Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/164
Nächste Seite
Gebruiksaanwijzing
Digitale Camera
Model Nr. DMC-FX37/DMC-FX38
VQT1S12
Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen
alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.
QuickTime en het QuickTime-logo zijn merken of
geregistreerde merken van Apple Inc. en worden
onder licentie gebruikt.
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Gebruiksaanwijzing
    Digitale Camera
    Model Nr.

    DMC-FX37/DMC-FX38

    Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen
    alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.

    QuickTime en het QuickTime-logo zijn merken of
    geregistreerde merken van Apple Inc. en worden
    onder licentie gebruikt.
    VQT1S12



  • Page 2

    Voor Gebruik

    Geachte Klant,
    Wij willen van de gelegenheid gebruik maken u te bedanken voor de aanschaf van deze
    Panasonic Digitale Fotocamera. Lees deze handleiding met aandacht en bewaar hem
    binnen handbereik voor toekomstige raadpleging.

    Voor Gebruik

    Informatie voor Uw Veiligheid
    WAARSCHUWING:
    OM HET RISICO VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF
    PRODUCTBESCHADIGING TE VERKLEINEN,
    • STELT U DIT APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN, VOCHT, DRUPPELS OF

    SPETTERS, EN MAG U GEEN VOORWERPEN WAARIN EEN VLOEISTOF ZIT BOVENOP
    HET APPARAAT PLAATSEN.
    • GEBRUIKT U UITSLUITEND DE AANBEVOLEN ACCESSOIRES.
    • VERWIJDERT U NIET DE AFDEKKING (OF HET ACHTERPANEEL). ER BEVINDEN ZICH
    GEEN ONDERDELEN IN HET APPARAAT DIE DOOR DE GEBRUIKER MOETEN
    WORDEN ONDERHOUDEN. LAAT ONDERHOUD OVER AAN VAKBEKWAAM
    ONDERHOUDSPERSONEEL.

    Neem zorgvuldig het auteursrecht in acht.
    Het opnemen van reeds beschreven banden of schijven, of ander gepubliceerd of
    uitgezonden materiaal, voor andere doeleinden dan persoonlijk gebruik, kunnen
    een overtreding van het auteursrecht vormen. Zelfs voor privé-gebruik kan het
    opnemen van bepaald materiaal aan beperkingen onderhevig zijn.
    • Houdt u er rekening mee dat de huidige bedieningselementen, de onderdelen, de

    menu-opties enz. van uw Digitale Camera enigszins af kunnen wijken van de illustraties
    die in deze Handleiding voor Gebruik opgenomen zijn.
    • SDHC Logo is een handelsmerk.
    • Microsoft product schermshot(s) herdrukt met toestemming van Microsoft Corporatie.
    • Andere namen, bedrijfsnamen en productnamen die in deze handleiding voorkomen, zijn
    handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende bedrijven.

    HET STOPCONTACT MOET IN DE NABIJHEID VAN HET APPARAAT
    GEÏNSTALLEERD WORDEN EN MAKKELIJK BEREIKBAAR ZIJN.
    GEVAAR
    Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang alleen
    door een zelfde soort batterij of equivalent, die door de fabrikant aanbevolen worden.
    Gooi de gebruikte batterijen weg zoals door de fabrikant voorgeschreven wordt.
    Waarschuwing
    Gevaar voor brand, explosie en vuur. Niet uit elkaar halen, verhitten boven 60 xC of
    verassen.
    Het productidentificatielabel bevindt zich aan de onderkant van de apparaten.

    -2-



  • Page 3

    Voor Gebruik

    ∫ Over de batterijoplader
    WAARSCHUWING!
    • OM EEN GOEDE VENTILATIE TE VERZEKEREN, DIT APPARAAT NIET IN EEN

    BOEKENKAST, EEN INGEBOUWDE KAST OF EEN ANDERE GESLOTEN RUIMTE
    INSTALLEREN OF GEBRUIKEN. ZORG ERVOOR DAT DE VENTILATIEWEGEN NIET
    DOOR GORDIJNEN OF ANDERE MATERIALEN WORDEN AFGESLOTEN, OM GEVAAR
    VOOR ELEKTRISCHE SCHOK OF BRAND TEN GEVOLGE VAN OVERVERHITTING TE
    VOORKOMEN.
    • ZORG DAT DE VENTILATIE-OPENINGEN VAN HET APPARAAT NIET GEBLOKKEERD
    WORDEN DOOR KRANTEN, TAFELKLEEDJES, GORDIJNEN, OF IETS DERGELIJKS.
    • ZET GEEN OPEN VUUR, ZOALS BRANDENDE KAARSEN, OP HET APPARAAT.
    • DOE LEGE BATTERIJEN WEG OP EEN MILIEUVRIENDELIJKE MANIER.

    • De batterijoplader is in de stand-byconditie wanneer de AC-stroom geleverd wordt.

    Het primaire circuit is altijd “onder stroom” zo lang als de batterijoplader aangesloten is op een
    elektrische uitlaat.

    ∫ Over het batterijenpakket
    • Niet verhitten of aan vlam blootstellen.
    • De batterij(en) niet in een auto laten liggen, blootgesteld aan direct zonlicht gedurende een
    lange tijd met deuren en ramen dicht.

    -3-



  • Page 4

    Voor Gebruik

    ∫ Wat u wel en niet met het toestel mag doen
    • Het toestel niet erg schudden of stoten.

    U kunt hiermee de lens of de LCD-monitor beschadigen, problemen met het toestel
    veroorzaken, of het opnemen onmogelijk maken.
    • We raden het sterk aan het toestel niet in uw broekzak te laten wanneer u zit
    en het ook niet in een volle of te kleine tas te proppen, enz.
    Dit zou schade aan de LCD-monitor of persoonlijk letsel tot gevolg kunnen
    hebben.
    • Wees bijzonder voorzicht op de volgende plaatsen die problemen met
    het toestel kunnen veroorzaken.
    – Plaatsen met veel zand of stof.
    – Plaatsen waar water in het toestel kan komen zoals op een strand of op
    plaatsen waar het regent.
    • De lens en de uitlaten niet aanraken met vuile handen. Ook oppassen
    dat er zich geen vloeistoffen, zand en andere er niet toe doende stoffen in de nabijheid
    van de lens, knopen, enz. bevinden.
    • Als er zeewaterdruppels op het toestel komen, een droge doek gebruiken om het
    toestellichaam voorzichtig af te drogen.

    -4-



  • Page 5

    Voor Gebruik

    ∫ Over condens (Als de lens bedampt is)
    • Condens doet zich voor wanneer de omgevingstemperatuur of vochtigheid wijzigt zoals

    hieronder beschreven wordt. Op condens letten omdat het vlekken op de lens, schimmel of
    storing veroorzaakt.
    • Als er condens in de camera komt, zet u het toestel uit en laat het ongeveer 2 uur met rust. De
    aanslag verdwijnt vanzelf als de camera weer op kamertemperatuur komt.

    ∫ Lees ook de “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik”. (P139)

    -5-



  • Page 6

    Inhoud
    Voor Gebruik
    Informatie voor Uw Veiligheid ...................2
    Beknopte gebruiksaanwijzingen................8
    Standaard accessoires............................10
    Namen van de onderdelen......................11

    Voorbereiding
    Opladen van de Batterij...........................13
    Over de batterij (Opladen/Aantal
    opnamen) ................................................15
    Een kaart of batterij in het
    toestel doen ............................................17
    Over het ingebouwde geheugen/
    de kaart ...................................................19
    De datum en de tijd instellen
    (Klokinstelling).........................................21
    • De klokinstelling veranderen .............22
    Menu instellen .........................................23
    • Menuonderdelen instellen .................24
    • Gebruik van het snelle menu ............26
    Over het set-up Menu .............................27
    Het selecteren van de [OPNAME]
    Functie ....................................................33

    Basiskennis
    Beelden maken m.b.v. de automatische
    functie (Intelligente Automatische
    Functie) ...................................................35
    • Scènedetectie ...................................37
    • AF-opsporingsfunctie ........................37
    • Over de flits .......................................38
    • Instellingen in intelligente
    automatische functie.........................38
    Het maken van beelden met
    uw favoriete instellingen (Normale
    beeldfunctie)............................................39
    • Het focussen .....................................40
    • Wanneer er niet op het onderwerp
    scherpgesteld is (zoals wanneer
    deze zich niet in het midden van
    de samenstelling van het beeld
    dat u wilt makenbevindt) ...................40
    • Golfstoring (camerabeweging) ..........41
    • Richtingfunctie ..................................41
    Beelden maken met de zoom .................42

    • Gebruik van de Optische Zoom/
    Gebruik van de Extra Optische
    Zoom (EZ)/Gebruik van de Digitale
    Zoom.................................................42
    Beelden terugspelen
    ([NORMAAL AFSP.])...............................44
    • Meervoudige schermen afbeelden
    (Meervoudig terugspelen) .................45
    • De terugspeelzoom gebruiken ..........46
    • Schakelen van de [AFSPELEN]
    functie ...............................................46
    Beelden wissen .......................................47
    • Om een enkele opname uit
    te wissen ...........................................47
    • Om meerdere beelden (tot 50) te
    wissen of alle beelden te wissen.......47

    Gevorderd (Opname van beelden)
    Over de LCD-monitor ..............................49
    Beelden maken met de ingebouwde
    flits ...........................................................51
    • Naar de geschikte flitsinstelling
    schakelen..........................................51
    Close-up’s maken....................................56
    Opnamen maken met de
    zelfontspanner.........................................57
    Belichtingscompensatie...........................58
    Beelden maken met Auto Bracket...........59
    Beelden maken die met de scène die
    opgenomen wordt overeenkomen
    (Scènefunctie) .........................................60
    • [PORTRET] .......................................61
    • [GAVE HUID] ....................................61
    • [TRANSFORMEREN] .......................61
    • [ZELFPORTRET] ..............................62
    • [LANDSCHAP] ..................................62
    • [SPORT]............................................62
    • [NACHTPORTRET]...........................63
    • [NACHTL. SCHAP] ...........................63
    • [VOEDSEL] .......................................63
    • [PARTY] ............................................64
    • [KAARSLICHT]..................................64
    • [BABY1]/[BABY2] ..............................65
    • [HUISDIER] .......................................66
    • [ZONSONDERG.] .............................66
    • [H. GEVOELIGH.] .............................66
    • [HI-SPEED BURST] ..........................67
    • [FLITS-BURST] .................................68
    • [STERRENHEMEL]...........................69
    • [VUURWERK] ...................................69
    • [STRAND] .........................................70
    • [SNEEUW] ........................................70
    • [LUCHTFOTO] ..................................70

    -6-



  • Page 7

    • [SPELDENPRIK]...............................71
    • [ZANDSTRAAL] ................................71
    • [ONDER WATER] .............................72
    Bewegende beelden ...............................73
    Nuttige functies op
    reisbestemmingen...................................76
    • De dag van uw vakantie opslaan
    waarop u de foto maakt ....................76
    • Opnamedata/Tijden op Overzeese
    Reisbestemmingen (Wereldtijd)........79
    Het functiemenu [OPNAME]
    gebruiken ................................................81
    • [FOTO RES.].....................................81
    • [KWALITEIT] .....................................82
    • [ASPECTRATIO]...............................83
    • [SLIMME ISO] ...................................83
    • [GEVOELIGHEID].............................84
    • [WITBALANS] ...................................85
    • [AF MODE]........................................87
    • [QUICK AF] .......................................89
    • [BURSTFUNCTIE] ............................90
    • [I.EXPOSURE] ..................................91
    • [DIG. ZOOM] .....................................91
    • [KLEURFUNCTIE] ............................92
    • [STABILISATIE] ................................93
    • [KORTE SLUITERT.] ........................93
    • [AUDIO OPNAME] ............................94
    • [AF ASS. LAMP] ...............................94
    • [KLOKINST.] .....................................94
    Het maken en bekijken van
    clipboardbeelden (Clipboardfunctie) .......95
    • Het maken van clipboardbeelden .....95
    • Clipboardbeelden bekijken................97

    Gevorderd (Terugspelen)
    Beeld in Opeenvolging Afspelen
    (Diavoorstelling) ....................................100
    Beelden Selecteren en deze Afspelen
    ([CATEGOR. AFSP.]/
    [FAVORIET AFSP.]) ..............................103
    • [CATEGOR. AFSP.]........................103
    • [FAVORIET AFSP.].........................104
    Bewegende beelden terugspelen/
    Beelden met geluid ...............................105
    • Bewegende beelden .......................105
    • Beelden met geluid .........................105
    Stilstaande beelden maken van
    een filmpje.............................................106
    Het functiemenu [AFSPELEN]
    gebruiken ..............................................108
    • [KALENDER]...................................108
    • [TITEL BEW.] ..................................109
    • [TEKST AFDR.]...............................111

    • [NW. RS.] De beeldgrootte
    (aantal pixels) reduceren ................113
    • [BIJSNIJD.]......................................114
    • [NIV. BEPALEN]..............................115
    • [ASPECT CONV.] ...........................116
    • [ROTEREN]/[LCD ROTEREN] ........117
    • [FAVORIETEN] ...............................118
    • [DPOF PRINT] ................................119
    • [BEVEILIGEN] .................................121
    • [AUDIO DUB.] .................................122
    • [KOPIE] ...........................................123

    Aansluiten op andere apparatuur
    Aansluiting op de PC.............................124
    Beelden afdrukken ................................127
    • Een beeld kiezen en uitprinten ........128
    • Meerdere beelden kiezen
    en uitprinten ....................................129
    • Printinstellingen ...............................130
    Beelden terugspelen op een
    TV-scherm.............................................133
    • Opnamen terugspelen met de
    AV-kabel (bijgeleverd).....................133
    • Opnamen terugspelen op een
    TV met een slot voor een
    SD-geheugenkaart..........................134
    • Afspelen op de TV met
    component aansluiting....................135

    Overige
    Schermdisplay.......................................136
    Voorzorgsmaatregelen
    bij het gebruik ........................................139
    Waarschuwingen op het scherm ...........143
    Functies die niet ingesteld kunnen
    worden of niet zullen werken onder
    bepaalde omstandigheden ....................146
    Problemen oplossen..............................149
    Aantal mogelijke beelden en
    beschikbare opnametijd ........................158
    Specificaties ..........................................162

    -7-



  • Page 8

    Voor Gebruik

    Voor Gebruik

    Beknopte gebruiksaanwijzingen
    Dit is een beknopt overzicht van hoe u opnamen opneemt en terugspeelt met het toestel.
    Bij elke stap controleert u de pagina’s waarnaar verwezen wordt en die tussen haakjes
    staan.

    1

    plug-in-type

    De batterij opladen. (P13)
    • De batterij wordt niet opgeladen voor
    de verzending. Laad dus de batterij
    eerst op.

    inlaattype

    2

    Doe de batterij en de kaart in het
    toestel. (P17)
    • Als u geen kaart gebruikt, kunt u

    opnamen opnemen of terugspelen met
    het ingebouwde geheugen (P19). P20
    raadplegen als u een kaart gebruikt.

