Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/90
Nächste Seite
®
287/289
True-rms Digital Multimeters
Gebruiksaanwijzing
June 2007, Rev. 2, 3/09 (Dutch)
© 2007, 2008, 2009 Fluke Corporation. All rights reserved. Specifications subject to change without notice.
All product names are trademarks of their respective companies.
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    287/289True-rms Digital MultimetersGebruiksaanwijzingJune 2007, Rev. 2, 3/09 (Dutch) 2007, 2008, 2009 Fluke Corporation. All rights reserved. Specifications subject to change without notice.All product names are trademarks of their respective companies.
  • Page 2

    Beperkte garantie gedurende levensduurElke Fluke 20, 70, 80, 170, 180 en 280 Series DMM zal gedurende de levensduur van het product vrij zijn van materiaal- enfabricagefouten. Levensduur, zoals hierin gebruikt, betekent zeven jaar nadat Fluke de fabricage van dit product heeft stopgezet, maar de garantieperiode zal tenminste tien jaar vanaf de datum van aankoop geldig zijn. Deze garantie geldt niet voor zekeringen, wegwerpbatterijen, beschadiging ten gevolge van verwaarlozing,verkeerd gebruik, verontreiniging, wijziging, ongeluk of abnormale bedienings- of behandelingsomstandigheden, met inbegrip van defecten die te wijten zijn aangebruik buiten de specificaties van het product of buiten de normale slijtage van de mechanische componenten. Deze garantie is uitsluitend van toepassing op deoriginele koper en kan niet worden overgedragen.De garantie dekt ook de LCD gedurende tien jaar vanaf de datum van aankoop. Daarna zal Fluke gedurende de levensduur van de DMM, de LCD vervangen tegen eenvergoeding die is gebaseerd op de dan geldende aanschaffingsprijs van het onderdeel.Om het originele eigenaarschap en de datum van aankoop te kunnen bewijzen, gelieve de bij dit product bijgevoegderegistratiekaart in te vullen en te retourneren, of uw product te registreren bij http://www.fluke.com. Fluke zal, naar eigengoeddunken, een defect product dat is gekocht bij een door Fluke erkend verkooppunt, tegen de toepasselijke internationale prijs, gratis repareren of vervangen of deaankoopprijs ervan terugbetalen. Fluke behoudt zich het recht voor de koper de invoerkosten voor de reparatie-/vervangingsonderdelen in rekening te brengen als hetproduct in een ander land dan het land van aankoop ter reparatie wordt aangeboden.Als het product defect is, vraagt u bij het dichtstbijzijnde door Fluke erkende servicecentrum om een retourautorisatienummer en stuurt u het product vervolgenssamen met een beschrijving van het probleem franco en met de verzekering vooruitbetaald (FOB bestemming) naar dat centrum. Fluke is niet aansprakelijk voorbeschadiging die tijdens het vervoer wordt opgelopen. Fluke zal de vervoerskosten voor het retourneren van het onder de garantie gerepareerde product of vervangende product betalen. Alvorens reparaties uit te voeren die niet onder de garantie vallen, zal Fluke een prijsopgave opstellen en om uw toestemming vragen. Dereparatie- en retourkosten worden vervolgens in rekening gebracht.DEZE GARANTIE IS UW ENIGE VERHAAL. ER WORDEN GEEN ANDERE UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES, ZOALS GESCHIKTHEID VOOR EENBEPAALD DOEL, VERSTREKT. FLUKE IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR BIJZONDERE SCHADE, INDIRECTE SCHADE, INCIDENTELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE,MET INBEGRIP VAN VERLIES VAN GEGEVENS, VOORTVLOEIENDE UIT WELKE OORZAAK OF THEORIE OOK. ERKENDE Wederverkopers zijn niet gemachtigd omenige andere garantie namens Fluke te verstrekken. Aangezien in bepaalde staten of landen de uitsluiting of beperking van een stilzwijgendegarantie of van incidentele schade of gevolgschade niet is toegestaan, is het mogelijk dat de beperking van aansprakelijkheid niet op u van toepassing is. Wanneer eenvan de voorwaarden van deze garantie door een bevoegde rechtbank of een andere bevoegde instantie ongeldig of niet-afdwingbaar wordt verklaard, heeft dit geenconsequenties voor de geldigheid of afdwingbaarheid van enige andere voorwaarde van deze garantie.Fluke CorporationP.O. Box 9090Everett, WA 98206-9090U.S.A.5/07Fluke Europe B.V.P.O. Box 11865602 BD EindhovenThe Netherlands
  • Page 3

    InhoudsopgaveTitelPaginaInleiding..........................................................................................................................Contact opnemen met Fluke ..........................................................................................Veiligheidsinformatie ......................................................................................................Gevaarlijke spanning......................................................................................................Symbolen .......................................................................................................................Kenmerken .....................................................................................................................Druktoetsen ...............................................................................................................Herhaalfunctie gebruiken...........................................................................................Display.......................................................................................................................Bargraph ...............................................................................................................Elementen van statusbalk.....................................................................................Paginagebied........................................................................................................Softkeylabels ........................................................................................................Contrast van display regelen ................................................................................Draaiknop ..................................................................................................................Gebruik van ingangsaansluitingen.............................................................................Metervoeding regelen.....................................................................................................i11134556789999101112
  • Page 4

    287/289GebruiksaanwijzingMeter handmatig aan- en uitzetten ...........................................................................Batterijniveau-indicator..............................................................................................Automatische uitschakeling.......................................................................................Batterijbesparingsmodus...........................................................................................Achtergrondverlichting regelen .................................................................................Bereik selecteren ...........................................................................................................Functiemenus ...............................................................................................................Functie Input Alert ......................................................................................................Gebruik van Info-toets....................................................................................................Modus Hold en AutoHold ...............................................................................................Crestfactor meten ..........................................................................................................Minimum- en maximumwaarden vastleggen..................................................................Piekwaarden vastleggen................................................................................................Laagdoorlaatfilter (alleen model 289) ............................................................................Relatieve metingen ........................................................................................................Metingen verrichten .......................................................................................................Wisselspanning meten ..............................................................................................LoZ gebruiken voor spanningsmetingen (alleen model 289).....................................dB-metingen..............................................................................................................Gelijkspanning meten................................................................................................Ac- en dc-signalen meten .........................................................................................Temperatuur meten...................................................................................................Gebruik van de functie Y (alleen model 289) .......................................................Continuteit testen .....................................................................................................Gebruik van geleiding voor hogeweerstandstests.....................................................Capaciteit meten .......................................................................................................Dioden testen ............................................................................................................Stroom meten ...........................................................................................................ii12121213131314151516161718202122222323252628313134353638
  • Page 5

    Inhoudsopgave (vervolg)Frequentie meten ......................................................................................................Werkcyclus meten .....................................................................................................Pulsduur meten .........................................................................................................Setup-opties van meter wijzigen.....................................................................................Setup-opties van meter resetten................................................................................Displaycontrast instellen ............................................................................................Taal van meter instellen ............................................................................................Datum en tijd instellen ...............................................................................................Time-outs voor achtergrondverlichting en automatische uitschakeling instellen........Een speciale dBm-referentie instellen .......................................................................Pieper aan- en uitzetten ............................................................................................De modus Afvlakken in- en uitschakelen ...................................................................Andere setup-opties gebruiken..................................................................................Gebruik van geheugen ...................................................................................................Individuele meetgegevens opslaan ...........................................................................Naam geven aan opgeslagen gegevens ...................................................................Geheugengegevens bekijken ....................................................................................Snapshot- en overzichtsgegevens bekijken..........................................................Trendgegevens bekijken.......................................................................................Inzoomen op trendgegevens ................................................................................Opgeslagen meetgegevens verwijderen ...................................................................Meetgegevens registreren..............................................................................................Een registratiesessie instellen ...................................................................................De Gebeurtenisdrempelwaarde instellen...................................................................Een registratiesessie beginnen..................................................................................Een registratiesessie beindigen...............................................................................Communicatieverbinding................................................................................................Foutberichten .................................................................................................................iii42434547474747484848494949495050505151525253545555555657
  • Page 6

    287/289GebruiksaanwijzingOnderhoud.....................................................................................................................Algemeen onderhoud................................................................................................Zekeringen testen .....................................................................................................Batterijen vervangen .................................................................................................Zekeringen vervangen ..............................................................................................Meetkabels wegbergen .............................................................................................In geval van moeilijkheden.............................................................................................Service en onderdelen ...................................................................................................Algemene specificaties ..................................................................................................Gedetailleerde specificaties ...........................................................................................Specificaties voor wisselspanning.............................................................................Specificaties voor wisselstroom ................................................................................Specificaties voor gelijkspanning ..............................................................................Specificaties voor gelijkstroom..................................................................................Specificaties voor weerstand ....................................................................................Specificaties voor temperatuur..................................................................................Specificaties voor capaciteit en diodetests................................................................Specificaties voor frequentieteller .............................................................................Gevoeligheid van frequentieteller..............................................................................Specificaties voor MIN MAX, registratie en piek .......................................................Ingangskenmerken....................................................................................................Spanningsval (A, mA, A) .........................................................................................iv58585860606062636768697071727373747576777879
  • Page 7

    Lijst met tabellenTabelTitel1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.Symbolen ..............................................................................................................................Druktoetsen ...........................................................................................................................Functies van display ..............................................................................................................Standen van draaiknop..........................................................................................................Ingangsaansluitingen.............................................................................................................Batterijniveau-indicator ..........................................................................................................Display met trendgegevens ...................................................................................................Registratiedisplay ..................................................................................................................Stopped Recording Display ...................................................................................................Foutberichten ........................................................................................................................Vervangingsonderdelen.........................................................................................................Accessoires ...........................................................................................................................vPagina457101112525456576366
  • Page 8

    287/289Gebruiksaanwijzingvi
  • Page 9

    Lijst met afbeeldingenAfbeelding1.2.3.4.5.6.7.8.9.10.11.12.13.14.15.16.17.TitelPaginaDruktoetsen ...........................................................................................................................Functies van display ..............................................................................................................Draaiknop ..............................................................................................................................Ingangsaansluitingen.............................................................................................................Functiemenu..........................................................................................................................MIN MAX Record Display......................................................................................................Display voor piekregistratie ...................................................................................................Laagdoorlaatfilter...................................................................................................................Functies waarvoor relatiefmodi beschikbaar zijn ...................................................................Wisselspanning meten ..........................................................................................................dBm-display...........................................................................................................................Gelijkspanning meten ............................................................................................................Ac- en dc-display ...................................................................................................................Temperatuur meten ...............................................................................................................Weerstand meten ..................................................................................................................Continuteitsindicator .............................................................................................................Continuteit testen..................................................................................................................vii57101114181920212223252628303132
  • Page 10

    287/289Gebruiksaanwijzing18.19.20.21.22.23.24.25.26.27.28.29.30.31.Geleiding meten....................................................................................................................Capaciteit meten ...................................................................................................................Dioden testen........................................................................................................................Instelling voor stroommetingen .............................................................................................Circuitaansluiting voor stroommetingen ................................................................................Functies waarmee frequentiemetingen kunnen worden verricht ...........................................Frequentiedisplay..................................................................................................................Werkcyclus meten.................................................................................................................Werkcyclusdisplay ................................................................................................................Pulsduur meten.....................................................................................................................Stroomzekeringen testen ......................................................................................................Meetkabels wegbergen .........................................................................................................Batterijen en zekeringen vervangen......................................................................................Vervangingsonderdelen ........................................................................................................viii3435374041424344454659606165
  • Page 11

    VeiligheidsinformatieInleidingXWWaarschuwingDe meter is conform:ANSI/ISA 82.02.01 (61010-1) 2004UL 61010B (2003)CAN/CSA-C22.2 nr. 61010-1-04IEC/EN 61010-1 2 Edition vervuilingsgraad 2EMC EN 61326-1Meetcategorie III, 1000 V, vervuilingsgraad 2Contact opnemen met FlukeMeetcategorie IV, 600 V, vervuilingsgraad 2Bel een van de volgende nummers om contact op te nemen metFluke.Een Waarschuwing in deze gebruiksaanwijzing wijst opgevaarlijke omstandigheden en handelingen die lichamelijk ofdodelijk letsel kunnen veroorzaken. Let op wijst opomstandigheden en handelingen die de meter of de te testenapparatuur kunnen beschadigen of onherstelbaar verlies vangegevens kunnen veroorzaken.Lees Veiligheidsinformatie voordat u deze metergebruikt..De beschrijvingen en instructies in deze gebruiksaanwijzinghebben betrekking op model 289 en model 287 True-rms DigitalMultimeters (hierna de meter genoemd). In alle afbeeldingen ismodel 289 weergegeven.VS: 1-888-993-5853Canada: 1-800-363-5853Europa: +31 402-675-200Japan: +81-3-3434-0181Singapore: +65-738-5655Vanuit andere landen: +1-425-446-5500Bezoek de website van Fluke op: www.fluke.com.Registreer uw meter op: http://register.fluke.com.Ga om de laatste aanvullingen van de handleiding te bekijken, afte drukken of te downloaden naarhttp://us.fluke.com/usen/support/manuals.ndXWWaarschuwingNeem onderstaande richtlijnen in acht omelektrische schokken of lichamelijk letsel tevoorkomen:Gebruik de meter uitsluitend zoalsgespecificeerd in deze gebruiksaanwijzing,omdat hij anders wellicht niet de voorzienebescherming biedt.1
  • Page 12

    287/289Gebruiksaanwijzing2Gebruik een beschadigde meter niet. Voordat ude meter gebruikt, moet u de behuizingcontroleren. Controleer op barsten ofontbrekende kunststof. Besteed vooralaandacht aan de isolatie rond de connectors.Werk niet alleen.Als u stroommetingen verricht, moet u destroom naar het circuit uitschakelen voordat ude meter in het circuit plaatst. Plaats de meterin serie met het circuit.Controleer of de batterijklep gesloten envergrendeld is voordat u met de meter werkt.Verwijder de meetkabels uit de meter voordat ude batterijklep opent.Inspecteer de meetkabels op beschadigdeisolatie of blootgesteld metaal. Controleer decontinuteit van de meetkabels. Vervangbeschadigde meetkabels voordat u de metergebruikt.Als u elektrische aansluitingen maakt, sluit ueerst het aardsnoer en vervolgens de onderstroom staande kabel aan; als u de meetkabelslosmaakt, maakt u eerst de onder stroomstaande kabel en vervolgens het aardsnoerlos.Gebruik de meter niet als hij niet naar behorenwerkt. Hij biedt wellicht niet meer de voorzienebescherming. Als u niet zeker bent, laat demeter dan nakijken.Gebruik de meter niet in de omgeving vanontplofbaar gas of stof, of ontplofbaredampen.Voorzie de meter alleen maar van stroom metAA-batterijen van 1,5 V die op juiste wijze in debehuizing van de meter zijn genstalleerd.Als u onderhoud aan de meter verricht,gebruik dan uitsluitend gespecificeerdevervangingsonderdelen.Als u probes gebruikt, moet u uw vingersachter de vingerbescherming op de probeshouden.Leg nooit meer dan de op de meter vermeldenominale spanning aan tussen deaansluitingen of tussen een aansluiting enaarde.Gebruik de meter nooit als de behuizing isverwijderd of openstaat.Wees voorzichtig als u werkt met spanning diehoger is dan 30 V ac-rms, 42 V ac-piek of 60 Vdc. Een dergelijke spanning kan elektrischeschok veroorzaken.Gebruik uitsluitend de vervangingszekeringendie in de gebruiksaanwijzing zijngespecificeerd.Gebruik de juiste aansluitingen, de juistefunctie en het juiste bereik voor de metingen.
  • Page 13

    True-rms Digital MultimetersGevaarlijke spanningControleer de aanwezigheid van gevaarlijkespanning niet aan de hand van de optielaagdoorlaatfilter. De aanwezige spanning ismogelijk hoger dan de afgelezen waarde.Controleer eerst of er geen gevaarlijkespanning aanwezig is door de spanning temeten zonder het filter. Selecteer vervolgensde filterfunctie.Gebruik uitsluitend door eenveiligheidsinstituut goedgekeurde meetkabelsmet dezelfde nominale spanning, categorie enstroomsterkte als de meter.Gebruik de door de plaatselijke en landelijkeoverheid vereiste veiligheidsuitrustingwanneer u werkt op gevaarlijke locaties.Neem de plaatselijke en landelijkeveiligheidsvoorschriften in acht wanneer uwerkt op gevaarlijke locaties.WLet opNeem onderstaande richtlijnen in acht ombeschadiging van de meter of de te testenapparatuur te voorkomen:Gebruik de juiste aansluitingen, de juistefunctie en het juiste bereik voor alle metingen.Verwijder de batterijen niet terwijl de meteraanstaat of wanneer een signaal op deingangen van de meter wordt aangelegd.Voordat u stroommetingen verricht, moet u dezekeringen van de meter controleren. (ZieZekeringen testen in de gebruiksaanwijzingop de bijgeleverde cd.)Gebruik de modus LoZ niet om de spanning temeten in circuits die door de lageingangsimpedantie (3 k) van deze modusbeschadiging kunnen oplopen (alleen model289).Gevaarlijke spanningOm u te wijzen op de aanwezigheid van een potentieelgevaarlijke spanning verschijnt het symbool als de meter eenspanning van 30 V of hoger of een overspanning (overload, OLY)waarneemt.Schakel de stroom naar de stroomkring uit enontlaad alle hoogspanningscondensatorsvoordat u de weerstand, continuteit, dioden ofcapaciteit meet.3
  • Page 14

