Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/95
Nächste Seite
MC-3542-V1.00
Deze handleiding gebruiken
Deze handleiding afdrukken
Het nieuwste
printerstuurprogramma ophalen
De printerfuncties gebruiken
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Passend op papierformaat afdrukken
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Poster afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Стор. 1 із 95Canon JX210P series Online handleiding
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Canon JX210P series Online handleiding

    MC-3542-V1.00

    Deze handleiding gebruiken
    Deze handleiding afdrukken

    Het nieuwste
    printerstuurprogramma ophalen

    De printerfuncties gebruiken
    Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven

    Passend op papierformaat afdrukken
    Afdrukken op schaal

    Pagina-indeling afdrukken
    Poster afdrukken
    Stempel/achtergrond afdrukken

    Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken

    Стор. 1 із 95



  • Page 2

    Deze handleiding gebruiken

    Стор. 2 із 95

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken

    Deze handleiding gebruiken
    Werken met het deelvenster Inhoud
    Werken met het toelichtingsvenster
    Deze handleiding afdrukken

    Sleutelwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
    Onderwerpen registreren in Mijn handleiding
    Symbolen in dit document

    Handelsmerken
    Naar boven



  • Page 3

    Werken met het deelvenster Inhoud

    Стор. 3 із 95

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Werken met het deelvenster Inhoud

    Werken met het deelvenster Inhoud

    Wanneer u op een titel in het deelvenster Inhoud links van de online handleiding klikt, worden de
    pagina's van die titel weergegeven in het venster Beschrijving aan de rechterkant.
    Wanneer u op

    links van

    klikt, worden de onderliggende titels weergegeven.

    Opmerking
    Klik op

    om het deelvenster Inhoud te sluiten of weer te geven.
    Naar boven



  • Page 4

    Werken met het toelichtingsvenster

    Стор. 4 із 95

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Werken met het toelichtingsvenster

    Werken met het toelichtingsvenster

    (1) Klik op de groene tekst om naar de bijbehorende pagina te gaan.
    (2) De cursor wordt naar het begin van deze pagina verplaatst.
    Naar boven



  • Page 5

    Deze handleiding afdrukken

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Deze handleiding afdrukken

    Deze handleiding afdrukken

    Klik op

    om het deelvenster Afdrukken links van de online handleiding weer te geven.

    Opmerking
    Klik op

    om het deelvenster Afdrukken te sluiten of weer te geven.

    Klik op en vervolgens op Optie-instellingen (Option Settings) om het dialoogvenster Optieinstellingen (Option Settings) weer te geven. Nu kunt u de afdruktaken instellen.
    Titel en paginanummer van het document afdrukken (Print document title and page number)
    Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de naam van de handleiding en het
    paginanummer afgedrukt in de koptekst (boven aan het document).
    Achtergrondkleur en afbeeldingen afdrukken (Print background color and images)
    Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de achtergrondkleur en afbeeldingen afgedrukt.
    Sommige afbeeldingen worden altijd afgedrukt, ongeacht de instelling voor dit selectievakje.
    Aantal pagina's controleren voor het afdrukken (Check number of pages to be printed before
    printing)
    Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor
    afdrukken (Print Page Count Confirmation) weergegeven voordat het afdrukken wordt gestart. In
    dit dialoogvenster kunt u controleren hoeveel pagina's worden afgedrukt.
    en vervolgens op
    Als u het dialoogvenster Afdrukken (Print) wilt weergeven, klikt u op
    Afdrukinstellingen (Print Settings). Als het dialoogvenster wordt weergegeven, selecteert u de
    printer die moet worden gebruikt voor het afdrukken.
    Nadat u de te gebruiken printer hebt geselecteerd, klikt u op Eigenschappen... (Properties...) om de
    afdrukinstellingen op te geven.
    De volgende vier afdrukmethoden zijn beschikbaar:

    Huidig document
    Geselecteerde documenten
    Mijn handleiding

    Стор. 5 із 95



  • Page 6

    Deze handleiding afdrukken
    Alle documenten

    Huidig document
    U kunt het huidig weergegeven onderwerp afdrukken.

    1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Huidig document (Current
    Document)
    De titel van het huidige onderwerp wordt weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
    worden (Documents to Be Printed).

    Opmerking
    Als u Gekoppelde documenten afdrukken (Print linked documents) selecteert, kunt u ook
    documenten afdrukken die zijn gekoppeld aan het huidige document. De gekoppelde
    documenten worden toegevoegd aan de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden
    (Documents to Be Printed).
    Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
    document daadwerkelijk afdrukt.

    2. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
    Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
    weergegeven.

    3. Voer het afdrukken uit
    Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
    De weergegeven onderwerpen worden afgedrukt.

    Geselecteerde documenten
    U kunt de gewenste onderwerpen selecteren en afdrukken.

    1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Geselecteerde documenten
    (Selected Documents)
    De titels van alle onderwerpen worden weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
    worden (Documents to Be Printed).

    2. Selecteer de af te drukken onderwerpen
    Schakel in de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed) de
    selectievakjes in voor de titels van de onderwerpen die u wilt afdrukken.

    Opmerking
    Wanneer u het selectievakje Documenten in lagere hiërarchieën automatisch selecteren
    (Automatically select documents in lower hierarchies) inschakelt, worden de selectievakjes
    van alle titels in de lagere hiërarchieën ingeschakeld.
    Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels wilt inschakelen.
    Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels ongedaan wilt maken.
    Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
    document daadwerkelijk afdrukt.

    3. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
    Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
    weergegeven.

    4. Voer het afdrukken uit
    Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).

    Стор. 6 із 95



  • Page 7

    Deze handleiding afdrukken
    Alle onderwerpen waarvan het selectievakje is ingeschakeld, worden afgedrukt.

    Mijn handleiding
    U kunt alle onderwerpen die zijn opgeslagen in Mijn handleiding, selecteren en afdrukken.

    Raadpleeg Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding voor meer informatie over Mijn handleiding.

    1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Mijn handleiding (My Manual)
    De titels van de onderwerpen die zijn opgeslagen in Mijn handleiding, worden weergegeven in de
    lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed).

    2. Selecteer de af te drukken onderwerpen
    Schakel in de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed) de
    selectievakjes in voor de titels van de onderwerpen die u wilt afdrukken.

    Opmerking
    Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels wilt inschakelen.
    Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels ongedaan wilt maken.
    Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
    document daadwerkelijk afdrukt.

    3. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
    Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
    weergegeven.

    4. Voer het afdrukken uit
    Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
    Alle onderwerpen waarvan het selectievakje is ingeschakeld, worden afgedrukt.

    Alle documenten
    U kunt alle onderwerpen van de online handleiding afdrukken.

    1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Alle documenten (All
    Documents)
    De titels van alle onderwerpen worden weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
    worden (Documents to Be Printed) en de selectievakjes worden automatisch ingeschakeld.

    Opmerking
    Als u het selectievakje van een onderwerp uitschakelt, wordt dat onderwerp niet afgedrukt.
    Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels wilt inschakelen.
    Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels ongedaan wilt maken.
    Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
    document daadwerkelijk afdrukt.

    2. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
    Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
    weergegeven.

    3. Voer het afdrukken uit
    Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
    Alle onderwerpen worden afgedrukt.

    Belangrijk
    Het afdrukken van alle onderwerpen kost veel papier. Controleer het aantal af te drukken

    Стор. 7 із 95



  • Page 8

    Deze handleiding afdrukken

    Стор. 8 із 95

    pagina's dat wordt weergegeven in het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken
    (Print Page Count Confirmation) voordat u gaat afdrukken.
    In het dialoogvenster Afdrukvoorbeeld (Print Preview) kunt u de afdruk schalen naar de
    papierbreedte en het zoompercentage instellen. Als de afdrukgegevens echter groter zijn dan
    het papier als gevolg van het nieuwe zoompercentage, wordt dat deel van het document niet
    afgedrukt op het papier.
    Naar boven



  • Page 9

    Sleutelwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Sleutelwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken

    Sleutelwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
    U kunt een sleutelwoord invoeren om te zoeken naar een bepaalde pagina.

    Alle geïnstalleerde online handleidingen (gebruikershandleidingen) worden doorzocht.

    1. Klik op
    Het deelvenster Zoeken wordt links van de online handleiding weergegeven.

    Opmerking
    Klik op

    om het deelvenster Zoeken te sluiten of weer te geven.

    2. Voer een sleutelwoord in
    Voer in het vak Sleutelwoord (Keyword) een sleutelwoord in voor het onderwerp waarnaar u wilt
    zoeken.

    Scheid sleutelwoorden met een spatie als u meerdere sleutelwoorden wilt invoeren.

    Opmerking
    U kunt maximaal 10 sleutelwoorden of 255 tekens invoeren.
    Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters.
    Het programma kan ook zoeken naar sleutelwoorden die spaties bevatten.

    3. Klik op Zoeken starten (Start Searching)
    De zoekopdracht wordt gestart en de titels van onderwerpen die het sleutelwoord bevatten, worden
    weergegeven in de lijst met zoekresultaten.
    Wanneer u een zoekopdracht met meerdere sleutelwoorden invoert, worden de zoekresultaten als
    volgt weergegeven:
    [Documenten die volledig overeenkomen] ([Documents Containing Perfect Match])

    Стор. 9 із 95



  • Page 10

    Sleutelwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken

    Стор. 10 із 95

    Onderwerpen die de volledige gezochte tekenreeks (inclusief spaties) bevatten, precies zoals
    ingevoerd (exacte overeenkomst)
    [Documenten met alle sleutelwoorden] ([Documents Containing All Keywords])
    Onderwerpen die alle ingevoerde sleutelwoorden bevatten
    [Documenten met een aantal sleutelwoorden] ([Documents Containing Any Keyword])
    Onderwerpen die ten minste een van de ingevoerde sleutelwoorden bevatten

    4. Geef het onderwerp weer dat u wilt lezen
    Dubbelklik in de lijst met zoekresultaten op de titel van het onderwerp dat u wilt lezen (of selecteer
    dit onderwerp en druk op Enter).

    De pagina's met die titel worden weergegeven en de sleutelwoorden die zijn gevonden op die
    pagina's, worden gemarkeerd.
    Naar boven



  • Page 11

    Onderwerpen registreren in Mijn handleiding

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Onderwerpen registreren in Mijn handleiding

    Onderwerpen registreren in Mijn handleiding
    Registreer de meestbekeken pagina's als onderwerpen in Mijn handleiding zodat u deze pagina's snel
    kunt raadplegen.

    1. Geef het onderwerp weer
    Geef het onderwerp weer dat u wilt toevoegen aan Mijn handleiding.

    2. Klik op
    Het deelvenster Mijn handleiding wordt links van de online handleiding weergegeven.

    Opmerking
    Klik op

    om het deelvenster Mijn handleiding te sluiten of weer te geven.

    3. Registreer het onderwerp in Mijn handleiding
    Klik op Toevoegen (Add).
    Het weergegeven onderwerp wordt toegevoegd aan Lijst van mijn handleiding (List of My Manual).

    Opmerking
    U kunt ook in de lijst Onlangs weergegeven documenten (Recently Displayed Documents)
    dubbelklikken op het onderwerp dat u wilt toevoegen aan Mijn handleiding (of dit onderwerp
    selecteren en op Enter drukken) om dit onderwerp weer te geven en vervolgens op Toevoegen
    (Add) klikken.

    4. Geef Mijn handleiding weer
    Als u dubbelklikt op een onderwerp dat wordt weergegeven in Lijst van mijn handleiding (List of My
    Manual) of als u dit onderwerp selecteert en op Enter drukt, wordt het weergegeven in het venster

    Стор. 11 із 95



  • Page 12

    Onderwerpen registreren in Mijn handleiding

    Стор. 12 із 95

    Beschrijving.

    Opmerking
    U kunt een onderwerp verwijderen uit Lijst van mijn handleiding (List of My Manual) door het te
    selecteren in de lijst en vervolgens op Verwijderen (Delete) te klikken (of op Delete te drukken).
    Naar boven



  • Page 13

    Symbolen in dit document

    Стор. 13 із 95

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Symbolen in dit document

    Symbolen in dit document
    Waarschuwing
    Instructies die u moet volgen om te voorkomen dat er als gevolg van een onjuiste bediening van het
    apparaat gevaarlijke situaties ontstaan die mogelijk tot ernstig lichamelijk letsel of zelfs de dood kunnen
    leiden. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.

    Let op
    Instructies die u moet volgen om lichamelijk letsel of materiële schade als gevolg van een onjuiste
    bediening van het apparaat te voorkomen. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van
    het apparaat.

    Belangrijk
    Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.

    Opmerking
    Instructies in de vorm van opmerkingen bij handelingen en extra toelichtingen.
    Naar boven



  • Page 14

    Handelsmerken

    Стор. 14 із 95

    Online handleiding > Deze handleiding gebruiken > Handelsmerken

    Handelsmerken
    Microsoft is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation.

    Windows is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
    Verenigde Staten en/of andere landen.
    Windows Vista is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
    Verenigde Staten en/of andere landen.
    Adobe, Adobe RGB en Adobe RGB (1998) zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken
    van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.

