Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/20
Nächste Seite
NL Elektrische kettingzaag Gebruiksaanwijzing
014371
ES-154
ES-154 TLC
ES-164
ES-164 TLC
ES-174
ES-174 TLC
ES-184
ES-184 TLC
ES-2131
ES-2131 TLC
ES-2136
ES-2136 TLC
ES-2141
ES-2141 TLC
ES-2146
ES-2146 TLC
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    NL

    Elektrische kettingzaag

    ES-154
    ES-154 TLC
    ES-164
    ES-164 TLC
    ES-174
    ES-174 TLC
    ES-184
    ES-184 TLC
    ES-2131
    ES-2131 TLC
    ES-2136
    ES-2136 TLC
    ES-2141
    ES-2141 TLC
    ES-2146
    ES-2146 TLC

    Gebruiksaanwijzing

    014371



  • Page 2

    1

    014316

    2

    006909

    2

    3

    006919

    1

    4

    014317

    6

    5

    7

    8

    4
    3

    11

    10

    12

    5

    2

    014372



  • Page 3

    6

    5

    7
    8

    4
    3

    9
    10

    11

    12

    6

    014373

    16
    13

    15

    14
    18

    20
    19
    17

    7

    014514

    11

    8

    014453

    9

    9

    014393

    3



  • Page 4

    22

    21

    10

    014515

    11

    014516

    7

    23

    12
    24

    24
    014457

    13

    014448

    014380

    15

    014454

    25

    26

    14
    11

    27

    29 8
    28

    9
    7

    16
    4

    014394

    17

    014680



  • Page 5

    19

    31

    22

    8
    30

    27

    28
    7

    32

    18

    014682

    19

    014359

    16
    4
    Reclaimend
    oil

    20

    014376

    21

    15

    006921

    35

    33

    34
    6

    22

    014386

    35

    23

    014387

    34

    6

    14

    24

    014439

    25

    014517

    5



  • Page 6

    13

    26

    014392

    27

    014389

    A
    B

    B
    A

    28

    006914

    29

    006915

    45o

    2 1/2
    45o

    36

    30

    014390

    31

    006917

    32

    006918

    33

    006923

    6



  • Page 7

    37
    38

    39

    39
    38

    34

    009202

    40

    41

    40

    35

    006924

    41

    30
    30
    43

    42

    36

    43

    40
    014456

    37

    014455

    30

    38

    006927

    39

    006928

    40

    014344

    41

    006930

    7



  • Page 8

    23

    44

    45

    42

    014391

    43

    014513

    47

    46
    48

    44

    8

    001145

    45

    014395



  • Page 9

    NEDERLANDS (Originele instructies)
    Verklaring van het onderdelenoverzicht
    1.
    2.
    3.
    4.
    5.
    6.
    7.
    8.
    9.
    10.
    11.
    12.
    13.
    14.
    15.
    16.
    17.

    Kettingrem vastgezet
    Kettingrem losgezet
    Achterhandgreep
    Aan-uitschakelaar
    Voorhandgreep
    Beschermkap van voorhandgreep
    Zaagblad
    Zaagketting
    Hendel
    Stelschroef/-knop
    Afdekking van kettingwiel
    Beschermkap van
    achterhandgreep
    Getande kam
    Oliepeilglas
    Olievuldop
    Uit-vergrendelknop
    Kettingvanger

    18. Schede
    19. Snoerhaak
    20. Stelschroef voor oliepomp (op de
    onderkant)
    21. Stelschroef
    22. Stelknop
    23. Kettingwiel
    24. Opening
    25. Haak
    26. Pen
    27. Losdraaien
    28. Vastdraaien
    29. Stelschroef voor zaagketting
    30. Netsnoer van gereedschap
    31. Verlengsnoer
    32. Stekker en stopcontact (de vorm
    kan van land tot land verschillen)
    33. Draagriem

    34.
    35.
    36.
    37.
    38.
    39.
    40.
    41.
    42.
    43.
    44.
    45.
    46.
    47.
    48.

    Vergrendelen
    Ontgrendelen
    Werkgebied bij omzagen
    Valrichting
    Gevarenzone
    Vluchtroute
    Lengte van zaagblad
    Afstand tussen punt van mes en
    dieptevoeler
    Minimaal 3 mm
    Hoek van zijplaat
    Olietoevoergroef
    Olietoevoergat
    Slijtgrensmarkering
    Koolborsteldop
    Schroevendraaier

    TECHNISCHE GEGEVENS
    ES-174
    TLC

    ES-184
    TLC

    ES-154
    TLC

    ES-2131

    ES-2131
    ES-2136
    ES-2141
    ES-2146
    ES-2136
    ES-2141
    ES-2146
    TLC
    TLC
    TLC
    TLC

    Max. kettingsnelheid

    Standaardzaagblad

    ES-164
    TLC

    ES-154
    Model

    ES-164

    ES-174

    ES-184

    14,5 m/s (870 m/min)

    Lengte van
    zaagblad

    300 mm

    350 mm

    400 mm

    450 mm

    Zaaglengte

    260 mm

    320 mm

    355 mm

    415 mm

    Standaardzaagketting

    Type
    zaagblad

    Kettingwielzaagblad

    Type

    492 (91PX)

    Steek

    3/8”

    Aantal
    schakels

    46

    52

    Aanbevolen zaagbladlengte
    Totale lengte (zonder zaagblad)
    Nettogewicht

    56

    62

    5,6 kg

    5,7 kg

    300 - 450 mm
    505 mm
    5,4 kg

    Verlengsnoer (los verkrijgbaar)

    5,5 kg

    5,5 kg

    DIN 57282/HO 7RN -F L=30 m max., 3x1,5 mm2

    • Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit
    gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
    • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
    • Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2003
    Symbool
    END218-7
    Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap
    worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze
    betekenen alvorens de accu te gebruiken.

    52

    ................ DUBBEL GEÏSOLEERD
    .................. Let op: bijzondere voorzichtigheid en
    aandacht vereist!

    ...... Lees de gebruiksaanwijzing en volg de
    waarschuwingen en veiligheidsinstructies
    op.

    .................. Let op: trek de stekker onmiddellijk uit het
    stopcontact als het netsnoer beschadigd
    is!

    ...... Draag oogbescherming.

    .................. Let op: terugslag!

    ....... Draag gehoorbescherming.

    ................. Bescherm tegen regen en vocht!



  • Page 10

    ................ Draag een veiligheidshelm,
    veiligheidsbril en oorbescherming!
    ................ Draag veiligheidshandschoenen!
    ................ Trek de stekker uit het stopcontact!
    ................. EHBO
    ........ Maximaal toelaatbare lengte van
    zaagsnede
    ........ Draairichting van de ketting
    .................. Kettingolie
    .......... Kettingrem losgezet
    .......... Kettingrem vastgezet
    ................ Verboden!
    ............... Alleen voor EU-landen
    Geef elektrisch gereedschap niet met het
    huisvuil mee!
    Volgens de Europese richtlijn inzake
    oude elektrische en elektronische
    apparaten en de toepassing daarvan
    binnen de nationale wetgeving, dient
    gebruikt elektrisch gereedschap
    gescheiden te worden ingezameld en te
    worden afgevoerd naar een recycle
    bedrijf dat voldoet aan de geldende
    milieu-eisen.
    Gebruiksdoeleinden
    ENE085-1
    Het gereedschap is bedoeld om stammen te zagen.
    ENF002-2
    Voeding
    Het gereedschap mag uitsluitend worden aangesloten op
    een voeding met dezelfde spanning als aangegeven op
    het typeplaatje en werkt alleen op enkele-fase
    wisselstroom. Het gereedschap is dubbel geïsoleerd en
    mag derhalve ook op een niet-geaard stopcontact worden
    aangesloten.

