Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/28
Nächste Seite
Edge
®
520
Gebruikershandleiding
Juli 2015 Gedrukt in Taiwan 190-01844-35_0A
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Forum

Suche zurücksetzen

  • Meldung.
    Verbindung zu Kommot. Bei im Laden von Daten
    Verbindungsfehler. Überprüfe deine Internetverbindung und versuch es nochmal
    400
    Was muss ich tun Eingereicht am 17-6-2021 13:16

    Antworten Frage melden
  • Muß ich bei Fahrtunterbrechung eine Taste drücken bevor ich wieder weiterfahre
    Eingereicht am 3-6-2021 09:15

    Antworten Frage melden
  • was versteht man unter intensiv Factor + Stress Scor Eingereicht am 14-2-2019 18:17

    Antworten Frage melden
  • HALLO Wieso werden keine Gebäute bei der Karte edge 520 angezeigt

    wie kann ich es einstellen dass alle 5 km meine Zeit angegeben wird Eingereicht am 11-12-2018 14:58

    Antworten Frage melden
  • 15 Stunden Laufzeit im bestenfall ist mir zu wenig, kann man es auch während des Fahren aufladen
    Eingereicht am 10-6-2017 20:38

    Antworten Frage melden
  • wie stellt man die Watt Leistung auf den Display ein Eingereicht am 4-9-2016 19:50

    Antworten Frage melden
  • suche Gebrauchsanweisung von Garmin edge 520 Eingereicht am 10-5-2016 18:36

    Antworten Frage melden

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Edge 520
    ®

    Gebruikershandleiding

    Juli 2015

    Gedrukt in Taiwan

    190-01844-35_0A



  • Page 2

    Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke
    toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van
    deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar
    www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
    Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen,
    geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Garmin Connect™, Garmin Express™ en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
    dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Het merk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen.
    The Cooper Institute , en alle gerelateerde handelsmerken, zijn het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Di2™ is
    een handelsmerk van Shimano, Inc. Shimano is een geregistreerd handelsmerk van Shimano, Inc. Mac is een handelsmerk van Apple, Inc., geregistreerd in
    de Verenigde Staten en andere landen. Training Stress Score™ (TSS), Intensity Factor™ (IF) en Normalized Power™ (NP) zijn handelsmerken van Peaksware,
    LLC. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten
    en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
    ®

    M/N: A02564



  • Page 3

    Inhoudsopgave
    Inleiding........................................................................... 1
    Aan de slag ................................................................................. 1
    Het toestel opladen ..................................................................... 1
    Over de batterij ...................................................................... 1
    De standaardsteun installeren .................................................... 1
    De voorsteun installeren ............................................................. 1
    De Edge losmaken ................................................................. 2
    Het toestel inschakelen ............................................................... 2
    Knoppen .................................................................................2
    De statuspagina weergeven ............................................. 2
    De schermverlichting gebruiken ........................................ 2
    Het menu met snelkoppelingen gebruiken ........................ 2
    Satellietsignalen ontvangen ........................................................ 2

    Training........................................................................... 3
    Een rit maken .............................................................................. 3
    Gebruik van Virtual Partner® ...................................................... 3
    Koersen ...................................................................................... 3
    Een koers maken op uw toestel ............................................. 3
    Een koers van internet volgen ............................................... 3
    Tips voor trainen met koersen ............................................... 3
    Een koers stoppen ................................................................. 3
    Een koers op de kaart weergeven ......................................... 3
    Koersgegevens weergeven ................................................... 4
    Koersopties ............................................................................ 4
    Een koers verwijderen ........................................................... 4
    Segmenten ................................................................................. 4
    Strava™ segmenten .............................................................. 4
    Een segment via internet volgen ........................................... 4
    Segmenten inschakelen ......................................................... 4
    Tegen een segment racen ..................................................... 4
    Segmentgegevens weergeven .............................................. 4
    Segmentopties ....................................................................... 4
    Een segment verwijderen ...................................................... 4
    Workouts ..................................................................................... 5
    Een workout via internet volgen ............................................. 5
    Een workout beginnen ........................................................... 5
    Een workout stoppen ............................................................. 5
    Een workout in voorbeeldweergave bekijken ........................ 5
    Een workout verwijderen ........................................................ 5
    Meerdere workouts verwijderen ............................................. 5
    De trainingsagenda .....................................................................5
    Garmin Connect trainingsplannen gebruiken ........................ 5
    Intervalworkouts .......................................................................... 5
    Een intervalworkout maken .................................................... 5
    Een intervalworkout starten ................................................... 5
    Een ANT+ indoortrainer gebruiken ............................................. 5
    Weerstand instellen ............................................................... 6
    Doelvermogen instellen ......................................................... 6
    Een trainingsdoel instellen .......................................................... 6
    Een trainingsdoel annuleren .................................................. 6
    Persoonlijke records ................................................................... 6
    Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 6
    Een persoonlijk record terugzetten ........................................ 6
    Alle persoonlijke records wissen ............................................ 6
    Trainingszones ........................................................................... 6
    Indoortrainingen .......................................................................... 6

    Navigatie......................................................................... 7
    Locaties ...................................................................................... 7
    Uw locatie markeren .............................................................. 7
    Naar een opgeslagen locatie navigeren ................................ 7
    Locaties bewerken ................................................................. 7
    Een locatie verwijderen .......................................................... 7
    De hoogte instellen ................................................................ 7
    Inhoudsopgave

    Zoomen op de kaart .................................................................... 7

    ANT+ sensors ................................................................. 7
    De hartslagmeter aanbrengen .................................................... 7
    Hersteladvies ......................................................................... 7
    Hersteladvies inschakelen ................................................ 8
    Over VO2 max. indicaties ...................................................... 8
    Geschat VO2 max. weergeven ......................................... 8
    Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen ....................... 8
    Uw hartslagzones instellen .................................................... 8
    Hartslagzones ................................................................... 8
    Fitnessdoelstellingen ......................................................... 8
    Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ........................... 9
    De snelheidsensor installeren .................................................... 9
    De cadanssensor installeren ...................................................... 9
    Snelheid- en cadanssensors ................................................. 9
    Gegevens middelen voor cadans of vermogen ..................... 9
    Uw ANT+ sensors koppelen ....................................................... 9
    Trainen met vermogensmeters ................................................... 9
    Uw vermogenszones instellen ............................................. 10
    De vermogensmeter kalibreren ............................................ 10
    Vermogen in de pedalen ...................................................... 10
    Fietsdynamica ...................................................................... 10
    Fietsdynamica gebruiken ................................................ 10
    De Vector software bijwerken met het Edge toestel ............ 10
    Uw FTP-waarde schatten .................................................... 10
    Een FTP-test uitvoeren ................................................... 11
    Uw FTP-waarde automatisch berekenen ........................ 11
    Gebruik van Shimano® Di2™ shifters ...................................... 11
    De weegschaal gebruiken ........................................................ 11

    Geschiedenis................................................................ 11
    Uw rit weergeven ...................................................................... 11
    Uw tijd in elke trainingszone weergeven .............................. 11
    Ritten verwijderen ................................................................ 11
    Gegevenstotalen weergeven .................................................... 11
    Gegevenstotalen verwijderen .............................................. 11
    Uw rit verzenden naar Garmin Connect ................................... 11
    Garmin Connect ................................................................... 12
    Bluetooth® communicatiefuncties ....................................... 12
    Uw smartphone koppelen ............................................... 12
    Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel ............. 12
    Gegevensopslag ....................................................................... 12
    Gegevensbeheer ...................................................................... 13
    Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 13
    Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................. 13
    Bestanden verwijderen ........................................................ 13
    De USB-kabel loskoppelen .................................................. 13

    Uw toestel aanpassen .................................................. 13
    Profielen ....................................................................................13
    Uw gebruikersprofiel instellen .............................................. 13
    Over ervaren sporters .......................................................... 13
    Over trainingsinstellingen ......................................................... 13
    Uw activiteitenprofiel bijwerken ............................................ 13
    Gegevensschermen aanpassen .......................................... 14
    De satellietinstelling wijzigen ............................................... 14
    Kaartinstellingen .................................................................. 14
    De oriëntatie van de kaart wijzigen ................................. 14
    Waarschuwingen ................................................................. 14
    Bereikwaarschuwingen instellen ..................................... 14
    Een terugkerende waarschuwing instellen ..................... 14
    Auto Lap ............................................................................... 14
    Ronden op positie markeren ........................................... 14
    Ronden op afstand markeren ......................................... 15
    Auto Pause gebruiken ......................................................... 15
    Automatische slaapstand gebruiken .................................... 15
    Auto Scroll gebruiken ........................................................... 15
    i



  • Page 4

    De startmelding wijzigen ...................................................... 15
    Bluetooth instellingen ............................................................... 15
    Systeeminstellingen .................................................................. 15
    Scherminstellingen ............................................................... 15
    Instellingen voor gegevens vastleggen ................................ 16
    De maateenheden wijzigen ................................................. 16
    De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 16
    De taal van het toestel wijzigen ........................................... 16
    De configuratie-instellingen wijzigen .................................... 16
    Tijdzones .............................................................................. 16

    Toestelinformatie......................................................... 16
    Specificaties .............................................................................. 16
    Edge specificaties ................................................................ 16
    Specificaties van de hartslagmeter ...................................... 16
    Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor ....... 16
    Toestelonderhoud ..................................................................... 16
    Het toestel schoonmaken .................................................... 16
    Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden .................. 16
    Door de gebruiker vervangbare batterijen ................................ 16
    De batterij van de hartslagmeter vervangen ........................ 17
    De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
    vervangen ............................................................................ 17

    Problemen oplossen.................................................... 17
    Het toestel resetten ................................................................... 17
    Gebruikersgegevens wissen ................................................ 17
    Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 17
    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 17
    Temperatuurmetingen .............................................................. 17
    Vervangende afdichtringen ....................................................... 17
    Toestelgegevens weergeven .................................................... 18
    De software bijwerken .............................................................. 18
    Ondersteuning en updates ....................................................... 18
    Meer informatie ......................................................................... 18

    Appendix....................................................................... 18
    Gegevensvelden ....................................................................... 18
    FTP-waarden ............................................................................ 20
    Berekeningen van hartslagzones ............................................. 20
    Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 20
    Wielmaat en omvang ................................................................ 20
    Softwarelicentieovereenkomst .................................................. 21

    Index.............................................................................. 22

    ii

    Inhoudsopgave



  • Page 5

    Inleiding
    WAARSCHUWING
    Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
    verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
    informatie.
    Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
    begint of wijzigt.

    Aan de slag
    Als u het toestel voor de eerste keer gebruikt, voert u de
    volgende taken uit om het toestel in te stellen en vertrouwd te
    raken met de basisfuncties.
    1 Laad het toestel op (Het toestel opladen, pagina 1).
    2 Bevestig het toestel met de standaardsteun (De
    standaardsteun installeren, pagina 1) of de voorsteun (De
    voorsteun installeren, pagina 1).
    3 Schakel het toestel in (Het toestel inschakelen, pagina 2).
    4 Zoek naar satellieten (Satellietsignalen ontvangen,
    pagina 2).
    5 Maak een rit (Een rit maken, pagina 3).
    6 Upload uw rit naar Garmin Connect™ (Uw rit verzenden naar
    Garmin Connect, pagina 11).

    Het toestel opladen
    KENNISGEVING
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.
    Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
    lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
    stopcontact of een USB-poort op uw computer.
    OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
    goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
    pagina 16).
    1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.

    De standaardsteun installeren
    Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
    dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
    fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te
    bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Plaats de rubberen schijf À op de achterzijde van de
    fietssteun.
    De rubberen lipjes zijn in lijn met de achterzijde van de
    fietssteun, zodat deze op zijn plaats blijft.

    3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
    4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden Á.
    5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
    de inkepingen op de fietssteun Â.
    6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
    het vastklikt.

    De voorsteun installeren
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel

    2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort

    te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Gebruik de inbussleutel om de schroef À te verwijderen uit
    de stuurverbinding Á.

    op het toestel.

    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter

    of een USB-poort van een computer.
    4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
    Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
    toestel ingeschakeld.
    5 Laad het toestel volledig op.