    3

    Zet het toestel aan om opnamen te
    maken.
    1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar naar [!].
    2 Druk de ontspanknop in om opnamen
    te maken. (P35)

    -8-

    OFF ON



  • Page 9

    Voor Gebruik

    4

    Speel de opnamen terug af.
    1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar naar [(].
    2 Kies de opname die u wil bekijken.
    (P44)



    -9-





  • Page 10

    Voor Gebruik

    Standaard accessoires
    Controleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt.
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8
    9

    Batterijpakket
    (In de tekst wordt deze aangeduid als batterij)
    De batterij opladen voor gebruik.
    Batterijoplader
    (In de tekst wordt deze aangeduid als oplader)
    AC-Kabel
    USB-kabel
    AV-Kabel
    CD-ROM
    • Software:
    Gebruik om de software te installeren op uw PC.

    CD-ROM
    • Gebruiksaanwijzing
    Draagriem
    Batterijhouder

    • De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied
    waar u de camera hebt gekocht.

    • Worden de SD-geheugenkaart, de SDHC-geheugenkaart en de MultiMediaCard aangeduid als
    kaart in de tekst.

    • De kaart is optioneel.

    U kunt beelden maken of terugspelen met het ingebouwde geheugen als u geen kaart
    gebruikt.
    • Raadpleeg uw dealer of het dichtstbijzijnde servicecentrum als u meegeleverde accessoires
    verliest. (U kunt de accessoires apart aanschaffen.)

    - 10 -



  • Page 11

    Voor Gebruik

    Namen van de onderdelen
    1
    2
    3

    Flits (P51)
    Lens (P5, 140)
    Zelfontspannerlampje (P57)
    AF-lamp (P94)

    4
    5
    6
    7
    8
    9

    LCD-monitor (P49, 136)
    Statuslampje (P18, 29, 35)
    [MENU/SET] knop (P21)
    [DISPLAY] knop (P49)
    [Q.MENU] (P26)/Wisknop (P47)
    [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar (P23)

    1

    4

    2

    3

    10 9

    5 6 78
    10 Cursorknoppen
    A: 3/Belichtingscompensatie (P58)/
    Auto bracket (P59)/Fijne afstelling
    witbalans (P86)
    B: 4/Macrofunctie (P56)
    AF-opsporing (P37, 89)
    C: 2/Zelfontspannerknop (P57)
    D: 1/Flitsinstelknop (P51)
    In deze handleiding, worden de cursorknoppen beschreven als afgebeeld in de
    figuur hieronder of beschreven met 3/4/2/1.
    bijv.: Wanneer u op de 4 (neer) knopdrukt
    of

    - 11 -

    Op 4 drukken



  • Page 12

    Voor Gebruik

    11
    12
    13
    14
    15
    16

    11 12

    Toestel AAN/UIT (P21)
    Zoomhendeltje (P42)
    Speaker (P105)
    Microfoon (P73, 94, 122)
    Ontspanknop (P35, 73)
    Instelknop (P33)

    13 14

    15 16
    17
    18
    19
    20
    21

    17 Lusje voor draagriem
    • Zorg ervoor de riem te bevestigen

    wanneer u het toestel gebruikt om er
    zeker van te zijn dat u het niet laat vallen.

    18 Objectiefcilinder
     
    19 [COMPONENT OUT] aansluiting (P135)
    20 [AV OUT/DIGITAL] aansluiting (P124,
    127, 133)
    21 [DC IN] aansluiting (P124, 127)
    • Gebruik altijd een originele Panasonic AC-adapter (optioneel).
    • Dit toestel kan de batterij niet opladen zelfs wanneer de AC-adapter (optioneel) eraan
    verbonden is.

    22 Statiefbevestiging
    • Zet het statief goed vast als u het toestel

    22

    23

    erop bevestigt.

    23 Kaart/Batterijklep (P17)
    24 Vrijgavehendeltje (P17)

    24

    - 12 -



  • Page 13

    Voorbereiding

    Voorbereiding

    Opladen van de Batterij
    • Gebruik hiervoor de oplader.
    • De batterij wordt niet opgeladen voor de verzending. Laad dus de batterij eerst op.
    • Laad de batterij op met de oplader.
    • Laad de batterij op bij in een temperatuur tussen 10 oC en 35 oC. (Dit moet ook de temperatuur
    van de batterij zelf zijn.)

    1

    Steek de batterij in de goede
    richting.

    2

    Steek de stekker van de oplader
    in het stopcontact.

    plug-in-type

    • De AC-kabel gaat niet helemaal in de

    AC-aansluiting. Er blijft een stukje over
    zoals op de afbeelding.
    • Het laden start als het lampje
    [CHARGE] A groen oplicht.
    • Het laden is gedaan als het lampje
    [CHARGE] A uitgaat (na ongeveer
    120 min maximum).

    inlaattype

    3

    Maak de batterij los als deze
    opgeladen is.

    - 13 -



  • Page 14

    Voorbereiding

    ∫ Als het [CHARGE] lampje knippert
    • De batterij is te heet of te koud. Het zal langer duren dan normaal om de batterij op te laden.
    Het kan ook zijn dat de batterij niet helemaal opgeladen wordt.

    • De polen op de lader of op de batterij zijn vuil. Wrijf ze in dit geval schoon met een droge doek.
    Aantekening
    • Als u hebt opgeladen, trekt u de stekker uit het stopcontact.
    • De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera wordt
    warm tijdens het gebruik. Dit is echter geen storing.

    • Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt.
    • De batterij kan weer opgalden worden ook wanneer deze nog niet helemaal leeg is, maar het is
    niet aan te raden dat de batterij vaak even bijgeladen wordt terwijl de batterij vrijwel helemaal
    opgeladen is. (De batterij heeft eigenschappen die zijn werkingsduur zullen reduceren en de
    batterij zullen doen opzwellen.)
    • Wanneer de bedrijfstijd van de camera extreem kort wordt zelfs als de batterij goed opgeladen
    is, zou de levensduur van de batterij aan zijn eind kunnen zijn. Koop een nieuwe batterij.
    • Laat geen metalen voorwerpen (zoals clips) in de buurt van de contactzones van de
    stroomplug. Anders zou er een brand- en/of elektrische shock veroorzaakt kunnen
    worden door kortsluiting of de eruit voortkomende hitte.

    - 14 -



  • Page 15

    Voorbereiding

    Over de batterij (Opladen/Aantal opnamen)
    ∫ Batterijaanduiding
    De batterijaanduiding verschijnt op de LCD-monitor.
    [Deze verschijnt niet wanneer u de camera gebruikt met de AC-adapter (optioneel).]
    • De aanduiding wordt rood en knippert als de resterende batterijstroom op is. (De

    statusindicator knippert als de LCD-monitor uit gaat.) Laad de batterij opnieuw op of vervang
    deze met een volle batterij.

    ∫ Levensduur van de batterij
    Aantal beelden

    Ongeveer 310 opnamen

    opnametijd

    Ongeveer 150 min.

    Volgens CIPA-standaard in normale
    beeldfunctie

    Opnamevoorwaarden volgens CIPA-standaard
    • CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Association].
    • Temperatuur: 23 oC/Vochtigheid: 50% wanneer de LCD-monitor aan staat.¢
    • Met een Panasonic SD-geheugenkaart (32 MB).
    • De geleverde batterij gebruiken.
    • Opnemen begint 30 seconden nadat de fotocamera aangezet is. (Als de optische
    beeldstabilisator ingesteld is op [AUTO].)

    • Om de 30 seconden opnemen, met volle flits om het tweede beeld.
    • Het zoomhendeltje van Tele naar Breed of andersom zetten bij elke opname.
    • Het toestel om de 10 opnamen uitzetten. Het toestel niet gebruiken totdat de batterijen
    afgekoeld zijn.
    ¢ Het aantal opneembare beeelden neemt af in Auto Power LCD-functie en Power
    LCD-functie. (P28)

    Het aantal opnamen verschilt afhankelijk van de pauzetijd tussen de opnamen. Als
    de pauzetijd tussen de opnamen langer wordt, neemt het aantal opnamen af. [bijv.
    Als u om de 2 minuten opnamen maakt, neemt het aantal mogelijke opnamen af tot
    ongeveer 77.]

    - 15 -



  • Page 16

    Voorbereiding

    Terugspeeltijd

    Ongeveer 400 min.

    Het aantal opnamen en de terugspeeltijd zal variëren afhankelijk van de
    werkingsomstandigheden en opslagcondities van de batterij.
    ∫ Opladen
    Oplaadtijd

    Ongeveer 120 min maximum

    Oplaadtijd en aantal mogelijke beelden met het optionele batterijpakket zijn dezelfde als
    hierboven.
    De opnametijd zal enigszins variëren afhankelijk van de status van de batterij en de
    omstandigheden in de oplaadomgeving.
    Wanneer het opladen met succes voltooid is, gaat de [CHARGE] indicator uit.
    Aantekening
    • De batterij kan uitzetten en minder lang werken naarmate u deze vaker oplaadt. Voor een lang

    meegaande batterij raden wij aan deze niet te vaak op te laden als de batterij nog niet helemaal
    leeg is.
    • De prestatie van de batterij kan tijdelijk verminderen en de bedrijfstijd kan korter worden bij
    lagere temperaturen (b.v. skiën/snowboarden).

    - 16 -



  • Page 17

    Voorbereiding

    Een kaart of batterij in het toestel doen
    • Controleer of het toestel uit staat.
    • We raden een kaart van Panasonic aan.

    1

    Zet de vrijgavehendeltje in de richting
    van de pijl en open de batterij/kaartklep.
    • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken.
    • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij
    de kwaliteit van dit product niet.

    2

    Batterij: Zet deze er helemaal in en let op
    de richting waarin u deze erin doet. Trek
    de hendel A in de richting van de pijl om
    de batterij te verwijderen.
    Kaart: Druk deze helemaal door totdat
    deze klikt en let op de richting waarin u
    deze erin doet. Om de kaart te
    verwijderen, de kaart helemaal
    doorduwen totdat deze klikt, trek deze er
    vervolgens rechtop uit.
    B: De verbindingsuiteinden van de kaart niet
    aanraken.
    • De kaart kan beschadigd worden als deze niet goed in het toestel zit.

    3

    1:Sluit de kaart/batterijklep.
    2:Zet de vrijgavehendeltje in de richting
    van de pijl.
    • Als u de kaart/batterijklep niet helemaal kunt

    sluiten, haalt u de kaart eruit en steekt u deze er
    weer in.

    - 17 -







  • Page 18

    Voorbereiding

    Aantekening

    • Haal de batterij uit het toestel na gebruik. De batterij opslaan in de batterijhouder (bijgeleverd).
    • De batterij niet verwijderen totdat de LCD-monitor en het statuslampje (groen) uit zijn gegaan
    omdat anders de instellingen verkeerd opgeslagen kunnen worden.

    • De geleverde batterij is alleen bedoeld voor dit toestel. Gebruik de batterij niet voor andere
    apparatuur.

    • Voordat u de kaart of de batterij verwijdert, het toestel uitzetten en wachten totdat de

    statusindicator helemaal uitgegaan is. (Anders zou dit apparaat niet meer normaal kunnen
    werken en zou de kaart zelf beschadigd kunnen raken of zouden de opgenomen beelden
    verloren kunnen gaan.)

    - 18 -



  • Page 19

    Voorbereiding

    Over het ingebouwde geheugen/de kaart
    De volgende operaties kunnen uitgevoerd worden m.b.v. dit
    apparaat.
    • Wanneer er geen kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen

    worden in het ingebouwde geheugen en teruggespeeld worden.

    • Wanneer er wel een kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen
    worden op de kaart en teruggespeeld worden.

    • Clipboardbeelden (P95) worden opgeslagen op het ingebouwde
    geheugen zelfs als de kaart erin zit.

    • Als u het ingebouwde geheugen gebruikt
    k>ð (toegangsaanduiding¢)

    • Als u de kaart gebruikt

    † (toegangaanduiding¢)
    ¢ De kaartaanduiding wordt rood als er beelden met het ingebouwde geheugen (of de kaart)
    worden gemaakt.

    Ingebouwd geheugen
    • Geheugengrootte: Ongeveer 50 MB
    • Op te nemen bewegende beelden: Alleen QVGA (320k240 pixels)
    • Het ingebouwde geheugen kan worden gebruikt als tijdelijke opslagruimte als de kaart vol
    raakt.

    • U kunt uw beelden opslaan op een kaart. (P123)
    • De toegangstijd voor het ingebouwde geheugen kan langer zijn dan de toegangstijd voor een
    kaart.

    - 19 -



  • Page 20

    Voorbereiding

    Kaart
    De volgende soorten kaarten kunnen met dit apparaat gebruikt worden.
    (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.)
    Soort kaart
    SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB)
    (Geformatteerd m.b.v. het FAT12 of
    FAT16 formaat in overeenstemming
    met de SD-standaard)

    SDHC-geheugenkaart (4 GB, 8 GB,
    16 GB, 32 GB)¢
    (Geformatteerd m.b.v. het FAT32
    formaat in overeenstemming met de
    SD-standaard)
    MultiMediaCard

    Eigenschappen

    • Snelle opname en grote schrijfsnelheid
    • Schrijfbescherming-schakelaar A

    A

    voorzien (Wanneer deze schakelaar op
    de [LOCK] positie staat, is er geen
    verdere gegevens schrijven, wissen of
    2
    formattering mogelijk. Het vermogen
    gegevens te schrijven, te wissen en te
    formatteren wordt hersteld wanneer de schakelaar
    teruggezet wordt naar zijn originele positie.)

    • Alleen stilstaande beelden.

    ¢ De SDHC-geheugenkaart is een geheugenkaartstandaard die bepaald is door de
    SD-associatie in 2006 voor hoog vermogen-geheugenkaarten die meer dan 2 GB kunnen
    bevatten.
    ¢ U kunt een SDHC-geheugenkaart gebruiken in toestellen die compatibel zijn met
    SDHC-geheugenkaarten maar u kunt geen SDHC-geheugenkaart gebruiken in toestellen
    die alleen compatibel zijn met SD-geheugenkaarten. (Lees altijd de gebruiksaanwijzing
    voordat u het toestel gebruikt.)
    • U kunt alleen kaarten gebruiken met SDHC-logo (die overeenstemming aangeeft met
    SD-standaard) als u kaarten gebruikt met 4 GB of groter vermogen.
    • Gelieve deze informatie op de volgende website bevestigen.

    http://panasonic.co.jp/pavc/global/cs

    (Deze site is alleen in het Engels.)

    Aantekening
    • Zet dit apparaat niet uit, verwijder de batterij of kaart ervan niet en koppel de AC-adapter

    (optioneel) niet los wanneer de toegangsaanduiding brandt [wanneer beelden gelezen of
    gewist worden of het ingebouwde geheugen of de kaart geformatteerd wordt (P32)].
    Verder het toestel niet blootstellen aan vibraties of stoten. De kaart of de gegevens op de
    kaart zouden beschadigd kunnen raken en dit apparaat zou niet langer normaal kunnen
    werken.
    • De gegevens op het ingebouwde geheugen of de kaart kunnen beschadigd raken of verloren
    gaan door elektromagnetische golven of statische elektriciteit of omdat het toestel of de kaart
    stuk is. We raden aan belangrijke gegevens op een PC enz. op te slaan.
    • Formatteer de kaart niet op de PC of andere apparatuur. Formatteer de kaart alleen op het
    toestel zelf zodat er niets kan mislopen. (P32)
    • Houd de geheugenkaarten buiten het bereik van kinderen om te voorkomen dat ze de kaart
    inslikken.

    - 20 -



  • Page 21

    Voorbereiding

    De datum en de tijd instellen (Klokinstelling)
    • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt.