    287/289GebruiksaanwijzingSymbolenTabel 1 vermeldt en beschrijft de symbolen die op de meter en in deze gebruiksaanwijzing worden gebruikt.Tabel 1. SymbolenSymboolSymboolOmschrijvingBAc (wisselstroom of wisselspanning)IZekeringFDc (gelijkstroom of gelijkspanning)TWDubbel gesoleerdXGevaarlijke spanningERBatterij (als symbool in display verschijnt,is de batterij bijna leeg)Continuteitstest of toon vancontinuteitspieperPConform richtlijnen van de Europese UnieKeurmerk van Underwriters LaboratoryCAT III~4OmschrijvingJ$;N10140Belangrijke informatie; ziegebruiksaanwijzingAardeConform relevante Canadese enAmerikaanse (VS) normenConform relevante Australische normenGenspecteerd en goedgekeurd door TVProduct ServicesIEC meetcategorie III CAT III-installatiesIEC meetcategorie IV CAT IV-installatiesbieden bescherming tegenbieden bescherming tegenstootspanningen in vaste installaties,stootspanningen van het primaireCAT IVzoals distributiepanelen, hoofd- envoedingsnet, zoals een elektriciteitsmeteraftakleidingen en verlichtingssystemen inof bovengrondse of ondergrondsegrote gebouwen.leidingen van het elektriciteitsnet.Werp dit product niet met gewoon ongescheiden afval weg. Ga naar de website van Fluke voorinformatie betreffende recycling.
  • Page 15

    True-rms Digital MultimetersKenmerkenTabel 2. DruktoetsenKenmerkenIn tabel 2 t/m 5 worden de kenmerken van de meter beschreven.DruktoetsenToetsODe veertien druktoetsen aan de voorzijde van de metermodificeren de door de draaiknop geselecteerde functie,navigeren door menus of regelen de voeding van de circuits. Detoetsen worden weergegeven in afbeelding 1 en beschreven intabel 2.1234FunctieZet de meter aan of uit.Functietoetsen selecteren subfuncties enmodi die de functie van de draaiknopmodificeren.Cursortoetsen selecteren een item in eenmenu, stellen het contrast van het displaybij, doorlopen informatie en voerengegevens in.HBevriest de huidige aflezing op hetdisplay en zorgt dat het display kanworden opgeslagen. Roept ook AutoHoldop.RSchakelt de bereikmodus van de meternaar handmatig en doorloopt vervolgensalle bereiken. Keer terug naar hetautomatische bereik door deze toetsgedurende 1 seconde ingedrukt tehouden.MBegint en beindigt MIN MAX-registratie.est02.emfAfbeelding 1. Druktoetsen5
  • Page 16

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 2. Druktoetsen (vervolg)ToetsFunctieIToont informatie over de huidige functieof over de items die in het display staanop het moment dat de infoknop wordtingedrukt.GStelt de achtergrondverlichting van hetdisplay achtereenvolgens in op uit, laagen hoog.Herhaalfunctie gebruikenSommige menuselecties kunnen worden doorlopen door eensoftkey of cursortoets ingedrukt te houden. Normaal veranderteen selectie n keer door elke druk op de toets. Sommigeselecties worden sneller doorlopen als de toets twee of meerseconden wordt ingedrukt. Dit is nuttig bij het doorlopen van eenlijst met selecties, zoals een lijst met opgeslagen metingen.6
  • Page 17

    True-rms Digital MultimetersKenmerkenTabel 3. Functies van displayDisplayDe functies van het display in afbeelding 2 worden in tabel 3 envolgende delen beschreven.761011123.45 VAC8:10pmREL50100200300AutoHOLDSaveASoftkeylabelsGeven de functie van de toets netonder het label aan.BBargraphAnaloog display van hetingangssignaal (zie Bargraph voormeer informatie).CRelatiefGeeft aan dat de weergegevenwaarde relatief is aan eenreferentiewaarde.DMintekenGeeft een negatieve aflezing aan.EBliksemflitsGeeft aan dat er gevaarlijkespanning bij de ingang van de meteraanwezig is.FCommunicatie opafstandGeeft aan dat er activiteit over decommunicatieverbinding is.GBatterijniveauGeeft het oplaadniveau van de zesAA-batterijen aan.HTijdGeeft de tijd van de interne klokaan.IModusindicatorsGeeft de modus van de meter aan.13AutoSAVE14mVACCrest Factor4005 mVDCAuto Range500 VAC60.000 Hz2Functie1206/13/07HOLD123.454398Item1516Setup1est01.epsAfbeelding 2. Functies van displaySymbool7
  • Page 18

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 3. Functies van display (vervolg)Item8FunctieSymboolJMinimeetdisplayToont de bliksemflits (wanneernodig) en de ingangswaardewanneer op het primaire ensecundaire display een menu ofpopupbericht wordt weergegeven.KDatumGeeft de datum van de interne klokaan.LPieperGeeft aan dat de meterpieperaanstaat (dit heeft niets te makenmet de continuteitspieper).MEenhedenGeeft de meeteenheden aan.NHulpeenhedenGeeft eenheidloze metingen aanzoals crestfactor.OBereikindicatorGeeft aan in welk bereik de meterzich bevindt en geeft debereikmodus aan (automatisch ofhandmatig).PSecundair displayToont secundaire meetinformatieover het ingangssignaal.BargraphDe analoge bargraph functioneert zoals de naald op een analogemeter maar zonder door te schieten. De bargraph wordtdertigmaal per seconde bijgewerkt. Aangezien de bargraphsneller wordt bijgewerkt dan het digitale display, is deze nuttig bijhet bijstellen van pieken en nulpunten en bij de waarneming vanzich snel wijzigende ingangen. Voor de functie frequentie,werkcyclus, pulsduur, dBm en crestfactor stelt de bargraph deamplitude van het ingangssignaal (volt of ampre) voor en nietde waarde in het primaire display. De bargraph wordt nietweergegeven voor de functies capaciteit, temperatuur, LoZ,ac+dc, ac boven dc, piek of min max.Voor gelijkspanning, gelijkstroom en alle modi relatief percentagewordt een nulpuntgecentreerde bargraph weergegeven. Voorgelijkspanning en gelijkstroom is het bargraphbereik gelijk aanhet maximum van het geselecteerde bereik. Voor de modusrelatief percentage gaat het bargraphbereik naar 10 %.Het aantal verlichte segmenten geeft de gemeten waarde aan enis relatief aan de volledige schaalwaarde van het geselecteerdebereik. De belangrijkste schaalverdelingen in het bereik van 50 Vac zijn bijvoorbeeld 0, 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45 en 50 Vac. Bij een ingang van 25 V ac worden segmenten tot hetmidden van de schaal weergegeven.Bij waarden die buiten de schaal vallen, verschijnt f rechts vande normale bargraph. Bij de nulpuntgecentreerde bargraphverschijnt e links van de bargraph voor negatieve waarden diebuiten de schaal vallen, en verschijnt f rechts van de bargraphvoor positieve waarden die buiten de schaal vallen.
  • Page 19

    True-rms Digital MultimetersKenmerkenElementen van statusbalkContrast van display regelenDe statusbalk boven aan het meterdisplay bevat indicators voorbatterijniveau, huidige tijd, minimeetdisplay, huidige datum enpieper aan/uit.Als u niet bezig bent met het selecteren van menu-items of hetinvoeren van gegevens en u op 7 of 8 drukt, wordt het contrastrespectievelijk verhoogd of verlaagd.Het minimeetdisplay toont de gemeten waarde van de primairefunctie, als deze waarde nog niet in het paginagebied van hetdisplay is weergegeven. Stel dat het display is bevroren (HOLD),dan geeft het minimeetdisplay continu de (live-)meting van hetingangssignaal en een mini-zweer. Daarnaast knippert hetminimeetdisplay als z (voor ingangswaarden boven 30 V)normaal in het primaire display zou verschijnen, maar verborgenis. Het minimeetdisplay knippert ook wanneer destroommetingen hoger zijn dan het maximale continuestroomniveau (zie specificaties), om te waarschuwen voor heteventueel doorslaan van een stroomzekering.PaginagebiedIn het paginagebied van het display wordt de hoofdinhoud vande meter weergegeven. In het primaire display (bovenste helftvan het paginagebied) wordt de belangrijkste waarde van degeselecteerde functie weergegeven. Het secundaire displaybevat de bargraph en de waarden die eventueel aanvullend opde waarden van de primaire functie worden gemeten. Als defrequentiemeting bijvoorbeeld in V ac is geselecteerd, verschijntde frequentiewaarde in het primaire display en de waarde voorwisselspanning in het secundaire display.SoftkeylabelsLabels voor de vier functiesoftkeys (F1 t/m F4) verschijnen in deonderste rij van het display. Deze labels veranderen afhankelijkvan de functie en/of menuselectie.9
  • Page 20

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 4. Standen van draaiknopDraaiknopSelecteer een primaire meetfunctie door de draaiknop op eenvan de symbolen op de omtrek van de knop te zetten. De metertoont een standaarddisplay voor elke functie (bereik,meeteenheden en modificators). Toetskeuzen die onder eenbepaalde functie worden gemaakt, worden niet overgedragen opeen andere functie. Model 289 heeft twee extra functies: lageohm (Y) en wisselspanning bij lage impedantie (LoZ). Elkestand in afbeelding 3 wordt in tabel 4 beschreven.StanddraaiknopLVTest03.emfAfbeelding 3. Draaiknop10FunctieAc V-meting met lage ingangsimpedantie(alleen model 289)Ac V-metingenAc mV-metingenUDc- en ac+dc-metingenNDc mV-, ac+dc mV- entemperatuurmetingenSWeerstands-, continuteits- engeleidingsmetingenPDiodetest en capaciteitsmetingenAAc, dc en ac+dc A- en mA-metingenXAc, dc en ac+dc A-metingen tot 5000 AYWeerstandsmetingen met bereik van 50e(alleen model 289)
  • Page 21

    True-rms Digital MultimetersKenmerkenTabel 5. IngangsaansluitingenGebruik van ingangsaansluitingenAlle functies behalve stroom maken gebruik van deingangsaansluitingen W en COM. De tweestroomingangen (A en mA/A) worden als volgt gebruikt:AansluitingAansluitingen en COM voor stroom van 0 tot 400 mA.AAansluitingen A en COM voor stroom van 0 tot 10 A.OmschrijvingIngang voor het meten van stroom van 0 Atot 10,00 A (20 A overbelasting gedurende30 seconden aan, 10 minuten uit),frequentie en werkcyclus.Ingang voor stroommetingen van 0 A tot400 mA, frequentie en werkcyclus.COMTerugvoeraansluiting voor alle metingen.Ingang voor het meten van spanning,continuteit, weerstand, diodetest,geleiding, capaciteit, frequentie,temperatuur, periode en werkcyclus.est04.emfAfbeelding 4. Ingangsaansluitingen11
  • Page 22

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 6. Batterijniveau-indicatorMetervoeding regelenDe meter wordt gevoed door zes AA-batterijen en wordt geregelddoor een aan/uit-schakelaar op het voorpaneel en interne circuitsdie dienen om batterijvoeding te besparen. Hieronder wordendiverse technieken beschreven om de metervoeding te regelen.Meter handmatig aan- en uitzettenDruk terwijl de meter uitstaat op O om de meter aan te zetten.Druk terwijl de meter aanstaat op O om de meter uit te zetten.NBVerzamelde gegevens worden onthouden wanneer demeter wordt uitgezet in de modus registratie, MINMAX-registratie of piekregistratie. De volgende keerdat de meter wordt aangezet, toont het display deverzamelde gegevens in gestopte modus. Sla degegevens op door de softkey met het label Save in tedrukken.Batterijniveau-indicatorDe batterijniveau-indicator in de linkerbovenhoek van het displaygeeft de relatieve staat van de batterijen weer. Tabel 6 beschrijftde diverse batterijniveaus die door de indicator wordenaangegeven.12SymboolBatterijcapaciteitBVolle capaciteitC capaciteitD capaciteitE capaciteit[1]FBijna leeg (minder dan n dag)[1] Als de batterijen zo goed als leeg zijn, verschijnt 15seconden voordat de meter wordt uitgeschakeld, een popupbericht met de melding dat de batterijen moeten wordenvervangen (Replace batteries).De meter meldt dat de batterijen bijna op zijn (Batteries low)wanneer een geselecteerde functie niet kan worden uitgevoerdomdat het batterijniveau te laag is.Automatische uitschakelingDe meter wordt automatisch uitgeschakeld als u gedurende15 minuten (standaard) de draaiknop niet verzet of geen toetsindrukt. Druk op O om de meter na automatische uitschakelingweer aan te zetten. Als u de time-outperiode wilt veranderen ofautomatische uitschakeling helemaal niet wilt gebruiken,zie danTime-outs voor achtergrondverlichting en automatischeuitschakeling instellen verder in deze gebruiksaanwijzing.
  • Page 23

    True-rms Digital MultimetersBereik selecterenBatterijbesparingsmodusAchtergrondverlichting regelenAls automatische uitschakeling aanstaat (ingesteld op eentijdsperiode) en MIN MAX-registratie, piekregistratie, registratieof AutoHold aanstaat, gaat de meter over op eenbatterijbesparingsmodus wanneer u gedurende een bepaaldetijdsperiode geen druktoets indrukt of de draaiknop niet verzet.Voor de registratiemodus is de tijdsperiode vijf minuten. Voor demodus MIN MAX, piek en AutoHold is de tijdsperiode gelijk aande voor automatische uitschakeling ingestelde periode. ZieTime-outs voor achtergrondverlichting en automatischeuitschakeling instellen verder in deze gebruiksaanwijzing. Debatterijbesparingsmodus bespaart batterijvoeding door circuits(met inbegrip van het display) die niet voor de geselecteerdefunctie nodig zijn, uit te schakelen. Het ledje rond de aan/uitschakelaar (O) blijft echter knipperen om duidelijk te maken datde meter nog bezig is met het verzamelen van gegevens.Als het moeilijk wordt om het display te lezen in omstandighedenmet weinig licht, druk dan op G om de lcd-achtergrondverlichtingte activeren. De toets voor de achtergrondverlichting doorlooptdrie standen: laag, hoog en uit. De meter geeft een bericht weerals de wijziging van de achtergrondverlichting niet kan wordenuitgevoerd omdat het batterijniveau te laag is.De meter ontwaakt uit de batterijbesparingsmodus onder devolgende omstandigheden:Er wordt een toets ingedrukt.De draaiknop wordt verzet.Een kabel wordt verwijderd uit of aangesloten op eenstroomingang.Het bereik van de meter verandert.IR-communicatie begint.Deze omstandigheden activeren de meter, maar veranderen defunctie of werkmodus van de meter niet.Om de batterijen langer te doen meegaan, regelt een instelbaretime-out hoe lang de achtergrondverlichting aanblijft. Destandaard time-out is 5 minuten. Zie Time-outs voorachtergrondverlichting en automatische uitschakeling instellenverder in deze gebruiksaanwijzing om de time-out te veranderen.Bereik selecterenHet geselecteerde bereik van de meter wordt altijd weergegevenboven het rechteruiteinde van de bargraph als de bereikindicator.Als u R indrukt, wisselt de meter tussen handmatig enautomatisch bereik en doorloopt de meterbereiken wanneerhandmatig bereik aanstaat.NBU kunt R niet gebruiken in de functies geleiding,diodetest, LoZ, lage ohm en temperatuur. Al dezefuncties gebruiken een vast bereik.In automatisch bereik selecteert de meter het laagste bereik omhet ingangssignaal met de hoogste beschikbare precisie(resolutie) weer te geven. Als handmatig bereik al aanstaat,houdt u R n seconde ingedrukt om naar de automatischebereikmodus over te schakelen.13
  • Page 24

    287/289GebruiksaanwijzingAls automatisch bereik aanstaat, drukt u op R om naarhandmatig bereik over te schakelen. Door elke extra druk op detoets R wordt de meter op het volgende hogere bereikingesteld. Als de meter zich echter reeds in het hoogste bereikbevindt, wordt het bereik ingesteld op het laagste bereik.FunctiemenusBij elke primaire meetfunctie (draaiknopstand) behoort eenaantal optionele subfuncties of modi die worden opgeroependoor de softkey met het label Menu (F1) in te drukken.Afbeelding 5 toont een typisch menu.MenuVACRELPeak, CFRELHz, %, mSdBmdBVREL%Closeest05.epsAfbeelding 5. FunctiemenuDe menuselectie wordt aangeduid door het volle zwartevierkantje (hierna de menuselector) links van een menu-item.Gebruik de vier cursortoetsen (5 6 7 8) om de menuselectornaast een menu-item te zetten. Terwijl de menuselector demenu-items doorloopt, veranderen de vier softkeys en hun labelsnaargelang van de functies en/of modi die voor hetgeselecteerde menu-item beschikbaar zijn.14Het voorbeeldmenu in afbeelding 5 toont de functie REL (relatief)als de huidige selectie. De functie die is geselecteerd wanneerhet menu wordt geopend, is de functie die was geselecteerd toenhet menu het laatst is gebruikt. Om van het REL-item naar hetHz menu-item te gaan, drukt u achtereenvolgens eenmaal op 6en 7. . Naargelang de menuselector de menu-items doorloopt,veranderen de softkeylabels om de functie van elke softkey weerte geven. Zodra de gewenste functie of modus in een van desoftkeylabels verschijnt, drukt u op de geschikte softkey om dezete activeren. Het pop-upmenu wordt gesloten en het displayverandert in overeenstemming met de net gemaakte selectie.Het indrukken van de softkey met het label Close sluit het popupmenu en laat de meter in de staat waarin die zich bevondvoordat u de softkey Menu indrukte.In de meeste gevallen werken de door de menuselectieopgeroepen softkeys als wisseltoetsen. Het in afbeelding 5getoonde voorbeeldmenu toont de softkeys REL, REL% enClose . In dit voorbeeld bevindt de meter zich niet in derelatiefmodus. Door de softkey met het label REL in te drukken,kunt u dan (schakelt u over naar) de relatiefmodus activeren. Alsde meter zich echter reeds in de relatiefmodus bevindt, kunt udeze functie uitschakelen door de softkey met het label REL in tedrukken.In sommige gevallen wordt door het indrukken van een functiedie niet met andere functies kan worden gebruikt, de eerdergeselecteerde functie uitgeschakeld. Als de meter in afbeelding 5zich bijvoorbeeld al in de relatieffunctie bevindt en u REL%indrukt, dan zet de meter de relatieffunctie uit en verschijnt hetrelatieve percentage.Als er meerdere modi zijn geselecteerd en u het eerste menuitem (bovenaan links) indrukt, worden alle andere functies enmodi uitgezet en keert de meter terug naar de met de draaiknop
  • Page 25