    Over de batterij
    WAARSCHUWING
    Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
    veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
    productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

    Inleiding

    3 Als u de richting van de steun wilt wijzigen, verwijder dan

    indien nodig de twee schroeven aan de achterzijde van de
    steun Â, draai de aansluiting Ã, en plaats de schroeven
    terug.
    4 Plaats het rubberen kussentje rond het stuur:
    • Gebruik het dikke kussentje als de diameter van het stuur
    25,4 mm is.
    1



  • Page 6

    • Gebruik het dunne kussentje als de diameter van het stuur
    31,8 mm is.
    5 Plaats de stuurverbinding rond het rubberen kussentje.
    6 Plaats de schroef terug en draai deze aan.
    OPMERKING: Garmin raadt een moment van 0,8 N-m (7
    lbf-inch) aan. Controleer regelmatig of schroef goed vast zit.
    7 Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edge toestel in lijn
    met de inkepingen op de fietssteun Ä.

    Ã

    Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt markeren.

    Ä

    Selecteer deze knop om de timer te starten of te stoppen.

    Å

    Selecteer deze knop om terug te keren naar het vorige
    scherm.

    ®

    Æ

    Selecteer deze knop om een optie te kiezen of een bericht
    te bevestigen.
    Selecteer deze knop tijdens een rit om menuopties weer te
    geven, zoals waarschuwingen en gegevensvelden.

    De statuspagina weergeven
    De statuspagina geeft de verbindingsstatus van de GPS, ANT+
    sensors en uw smartphone weer.
    Selecteer een optie:
    • Selecteer in het startscherm .
    • Selecteer tijdens een rit > Statuspagina.

    8 Duw deze iets omlaag en draai het Edge toestel met de klok
    mee totdat het vastklikt.

    De Edge losmaken
    1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
    2 Til de Edge van de steun.

    Het toestel inschakelen
    De eerste keer dat u het toestel inschakelt, wordt u gevraagd de
    systeeminstellingen en profielen te configureren.
    1 Houd ingedrukt.
    2 Volg de instructies op het scherm.
    Als uw toestel over ANT+ sensors beschikt (zoals een
    hartslagmeter, snelheidsensor of cadanssensor), kunt u die
    activeren tijdens het configureren.
    Voor meer informatie over ANT+ sensors raadpleegt u ANT+
    sensors, pagina 7.
    ®

    Knoppen

    Daarop wordt de statuspagina weergegeven. Een nietknipperend pictogram geeft aan dat het signaal is gevonden
    of de sensor is verbonden.
    De schermverlichting gebruiken
    • Selecteer een willekeurige knop om de schermverlichting in
    te schakelen.
    • Selecteer om de helderheid van de schermverlichting aan
    te passen.
    • Selecteer in het startscherm een of meer opties:
    ◦ Selecteer > Helderheid > Helderheid om de helderheid
    in te stellen.
    ◦ Selecteer > Helderheid > Time-out van scherm en
    selecteer een optie om de verlichtingsduur aan te passen.
    Het menu met snelkoppelingen gebruiken
    Het toestel beschikt over een menu met snelkoppelingen voor
    verschillende gegevensschermen en hulpfuncties. Tijdens een
    rit wordt
    weergegeven op de gegevensschermen.
    Selecteer om het menu met snelkoppelingen weer te
    geven.

    Satellietsignalen ontvangen

    À

    Á

    Â

    2

    Selecteer deze knop om de helderheid van de schermverlichting aan te passen.
    Houd deze knop ingedrukt om het toestel in of uit te
    schakelen.

    Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
    om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
    worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
    1 Ga naar buiten naar een open gebied.
    De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
    2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
    Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
    worden gevonden.

    Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties
    en instellingen te bladeren.
    Selecteer deze knop in het startscherm om de statuspagina
    weer te geven.
    Selecteer deze knop om door de gegevensschermen, opties
    en instellingen te bladeren.
    Selecteer deze knop in het startscherm om het toestelmenu
    weer te geven.
    Inleiding



  • Page 7

    Training
    Een rit maken
    Als bij uw toestel een ANT+ sensor is meegeleverd, zijn de
    toestellen al gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie
    worden geactiveerd.
    1 Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.
    2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
    gevonden.
    De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.
    3 Selecteer in het startscherm .
    4 Selecteer een activiteitenprofiel.
    5 Selecteer om de timer te starten.

    voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om te
    proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
    Een bestaande rit volgen van Garmin Connect: U kunt een
    koers vanuit Garmin Connect verzenden naar uw toestel.
    Nadat de rit is opgeslagen op uw toestel, kunt u die koers
    volgen of ertegen racen.

    Een koers maken op uw toestel
    Voordat u een koers kunt maken, dient u te beschikken over een
    activiteit met GPS-gegevens die zijn opgeslagen op uw toestel.
    1 Selecteer Menu > Training > Koersen > Koersopties >
    Nieuw.
    2 Selecteer een activiteit waarop u uw koers wilt baseren.
    3 Geef een naam op voor de koers en selecteer .
    De koers verschijnt in de lijst.
    4 Selecteer de koers en bekijk de koersgegevens.
    5 Selecteer zo nodig Instellingen om de koersgegevens te
    wijzigen.
    U kunt bijvoorbeeld de naam of de kleur van de koers
    wijzigen.
    6 Selecteer > Rijden.

    Een koers van internet volgen

    6
    7
    8
    9

    OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
    de timer is gestart.
    Selecteer of voor meer gegevensschermen.
    Selecteer zo nodig om menuopties, zoals waarschuwingen
    en gegevensvelden, weer te geven.
    Selecteer
    om de timer te stoppen.
    Selecteer Bewaar rit.

    Gebruik van Virtual Partner

    ®

    Uw Virtual Partner is een trainingshulpmiddel dat u helpt bij het
    bereiken van uw trainingsdoelen.
    1 Maak een rit.
    2 Selecteer om het Virtual Partner scherm weer te geven en
    te zien wie er aan kop ligt.

    Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 12).
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
    4 Selecteer Verzend naar toestel.
    5 Koppel het toestel los en schakel het in.
    6 Selecteer Menu > Training > Koersen.
    7 Selecteer de koers.
    8 Selecteer Rijden.

    Tips voor trainen met koersen
    • Gebruik afslagbegeleiding (Koersopties, pagina 4).
    • Als u een warming-up doet, selecteert u
    om de koers te
    starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
    • Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
    de koers komt. Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar
    de koers. Als u op het pad van de koers komt, wordt er een
    bericht weergegeven.
    OPMERKING: Zodra u
    selecteert, start uw Virtual Partner
    de koers en wordt niet gewacht tot de warming-up voorbij is.
    • Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
    Als u van de koers afwijkt, wordt een bericht weergegeven.

    Een koers stoppen
    Selecteer

    > Stop koers > OK.

    Een koers op de kaart weergeven
    3 Selecteer zo nodig

    > Virtual Partner-snelheid om de
    snelheid van de Virtual Partner aan te passen tijdens uw rit.

    Koersen
    Een eerder vastgelegde activiteit volgen: U kunt bijvoorbeeld
    een vastgelegde koers volgen omdat de route u beviel. Of u
    kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk vastleggen en
    volgen.
    Tegen een eerder vastgelegde activiteit racen: U kunt een
    vastgelegde koers ook volgen om te proberen eerdere
    prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren. Stel
    bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
    Training

    Voor elke koers die op uw toestel is opgeslagen, kunt u instellen
    hoe deze wordt weergegeven op de kaart. U kunt bijvoorbeeld
    instellen dat de rit naar uw werk altijd in geel wordt
    weergegeven op de kaart. En u kunt een andere koers in groen
    weergeven. Zo kunt u de koersen zien onder het rijden zonder
    dat u een bepaalde koers volgt.
    1 Selecteer Menu > Training > Koersen.
    2 Selecteer de koers.
    3 Selecteer Instellingen.
    4 Selecteer Altijd weergeven om de koers weer te geven op
    de kaart.
    5 Selecteer Kleur en selecteer een kleur.
    3



  • Page 8

    6 Selecteer Koerspunten om ook koerspunten weer te geven

    8 Selecteer Kaart > Rijden.

    Koersgegevens weergeven
    1 Selecteer Menu > Training > Koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer een optie:

    U kunt Virtual Partner races en aanwijzingen inschakelen die u
    waarschuwen als u segmenten nadert.
    1 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer Schakel in.
    OPMERKING: Aanwijzingen die u waarschuwen als u
    segmenten nadert, worden alleen weergegeven voor
    ingeschakelde segmenten.

    op de kaart.
    De volgende keer dat u in de buurt van de koers rijdt, wordt
    deze weergegeven op de kaart.

    • Selecteer Samenvatting om een overzicht van
    koersgegevens weer te geven.
    • Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
    weer te geven.
    • Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
    informatie weer te geven over elke ronde.

    Koersopties
    Selecteer Menu > Training > Koersen > Koersopties.
    Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
    of uit.
    Koersfoutwaarsch.: Waarschuwt u als u van de koers afwijkt.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen koersen op naam zoeken.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen koersen van
    het toestel verwijderen.

    Een koers verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer Wis > OK.

    Segmenten
    Een segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin
    Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het
    segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment
    volgen.
    OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw
    Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers
    automatisch gedownload.
    Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen
    en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die
    het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.

    Strava™ segmenten
    U kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge toestel. Volg
    Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken met uw
    prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs die
    hetzelfde segment hebben gereden.
    Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
    de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
    meer informatie naar www.strava.com.
    De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
    Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.

    Een segment via internet volgen
    Voordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect
    en volgen, moet u beschikken over een Garmin Connect
    account (Garmin Connect, pagina 12).
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Maak een nieuw segment of kies een bestaand segment.
    4 Selecteer Verzend naar toestel.
    5 Koppel het toestel los en schakel het in.
    6 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    7 Selecteer het segment.
    4

    Segmenten inschakelen

    Tegen een segment racen
    Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
    segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
    of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin
    Connect account of andere leden van de fietscommunity. U kunt
    uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw
    segmentpositie te bekijken.
    1 Begin met het volgen van een segment (Een segment via
    internet volgen, pagina 4), een koers met een segment (Een
    koers van internet volgen, pagina 3) of maak een rit (Een rit
    maken, pagina 3).
    Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen
    tegen het segment.
    2 Selecteer om de timer te starten.
    Er wordt een bericht weergegeven als u zich in de buurt
    bevindt van een startpunt van een segment.
    3 Start met racen tegen het segment.
    4 Selecteer zo nodig om uw doel tijdens de race te wijzigen.
    U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, een uitdager of
    andere fietsers (indien van toepassing).
    5 Ga naar het scherm Virtual Partner om uw vorderingen weer
    te geven.
    Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.

    Segmentgegevens weergeven
    1 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
    geven.
    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment
    weer te geven.
    • Selecteer Klassement om de rijtijden en de gemiddelde
    snelheid van de segmentaanvoerder, groepsaanvoerder
    of uitdager, van andere fietsers (indien van toepassing) en
    uw persoonlijke beste tijd en gemiddelde snelheid weer te
    geven.
    TIP: U kunt een klassementscore selecteren om het
    racedoel voor uw segment te wijzigen.

    Segmentopties
    Selecteer Menu > Training > Segmenten > Segmentopties.
    Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
    of uit.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen segmenten op naam
    zoeken.
    Schakel in/uit: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
    segmenten in- of uitschakelen.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen segmenten
    van het toestel verwijderen.

    Een segment verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Segmenten.
    Training



  • Page 9

    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer Wis > OK.

    Workouts
    U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
    workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
    calorieën. U kunt workouts maken met Garmin Connect of een
    trainingsplan selecteren met ingebouwde workouts van Garmin
    Connect en deze overzetten naar uw toestel.
    U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
    kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.

    Een workout via internet volgen
    Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 12).
    1 Verbind het toestel met uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Maak een workout en sla deze op.
    4 Selecteer Verzend naar toestel en volg de instructies op het
    scherm.
    Koppel
    het toestel los.
    5

    Een workout beginnen
    Voordat u een workout kunt beginnen, moet u een workout
    downloaden van uw Garmin Connect account.
    1 Selecteer Menu > Training > Workouts.
    2 Selecteer een workout.
    3 Selecteer Start workout.
    4 Selecteer om de timer te starten.
    Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
    stappen van de workout, het doel (indien ingesteld) en de
    huidige workoutgegevens weer.

    Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
    Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
    Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
    worden in de trainingsagenda op datum weergegeven. Als u een
    dag selecteert in de trainingsagenda, kunt u de workout
    weergeven of uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op
    uw toestel, ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u
    geplande workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de
    bestaande trainingsagenda overschreven.

    Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
    Voordat u een trainingsplan kunt downloaden van Garmin
    Connect, moet u beschikken over een Garmin Connect account
    (Garmin Connect, pagina 12).
    U kunt in Garmin Connect zoeken naar een trainingsplan,
    workouts en koersen plannen, en plannen downloaden naar uw
    toestel.
    1 Verbind het toestel met uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Selecteer en plan een trainingsplan.
    4 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
    5 Selecteer en volg de instructies op het scherm.

