Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/38
Nächste Seite
EDGE
®
830
Gebruikershandleiding
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    EDGE 830
    ®

    Gebruikershandleiding



  • Page 2

    © 2019 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
    Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
    behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
    organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
    Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , Forerunner en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
    Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Varia™, Varia Vision™ en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen.
    Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple, Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de logo's van
    BLUETOOTH zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle gerelateerde handelsmerken,
    zijn het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Di2™ en Shimano STEPS™ zijn handelsmerken van Shimano, Inc. Shimano is een geregistreerd
    handelsmerk van Shimano, Inc. Training Stress Score™ (TSS), Intensity Factor™ (IF), en Normalized Power™ (NP) zijn handelsmerken van Peaksware, LLC. STRAVA en Strava™ zijn
    handelsmerken van Strava, Inc. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde
    Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
    ®

    M/N: AA3485



  • Page 3

    Inhoudsopgave
    Inleiding........................................................................... 1
    Overzicht van het toestel ............................................................ 1
    Overzicht startscherm ............................................................ 1
    Widgets weergeven ............................................................... 1
    Het aanraakscherm gebruiken ............................................... 1
    Het aanraakscherm vergrendelen ..................................... 1
    Uw smartphone koppelen ........................................................... 1
    Het toestel opladen ..................................................................... 2
    Over de batterij ...................................................................... 2
    De standaardsteun installeren .................................................... 2
    De voorsteun installeren ............................................................. 2
    De Edge losmaken ................................................................. 3
    De mountainbikesteun installeren .............................................. 3
    Satellietsignalen ontvangen ........................................................ 3

    Training........................................................................... 3
    Een rit maken .............................................................................. 3
    Segmenten ................................................................................. 4
    Strava™ segmenten .............................................................. 4
    De Strava widget Segmentverkenner gebruiken .............. 4
    Een segment volgen van Garmin Connect ............................ 4
    Segmenten inschakelen ......................................................... 4
    Tegen een segment racen ..................................................... 4
    Segmentgegevens weergeven .............................................. 4
    Segmentopties ....................................................................... 4
    Een segment verwijderen ...................................................... 5
    Workouts ..................................................................................... 5
    Een workout maken ............................................................... 5
    Workoutstappen herhalen ...................................................... 5
    Een workout vanuit Garmin Connect volgen ......................... 5
    Een workout beginnen ........................................................... 5
    Een workout stoppen ............................................................. 5
    Een workout bewerken .......................................................... 5
    Workouts verwijderen ............................................................ 5
    De trainingsagenda .....................................................................5
    Garmin Connect trainingsplannen gebruiken ........................ 6
    Intervalworkouts .......................................................................... 6
    Een intervalworkout maken .................................................... 6
    Een intervalworkout starten ................................................... 6
    Indoortrainingen .......................................................................... 6
    Uw ANT+® indoortrainer koppelen ........................................ 6
    Een ANT+ indoortrainer gebruiken ........................................ 6
    Weerstand instellen ........................................................... 6
    Doelvermogen instellen ..................................................... 6
    Een trainingsdoel instellen .......................................................... 6

    Mijn statistieken............................................................. 7
    Prestatiemetingen ....................................................................... 7
    Trainingsstatus ....................................................................... 7
    Over VO2 max. indicaties ...................................................... 7
    Geschat VO2 max. weergeven ......................................... 7
    Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen ....................... 8
    Hartslag- en hoogteacclimatisatie ..................................... 8
    Trainingsbelasting .................................................................. 8
    Een schatting van uw trainingsbelasting weergeven ........ 8
    Focus trainingsbelasting ........................................................ 8
    Training Effect ........................................................................ 9
    Hersteltijd ............................................................................... 9
    Uw hersteltijd bekijken ...................................................... 9
    Uw FTP-waarde schatten ...................................................... 9
    Een FTP-test uitvoeren ..................................................... 9
    Uw FTP-waarde automatisch berekenen ........................ 10
    Uw stressscore weergeven .................................................. 10
    Prestatiemeldingen uitschakelen ......................................... 10
    Uw vermogenscurve weergeven .......................................... 10
    Inhoudsopgave

    Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren ............... 10
    Persoonlijke records ................................................................. 10
    Uw persoonlijke records weergeven .................................... 10
    Een persoonlijk record terugzetten ...................................... 10
    Een persoonlijk record verwijderen ...................................... 10
    Trainingszones ......................................................................... 10

    Navigatie....................................................................... 10
    Locaties .................................................................................... 10
    Uw locatie markeren ............................................................ 10
    Locaties opslaan vanaf de kaart .......................................... 10
    Naar een locatie navigeren .................................................. 11
    Terug naar startlocatie navigeren ........................................ 11
    Stoppen met navigeren ........................................................ 11
    Locaties bewerken ............................................................... 11
    Een locatie verwijderen ........................................................ 11
    Een locatie projecteren ........................................................ 11
    Koersen .................................................................................... 11
    Een koers plannen en volgen .............................................. 11
    Een rondrit maken en volgen ............................................... 12
    Een koers volgen vanaf Garmin Connect ............................ 12
    Tips voor het rijden van een koers ....................................... 12
    Koersgegevens weergeven ................................................. 12
    Een koers op de kaart weergeven .................................. 12
    ClimbPro gebruiken ............................................................. 12
    Koersopties .......................................................................... 12
    Een koers stoppen ............................................................... 13
    Een koers verwijderen ......................................................... 13
    Trailforks routes ................................................................... 13
    Kaartinstellingen ....................................................................... 13
    De oriëntatie van de kaart wijzigen ...................................... 13
    Route-instellingen ..................................................................... 13
    Een activiteit selecteren voor routeberekening .................... 13

    Connected functies ...................................................... 13
    Bluetooth connected functies ................................................... 13
    Functies voor ongevaldetectie en hulp vragen .................... 14
    Ongevaldetectie .............................................................. 14
    Hulp ................................................................................. 14
    Contacten voor noodgevallen toevoegen ....................... 14
    Uw contacten voor noodgevallen weergeven ................. 14
    Hulp vragen ..................................................................... 14
    Ongevaldetectie in- en uitschakelen ............................... 14
    Een automatisch bericht annuleren ................................ 14
    Een statusupdate verzenden na een ongeval ................. 14
    Een GroupTrack sessie starten ........................................... 14
    Tips voor GroupTrack sessies ........................................ 15
    Het fietsalarm instellen ......................................................... 15
    Audiomeldingen afspelen op uw smartphone ...................... 15
    Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel ........ 15
    Wi‑Fi connected functies .......................................................... 15
    Een draadloze Wi‑Fi verbinding instellen ............................ 15
    Wi‑Fi instellingen .................................................................. 15

    Draadloze sensoren ..................................................... 16
    De hartslagmeter aanbrengen .................................................. 16
    Uw hartslagzones instellen .................................................. 16
    Hartslagzones ................................................................. 16
    Fitnessdoelstellingen ....................................................... 16
    Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ......................... 16
    De snelheidsensor installeren .................................................. 16
    De cadanssensor installeren .................................................... 17
    Snelheid- en cadanssensors ............................................... 17
    Gegevens middelen voor cadans of vermogen ................... 17
    De draadloze sensoren koppelen ............................................. 17
    Trainen met vermogensmeters ................................................. 17
    Uw vermogenszones instellen ............................................. 17
    De vermogensmeter kalibreren ............................................ 18
    i



  • Page 4

    Vermogen in de pedalen ...................................................... 18
    Fietsdynamica ...................................................................... 18
    Fietsdynamica gebruiken ................................................ 18
    De Vector software bijwerken met het Edge toestel ............ 18
    Omgevingsbewustzijn ............................................................... 18
    Elektronische schakelsystemen gebruiken ............................... 18
    Een eBike gebruiken ................................................................ 18
    Details van de eBike sensor weergeven .............................. 18

    Geschiedenis................................................................ 19
    Uw rit weergeven ...................................................................... 19
    Uw tijd in elke trainingszone weergeven .............................. 19
    Een rit verwijderen ............................................................... 19
    Gegevenstotalen weergeven .................................................... 19
    Garmin Connect ........................................................................ 19
    Uw rit verzenden naar Garmin Connect ............................... 19
    Gegevensopslag ....................................................................... 19
    Gegevensbeheer ...................................................................... 19
    Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 19
    Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................. 19
    Bestanden verwijderen ........................................................ 20
    De USB-kabel loskoppelen .................................................. 20

    Uw toestel aanpassen.................................................. 20
    Connect IQ functies die u kunt downloaden ............................. 20
    Connect IQ functies downloaden via uw computer .............. 20
    Profielen ....................................................................................20
    Uw gebruikersprofiel instellen .............................................. 20
    Over trainingsinstellingen ......................................................... 20
    Uw activiteitenprofiel bijwerken ............................................ 20
    Een gegevensscherm toevoegen ........................................ 21
    Een gegevensscherm bewerken ......................................... 21
    Volgorde van gegevensschermen wijzigen ......................... 21
    Waarschuwingen ................................................................. 21
    Bereikwaarschuwingen instellen ..................................... 21
    Terugkerende waarschuwingen instellen ........................ 21
    Smart eet- en drinkwaarschuwingen instellen ................ 21
    Auto Lap ...............................................................................22
    Ronden op positie markeren ........................................... 22
    Ronden op afstand markeren ......................................... 22
    Automatische slaapstand gebruiken .................................... 22
    Auto Pause gebruiken ......................................................... 22
    Auto Scroll gebruiken ........................................................... 22
    De timer automatisch starten ............................................... 22
    De satellietinstelling wijzigen ............................................... 22
    Telefooninstellingen .................................................................. 22
    Systeeminstellingen .................................................................. 23
    Scherminstellingen ............................................................... 23
    De schermverlichting gebruiken ...................................... 23
    De widgetlijst aanpassen ..................................................... 23
    Instellingen voor gegevens vastleggen ................................ 23
    De maateenheden wijzigen ................................................. 23
    De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 23
    De taal van het toestel wijzigen ........................................... 23
    Tijdzones .............................................................................. 23
    De modus Extra scherm instellen ............................................. 23
    De modus Extra scherm afsluiten ........................................ 23

    Informatie over wet- en regelgeving en naleving
    weergeven ........................................................................... 24
    Toestelonderhoud ..................................................................... 24
    Het toestel schoonmaken .................................................... 24
    Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden .................. 24
    Door de gebruiker vervangbare batterijen ................................ 25
    De batterij van de hartslagmeter vervangen ........................ 25
    De batterij van de snelheidssensor vervangen .................... 25
    De batterij van de cadanssensor vervangen ....................... 25

    Problemen oplossen.................................................... 25
    Het toestel herstellen ................................................................ 25
    Standaardinstellingen herstellen .......................................... 25
    Gebruikersgegevens en instellingen wissen ........................ 25
    Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 26
    De modus Batterijbesparing inschakelen ............................ 26
    Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het toestel .................... 26
    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 26
    Op mijn toestel wordt niet de juiste taal gebruikt ...................... 26
    De hoogte instellen ................................................................... 26
    Temperatuurmetingen .............................................................. 26
    Vervangende O-ringen ............................................................. 26
    Meer informatie ......................................................................... 26

    Appendix ....................................................................... 26
    Gegevensvelden ....................................................................... 26
    Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 29
    FTP-waarden ............................................................................ 29
    Berekeningen van hartslagzones ............................................. 30
    Wielmaat en omvang ................................................................ 30

    Index .............................................................................. 31

    Toestelinformatie......................................................... 24
    Productupdates .........................................................................24
    De software bijwerken met de Garmin Connect app ........... 24
    De software bijwerken via Garmin Express ......................... 24
    Specificaties .............................................................................. 24
    Edge specificaties ................................................................ 24
    Specificaties van de hartslagmeter ...................................... 24
    Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor ....... 24
    Toestelgegevens weergeven .................................................... 24

    ii

    Inhoudsopgave



  • Page 5

    Inleiding
    WAARSCHUWING
    Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
    verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
    informatie.
    Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
    begint of wijzigt.

    Overzicht van het toestel
    De instellingenwidget wordt weergegeven. Een knipperend
    pictogram geeft aan dat het toestel een signaal zoekt. Een
    niet-knipperend pictogram geeft aan dat het signaal is
    gevonden of de sensor is verbonden. U kunt elk pictogram
    selecteren om de instellingen te wijzigen.
    2 Veeg naar links of rechts om meer widgets te bekijken.
    Als u de volgende keer naar beneden veegt op de widgets te
    bekijken, wordt de laatst bekeken widget weergegeven.

    Het aanraakscherm gebruiken
    Selecteer om het toestel in de slaapstand te zetten
    of eruit te halen.
    Houd ingedrukt om het toestel in of uit te schakelen
    en het aanraakscherm te vergrendelen.
    Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt
    markeren.
    Selecteer deze knop om de activiteiten-timer te
    starten of te stoppen.
    Elektronische U kunt opladen met een Edge extern batterijpak.
    contactpunten

    OPMERKING: Ga naar www.buy.garmin.com als u optionele
    accessoires wilt kopen.

    Overzicht startscherm
    Vanuit het startscherm hebt u snel toegang tot alle functies van
    het Edge toestel.
    Selecteer om een rit te maken.
    Gebruik de pijlen om uw activiteitenprofiel te wijzigen.
    Navigatie Selecteer om een locatie te markeren, locaties te zoeken en
    een koers te maken of te navigeren.
    Training

    Selecteer om uw segmenten, workouts en andere trainingsopties te openen.
    Selecteer om uw geschiedenis, persoonlijke records,
    contactpersonen en instellingen weer te geven.
    Selecteer om uw Connect IQ™ apps, widgets en gegevensvelden weer te geven.

    Widgets weergeven
    Uw toestel wordt geleverd met diverse vooraf geïnstalleerde
    widgets, en als u uw toestel koppelt met een smartphone of
    ander compatibel toestel, zijn er nog meer widgets beschikbaar.
    1 Veeg in het startscherm omlaag vanaf de bovenkant van het
    scherm.

    Inleiding

    • Tik op het scherm wanneer de timer loopt om de timeroverlay weer te geven.
    Met de timer-overlay kunt u teruggaan naar het startscherm
    tijdens een rit.
    • Selecteer
    om terug te keren naar het startscherm.
    • Veeg of selecteer de pijlen om te bladeren.
    • Selecteer
    om terug te keren naar de vorige pagina.
    • Selecteer
    om uw wijzigingen op te slaan en de pagina te
    sluiten.
    • Selecteer om de pagina te sluiten en terug te keren naar
    de vorige pagina.
    • Selecteer om nabij een locatie te zoeken.
    • Selecteer om een item te verwijderen.
    • Selecteer voor meer informatie.
    Het aanraakscherm vergrendelen
    U kunt het scherm vergrendelen om te voorkomen dat u per
    ongeluk op het scherm tikt en functies activeert.
    • Houd
    ingedrukt en selecteer Vergr. scherm.
    • Selecteer
    tijdens een activiteit.

    Uw smartphone koppelen
    Om gebruik te maken van de connected functies van het Edge
    toestel moet het rechtsreeks via de Garmin Connect™ app
    worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth instellingen
    op uw smartphone.
    1 U kunt de Garmin Connect app via de app store op uw
    telefoon installeren en openen.
    ingedrukt om het toestel in te schakelen.
    2 Houd
    De eerste keer dat u het toestel inschakelt, stelt u de taal van
    het toestel in. In het volgende scherm wordt u gevraagd een
    koppeling tot stand te brengen met uw smartphone.
    TIP: Veeg op het startscherm omlaag naar de
    instellingenwidget en selecteer Telefoon > Koppel
    smartphone om handmatig naar de koppelmodus te gaan.
    3 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
    Garmin Connect account:
    • Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
    Connect app, volgt u de instructies op het scherm.
    • Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
    Connect app, selecteert u in het menu
    of
    Garmin
    toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de instructies
    op het scherm.
    ®

    1



  • Page 6

    Als het toestel is gekoppeld, wordt een bericht weergegeven en
    synchroniseert uw toestel automatisch met uw smartphone.

    Het toestel opladen
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.

    3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
    4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden .
    5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
    de inkepingen op de fietssteun

    .

    6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
    het vastklikt.

    Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
    lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
    stopcontact of een USB-poort op uw computer.
    OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
    goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
    pagina 24).
    1 Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog.

    De voorsteun installeren

    2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort

    OPMERKING: Als u deze steun niet hebt, kunt u deze stap
    overslaan.
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel
    te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Gebruik de inbussleutel om de schroef te verwijderen uit
    de stuurklem .

    op het toestel.

    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter
    of een USB-poort van een computer.

    4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
    Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
    toestel ingeschakeld.
    5 Laad het toestel volledig op.
    Nadat u het toestel hebt opgeladen, sluit u de beschermkap.

    Over de batterij
    WAARSCHUWING
    Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
    veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
    productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

    De standaardsteun installeren
    Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
    dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
    fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te
    bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Plaats de rubberen schijf op de achterzijde van de
    fietssteun.
    Er zijn twee rubberen schijven inbegrepen. Kies de schijf die
    het beste bij uw fiets past. De rubberen lipjes zijn in lijn met
    de achterzijde van de fietssteun, zodat deze op zijn plaats
    blijft.

    3 Plaats het rubberen kussentje rond het stuur:
    • Gebruik het dikke kussentje als de diameter van het stuur
    25,4 mm is.
    • Gebruik het dunne kussentje als de diameter van het stuur
    31,8 mm is.
    4 Plaats de stuurklem rond het rubberen kussentje.
    5 Plaats de schroef terug en draai deze aan.
    OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te
    draaien tot de steun goed vastzit, tot het maximale moment
    van 0,8 Nm (7 lbf-inch). Controleer regelmatig of de schroef
    goed vast zit.
    6 Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edge toestel in lijn
    met de inkepingen op de fietssteun .
    ®

    7 Duw het Edge toestel iets omlaag en draai het rechtsom
    totdat het toestel vastklikt.

    2

    Inleiding



  • Page 7

    De Edge losmaken
    1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
    2 Til de Edge van de steun.

    8 Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edge toestel in lijn
    met de inkepingen op de fietssteun

    .

    De mountainbikesteun installeren
    OPMERKING: Als u deze steun niet hebt, kunt u deze stap
    overslaan.
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel
    te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Gebruik de inbussleutel van 3 mm om de schroef te
    verwijderen uit de stuurklem .

    9 Duw het Edge toestel iets omlaag en draai het rechtsom
    totdat het toestel vastklikt.

    Satellietsignalen ontvangen
    Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
    om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
    worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
    1 Ga naar buiten naar een open gebied.
    De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
    2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
    Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
    worden gevonden.

    Training

    3 Selecteer een optie:
    • Als de diameter van het stuur 25,4 mm is, plaats het dikke
    rubberen kussentje dan rond het stuur.
    • Als de diameter van het stuur 31,8 mm is, plaats het
    dunne rubberen kussentje dan rond het stuur.
    • Gebruik geen rubberen kussentje als de diameter van de
    zadelpen 35 mm is.
    4 Plaats de stuurklem rond het stuur, zodat de arm van steun
    zich boven de stuurpen bevindt.
    5 Gebruik de inbussleutel van 3 mm om de schroef op de
    arm van de steun los te draaien, positioneer de arm van de
    steun en draai de schroef daarna weer vast.
    OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te draaien
    tot de arm van de steun goed vastzit, met een maximaal
    moment van 2,26 Nm (20 lbf-inch). Controleer regelmatig of
    de schroef goed vast zit.

