Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/22
Nächste Seite
Edge
®
Explore 820
Gebruikershandleiding
Juli 2016 190-02077-75_0A
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Edge Explore 820
    ®

    Gebruikershandleiding

    Juli 2016

    190-02077-75_0A



  • Page 2

    Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke
    toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van
    deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar
    www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
    Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause en Edge zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
    Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Varia™, en Varia Vision™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
    dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
    ®

    ®

    ®

    ®

    ®

    Het woordmerk en de logo's van Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie
    verkregen. Mac is een handelsmerk van Apple, Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Windows is een geregistreerd handelsmerk van
    Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
    ®

    ®

    ®

    Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
    ®

    M/N: AA3001



  • Page 3

    Inhoudsopgave
    Inleiding........................................................................... 1
    Aan de slag ................................................................................. 1
    Het toestel opladen ..................................................................... 1
    Over de batterij ...................................................................... 1
    De standaardsteun installeren .................................................... 1
    De voorsteun installeren ............................................................. 1
    De Edge losmaken ................................................................. 2
    Knoppen ..................................................................................... 2
    Het verbindingenscherm weergeven ..................................... 2
    Overzicht startscherm ............................................................ 2

    Navigatie......................................................................... 2
    Een rit maken .............................................................................. 2
    Satellietsignalen ontvangen ................................................... 3
    Locaties ...................................................................................... 3
    Uw locatie markeren .............................................................. 3
    Locaties opslaan vanaf de kaart ............................................ 3
    Naar een locatie navigeren .................................................... 3
    Naar bekende coördinaten navigeren .................................... 3
    Terug naar startlocatie navigeren .......................................... 3
    Stoppen met navigeren .......................................................... 3
    Een locatie projecteren .......................................................... 3
    Locaties bewerken ................................................................. 3
    Een locatie verwijderen .......................................................... 4
    Koersen ...................................................................................... 4
    Een koers van internet volgen ............................................... 4
    Een koers plannen en volgen ................................................ 4
    Een rondrit maken en volgen ................................................. 4
    Tips voor trainen met koersen ............................................... 4
    Koersgegevens weergeven ................................................... 4
    Een koers stoppen ................................................................. 5
    Een koers verwijderen ........................................................... 5
    Koersopties ............................................................................ 5
    Route-instellingen ....................................................................... 5
    Een activiteit selecteren voor routeberekening ...................... 5
    Kaartinstellingen ......................................................................... 5
    De oriëntatie van de kaart wijzigen ........................................ 5

    Bluetooth® connected functies.................................... 5
    Uw smartphone koppelen ........................................................... 6
    Een GroupTrack sessie starten ............................................. 6
    Tips voor GroupTrack sessies ............................................... 6
    Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel ............... 6
    Audiowaarschuwingen afspelen tijdens uw activiteit .................. 6
    Ongevaldetectie .......................................................................... 7
    Ongevaldetectie instellen ....................................................... 7
    Fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen te
    waarschuwen contacten instellen .......................................... 7
    Ongevaldetectie in- en uitschakelen ...................................... 7
    Uw contacten voor noodgevallen weergeven ........................ 7
    Een automatisch bericht annuleren ....................................... 7
    Een statusupdate verzenden na een ongeval ....................... 7

    ANT+ sensors ................................................................. 7
    Uw ANT+ sensors koppelen ....................................................... 7
    Uw hartslagzones instellen .................................................... 7
    Omgevingsbewustzijn ................................................................. 8

    Uw rit verzenden naar Garmin Connect ..................................... 8
    Garmin Connect ..................................................................... 9
    Gegevensbeheer ........................................................................ 9
    Het toestel aansluiten op uw computer .................................. 9
    Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................... 9
    Bestanden verwijderen .......................................................... 9
    De USB-kabel loskoppelen .................................................... 9

    Uw toestel aanpassen.................................................... 9
    Connect IQ functies die u kunt downloaden ............................... 9
    Uw gebruikersprofiel instellen ................................................... 10
    Over ervaren sporters .......................................................... 10
    Uw activiteiteninstellingen bijwerken ........................................ 10
    Gegevensschermen aanpassen .......................................... 10
    Waarschuwingen ................................................................. 10
    Auto Lap® ............................................................................ 10
    Auto Pause gebruiken ......................................................... 11
    Automatische slaapstand gebruiken .................................... 11
    Auto Scroll gebruiken ........................................................... 11
    De timer automatisch starten ............................................... 11
    Bluetooth instellingen ............................................................... 11
    Systeeminstellingen .................................................................. 11
    De satellietinstelling wijzigen ............................................... 11
    De accentkleur wijzigen ....................................................... 11
    Scherminstellingen ............................................................... 11
    Instellingen voor gegevens vastleggen ................................ 11
    De maateenheden wijzigen ................................................. 12
    De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 12
    De taal van het toestel wijzigen ........................................... 12
    De configuratie-instellingen wijzigen .................................... 12
    Tijdzones .............................................................................. 12

    Toestelinformatie......................................................... 12
    Edge specificaties ..................................................................... 12
    Toestelonderhoud ..................................................................... 12
    Het toestel schoonmaken .................................................... 12

    Problemen oplossen.................................................... 12
    Het toestel resetten ................................................................... 12
    Gebruikersgegevens wissen ................................................ 12
    Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 12
    De modus Batterijbesparing inschakelen ............................ 12
    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 12
    De hoogte instellen ................................................................... 12
    Temperatuurmetingen .............................................................. 13
    Vervangende O-ringen ............................................................. 13
    Toestelgegevens weergeven .................................................... 13
    De software bijwerken .............................................................. 13
    Ondersteuning en updates ....................................................... 13
    Meer informatie ......................................................................... 13

    Appendix....................................................................... 13
    Gegevensvelden ....................................................................... 13
    Berekeningen van hartslagzones ............................................. 14
    Wielmaat en omvang ................................................................ 14
    Softwarelicentieovereenkomst .................................................. 15
    Blootstelling aan RF-straling ..................................................... 15

    Index.............................................................................. 16

    Geschiedenis.................................................................. 8
    Uw rit weergeven ........................................................................ 8
    Gegevenstotalen weergeven ................................................. 8
    Tijd in elke hartslagzone weergeven ..................................... 8
    Een rit verwijderen ...................................................................... 8
    Persoonlijke records ................................................................... 8
    Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 8
    Een persoonlijk record terugzetten ........................................ 8
    Een persoonlijk record verwijderen ........................................ 8
    Inhoudsopgave

    i



  • Page 4



  • Page 5

    Inleiding
    WAARSCHUWING
    Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
    verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
    informatie.
    Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
    begint of wijzigt.

    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te

    bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Plaats de rubberen schijf À op de achterzijde van de
    fietssteun.
    De rubberen lipjes zijn in lijn met de achterzijde van de
    fietssteun, zodat deze op zijn plaats blijft.

    Aan de slag
    Als u het toestel voor de eerste keer gebruikt, voert u de
    volgende taken uit om het toestel in te stellen en vertrouwd te
    raken met de basisfuncties.
    1 Laad het toestel op (Het toestel opladen, pagina 1).
    2 Bevestig het toestel met de standaardsteun (De
    standaardsteun installeren, pagina 1) of de voorsteun (De
    voorsteun installeren, pagina 1).
    Schakel
    het toestel in (Knoppen, pagina 2).
    3
    4 Zoek naar satellieten (Satellietsignalen ontvangen,
    pagina 3).
    5 Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).
    6 Upload uw rit naar Garmin Connect™ (Uw rit verzenden naar
    Garmin Connect, pagina 8).

    3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
    4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden Á.
    5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
    de inkepingen op de fietssteun Â.
    6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
    het vastklikt.

    Het toestel opladen
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.
    Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
    lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
    stopcontact of een USB-poort op uw computer.
    OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
    goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
    pagina 12).
    1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.

    De voorsteun installeren
    1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel

    te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
    brengt.
    2 Gebruik de inbussleutel om de schroef À te verwijderen uit
    de stuurverbinding Á.

    2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
    op het toestel.

    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter
    of een USB-poort van een computer.

    4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
    Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
    toestel ingeschakeld.
    5 Laad het toestel volledig op.

    3 Als u de richting van de steun wilt wijzigen, verwijder dan

    4

    Over de batterij
    WAARSCHUWING
    Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
    veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
    productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

    5
    6

    ®

    De standaardsteun installeren
    Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
    dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
    fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
    Inleiding

    indien nodig de twee schroeven aan de achterzijde van de
    steun Â, draai de aansluiting Ã, en plaats de schroeven
    terug.
    Plaats het rubberen kussentje rond het stuur:
    • Gebruik het dikke kussentje als de diameter van het stuur
    25,4 mm is.
    • Gebruik het dunne kussentje als de diameter van het stuur
    31,8 mm is.
    Plaats de stuurverbinding rond het rubberen kussentje.
    Plaats de schroef terug en draai deze aan.
    OPMERKING: Garmin raadt een moment van 0,8 N-m (7
    lbf-inch) aan. Controleer regelmatig of schroef goed vast zit.
    Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edge toestel in lijn
    met de inkepingen op de fietssteun Ä.

