.
    ◆ Laat de remhendels los indien u ze heeft
    aangetrokken.
    ◆ Laat de koppelingshendel los en versnel
    geleidelijk.



    gebruik en onderhoud

    RS 250

    43



  • Page 44

    Als de aanduiding “/// ” verschijnt op de rechterhelft van de
    multifunctionele display, moet u
    de motor afzetten en het koelvloeistofpeil controleren, zie pag. 36 (KOELVLOEISTOF).

    a

    Draai de gashendel niet herhaaldelijk en
    zonder onderbreking open en dicht om
    te vermijden dat u per ongeluk de controle over de motorfiets verliest.
    Als u moet remmen, laat u de gashendel
    los trekt u beide remmen aan, zodat de
    druk op de remdelen gelijkmatig wordt
    verdeelt en de snelheid zonder stoten
    vermindert.
    Door enkel de voorrem of enkel de achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar
    dat één wiel blokkeert, waardoor de motorfiets zijn grip op de baan verliest.
    Als u op een helling stopt, moet u de
    gashendel volledig loslaten en enkel de
    remmen gebruiken om de motorfiets
    stabiel te houden.
    Als u de motor gebruikt om de motorfiets stabiel te houden, bestaat het risico dat de koppeling oververhit raakt.

    44

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    a

    Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de
    bocht met matige en constante
    snelheid nemen of lichtjes versnellen;
    rem niet op het laatste moment: de motorfiets raakt dan heel waarschijnlijk
    aan het slippen.
    Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen, kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de
    remkracht afneemt.
    Maak gebruik van de motorcompressie
    en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.
    Nooit een helling met afgezette motor
    afrijden!
    Bij onvoldoende zichtbaarheid moet u
    de dimlichten ook overdag ontsteken
    om uw motorfiets beter zichtbaar te maken.
    Bij nat wegdek of een slechte grip
    (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met
    matige snelheid rijden en plots remmen
    of manoeuvres die kunnen leiden tot het
    verlies van de grip op de weg of tot een
    val vermijden.

    a

    Let zeer goed op ieder obstakel
    of een verandering in het wegdek.
    Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels,
    wegmarkeringen, metalen platen ter
    aanduiding van wegenwerken kunnen
    bij regen uiterst glad worden.
    Om die reden moeten al deze obstakels
    zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken
    rijdt en de motorfiets niet onnodig laat
    overhellen.
    Gebruik bij verandering van rijstrook of
    rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers, en vermijd bruuske en gevaarlijke
    manoeuvres.
    Schakel de richtingaanwijzers uit zodra
    u van richting bent veranderd.
    Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald
    wordt.
    Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over de
    motorfiets verliezen.



  • Page 45

    ).2)*$%.
    Het inrijden van de motor is van het grootste belang met het oog op een correcte
    werking van de motorfiets.
    Rijd zoveel mogelijk op hellingen en/of
    bochtige wegen, zodat de motor, de ophanging en de remmen een doelmatige inrijperiode ondergaan.
    Rij tijdens het inrijden met wisselende snelheid. Op die manier worden de onderdelen
    eerst “belast” en dan “ontlast” en kunnen
    de motoronderdelen afkoelen. Hoewel het
    belangrijk is dat tijdens het inrijden de motoronderdelen worden belast, mag u hierin
    niet overdrijven.

    c

    Pas na een inrijperiode van
    1500 km (937 mi) mag u optimale
    prestaties verwachten van de motorfiets.
    Houd u aan de volgende regels:
    ◆ De gashendel niet plots volledig opendraaien bij lage snelheid; dit geldt zowel
    tijdens als na de inrijperiode.
    ◆ Rem tijdens de eerste 100 km (62 mi)
    voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de
    blokjes op de remschijf rustig inlopen.
    ◆ Tijdens de eerste 800 km (500 mi) nooit
    met een toerental van meer dan
    6000 tpm (rpm) rijden.

    a

    Na de eerste 1000 km (625 mi)
    moeten de controles aangeduid in
    de kolom "Na het inrijden" van het
    ONDERHOUDSSCHEMA worden uitgevoerd, zie pag. 48 (ONDERHOUDSSCHEMA), om letsels bij uzelf of andere personen en/of schade aan de motorfiets te
    vermijden.




    Tussen de eerste 800 km (500 mi) en
    1600 km (1000 mi) mag u sportiever rijden, de snelheid variëren en slechts enkele seconden de maximale acceleratie
    gebruiken, om zo een beter inlopen van
    de onderdelen te verzekeren; nooit met
    een toerental van meer dan 9000 tpm
    (rpm) rijden (zie tabel).
    Na de eerste 1600 km (1000 mi) mag u
    betere prestaties verwachten van de motor; evenwel nooit het maximale toerental van 12000 tpm (rpm) overschrijden.
    Maximaal toerental tijdens
    de inrijperiode
    Aantal km (mi)

    tpm (rpm)

    0÷800 (0÷500)

    6000

    800÷1600 (500÷1000)

    9000

    meer dan1600 (1000)

    12000

    1

    A

    2

    34/00%.

    a

    Vermijd indien mogelijk bruusk
    stoppen, plots vertragen en remmen op het laatste moment.



    Laat de gashendel los (1) (Pos. A), trek
    de remmen geleidelijk aan en schakel tegelijk terug om snelheid te minderen, zie
    pag. 42 (VERTREKKEN EN RIJDEN).
    Ga, zodra de snelheid is geminderd, als
    volgt te werk vóór u de motorfiets stopt:
    ◆ Trek de koppelingshendel (2) aan om te
    voorkomen dat de motor stilvalt.
    Wanneer de motorfiets tot stilstand is gekomen:
    ◆ Zet de motor in neutraal (groen waarschuwingslampje "q" licht op).
    ◆ Laat de koppelingshendel los.
    ◆ Houd in geval van kortstondig halt houden minstens één rem aangetrokken.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    45



  • Page 46

    2!!$'%6).'%. 4%2
    6//2+/-).' 6!. $)%&34!,

    1

    2
    PU
    SH

    ON
    3

    O FF

    4

    RES

    0!2+%2%.



    a

    Parkeer de motorfiets op een
    stevige en effen ondergrond om
    te voorkomen dat hij omvalt.
    De motorfiets niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.
    Zorg dat de motorfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar vormen voor personen en kinderen. Laat de motorfiets niet onbeheerd
    achter met de motor aan of met het
    sleuteltje nog in de contactschakelaar.
    Ga niet op de motorfiets zitten terwijl hij
    op de standaard staat.





    Stop de motorfiets, zie pag. 45 (STOPPEN).
    Zet de motorstopschakelaar (1) in de
    stand "m".
    Draai de sleutel (2) en zet de contactschakelaar (3) in de stand "m".
    Zet de hendel van het brandstofkraantje
    (4) in de stand "OFF".

    46

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).

    a

    Laat de sleutel nooit in het contact steken.

    Laat het sleuteltje NOOIT in het contact zitten en gebruik altijd het stuurslot.
    Parkeer de motorfiets op een veilige
    plaats, indien mogelijk in een garage of op
    een bewaakte plaats.
    Gebruik indien mogelijk een extra anti-diefstalvoorziening.
    Zorg dat alle documenten in orde zijn en
    dat u uw kentekenbewijs op zak heeft.
    Noteer uw persoonlijke gegevens en uw
    telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken
    ingeval de motorfiets na diefstal wordt
    teruggevonden.
    FAMILIENAAM: .........................................

    Vergrendel het stuur, zie pag. 26
    (STUURSLOT) en trek de sleutel uit het
    contact.

    NAAM: .......................................................

    DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD
    ZETTEN
    ◆ Neem het linker handvat (5) en de passagiersriem (6) vast.
    ◆ Druk tegen de zijstandaard met uw rechtervoet en klap hem volledig uit (7).
    ◆ Kantel de motorfiets tot de standaard op
    de grond rust.
    ◆ Draai het stuur volledig naar links.

    ...................................................................



    c

    Zorg dat de motorfiets stabiel
    staat.

    ADRES: .....................................................

    TELEFOONNR.: .......................................

    c

    In vele gevallen worden gestolen
    motorfietsen geïdentificeerd aan
    de hand van de gegevens in het gebruik
    en onderhoudsboekje.



  • Page 47

    /.$%2(/5$

    a

    Brandgevaar.
    Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de
    buurt van de elektrische onderdelen.
    Voor u begint met om het even welke
    vorm van onderhoud of inspectie van
    de motorfiets, moet u de motor afzetten,
    de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld en indien mogelijk de motorfiets
    op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal daartoe bestemd gereedschap.
    Controleer vóór u begint of de ruimte
    waarin u werkt goed geventileerd is.
    Blijf uit de buurt van de gloeiende delen
    van de motor en van het uitlaatsysteem,
    om brandwonden te vermijden.
    Ondersteun geen mechanische onderdelen of ander onderdeel van de motorfiets met de mond: geen van de onderdelen is voor consumptie geschikt;
    sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.

    a

    Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage
    van de onderdelen de stappen
    voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
    Het is aangeraden latex handschoenen
    te gebruiken om onderhoudswerken uit
    te voeren.
    Routineonderhoud kan gewoonlijk worden
    uitgevoerd door de gebruiker, maar vereist
    soms specifiek gereedschap en specifieke
    technische kennis.
    Neem voor periodiek onderhoud, hulp of
    technisch advies contact op met een Concessionario Ufficiale aprilia, die u een
    snelle en degelijke service garandeert.
    Vraag uw Concessionario Ufficiale aprilia
    om de motorfiets op de weg te testen na
    een reparatie of periodiek onderhoud.
    Voer in ieder geval zelf de “Controles vooraf” uit na een onderhoudsbeurt, zie pag.
    pag. 39 (CONTROLES VOORAF).

    a

    Elke onregelmatigheid wordt
    door de elektronische eenheid
    van deze motorfiets direct herkend en opgeslagen.

    A
    max

    DIAG SERVICE V BATT
    rpm
    X1000

    3

    2

    1

    N
    1
    3

    2

    a

    Na de eerste 1000 km (625 mi) en
    vervolgens om de 4000 km (2500
    mi) verschijnt op het rechterdisplay de tekst "SERVICE" (1).
    Neem in dat geval contact op met een
    Concessionario Ufficiale APRILIA, die de
    onderhoudswerken zal verrichten die
    zijn aangegeven in het onderhoudsschema, zie pag. pag. 48 (ONDERHOUDSSCHEMA). Om de aanduiding “SERVICE” te doen verdwijnen,
    moet u op de “LAP”-drukknop (2) drukken en daarna op de drukknop r (3) en
    beide knoppen ongeveer 5 seconden
    lang ingedruktl houden.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    47



  • Page 48

    /.$%2(/5$33#(%-!
    WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN
    DOOR DE Concessionario Ufficiale
    APRILIA (DIE OOK KUNNEN WORDEN
    UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
    Legenda
    = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
    = schoonmaken;
    = vervangen;
    = afstellen.

    
    
    
    

    a

    Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en
    stoffige gebieden of op geaccidenteerd
    terrein.