    Een rit maken
    Als u een draadloze sensor of accessoire gebruikt, kunt u
    deze/dit koppelen en activeren bij de eerste installatie (De
    draadloze sensoren koppelen, pagina 17). Als bij uw toestel
    een draadloze sensor is meegeleverd, zijn de toestellen al
    gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie worden
    geactiveerd.
    ingedrukt om het toestel in te schakelen.
    1 Houd
    2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
    gevonden.
    De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.
    3 Selecteer vanuit het startscherm of en selecteer een
    activiteitenprofiel.
    4 Selecteer .
    5 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.

    6 Verwijder indien nodig met de inbussleutel van 2 mm de twee
    schroeven aan de achterzijde van de steun , draai de klem
    en plaats de schroeven terug om de richting van de steun te
    wijzigen.
    7 Plaats de schroef op de stuurklem terug en draai deze vast.
    OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te draaien
    tot de steun goed vastzit, tot het maximale moment van 0,8
    Nm (7 lbf-inch). Controleer regelmatig of de schroef goed
    vast zit.

    Training

    OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
    de activiteiten-timer is gestart.
    6 Veeg naar links of rechts om meer gegevensschermen te
    bekijken.
    U kunt omlaag vegen vanaf de bovenkant van de
    gegevensschermen om de widgets weer te geven.
    7 Tik zo nodig op het scherm om de timer-overlay weer te
    geven.
    3



  • Page 8

    8 Selecteer

    Segmenten inschakelen

    Segmenten

    U kunt segmentraces en meldingen die u waarschuwen als u
    segmenten nadert inschakelen.
    > Schakel in/uit >
    1 Selecteer Training > Segmenten >
    Wijzig meerdere.
    2 Selecteer de segmenten die u wilt inschakelen.
    OPMERKING: Meldingen die u waarschuwen als u
    segmenten nadert, worden alleen weergegeven voor
    ingeschakelde segmenten.

    om de activiteiten-timer te stoppen.
    TIP: Voordat u deze rit opslaat en deelt op uw Garmin
    Connect account, kunt u het rittype wijzigen. Nauwkeurige
    rittypegegevens zijn belangrijk voor het kiezen van
    fietsvriendelijke routes.
    9 Selecteer Bewaar rit.
    10 Selecteer .

    Een segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin
    Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het
    segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment
    volgen.
    OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw
    Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers
    automatisch gedownload.
    Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen
    en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die
    het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.

    Strava™ segmenten
    U kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge 830 toestel.
    Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken met uw
    prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs die
    hetzelfde segment hebben gereden.
    Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
    de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
    meer informatie naar www.strava.com.
    De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
    Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.
    De Strava widget Segmentverkenner gebruiken
    Met de Strava widget Segmentverkenner kunt u Strava
    segmenten in de buurt bekijken en afleggen.
    1 Selecteer een segment in de Strava widget
    Segmentverkenner.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer om het segment te starten in uw Strava
    account.
    • Selecteer Downl > Rijden om een segment op uw toestel
    te downloaden en te rijden.
    • Selecteer Rijden om een gedownload segment te rijden.
    3 Selecteer of om uw segmenttijden, de beste
    segmenttijden van uw vrienden en de tijd van de
    segmentleider te bekijken.

    Een segment volgen van Garmin Connect
    Voordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect
    en volgen, moet u beschikken over een Garmin Connect
    account (Garmin Connect, pagina 19).
    OPMERKING: Wanneer u Strava segmenten gebruikt, worden
    uw favoriete segmenten automatisch overgebracht naar uw
    toestel als dit is gesynchroniseerd met de Garmin Connect app.
    1 Selecteer een optie:
    • Open de Garmin Connect app.
    • Ga naar connect.garmin.com.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer of Verzend naar toestel.
    4 Volg de instructies op het scherm.
    5 Selecteer op het Edge toestel, Training > Segmenten.
    6 Selecteer het segment.
    7 Selecteer Kaart > Rijden.

    Tegen een segment racen
    Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
    segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
    of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin
    Connect account of andere leden van de fietscommunity. U kunt
    uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw
    segmentpositie te bekijken.
    OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
    account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
    verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
    kunt bekijken.
    1 Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een
    rit.
    Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen
    tegen het segment.
    2 Start met racen tegen het segment.
    Het segmentgegevensscherm verschijnt automatisch.

    3 Gebruik indien nodig de pijlen om uw doel tijdens de race te

    wijzigen.
    U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, uw eerdere
    prestaties of andere fietsers (indien van toepassing). Het doel
    wordt automatisch aangepast op basis van uw huidige
    prestaties.
    Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.

    Segmentgegevens weergeven
    1 Selecteer Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
    geven.
    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment
    weer te geven.
    • Selecteer Klassement om de rijtijden en de gemiddelde
    snelheid van de segmentaanvoerder, groepsaanvoerder
    of uitdager, van andere fietsers (indien van toepassing) en
    uw persoonlijke beste tijd en gemiddelde snelheid weer te
    geven.
    TIP: U kunt een klassementscore selecteren om het
    racedoel voor uw segment te wijzigen.

    Segmentopties
    Selecteer Training > Segmenten >
    4

    .
    Training



  • Page 9

    Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
    of uit.
    Inspanning autom. kiezen: Activeert of deactiveert de
    automatische aanpassing van uw doelen op basis van uw
    huidige prestaties.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen segmenten op naam
    zoeken.
    Schakel in/uit: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
    segmenten in- of uitschakelen.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen segmenten
    van het toestel verwijderen.

    Een segment verwijderen
    1 Selecteer Training > Segmenten.
    2 Selecteer een segment.
    3 Selecteer > .

    Workouts
    U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
    workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
    calorieën. U kunt workouts maken met behulp van Garmin
    Connect en die overbrengen naar uw toestel. Het is ook
    mogelijk een workout direct op uw toestel te maken en op te
    slaan.
    U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
    kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.

    Een workout maken
    1 Selecteer Training > Workouts > Maak nieuw.
    2 Voer de naam van een workout in en selecteer .
    3 Selecteer Voeg stap toe.
    4 Selecteer het type workoutstap.
    Selecteer bijvoorbeeld Rust om de stap als een rustronde te
    gebruiken.
    Tijdens een rustronde blijft de timer doorlopen en worden
    gegevens vastgelegd.
    5 Selecteer de duur van de workoutstap.
    Selecteer bijvoorbeeld Afstand om de stap te laten eindigen
    na een bepaalde afstand.
    6 Voer indien nodig een aangepaste waarde in voor de duur.
    7 Selecteer het doeltype voor de workoutstap.
    Selecteer bijvoorbeeld Hartslagzone als u een consistente
    hartslag wilt houden gedurende de stap.
    8 Selecteer zo nodig een doelzone of voer een aangepast
    bereik in.
    U kunt bijvoorbeeld een hartslagzone invoeren. Steeds
    wanneer de opgegeven waarde voor hartslag wordt
    overschreden of juist niet wordt bereikt, geeft het toestel een
    pieptoon en wordt er een bericht weergegeven.
    9 Selecteer om de stap op te slaan.
    10 Selecteer Voeg stap toe om extra stappen toe te voegen
    aan de workout.
    11 Selecteer om de workout op te slaan.

    Workoutstappen herhalen
    Voordat u een workoutstap kunt herhalen, moet u een workout
    met ten minste één stap maken.
    1 Selecteer Voeg stap toe.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Herhaal als u een stap een of meer keren wilt
    herhalen. U kunt bijvoorbeeld een stap van 5 mijl tien keer
    herhalen.
    • Selecteer Herhaal tot als u een stap gedurende een
    bepaalde tijd wilt herhalen. U kunt bijvoorbeeld een stap
    Training

    van 5 mijl gedurende 60 minuten herhalen of totdat uw
    hartslag 160 bpm (slagen per minuut) bedraagt.
    3 Selecteer Terug naar stap en selecteer een stap die u wilt
    herhalen.
    4 Selecteer om de stap op te slaan.

    Een workout vanuit Garmin Connect volgen
    Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 19).
    1 Selecteer een optie:
    • Open de Garmin Connect app.
    • Ga naar connect.garmin.com.
    Maak
    een workout en sla deze op.
    2
    3 Selecteer of Verzend naar toestel.
    4 Volg de instructies op het scherm.

    Een workout beginnen
    1 Selecteer Training > Workouts.
    2 Selecteer een workout.
    3 Selecteer Rijden.
    4 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
    Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
    stappen van de workout, het doel (indien ingesteld) en de
    huidige workoutgegevens weer. U hoort een geluidssignaal
    wanneer u op het punt staat een stap in de workout te voltooien.
    Er wordt een bericht weergegeven waarin de tijd of afstand tot
    de nieuwe stap wordt afgeteld.

    Een workout stoppen
    • U kunt op elk moment
    selecteren om een workoutstap te
    beëindigen en te beginnen met de volgende stap.
    • U kunt op elk moment naar boven vegen vanaf de onderkant
    van het scherm en vervolgens Herstart stap selecteren om
    een workoutstap te beëindigen en te herstarten.
    • U kunt op elk moment
    selecteren om de activiteiten-timer
    te stoppen.
    • U kunt op elk moment vanaf de bovenkant van het scherm
    naar beneden vegen en op de bedieningswidget Stop
    workout >
    selecteren om de workout te beëindigen.

    Een workout bewerken
    1 Selecteer Training > Workouts.
    2 Selecteer een workout.
    3 Selecteer .
    4 Selecteer een stap en selecteer Bewerk stap.
    5 Wijzig de kenmerken van de stap en selecteer
    6 Selecteer om de workout op te slaan.
    Workouts verwijderen
    1 Selecteer Training > Workouts >
    2 Selecteer een of meer workouts.
    3 Selecteer .

    .

    > Verwijder meerdere.

    De trainingsagenda
    De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
    trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
    Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
    Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
    Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
    worden in de trainingsagenda op datum weergegeven. Als u een
    dag selecteert in de trainingsagenda, kunt u de workout
    weergeven of uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op
    uw toestel, ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u

    5



  • Page 10

    geplande workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de
    bestaande trainingsagenda overschreven.

    Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
    Voordat u een trainingsplan kunt downloaden van Garmin
    Connect, moet u beschikken over een Garmin Connect account
    (Garmin Connect, pagina 19).
    U kunt door Garmin Connect bladeren om een trainingsplan te
    zoeken en workouts en koersen te plannen.
    1 Verbind het toestel met uw computer.
    2 Ga naar connect.garmin.com.
    3 Selecteer en plan een trainingsplan.
    4 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
    5 Selecteer een optie:
    • Synchroniseer uw toestel metGarmin Express™ de
    toepassing op uw computer.
    • Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app op
    uw smartphone.

    Intervalworkouts
    U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
    toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
    nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
    einde gebruiken wanneer u een bekende afstand aflegt. Als u
    selecteert, neemt het toestel een interval op en last daarna
    een rustinterval in.

    Een intervalworkout maken
    1 Selecteer Training > Intervallen > Wijzig > Intervallen >
    Type.

    2 Selecteer een optie.
    TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
    type in te stellen op Open.
    3 Voer desgewenst een hoge of lage waarde voor het interval
    in.
    4 Selecteer Duur, voer een tijdsintervalwaarde in en selecteer
    .
    Selecteer
    .
    5
    6 Selecteer Rust > Type.
    7 Selecteer een optie.
    8 Voer desgewenst een hoge of lage waarde voor het
    rustinterval in.
    9 Selecteer Duur, voer een tijdswaarde voor het rustinterval in
    en selecteer .
    10 Selecteer .
    11 Selecteer een of meer opties:
    • Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
    • Selecteer Warm-up > Aan om een warming-up met een
    open einde toe te voegen aan uw workout.
    • Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
    open einde toe te voegen aan uw workout.

    Een intervalworkout starten
    1 Selecteer Training > Intervallen > Start workout.
    2 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
    3 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u
    om aan het eerste interval te beginnen.
    4 Volg de instructies op het scherm.
    Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, verschijnt er een
    bericht.

    Indoortrainingen
    Het toestel bevat een indooractiviteitenprofiel als GPS is
    uitgeschakeld. Als GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids6

    en afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een
    compatibele sensor of indoortrainer beschikt die deze gegevens
    naar het toestel verzendt.

    Uw ANT+ indoortrainer koppelen
    1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de ANT+
    ®

    indoortrainer.
    2 Selecteer Training > Indoortrainer > Koppel ANT+ trainer.
    3 Selecteer de indoortrainer om deze met uw toestel te
    koppelen.
    4 Selecteer Voeg toe.
    Zodra de indoortrainer met uw toestel is gekoppeld, wordt de
    indoortrainer weergegeven als aangesloten sensor. U kunt
    uw gegevensvelden aanpassen om sensorgegevens weer te
    geven.

    Een ANT+ indoortrainer gebruiken
    Voordat u een compatibele ANT+ indoortrainer kunt gebruiken,
    moet u uw fiets op de trainer installeren en deze koppelen met
    uw toestel (Uw ANT+ indoortrainer koppelen, pagina 6).
    U kunt uw toestel met een indoortrainer gebruiken om
    weerstand te simuleren terwijl u een koers, activiteit of workout
    volgt. GPS is automatisch uitgeschakeld, als u een indoortrainer
    gebruikt.
    1 Selecteer Training > Indoortrainer.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Volg een koers om een opgeslagen koers te
    volgen (Koersen, pagina 11).
    • Selecteer Volg een activiteit om een opgeslagen rit te
    volgen (Een rit maken, pagina 3).
    • Selecteer Volg een workout om een opgeslagen workout
    te volgen (Workouts, pagina 5).
    3 Selecteer een koers, activiteit of workout.
    4 Selecteer Rijden.
    5 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
    De trainer verhoogt of verlaagt de weerstand op basis van de
    hoogtegegevens van de koers of rit.
    ®

    Weerstand instellen
    1 Selecteer Training > Indoortrainer > Stel weerstand in.
    2 Stel het weerstandsniveau van de trainer in.
    3 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
    4 Selecteer zo nodig of om het weerstandsniveau tijdens
    uw activiteit aan te passen.
    Doelvermogen instellen

    1 Selecteer Training > Indoortrainer > Stel doelvermogen
    in.

    2 Stel het doelvermogen in.
    3 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
    Het weerstandsniveau van de trainer wordt aangepast om
    een constant vermogen te leveren op basis van uw snelheid.
    4 Selecteer zo nodig of om het doelvermogen tijdens uw
    activiteit aan te passen.

    Een trainingsdoel instellen
    De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
    Partner zodat u kunt trainen op afstand, afstand en tijd of
    afstand en snelheid. Tijdens uw trainingsactiviteit geeft het
    toestel u real-time feedback over hoe ver u bent gevorderd met
    het bereiken van uw trainingsdoel.
    1 Selecteer Training > Stel een doel in.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
    afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
    ®

    Training



  • Page 11

    3
    4
    5
    6

    • Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
    selecteren.
    • Selecteer Afstand en snelheid om een afstand en
    snelheid te selecteren.
    Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met uw
    geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
    uw huidige prestaties en de resterende tijd.
    Selecteer .
    Selecteer
    om de activiteiten-timer te starten.
    Blader zo nodig om het Virtual Partner scherm te bekijken.
    Selecteer
    > Bewaar rit nadat u uw activiteit hebt voltooid.

    Mijn statistieken
    Het Edge 830 toestel kan uw persoonlijke statistieken bijhouden
    en prestatiemetingen berekenen. Voor prestatiemetingen is een
    compatibele hartslagmeter of vermogensmeter vereist.

    Prestatiemetingen
    Deze prestatiemetingen zijn schattingen die u kunnen helpen
    om uw trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te
    analyseren. Voor deze metingen zijn enkele activiteiten met
    polshartslagmeting of een compatibele hartslagmeter met
    borstband vereist. Voor fietsprestatiemetingen is een
    hartslagmeter en een vermogensmeter vereist.
    Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat.
    Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/performancedata.
    OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
    onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
    toestel uw prestaties leert begrijpen.
    Trainingsstatus: Trainingsstatus geeft het effect van uw
    training op uw fitness en prestaties aan. Uw trainingsstatus is
    gebaseerd op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2
    max. gedurende langere tijd.
    VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
    milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
    lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning. Uw toestel
    geeft voor warmte en hoogte gecorrigeerde VO2 max.waarden aan wanneer u acclimatiseert in zeer warme
    omgevingen of op grote hoogte.
    Trainingsbelasting: Trainingsbelasting is het totaal van uw
    extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess Postexercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen 7
    dagen. EPOC is een schatting van de hoeveelheid energie
    die uw lichaam nog heeft om te herstellen na een inspanning.
    Focus trainingsbelasting: Uw toestel analyseert en verdeelt
    uw trainingsbelasting in verschillende categorieën op basis
    van de intensiteit en structuur van elke vastgelegde activiteit.
    De focus trainingsbelasting omvat de totale verzamelde
    belasting per categorie en de focus van de training. Uw
    toestel geeft de verdeling van uw belasting over de laatste 4
    weken weer.
    Hersteltijd: Hersteltijd geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om
    volledig te herstellen en te kunnen beginnen aan uw
    volgende hardlooptraining.
    FTP (Functional Threshold Power): Het toestel gebruikt uw
    gebruikersprofiel uit de basisinstellingen om uw FTP te
    schatten. Voor een nauwkeuriger schatting kunt u een FTPtest uitvoeren.
    HSV stresstest: De HSV stresstest (hartslagvariaties) vereist
    een Garmin hartslagmeter met borstband. Het toestel
    registreert uw hartslagvariaties terwijl u 3 minuten stilstaat.
    Het geeft uw algehele stressniveau aan. De schaal loopt van
    1 tot 100 en een lagere score geeft een lager stressniveau
    aan.
    Mijn statistieken

    Prestatieconditie: Uw prestatieconditie is een real-time
    conditiemeting die wordt vastgelegd na 6 tot 20 minuten van
    activiteit. De meting kan worden toegevoegd als een
    gegevensveld, zodat u uw prestatieconditie tijdens de rest
    van uw activiteit kunt bekijken. Bij het meten van uw
    prestatieconditie wordt uw real-time conditie vergeleken met
    uw gemiddelde fitnessniveau.
    Vermogenscurve: In de vermogenscurve wordt uw constante
    vermogensafgifte in de loop van de tijd weergegeven. U kunt
    uw vermogenscurve voor de vorige maand, drie maanden of
    twaalf maanden bekijken.

    Trainingsstatus
    Trainingsstatus geeft het effect van uw training op uw
    fitnessniveau en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd
    op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2 max. gedurende
    langere tijd. Met behulp van uw trainingsstatus kunt u
    toekomstige trainingen plannen en uw fitnessniveau blijven
    verbeteren.
    Piek: Pieken betekent dat uw wedstrijdconditie optimaal is. Door
    de onlangs verlaagde trainingsbelasting kan uw lichaam zich
    herstellen en eerdere trainingen volledig verwerken. U moet
    vooruit plannen, want u kunt deze piekstatus maar kort
    handhaven.
    Productief: Met de huidige trainingsbelasting gaan uw
    fitnessniveau en prestaties de goede kant op. U moet
    herstelperioden inlassen in uw training om uw fitnessniveau
    te handhaven.
    Aanhouden: Uw huidige trainingsniveau is voldoende om uw
    fitnessniveau te handhaven. Als u verbetering wilt zien, moet
    u proberen meer variatie aan te brengen in uw workouts of
    uw trainingsvolume te verhogen.
    Herstel: Door de lichtere trainingsbelasting kan uw lichaam zich
    herstellen, wat essentieel is tijdens lange perioden waarin u
    hard traint. U kunt de trainingsbelasting weer verhogen
    wanneer u voelt dat u er klaar voor bent.
    Niet productief: Uw trainingsbelasting is in orde, maar uw
    fitnessniveau daalt. Mogelijk lukt het uw lichaam niet om te
    herstellen. Daarom is het aan te raden uw algemene
    gezondheid (stress, voeding en rust) in de gaten te houden.
    Onttrainen: Er is sprake van onttraining wanneer u gedurende
    een week of langer veel minder traint dan gebruikelijk en dit
    invloed heeft op uw fitnessniveau. U kunt proberen uw
    trainingsbelasting te verhogen om de situatie te verbeteren.
    Te intensief: Uw trainingsbelasting is zeer hoog en werkt
    averechts. Uw lichaam heeft rust nodig. Gun uzelf de tijd om
    te herstellen door lichtere trainingen toe te voegen aan uw
    schema.
    Geen status: Het toestel heeft een of twee weken aan
    trainingshistorie nodig, inclusief activiteiten met VO2 max.
    resultaten van hardlopen of fietsen, om uw trainingsstatus te
    bepalen.