    7

    1



  • Page 6

    Selecteer om een rit te maken.
    Waarheen? Selecteer om een locatie te markeren, locaties te zoeken
    en een koers te maken of te navigeren.
    Koersen

    Selecteer om een nieuwe koers te maken of een
    opgeslagen koers te openen.
    Selecteer om uw geschiedenis, trainingsopties, persoonlijke records, contactpersonen en instellingen weer te
    geven.

    8 Duw deze iets omlaag en draai het Edge toestel met de klok
    mee totdat het vastklikt.

    De schermverlichting gebruiken
    Tik op het aanraakscherm om de schermverlichting in te
    schakelen.
    OPMERKING: U kunt de time-out voor de schermverlichting
    aanpassen (Scherminstellingen, pagina 11).
    1 Veeg in het startscherm of een gegevensscherm omlaag
    vanaf de bovenkant van het scherm.
    2 Selecteer Helderheid om de helderheid handmatig met de
    pijlen aan te passen.

    De Edge losmaken
    1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
    2 Til de Edge van de steun.

    Knoppen

    À

    Selecteer om het toestel in de slaapstand te zetten of eruit te
    halen.
    Houd ingedrukt om het toestel in of uit te schakelen en het
    aanraakscherm te vergrendelen.

    Á

    Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde wilt markeren.

    Â

    Selecteer deze knop om de timer te starten of te stoppen.

    Het verbindingenscherm weergeven
    Het verbindingenscherm geeft de status van de GPS, ANT+
    sensors en draadloze verbindingen weer.
    Veeg in het startscherm of een gegevensscherm omlaag
    vanaf de bovenkant van het scherm.

    Selecteer om uw Connect IQ™ apps, widgets en gegevensvelden weer te geven.

    Het aanraakscherm gebruiken
    • Tik op het scherm wanneer de timer loopt om de timeroverlay weer te geven.
    Met de timer-overlay kunt u teruggaan naar het startscherm
    tijdens een rit.
    • Selecteer
    om terug te keren naar het startscherm.
    • Veeg of selecteer de pijlen om te bladeren.
    • Selecteer
    om terug te keren naar de vorige pagina.
    • Selecteer
    om uw wijzigingen op te slaan en de pagina te
    sluiten.
    • Selecteer om de pagina te sluiten en terug te keren naar
    de vorige pagina.
    • Selecteer om nabij een locatie te zoeken.
    • Selecteer om een item te verwijderen.
    • Selecteer voor meer informatie.
    Het aanraakscherm vergrendelen
    U kunt het scherm vergrendelen om te voorkomen dat u per
    ongeluk op het scherm tikt en functies activeert.
    1 Houd ingedrukt.
    2 Selecteer Vergr. scherm.

    ®

    Navigatie
    Een rit maken
    Als u een ANT+ sensor of accessoire gebruikt, kunt u deze/dit
    koppelen en activeren bij de eerste installatie.
    1 Houd ingedrukt om het toestel in te schakelen.
    2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
    gevonden.
    De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.
    3 Selecteer in het startscherm .
    4 Selecteer om de timer te starten.

    Het verbindingenscherm wordt weergegeven. Een
    knipperend pictogram betekent dat het toestel aan het
    zoeken is.

    Overzicht startscherm
    Vanuit het startscherm hebt u snel toegang tot alle functies van
    het Edge toestel.
    2

    Navigatie



  • Page 7

    5

    6
    7

    8
    9

    OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
    de timer is gestart.
    Veeg naar links of rechts om meer gegevensschermen te
    bekijken.
    U kunt omlaag vegen vanaf de bovenkant van de
    gegevensschermen om het verbindingenscherm weer te
    geven.
    Tik zo nodig op het scherm om de timer-overlay weer te
    geven.
    Selecteer
    om de timer te stoppen.
    TIP: Voordat u deze rit opslaat en deelt op uw Garmin
    Connect account, kunt u het rittype wijzigen. Nauwkeurige
    rittypegegevens zijn belangrijk voor het kiezen van
    fietsvriendelijke routes.
    Selecteer Bewaar rit.
    Selecteer .

    Satellietsignalen ontvangen
    Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
    om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
    worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
    1 Ga naar buiten naar een open gebied.
    De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
    2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
    Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
    worden gevonden.

    Locaties
    U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.

    Uw locatie markeren
    Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
    zoeken.
    Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
    bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
    1 Maak een rit.
    > Markeer positie > .
    2 Selecteer Waarheen? >

    Locaties opslaan vanaf de kaart
    > Selecteer het zoekgebied >
    1 Selecteer Waarheen? >
    2
    3
    4
    5

    Een punt op de kaart.
    Zoek de gewenste locatie op de kaart.
    Selecteer de locatie.
    Er verschijnt informatie over de locatie boven aan de kaart.
    Selecteer de informatie over de locatie.
    Selecteer > .

    Naar een locatie navigeren
    1 Selecteer Waarheen?.
    2 Selecteer een optie:

    Navigatie

    • Selecteer Zoekfuncties om naar een nuttig punt, stad,
    kruispunt of locatie met bekende coördinaten te
    navigeren.
    • Selecteer Adressen om een specifiek adres in te voeren.
    • Selecteer Opgeslagen locaties om naar een opgeslagen
    locatie te navigeren.
    • Selecteer Recent gevonden om te navigeren naar een
    van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
    • Selecteer
    > Selecteer het zoekgebied om uw
    zoekgebied te verfijnen.
    3 Selecteer een locatie.
    4 Selecteer Rijden.
    5 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.

    Naar bekende coördinaten navigeren
    1 Selecteer Waarheen? > Zoekfuncties > Coördinaten.
    2 Geef de coördinaten op en selecteer .
    3 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.
    Terug naar startlocatie navigeren
    Tijdens een rit kunt u op ieder gewenst moment terugkeren naar
    het startpunt.
    1 Maak een rit (Een rit maken, pagina 2).
    2 Tik tijdens uw rit ergens op het scherm om de timer-overlay
    weer te geven.
    3 Selecteer > Waarheen? > Terug naar start.
    4 Selecteer Langs dezelfde route of Meest directe route.
    5 Selecteer Rijden.
    Het toestel navigeert terug naar het startpunt van uw rit.

    Stoppen met navigeren
    1 Tik zo nodig op het scherm om de timer-overlay weer te

    geven.
    2 Blader naar de kaart.
    3 Selecteer > .

    Een locatie projecteren
    U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
    projecteren vanaf een gemarkeerde locatie naar een nieuwe
    locatie.
    1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
    4 Selecteer > Projecteer locatie.
    5 Geef de afstand en de peiling op voor de geprojecteerde
    locatie.
    6 Selecteer .

    Locaties bewerken
    1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer de informatiebalk boven in het scherm.
    3



  • Page 8

    4 Selecteer .
    5 Selecteer een kenmerk.
    Selecteer bijvoorbeeld Wijzig hoogte om een bekende hoogte
    voor de locatie op te geven.
    6 Voer de nieuwe informatie in en selecteer .

    Een locatie verwijderen
    1 Selecteer Waarheen? > Opgeslagen locaties.
    2 Selecteer een locatie.
    3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
    4 Selecteer > Verwijder locatie > .

    Koersen
    U kunt vanuit uw Garmin Connect een koers verzenden naar uw
    toestel. Als de koers op uw toestel is opgeslagen, kunt u deze
    daarop volgen. Het is ook mogelijk om direct op uw toestel een
    aangepaste koers te maken en op te slaan.
    U kunt bijvoorbeeld een vastgelegde koers volgen omdat de
    route u beviel. Of u kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk
    vastleggen en volgen.

    Een koers van internet volgen
    Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect,
    moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
    Connect, pagina 9).
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    2 Ga naar www.garminconnect.com.
    3 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
    4 Selecteer Verzend naar toestel.
    5 Koppel het toestel los en schakel het in.
    6 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
    7 Selecteer de koers.
    8 Selecteer Rijden.

    Een koers plannen en volgen
    U kunt een aangepaste koers maken en volgen. Een koers
    bestaat uit een serie via-punten of locaties die u naar uw
    bestemming leidt.
    1 Selecteer Koersen > Koers maken > Voeg eerste locatie
    toe.
    2 Selecteer een optie:
    • Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
    selecteert u Huidige locatie.
    • Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
    Opgeslagen en kiest u een locatie.
    • Als u een locatie wilt selecteren waarnaar u onlangs hebt
    gezocht, selecteert u Recent gevonden en kiest u een
    locatie.
    • Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
    Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
    • Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
    u Categorieën nuttige punten en selecteert u een nuttig
    punt in de buurt.
    • Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Plaatsen en
    kiest u een nabijgelegen stad.
    • Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Adressen en
    voert u het adres in.
    • Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
    Kruispunten en voert u de straatnamen in.
    • Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
    Coördinaten en voert u de coördinaten in.
    3 Selecteer Gebruik.
    4 Selecteer Voeg volg. locatie toe.
    4

    5 Herhaal de stappen 2 tot en met 4 totdat u alle locaties voor
    de route hebt geselecteerd.
    6 Selecteer Bekijk kaart.
    Het toestel berekent uw route en vervolgens wordt er een
    kaart van de route weergegeven.
    TIP: Selecteer
    om een hoogteprofiel van de route te
    bekijken.
    7 Selecteer Rijden.