    Na het inrijden
    1000 km (625 mi)

    Om de 4000 km
    (2500 mi)
    of 12 maanden

    Om de 8000 km
    (5000 mi)
    of 24 maanden

    Accu - klembevestiging elektrolytpeil

    

    



    Bougies

    

    

    om de 6000 km
    (3700 mi): 

    Carburateur - stationair
    toerental

    

    



    Carburateurs

    

    



    Wielcentrering



    



    Luchtfilter



    

    

    Vork





    

    Werking gashendel

    

    



    Werking/richting
    van de lampen



    



    Koppelingspeling

    

    



    Lichtsysteem

    

    



    Remvloeistof

    

    



    Onderdeel

    Koelvloeistof

    om de 2000 km (1250 mi): 

    Smeeroliepeil

    om de 500 km (312 mi): 

    Transmissieolie

    

    Wielen/banden en
    bandenspanning

    48

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    om de 12000 km
    (7500 mi): 

    maandelijks: 

    Spanning en smering van
    transmissieketting
    Slijtage van de voorste en
    achterste remblokjes

    

    om de 500 km (312 mi): 

    

    om de 2000 km (1250 mi): 



  • Page 49

    WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN
    DOOR DE Concessionario Ufficiale
    APRILIA.
    Legenda
    = controleren en schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
    = schoonmaken;
    = vervangen;
    = afstellen.

    
    
    
    

    a

    Voer de onderhoudswerkzaamheden vaker uit als u de motorfiets gebruikt in regenachtige en
    stoffige gebieden of op geaccidenteerd
    terrein.
    (*) = Gebruik MOLYCOTE 6 Rapidplus
    smeervet.

    Onderdeel
    Achterste schokdemper
    Carburateurs
    Bedieningskabels en
    bedieningselementen
    Wielcentrering
    Lagers stuurstang en stuurspeling
    Wiellagers
    Remschijven
    Algemene werking van de motorfiets
    Remsystemen
    Koelsysteem
    Remvloeistof
    Koelvloeistof
    Vorkolie
    Oliepakking
    Choke-hendel
    Zuigers en veren
    Mengpomp en ontluchting
    Reiniging kop, cilinder en geluiddemper
    Reiniging kop, cilinder en geluiddemper
    Wielen/banden en bandenspanning
    Aanhaalkoppel moeren, bouten,
    schroeven
    Uitlaatdempers (behalve versie met
    katalysator)
    LED-waarschuwingslampje oliereserve
    Eindoverbrenging (ketting, kroonwiel,
    pignon)
    Brandstofleiding
    Leiding remsysteem
    Radiateurleidingen
    Koppelingslijtage

    Om de 8000 km
    (5000 mi) of 24
    maanden



    Om de 4000 km
    (2500 mi) of 12
    maanden


    

    



    

    



    Na het inrijden
    1000 km (625 mi)

    



    


    
    

    
    

    
    

    
    

    om de 4000 km (2500 mi): À/ om de 2 jaar: 
    om de 2 jaar: 
    om de 2 jaar 4000 km (2500 mi):  /
    om de 20000 km (12500 mi): 
    na de eerste 24000 km (15000 mi):  /
    daarna telkens om 20000 km (12500 mi): 
    om de 8000 km (5000 mi):  (met waterafstotend smeervet) (*)


    

    

    

    om de 12000 km (7500 mi): 







    

    

    



    

    



    

    



    

    



    




    
    
    



    

    om de 4 jaar: 
    
    om de 4 jaar: 
    om de 12000 km (7500 mi): À/
    om de 4 jaar: 

    
    

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    49



  • Page 50

    )$%.4)&)#!4)%'%'%6%.3
    Het is aan te raden het frame- en het motornummer te noteren in de daarvoor bestemde ruimte in dit boekje.
    Het framenummer kan van pas komen bij
    de aankoop van reserveonderdelen.

    c

    Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot
    zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het
    framenummer leidt tot een onmiddellijke nietigverklaring van het kenteken.

    50

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    MOTORNUMMER
    Het motornummer is op het achterste deel
    van de motor, naast de oliepomp, ingeslagen.

    FRAMENUMMER
    Het framenummer is op de rechterkant van
    het balhoofd ingeslagen.
    Framenr.

    Motornr.



  • Page 51

    $% -/4/2&)%43 /0 $%
    !#(4%234% 34!.$!!2$ :%44%.

    &

    c

    Roep de hulp in van een andere
    persoon om de motorfiets in verticale stand te houden met de twee wielen op de grond.





    Lijn de twee huizen op de standaard (1)
    uit met de twee pennen (2) op de motorfiets.
    Steun met één voet op de achterkant
    van de standaard (1).
    Druk de standaard (1) omlaag tot het
    einde van zijn slag (zie afbeelding).

    $% -/4/2&)%43 /0 $% 6//234%
    34!.$!!2$ :%44%.

    &








    Zet de motorfiets op de achterste standaard OPT, zie pag. 51 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN &).
    Lijn de twee uiteinden van de standaard
    (3) uit met de twee gaten (4) in de onderste stukken van de voorvork.
    Steun met één voet op de voorkant van
    de standaard (3).
    Druk de standaard (3) omlaag tot het
    einde van zijn slag (zie afbeelding).

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    51



  • Page 52



    2


    1


    #/.42/,%2%. 6!. (%4
    42!.3-)33)%/,)%0%), %.
    ")*65,,%.
    Lees aandachtig pag. 29 (TRANSMISSIEOLIE) en pag. 47 (ONDERHOUD).
    Controleer het transmissieoliepeil om de
    4000 km (2500 mi), vervang de olie na de
    eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens
    om de 12000 km (7500 mi), zie pag. 53
    (VERVERSEN VAN DE TRANSMISSIEOLIE).

    52

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Ga als volgt te werk:

    c

    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.





    Zet de motor af en laat hem minstens
    tien minuten afkoelen, zodat de olie naar
    het carter kan terugstromen en afkoelen.
    Laat de motorfiets rechtop staan, met
    beide wielen op de grond.

    c

    Als u nalaat bovenstaande stappen uit te voeren, bestaat de
    kans op een verkeerde meting van het
    peil.








    Houd een doek onder de niveauschroef
    (1) om te vermijden dat de olie naar buiten stroomt en op de uitlaatpijpen terechtkomt.
    Draai de niveauschroef (1) (kruiskopschroef) op de rechterzijde los en verwijder ze.
    Met deze schroef kan u controleren of er
    voldoende olie in het motorblock zit.
    Controleer of de olie uit de opening (1)
    stroomt, ook al is het maar langzaam; indien dit niet het geval is, zit er onvoldoende olie in het motorblock.
    Giet in dit geval kleine hoeveelheden olie
    door het vulgat, nadat eerst de plug (2) is
    verwijderd.
    Wacht ongeveer twee minuten om de
    olie de tijd te geven gelijkmatig in het
    oliecarter te stromen; herhaal de procedure tot de olie uit de opening (1) begint
    te stromen.
    Draai de niveauschroef (1) vast.
    Draai de vulplug (2) vast.



  • Page 53



    3







    1

    2




    6%26%23%. 6!. $%
    42!.3-)33)%/,)%
    Lees aandachtig pag. 29 (TRANSMISSIEOLIE) en pag. 47 (ONDERHOUD).
    Controleer het transmissieoliepeil om de
    4000 km (2500 mi), ververs de olie na de
    eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens
    om de 12000 km (7500 mi).

    Ga voor het verversen van de olie als
    volgt te werk:


    Start de motor, zie pag. 40 (STARTEN) en
    laat hem gedurende enkele minuten stationair draaien, om de wegstroming van olie
    tijdens het aftappen te vergemakkelijken.

    c

    Zet de motorfiets op een stevige
    en effen ondergrond.



    Zet de motor af en laat hem minstens
    tien minuten afkoelen, zodat de olie naar
    het carter kan terugstromen en afkoelen.

    a

    Wa nneer de moto r is o pgewarmd, bevat hij hete olie; daarom moet u, om brandwonden te
    vermijden, zeer voorzichtig zijn tijdens
    het uitvoeren van de hierna beschreven
    stappen.

    Laat de motorfiets rechtop staan, met
    beide wielen op de grond.
    Plaats een maatbeker (1) met een inhoud van minimum 700 cm# onder de aftapplug (2).
    Draai de aftapplug (2) los en verwijder
    ze.
    Draai de vulplug (3) los en verwijder ze.
    Laat de olie af en laat hem gedurende
    enkele minuten in de maatbeker (1)
    druppelen.
    Verwijder de metaalresten van de magneet van de aftapplug (2).
    Schroef de aftapplug (2) in en draai ze
    vast.

    Aanhaalkoppel voor aftapplug (2):
    27 Nm (2,7 kgm).





    Giet ongeveer 700 cm# transmissieolie
    door de vulopening (3), zie pag. 88
    (SMEERMIDDELENTABEL).
    Draai de vulplug (3) vast.
    Start de motor, zie pag. 40 (STARTEN)
    en laat hem gedurende ongeveer één
    minuut stationair draaien, zodat het
    transmissieoliecircuit zich kan vullen.

    Controleer het oliepeil en vul zo nodig bij,
    zie pag. 52 (CONTROLEREN VAN HET
    TRANSMISSIEOLIEPEIL EN BIJVULLEN).

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    53



  • Page 54

    3
    4

    1

    8

    5
    7

    2

    6

    5

    6//27)%,

    a

    Het demonteren en opnieuw
    monteren van het voorwiel kan
    een probleem zijn voor personen
    zonder enige ervaring terzake. Neem zo
    nodig contact op met een officiële
    APRILIA-dealer.
    Als u deze handelingen zelf wilt verrichten, moet u zich aan de volgende richtlijnen houden.
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    Let op dat u tijdens het demonteren en
    monteren van het wiel de remleidingen,
    de schijven en de remblokjes niet beschadigt.

    c

    Gebruik voor het demonteren
    van het voorwiel de daarvoor bestemde voorste en achterste standaard
    &.
    54

    gebruik en onderhoud

    DEMONTEREN
    Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 51 (DE MOTORFIETS
    OP DE ACHTERSTE STANDAARD
    ZETTEN &).
    ◆ Zet de motorfiets op de voorste standaard,
    zie pag. 51 (DE MOTORFIETS OP DE
    VOORSTE STANDAARD ZETTEN &).


    RS 250

    a

    Controleer of de motorfiets stabiel staat.



    Vraag aan iemand om het stuur recht te
    houden in rijpositie, zodat het stuur geblokkeerd is.

    Aanhaalkoppel voor remklauwschroef
    (1): 50 Nm (5 kgm).
    ◆★



    Draai de twee schroeven (1) waarmee
    de voorremklauw (2) is bevestigd los en
    verwijder ze.
    ★ Trek de remklauw (2) los van de schijf,
    maar laat ze op de leiding (3) zitten.

    a

    Trek nooit de voorremhendel aan
    nadat de remklauwen zijn gedemonteerd. De zuigers zouden immers uit hun houders kunnen schieten,
    waardoor de remvloeistof zou wegstromen. Neem als dit gebeurt contact op
    met uw officiële APRILIA-dealer, die het
    nodige onderhoud zal verrichten.
    Aanhaalkoppel voor wielmoer (4):
    80 Nm (8 kgm).







    Draai de moer (4) los en verwijder ze door
    eerst de afstandsring weg te nemen.
    ★ Draai de twee schroeven (5) van de
    wielasklem iets losser.
    Plaats een steun (6) onder de band, zodat het wiel in positie blijft nadat het is
    losgemaakt.
    Trek de wielas (7) uit vanaf de linkerzijde.
    Verwijder het wiel door het langs voren
    uit te trekken en neem de afstandsring
    (8) weg.



  • Page 55

    c

    a

    De afstandsring (8) moet zo worden aangebracht dat de zijde
    met de grootste diameter naar de rechter vorkpoot wijst.