    True-rms Digital MultimetersFunctie Input Alertgeselecteerde primaire functie. Stel dat de meter is ingesteld opfrequentie (Hz) en de relatiefmodus is geselecteerd in het menu(zie afbeelding 5). Als u de menuselector nu op het menu-itemmet het label VAC zet en de softkey met het label VAC indrukt,worden de selecties frequentie en relatief verwijderd en is demeter alleen op V ac ingesteld.Menuselecties worden voor elke draaiknopstand onthouden. Zowordt door het selecteren van REL voor de V ac-stand, RELgeselecteerd de volgende keer dat het menu in V ac wordtgeopend, zelfs als daartussen Hz,%,ms was geselecteerd in eengelijksoortig menu voor de functie mV ac.Op elk willekeurig moment worden er maximaal twee kolommenmet elk vier items weergegeven. Als er meer dan acht menuitems voor een primaire functie beschikbaar zijn, verschijnt g inde linkerbenedenhoek van het paginagebied van het display,waarmee wordt aangegeven dat er meer menu-itemsbeschikbaar zijn. Als de menuselector naast een item in delinkerkolom staat, drukt u op 5 om horizontaal door het scherm teschuiven en de niet op het scherm staande menu-items weer tegeven. Als de menuselector naast een item in de rechterkolomstaat, drukt u op 6 om de niet op het scherm staande menuitems weer te geven.Functie Input AlertXWWaarschuwingOm beschadiging van de circuits en het mogelijkdoorslaan van de stroomzekering van de meter tevoorkomen, mogen de probes niet over (parallelmet) een onder stroom staand circuit wordenaangelegd wanneer een kabel in eenstroomaansluiting steekt. Dit leidt tot kortsluitingomdat de weerstand door de stroomaansluitingenvan de meter zeer laag is.Als een meetkabel op de mA/A of A aansluiting is aangesloten,maar de draaiknop niet op de juiste stroomstand is ingesteld,geeft de pieper een waarschuwend geluidssignaal en verschijntLeads connected incorrectly (kabels onjuist aangesloten) in hetdisplay. De bedoeling van deze waarschuwing is u ervan teweerhouden spanning, continuteit, weerstand, capaciteit ofdiodewaarden te meten als de meetkabels in eenstroomaansluiting steken.Gebruik van Info-toetsTijdens het gebruik van de meter is het mogelijk dat u meerinformatie over een geselecteerde functie, over een toets op hetvoorpaneel of over een menu-item wenst. Druk op I om eeninformatievenster te openen met een lijst met onderwerpen overde functies en modificators die beschikbaar zijn op het momentdat u de toets indrukt. Elk onderwerp verstrekt een kortetoelichting over een functie of kenmerk van de meter.De informatie die via I wordt weergegeven, is niet bedoeldals vervanging van de meer gedetailleerde informatie in deze15
  • Page 26

    287/289Gebruiksaanwijzinggebruiksaanwijzing. Toelichtingen bij functies en kenmerken zijnkort en uitsluitend bedoeld om het geheugen van de gebruiker opte frissen.Het aantal weergegeven informatieonderwerpen kan op elkgegeven moment het displaygebied overschrijden. Gebruik desoftkeys met het label Next en Prev om de onderwerpen tedoorlopen. Gebruik de softkey met het label More of 7 en 8 omscherm na scherm door de informatie te bladeren.Als u de softkey met het label Close of I indrukt, wordt hetinformatievenster gesloten.Modus Hold en AutoHoldDruk op H om het display voor een bepaalde functie tebevriezen. Alleen het minimeetdisplay en het symbool voorgevaarlijke spanning (z) gaan door met het aangeven van dewerkelijke ingang. De batterijniveau-indicator is eveneens actief.De softkeys van de meter hebben nu nieuwe labels, namelijkvoor het opslaan van de bevroren aflezing of voor de activeringvan de modus AutoHold.Als u H indrukt terwijl MIN MAX-registratie, piekregistratie ofeen registratiesessie aan de gang zijn, bevriest het display, maargaat de gegevensverwerving door op de achtergrond. Als unogmaals H indrukt, wordt het display bijgewerkt inovereenstemming met de gegevens die tijdens de bevriezing zijnverworven.Als u de softkey met het label AutoHOLD indrukt, wordtAutoHold geactiveerd als de meter zich niet in de modus piek,MIN MAX of registratie bevindt. Met AutoHold wordt hetingangssignaal gemonitord en het display bijgewerkt. Ook wordteen geluidssignaal gegeven (als de pieper aanstaat) bij elke16detectie van een nieuwe stabiele meting. Een meting is stabielals hij gedurende ten minste n seconde niet meer afwijkt daneen geselecteerd, instelbaar percentage (AutoHold-drempel) Demeter filtreert openkabelcondities uit, zodat de meetkabelstussen meetpunten kunnen worden verplaatst zonder dat dit totbijwerking van het display leidt.NBVoor temperatuurmetingen is de AutoHold-drempeleen honderdste van 100 graden. De standaardAutoHold-drempel is 4% van 100 graden, of 4 gradenCelsius of Fahrenheit.Als u tijdens de modus AutoHold H indrukt, wordt hetmeterdisplay met de huidige meting bijgewerkt, net alsof eenstabiele meting zou zijn gedetecteerd.Om de AutoHOLD-drempelwaarde in te stellen, drukt u op desoftkey met het label Setup om het setupmenu op te roepen.Plaats met de cursortoetsen de menuselector naast het menuitem met het label Recording en druk op de softkey met hetlabel Recording om het registratiesetupscherm te openen.Plaats met de cursortoetsen de menuselector naast het menuitem met het label Event Threshold for AutoHOLD en drukvervolgens op de softkey met het label Edit. Druk op 7 of 8 omdoor de AutoHold-drempelwaarden te bladeren. Als u degewenste waarde geselecteerd heeft, drukt u op de softkey methet label Close.Crestfactor metenCrestfactor is een maat van signaalvervorming en wordtberekend als de verhouding van de piekwaarde tot de rms-
  • Page 27

    True-rms Digital MultimetersMinimum- en maximumwaarden vastleggenwaarde van het signaal. Dit is een belangrijke meting voorproblemen in verband met de kwaliteit van de voeding.De crestfactorfunctie van de meter is alleen beschikbaar voor deac-metingen: V ac, mV ac, A ac, mA ac en A ac. Terwijl demeter in een van de ac-meetfuncties staat, drukt u op de softkeymet het label Menu. Zet de menuselector daarna op het menuitem met het label Peak,CF en druk op de softkey met het labelCF. De crestfactorwaarde verschijnt in het primaire display en deac-meting in het secundaire display. Frequentie, werkcyclus enpulsduur zijn niet beschikbaar tijdens het meten van decrestfactor.Minimum- en maximumwaardenvastleggenDe modus MIN MAX-registratie legt minimum-, gemiddelde enmaximumingangswaarden vast. Als de ingangswaarde lager dande geregistreerde minimumwaarde of hoger dan degeregistreerde maximumwaarde is, geeft de meter een pieptoonen wordt de nieuwe waarde geregistreerd. Tegelijk wordt ook detijd die sinds het begin van de registratiesessie is verstreken,opgeslagen. De modus MIN MAX kan ook het gemiddelde vanalle aflezingen berekenen die sinds de activering van de modusMIN MAX zijn verkregen.Deze modus dient om intermitterende aflezingen vast te leggen,minimum- en maximumaflezingen zonder toezicht te registrerenof aflezingen te registreren als het bedienen van apparatuur hetonmogelijk maakt om de meter in het oog te houden. De modusMIN MAX is het best voor de registratie van stroomstoten,inschakelstromen en het vinden van intermitterende defecten.De responstijd is de tijdsduur gedurende welke een ingang denieuwe waarde moet aanhouden om te worden vastgelegd alseen mogelijke nieuwe minimum- of maximumwaarde. De meterheeft een MIN MAX-responstijd van 100 milliseconden. Zo wordteen stroomstoot vastgelegd die 100 milliseconden duurt, maareen stroomstoot die slechts 50 milliseconden duurt, wordtwellicht niet vastgelegd op zijn werkelijke piekwaarde. Zie deMIN MAX-specificatie voor nadere informatie.De werkelijke gemiddelde waarde die wordt weergegeven, is hetrekenkundige gemiddelde van alle aflezingen die sinds het beginvan de registratie zijn verkregen (er wordt geen rekeninggehouden met overbelastingswaarden). De gemiddelde aflezingis nuttig voor het afvlakken van instabiele ingangen, hetberekenen van het stroomverbruik of het schatten van hettijdspercentage dat een circuit actief is.NBBij ingangssignalen die ruis hebben of snelveranderen, kunt u de modus Afvlakken inschakelenom een stabielere aflezing weer te geven. Zie hethoofdstuk De modus Afvlakken in- en uitschakelen,verderop in deze gebruiksaanwijzing.Om de batterijen tijdens de MIN MAX-registratie langer te doenmeegaan, gaat de meter over op een batterijbesparingsmodus.Zie Time-outs voor achtergrondverlichting en automatischeuitschakeling instellen voor meer informatie over debatterijbesparingsmodus.Druk op M om de modus MIN MAX te activeren. Zoals inafbeelding 6 te zien is, geeft de meter e weer boven aande meetpagina en de begindatum en -tijd van MIN MAX onderaan de pagina. Daarnaast verschijnen de geregistreerde17
  • Page 28

    287/289Gebruiksaanwijzingmaximum-, gemiddelde en minimumwaarden in het secundairedisplay met hun respectieve verstreken tijd.8:10pm06/07/07Min MaxMaximumAverageMinimum127.09119.50110.23Auto Range500 VAC00:03:17VAC01:10:09VACAls u op de softkey met het label Restart drukt terwijl MIN MAXloopt, wordt de MIN MAX-sessie gestopt, worden alle MIN MAXgegevens weggedaan en wordt onmiddellijk een nieuwe MINMAX-registratiesessie gestart.00:59:59Start : 06/07/07 7:00 pmRestartAls u de draaiknop verzet voordat u de MIN MAXregistratiegegevens opslaat, gaan alle verzameldegegevens verloren.Om MIN MAX-schermgegevens op te kunnen slaan, moet deMIN MAX-sessie beindigd zijn door het indrukken van desoftkey met het label Stop. Druk vervolgens op de softkey methet label Save. Er verschijnt een dialoogvenster, waarin u destandaardnaam voor opslag kunt selecteren of een andere naamkunt toewijzen. Druk op de softkey met het label Save om deMIN MAX-schermgegevens op te slaan. MIN MAX kan op ditmoment niet worden voortgezet. Druk op de softkey met hetlabel Close om de MIN MAX-modus af te sluiten.119.81 VACVACNBStopest42.epsAfbeelding 6. Display met MIN MAX-registratieDruk op M of op de softkey met het label Stop om een MINMAX-registratiesessie te beindigen. De overzichtsinformatie inhet display bevriest en de functie van de softkeys verandertzodat u de verzamelde gegevens kunt opslaan. Druk nogmaalsop M of op de softkey met het label Close om de MIN MAXregistratiesessie af te sluiten zonder de verzamelde gegevens opte slaan.Piekwaarden vastleggenPiekregistratie is bijna hetzelfde als MIN MAX-registratie (ziehierboven). Het significante verschil tussen de tweeregistratiefuncties is de kortere responstijd voor piekregistratie:250 s. Met deze korte responstijd zijn de werkelijkepiekwaarden van een sinusvormig signaal meetbaar.Stootspanningen worden nauwkeuriger gemeten met gebruikvan de functie piekregistratie.Druk op de softkey met het label Menu om de piekmodus teactiveren. Plaats de menuselector naast het menu-item met hetlabel Peak,CF of Peak. Druk op de softkey met het label Peakom de piekregistratiesessie te starten.18
  • Page 29

    True-rms Digital MultimetersPiekwaarden vastleggen8:10pmDruk op de softkey met het label Stop om depiekregistratiesessie te beindigen. De overzichtsinformatie inhet display bevriest en de functie van de softkeys verandertzodat u de verzamelde gegevens kunt opslaan. Druk op desoftkey met het label Close om de piekregistratiesessie af tesluiten zonder de verzamelde gegevens op te slaan.06/07/07Peak119.8 VAC168.2Average118.9Peak Min -173.9Peak MaxVAuto Range500 VACNB00:03:17Als u de draaiknop verzet voordat u depiekregistratiegegevens opslaat, gaan alle verzameldegegevens verloren.VAC01:10:59V01:10:09Start : 06/07/07 7:00 pmRestartStopest43.epsAfbeelding 7. Display voor piekregistratieHet primaire display geeft de live-meting bij de ingangen van demeter weer (zie afbeelding 7). Het secundaire display geeft demaximum- en minimumpiekwaarden en de gemiddelde waardenmet hun respectieve tijdstempels weer. Het tijdstempel naast degemiddelde waarde geeft de verstreken tijd van depiekregistratiesessie weer. De begintijd van depiekregistratiesessie staat onder aan het paginagebied van hetdisplay.Als de piekwaarde van het ingangssignaal lager dan degeregistreerde minimumwaarde of hoger dan de geregistreerdemaximumwaarde is, geeft de meter een pieptoon en wordt denieuwe waarde geregistreerd. Tegelijk wordt ook de tijd die sindshet begin van de piekregistratiesessie is verstreken, opgeslagenals het tijdstempel van de geregistreerde waarde.Om de piekschermgegevens op te kunnen slaan, moet depiekvastleggingssessie beindigd zijn door het indrukken van desoftkey met het label Stop. Druk vervolgens op de softkey methet label Save. Er verschijnt een dialoogvenster, waarin u destandaardnaam voor opslag kunt selecteren of een andere naamkunt toewijzen. Druk op de softkey met het label Save om depiekschermgegevens op te slaan. De piekvastlegging kan op ditmoment niet worden voortgezet. Druk op de softkey met hetlabel Close om de piekvastleggingsmodus af te sluiten.Als u op de softkey met het label Restart drukt terwijl depiekregistratiesessie loopt, wordt de sessie gestopt, worden allegeregistreerde piekgegevens weggedaan en wordt onmiddellijkeen nieuwe piekregistratiesessie gestart.Bij het bekijken van opgeslagen registraties zienpiekregistratiesnapshots er hetzelfde uit als gestoptepiekregistraties. Gebruik daarom de verstreken tijd (tijdstempelgemiddelde waarde) om de registraties van elkaar teonderscheiden.Om de batterijen tijdens de piekregistratie langer te doenmeegaan, gaat de meter over op een batterijbesparingsmodus19
  • Page 30

    287/289Gebruiksaanwijzingna het verstrijken van de periode die voor de functieautomatische uitschakeling is ingesteld. Zie Time-outs voorachtergrondverlichting en automatische uitschakeling instellenvoor meer informatie over de batterijbesparingsmodus.Laagdoorlaatfilter (alleen model 289)De meter is uitgerust met een ac-laagdoorlaatfilter. Tijdens hetmeten van ac-spanning, of V ac-frequentie, drukt u op de softkeymet het label Menu om het functiemenu te openen en zet u demenuselector naast het item l. Druk vervolgens op desoftkey met het label l om de modus laagdoorlaatfilter aan(l verschijnt) en uit te zetten.XWWaarschuwingOm foutieve aflezingen te voorkomen die totelektrische schok of lichamelijk letsel kunnenleiden, mag u de aanwezigheid van gevaarlijkespanning niet aan de hand van de optielaagdoorlaatfilter controleren. De aanwezigespanning is mogelijk hoger dan de afgelezenwaarde. Controleer eerst of er geen gevaarlijkespanning aanwezig is door de spanning te metenzonder het filter. Selecteer vervolgens defilterfunctie.De meter gaat door met het verrichten van metingen in degekozen ac-modus, maar het signaal gaat nu door een filter datongewenste spanningen boven 1 kHz blokkeert (zieafbeelding 8). Het laagdoorlaatfilter kan de meetprestatiesverbeteren bij samengestelde sinusgolven die gewoonlijk doorgelijkstroom-wisselstroomomzetters en motoraandrijvingen metvariabele frequentie worden opgewekt.20NBIn de modus laagdoorlaatfilter schakelt de meter overop de handmatige modus. Selecteer bereiken doorR in te drukken. Automatisch bereik is nietbeschikbaar wanneer de functie laagdoorlaatfilteraanstaat.1 kHz100 Hzaom11f.epsAfbeelding 8. Laagdoorlaatfilter
  • Page 31