    Een rondrit maken en volgen
    Het toestel kan een rondrit maken op basis van een opgegeven
    afstand, startlocatie en navigatierichting.
    1 Selecteer Koersen > Rondrit.
    2 Selecteer Afstand en voer de totale afstand van de koers in.
    3 Selecteer Startlocatie.
    4 Selecteer een optie:
    • Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
    selecteert u Huidige locatie.
    • Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
    Opgeslagen en kiest u een locatie.
    • Als u een locatie wilt selecteren waarnaar u onlangs hebt
    gezocht, selecteert u Recent gevonden en kiest u een
    locatie.
    • Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
    Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
    • Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
    u Categorieën nuttige punten en selecteert u een nuttig
    punt in de buurt.
    • Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Plaatsen en
    kiest u een nabijgelegen stad.
    • Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Adressen en
    voert u het adres in.
    • Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
    Kruispunten en voert u de straatnamen in.
    • Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
    Coördinaten en voert u de coördinaten in.
    5 Selecteer Startrichting en selecteer een richting.
    6 Selecteer Zoeken.
    TIP: Selecteer om opnieuw te zoeken.
    7 Selecteer een koers om deze op de kaart weer te geven.
    TIP: Selecteer en om de overige koersen weer te geven.
    8 Selecteer Rijden.

    Tips voor trainen met koersen
    • Gebruik afslagbegeleiding (Koersopties, pagina 5).
    • Als u een warming-up doet, selecteert u
    om de koers te
    starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
    • Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
    de koers komt.
    Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar de koers. Als u
    op het pad van de koers komt, wordt er een bericht
    weergegeven.
    • Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
    Als u van de koers afwijkt, wordt een bericht weergegeven.

    Koersgegevens weergeven
    1 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Overzicht om een overzicht van koersgegevens
    weer te geven.
    • Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
    Navigatie



  • Page 9

    • Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
    weer te geven.
    • Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
    informatie weer te geven over elke ronde.
    Een koers op de kaart weergeven
    Voor elke koers die op uw toestel is opgeslagen, kunt u instellen
    hoe deze wordt weergegeven op de kaart. U kunt bijvoorbeeld
    instellen dat de rit naar uw werk altijd in geel wordt
    weergegeven op de kaart. En u kunt een andere koers in groen
    weergeven. Zo kunt u de koersen zien onder het rijden zonder
    dat u een bepaalde koers volgt.
    1 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
    2 Selecteer de koers.
    3 Selecteer Instellingen.
    4 Selecteer Altijd weergeven om de koers weer te geven op
    de kaart.
    5 Selecteer Kleur en selecteer een kleur.
    6 Selecteer Koerspunten om ook koerspunten weer te geven
    op de kaart.
    De volgende keer dat u in de buurt van de koers rijdt, wordt
    deze weergegeven op de kaart.

    Een koers stoppen
    1 Blader naar de kaart.
    2 Selecteer > .
    Een koers verwijderen
    1 Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen.
    2 Selecteer een koers.
    3 Selecteer > .
    Koersopties
    Selecteer Koersen > Opgeslagen koersen > .
    Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
    of uit.
    Koersfoutwaarsch.: Waarschuwt u als u van de koers afwijkt.
    Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen koersen op naam zoeken.
    Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen koersen van
    het toestel verwijderen.

    Route-instellingen
    Selecteer
    > Instellingen > Activiteitenprofielen >
    Navigatie > Routebepaling.
    Routemodus: Hiermee stelt u uw transportmiddel in om uw
    route te optimaliseren.
    Berekeningswijze: Hiermee stelt u de methode in waarmee uw
    route wordt berekend.
    Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
    kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
    Herberekenen: Herberekent automatisch de route wanneer u
    van de route afwijkt.
    Te vermijden instellen: Hiermee stelt u in welke wegtypen u
    wilt vermijden.

    Een activiteit selecteren voor routeberekening
    U kunt het toestel de route laten berekenen op basis van het
    activiteittype.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Navigatie > Routebepaling > Routemodus.
    3 Selecteer een optie om uw route opnieuw te berekenen.
    U kunt bijvoorbeeld Tourfietsen selecteren voor navigatie
    over de weg of Mountainbiken voor offroadnavigatie.

    Bluetooth connected functies
    ®

    Kaartinstellingen
    Selecteer
    > Instellingen > Activiteitenprofielen >
    Navigatie > Kaart.
    Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
    op de pagina.
    Auto.zoom: Hiermee selecteert u automatisch een zoomniveau
    voor de kaart. Als u Uit selecteert, moet u handmatig in- en
    uitzoomen.
    Kaartdetail: Hiermee stelt u het detailniveau van de kaart in. Als
    er meer details worden weergegeven, wordt de kaart
    mogelijk langzamer opnieuw getekend.
    Begeleidingstekst: Hiermee stelt u in wanneer afslag-voorafslag navigatieaanwijzingen worden weergegeven (vereist
    navigatiekaarten).
    Kaartzichtbaarheid: Hiermee kunt u de geavanceerde
    kaartfuncties opgeven.
    Kaartinformatie: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
    kaarten in- of uitschakelen.

    De oriëntatie van de kaart wijzigen
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Navigatie > Kaart > Oriëntatie.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
    pagina weer te geven.
    • Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
    aan de pagina weer te geven.
    • Selecteer 3D-modus om de kaart driedimensionaal weer
    te geven.

    Bluetooth connected functies
    ®

    Het Edge toestel beschikt over Bluetooth communicatiefuncties
    voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor
    sommige functies moet u Garmin Connect Mobile op uw
    smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com/intosports
    /apps voor meer informatie.
    OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw
    Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele
    van deze functies.
    LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
    races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
    volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
    live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
    zien.
    GroupTrack: Hiermee kunt u andere fietsers in uw groep die
    LiveTrack gebruiken direct op het scherm en in real-time
    volgen.
    Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
    wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
    klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
    Koersen downloaden van Garmin Connect: Hiermee kunt u
    zoeken naar koersen op Garmin Connect met uw
    smartphone en deze naar uw toestel verzenden.
    Overdracht tussen toestellen: Hiermee kunt u bestanden
    draadloos overbrengen naar een ander compatibel Edge
    toestel.
    Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
    favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
    activiteit uploadt naar Garmin Connect.
    Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
    waarschuwingen naar uw toestel.
    Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
    toestel.

    5



  • Page 10

    Audiomeldingen: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u op
    uw smartphone tijdens het fietsen statusberichten afspelen.
    Ongevaldetectie: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u
    een bericht sturen naar uw contacten voor noodgevallen als
    het Edge toestel een incident detecteert.

    Uw smartphone koppelen
    1 Ga naar www.garmin.com/intosports/apps en download de
    2
    3
    4
    5

    6

    Garmin Connect Mobile app op uw smartphone.
    Houd uw smartphone binnen 10 m (33 ft.) van uw toestel.
    Selecteer op uw toestel
    > Instellingen > Bluetooth >
    Schakel in > Koppel smartphone en volg de instructies op
    het scherm.
    Open de Garmin Connect Mobile app.
    Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
    Garmin Connect account:
    • Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
    Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.
    • Als u reeds een ander toestel hebt gekoppeld met de
    Garmin Connect Mobile app, selecteert u Garmin
    toestellen > in het instellingenmenu van de Garmin
    Connect Mobile app en volgt u de instructies op het
    scherm.
    Volg de instructies op het scherm om telefoonmeldingen in te
    schakelen (optioneel).
    OPMERKING: Voor telefoonmeldingen is een compatibele
    smartphone voorzien van Bluetooth Smart draadloze
    technologie vereist. Ga naar www.garmin.com/ble voor
    informatie over compatibiliteit.

    Een GroupTrack sessie starten
    Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u
    beschikken over een Garmin Connect account, een compatibele
    smartphone en de Garmin Connect Mobile app.
    Deze instructies gelden voor het starten van een GroupTrack
    sessie met een Edge 820 toestel. Fietsers in uw groep die een
    ander Edge model hebben, kunt u op de kaart zien. De andere
    Edge modellen kunnen geen GroupTrack fietsers op de kaart
    weergeven.
    1 Ga naar buiten en schakel het Edge toestel in.
    2 Koppel uw smartphone met het Edge toestel (Uw
    smartphone koppelen, pagina 6).
    > Instellingen >
    3 Selecteer op het Edge toestel
    GroupTrack om de weergave van connecties op het
    kaartscherm in te schakelen.
    4 Selecteer in het instellingenmenu van de Garmin Connect
    Mobile app LiveTrack > GroupTrack.
    5 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
    OPMERKING: Als u meerdere compatibele toestellen hebt,
    selecteert u één daarvan voor de GroupTrack sessie.
    6 Selecteer Start LiveTrack.
    7 Selecteer op het Edge toestel en begin uw rit.
    8 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.

    Tik op een pictogram op de kaart om de locatie en
    koersinformatie van andere fietsers die deelnemen aan de
    GroupTrack sessie weer te geven.
    9 Blader naar de GroupTrack lijst.
    Als u in de lijst een fietser selecteert, wordt deze midden op
    de kaart weergegeven.