    Bij het hermonteren van de remtang moet u de borgschroeven
    van de tang vervangen door
    twee schroeven (1) van hetzelfde type.



    ◆★




    Plaats de afstandsring (8) in de houder
    op het wiel.
    Plaats het wiel tussen de vorkpoten op
    de steun (6).
    Verplaats het wiel zodanig dat het gat in
    het midden van het wiel op één lijn staat
    met de gaten in de vork.

    Schroef de twee bevestigingsschroeven (1) van de remklauw in en draai ze
    vast.

    Aanhaalkoppel voor remklauwschroef
    (1): 50 Nm (5 kgm).


    MONTEREN
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).

    a

    Let op dat u tijdens het monteren
    van het wiel de remleidingen, de
    schijven en de remblokjes niet
    beschadigt.
    De pijl op het wiel geeft de rotatierichting aan. Plaats bij het hermonteren het
    wiel correct terug: de pijl moet zichtbaar
    zijn aan de linkerzijde van de motorfiets.


    Breng een laag smeervet aan over de
    volledige lengte van de wielas (7), zie
    pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL).

    a





    Gevaar voor letsel. Gebruik
    nooit uw vingers om de gaten uit
    te lijnen.


    Steek de wielas (7) volledig in.
    Breng de afdichtingsring aan en draai de
    moer (4) met de hand vast.
    Blokkeer de rotatie van de wielas (7).
    Draai de moer (4) volledig vast.

    Aanhaalkoppel voor wielmoer (4):
    80 Nm (8 kgm).

    a
    ◆★

    Ga voorzichtig te werk, om beschadiging van de remblokjes te
    voorkomen.

    Breng de remklauw (2) in de schijf en
    plaats hem zodanig dat de bevestigingsgaten van de remklauw en de gaten op
    de steun op één lijn staan.

    Druk met aangetrokken voorrem herhaaldelijk op het stuur, om zo de vork
    naar beneden te drukken. Op die manier
    worden de vorkpoten gelijnd.
    ★ Draai de twee schroeven (5) van de
    wielasklem vast.

    Aanhaalkoppel voor wielasklemschroef
    (5): 10 Nm (1 kgm).

    a

    Knijp na het monteren de voorrem herhaaldelijk dicht om te
    zien of het remsysteem goed
    werkt.

    Controleer de uitlijning van het wiel.
    Laat het aanhaalmoment, de uitlijning
    en de uitbalancering van het wiel nakijken door uw officiële APRILIA-dealer, om
    ongelukken te voorkomen die ernstige
    letsels bij uzelf of bij anderen zouden
    kunnen veroorzaken.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    55



  • Page 56

    7
    4
    8
    1

    5
    2

    !#(4%27)%,

    a

    Het demonteren en opnieuw
    monteren van het achterwiel kan
    een probleem zijn voor personen
    zonder enige ervaring terzake. Neem zo
    nodig contact op met een officiële
    APRILIA-dealer.
    Als u deze handelingen zelf wilt verrichten, moet u zich aan de volgende richtlijnen houden.
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    Laat vóór het uitvoeren van onderstaande handelingen de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om brandwonden te vermijden.

    a

    Let op dat u tijdens het demonteren en opnieuw monteren van
    het wiel de remleiding, de schijf
    en de remblokjes niet beschadigt.
    56

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    6

    3

    c

    Gebruik voor het demonteren
    van het achterwiel de daarvoor
    bestemde achterste standaard &.
    DEMONTEREN
    ◆ Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 51 (DE MOTORFIETS
    OP DE ACHTERSTE STANDAARD
    ZETTEN &).
    Aanhaalkoppel voor wielmoer (1):
    100 Nm (10 kgm).






    Draai de moer (1) los en verwijder ze
    door eerst de afdichtingsring weg te nemen.
    Plaats een steun (2) onder de band, zodat het wiel in positie blijft nadat het is
    losgemaakt.
    Trek de wielas (3) uit vanaf de rechterzijde.



    Draai het wiel door en haal de transmissieketting (4) van het kroonwiel (5).

    a

    Let op de positie van de afstandsring (6) en de kettingspanners (7-8), zodat u ze nadien
    opnieuw correct kan monteren.


    Demonteer het wiel door het langs achteren uit te trekken en neem zo nodig de
    linker afstandsring (6) en de twee rechter
    en linker kettingspanners (7-8) weg.

    a

    Trek nooit de achterrem aan nadat het wiel is gedemonteerd;
    anders kunnen de remklauwzuigers uit hun houders schieten, waardoor de remvloeistof zou wegstromen.
    Neem als dit gebeurt contact op met uw
    officiële APRILIA-dealer, die het nodige
    onderhoud zal verrichten.



  • Page 57

    OPNIEUW MONTEREN

    a

    Controleer alvorens het wiel opnieuw te monteren of de steunplaat (9) van de remklauw (10)
    correct geplaatst is; de gleuf van de
    plaat moet in de voorziene aanslagpen
    (11) aan de binnenkant van de rechterpoot van de achtervork passen.
    Breng de schijf voorzichtig in de remklauw.


    Breng een laag smeervet aan over de
    volledige lengte van de wielas (3), zie
    pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL).

    c

    De linker afstandsring (6) moet
    zo worden aangebracht dat de
    zijde met de grootste diameter naar de
    linkerpoot van de achtervork wijst.






    Plaats, als ze zijn verwijderd, de twee
    rechter en linker kettingspanners (7-8) in
    hun zitting op de achtervorkpoten en
    breng de linker afstandsring (6) aan op
    het wiel.
    Plaats het wiel tussen de achtervorkpoten op de steun (2).
    Draai het wiel door en leg de transmissieketting (4) rond het kroonwiel (5).
    Beweeg het wiel naar achteren tot het
    gat in het midden van het wiel en de gaten op de achtervork op één lijn staan.

    9
    11
    10

    a




    Gevaar voor letsel.
    Gebruik nooit uw vingers om de
    gaten uit te lijnen.

    Draai de steunplaat (9), met de remklauw (10) en de draaipen op de aanslagpen (11), tot ze is uitgelijnd met de
    gaten.
    Steek de wielas (3) volledig in vanaf de
    rechterzijde.

    c

    Controleer of de wielas (3) volledig in het wiel steekt, met de kop
    in de voorziene houder op de rechter
    kettingspanner (7).





    Breng de afdichtingsring aan en draai de
    moer (1) met de hand vast.
    Controleer de kettingspanning, zie
    pag. 58 (TRANSMISSIEKETTING).
    Draai de moer (1) vast.

    Aanhaalkoppel voor wielmoer (1):
    100 Nm (10 kgm).

    a

    Controleer de uitlijning van het
    wiel.
    Laat het aanhaalmoment, de uitlijning en de uitbalancering van het wiel
    nakijken door uw officiële APRILIAdealer, om ongelukken te voorkomen
    die ernstige letsels bij uzelf of bij anderen zouden kunnen veroorzaken.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    57



  • Page 58

    Voer het onderhoud vaker uit als u de motorfiets in veeleisende omstandigheden
    of op stoffige en/of modderige wegen gebruikt.

    42!.3-)33)%+%44).'
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    De motorfiets is voorzien van een ketting
    uit één stuk, waarin de hoofdschakel niet
    wordt gebruikt.

    a

    Als de ketting te slap staat, kan
    ze van het kettingwiel aflopen,
    wat vaak leidt tot ongevallen of
    zware schade aan de motorfiets.
    Controleer regelmatig de speling en regel eventueel bij, zie pag. 58 (REGELEN). Laat indien nodig de ketting vervangen door een officiële APRILIAdealer, die zal zorgen voor een degelijke
    en snelle service.

    a

    Als de onderhoudswerkzaamheden niet correct worden uitgevoerd, kan dit leiden tot voortijdige slijtage van de ketting en/of schade
    aan de tandwielen.
    58

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    CONTROLEREN VAN DE SPELING
    Controleer de speling als volgt:
    ◆ Zet de motor af.
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    ◆ Zet de schakelhendel in neutraal.
    ◆ Controleer of de verticale speling, op een
    punt in het midden tussen het voor - en
    achtertandwiel in het onderste deel van
    de ketting, ongeveer 25  35 mm bedraagt.
    ◆ Verrijd de motorfiets, om de verticale
    speling van de ketting ook te kunnen
    controleren wanneer het wiel draait; de
    speling moet constant blijven tijdens alle
    draaibewegingen van het wiel.

    a

    Als er op bepaalde delen van de
    ketting een grotere speling is,
    wijst dit erop dat sommige schakels beschadigd of vastgevreten zijn;
    neem in dit geval contact op met een officiële APRILIA-dealer. Om het risico op
    vastgevreten schakels te vermijden, moet
    de ketting regelmatig worden gesmeerd,
    zie pag. 59 (SMERING EN REINIGING).
    Als de speling overal even groot is, maar
    meer of minder dan 25  35 mm bedraagt,
    moet u ze afstellen, zie pag. 58 (REGELEN).

    REGELEN

    c&

    Gebruik voor het afstellen van
    de ketting de achterste standaard
    .
    Als na controle blijkt dat de kettingspanning moet worden geregeld, doe dit dan als
    volgt:
    ◆ Zet de motorfiets op de achterste standaard & , zie pag. 51 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN &).
    ◆ Draai de moer (1) volledig los.

    c

    Voor de wielcentrering zijn vaste
    merktekens (2-3) voorzien, die
    zichtbaar zijn in de houders van de kettingspanners op de achtervorkpoten,
    voor de wielas.



  • Page 59

    3

    5







    4

    Draai de twee borgmoeren (4) los.
    Draai aan de stelmoeren (5) en regel de
    kettingspanning, ervoor zorgend dat de
    merktekens (2-3) correct geplaatst zijn
    op beide zijden van de motorfiets.
    Draai de twee borgmoeren (4) vast.
    Draai de moer (1) vast.

    Aanhaalkoppel voor wielmoer:
    100 Nm (10 kgm).


    Controleer de speling van de ketting, zie
    pag. 58 (CONTROLEREN VAN DE
    SPELING).

    CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE
    VAN DE KETTING, HET VOOR - EN
    ACHTERTANDWIEL
    Controleer vervolgens de ketting, het voor
    - en achtertandwiel en ga na of ze geen
    van de volgende mankementen vertonen:
    ◆ Beschadigde rollen.
    ◆ Losse bouten.
    ◆ Droge, verroeste, afgeplatte of vastgevreten schakels.
    ◆ Extreme slijtage.
    ◆ Ontbrekende O-ringen.
    ◆ Extreme slijtage of beschadiging van de
    tanden van de tandwielen

    SMERING EN REINIGING

    a

    De in de handel verkrijgbare
    smeermiddelen voor kettingen
    kunnen substanties bevatten die
    gevaarlijk zijn voor de rubberen afdichtringen van de ketting.

    Indien de kettingrollen beschadigd zijn, de bouten loszitten
    en/of de O-ringen beschadigd
    zijn of ontbreken, moet het volledige
    kettingelement worden vervangen (voor
    - en achtertandwiel en ketting).

    a

    Smeer de ketting regelmatig,
    vooral als bepaalde delen droog
    of roestig zijn. De beschadigde
    of vastgevreten schakels moeten gesmeerd en gerepareerd worden.
    Als dat niet mogelijk is, moet u contact
    opnemen met een officiële APRILIAdealer, die de ketting zal vervangen.


    a

    De transmissieketting is voorzien van O-ringen tussen de
    schakels, die dienen om het vet
    vast te houden. Wees uiterst voorzichtig bij het afstellen, smeren, reinigen en
    vervangen van de ketting.
    Smeer de ketting om de 500 km (312 mi)
    en telkens wanneer nodig.
    Smeer de ketting met een vetspray voor
    kettingen met afdichtringen, of met SAE
    80W-90 olie.

    a

    Reinig de ketting nooit met een waterspuit,
    stoom, water onder druk en licht ontvlambare oplosmiddelen.

