Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/30
Nächste Seite
EDGE
®
520 PLUS
Gebruikershandleiding
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    EDGE 520 PLUS
    ®

    Gebruikershandleiding



  • Page 2

    © 2018 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
    Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
    behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
    organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
    Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , Forerunner en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
    Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Garmin Index™, Varia™, Varia Vision™ en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
    dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple, Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de logo's van
    Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle gerelateerde handelsmerken, zijn
    het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Di2™ is een handelsmerk van Shimano, Inc. Shimano is een geregistreerd handelsmerk van Shimano,
    Inc. Training Stress Score™ (TSS), Intensity Factor™ (IF) en Normalized Power™ (NP) zijn handelsmerken van Peaksware, LLC. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc.
    Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve
    eigenaars.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
    ®

    M/N: AA3001



  • Page 3

    Inhoudsopgave
    Inleiding........................................................................... 1
    Knoppen ..................................................................................... 1
    Uw smartphone koppelen ........................................................... 1
    De statuspagina weergeven ....................................................... 1
    Het toestel opladen ..................................................................... 1
    Over de batterij ...................................................................... 2
    De standaardsteun installeren .................................................... 2
    De voorsteun installeren ............................................................. 2
    De Edge losmaken ................................................................. 2
    De mountainbikesteun installeren .............................................. 2
    Satellietsignalen ontvangen ........................................................ 3
    De schermverlichting gebruiken ................................................. 3

    Training........................................................................... 3
    Een rit maken .............................................................................. 3
    Het menu met snelkoppelingen gebruiken ............................ 3
    Virtual Partner® gebruiken .................................................... 3
    Segmenten ................................................................................. 4
    Strava™ segmenten .............................................................. 4
    Een segment volgen van Garmin Connect ............................ 4
    Segmenten inschakelen ......................................................... 4
    Tegen een segment racen ..................................................... 4
    Segmentgegevens weergeven .............................................. 4
    Segmentopties ....................................................................... 4
    Een segment verwijderen ...................................................... 5
    Workouts ..................................................................................... 5
    Een workout via internet volgen ............................................. 5
    Een workout beginnen ........................................................... 5
    Een workout stoppen ............................................................. 5
    Workouts verwijderen ............................................................ 5
    De trainingsagenda .....................................................................5
    Garmin Connect trainingsplannen gebruiken ........................ 5
    Intervalworkouts .......................................................................... 5
    Een intervalworkout maken .................................................... 5
    Een intervalworkout starten ................................................... 5
    Indoortrainingen .......................................................................... 5
    Uw ANT+ indoortrainer koppelen ........................................... 6
    Een ANT+ indoortrainer gebruiken ........................................ 6
    Weerstand instellen ........................................................... 6
    Doelvermogen instellen ..................................................... 6
    Een trainingsdoel instellen .......................................................... 6
    Een trainingsdoel annuleren .................................................. 6
    Persoonlijke records ................................................................... 6
    Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 6
    Een persoonlijk record terugzetten ........................................ 6
    Alle persoonlijke records wissen ............................................ 6
    Trainingszones ........................................................................... 7

    Kaartinstellingen ......................................................................... 8
    De oriëntatie van de kaart wijzigen ........................................ 8
    Route-instellingen ....................................................................... 8
    Een activiteit selecteren voor routeberekening ...................... 8

    Bluetooth connected functies....................................... 8
    Een GroupTrack sessie starten .................................................. 9
    Tips voor GroupTrack sessies ............................................... 9
    Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel ............... 9
    Audiomeldingen afspelen op uw smartphone ............................. 9
    Functies voor ongevaldetectie en hulp vragen ......................... 10
    Ongevaldetectie ................................................................... 10
    Hulp ...................................................................................... 10
    De functies voor ongevaldetectie en hulp vragen instellen .. 10
    Uw contacten voor noodgevallen weergeven ...................... 10
    Hulp vragen .......................................................................... 10
    Ongevaldetectie in- en uitschakelen .................................... 10
    Een automatisch bericht annuleren ..................................... 10
    Een statusupdate verzenden na een ongeval ..................... 10

    ANT+ sensors ............................................................... 11
    De hartslagmeter aanbrengen .................................................. 11
    Hersteltijd ............................................................................. 11
    Uw hersteltijd bekijken .................................................... 11
    Over VO2 max. indicaties .................................................... 11
    Geschat VO2 max. weergeven ....................................... 11
    Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen ..................... 12
    Uw hartslagzones instellen .................................................. 12
    Hartslagzones ................................................................. 12
    Fitnessdoelstellingen ....................................................... 12
    Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ......................... 12
    De snelheidsensor installeren .................................................. 12
    De cadanssensor installeren .................................................... 12
    Snelheid- en cadanssensors ............................................... 13
    Gegevens middelen voor cadans of vermogen ................... 13
    Uw ANT+ sensors koppelen ..................................................... 13
    Trainen met vermogensmeters ................................................. 13
    Uw vermogenszones instellen ............................................. 13
    De vermogensmeter kalibreren ............................................ 13
    Vermogen in de pedalen ...................................................... 13
    Fietsdynamica ...................................................................... 13
    Fietsdynamica gebruiken ................................................ 13
    De Vector software bijwerken met het Edge toestel ............ 14
    Uw FTP-waarde schatten .................................................... 14
    Een FTP-test uitvoeren ................................................... 14
    Uw FTP-waarde automatisch berekenen ........................ 14
    Elektronische schakelsystemen gebruiken ............................... 14
    Omgevingsbewustzijn ............................................................... 14
    De weegschaal gebruiken ........................................................ 14
    Gegevens van Garmin Index™ Smart Weegschaal ............ 15

    Navigatie......................................................................... 7

    Geschiedenis................................................................ 15

    Locaties ...................................................................................... 7
    Uw locatie markeren .............................................................. 7
    Naar een opgeslagen locatie navigeren ................................ 7
    Locaties bewerken ................................................................. 7
    Een locatie verwijderen .......................................................... 7
    De hoogte instellen ................................................................ 7
    Koersen ...................................................................................... 7
    Een koers maken op uw toestel ............................................. 7
    Een koers volgen vanaf Garmin Connect .............................. 7
    Tips voor trainen met koersen ............................................... 7
    Een koers stoppen ................................................................. 7
    Een koers op de kaart weergeven ......................................... 8
    Koersgegevens weergeven ................................................... 8
    Koersopties ............................................................................ 8
    Een koers verwijderen ........................................................... 8
    Zoomen op de kaart .................................................................... 8

    Uw rit weergeven ...................................................................... 15
    Uw tijd in elke trainingszone weergeven .............................. 15
    Ritten verwijderen ................................................................ 15
    Gegevenstotalen weergeven .................................................... 15
    Gegevenstotalen verwijderen .............................................. 15
    Garmin Connect ........................................................................ 15
    Uw rit verzenden naar Garmin Connect ............................... 15
    Gegevensopslag ....................................................................... 15
    Gegevensbeheer ...................................................................... 16
    Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 16
    Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................. 16
    Bestanden verwijderen ........................................................ 16
    De USB-kabel loskoppelen .................................................. 16

    Inhoudsopgave

    Uw toestel aanpassen.................................................. 16
    Connect IQ™ functies die u kunt downloaden ......................... 16
    Connect IQ functies downloaden via uw computer .............. 16
    i



  • Page 4

    Profielen ....................................................................................16
    Uw gebruikersprofiel instellen .............................................. 16
    Over trainingsinstellingen ......................................................... 16
    Uw activiteitenprofiel bijwerken ............................................ 17
    Gegevensschermen aanpassen .......................................... 17
    De satellietinstelling wijzigen ............................................... 17
    Waarschuwingen ................................................................. 17
    Bereikwaarschuwingen instellen ..................................... 17
    Een terugkerende waarschuwing instellen ..................... 17
    Auto Lap ............................................................................... 17
    Ronden op positie markeren ........................................... 17
    Ronden op afstand markeren ......................................... 18
    Auto Pause gebruiken ......................................................... 18
    Automatische slaapstand gebruiken .................................... 18
    Auto Scroll gebruiken ........................................................... 18
    De timer automatisch starten ............................................... 18
    Telefooninstellingen .................................................................. 18
    Systeeminstellingen .................................................................. 18
    Scherminstellingen ............................................................... 18
    Instellingen voor gegevens vastleggen ................................ 19
    De maateenheden wijzigen ................................................. 19
    De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 19
    De taal van het toestel wijzigen ........................................... 19
    Tijdzones .............................................................................. 19
    De modus Extra scherm instellen ............................................. 19
    De modus Extra scherm afsluiten ........................................ 19

    Toestelinformatie......................................................... 19
    Specificaties .............................................................................. 19
    Edge specificaties ................................................................ 19
    Specificaties van de hartslagmeter ...................................... 19
    Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor ....... 19
    Toestelonderhoud ..................................................................... 19
    Het toestel schoonmaken .................................................... 19
    Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden .................. 20
    Door de gebruiker vervangbare batterijen ................................ 20
    De batterij van de hartslagmeter vervangen ........................ 20
    De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
    vervangen ............................................................................ 20

    Problemen oplossen.................................................... 20
    Het toestel herstellen ................................................................ 20
    Standaardinstellingen herstellen .......................................... 20
    Gebruikersgegevens en instellingen wissen ........................ 20
    Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 20
    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 20
    Op mijn toestel wordt niet de juiste taal gebruikt ...................... 21
    Temperatuurmetingen .............................................................. 21
    Vervangende O-ringen ............................................................. 21
    Toestelgegevens weergeven .................................................... 21
    De software bijwerken via Garmin Connect Mobile .................. 21
    De software bijwerken via Garmin Express .............................. 21
    Productupdates .........................................................................21
    Meer informatie ......................................................................... 21

    Appendix....................................................................... 21
    Gegevensvelden ....................................................................... 21
    Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 23
    FTP-waarden ............................................................................ 24
    Berekeningen van hartslagzones ............................................. 24
    Wielmaat en omvang ................................................................ 24

    Index .............................................................................. 25

    ii

    Inhoudsopgave



  • Page 5

    Inleiding
    WAARSCHUWING
    Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
    verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
    informatie.
    Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
    begint of wijzigt.

    • Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
    Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.
    • Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
    Connect Mobile app, selecteert u in het menu
    of
    Garmin toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de
    instructies op het scherm.
    Als het toestel is gekoppeld, wordt een bericht weergegeven en
    synchroniseert uw toestel automatisch met uw smartphone.

    Knoppen

    De statuspagina weergeven

    À

    Á

    Â

    De statuspagina geeft de verbindingsstatus van de GPS, ANT+
    sensors en uw smartphone weer.
    Selecteer een optie:
    • Selecteer in het startscherm .
    • Selecteer tijdens een rit > Statuspagina.

    Selecteer deze knop om de helderheid van de schermverlichting aan te passen.
    Houd deze knop ingedrukt om het toestel in of uit te
    schakelen.
    Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties
    en instellingen te bladeren.
    Selecteer deze knop in het startscherm om de statuspagina
    weer te geven.
    Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties
    en instellingen te bladeren.
    Selecteer deze knop in het startscherm om het toestelmenu
    weer te geven.

    Ã

    Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt markeren.

    Ä

    Selecteer deze knop om de timer te starten of te stoppen.

    Å

    Selecteer deze knop om terug te keren naar het vorige
    scherm.

    Æ

    Selecteer deze knop om een optie te kiezen of een bericht
    te bevestigen.
    Selecteer deze knop tijdens een rit om menuopties weer te
    geven, zoals waarschuwingen en gegevensvelden.

    ®

    Daarop wordt de statuspagina weergegeven. Een nietknipperend pictogram geeft aan dat het signaal is gevonden
    of de sensor is verbonden.

    Het toestel opladen
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.
    Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
    lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
    stopcontact of een USB-poort op uw computer.
    OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
    goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
    pagina 19).
    1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.

    Uw smartphone koppelen
    Om gebruik te maken van de connected functies van het Edge
    toestel moet het direct via de Garmin Connect™ Mobile app
    worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth instellingen
    op uw smartphone.
    1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op
    uw telefoon installeren en openen.
    2 Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.
    De eerste keer dat u het toestel inschakelt, stelt u de taal van
    het toestel in. In het volgende scherm wordt u gevraagd een
    koppeling tot stand te brengen met uw smartphone.
    TIP: U kunt Menu > Instellingen > Telefoon > Koppel
    smartphone selecteren om handmatig naar de koppelmodus
    te gaan.
    3 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
    Garmin Connect account:
    ®

    Inleiding

    2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort

    op het toestel.
    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter
    of een USB-poort van een computer.
    4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
    Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
    toestel ingeschakeld.
    5 Laad het toestel volledig op.

    1



  • Page 6

    Over de batterij
    WAARSCHUWING
    Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
    veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
    productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

    De standaardsteun installeren
    Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
    dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
    fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te
    bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Plaats de rubberen schijf À op de achterzijde van de
    fietssteun.
    De rubberen lipjes zijn in lijn met de achterzijde van de
    fietssteun, zodat deze op zijn plaats blijft.

    • Gebruik het dikke kussentje als de diameter van het stuur
    25,4 mm is.
    • Gebruik het dunne kussentje als de diameter van het stuur
    31,8 mm is.
    Plaats
    de stuurklem rond het rubberen kussentje.
    4
    5 Plaats de schroef terug en draai deze aan.
    OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te
    draaien tot de steun goed vastzit, tot het maximale moment
    van 0,8 Nm (7 lbf-inch). Controleer regelmatig of de schroef
    goed vast zit.
    6 Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edgetoestel in lijn
    met de inkepingen op de fietssteun Â.
    ®

    7 Duw het Edge toestel iets omlaag en draai het rechtsom
    totdat het toestel vastklikt.

    3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
    4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden Á.
    5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
    de inkepingen op de fietssteun Â.
    6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
    het vastklikt.

    De Edge losmaken
    1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
    2 Til de Edge van de steun.

    De mountainbikesteun installeren
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel

    te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Gebruik de inbussleutel van 3 mm om de schroef À te
    verwijderen uit de stuurklem Á.

    De voorsteun installeren
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel

    te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Gebruik de inbussleutel om de schroef À te verwijderen uit
    de stuurklem Á.