    1

    Zet het toestel aan.
    OFF ON

    A [MENU/SET] knop
    B Cursorknoppen




    2
    3

    Op [MENU/SET] drukken.
    Druk op 3/4 om de taal te selecteren en druk op [MENU/SET].
    • Het [AUB KLOK INSTELLEN] bericht verschijnt. (Dit bericht verschijnt niet in
    [AFSPELEN] functie.)

    4

    Op [MENU/SET] drukken.
    MENU
    /SET

    5

    Op 2/1 drukken om de items (jaar, maand,
    dag, uur, minuut, displayvolgorde
    afbeelden of formaat tijddisplay) te
    selecteren en dan op 3/4 drukken om in te
    stellen.

    :
    :

    A: De tijd in uw woongebied
    B: De tijd in uw reisbestemmingsgebied (P79)
    ‚:Annuleren zonder de klok in te stellen.
    • Selecteer ofwel [24UURS] of [AM/PM] voor het formaat van de tijddisplay.
    • AM/PM wordt afgebeeld wanneer [AM/PM] geselecteerd is.

    6

    Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
    • Na het voltooien van de klokinstellingen, het toestel uitzetten. Zet het toestel vervolgens
    weer aan, schakel naar opnamefunctie, en controleer dat de display de instellingen
    weergeeft die uitgevoerd zijn.
    • Wanneer [MENU/SET] ingedrukt is om de instellingen te voltooien zonder dat de klok
    ingesteld moet worden, de klok correct instellen door de “De klokinstelling veranderen”
    procedure hieronder te volgen.

    - 21 -



  • Page 22

    Voorbereiding

    De klokinstelling veranderen
    Selecteer [KLOKINST.] in het [OPNAME] of [SET-UP] menu, en druk op 1. (P24)
    • Deze kan veranderd worden in stappen 5 en 6 om de klok in te stellen.
    • De klokinstelling wordt behouden gedurende 3 maanden m.b.v. de ingebouwde
    klokbatterij zelfs zonder de batterij. (De opgeladen batterij in het apparaat laten
    gedurende 24 uur om de ingebouwde batterij op te laden.)

    Aantekening
    • De klok wordt afgebeeld wanneer [DISPLAY] verschillende keren ingedrukt wordt tijdens
    opname.

    • U kunt het jaar instellen van 2000 tot 2099.
    • Als de klok niet is ingesteld, wordt niet de juiste datum afgedrukt als u de datumafdruk op de
    beelden instelt met [TEKST AFDR.] (P111) of de beelden laat afdrukken door een fotograaf.

    • Als de klok wel is ingesteld, kan de juiste datum worden afgedrukt, zelfs als de datum niet op
    het scherm van de camera wordt weergegeven.

    - 22 -



  • Page 23

    Voorbereiding

    Menu instellen
    Het toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te maken
    voor het maken van beelden en deze terug te spelen precies zoals u wilt en menu’s die u
    de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak
    te gebruiken.
    In het bijzonder, bevat het [SET-UP] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de
    klok en de stroom van het toestel. Controleer de instellingen van dit menu voordat u
    overgaat tot het gebruik van het toestel.
    [MODE] afspelen functiemenu
    (P44, 100 op 104)



    • Dit menu laat u de

    instelling selecteren
    van de
    afspeelmethodes
    zoals afspelen of
    diavoorstelling van
    alleen de beelden die
    ingesteld zijn als
    [FAVORIETEN].

    A [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar

    ( [AFSPELEN] functiemenu (P108 op 123)

    • Dit menu laat u

    draaiingen,
    beschermingen,
    bewerkingen of
    DPOF-instellingen,
    enz. van de
    opgenomen beelden
    maken.

    ! [OPNAME] functiemenu (P81 tot 94)

    • Dit menu lat u de

    kleuring,
    gevoeligheid,
    aspectratio, aantal
    pixels en andere
    aspecten instellen van
    de beelden die u aan
    het opnemen bent.

    [SET-UP] menu (P27 tot 32)

    • Dit menu laat u de klokinstellingen uitvoeren, de werkingspieptoon

    selecteren en anderen instellingen instellen die het gemakkelijker voor
    u maken om het toestel te hanteren.
    • Het [SET-UP] menu kan ingesteld worden vanaf de
    [OPNAMEFUNCTIE] of [AFSPEELFUNCTIE] stand.

    ∫ Functies die niet ingesteld kunnen worden of niet zullen werken onder bepaalde
    omstandigheden
    Afhankelijk van de specificaties van het toestel, zou het niet mogelijk kunnen zijn bepaalde
    functies in te stellen of zouden sommige functies niet kunnen werken onder bepaalde
    omstandigheden waarin het toestel gebruikt wordt.
    Voor details, verwijzen naar P146.

    - 23 -



  • Page 24

    Voorbereiding

    Menuonderdelen instellen
    Deze sectie beschrijft hoe de instellingen van de normale beeldfunctie te selecteren en
    dezelfde instelling vervolgens gebruikt kan worden voor het [AFSPELEN] menu en het
    [SET-UP] menu.
    Voorbeeld: Instelling [AF MODE] vanaf [Ø] naar [š] in de normale beeldfunctie
    OFF ON

    1

    Zet het toestel aan.

    2

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar naar [!].



    A [MENU/SET] knop
    B [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar
    C Instelknop

    • Wanneer u de [AFSPELEN] functiemenu-instellingen

    selecteert, de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar naar [(] zetten en verdergaan naar
    stap 4.

    3

    Stel de functieknop in op [·].

    4

    Druk op [MENU/SET] om het menu af te
    beelden.
    • U kunt ook naar de menuschermen overschakelen in
    een menu-onderdeel door het zoomhendeltje te
    verplaatsen.

    - 24 -




    MENU
    /SET



  • Page 25

    Voorbereiding

    Overschakelen naar het [SET-UP] menu

    1

    Op 2 drukken.

    2

    Druk op 4 om het [SET-UP]
    menupictogram [ ] te kiezen.

    3

    Op 1 drukken.
    • Kies een menuonderdeel en stel het in.

    5

    Op 3/4 drukken om [AF MODE] te kiezen.
    • Selecteer het item helemaal onderaan en druk op 4
    om naar het tweede scherm te gaan.

    6

    Op 1 drukken.
    • Afhankelijk van het item, zou de instelling ervan niet
    kunnen verschijnen of zou het op een andere wijze
    afgebeeld kunnen worden.

    7

    Op 3/4 drukken om [š] te kiezen.

    8

    Druk op [MENU/SET] om in te stellen.
    MENU
    /SET

    9

    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    - 25 -



  • Page 26

    Voorbereiding

    Gebruik van het snelle menu
    M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden
    worden.
    • Sommige menu-items kunnen niet ingesteld worden door de functies.
    • Wanneer [DISPLAY] ingedrukt wordt terwijl [STABILISATIE] (P93) geselecteerd is, kan
    [JITTER, DEMO BEW. ONDW.] afgebeeld worden.

    1

    Druk op [Q.MENU] en houd dit ingedrukt
    tijdens het opnemen.

    2

    Druk op 3/4/2/1 om het menuonderdeel te
    kiezen en de instelling en druk dan op
    [MENU/SET] om het menu te sluiten.
    A De in te stellen items en de instellingen worden
    afgebeeld.

    - 26 -

    Q.MENU

    A



  • Page 27

    Voorbereiding

    Voer deze instellingen uit indien nodig.

    Over het set-up Menu
    [KLOKINST.], [BESPARING] en [AUTO REVIEW] zijn belangrijke items. Controleer de
    instellingen ervan voordat u ze gebruikt.
    • In de Intelligente automatische functie, kunnen alleen [KLOKINST.], [WERELDTIJD],
    [REISDATUM], [TOON] en [TAAL] ingesteld worden.

    Voor details over hoe de [SET-UP] menu-instellingen geselecteerd moeten worden,
    P24 raadplegen.
    U [KLOKINST.]

    De datum en de tijd instellen.

    • Raadpleeg P21 voor details.
    De tijd in uw woongebied en reisbestemming instellen.
    [WERELDTIJD]

    “ [BESTEMMING]:
    U reisbestemming
    – [HOME]:
    Uw woongebied

    • Raadpleeg P79 voor details.
    De vertrekdatum en terugkeerdatum van uw reis instellen.
    — [REISDATUM]

    [REIS-SETUP]
    [OFF]/[SET]

    [LOCATIE]
    [OFF]/[SET]

    • Raadpleeg P76 voor details.
    Hiermee stelt u de pieptoon en sluitertoon in.

    r [TOON]

    r [TOONNIVEAU]:
    [s] (Geluid uit)
    [t] (Laag)
    [u] (Hoge)

    [
    [
    [

    [PIEPTOON]:
    ]/[ 2 ]/[ 3 ]

    [

    [
    u [VOLUME]

    1

    [SHUTTER VOL.]:
    ] (Geluid uit)
    ] (Laag)
    ] (Hoge)
    1

    [SHUTTER TOON]:
    ]/[ 2 ]/[ 3 ]

    Stel het volume af van de luidspreker op één van de 7 niveaus.

    • Als u de camera aansluit op een TV wijzigt dit het volume van de TV-speakers niet.
    [LCD SCHERM]

    De helderheid van de LCD-monitor in 7 stappen aanpassen.

    - 27 -



  • Page 28

    Voorbereiding

    Deze menu-instellingen maken het gemakkelijker om de
    LCD-monitor te zien wanneer u op heldere plekken bent.

    LCD [LCD MODE]

    [OFF]
    „ [AUTO POWER LCD]:
    De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk van hoe
    helder het om het toestel heen is.
    … [SPANNING LCD]:
    De LCD-monitor wordt helderder en gemakkelijker zichtbaar
    tijdens het opnemen ook buiten.

    • De helderheid van de beelden die afgebeeld worden op de LCD-monitor neemt toe zodat

    sommige onderwerpen anders eruit zouden kunnen zien dan in werkelijkheid op de
    LCD-monitor. Dit beïnvloedt echter niet de opgenomen beelden.
    • De LCD-monitor wordt weer normaal helder na 30 seconden als u opneemt met de
    LCD-versterkingsfunctie. Druk op een willekeurige knop om de LCD-monitor weer helder te
    maken.
    • Als het scherm moeilijk te zien is vanwege zonlicht enz. dat erop schijnt, uw hand of een ander
    voorwerp gebruiken om het licht te blokkeren.
    • Het aantal opneembare beeelden neemt af in Auto Power LCD-functie en Power LCD-functie.

    [RICHTLIJNEN]

    Stel het patroon in van de richtlijnen die afgebeeld worden
    wanneer u beelden maakt. U kunt ook instellen of u de
    beeldinformatie wel of niet afgebeeld wilt hebben wanneer de
    richtlijnen afgebeeld worden. (P49)
    [OPNAME INFO.]:
    [OFF]/[ON]

    • De [PATROON] instelling is vastgesteld op [
    clipboardfunctie.

    [PATROON]:
    [ ]/[
    ]
    ]in de intelligente automatische functie en het

    - 28 -



  • Page 29

    Voorbereiding

    [HISTOGRAM]

    Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te
    beelden. (P50)
    [OFF]/[ON]
    U kunt de levensduur van de batterij conserveren door deze
    menu’s in te stellen.
    Deze zal bovendien de LCD-monitor automatisch uitschakelen
    wanneer deze niet in gebruik is om het ontladen van de batterij te
    voorkomen.

    q [BESPARING]

    p [BATT. BESP.]:
    Het toestel wordt automatisch uitgeschakeld als het toestel niet
    gebruikt wordt gedurende een op de instelling geselecteerde
    tijdsperiode.
    [OFF]/[2MIN.]/[5MIN.]/[10MIN.]

    [AUTO LCD UIT]:
    De LCD-monitor wordt automatisch uitgeschakeld als het toestel
    niet gebruikt wordt gedurende de op de instelling geselecteerd
    tijd.
    [OFF]/[15SEC.]/[30SEC.]
    • De ontspanknop tot de helft indrukken of het toestel uit- en aanzetten om de [BATT. BESP.] te
    annuleren.

    • [BATT. BESP.] is ingesteld op [5MIN.] in de intelligente automatische functie en het
    clipboardfunctie.

    • [BATT. BESP.] is vastgesteld op [2MIN.] wanneer [AUTO LCD UIT] ingesteld is op [15SEC.] of
    [30SEC.].

    • De statusindicator licht op als de LCD-monitor uit wordt gezet. Druk op een willekeurige knop
    om de LCD-monitor weer aan te zetten.

    • [AUTO LCD UIT] werkt niet terwijl u het menu of de terugspeelzoom hanteert.

    - 29 -



  • Page 30

    Voorbereiding

    Stel in hoeveel tijd na de opname het beeld op het scherm
    verschijnt.

    o [AUTO REVIEW]

    [OFF]
    [1SEC.]
    [2SEC.]
    [HOLD]:

    De beelden worden afgebeeld totdat erop een
    willekeurige knop gedrukt wordt.

    [ZOOM]: De opname verschijnt 1 seconde, wordt dan
    uitvergroot tot 4k en verschijnt nogmaals 1 seconde.
    • De automatische overzichtsfunctie wordt geactiveerd ongeacht de instelling ervan wanneer u

    auto bracket (P59), [HI-SPEED BURST] (P67) en [FLITS-BURST] (P68) in scènefunctie,
    burst-functie (P90) gebruikt en wanneer u stilstaande beelden opneemt met geluid (P94). (De
    beelden kunnen niet vergroot worden.)
    • In intelligente automatische functie, is de automatische overzichtsfunctie vastgesteld op
    [2SEC.].
    v [NR. RESET]

    Reset het bestandnummer van de volgende opname op 0001.

    • Het mapnummer wordt bijgewerkt en het bestandnummer vertrekt vanaf 0001. (P126)
    • U kunt een mapnummer tussen 100 en 999 toewijzen.

    Wanneer u het mapnummer 999 bereikt, kunt u niet verder instellen. Wij raden aan de kaart
    (P32) te formatteren nadat u de gegevens op een PC of ergens anders opgeslagen hebt.
    • Om het mapnummer opnieuw op 100 te zetten, het ingebouwde geheugen of de kaart eerst
    formatteren en vervolgens deze functie gebruiken om het bestandsnummer opnieuw in te
    stellen.
    Er verschijnt een resetscherm voor het mapnummer. [JA] kiezen om het mapnummer opnieuw
    in te stellen.
    w [RESETTEN]

    De [OPNAME] of [SET-UP] menu-instellingen worden weer
    teruggezet naar de begininstellingen.

    • Wanneer de [RESETTEN] instelling geselecteerd is tijdens opname, wordt tegelijk ook de

    operatie die de lens terugzet uitgevoerd. U zult het geluid hoeren van de lens die beweegt
    maar dit is normaal en duidt niet op slechte werking.
    • Wanneer [SET-UP] menu-instellingen opnieuw ingesteld worden, worden de volgende
    instellingen ook opnieuw ingesteld. Verder wordt [LCD ROTEREN] (P117) ingesteld op [ON],
    en wordt [FAVORIETEN] (P118) ingesteld op [OFF] in het [AFSPELEN] functiemenu.
    – De verjaardag- en naam instellingen voor [BABY1]/[BABY2] (P65) en [HUISDIER] (P66) in
    scènefunctie.
    – De instellingen van [REISDATUM] (P76) (vertrekdatum, terugkomstdatum, locatie)
    – De instelling voor [WERELDTIJD] (P79).
    • Het mapnummer en de klokinstelling worden niet gewijzigd.