    True-rms Digital MultimetersRelatieve metingenRelatieve metingenDe meter geeft berekende waarden weer op basis van eenopgeslagen waarde als de meter zich in de modus relatief ofrelatief percentage bevindt. Afbeelding 9 toont de functieswaarvoor de twee relatiefmodi beschikbaar zijn. Daarnaast zijnde twee relatiefmodi beschikbaar in frequentie, werkcyclus,pulsduur, crestfactor en dB.of REL%. De waarde die wordt gemeten op het moment dat Relof Rel % wordt aangezet, wordt als de referentiewaardeopgeslagen en in het secundaire display weergegeven. Dehuidige of live-meting gaat naar het secundaire display terwijlhet primaire display het verschil tussen de huidige meting en dereferentiewaarde weergeeft: in meeteenheden voor REL en alspercentage voor REL %.Als relatief percentage aanstaat, is de bargraph eennulpuntgecentreerde bargraph die het percentageverschilaangeeft. Het bereik van de bargraph is beperkt tot 10 %, maarhet display gaat naar 999,9 %. Bij 1000 % of meer geeft hetdisplay OL (overbelasting) weer. Als de referentiewaarde 0 is,geeft het display OL weer.Met de uitzondering van dB-metingen is het bereik ingesteld ophandmatig en kan het niet worden gewijzigd. Zowel automatischen handmatig bereik zijn mogelijk bij het verrichten van relatievedB-metingen.Als relatief wordt aangezet tijdens dBm- of dBV-metingen,veranderen de weergegeven eenheden in dB.est29.epsAfbeelding 9. Functies waarvoor relatiefmodibeschikbaar zijnIn de modus relatief of relatief percentage geeft de softkeylabelvoor F3 REL of REL% aan, afhankelijk van welke van de tweemodi op dat moment niet is geselecteerd. De F3-toets werkt alswisseltoets en schakelt heen en weer tussen de twee modi. Als ude draaiknop tussen V en mV draait tijdens de modus relatiefdBm of dBv, wordt de dB-meting niet uitgeschakeld. Dit maaktcontinue metingen over een groot ingangsspanningsbereikmogelijk.Druk op de softkey met het label 9Menu om de modi relatief ofrelatief percentage te activeren tijdens een van de functiesin afbeelding . Zet de menuselector naast het menu-item methet label REL. Druk vervolgens op de softkey met het label REL21
  • Page 32

    287/289GebruiksaanwijzingMetingen verrichtenDe volgende gedeelten beschrijven hoe u metingen met demeter kunt verrichten.Wisselspanning metenDe meter geeft wisselspanningsmetingen weer als rms (rootmean square)-aflezingen. De rms-waarde is de equivalente dcspanning die in een weerstand dezelfde hoeveelheid warmte alsde gemeten spanning zou produceren. Aflezingen van true-rmszijn nauwkeurig voor sinusgolven en andere golfvormen (zonderdc-nulpuntsafwijking), zoals blokgolven, driehoekgolven entrapgolven. Zie Ac- en dc-signalen meten verder in dezegebruiksaanwijzing voor ac-met-dc-nulpuntsafwijking.Zet de draaiknop van de meter op V of T en stel de meter inzoals in afbeelding 10 om wisselspanning te meten.De wisselspanningsfunctie van de meter beschikt over eenaantal modi die nadere gegevens over een ac-signaalverstrekken. Druk op de softkey met het label Menu om eenmenu met items te openen dat kan worden gebruikt om deelementaire wisselspanningsmeting aan te passen. Zie hettoepasselijke gedeelte in deze gebruiksaanwijzing voor nadereinformatie over elk menu-item.Druk op de softkey met het label Menu om alle modi teverwijderen en terug te keren naar de elementairewisselspanningsmeting. Zet de menuselector naast het item methet label VAC. Druk op de softkey met het label VAC om allefuncties en modi te verwijderen.esz07.epsAfbeelding 10. Wisselspanning meten22
  • Page 33

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichten8:10pmLoZ gebruiken voor spanningsmetingen (alleenmodel 289)WLet opGebruik de modus LoZ niet om de spanning temeten in circuits die door de lageingangsimpedantie (3 k) van deze modusbeschadiging kunnen oplopen.In LoZ zijn R en M niet beschikbaar. Er zijn geenaanvullende modi voor deze functie en de softkey met het labelMenu is daarom ook niet beschikbaar.dB-metingenDe meter kan spanning weergeven als een dB-waarde: relatiefaan 1 milliwatt (dBm), een referentiespanning van 1 V (dBV) ofeen instelbare referentiewaarde. Zie Een speciale dBmreferentie instellen verder in deze gebruiksaanwijzing.dBm41.830100200300400Auto Range500 VAC123.45 VACOm fantoomspanningen uit te sluiten legt de functie LoZ eenlage impedantie over de kabels aan om zo nauwkeurigermetingen te verkrijgen.Zet de draaiknop op Lom een LoZ-meting te verrichten. Demeter geeft de wisselspanning in het primaire display en degelijkspanning in het secundaire display weer. Tijdens hetverrichten van LoZ-metingen wordt het bereik van de meter op1000 V ingesteld in de modus handmatig bereik.06/13/071000MenuSaveReferenceRefSetupest08.epsAfbeelding 11. dBm-displayZet de draaiknop op Vof T en druk op de softkey met het labelMenu om de meter in te stellen op de weergave van waarden indBm. Zet de menuselector naast het menu-item met het labeldBm. Druk op de softkey met het label dBm. De menuselectiedBm, Hz vervangt het secundaire display (123,45 VAC inafbeelding 11) door de frequentiemeting. Allespanningsmetingen worden weergegeven als dBm-waarde (zieafbeelding 11).Een dBm-meting moet een referentie-impedantie (weerstand)gebruiken om een dB-waarde op basis van 1 milliwatt teberekenen. Bij de standaardinstelling 600 wordt de referentieimpedantie niet weergegeven tijdens het meten van dBm. Bij eenandere instelling dan 600 wordt de referentie-impedantie netboven de softkeylabels weergegeven.23
  • Page 34

    287/289GebruiksaanwijzingOm een andere referentiewaarde te selecteren, drukt u op desoftkey met het label Ref . Druk op 7 of 8, om de negenvoorgedefinieerde referentiewaarden te doorlopen: 4, 8, 16, 25,32, 50, 75, 600 en 1000. Stel de referentiewaarde in door desoftkey met het label OKin te drukken. Zie Een speciale dBmreferentie instellen verder in deze gebruiksaanwijzing om eenspeciale referentie-impedantie toe te voegen.Een dBV-meting vergelijkt de huidige meting met eenreferentiespanning van 1 V. Het verschil tussen de twee acsignalen wordt weergegeven als een dBV-waarde. De referentieimpedantie is geen onderdeel van een dBV-meting.Zet de draaiknop op V of T om een dBV-meting te verrichtenen leg de meetkabels aan op de te meten spanning. Drukvervolgens op de softkey met het label Menu. Zet demenuselector naast het menu-item met het label dBV en druk opde softkey met het label dBV. De meter geeft de spanning weerin dBV.Om de functie dBV of dBm af te sluiten, drukt uachtereenvolgens op de softkey met het label Menu en desoftkey met het label dBV of dBm, al naargelang vantoepassing. De selectie van een van de andere modificators,zoals ms, % of CF , annuleert eveneens dBV of dBm.24
  • Page 35

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenGelijkspanning metenDe meter geeft gelijkspanningswaarden en hun polariteit weer.De bargraph voor gelijkspanningsmetingen is eennulpuntgecentreerde bargraph. Bij positieve gelijkspanning wordtde bargraph rechts van het midden gevuld. Bij negatievegelijkspanning wordt de bargraph links van het midden gevuld.Zet de draaiknop op de stand U of N om een gelijkspanning temeten (zie afbeelding 12).De gelijkspanningsfunctie van de meter beschikt over een aantalmodi die nadere gegevens over een dc-signaal verstrekken.Druk op de softkey met het label Menu om een menu met itemste openen dat kan worden gebruikt om de elementairegelijkspanningsmeting aan te passen. Zie het toepasselijkegedeelte in deze gebruiksaanwijzing voor nadere informatie overelk menu-item.8:10pm06/13/079.752-50-40 -30 -20 -10MenuSave0102030VDCAuto Range40 50 VDCSetupVDruk op de softkey met het label Menu om alle modi teverwijderen en terug te keren naar de elementairegelijkspanningsmeting. Zet de menuselector naast het item methet label VDC. Druk op de softkey met het label VDC om allefuncties en modi te verwijderen.est09.epsAfbeelding 12. Gelijkspanning meten25
  • Page 36

    287/289GebruiksaanwijzingAc- en dc-signalen metenDe meter kan ac- en dc-signaalcomponenten (spanning ofstroom) weergeven als twee afzonderlijke aflezingen of als ngecombineerde ac+dc (rms)-waarde. De meter toont ac- en dccombinaties op drie manieren (zie afbeelding 13): ac boven dc(ac,dc), dc boven ac (dc,ac) en ac gecombineerd met dc (ac+dc).Selecteer een van deze drie weergaven met gebruik van hetfunctie- en modusmenu.Zet de draaiknop op U, N, A, of X, en druk op desoftkey met het label Menu. Zet de menuselector naast hetmenu-item met het label AC+DC. Er verschijnen nu drieverschillende softkeylabels AC+DC (F1), AC,DC (F2), en DC,AC(F3). Druk op de softkey die correspondeert met de gewensteweergave van deze twee signalen.Als een van de drie modi ac+dc is geselecteerd, zijnpiekmetingen, frequentie, werkcyclus en periodemetingen nietbeschikbaar. Daarnaast zijn ook MIN MAX, relatief en relatief %niet beschikbaar in de modus ac,dc of dc,ac.NBDe bargraph wordt niet weergegeven als de meter zichin een van de drie modi ac+dc bevindt.esz30.epsAfbeelding 13. Ac- en dc-displayBij gebruik van de modus ac+dc zijn handmatig en automatischbereik beschikbaar. Hetzelfde bereik wordt gebruikt voor zowel26ac- als dc-signalen. Bij automatisch bereik verhoogt het bereikechter wanneer het ac- of dc-signaal hoger is dan het huidige
  • Page 37

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenbereik. Het bereik verlaagt pas als zowel het ac- als dc-signaalonder 10% van het huidige bereik daalt. Voor ac+dc wordt hetbereik geregeld door de onderliggende waarden van de ac- endc-signalen en niet door de som ac+dc.Druk op de softkey met het label Menu en selecteer destandaardmodus voor de geselecteerde functie om de modusac+dc af te sluiten. Voor de functies dc V en dc mV zet u demenuselector naast VDC en drukt u op de softkey met het labelVDC. Voor de stroomfunctie zet u de menuselector naast hetmenu-item AC,DC en drukt u op de softkey AC of DC .27
  • Page 38

    287/289GebruiksaanwijzingTemperatuur metenXWWaarschuwingOm het risico van brand of elektrische schok tevoorkomen, mag het thermokoppel niet op onderstroom staande circuits worden aangesloten.De meter gebruikt een 80BK-A gentegreerde DMMtemperatuurprobe of een andere temperatuurprobe van het typeK voor het meten van de temperatuur. Stel de meter in zoals inafbeelding 14om de temperatuur te meten. Druk op de softkeymet het label Menu en zet de menuselector naast het menu-itemmet het label Temp. Druk op de softkey met het label F voortemperatuur in Fahrenheit of op C voor Celsius.NBBij een meter die geclassificeerd is als SI kunt u geenF kiezen.Het primaire display toont normaal de temperatuur of het berichtOpen Thermocouple (open thermokoppel). Het bericht over hetopen thermokoppel wordt wellicht veroorzaakt door eenonderbroken (open) probe of omdat er geen probe in deingangen van de meter is geplaatst. Als de W - en COM aansluitingen worden kortgesloten, verschijnt de temperatuur bijde meteringangen in het display.NBR is niet beschikbaar als de meter op detemperatuurfunctie is ingesteld.28esz17.epsAfbeelding 14. Temperatuur meten
  • Page 39

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenDruk op de softkey met het label Offset om een temperatuurnulpuntsafwijking in te voeren. Er verschijnt een berichtenvakmet de huidige nulpuntsafwijking. Plaats de cursor met 6 en 5 opeen van de cijfers of het polariteitssymbool. Doorloop dewaarden voor elk cijfer in de nulpuntsafwijking met 7 en 8 ofschakel tussen een + of afwijking. Als de gewenste waardewordt weergegeven, drukt u op de softkey met het label OK omde temperatuur-nulpuntsafwijking in te stellen. Als de waarde isingesteld op iets anders dan 0.0, verschijnt de nulpuntsafwijkingin het secundaire display.Weerstand metenWLet opOm eventuele beschadiging aan de meter of de tetesten apparatuur te voorkomen, moet u de stroomnaar het circuit uitschakelen en allehoogspanningscondensators ontladen voordat ude weerstand meet.De meter meet weerstand (tegenstand tegen stroom) in ohm ().Dit wordt verkregen door een kleine stroom door de meetkabelsnaar het te testen circuit te sturen.Houd met het volgende rekening bij het meten van weerstand.Aangezien de teststroom van de meter door alle mogelijke banentussen de tippen van de probe stroomt, is de gemeten waardevan een weerstand in een circuit vaak verschillend van denominale waarde van de weerstand.De meetkabels kunnen een fout van 0,1 t/m 0,2 aan deweerstandsmetingen toevoegen. Om de meetkabels te testen,moet u zorgen dat de tippen van de probe elkaar raken.Vervolgens leest u de weerstand van de meetkabels af. Om dekabelweerstand van de meting uit te sluiten, zorgt u dat de tippenvan de meetkabel elkaar raken en drukt u op de softkey met hetlabel Menu. Zet de menuselector vervolgens naast het menuitem met het label REL en druk op de softkey met het label REL.Alle toekomstige aflezingen tonen nu de weerstand bij de tippenvan de probe.De weerstandsfunctie van de meter beschikt over modi diehelpen met de weerstandsmetingen. Druk op de softkey met hetlabel Menu om een menu met items te openen dat kan wordengebruikt om de elementaire weerstandsmeting aan te passen.Zie het toepasselijke gedeelte in deze gebruiksaanwijzing voornadere informatie over elk menu-item.Zet de draaiknop van de meter op S en stel de meter in zoalsin afbeelding 15om weerstand te meten.29
  • Page 40

    287/289Gebruiksaanwijzingesz11.epsAfbeelding 15. Weerstand meten30
  • Page 41

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenGebruik van de functie Y (alleen model 289)WLet opOm beschadiging aan het te testen circuit tevoorkomen, mag u niet vergeten dat de meterstroom tot 10 mA aanvoert bij een nullastspanningvan maximaal 20 V.De weerstandsaflezing is een ohmfunctiemeting. Voorcontinuteitsovergangen die zeer kort zijn, verschijnt delangzame meetrespons van de meter echter niet in het digitaledisplay. De continuteitsfunctie maakt daarom gebruik van eengrafische indicator voor de aanwezigheid of afwezigheid vancontinuteit. Afbeelding 16 toont de indicator voor kortgesloten enopen circuits.Zet de draaiknop op Y om lage weerstanden met de meter temeten. Deze functie heeft n bereik en R is daarom nietbeschikbaar als de meter op de functie Y is ingesteld.Alleen de functies relatief en relatief percentage werken met defunctie Y . Druk op de softkey met het label Menu om dezetwee functies op te roepen.Continuteit testenWLet opOm eventuele beschadiging aan de meter of de tetesten apparatuur te voorkomen, moet u de stroomnaar het circuit uitschakelen en allehoogspanningscondensators ontladen voordat ude continuteit test.De continuteit is de aanwezigheid van een volledigestroombaan. De continuteitsfunctie spoort intermitterende openen kortgesloten circuits op, ook al duren deze slechts 1 ms. Demeter maakt gebruik van drie indicators voor de aanwezigheiden afwezigheid van continuteit: een weerstandsaflezing, eenindicator voor open/kortgesloten circuit en een pieper.esz36.epsAfbeelding 16. ContinuteitsindicatorZet de draaiknop op S en stel de meter in zoals inafbeelding 17 om de continuteitstest te verrichten. Druk op desoftkey met het label j. In continuteit betekent een kortsluitingeen gemeten waarde van minder dan 8 % van de volledigeschaal voor het bereik van 500 en minder dan 4 % voor deoverige weerstandsbereiken.NBDe meter werkt uitsluitend in handmatig bereikwanneer de continuteitsfunctie is geselecteerd.31
  • Page 42

    287/289Gebruiksaanwijzingesz13.epsAfbeelding 17. Continuteit testen32
  • Page 43

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenOm te veranderen of een pieptoon wordt gegeven bijkortgesloten of open circuits, drukt u op de softkey met het labelMenu. Plaats de menuselector naast het menu-item met hetlabel Beeper en druk op de softkey met het label Short/O.Deze pieptoonselectie Beep on Short of Beep on Open(respectievelijk pieptoon bij kortsluiting en pieptoon bij open)verschijnt net boven de continuteitsindicator. Decontinuteitspieper wordt altijd aangezet als decontinuteitsmodus voor het eerst wordt geopend.Ga als volgt te werk om de continuteitspieper aan of uit tezetten. Druk op de softkey met het label Menu. Plaats demenuselector naast het menu-item met het label Beeper en drukop de softkey met het label Beeper. De status van decontinuteitspieper verschijnt rechts van de weerstandsaflezing,als jwanneer aan en als i wanneer uit. Deze instelling isafhankelijk van de aan/uit-instelling van de meterpieper in hetsetupmenu.Wissel tussen de continuteits- en ohmfuncties door op desoftkey F3 te drukken. F3 heeft altijd het label van de nietingeschakelde functie.33
  • Page 44