    Intervalworkouts
    U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
    toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
    nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
    einde gebruiken wanneer u een bekende afstand aflegt. Als u
    selecteert, neemt het toestel een interval op en last daarna
    een rustinterval in.

    Een intervalworkout maken
    1 Selecteer Menu > Training > Intervallen > Wijzig >
    2

    Een workout stoppen
    • U kunt op elk moment
    selecteren om een workoutstap te
    beëindigen.
    • Selecteer om het scherm met workoutstappen weer te
    geven en selecteer vervolgens > Stop workout > OK om
    de workout te beëindigen.
    • Selecteer
    > Stop workout om de timer te stoppen en de
    workout te beëindigen.
    TIP: Wanneer u uw rit opslaat, wordt uw workout automatisch
    beëindigd.

    Een workout in voorbeeldweergave bekijken
    U kunt elke stap van een workout in voorbeeldweergave
    bekijken.
    1 Selecteer Menu > Training > Workouts.
    2 Selecteer een workout.
    3 Selecteer Voorbeeld workout.

    Een workout verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Workouts.
    2 Selecteer een workout.
    3 Selecteer Wis workout > OK.
    Meerdere workouts verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Workouts > Wis.
    2 Selecteer een of meer workouts.
    3 Selecteer Verwijder workouts > OK.

    De trainingsagenda
    De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
    trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
    Training

    3
    4
    5
    6
    7

    Intervallen > Type.
    Selecteer Afstand, Tijd of Open.
    TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
    type in te stellen op Open.
    Selecteer Tijdsduur, voer een afstands- of tijdsinterval in
    voor de workout en selecteer .
    Selecteer Rust > Type.
    Selecteer Afstand, Tijd of Open.
    Voer indien nodig een waarde in voor de afstand of tijd van
    het rustinterval en selecteer .
    Selecteer een of meer opties:
    • Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
    • Selecteer Warm-up > Aan om een warming-up met een
    open einde toe te voegen aan uw workout.
    • Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
    open einde toe te voegen aan uw workout.

    Een intervalworkout starten
    1 Selecteer Menu > Training > Intervallen > Start workout.
    2 Selecteer om de timer te starten.
    3 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u
    om aan het eerste interval te beginnen.
    4 Volg de instructies op het scherm.
    Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, verschijnt er een
    bericht.

    Een ANT+ indoortrainer gebruiken
    Voordat u een compatibele ANT+ indoortrainer kunt gebruiken,
    moet u uw fiets op de trainer installeren en deze koppelen met
    uw toestel (Uw ANT+ sensors koppelen, pagina 9).
    U kunt uw toestel met een indoortrainer gebruiken om
    weerstand te simuleren terwijl u een koers, activiteit of workout
    5



  • Page 10

    volgt. GPS is automatisch uitgeschakeld, als u een indoortrainer
    gebruikt.
    1 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Volg een koers om een opgeslagen koers te
    volgen (Koersen, pagina 3).
    • Selecteer Volg een activiteit om een opgeslagen rit te
    volgen (Een rit maken, pagina 3).
    • Selecteer Volg een workout om een krachtraining te
    volgen die u hebt gedownload via uw Garmin Connect
    account (Workouts, pagina 5).
    3 Selecteer een koers, activiteit of workout.
    4 Selecteer Rijden.
    5 Selecteer een activiteitenprofiel.
    6 Selecteer om de timer te starten.
    De trainer verhoogt of verlaagt de weerstand op basis van de
    hoogtegegevens van de koers of rit.
    7 Selecteer om het trainerscherm weer te geven.

    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
    afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
    • Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
    selecteren.
    • Selecteer Afstand en snelheid om een afstand en
    snelheid te selecteren.
    Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met uw
    geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
    uw huidige prestaties en de resterende tijd.
    3 Selecteer om de timer te starten.
    4 Selecteer zo nodig om het Virtual Partner scherm weer te
    geven.
    5 Selecteer > Bewaar rit nadat u uw activiteit hebt voltooid.

    Een trainingsdoel annuleren
    Selecteer

    > Annuleer doel > OK.

    Persoonlijke records
    Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
    nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
    hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
    tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
    stijging tijdens een rit.

    Uw persoonlijke records weergeven
    Selecteer Menu > Mijn statistieken > Persoonlijke
    records.

    Een persoonlijk record terugzetten

    U kunt het weerstandsniveau À, hoe ver u voor- of achterligt
    Á en hoeveel tijd u voor of achterligt  weergeven
    vergeleken met de afstand en tijd die oorspronkelijk voor de
    koers of de activiteit zijn geregistreerd.

    Weerstand instellen
    1 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer > Stel
    2
    3
    4
    5

    weerstand in.
    Selecteer of om het weerstandsniveau van de trainer in te
    stellen.
    Selecteer een activiteitenprofiel.
    Begin met trappen.
    Selecteer zo nodig > Stel weerstand in om het
    weerstandsniveau tijdens uw activiteit aan te passen.

    Doelvermogen instellen
    1 Selecteer Menu > Training > Indoortrainer > Stel
    doelvermogen in.

    2 Stel het doelvermogen in.
    3 Selecteer een activiteitenprofiel.
    4 Begin met trappen.
    Het weerstandsniveau van de trainer wordt aangepast om
    een constant vermogen te leveren op basis van uw snelheid.
    5 Selecteer zo nodig > Stel doelvermogen in om het
    doelvermogen tijdens uw activiteit aan te passen.

    Een trainingsdoel instellen
    De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
    Partner zodat u kunt trainen op afstand, afstand en tijd of
    afstand en snelheid. Tijdens uw trainingsactiviteit geeft het
    toestel u real-time feedback over hoe ver u bent gevorderd met
    het bereiken van uw trainingsdoel.
    1 Selecteer Menu > Training > Stel een doel in.
    6

    U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Persoonlijke
    records.
    2 Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde.
    3 Selecteer Vorig record > OK.
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.

    Alle persoonlijke records wissen
    Selecteer Menu > Mijn statistieken > Persoonlijke records
    > Wis alles > OK.
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.

    Trainingszones
    • Hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 8)
    • Vermogenszones (Uw vermogenszones instellen,
    pagina 10)

    Indoortrainingen
    U kunt GPS uitschakelen bij indoortrainingen of om
    batterijvermogen te sparen.
    OPMERKING: Wijzigingen in de GPS-instelling worden
    opgeslagen in het activiteitenprofiel. U kunt aangepaste
    activiteitenprofielen maken voor elk type fietsactiviteit (Uw
    activiteitenprofiel bijwerken, pagina 13).
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer GPS-modus > Uit.
    Wanneer de GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en
    afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een optionele
    sensor beschikt die deze gegevens naar het toestel verzendt
    (zoals een snelheids- of cadanssensor).

    Training



  • Page 11

    Navigatie
    Navigatiefuncties en -instellingen worden ook gebruikt bij het
    navigeren van koersen (Koersen, pagina 3) en segmenten
    (Segmenten, pagina 4).
    • Locaties (Locaties, pagina 7)
    • Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 14)

    Locaties
    U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.

    Uw locatie markeren
    Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
    zoeken.
    Een locatie is een punt dat u vastlegt en in het toestel opslaat.
    Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
    bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
    1 Maak een rit.
    2 Selecteer > Markeer positie > OK.

    Naar een opgeslagen locatie navigeren
    Voordat u naar een opgeslagen locatie kunt navigeren, dient u
    satellieten te zoeken.
    1 Selecteer Menu > Training > Locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer Bekijk kaart.
    4 Selecteer Rijden.

    Locaties bewerken
    1 Selecteer Menu > Training > Locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer een locatiedetail.

    ANT+ sensors
    Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
    ANT+ sensors. Ga voor meer informatie over compatibiliteit en
    de aanschaf van optionele sensors naar http://buy.garmin.com.

    De hartslagmeter aanbrengen
    OPMERKING: Als u geen hartslagmeter hebt, kunt u deze
    paragraaf overslaan.
    U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
    uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
    tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
    1 Klik de hartslagmetermodule À in de band.

    De Garmin logo's op de module en de band dienen niet
    ondersteboven te worden weergegeven.
    2 Bevochtig de elektroden Á en de contactoppervlakken  aan
    de achterzijde van de band om een sterke verbinding tussen
    uw borst en de zender tot stand te brengen.

    3 Wikkel de band om uw borstkas en steek de haak van de
    band à in de lus Ä.
    OPMERKING: Het label met wasvoorschriften moet niet
    worden omgevouwen.

    Selecteer bijvoorbeeld Wijzig hoogte om een bekende hoogte
    voor de locatie op te geven.
    4 Wijzig de waarde en selecteer .

    Een locatie verwijderen
    1 Selecteer Menu > Training > Locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer Verwijder locatie > OK.
    De hoogte instellen
    Als u over nauwkeurige hoogtegegevens voor uw huidige locatie
    beschikt, kunt u de hoogtemeter op het toestel handmatig
    kalibreren.
    1 Maak een rit.
    2 Selecteer > Hoogte instellen.
    3 Geef de hoogte op en selecteer .

    Zoomen op de kaart
    1
    2
    3
    4

    Maak een rit.
    Selecteer om de kaart weer te geven.
    Selecteer > Zoom kaart in/uit.
    Selecteer een optie:
    • Schakel Auto.zoom in om automatisch een zoomniveau
    voor de kaart in te stellen.
    • Schakel Auto.zoom uit om handmatig in of uit te zoomen.
    5 Selecteer zo nodig Stel het zoomniveau in.
    6 Selecteer een optie:
    • Selecteer om handmatig in te zoomen.
    • Selecteer om handmatig uit te zoomen.
    7 Selecteer om het zoomniveau op te slaan (optioneel).

    Navigatie

    De Garmin logo's moeten niet ondersteboven worden
    weergegeven.
    4 Zorg dat het toestel zich binnen 3 m (10 ft) van de
    hartslagmeter bevindt.
    Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
    gegevens verzonden.
    TIP: Zie (Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
    pagina 9) als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet
    worden weergegeven.

    Hersteladvies
    U kunt uw Garmin toestel gekoppeld met de hartslagmeter
    gebruiken om de tijd weer te geven die resteert voordat u
    volledig bent hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve
    workout. De functie hersteladvies bevat hersteltijd en
    herstelcontrole. Hersteladviestechnologie wordt geleverd en
    ondersteund door Firstbeat.
    Herstelcontrole: De herstelcontrole biedt een real-time indicatie
    van uw herstelstatus tijdens de eerste minuten van een
    activiteit.
    Hersteltijd: De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een
    activiteit. De tijd loopt af naar het optimale moment voor een
    nieuwe intensieve workout.

    7



  • Page 12

    Hersteladvies inschakelen
    Voordat u hersteladvies kunt gebruiken, moet u een
    hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (Uw
    ANT+ sensors koppelen, pagina 9). Als de hartslagmeter is
    meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al
    gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel
    instellen, pagina 13) en maximale hartslag (Uw hartslagzones
    instellen, pagina 8) in voor de meest nauwkeurige
    schattingen.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Hersteladvies >
    Schakel in.
    2 Maak een rit.
    Tijdens de eerste minuten van uw rit wordt er een
    herstelcontrole weergegeven die een real-time indicatie biedt
    van uw herstelstatus.
    3 Selecteer Bewaar rit nadat u uw rit hebt voltooid.
    De hersteltijd wordt weergegeven. De hersteltijd is maximaal
    vier dagen, en minimaal zes uur.

    Over VO2 max. indicaties
    VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
    kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
    maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
    is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
    fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden
    geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin
    toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en
    vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max.
    indicatie voor fietsen.
    Geschat VO2 max. weergeven
    Voordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de
    hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de
    meters koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors koppelen,
    pagina 9). Als de hartslagmeter is meegeleverd met uw
    toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld. Stel uw
    gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen, pagina 13) en
    maximale hartslag in (Uw hartslagzones instellen, pagina 8)
    voor de meest nauwkeurige schattingen.
    OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
    onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
    zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
    1 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
    inspanning.
    2 Selecteer Bewaar rit nadat u uw rit hebt voltooid.
    3 Selecteer Menu > Mijn statistieken > VO2 max..
    Uw geschat VO2 max. wordt als getal en positie
    weergegeven op de kleurenbalk.

