Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/50
Nächste Seite
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1



  • Page 2



  • Page 3

    Beste KYMCO-scootergebruiker,
    Dank u voor uw aanschaf van deze KYMCO-scooter en welkom als KYMCO-scooterrijder.
    Als u veilig en plezierig wilt rijden, doet u er goed aan deze handleiding grondig door te nemen
    voordat u de scooter in gebruik neemt.

    Uw veiligheid hangt niet alleen af van uw eigen alertheid en vertrouwdheid met de scooter maar
    ook van de technische staat waarin uw scooter verkeert. Controle voorafgaand aan elke rit en
    geregeld onderhoud zijn van essentieel belang.
    De kwaliteit van elke KYMCO-scooter is gegarandeerd.
    N.B.




    De informatie, voorschriften en technische beschrijvingen in deze handleiding dienen
    uitsluitend ter raadpleging en kunnen zonder aankondiging gewijzigd worden.
    Als u de motor start, dient de accu in de scooter aanwezig te zijn. Dit zal het starten
    vergemakkelijken en de motorprestatie verhogen.
    KYMCO behoudt zich het recht voor om op ieder tijdstip zonder enige verplichting
    veranderingen in het ontwerp aan te brengen zonder de klant daarvan op de hoogte te
    stellen. Hierdoor kan de informatie in deze handleiding afwijken van de werkelijkheid.



  • Page 4

    INHOUDSOPGAVE
    (5) CONTROLE VAN HET BENZINEPEIL/BIJTANKEN ...... 14
    (6) STUUR .................................................................... 15
    (7) CONTROLE VAN HET DASHBOARD.......................... 15
    (8) VRIJE SLAG VAN DE REMHEVELS: CONTROLE EN
    AFSTELLING .................................................................... 16
    (9) CONTROLE VAN DE REMSCHOENEN ....................... 16
    (10) CONTROLE VAN DE KLAXON/LICHTEN .................... 17
    (11) CONTROLE VAN DE VOOR- EN
    ACHTERSCHOKBREKERS ................................................. 18
    (12) CONTROLE VAN HET REMVERMOGEN ................... 18
    (13) CONTROLE VAN DE HOEK VAN DE
    ACHTERUITKIJKSPIEGEL ................................................. 18
    (14) CONTROLE VAN DE NUMMERPLAAT ...................... 18
    (15) CONTROLE VAN DE REFLECTOR .............................. 18
    (16) CONTROLE VAN DEFECTE ONDERDELEN ................ 18
    (17) CONTROLE VAN DE SMEERPUNTEN ....................... 18

    1. VOORZORGSMAATREGELEN VOOR VEILIG RIJDEN ........ 1
    2. ONDERDELEN ............................................................... 3
    3. BEDIENINGSINSTRUCTIES ........................................... 5
    (1)
    (2)
    (3)
    (4)
    (5)
    (6)
    (7)
    (8)

    CONTACTSCHAKELAAR / STUURSLOT ....................... 5
    ELEKTRISCHE STARTKNOP ................................... 6
    LICHTSCHAKELAAR ................................................... 6
    DIMSCHAKELAAR/SIGNAALSCHAKELAAR ................. 7
    KLAXON/RICHTINGAANWIJZER-SCHAKELAAR.......... 7
    BUDDYSLOT/HELMBAK ............................................ 8
    HELMHAAKJES .......................................................... 8
    DASHBOARD ............................................................. 9

    4. CONTROLE VOORAFGAAND AAN ELKE RIT .............. 11
    (1) CONTROLE VOORAF.................................................. 11
    (2) CONTROLE VAN HET OLIEPEIL/ OLIEVERVERSING..... 11
    (3) CONTROLE VAN DE REMMEN ................................... 12
    (4) BANDENINSPECTIE ................................................... 12

    5. METHODEN OM DE MOTOR TE STARTEN .................... 19
    (1) ZET DE CONTACTSCHAKELAAR AAN ....................... 19

    A



  • Page 5

    (2) BLOKKEER HET ACHTERWIEL .................................. 19
    (3) GEBRUIK DE ELEKTRISCHE STARTKNOP .................. 20
    (4) STARTEN MET HET KICKSTARTPEDAAL ................... 21

    (9) CONTROLEREN VAN DE RUBBER BESCHERMING VAN
    DRADEN EN KABELS ....................................................... 36
    10. BELANGRIJKE OPMERKINGEN ................................... 37

    6. NORMALE RIJMETHODE ..............................................22

    11. EMISSIEREGELSYSTEEM ............................................ 38

    7. VOORZORGSMAATREGELEN ........................................24

    12. MILIEUVRIENDELIJK ONDERHOUDSSCHEMA ............. 40

    8. HOE TE STOPPEN MET RIJDEN .....................................27

    13. TECHNISCHE GEGEVENS ............................................ 41

    9. EENVOUDIG ONDERHOUD ...........................................29

    AGILITY CITY 50 CC....................................................... 41
    AGILITY CITY 125 CC...................................................42
    AGILITY CITY 200 CC ................................................. 43

    (1) CONTROLEREN, REINIGEN EN VERVANGEN VAN HET
    LUCHTFILTER .................................................................. 29
    (2) BRANDSTOFSYSTEEM ............................................. 30
    (3) REINIGEN VAN HET SCOOTEROPPERVLAK
    30
    (4) ACCU ...................................................................... 31
    (5) VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN ........................ 32
    (6) VERVERSEN VAN DE MOTOROLIE .......................... 33
    (7) TRANSMISSIEOLIE .................................................. 34
    (7) CONTROLEREN VAN DE BOUGIE ............................. 35
    (8) CONTROLEREN EN BIJVULLEN VAN HET
    REMVLOEISTOFPEIL ....................................................... 36

    B



  • Page 6

    1. VOORZORGSMAATREGELEN VOOR VEILIG RIJDEN
    (1) KLEDING
    Als u veilig wilt rijden, is het belangrijk dat u comfortabele kleding draagt
    en een ontspannen zithouding aanneemt.
    U rijdt veilig als u zich aan de verkeersregels houdt, het hoofd koel houdt,
    zich ontspant en voorzichtig bent.
    (1) Draag een helm en maak deze stevig vast.
    (2) Zorg dat uw kleding goed zit. Maak losse manchetten vast en zorg
    dat de remhevel niet erachter kan blijven haken.
    (3) Draag schoenen met lage of geen hakken als u veilig wilt rijden.
    (4) Houd tijdens het rijden beide handen aan het stuur. Het is zeer
    gevaarlijk om het stuur met één hand vast te houden.

    WAARSCHUWING!
    Een scooterbestuurder dient geen loshangende of te lange kleding
    te dragen. Dit is gevaarlijk.
    Gedurende het rijden en tien minuten nadat de scooter is stilgezet,
    dient u de uitlaat niet aan te raken anders kunt u brandwonden
    oplopen.
    Parkeer de scooter niet in de buurt van droog gras of andere
    brandbare materialen. Dit zou brand kunnen veroorzaken.