    Tips voor GroupTrack sessies
    Met de functie GroupTrack kunt u andere fietsers in uw groep
    die LiveTrack gebruiken direct op het scherm volgen. Alle
    fietsers in de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
    Connect account.
    • Koppel uw Edge toestel met uw smartphone via Bluetooth
    technologie.
    • Selecteer in het instellingenmenu op de Garmin Connect
    Mobile app Connecties om de lijst met fietsers voor uw
    GroupTrack sessie bij te werken.
    • Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
    smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
    Connect Mobile app.
    • Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (16 km of
    10 mijl).
    • Blader tijdens een GroupTrack sessie naar de kaart om uw
    connecties weer te geven.
    • Stap even af als u wilt proberen om de locatie en
    koersinformatie van andere fietsers in de GroupTrack sessie
    weer te geven.

    Bestanden overbrengen naar een ander
    Edge toestel
    U kunt bestanden draadloos overbrengen van het ene
    compatibele Edge toestel naar het andere via Bluetooth
    technologie.
    1 Schakel beide Edge toestellen in en breng ze binnen bereik
    (3 m) van elkaar.
    >
    2 Selecteer op het toestel met de bestanden
    Toesteloverdrachten > Deel bestanden > .
    3 Selecteer een of meer bestanden om over te brengen en
    selecteer .
    >
    4 Selecteer op het toestel dat de bestanden ontvangt
    Toesteloverdrachten.
    5 Selecteer een beschikbare verbinding.
    6 Selecteer een of meer bestanden om te ontvangen en
    selecteer .
    Als het bestand is overgebracht, wordt op beide toestellen een
    bericht weergegeven.

    Audiowaarschuwingen afspelen tijdens uw
    activiteit
    Voordat u audiowaarschuwingen kunt instellen, moet u een
    smartphone met de Garmin Connect Mobile app koppelen met
    uw Edge toestel.
    6

    Bluetooth connected functies
    ®



  • Page 11

    U kunt de Garmin Connect Mobile app zodanig instellen dat er
    tijdens het hardlopen of een andere activiteit motiverende
    statusmeldingen worden afgespeeld op uw smartphone.
    Audiowaarschuwingen vermelden het rondenummer en de
    rondetijd, het tempo of de snelheid en ANT+ sensorgegevens.
    Tijdens een audiowaarschuwing dempt de Garmin Connect
    Mobile app het geluid van de primaire audio van de smartphone
    om de aankondiging af te spelen. U kunt de volumeniveaus
    aanpassen in de Garmin Connect Mobile app.
    1 Selecteer in de instellingen van de Garmin Connect Mobile
    app de optie Garmin toestellen.
    2 Selecteer uw toestel.
    3 Selecteer zo nodig Toestelinstellingen.
    4 Selecteer Audiowaarschuwingen.

    Ongevaldetectie
    VOORZICHTIG
    Ongevaldetectie is een aanvullende functie die in eerste
    instantie is bedoeld voor gebruik op de weg. Ongevaldetectie
    dient niet te worden beschouwd als primaire methode voor het
    verkrijgen van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect Mobile
    app neemt geen contact op met hulpdiensten namens u.
    Als door uw Edge toestel met GPS een ongeval wordt
    gedetecteerd, kan de Garmin Connect Mobile app automatisch
    een sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties
    verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
    Op uw toestel en gekoppelde smartphone wordt een bericht
    weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
    seconden zullen worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig
    hebt, kunt u de automatische noodoproep annuleren.
    Voordat u ongevaldetectie op uw toestel kunt inschakelen, moet
    u in de Garmin Connect Mobile app de gegevens invoeren van
    de in geval van nood te waarschuwen personen. Uw
    gekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een dataabonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van de
    netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
    noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
    (standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).

    Ongevaldetectie instellen
    1 Ga naar www.garmin.com/intosports/apps en download de
    Garmin Connect Mobile app naar uw smartphone.

    2 Koppel uw smartphone met uw toestel (Uw smartphone

    koppelen, pagina 6).
    3 Voer in de Garmin Connect Mobile app (Fietsergegevens en
    de gegevens van in noodgevallen te waarschuwen contacten
    instellen, pagina 7).
    4 Schakel ongevaldetectie op uw toestel in (Ongevaldetectie
    in- en uitschakelen, pagina 7).
    5 Schakel GPS op uw toestel in (De satellietinstelling wijzigen,
    pagina 11).

    Fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen
    te waarschuwen contacten instellen
    1 Open de Garmin Connect Mobile app op uw smartphone.
    2 Selecteer in de app-instellingen Ongevaldetectie.
    3 Voer de fietsergegevens en de gegevens van in
    noodgevallen te waarschuwen contacten in.
    Uw geselecteerde contacten ontvangen een bericht waarin
    wordt bevestigd dat zij voor ongevaldetectie de te
    waarschuwen contacten zijn.

    Ongevaldetectie in- en uitschakelen
    Selecteer

    ANT+ sensors

    > Instellingen > Systeem > Ongevaldetectie.

    Uw contacten voor noodgevallen weergeven
    Voordat u uw contacten voor noodgevallen op uw toestel kunt
    weergeven, moet u uw fietsergegevens en de gegevens van in
    noodgevallen te waarschuwen contacten opgeven in de Garmin
    Connect Mobile app.
    Selecteer
    > Contactpersonen.
    De namen en telefoonnummers van uw in noodgevallen te
    waarschuwen contacten worden weergegeven.

    Een automatisch bericht annuleren
    Als een ongeval door uw toestel wordt gedetecteerd, kunt u het
    automatische waarschuwingsbericht op uw toestel of uw
    gekoppelde smartphone annuleren om te voorkomen dat het
    naar uw contacten voor noodgevallen wordt verzonden.
    Selecteer Annuleer >
    voordat de 30 seconden wachttijd is
    verstreken.

    Een statusupdate verzenden na een ongeval
    Voordat u een statusupdate naar uw contacten voor
    noodgevallen kunt verzenden, moet uw toestel een ongeval
    detecteren en een automatisch waarschuwingsbericht
    verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
    U kunt een statusupdate verzenden naar uw contacten voor
    noodgevallen om ze te informeren dat u geen hulp nodig hebt.
    1 Veeg omlaag vanaf de bovenkant van het scherm om het
    connectiesscherm weer te geven.
    2 Selecteer Ongeval gedetecteerd > Verzend het bericht "Ik
    ben in orde".
    Een bericht wordt verzonden naar al uw contacten voor
    noodgevallen.

    ANT+ sensors
    Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
    ANT+ sensors. Ga voor meer informatie over compatibiliteit en
    de aanschaf van optionele sensors naar http://buy.garmin.com.

    Uw ANT+ sensors koppelen
    Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
    de sensor plaatsen.
    Koppelen is het maken van een verbinding tussen ANT+
    draadloze sensors, bijvoorbeeld het verbinden van een
    hartslagmeter met uw Garmin toestel.
    1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
    OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
    ANT+ sensors van andere gebruikers vandaan bent tijdens
    het koppelen.
    Selecteer
    > Instellingen > Sensors > Voeg sensor toe.
    2
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer een sensortype.
    • Selecteer Zoek alles om sensors in de buurt te zoeken.
    Er wordt een lijst met beschikbare sensors weergegeven.
    4 Selecteer een of meerdere sensors om te koppelen met uw
    toestel.
    5 Selecteer Voeg toe.
    Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
    sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld
    aanpassen om sensorgegevens weer te geven.

    Uw hartslagzones instellen
    Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
    om uw hartslagzones te bepalen. U kunt de hartslagzones
    handmatig aanpassen op basis van uw fitnessdoelen
    (Fitnessdoelstellingen, pagina 8). Stel uw maximale hartslag,
    hartslag in rust en hartslagzones in voor de meest nauwkeurige
    caloriegegevens tijdens een activiteit.
    7



  • Page 12

    1 Selecteer

    > Mijn statistieken > Trainingszones >
    Hartslagzones.
    2 Voer de maximumwaarde en rustwaarde voor uw hartslag in.
    De zonewaarden worden automatisch bijgewerkt; u kunt elke
    waarde echter ook handmatig aanpassen.
    3 Selecteer Op basis van:.
    4 Selecteer een optie:
    • Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
    minuut weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % Max. om de zones als een percentage van
    uw maximumhartslag weer te geven en te wijzigen.
    • Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
    uw hartslag in rust weer te geven en te wijzigen.
    Hartslagzones
    Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
    kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
    verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
    hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
    hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
    oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
    berekend op basis van de percentages van uw maximale
    hartslag.
    Fitnessdoelstellingen
    Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
    verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
    te passen.
    • Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
    training.
    • Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
    cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
    • Als u uw hartslagzones kent, kunt u het risico op blessures
    verlagen en voorkomen dat u te zwaar traint.
    Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
    van hartslagzones, pagina 14) gebruiken om de beste
    hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
    Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
    rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
    sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
    maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
    220 min uw leeftijd.