    Algemene
    veiligheidswaarschuwingen voor
    GEA010-1
    elektrisch gereedschap
    WAARSCHUWING Lees alle
    veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het
    niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan
    leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.

    Bewaar alle waarschuwingen en
    instructies om in de toekomst te
    kunnen raadplegen.
    Veiligheidswaarschuwingen
    specifiek voor kettingzagen

    GEB037-8

    1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de
    zaagketting terwijl de kettingzaag in bedrijf is.

    Alvorens de kettingzaag te starten, controleert u
    dat de zaagketting niet raakt. In slechts een kort
    moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van
    de kettingzaag kan uw kleding of lichaam in aanraking
    komen met de zaagketting.
    2. Houd de kettingzaag altijd vast met uw
    rechterhand aan de achterhandgreep en uw
    linkerhand aan de voorhandgreep. Houd de
    kettingzaag nooit vast met uw handen verwisseld,
    omdat dan de kans op persoonlijk letsel groter is.
    3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast bij
    het geïsoleerde oppervlak omdat de kettingzaag
    met verborgen bedrading of zijn eigen snoer in
    aanraking kan komen. Wanneer de kettingzaag in
    aanraking komt met onder spanning staande draden,
    zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het
    gereedschap onder spanning komen te staan zodat
    de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
    4. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming.
    Verdere veiligheidsmiddelen voor hoofd, handen,
    benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende
    beschermende kleding verkleint de kans op
    persoonlijk letsel als gevolg van rondvliegend afval of
    het per ongeluk aanraken van de zaagketting.
    5. Werk niet met de kettingzaag in een boom. Het
    gebruik van de kettingzaag terwijl u in een boom zit,
    vergroot de kans op persoonlijk letsel.
    6. Zorg altijd voor een stevige stand en bedien de
    kettingzaag alleen terwijl u op een vaste, stabiele
    en horizontale ondergrond staat. Een gladde of
    instabiele ondergrond, zoals een ladder, kan leiden tot
    verlies van evenwicht of controle over de kettingzaag.
    7. Bij het afzagen van een tak die onder spanning
    staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneer
    de spanning in de houtvezels vrij komt, kan de onder
    spanning staande tak de gebruiker een tik geven of
    ertoe leiden dat hij/zij de controle over de kettingzaag
    verliest.
    8. Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van struiken
    en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan zich
    vasthaken aan de zaagketting en naar u toe
    geslingerd worden of u uit balans brengen.
    9. Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep
    terwijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af
    gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van
    de kettingzaag moet altijd de schede om het
    zaagblad worden gedaan. Een juiste behandeling
    van de kettingzaag verkleint de kans op het per
    ongeluk aanraken van de bewegende zaagketting.
    10. Volg de instructies voor het smeren,
    kettingspannen en verwisselen van accessoires.
    Een verkeerd gespannen of gesmeerde ketting kan
    breken of verhoogt de kans op terugslag.
    11. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van
    olie en vetten. Met vet of olie bevuilde handgrepen
    zijn glad en leiden tot verlies van controle over de
    kettingzaag.
    12. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de kettingzaag niet
    voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is.
    Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om
    kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan
    hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag bij
    andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld
    is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
    53



  • Page 11

    13. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker
    hieraan kan doen:
    Terugslag kan zich voordoen wanneer de neus of punt
    van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het
    hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede
    vastklemt.
    Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een
    plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken
    waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de
    richting van de gebruiker.
    Het beknellen van de zaagketting langs de bovenrand
    van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen
    in de richting van de gebruiker.
    Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de
    controle over de kettingzaag verliest waardoor ernstig
    persoonlijk letsel kan ontstaan. Wees niet afhankelijk
    van alleen de veiligheidsvoorzieningen ingebouwd in
    uw kettingzaag. Als gebruiker van de kettingzaag
    moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te
    zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder
    ongevallen of letsel verlopen.
    Terugslag is het gevolg van misbruik van het
    gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of omstandigheden, en kan worden voorkomen door
    goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals
    hieronder vermeld:
    – Houd de kettingzaag stevig vast, met de duimen
    en vingers rondom de handgrepen van de
    kettingzaag, met beide handen en positioneer
    uw lichaam en armen zodanig dat u een
    eventuele terugslag kan opvangen. De kracht
    van een terugslag kan worden opgevangen door de
    gebruiker mits de juiste voorzorgsmaatregelen
    getroffen worden. Laat de kettingzaag nooit los (zie
    afb. 1).
    – Reik niet te ver en zaag nooit boven
    schouderhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de
    punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en
    biedt een betere controle van de kettingzaag in
    onverwachte situaties.
    – Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of
    de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn
    opgegeven door de fabrikant. Vervanging door
    een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe
    leiden dat de zaagketting breekt en/of terugslaat.
    – Volg de instructies van de fabrikant over het
    slijpen en onderhouden van de zaagketting. Het
    verlagen van de hoogte van de dieptevoeler kan
    leiden tot toegenomen terugslag.

    AANVULLENDE
    VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
    1. Lees de gebruiksaanwijzing om uzelf bekend te
    maken met de bediening van de kettingzaag.
    2. Alvorens de kettingzaag voor het eerst te gebruiken
    dient u de bediening ervan uitgelegd te krijgen. Als dat
    niet mogelijk is, moet u eerst proefzagen met ronde
    stammen op een bok voordat u daadwerkelijk met de
    kettingzaag werkt.
    3. De kettingzaag mag niet worden gebruikt door
    kinderen of jeugd jonger dan 18 jaar. Jongeren ouder
    dan 16 jaar kunnen uitgezonderd worden van deze
    54

    regel mits zijn les krijgen onder toezicht van een
    expert.
    4. Werken met een kettingzaag vereist een hoge mate
    van concentratie. Werk niet met een kettingzaag als u
    zich niet volledig fit voelt. Werk altijd rustig en
    voorzichtig.
    5. Werk nooit onder invloed van alcohol, drugs of
    medicijnen.

    Juist gebruik
    1. De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor het zagen
    van hout. Gebruik hem niet voor het zagen van
    bijvoorbeeld kunststof of poreus beton.
    2. Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor bedieningen
    die beschreven staan in deze gebruiksaanwijzing.
    Gebruik hem bijvoorbeeld niet voor het snoeien van
    hagen of soortgelijke werkzaamheden.
    3. De kettingzaag mag niet worden gebruikt voor
    bosbouwwerkzaamheden, bijv. voor het omzagen en
    takken afzagen van staande bomen. Door het
    netsnoer van de kettingzaag heeft de gebruiker niet de
    mobiliteit en veiligheid die noodzakelijk zijn voor
    dergelijk werk.
    4. De kettingzaag is niet bedoeld voor commercieel
    gebruik.
    5. Overbelast de kettingzaag niet.