    1











  • Page 7

    (2) ZITHOUDING
    De veiligheid van tweewielers wordt medebepaald door de zithouding van de
    bestuurder. De bestuurder dient te zitten op het middengedeelte van de
    buddyseat. Als de bestuurder op het achterste gedeelte van de buddyseat zit, zal er
    op het voorwiel minder gewicht rusten. Als gevolg hiervan kan het stuur heen en
    weer gaan bewegen hetgeen gevaarlijk is voor de bestuurder. Als u een bocht
    neemt, dient u met uw lichaam licht in de bocht te hangen. Doet u dit niet, dan
    zal de scooter uit balans raken.
    Als u op een kapot wegdek of op keien rijdt, dient u snelheid te minderen en
    het stuur stevig vast te houden.

    (3) BAGAGE VERVOEREN
    Neem een goede zithouding aan als u de scooter bestuurt.
    Het stuur zal anders aanvoelen als u bagage op de scooter vervoert. Door te
    veel bagage kan het stuur heen en weer gaan bewegen.
    Ga dus nooit rijden met te veel bagage op uw scooter.
     Maximale laadcapaciteit van de achterdrager: 5 kg.
     Maximale laadcapaciteit van de helmbak: 5 kg.

    2





  • Page 8

    2. ONDERDELEN
    (1) Helmbak
    (2) Achterremhevel
    (3) Achterlicht/remlicht
    (4) Linkerrichtingaanwijzer achter
    (5) Kickstartpedaal
    (6) Motornummer
    (7) Middenstandaard
    (8) Linkerrichtingaanwijzer voor
    (9) Benzinetankdop
    (10)
    Richtingaanwijzerschakelaar/
    Dimschakelaar/
    Signaalschakelaar/
    Klaxon
    (11) Koplamp

    3



  • Page 9

    (1) Lichtschakelaar/
    Elektrische startknop
    (2) Contactschakelar
    (3) Rechterrichtingaanwijzer
    vóór / Voorremhevel
    (4) Uitlaatdemper

    (5) Rechterrichtingaanwijzer achter
    (6) Achterdrager
    (7) Accu
    (8) Framenummer
    (9) Dashboard
    (10) Duo passagiersteun
    (11) Richtingaanwijzer / achterremhevel

    4



  • Page 10

    3. BEDIENINGSINSTRUCTIES
    (1) CONTACTSCHAKELAAR / STUURSLOT
    (1)

    ON In deze stand staat de stroom aan en kan de motor gestart
    worden. De sleutel kan niet uit het slot genomen worden.

    (2)

    OFF Met de sleutel in deze stand is de stroom uitgezet en staat
    de motor stil. De sleutel kan uit het slot genomen worden.

    (3)

    LOCK In deze stand is het stuur vergrendeld. De sleutel kan uit
    het slot genomen worden.

    ON ON

    Stuur vergrendelen
    Draai het stuur geheel naar links en draai vervolgens de contactsleutel,
    terwijl u deze in het slot drukt, in de "LOCK"-stand. Het stuur is nu
    vergrendeld.

    Stuur ontgrendelen

    Draai de contactschakelaar naar rechts in de “OFF”-stand. Het slot gaat nu
    automatisch open.

    OFF
    OFF

    WAARSCHUWING!
    Controleer na het vergrendelen of het stuur echt op slot staat door het
    zachtjes heen en weer te draaien.
    Draai de contactsleutel nooit in de “LOCK” –stand terwijl u rijdt, anders
    zult u de macht over het stuur verliezen en gebeuren er ongelukken.
    Parkeer uw scooter zodanig dat deze anderen niet in de weg staat.
    5

    LOCK
    LOCK



  • Page 11

    (2) ELEKTRISCHE STARTKNOP
    Om de motor te starten, draait u eerst de contactsleutel in de “ON”-stand en
    daarna drukt u de startknop in.
    Terwijl u dit doet, zorg dan dat u zowel de voor‐ als de achterremhevel
    volledig heeft aangehaald zodat de stroom wordt aangezet.

    LET OP!
    Druk de startknop niet in terwijl de motor loopt. Dit zou de motor
    beschadigen.
    Zet de licht- en de richtingaanwijzerschakelaar uit voordat u de startknop
    gebruikt. Laat de startknop onmiddellijk los zodra de motor is gestart.

    (3) LICHTSCHAKELAAR
    Met de schakelaar in deze stand zijn het parkeerlicht, de koplamp, de
    dashboardverlichting en het achterlicht alle tegelijkertijd uit.
    Met de schakelaar in deze stand zijn het
    parkeerlicht, de dashboardverlichting en het achterlicht
    alle tegelijkertijd aan.

    Met de schakelaar in deze stand zijn het parkeerlicht, de koplamp, de
    dashboardverlichting en het achterlicht alle tegelijkertijd aan.

    6



  • Page 12

    (4) DIMSCHAKELAAR/SIGNAALSCHAKELAAR
    (1)
    (2)

    : Zet de dimschakelaar in deze stand voor grootlicht.

    (1)

    : Als u in de stad rijdt of als er een voertuig uit tegengestelde
    richting komt, gebruik dan dimlicht om te voorkomen dat het zicht
    van het aankomende verkeer verblind wordt.
    (3) Signaalschakelaar (“PASSING”): Als u passeert en er komen voertuigen
    uit tegengestelde richting, druk dan de signaalschakelaar in en laat
    deze weer los. De koplamp zal knipperen om tegenliggers te
    waarschuwen.
    LET OP!

    Als het grootlicht wordt aangezet, dan gaat hetgrootlichtindictielampje
    op het dashboard branden.
    (5) KLAXON/RICHTINGAANWIJZER-SCHAKELAAR
    Als de contactschakelaar in de “ON”-stand staat en u drukt op
    de klaxonknop
    (4), dan wordt er geklaxoneerd.
    Schuif de richtingaanwijzer‐schakelaar naar rechts

    (1) als u rechts wilt

    afslaan.; naar links
    (2) als u links wilt afslaan.
    Druk de richtingaanwijzer-schakelaar in (3) om deze uit te zetten.
    N.B. De klaxonknop en de richtingaanwijzer-schakelaar kunnen niet
    werken als het contact uit staat.
    WAARSCHUWING!
    De richtingaanwijzer wordt niet automatisch uitgeschakeld. Verzeker
    u ervan dat u de richtingaanwijzer-schakelaar na gebruik uitzet,
    anders brengt u de verkeersveiligheid in gevaar.

    7

    (2)



  • Page 13

    (6) BUDDYSLOT/HELMBAK
    Ontgrendel de buddyseat en leg de helm in de helmbak.

    Ontgrendelen

    Zet de motor uit en draai de contactschakelaar in de “OFF”-stand. Steek de
    contactsleutel in het buddyslot en draai de sleutel naar rechts.

    Vergrendelen

    Om de buddyseat te vergrendelen, drukt u deze naar beneden totdat het slot
    automatisch vastklikt.
    Zorg ervoor dat de buddyseat goed in het slot zit voordat u gaat rijden.
    LET OP!
    Zorg dat u de sleutel nooit onder de buddyseat legt en vervolgens de
    buddyseat in het slot drukt.