    Omgevingsbewustzijn
    Uw Edge toestel kan worden gebruikt met het Varia Vision™
    toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en achteruitkijkradar voor
    een verbeterd omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding
    van het Varia toestel voor meer informatie.
    OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken
    voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken,
    pagina 13).

    Geschiedenis
    Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
    snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
    sensorgegevens.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
    weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
    automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
    regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
    houden.

    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer een optie.
    Gegevenstotalen weergeven
    U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
    hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
    afstand en calorieën.
    Selecteer
    > Geschiedenis > Totalen.

    Tijd in elke hartslagzone weergeven
    Voordat u uw tijd in elke trainingszone kunt weergeven, moet u
    uw toestel koppelen met een compatibele hartslagmeter, een
    activiteit voltooien en de activiteit opslaan.
    Het bekijken van uw tijd in elke hartslagzone kan u helpen bij
    het aanpassen van uw trainingsintensiteit. U kunt uw
    vermogenszones (Uw hartslagzones instellen, pagina 7)
    aanpassen aan uw doelen en mogelijkheden. U kunt een
    gegevensveld aanpassen om uw tijd in trainingszones tijdens
    uw rit weer te geven (Gegevensschermen aanpassen,
    pagina 10).
    > Geschiedenis > Ritten.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een rit.
    3 Selecteer Tijd in hartslagzone.

    Een rit verwijderen
    1
    2
    3
    4

    Selecteer
    > Geschiedenis > Ritten.
    Selecteer > Wis.
    Selecteer een rit.
    Selecteer .

    Persoonlijke records
    Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
    nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
    hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
    tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
    stijging tijdens een rit.

    Uw persoonlijke records weergeven
    Selecteer

    > Mijn statistieken > Persoonlijke records.

    Een persoonlijk record terugzetten
    U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
    > Mijn statistieken > Persoonlijke records.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde.
    3 Selecteer Vorig record > .
    OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
    manier niet gewist.

    Een persoonlijk record verwijderen
    > Mijn statistieken > Persoonlijke records.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een persoonlijk record.
    3 Selecteer > .

    Uw rit verzenden naar Garmin Connect
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.
    1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.

    Uw rit weergeven
    1 Selecteer
    8

    > Geschiedenis > Ritten.
    Geschiedenis



  • Page 13

    Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
    Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
    volume op Mac computers.

    Bestanden overbrengen naar uw toestel
    1 Verbind het toestel met uw computer.

    2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
    op het toestel.

    3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
    van de computer.

    4 Ga naar www.garminconnect.com/start.
    5 Volg de instructies op het scherm.
    Garmin Connect
    U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
    Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
    analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
    prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
    wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
    meer. Meld u aan voor een gratis account op
    www.garminconnect.com/start.
    Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
    hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
    naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
    Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
    informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
    hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
    bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
    en instelbare rapporten.
    OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
    accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.

    2
    3
    4
    5
    6
    7

    Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
    een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
    computers wordt het toestel weergegeven als een
    geïnstalleerd volume.
    OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
    netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
    weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
    voor meer informatie over het toewijzen van het station.
    Open de bestandsbrowser op de computer.
    Selecteer een bestand.
    Selecteer Edit > Copy.
    Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
    toestel.
    Blader naar een map.
    Selecteer Edit > Paste.
    Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
    geheugen van het toestel.

    Bestanden verwijderen
    LET OP
    Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
    niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
    systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
    1 Open het Garmin station of volume.
    2 Open zo nodig een map of volume.
    3 Selecteer een bestand.
    4 Druk op het toetsenbord op de toets Delete.

    De USB-kabel loskoppelen

    Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
    elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
    plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.

    Gegevensbeheer
    OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
    98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
    ®

    ®

    ®

    Het toestel aansluiten op uw computer
    LET OP
    U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
    omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
    oplaadt of aansluit op een computer.
    1 Duw de beschermkap van de mini-USB-poort omhoog.
    2 Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de miniUSB-poort.
    3 Sluit het grote uiteinde van de USB-kabel aan op de USBpoort van de computer.

    Uw toestel aanpassen

    Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
    aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
    manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
    uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
    Windows-computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
    koppelen.
    1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
    • Op Windows-computers: Selecteer het pictogram
    Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en
    selecteer uw toestel.
    • Op Mac-computers: Sleep het volumepictogram naar de
    prullenbak.
    2 Koppel de kabel los van uw computer.

    Uw toestel aanpassen
    Connect IQ functies die u kunt downloaden
    U kunt aan uw toestel Connect IQ functies toevoegen van
    Garmin en andere leveranciers via de Garmin Connect Mobile
    app. U kunt uw toestel aanpassen met gegevensvelden, widgets
    en apps.
    Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
    downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
    op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
    gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
    pagina's.
    Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
    sensorgegevens en meldingen.
    Apps: Hiermee kunt u interactieve functies toevoegen aan uw
    toestel, zoals nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.
    9



  • Page 14

    Uw gebruikersprofiel instellen
    U kunt instellingen wijzigen voor geslacht, leeftijd, gewicht,
    lengte en instellingen voor ervaren atleten. Het toestel gebruikt
    deze informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen.
    > Mijn statistieken > Gebruikersprofiel.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een optie.

    Over ervaren sporters
    Een ervaren sporter is een persoon die een groot aantal jaren
    intensief heeft getraind (met uitzondering van lichte blessures)
    en die een hartslag in rust van 60 slagen per minuut of minder
    heeft.

    Uw activiteiteninstellingen bijwerken
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een optie:
    • Selecteer Gegevensschermen om de
    gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
    • Selecteer Standaardrittype om het bij u passende type rit
    in te stellen, zoals rit tussen kantoor en huis.
    TIP: Na een rit die niet bij het profiel past, kunt u het
    rittype handmatig bijwerken. Nauwkeurige rittypegegevens
    zijn belangrijk voor het kiezen van fietsvriendelijke routes.
    • Selecteer Navigatie om de instellingen voor uw kaart
    (Kaartinstellingen, pagina 5) en route (Route-instellingen,
    pagina 5) aan te passen.
    • Selecteer Alarmen om uw trainingswaarschuwingen aan
    te passen (Waarschuwingen, pagina 10).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Lap om in te
    stellen hoe rondes worden gemarkeerd (Ronden op
    positie markeren, pagina 10).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Pause om in te
    stellen wanneer de timer automatisch pauzeert (Auto
    Pause gebruiken, pagina 11).
    • Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand
    om in te stellen dat het toestel automatisch in de
    slaapstand gaat na 5 minuten inactiviteit (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 11).
    • Selecteer Automatische functies > Auto Scroll om de
    weergave van de pagina's met trainingsgegevens aan te
    passen wanneer de timer loopt (Auto Scroll gebruiken,
    pagina 11).
    • Selecteer Timer start-modus om in te stellen hoe het
    toestel het begin van een rit detecteert en dat de timer
    automatisch start (De timer automatisch starten,
    pagina 11).
    Alle wijzigingen die u aanbrengt worden opgeslagen in de
    activiteiteninstellingen.

    Gegevensschermen aanpassen
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    Selecteer
    Gegevensschermen.
    2
    3 Selecteer een gegevensscherm.
    4 Schakel indien nodig het gegevensscherm in.
    5 Selecteer het aantal gegevensvelden dat u op het scherm
    wilt weergeven.

    6 Selecteer .
    7 Selecteer een gegevensveld om het te wijzigen.
    8 Selecteer .
    Waarschuwingen
    U kunt -waarschuwingen gebruiken om te trainen met specifieke
    doelstellingen voor tijd, afstand, hartslag, cadans en calorieën.

    10

    Bereikwaarschuwingen instellen
    Als u een optionele hartslagmeter of cadanssensor hebt, kunt u
    bereikwaarschuwingen instellen. Een bereikwaarschuwing wordt
    afgegeven wanneer het toestel een waarde meet die boven of
    onder een opgegeven waardenbereik ligt. U kunt het toestel
    bijvoorbeeld waarschuwingen laten geven als uw hartslag onder
    90 bpm of boven 160 bpm komt (Uw hartslagzones instellen,
    pagina 7).
    > Instellingen > Activiteitenprofielen >
    1 Selecteer
    Alarmen.
    2 Selecteer Hartslagwaarschuwing of
    Cadanswaarschuwing.
    3 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
    4 Selecteer de minimum- en maximumwaarde of selecteer
    zones.
    Selecteer
    indien nodig .
    5
    Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
    een bericht weergegeven. U hoort ook een pieptoon als
    geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen in- en
    uitschakelen, pagina 12).
    Een terugkerende waarschuwing instellen
    Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
    wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
    registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
    minuten waarschuwt.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Alarmen.
    3 Selecteer Tijdwaarschuwing, Afstandswaarschuwing of
    Calorieënwaarschuwing.
    4 Schakel de waarschuwing in.
    5 Voer een waarde in.
    6 Selecteer .
    Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
    bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
    pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
    in- en uitschakelen, pagina 12).