    Paars

    Voortreffelijk

    Blauw

    Uitstekend

    Groen

    Goed

    Oranje

    Redelijk

    Rood

    Slecht

    appendix (Standaardwaarden VO2 Max., pagina 20), en ga
    naar www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
    Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen
    Als uw rit een langdurige, tamelijk grote inspanning vergt en
    hartslag en vermogen niet sterk variëren, kan de VO2 max.waarde nauwkeuriger worden berekend.
    • Controleer vóór uw rit of uw toestel, hartslagmeter en
    vermogensmeter goed werken, zijn gekoppeld en zijn
    voorzien van een opgeladen batterij.
    • Houd uw hartslag gedurende uw rit van 20 minuten op meer
    dan 70% van uw maximale hartslag.
    • Houd gedurende uw rit van 20 minuten uw
    uitgangsvermogen tamelijk constant.
    • Vermijd heuvelachtig terrein.
    • Rij niet in peloton als er veel wordt gewaaierd.

    Uw hartslagzones instellen
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw hartslagzones te bepalen. U kunt de hartslagzones
    handmatig aanpassen op basis van uw fitnessdoelen
    (Fitnessdoelstellingen, pagina 8). Stel uw maximale hartslag,
    hartslag in rust en hartslagzones in voor de meest nauwkeurige
    caloriegegevens tijdens een activiteit.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Trainingszones >
    Hartslagzones.
    2 Voer de maximumwaarde en rustwaarde voor uw hartslag in.
    De zonewaarden worden automatisch bijgewerkt; u kunt elke
    waarde echter ook handmatig aanpassen.
    3 Selecteer Op basis van:.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
    minuut weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % Max. om de zones als een percentage van
    uw maximumhartslag weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
    uw hartslag in rust weer te geven en te wijzigen.
    Hartslagzones
    Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
    kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
    verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
    hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
    hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
    oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
    berekend op basis van de percentages van uw maximale
    hartslag.
    Fitnessdoelstellingen
    Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
    verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
    te passen.
    • Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
    training.
    • Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
    cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
    • Als u uw hartslagzones kent, kunt u het risico op blessures
    verlagen en voorkomen dat u te zwaar traint.
    Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
    van hartslagzones, pagina 20) gebruiken om de beste
    hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
    Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
    rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
    sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
    maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
    220 min uw leeftijd.

    Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd
    met toestemming van The Cooper Institute . Raadpleeg de
    ®

    8

    ANT+ sensors



  • Page 13

    Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
    Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
    weergegeven, kunt u deze tips proberen.
    • Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
    van toepassing).
    • Trek de band strakker aan om uw borst.
    • Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
    • Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
    hartslagmeter onderhouden, pagina 16).
    • Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
    goed nat.
    Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
    er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
    die de hartslagsignalen beïnvloedt.
    • Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
    hartslagmeter kunnen veroorzaken.
    Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
    elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
    hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
    magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
    LAN-toegangspunten.

    De snelheidsensor installeren
    OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
    overslaan.
    TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
    tijdens de installatie van deze sensor.
    1 Plaats de snelheidsensor op de wielnaaf.
    2 Trek de band À om de wielnaaf en bevestig deze aan de
    haak Á op de sensor.

    3 Trek de banden Á om de pedaalarm en bevestig deze aan
    de haken  op de sensor.

    4 Draai de pedaalarm rond om de afstand te controleren.
    De sensor en banden mogen niet in contact komen met enig
    onderdeel van uw fiets of schoen.
    OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
    werking te bevestigen nadat de pedaalarm twee keer is
    rondgegaan.
    5 Maak een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en
    banden om te controleren of er geen beschadiging optreedt.

    Snelheid- en cadanssensors
    De cadansgegevens van de cadanssensor worden altijd
    opgenomen. Als er geen snelheid- en cadanssensor zijn
    gekoppeld met het toestel, worden GPS-gegevens gebruikt om
    de snelheid en afstand te berekenen.
    De cadans is de pedaal- of draaisnelheid. Deze wordt gemeten
    aan de hand van het aantal omwentelingen van de pedaalarm
    per minuut (RPM).

    Gegevens middelen voor cadans of vermogen
    De instelling voor het middelen van gegevens die niet gelijk zijn
    aan nul, is beschikbaar als u tijdens het trainen een optionele
    cadanssensor of vermogensmeter gebruikt. Standaard worden
    nulwaarden die optreden als u niet trapt, genegeerd.
    U kunt de waarde van deze instelling wijzigen (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 16).

    Uw ANT+ sensors koppelen

    De sensor staat mogelijk schuin bij montage op een
    asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking.
    3 Draai het wiel om de afstand te controleren.
    De sensor mag geen contact maken met andere onderdelen
    op de fiets.
    OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
    werking te bevestigen nadat het wiel twee keer is
    rondgegaan.

    De cadanssensor installeren
    OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
    overslaan.
    TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
    tijdens de installatie van deze sensor.
    1 Kies de bandgrootte die nauw aansluit op de pedaalarm À.
    Bij twijfel kiest u de kleinste band die om de pedaalarm past.
    2 Plaats de platte kant van de cadanssensor aan de
    binnenkant van de pedaalarm, aan de kant waar niet de
    aandrijving zit.

    ANT+ sensors

    Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
    de sensor plaatsen.
    Koppelen is het maken van een verbinding tussen ANT+
    draadloze sensors, bijvoorbeeld het verbinden van een
    hartslagmeter met uw Garmin toestel.
    1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
    OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
    ANT+ sensors van andere gebruikers vandaan bent tijdens
    het koppelen.
    2 Selecteer Menu > Instellingen > Sensors > Voeg sensor
    toe.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer een sensortype.
    • Selecteer Zoek alles om sensors in de buurt te zoeken.
    Er wordt een lijst met beschikbare sensors weergegeven.
    4 Selecteer een of meerdere sensors om te koppelen met uw
    toestel.
    5 Selecteer Voeg sensor toe.
    Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
    sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld
    aanpassen om sensorgegevens weer te geven.

    Trainen met vermogensmeters
    • Ga naar www.garmin.com/intosports voor een lijst met ANT+
    sensors die compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector™).
    9



  • Page 14

    • Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
    vermogensmeter.
    • Pas uw vermogenszones aan uw doelen en mogelijkheden
    aan (Uw vermogenszones instellen, pagina 10).
    • Gebruik bereikwaarschuwingen om te worden gewaarschuwd
    wanneer u een bepaalde vermogenszone bereikt
    (Bereikwaarschuwingen instellen, pagina 14).
    • Pas de vermogensgegevensvelden aan (Gegevensschermen
    aanpassen, pagina 14).

    2 Blader naar het fietsdynamicascherm om uw
    piekvermogensfase À, totale vermogensfase Á en
    pedaalmidden-offset  te bekijken.

    Uw vermogenszones instellen
    De waarden voor deze zones zijn standaardwaarden en passen
    mogelijk niet bij uw persoonlijke vaardigheden. U kunt uw zones
    handmatig aanpassen op het toestel of gebruikmaken van
    Garmin Connect. Als u weet wat uw FTP-waarde (Functional
    Threshold Power) is, kunt u deze opgeven zodat de software
    automatisch uw vermogenszones kan berekenen.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Trainingszones >
    Vermogenszones.
    2 Voer uw FTP-waarde in.
    3 Selecteer Op basis van:.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer watt om de zones in watt weer te geven en te
    wijzigen.
    • Selecteer % FTP om de zones als een percentage van uw
    FTP-waarde (Functional Threshold Power) weer te geven
    en te wijzigen.

    De vermogensmeter kalibreren
    Voordat u uw vermogensmeter kunt kalibreren, moet deze
    correct zijn geïnstalleerd, gekoppeld met uw toestel en actief
    gegevens vastleggen.
    Raadpleeg de documentatie van de fabrikant voor instructies
    over het kalibreren van uw vermogensmeter.
    1 Selecteer Menu > Training > Sensors.
    2 Selecteer uw vermogensmeter.
    3 Selecteer Kalibreer.
    4 Zorg dat uw vermogensmeter actief blijft door te blijven
    trappen tot het bericht wordt weergegeven.
    5 Volg de instructies op het scherm.

    Vermogen in de pedalen
    Vector meet het vermogen in de pedalen.
    Vector meet een paar honderd keer per seconde de kracht die u
    uitoefent. Vector meet ook uw cadans of pedaalrotatiesnelheid.
    Door de kracht, de richting van de kracht, de rotatie van de
    pedaalarm en de tijd te meten, kan Vector het vermogen
    bepalen (Watt). Omdat Vector het onafhankelijke vermogen per
    been (links en rechts) meet, wordt de vermogensbalans links/
    rechts weergegeven.
    OPMERKING: Het Vector S systeem geeft geen
    vermogensbalans tussen het linker- en rechterpedaal.

    Fietsdynamica
    Fietsdynamicameters meten hoeveel kracht u uitoefent tijdens
    de pedaalslag en waar u kracht uitoefent op het pedaal om u
    inzicht te geven in uw fietstechniek. Als u weet hoe en waar u
    kracht uitoefent, kunt u efficiënter trainen en uw bikefitting
    beoordelen.

    3 Selecteer

    > Gegevensvelden om een gegevensveld zo
    nodig te wijzigen (Gegevensschermen aanpassen,
    pagina 14).
    OPMERKING: De twee gegevensvelden onder aan het
    scherm à kunnen worden aangepast.
    U kunt de rit verzenden naar uw Garmin Connect account om
    meer fietsdynamicagegevens te bekijken (Uw rit verzenden naar
    Garmin Connect, pagina 11).
    Vermogensfasegegevens
    Vermogensfase is het pedaalslaggebied (tussen de
    beginpedaalhoek en de eindpedaalhoek) waar u positief
    vermogen produceert.
    Pedaalmidden-offset
    Pedaalmidden-offset is de locatie op het pedaaloppervlak waar
    u druk uitoefent.

    De Vector software bijwerken met het Edge toestel
    Voordat u de software kunt bijwerken, moet u uw Edge toestel
    koppelen met uw Vector systeem.
    1 Verzend uw gegevens naar uw Garmin Connect account (Uw
    rit verzenden naar Garmin Connect, pagina 11).
    Garmin Connect zoekt automatisch naar software-updates en
    verzendt deze naar uw Edge toestel.
    2 Breng uw Edge toestel binnen bereik (3 m) van de sensor.
    3 Draai de pedaalarm een paar keer rond. Het Edge toestel
    vraagt u om alle software-updates die klaarstaan te
    installeren.
    4 Volg de instructies op het scherm.

    Uw FTP-waarde schatten
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw functionele drempelvermogen (FTP) te schatten. Voor
    een nauwkeurigere FTP-waarde kunt u een FTP-test uitvoeren
    met een gekoppelde vermogensmeter (Een FTP-test uitvoeren,
    pagina 11).
    Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP.
    Uw geschatte FTP-waarde wordt weergegeven als een
    waarde gemeten in watt per kilogram, uw geleverde
    vermogen in watt en een positie op de kleurenbalk.

    Fietsdynamica gebruiken
    Voordat u fietsdynamica kunt gebruiken, moet u de Vector
    vermogensmeter koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors
    koppelen, pagina 9).
    OPMERKING: Voor het opslaan van fietsdynamicagegevens is
    extra toestelgeheugen nodig.
    1 Maak een rit.
    10

    ANT+ sensors



  • Page 15

    Paars

    Voortreffelijk

    Blauw

    Uitstekend

    Groen

    Goed

    Oranje

    Redelijk

    Rood

    Ongetraind

    Raadpleeg de appendix (FTP-waarden, pagina 20) voor
    meer informatie.
    Een FTP-test uitvoeren
    Voordat u een test kunt uitvoeren om uw functionele
    drempelvermogen (FTP) te bepalen, moet u een
    vermogensmeter installeren en deze koppelen met uw toestel
    (Uw ANT+ sensors koppelen, pagina 9).
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP > FTP test >
    Rijden.
    2 Selecteer om de timer te starten.
    Zodra u aan de rit begint, geeft het toestel de verschillende
    stappen van de test, het doel en de huidige
    vermogensgegevens weer. Als de test is voltooid, wordt een
    bericht weergegeven.
    3 Selecteer om de timer te stoppen.
    4 Selecteer Bewaar rit.
    Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
    gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
    en een positie op de kleurenbalk.
    Uw FTP-waarde automatisch berekenen
    Voordat u uw functionele drempelvermogen (FTP) automatisch
    kunt berekenen, moet u een vermogensmeter installeren en
    deze koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors koppelen,
    pagina 9).
    1 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
    inspanning.
    2 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    3 Selecteer Menu > Mijn statistieken > FTP.
    Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
    gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
    en een positie op de kleurenbalk.