    Exif Print
    Dit apparaat ondersteunt Exif Print.
    Exif Print is een standaard voor het verbeteren van de communicatie tussen digitale camera's en
    printers. Wanneer u een digitale camera aansluit die geschikt is voor Exif Print, worden de cameraafbeeldingsgegevens van het moment van de opname gebruikt en geoptimaliseerd, wat resulteert in
    afdrukken van een zeer hoge kwaliteit.
    Naar boven



  • Page 15

    Inhoud

    Стор. 15 із 95

    MA-5117-V1.00

    | Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma) | Deze handleiding gebruiken | Deze handleiding afdrukken

    Verschillende afdrukmethoden

    Apparaatinstellingen vanaf uw computer
    wijzigen

    Afdrukken met de basisinstellingen
    Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
    Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde
    opgeven

    Passend op papierformaat afdrukken
    Afdrukken op schaal

    Pagina-indeling afdrukken
    Poster afdrukken
    Stempel/achtergrond afdrukken
    Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken

    Papierformaat instellen (aangepast formaat)
    De afdrukkwaliteit wijzigen en
    afbeeldingsgegevens corrigeren

    Een combinatie van afdrukkwaliteit en
    halftoningmethode selecteren

    De helderheid aanpassen
    De intensiteit aanpassen
    Het contrast aanpassen
    Een illustratie simuleren

    Afdrukopties wijzigen

    Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan

    De bedieningsmodus van het apparaat
    aanpassen
    Onderhoud uitvoeren vanaf een computer

    De printkoppen reinigen
    De papierinvoerrollen reinigen
    De positie van de printkop uitlijnen
    De spuitopeningen van de printkop
    controleren
    De binnenkant van het apparaat reinigen
    Overzicht van het printerstuurprogramma

    Canon IJ-printerstuurprogramma
    Het eigenschappenvenster van het
    printerstuurprogramma openen

    Tabblad Onderhoud
    Canon IJ-statusmonitor
    Canon IJ-afdrukvoorbeeld

    Gekartelde randen verwijderen

    Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te
    verbeteren
    Ruis in foto's reduceren

    Het printerstuurprogramma bijwerken

    Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
    Het printerstuurprogramma verwijderen
    Voordat u het printerstuurprogramma
    installeert

    Het printerstuurprogramma installeren
    Bijlage

    Een ongewenste afdruktaak verwijderen
    De printer delen in een netwerk

    |



  • Page 16

    Verschillende afdrukmethoden

    Стор. 16 із 95

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden

    Verschillende afdrukmethoden
    Afdrukken met de basisinstellingen
    Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
    Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven

    Passend op papierformaat afdrukken
    Afdrukken op schaal

    Pagina-indeling afdrukken
    Poster afdrukken
    Stempel/achtergrond afdrukken

    Een stempelinstelling opslaan
    Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
    Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken

    Papierformaat instellen (aangepast formaat)
    Naar boven



  • Page 17

    Afdrukken met de basisinstellingen

    Стор. 17 із 95

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Afdrukken met de basisinstellingen

    Afdrukken met de basisinstellingen
    De procedure voor het opgeven van de basisinstellingen die vereist zijn voor een juiste afdruk met dit
    apparaat, is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma

    2. Selecteer de afdrukkwaliteit
    Selecteer Hoog (High), Standaard (Standard) of Klad (Draft) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).

    3. Selecteer de kleur/intensiteit
    Selecteer Auto bij Kleur/Intensiteit (Color/Intensity).

    4. Controleer de instellingen
    Controleer de opgegeven instellingen in het instellingenvoorbeeld links in het venster.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    Wanneer u het document afdrukt, wordt dit gedaan in overeenstemming met de grootte van het

    medium.
    Naar boven



  • Page 18

    Een paginaformaat en afdrukstand opgeven

    Стор. 18 із 95

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Een paginaformaat en afdrukstand opgeven

    Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
    Het papierformaat en de afdrukstand worden in principe bepaald door de toepassing. Als de instellingen
    voor Paginaformaat (Page Size) en Afdrukstand (Orientation) op het tabblad Pagina-instelling (Page
    Setup) hetzelfde zijn als de instellingen in de toepassing, hoeft u deze niet te wijzigen op het tabblad
    Pagina-instelling (Page Setup).
    Als u deze instellingen niet in de toepassing kunt opgeven, geeft u als volgt een paginaformaat en
    afdrukstand op:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Selecteer het papierformaat
    Selecteer een paginaformaat in de lijst Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling
    (Page Setup).

    3. Selecteer Afdrukstand (Orientation)
    Selecteer Staand (Portrait) of Liggend (Landscape) voor Afdrukstand (Orientation). Schakel het
    selectievakje 180 graden roteren (Rotate 180 degrees) in als u de afdrukgegevens 180 graden wilt
    roteren.

    4. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    Het document wordt met het geselecteerde paginaformaat en de geselecteerde afdrukstand
    afgedrukt.
    Naar boven



  • Page 19

    Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven

    Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
    Standaardinstelling

    Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page)

    Sorteren (Collate)

    Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) + Sorteren (Collate)

    U geeft als volgt het aantal afdrukken en de afdrukvolgorde op:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Geef het aantal exemplaren op dat u wilt afdrukken
    Geef bij Aantal (Copies) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) het aantal af te drukken
    exemplaren op.

    3. Geef de afdrukvolgorde op
    Schakel het selectievakje Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) in als u wilt dat
    bij het afdrukken met de laatste pagina wordt begonnen. Als u dit doet, hoeft u de pagina's na het
    afdrukken niet meer op de juiste volgorde te leggen.

    4. Stel gesorteerd afdrukken in als u meerdere exemplaren opgeeft in het vak Aantal
    (Copies)

    Стор. 19 із 95



  • Page 20

    Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven

    Стор. 20 із 95

    Schakel het selectievakje Sorteren (Collate) in als u meerdere pagina’s tegelijk opgeeft.
    Selecteer deze optie niet als u het document zo wilt afdrukken dat alle pagina's met hetzelfde
    nummer bij elkaar worden gegroepeerd.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    Het opgegeven aantal exemplaren wordt in de gekozen volgorde afgedrukt.

    Belangrijk
    Als de toepassing waarmee het document is gemaakt dezelfde functie bevat, geeft u prioriteit aan
    de instellingen van het printerstuurprogramma. Als de afdrukresultaten echter niet naar wens zijn,
    geeft u de functie-instellingen op in de toepassing. Als u het aantal exemplaren en de
    afdrukvolgorde in zowel de toepassing als dit stuurprogramma opgeeft, is het mogelijk dat de
    waarden van deze twee instellingen voor het aantal exemplaren worden vermenigvuldigd of dat de
    opgegeven afdrukvolgorde niet wordt ingeschakeld.
    Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) is niet beschikbaar voor selectie wanneer
    Poster bij Pagina-indeling (Page Layout) is geselecteerd.

    Opmerking
    Als u zowel Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) als Sorteren (Collate)
    inschakelt, worden de exemplaren van een document vanaf de laatste pagina en per exemplaar
    afgedrukt.
    Deze instellingen kunnen worden gebruikt in combinatie met Normaal formaat (Normal-size),
    Passend op papier (Fit-to-Page), Op schaal (Scaled) en Pagina-indeling (Page Layout).
    Naar boven



  • Page 21

    Passend op papierformaat afdrukken

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Passend op papierformaat afdrukken

    Passend op papierformaat afdrukken

    De procedure voor het afdrukken van een document dat wordt verkleind of vergroot in overeenstemming
    met het paginaformaat, is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel Passend op papier in
    Selecteer Passend op papier (Fit-to-Page) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad
    Pagina-instelling (Page Setup).

    3. Selecteer het papierformaat voor de gegevens
    Geef bij Paginaformaat (Page Size) het paginaformaat op dat in de toepassing is ingesteld.

    4. Selecteer het papierformaat voor de printer
    Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
    afdrukken wordt gebruikt.
    Als het papierformaat voor de printer kleiner is dan het Paginaformaat (Page Size), wordt de
    afbeelding van de pagina kleiner. Als het papierformaat voor de printer groter is dan het
    paginaformaat, wordt de afbeelding van de pagina groter.

    Стор. 21 із 95



  • Page 22

    Passend op papierformaat afdrukken

    Стор. 22 із 95

    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links in het
    printerstuurprogramma.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    Het document wordt bij het afdrukken vergroot of verkleind, zodat dit op het paginaformaat past.
    Naar boven



  • Page 23

    Afdrukken op schaal

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Afdrukken op schaal

    Afdrukken op schaal

    De procedure voor het afdrukken van een document met pagina's die zijn vergroot of verkleind is als
    volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel afdrukken op schaal in
    Selecteer Op schaal (Scaled) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup).

    3. Selecteer het papierformaat voor de gegevens
    Geef bij Paginaformaat (Page Size) het paginaformaat op dat in de toepassing is ingesteld.

    4. Stel de schaalverhouding op een van de volgende manieren in:
    Selecteer een instelling voor Papierformaat printer (Printer Paper Size)

    Selecteer in de lijst Papierformaat printer een papierformaat dat anders is dan het
    Paginaformaat. Als het papierformaat voor de printer kleiner is dan het Paginaformaat (Page
    Size), wordt de afbeelding van de pagina kleiner. Als het papierformaat voor de printer groter is

    Стор. 23 із 95



  • Page 24

    Afdrukken op schaal
    dan het paginaformaat, wordt de afbeelding van de pagina groter.

    Geef een schaalfactor op

    Typ een waarde in het vak Schaling (Scaling).

    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links in het
    printerstuurprogramma.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    De afbeelding wordt met de opgegeven schaal afgedrukt.

    Belangrijk
    Als de toepassing waarin u het origineel hebt gemaakt, een functie bevat voor het afdrukken op
    schaal, geeft u de instelling op in deze toepassing. U hoeft deze instelling dan niet in het
    printerstuurprogramma op te geven.

    Opmerking

    Стор. 24 із 95



  • Page 25

    Afdrukken op schaal

    Стор. 25 із 95

    Als u Op schaal (Scaled) selecteert, wordt het afdrukgebied van het document gewijzigd.
    Naar boven



  • Page 26

    Pagina-indeling afdrukken

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Pagina-indeling afdrukken

    Pagina-indeling afdrukken
    U kunt met de functie voor het afdrukken van een pagina-indeling meerdere pagina-afbeeldingen op één
    vel papier afdrukken.

    De procedure voor het afdrukken van een pagina-indeling is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel Pagina-indeling afdrukken in
    Selecteer Pagina-indeling (Page Layout) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad
    Pagina-instelling (Page Setup).
    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links in het
    printerstuurprogramma.

    3. Selecteer het papierformaat voor de printer
    Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
    afdrukken wordt gebruikt.
    U hebt nu de instelling opgegeven voor een indeling van links naar rechts.

    4. Stel het aantal af te drukken pagina's op één vel en de paginavolgorde in
    Klik zo nodig op Opgeven... (Specify...), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster

    Стор. 26 із 95



  • Page 27

    Pagina-indeling afdrukken

    Стор. 27 із 95

    Pagina-indeling afdrukken (Page Layout Printing) en klik op OK.

    Pagina's (Pages)
    Selecteer het gewenste aantal pagina's in de lijst om het aantal pagina's op één vel te verhogen.
    Paginavolgorde (Page Order)
    Selecteer een pictogram in de lijst om de volgorde van de pagina's te wijzigen.
    Paginarand (Page Border)
    Schakel dit selectievakje in als u een paginarand rond elke documentpagina wilt afdrukken.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
    Wanneer u het afdrukken start, wordt het opgegeven aantal pagina's op elk vel papier gerangschikt
    in de opgegeven volgorde.
    Naar boven



  • Page 28

    Poster afdrukken

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Poster afdrukken

    Poster afdrukken
    Met deze functie kunt u de afbeeldingsgegevens vergroten, over meerdere pagina's verdelen en deze
    pagina's op afzonderlijke vellen papier afdrukken. Wanneer de pagina's aan elkaar worden geplakt,
    vormen ze één grote afdruk zoals die van een poster.

    De procedure voor het afdrukken van een poster is als volgt:

    Instellingen opgeven voor Poster afdrukken

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel Poster afdrukken in
    Selecteer Poster in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling (Page
    Setup).
    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links in het
    printerstuurprogramma.

    3. Selecteer het papierformaat voor de printer
    Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
    afdrukken wordt gebruikt.

    Стор. 28 із 95



  • Page 29

    Poster afdrukken
    U hebt nu de instellingen opgegeven voor het afdrukken van een poster in de indeling 2 bij 2.

    4. Stel het aantal af te drukken beeldscheidingen en het aantal af te drukken pagina's
    in.
    Klik zo nodig op Opgeven... (Specify...), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster
    Poster afdrukken (Poster Printing) en klik op OK.

    Beeldscheidingen (Image Divisions)
    Selecteer het aantal scheidingen (verticaal x horizontaal) in de lijst Beeldscheidingen (Image
    Divisions). Naarmate het aantal scheidingen toeneemt, neemt ook het aantal af te drukken pagina's
    toe zodat een grotere poster kan worden gemaakt.