    287/289GebruiksaanwijzingGebruik van geleiding voorhogeweerstandstestsGeleiding, het tegenovergestelde van weerstand, is hetvermogen van een circuit om stroom door te laten. Hogegeleidingswaarden betekenen lage weerstandswaarden.De eenheid van geleiding is de siemens (S). Het meterbereik van50 nS meet geleiding in nanosiemens (1 nS =0,000000001 siemens). Omdat zulke kleine geleidingswaardenovereenstemmen met een uiterst hoge weerstand, wordt het nSbereik gebruikt om de weerstand van componenten tot maximaal100.000 M of 100.000.000.000 (1 nS = 1000 M) te bepalen.Zet de draaiknop op S en stel de meter in zoals inafbeelding 18 om geleiding te meten. Zet de menuselector naasthet menu-item met het label Ohms,nS,j en druk op de softkeymet het label nS.Gewoonlijk wordt een restgeleiding afgelezen met openmeetkabels. Om nauwkeurige aflezingen te verkrijgen, drukt u opde softkey met het label Menu. Zet de menuselector naast hetmenu-item met het label REL en druk op de softkey met het labelREL om de restwaarde af te trekken met open meetkabels.NBRis niet beschikbaar wanneer de meter geleidingmeet.est14.epsAfbeelding 18. Geleiding meten34
  • Page 45

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenCapaciteit metenWLet opOm eventuele beschadiging aan de meter of de tetesten apparatuur te voorkomen, moet u de stroomnaar het circuit uitschakelen en allehoogspanningscondensators ontladen voordat ude capaciteit meet. Gebruik degelijkspanningsfunctie om te bevestigen dat decondensator is ontladen.8:10pm06/13/0726.52MenuSaveAuto Range100 uFSetupDe capaciteit is het vermogen van een component om eenelektrische lading op te slaan. De eenheid van capaciteit is defarad (F). De capaciteit van de meeste condensators valt binnenhet nanofarad (nF)- tot microfarad (F)-bereik.De meter meet de capaciteit door de condensator gedurendeeen bekende tijdsperiode met een bekende stroom te belasten,de resulterende spanning te meten en vervolgens de capaciteitte berekenen.+++++++++est15.epsAfbeelding 19. Capaciteit meten35
  • Page 46

    287/289GebruiksaanwijzingZet de draaiknop op P en stel de meter in zoals in afbeelding 19om capaciteit te meten. Als het display nog niet aangeeft dat demeter capaciteit aan het meten is, drukt u op de softkey met hetlabel Menu. Zet de menuselector vervolgens naast het menuitem met het label Diode,Cap en druk op de softkey met hetlabel Cap.NBOm de meetnauwkeurigheid van condensators metkleine waarden te verbeteren, drukt u op Menu en zetu de menuselector naast het menu-item met het labelREL. Met open meetkabels drukt u op de softkey methet label REL om de restcapaciteit van de meter en dekabels af te trekken.Dioden testenWLet opOm eventuele beschadiging aan de meter of de tetesten apparatuur te voorkomen, moet u de stroomnaar het circuit uitschakelen en allehoogspanningscondensators ontladen voordat ude dioden test.Gebruik de diodetest om dioden, transistors, siliciumgelijkrichters(SCRs) en andere halfgeleiderapparaten te controleren. De test36stuurt een stroom door een halfgeleiderjunctie en meetvervolgens de spanningsval van de junctie. Bij een typischejunctie daalt de spanning tussen 0,5 V en 0,8 V.Zet de draaiknop op P en stel de meter in zoals in afbeelding 20om een diode buiten een circuit te meten. Als het display nogniet aangeeft dat de meter op de diodetestfunctie staat, drukt uop de softkey met het label Menu. Zet de menuselectorvervolgens naast het menu-item met het label Diode,Cap endruk op de softkey met het label Diode.Als de pieper aanstaat tijdens de diodetest, wordt een kortepieptoon gegeven voor een normale junctie en een continuepieptoon voor een kortgesloten junctie, onder 0,1 V. Zie Pieperaan- en uitzetten om de pieper uit te zetten.In een circuit moet een vergelijkbare diode nog altijd eendoorlaatvoorspanning van 0,5 V 0,8 V geven; de aflezing kanechter variren naargelang van de weerstand van andere banentussen de tippen van de probe.NBR en MIN MAX zijn uitgeschakeld als de meter isingesteld op een diodetest.
  • Page 47

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenesz16.epsAfbeelding 20. Dioden testen37
  • Page 48

    287/289GebruiksaanwijzingStroom metenXWWaarschuwing1.Schakel de stroom naar het circuit uit. Ontlaad allehoogspannings condensators.2.Steek de zwarte meetkabel in de COM -aansluiting. Steekde rode kabel in een ingang voor het geschikte meetbereik.Om beschadiging aan de meter en eventueel letselte voorkomen, mag u de stroom in een circuit nooitmeten als het nullastpotentiaal naar aarde groter isdan 1000 V.NBOm te voorkomen dat de 440 mA-zekering van demeter doorslaat, moet u de mA/A-aansluiting alleengebruiken als u zeker bent dat de stroom lager is dan400 mA.WLet opOm eventuele beschadiging aan de meter of de tetesten apparatuur te voorkomen, moet u dezekeringen van de meter controleren voordat u destroom meet. Zie Onderhoud verderop in dezegebruiksaanwijzing. Gebruik de juisteaansluitingen, de juiste functie en het juiste bereikvoor uw meting. Leg de probes nooit aan over(parallel met) een willekeurig circuit of componentals de meetkabels met de stroomaansluitingen zijnverbonden.3.Als u de A-aansluiting gebruikt, stel de draaiknop dan in opA. Als u de mA/A-aansluiting gebruikt, stel de draaiknopdan in op X voor stroom onder 5000 A (5 mA) of opA voor stroom boven 5000 A. Zie afbeelding 21 voor demeetkabelaansluitingen en functieselectie. Zie FunctieInput Alert voor informatie over de waarschuwingen die demeter geeft als de kabels verkeerd worden gebruikt voorstroommetingen.4.Open de te testen circuitbaan (zie afbeelding 22). Breng derode probe in contact met de meer positieve zijde van deverbreking; breng de zwarte probe in contact met de meernegatieve zijde van de verbreking. Het verwisselen van demeetkabels levert een negatieve aflezing op, maarbeschadigt de meter niet.5.Schakel de stroom naar het circuit in; lees vervolgens hetdisplay. Noteer de rechts op het display vermeldemeeteenheid (A, mA of A).6.Schakel de stroom naar het circuit uit en ontlaad allehoogspanningscondensators. Verwijder de meter en herstelde normale werking van het circuit.Stroom is de elektronenstroom door een geleider. Om de stroomte meten, moet u het te testen circuit openen en vervolgens demeter in serie met het circuit plaatsen.NBTijdens het verrichten van stroommetingen knipperthet display wanneer de ingangsstroom groter is dan 10A voor de A -aansluiting en 400 mA voor de mA/A aansluiting. Dit is een waarschuwing dat de stroom destroomgrens van de zekering bereikt.Ga als volgt te werk om wissel- of gelijkstroom te meten:38
  • Page 49

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenNBIn een stroommetingsfunctie blijft de meter in degeselecteerde wissel- of gelijkstroommetingsmodus bijhet schakelen tussen n en . Als de meter in eenvan de stroommetingsfuncties gezet wordt, gaat hijstandaard naar het laatst geselecteerde stroomtype(ac of dc).39
  • Page 50

    287/289Gebruiksaanwijzingest18.epsAfbeelding 21. Instelling voor stroommetingen40
  • Page 51

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenesz19.epsAfbeelding 22. Circuitaansluiting voor stroommetingen41
  • Page 52

    287/289GebruiksaanwijzingWLet opAls u de probes over (parallel met) een onderstroom staand circuit aanlegt terwijl een meetkabelmet een stroomaansluiting is verbonden, kan hette testen circuit worden beschadigd en de zekeringvan de meter doorslaan. Dit kan gebeuren omdatde weerstand door de stroomaansluitingen van demeter zeer laag is, zodat de meter zich gedraagtals een kortgesloten circuit.Frequentie metenFrequentie is het aantal cycli dat een signaal per secondevoltooit. De meter meet de frequentie van een spannings- ofstroomsignaal door het aantal keren te tellen dat het signaalbinnen een gespecificeerde tijdsperiode een drempeloverschrijdt.Afbeelding 23 toont de functies waarmee frequentiemetingenkunnen worden verricht.Hier volgen enkele tips voor het verrichten van stroommetingen:Een stroommeter geeft een kleine spanning af over de meterzelf, wat de werking van het circuit kan benvloeden. U kunt dezespanningsval berekenen met gebruik van de in de specificatiesvermelde waarden onder spanningsval (A, mA, A).De stroomfuncties van de meter beschikken over een aantalmodi die nadere gegevens over een stroomsignaal verstrekken.Druk op de softkey met het label Menu om een menu met itemste openen dat kan worden gebruikt om de elementairestroommeting aan te passen. Zie het toepasselijke gedeelte indeze gebruiksaanwijzing voor nadere informatie over elk menuitem.Druk op de softkey met het label Menuom alle modi teverwijderen en terug te keren naar de elementaire stroommeting.Zet de menuselector naast het item met het label AC,DC. Drukop de softkey met het label AC of DC om alle functies en modi teverwijderen en respectievelijk elementaire wisselstroommetingenof gelijkstroommetingen te verrichten.est21.epsAfbeelding 23. Functies waarmee frequentiemetingenkunnen worden verrichtDe meter gaat automatisch naar n van vijf frequentiebereiken:99,999 Hz, 999,99 Hz, 9,9999 kHz, 99,999 kHz en 999,99 kHz.Afbeelding 24 toont een typisch frequentiedisplay. Het indrukken42
  • Page 53

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenvan R regelt het ingangsbereik van de primaire functie (volt ofampre) en niet het frequentiebereik.Om de frequentie te meten, zet u de draaiknop op een van deprimaire functies waarmee frequentiemetingen kunnen wordenverricht (zie afbeelding 23). Druk op de softkey met het labelMenu en zet de menuselector naast het menu-item met het labelHz,%,ms. Druk vervolgens op de softkey met het label Hz.8:10pm06/13/0760.0500100200300400SaveHier volgen enkele tips voor frequentiemetingen:Als een aflezing 0 Hz laat zien of instabiel is, is hetingangssignaal misschien lager dan het triggerniveau ofbenadert het dat niveau. U kunt deze problemen gewoonlijkverhelpen door handmatig een lager ingangsbereik te selecteren,wat de gevoeligheid van de meter verhoogt.Als een aflezing een veelvoud blijkt van wat u verwacht, is hetingangssignaal misschien vervormd. Vervorming kan multipeltriggeren van de frequentieteller veroorzaken. Door een hogerspanningsbereik te selecteren en dus de gevoeligheid van demeter te verlagen, kan dit probleem misschien wordenverholpen. Gewoonlijk is de laagste frequentie die wordtweergegeven, de juiste.HzAuto Range500 VAC123.45 VACMenuDe keuze tussen triggeren op een stijgende kam (c) of triggerenop een dalende kam (d) wordt gemaakt door de softkey met hetlabel c din te drukken. Deze softkey wisselt de triggerinstellingtussen de twee selecties.Werkcyclus metenDe werkcyclus (of belastingsfactor) is het tijdspercentage dat eensignaal zich boven of onder een triggerniveau bevindt gedurenden cyclus (zie afbeelding 25).Setupest22.epsAfbeelding 24. FrequentiedisplayDe frequentie van het ingangssignaal verschijnt in het primairedisplay (zie afbeelding 24). De volt- of amprewaarde van hetsignaal verschijnt in het secundaire display. De bargraph toontgeen frequentie, maar wel de volt- of amprewaarde van hetingangssignaal.De werkcyclusmodus is geoptimaliseerd voor het meten van deinschakel- of uitschakeltijd van logische en schakelendesignalen. Systemen zoals elektronischebrandstofinjectiesystemen en schakelende stroomvoorzieningenworden gestuurd door pulsen van varirende pulsduur, diekunnen worden gecontroleerd door het meten van dewerkcyclus.43
  • Page 54

    287/289Gebruiksaanwijzingesz28.epsAfbeelding 25. Werkcyclus meten44
  • Page 55

    True-rms Digital MultimetersMetingen verrichtenOm de werkcyclus te meten, zet u de draaiknop op een van defuncties waarmee frequentiemetingen kunnen worden verricht(zie afbeelding 23). Druk op de softkey met het label Menu enzet de menuselector naast het menu-item met het labelHz,%,ms. Druk vervolgens op de softkey met het label %.8:10pm49.750100200300Voor logische signalen van 5 V gebruikt u het gelijkstroombereikvan 5 V dc. Voor schakelsignalen van 12 V in autos gebruikt uhet gelijkstroombereik van 50 V. Voor sinusgolven gebruikt u hetlaagste gelijkstroom- of wisselstroombereik dat niet resulteert inmultipel triggeren. Een handmatig geselecteerd lageringangsbereik levert vaak betere metingen op dan hetautomatisch geselecteerde ingangsbereik.06/13/07123.45 VAC400%Duty CycleAuto Range500 VACPulsduur metenDe pulsduurfunctie meet hoe lang een signaal hoog of laag is(zie afbeelding 27). De gemeten golfvorm moet periodiek zijn;het patroon ervan moet na gelijke tijdsintervallen wordenherhaald.59.756 HzMenuSaveDe pulspolariteit wordt rechts van de werkcycluswaardeweergegeven. J geeft een positieve puls en K geeft eennegatieve puls weer. Druk op de softkey met het label J Komde te meten polariteit te wijzigen. Het polariteitssymboolverandert dan in de tegenovergestelde polariteit.De meter meet pulsduur in een bereik van 0,025 ms tot1250,0 ms.Setupest24.epsAfbeelding 26. WerkcyclusdisplayHet werkcycluspercentage verschijnt in het primaire display ende signaalfrequentie in het secundaire display (zieafbeelding 26). Het minimeetdisplay geeft de volt- ofamprewaarde van het ingangssignaal weer. De bargraph toontde volt- of amprewaarde van het signaal en niet dewerkcycluswaarde.Om de pulsduur te meten, zet u de draaiknop op een van defuncties waarmee frequentiemetingen kunnen worden verricht(zie afbeelding 23). Druk op de softkey met het label Menu enzet de menuselector naast het menu-item met het labelHz,%,ms. Druk vervolgens op de softkey met het label ms.45
  • Page 56

    287/289Gebruiksaanwijzingesz27.epsAfbeelding 27. Pulsduur meten46
  • Page 57

    True-rms Digital MultimetersSetup-opties van meter wijzigenHet primaire display geeft de pulsduur van het ingangssignaalweer in milliseconden. De frequentie van het signaal verschijnt inhet secundaire display. Het minimeetdisplay geeft de volt- ofamprewaarde van het ingangssignaal weer. De bargraph toontde volt- of amprewaarde van het signaal en niet depulsduurwaarde.De pulsduurpolariteit wordt rechts van de werkcycluswaardeweergegeven. J geeft een positieve puls en K geeft eennegatieve puls weer. Druk op de softkey met het label J Kom de polariteit te wijzigen. Het polariteitssymbool verandert danin de tegenovergestelde polariteit.Setup-opties van meter wijzigenDe meter beschikt over een aantal vooringestelde functies, zoalsdatum- en tijdformaat, time-outs voor de achtergrondverlichtingen de batterijbesparingsmodus en de taal van het display. Dezevariabelen worden de setup-opties van de meter genoemd. Veelsetup-opties hebben betrekking op de algemene werking van demeter en zijn in alle functies actief. Andere zijn beperkt tot nfunctie of n functiegroep.gevraagd de resetbewerking te bevestigen. Druk op de softkeymet het label OK om de reset uit te voeren.NBEen reset van de setup-opties zorgt ook voor hetresetten van de standaardwaarde voor detemperatuur-nulpuntsafwijking en de dBm-referentie.Het indrukken van de softkey met het label Meter reset de setupvariabelen en verwijdert ook alle opgeslagen meetschermen,MIN MAX-schermen, piekschermen en alle aan de gang zijnderegistraties. De klok van de meter wordt ook op eenstandaardwaarde gereset.Displaycontrast instellenHet contrast van het meterdisplay kan worden bijgesteld via hetsetupmenu van de meter. Druk op de softkey met het labelSetup en zet de menuselector naast het menu-item met het labelContrast. Druk op de softkey met het label + (F1) voor meercontrast of druk op de softkey met het label (F2) voor mindercontrast.De setup-opties kunnen altijd worden opgeroepen via de softkeymet het label Setup. Informatie over de meter, zoalsserienummer of model, kan ook via het setupmenu wordenopgeroepen.Het contrast kan ook worden bijgesteld met de toetsen 7 en 8wanneer zij niet worden gebruikt om menuselecties te doorlopen.Setup-opties van meter resettenDe meter wordt geleverd met Engels als taal van het display. Gaals volgt te werk om een andere taal te selecteren. Druk op desoftkey met het label Setup om het setupmenu te openen. Zetde menuselector naast het menuitem met het label Display.Druk vervolgens op de softkey met het label Format (F2) om hetformaatmenu te openen. Zet de menuselector naast het menuitem met het label Language (indien nog niet geselecteerd) enDe setup-opties van de meter kunnen via het setupmenu op destandaardwaarden worden gereset. Druk op de softkey met hetlabel Setup om het setupmenu te openen. Zet de menuselectornaast het menu-item met het label Reset en druk op de softkeymet het label Setup. Er verschijnt een bericht waarin wordtTaal van meter instellen47
  • Page 58