    Controleer tot slot de slijtage van de beschermschoen van de achtervork.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    59



  • Page 60

    $%-/.4%2%. 6!. (%4 :!$%,
    6!. $% 2)*$%2






    1

    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    Hef de voorkant van het zadel gedeeltelijk op (zie afbeelding).
    Draai de schroef (1) los en verwijder ze
    en neem de ring weg.
    Hef het zadel (2) op en demonteer het.

    c

    Schuif bij het opnieuw monteren
    de tongetjes op de achterkant
    van het zadel (2) in de voorziene geleiders (zie afbeelding).

    a

    60

    Controleer alvorens te vertrekken of het zadel (2) goed op zijn
    plaats zit en is vergrendeld.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    2



  • Page 61

    ON

    O FF

    3
    5

    6

    RES
    2
    4

    1

    $%-/.4!'% 6!. $%
    "2!.$34/&4!.+
    Lees aandachtig pag. 29 (BRANDSTOF)
    en pag. 47 (ONDERHOUD).

    a

    Brandgevaar.
    wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.

    a

    Brandstofdampen zijn schadelijk
    voor uw gezondheid.
    Controleer vóór u begint of de
    ruimte waarin u werkt goed geventileerd
    is.
    Adem geen brandstofdampen in.
    Rook niet en gebruik geen open vuur.
    Laat brandstof niet in het milieu terechtkomen.













    Zet de hendel van het brandstofkraantje
    (1) in de stand “OFF”.
    Laat de brandstoftank leeg lopen, zie
    pag. 81 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
    Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 60 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).
    Grijp vanaf de linkerzijde van de motorfiets de brandstoftank (2) stevig met beide handen vast, trek ze langs achteren
    weg en hef ze op.
    Kantel de brandstoftank (2) lichtjes naar
    links (zie afbeelding).
    Maak de brandstofleiding (4) los van de
    kraan (3).
    Maak de waterafvoerleiding (5) los van
    de brandstoftankdop.
    Verwijder de brandstoftank (2) volledig.

    c

    Let bij het opnieuw monteren op
    dat het uitstekende element (6)
    correct in de voorziene houder wordt
    gepast (zie afbeelding).
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    61



  • Page 62

    2

    3

    1

    ,5#(4&),4%2
    Reinig het luchtfilter om de 4000 km
    (2500 mi) of om de 12 maanden en vervang het om de 8000 km (5000 mi) of vaker als de motorfiets wordt gebruikt op stoffige of natte wegen.
    Het luchtfilter kan gedeeltelijk worden gereinigd nadat met de motorfiets op dergelijke wegen is gereden.

    a

    Een gedeeltelijke reiniging van
    het filter betekent niet dat de vervanging van het filter zelf kan
    worden overgeslagen of uitgesteld.

    4

    DEMONTAGE
    ◆ Demonteer de brandstoftank, zie pag. 61
    (DEMONTAGE VAN DE BRANDSTOFTANK).
    ◆ ★ Draai de vier schroeven (1) waarmee
    het luchtfilterdeksel (2) is vastgemaakt
    los en verwijder ze.
    ◆ Verwijder het luchtfilterdeksel (2).
    ◆ Verwijder het luchtfilterelement (3) en
    het rooster (4).



    a



    Dicht de opening af met een
    schone doek om te voorkomen
    dat vreemd materiaal via de aanzuigleidingen binnendringt.
    Reiniging
    Reinig het filterelement (3) met zuivere,
    niet-ontvlambare oplosmiddelen of met
    oplosmiddelen met een hoog verdampingspunt en laat het goed drogen.



    62

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    5

    Breng een filterolie of een dikke olie
    (SAE 80W-90) aan over het volledige oppervlak van het filterelement en knijp het
    vervolgens samen om de overtollige olie
    te laten weglopen.

    c

    Het filterelement (3) moet goed
    doordrenkt zijn, maar mag niet
    druipen.
    Vervangen
    Vervang het filterelement (3) door een
    nieuw element van hetzelfde type.
    ◆ Controleer of de pakking van het deksel
    (2) intact is; vervang de pakking als ze
    beschadigd is.
    ◆ Druk om de 4000 km (2500 mi) de uitstoter (5) met twee vingers samen om eventuele onzuiverheden die zich in het filterhuis hebben opgehoopt te verwijderen.



  • Page 63

    1

    4
    2

    3

    /.4,5#(4%. 6!. $% /,)%



    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).



    a

    Ontlucht het oliesysteem telkens
    wanneer de olie in het oliereservoir is opgebruikt.






    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    Vul het oliereservoir, zie pag. 33 (OLIERESERVOIR).
    Verwijder de splitpen (1).
    Beweeg het linkerdeel van de kuip (2)
    lichtjes naar buiten.
    Plaats een opvangbak (3) onder de aftapschroef (4).
    Draai de aftapschroef (4) (kruiskopschroef) los en verwijder ze en wacht tot
    de olie uit de opening stroomt.

    a

    Het is belangrijk te wachten tot
    er geen lucht meer in het systeem aanwezig is, want wanneer
    de motor draait met lucht in het oliesysteem, kan dit leiden tot ernstige schade
    aan de motor zelf.






    Wanneer geen luchtbellen meer zichtbaar zijn in de olie die uit de opening
    stroomt, schroef dan de aftapschroef (4)
    in en draai ze vast.
    Plaats de kuip (2) terug.
    Steek de splitpen (1) in.
    Controleer het oliepeil en vul zo nodig
    bij, zie pag. 33 (OLIERESERVOIR).

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    63



  • Page 64

    #/.42/,%2%. 6!. $% 6//2
    %.
    $% !#(4%2/0(!.').'

    1

    a

    Laat het vervangen van de olie
    van de voorvork over aan een officiële APRILIA-dealer, die een
    snelle en degelijke service garandeert.
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    Laat de vorkolie verversen na de eerste
    4000 km (2500 mi) en daarna telkens om
    de 20000 km (12500 mi).
    Om de 8000 km (5000 mi) voer de volgende controles uit:
    Voer daarnaast de volgende controles uit:
    ◆ Pomp de vork herhaaldelijk op en neer
    door met dichtgeknepen voorrem op het
    stuur te drukken.
    De vering moet soepel zijn en er mogen
    geen oliesporen op de vorkpoten te zien
    zijn.
    ◆ Controleer de bevestiging van alle delen
    en de goede staat van de verbindingen
    van de voor- en de achterophanging.

    a

    Neem in geval van mankementen of als u de hulp van een specialist wenst, contact op met uw
    officiële APRILIA-dealer.

    64

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    3

    6//2/0(!.').'
    De voorophanging bestaat uit een hydraulische vork die is verbonden met de stuurkolom door middel van twee platen.
    Voor het afstellen van het weggedrag van
    de motorfiets is elke poot van de vork voorzien van een bovenste schroef (1), voor
    het afstellen van de uitgaande demping,
    een onderste schroef (2), voor het afstellen
    van de ingaande demping, en een bovenste moer (3), voor het afstellen van de
    voorbelasting van de veer.
    AFSTELLEN VAN DE VOORVORK
    De standaardinstelling van de voorvork is
    geschikt voor de meeste rijcondities bij
    lage en hoge snelheid, met beperkte of
    met maximale belasting. De instelling kan
    evenwel ook worden aangepast aan het
    specifieke gebruik van de motorfiets.

    2

    a

    Gebruik de twee inkepingen (1-2)
    op de stelmoeren als merktekens voor het afstellen van ingaande en uitgaande demping.
    Verdraai de stelschroeven (1-2) met 1/8
    slag per keer en verdraai de stelmoer (3)
    met één inkeping per keer. Test de motorfiets herhaaldelijk op de weg tot de
    optimale afstelling is verkregen.
    Stel voor beide poten dezelfde veerbelasting en hydraulische demping af: in
    geval van een verschillende instelling
    voor elke vork vermindert de stabiliteit
    van de motorfiets tijdens het rijden.
    Wanneer de voorbelasting van de veer
    wordt verhoogd, moet ook de hydraulische demping worden verhoogd, om
    plotse schokken tijdens het rijden te
    voorkomen.



  • Page 65

    Onderste stelschroeven (1)
    (2,5 slagen in totaal)

    Rechtsom draaien (H)

    Linksom draaien (S)

    Functie

    Verhoging van de uitgaande demping

    Verlaging van de uitgaande demping

    Aanbevolen wegdek

    Effen of normale wegen

    Oneffen wegen

    Opmerkingen

    Rijder en passagier

    Rijder alleen

    Bovenste stelschroeven (2)
    (3 slagen in totaal)

    Rechtsom draaien (H)

    Linksom draaien (S)

    Functie

    Verhoging van de ingaande demping

    Verlaging van de ingaande demping

    Aanbevolen wegdek

    Effen of normale wegen

    Oneffen wegen

    Opmerkingen

    Rijder en passagier

    Rijder alleen

    Bovenste stelmoeren (3)
    (8 inkepingen in totaal)

    Rechtsom draaien
    (vaster draaien)

    Linksom draaien
    (losser draaien)

    Functie

    Verhoging van de voorbelasting van de veer

    Verlaging van de voorbelasting van de veer

    Weggedrag

    De motorfiets is harder afgeveerd

    De motorfiets is zachter afgeveerd

    Aanbevolen wegdek

    Effen of normale wegen

    Oneffen wegen

    Opmerkingen

    Rijder en passagier

    Rijder alleen

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    65



  • Page 66

    c

    AFSTELLEN VAN DE A CHTERSTE
    SCHOKBREKER
    De standaardinstelling van de achterste
    schokbreker is geschikt voor de meeste rijcondities bij lage of hoge snelheid, met een
    beperkte of een maximale belasting. De instelling kan evenwel ook worden aangepast
    aan het specifieke gebruik van de motorfiets.

    a

    De stelmoer mag niet verder dan
    25 mm vanaf het begin van de
    draad worden geschroefd (zie afbeelding). Als deze grens wordt overschreden, zal zelfs de geringste oneffenheid in het wegdek plotse schokken
    veroorzaken en is de afstelling van de
    schroef (1) nutteloos.
    ◆ Draai de borgringmoer (4) lichtjes los
    met de juiste sleutel.
    66

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    2

    mm

    De achterophanging bestaat uit een schokbreker met veer, die is vastgemaakt op het
    frame door middel van dempingsblokken
    en op de achtervork door middel van hefboomsystemen. Voor het instellen van het
    weggedrag van de motorfiets, is de schokbreker voorzien van een stelschroef (1),
    voor het afstellen van de uitgaande demping, een afstelknop (2), voor het afstellen
    van de ingaande demping, een ringmoer,
    voor het afstellen van de voorbelasting van
    de veer (3), en een borgringmoer (4).
    De lengte van de schokbreker
    kan eveneens worden afgesteld
    afhankelijk van de persoonlijke voorkeur. Neem voor deze afstelling contact
    op met een officiële APRILIA-dealer.

    25
    MAX

    !#(4%2/0(!.').'