    'Knippen/Plakken' afdrukken in marges (Print "Cut/Paste" in margins)
    Schakel dit selectievakje uit om de woorden 'Knippen' en 'Plakken' weg te laten.

    Belangrijk
    Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt
    gebruikt.
    Lijnen 'Knippen/Plakken' afdrukken in marges (Print "Cut/Paste" lines in margins)
    Schakel dit selectievakje uit om de kniplijnen weg te laten.

    Pagina's (Pages)
    Als u alleen specifieke pagina's opnieuw wilt afdrukken, voert u het nummer in van de pagina's die u
    wilt afdrukken. U kunt meerdere pagina's afdrukken door de paginanummers te scheiden door een
    komma of koppelteken.

    Opmerking
    U kunt het afdrukbereik ook opgeven door op de pagina's in het voorbeeld te klikken.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
    Het document wordt bij het afdrukken over meerdere pagina's verdeeld.
    Nadat alles is afgedrukt, plakt u de pagina's aan elkaar om zo een poster te maken.

    Alleen bepaalde pagina's afdrukken
    Als de inkt vager wordt of opraakt tijdens het afdrukken, kunt u als volgt de pagina's afdrukken die u nog
    nodig hebt:

    1. Stel het afdrukbereik in
    Klik in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup)
    achtereenvolgens op de pagina's die u niet wilt afdrukken.
    De pagina's waarop u hebt geklikt worden verborgen en alleen de af te drukken pagina's worden
    weergegeven.

    Стор. 29 із 95



  • Page 30

    Poster afdrukken

    Стор. 30 із 95

    Opmerking
    U kunt de pagina's opnieuw weergeven door er nogmaals op te klikken.
    Klik met de rechtermuisknop op het instellingenvoorbeeld om Alle pagina's afdrukken (Print all
    pages) of Alle pagina's verwijderen (Delete all pages) te selecteren.

    2. Voltooi de configuratie
    Klik op OK wanneer u de gewenste pagina's hebt geselecteerd.
    Alleen de opgegeven pagina's worden afgedrukt.

    Belangrijk
    Als Poster is geselecteerd, is het selectievakje Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last
    Page) niet beschikbaar voor selectie.
    Omdat het document wordt vergroot bij het afdrukken van posters, kan het resultaat korrelig zijn.
    Naar boven



  • Page 31

    Stempel/achtergrond afdrukken

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken

    Stempel/achtergrond afdrukken
    Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
    Met de functie Stempel (Stamp) kunt u een stempel bestaande uit tekst of een bitmap over of achter de
    documentgegevens afdrukken. Verder kunt u hiermee de datum, tijd en gebruikersnaam afdrukken. Met
    de functie Achtergrond (Background) kunt u een lichte afbeelding achter de documentgegevens
    afdrukken.
    De procedure voor het afdrukken van een stempel/achtergrond is als volgt:

    Een stempel afdrukken
    'VERTROUWELIJK', 'BELANGRIJK' en andere stempels die vaak door bedrijven worden gebruikt, zijn
    standaard aanwezig.

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Stempel/Achtergrond… (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)

    Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.

    Стор. 31 із 95



  • Page 32

    Stempel/achtergrond afdrukken

    3. Selecteer een stempel
    Schakel het selectievakje Stempel (Stamp) in en selecteer de gewenste stempel in de lijst.
    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad
    Pagina-instelling (Page Setup).

    4. Geef de stempelinstellingen op
    Geef desgewenst de volgende instellingen op en klik op OK.
    Stempel over tekst plaatsen (Place stamp over text)
    Schakel dit selectievakje in als u de stempel over de documentgegevens wilt afdrukken.

    Opmerking
    De stempel krijgt prioriteit omdat deze over de documentgegevens heen wordt afgedrukt in de
    gedeelten waar de stempel en de documentgegevens elkaar overlappen. Als het selectievakje
    Stempel over tekst plaatsen (Place stamp over text) niet is ingeschakeld, wordt de stempel
    achter de documentgegevens afgedrukt en in overlappende gedeelten mogelijk niet
    weergegeven (afhankelijk van de gebruikte toepassing).
    Alleen eerste pagina (Stamp first page only)
    Schakel dit selectievakje in als u de stempel alleen op de eerste pagina wilt afdrukken.
    De knop Stempel definiëren... (Define Stamp...)
    Klik op deze knop als u de tekst, bitmap of positie van de stempel wilt wijzigen (raadpleeg Een
    stempelinstelling opslaan). U kunt de kleur van de stempel selecteren door op Kleur selecteren...
    (Select Color...) te klikken, maar het afdrukresultaat is monochroom.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
    Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven stempel afgedrukt.

    Een achtergrond afdrukken

    1. Selecteer de achtergrond waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
    Het programma bevat twee bitmapbestanden die als voorbeeld dienen.

    2. Klik op Stempel/Achtergrond… (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
    Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.

    3. Selecteer de achtergrond
    Schakel het selectievakje Achtergrond (Background) in en selecteer de gewenste achtergrond in de

    lijst.
    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad
    Pagina-instelling (Page Setup).

    4. Stel de achtergrondinstellingen in
    Geef desgewenst de volgende instellingen op en klik op OK.
    Achtergrond alleen op eerste pagina (Background first page only)
    Schakel dit selectievakje in als u de achtergrond alleen op de eerste pagina wilt afdrukken.
    De knop Achtergrond selecteren... (Select Background...)
    Klik op deze knop als u een ander bitmapbestand wilt gebruiken of de opmaak of dichtheid van een

    achtergrond wilt wijzigen (raadpleeg Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt
    gebruiken ).

    5. Voltooi de configuratie

    Стор. 32 із 95



  • Page 33

    Stempel/achtergrond afdrukken

    Стор. 33 із 95

    Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
    Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven achtergrond afgedrukt.

    Verwante onderwerpen
    Een stempelinstelling opslaan
    Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken

    Naar boven



  • Page 34

    Een stempelinstelling opslaan

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken > Een stempelinstelling opslaan

    Een stempelinstelling opslaan
    Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.

    U kunt een nieuwe stempel maken en opslaan. U kunt ook bepaalde instellingen van een bestaande
    stempel wijzigen en registreren. Stempels die u niet meer nodig hebt, kunt u op elk gewenst moment
    verwijderen.
    De procedure voor het registreren van een nieuwe stempel is als volgt:

    Een nieuwe stempel registreren

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)

    Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.

    3. Klik op Stempel definiëren… (Define Stamp...)
    Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.

    Стор. 34 із 95



  • Page 35

    Een stempelinstelling opslaan

    4. Configureer de stempel terwijl u het effect in het voorbeeldvenster bekijkt
    Tabblad Stempel (Stamp)

    Selecteer Tekst (Text), Bitmap of Datum/tijd/gebruikersnaam (Date/Time/User Name) voor
    Stempeltype (Stamp Type).
    Als u Tekst (Text) registreert, moeten de tekens al zijn ingevoerd in Stempeltekst (Stamp
    Text). Wijzig zo nodig de instellingen voor TrueType-lettertype (TrueType Font), Stijl (Style),
    Grootte (Size) en Contour (Outline). U kunt de kleur van de stempel selecteren door op Kleur
    selecteren... (Select Color...) te klikken, maar het afdrukresultaat is monochroom.
    Klik voor Bitmap op Bestand selecteren... (Select File...) en selecteer het te gebruiken
    bitmapbestand (.bmp). Wijzig zo nodig de instellingen voor Grootte (Size) en Transparant wit
    gebied (Transparent white area).

    Voor Datum/tijd/gebruikersnaam (Date/Time/User Name) worden de aanmaaktijd en -datum
    en de gebruikersnaam van het afgedrukte object weergegeven in Stempeltekst (Stamp Text).
    Wijzig zo nodig de instellingen voor TrueType-lettertype (TrueType Font), Stijl (Style), Grootte
    (Size) en Contour (Outline). U kunt de kleur van de stempel selecteren door op Kleur
    selecteren... (Select Color...) te klikken, maar het afdrukresultaat is monochroom.

    Belangrijk
    Stempeltekst (Stamp Text) is niet beschikbaar voor selectie als Datum/tijd/gebruikersnaam
    (Date/Time/User Name) is geselecteerd.
    Tabblad Plaatsing (Placement)

    Selecteer de stempelpositie in de lijst Positie (Position). U kunt ook Aangepast (Custom) in de
    lijst Positie (Position) selecteren en de coördinaten opgeven voor X-positie (X-Position) en Ypositie (Y-Position).
    Daarnaast kunt u de stempelpositie wijzigen door de stempel naar het voorbeeldscherm te
    slepen.
    Als u de hoek van de stempelpositie wilt wijzigen, kunt u direct een waarde in het vak Afdrukstand
    (Orientation) typen.

    5. Sla de stempel op
    Klik op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings), typ een nieuwe stempelnaam in het vak
    Naam (Title) en klik vervolgens op Opslaan (Save).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    6. Voltooi de configuratie
    Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.

    Стор. 35 із 95



  • Page 36

    Een stempelinstelling opslaan

    Стор. 36 із 95

    De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Stempel (Stamp).

    Stempelinstellingen wijzigen en registreren

    1. Selecteer de stempel waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
    Schakel het selectievakje Stempel (Stamp) in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/
    Background) in en selecteer vervolgens de naam van de te wijzigen stempel in de lijst Stempel
    (Stamp).

    2. Klik op Stempel definiëren… (Define Stamp...)
    Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.

    3. Configureer de stempel terwijl u het effect in het voorbeeldvenster bekijkt
    4. Sla de stempel op
    Klik op Opslaan overschrijven (Save overwrite) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings).
    Als u het stempel onder een andere naam wilt opslaan, typt u deze naam in het vak Naam (Title) en
    klikt u op Opslaan (Save).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
    De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Stempel (Stamp).

    Een stempel verwijderen

    1. Klik op Stempel definiëren... (Define Stamp...) in het dialoogvenster Stempel/
    Achtergrond (Stamp/Background)
    Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.

    2. Selecteer de stempel die u wilt verwijderen
    Selecteer de naam van de stempel die u wilt verwijderen in de lijst Stempels (Stamps) op het
    tabblad Instellingen opslaan (Save settings). Klik vervolgens op Verwijderen (Delete).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    3. Voltooi de configuratie
    Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.

    Naar boven



  • Page 37

    Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken > Afbeeldingsgegevens opslaan
    die u als achtergrond wilt gebruiken

    Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt
    gebruiken
    Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.

    U kunt een bitmapbestand selecteren en als een nieuwe achtergrond opslaan. U kunt ook bepaalde
    instellingen van een bestaande achtergrond wijzigen en registreren. Achtergronden die u niet meer
    nodig hebt, kunt u op elk gewenst moment verwijderen.
    De procedure voor het registreren van afbeeldingsgegevens voor een achtergrond is als volgt:

    Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt gebruiken

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)

    Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.

    3. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...)

    Стор. 37 із 95



  • Page 38

    Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
    Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt geopend.

    4. Selecteer de afbeeldingsgegevens die u wilt registreren op de achtergrond
    Klik op Bestand selecteren... (Select File...). Selecteer de gewenste afbeeldingsgegevens (het
    bitmapbestand) en klik op Openen (Open).

    5. Geef de volgende instellingen op wanneer u het voorbeeldvenster controleert:
    Lay-outmethode (Layout Method)
    Geef aan hoe de afbeeldingsgegevens moeten worden gerangschikt.
    Als u Aangepast (Custom) selecteert, kunt u de coördinaten voor de X-positie (X-Position) en de Ypositie (Y-Position) opgeven.
    U kunt ook de positie van de achtergrond wijzigen door de afbeelding in het voorbeeldscherm te

    slepen.
    Intensiteit (Intensity)
    Stel de intensiteit van de achtergrond in met de schuifregelaar Intensiteit (Intensity). Voor een
    lichtere achtergrond schuift u de regelaar naar links. Voor een donkerder achtergrond schuift u de
    regelaar naar rechts. Als u de achtergrond wilt afdrukken met de intensiteit van de oorspronkelijke
    bitmap, sleept u de schuifregelaar helemaal naar rechts.

    6. Sla de achtergrond op
    Klik op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings), typ een nieuwe stempelnaam in het vak
    Naam (Title) en klik vervolgens op Opslaan (Save).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    7. Voltooi de configuratie
    Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
    De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Achtergrond (Background).

    Achtergrondinstellingen wijzigen en opslaan

    1. Selecteer de achtergrond waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
    Schakel het selectievakje Achtergrond (Background) in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond
    (Stamp/Background) in en kies vervolgens de naam van de achtergrond die u wilt wijzigen in de lijst
    Achtergrond (Background).

    2. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...)
    Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt geopend.