    3 Selecteer een optie:

    3 Plaats het rubberen kussentje rond het stuur:

    2

    • Als de diameter van het stuur 25,4 mm is, plaats het dikke
    rubberen kussentje dan rond het stuur.
    • Als de diameter van het stuur 31,8 mm is, plaats het
    dunne rubberen kussentje dan rond het stuur.
    • Gebruik geen rubberen kussentje als de diameter van de
    zadelpen 35 mm is.
    Plaats
    de stuurklem rond het stuur, zodat de arm van steun
    4
    zich boven de stuurpen bevindt.
    5 Gebruik de inbussleutel van 3 mm om de schroef  op de
    arm van de steun los te draaien, positioneer de arm van de
    steun en draai de schroef daarna weer vast.

    Inleiding



  • Page 7

    OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te draaien
    tot de arm van de steun goed vastzit, met een maximaal
    moment van 2,26 Nm (20 lbf-inch). Controleer regelmatig of
    de schroef goed vast zit.

    Training
    Een rit maken
    Als bij uw toestel een ANT+ sensor is meegeleverd, zijn de
    toestellen al gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie
    worden geactiveerd.
    1 Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.
    2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
    gevonden.
    De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.
    3 Selecteer in het startscherm .
    4 Selecteer een activiteitenprofiel.
    5 Selecteer om de timer te starten.

    6 Verwijder indien nodig met de inbussleutel van 2 mm de twee
    schroeven aan de achterzijde van de steun Ã, draai de klem

    en plaats de schroeven terug om de richting van de steun te
    wijzigen.
    7 Plaats de schroef op de stuurklem terug en draai deze vast.
    OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te draaien
    tot de steun goed vastzit, tot het maximale moment van 0,8
    Nm (7 lbf-inch). Controleer regelmatig of de schroef goed
    vast zit.
    8 Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edge toestel in lijn
    met de inkepingen op de fietssteun Ä.

    6
    7
    8

    9 Duw het Edge toestel iets omlaag en draai het rechtsom
    totdat het toestel vastklikt.

    Satellietsignalen ontvangen
    Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
    om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
    worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
    1 Ga naar buiten naar een open gebied.
    De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
    2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
    Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
    worden gevonden.

    De schermverlichting gebruiken
    • Selecteer een willekeurige knop om de schermverlichting in
    te schakelen.
    • Selecteer om de helderheid van de schermverlichting aan
    te passen.
    • Selecteer in het startscherm een of meer opties:
    ◦ Selecteer > Helderheid > Helderheid om de helderheid
    in te stellen.
    ◦ Selecteer > Helderheid > Time-out van scherm en
    selecteer een optie om de verlichtingsduur aan te passen.

    Training

    9

    OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
    de timer is gestart.
    Selecteer of voor meer gegevensschermen.
    Selecteer zo nodig om menuopties, zoals waarschuwingen
    en gegevensvelden, weer te geven.
    Selecteer
    om de timer te stoppen.
    TIP: Voordat u deze rit opslaat en deelt op uw Garmin
    Connect account, kunt u het rittype wijzigen. Nauwkeurige
    rittypegegevens zijn belangrijk voor het kiezen van
    fietsvriendelijke routes.
    Selecteer Bewaar rit.

    Het menu met snelkoppelingen gebruiken
    Het toestel beschikt over een menu met snelkoppelingen voor
    verschillende gegevensschermen en hulpfuncties. Tijdens een
    rit wordt
    weergegeven op de gegevensschermen.
    Selecteer om het menu met snelkoppelingen weer te
    geven.

    Virtual Partner gebruiken
    ®

    Uw Virtual Partner is een trainingshulpmiddel dat u helpt bij het
    bereiken van uw trainingsdoelen.
    1 Schakel zo nodig het Virtual Partner scherm voor het
    activiteiten-profiel in (Gegevensschermen aanpassen,
    pagina 17).
    2 Maak een rit.
    3 Selecteer om het Virtual Partner scherm weer te geven en
    te zien wie er aan kop ligt.

    3



  • Page 8

    Tegen een segment racen

    4 Selecteer zo nodig

    > Virtual Partner-snelheid om de
    snelheid van de Virtual Partner aan te passen tijdens uw rit.

    Segmenten
    Een segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin
    Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het
    segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment
    volgen.
    OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw
    Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers
    automatisch gedownload.
    Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen
    en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die
    het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.

    Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
    segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
    of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin
    Connect account of andere leden van de fietscommunity. U kunt
    uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw
    segmentpositie te bekijken.
    OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
    account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
    verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
    kunt bekijken.
    1 Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een
    rit.
    Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen
    tegen het segment.
    2 Start met racen tegen het segment.
    Het segmentgegevensscherm verschijnt automatisch.

    Strava™ segmenten
    U kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge 520 Plus
    toestel. Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken
    met uw prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs
    die hetzelfde segment hebben gereden.
    Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
    de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
    meer informatie naar www.strava.com.
    De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
    Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.

    Een segment volgen van Garmin Connect
    Voordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect
    en volgen, moet u beschikken over een Garmin Connect
    account (Garmin Connect, pagina 15).
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    OPMERKING: Wanneer u Strava segmenten gebruikt,
    worden uw favoriete segmenten automatisch overgebracht
    naar uw toestel als dit is verbonden met Garmin Connect
    Mobile of uw computer.
    2 Ga naar connect.garmin.com.
    3 Maak een nieuw segment of kies een bestaand segment.
    4 Selecteer Verzend naar toestel.
    5 Koppel het toestel los en schakel het in.
    6 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    7 Selecteer het segment.
    8 Selecteer Rijden.

    Segmenten inschakelen
    U kunt segmentraces en meldingen die u waarschuwen als u
    segmenten nadert inschakelen.
    1 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer Schakel in.
    OPMERKING: Meldingen die u waarschuwen als u
    segmenten nadert, worden alleen weergegeven voor
    ingeschakelde segmenten.

    4

    3 Selecteer zo nodig

    om uw doel tijdens de race te wijzigen.
    U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, uw eerdere
    prestaties of andere fietsers (indien van toepassing). Het doel
    wordt automatisch aangepast op basis van uw huidige
    prestaties.
    Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.

    Segmentgegevens weergeven
    1 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
    geven.
    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment
    weer te geven.
    • Selecteer Uitdagingen om de rijtijden en de gemiddelde
    snelheid van de segmentaanvoerder, groepsaanvoerder
    of uitdager, van andere fietsers (indien van toepassing) en
    uw persoonlijke beste tijd en gemiddelde snelheid weer te
    geven.
    TIP: U kunt een klassementscore selecteren om het
    racedoel voor uw segment te wijzigen.

    Segmentopties
    Selecteer Menu > Training > Segmenten > Segmentopties.
    Inspanning automatisch kiezen: Activeert of deactiveert de
    automatische aanpassing van uw doelen op basis van uw
    huidige prestaties.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen segmenten op naam
    zoeken.
    Schakel in/uit: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
    segmenten in- of uitschakelen.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen segmenten
    van het toestel verwijderen.

    Training



  • Page 9

    Een segment verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer Wis > OK.

    Workouts
    U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
    workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
    calorieën. U kunt workouts maken met Garmin Connect of een
    trainingsplan selecteren met ingebouwde workouts van Garmin
    Connect en deze overzetten naar uw toestel.
    U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
    kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.

    Een workout via internet volgen
    Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 15).
    1 Verbind het toestel met uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Maak een workout en sla deze op.
    4 Selecteer Verzend naar toestel en volg de instructies op het
    scherm.
    5 Koppel het toestel los.

    Een workout beginnen
    Voordat u een workout kunt beginnen, moet u een workout
    downloaden van uw Garmin Connect account.
    1 Selecteer Menu > Training > Workouts.
    2 Selecteer een workout.
    3 Selecteer Rijden.
    4 Selecteer om de timer te starten.
    Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
    stappen van de workout, het doel (indien ingesteld) en de
    huidige workoutgegevens weer.

    Een workout stoppen
    • U kunt op elk moment
    selecteren om een workoutstap te
    beëindigen.
    • Selecteer om het scherm met workoutstappen weer te
    geven en selecteer vervolgens > Stop workout > OK om
    de workout te beëindigen.
    • Selecteer
    > Stop workout om de timer te stoppen en de
    workout te beëindigen.
    TIP: Wanneer u uw rit opslaat, wordt uw workout automatisch
    beëindigd.

    Workouts verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Workouts > Workoutopties >
    Verwijder meerdere.

    2 Selecteer een of meer workouts.
    3 Selecteer Verwijder workouts > OK.

    De trainingsagenda
    De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
    trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
    Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
    Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
    Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
    worden in de trainingsagenda op datum weergegeven. Als u een
    dag selecteert in de trainingsagenda, kunt u de workout
    weergeven of uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op
    uw toestel, ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u
    geplande workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de
    bestaande trainingsagenda overschreven.

    Training

    Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
    Voordat u een trainingsplan kunt downloaden van Garmin
    Connect, moet u beschikken over een Garmin Connect account
    (Garmin Connect, pagina 15).
    U kunt in Garmin Connect zoeken naar een trainingsplan,
    workouts en koersen plannen, en plannen downloaden naar uw
    toestel.
    1 Verbind het toestel met uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Selecteer en plan een trainingsplan.
    4 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
    5 Selecteer en volg de instructies op het scherm.

    Intervalworkouts
    U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
    toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
    nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
    einde gebruiken wanneer u een bekende afstand aflegt. Als u
    selecteert, neemt het toestel een interval op en last daarna
    een rustinterval in.

    Een intervalworkout maken
    1 Selecteer Menu > Training > Intervallen > Wijzig >
    2
    3
    4
    5
    6
    7

    Intervallen > Type.
    Selecteer Afstand, Tijd of Open.
    TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
    type in te stellen op Open.
    Selecteer Tijdsduur, voer een afstands- of tijdsinterval in
    voor de workout en selecteer .
    Selecteer Rust > Type.
    Selecteer Afstand, Tijd of Open.
    Voer indien nodig een waarde in voor de afstand of tijd van
    het rustinterval en selecteer .
    Selecteer een of meer opties:
    • Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
    • Selecteer Warm-up > Aan om een warming-up met een
    open einde toe te voegen aan uw workout.
    • Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
    open einde toe te voegen aan uw workout.

    Een intervalworkout starten
    1 Selecteer Menu > Training > Intervallen > Rijden.
    2 Selecteer om de timer te starten.
    3 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u

    om aan het eerste interval te beginnen.
    4 Volg de instructies op het scherm.
    Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, verschijnt er een
    bericht.

    Indoortrainingen
    Het toestel bevat een indooractiviteitenprofiel als GPS is
    uitgeschakeld. U kunt GPS uitschakelen bij indoortrainingen of
    om batterijvermogen te sparen.
    OPMERKING: Wijzigingen in de GPS-instelling worden
    opgeslagen in het activiteitenprofiel.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer GPS-modus > Uit.
    Als GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en
    afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een
    compatibele sensor of indoortrainer beschikt die deze
    gegevens naar het toestel verzendt.

    5



  • Page 10

    Uw ANT+ indoortrainer koppelen
    1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de ANT+

    indoortrainer.
    2 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer > Koppel ANT+
    trainer.
    3 Selecteer de indoortrainer om deze met uw toestel te
    koppelen.
    4 Selecteer Voeg sensor toe.
    Zodra de indoortrainer met uw toestel is gekoppeld, wordt de
    indoortrainer weergegeven als aangesloten sensor. U kunt
    uw gegevensvelden aanpassen om sensorgegevens weer te
    geven.

    Een ANT+ indoortrainer gebruiken
    Voordat u een compatibele ANT+ indoortrainer kunt gebruiken,
    moet u uw fiets op de trainer installeren en deze koppelen met
    uw toestel (Uw ANT+ indoortrainer koppelen, pagina 6).
    U kunt uw toestel met een indoortrainer gebruiken om
    weerstand te simuleren terwijl u een koers, activiteit of workout
    volgt. GPS is automatisch uitgeschakeld, als u een indoortrainer
    gebruikt.
    1 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Volg een koers om een opgeslagen koers te
    volgen (Koersen, pagina 7).
    • Selecteer Volg een activiteit om een opgeslagen rit te
    volgen (Een rit maken, pagina 3).
    • Selecteer Volg een workout om een krachtraining te
    volgen die u hebt gedownload via uw Garmin Connect
    account (Workouts, pagina 5).
    3 Selecteer een koers, activiteit of workout.
    4 Selecteer Rijden.
    5 Selecteer een activiteitenprofiel.
    6 Selecteer om de timer te starten.
    De trainer verhoogt of verlaagt de weerstand op basis van de
    hoogtegegevens van de koers of rit.
    7 Selecteer om het trainerscherm weer te geven.

    Doelvermogen instellen

    1 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer > Stel
    2
    3
    4
    5

    doelvermogen in.
    Stel het doelvermogen in.
    Selecteer een activiteitenprofiel.
    Begin met trappen.
    Het weerstandsniveau van de trainer wordt aangepast om
    een constant vermogen te leveren op basis van uw snelheid.
    Selecteer zo nodig > Stel doelvermogen in om het
    doelvermogen tijdens uw activiteit aan te passen.

    Een trainingsdoel instellen
    De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
    Partner zodat u kunt trainen op afstand, afstand en tijd of
    afstand en snelheid. Tijdens uw trainingsactiviteit geeft het
    toestel u real-time feedback over hoe ver u bent gevorderd met
    het bereiken van uw trainingsdoel.
    1 Selecteer Menu > Training > Stel een doel in.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
    afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
    • Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
    selecteren.
    • Selecteer Afstand en snelheid om een afstand en
    snelheid te selecteren.
    Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met uw
    geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
    uw huidige prestaties en de resterende tijd.
    3 Selecteer om de timer te starten.
    4 Selecteer zo nodig om het Virtual Partner scherm weer te
    geven.
    5 Selecteer > Bewaar rit nadat u uw activiteit hebt voltooid.

    Een trainingsdoel annuleren
    Selecteer

    > Annuleer doel > OK.