    Over VO2 max. indicaties
    VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
    kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
    maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
    is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
    fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden
    geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin
    toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en
    vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max.
    indicatie voor fietsen.
    Geschat VO2 max. weergeven
    Voordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de
    hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de
    meters koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
    koppelen, pagina 17). Als de hartslagmeter is meegeleverd
    met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld. Stel
    7



  • Page 12

    uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen, pagina 20)
    en maximale hartslag (Uw hartslagzones instellen, pagina 16)
    in voor de meest nauwkeurige schattingen.
    OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
    onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
    zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
    1 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
    inspanning.
    2 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    > Mijn statistieken > Trainingsstatus > VO2
    3 Selecteer
    max..
    Uw geschat VO2 max. wordt als getal en positie
    weergegeven op de kleurenbalk.

    Paars

    Voortreffelijk

    Blauw

    Uitstekend

    Groen

    Goed

    Oranje

    Redelijk

    Rood

    Slecht

    Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd
    met toestemming van The Cooper Institute . Raadpleeg de
    appendix (Standaardwaarden VO2 Max., pagina 29), en ga
    naar www.CooperInstitute.org voor meer informatie.

    behouden of verbeteren. Het optimale bereik wordt gebaseerd
    op uw individuele conditie en trainingsgeschiedenis. Het bereik
    past zich aan naarmate uw trainingstijd en intensiteit toeneemt
    of afneemt.
    Een schatting van uw trainingsbelasting weergeven
    Voordat u uw geschatte trainingsbelasting kunt weergeven,
    moet u de hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter
    installeren en de meters koppelen met uw toestel (De draadloze
    sensoren koppelen, pagina 17). Als de hartslagmeter is
    meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al
    gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel
    instellen, pagina 20) en maximale hartslag (Uw hartslagzones
    instellen, pagina 16) in voor de meest nauwkeurige
    schattingen.
    OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
    onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
    zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
    1 Fiets minstens één keer gedurende een periode van zeven
    dagen.
    > Mijn statistieken > Trainingsstatus > Last.
    2 Selecteer
    Uw geschatte trainingsbelasting wordt als getal en positie
    weergegeven op de kleurenbalk.

    ®

    Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen
    Als uw rit een langdurige, tamelijk grote inspanning vergt en
    hartslag en vermogen niet sterk variëren, kan de VO2 max.waarde nauwkeuriger worden berekend.
    • Controleer vóór uw rit of uw toestel, hartslagmeter en
    vermogensmeter goed werken, zijn gekoppeld en zijn
    voorzien van een opgeladen batterij.
    • Houd uw hartslag gedurende uw rit van 20 minuten op meer
    dan 70% van uw maximale hartslag.
    • Houd gedurende uw rit van 20 minuten uw
    uitgangsvermogen tamelijk constant.
    • Vermijd heuvelachtig terrein.
    • Rij niet in peloton als er veel wordt gewaaierd.
    Hartslag- en hoogteacclimatisatie
    Omgevingsfactoren zoals hoge temperaturen en hoogte zijn van
    invloed op uw training en prestaties. Hoogtetraining kan
    bijvoorbeeld een positief effect hebben op uw conditie, maar op
    grote hoogtes kan uw VO2 max tijdelijk dalen. Uw Edge 830
    toestel geeft meldingen en correcties van uw geschatte VO2
    max. en trainingsstatus wanneer de temperatuur hoger is dan
    22 °C (72 °F) en wanneer u zich op een hoogte boven 800 m
    (2625 ft.) bevindt. U kunt uw warmte- en hoogteacclimatisatie
    bijhouden in de Training status widget.
    OPMERKING: De functie warmte-acclimatisering is alleen
    beschikbaar voor GPS-activiteiten en vereist weergegevens van
    uw verbonden smartphone. Volledige acclimatisering duurt
    minimaal 4 trainingsdagen.

    Trainingsbelasting
    Trainingsbelasting is een meting van uw trainingsvolume
    gedurende de afgelopen zeven dagen. Dit is het totaal van een
    meting van extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess
    Post-exercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen
    zeven dagen. De meter geeft aan of uw huidige belasting laag,
    hoog of binnen het optimale bereik ligt om uw conditie te
    8

    Oranje

    Hoog

    Groen

    Optimaal

    Blauw

    Laag

    Focus trainingsbelasting
    Om uw prestaties en de voordelen voor uw conditie te
    maximaliseren moet de training worden verdeeld in drie
    categorieën: laag aerobe, hoog aerobe en anaerobe. De focus
    van de trainingsbelasting geeft aan welk deel van uw training
    momenteel in welke categorie valt, en welke trainingsdoelen
    daarbij kunnen horen. U moet minimaal 7 dagen getraind
    hebben voordat bepaald kan worden of uw trainingsbelasting
    laag, optimaal of hoog is. Na 4 weken trainen bevat de
    geschiedenis van uw trainingsbelasting meer gedetailleerde
    doelinformatie waarmee u uw trainingsactiviteiten in balans kunt
    brengen.
    Onder doel: Uw trainingsbelasting is in alle
    intensiteitscategorieën lager dan optimaal. Probeer de duur
    of frequentie van uw workouts te verhogen.
    Te weinig laag aerobe activiteiten: Probeer meer laag aerobe
    activiteiten toe te voegen om te herstellen en tegenwicht te
    bieden aan uw activiteiten met een hogere intensiteit.
    Te weinig hoog aerobe activiteiten: Probeer meer hoog
    aerobe activiteiten toe te voegen om uw lactaatdrempel en
    VO2 max. langzaam te verbeteren.
    Te weinig aerobe activiteiten: Probeer een paar intensieve,
    anaerobe activiteiten toe te voegen om uw snelheid en
    anaerobe capaciteit langzaam te verbeteren.
    Evenwichtig: Uw trainingsbelasting is in balans en biedt
    uitgebreide conditievoordelen terwijl u verder traint.
    Lage aerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
    laag aerobe activiteiten. Dit biedt een stevige basis en bereidt
    u voor op intensievere workouts.
    Hoge aerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
    hoog aerobe activiteiten. Deze activiteiten helpen bij het
    verbeteren van de lactaatdrempel, VO2 max en
    uithoudingsvermogen.
    Mijn statistieken



  • Page 13

    Anaerobe focus: Uw trainingsbelasting bestaat vooral uit
    intensieve activiteiten. Dit leidt tot snelle opbouw van
    conditie, maar moet in evenwicht worden gebracht met laag
    aerobe activiteiten.
    Boven doel: Uw trainingsbelasting is hoger dan optimaal en u
    moet overwegen om de duur en frequentie van uw workouts
    terug te brengen.

    Training Effect
    Training Effect meet de gevolgen van een activiteit op uw
    aerobe en anaerobe conditie. Training Effect neemt tijdens de
    activiteit toe. Naarmate de activiteit vordert, neemt de waarde
    Training Effect toe. Training Effect wordt berekend op basis van
    de gegevens in uw gebruikersprofiel en trainingsgeschiedenis,
    uw hartslag, en de duur en intensiteit van de activiteit. Er zijn
    zeven verschillende Training Effect labels om het belangrijkste
    voordeel van uw activiteit te beschrijven. Elk label is voorzien
    van een kleurcode en komt overeen met uw
    trainingsbelastingfocus (Focus trainingsbelasting, pagina 8).
    Elke feedbackzin, bijvoorbeeld "Grote impact op VO2 Max.",
    bevat een bijbehorende beschrijving in uw Garmin Connect
    activiteitgegevens.
    Aeroob Training Effect maakt gebruik van uw hartslag om de
    samengestelde intensiteit van de training op uw aerobe conditie
    te meten en geeft aan of de workout uw fitnessniveau behoudt
    of verbetert. Uw verhoogd zuurstofgebruik na inspanning
    (EPOC) die ontstaat tijdens het trainen, wordt meegenomen in
    de verschillende waarden waaruit uw conditie en
    trainingsgewoonten bestaan. Regelmatige workouts met
    gemiddelde inspanning of workouts met langere intervals (> 180
    seconden) hebben een positieve impact op uw aeroob
    metabolisme en zorgen daardoor voor een verbeterd aeroob
    Training Effect.
    Anaeroob Training Effect gebruikt de hartslag en snelheid (of
    vermogen) om te bepalen hoe de workout uw mogelijkheid om
    te presteren op zeer hoge intensiteit beïnvloed. U krijgt een
    waarde gebaseerd op de anaerobe bijdrage aan EPOC en het
    soort activiteit. Herhaaldelijke intervallen met hoge intensiteit
    van 10 tot 120 seconden hebben een zeer voordelige impact op
    uw anaeroob vermogen en zorgen daardoor voor een verbeterd
    anaeroob Training Effect.
    U kunt Aeroob trainingseffect en Anaeroob trainingseffect als
    een gegevensveld toevoegen aan een van uw
    trainingsschermen om uw gegevens tijdens de activiteit in de
    gaten te houden.

    onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
    toestel uw prestaties leert begrijpen.
    De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd
    loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve
    workout.
    Uw hersteltijd bekijken
    Voordat u de hersteltijdfunctie kunt gebruiken, moet u een
    hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (De
    draadloze sensoren koppelen, pagina 17). Als de
    hartslagmeter is meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en
    de sensor al gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw
    gebruikersprofiel instellen, pagina 20) en maximale hartslag
    (Uw hartslagzones instellen, pagina 16) in voor de meest
    nauwkeurige schattingen.
    > Mijn statistieken > Herstel > Schakel in.
    1 Selecteer
    2 Maak een rit.
    3 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    De hersteltijd wordt weergegeven. De hersteltijd is maximaal
    vier dagen, en minimaal zes uur.

    Uw FTP-waarde schatten
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw functionele drempelvermogen (FTP) te schatten. Voor
    een nauwkeurigere FTP-waarde kunt u een FTP-test uitvoeren
    met een gekoppelde vermogensmeter en hartslagmeter (Een
    FTP-test uitvoeren, pagina 9).
    Selecteer
    > Mijn statistieken > FTP.
    Uw geschatte FTP-waarde wordt weergegeven als een
    waarde gemeten in watt per kilogram, uw geleverde
    vermogen in watt en een positie op de kleurenbalk.

    Paars

    Voortreffelijk

    Blauw

    Uitstekend

    Groen

    Goed

    Anaeroob voordeel

    Oranje

    Redelijk

    Tussen 0,0 en 0,9 Geen voordeel.

    Geen voordeel.

    Rood

    Ongetraind

    Tussen 1,0 en 1,9 Licht voordeel.

    Licht voordeel.

    Tussen 2,0 en 2,9 Handhaaft uw aerobe
    conditie.

    Handhaaft uw anaerobe
    conditie.

    Tussen 3,0 en 3,9 Heeft impact op uw
    aerobe conditie.

    Heeft impact op uw
    anaerobe conditie.

    Training Effect

    Aeroob voordeel

    Tussen 4,0 en 4,9 Heeft hoge impact op uw Heeft hoge impact op uw
    aerobe conditie.
    anaerobe conditie.
    5,0

    Te veel en mogelijk
    schadelijk zonder
    genoeg hersteltijd.

    Te veel en mogelijk
    schadelijk zonder
    genoeg hersteltijd.

    Training Effect technologie wordt geleverd en ondersteund door
    Firstbeat Technologies Ltd. Ga voor meer informatie naar
    www.firstbeat.com.

    Hersteltijd
    U kunt uw Garmin toestel gebruiken met hartslagmeting aan de
    pols of met een compatibele hartslagmeter met borstband om
    de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
    hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
    OPMERKING: De aanbevolen hersteltijd is gebaseerd op uw
    geschatte VO2 max. en lijkt aanvankelijk misschien
    Mijn statistieken

    Raadpleeg de appendix (FTP-waarden, pagina 29) voor
    meer informatie.
    Een FTP-test uitvoeren
    Voordat u een test kunt uitvoeren om uw functionele
    drempelvermogen (FTP) te bepalen, moet u beschikken over
    een gekoppelde vermogensmeter en hartslagmeter (De
    draadloze sensoren koppelen, pagina 17).
    > Mijn statistieken > FTP > FTP test > Rijden.
    1 Selecteer
    2 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
    Zodra u aan de rit begint, geeft het toestel de verschillende
    stappen van de test, het doel en de huidige
    vermogensgegevens weer. Als de test is voltooid, wordt een
    bericht weergegeven.
    3 Selecteer om de activiteiten-timer te stoppen.
    4 Selecteer Bewaar rit.
    Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
    gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
    en een positie op de kleurenbalk.

    9



  • Page 14

    Uw FTP-waarde automatisch berekenen
    Voordat het toestel uw functionele drempelvermogen (FTP) kan
    berekenen, moet u beschikken over een gekoppelde
    vermogensmeter en hartslagmeter (De draadloze sensoren
    koppelen, pagina 17).
    > Mijn statistieken > FTP > Auto berek.
    1 Selecteer
    insch..
    2 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
    inspanning.
    3 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
    > Mijn statistieken > FTP.
    4 Selecteer
    Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
    gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
    en een positie op de kleurenbalk.

    Uw stressscore weergeven
    Voordat u uw stressscore kunt weergeven, moet u een
    hartslagmeter rond de borst doen en deze koppelen met uw
    toestel (De draadloze sensoren koppelen, pagina 17).
    De stressscore is het resultaat van een test van drie minuten die
    wordt uitgevoerd als u stil staat en waarbij het Edge toestel de
    hartslagwisselingen analyseert om uw algemene stressniveau te
    bepalen. Training, slaap, voeding en algemene stress
    beïnvloeden allemaal de prestaties van een atleet. De
    stressscore wordt aangegeven op een schaal van 1 tot 100,
    waarbij 1 staat voor bijzonder weinig stress en 100 voor
    bijzonder veel stress. Als u uw stressscore weet, kunt u beter
    beslissen of uw lichaam klaar is voor een zware workout of
    yogasessie.
    TIP: Garmin raadt u aan uw stresscore elke dag om ongeveer
    dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden te meten.
    > Mijn statistieken > Stressscore > Meet.
    1 Selecteer
    2 Sta stil en rust 3 minuten.

    Prestatiemeldingen uitschakelen
    Prestatiemeldingen zijn standaard ingeschakeld. Sommige
    prestatiemeldingen zijn berichten die worden weergegeven na
    voltooiing van uw activiteit. Sommige prestatiemeldingen
    worden weergegeven tijdens een activiteit of wanneer u een
    nieuwe prestatiemeting hebt bereikt, zoals een nieuwe VO2
    max. drempel.
    > Mijn statistieken > Prestatiemeldingen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een optie.

    Uw vermogenscurve weergeven
    Voordat u uw vermogenscurve kunt weergeven, moet u de
    vermogensmeter koppelen met uw toestel (De draadloze
    sensoren koppelen, pagina 17).
    In de vermogenscurve wordt uw constante vermogensafgifte in
    de loop van de tijd weergegeven. U kunt uw vermogenscurve
    voor de vorige maand, drie maanden of twaalf maanden
    bekijken.
    > Mijn statistieken > Vermogenscurve.
    1 Selecteer
    2 Selecteer of om een tijdsperiode te selecteren.

    Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren
    U kunt activiteiten en prestatiemetingen van andere Garmin
    toestellen naar uw Edge 830 toestel synchroniseren met behulp
    van uw Garmin Connect account. Zo kan uw toestel uw
    trainingsstatus en fitness nauwkeuriger weergeven. U kunt
    bijvoorbeeld een hardloopsessie met een Forerunner toestel
    vastleggen en uw activiteitgegevens en algemene
    trainingsbelasting op uw Edge 830 toestel bekijken.
    > Mijn statistieken > Trainingsstatus.
    1 Selecteer
    > Physio TrueUp.
    2 Selecteer
    ®

    10

    Wanneer u uw toestel synchroniseert met uw smartphone,
    verschijnen recente activiteiten en prestatiemetingen van uw
    andere Garmin toestellen op uw Edge 830 toestel.

    Persoonlijke records
    Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
    nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
    hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
    tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
    stijging tijdens een rit. Indien het toestel wordt gekoppeld met
    een compatibele vermogensmeter, wordt het maximale
    vermogen weergegeven dat tijdens een periode van 20 minuten
    is geregistreerd.

    Uw persoonlijke records weergeven
    Selecteer

    > Mijn statistieken > Persoonlijke records.

    Een persoonlijk record terugzetten
    U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
    > Mijn statistieken > Persoonlijke records.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    record om terug te zetten op de vorige waarde.
    2
    3 Selecteer Vorig record > .
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.

    Een persoonlijk record verwijderen
    > Mijn statistieken > Persoonlijke records.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een persoonlijk record.
    3 Selecteer > .

    Trainingszones
    • Hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 16)
    • Vermogenszones (Uw vermogenszones instellen,
    pagina 17)

    Navigatie
    Navigatiefuncties en -instellingen worden ook gebruikt bij het
    navigeren van koersen (Koersen, pagina 11) en segmenten
    (Segmenten, pagina 4).
    • Locaties en plaatsen zoeken (Locaties, pagina 10)
    • Een koers plannen (Koersen, pagina 11)
    • Route-instellingen (Route-instellingen, pagina 13)
    • Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 13)

    Locaties
    U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.

    Uw locatie markeren
    Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
    zoeken.
    Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
    bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
    1 Maak een rit.
    > Markeer positie > .
    2 Selecteer Navigatie >

    Locaties opslaan vanaf de kaart
    1 Selecteer Navigatie > Zoek op kaart.
    2 Zoek de gewenste locatie op de kaart.
    3 Selecteer de locatie.
    Er verschijnt informatie over de locatie boven aan de kaart.

    4 Selecteer de informatie over de locatie.
    5 Selecteer > .

    Navigatie



  • Page 15

    Naar een locatie navigeren
    1 Selecteer Navigatie.
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Zoek op kaart als u naar een locatie op de
    kaart wilt navigeren.
    • Selecteer Zoeken om naar een nuttig punt (POI), stad,
    adres, kruispunt of locatie met bekende coördinaten te
    navigeren.
    TIP: U kunt selecteren om uw zoekgebied te verfijnen.
    • Selecteer Opgeslagen locaties om naar een opgeslagen
    locatie te navigeren.
    TIP: U kunt
    selecteren om specifieke zoekinformatie in
    te voeren.
    • Selecteer Recent gevonden om te navigeren naar een
    van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
    • Selecteer
    > Selecteer het zoekgebied om uw
    zoekgebied te verfijnen.
    3 Selecteer een locatie.
    4 Selecteer Rijden.
    5 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.