    3. Bekijk het afdrukvoorbeeld en stel de items in op het tabblad Achtergrond

    Стор. 38 із 95



  • Page 39

    Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken

    Стор. 39 із 95

    (Background)

    4. Sla de achtergrond op
    Klik op Opslaan overschrijven (Save overwrite) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings).
    Als u de achtergrond onder een andere naam wilt opslaan, typt u deze naam in het vak Naam (Title)
    en klikt u op Opslaan (Save).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
    De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Achtergrond (Background).

    Een overbodige achtergrond verwijderen

    1. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...) in het dialoogvenster
    Stempel/Achtergrond (Stamp/Background)
    Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt geopend.

    2. Selecteer de achtergrond die u wilt verwijderen
    Selecteer de naam van de achtergrond die u wilt verwijderen uit de lijst Achtergronden
    (Backgrounds) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings) en klik op Verwijderen (Delete).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    3. Voltooi de configuratie
    Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.

    Naar boven



  • Page 40

    Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken

    Стор. 40 із 95

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken

    Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
    U kunt de afdrukresultaten vóór het afdrukken weergeven en controleren.
    De procedure voor het weergeven van een afdrukvoorbeeld is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel het voorbeeld in
    Schakel het selectievakje Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) in op het tabblad Afdruk (Main).

    3. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    Het Canon IJ-afdrukvoorbeeld wordt weergegeven met het afdrukresultaat.

    Verwant onderwerp
    Canon IJ-afdrukvoorbeeld
    Naar boven



  • Page 41

    Papierformaat instellen (aangepast formaat)

    Online handleiding > Verschillende afdrukmethoden > Papierformaat instellen (aangepast formaat)

    Papierformaat instellen (aangepast formaat)
    U kunt de hoogte en breedte van het papier opgeven als u het formaat niet kunt selecteren in
    Paginaformaat (Page Size). Een dergelijk papierformaat wordt een aangepast formaat genoemd.
    De procedure voor het opgeven van een aangepast papierformaat is als volgt:

    1. Stel het aangepaste formaat in de toepassing in
    Gebruik de functie Papierformaat in de toepassing om het aangepaste papierformaat op te geven.

    Belangrijk
    Als de toepassing waarmee het document is gemaakt een functie heeft voor het opgeven van
    de hoogte en breedte, geeft u de waarden op met de toepassing. Als de toepassing geen
    dergelijke functie heeft of als het document niet correct wordt afgedrukt, gebruikt u het
    printerstuurprogramma om de waarden in te stellen.

    2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    3. Selecteer het papierformaat
    Selecteer Aangepast... (Custom...) voor Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling
    (Page Setup).

    Het dialoogvenster Aangepast papierformaat (Custom Paper Size) wordt geopend.

    Стор. 41 із 95



  • Page 42

    Papierformaat instellen (aangepast formaat)

    Стор. 42 із 95

    4. Stel het aangepaste formaat in de toepassing in
    Geef de Eenheden (Units) op en voer de Breedte (Width) en Hoogte (Height) van het te gebruiken
    papier in. Klik vervolgens op OK.

    5. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
    Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met het opgegeven papierformaat afgedrukt.
    Naar boven



  • Page 43

    De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren

    Стор. 43 із 95

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren

    De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
    Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren

    De helderheid aanpassen
    De intensiteit aanpassen
    Het contrast aanpassen
    Een illustratie simuleren
    Gekartelde randen verwijderen

    Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
    Ruis in foto's reduceren
    Naar boven



  • Page 44

    Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een combinatie van
    afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren

    Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode
    selecteren
    U kunt het niveau van de afdrukkwaliteit en de halftoningmethode instellen.

    De procedure voor het instellen van een afdrukkwaliteit en halftoningmethode is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Selecteer de afdrukkwaliteit
    Selecteer Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print Quality) op het tabblad Afdruk (Main) en klik
    op Instellen... (Set...).

    Het dialoogvenster Aangepast (Custom) wordt geopend.

    Стор. 44 із 95



  • Page 45

    Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren

    Стор. 45 із 95

    3. De afdrukkwaliteit en de halftoningmethode instellen
    Verplaats de schuifregelaar Kwaliteit (Quality) naar het gewenste kwaliteitsniveau.
    Selecteer Halftoning en klik op OK.

    Opmerking
    Halftonen zijn de kleurschakeringen tussen de donkerste kleur en de helderste kleur.
    De kleurschakeringen worden bij het afdrukken vervangen door een verzameling kleine punten
    die de halftonen voorstellen. Bij Dithering (Dither) worden de punten volgens vaste regels
    gerangschikt om de halftonen te produceren. Bij Diffusie (Diffusion) worden de punten
    willekeurig gerangschikt om halftonen te produceren. Als u Auto selecteert, worden de
    gegevens afgedrukt met de optimale halftoningmethode voor de geselecteerde afdrukkwaliteit.

    4. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
    Wanneer u het document afdrukt, wordt de opgegeven halftoningmethode gebruikt.

    Opmerking
    Als een deel niet wordt afgedrukt, kunt u dit mogelijk oplossen door Diffusie (Diffusion) te
    selecteren bij Halftoning.

    Verwante onderwerpen
    De helderheid aanpassen
    De intensiteit aanpassen
    Het contrast aanpassen
    Naar boven



  • Page 46

    De helderheid aanpassen

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De helderheid aanpassen

    De helderheid aanpassen
    U kunt de helderheid van afbeeldingsgegevens tijdens het afdrukken aanpassen.
    Puur wit en zwart worden niet veranderd, maar de helderheid van de tussenliggende kleuren wordt wel
    veranderd.
    Het volgende voorbeeld toont het afdrukresultaat wanneer de helderheid is aangepast.

    Licht (Light) is geselecteerd Normaal (Normal) is geselecteerd Donker (Dark) is geselecteerd
    De procedure voor het aanpassen van de helderheid is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
    Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
    Intensity) en klik op Instellen... (Set...).

    Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.

    3. Geef de helderheid op
    Selecteer Licht (Light), Normaal (Normal) of Donker (Dark) bij Helderheid (Brightness) en klik op
    OK.

    Стор. 46 із 95



  • Page 47

    De helderheid aanpassen

    Стор. 47 із 95

    4. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
    De opgegeven helderheid wordt bij het afdrukken gebruikt.

    Belangrijk
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, zijn de opties voor
    kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow)) niet beschikbaar voor selectie.

    Verwante onderwerpen
    De intensiteit aanpassen
    Het contrast aanpassen
    Naar boven



  • Page 48

    De intensiteit aanpassen

    Стор. 48 із 95

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De intensiteit aanpassen

    De intensiteit aanpassen
    U kunt de kleuren van de afbeeldingsgegevens helderder of donkerder maken tijdens het afdrukken.
    Wanneer u een scherpere afdruk wilt, moet u de intensiteit van de kleuren verhogen.
    Het volgende voorbeeld laat zien wat er gebeurt wanneer de intensiteit wordt verhoogd: de kleuren van
    de afbeeldingsgegevens worden donkerder afgedrukt.

    Geen aanpassing

    Hogere intensiteit

    De procedure voor het aanpassen van de intensiteit is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
    Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) op het tabblad Afdruk (Main) en
    klik op Instellen... (Set...).

    Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.

    3. Pas de intensiteit aan
    Wanneer u de schuifregelaar Intensiteit (Intensity) naar rechts verplaatst, worden de kleuren
    donkerder. Wanneer u de schuifregelaar naar links verplaatst, worden de kleuren helderder.
    U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen 50 en 50.
    Klik op OK nadat u alle kleuren hebt aangepast.



  • Page 49

    De intensiteit aanpassen

    Стор. 49 із 95

    Belangrijk
    Verschuif de schuifregelaar langzaam.

    4. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
    Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste intensiteit gebruikt.

    Belangrijk
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, zijn de opties voor
    kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow)) niet beschikbaar voor selectie.

    Verwante onderwerpen
    Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren

    De helderheid aanpassen
    Het contrast aanpassen
    Naar boven



  • Page 50

    Het contrast aanpassen

    Стор. 50 із 95

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Het contrast aanpassen

    Het contrast aanpassen
    U kunt het beeldcontrast tijdens het afdrukken aanpassen.
    Wanneer u de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van afbeeldingen groter en duidelijker
    wilt maken, verhoogt u het contrast. Wanneer u echter de verschillen tussen de lichte en donkere
    gebieden van afbeeldingen kleiner en minder duidelijk wilt maken, verlaagt u het contrast.

    Geen aanpassing

    Contrast aangepast

    De procedure voor het aanpassen van het contrast is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
    Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
    Intensity) en klik op Instellen... (Set...).

    Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.

    3. Pas het contrast aan
    Wanneer u de schuifregelaar Contrast naar rechts schuift, wordt het contrast groter en wanneer u
    de schuifregelaar naar links schuift, wordt het contrast kleiner.
    U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen 50 en 50.
    Klik op OK nadat u alle kleuren hebt aangepast.



  • Page 51

    Het contrast aanpassen

    Стор. 51 із 95

    Belangrijk
    Verschuif de schuifregelaar langzaam.

    4. Voltooi de configuratie
    Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
    Bij het afdrukken wordt het aangepaste contrast gebruikt.

    Belangrijk
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, zijn de opties voor
    kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow)) niet beschikbaar voor selectie.

    Verwante onderwerpen
    Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren

    De helderheid aanpassen
    De intensiteit aanpassen
    Naar boven



  • Page 52

    Een illustratie simuleren

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een illustratie simuleren

    Een illustratie simuleren
    Met de functie Illustratie simuleren (Simulate Illustration) kunt u afbeeldingsgegevens zo afdrukken dat
    het lijkt of deze met de hand zijn getekend. U kunt effecten toevoegen aan het profiel en de kleuren van
    de oorspronkelijke afbeelding.

    De procedure voor het gebruik van Illustratie simuleren (Simulate Illustration) is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel Illustratie simuleren (Simulate Illustration) in
    Schakel het selectievakje Illustratie simuleren (Simulate Illustration) op het tabblad Effecten
    (Effects) in en pas zo nodig het Contrast aan.
    Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de afbeelding lichter en wanneer u de
    schuifregelaar naar links schuift, wordt de afbeelding donkerder.
    De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links in het
    printerstuurprogramma.

    3. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    De afbeelding wordt als een met de hand getekende illustratie afgedrukt.

    Belangrijk
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, is

    Стор. 52 із 95



  • Page 53

    Een illustratie simuleren

    Стор. 53 із 95

    Monochroomeffecten (Monochrome Effects) niet beschikbaar voor selectie.
    Naar boven



  • Page 54

    Gekartelde randen verwijderen

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Gekartelde randen verwijderen

    Gekartelde randen verwijderen
    Met de functie Image Optimizer kunt u de gekartelde randen corrigeren van foto's en afbeeldingen die in
    de toepassing zijn vergroot. Deze functie is vooral handig wanneer u afbeeldingen met een lage
    resolutie uit webpagina's afdrukt.

    De procedure voor het gebruik van Image Optimizer is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Voer Image Optimizer uit
    Schakel het selectievakje Image Optimizer in op het tabblad Effecten (Effects).

    3. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    Foto's en afbeeldingen worden met vloeiende randen afgedrukt.

    Belangrijk
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, is
    Monochroomeffecten (Monochrome Effects) niet beschikbaar voor selectie.

    Opmerking
    Afhankelijk van de toepassingssoftware of de resolutie van de afbeeldingsgegevens heeft Image

    Стор. 54 із 95



  • Page 55

    Gekartelde randen verwijderen

    Стор. 55 із 95

    Optimizer mogelijk geen zichtbaar effect.
    Bij het gebruik van Image Optimizer kan het afdrukken langzamer verlopen.
    Naar boven



  • Page 56

    Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleureigenschappen wijzigen om
    kleuren te verbeteren

    Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
    De functie Photo Optimizer PRO corrigeert de kleuren van afbeeldingen die zijn gemaakt met een digitale
    camera of gescande afbeeldingen. De functie is speciaal ontworpen om kleurverschuiving,
    overbelichting en onderbelichting te corrigeren.

    De procedure voor het gebruik van Photo Optimizer PRO is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel de automatische fotomodus in
    Schakel het selectievakje Photo Optimizer PRO in op het tabblad Effecten (Effects).

    Normaal gesproken is het niet nodig om het selectievakje Op hele pagina toepassen (Apply
    Throughout Page) in te schakelen.
    De afbeeldingen op een pagina worden afzonderlijk geoptimaliseerd.

    Opmerking
    Schakel het selectievakje Op hele pagina toepassen (Apply Throughout Page) in als de af te
    drukken afbeeldingsgegevens zijn bewerkt (bijvoorbeeld bijgesneden of geroteerd). In dit geval
    wordt de hele pagina gezien als één enkele afbeelding die moet worden geoptimaliseerd.

    3. Voltooi de configuratie

    Стор. 56 із 95



  • Page 57

    Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren

    Стор. 57 із 95

    Klik op OK.
    Wanneer u de afbeeldingen afdrukt, worden de kleuren van de afbeeldingen gecorrigeerd.

    Belangrijk
    Photo Optimizer PRO werkt niet als:
    Achtergrond (Background) is ingesteld in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/
    Background) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
    Stempel definiëren... (Define Stamp...) is geselecteerd in het dialoogvenster Stempel/
    Achtergrond (Stamp/Background) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) en een bitmap
    als stempel is opgegeven.
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, is
    Monochroomeffecten (Monochrome Effects) niet beschikbaar voor selectie.