    - 30 -



  • Page 31

    Voorbereiding

    Het USB-communicatiesysteem kiezen voordat of nadat u het
    toestel op uw PC of printer aansluit met de USB-kabel
    (bijgeleverd).

    x [USB MODE]

    y [SELECT. VERBINDING]:
    [PC] of [PictBridge(PTP)] kiezen als u het toestel op een PC of
    een printer hebt aangesloten die PictBridge verwerkt.
    { [PictBridge(PTP)]:
    Instellen na of voor het aansluiten op een printer die PictBridge
    verwerkt.
    z [PC]:
    Instellen na of voor het aansluiten op een PC.

    • Wanneer u [PC] kiest, wordt het toestel aangesloten via het “USB Mass Storage”
    communicatiesysteem.

    • Wanneer u [PictBridge(PTP)] kiest, wordt het toestel aangesloten op het “PTP (Picture Transfer
    Protocol)” communicatiesysteem.

    | [VIDEO UIT]

    Het kleurentelevisiesysteem instellen voor elk land.
    (Alleen Terugspeelfunctie)
    [NTSC]:

    Video-output wordt op NTSC systeem ingesteld.

    [PAL]:

    Video-output wordt op PAL systeem ingesteld.

    • Dit zal werken wanneer de AV-kabel aangesloten is.

    [TV-ASPECT]

    De verschillende TV-typen instellen.
    (Alleen Terugspeelfunctie)
    [W]:

    Aansluiten op een TV met een 16:9 scherm.

    [X]:

    Aansluiten op een TV met een 4:3 scherm.

    • Dit zal werken wanneer de AV-kabel aangesloten is.
    Het scherm instellen dat zal verschijnen wanneer er een
    scènefunctie geselecteerd is.
    } [SCÈNEMENU]

    [OFF]:

    Het opnamevenster voor de op dit ogenblik
    geselecteerde scènefunctie verschijnt.

    [AUTO]: De menupagina [SCÈNE MODE] verschijnt.

    - 31 -



  • Page 32

    Voorbereiding

    [FORMATEREN]

    Het ingebouwde geheugen of de kaart wordt geformatteerd. Het
    formatteren wist alle gegevens onherroepelijk, dus controleer de
    gegevens zorgvuldig voordat u formatteert.

    • Gebruikt een batterij met voldoende batterijstroom of de AC-adapter (optioneel) wanneer u
    formatteert. Schakel het toestel niet uit tijdens het formatteren.

    • Als er een kaar inzit, wordt alleen de kaart geformatteerd. Om het ingebouwde geheugen te
    formatteren, de kaart verwijderen.

    • Als de kaart is geformatteerd op een PC of andere apparatuur, formatteert u dan de kaart
    opnieuw op het toestel.

    • Het kan langer duren om het ingebouwde geheugen te formatteren dan de kaart.
    • Als u niet kunt formatteren, contact opnemen met de dealer of uw dichtstbijzijnde
    Servicecentrum.

    ~ [TAAL]

    De taal op het scherm instellen.

    • Als u per ongeluk een andere taal instelt, kiest u [~] in het pictogrammenmenu om de
    gewenste taal in te stellen.

    Selecteer dit om [JITTER, DEMO BEW. ONDW.] of de
    mogelijkheden van het toestel af te beelden.
    DEMO [DEMOFUNCTIE]

    [JITTER, DEMO BEW. ONDW.]
    [AUTO DEMO]:

    De mogelijkheden van het toestel worden
    afgebeeld als een diavoorstelling.

    A Demonstratie camerabewegingsdetectie
    B Demonstratie bewegingsdetectie
    • In terugspeelfunctie, kan [JITTER, DEMO BEW. ONDW.] niet
    afgebeeld worden.
    • Druk op [DISPLAY] om [JITTER, DEMO BEW. ONDW.] te
    sluiten. Druk op [MENU/SET] om [AUTO DEMO] te sluiten.
    • [JITTER, DEMO BEW. ONDW.] is een benadering.
    • [AUTO DEMO] heeft geen mogelijkheid tot TV-output.

    - 32 -

    A
    B



  • Page 33

    Voorbereiding

    Functieschakeling

    Het selecteren van de [OPNAME] Functie
    Wanneer de [OPNAME] functie geselecteerd is, kan het toestel ingesteld worden op de
    Intelligente automatische functie waarin de optimale instellingen vastgesteld worden in
    overeenkomst met het onderwerp dat opgenomen moet worden en met de
    opnameomstandigheden of op de scènefunctie die u in staat stelt beelden te maken die
    overeenkomen met de scène die opgenomen wordt.

    1

    Zet het toestel aan.

    2

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar naar [!].

    3

    Schakelen tussen functies door aan de
    instelknop te draaien.

    OFF ON

    A [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar
    B Instelknop




    Zet het deel C op de gewenste functie.
    • Draai langzaam en krachtig aan de instelknop om elke functie af te stellen. (Het
    gedeelte waar geen functie zit zal niet draaien.)

    SCN

    NORMALE FOTO

    - 33 -



  • Page 34

    Voorbereiding

    ∫ Lijst van [OPNAME] functies
    ¦

    Intelligente automatische functie (P35)

    De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch
    gebruikt worden door het toestel.
    !

    Normale opnamefunctie (P39)

    De onderwerpen worden opgenomen m.b.v. uw eigen instellingen.
    Û

    Scènefunctie (P60)

    Hiermee maakt u beelden die passen bij de scène die u opneemt.
    $

    Bewegende beeldfunctie (P73)

    Deze functie biedt u de mogelijkheid bewegende beelden met geluid op te nemen.

    ì Klembordfunctie (P95)
    Opnemen als een memo.

    - 34 -



  • Page 35

    Basiskennis

    [OPNAME] functie: ñ
    Basiskennis

    Beelden maken m.b.v. de automatische functie
    (Intelligente Automatische Functie)
    Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de
    opnamecondities. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de
    instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken.
    • De volgende functies worden automatisch geactiveerd.
    – Scènedetectie/[STABILISATIE]/[SLIMME ISO]/Gezichtsdetectie/[QUICK AF]/[I.
    EXPOSURE]/Digitale Rode-ogencorrectie/Achterlichtcompensatie

    • De statusindicator 3 gaat branden wanneer u dit
    apparaat aanzet 2. (Deze gaat na ongeveer
    1 seconde uit.)
    (1: Ontspanknop)

    OFF ON

    1
    2

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!].

    3

    Het toestel voorzichtig vasthouden met
    beide handen, armen stil houden en uw
    benen een beetje spreiden.

    Stel de functieknop in op [ñ].

    A Flits
    B AF assistentielamp

    - 35 -



  • Page 36

    Basiskennis

    4

    Druk de ontspanknop half in om scherp te
    stellen.



    • De focusaanduiding 1 (groen) gaat branden wanneer
    er op het onderwerp scherpgesteld is.

    • De AF-zone 2 wordt afgebeeld rond het gezicht van

    het onderwerp door de gezichtsherkenningfunctie. In
    andere gevallen wordt deze afgebeeld op het punt op
    het onderwerp waarop scherp gesteld is.
    • Het focusbereik is 5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶.

    5



    De ontspanknop helemaal indrukken (deze
    verder indrukken) en maak het beeld.
    • De toegangsaanduiding (P19) gaat branden wanneer er
    beelden op het ingebouwde geheugen (of de kaart)
    opgenomen worden.

    ∫ Wanneer u beelden maakt met de flits (P51)
    ∫ Wanneer u beelden maakt m.b.v. de zoom (P42)
    Aantekening
    • Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt.
    • De flits of de AF-lamp niet bedekken met uw vingers of andere voorwerpen.
    • De voorkant van de lens niet aanraken.

    - 36 -



  • Page 37

    Basiskennis

    Scènedetectie
    Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in
    kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn
    gewoonlijke rode kleur.

    ¦ >

    [i-PORTRET]
    [i-LANDSCHAP]
    [i-MACRO]
    [i-NACHTPORTRET]

    • Alleen wanneer [‡] geselecteerd is

    [i-NACHTL. SCHAP]

    • Alleen wanneer [Œ] geselecteerd is

    • [¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de standaardinstellingen
    ingesteld zijn.

    • Als er een statief gebruikt wordt, bijvoorbeeld, en het toestel heeft geoordeeld dat

    toestelschudding minimaal is wanneer de scènefunctie geïdentificeerd is als [ ], zal de
    sluitertijd ingesteld worden op een maximum van 8 seconden. Zorg ervoor het toestel niet te
    bewegen terwijl u beelden maakt.
    • Er zal een optimumscène voor het gespecificeerde onderwerp gekozen worden wanneer
    ingesteld is op op AF-opsporing (P89).

    ∫ Gezichtherkenning
    Wanneer [ ] of [ ] geselecteerd is, spoort het toestel automatisch het gezicht van een
    persoon op en zullen de focus en de belichting erop aangepast worden (P88).
    Aantekening
    • Wegens omstandigheden zoals de hieronder genoemde, kan er een andere scène

    geïdentificeerd worden voor hetzelfde onderwerp.
    – Onderwerpomstandigheden: Wanneer het gezicht helder of donker is, De grootte van het
    onderwerp, De afstand naar het onderwerp, Het contrast van het onderwerp, Wanneer het
    onderwerp beweegt, Wanneer de zoom gebruikt wordt
    – Opnameomstandigheden: Zonsondergang, Zonsopgang, Onder omstandigheden van
    geringe helderheid, Wanneer het toestel geschud (bewogen) wordt
    • Om beelden te maken in een bedoelde scène, wordt het aangeraden dat u beelden maakt in de
    juiste opnamefunctie.

    ∫ Compensatie van de achtergrondverlichting
    Achtergrondverlichting treedt op wanneer er licht achter het object is.
    In dit geval, zal het onderwerp donker worden, zodat deze functie het achterlicht
    compenseert door het geheel van het beeld automatisch helderder te maken.

    AF-opsporingsfunctie
    Het is mogelijk de focus in te stellen op het gespecificeerde onderwerp. De focus zal het
    onderwerp automatisch blijven volgens ook als deze beweegt. Raadpleeg P89 voor
    details.
    • Stel de [TRACKING AF] in het [OPNAME] functiemenu in op [ON].
    ([

    ] wordt afgebeeld op het scherm.)

    Breng het onderwerp naar de AF-opsporingframe
    en druk op 4 om het onderwerp te vergrendelen
    • AF-opsporingframe zal geel worden.
    • Er zal een optimumscène voor het gespecificeerde onderwerp
    gekozen worden.

    • Druk weer op 4 om vrij te geven.

    - 37 -



  • Page 38

    Basiskennis

    Over de flits
    • Wanneer [‡] geselecteerd is, is [

    ], [
    ] of [
    ] ingesteld afhankelijk van het type
    onderwerp en helderheid.
    • Wanneer [
    ] of [
    ] ingesteld is, wordt digitale rode-ogencorrectie (P53) in werking
    gesteld en wordt de flits twee keer geactiveerd.

    Instellingen in intelligente automatische functie
    • Alleen de volgende functies kunnen ingesteld worden in deze functie.

    [OPNAME] functiemenu
    – [FOTO RES.]¢ (P81)/[ASPECTRATIO] (P83)/[BURSTFUNCTIE] (P90)/[KLEURFUNCTIE]¢
    (P92)/[TRACKING AF]
    ¢ De instellingen die geselecteerd kunnen worden verschillen van wanneer andere [OPNAME]
    functies gebruikt worden.
    [SET-UP] menu
    – [KLOKINST.]/[WERELDTIJD]/[REISDATUM]/[TOON]/[TAAL]
    • De instellingen van de volgende items zijn vastgesteld.
    Onderdeel

    Instellingen

    [RICHTLIJNEN] (P28)

    ([OPNAME INFO.]: [OFF])

    [BESPARING]
    ([BATT. BESP.]) (P29)

    [5MIN.]

    [AUTO REVIEW] (P30)

    [2SEC.]

    Focusbereik

    Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie.
    [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶] (P56)
    • De maximale close-upafstand (de kortste afstand waarop het

    onderwerp genomen kan worden) verschilt afhankelijk van de
    zoomvergroting.

    Zelfontspanner (P57)

    10 seconden

    [KWALITEIT] (P82)

    A (Instellen op [›] wanneer beeldgrootte [
    is)

    [SLIMME ISO] (P83)

    ISOMAX

    [WITBALANS] (P85)

    [AWB]

    [AF MODE] (P87)

    š (Instellen op [
    kan worden)

    [QUICK AF] (P89)

    [ON]

    [I. EXPOSURE] (P91)

    [ON]

    ] (0,3M

    )

    800

    [STABILISATIE] (P93)

    [AUTO]

    [AF ASS. LAMP] (P94)

    [ON]

    ] wanneer een gezicht niet opgespoord

    • De volgende functies kunt u niet gebruiken.
    – [BELICHTING]/[AUTO BRACKET]/Witbalans, fijnafstelling/[DIG. ZOOM]/[AUDIO
    OPNAME]/[KORTE SLUITERT.]/[HISTOGRAM]

    • De andere items op het [SET-UP] menu kunnen ingesteld worden in een functie zoals de

    normale beeldfunctie. Wat ingesteld wordt, zal invloed hebben op de intelligent auto mode.

    - 38 -



  • Page 39

    Basiskennis

    [OPNAME] functie: ·

    Het maken van beelden met uw favoriete
    instellingen
    (Normale beeldfunctie)
    Er kunnen nog veel meer menu-items ingesteld worden en u kunt beelden maken met
    grotere vrijheid dan wanneer u beelden maakt in de intelligente automatische functie
    (P35).

    1

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar naar [!].
    A Instelknop
    B [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar

    2




    Stel de functieknop in op [·].
    • Om de instelling te veranderen wanneer u beelden
    maakt, naar “Het functiemenu [OPNAME] gebruiken”
    (P81) verwijzen.

    3

    Richt de AF-zone op het punt waarop u
    wenst scherp te stellen.

    4

    Druk de ontspanknop half in om scherp te
    stellen.
    • De focusaanduiding (groen) gaat branden wanneer er
    op het onderwerp scherpgesteld is.

    • Het focusbereik is 50 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶.
    • Als er beelden gemaakt moeten worden op een nog
    dichter bereik, “Close-up’s maken” (P56) raadplegen.

    5

    Druk de half ingedrukte ontspanknop
    helemaal in om het beeld te maken.
    • De kaartaanduiding wordt (P19) rood als er opnamen
    met het ingebouwde geheugen (of de kaart) worden
    gemaakt.

    ∫ Om de belichting af te stellen en beelden te maken op tijden waar het beeld te
    donker eruit ziet (P58)
    ∫ Om de kleuren af te stellen en beelden te maken op tijden waar het beeld te rood
    eruit ziet (P85)

    - 39 -



  • Page 40

    Basiskennis

    Het focussen
    Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de helft in.
    Wanneer er
    Wanneer er niet
    scherpgesteld is op scherpgesteld is
    het object
    op het object

    Focus

    A
    B
    C
    D
    E
    F
    G
    ¢

    Aanduiding voor
    de scherpstelling

    Aan

    Knippert

    AF-zone

    Wit>Groen

    Wit>Rood

    Geluid

    Biept 2 keer

    Biept 4 keer

    Aanduiding voor de scherpstelling
    AF-zone (normaal)
    AF zone (wanneer u de digitale zoom gebruikt of wanneer het donker is)
    Focusbereik
    Lensopening¢
    Sluitertijd¢
    ISO-gevoeligheid
    Als er geen correcte belichting verkregen kan worden, zal dit aangegeven worden in het
    rood. (Dit zal echter niet aangegeven worden in het rood wanneer de flits gebruikt wordt.)