    Auto Lap

    ®

    Ronden op positie markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op een bepaalde positie. Dit is handig als u uw prestaties tijdens
    verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken (bijvoorbeeld
    na een lange klim of na een sprint). Tijdens een koers kunt u de
    functie Op positie gebruiken om een ronde te starten bij alle
    rondeposities die voor de koers zijn vastgelegd.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op positie > Ronde bij.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Alleen bij drukken op Lap om de rondeteller te
    activeren telkens als u
    selecteert en telkens als u een
    van deze locaties opnieuw passeert.
    • Selecteer Start & ronde om de rondeteller te activeren op
    de GPS-locatie waar u
    selecteert en op elke locatie
    tijdens de rit waar u
    selecteert.
    • Selecteer Markeer en ronde om de rondeteller te
    activeren op een specifieke GPS-locatie die u vóór de rit
    hebt gemarkeerd en bovendien op elke locatie tijdens de
    rit wanneer u
    selecteert.
    Pas
    zo
    nodig
    de
    rondegegevensvelden
    aan
    4
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
    Ronden op afstand markeren
    Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
    op basis van een bepaalde afstand. Dit is handig als u uw
    Uw toestel aanpassen



  • Page 15

    prestaties tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt
    vergelijken (bijvoorbeeld om de 10 mijl of 40 km).
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op afstand > Ronde bij.
    3 Voer een waarde in.
    4 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).

    Auto Pause gebruiken
    U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
    automatisch te onderbreken als u stopt met bewegen of
    wanneer uw snelheid onder de opgegeven waarde komt. Dit is
    handig als er verkeerslichten of andere plaatsen voorkomen in
    uw route waar u langzamer moet fietsen of moet stoppen.
    OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
    de timer is gestopt of gepauzeerd.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Automatische functies > Auto Pause.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Zodra gestopt om de timer automatisch te
    onderbreken wanneer u stopt met bewegen.
    • Selecteer Aangepaste snelheid om de timer automatisch
    te pauzeren wanneer uw snelheid onder een bepaalde
    waarde komt.
    Pas
    zo nodig optionele tijdgegevensvelden aan
    4
    (Gegevensschermen aanpassen, pagina 10).
    ®

    Automatische slaapstand gebruiken
    U kunt de Autom. slaapstand functie gebruiken om automatisch
    in de slaapstand te gaan na 5 minuten van inactiviteit. Tijdens
    de slaapstand is het scherm uitgeschakeld en zijn de ANT+
    sensors, Bluetooth en GPS niet verbonden.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand.

    Auto Scroll gebruiken
    Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle
    schermen met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Automatische functies > Auto Scroll.
    3 Selecteer een weergavesnelheid.

    De timer automatisch starten
    Met deze functie herkent het toestel automatisch dat er
    satellietsignalen worden ontvangen en dat de fiets rijdt. De timer
    wordt gestart of u wordt eraan herinnerd om de timer te starten,
    zodat uw ritgegevens worden vastgelegd.
    > Instellingen > Activiteitenprofielen.
    1 Selecteer
    2 Selecteer Timer start-modus.
    3 Selecteer een optie:
    • Selecteer Handmatig en vervolgens
    om de timer te
    starten.
    • Selecteer Op verzoek om een visuele herinnering te
    krijgen wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
    • Selecteer Auto om de timer automatisch te starten
    wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.

    Bluetooth instellingen
    Selecteer
    > Instellingen > Bluetooth.
    Schakel in: Hiermee schakelt u Bluetooth draadloze
    technologie in.
    OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
    alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
    ingeschakeld.
    Uw toestel aanpassen

    Toestelnaam: Hiermee kunt u een gebruiksvriendelijke naam
    invoeren ter identificatie van uw toestellen met draadloze
    Bluetooth technologie.
    Koppel smartphone: Hiermee koppelt u uw toestel met een
    compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
    deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
    zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
    Connect.
    Meldingen voor telefoon en SMS: Hiermee kunt u
    telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone
    inschakelen.
    Gemiste oproepen en SMS-berichten: Geeft gemiste
    telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone weer.

    Systeeminstellingen
    Selecteer
    > Instellingen > Systeem.
    • Scherminstellingen (Scherminstellingen, pagina 11)
    • Instellingen voor gegevensopslag (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 11)
    • Toestelinstellingen (De maateenheden wijzigen, pagina 12)
    • Geluidsinstellingen (De toesteltonen in- en uitschakelen,
    pagina 12)
    • Taalinstellingen (De taal van het toestel wijzigen,
    pagina 12)

    De satellietinstelling wijzigen
    Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
    GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS+GLONASS
    inschakelen. Door GPS+GLONASS te gebruiken, neemt de
    gebruiksduur van de batterij sneller af dan wanneer alleen GPS
    wordt gebruikt.
    > Instellingen > Systeem > GPS-modus.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een optie.

    De accentkleur wijzigen
    U kunt de accentkleur van het toestel wijzigen.
    > Instellingen > Systeem > Kleur.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een accentkleur.

    Scherminstellingen
    Selecteer
    > Instellingen > Systeem > Scherm.
    Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van de
    schermverlichting instellen.
    Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen
    voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
    Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
    nachtkleuren weergeeft. U kunt de optie Auto selecteren om
    het toestel automatisch te laten overschakelen naar dag- of
    nachtkleuren op basis van de tijd van de dag.
    Schermafbeelding: Hiermee kunt u de schermafbeelding van
    het toestel opslaan.

    Instellingen voor gegevens vastleggen
    Selecteer
    > Instellingen > Systeem > Gegevensopslag.
    Interval: Hiermee stelt u in hoe het toestel activiteitgegevens
    vastlegt. Met de optie Smart legt u belangrijke punten vast
    waar u van richting bent veranderd of waarop uw snelheid of
    hartslag is gewijzigd. Met de optie 1 sec legt u elke seconde
    punten vast. Hiermee ontstaat een zeer gedetailleerd
    overzicht van uw activiteit, maar de omvang van het
    opgeslagen activiteitenbestand neemt aanzienlijk toe.
    Cadans middelen: Bepaalt of het toestel nulwaarden voor
    cadans meetelt, die optreden wanneer de pedalen niet
    bewegen. Standaard worden nulwaarden die optreden als u
    niet trapt, genegeerd.

    11



  • Page 16

    De maateenheden wijzigen
    U kunt de eenheden voor afstand, snelheid, hoogte,
    temperatuur, gewicht, positieweergave en tijdweergave
    aanpassen.
    > Instellingen > Systeem > Eenheden.
    1 Selecteer
    Selecteer
    een
    type maatsysteem.
    2
    3 Selecteer een maateenheid voor de instelling.

    De toesteltonen in- en uitschakelen
    Selecteer

    > Instellingen > Systeem > Geluid.

    De taal van het toestel wijzigen
    Selecteer

    > Instellingen > Systeem > Taal voor tekst.

    De configuratie-instellingen wijzigen
    U kunt alle aanvankelijk geconfigureerde basisinstellingen
    wijzigen.
    > Instellingen > Systeem > Herstel toestel >
    1 Selecteer
    Basisinstellingen.
    2 Volg de instructies op het scherm.

    Tijdzones
    Telkens wanneer u het toestel inschakelt en naar satellieten
    zoekt of gegevens synchroniseert met uw smartphone, worden
    de tijdzone en het tijdstip automatisch vastgesteld.

    Toestelinformatie
    Edge specificaties
    Batterijtype

    Oplaadbare, ingebouwde lithium-ionbatterij

    Levensduur van batterij

    12 uur bij normaal gebruik

    Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
    Laadtemperatuurbereik

    Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)

    Radiofrequentie/-protocol 2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
    communicatie
    Bluetooth Smart draadloze technologie
    Waterbestendigheid

    IEC 60529 IPX7*

    *Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
    tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
    voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.

    Toestelonderhoud
    LET OP
    Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
    extreme temperaturen kan worden blootgesteld omdat dit
    onherstelbare schade kan veroorzaken.
    Gebruik nooit een hard of scherp object om het aanraakscherm
    te bedienen omdat het scherm daardoor beschadigd kan raken.
    Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
    insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
    oppervlakken kunnen beschadigen.
    Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
    beschadiging van de poort te voorkomen.

    Het toestel schoonmaken
    1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
    een mild schoonmaakmiddel.
    2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
    Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.

    Problemen oplossen
    Het toestel resetten
    Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk resetten.
    Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
    Houd 10 seconden ingedrukt.
    Het toestel wordt gereset en ingeschakeld.

    Gebruikersgegevens wissen
    U kunt alle fabrieksinstellingen van het toestel herstellen.
    OPMERKING: Hierdoor wordt alle door de gebruiker ingevoerde
    informatie gewist, maar uw geschiedenis wordt niet verwijderd.
    Selecteer
    > Instellingen > Systeem > Herstel toestel >
    Herstel fabrieksinstellingen > .

    Levensduur van de batterijen maximaliseren
    • Schakel Modus Batterijbesparing (De modus
    Batterijbesparing inschakelen, pagina 12).
    • Verlaag de helderheid van de schermverlichting (De
    schermverlichting gebruiken, pagina 2) of verkort de time-out
    voor de schermverlichting (Scherminstellingen, pagina 11).
    • Selecteer het registratie-interval Smart (Instellingen voor
    gegevens vastleggen, pagina 11).
    • Schakel de functie Autom. slaapstand in (Automatische
    slaapstand gebruiken, pagina 11).
    • Schakel de draadloze Bluetooth functie uit (Bluetooth
    instellingen, pagina 11).
    • Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
    pagina 11).