    Opmerking
    Afhankelijk van de afbeelding heeft Photo Optimizer PRO mogelijk geen zichtbaar effect.
    Naar boven



  • Page 58

    Ruis in foto's reduceren

    Online handleiding > De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Ruis in foto's reduceren

    Ruis in foto's reduceren
    Met Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) kunt u de ruis in foto's reduceren die mogelijk ontstaat
    bij het gebruik van een digitale camera. Op deze manier kunt u de kwaliteit van de digitale afdruk
    verbeteren.

    De procedure voor het gebruik van Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) in
    Schakel het selectievakje Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) op het tabblad Effecten
    (Effects) in en selecteer Normaal (Normal) of Krachtig (Strong).

    3. Voltooi de configuratie
    Klik op OK.
    De afbeelding wordt met minder digitale cameraruis afgedrukt.

    Belangrijk
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, is
    Monochroomeffecten (Monochrome Effects) niet beschikbaar voor selectie.

    Стор. 58 із 95



  • Page 59

    Ruis in foto's reduceren

    Стор. 59 із 95

    Opmerking
    De aanbevolen instelling is in de meeste gevallen Normaal (Normal). Selecteer Krachtig (Strong)
    als u met Normaal (Normal) niet het gewenste resultaat krijgt.
    Afhankelijk van de gebruikte toepassing of de resolutie van de afbeeldingsgegevens, heeft het
    reduceren van ruis mogelijk geen zichtbaar effect.
    Wanneer u deze functie gebruikt voor andere afbeeldingen dan foto's gemaakt met een digitale
    camera, kan de afbeelding vervormen.
    Naar boven



  • Page 60

    Overzicht van het printerstuurprogramma

    Стор. 60 із 95

    Online handleiding > Overzicht van het printerstuurprogramma

    Overzicht van het printerstuurprogramma
    Canon IJ-printerstuurprogramma
    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen

    Tabblad Onderhoud
    Canon IJ-statusmonitor
    Canon IJ-afdrukvoorbeeld
    Naar boven



  • Page 61

    Canon IJ-printerstuurprogramma

    Стор. 61 із 95

    Online handleiding > Overzicht van het printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma

    Canon IJ-printerstuurprogramma
    Het Canon IJ-printerstuurprogramma is de software die op de computer wordt geïnstalleerd om
    gegevens te kunnen afdrukken met dit apparaat.
    Het Canon IJ-printerstuurprogramma converteert de afdrukgegevens die in de Windows-toepassing zijn
    gemaakt naar gegevens die de printer begrijpt en stuurt de geconverteerde gegevens naar de printer.
    Aangezien de ondersteunde indeling van de afdrukgegevens per model verschilt, moet u een Canon IJprinterstuurprogramma gebruiken dat geschikt is voor het model dat u gebruikt.

    Informatie over het gebruik van de Help
    In de Help worden de instellingen van het stuurprogramma beschreven. U kunt deze Help openen via
    het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken van het Canon IJ-printerstuurprogramma.
    Alle beschrijvingen van een tabblad weergeven...

    Klik op de knop Help op een tabblad. Er wordt een dialoogvenster geopend met daarin een
    beschrijving van alle items op het tabblad.
    U kunt ook op de koppeling in de beschrijving van een item klikken om een beschrijving van het
    gekoppelde dialoogvenster weer te geven.
    Een beschrijving van een item weergeven...

    Klik met de rechtermuisknop op het item waarover u informatie wilt weergeven en klik op Help.
    U kunt ook klikken op de knop
    [Help] rechts op de titelbalk en vervolgens klikken op het item
    waarover u meer informatie wilt weergeven.
    Er wordt een beschrijving van het item weergegeven.

    Verwant onderwerp
    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen

    Naar boven



  • Page 62

    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen

    Online handleiding > Overzicht van het printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma > Het
    eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen

    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    openen
    U kunt het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen via de toepassing waarin u
    werkt of via het menu Start van Windows.

    Opmerking
    In deze handleiding wordt de procedure voor Windows Vista beschreven. De procedure kan
    verschillen voor andere versies van Windows.

    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via de toepassing openen
    Volg onderstaande procedure om de afdrukinstellingen op te geven voor het afdrukken.

    1. Selecteer de afdrukopdracht in de toepassing die u gebruikt
    Meestal doet u dit door Afdrukken (Print) te selecteren in het menu Bestand (File). Hiermee wordt
    het dialoogvenster Afdrukken (Print) geopend.

    2. Selecteer de naam van uw printermodel en klik op Voorkeuren (Preferences) of
    Eigenschappen (Properties)
    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma wordt weergegeven.

    Opmerking
    Afhankelijk van de toepassing die u gebruikt, kunnen de namen van opdrachten of menu's
    verschillen en kan de procedure uit meer stappen bestaan. Raadpleeg de
    gebruikershandleiding bij de toepassing voor meer informatie.

    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via het menu Start openen
    Volg onderstaande procedure om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, zoals het reinigen van de
    printkop, of afdrukinstellingen op te geven die in alle toepassingen vrijwel hetzelfde zijn.

    1. Selecteer items in het menu Start zoals hieronder aangegeven:
    In Windows Vista selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Hardware en
    geluiden (Hardware and Sound) -> Printers.
    In Windows XP selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Printers en andere
    hardware (Printers and Other Hardware) -> Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
    In Windows 2000 selecteert u Start -> Instellingen (Settings) -> Printers.

    2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer
    Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing Preferences) in het weergegeven
    menu.
    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma wordt weergegeven.

    Belangrijk
    Wanneer u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via Eigenschappen
    (Properties) opent, worden Windows-tabbladen zoals Poorten (Ports) (of Geavanceerd
    (Advanced)) weergegeven. Deze tabbladen worden niet weergegeven wanneer u het
    printerstuurprogramma via Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing Preferences) of een
    toepassing opent. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij Windows voor meer informatie

    Стор. 62 із 95



  • Page 63

    Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen

    Стор. 63 із 95

    over de tabbladen met Windows-functies.

    Naar boven



  • Page 64

    Tabblad Onderhoud

    Стор. 64 із 95

    Online handleiding > Overzicht van het printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma > Tabblad Onderhoud

    Tabblad Onderhoud
    Op het tabblad Onderhoud (Maintenance) kunt u onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan het
    apparaat of de instellingen van het apparaat wijzigen.

    Kenmerken
    De printkoppen reinigen
    De papierinvoerrollen reinigen
    De positie van de printkop uitlijnen
    De spuitopeningen van de printkop controleren
    De binnenkant van het apparaat reinigen

    Verwant kenmerk
    De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen

    Naar boven



  • Page 65

    Canon IJ-statusmonitor

    Стор. 65 із 95

    Online handleiding > Overzicht van het printerstuurprogramma > Canon IJ-statusmonitor

    Canon IJ-statusmonitor
    De Canon IJ-statusmonitor is een toepassing die de status van de printer en de voortgang van het
    afdrukken op het Windows-scherm weergeeft. U kunt aan de hand van de afbeeldingen, pictogrammen
    en berichten zien wat de status van de printer is.

    De Canon IJ-statusmonitor starten
    De Canon IJ-statusmonitor wordt automatisch gestart wanneer gegevens naar de printer worden
    gestuurd. De Canon IJ-statusmonitor wordt weergegeven als een knop op de taakbalk.

    Klik op de knop Statusmonitor op de taakbalk. De Canon IJ-statusmonitor wordt weergegeven.

    Opmerking
    U kunt de Canon IJ-statusmonitor openen wanneer er niet wordt afgedrukt door het
    eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma te openen en op Printerstatus weergeven...
    (View Printer Status...) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) te klikken.

    Als er fouten optreden
    De Canon IJ-statusmonitor wordt automatisch weergegeven als er een fout optreedt (bijvoorbeeld als
    het papier op is of de inkt op raakt).

    Voer in dergelijke gevallen de beschreven maatregelen uit.
    Naar boven



  • Page 66

    Canon IJ-afdrukvoorbeeld

    Стор. 66 із 95

    Online handleiding > Overzicht van het printerstuurprogramma > Canon IJ-afdrukvoorbeeld

    Canon IJ-afdrukvoorbeeld
    Canon IJ-afdrukvoorbeeld is een toepassing die de afdrukresultaten op het scherm laat zien voordat het
    document daadwerkelijk wordt afgedrukt.

    Hierbij worden de instellingen gebruikt die in het printerstuurprogramma zijn opgegeven. Op deze
    manier kunt u de indeling, de afdrukvolgorde en het aantal pagina’s van een document controleren.
    Als u eerst een afdrukvoorbeeld wilt zien, opent u het eigenschappenvenster van het
    printerstuurprogramma , klikt u op het tabblad Afdruk (Main) en schakelt u het selectievakje
    Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) in.
    Als u niet eerst een afdrukvoorbeeld wilt zien, schakelt u het selectievakje uit.

    Verwant onderwerp
    Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
    Naar boven



  • Page 67

    Onderhoud uitvoeren vanaf een computer

    Стор. 67 із 95

    Online handleiding > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer

    Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
    De printkoppen reinigen
    De papierinvoerrollen reinigen
    De positie van de printkop uitlijnen
    De spuitopeningen van de printkop controleren
    De binnenkant van het apparaat reinigen
    Naar boven



  • Page 68

    De printkoppen reinigen

    Online handleiding > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De printkoppen reinigen

    De printkoppen reinigen
    Met de functie voor het reinigen van de printkoppen kunt u de spuitopeningen weer vrijmaken. Reinig de
    printkoppen wanneer de afdruk vaag is of een bepaalde kleur niet wordt afgedrukt, ook al is er genoeg
    inkt.
    De procedure voor het reinigen van de printkoppen is als volgt:

    Reiniging

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Reiniging (Cleaning) op het tabblad
    Onderhoud (Maintenance)
    Het reinigen van de printkoppen wordt gestart.

    3. Voltooi de reiniging
    Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt geopend na het
    bevestigingsbericht.

    4. Controleer de resultaten
    Klik op de knop Controleraster afdrukken (Print Check Pattern) om te controleren of de
    afdrukkwaliteit is verbeterd. Klik op Annuleren (Cancel) als u deze controle niet wilt uitvoeren.

    Als de eerste reiniging van de printkop het probleem niet oplost, herhaalt u het reinigingsproces.

    Diepte-reiniging
    Diepte-reiniging (Deep Cleaning) is grondiger dan een normale Reiniging (Cleaning). U gebruikt deze
    functie wanneer een probleem met de printkop niet wordt opgelost als u deze tweemaal hebt gereinigd.

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Diepte-reiniging (Deep Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
    Het dialoogvenster Diepte-reiniging (Deep Cleaning) wordt geopend. Volg de instructies in het
    dialoogvenster.
    Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet controleren
    voordat u een Diepte-reiniging (Deep Cleaning) uitvoert.

    3. Diepte-reiniging uitvoeren
    Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik vervolgens op Uitvoeren (Execute).
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.

    De diepte-reiniging wordt gestart.

    4. Voltooi de diepte-reiniging
    Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt geopend na het
    bevestigingsbericht.

    Стор. 68 із 95



  • Page 69

    De printkoppen reinigen

    Стор. 69 із 95

    5. Controleer de resultaten
    Klik op de knop Controleraster afdrukken (Print Check Pattern) om te controleren of de
    afdrukkwaliteit is verbeterd. Klik op Annuleren (Cancel) als u deze controle niet wilt uitvoeren.

    Belangrijk
    Bij Reiniging (Cleaning) wordt een kleine hoeveelheid inkt gebruikt. Bij Diepte-reiniging (Deep
    Cleaning) wordt meer inkt gebruikt dan bij Reiniging (Cleaning).
    Wanneer u de printkoppen vaak reinigt, zal de inktvoorraad snel minder worden. Voer daarom
    alleen een reiniging uit wanneer dit noodzakelijk is.

    Opmerking
    Als na Diepte-reiniging (Deep Cleaning) geen verbetering optreedt, schakelt u het apparaat uit,
    wacht u 24 uur en voert u Diepte-reiniging (Deep Cleaning) opnieuw uit. Als er nog steeds geen
    verbetering optreedt, is de inkt mogelijk op. Vervang de inktpatroon door een nieuwe.

    Verwant onderwerp
    De spuitopeningen van de printkop controleren
    Naar boven



  • Page 70

    De papierinvoerrollen reinigen

    Стор. 70 із 95

    Online handleiding > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De papierinvoerrollen reinigen

    De papierinvoerrollen reinigen
    U kunt de papierinvoerrol reinigen met de functie voor het reinigen van de papierinvoerrol. U doet dit als
    er stukjes papier in de papierinvoerrol vastzitten en het papier niet goed wordt ingevoerd.
    De procedure voor het reinigen van de papierinvoerrollen is als volgt:

    Reiniging rollen

    1. Bereid het apparaat voor
    Verwijder al het papier uit de achterste lade.

    2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    3. Klik op Reiniging rollen (Roller Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
    Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven.