    Persoonlijke-veiligheidsuitrusting
    1. Kleding moet nauwsluitend zijn, maar de
    bewegelijkheid niet belemmeren.
    2. Draag de volgende beschermende kleding tijdens het
    werk:
    • Een goedgekeurde veiligheidshelm, als er gevaar
    bestaat voor vallende takken en dergelijke;
    • Een gezichtsmasker of veiligheidsbril;
    • Geschikte gehoorbescherming (oorschelpen, of
    aangepaste of kneedbare oordoppen).
    Octaafbandanalyse op verzoek beschikbaar.
    • Stevige, lederen veiligheidshandschoenen;
    • Lange broek gemaakt van een sterke stof;
    • Veiligheidsoverall van snijbestendige stof;
    • Veiligheidsschoenen met antislipzolen, stalen neus
    en snijbestendige, stoffen voering;
    • Een mondmasker, indien tijdens het werk stof wordt
    geproduceerd (bijv. bij het zagen van droog hout).

    Beveilig uzelf tegen elektrische schokken
    De kettingzaag mag niet worden gebruikt tijdens
    nat weer of in een vochtige omgeving omdat de
    elektromotor niet waterdicht is.
    1. Steek de stekker van de kettingzaag alleen in een
    stopcontact van een getest elektrisch circuit.
    Controleer dat de netspanning overeenkomt met die
    op het typeplaatje. Zorg ervoor dat het stopcontact op
    een groep zit met een zekering van 16 A. Als de
    kettingzaag in de open lucht wordt gebruikt, moet
    deze zijn aangesloten op een op reststroom werkende
    stroomonderbreker die in werking treedt bij een
    reststroom van maximaal 30 mA.
    Als het netsnoer of verlengsnoer beschadigd
    raakt, moet u onmiddellijk de stekker uit het
    stopcontact trekken.



  • Page 12

    Veilige werkmethoden
    1. Alvorens met het werk te beginnen, controleert u dat
    de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt,
    en dat deze voldoet aan de veiligheidsregels.
    Controleer met name dat:
    • De kettingrem goed werkt;
    • De uitlooprem goed werkt;
    • Het zaagblad en de afdekking van het kettingwiel
    goed zijn gemonteerd;
    • De ketting is geslepen en gespannen
    overeenkomstig de regels;
    • Het netsnoer en de stekker niet beschadigd zijn;
    Raadpleeg het hoofdstuk “CONTROLES”.
    2. Zorg er met name altijd voor dat het gebruikte
    verlengsnoer de juiste dwarsdoorsnede heeft (zie
    “TECHNISCHE GEGEVENS”). Bij gebruik van een
    kabelhaspel moet u het snoer helemaal uitrollen. Bij
    gebruik van de kettingzaag in de open lucht,
    controleert u dat het gebruikte snoer geschikt is voor
    gebruik in de open lucht en als zodanig is
    gemarkeerd.
    3. Houd het netsnoer uit de buurt van het zaaggebied en
    geleid het netsnoer zodanig dat het tijdens het
    omzagen niet blijft haken achter takken en dergelijke.
    4. Gebruik de kettingzaag niet in de buurt van brandbaar
    stof of gas aangezien de motor vonken kan
    produceren en explosiegevaar oplevert.
    5. Werk uitsluitend op een vaste ondergrond en terwijl u
    stevig staat. Let met name goed op obstakels (bijv. het
    snoer) in het werkgebied. Let met name goed op op
    plaatsen waar vocht, ijs, verse houtsnippers of schors
    de ondergrond glad kunnen maken. Gebruik de
    kettingzaag niet terwijl u op een ladder of in een boom
    staat.
    6. Let met name goed op wanneer u op een schuine
    ondergrond staat omdat wegrollende stammen en
    takken een gevaarlijke situatie kunnen opleveren.
    7. Zaag nooit boven schouderhoogte.
    8. Houd de kettingzaag met beide handen vast bij het
    inschakelen en tijdens gebruik. Houd de
    achterhandgreep met uw rechterhand vast en de
    voorhandgreep met uw linkerhand. Houd de
    handgrepen stevig vast met uw duim. Het zaagblad en
    de zaagketting mogen met geen enkel voorwerp in
    aanraking zijn op het moment dat de kettingzaag
    wordt ingeschakeld (zie afb. 1).
    9. Verwijder vreemde voorwerpen, zoals zand, stenen,
    spijkers, draad, enz., uit het gebied waarin wordt
    gezaagd. Vreemde voorwerpen beschadigen het
    zaagblad en de zaagketting, en kunnen gevaarlijke
    terugslag veroorzaken.
    10. Wees met name voorzichtig wanneer u zaagt in de
    buurt van afrasteringen. Raak de afrastering niet met
    de kettingzaag want hierdoor kan een terugslag
    ontstaan.
    11. Raak de grond niet met de kettingzaag.
    12. Zaag alleen enkele stukken hout en geen bundels of
    stapels.
    13. Vermijd het zagen van dunne takjes en wortels omdat
    deze in de kettingzaag verstrengeld kunnen raken.
    Hierdoor kunt u uw evenwicht verliezen.
    14. Gebruik een stabiele ondersteuning (bok) wanneer u
    in gezaagd hout zaagt.

    15. Gebruik de kettingzaag niet voor het los peuteren of
    wegvegen van stukjes hout en andere voorwerpen.
    16. Houd de kettingzaag zodanig vast dat geen enkel
    lichaamsdeel van u in het verlengde van de lijn van de
    zaagketting ligt (zie de afbeelding) (zie afb. 2).
    17. Bij het verplaatsen tussen twee zaagsneden, gebruikt
    u de kettingrem om te voorkomen dat de ketting per
    ongeluk in werking wordt gesteld. Houd de
    kettingzaag bij het dragen vast aan de voorhandgreep
    en houdt uw vinger daarbij niet om de aanuitschakelaar.
    18. Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u een
    pauze neemt of de kettingzaag alleen achterlaat. Leg
    de kettingzaag neer op een plaats waar deze geen
    gevaar oplevert.

    Terugslag
    1. Tijdens het gebruik van de kettingzaag kan een
    gevaarlijke terugslag optreden. Een terugslag treedt
    op wanneer de punt van het zaagblad (met name het
    laatste kwart) in aanraking komt met hout of een ander
    massief voorwerp. Hierdoor zal de kettingzaag in de
    richting van de gebruiker worden gedwongen (zie
    afb. 3).
    2. Let op de volgende punten om terugslag te
    voorkomen:
    • Begin een zaagsnede nooit met de punt van het
    zaagblad.
    • Gebruik de punt van het zaagblad niet om te zagen.
    Let met name goed op wanneer u verder gaat
    zagen in een reeds gemaakte zaagsnede.
    • Begin te zagen met draaiende ketting.
    • Slijp de ketting altijd op de juiste wijze. Stel vooral
    de dieptevoeler in op de juiste hoogte.
    • Zaag nooit door meerdere takken tegelijk.
    • Let er bij het afzagen van takken op dat het
    zaagblad niet in aanraking komt met andere
    takken.
    • Houd bij het afzagen afstand tot andere stammen in
    de buurt. Kijk altijd naar de punt van het zaagblad.
    • Gebruik een bok.