    Persoonlijke records
    Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
    nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
    hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
    tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
    stijging tijdens een rit. Indien het toestel wordt gekoppeld met
    een compatibele vermogensmeter, wordt het maximale
    vermogen weergegeven dat tijdens een periode van 20 minuten
    is geregistreerd.

    Uw persoonlijke records weergeven
    Selecteer Menu > Mijn statistieken > Persoonlijke
    records.
    U kunt het weerstandsniveau À, hoe ver u voor- of achterligt
    Á en hoeveel tijd u voor of achterligt  weergeven
    vergeleken met de afstand en tijd die oorspronkelijk voor de
    koers of de activiteit zijn geregistreerd.
    Weerstand instellen

    1 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer > Stel
    2
    3
    4
    5

    6

    weerstand in.
    Selecteer of om het weerstandsniveau van de trainer in te
    stellen.
    Selecteer een activiteitenprofiel.
    Begin met trappen.
    Selecteer zo nodig > Stel weerstand in om het
    weerstandsniveau tijdens uw activiteit aan te passen.

    Een persoonlijk record terugzetten
    U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Persoonlijke
    records.
    2 Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde.
    3 Selecteer Vorig record > OK.
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.

    Alle persoonlijke records wissen
    Selecteer Menu > Mijn statistieken > Persoonlijke records
    > Wis alles > OK.
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.

    Training



  • Page 11

    Trainingszones
    • Hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 12)
    • Vermogenszones (Uw vermogenszones instellen,
    pagina 13)

    Navigatie
    Navigatiefuncties en -instellingen worden ook gebruikt bij het
    navigeren van koersen (Koersen, pagina 7) en segmenten
    (Segmenten, pagina 4).
    • Locaties (Locaties, pagina 7)
    • Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 8)

    Locaties
    U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.

    Uw locatie markeren
    Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
    zoeken.
    Een locatie is een punt dat u vastlegt en in het toestel opslaat.
    Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
    bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
    1 Maak een rit.
    2 Selecteer > Markeer positie > OK.

    Naar een opgeslagen locatie navigeren
    Voordat u naar een opgeslagen locatie kunt navigeren, dient u
    satellieten te zoeken.
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer Bekijk kaart.
    4 Selecteer Rijden.
    5 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.

    1 Maak een rit.
    2 Selecteer > Stel hoogte in.
    3 Geef de hoogte op en selecteer

    .

    Koersen
    Een eerder vastgelegde activiteit volgen: U kunt bijvoorbeeld
    een vastgelegde koers volgen omdat de route u beviel. Of u
    kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk vastleggen en
    volgen.
    Tegen een eerder vastgelegde activiteit racen: U kunt een
    vastgelegde koers ook volgen om te proberen eerdere
    prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren. Stel
    bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
    voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om te
    proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
    Een bestaande rit volgen van Garmin Connect: U kunt een
    koers vanuit Garmin Connect verzenden naar uw toestel.
    Nadat de rit is opgeslagen op uw toestel, kunt u die koers
    volgen of ertegen racen.

    Een koers maken op uw toestel
    Voordat u een koers kunt maken, dient u te beschikken over een
    activiteit met GPS-gegevens die zijn opgeslagen op uw toestel.
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Koersen > Koersopties >
    Maak nieuw.
    2 Selecteer een activiteit waarop u uw koers wilt baseren.
    3 Geef een naam op voor de koers en selecteer .
    De koers verschijnt in de lijst.
    4 Selecteer de koers en bekijk de koersgegevens.
    5 Selecteer zo nodig Instellingen om de koersgegevens te
    wijzigen.
    U kunt bijvoorbeeld de naam of de kleur van de koers
    wijzigen.
    6 Selecteer > Rijden.

    Een koers volgen vanaf Garmin Connect

    Locaties bewerken
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer Wijzig.
    4 Selecteer een locatiedetail.
    Selecteer bijvoorbeeld Wijzig hoogte om een bekende hoogte
    voor de locatie op te geven.
    5 Wijzig de waarde en selecteer .

    Een locatie verwijderen
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer Verwijder locatie > OK.
    De hoogte instellen
    Als u over nauwkeurige hoogtegegevens voor uw huidige locatie
    beschikt, kunt u de hoogtemeter op het toestel handmatig
    kalibreren.
    Navigatie

    Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 15).
    1 Selecteer een optie:
    • Open de Garmin Connect Mobile app.
    • Ga naar connect.garmin.com.
    2 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
    3 Selecteer Verzend naar toestel.
    4 Volg de instructies op het scherm.
    5 Selecteer op het Edge toestel Menu > Navigatie > Koersen.
    6 Selecteer de koers.
    7 Selecteer Rijden.

    Tips voor trainen met koersen
    • Gebruik afslagbegeleiding (Koersopties, pagina 8).
    • Als u een warming-up doet, selecteert u
    om de koers te
    starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
    • Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
    de koers komt. Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar
    de koers. Als u op het pad van de koers komt, wordt er een
    bericht weergegeven.
    OPMERKING: Zodra u
    selecteert, start uw Virtual Partner
    de koers en wordt niet gewacht tot de warming-up voorbij is.
    • Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
    Als u van de koers afwijkt, wordt een bericht weergegeven.

    Een koers stoppen
    Selecteer

    > Stop koers > OK.
    7



  • Page 12

    Een koers op de kaart weergeven
    Voor elke koers die op uw toestel is opgeslagen, kunt u instellen
    hoe deze wordt weergegeven op de kaart. U kunt bijvoorbeeld
    instellen dat de rit naar uw werk altijd in geel wordt
    weergegeven op de kaart. En u kunt een andere koers in groen
    weergeven. Zo kunt u de koersen zien onder het rijden zonder
    dat u een bepaalde koers volgt.
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Koersen.
    2 Selecteer de koers.
    3 Selecteer Instellingen.
    4 Selecteer Altijd weergeven om de koers weer te geven op
    de kaart.
    5 Selecteer Kleur en selecteer een kleur.
    6 Selecteer Koerspunten om ook koerspunten weer te geven
    op de kaart.
    De volgende keer dat u in de buurt van de koers rijdt, wordt
    deze weergegeven op de kaart.

    Koersgegevens weergeven
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Overzicht om een overzicht van koersgegevens
    weer te geven.
    • Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
    weer te geven.
    • Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
    informatie weer te geven over elke ronde.

    Koersopties
    Selecteer Menu > Navigatie > Koersen > Koersopties.
    Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
    of uit.
    Koersfoutwaarsch.: Waarschuwt u als u van de koers afwijkt.
    Segmenten: Hiermee kunt u racen tegen geactiveerde
    segmenten die deel uitmaken van de koers.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen koersen op naam zoeken.
    Filter: Hiermee kunt u op koerstype filteren, bijvoorbeeld Strava
    koersen.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen koersen van
    het toestel verwijderen.

    Een koers verwijderen
    1 Selecteer Menu > Navigatie > Koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer Wis > OK

    Zoomen op de kaart
    1
    2
    3
    4

    Maak een rit.
    Selecteer om de kaart weer te geven.
    Selecteer > Zoom kaart in/uit.
    Selecteer een optie:
    • Schakel Auto.zoom in om automatisch een zoomniveau
    voor de kaart in te stellen.
    • Schakel Auto.zoom uit om handmatig in of uit te zoomen.
    5 Selecteer zo nodig Stel het zoomniveau in.
    6 Selecteer een optie:
    • Selecteer om handmatig in te zoomen.
    • Selecteer om handmatig uit te zoomen.
    7 Selecteer om het zoomniveau op te slaan (optioneel).

    8

    Kaartinstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen,
    selecteer een profiel en vervolgens Navigatie > Kaart.
    Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
    op de pagina.
    Auto.zoom: Hiermee selecteert u automatisch een zoomniveau
    voor de kaart. Als u Uit selecteert, moet u handmatig in- en
    uitzoomen.
    Kaartdetail: Hiermee stelt u het detailniveau van de kaart in. Als
    er meer details worden weergegeven, wordt de kaart
    mogelijk langzamer opnieuw getekend.
    Begeleidingstekst: Hiermee stelt u in wanneer afslag-voorafslag navigatieaanwijzingen worden weergegeven (vereist
    navigatiekaarten).
    Kaartzichtbaarheid: Hiermee kunt u de geavanceerde
    kaartfuncties opgeven.
    Kaartinformatie: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
    kaarten in- of uitschakelen.

    De oriëntatie van de kaart wijzigen
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Navigatie > Kaart > Oriëntatie.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
    pagina weer te geven.
    • Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
    aan de pagina weer te geven.
    • Selecteer 3D-modus om de kaart driedimensionaal weer
    te geven.

    Route-instellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen,
    selecteer een profiel en vervolgens Navigatie > Routebepaling.
    Routebep. dr popularit.: Routes worden uitgestippeld op basis
    van de populairste ritten van Garmin Connect.
    Routemodus: Hiermee stelt u uw transportmiddel in om uw
    route te optimaliseren.
    Berekeningswijze: Hiermee stelt u de methode in waarmee uw
    route wordt berekend.
    Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
    kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
    Te vermijden instellen: Hiermee stelt u in welke wegtypen u
    wilt vermijden.
    Herberekenen: Herberekent automatisch de route wanneer u
    van de route afwijkt.

    Een activiteit selecteren voor routeberekening
    U kunt het toestel de route laten berekenen op basis van het
    activiteittype.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Navigatie > Routebepaling > Routemodus.
    4 Selecteer een optie om uw route opnieuw te berekenen.
    U kunt bijvoorbeeld Wegwielrennen selecteren voor navigatie
    over de weg of Mountainbiken voor offroadnavigatie.

    Bluetooth connected functies
    Het Edge toestel beschikt over Bluetooth connected functies
    voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor
    sommige functies moet u de Garmin Connect Mobile app op uw
    smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com/intosports
    /apps voor meer informatie.
    Bluetooth connected functies



  • Page 13

    OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw
    Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele
    van deze functies.
    LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
    races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
    volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
    live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
    zien.
    GroupTrack: Hiermee kunt u andere fietsers in uw groep die
    LiveTrack gebruiken direct op het scherm en in real-time
    volgen. U kunt vooraf ingestelde berichten sturen naar
    andere fietsers in uw GroupTrack sessie die een compatibel
    Edge toestel hebben.
    Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
    wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
    klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
    Koersen, segmenten en workouts downloaden van Garmin
    Connect: Hiermee kunt u zoeken naar activiteiten op Garmin
    Connect met uw smartphone en deze naar uw toestel
    verzenden.
    Overdracht tussen toestellen: Hiermee kunt u bestanden
    draadloos overbrengen naar een ander compatibel Edge
    toestel.
    Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
    favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
    activiteit uploadt naar Garmin Connect.
    Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
    waarschuwingen naar uw toestel.
    Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
    toestel.
    Berichten: Hiermee kunt u reageren op een oproep of een
    bericht met vooraf ingestelde berichten. Deze functie is
    beschikbaar voor compatibele Android™ smartphones.
    Audiomeldingen: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u op
    uw smartphone tijdens het fietsen statusberichten afspelen.
    Ongevaldetectie: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u
    een bericht sturen naar uw contacten voor noodgevallen als
    het Edge toestel een incident detecteert.
    Hulp: Hiermee kunt u via de Garmin Connect Mobile app een
    automatisch sms-bericht met uw naam en GPS-locatie sturen
    naar uw contactpersonen voor noodgevallen.

    Een GroupTrack sessie starten
    Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u een
    smartphone met de Garmin Connect Mobile app koppelen met
    uw toestel (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
    Tijdens een rit kunt u andere fietsers in uw GroupTrack sessie
    op de kaart zien.
    1 Selecteer op het Edge toestel Menu > Instellingen >
    GroupTrack om de weergave van connecties op het
    kaartscherm in te schakelen.
    Selecteer
    in het instellingenmenu van de Garmin Connect
    2
    Mobile app LiveTrack > GroupTrack.
    3 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
    OPMERKING: Als u meerdere compatibele toestellen hebt,
    selecteert u één daarvan voor de GroupTrack sessie.
    4 Selecteer Start LiveTrack.
    5 Selecteer op het Edge toestel en begin uw rit.
    6 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.

    Tik op een pictogram op de kaart om de locatie en
    koersinformatie van andere fietsers die deelnemen aan de
    GroupTrack sessie weer te geven.
    7 Blader naar de GroupTrack lijst.
    Als u in de lijst een fietser selecteert, wordt deze midden op
    de kaart weergegeven.

    Tips voor GroupTrack sessies
    Met de functie GroupTrack kunt u andere fietsers in uw groep
    die LiveTrack gebruiken direct op het scherm volgen. Alle
    fietsers in de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
    Connect account.
    • Rijd buiten en gebruik GPS.
    • Koppel uw Edge 520 Plus toestel met uw smartphone via
    Bluetooth technologie.
    • Selecteer in het instellingenmenu op de Garmin Connect
    Mobile app Connecties om de lijst met fietsers voor uw
    GroupTrack sessie bij te werken.
    • Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
    smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
    Connect Mobile app.
    • Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (40 km of
    25 mijl).
    • Blader tijdens een GroupTrack sessie naar de kaart om uw
    connecties weer te geven.
    • Stap even af als u wilt proberen om de locatie en
    koersinformatie van andere fietsers in de GroupTrack sessie
    weer te geven.

    Bestanden overbrengen naar een ander
    Edge toestel
    U kunt koersen, segmenten en workouts draadloos overbrengen
    van het ene compatibele Edge toestel naar het andere via
    Bluetooth technologie.
    1 Schakel beide Edge toestellen in en breng ze binnen bereik
    (3 m) van elkaar.
    2 Selecteer op het toestel met de bestanden Menu >
    Instellingen > Toesteloverdrachten > Deel bestanden.
    3 Selecteer een bestandstype dat u wilt delen.
    4 Selecteer een of meer bestanden om over te brengen.
    5 Selecteer op het toestel dat de bestanden ontvangt Menu >
    Instellingen > Toesteloverdrachten.
    6 Selecteer een beschikbare verbinding.
    7 Selecteer een of meer bestanden om te ontvangen.
    Als het bestand is overgebracht, wordt op beide toestellen een
    bericht weergegeven.