    Gebruik van Shimano Di2™ shifters
    ®

    Voordat u gebruik kunt maken van Di2 elektronische shifters,
    moet u deze koppelen met uw toestel (Uw ANT+ sensors
    koppelen, pagina 9). U kunt de optionele Di2 gegevensvelden
    aanpassen (Gegevensschermen aanpassen, pagina 14). Het
    Edge toestel geeft de huidige afstellingswaarde weer als de
    sensor in de afstellingsmodus is.

    De weegschaal gebruiken
    Als u een ANT+ compatibele weegschaal hebt, kan het toestel
    de gegevens van de weegschaal aflezen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Sensors > Voeg sensor
    toe > Weegschaal.
    Wanneer de weegschaal is gevonden, verschijnt een bericht.
    2 Ga op de weegschaal staan als dit wordt aangegeven.
    OPMERKING: Als u een lichaamsanalyseweegschaal
    gebruikt, dient u uw schoenen en sokken uit te trekken om te
    zorgen dat alle lichaamsparameters worden gelezen en
    geregistreerd.
    3 Stap van de weegschaal af als dit wordt aangegeven.
    TIP: Als zich een fout voordoet, stapt u van de weegschaal
    af. Stap op de weegschaal als dit wordt aangegeven.

    Geschiedenis
    Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
    snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
    sensorgegevens.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
    weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
    automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
    regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
    houden.

    Uw rit weergeven
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Ritten.
    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer een optie.
    Uw tijd in elke trainingszone weergeven
    Voordat u uw tijd in elke trainingszone kunt weergeven, moet u
    uw toestel koppelen met een compatibele hartslagmeter of
    vermogensmeter, een activiteit voltooien en de activiteit
    opslaan.
    Door uw tijd in elke hartslag- en vermogenszone te bekijken,
    kunt u de intensiteit van uw training beter afstemmen. U kunt uw
    vermogenszones (Uw vermogenszones instellen, pagina 10) en
    hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 8)
    aanpassen aan uw doelen en mogelijkheden. U kunt een
    gegevensveld aanpassen om uw tijd in trainingszones tijdens
    uw rit weer te geven (Gegevensschermen aanpassen,
    pagina 14).
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Ritten.
    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer Tijd in zone.
    4 Selecteer een optie.

    Ritten verwijderen
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Ritten > Wis.
    2 Selecteer een of meer ritten om te verwijderen.
    3 Selecteer Wis ritten > OK.

    Gegevenstotalen weergeven
    U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
    hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
    afstand en calorieën.
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Totalen.
    2 Selecteer een optie om de toestel- of activiteitprofieltotalen
    weer te geven.

    Gegevenstotalen verwijderen
    1 Selecteer Menu > Geschiedenis > Totalen > Wis totalen.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Wis alle totalen om alle gegevenstotalen uit de
    geschiedenis te verwijderen.
    • Selecteer een activiteitprofiel om de verzamelde
    gegevenstotalen voor een enkel profiel te verwijderen.
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.
    Selecteer
    OK.
    3

    Uw rit verzenden naar Garmin Connect
    KENNISGEVING
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.

    Geschiedenis

    11



  • Page 16

    1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.

    2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort

    op het toestel.
    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
    van de computer.
    4 Ga naar www.garminconnect.com/start.
    5 Volg de instructies op het scherm.

    Garmin Connect
    U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
    Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
    analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
    prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
    wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
    meer. Meld u aan voor een gratis account op
    www.garminconnect.com/start.
    Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
    hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
    naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
    Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
    informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
    hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
    bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
    en instelbare rapporten.
    OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
    accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.

    Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
    wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
    klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
    Koersen en workouts downloaden van Garmin Connect:
    Hiermee kunt u zoeken naar activiteiten op Garmin Connect
    met uw smartphone en deze naar uw toestel verzenden.
    Overdracht tussen toestellen: Hiermee kunt u bestanden
    draadloos overbrengen naar een ander compatibel Edge
    toestel.
    Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
    favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
    activiteit uploadt naar Garmin Connect.
    Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
    waarschuwingen naar uw toestel.
    Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
    toestel.
    Uw smartphone koppelen
    1 Ga naar www.garmin.com/intosports/apps en download de
    Garmin Connect Mobile app naar uw smartphone.
    2 Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
    3 Selecteer op uw toestel Menu > Instellingen > Bluetooth >
    Schakel in > Smartphone koppelen en volg de instructies
    op het scherm.
    4 Open de Garmin Connect Mobile app op uw telefoon en volg
    de instructies op het scherm om een toestel te koppelen.
    Deze instructies worden aangeboden tijdens de eerste
    installatie of kunnen worden gevonden in de help van de
    Garmin Connect Mobile app.
    5 Selecteer Koppel Bluetooth Smart toestel op uw toestel en
    volg de instructies op het scherm om telefoonmeldingen in te
    schakelen op een compatibele smartphone (optioneel).
    OPMERKING: Voor telefoonmeldingen is een compatibele
    smartphone voorzien van Bluetooth Smart draadloze
    technologie vereist. Ga naar www.garmin.com/ble voor
    informatie over compatibiliteit.

    Bestanden overbrengen naar een ander
    Edge toestel

    Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
    een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
    Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
    elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
    plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.

    Bluetooth communicatiefuncties
    ®

    Het Edge toestel beschikt over Bluetooth communicatiefuncties
    voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor
    sommige functies moet u Garmin Connect Mobile op uw
    smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com/intosports
    /apps voor meer informatie.
    OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw
    Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele
    van deze functies.
    LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
    races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
    volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
    live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
    zien.
    12

    U kunt koersen, segmenten en workouts draadloos overbrengen
    van het ene compatibele Edge toestel naar het andere via
    Bluetooth technologie.
    1 Schakel beide Edge toestellen in en breng ze binnen bereik
    (3 m) van elkaar.
    2 Selecteer op het toestel met de bestanden Menu >
    Instellingen > Toesteloverdrachten > Deel bestanden.
    3 Selecteer een bestandstype dat u wilt delen.
    4 Selecteer een of meer bestanden om over te brengen.
    5 Selecteer op het toestel dat de bestanden ontvangt Menu >
    Instellingen > Toesteloverdrachten.
    6 Selecteer een beschikbare verbinding.
    7 Selecteer een of meer bestanden om te ontvangen.
    Als het bestand is overgebracht, wordt op beide toestellen een
    bericht weergegeven.

    Gegevensopslag
    Het toestel maakt gebruik van slimme opslag. Hiermee worden
    belangrijke punten opgeslagen waarop u van richting bent
    veranderd of waarop uw snelheid of hartslag is gewijzigd.
    Wanneer een vermogensmeter wordt gekoppeld, legt het toestel
    elke seconde punten vast. Door elke seconde punten vast te
    leggen, beschikt u over een gedetailleerd spoor en wordt meer
    geheugen gebruikt.

    Geschiedenis



  • Page 17

    Raadpleeg voor informatie over het middelen van gegevens
    voor cadans en vermogen Gegevens middelen voor cadans of
    vermogen, pagina 9.

    • Op Mac-computers: Sleep het volumepictogram naar de
    prullenbak.
    2 Koppel de kabel los van uw computer.

    Gegevensbeheer
    OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
    98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.

    Uw toestel aanpassen

    ®

    ®

    ®

    Het toestel aansluiten op uw computer
    KENNISGEVING
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.

    1 Duw de beschermkap van de mini-USB-poort omhoog.
    2 Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de miniUSB-poort.

    3 Sluit het grote uiteinde van de USB-kabel aan op de USB-

    poort van de computer.
    Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
    Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
    volume op Mac computers.

    Bestanden overbrengen naar uw toestel
    1 Verbind het toestel met uw computer.

    2
    3
    4
    5
    6
    7

    Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
    een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
    computers wordt het toestel weergegeven als een
    geïnstalleerd volume.
    OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
    netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
    weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
    voor meer informatie over het toewijzen van het station.
    Open de bestandsbrowser op de computer.
    Selecteer een bestand.
    Selecteer Edit > Copy.
    Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
    toestel.
    Blader naar een map.
    Selecteer Edit > Paste.
    Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
    geheugen van het toestel.

    Bestanden verwijderen
    KENNISGEVING
    Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
    niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
    systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.

    1
    2
    3
    4

    Open het Garmin station of volume.
    Open zo nodig een map of volume.
    Selecteer een bestand.
    Druk op het toetsenbord op de toets Delete.

    De USB-kabel loskoppelen
    Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
    aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
    manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
    uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
    Windows-computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
    koppelen.
    1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
    • Op Windows-computers: Selecteer het pictogram
    Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en
    selecteer uw toestel.
    Uw toestel aanpassen

    Profielen
    De Edge beschikt over een aantal mogelijkheden voor het
    aanpassen van het toestel, waaronder profielen. Een profiel is
    een verzameling instellingen waarmee u het gebruiksgemak van
    het toestel kunt optimaliseren. U kunt bijvoorbeeld verschillende
    instellingen en weergaven maken voor trainen en
    mountainbiken.
    Als u een profiel gebruikt en u instellingen zoals
    gegevensvelden of maateenheden wijzigt, worden de
    wijzigingen automatisch in het profiel opgeslagen.
    Activiteitenprofielen: U kunt activiteitenprofielen maken voor
    elk type fietsactiviteit. U kunt bijvoorbeeld een apart
    activiteitenprofiel maken voor trainen, racen en
    mountainbiken. Het activiteitenprofiel omvat aangepaste
    gegevenspagina's, activiteitentotalen, waarschuwingen,
    trainingzones (zoals hartslag en snelheid),
    trainingsinstellingen (zoals Auto Pause en Auto Lap ), en
    navigatie-instellingen.
    Gebruikersprofiel: U kunt instellingen wijzigen voor geslacht,
    leeftijd, gewicht, lengte en instellingen voor ervaren atleten.
    Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
    ritgegevens te berekenen.
    ®

    ®

    Uw gebruikersprofiel instellen
    U kunt instellingen wijzigen voor geslacht, leeftijd, gewicht,
    lengte en instellingen voor ervaren atleten. Het toestel gebruikt
    deze informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen.
    1 Selecteer Menu > Mijn statistieken > Gebruikersprofiel.
    2 Selecteer een optie.

    Over ervaren sporters
    Een ervaren sporter is een persoon die een groot aantal jaren
    intensief heeft getraind (met uitzondering van lichte blessures)
    en die een hartslag in rust van 60 slagen per minuut of minder
    heeft.

    Over trainingsinstellingen
    Met de volgende opties en instellingen kunt u uw toestel
    aanpassen aan uw trainingsbehoeften. Deze instellingen
    worden opgeslagen in een activiteitenprofiel. U kunt bijvoorbeeld
    tijdwaarschuwingen instellen voor uw raceprofiel en u kunt een
    Auto Lap positie-trigger gebruiken voor uw mountainbikeprofiel.

    Uw activiteitenprofiel bijwerken
    U kunt tien activiteitenprofielen instellen. U kunt uw instellingen
    en de gegevensvelden voor een bepaalde activiteit of route
    aanpassen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer een profiel.
    • Selecteer Nieuw om een nieuw profiel toe te voegen.
    3 Wijzig zo nodig de naam en kleur voor het profiel.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Gegevensschermen om de
    gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 14).
    • Selecteer GPS-modus om GPS uit te schakelen
    (Indoortrainingen, pagina 6) of de satellietinstelling te
    wijzigen (De satellietinstelling wijzigen, pagina 14).

    13



  • Page 18

    • Selecteer Kaart om de kaartinstellingen aan te passen
    (Kaartinstellingen, pagina 14).
    • Selecteer Alarmen om uw trainingswaarschuwingen aan
    te passen (Waarschuwingen, pagina 14).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Lap om in te
    stellen hoe rondes worden gemarkeerd (Ronden op
    positie markeren, pagina 14).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Pause om in te
    stellen wanneer de timer automatisch pauzeert (Auto
    Pause gebruiken, pagina 15).
    • Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand
    om in te stellen dat het toestel automatisch in de
    slaapstand gaat na 5 minuten inactiviteit (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 15).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Scroll om de
    weergave van de pagina's met trainingsgegevens aan te
    passen wanneer de timer loopt (Auto Scroll gebruiken,
    pagina 15).
    • Selecteer Startmelding om de startmeldingsmodus aan te
    passen (De startmelding wijzigen, pagina 15).
    Alle wijzigingen die u aanbrengt worden opgeslagen in het
    activiteitenprofiel.

    Gegevensschermen aanpassen
    U kunt de gegevensschermen voor elk activiteitprofiel
    aanpassen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Gegevensschermen.
    4 Selecteer een gegevensscherm.
    5 Schakel indien nodig het gegevensscherm in.
    6 Selecteer het aantal gegevensvelden dat u op het scherm
    wilt weergeven.
    7 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.