    Veiligheidsvoorzieningen
    1. Controleer altijd dat de veiligheidsvoorzieningen in
    werkende staat verkeren alvorens met het werk te
    beginnen. Gebruik de kettingzaag niet als de
    veiligheidsvoorzieningen niet goed werken.
    – Kettingrem:
    De kettingzaag is uitgerust met een kettingrem die de
    zaagketting binnen een fractie van een seconde tot
    stilstand brengt. De kettingrem wordt in werking
    gesteld wanneer de beschermkap van de
    voorhandgreep naar voren wordt geduwd. De
    zaagketting staat dan binnen 0,15 seconde stil en de
    voeding naar de motor wordt onderbroken (zie afb. 4).
    – Uitlooprem:
    De kettingzaag is uitgerust met een uitlooprem die de
    zaagketting onmiddellijk tot stilstand brengt wanneer
    de aan-uitschakelaar wordt losgelaten. Hierdoor wordt
    voorkomen dat de zaagketting blijft draaien terwijl de
    kettingzaag is uitgeschakeld, zodat gevaarlijke
    situaties worden voorkomen.
    – De beschermkappen van de voor- en
    achterhandgrepen beschermen de gebruiker tegen
    55



  • Page 13

    verwondingen door houtsnippers die naar achteren
    kunnen worden geworpen, of door een gebroken
    zaagketting.
    – De uit-vergrendeling voorkomt dat de kettingzaag per
    ongeluk wordt ingeschakeld.
    – De kettingvanger beschermt de gebruiker tegen
    verwonding in het geval dat de ketting springt of breekt.

    Vervoer en opslag
    Wanneer de kettingzaag niet in gebruik is of wordt
    vervoerd, trekt u de stekker uit het stopcontact en
    plaatst u de schede om het zaagblad. Draag of
    vervoer de kettingzaag nooit met draaiende
    zaagketting.
    1. Draag de kettingzaag aan alleen de voorhandgreep
    met het zaagblad naar achteren gericht.
    2. Bewaar de kettingzaag op een veilige, droge en
    afgesloten plaats, buiten het bereik van kinderen.
    Bewaar de kettingzaag niet buitenshuis.

    Onderhoud
    1. Trek de stekker uit het stopcontact alvorens enige
    instel- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
    2. Controleer het netsnoer regelmatig op beschadiging
    van de isolatie.
    3. Maak de kettingzaag regelmatig schoon.
    4. Laat eventuele beschadiging van de kunststof
    behuizing onmiddellijk en vakkundig repareren.
    5. Gebruik de kettingzaag niet als de aan-uitschakelaar
    niet goed werkt. Laat deze eerst vakkundig repareren.
    6. Onder geen beding mag de kettingzaag op enigerlei
    wijze worden veranderd. Uw veiligheid staat op het
    spel.
    7. Voer geen onderhouds- of reparatiewerkzaamheden
    uit anders dan beschreven in deze
    gebruiksaanwijzing. Alle andere werkzaamheden
    moeten worden uitgevoerd door een erkend
    servicecentrum.
    8. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen
    en accessoires die ontworpen zijn voor uw model
    kettingzaag. Als u andere onderdelen gebruikt, wordt
    de kans op een ongeval vergroot.
    9. Wij accepteren geen enkele aansprakelijkheid voor
    ongevallen of schade in geval een niet-goedgekeurd
    zaagblad, zaagketting of ander vervangingsonderdeel
    of accessoire wordt gebruikt.

    EHBO
    Werk niet alleen. Werk altijd binnen hoorafstand
    van iemand anders.
    1. Houd altijd een EHBO-doos bij de hand. Vervang de
    verbruikte items uit de EHBO-doos onmiddellijk.
    2. Mocht u hulp nodig hebben na een ongeval, vermeldt
    het volgende:
    • Waar vond het ongeval plaats?
    • Wat is er gebeurd?
    • Hoeveel gewonden zijn er?
    • Welke verwondingen hebben zij?
    • Wie meldt het ongeval?
    OPMERKING:
    Personen met een slechte bloedsomloop die worden
    blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen
    aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen.
    56

    Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in
    de vingers, handen of polsen: “slapen” (ongevoeligheid),
    tintelingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van
    huidskleur of van de huid.
    Als een van deze symptomen zich voordoet,
    raadpleegt u uw huisarts!

    BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
    WAARSCHUWING:
    Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van
    comfort en bekendheid met het gereedschap (na
    veelvuldig gebruik) en neem alle
    veiligheidsvoorschriften van het betreffende product
    altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet
    volgen van de veiligheidsinstructies in deze
    gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk
    letsel.

    NAMEN VAN ONDERDELEN
    (Model met moer: de afdekking van het kettingwiel wordt
    vastgezet met moeren.)
    Voor Model ES-154, ES-164, ES-174, ES-184, ES-2131,
    ES-2136, ES-2141, ES-2146 (zie afb. 5)
    (Model met hendel: de afdekking van het kettingwiel wordt
    vastgezet met een hendel.)
    Voor Model ES-154 TLC, ES-164 TLC, ES-174 TLC,
    ES-184 TLC, ES-2131 TLC, ES-2136 TLC,
    ES-2141 TLC, ES-2146 TLC (zie afb. 6)
    (Voor alle modellen) (zie afb. 7)

    ONDERDELEN AANBRENGEN EN
    VERWIJDEREN
    LET OP:
    • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
    en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens
    enige werkzaamheden aan het gereedschap uit te
    voeren.

    De afdekking van het kettingwiel
    aanbrengen en verwijderen
    Om de afdekking van het kettingwiel te verwijderen voert
    u de volgende stappen uit:
    (Voor modellen met een moer) (zie afb. 8)
    Draai de moer los.
    (Voor modellen met een hendel) (zie afb. 9)
    Duw de hendel omhoog tot hij volledig is geopend en
    stopt.
    Draai de hendel linksom.
    Om de afdekking van het kettingwiel aan te brengen,
    voert u de bovenstaande stappen in omgekeerde
    volgorde uit.



  • Page 14

    De zaagketting aanbrengen en
    verwijderen
    LET OP:
    • Draag altijd handschoenen tijdens het aanbrengen en
    verwijderen van de zaagketting.
    Om de zaagketting te verwijderen voert u de volgende
    stappen uit:
    1. Maak de afdekking van het kettingwiel los.
    2. (Voor modellen met een moer) Draai de stelschroef
    voor de zaagketting linksom om de spanning van de
    zaagketting af te halen.
    (Voor modellen met een hendel) Draai de stelknop in
    de richting “-” om de spanning van de zaagketting af te
    halen (zie afb. 10 en 11).
    3. Verwijder de afdekking van het kettingwiel.
    4. Haal de zaagketting en het zaagblad van de
    kettingzaag af.
    Om de zaagketting aan te brengen voert u de volgende
    stappen uit:
    5. Controleer de richting van de zaagketting. De
    pijlmarkering op de zaagketting toont de richting van
    de ketting (zie afb. 12).
    6. Leg een uiteinde van de zaagketting rond de voorkant
    van het zaagblad en het andere uiteinde rondom het
    kettingwiel.
    7. Plaats het zaagblad op de kettingzaag.
    8. Lijn de spanschuif uit met de opening in het zaagblad
    (zie afb. 13).
    9. Houd het zaagblad vast en draai de stelschroef/-knop
    voor de zaagketting om de spanning van de
    zaagketting in te stellen.
    10. Plaats de afdekking van het kettingwiel zodanig dat de
    haken langs de openingen liggen en de pen in de bus
    van de afdekking van het kettingwiel valt (zie afb. 14).
    11. Zet de afdekking van het kettingwiel vast (zie afb. 15
    en 16).