    (7) HELMHAAKJES
    1. Open de buddyseat met de contactsleutel en til de buddy op.
    2. Maak de gesp van de helm aan één van de helmhaakjes vast.
    3. Druk de buddyseat naar beneden. Deze gaat automatisch op slot.
    Om de helm uit de helmbak te halen, gaat u te werk in omgekeerde volgorde.
    LET OP!

    Als u rijdt, dan dient de helm zich op uw hoofd te bevinden en niet aan
    de scooter te hangen. Dit kan het plastic en de verf van de scooter

    beschadigen.

    8



  • Page 14

    (8) DASHBOARD

     Kilometerteller:



    De totale gereden afstand wordt aangegeven in kilometers. Het getal in
    zwart/wit geeft een eenheid van 100 m weer.

     Richtingaanwijzer-indicatielampje:

    Als de richtingaanwijzer–schakelaar wordt aangezet, gaat dit indicatielampje
    knipperen.









     Grootlicht-indicatielampje:

    Dit indicatielampje gaat branden als het grootlicht wordt aangezet.

     Benzinemeter:

    De benzinemeter geeft aan hoeveel benzine er in de benzinetank is. Als de
    naald van de benzinemeter in het rode “E”-gedeelte staat, is er onvoldoende
    benzine. Tank zo spoedig mogelijk bij met EURO 95 loodvrije benzine.
    (Advies max E10, E15 verboden).

     Snelheidsmeter:
    De rijsnelheid wordt aangegeven in kilometer per uur of mijlen per uur.
     Klokje: geeft de tijd weer.
     Klokje instelknop: om de tijd in te stellen.
     Klokje bijstelknop: om de tijd bij te stellen.

    9 Motorstoringslampje.

    9






    ① ⑥



  • Page 15

    AANTEKENINGEN

    10



  • Page 16

    4. CONTROLE VOORAFGAAND AAN ELKE RIT
    (1) CONTROLE VOORAF
    Neem de goede gewoonte aan om uw scooter te controleren voordat u gaat
    rijden.
    LET OP!
    Zorg dat u controle en onderhoud uitvoert nadat uw nieuwe scooter
    de eerste 500 km heeft gereden.
    Om schade en ongelukken te voorkomen, is het absoluut noodzakelijk dat u
    de scooter controleert voordat u gaat rijden.

    (2) CONTROLE VAN HET OLIEPEIL/ OLIEVERVERSING

    Zet de scooter op de middenstandaard. Neem de oliepeilstok uit de tank en
    veeg hem schoon.
    Steek de oliepeilstok rechtstreeks in de motorolie (niet inschroeven).
    Neem de peilstok uit en controleer het oliepeil. Als het oliepeil het streepje
    voor minimumpeil nadert, dient u motorolie tot het streepje voor
    maximumpeil bij te vullen.
    WAARSCHUWING!
    Controleer het oliepeil elke 1000 km.
    De temperatuur van de motor en de uitlaat kan zeer hoog worden.
    Zorg dat u zich niet brandt als u het oliepeil controleert.
    Als de scooter met onvol doende motorolie rijdt, zal de motor snel
    defect raken.

    11



  • Page 17

    (3) CONTROLE VAN DE REMMEN
    Rijd met de scooter langzaam op een droog wegdek en gebruik
    achtereenvolgens de voorremhevel en de achterremhevel om het
    remvermogen te controleren.
    De voorremhevel en de achterremhevel dienen de juiste vrije slag te hebben.
    “Vrije slag” betekent de afstand tussen de stand van een volledig ingeknepen
    hevel en een volledig losgelaten hevel.
    Meet de vrije slag aan het uiteinde van de hevel en controleer of deze
    binnen de gespecificeerde waarde ligt (1 – 2 cm).

    (4) BANDENINSPECTIE

    1. Controle van de bandspanning

    Controleer of de bandspanning normaal is als de band op een vlakke
    ondergrond staat.
    Onder abnormale omstandigheden dient u de bandspanning met een
    bandspanningsmeter te controleren.
    Meet de bandspanning bij kamertemperatuur.
    De bandspanning mag niet hoger zijn dan 2.50 bar.
    NORMALE BANDSPANNING
    (alleen bestuurder/bestuurder met passagier)
    Voorwiel
    1.8/2.0 bar
    Achterwiel
    2.0/2.25 bar

    12

    1-2cm



  • Page 18

    2. Scheurtjes en andere beschadigingen

    Controleer het loopvlak van de banden op scheurtjes of
    andere beschadigingen.

    3. Abnormale slijtage

    (4)

    Controleer de bandloopvlakken op abnormale slijtage.

    4. Steentjes, stukjes glas of metaal
    Controleer de loopvlakken en de wangen van de banden
    op stukjes glas, metaal of steentjes.

    (5)

    5. Moet voldoende profieldiepte hebben
    Als de band dusdanig is versleten dat het
    slijtagegrensmerkje niet meer zichtbaar is, moet de band
    vervangen worden. Vervang door een nieuwe band.

    (5)

    LET OP!
    Abnormale bandspanning, scheurtjes, beschadigingen en abnormale
    slijtage zullen instabiliteit van het stuur veroorzaken. Uiteindelijk kan
    de band scheuren.
    Als de band dusdanig is versleten dat het slijtagegrensmerkje niet
    meer zichtbaar is, dan moet de band door een nieuwe vervangen
    worden.

    13

    (2)

    (3)



  • Page 19

    (5) CONTROLE VAN HET BENZINEPEIL/BIJTANKEN
    Controleer of er voldoende benzine in de tank is.
    Als de wijzer van de benzinemeter in het rode gedeelte staat, vul dan zo snel
    mogelijk bij met EURO 95 benzine. (Advies max E10, E15 verboden).

    Bijtanken
    1.
    2.

    Zet de motor stil en zet de contactschakelaar in de “OFF”-stand.
    Steek de contactschakelaar in het buddyslot (p. 8) en draai de sleutel
    naar rechts om de buddyseat te ontgrendelen.
    3. Open de buddyseat.
    4. Open de tank door de benzinetankdop met de hand tegen de richting
    van de klok in te draaien.
    5. Tank uitsluitend bij met EURO 95 benzine. (Advies max E10,
    E15 verboden).
    6. Draai de benzinetankdop met de klok mee om deze weer vast te
    draaien.

    LET OP!
    Zorg dat u de motor heeft afgezet voordat u gaat bijtanken.
    Het benzinepeil mag niet boven het referentieplaatje uitkomen,
    anders gaat de benzine lekken.
    Er mogen geen additieven aan de benzine worden toegevoegd. De
    motor zou hierdoor defect kunnen raken.

    14

    (1) Opendraaien van de tankdop
    (2) Tankdop uitnemen.



  • Page 20

    LET OP!
    Zorg dat u controle en onderhoud uitvoert nadat uw nieuwe scooter
    de eerste 500 km heeft gereden.

    (6) STUUR
    Bekijk het stuur en kijk of er beschadigingen zijn. Knijp de voorremhevel in en
    beweeg het stuur op en neer om het te controleren op abnormaal geluid.
    Beweeg het stuur op en neer en heen en weer om het te controleren op losse
    delen. Controleer of het stuur vrij kan draaien.
    Als u iets abnormaals constateert, ga dan naar uw dealer om het stuur te
    laten nakijken.