    4
    3
    5
    1







    Draai de stelringmoer (3) aan (afstelling
    van de voorbelasting van de veer van de
    schokbreker) (zie tabel).
    Regel zo nodig de schroef (1) bij (afstelling van de uitgaande demping) (zie tabel).
    Draai de borgringmoer (4) volledig vast
    zodra het optimale weggedrag van de
    motorfiets is verkregen.

    a

    Stel de voorbelasting van de
    veer en de hydraulische demping af overeenkomstig de gebruiksomstandigheden van de motorfiets. Wanneer de voorbelasting van de
    veer wordt verhoogd, moet ook de uitgaande demping worden verhoogd, om
    plotse schokken tijdens het rijden te
    voorkomen.

    a

    Als het weggedrag van de motorfiets is afgesteld voor rijden
    met maximale belasting, is het
    aangeraden de schroef (1) niet naar
    links te draaien, om plotse schokken tijdens het rijden te vermijden. Neem zo
    nodig contact op met een officiële
    APRILIA-dealer.

    a

    Om het juiste weggedrag van de
    motorfiets niet in het gedrang te
    brengen, mag u de kleine plug
    (5) niet verwijderen, noch de onderliggende klep afstellen. Anders zal stikstof
    naar buiten stromen.

    a

    Verdraai de stelschroef (1) met
    2-3 klikken per keer en de afstelknop (2) met 5-6 klikken per keer.
    Verdraai de stelringmoer (3) met één
    slag per keer.
    Test de motorfiets herhaaldelijk op de
    weg tot de optimale afstelling is verkregen.



  • Page 67

    Stelschroef (1) (ongeveer 18 klikken)

    Rechtsom draaien (H)

    Linksom draaien (S)

    Functie

    Verhoging van de uitgaande demping

    Verlaging van de uitgaande demping

    Aanbevolen wegdek

    Effen of normale wegen

    Oneffen wegen

    Opmerkingen

    Rijder en passagier

    Rijder alleen

    Stelknop (2) (ongeveer 42 klikken)

    Rechtsom draaien (+)

    Linksom draaien (–)

    Functie

    Verhoging van de ingaande demping

    Verlaging van de ingaande demping

    Aanbevolen wegdek

    Effen of normale wegen

    Oneffen wegen

    Opmerkingen

    Rijder en passagier

    Rijder alleen

    Stelringmoer (3)

    Vaster draaien

    Losser draaien

    Functie

    Verhoging van de voorbelasting van de
    veer

    Verlaging van de voorbelasting van de
    veer

    Weggedrag

    De motorfiets is harder afgeveerd

    De motorfiets is zachter afgeveerd

    Aanbevolen wegdek

    Effen of normale wegen

    Oneffen wegen

    Opmerkingen

    Rijder en passagier

    Rijder alleen

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    67



  • Page 68

    2
    1

    3

    1m
    m
    #/.42/,%2%. 6!. $% 3,)*4!'%
    6!. $% 2%-",/+*%3
    Lees aandachtig pag. 30 (REMVLOEISTOF (aanbevelingen)), pag. 30
    (SCHIJFREMMEN), pag. 47 (ONDERHOUD).
    De volgende informatie heeft betrekking
    op één remsysteem, maar geldt voor
    beide.
    Controleer de slijtage van de remblokjes
    na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna
    om de 2000 km (1250 mi).
    De slijtage van de remblokjes hangt af van
    het gebruik, de rijstijl en de staat van het
    wegdek.

    a

    Controleer de slijtage van de
    remblokjes in het bijzonder voor
    elke rit.

    68

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Voor een snelle controle van de slijtage
    van de remblokjes gaat u als volgt te werk:
    ◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    ◆ Voer een visuele controle van de dikte
    van het wrijvingsmateriaal uit door tussen de remklauw en de blokjes te kijken.
    Kijk:
    – vanaf de onderzijde, op de voorkant,
    voor de voorremklauwen (1);
    – vanaf de onderzijde, op de achterkant,
    voor de achterremklauw (2).



    1m
    m

    4

    Als de dikte van het wrijvingsmateriaal
    (zelfs maar van één remblokje) ongeveer
    tot 1 mm is afgenomen, moet u beide
    blokjes vervangen.
    – Voorremblokje (3).
    – Achterremblokje (4).

    a

    Laat de remblokjes vervangen
    door uw officiële APRILIA-dealer.



  • Page 69

    ..

    m
    _3m

    2

    3

    4

    2

    7

    5

    6

    1

    !&34%,,).' 6!. (%4
    34!4)/.!)2% 4/%2%.4!,



    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).

    c

    Stel het stationaire toerental af telkens
    wanneer er onregelmatigheden optreden.
    Ga hiervoor als volgt te werk:
    ◆ Rijd enkele kilometers tot de normale rijtemperatuur is bereikt, zie pag. 17
    (Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur “h”).
    ◆ Controleer het stationaire toerental van
    de motor op de toerenteller.
    De stationaire snelheid van de motor moet
    ongeveer 1300 – 100 tpm (rpm) bedragen.
    Indien nodig:
    ◆ Stel de knop (1) in.
    Door hem AAN TE DRAAIEN (rechtsom),
    verhoogt u het toerental van de motor.
    Door hem LOSSER TE DRAAIEN (linksom), verlaagt u het toerental van de motor.

    Draai de gashendel een paar maal open
    en dicht om de juiste werking te controleren en om na te gaan of het stationaire
    toerental constant is.
    Neem zo nodig contact op met
    uw officiële APRILIA-dealer.

    !&34%,,%. 6!. $% '!3(%.$%,
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    De ideale speling van de gashendel is ongeveer 2 ÷ 3 mm en kan worden gemeten
    op het uiteinde van het handvat (zie afbeelding).
    Ga voor het afstellen van de speling als
    volgt te werk:
    ◆ Verwijder het beschermingselement (2).
    ◆ Zet de moer (3) los (door aan te schroeven).
    ◆ Draai aan de stelschroef (4) op het begin
    van de stuurkabel van de gashendel.

    Zet na het afstellen de moer (3) vast (door
    los te schroeven), waardoor de stelschroef
    (4) wordt vergrendeld, en plaats het beschermingselement (2) terug.
    !&34%,,%.
    6!. $% #(/+%
    (%.$%,

    e

    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    De ideale speling van de choke-hendel is
    ongeveer 2 ÷ 3 mm.
    Ga voor het afstellen van de speling als
    volgt te werk:
    ◆ Verwijder het beschermingselement (5).
    ◆ Zet de moer (6) los (door aan te schroeven).
    ◆ Draai aan de stelschroef (7) op het begin
    van de stuurkabel van de choke-hendel.
    Zet na het afstellen de moer (6) vast (door
    los te schroeven), waardoor de stelschroef
    (7) wordt vergrendeld, en plaats het beschermingselement (5) terug.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    69



  • Page 70



    1

    3

    0,7

    0,8mm


    2

    Controleer of de sluitring in goede staat is.
    De bougie en de sluitring met de hand
    aandraaien om beschadiging van de
    schroefdraad te voorkomen.
    Zet de bougie vast door deze met de
    bougiesleutel in de gereedschapsset
    een halve slag aan te draaien om de
    sluitring aan te drukken.

    Aanhaalmoment bougie: 20 Nm (2 kgm).

    a

    4



    "/5')%3
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    Controleer de bougies om de 6000 km
    (3700 mi).
    Verwijder af en toe de bougies en maak ze
    grondig schoon, zodat geen koolstofresten
    meer zichtbaar zijn; zo nodig vervangen.
    Om bij de bougies te komen:
    ◆ Demonteer de brandstoftank, zie pag. 61
    (DEMONTAGE VAN DE BRANDSTOFTANK).
    Verwijder en reinig de bougies als volgt:
    Verwijder de dop (1) van de bougie (2)
    van de achterste cilinder en de dop (3)
    van de bougie (4) van de voorste cilinder.







    c

    De procedure geldt evenwel
    voor beide bougies.

    70

    gebruik en onderhoud

    RS 250



    Haal al het vuil van de voet van de bougie, schroef ze vervolgens los met de
    sleutel in de gereedschapsset en haal ze
    uit de zitting. Let hierbij goed op dat er
    geen stof of andere voorwerpen in de cilinder terechtkomen.
    Controleer of de elektrode en het middengedeelte uit porselein geen koolstofaanslag of roestvlekken vertonen; maak
    zo nodig de onderdelen schoon met een
    speciaal schoonmaakproduct voor bougies, met een ijzerdraad en/of een metaalborstel.
    Blaas krachtig de eventuele resten weg,
    om te voorkomen dat ze in de motor terechtkomen.
    Als de bougie scheurtjes vertoont in het
    isolatiemateriaal, als de elektroden verroest zijn of als er teveel koolstof op zit,
    moet de bougie vervangen worden.
    Controleer de elektrodenafstand met een
    diktemeter. De afstand moet 0,7  0,8 mm
    zijn; stel zo nodig bij door voorzichtig de
    aardelektrode te verbuigen.

    De bougie moet goed aangedraaid zijn, anders kan de motor
    oververhit raken en ernstig beschadigd worden. Gebruik enkel het aanbevolen type bougies, om de lange levensduur en de goede prestaties van de
    motor niet in het gedrang te brengen.
    AANBEVOLEN BOUGIES
    NGK
    BR8 ECM

    BR9 ECM
    BR10 ECM





    OPMERKINGEN
    Als de standaardbougies de
    neiging hebben zwart te worden, vervang ze dan door
    deze bougies, die een lagere
    warmtegraad hebben.
    Standaardbougies.
    Als de standaardbougies de
    neiging hebben oververhit te
    raken en wit te worden, vervang ze dan door deze bougies, die een hogere warmtegraad hebben.

    Breng de bougiedop (1 en 3) goed aan,
    zodat hij niet kan loskomen ten gevolge
    van motortrillingen.
    Monteer de brandstoftank.



  • Page 71

    Als de elektrolyt per ongeluk wordt ingeslikt, drink dan grote hoeveelheden
    water of melk en drink daarna magnesiumhoudende melk of plantaardige
    olie en roep onmiddellijk de hulp van
    een arts in.

    !##5
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    Controleer het elektrolytpeil en de bevestiging van de accuklemmen na de eerste
    1000 km (625 mi) en daarna om de
    4000 km (2500 mi) of 12 maanden.

    a

    De elektrolyt in de accu is giftig
    en bijtend en in contact met de
    huid kan hij brandwonden veroorzaken, doordat hij zwavelzuur bevat.
    Draag beschermende kleding, een gezichtsmasker en/of een veiligheidsbril
    tijdens onderhoudswerkzaamheden.

    De accu scheidt explosieve gassen af
    en moet daarom uit de buurt van vlammen, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.

    a

    Tijdens opladen of gebruik van
    de accu moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.

    PU
    SH

    In geval van contact met de ogen, moet
    u de ogen goed uitspoelen gedurende
    15 minuten en daarna onmiddellijk een
    oogarts raadplegen.

    Koppel de accu aan of los met de contactschakelaar in de stand "m".
    Sluit eerst de positieve kabel (+) aan,
    daarna de negatieve (–).
    Loskoppelen gebeurt in omgekeerde
    volgorde.

    BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN
    HOUDEN
    Laat de motorfiets niet teveel overhellen, om te vermijden dat het accuzuur
    uit de accu loopt, met alle gevaarlijke
    gevolgen van dien.
    Draai nooit de aansluiting van de accukabels om.