    De kettingspanning instellen
    De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten.
    Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.
    1. Maak de afdekking van het kettingwiel iets los.
    2. Til de punt van het zaagblad iets op.
    3. Draai de stelschroef/-knop voor de zaagketting om de
    spanning van de zaagketting in te stellen (zie afb. 17
    en 18).
    4. Span de zaagketting totdat de onderkant van de
    zaagketting in de groef in het zaagblad valt (zie cirkel).
    5. Blijf het zaagblad licht vasthouden, stel de
    kettingspanning in en zet u de afdekking van het
    kettingwiel vast. Controleer of de zaagketting niet los
    hangt aan de onderkant.
    Controleer of de zaagketting goed langs de onderkant van
    het zaagblad loopt.
    LET OP:
    • Span de zaagketting niet te strak. Door een
    buitensporig hoge kettingspanning kan de zaagketting
    breken, het zaagblad slijten en de stelknop afbreken.
    • Een te slappe zaagketting kan van het zaagblad af
    lopen en verhoogt daarmee de kans op een ongeval.
    • Voer de werkzaamheden van het aanbrengen en
    verwijderen van de zaagketting uit op een schone
    plaats zonder zaagsel en dergelijk vuil.

    Een verlengsnoer aansluiten
    LET OP:
    • Zorg ervoor dat de stekker van het verlengsnoer niet in
    het stopcontact is gestoken (zie afb. 19).
    Om het verlengsnoer aan te sluiten, maakt u het met
    behulp van de snoerhaak vast aan het netsnoer van de
    kettingzaag.
    Maak de snoerhaak vast aan het verlengsnoer op
    ongeveer 100 - 200 mm vanaf de contrastekker. Hierdoor
    wordt per ongeluk loskoppelen voorkomen.

    BEDIENING
    LET OP:
    • Houd het gereedschap stevig vast met uw rechterhand
    aan de achterhandgreep en met uw linkerhand aan de
    voorhandgreep tijdens het gebruik van het
    gereedschap.

    In- en uitschakelen (zie afb. 20)
    LET OP:
    • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
    en de stekker uit het stopcontact is getrokken alvorens
    de werking van de aan-uitschakelaar te controleren.
    • Controleer altijd, voordat u de stekker in het
    stopcontact steekt, of de aan-uitschakelaar op de juiste
    manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand
    nadat deze is losgelaten.
    Om te voorkomen dat de aan-uitschakelaar per ongeluk
    wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht.
    Om het gereedschap te starten, drukt u de uitvergrendelknop in en knijpt u de aan-uitschakelaar in.
    Laat de aan-uitschakelaar los om het gereedschap te
    stoppen.

    Smeren
    LET OP:
    • Zorg er altijd voor dat het gereedschap is
    uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is
    getrokken, voordat u de zaagketting smeert.
    Smeer de zaagketting en het zaagblad met een biologisch
    afbreekbare zaagkettingolie met een hechttoevoeging. De
    hechttoevoeging in de zaagkettingolie voorkomt dat de
    olie te snel van de zaagketting afvliegt. Minerale olie mag
    niet worden gebruikt vanwege het schadelijke effect op
    het milieu (zie afb. 21).
    LET OP:
    • Vermijd dat de olie in aanraking komen met uw huid en
    ogen. Olie in het oog veroorzaakt irritatie. In het geval
    de olie in het oog komt, moet u het betreffende oog
    onmiddellijk spoelen met schoon water en direct een
    huisarts raadplegen.
    • Gebruik nooit afvalolie. Afvalolie bevat
    kankerverwekkende bestanddelen. De
    verontreinigingen in afvalolie veroorzaken een
    versnelde slijtage van de oliepomp, het zaagblad en de
    zaagketting. Afvalolie is schadelijk voor het milieu.
    • Wanneer u de kettingzaag voor het eerst vult met
    zaagkettingolie, of de olietank bijvult nadat deze geheel
    leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van
    de vulnek. Anders kan de olietoevoer gehinderd
    worden.
    57



  • Page 15

    Om olie bij te vullen voert u de volgende stappen uit (zie
    afb. 22):
    1. Reinig het gebied rondom de olievuldop zorgvuldig om
    te voorkomen dat vuil in de olietank kan komen.
    2. Draai de olievuldop eraf en vul olie bij tot aan de
    onderrand van de vulnek.
    3. Draai de olievuldop stevig terug op zijn plaats.
    4. Veeg eventueel gemorste olie zorgvuldig weg.
    OPMERKING:
    • Als de kettingzaag voor het eerst wordt gebruikt, kan
    het maximaal twee minuten duren voordat de
    zaagkettingolie het zaagmechanisme begint te smeren.
    Laat gedurende deze tijd de kettingzaag onbelast
    draaien (zie “CONTROLES”).

    stevig naar achteren tot u voelt dat deze aangrijpt (zie
    afb. 23 en 24).
    Controleer de kettingrem als volgt:
    1. Houd de kettingzaag met beide handen vast bij het
    inschakelen. Houd de achterhandgreep met uw
    rechterhand vast en de voorhandgreep met uw
    linkerhand. Zorg ervoor dat het zaagblad en de
    zaagketting geen enkel voorwerp raken.
    2. Druk eerst de uit-vergrendelknop in en knijp daarna de
    aan-uitschakelaar in. De zaagketting begint
    onmiddellijk te draaien.
    3. Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar
    voren met de rug van uw hand. Controleer of de
    zaagketting onmiddellijk tot stilstand komt.

    Alvorens met de werkzaamheden te beginnen, voert u de
    volgende controles uit:

    LET OP:
    • Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt,
    mag u de kettingzaag onder geen enkele voorwaarde
    gebruiken. Neem contact op met een erkend
    DOLMAR-servicecentrum.

    De kettingspanning controleren

    De uitlooprem controleren

    CONTROLES

    WAARSCHUWING:
    • Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u de
    kettingspanning controleert en draag daarbij een
    veiligheidsbril.
    (Voor modellen met een moer) (zie afb. 17)
    (Voor modellen met een hendel) (zie afb. 18)
    Controleer of de zaagketting goed langs de onderkant van
    het zaagblad loopt (zie cirkel).
    Controleer de kettingspanning veelvuldig omdat een
    nieuwe ketting door gebruik langer wordt.
    Door een buitensporig hoge kettingspanning kan de
    zaagketting breken, het zaagblad slijten en de stelknop
    afbreken.
    Een te slappe zaagketting kan van het zaagblad af lopen
    en verhoogt daarmee de kans op een ongeval.
    Als de zaagketting te slap staat: Raadpleeg het tekstdeel
    getiteld “De kettingspanning instellen” en stelt u de
    kettingspanning opnieuw in.

    De werking van de aan-uitschakelaar
    controleren
    LET OP:
    Controleer altijd, voordat u de stekker in het stopcontact
    steekt, of de aan-uitschakelaar op de juiste manier
    schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat deze
    is losgelaten.
    Om te voorkomen dat de aan-uitschakelaar per ongeluk
    wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht.
    Om het gereedschap te starten, drukt u de uitvergrendelknop in en knijpt u de aan-uitschakelaar in.
    Laat de aan-uitschakelaar los om het gereedschap te
    stoppen.
    Knijp de aan-uitschakelaar niet hard in zonder de uitvergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de aanuitschakelaar kapot gaan.