    Audiomeldingen afspelen op uw smartphone
    Voordat u audiomeldingen kunt instellen, moet u een
    smartphone met de Garmin Connect Mobile app koppelen met
    uw Edge toestel.

    Bluetooth connected functies

    9



  • Page 14

    U kunt de Garmin Connect Mobile app zodanig instellen dat er
    tijdens het fietsen of een andere activiteit motiverende
    statusmeldingen worden afgespeeld op uw smartphone.
    Audiomeldingen vermelden het rondenummer en de rondetijd,
    navigatie- en vermogensgegevens, het tempo of de snelheid, en
    de hartslaggegevens. Tijdens een audiomelding dempt de
    Garmin Connect Mobile app het geluid van de primaire audio
    van de smartphone om de aankondiging af te spelen. U kunt de
    volumeniveaus aanpassen in de Garmin Connect Mobile app.
    1 Selecteer in de instellingen van de Garmin Connect Mobile
    app de optie Garmin toestellen.
    2 Selecteer uw toestel.
    3 Selecteer Toestelinstellingen > Audiomeldingen.

    Functies voor ongevaldetectie en hulp
    vragen
    Ongevaldetectie
    VOORZICHTIG
    Ongevaldetectie is een aanvullende functie die in eerste
    instantie is bedoeld voor gebruik op de weg. Ongevaldetectie
    dient niet te worden beschouwd als primaire methode voor het
    verkrijgen van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect Mobile
    app neemt geen contact op met hulpdiensten namens u.
    Als door uw Edge toestel met GPS een ongeval wordt
    gedetecteerd, kan de Garmin Connect Mobile app automatisch
    een sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties
    verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
    Op uw toestel en gekoppelde smartphone wordt een bericht
    weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
    seconden zullen worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig
    hebt, kunt u de automatische noodoproep annuleren.
    Voordat u ongevaldetectie op uw toestel kunt inschakelen, moet
    u in de Garmin Connect Mobile app de gegevens invoeren van
    de in geval van nood te waarschuwen personen. Uw
    gekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een dataabonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van de
    netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
    noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
    (standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).

    Hulp
    VOORZICHTIG
    Hulp is een aanvullende functie en dient niet te worden
    beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen van hulp bij
    ongelukken. De Garmin Connect Mobile app neemt geen
    contact op met hulpdiensten namens u.
    Als uw Edge toestel met GPS is verbonden met de Garmin
    Connect Mobile app, kunt u een automatisch sms-bericht met
    uw naam en GPS-locatie laten sturen naar uw contactpersonen
    voor noodgevallen.
    Voordat u de hulpfunctie op uw toestel kunt inschakelen, moet u
    in de Garmin Connect Mobile app de gegevens invoeren van de
    in geval van nood te waarschuwen personen. Uw via
    Bluetoothgekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een
    data-abonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van
    de netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
    noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
    (standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).
    Op uw toestel wordt een bericht weergegeven met de
    mededeling dat uw contactpersonen na een afteltijd zullen
    worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig hebt, kunt u het
    bericht annuleren.

    10

    De functies voor ongevaldetectie en hulp vragen
    instellen
    1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op

    uw telefoon installeren en openen.
    Koppel
    uw smartphone met het toestel (Uw smartphone
    2
    koppelen, pagina 1).
    3 Ga naar de instellingen van de Garmin Connect Mobile app,
    selecteer Contacten voor noodgevallen en geef uw
    fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen te
    waarschuwen contactpersonen op.
    Uw geselecteerde contactpersonen ontvangen een bericht
    waarin wordt bevestigd dat zij in noodgevallen de te
    waarschuwen contacten zijn.
    OPMERKING: Wanneer u contactpersonen voor
    noodgevallen invoert, wordt ongevaldetectie automatisch
    ingeschakeld op uw toestel.
    4 Schakel GPS in op uw Edge toestel (De satellietinstelling
    wijzigen, pagina 17).

    Uw contacten voor noodgevallen weergeven
    Voordat u uw contacten voor noodgevallen op uw toestel kunt
    weergeven, moet u uw fietsergegevens en de gegevens van in
    noodgevallen te waarschuwen contacten opgeven in de Garmin
    Connect Mobile app.
    Selecteer Menu > Contacten.
    De namen en telefoonnummers van uw in noodgevallen te
    waarschuwen contacten worden weergegeven.

    Hulp vragen
    Voordat u hulp kunt vragen, moet u GPS inschakelen op uw
    Edge toestel.
    1 Houd vier seconden lang ingedrukt om de hulpfunctie te
    activeren.
    U hoort een pieptoon en het toestel verzendt het bericht
    nadat de wachttijd van vijf seconden is verstreken.
    TIP: U kunt
    selecteren voordat de wachttijd is verstreken
    om het bericht te annuleren.
    2 Selecteer indien nodig om het bericht meteen te
    verzenden.

    Ongevaldetectie in- en uitschakelen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem >
    Ongevaldetectie.

    Een automatisch bericht annuleren
    Als een ongeval door uw toestel wordt gedetecteerd, kunt u het
    automatische waarschuwingsbericht op uw toestel of uw
    gekoppelde smartphone annuleren om te voorkomen dat het
    naar uw contacten voor noodgevallen wordt verzonden.
    Selecteer Annuleer > Ja voordat de wachttijd van dertig
    seconden is verstreken.

    Een statusupdate verzenden na een ongeval
    Voordat u een statusupdate naar uw contacten voor
    noodgevallen kunt verzenden, moet uw toestel een ongeval
    detecteren en een automatisch waarschuwingsbericht
    verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
    U kunt een statusupdate verzenden naar uw contacten voor
    noodgevallen om ze te informeren dat u geen hulp nodig hebt.
    Selecteer op de statuspagina Ongeval gedetecteerd > Ik
    ben OK.
    Een bericht wordt verzonden naar al uw contacten voor
    noodgevallen.

    Bluetooth connected functies



  • Page 15

    ANT+ sensors
    Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
    ANT+ sensors. Ga voor meer informatie over compatibiliteit en
    de aanschaf van optionele sensors naar http://buy.garmin.com.

    De hartslagmeter aanbrengen
    OPMERKING: Als u geen hartslagmeter hebt, kunt u deze
    paragraaf overslaan.
    U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
    uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
    tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
    1 Klik de hartslagmetermodule À in de band.

    Uw hersteltijd bekijken
    Voordat u de hersteltijdfunctie kunt gebruiken, moet u een
    hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (Uw
    ANT+ sensors koppelen, pagina 13). Als de hartslagmeter is
    meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al
    gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel
    instellen, pagina 16) en maximale hartslag (Uw hartslagzones
    instellen, pagina 12) in voor de meest nauwkeurige
    schattingen.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Hersteladvies >
    Schakel in.
    2 Maak een rit.
    3 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    De hersteltijd wordt weergegeven. De hersteltijd is maximaal
    vier dagen, en minimaal zes uur.

    Over VO2 max. indicaties

    De Garmin logo's op de module en de band dienen niet
    ondersteboven te worden weergegeven.
    2 Bevochtig de elektroden Á en de contactoppervlakken  aan
    de achterzijde van de band om een sterke verbinding tussen
    uw borst en de zender tot stand te brengen.

    3 Wikkel de band om uw borstkas en steek de haak van de
    band à in de lus Ä.
    OPMERKING: Het label met wasvoorschriften moet niet
    worden omgevouwen.

    De Garmin logo's moeten niet ondersteboven worden
    weergegeven.
    4 Zorg dat het toestel zich binnen 3 m (10 ft) van de
    hartslagmeter bevindt.
    Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
    gegevens verzonden.
    TIP: Zie (Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
    pagina 12) als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet
    worden weergegeven.

    VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
    kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
    maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
    is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
    fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden
    geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin
    toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en
    vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max.
    indicatie voor fietsen.
    Geschat VO2 max. weergeven
    Voordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de
    hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de
    meters koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors koppelen,
    pagina 13). Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw
    toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld. Stel uw
    gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen, pagina 16) en
    maximale hartslag (Uw hartslagzones instellen, pagina 12) in
    voor de meest nauwkeurige schattingen.
    OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
    onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
    zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
    1 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
    inspanning.
    2 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    3 Selecteer Menu > Mijn statistieken > VO2 max..
    Uw geschat VO2 max. wordt als getal en positie
    weergegeven op de kleurenbalk.

    Hersteltijd
    U kunt uw Garmin toestel gebruiken met hartslagmeting aan de
    pols of met een compatibele hartslagmeter met borstband om
    de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
    hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
    OPMERKING: De aanbevolen hersteltijd is gebaseerd op uw
    geschatte VO2 max. en lijkt aanvankelijk misschien
    onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
    toestel uw prestaties leert begrijpen.
    De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd
    loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve
    workout.

    ANT+ sensors

    Paars

    Voortreffelijk

    Blauw

    Uitstekend

    Groen

    Goed

    Oranje

    Redelijk

    Rood

    Slecht

    Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd
    met toestemming van The Cooper Institute . Raadpleeg de
    appendix (Standaardwaarden VO2 Max., pagina 23), en ga
    naar www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
    ®

    11



  • Page 16

    Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen
    Als uw rit een langdurige, tamelijk grote inspanning vergt en
    hartslag en vermogen niet sterk variëren, kan de VO2 max.waarde nauwkeuriger worden berekend.
    • Controleer vóór uw rit of uw toestel, hartslagmeter en
    vermogensmeter goed werken, zijn gekoppeld en zijn
    voorzien van een opgeladen batterij.
    • Houd uw hartslag gedurende uw rit van 20 minuten op meer
    dan 70% van uw maximale hartslag.
    • Houd gedurende uw rit van 20 minuten uw
    uitgangsvermogen tamelijk constant.
    • Vermijd heuvelachtig terrein.
    • Rij niet in peloton als er veel wordt gewaaierd.

    Uw hartslagzones instellen
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw hartslagzones te bepalen. U kunt de hartslagzones
    handmatig aanpassen op basis van uw fitnessdoelen
    (Fitnessdoelstellingen, pagina 12). Stel uw maximale hartslag,
    hartslag in rust en hartslagzones in voor de meest nauwkeurige
    caloriegegevens tijdens een activiteit.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Trainingszones >
    Hartslagzones.
    Voer
    de maximumwaarde en rustwaarde voor uw hartslag in.
    2
    De zonewaarden worden automatisch bijgewerkt; u kunt elke
    waarde echter ook handmatig aanpassen.
    3 Selecteer Op basis van:.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
    minuut weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % Max. om de zones als een percentage van
    uw maximumhartslag weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
    uw hartslag in rust weer te geven en te wijzigen.
    Hartslagzones
    Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
    kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
    verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
    hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
    hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
    oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
    berekend op basis van de percentages van uw maximale
    hartslag.
    Fitnessdoelstellingen
    Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
    verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
    te passen.
    • Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
    training.
    • Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
    cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
    Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
    van hartslagzones, pagina 24) gebruiken om de beste
    hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
    Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
    rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
    sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
    maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
    220 min uw leeftijd.

    Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
    Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
    weergegeven, kunt u deze tips proberen.
    • Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
    van toepassing).
    12

    • Trek de band strakker aan om uw borst.
    • Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
    • Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
    hartslagmeter onderhouden, pagina 20).
    • Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
    goed nat.
    Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
    er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
    die de hartslagsignalen beïnvloedt.
    • Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
    hartslagmeter kunnen veroorzaken.
    Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
    elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
    hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
    magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
    LAN-toegangspunten.

    De snelheidsensor installeren
    OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
    overslaan.
    TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
    tijdens de installatie van deze sensor.
    1 Plaats de snelheidsensor op de wielnaaf.
    2 Trek de band À om de wielnaaf en bevestig deze aan de
    haak Á op de sensor.

    De sensor staat mogelijk schuin bij montage op een
    asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking.
    3 Draai het wiel om de afstand te controleren.
    De sensor mag geen contact maken met andere onderdelen
    op de fiets.
    OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
    werking te bevestigen nadat het wiel twee keer is
    rondgegaan.

    De cadanssensor installeren
    OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
    overslaan.
    TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
    tijdens de installatie van deze sensor.
    1 Kies de bandgrootte die nauw aansluit op de pedaalarm À.
    Bij twijfel kiest u de kleinste band die om de pedaalarm past.
    2 Plaats de platte kant van de cadanssensor aan de
    binnenkant van de pedaalarm, aan de kant waar niet de
    aandrijving zit.
    3 Trek de banden Á om de pedaalarm en bevestig deze aan
    de haken  op de sensor.

    ANT+ sensors



  • Page 17

    • Pas uw vermogenszones aan uw doelen en mogelijkheden
    aan (Uw vermogenszones instellen, pagina 13).
    • Gebruik bereikwaarschuwingen om te worden gewaarschuwd
    wanneer u een bepaalde vermogenszone bereikt
    (Bereikwaarschuwingen instellen, pagina 17).
    • Pas de vermogensgegevensvelden aan (Gegevensschermen
    aanpassen, pagina 17).

    Uw vermogenszones instellen

    4 Draai de pedaalarm rond om de afstand te controleren.
    De sensor en banden mogen niet in contact komen met enig
    onderdeel van uw fiets of schoen.
    OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
    werking te bevestigen nadat de pedaalarm twee keer is
    rondgegaan.
    5 Maak een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en
    banden om te controleren of er geen beschadiging optreedt.

    Snelheid- en cadanssensors
    De cadansgegevens van de cadanssensor worden altijd
    opgenomen. Als er geen snelheid- en cadanssensor zijn
    gekoppeld met het toestel, worden GPS-gegevens gebruikt om
    de snelheid en afstand te berekenen.
    De cadans is de pedaal- of draaisnelheid. Deze wordt gemeten
    aan de hand van het aantal omwentelingen van de pedaalarm
    per minuut (RPM).

    Gegevens middelen voor cadans of vermogen
    De instelling voor het middelen van gegevens die niet gelijk zijn
    aan nul, is beschikbaar als u tijdens het trainen een optionele
    cadanssensor of vermogensmeter gebruikt. Standaard worden
    nulwaarden die optreden als u niet trapt, genegeerd.
    U kunt de waarde van deze instelling wijzigen (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 19).