    Een locatie projecteren
    U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
    projecteren vanaf een gemarkeerde locatie naar een nieuwe
    locatie.
    1 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
    4 Selecteer > Projecteer locatie.
    5 Geef de afstand en de peiling op voor de geprojecteerde
    locatie.
    6 Selecteer .

    Koersen
    Een eerder vastgelegde activiteit volgen: U kunt bijvoorbeeld
    een vastgelegde koers volgen omdat de route u beviel. Of u
    kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk vastleggen en
    volgen.
    Tegen een eerder vastgelegde activiteit racen: U kunt een
    vastgelegde koers ook volgen om te proberen eerdere
    prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren. Stel
    bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
    voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om te
    proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
    Een bestaande rit volgen van Garmin Connect: U kunt een
    koers vanuit Garmin Connect verzenden naar uw toestel.
    Nadat de rit is opgeslagen op uw toestel, kunt u die koers
    volgen of ertegen racen.

    Een koers plannen en volgen

    Terug naar startlocatie navigeren
    Tijdens een rit kunt u op ieder gewenst moment terugkeren naar
    het startpunt.
    1 Maak een rit.
    2 U kunt op elk moment vanaf de bovenkant van het scherm
    naar beneden vegen en op de bedieningswidget Terug naar
    start selecteren.
    3 Selecteer Langs dezelfde route of Meest directe route.
    4 Selecteer Rijden.
    Het toestel navigeert terug naar het startpunt van uw rit.

    Stoppen met navigeren
    1 Blader naar de kaart.
    2 Selecteer > .
    Locaties bewerken
    1 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer de informatiebalk boven in het scherm.
    4 Selecteer .
    5 Selecteer een kenmerk.
    Selecteer bijvoorbeeld Wijzig hoogte om een bekende hoogte
    voor de locatie op te geven.
    6 Voer de nieuwe informatie in en selecteer .

    Een locatie verwijderen
    1 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
    4 Selecteer > Verwijder locatie > .
    Navigatie

    U kunt een aangepaste koers maken en volgen. Een koers
    bestaat uit een serie via-punten of locaties die u naar uw
    bestemming leidt.
    1 Selecteer Navigatie > Koersen > Koers maken > Voeg
    eerste locatie toe.
    2 Selecteer een optie:
    • Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
    selecteert u Huidige locatie.
    • Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
    Opgeslagen en kiest u een locatie.
    • Als u een locatie wilt selecteren waarnaar u onlangs hebt
    gezocht, selecteert u Recent gevonden en kiest u een
    locatie.
    • Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
    Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
    • Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
    u Categorieën nuttige punten en selecteert u een nuttig
    punt in de buurt.
    • Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Plaatsen en
    kiest u een nabijgelegen stad.
    • Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Adressen en
    voert u het adres in.
    • Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
    Kruispunten en voert u de straatnamen in.
    • Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
    Coördinaten en voert u de coördinaten in.
    3 Selecteer Gebruik.
    TIP: Vanuit de kaart kunt u een andere locatie selecteren en
    selecteert u Gebruik om verder te gaan met het toevoegen
    van locaties.
    4 Selecteer Voeg volgende locatie toe.
    5 Herhaal de stappen 2 tot en met 4 totdat u alle locaties voor
    de route hebt geselecteerd.
    6 Selecteer Bekijk kaart.

    11



  • Page 16

    Het toestel berekent uw route en vervolgens wordt er een
    kaart van de route weergegeven.
    TIP: Selecteer
    om een hoogteprofiel van de route te
    bekijken.
    7 Selecteer Rijden.

    Een rondrit maken en volgen
    Het toestel kan een rondrit maken op basis van een opgegeven
    afstand, startlocatie en navigatierichting.
    1 Selecteer Navigatie > Koersen > Rondrit.
    2 Selecteer Afstand en voer de totale afstand van de koers in.
    3 Selecteer Startlocatie.
    4 Selecteer een optie:
    • Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
    selecteert u Huidige locatie.
    • Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
    Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
    • Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
    Opgeslagen locaties en kiest u een locatie.
    • Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
    u Zoekfuncties > Categorieën nuttige punten en
    selecteert u een nuttig punt in de buurt.
    • Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Zoekfuncties
    > Plaatsen en kiest u een nabijgelegen stad.
    • Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Zoekfuncties
    > Adressen en voert u het adres in.
    • Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
    Zoekfuncties > Kruispunten en voert u de straatnamen
    in.
    • Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
    Zoekfuncties > Coördinaten en voert u de coördinaten
    in.
    5 Selecteer Startrichting en selecteer een richting.
    6 Selecteer Zoeken.
    TIP: Selecteer om opnieuw te zoeken.
    7 Selecteer een koers om deze op de kaart weer te geven.
    TIP: Selecteer en om de overige koersen weer te geven.
    8 Selecteer Rijden.

    Een koers volgen vanaf Garmin Connect
    Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 19).
    1 Selecteer een optie:
    • Open de Garmin Connect app.
    • Ga naar connect.garmin.com.
    2 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
    3 Selecteer of Verzend naar toestel.
    4 Volg de instructies op het scherm.
    5 Selecteer op het Edge toestel Navigatie > Koersen >
    Opgeslagen koersen.
    6 Selecteer de koers.
    7 Selecteer Rijden.

    • Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
    Als u van de koers afwijkt, wordt een bericht weergegeven.

    Koersgegevens weergeven
    1 Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Overzicht om een overzicht van koersgegevens
    weer te geven.
    • Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
    weer te geven.
    • Selecteer Beklimmingen om details en hoogtegrafieken
    voor elke klim weer te geven.
    • Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
    informatie weer te geven over elke ronde.
    Een koers op de kaart weergeven
    Voor elke koers die op uw toestel is opgeslagen, kunt u instellen
    hoe deze wordt weergegeven op de kaart. U kunt bijvoorbeeld
    instellen dat de rit naar uw werk altijd in geel wordt
    weergegeven op de kaart. En u kunt een andere koers in groen
    weergeven. Zo kunt u de koersen zien onder het rijden zonder
    dat u een bepaalde koers volgt.
    1 Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen.
    2 Selecteer de koers.
    3 Selecteer Instellingen.
    4 Selecteer Altijd weergeven om de koers weer te geven op
    de kaart.
    5 Selecteer Kleur en selecteer een kleur.
    6 Selecteer Koerspunten om ook koerspunten weer te geven
    op de kaart.
    De volgende keer dat u in de buurt van de koers rijdt, wordt
    deze weergegeven op de kaart.

    ClimbPro gebruiken
    Met de ClimbPro functie kunt u uw inspanningen voor de
    komende beklimmingen tijdens een koers beheren. Voordat u
    gaat fietsen, kunt u details over de beklimmingen bekijken,
    onder meer waar ze zich voordoen, de gemiddelde helling en de
    totale stijging. De klimcategorieën, op basis van lengte en
    helling, worden aangegeven met kleur.
    1 Schakel de ClimbPro functie voor het activiteitenprofiel in
    (Uw activiteitenprofiel bijwerken, pagina 20).
    2 Bekijk de beklimmingen en koersgegevens (Koersgegevens
    weergeven, pagina 12).
    3 Start het volgen van een opgeslagen koers (Koersen,
    pagina 11).
    Aan het begin van een klim verschijnt het ClimbPro scherm
    automatisch.

    Tips voor het rijden van een koers
    • Gebruik afslagbegeleiding (Koersopties, pagina 12).
    • Als u een warming-up doet, selecteert u
    om de koers te
    starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
    • Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
    de koers komt.
    Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar de koers. Als u
    op het pad van de koers komt, wordt er een bericht
    weergegeven.
    12

    Koersopties
    Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen >

    .

    Navigatie



  • Page 17

    Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
    of uit.
    Koersfoutwaarsch.: Waarschuwt u als u van de koers afwijkt.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen koersen op naam zoeken.
    Filter: Hiermee kunt u op koerstype filteren, bijvoorbeeld Strava
    koersen.
    Sorteer: Hiermee kunt u opgeslagen koersen sorteren op naam,
    afstand of datum.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen koersen van
    het toestel verwijderen.

    Een koers stoppen
    1 Blader naar de kaart.
    2 Selecteer > .
    Een koers verwijderen
    1 Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer > .
    Trailforks routes
    Met de Trailforks app kunt u uw favoriete routes opslaan of
    routes in de buurt zoeken. U kunt Trailforks mountainbikeroutes
    downloaden naar uw Edge toestel. Gedownloade routes worden
    weergegeven in de lijst met opgeslagen koersen.
    Meld u aan voor een Trailforks lidmaatschap op
    www.trailforks.com.

    Kaartinstellingen
    Selecteer
    > Activiteitenprofielen, selecteer een profiel en
    vervolgens Navigatie > Kaart.
    Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
    op de pagina.
    Auto.zoom: Hiermee selecteert u automatisch een zoomniveau
    voor de kaart. Als u Uit selecteert, moet u handmatig in- en
    uitzoomen.
    Begeleidingstekst: Hiermee stelt u in wanneer afslag-voorafslag navigatieaanwijzingen worden weergegeven (vereist
    navigatiekaarten).
    Kaartzichtbaarheid: Hiermee kunt u de geavanceerde
    kaartfuncties opgeven.
    Kaartinformatie: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
    kaarten in- of uitschakelen.

    De oriëntatie van de kaart wijzigen
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Navigatie > Kaart > Oriëntatie.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
    pagina weer te geven.
    • Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
    aan de pagina weer te geven.
    • Selecteer 3D-modus om de kaart driedimensionaal weer
    te geven.

    Route-instellingen
    Selecteer
    > Activiteitenprofielen, selecteer een profiel en
    vervolgens Navigatie > Routebepaling.
    Trendline™ pop. routing.: Berekent routes op basis van de
    populairste ritten van Garmin Connect.
    Routemodus: Hiermee stelt u uw transportmiddel in om uw
    route te optimaliseren.
    Berekeningswijze: Hiermee stelt u de methode in waarmee uw
    route wordt berekend.
    Connected functies

    Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
    kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
    Te vermijden instellen: Hiermee stelt u in welke wegtypen u
    wilt vermijden.
    Herberekenen: Herberekent automatisch de route wanneer u
    van de route afwijkt.

    Een activiteit selecteren voor routeberekening
    U kunt het toestel de route laten berekenen op basis van het
    activiteittype.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Navigatie > Routebepaling > Routemodus.
    4 Selecteer een optie om uw route opnieuw te berekenen.
    U kunt bijvoorbeeld Wegwielrennen selecteren voor navigatie
    over de weg of Mountainbiken voor offroadnavigatie.

    Connected functies
    Connected functies zijn beschikbaar voor uw Edge toestel als u
    het toestel verbindt met een Wi‑Fi netwerk of een compatibele
    smartphone via Bluetooth draadloze technologie.
    ®

    Bluetooth connected functies
    Het Edge toestel heeft verschillende Bluetooth connected
    functies voor uw compatibele smartphone waarop de Garmin
    Connect en Connect IQ apps zijn geïnstalleerd. Ga naar
    www.garmin.com/apps voor meer informatie.
    Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
    wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
    klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
    Hulp: Hiermee kunt u via de Garmin Connect app een
    automatisch sms-bericht met uw naam en GPS-locatie sturen
    naar uw contactpersonen voor noodgevallen.
    Audiomeldingen: Via de Garmin Connect app kunt u op uw
    smartphone tijdens het fietsen statusberichten afspelen.
    Fietsalarm: Hiermee kunt u een alarm inschakelen dat klinkt op
    het toestel en een waarschuwing naar uw smartphone
    verzenden wanneer het toestel beweging detecteert.
    Connect IQ functies die u kunt downloaden: Hiermee kunt u
    Connect IQ functies downloaden vanuit de Connect IQ app.
    Koersen, segmenten en workouts downloaden van Garmin
    Connect: Hiermee kunt u zoeken naar activiteiten op Garmin
    Connect met uw smartphone en deze naar uw toestel
    verzenden.
    Overdracht tussen toestellen: Hiermee kunt u bestanden
    draadloos overbrengen naar een ander compatibel Edge
    toestel.
    Zoek mijn Edge: Hiermee kunt u uw kwijtgeraakte Edge toestel
    terugvinden dat is gekoppeld met uw smartphone en
    momenteel binnen bereik is.
    GroupTrack: Hiermee kunt u andere fietsers in uw groep die
    LiveTrack gebruiken direct op het scherm en in real-time
    volgen. U kunt vooraf ingestelde berichten sturen naar
    andere fietsers in uw GroupTrack sessie die een compatibel
    Edge toestel hebben.
    Ongevaldetectie: Via de Garmin Connect app kunt u een
    bericht sturen naar uw contacten voor noodgevallen als het
    Edge toestel een incident detecteert.
    LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
    races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
    volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
    live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
    zien.

    13



  • Page 18

    Berichten: Hiermee kunt u reageren op een oproep of een
    bericht met vooraf ingestelde berichten. Deze functie is
    beschikbaar voor compatibele Android™ smartphones.
    Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
    toestel.
    Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
    favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
    activiteit uploadt naar Garmin Connect.
    Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
    waarschuwingen naar uw toestel.

    Functies voor ongevaldetectie en hulp vragen
    Ongevaldetectie
    VOORZICHTIG
    Ongevaldetectie is een aanvullende functie die in eerste
    instantie is bedoeld voor gebruik op de weg. Ongevaldetectie
    dient niet te worden beschouwd als primaire methode voor het
    verkrijgen van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect app
    neemt geen contact op met hulpdiensten namens u.
    Als door uw Edge toestel met GPS een ongeval wordt
    gedetecteerd, kan de Garmin Connect app automatisch een
    sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties verzenden
    naar uw contacten voor noodgevallen.
    Op uw toestel en gekoppelde smartphone wordt een bericht
    weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
    seconden zullen worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig
    hebt, kunt u de automatische noodoproep annuleren.
    Voordat u ongevaldetectie op uw toestel kunt inschakelen, moet
    u in de Garmin Connect app de gegevens invoeren van de in
    geval van nood te waarschuwen personen. Uw gekoppelde
    smartphone moet zijn voorzien van een data-abonnement en
    zich bevinden in het dekkingsgebied van de netwerkprovider
    voor datacommunicatie. Uw contacten voor noodgevallen
    moeten sms-berichten kunnen ontvangen (standaard smstarieven kunnen van toepassing zijn).
    Hulp
    VOORZICHTIG
    Hulp is een aanvullende functie en dient niet te worden
    beschouwd als primaire methode voor het verkrijgen van hulp bij
    ongelukken. De Garmin Connect app neemt geen contact op
    met hulpdiensten namens u.
    Als uw Edge toestel met GPS is verbonden met de Garmin
    Connect app, kunt u een automatisch sms-bericht met uw naam
    en GPS-locatie laten sturen naar uw contactpersonen voor
    noodgevallen.
    Voordat u de hulpfunctie op uw toestel kunt inschakelen, moet u
    in de Garmin Connect app de gegevens invoeren van de in
    geval van nood te waarschuwen personen. Uw via Bluetooth
    gekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een dataabonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van de
    netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
    noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
    (standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).
    Op uw toestel wordt een bericht weergegeven met de
    mededeling dat uw contactpersonen na een afteltijd zullen
    worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig hebt, kunt u het
    bericht annuleren.
    Contacten voor noodgevallen toevoegen
    Telefoonnummers van contactpersonen voor noodgevallen
    worden gebruikt voor het detecteren van incidenten en voor
    assistentie.
    1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
    2 Selecteer Veiligheid & tracking > Ongevaldetectie &
    assistentie > Contact voor noodgevallen toevoegen.
    14

    3 Volg de instructies op het scherm.
    Uw contacten voor noodgevallen weergeven
    Voordat u uw contacten voor noodgevallen op uw toestel kunt
    weergeven, moet u uw fietsergegevens en de gegevens van in
    noodgevallen te waarschuwen contacten opgeven in de Garmin
    Connect app.
    Selecteer
    > Veiligheid en tracking > Contacten voor
    noodgevallen.
    De namen en telefoonnummers van uw in noodgevallen te
    waarschuwen contacten worden weergegeven.
    Hulp vragen
    Voordat u hulp kunt vragen, moet u GPS inschakelen op uw
    Edge toestel.
    vijf seconden lang ingedrukt om de hulpfunctie te
    1 Houd
    activeren.
    U hoort een pieptoon en het toestel verzendt het bericht
    nadat de wachttijd van vijf seconden is verstreken.
    TIP: U kunt selecteren voordat de wachttijd is verstreken
    om het bericht te annuleren.
    2 Selecteer indien nodig Verzend om het bericht meteen te
    verzenden.
    Ongevaldetectie in- en uitschakelen
    Selecteer
    > Veiligheid en tracking > Ongevaldetect.
    Een automatisch bericht annuleren
    Als een ongeval door uw toestel wordt gedetecteerd, kunt u het
    automatische waarschuwingsbericht op uw toestel of uw
    gekoppelde smartphone annuleren om te voorkomen dat het
    naar uw contacten voor noodgevallen wordt verzonden.
    Selecteer Annuleer >
    voordat de wachttijd van dertig
    seconden is verstreken.
    Een statusupdate verzenden na een ongeval
    Voordat u een statusupdate naar uw contacten voor
    noodgevallen kunt verzenden, moet uw toestel een ongeval
    detecteren en een automatisch waarschuwingsbericht
    verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
    U kunt een statusupdate verzenden naar uw contacten voor
    noodgevallen om ze te informeren dat u geen hulp nodig hebt.
    1 Veeg vanaf de bovenkant van het scherm naar beneden en
    veeg naar links of rechts om de bedieningswidget weer te
    geven.
    2 Selecteer Ongeval gedetecteerd > Alles OK.
    Een bericht wordt verzonden naar al uw contacten voor
    noodgevallen.

    Een GroupTrack sessie starten
    Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u een
    smartphone met de Garmin Connect app koppelen met uw
    toestel (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
    Tijdens een rit kunt u andere fietsers in uw GroupTrack sessie
    op de kaart zien.
    > Veiligheid en tracking >
    1 Selecteer op het Edge toestel
    GroupTrack om de weergave van connecties op het
    kaartscherm in te schakelen.
    2 Selecteer op de Garmin Connect app of .
    3 Selecteer Veiligheid & tracking > LiveTrack > GroupTrack.
    4 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
    OPMERKING: Als u meerdere compatibele toestellen hebt,
    selecteert u één daarvan voor de GroupTrack sessie.
    5 Selecteer Start LiveTrack.
    6 Selecteer op het Edge toestel en begin uw rit.
    7 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.

    Connected functies



  • Page 19

    smartphone om de aankondiging af te spelen. U kunt de
    volumeniveaus aanpassen in de Garmin Connect app.
    1 Selecteer op de Garmin Connect app of .
    2 Selecteer Garmin toestellen.
    3 Selecteer uw toestel.
    4 Selecteer Toestelinstellingen > Audiomeldingen.

    Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel

    Tik op een pictogram op de kaart om de locatie en
    koersinformatie van andere fietsers die deelnemen aan de
    GroupTrack sessie weer te geven.
    8 Blader naar de GroupTrack lijst.
    Als u in de lijst een fietser selecteert, wordt deze midden op
    de kaart weergegeven.
    Tips voor GroupTrack sessies
    Met de functie GroupTrack kunt u andere fietsers in uw groep
    die LiveTrack gebruiken direct op het scherm volgen. Alle
    fietsers in de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
    Connect account.
    • Rijd buiten en gebruik GPS.
    • Koppel uw Edge 830 toestel met uw smartphone via
    Bluetooth technologie.
    • Selecteer in de Garmin Connect app
    of
    en selecteer
    Connecties om de lijst met fietsers voor uw GroupTrack
    sessie bij te werken.
    • Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
    smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
    Connect app.
    • Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (40 km of
    25 mijl).
    • Blader tijdens een GroupTrack sessie naar de kaart om uw
    connecties weer te geven.
    • Stap even af als u wilt proberen om de locatie en
    koersinformatie van andere fietsers in de GroupTrack sessie
    weer te geven.