    De kettingrem controleren
    OPMERKING:
    • Als de kettingzaag niet kan worden gestart, controleert
    u of de kettingrem is losgezet. Om de kettingrem los te
    zetten, trekt u de beschermkap van de voorhandgreep
    58

    Schakel de kettingzaag in.
    Laat de aan-uitschakelaar helemaal los. Controleer of de
    zaagketting binnen één seconde tot stilstand komt.
    LET OP:
    • Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt,
    mag u de kettingzaag onder geen enkele voorwaarde
    gebruiken. Neem contact op met een erkend
    DOLMAR-servicecentrum.

    De kettingsmeerinrichting controleren
    Alvorens met het werk te beginnen, controleert u het
    oliepeil in de olietank en de olietoevoer.
    Het oliepeil kan worden gecontroleerd door het peilglas
    aangegeven in de afbeelding (zie afb. 25).
    Controleer de olietoevoer op de volgende manier:
    Start de kettingzaag.
    Terwijl de zaagketting draait, houdt u de zaagketting
    ongeveer 15 cm boven een boomstam of de grond. Als de
    smering voldoende is, zullen de oliespetters een dunne
    oliestreep vormen.
    Let op de windrichting en stel uzelf niet onnodig bloot aan
    de oliespetters.
    LET OP:
    • Als geen oliestreep wordt gevormd, mag u de
    kettingzaag niet gebruiken. De levensduur van de
    zaagketting zal dan worden verkort. Controleer het
    oliepeil. Maak de olietoevoergroef en het
    olietoevoergat in het zaagblad schoon (raadpleeg
    “ONDERHOUD”).

    De kettingsmering afstellen (zie afb. 26)
    U kunt de toevoersnelheid van de oliepomp afstellen met
    behulp van de stelschroef.

    WERKEN MET DE KETTINGZAAG
    LET OP:
    • Gebruik altijd de voorhandgreep en achterhandgreep,
    en houd het gereedschap tijdens gebruik stevig vast
    aan zowel de voorhandgreep als de achterhandgreep.



  • Page 16

    • Zet het hout dat u gaat zagen altijd vast omdat anders
    de houtsnippers kunnen leiden tot persoonlijk letsel.

    Afzagen (zie afb. 27)
    Plaats bij het afzagen de getande kam op het hout waarin
    u wilt zagen, zoals aangegeven in de afbeelding.
    Zaag met draaiende zaagketting in het hout en til de
    achterhandgreep op terwijl u met de voorhandgreep het
    zagen geleidt. Gebruik op deze manier de getande kam
    als scharnierpunt.
    Vervolg de zaagsnede door licht op de voorhandgreep te
    drukken en de kettingzaag iets terug te trekken. Plaats de
    getande kam lager tegen het hout en til de voorhandgreep
    weer op.
    Als u meerdere zaagsneden maakt, schakelt u de
    kettingzaag uit tussen de zaagsneden.
    LET OP:
    • Als de zaagketting langs de bovenrand van het
    zaagblad wordt gebruikt om te zagen, kan de
    kettingzaag in uw richting worden bewogen als de
    ketting klem komt te zitten. Om deze reden moet u met
    de onderrand van het zaagblad zagen zodat de
    kettingzaag van uw lichaam af wordt bewogen (zie
    afb. 28).
    Als hout onder spanning staat, zaagt u eerst de kant met
    de duwkracht (A). Maak de eindsnede aan de kant met de
    trekkracht (B). Hiermee voorkomt u dat het zaagblad
    bekneld raakt (zie afb. 29).

    Takken afzagen
    LET OP:
    • Takken afzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd
    door opgeleide personen. Door het risico van terugslag
    kan een gevaarlijke situatie ontstaan.
    Ondersteun bij het afzagen van takken zo mogelijk de
    kettingzaag op de boomstam. Zaag niet met de punt van
    het zaagblad omdat hierdoor de kans op terugslag
    ontstaat.
    Let met name goed op bij takken die onder spanning
    staan. Zaag geen takken vanaf de onderkant als deze niet
    worden ondersteund.
    Ga bij het afzagen van takken niet bovenop de
    omgezaagde boomstam staan.

    Inzagen en in de richting van de houtnerf
    zagen
    LET OP:
    • Inzagen en in de richting van de houtnerf zagen mag
    uitsluitend worden uitgevoerd door personen met
    speciale training. Het risico van terugslag vormt een
    kans op letsel.
    Als u in de richting van de houtnerf zaagt, moet de hoek
    zo klein mogelijk zijn. Voer het zagen zo voorzichtig
    mogelijk uit, want de getande kam kan niet worden
    gebruikt (zie afb. 30).

    Omzagen

    Houd u aan de plaatselijke regelgeving als u een boom
    wilt omzagen (zie afb. 31).
    – Voordat u met het omzagen begint, controleert u de
    volgende punten:
    (1) Uitsluitend de personen die betrokken zijn bij het
    omzagen mogen zich in de buurt bevinden;
    (2) Iedere betrokken persoon moet een ongehinderde
    vluchtroute hebben door een gebied van ongeveer
    45° aan weerskanten van de vallijn. Let op het
    risico van struikelen over elektrische snoeren;
    (3) De voet van de stam met vrij zijn van vreemde
    voorwerpen, wortels en takken;
    (4) Binnen een afstand van 2 1/2 keer de lengte van de
    boom mogen zich geen personen of voorwerpen
    bevinden in de richting waarin de boom zal vallen.
    – Let met betrekking tot ieder boom op de volgende
    punten:
    • De richting waarin de boom overhelt;
    • Losse of droge takken;
    • Hoogte van de boom;
    • Natuurlijke overhang;
    • Of de boom verrot is of niet.
    – Let op de windsnelheid en -richting. Zaag geen bomen
    om als er sterke rukwinden zijn.
    – Afkorten van worteluitwassen: Begin met de grootste
    uitwassen. Maak eerst de verticale zaagsnede.
    – Zaag een inkeping: De inkeping bepaalt de richting
    waarin de boom valt en geleidt de val. De inkeping
    wordt gemaakt aan de kant waarheen de boom moet
    vallen. Maak de inkeping zo dicht mogelijk bij de grond.
    Maak eerst de horizontale zaagsnede tot een diepte
    van 1/5 tot 1/3 van de stamdiameter. Maak de inkeping
    niet te groot. Maak vervolgens de diagonale
    zaagsnede (zie afb. 32).
    – Maak eventuele correcties aan de inkeping over de
    gehele breedte ervan.
    – Maak de zaagsnede aan de achterkant iets hoger dan
    de horizontale zaagsnede van de inkeping. De
    zaagsnede aan de achterkant moet precies horizontaal
    zijn. Laat ongeveer 1/10 van de stamdiameter over
    tussen de zaagsnede aan de achterkant en de
    inkeping.
    De houtvezels in het niet-doorgezaagde deel van de
    stam werken als een scharnier. Zaag niet de volledige
    diameter van de stam door omdat dan de boom
    ongecontroleerd zal vallen. Plaats bijtijds wiggen in de
    zaagsnede aan de achterkant (zie afb. 33).
    – Alleen kunststof- of aluminiumwiggen mogen worden
    gebruikt om de zaagsnede aan de achterkant open te
    houden. IJzeren wiggen mogen niet worden gebruikt.
    – Ga aan de zijkant van de vallende boom staan. Houd
    aan de achterkant van de vallende boom een gebied
    vrij met een hoek van 45° aan weerskanten van de
    vallijn (zie de afbeelding bij “Werkgebied bij omzagen”).
    Let goed op vallende takken.
    – Alvorens met het omzagen te beginnen, moet een
    vluchtroute worden voorbereid en vrijgemaakt. De
    vluchtroute dient schuin naar achteren van de
    verwachtte vallijn te lopen, zoals aangegeven in de
    afbeelding (zie afb. 34).