    Indien de elektrolyt in contact komt met
    de huid, moet u de aangetaste huid
    overvloedig afspoelen met water.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    71



  • Page 72

    3

    4

    MA

    7

    X

    6

    MI
    PU
    SH

    1

    $%-/.4%2%. 6!. $% !##5



    Alvorens de accu te demonteren, moeten de digitale klok en
    de instelling van het overtoerental op
    nul worden gezet. Voor het terugstellen
    van deze functies, zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).



    c

    Lees aandachtig pag. 71 (ACCU).



    Zorg dat de contactschakelaar in de
    stand “m“ staat.
    Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 60 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).







    2

    Draai de schroef (1) van de negatieve
    klem (–) los en verwijder ze.
    Beweeg de negatieve kabel (2) zijwaarts.
    Draai de schroef (3) van de positieve
    klem (+) los en verwijder ze.
    Beweeg de positieve kabel (4) zijwaarts.
    Maak de rubberband (5) los.
    Trek de ontluchtingspijp (6) weg.
    Neem de accu (7) stevig vast en verwijder hem uit de accuhouder door hem op
    te tillen.

    a

    Zodra de accu is gedemonteerd,
    moet hij op een veilige plaats
    buiten het bereik van kinderen
    worden bewaard.

    #/.42/,%2%. 6!. (%4
    %,%+42/,940%),
    Lees aandachtig pag. 71 (ACCU).
    Controleer het elektrolytpeil als volgt:
    Demonteer de accu, zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
    ◆ Controleer of het vloeistofniveau zich
    tussen de twee “MIN”- en “MAX”-streepjes op de zijkant van de accu bevindt. Zo
    niet:
    ◆ Verwijder de doppen.


    a


    72

    gebruik en onderhoud

    N

    5

    RS 250

    V u l n o o i t b i j t o t b o v en h e t
    “MAX”-streepje, aangezien het
    peil stijgt tijdens het opladen.

    Vul enkel bij met gedistilleerd water.



  • Page 73

    /0,!$%. 6!. $% !##5

    -/.4%2%. 6!. $% !##5

    Lees aandachtig pag. 71 (ACCU).

    Lees aandachtig pag. 71 (ACCU).













    Demonteer de accu, zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
    Verwijder de doppen.
    Sluit de accu aan op een acculader.
    Opladen met een amperage gelijk aan
    1/10 van de accucapaciteit wordt aanbevolen.
    Controleer na het opladen nogmaals het
    elektrolytpeil en vul zo nodig bij met gedistilleerd water.
    Plaats de doppen terug.

    a

    Wacht 5-10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens
    de accu opnieuw te monteren,
    aangezien de accu nog een korte tijd
    gas blijft produceren.





    Zorg dat de contactschakelaar in de
    stand “m“ staat.
    Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 60 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).
    Steek de accu (1) in de accuhouder.

    a

    Sluit bij het hermonteren eerst
    de positieve (+) en dan de negatieve kabel (-) aan.
    Sluit bij het hermonteren altijd de ontluchtingspijp van de accu aan om te
    vermijden dat de zwavelzuurdampen
    het elektrische systeem, de gelakte delen, de rubberen elementen of de pakkingen aantasten wanneer deze uit de
    ontluchtingspijp komen.





    Breng de ontluchtingspijp (2) aan.
    Maak de rubberband (3) vast.
    Sluit de positieve klem (+) aan met de
    schroef (4).
    Sluit de negatieve klem (–) aan met de
    schroef (5).

    1

    4

    2

    3

    5

    .! ,!.'% ).!#4)6)4%)4 6!. $%
    !##5

    c

    Als de motorfiets langer dan 20
    dagen niet wordt gebruikt, moet u
    de zekering van 20 A uittrekken, om kwaliteitsverlies van de accu - als gevolg van
    het stroomverbruik van de multifunctionele computer - te voorkomen.
    Als de motorfiets lange tijd niet wordt gebruikt:
    ◆ Demonteer de accu, zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en bewaar
    hem op een koele en droge plaats.
    ◆ Laat hem volledig op met een druppellader, zie pag. 73 (OPLADEN VAN DE
    ACCU).
    Als de accu op de motorfiets blijft zitten,
    moet u kabels van de klemmen loskoppelen. Het is belangrijk de lading van tijd tot
    tijd te controleren (ongeveer één keer per
    maand) in de winter of wanneer de motorfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    73



  • Page 74

    1

    2

    3

    6%26!.'%. 6!. $%
    :%+%2).'%.

    a

    Tracht geen defecte zekeringen
    te herstellen.
    Gebruik nooit andere dan de
    aanbevolen zekeringen.
    Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting,
    zelfs brand veroorzaken.

    c

    Als een zekering regelmatig
    doorbrandt, is er waarschijnlijk
    een kortsluiting of een overbelasting in
    het elektrische systeem. In dit geval
    wordt aangeraden een officiële APRILIAdealer te raadplegen.

    Als een elektrisch onderdeel niet werkt of
    onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.
    ◆ Draai de contactschakelaar naar "m" om
    kortsluiting te vermijden.
    ◆ Demonteer het zadel van de rijder, zie
    pag. 60 (DEMONTEREN VAN HET ZADEL VAN DE RIJDER).

    c

    Door de zekering van 20 A te verwijderen, zet u de digitale klok
    en de instelling van het overtoerental op
    nul. Voor het terugstellen van deze
    functies, zie pag. 18 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).




    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).


    74

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Trek de zekeringen één voor één uit en
    controleer of de smeltdraad niet is doorgebrand, (zie afbeelding).
    Probeer voor u een zekering vervangt te
    achterhalen wat de oorzaak van het probleem was.
    Vervang de beschadigde zekering door
    een nieuwe met hetzelfde amperage.

    c

    Als u een van de reservezekeringen gebruikt, moet u een nieuwe
    zekering in de juiste houder steken.
    FUNCTIE VAN DE ZEKERINGEN
    1) Zekering van 20 A
    Van de accu naar contactschakelaar,
    spanningsregelaar, klok.
    2) Zekering van 15 A
    Van de contactschakelaar naar alle
    lichtgroepen en de claxon.
    3) Zekering van 7,5 A
    Van de contactschakelaar naar de ontsteking, elektromagnetische kleppen,
    RAVE-motor, startveiligheid, gashendelsensor.



  • Page 75

    4
    6
    3

    A

    2

    1

    1a

    5

    #/.42/,%2%. 6!. $%
    :)*34!.$!!2$ %. $%
    6%),)'(%)$33#(!+%,!!2
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD) en pag. 76 (CONTROLEREN
    VAN DE SCHAKELAARS).
    De zijstandaard (1) moet zonder beletsel
    kunnen draaien.
    Voer de volgende controles uit:
    ◆ De veren (2) mogen niet beschadigd,
    versleten, verroest of zwak zijn.
    ◆ De zijstandaard moet ongehinderd kunnen draaien; smeer zo nodig de geleiding met vet in, zie pag. 88 (SMEERMIDDELENTABEL).

    De zijstandaard (1) is voorzien van een
    veiligheidsschakelaar (3) die dient om de
    rotatie van de motor te beletten of te onderbreken bij ingeschakelde versnelling en
    met de zijstandaard (1) omlaag.
    Ga als volgt te werk om te controleren of
    de veiligheidsschakelaar (3) werkt zoals
    het hoort:
    ◆ Ga in rijhouding op de motorfiets zitten.
    ◆ Klap de zijstandaard (1) uit.
    ◆ Start de motor, zie pag. 40 (STARTEN).
    ◆ Trek, met losgelaten gashendel (Pos. A)
    en bij stationaire motor, de koppelingshendel (4) volledig aan.




    Schakel in eerste versnelling door de
    schakelhendel (6) omlaag te duwen.
    Laat de zijstandaard (1) zakken, zodat
    de veiligheidsschakelaar (3) in werking
    treedt.
    Op dat moment moet de motor stoppen.

    a

    Wanneer de motor niet stopt,
    neem dan contact op met een officiële APRILIA-dealer.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    75



  • Page 76

    1
    3
    2

    #/.42/,%2%. 6!. $% 3#(!+%

    ,!!23
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).
    De motorfiets is uitgerust met drie schakelaars:
    1) Schakelaar op de achterremhendel
    2) Stoplichtschakelaar op de voorremhendel
    3) Veiligheidsschakelaar op de zijstandaard

    76

    gebruik en onderhoud

    RS 250





    Controleer of de schakelaar vrij is van
    vuil of modder; de pen moet onbelemmerd kunnen bewegen en automatisch
    terugkeren naar de beginpositie.
    Controleer of de kabels correct zijn aangesloten.



  • Page 77

    10 m

    PU
    SH

    H

    9/10 H

    1

    !&34%,,%. 6!. $% 6%24)#!,%
    ,)#(4"5.$%, 6!. $% +/0,!-0
    Voor een snelle controle van de juiste richting van de lichtbundel moet u de motorfiets op een effen ondergrond zetten, op
    tien meter afstand van een muur.
    Zet het dimlicht aan, ga op de motorfiets
    zitten en kijk of de bundel van de koplamp
    die op de muur wordt geprojecteerd zich
    net onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale
    hoogte).

    De afstelling van de lichtbundel van de
    koplamp gebeurt als volgt:
    ◆ Regel vanaf de linker achterzijde van het
    voorste stuk van de kuip de betreffende
    schroef (1) met behulp van een korte
    kruiskopschroevendraaier.
    Door ze AAN TE DRAAIEN (rechtsom),
    richt u de bundel omhoog.
    Door ze LOSSER TE DRAAIEN (linksom), richt u de bundel omlaag.

    ',/%),!-0%.
    Lees aandachtig pag. 47 (ONDERHOUD).

    a

    Draai vóór het vervangen van
    een gloeilamp de contactschakelaar in de stand "m".
    Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een schone droge doek.
    Laat geen vingerafdrukken achter op de
    lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan.
    Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken wegvegen met alcohol, om te vermijden dat de
    lamp regelmatig uitvalt.
    WEES VOORZICHTIG DAT U DE ELEKTRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    77



  • Page 78

    9

    1

    3

    8
    10
    6

    7
    2

    6%26!.'%. 6!. $% ',/%),!-

    0%. 6!. $% +/0,!-0

    4

    GLOEILAMP VAN HET PARKEERLICHT

    Lees aandachtig pag. 77 (GLOEILAMPEN).

    a



    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).



    Controleer de zekeringen voor u
    een gloeilamp vervangt, zie
    pag. 74 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).



    c

    In de koplamp zitten:
    Eén gloeilamp voor het grootlicht (1)
    (rechts).
    ◆ Eén gloeilamp voor het parkeerlicht (2)
    (onderaan).
    ◆ Eén gloeilamp voor het dimlicht (3)
    (links).
    Vervang de gloeilampen als volgt:


    78

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    5

    Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.

    Neem vanaf de achterzijde van het voorste stuk van de kuip de lampfitting (4)
    vast, trek eraan en neem hem uit zijn
    houder.
    Trek de gloeilamp van het parkeerlicht
    (5) uit en vervang ze door een lamp van
    hetzelfde type.

    GLOEILAMP VAN HET GROOTLICHT
    ◆ Verwijder vanaf de rechter achterzijde
    van het voorste stuk van de kuip het beschermingselement (6) met uw handen.
    ◆ Trek de elektrische aansluiting (7) los.
    ◆ Maak de borgveer (8) op de achterkant
    van de lampfitting (9) los.
    ◆ Trek de gloeilamp (10) uit en vervang ze.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.



