Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/212
Nächste Seite
FAX-L280/L200
Handleiding
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    FAX-L280/L200
    Handleiding



  • Page 2

    BELANGRIJK!
    Indien u de FAX-L280 heeft aangekocht, dient u eerst Bijlage C te lezen
    voordat u de rest van de handleiding leest.

    Dit apparaat voldoet aan de eisen van EC-richtlijn 1999/5/EC.
    Wij verklaren dat dit product voldoet aan de EMC-eisen van EC-richtlijn 1999/5/EC bij
    een nominale voedingsspanning van 230 V, 50 Hz ook al is een voedingsspanning van
    200 V-240 V, 50/60 Hz toegestaan.
    (Uitsluitend voor Europa)

    Model



    H12203 (FAX-L200)
    H12204 (FAX-L280)

    Copyright
    Copyrightr 2001 Canon, Inc. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze handleiding mag
    worden verveelvoudigd, verzonden, gecodeerd of opgeslagen in een documentatiesysteem, of
    vertaald in een taal of computertaal, ongeacht methodiek of systeem, elektronisch,
    mechanisch, magnetisch, optisch, chemisch, handmatig of op andere wijze zonder
    voorafgaande schriftelijke toestemming van Canon Inc.

    Handelsmerken
    Canon is een geregistreerd handelsmerk en UHQ is een handelsmerk van Canon Inc.
    Alle andere product- en merknamen zijn geregistreerde handelsmerken, handelsmerken of
    servicemerken van de respectievelijke eigenaren.
    Als ENERGY STARt partner heeft Canon vastgesteld dat de
    FAX-L280/L200 voldoet aan de ENERGY STARt richtlijnen inzake
    energieverbruik.

    ii

    Voorwoord



  • Page 3

    For your safety (Australia only)
    To ensure safe operation the three-pin plug supplied must be inserted only into
    a standard three-pin power point which is effectively earthed through the
    normal household wiring.
    Extension cords used with the equipment must be three-core and be correctly
    wired to provide connection to earth. Wrongly wired extension cords are a
    major cause of fatalities.
    The power point shall be located near the equipment and shall be easily
    accessible.
    The fact that the equipment operates satisfactorily does not imply that the
    power point is earthed and the installation is completely safe. For your safety,
    if in any doubt about the effective earthing of the power point, consult a
    qualified electrician.

    Caution (New Zealand only)
    1.
    2.

    3.
    4.

    5.
    6.
    7.
    8.

    Voorwoord

    This equipment may not necessarily provide for the effective hand-over of
    a call to or from a telephone connected to the same line.
    The operation of this equipment on the same line as telephone or other
    equipment with audible warning devices or automatic ring detectors will
    give rise to bell tinkle or noise and may cause false tripping of the ring
    detector. Should such problems occur, the user is not to contact Telecom
    faults service.
    Should this equipment become physically damaged, disconnect immediately
    from the Telecom connection and power source and contact your nearest
    service agent.
    To relocate this equipment please.
    1) Disconnect the equipment from the Telecom connection.
    2) Disconnect the equipment from the power source.
    3) Reconnect the equipment to the power source.
    4) Reconnect the equipment to the Telecom connection.
    If the supply cord of this equipment is damaged, it must be replaced by the
    special cord (Parts No.: HH2-1910).
    Not all standard telephones will respond to incoming ringing when
    connected to the extension socket.
    This device may be subject to bell tinkle, or mistakenly enter receive mode
    when calls are made from another device on the same line. If this occurs,
    the problem should not be referred to the Telecom Faults service.
    Please note when you connect an extension phone to this device, if you use
    an extension phone which has features such as “last number redial”, redial
    memory numbers may be lost.

    iii



  • Page 4

    Laserveiligheid
    Laserstralen kunnen gevaarlijk zijn voor het menselijk lichaam. Dit is de reden
    waarom de laserstralen in dit faxapparaat hermetisch zijn afgesloten achter een
    beschermende behuizing en een externe afschermkap. Bij normaal gebruik van
    het product kan geen straling vrijkomen.
    Deze fax is goedgekeurd als Klasse 1 laserproduct volgens EN 60825-1: 1994.

    ¶ 200-240 V model
    Het onderstaande etiket is aangebracht op de laserscan unit in het faxapparaat.

    Deze fax is ingedeeld volgens EN60825-1: 1994 en wordt aangeduid als een:
    CLASS 1 LASER PRODUCT
    LASER KLASSE 1
    APPAREIL A RAYONNEMENT LASER DE CLASSE 1
    APPARECCHIO LASER DI CLASSE 1
    PRODUCTO LASER DE CLASE 1
    APARELHO A LASER DE CLASSE 1
    HANDELINGEN ANDERS DAN IN DEZE HANDLEIDING ZIJN
    AANGEGEVEN KUNNEN RESULTEREN IN GEVAARLIJKE
    LASERSTRALING

    iv

    Voorwoord



  • Page 5

    Inhoudsopgave
    Hoofdstuk 1: Inleiding
    In deze handleiding gebruikte symbolen ......................................................................
    Ondersteuning ..............................................................................................................
    Belangrijke veiligheidsinstructies ..................................................................................

    1-2
    1-3
    1-4

    Hoofdstuk 2: Installeren
    Uitpakken van de fax ...................................................................................................
    Verwijderen van verpakkingsmateriaal ..................................................................
    Installeren van de fax ...................................................................................................
    De FAX-L280/L200 aansluiten ....................................................................................
    Aansluiten van het telefoonsnoer en externe apparatuur ......................................
    Aansluiten van het netsnoer ..................................................................................
    Belangrijkste onderdelen van de fax ............................................................................
    Bedieningspaneel ....................................................................................................
    Speciale functieknoppen ..................................................................................
    Plaatsen van de tonercartridge .....................................................................................
    Bijvullen van papier .....................................................................................................
    Testen van de fax .........................................................................................................

    2-2
    2-4
    2-5
    2-6
    2-6
    2-8
    2-9
    2-10
    2-10
    2-11
    2-14
    2-16

    Hoofdstuk 3: Opslaan van informatie
    Aanwijzingen voor het invoeren van nummers, letters en symbolen ...........................
    Corrigeren van een verkeerde invoer .....................................................................
    Vastleggen van de informatie over de afzender ...........................................................
    Waar bestaat de informatie over de afzender uit? ................................................
    Invoeren van datum en tijd ...................................................................................
    Vastleggen van uw faxnummer en uw naam .........................................................
    Instellen van type telefoonlijn ......................................................................................
    Kiezen via een huistelefooncentrale .............................................................................
    Vastleggen van de R-toets .....................................................................................

    3-2
    3-4
    3-5
    3-5
    3-6
    3-6
    3-8
    3-9
    3-9

    Hoofdstuk 4: Behandelen van documenten
    Documenten geschikt voor verzending ........................................................................
    Scanvlak van een document ..................................................................................
    Plaatsen van documenten .............................................................................................
    Toevoegen van pagina’s aan het document in de ADF ........................................

    4-2
    4-2
    4-3
    4-4

    Hoofdstuk 5: Behandeling van papier
    Eisen die aan papier worden gesteld ............................................................................
    Afdrukvlak .............................................................................................................
    Kiezen van papier voor uw fax ....................................................................................
    Bijvullen van papier .....................................................................................................
    Kiezen van papieruitvoer met de tekstzijde omhoog of omlaag ..................................

    5-2
    5-3
    5-3
    5-3
    5-4

    Voorwoord

    v



  • Page 6

    Wijzigen van de instelling voor het papierformaat ......................................................
    Aangeven van de tonerbesparingsinstelling .................................................................

    5-7
    5-9

    Hoofdstuk 6: Snelkiezen
    Wat is snelkiezen? ........................................................................................................
    Methoden voor snelkiezen .....................................................................................
    Vastleggen van nummers voor snelkiezen ....................................................................
    Vastleggen van nummers voor verkort kiezen .............................................................
    Vastleggen van nummers voor groepskiezen ...............................................................
    Gebruik van snelkiezen ................................................................................................
    Verzenden van een document via snelkiezen .........................................................
    Telefoneren via snelkiezen .....................................................................................
    Afdrukken van lijsten met snelkiesnummers ................................................................

    6-2
    6-2
    6-3
    6-8
    6-13
    6-16
    6-16
    6-17
    6-18

    Hoofdstuk 7: Verzenden van faxberichten
    Voorbereidingen voor verzending ................................................................................
    Documenten die u kunt faxen ...............................................................................
    Instellen van de resolutie voor scannen .................................................................
    Instellen van het contrast bij scannen ...................................................................
    Kiesmethoden ........................................................................................................
    Methoden voor verzending ..........................................................................................
    Geheugenverzending ..............................................................................................
    Handmatige verzending via de handset .................................................................
    Annuleren van de verzending .......................................................................................
    Nummerherhaling wanneer de lijn bezet is ..................................................................
    Handmatige nummerherhaling ..............................................................................
    Annuleren van handmatige nummerherhaling ................................................
    Automatische nummerherhaling ............................................................................
    Wat is automatische nummerherhaling? .........................................................
    Annuleren van automatische nummerherhaling .............................................
    Instellen van de opties voor automatische nummerherhaling ........................
    Verzenden van een document naar meerdere bestemmingen (groepsverzending) .......
    Uitgestelde verzending .................................................................................................
    Scannen van een document in het geheugen voor uitgestelde verzending ............
    Afdrukken van een document dat is ingesteld voor uitgestelde verzending .........
    Wissen van een document dat is ingesteld voor uitgestelde verzending ................
    Gebruik van andere telefoonnetwerken (alleen Engeland) ..........................................
    Aanbrengen van het M-etiket ................................................................................
    Vastleggen van een ander telefoonnetwerk ...........................................................
    Verzenden via een ander telefoonnetwerk .............................................................
    Vastleggen van snelkiezen met de M-knop ...........................................................

    7-2
    7-2
    7-2
    7-3
    7-4
    7-5
    7-5
    7-6
    7-8
    7-9
    7-9
    7-9
    7-9
    7-9
    7-9
    7-10
    7-12
    7-14
    7-14
    7-16
    7-17
    7-18
    7-18
    7-19
    7-20
    7-21

    vi

    Voorwoord



  • Page 7

    Hoofdstuk 8: Ontvangen van faxberichten
    Ontvangstmethoden .....................................................................................................
    Automatisch faxberichten ontvangen: ALLEEN FAX MODE ...........................
    Instellen van de ALLEEN FAX MODE ........................................................
    Automatisch ontvangen van zowel faxberichten als telefoongesprekken: Fax/Tel
    mode ...................................................................................................................
    Instellen van de Fax/Tel mode ........................................................................
    Instellen van de opties voor de Fax/Tel mode ................................................
    Handmatig faxberichten ontvangen: HANDMATIG MODE ..............................
    Instellen van de HANDMATIG MODE .......................................................
    Handmatig ontvangen van een faxbericht ......................................................
    Faxberichten ontvangen via een antwoordapparaat: ANTW.APP.MODE ..........
    Instellen van de ANTW.APP.MODE .............................................................
    Gebruik van de fax met een antwoordapparaat .............................................
    Ontvangst tijdens het uitvoeren van andere taken .......................................................
    Ontvangen van faxberichten in het geheugen indien een probleem optreedt ..............
    Annuleren van een inkomend faxbericht .....................................................................
    Telstra FaxStream™ Duet (uitsluitend Australië) .......................................................
    Instellen van de fax voor netwerkschakeling .........................................................
    Bediening van netwerkschakelsysteem ...................................................................
    Telecom FaxAbility (uitsluitend Nieuw Zeeland) ........................................................
    Instellen van de fax voor netwerkschakeling .........................................................
    Bediening van netwerkschakelsysteem ...................................................................

    8-5
    8-5
    8-6
    8-8
    8-8
    8-8
    8-10
    8-10
    8-10
    8-11
    8-11
    8-11
    8-12
    8-12
    8-13
    8-14
    8-14
    8-15

    Hoofdstuk 9: Speciale functies
    Speciale kiesmethoden ..................................................................................................
    Invoeren van pauzes in een fax-/telefoonnummer .................................................
    Tijdelijk overschakelen naar toonkiezen ...............................................................
    Bevestigen van kiestoon .........................................................................................
    Kiezen via een huistelefooncentrale .......................................................................
    In het geheugen opgeslagen documenten .....................................................................
    Afdrukken van een lijst met in het geheugen opgeslagen documenten .................
    Afdrukken van een in het geheugen opgeslagen document ..................................
    Verzenden van een in het geheugen opgeslagen document ...................................
    Verwijderen van een in het geheugen opgeslagen document .................................
    Polling ..........................................................................................................................
    Wat is polling? .......................................................................................................
    Polling ontvangst ...................................................................................................
    Polling van een ander faxapparaat .................................................................
    Annuleren van polling ontvangst ....................................................................
    Polling verzending .................................................................................................
    Instellen van de polling bus ............................................................................
    Scannen van een document in de polling bus .................................................
    Wijzigen of wissen van de instellingen van de polling bus .............................

    9-2
    9-2
    9-3
    9-4
    9-4
    9-5
    9-5
    9-6
    9-7
    9-9
    9-10
    9-10
    9-10
    9-10
    9-12
    9-12
    9-12
    9-15
    9-15

    Voorwoord

    8-2
    8-3
    8-3

    vii



  • Page 8

    Beperkt gebruik van de fax ..........................................................................................
    Beperkt gebruik van de fax inschakelen ................................................................
    Beperkt gebruik van de fax uitschakelen ..............................................................
    Beperkte ontvangst .......................................................................................................

    9-17
    9-17
    9-18
    9-20

    Hoofdstuk 10: Kopiëren
    Documenten die u kunt kopiëren ................................................................................
    Kopiëren .......................................................................................................................
    Snel een kopie maken ..................................................................................................

    10-2
    10-2
    10-3

    Hoofdstuk 11: Rapporten en lijsten
    Overzicht van rapporten en lijsten ...............................................................................
    ACTIVITEITENRAPPORT .......................................................................................
    TX (verzend) RAPPORT .............................................................................................
    MULTI TX/RX (transactie) RAPPORT ..............................................................
    RX (ontvangst) RAPPORT .........................................................................................

    11-2
    11-3
    11-4
    11-5
    11-5

    Hoofdstuk 12: Onderhoud
    Periodieke reiniging ......................................................................................................
    Reinigen van de buitenzijde van de fax .................................................................
    Reinigen van de binnenzijde van de fax ................................................................
    Reinigen van de onderdelen van de scanner .........................................................
    Vervangen van de tonercartridge .................................................................................

    12-2
    12-2
    12-3
    12-5
    12-7

    Hoofdstuk 13: Oplossen van problemen
    Verhelpen van papierstoringen .....................................................................................
    Papierstoringen in de ADF ...................................................................................
    Vastgelopen papier ................................................................................................
    Vastgelopen papier in de papieruitvoeropeningen ..........................................
    Vastgelopen papier in het faxapparaat ...........................................................
    Displaymeldingen .........................................................................................................
    Problemen bij de papierinvoer .....................................................................................
    Problemen bij het faxen ...............................................................................................
    Porblemen bij de verzending .................................................................................
    Problemen bij de ontvangst ...................................................................................
    Problemen bij het kopiëren ..........................................................................................
    Problemen bij telefoneren ............................................................................................
    Problemen bij het afdrukken .......................................................................................
    Algemene problemen ....................................................................................................
    Als u het probleem niet kunt oplossen ........................................................................
    Als een stroomstoring optreedt ....................................................................................

    13-2
    13-2
    13-3
    13-3
    13-3
    13-8
    13-13
    13-13
    13-13
    13-15
    13-17
    13-18
    13-18
    13-20
    13-21
    13-22

    viii

    Voorwoord



  • Page 9

    Hoofdstuk 14: Overzicht van de instellingen
    Informatie over het menusysteem ................................................................................ 14-2
    Afdrukken van een lijst om de huidige instellingen te controleren ....................... 14-2
    Toegang tot de menu’s .......................................................................................... 14-3
    GEBR. INSTELLINGEN menu ................................................................................. 14-4
    RAPPORT INSTELLINGEN menu ........................................................................... 14-5
    TX (verzend) INSTELLINGEN menu ........................................................................ 14-6
    RX (ontvangst) INSTELLINGEN menu .................................................................... 14-7
    PRINTERINSTELLINGEN menu ............................................................................. 14-8
    POLLING BUS menu ................................................................................................. 14-9
    SYSTEEMINSTELLINGEN menu ............................................................................ 14-10
    Bijlage A: Technische gegevens
    Algemene gegevens .......................................................................................................
    Faxapparaat .................................................................................................................
    Copier ...........................................................................................................................
    Telefoon .......................................................................................................................
    Printer ..........................................................................................................................

    A-2
    A-2
    A-3
    A-3
    A-3

    Bijlage B: Accesoires
    Optionele handset .........................................................................................................
    Inhoud verpakking ................................................................................................
    Aansluiten van de handset op de fax ....................................................................
    Behandeling van uw handset .................................................................................

    B-2
    B-2
    B-3
    B-4

    Bijlage C: FAX-L280 Instructies
    Inleiding .......................................................................................................................
    Verschillen tussen de FAX-L280 en de FAX-L200 .....................................................
    Gebruik van uw documentatie .....................................................................................
    Uitpakken van de FAX-L280 ......................................................................................
    Aansluiten van de FAX-L280 op uw PC .....................................................................
    Eisen aan afdrukmateriaal ...........................................................................................
    Afdrukvlak .............................................................................................................
    Kiezen van afdrukmateriaal .........................................................................................
    Plaatsen van enveloppen ..............................................................................................
    Plaatsen van transparanten ..........................................................................................
    Technische gegevens .....................................................................................................

    C-3
    C-3
    C-3
    C-3
    C-4
    C-5
    C-5
    C-6
    C-7
    C-8
    C-8

    Trefwoordenlijst .......................................................................................................................................

    T-1

    Voorwoord

    ix



  • Page 10

    x

    Voorwoord



  • Page 11

    Hoofdstuk 1



    In deze handleiding gebruikte symbolen ..............................................

    1-2



    Ondersteuning ......................................................................................

    1-3



    Belangrijke veiligheidsinstructies ..........................................................

    1-4

    Inleiding

    1-1

    Inleiding

    Hoofdstuk 1
    Inleiding



  • Page 12

    In deze handleiding gebruikte symbolen
    Lees de onderstaande lijst met de deze handleiding gebruikte symbolen, termen
    en afkortingen a.u.b. aandachtig door.
    Waarschuwingen geven aan hoe u beschadigingen en persoonlijk letsel kunt
    vermijden. Om uw faxapparaat veilig te kunnen gebruiken, dient u deze
    waarschuwingen altijd in acht te nemen.

    Opmerkingen geven advies voor een efficiënt gebruik van uw FAX-L280/L200,
    beschrijven de gebruiksbeperkingen en vermelden hoe u kleine
    bedieningsproblemen kunt voorkomen. Wij raden u aan deze opmerkingen te
    lezen, zodat u optimaal gebruik kunt maken van het faxapparaat en de functies.
    (→ pag. n-nn)

    Een nummer voorafgegaan door een pijl en tussen twee haakjes is een
    verwijzing naar één of meerdere pagina’s (pag.) waar u meer
    informatie kunt aantreffen over een onderwerp in de voorafgaande

    standaard
    document of fax

    zin.
    Een instelling die geactiveerd blijft tot u deze wijzigt.
    Het originele vel papier of meerdere vellen papier die u verzendt of

    Menu

    ontvangt met uw fax.
    Een lijst met mogelijkheden of functies waaruit u een item kunt kiezen
    om te activeren of te wijzigen. Een menu heeft een titel die op het

    TX/RX NR.

    display verschijnt.
    Transactienummer. Bij het verzenden of ontvangen van een document
    zal uw fax automatisch een uniek transactienummer aan het document
    toewijzen. Het transactienummer bestaat uit een viercijferig getal dat u

    TX
    RX
    Voorbeeld:
    ADF

    in staat stelt verzonden en ontvangen documenten te registreren.
    Afkorting voor verzenden.
    Afkorting voor ontvangen.
    Voorbeeld van een melding of instelling die op het display verschijnt.
    Automatische Documenten Aanvoer. Het deel van uw fax dat een
    document automatisch aanvoert om te worden gefaxt of te worden

    LCD display

    gekopieerd.
    LCD display. Het display op het bedieningspaneel waarop de

    ECM

    meldingen en instellingen verschijnen.
    Fout correctie mode. De mogelijkheid van uw FAX-L280/L200 om
    systeem- en lijnstoringen bij verzending of ontvangst te minimaliseren

    G3

    als de andere fax ook over de ECM-functie beschikt.
    Groep 3. Gebruikt coderingssystemen voor het verzenden van de
    beeldinformatie waarbij compressie van de gegevens plaatsvindt, zodat

    ITU-TS

    minder tijd nodig is voor de verzending.
    International Telecommunications Union-Telecommunications Sector.
    Een commissie die is opgericht voor het vaststellen van internationale
    normen op het gebied van de telecommunicatie.

    1-2 Inleiding

    Hoofdstuk 1



  • Page 13

    Inleiding

    Bovendien worden in deze handleiding onderscheidende lettertypes gebruikt
    voor het identificeren van knoppen en informatie op het display:

    De knoppen die u indrukt, verschijnen in dit lettertype: Stop.

    Informatie op het display verschijnt in dit lettertype: GEBR.
    INSTELLINGEN.

    Ondersteuning
    Uw fax is ontworpen volgens de meest recente technologie om een probleemloze
    werking te garanderen. Ondervindt u toch problemen bij het werken met de fax,
    probeer dan de oplossing te vinden aan de hand van de informatie in hoofdstuk
    13. Indien u het probleem niet kunt oplossen of wanneer u denkt dat er
    servicewerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd, neem dan contact op met
    uw Canon dealer of de Canon infolijn.

    Hoofdstuk 1

    Inleiding

    1-3



  • Page 14

    Belangrijke veiligheidsinstructies
    Lees deze veiligheidsinstructies zorgvuldig alvorens uw fax te gebruiken.
    Probeer nooit zelf servicewerkzaamheden aan deze fax uit te voeren, tenzij de
    procedures daarvoor in deze handleiding staan vermeld. Probeer nooit het
    faxapparaat te demonteren: de onderdelen in de fax kunnen een elektrische schok
    veroorzaken zodra u ze aanraakt. Neem voor alle servicewerkzaamheden contact
    op met een erkende Canon dealer of de Canon infolijn.

    ¶ Behandeling en onderhoud














    1-4 Inleiding

    Volg de waarschuwingen en instructies die op de fax staan vermeld.
    Gebruik de fax uitsluitend op een vlakke, stabiele ondergrond die vrij is
    van trillingen.
    Haal altijd de steker uit de wandcontactdoos voordat u de fax gaat
    reinigen.
    Om papierstoringen te voorkomen, mag u tijdens het afdrukken nooit het
    netsnoer uit de wandcontactdoos halen, het voordeksel openen en papier
    bijvullen op of verwijderen van het MP-blad.
    Voordat u de fax verplaatst, dient u de tonercartridge te verwijderen.
    Bewaar de tonercartridge in de oorspronkelijke verpakking of wikkel de
    cartridge in een dikke doek om blootstelling aan licht te voorkomen.
    Til de fax altijd op zoals hieronder is aangegeven. Til de fax nooit op aan
    de papiercassette of één van de openingen.

    Plaats geen voorwerpen in de openingen van de fax, omdat deze
    voorwerpen in contact kunnen komen met de onder spanning staande
    delen van de fax. Een elektrische schok kan hiervan het gevolg zijn.
    Voorkom dat kleine voorwerpen (zoals spelden, paperclips of nietjes) in de
    FAX-L280/L200 kunnen vallen. Indien iets in de fax valt, haal dan
    onmiddellijk de steker uit de wandcontactdoos en neem contact op met uw
    Canon dealer of de Canon infolijn.
    Eet en drink niet in de buurt van de fax om te voorkomen dat op of om de
    fax wordt geknoeid. Indien water of een andere vloeistof in de fax
    terechtkomt, haal dan onmiddellijk de steker uit de wandcontactdoos en
    neem contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.
    Houd uw fax schoon. Opeenhoping van stof kan een onjuiste werking tot
    gevolg hebben.

    Hoofdstuk 1



  • Page 15

    Haal de steker uit de wandcontactdoos en neem contact op met uw Canon
    dealer of de Canon infolijn indien zich één van de onderstaande situaties
    voordoet:

    Indien het netsnoer of de steker is beschadigd of gerafeld.

    Indien vloeistof in de fax is gemorst.

    Indien de fax is blootgesteld aan regen of water.

    Indien de fax niet goed functioneert, maar u wel alle instructies in de
    handleiding heeft gevolgd. Gebruik uitsluitend de toetsen en knoppen
    die in deze handleiding zijn beschreven. Het verkeerd instellen van
    andere toetsen en knoppen kan leiden tot beschadigingen. Bovendien
    heeft een servicetechnicus in dergelijke situaties veel tijd nodig om de
    fax opnieuw in te stellen.

    Indien de fax is gevallen of de behuizing is beschadigd.

    Indien de fax niet goed functioneert.

    ¶ Plaats












    Hoofdstuk 1

    Plaats de fax op een vlakke, stabiele, trillingsvrije ondergrond die sterk
    genoeg is om het gewicht (ca. 10 kg) van de fax te dragen.
    Plaats de fax in een koele, droge, schone, goed geventileerde ruimte.

    Zorg dat de ruimte stofvrij is.

    Zorg dat de temperatuur in de ruimte altijd tussen de 10° en 32,5°C
    ligt.

    Zorg dat de relatieve vochtigheid in de ruimte tussen de 20% en 80%
    blijft.
    Houd de fax buiten het bereik van direct zonlicht, omdat de fax hierdoor
    kan beschadigen. Dient u het faxapparaat bij een raam te plaatsen, zorg
    dan voor gordijnen of zonwering.
    Gebruik de fax niet vlakbij water. Zorg dat geen vochtige voorwerpen in
    contact kunnen komen met de fax.
    Bewaar of gebruik de fax niet buitenshuis.
    Installeer de fax niet vlakbij apparaten die magneten bevatten of die
    magnetische velden genereren, zoals luidsprekers.
    Plaats de fax, indien mogelijk, vlakbij een bestaande
    PTT-wandcontactdoos, zodat het telefoonsnoer gemakkelijk kan worden
    aangesloten en om de kosten voor het aanleggen van een nieuwe
    PTT-wandcontactdoos te besparen.
    Plaats de fax vlakbij een 200-240 V AC (50-60 Hz) wandcontactdoos.
    Voor een betrouwbare werking van de fax en om de fax te beschermen
    tegen oververhitting (hetgeen een abnormale werking en het risico van
    brand tot gevolg heeft), dient u de ventilatieopeningen niet af te dekken.
    De openingen van de fax mogen nooit worden geblokkeerd of afgedekt.
    Plaats de fax daarom nooit op een bed, sofa, tapijt of andere dergelijke
    oppervlakken. Plaats de fax niet in een kast of inbouwinstallatie en vlakbij
    een radiator of een andere warmtebron, tenzij de ruimte deugdelijk wordt
    geventileerd. Laat een ruimte van 10 cm rondom de fax vrij. Raadplaag
    voor de afmetingen van de fax pag. A-2.

    Inleiding

    1-5

    Inleiding





  • Page 16





    Plaats geen dozen of meubels bij de wandcontactdoos. Zorg dat de ruimte
    vrij is en u de steker snel kunt verwijderen. Als u iets vreemds merkt (rook,
    vreemde geur of vreemde geluiden) bij de fax, haal dan onmiddellijk de
    steker uit de wandcontactdoos. Neem voor meer informatie contact op met
    uw Canon dealer.
    Plaats geen voorwerpen op het netsnoer en voorkom dat men op het
    netsnoer van de FAX-L280/L200 kan gaan staan. Zorg dat het netsnoer
    niet is opgerold of geknikt.

    ¶ Aansluitspanning




    Tijdens onweer dient u het netsnoer uit de wandcontactdoos te halen.
    (Onthoud dat in het geheugen van de fax opgeslagen documenten worden
    gewist zodra de steker uit de wandcontactdoos wordt gehaald.)
    Als u de steker uit de wandcontactdoos haalt, dient u tenminste vijf
    seconden te wachten voordat u de steker weer in de wandcontactdoos kunt
    terugplaatsen.
    Plaats de steker nooit in een noodstroomaansluiting (UPS).

    Bij dit product komt minimale magnetische straling vrij.
    Indien u een pacemaker heeft en u voelt zich vreemd, ga dan direct uit de buurt
    van dit apparaat en neem contact op met uw arts.

    1-6 Inleiding

    Hoofdstuk 1



  • Page 17

    Hoofdstuk 2



    Uitpakken van de fax ...........................................................................
    • Verwijderen van verpakkingsmateriaal ............................................

    2-2
    2-4



    Installeren van de fax ...........................................................................

    2-5



    De FAX-L280/L200 aansluiten ............................................................
    • Aansluiten van het telefoonsnoer en de externe apparatuur ...........
    • Aansluiten van het netsnoer ............................................................

    2-6
    2-6
    2-8



    Belangrijkste onderdelen van de fax ....................................................
    • Bedieningspaneel ..............................................................................
    Speciale functieknoppen ..............................................................

    2-9
    2-10
    2-10



    Plaatsen van de tonercartridge .............................................................

    2-11



    Bijvullen van papier .............................................................................

    2-14



    Testen van de fax .................................................................................

    2-16

    Installeren

    2-1

    Installeren

    Hoofdstuk 2
    Installeren



  • Page 18

    Uitpakken van de fax
    Voordat u de fax uitpakt, dient u een geschikte plaats voor de fax te kiezen
    (→ pag. 1-5).
    Verwijder voorzichtig alle voorwerpen uit de doos. Laat iemand de doos
    vasthouden, terwijl u de fax en het verpakkingsmateriaal uit de doos tilt.
    Bewaar de verpakking voor eventueel later gebruik als u de fax wilt
    verplaatsen.
    Controleer of de volgende onderdelen aanwezig zijn:
    DOCUMENTATIE

    OPVANGBLADEN

    PAPIERSTEUN

    TELEFOONSNOER

    NETSNOER
    FX-3
    TONERCARTRIDGE
    DEKSEL MP-BLAD

    FAXAPPARAAT

    DOCUMENTSTEUN




    2-2 Installeren

    De verpakking kan verschillen in vorm, omvang en positie van de
    hierboven weergegeven afbeelding.
    Onthoud dat de bij uw fax geleverde onderdelen kunnen variëren,
    afhankelijk van het land van aankoop.

    Hoofdstuk 2



  • Page 19

    U dient het volgende eveneens aan te treffen:
    ❏ Papier bijvullen waarschuwingsetiket
    ❏ Bestemmingsetiketten
    ❏ M-etiket*




    Belangrijk! Bewaar de bon als bewijs van aankoop. U heeft deze bon nodig
    als u aanspraak wilt maken op de garantie.
    Indien u de optionele handset heeft gekocht, raadpleeg dan Bijlage B voor
    de meegeleverde onderdelen.

    * Dit onderdeel is uitsluitend beschikbaar voor de UK.

    Hoofdstuk 2

    Installeren

    2-3

    Installeren

    Indien er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn, neem dan onmiddellijk
    contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.



  • Page 20

    Verwijderen van verpakkingsmateriaal
    Volg deze procedure voor het verwijderen van de verpakking. Bewaar de
    verpakking voor het eventueel toekomstig verplaatsen van de fax.

    1

    Verwijder de tape van de
    fax.

    2

    Gebruik beide handen om
    het bedieningspaneel te
    openen (het opent slechts
    gedeeltelijk). Verwijder
    vervolgens het
    beschermingsvel uit de
    ADF. Sluit het
    bedieningspaneel door het
    in het midden omlaag te
    drukken tot u een klik
    hoort.

    Het verpakkingsmateriaal kan variëren in vorm, omvang en plaats van de
    hierboven weergegeven afbeelding.

    2-4 Installeren

    Hoofdstuk 2



  • Page 21

    Installeren van de fax

    1

    2

    Breng het
    waarschuwingsetiket
    voor papier bijvullen
    aan de linkerzijde van
    het MP-blad aan.

    3

    4




    Hoofdstuk 2

    Plaats de uiteinden van de
    documentensteun in de
    uitsparingen van de fax.

    5

    Plaats de nokken op één van
    de opvangbladen in de
    bijbehorende uitsparingen
    boven uitvoeropening voor
    tekstzijde omlaag.

    6

    Installeren

    Volg deze procedure voor het installeren van de fax:

    Plaats de nokken op de
    papiersteun in de
    uitsparingen van de fax.

    Schuif het deksel van het
    MP-blad over the
    papiersteun.

    Plaats de nokken op het
    andere opvangblad in de
    bijbehorende openingen
    boven de ADF.

    Zie pag. 2-9 voor een afbeelding van de compleet geïnstalleerde fax.
    Raadpleeg Bijlage B voor meer informatie over het aansluiten van de
    optionele handset op uw fax.

    Installeren

    2-5



  • Page 22

    De FAX-L280/L200 aansluiten
    Aansluiten van het telefoonsnoer en externe apparatuur
    Uw




    fax heeft aan de zijkant drie aansluitingen voor het aansluiten van:
    het telefoonsnoer
    de optionele handset of telefoon
    een extra telefoon, antwoordapparaat of modem

    Indien u slechts over één telefoonlijn beschikt en u wilt uw fax gebruiken voor
    zowel het ontvangen en verzenden van faxberichten als het ontvangen van
    telefoongesprekken, dan dient u de optionele handset, een telefoon of een
    antwoordapparaat op uw fax aan te sluiten.
    Zorg dat u eerst de externe apparatuur aansluit, alvorens uw fax te gebruiken.

    Volg deze procedure voor het aansluiten van het telefoonsnoer en de externe
    apparatuur:

    1

    Sluit het meegeleverde
    telefoonsnoer aan op de
    aansluiting en sluit het
    andere uiteinde van het
    telefoonsnoer aan op de
    PTT-wandcontactdoos.

    2-6 Installeren

    2
    .

    Sluit het aansluitsnoer van
    de optionele handset of
    telefoon aan op de
    aansluiting. (Gebruikers in
    de UK, zie volgende
    pagina.)
    .

    3

    Sluit het aansluitsnoer van
    de extra telefoon, het
    antwoordapparaat of de
    modem aan op de
    aansluiting. (Gebruikers in
    de UK, zie volgende
    pagina.)
    .

    Hoofdstuk 2



  • Page 23





    Canon kan niet garanderen dat alle typen antwoordapparaten op uw fax
    kunnen worden aangesloten. Dit varieert afhankelijk van de technische
    gegevens.
    Indien u een extern apparaat op uw fax heeft aangesloten, zorg dan dat u
    de juiste ontvangst mode instelt (→ Hoofdstuk 8).
    Om zowel een extra telefoon als een antwoordapparaat aan te sluiten, sluit
    u de extra telefoon aan op het antwoordapparaat en sluit u vervolgens het
    antwoordapparaat aan op uw fax.
    Indien u een modem op uw fax aansluit en u gebruikt deze vaak of
    anderen verkrijgen vaak toegang tot uw PC via de modem dan kunt u een
    telefoonlijn toewijzen aan uw modem.

    ¶ Alleen voor gebruikers in Engeland

    If the connectors of the external devices cannot be connected to the jacks on
    the FAX, you will need to purchase one or more B.T. adaptors to connect
    them as follows:

    Connect the telephone cord to the
    B.T. adaptor. Then connect the
    jack.
    B.T. adaptor to the
    .

    - of - Connect the additional telephone,
    answering machine, or data
    modem cord to the B.T. adaptor.
    Then connect the B.T. adaptor to
    the
    jack.
    .

    Hoofdstuk 2

    Installeren

    2-7

    Installeren





  • Page 24

    Aansluiten van het netsnoer
    Raadpleeg Aansluitspanning, pag. 1-6, alvorens het netsnoer aan te sluiten.
    Volg deze procedure om het netsnoer aan te sluiten:

    Sluit het meegeleverde netsnoer aan op de
    elektrische aansluiting van de fax. Sluit
    vervolgens het andere uiteinde aan op een
    goed geaarde 200–240 V AC standaard
    wandcontactdoos.*

    De FAX-L200 heeft geen hoofdschakelaar. Zodra de steker in de
    wandcontactdoos is geplaatst, is de fax ingeschakeld. De fax heeft even tijd
    nodig om op te warmen voordat u documenten kunt verzenden. Wacht tot de
    melding EVEN WACHTEN A.U.B. van het display is verdwenen.




    De fax is voorzien van een geaarde steker. Deze steker past uitsluitend in
    geaarde wandcontactdozen. Dit is zo ontworpen uit
    veiligheidsoverwegingen. Is het niet mogelijk de steker in de
    wandcontactdoos te plaatsen, neem dan contact op met een erkende
    elekticiën om de wandcontactdoos te vervangen. Modificeer de steker niet.*
    Sluit de FAX-L200 niet aan op dezelfde stroomkring als apparatuur zoals
    een airconditioning, elektrische schrijfmachine, een televisie, of een copier.
    Dergelijke apparaten veroorzaken een elektrische ruis die de ontvangst en
    verzending van faxberichten kan verstoren.

    * De vorm van de steker en de wandcontactdoos kan variëren, afhankelijk van het land
    van aankoop.

    2-8 Installeren

    Hoofdstuk 2



  • Page 25

    Belangrijkste onderdelen van de fax
    DEKSEL MP-BLAD
    PAPIERSTEUN
    OPVANGBLADEN
    OPENING VOOR UITVOER MET
    TEKSTZIJDE NAAR BENEDEN
    PAPIERGELEIDERS

    PAPIERGELEIDERS

    MP-BLAD
    ONTGRENDELING

    Installeren

    ADF (AUTOMATISCHE
    DOCUMENTEN AANVOER)
    VOORDEKSEL

    BEDIENINGSPANEEL

    PAPIERUITVOERSCHAKELAAR

    OPENING VOOR UITVOER MET
    TEKSTZIJDE NAAR BOVEN

    DOCUMENTENSTEUN

    FX-3 TONERCARTRIDGE
    COMPARTIMENT
    OVERDRACHTSROL (NIET
    AANRAKEN)

    PAPIERONTGRENDELING
    FIXEEREENHEID

    VOORDEKSEL

    Hoofdstuk 2

    Installeren

    2-9



  • Page 26

    Bedieningspaneel


    Ontvangst mode toets
    (→ Hoofdstuk 8)
    R-toets (→ pag. 3-9)
    Haaktoets (→ pag. 6-17,
    7-6, 9-3)









    Display
    Resolutieknop
    (→ pag. 7-2, 10-2)
    Verkortkiestoets
    (→ pag. 6-2, 6-16, 6-17)
    Start/Kopietoets
    (→ pag. 10-2, 10-3)






    Alarmindicator
    Insteltoets (→ pag. 14-3)
    Nummerherhaling/Pauzetoets
    (→ pag. 7-9, 9-2)
    Stoptoets (→ pag. 14-3)

    Alarm

    Ontvangst mode

    R

    Verkort kiezen

    Instellen

    Nummerherhaling/
    Pauze

    Sart/Kopie

    Haak



    Resolutie

    Stop



    Numerieke toetsen
    (→ pag. 3-2)



    Snelkiestoetsen (→ pag. 6-2,
    6-16, 6-17)

    Paneel voor snelkiezen
    Open het snelkiespaneel om toegang te krijgen tot
    de hieronder vermelde speciale functietoetsen.

    Speciale functieknoppen








    Gegevensregistratietoets
    (→ pag. 14-3)
    Uitgestelde
    verzendingtoets
    (→ pag. 7-14, 7-16,
    7-17)
    Rapporttoets
    (→ pag. 6-18, 11-3,
    14-2)
    Toon/+ toets
    (→ pag. 3-7, 9-3)
    ,
    toetsen
    (→ pag. 3-3, 3-4)
    Wissentoets
    (→ pag. 3-4)
    .



    Gegevensregistratie Uitgestelde
    verzending

    Polling Geheugenreferentie




    Rapport

    D.T.



    Pollingtoets
    (→ pag. 9-11, 9-15)
    Geheugenreferentietoets
    (→ pag. 9-5, 9-6, 9-7,
    9-9)
    ,
    toetsen
    (→ pag. 14-3)
    D.T.-toets*
    (→ pag. 9-4)
    Spatietoets (→ pag. 3-3,
    3-4)
    .

    .

    .

    Toon/+

    Spatie

    Wissen

    * Deze functie is niet beschikbaar voor de UK, Ierland, Australië, Nieuw Zeeland, Hong
    Kong, Singapore of Maleisië.

    2-10 Installeren

    Hoofdstuk 2



  • Page 27

    Installeren van de tonercartridge

    Alvorens de tonercartridge te installeren, dient u het volgende te lezen:
    ❏ Gebruik uitsluitend FX-3 tonercartridge in uw fax.
    ❏ Bewaar de cartridge uit de buurt van computerbeeldschermen, harde
    schijven en diskettes. De magneet in de tonercartridge kan deze producten
    beschadigen.
    ❏ Bewaar de tonercartridge buiten bereik van direct zonlicht.
    ❏ Vermijd plaatsen met hoge temperaturen, een hoge luchtvochtigheid of
    sterk wisselende temperaturen. Bewaar de tonercartridge tussen 0° en 35°C.
    ❏ Stel de tonercartridge niet bloot aan direct zonlicht en voorkom dat de
    cartridge zich langer dan vijf minuten in een verlichte ruimte bevindt.
    ❏ Bewaar de tonercartridge in de beschermende verpakking. Open de
    verpakking pas op het moment dat u de cartridge gaat installeren.
    ❏ Bewaar de verpakking van de tonercartridge, zodat u deze op een later
    tijdstip opnieuw kunt gebruiken om de cartridge te verplaatsen.
    ❏ Bewaar de tonercartridge nooit in een zoute omgeving of ruimten met
    corrosieve gassen, zoals bijvoorbeeld spuitbussen.
    ❏ Verwijder de tonercartridge niet onnodig uit de fax.
    ❏ Open nooit de beschermklep van de drum op de
    tonercartridge. Als het oppervlak van de drum
    wordt blootgesteld aan licht of wordt beschadigd,
    zal de afdrukkwaliteit afnemen.


    Houd de tonercartridge zodanig vast, zie
    afbeelding, dat uw hand de beschermklep van de
    drum niet aanraakt.



    Raak nooit de beschermklep van de drum aan.
    Wanneer u de tonercartridge vasthoudt, voorkom
    dan dat u de beschermklep van de drum met uw
    handen aanraakt.