    Het fietsalarm instellen
    U kunt het fietsalarm inschakelen wanneer u niet bij uw fiets
    bent, bijvoorbeeld tijdens stop op een lange rit. U kunt het
    fietsalarm bedienen via uw toestel of de toestelinstellingen in de
    Garmin Connect app.
    > Veiligheid en tracking > Fietsalarm.
    1 Selecteer
    2 Maak een wachtwoord of werk uw wachtwoord bij.
    Wanneer u het fietsalarm van uw Edge toestel uitschakelt,
    wordt u gevraagd het wachtwoord in te voeren.
    3 Veeg naar beneden vanaf de bovenkant van het scherm en
    selecteer Fietsalarm instel. in de bedieningswidget.
    Als het toestel beweging detecteert, klinkt er een alarm en wordt
    er een waarschuwing naar uw gekoppelde smartphone
    verzonden.

    Audiomeldingen afspelen op uw smartphone
    Voordat u audiomeldingen kunt instellen, moet u een
    smartphone met de Garmin Connect app koppelen met uw Edge
    toestel.
    U kunt de Garmin Connect app zodanig instellen dat er tijdens
    het fietsen of een andere activiteit motiverende statusmeldingen
    worden afgespeeld op uw smartphone. Audiomeldingen
    vermelden het rondenummer en de rondetijd, navigatie- en
    vermogensgegevens, het tempo of de snelheid, en de
    hartslaggegevens. Tijdens een audiomelding dempt de Garmin
    Connect app het geluid van de primaire audio van de
    Connected functies

    U kunt koersen, segmenten en workouts draadloos overbrengen
    van het ene compatibele Edge toestel naar het andere via
    Bluetooth technologie.
    1 Schakel beide Edge toestellen in en breng ze binnen bereik
    (3 m) van elkaar.
    >
    2 Selecteer op het toestel dat de bestanden bevat
    Connected functies > Toesteloverdrachten > Deel
    bestanden.
    OPMERKING: Het menu Toesteloverdrachten bevindt zich
    mogelijk op een andere plek voor andere Edge toestellen.
    3 Selecteer een bestandstype dat u wilt delen.
    4 Selecteer een of meer bestanden om over te brengen.
    >
    5 Selecteer op het toestel dat de bestanden ontvangt
    Connected functies > Toesteloverdrachten.
    6 Selecteer een beschikbare verbinding.
    7 Selecteer een of meer bestanden om te ontvangen.
    Als het bestand is overgebracht, wordt op beide toestellen een
    bericht weergegeven.

    Wi‑Fi connected functies
    Activiteiten uploaden naar uw Garmin Connect account: Uw
    activiteit wordt automatisch naar uw Garmin Connect account
    verstuurd zodra u klaar bent met het vastleggen van de
    activiteit.
    Software-updates: Uw toestel downloadt en installeert de
    nieuwste software-update automatisch als er een Wi‑Fi
    verbinding beschikbaar is.
    Workouts en trainingsplannen: U kunt workouts en
    trainingsplannen zoeken en selecteren op de Garmin
    Connect site. De volgende keer dat uw toestel een Wi‑Fi
    verbinding heeft, worden de bestanden draadloos naar uw
    toestel verzonden.

    Een draadloze Wi‑Fi verbinding instellen
    U moet met uw toestel verbinding maken met de Garmin
    Connect app op uw smartphone of met de Garmin Express
    applicatie op uw computer voordat u verbinding kunt maken met
    een Wi‑Fi netwerk.
    1 Selecteer een optie:
    • Download de Garmin Connect app en koppel uw
    smartphone (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
    • Ga naar www.garmin.com/express en download de
    Garmin Express app.
    2 Volg de instructies op het scherm om Wi‑Fi connectiviteit in te
    stellen.

    Wi‑Fi instellingen
    Selecteer
    > Connected functies > Wi-Fi.
    Wi-Fi: Hiermee schakelt u Wi‑Fi draadloze technologie in.
    OPMERKING: De overige Wi‑Fi instellingen worden alleen
    weergegeven als Wi‑Fi is ingeschakeld.
    Automatisch uploaden: Hiermee kunt u automatisch
    activiteiten uploaden via een vertrouwd draadloos netwerk.
    Voeg netwerk toe: Voegt uw toestel toe aan een draadloos
    netwerk.

    15



  • Page 20

    Draadloze sensoren
    Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
    ANT+ of Bluetooth sensoren. Ga voor meer informatie over
    compatibiliteit en de aanschaf van optionele sensoren naar
    buy.garmin.com.

    De hartslagmeter aanbrengen
    OPMERKING: Als u geen hartslagmeter hebt, kunt u deze
    paragraaf overslaan.
    U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
    uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
    tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
    1 Klik de hartslagmetermodule in de band.

    De Garmin logo's op de module en de band dienen niet
    ondersteboven te worden weergegeven.
    2 Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken
    aan de achterzijde van de band om een sterke verbinding
    tussen uw borst en de zender tot stand te brengen.

    3 Wikkel de band om uw borstkas en steek de haak van de
    band
    in de lus .
    OPMERKING: Het label met wasvoorschriften moet niet
    worden omgevouwen.

    worden automatisch bijgewerkt; u kunt elke waarde echter
    ook handmatig aanpassen.
    3 Selecteer Op basis van:.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
    minuut weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % Max. om de zones als een percentage van
    uw maximumhartslag weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
    uw hartslagreserve weer te geven en te wijzigen
    (maximale hartslag min hartslag in rust).
    • Selecteer %LDHS om de zones als een percentage van
    uw lactaatdrempelhartslag weer te geven en te wijzigen.
    Hartslagzones
    Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
    kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
    verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
    hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
    hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
    oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
    berekend op basis van de percentages van uw maximale
    hartslag.
    Fitnessdoelstellingen
    Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
    verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
    te passen.
    • Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
    training.
    • Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
    cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
    Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
    van hartslagzones, pagina 30) gebruiken om de beste
    hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
    Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
    rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
    sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
    maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
    220 min uw leeftijd.

    Tips voor onregelmatige hartslaggegevens

    De Garmin logo's moeten niet ondersteboven worden
    weergegeven.
    4 Zorg dat het toestel zich binnen 3 m (10 ft) van de
    hartslagmeter bevindt.
    Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
    gegevens verzonden.
    TIP: Zie (Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
    pagina 16) als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet
    worden weergegeven.

    Uw hartslagzones instellen
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw hartslagzones te bepalen. U kunt de hartslagzones
    handmatig aanpassen op basis van uw fitnessdoelen
    (Fitnessdoelstellingen, pagina 16). Stel uw maximale hartslag,
    hartslag in rust en hartslagzones in voor de meest nauwkeurige
    caloriegegevens tijdens een activiteit.
    > Mijn statistieken > Trainingszones >
    1 Selecteer
    Hartslagzones.
    2 Voer de maximumwaarde, lactaatdrempel en rustwaarde
    voor uw hartslag in.
    U kunt de functie Auto Detect gebruiken om automatisch uw
    hartslag te registreren tijdens een activiteit. De zonewaarden
    16

    Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
    weergegeven, kunt u deze tips proberen.
    • Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
    van toepassing).
    • Trek de band strakker aan om uw borst.
    • Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
    • Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
    hartslagmeter onderhouden, pagina 24).
    • Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
    goed nat.
    Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
    er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
    die de hartslagsignalen beïnvloedt.
    • Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
    hartslagmeter kunnen veroorzaken.
    Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
    elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
    hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
    magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
    LAN-toegangspunten.

    De snelheidsensor installeren
    OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
    overslaan.
    Draadloze sensoren



  • Page 21

    TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
    tijdens de installatie van deze sensor.
    1 Plaats de snelheidsensor op de wielnaaf.
    2 Trek de band om de wielnaaf en bevestig deze aan de
    haak
    op de sensor.

    Snelheid- en cadanssensors
    De cadansgegevens van de cadanssensor worden altijd
    opgenomen. Als er geen snelheid- en cadanssensor zijn
    gekoppeld met het toestel, worden GPS-gegevens gebruikt om
    de snelheid en afstand te berekenen.
    De cadans is de pedaal- of draaisnelheid. Deze wordt gemeten
    aan de hand van het aantal omwentelingen van de pedaalarm
    per minuut (RPM).

    Gegevens middelen voor cadans of vermogen
    De instelling voor het middelen van gegevens die niet gelijk zijn
    aan nul, is beschikbaar als u tijdens het trainen een optionele
    cadanssensor of vermogensmeter gebruikt. Standaard worden
    nulwaarden die optreden als u niet trapt, genegeerd.
    U kunt de waarde van deze instelling wijzigen (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 23).

    De draadloze sensoren koppelen
    De sensor staat mogelijk schuin bij montage op een
    asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking.
    3 Draai het wiel om de afstand te controleren.
    De sensor mag geen contact maken met andere onderdelen
    op de fiets.
    OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
    werking te bevestigen nadat het wiel twee keer is
    rondgegaan.

    De cadanssensor installeren
    OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
    overslaan.
    TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
    tijdens de installatie van deze sensor.
    1 Kies de bandgrootte die nauw aansluit op de pedaalarm .
    Bij twijfel kiest u de kleinste band die om de pedaalarm past.
    2 Plaats de platte kant van de cadanssensor aan de
    binnenkant van de pedaalarm, aan de kant waar niet de
    aandrijving zit.
    3 Trek de banden om de pedaalarm en bevestig deze aan
    de haken
    op de sensor.

    Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
    de sensor plaatsen.
    Koppelen is het maken van een verbinding met ANT+ of
    Bluetooth draadloze sensors, bijvoorbeeld het verbinden van
    een hartslagmeter met uw Garmin toestel.
    1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
    OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
    sensoren van andere gebruikers vandaan bent tijdens het
    koppelen.
    > Sensors > Voeg sensor toe.
    2 Selecteer
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer een sensortype.
    • Selecteer Zoek alles om sensors in de buurt te zoeken.
    Er wordt een lijst met beschikbare sensoren weergegeven.
    4 Selecteer een of meerdere sensoren om te koppelen met uw
    toestel.
    5 Selecteer Voeg toe.
    Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
    sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld
    aanpassen om sensorgegevens weer te geven.

    Trainen met vermogensmeters
    • Ga naar www.garmin.com/intosports voor een lijst met ANT+
    sensors die compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector™).
    • Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
    vermogensmeter.
    • Pas uw vermogenszones aan uw doelen en mogelijkheden
    aan (Uw vermogenszones instellen, pagina 17).
    • Gebruik bereikwaarschuwingen om te worden gewaarschuwd
    wanneer u een bepaalde vermogenszone bereikt
    (Bereikwaarschuwingen instellen, pagina 21).
    • Pas de vermogensgegevensvelden aan (Een
    gegevensscherm toevoegen, pagina 21).

    Uw vermogenszones instellen

    4 Draai de pedaalarm rond om de afstand te controleren.
    De sensor en banden mogen niet in contact komen met enig
    onderdeel van uw fiets of schoen.
    OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
    werking te bevestigen nadat de pedaalarm twee keer is
    rondgegaan.
    Maak
    een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en
    5
    banden om te controleren of er geen beschadiging optreedt.

    Draadloze sensoren

    De waarden voor deze zones zijn standaardwaarden en passen
    mogelijk niet bij uw persoonlijke vaardigheden. U kunt uw zones
    handmatig aanpassen op het toestel of gebruikmaken van
    Garmin Connect. Als u weet wat uw FTP-waarde (Functional
    Threshold Power) is, kunt u deze opgeven zodat de software
    automatisch uw vermogenszones kan berekenen.
    > Mijn statistieken > Trainingszones >
    1 Selecteer
    Vermogenszones.
    2 Voer uw FTP-waarde in.
    3 Selecteer Op basis van:.

    17



  • Page 22

    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer watt om de zones in watt weer te geven en te
    wijzigen.
    • Selecteer % FTP om de zones als een percentage van uw
    FTP-waarde weer te geven en te wijzigen.

    De vermogensmeter kalibreren
    Voordat u uw vermogensmeter kunt kalibreren, moet deze
    correct zijn geïnstalleerd, gekoppeld met uw toestel en actief
    gegevens vastleggen.
    Raadpleeg de documentatie van de fabrikant voor instructies
    over het kalibreren van uw vermogensmeter.
    > Instellingen > Sensors.
    1 Selecteer
    2 Selecteer uw vermogensmeter.
    3 Selecteer Kalibreer.
    4 Zorg dat uw vermogensmeter actief blijft door te blijven
    trappen tot het bericht wordt weergegeven.
    5 Volg de instructies op het scherm.

    Vermogen in de pedalen
    Vector meet het vermogen in de pedalen.
    Vector meet een paar honderd keer per seconde de kracht die u
    uitoefent. Vector meet ook uw cadans of pedaalrotatiesnelheid.
    Door de kracht, de richting van de kracht, de rotatie van de
    pedaalarm en de tijd te meten, kan Vector het vermogen
    bepalen (Watt). Omdat Vector het onafhankelijke vermogen per
    been (links en rechts) meet, wordt de vermogensbalans links/
    rechts weergegeven.
    OPMERKING: Het Vector S systeem geeft geen
    vermogensbalans tussen het linker- en rechterpedaal.

    Fietsdynamica
    Fietsdynamicameters meten hoeveel kracht u uitoefent tijdens
    de pedaalslag en waar u kracht uitoefent op het pedaal om u
    inzicht te geven in uw fietstechniek. Als u weet hoe en waar u
    kracht uitoefent, kunt u efficiënter trainen en uw bikefitting
    beoordelen.
    OPMERKING: U dient over een systeem met twee sensors te
    Edge beschikken om fietsdynamicameters te kunnen gebruiken.
    Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/performancedata.
    Fietsdynamica gebruiken
    Voordat u fietsdynamica kunt gebruiken, moet u de Vector
    vermogensmeter koppelen met uw toestel (De draadloze
    sensoren koppelen, pagina 17).
    OPMERKING: Voor het opslaan van fietsdynamicagegevens is
    extra toestelgeheugen nodig.
    1 Maak een rit.
    2 Blader naar het fietsdynamicascherm om uw
    vermogensfasegegevens , totale vermogen
    en
    pedaalmidden-offset
    te bekijken.

    OPMERKING: De twee gegevensvelden onder aan het
    scherm kunnen worden aangepast.
    U kunt de rit verzenden naar de Garmin Connect app om meer
    fietsdynamicagegevens te bekijken (Uw rit verzenden naar
    Garmin Connect, pagina 19).
    Vermogensfasegegevens
    Vermogensfase is het pedaalslaggebied (tussen de
    beginpedaalhoek en de eindpedaalhoek) waar u positief
    vermogen produceert.
    Pedaalmidden-offset
    Pedaalmidden-offset is de locatie op het pedaaloppervlak waar
    u druk uitoefent.

    De Vector software bijwerken met het Edge toestel
    Voordat u de software kunt bijwerken, moet u uw Edge toestel
    koppelen met uw Vector systeem.
    1 Verzend uw gegevens naar uw Garmin Connect account (Uw
    rit verzenden naar Garmin Connect, pagina 19).
    Garmin Connect zoekt automatisch naar software-updates en
    verzendt deze naar uw Edge toestel.
    2 Breng uw Edge toestel binnen bereik (3 m) van de sensor.
    3 Draai de pedaalarm een paar keer rond. Het Edge toestel
    vraagt u om alle software-updates die klaarstaan te
    installeren.
    4 Volg de instructies op het scherm.

    Omgevingsbewustzijn
    Uw Edge toestel kan worden gebruikt met het Varia Vision™
    toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en achteruitkijkradar voor
    een verbeterd omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding
    van het Varia toestel voor meer informatie.
    OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken
    voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken
    via Garmin Express, pagina 24).

    Elektronische schakelsystemen gebruiken
    Voordat u gebruik kunt maken van compatibele elektronische
    schakelsystemen, zoals Shimano Di2™ schakelsystemen, moet
    u deze koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
    koppelen, pagina 17). U kunt de optionele gegevensvelden
    aanpassen (Een gegevensscherm toevoegen, pagina 21). Het
    Edge 830 toestel geeft de huidige afstellingswaarde weer als de
    sensor in de afstellingsmodus is.
    ®

    Een eBike gebruiken
    Voordat u een compatibele eBike, zoals een Shimano STEPS™
    eBike kunt gebruiken, moet u deze met uw toestel koppelen (De
    draadloze sensoren koppelen, pagina 17). U kunt het optionele
    eBike gegevensscherm en gegevensvelden aanpassen (Een
    gegevensscherm toevoegen, pagina 21).

    Details van de eBike sensor weergeven
    > Instellingen > Sensors.
    1 Selecteer
    2 Selecteer uw eBike.
    3 Selecteer een optie:
    • Om de eBike gegevens, zoals de kilometerteller of
    reisafstand, weer te geven, selecteert u Sensordetails >
    eBike-informatie.
    • Als u de eBike-foutmeldingen wilt weergeven, selecteert u
    u.
    Raadpleeg de gebruikershandleiding van de eBike voor meer
    informatie.

    3 Houd zo nodig uw vinger op een gegevensveld

    om het te
    wijzigen (Een gegevensscherm toevoegen, pagina 21).
    18

    Draadloze sensoren



  • Page 23

    Geschiedenis
    Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
    snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
    sensorgegevens.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
    weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
    automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
    regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
    houden.

    hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
    bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
    en instelbare rapporten.
    OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
    accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.

    Uw rit weergeven
    > Geschiedenis > Ritten.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    rit.
    2
    3 Selecteer een optie.

    Uw tijd in elke trainingszone weergeven
    Voordat u uw tijd in elke trainingszone kunt weergeven, moet u
    uw toestel koppelen met een compatibele hartslagmeter of
    vermogensmeter, een activiteit voltooien en de activiteit
    opslaan.
    Door uw tijd in elke hartslag- en vermogenszone te bekijken,
    kunt u de intensiteit van uw training beter afstemmen. U kunt uw
    vermogenszones (Uw vermogenszones instellen, pagina 17) en
    hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 16)
    aanpassen aan uw doelen en mogelijkheden. U kunt een
    gegevensveld aanpassen om uw tijd in trainingszones tijdens
    uw rit weer te geven (Een gegevensscherm toevoegen,
    pagina 21).
    > Geschiedenis > Ritten.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer een optie:
    • Als uw rit gegevens van één sensor bevat, selecteert u
    Tijd in hartslagzone of Tijd in vermogenszone.
    • Als uw rit gegevens van beide sensors bevat, selecteert u
    Tijd in zone, en vervolgens Hartslagzones of
    Vermogenszones.

    Een rit verwijderen
    > Geschiedenis > Ritten > .
    1 Selecteer
    2 Selecteer een of meer ritten om te verwijderen.
    3 Selecteer .

    Gegevenstotalen weergeven
    U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
    hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
    afstand en calorieën.
    Selecteer
    > Geschiedenis > Totalen.