    Uw ANT+ sensors koppelen
    Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
    de sensor plaatsen.
    Koppelen is het maken van een verbinding tussen ANT+
    draadloze sensors, bijvoorbeeld het verbinden van een
    hartslagmeter met uw Garmin toestel.
    1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
    OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
    ANT+ sensors van andere gebruikers vandaan bent tijdens
    het koppelen.
    2 Selecteer Menu > Instellingen > Sensors > Voeg sensor
    toe.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer een sensortype.
    • Selecteer Zoek alles om sensors in de buurt te zoeken.
    Er wordt een lijst met beschikbare sensors weergegeven.
    4 Selecteer een of meerdere sensors om te koppelen met uw
    toestel.
    5 Selecteer Voeg sensor toe.
    Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
    sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld
    aanpassen om sensorgegevens weer te geven.

    Trainen met vermogensmeters
    • Ga naar www.garmin.com/intosports voor een lijst met ANT+
    sensors die compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector™).
    • Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
    vermogensmeter.
    ANT+ sensors

    De waarden voor deze zones zijn standaardwaarden en passen
    mogelijk niet bij uw persoonlijke vaardigheden. U kunt uw zones
    handmatig aanpassen op het toestel of gebruikmaken van
    Garmin Connect. Als u weet wat uw FTP-waarde (Functional
    Threshold Power) is, kunt u deze opgeven zodat de software
    automatisch uw vermogenszones kan berekenen.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Trainingszones >
    Vermogenszones.
    2 Voer uw FTP-waarde in.
    3 Selecteer Op basis van:.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer watt om de zones in watt weer te geven en te
    wijzigen.
    • Selecteer % FTP om de zones als een percentage van uw
    FTP-waarde weer te geven en te wijzigen.

    De vermogensmeter kalibreren
    Voordat u uw vermogensmeter kunt kalibreren, moet deze
    correct zijn geïnstalleerd, gekoppeld met uw toestel en actief
    gegevens vastleggen.
    Raadpleeg de documentatie van de fabrikant voor instructies
    over het kalibreren van uw vermogensmeter.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Sensors.
    2 Selecteer uw vermogensmeter.
    3 Selecteer Kalibreer.
    4 Zorg dat uw vermogensmeter actief blijft door te blijven
    trappen tot het bericht wordt weergegeven.
    5 Volg de instructies op het scherm.

    Vermogen in de pedalen
    Vector meet het vermogen in de pedalen.
    Vector meet een paar honderd keer per seconde de kracht die u
    uitoefent. Vector meet ook uw cadans of pedaalrotatiesnelheid.
    Door de kracht, de richting van de kracht, de rotatie van de
    pedaalarm en de tijd te meten, kan Vector het vermogen
    bepalen (Watt). Omdat Vector het onafhankelijke vermogen per
    been (links en rechts) meet, wordt de vermogensbalans links/
    rechts weergegeven.
    OPMERKING: Het Vector S systeem geeft geen
    vermogensbalans tussen het linker- en rechterpedaal.

    Fietsdynamica
    Fietsdynamicameters meten hoeveel kracht u uitoefent tijdens
    de pedaalslag en waar u kracht uitoefent op het pedaal om u
    inzicht te geven in uw fietstechniek. Als u weet hoe en waar u
    kracht uitoefent, kunt u efficiënter trainen en uw bikefitting
    beoordelen.
    OPMERKING: U dient over een systeem met twee sensors te
    Edge beschikken om fietsdynamicameters te kunnen gebruiken.
    Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
    /cyclingdynamics.
    Fietsdynamica gebruiken
    Voordat u fietsdynamica kunt gebruiken, moet u de Vector
    vermogensmeter koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors
    koppelen, pagina 13).
    OPMERKING: Voor het opslaan van fietsdynamicagegevens is
    extra toestelgeheugen nodig.
    13



  • Page 18

    1 Maak een rit.
    2 Blader naar het fietsdynamicascherm om uw
    vermogensfasegegevens À, totale vermogen Á en
    pedaalmidden-offset  te bekijken.

    Paars

    Voortreffelijk

    Blauw

    Uitstekend

    Groen

    Goed

    Oranje

    Redelijk

    Rood

    Ongetraind

    Raadpleeg de appendix (FTP-waarden, pagina 24) voor
    meer informatie.

    3 Selecteer Gegevensvelden om een gegevensveld zo nodig

    te wijzigen (Gegevensschermen aanpassen, pagina 17).
    OPMERKING: De twee gegevensvelden onder aan het
    scherm à kunnen worden aangepast.
    U kunt de rit verzenden naar de Garmin Connect Mobile app om
    meer fietsdynamicagegevens te bekijken (Uw rit verzenden naar
    Garmin Connect, pagina 15).
    Vermogensfasegegevens
    Vermogensfase is het pedaalslaggebied (tussen de
    beginpedaalhoek en de eindpedaalhoek) waar u positief
    vermogen produceert.
    Pedaalmidden-offset
    Pedaalmidden-offset is de locatie op het pedaaloppervlak waar
    u druk uitoefent.

    De Vector software bijwerken met het Edge toestel
    Voordat u de software kunt bijwerken, moet u uw Edge toestel
    koppelen met uw Vector systeem.
    1 Verzend uw gegevens naar uw Garmin Connect account (Uw
    rit verzenden naar Garmin Connect, pagina 15).
    Garmin Connect zoekt automatisch naar software-updates en
    verzendt deze naar uw Edge toestel.
    2 Breng uw Edge toestel binnen bereik (3 m) van de sensor.
    3 Draai de pedaalarm een paar keer rond. Het Edge toestel
    vraagt u om alle software-updates die klaarstaan te
    installeren.
    4 Volg de instructies op het scherm.

    Uw FTP-waarde schatten
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw functionele drempelvermogen (FTP) te schatten. Voor
    een nauwkeurigere FTP-waarde kunt u een FTP-test uitvoeren
    met een gekoppelde vermogensmeter en hartslagmeter (Een
    FTP-test uitvoeren, pagina 14).
    Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP.
    Uw geschatte FTP-waarde wordt weergegeven als een
    waarde gemeten in watt per kilogram, uw geleverde
    vermogen in watt en een positie op de kleurenbalk.

    Een FTP-test uitvoeren
    Voordat u een test kunt uitvoeren om uw functionele
    drempelvermogen (FTP) te bepalen, moet u beschikken over
    een gekoppelde vermogensmeter en hartslagmeter (Uw ANT+
    sensors koppelen, pagina 13).
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP > FTP test >
    Rijden.
    2 Selecteer om de timer te starten.
    Zodra u aan de rit begint, geeft het toestel de verschillende
    stappen van de test, het doel en de huidige
    vermogensgegevens weer. Als de test is voltooid, wordt een
    bericht weergegeven.
    3 Selecteer om de timer te stoppen.
    4 Selecteer Bewaar rit.
    Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
    gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
    en een positie op de kleurenbalk.
    Uw FTP-waarde automatisch berekenen
    Voordat het toestel uw functionele drempelvermogen (FTP) kan
    berekenen, moet u beschikken over een gekoppelde
    vermogensmeter en hartslagmeter (Uw ANT+ sensors koppelen,
    pagina 13).
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP > Autom.
    berekenen inschakelen.
    2 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
    inspanning.
    3 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    4 Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP.
    Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
    gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
    en een positie op de kleurenbalk.

    Elektronische schakelsystemen gebruiken
    Voordat u gebruik kunt maken van compatibele elektronische
    schakelsystemen, zoals Shimano Di2™ schakelsystemen, moet
    u deze koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors koppelen,
    pagina 13). U kunt de optionele gegevensvelden aanpassen
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 17). Het Edge 520
    Plus toestel geeft de huidige afstellingswaarde weer als de
    sensor in de afstellingsmodus is.
    ®

    Omgevingsbewustzijn
    Uw Edge toestel kan worden gebruikt met het Varia Vision™
    toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en achteruitkijkradar voor
    een verbeterd omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding
    van het Varia toestel voor meer informatie.
    OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken
    voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken
    via Garmin Express, pagina 21).

    De weegschaal gebruiken
    Als u een ANT+ compatibele weegschaal hebt, kan het toestel
    de gegevens van de weegschaal aflezen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Sensors > Voeg sensor
    toe > Weegschaal.
    Wanneer de weegschaal is gevonden, verschijnt een bericht.
    14

    ANT+ sensors



  • Page 19

    2 Ga op de weegschaal staan als dit wordt aangegeven.
    OPMERKING: Als u een lichaamsanalyseweegschaal
    gebruikt, dient u uw schoenen en sokken uit te trekken om te
    zorgen dat alle lichaamsparameters worden gelezen en
    geregistreerd.
    3 Stap van de weegschaal af als dit wordt aangegeven.
    TIP: Als zich een fout voordoet, stapt u van de weegschaal
    af. Stap op de weegschaal als dit wordt aangegeven.

    Gegevens van Garmin Index™ Smart Weegschaal
    Als u een Garmin Index toestel hebt, worden de meest recente
    weegschaalgegevens opgeslagen in uw Garmin Connect
    account. De volgende keer dat u uw Edge 520 Plus toestel
    aanmeldt bij uw Garmin Connect account, worden de
    gewichtsgegevens bijgewerkt in uw Edge 520 Plus
    gebruikersprofiel.

    Geschiedenis
    Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
    snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
    sensorgegevens.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
    weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
    automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
    regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
    houden.

    Uw rit weergeven
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Ritten.
    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer een optie.
    Uw tijd in elke trainingszone weergeven
    Voordat u uw tijd in elke trainingszone kunt weergeven, moet u
    uw toestel koppelen met een compatibele hartslagmeter of
    vermogensmeter, een activiteit voltooien en de activiteit
    opslaan.
    Door uw tijd in elke hartslag- en vermogenszone te bekijken,
    kunt u de intensiteit van uw training beter afstemmen. U kunt uw
    vermogenszones (Uw vermogenszones instellen, pagina 13) en
    hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 12)
    aanpassen aan uw doelen en mogelijkheden. U kunt een
    gegevensveld aanpassen om uw tijd in trainingszones tijdens
    uw rit weer te geven (Gegevensschermen aanpassen,
    pagina 17).
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Ritten.
    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer een optie:
    • Als uw rit gegevens van één sensor bevat, selecteert u
    Tijd in hartslagzone of Tijd in vermogenszone.
    • Als uw rit gegevens van beide sensors bevat, selecteert u
    Tijd in zone, en vervolgens Hartslagzones of
    Vermogenszones.

    Ritten verwijderen
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Ritten > Wis.
    2 Selecteer een of meer ritten om te verwijderen.
    3 Selecteer Wis ritten > OK.

    Gegevenstotalen weergeven
    U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
    hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
    afstand en calorieën.
    Geschiedenis

    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Totalen.
    2 Selecteer een optie om de toestel- of activiteitprofieltotalen
    weer te geven.

    Gegevenstotalen verwijderen
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Totalen > Wis totalen.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Wis alle totalen om alle gegevenstotalen uit de
    geschiedenis te verwijderen.
    • Selecteer een activiteitprofiel om de verzamelde
    gegevenstotalen voor een enkel profiel te verwijderen.
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.
    3 Selecteer OK.

    Garmin Connect
    U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
    Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
    analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
    prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
    wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
    meer.
    U kunt uw gratis Garmin Connect account maken wanneer u uw
    toestel met uw telefoon koppelt met behulp van de Garmin
    Connect Mobile app, of u kunt naar connect.garmin.com gaan.
    Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
    hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
    naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
    Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
    informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
    hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
    bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
    en instelbare rapporten.
    OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
    accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.

    Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
    een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
    Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
    elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
    plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.

    Uw rit verzenden naar Garmin Connect
    • Synchroniseer uw Edge toestel met de Garmin Connect
    Mobile app op uw smartphone.
    • Gebruik de USB-kabel die bij uw Edge toestel is geleverd om
    ritgegevens naar uw Garmin Connect account op uw
    computer te sturen.

    Gegevensopslag
    Het toestel maakt gebruik van slimme opslag. Hiermee worden
    belangrijke punten opgeslagen waarop u van richting bent
    veranderd of waarop uw snelheid of hartslag is gewijzigd.
    Wanneer een vermogensmeter wordt gekoppeld, legt het toestel
    elke seconde punten vast. Door elke seconde punten vast te
    15



  • Page 20

    leggen, beschikt u over een gedetailleerd spoor en wordt meer
    geheugen gebruikt.
    Raadpleeg voor informatie over het middelen van gegevens
    voor cadans en vermogen Gegevens middelen voor cadans of
    vermogen, pagina 13.

    Gegevensbeheer
    OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
    98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
    ®

    ®

    1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
    • Op Windows computers: Selecteer het pictogram
    Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
    selecteer uw toestel.
    • Voor Apple computers selecteert u het toestel en
    selecteert u File > Eject.
    2 Koppel de kabel los van uw computer.

    ®

    Uw toestel aanpassen

    Het toestel aansluiten op uw computer
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.

    1 Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog.
    2 Sluit de kleine connector van de USB-kabel aan op de USBpoort.

    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
    van de computer.
    Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
    Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
    volume op Mac computers.

    Bestanden overbrengen naar uw toestel
    1 Verbind het toestel met uw computer.

    2
    3
    4
    5
    6
    7

    Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
    een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
    computers wordt het toestel weergegeven als een
    geïnstalleerd volume.
    OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
    netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
    weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
    voor meer informatie over het toewijzen van het station.
    Open de bestandsbrowser op de computer.
    Selecteer een bestand.
    Selecteer Edit > Copy.
    Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
    toestel.
    Blader naar een map.
    Selecteer Edit > Paste.
    Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
    geheugen van het toestel.

    Bestanden verwijderen

    U kunt Connect IQ functies van Garmin en andere leveranciers
    aan uw toestel toevoegen via de Connect IQ Mobile app.
    Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
    downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
    op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
    gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
    pagina's.
    Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
    sensorgegevens en meldingen.
    Apps: Hiermee kunt u interactieve functies toevoegen aan uw
    toestel, zoals nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.

    Connect IQ functies downloaden via uw computer
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    2 Ga naar apps.garmin.com en meld u aan.
    3 Selecteer een Connect IQ functie en download deze.
    4 Volg de instructies op het scherm.