    Zet de cartridge nooit op de zijkant of
    ondersteboven. Als de toner in de cartridge
    aankoekt, kan het heel moeilijk blijken de toner
    gelijkmatig te verdelen, zelfs als u de
    tonercartridge schudt.

    TONERPOEDER IS BRANDBAAR. PLAATS DE CARTRIDGE NOOIT IN
    OPEN VUUR

    Hoofdstuk 2

    Installeren

    2-11

    Installeren

    Deze paragraaf beschrijft hoe de tonercartridge de eerste keer in de fax dient te
    worden geïnstalleerd. Zie pag. 12-7 voor het vervangen van een gebruikte
    tonercartridge.



  • Page 28

    Volg deze procedure voor het installeren van de tonercartridge in de fax:

    1

    Zorg dat de steker in de
    wandcontactdoos zit.

    2

    Til de ontgrendelingsknop op en
    open het voordeksel.

    Open het voordeksel nooit zonder de
    ontgrendelingsknop op te tillen. Als
    u de knop niet optilt dan kunt u de
    fax beschadigen.

    3

    Haal de nieuwe FX-3 tonercartridge uit
    de verpakking.


    4

    Schud de tonercartridge voorzichtig
    een aantal keren heen en weer om
    de toner gelijkmatig te verdelen.


    2-12 Installeren

    Bewaar de verpakking om de
    tonercartridge op een later tijdstip
    eventueel opnieuw te verpakken.

    Als de toner niet gelijkmatig is
    verdeeld, kan dit een slechte
    afdrukkwaliteit tot gevolg
    hebben.

    Hoofdstuk 2



  • Page 29

    5

    Plaats de tonercartridge op een
    vlakke, schone ondergrond en trek
    voorzichtig aan de plastic nok om
    de afdichtingstape te verwijderen.


    Trek de afdichtingstape
    gelijkmatig naar buiten.

    TREK IN DEZE
    RICHTING

    BOVENAANZICHT
    TREK IN DEZE
    RICHTING

    6

    Houd de tonercartridge bij de
    handgreep vast en plaats de
    cartridge zover mogelijk in de fax.
    Zorg hierbij dat de nokken van de
    cartridge op één lijn liggen met de
    rails in de fax.


    7

    Hoofdstuk 2

    Houd de tonercartridge altijd
    bij de handgreep vast.

    Gebruik beide handen om het
    voordeksel te sluiten.

    Installeren

    2-13

    Installeren

    ZIJ-AANZICHT



  • Page 30

    Bijvullen van papier
    Deze paragraaf beschrijft hoe papier dient te worden bijgevuld op het MP-blad.
    Voor meer informatie over de eisen die aan papier worden gesteld en het kiezen
    van papier voor uw fax, zie hoofdstuk 5.
    Alvorens papier bij te vullen, dient u het volgende te lezen:
    De laserprinter maakt gebruik van hoge temperaturen om de toner op het papier
    te fixeren. Gebruik papier dat niet smelt, verdampt, verkleurt of waarbij
    schadelijke gassen vrijkomen bij temperaturen van bijna 170°C. Gebruik
    bijvoorbeeld geen velijnpapier in een laserprinter. Zorg dat briefpapier of gekleurd
    papier dat u wilt gebruiken bestand is tegen hoge temperaturen.












    2-14 Installeren

    U kunt in uw fax standaard kopieerpapier, bond papier en standaard
    briefpapier gebruiken. De fax vereist geen speciaal papier. Gebruik
    uitsluitend losbladig papier en geen rollen papier.
    Zorg dat u papier plaatst met het juiste formaat, gewicht en dat u de
    aanbevolen capaciteit aanhoudt voor uw fax (→ Hoofdstuk 5).
    Het MP-blad is door de fabriek ingesteld voor het bijvullen van
    A4-formaat papier, maar u kunt deze instelling wijzigen in andere
    papierformaten (→ pag. 5-7).
    U kunt kiezen of het papier wordt uitgevoerd door de uitvoeropening voor
    tekstzijde omhoog of de uitvoeropening voor tekstzijde omlaag (→ pag.
    5-4). Kies de optie die het beste aansluit bij de taak die u uitvoert.
    De uitvoeropening voor tekstzijde omlaag heeft een capaciteit van ca. 50
    vellen papier. Om papierstoringen te voorkomen, dient u het papier bij
    deze opening te verwijderen voordat de stapel 50 vellen dik is.
    Vul geen papier bij tijdens het afdrukken.
    Laat geen papier achter op het MP-blad gedurende langere perioden. Het
    papier kan gaan krullen en kan problemen veroorzaken.
    Bepaalde omgevingsomstandigheden, zoals extreme temperaturen of
    vochtigheid kunnen de oorzaak zijn dat sommige papiersoorten verkeerd
    worden aangevoerd vanuit het MP-blad. Indien u problemen ondervindt,
    voer de vellen dan één voor één aan.
    Zorg dat u geen voorwerpen op het MP-blad laat vallen.
    Plaats geen nieuwe stapel papier
    terwijl nog papier op het MP-blad
    aanwezig is. Het plaatsen van een
    nieuwe stapel zonder eerst de oude
    stapel te verwijderen, kan
    papierstoringen tot gevolg hebben.
    Indien u papier dient bij te vullen,
    verwijder dan eerst de oude stapel
    en plaats de stapels samen terug op
    het MP-blad.

    Hoofdstuk 2



  • Page 31

    Volg deze procedure om een stapel (stapelhoogte maximaal 10 mm) gewoon
    A4-formaat papier op het MP-blad bij te vullen:
    Verwijder het deksel van het
    MP-blad van de fax.

    2

    Maak een nette stapel van het
    papier, zodat de randen en
    zijkanten recht liggen.

    3

    Open de papiergeleiders tot
    ongeveer de breedte van de stapel.

    4

    Plaats de stapel op het MP-blad

    Installeren

    1

     (afdrukzijde naar u toe gericht
    en de voorrand eerst), pas
    vervolgens de papiergeleiders aan
    de breedte van het papier aan
    .
    .

    .



    Hoofdstuk 2

    Zorg dat er geen openingen
    zitten tussen de papiergeleiders
    en de stapel papier.

    Installeren

    2-15



  • Page 32

    5

    Plaats het deksel van het MP-blad
    terug.


    6

    Zorg dat u dit deksel terugplaatst
    om te voorkomen dat zich stof in
    de fax verzamelt.

    Pas, indien nodig, de papieruitvoer
    selectiehendel aan (→ pas. 5-4).

    Uw fax is nu gereed om af te drukken.

    Testen van de fax
    Heeft u de fax eenmaal geïnstalleerd, de tonercartridge geplaatst en het papier
    bijgevuld, dan kunt u controleren of de fax correct afdrukt door enkele kopieën
    van een document te maken (→ pag. 10-2).
    Indien u problemen ondervindt bij het afdrukken, zie hoofdstuk 13.

    2-16 Installeren

    Hoofdstuk 2



  • Page 33

    Hoofdstuk 3
    Opslaan van informatie
    Aanwijzingen voor het invoeren van nummers, letters en symbolen ...
    • Corrigeren van een verkeerde invoer ...............................................

    3-2
    3-4



    Vastleggen van de informatie over de afzender ...................................
    • Waar bestaat de informatie over de afzender uit? ..........................
    • Invoeren van datum en tijd .............................................................
    • Vastleggen van uw faxnummer en uw naam ...................................

    3-5
    3-5
    3-6
    3-6



    Instellen van type telefoonlijn ..............................................................

    3-8



    Kiezen via een huistelefooncentrale .....................................................
    • Vastleggen van de R-toets ...............................................................

    3-9
    3-9

    Opslaan van
    informatie



    Hoofdstuk 3

    Opslaan van informatie

    3-1



  • Page 34

    Aanwijzingen voor het invoeren van nummers,
    letters en symbolen
    Wanneer u op een punt komt dat u wordt gevraagd een naam of nummer in te
    voeren dan kunt u de onderstaande tabel gebruiken om te zien welke numerieke
    toets u dient in te drukken voor het gewenste teken:
    Toets

    Hoofdletter mode
    (:A)

    Kleine letter mode
    (:a)

    Cijfer mode (:1)

    Hoofdletter mode (:A)

    Kleine letter mode (:a)

    Cijfer mode (:1)

    Indien u gedurende 60 seconden niets invoert, zal de fax automatisch
    terugkeren naar de standby mode.

    3-2 Opslaan van informatie

    Hoofdstuk 3



  • Page 35

    ¶ Wisselen tussen de cijfer mode en de letter mode
    Druk op @ om de cijfer mode (:1), de
    hoofdletter mode (:A) of de kleine letter
    mode (:a) te selecteren.
    .

    _

    :1
    (Cijfer mode)

    _

    :A
    (Hoofdletter mode)

    _

    :a
    (Kleine letter mode)

    ¶ Invoeren van letters
    1 Druk op @ om over te schakelen
    .

    Voorbeeld:

    naar de hoofdletter mode (:A) of de
    kleine letter mode (:a).

    Druk op de numerieke toets met de
    letter die u wilt gebruiken.




    3

    C
    _

    :A

    C_
    A

    :A

    Voorbeeld:

    Druk op de toets tot de gewenste
    letter op het display verschijnt.
    Door telkens op een toets te
    drukken, bladert u door de
    aanwezige letters.
    Zie pag. 3-2 indien u twijfelt
    welke toets u voor de gewenste
    letter dient in te drukken.

    Ga door met het invoeren van andere
    letters met de numerieke toetsen.


    :A

    Opslaan van
    informatie

    2

    _

    Voorbeeld:

    Indien de volgende letter die u
    wilt invoeren onder een andere
    numerieke toets is opgeslagen,
    drukt u eenvoudig op die toets
    tot de gewenste letter op het
    display verschijnt.
    - of Indien de volgende letter die u
    wilt invoeren onder dezelfde
    numerieke toets als in stap 2 is
    om de
    opgeslagen, drukt u op
    cursor naar rechts te verplaatsen.
    Druk vervolgens op de
    betreffende numerieke toets tot
    de gewenste letter op het display
    verschijnt.
    Om een spatie in te voeren,
    drukt u op Spatie.
    .



    Hoofdstuk 3

    Opslaan van informatie

    3-3



  • Page 36

    ¶ Invoeren van cijfers
    1 Druk op @ om over te schakelen
    .

    naar de cijfer mode (:1).

    2

    Druk op de numerieke toets met het
    gewenste cijfer.


    3

    :1

    1_

    :1

    10_

    :1

    #
    _

    :1

    Voorbeeld:

    Om een spatie in te voeren, drukt
    u op Spatie.

    Ga door met het invoeren van andere
    cijfers met de numerieke toetsen.

    ¶ Invoeren van symbolen
    1 Druk telkens op # tot het gewenste
    .

    Voorbeeld:

    Voorbeeld:

    symbool op het display verschijnt.

    2

    _

    Indien u een ander symbool wilt
    om de cursor
    invoeren, drukt u op
    naar rechts te verplaatsen en drukt u
    vervolgens telkens op # tot het
    gewenste symbool op het display
    verschijnt.

    .

    Voorbeeld:

    #_

    .

    :1

    .

    .

    Corrigeren van een verkeerde invoer
    Door op Wissen te drukken, kunt u een complete invoer wissen. Als alternatief
    kunt u de volgende procedure gebruiken voor het wissen van afzonderlijke
    tekens:

    1

    Gebruik
    of
    om de cursor onder
    het verkeerd ingevoerde teken te
    plaatsen.

    Voorbeeld:

    2

    Druk op de numerieke toets met de
    juiste letter om deze over het
    verkeerde teken in te voeren.

    Voorbeeld:

    .



    3

    .

    CAN_
    EN

    :A

    CAN_
    ON

    :A

    Zie pag. 3-2 indien u twijfelt welke
    toets u dient in te drukken voor de
    gewenste letter.

    Indien u alle correcties heeft
    uitgevoerd, drukt u op Instellen om uw
    nieuwe invoer op te slaan.

    3-4 Opslaan van informatie

    Hoofdstuk 3



  • Page 37

    Vastleggen van informatie over de afzender
    Waar bestaat informatie over de afzender uit?
    Wanneer u een faxbericht ontvangt, kan aan de bovenzijde van elke pagina een
    kleine regel zijn afgedrukt met de naam van de persoon of de onderneming die
    u het faxbericht heeft verzonden, hun fax-/telefoonnummer en de datum en tijd
    van verzending. Deze informatie noemen we de informatie over de afzender ook
    wel TTI (Transmit Terminal Identification) genoemd. Op dezelfde wijze kunt u
    in uw faxberichten informatie opnemen die dan bij de andere partij verschijnt,
    zodat zij weten wie het faxbericht heeft verstuurd en wanneer het is verstuurd.
    Hieronder ziet u een voorbeeld hoe de informatie over de afzender op een door
    u verzonden faxbericht verschijnt:
    FAX 123 4567

    uw naam

    bedrijfsnaam

    001

    U kunt selecteren
    of u de informatie
    over de afzender
    binnen of buiten
    het beeldvlak
    wordt afgedrukt
    (→ TTI POSITIE,
    pag. 14-4).

    Opslaan van
    informatie

    27/12 2001 10:12

    Datum en tijd van
    verzending.

    UW
    FAX-/
    TELEFOONNUMMER.

    De naam van de
    geadresseerde verschijnt
    hier indien u het
    faxbericht vanuit het
    geheugen heeft
    verzonden en het
    faxnummer van de
    geadresseerde heeft
    gekozen met snelkiezen.

    Het paginanummer van het
    faxbericht wordt weergegeven.

    U kunt selecteren of FAX of
    TEL voor het telefoonnummer
    wordt vermeld (→ TELEFOON
    # TEKEN, pag. 14-4).
    Uw naam (of naam van
    de onderneming).

    Om de informatie over de afzender in uw fax in te voeren, volgt u de
    procedures op de volgende pagina’s.

    Hoofdstuk 3

    Opslaan van informatie

    3-5



  • Page 38

    Invoeren van datum en tijd
    Volg deze procedure voor het instellen van de actuele datum en tijd:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk driemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.



    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    De actuele datum en tijd voor
    uw fax verschijnen op het
    display.

    DATUM & TIJD
    Voorbeeld:

    4

    Gebruik de numerieke toetsen om de
    juiste dag, maand, jaar en tijd in deze
    volgorde in te voeren.





    5

    20/12 2001
    _

    13:30

    27/12 2001
    _

    15:00

    Voorbeeld:

    Voer uitsluitend de laatste twee
    cijfers van het jaartal in.
    Gebruik het 24-uurs systeem voor
    de tijd (bijvoorbeeld 1:00 p.m. als
    13:00) en plaats een nul voor de
    enkelvoudige cijfers.
    Als u zich vergist, drukt u op
    Wissen en voert u de datum en tijd
    opnieuw in.

    Druk op Instellen.

    DATA INVOER OK
    TOESTEL #

    6

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    .

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Vastleggen van uw faxnummer en uw naam
    Volg deze procedure om het fax-/telefoonnummer van uw fax en uw naam of
    de naam van de onderneming vast te leggen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.
    DATUM & TIJD

    3-6 Opslaan van informatie

    Hoofdstuk 3



  • Page 39

    Gebruik
    of
    selecteren.
    .

    .

    om TOESTEL # te

    TOESTEL #

    .

    5

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    6

    Gebruik de numerieke toetsen om uw
    fax-/telefoonnummer in te voeren
    (max. 20 cijfers, inclusief spaties).

    Voorbeeld:






    7

    .

    TEL=
    TEL=

    123 4567

    Om een spatie in te voeren, drukt
    u op Spatie. Spaties zijn optioneel,
    maar maken het nummer wel beter
    leesbaar.
    Om een plus-teken (+) voor het
    nummer te plaatsen, drukt u op
    Toon/+.
    Als u zich vergist, drukt u op
    Wissen en voert u het nummer
    opnieuw in.

    Druk tweemaal op Instellen.

    DATA INVOER OK
    TOESTEL NAAM
    Voorbeeld:

    8

    Gebruik de numerieke toetsen om uw
    naam of de naam van de
    onderneming in te voeren (max. 24
    tekens, inclusief spaties).



    9

    _

    :A

    CANO_
    N

    :A

    Voorbeeld:

    Zie pag. 3-2 indien u niet zeker
    weet hoe u tekens in dient te
    voeren.
    Als u zich vergist, drukt u op
    Wissen en voert u de naam
    opnieuw in.

    Druk op Instellen.

    DATA INVOER OK
    TX TERMINAL ID

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Om de in uw fax vastgelegde informatie over de afzender te controleren, kunt u
    de GEBRUIKERS GEGEVENSLIJST (→ pag. 14-2) afdrukken.

    Hoofdstuk 3

    Opslaan van informatie

    3-7

    Opslaan van
    informatie

    4



  • Page 40

    Instellen van type telefoonlijn
    Voordat u de fax gaat gebruiken, dient u deze in te stellen voor het type
    telefoonlijn van uw telefoonsysteem*. Indien u niet zeker weet welk type
    telefoonlijn u gebruikt, neem dan contact op met de PTT.
    Volg deze procedure indien u de instelling voor het type telefoonlijn dient te
    wijzigen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.
    DATUM & TIJD

    4

    Gebruik
    of
    om TYPE TEL.
    LIJN te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    instelling voor het type telefoonlijn te
    selecteren.

    .

    .



    .

    TYPE TEL. LIJN
    Voorbeeld:

    TOON

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    instellingen:

    PULSKIEZEN (voor
    pulskiezen)

    TOONKIEZEN (voor
    toonkiezen)

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    R-TOETS FUNCTIE
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    * De standaard instelling voor de UK, Australië, Nieuw Zeeland en Singapore is
    TOONKIEZEN.
    De standaard instelling voor Ierland, Hong Kong en Maleisië is PULSKIEZEN.

    3-8 Opslaan van informatie

    Hoofdstuk 3



  • Page 41

    Kiezen via een huistelefooncentrale
    PBX is de (engelstalige) afkorting van huistelefooncentrale. Is uw
    FAX-L280/L200 via een PBX of ander type telefooncentrale aangesloten, dan
    dient u eerst het nummer van de buitenlijn te kiezen voordat u het faxnummer
    van de andere partij kunt bellen.
    Om deze procedure te vereenvoudigen, kunt u het PBX toegangstype het
    nummer van de buitenlijn onder de R toets vastleggen, zodat u alleen maar op
    deze toets hoeft te drukken voor het kiezen van het gewenste
    fax-/telefoonnummer. Zie hieronder voor meer informatie.

    Vastleggen van de de R-toets

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.
    DATUM & TIJD

    4

    Gebruik
    of
    om R-TOETS
    FUNCTIE te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    om het toegangstype
    voor uw schakelsysteem te selecteren.*

    .

    .

    .



    .

    .

    R-TOETS FUNCTIE
    Voorbeeld:

    PSTN

    om PBX te

    PBX
    Voorbeeld:

    ONDERBREKEN

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    KENGETAL

    ONDERBREKEN

    AARDAANSLUITING**

    ** De standaard instelling voor de UK en Ierland is AARDAANSLUITING.
    De standaard instelling voor Australië, Nieuw Zeeland, Hong Kong, Singapore en
    Maleisië is ONDERBREKEN.
    ** AARDAANSLUITING is niet beschikbaar voor Australië, Nieuw Zeeland, Hong Kong,
    Singapore en Maleisië.

    Hoofdstuk 3

    Opslaan van informatie

    3-9

    Opslaan van
    informatie

    Volg deze procedure voor het vastleggen van het PBX toegangstype en het
    nummer van de buitenlijn onder de R toets:



  • Page 42

    ¶ Indien u in stap 8 ONDERBREKEN of
    AARDAANSLUITING* heeft geselecteerd:
    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    M-TOETS FUNCTIE
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    ¶ Indien u in stap 8 BUITENLIJN heeft geselecteerd:
    9

    Druk op Instellen.

    10

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    nummer van de buitenlijn in te
    voeren (max. 19 cijfers).

    Voorbeeld:

    11

    Druk op Nummerherhaling/Pauze om
    een pauze in te voeren.

    Voorbeeld:



    123456

    123456P

    De pauze duurt 10 seconden.

    12

    Druk op Instellen.

    13

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    M-TOETS FUNCTIE
    Voorbeeld:

    15.00

    Fax

    ** AARDAANSLUITING is niet beschikbaar voor Australië, Nieuw Zeeland, Hong Kong,
    Singapore en Maleisië.
    ** Deze melding varieert, afhankelijk van het land van aankoop.

    3-10 Opslaan van informatie

    Hoofdstuk 3



  • Page 43

    Hoofdstuk 4
    Behandelen van
    documenten
    Documenten geschikt voor verzending ................................................
    • Scanvlak van een document ............................................................

    4-2
    4-2



    Plaatsen van documenten .....................................................................
    • Pagina’s toevoegen aan een document in de ADF .........................

    4-3
    4-4

    Behandelen van
    documenten



    Hoofdstuk 4

    Behandelen van documenten

    4-1



  • Page 44

    Documenten geschikt voor verzending
    De documenten die u in de ADF plaatst voor verzending en kopiëren dienen aan de
    volgende eisen te voldoen:
    Document dat uit één pagina bestaat

    Document dat uit meerdere pagina’s van
    dezelfde dikte en met hetzelfde gewicht bestaat

    Formaat

    Max. 216 mm × ca. 1 m

    Max. 216 × 355,6 mm

    (B × L)

    Min. 148 × 105 mm

    Min. 148 × 105 mm

    Aantal

    1 pagina

    Max. 20 A4- of letter-formaat vellen*
    Max. 10 legal-formaat vellen*

    Dikte

    0,06 tot 0,23 mm

    0,06 tot 0,13 mm

    Gewicht

    35 tot 240 g/m2

    40 tot 90 g/m2




    Documenten die problemen veroorzaken

    Om papierstoringen in de ADF te voorkomen, dient u nooit de volgende typen
    documenten in de fax te plaatsen:

    • Gekreukeld of gevouwen papier
    • Gekruld of opgerold papier
    • Gescheurd papier






    • Carbon papier of papier met een
    carbonrug
    • Papier met een coating
    • Dun papier

    Verwijder alle nietjes, paperclips, etc. voordat u het document in de ADF plaatst.
    Laat lijm, inkt of correctievloeistof op het document volledig drogen voordat u het in
    de ADF plaatst.
    Heeft u een document dat niet goed in de FAX-L280/L200 wordt ingevoerd, maakt
    dan eerst een fotokopie van dit document en gebruik de kopie in plaats van het
    origineel.
    Indien u een document wilt versturen dat u met uw fax heeft afgedrukt, zorg dan dat
    u de uitvoer voor de tekstzijde omlaag gebruikt bij het afdrukken van dat document
    (→ pag. 5-4).

    Scanvlak van een document
    Het gearceerde gebied toont het scanvlak
    van een document. Zorg dat de tekst en
    de afbeeldingen van uw document binnen
    dit vlak vallen.

    max. 4 mm

    A4

    max. 4 mm
    2

    * 75 g/m papier

    4-2 Behandelen van documenten

    max. 3 mm

    max. 3 mm

    Hoofdstuk 4



  • Page 45

    Plaatsen van documenten
    Volg deze procedure om documenten in de ADF te plaatsten:

    1

    Pas de documentgeleiders aan de
    breedte van het document aan.

    2

    Plaats de bovenzijde van het
    document, met de tekstzijde omlaag,
    voorzichtig in de ADF tot u een
    pieptoon hoort.


    Maak een nette stapel van een
    document dat uit meerdere
    pagina’s bestaat, zodat de randen
    recht liggen voordat u de stapel
    in de ADF plaatst.

    Het document kan nu worden gescand.



    Bij een document dat uit meerdere pagina’s bestaat, worden de pagina’s
    één voor één vanaf de onderzijde van de stapel ingevoerd.
    Wacht tot alle pagina’s van uw document zijn gescand alvorens met een
    nieuwe opdracht te starten.

    Behandelen van
    documenten



    ¶ Problemen met documenten die uit meerdere pagina’s
    bestaan

    Indien u problemen ondervindt bij de invoer van documenten die uit meerdere
    pagina’s bestaan vanuit de ADF, verwijder dan de stapel en klop ermee op een
    tafel tot de randen goed recht liggen. “Waaier” de stapel vervolgens iets, zodat
    de de voorranden iets verschuiven ten opzichte van elkaar en plaats de stapel in
    de ADF.

    Om problemen bij de invoer te voorkomen, dient u te zorgen dat de
    documenten geschikt zijn voor verzending (→ pag. 4-2).

    Hoofdstuk 4

    Behandelen van documenten

    4-3



  • Page 46

    Pagina’s toevoegen aan een document in de ADF
    Wanneer u pagina’s aan het document in de ADF dient toe te voegen, wacht
    dan tot de laatste pagina wordt ingevoerd en plaats dan max. 20 extra pagina’s
    (10 legal-formaat). De laatste en eerste pagina dienen elkaar ca. 2,5 cm te
    overlappen.

    2.5 cm

    4-4 Behandelen van documenten

    Hoofdstuk 4



  • Page 47

    Hoofdstuk 5
    Behandeling van
    papier
    Eisen die aan papier worden gesteld ....................................................
    • Afdrukvlak .......................................................................................

    5-2
    5-3



    Papier kiezen voor uw fax ....................................................................

    5-3



    Bijvullen van papier .............................................................................

    5-3



    Selecteren van de papieruitvoer voor tekstzijde omhoog of omlaag ...

    5-4



    Wijzigen van de instelling voor het papierformaat ..............................

    5-7



    Aanpassen van de tonerbesparingsinstelling ........................................

    5-9

    Behandeling van
    papier



    Hoofdstuk 5

    Behandeling van papier

    5-1



  • Page 48

    Eisen die aan papier worden gesteld
    U kunt de volgende papierformaten op het MP-blad plaatsen:
    Papierformaatinstelling

    A4

    Afmetingen (B × L)

    Gewicht

    Aantal

    Min. 92,4 × 127 mm

    64-90 g/m2

    Max. stapelhoogte: 10

    Max. 216 × 356 mm

    1 vel: 64-105 g/m2

    mm

    210 × 297 mm
    (8.27 × 11.69 in.)

    LTR (Letter)

    (ca. 100 vellen of
    75 g/m2 papier)

    215.9 × 279.4 mm
    (8.5 × 11 in.)

    LGL (Legal)

    215.9 × 355.6 mm
    (8.5 × 14 in.)

    AANGEPAST1/

    216 × 317 mm t/m

    LANG*

    216 × 340 mm*

    AANGEPAST2/

    216 × 254 mm t/m

    KORT*

    216 × 285 mm*

    Wanneer u heeft besloten welk papier u wilt gebruiken, dient u het volgende te
    doen:
    ❏ Controleer of het papier geschikt is voor de fax (→ pag. 5-3).
    ❏ Controleer of de papierformaatinstelling van het MP-blad is ingesteld voor
    het papierformaat dat u gaat gebruiken (→ pag. 5-7).
    ❏ Controleer of de papieruitvoer correct is ingesteld voor de taak die u wilt
    uitvoeren (→ pag. 5-4).
    ❏ Controleer of u het papier correct op het MP-blad heeft geplaatst (→ pag.
    2-14).

    * Voor deze instelling kan het nodig zijn minder vellen papier te plaatsen.

    5-2 Behandeling van papier

    Hoofdstuk 5



  • Page 49

    Afdrukvlak
    Het gearceerde gebied toont het
    afdrukvlak van A4-formaat
    papier.

    max. 4 mm

    INVOERRICHTING

    A4

    max. 10 mm

    max. 4 mm

    max. 5 mm

    Papier kiezen voor uw fax
    Volg deze aanwijzingen wanneer normaal papier is geselecteerd:
    ❏ Om papierstoringen op het MP-blad te voorkomen, dient u geen van de
    volgende papiertypen te gebruiken:
    • Gekreukeld of gevouwen papier
    • Papier met een coating
    • Vochtig papier

    Op de volgende papiertypen wordt niet goed afgedrukt:
    • Papier met een grove textuur
    • Glanzend papier






    • Zeer zacht papier

    Zorg dat het papier vrij is van stof en vetvlekken.
    Zorg dat u het papier eerst test alvorens grote hoeveelheden aan te
    schaffen.
    Bewaar het papier in de verpakking en op een vlakke ondergrond tot u het
    gaat gebruiken. Bewaar geopende pakken papier in de oorspronkelijke
    verpakking, op een koele, droge plaats.
    Bewaar het papier bij temperaturen van 18°-24°C en een relatieve
    vochtigheid van 40%-60%.

    Bijvullen van papier
    Zie pag. 2-14 voor instructies met betrekking tot het bijvullen van papier op het
    MP-blad.

    Hoofdstuk 5

    Behandeling van papier

    5-3

    Behandeling van
    papier



    • Gekruld of opgerold papier
    • Gescheurd papier
    • Overtrekpapier of zeer dun papier



  • Page 50

    Selecteren van de papieruitvoer voor tekstzijde
    omhoog of omlaag
    ¶ Papierbaan

    Inzicht in hoe het papier door de fax wordt gevoerd, zal u helpen vast te stellen
    welke papieruitvoeropening geschikt is voor de uit te voeren taak.
    Allereerst wordt het papier door de tonercartridge geleid, waar een laserstraal
    de af te drukken afbeelding op de drum ”tekent". Vervolgens brengt de drum
    de toner aan op het papier. Het papier wordt door de fixeereenheid geleid en de
    toner wordt daar in het papier “gebrand”. Vervolgens verlaat het papier de fax
    door de uitvoeropening voor tekstzijde omhoog (aan de voorzijde van de fax)
    of de uitvoeropening voor tekstzijde omlaag (bovenop de fax).

    Uitvoer met tekstzijde
    naar beneden

    Papieruitvoerschakelaar

    Uitvoer met tekstzijde naar boven

    5-4 Behandeling van papier

    Hoofdstuk 5



  • Page 51

    ¶ Kiezen van papieruitvoer

    Voordat u de papieruitvoer selecteert, dient u kennis te nemen van het
    volgende:
    ❏ Stel de papieruitvoer selectiehendel altijd in voordat u gaat afdrukken
    (→ hieronder).
    ❏ Wijzigen van de papieruitvoer terwijl de fax afdrukt, zal problemen
    veroorzaken. Wacht tot de afdruk de fax volledig heeft verlaten voordat u
    de papieruitvoer wijzigt.
    ❏ De uitvoeropening voor tekstzijde omlaag heeft een capaciteit van ca. 50
    vellen papier. Om papierstoringen te voorkomen, dient u het papier bij
    deze opening te verwijderen voordat de stapel 50 vellen dik is.
    ❏ Zorg dat bij de uitvoer met tekstzijde naar boven voldoende ruimte is om
    het papier uit het faxapparaat te laten verschijnen. Verwijder elk vel zodra
    het door deze opening wordt uitgevoerd.
    ❏ Trek nooit aan het papier terwijl dit nog uit het faxapparaat komt.
    Kies de papieruitvoer die geschikt is voor de uit te voeren taak.
    Selecteer de papieruitvoer voor tekstzijde omhoog of omlaag met de
    papieruitvoer selectiehendel.

    .

    UITVOER MET
    TEKSTZIJDE
    OMHOOG ( )
    .

    Bij het gebruik van de uitvoer voor tekstzijde omhoog dient u elk vel te
    verwijderen zodra het is uitgevoerd.
    Doet u dit niet, dan kan dit papierstoringen veroorzaken in de uitvoeropening voor
    beeldzijde omhoog waardoor de fax kan beschadigen.

    Hoofdstuk 5

    Behandeling van papier

    5-5

    Behandeling van
    papier

    UITVOER MET
    TEKSTZIJDE
    OMLAAG ( )



  • Page 52

    U kunt de papieruitvoer voor tekstzijde
    omhoog ook gebruiken om te kopiëren of
    voor het ontvangen van een groot aantal
    pagina’s. Plaats de fax in deze situatie aan
    de rand van een tafel, zodat de pagina’s
    omlaag kunnen vallen en de
    uitvoeropening voor beeldzijde omhoog
    niet kunnen blokkeren. Desgewenst kunt u
    een doos onder de fax plaatsen waarin de
    pagina’s kunnen worden opgevangen.

    5-6 Behandeling van papier

    Hoofdstuk 5



  • Page 53

    Wijzigen van de instelling voor het papierformaat
    Het MP-blad is door de fabriek ingesteld voor het plaatsen van A4-formaat
    papier. Indien u een ander papierformaat wilt plaatsen (→pag. 5-2), volgt u
    deze procedure voor het wijzigen van de papierformaatinstelling:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om
    PRINTERINSTELLINGEN te
    selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om
    PAPIERFORMAAT te selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    om het gewenste
    papierformaat voor het MP-blad te
    selecteren.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .

    .



    GEBRUIKERSINST.

    .

    PRINTER INSTEL.

    RX VERKLEINING

    .

    KIES PAPIERFORM.
    Voorbeeld:

    A4

    .

    U kunt uit de volgende
    papierformaten kiezen:

    A4 (standaard)

    LTR

    LGL

    AANGEPAST
    Zie pag. 5-2 voor meer informatie
    over papierformaten.

    ¶ Indien u in stap 8 A4, LTR of LGL heeft geselecteerd:
    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    ECONOMISCH PRINT
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    ¶ Indien u in stap 8 AANGEPAST heeft geselecteerd:
    9

    Hoofdstuk 5

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    AANGEPAST1/LANG

    Behandeling van papier

    5-7

    Behandeling van
    papier



    GEGEVENSREGISTR.



  • Page 54

    10

    Gebruik



    .

    of

    .

    om de aangepaste papierformaatinstelling te selecteren.

    U kunt uit de volgende papierformaten kiezen:

    AANGEPAST1/LANG (standaard)

    AANGEPAST2/KORT
    Zie pag. 5-2 voor meer informatie over de bovengenoemde
    papierformaten.

    11

    Druk op Instellen.

    12

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    5-8 Behandeling van papier

    ECONOMISCH PRINT
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Hoofdstuk 5



  • Page 55

    Aanpassen van de tonerbesparingsinstelling
    Door het inschakelen van de tonerbesparingsinstelling kunt u het tonerverbruik
    met ca. 30% tot 40% reduceren. Dit verlengt de levensduur van de
    tonercartridge.
    Door deze instelling in te schakelen, zal de afdrukkwaliteit afnemen. Voor
    maximale afdrukkwaliteit dient u deze functie uit te schakelen.

    Volg deze procedure voor het in- of uitschakelen van de
    tonerbesparingsinstelling:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om
    PRINTERINSTELLINGEN te
    selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om ECONOMISCH
    PRINT te selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    instelling te selecteren.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .

    .

    Hoofdstuk 5

    GEBRUIKERSINST.

    .

    PRINTER INSTEL.

    RX VERKLEINING

    .

    ECONOMISCH PRINT
    Voorbeeld:

    UIT

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    AAN (inschakelen
    tonerbesparing)

    UIT (uitschakelen
    tonerbesparing)

    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Behandeling van
    papier



    GEGEVENSREGISTR.

    TONER BIJVULLEN
    Voorbeeld:

    15:00

    Behandeling van papier

    Fax

    5-9



  • Page 56

    5-10 Behandeling van papier

    Hoofdstuk 5



  • Page 57

    Hoofdstuk 6
    Snelkiezen
    Wat is snelkiezen? .................................................................................
    • Methoden voor snelkiezen ...............................................................

    6-2
    6-2



    Vastleggen van snelkiezen ....................................................................

    6-3



    Vastleggen van verkort kiezen ..............................................................

    6-8



    Vastleggen van groepskiezen ................................................................

    6-13



    Gebruik van verkort kiezen .................................................................
    • Verzenden van een document via snelkiezen ...................................
    • Een telefoongesprek voeren via snelkiezen ......................................

    6-16
    6-16
    6-17



    Afdrukken van lijsten met snelkiesnummers ........................................

    6-18

    Snelkiezen



    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-1



  • Page 58

    Wat is snelkiezen?
    In plaats van een fax- of telefoonnummer volgens de conventionele kiesmethode
    (d.w.z. via de numerieke toetsen) te kiezen, kunt u de kiesprocedure
    vereenvoudigen door het fax-/telefoonnummer vast te leggen voor snelkiezen.
    Hiermee reduceert u het aantal toetsen dat u dient in te drukken om het
    fax-/telefoonnummer te kiezen en dit is vooral handig bij veel gebruikte
    nummers.
    Met snelkiezen is het eveneens mogelijk verschillende faxnummers onder één
    snelkiestoets of verkortkiestoets op te slaan, zodat u in één handeling een
    document naar al deze faxnummers kunt verzenden.
    Zie hieronder voor meer informatie over de verschillende methoden voor
    snelkiezen.

    Methoden voor snelkiezen
    Uw fax biedt de volgende methoden voor snelkiezen:


    Snelkiezen (→ pag. 6-3)
    Sla een fax-/telefoonnummer op onder een snelkiestoets, zodat u slechts één
    toets hoeft in te drukken om dat fax-/telefoonnummer te kiezen.
    Er zijn 24 snelkiestoetsen beschikbaar om fax-/telefoonnummers op te
    slaan.



    Verkort kiezen (→ pag. 6-8)
    Sla een fax-/telefoonnummer op onder een verkortkiescode, zodat u alleen
    maar op Verkort kiezen hoeft te drukken en de opgeslagen tweecijferige
    code hoeft in te voeren (met de numerieke toetsen) om dat
    fax-/telefoonnummer te kiezen.
    Er zijn 100 nummers beschikbaar om fax-/telefoonnummers op te slaan.



    6-2 Snelkiezen

    Groepskiezen (→ pag. 6-13)
    “Groepeer” max. 123 faxnummers, zodat u in één snelle handeling
    documenten naar deze faxnummers kunt verzenden. Een groep wordt
    opgeslagen onder een snelkiestoets of een verkortkiescode.

    Hoofdstuk 6



  • Page 59

    Opslaan van nummers voor van snelkiezen
    Door een fax-/telefoonnummer onder een snelkiestoets op te slaan, kunt u het
    kiezen van dat nummer vereenvoudigen tot één druk op een toets.
    Bij het opslaan van nummers voor snelkiezen, dient u:
    ❏ één van de 24 snelkiestoetsen aan het fax-/telefoonnummer dat u wilt
    opslaan toe te wijzen.
    ❏ het fax-/telefoonnummer onder die snelkiestoets op te slaan.
    ❏ een naam voor de snelkiestoets op te slaan. Deze naam verschijnt in lijsten
    met snelkiesnummers, in rapporten en aan de bovenzijde van het faxbericht
    bij de geadresseerde, indien u vanuit het geheugen verzendt (→ pag. 7-5).
    ❏ de verzendmethode in te stellen voor het door u opgeslagen faxnummer. U
    kunt een sub-adres en/of een password instellen, indien de fax van de
    andere partij deze instellingen vereist.
    Volg deze procedure om een nummer voor snelkiezen op te slaan:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om TEL.
    REGISTRATIE te selecteren.

    4

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    GEGEVENSREGISTR.

    .

    TEL. REGISTRATIE
    SNELKIEZEN
    Voorbeeld:

    01=

    5

    Gebruik
    of
    om de snelkiestoets
    (01 t/m 24) te selecteren waaronder u
    het fax-/telefoonnummer wilt opslaan.
    .





    6

    .

    Voorbeeld:

    04=

    Indien een snelkiestoets al in
    gebruik is, verschijnt het nummer
    dat onder deze toets is opgeslagen
    op het display.
    Indien een groep al onder een
    snelkiestoets is opgeslagen,
    verschijnt GROEPSKIEZEN op het
    display.

    Druk tweemaal op Instellen.

    TELEFOONNUMMER
    Voorbeeld:

    Snelkiezen

    TEL=_

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-3



  • Page 60

    7

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    fax-/telefoonnummer dat u wilt
    opslaan in te voeren (max. 120 cijfers,
    inclusief spaties en pauzes).





    Voorbeeld:

    TEL=20 545 8545_

    Om een spatie in te voeren, drukt
    u op Spatie. Spaties zijn optioneel
    en kunnen tijdens het kiezen
    worden overgeslagen.
    Om een pauze in te voeren, drukt
    u op Nummerherhaling/Pauze
    (→ pag. 9-2).
    Om een verkeerd ingevoerd cijfer
    om
    te corrigeren, drukt u op
    het meest rechtse cijfer te wissen.
    Als alternatief kunt u op Wissen
    drukken om het complete nummer
    te wissen.
    Om snelkiezen te annuleren voor
    de door u geselecteerde toets,
    drukt u op Wissen en vervolgens
    op Instellen. Druk op Stop om
    terug te keren naar de standby
    mode. Het onder die toets
    opgeslagen fax-/telefoonnummer
    en de bijbehorende naam zullen
    worden gewist.
    Indien u al een nummer heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan slaat u deze stap over.
    .





    8

    Druk tweemaal op Instellen.

    DATA INVOER OK
    NAAM
    Voorbeeld:

    9

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    naam in te voeren voor de
    snelkiestoets (max. 16 tekens, inclusief
    spaties).



    10

    _

    :A

    Canon EUROP_
    A

    :A

    Voorbeeld:

    Zie pag. 3-2 indien u niet zeker
    weet hoe u tekens in dient te
    voeren.
    Indien u al een naam heeft
    opgeslagen die u wilt bewaren, dan
    slaat u deze stap over.

    Druk op Instellen.

    DATA INVOER OK
    OPTIONELE INST.

    6-4 Snelkiezen

    Hoofdstuk 6



  • Page 61

    11

    Hiermee zijn de basisinstellingen voor
    snelkiezen afgerond.
    Om door te gaan met het opslaan van
    nummers onder andere snelkiestoetsen,
    drukt u op Gegevensregistratie en
    herhaalt u de procedure vanaf stap 5.
    - of Om het opslaan van nummers onder
    snelkiestoetsen te beëindigen, drukt u
    op Stop om terug te keren naar de
    standby mode.
    - of Om de verzendmethode vast te leggen
    voor de toets waaronder u een nummer
    opslaat, kunt u doorgaan met de
    onderstaande stappen.

    Voorbeeld:

    12

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    13

    Gebruik
    of
    selecteren.

    14

    Druk tweemaal op Instellen.

    .

    .

    05=

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    UIT

    om AAN te

    AAN
    TX TYPE
    Voorbeeld:

    NORMALE TX

    15

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    verzendmethode te selecteren.
    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    NORMALE TX
    Normale verzending. (Kies
    deze instelling indien u eerder
    PSWD/SUB-ADRES heeft
    ingesteld en u deze instelling
    niet langer wilt gebruiken.)

    PSWD/SUB-ADRES
    Verzending met een sub-adres
    en/of een password. Zie de
    volgende pagina voor meer
    informatie.