    Wanneer er niet op het onderwerp scherpgesteld is (zoals wanneer deze
    zich niet in het midden van de samenstelling van het beeld dat u wilt
    makenbevindt)
    1
    2

    De AF-zone op het onderwerp richten en vervolgens de ontspanknop tot de helft
    indrukken om de focus em belichting vast te zetten.
    De ontspanknop half ingedrukt houden als u het toestel beweegt om het beeld
    samen te stellen.

    • U kunt herhaaldelijk de acties in stap 1 opnieuw
    proberen voordat u de ontspanknop volledig
    indrukt.

    Wij raden aan de gezichtsherkenningsfunctie
    te gebruiken wanneer u opnamen van
    mensen maakt. (P87)

    F2.8

    1/125

    ISO

    100

    F2.8

    1/125

    ISO

    100

    ∫ Onderwerp en opnameomstandigheid
    waarop het moeilijk is scherp te stellen
    • Snelbewegende onderwerpen, extreem helderen onderwerpen of onderwerpen zonder
    contrast

    • Wanneer de display van het opneembare bereik in het rood verschenen is.
    • Wanneer u onderwerpen opneemt door ramen of in de buurt van glimmende voorwerpen
    • Wanneer het donker is of wanneer er zich beeldbibber voordoet
    • Wanneer het toestel zich te dicht bij het onderwerp bevindt of wanneer u een beeld maakt van
    zowel onderwerpen ver weg als onderwerpen dichtbij

    - 40 -



  • Page 41

    Basiskennis

    Golfstoring (camerabeweging)
    Wanneer de beeldbibber alert [
    ] verschijnt, [STABILISATIE] (P93), een statief of de
    zelfontspanner (P57) gebruiken.
    • De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het

    moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in
    dit geval het gebruik van een statief aan.
    – Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect
    – In [NACHTPORTRET], [NACHTL. SCHAP], [PARTY], [KAARSLICHT], [STERRENHEMEL] of
    [VUURWERK] in de scènefunctie (P60)
    – Als de sluitertijd langzamer wordt in [KORTE SLUITERT.]

    Richtingfunctie
    Beelden die opgenomen zijn met een verticaal gehouden toestel worden verticaal
    (gedraaid) teruggespeeld. (Alleen wanneer [LCD ROTEREN] (P117) ingesteld is op [ON])
    • Het beeld wordt misschien niet verticaal afgebeeld als u het gemaakt hebt met een naar boven
    of naar beneden gericht toestel.

    • Bewegende beelden die met een verticaal gehouden toestel gemaakt zijn worden niet verticaal
    afgebeeld.

    - 41 -



  • Page 42

    Basiskennis

    [OPNAME] functie: ñ·¿n¨

    Beelden maken met de zoom
    Gebruik van de Optische Zoom/Gebruik van de Extra Optische Zoom
    (EZ)/Gebruik van de Digitale Zoom
    U kunt inzoomen om personen en voorwerpen dichter bij te doen lijken of uitzoomen om
    landschappen in brede hoek op te nemen. Om voorwerpen nog dichter [maximum van
    8,9k] bij te doen lijken, de beeldgrootte niet instellen op de hoogste instelling voor elke
    aspectratio (X/Y/W).
    Nog hogere niveaus van uitvergroting zijn mogelijk wanneer [DIG. ZOOM] ingesteld is op
    [ON] in [OPNAME] menu.
    Gebruik (Tele) om het object dichterbij te laten lijken

    Het zoomhendeltje op Tele zetten.
    Gebruik (Breed) om objecten verder weg te doen lijken

    Het zoomhendeltje op Breed zetten.
    ∫ Zoomtypes
    Eigenschap

    Extra optische zoom
    (EZ)

    Optische zoom

    Maximum
    vergroting

    8,9k¢1

    5k

    Beeldkwaliteit Geen verslechtering
    Condities

    [FOTO RES.] met
    (P81) is geselecteerd.

    Geen

    W

    Geen verslechtering

    T

    W

    T

    Schermdisplay
    A [

    ] is afgebeeld.

    - 42 -

    Digitale zoom
    20k [inclusief optische zoom
    5k]
    35,6k [inclusief extra optische
    zoom 8,9k]
    Hoe hoger het
    vergrotingsniveau, hoe groter
    de verslechtering.
    [DIG. ZOOM] (P91) op het
    [OPNAME] menu is ingesteld
    op [ON].

    W

    T

    W

    T

    B Het digitale zoombereik
    wordt afgebeeld.
    De AF-zone wordt breder
    wanneer de ontspanknop tot
    de helft ingedrukt wordt in het
    digitale zoombereik¢2.



  • Page 43

    Basiskennis

    • Wanneer u de zoomfunctie gebruikt, zal er een schatting verschijnen van het

    focusbereik samen met de staaf van de zoomafbeelding. (Voorbeeld: 0.5 m –¶)
    ¢1 Het uitvergrotingniveau verschilt afhankelijk van [FOTO RES.] en [ASPECTRATIO]
    instelling.
    ¢2 De zoomaanduiding op het scherm kan tijdelijk stoppen met bewegen als u het
    zoomhendeltje op de uiterste Telestand zet. U kunt het digitale zoombereik instellen door het
    zoomhendeltje continu op Tele te zetten of het zoomhendeltje één keer los te laten en het
    vervolgens weer op Tele te zetten.

    ∫ Het mechanisme van de extra optische zoom
    Wanneer u de beeldresolutie instelt op [
    ] (3 miljoen pixels), wordt de 10M
    (10,1 miljoen pixels) CCD-zone geconcentreerd in het midden van de 3M (3 miljoen
    pixels) – zone om een beeld te maken met een hoger zoomeffect.
    Aantekening
    • De digitale zoom kan niet ingesteld worden wanneer õ of ¨ geselecteerd is.
    • De aangegeven zoomuitvergroting is correct bij benadering.
    • “EZ” is een afkorting van “Extra optical Zoom”.
    • De optische zoom is ingesteld op Breed (1k) wanneer het toestel aanstaat.
    • Als u de zoomfunctie gebruikt nadat u op het object scherpgesteld hebt, stelt u opnieuw
    scherpobject.

    • De objectiefcilinder wordt automatisch uit- of ingetrokken afhankelijk van de zoomstand.

    Onderbreek de beweging van de objectiefcilinder niet terwijl u het zoomhendeltje verplaatst.

    • Wanneer u de digitale zoom gebruikt, zou [STABILISATIE] niet effectief kunnen zijn.
    • Wanneer u de digitale zoom gebruikt, raden wij het gebruik van een statief en de
    zelfontspanner (P57) aan om opnamen te maken.

    - 43 -



  • Page 44

    Basiskennis

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])

    1

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]
    keuzeschakelaar A naar [(].
    • Het Normaal afspelen is automatisch ingesteld in
    de volgende gevallen.
    – Waneer de functie geschakeld werd van de
    [OPNAME] naar [AFSPELEN].
    – Wanneer het toestel aangezet werd terwijl de
    [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar op
    [(] stond.
    • Wanneer de functieknop ingesteld is op [¨], zal
    het clipboard afgebeeld worden. Raadpleeg
    “Clipboardbeelden bekijken” (P97) voor
    informatie over het afspelen van het clipboard.

    2

    Op 2/1 drukken om het beeld te
    kiezen.
    2: De vorige opname terugspelen
    1: De volgende opname terugspelen
    • Snelheid van beeld verder/terug spoelen verandert afhankelijk van de afspeelstatus.

    ∫ Snel vooruit spoelen/Snel achteruit spoelen
    Houd 2/1 ingedrukt tijdens het terugspelen.
    2: Snel achteruit
    1: Snel vooruit
    • Het bestandsnummer A en het beeldnummer B

    wijzigen alleen elk afzonderlijk. 2/1 loslaten zodra het
    nummer van het gewenste terug te spelen beeld
    verschijnt om het beeld terug te spelen.
    • Als u op 2/1 blijft drukken, neemt het aantal (terug) afgespeelde beelden toe.

    - 44 -

    A
    B



  • Page 45

    Basiskennis

    Meervoudige schermen afbeelden (Meervoudig terugspelen)
    Het zoomhendeltje op [L] (W) zetten.
    1 scherm>12 schermen>30 schermen>Schermdisplay
    (P108)
    A Het aantal gekozen beelden en het totaal opgenomen
    beelden
    • Zet het zoomhendeltje naar [Z] (T) om terug te keren naar
    het vorige scherm.
    • Beelden worden niet gedraaid voor de display.

    ∫ Om terug te keren naar normaal terugspelen
    1 Op 3/4/2/1 drukken om een beeld te kiezen.
    • Er zal een icoon afgebeeld worden afhankelijk van het opgenomen beeld en de

    2

    instellingen.

    Druk op [MENU/SET].
    • Het gekozen beeld verschijnt.

    - 45 -

    A



  • Page 46

    Basiskennis

    De terugspeelzoom gebruiken
    Het zoomhendeltje op [Z] (T) zetten.
    1k>2k>4k>8k>16k
    • Wanneer u de zoomhendel naar [L] (W) draait na het
    uitvergroten van het beeld, wordt de vergroting lager.

    • Wanneer u de vergroting verandert, verschijnt de aanduiding

    van de zoompositie A gedurende ongeveer 1 seconde en kan
    de positie van de vergrootte sectie verwijderd worden door op
    3/4/2/1 te drukken.
    • Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit
    ervan wordt.
    • Wanneer u de af te beelden positie verplaatst, verschijnt de
    aanduiding van de zoomstand gedurende ongeveer
    1 seconde.

    A

    Aantekening
    • Dit toestel komt overeen met de DCF-standaard “Design rule for Camera File system”

    opgericht door JEITA “Japan Electronics and Information Technology Industries Association”
    en met Exif “Exchangeable Image File Format”. Bestanden die niet overeenkomen met de
    DCF-standaard kunnen niet afgespeeld worden.
    • De lenscilinder trekt zich ongeveer 15 seconden nadat u overschakelt van de [OPNAME]- naar
    de [AFSPELEN]-functie terug.
    • Gebruik de bijwerkfunctie om het vergrote beeld op te slaan. (P114)
    • Het kan zijn dat de terugspeelzoom niet werkt als de opnamen met andere apparatuur zijn
    gemaakt.

    Schakelen van de [AFSPELEN] functie
    1
    2
    3

    Druk op [MENU/SET] tijdens afspelen.
    Op 1 drukken.
    Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    [NORMAAL AFSP.] (P44)
    Alle beelden worden afgespeeld.

    MENU
    /SET

    [DIASHOW] (P100)
    De beelden worden teruggespeeld in opeenvolging.
    [CATEGOR. AFSP.] (P103)
    De in categorieën gegroepeerde beelden worden afgespeeld.
    [FAVORIET AFSP.] (P104)¢
    Uw favoriete beelden worden afgespeeld.
    ¢ [FAVORIET AFSP.] wordt niet afgebeeld wanneer [FAVORIETEN] niet ingesteld is.

    - 46 -



  • Page 47

    Basiskennis

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Beelden wissen
    Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden.
    • Beelden op het ingebouwde geheugen of de kaart, die afgespeeld worden zullen gewist
    worden.

    Om een enkele opname uit te wissen

    1

    Selecteer het te wissen beeld en druk dan
    op [‚].
    A [DISPLAY] knop
    B [‚] knop

    2

    Op 2 drukken om [JA] te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    MENU
    /SET

    Om meerdere beelden (tot 50) te wissen of alle beelden te wissen

    1
    2
    3

    Op [‚] drukken.
    Op 3/4 drukken om [MULTI WISSEN] of [ALLES WISSEN] te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • [ALLES WISSEN] > stap 5.
    Op 3/4/2/1 drukken om het beeld te
    kiezen en vervolgens op [DISPLAY]
    drukken. (Herhaal deze stap.)
    •[

    ] verschijnt op de gekozen opnamen. Als u opnieuw
    op [DISPLAY] drukt, wordt de instelling gewist.

    4
    5

    DISPLAY

    Op [MENU/SET] drukken.
    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]
    drukken.

    - 47 -



  • Page 48

    Basiskennis

    ∫ Wanneer [ALLES WISSEN] geselecteerd is met de [FAVORIETEN] (P118) instelling
    Het selectiescherm wordt opnieuw afgebeeld. Selecteer [ALLES WISSEN] of
    [ALLES WISSEN BEHALVEÜ], druk dan op 3 om [JA] te selecteren en wis de beelden.
    ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ] kan niet geselecteerd worden als er geen beelden
    ingesteld zijn als [FAVORIETEN].)
    Aantekening
    • Het toestel niet uitschakelen terwijl u aan het wissen bent (d.w.z. terwijl [‚] afgebeeld wordt).
    Gebruik een voldoende opgeladen batterij of de AC-adapter (optioneel).

    • Als u op [MENU/SET] drukt terwijl u opnamen wist met [MULTI WISSEN], [ALLES WISSEN] of
    [ALLES WISSEN BEHALVE Ü] zal het wissen halverwege stoppen.

    • Afhankelijk van het aantal beelden dat gewist moet worden, kan het wissen even duren.
    • Als beelden niet conform de DCF-standaard of beschermd zijn (P121), zullen deze niet gewist
    worden zelfs als [ALLES WISSEN] of [ALLES WISSEN BEHALVEÜ] geselecteerd is.

    - 48 -



  • Page 49

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Over de LCD-monitor
    Druk op [DISPLAY] om te wijzigen.
    A LCD-monitor
    B [DISPLAY] knop
    • Wanneer het menuscherm verschijnt, wordt de [DISPLAY] knop niet
    geactiveerd. Tijdens de terugspeelzoomfunctie (P46), als u
    bewegende beelden terugspoelt (P105) en tijdens een
    diavoorstelling (P100), kunt u alleen kiezen tussen “Normale
    weergave F” of “Geen weergave H”.




    In opnamefunctie
    C Normaal display¢1
    D Non-display
    E Non-display
    (Opnamerichtlijn)¢1, 2

    9

    In terugspeelfunctie
    F Normaal display
    G Display met
    opname-informatie¢1
    H Non-display

    ¢1 Als het [HISTOGRAM] in [SET-UP] menu ingesteld is op [ON], zal histogram afgebeeld
    worden.
    ¢2 Stel het patroon van de richtlijnen die afgebeeld worden door de instelling [RICHTLIJNEN] in
    [SET-UP] menu in. U kunt ook instellen of u de opname-informatie wel of niet afgebeeld wilt
    hebben wanneer de richtlijnen afgebeeld worden.

    Aantekening
    • In [NACHTPORTRET], [NACHTL. SCHAP], [STERRENHEMEL] en [VUURWERK] in
    scènefunctie, is de richtlijn grijs. (P60)

    - 49 -



  • Page 50

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ Opnamerichtlijn
    Wanneer u het object uitlijnt op de horizontale
    en verticale richtlijnen of het kruispunt van deze
    lijnen, kunt u opnamen maken met goed
    ontworpen compositie door de grootte, de
    helling en de balans van het object te bekijken.
    A [

    ]:

    Dit wordt gebruikt wanneer het hele scherm verdeeld wordt in 3k3 voor het maken
    van beelden met een goed gebalanceerde samenstelling.