    De satellietinstelling wijzigen
    Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
    GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS en GLONASS
    inschakelen. Door GPS en GLONASS te gebruiken neemt de
    gebruiksduur van de batterij sneller af dan wanneer alleen GPS
    wordt gebruikt.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer GPS-modus.
    4 Selecteer een optie.

    Kaartinstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen,
    selecteer een profiel en vervolgens Kaart.
    Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
    op het scherm.
    Auto.zoom: Hiermee selecteert u automatisch een zoomniveau
    voor de kaart. Als u Uit selecteert, moet u handmatig in- en
    uitzoomen.
    Begeleidingstekst: Hiermee stelt u in wanneer
    afslagaanwijzingen worden weergegeven.
    De oriëntatie van de kaart wijzigen
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Kaart > Oriëntatie.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
    pagina weer te geven.

    14

    • Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
    aan de pagina weer te geven.
    • Selecteer 3D-modus om de kaart driedimensionaal weer
    te geven.

    Waarschuwingen
    U kunt waarschuwingen gebruiken voor trainingen met
    specifieke doelstellingen voor tijd, afstand, calorieën, hartslag,
    cadans en vermogen. Waarschuwingsinstellingen worden
    opgeslagen bij uw activiteitenprofiel.
    Bereikwaarschuwingen instellen
    Als u een optionele hartslagmeter, cadanssensor of
    vermogensmeter hebt, kunt u bereikwaarschuwingen instellen.
    Een bereikwaarschuwing wordt afgegeven wanneer het toestel
    een waarde meet die boven of onder een opgegeven
    waardenbereik ligt. Zo kunt u bijvoorbeeld instellen dat het
    toestel u waarschuwt als uw cadans lager is dan 40 rpm of
    hoger dan 90 rpm. U kunt ook een trainingszone
    (Trainingszones, pagina 6) gebruiken voor de
    bereikwaarschuwing.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Alarmen.
    4 Selecteer Hartslagwaarschuwing, Cadanswaarschuwing
    of Vermogenswaarsch..
    5 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
    6 Voer de minimum- en maximumwaarde in of selecteer zones.
    7 Selecteer indien nodig .
    Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
    een bericht weergegeven. U hoort ook een pieptoon als
    geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen in- en
    uitschakelen, pagina 16).
    Een terugkerende waarschuwing instellen
    Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
    wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
    registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
    minuten waarschuwt.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Alarmen.
    4 Selecteer Tijdwaarschuwing, Afstandswaarschuwing of
    Calorieënwaarschuwing.
    5 Schakel de waarschuwing in.
    6 Voer een waarde in.
    7 Selecteer .
    Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
    bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
    pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
    in- en uitschakelen, pagina 16).

    Auto Lap
    Ronden op positie markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op een bepaalde positie. Dit is handig als u uw prestaties tijdens
    verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken (bijvoorbeeld
    na een lange klim of na een sprint). Tijdens een koers kunt u de
    functie Op positie gebruiken om een ronde te starten bij alle
    rondeposities die voor de koers zijn vastgelegd.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op positie > Ronde bij.

    Uw toestel aanpassen



  • Page 19

    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen bij drukken op Lap om de rondeteller te
    selecteert en telkens als u een
    activeren telkens als u
    van deze locaties opnieuw passeert.
    • Selecteer Start & ronde om de rondeteller te activeren op
    de GPS-locatie waar u
    selecteert en op elke locatie
    tijdens de rit waar u
    selecteert.
    • Selecteer Markeer en ronde om de rondeteller te
    activeren op een specifieke GPS-locatie die u vóór de rit
    hebt gemarkeerd en bovendien op elke locatie tijdens de
    rit wanneer u
    selecteert.
    Pas
    zo
    nodig
    de
    rondegegevensvelden
    aan
    5
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 14).
    Ronden op afstand markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op basis van een bepaalde afstand. Dit is handig als u uw
    prestaties tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt
    vergelijken (bijvoorbeeld om de 10 mijl of 40 km).
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op afstand > Ronde bij.
    4 Voer een waarde in.
    5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 14).

    Auto Pause gebruiken
    U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
    automatisch te onderbreken als u stopt met bewegen of
    wanneer uw snelheid onder de opgegeven waarde komt. Dit is
    handig als er verkeerslichten of andere plaatsen voorkomen in
    uw route waar u langzamer moet fietsen of moet stoppen.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Pause.
    4 Selecteer indien nodig Auto Pause-modus.
    5 Selecteer een optie:
    • Selecteer Zodra gestopt om de timer automatisch te
    onderbreken wanneer u stopt met bewegen.
    • Selecteer Aangepaste snelheid om de timer automatisch
    te pauzeren wanneer uw snelheid onder een bepaalde
    waarde komt.
    6 Pas zo nodig optionele tijdgegevensvelden aan
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 14).
    Het gegevensveld Tijd - Verstreken geeft de volledige
    verstreken tijd weer, inclusief de gepauzeerde tijd.

    Automatische slaapstand gebruiken
    U kunt de Autom. slaapstand functie gebruiken om automatisch
    in de slaapstand te gaan na 5 minuten van inactiviteit. Tijdens
    de slaapstand is het scherm uitgeschakeld en zijn de ANT+
    sensors, Bluetooth en GPS niet verbonden.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand.

    Auto Scroll gebruiken
    Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle
    schermen met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Scroll.
    Uw toestel aanpassen

    4 Selecteer een weergavesnelheid.
    De startmelding wijzigen
    Met deze functie herkent het toestel automatisch dat er
    satellietsignalen worden ontvangen en dat de fiets rijdt. U wordt
    er zo aan herinnerd de timer in te stellen, zodat uw ritgegevens
    worden vastgelegd.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Startmelding.
    4 Selecteer indien nodig Startmeldingsmodus.
    5 Selecteer een optie:
    • Selecteer Eenmaal.
    • Selecteer Herhaal > Vertraging herhalen om in te stellen
    na hoeveel tijd de melding wordt weergegeven.

    Bluetooth instellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Bluetooth.
    Schakel in: Hiermee schakelt u draadloze Bluetooth
    technologie in.
    OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
    alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
    ingeschakeld.
    Toestelnaam: Hiermee kunt u een gebruiksvriendelijke naam
    invoeren ter identificatie van uw toestellen met draadloze
    Bluetooth technologie.
    Smartphone koppelen: Hiermee koppelt u uw toestel met een
    compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
    deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
    zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
    Connect.
    Koppel Bluetooth Smart toestel: Hiermee koppelt u uw toestel
    met een compatibele smartphone met Bluetooth Smart
    draadloze technologie. Met deze instelling kunt u telefoon- en
    sms-functies gebruiken.
    OPMERKING: Deze instelling is alleen beschikbaar als het
    toestel is gekoppeld met een compatibele smartphone met
    Bluetooth Smart draadloze technologie.
    Meldingen telef./sms: Hiermee kunt u telefoonmeldingen vanaf
    uw compatibele smartphone inschakelen.
    Gemiste oproepen en SMS-berichten: Geeft gemiste
    telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone weer.

    Systeeminstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem.
    • Scherminstellingen (Scherminstellingen, pagina 15)
    • Instellingen voor gegevensopslag (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 16)
    • Toestelinstellingen (De maateenheden wijzigen, pagina 16)
    • Geluidsinstellingen (De toesteltonen in- en uitschakelen,
    pagina 16)
    • Taalinstellingen (De taal van het toestel wijzigen,
    pagina 16)

    Scherminstellingen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Scherm.
    Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van de
    schermverlichting instellen.
    Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen
    voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
    Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
    nachtkleuren weergeeft. U kunt de optie Auto selecteren om
    het toestel automatisch te laten overschakelen naar dag- of
    nachtkleuren op basis van de tijd van de dag.
    15



  • Page 20

    Schermafbeelding: Hiermee kunt u de schermafbeelding van
    het toestel opslaan.

    Specificaties van de hartslagmeter
    Batterijtype

    CR2032 van 3 V, door gebruiker te vervangen

    Instellingen voor gegevens vastleggen

    Batterijduur

    Maximaal 4,5 jaar bij 1 uur per dag

    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Gegevensopslag.
    Interval: Hiermee stelt u in hoe het toestel activiteitgegevens
    vastlegt. Met de optie Smart legt u belangrijke punten vast
    waar u van richting bent veranderd of waarop uw snelheid of
    hartslag is gewijzigd. Met de optie 1 sec legt u elke seconde
    punten vast. Hiermee ontstaat een zeer gedetailleerd
    overzicht van uw activiteit, maar de omvang van het
    opgeslagen activiteitenbestand neemt aanzienlijk toe.
    Cadans middelen: Hiermee stelt u in of het toestel nulwaarden
    weergeeft voor cadansgegevens die optreden als u geen
    pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor cadans of
    vermogen, pagina 9).
    Vermogen middelen: Hiermee stelt u in of het toestel
    nulwaarden meetelt voor vermogensgegevens die optreden
    als u geen pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor
    cadans of vermogen, pagina 9).

    Waterbestendigheid

    De maateenheden wijzigen
    U kunt de eenheden voor afstand, snelheid, hoogte,
    temperatuur, gewicht, positieweergave en tijdweergave
    aanpassen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Eenheden.
    2 Selecteer een type maatsysteem.
    3 Selecteer een maateenheid voor de instelling.

    De toesteltonen in- en uitschakelen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Geluid.

    De taal van het toestel wijzigen
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Taal voor
    tekst.

    De configuratie-instellingen wijzigen
    U kunt alle aanvankelijk geconfigureerde basisinstellingen
    wijzigen.
    1 Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Herstel toestel
    > Basisinstellingen.
    2 Volg de instructies op het scherm.

    Tijdzones
    Telkens wanneer u het toestel inschakelt en er naar satellieten
    wordt gezocht, worden de tijdzone en het tijdstip automatisch
    vastgesteld.

    Toestelinformatie
    Specificaties
    Edge specificaties
    Batterijtype

    Oplaadbare, ingebouwde lithium-ionbatterij

    Batterijduur

    15 uur bij normaal gebruik

    Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
    Laadtemperatuurbereik

    Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)

    Radiofrequentie/protocol

    2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
    communicatie
    Bluetooth Smart draadloze technologie

    Waterbestendigheid

    IEC 60529 IPX7*

    *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
    tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
    voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.

    3 ATM*
    OPMERKING: Dit product verzendt geen hartslaggegevens tijdens het zwemmen.

    Bedrijfstemperatuurbereik

    Van -5° tot 50°C (van 23° tot 122°F)

    Radiofrequentie/
    protocol

    2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
    communicatie

    *Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
    30 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
    /waterrating.

    Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor
    Batterijtype

    CR2032 van 3 V, door gebruiker te
    vervangen

    Batterijduur

    Circa 12 maanden (1 uur per dag)

    Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
    Radiofrequentie/protocol

    2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
    communicatie

    Waterbestendigheid

    1 ATM*

    *Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
    10 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
    /waterrating.

    Toestelonderhoud
    KENNISGEVING
    Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
    extreme temperaturen kan worden blootgesteld omdat dit
    onherstelbare schade kan veroorzaken.
    Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
    insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
    oppervlakken kunnen beschadigen.
    Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
    beschadiging van de poort te voorkomen.

    Het toestel schoonmaken
    1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
    een mild schoonmaakmiddel.

    2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
    Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden
    KENNISGEVING
    Klik de module los en verwijder deze voordat u de band
    schoonmaakt.
    Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
    de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
    negatief beïnvloeden.
    • Ga naar www.garmin.com/HRMcare voor gedetailleerde
    wasinstructies.
    • Spoel de band na elk gebruik schoon.
    • Was de band wanneer u deze zeven keer hebt gebruikt.
    • Droog de band niet in een wasdroger.
    • U moet de band hangend of plat laten drogen.
    • Koppel de module los van de band als deze niet wordt
    gebruikt om de levensduur van uw hartslagmeter te
    verlengen.

    Door de gebruiker vervangbare batterijen
    WAARSCHUWING
    Gebruik nooit een scherp voorwerp om de batterijen te
    verwijderen.

    16

    Toestelinformatie



  • Page 21

    Bewaar een batterij buiten het bereik van kinderen.
    Stop batterijen nooit in uw mond. Als u een batterij inslikt, dient
    u onmiddellijk contact op te nemen met uw dokter of plaatselijke
    toxicologiecentrum.
    Vervangbare knoopcelbatterijen kunnen perchloraten bevatten.
    Voorzichtigheid is geboden. Zie www.dtsc.ca.gov
    /hazardouswaste/perchlorate.
    LET OP
    Neem contact op met uw gemeente voor informatie over het
    hergebruik van de batterijen.