    De modus Batterijbesparing inschakelen
    In de modus Batterijbesparing worden de instellingen
    automatisch aangepast voor een zo lang mogelijke batterijduur
    bij langere ritten. Tijdens een activiteit wordt het scherm
    uitgeschakeld. U kunt automatische waarschuwingen
    inschakelen en op het scherm tikken om het te activeren. In de
    modus Batterijbesparing worden GPS-spoorpunten en sensorgegevens minder vaak geregistreerd. Afstandsmeting,
    snelheidsmeting en spoorgegevens zijn minder nauwkeurig.
    OPMERKING: In de modus Batterijbesparing wordt de
    geschiedenis vastgelegd als de timer is ingeschakeld.
    > Instellingen > Modus Batterijbesparing >
    1 Selecteer
    Schakel in.
    2 Selecteer de waarschuwingen die het scherm tijdens een
    activiteit activeren.

    De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
    • Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
    Connect account:
    ◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
    en de Garmin Express™ app.
    ◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
    app op uw Bluetooth smartphone.
    Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
    het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
    toestel snel satellietsignalen kan vinden.
    • Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
    van hoge gebouwen en bomen.
    • Blijf enkele minuten stilstaan.

    De hoogte instellen
    Als u over nauwkeurige hoogtegegevens voor uw huidige locatie
    beschikt, kunt u de hoogtemeter op het toestel handmatig
    kalibreren.
    > Hoogte instellen.
    1 Selecteer Waarheen? >
    12

    Toestelinformatie



  • Page 17

    2 Geef de hoogte op en selecteer

    .

    Temperatuurmetingen
    Het toestel geeft een temperatuur aan die hoger is dan de
    werkelijke luchttemperatuur als het toestel in direct zonlicht
    wordt geplaatst, in de hand wordt gehouden of wordt opgeladen
    met een extern batterijpakket. Het duurt ook even voor het
    toestel zich aan significante wijzigingen in de temperatuur heeft
    aangepast.

    Vervangende O-ringen
    Voor de steunen zijn vervangende banden (O-ringen)
    verkrijgbaar.
    OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
    (Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
    http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
    dealer.

    Toestelgegevens weergeven
    > Instellingen > Systeem > Over.
    1 Selecteer
    2 Selecteer een optie.
    • Selecteer Informatie over regelgeving om informatie
    over regelgeving en het modelnummer weer te geven.
    • Selecteer Copyrightinfo om softwaregegevens, de
    toestel-id en de licentieovereenkomst weer te geven.

    De software bijwerken
    Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
    over een Garmin Connect account en de Garmin Express
    toepassing downloaden.
    1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
    Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
    Express deze naar uw toestel.
    2 Volg de instructies op het scherm.
    3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
    bijwerken.

    Ondersteuning en updates
    Garmin Express (www.garmin.com/express) biedt u eenvoudig
    toegang tot deze services voor Garmin toestellen.
    • Productregistratie
    • Producthandleidingen
    • Software-updates
    • Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
    • Kaart- of baanupdates

    Meer informatie
    • Ga naar www.garmin.com/intosports.
    • Ga naar www.garmin.com/learningcenter.
    • Ga naar http://buy.garmin.com of neem contact op met uw
    Garmin dealer voor informatie over optionele accessoires en
    vervangingsonderdelen.

    Appendix
    Gegevensvelden
    Voor sommige gegevensvelden hebt u ANT+ accessoires nodig
    om de gegevens weer te geven.
    Afst. tot volg.: De resterende afstand tot het volgende via-punt
    op uw route. Deze gegevens worden alleen weergegeven
    tijdens het navigeren.
    Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
    activiteit of het huidige spoor.
    Appendix

    Afstand - Laatste ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor
    de laatste voltooide ronde.
    Afstand - Ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor de
    huidige ronde.
    Afstandsteller: Een lopende meting van de afstand die is
    afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
    reisgegevens worden hersteld.
    Afstand te gaan: De resterende afstand tijdens een koers als u
    een afstandsdoel hebt opgegeven.
    Afstand tot bestemming: De resterende afstand tot de
    eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    Afstand tot koerspunt: De resterende afstand tot het volgende
    punt in de koers.
    Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
    Batterijstatus: Het resterende batterijvermogen van een
    fietslamp-accessoire.
    Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
    Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
    aangesloten op een cadansaccessoire.
    Cadans - Gemiddeld: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
    huidige activiteit.
    Cadans - Ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
    huidige ronde.
    Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
    ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
    via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
    tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
    eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
    van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
    weergegeven tijdens het navigeren.
    GPS-nauwkeurigheid: De foutmarge voor uw exacte locatie.
    Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld accuraat binnen +/- 3,65
    meter (12 ft.).
    GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
    Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
    aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
    Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
    zeeniveau.
    HS - %HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
    hartslag minus rusthartslag).
    HS – %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
    HS - Gem.: De gemiddelde hartslag voor de huidige activiteit.
    HS - Gem. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige activiteit.
    HS - Gem. %Max.: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige activiteit.
    HS-grafiek: Een lijndiagram dat uw huidige hartslagzone (1-5)
    weergeeft.
    HS - Laatste ronde: De gemiddelde hartslag voor de laatste
    voltooide ronde.
    HS - Ronde: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
    HS - Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
    hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
    de huidige ronde.
    HS – Ronde %Max.: Het gemiddelde percentage van de
    maximale hartslag voor de huidige ronde.

    13



  • Page 18

    HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
    standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
    de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
    Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
    Lichtmodus: De configuratiemodus van het lichtnetwerk.
    Locatie bij bestemming: Het laatste punt in een route of koers.
    Locatie bij volgende: Het volgende punt in een route of koers.
    Percentage: De berekening van de stijging over de afstand. Als
    u bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
    aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
    Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
    activiteit.
    Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
    Snelheid - Gemiddeld: De gemiddelde snelheid voor de
    huidige activiteit.
    Snelheid - Laatste ronde: De gemiddelde snelheid voor de
    laatste voltooide ronde.
    Snelheid - Maximum: De hoogste snelheid voor de huidige
    activiteit.
    Snelheid - Ronde: De gemiddelde snelheid voor de huidige
    ronde.
    Status bundelhoek: De modus van de koplampbundel.
    Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
    lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
    Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
    tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
    Tijd: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
    Tijd - Gem. ronde: De gemiddelde rondetijd voor de huidige
    activiteit.
    Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslagzone.
    Tijd - Laatste ronde: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
    ronde.
    Tijd - Ronde: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
    Tijd te gaan: De resterende tijd tijdens een koers als u een
    tijdsdoel hebt opgegeven.
    Tijd tot bestemming: De tijd die u naar verwachting nodig hebt
    om de bestemming te bereiken. Deze gegevens worden
    alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
    het volgende via-punt op de route te bereiken. Deze
    gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
    Tijd - Verstreken: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld
    de timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
    minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
    hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
    Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
    waarde voor het laatst is hersteld.
    V.S. – 30s gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
    van verticale snelheid.
    Verbonden lampen: Het aantal verbonden lampen.
    Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
    Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
    uw GPS-positie.
    Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
    GPS-positie.

    14

    Berekeningen van hartslagzones
    Zone % van
    maximale
    hartslag

    Waargenomen
    inspanning

    Voordelen

    1

    50–60%

    Ontspannen,
    comfortabel tempo,
    regelmatige ademhaling

    Aerobische training
    voor beginners,
    verlaagt het stressniveau

    2

    60–70%

    Comfortabel tempo, iets
    diepere ademhaling,
    gesprek voeren is
    mogelijk

    Standaardcardiovasculaire training; korte
    herstelperiode

    3

    70–80%

    Gematigd tempo,
    gesprek voeren iets
    lastiger

    Verbeterde aerobische
    capaciteit, optimale
    cardiovasculaire
    training

    4

    80–90%

    Hoog tempo en
    Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
    zware ademhaling
    drempel, hogere
    snelheid

    5

    90–100%

    Sprinttempo, kan niet
    lang worden
    volgehouden;
    ademhaling zwaar

    Anaerobisch en
    musculair uithoudingsvermogen; meer
    kracht

    Wielmaat en omvang
    De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
    Dit is geen volledige lijst. U kunt ook een van de
    rekenprogramma's op internet gebruiken om de omvang van uw
    wiel te berekenen.
    Wielmaat

    L (mm)

    12 × 1,75

    935

    14 × 1,5

    1020

    14 × 1,75

    1055

    16 × 1,5

    1185

    16 × 1,75

    1195

    18 × 1,5

    1340

    18 × 1,75

    1350

    20 × 1,75

    1515

    20 × 1-3/8

    1615

    22 × 1-3/8

    1770

    22 × 1-1/2

    1785

    24 × 1

    1753

    24 × 3/4 (tubulair)