    287/289Gebruiksaanwijzingdruk op de softkey met het label Edit. De huidig geselecteerdetaal wordt gemarkeerd en f verschijnt rechts van de taal.Gebruik 7 en 8 om de beschikbare talen te doorlopen en drukvervolgens op de softkey met het label OK om de taal van hetmeterdisplay in te stellen. Druk op de softkey met het labelClose om terug te keren naar de normale werking van de meter.Datum en tijd instellenDe interne klok van de meter wordt gebruikt in het display envoor geregistreerde metingen met tijdstempel. Druk op desoftkey met het label Setup om de datum en tijd en hetdisplayformaat te wijzigen. Zet de menuselector naast het menuitem met het label Display. Ga als volgt te werk om de datum entijd in te stellen. Druk op de softkey met het label Date/Time omhet datum-/tijdmenu te openen. Zet de menuselector vervolgensnaast het item Set Date of Set Time en druk op de softkey methet label Edit. Plaats de cursor met gebruik van 5 en 6 op het tewijzigen datum- of tijdelement. Wijzig de waarde van hetgeselecteerde datum- of tijdelement met gebruik van 7 en 8 .Druk op OK om de bewerking te voltooien.Time-outs voor achtergrondverlichting enautomatische uitschakeling instellenDe achtergrondverlichting van de meter en de functies voorautomatische uitschakeling maken gebruik van timers om tebepalen op welk moment de achtergrondverlichting wordtuitgezet, de meter automatisch wordt uitgeschakeld of debatterijbesparingsmodus wordt aangezet. Druk op de softkey methet label Setup en zet de menuselector naast het menu-item methet label Instrument. Zet de menuselector naast het menu-itemmet het label Auto Backlight Timeout of Auto Power Off endruk vervolgens op de softkey met het label Edit. Stel de tijd in48op een van de vooringestelde waarden met gebruik van 7 en 8. Druk op OFF om de time-outfunctie uit zetten. Druk op desoftkey met het label OK om de geselecteerde tijd in te stellen.Druk op de softkey met het label Close om terug te keren naarde normale werking van de meter.De batterijbesparingsmodus wordt gebruikt wanneer eenregistratiesessie aan de gang is of tijdens MIN MAX,piekregistratie en AutoHold. De batterijbesparingsmodusschakelt circuits uit die niet betrokken zijn bij de werking vandeze registratiesessies, inclusief het display. Voor deregistratiemodus is de time-outperiode ingesteld op vijf minuten.De periode wordt alleen ingeschakeld als de Auto Power Offtime-out op een andere waarde is ingesteld dan Off. De time-outvoor MIN MAX, piek en AutoHold is de tijdsperiode die voorautomatische uitschakeling is ingesteld.Een speciale dBm-referentie instellenGa als volgt te werk om een speciale dBm-referentiewaarde in testellen. Druk op de softkey met het label Setup en zet demenuselector naast het menu-item met het label Instrument.Druk vervolgens op de softkey met het label Instrument en zetde menuselector naast het menu-item met het label dBmReference. Druk vervolgens op de softkey met het label Edit.Plaats met gebruik van 5 en 6 de cursor op een bepaald cijfer.Druk op 7 of 8 om het cijfer stapsgewijs te verhogen of teverlagen. Als de gewenste referentiewaarde wordt weergegeven,drukt u op de softkey met het label OK om deze waarde aan dedBm-referentielijst toe te voegen. Er kan slechts n specialewaarde worden gebruikt. Druk op de softkey met het label Closeom terug te keren naar de normale werking van de meter.
  • Page 59

    True-rms Digital MultimetersGebruik van geheugenPieper aan- en uitzettenAndere setup-opties gebruikenDe meterpieper attendeert gebruikers op berichten,bedieningsfouten (zoals onjuiste kabelaansluitingen voor degeselecteerde functie) en nieuw waargenomen waarden voorMIN MAX- en piekregistratie. De pieper wordt ook gebruikt voorde continuteitsfunctie, maar wordt niet via deze setup-optie voordie functie geregeld. Zie Continuteit testen voor informatie overde continuteitspieper.Aanvullende setup-opties bevatten informatie over de meter endaarnaast een aantal algemene meterfuncties. Bij selectie vanMeter Info worden serienummer, modelnummer, firmwareversie,calibratiedatum en calibratieteller weergegeven. De naam van debediener, het bedrijf, de locatie en contactgegevens worden ookweergegeven als deze in de meter zijn geladen vanuit deFlukeView Forms-software.Ga als volgt te werk om de meterpieper aan of uit te zetten. Drukop de softkey met het label Setup en zet de menuselector naasthet menu-item met het label Instrument. Druk vervolgens op desoftkey met het label Instrument en zet de menuselector naasthet menu-item met het label Beeper. Druk op de softkey met hetlabel Edit om de cursor op de aan/uit-selectie te zetten. Gebruik7 en 8 om de pieper aan of uit te zetten. De status van depieper wordt weergegeven in de statusbalk van het display (zieitem 12 in afbeelding 2).Bij selectie van Calibration kan een bevoegdecalibratietechnicus een wachtwoord invoeren om de meter tecalibreren. Zie het document 287/289 Calibration Informationvoor calibratie van de meter.De modus Afvlakken in- en uitschakelenAls een ac-ingangssignaal ruis heeft of snel verandert, kan metde afvlakmodus een stabielere aflezing worden weergegeven.Om de afvlakmodus in- of uit te schakelen, drukt u op de softkeymet het label Setup en plaatst u de menuselector naast hetmenu met het label Instrument. Druk vervolgens op de softkeymet het label Instrument en plaats de menuselector naast hetmenu-item met het label Smoothing. Druk op de softkey met hetlabel Edit om de cursor op de aan/uit-selectie te zetten. Gebruik7 en 8 om de afvlakmodus in- en uit te schakelen.Met de optie Secure Erase kan het voor de gebruikertoegankelijke geheugen worden gewist, zoals verplicht gesteldonder de Homeland Security-regelgeving. De metercalibratiegaat niet verloren als deze laagniveau wisfunctie wordtuitgevoerd.Als er nieuwe meterfuncties worden gemaakt, kan de laatsteversie van de software worden gedownload naar de meter vanafde supportwebpagina van Fluke via de optie Software Update .Gebruik van geheugenDe meter beschikt over een geheugen om individuele metingen,metingen die gedurende een gespecificeerde tijdsperiode zijnverzameld, en meetgebeurtenissen op te slaan.Alle opgeslagen gegevens kunnen worden bekeken op de meterof worden gedownload op een pc via de infrarood (IR)communicatieverbinding met gebruik van FlukeView Forms.49
  • Page 60

    287/289GebruiksaanwijzingZie Communicatieverbinding voor meer informatie overcommunicatie met een pc via FlukeView Forms-software.opslagnaam te zetten en vervolgens de softkey met het labelReset #in te drukken.Individuele meetgegevens opslaanDruk op de softkey met het label Save om een schermafdruk,een registratiesessie of een MIN MAX- of piekregistratiesessieop te slaan. Druk op +Nameom een naam uit de vooringesteldelijst te kiezen. Druk op de softkey met het label Saveom degegevens met de eerder gebruikte naam, maar met het volgendevolgnummer, op te slaan. Deze tweede methode maakt hetopslaan van een reeks metingen gemakkelijk door de softkeySave eenvoudigweg tweemaal in te drukken voor elkeopslagbewerking.Voor alle meetfuncties wordt een snapshot van deschermgegevens opgeslagen door de softkey met het label Savein te drukken. Met uitzondering van het minimeetdisplay in destatusbalk bevriest het display en verschijnt het opslagmenu. Erzijn twee keuzemogelijkheden, waarmee u ofwel de gegevenskunt opslaan onder een eerder geselecteerde naam of er eenandere naam voor kunt kiezen door op de softkey met het label+Name te drukken. Zie Naam geven aan opgeslagen gegevensverder in deze gebruiksaanwijzing. De weergegeven gegevensworden opgeslagen samen met de datum en tijd van deopslagbewerking.Voor MIN MAX en piek kunnen de weergegevenoverzichtsgegevens op elk willekeurig moment wordenopgeslagen door de softkey met het label Save in te drukken. Erwordt dan een snapshot van de sessie op dat momentopgeslagen.Naam geven aan opgeslagen gegevensDe meter beschikt over een lijst met acht vooringestelde namenvoor het opslaan van meetgegevens. Er kunnen meerdereregistraties worden opgeslagen met gebruik van dezelfde naam.Een van de vooringestelde namen is Save. De eerste keer dateen opslagbewerking wordt uitgevoerd met die naam, wordtSave-1 gebruikt als naam voor de registratie in het geheugen.De volgende keer dat de naam Save wordt gebruikt, wordt hetvolgnummer automatisch verhoogd tot 2 en wordt de registratieopgeslagen onder de naam Save-2. De automatische verhogingkan op 1 worden gereset door de menuselector naast de50Bij het selecteren van de naam voor een opslagbewerking zet ude menuselector met gebruik van de cursortoetsen naast degewenste naam. Druk vervolgens op de softkey met het labelSave.Geheugengegevens bekijkenU kunt de gegevens die in het metergeheugen zijn opgeslagen,via het opslagmenu bekijken. Druk op de softkey met het labelSave. Zet de menuselector naast het menu-item met het labelView Memory en druk op de softkey met het label View.NBOm in het geheugen opgeslagen gegevens tebekijken, mag de meter niet bezig zijn met registrerenof met het verrichten van een MIN MAX- ofpiekregistratiesessie.De meter brengt de opgeslagen gegevens in vier verschillendecategorien onder: meting, MIN MAX, piek en registratie.Gebruik de cursortoetsen om de menuselector naast degewenste categorie met opgeslagen gegevens te zetten en druk
  • Page 61

    True-rms Digital MultimetersGebruik van geheugenvervolgens op de softkey met het label View. De meter geeft delaatst opgeslagen registratie voor de geselecteerdegegevenscategorie weer.Als er eerder opgeslagen registraties bestaan, drukt u op desoftkey het het label Prev of 5 om terug te bladeren naar eerderopgeslagen registraties. Druk op de softkey met het label Next of6 om verder te bladeren. Druk op Close om terug te keren naarde normale werking van de meter.Snapshot- en overzichtsgegevens bekijkenNa selectie van de categorie MIN MAX, piek of meting(beschreven in Geheugengegevens bekijken hierboven) wordtbij indrukken van View uitsluitend de informatie weergegeven dieis opgeslagen op het moment dat een opslagbewerking isuitgevoerd. Het display wordt uit deze gegevensgereconstrueerd.Om de gegevens te bekijken die zijn opgeslagen in deindividuele registraties waaruit de trend bestaat, drukt u op 6 of 5om de cursor op een willekeurig punt van de trend te plaatsen.De waarde en tijdsnotering van de minimum-, maximum- enregistatie-eindwaarden van de geselecteerde registratie wordenweergegeven onderaan de cursor. Alle gegevens in eenregistratie kunnen uitsluitend worden bekeken op een pc metFlukeView Forms-software.NBX-as-tijdslabels worden weergegeven in verstrekentijd, terwijl de tijdsnotering onder de cursor eenabsolute tijd weergeeft.Trendgegevens bekijkenVoor de categorie registratie kunnen de interval- engebeurtenisgegevens die tijdens een registratiesessie zijnopgeslagen, op de meter worden bekeken in een met eenpapierschrijver vergelijkbare trendweergave. Zie Meetgegevensregistreren verder in deze gebruiksaanwijzing voor eentoelichting van interval- en gebeurtenisgegevens.Na selectie van de categorie registratie (beschreven inGeheugengegevens bekijken hierboven) wordt bij indrukkenvan View het overzichtsscherm van de registratiesessieweergegeven (zie tabel 9). Druk op de softkey met het labelTrend om de geregistreerde gegevens in een trendweergaveweer te geven. Tabel 7 toont de trendweergave samen met eenbeschrijving van elke component.51
  • Page 62

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 7. Display met trendgegevens1Inzoomen op trendgegevensTijdens weergave van de trendgegevens, kunt u op 7 of 8drukken om in of uit te zoomen op de gegevens rond de cursor.Met elke druk op 7 wordt de x-as-tijdsperiode met een halfverlaagd voor meer details. Met elke druk op 8 wordt detijdsperiode verdubbeld totdat alle geregistreerde gegevensworden weergegeven. Het zoomniveau wordt weergegeven in derechterbovenhoek van het display. X1 geeft aan dat de trend vande volledige registratieperiode wordt weergegeven. X2 is de helftvan de registratietijd. X3 is een vierde van de registratietijd. Dezevergroting kan worden voortgezet totdat de x-as-tijdsperiode eenseconde bedraagt.32Recording 56/28/07 07:42:554030VAC201000:150:300:45HH:MM1:001:1523.456 VAC 08:13:05 6/28/07Opgeslagen meetgegevens verwijderen1:30456est35.epsNummerABCDEFG52OmschrijvingCursorStartdatum en -tijdTrendcurveZoomniveauVerstreken tijd. Eenheden in uren en minuten,of minuten en seconden.Tijdsschaalweergave (UU:MM of MM:SS)Gemeten waarde en tijdsnotering vangeselecteerde registratie.In het metergeheugen opgeslagen gegevens worden via hetopslagmenu verwijderd. Druk op de softkey met het label Save.Gebruik de softkey met het label Prev en Next om een item teselecteren voor verwijdering.De meter brengt de opgeslagen gegevens in vier verschillendecategorien onder: meting, MIN MAX, piek en registratie.Gebruik de cursortoetsen om de menuselector naast degewenste categorie met opgeslagen gegevens te zetten en drukvervolgens op de softkey met het label View .Druk op de softkey met het label Delete All om alle opgeslagengegevens onder de geselecteerde categorie te verwijderen. Ukunt ook de softkey met het label Viewindrukken. Na acceptatievan een bevestigingsbericht kunt u met de softkeys met het labelPrev en Next het te verwijderen item selecteren. Drukvervolgens op de softkey met het label Delete. U wordt eerstgevraagd om de verwijdering uit het geheugen te bevestigenvoordat deze plaatsvindt.
  • Page 63

    True-rms Digital MultimetersMeetgegevens registrerenMeetgegevens registrerenDe registratiefunctie van de meter verzamelt meetinformatiegedurende een door de gebruiker gespecificeerd tijdsperiode.Deze informatieverzameling wordt een registratiesessiegenoemd. Een registratiesessie bestaat uit een of meermeetregistraties. Elke registratie bevat overzichtsinformatie voorde registratieduur.Elke registratie bevat de minimumwaarde, maximumwaarde engemiddelde waarde die tijdens de registratieduur zijngedetecteerd. Naast gemeten waarden worden ook tijdstempelsvastgelegd en opgeslagen met elke registratie. De tijdstempelsbestaan uit de begintijd van de registratie, de tijd dat demaximumwaarde is waargenomen, de tijd dat deminimumwaarde is waargenomen, en de eindtijd van deregistratie.Sommige registratiegegevens kunnen via detrendgegevensfunctie worden bekeken. Het bekijken van allegegevens waaruit een registratie bestaat, kan uitsluitendgebeuren op een pc met FlukeView Forms-software.Er zijn twee soorten meetregistratie die tijdens eenregistratiesessie worden vastgelegd: interval en gebeurtenis.Een intervalregistratie heeft betrekking op een door de gebruikergespecificeerd interval. De duur van een gebeurtenisregistratie isafhankelijk van de activiteit van het gemeten signaal. Eengebeurtenisregistratie kan een intervalregistratie onderbreken.Zelfs als een intervalregistratie wordt onderbroken, wordt eenregistratie beindigd en een nieuwe intervalregistratie begonnenwanneer de geplande intervalduur verstrijkt.Gebeurtenisregistraties worden getriggerd als het gemetensignaal meer dan een instelbaar percentage afwijkt van dewaarde gemeten bij de start van de registratie. Dit instelbarepercentage wordt de Gebeurtenisdrempel voor registratiegenoemd. Naast de bovengenoemde waarden en tijdstempelsslaat een gebeurtenisregistratie ook op of het signaal al dan nietstabiel was tijdens de duur van de gebeurtenisregistratie. Om teworden geclassificeerd als stabiel, moet de gemetensignaalwaarde gedurende ten minste n seconde binnen hetgeselecteerde percentage van de startwaarde blijven. Gemetensignalen die de percentagedrempel overschrijden in minder dann seconde, worden geclassificeerd als onstabiel. Zie hethoofdstuk De Gebeurtenisdrempelwaarde instellen, verderop indeze gebruiksaanwijzing.NBVoor temperatuurmetingen is de AutoHold-drempeleen honderdste van 100 graden. De standaardAutoHold-drempel is 4% van 100 graden, of 4 gradenCelsius of Fahrenheit.Een registratie wordt beindigd als een van de volgende situatiesoptreedt:Het begin van een nieuwe intervalregistratie.Bereikoverbelasting waardoor de meter op een ander bereikovergaat.Bereikoverbelasting zonder dat de meter op een anderbereik overgaat (de meter bevindt zich in handmatig bereikof al in het hoogste bereik).De gemeten waarde verandert meer dan 4 % van dewaarde die bij het begin van de registratie is gemeten.De registratiesessie wordt beindigd.53
  • Page 64