    4. Voer het reinigen van de papierinvoerrollen uit
    Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op OK.
    Het reinigen van de papierinvoerrol wordt gestart.

    5. Voltooi het reinigen van de papierinvoerrollen
    Wanneer de rollen zijn gestopt, volgt u de aanwijzingen in het bericht, laadt u drie vellen gewoon
    papier in de achterste lade en klikt u op OK.
    Het papier wordt uitgevoerd en het reinigen van de invoerrollen is voltooid.
    Naar boven



  • Page 71

    De positie van de printkop uitlijnen

    Стор. 71 із 95

    Online handleiding > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De positie van de printkop uitlijnen

    De positie van de printkop uitlijnen
    Bij het uitlijnen van de printkoppen worden de installatieposities van de printkop gecorrigeerd waardoor
    kleuren en lijnen beter worden afgedrukt.
    De procedure voor het uitlijnen is van de printkop is als volgt:

    Uitlijning printkop

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment) op het tabblad Onderhoud
    (Maintenance)
    Het dialoogvenster Uitlijning printkop starten (Start Print Head Alignment) wordt geopend.

    3. Plaats papier in het apparaat
    Plaats een vel normaal papier van A4- of Letter-formaat in de achterste lade.

    4. Voer het uitlijnen van de printkop uit
    Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Printkop uitlijnen (Align Print Head).
    Volg de instructies in het bericht.

    Opmerking
    Als u de huidige instelling wilt controleren voordat u de printkoppositie aanpast, klikt u op
    Uitlijningswaarde afdrukken (Print Alignment Value).

    5. Controleer het afgedrukte patroon
    Voer de nummers van de patronen met de minste streepvorming in de bijbehorende vakken in.
    Als u op de patronen met de minste streepvorming klikt in het voorbeeldvenster, worden
    automatisch de nummers in de bijbehorende vakken geplaatst.
    Klik op OK nadat u alle benodigde waarden hebt ingevoerd.

    Opmerking
    Raadpleeg de handleiding van het apparaat als u de afdrukresultaten hebt bekeken en nog
    steeds niet kunt bepalen welk patroon de minste streepvorming bevat.
    Naar boven



  • Page 72

    De spuitopeningen van de printkop controleren

    Стор. 72 із 95

    Online handleiding > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De spuitopeningen van de printkop controleren

    De spuitopeningen van de printkop controleren
    U kunt met de functie Controle spuitopening controleren of de printkoppen goed functioneren. Hierbij
    wordt een controleraster afgedrukt. Druk een controleraster af wanneer de afdruk vaag is of strepen
    vertoont.
    De procedure voor het afdrukken van een controleraster is als volgt:

    Controle spuitopening

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Controle spuitopening (Nozzle Check) op het tabblad Onderhoud
    (Maintenance)
    Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt geopend.
    Als u een lijst wilt weergeven van de items die u moet controleren voordat u het controleraster
    afdrukt, klikt u op Initiële controle-items (Initial Check Items).

    3. Plaats papier in het apparaat
    Plaats een vel normaal papier van A4- of Letter-formaat in de achterste lade.

    4. Druk een controleraster voor de spuitopeningen af
    Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Controleraster afdrukken (Print Check Pattern).
    Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
    Klik op OK in het bevestigingsbericht.
    Het dialoogvenster Rastercontrole (Pattern Check) wordt geopend.

    5. Controleer het afdrukresultaat
    Controleer het afdrukresultaat. Klik op Afsluiten (Exit) als het afdrukresultaat normaal is.
    Klik op Reiniging (Cleaning) om de printkop te reinigen als de afdruk vegen bevat of bepaalde
    secties niet zijn afgedrukt.

    Verwant onderwerp
    De printkoppen reinigen
    Naar boven



  • Page 73

    De binnenkant van het apparaat reinigen

    Стор. 73 із 95

    Online handleiding > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De binnenkant van het apparaat reinigen

    De binnenkant van het apparaat reinigen
    Als u wilt voorkomen dat er vegen op de achterkant van het papier komen, voert u de functie voor het
    reinigen van de onderste plaat uit.
    Voer ook een reiniging van de onderste plaat uit als er inktvegen op een afdruk voorkomen die niet
    worden veroorzaakt door de afdrukgegevens.

    De procedure voor het reinigen van de onderste plaat is als volgt:

    Reiniging onderste plaat

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) op het tabblad Onderhoud
    (Maintenance)
    Het dialoogvenster Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) wordt geopend.

    3. Plaats papier in het apparaat
    Vouw het normale papier van A4- of Letter-formaat horizontaal doormidden en vervolgens weer uit,
    zoals aangegeven in het dialoogvenster.
    Plaats het papier in de lengte en met de punt van de vouw naar beneden gericht in de achterste
    lade.

    4. Voer de reiniging van de onderste plaat uit
    Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Uitvoeren (Execute).
    Het reinigen van de onderste plaat wordt gestart.
    Naar boven



  • Page 74

    Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen

    Стор. 74 із 95

    Online handleiding > Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen

    Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen
    Afdrukopties wijzigen

    Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan

    De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
    Naar boven



  • Page 75

    Afdrukopties wijzigen

    Стор. 75 із 95

    Online handleiding > Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Afdrukopties wijzigen

    Afdrukopties wijzigen
    U kunt gedetailleerde instellingen voor het printerstuurprogramma wijzigen voor afdrukgegevens die
    worden verzonden vanuit een toepassing.
    Stel deze optie in als u te maken hebt met afdrukproblemen, bijvoorbeeld wanneer een deel van de
    beeldgegevens wordt afgesneden.
    De procedure voor het wijzigen van de afdrukopties is als volgt:

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Klik op Afdrukopties... (Print Options...) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup)

    Het dialoogvenster Afdrukopties (Print Options) wordt geopend.

    3. Wijzig de individuele instellingen
    Wijzig desgewenst de instellingen van de items en klik op OK.

    Het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) wordt opnieuw weergegeven.
    Naar boven



  • Page 76

    Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan

    Online handleiding > Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan

    Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan
    U kunt een naam toekennen aan de instellingen die u hebt opgegeven op de tabbladen Afdruk (Main),
    Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects) en deze als een afdrukprofiel opslaan. U kunt op elk
    gewenst moment het opgeslagen afdrukprofiel via het tabblad Profielen (Profiles) ophalen en gebruiken.
    Afdrukprofielen die u niet meer nodig hebt, kunt u op elk gewenst moment verwijderen.
    De procedure voor het registreren van een afdrukprofiel is als volgt:

    Een afdrukprofiel registreren

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Stel de benodigde items in
    Selecteer de gewenste instellingen op de tabbladen Afdruk (Main), Pagina-instelling (Page Setup)
    en Effecten (Effects).

    3. Klik op het tabblad Profielen (Profiles) op de optie Toevoegen aan profielen... (Add to
    Profiles...)

    Het dialoogvenster Toevoegen aan profielen (Add to Profiles) wordt geopend.

    Стор. 76 із 95



  • Page 77

    Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan

    Стор. 77 із 95

    4. Sla de instellingen op
    Stel Naam (Name), Pictogram (Icon) en Beschrijving (Description) in en klik op OK.
    Het profiel wordt opgeslagen en het tabblad Profielen (Profiles) wordt opnieuw weergegeven.
    De naam en het pictogram worden toegevoegd aan de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles).

    Opmerking
    Als u het printerstuurprogramma opnieuw installeert of een upgrade van het stuurprogramma
    uitvoert, worden de geregistreerde afdrukinstellingen uit Afdrukprofielen (Printing Profiles)
    verwijderd.
    U kunt de geregistreerde afdrukinstellingen niet opslaan en behouden. U moet in dit geval de
    afdrukinstellingen opnieuw registreren.

    Geregistreerde afdrukinstellingen gebruiken

    1. Selecteer de te gebruiken afdrukinstellingen
    Selecteer een afdrukprofiel in de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles) op het tabblad Profielen
    (Profiles).
    De parameters en instellingen van het profiel worden weergegeven in het vak Details.

    2. Ophalen uit profielen
    Klik op Ophalen uit profielen (Retrieve from Profiles).
    Klik op OK in het bericht.
    De instellingen van het geselecteerde profiel worden toegepast op de tabbladen Afdruk (Main),
    Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects).

    Opmerking
    Als u de standaardinstellingen wilt herstellen, selecteert u Standaardinstellingen (Default Settings)
    in de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles) en klikt u op Ophalen uit profielen (Retrieve from
    Profiles). Klik op OK in het bevestigingsbericht. De standaardinstellingen van de tabbladen Afdruk
    (Main), Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects) worden hersteld.

    Een afdrukprofiel verwijderen

    1. Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt verwijderen
    Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt verwijderen uit de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles) op het
    tabblad Profielen (Profiles).

    2. Verwijder het afdrukprofiel
    Klik op Verwijderen (Delete). Klik op OK in het bevestigingsbericht.
    Het geselecteerde afdrukprofiel wordt verwijderd uit de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles).

    Opmerking
    Huidige instellingen (Current Settings) en Standaardinstellingen (Default Settings) kunnen niet
    worden verwijderd.
    Naar boven



  • Page 78

    De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen

    Стор. 78 із 95

    Online handleiding > Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen > De bedieningsmodus van het apparaat wijzigen

    De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
    Met deze functie kunt u de apparaatinstellingen indien nodig wijzigen.
    De procedure voor het configureren van de Aangepaste instellingen (Custom Settings) is als volgt:

    Aangepaste instellingen

    1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
    2. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Aangepaste instellingen (Custom
    Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
    Het dialoogvenster Aangepaste instellingen (Custom Settings) wordt geopend.

    Opmerking
    Als het apparaat is uitgeschakeld of bidirectionele communicatie is uitgeschakeld, kan een
    bericht worden weergegeven dat de computer de apparaatstatus niet kan vaststellen.
    Als dit gebeurt, klikt u op OK om de meest recente instellingen op de computer weer te geven.

    3. Geef desgewenst de volgende instelling op:
    Droogtijd inkt (Ink Drying Wait Time)
    U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten tot het afdrukken van de volgende pagina
    begint. Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, is de wachttijd langer en wanneer u de

    schuifregelaar naar links schuift, is de wachttijd korter.
    Als het papier inktvlekken bevat omdat de volgende pagina wordt uitgeworpen voordat de inkt op de
    afgedrukte pagina heeft kunnen drogen, verhoogt u de droogtijd voor de inkt.
    Als u de droogtijd verlaagt, verloopt het afdrukken sneller.

    4. Verzend de instellingen
    Klik op Verzenden (Send) en vervolgens op OK in het bevestigingsbericht.

    Nadat u dit hebt gedaan, worden de aangepaste instellingen in het apparaat gebruikt.
    Naar boven



  • Page 79

    Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)

    Online handleiding > Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)

    Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)
    Voor deze versie van het printerstuurprogramma gelden de volgende beperkingen. Houd bij het gebruik
    van het printerstuurprogramma rekening met het volgende.

    Beperkingen van het printerstuurprogramma
    In sommige toepassingen is de instelling Aantal (Copies) op het tabblad Pagina-instelling (Page
    Setup) van het printerstuurprogramma niet beschikbaar voor selectie.
    Gebruik in dit geval de instelling voor het aantal exemplaren in het dialoogvenster Afdrukken (Print)
    van de toepassing.
    Als de geselecteerde Taal (Language) in het dialoogvenster Info (About) niet overeenkomt met de
    taal van het besturingssysteem, wordt het venster van het stuurprogramma mogelijk niet goed
    weergegeven.
    Wijzig geen instellingen van de items op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van de
    printereigenschappen. Wanneer u deze wijzigt, werken de volgende functies niet goed.
    Wanneer Afdrukken naar bestand (Print to file) in het dialoogvenster Afdrukken (Print) van de
    toepassing is geselecteerd en EMF-spooling met deze toepassing (bijvoorbeeld Adobe PhotoShop
    LE en MS Photo Editor) niet mogelijk is, werken de volgende functies ook niet.
    Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) op het tabblad Afdruk (Main)

    Verlies van afdrukgegevens voorkomen (Prevent loss of print data) in het dialoogvenster
    Afdrukopties (Print Options)
    Pagina-indeling (Page Layout), Poster, Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page),
    Sorteren (Collate) en Stempel/achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
    Aangezien de resolutie in het voorbeeld afwijkt van de resolutie in de afdruk, kunnen tekst en lijnen
    in het voorbeeld er anders uitzien dan in de uiteindelijke afdruk.