    B [

    ]:

    Dit wordt gebruikt wanneer u het onderwerp precies in het midden wilt
    positioneren.

    ∫ Over het Histogram
    Een Histogram is een grafiek die helderheid langs de horizontale as (zwart of wit) en het
    aantal pixels bij elk helderheidniveau op de verticale as afbeeld.
    Hiermee controleert u snel de belichting van een beeld.
    1 Donkere zone, middelmatige tint, en heldere zone worden gelijkmatig uitgebalanceerd,
    het geschikt makend om een beeld te maken.
    2 Het beeld zal onderbelicht worden met donkerdere zone. De beelden met vooral
    donkere zones, zoals nachtlandschap, zullen ook een histogram als deze hebben.
    3 Het beeld zal overbelicht worden met helderdere zone. De beelden met vooral witte
    zones zullen ook een histogram als deze hebben.
    Voorbeeld van histogram
    1 Juiste belichting
    2 Onderbelichting
    3 Overbelicht
    ¢ Histogram

    Aantekening
    • Wanneer u opnamen maakt met de flits of op donkere plekken, wordt het histogram

    oranje afgebeeld omdat het opgenomen beeld en het histogram niet met elkaar
    overeenkomen.
    • Het histogram is een benadering in de opnamefunctie.
    • Het histogram van een beeld zou niet overeen kunnen komen in opnamefunctie en
    terugspeelfunctie.
    • Het histogram dat afgebeeld wordt in dit toestel komt niet overeen met histogrammen die
    afgebeeld worden door beeldbewerkende software voor PC’s enz.

    - 50 -



  • Page 51

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: 񷿨

    Beelden maken met de ingebouwde flits
    A Fotoflits

    Deze niet met uw vinger of andere voorwerpen bedekken.



    Naar de geschikte flitsinstelling schakelen
    De flits instellen voor opnamen.

    1
    2

    Op 1 [‰] drukken.
    Druk op 3/4 om de functie te kiezen.
    • U kunt ook op 1 [‰] drukken om te selecteren.
    • Voor informatie over flitsinstellingen die gekozen kunnen
    worden, “Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties”
    raadplegen. (P53)

    3

    Op [MENU/SET] drukken.
    • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.
    • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item
    automatisch ingesteld.

    - 51 -



  • Page 52

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Onderdeel
    ‡: AUTO

    :
    AUTO/Rodeogenreductie¢

    ‰: Vast ingesteld
    op AAN
    :
    Vast ingesteld op
    AAN/Rodeogenreductie¢
    :
    Langzame synchr./
    Rodeogenreductie¢
    Œ: Vast ingesteld
    op UIT

    Beschrijving van instellingen
    De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de
    opnamecondities.
    De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de
    opnamecondities.
    De flits wordt een keer geactiveerd vóór de eigenlijke opname om het
    rode-ogeneffect (ogen van het object die rood worden op het beeld) te
    verminderen en vervolgens opnieuw geactiveerd voor de eigenlijke
    opname.
    • Gebruik deze functie wanneer u beelden maakt van personen in slecht
    belichte omstandigheden.
    De flits wordt altijd geactiveerd ongeacht de opnamecondities.
    • Gebruik deze functie wanneer uw object achtergrondbelichting
    heeft of onder fluorescent licht staat.
    • De flitsinstelling is ingesteld op [
    ] alleen wanneer u [PARTY]
    of [KAARSLICHT] instelt in scènefunctie. (P60)
    Als u beelden maakt met een donker landschap op de achtergrond,
    maakt deze functie de sluitertijd langzamer zodra de flits geactiveerd
    wordt, zodat het donkere landschap op de achtergrond helder zal
    worden. Tegelijkertijd vermindert het rode-ogeneffect.
    • Gebruik deze functie wanneer u opnamen maakt van personen op
    een donkere achtergrond.
    De flits wordt in geen enkele opnameconditie geactiveerd.
    • Gebruik deze functie om opnamen te maken op plekken waar het
    gebruik van een flits niet toegestaan is.

    ¢ De flits wordt twee maal geactiveerd. Het onderwerp dient niet te bewegen totdat de
    tweede flits geactiveerd is. Interval tot de tweede flits is afhankelijk van de helderheid
    van het onderwerp.

    - 52 -



  • Page 53

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ Over de digitale rode-ogencorrectie
    Wanneer de flits gebruikt wordt met de Rode-ogenreductie ([
    ], [
    ], [
    ])
    geselecteerd, zal deze automatisch rode ogen in de beeldgegevens herkennen en
    reduceren.
    ¢ Het zou niet in staat kunnen zijn de rode ogen te corrigeren, afhankelijk van de
    opnameomstandigheden. Het zou ook andere onderwerpen afgezien van rode ogen kunnen
    corrigeren.

    ∫ Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties
    De beschikbare flitsinstellingen zijn afhankelijk van de opnamefuncties.
    (±: Beschikbaar, —: Niet beschikbaar, ¥: Scènefunctie begininstelling)




    Œ





    Œ

    ñ
    ·

    ±¢









    ±

    í

    ±



    ±





    ¥

    ±

    ±

    ±

    ±



    ±

    ï











    ¥

    *

    ±

    ¥

    ±





    ±

    9

    ±



    ±





    ¥

    +

    ±

    ¥

    ±





    ±

    ô











    ¥

    ±

    ¥

    ±





    ±





    ¥







    0

    ±

    ¥

    ±





    ±

    5











    ¥

    ,











    ¥

    4











    ¥

    -

    ¥



    ±





    ±

    6





    ¥





    ±

    .







    ¥



    ±

    8

    ¥



    ±





    ±

    /











    ¥

    7











    ¥

    1

    ±



    ±





    ¥

    ¥



    ±





    ±

    2







    ¥

    ±

    ±

    ¥



    ±





    ±

    3







    ±

    ±

    ¥

    <

    ±



    ±





    ¥

    :

    ±

    ¥

    ±





    ±









    ±

    ;

    ±

    ¥

    ±





    ±

    n
    ¨


    ±



    ±





    ±

    ¢ Wanneer [‡] geselecteerd is, is [
    ], [
    ] of [
    ] ingesteld afhankelijk van het type
    onderwerp en helderheid.
    • De flitsinstellingen kunnen veranderen als de opnamefunctie verander wordt. Stel de
    flitsinstelling opnieuw in indien nodig.
    • De flitsinstelling blijft opgeslagen memorised ook als u de camera uit zet. De flitsinstelling voor
    de scènefunctie wordt weer op de oorspronkelijke instelling gezet als u de scènefunctie wijzigt.

    - 53 -



  • Page 54

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ Het beschikbare flitsbereik om opnamen te maken
    • Het beschikbare flitsbereik is een benadering.
    ISO-gevoeligheid

    Beschikbaar flitsbereik
    Breed

    Tele

    AUTO

    60 cm tot 6,0 m

    1,0 m tot 2,8 m

    ISO100

    60 cm tot 1,9 m

    1,0 m

    ISO200

    60 cm tot 2,7 m

    1,0 m tot 1,2 m

    ISO400

    60 cm tot 3,8 m

    1,0 m tot 1,8 m

    ISO800

    80 cm tot 5,4 m

    1,0 m tot 2,5 m

    1,0 m tot 3,6 m
    • In [H. GEVOELIGH.] (P66) in scènefunctie, schakelt de ISO-gevoeligheid automatisch naar
    ISO1600

    1,15 m tot 7,7 m

    tussen [ISO1600] en [ISO6400] en verandert het flitsbereik ook.
    Breed: Ongeveer 1,15 m tot ongeveer 15,4 m
    Tele: Ongeveer 1,0 m tot ongeveer 7,3 m
    • In [FLITS-BURST] (P68) in scènefunctie, schakelt de ISO-gevoeligheid automatisch naar
    tussen [ISO100] en [ISO3200] en verschilt het beschikbare flitsbereik ook.
    Breed: Ongeveer 60 cm tot ongeveer 4,0 m
    Tele: Ongeveer 1,0 m tot ongeveer 1,9 m

    - 54 -



  • Page 55

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie
    Flitsinstelling

    Sluitertijd (Sec.)

    Flitsinstelling

    Sluitertijd (Sec.)
    1¢1



    op 1/2000ste
    1 of 1/4e tot 1/2000ste¢2

    1/30¢1 tot 1/2000ste


    Œ

    1¢1 op 1/2000ste
    1 of 1/4e tot 1/2000ste¢2, 3

    ¢1 Dit kan variëren afhankelijk van de [KORTE SLUITERT.] instelling (P93).
    ¢2 Wanneer Intelligente ISO ingesteld is (P83)
    ¢3 [SPORT], [BABY1]/[BABY2] en [HUISDIER] in scènefunctie (P60)
    • ¢2, 3: De sluitertijd wordt maximaal 1 seconde in de volgende gevallen.
    – Als de optische-beeldstabilisator vast is ingesteld op [OFF].
    – Wanneer het toestel heeft bepaald dat er weinig beeldbibber is wanneer de optische
    beeldstabilisator ingesteld is op [MODE1], [MODE2] of [AUTO].
    • In intelligente automatische functie, verandert de sluitertijd afhankelijk van de geïdentificeerde
    scène.
    • Er zullen verschillen zijn in de bovenstaande sluitertijden in de scènefuncties.
    – [NACHTPORTRET]/[NACHTL. SCHAP]: 8 of 1/8ste van een seconde tot 1/2000ste van een
    seconde¢4
    – [KAARSLICHT]: 1 of 1/8e van een seconde tot 1/2000e van een seconde¢4
    – [FLITS-BURST]: 1/30ste van een seconde tot 1/2000ste van een seconde
    – [STERRENHEMEL]: 15 seconden, 30 seconden, 60 seconden
    – [VUURWERK]: 1/4ste van een seconde, 2 seconden¢4
    – Alle andere scènefuncties: 1/8ste van een seconde tot 1/2000ste van een seconde
    ¢4 De maximum sluitertijd wordt geselecteerd wanneer de hoeveelheid beeldbibber minimaal is
    terwijl [STABILISATIE] ingesteld is of wanneer [STABILISATIE] ingesteld is op [OFF].

    Aantekening
    • Als u de flits te dicht bij een voorwerp brengt, kan dit worden vervormd of verkleurd door de
    hitte of het licht van de flits.

    • Als u een opname maakt buiten het bereik van de flits, kan het object verkeerd belicht zijn en
    de opname te donker of te licht zijn.

    • Wanneer de flits opgeladen wordt, knippert de flitsicoon in het rood en kunt u geen beeld
    maken, zelfs niet wanneer u de ontspanknop helemaal indrukt.

    • De witbalans kan eventueel niet goed worden gecorrigeerd als de flits niet sterk genoeg is voor
    het onderwerp.

    • Wanneer de sluitertijd snel is, zou het flitseffect niet voldoende kunnen zijn.
    • Het kan even duren om de flits op te laden als u opnieuw een opname wil maken. Maak de
    opname nadat de toegangsaanduiding is verdwenen.

    • Het effect van de rode-ogenreductie verschilt van mens tot mens. Als de persoon bovendien

    ver van de camera stond of niet naar de eerste flits keek, kan dit effect ook minder evident zijn.

    - 55 -



  • Page 56

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: ·n

    Close-up’s maken
    Met deze functie kunt u close-up’s maken van een object, bijv. wanneer u opnamen van
    bloemen maakt. U kunt opnamen maken van een object tot op een afstand van 5 cm van
    de lens door het zoomhendeltje zo ver mogelijk naar Breed te zetten (1k).

    1

    Op 4 [#] drukken.

    2

    Maak de beelden.

    • In macrofunctie, wordt [

    ] afgebeeld. Om te
    annuleren, opnieuw op 4 drukken.

    ∫ Focusbereik
    ¢ Het focusbereik verandert in stappen.

    T
    W

    1m

    5 cm

    Aantekening
    • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken.
    • Wij raden aan de flits op [Œ] in te stellen wanneer u van heel dicht bij beelden maakt.
    • Als de afstand tussen het toestel en het object buiten het focusbereik van het toestel ligt, zou

    het beeld niet op de juiste manier scherpgesteld kunnen worden zelfs als de focusaanduiding
    brandt.
    • Wanneer een object dichtbij het toestel is, is het effectieve focusbereik aanzienlijk minder
    breed. Daarom kan, als de afstand tussen het toestel en het object gewijzigd is na het
    scherpstellen, het moeilijk worden om er opnieuw op scherp te stellen.
    • De macrofunctie zal voorrang geven aan elk object dat zich dicht bij de camera bevindt. Als dus
    de afstand tussen de camera en het object meer dan 1 m bedraagt, duurt het langer om erop
    scherp te stellen.
    • Wanneer u opnamen maakt in een dicht bereik in macrofunctie, kan de resolutie van de
    buitenkant van het beeld enigszins afnemen. Dit is geen storing.

    - 56 -



  • Page 57

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: 񷿨

    Opnamen maken met de zelfontspanner

    1
    2
    3

    Op 2 [ë] drukken.
    Druk op 3/4 om de functie te kiezen.
    • U kunt ook op 2 [ë] drukken om te selecteren.

    Op [MENU/SET] drukken.
    • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.
    • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item
    automatisch ingesteld.

    4

    Druk de ontspanknop half in om scherp te
    stellen en druk de knop helemaal in om de
    opname te maken.
    • Het lampje van de zelfontspanner A knippert en de
    sluiter wordt na 10 seconden geactiveerd (of na
    2 seconden).
    • Als u tijdens het instellen van de zelfontspanner op
    [MENU/SET] drukt, wordt de instelling van de
    zelfontspanner geannuleerd.



    Aantekening
    • Wanneer u een statief of dergelijke enz. gebruikt, is de instelling van de zelfontspanner op

    2 seconden handig om de beweging die veroorzaakt wordt door het indrukken van de
    ontspanknop te vermijden.
    • Wanneer u éénmaal de ontspanknop helemaal indrukt, wordt er automatisch op het object
    scherpgesteld net voor de opname. Op donkere plekken zal het zelfontspannerlampje
    knipperen en kan het helder gaan schijnen om als AF-lamp te werken (P94) zodat het toestel
    beter op het object scherp kan stellen.
    • Wij raden u aan een statief te gebruiken als u opnamen maakt met de zelfontspanner.
    • Het aantal beelden dat gemaakt kan worden in [BURSTFUNCTIE] is vastgesteld op 3.
    • Het aantal beelden dat gemaakt wordt in [FLITS-BURST] in scènefunctie is vastgesteld op 5.
    • Zelfontspanner kan niet ingesteld worden op 2 seconden in Intelligente automatische functie.
    • Zelfontspanner kan niet ingesteld worden op 10 seconden in [ZELFPORTRET] in scènefunctie
    of clipboardfunctie.
    • Zelfontspanner kan niet gebruikt worden tijdens het in [HI-SPEED BURST] of [ONDER
    WATER] scènefunctie staan.

    - 57 -



  • Page 58

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: ·¿n¨

    Belichtingscompensatie
    Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het
    verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. Zie de volgende voorbeelden.
    Onderbelichting

    Juiste
    belichting

    De belichting positief
    compenseren.

    1

    Overbelicht

    De belichting negatief
    compenseren.

    Druk op 3 [È] totdat [BELICHTING] verschijnt en
    corrigeer de belichting met 2/1.
    • Kies [0 EV] om terug te keren naar de originele belichting.

    2

    Op [MENU/SET] drukken om te eindigen.
    • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te
    sluiten.