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 8. RegistratiedisplayDe beindiging van een registratiesessie kan door een van devolgende situaties worden veroorzaakt:Registratiesessieduur verstrijkt.De registratiesessie wordt handmatig beindigd.8:10pmEr zijn twee variabelen bij het instellen van een registratiesessie:de duur van de registratiesessie en de duur van hetmonsterinterval. Beide variabelen hebben invloed op deregistratielengte en het aantal geregistreerde intervals. Dezetwee variabelen kunnen elkaar benvloeden, in die zin dat hetinstellen van de ene variabele ertoe kan leiden dat de anderevariabele aangepast wordt om de registratiesessie binnen hetbeschikbare geheugen te kunnen plaatsen. Het percentagebeschikbaar geheugen bij het begin van de registratiesessiewordt weergegeven onder de instellingen voor duur enmonsterinterval. De optiewaarden kunnen als volgt wordenaangepast:Het bemonsteringsinterval kan van n seconde tot 99 minutenen 59 seconden worden ingesteld. De duur van deregistratiesessie kan van n minuut tot 99 dagen 23 uur59 minuten worden ingesteld.541Recording1.75 VACEen registratiesessie instellenVoordat u een registratiesessie start, dient u de meter in testellen voor de te registreren metingen. U dient zonodig degebeurtenisdrempelwaarde te wijzigen (zie het hoofdstuk DeGebeurtenisdrempelwaarde instellen, verderop in dezegebruiksaanwijzing). Druk op de softkey met het label Save omhet menu voor opslaan te openen. Zet de menuselector naasthet menu-item met het label Record met gebruik van decursortoetsen en druk op de softkey met het label Record omhet configuratiedisplay te openen.06/13/07123.45 VAC0100200300400Auto Range500 VAC2Start Time:06/10/07 07:23:55Remaining Time: 2 Hrs 26 minsInterval Samples: 47Events:7Reference: 121.70 VAC6534Stopest31.epsNummerOmschrijvingASymbool voor registratiesessie aan de gang.BTijd en datum waarop met de registratiesessieis begonnen.CResterende tijd tot einde vanregistratiesessie.DTotaal aantal gebeurtenisregistraties dat totnu toe is geregistreerd.EReferentiewaarde voor relatieve metingen.FTotaal aantal intervalregistraties dat tot nu toeis geregistreerd.
  • Page 65

    True-rms Digital MultimetersMeetgegevens registrerenDe meter wijst het geheugen zodanig toe dat het vastleggen vanalle door de gebruiker gespecificeerde bemonsteringsintervallenwordt gegarandeerd. Gebeurtenisregistraties worden ookvastgelegd totdat de meter vaststelt dat het toegewezengeheugen is opgebruikt. Op dat moment worden er geengebeurtenissen meer geregistreerd, maar wordt degebeurtenisteller verder verhoogd ter aanduiding van het totaalaantal opgetreden gebeurtenissen. Er verschijnt een plusteken(+) na de gebeurtenisteller om dit aan te duiden.NBHet maximumaantal geregistreerde monsterintervals is10.000. Het maximumaantal geregistreerdegebeurtenissen is 15.000 min het aantalmonsterintervals. Deze maximumaantallen wordenproportioneel verlaagd als het beschikbare geheugenop een laag niveau is.Plaats met de cursortoetsen de menuselector naast het menuitem met het label Event Threshold for Recording en drukvervolgens op de softkey met het label Edit. Druk op 7 of 8 omdoor de gebeurtenisdrempelwaarden te bladeren. Als u degewenste waarde geselecteerd heeft, drukt u op de softkey methet label Close.Een registratiesessie beginnenNa instelling van de variabelen drukt u op de softkey met hetlabel Start. In het display verschijnt s en het groeneledje rond de aan/uit-toets (O) knippert. Tabel 8 toont hetregistratiedisplay en beschrijft de weergegeven informatie.De softkeyfuncties voor menu, setup, referentie en temperatuurnulpuntsafwijking zijn niet beschikbaar terwijl de meter bezig ismet registreren. Dit verzekert dat de metingen binnen eenregistratiesessie consistent zijn.Om een van de beide registratievariabelen te wijzigen, gebruikt ude cursortoetsen om de menuselector naast het gewenste menuitem te plaatsen. Vervolgens drukt u op de softkey met het labelEdit. Gebruik 5 6 7 en 8 om tussen de cijfers te bewegen enstel elk cijfer van de geselecteerde variabele in.Om de batterijen tijdens het registreren langer te doen meegaan,kan de meter overgaan op een batterijbesparingsmodus vijfminuten nadat een druktoets voor het laatst is ingedrukt of nadatde IR-communicatie-activiteit is beindigd. Als de time-out voorautomatische uitschakeling op nooit (Never) is ingesteld, is debatterijbesparingsmodus niet beschikbaar.Als het batterijniveau niet maximaal is, verschijnt een berichthierover onder aan het registratiemenu voordat u met deregistratiesessie begint.Een registratiesessie beindigenDe Gebeurtenisdrempelwaarde instellenDruk op de softkey met het label Setup om het setupmenu op teroepen. Plaats met de cursortoetsen de menuselector naast hetmenu-item met het label Recording en druk op de softkey methet label Recording om het registratiesetupscherm te openen.De registratiesessie gaat door totdat het toegewezen geheugenis opgebruikt, de batterijen op zijn, de draaiknop wordt verzet,een probe wordt verbonden met of verwijderd uit de A- of mA/Aaansluitingen of de sessie wordt beindigd door de softkey methet label Stop in te drukkenTabel 9 toont het display en beschrijft de weergegeveninformatie na de beindiging van een registratiesessie.55
  • Page 66

    287/289GebruiksaanwijzingNa de beindiging van een registratiesessie kunt u deregistratiesessie opslaan, de trendgegevens bekijken (zieTrendgegevens bekijken) of de registratiesessie sluiten. Als desessie niet is opgeslagen voordat u de softkey Close indrukt,gaan de gegevens verloren.Tabel 9. Display bij beindiging van registratie123.45 VACREL1002003004005SaveTrend234Closeest34.epsNummer56Referentiewaarde voor relatieve metingen.FAantal gedetecteerde intervalregistraties.NBAuto Range500 VACStart Time : 06/10/07 07:23:55Duration : 3 days 14 Hrs 47 minsInterval Samples: 135Events:53Reference: 121.70 VAC6Aantal gedetecteerde gebeurtenisregistraties.EZie de FlukeView Forms Installation Guide of de online help bijgebruik van een IR (infrarood)-communicatieverbinding van depc naar de meter.Recording1.75 VAC0DU kunt de IR-communicatieverbinding en FlukeView Forms software gebruiken om de inhoud van het metergeheugen naareen pc over te brengen.06/13/07StoppedDuur van registratiesessie.Communicatieverbinding18:10pmCOmschrijvingASymbool Stopped geeft aan dat deregistratiesessie is beindigd.BTijd en datum waarop met de registratie isbegonnen.De meter verricht registraties in realtime op eenaangesloten computer met FlukeView Forms-software.Het is ook mogelijk om registraties in het internegeheugen te verrichten en de informatie later tedownloaden op een aangesloten computer.Met FlukeView Forms kunt u de gegevens opstandaardformulieren of speciale formulieren overbrengen. Deformulieren bevatten de gegevens in tabellen en grafieken, enbevatten ook aantekeningen van de gebruiker. Deze formulierenvoldoen aan de ISO-9000- en andere vereisten op het gebiedvan documentatie.
  • Page 67

    True-rms Digital MultimetersFoutberichtenFoutberichtenTabel 10 bevat sommige foutberichten die door de meter kunnen worden weergegeven, en de omstandigheden die de fout kunnenveroorzaken.Tabel 10. FoutberichtenBerichtCables Connected Incorrectly.(onjuist aangesloten kabels)Open Thermocouple (openthermokoppel)Batteries low functionunavailable. (batterijen bijnaleeg functie niet beschikbaar)Error: Date and Time need to bereset. (datum en tijd moetenworden gereset)Not enough memory foroperation. (onvoldoendegeheugen om naar behoren tewerken)Batteries critically low, replacenow. (batterijen zo goed alsleeg, nu vervangen)OmstandighedenKabel in A- of mA/A-aansluiting maar draaiknop niet op corresponderende A/mA-of A-stand.Kabels in A- zowel als mA/A-aansluiting.Draaiknop ingesteld op het meten van stroom, maar geen kabel in A- of mA/Aaansluiting.Thermokoppelkabel is open of thermokoppeljunctie is gecorrodeerd.Er is geen thermokoppel op de ingang van de meter aangesloten.De geselecteerde functie heeft een hoger batterijniveau nodig om naar behoren binnende specificaties te werken.De batterijen zijn te lang uit de meter gebleven en de datum en de tijd van de meter zijnverloren gaan.Bij aanvang van een registratiesessie of bij het opslaan van schermgegevens heeft demeter onvoldoende geheugen om de informatie op te slaan.Er is te weinig batterijvoeding om metingen binnen de opgegeven specificaties teverrichten. De meter wordt 15 seconden na dit bericht uitgeschakeld om de datum en detijd van de meter te behouden.57
  • Page 68

    287/289GebruiksaanwijzingOnderhoudXWWaarschuwingOm elektrische schok of lichamelijk letsel tevoorkomen, moeten reparaties of onderhoud dieniet in deze gebruiksaanwijzing staan beschreven,uitsluitend door deskundig personeel wordenverricht (zie 287/289 Service Information).Algemeen onderhoudNeem de behuizing regelmatig af met een vochtige doek en eenniet-agressief detergens. Gebruik geen schuurmiddelen,isopropylalcohol of oplosmiddelen.Vuil of vocht in de aansluitingen kan de aflezing benvloeden ende functie Input Alert bij vergissing activeren. Reinig deaansluitingen als volgt:1.Zet de meter uit en verwijder alle meetkabels.2.Schud alle vuil uit de aansluitingen.3.Week een schoon wattenstokje in niet-agressief detergensen water. Draai het wattenstokje rond in elke aansluiting.Droog elke aansluiting met perslucht om het water endetergens met kracht uit de aansluitingen te verwijderen.58Zekeringen testenTerwijl de meter op de functie 28 staat, steekt u een meetkabelin de S-aansluiting en plaatst u de tip van de probe aan hetandere uiteinde van de meetkabel tegen het metaal van destroomingang (zie afbeelding W). Als de melding LeadsConnected Incorrectly (kabels onjuist aangesloten) verschijnt, isde probetip te ver in de ampre-ingang gestoken. Trek de kabelvoorzichtig terug totdat de melding verdwijnt en er OL of eenweerstandsaflezing verschijnt in het meterdisplay. Deweerstandwaarde moet tussen 0,00 en 0,50 liggen voor de Aaansluiting en 10,00 0,05 k zijn voor de -aansluiting.XWWaarschuwingOm elektrische schokken of lichamelijk letsel tevoorkomen, moet u de meetkabels en alleingangssignalen verwijderen voordat u de batterijof de zekeringen vervangt. Gebruik uitsluitendgespecificeerde Fluke vervangingszekeringen metde in tabel 11 vermelde nominale stroomsterkte,spanning en snelheid om beschadiging of letsel tevoorkomen.
  • Page 69

    True-rms Digital MultimetersOnderhoud8:10pm10.000Menu06/13/07kVervang F1als OL wordtafgelezen.8:10pm06/13/070.50Vervang F2als OL wordtafgelezen.Menuesz33.epsAfbeelding 28. Stroomzekeringen testen59
  • Page 70

    287/289GebruiksaanwijzingBatterijen vervangenVervang de batterijen als volgt (zie afbeelding 30):1.Zet de meter uit en neem de meetkabels uit deaansluitingen.2.Draai de schroefjes van de batterijklep een halve slag naarlinks met een gewone platte schroevendraaier en verwijderde klep.3.Vervang de batterijen door AA-batterijen van 1,5 V (NEDA15A IEC LR6). Houd rekening met de polariteit.4.Plaats de batterijklep terug en zet de klep vast door deschroefjes een halve slag naar rechts te draaien.5.Plaats de batterijklep terug en zet de klep vast door deschroefjes een halve slag naar rechts te draaien.Meetkabels wegbergenZie afbeelding 29 voor de juiste manier van wegbergen van demeetkabels met de meter.Zekeringen vervangenInspecteer of vervang de zekeringen van de meter als volgt (zieafbeelding 30):1.Zet de meter uit en neem de meetkabels uit deaansluitingen.2.Draai de schroefjes van de batterijklep een halve slag naarlinks met een gewone platte schroevendraaier en verwijderde klep.3.Verwijder de zekering door voorzichtig een van de uiteindenlos te wrikken en vervolgens de zekering uit zijn beugel teschuiven.4.Gebruik uitsluitend gespecificeerde Flukevervangingszekeringen met de in tabel 11 vermeldenominale stroomsterkte, nominale spanning en nominaaluitschakelvermogen om beschadiging of letsel tevoorkomen.60est41.epsAfbeelding 29. Meetkabels wegbergen
  • Page 71

    True-rms Digital MultimetersOnderhoudesz32.epsAfbeelding 30. Batterijen en zekeringen vervangen61
  • Page 72

    287/289GebruiksaanwijzingIn geval van moeilijkhedenGa als volgt te werk als de meter niet naar behoren lijkt tewerken:1.Controleer of alle batterijen met de juiste polariteit zijngenstalleerd.2.Controleer de behuizing op beschadiging. Neem bijbeschadiging contact op met Fluke. Zie Contact opnemenmet Fluke eerder in deze gebruiksaanwijzing.3.Controleer de batterijen, zekeringen en meetkabels envervang ze zo nodig.4.Raadpleeg deze gebruiksaanwijzing om zeker te zijn dat demeter op de juiste manier wordt gebruikt.5.Als de meter nog steeds niet werkt, moet u de meter goedinpakken en franco retourneren naar de locatie die door derelevante contactpersoon van Fluke is opgegeven. Voegeen beschrijving van het probleem toe. Fluke is nietaansprakelijk voor beschadiging die tijdens het vervoerwordt opgelopen.Als de meter onder de garantie valt, zal hij worden gerepareerdof vervangen (naar goeddunken van Fluke) en wordengeretourneerd zonder kosten. Zie de registratiekaart voorgarantievoorwaarden.62
  • Page 73

    True-rms Digital MultimetersService en onderdelenService en onderdelenVervangingsonderdelen en accessoires staan in tabel 11 en 12 en afbeelding 31. Zie Contact opnemen met Fluke om onderdelen enaccessoires te bestellen.Tabel 11. VervangingsonderdelenNummerOmschrijvingAan-talFluke onderdeelnr.of modelnr.1Draaiknop127984342Film12798418 (289)2798429 (287)3Toetsenpaneeltje125782344O-ring127401855Bovenzijde van behuizing125781786Kruiskopschroef5274376412760673 (289)2798407 (287)7Lcd-masker8Lcd-module127348289Schokdemper3279351610Veerpal1272377211RSOB-behuizing, bovenzijde1257828312AfschermingBovenzijde12578252Onderzijde1257826563
  • Page 74

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 11. Vervangingsonderdelen (vervolg)NummerOmschrijvingAan-talFluke onderdeelnr. ofmodelnr.13RSOB-behuizing, onderzijde1257829014Onderzijde van behuizing1257818415Schokdemper, batterijvak1279352516Batterijcontact, negatief2257837517Batterijcontact, positief1257835318WZekering (F1), 0,440 A, 1000 V, FAST, uitschakelvermogen 10 kA194312119WZekering (F2), 11 A, 1000 V, FAST, uitschakelvermogen 20 kA180329320Batterij, 1,5 V NEDA 15C/15F of IEC R6S637675621Batterijklep (inclusief kantelsteun)1282447722Kruiskopschroef785366823Rechthoekige TL71-meetkabelset1TL7124Krokodillenklemmen, n zwarte klem en n rode klem21670652 (zwart)1670641 (rood)25Gebruiksaanwijzing, gebruiksaanwijzingspakket, Fluke 287/2891274885112748872[1]26287/289 gebruiksaanwijzing op cdW Gebruik uitsluitend het exacte vervangingsonderdeel om veiligheidsredenen.[1] Gebruiksaanwijzing en Aan de slag zijn verkrijgbaar bij www.Fluke.com. Klik achtereenvolgens op Support en Product Manuals.64
  • Page 75

    True-rms Digital MultimetersService en onderdelen123214316452415182517764 PL1982 PL20910112621226 PL1213est40.epsAfbeelding 31. Vervangingsonderdelen65
  • Page 76

    287/289GebruiksaanwijzingTabel 12. AccessoiresNummerOmschrijvingAC72Krokodillenklemmen voor gebruik met TL75-meetkabelsetAC220Veiligheidsgreep, krokodillenklemmen met brede bek80BK-A80BK-A gentegreerde DMM-temperatuurprobeTPAKToolPak hangmagneetC25Zachte draagtasTL76Meetkabels met diameter van 4 mmTL220Industrile meetkabelsetTL224Meetkabelset, warmtebestendig siliconeTP1Meetprobes, platte pennen, dunne uiteindenTP4Meetprobes, diameter van 4 mm, dunne uiteindenFluke accessoires zijn verkrijgbaar bij uw officile Fluke dealer.66
  • Page 77

    True-rms Digital MultimetersAlgemene specificatiesAlgemene specificatiesMaximumspanning tussen een willekeurige aansluiting en aarde: 1000 VW Zekeringsbescherming voor mA- of A-ingang 0,44 A (44/100 A, 440 mA), 1000 V FAST-zekering, uitsluitend gespecificeerd FlukeonderdeelW Zekeringsbescherming voor A-ingang ..........11 A, 1000 V FAST-zekering, uitsluitend gespecificeerd Fluke onderdeelBatterijtype.............................................................6 AA-alkalinebatterijen, NEDA 15A IEC LR6Levensduur batterij ...............................................100 uur minimum; 200 uur in registratiemodusTemperatuurWerktemperatuur.................................................-20 C tot 55 COpslagtemperatuur..............................................-40 C tot 60 CRelatieve vochtigheid ...........................................0 % tot 90 % (0 C tot 37 C), 0 % tot 65 % (37 C tot 45 C), 0 % tot 45 %(45 C tot 55 C)HoogteWerkhoogte .........................................................3.000 mOpslaghoogte ......................................................10.000 mTemperatuurcofficint ........................................0,05 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)//C (< 18 C of > 28 C)Trilling ....................................................................Willekeurige trilling volgens MIL-PRF-28800F klasse 2ndSchok......................................................................1 meter val per IEC/EN 61010-1 2 EditionAfmetingen (HxBxL)..............................................22,2 cm x 10,2 cm x 6,0 cmGewicht ..................................................................871 gVeiligheidsnormenUS ANSI ..............................................................Voldoet aan ANSI/ISA 82.02.01 (61010-1) 2004CSA .....................................................................CAN/CSA-C22.2 nr. 61010-1-04 tot meetcategorie III 1000 V en meetcategorie IV 600 V,vervuilingsgraad 2UL........................................................................UL 61010 (2003)ndCE (Europa) ........................................................IEC/EN 61010-1 2 Edition vervuilingsgraad 267
  • Page 78