    1785

    24 × 1-1/8

    1795

    24 × 1-1/4

    1905

    24 × 1,75

    1890

    24 × 2,00

    1925

    24 × 2,125

    1965

    26 × 7/8

    1920

    26 × 1(59)

    1913

    26 × 1(65)

    1952

    26 × 1,25

    1953

    26 × 1-1/8

    1970

    26 × 1-3/8

    2068

    26 × 1-1/2

    2100

    26 × 1,40

    2005

    26 × 1,50

    2010

    26 × 1,75

    2023

    26 × 1,95

    2050

    26 × 2,00

    2055

    26 × 2,10

    2068

    26 × 2,125

    2070
    Appendix



  • Page 19

    Wielmaat

    L (mm)

    26 × 2,35

    2083

    26 × 3,00

    2170

    27 × 1

    2145

    27 × 1-1/8

    2155

    27 × 1-1/4

    2161

    27 × 1-3/8

    2169

    650 × 35A

    2090

    650 × 38A

    2125

    650 × 38B

    2105

    700 × 18C

    2070

    700 × 19C

    2080

    700 × 20C

    2086

    700 × 23C

    2096

    700 × 25C

    2105

    700 × 28C

    2136

    700 × 30C

    2170

    700 × 32C

    2155

    700C (tubulair)

    2130

    700 × 35C

    2168

    700 × 38C

    2180

    700 × 40C

    2200

    Dit toestel mag zich niet in de buurt van een andere zender of
    antenne bevinden en mag ook niet in combinatie met een
    andere zender of antenne worden gebruikt.

    Softwarelicentieovereenkomst
    DOOR HET TOESTEL TE GEBRUIKEN VERKLAART U DAT U
    DE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VAN DE VOLGENDE
    SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST ZULT NALEVEN.
    LEES DEZE OVEREENKOMST ZORGVULDIG.
    Garmin Ltd. en/of haar dochterondernemingen (“Garmin”) kent u
    een beperkte licentie toe om de software die is ingebouwd in dit
    toestel (de “software”) in binaire, uitvoerbare vorm te gebruiken
    bij het normale gebruik van dit product. De titel,
    eigendomsrechten en intellectuele eigendomsrechten in en op
    de Software blijven in bezit van Garmin en/of haar
    dochtermaatschappijen.
    U erkent dat de Software het eigendom is van Garmin en/of
    haar externe leveranciers en wordt beschermd door de
    wetgeving met betrekking tot auteursrechten van de Verenigde
    Staten van Amerika en internationale verdragen inzake
    auteursrechten. U erkent bovendien dat de structuur, organisatie
    en code van de Software, waarvan de broncode niet wordt
    verschaft, waardevolle handelsgeheimen van Garmin en/of haar
    externe leveranciers zijn en dat de Software in de broncodevorm
    een waardevol handelsgeheim van Garmin en/of haar externe
    leveranciers blijft. U verklaart dat u de Software of elk deel
    daarvan niet zult decompileren, demonteren, wijzigen,
    onderwerpen aan reverse assembling of reverse engineering,
    herleiden tot door mensen leesbare vorm of afgeleide werken
    zult maken op basis van de Software. U verklaart dat u de
    software niet zult exporteren of herexporteren naar landen die
    de exportwetten van de Verenigde Staten van Amerika of enig
    ander toepasselijk land schenden.

    Blootstelling aan RF-straling
    Dit toestel bevat een mobiele zendontvanger die van een
    antenne gebruikmaakt om radiofrequente (RF) energie uit te
    zenden en te ontvangen voor spraak- en datacommunicatie. Het
    toestel zendt radiofrequente straling uit onder de gepubliceerde
    limieten als het toestel met maximaal vermogen en met door
    Garmin geautoriseerde accessoires wordt gebruikt. Om te
    kunnen voldoen aan de vereisten voor naleving van regels
    omtrent blootstelling aan RF-straling van de Amerikaanse FCC,
    dient het toestel alleen in een compatibele houder of volgens de
    installatie-instructies te worden gebruikt. Het toestel dient niet op
    enigerlei andere wijze te worden gebruikt.
    Appendix

    15



  • Page 20

    Index
    A
    aanraakscherm 2
    accessoires 7, 13
    activiteiten opslaan 2
    adressen, zoeken 3
    afstand, waarschuwingen 10
    ANT+ sensors 2, 7, 8
    koppelen 7
    applicaties 5, 9
    Auto Lap 10
    Auto Pause 11
    auto scroll 11
    automatische slaapstand 11

    B
    banden 13
    basisinstellingen 12
    batterij
    maximaliseren 12
    opladen 1
    type 1
    bestanden, overbrengen 9
    Bluetooth technologie 5, 6, 11

    C
    cadans, waarschuwingen 10
    calorie, waarschuwingen 10
    computer, aansluiten 9
    Connect IQ 9
    contacten voor noodgevallen 7
    coördinaten 3

    E

    koersen 4, 5
    bewerken 5
    laden 4
    maken 4
    verwijderen 5
    koppelen 2, 6
    ANT+ sensors 7

    L
    LiveTrack 6
    locaties 3
    bewerken 3
    verwijderen 4
    zoeken met de kaart 3

    M
    maateenheden 12

    N

    I

    K
    kaarten 3, 5
    bijwerken 13
    instellingen 5
    locaties zoeken 3
    oriëntatie 5
    knoppen 2
    16

    W
    waarschuwingen 10
    watch faces 9
    widgets 9
    wielmaten 14

    Z
    zones, tijd 12

    P
    persoonlijke records 8
    verwijderen 8
    pictogrammen 2
    problemen oplossen 12, 13
    productregistratie 13
    profielen, gebruiker 10
    ronden 2
    routes
    instellingen 5
    maken 4

    installeren 1
    instellingen 10–12
    toestel 12

    vergrendelen, scherm 2
    verwijderen, alle gebruikersgegevens 9, 12
    via-punten, projecteren 3

    O

    R

    H

    V

    O-ringen. Zie banden
    ongevaldetectie 7
    overbrengen, bestanden 6

    G

    hartslag
    waarschuwingen 10
    zones 7, 8, 14
    het toestel resetten 12
    hoogte 12
    hoogtemeter, kalibreren 12

    updates, software 13
    USB 13
    loskoppelen 9

    navigatie 3
    stoppen 3
    terug naar start 3
    nuttige punten, zoeken 3

    ervaren sporter 10
    Garmin Connect 4–6, 8, 9
    Garmin Connect Mobile 6
    Garmin Express
    software bijwerken 13
    toestel registreren 13
    gebruikersgegevens, verwijderen 9
    gebruikersprofiel 10
    gegevens
    opslaan 9
    overbrengen 8, 9
    schermen 10
    vastleggen 11
    gegevens opslaan 8, 9
    gegevensvelden 9, 10, 13
    geschiedenis 2, 8
    naar de computer verzenden 8, 9
    verwijderen 8
    GLONASS 11
    GPS 11
    signaal 2, 3, 12
    GroupTrack 6

    U

    S
    satellietsignalen 2, 3, 12
    scherm 11
    vergrendelen 2
    scherminstellingen 11
    schermknoppen 2
    schermverlichting 2, 11
    slaapmodus 11
    smartphone 2, 5, 9, 11
    apps 6
    software
    bijwerken 13
    licentie 13
    versie 13
    softwarelicentieovereenkomst 15
    specificaties 12
    startmelding 11
    systeeminstellingen 11

    T
    taal 12
    temperatuur 13
    terug naar start 3
    tijd, waarschuwingen 10
    tijdzones 12
    timer 2, 8
    toestel
    onderhoud 12
    resetten 12
    toestel aanpassen 10
    toestel bevestigen 1
    toestel registreren 13
    toestel schoonmaken 12
    toestel-id 13
    tonen 12
    training
    pagina's 2
    schermen 10
    Index



  • Page 21



  • Page 22

    www.garmin.com/support
    1800 235 822

    +43 (0) 820 220230

    + 32 2 672 52 54

    0800 770 4960

    1-866-429-9296

    +385 1 5508 272
    +385 1 5508 271

    +420 221 985466
    +420 221 985465

    + 45 4810 5050

    + 358 9 6937 9758

    + 331 55 69 33 99

    + 39 02 36 699699

    (+52) 001-855-792-7671

    0800 427 652

    0800 0233937

    +47 815 69 555

    00800 4412 454
    +44 2380 662 915

    +35 1214 447 460

    +386 4 27 92 500

    0861 GARMIN (427 646)
    +27 (0)11 251 9800

    +34 93 275 44 97

    + 46 7744 52020

    +886 2 2642-9199 ext 2

    0808 238 0000
    +44 870 850 1242

    +49 (0) 89 858364880
    zum Ortstarif - Mobilfunk
    kann abweichen

    913-397-8200
    1-800-800-1020

    © 2016 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Garmin Edge Explore 820 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Garmin Edge Explore 820 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 2,8 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Garmin Edge Explore 820

Garmin Edge Explore 820 Bedienungsanleitung - Deutsch - 22 seiten

Garmin Edge Explore 820 Bedienungsanleitung - Englisch - 20 seiten

Garmin Edge Explore 820 Bedienungsanleitung - Französisch - 22 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info