  • Page 79

    3

    2

    5
    4
    7

    1

    GLOEILAMP VAN HET DIMLICHT
    ◆ Verwijder vanaf de linker achterzijde van
    het voorste stuk van de kuip het beschermingselement (1) met uw handen.
    ◆ Trek de aansluiting (2) los.
    ◆ Maak de borgveer (3) op de achterkant
    van de lampfitting (4) los.
    ◆ Trek de lamp (5) uit haar houder en vervang ze.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.

    8

    9

    6

    6%26!.'%. 6!. $% ',/%),!-

    0%. 6!. $% 6//234%!#(4%2

    34% 2)#(4).'!!.7)*:%23
    Lees aandachtig pag. 77 (GLOEILAMPEN).

    c

    Controleer de zekeringen voor u
    een gloeilamp vervangt, zie
    pag. 74 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).





    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    Draai de schroef (6) los en verwijder ze.
    Verwijder het beschermingsglas (7).

    a

    Draai bij het monteren de
    schroef (6) voorzichtig en niet te
    vast aan, om te vermijden dat u
    het beschermingsglas beschadigt.



    Druk lichtjes op de gloeilamp (8) en draai
    ze linksom.
    Trek de gloeilamp uit haar houder.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.


    Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

    c

    Als de lampfitting (9) uit zijn houder komt, moet u hem correct insteken, door de opening van de fitting
    uit te lijnen met de zitting van de
    schroef.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    79



  • Page 80

    1

    3

    2
    1

    6%26!.'%. 6!. $% ',/%),!-0
    6!. (%4 !#(4%2,)#(4



    Controleer de zekeringen voor u
    een gloeilamp vervangt, zie
    pag. 74 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN), alsook de goede werking van
    de stoplichtschakelaars, zie pag. 76
    (CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS).



    c

    Lees aandachtig pag. 77 (GLOEILAMPEN).

    80

    gebruik en onderhoud

    RS 250





    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    Draai de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
    Neem het beschermingsglas (2) vast en
    verwijder het.
    Druk lichtjes op de gloeilamp (3) en draai
    ze linksom.
    Trek de gloeilamp uit haar houder.

    c

    Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de twee pennen op de gloeilamp mooi in de geleiders op de fitting worden gepast.


    Installeer een nieuwe gloeilamp van hetzelfde type op de juiste manier.

    a

    Draai bij het monteren de
    schroeven (1) voorzichtig en niet
    te vast aan, om te vermijden dat
    u het beschermingsglas beschadigt.



  • Page 81

    6%26/%2

    c

    Voor u de motorfiets gaat vervoeren, moeten de brandstoftank en de carburateurs helemaal worden geledigd, zie pag. 81 (LEDIGEN
    VAN DE BRANDSTOFTANK), ervoor
    zorgend dat beide volledig droog zijn.
    Tijdens het vervoer moet de motorfiets
    rechtop blijven staan om lekkage van
    olie, koelvloeistof en accuvloeistof te
    voorkomen, en moet hij stevig verankerd zijn met de 1ste versnelling ingeschakeld.

    a

    In geval van pech, het voertuig
    niet slepen, maar laten opladen
    op door een onderhoudsvoertuig.

    2





    ,%$)'%. 6!. $%
    "2!.$34/&4!.+



    Lees aandachtig pag. 29 (BRANDSTOF).

    a

    Gevaar voor brand.
    Wacht tot de motor en de uitlaatdempers volledig zijn afgekoeld.
    Brandstofdampen zijn schadelijk voor
    uw gezondheid. Controleer alvorens de
    tank leeg te maken of de ruimte waarin
    u werkt goed geventileerd is. Adem
    geen brandstofdampen in. Rook niet en
    gebruik geen open vlammen. Loos
    brandstof niet in het milieu.

    3

    1




    Zet de motorfiets op de standaard, zie
    pag. 46 (DE MOTORFIETS OP DE
    STANDAARD ZETTEN).
    Zet de motor af en wacht tot hij is afgekoeld.
    Neem een opvangbak met een capaciteit
    die groter is dan de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank en plaats hem
    op de grond aan de linkerzijde van de
    motorfiets.
    Maak de brandstoftank leeg met een
    handpomp of een soortgelijk systeem.
    Plaats voor het leegmaken van de vlotterkamers een opvangbak (1) onder het
    vrije uiteinde van de leidingen (2).



    Zet de ontluchter van de carburateur
    open door de aftapschroef (3) los te
    draaien.

    Wanneer alle brandstof is weggestroomd:

    a

    Draai de aftapschroef (3) voorzichtig aan om brandstoflekkage
    uit de carburateur tijdens het
    vullen te voorkomen.
    Neem zo nodig contact op met een officiële APRILIA-dealer.

    c

    De motorfiets is uitgerust met
    twee carburateurs. Ledig beide
    vlotterkamers.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    81



  • Page 82

    2%).)').'
    Reinig de motorfiets regelmatig als hij in
    bepaalde gebieden of onder bijzondere
    omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:
    – In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
    – In gebieden gekenmerkt door een hoog
    percentage zout en vocht (zeegebieden,
    hete en vochtige klimaten).
    – In speciale omstandigheden (gebruik van
    zout en chemische producten tegen ijsvorming op de wegen in de winter).
    – Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten,
    vogeluitwerpselen, enz. op de carrosserie
    zitten.
    – Parkeer de motorfiets niet onder een boom,
    aangezien in sommige seizoenen bepaalde
    stoffen, hars, fruit of bladeren uit de bomen
    kunnen vallen, die bestanddelen bevatten
    die de lak mogelijk aantasten.

    a

    Na het reinigen van de motorfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te
    wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken.
    Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee houden dat de
    remafstanden langer kunnen zijn.
    Rem veelvuldig om dit euvel zo snel
    mogelijk te verhelpen.
    Voer de controles vooraf uit, zie pag. 49
    (CONTROLES VOORAF).
    82

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    Voor het verwijderen van vuil en modder
    van de gelakte delen moet u een lagedrukwaterspuit gebruiken; maak de vuile delen
    goed nat, veeg modder en vuil weg met
    een zachte autospons die in een oplossing
    van water en shampoo is gedrenkt (2 ÷ 4%
    shampoo in water).
    Vervolgens de delen afspoelen met veel
    water en afdrogen met een zeemlap.
    Voor het reinigen van de buitenkant van de
    motor moet u een ontvettingsmiddel,
    kwastjes en stoflappen gebruiken.
    Poets de motorfiets pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.
    Doe na het reinigen van de motorfiets
    steeds het volgende:
    ◆ Knijp de uitstoter (1) samen met twee
    vingers, om onzuiverheden of water die
    zich mogelijk in het luchtfilterhuis hebben
    opgehoopt af te voeren.

    a

    Gebruik voor het reinigen van de
    koplampen een spons gedrenkt
    in een oplossing van een neutraal
    reinigingsmiddel en water. Poets de oppervlakken zachtjes en spoel veelvuldig
    af met veel water. Poets de motorfiets
    pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd. Maak dof geworden
    lak nooit glanzend met polijstpasta. Reinig de motorfiets niet in de zon, vooral
    niet in de zomer, als de carrosserie nog
    warm is, want als de shampoo opdroogt
    voor hij wordt weggespoeld, kan hij de
    lak aantasten. Gebruik geen of andere
    vloeistoffen met een temperatuur van

    1

    40°C om de plastic onderdelen van de
    motorfiets te reinigen.

    a

    Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en
    evenmin stoom om de volgende
    onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechter- en de
    linkerhelft van het stuur, lagers, rempompen, instrumenten en controlelampjes, uitlaatdempers, handschoen/gereedschapssetkastje, contactschakelaar/stuurslot, radiateurribben, brandstoftankdop, koplampen en elektrische
    verbindingen. Reinig onderdelen van
    rubber en kunststof en het zadel niet
    met alcohol, benzine of oplosmiddelen,
    maar gebruik uitsluitend water en een
    neutrale zeep.

    a

    Breng geen beschermende was
    aan op het zadel om te vermijden
    dat het glibberig wordt.



  • Page 83

    ,!.'% 0%2)/$% 6!. 34),34!.$

    c

    Als de motorfiets langer dan 20
    dagen niet wordt gebruikt, moet u
    de zekering van 20 A uittrekken, om kwaliteitsverlies van de accu - als gevolg van
    het stroomverbruik van de multifunctionele computer - te voorkomen.

    1

    PU
    SH

    Nadat de motorfiets gedurende een lange
    periode heeft stilgestaan, dienen enkele
    maatregelen te worden getroffen om problemen te vermijden.
    Verder is het ook belangrijk de nodige reparaties en een groot onderhoud te laten
    uitvoeren vóór een periode van stilstand,
    om te vermijden dat u dit later vergeet.
    Ga als volgt te werk:
    ◆ Maak de brandstoftank en de carburateurs volledig leeg, zie pag. 81 (LEDIGEN VAN DE BRANDSTOFTANK).
    ◆ Verwijder de bougie van elke cilinder, zie
    pag. 68 (BOUGIES).
    ◆ Giet een koffielepel (5÷10 cm#) motorolie
    in de cilinder (gebruik een spuit voor de
    voorste cilinder).
    ◆ Draai de contactschakelaar (1) in de
    stand “m”.
    ◆ Druk de kickstarter (2) enkele keren in
    om de olie gelijkmatig te verdelen over
    de cilinderoppervlakken.
    ◆ Plaats de bougies terug.

    2











    Demonteer de accu, zie pag. 72 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
    Reinig de motorfiets en laat hem drogen,
    zie pag. 80 (REINIGING).
    Poets de gelakte delen op met was.
    Pomp de banden op, zie pag. 38 (BANDEN).
    Plaats met behulp van een geschikte
    steun de motorfiets zodanig dat beide
    banden van de grond geheven zijn.
    Plaats de motorfiets in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschermd tegen zonlicht en met een minimum aan
    temperatuurschommelingen.
    Dek de motorfiets af, maar bij voorkeur
    niet met plastic of waterdichte materialen.

    NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
    ◆ Haal de motorfiets onder de afdekking
    vandaan en maak hem schoon, zie
    pag. 82 (REINIGING).
    ◆ Controleer de laadtoestand van de accu,
    zie pag. 73 (OPLADEN VAN DE ACCU)
    en monteer hem.
    ◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 29
    (BRANDSTOF).
    ◆ Voer de controles vooraf uit, zie pag. 39
    (CONTROLES VOORAF).

    a

    Maak een testrit met een lage
    snelheid bij weinig verkeer.

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    83



  • Page 84

    4%#(.)3#(% '%'%6%.3
    AFMETINGEN

    Max. lengte ...................................................... 1975 mm
    Max. breedte.................................................... 690 mm
    Max. hoogte
    (voorste deel van de stuurkap inbegrepen) ..... 1180 mm
    Hoogte zadel ................................................... 810 mm
    Wielbasis ......................................................... 1360 mm
    Min. grondspeling ............................................ 135 mm
    Gewicht zonder rijder (klaar om te starten) ..... 167 kg

    MOTOR

    Type................................................................. 90° V twee-cilinder membraan gestuurd en kleppen op de uitlaatpoort. Afzonderlijke smering met automatische, variabele menginrichting (0,9-2%).
    Aantal cilinders ................................................ 2
    Totaal slagvolume............................................ 249,25 cm#
    Boring / slag..................................................... 56 mm / 50,6 mm
    Compressieverhouding.................................... 12 – 0,7 : 1
    Starten ............................................................. kickstarter
    Stationair toerental .......................................... 1300 – 100 tpm (rpm)
    Koppeling......................................................... meervoudige natte platen, met manuele regeling op de linkerstuurhelft.