    LET OP:
    • Omzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door
    opgeleide personen. Het werk is gevaarlijk.

    59



  • Page 17

    ONDERHOUD
    LET OP:
    • Zorg er altijd voor dat het gereedschap is
    uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is
    getrokken, voordat u een inspectie of onderhoud
    uitvoert.
    • Draag altijd handschoenen tijdens het uitvoeren van
    inspectie- of onderhoudswerkzaamheden.
    • Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol,
    enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of
    barsten.
    Voer de hieronder beschreven
    onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit.
    Garantieclaims worden uitsluitend geaccepteerd mits
    deze werkzaamheden regelmatig en goed zijn uitgevoerd.
    Alleen de onderhoudswerkzaamheden die in deze
    gebruiksaanwijzing worden beschreven, mogen door de
    gebruiker worden uitgevoerd. Alle andere
    werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een
    erkend DOLMAR-servicecentrum.

    De kettingzaag schoonmaken
    Maak de kettingzaag regelmatig schoon met een
    poetsdoek. Met name de handgrepen moeten vrij van olie
    worden gehouden.

    De kunststofbehuizing controleren
    Voer regelmatig een visuele controle uit op alle
    onderdelen van de behuizing. In het geval een onderdeel
    beschadigd is, laat u dit onmiddellijk op de juiste wijze
    repareren door een erkend DOLMAR-servicecentrum.

    De zaagketting slijpen
    LET OP:
    • Trek altijd de stekker uit het stopcontact en draag
    veiligheidshandschoenen bij het uitvoeren van
    werkzaamheden aan de zaagketting.
    Slijp de zaagketting als (zie afb. 35):
    – Poederachtig zaagsel wordt geproduceerd tijdens het
    zagen van vochtig hout;
    – De zaagketting moeizaam in het hout binnendringt,
    zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
    – De messen duidelijk beschadigd zijn;
    – De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. De
    reden hiervan is een ongelijkmatige scherpte van de
    zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant.
    Slijp de zaagketting veelvuldig, maar slijp iedere keer
    slechts een weinig materiaal weg.
    Twee of drie bewegingen met een vijl zijn doorgaans
    voldoende voor regelmatig bijslijpen. Als de zaagketting
    meerdere malen is bijgeslepen, laat u deze een keer
    slijpen door een erkend DOLMAR-servicecentrum.
    Regels met betrekking tot het slijpen:
    – Alle messen moeten dezelfde lengte hebben. Als de
    messen een verschillende lengte hebben, draait de
    zaagketting niet soepel en kan de zaagketting breken.
    – Slijp de zaagketting niet meer als de messen de
    minimale lengte van 3 mm bereikt hebben. In dat geval
    moet een nieuwe zaagketting worden gemonteerd.

    60

    – De dikte van de houtsnippers wordt bepaald door het
    hoogteverschil tussen de dieptevoeler (ronde neus) en
    de punt van de messen.
    – De beste zaagprestaties worden bereikt met de
    volgende afstand tussen de dieptevoeler en de punt
    van de messen.
    Kettingmes 492 (91PX): 0,65 mm (zie afb. 36)
    WAARSCHUWING:
    • Een te groot hoogteverschil verhoogt de kans op
    terugslag.
    – De slijphoek van 30° moet hetzelfde zijn voor alle
    messen. Als de slijphoek verschillend is, draait de
    zaagketting niet soepel en ongelijkmatig, slijt de
    zaagketting sneller, en kan de zaagketting breken.
    – De zijplaathoek van de messen wordt bepaald door de
    diepte waarmee de ronde vijl doordringt. Als de
    opgegeven vijl goed wordt gebruikt, wordt de juiste
    zijplaathoek automatisch verkregen.
    – De juiste hoek voor de zijplaat van elke zaagketting is
    als volgt:
    Kettingmes 492 (91PX): 80° (zie afb. 37)

    Vijl en vijlbeweging
    – Gebruik een speciale ronde vijl (los verkrijgbaar) voor
    het slijpen van een zaagketting. Normale ronde vijlen
    zij niet geschikt.
    – De diameter van de ronde vijl voor elke zaagketting is
    als volgt:
    Kettingmes 492 (91PX): 4,0 mm
    – De vijl mag alleen tijdens de voorwaartse beweging
    met het mes in aanraking komen. Til de vijl van het mes
    af tijdens de achterwaartse beweging.
    – Slijp eerst het kortste mes. Daarna is de lengte van het
    kortste mes de standaard voor alle overige messen van
    de zaagketting.
    – Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding (zie
    afb. 38).
    – De vijl kan gemakkelijker worden bewogen als een
    vijlhouder (los verkrijgbaar) wordt gebruikt. Op de
    vijlhouder staan merktekens voor de juiste slijphoek
    van 30° (lijn de merktekens parallel uit met de
    zaagketting) en beperkt de diepte waartoe de vijl
    doordringt (tot 4/5 van de vijldiameter) (zie afb. 39).
    – Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de
    hoogte van de dieptevoeler met behulp van het
    kettingmeetgereedschap (los verkrijgbaar) (zie
    afb. 40).
    – Verwijder eventueel uitstekend materiaal, ongeacht
    hoe klein, met een speciale platte vijl (los verkrijgbaar).
    – Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond.

    Het zaagblad schoonmaken en het
    retourkettingwiel smeren
    LET OP:
    • Draag tijdens deze werkzaamheden altijd een
    veiligheidsbril. Bramen vormen een kans op letsel.
    Controleer de loopvlakken van het kettingwiel regelmatig
    op beschadigingen. Maak het zaagblad schoon met
    behulp van een geschikt gereedschap en verwijder zo
    nodig bramen (zie afb. 41).
    Als de kettingzaag veel wordt gebruikt, smeert u het
    retourkettingwiel minstens eenmaal per week. Voordat u
    nieuw vet aanbrengt, maakt u eerst het gat van 2 mm in



  • Page 18

    de punt van het zaagblad schoon, en perst u vervolgens
    een kleine hoeveelheid universeelvet (los verkrijgbaar) in
    het gat.