    (7) CONTROLE VAN HET DASHBOARD
    (1) Controleer of de indicatielampjes van de richtingaanwijzers en het
    grootlicht naar behoren functioneren.
    (2) Controleer of de snelheidsmeter goed functioneert.
    (3) Controleer de benzinemeter.

    15



  • Page 21

    (8) VRIJE SLAG VAN DE REMHEVELS: CONTROLE EN AFSTELLING
    De vrije slag van de remhevels moet afgesteld worden met de
    remhevelstelmoeren.
    Daartoe haalt u de hevel volledig aan. Vervolgens controleert u of de
    vrije slag binnen de gespecificeerde waarden ligt (1 –2 cm).

    WAARSCHUWING!
    Zorg ervoor dat de uitsparing op de afstelmoer om de remarmpin valt
    nadat u de vrije slag definitief correct heeft afgesteld. Hiermee
    worden gevaarlijke situaties en ongelukken voorkomen.

    1~2cm




    (9) CONTROLE VAN DE REMSCHOENEN
    Als bij een volledig ingeknepen remhevel het slijtage-indicatiemerkje “>”op de
    remschoen en dat op de remplaat “>”op één lijn liggen, dan wil dit zeggen dat
    de remschoen versleten is.
    Ga naar uw erkende KYMCO-dealer of –onderhoudswerkplaats voor
    vervanging van de remschoen.
    LET OP!
    Een remschoen zal sneller verslijten als tijdens het rijden de remhevels
    continu licht worden aangehaald.

    Remschoen onderhoudsgrens:
     voorwiel achterwiel

    16



  • Page 22

    (10) CONTROLE VAN DE KLAXON/LICHTEN
    Zet de contactschakelaar in de “ON”-stand en druk op de klaxonknop om te
    testen of deze toetert.

    Controle van de koplamp/het achterlicht:
    Start de motor en zet de lichtschakelaar aan om te controleren of de koplamp
    en het achterlicht het goed doen en kijk of de lampjes niet vuil of
    beschadigd zijn.

    Controle van het remlicht:
    Haal één voor één de voor‐ en de achterremhevel aan om te controleren of het
    remlicht goed werkt. Kijk ook of het remlichtlampje niet vuil of beschadigd is.

    Controle van de richtingaanwijzers:

    Gebruik de richtingaanwijzer-schakelaar om te kijken of de richtingaanwijzers
    linksvoor /rechtsvoor/linksachter/rechtsachter kunnen knipperen en zoemen.
    Kijk ook of de lampjes niet vuil of beschadigd zijn.
    (1) Koplamp; (2) Achterlicht/Remlicht; (3) Richtingaanwijzer;
    (4) Klaxonknop
    WAARSCHUWING!
    Voorkom gevaarlijke situaties tijdens het rijden door de lampjes tijdig
    schoon te maken of door nieuwe te vervangen als ze vuil of
    beschadigd zijn.

    17



  • Page 23

    (11) CONTROLE VAN DE VOOR- EN DE ACHTERSCHOKBREKERS
    Controleer de toestand van de voor-/achterschokbrekers door meermaals op
    het stuur en de buddy te duwen.

    (12) CONTROLE VAN HET REMVERMOGEN
    Haal de remhevels tegelijkertijd volledig aan terwijl u
    de scooter naar voren duwt. Controleer of het remvermogen goed is.

    (13) CONTROLE VAN DE HOEK VAN DE ACHTERUITKIJKSPIEGEL

    Ga rechtop op de scooter zitten en controleer of de achteruitkijkspiegel goed
    staat afgesteld.

    (14) CONTROLE VAN DE NUMMERPLAAT
    Controleer of de nummerplaat vuil of beschadigd is. Draai de schroeven goed
    vast.

    (15) CONTROLE VAN DE REFLECTOR
    Controleer of de reflector vuil of beschadigd is.

    (16) CONTROLE VAN EVENTUEEL DEFECTE ONDERDELEN
    Controleer of defecte onderdelen vervangen c.q. gerepareerd zijn.

    (17) CONTROLE VAN DE SMEERPUNTEN
    Bekijk of alle smeerpunten van de scooter naar behoren zijn gesmeerd.

    18



  • Page 24

    5. METHODEN OM DE MOTOR TE STARTEN
    (1) ZET DE CONTACTSCHAKELAAR AAN
    Haal het stuur van het slot.
    Zet de contactschakelaar in de “ON” -stand.
    WAARSCHUWING!
    Controleer het benzine- en het oliepeil voordat u de motor start.
    Zorg dat de middenstandaard uitgeklapt is als u de motor start.
    Voor de veiligheid dient de jiffy met de voet ingeklapt te worden
    voordat de motor gestart wordt.



    (2) BLOKKEER HET ACHTERWIEL
    Knijp de achterremhevel in om de stroom in te schakelen zodat de motor
    gestart wordt.
    WAARSCHUWING!

    Om te zorgen dat de scooter niet plotseling naar voren schiet, dient
    u het achterwiel te blokkeren.
    Als de vrije slag van de achterremhevel niet juist is ingesteld, kan het
    achterwiel niet geremd worden. Dit kan gevaarlijke situaties
    opleveren.

    19



  • Page 25

    (3) GEBRUIK DE ELEKTRISCHE STARTKNOP
    Druk op de startknop zonder dat u aan de gashendel draait.
    Als de motor niet start nadat u de startknop gedurende 3 tot 4 seconden heeft
    ingedrukt, draai dan de gashendel ⅛- tot ¼-slag open om het starten te
    vergemakkelijken.
    Als de scooter lang niet gebruikt is geweest, of als de benzinetank leeg is en de
    motor is nog steeds moeilijk te starten nadat de benzine is bijgetankt, druk dan
    de startknop in, draai de gashendel een klein stukje open en druk meermaals
    op de startknop om de motor te starten.
    Om te voorkomen dat de accu overladen wordt, dient u de startknop niet
    langer dan vijf seconden ingedrukt te houden.
    Als de motor nog steeds niet start nadat u de startknop gedurende vijf
    seconden heeft ingedrukt, wacht dan meer dan vijf seconden en druk de
    startknop vervolgens opnieuw in of start de motor met het kickstartpedaal.

    LET OP!
    Druk nooit op de startknop terwijl de motor draait, anders raakt deze
    beschadigd.
    Als de motor wordt gestart, dient de achterremhevel volledig aange‐
    haald te worden om de stroom aan te zetten.
    Het remlicht zal gaan branden zodra de stroom wordt aangezet.

    20



  • Page 26

    (4) STARTEN MET HET KICKSTARTPEDAAL
    1. Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
    2. Trap het kickstartpedaal rustig naar beneden totdat er weerstand
    is. Als de motor koud is en niet start nadat het kickstartpedaal
    3 tot 4 keer naar beneden is getrapt, draai dan de gashendel ⅛tot ¼- slag open om het starten te vergemakkelijken.
    Laat de motor enige tijd (2 tot 3 minuten) warmdraaien na een koude
    start.
    Nadat de motor is gestart, dient u niet plotseling op te trekken en
    dient u langzaam te blijven rijden om de motor te sparen.
    WAARSCHUWING!
    Nadat de motor is gestart, moet het kickstartpedaal weer in de
    oorspronkelijke stand teruggezet worden.
    Het uitlaatgas bevat giftig koolmonoxide dat schadelijk is als het
    wordt ingeademd. Laat daarom de motor nooit draaien in een
    afgesloten ruimte.
    Zet alle lichtschakelaars uit voordat u de scooter start.