    Garmin Connect
    U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
    Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
    analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
    prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
    wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
    meer.
    U kunt uw gratis Garmin Connect account maken wanneer u uw
    toestel met uw telefoon koppelt met behulp van de Garmin
    Connect app, of u kunt naar connect.garmin.com gaan.
    Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
    hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
    naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
    Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
    informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
    Geschiedenis

    Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
    een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
    Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
    elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
    plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.

    Uw rit verzenden naar Garmin Connect
    • Synchroniseer uw Edge toestel met de Garmin Connect app
    op uw smartphone.
    • Gebruik de USB-kabel die bij uw Edge toestel is geleverd om
    ritgegevens naar uw Garmin Connect account op uw
    computer te sturen.

    Gegevensopslag
    Het toestel maakt gebruik van slimme opslag. Hiermee worden
    belangrijke punten opgeslagen waarop u van richting bent
    veranderd of waarop uw snelheid of hartslag is gewijzigd.
    Wanneer een vermogensmeter wordt gekoppeld, legt het toestel
    elke seconde punten vast. Door elke seconde punten vast te
    leggen, beschikt u over een gedetailleerd spoor en wordt meer
    geheugen gebruikt.
    Raadpleeg voor informatie over het middelen van gegevens
    voor cadans en vermogen Gegevens middelen voor cadans of
    vermogen, pagina 17.

    Gegevensbeheer
    OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
    98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
    ®

    ®

    ®

    Het toestel aansluiten op uw computer
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.

    1 Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog.
    2 Sluit de kleine connector van de USB-kabel aan op de USB-

    poort.
    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
    van de computer.
    Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
    Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
    volume op Mac computers.

    Bestanden overbrengen naar uw toestel
    1 Verbind het toestel met uw computer.

    19



  • Page 24

    2
    3
    4
    5
    6
    7

    Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
    een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
    computers wordt het toestel weergegeven als een
    geïnstalleerd volume.
    OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
    netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
    weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
    voor meer informatie over het toewijzen van het station.
    Open de bestandsbrowser op de computer.
    Selecteer een bestand.
    Selecteer Edit > Copy.
    Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
    toestel.
    Blader naar een map.
    Selecteer Edit > Paste.
    Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
    geheugen van het toestel.

    Bestanden verwijderen
    LET OP
    Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
    niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
    systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.

    1
    2
    3
    4

    Open het Garmin station of volume.
    Open zo nodig een map of volume.
    Selecteer een bestand.
    Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
    OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u
    de map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
    verwijderen.
    ®

    2 Ga naar apps.garmin.com en meld u aan.
    3 Selecteer een Connect IQ functie en download deze.
    4 Volg de instructies op het scherm.

    Profielen
    De Edge beschikt over een aantal mogelijkheden voor het
    aanpassen van het toestel, waaronder profielen. Een profiel is
    een verzameling instellingen waarmee u het gebruiksgemak van
    het toestel kunt optimaliseren. U kunt bijvoorbeeld verschillende
    instellingen en weergaven maken voor trainen en
    mountainbiken.
    Als u een profiel gebruikt en u instellingen zoals
    gegevensvelden of maateenheden wijzigt, worden de
    wijzigingen automatisch in het profiel opgeslagen.
    Activiteitenprofielen: U kunt activiteitenprofielen maken voor
    elk type fietsactiviteit. U kunt bijvoorbeeld een apart
    activiteitenprofiel maken voor trainen, racen en
    mountainbiken. Het activiteitenprofiel omvat aangepaste
    gegevenspagina's, activiteitentotalen, waarschuwingen,
    trainingzones (zoals hartslag en snelheid),
    trainingsinstellingen (zoals Auto Pause en Auto Lap ), en
    navigatie-instellingen.
    Gebruikersprofiel: U kunt uw instellingen voor geslacht, leeftijd,
    gewicht en lengte bijwerken. Het toestel gebruikt deze
    informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen.
    ®

    ®

    Uw gebruikersprofiel instellen
    U kunt uw instellingen voor geslacht, leeftijd, gewicht en lengte
    bijwerken. Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
    ritgegevens te berekenen.
    > Mijn statistieken > Gebruikersprofiel.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    optie.
    2

    De USB-kabel loskoppelen

    Over trainingsinstellingen

    Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
    aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
    manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
    uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
    Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
    koppelen.
    1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
    • Op Windows computers: Selecteer het pictogram
    Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
    selecteer uw toestel.
    • Voor Apple computers selecteert u het toestel en
    selecteert u File > Eject.
    2 Koppel de kabel los van uw computer.

    Met de volgende opties en instellingen kunt u uw toestel
    aanpassen aan uw trainingsbehoeften. Deze instellingen
    worden opgeslagen in een activiteitenprofiel. U kunt bijvoorbeeld
    tijdwaarschuwingen instellen voor uw raceprofiel en u kunt een
    Auto Lap positie-trigger gebruiken voor uw mountainbikeprofiel.

    Uw toestel aanpassen
    Connect IQ functies die u kunt downloaden
    U kunt Connect IQ functies van Garmin en andere leveranciers
    aan uw toestel toevoegen via de Connect IQ Mobile app.
    Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
    downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
    op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
    gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
    pagina's.
    Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
    sensorgegevens en meldingen.
    Apps: Hiermee kunt u interactieve functies toevoegen aan uw
    toestel, zoals nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.

    Connect IQ functies downloaden via uw computer
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    20

    Uw activiteitenprofiel bijwerken
    U kunt tien activiteitenprofielen instellen. U kunt uw instellingen
    en de gegevensvelden voor een bepaalde activiteit of route
    aanpassen.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer een profiel.
    • Selecteer Maak nieuw om een profiel te maken of te
    kopiëren.
    3 Wijzig zo nodig de naam en kleur voor het profiel.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Gegevensschermen om de
    gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen
    (Een gegevensscherm toevoegen, pagina 21).
    • Selecteer Gegevensschermen > Hoogte > ClimbPro om
    de ClimbPro functie (ClimbPro gebruiken, pagina 12).
    • Selecteer Standaardrittype om het bij dit
    activiteitenprofiel passende type rit in te stellen, zoals rit
    tussen kantoor en huis.
    TIP: Na een rit die niet bij het profiel past, kunt u het
    rittype handmatig bijwerken. Nauwkeurige rittypegegevens
    zijn belangrijk voor het kiezen van fietsvriendelijke routes.
    • Selecteer Segmenten om uw ingeschakelde segmenten
    weer te geven (Segmenten inschakelen, pagina 4).

    Uw toestel aanpassen



  • Page 25

    • Selecteer Waarschuwingen om uw
    trainingswaarschuwingen aan te passen
    (Waarschuwingen, pagina 21).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Lap om in te
    stellen hoe rondes worden gemarkeerd (Ronden op
    positie markeren, pagina 22).
    • Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand
    om in te stellen dat het toestel automatisch in de
    slaapstand gaat na 5 minuten inactiviteit (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 22).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Pause om in te
    stellen wanneer de activiteiten-timer automatisch pauzeert
    (Auto Pause gebruiken, pagina 22).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Scroll om de
    weergave van de pagina's met trainingsgegevens aan te
    passen wanneer de activiteiten-timer loopt (Auto Scroll
    gebruiken, pagina 22).
    • Selecteer Timer start-modus om in te stellen hoe het
    toestel het begin van een rit detecteert en dat de
    activiteitentimer automatisch start (De timer automatisch
    starten, pagina 22).
    • Selecteer Voeding/hydratatie om te kunnen bijhouden
    hoeveel u eet en drinkt.
    • Selecteer Navigatie > Kaart om de kaartinstellingen aan
    te passen (Kaartinstellingen, pagina 13).
    • Selecteer Navigatie > Routebepaling om de routeinstellingen aan te passen (Route-instellingen, pagina 13).
    • Selecteer Navigatie > Navigatieaanw. om
    navigatieberichten weer te geven met behulp van een
    kaartweergave of tekstaanwijzing.
    • Selecteer Navigatie > Waarschuwing scherpe bocht om
    navigatiewaarschuwingen in te schakelen bij moeilijke
    bochten.
    • Selecteer GPS-modus om GPS uit te schakelen
    (Indoortrainingen, pagina 6) of de satellietinstelling te
    wijzigen (De satellietinstelling wijzigen, pagina 22).
    Alle wijzigingen die u aanbrengt worden opgeslagen in het
    activiteitenprofiel.

    Een gegevensscherm toevoegen
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Gegevensschermen > Voeg nieuw toe >
    Gegevensscherm.

    4 Selecteer een categorie en selecteer één of meer

    gegevensvelden.
    5 Selecteer .
    6 Selecteer een optie.
    • Selecteer een andere categorie als u meer
    gegevensvelden wilt selecteren.
    • Selecteer .
    7 Veeg naar links of rechts om de lay-out te wijzigen.
    8 Selecteer .
    9 Selecteer een optie.
    • Tik op een gegevensveld en tik dan op een ander
    gegevensveld om de volgorde te wijzigen.
    • Tik tweemaal op een gegevensveld om het te wijzigen.
    10 Selecteer .

    Een gegevensscherm bewerken
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Gegevensschermen.
    4 Selecteer een gegevensscherm.
    Uw toestel aanpassen

    5
    6
    7
    8

    Selecteer Ind. en geg.velden.
    Veeg naar links of rechts om de lay-out te wijzigen.
    Selecteer .
    Selecteer een optie.
    • Tik op een gegevensveld en tik dan op een ander
    gegevensveld om de volgorde te wijzigen.
    • Tik tweemaal op een gegevensveld om het te wijzigen.
    9 Selecteer .

    Volgorde van gegevensschermen wijzigen
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    profiel.
    2
    3 Selecteer Gegevensschermen > .
    4 Selecteer een gegevensscherm.
    of
    .
    5 Selecteer
    6 Selecteer .
    Waarschuwingen
    U kunt waarschuwingen gebruiken voor trainingen met
    specifieke doelstellingen voor tijd, afstand, calorieën, hartslag,
    cadans en vermogen. Waarschuwingsinstellingen worden
    opgeslagen bij uw activiteitenprofiel.
    Bereikwaarschuwingen instellen
    Als u een optionele hartslagmeter, cadanssensor of
    vermogensmeter hebt, kunt u bereikwaarschuwingen instellen.
    Een bereikwaarschuwing wordt afgegeven wanneer het toestel
    een waarde meet die boven of onder een opgegeven
    waardenbereik ligt. Zo kunt u bijvoorbeeld instellen dat het
    toestel u waarschuwt als uw cadans lager is dan 40 rpm of
    hoger dan 90 rpm. U kunt ook een trainingszone gebruiken voor
    de bereikwaarschuwing (Trainingszones, pagina 10).
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Waarschuwingen.
    4 Selecteer Hartslagwaarsch., Cadanswaarsch. of
    Vermogenswaarsch..
    5 Selecteer de minimum- en maximumwaarde of selecteer
    zones.
    Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
    een bericht weergegeven. U hoort ook een pieptoon als
    geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen in- en
    uitschakelen, pagina 23).
    Terugkerende waarschuwingen instellen
    Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
    wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
    registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
    minuten waarschuwt.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Waarschuwingen.
    4 Selecteer een waarschuwingstype.
    5 Schakel de waarschuwing in.
    6 Voer een waarde in.
    7 Selecteer .
    Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
    bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
    pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
    in- en uitschakelen, pagina 23).
    Smart eet- en drinkwaarschuwingen instellen
    Een smart waarschuwing geeft aan dat u op strategische
    intervallen moet eten of drinken op basis van de huidige
    fietsomstandigheden. De schattingen van een smart
    21



  • Page 26

    waarschuwing voor een rit zijn gebaseerd op de temperatuur,
    hoogtewinst, snelheid, duur, hartslag en vermogensgegevens
    (indien van toepassing).
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    profiel.
    2
    3 Selecteer Waarschuwingen.
    4 Selecteer Eet-waarschuwing of Drink-waarschuwing.
    5 Schakel de waarschuwing in.
    6 Selecteer Type > Slim.
    Telkens als u de geschatte waarde voor een smart
    waarschuwing bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort
    ook een pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De
    toesteltonen in- en uitschakelen, pagina 23).

    Auto Lap
    Ronden op positie markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op een bepaalde positie. Dit is handig als u uw prestaties tijdens
    verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken (bijvoorbeeld
    na een lange klim of na een sprint). Tijdens een koers kunt u de
    functie Op positie gebruiken om een ronde te starten bij alle
    rondeposities die voor de koers zijn vastgelegd.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op positie > Ronde bij.
    Selecteer
    een optie:
    4
    • Selecteer Alleen drukken ronde om de rondeteller te
    activeren telkens als u
    selecteert en telkens als u een
    van deze locaties opnieuw passeert.
    • Selecteer Start & ronde om de rondeteller te activeren op
    de GPS-locatie waar u
    selecteert en op elke locatie
    tijdens de rit waar u
    selecteert.
    • Selecteer Markeer en ronde om de rondeteller te
    activeren op een specifieke GPS-locatie die u vóór de rit
    hebt gemarkeerd en bovendien op elke locatie tijdens de
    rit wanneer u
    selecteert.
    5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan (Een
    gegevensscherm toevoegen, pagina 21).
    Ronden op afstand markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op basis van een bepaalde afstand. Dit is handig als u uw
    prestaties tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt
    vergelijken (bijvoorbeeld om de 10 mijl of 40 km).
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op afstand > Ronde bij.
    4 Voer een waarde in.
    5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan (Een
    gegevensscherm toevoegen, pagina 21).

    Automatische slaapstand gebruiken
    U kunt de Autom. slaapstand functie gebruiken om automatisch
    in de slaapstand te gaan na 5 minuten van inactiviteit. Tijdens
    de slaapstand is het scherm uitgeschakeld en zijn de ANT+
    sensoren, Bluetooth, en GPS uitgezet.
    Wi‑Fi blijft actief wanneer het toestel zich in de slaapstand
    bevindt.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand.

    22

    Auto Pause gebruiken
    U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
    automatisch te onderbreken als u stopt met bewegen of
    wanneer uw snelheid onder de opgegeven waarde komt. Dit is
    handig als er verkeerslichten of andere plaatsen voorkomen in
    uw route waar u langzamer moet fietsen of moet stoppen.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Pause.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Zodra gestopt om de timer automatisch te
    onderbreken wanneer u stopt met bewegen.
    • Selecteer Aangepaste snelheid om de timer automatisch
    te pauzeren wanneer uw snelheid onder een bepaalde
    waarde komt.
    5 Pas zo nodig optionele tijdgegevensvelden aan (Een
    gegevensscherm toevoegen, pagina 21).

    Auto Scroll gebruiken
    Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle
    schermen met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Automatische functies > Auto Scroll.
    4 Selecteer een weergavesnelheid.

    De timer automatisch starten
    Met deze functie herkent het toestel automatisch dat er
    satellietsignalen worden ontvangen en dat de fiets rijdt. De
    activiteiten-timer wordt gestart of u wordt eraan herinnerd om de
    activiteiten-timer te starten, zodat uw ritgegevens worden
    vastgelegd.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer Timer start-modus.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer Handmatig en vervolgens
    om de activiteitentimer te starten.
    • Selecteer Op verzoek om een visuele herinnering te
    krijgen wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
    • Selecteer Auto om de activiteiten-timer automatisch te
    starten wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.

    De satellietinstelling wijzigen
    Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
    GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS+GLONASS of
    GPS+GALILEO inschakelen. Door GPS en een andere satelliet
    tegelijk te gebruiken, neemt de levensduur van de batterij sneller
    af dan wanneer alleen GPS wordt gebruikt.
    > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een profiel.
    3 Selecteer GPS-modus.
    4 Selecteer een optie.

    Telefooninstellingen
    Selecteer
    > Connected functies > Telefoon.
    Schakel in: Schakelt Bluetooth technologie in.
    OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
    alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
    ingeschakeld.

    Uw toestel aanpassen



  • Page 27

    Toestelnaam: Hiermee kunt u een gebruiksvriendelijke naam
    invoeren ter identificatie van uw toestellen met Bluetooth
    technologie.
    Koppel smartphone: Hiermee koppelt u uw toestel met een
    compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
    deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
    zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
    Connect.
    Smartphone meldingen: Hiermee kunt u telefoonmeldingen
    vanaf uw compatibele smartphone inschakelen.
    Gemiste meldingen: Geeft gemiste telefoonmeldingen vanaf
    uw compatibele smartphone weer.
    Handtekening sms-antwoord: Hiermee kunnen
    handtekeningen in tekstberichten worden opgenomen.

    Systeeminstellingen
    Selecteer
    > Systeem.
    • Scherminstellingen (Scherminstellingen, pagina 23)
    • Widgetinstellingen (De widgetlijst aanpassen, pagina 23)
    • Instellingen voor gegevensopslag (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 23)
    • Toestelinstellingen (De maateenheden wijzigen, pagina 23)
    • Geluidsinstellingen (De toesteltonen in- en uitschakelen,
    pagina 23)
    • Taalinstellingen (De taal van het toestel wijzigen, pagina 23)

    Scherminstellingen
    Selecteer
    > Systeem > Scherm.
    Auto helderh.: Hiermee wordt automatisch de schermverlichting
    aangepast op basis van het omgevingslicht.
    Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van de
    schermverlichting instellen.
    Time-out scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen voordat
    de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
    Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
    nachtkleuren weergeeft. U kunt de optie Auto selecteren om
    het toestel automatisch te laten overschakelen naar dag- of
    nachtkleuren op basis van de tijd van de dag.
    Schermafb.: Hiermee kunt u de schermafbeelding van het
    toestel opslaan.
    De schermverlichting gebruiken
    Tik op het aanraakscherm om de schermverlichting in te
    schakelen.
    OPMERKING: U kunt de time-out voor de schermverlichting
    aanpassen (Scherminstellingen, pagina 23).
    1 Veeg in het startscherm of een gegevensscherm omlaag
    vanaf de bovenkant van het scherm.
    2 Selecteer een optie:
    • Als u de helderheid handmatig wilt aanpassen, selecteert
    u en gebruikt u de schuifbalk.
    • Als u de helderheid automatisch wilt aanpassen op basis
    van omgevingslicht, selecteert u Auto.

    De widgetlijst aanpassen
    U kunt de volgorde van widgets in de widgetlijst wijzigen,
    widgets verwijderen en nieuwe widgets toevoegen.
    > Systeem > Widgetbeheer.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    widget om deze toe te voegen aan of te
    2
    verwijderen uit de widgetlijst.
    3 Selecteer om de locatie van een widget in de widgetlijst te
    wijzigen.

    Opslaginterval: Hiermee stelt u in hoe het toestel
    activiteitgegevens vastlegt. Met de optie Slim legt u
    belangrijke punten vast waar u van richting bent veranderd of
    waarop uw snelheid of hartslag is gewijzigd. Met de optie 1
    sec legt u elke seconde punten vast. Hiermee ontstaat een
    zeer gedetailleerd overzicht van uw activiteit, maar de
    omvang van het opgeslagen activiteitenbestand neemt
    aanzienlijk toe.
    Cadans middelen: Hiermee stelt u in of het toestel nulwaarden
    weergeeft voor cadansgegevens die optreden als u geen
    pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor cadans of
    vermogen, pagina 17).
    Vermogen middelen: Hiermee stelt u in of het toestel
    nulwaarden meetelt voor vermogensgegevens die optreden
    als u geen pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor
    cadans of vermogen, pagina 17).
    Registreer HSV: Hiermee worden uw hartslagvariaties tijdens
    een activiteit vastgelegd.

    De maateenheden wijzigen
    U kunt de eenheden voor afstand, snelheid, hoogte,
    temperatuur, gewicht, positieweergave en tijdweergave
    aanpassen.
    > Systeem > Eenheden.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een type maatsysteem.
    3 Selecteer een maateenheid voor de instelling.