    Snelkiezen



    .

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-5



  • Page 62

    ¶ Indien u in stap 15 NORMALE TX heeft geselecteerd:
    Voorbeeld:
    16 Druk op Instellen.
    05=
    17

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    ¶ Indien u in stap 15 PSWD/SUB-ADRES heeft geselecteerd:

    De fax van de andere partij vereist wellicht een standaard ITU-Tsub-adres en/of
    password voor het ontvangen van faxberichten. Het sub-adres/password dat u
    hier opslaat dient exact overeen te komen met het sub-adres/password dat in de
    fax van de andere partij is opgeslagen. Neem contact op met de andere partij
    om de instellingen te controleren.
    Wanneer u faxberichten met een sub-adres/password verzendt, dan kan de fax
    van de andere partij het faxbericht uitsluitend ontvangen wanneer uw
    sub-adres/password overeenkomt met dat van de andere partij. De fax van de
    andere partij behandelt het ontvangen faxbericht dan overeenkomstig de
    gebruikte functie.
    U dient eveneens een sub-adres/password op te slaan bij polling van een fax
    waarvoor deze instellingen vereist zijn (→ pag. 9-10).
    Ga door met onderstaande stappen om een sub-adres/password op te slaan:

    16

    Druk tweemaal op Instellen.

    SUB-ADRES
    Voorbeeld:

    17

    Indien een sub-adres is vereist,
    gebruik dan de numerieke toetsen om
    het in te voeren.



    18

    Voorbeeld:

    1234

    Indien geen sub-adres is vereist,
    dan kunt u deze stap overslaan.
    Indien u al een sub-adres heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan kunt u deze stap overslaan.

    Druk tweemaal op Instellen.

    PASSWORD
    Voorbeeld:

    19

    Indien een password is vereist,
    gebruik dan de numerieke toetsen om
    het in te voeren.



    6-6 Snelkiezen

    Voorbeeld:

    4321

    Indien geen password is vereist,
    dan kunt u deze stap overslaan.
    Indien u al een password heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan kunt u deze stap overslaan.

    Hoofdstuk 6



  • Page 63

    20

    Druk op Instellen.

    21

    Om door te gaan met het opslaan van
    nummers onder andere snelkiestoetsen,
    herhaalt u de procedure vanaf stap 5.
    - of Druk op Stop om terug te keren naar
    standby mode.



    05=

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Gebruik de bij uw fax geleverde bestemmingsetiketten om de
    snelkiestoetsen te markeren. Plak de etiketten boven elke overeenkomende
    toets.
    Om de ingevoerde informatie te controleren, kunt u een lijst met alle voor
    snelkiezen opgeslagen nummers en namen afdrukken (→ pag. 6-18).

    Snelkiezen



    Voorbeeld:

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-7



  • Page 64

    Opslaan van nummers voor verkort kiezen
    Door een fax-/telefoonnummer onder een verkortkiescode op te slaan, kunt u
    het kiezen van dat nummer vereenvoudigen tot het drukken op Verkort kiezen
    en het invoeren van de opgeslagen tweecijferige code.
    Bij het opslaan van nummers voor verkort kiezen, dient u:
    ❏ één van de 100 codes aan het fax-/telefoonnummer dat u wilt opslaan toe
    te wijzen.
    ❏ het fax-/telefoonnummer onder die verkortkiescode op te slaan.
    ❏ een naam voor de verkortkiescode op te slaan. Deze naam verschijnt in
    lijsten met snelkiesnummers, in rapporten en aan de bovenzijde van het
    faxbericht bij de geadresseerde, indien u vanuit het geheugen verzendt
    (→ pag. 7-5).
    ❏ de verzendmethode in te stellen voor het door u opgeslagen faxnummer. U
    kunt een sub-adres en/of een password instellen, indien de fax van de
    andere partij deze instellingen vereist.
    Volg deze procedure om een nummer voor verkort kiezen op te slaan:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om
    TEL.REGISTRATIE te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    5

    Gebruik
    of
    om VERKORT
    KIEZEN te selecteren.

    6

    Druk Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .

    GEGEVENSREGISTR.

    .

    TEL.REGISTRATIE
    SNELKIEZEN

    .

    VERKORT KIEZEN
    Voorbeeld:

    @ 00=
    .

    7

    Gebruik
    of
    om de
    verkortkiescode (00 t/m 99 ) te
    selecteren waaronder u het
    fax-/telefoonnummer wilt opslaan.
    .







    6-8 Snelkiezen

    .

    Voorbeeld:

    @ 01=
    .

    Als alternatief kunt u op Verkort
    kiezen drukken en de numerieke
    toetsen gebruiken om de code in te
    voeren.
    Indien een verkortkiescode al in
    gebruik is, dan verschijnt het
    onder die toets opgeslagen
    nummer op het display.
    Indien al een groep onder de
    verkortkiescode is opgeslagen, dan
    verschijnt GROEPSKIEZEN op het
    display.

    Hoofdstuk 6



  • Page 65

    8

    Druk tweemaal op Instellen.

    TELEFOONNUMMER
    Voorbeeld:

    TEL=_

    9

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    fax-/telefoonnummer dat u wilt
    opslaan in te voeren (max. 120 cijfers,
    inclusief spaties en pauzes).





    Voorbeeld:

    TEL=3 3758 2111_

    Om een spatie in te voeren, drukt
    u op Spatie. Spaties zijn optioneel
    en kunnen tijdens het kiezen
    worden overgeslagen.
    Om een pauze in te voeren, drukt
    u op Nummerherhaling/Pauze
    (→ pag. 9-2).
    Om een verkeerd ingevoerd cijfer
    om
    te corrigeren, drukt u op
    het meest rechtse cijfer te wissen.
    Als alternatief kunt u op Wissen
    drukken om het complete nummer
    te wissen.
    Om verkort kiezen voor de door u
    geselecteerde code te annuleren,
    drukt u op Wissen en vervolgens
    op Instellen. Druk op Stop om
    terug te keren naar de standby
    mode. Het onder die code
    opgeslagen fax-/telefoonnummer
    en de bijbehorende naam zullen
    worden gewist.
    Indien u al een nummer heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan slaat u deze stap over.
    .





    10

    Druk tweemaal op Instellen.

    DATA INVOER OK
    NAAM
    Voorbeeld:

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    naam voor de verkortkiescode in te
    voeren (max. 16 tekens, inclusief
    spaties).



    Hoofdstuk 6

    :A

    Canon Inc_
    .

    :a

    Voorbeeld:

    Zie pag. 3-2 indien u niet zeker
    weet hoe u tekens in dient te
    voeren.
    Indien u al een naam heeft
    opgeslagen die u wilt bewaren, dan
    slaat u deze stap over.

    Snelkiezen

    11

    _

    Snelkiezen

    6-9



  • Page 66

    12

    Druk op Instellen.

    DATA INVOER OK
    OPTIONELE INST.

    13

    Hiermee zijn de basisinstellingen voor
    snelkiezen afgerond.
    Om door te gaan met het opslaan van
    nummers onder andere
    verkortkiescodes, drukt u op
    Gegevensregistratie en herhaalt u de
    procedure vanaf stap 7.
    - of Om het opslaan van verkortkiescodes
    te beëindigen, drukt u op Stop om
    terug te keren naar de standby mode.
    - of Om de verzendmethode vast te leggen
    voor de toets waaronder u een nummer
    opslaat, kunt u doorgaan met de
    onderstaande stappen.

    14

    Druk op Instellen.

    15

    Gebruik
    of
    selecteren.

    16

    Druk tweemaal op Instellen.

    .

    .

    Voorbeeld:

    @ 02=
    .

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Voorbeeld:

    UIT

    om AAN te

    AAN
    TYPE TX
    Voorbeeld:

    NORMALE TX

    17

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    verzendmethode te selecteren.
    .



    6-10 Snelkiezen

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    NORMALE TX
    Normale verzending. (Kies
    deze instelling indien u eerder
    PSWD/SUB-ADRES heeft
    ingesteld en u deze instelling
    niet langer wilt gebruiken.)

    PSWD/SUB-ADRES
    Verzending met een sub-adres
    en/of password. Zie de
    volgende pagina voor meer
    informatie.

    Hoofdstuk 6



  • Page 67

    ¶ Indien u in stap 17 NORMALE TX heeft geselecteerd:
    Voorbeeld:
    18 Druk op Instellen.
    @ 02=
    .

    19

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    ¶ Indien u in stap 17 PSWD/SUB-ADRES heeft geselecteerd:

    De fax van de andere partij vereist wellicht een standaard ITU-T sub-adres
    en/of password voor het ontvangen van faxberichten. Het sub-adres/password
    dat u hier opslaat dient exact overeen te komen met het sub-adres/password dat
    in de fax van de andere partij is opgeslagen. Neem contact op met de andere
    partij om de instellingen te controleren.
    Wanneer u faxberichten met een sub-adres/password verzendt, dan kan de fax
    van de andere partij het faxbericht uitsluitend ontvangen wanneer uw
    sub-adres/password overeenkomt met dat van de andere partij. De fax van de
    andere partij behandelt het ontvangen faxbericht dan overeenkomstig de
    gebruikte functie.
    U dient eveneens een sub-adres/password op te slaan bij polling van een fax
    waarvoor deze instellingen vereist zijn (→ pag. 9-10).
    Ga door met onderstaande stappen om een sub-adres/password op te slaan:

    18

    Druk tweemaal op Instellen.

    SUB-ADRES
    Voorbeeld:

    19

    Indien een sub-adres is vereist,
    gebruik dan de numerieke toetsen om
    dit in te voeren.



    20

    Voorbeeld:

    1234

    Indien geen sub-adres is vereistdan
    kunt u deze stap overslaan.
    Indien u al een sub-adres heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan slaat u deze stap over.

    Druk tweemaal op Instellen.

    PASSWORD
    Voorbeeld:

    Indien een password is vereist,
    gebruik dan de numerieke toetsen om
    dit in te voeren.



    Hoofdstuk 6

    Voorbeeld:

    4321
    Snelkiezen

    21

    Indien geen password is vereistdan
    kunt u deze stap overslaan.
    Indien u al een password heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan slaat u deze stap over.

    Snelkiezen

    6-11



  • Page 68

    22

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    @ 02=
    .

    23

    Om door te gaan met het opslaan van
    nummers onder andere
    verkortkiescodes, herhaalt u de
    procedure vanaf stap 7.
    - of Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Om de ingevoerde informatie te controleren, kunt u een lijst met alle voor
    verkort kiezen opgeslagen nummers en namen afdrukken (→ pag. 6-18). U kunt
    deze lijst 0.voor toekomstig gebruik bij uw fax bewaren.

    6-12 Snelkiezen

    Hoofdstuk 6



  • Page 69

    Opslaan van nummers voor groepskiezen
    Wanneer u regelmatig documenten naar dezelfde groep faxnummers verzendt,
    kunt u deze nummers “groeperen” onder een snelkiestoets of een
    verkortkiescode. Met één snelle, eenvoudige handeling kunt u het faxbericht
    dan naar alle faxnummers in deze groep verzenden.
    Wanneer u nummers voor groepskiezen opslaat, dient u:
    ❏ een snelkiestoets of een verkortkiescode aan de groep faxnummers die u
    wilt opslaan toe te wijzen.
    ❏ max. 123 faxnummers onder die toets of code te groeperen. De
    faxnummers dienen al te zijn opgeslagen voor snelkiezen of verkort kiezen
    (u kunt de faxnummers bijvoorbeeld niet invoeren met de numerieke
    toetsen).
    ❏ een naam voor de groep op te slaan. Deze naam verschijnt in lijsten met
    snelkiesnummers.
    Volg deze procedure voor het opslaan van nummers voor groepskiezen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om
    TEL.REGISTRATIE te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    5

    Gebruik
    of
    om
    GROEPSKIEZEN te selecteren.

    6

    Druk op Instellen.

    7

    Selecteer een snelkiestoets of een
    verkortkiescode waaronder u de groep
    wilt opslaan.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .



    SNELKIEZEN

    .

    GROEPSKIEZEN
    Voorbeeld:

    01=SNELKIEZEN

    Om een groep onder een
    snelkiestoets op te slaan:
    of
    om de
    Gebruik
    snelkiestoets (01 t/m 24 )
    waaronder u de groep wilt opslaan
    te selecteren.

    Indien een snelkiestoets al in
    gebruik is, verschijnt
    SNELKIEZEN of
    GROEPSKIEZEN op het
    display.
    .

    Hoofdstuk 6

    TEL.REGISTRATIE

    .

    Voorbeeld:

    03=

    Snelkiezen

    .

    GEGEVENSREGISTR.

    Snelkiezen

    6-13



  • Page 70



    Om een groep onder een
    verkortkiescode op te slaan:
    Druk op Verkort kiezen en
    gebruik vervolgens de numerieke
    toetsen om de verkortkiescode in
    te voeren (00 t/m 99) waaronder u
    de groep wilt opslaan.


    Voorbeeld:

    @ 21=
    .

    Indien een verkortkiescode al in
    gebruik is, verschijnt VERKORT
    KIEZEN of GROEPSKIEZEN op
    het display.

    Indien u een groep onder een toets of code die al in gebruik is voor snelkiezen
    wilt opslaan, dan dient u de eerder opgeslagen informatie eerst te wissen (→ pag.
    6-3, 6-8).

    8

    Druk tweemaal op Instellen.

    TELEFOONNUMMER
    Voorbeeld:

    TEL=

    9

    Voer de snelkies- en/of verkort
    kiesnummers in die u in de groep wilt
    opslaan.




    Om een voor snelkiezen opgeslagen
    faxnummer in te voeren:
    Druk op de snelkiestoets(en) die
    zijn toegewezen aan de
    nummer(s) die u in de groep wilt
    opslaan.
    Om een voor verkort kiezen
    opgeslagen faxnummer in te voeren:
    Druk op Verkort kiezen en
    gebruik vervolgens de numerieke
    toetsen om de aan het nummer dat
    u wilt opslaan in de groep
    toegewezen tweecijferige code in te
    voeren. Herhaal de procedure voor
    andere codes.





    6-14 Snelkiezen

    Voorbeeld:

    01=905 795 1111

    Voorbeeld:

    @ 01=03 3758 2111
    .

    Het nummer dat onder de ingevoerde toets of code is opgeslagen, verschijnt
    op het display.
    U kunt ook onder toetsen of codes opgeslagen groepen invoeren. In deze
    situatie verschijnt GROEPSKIEZEN op het display.
    U kunt geen nummers invoeren die niet zijn opgeslagen voor snelkiezen of
    verkort kiezen (d.w.z. met de numerieke toetsen).

    Hoofdstuk 6



  • Page 71




    Om faxnummers aan een eerder opgeslagen groep toe te voegen, voert u ze
    gewoon in zoals in deze stap is beschreven.
    Als u een verkeerde bestemming invoert of als u een in de groep opgeslagen
    bestemming wilt wissen, gebruikt u
    of
    om de betreffende invoer te
    selecteren en drukt u vervolgens op Wissen.
    Om groepskiezen voor de geselecteerde toets of code te annuleren, drukt u
    op Wissen tot alle invoeren zijn gewist en drukt u vervolgens op Instellen.
    Druk op Stop om terug te keren naar de standby mode. Alle onder die
    toets of code opgeslagen faxnummers en de naam van de groep zullen
    worden gewist.
    .



    10

    .

    Druk tweemaal op Instellen.

    NAAM
    Voorbeeld:

    _

    11

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    naam voor de groep in te voeren
    (max.16 tekens, inclusief spaties).



    12

    :A

    Voorbeeld:

    Canon GROUP 2_ :1

    Zie pag. 3-2 indien u niet zeker weet
    hoe u tekens dient in te voeren.
    Indien u al een naam heeft opgeslagen
    die u wilt bewaren, dan slaat u deze
    stap over.

    Druk op Instellen.

    DATA INVOER OK
    Voorbeeld:

    04=SNELKIEZEN

    13



    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Indien u groepen onder de snelkiestoetsen heeft opgeslagen, gebruik dan bij uw fax
    geleverde de bestemmingsetiketten om de toetsen te markeren. Plak de etiketten boven
    elke overeenkomende toets.
    Om de ingevoerde informatie te controleren, kunt u een lijst met alle voor
    groepskiezen opgeslagen nummers en namen afdrukken (→ pag. 6-18). U kunt deze
    lijst voor toekomstig gebruik bij uw fax bewaren.

    Snelkiezen



    Om door te gaan met het opslaan van
    andere groepen, herhaalt u de
    procedure vanaf stap 7.
    - of Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-15



  • Page 72

    Gebruik van verkort kiezen
    Heeft u de fax-/telefoonnummer voor snelkiezen (→ pag. 6-3), verkort kiezen
    (→ pag. 6-8) of groepskiezen (→ pag. 6-13) eenmaal opgeslagen, dan kunt u
    documenten verzenden of telefoneren via snelkiezen.

    Verzenden van een document via snelkiezen
    Volg deze procedure om een document te verzenden via snelkiezen, verkort
    kiezen of groepskiezen:

    1

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).



    2

    Zie pag. 7-2, 7-3 voor het aanpassen
    van de resolutie en het contrast.
    Het document kan wellicht niet
    worden verzonden als het gebruikte
    geheugen (wordt weergegeven op het
    display) bijna 100% is. Om meer
    faxgeheugen vrij te maken dient u in het
    geheugen opgeslagen documenten af te
    drukken te verzenden of te wissen
    (→ pag. 9-5).

    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    Druk op de aan het faxnummer of de
    groep toegewezen snelkiestoets of voer
    de betreffende verkortkiescode in voor
    de gewenste bestemming.



    Snelkiestoets:
    Druk op de gewenste snelkiestoets.
    Verkortkiescode:
    Druk Verkort kiezen en gebruik
    vervolgens op de numerieke
    toetsen om de gewenste
    tweecijferige code in te voeren.




    Als u een vergissing maakt, drukt
    u op Stop en herhaalt u deze stap.
    Op het display verschijnt GEEN
    TEL # indien er geen
    fax-/telefoonnummer of groep is
    toegewezen aan de door u
    ingedrukte snelkiestoets of
    ingevoerde code.
    .

    3

    Druk op Start/Kopie om het scannen
    voor verzending te starten of wacht een
    paar seconden tot de fax het scannen
    automatisch start.


    6-16 Snelkiezen

    Als u niet wilt dat de fax na een paar
    seconden automatisch gaat scannen,
    schakel de instelling AUTOM.START TX
    dan uit (→ pag. 14-6).

    Hoofdstuk 6



  • Page 73

    Telefoneren via snelkiezen
    Volg deze procedure om een telefoonnummer te kiezen dat is opgeslagen voor
    snelkiezen of verkort kiezen:

    1

    Zorg dat de optionele handset of een
    telefoon op uw fax is aangesloten
    (→ pag. 2-6).

    2

    Druk op Haak.


    3

    U kunt ook de handset optillen
    in plaats van op Haak te drukken.

    TEL=

    Druk op de aan het telefoonnummer
    toegewezen snelkiestoets of voer de
    betreffende verkortkiescode in om het
    gewenste telefoonnummer te kiezen.



    Snelkiestoets:
    Druk op de gewenste snelkiestoets.
    Verkortkiescode:
    Druk op Verkort kiezen en gebruik
    vervolgens de numerieke toetsen
    om de gewenste tweecijferige code
    in te voeren.

    Als u een vergissing maakt,
    druk dan op Haak of hang de
    handset op en begin opnieuw
    bij stap 2.

    Op het display verschijnt
    GEEN TEL # indien er geen
    fax-/telefoonnummer is
    toegewezen aan de door u
    ingedrukte snelkiestoets of
    code.

    Op het display verschijnt
    NIET BESCHIKBAAR indien
    u een aan een groep
    faxnummers toegewezen
    snelkiestoets indrukt of
    snelkiescode invoert.
    .

    Indien u hoort dat de andere partij de
    oproep beantwoordt, neemt u de hoorn
    op en kunt u het gesprek beginnen.

    5

    Wanneer het gesprek is beëindigd,
    hangt u de hoorn gewoon op.
    Snelkiezen

    4

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-17



  • Page 74

    Afdrukken van lijsten met snelkiesnummers
    Om de voor snelkiezen opgeslagen fax-/telefoonnummers en namen te
    controleren, kunt u de lijst met snelkiesnummers afdrukken. U kunt deze lijst
    bij uw fax bewaren voor toekomstig gebruik.
    Volg deze procedure voor het afdrukken van lijsten met snelkiesnummers:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om
    VERK.KIESLIJST te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    5

    Gebruik
    of
    om de lijst die u
    wilt afdrukken te selecteren.

    Druk op Rapport.

    .

    .

    .



    ACT. RAPPORT
    VERK. KIESLIJST
    SNELKIESLIJST

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    SNELKIESLIJST

    VERK. KIESLIJST

    SNELK. (DETAIL)

    VERK. (DETAIL)

    GROEPSKIESLIJST

    ¶ Indien u in stap 5 GROEPSKIESLIJST heeft geselecteerd:
    6

    Druk op Instellen.


    De fax drukt de lijst af.

    ¶ Indien u in stap 5 een andere lijst dan
    GROEPSKIESLIJST heeft geselecteerd:
    6 Druk op Instellen.

    VERZAMELDE UITV.
    JA=( @ )
    .

    7

    NEE=( # )
    .

    Selecteer in welke volgorde u de lijst
    wilt afdrukken.
    Druk op @ om de lijst met
    bestemmingsnamen (ID
    AANSLUITING op de rapporten) op
    alfabetische volgorde (gesorteerd) af te
    drukken.
    - of Druk op # om de lijst op volgorde van
    code of toets (niet-gesorteerd) af te
    drukken.
    .

    .



    De fax drukt de lijst af.

    Voorbeelden van de lijsten worden op de volgende pagina’s weergegeven.

    6-18 Snelkiezen

    Hoofdstuk 6



  • Page 75

    ¶ SNELKIESLIJST 1
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    27/12 2001

    CANON INC

    17:23

    001

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    SNELKIESLIJST 1

    NR.

    NR.
    [
    [
    [
    [
    [

    12]
    01]
    03]
    04]
    05]

    AANSLUITING TEL

    AANSLUITING ID

    TYPE TX

    2 887 0166
    905 795 1111
    GROEPSKIEZEN
    2 50921
    1 432 2060

    Canon AUSTRALIA
    CANON CANADA
    Canon GROeP 2
    Canon ITALIA
    Canon OPTICS

    NORMALE TX
    NORMALE TX
    NORMALE TX
    PSWD/SUBADRES

    INDIEN U IN STAP 7 OP @ DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    ALFABETISCHE VOLGORDE
    WEERGEGEVEN (GESORTEERD).

    INDIEN U IN STAP 7 OP # DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    TOETSVOLGORDE WEERGEGEVEN
    (NIET-GESORTEERD).
    .

    .

    ¶ SNELKIESLIJST 2 (gedetailleerde lijst)
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    27/12 2001

    CANON INC

    17:23

    FAX 123 4567

    001

    CANON INC

    001

    SNELKIESLIJST 2
    [

    12]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    2 887 0166
    Canon AUSTRALIA
    NORMALE TX

    [

    01]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    905 795 1111
    CANON CANADA
    NORMALE TX

    [

    03]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID

    GROEPSKIEZEN
    Canon GROEP 2

    [

    04]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    2 50921
    Canon ITALIA
    NORMALE TX

    [

    05]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX
    SUBADRES

    1 432 2060
    Canon OPTICS
    PSWD/SUBADRES
    1323

    INDIEN U IN STAP 7 OP # DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    TOETSVOLGORDE WEERGEGEVEN
    (NIET-GESORTEERD).
    .

    INDIEN U IN STAP 7 OP @ DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    ALFABETISCHE VOLGORDE
    WEERGEGEVEN (GESORTEERD).

    Snelkiezen

    .

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-19



  • Page 76

    ¶ VERKORT KIESLIJST 1
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    27/12 2001

    CANON INC

    17:23

    FAX 123 4567

    001

    CANON INC

    001

    VERKORT KIESLIJST 1

    NR.

    NR.
    [@
    [@
    [@
    [@
    [@
    [@

    00]
    02]
    21]
    01]
    03]
    32]

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    AANSLUITING TEL

    AANSLUITING ID

    TYPE TX

    2131 1250
    1 49 39 25 25
    GROEPSKIEZEN
    03 3758 2111
    516p488 6700
    81 773 3173

    CANON DEUTSCH.
    CANON FRANCE
    Canon GROEP 1
    Canon TOKYO
    CANON U.S.A.
    Canon UK

    NORMALE TX
    NORMALE TX
    NORMALE TX
    NORMALE TX
    PSWD/SUBADRES

    INDIEN U IN STAP 7 OP @ DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    ALFABETISCHE VOLGORDE
    WEERGEGEVEN (GESORTEERD).

    INDIEN U IN STAP 7 OP # DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    TOETSVOLGORDE WEERGEGEVEN
    (NIET-GESORTEERD).
    .

    .

    ¶ VERKORTKIESLIJST 2 (gedetailleerde lijst)
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    27/12 2001

    CANON INC

    17:23

    FAX 123 4567

    001

    CANON INC

    001

    VERKORT KIESLIJST 2

    [@

    00]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    2131 1250
    CANON DEUTSCH.
    NORMALE TX

    [@

    02]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    1 49 39 25 25
    CANON FRANCE
    NORMALE TX

    21]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID

    GROEPSKIEZEN
    Canon GROEP 1

    01]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    03 3758 2111
    Canon TOKYO
    NORMALE TX

    03]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX

    516p488 6700
    CANON U.S.A.
    NORMALE TX

    32]

    AANSLUITING TEL
    AANSLUITING ID
    TYPE TX
    SUBADRES

    81 773 3173
    Canon UK
    PSWD/SUBADRES
    1323

    .

    [@
    [@

    [@

    [@

    .

    .

    .

    .

    .

    INDIEN U IN STAP 7 OP # DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    TOETSVOLGORDE WEERGEGEVEN
    (NIET-GESORTEERD).
    .

    INDIEN U IN STAP 7 OP @ DRUKT (→ pag.
    6-18), WORDEN DE BESTEMMINGEN OP
    ALFABETISCHE VOLGORDE
    WEERGEGEVEN (GESORTEERD).
    .

    6-20 Snelkiezen

    Hoofdstuk 6



  • Page 77

    ¶ Lijst met groepskiesnummers
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    Lijst met groepskiesnummers

    [

    03] Canon GROEP 2

    [@

    .

    21] Canon GROEP 1

    [
    [@
    [@
    [@

    .

    .

    .

    04]
    00]
    02]
    32]

    2 50921
    2131 1250
    1 49 39 25 25
    81 773 3173

    [
    01] 905 795 1111
    [@ 03] 516p488 6700

    CANON CANADA
    CANON U.S.A.

    Snelkiezen

    .

    Canon ITALIA
    CANON DEUTSCH.
    CANON FRANCE
    Canon UK

    Hoofdstuk 6

    Snelkiezen

    6-21



  • Page 78

    6-22 Snelkiezen

    Hoofdstuk 6



  • Page 79



    Voorbereidingen voor verzending ........................................................
    • Documenten die u kunt faxen .........................................................
    • Instellen van de resolutie voor scannen ...........................................
    • Instellen van het contrast bij scannen .............................................
    • Kiesmethoden ..................................................................................

    7-2
    7-2
    7-2
    7-3
    7-4



    Methoden voor verzending ..................................................................
    • Geheugenverzending ........................................................................
    • Handmatige verzending via de handset ...........................................

    7-5
    7-5
    7-6



    Annuleren van de verzending ...............................................................

    7-8



    Nummerherhaling wanneer de lijn bezet is ..........................................
    • Handmatige nummerherhaling ........................................................
    Annuleren van handmatige nummerherhaling ...........................
    • Automatische nummerherhaling ......................................................
    Wat is automatische nummerherhaling? .....................................
    Annuleren van automatische nummerherhaling .........................
    Instellen van de opties voor automatische nummerherhaling ....

    7-9
    7-9
    7-9
    7-9
    7-9
    7-9
    7-10



    Verzenden van een document naar meerdere bestemmingen
    Groepsverzending .................................................................................



    Uitgestelde verzending ..........................................................................
    • Scannen van een document in het geheugen voor uitgestelde
    verzending ....................................................................................
    • Afdrukken van een document dat is ingesteld voor uitgestelde
    verzending ....................................................................................
    • Wissen van een document dat is ingesteld voor uitgestelde
    verzending ....................................................................................

    7-14

    Gebruik van andere telefoonnetwerken (alleen Engeland) ..................
    • Aanbrengen van het M-etiket ..........................................................
    • Vastleggen van een ander telefoonnetwerk .....................................
    • Verzenden via een ander telefoonnetwerk .......................................
    • Vastleggen van snelkiezen met de M-knop .....................................

    7-18
    7-18
    7-19
    7-20
    7-21



    Hoofdstuk 7

    Verzenden van faxberichten

    7-12

    7-14
    7-16
    7-17

    7-1

    Verzenden van
    faxberichten

    Hoofdstuk 7
    Verzenden van
    faxberichten



  • Page 80

    Voorbereidingen voor verzending
    Documenten die u kunt faxen
    Zie Hoofdstuk 4 voor informatie over het type documenten dat u kunt faxen,
    de voorwaarden en de details betreffende het plaatsen van documenten.

    Instellen van de resolutie voor scannen
    U kunt de scanresolutie instellen voor de documenten die u wilt verzenden. Hoe
    hoger de resolutie, des de hoger de uitvoerkwaliteit bij de andere fax, maar des
    te langzamer de zendsnelheid. Pas de scanresolutie aan overeenkomstig het type
    document dat u verzendt.
    Indien u een document verzendt waarbij het nodig is dat enkele pagina’s met
    een andere resolutie worden gescand dan de overige pagina’s, dan kunt u de
    instelling van de resolutie wijzigen tijdens het scannen van het document.
    Onthoud hierbij echter dat de nieuwe instelling pas effectief is voor de volgende
    pagina die wordt gescand.
    Volg deze procedure voor het instellen van de scanresolutie:

    1

    Druk op Resolutie om de gewenste
    resolutie te selecteren.


    2

    Voorbeeld:

    FAX FOTO

    U kunt kiezen uit de volgende mogelijkheden:

    FAX STANDAARD
    Geschikt voor de meeste documenten die alleen uit tekst bestaan.

    FAX FIJN
    Geschikt voor documenten met kleine letters.

    FAX FOTO
    Geschikt voor documenten met afbeeldingen zoals foto’s. Met
    deze instelling kunnen delen van het document die foto’s bevatten
    automatisch met 64 niveaus grijstinten worden gescand in plaats
    van slechts twee (zwart en wit).

    SUPER FIJN
    Geschikt voor documenten met kleine letters en afbeeldingen.
    Deze instelling is 4x de resolutie van de FAX STANDAARD
    instelling.

    Ga door met de handeling waar u mee bezig bent.


    Als u niet verder gaat, dan zal de FAX-L280/L200 na ca. 10 seconden
    terug gaan naar de standby mode.

    7-2 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 81

    Verzenden van
    faxberichten

    Instellen van het contrast bij scannen
    U kunt het contrast aanpassen waarmee uw document wordt gescand voor
    verzending en kopiëren. Pas het contrast aan afhankelijk van hoe licht of
    donker uw document is.
    Volg deze procedure om het scancontrast in te stellen voor verzending en
    kopiëren:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.
    DATUM & TIJD

    4

    Gebruik
    of
    om
    SCANCONTRAST te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om het gewenste
    scancontrast te selecteren.

    .

    .



    Hoofdstuk 7

    .

    SCAN CONTRAST
    Voorbeeld:

    STANDAARD

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    STANDAARD
    Voldoende voor de meeste
    documenten.

    DONKER
    Geschikt voor lichte
    documenten.

    LICHTER
    Geschikt voor donkere
    documenten.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    HOORN VAN HAAK
    Voorbeeld:

    15:00

    Verzenden van faxberichten

    Fax

    7-3



  • Page 82

    Kiesmethoden
    Er zijn verschillende manieren om de/het faxnummer(s) waarnaar u wilt
    verzenden te kiezen. De volgende methoden zijn beschikbaar:


    Normaal kiezen
    Kies een faxnummer met de numerieke toetsen, net als het kiezen van een
    telefoonnummer.



    Snelkiezen
    Kies een faxnummer door op de aan het faxnummer toegewezen
    snelkiestoets (01 t/m 24) te drukken. Zie pag. 6-3, 6-16 voor informatie
    over het opslaan en gebruiken van snelkiezen.



    Verkort kiezen
    Kies een faxnummer door op verkort kiezen te drukken en de aan het
    faxnummer toegewezen tweecijferige code (00 t/m 99) in te voeren. Zie pag.
    6-8, 6-16 voor informatie over het opslaan en gebruiken van verkort
    kiezen.



    Groepskiezen
    Verzend een document naar een vooraf gedefinieerde groep faxnummers
    die zijn opgeslagen voor snelkiezen. Zie pag. 6-13, 6-16 voor informatie
    over het opslaan en gebruiken van groepskiezen.

    7-4 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 83

    Verzenden van
    faxberichten

    Methoden voor verzending
    Deze paragraaf geeft informatie over de twee belangrijkste methoden voor
    verzending: Geheugenverzending en Handmatige verzending via de handset.

    Geheugenverzending
    Geheugenverzending is een snelle en eenvoudige manier om een document te
    verzenden. Zodra de fax de eerste pagina van een document dat uit meerdere
    pagina’s bestaat in het geheugen scant, belt de fax de andere partij en begint de
    informatie te verzenden, ook al zijn de resterende pagina’s nog niet allemaal
    gescand.
    Omdat de fax een multifunctioneel apparaat is, kunt u zelfs een document in
    het geheugen scannen, terwijl u andere handelingen uitvoert.
    De fax heeft een geheugencapaciteit voor ca. 64 pagina’s* (minder als het
    document veel afbeeldingen bevat of als de pagina’s erg dicht op elkaar
    geplaatste tekst bevat).
    Volg deze procedure om een document te verzenden via geheugenverzending:

    1

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).



    2





    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    Zie pag. 7-2, 7-3 om de resolutie
    en het contrast aan te passen.
    Het document kan wellicht niet
    worden verzonden als het
    gebruikte geheugen (wordt
    weergegeven op het display) bijna
    100% is. Gebruik in deze situatie
    handmatige verzending via de
    handset (→ pag. 7-6).

    Kies het faxnummer van de andere
    partij.


    Voorbeeld:

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    Voorbeeld:

    TEL=

    9p7654321

    Zie pag. 7-4 voor informatie over
    kiesmethoden.
    Als u een verkeerd nummer
    invoert, drukt u op Stop en voert
    u vervolgens het correcte nummer
    in.
    Indien u bent aangesloten op een
    PBX en u eerst een
    toegangsnummer voor een
    buitenlijn dient te kiezen
    (bijvoorbeeld “0”), voeg dan na
    dat nummer een pauze in door op
    Nummerherhaling/Pauze te
    drukken (→ pag. 9-2).

    * Gebaseerd op Canon FAX Standaard kaart nr. 1, standaard mode.

    Hoofdstuk 7

    Verzenden van faxberichten

    7-5



  • Page 84

    3

    Druk op Start/Kopie om het scannen voor verzending te starten of, indien
    u gebruikmaakt van snelkiezen, wacht enkele seconden tot de fax het
    scannen automatisch start.



    Als u niet wilt dat de fax na een paar seconden automatisch gaat
    scannen, schakel de instelling AUTOM.START TX dan uit → pag.
    14-6).
    Om de verzending tijdens het kiezen te annuleren drukt u op Stop en
    vervolgens op @ (→ pag. 7-8).
    Als het nummer dat u kiest bezet is, zal de fax het nummer na enkele
    minuten automatisch herhalen (→ pag. 7-9).
    .






    U kunt max. 20 verschillende verzendhandelingen voor geheugenverzending
    opslaan.
    Het document wordt na verzending automatisch uit het geheugen gewist.
    Dit gebeurt zelfs als het document door een fout niet compleet kon worden
    verzonden.

    Handmatige verzending via de handset
    handmatige verzending via de handset stelt u in staat met de andere partij te
    spreken voordat het document wordt verzonden. Deze methode is handig als de
    andere partij de fax handmatig dient te activeren voor het ontvangen van een
    faxbericht.
    Voor deze mode dient u de optionele handset or een telefoon op uw fax aan te
    sluiten (→ pag. 2-6).

    Volg deze procedure om een document te verzenden via handmatige verzending
    via de handset:

    1

    Zorg dat de optionele handset of een
    telefoon op uw fax is aangesloten
    (→ pag. 2-6).

    2

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).


    3

    Zie pag. 7-2, 7-3 voor het
    aanpassen van de resolutie en het
    contrast.

    Druk op Haak.


    U kunt ook de handset optillen
    in plaats van op Haak te drukken.

    7-6 Verzenden van faxberichten

    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    TEL=

    Hoofdstuk 7



  • Page 85

    Kies het fax-/telefoonnummer van de
    andere partij.



    Voorbeeld:

    TEL=

    7654321
    Verzenden van
    faxberichten

    4

    Zie pag. 7-4 voor informatie over
    kiesmethoden.
    Maakt u tijdens het kiezen een
    vergissing, dan drukt u op Haak
    of hang de handset op en begin
    opnieuw bij stap 3.

    ¶ Indien u een pieptoon hoort in plaats van een stem:
    5

    Druk op Start/Kopie om de verzending van het document te starten.


    Indien u de handset heeft opgenomen om een nummer te kiezen, drukt
    u op Start/Kopie en hangt u de handset op.

    ¶ Hoort u een stem:
    5

    Neem de handset op en begin te spreken.


    6

    Wanneer u gereed bent om uw document te verzenden, vraag de andere
    partij dan op de starttoets van zijn/haar fax te drukken.

    7

    Indien u de pieptoon hoort van de fax van de andere partij, dan drukt u
    op Start/Kopie en hangt u op om de verzending van het document te
    starten.



    Indien u de handset gebruikt, zorg dan dat u ophangt nadat u op
    Start/Kopie op de fax heeft gedrukt, anders verbreekt u de verbinding.
    De fax maakt u met een pieptoon erop attent dat de handset niet goed is
    opgehangen. Zorg dat de handset correct in de houder is geplaatst. Als u
    niet wilt dat de fax een pieptoon geeft, schakel de instelling HOORN VAN
    HAAK dan uit (→ pag. 14-4).



    Hoofdstuk 7

    Indien u in stap 3 op Haak heeft gedrukt in plaats van de handset op
    te nemen, dan hoort u de stem van de andere partij, maar zij kunnen
    u niet horen. Neem de handset op om met de andere partij te spreken.

    Verzenden van faxberichten

    7-7



  • Page 86

    Annuleren van de verzending
    Volg deze procedure als u de verzending van een document wilt stoppen
    voordat de verzending is beeïndigd:

    ¶ Indien u een document verzendt met handmatige verzending
    via de handset:
    1

    Druk op Stop.



    De verzending is geannuleerd.
    De fax drukt een FOUT TX RAPPORT af (→ pag. 11-4).

    ¶ Indien u een document verzendt met geheugenverzending:
    1

    Druk op Stop.

    ANNUL.? @ JA # NEE
    .



    2

    De fax vraagt u te bevestigen dat
    u de verzending wilt annuleren.

    .

    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    .

    Om de verzending te annuleren, drukt u op @ .
    .




    De verzending wordt niet geannuleerd voordat u op @ heeft gedrukt.
    Als u zich bedenkt en de verzending toch door wilt laten gaan, drukt
    u op # .
    Om de verzending van een document dat wacht om te worden
    verzonden (bijvoorbeeld uitgestelde verzending of tussen
    nummerherhalingen) te annuleren, dient u dit document uit het
    geheugen te verwijderen (→ pag. 7-17, 9-9).
    De fax drukt een FOUT TX RAPPORT af (→ pag. 11-4).
    .

    .





    Wanneer u een verzending annuleert, kan het nodig zijn het bedieningspaneel te
    openen om het document uit de ADF te verwijderen (→ pag. 13-2).

    7-8 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 87

    Er zijn twee methoden voor nummerherhaling: Handmatige nummerherhaling
    en Automatische nummerherhaling. Deze paragraaf geeft informatie over de
    twee methoden.

    Handmatige nummerherhaling
    Druk op Nummerherhaling/Pauze om het laatste nummer dat u met de
    numerieke toetsen heeft gekozen opnieuw te kiezen. (Hiermee wordt de
    nummerherhaling gestart, ongeacht of automatische nummerherhaling is
    geactiveerd.)

    Annuleren van handmatige nummerherhaling
    Om handmatige nummerherhaling te annuleren, drukt u op Stop.

    Automatische nummerherhaling
    Wat is automatische nummerherhaling?
    Wanneer u een document verzendt via geheugenverzending (→ pag. 7-5) en de
    lijn van de andere partij is bezet, dan wacht de fax gedurende een ingestelde tijd
    en herhaalt het nummer vervolgens automatisch. Dit wordt Automatische
    nummerherhaling genoemd.
    Aan de melding AUT.NUM.HERH. en het transactienummer (TX/RX NR.) op
    het display kunt u zien dat de fax wacht om het nummer te herhalen.
    De opties voor automatische nummerherhaling stellen u in staat het aantal
    keren dat de fax het nummer herhaalt, alsmede de interval tussen herhalingen
    aan te passen. U kunt automatische nummerherhaling, indien gewenst, ook
    uitschakelen.
    Als de pogingen voor automatische nummerherhaling geen succes hebben, zal
    de fax de verzending annuleren en een FOUT TX RAPPORT afdrukken om u
    te melden dat de verzending niet gelukt is (→ pag. 11-4).

    Annuleren van automatische nummerherhaling
    Automatische nummerherhaling kan niet met de stoptoets worden geannuleerd,
    terwijl de fax wacht om het nummer te herhalen. U kunt wachten tot de fax het
    nummer begint te herhalen en vervolgens de onderstaande procedure volgen.
    Wilt u de verzending echter annuleren terwijl de fax wacht om het nummer te
    herhalen, dan dient u het document uit het geheugen te verwijderen (→ pag.
    9-9).
    Vold deze procedure om automatische nummerherhaling te annuleren wanneer
    de fax begint het nummer te herhalen:

    1
    Hoofdstuk 7

    Wacht tot de fax met de
    nummerherhaling begint.

    KIEZEN
    Verzenden van faxberichten

    7-9

    Verzenden van
    faxberichten

    Nummerherhaling wanneer de lijn bezet is



  • Page 88

    2

    Druk op Stop.