    21

    ⅛ – ¼ slag
    1/8
    1/4



  • Page 27

    6. NORMALE RIJMETHODE
    (1) DE MOTOR STARTEN
    Start de motor zoals beschreven in hoofdstuk 5.
    WAARSCHUWING!
    Houd uw vinger weg van de startknop direct nadat de motor gestart is
    om schade aan de motor te voorkomen.
    De achterremhevel dient ingeduwd te zijn voordat u gaat rijden.

    (2) DE MIDDENSTANDAARD OPKLAPPEN
    Houd de achterremhevel ingeknepen en duw dan de scooter
    naar voren. De middenstandaard klapt nu automatisch op.
    LET OP!
    Nadat de motor is gestart en voordat u wegrijdt, dient u de gashendel
    nooit open te draaien om het toerental van de motor op te voeren.

    22



  • Page 28

    (3) EEN CORRECTE ZITHOUDING AANNEMEN
    Ga vanaf de linkerzijde schrijlings op de scooter zitten en
    zit rechtop. Houd uw linkervoet aan de grond om te
    voorkomen dat de scooter slipt.
    WAARSCHUWING!

    De bestuurder moet een helm, handschoenen en een motorbril dragen.
    Draag geen kledingstukken die de rijveiligheid in gevaar kunnen
    brengen.

    (4) DE GASHENDEL OPENDRAAIEN
    Laat de achterremhevel los en draai de gashendel
    langzaam open. De scooter zal in een vloeiende beweging
    optrekken.
    WAARSCHUWING!
    Als u de gashendel te snel opendraait nadat u de achterremhevel heeft
    losgelaten, dan zal de motor plotseling optrekken. Dit kan gevaarlijk
    zijn. Doe dit dus niet.
    Vermijd plotseling optrekken of remmen tijdens het rijden. Dan
    bespaart u brandstof en verlengt u de levensduur van de motor.

    23



  • Page 29

    7. VOORZORGSMAATREGELEN
    (1) CORRECT RIJDEN
    Voordat u gaat rijden, moet u de richtingaanwijzer inschakelen en controleren
    of de weg achter u veilig is.
    Rijd niet met grote snelheid een weg op en blijf zoveel mogelijk rechts rijden
    om gevaarlijke situaties te voorkomen.
    LET OP!
    Een beheerste rijstijl zal de levensduur van de motor verlengen. De
    koppelingsvoeringen verslijten sneller naarmate ze vaker bij een lage
    snelheid worden gebruikt.

    (2) DE SNELHEID REGELEN
    De snelheid wordt geregeld met de gashendel.

     gashendel opendraaien

    De snelheid neemt toe. Trek nooit plotseling op.
    Als u op een stijgende weg rijdt, draai dan de gashendel gedoseerd open om
    het vermogen op te voeren.

     gashendel dichtdraaien

    De snelheid neemt af. Draai de gashendel snel dicht.
    WAARSCHUWING!
    Haal beide remhevels aan terwijl u de gashendel dichtdraait. Zodoende
    heeft u minder tijd nodig om vaart te minderen.

    24



  • Page 30

    (3) DE JUISTE RIJMETHODE ZAL DE LEVENSDUUR VAN DE MOTOR
    VERLENGEN
    Een nieuwe scooter mag tijdens de eerste 1000 kilometer niet sneller dan
    30 km per uur (50 cc) of 60 km per uur (125 / 200 cc) rijden.
    Probeer niet te plotseling op te trekken of langdurig met hoge snelheid te
    rijden.
    Bij warm weer raakt de motor snel oververhit als deze lang achtereen
    stationair draait. Zet in dit geval de motor af.
    LET OP!
    Een beheerste rijstijl zal de levensduur van de motor verlengen.

    (4) GEBRUIK ALTIJD BEIDE REMMEN TEGELIJKERTIJD ALS U REMT
    Draai de gashendel eerst dicht en gebruik dan de remmen.
    De beste manier om de scooter te remmen is om de voorrem‐ en de achterrem‐
    hevel allereerst langzaam en vervolgens stevig aan te halen.
    WAARSCHUWING!
    Als u slechts één rem tegelijk gebruikt, dan zal de scooter in een slip
    raken. Rem nooit plotseling tijdens het rijden. Ook dit kan de scooter
    in een slip brengen en gevaarlijke situaties opleveren.

    25

    30 km



  • Page 31

    (5) STOP NOOIT PLOTSELING EN MAAK GEEN SCHERPE BOCHTEN
    Plotseling stoppen en scherpe bochten nemen zijn de belangrijkste oorzaken
    voor slippen. Dit kan dus zeer gevaarlijk zijn.
    Bij regenachtig weer is het wegdek glad. Door plotseling te stoppen zal de
    scooter in een slip raken. Wees voorzichtig en vermijd gevaarlijke situaties.

    (6) WEES BIJ REGEN EXTRA VOORZICHTIG
    Als het wegdek nat is, zal de scooter een langere remweg hebben. Zorg dat u
    bij regen langzamer gaat rijden en rem vroeg en zo langzaam mogelijk.
    Als u op een dalende weg rijdt, draai dan de gashendel geheel dicht en minder
    uw vaart door pompend te remmen.
    WAARSCHUWING!
    Bij regen is er een langere remweg nodig dan bij droog weer. Zorg dat
    u langzamer gaat rijden en rem langzaam en zo vroeg mogelijk.

    26



  • Page 32

    8. HOE TE STOPPEN MET RIJDEN
    (1) ALS U DE PLAATS NADERT WAAR U WILT PARKEREN
    Zet van te voren aan een richtingaanwijzer aan. Kijk of er voertuigen
    van achteren of van de zijkant komen en zet de scooter langzaam stil aan
    de rechterkant van de weg.
    Draai de gashendel dicht en gebruik zo spoedig mogelijk de remmen.
    Het remlicht zal dan gaan branden om achterliggers te waarschuwen.

    (2) ALS DE SCOOTER VOLLEDIG STILSTAAT
    Zet de richtingaanwijzer‐schakelaar terug in de oorspronkelijke stand.
    Zet de contactschakelaar in de “OFF”-stand om de motor uit te zetten.

    WAARSCHUWING!

    Draai gedurende het rijden nooit aan de contactsleutel. Als de
    contactschakelaar in de “OFF”-stand wordt gezet, valt de stroom
    uit. Als dit tijdens het rijden gebeurt, kan dit tot
    verkeersongevallen leiden. Zet de contactschakelaar pas uit
    nadat de scooter volledig tot stilstand is gekomen.