    De toesteltonen in- en uitschakelen
    Selecteer

    > Systeem > Geluid.

    De taal van het toestel wijzigen
    Selecteer

    > Systeem > Taal voor tekst.

    Tijdzones
    Telkens wanneer u het toestel inschakelt en naar satellieten
    zoekt of gegevens synchroniseert met uw smartphone, worden
    de tijdzone en het tijdstip automatisch vastgesteld.

    De modus Extra scherm instellen
    U kunt uw Edge 830 toestel gebruiken als een extra scherm
    waarop u de gegevensschermen van een compatibel Garmin
    multisporthorloge kunt weergeven. U kunt bijvoorbeeld een
    compatibel Forerunner toestel koppelen om de
    gegevensschermen daarvan op uw Edge toestel weer te geven
    tijdens een triatlon.
    > Modus Extra scherm >
    1 Selecteer op uw Edge toestel,
    Verbind horloge.
    2 Selecteer op uw compatibele Garmin horloge
    achtereenvolgens Instellingen > Sensors en accessoires >
    Voeg nieuwe toe > Extra scherm.
    3 Volg de aanwijzingen op het scherm van uw Edge toestel en
    Garmin horloge om het koppelingsproces te voltooien.
    Als de toestellen zijn gekoppeld, verschijnen de
    gegevensschermen van uw gekoppelde horloge op het Edge
    toestel.
    OPMERKING: De gebruikelijke Edge toestelfuncties zijn
    uitgeschakeld wanneer de modus Extra scherm actief is.
    Als u uw compatibele Garmin horloge eenmaal hebt gekoppeld
    met uw Edge toestel, maken ze automatisch verbinding
    wanneer u de modus Extra scherm de volgende keer gebruikt.

    De modus Extra scherm afsluiten
    Als het toestel in de modus Extra scherm staat, tikt u op het
    scherm en selecteert u Modus Extra scherm afsluiten > .

    Instellingen voor gegevens vastleggen
    Selecteer

    > Systeem > Gegevensopslag.

    Uw toestel aanpassen

    23



  • Page 28

    Toestelinformatie
    Productupdates
    Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
    computer. Installeer de Garmin Connect app op uw smartphone.
    Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
    volgende diensten voor Garmin toestellen:
    • Software-updates
    • Kaartupdates
    • Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
    • Productregistratie

    De software bijwerken met de Garmin Connect app
    Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
    Garmin Connect app, moet u een Garmin Connect account
    hebben en het toestel koppelen met een compatibele
    smartphone (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
    Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app.
    Wanneer er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt de
    Garmin Connect app deze update automatisch naar uw
    toestel.

    De software bijwerken via Garmin Express
    Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
    over een Garmin Connect account en de Garmin Express
    toepassing downloaden.
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
    Express deze naar uw toestel.
    2 Volg de instructies op het scherm.
    3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
    bijwerken.
    OPMERKING: Als u Wi‑Fi connectiviteit al hebt ingesteld
    voor uw toestel, kan Garmin Connect automatisch nieuwe
    software-updates downloaden naar uw toestel als verbinding
    wordt gemaakt met Wi‑Fi.

    Specificaties
    Edge specificaties
    Batterijtype

    Oplaadbare, ingebouwde lithiumionbatterij

    Levensduur van batterij

    Tot 20 uur bij normaal gebruik

    Bedrijfstemperatuurbereik

    Van -20 tot 60 ºC (van -4 tot 140 ºF)

    Laadtemperatuurbereik

    Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)

    Draadloze frequentie/
    draadloos protocol

    2,4 GHz bij 16,4 dBm nominaal

    Waterbestendigheid

    IEC 60529 IPX7*

    *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
    tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
    voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.

    Specificaties van de hartslagmeter
    Batterijtype

    CR2032 van 3 V, door gebruiker te
    vervangen

    Levensduur van batterij

    Tot 3,5 jaar bij 1 uur per dag

    Waterbestendigheid

    1 ATM*
    OPMERKING: Dit product verzendt geen
    hartslaggegevens tijdens het zwemmen.

    Bedrijfstemperatuurbereik

    Van -5° tot 50°C (van 23° tot 122°F)

    Draadloze frequentie/
    draadloos protocol

    2,4 GHz bij 2 dBm nominaal

    24

    *Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
    10 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
    /waterrating.

    Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor
    Batterijtype

    CR2032 van 3 V, door gebruiker te
    vervangen

    Levensduur van batterij

    Ongeveer 12 maanden bij 1 uur per dag

    Snelheidssensoropslag

    Tot 300 uur activiteitsgegevens

    Bedrijfstemperatuurbereik

    Van -20 tot 60 ºC (van -4 tot 140 ºF)

    Draadloze frequentie/
    draadloos protocol

    2,4 GHz bij 4 dBm nominaal

    Waterbestendigheid

    IEC 60529 IPX7*

    *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
    tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
    voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.

    Toestelgegevens weergeven
    U kunt toestelinformatie zoals de toestel-id, softwareversie en
    de licentieovereenkomst weergeven.
    Selecteer
    > Systeem > Over > Copyrightinfo.

    Informatie over wet- en regelgeving en naleving
    weergeven
    Het label voor dit toestel wordt op elektronische wijze geleverd.
    Het e-label kan regelgeving bevatten, zoals
    identificatienummers verstrekt door de FCC of regionale
    compliance-markeringen, maar ook toepasselijke product- en
    licentiegegevens.
    1 Selecteer .
    2 Selecteer Systeem > Informatie over regelgeving.

    Toestelonderhoud
    LET OP
    Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
    extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit
    onherstelbare schade kan veroorzaken.
    Gebruik nooit een hard of scherp object om het aanraakscherm
    te bedienen omdat het scherm daardoor beschadigd kan raken.
    Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
    insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
    oppervlakken kunnen beschadigen.
    Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
    beschadiging van de poort te voorkomen.

    Het toestel schoonmaken
    1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
    een mild schoonmaakmiddel.
    2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
    Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.

    Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden
    LET OP
    Klik de module los en verwijder deze voordat u de band
    schoonmaakt.
    Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
    de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
    negatief beïnvloeden.
    • Ga naar www.garmin.com/HRMcare voor gedetailleerde
    wasinstructies.
    • Spoel de band na elk gebruik schoon.
    • Was de band wanneer u deze zeven keer hebt gebruikt.
    • Droog de band niet in een wasdroger.
    Toestelinformatie



  • Page 29

    • U moet de band hangend of plat laten drogen.
    • Koppel de module los van de band als deze niet wordt
    gebruikt om de levensduur van uw hartslagmeter te
    verlengen.

    Door de gebruiker vervangbare batterijen
    WAARSCHUWING
    Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
    verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
    informatie.

    OPMERKING: De LED knippert een paar seconden rood en
    groen nadat de batterij is vervangen. Als de LED groen
    knippert en daarna stopt met knipperen, is het toestel actief
    en klaar om gegevens te verzenden.

    De batterij van de cadanssensor vervangen
    Het toestel gebruikt één CR2032 batterij. De LED knippert rood
    na twee omwentelingen als de batterij bijna leeg is.
    1 De ronde batterijdeksel bevindt zich op de achterkant van
    de sensor.

    De batterij van de hartslagmeter vervangen
    1 Gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier om de vier

    schroeven aan de achterkant van de module te verwijderen.

    2 Verwijder de deksel en de batterij.

    3 Wacht 30 seconden.
    4 Plaats de nieuwe batterij met de pluskant naar boven.
    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    5 Plaats het deksel en de vier schroeven terug.
    OPMERKING: Draai de as niet te strak vast.
    Nadat u de batterij van de hartslagmeter hebt vervangen, moet
    u deze mogelijk opnieuw koppelen aan het toestel.

    De batterij van de snelheidssensor vervangen
    Het toestel gebruikt één CR2032 batterij. De LED knippert rood
    na twee omwentelingen als de batterij bijna leeg is.
    1 De ronde batterijdeksel bevindt zich aan de voorzijde van
    de sensor.

    2 Draai de deksel linksom tot deze is ontgrendeld en los
    genoeg zit om te verwijderen.

    3 Verwijder de deksel en de batterij .
    4 Wacht 30 seconden.
    5 Plaats de nieuwe batterij in het klepje met de polen in de

    juiste richting.
    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    6 Draai de deksel rechtsom tot deze is vergrendeld.
    OPMERKING: De LED knippert een paar seconden rood en
    groen nadat de batterij is vervangen. Als de LED groen
    knippert en daarna stopt met knipperen, is het toestel actief
    en klaar om gegevens te verzenden.

    Problemen oplossen
    Het toestel herstellen
    Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk
    herstellen. Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
    Houd
    10 seconden ingedrukt.
    Het toestel wordt gereset en ingeschakeld.

    Standaardinstellingen herstellen

    2 Draai de deksel linksom tot deze los genoeg zit om te
    verwijderen.

    3 Verwijder de deksel en de batterij .
    4 Wacht 30 seconden.
    5 Plaats de nieuwe batterij in het klepje met de polen in de

    juiste richting.
    OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
    verliest.
    Draai
    de deksel rechtsom zodat de markering op de deksel
    6
    op één lijn ligt met de markering op de behuizing.

    Problemen oplossen

    U kunt de standaard configuratie-instellingen en
    activiteitenprofielen herstellen. Hiermee wist u niet uw
    geschiedenis or activiteitgegevens, zoals ritten, workouts en
    koersen.
    Selecteer
    > Systeem > Herstel toestel >
    Standaardinstellingen herstellen > .

    Gebruikersgegevens en instellingen wissen
    U kunt alle gebruikersgegevens wissen en het toestel herstellen
    naar de oorspronkelijke instellingen. Hiermee wist u uw
    geschiedenis en gegevens zoals ritten, workouts en koersen, en
    herstelt u de toestelinstellingen en activiteitenprofielen.
    Bestanden die u via uw computer op het toestel hebt gezet,
    worden niet gewist.
    Selecteer
    > Systeem > Herstel toestel > Gegevens
    verw. en inst. herstellen > .

    25



  • Page 30

    Levensduur van de batterijen maximaliseren
    • Schakel Modus Batterijbesparing (De modus
    Batterijbesparing inschakelen, pagina 26).
    • Verminder de sterkte van de schermverlichting (De
    schermverlichting gebruiken, pagina 23) of verkort de timeout voor de schermverlichting (Scherminstellingen,
    pagina 23).
    • Selecteer het registratie-interval Slim (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 23).
    • Schakel de functie Autom. slaapstand in (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 22).
    • Schakel de draadloze functie Bluetooth uit
    (Telefooninstellingen, pagina 22).
    • Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
    pagina 22).
    • Verwijder draadloze sensors die u niet meer gebruikt.

    De modus Batterijbesparing inschakelen
    In de modus Batterijbesparing worden de instellingen
    automatisch aangepast voor een zo lang mogelijke batterijduur
    voorj langere ritten. Tijdens een activiteit wordt het scherm
    uitgeschakeld. U kunt automatische waarschuwingen
    inschakelen en op het scherm tikken om het te activeren. In de
    modus Batterijbesparing worden GPS-spoorpunten en sensorgegevens minder vaak geregistreerd. Afstandsmeting,
    snelheidsmeting en spoorgegevens zijn minder nauwkeurig.
    OPMERKING: In de modus Batterijbesparing wordt de
    geschiedenis vastgelegd als de timer is ingeschakeld.
    > Modus Batterijbesparing > Schakel in.
    1 Selecteer
    2 Selecteer de waarschuwingen die het scherm tijdens een
    activiteit activeren.
    Na uw rit moet u uw toestel opladen en de
    energiebesparingsmodus uitschakelen om alle functies van het
    toestel te kunnen gebruiken.

    Ik kan mijn telefoon niet koppelen met het
    toestel
    Als uw telefoon geen verbinding maakt met het toestel, kunt u
    deze tips proberen.
    • Schakel uw smartphone en uw toestel uit en weer in.
    • Schakel Bluetooth technologie op uw smartphone in.
    • Werk de Garmin Connect app bij naar de nieuwste versie.
    • Verwijder uw toestel uit de Garmin Connect app om het
    koppelingsproces opnieuw te proberen.
    Als u een Apple toestel gebruikt, moet u uw toestel ook
    verwijderen uit de Bluetooth instellingen op uw smartphone.
    • Als u een nieuwe smartphone hebt gekocht, verwijdert u uw
    toestel uit de Garmin Connect app op de smartphone die u
    niet meer wilt gebruiken.
    • Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van het toestel.
    • Open de Garmin Connect app op uw smartphone, selecteer
    of , en vervolgens Garmin toestellen > Voeg toestel
    toe om de koppelmodus in te schakelen.
    • Select
    > Connected functies > Telefoon > Koppel
    smartphone.

    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
    • Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
    Connect account:
    ◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
    en de Garmin Express app.
    ◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect app op
    uw Bluetooth smartphone.

    26

    ◦ Verbind uw toestel met uw Garmin Connect account via
    een Wi‑Fi draadloos netwerk.
    Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
    het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
    toestel snel satellietsignalen kan vinden.
    • Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
    van hoge gebouwen en bomen.
    • Blijf enkele minuten stilstaan.

    Op mijn toestel wordt niet de juiste taal
    gebruikt
    1 Selecteer .
    2 Blader omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer
    het.
    Blader
    omlaag naar het zesde item in de lijst en selecteer
    3
    het.
    4 Blader omlaag naar uw taal en selecteer deze.

    De hoogte instellen
    Als u over nauwkeurige hoogtegegevens voor uw huidige locatie
    beschikt, kunt u de hoogtemeter op het toestel handmatig
    kalibreren.
    > Stel hoogte in.
    1 Selecteer Navigatie >
    2 Geef de hoogte op en selecteer .

    Temperatuurmetingen
    Het toestel geeft een temperatuur aan die hoger is dan de
    werkelijke luchttemperatuur als het toestel in direct zonlicht
    wordt geplaatst, in de hand wordt gehouden of wordt opgeladen
    met een extern batterijpakket. Het duurt ook even voor het
    toestel zich aan significante wijzigingen in de temperatuur heeft
    aangepast.

    Vervangende O-ringen
    Voor de steunen zijn vervangende banden (O-ringen)
    verkrijgbaar.
    OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
    (Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
    http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
    dealer.

    Meer informatie
    • Ga naar support.garmin.com voor meer handleidingen,
    artikelen en software-updates.
    • Ga naar buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
    dealer voor informatie over optionele accessoires en
    vervangingsonderdelen.

    Appendix
    Gegevensvelden
    Voor sommige gegevensvelden hebt u optionele accessoires
    nodig om de gegevens weer te geven.
    % FTP: Het huidige uitgangsvermogen als percentage van het
    functionele drempelvermogen (FTP).
    % hartslagreserve: Het percentage van de hartslagreserve
    (maximale hartslag minus rusthartslag).
    % maximale hartslag: Het percentage van maximale hartslag.
    % maximale hartslag ronde: Het gemiddelde percentage van
    de maximale hartslag voor de huidige ronde.
    10s verm: Het voortschrijdend gemiddelde (10 seconden) van
    het uitgangsvermogen.

    Appendix



  • Page 31

    10s Watt/kg: Het voortschrijdend gemiddelde (10 seconden)
    van het uitgangsvermogen in watt per kilogram.
    30 s VAM: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden) van
    de gemiddelde stijgsnelheid.
    30s vermogen: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
    van het uitgangsvermogen.
    30s Watt/kg: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
    van het uitgangsvermogen in watt per kilogram.
    3s vermogen: Het voortschrijdend gemiddelde (3 seconden)
    van het uitgangsvermogen.
    3s Watt/kg: Het voortschrijdend gemiddelde (3 seconden) van
    het uitgangsvermogen in watt per kilogram.
    60 s flow: Het voortschrijdend gemiddelde (60 seconden) van
    de flowscore.
    60 s grit: Het voortschrijdend gemiddelde (60 seconden) van de
    gritscore.
    Ademhritme: Uw ademhalingsritme in ademhalingen per
    minuut (brpm).
    Aeroob trainingseffect: De impact van de huidige activiteit op
    uw aerobe conditie.
    Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
    activiteit of het huidige spoor.
    Afstand koerspunt: De resterende afstand tot het volgende
    punt in de koers.
    Afstand te gaan: De resterende afstand tijdens een workout of
    koers als u een afstandsdoel hebt opgegeven.
    Afstand tot bestemming: De resterende afstand tot de
    eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    Afstand tot volgende: De resterende afstand tot het volgende
    waypoint op uw route. Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    Afstand voor: De afstand voor of achter de Virtual Partner.
    Anaeroob trainingseffect: De impact van de huidige activiteit
    op uw anaerobe conditie.
    Assist.modus: De huidige eBike assistentiemodus.
    Balans: De huidige vermogensbalans links/rechts.
    Balans 10s: Het voortschrijdend gemiddelde (10 seconden) van
    de vermogensbalans links/rechts.
    Balans 30s: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden) van
    de vermogensbalans links/rechts.
    Balans 3s: Het voortschrijdend gemiddelde (drie seconden) van
    de vermogensbalans links/rechts.
    Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
    Batterijstatus: Het resterende batterijvermogen van een
    fietslamp-accessoire.
    Batterij versnelling: De batterijstatus van een
    versnellingspositiesensor.
    Bestemmingslocatie: Het laatste punt in een route of koers.
    Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
    Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
    aangesloten op een cadansaccessoire.
    Cadansgraf.: Een lijndiagram dat uw cadanswaarden voor de
    huidige activiteit weergeeft.
    Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
    Calorieën te gaan: De resterende hoeveelheid calorieën tijdens
    een workout als u een calorieëndoel hebt opgegeven.
    Di2 batterijniveau: De resterende batterijspanning van een Di2
    sensor.
    Di2 schakelmodus: De huidige schakelmodus van een Di2
    sensor.

    Appendix

    Doelvermog.: Het geleverde doelvermogen tijdens een
    activiteit.
    eBike batterij: De resterende batterijspanning van een eBike.
    Effectiviteit van draaimoment: Meting van de pedaalslagenefficiëntie van een gebruiker.
    EPOC: De hoeveelheid verhoogd zuurstofgebruik na inspanning
    (EPOC) voor de huidige activiteit. EPOC geeft aan hoe zwaar
    uw workout is.
    ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
    waypoint op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
    tijd van het waypoint). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
    eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
    van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    Flow: De meting van hoe consistent u de snelheid en
    soepelheid in bochten in de huidige activiteit handhaaft.
    Gem. % hartslag in rust: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige activiteit.
    Gem. cadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
    activiteit.
    Gem. piek-verm.fase links: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    activiteit.
    Gem. PMO: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
    huidige activiteit.
    Gem. r. Piekverm.fase: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
    huidige activiteit.
    Gem. snelheid: De gemiddelde snelheid voor de huidige
    activiteit.
    Gem. verm.: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
    huidige activiteit.
    Gem. verm.fase links: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het linkerbeen voor de huidige activiteit.
    Gem. verm.fase rechts: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het rechterbeen voor de huidige activiteit.
    Gemiddelde balans: De gemiddelde vermogensbalans links/
    rechts voor de huidige activiteit.
    Gemiddelde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de huidige
    activiteit.
    Gemiddelde VAM: De gemiddelde stijgsnelheid voor de huidige
    activiteit.
    Gemiddelde watt/kg: Het gemiddelde uitgangsvermogen in
    watt per kilogram.
    Gem rndtijd: De gemiddelde rondetijd voor de huidige activiteit.
    Gen. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige activiteit.
    GPS-nauwkeurigheid: De foutmarge voor uw exacte locatie.
    Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld accuraat binnen +/- 3,65
    meter (12 ft.).
    GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
    Gradiënt: De berekening van de stijging over de afstand. Als u
    bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
    aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
    Grit: De meting van de moeilijkheidsgraad voor de huidige
    activiteit op basis van hoogte, helling en snelle
    richtingsveranderingen.
    Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
    aangesloten op een compatibele hartslagmeter.