    De batterij van de hartslagmeter vervangen
    1 Gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier om de vier

    schroeven aan de achterkant van de module te verwijderen.

    2 Verwijder de deksel en de batterij.

    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    6 Draai de deksel rechtsom tot deze is vergrendeld.
    OPMERKING: De LED knippert een paar seconden rood en
    groen nadat de batterij is vervangen. Als de LED groen
    knippert en daarna stopt met knipperen, is het toestel actief
    en klaar om gegevens te verzenden.

    Problemen oplossen
    Het toestel resetten
    Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk resetten.
    Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
    Houd 10 seconden ingedrukt.
    Het toestel wordt gereset en ingeschakeld.

    Gebruikersgegevens wissen
    U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel herstellen.
    OPMERKING: Hierdoor wordt alle door de gebruiker ingevoerde
    informatie gewist, maar uw geschiedenis wordt niet verwijderd.
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Herstel toestel
    > Herstel fabrieksinstellingen > OK.

    Levensduur van de batterijen maximaliseren
    3 Wacht 30 seconden.
    4 Plaats de nieuwe batterij met de pluskant naar boven.
    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    5 Plaats het deksel en de vier schroeven terug.
    OPMERKING: Draai de as niet te strak vast.
    Nadat u de batterij van de hartslagmeter hebt vervangen, moet
    u deze mogelijk opnieuw koppelen aan het toestel.

    De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
    vervangen
    De LED knippert rood na twee omwentelingen als de batterij
    bijna leeg is.
    1 De batterijdeksel À is rond en bevindt zich op de achterkant
    van de sensor.

    • Verminder de sterkte van de schermverlichting of verkort de
    time-out voor de schermverlichting (De schermverlichting
    gebruiken, pagina 2).
    • Selecteer het Smart registratie-interval (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 16).
    • Schakel de functie Autom. slaapstand in (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 15).
    • Schakel de draadloze Bluetooth functie uit (Bluetooth
    instellingen, pagina 15).
    • Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
    pagina 14).

    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
    • Uw toestel koppelen met een Bluetooth smartphone.
    Satellietgegevens worden draadloos verzonden naar uw
    toestel, zodat dit snel satellietsignalen ontvangt.
    • Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
    van hoge gebouwen en bomen.
    • Blijf enkele minuten stilstaan.

    Temperatuurmetingen
    2 Draai de deksel linksom tot deze is ontgrendeld en los

    genoeg zit om te verwijderen.
    3 Verwijder de deksel en de batterij Á.
    TIP: U kunt een stuk tape  of een magneet gebruiken om
    de batterij uit de deksel te verwijderen.

    Het toestel geeft een temperatuur aan die hoger is dan de
    werkelijke luchttemperatuur als het toestel in direct zonlicht
    wordt geplaatst, in de hand wordt gehouden of wordt opgeladen
    met een extern batterijpakket. Het duurt ook even voor het
    toestel zich aan significante wijzigingen in de temperatuur heeft
    aangepast.

    Vervangende afdichtringen

    4 Wacht 30 seconden.
    5 Plaats de nieuwe batterij in de deksel met de polen in de

    Vervangende banden (afdichtringen) zijn in twee formaten
    beschikbaar voor de standaardsteun:
    • 1,3 × 1,5 × 0,9 inch AS568-125
    • 1,7 × 1,9 × 0,9 inch AS568-131
    OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
    (Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
    http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
    dealer.

    juiste richting.

    Problemen oplossen

    17



  • Page 22

    Toestelgegevens weergeven
    U kunt de toestel-id, softwareversie en licentieovereenkomst
    weergeven.
    Selecteer Menu > Instellingen > Systeem > Over.

    De software bijwerken
    Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
    over een Garmin Connect account en de Garmin Express™
    toepassing downloaden.
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
    Express deze naar uw toestel.
    2 Volg de instructies op het scherm.
    3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
    bijwerken.

    Ondersteuning en updates
    Garmin Express biedt eenvoudige toegang tot deze diensten
    voor Garmin toestellen.
    • Productregistratie
    • Producthandleidingen
    • Software-updates
    • Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
    • Kaart- of baanupdates

    Meer informatie
    • Ga naar www.garmin.com/intosports.
    • Ga naar www.garmin.com/learningcenter.
    • Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw
    Garmin dealer voor informatie over optionele accessoires en
    vervangingsonderdelen.

    Appendix
    Gegevensvelden
    Voor sommige gegevensvelden hebt u ANT+ accessoires nodig
    om de gegevens weer te geven.
    Afst. tot best.: De resterende afstand tot de eindbestemming.
    Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het
    navigeren.
    Afst. tot volg.: De resterende afstand tot het volgende via-punt
    op uw route. Deze gegevens worden alleen weergegeven
    tijdens het navigeren.
    Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
    activiteit of het huidige spoor.
    Afstand - Laatste ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor
    de laatste voltooide ronde.
    Afstand - Ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor de
    huidige ronde.
    Afstandsteller: Een lopende meting van de afstand die is
    afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
    reisgegevens worden hersteld.
    Afstand te gaan: De resterende afstand tijdens een workout of
    koers als u een afstandsdoel hebt opgegeven.
    Afstand tot koerspunt: De resterende afstand tot het volgende
    punt in de koers.
    Balans: De huidige vermogensbalans links/rechts.
    Balans - 10 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
    (10 seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
    Balans - 30 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
    (30 seconden) van de vermogensbalans links/rechts.

    18

    Balans - 3 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
    (drie seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
    Balans - Gemiddeld: De gemiddelde vermogensbalans links/
    rechts voor de huidige activiteit.
    Balans - Ronde: De gemiddelde vermogensbalans links/rechts
    voor de huidige ronde.
    Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
    Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
    Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
    aangesloten op een cadansaccessoire.
    Cadans - Gemiddeld: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
    huidige activiteit.
    Cadans - Ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
    huidige ronde.
    Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
    Calorieën te gaan: De resterende hoeveelheid calorieën tijdens
    een workout als u een calorieëndoel hebt opgegeven.
    Di2 batterijniveau: De resterende batterijspanning van een Di2
    sensor.
    Doelvermogen: Het geleverde doelvermogen tijdens een
    activiteit.
    Effectiviteit draaimoment: Meting van de pedaalslagenefficiëntie van een gebruiker.
    ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
    via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
    tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
    eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
    van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    GPS-nauwkeurigheid: De foutmarge voor uw exacte locatie.
    Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld accuraat binnen +/- 3,65
    meter (12 ft.).
    GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
    Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
    aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
    Herhalingen te gaan: Het resterende aantal herhalingen tijdens
    een workout.
    Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
    zeeniveau.
    HS - %HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
    hartslag minus rusthartslag).
    HS – %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
    HS - Gem.: De gemiddelde hartslag voor de huidige activiteit.
    HS - Gem. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige activiteit.
    HS - Gem. %Max.: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige activiteit.
    HS-grafiek: Een lijndiagram dat uw huidige hartslagzone (1-5)
    weergeeft.
    HS - Laatste ronde: De gemiddelde hartslag voor de laatste
    voltooide ronde.
    HS - Ronde: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
    HS - Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige ronde.
    HS – Ronde %Max.: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige ronde.
    HS te gaan: Geeft tijdens een workout aan hoeveel slagen u
    boven of onder uw hartslagdoelstelling zit.
    Appendix



  • Page 23

    HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
    standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
    de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
    Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
    Locatie bij bestemming: Het laatste punt in een route of koers.
    Locatie bij volgende: Het volgende punt in een route of koers.
    Pedaalsoepelheid: De meting van de krachtverdeling op de
    pedalen bij iedere pedaalslag door een gebruiker.
    Percentage: De berekening van de stijging over de afstand. Als
    u bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
    aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
    PMO: Pedaalmidden-offset. Pedaalmidden-offset is de locatie
    op het pedaaloppervlak waarop kracht wordt uitgeoefend.
    PMO - Gemiddeld: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
    huidige activiteit.
    PMO - Ronde: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
    huidige ronde.
    Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
    activiteit.
    Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
    Snelheid - Gemiddeld: De gemiddelde snelheid voor de
    huidige activiteit.
    Snelheid - Laatste ronde: De gemiddelde snelheid voor de
    laatste voltooide ronde.
    Snelheid - Maximum: De hoogste snelheid voor de huidige
    activiteit.
    Snelheid - Ronde: De gemiddelde snelheid voor de huidige
    ronde.
    Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
    lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
    Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
    tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
    Tijd: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
    Tijd - Gem. ronde: De gemiddelde rondetijd voor de huidige
    activiteit.
    Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
    vermogenszone.
    Tijd - Laatste ronde: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
    ronde.
    Tijd - Ronde: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
    Tijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt getrapt
    voor de huidige activiteit.
    Tijd staand - ronde: De tijd dat u staand op de pedalen hebt
    getrapt voor de huidige ronde.
    Tijd te gaan: De resterende tijd tijdens een workout als u een
    tijdsdoel hebt opgegeven.
    Tijd tot best.: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om de
    bestemming te bereiken. Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
    het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
    gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd - Verstreken: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld
    de timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
    minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
    hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
    Tijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt getrapt
    voor de huidige activiteit.
    Tijd zittend - ronde: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt
    getrapt voor de huidige ronde.
    Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    Appendix

    Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    Trainer-weerstand: Het weerstandsniveau van een indoor
    trainer.
    V.S. – 30s gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
    van verticale snelheid.
    Verm. - kJ: De totale verrichte inspanningen
    (uitgangsvermogen) in kilojoules.
    Verm - 10 s gem: Het voortschrijdend gemiddelde (10
    seconden) van het uitgangsvermogen.
    Verm - NP laatste ronde: Het gemiddelde Normalized Power
    van de laatste voltooide ronde.
    Vermog.fase - L. gem.: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het linkerbeen voor de huidige activiteit.
    Vermog.fase - L. piek gem.: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    activiteit.
    Vermog.fase - L. piek ronde: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    ronde.
    Vermog.fase - R. gem.: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het rechterbeen voor de huidige activiteit.
    Vermog.fase - R. piek gem.: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
    huidige activiteit.
    Vermog.fase - R. piek ronde: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
    huidige ronde.
    Vermogen: Het huidige uitgangsvermogen in watt. Uw toestel
    moet zijn aangesloten op een compatibele vermogensmeter.
    Vermogen - %FTP: Het huidige uitgangsvermogen als
    percentage van het functionele drempelvermogen (FTP).
    Vermogen - 30 sec gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30
    seconden) van het uitgangsvermogen.
    Vermogen - 3s gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde (3
    seconden) van het uitgangsvermogen.
    Vermogen - Gemiddeld: Het gemiddelde uitgangsvermogen
    voor de huidige activiteit.
    Vermogen - IF: De Intensity Factor™ voor de huidige activiteit.
    Vermogen - Laatste ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen
    voor de laatste voltooide ronde.
    Vermogen - Max. ronde: Het hoogste uitgangsvermogen voor
    de huidige ronde.
    Vermogen - Maximum: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
    huidige activiteit.
    Vermogen - NP: De Normalized Power™ voor de huidige
    activiteit.
    Vermogen - NP ronde: Het gemiddelde Normalized Power van
    de huidige ronde.
    Vermogen - Ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
    huidige ronde.
    Vermogensfase - L.: De huidige vermogensfasehoek voor het
    linkerbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
    positief vermogen wordt geproduceerd.
    Vermogensfase - L. piek: De huidige piekvermogensfasehoek
    voor het linkerbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
    waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
    uitoefent.
    Vermogensfase - L. ronde: De gemiddelde
    vermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    ronde.
    Vermogensfase - R.: De huidige vermogensfasehoek voor het
    rechterbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
    positief vermogen wordt geproduceerd.
    19



  • Page 24

    Vermogensfase - R. piek: De huidige piekvermogensfasehoek
    voor het rechterbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
    waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
    uitoefent.
    Vermogensfase - R. ronde: De gemiddelde
    vermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de huidige
    ronde.
    Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
    gebaseerd op uw FTP of aangepaste instellingen.
    Vermogen - TSS: De Training Stress Score™ voor de huidige
    activiteit.
    Vermogen - watt/kg: De hoeveelheid uitgangsvermogen in watt
    per kilogram.
    Versnell.ratio: Het aantal tanden op de voorste en achterste
    fietsversnellingen, zoals gedetecteerd door een Di2 sensor.
    Versnelling achter: De achterste fietsversnelling van een Di2
    sensor.
    Versnellingen: De voorste en achterste fietsversnellingen van
    een Di2 sensor.
    Versnelling voor: De voorste fietsversnelling van een Di2
    sensor.
    Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
    Workoutstap: De huidige stap van het totale aantal stappen
    waaruit een workout is opgebouwd.
    Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
    uw GPS-positie.
    Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
    GPS-positie.