    De olietoevoer schoonmaken (zie afb. 42)
    – Maak de olietoevoergroef en het olietoevoergat in het
    zaagblad schoon.
    Nieuwe zaagketting
    Gebruik beurtelings twee of drie zaagkettingen, zodat de
    zaagketting, het kettingwiel en de loopvlakken van het
    zaagblad gelijkmatig slijten.
    Draai het kettingwiel om bij het verwisselen van de
    zaagketting zodat de gleuf in het zaagblad gelijkmatig slijt.
    LET OP:
    • Gebruik uitsluitend zaagkettingen en zaagbladen die
    zijn goedgekeurd voor gebruik met dit model
    kettingzaag (zie “TECHNISCHE GEGEVENS”).
    Controleer de conditie van het kettingwiel voordat u een
    nieuwe zaagketting monteert (zie afb. 43).
    LET OP:
    • Een versleten kettingwiel beschadigt een nieuw
    zaagketting. Vervang in dat geval eerst het kettingwiel.
    Monteer bij het vervangen van het kettingwiel altijd een
    nieuwe borgring.

    olietank, het smeersysteem en het zaagmechanisme te
    spoelen.
    OPMERKING:
    • Nadat de kettingzaag buiten gebruik is gesteld, zal
    gedurende enige tijd een kleine hoeveelheid kettingolie
    eruit lekken. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
    Bewaar de kettingzaag op een geschikte ondergrond.
    Voordat u de kettingzaag weer in gebruik neemt, vult u de
    olietank met nieuwe BIOTOP-zaagkettingolie.
    Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
    gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
    onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een
    erkend DOLMAR-servicecentrum, en altijd met
    gebruikmaking van originele DOLMARvervangingsonderdelen.

    PROBLEMEN OPLOSSEN
    Alvorens om reparatie te verzoeken, voert u eerst zelf een
    inspectie uit. Als u een probleem ondervindt dat niet in
    deze handleiding wordt beschreven, mag u niet proberen
    het gereedschap uit elkaar te halen. Vraag in plaats
    daarvan een erkend Dolmar-servicecentrum.

    De kettingrem en uitlooprem
    onderhouden
    De remmen zijn uiterst belangrijke
    veiligheidsvoorzieningen. Net als ieder ander onderdeel
    van de kettingzaag zijn de remmen onderhevig aan een
    bepaalde mate van slijtage. Ze moeten regelmatig worden
    geïnspecteerd door een erkend DOLMARservicecentrum. Deze maatregel is voor uw eigen
    veiligheid.

    De koolborstels vervangen
    Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig.
    Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering
    zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg
    ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders. Beide
    koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen.
    Gebruik alleen identieke koolborstels (zie afb. 44).
    Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen
    te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, plaats
    de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast.
    Nadat de koolborstels vervangen zijn, steekt u de stekker
    van het netsnoer in het stopcontact en laat u de
    koolborstels inlopen door het gereedschap gedurende 10
    minuten onbelast te laten draaien (zie afb. 45).

    Het gereedschap bewaren
    Biologisch afbreekbare zaagkettingolie kan slechts een
    beperkte tijdsduur bewaard worden. Twee jaar na de
    productiedatum begint biologisch afbreekbare olie
    hechteigenschappen te ontwikkelen, waardoor schade
    aan de oliepomp en de onderdelen van het
    smeersysteem kan worden veroorzaakt.
    – Alvorens de kettingzaag gedurende langere tijd buiten
    gebruik te stellen, leegt u de olietank en giet u er een
    kleine hoeveelheid motorolie (SAE 30) in.
    – Laat de kettingzaag een korte tijd draaien om alle
    resten van de biologisch afbreekbare olie uit de
    61



  • Page 19

    Toestand tijdens defect

    Mogelijke oorzaak

    Oplossing

    Geen voeding.

    Sluit aan op de voeding.
    Controleer de voeding.

    Netsnoer defect.

    Stop onmiddellijk met het gebruik van het gereedschap
    en vraag uw plaatselijke, erkende servicecentrum het
    gereedschap te repareren.

    Storing van gereedschap.

    Stop onmiddellijk met het gebruik van het gereedschap
    en vraag uw plaatselijke, erkende servicecentrum het
    gereedschap te repareren.

    Zaagketting draait niet.

    Kettingrem is vastgezet.

    Zet de kettingrem los.

    Onvoldoende prestaties.

    Koolborstels versleten.

    Vraag uw plaatselijke, erkende servicecentrum het
    gereedschap te repareren.

    Olietank is leeg.

    Vul de olietank.

    Olietoevoergroef is verstopt.

    Reinig de groef.

    De stelschroef van de
    oliepomp is verkeerd
    afgesteld.

    Stel de toevoersnelheid van de oliepomp af.

    Remband is versleten.

    Stop onmiddellijk met het gebruik van het gereedschap
    en vraag uw plaatselijke, erkende servicecentrum het
    gereedschap te repareren.

    Zaagblad of zaagketting zit
    los.

    Stel het zaagblad en de kettingspanning in.

    Storing van gereedschap.

    Stop onmiddellijk met het gebruik van het gereedschap
    en vraag uw plaatselijke, erkende servicecentrum het
    gereedschap te repareren.

    De kettingzaag start niet.

    Geen olie op de zaagketting.

    De zaagketting stopt niet, ook
    niet wanneer de kettingrem in
    werking treedt.
    Het gereedschap trilt
    abnormaal sterk.

    014314

    VERKRIJGBARE ACCESSOIRES
    LET OP:
    • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen
    voor gebruik met het Dolmar-gereedschap dat in deze
    gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van
    andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor
    persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of
    hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven
    gebruiksdoeleinden.
    Mocht u meer informatie willen hebben over deze
    accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw
    plaatselijke Dolmar-servicecentrum.
    • Zaagketting
    • Schede
    • Zaagblad
    • Zaagkettingolie
    OPMERKING:
    • Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de
    doos van het gereedschap als standaard toebehoren.
    Zij kunnen van land tot land verschillen.
    Geluid
    ENG905-1
    De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten
    volgens EN60745:
    Geluidsdrukniveau (LpA): 90,8 dB (A)
    Geluidsvermogenniveau (LWA): 101,8 dB (A)
    Onzekerheid (K): 2,5 dB (A)
    Draag gehoorbescherming.

    62

    Trillingen
    ENG900-1
    De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals
    vastgesteld volgens EN60745:
    Gebruikstoepassing: zagen in hout
    Trillingsemissie (ah): 5,2 m/s2
    Onzekerheid (K): 1,5 m/s2
    ENG901-1

    • De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten
    volgens de standaardtestmethode en kan worden
    gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere
    gereedschappen.
    • De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden
    gebruikt voor een beoordeling vooraf van de
    blootstelling.
    WAARSCHUWING:
    • De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch
    gereedschap in de praktijk kan verschillen van de
    opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de
    manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
    • Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden
    getroffen ter bescherming van de operator die zijn
    gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder
    praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle
    fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur
    gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en
    stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
    EU-verklaring van conformiteit
    Alleen voor Europese landen
    De EU-verklaring van conformiteit is opgenomen als
    Bijlage A in deze instructiehandleiding.



  • Page 20

    885287B926
    ALA

    Makita Europe N.V.

    Jan-Baptist Vinkstraat 2,
    3070 Kortenberg, Belgium

    Makita Corporation

    3-11-8, Sumiyoshi-cho,
    Anjo, Aichi 446-8502 Japan

    www.dolmar.com






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Dolmar ES-2146 TLC wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Dolmar ES-2146 TLC in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,42 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Dolmar ES-2146 TLC

Dolmar ES-2146 TLC Bedienungsanleitung - Deutsch, Englisch, Holländisch, Dänisch, Französisch, Italienisch, Portugiesisch, Spanisch, Türkisch - 124 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info