    Aantekening
    • EV is een afkorting voor [Exposure Value] (Belichtingswaarde). Het is de hoeveelheid licht die
    door de lensopening en de sluitertijd naar de CCD gestuurd wordt.

    • De belichtingscompensatiewaarde verschijnt links onderaan op het scherm.
    • De ingestelde belichtingswaarde wordt opgeslagen zelfs als het toestel uit wordt gezet.
    • Het compensatiebereik van de belichting wordt beperkt door de helderheid van het object.

    - 58 -



  • Page 59

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: ·¿

    Beelden maken met Auto Bracket
    In deze functie, worden 3 opnamen automatisch gemaakt in het gekozen bereik van de
    belichtingscompensatie telkens als de ontspanknop ingedrukt wordt. U kunt het beeld met
    de beste belichting kiezen uit de 3 opnamen met verschillende belichtingen.
    Met auto bracket d1 EV

    1

    1ste beeld

    2de beeld

    3de beeld

    d0 EV

    j1 EV

    i1 EV

    Druk op 3 [È] totdat [AUTO BRACKET] verschijnt,
    stel het compensatiebereik in van de belichting met
    2/1.
    • Wanneer u de auto bracket niet gebruikt, kiest u [OFF] (0).

    2

    Op [MENU/SET] drukken om te eindigen.
    • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te
    sluiten.

    Aantekening
    • Wanneer u auto bracket instelt, verschijnt [ ] op het scherm.
    • Wanneer u opnamen maakt met auto bracket nadat u het bereik van de

    belichtingscompensatie hebt ingesteld, wordt voor de opnamen de gekozen
    belichtingscompensatie gebruikt.
    Wanneer de belichting gecompenseerd is, verschijnt de waarde van de belichtingscompensatie
    links onderaan op het scherm.
    • De auto bracketinstelling wordt geannuleerd als u het toestel uitzet of [BATT. BESP.]
    geactiveerd is.
    • Wanneer de auto bracket ingesteld is, wordt de automatische overzichtsfunctie geactiveerd,
    ongeacht de instelling van deze functie. (Het beeld wordt niet vergroot.) U kunt de
    automatische overzichtsfunctie niet instellen in het [SET-UP] menu.
    • De belichting zou niet gecompenseerd kunnen worden met auto bracket afhankelijk van de
    helderheid van het object.
    • [Œ] is ingesteld voor de flits wanneer auto bracket ingesteld is.
    • Burst wordt geannuleerd wanneer auto bracket ingesteld is.

    - 59 -



  • Page 60

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: ¿

    Beelden maken die met de scène die opgenomen
    wordt overeenkomen (Scènefunctie)
    Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde
    situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de
    gewenste opname.

    1
    2
    3

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!].
    Stel de functieknop in op [¿].
    Op 3/4/2/1 drukken om het gewenste
    scènemenu te kiezen.
    • U kunt ook naar de menuschermen overschakelen in een
    menu-onderdeel door het zoomhendeltje te verplaatsen.

    4

    Druk op [MENU/SET] om in te stellen.
    • Het menuscherm schakelt over naar het opnamescherm in de ingestelde scènefunctie.

    ∫ Over de informatie
    • Als u op [DISPLAY] drukt wanneer u een scènefunctie selecteert in stap

    3, wordt er uitleg over elke scènefunctie afgebeeld. (Als u opnieuw op
    [DISPLAY] drukt, keert het scherm terug naar het scènefunctiemenu.)

    Aantekening
    • Om de scènefunctie te veranderen, op [MENU/SET] drukken en dan op 1 drukken en
    terugkeren naar stap 3 hierboven.

    • Lees P55 voor informatie over de sluitertijd.
    • De flitsinstelling van de scènefunctie wordt weer op de begininstelling gezet wanneer de
    scènefunctie veranderd wordt.

    • Wanneer u een opname maakt met een scènefunctie dat niet geschikt is voor dat doeleinde,
    kan de tint van het beeld verschillen van de werkelijke scène.

    • De volgende items kunnen niet ingesteld worden in de scènefunctie omdat het toestel ze

    automatisch op de optimale instelling zet.
    – [SLIMME ISO]/[GEVOELIGHEID]/[I. EXPOSURE]/[KLEURFUNCTIE]/[KORTE SLUITERT.]
    • [I. EXPOSURE] wordt automatisch geactiveerd in de volgende scènefuncties.
    – [PORTRET]/[GAVE HUID]/[TRANSFORMEREN]/[ZELFPORTRET]/[LANDSCHAP]/
    [SPORT]/[NACHTPORTRET]/[PARTY]/[KAARSLICHT]/[BABY1]/[BABY2]/[ZONSONDERG.]/
    [H. GEVOELIGH.]

    - 60 -



  • Page 61

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [PORTRET]
    Wanneer u overdag beelden maakt van personen buiten, biedt deze functie de
    mogelijkheid deze personen er beter uit te laten zien en hun huid een gezonder uiterlijk te
    geven.
    ∫ Technieken voor portretten
    Deze functie doeltreffender maken:
    1 Het zoomhendeltje zo ver mogelijk op Tele zetten.
    2 Ga dicht bij het object staan om deze functie beter te laten werken.
    Aantekening
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    [GAVE HUID]
    Wanneer u overdag beelden maakt van personen buiten, selt deze functie u in staat de
    huidtextuur van hun huid er nog mooier uit te laten zien dan met [PORTRET]. (Dit werkt
    goed wanneer u beelden maakt van personen vanaf hun borst, niet wanneer u beelden
    maakt van personen die er met hun hele lichaam opstaan.)
    ∫ Technieken voor de zachte-huidfunctie
    Deze functie doeltreffender maken:
    1 Het zoomhendeltje zo ver mogelijk op Tele zetten.
    2 Ga dicht bij het object staan om deze functie beter te laten werken.
    Aantekening
    • Als er een gedeelte van de achtergrond e.d.enz. erg lijkt op de huidskleur, wordt dit gedeelte
    ook verzacht.

    • Deze functie kan minder doeltreffend werken als het beeld onvoldoende helder is.
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    [TRANSFORMEREN]
    Onderwerp kan ofwel dun of uitgerekt opgenomen worden en de huis kan tegelijkertijd
    glad opgenomen worden.
    1 Op 3/4 drukken om de instelling te selecteren en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • Deze kan ingesteld worden vanaf het snelle menu (P26).
    2 Beelden maken.
    Aantekening
    • [GAVE HUID] is geactiveerd tijdens de opname. Het wordt moeilijker de [GAVE HUID] op te
    sporen wanneer het niveau van [SLANK HOOG] of [UITREKKEN HOOG] geselecteerd is.

    • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›].
    • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints.
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].
    • Het kan niet gebruikt worden zonder de copyright-eigenaar in te lichten, behalve voor
    privégerbuik.

    • Gebruik het materiaal niet tegen de openbare orde en moraal of om iemand te beledigen.
    • Gebruik het materiaal niet tegen de interesse van het onderwerp.

    - 61 -



  • Page 62

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [ZELFPORTRET]
    Kies dit om een opname van uzelf te maken.
    ∫ Zelfportrettechnieken
    • Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. De

    zelfontspanneraanduiding begint te branden als u scherp in beeld
    staat. Houd de camera stil en druk de ontspanknop helemaal in
    om de foto te maken.
    • Het object is niet scherpgesteld als de zelfontspanneraanduiding
    knippert. Druk de ontspanknop opnieuw half in om scherp te
    stellen.
    • Het gemaakte beeld verschijnt automatisch op de LCD-monitor
    om deze te bekijken.
    • Als het beeld wazig is door de langzame sluitertijd raden wij het
    gebruik aan van de 2 seconden zelfontspanner.

    Aantekening
    • Het beschikbare focusbereik is ongeveer 30 cm tot 70 cm (Breed).
    • U kunt opnamen van uzelf maken met (P94). Als u dit doet, zal de zelfontspanneraanduiding
    gaan branden terwijl u het geluid opneemt.

    • D zoomuitvergroting wordt automatisch verplaatst naar Breed (1k).
    • De zelfontspanner kan alleen worden ingesteld op uit of op 2 seconden. Als deze ingesteld

    wordt op 2 seconden, zal deze instelling gelden totdat het toestel uitgeschakeld wordt, de
    scènefunctie veranderd wordt of [OPNAME] functie of [AFSPELEN] functie geselecteerd wordt.
    • De stabilisatorfunctie is vast ingesteld op [MODE2]. (P93)
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    [LANDSCHAP]
    Hiermee kunt u opnamen maken van een volledig landschap.
    Aantekening
    • Het focusbereik is 5 m tot ¶.

    [SPORT]
    Daar instellen wanneer u beelden wilt maken van sportscènes of andere snelbewegende
    evenementen.
    Aantekening
    • Deze functie is geschikt voor het maken van beelden van onderwerpen op een afstand van 5 m
    of meer.

    • [SLIMME ISO] is geactiveerd en het maximum ISO-gevoeligheidsniveau wordt [ISO800].

    - 62 -



  • Page 63

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [NACHTPORTRET]
    Hiermee kunt u opnamen maken van een persoon met een achtergrond die even helder is
    als in het echt.
    ∫ Technieken voor nachtportretten
    • Gebruik de flits. (U kunt instellen op [
    ].)
    • Omdat de sluitertijd langzamer wordt, raden we het gebruik van een statief en de
    zelfontspanner aan voor deze opnamen.

    • Vraag het onderwerp niet te bewegen terwijl u een beeld maakt.
    • We raden aan het zoomhendeltje op Breed (1k) te zetten en ongeveer 1,5 m van het object af
    te staan wanneer u een opname maakt.

    Aantekening
    • Het focusbereik is 0,8 m (Breed)/1,2 m (Tele) tot 5 m.
    • De ontspanner kan gesloten blijven (max. ongeveer 8 sec.) nadat u de opname hebt gemaakt
    voor de signaalverwerking. Dit is geen storing.

    • Er kan ruis zichtbaar worden wanneer u opnamen maakt op donkere plekken.
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    [NACHTL. SCHAP]
    Hiermee kunt u levendige opnamen maken van een nachtelijk landschap.
    ∫ Technieken voor nachtlandschappen
    • Wanneer het toestel ingesteld is op [STABILISATIE] en er is zeer weinig beeldbibber of als

    [STABILISATIE] ingesteld is op [OFF], zou de sluitertijd tot 8 seconden langzamer kunnen
    worden. We raden aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken voor het maken van een
    beeld.

    Aantekening
    • Het focusbereik is 5 m tot ¶.
    • De ontspanner kan gesloten blijven (max. ongeveer 8 sec.) nadat u de opname hebt gemaakt
    voor de signaalverwerking. Dit is geen storing.

    • Er kan ruis zichtbaar worden wanneer u opnamen maakt op donkere plekken.

    [VOEDSEL]
    Met deze functie kunt u opnamen maken van bijvoorbeeld voedsel dat er natuurlijk uitziet
    zonder de hinderlijke invloed van omgevingslicht in restaurants enz.
    Aantekening
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]

    - 63 -



  • Page 64

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [PARTY]
    Kies deze functie als u opnamen wilt maken op een huwelijksreceptie, een feestje
    binnenshuis enz. U kunt er opnamen mee maken van mensen met een heldere
    achtergrond.
    ∫ Technieken voor opnamen van feesten
    • Gebruik de flits. (U kunt instellen op [
    ] of [
    ].)
    • We raden het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen.
    • We raden aan het zoomhendeltje op Breed (1k) te zetten en ongeveer 1,5 m van het object af
    te staan wanneer u opnamen maakt.

    Aantekening
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    [KAARSLICHT]
    Met deze functie kunt u opnamen maken bij kaarslicht.
    ∫ Technieken voor de opnamen bij kaarslicht
    • Dit werkt beter dan wanneer u beelden maakt zonder de flits te gebruiken.
    • We raden het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen.
    Aantekening
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    - 64 -



  • Page 65

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [BABY1]/[BABY2]
    Met deze functie kunt u opnamen maken van een baby met een mooi huidkleurtje. Als u
    de flits gebruikt, is het licht van de flits zwakker dan anders.
    Voor [BABY1] en [BABY2] kunnen verschillende geboortedata en namen worden
    ingesteld. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de
    gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P111).
    ∫ Verjaardag/Naaminstelling
    1 Op 3/4 drukken om [LEEFTIJD] of [NAAM] te kiezen en
    vervolgens op 1 drukken.
    2 Op 3/4 drukken om [SET] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    3 De verjaardag of naam invoeren.
    Verjaardag:
    2/1: Selecteer de items (jaar/maand/dag).
    3/4: Instelling.
    [MENU/SET]: Verlaten.
    Naam: Voor gedetailleerde informatie over hoe er tekens ingevoerd moeten worden,
    de [TITEL BEW.] sectie lezen over P109.
    • Wanneer de verjaardag of naam ingesteld is, wordt [LEEFTIJD] of [NAAM] automatisch
    ingesteld op [ON].

    • Als [ON] geselecteerd is wanneer de verjaardag of naam niet geregistreerd is, verschijnt

    4

    het instellingscherm automatisch.

    Op [MENU/SET] drukken om te eindigen.

    ∫ Om [LEEFTIJD] en [NAAM] te annuleren
    Selecteer de [OFF] instelling in stap 2 van de “Verjaardag/Naaminstelling”-procedure.
    Aantekening
    • De leeftijd en naam kunnen afgedrukt worden m.b.v. de “PHOTOfunSTUDIO-viewer-”
    bijgesloten software op de CD-ROM (bijgeleverd).

    • Als [LEEFTIJD] of [NAAM] ingesteld is op [OFF] zal, zelfs wanneer de verjaardag of naam

    ingesteld is, de leeftijd of naam niet afgebeeld worden. Voordat u beelden maakt, [LEEFTIJD]
    of [NAAM] instellen op [ON].
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]
    • [SLIMME ISO] is geactiveerd, en het maximale ISO-gevoeligheidsniveau wordt [ISO400].
    • Als het toestel aangeschakeld wordt met [BABY1]/[BABY2] ingesteld, worden de leeftijd en
    naam afgebeeld links onderaan op het scherm gedurende ongeveer 5 seconden, samen met
    de huidige datum en tijd.
    • Als de leeftijd niet juist afgebeeld wordt, controleert u de klok en de geboortedatuminstellingen.
    • De instelling van de geboortedatum en de naam kan worden teruggezet met [RESETTEN].
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].

    - 65 -



  • Page 66

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [HUISDIER]
    Kies dit als u opnamen wil maken van een huisdier zoals een hond of een kat.
    U kunt de geboortedatum en naam van uw huisdier instellen. U kunt kiezen of u deze
    tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten
    afdrukken met [TEKST AFDR.] (P111).
    Voor informatie over [LEEFTIJD] of [NAAM], [BABY1]/[BABY2] op P65 raadplegen.
    Aantekening
    • De begininstelling voor de AF-lamp is [OFF].
    • [SLIMME ISO] is geactiveerd en het maximum ISO-gevoeligheidsniveau wordt [ISO800].
    • De begininstelling voor [AF MODE] is [ ].
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]
    • Lees [BABY1]/[BABY2] voor meer informatie over deze functie.

    [ZONSONDERG.]
    Kies dit als u opnamen wil maken van een zonsondergang. U kunt op deze manier de
    mooie rode kleur van de zon opnemen.