    Profielen
    De Edge beschikt over een aantal mogelijkheden voor het
    aanpassen van het toestel, waaronder profielen. Een profiel is
    een verzameling instellingen waarmee u het gebruiksgemak van
    het toestel kunt optimaliseren. U kunt bijvoorbeeld verschillende
    instellingen en weergaven maken voor trainen en
    mountainbiken.
    Als u een profiel gebruikt en u instellingen zoals
    gegevensvelden of maateenheden wijzigt, worden de
    wijzigingen automatisch in het profiel opgeslagen.
    Activiteitenprofielen: U kunt activiteitenprofielen maken voor
    elk type fietsactiviteit. U kunt bijvoorbeeld een apart
    activiteitenprofiel maken voor trainen, racen en
    mountainbiken. Het activiteitenprofiel omvat aangepaste
    gegevenspagina's, activiteitentotalen, waarschuwingen,
    trainingzones (zoals hartslag en snelheid),
    trainingsinstellingen (zoals Auto Pause en Auto Lap ), en
    navigatie-instellingen.
    Gebruikersprofiel: U kunt instellingen wijzigen voor geslacht,
    leeftijd, gewicht, lengte en instellingen voor ervaren atleten.
    Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
    ritgegevens te berekenen.
    ®

    LET OP
    Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
    niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
    systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.

    1
    2
    3
    4

    Connect IQ™ functies die u kunt downloaden

    Open het Garmin station of volume.
    Open zo nodig een map of volume.
    Selecteer een bestand.
    Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
    OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u
    de map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
    verwijderen.
    ®

    ®

    Uw gebruikersprofiel instellen
    U kunt uw instellingen voor geslacht, leeftijd, gewicht en lengte
    bijwerken. Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
    ritgegevens te berekenen.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Gebruikersprofiel.
    2 Selecteer een optie.

    De USB-kabel loskoppelen

    Over trainingsinstellingen

    Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
    aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
    manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
    uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
    Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
    koppelen.

    Met de volgende opties en instellingen kunt u uw toestel
    aanpassen aan uw trainingsbehoeften. Deze instellingen
    worden opgeslagen in een activiteitenprofiel. U kunt bijvoorbeeld
    tijdwaarschuwingen instellen voor uw raceprofiel en u kunt een
    Auto Lap positie-trigger gebruiken voor uw mountainbikeprofiel.

    16

    Uw toestel aanpassen



  • Page 21

    Uw activiteitenprofiel bijwerken

    De satellietinstelling wijzigen

    U kunt tien activiteitenprofielen instellen. U kunt uw instellingen
    en de gegevensvelden voor een bepaalde activiteit of route
    aanpassen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer een profiel.
    • Selecteer Opties om een profiel te maken of te kopiëren.
    3 Wijzig zo nodig de naam en kleur voor het profiel.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Gegevensschermen om de
    gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 17).
    • Selecteer Standaardrittype om het bij dit
    activiteitenprofiel passende type rit in te stellen, zoals rit
    tussen kantoor en huis.
    TIP: Na een rit die niet bij het profiel past, kunt u het
    rittype handmatig bijwerken. Nauwkeurige rittypegegevens
    zijn belangrijk voor het kiezen van fietsvriendelijke routes.
    • Selecteer Segmenten om uw ingeschakelde segmenten
    weer te geven (Segmenten inschakelen, pagina 4).
    • Selecteer Waarschuwingen om uw
    trainingswaarschuwingen aan te passen
    (Waarschuwingen, pagina 17).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Lap om in te
    stellen hoe rondes worden gemarkeerd (Ronden op
    positie markeren, pagina 17).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Pause om in te
    stellen wanneer de activiteiten-timer automatisch pauzeert
    (Auto Pause gebruiken, pagina 18).
    • Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand
    om in te stellen dat het toestel automatisch in de
    slaapstand gaat na 5 minuten inactiviteit (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 18).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Scroll om de
    weergave van de pagina's met trainingsgegevens aan te
    passen wanneer de activiteiten-timer loopt (Auto Scroll
    gebruiken, pagina 18).
    • Selecteer Timer start-modus om in te stellen hoe het
    toestel het begin van een rit detecteert en de activiteitentimer automatisch start (De timer automatisch starten,
    pagina 18).
    • Selecteer Navigatie om de instellingen voor de kaart
    (Kaartinstellingen, pagina 8) en routebepaling in te stellen
    (Route-instellingen, pagina 8).
    • Selecteer GPS-modus om GPS uit te schakelen
    (Indoortrainingen, pagina 5) of de satellietinstelling te
    wijzigen (De satellietinstelling wijzigen, pagina 17).
    Alle wijzigingen die u aanbrengt worden opgeslagen in het
    activiteitenprofiel.

    Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
    GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS+GLONASS
    inschakelen. Door GPS+GLONASS te gebruiken, neemt de
    gebruiksduur van de batterij sneller af dan wanneer alleen GPS
    wordt gebruikt.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer GPS-modus.
    4 Selecteer een optie.

    Gegevensschermen aanpassen
    U kunt de gegevensschermen voor elk activiteitprofiel
    aanpassen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Gegevensschermen.
    4 Selecteer een gegevensscherm.
    5 Schakel indien nodig het gegevensscherm in.
    6 Selecteer het aantal gegevensvelden dat u op het scherm
    wilt weergeven.
    7 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.

    Uw toestel aanpassen

    Waarschuwingen
    U kunt waarschuwingen gebruiken voor trainingen met
    specifieke doelstellingen voor tijd, afstand, calorieën, hartslag,
    cadans en vermogen. Waarschuwingsinstellingen worden
    opgeslagen bij uw activiteitenprofiel.
    Bereikwaarschuwingen instellen
    Als u een optionele hartslagmeter, cadanssensor of
    vermogensmeter hebt, kunt u bereikwaarschuwingen instellen.
    Een bereikwaarschuwing wordt afgegeven wanneer het toestel
    een waarde meet die boven of onder een opgegeven
    waardenbereik ligt. Zo kunt u bijvoorbeeld instellen dat het
    toestel u waarschuwt als uw cadans lager is dan 40 rpm of
    hoger dan 90 rpm. U kunt ook een trainingszone
    (Trainingszones, pagina 7) gebruiken voor de
    bereikwaarschuwing.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Waarschuwingen.
    4 Selecteer Hartslagwaarschuwing, Cadanswaarschuwing
    of Vermogenswaarsch..
    5 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
    6 Selecteer de minimum- en maximumwaarde of selecteer
    zones.
    7 Selecteer indien nodig .
    Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
    een bericht weergegeven. U hoort ook een pieptoon als
    geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen in- en
    uitschakelen, pagina 19).
    Een terugkerende waarschuwing instellen
    Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
    wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
    registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
    minuten waarschuwt.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Waarschuwingen.
    4 Selecteer een waarschuwingstype.
    5 Schakel de waarschuwing in.
    6 Voer een waarde in.
    7 Selecteer .
    Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
    bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
    pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
    in- en uitschakelen, pagina 19).

    Auto Lap
    Ronden op positie markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op een bepaalde positie. Dit is handig als u uw prestaties tijdens
    verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken (bijvoorbeeld
    na een lange klim of na een sprint). Tijdens een koers kunt u de
    functie Op positie gebruiken om een ronde te starten bij alle
    rondeposities die voor de koers zijn vastgelegd.
    17



  • Page 22

    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Lap-

    trigger > Op positie > Ronde bij.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen bij druk. op ronde om de rondeteller te
    activeren telkens als u
    selecteert en telkens als u een
    van deze locaties opnieuw passeert.
    • Selecteer Start & ronde om de rondeteller te activeren op
    de GPS-locatie waar u
    selecteert en op elke locatie
    tijdens de rit waar u
    selecteert.
    • Selecteer Markeer en ronde om de rondeteller te
    activeren op een specifieke GPS-locatie die u vóór de rit
    hebt gemarkeerd en bovendien op elke locatie tijdens de
    rit wanneer u
    selecteert.
    5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 17).

    Ronden op afstand markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op basis van een bepaalde afstand. Dit is handig als u uw
    prestaties tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt
    vergelijken (bijvoorbeeld om de 10 mijl of 40 km).
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op afstand > Ronde bij.
    4 Voer een waarde in.
    5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 17).

    Auto Pause gebruiken
    U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
    automatisch te onderbreken als u stopt met bewegen of
    wanneer uw snelheid onder de opgegeven waarde komt. Dit is
    handig als er verkeerslichten of andere plaatsen voorkomen in
    uw route waar u langzamer moet fietsen of moet stoppen.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Pause.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Zodra gestopt om de timer automatisch te
    onderbreken wanneer u stopt met bewegen.
    • Selecteer Aangepaste snelheid om de timer automatisch
    te pauzeren wanneer uw snelheid onder een bepaalde
    waarde komt.
    5 Pas zo nodig optionele tijdgegevensvelden aan
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 17).

    Automatische slaapstand gebruiken
    U kunt de Autom. slaapstand functie gebruiken om automatisch
    in de slaapstand te gaan na 5 minuten van inactiviteit. Tijdens
    de slaapstand is het scherm uitgeschakeld en zijn de ANT+
    sensors, Bluetooth en GPS niet verbonden.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand.

    Auto Scroll gebruiken
    Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle
    schermen met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    18

    3 Selecteer Automatische functies > Auto Scroll.
    4 Selecteer een weergavesnelheid.
    De timer automatisch starten
    Met deze functie herkent het toestel automatisch dat er
    satellietsignalen worden ontvangen en dat de fiets rijdt. De
    activiteiten-timer wordt gestart of u wordt eraan herinnerd om de
    activiteiten-timer te starten, zodat uw ritgegevens worden
    vastgelegd.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Timer start-modus.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Handmatig en vervolgens
    om de activiteitentimer te starten.
    • Selecteer Op verzoek om een visuele herinnering te
    krijgen wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
    • Selecteer Automatisch om de activiteiten-timer
    automatisch te starten wanneer u de
    startmeldingssnelheid bereikt.

    Telefooninstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Telefoon.
    Schakel in: Hiermee schakelt u Bluetooth draadloze
    technologie in.
    OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
    alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
    ingeschakeld.
    Toestelnaam: Hiermee kunt u een gebruiksvriendelijke naam
    invoeren ter identificatie van uw toestellen met draadloze
    Bluetooth technologie.
    Koppel smartphone: Hiermee koppelt u uw toestel met een
    compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
    deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
    zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
    Connect.
    Meldingen voor telefoon en SMS: Hiermee kunt u
    telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone
    inschakelen.
    Gemiste oproepen en SMS-berichten: Geeft gemiste
    telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone weer.

    Systeeminstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem.
    • Scherminstellingen (Scherminstellingen, pagina 18)
    • Instellingen voor gegevensopslag (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 19)
    • Toestelinstellingen (De maateenheden wijzigen, pagina 19)
    • Geluidsinstellingen (De toesteltonen in- en uitschakelen,
    pagina 19)
    • Taalinstellingen (De taal van het toestel wijzigen, pagina 19)

    Scherminstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Scherm.
    Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van de
    schermverlichting instellen.
    Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen
    voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
    Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
    nachtkleuren weergeeft. U kunt de optie Automatisch
    selecteren om het toestel automatisch te laten overschakelen
    naar dag- of nachtkleuren op basis van de tijd van de dag.
    Schermafbeelding: Hiermee kunt u de schermafbeelding van
    het toestel opslaan.
    Uw toestel aanpassen



  • Page 23

    Toestelinformatie

    Instellingen voor gegevens vastleggen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Gegevensopslag.
    Interval: Hiermee stelt u in hoe het toestel activiteitgegevens
    vastlegt. Met de optie Smart legt u belangrijke punten vast
    waar u van richting bent veranderd of waarop uw snelheid of
    hartslag is gewijzigd. Met de optie 1 sec legt u elke seconde
    punten vast. Hiermee ontstaat een zeer gedetailleerd
    overzicht van uw activiteit, maar de omvang van het
    opgeslagen activiteitenbestand neemt aanzienlijk toe.
    Cadans middelen: Hiermee stelt u in of het toestel nulwaarden
    weergeeft voor cadansgegevens die optreden als u geen
    pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor cadans of
    vermogen, pagina 13).
    Vermogen middelen: Hiermee stelt u in of het toestel
    nulwaarden meetelt voor vermogensgegevens die optreden
    als u geen pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor
    cadans of vermogen, pagina 13).

    De maateenheden wijzigen

    Specificaties
    Edge specificaties
    Batterijtype

    Oplaadbare, ingebouwde lithiumionbatterij

    Levensduur van batterij

    Maximaal 15 uur.

    Bedrijfstemperatuurbereik

    Van -20 tot 60 ºC (van -4 tot 140 ºF)

    Laadtemperatuurbereik

    Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)

    Draadloze frequentie/
    draadloos protocol

    2,4 GHz bij 0 dBm nominaal

    Waterbestendigheid

    IEC 60529 IPX7*

    *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
    tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
    voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.

    U kunt de eenheden voor afstand, snelheid, hoogte,
    temperatuur, gewicht, positieweergave en tijdweergave
    aanpassen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Eenheden.
    2 Selecteer een type maatsysteem.
    3 Selecteer een maateenheid voor de instelling.

    Specificaties van de hartslagmeter

    De toesteltonen in- en uitschakelen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Geluid.

    De taal van het toestel wijzigen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Taal voor
    tekst.

    Tijdzones

    Batterijtype

    CR2032 van 3 V, door gebruiker te vervangen

    Batterijduur

    Maximaal 4,5 jaar bij 1 uur per dag

    Waterbestendigheid

    3 ATM*
    OPMERKING: Dit product verzendt geen hartslaggegevens tijdens het zwemmen.

    Bedrijfstemperatuurbereik

    Van -5° tot 50°C (van 23° tot 122°F)

    Radiofrequentie/
    protocol

    2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
    communicatie

    *Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
    30 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
    /waterrating.

    Telkens wanneer u het toestel inschakelt en naar satellieten
    zoekt of gegevens synchroniseert met uw smartphone, worden
    de tijdzone en het tijdstip automatisch vastgesteld.

    Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor
    Batterijtype

    De modus Extra scherm instellen

    CR2032 van 3 V, door gebruiker te
    vervangen

    Batterijduur

    Circa 12 maanden (1 uur per dag)

    U kunt uw Edge 520 Plus toestel gebruiken als een extra
    scherm waarop u de gegevensschermen van een compatibel
    Garmin multisporthorloge kunt weergeven. U kunt bijvoorbeeld
    een compatibel Forerunner toestel koppelen om de
    gegevensschermen daarvan op uw Edge toestel weer te geven
    tijdens een triatlon.
    1 Selecteer op uw Edge toestel Menu > Instellingen > Modus
    Extra scherm > Verbind horloge.
    2 Selecteer op uw compatibele Garmin horloge
    achtereenvolgens Instellingen > Sensors en accessoires >
    Voeg nieuwe toe > Extra scherm.
    3 Volg de aanwijzingen op het scherm van uw Edge toestel en
    Garmin horloge om het koppelingsproces te voltooien.
    Als de toestellen zijn gekoppeld, verschijnen de
    gegevensschermen van uw gekoppelde horloge op het Edge
    toestel.
    OPMERKING: De gebruikelijke Edge toestelfuncties zijn
    uitgeschakeld wanneer de modus Extra scherm actief is.
    Als u uw compatibele Garmin horloge eenmaal hebt gekoppeld
    met uw Edge toestel, maken ze automatisch verbinding
    wanneer u de modus Extra scherm de volgende keer gebruikt.

    Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
    Radiofrequentie/protocol

    2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
    communicatie

    Waterbestendigheid

    1 ATM*

    ®

    De modus Extra scherm afsluiten
    Terwijl het toestel in de modus Extra scherm staat, selecteer
    > Modus Extra scherm afsluiten > OK.

    *Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
    10 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
    /waterrating.

    Toestelonderhoud
    LET OP
    Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
    extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit
    onherstelbare schade kan veroorzaken.
    Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
    insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
    oppervlakken kunnen beschadigen.
    Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
    beschadiging van de poort te voorkomen.

    Het toestel schoonmaken
    1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
    een mild schoonmaakmiddel.

    2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
    Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.

    Toestelinformatie

    19



  • Page 24

    Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden
    LET OP
    Klik de module los en verwijder deze voordat u de band
    schoonmaakt.
    Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
    de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
    negatief beïnvloeden.
    • Ga naar www.garmin.com/HRMcare voor gedetailleerde
    wasinstructies.
    • Spoel de band na elk gebruik schoon.
    • Was de band wanneer u deze zeven keer hebt gebruikt.
    • Droog de band niet in een wasdroger.
    • U moet de band hangend of plat laten drogen.
    • Koppel de module los van de band als deze niet wordt
    gebruikt om de levensduur van uw hartslagmeter te
    verlengen.

    Door de gebruiker vervangbare batterijen
    WAARSCHUWING
    Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
    verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
    informatie.

    De batterij van de hartslagmeter vervangen
    1 Gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier om de vier

    schroeven aan de achterkant van de module te verwijderen.
    2 Verwijder de deksel en de batterij.

    4 Wacht 30 seconden.
    5 Plaats de nieuwe batterij in de deksel met de polen in de

    juiste richting.
    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    6 Draai de deksel rechtsom tot deze is vergrendeld.
    OPMERKING: De LED knippert een paar seconden rood en
    groen nadat de batterij is vervangen. Als de LED groen
    knippert en daarna stopt met knipperen, is het toestel actief
    en klaar om gegevens te verzenden.

    Problemen oplossen
    Het toestel herstellen
    Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk
    herstellen. Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
    Houd 10 seconden ingedrukt.
    Het toestel wordt gereset en ingeschakeld.

    Standaardinstellingen herstellen
    U kunt de standaard configuratie-instellingen en
    activiteitenprofielen herstellen. Hiermee wist u niet uw
    geschiedenis or activiteitgegevens, zoals ritten, workouts en
    koersen.
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Herstel toestel
    > Standaardinstellingen herstellen > OK.

    Gebruikersgegevens en instellingen wissen

    3 Wacht 30 seconden.
    4 Plaats de nieuwe batterij met de pluskant naar boven.
    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    5 Plaats het deksel en de vier schroeven terug.
    OPMERKING: Draai de as niet te strak vast.
    Nadat u de batterij van de hartslagmeter hebt vervangen, moet
    u deze mogelijk opnieuw koppelen aan het toestel.

    De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
    vervangen
    De LED knippert rood na twee omwentelingen als de batterij
    bijna leeg is.
    1 De batterijdeksel À is rond en bevindt zich op de achterkant
    van de sensor.

    U kunt alle gebruikersgegevens wissen en het toestel herstellen
    naar de oorspronkelijke instellingen. Hiermee wist u uw
    geschiedenis en gegevens zoals ritten, workouts en koersen, en
    herstelt u de toestelinstellingen en activiteitenprofielen.
    Bestanden die u via uw computer op het toestel hebt gezet,
    worden niet gewist.
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Herstel toestel
    > Gegevens verw. en inst. herstellen > OK.

    Levensduur van de batterijen maximaliseren
    • Verminder de sterkte van de schermverlichting of verkort de
    time-out voor de schermverlichting (De schermverlichting
    gebruiken, pagina 3).
    • Selecteer het Smart registratie-interval (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 19).
    • Schakel de functie Autom. slaapstand in (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 18).
    • Schakel de draadloze Telefoon functie uit
    (Telefooninstellingen, pagina 18).
    • Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
    pagina 17).
    • Verwijder draadloze sensors die u niet meer gebruikt.

    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
    2 Draai de deksel linksom tot deze is ontgrendeld en los
    genoeg zit om te verwijderen.

    3 Verwijder de deksel en de batterij Á.
    TIP: U kunt een stuk tape  of een magneet gebruiken om

    • Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
    Connect account:
    ◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
    en de Garmin Express™ app.
    ◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
    app op uw Bluetooth smartphone.

    de batterij uit de deksel te verwijderen.

    20

    Problemen oplossen



  • Page 25

    Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
    het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
    toestel snel satellietsignalen kan vinden.
    • Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
    van hoge gebouwen en bomen.
    • Blijf enkele minuten stilstaan.

    Op mijn toestel wordt niet de juiste taal
    gebruikt
    1
    2
    3
    4
    5

    Selecteer in het startscherm .
    Schuif omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer .
    Schuif omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer .
    Schuif omlaag naar het zesde item in de lijst en selecteer .
    Schuif omlaag naar uw taal en selecteer .

    Temperatuurmetingen
    Het toestel geeft een temperatuur aan die hoger is dan de
    werkelijke luchttemperatuur als het toestel in direct zonlicht
    wordt geplaatst, in de hand wordt gehouden of wordt opgeladen
    met een extern batterijpakket. Het duurt ook even voor het
    toestel zich aan significante wijzigingen in de temperatuur heeft
    aangepast.

    Vervangende O-ringen
    Voor de steunen zijn vervangende banden (O-ringen)
    verkrijgbaar.
    OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
    (Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
    http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
    dealer.

    Toestelgegevens weergeven
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Over.
    2 Selecteer een optie.
    • Selecteer Informatie over regelgeving om informatie
    over regelgeving en het modelnummer weer te geven.
    • Selecteer Copyrightinfo om softwaregegevens, de
    toestel-id en de licentieovereenkomst weer te geven.

    De software bijwerken via Garmin Connect
    Mobile
    Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
    Garmin Connect Mobile app, moet u een Garmin Connect
    account hebben en het toestel koppelen met een compatibele
    smartphone (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
    1 Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
    app.
    Als er nieuwe software beschikbaar is, geeft uw toestel een
    melding weer dat u de software kunt bijwerken.
    2 Volg de instructies op het scherm.

    De software bijwerken via Garmin Express
    Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
    over een Garmin Connect account en de Garmin Express
    toepassing downloaden.
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
    Express deze naar uw toestel.
    2 Volg de instructies op het scherm.
    3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
    bijwerken.

    Appendix

    Productupdates
    Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
    computer. Installeer de Garmin Connect Mobile app op uw
    smartphone.
    Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
    volgende diensten voor Garmin toestellen:
    • Software-updates
    • Kaartupdates
    • Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
    • Productregistratie

    Meer informatie
    • Ga naar support.garmin.com voor meer handleidingen,
    artikelen en software-updates.
    • Ga naar www.garmin.com/intosports.
    • Ga naar www.garmin.com/learningcenter.
    • Ga naar buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
    dealer voor informatie over optionele accessoires en
    vervangingsonderdelen.

    Appendix
    Gegevensvelden
    Voor sommige gegevensvelden hebt u ANT+ accessoires nodig
    om de gegevens weer te geven.
    Afst. tot volg.: De resterende afstand tot het volgende waypoint
    op uw route. Deze gegevens worden alleen weergegeven
    tijdens het navigeren.
    Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
    activiteit of het huidige spoor.
    Afstand - Laatste ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor
    de laatste voltooide ronde.
    Afstand - Ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor de
    huidige ronde.
    Afstand te gaan: De resterende afstand tijdens een workout of
    koers als u een afstandsdoel hebt opgegeven.
    Afstand tot bestemming: De resterende afstand tot de
    eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    Afstand tot koerspunt: De resterende afstand tot het volgende
    punt in de koers.
    Afstand voor: De afstand voor of achter de Virtual Partner.
    Balans: De huidige vermogensbalans links/rechts.
    Balans - 10 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
    (10 seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
    Balans - 30 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
    (30 seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
    Balans - 3 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
    (drie seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
    Balans - Gemiddeld: De gemiddelde vermogensbalans links/
    rechts voor de huidige activiteit.
    Balans - Ronde: De gemiddelde vermogensbalans links/rechts
    voor de huidige ronde.
    Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
    Batterijstatus: Het resterende batterijvermogen van een
    fietslamp-accessoire.
    Batterij versnelling: De batterijstatus van een
    versnellingspositiesensor.
    Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
    Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
    aangesloten op een cadansaccessoire.
    21



  • Page 26

    Cadans - Gemiddeld: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
    huidige activiteit.
    Cadans - Ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
    huidige ronde.
    Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
    Calorieën te gaan: De resterende hoeveelheid calorieën tijdens
    een workout als u een calorieëndoel hebt opgegeven.
    Di2 batterijniveau: De resterende batterijspanning van een Di2
    sensor.
    Di2 schakelmodus: De huidige schakelmodus van een Di2
    sensor.
    Doelvermogen: Het geleverde doelvermogen tijdens een
    activiteit.
    Effectiviteit draaimoment: Meting van de pedaalslagenefficiëntie van een gebruiker.
    ETA bij volg.: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
    waypoint op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
    tijd van het waypoint). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
    eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
    van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    GPS-nauwkeurigheid: De foutmarge voor uw exacte locatie.
    Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld accuraat binnen +/- 3,65
    meter (12 ft.).
    GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
    Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
    aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
    Hartslaggrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige hartslagzone
    (1-5) weergeeft.
    Herhalingen te gaan: Het resterende aantal herhalingen tijdens
    een workout.
    Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
    zeeniveau.
    HS - %HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
    hartslag minus rusthartslag).
    HS – %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
    HS - Gem.: De gemiddelde hartslag voor de huidige activiteit.
    HS - Gem. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige activiteit.
    HS - Gem. %Max.: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige activiteit.
    HS - Laatste ronde: De gemiddelde hartslag voor de laatste
    voltooide ronde.
    HS - Ronde: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
    HS - Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige ronde.
    HS – Ronde %Max.: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige ronde.
    HS te gaan: Geeft tijdens een workout aan hoeveel slagen u
    boven of onder uw hartslagdoelstelling zit.
    HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
    standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
    de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
    Indoortrainer-weerstand: Het weerstandsniveau van een
    indoor trainer.
    Kilometerteller: Een lopende meting van de afstand die is
    afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
    reisgegevens worden hersteld.
    22

    Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
    Lichtmodus: De configuratiemodus van het lichtnetwerk.
    Locatie bij bestemming: Het laatste punt in een route of koers.
    Locatie bij volgende: Het volgende punt in een route of koers.
    Pedaalsoepelheid: De meting van de krachtverdeling op de
    pedalen bij iedere pedaalslag door een gebruiker.
    Percentage: De berekening van de stijging over de afstand. Als
    u bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
    aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
    PMO: Pedaalmidden-offset. Pedaalmidden-offset is de locatie
    op het pedaaloppervlak waarop kracht wordt uitgeoefend.
    PMO - Gemiddeld: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
    huidige activiteit.
    PMO - Ronde: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
    huidige ronde.
    Prestatieconditie: De score voor de prestatieconditie is een
    real-time meting van uw prestatievermogen.
    Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
    activiteit.
    Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
    Snelheid - Gemiddeld: De gemiddelde snelheid voor de
    huidige activiteit.
    Snelheid - Laatste ronde: De gemiddelde snelheid voor de
    laatste voltooide ronde.
    Snelheid - Maximum: De hoogste snelheid voor de huidige
    activiteit.
    Snelheid - Ronde: De gemiddelde snelheid voor de huidige
    ronde.
    Status bundelhoek: De modus van de koplampbundel.
    Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
    lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
    Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
    tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
    Tijd: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
    Tijd - Gem. ronde: De gemiddelde rondetijd voor de huidige
    activiteit.
    Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
    vermogenszone.
    Tijd - Laatste ronde: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
    ronde.
    Tijd - Ronde: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
    Tijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt getrapt
    voor de huidige activiteit.
    Tijd staand - ronde: De tijd dat u staand op de pedalen hebt
    getrapt voor de huidige ronde.
    Tijd te gaan: De resterende tijd tijdens een workout als u een
    tijdsdoel hebt opgegeven.
    Tijd tot bestemming: De tijd die u naar verwachting nodig hebt
    om de bestemming te bereiken. Deze gegevens worden
    alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
    het volgende waypoint op de route te bereiken. Deze
    gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd - Verstreken: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld
    de timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
    minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
    hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
    Tijd voor: De tijd voor of achter de Virtual Partner.
    Tijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt getrapt
    voor de huidige activiteit.
    Tijd zittend - ronde: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt
    getrapt voor de huidige ronde.
    Appendix



  • Page 27

    Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    V.S. – 30s gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
    van verticale snelheid.
    Verbonden lampen: Het aantal verbonden lampen.
    Verm.fase - L. piek gem.: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    activiteit.
    Verm.fase - L. piek ronde: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    ronde.
    Verm.fase - R. piek gem.: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
    huidige activiteit.
    Verm.fase - R. piek ronde: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
    huidige ronde.
    Verm - NP laatste ronde: Het gemiddelde Normalized Power
    van de laatste voltooide ronde.
    Vermog.fase - L. gem.: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het linkerbeen voor de huidige activiteit.
    Vermog.fase - R. gem.: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het rechterbeen voor de huidige activiteit.
    Vermogen: Het huidige uitgangsvermogen in watt. Uw toestel
    moet zijn aangesloten op een compatibele vermogensmeter.
    Vermogen - %FTP: Het huidige uitgangsvermogen als
    percentage van het functionele drempelvermogen (FTP).
    Vermogen - 10 sec gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (10
    seconden) van het uitgangsvermogen.
    Vermogen - 30 sec gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30
    seconden) van het uitgangsvermogen.
    Vermogen - 3s gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde (3
    seconden) van het uitgangsvermogen.
    Vermogen - Gemiddeld: Het gemiddelde uitgangsvermogen
    voor de huidige activiteit.
    Vermogen - IF: De Intensity Factor™ voor de huidige activiteit.
    Vermogen - kJ: De totale verrichte inspanningen
    (uitgangsvermogen) in kilojoules.
    Vermogen - Laatste ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen
    voor de laatste voltooide ronde.
    Vermogen - Max. ronde: Het hoogste uitgangsvermogen voor
    de huidige ronde.
    Vermogen - Maximum: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
    huidige activiteit.
    Vermogen - NP: De Normalized Power™ voor de huidige
    activiteit.