    27



  • Page 32

    Hartslagen te gaan: Geeft tijdens een workout aan hoeveel
    slagen u boven of onder uw hartslagdoelstelling zit.
    Hartslaggrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige, gemiddelde en
    maximale hartslagwaarden voor de huidige activiteit
    weergeeft.
    Hartslagzone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
    standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
    de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
    Herh. te gaan: Het resterende aantal herhalingen tijdens een
    workout.
    Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
    zeeniveau.
    Hoogtegrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige hoogte, totale
    stijging en totale daling voor de huidige activiteit weergeeft.
    HS-zonegraf.: Een lijndiagram dat uw huidige hartslagzone
    (1-5) weergeeft.
    Indoortrainer-weerstand: Het weerstandsniveau van een
    indoor trainer.
    Intensity Factor: De Intensity Factor™ voor de huidige activiteit.
    Kilojoules: De totale verrichte inspanningen
    (uitgangsvermogen) in kilojoules.
    Kilometerteller: Een lopende meting van de afstand die is
    afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
    reisgegevens worden hersteld.
    Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
    L. rondetijd: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide ronde.
    Laatste rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de
    laatste voltooide ronde.
    Laatste ronde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de
    laatste voltooide ronde.
    Laatste rondesnelheid: De gemiddelde snelheid voor de
    laatste voltooide ronde.
    Lichtmodus: De configuratiemodus van het lichtnetwerk.
    Locatie volgende punt: Het volgende punt in een route of
    koers.
    Maximale snelheid: De hoogste snelheid voor de huidige
    activiteit.
    Maximum vermogen: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
    huidige activiteit.
    Max verm rnd: Het hoogste uitgangsvermogen voor de huidige
    ronde.
    Normalized Power: De Normalized Power™ voor de huidige
    activiteit.
    Normalized Power ronde: Het gemiddelde Normalized Power
    van de huidige ronde.
    NP laatste ronde: Het gemiddelde Normalized Power van de
    laatste voltooide ronde.
    Pedaalmidden-offset: Pedaalmidden-offset. Pedaalmiddenoffset is de locatie op het pedaaloppervlak waarop kracht
    wordt uitgeoefend.
    Pedaalsoepelheid: De meting van de krachtverdeling op de
    pedalen bij iedere pedaalslag door een gebruiker.
    Piekverm.fase links: De huidige piekvermogensfasehoek voor
    het linkerbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
    waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
    uitoefent.
    Piekverm.fase rechts: De huidige piekvermogensfasehoek
    voor het rechterbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
    waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
    uitoefent.
    Piekverm.fase ronde links: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
    ronde.
    28

    Prestatieconditie: De score voor de prestatieconditie is een
    real-time meting van uw prestatievermogen.
    Reisafstand: De geschatte afstand die u kunt afleggen op basis
    van de huidige eBike instellingen en de resterende
    batterijstroom.
    Resterende stijging: De resterende stijging tijdens een workout
    of koers als u een hoogtedoel hebt opgegeven.
    Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige ronde.
    Rondeafstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
    ronde.
    Rondebalans: De gemiddelde vermogensbalans links/rechts
    voor de huidige ronde.
    Rondecadans: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de huidige
    ronde.
    Ronde flow: De totale flowscore voor de huidige ronde.
    Ronde grit: De totale gritscore voor de huidige ronde.
    Ronde hartslag: De gemiddelde hartslag voor de huidige
    ronde.
    Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
    activiteit.
    Ronde PMO: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
    huidige ronde.
    Rondesnelh.: De gemiddelde snelheid voor de huidige ronde.
    Rondetijd: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
    Rondetijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt
    getrapt voor de huidige ronde.
    Rondetijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt
    getrapt voor de huidige ronde.
    Ronde-VAM: De gemiddelde stijgsnelheid voor de huidige
    ronde.
    Ronde watt/kg: Het gemiddelde uitgangsvermogen in watt per
    kilogram voor de huidige ronde.
    Schakeladvies: Het advies om op basis van uw huidige
    inspanning door of terug te schakelen. Uw eBike moet in de
    handmatige schakelmodus staan.
    Snelh.grafiek: Een lijndiagram dat uw snelheid voor de huidige
    activiteit weergeeft.
    Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
    Snelheidgraf.: Een staafdiagram dat uw huidige, gemiddelde en
    maximale snelheid voor de huidige activiteit weergeeft.
    Staafgrafiek cadans: Een staafdiagram dat uw huidige,
    gemiddelde en maximale cadanswaarden voor de huidige
    activiteit weergeeft.
    Staafgrafiek hartslag: Een staafdiagram dat uw huidige,
    gemiddelde en maximale hartslagwaarden voor de huidige
    activiteit weergeeft.
    Staafgrafiek vermogen: Een staafdiagram dat uw huidige,
    gemiddelde en maximale geleverde vermogen voor de
    huidige activiteit weergeeft.
    Status bundelhoek: De modus van de koplampbundel.
    Stijging Naar volg. koersp.: De resterende stijging tot het
    volgende punt in de koers.
    Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
    lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
    Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
    tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
    Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
    vermogenszone.
    Tijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt getrapt
    voor de huidige activiteit.
    Appendix



  • Page 33

    Tijd te gaan: De resterende tijd tijdens een workout of koers als
    u een tijdsdoel hebt opgegeven.
    Tijd tot bestemming: De tijd die u naar verwachting nodig hebt
    om de bestemming te bereiken. Deze gegevens worden
    alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd tot volg.: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om het
    volgende waypoint op de route te bereiken. Deze gegevens
    worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd voor: De tijd voor of achter de Virtual Partner.
    Tijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt getrapt
    voor de huidige activiteit.
    Timer: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
    Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    TSS: De Training Stress Score™ voor de huidige activiteit.
    VAM: De gemiddelde stijgsnelheid voor de huidige activiteit.
    Verbonden lampen: Het aantal verbonden lampen.
    Verm.fase ronde links: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het linkerbeen voor de huidige ronde.
    Verm.fase ronde rechts: De gemiddelde vermogensfasehoek
    voor het rechterbeen voor de huidige ronde.
    Verm.fase ronde rechts: De gemiddelde
    piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
    huidige ronde.
    Verm ltst rnd: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
    laatste voltooide ronde.
    Vermogen: Het huidige uitgangsvermogen in watt. Uw toestel
    moet zijn aangesloten op een compatibele vermogensmeter.
    Vermogen ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
    huidige ronde.
    Vermogensfase links: De huidige vermogensfasehoek voor het
    linkerbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
    positief vermogen wordt geproduceerd.

    Vermogensfase rechts: De huidige vermogensfasehoek voor
    het rechterbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied
    waar positief vermogen wordt geproduceerd.
    Vermogensgrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige,
    gemiddelde en maximale geleverde vermogen voor de
    huidige activiteit weergeeft.
    Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
    gebaseerd op uw FTP of aangepaste instellingen.
    Versn.combo: De huidige versnellingscombinatie van een
    versnellingspositiesensor.
    Versnell.ratio: Het aantal tanden op de voorste en achterste
    fietsversnellingen, zoals gedetecteerd door een
    versnellingspositiesensor.
    Versnelling achter: De achterste fietsversnelling van een
    versnellingspositiesensor.
    Versnellingen: De voorste en achterste fietsversnellingen van
    een versnellingspositiesensor.
    Versnelling voor: De voorste fietsversnelling van een
    versnellingspositiesensor.
    Verstreken tijd: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld de
    timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
    minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
    hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
    Watt/kg: De hoeveelheid uitgangsvermogen in watt per
    kilogram.
    Workoutstap: De huidige stap van het totale aantal stappen
    waaruit een workout is opgebouwd.
    Workoutverg.: Een grafiek waarin uw huidige inspanning wordt
    vergeleken met het workoutdoel.
    Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
    uw GPS-positie.
    Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
    GPS-positie.

    Standaardwaarden VO2 Max.
    In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
    Mannen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Voortreffelijk

    95

    55,4

    54

    52,5

    48,9

    45,7

    42,1

    Uitstekend

    80

    51,1

    48,3

    46,4

    43,4

    39,5

    36,7

    Goed

    60

    45,4

    44

    42,4

    39,2

    35,5

    32,3

    Redelijk

    40

    41,7

    40,5

    38,5

    35,6

    32,3

    29,4

    Slecht

    0–40

    <41,7

    <40,5

    <38,5

    <35,6

    <32,3

    <29,4

    Vrouwen

    Percentiel

    20–29

    30–39

    40–49

    50–59

    60–69

    70–79

    Voortreffelijk

    95

    49,6

    47,4

    45,3

    41,1

    37,8

    36,7

    Uitstekend

    80

    43,9

    42,4

    39,7

    36,7

    33

    30,9

    Goed

    60

    39,5

    37,8

    36,3

    33

    30

    28,1

    Redelijk

    40

    36,1

    34,4

    33

    30,1

    27,5

    25,9

    Slecht

    0–40

    <36,1

    <34,4

    <33

    <30,1

    <27,5

    <25,9

    Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.

    FTP-waarden

    Mannen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Deze tabellen bevatten classificaties voor geschat functioneel
    drempelvermogen (FTP) op basis van geslacht.

    Redelijk

    Tussen 2,23 en 2,78

    Ongetraind

    Minder dan 2,23

    Vrouwen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Voortreffelijk

    4,30 en meer

    Uitstekend

    Tussen 3,33 en 4,29

    Goed

    Tussen 2,36 en 3,32

    Mannen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Voortreffelijk

    5,05 en meer

    Uitstekend

    Tussen 3,93 en 5,04

    Goed

    Tussen 2,79 en 3,92

    Appendix

    29



  • Page 34

    Vrouwen

    Watt per kilogram (W/kg)

    Bandafmeting

    Wielmaat (mm)

    Redelijk

    Tussen 1,90 en 2,35

    26 × 2,125

    2070

    Ongetraind

    Minder dan 1,90

    26 × 2,35

    2083

    26 × 1-1/2

    2100

    26 × 3,00

    2170

    27 × 1

    2145

    27 × 1-1/8

    2155

    Berekeningen van hartslagzones

    27 × 1-1/4

    2161

    Zone % van
    maximale
    hartslag

    Waargenomen
    inspanning

    Voordelen

    27 × 1-3/8

    2169

    29 x 2.1

    2288

    29 x 2.2

    2298

    1

    Ontspannen,
    comfortabel tempo,
    regelmatige ademhaling

    Aerobische training
    voor beginners,
    verlaagt het stressniveau

    29 x 2.3

    2326

    650 x 20C

    1938

    650 x 23C

    1944

    Comfortabel tempo, iets
    diepere ademhaling,
    gesprek voeren is
    mogelijk

    Standaardcardiovasculaire training; korte
    herstelperiode

    650 × 35A

    2090

    650 × 38B

    2105

    650 × 38A

    2125

    Gematigd tempo,
    gesprek voeren iets
    lastiger

    Verbeterde aerobische
    capaciteit, optimale
    cardiovasculaire
    training

    700 × 18C

    2070

    700 × 19C

    2080

    700 × 20C

    2086

    700 × 23C

    2096

    700 × 25C

    2105

    700C (tubulair)

    2130

    700 × 28C

    2136

    700 × 30C

    2146

    700 × 32C

    2155

    700 × 35C

    2168

    700 × 38C

    2180

    700 × 40C

    2200

    700 × 44C

    2235

    700 × 45C

    2242

    700 × 47C

    2268

    FTP-waarden zijn gebaseerd op onderzoek verricht door Hunter
    Allen en Andrew Coggan, PhD, Training and Racing with a
    Power Meter (Boulder, CO: VeloPress, 2010).

    2

    3

    4

    5

    50–60%

    60–70%

    70–80%

    80–90%

    90–100%

    Hoog tempo en
    Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
    zware ademhaling
    drempel, hogere
    snelheid
    Sprinttempo, kan niet
    lang worden
    volgehouden;
    ademhaling zwaar

    Anaerobisch en
    musculair uithoudingsvermogen; meer
    kracht

    Wielmaat en omvang
    Uw snelheidsensor detecteert automatisch uw wielmaat. Indien
    nodig, kunt u handmatig uw wielmaat invoeren in de instellingen
    van de snelheidsensor.
    De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
    Dit is geen volledige lijst. U kunt ook de omtrek van uw wiel
    meten of een van de rekenmachines op internet gebruiken.
    Bandafmeting

    Wielmaat (mm)

    20 × 1,75

    1515

    20 × 1-3/8

    1615

    22 × 1-3/8

    1770

    22 × 1-1/2

    1785

    24 × 1

    1753

    24 × 3/4 (tubulair)

    1785

    24 × 1-1/8

    1795

    24 × 1,75

    1890

    24 × 1-1/4

    1905

    24 × 2,00

    1925

    24 × 2,125

    1965

    26 × 7/8

    1920

    26 × 1-1,0

    1913

    26 × 1

    1952

    26 × 1,25

    1953

    26 × 1-1/8

    1970

    26 × 1,40

    2005

    26 × 1,50

    2010

    26 × 1,75

    2023

    26 × 1,95

    2050

    26 × 2,00

    2055

    26 × 1-3/8

    2068

    26 × 2,10

    2068

    30

    Appendix



  • Page 35

    Index
    A
    aanraakscherm 1
    accessoires 16, 17, 26
    acclimatisering 8
    activiteiten opslaan 3
    adressen, zoeken 11
    afstand, waarschuwingen 21
    agenda 5, 6
    ANT+ sensoren 1, 16, 18
    fitnessapparatuur 6
    koppelen 17
    ANT+ sensors 17, 18
    koppelen 6
    applicaties 13, 15, 20
    smartphone 1
    Auto Lap 22
    Auto Pause 22
    auto scroll 22
    automatische slaapstand 22

    B
    banden 26
    banen 12
    bewerken 12
    laden 12
    verwijderen 13
    basisinstellingen 25
    batterij
    maximaliseren 26
    opladen 2
    type 2
    vervangen 25
    bestanden, overbrengen 19
    Bluetooth sensoren 1, 16
    Bluetooth technologie 13, 15, 22

    C

    verwijderen 19
    GLONASS 22
    GPS 6, 22
    signaal 1, 3, 26
    GroupTrack 14, 15

    H
    hartslag
    meter 7–9, 16, 24, 25
    waarschuwingen 21
    zones 16, 19, 30
    herstel 7, 9, 10
    het toestel herstellen 25
    hoogte 8, 26
    hoogtemeter, kalibreren 26
    hulp 14

    I
    indoortraining 6
    installeren 2, 3, 16, 17
    instellingen 15, 20, 22, 23
    toestel 23, 25
    intervallen, workouts 6

    K
    kaarten 10, 12
    bijwerken 24
    instellingen 13
    locaties zoeken 10
    oriëntatie 13
    kalibreren, vermogensmeter 18
    knoppen 1
    koersen 11–13
    maken 12
    koppelen 1
    ANT+ sensoren 17
    ANT+ sensors 6
    Bluetooth sensoren 17
    smartphone 1, 26

    cadans 17
    waarschuwingen 21
    calorie, waarschuwingen 21
    computer, verbinden 19
    Connect IQ 20
    contacten voor noodgevallen 14
    contactpersonen, toevoegen 14

    L

    D

    M

    de batterij vervangen 25
    doel 6
    doelstellingen 6

    LiveTrack 14, 15
    locaties 10
    verwijderen 11
    verzenden 14
    wijzigen 11
    zoeken met de kaart 10
    maateenheden 23

    N

    eBike 18
    extra scherm 23

    navigatie 10, 11
    stoppen 11
    terug naar start 11
    nuttige punten, zoeken 11

    F

    O

    E

    fietsdynamica 18
    fietsen 8
    fitness 9

    O-ringen. Zie banden
    ongevaldetectie 14
    overbrengen, bestanden 15

    G

    P

    Garmin Connect 1, 4–6, 12, 13, 15, 19, 24
    Garmin Express 15
    software bijwerken 24
    gebruikersgegevens, verwijderen 20
    gebruikersprofiel 20
    gegevens
    delen 23
    opslaan 19
    overbrengen 19
    schermen 21
    vastleggen 23
    gegevens delen 23
    gegevens middelen 17
    gegevens opslaan 19
    gegevens vastleggen 19
    gegevensvelden 20, 21, 26
    geschiedenis 3, 19
    naar de computer verzenden 19
    Index

    pedaalmidden-offset 18
    pedalen 18
    persoonlijke records 10
    verwijderen 10
    pictogrammen 1
    prestatieconditie 7, 10
    problemen oplossen 16, 25, 26
    profielen 20
    activiteit 20
    gebruiker 20

    R
    ronden 1
    routes 13
    instellingen 13
    maken 11, 12

    S

    scherm 23
    vergrendelen 1
    scherminstellingen 23
    schermknoppen 1
    schermverlichting 23
    segmenten 4
    verwijderen 5
    sensors voor snelheid en cadans 16, 17
    slaapmodus 22
    slim opslaan 19
    smartphone 1, 13, 20, 22
    applicaties 15
    apps 15
    koppelen 1, 26
    snelheids- en cadanssensoren 25
    software
    bijwerken 18, 24
    licentie 24
    versie 24
    specificaties 24
    startmelding 22
    stressniveau 7
    stressscore 10
    systeeminstellingen 23

    T
    taal 23, 26
    temperatuur 8, 26
    terug naar start 11
    tijd, waarschuwingen 21
    tijdzones 23
    timer 3, 19
    toestel
    herstellen 25
    onderhoud 24
    toestel aanpassen 21
    toestel bevestigen 2, 3
    toestel schoonmaken 24
    toestel-id 24
    tonen 23
    training 6, 8
    pagina's 3
    plannen 6
    schermen 21
    Training Effect 9, 10
    trainingsbelasting 7, 8
    trainingsstatus 7, 10

    U
    updates, software 18, 24
    USB 24
    loskoppelen 20

    V
    vergrendelen, scherm 1
    vermogen 18
    vermogen (kracht) 6
    meters 7–10, 17, 18, 29
    waarschuwingen 21
    zones 17
    vermogensfase 18
    verwijderen, alle gebruikersgegevens 20, 25
    via-punten, projecteren 11
    Virtual Partner 6
    VO2 max. 7, 8, 10, 29
    voeding, zones 19

    W
    waarschuwingen 21
    Wi‑Fi 13, 15, 24
    verbinden 15
    widgets 20
    wielmaten 30
    WiFi 1
    workouts 5, 6
    laden 5
    maken 5
    verwijderen 5
    wijzigen 5

    satellietsignalen 1, 3, 26
    31



  • Page 36

    Z
    zones
    tijd 23
    voeding 17

    32

    Index



  • Page 37



  • Page 38

    support.garmin.com

    Mei 2019
    190-02514-00_0A






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Garmin Edge 830 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Garmin Edge 830 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 6,67 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Garmin Edge 830

Garmin Edge 830 Bedienungsanleitung - Deutsch - 40 seiten

Garmin Edge 830 Bedienungsanleitung - Englisch - 50 seiten

Garmin Edge 830 Bedienungsanleitung - Französisch - 40 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info