    FTP-waarden

    Mannen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Redelijk

    Tussen 2,23 en 2,78

    Ongetraind

    Minder dan 2,23

    Vrouwen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Voortreffelijk

    4,30 en meer

    Uitstekend

    Tussen 3,33 en 4,29

    Goed

    Tussen 2,36 en 3,32

    Redelijk

    Tussen 1,90 en 2,35

    Ongetraind

    Minder dan 1,90

    FTP-waarden zijn gebaseerd op onderzoek verricht door Hunter
    Allen en Andrew Coggan, PhD, Training and Racing with a
    Power Meter (Boulder, CO: VeloPress, 2010).

    Berekeningen van hartslagzones
    Zone % van
    maximale
    hartslag

    Waargenomen
    inspanning

    Voordelen

    1

    50–60%

    Ontspannen,
    comfortabel tempo,
    regelmatige ademhaling

    Aerobische training
    voor beginners,
    verlaagt het stressniveau

    2

    60–70%

    Comfortabel tempo, iets
    diepere ademhaling,
    gesprek voeren is
    mogelijk

    Standaardcardiovasculaire training; korte
    herstelperiode

    3

    70–80%

    Gematigd tempo,
    gesprek voeren iets
    lastiger

    Verbeterde aerobische
    capaciteit, optimale
    cardiovasculaire
    training

    4

    80–90%

    Hoog tempo en
    Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
    zware ademhaling
    drempel, hogere
    snelheid

    5

    90–100%

    Sprinttempo, kan niet
    lang worden
    volgehouden;
    ademhaling zwaar

    Deze tabellen bevatten classificaties voor geschat functioneel
    drempelvermogen (FTP) op basis van geslacht.
    Mannen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Voortreffelijk

    5,05 en meer

    Uitstekend

    Tussen 3,93 en 5,04

    Goed

    Tussen 2,79 en 3,92

    Anaerobisch en
    musculair uithoudingsvermogen; meer
    kracht

    Standaardwaarden VO2 Max.
    In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
    Mannen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Voortreffelijk

    95

    55,4

    54

    52,5

    48,9

    45,7

    42,1

    Uitstekend

    80

    51,1

    48,3

    46,4

    43,4

    39,5

    36,7

    Goed

    60

    45,4

    44

    42,4

    39,2

    35,5

    32,3

    Redelijk

    40

    41,7

    40,5

    38,5

    35,6

    32,3

    29,4

    Slecht

    0–40

    <41,7

    <40,5

    <38,5

    <35,6

    <32,3

    <29,4

    Vrouwen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Voortreffelijk

    95

    49,6

    47,4

    45,3

    41,1

    37,8

    36,7

    Uitstekend

    80

    43,9

    42,4

    39,7

    36,7

    33

    30,9

    Goed

    60

    39,5

    37,8

    36,3

    33

    30

    28,1

    Redelijk

    40

    36,1

    34,4

    33

    30,1

    27,5

    25,9

    Slecht

    0–40

    <36,1

    <34,4

    <33

    <30,1

    <27,5

    <25,9

    Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.

    Wielmaat en omvang

    Wielmaat

    L (mm)

    De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
    Dit is geen volledige lijst. U kunt ook een van de
    rekenprogramma's op internet gebruiken om de omvang van uw
    wiel te berekenen.

    14 × 1,75

    1055

    16 × 1,5

    1185

    16 × 1,75

    1195

    18 × 1,5

    1340

    Wielmaat

    L (mm)

    18 × 1,75

    1350

    12 × 1,75

    935

    20 × 1,75

    1515

    14 × 1,5

    1020

    20 × 1-3/8

    1615

    20

    Appendix



  • Page 25

    Wielmaat

    L (mm)

    22 × 1-3/8

    1770

    22 × 1-1/2

    1785

    24 × 1

    1753

    24 × 3/4 (tubulair)

    1785

    24 × 1-1/8

    1795

    24 × 1-1/4

    1905

    24 × 1,75

    1890

    24 × 2,00

    1925

    24 × 2,125

    1965

    26 × 7/8

    1920

    26 × 1(59)

    1913

    26 × 1(65)

    1952

    26 × 1,25

    1953

    26 × 1-1/8

    1970

    26 × 1-3/8

    2068

    26 × 1-1/2

    2100

    26 × 1,40

    2005

    26 × 1,50

    2010

    26 × 1,75

    2023

    26 × 1,95

    2050

    26 × 2,00

    2055

    26 × 2,10

    2068

    26 × 2,125

    2070

    26 × 2,35

    2083

    26 × 3,00

    2170

    27 × 1

    2145

    27 × 1-1/8

    2155

    27 × 1-1/4

    2161

    27 × 1-3/8

    2169

    650 × 35A

    2090

    650 × 38A

    2125

    650 × 38B

    2105

    700 × 18C

    2070

    700 × 19C

    2080

    700 × 20C

    2086

    700 × 23C

    2096

    700 × 25C

    2105

    700 × 28C

    2136

    700 × 30C

    2170

    700 × 32C

    2155

    700C (tubulair)

    2130

    700 × 35C

    2168

    700 × 38C

    2180

    700 × 40C

    2200

    wetgeving met betrekking tot auteursrechten van de Verenigde
    Staten van Amerika en internationale verdragen inzake
    auteursrechten. U erkent bovendien dat de structuur, organisatie
    en code van de Software, waarvan de broncode niet wordt
    verschaft, waardevolle handelsgeheimen van Garmin en/of haar
    externe leveranciers zijn en dat de Software in de broncodevorm
    een waardevol handelsgeheim van Garmin en/of haar externe
    leveranciers blijft. U verklaart dat u de Software of elk deel
    daarvan niet zult decompileren, demonteren, wijzigen,
    onderwerpen aan reverse assembling of reverse engineering,
    herleiden tot door mensen leesbare vorm of afgeleide werken
    zult maken op basis van de Software. U verklaart dat u de
    software niet zult exporteren of herexporteren naar landen die
    de exportwetten van de Verenigde Staten van Amerika of enig
    ander toepasselijk land schenden.

    Softwarelicentieovereenkomst
    DOOR HET TOESTEL TE GEBRUIKEN VERKLAART U DAT U
    DE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VAN DE VOLGENDE
    SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST ZULT NALEVEN.
    LEES DEZE OVEREENKOMST ZORGVULDIG.
    Garmin Ltd. en/of haar dochterondernemingen (“Garmin”) kent u
    een beperkte licentie toe om de software die is ingebouwd in dit
    toestel (de “software”) in binaire, uitvoerbare vorm te gebruiken
    bij het normale gebruik van dit product. De titel,
    eigendomsrechten en intellectuele eigendomsrechten in en op
    de Software blijven in bezit van Garmin en/of haar
    dochtermaatschappijen.
    U erkent dat de Software het eigendom is van Garmin en/of
    haar externe leveranciers en wordt beschermd door de
    Appendix

    21



  • Page 26

    Index
    A
    accessoires 7, 9, 18
    activiteiten opslaan 3
    afdichtringen. Zie banden
    afstand, waarschuwingen 14
    agenda 5
    ANT+ sensors 2, 7, 9
    fitnessapparatuur 5, 6
    koppelen 9
    Auto Lap 14, 15
    Auto Pause 15
    auto scroll 15
    automatische slaapstand 15

    B
    banden 17
    basisinstellingen 16
    batterij
    maximaliseren 17
    opladen 1
    type 1
    vervangen 16, 17
    bestanden, overbrengen 13
    Bluetooth technologie 12, 15

    installeren 1, 9
    instellingen 2, 13, 15, 16
    toestel 16
    intervallen, workouts 5

    K
    kaarten 3, 7
    bijwerken 18
    instellingen 14
    oriëntatie 14
    zoomen 7
    kalibreren, vermogensmeter 10
    knoppen 2
    koersen 3, 4
    bewerken 3
    laden 3
    verwijderen 4
    koppelen 2, 12
    ANT+ sensors 9

    W

    maateenheden 16

    waarschuwingen 14
    weegschaal 11
    wielmaten 20
    workouts 5
    laden 5
    verwijderen 5

    O

    ervaren sporter 13

    F
    fietsdynamica 10
    fietsen 8

    G
    Garmin Connect 3–5, 11, 12
    Garmin Express
    software bijwerken 18
    toestel registreren 18
    gebruikersgegevens, verwijderen 13
    gebruikersprofiel 2, 13
    gegevens
    opslaan 12
    overbrengen 11–13
    schermen 3, 14
    vastleggen 16
    gegevens middelen 9
    gegevens opslaan 11–13
    gegevens vastleggen 12
    gegevensvelden 14, 18
    geschiedenis 3, 11
    naar de computer verzenden 11, 12
    verwijderen 11
    GLONASS 14
    GPS 6, 14
    signaal 2, 17

    H
    hartslag
    meter 7–9, 16, 17
    waarschuwingen 14
    zones 8, 11, 20
    herstel 7, 8
    het toestel resetten 17
    het toestel schoonmaken 16
    hoogte 7
    hoogtemeter, kalibreren 7

    I
    indoortraining 5, 6
    22

    V

    M
    N

    E

    updates, software 10, 18
    USB 18
    loskoppelen 13

    locaties 7
    bewerken 7
    verwijderen 7

    L

    cadans 9
    waarschuwingen 14
    calorie, waarschuwingen 14
    computer, aansluiten 13
    de batterij vervangen 17
    doel 6
    doelstellingen 6

    U

    vermogen 10
    vermogen (kracht) 6
    meters 8–11, 20
    waarschuwingen 14
    zones 10
    vermogensfase 10
    verwijderen
    alle gebruikersgegevens 13, 17
    persoonlijke records 6
    Virtual Partner 3, 4, 6
    VO2 max. 8, 20

    C

    D

    toestel schoonmaken 16
    toestel-id 18
    tonen 16
    training 5, 6
    plannen 5
    schermen 3, 14

    navigatie 7
    overbrengen, bestanden 12

    P
    pedaalmidden-offset 10
    pedalen 10
    persoonlijke records 6
    verwijderen 6
    problemen oplossen 9, 17, 18
    productregistratie 18
    profielen 13
    activiteit 13
    gebruiker 13

    Z
    zones
    tijd 16
    voeding 10
    zoomen, kaarten 7

    R
    ronden 2

    S
    satellietsignalen 2, 17
    scherm 15
    scherminstellingen 15
    schermverlichting 2, 15
    segmenten 4
    verwijderen 4
    sensors voor snelheid en cadans 9
    slaapmodus 15
    slim opslaan 12
    smartphone 2, 12, 15
    snelheids- en cadanssensors 17
    snelkoppelingen 2
    software
    bijwerken 10, 18
    versie 18
    softwarelicentieovereenkomst 18, 21
    specificaties 16
    startmelding 15
    systeeminstellingen 15

    T
    taal 16
    temperatuur 17
    tijd, waarschuwingen 14
    tijdzones 16
    timer 3, 11
    toepassingen 12
    toestel
    onderhoud 16
    resetten 17
    toestel aanpassen 14
    toestel bevestigen 1
    toestel registreren 18
    Index



  • Page 27



  • Page 28

    www.garmin.com/support
    +43 (0) 820 220230

    + 32 2 672 52 54

    0800 770 4960

    1-866-429-9296

    +385 1 5508 272
    +385 1 5508 271

    +420 221 985466
    +420 221 985465

    + 45 4810 5050

    + 358 9 6937 9758

    + 331 55 69 33 99

    + 39 02 36 699699

    (+52) 001-855-792-7671

    0800 0233937

    +47 815 69 555

    00800 4412 454
    +44 2380 662 915

    (+35) 1214 447 460

    +386 4 27 92 500

    0861 GARMIN (427 646)
    +27 (0)11 251 9999

    +34 93 275 44 97

    + 46 7744 52020

    +886 2 2642-9199 ext 2

    0808 238 0000
    +44 (0) 870 8501242

    +49 (0) 89 858364880
    zum Ortstarif - Mobilfunk
    kann abweichen

    913-397-8200
    1-800-800-1020

    © 2015 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Garmin Edge 520 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Garmin Edge 520 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 2,12 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Garmin Edge 520

Garmin Edge 520 Bedienungsanleitung - Deutsch - 28 seiten

Garmin Edge 520 Bedienungsanleitung - Englisch - 26 seiten

Garmin Edge 520 Bedienungsanleitung - Französisch - 28 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info