    Vermogen - NP ronde: Het gemiddelde Normalized Power van
    de huidige ronde.
    Vermogen - Ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
    huidige ronde.
    Vermogensfase - L.: De huidige vermogensfasehoek voor het
    linkerbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
    positief vermogen wordt geproduceerd.
    Vermogensfase - L. piek: De huidige piekvermogensfasehoek
    voor het linkerbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
    waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
    uitoefent.
    Vermogensfase - L. ronde: De gemiddelde
    vermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    ronde.
    Vermogensfase - R.: De huidige vermogensfasehoek voor het
    rechterbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
    positief vermogen wordt geproduceerd.
    Vermogensfase - R. piek: De huidige piekvermogensfasehoek
    voor het rechterbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
    waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
    uitoefent.
    Vermogensfase - R. ronde: De gemiddelde
    vermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de huidige
    ronde.
    Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
    gebaseerd op uw FTP of aangepaste instellingen.
    Vermogen - TSS: De Training Stress Score™ voor de huidige
    activiteit.
    Vermogen - watt/kg: De hoeveelheid uitgangsvermogen in watt
    per kilogram.
    Versn.combo: De huidige versnellingscombinatie van een
    versnellingspositiesensor.
    Versnell. voor: De voorste fietsversnelling van een
    versnellingspositiesensor.
    Versnelling achter: De achterste fietsversnelling van een
    versnellingspositiesensor.
    Versnellingen: De voorste en achterste fietsversnellingen van
    een versnellingspositiesensor.
    Versnellingsratio: Het aantal tanden op de voorste en
    achterste fietsversnellingen, zoals gedetecteerd door een
    versnellingspositiesensor.
    Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
    Workoutstap: De huidige stap van het totale aantal stappen
    waaruit een workout is opgebouwd.
    Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
    uw GPS-positie.
    Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
    GPS-positie.

    Standaardwaarden VO2 Max.
    In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
    Mannen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Voortreffelijk

    95

    55,4

    54

    52,5

    48,9

    45,7

    42,1

    Uitstekend

    80

    51,1

    48,3

    46,4

    43,4

    39,5

    36,7

    Goed

    60

    45,4

    44

    42,4

    39,2

    35,5

    32,3

    Redelijk

    40

    41,7

    40,5

    38,5

    35,6

    32,3

    29,4

    Slecht

    0–40

    <41,7

    <40,5

    <38,5

    <35,6

    <32,3

    <29,4

    Vrouwen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Voortreffelijk

    95

    49,6

    47,4

    45,3

    41,1

    37,8

    36,7

    Uitstekend

    80

    43,9

    42,4

    39,7

    36,7

    33

    30,9

    Appendix

    23



  • Page 28

    Vrouwen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Goed

    60

    39,5

    37,8

    36,3

    33

    30

    28,1

    Redelijk

    40

    36,1

    34,4

    33

    30,1

    27,5

    25,9

    Slecht

    0–40

    <36,1

    <34,4

    <33

    <30,1

    <27,5

    <25,9

    Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.

    FTP-waarden

    Bandafmeting

    Wielmaat (mm)

    Deze tabellen bevatten classificaties voor geschat functioneel
    drempelvermogen (FTP) op basis van geslacht.

    24 × 1

    1753

    24 × 3/4 (tubulair)

    1785

    Mannen

    Watt per kilogram (W/kg)

    24 × 1-1/8

    1795

    Voortreffelijk

    5,05 en meer

    24 × 1,75

    1890

    Uitstekend

    Tussen 3,93 en 5,04

    24 × 1-1/4

    1905

    Goed

    Tussen 2,79 en 3,92

    24 × 2,00

    1925

    Redelijk

    Tussen 2,23 en 2,78

    24 × 2,125

    1965

    Ongetraind

    Minder dan 2,23

    26 × 7/8

    1920

    26 × 1-1,0

    1913

    Vrouwen

    Watt per kilogram (W/kg)

    26 × 1

    1952

    Voortreffelijk

    4,30 en meer

    26 × 1,25

    1953

    Uitstekend

    Tussen 3,33 en 4,29

    26 × 1-1/8

    1970

    Goed

    Tussen 2,36 en 3,32

    26 × 1,40

    2005

    Redelijk

    Tussen 1,90 en 2,35

    26 × 1,50

    2010

    Ongetraind

    Minder dan 1,90

    26 × 1,75

    2023

    26 × 1,95

    2050

    26 × 2,00

    2055

    26 × 1-3/8

    2068

    26 × 2,10

    2068

    Berekeningen van hartslagzones

    26 × 2,125

    2070

    Zone % van
    maximale
    hartslag

    Waargenomen
    inspanning

    Voordelen

    26 × 2,35

    2083

    26 × 1-1/2

    2100

    26 × 3,00

    2170

    1

    Ontspannen,
    comfortabel tempo,
    regelmatige ademhaling

    Aerobische training
    voor beginners,
    verlaagt het stressniveau

    27 × 1

    2145

    27 × 1-1/8

    2155

    27 × 1-1/4

    2161

    Comfortabel tempo, iets
    diepere ademhaling,
    gesprek voeren is
    mogelijk

    Standaardcardiovasculaire training; korte
    herstelperiode

    27 × 1-3/8

    2169

    29 x 2.1

    2288

    29 x 2.2

    2298

    Gematigd tempo,
    gesprek voeren iets
    lastiger

    Verbeterde aerobische
    capaciteit, optimale
    cardiovasculaire
    training

    29 x 2.3

    2326

    650 x 20C

    1938

    650 x 23C

    1944

    650 × 35A

    2090

    650 × 38B

    2105

    650 × 38A

    2125

    700 × 18C

    2070

    700 × 19C

    2080

    700 × 20C

    2086

    700 × 23C

    2096

    700 × 25C

    2105

    700C (tubulair)

    2130

    700 × 28C

    2136

    700 × 30C

    2146

    700 × 32C

    2155

    700 × 35C

    2168

    700 × 38C

    2180

    700 × 40C

    2200

    700 × 44C

    2235

    700 × 45C

    2242

    700 × 47C

    2268

    FTP-waarden zijn gebaseerd op onderzoek verricht door Hunter
    Allen en Andrew Coggan, PhD, Training and Racing with a
    Power Meter (Boulder, CO: VeloPress, 2010).

    2

    3

    4

    5

    50–60%

    60–70%

    70–80%

    80–90%

    90–100%

    Hoog tempo en
    Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
    zware ademhaling
    drempel, hogere
    snelheid
    Sprinttempo, kan niet
    lang worden
    volgehouden;
    ademhaling zwaar

    Anaerobisch en
    musculair uithoudingsvermogen; meer
    kracht

    Wielmaat en omvang
    Uw snelheidsensor detecteert automatisch uw wielmaat. Indien
    nodig, kunt u handmatig uw wielmaat invoeren in de instellingen
    van de snelheidsensor.
    De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
    Dit is geen volledige lijst. U kunt ook de omtrek van uw wiel
    meten of een van de rekenmachines op internet gebruiken.
    Bandafmeting

    Wielmaat (mm)

    20 × 1,75

    1515

    20 × 1-3/8

    1615

    22 × 1-3/8

    1770

    22 × 1-1/2

    1785

    24

    Appendix



  • Page 29

    Index
    A
    accessoires 11, 13, 21
    activiteiten opslaan 3
    afstand, waarschuwingen 17
    agenda 5
    ANT+ sensors 1, 11, 13, 14
    fitnessapparatuur 6
    koppelen 6, 13
    applicaties 8, 16
    smartphone 1
    Auto Lap 17, 18
    Auto Pause 18
    auto scroll 18
    automatische slaapstand 18

    B
    banden 21
    banen 8
    laden 7
    wijzigen 7, 8
    basisinstellingen 20
    batterij
    maximaliseren 20
    opladen 1
    type 2
    vervangen 20
    bestanden, overbrengen 16
    Bluetooth technologie 8, 9, 18

    C
    cadans 13
    waarschuwingen 17
    calorie, waarschuwingen 17
    computer, verbinden 16
    Connect IQ 16
    contacten voor noodgevallen 10

    waarschuwingen 17
    zones 12, 15, 24
    herstel 11
    het toestel herstellen 20
    hoogte 7
    hoogtemeter, kalibreren 7
    hulp 10

    I
    indoortraining 5, 6
    installeren 2, 12
    instellingen 16, 18, 19
    toestel 19, 20
    intervallen, workouts 5

    K
    kaarten 7, 8
    bijwerken 21
    instellingen 8
    oriëntatie 8
    zoomen 8
    kalibreren, vermogensmeter 13
    knoppen 1
    koersen 7
    verwijderen 8
    koppelen 1
    ANT+ sensors 6, 13
    smartphone 1

    G
    Garmin Connect 1, 4, 5, 7, 8, 10, 15, 21
    Garmin Connect Mobile 9
    Garmin Express, software bijwerken 21
    Garmin Index 15
    gebruikersgegevens, verwijderen 16
    gebruikersprofiel 16
    gegevens
    delen 19
    opslaan 15
    overbrengen 15, 16
    schermen 3, 17
    vastleggen 19
    gegevens delen 19
    gegevens middelen 13
    gegevens opslaan 15, 16
    gegevens vastleggen 15
    gegevensvelden 16, 17, 21
    geschiedenis 3, 15
    naar de computer verzenden 15
    verwijderen 15
    GLONASS 17
    GPS 5, 17
    signaal 1, 3, 20
    GroupTrack 9

    H
    hartslag
    meter 11, 12, 20
    Index

    V

    W

    M

    O

    fietsdynamica 13
    fietsen 12

    updates, software 14, 21
    USB 21
    loskoppelen 16

    N

    LiveTrack 9
    locaties 7
    verwijderen 7
    verzenden 10
    wijzigen 7

    de batterij vervangen 20
    doel 6
    doelstellingen 6

    F

    U

    maateenheden 19

    L

    navigatie 7

    ervaren sporter 16
    extra scherm 19

    T
    taal 19, 21
    temperatuur 21
    tijd, waarschuwingen 17
    tijdzones 19
    timer 3, 15
    toestel
    herstellen 20
    onderhoud 19
    toestel aanpassen 17
    toestel bevestigen 2
    toestel schoonmaken 19, 20
    toestel-id 21
    tonen 19
    training 5, 6
    plannen 5
    schermen 3, 17

    vermogen 13
    vermogen (kracht) 6
    meters 11, 13, 14, 24
    waarschuwingen 17
    zones 13
    vermogensfase 14
    verwijderen
    alle gebruikersgegevens 16, 20
    persoonlijke records 6
    Virtual Partner 3, 6
    VO2 max. 11, 12, 23
    voeding, zones 15

    D

    E

    systeeminstellingen 18

    O-ringen. Zie banden
    ongevaldetectie 10
    overbrengen, bestanden 9

    P
    pedaalmidden-offset 14
    pedalen 13
    persoonlijke records 6
    verwijderen 6
    problemen oplossen 12, 20, 21
    profielen 16
    activiteit 17
    gebruiker 16

    waarschuwingen 17
    weegschaal 14, 15
    widgets 16
    wielmaten 24
    workouts 5
    laden 5
    verwijderen 5

    Z
    zones
    tijd 19
    voeding 13
    zoomen, kaarten 8

    R
    ronden 1
    routes, instellingen 8

    S
    satellietsignalen 1, 3, 20
    scherm 18
    scherminstellingen 18
    schermverlichting 1, 3, 18
    segmenten 4
    verwijderen 5
    sensors voor snelheid en cadans 12, 13
    slaapmodus 18
    slim opslaan 15
    smartphone 1, 8, 16, 18
    apps 9
    koppelen 1
    snelheids- en cadanssensors 20
    snelkoppelingen 3
    software
    bijwerken 14, 21
    licentie 21
    versie 21
    specificaties 19
    startmelding 18
    25



  • Page 30

    support.garmin.com

    Mei 2018
    190-02424-35_0A






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Garmin Edge 520 Plus wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Garmin Edge 520 Plus in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 4,33 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Garmin Edge 520 Plus

Garmin Edge 520 Plus Bedienungsanleitung - Deutsch - 32 seiten

Garmin Edge 520 Plus Bedienungsanleitung - Englisch - 30 seiten

Garmin Edge 520 Plus Bedienungsanleitung - Französisch - 32 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info