    27



  • Page 33

    (3) PARKEREN
    Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond en waar
    het verkeer niet gehinderd kan worden.
    Ga aan de linkerzijde van de scooter staan en pak het stuur met uw linkerhand
    en de zijstang of de achterdrager met uw rechterhand vast. Duw vervolgens
    met uw rechtervoet de middenstandaard rustig naar beneden en trek met uw
    rechterhand de scooter krachtig naar achteren.
    LET OP!
    De scooter kan gemakkelijk omvallen als deze is geparkeerd op een
    ongelijke ondergrond. U dient de scooter nooit aan de plastic kapdelen
    vast te pakken. De kappen zouden dan kunnen scheuren.

    (4) STUUR
    Zorg dat u, nadat u de scooter geparkeerd heeft, het stuur vergrendelt en de
    sleutel uit het slot neemt. Zodoende voorkomt u diefstal (zie p.5).
    LET OP!
    Parkeer uw scooter zodanig dat deze anderen niet in de weg staat.
    Parkeer de scooter op een veilige plaats en vergeet niet de sleutel
    uit het slot te nemen om diefstal te voorkomen
    .

    28



  • Page 34

    9. EENVOUDIG ONDERHOUD
    (1) CONTROLEREN, REINIGEN EN VERVANGEN VAN HET
    LUCHTFILTER
    1.

    Haal het deksel van het luchtfilterhuis na eerst de schroeven
    verwijderd te hebben.
    2. Verwijder het luchtfilterelement. Bekijk of het vuil of verstopt is.
    Vervang zo nodig het luchtfilter.
    3. Plaats het luchtfilterelement terug in het huis, plaats het deksel terug
    en draai de schroeven weer vast.
    Vervang het luchtfilterelement na elke 3000 kilometer.
    Als u in een ongewoon stoffige omgeving rijdt, dient u het luchtfilter vaker te
    reinigen of te vervangen.
    LET OP!
    Zorg ervoor dat er geen water in het luchtfilter kan komen; hierdoor
    zouden er startproblemen kunnen ontstaan.
    Als het luchtfilter niet juist is geplaatst, dan kan er stof rechtstreeks in
    de cilinder worden gezogen waardoor het vermogen en de levensduur
    van de motor kunnen afnemen.

    Voor vervanging van het filter zie verder het onderhoudsschema op
    pagina 40.

    29

    schroeven
    schroeven

    Screw



  • Page 35

    (2) BRANDSTOFSYSTEEM

    Controle op benzinelekkage
    Controleer de benzineleiding tussen de benzinetank en de carburateur
    op lekkage.
     carburateur
    benzinetank

     benzineslang, connector en klemmen

    LET OP!
    Controleer en vervang de benzineslangconnector altijd als deze kapot of
    beschadigd is. Zodoende voorkomt u dat de scooter zonder benzine komt
    te staan.

    (3) REINIGEN VAN DE BUITENKANT VAN DE SCOOTER

    Veeg de buitenkant van de scooter geregeld met een doek schoon om te
    voorkomen dat er zich stof ophoopt waardoor de onderdelen minder goed
    kunnen gaan werken.
    LET OP!
    Als de scooter lang niet is gebruikt, controleer dan de werking van
    elk onderdeel en vervang de smeerolie voordat u weer gaat rijden. Ga
    alleen dan met de scooter rijden, als u er zeker van bent dat alles
    naar behoren functioneert.
    Als u de scooter in de was zet, zorg dan dat de was geen bestand‐
    delen bevat die de verf van de scooter kunnen aantasten.

    30



    ② ①



  • Page 36

    (4) ACCU
    Dit model heeft een onderhoudsvrije accu (behoeft geen bijvulling van
    gedestilleerd water).
    Als u de accupolen wilt schoonmaken, verwijder dan de schroeven van het
    accudeksel onder de buddyseat en open vervolgens de accudeksel.
    Als de accupolen aangetast zijn, haal dan de accu uit de bak en maak de polen
    schoon. Hierna dient u ze in te smeren met een dunne laag vet of vaseline
    voordat u de accu terugplaatst.

    WAARSCHUWING!
    Open nooit de kap van een accu van het verzegelde type. Als de
    scooter voor langere tijd niet gebruikt wordt, dan zal de accu vanzelf
    leeglopen. Verwijder de accu en zet deze op een koele plaats nadat u
    hem volledig heeft opgeladen om leeglopen te voorkomen.
    Als de scooter voor langere tijd niet gebruikt zal worden, dan maakt u
    de negatieve accupool los.

    Rook niet en zorg dat er geen open vuur of vonken in de
    buurt van de accu kunnen komen terwijl u deze verwijdert of

    installeert.
    Zet het contactslot uit voordat u de accu verwijdert of installeert.
    De negatieve (-)accupool dient het eerst losgekoppeld te worden. De
    positieve (+) accupool dient het eerst aangesloten te worden.
    Draai losse accumoeren stevig vast.

    31

    Accuoplader



  • Page 37

    (5) VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN
    Schakel het contact uit en controleer of er een zekering is doorgebrand. Als dit
    het geval is, vervang deze dan door een nieuwe met de juiste specificatie. Ga
    alvorens u de zekering vervangt na wat de oorzaak van het doorbranden is
    geweest. Als u de oorzaak niet kunt vinden, laat dan uw erkende KYMCOdealer hiernaar kijken.
    Specificatie van de zekeringen: 50 / 125 cc: 7A/7A; 200 cc: 7A / 10A.

    (1)

    (2)

    (3)

    LET OP!
    Zorg dat u, als u de zekering uit de clip haalt, deze niet teveel uitrekt.
    Na het plaatsen van een nieuwe zekering dient u de clip te controleren:
    een loszittende zekering is de belangrijkste oorzaak voor problemen.
    Gebruik nooit een zekering waarvan u niet weet welke specificatie
    deze heeft. Anders is er kans op oververhitting van de bedrading of
    doorbranden.
    Als u elektrische componenten vervangt (lichten,
    dashboardelementen), zorg dan dat u altijd de aanbevolen originele
    onderdelen gebruikt.
    Als u de scooter wast, zorg dan dat de elektrische componenten
    zoveel mogelijk droog blijven.
    Als u de oorxaak van de problemen niet kunt vinden, neem dan contact
    op met uw Kymco‐dealer .
    1.zekeringdoos; 2. zekeringclip; 3. zekering

    32



  • Page 38

    (6) VERVERSEN VAN DE MOTOROLIE
    1.
    2.
    3.
    4.
    5.

    Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
    Verwijder de oliepeilstok.
    Verwijder de aftapplug om de olie af te tappen.
    Vul verse motorolie bij. Draai de oliepeilstok stevig vast.
    Laat de motor warmdraaien en controleer opnieuw het oliepeil nadat
    de motor 20 tot 30 seconden heeft stilgestaan.
    Aanbevolen olie: SAE 15W/40 full synthetic. KYMCO adviseert POWER OIL.
    API‐serviceclassificatie: SG.
    Carterinhoud/verversing: 50 cc: 0.8 l/ 0.7 l; 125/200 cc: 0.9 l/ 0.8 l.



    LET OP!
    Als u de motorolie ververst, reinig dan meteen ook het oliefilter en
    plaats het vervolgens terug.
    Gebruik het aanbevolen type motorolie.
    Ververs de motorolie voor het eerst na 500 km en ververs
    daarna na elke 3000 km.
    Controleer minstens iedere 1000 km uw oliepeil.
    Motorolie gaat snel in kwaliteit achteruit en moet vaker worden
    ververst als de scooter regelmatig in een stoffige en koude
    omgeving rijdt of alleen voor korte afstanden gebruikt wordt.
    Meng geen motorolie van verschillende typen of viscositeit. Dit zou de
    motor kunnen beschadigen.