    ANNUL.? @ JA # NEE
    .



    3

    De fax vraagt u te bevestigen dat
    u de automatische
    nummerherhaling wilt annuleren.

    .

    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    .

    Om de nummerherhaling te annuleren,
    drukt u op @ .
    .



    De nummerherhaling wordt niet
    geannuleerd voordat u op @ heeft
    gedrukt.
    Als u zich bedenkt en de
    nummerherhaling toch door wilt
    laten gaan, drukt u op # .
    De fax drukt een FOUT TX
    RAPPORT af (1→ pag. 11-4).
    .



    .



    Instellen van de opties voor automatische
    nummerherhaling
    U kunt de volgende opties instellen voor automatische nummerherhaling:
    ❏ Ongeacht of de fax het nummer automatisch herhaalt (standaard: aan).
    ❏ Het aantal nummerherhalingen (standaard: twee).
    ❏ De interval tussen nummerherhalingen (standaard: twee minuten).
    Volg deze procedure om de opties voor automatische nummerherhaling aan te
    passen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om TX
    INSTELLINGEN te kiezen.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om
    AUTO.NUM.HERH. te kiezen.

    7

    Druk op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .

    7-10 Verzenden van faxberichten

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    .

    TX INSTELLINGEN
    ECM TX

    .

    AUTO.NUM.HERH.
    Voorbeeld:

    AAN

    Hoofdstuk 7



  • Page 89

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    instelling te selecteren.
    .



    .

    Verzenden van
    faxberichten

    8

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    AAN
    Schakelt automatische
    nummerherhaling in.

    UIT
    Schakelt automatische
    nummerherhaling uit.

    ¶ Indien u in stap 8 UIT heeft geselecteerd:
    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    TIME OUT
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    ¶ Indien u in stap 8 AAN heeft geselecteerd:
    9

    Druk tweemaal op Instellen.

    AANTAL NUM. HERH.
    Voorbeeld:

    2KEER

    10

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    aantal gewenste nummerherhalingen
    in te voeren.


    11

    Voorbeeld:

    5KEER

    U kunt kiezen uit 1 t/m 10 keren.*

    Druk tweemaal op Instellen.

    INTERV.NUM.HERH.
    Voorbeeld:

    2MIN.

    12

    Gebruik de numerieke toetsen om de
    gewenste interval tussen
    nummerherhalingen in te voeren.


    Voorbeeld:

    5MIN.

    U kunt kiezen uit 1 t/m 99 minuten.**

    13

    Druk op Instellen.

    14

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    TIME OUT
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    ** Australië: 1 t/m 2 keren, Nieuw Zeeland: 1 t/m 5 keren, Hong Kong: 1 t/m 3 keren,
    Maleisië: 1 t/m 15 keren.
    ** Singapore: 2 t/m 99 minuten.

    Hoofdstuk 7

    Verzenden van faxberichten

    7-11



  • Page 90

    Verzenden van een document naar meerdere
    bestemmingen (groepsverzending)
    Deze functie wordt ook wel Groepsverzending genoemd en stelt u in staat
    hetzelfde document in één handeling naar verschillende faxnummers te
    verzenden. Plaats het document en voer de faxnummers in. De fax scant het
    document in het geheugen en verzendt het vervolgens naar alle ingevoerde
    faxnummers.
    Met deze functie kunt u hetzelfde document naar max. 125 faxnummers
    verzenden. Onthoud echter dat de ingevoerde faxnummers voor snelkiezen of
    verkort kiezen dienen te zijn opgeslagen (→ Hoofdstuk 6). U kunt slechts één
    faxnummer invoeren volgens de normale kiesmethode (d.w.z. met de numerieke
    toetsen).
    Indien u regelmatig documenten naar dezelfde groep faxnummers verzendt, dan
    kunt u deze nummers ook voor groepskiezen opslaan. Dit vereenvoudigt het
    kiezen (→ pag. 6-13).
    Volg deze procedure om hetzelfde document naar verschillende faxnummers te
    verzenden:

    1

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).



    2

    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    Zie pag. 7-2, 7-3 voor het
    aanpassen van de resolutie en het
    contrast.
    Het document kan wellicht niet
    worden verzonden als het
    gebruikte geheugen (wordt
    weergegeven op het display) bijna
    100% is. Om meer faxgeheugen
    vrij te maken dient u in het
    geheugen opgeslagen documenten
    af te drukken te verzenden of te
    wissen (→ pag. 9-5).

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    Voer max. 125 faxnummers met één
    van de volgende methoden:



    Snelkiezen:
    Druk op de gewenste
    snelkiestoets(en).
    Verkort kiezen:
    Druk op Verkort kiezen en
    gebruik vervolgens de numerieke
    toetsen om de gewenste
    tweecijferige code in te voeren.
    Herhaal de procedure voor
    andere codes.

    Zorg dat u voor elke code op
    Verkort kiezen drukt.

    7-12 Verzenden van faxberichten

    Voorbeeld:

    TEL=905 795 1111

    Voorbeeld:

    @ 01
    .

    Voorbeeld:

    TEL=03 3758 2111

    Hoofdstuk 7



  • Page 91







    3

    Normaal kiezen:
    Gebruik de numerieke toetsen
    om het gewenste faxnummer in
    te voeren en druk vervolgens op
    Instellen.

    U kunt op deze manier slechts
    één faxnummer invoeren.

    Voorbeeld:

    TEL=

    2 887 0166

    U kunt de faxnummers in willekeurige volgorde invoeren.
    Als u een verkeerde bestemming invoert, drukt u op Wissen en voert u
    vervolgens de juiste bestemming in.
    U dient de tweede bestemming binnen vijf seconden na het invoeren van de
    eerste in te voeren. Alle volgende bestemmingen dienen binnen 10 seconden
    te worden ingevoerd. Wacht u langer, dan zal de fax het document
    automatisch gaan scannen voor verzending. Als u niet wilt dat de fax na
    een paar seconden automatisch gaat scannen, schakel de instelling
    AUTOM.START TX dan uit (→ pag. 14-6).
    of
    om door
    Om de ingevoerde bestemmingen te bekijken, gebruikt u
    de nummers te bladeren.
    .

    .

    Druk op Start/Kopie om het scannen voor verzending te starten of wacht
    een paar seconden tot de fax het scannen automatisch start.




    De fax verzendt het document eerst naar de snelkiesbestemmingen,
    vervolgens naar de verkortkiesbestemmingen en tenslotte naar de
    bestemming die met de standaard kiesmethode is ingevoerd.
    Als u niet wilt dat de fax na een paar seconden automatisch gaat
    scannen, schakel de instelling AUTOM.START TX dan uit (→ pag.
    14-6).
    Om de verzending te annuleren tijdens het kiezen, drukt u op Stop en
    vervolgens op @ . Het verzenden naar alle in stap 2 ingevoerde
    bestemmingen wordt geannuleerd. (U kunt niet slechts één bestemming
    annuleren.)
    .




    Hoofdstuk 7

    Als een lijn bezet is, gaat de fax door met verzenden naar de andere
    bestemmingen en herhaalt daarna het nummer dat bezet was.
    Als het faxgeheugen tijdens het scannen van uw document volraakt, dan
    verschijnt GEHEUGEN VOL op het display. Doet deze situatie zich voor,
    verwijder dan de rest van het document uit de ADF (wellicht dient u het
    bedieningspaneel te openen) en verdeel het document in verschillende
    stukken om elk deel apart te verzenden.

    Verzenden van faxberichten

    7-13

    Verzenden van
    faxberichten





  • Page 92

    Uitgestelde verzending
    Uw fax stelt u in staat een document in het geheugen te scannen en het
    automatisch op een ingesteld tijdstip, binnen de komende 24 uur, naar max. 125
    faxnummers te verzenden. Dit wordt Uitgestelde verzending of Verzending op
    ingesteld tijdstip genoemd. Door deze functie te gebruiken, bent u in staat om
    bijvoorbeeld gebruik te maken van de lagere telefoontarieven die ’s nachts
    worden gehanteerd.
    Om uitgestelde verzending correct te gebruiken, dient u te zorgen dat de juiste
    tijd is ingesteld op uw fax (→ pag. 3-6).

    Scannen van een document in het geheugen voor uitgestelde verzending
    Volg deze procedure om een document voor uitgestelde verzending in het
    faxgeheugen te scannen:

    1

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).



    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    Zie pag. 7-2, 7-3 voor het
    aanpassen van de resolutie en het
    contrast.
    Het document kan wellicht niet
    worden verzonden als het
    gebruikte geheugen (wordt
    weergegeven op het display) bijna
    100% is. Om meer faxgeheugen
    vrij te maken dient u in het
    geheugen opgeslagen documenten
    af te drukken te verzenden of te
    wissen (→ pag. 9-5).

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    2
    3

    Open het snelkiespaneel.

    4

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    5

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    tijdstip in te voeren waarop u het
    document wilt laten verzenden.

    Voorbeeld:

    Druk op Uitgestelde verzending.



    6

    OPSLAAN
    ST. TIJD IN _
    15:00
    ST. TIJD IN _
    22:30

    Gebruik het 24-uurs systeem voor
    de tijd (bijvoorbeeld 1:00 p.m. als
    13:00) en plaats een nul voor de
    enkelvoudige cijfers.

    Druk op Instellen.

    KIES BESTEMM.
    TEL=

    7-14 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 93

    Voer max. 125 faxnummers in die u
    wilt verzenden via één van de volgende
    methoden:








    8





    Hoofdstuk 7

    Voorbeeld:

    TEL=905 795 1111

    Voorbeeld:

    @ 01
    .

    Voorbeeld:

    TEL=03 3758 2111

    Voorbeeld:

    TEL=

    2 887 0166

    Als u een verkeerde bestemming invoert, drukt u op Wissen en voert u
    vervolgens de juiste bestemming in.
    Om de bestemmingen te bekijken, drukt u op
    of
    om door de
    nummers te bladeren.
    .

    .

    Druk op Start/Kopie om het scannen
    van het document in het faxgeheugen
    te starten.




    Snelkiezen:
    Druk op de gewenste
    snelkiestoets(en).
    Verkort kiezen:
    Druk op Verkort kiezen en gebruik
    vervolgens de numerieke toetsen
    om de gewenste tweecijferige code
    in te voeren. Herhaal deze
    procedure voor andere codes.

    Zorg dat u voor elke code
    op Verkort kiezen drukt.
    Normaal kiezen:
    Gebruik de numerieke toetsen
    om het gewenste faxnummer in te
    voeren en druk vervolgens op
    Instellen.

    U kunt op deze manier
    slechts één faxnummer
    invoeren.

    Zodra het ingestelde tijdstip is
    aangebroken, verzendt de fax het
    document maar de bestemming(en)
    die u in stap 7 heeft aangegeven.

    U kunt max. 20 verschillende handelingen voor uitgestelde verzending
    opslaan.
    Als het faxgeheugen tijdens het scannen van uw document volraakt, dan
    verschijnt GEHEUGEN VOL op het display. In deze situatie is het niet
    mogelijk het document op een ingesteld tijdstip te verzenden. Verwijder het
    document uit de ADF (het kan nodig zijn hiervoor het bedieningspaneel te
    openen).
    Omdat de fax een multifunctioneel apparaat is, kunt u zelfs een document
    in het geheugen scannen, terwijl u andere handelingen uitvoert.

    Verzenden van faxberichten

    7-15

    Verzenden van
    faxberichten

    7



  • Page 94

    Een document afdrukken dat is ingesteld voor uitgestelde
    verzending
    Volg deze procedure om een voor uitgestelde verzending in het geheugen
    opgeslagen document af te drukken:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    5

    Gebruik
    of
    om het
    transactienummer (TX/RX NR.) van
    het document dat u wilt afdrukken te
    selecteren.

    Voorbeeld:

    Druk op Uitgestelde verzending.

    .

    .







    6

    .

    OPSLAAN

    om AFDRUKKEN te

    .

    AFDRUKKEN
    TX/RX NR.

    0001
    _

    TX/RX NR.

    #_
    0003
    .

    Als u niet zeker weet wat het
    transactienummer (TX/RX NR.)
    is, druk dan de DOC.
    GEHEUGENLIJST af (→ pag.
    9-5).
    Een “# ” voor het
    transactienummer (TX/RX NR.)
    geeft aan dat het betreffende
    document op dat moment wordt
    verzonden en daarom niet kan
    worden geselecteerd.
    of
    om details van
    Gebruik
    de transactie (bijvoorbeeld
    bestemming) weer te geven.
    .

    .

    .

    Druk op Instellen.

    ALLEEN 1STE PAG?
    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    7

    .

    Druk op @ om uitsluitend de eerste
    pagina af te drukken of druk op # om
    alle pagina’s van het document af te
    drukken.
    .

    .



    8

    De fax drukt het document af.

    Om door te gaan met het afdrukken
    van andere voor uitgestelde verzending
    ingestelde documenten, herhaalt u de
    procedure vanaf stap 5.
    - of Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    7-16 Verzenden van faxberichten

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax
    Hoofdstuk 7



  • Page 95

    Volg deze procedure om een voor uitgestelde verzending in het geheugen
    opgeslagen document te wissen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    te kiezen.

    4

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    5

    Gebruik
    of
    om het
    transactienummer (TX/RX NR.) van
    het document dat u wilt wissen te
    selecteren.

    Voorbeeld:

    Druk op Uitgestelde verzending.

    .

    .






    6

    of

    .

    OPSLAAN

    om FILE WISSEN

    .

    FILE WISSEN
    TX/RX NR.

    0001
    _

    TX/RX NR.

    #_
    0003
    .

    Als u niet zeker weet wat het transactienummer (TX/RX NR.) is, druk
    dan de DOC. GEHEUGENLIJST af (→ pag. 9-5).
    Een “# ” voor het transactienummer (TX/RX NR.) geeft aan dat het
    betreffende document op dat moment wordt verzonden. Als u een
    document wilt wissen dat wordt verzonden, volg dan de instructies op
    het display.
    of
    om details van de transacties (bijvoorbeeld
    Gebruik
    bestemming) weer te geven.
    .

    .

    .

    Druk op Instellen.

    WISSEN OK?
    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    7

    Druk op @ om het document te
    wissen.
    .



    .

    EINDE WISSEN

    Als u zich bedenkt en u wilt het
    document toch in het geheugen
    bewaren voor uitgestelde
    verzending, druk dan op # .
    .

    8

    Hoofdstuk 7

    Om door te gaan met het wissen van
    andere voor uitgestelde verzending
    ingestelde documenten, herhaalt u de
    procedure vanaf stap 5.
    - of Druk op Stop terug te keren naar de
    standby mode.

    15:00

    Verzenden van faxberichten

    Fax

    7-17

    Verzenden van
    faxberichten

    Wissen van een document dat is ingesteld voor uitgestelde
    verzending



  • Page 96

    Gebruik van andere telefoonnetwerken (alleen
    Engeland)
    Uw fax heeft een ingebouwde functie waarmee u documenten kunt verzenden
    en telefoongesprekken kunt voeren via een alternatieve internationale
    telefoondienst, zoals UK Call, Global Call en Day Call Services van Cable and
    Wireless Communications Limited die beschikbaar zijn voor gebruikers in de
    UK. Abonnees op deze telefoondiensten kunnen kosten besparen op de meeste
    internationale communicatieverbindingen.
    De in deze paragraaf beschreven procedures geven aan hoe u uw fax met deze
    diensten van Cable and Wireless Communications Limited kunt gebruiken.
    Neem voor informatie over het gebruik van uw fax via andere alternatieve
    telefoondiensten contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.

    Aanbrengen van het M-etiket
    Indien u gebruik maakt van een alternatieve internationale telefoondienst opent
    u het snelkiespaneel en plakt u het bij uw fax geleverde M-etiket boven de
    hieronder aangegeven toets. Dit helpt u de toets te identificeren waarop u dient
    te drukken om een alternatief telefoonnet te gebruiken.

    Gegevensregistratie

    Uitgestelde
    verzending

    Polling

    RAPPORT

    Geheugenreferentie

    D.T.

    Toon/+

    Spatie

    Wissen

    7-18 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 97

    Volg deze procedure het toegangsnummer en de ID-codes voor een alternatief
    telefoonnet onder de M-toets op te slaan:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.
    DATUM & TIJD

    4

    Gebruik
    of
    M-TOETS
    FUNCTIE te kiezen.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk tweemaal op Instellen.

    .

    .

    .

    .

    M-TOETS FUNCTIE
    Voorbeeld:

    UIT

    om AAN te

    AAN
    TOEGANGSCODE
    Voorbeeld:

    132

    8

    Gebruik
    of
    te selecteren.
    .





    .

    om de toegangscode

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    132

    131P (“P” geeft een pauze
    van vier seconden aan.)
    Het benodigde toegangsnummer
    krijgt u van Cable and Wireless
    Communications Limited (of een
    andere alternatieve telefoondienst).

    ¶ Als u bij stap 8 132 heeft gekozen:

    Hoofdstuk 7

    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    RAPPORTAGE INST.
    Voorbeeld:

    15:00

    Verzenden van faxberichten

    Fax

    7-19

    Verzenden van
    faxberichten

    Vastleggen van een ander telefoonnetwerk



  • Page 98

    ¶ Als u bij stap 8 131P heeft gekozen:
    9

    Druk tweemaal op Instellen.

    ID CODE
    Voorbeeld:

    10

    Gebruik de numerieke toetsen om de
    ID-code in te voeren (max. 20 cijfers,
    geen pauzes noodzakelijk).




    Voorbeeld:

    123456789

    Deze ID-code krijgt u van Cable
    and Wireless Communications
    Limited (of een andere
    alternatieve telefoondienst).
    Als al een ID-code is opgeslagen,
    dan ziet u nu een reeks sterretjes
    ( @ @ @ @ @ ) op het LCD display.
    .

    .

    .

    .

    .

    11

    Druk op Instellen.

    12

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    RAPPORTAGE INST.
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Verzenden via een ander telefoonnetwerk
    Volg deze procedure om faxberichten via een opgeslagen internationale
    telefoondienst te verzenden:

    1

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).



    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    Zie pag. 7-2, 7-3 voor het
    aanpassen van de resolutie en het
    contrast.
    Het document kan wellicht niet
    worden verzonden als het
    gebruikte geheugen (wordt
    weergegeven op het display bijna
    100% is. Gebruik indeze situatie
    handmatige verzending via de
    handset (→ pag. 7-6).

    2
    3

    Open het snelkiespaneel.

    4

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    faxnummer van de andere partij te
    kiezen.

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    Druk op M.



    TEL=

    M

    Voorbeeld:

    TEL=M416795111

    Als u een verkeerd nummer
    invoert, druk dan op Stop en start
    de procedure opnieuw bij stap 3.

    7-20 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 99

    Druk op Start/Kopie om het scannen voor verzending te starten.



    De fax kiest automatisch het onder de M-toets opgeslagen
    toegangsnummer en de ID-codes en kiest vervolgens het faxnummer
    van de andere partij.
    Om de verzending tijdens het kiezen te annuleren, drukt u op Stop en
    vervolgens op @ (→ pag. 7-8).
    .




    Om uw toegangsnummer en ID-codes te beveiligen, verschijnen ze niet op
    de rapporten.
    Indien u regelmatig dezelfde nummers kiest met deze functie, dan kunt u
    het toegangsnummer en de ID-codes samen met een fax-/telefoonnummer
    voor snelkiezen opslaan (→ hieronder).

    Vastleggen van snelkiezen met de M-knop
    Door het toegangsnummer en de ID-codes samen met een fax-/telefoonnummer
    voor snelkiezen of verkort kiezen, op te slaan, kunt u de kiesprocedure voor het
    verzenden van documenten of het voeren van telefoongesprekken via deze
    telefoondiensten vereenvoudigen.



    Voordat u snelkiesnummers onder de de M-toets kunt opslaan, dient u
    eerst het toegangsnummer en de ID-codes onder de M-toets op te slaan
    (→ pag. 7-19).
    Zie Hoofdstuk 6 voor informatie over het opslaan van nummers voor
    snelkiezen.

    Volg deze procedure om de instellingen van de M-toets voor snelkiezen op te
    slaan:

    1

    Wanneer u tijdens het opslaan van
    nummers voor snelkiezen bij de stap
    aankomt waar u wordt gevraagd het
    fax-/telefoonnummer in te voeren,
    drukt u op M.

    Voorbeeld:

    2

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    gewenste fax-/telefoonnummer op te
    slaan.

    Voorbeeld:

    3

    Ga door met de procedure voor het
    opslaan van nummers voor snelkiezen
    of verkort kiezen.

    TEL=M_

    TEL=M987 6543_

    Zodra u de bovenstaande procedure heeft afgerond, hoeft u slechts op de
    snelkiestoets te drukken of op Verkort kiezen te drukken en de verkortkiescode
    in te voeren om het fax-/telefoonnummer te kiezen via UK Call, Global Call of
    Day Call Service van Cable and Wireless Communications Limited.

    Hoofdstuk 7

    Verzenden van faxberichten

    7-21

    Verzenden van
    faxberichten

    5



  • Page 100

    7-22 Verzenden van faxberichten

    Hoofdstuk 7



  • Page 101

    Ontvangstmethoden ..............................................................................
    • Automatisch faxberichten ontvangen: AUTOMATISCHE RX .....
    Instellen van de AUTOMATISCHE RX ...................................
    • Automatisch ontvangen van zowel faxberichten als
    telefoongesprekken:
    Fax/Tel mode ...............................................................................
    Instellen van de Fax/Tel mode ...................................................
    Instellen van de opties voor de Fax/Tel mode ...........................
    • Handmatig faxberichten ontvangen: HANDMATIG MODE ........
    Instellen van de HANDMATIG MODE ...................................
    Handmatig ontvangen van een faxbericht ..................................
    • Faxberichten ontvangen via een antwoordapparaat:
    ANTW.APP.MODE ....................................................................
    Instellen van de ANTW.APP.MODE ........................................
    Gebruik van de fax met een antwoordapparaat .........................

    8-10
    8-10
    8-10



    Ontvangst tijdens het uitvoeren van andere taken ...............................

    8-11



    Ontvangen van faxberichten in het geheugen indien een probleem
    optreedt ................................................................................................

    8-11



    Annuleren van een inkomend faxbericht .............................................

    8-11



    Telstra FaxStream™ Duet (alleen Australië) .......................................
    • Instellen van de fax voor netwerkschakeling ...................................
    • Bediening van netwerkschakelsysteem .............................................

    8-12
    8-12
    8-13



    Telecom FaxAbility (alleen Nieuw Zeeland) ........................................
    • Instellen van de fax voor netwerkschakeling ...................................
    • Bediening van netwerkschakelsysteem .............................................

    8-14
    8-14
    8-15



    Hoofdstuk 8

    Ontvangen van faxberichten

    8-2
    8-3
    8-3
    8-5
    8-5
    8-6
    8-8
    8-8
    8-8

    8-1

    Ontvangen van
    faxberichten

    Hoofdstuk 8
    Ontvangen van
    faxberichten



  • Page 102

    Ontvangstmethoden
    De fax biedt verschillende methoden voor het ontvangen van faxberichten.
    Raadpleeg de onderstaande tabel om te bepalen welke methode het meest
    geschikt is:
    ONTVANGST

    Hoofdgebruik Handeling

    Vereisten

    Details

    pag. 8-3

    MODE
    AUTOMATISCHE RX FAX

    De fax beantwoordt alle

    Aparte telefoonlijn

    oproepen als faxoproepen.

    uitsluitend voor

    De fax ontvangt

    faxberichten.

    faxberichten automatisch
    en verbreekt de overige
    verbindingen.
    Fax/Tel Mode

    Fax/Tel

    De fax schakelt

    Optionele handset of

    automatisch tussen

    telefoon aangesloten op de

    pag. 8-5

    faxcommunicatie en

    fax.

    gesprekken. De fax
    ontvangt faxberichten
    automatisch en geeft een
    belsignaal bij gesprekken.
    HANDMATIG MODE

    TEL

    De fax geeft voor elke

    Optionele handset of

    oproep een belsignaal,

    telefoon aangesloten op de

    ongeacht of het een

    fax.

    pag. 8-8

    faxoproep of een gesprek
    betreft. Bij een faxoproep
    dient u de ontvangst van
    een faxbericht handmatig
    te activeren.
    ANTW.APP.MODE

    Fax/Tel

    De fax ontvangt

    Antwoordapparaat

    documenten automatisch

    aangesloten op de fax.

    pag. 8-10

    en het antwoordapparaat
    neemt de gesprekken op.
    NET SWITCH*

    Fax/Tel

    Biedt de mogelijkheid voor Abonneren op de Telstra

    pag. 8-12

    één telefoonlijn met twee

    FaxStream™ Duet

    pag. 8-14

    nummers: één voor de fax

    telefoondienst (Australië)

    en één voor de telefoon.

    of de Telecom FaxAbility
    telefoondienst (Nieuw
    Zeeland).

    Zodra u heeft besloten welke mode het meest geschikt is, kunt u deze mode
    instellen zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven. De instelling kan op elk
    gewenst moment worden gewijzigd.

    * Deze instelling is alleen beschikbaar voor Australië en Nieuw Zeeland.

    8-2 Ontvangen van faxberichten

    Hoofdstuk 8



  • Page 103

    Automatisch faxberichten ontvangen: AUTOMATISCHE RX
    Indien u een aparte telefoonlijn heeft voor uw fax, sluit uw fax dan aan op deze
    lijn en geef de instelling AUTOMATISCHE RX aan. Uw fax beantwoordt
    oproepen nu als faxoproepen.

    Uw fax is door de fabriek ingesteld op AUTOMATISCHE RX. Als u de
    ontvangst mode niet heeft gewijzigd in Fax/Tel mode of NET SWITCH*, kunt u
    gewoon deze procedure volgen:

    1

    Druk op Ontvangst mode om
    AUTOMATISCHE RX te selecteren.


    Na enkele seconden wijzigt het
    display als volgt:

    AUTOMATISCHE RX
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Indien AUTOMATISCHE RX niet op het display verschijnt wanneer u op
    Ontvangst mode drukt, volg dan deze procedure om deze mode in te stellen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om RX
    INSTELLINGEN te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    om
    AUTOMATISCHE RX te selecteren.

    9

    Druk op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    GEBRUIKERSINST.

    .

    .

    .

    GEGEVENSREGISTR.

    .

    .

    RX INSTELLINGEN
    ECM RX

    om RX MODE te

    RX MODE
    Voorbeeld:

    FAX/TEL AUTO SCH.
    AUTOMATISCHE RX
    TELEFOONBEL

    * NET SWITCH is alleen beschikbaar voor Australië en Nieuw Zeeland.

    Hoofdstuk 8

    Ontvangen van faxberichten

    8-3

    Ontvangen van
    faxberichten

    Instellen van de ALLEEN FAX MODE



  • Page 104

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    11

    Bevestig of Fax op het display is
    weergegeven.

    Voorbeeld:



    15:00

    Fax

    15:00

    Fax

    Als Fax niet op het display is
    weergegeven, druk dan op
    Ontvangst mode om
    AUTOMATISCHE RX te selecteren.
    Na enkele seconden keert het
    display terug naar de standby
    mode.

    De fax behandelt alle inkomende oproepen als faxoproepen. De fax ontvangt
    faxberichten automatisch en verbeekt alle overige verbindingen.
    De fax geeft geen belsignaal bij het ontvangen van een faxbericht. Indien u een
    signaal wilt krijgen wanneer een faxbericht binnenkomt, dan dient u de
    optionele handset of een telefoon op uw fax aan te sluiten en de instelling
    TELEFOONBEL in te schakelen (→ pag. 14-7). U kunt ook het aantal
    belsignalen selecteren voordat de fax antwoordt (→ BELAANTAL, pag. 14-7).

    8-4 Ontvangen van faxberichten

    Hoofdstuk 8



  • Page 105

    Automatisch ontvangen van zowel faxberichten als
    telefoongesprekken: Fax/Tel mode
    Stel deze mode in wanneer u slechts één telefoonlijn heeft voor zowel fax- als
    telefoongebruik en u wilt dat uw fax automatisch schakelt tussen faxoproepen
    en gesprekken.

    Instellen van de Fax/Tel mode
    Volg deze procedure om de ontvangst mode in te stellen op FAX/TEL AUTO
    SCH (Fax/Tel mode):

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    om FAX/TEL AUTO
    SCH. te selecteren.

    9

    Druk op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .

    .



    .

    GEBRUIKERSINST.

    om RX INSTELLINGEN

    RX INSTELLINGEN
    ECM RX

    om RX MODE te

    RX MODE
    Voorbeeld:

    AUTOMATISCHE RX

    .

    FAX/TEL AUTO SCH.
    BEL STARTTIJD

    Raadpleeg de volgende pagina’s voor
    het instellen van de opties voor
    FAX/TEL AUTO SCH (Fax/Tel mode).

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar de
    standby mode.

    Voorbeeld:

    11

    Bevestig of FaxTel is weergegeven op het
    display.

    Voorbeeld:



    Hoofdstuk 8

    .

    GEGEVENSREGISTR.

    15:00

    FaxTel

    15:00

    FaxTel

    Als FaxTel niet is weergegeven, druk
    dan op Ontvangst mode om Fax/Tel
    mode te selecteren. Na enkele seconden
    keert het display terug naar de standby
    mode.

    Ontvangen van faxberichten

    8-5

    Ontvangen van
    faxberichten

    Voor deze mode dient u de optionele handset of een telefoon op uw fax aan te
    sluiten (→ pag. 2-6).



  • Page 106

    Instellen van de opties voor de Fax/Tel mode
    Indien u de Fax/Tel mode instelt, kunt u exact regelen hoe de fax inkomende
    oproepen dient te behandelen door de volgende instellingen aan te passen:
    ❏ BEL STARTTIJD instelling: hiermee kunt u de tijd aanpassen die de fax
    nodig heeft om te controleren of een oproep van een faxapparaat of een
    telefoon afkomstg is (standaard: 8 seconden).
    ❏ F/T BELDUUR instelling: Hiermee kunt u de tijdsduur aanpassen
    gedurende welke de fax belsignalen geeft bij een inkomend gesprek
    (standaard: 22 seconden).
    ❏ F/T SCHAKELACTIE instelling: Hiermee kunt u instellen of uw fax
    overschakelt naar de ontvangst mode of de verbinding verbreekt na het
    verstrijken van de in F/T BELDUUR ingestelde tijd (standaard: schakelt
    over naar ontvangst mode).

    ¶ Wat gebeurt als de Fax/Tel mode is ingesteld

    Zodra de fax een oproep ontvangt, antwoordt de fax, overeenkomstig het type
    oproep, als volgt:
    Telefoon

    Type verbinding

    Start van telefoonkosten
    voor beller.

    FAX

    FAX

    Handmatig verzenden

    Automatisch verzenden

    De fax antwoordt zonder belsignalen te geven.

    De fax luistert naar de faxtoon.
    (Gedurende 8 sec.)
    BEL STARTTIJD
    (Standaard instelling
    = 8 sec.)

    Faxtoon
    gedetecteerd.

    Het document wordt
    automatisch
    ontvangen.
    De faxtoon is gedetecteerd
    en de fax schakelt over
    naar de ontvangst mode.)

    Geen faxtoon gedetecteerd.
    De fax geeft belsignalen.
    F/T BELDUUR
    (Standaard instelling
    = 22 sec.)

    Neem de handset op
    om het gesprek te
    beginnen.

    Als u de handset niet opneemt (binnen 22 sec.).

    F/T SCHAKELACTIE
    Kies tussen:
    ONTVANGEN (standaard instelling) en VERBREKEN.

    VERBREKEN
    Het faxapparaat verbreekt
    de verbinding.

    ONTVANGEN
    (Standaard instelling)
    Niet alle faxapparaten kunnen een faxtoon verzenden. Stel de instelling F/T SCHAKELACTIE in een
    dergelijke situatie in op ONTVANGEN, zodat de fax automatisch overschakelt naar de ontvangst
    mode en het document ontvangt. Wordt geen document ontvangen, dan zal de FAX-L280/L200 de
    verbinding na ca. 40 seconden verbreken.

    8-6 Ontvangen van faxberichten

    Hoofdstuk 8



  • Page 107

    Volg deze procedure om de opties voor Fax/Tel mode in te stellen:

    1

    Volg stap 1 t/m 9 op pagina 8-5.

    2

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    3

    Gebruik de numerieke toetsen om de
    BEL STARTTIJD in te voeren.

    Voorbeeld:



    4

    8SEC
    9SEC

    U kunt kiezen uit 0 t/m 30
    seconden.
    Zie de vorige pagina voor
    informatie over deze instelling.

    Druk tweemaal op Instellen.

    Ontvangen van
    faxberichten



    BEL STARTTIJD

    F/T BELDUUR
    Voorbeeld:

    22SEC

    5

    Gebruik de numerieke toetsen om
    van de F/T BELDUUR in te voeren.



    Druk tweemaal op Instellen.

    7

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    F/T SCHAKELACTIE te selecteren.
    .



    Hoofdstuk 8

    30SEC

    U kunt kiezen uit 10 t/m 60
    seconden.
    Zie de vorige pagina voor
    informatie over deze instelling.

    6



    Voorbeeld:

    .

    F/T SCHAKELACTIE
    Voorbeeld:

    ONTVANGEN

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    ONTVANGEN (Overschakelen
    naar ontvangst mode)

    VERBREKEN (Verbreken van
    de verbinding)
    Zie de vorige pagina voor
    informatie over deze instelling.

    8

    Druk op Instellen.

    9

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    TELEFOONBEL
    Voorbeeld:

    15:00

    FaxTel

    Ontvangen van faxberichten

    8-7



  • Page 108

    Handmatig faxberichten ontvangen: HANDMATIG MODE
    Stel deze mode in wanneer u slechts één telefoonlijn heeft die u hoofdzakelijk
    gebruikt voor telefoongesprekken en slechts af en toe voor het ontvangen van
    faxberichten.
    Voor deze mode dient u de optionele handset of een telefoon op uw fax aan te
    sluiten, zodat u in staat bent om gesprekken te ontvangen, maar ook om het
    handmatig ontvangen van documenten te activeren. U kunt de ontvangst direct
    op de fax activeren of, indien uw telefoon zich op afstand van de fax bevindt,
    via de telefoon met de ID voor RX op afstand kiezen om de ontvangst te
    activeren (dit wordt Ontvangen op afstand genoemd).

    Instellen van de HANDMATIG MODE
    Volg deze procedure om de ontvangst mode in te stellen op HANDMATIG MODE:

    1

    Druk op Ontvangst mode om
    HANDMATIG MODE te selecteren.


    Na enkele seconden wijzigt het
    display als volgt:

    HANDMATIG MODE
    Voorbeeld:

    15:00

    Handm.

    Handmatig ontvangen van een faxbericht
    Volg deze procedure om een faxbericht handmatig te ontvangen:

    1

    Zorg dat Handmatig is weergegeven
    op het display (→ hierboven).

    2

    Zorg dat de optionele handset of een
    telefoon op uw fax is aangesloten
    (→ pag. 2-6).

    3

    Wanneer u de optionele handset of de
    telefoon hoort overgaan, neem dan de
    handset op.

    8-8 Ontvangen van faxberichten

    Voorbeeld:

    15:00

    Handm.

    Hoofdstuk 8



  • Page 109

    ¶ Als u een lange pieptoon hoort of een stilte:
    Iemand probeert u een faxbericht te
    zenden. Druk op Start/Kopie op uw fax
    en handset of de hoorn op om het
    document te ontvangen.


    Indien u een telefoon gebruikt die
    zich op afstand van de fax bevindt,
    kies dan 25 (de standaard ID voor
    RX op afstand) met uw telefoon
    en hang op.

    Ontvangen van
    faxberichten

    4

    ¶ Hoort u een stem:
    4

    Begin het gesprek. Als de andere partij
    na het gesprek een document wil
    toezenden, vraag dan of de andere
    partij op hun faxapparaat op de
    starttoets wil drukken.

    5

    Als u een lange pieptoon hoort, druk
    dan op Start/Kopie op uw fax en hang
    de handset of de hoorn op om het
    document te ontvangen.









    Hoofdstuk 8

    Indien u een telefoon gebruikt die
    zich op afstand van de fax bevindt,
    kies dan 25 (de standaard ID voor
    RX op afstand) met uw telefoon
    en hang op.

    Indien u de handset gebruikt, hang dan op nadat u op Start/Kopie op de
    fax heeft gedrukt, anders verbreekt u de verbinding.
    De fax maakt u met een pieptoon erop attent dat de handset niet goed is
    opgehangen. Zorg dat de handset correct in de houder is geplaatst. Als u
    niet wilt dat de fax een pieptoon geeft, schakel de instelling HOORN VAN
    HAAK dan uit (→ pag. 14-4).
    Indien u de ontvangst via de telefoon niet kunt activeren, controleer dan of
    de instelling RX OP AFSTAND is ingeschakeld (→ pag. 14-7).
    U kunt de ID voor RX op afstand wijzigen (→ ID RX OP AFSTAND,
    pag. 14-7) of de ontvangst op afstand uitschakelen (→ RX OP AFSTAND,
    pag. 14-7).
    Indien u een antwoordapparaat op uw fax heeft aangesloten dat niet
    geschikt is voor het uitvoeren van handelingen op afstand (controleren van
    uw antwoordapparaat via een telefoon op afstand), dan kan de
    veiligheidscode voor deze functie identiek zijn aan de ID voor RX op
    afstand van uw fax. In deze situatie dient u de ID voor RX op afstand te
    wijzigen om onderscheid te kunnen maken tussen deze ID en de
    veiligheidscode van het antwoordapparaat (→ ID RX OP AFSTAND,
    pag. 14-7).

    Ontvangen van faxberichten

    8-9



  • Page 110

    Faxberichten ontvangen via een antwoordapparaat:
    ANTW.APP.MODE
    Door een antwoordapparaat op de fax aan te sluiten, kunt u faxberichten en
    telefoongesprekken ontvangen terwijl u weg bent.
    In de ANTW.APP.MODE stelt de fax het antwoordapparaat in staat inkomende
    oproepen te beantwoorden, vervolgens naar de faxtoon te luisteren en zodra
    deze toon wordt gedetecteerd de faxberichten automatisch te ontvangen.

    Instellen van de ANTW.APP.MODE
    Voor deze mode dient u een antwoordapparaat of een telefoon met
    antwoordapparaat op uw fax aan te sluiten (→ pag. 2-6).

    Volg deze procedure om de ontvangst mode op ANTW.APP.MODE in te stellen:

    1

    Druk op ontvangst mode om
    ANTW.APP.MODE te selecteren.


    Na enkele seconden wijzigt het
    display als volgt:

    ANTW.APP. MODE
    Voorbeeld:

    15:00

    Antw.

    Gebruik de fax met een antwoordapparaat
    Volg deze aanwijzingen wanneer u de FAX-L200 met een antwoordapparaat
    gebruikt:
    ❏ Stel het antwoordapparaat in om bij het eerste of tweede belsignaal in te
    schakelen.
    ❏ Inspreken van het uitgaande bericht op het antwoordapparaat:

    de totale melding mag niet langer duren dan 15 seconden.

    In het bericht kunt u vertellen hoe de andere partij een fax kan sturen.
    Bijvoorbeeld:
    "Hallo. Ik ben op dit moment niet aanwezig, maar na de pieptoon
    kunt u een boodschap inspreken. Wilt u een faxbericht verzenden,
    druk dan na het inspreken van uw boodschap op de starttoets van uw
    faxapparaat. Bedankt."

    8-10 Ontvangen van faxberichten

    Hoofdstuk 8



  • Page 111

    Ontvangst tijdens het uitvoeren van andere taken
    De fax is een multifunctioneel apparaat en het kan faxberichten en gesprekken
    ontvangen terwijl u andere taken uitvoert.

    Ontvangen van faxberichten in het geheugen
    indien een probleem optreedt
    Indien tijdens de ontvangst van een faxbericht een probleem optreedt, worden
    de niet afgedrukte pagina’s automatisch in het faxgeheugen opgeslagen.
    Vervolgens verschijnt zowel ONTV. IN GEHEUG. als één of meer andere
    meldingen op het display. Zie pag. 13-8 voor een toelichting op de meldingen
    en details over de te ondernemen actie.





    Het faxgeheugen heeft een capaciteit voor ca. 64 pagina’s.*
    U kunt het apparaat zodanig instellen dat de faxberichten bij het optreden
    van een probleem tijdens de ontvangst niet in het faxgeheugen worden
    opgeslagen (→ GEHEUGEN RX, pag. 14-7).
    Zodra het probleem is opgelost wordt het ontvangen faxbericht afgedrukt
    en vervolgens uit het geheugen gewist.
    Als het faxgeheugen tijdens het ontvangen van een faxbericht in het
    geheugen volraakt, dan is het niet mogelijk de resterende pagina’s te
    ontvangen. Neem contact op met de andere partij en vraag of hij/zij de
    resterende pagina’s opnieuw wil verzenden.

    Annuleren van een inkomend faxbericht
    Volg deze procedure als u de ontvangst van een faxbericht wilt afbreken
    voordat de ontvangst is beëindigd:

    1

    Druk op Stop.

    ANNUL.? @ JA # NEE
    .



    De vraagt u het annuleren van
    de ontvangst te bevestigen.

    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    2

    Druk op @ om de ontvangst te
    annuleren.
    .



    De ontvangst wordt niet
    geannuleerd tot u op @ heeft
    gedrukt.
    Als u zich bedenkt en het
    faxbericht toch wilt ontvangen,
    drukt u op # .

    .

    .

    OP STOP GEDRUKT
    Voorbeeld:

    TX/RX NR.

    5003

    .



    .

    * Gebaseerd op Canon FAX Standaard kaart nr. 1, standaard mode.

    Hoofdstuk 8

    Ontvangen van faxberichten

    8-11

    Ontvangen van
    faxberichten

    Als de fax een ontvangen faxbericht niet kan afdrukken, omdat het apparaat
    bezig is met het uitvoeren van andere taken, dan zullen de faxberichten in het
    geheugen worden opgeslagen. Zodra de andere taak is beëindigd, zal de fax de
    in het geheugen ontvangen faxberichten automatisch afdrukken.