    In sommige toepassingen wordt het afdrukken onderverdeeld in meerdere afdruktaken.
    Verwijder al deze taken als u het afdrukken wilt annuleren.
    Softwarevensters worden wellicht niet correct weergegeven in Windows Vista als de lettertypen zijn
    ingesteld op Grotere schaal (Larger scale). Als u de vensters wilt weergeven met lettertypen met de
    instelling Grotere schaal (Larger scale), moet u het bureaubladthema als volgt op Windowsklassiek (Windows Classic) instellen:
    1. Selecteer Configuratiescherm (Control Panel) in het menu Start.
    2. Selecteer Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen (Appearance and Personalization)
    -> Persoonlijke instellingen (Personalization) -> Thema (Theme).
    Het dialoogvenster Instellingen voor thema's (Theme Settings) wordt geopend.
    3. Klik in het dialoogvenster Instellingen voor thema's (Theme Settings) op het tabblad Thema's
    (Themes) en selecteer Windows-klassiek (Windows Classic) bij Thema (Theme).
    4. Klik op OK.
    Het bureaublad wordt gewijzigd in de klassieke weergave van Windows.
    Aangezien dit product alleen ondersteuning biedt voor monochroom afdrukken, zijn de volgende
    items niet beschikbaar voor selectie:
    Kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow)) in het dialoogvenster Handmatige
    kleuraanpassing (Manual Color Adjustment)
    Monochroomeffecten (Monochrome Effects) op het tabblad Effecten (Effects)
    Alle items op het tabblad Afstemming (Matching) in het dialoogvenster Handmatige

    Стор. 79 із 95



  • Page 80

    Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)

    Стор. 80 із 95

    kleuraanpassing (Manual Color Adjustment)

    Opmerkingen over toepassingen
    Voor Microsoft Word (Microsoft Corporation) gelden de volgende beperkingen.
    Als Microsoft Word dezelfde afdrukfuncties heeft als het printerstuurprogramma, stelt u deze in
    Word in.
    Als u Op schaal (Scaled), Passend op papier (Fit-to-Page) of Pagina-indeling (Page Layout) in de
    lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) selecteert, heeft
    de geselecteerde functie mogelijk geen effect. Dit is afhankelijk van de versie van Word.
    Als dit gebeurt, volgt u onderstaande procedure.
    1. Open het dialoogvenster Afdrukken (Print) van Word.
    2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma, geef de Pagina-indeling
    (Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) op en klik op OK.
    3. Sluit het dialoogvenster Afdrukken (Print) zonder het afdrukken te starten.
    4. Open het dialoogvenster Afdrukken (Print) van Word opnieuw.
    5. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma opnieuw en klik op OK.
    6. Start het afdrukken.
    Illustrator/Adobe Systems Inc.
    Als Bitmap afdrukken is ingeschakeld, kan het afdrukken lang duren of worden bepaalde gegevens
    niet afgedrukt. Start het afdrukken pas nadat u het selectievakje Bitmap afdrukken (Bitmap Printing)
    in het dialoogvenster Afdrukken (Print) hebt uitgeschakeld.
    Naar boven



  • Page 81

    Bijlage

    Стор. 81 із 95

    Online handleiding > Bijlage

    Bijlage
    Een ongewenste afdruktaak verwijderen

    Het printerstuurprogramma bijwerken
    De printer delen in een netwerk
    Naar boven



  • Page 82

    Een ongewenste afdruktaak verwijderen

    Стор. 82 із 95

    Online handleiding > Bijlage > Een ongewenste afdruktaak verwijderen

    Een ongewenste afdruktaak verwijderen
    Als de printer niet start met afdrukken, blijven de geannuleerde of niet-uitgevoerde afdrukgegevens
    mogelijk in de wachtrij staan.
    U kunt de ongewenste afdruktaak met behulp van de Canon IJ-statusmonitor verwijderen.

    1. Geef de Canon IJ-statusmonitor weer
    Klik op de knop Statusmonitor op de taakbalk.
    De Canon IJ-statusmonitor wordt weergegeven.

    2. Geef de afdruktaken weer
    Klik op Afdrukrij weergeven… (Display Print Queue...).
    Het venster met de afdrukwachtrij wordt geopend.

    3. Verwijder de afdruktaken
    Selecteer Alle documenten annuleren (Cancel All Documents) in het menu Printer.
    Klik op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
    De afdruktaak wordt verwijderd.

    Opmerking
    Als u deze bewerking uitvoert, worden alle afdruktaken verwijderd. Als de afdrukwachtrij ook
    gewenste afdruktaken bevatte, moet u het afdrukproces opnieuw starten.

    Belangrijk
    Gebruikers die geen toegangsrechten hebben voor printerbeheer, kunnen de afdruktaak van een
    andere gebruiker niet verwijderen.
    Naar boven



  • Page 83

    Het printerstuurprogramma bijwerken

    Стор. 83 із 95

    Online handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken

    Het printerstuurprogramma bijwerken
    Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
    Het printerstuurprogramma verwijderen
    Voordat u het printerstuurprogramma installeert

    Het printerstuurprogramma installeren
    Naar boven



  • Page 84

    Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen

    Стор. 84 із 95

    Online handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen

    Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
    Door het printerstuurprogramma bij te werken naar de nieuwste versie, kunt u onopgeloste problemen
    mogelijk verhelpen.
    U kunt de versie van het printerstuurprogramma controleren via de knop Info... (About...) op het tabblad
    Onderhoud (Maintenance).

    Ga naar onze website en download het nieuwste printerstuurprogramma voor uw model.

    Belangrijk
    U kunt het printerstuurprogramma gratis downloaden, maar de kosten van de internetverbinding
    zijn voor uw eigen rekening.
    Verwijder de oudere versie voordat u het nieuwste printerstuurprogramma installeert.
    Raadpleeg Het printerstuurprogramma verwijderen voor informatie over het verwijderen van het
    printerstuurprogramma.

    Verwante onderwerpen
    Voordat u het printerstuurprogramma installeert

    Het printerstuurprogramma installeren
    Naar boven



  • Page 85

    Het printerstuurprogramma verwijderen

    Online handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Het printerstuurprogramma verwijderen

    Het printerstuurprogramma verwijderen
    Wanneer u een printerstuurprogramma niet meer nodig hebt, kunt u dit verwijderen.
    Sluit eerst alle actieve toepassingen voordat u het printerstuurprogramma gaat verwijderen.
    De procedure voor het verwijderen van het onnodige printerstuurprogramma is als volgt:

    Als er een verwijderprogramma is

    1. Start het verwijderprogramma
    In Windows Vista of Windows XP selecteert u het menu Start -> Alle programma's (All Programs)
    -> 'Naam van uw printermodel' ("Your model name") -> Verwijderprogramma voor
    printerstuurprogramma (Printer Driver Uninstaller).
    In Windows 2000 selecteert u het menu Start -> Programma's (Programs) -> 'Naam van uw
    printermodel' ("Your model name") -> Verwijderprogramma voor printerstuurprogramma (Printer
    Driver Uninstaller).
    Het dialoogvenster Verwijderprogramma voor printerstuurprogramma (Printer Driver Uninstaller)
    wordt weergegeven.

    Belangrijk
    In Windows Vista wordt mogelijk een bevestigings- of waarschuwingsvenster weergegeven
    wanneer u software installeert, verwijdert of start.
    Dit dialoogvenster wordt weergegeven wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het
    uitvoeren van een taak.
    Als u zich hebt aangemeld met een beheerdersaccount, klikt u op Doorgaan (Continue) of
    Toestaan (Allow) om door te gaan.
    Voor sommige toepassingen is een beheerdersaccount vereist om door te gaan. Als u bent
    aangemeld bij een standaardaccount, schakelt u over naar een beheerdersaccount en start u
    de bewerking opnieuw.

    2. Voer het verwijderprogramma uit
    Klik op Uitvoeren (Execute). Klik op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
    Klik op Voltooien (Complete) wanneer alle bestanden zijn verwijderd.
    Het verwijderen van het printerstuurprogramma is voltooid.

    Als er geen verwijderprogramma is
    Volg deze stappen als er geen verwijderprogramma in het menu Start van Windows Vista aanwezig is:

    1. Selecteer de printer die u wilt verwijderen
    Selecteer Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Hardware en geluiden (Hardware and
    Sound) -> Printers.
    Klik op het model dat u wilt verwijderen en druk op de Alt-toets op het toetsenbord. Klik in het menu
    Bestand (File) op Verwijderen (Delete).

    2. Verwijder de printer
    Als het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer (User Account Control) wordt weergegeven, klikt u
    op Doorgaan (Continue). Klik vervolgens op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
    Het pictogram wordt verwijderd.

    3. Selecteer het printerstuurprogramma dat u wilt verwijderen

    Стор. 85 із 95



  • Page 86

    Het printerstuurprogramma verwijderen

    Стор. 86 із 95

    Druk op de Alt-toets. Selecteer in het menu Bestand (File) de optie Als administrator uitvoeren (Run
    as administrator) en klik op Eigenschappen van server... (Sever Properties...).
    Als het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer (User Account Control) wordt weergegeven, klikt u
    op Doorgaan (Continue).

    Klik op het tabblad Stuurprogramma's (Drivers). Klik in de lijst Geïnstalleerde
    printerstuurprogramma's (Installed printer drivers) op de printer die u wilt verwijderen.

    4. Verwijder het printerstuurprogramma
    Als u op Verwijderen... (Remove...) klikt, wordt het dialoogvenster Stuurprogramma en pakket
    verwijderen (Remove Driver And Package) weergegeven.
    Selecteer Stuurprogramma en pakket verwijderen (Remove driver and driver package) en klik op
    OK.
    Klik op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
    Wanneer de gegevens zijn verzameld, klikt u in het dialoogvenster Stuurprogrammapakket
    verwijderen (Remove Driver Package) op Verwijderen (Delete).

    5. Klik op OK.
    Het verwijderen van het printerstuurprogramma is voltooid.

    Belangrijk
    U kunt het printerstuurprogramma mogelijk niet verwijderen uit de lijst Geïnstalleerde
    printerstuurprogramma's (Installed printer drivers).
    In dit geval moet u de computer opnieuw opstarten en het nogmaals proberen.
    Naar boven



  • Page 87

    Voordat u het printerstuurprogramma installeert

    Стор. 87 із 95

    Online handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Voordat u het printerstuurprogramma installeert

    Voordat u het printerstuurprogramma installeert
    Hier leest u wat u moet controleren voordat u het printerstuurprogramma gaat installeren. U moet dit
    gedeelte ook raadplegen als het printerstuurprogramma niet kan worden geïnstalleerd.

    Controleer de apparaatstatus
    Sluit het apparaat aan op de computer. Raadpleeg de eenvoudige installatie-instructies voor meer
    informatie over het aansluiten.
    Schakel het apparaat uit.

    Controleer de instellingen van de computer
    Sluit alle actieve toepassingen.
    Meld u in Windows Vista aan als gebruiker met beheerdersrechten.
    Meld u in Windows XP aan als de beheerder van de computer.
    Meld u in Windows 2000 aan als een lid van de groep Beheerders.

    Opmerking
    Als een oudere versie van het printerstuurprogramma op de computer is geïnstalleerd, verwijdert u
    die versie eerst. Raadpleeg Het printerstuurprogramma verwijderen voor informatie over het
    verwijderen van het printerstuurprogramma.

    Verwante onderwerpen
    Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
    Het printerstuurprogramma installeren
    Naar boven



  • Page 88

    Het printerstuurprogramma installeren

    Online handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Het printerstuurprogramma installeren

    Het printerstuurprogramma installeren
    U kunt vanaf onze website het nieuwste printerstuurprogramma voor uw model downloaden.
    De procedure voor het installeren van het printerstuurprogramma is als volgt:

    1. Schakel het apparaat uit.
    Belangrijk
    Wanneer u de computer inschakelt terwijl het apparaat is ingeschakeld, wordt de Windows
    Plug en Play-functie automatisch uitgevoerd en wordt het venster Nieuwe hardware gevonden
    (Found New Hardware) (Windows Vista) of Wizard Nieuwe hardware gevonden (Found New
    Hardware Wizard) (Windows XP, Windows 2000) weergegeven. Klik in dit geval op Annuleren
    (Cancel).

    2. Start het installatieprogramma
    Dubbelklik op het pictogram van het bestand dat u hebt gedownload.
    Het installatieprogramma wordt gestart.

    Belangrijk
    In Windows Vista wordt mogelijk een bevestigings- of waarschuwingsvenster weergegeven
    wanneer u software installeert, verwijdert of start.
    Dit dialoogvenster wordt weergegeven wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het
    uitvoeren van een taak.
    Als u zich hebt aangemeld met een account voor beheerders (administrator), klikt u op
    Doorgaan (Continue) of Toestaan (Allow) om door te gaan.
    Voor sommige toepassingen is een account voor beheerders (administrator) vereist om door
    te gaan. Als u bent aangemeld bij een standaardaccount, schakelt u over naar een
    beheerdersaccount en start u de bewerking opnieuw.

    3. Installeer het stuurprogramma
    Klik in het venster Welkom (Welcome) op Volgende (Next).
    Lees de inhoud van het venster Licentieovereenkomst (License Agreement). Klik op Ja (Yes) nadat
    u de inhoud hebt gecontroleerd.
    De installatie van het printerstuurprogramma wordt gestart.