    33


    aftapplug



  • Page 39

    (7) TRANSMISSIEOLIE

    Controleer de versnellingsbak op olielekkage.
    1.

    2.

    Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
    Wacht 2 tot 3 minuten nadat de motor is stilgezet. Verwijder de
    olievuldop (1) en controleer het oliepeil (2). Het oliepeil moet tot de
    onderrand van het gat staan. Als het peil te laag is, vul dan olie bij tot het
    juiste niveau.
    Draai de olievuldop (1) na het bijvullen stevig vast.

    Aanbevolen transmissieolie:
    KYMCO adviseert POWER OIL.
    Inhoud transmissie/verversing:

    SAE 75W/90 synthetic
    0.9/0.8 L

     olievuldop (oliepeilgat)  aftapplug
    LET OP!
    Vul transmissieolie bij via het oliepeilgat.
    Gebruik een dweil om na het bijvullen de omgeving schoon te maken.
    Teveel of te weinig transmissieolie heeft een negatieve invloed op de
    motorprestatie.
    Gebruik nooit transmissieolie van verschillende merken of inferieure
    kwaliteit. Hierdoor kan de motor defect raken.
    Ververs de transmissieolie voor het eerst na 500 km en daarna
    na elke 6000 km.
    Vul bij met de aanbevolen transmissieolie zo vaak als nodig is.

    34



  • Page 40

    (7) CONTROLEREN VAN DE BOUGIE
    Controleer de massa-elektrodes van de bougie op slijtage.
    Vuilaanslag op de bougie-elektroden en een te grote elektrodenafstand
    kunnen ervoor zorgen dat de vonkoverdracht niet goed verloopt.

    (1)

    Verwijderen van de bougie:
    1.
    2.

    Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
    Voor terugplaatsing gaat u te werk in de omgekeerde volgorde.

    Reinigen van de bougie:
    1.
    2.

    Aanslag op de bougie kunt u het beste met een bougiestraler
    verwijderen.
    Als u geen bougiestraler heeft, reinig de bougie dan met een
    staalborstel.

    LET OP!
    Reinig de bougie na elke gereden 3000 km en vervang de bougie
    door een nieuwe na elke 6000 km of als de middenelektrode
    is doorgebrand.
    Draai de bougie eerst met de hand in en draai vervolgens vast met een
    bougiesleutel.
    Gebruik van een bougie waarvan de capaciteit niet staat aangegeven,
    kan de motor beschadigen.

    Aanbevolen bougie: NGK-CR7HSA/ CHAMPION-P-RZ9HC

    35

    Elektrodenafstand: 0.6 – 0.7 mm
    (3)

    (1)

    (2)

    (4)
    1. koolaanslag,
    vuil
    2. elektrodenafstand
    3. slijtage
    4. scheurtjes,
    beschadiging
    (2) (3)
    (4)



  • Page 41

    (8) CONTROLEREN EN BIJVULLEN VAN HET REMVLOEISTOFPEIL
    Verwijder de twee schroeven van het remvloeistofreservoir en verwijder het
    deksel.
    Vul de tank bij met de aanbevolen DOT4- remvloeistof tot het maximumpeilstreepje. Plaats het deksel terug en draai de schroeven vast.

     maximumpeil minimumpeil




    Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
    WAARSCHUWING!
    Meng nooit remvloeistof van verschillende merken. Dit kan remfalen
    veroorzaken en is zeer gevaarlijk. Als u de remvloeistof bijvult,
    gebruik dan handdoeken om de scooter te bedekken en zo de verf
    en het plastic ervan te beschermen.
    Vervang de remvloeistof na elke 12.000 km of elk jaar.

    (9) CONTROLEREN VAN DE RUBBERBESCHERMING VAN DRADEN
    EN KABELS
    De elektrische draden worden beschermd door een rubberlaag aan de
    buitenkant van de connector. Controleer regelmatig of deze rubberlaag
    goed om de draden zit en intact is.
    Als u de scooter wast, zorg dan dat het rubber niet direct met water in
    aanraking komt en borstel het niet. Gebruik alleen een natte doek om stof
    en vuil mee weg te vegen.

    36

    (1)

    (2)

    rubberbescherming
    controlepunten



  • Page 42

    10. BELANGRIJKE OPMERKINGEN
    (1) ALS DE MOTOR NIET KAN STARTEN OF STOPT TIJDENS HET
    RIJDEN




    Is er genoeg benzine in de tank? Als de wijzer van de benzinemeter in
    het rode gedeelte staat, vul dan bij met EURO 95 benzine.
    Is de motor op de juiste manier gestart?
    Zijn er andere onderdelen defect?

    (2) IN GEVAL VAN PANNE
    Als er zich tijdens het rijden een probleem voordoet, dan dient u zich te
    wenden tot een KYMCO-dealer of -onderhoudswerkplaats om de scooter
    te laten nakijken.

    WAARSCHUWING!
    In verband met de veiligheid, om schade aan de scooter te voorkomen
    en om u tijd te besparen, is het absoluut noodzakelijk dat u de scooter
    altijd controleert alvorens u gaat rijden. Lees deze
    gebruikershandleiding zorgvuldig door en neem de goede gewoonte
    aan om uw scooter altijd te controleren voordat u gaat rijden.

    37



  • Page 43

    11. EMISSIEREGELSYSTEEM
    (1) Het emissieregelsysteem van dit model gebruikt de membraanklep om secundaire lucht in het uitlaatsysteem te
    zuigen waar naverbranding plaatsvindt. Hierdoor wordt de emissie van uitlaatgassen tot een minimum beperkt.

    luchtfilter

    38



  • Page 44

    (2) ONDERHOUD VAN HET EMISSIEREGELSYSTEEM:
    1.
    2.
    3.
    4.

    Zie pagina 28 voor het reinigen van het luchtfilter.
    Motorolie: om een zo hoog mogelijke verbrandingsgraad te hebben en de uitstoot van vervuilende stoffen zoveel
    mogelijk te beperken, dient u de motorolie elke 1000 km te verversen.
    Benzine: om te voorkomen dat de verbranding minder goed verloopt door de prestatie van het ontstekingssyteem,
    dient u EURO 95 loodvrije benzine te gebruiken. Het gebruik van gelode benzine is uitdrukkelijk verboden (door
    gelode benzine zou de katalysator gaan slijten waardoor deze uiteindelijk defect zou raken).
    Emissieconcentratietest bij stationair draaien: ga naar een KYMCO-werkplaats waar een emissieanalysator
    aanwezig is om een emissieconcentratietest uit te voeren en om de carburateur te laten bijstellen.

    WAARSCHUWING!
    De uitlaatdemper is zeer heet. De scooter dient geparkeerd te worden op
    een plaats waar voetgangers en kinderen de uitlaat niet kunnen aanraken.

    1.
    2.
    3.