  • Page 112

    Telstra FaxStream™ Duet (alleen Australië)
    In Australië biedt Telstra de FaxStream™ Duet functie. Met deze functie kunt
    u twee nummers aan uw lijn toewijzen: één voor de fax en één voor de telefoon.
    Zodra het faxnummer is gekozen, stuurt het netwerk een speciaal belsignaal dat
    door uw fax wordt herkend en wordt de oproep automatisch als een faxoproep
    behandeld. Indien een telefoonnummer wordt gekozen, stuurt het netwerk een
    ander belsignaal en wordt de oproep als een telefoongesprek behandeld. Dit
    betekent dat er bij de andere partij geen tijdverlies als gevolg van het
    omschakelen optreedt.
    ❏ Drie belsignalen (kort-kort-kort) voor faxberichten.
    Drie korte belsignalen met normale intervallen.
    ❏ Alle andere belsignalen hebben betrekking op een telefoongesprek.
    Neem voor aansluitinformatie contact op met Telstra.

    Instellen van de fax voor netwerkschakeling
    Volg deze procedure om de ontvangst mode in te stellen op NET SWITCH:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om RX
    INSTELLINGEN te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    selecteren.

    9

    Druk op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    .

    .

    .

    8-12 Ontvangen van faxberichten

    .

    .

    RX INSTELLINGEN
    ECM RX

    om RX MODE te

    RX MODE
    Voorbeeld:

    AUTOMATISCHE RX
    om NET SWITCH te

    NET SWITCH
    TELEFOONBEL

    Hoofdstuk 8



  • Page 113

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    NET SW.

    Indien de instelling RX MODE op NET SWITCH is ingesteld, kan er geen andere
    ontvangst mode worden geselecteerd met de toets ontvangst mode.

    De procedure voor het gebruik van het netwerkschakelsysteem is bijna identiek
    aan de procedure als de fax via een normale telefoonlijn is ingeschakeld.
    Ontvangt u een oproep, dan zal de fax echter reageren zoals onderstaand is
    aangegeven:
    Als u de bel voor een telefoongesprek hoort
    Neem de handset op en begin het gesprek. Hoort u een langzame pieptoon, dan
    betekent dit dat een ander faxapparaat een document probeert toe te zenden.
    Druk op Start/Kopie om het faxbericht te ontvangen. Neemt u de handset niet
    op, dan zal de fax een belsignaal geven tot het andere faxapparaat ophangt. Is
    een antwoordapparaat aangesloten, dan neemt dit de oproep over.
    Hoort u het belsignaal voor een fax-oproep (driemaal een kort signaal)
    Na het belsignaal zal het document automatisch worden ontvangen.

    Hoofdstuk 8

    Ontvangen van faxberichten

    8-13

    Ontvangen van
    faxberichten

    Bediening van netwerkschakelsysteem



  • Page 114

    Telecom FaxAbility (alleen Nieuw Zeeland)
    In Nieuw Zeeland biedt Telecom N.Z. de FaxAbility functies. Met deze functie
    kunt u twee nummers aan uw lijn toewijzen: één voor de fax en één voor de
    telefoon. Zodra het faxnummer wordt gebeld, stuurt het netwerk een speciaal
    belsignaal dat door uw faxapparaat wordt herkend, waarna het faxbericht
    automatisch wordt ontvangen. Indien een telefoonnummer wordt gekozen,
    stuurt het netwerk een ander belsignaal en wordt de oproep als een
    telefoongesprek behandeld. Dit betekent dat er bij de andere partij geen
    tijdverlies als gevolg van het omschakelen optreedt.
    Neem voor aansluitinformatie contact op met Telecom.

    Instellen van de fax voor Network Switch
    Volg deze procedure om de ontvangst mode in te stellen op NET SWITCH :

    1

    Open het snelkiespaneel.

    2

    Druk op Gegevensregistratie.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om RX
    INSTELLINGEN te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    selecteren.

    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    .

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    .

    .

    .

    .

    .

    RX INSTELLINGEN
    ECM RX

    om RX MODE te

    RX MODE
    Voorbeeld:

    AUTOMATISCHE RX
    om NET SWITCH te

    NET SWITCH
    TELEFOONBEL
    Voorbeeld:

    15:00

    NET SW.

    Wanneer de instelling RX MODE op NET SWITCH is ingesteld, kan er geen
    andere ontvangst mode worden geselecteerd met de toets ontvangst mode.

    8-14 Ontvangen van faxberichten

    Hoofdstuk 8



  • Page 115

    Bediening van netwerkschakelsysteem

    Als u de bel voor een telefoongesprek hoort
    Neem de handset op en begin het gesprek. Hoort u een langzame pieptoon, dan
    betekent dit dat een ander faxapparaat een document probeert toe te zenden.
    Druk op Start/Kopie om het faxbericht te ontvangen. Neemt u de handset niet
    op, dan zal de fax een belsignaal geven tot het andere faxapparaat ophangt. Is
    een antwoordapparaat aangesloten, dan neemt dit de oproep over.
    Als u de bel voor een faxbericht hoort:
    Na het belsignaal zal het document automatisch worden ontvangen.

    Hoofdstuk 8

    Ontvangen van faxberichten

    8-15

    Ontvangen van
    faxberichten

    De procedure voor het gebruik van het netwerkschakelsysteem is bijna identiek
    aan de procedure als de fax via een normale telefoonlijn is ingeschakeld.
    Ontvangt u een oproep, dan zal de fax echter reageren zoals onderstaand is
    aangegeven:



  • Page 116

    8-16 Ontvangen van faxberichten

    Hoofdstuk 8



  • Page 117

    Hoofdstuk 9



    Speciale kiesmethoden ..........................................................................
    • Invoeren van pauzes in een fax-/telefoonnummer ...........................
    • Tijdelijk overschakelen naar toonkiezen .........................................
    • Bevestigen van kiestoon ...................................................................
    • Kiezen via een huistelefooncentrale .................................................

    9-2
    9-2
    9-3
    9-4
    9-4



    In het geheugen opgeslagen documenten .............................................
    • Afdrukken van een lijst met in het geheugen opgeslagen
    documenten ..................................................................................
    • Afdrukken van een in het geheugen opgeslagen document ............
    • Verzenden van een in het geheugen opgeslagen document .............
    • Verwijderen van een in het geheugen opgeslagen document ...........

    9-5
    9-5
    9-6
    9-7
    9-9



    Polling ..................................................................................................
    • Wat is polling? .................................................................................
    • Polling ontvangst .............................................................................
    Polling van een ander faxapparaat .............................................
    Annuleren van polling ontvangst ................................................
    • Polling verzending ...........................................................................
    Installeren van de polling bus .....................................................
    Scannen van een document in de polling bus ............................
    Wijzigen of wissen van de instellingen van de polling bus .........

    9-10
    9-10
    9-10
    9-10
    9-12
    9-12
    9-12
    9-15
    9-15



    Beperkt gebruik van de fax ..................................................................
    • Beperkt gebruik van de fax inschakelen ..........................................
    • Beperkt gebruik van de fax uitschakelen ........................................

    9-17
    9-17
    9-18



    Beperkte ontvangst ...............................................................................

    9-20

    Speciale functies

    9-1

    Speciale functies

    Hoofdstuk 9
    Speciale functies



  • Page 118

    Speciale kiesmethoden
    Invoeren van pauzes in een fax-/telefoonnummer
    In de volgende situaties kan het nodig zijn een pauze in het
    fax-/telefoonnummer in te voeren:



    Bij het kiezen of opslaan van een internationaal nummer. De lengte en de positie van
    de pauze is afhankelijk van het telefoonnet in uw land.
    Wanneer uw fax is aangesloten op een huistelefooncentrale. Zie pag. 3-9 voor
    informatie.

    Volg deze procedure om tijdens het normaal kiezen of bij het opslaan van een
    nummer voor snelkiezen een pauze in te voeren:

    1

    Wanneer u bij de stap aankomt waar
    u wordt gevraagd het
    fax-/telefoonnummer in te voeren,
    gebruikt u de numerieke toetsen om het
    nummer tot aan de plaats waar een
    pauze nodig is in te voeren.


    2



    3

    4

    5

    TEL=

    00P

    TEL=

    00p811234

    TEL=

    00p811234P

    Voorbeeld:

    Voorbeeld:

    Als u het verkeerde nummer invoert,
    drukt u op Wissen en begint u opnieuw
    bij stap 1.

    Om aan het einde van het nummer
    een pauze in te voeren, drukt u op
    Nummerherhaling/Pauze.


    00

    Een pauze in een nummer (p) duurt
    twee seconden*.
    Voor een langere pauze, drukt u
    nogmaals op Nummerherhaling/Pauze
    voor nog een twee seconden* durende
    pauze. Als alternatief kunt u de lengte
    van de pauze wijzigen (→ PAUZEDUUR,
    pag. 14-6).

    Voer vervolgens de rest van het
    fax/telefoonnummer in met de
    numerieke toetsen.


    TEL=

    Als u een verkeerd nummer invoert,
    drukt u op Wissen en voert u vervolgens
    het juiste nummer in.

    Druk op Nummerherhaling/Pauze om
    een pauze in te voeren.


    Voorbeeld:

    Voorbeeld:

    Een pauze aan het einde van het
    nummer (P) is vast ingesteld op tien
    seconden.

    Ga door met de handeling waar u mee
    bezig bent.

    * Vier seconden in de UK en Hong Kong.

    9-2 Speciale functies

    Hoofdstuk 9



  • Page 119

    Tijdelijk overschakelen naar toonkiezen
    Veel informatiediensten voor banken, vliegtuigreserveringen, hotelreserveringen,
    etc., vereisen toonkiezen. Indien uw fax is ingesteld op pulskiezen (→ pag. 3-8),
    volg dan deze procedure om het apparaat tijdelijk in te stellen op toonkiezen:
    Om met de andere partij te kunnen spreken, dient u de optionele handset of een
    telefoon op uw fax aan te sluiten (→ pag. 2-6).

    Druk op Haak.


    2

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    telefoonnummer van de
    informatiedienst te kiezen.


    3



    4

    5

    7654321

    TEL=

    7654321T

    Voorbeeld:

    Voorbeeld:

    TEL=7654321T@ 34
    .

    Nummers die worden ingevoerd nadat u
    op Toon/+ heeft gedrukt, worden
    gekozen via toonkiezen.

    Wanneer u het gesprek wilt beëindigen,
    drukt u op Haak om de verbinding te
    verbreken.



    Hoofdstuk 9

    TEL=

    Wanneer u op Toon/+ heeft gedrukt,
    verschijnt T op het display.
    Indien u in stap 1 op Haak heeft
    gedrukt, dan kunt u de handset
    opnemen als u met de andere partij wilt
    spreken.

    Gebruik de numerieke toetsen om de
    door de informatiedienst gevraagde
    nummers in te voeren.


    Voorbeeld:

    De fax maakt verbinding via de door
    uw telefoonlijn vereiste pulsen.

    Zodra u de opgeslagen melding van
    de informatiedienst hoort, opent u het
    snelkiespaneel en drukt u op Toon/+
    om over te schakelen naar toonkiezen.


    TEL=

    U kunt ook de handset optillen in
    plaats van op Haak te drukken.

    Indien u de handset gebruikt, hangt u
    deze op om de verbinding te verbreken.
    Toonkiezen wordt geannuleerd wanneer
    u de verbinding verbreekt.

    Speciale functies

    9-3

    Speciale functies

    1



  • Page 120

    Bevestigen van kiestoon*
    Deze functie stelt u in staat uw fax in te stellen op het luisteren naar en het
    detecteren van een kiestoon midden in een fax-/telefoonnummer voordat u de
    rest van het nummer kiest. Dit wordt kiestoondetectie genoemd.
    Volg deze procedure voor kiestoondetectie tijdens het normaal kiezen van een
    nummer of bij het opslaan van een nummer voor snelkiezen:

    1

    Wanneer u bij de stap aankomt waar
    u wordt gevraagd het
    fax-/telefoonnummer in te voeren,
    gebruikt u de numerieke toetsen om het
    nummer in te voeren tot aan de plaats
    waar kiestoondetectie gewenst is.

    Voorbeeld:

    2

    Open het snelkiespaneel en druk op
    D.T. voor kiestoondetectie.

    Voorbeeld:



    3

    4

    TEL=345•_

    Een kleine punt geeft aan waar de
    fax op de kiestoon zal wachten.

    Voer de rest van het
    fax-/telefoonnummer in met de
    numerieke toetsen.


    TEL=345_

    Voorbeeld:

    TEL=345•1234_

    Als u een verkeerd nummer heeft
    ingevoerd, druk dan op Wissen en
    begin opnieuw bij stap 1.

    Ga door met de handeling waar u mee
    bezig bent.

    Kiezen via een huistelefooncentrale
    Zie pag. 3-9 voor informatie over het kiezen via een huistelefooncentrale.

    * Deze functie is niet beschikbaar voor de UK, Ierland, Australië, Nieuw Zeeland, Hong
    Kong, Singapore en Maleisië.

    9-4 Speciale functies

    Hoofdstuk 9



  • Page 121

    In het geheugen opgeslagen documenten
    Deze paragraaf beschrijft hoe u verschillende handelingen kunt uitvoeren met
    documenten die in het geheugen zijn opgeslagen. U treft instructies aan voor
    het afdrukken van een lijst met in het geheugen opgeslagen documenten,
    alsmede procedures voor het afdrukken, verzenden en wissen van in het
    geheugen opgeslagen documenten.

    Afdrukken van een lijst met in het geheugen opgeslagen
    documenten

    Volg de onderstaande procedure om een lijst met in het geheugen opgeslagen
    documenten af te drukken:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    Druk op Geheugenreferentie.

    DOC. GEHEUG.LST
    RAPPORT AFDR.

    De fax drukt de DOC.
    GEHEUGENLIJST af.



    27/12 2001

    21:53

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    DOC. GEHEUG.LIJST

    TX/RX NR

    Hoofdstuk 9

    MODE

    0046
    0047

    VERZENDEN
    B’CAST

    0048

    WIS GROEPSKIEZEN

    0049
    0050

    UITGESTELDE TX
    B’CAST

    AANSLUITING TEL/ID
    [@
    [
    [@
    [
    [@
    [
    [

    .

    .

    .

    01] Canon TOKYO
    01] Canon CANADA
    02] Canon FRANCE
    04] Canon ITALIA
    03] Canon U.S.A.
    05] Canon OPTICS
    03] Canon GROEP 2

    PAG.

    STEL TIJD IN

    3 27/12
    1 27/12

    21:24
    21:36

    1 27/12

    21:39

    2 27/12
    1 27/12

    21:45
    21:49

    STEL TIJD IN

    23:00
    23:00
    23:00

    Speciale functies

    9-5

    Speciale functies

    De fax kan een lijst met in het geheugen opgeslagen documenten afdrukken,
    samen met het transactienummer (TX/RX NR.) van elk document. Weet u
    eenmaal het transactienummer van een in het geheugen opgeslagen document,
    dan kunt u dit afdrukken, verzenden of wissen. De betreffende procedures zijn
    beschreven op de volgende pagina’s.



  • Page 122

    Afdrukken van een in het geheugen opgeslagen document
    Volg deze procedure om een in het geheugen opgeslagen document af te
    drukken:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om PRINT
    DOCUMENT te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    5

    Gebruik
    of
    om het
    transactienummer (TX/RX NR.) van
    het document dat wilt wilt afdrukken te
    selecteren.

    Voorbeeld:

    Druk op Geheugenreferentie.

    .





    6

    .

    .



    DOC. GEHEUG.LST

    .

    PRINT DOCUMENT
    TX/RX NR.

    0001
    _

    TX/RX NR.

    #_
    0003
    .

    Weet u niet zeker wat het
    transactienummer is (TX/RX
    NR.), druk dan de DOC.
    GEHEUGENLIJST af (→ pag. 9-5).
    Een “# ” voor het
    transactienummer (TX/RX NR.)
    geeft aan dat het document op dat
    moment wordt verzonden en
    daarom niet kan worden
    geselecteerd.
    of
    om informatie
    Gebruik
    over de transactie (bijvoorbeeld de
    bestemming) weer te geven.
    .

    .

    .

    Druk op Instellen.

    ALLEEN 1STE PAG?
    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    7

    .

    Druk op @ om alleen de eerste pagina
    af te drukken of druk op # om alle
    pagina’s van het document af te
    drukken.
    .

    .



    8

    De fax drukt het document af.

    Om door te gaan met het afdrukken
    van andere in het geheugen opgeslagen
    documenten, herhaalt u de procedure
    vanaf stap 5.
    - of Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    9-6 Speciale functies

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Hoofdstuk 9



  • Page 123

    Verzenden van een in het geheugen opgeslagen document
    Volg deze procedure om een in het geheugen ontvangen document te verzenden:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om DOC.
    OPNIEUW TX te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    Druk op Geheugenreferentie.

    .

    DOC. GEHEUG.LST

    .

    DOC. OPNIEUW TX
    Voorbeeld:

    TX/RX NR.

    0001
    _

    TX/RX NR.

    #_
    5003

    Voorbeeld:

    .







    6

    .

    Gebruik
    of
    om het
    transactienummer (TX/RX NR.) van
    het document dat u wilt verzenden te
    selecteren.
    .

    Speciale functies

    5

    Weet u niet zeker wat het
    transactienummer (TX/RX NR.)
    is, druk dan de DOC.
    GEHEUGENLIJST af (→ pag. 9-5).
    Een “# ” voor het
    transactienummer (TX/RX NR.)
    geeft aan dat het document op dat
    moment wordt verzonden of
    afgedrukt en daarom niet kan
    worden geselecteerd.
    of
    om informatie
    Gebruik
    over de transactie (bijvoorbeeld de
    bestemming) weer te geven.
    .

    .

    .

    Druk op Instellen.

    KIES BESTEMM.
    TEL=

    7

    Voer max. 125 faxnummers die u wilt
    verzenden via één van de volgende
    methoden in:



    Hoofdstuk 9

    Snelkiezen:
    Druk op de gewenste
    snelkiestoets(en).
    Verkort kiezen:
    Druk op Verkort kiezen en
    gebruik vervolgens de numerieke
    toetsen om de gewenste
    tweecijferige code in te voeren.
    Herhaal de procedure voor
    andere codes.

    Zorg dat u voor elke code op
    Verkort kiezen drukt.

    Voorbeeld:

    TEL=905 795 1111
    Voorbeeld:

    @ 01
    .

    Voorbeeld:

    TEL=03 3758 2111

    Speciale functies

    9-7



  • Page 124






    8

    Normaal kiezen:
    Gebruik de numerieke toetsen
    om het gewenste faxnummer in
    te voeren en druk vervolgens op
    Instellen.

    U kunt slechts één faxnummer
    op deze manier invoeren.

    Voorbeeld:

    TEL=2 887 0166

    Als u een verkeerde bestemming invoert, druk dan op Wissen en voer
    vervolgens de juiste bestemming in.
    of
    om door de
    Om de ingevoerde bestemmingen te bekijken, gebruikt
    nummers te bladeren.
    .

    .

    Druk op Instellen om het verzenden te
    starten.


    Om het verzenden tijdens het
    kiezen te annuleren, drukt u op
    Stop en vervolgens op @ . Het
    verzenden naar alle in stap 7
    aangegeven bestemmingen wordt
    geannuleerd. (U kunt niet slechts
    één bestemming annuleren.)
    .

    9-8 Speciale functies

    Hoofdstuk 9



  • Page 125

    Verwijderen van een in het geheugen opgeslagen document
    Volg deze procedure om een in het geheugen opgeslagen document te wissen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om WIS
    DOCUMENT te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    Voorbeeld:

    5

    Gebruik
    of
    om het
    transactienummer (TX/RX NR.) van
    het document dat u wilt wissen te
    selecteren.

    Voorbeeld:

    Druk op Geheugenreferentie.

    .



    0001
    _

    TX/RX NR.

    #_
    0003
    .

    .

    .

    .

    WISSEN OK?

    Als u een in de polling bus opgeslagen
    document wilt wissen (→ pag. 9-12),
    voer dan het password in waarmee u
    toegang verkrijgt tot de instellingen van
    de polling bus en druk vervolgens op
    Instellen.

    Druk op @ om het document te
    wissen.
    .



    TX/RX NR.

    Weet u niet zeker wat het
    transactienummer (TX/RX NR.) is,
    druk dan de DOC. GEHEUGENLIJST af
    (→ pag. 9-5).
    Een “# ” voor het transactienummer
    (TX/RX NR.) geeft aan dat het
    document op dat moment wordt
    verzonden. Als u een document dat
    wordt verzonden wilt wissen, volgt u de
    instructies op het display.
    Gebruik
    of
    om informatie over de
    transactie (bijvoorbeeld de bestemming)
    weer te geven.

    Druk op Instellen.


    7

    .

    WIS DOCUMENT

    Speciale functies



    6

    .

    .



    DOC. GEHEUG.LST

    JA=( @ ) NEE=( # )
    .

    .

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    15:00

    Fax

    Als u zich bedenkt en het document
    toch in het geheugen wilt bewaren, druk
    dan op # .
    .

    8

    Hoofdstuk 9

    Om door te gaan met het wissen van
    andere in het geheugen opgeslagen
    documenten, herhaalt u de procedure
    vanaf stap 5.
    - of Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    Speciale functies

    9-9



  • Page 126

    Polling
    Wat is Polling?
    Bij een standaard faxhandeling verzendt de ene fax een document naar de
    andere fax. Bij polling belt een fax een andere fax en vraagt deze een document
    naar hem te verzenden; met andere woorden, de fax vraagt het document bij de
    andere fax op.
    Uw fax is in staat beide functies te vervullen; het kan polling uitvoeren bij een
    ander faxapparaat om een document op te vragen (polling ontvangst) of het
    kan een document in de polling bus bewaren, zodat andere faxapparaten
    polling bij uw fax kunnen uitvoeren om het document op te vragen (polling
    verzending).

    Polling ontvangst
    Bij polling ontvangst belt uw fax een ander faxapparaat en vraagt het om het
    document dat het bewaart te verzenden.
    Polling ontvangst kan handig zijn in de volgende situaties:
    ❏ Wanneer u een document wilt opvragen bij een instelling, zoals een bank of
    andere informatiedienst.
    ❏ Wanneer u een document van een ander faxapparaat wilt ontvangen wanneer dat
    u het beste uitkomt.
    ❏ Wanneer u de verzendkosten voor het ontvangen van een document voor uw
    rekening wilt nemen.

    Polling van een ander faxapparaat
    Alvorens polling bij een ander faxapparaat te kunnen uitvoeren, dient u het
    volgende te lezen:
    ❏ De fax kan uitsluitend polling van een ander faxapparaat uitvoeren indien dat
    faxapparaat deze functie ondersteunt.
    ❏ Het document dat u wilt opvragen, dient voor polling gereed te liggen op het
    andere faxapparaat. Neem, indien nodig, contact op met de andere partij.
    ❏ Neem contact op met de andere partij en vraag of u een sub-adres en/of een
    password nodig heeft om het document bij hun faxapparaat op te vragen. Is dit
    het geval, zorg dan dat u de beschikking krijgt over het sub-adres en/of het
    password en sla ze samen met het faxnummer voor snelkiezen op (→ Hoofdstuk
    6). U kunt polling uitsluitend uitvoeren met een sub-adres/password door
    snelkiezen te gebruiken. Indien u geen sub-adres/password nodig heeft, dan kunt
    u het document opvragen zonder deze nummers in te voeren.
    ❏ Indien de andere partij een Canon faxapparaat gebruikt en dit faxapparaat
    ondersteunt geen transactie met sub-adres/password, vraag de andere partij dan
    om de polling ID op hun faxapparaat op 255 of 11111111 binair in te stellen.
    ❏ U kunt polling van verschillende faxapparaten in één handeling uitvoeren. Elke
    polling handeling kan documenten opvragen bij max. 125 faxnummers.
    ❏ Het sub-adres/password dient een standaard ITU-T sub-adres/password te zijn.

    9-10 Speciale functies

    Hoofdstuk 9



  • Page 127

    Volg deze procedure voor polling van één of meerdere faxapparaten:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    5

    Voer max. 125 faxnummers voor
    polling in via één van de volgende
    methoden:

    Druk op Polling.










    6

    Hoofdstuk 9

    .

    om POLLING RX te

    Snelkiezen:
    Druk op de gewenste
    snelkiestoets(en).
    Verkort kiezen:
    Druk op Verkort kiezen en
    gebruik vervolgens de numerieke
    toetsen om de gewenste
    tweecijferige code in te voeren.
    Herhaal de procedure voor
    andere codes.

    Zorg dat u voor elke code op
    Verkort kiezen drukt.
    Normaal kiezen:
    Gebruik de numerieke toetsen
    om het gewenste faxnummer in
    te voeren en druk vervolgens op
    Instellen.

    U kunt op deze manier slechts
    één faxnummer invoeren.

    POLLING RX

    Voorbeeld:

    TEL=905 795 1111
    Voorbeeld:

    @ 01
    .

    Voorbeeld:

    TEL=03 3758 2111

    Voorbeeld:

    TEL=

    2 887 0166

    Als u een verkeerde bestemming invoert, drukt dan op Wissen en voer
    vervolgens de juiste bestemming in.
    Via normaal kiezen kunt u geen sub-adres/password invoeren. Indien u een
    sub-adres/password voor polling dient in te voeren, sla dit dan samen met
    het faxnummer voor snelkiezen op (→ Hoofdstuk 6).
    of
    om door
    Om de ingevoerde bestemmingen te bekijken, drukt u op
    de nummers te bladeren.
    .

    .

    Druk op Start/Kopie om polling van
    het/de faxappara(a)t(en) te starten.

    Speciale functies

    9-11

    Speciale functies

    .

    POLLING TX



  • Page 128

    Annuleren van polling ontvangst
    Om polling ontvangst te annuleren, volgt u dezelfde procedure als voor het
    annuleren van een ontvangst (→ pag. 8-11).

    Polling verzending
    Bij polling verzending bewaart uw fax een document in de polling bus, zodat
    andere faxapparaten dit kunnen opvragen.
    Polling verzending kan handig zijn in de volgende situaties:
    ❏ Een bedrijfsafdeling kan een document in de fax opslaan, zodat andere
    afdelingen dit document naar wens kunnen opvragen.
    ❏ Wanneer u wilt dat de andere partij het document opvraagt bij uw fax
    wanneer dat hen het beste uitkomt.
    ❏ Wanneer u wilt dat de andere partij de kosten voor de ontvangst van een
    door u verzonden document voor hun rekening neemt.

    Installeren van de polling bus
    Deze paragraaf beschrijft hoe u de polling bus van de fax dient in te stellen,
    zodat u een document kunt scannen dat door andere faxapparaten wordt
    opgevraagd.
    Alvorens de polling bus te installeren, dient u het volgende te lezen:
    ❏ U kunt een ITU-T standaard password voor de polling bus instellen om te
    zorgen dat polling uitsluitend kan plaatsvinden door faxapparaten die de
    beschikking hebben over dat specifieke password (zie de onderstaande
    instructies). Neem contact op met de andere partij, zodat ze op de hoogte
    zijn van uw password. Stel geen password in als het faxapparaat van de
    andere partij geen password transacties ondersteunt.
    ❏ Uw fax kan worden ingesteld om het document in de polling bus te
    bewaren tot het door één faxapparaat is opgevraagd of het kan worden
    ingesteld om het document continu te bewaren zodat meerdere
    faxapparaten het document kunnen opvragen (zie hieronder voor meer
    informatie).
    Volg deze procedure voor het instellen van de polling bus:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    te selecteren.

    Druk op Gegevensregistratie.

    9-12 Speciale functies

    .

    .

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    om POLLING BUS

    POLLING BUS

    Hoofdstuk 9



  • Page 129

    5

    Druk driemaal op Instellen.

    SETUP FILE
    FILE NAAM

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    naam voor de polling bus in te
    voeren (max. 24 tekens, inclusief
    spaties).



    7

    :A

    Canon Dpt.1_

    :1

    Voorbeeld:

    Raadpleeg pag. 3-2 indien u niet
    zeker weet hoe u tekens dient in te
    voeren.
    Indien u al een naam heeft
    opgeslagen die u wilt bewaren, dan
    kunt u deze stap overslaan.

    Druk tweemaal op Instellen.

    DATA INVOER OK
    PASSWORD

    8

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    viercijferig password in te voeren.




    9

    PASSWORD

    _

    PASSWORD

    1234
    _

    Voorbeeld:

    Dit password voorkomt
    onbevoegde toegang tot de
    instellingen van de polling bus.
    Elke keer dat u de instellingen van
    de polling bus wilt wijzigen of
    wissen, dient u dit password in te
    voeren. Indien u geen password
    wilt instellen, dan kunt u deze stap
    overslaan.
    Indien u al een password heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan kunt u deze stap overslaan.

    Druk tweemaal op Instellen.

    TX PASSWORD
    Voorbeeld:

    Hoofdstuk 9

    Speciale functies

    9-13

    Speciale functies

    6

    _



  • Page 130

    10

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    password in te voeren (max. 20
    cijfers, inclusief @ , # en spaties).
    .






    11

    Voorbeeld:

    # 123456
    .

    .

    Het/de faxappara(a)t(en) die
    Polling van uw fax uitvoeren,
    dienen dit password op te slaan
    om in staat te zijn het document
    op te vragen.
    Indien u geen password wilt
    opslaan, dan kunt u deze stap
    overslaan.
    Indien u al een password heeft
    opgeslagen dat u wilt bewaren,
    dan kunt u deze stap overslaan.

    Druk tweemaal op Instellen.

    WISSEN NA TX
    Voorbeeld:

    AAN

    12

    Gebruik
    of
    om te selecteren of
    het document na de polling in het
    geheugen bewaard dient te blijven.
    .



    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    AAN
    Het document in de polling
    bus wordt gewist nadat het
    door één faxapparaat is
    opgevraagd.

    UIT
    Het document in de polling
    bus blijft in de polling bus,
    zodat het door een willekeurig
    aantal faxapparaten kan
    worden opgevraagd.

    13

    Druk op Instellen.

    14

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    WIJZIG GEGEVENS
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Heeft u de polling bus eenmaal ingesteld, dan kunt u het gewenste document in
    de polling bus scannen.

    9-14 Speciale functies

    Hoofdstuk 9



  • Page 131

    Scannen van een document in de polling bus
    Volg deze procedure om een document in de polling bus op te slaan, zodat
    andere faxapparaten het kunnen opvragen:
    U dient de polling bus in te stellen voordat u een document in de polling bus
    kunt scannen (→ pag. 9-12).

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).



    Zie pag. 7-2, 7-3 voor het aanpassen
    van de resolutie en het contrast.
    Het document kan wellicht niet
    worden verzonden als het gebruikte
    geheugen (wordt weergegeven op het
    display) bijna 100% is. Om meer
    faxgeheugen vrij te maken dient u in het
    geheugen opgeslagen documenten af te
    drukken te verzenden of te wissen
    (→ pag. 9-5).

    2
    3

    Open het snelkiespaneel.

    4

    Druk op Instellen.

    Druk op Polling.



    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    Speciale functies

    1

    POLLING TX

    De fax scant het document in de polling
    bus.

    Bij polling van uw fax door een ander faxapparaat, zijn de volgende voorwaarden van
    toepassing:

    Indien u een password voor de polling bus heeft opgeslagen, dient de andere partij het
    document met dit specifieke password op te vragen.

    Indien u geen password voor de polling bus heeft opgeslagen, maar het andere
    faxapparaat voor polling wel een password vereist, kan het document niet worden
    opgevraagd.

    Wijzigen of wissen van de instellingen van de polling bus
    Volg deze procedure voor het wijzigen of wissen van de instellingen van de
    polling bus:
    U kunt de instellingen van de polling bus niet wissen als u een document in de
    polling bus heeft gescand (zie hierboven). Wis het document eerst uit het
    geheugen voordat u de onderstaande procedure volgt (→ pag. 9-9).

    1

    Hoofdstuk 9

    Open het snelkiespaneel.

    Speciale functies

    9-15



  • Page 132

    2

    Druk op Gegevensregistratie.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    te selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    instelling te selecteren.

    .

    .



    .

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    om POLLING BUS

    POLLING BUS
    SETUP FILE

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    WIJZIG GEGEVENS
    Selecteer deze instelling als u de
    instellingen van de polling bus wilt
    wijzigen.

    FILE WISSEN
    Selecteer deze instelling als u de
    instellingen van de polling bus wilt
    wissen.

    ¶ Indien u in stap 6 WIJZIG GEGEVENS heeft geselecteerd:
    7 Druk op Instellen.


    FILE NAAM

    Indien u een password heeft
    opgeslagen om onbevoegde toegang tot
    de instellingen van de polling bus te
    voorkomen, gebruik dan de numerieke
    toetsen om het in te voeren en druk
    vervolgens op Instellen.

    8

    Druk op Instellen.

    9

    Om de instellingen van de polling bus
    te wijzigen, volgt u de procedure vanaf
    stap 6, op pag. 9-13.

    Voorbeeld:

    Canon Dpt.1_

    :1

    ¶ Indien u in stap 6 FILE WISSEN heeft geselecteerd:
    7 Druk op Instellen.




    8

    FILE GEWIST

    Indien u een password heeft
    opgeslagen om onbevoegde toegang
    tot de instellingen van de polling bus
    te voorkomen, gebruik dan de
    numerieke toetsen om het in te voeren
    en druk vervolgens op Instellen.
    De instellingen van de polling bus zijn
    gewist.

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    9-16 Speciale functies

    SYSTEEMINSTEL.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Hoofdstuk 9



  • Page 133

    Beperkt gebruik van de fax
    Door deze functie in te schakelen, kunt u het onbevoegd gebruik van uw fax
    om te telefoneren en faxberichten te verzenden voorkomen.

    Beperkt gebruik van de fax inschakelen
    Volg deze procedure om het beperkt gebruik van uw fax in te schakelen:
    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om
    SYSTEEMINSTELLINGEN te
    selecteren.

    5

    Druk driemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    .

    SYSTEEMINSTEL.
    Voorbeeld:

    TEL. VRIJ
    TEL. GEBLOKKEERD
    UIT

    6

    Gebruik
    of
    selecteren.

    7

    Druk tweemaal op Instellen.

    .

    .

    om AAN te

    AAN
    PASSWORD
    Voorbeeld:

    8

    Gebruik de numerieke toetsen om een
    viercijferig password in te voeren.


    9

    Hoofdstuk 9

    PASSWORD

    _

    PASSWORD

    1234
    _

    Voorbeeld:

    Dit password voorkomt
    onbevoegde toegang tot de
    instelling VERGRENDEL TEL.
    waarmee u het beperkt gebruik
    van uw fax kunt in- of
    uitschakelen. Indien u geen
    password wilt invoeren, dan kunt
    u deze stap overslaan.

    Druk op Instellen.

    RX BEVEILIGING

    Speciale functies

    9-17

    Speciale functies

    1
    2



  • Page 134

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Beperkt gebruik van uw fax is nu ingeschakeld. Niemand kan nu telefoneren of
    faxberichten verzenden. Deze instelling biedt geen bepering van binnenkomende
    telefoontjes of faxberichten.)

    Beperkt gebruik van uw fax annuleren
    Volg deze procedure om het beperkt gebruik van uw fax te annuleren:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om
    SYSTEEMINSTELLINGEN te
    selecteren.

    5

    Druk tweemaal op Instellen.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    .

    SYSTEEMINSTEL.

    TEL. VRIJ
    PASSWORD

    6

    Gebruik de numerieke toetsen om het
    viercijferige password in te voeren dat
    u bij het inschakelen van beperkt
    gebruik heeft opgeslagen.


    7

    _

    PASSWORD

    Indien u geen password heeft
    opgeslagen, dan kunt u deze stap
    overslaan.

    Druk tweemaal op Instellen.

    TEL.GEBLOKKEERD
    Voorbeeld:

    AAN

    8

    Gebruik
    of
    selecteren.

    9-18 Speciale functies

    .

    .

    om UIT te

    UIT

    Hoofdstuk 9



  • Page 135

    9

    Druk driemaal op Instellen.

    PASSWORD
    Voorbeeld:

    PASSWORD

    1234
    _

    RX BEVEILIGING

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Speciale functies

    Beperkt gebruik van uw fax is nu uitgeschakeld. Iedereen kan nu telefoneren of
    faxberichten verzenden.

    Hoofdstuk 9

    Speciale functies

    9-19



  • Page 136

    Beperkte ontvangst
    Door deze functie in te schakelen, kunt u de ontvangst van faxberichten
    beperken tot de nummers die u heeft opgeslagen voor snelkiezen. Deze functie
    is handig om de ontvangst van ongewenste faxberichten te voorkomen
    (bijvoorbeeld fax mailings).
    Volg deze procedure om beperkte ontvangst in- of uit te schakelen:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om
    SYSTEEMINSTELLINGEN te
    selecteren.

    5

    Druk op Instellen.

    6

    Gebruik
    of
    om RX
    BEVEILIGING te selecteren.

    7

    Druk op Instellen.

    8

    Gebruik
    of
    om de gewenste
    instelling te selecteren.

    Druk op Gegevensregistratie.

    .

    .

    .



    GEGEVENSREGISTR.
    GEBRUIKERSINST.

    .

    SYSTEEMINSTEL.

    TEL. VRIJ

    .

    RX BEVEILIGING
    Voorbeeld:

    UIT

    .

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    AAN (Beperkt gebruik
    inschakelen)

    UIT (Beperkt gebruik
    uitschakelen)

    9

    Druk op Instellen.

    10

    Druk op Stop om terug te keren naar
    de standby mode.

    9-20 Speciale functies

    DATUM INSTELLEN
    Voorbeeld:

    15:00

    Fax

    Hoofdstuk 9



  • Page 137

    Hoofdstuk 10
    Kopiëren
    Documenten die u kunt kopiëren .........................................................

    10-2



    Kopiëren ...............................................................................................

    10-2



    Snel een kopie maken ...........................................................................

    10-3

    Kopiëren

    10-1

    Kopiëren



    Hoofdstuk 10



  • Page 138

    Documenten die u kunt kopiëren
    Raadpleeg Hoofdstuk 4 voor informatie over het type documenten dat u kunt
    kopiëren, de eisen waar de documenten aan dienen te voldoen en informatie
    over het plaatsen van documenten.

    Kopiëren
    Volg deze procedure om kopieën te maken:

    1

    Pas, indien nodig, de papieruitvoer
    selectiehendel aan (→ pag. 5-4).

    2

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).

    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    Zie pag. 7-3 voor het aanpassen
    van het contrast.



    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    3

    Druk op Start/Kopie.

    4

    Druk op Resolutie om de gewenste
    resolutie te selecteren.

    01

    Voorbeeld:

    FOTO

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    TEKST
    Geschikt voor de meeste
    tekstdocumenten.

    FOTO
    Geschikt voor documenten die
    foto’s bevatten.



    5
    6

    KOPIE 100%

    Open het snelkiespaneel.
    Om een verkleinde kopie van uw
    of
    document te maken, gebruikt u
    om het gewenste
    verkleiningspercentage te selecteren.

    Voorbeeld:

    KOPIE

    80%

    01

    .

    .



    10-2 Kopiëren

    U kunt kiezen uit de volgende
    mogelijkheden:

    70%

    80%

    90%

    100%

    Hoofdstuk 10



  • Page 139

    7

    Wilt u meerdere kopieën maken,
    gebruik dan de numerieke toetsen om
    het gewenste aantal in te voeren.


    Voorbeeld:

    KOPIE

    80%

    05

    U kunt maximaal 99 kopieën per
    opdracht laten maken.

    De fax kopieert één pagina met een resolutie van 400 × 300 dpi en meerdere
    pagina’s met een resolutie van 200 × 300 dpi. Maak de kopieën voor het beste
    resultaat één voor één.

    8

    Druk op Start/Kopie om het kopiëren
    te starten.


    KOPIE

    Om het kopiëren te annuleren,
    drukt u op Stop. Het kan nodig
    zijn het bedieningspaneel te openen
    om het document uit de ADF te
    verwijderen (→ pag. 13-2).

    Snel een kopie maken
    Volg deze procedure wanneer u snel één kopie van een document wilt maken,
    zonder de resolutie, het contrast of het formaat aan te passen:

    1

    Plaats het document met de tekstzijde
    omlaag in de ADF (→ pag. 4-3).

    Voorbeeld:

    GEBR. GEH. 0%
    Huidig gebruikt geheugen

    DOCUMENT GEREED
    Standby voor scannen

    2

    Druk tweemaal op Start/Kopie om
    het kopiëren te starten.


    Hoofdstuk 10

    Om het kopiëren te annuleren,
    drukt u op Stop. Het kan nodig
    zijn het bedieningspaneel te openen
    om het document uit de ADF te
    verwijderen (→ pag. 13-2).

    KOPIE 100%

    01

    KOPIE

    Kopiëren

    10-3

    Kopiëren

    Als GEHEUGEN VOL op het display verschijnt, is het niet mogelijk om meerdere
    kopieën te maken. U dient dan eerst in het geheugen opgeslagen documenten af
    te drukken, te verzenden of te wissen om faxgeheugen vrij te maken
    (→ pag. 9-5) en het kopiëren vervolgens opnieuw te starten. Wanneer u
    meerdere kopieën met veel afbeeldingen wilt maken, dan dient u de pagina’s in
    kleine stapels te verdelen of de kopieën, indien nodig, één voor één te maken.



  • Page 140

    10-4 Kopiëren

    Hoofdstuk 10



  • Page 141

    Hoofdstuk 11
    Rapporten en lijsten
    Overzicht van rapporten en lijsten .......................................................

    11-2



    Activiteitenrapport ...............................................................................

    11-3



    TX (verzend) RAPPORT .....................................................................
    • MULTI TX/RX (transactie) RAPPORT ........................................

    11-4
    11-5



    RX (ontvangst) RAPPORT .................................................................

    11-5

    Rapporten en lijsten

    11-1

    Rapporten en lijsten



    Hoofdstuk 11



  • Page 142

    Overzicht van rapporten en lijsten
    De onderstaande tabel toont de lijsten en rapporten die de fax kan afdrukken.
    Raadpleeg de vermelde pagina’s voor meer informatie.
    Rapport of lijst
    Lijst met gebruikersgegevens

    beschrijving

    Details

    Geeft een overzicht van de actuele instellingen van uw fax pag. 14-2
    en de opgeslagen informatie over de afzender.