    Wanneer het venster Installatie voltooid (Installation Complete) wordt weergegeven, controleert u of
    het apparaat met een kabel op de computer is aangesloten.
    Als u de verbindingspoort voor het apparaat handmatig wilt selecteren, schakelt u het selectievakje
    Printerpoort selecteren (Select printer port) in en klikt u op Handmatige selectie (Manual selection).
    Selecteer de verbindingsbestemming in het venster Printerpoort selecteren (Select printer port) en
    klik op OK.

    4. Voltooi de installatie
    Klik op Voltooien (Complete).
    Schakel het apparaat in en wacht totdat de verbinding wordt herkend.

    Hiermee hebt u het printerstuurprogramma geïnstalleerd.
    Afhankelijk van de omgeving die u gebruikt, wordt wellicht een bericht weergegeven dat u de computer
    opnieuw moet opstarten. Start de computer opnieuw op om de installatie te voltooien.

    Belangrijk
    U kunt het printerstuurprogramma gratis downloaden, maar de kosten van de internetverbinding
    zijn voor uw eigen rekening.

    Стор. 88 із 95



  • Page 89

    Het printerstuurprogramma installeren

    Стор. 89 із 95

    Verwante onderwerpen
    Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
    Voordat u het printerstuurprogramma installeert
    Naar boven



  • Page 90

    De printer delen in een netwerk

    Стор. 90 із 95

    Online handleiding > Bijlage > De printer delen in een netwerk

    De printer delen in een netwerk
    Wanneer meerdere computers in een netwerkomgeving worden gebruikt, kunt u de printer aansluiten op
    één computer en de printer vanaf andere computers in het netwerk gebruiken.
    De computers in een netwerk hoeven niet noodzakelijkerwijs dezelfde versie van Windows te hebben.

    Instellingen op de afdrukserver

    Beschrijft de procedure voor het instellen van een computer waarop rechtstreeks een printer is
    aangesloten door middel van een USB-kabel.
    Instellingen op de client-pc

    Beschrijft de procedure voor het instellen van computers die deze printer via het netwerk gebruiken.
    Bij het uitvoeren van een afdruktaak worden de gegevens via de afdrukserver naar de printer
    verzonden.

    Belangrijk
    Wanneer een document vanaf een clientsysteem op een gedeelde printer wordt afgedrukt en een
    fout optreedt, wordt het foutbericht van de Canon IJ-statusmonitor zowel op het clientsysteem als de
    afdrukserver weergegeven. Bij normale afdruktaken wordt de Canon IJ-statusmonitor alleen op het
    clientsysteem weergegeven.

    Opmerking
    Installeer het stuurprogramma vanaf de installatie-cd-rom die bij het apparaat is geleverd op het
    afdrukserversysteem en op elk van de clientsystemen volgens de methode voor het
    besturingssysteem.

    Verwant onderwerp
    Beperkingen bij het delen van printers

    Naar boven



  • Page 91

    Instellingen op de afdrukserver

    Online handleiding > Bijlage > De printer delen in een netwerk > Instellingen op de afdrukserver

    Instellingen op de afdrukserver
    Wanneer u de printer in een netwerk wilt gebruiken, moet u de printer op het afdrukserversysteem
    instellen op delen.
    De procedure voor het instellen van de afdrukserversystemen is als volgt:

    1. Installeer het printerstuurprogramma op het afdrukserversysteem
    Raadpleeg de eenvoudige installatie-instructies voor informatie over de installatie.

    2. Selecteer items in het menu Start zoals hieronder aangegeven:
    In Windows Vista selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Hardware en
    geluiden (Hardware and Sound) -> Printers.
    In Windows XP selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Printers en andere
    hardware (Printers and Other Hardware) -> Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
    In Windows 2000 selecteert u Start -> Instellingen (Settings) -> Printers.
    Het venster Printers (Windows Vista, Windows 2000) of Printers en faxapparaten (Printers and
    Faxes) (Windows XP) wordt weergegeven.

    3. Klik op het pictogram van het printermodel dat moet worden gedeeld
    Druk in Windows Vista op de Alt-toets op uw toetsenbord en selecteer Als administrator
    uitvoeren (Run as administrator) -> Delen... (Sharing...) in het menu Bestand (File) dat wordt
    weergegeven.
    Selecteer in Windows XP of Windows 2000 de optie Delen... (Sharing...) in het menu Bestand
    (File).

    Opmerking
    In Windows XP wordt wellicht een bericht weergegeven dat de gebruiker het beste de wizard
    Netwerk instellen kan gebruiken om de functie voor delen in te stellen.
    Als dit bericht wordt weergegeven, selecteert u de optie dat u de wizard niet wilt gebruiken en
    stelt u delen in.

    4. Stel delen in
    Selecteer Deze printer delen (Share this printer) (Windows Vista, Windows XP) of Gedeeld (Shared)
    (Windows 2000) op het tabblad Delen (Sharing) om desgewenst een gedeelde naam in te stellen
    en klik op OK.

    Belangrijk
    In Windows Vista wordt mogelijk een bevestigings- of waarschuwingsvenster weergegeven
    wanneer u software installeert, verwijdert of start.
    Dit dialoogvenster wordt weergegeven wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het
    uitvoeren van een taak.
    Als u zich hebt aangemeld met een beheerdersaccount, klikt u op Doorgaan (Continue) of
    Toestaan (Allow) om door te gaan.
    Voor sommige toepassingen is een beheerdersaccount vereist om door te gaan. Als u bent
    aangemeld bij een standaardaccount, schakelt u over naar een beheerdersaccount en start u
    de bewerking opnieuw.
    Hiermee hebt u het afdrukserversysteem ingesteld. Vervolgens stelt u de clientsystemen in.

    Стор. 91 із 95



  • Page 92

    Instellingen op de afdrukserver

    Стор. 92 із 95
    Naar boven



  • Page 93

    Instellingen op de client-pc

    Online handleiding > Bijlage > De printer delen in een netwerk > Instellingen op de client-pc

    Instellingen op de client-pc
    Na het instellen van het afdrukserversysteem, stelt u het clientsysteem in.
    De procedure voor het instellen van de clientsystemen is als volgt:

    In Windows Vista

    1. Installeer het printerstuurprogramma op de clientsystemen
    Als u het stuurprogramma wilt installeren, plaatst u de installatie-cd-rom die bij het apparaat is
    geleverd en selecteert u Aangepaste installatie (Custom Install).
    Raadpleeg de eenvoudige installatie-instructies voor meer informatie over de installatie.

    Opmerking
    Tijdens de installatie wordt een venster weergegeven met het verzoek de printer in te
    schakelen. Klik op Handmatige selectie (Manual Selection) en selecteer de juiste poort om de
    installatie te voltooien.

    2. Start de wizard
    Selecteer Start -> Netwerk (Network) -> Een printer toevoegen (Add a printer).
    Het venster Printer toevoegen (Add Printer) wordt weergegeven.

    3. Voeg een printer toe
    Selecteer Netwerkprinter, draadloze printer of Bluetooth-printer toevoegen (Add a network, wireless
    or Bluetooth printer), klik op het pictogram van de printer die u op het afdrukserversysteem als
    gedeelde printer hebt ingesteld en klik op Volgende (Next).

    Opmerking
    Als het pictogram van de printer niet wordt weergegeven, controleert u of de printer is
    aangesloten op de afdrukserver.
    Het kan enige tijd duren voordat het pictogram van de printer wordt weergegeven.

    4. Voltooi de configuratie
    Voer de bewerking uit die wordt beschreven op het scherm en klik op Voltooien (Finish).
    In het venster Printers wordt het pictogram voor de gedeelde printer weergegeven.
    Hiermee hebt u de clientsystemen ingesteld. U kunt de printer nu in het netwerk delen.

    In Windows XP/Windows 2000

    1. Installeer het printerstuurprogramma op de clientsystemen
    Als u het stuurprogramma wilt installeren, plaatst u de installatie-cd-rom die bij het apparaat is
    geleverd en selecteert u Aangepaste installatie (Custom Install).
    Raadpleeg de eenvoudige installatie-instructies voor meer informatie over de installatie.

    Opmerking
    Tijdens de installatie wordt een venster weergegeven met het verzoek de printer in te
    schakelen. Klik op Handmatige selectie (Manual Selection) en selecteer de juiste poort om de
    installatie te voltooien.

    2. Start de wizard

    Стор. 93 із 95



  • Page 94

    Instellingen op de client-pc

    Стор. 94 із 95

    In Windows XP selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Printers en andere
    hardware (Printers and Other Hardware) -> Printers en faxapparaten (Printers and Faxes) ->
    Printer toevoegen (Add a printer).
    In Windows 2000 selecteert u Start -> Instellingen (Settings) -> Printers -> Een printer toevoegen
    (Add a printer).
    Klik in het venster De wizard Printer toevoegen (Welcome to the Add Printer Wizard) op Volgende
    (Next).

    3. Voeg een printer toe
    Selecteer Netwerkprinter, of een printer die met een andere computer is verbonden (A network
    printer, or a printer attached to another computer) (Windows XP) of Netwerkprinter (Network printer)
    (Windows 2000) en klik op Volgende (Next).
    Klik in het venster Geef een printer op (Specify a Printer) (Windows XP) of het venster De printer
    zoeken (Locate Your Printer) (Windows 2000) op Volgende (Next) en zoek naar het
    afdrukserversysteem.

    Klik op het pictogram van de printer die u op het afdrukserversysteem als gedeelde printer hebt
    ingesteld en klik op Volgende (Next).

    Opmerking
    Als het pictogram van de printer niet wordt weergegeven, controleert u of de printer is
    aangesloten op de afdrukserver.

    4. Voltooi de configuratie
    Voer de bewerking uit die wordt beschreven op het scherm en klik op Voltooien (Finish).
    Het pictogram voor de gedeelde printer wordt gemaakt in het venster Printers en faxapparaten
    (Printers and Faxes) (Windows XP) of het venster Printers (Windows 2000).
    Hiermee hebt u de clientsystemen ingesteld. U kunt de printer nu in het netwerk delen.

    Naar boven



  • Page 95

    Beperkingen bij het delen van printers

    Стор. 95 із 95

    Online handleiding > Bijlage > De printer delen in een netwerk > Beperkingen bij het delen van printers

    Beperkingen bij het delen van printers
    Bij het gebruik van een printer in een netwerk gelden de volgende beperkingen. Lees de beperkingen
    voor de omgeving waarin u werkt.

    Als u de printer in een netwerk deelt
    Er kan een bericht worden weergegeven dat het afdrukken is voltooid. Als u wilt dat het bericht niet
    meer wordt weergegeven, volgt u de onderstaande procedure.
    In Windows Vista:

    Druk op de Alt-toets vanuit het venster Printers op het clientsysteem. Open Als administrator
    uitvoeren (Run as administrator) -> Eigenschappen van server... (Server Properties...) vanuit het
    menu Bestand (File) dat wordt weergegeven.
    Schakel Informatieve meldingen voor netwerkprinters weergeven (Show informational
    notifications for network printers) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) uit en start de computer
    opnieuw op.
    In Windows XP of Windows 2000:

    Open Eigenschappen van server (Server Properties) vanuit het menu Bestand (File) van het
    venster Printers en faxapparaten (Printer and Faxes) (Windows XP) of het venster Printers
    (Windows 2000) op het afdrukserversysteem.
    Schakel Waarschuwing geven als er externe documenten worden afgedrukt (Notify when remote
    documents are printed) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) uit en start de computer opnieuw
    op.

    De functie voor bidirectionele communicatie is uitgeschakeld waardoor de juiste printerstatus
    mogelijk niet wordt herkend.
    Als de gebruiker van een clientcomputer de eigenschappen van het printerstuurprogramma opent
    en op OK klikt terwijl Bidirectionele ondersteuning inschakelen (Enable bidirectional support) op het
    tabblad Poorten (Ports) is uitgeschakeld, wordt de bidirectionele functie op het afdrukserversysteem
    mogelijk ook uitgeschakeld.
    Controleer in dit geval of het selectievakje Bidirectionele ondersteuning inschakelen (Enable
    bidirectional support) is ingeschakeld op het afdrukserversysteem en het clientsysteem.
    Als u afdrukt vanaf een clientsysteem, kunt u Canon IJ-afdrukvoorbeeld niet gebruiken.
    Als de functies op het tabblad Onderhoud (Maintenance) niet goed kunnen worden ingesteld vanaf
    een clientsysteem, zijn deze functies niet voor selectie beschikbaar. Wijzig de instellingen in dit
    geval vanaf de afdrukserver.
    Als u de instellingen van de afdrukserver wijzigt, moet u het pictogram van de gedeelde printer
    verwijderen van het clientsysteem en de gedeelde instellingen nogmaals opgeven op het
    clientsysteem.

    Wanneer hetzelfde printerstuurprogramma op het afdrukserversysteem en het
    clientsysteem (als de lokale printer) is geïnstalleerd
    Het is mogelijk dat de 'net crawl'-functie automatisch een netwerkprinterpictogram op het
    clientsysteem maakt.

    Naar boven






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Canon jx210p wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Canon jx210p in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,47 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Canon jx210p

Canon jx210p Bedienungsanleitung - Englisch - 86 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info