    INHOUD

    84

    gebruik en onderhoud

    Koeling.............................................................
    Brandstof (reserve inbegrepen).......................
    Brandstofreserve .............................................
    Transmissieolie................................................
    Koelvloeistof ....................................................
    Olie (reserve inbegrepen)................................
    Oliereserve ......................................................
    Voorvorkolie.....................................................
    Zitplaatsen .......................................................
    Maximaal toelaatbare last
    (rijder + passagier + bagage) ..........................

    RS 250

    vloeistofgekoeld
    19,5 L
    3,6 L (mechanische reserve)
    700 cm#
    1,9 L (50% water + 50% antivries met ethylglycol)
    1,6 L
    0,3 L
    431 cm# (voor elke poot)
    2
    160 kg



  • Page 85

    TRANSMISSIE

    Type ................................................................ mechanisch, 6 versnellingen met voetbediening op de linkerzijde
    van de motor.

    VERHOUDINGEN

    Verhouding Primair

    23/59 = 1 : 2,565






    CARBURATEURS

    Model .............................................................. 2 carburateurs van het type Mikuni TM 34

    BRANDSTOFTOEVOER

    Brandstof......................................................... loodvrije benzine in overeenstemming met de norm DIN 51607,
    min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.)

    FRAME

    Type ................................................................ twee balken, met gegoten en gestampte platen
    Balhoofdhoek .................................................. 25° 30'
    Naloop............................................................. 102 mm

    OPHANGING

    Voor.................................................................
    Veerweg ..........................................................
    Achter..............................................................
    Veerweg ..........................................................

    REMMEN

    Voor................................................................. Dubbele schijfrem - Ø 298 mm - met hydraulische overbrenging
    Achter.............................................................. schijfrem, Ø 220 mm - met hydraulische overbrenging

    Secundair
    11 / 27 = 1: 2,454
    16 / 26 = 1: 1,625
    17 / 21 = 1: 1,235
    22 / 23 = 1: 1,045
    24 / 22 = 1: 0,916
    25 / 21 = 1: 0,840

    Eindoverbrenging
    14 / 42 = 1 : 3,00 (14/43 = 1 : 3,071)

    Totaalverhouding
    1 : 18,889 (1 : 19,330)
    1 : 12,505 (1 : 12,803)
    1 : 9,506
    (1 : 9,728)
    1 : 8,045
    (1 : 8,231)
    1 : 7,054
    (1 : 7,215)
    1 : 6,464
    (1 : 6,617)

    Hydraulische instelbare telescoopvork
    120 mm
    Hydraulische mono-schokbreker
    64 mm

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    85



  • Page 86

    WIELVELGEN

    Type................................................................. lichtmetaallegering
    Voor ................................................................. 3,5 x 17”
    Achter .............................................................. 4,5 x 17”

    BANDEN

    VOOR .............................................................. 120 / 60 ZR x 17”
    - Bandenspanning bij rijder alleen
    - niet-geasfalteerd wegdek ............................ 190 kPa (1,9 bar)
    - geasfalteerd wegdek ................................... 190 ± 10 kPa (1,9 ± 0,1 bar)
    ACHTER.......................................................... 150 / 60 ZRx 17”
    - Bandenspanning bij rijder alleen
    - niet-geasfalteerd wegdek ............................ 220 kPa (2,2 bar)
    - geasfalteerd wegdek ................................... 240 ± 10 kPa (2,4 ± 0,1 bar)

    ONTSTEKING

    Type................................................................. CDI
    Vonkvervroeging.............................................. 10° ± 2° voor BDP

    BOUGIES

    Standaard ........................................................ NGK BR9 ECM
    Alternatief (lagere warmtegraad) ..................... NGK BR8 ECM
    Alternatief (hogere warmtegraad).................... NGK BR10 ECM
    Elektrodenafstand............................................ 0,7  0,8 mm

    86

    gebruik en onderhoud

    RS 250



  • Page 87

    ELEKTRISCH
    SYSTEEM

    Accu ................................................................ 12 V - 4 Ah
    Zekeringen ...................................................... 20 - 15 - 7,5 A
    Dynamo........................................................... 12 V - 180 W

    GLOEILAMPEN

    Dimlicht (halogeen) .........................................
    Grootlicht (halogeen) .....................................
    Parkeerlicht .....................................................
    Richtingaanwijzers ..........................................
    Achterste parkeerlicht /
    Kentekenplaatverlichting / stoplicht.................
    Toerenteller .....................................................
    Linker multifunctionele display ........................
    Rechter multifunctionele display .....................

    12 V - 55 W H1
    12 V - 55 W H3
    12 V - 5 W
    12 V - 10 W

    Neutraalstand..................................................
    Richtingaanwijzers ..........................................
    Grootlicht.........................................................
    Standaard omlaag...........................................
    Oliereserve .....................................................
    Overtoerental ..................................................

    12 V - 3 W
    12 V - 3 W
    12 V - 3 W
    12 V - 3 W
    LED
    LED

    WA A R S C H U WINGSLAMPJES

    12 V - 5 / 21 W
    12 V - 2 W
    12 V - 2 W
    12 V - 2 W

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    87



  • Page 88

    3-%%2-)$$%,%.4!"%,

    0

    Versnellingsbakolie (aanbevolen):
    F.C., SAE 75W - 90 of
    GEAR SYNTH, SAE 75W - 90.
    Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan A.P.I. GL-4.

    0

    MAX 2T COMPETITION of
    SPEED 2T.
    Smeerolie (aanbevolen):
    Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u oliemerken van hoge kwaliteit gebruiken met dezelfde of betere prestaties dan
    ISO-L-ETC++, A.P.I. TC++.

    0

    0

    F.A. 5W of
    F.A. 20 W;
    Vorkolie (aanbevolen): vorkolie
    als alternatief
    FORK 5W of

    0

    FORK 20W.

    Als u een olie wenst die qua prestaties het midden houdt tussen
    F.A. 5W en
    20W, dan kunt u deze twee soorten in de volgende verhoudingen mengen:
    SAE 10W =
    SAE 15W =

    0 F.A. 20W of

    FORK 5W en

    FORK

    0 F.A. 5W 67% van het volume, + 0 F.A. 20W 33% van het volume of
    FORK 5W 67% van het volume, +

    FORK 20W 33% van het volume.

    FORK 5W 33% van het volume, +

    FORK 20W 67% van het volume.

    0 F.A. 5W 33% van het volume, + 0 F.A. 20W 67% van het volume of
    0

    Lagers en andere smeerpunten (aanbevolen):
    AUTOGREASE MP of
    GREASE 30.
    Als alternatief voor de aanbevolen olie kunt u smeervet van hoge kwaliteit voor rollagers gebruiken, werktemperatuur -30°C…+140°C,
    druppelpunt 150°C…230°C, verhoogde anti-corrosiebescherming, goede weerstand tegen water en oxidatie.
    Bescherming accupolen: Neutraal vet of vaseline.
    Kettingspray (aanbevolen):

    0 CHAIN SPRAY of

    CHAIN LUBE.

    aWAARSCHUWING
    Gebruik uitsluitend nieuwe remvloeistof.

    Remvloeistof (aanbevolen):

    0 F.F., DOT 5 (compatibel met DOT 4) of

    BRAKE 5.1, DOT 5 (compatibel met DOT 4).

    aWAARSCHUWING
    Gebruik uitsluitend antivries en anti-corrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden.
    Motorkoelvloeistof (aanbevolen):

    88

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    0 ECOBLU - 40°C of

    COOL.



  • Page 89

    /0-%2+).'%.

    62!!' !,4)*$ /2)').%,% /.$%2$%,%.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    89



  • Page 90

    Aw€y‚„i…‚ƒÀ

    90

    gebruik en onderhoud

    RS 250



  • Page 91

    )MPORTEURS

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    91



  • Page 92

    7D7CRPAQ5@ÀQ5@7E3ÀÀPQÀ!

    92

    gebruik en onderhoud

    RS 250



  • Page 93

    ,%'%.$! %,%+42)3#( 3#(%-!
    23 
    1)
    2)
    3)
    4)
    5)
    6)
    7)
    8)
    9)
    10)
    11)
    12)
    13)
    14)
    15)
    16)
    17)
    18)
    19)
    20)
    21)
    22)
    23)
    24)
    25)
    26)
    27)
    28)
    29)
    30)
    32)
    33)
    34)

    Dynamo
    CDI
    Bobine voorste cilinder
    Bobine achterste cilinder
    Bougies
    Thermistor koelvloeistoftemperatuur
    Elektronische regeleenheid
    Max. 1 elektromagnetische klep
    Min. elektromagnetische klep
    Max. 2 elektromagnetische klep
    Motor uitlaatkleppen
    Gashendelsensor
    Spanningsregelaar
    Neutraalschakelaar
    Zijstandaardschakelaar
    Zekeringen
    Accu
    Koplamp
    Dashboard
    Achterlicht
    Knipperlicht
    Richtingaanwijzer rechts achter
    Richtingaanwijzer links achter
    Claxon
    Rechter dimlichtschakelaar
    Linker dimlichtschakelaar
    Oliereservesensor
    Voorste stoplichtschakelaar
    Achterste stoplichtschakelaar
    Contactschakelaar
    Multifunctionele display (rechterzijde)
    CHECK-aansluiting van uitlaatkleppen motor
    Voorste parkeerlicht

    35)
    36)
    37)
    38)
    39)
    40)
    41)
    42)
    43)
    44)
    45)
    46)
    47)
    48)
    49)
    50)
    51)
    52)
    53)
    54)

    Gloeilamp grootlicht
    Gloeilamp dimlicht
    Richtingaanwijzer rechts voor
    Richtingaanwijzer links voor
    Toerenteller
    Snelheidssensor
    LED-waarschuwingslampje oliereserve
    Waarschuwingslampje zijstandaard omlaag
    Dashboardverlichting
    Multifunctionele display (linkerzijde)
    Waarschuwingslampje grootlicht
    Waarschuwingslampje neutraalstand
    Waarschuwingslampje richtingaanwijzer
    Pick-up spoel voorste cilinder
    Pick-up spoel achterste cilinder
    Multi-stekker
    LED-waarschuwingslampje overtoerental
    Lichtrelais
    Waarschuwingslampje lichten aan
    Voorziening voor installatie van anti-diefstalsysteem

    +,%52%. +!"%,3
    Ar Oranje
    Az Lichtblauw
    B Blauw
    Bl Wit
    G Geel
    Gr Grijs
    M Bruin
    N Zwart
    R Rood
    V Groen
    Vi Paars

    gebruik en onderhoud

    RS 250

    93



  • Page 94

    /0-%2+).'%.

    62!!' !,4)*$ /2)').%,% /.$%2$%,%.
    94

    gebruik en onderhoud

    RS 250



  • Page 95

    /0-%2+).'%.

    62!!' !,4)*$ /2)').%,% /.$%2$%,%.
    gebruik en onderhoud

    RS 250

    95



  • Page 96

    aprilia s.p.a. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze bromfiets:
    – Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
    – Laat de motor niet onnodig draaien.
    – Veroorzaak geen geluidsoverlast.
    – Heb eerbied voor de natuur.

    96

    gebruik en onderhoud

    RS 250






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Aprilia RS250 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Aprilia RS250 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 3,47 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info