    Activiteitenrapport

    Toont recente faxtransacties die door uw fax zijn

    pag. 11-3

    uitgevoerd.

    pag. 14-5

    U kunt het automatisch afdrukken na elke 20 transacties
    van dit rapport in- of uitschakelen. U kunt de fax ook
    instellen om dit rapport handmatig af te drukken.
    TX (verzend) RAPPORT

    Wordt na elke verzending van een document afgedrukt. U pag. 11-4
    kunt deze functie inschakelen, uitschakelen of de fax

    pag. 14-5

    instellen om het rapport uitsluitend na een opgetreden
    fout af te drukken.
    U kunt de fax ook instellen om de eerste pagina van het
    document onder het rapport af te drukken om u te
    herinneren aan de inhoud ervan.
    RX (ontvangst) RAPPORT

    Wordt na de ontvangst van een document afgedrukt. U

    pag. 11-5

    kunt deze functie inschakelen, uitschakelen of de fax

    pag. 14-5

    instellen om het rapport uitsluitend na een opgetreden
    fout af te drukken.
    MULTI TX/RX (transactie)

    Wordt afgedrukt nadat hetzelfde document naar

    RAPPORT

    verschillende faxnummers is verzonden of na polling van

    pag. 11-5

    meerdere faxnummers in één handeling.
    DOC. GEHEUG.LIJST

    Geeft een overzicht van de documenten die op dat

    pag. 9-5

    moment in het geheugen zijn opgeslagen.
    Geheugen wisrapport

    Wordt automatisch afgedrukt wanneer de stroom na een

    pag. 13-22

    stroomstoring weer is hersteld. Geeft een overzicht van de
    documenten die uit het geheugen zijn gewist.
    SNELKIESLIJST 1

    Geeft een overzicht van de nummers en namen die onder

    SNELKIESLIJST 2

    snelkiestoetsen zijn opgeslagen.

    VERKORT KIESLIJST 1

    Geeft een overzicht van de nummers en namen die onder

    VERKORT KIESLIJST 2

    verkortkiescodes zijn opgeslagen.

    Lijst met groepskiesnummers

    Geeft een overzicht van de groepen die onder

    pag. 6-19

    pag. 6-20

    pag. 6-21

    snelkiestoetsen en verkortkiescodes zijn opgeslagen.

    11-2 Rapporten en lijsten

    Hoofdstuk 11



  • Page 143

    Activiteitenrapport
    De fax is door de fabriek ingesteld op het automatisch afdrukken van een
    ACTIVITEITENRAPPORT na elke 20 transacties. Als u een
    ACTIVITEITENRAPPORT wilt afdrukken voordat dit automatisch gebeurt, volg
    dan deze procedure:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    Druk op Rapport.

    ACT. RAPPORT
    RAPPORT AFDR.

    De fax drukt een
    ACTIVITEITENRAPPORT af.



    De transacties in een ACTIVITEITENRAPPORT worden chronologisch
    weergegeven.
    27/12 2001

    15:00

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    Activiteitenrapport

    STEL TIJD IN

    AANSLUITING TEL

    AANSLUITING ID

    NR.

    MODE

    PAG.

    @ 27/12 13:43
    @ 27/12 13:45

    905 795 1111 CANON CANADA
    905 795 1111 CANON CANADA

    5001
    0001

    AUTO RX
    POLLING RX

    ECM
    G3

    @
    @
    @
    @
    @

    03 3758 2111
    2 887 0166
    905 795 1111
    2 887 0166
    20 545 8545
    20 545 8545
    03 3758 2111
    2 887 0166

    0002
    0002
    5002
    5003
    0003
    0004
    0004
    0005

    B’CAST
    B’CAST
    AUTO RX
    AUTO RX
    UITGESTELDE TX
    WIS GROEPSKIEZEN
    WIS GROEPSKIEZEN
    VERZENDEN

    ECM
    ECM
    ECM
    ECM
    ECM
    ECM
    ECM
    ECM

    0006

    VERZENDEN

    ECM

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    27/12 13:51
    27/12 13:53
    27/12 14:10
    27/12 14:16
    27/12 14:27
    27/12 14:30
    27/12 14:31
    27/12 14:57
    27/12 14:59

    Canon TOKYO
    Canon AUSTRALIA
    CANON CANADA
    Canon AUSTRALIA
    CANON Europa NV
    CANON Europa NV
    Canon TOKYO
    Canon AUSTRALIA

    1 432 2060 CANON OPTICS

    RESULTAAT

    1 OK
    00’33
    0 NG
    00’00
    0 (STOP)
    3 OK
    01’18
    3 OK
    01’18
    1 OK
    00’18
    4 OK
    03’59
    1 OK
    01’20
    1 OK
    00’36
    1 OK
    00’36
    3 NG
    01’25
    3 (STOP)
    0 NG
    00’01
    0
    #018

    Rapporten en lijsten

    TRANSACTIE (TX/RX) NUMMER
    GEEFT AAN DAT EEN
    INVOER OP EEN
    VORIG RAPPORT IS
    VERSCHENEN.

    TRANSACTIE MODE
    Transactie via de fout correctie mode (ECM)

    FOUTIEVE PAGINA
    FOUTCODE (→ pag. 13-8)
    TIJDENS TRANSACTIE OP Stop GEDRUKT
    TRANSACTIE DUUR




    Hoofdstuk 11

    Als u wilt dat de fax geen ACTIVITEITENRAPPORT na elke 20
    transacties afdrukt, schakel de instelling ACTIVITEITENRAPPORT dan
    uit (→ pag. 14-5).
    Onthoud dat slechts één transactienummer (TX/RX NR.) wordt
    toegewezen wanneer u een document in één handeling naar verschillende
    faxnummers verzendt.

    Rapporten en lijsten

    11-3



  • Page 144

    TX (verzend) RAPPORT
    De fax is door de fabriek ingesteld om uitsluitend een TX (verzend) RAPPORT
    af te drukken als tijdens de verzending een fout optreedt. Raadpleeg TX
    RAPPORT, op pag. 14-5 om deze instelling te wijzigen.
    Als u uw fax instelt om een rapport af te drukken, dan wordt, afhankelijk van
    de geselecteerde instelling, een TX RAPPORT of een FOUT TX RAPPORT
    dat vergelijkbaar is met het hieronder afgebeelde rapport afgdrukt.
    27/12 2001

    14:52

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    TX RAPPORT
    VERZENDING OK
    TX/RX NR
    AANSLUITING TEL
    SUBADRES

    27/12 2001

    14:59

    0003

    FAX 123 4567

    1 432 2060

    CANON INC

    001

    FOUT TX RAPPORT

    TX FUNCTIE NIET VOLTOOID
    TX/RX NR
    AANSLUITING TEL
    SUBADRES
    AANSLUITING ID
    STEL TIJD IN
    GEBR.T
    PAG
    RESULTAAT

    OK: VERZENDING SUCCESVOL
    UITGEVOERD
    NG: ENKELE OF GEEN PAGINA’S
    VERZONDEN

    0004
    20 545 8545
    CANON Europa NV
    27/12 14:59
    00’18
    1
    NG

    ALS U DE INSTELLING AFDRUKKEN MET AFBEELDING
    INSCHAKELT(→ pag. 14-5), DAN WORDT DE EERSTE PAGINA
    VAN HET FAXBERICHT OP HET RAPPORT AFGEDRUKT OM U
    TE HERINNEREN AAN DE INHOUD VAN HET FAXBERICHT.

    AANTAL VERZONDEN PAGINA’S

    DUUR VAN DE VERZENDING

    Zendsnelheid

    11-4 Rapporten en lijsten

    Hoofdstuk 11



  • Page 145

    MULTI TX/RX (transactie) RAPPORT
    Een MULTI TX/RX (transactie) RAPPORT vergelijkbaar met het hieronder
    afgebeelde rapport wordt afgedrukt wanneer u hetzelfde document naar
    verschillende faxnummers verzendt of bij polling van meerdere faxnummers in
    één handeling.
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    Multi TX/RX rapport

    TX/RX NR
    PAG.
    TX/RX ONVOLLEDIG
    TRANSACTIE OK

    0054
    1
    –––––
    [ 01] 905 795 1111
    [@ 01]03 3758 2111
    [@ 02]1 49 39 25 25
    –––––

    CANON CANADA
    Canon TOKYO
    CANON FRANCE

    .

    .

    FOUT INFORMATIE

    RX (ontvangst) RAPPORT
    De fax is door de fabriek ingesteld om een RX (ontvangst) RAPPORT af te
    drukken, zelfs als tijdens de ontvangst een fout optreedt. Raadpleeg RX
    RAPPORT, op pag. 14-5 om deze instelling te wijzigen.
    Indien u de fax instelt om een rapport af te drukken, dan wordt een RX
    RAPPORT vergelijkbaar met het hieronder weergegeven rapport afgedrukt.
    27/12 2001

    15:02

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    RX RAPPORT
    ONTVANGST OK
    5004
    905 795 1111
    CANON CANADA
    27/12 14:59
    01’59
    4
    OK

    Rapporten en lijsten

    TX/RX NR
    AANSLUITING TEL
    SUBADRES
    AANSLUITING ID
    STEL TIJD IN
    GEBR.T
    PAG.
    RESULTAAT

    OK: ONTVANGST SUCCESVOL
    NG: ENKELE OF GEEN PAGINA’S ONTVANGEN
    AANTAL ONTVANGEN PAGINA’S
    ONTVANGSTDUUR
    ONTVANGSTTIJD

    Hoofdstuk 11

    Rapporten en lijsten

    11-5



  • Page 146

    11-6 Rapporten en lijsten

    Hoofdstuk 11



  • Page 147

    Hoofdstuk 12
    Onderhoud
    Periodieke reiniging ..............................................................................
    • Reinigen van de buitenzijde van de fax ...........................................
    • Reinigen van de binnenzijde van de fax ..........................................
    • Reinigen van de onderdelen van de scanner ...................................

    12-2
    12-2
    12-3
    12-5



    Vervangen van de tonercartridge .........................................................

    12-7

    Onderhoud

    12-1

    Onderhoud



    Hoofdstuk 12



  • Page 148

    Periodieke reiniging
    Deze paragraaf beschrijft de benodigde reinigingsprocedures voor uw fax.
    Onthoud het volgende alvorens uw fax te reinigen:
    ❏ Zorg dat het netsnoer uit de fax is verwijderd voordat u de fax gaat
    reinigen. Omdat in het geheugen opgeslagen documenten worden gewist
    wanneer de stroom is verbroken, dient u deze documenten af te drukken of
    te verzenden voordat u het netsnoer uit de fax verwijdert (→ pag. 9-5).
    ❏ Gebruik geen papieren zakdoeken, papieren handdoeken of soortgelijke
    materialen. Deze kunnen aan de elektronische onderdelen blijven kleven en
    statische ladingen veroorzaken.
    Gebruik nooit vluchtige vloeistoffen zoals verdunners, benzine, aceton of andere
    chemische middelen om de binnenzijde van de fax te reinigen; dergelijke stoffen
    kunnen de componenten van de fax beschadigen.

    Reinigen van de buitenzijde van de fax
    Volg deze procedure om de buitenzijde van de behuizing van de fax te reinigen:

    1

    Verwijder het netsnoer uit de fax.

    2

    Reinig de behuizing van de
    FAX-L280/L200 met een schone,
    zachte en lichtvochtige doek met een
    neutraal reinigingsmiddel.

    3

    Sluit het netsnoer na de reiniging
    opnieuw aan.

    12-2 Onderhoud

    Hoofdstuk 12



  • Page 149

    Reinigen van de binnenzijde van de fax
    Om te voorkomen dat zich in de fax toner en papierstof verzamelt waardoor de
    afdrukkwaliteit wordt beïnvloed, dient u het afdrukgebied van de fax regelmatig
    de reinigen.
    Volg deze procedure om de binnenzijde van de fax te reinigen:

    1
    2

    Verwijder het netsnoer uit de fax.
    Til de ontgrendelingsknop op en
    open het voordeksel.
    Open het voordeksel nooit zonder de
    ontgrendelingsknop op te tillen. Als
    u de knop niet optilt, kunt u de fax
    beschadigen.

    3

    Houd de tonercartridge bij de
    handgreep vast en verwijder de
    cartridge uit de fax.


    Om te voorkomen dat de
    tonercartridge wordt
    blootgesteld aan licht, dient u
    de cartridge in de verpakking
    te bewaren of in een doek te
    wikkelen.
    HANDGREEP

    Gebruik een schone, zachte, droge,
    niet-pluizende doek om tonerresten
    of papierstof uit de fax (gearceerde
    deel van de afbeelding) te
    verwijderen.




    Hoofdstuk 12

    Wanneer de fax in gebruik is,
    wordt de fixeereenheid erg heet.
    Zorg dat u de fixeereenheid niet
    aanraakt om persoonlijk letsel
    te voorkomen.
    Zorg dat u de zwarte
    overdrachtsrol niet aanraakt,
    omdat dit de afdrukkwaliteit
    nadelig beïnvloedt.

    RAAK NOOIT DE FIXEEREENHEID
    AAN

    RAAK NOOIT DE ZWARTE
    OVERDRACHTSROL AAN

    Onderhoud

    12-3

    Onderhoud

    4



  • Page 150

    5

    Plaats de tonercartridge na de
    reiniging terug in de fax. Houd de
    tonercartridge bij de handgreep
    vast en plaats de cartridge zover
    mogelijk in de fax. Zorg hierbij dat
    de nokken van de cartridge op één
    lijn liggen met de rails in de fax.


    Houd de tonercartridge altijd
    bij de handgreep vast.

    6

    Gebruik beide handen om het
    voordeksel te sluiten.

    7

    Sluit het netsnoer opnieuw aan.

    12-4 Onderhoud

    Hoofdstuk 12



  • Page 151

    Reinigen van de onderdelen van de scanner
    Volg deze procedure om de scanner componenten regelmatig te controleren en
    te reinigen:

    1

    Verwijder het netsnoer uit de fax.

    2

    Gebruik beide handen om het
    bedieningspaneel voorzichtig te openen.


    3

    Het bedieningspaneel opent
    gedeeltelijk.

    Reinig deze componenten terwijl u
    het bedieningspaneel openhoudt:




    Scheidingsgeleider en
    scheidingsrol:
    Veeg deze componenten af met
    een schone, zachte, droge en
    niet-pluizende doek.
    Wit blad en scanglas:
    Veeg deze componenten af met
    een schone, zachte,
    niet-pluizende doek die vochtig
    is gemaakt met water en veeg
    de componenten vervolgens
    droog met een schone, zachte,
    droge, niet-pluizende doek.

    SCHEIDINGSROL

    Glasplaat
    WIT BLAD
    SCHEIDINGSGELEIDER






    Reinig de onderzijde van het
    bedieningspaneel (gearceerde deel
    van de afbeelding).


    Hoofdstuk 12

    Onderhoud

    4

    Indien de componenten van de
    scanner zijn verontreinigd, zullen
    de documenten die u verzendt of
    de kopieën die u maakt strepen
    en/of vlekken vertonen.
    Zorg dat u een zachte doek
    gebruikt om te voorkomen dat u
    de componenten beschadigt.
    Gebruik geen papieren zakdoeken,
    papieren handdoeken of
    soortgelijke materialen. Deze
    kunnen aan de elektronische
    onderdelen blijven kleven en
    statische ladingen veroorzaken.

    Vuil- en stofdeeltjes die zich
    aan de onderzijde van het
    bedieningspaneel verzamelen,
    hebben een nadelig effect op de
    kwaliteit van de documenten
    die u verzendt of kopieert.
    Onderhoud

    12-5



  • Page 152

    5

    Gebruik een schone, zachte, droge,
    niet-pluizende doek om papierstof
    rond de scheidingsrol (gearceerde
    deel van de afbeelding) te
    verwijderen.

    SCHEIDINGSROL

    6

    Na het reinigen kunt u het
    bedieningspaneel sluiten door het in het
    midden omlaag te drukken.


    7

    Zorg dat u het bedieningspaneel
    sluit tot u een klik hoort. Anders
    zal de fax niet correct
    functioneren.

    Sluit het netsnoer opnieuw aan.

    12-6 Onderhoud

    Hoofdstuk 12



  • Page 153

    Vervangen van de tonercartridge
    Het enige component van uw fax dat u dient te vervangen is de FX-3
    tonercartridge. Ook al produceert Canon veel verschillende tonercartridges, de
    FX-3 tonercartridge is de enige die is ontworpen voor gebruik in uw fax. Om
    deze tonercartridges te bestellen, kunt u contact opnemen met uw Canon dealer
    of de Canon infolijn.
    Zodra VERVANG CARTR. op het display verschijnt, kan het nodig zijn de
    tonercartridge te vervangen. Deze melding kan echter ook een teken zijn dat de
    toner niet gelijkmatig is verdeeld in de cartridge. Volg deze procedure om de
    toner gelijkmatig te verdelen alvorens de tonercartridge te vervangen:

    1

    Verwijder de tonercartridge uit de fax
    (→ stap 1 t/m 4, hieronder).

    2

    Schud de tonercartridge voorzichtig
    een aantal keren heen en weer om
    de toner gelijkmatig te verdelen.


    3

    Als de toner niet gelijkmatig is
    verdeeld, kan dit een slechte
    afdrukkwaliteit tot gevolg
    hebben.

    Plaats de tonercartridge terug in de fax
    (→ stap 8 en 9, pag. 12-9).

    Indien na de bovenstaande procedure de melding, VERVANG CARTR. op het
    display blijft staan of wanneer de afdrukkwaliteit niet verbetert, volg dan deze
    procedure om de tonercartridge te vervangen:

    1

    Verwijder alle documenten en printouts
    van de fax.

    2
    3

    Zorg dat het netsnoer is aangesloten.
    Til de ontgrendelingsknop op en
    open het voordeksel.

    Onderhoud

    Open het voordeksel nooit zonder de
    ontgrendelingsknop op te tillen. Als
    u de knop niet optilt, kunt u de fax
    beschadigen.

    Hoofdstuk 12

    Onderhoud

    12-7



  • Page 154

    4

    Houd de tonercartridge bij de
    handgreep vast en verwijder de
    cartridge uit de fax.


    5

    Bewaar de verpakking voor het
    geval u de tonercartridge op een
    later tijstip opnieuw wilt
    verpakken.

    Schud de tonercartridge voorzichtig
    een aantal keren heen en weer om
    de toner gelijkmatig te verdelen.


    7

    HANDGREEP

    Haal de nieuwe FX-3 tonercartridge uit
    de verpakking.


    6

    Verwijder de oude
    tonercartridge volgens de
    lokale regelgeving op het
    gebied van afvalverwerking.
    Voor recycling van de
    gebruikte tonercartridge, volgt
    u de bij de nieuwe FX-3
    tonercartridge meegeleverde
    instructies.

    Als de toner niet gelijkmatig is
    verdeeld, kan dit een slechte
    afdrukkwaliteit tot gevolg
    hebben.

    Plaats de tonercartridge op een
    vlakke, schone ondergrond en trek
    voorzichtig aan de plastic nok om
    de afdichtingstape te verwijderen.


    Trek de afdichtingstape
    gelijkmatig naar buiten.

    Zij-aanzicht
    TREK IN DEZE
    RICHTING

    Bovenaanzicht
    TREK IN DEZE
    RICHTING

    12-8 Onderhoud

    Hoofdstuk 12



  • Page 155

    8

    Houd de tonercartridge bij de
    handgreep vast en plaats de
    cartridge zover mogelijk in de fax.
    Zorg hierbij dat de nokken van de
    cartridge op één lijn liggen met de
    rails in de fax.


    Gebruik beide handen om het
    voordeksel te sluiten.

    Onderhoud

    9

    Houd de tonercartridge altijd
    bij de handgreep vast.

    Hoofdstuk 12

    Onderhoud

    12-9



  • Page 156

    12-10 Onderhoud

    Hoofdstuk 12



  • Page 157

    Hoofdstuk 13



    Verhelpen van papierstoringen .............................................................
    • Papierstoringen in de ADF .............................................................
    • Vastgelopen papier ..........................................................................
    Vastgelopen papier in de papieruitvoeropeningen ......................
    Papier in het faxapparaat vastgelopen ........................................

    13-2
    13-2
    13-3
    13-3
    13-3



    Displaymeldingen .................................................................................

    13-8



    Problemen bij de papierinvoer ............................................................. 13-13



    Problemen bij het faxen ....................................................................... 13-13
    • Problemen bij de verzending ........................................................... 13-13
    • Problemen bij de ontvangst ............................................................. 13-15



    Problemen bij het kopiëren .................................................................. 13-17



    Problemen bij telefoneren ..................................................................... 13-18



    Problemen bij het afdrukken ................................................................ 13-18



    Algemene problemen ............................................................................ 13-20



    Als u het probleem niet kunt oplossen ................................................ 13-21



    Als een stroomstoring optreedt ............................................................ 13-22

    Oplossen van problemen

    13-1

    Oplossen van
    problemen

    Hoofdstuk 13
    Oplossen van
    problemen



  • Page 158

    Verhelpen van papierstoringen
    Papierstoringen in de ADF
    Wanneer een document vastloopt of verkeerd wordt aangevoerd vanuit de
    ADF, dan verschijnt de melding CONTR. DOCUMENT op het display.
    Volg deze procedure om een papierstoring te verhelpen:
    Bij het verhelpen van papierstoringen is het niet nodig het netsnoer uit de fax te
    verwijderen.

    1
    2

    Druk op Stop.
    Gebruik beide handen om het
    bedieningspaneel voorzichtig te
    openen.



    3

    Het bedieningspaneel opent
    gedeeltelijk.
    Probeer nooit het document naar
    buiten te trekken zonder eerst het
    bedieningspaneel te openen. U
    voorkomt hiermee dat het
    document scheurt of dat er
    vlekken op komen.

    Verwijder het document terwijl u het
    bedieningspaneel openhoudt.



    Trek het document voorzichtig in
    één van de aangegeven
    richtingen.
    Indien een document dat uit
    meerdere pagina’s bestaat is
    geplaatst, verwijder dan het
    complete document uit de ADF.
    Als het papier niet goed kan
    worden verwijderd, oefen dan geen
    kracht uit. Neem voor meer
    informatie contact op met uw
    Canon dealer.

    4

    Zodra het probleem is verholpen, sluit
    u het bedieningspaneel door het in het
    midden omlaag te drukken.


    Zorg dat u het bedieningspaneel
    sluit tot u een klik hoort. Anders
    zal de fax niet correct
    functioneren.

    13-2 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 159

    Wanneer papier in de fax vastloopt, verschijnt de melding PAPIERSTORING op
    het display. Probeer het vastgelopen papier te verwijderen door de onderstaande
    procedure in Vastgelopen papier in de papieruitvoeropeningen te volgen. Als de
    papierstoring hiermee niet is verholpen, volg dan de procedure in Vastgelopen
    papier in het faxapparaat.

    Vastgelopen papier in de papieruitvoeropeningen
    Volg deze procedure om vastgelopen papier in de papieruitvoeropeningen te
    verwijderen:
    Bij het verhelpen van papierstoringen is het niet nodig het netsnoer uit de fax te
    verwijderen.

    1

    Verwijder voorzichtig het vastgelopen
    papier zoals in de illustratie is
    aangegeven.

    2

    Verwijder de stapel papier van het
    MP-blad en plaats het opnieuw
    (→ pag. 2-14).

    Indien de papierstoring optrad tijdens de
    ontvangst van een faxbericht in het
    geheugen van de FAX-L200, dan wordt
    dat faxbericht automatisch afgdrukt zodra
    de papierstoring is verholpen.

    Papier in het faxapparaat vastgelopen
    Volg deze procedure om vastgelopen papier uit het faxapparaat te verwijderen:
    Bij het verhelpen van papierstoringen is het niet nodig het netsnoer uit de fax te
    verwijderen.

    1

    Til de ontgrendelingsknop op en open
    het voordeksel.
    Open het voordeksel nooit zonder de
    ontgrendelingsknop op te tillen. Als u
    de knop niet optilt, kunt u de fax
    beschadigen.

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-3

    Oplossen van
    problemen

    Vastgelopen papier



  • Page 160

    2

    Houd de tonercartridge bij de
    handgreep vast en verwijder de
    cartridge uit de fax.


    Om te voorkomen dat de
    tonercartridge wordt blootgesteld
    aan licht, dient u de cartridge in
    de verpakking te bewaren of in
    een doek te wikkelen.
    HANDGREEP

    3

    Beweeg de papierontgrendeling naar
    achteren.





    Wanneer de fax in gebruik is,
    wordt de fixeereenheid erg heet.
    Zorg dat u de fixeereenheid niet
    aanraakt om persoonlijk letsel te
    voorkomen.
    Zorg dat u de overdrachtsrol niet
    aanraakt, omdat dit een nadelige
    invloed heeft op de
    afdrukkwaliteit.
    RAAK NOOIT DE FIXEEREENHEID AAN

    RAAK NOOIT DE OVERDRACHTSROL AAN

    13-4 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 161

    Zoek het vastgelopen papier en
    verwijder het zoals beschreven op de
    volgende pagina’s.

    Oplossen van
    problemen

    4

    BIJ HET MP-BLAD

    BIJ DE FIXEEREENHEID

    Bij het MP-blad:
    Houd het faxapparaat goed vast en
    trek het papier in een rechte lijn uit
    het faxapparaat.

    Wees hierbij voorzichtig dat u het
    papier niet scheurt. Als u het
    papier scheurt, zorg dan dat u
    alle stukjes uit het faxapparaat
    verwijdert om een nieuwe
    papierstoring te voorkomen.

    De toner is nog niet op het
    papier gefixeerd. Verwijder het
    vastgelopen papier daarom
    voorzichtig om te voorkomen dat
    er toner in het faxapparaat
    terechtkomt. Los tonerpoeder in
    het faxapparaat kan een nadelige
    invloed hebben op de
    afdrukkwaliteit.

    Los tonerpoeder kan de
    oppervlakken verontreinigen;
    bescherm uzelf en uw
    werkomgeving. Verwijder
    tonerpoeder onmiddellijk van uw
    handen of kleding met koud water.
    .

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-5



  • Page 162

    2 Bij de fixeereenheid:
    Voorrand van het vastgelopen papier in de
    fixeereenheid:
    Duw het vastgelopen papier terug  en
    trek het vervolgens voorzichtig naar u toe
    om het te verwijderen
    .
    .

    .

    .

    De fixeereenheid (gearceerd) wordt erg
    heet als de FAX-L280/L200 gaat
    afdrukken. Zorg dat u de fixeereenheid
    niet aanraakt om persoonlijk letsel te
    voorkomen.
    RAAK NOOIT DE FIXEEREENHEID AAN

    Voorrand van het vastgelopen papier door de
    fixeereenheid:
    Trek het papier onder de rol door.

    Gebruik beide handen om het vastgelopen
    papier voorzichtig naar buiten te trekken.


    Wees voorzichtig en zorg dat u
    het papier niet scheurt. Als u het
    papier scheurt, zorg dan dat u
    alle stukjes uit het faxapparaat
    verwijdert, omdat dit anders
    opnieuw een papierstoring tot
    gevolg heeft.

    13-6 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 163

    Wanneer u het vastgelopen papier
    heeft verwijderd, plaatst u de
    tonercartridge terug. Houd de
    tonercartridge bij de handgreep vast
    en plaats de cartridge zover mogelijk
    in de fax. Zorg hierbij dat de nokken
    van de cartridge op één lijn liggen met
    de rails in de fax.


    Oplossen van
    problemen

    5

    Houd de tonercartridge altijd bij
    de handgreep vast.

    6

    Beweeg de papierontgrendeling naar
    voren.

    7

    Gebruik beide handen om het
    voordeksel te sluiten.

    8

    Plaats het papier terug op het MP-blad
    (→ pag. 2-14).

    Doen zich herhaaldelijk papierstoringen voor, dan kunnen deze worden
    veroorzaakt door het papier dat u gebruikt:
    ❏ Maak een nette stapel van het papier voordat u het op het MP-blad
    plaatst.
    ❏ Controleer of het papier dat u gebruikt geschikt is voor uw faxapparaat
    (→ pag. 5-2).
    ❏ Zorg dat u alle papiersnippers uit de fax heeft verwijderd. U voorkomt
    hiermee dat zich opnieuw een papierstoring voordoet.

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-7



  • Page 164

    Displaymeldingen
    De volgende meldingen verschijnen op het display wanneer de fax een opdracht
    uitvoert of indien een fout optreedt. De foutcode verschijnt in het
    ACTIVITEITENRAPPORT (→ pag. 11-3).
    Melding
    AUTOM.NUM.HERH.

    Storingscode Oorzaak


    Actie

    Het faxapparaat wacht om het Wacht tot het faxapparaat het nummer
    faxnummer van de andere

    automatisch herhaalt (→ pag. 7-9).

    partij te herhalen, omdat de
    lijn bezet was of de andere
    partij niet antwoordde toen u
    het document probeerde te
    verzenden.
    BEZET/GEEN SIGN.

    #018

    Het gekozen

    Probeer het document op een later tijdstip

    fax-/telefoonnummer is bezet.

    nogmaals te verzenden.

    Het gekozen faxnummer was

    Controleer het faxnummer en probeer het

    niet juist.

    opnieuw.

    Het faxapparaat van de

    Neem contact op met de andere partij en

    andere partij functioneert niet

    vraag of zij hun faxapparaat willen

    goed.

    controleren.

    De andere partij gebruikt geen Neem contact op met de andere partij om
    G3 faxapparaat.

    te controleren of zij een G3 faxapparaat
    gebruiken.

    De instelling voor het type

    Stel uw fax in op het juiste type

    telefoonlijn voor uw fax is niet telefoonlijn (→ pag. 3-8).
    juist.
    De fax heeft niet binnen 55

    Neem contact op met de andere partij en

    seconden geantwoord (na alle

    vraag of zij hun faxapparaat willen

    pogingen voor automatische

    controleren. U kunt proberen het

    nummerherhaling).

    document handmatig te verzenden via de
    handset (→ pag. 7-6). Bij internationale
    oproepen dient u pauzes aan het
    opgeslagen nummer toe te voegen
    (→ pag. 9-2).

    13-8 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 165

    VERVANG CARTR.

    Storingscode Oorzaak

    Actie



    De toner in de tonercartridge

    Verdeel de toner in de tonercartridge

    is wellicht niet gelijkmatig

    gelijkmatig (→ pag. 12-7). Indien deze

    verdeeld.

    melding blijft verschijnen, vervang dan de
    tonercartridge (→ pag. 12-7).

    CONTR. DEKSEL



    CONTR. DOCUMENT

    #001

    CONTR. PAPIER



    De tonercartridge is leeg.

    Vervang de tonercartridge (→ pag. 12-7).

    Het voordeksel is open.

    Sluit de voorklep.

    Een document is vastgelopen

    Verwijder het vastgelopen papier (→ pag.

    in de ADF.

    13-2). Begin daarna opnieuw.

    Het formaat van het papier op Plaats papier met het juiste formaat
    het MP-blad en de

    (→ pag. 2-14) of wijzig de

    papierformaatinstelling zijn

    papierformaatinstelling (→ pag. 5-7),

    verschillend.

    zodat dit overeenkomt met het formaat
    van het op het MP-blad geplaatste papier.

    CONTR. POLL. ID

    #021

    Het sub-adres en/of password

    Zorg dat het sub-adres en/of password

    komt niet overeen met de

    overeenkomt met de instellingen van het

    instellingen van het

    faxapparaat van de andere partij (→ pag.

    faxapparaat van de andere

    9-10).

    partij.
    CONTR. PRINTER



    De tonercartridge is wellicht

    Plaats de tonercartridge opnieuw (→ pag.

    defect.

    2-11). Als de melding op het display blijft
    verschijnen, vervang dan de tonercartridge
    (→ pag. 12-7).

    De fax is aangesloten op een

    Zorg dat het faxapparaat is aangesloten

    noodstroomvoorziening

    op een wandcontactdoos.

    (UPS).
    Indien de fout niet wordt verholpen, haal
    dan de steker uit de wandcontactdoos.
    Wacht vijf seconden en plaats de steker
    vervolgens terug in de wandcontactdoos.
    Als de melding op het display blijft
    verschijnen, neem dan contact op met uw
    Canon dealer of de Canon infolijn.

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-9

    Oplossen van
    problemen

    Melding



  • Page 166

    Melding
    CONTR. SUBAD/PSSW

    Storingscode Oorzaak

    Actie

    #083/102

    Neem contact op met de andere partij om

    U probeerde een document te

    verzenden of een document bij de instellingen te controleren. Wijzig uw
    een ander faxapparaat op te

    instellingen indien nodig (→ pag. 6-3,

    vragen met het verkeerde

    6-8).

    sub-adres en/of password.
    PAPIERSTORING



    Er is een papierstoring

    Verhelp de papierstoring (→ pag. 13-3) en

    opgetreden.

    plaats vervolgens het papier op het
    MP-blad terug (→ pag. 2-14).

    DOCUMENT TE LANG

    ECM RX

    #003



    Het document is langer dan 1

    Gebruik een copier om het document te

    meter.

    verkleinen en verzendt deze kopie.

    Het faxapparaat ontvangt een

    Een ECM ontvangst kan langer duren

    faxbericht in de fout correctie

    dan een normale ontvangst. Schakel de

    mode (ECM).

    ECM-functie uit als u het document snel
    wilt ontvangen of als u weet dat uw
    telefoonlijnen in orde zijn (→ ECM RX,
    pag. 14-7).

    ECM TX



    Het faxapparaat verzendt een

    Een ECM verzending kan langer duren

    faxbericht in de fout correctie

    dan een normale verzending. Schakel de

    mode (ECM).

    ECM-functie als u het document snel wilt
    verzenden of als u weet dat uw
    telefoonlijnen in orde zijn (→ ECM TX,
    pag. 14-6).

    PAPIER BIJVULLEN



    Het MP-blad is leeg.

    Vul papier op het MP-blad bij (→ pag.
    2-14) en druk vervolgens op Stop.

    GEHEUGEN VOL

    #037

    Het geheugen van de

    Druk de in het geheugen ontvangen

    FAX-L280/L200 is vol, omdat documenten af (→ pag. 9-6). Begin
    teveel documenten zijn

    daarna opnieuw.

    ontvangen of omdat een
    document zeer veel informatie
    bevatte.
    Het geheugen van het

    Verdeel het document en probeer elk deel

    faxapparaat is vol, omdat u

    apart te verzenden of te kopiëren. Om

    teveel pagina’s tegelijk

    meer faxgeheugen vrij te maken dient u in

    probeerde te verzenden of te

    het geheugen opgeslagen documenten af

    kopiëren of omdat een

    te drukken te verzenden of te wissen

    document zeer veel informatie (→ pag. 9-5).
    bevatte.

    13-10 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 167

    GEBR. GEH. nn %

    Storingscode Oorzaak

    Actie



    Toont het percentage

    Indien u meer geheugenruimte nodig

    geheugen dat op dat moment

    heeft, dient u te wachten tot de fax

    in gebruik is.

    faxberichten heeft verzonden. U kunt ook
    in het geheugen opgeslagen documenten
    die u niet langer nodig heeft afdrukken,
    verzenden of wissen (→ pag. 9-5).

    GEEN RX PAPIER

    #012

    Het papier is op bij het

    Neem contact op met de andere partij

    faxapparaat van de andere

    zodat zij papier kunnen bijvullen of

    partij of het geheugen van hun faxgeheugen vrij kunnen maken.
    faxapparaat is vol.
    GEEN TEL #

    #022

    Onder de snelkiestoets waarop Sla de snelkiestoets of verkortkiescode op
    u heeft gedrukt of de

    (→ Hoofdstuk 6).

    verkortkiescode die u heeft
    ingevoerd, is geen nummer
    opgeslagen.
    NIET BESCHIKBAAR



    Bij handmatige verzending

    Gebruik normaal kiezen, druk op een

    heeft u een snelkiesnummer

    snelkiestoets of voer een verkortkiescode

    ingevoerd dat aan een groep is in waaronder slechts één
    toegewezen.
    POLL.PSSW. GEWEIG.

    #084

    fax-/telefoonnummer is opgeslagen.

    U probeerde een document bij Neem contact op met de andere partij om
    een ander faxapparaat op te

    de instellingen te controleren. Indien hun

    vragen met een password,

    faxapparaat geen polling met een

    maar de andere partij heeft

    password ondersteunt, wis dan het

    geen password ingesteld of

    password dat u heeft opgeslagen (→ pag.

    hun faxapparaat ondersteunt

    6-3, 6-8).

    geen polling met een
    password.
    PSSW. TX GEWEIG.

    #081

    U probeerde een document te

    Neem contact op met de andere partij om

    verzenden met een password,

    de instellingen te controleren. Indien hun

    maar het faxapparaat van de

    faxapparaat geen ontvangst met een

    andere partij ondersteunt geen password ondersteunt, wis dan het
    ontvangst met een password.

    password dat u heeft opgeslagen (→ pag.
    6-3, 6-8).

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-11

    Oplossen van
    problemen

    Melding



  • Page 168

    Melding
    ONTV. IN GEHEUG.

    Storingscode Oorzaak

    Actie



    De fax heeft een faxbericht in

    Vul papier bij op het MP-blad (→ pag.

    het geheugen ontvangen,

    2-14), vervang de tonercartridge (→ pag.

    omdat het papier of de toner

    12-7) of verhelp de papierstoring (→ pag.

    op is of er is tijdens de

    13-3).

    ontvangst een papierstoring
    opgetreden.
    POLLING GEWEIG.

    #082

    U probeerde een document bij Neem contact op met de andere partij om
    een ander faxapparaat op te

    de instellingen te controleren. Indien hun

    vragen met een sub-adres,

    faxapparaat geen polling met een

    maar het faxapparaat van de

    sub-adres ondersteunt, wis dan het

    andere partij ondersteunt geen sub-adres dat u heeft opgeslagen (→ pag.

    SUBAD. TX GEWEIG.

    #080

    polling met een sub-adres.

    6-3, 6-8).

    U probeerde een document te

    Neem contact op met de andere partij om

    verzenden met een sub-adres,

    de instellingen te controleren. Indien hun

    maar het faxapparaat van de

    faxapparaat geen ontvangst met een

    andere partij ondersteunt geen sub-adres ondersteunt, wis dan het
    ontvangst met een sub-adres.

    sub-adres dat u heeft opgeslagen (→ pag.
    6-3, 6-8).

    OP STOP GEDRUKT



    U heeft op Stop gedrukt om



    de transactie te annuleren.
    TX/RX NR. nnnn



    Het getoonde nummer (nnnn)

    Dit nummer verschijnt in rapporten,

    is een uniek

    zodat u de transacties kunt identificeren.

    identificatienummer dat is

    Noteer dit nummer als u het later nodig

    toegewezen aan het document

    heeft.

    dat u verzendt of ontvangt.
    Het faxapparaat verzendt een

    Het faxapparaat gaat door met de

    SCANNEN pag.nnn

    document en het geheugen is

    verzending van het document zodra er

    GEHEUGEN VOL

    vol.

    geheugen beschikbaar komt.

    TX/RX NR. nnnn



    (Drie meldingen
    wisselen elkaar af.)

    13-12 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 169

    ¶ Het papier wordt niet goed ingevoerd.

    Het MP-blad bevat wellicht teveel papier

    Zorg dat u de juiste hoeveelheid papier plaatst (→ pag. 5-2).
    Het papier is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat de stapel papier op de juiste manier op het MP-blad is geplaatst
    (→ pag. 2-14).

    ¶ Er worden meerdere vellen tegelijk de fax ingevoerd.

    Het papier is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat de stapel papier op de juiste manier op het MP-blad is geplaatst
    (→ pag. 2-14).
    Het MP-blad bevat wellicht teveel papier

    Zorg dat u de juiste hoeveelheid papier plaatst (→ pag. 5-2).
    Er




    zijn wellicht verschillende typen papier op het MP-blad geplaatst.
    Plaats slechts één type papier.
    Zorg dat u papier plaatst dat geschikt is voor de fax (→ pag. 5-2).
    Zorg dat het MP-blad leeg is voordat u papier bijvult. Voorkom dat nieuw
    papier met reeds geplaatst papier wordt vermengd.

    ¶ Er treden herhaaldelijk papierstoringen op.

    Het papier dat u gebruikt kan wellicht papierstoringen veroorzaken.

    Zorg dat u papier plaatst dat geschikt is voor de fax (→ pag. 5-2).

    Problemen bij het faxen
    Porblemen bij de verzending
    ¶ U kunt geen faxbericht verzenden.

    De fax is wellicht niet ingesteld voor het juiste type telefoonlijn.

    Zorg dat de fax is ingesteld voor het juiste type telefoonlijn (→ pag. 3-8).
    Het document is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat het document op de juiste manier in de ADF is geplaatst (→ pag.
    4-3).

    Zorg dat het bedieningspaneel is gesloten.
    Onder de snelkiestoets waarop u heeft gedrukt of de verkortkiescode die u heeft
    ingevoerd, is wellicht geen nummer opgeslagen.

    Controleer of de instellingen voor snelkiezen correct zijn opgeslagen
    (→ Hoofdstuk 6).

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-13

    Oplossen van
    problemen

    Problemen bij de papierinvoer



  • Page 170

    U heeft een verkeerd nummer gekozen of het nummer klopt niet.

    Kies het nummer opnieuw of controleer of u het juiste nummer heeft.
    Het papier is wellicht op bij het faxapparaat van de andere partij.

    Neem contact op met de andere partij en vraag ze papier bij te vullen in
    hun faxapparaat.
    Er worden wellicht andere documenten vanuit het geheugen verzonden.

    Wacht tot het faxapparaat deze documenten heeft verzonden.
    Wellicht is tijdens de verzending een storing opgetreden

    Druk een ACTIVITEITENRAPPORT af en controleer of er een foutcode
    op vermeld staat (→ pag. 11-3).
    De telefoonlijn functioneert wellicht niet goed.

    Zorg dat u een kiestoon hoort wanneer u op Haak drukt of wanneer u de
    handset of de hoorn van een op de fax aangesloten telefoon opneemt.
    Indien u geen kiestoon hoort, neem dan contact op met de PTT.
    Wellicht is het andere faxapparaat geen G3 fax

    Controleer of het andere faxapparaat compatibel is met uw
    FAX-L280/L200 (dit is een G3 fax).
    Het sub-adres en/of password is niet juist.

    Indien u een sub-adres/password onder een snelkiestoets of verkortkiescode
    heeft opgeslagen, zorg dan dat zij overeenkomen met de instellingen bij de
    andere partij.

    ¶ De via uw faxapparaat verzonden faxberichten vertonen
    vlekken of strepen.
    Wellicht functioneert het faxapparaat van de andere partij niet goed

    Controleer de fax door een kopie te maken (→ pag. 10-2). Als de kopie
    schoon is, dan ligt het probleem wellicht bij het ontvangende faxapparaat.
    Als de kopie vlekken of strepen vertoont, reinig dan de
    scannercomponenten (→ pag. 12-5).
    Het document is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat het document op de juiste manier in de ADF is geplaatst (→ pag.
    4-3).