    LET OP!
    Om te zorgen dat het emissieregelsysteem naar behoren
    functioneert, dient u regelmatig controle en onderhoud uit
    te voeren.
    Zorg bovendien dat u nooit naar eigen inzicht de scooter
    verandert: u riskeert een boete voor een te hoge
    uitlaatgasconcentratie.
    Als er zich enig probleem aan het systeem voordoet, wend u
    zich dan tot een erkende KYMCO
    ‐werkplaats voor controle.

    39



  • Page 45

    12. MILIEUVRIENDELIJK ONDERHOUDSSCHEMA
    Om de veiligheid, optimale prestatie, lange levensduur en beperking van de gasuitstoot van uw scooter te behouden, dient u op de
    voorgeschreven momenten controle en onderhoud uit te voeren. C: Controleren en reinigen, smeren, bijvullen, repareren of
    vervangen indien nodig; B: Bijstellen; R: Reinigen; V: Vervangen/verversen; A: Aandraaien.

    Aanbevolen servicebeurten (km)

    Onderdeel
    500 1500 3000 6000 9000 12000 15000 18000 21000 24000 27000 30000
    Transmissie-olie V
    V
    V
    V
    V
    V
    Bougie
    Reinigen elke 1000 km en Vervangen elke 5000 km .
    V-snaar
    I
    I
    I
    I
    I
    Luchtfilter
    I
    V
    I
    V
    I
    V
    I
    V
    I
    V
    I
    Benzinefilter
    V
    V
    V
    Remsysteem
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    Bouten en moeren A
    A
    A
    A
    A
    A
    Bandenspanning I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    Carterolie
    V V V V V
    V
    V
    V
    V
    V
    V V
    Oliefilter
    R
    R
    R
    R
    R
    R
    Kleppen
    I
    I
    I
    I
    I
    I
    40

    Altijd controleren
    voor gebruik

    I
    I



  • Page 46

    13. TECHNISCHE GEGEVENS
    AGILITY CITY 16+ 4T 50 cc

    Cilinderinhoud

    OHC luchtgekoeld 1‐cilinder
    4‐takt

    Boring & slag

    Motortype

    Lengte

    2045 mm

    50 cc

    Breedte

    39.0 x 41.4 mm

    Hoogte

    10.7 +‐ 0.3 : 1

    Droog gewicht
    Max. belading

    114.5 kg

    Maximaal koppel

    3.4 Nm x 7000 tpm

    Wielbasis

    119 kg

    1375 mm

    Bougie
    Accu

    NGK‐ CR7HSA
    12V6AH

    Bandenmaat

    VR: 16 x 100/80
    AR: 16 x 120/80

    Zekeringen
    Brandstof

    Koppeling

    C.V.T.

    15 A /7A

    Ontsteking
    Startsysteem

    C.D.I.
    Elektrisch en kickstarter

    Compressieverhouding
    Maximaal vermogen
    Remtype

    Type versnelling

    Stationair toerental

    2.4 kW x 7500 tpm

    Schijf / trommel

    Droge centrifugaalkoppeling
    2000 tpm

    720 mm

    1220 mm

    EURO 95 benzine

    Benzinetankinhoud 7.0 L
    Benzineverbruik
    <2 L/100 km
    Carterinhoud
    0.85 L
    Motorolie
    Trans. olie inhoud

    41

    SAE 15W/40 synth API: SF
    0.2 L



  • Page 47

    13. TECHNISCHE GEGEVENS
    AGILITY CITY 16+ 4T 125 cc

    Motortype
    Cilinderinhoud

    OHC luchtgekoeld 1‐cilinder
    4‐takt

    Lengte

    125 cc

    Breedte

    9.5 +‐ 0.2: 1

    Droog gewicht

    Maximaal koppel

    9.31 Nm x 6000 tpm

    Bandenmaat

    VR: 16 x 100/80
    AR: 14 x 120/80

    Boring & slag
    Compressieverhouding
    Maximaal vermogen
    Remtype

    Type versnelling

    735 mm

    52.4 x 57.8 mm

    Hoogte

    6.9 kW x 7500 tpm

    Max. belading

    128 kg

    Wielbasis

    131 kg

    1340 mm

    Bougie
    Accu

    NGK-CR7HSA
    12V8AH

    Zekeringen

    15 A /10A

    Schijf / schijf

    Koppeling

    C.V.T.

    Ontsteking
    Startsysteem

    C.D.I.
    Elektrisch en kickstarter

    Stationair toerental

    2050 mm

    Droge centrifugaalkoppeling
    1700 tpm

    Brandstof
    Benzinetankinhoud
    Benzineverbruik
    Carterinhoud
    Motorolie
    Trans.olie inhoud

    42

    1210 mm

    EURO 95 benzine
    7.0 L
    <2 L/100 km

    0.9 L
    SAE 15W/40 synth API: SF
    0.2 L



  • Page 48

    13. TECHNISCHE GEGEVENS
    AGILITY CITY 16+ 4T 200 cc

    Motortype

    OHC luchtgekoeld 4‐takt

    Lengte

    Cilinderinhoud

    163 cc

    Breedte

    9.5 +‐ 0.2: 1

    Droog gewicht

    Maximaal koppel

    12.2 Nm x 6000 tpm

    Bandenmaat

    VR: 16 x 100/8 0
    AR: 14 x 120/80

    Boring & slag

    Compressieverhouding
    Maximaal vermogen
    Remtype

    Type versnelling
    Koppeling
    Ontsteking
    Startsysteem
    Stationair toerental

    2050 mm
    735 mm

    60 x 57.8 mm

    Hoogte

    8.2 kW x 7500 tpm

    Max. belading

    128 kg

    Wielbasis

    131 kg

    1400 mm

    Bougie
    Accu

    NGK-CR7HSA
    12V8AH

    Zekeringen

    15 A /10A

    Schijf / schijf

    1210 mm

    EURO 95 benzine
    Brandstof
    Benzinetankinhoud 7.0 L
    Droge telecentrische koppeling
    <2 L/100 km
    Benzineverbruik
    Carterinhoud
    0.9L
    E.C.U.
    Elektrisch
    Motorolie
    SAE 15W/40 synth API: SF
    Trans.
    olie
    inhoud
    0.2 L
    1800 +‐ 100 tpm
    C.V.T.

    43



  • Page 49

    KWANG YANG MOTOR CO. , LTD.
    NO. 35 Wan Hsing Street, San Min
    District Kaohsiung, Taiwan, Republic of PROC
    Telephone : 886-7-3822526
    FAX : 886-7-395002 1

    “AGILITY CITY 16+ 4t (50CC+125CC+200CC) ” door KWANG YANG Motor Co., Ltd.
    Eerste uitgave: 2014
    Aangepast en vertaald voor KYMCO Benelux B.V.: mei 2014 (Amstel Translations)
    Alle rechten voorbehouden. Elke verveelvoudiging of elk gebruik waarvoor geen schriftelijke
    toestemming is gevraagd aan KWANG YANG Motor Co. Ltd. en KYMCO Benelux B.V. is
    uitdrukkelijk verboden.



  • Page 50






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Kymco Agility City 16 plus 50cc wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Kymco Agility City 16 plus 50cc in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 4,7 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info