    287/289GebruiksaanwijzingElektromagnetische compatibiliteitsnormen (EMC)Europese EMC....................................................EN61326-1Australische EMC................................................; N10140US FCC...............................................................FCC CFR47: Deel 15 KLASSE ACertificaties............................................................UL, CE, CSA, ; (N10140), Gedetailleerde specificatiesNauwkeurigheid:De nauwkeurigheid wordt gespecificeerd gedurende n jaar na calibratie, bij 18 C tot 28 C (64 F tot 82 F) en een relatieve vochtigheidvan maximaal 90 %. Nauwkeurigheidsspecificaties worden gegeven als: ([ % van aflezing ] + [ aantal minst significante cijfers ]).Nauwkeurigheidsspecificatie veronderstelt dat de omgevingstemperatuur 1 C stabiel is. Bij wijzigingen van 5 C in deomgevingstemperatuur geldt na 2 uur de nominale nauwkeurigheid. Om volledige nauwkeurigheid te bereiken van dc mV, temperatuur, Ohmen lage (50) Ohm, laat u de meter 20 minuten stabiliseren na het gebruik van LoZ.True-rms:Ac mV-, ac V-, ac A-, ac mA- en ac A-specificaties zijn ac-gekoppeld, true-rms en zijn gespecificeerd van 2 % tot 100 % van bereik,behalve het 10 A-bereik, dat van 10 % tot 100 % van bereik is gespecificeerd.Crestfactor:Nauwkeurigheid is gespecificeerd met ac-crestfactor 3,0 bij volledige schaal, lineair toenemend tot 5,0 bij halve schaal, behalve het 1000 Vbereik, waarbij de ac-crestfactor 1,5 is bij volledige schaal en lineair toeneemt tot 3,0 bij halve schaal, en het 500 mV- en 5000 A-bereik,waarbij de ac-crestfactor 3,0 is bij 80 % van de volledige schaal en lineair toeneemt tot 5,0 bij halve schaal. Voor niet-sinusvormigegolfvormen (0,3 % van bereik en 0,1 % van aflezing) toevoegen.Ac-bodem:Als de ingangskabels worden kortgesloten in de ac-functies, kan de meter een restaflezing tot maximaal 200 digits te zien geven. Eenrestaflezing van 200 digits veroorzaakt een verschuiving van slechts 20 digits voor aflezingen bij 2 % van het bereik. Het gebruik van RELvoor de compensatie van deze aflezing kan een veel hogere constante fout geven in latere metingen.Ac+dc:Ac+dc wordt gedefinieerd als68ac 2 + dc 2
  • Page 79

    True-rms Digital MultimetersGedetailleerde specificatiesSpecificaties voor wisselspanningFunctieac mVac VdBVBereikResolutie[1]50 mV500 mV[1]5V[1]50 V[1]500 V0,001 mV0,01 mV0,0001 V0,001 V0,01 V1000 V0,1 V[3]-70 tot -62 dB[3]-62 tot -52 dB[3]-52 tot -6 dB[3]-6 tot +34 dB[3]34 tot 60 dB0,01 dB0,01 dB0,01 dB0,01 dB0,01 dBLaagdoorlaat[4]filterL[4]1000 V0,1 VNauwkeurigheid20 Hz tot 45 Hz 45 Hz tot 65 Hz 65 Hz tot 10 kHz 10 kHz tot 20 kHz 20 kHz tot 100 kHz1,5 % + 601,5 % + 601,5 % + 601,5 % + 600,3 % + 250,3 % + 250,3 % + 250,3 % + 250,4 % + 250,4 % + 250,6 % + 250,4 % + 251,5 % + 600,3 % + 250,4 % + 251,5 % + 600,3 % + 250,4 % + 253 dB1,5 dB0,2 dB0,2 dB1,5 dB1,0 dB0,1 dB0,1 dB2 dB1 dB0,1 dB0,1 dB0,2 dB0,1 dB0,1 dB2 % + 802 % + 402 % +10[2]-6 % -602 % + 802 % + 402 % + 40[6]0,7 % + 400,7 % + 401,5 % + 400,7 % + 40NietgespecificeerdNietgespecificeerd2 dB1 dB0,2 dB0,2 dBNietgespecificeerdNietgespecificeerdNietgespecificeerd[5]3,5 % + 403,5 % + 40[5]3,5 % + 403,5 % + 40NietgespecificeerdNietgespecificeerd3 dB2 dB0,8 dB0,8 dBNietgespecificeerdNietgespecificeerdNietgespecificeerd[1] Onder 5 % van bereik, 20 digits toevoegen.[2] Specificatie neemt lineair van -2 % bij 200 Hz tot -6 % bij 440 Hz toe. Bereik is beperkt tot 440 Hz.[3] dBm (600 ) is gespecificeerd door +2,2 dB aan de dBV-bereikwaarden toe te voegen.[4] Alleen 289.[5] Boven 65 kHz: 2,5 % toevoegen.[6] Bereik is beperkt tot 440 Hz.Zie inleiding van Gedetailleerde specificaties voor aanvullende informatie.69
  • Page 80

    287/289GebruiksaanwijzingSpecificaties voor wisselstroomFunctieac A[3]ac mAac A[2][3]Bereik500 A5000 A50 mA400 mA5A[1]10 AResolutie0,01 A0,1 A0,001 mA0,01 mA0,0001 A0,001 A20 Hz tot 45 HzNauwkeurigheid45 kHz tot 1 kHz1 kHz tot 20 kHz1 % + 201%+51 % + 201%+51,5 % + 201,5 % + 5[1]Bereik van 10 A (10 % tot 100 % van bereik).[2]20 A gedurende 30 seconden aan, 10 minuten uit. > 10 A niet gespecificeerd.[3]400 mA continu; 550 mA gedurende 2 minuten aan, 1 minuut uit.[4]Verificatie door ontwerp- en typetests.Zie inleiding van Gedetailleerde specificaties voor aanvullende informatie.700,6 % + 200,6 % + 50,6 % + 200,6 % + 50,8 % + 200,8 % + 50,6 % + 200,6 % + 100,6 % + 201,5 % + 10[4]3 % + 40[4]3 % + 1020 kHz tot 100 kHz[4]5 % + 405 % + 405 % + 405 % + 40Niet gespecificeerdNiet gespecificeerd
  • Page 81

    True-rms Digital MultimetersGedetailleerde specificatiesSpecificaties voor gelijkspanningFunctie[3]dc-mVDC VL[1][1]Bereik[1]Resolutie50 mV500 mV5V50 V500 V0,001 mV0,01 mV0,0001 V0,001 V0,01 V1000 V0,1 V1000 V0,1 VDCNauwkeurigheid[2]ac boven dc, dc boven ac, ac + dc20 Hz tot 45 Hz 45 Hz tot 1 kHz 1 kHz tot 20 kHz 20 kHz tot 35 kHz[2][4]0,05 % + 20[5]0,025 % + 20,025 % + 20,025 % + 22 % + 800,5 % + 800,03 % + 20,03 % + 21 % + 20NietgespecificeerdNietgespecificeerd1,5 % + 401,5 % + 401,5 % + 401,5 % + 40NietgespecificeerdNietgespecificeerdNietgespecificeerd5 % + 405 % + 405 % + 405 % + 40Niet gespecificeerdNiet gespecificeerdNiet gespecificeerd20 digits toevoegen in dubbel display ac boven dc, dc boven ac of ac+dc.[2]Ac+dc-bereiken zijn gespecificeerd van 2 % tot 140 % van bereik, maar 1000 V is gespecificeerd van 2 % tot 100 % van bereik.[3]Bij gebruik van de relatiefmodus (REL Q) voor de compensatie van nulpuntsafwijkingen.[4]4 digits/10 mV ac toevoegen in dubbele display ac boven dc, dc boven ac of ac + dc[5]10 digits/100 mV ac toevoegen in dubbele display ac boven dc, dc boven ac of ac + dc.71
  • Page 82

    287/289GebruiksaanwijzingSpecificaties voor gelijkstroomFunctie[4]DC ADC mADC A[2][4]Bereik500 A5000 A50 mA400 mA5A10 AResolutie0,01 A0,1 A0,001 mA0,01 mA0,0001 A0,001 AdcNauwkeurigheid[1]ac boven dc, dc boven ac, ac + dc[1][3]20 Hz tot 45 Hz 45 Hz tot 1 kHz 1 kHz tot 20 kHz0,075 % + 200,075 % + 2[6]0,05 % + 100,15 % + 20,3 % + 100,3 % + 21 % + 201%+51 % + 201%+51,5 % + 201,5 % + 10[1]Ac+dc-bereiken zijn gespecificeerd van 2 % tot 140 % van bereik.[2]20 A gedurende 30 seconden aan, 10 minuten uit. > 10 A niet gespecificeerd.[3]20 digits toevoegen in dubbel display ac boven dc, dc boven ac of ac+dc.[4]400 mA continu; 550 mA gedurende 2 minuten aan, 1 minuut uit.0,6 % + 200,6 % + 50,6 % + 200,6 % + 50,8 % + 200,8 % + 10[5]Verificatie door ontwerp- en typetests.[6]Temperatuurcofficint: 0,1 x (gespecificeerde nauwkeurigheid)/C (< 18 C of > 28 C).720,6 % + 200,6 % + 100,6 % + 201,5 % + 10[5]3 % + 40[5]3 % + 1020 kHz tot 100 kHz[5]5 % + 405 % + 405 % + 405 % + 40Niet gespecificeerdNiet gespecificeerd
  • Page 83

    True-rms Digital MultimetersGedetailleerde specificatiesSpecificaties voor weerstandFunctieBereik50 weerstand500 5 kResolutie[1][3][1][1]50 k[1]0,001 0,15 % + 200,01 0,05 % + 100,0001 k0,05 % + 20,001 k0,05 % + 20,01 k0,05 % + 25 M0,0001 M0,15 % + 430 M0,001 M1,5 % + 450 M0,01 M1,5 % + 450 M tot maximaal 100 M0,1 M3,0 % + 2100 M tot maximaal 500 M[2]50 nS0,1 M0,01 nS1 % + 10500 kGeleidingNauwkeurigheid[1]Bij gebruik van de relatiefmodus (REL Q) voor de compensatie van nulpuntsafwijkingen.[2]20 digits boven 33 nS in 50 nS-bereik toevoegen.[3]Alleen 289.8%+2Specificaties voor temperatuurTemperatuurResolutieNauwkeurigheid-200 C tot +1350 C0,1 C1 % + 10-328 F tot +2462 F0,1 F1 % + 18[1,2][1]Fout van de thermokoppelprobe niet inbegrepen.[2]Nauwkeurigheidsspecificatie veronderstelt dat de omgevingstemperatuur 1 C stabiel is. Bij wijzigingen van 5 C in de omgevingstemperatuur geldtna 2 uur de nominale nauwkeurigheid.73
  • Page 84

    287/289GebruiksaanwijzingSpecificaties voor capaciteit en diodetestsFunctieCapaciteitDiodetest[1]74Bereik[1]1 nF[1]10 nF[1]100 nF1 F10 F100 F1000 F10 mF100 mF3,1 VResolutie0,001 nF0,01 nF0,1 nF0,001 F0,01 F0,1 F1 F0,01 mF0,1 mF0,0001 VMet een foliecondensator of een betere condensator en met gebruik van relatiefmodus (REL ) om de rest op nul te zetten.Nauwkeurigheid1%+51%+51%+51%+51%+51%+51%+51%+52 % + 201 % + 20
  • Page 85

    True-rms Digital MultimetersGedetailleerde specificatiesSpecificaties voor frequentietellerFunctieFrequentie(0,5 Hz tot 999,99 kHz, pulsduur> 0,5 s)[1][2]Werkcyclus[1][2]PulsduurBereik99,999 Hz999,99 Hz9,9999 kHz99,999 kHz999,99 kHz1,00 % tot 99,00 %0,1000 ms1,000 ms10,00 ms1999,9 msResolutie0,001 Hz0,01 Hz0,0001 kHz0,001 kHz0,01 kHz0,01 %0,0001 ms0,001 ms0,01 ms0,1 ms[1]Voor oplooptijden < 1 s. Signalen gecentreerd rond triggerniveaus.[2]0,5 tot 200 kHz, pulsduur > 2 s. Pulsduurbereik wordt door de frequentie van het signaal bepaald.Nauwkeurigheid0,02 % + 50,005 % + 50,005 % + 50,005 % + 50,005 % + 50,2 % per kHz + 0,1 %0,002 ms + 3 digits0,002 ms + 3 digits0,002 ms + 3 digits0,002 ms + 3 digits75
  • Page 86

    287/289GebruiksaanwijzingGevoeligheid van frequentietellerIngangsbereik50 mV500 mV5V50 V500 V1000 VIngangsbereik500 A5000 A50 mA400 mA5A10 ASpanningsgevoeligheid bijbenadering[1](rms-sinusgolf)15 Hz tot 100 kHz5 mV25 mV0,25 V2,5 V25 V50 VStroomgevoeligheid bijbenadering(rms-sinusgolf)15 Hz tot 10 kHz25 A250 A2,5 mA25 mA0,25 A1,0 AAc-bandbreedte[2]1 MHz1 MHz700 kHz1 MHz300 kHz300 kHzAc-bandbreedteDc-triggerniveau bijbenadering5 mV en 20 mV20 mV en 60 mV1,4 V en 2,0 V0,5 V en 6,5 V5 V en 40 V5 V en 100 VDc-triggerniveaus (bijbenadering)100 kHz100 kHz100 kHz100 kHz100 kHz100 kHzN.v.t.Dc-bandbreedte600 kHz1 MHz80 kHz1 MHz300 kHz300 kHzDc-bandbreedteN.v.t.[1]Maximale ingangswaarde = 10 x bereik (1000 V maximum, 2 x 107 V-Hz-productmaximum). Ruis bij lage frequentie en amplitude kan denauwkeurigheid benvloeden.[2]Typische frequentiebandbreedte met volledige schaal (of maximum 2 x 107 V-Hz-product) rms-sinusgolf.76[2]
  • Page 87

    True-rms Digital MultimetersGedetailleerde specificatiesSpecificaties voor MIN MAX, registratie en piekFunctieNominale respons200 ms tot 80% (dc-functie)MIN MAX-registratie350 ms tot 80 % (ac-functie)[1]Piek250 S (piek)Crestfactor:[1]350 ms tot 80%NauwkeurigheidGespecificeerde nauwkeurigheid 12 digits voor wijzigingen met duur >425 ms in handmatig bereik.Gespecificeerde nauwkeurigheid 40 digits voor wijzigingen met duur >1,5 s in handmatig bereik.[2]Gespecificeerde nauwkeurigheid 100 digits maximaal 5.000 digits(volledig bereik) aflezing. Voor hogere piekaflezing (maximaal[3]12.000 digits), gespecificeerde nauwkeurigheid 2 % van aflezing.Voor periodieke curves van 50 tot 440 Hz (4 % + 1 digit).Voor herhaalde pieken; 2,5 ms voor enkele gebeurtenissen. Piek niet gespecificeerd voor 500 A dc, 50 mA dc, 5 A dc.[2]200 digits bij 500 mV ac, 500 A ac, 50 mA ac, 5 A ac.[3]3 % bij 500 mV ac, 500 A ac, 50 mA ac, 5 A ac.77
  • Page 88

    287/289GebruiksaanwijzingIngangskenmerkenFunctieOverbelastings[1]beveiligingIngangsimpedantieCommon modeOnderdrukkingsratio(1 k onbalans)Normal mode onderdrukking10 M <100 pF>120 dB bij dc, 50 Hz of60 Hz> 60 dB bij 50 Hz of 60 Hz10 M <100 pF>120 dB bij dc, 50 Hz of60 Hz> 60 dB bij 50 Hz of 60 HzL1000 VFmV1000 VK1000 V10 M <100 pF(ac-gekoppeld)>60 dB, dc tot 60 HzL1000 V3,2 k <100 pF(ac-gekoppeld)Niet gespecificeerdFunctie[2]Overbelastings[1]beveiliginge1000 V[2]50e1000 V[2]1000 V[2]GNullastTestspanning5 V d.c.20 V afnemendtot 2,5 V5 V d.c.Niet gespecificeerdSpanning volledige schaalTypische kortsluitstroomtot 500 k5 M of50 nS500 5 k550 mV<5 V1 mA100 A10 A1 A500 mV10 mA3,1 V d.c.1 mA[1]Ingangswaarde is beperkt tot product van een V-rms-sinusgolf maal frequentie van 2 x 107 V-Hz.[2]Voor circuits <0,5 A kortsluiting. 660 V voor hoge-energiecircuits.7850 k 500 k5 M0,3 A50 M0,3 A500 M0,3 A
  • Page 89

    True-rms Digital MultimetersGedetailleerde specificatiesSpanningsval (A, mA, A)FunctiemA, AABereikSpanningsval500 A5000 A50,000 mA400,00 mA5,0000 A10,000 A102 V/ A102 V/ A1,8 mV/mA1,8 mV/mA0,04 V/A0,04 V/A79
  • Page 90

    287/289Gebruiksaanwijzing80



Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Fluke 289 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Fluke 289 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 2,31 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Fluke 289

Fluke 289 Bedienungsanleitung - Deutsch - 92 seiten

Fluke 289 Bedienungsanleitung - Englisch - 88 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info