    ¶ Er kan niet worden verzonden in de fout correctie mode
    (ECM).
    Wellicht ondersteunt het faxapparaat van de andere partij geen ECM.

    Verzendt het document in deze situatie zonder de ECM-functie.
    De ECM-functie kan zijn uitgeschakeld.

    Zorg dat de ECM-functie op uw fax is ingeschakeld (→ ECM TX, pag.
    14-6).

    Neem contact op met de andere partij om te controleren of de
    ECM-functie op hun faxapparaat is ingeschakeld.

    13-14 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 171

    Wellicht heeft u een slechte telefoonlijn of heeft u een slechte verbinding

    Verlaag de zendsnelheid (→ TX STARTSNELHEID, pag. 14-10).

    Indien geen van deze opties het probleem oplossen, haal dan de steker uit de
    wandcontactdoos en wacht tenminste vijf seconden. Plaats de steker terug en
    probeer het document opnieuw te verzenden. Is verzending nog steeds niet
    mogelijk, neem dan contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.

    Problemen bij de ontvangst
    ¶ Er kunnen geen faxberichten automatisch worden ontvangen.

    De fax is wellicht niet ingesteld voor automatische ontvangst.

    Om de fax automatisch faxberichten te laten ontvangen, dient de ontvangst
    mode te zijn ingesteld op ALLEEN FAX MODE, Fax/Tel mode,
    ANTW.APP.MODE of NET SWITCH* (→ Hoofdstuk 8). Indien u
    ANTW.APP.MODE heeft ingesteld, controleer dan of een antwoordapparaat
    op uw fax is aangesloten en of dit is ingeschakeld met een correct
    opgenomen uitgaande melding (→ pag. 8-10).
    De fax heeft wellicht een document in het geheugen opgeslagen, waardoor er
    weinig of geen geheugenruimte over is.

    U dient in het geheugen opgeslagen documenten af te drukken, te
    verzenden of te wissen (→ pag. 9-5).
    Wellicht is tijdens de ontvangst een storing opgetreden

    Controleer of er een foutmelding op het display verschijnt (→ pag. 13-8).

    Druk een ACTIVITEITENRAPPORT af en controleer of het een foutcode
    bevat (→ pag. 11-3).
    Het MP-blad is wellicht leeg.

    Zorg dat papier op het MP-blad is geplaatst (→ pag. 2-14).
    Het telefoonsnoer is wellicht niet goed aangesloten.

    Zorg dat het goed is aangesloten (→ pag. 2-6).

    ¶ Er vindt geen automatische omschakeling plaats tussen
    telefoon- en faxoproepen.
    De fax is wellicht niet ingesteld op automatische omschakeling tussen telefoon- en
    faxoproepen.

    Om de fax automatisch te laten omschakelen, dient de ontvangst mode te
    zijn ingesteld op Fax/Tel mode, ANTW.APP.MODE of NET SWITCH*
    (→ Hoofdstuk 8). Indien u ANTW.APP.MODE heeft ingesteld, controleer
    dan of een antwoordapparaat op uw fax is aangesloten en of dit is
    ingeschakeld met een correct opgenomen uitgaande melding (→ pag. 8-10).
    De fax heeft wellicht een document in het geheugen opgeslagen, waardoor er
    weinig of geen geheugenruimte over is.

    U dient in het geheugen opgeslagen documenten af te drukken, te
    verzenden of te wissen (→ pag. 9-5).

    * NET SWITCH is uitsluitend beschikbaar voor Australië en Nieuw Zeeland.

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-15

    Oplossen van
    problemen

    ¶ Regelmatig storingen bij het verzenden van faxberichten.



  • Page 172

    Wellicht is tijdens de ontvangst een storing opgetreden

    Controleer of er een foutmelding op het display verschijnt (→ pag. 13-8).

    Druk een ACTIVITEITENRAPPORT af en controleer of het een foutcode
    bevat (→ pag. 11-3).
    Het MP-blad is wellicht leeg.

    Zorg dat papier op het MP-blad is geplaatst (→ pag. 2-14).
    Het faxapparaat van de andere partij verzendt wellicht geen CNG signaal
    waardoor uw fax niet weet of het om een binnenkomend gesprek gaat of om een
    faxbericht.

    Sommige faxapparaten kunnen dit signaal niet verzenden. In dergelijke
    situaties dient u de faxberichten handmatig te ontvangen (→ pag. 8-8).

    ¶ Er kunnen geen documenten handmatig worden ontvangen.

    U heeft wellicht de verbinding verbroken door op Start/Kopie te drukken of het
    ID voor RX op afstand te kiezen nadat u heeft opgehangen.

    Druk altijd op Start/Kopie of kies het ID voor RX op afstand voordat u
    ophangt. Anders verbreekt u de verbinding (→ pag. 8-8).

    ¶ De afdrukkwaliteit laat te wensen over.

    U gebruikt wellicht niet het juiste type papier.

    Zorg dat u papier plaatst dat geschikt is voor de fax (→ pag. 5-2).
    Het faxapparaat van de andere partij functioneert wellicht niet goed.

    Het verzendende faxapparaat bepaalt meestal de kwaliteit van het
    faxbericht. Neem contact op met de andere partij en vraag of ze willen
    controleren of de scannercomponenten van hun faxapparaat schoon zijn.
    De fout correctie mode (ECM) is wellicht uitgeschakeld.

    Zorg dat de ECM-functie is ingeschakeld (→ ECM RX, pag. 14-7).

    ¶ Er worden geen faxberichten afgedrukt.

    De tonercartridge is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat de tonercartridge correct is geplaatst (→ pag. 2-11).
    Wellicht dient de tonercartridge te worden vervangen

    Vervang de tonercartridge (→ pag. 12-7).

    ¶ Ontvangen faxberichten worden vlekkerig of ongelijkmatig
    afgedrukt.
    Wellicht heeft u een slechte telefoonlijn of heeft u een slechte verbinding

    ECM verzending/ontvangst dient dergelijke problemen te voorkomen. Als
    de telefoonlijnen echter slecht zijn, kan het nodig zijn dat u het opnieuw
    probeert.
    Het faxapparaat van de andere partij functioneert wellicht niet goed.

    Het verzendende faxapparaat bepaalt meestal de kwaliteit van het
    faxbericht. Neem contact op met de andere partij en vraag of ze willen
    controleren of de scanningcomponenten van hun faxapparaat schoon zijn.

    13-16 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 173

    ¶ Ontvangst in de fout correctie mode (ECM) is niet mogelijk.
    Het faxapparaat van de andere partij ondersteunt wellicht geen ECM-functie.

    Als dit het geval is, wordt het document zonder de ECM-functie
    ontvangen.

    De ECM-functie is wellicht uitgeschakeld.

    Zorg dat de ECM-functie op uw fax is ingeschakeld (→ ECM RX, pag.
    14-7).

    Neem contact op met de andere partij om te controleren of de
    ECM-functie op hun faxapparaat is ingeschakeld.

    ¶ Regelmatig storingen bij de ontvangst van faxberichten.

    Wellicht heeft u een slechte telefoonlijn of heeft u een slechte verbinding

    Verlaag de ontvangstsnelheid (→ RX STARTSNELHEID, pag. 14-10).
    Het faxapparaat van de andere partij functioneert wellicht niet goed.

    Neem contact op met de andere partij en vraag ze te controleren of hun
    faxapparaat correct functioneert.

    Problemen bij het kopiëren
    ¶ Er kunnen geen kopieën worden gemaakt.

    Het document is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat het document op de juiste manier in de ADF is geplaatst (→ pag.
    4-3).

    Zorg dat het bedieningspaneel is gesloten.
    Het document voldoet wellicht niet aan de eisen.

    Zorg dat u documenten plaatst die aan de eisen voldoen (→ pag. 4-2).

    ¶ GEHEUGEN VOL verschijnt op het display tijdens het
    maken van meerdere kopieën.
    Het faxgeheugen is vol.

    U dient in het geheugen opgeslagen documenten af te drukken, te
    verzenden of te wissen (→ pag. 9-5) om faxgeheugen vrij te maken en
    vervolgens opnieuw te beginnen.
    Het document dat u kopieert bevat wellicht teveel afbeeldingen.

    Indien meerdere pagina’s worden gekopieerd, verdeel de pagina’s dan in
    kleinere stapels. Is dit niet het geval, maak het gewenste aantal kopieën,
    indien nodig, dan één voor één.
    Raadpleeg Problemen bij het afdrukken voor het oplossen van andere
    problemen, pag. 13-18.

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-17

    Oplossen van
    problemen

    De toner is wellicht bijna op of niet gelijkmatig verdeeld.

    Zorg dat de toner in de tonercartridge gelijkmatig wordt verdeeld (→ pag.
    12-7). Indien het probleem bijft bestaan, vervang dan de tonercartridge
    (→ pag. 12-7).



  • Page 174

    Problemen bij telefoneren
    ¶ De FAX-L280/L200 kan niet kiezen.

    Het telefoonsnoer is wellicht niet goed aangesloten.

    Zorg dat het goed is aangesloten (→ pag. 2-6).
    Het netsnoer is wellicht niet goed aangesloten

    Controleer of het netsnoer correct op de fax en op de wandcontactdoos is
    aangesloten (→ pag. 2-8). Als het faxapparaat is aangesloten op een
    verzamelcontactdoos, zorg dan dat deze verzamelcontactdoos is
    aangesloten op de wandcontactdoos en is ingeschakeld.
    De fax is wellicht niet ingesteld voor het juiste type telefoonlijn.

    Zorg dat de fax is ingesteld voor het juiste type telefoonlijn (→ pag. 3-8).

    ¶ De optionele handset of telefoon verbreekt de verbinding
    tijdens een gesprek.
    Het netsnoer is wellicht niet goed aangesloten

    Controleer of het netsnoer correct op de fax en op de wandcontactdoos is
    aangesloten (→ pag. 2-8). Als het faxapparaat is aangesloten op een
    verzamelcontactdoos, zorg dan dat deze verzamelcontactdoos is
    aangesloten op de wandcontactdoos en is ingeschakeld.
    Het snoer van de optionele handset of het telefoonsnoer is wellicht defect.

    Controleer dit door een ander snoer te gebruiken.

    Problemen bij het afdrukken
    ¶ De alarmindicator licht op en de fax piept tijdens het
    afdrukken.
    Er kan een papierstoring zijn opgetreden.

    Verhelp de papierstoring (→ pag. 13-3).

    Indien er geen papierstoring is opgetreden, haal dan de steker uit de
    wandcontactdoos, wacht vijf seconden en plaats de steker vervolgens terug
    in de wandcontactdoos. Als de alarmindicator nog steeds oplicht, neem
    dan contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.

    ¶ Er wordt niets afgedrukt.

    Het netsnoer is wellicht niet goed aangesloten

    Controleer of het netsnoer correct op de fax en op de wandcontactdoos is
    aangesloten (→ pag. 2-8). Als het faxapparaat is aangesloten op een
    verzamelcontactdoos, zorg dan dat deze verzamelcontactdoos is
    aangesloten op de wandcontactdoos en is ingeschakeld.

    13-18 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 175

    Wellicht dient de tonercartridge te worden vervangen

    Vervang de tonercartridge (→ pag. 12-7).

    ¶ De afdruk komt niet overeen met het papierformaat.

    Het papier is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat de stapel papier op de juiste manier op het MP-blad is geplaatst
    (→ pag. 2-14).

    ¶ De printout is scheef.

    Het papier is wellicht niet goed geplaatst.

    Zorg dat de stapel papier op de juiste manier op het MP-blad is geplaatst
    (→ pag. 2-14).

    Zorg dat de papieruitvoeropeningen vrij zijn.

    ¶ Er treden papierstoringen op.

    U heeft wellicht niet de juiste papieruitvoeropening gebruikt.

    Selecteer de juiste papieruitvoeropening (→ pag. 5-4).

    ¶ De printout is niet helder.

    U heeft wellicht niet het juiste type papier gebruikt.

    Zorg dat u papier plaatst dat geschikt is voor de fax (→ pag. 5-2).
    Wellicht drukt u op de verkeerde zijde van het papier af

    Sommige papiersoorten hebben een “goede” zijde om op af te drukken.
    Indien de afdrukkwaliteit niet zo helder is als u zou willen, draai het papier
    dan om en druk op de andere zijde af.

    ¶ Witte verticale strepen op de afdruk.

    De toner is wellicht bijna op of niet gelijkmatig verdeeld.

    Verdeel de toner in de tonercartridge gelijkmatig (→ pag. 12-7). Indien het
    probleem blijft bestaan, vervang dan de tonercartridge (→ pag. 12-7).

    Hoofdstuk 13

    Oplossen van problemen

    13-19

    Oplossen van
    problemen

    Wellicht heeft u de afdichtingstape niet uit de tonercartridge verwijderd.

    Zorg dat u de tonercartridge op de juiste manier installeert (→ pag. 2-11).



  • Page 176

    Algemene problemen
    ¶ De fax krijgt geen stroom.

    Het netsnoer is wellicht niet goed aangesloten

    Controleer of het netsnoer correct op de fax en op de wandcontactdoos is
    aangesloten (→ pag. 2-8). Als het faxapparaat is aangesloten op een
    verzamelcontactdoos, zorg dan dat deze verzamelcontactdoos is
    aangesloten op de wandcontactdoos en is ingeschakeld.
    Wellicht is het netsnoer defect

    Controleer dit door een ander netsnoer te gebruiken of door het netsnoer
    te testen met een voltmeter.

    ¶ Er verschijnt niets op het LCD display.

    Het netsnoer is wellicht niet goed aangesloten

    Controleer of het netsnoer correct op de fax en op de wandcontactdoos is
    aangesloten (→ pag. 2-8). Als het faxapparaat is aangesloten op een
    verzamelcontactdoos, zorg dan dat deze verzamelcontactdoos is
    aangesloten op de wandcontactdoos en is ingeschakeld. Als het display nog
    steeds leeg blijft, haal dan de steker uit de wandcontactdoos, wacht vijf
    seconden en plaats de steker in de wandcontactdoos terug. Als het display
    nog steeds leeg blijft, neem dan contact op met uw Canon dealer of de
    Canon infolijn.

    13-20 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 177

    Is het na alle informatie in dit hoofdstuk niet gelukt het probleem op te lossen,
    neem dan contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.
    De servicetechnici van Canon zijn opgeleid voor technische ondersteuning van
    de producten van Canon’s en kunnen u helpen het probleem op te lossen.
    Door zelf te proberen de fax te repareren, kunt u het recht op garantie
    verliezen.

    Als u bij de fax vreemde geluiden hoort, rook ziet of een vreemde geur ruikt, haal
    dan onmiddellijk de steker uit de wandcontactdoos en neem contact op met uw
    Canon dealer of de Canon infolijn. Probeer de fax niet zelf te demonteren of te
    repareren.
    Indien het nodig is rechtstreeks contact op te nemen met Canon, zorg dan dat u
    de volgende informatie bij de hand heeft:

    Hoofdstuk 13



    Productnaam
    FAX-L200 of FAX-L280



    SERIENUMMER
    Het serienummer bevindt zich op het etiket aan de achterzijde van de fax.



    Plaats van aankoop



    Aard van het probleem



    Stappen die u heeft ondernomen om het probleem op te lossen en de
    resultaten daarvan

    Oplossen van problemen

    13-21

    Oplossen van
    problemen

    Als u het probleem niet kunt oplossen



  • Page 178

    Als een stroomstoring optreedt
    Als zich plotseling een stroomstoring voordoet, zorgt een geïntegreerde batterij
    ervoor dat de instellingen van de fax behouden blijven. Eventueel in het
    geheugen opgeslagen documenten gaan echter verloren.
    Tijdens een stroomstoring is de functionaliteit van de fax als volgt beperkt:
    ❏ U kunt niet telefoneren via de optionele handset. Afhankelijk van uw
    telefoon is het wellicht niet mogelijk hiermee te telefoneren.
    ❏ U kunt geen documenten verzenden, ontvangen of kopiëren.
    ❏ U kunt telefoonoproepen ontvangen via de optionele handset of de op uw
    fax aangesloten telefoon.
    Zodra de stroomstoring is hersteld, zal de fax automatisch een
    GEHEUGENWISRAPPORT afdrukken met een lijst van de doucmenten die
    als gevolg van de stroomstoring zijn gewist.
    27/12 2001

    16:48

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    Geheugen wisrapport

    GEHEUGEN FILES GEWIST
    TX/RX NR

    MODE

    0046
    0047

    VERZENDEN
    GROEPSVERZ.

    0048

    WIS GROEPSKIEZEN

    0049

    UITGESTELDE TX

    AANSLUITING TEL/ID
    [*
    [
    [*
    [
    [
    [

    01] Canon TOKYO
    01] Canon CANADA
    02] Canon FRANCE
    03] Canon ITALIA
    04] Canon U.S.A.
    08] Canon OPTICS

    PAG.

    STEL TIJD IN

    3 27/12
    1 27/12

    16:03
    16:08

    1 27/12

    16:15

    2 27/12

    16:36

    STEL TIJD IN

    20:00
    20:00
    20:00

    Als de tonercartridge leeg is of er geen papier op het MP-blad aanwezig is
    wanneer de stroomvoorziening wordt hersteld, verschijnt de melding VERVANG
    CARTR. of VUL PAPIER BIJ op het display. In deze situaties wordt het
    GEHEUGENWISRAPPORT niet afgedrukt, zelfs niet nadat de tonercartridge
    is vervangen of papier is bijgevuld.

    13-22 Oplossen van problemen

    Hoofdstuk 13



  • Page 179

    Hoofdstuk 14



    Informatie over het menusysteem ........................................................
    • Afdrukken van een lijst om de huidige instellingen te controleren .
    • Toegang tot de menu’s ....................................................................

    14-2
    14-2
    14-3



    GEBR. INSTELLINGEN menu .........................................................

    14-4



    RAPPORT INSTELLINGEN menu ...................................................

    14-5



    TX (verzend) INSTELLINGEN Menu ...............................................

    14-6



    RX (ontvangst) INSTELLINGEN menu ............................................

    14-7



    PRINTERINSTELLINGEN menu .....................................................

    14-8



    POLLING BUS menu .........................................................................

    14-9



    SYSTEEMINSTELLINGEN menu .................................................... 14-10

    Overzicht van de instellingen

    14-1

    Overzicht van de
    instellingen

    Hoofdstuk 14
    Overzicht van de instellingen



  • Page 180

    Informatie over het menusysteem
    Met het menusysteem van de fax kunt u het functioneren van de fax aanpassen
    aan uw wensen. Het menusysteem bestaat uit zeven menu’s, die elk zijn
    opgebouwd uit instellingen die verschillende functies van uw fax regelen.
    Voordat u een instelling aanpast, wilt u wellicht de GEBR. GEG.LIJST
    afdrukken om de huidige instellingen te controleren (→ hieronder).

    Afdrukken van een lijst om de huidige instellingen te
    controleren
    U kunt de GEBR. GEG.LIJST afdrukken om de huidige instellingen van uw
    fax te controleren, maar ook om de opgeslagen informatie over de afzender te
    bekijken (→ pag. 3-5).
    Volg deze procedure om de lijst met gebruikersgegevens af te drukken:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Gebruik
    of
    om GEBR.
    GEG.LIJST te selecteren.

    4

    Druk op Instellen.

    Druk op Rapport.

    .



    ACT. RAPPORT

    .

    GEBR. GEG.LIJST
    RAPPORT AFDR.

    De fax drukt de GEBR.
    GEG.LIJST af.

    De informatie over de afzender wordt aan het begin van de lijst getoond. De
    huidige instellingen van de fax worden daarna getoond.
    27/12 2001

    17:23

    FAX 123 4567

    CANON INC

    001

    GEBRUIKERS GEGEVENSLIJST

    1.GEBR. INSTELLINGEN
    TOESTEL #
    TOESTEL NAAM
    TX TERMINAL ID
    TTI POSITIE
    TELEFOON # SYMBOOL
    Scancontrast
    HOORN VAN HAAK
    VOLUMEREGELING
    BELVOLUME
    TOETSENBORD VOLUME
    ALARMVOLUME
    KIESTOON VOL.
    RX BELNIVEAU
    LIJN TYPE
    .

    .

    14-2 Overzicht van de instellingen

    123 4567
    CANON INC
    AAN
    BUITEN BEELD
    FAX
    STD
    AAN
    2
    2
    2
    2
    HOOG
    DRUKTOETS

    Hoofdstuk 14



  • Page 181

    Toegang tot de menu’s
    Volg deze procedure om toegang te verkrijgen tot de verschillende menu’s:

    1
    2

    Open het snelkiespaneel.

    3

    Druk op Instellen.

    4

    Gebruik
    of
    om het gewenste
    menu te selecteren.

    Druk op Gegevensregistratie.



    .

    U kunt kiezen uit de volgende mogelijkheden:

    GEBR. INSTELLINGEN (→ pag. 14-4)

    RAPPORT INSTELLINGEN (→ pag. 14-5)

    TX INSTELLINGEN (→ pag. 14-6)

    RX INSTELLINGEN (→ pag. 14-7)

    PRINTERINSTELLINGEN (→ pag. 14-8)

    POLLING BUS (→ pag. 14-9)

    SYSTEEMINSTELLINGEN (→ pag. 14-10)

    5

    Druk op Instellen om toegang te
    krijgen tot de instellingen van het
    door u geselecteerde menu.

    6

    Raadpleeg de betreffende tabel
    (→ volgende pagina’s) en gebruik deze
    aanwijzingen voor het selecteren en
    opslaan van instellingen:




    7

    Hoofdstuk 14

    GEBRUIKERSINST.
    Overzicht van de
    instellingen

    .

    GEGEVENSREGISTR.

    Voorbeeld:

    ECM RX

    of
    om door de instellingen te bladeren.
    Gebruik
    Om een instelling op te slaan of toegang tot sub-instellingen te krijgen,
    drukt u op Instellen.
    Om terug te keren naar een vorig niveau, drukt u op
    Gegevensregistratie.

    Om uw instellingen op te slaan, dient u na elke keuze of invoer
    van informatie op Instellen te drukken.

    Door op Stop te drukken, kunt u op elk gewenst moment
    terugkeren naar de standby mode.

    Indien u gedurende 60 seconden wacht bij het openen van een
    menu, dan zal het faxapparaat automatisch terugkeren naar de
    standby mode.
    .

    .

    Wanneer u geen andere instellingen
    wilt aangeven, drukt u op Stop om
    terug te keren naar de standby mode.

    Voorbeeld:

    15:00

    Overzicht van de instellingen

    Fax

    14-3



  • Page 182

    GEBR. INSTELLINGEN menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de instellingen.
    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).
    instelling

    beschrijving

    sub-instellingen

    DATUM & TIJD

    Hiermee kunt u de datum en tijd instellen (→ pag. 3-6).



    TOESTEL #

    Hiermee voert u het fax-/telefoonnummer in dat u bovenaan elke
    pagina van het te verzenden faxbericht wilt laten verschijnen
    (→ pag. 3-6).



    TOESTEL NAAM

    Hiermee voert u de naam of de naam van de onderneming in die –
    u bovenaan elke pagina van het te verzenden faxbericht wilt laten
    verschijnen (→ pag. 3-6).

    TX TERMINAL ID

    Hiermee schakelt u het afdrukken van de informatie over de
    afzender in/uit (→ pag. 3-5).

    AAN
    UIT

    TTI POSITIE

    Hiermee selecteert u of de informatie over de afzender binnen of
    buiten het beeldvlak wordt afgdrukt (→ pag. 3-5).

    BUITEN BEELD
    BINNEN BEELD

    TELEFOON # TEKEN

    Hiermee kunt u het nummer van de buitenlijn voor het
    faxnummer selecteren (→ pag. 3-5).

    FAX
    TEL

    SCANCONTRAST

    Hiermee kunt u het scancontrast selecteren (→ pag. 7-3).

    STANDAARD
    DONKER
    LICHTER

    HOORN VAN HAAK

    Hiermee schakelt u het hoorn van haak alarm dat u waarschuwt
    dat de handset niet goed in de houder is geplaatst in/uit.

    AAN
    UIT

    VOLUMEREGELING

    Hiermee stelt u het volume van de fax in.



    BELVOLUME

    Hiermee stelt u het belvolume in wanneer de fax een
    telefoongesprek detecteert.

    1/2/3

    TOETSVOLUME

    Hiermee selecteert u het volume van de druktoetsen.

    0 (uit)/1/2/3

    ALARMVOLUME

    Hiermee seleceert u het foutalarmvolume.

    0 (uit)/1/2/3

    LIJN MONITOR VOL

    Hiermee selecteert u het telefoonlijnvolume (geluid tijdens het
    kiezen).

    0 (uit)/1/2/3

    RX BEL NIVEAU

    Hiermee selecteert u het belniveau voor inkomende oproepen.

    HOOG
    STANDAARD

    TYPE TEL. LIJN

    Hiermee selecteert u het type telefoonlijn voor uw fax (→ pag.
    3-8).

    TOON
    PULS*

    R-TOETS FUNCTIE

    Hiermee schakelt u kiezen via een huistelefooncentrale in.
    Indien u PBX selecteert, dan kunt u aanvullende sub-instellingen
    selecteren (→ pag. 3-9).

    PSTN
    PBX

    M-TOETS FUNCTIE
    (alleen Engeland)

    Hiermee selecteert u de toegangs- en ID-codes voor een
    alternatieve internationale telefoondienst (→ pag. 7-18).
    Indien u AAN selecteert, dan kunt u aanvullende sub-instellingen
    selecteren.

    UIT
    AAN

    * De standaard instelling voor Ierland, Hong Kong en Maleisië is PULSKIEZEN.

    14-4 Overzicht van de instellingen

    Hoofdstuk 14



  • Page 183

    RAPPORT INSTELLINGEN menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de onderstaande
    instellingen.

    instelling

    beschrijving

    sub-instellingen

    TX RAPPORT

    Hiermee schakelt u het automatisch afdrukken van een TX
    (verzend) RAPPORT in/uit (→ pag. 11-4).
    ALLEEN FOUT AFDR.: drukt alleen een verzendrapport af als
    tijdens de verzending een storing is opgetreden.
    AFDRUK JA: drukt na elke verzending een rapport af.
    AFDRUK NEE : er wordt geen rapport afgedrukt.

    ALLEEN FOUT AFDR.
    AFDRUK JA
    AFDRUK NEE

    Indien u hierboven ALLEEN FOUT AFDR. of AFDRUK JA
    selecteert, dan schakelt deze instelling het afdrukken van de
    eerste pagina van het faxbericht op het rapport in/uit.

    AAN
    UIT

    RX RAPPORT

    Schakelt het automatisch afdrukken van een RX (ontvangst)
    RAPPORT in/uit (→ pag. 11-5).
    AFDRUK NEE : er wordt geen rapport afgedrukt.
    ALLEEN FOUT AFDR. : drukt alleen een rapport af indien
    tijdens de ontvangst een fout optreedt.
    AFDRUK JA drukt na elke ontvangst een ontvangstrapport af.

    AFDRUK NEE
    ALLEEN FOUT AFDR.
    AFDRUK JA

    ACT. RAPPORT

    AAN
    Schakelt het automatisch afdrukken van een
    ACTIVITEITENRAPPORT na elke 20 transacties in/uit (→ pag. UIT
    11-3).

    TX KOPIE

    Hoofdstuk 14

    Overzicht van de instellingen

    14-5

    Overzicht van de
    instellingen

    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).



  • Page 184

    TX (verzend) INSTELLINGEN Menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de onderstaande
    instellingen.
    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).
    instelling

    beschrijving

    sub-instellingen

    ECM TX

    Schakelt de fout correctie mode (ECM) tijdens de verzending
    in/uit.

    AAN
    UIT

    PAUZEDUUR

    Hiermee selecteert u de duur van de pauze die u met de
    Nummerherhaling/Pauze toets in het fax-/telefoonnummer heeft
    ingevoerd.

    2 SEC
    (1 t/m 15)*

    AUTOM. NUM.HERH.

    Schakelt automatische nummerherhaling in/uit als de lijn van de
    andere partij bezet is bij de eerste poging (→ pag. 7-9).

    AAN
    UIT

    AANTAL NUM.HERH.

    Hiermee selecteert u het aantal nummerherhalingen.

    2 TIMES
    (1 t/m 10)**

    INTERV. NUM.HERH.

    Hiermee selecteert u de pauze tussen de nummerherhalingen.

    2 MIN.
    (1 t/m 99)***

    Schakelt het automatisch scannen van documenten in/uit nadat
    het faxnummer is ingevoerd.
    AAN : het scannen start automatisch vijf seconden nadat het
    faxnummer is ingevoerd (10 seconden indien er naar meerdere
    faxnummers wordt verzonden).
    UIT : het scannen start niet automatisch. (Om het scannen te
    starten, dient u op Start/Kopie te drukken.)

    AAN
    UIT

    TIME OUT

    *** UK: 4 SEC. (1 tot 15), Hong Kong: 4 SEC. (4 tot 11).
    *** Australië: 1 tot 2, Nieuw Zeeland: 1 tot 5, Hong Kong: 1 tot 3, Maleisië: 1 tot 15.
    *** Singapore: 2 tot 99.

    14-6 Overzicht van de instellingen

    Hoofdstuk 14



  • Page 185

    RX (ontvangst) INSTELLINGEN menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de onderstaande
    instellingen.

    instelling

    beschrijving

    sub-instellingen

    ECM RX

    Schakelt de fout correctie mode (ECM) in/uit tijdens de
    ontvangst.

    AAN
    UIT

    RX MODE

    Hiermee selecteert u de ontvangst mode (→ Hoofdstuk 8).
    Indien u FAX/TEL AUTO SCH selecteert, dan kunt u
    aanvullende sub-instellingen selecteren (→ pag. 8-6).

    AUTOMATISCHE RX
    NET SWITCH*
    FAX/TEL AUTO SCH.

    TELEFOONBEL

    Wanneer de instelling RX MODE op ALLEEN FAX MODE of
    FAX/TEL AUTO SCH is ingesteld, dan schakelt deze instelling
    het belsignaal in/uit wanneer de fax een oproep binnenkrijgt.**

    UIT
    AAN

    Hiermee selecteert u het aantal belsignalen voordat de fax een
    faxbericht ontvangt.

    2 KEER
    (1 tot 99)***

    HANDM./AUTO SCH.

    Wanneer de ontvangst mode op HANDMATIG MODE is ingesteld,
    dan bepaalt deze instelling of de fax na een aantal belsignalen
    overschakelt naar de fax ontvangst mode.

    UIT
    AAN

    F/T BELDUUR

    Indien u hierboven AAN selecteert, dan selecteert deze instelling
    hoelang de fax overgaat voordat deze naar de fax ontvangst
    mode overschakelt.

    15 SEC.
    (1 tot 99)

    Schakelt ontvangen op afstand in/uit.

    AAN
    UIT

    Indien u hierboven AAN selecteert, dan selecteert deze instelling
    de ID voor RX op afstand.

    25
    (00 tot 99)

    GEHEUGEN RX

    Schakelt de ontvangst van een document in het faxgeheugen
    in/uit indien tijdens de ontvangst een probleem optreedt.

    AAN
    UIT

    RX PAG. VOETTEKST

    Schakelt het afdrukken van de datum en tijd van ontvangst, het
    paginanummer en het transactienummer (TX/RX NR.) aan de
    onderzijde van elke ontvangen faxpagina in/uit.

    UIT
    AAN

    BELAANTAL

    RX OP AFSTAND

    CODE RX OP AFST.

    *** NET SWITCH is alleen beschikbaar voor Australië en Nieuw Zeeland.
    *** Zelfs als u TELEFOONBEL op AAN heeft ingesteld, zal de fax alleen overgaan als u de optionele
    handset of een telefoon op uw fax heeft aangesloten.
    *** Nieuw Zeeland: 1 tot 5.

    Hoofdstuk 14

    Overzicht van de instellingen

    14-7

    Overzicht van de
    instellingen

    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).



  • Page 186

    PRINTERINSTELLINGEN menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de instellingen.
    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).
    instelling

    beschrijving

    sub-instellingen

    RX VERKLEINING

    Schakelt het verkleinen van faxberichten, zodat ze op het papier
    dat op het MP-blad is geplaatst passen in/uit.

    AAN
    UIT

    Indien u AAN selecteert, dan kunt u de richting waarin het
    faxbericht wordt verkleind selecteren.

    ALLEEN VERTICAAL
    HORIZ & VERTICAAL

    Hiermee selecteert u het formaat van het op het MP-blad
    geplaatste papier (→ pag. 5-7).

    A4
    LTR
    LGL
    AANGEPAST

    KIES PAPIERFORM.

    Indien u AANGEPAST selecteert, dan kunt u aanvulende
    sub-instellingen selecteren (→ pag. 5-7).
    ECONOMISCH PRINT

    Schakelt economisch afdrukken in/uit (→ pag. 5-9).

    UIT
    AAN

    TONER BIJVULLEN

    Hiermee selecteert u of de FAX doorgaat met afdrukken als de
    toner bijna op is (VERVANG CARTR. verschijnt op het display).
    RX IN GEHEUGEN : stopt het afdrukken en ontvangen
    faxberichten worden in het geheugen opgeslagen.
    CONT. AFDRUKKEN : de fax gaat door met afdrukken, zelfs als
    de toner bijna op is. Selecteer deze instelling als u geen nieuwe
    tonercartridge bij de hand heeft en u de in het geheugen
    opgeslagen faxberichten wilt afdrukken.

    RX IN GEHEUGEN
    CONT. AFDRUKKEN

    14-8 Overzicht van de instellingen

    Hoofdstuk 14



  • Page 187

    POLLING BUS menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de instellingen.

    instelling

    beschrijving

    sub-instellingen

    SETUP FILE

    Stel de polling bus in om een document voor polling te bewaren
    (→ pag. 9-12).



    FILE NAAM

    Hiermee kunt u de naam voor de polling bus invoeren.



    PASSWORD

    Hiermee kunt u een password invoeren om de toegang tot de
    instellingen van de polling bus te beveiligen.

    0000 tot 9999

    TX PASSWORD

    Hiermee kunt u een standaard ITU-T password invoeren.



    WISSEN NA TX

    Hiermee selecteert u of het document na polling uit het geheugen
    wordt gewist of dat het in het geheugen bewaard blijft.
    AAN : het document wordt na polling uit het geheugen gewist.
    UIT : het document blijft na polling in het geheugen bewaard.

    AAN
    UIT

    Hiermee kunt u de instellingen van de polling bus wijzigen
    (→ pag. 9-15).



    Hiermee kunt u het password (indien opgeslagen) invoeren om
    toegang te verkrijgen tot de instellingen van de polling bus.



    WIJZIG GEGEVENS

    PASSWORD

    FILE WISSEN

    PASSWORD

    Hoofdstuk 14

    Overzicht van de
    instellingen

    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).

    Hiermee kunt u de instellingen van de polling bus wissen (→ pag. –
    9-15).
    Hiermee kunt u het password (indien opgeslagen) invoeren om
    toegang te verkrijgen tot de instellingen van de polling bus.



    Overzicht van de instellingen

    14-9



  • Page 188

    SYSTEEMINSTELLINGEN menu
    Zie pag. 14-3 voor informatie over het verkrijgen van toegang tot de instellingen.
    (Standaard instellingen worden vet gedrukt).
    instelling

    beschrijving

    TEL. VRIJ

    sub-instellingen

    Schakelt het beperkt gebruik van de fax in/uit (→ pag. 9-17).



    TEL. GEBLOKKEERD

    Schakelt het beperkt gebruik van de fax voor het telefoneren en
    het verzenden van faxberichten in/uit.

    UIT
    AAN

    PASSWORD

    Hiermee kunt u een password invoeren om de toegang tot de
    instelling VERGRENDEL TEL. te beperken.

    0000 tot 9999

    RX BEVEILIGING

    Hiermee kunt u de ontvangst van faxberichten beperken tot de
    nummers die zijn opgeslagen voor snelkiezen (→ pag. 9-20).

    UIT
    AAN

    DATUM INSTELLEN

    Hiermee selecteert u de wijze waarop de datum op het display en
    op door u verzonden faxberichten wordt weergegeven.

    DD/MM JJJJ
    JJJJ MM/DD
    MM/DD/JJJJ

    DISPLAY TAAL

    Hiermee selecteert u de taal voor de displaymeldingen,
    instellingen en rapporten.

    ENGELS
    FRANS
    SPAANS
    DUITS
    ITALIAANS
    NEDERLANDS
    FINS
    PORTUGEES
    NOORS
    ZWEEDS
    DEENS
    SLOVEENS
    TSJECHISCH
    HONGAARS
    RUSSISCH

    TX STARTSNELHEID

    Hiermee selecteert u de snelheid waarmee de fax de verzending
    start.

    14400bps
    9600bps
    7200bps
    4800bps
    2400bps

    RX STARTSNELHEID

    Hiermee selecteert u de snelheid waarmee de fax de ontvangst
    start.

    14400bps
    9600bps
    7200bps
    4800bps
    2400bps

    14-10 Overzicht van de instellingen

    Hoofdstuk 14



  • Page 189

    Bijlage A
    Technische gegevens
    Algemene gegevens ...............................................................................

    A-2



    Faxapparaat .........................................................................................

    A-2



    Copier ...................................................................................................

    A-3



    Telefoon ................................................................................................

    A-3



    Printer ...................................................................................................

    A-3

    Technische gegevens

    A-1

    Technische
    gegevens



    Bijlage A



  • Page 190

    Algemene gegevens

    Goedkeuringen

    Elektrische veiligheid: CE, GS, FIMKO

    Straling: CISPR Pub 22, Klasse B

    Overig: PTT, Energy Star-compatibel,
    CE-markering

    Aansluitspanning

    200-240 V

    50/60 Hz

    Capaciteit ADF
    → pag. 4-2

    Opgenomen vermogen

    Maximum: 500 W

    Standby: ca. 7 W

    Capaciteit MP-blad
    → pag. 5-2

    Gewicht
    Ca. 10 kg (met bevestigde componenten)

    Afdrukvlak
    → pag. 5-3

    Afmetingen

    Scanvlak
    → pag. 4-2

    578 mm
    401 mm

    Faxapparaat
    445 mm

    372 mm

    Type aansluiting
    Public Switched Telephone Network (PSTN)
    Compatibiliteit
    G3
    Datacompressiesysteem
    MH, MR, MMR
    Type modem
    FAX modem
    Modemsnelheid
    14400/9600/7200/4800/2400 bps automatische
    terugval
    404 mm

    Zendsnelheid
    Ca. 6 seconden/pagina* bij 14.4 Kbps, ECM-MMR,
    verzending vanuit geheugen
    Scansysteem

    Ultra High Quality (UHQ™) beeldverbetering

    Halftonen: 64 grijswaarden

    Densiteitaanpassing 3 niveaus
    578 mm

    Omgevingsomstandigheden

    Temperatuur: 10°-32,5°C

    Vochtigheid: 20%-80% relatieve vochtigheid

    Verzend-/ontvangstgeheugen
    Ca. 64 pagina’s*
    Scansnelheid fax
    Ca. 7.7 seconden/pagina*

    Liquid Crystal Display (LCD)
    16 × 1
    Displaytalen
    Engels / Frans / Spaans / Duits / Italiaans /
    Nederlands / Fins / Portugees / Noors / Zweeds /
    Deens / Sloveens / Tsjechisch / Hongaars / Russisch

    * Gebaseerd op Canon FAX Standaard kaart nr. 1, standaard mode.

    A-2 Technische gegevens

    Bijlage A



  • Page 191

    Faxresolutie

    FAX STANDAARD: 8 punten/mm × 3,85
    lijnen/mm

    FAX FIJN: 8 punten/mm × 7,7 lijnen/mm

    FAX FOTO: 8 punten/mm × 7,7 lijnen/mm
    met grijstinten

    SUPERFIJN: 8 punten/mm × 15,4 lijnen/mm

    Verkleinen
    70%, 80% en 90%

    Kiezen

    Automatisch kiezen
    Snelkiezen (24 bestemmingen)
    Verkort kiezen (100 bestemmingen)
    Groepskiezen (max. 123 bestemmingen)

    Normaal kiezen (met numerieke toetsen)

    Automatische nummerherhaling

    Handmatige nummerherhaling

    Pauze knop

    Nummerherhaling knop

    M-toets*

    D.T.-toets**

    Telefoon

    Copier
    Scanresolutie

    400 × 300 dpi (direct kopiëren)

    Geheugenkopie: 200 × 300 dpi

    Aantal kopieën
    Max. 99 kopieën

    Aansluiting

    Optionele handset/telefoon

    Extra telefoon/antwoordapparaat (CNG
    detectiesignaal)/data modem

    Printer
    Afdruksysteem
    Laserprinter
    Papierinvoer
    Automatische papierinvoer
    Papierformaat en gewicht
    → pag. 5-2
    Aanbevolen papier
    → pag. 5-3

    Technische
    gegevens

    Netwerkfuncties

    Groepsverzending (max. 125 bestemmingen)

    Automatische ontvangst

    Automatische FAX/TEL omschakeling

    Uitgestelde verzending (max. 125
    bestemmingen)

    Polling verzending

    Polling ontvangst

    Ontvangst op afstand per telefoon (standaard
    ontvangst ID: 25)

    Ontvangst zonder belsignaal

    ECM uitschakeling

    Netwerkschakeling***

    ACTIVITEITENRAPPORT (na elke 20
    transacties)

    Storingsrapport

    TTI (Transmit Terminal Identification)

    Kopieersnelheid
    Ca. 6 pagina’s/minuut

    Afdruksnelheid****
    Ca. 6 pagina’s/minuut
    Afdrukbreedte
    max. 206 mm
    Resolutie
    600 × 600 dpi
    Cartridge
    FX-3 tonercartridge
    Tonerbesparing
    Ca. 30% tot 40% besparing op het tonerverbruik

    Afdrukresolutie
    600 × 600 dpi

    **** Deze toets is alleen beschikbaar voor de UK.
    **** Deze functie is niet beschikbaar voor de UK, Ierland, Australië, Nieuw Zeeland, Hong Kong,
    Singapore en Maleisië.
    **** Deze functie is alleen beschikbaar voor Australië en Nieuw Zeeland.
    **** Gebaseerd op Canon FAX Standaard kaart nr. 1, standaard mode.

    Bijlage A

    Technische gegevens

    A-3



  • Page 192

    A-4 Technische gegevens

    Bijlage A



  • Page 193

    Bijlage B
    Accessoires
    Optionele handset .................................................................................
    • Inhoud verpakking ..........................................................................
    • Aansluiten van de handset op de fax ..............................................
    • Behandeling van uw handset ...........................................................

    B-2
    B-2
    B-3
    B-4

    Accessoires

    B-1

    Accessoires



    Bijlage B



  • Page 194

    Optionele handset
    Een optionele handset is beschikbaar om op uw fax aan te sluiten. Neem
    contact op met uw Canon dealer voor informatie over het bestellen van deze
    optie.
    Onthoud dat de vorm van de handset kan afwijken van de hier afgebeelde
    handset. Beide handsets beschikken echter over dezelfde functies en leveren
    dezelfde prestaties.

    Inhoud verpakking
    Controleer of de verpakking van de handset de volgende onderdelen bevat:
    Houder voor de handset

    Handset

    SCHROEVEN MET PLUGGEN (2)

    SCHROEVEN
    (niet gebruikt bij uw fax.)

    VOLUMESCHAKELAAR
    Gebruik een ballpoint of een ander puntig voorwerp om het
    belvolume van de handset te selecteren (HI, LO, of UIT).

    Indien onderdelen beschadigd zijn of ontbreken, neem dan onmiddellijk contact
    op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.
    Belsignaal equivalentie waarde (R.E.N.) (alleen Engeland)
    Uw BT-lijn heeft een maximum R.E.N. waarde van 4. Uw fax heeft een R.E.N.
    waarde van 1 (tenzij anders aangegeven) net als deze handset. U kunt extra
    apparatuur gebruiken met een totale R.E.N. waarde van maximaal 2. Als de
    R.E.N. waarde hoger is dan 4, zal het belvolume afnemen en is het mogelijk
    dat één of meerdere aangesloten apparaten niet functioneren.

    B-2 Accessoires

    Bijlage B



  • Page 195

    Aansluiten van de handset op uw fax
    Volg deze procedure om de handset op uw fax aan te sluiten:

    1

    Gebruik een schroevendraaier om de
    twee deksels aan de linkerzijde van
    het faxapparaat te verwijderen.

    2

    Verwijder de schroeven uit de pluggen
    en steek de pluggen in de openingen
    van de houder van de handset.

    3

    Steek de pluggen (met de houder van
    de handset ) in de openingen van het
    faxapparaat.

    4

    Gebruik uw vinger om de schroeven
    in de pluggen te duwen.
    Zijn er problemen, gebruik dan
    een kruiskopschroevendraaier om
    de schroeven volledig in de
    pluggen te duwen. (Draai ze niet
    te vast, de schroeven kunnen
    breken.)
    Zorg dat u het faxapparaat
    steunt bij het plaatsen van de
    schroeven.





    5

    Accessoires

    Zijn er problemen met het
    plaatsen van de pluggen, draai de
    FAX-L280/L200 dan zo dat de
    linkerzijde naar u toe wijst en de
    rechterzijde tegen een wand is
    geplaatst. U kunt de pluggen nu
    insteken, zonder dat het
    faxapparaat beweegt.



    Plaats de handset in de houder en sluit
    het netsnoer van de handset aan op de
    aansluiting.
    .

    Bijlage B

    Accessoires

    B-3



  • Page 196

    Behandeling van uw handset
    Volg deze aanwijzingen om uw handset in topconditie te houden:
    ❏ Stel uw handset nooit bloot aan direct zonlicht.
    ❏ Installeer de handset nooit in een warme of vochtige omgeving.
    ❏ Spuit nooit met spuitbussen op de handset. U voorkomt hiermee dat de
    openingen verstopt raken en de handset kan beschadigen.
    ❏ Gebruik een licht vochtige doek om uw handset te reinigen.

    B-4 Accessoires

    Bijlage B



  • Page 197

    Bijlage C
    FAX-L280 Instructies
    Inleiding ................................................................................................

    C-3



    Verschillen tussen de FAX-L280 en de FAX-L200 .............................

    C-3



    Gebruik van uw documentatie .............................................................

    C-3



    Uitpakken van de FAX-L280 ..............................................................

    C-3



    Aansluiten van de FAX-L280 op uw PC .............................................

    C-4



    Eisen aan afdrukmateriaal ...................................................................
    • Afdrukvlak .......................................................................................

    C-5
    C-5



    Kiezen van afdrukmateriaal .................................................................

    C-6



    Plaatsen van enveloppen ......................................................................

    C-7



    Plaatsen van transparanten ..................................................................

    C-8



    Technische gegevens .............................................................................

    C-8

    FAX-L280 Instructies

    C-1

    FAX-L280
    Instructies



    Bijlage C



  • Page 198

    Super G3 is een uitdrukking om de nieuwe generatie
    faxapparaten te beschrijven die gebruikmaken van
    standaard ITU-T V.34, 33,6 Kbps* modems. De Super G3
    hogesnelheid faxapparaten maken een verzendtijd van ca.
    drie seconden* per pagina mogelijk waardoor de
    telefoonkosten aanzienlijk worden gereduceerd.

    * Een verzendtijd van ca. drie seconden per pagina, gebaseerd op Canon FAX Standaard
    kaart nr. 1 (standaard mode) bij een modemsnelheid van 33,6 Kbps. De PSTN (Public
    Switched Telephone Network) ondersteunt op dit moment een modemsnelheid van 28,8
    Kbps of lager, afhankelijk van de conditie van de telefoonlijn.

    C-2 FAX-L280 Instructies

    Bijlage C



  • Page 199

    Inleiding
    Deze bijlage geeft belangrijke informatie voor gebruikers van de FAX-L280.
    Lees deze bijlage daarom zorgvuldig alvorens de rest van de handleiding te
    lezen.

    Verschillen tussen de FAX-L280 en de FAX-L200
    Behalve de FAX-L200 functies, beschikt de FAX-L280 ook over de volgende
    functies:
    ❏ Mogelijkheid voor aansluiting op uw PC
    ❏ Verhoogde zendsnelheid met G3 gegevenscodering—max. drie seconden*
    per pagina
    ❏ Meer geheugen voor het opslaan van max. 448 faxpagina’s*
    ❏ Ondersteuning van meer afdrukmaterialen

    Gebruik van uw documentatie
    Uw FAX-L280 wordt geleverd met de volgende documentatie:
    ❏ Deze handleiding: geeft gedetailleerde informatie over het instellen,
    bedienen, onderhouden van uw fax en over het oplossen van problemen bij
    uw fax.
    ❏ Handleiding printerstuurprogramma: deze handleiding staat op de CD-ROM
    en geeft een beschrijving over het gebruik van uw fax voor het afdrukken
    vanuit de Windowst omgeving op uw PC.

    Uitpakken van de FAX-L280
    Pak de fax uit zoals beschreven op pagina 2-2. De geleverde onderdelen zijn
    identiek aan die van de FAX-L200. Maar bij uw faxapparaat wordt ook de
    software geleverd die nodig is voor het aansluiten van de fax op uw PC.

    Behalve de bij uw fax geleverde onderdelen heeft u een (zelf aan te schaffen)
    printerkabel nodig om de fax op uw PC aan te sluiten (→ pag. C-4).

    * Gebaseerd op Canon FAX Standaard kaart nr. 1, standaard mode.

    Bijlage C

    FAX-L280 Instructies

    C-3

    FAX-L280
    Instructies

    Controleer of u alles heeft. Indien onderdelen beschadigd zijn of ontbreken,
    neem dan onmiddellijk contact op met uw Canon dealer of de Canon infolijn.



  • Page 200

    Aansluiten van de FAX-L280 op uw PC
    Om uw fax op een PC aan te sluiten, dient u een printerkabel aan te schaffen
    die overeenkomt met de interface connector op uw PC:
    ❏ Een Centronicst-compatibele parallelle kabel (IEEE 1284-compatibel), niet
    langer dan 2 meter
    - of ❏ Een USB-kabel, niet langer dan 5 meter
    U kunt deze kabels bestellen bij uw Canon dealer.
    Volg deze procedure om de juiste kabel aan te sluiten:

    n Aansluiten van een USB-kabel
    Sluit de USB-kabel aan op de fax en de PC
    tijdens de installatie van de software om de
    juiste werking van het printerstuurprogramma
    te kunnen garanderen (→ Handleiding
    printerstuurprogramma).




    n Aansluiten van een parallelle kabel
    Sluit de parallelle kabel aan op de fax en de
    PC voordat u de software installeert. Zorg dat
    u de kabelconnectoren vastzet met de clips.

    U hoeft slechts één van de hierboven genoemde kabels aan te sluiten.
    Indien u een USB-kabel gebruikt, zorg dan dat uw PC onder Microsoft
    Windowst 98/Me of Windowst 2000 draait. Dit besturingsprogramma
    dient door de computerfabrikant bij aankoop op uw computer te zijn
    geïnstalleerd. (De USB-poort dient eveneens operationeel te zijn gemaakt
    door de fabrikant.)

    C-4 FAX-L280 Instructies

    Bijlage C



  • Page 201

    Eisen aan afdrukmateriaal
    Behalve de in Hoofdstuk 5 vermelde papiersoorten kunt u de volgende
    afdrukmaterialen op het MP-blad plaatsen:

    Afdrukmaterialen

    Formaat

    Aantal

    Enveloppen

    Europees DL
    220 × 110 mm
    (8.66 × 4.33 in.)

    7 enveloppen

    U.S. Commercial Nr. 10
    241.3 × 104.1 mm
    (9.5 × 4.1 in.)

    7 enveloppen

    A4, Letter

    1 pagina

    Transparanten

    Raadpleeg Hoofdstuk 5 voor de informatie over de behandeling van papier, het
    bijvullen van papier en het selecteren van de papieruitvoer.

    Afdrukvlak
    Het gearceerde gebied toont het afdrukvlak van Europese DL-enveloppen.
    Raadplaag Hoofdstuk 5 voor het afdrukvlak van papier.

    max. 4 mm

    max. 4 mm

    FAX-L280
    Instructies

    max. 4 mm

    INVOERRICHTING

    max. 10 mm

    Bijlage C

    FAX-L280 Instructies

    C-5



  • Page 202

    Kiezen van afdrukmateriaal
    Volg deze aanwijzingen voor het kiezen van enveloppen en transparanten:
    Zie Hoofdstuk 5 voor de richtlijnen voor papier.

    ¶ Enveloppen





    Gebruik standaard enveloppen met diagonale naden en sluitkleppen.
    Om papierstoringen op het MP-blad te voorkomen, dient u de volgende
    enveloppen niet te gebruiken:

    Enveloppen met vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen en dubbele
    sluitkleppen

    Enveloppen gemaakt van speciaal gecoat papier of papier voorzien
    van reliëf

    Enveloppen met zelfklevende hechtstrips

    Enveloppen met brieven
    U kunt wellicht andere envelopformaten plaatsen dan de op de vorige
    pagina vermelde formaten. Canon kan echter geen correcte verwerking van
    dergelijke enveloppen garanderen.

    Zorg tijdens het afdrukken op enveloppen dat u de papieruitvoer met de
    tekstzijde omhoog gebruikt (→ pag. 5-4).

    ¶ Transparanten


    Gebruik uitsluitend transparanten die geschikt zijn voor laserprinters.



    Zorg tijdens het afdrukken op transparanten dat u de papieruitvoer met de
    tekstzijde omhoog gebruikt (→ pag. 5-4).
    Om te voorkomen dat de transparanten gaan krullen, dient u ze zodra ze
    zijn uitgevoerd te verwijderen en ze op een vlakke ondergrond te laten
    afkoelen.



    C-6 FAX-L280 Instructies

    Bijlage C



  • Page 203

    Plaatsen van enveloppen
    Volg deze procedure om max. 7 enveloppen op het MP-blad te plaatsen:

    2

    Bijlage C

    Maak de enveloppen gereed.


    Plaats de enveloppen op een
    stevige, schone ondergrond en
    druk stevig op de randen om
    scherpe vouwen te maken.

    Druk op alle randen van de
    enveloppen om eventuele
    krullen en lucht uit de
    enveloppen te verwijderen.
    Druk ook stevig op het
    gedeelte bij de randen van de
    sluitklep.



    Verwijder eventuele krullen uit de
    enveloppen door de randen
    diagonaal vast te pakken en ze
    voorzichtig te buigen.



    Strijk met een pen of een ander
    rond voorwerp over de sluitklep
    om de vouwen scherp te maken.

    De sluitkleppen mogen niet
    meer dan 5 mm dik zijn.

    SLUITKLEP

    Verwijder het deksel van het MP-blad
    van de fax.

    FAX-L280
    Instructies

    1

    FAX-L280 Instructies

    C-7



  • Page 204

    3

    Plaats de stapel enveloppen op het
    MP-blad  (met de afdrukzijde naar
    u toe) en pas vervolgens de
    papiergeleiders aan op de breedte van
    de stapel .
    .

    .

    4

    Plaats het deksel van het MP-blad
    terug.


    5

    Zorg dat u dit deksel terugplaatst
    om te voorkomen dat zich in de
    fax stof verzamelt.

    Stel de papieruitvoer selectiehendel in
    (uitvoer met tekstzijde omhoog).
    op
    Zie pag. 5-4 voor informatie.
    .

    U kunt nu afdrukken met de fax.

    Plaatsen van transparanten
    Plaats de transparanten net als papier op het MP-blad. Zie pag. 2-14 voor
    informatie.

    Technische gegevens
    Uitsluitend de technische gegevens die voor de FAX-L280 van belang zijn,
    worden hieronder vermeld. Raadpleeg Bijlage A voor de overige technische
    gegevens.


    Modemsnelheid
    33600/14400/9600/7200/4800/2400 bps
    (automatische terugval)



    Zendsnelheid
    Ca. 3 seconden/pagina* bij 33,6 Kbps,
    ECM-MMR, verzending vanuit het geheugen



    Verzend-/ontvangstgeheugen
    Ca. 448 pagina’s*

    * Gebaseerd op Canon FAX Standaard kaart nr. 1, standaard mode.

    C-8

    FAX-L280 Instructies

    Bijlage C



  • Page 205

    Trefwoordenlijst
    .

    .

    .

    Knop

    2-10, 3-4

    ALLEEN FOUT AFDR. instelling

    Knop

    2-10, 14-3

    ALLEEN VERTICAAL instelling

    Knop

    2-10, 14-3

    Ander telefoonnetwerk

    Knop

    2-10, 3-3, 3-4

    (→ pag. n-nn), definitie

    gebruik

    7-18 t/m 7-21

    vastleggen

    1-2

    7-19, 7-20

    verzenden via

    A

    14-5
    14-8

    7-20, 7-21

    Annuleren

    A4 instelling

    beperkt gebruik van uw fax

    5-2, 5-7, 14-8

    AANGEPAST instelling

    nummerherhaling

    5-7, 14-8

    AANGEPAST1/LANG instelling

    5-2, 5-8

    AANGEPAST2/KORT instelling

    5-2, 5-8

    ontvangen

    antwoordapparaat

    verzenden

    2-7

    data modem

    2-6, 2-7

    extern apparaat
    handset

    beschrijving
    instellen

    Antwoordapparaat
    aansluiten

    2-8

    telefoon

    2-6, 2-7

    telefoonsnoer

    papier

    ADF

    annuleren
    definitie

    11-3
    11-2
    11-3

    7-9, 7-10
    7-9

    Bedieningspaneel

    2-9, 2-10

    Behandeling, veiligheidsinstructies

    capaciteit

    4-2

    BEL AANTAL instelling

    1-2

    storingen

    BELVOLUME instelling

    toevoegen van pagina’s

    4-4

    gebruik van de fax

    14-5

    ontvangst

    Afdrukken

    9-17 t/m 9-19

    9-20

    Besparen, tonerverbruik

    document in geheugen

    9-6

    Bestemmingsetiketten

    document ingesteld voor uitgestelde verzending

    7-16

    5-9

    2-3, 6-7, 6-15

    BEZET/GEEN SIGNAAL melding

    lijsten. Zie afzonderlijke lijsten

    BINNEN BEELD instelling

    problemen

    Blad

    13-18, 13-19

    rapporten. Zie afzonderlijke rapporten

    MP

    vlak

    MP, deksel

    5-3

    Alarmindicator

    2-10

    ALARMVOLUME instelling
    ALLEEN FAX MODE
    beschrijving

    8-2

    8-3, 8-4, 14-7

    Trefwoordenlijst

    steun
    14-4

    8-6, 8-7

    14-4

    Beperken

    14-5

    AFDRUK NEE instelling

    1-4, 1-5

    14-7

    BEL STARTTIJD instelling

    13-2

    AFDRUK JA instelling

    instellen

    14-6

    B

    14-5

    2-9

    definitie

    13-8

    Automatische nummerherhaling

    3-9, 3-10

    Activiteitenrapport

    voorbeeld

    7-10, 14-6

    melding

    Automatische Documenten Aanvoer. Zie ADF

    7-11, 14-6

    AARDAANSLUITING instelling

    instellen

    instellen

    AUTOM. START TX instelling

    5-2

    AANTAL HERH. instelling

    beschrijving

    8-10

    AUT. NUM.HERH

    2-6

    4-2

    afdrukken

    2-6, 2-7

    gebruik met fax

    Aantal
    document

    8-2

    8-10

    Antw. instelling. Zie ANTW.APP.MODE

    2-6, 2-7

    2-6

    netsnoer

    9-12

    7-8

    ANTW. APPARAAT mode

    2-6, 2-7

    B.T.-adapter

    8-11

    polling ontvangst

    Aansluiten

    9-18, 9-19

    7-9, 7-10

    13-8

    14-4

    2-9

    Trefwoordenlijst

    .

    2-2, 2-5, 2-9

    2-2, 2-5, 2-9

    B.T. adapter.

    2-7

    B.T.-adapter, aansluiten

    2-7

    BUITEN BEELD instelling
    BUITENLIJN instelling

    14-4

    3-9, 3-10

    T-1



  • Page 206

    Documentatie

    C

    D.T.-toets

    Cartridge, zie tonercartridge

    E

    Cijfer
    invoeren
    mode

    3-2, 3-3, 3-4

    ECM, definitie

    3-2, 3-3, 3-4

    CONT. AFDRUKKEN instelling
    CONTR. DEKSEL melding

    14-8

    CONTR. POLLING ID melding
    CONTR. PRINTER melding

    13-9

    13-9

    Corrigeren van een vergissing

    13-2, 13-9

    13-10

    3-4

    14-10

    4-2

    1-2

    14-10

    gewicht

    4-2

    instellen

    T-2

    13-2 t/m 13-7

    1-2

    8-5, 14-7

    instellen van opties voor

    Fixeereenheid

    4-2

    9-16, 14-9

    2-9

    Formaat
    document

    4-2
    4-2

    8-6, 8-7

    9-13, 14-9

    FILE WISSEN instelling
    4-4

    4-3, 4-4

    2-2, 2-5, 2-9

    8-2

    8-5

    FILE NAAM instelling

    problemen met meerdere pagina’s

    vereisten

    2-2 t/m 2-4

    beschrijving

    2-9

    pagina’s toevoegen in ADF

    steun

    2-16

    uitpakken

    FaxTel instelling. Zie Fax/Tel mode

    1-2
    4-2

    scanvlak

    testen

    3-6, 3-7

    12-2 t/m 12-6

    FaxStream™ Duet. Zie Telstra FaxStream™ Duet

    4-2

    probleem

    reinigen

    Fax/Tel mode

    formaat

    plaatsen

    3-6, 3-7

    FAX/TEL AUTO SCH instelling

    13-10

    4-2

    aanwijzingen
    dikte

    9-17 t/m 9-19

    FaxAbility. Zie Telecom FaxAbility

    9-5

    Document

    definitie

    2-6 t/m 2-8

    Fax instelling. Zie ALLEEN FAX MODE

    11-2

    9-5

    DOC. TE LANG melding
    aantal

    2-5

    aansluiten

    Fax, definitie

    9-5

    voorbeeld

    2-2

    aansluiten

    verhelpen van papierstoringen

    DOC. GEHEUG.LIJST

    instellen

    2-6, 2-7

    naam, opslaan

    meldingen. Zie ook afzonderlijke meldingen 13-8 t/m
    13-12

    beschrijving

    Extern apparaat

    nummer, opslaan

    DISPLAYTAAL instelling

    2-3, 2-5

    1-2

    componenten. Zie ook afzonderlijke
    componentbenamingen 2-9, 2-10

    2-9

    afdrukken

    waarschuwing papier bijvullen

    beperkt gebruik

    2-2, 2-5, 2-9

    2-10

    definitie

    2-3, 6-7, 6-15

    2-3, 7-18

    Ex:, definitie

    FAX

    3-6

    Deksel

    Display

    5-9, 14-8

    F

    3-6, 14-4

    DATUMWEERGAVE instelling

    Dikte, document

    13-10

    aansluiten

    D

    voordeksel

    14-6

    melding

    M

    CONTR.SUBAD/PSSW melding

    MP-blad

    instellen

    bestemming

    7-3

    CONTROLEER DOCUMENT melding

    Datum, invoeren

    13-10

    Etiket

    7-3

    DATUM & TIJD instelling

    14-7

    melding

    ECONOMISCH PRINT instelling

    13-9

    Contrast
    verzenden, instelling

    instellen
    ECM TX

    13-9

    CONTR. PAPIERFORMAAT melding

    1-2

    ECM RX

    Componenten, fax. Zie ook afzonderlijke
    componentbenamingen 2-9, 2-10

    kopiëren, instelling

    2-2

    2-10, 9-4

    4-3

    papier

    4-2

    5-2, 5-7, 5-8

    FOUT TX RAPPORT, voorbeeld
    F/T BELDUUR instelling

    11-4

    8-6, 8-7, 14-7

    F/T SCHAKELACTIE instelling

    8-6, 8-7

    FX-3. Zie Tonercartridge

    Trefwoordenlijst



  • Page 207

    aansluiten

    G
    G3, definitie

    1-2

    GEBR. INSTELLINGEN menu

    14-3, 14-4

    registratietoets

    2-10, 14-3
    13-11

    13-11

    referentietoets

    9-9

    2-10, 9-5, 9-6, 9-7, 9-9

    verzenden. Zie Geheugenverzending
    verzenden van document in

    9-7, 9-8

    GEHEUGEN RX instelling

    14-7

    GEHEUGEN VOL melding

    13-10

    Geheugen wisrapport

    13-22

    annuleren

    Instellentoets

    2-11 t/m 2-13

    2-10, 14-3

    Instellingen. Zie ook afzonderlijke instellingen
    afdrukken van lijst met

    14-2

    Instelopties voor

    7-10, 7-11

    ITU-TS, definitie

    1-2

    Kiestoon, bevestigen
    7-5, 7-6

    9-4

    Kiezen
    groepskiezen. Zie Groepskiezen
    methoden

    2-9

    7-4

    normaal

    2-9

    7-4

    snel. Zie Snelkiezen

    Gewicht

    snelkiezen. Zie Snelkiezen
    1-5

    document

    speciaal

    4-2

    5-2

    Groepskiezen

    via huistelefooncentrale

    6-13 t/m 6-15

    verzenden via

    Kleine letter mode

    6-16

    Groepsverzending

    Kopiëren

    7-12, 7-13

    H

    snel
    2-10, 6-17, 7-6, 9-3

    10-2, 10-3

    Handmatig instelling. Zie HANDMATIG MODE

    L
    Letter mode

    8-2

    Handmatige nummerherhaling
    annuleren

    hoofdletters

    8-8, 8-9

    Letters, invoeren

    7-9

    Handmatige verzending via de handset
    annuleren

    LGL instelling
    7-6, 7-7

    7-8

    HANDM./AUTO SCHAK. instelling
    Handset

    Trefwoordenlijst

    3-2, 3-3

    kleine letters
    7-9

    4-2

    13-17

    10-3

    HANDMATIG MODE
    instellen

    3-9, 3-10

    3-2, 3-3

    documenten geschikt voor verzending
    problemen

    beschrijving

    9-3

    verkort kiezen. Zie Verkort kiezen
    6-2, 7-4

    vastleggen

    9-2 t/m 9-4

    tijdelijk overschakelen naar toon

    3-2, 3-3

    Trefwoordenlijst

    apparaat

    Haak knop

    14-7

    2-5

    Installeren, tonercartridge

    7-8

    document

    papier

    3-5

    Installeren, fax

    Geleiders
    papier

    3-5 t/m 3-7

    voorbeeld

    K

    11-2
    13-22

    Geheugenverzending

    3-5

    vastleggen

    INK. BELSIGNAAL instelling

    8-11

    scannen van een document vooruitgestelde verzending
    in 7-14, 7-15

    voorbeeld

    definitie

    9-5

    9-5 t/m 9-9

    ontvangen bij problemen

    14-7

    2-10

    Informatie over de afzender

    9-6

    afdrukken van lijst met documenten in

    beschrijving

    I
    Indicator, alarm

    afdrukken van documenten in

    14-8

    3-9, 3-10

    ID RX OP AFSTAND instelling

    13-11

    Geheugen

    documenten wissen uit

    14-4

    Huistelefooncentrale, kiezen via

    1-2, 1-3

    GEBRUIKT GEHEUGEN nn% melding

    documenten in

    3-2, 3-3

    HORIZ & VERTICAAL instelling

    Gebruikershandleiding, symbolen

    GEEN TEL # melding

    2-9, 13-4

    HOORN VAN HAAK instelling

    2-6, 2-7

    GEEN RX PAPIER melding

    7-6, 7-7

    Hendel, papierontgrendeling
    Hoofdletter mode

    Gebruikersgegevens
    modem, aansluiten

    2-6

    handmatig verzenden via

    3-2, 3-3
    5-2, 5-7, 14-8

    LIJNVOLUME instelling

    14-4

    Lijst met gebruikersgegevens
    14-7

    afdrukken
    beschrijving

    14-2
    11-2

    T-3



  • Page 208

    voorbeeld

    14-2

    O

    Lijst met groepskiesnummers
    afdrukken

    ONDERBREKEN instelling

    6-18

    beschrijving
    voorbeeld

    6-21

    Lijsten. Zie afzonderlijke lijsten
    overzicht

    Ondersteuning

    1-3

    Ontgrendeling

    2-9

    Lijsten met snelkiesnummers. Zie ook afzonderlijke lijsten

    LTR instelling

    annuleren

    8-11

    beperken

    6-19 t/m 6-21

    9-20

    in geheugen bij problemen

    5-2, 5-7, 14-8

    methoden

    M

    problemen

    M-etiket

    14-2, 14-3

    Overdrachtsrol

    14-6

    Paneel, snelkiezen

    7-21

    aantal

    5-2

    5-2

    afdrukvlak
    baan

    7-19, 14-4

    5-3

    5-4

    MULTI TX/RX RAPPORT. Zie MULTI TX/RX
    (transactie) RAPPORT

    formaatinstelling

    MULTI TX/RX (transactie) RAPPORT

    gewicht

    beschrijving
    voorbeeld

    geleiders

    11-5

    5-2

    kiezen
    plaatsen
    steun

    NET SW instelling. Zie NET SWITCH instelling

    instellen

    2-2, 2-5, 2-9
    13-3 t/m 13-7

    uitvoer. Zie Papieruitvoer

    8-2

    vereisten

    8-12, 8-13, 8-14, 8-15, 14-7

    NIET BESCHIKBAAR melding
    Numerieke toetsen

    2-10, 3-2

    Nummerherhaling

    7-9 t/m 7-11

    2-10, 7-9, 9-2

    5-2, 5-3

    waarschuwingsetiket bijvullen

    13-11

    NUMMERHERHALING INTERVAL instelling
    14-6
    Nummerherhaling/Pauzetoets

    2-9, 13-4

    2-14 t/m 2-16

    storingen

    NET SWITCH

    13-13

    5-3

    ontgrendeling

    N

    5-2, 5-7, 5-8

    2-9

    invoerproblemen

    11-2
    11-5

    beschrijving

    2-10

    Papier

    2-2, 2-5, 2-9

    M-TOETS INSTELLING

    2-10

    Paneel voor snelkiezen

    7-19, 7-20

    2-9

    deksel

    2-9

    P

    2-3, 7-18

    opslaan voor snelkiezen

    capaciteit

    2-10

    Optionele handset Zie Handset

    7-20, 7-21

    vastleggen

    8-11

    8-8

    Ontvangstrapport. Zie RX (ontvangst) RAPPORT

    7-18

    etikel voor

    MP-blad

    Ontvangst mode toets

    2-3

    MID PAUZE INST. instelling
    M-knop

    Ontvangen op afstand, definitie

    14-3

    aanbrengen

    13-15 t/m 13-17

    tijdens het uitvoeren van andere taken

    1-2

    toegang tot

    8-8

    polling. Zie Polling ontvangst

    Menu. Zie ook afzonderlijke menubenamingen
    systeem, begrijpen

    8-11

    8-2

    op afstand, definitie

    Meldingen. Zie Displaymeldingen
    definitie

    8-11, 13-12

    Ontvangen. Zie ook afzonderlijke ontvangst modes

    6-18 t/m 6-21

    voorbeelden

    1-4, 1-5

    ONTV. IN GEHEUGEN melding

    11-2

    afdrukken

    3-9, 3-10

    Onderhoud, veiligheidsinstructies

    11-2

    PAPIER BIJVULLEN melding
    PAPIERFORMAAT instelling
    7-11,

    2-3, 2-5
    13-10

    5-7, 14-8

    Papieruitvoer
    kiezen

    5-4 t/m 5-6

    met tekstzijde omhoog
    met tekstzijde omlaag

    5-4, 5-5, 5-6
    5-4, 5-5

    opening, papier vastgelopen in
    schakelaar

    13-3

    2-9, 5-5

    Password
    opslaan voor snelkiezen

    6-3 t/m 6-7

    opslaan voor verkort kiezen
    voor polling bus, instelling

    T-4

    6-8 t/m 6-12
    9-12 t/m 9-14

    Trefwoordenlijst



  • Page 209

    voor polling ontvangst
    PASSWORD instelling

    PASSW.TX GEWEIG. melding

    PULSKIEZEN instelling

    13-11

    9-2

    definitie

    3-9

    instellen

    3-9, 14-4

    RAPPORT INSTELLINGEN menu
    RAPPORT toets

    plaatsen
    papier

    overzicht

    2-14 t/m 2-16
    1-5, 1-6

    Polling
    9-10

    toets

    Rol, overdrachts

    verzending. Zie Polling verzending

    R-toets

    Polling bus
    9-12, 9-16

    instellen

    9-12 t/m 9-14

    RX, definitie

    9-15

    9-15, 9-16
    13-12

    RX MODE instelling

    9-10, 9-11

    beschrijving
    voorbeeld

    instellen van de polling bus

    9-12 t/m 9-14
    9-15

    wijzigen van de instellingen van de polling bus
    9-16
    wissen van de instellingen van de polling bus
    9-16
    POLL.PSSW.GEWEIG melding

    9-15,
    9-15,

    PRINTERINSTELLINGEN menu

    14-3, 14-8

    document

    4-2

    13-21

    ontvangen in het geheugen wanneer
    13-13

    13-18
    13-13 t/m 13-15
    3-9, 14-4

    Trefwoordenlijst

    4-3

    14-10

    14-8

    7-3, 14-4

    8-11

    7-3

    contrast, verzenden

    7-3

    document voor uitgestelde verzending in het
    geheugen 7-14, 7-15
    documentvlak

    13-15 t/m 13-17

    Pulskiezen

    14-5

    contrast, kopiëren

    13-17

    PSTN instelling

    instellen

    RX STARTSNELHEID instelling

    Scannen

    document dat uit meerdere pagina’s bestaat
    niet op te lossen

    14-7

    RX RAPPORT. Zie ook RX (ontvangst) RAPPORT

    SCAN CONTRAST instelling

    13-18, 13-19
    13-20

    14-7

    RX PAG. VOETTEKST instelling

    S

    Problemen
    algemeen

    11-2
    11-5

    RX VERKLEINING instelling

    13-11

    14-3, 14-7

    11-5

    RX OP AFSTAND instelling

    scannen van een document in de polling bus

    verzenden

    8-3, 8-5, 8-12, 8-14, 14-7

    RX (ontvangst) RAPPORT

    polling van een ander faxapparaat

    telefoon

    14-8

    RX (ontvangst) INSTELLINGEN menu

    Polling verzending

    papierinvoer

    9-20, 14-10

    1-2

    RX INSTELLINGEN menu. Zie RX (ontvangst)
    INSTELLINGEN menu

    9-12

    ontvangen

    14-4

    RX IN GEHEUGEN instelling

    9-15, 9-16

    Polling ontvangst

    kopiëren

    3-9, 14-4

    RX BEVEILIGING instelling

    POLLING GEWEIG. melding

    afdrukken

    3-9, 3-10

    RX BELNIVEAU instelling

    scannen van document in
    wissen van instellingen

    7-2

    2-9

    R-TOETS FUNCTIE

    14-3, 14-9

    wijzigen van instellingen

    10-2

    2-10

    vastleggen

    instellen

    12-5, 12-6

    2-10, 7-2, 10-2

    verzenden, instelling

    2-10, 9-11, 9-15

    annuleren

    12-2

    kopiëren, instelling

    9-10, 9-11

    POLLING BUS

    menu

    12-3, 12-4

    buitenzijde van de fax
    Resolutie

    ontvangst. Zie Polling ontvangst
    toets

    binnenzijde van de fax

    onderdelen van de scanner

    bus. Zie Polling bus
    een ander faxapparaat

    11-2

    Reinigen

    2-6, 2-7

    definitie

    14-3, 14-5

    2-10, 6-18, 11-3, 14-2

    Rapporten. Zie ook afzonderlijke rapporten

    4-3, 4-4

    Plaatsing, veiligheidsinstructies
    Plug

    9-3

    3-8, 14-4

    R

    PBX

    document

    3-8

    tijdelijk overschakelen naar toonkiezen

    4-2

    resolutie, kopiëren

    10-2

    resolutie, verzenden

    7-2

    Scannercomponenten, reinigen
    Selectiehendel, papieruitvoer
    Serienummer, fax

    Trefwoordenlijst

    Pauze, invoeren

    instelling voor

    9-10

    9-13, 9-17, 9-18, 14-9, 14-10

    12-5, 12-6
    2-9, 5-5

    13-21

    SETUP FILE instellingg

    9-13, 14-9

    T-5



  • Page 210

    SLOT AAN/UIT instelling
    afdrukken
    voorbeeld

    Symbolen, invoeren
    Symbolen, type

    11-2

    SNELKIESLIJST 2

    voorbeeld
    Snelkiezen

    11-2

    Telecom FaxAbility

    6-19
    6-3 t/m 6-7

    telefoneren via
    toetsen

    6-17
    6-16

    definitie

    6-2

    gebruik

    6-16, 6-17
    6-2

    M-toets opslaan voor

    verzenden van een document via

    net

    6-16

    2-6, 2-7

    2-6, 2-7

    1-2

    12-7 t/m 12-9
    2-10, 3-7, 9-3
    3-8
    9-3

    3-8, 14-4
    14-4

    1-2

    TX INSTELLINGEN menu. Zie TX (verzend)
    INSTELLINGEN Menu
    TX KOPIE instelling

    13-3

    13-3 t/m 13-7

    wissen

    13-2 t/m 13-7

    9-13, 14-9

    TX RAPPORT. Zie ook TX (verzend) RAPPORT
    instellen

    14-5

    TX STARTSNELHEID instelling

    Stroomvoorziening

    TX TERMINAL ID instelling

    2-8

    14-10

    14-4

    TX (verzend) INSTELLINGEN Menu

    2-2, 2-8

    TX (verzend) RAPPORT

    13-22

    stroomtoevoer, veiligheidsinstructies

    1-6

    Sub-adres
    opslaan voor snelkiezen

    14-5

    TX PASSWORD instelling

    13-3 t/m 13-7

    papier

    6-3 t/m 6-7

    opslaan voor verkort kiezen

    T-6

    2-9

    2-11 t/m 2-13

    vervangen

    TX, definitie

    in de papieruitvoeropeningen

    hoofdschakelaar

    installeren

    TTI POSITIE instelling

    13-2

    in het faxapparaat

    14-8

    5-9

    TOONKIEZEN instelling

    1-3

    2-10, 14-3

    stroomstoring

    14-4

    tijdelijk overschakelen naar

    Storingen

    netsnoer

    3-7, 14-4

    2-2

    compartiment

    instellen voor

    2-2, 2-5, 2-9

    in de ADF

    3-7, 14-4

    Toonkiezen

    2-2, 2-5, 2-9

    klantondersteuning
    Stoptoets

    TOESTEL # instelling

    Toon/+ toets

    2-10, 10-2, 10-3

    2-2, 2-5, 2-9

    Steun, papier

    3-6

    verzenden op ingestelde. Zie Uitgestelde verzending

    Tonercartridge

    Steun
    document

    8-2, 8-12, 8-13

    2-16

    Tonerbesparingsinstelling

    Speciale functietoetsen. Zie ook afzonderlijke
    toetsbenamingen 2-10

    blad

    Testen van de fax

    TONER BIJNA OP instelling

    2-2, 2-6

    Start/Kopie toets

    3-8

    Telstra FaxStream™ Duet

    TOETSVOLUME instelling

    2-10, 3-3, 3-4

    Standaard, definitie

    2-2, 2-6

    Toets. Zie afzonderlijke toetsbenamingen

    2-6, 2-7

    telefoonlijn
    Spatietoets

    snoer

    TOESTEL NAAM instelling

    2-2, 2-8

    telefoon

    14-4

    6-17

    Telefoonlijn

    invoeren

    Snoer
    data modem

    13-18

    Tijd

    7-21

    6-17

    antwoordapparaat

    2-6, 2-7

    problemen

    type, instelling

    lijsten. Zie Lijsten met snelkiesnummers

    telefoneren via

    aansluiten

    telefoneren via snelkiezen

    Snelkiezen. Zie ook afzonderlijke snelkiesmethoden

    methoden

    8-2, 8-14, 8-15

    TELEFOON # TEKEN instelling

    2-10, 6-2, 6-16, 6-17

    verzenden via

    14-3, 14-10

    Telefoon

    6-2, 7-4

    opslaan

    1-2, 1-3

    T

    6-18

    beschrijving

    13-12

    3-2, 3-4

    SYSTEEMINSTELLINGEN menu

    6-19

    afdrukken

    9-10

    SUBAD.TX GEWEIG. melding

    6-18

    beschrijving

    voor polling ontvangst

    9-17, 9-18, 14-10

    SNELKIESLIJST 1

    6-8 t/m 6-12

    beschrijving
    voorbeeld

    14-3, 14-6

    11-4

    11-2
    11-4

    TX/RX GEANNULEERD melding
    TX/RX NR., definitie

    13-12

    1-2

    TX/RX NR. nnnn melding

    13-12

    Trefwoordenlijst



  • Page 211

    TX/RX NR. nnnn, SCANNEN P.nnn, GEHEUGEN VOL
    message 13-12

    document in geheugen

    Type symbolen

    instellingen van de polling bus

    TYPE TEL.LIJN instelling

    3-8, 14-4

    9-9

    document ingesteld voor uitgestelde verzending

    1-2, 1-3

    verzenden
    annuleren

    U

    7-8

    document in geheugen
    afdrukken van document ingesteld voor

    geheugen

    7-16

    scannen van een document in het geheugen voor
    7-15

    Uitpakken van de fax

    klok. Zie Uitgestelde verzending

    7-17

    met groepskiezen
    methoden

    5-4, 5-5

    6-16

    7-5 t/m 7-7

    op ingesteld tijdstip. Zie Uitgestelde verzending

    2-9, 5-4

    Uitvoer met tekstzijde naar boven
    opening

    7-6, 7-7

    hetzelfde document naar verschillende
    faxnummers 7-12, 7-13

    2-2 t/m 2-4

    Uitvoer met tekstzijde naar beneden

    polling. Zie Polling verzending

    5-4, 5-5, 5-6

    problemen

    2-9, 5-4

    13-13 t/m 13-15

    uitgesteld. Zie Uitgestelde verzending

    Uitvoer, papier. Zie Papieruitvoer

    via een alternatief telefoonnet

    V

    via snelkiezen

    Veiligheidsinstructies

    Verzending, groepen

    3-4

    VERGRENDEL TEL. instelling

    9-17, 9-18, 14-10

    VERKORT KIESLIJST 1
    afdrukken
    voorbeeld

    af te drukken

    6-20

    Verkort kiezen
    vastleggen

    ALARMVOLUME instelling

    11-2

    BELVOLUME instelling

    VOLUME instelling

    6-8 t/m 6-12

    VOLUME instelling

    6-16

    VERKORT KIEZEN toets

    2-10, 6-2, 6-16, 6-17

    Verpakkingsmateriaal, verwijderen
    VERVANG CARTRIDGE melding

    2-4
    12-7, 13-9

    Vervangen
    Tonercartridge

    14-4

    TOETSVOLUME instelling

    6-17

    13-3, 13-10

    14-4

    14-4

    14-4

    2-9

    W
    WIJZIG GEGEVENS instelling
    Wissen knop

    12-7 t/m 12-9

    VERW. VASTGELOPEN PAPIER melding

    Voordeksel

    14-4

    14-4

    LIJNVOLUME instelling

    6-2, 7-4

    verzenden via

    4-2

    Volume

    6-20

    telefoneren via

    5-3

    te scannen van document

    6-18

    beschrijving
    voorbeeld

    Verzending op ingesteld tijdstip. Zie Uitgestelde
    verzending
    Vlak

    11-2

    VERKORT KIESLIJST 2
    afdrukken

    6-16
    7-12, 7-13

    Verzendrapport. Zie TX (verzend) RAPPORT

    6-18

    beschrijving

    7-20, 7-21

    6-16

    via verkort kiezen

    1-4 t/m 1-6

    Vergissing, corrigeren

    4-2

    7-5, 7-6

    handmatig via de handset

    7-14,

    2-10, 7-14, 7-16, 7-17

    wissen van document ingesteld voor

    opening

    9-7, 9-8

    documenten geschikt voor verzending

    Uitgestelde verzending

    verzendtoets

    7-17

    9-15, 9-16

    9-16, 14-9

    2-10, 3-4

    WISSEN NA TX instelling

    9-14, 14-9

    Trefwoordenlijst

    Verwijderen

    Trefwoordenlijst

    T-7



  • Page 212

    T-8

    Trefwoordenlijst






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Canon Fax-L280 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Canon Fax-L280 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 2 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info