    [H. GEVOELIGH.]
    Deze functie minimaliseert de golfstoring (cameraschudding) van de onderwerpen, en
    stelt u in staat beelden te maken van deze onderwerpen in kamers die niet fel verlicht zijn.
    (Selecteer dit voor hoge-gevoeligheid processering. De gevoeligheid schakelt automatisch
    naar tussen [ISO1600] en [ISO6400].)
    ∫ Beeldresolutie en aspectratio
    Op 3/4 drukken om de beeldgrootte en aspectratio te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
    • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte.

    Aantekening
    • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›].
    • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints.
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]

    - 66 -



  • Page 67

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [HI-SPEED BURST]
    Dit is een handige manier om snelle bewegingen of een beslissend ogenblik vast te
    leggen.
    ∫ Beeldresolutie en aspectratio

    1

    Druk op 3/4 om de beeldgrootte en aspectgrootte te
    selecteren en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen.
    • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de

    2

    Beelden maken.
    • Stilstaande beelden worden continu gemaakt terwijl de

    beeldgrootte.

    ontspanknop helemaal ingedrukt is.

    Maximum Bursttijd

    ongeveer 6 beelden/seconde

    Aantal opnamen

    ongeveer 15 (ingebouwd geheugen)/ongeveer 15 tot 100¢ (kaart)
    ¢ het maximum is 100.

    • De burstsnelheid verandert afhankelijk van de opnamecondities.
    • Het aantal opnamen dat met de burstfunctie kan worden gemaakt wordt bepaald door de

    omstandigheden waarin de opname wordt gemaakt en het type en/of de staat van de kaart die
    wordt gebruikt.
    • Het aantal opnamen dat met de burstfunctie kan worden gemaakt neemt direct na het
    formatteren toe.

    Aantekening
    • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›].
    • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints.
    • De sluitertijd wordt 1/8ste van een seconde tot 1/2000ste van een seconde.
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]
    • De focus, zoom, belichting, witbalans, sluitertijd en ISO-gevoeligheid worden vast ingesteld op
    de waarden voor de eerste opname.

    • De ISO-gevoeligheid schakelt automatisch over naar een waarde tussen [ISO500] en

    [ISO800]. De ISO-gevoeligheid wordt echter verhoogd om een high-speed sluitertijd te krijgen.

    - 67 -



  • Page 68

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [FLITS-BURST]
    Stilstaande beelden worden continu gemaakt met flits. Dit is handig om continue
    stilstaande beelden te maken op donkere plekken.
    ∫ Beeldresolutie en aspectratio
    1 Druk op 3/4 om de beeldgrootte en aspectgrootte te
    selecteren en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen.
    • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de

    2

    beeldgrootte.

    Beelden maken.
    • Stilstaande beelden worden continu gemaakt terwijl de
    ontspanknop helemaal ingedrukt is.

    Aantal opnamen

    max. 5 beelden

    Aantekening
    • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›].
    • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints.
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]
    • De focus, zoom, belichting, sluitertijd, ISO-gevoeligheid, en flitsniveau zijn vastgesteld op de
    instellingen voor het eerste beeld.

    • [SLIMME ISO] is geactiveerd, en het maximale ISO-gevoeligheidsniveau wordt [ISO3200].
    • Zie de Aantekening op P55 wanneer u de flits gebruikt.

    - 68 -



  • Page 69

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [STERRENHEMEL]
    Met deze functie kunt u levendige opnamen maken van een sterrenhemel of een donker
    voorwerp.
    ∫ De sluitertijd instellen
    Kies een sluitertijd van [15 SEC.], [30 SEC.] of [60 SEC.].
    1 Druk op 3/4 om het aantal seconden te selecteren en druk
    dan op [MENU/SET].
    • Het is ook mogelijk om het aantal seconden te veranderen m.b.v.
    het snelle menu. (P26)

    2

    Beelden maken.
    • Druk de ontspanknop helemaal in om het aftelscherm af te

    beelden. Beweeg het toestel niet als dit scherm afgebeeld wordt.
    Als het aftellen eindigt, verschijnt [AUB WACHTEN ...] net zolang
    als de ingestelde sluitertijd duurt om de signalen te verwerken.
    • Druk op [MENU/SET] om te stoppen met de opname terwijl de
    aftelling op het scherm staat.

    ∫ Technieken voor opnamen van sterrenhemels
    • De ontspanner opent zich gedurende 15, 30 of 60 seconden. Gebruik een statief. Wij raden
    verder aan de opnamen te maken met de zelfontspanner.

    Aantekening
    • De optische beeldstabilisator is vast ingesteld op [OFF].
    • De ISO-gevoeligheid wordt vast ingesteld op [ISO100].

    [VUURWERK]
    Met deze functie kunt u mooie opnamen maken van vuurwerk tegen een nachthemel.
    ∫ Technieken voor opnamen van vuurwerk
    • Omdat de sluitertijd langzamer wordt, raden we het gebruik van een statief aan.
    Aantekening
    • Deze functie werkt het beste wanneer het object 10 m of meer van het toestel verwijderd is.
    • De sluitersnelheden worden als volgt ingesteld.
    – Functie beeldstabilisator [OFF]: 2 seconden
    – Als u [AUTO], [MODE1] of [MODE2] instelt in de stabilisatorfunctie voor optische beelden:

    1/4t of 2 seconden (De sluitertijd wordt 2 seconden, alleen als de camera bepaalt dat er een
    beetje golfbeweging is zoals waneer u een statief gebruikt enz.)
    – U kunt de sluitertijd wijzigen door de belichting aan te passen.
    • De AF-zone verschijnt niet.
    • De ISO-gevoeligheid wordt vast ingesteld op [ISO100].

    - 69 -



  • Page 70

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [STRAND]
    Hiermee kunt u levendige opnamen maken van de blauwe kleur van de zee of de hemel
    enz. Het voorkomt ook onderbelichting van mensen in te sterk zonlicht.
    Aantekening
    • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].
    • Raak de camera niet aan met natte handen.
    • Zand of zeewater kunnen de camera beschadigen. Laat geen zand of zeewater in de lens of op
    de aansluitingen komen.

    [SNEEUW]
    Hiermee kunt u opnamen maken met een zo wit mogelijke sneeuw op een skiveld of een
    besneeuwde bergtop.

    [LUCHTFOTO]
    Met deze functie maakt u foto’s terwijl u in het vliegtuig zit.
    ∫ Techniek voor Luchtfoto’s
    • Wij raden aan deze techniek te gebruiken als u moeilijk kunt scherpstellen en u opnamen

    wenst te maken van wolken en dergelijke. Richt de camera op iets met een hoog contrast, druk
    de ontspanknop half in om de scherpstelling vast te zetten, richt dan de camera op het object
    en druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken.

    Aantekening
    • Het focusbereik is 5 m tot ¶.
    • Zet de camera uit terwijl het vliegtuig opstijgt of landt.
    • Als u de camera wenst te gebruiken, dient u alle instructies van het vliegtuigpersoneel te
    volgen.

    • Wees voorzichtig met weerkaatsing op het raampje.

    - 70 -



  • Page 71

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [SPELDENPRIK]
    Beeld wordt donkerder gemaakt en met zachte focus rond de onderwerpen.
    ∫ Beeldresolutie en aspectratio
    Op 3/4 drukken om de beeldgrootte en aspectratio te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
    • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte.
    Aantekening
    • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›].
    • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints.
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/
    1 m (Tele) tot ¶]

    • Gezichtsdetectie zou niet goed kunnen werken in de donkere zones
    rond de randen van het scherm.

    [ZANDSTRAAL]
    Beeld is gemaakt met een korrelige, gezandstraalde structuur.
    ∫ Beeldresolutie en aspectratio
    Op 3/4 drukken om de beeldgrootte en aspectratio te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
    • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte.
    Aantekening
    • [KWALITEIT] is automatisch vastgesteld op [›].
    • U kunt opnamen maken voor 4qk6q/10k15 cm prints.
    • De ISO-gevoeligheid is vast ingesteld op [ISO1600].
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/
    1 m (Tele) tot ¶]

    - 71 -



  • Page 72

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [ONDER WATER]
    Gebruik de marinekoffer (DMW-MCFX35; optioneel). Dit biedt u de mogelijkheid beelden
    te maken met een natuurlijke kleur.
    Onderwater scherpstellen (AF-vergrendeling)
    U kunt de scherpstelling vastzetten voordat u een opname maakt met vergrendelde AF. Dit
    is handig als u opnamen wenst te maken van bijvoorbeeld een heel snel bewegend object.
    1 De AF-zone op het object richten.
    A
    2 Druk op 2 om de scherpstelling vast in te stellen.
    • Het symbool van de AF-vergrendeling A verschijnt als het object
    scherpgesteld is.

    • Druk opnieuw op 2 om de AF-vergrendeling te annuleren.
    • Als u aan de zoomhendel draait, annuleert u de AF-vergrendeling.

    In dit geval dient u opnieuw scherp te stellen en de scherpstelling te
    vergrendelen.
    • U kunt instellen op AF-vergrendeling wanneer [AF MODE]
    ingesteld is op [
    ].

    Witbalans, fijnafstelling
    U kunt de tinten aanpassen aan de waterdiepte en het weer.
    1 Drie maal op 3 [È] drukken om
    [WB INSTELLEN] af te
    beelden.
    2 Druk op 2/1 om de witbalans te regelen.

    3

    2 [ROOD]:
    Indrukken wanneer de tint blauwachtig is.
    1 [BLAUW]: Indrukken wanneer de tint roodachtig is.
    • Kies [0] als u de witbalans niet fijn wenst af te stellen.
    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    • Als u de witbalans afstelt, wordt de melding [ AWB ] rood of blauw op het scherm
    weergegeven.

    Aantekening
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]

    - 72 -



  • Page 73

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: n
    Gevorderd (Opname van beelden)

    Bewegende beelden

    1

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!].

    2

    Stel de functieknop in op [n].

    3

    Druk de opspanknop half in om scherp te
    stellen en druk hem dan helemaal in om
    beelden te maken.
    A Geluidsopname
    • De beschikbare opnametijd B verschijnt op het display
    rechts boven en de voorbije opnametijd C staat
    onderaan rechts.
    • Nadat u de ontspanknop helemaal ingedrukt heeft,
    deze onmiddellijk loslaten. Als de knop ingedrukt
    gehouden wordt, zal het geluid gedurende een paar
    seconden niet opgenomen worden wanneer opnemen
    start.
    • Is de scherpte ingesteld dan gaat de betreffende
    aanduiding branden.
    • De scherpstelling en zoom zijn vastgesteld op de
    instelling wanneer opnemen start (het eerste frame).
    • Dit toestel neemt tegelijkertijd het geluid op met de
    ingebouwde microfoon. (Bewegende beelden kunnen
    niet worden opgenomen zonder geluid.)

    4

    De ontspanknop helemaal indrukken om de opname te stoppen.
    • Als het ingebouwde geheugen of de kaart vol raakt tijdens het opnemen, stopt het
    toestel automatisch met opnemen.

    - 73 -



  • Page 74

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Veranderen van de instellingen voor de beeldkwaliteit
    • Wanneer u de beeldkwaliteit instelt op [

    ], [
    ], of [
    ], raden we aan een
    hoge-snelheidkaart te gebruiken waar “10MB/s” of groter afgebeeld staat op de verpakking.

    1

    Op [MENU/SET] drukken.

    2

    Op 3/4 drukken om [FOTOMODE] te kiezen en
    vervolgens op 1 drukken.

    3

    Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    Onderdeel
    ¢
    ¢
    ¢

    Beeldgrootte

    fps

    1280k720 pixels

    30

    848k480 pixels

    30

    640k480 pixels

    30

    320k240 pixels

    30

    Aspectratio
    16:9

    4:3

    10






    fps “frames per seconde”; Dit verwijst naar het aantal frames gebruikt in 1 seconde.
    U kunt zachtere beeldopnamen maken met “30 fps”.
    U kunt langere beeldopnamen maken met “10 fps” maar de kwaliteit is wel minder.
    [ ] kan genoten worden op de TV als hoge kwaliteit- bewegend beeld m.b.v. de
    componentkabel (DMW-HDC2; optioneel). Raadpleeg “Afspelen op de TV met
    component aansluiting” (P135) voor details.
    • Met [
    ] blijft het bestand klein. Daarom is deze grootte geschikt voor verzending
    per e-mail.
    ¢Kan niet opgenomen worden in het ingebouwde geheugen.

    4

    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.

    - 74 -



  • Page 75

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Aantekening

    • P161 raadplegen voor informatie over de beschikbare opnametijd.
    • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm zou niet op regelmatige wijze af
    kunnen lopen.

    • Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van
    bewegende beelden. Dit is geen storing.

    • U kunt continu bewegende opnamen opmaken tot 2 GB. Alleen de maximum beschikbare
    opnametijd voor 2 GB verschijnt op het scherm.
    (DMC-FX37PL/DMC-FX37SG/DMC-FX38GC)

    • Bewegende beelden kunnen continu opgenomen worden gedurende max. tijd van 15 minuten.
    Verder is continue opname groter dan 2GB niet mogelijk. (Voorbeeld: [8m 20s] met [ ])
    Resterende tijd voor continue opname wordt afgebeeld op het scherm.
    (DMC-FX37EG/DMC-FX37E)
    • Als bewegende beelden die met dit toestel opgenomen zijn, teruggespeeld worden op andere
    apparatuur, kan het zijn dat de kwaliteit van beelden en geluiden achteruit gaat of dat beelden
    niet teruggespeeld kunnen worden. Het kan ook gebeuren dat bepaalde opslaginformatie niet
    correct op het scherm wordt weergegeven.
    • LUMIX-modellen die verkocht zijn na Augustus 2008 hebben verbeterde geluidskwaliteit,
    daarom kan bewegend beeld niet teruggespeeld worden op eerder modellen.
    • In bewegende beeldfunctie, kunnen de volgende functies niet gebruikt worden.
    – [š] en [ ] in [AF MODE]/Richtingdetectie-functie/[AUTO] en [MODE2] op de optische
    beeldstabilisator-functie
    • Dit apparaat kan geen bewegende beelden opslaan op MultiMediaCard.

    - 75 -



  • Page 76

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [OPNAME] functie: ñ·¿n

    Nuttige functies op reisbestemmingen
    De dag van uw vakantie opslaan waarop u de foto maakt
    Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P24 raadplegen.
    Als u de vertrekdatum of de reisbestemming van de vakantie vooraf instelt, wordt het
    aantal dagen dat voorbij is sinds de vertrekdatum (welke dag van de vakantie het is)
    opgenomen wanneer u het beeld maakt. U kunt het aantal dagen dat voorbij is afbeelden
    wanneer u de beelden terugspeelt en deze afdrukken op de gemaakte beelden met
    [TEKST AFDR.] (P111).
    • Het aantal dagen die verstreken zijn sinds de vertrekdatum kan afgedrukt worden m.b.v. de
    “PHOTOfunSTUDIO-viewer-”-bijgeleverde software op de CD-ROM (bijgeleverd).

    • Kies [KLOKINST.] om de huidige datum en tijd op voorhand in te stellen. (P21)

    1

    Selecteer [REISDATUM] vanuit het [SET-UP] menu
    en druk vervolgens op 1.

    2

    Op 3 drukken om [REIS-SETUP] te kiezen en
    vervolgens op 1 drukken.

    3

    Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/
    SET].

    4

    Op 3/4/2/1 drukken om de vertrekdatum (jaar/
    maand/dag) in te stellen, en druk dan op [MENU/
    SET].

    - 76 -



  • Page 77

    Gevorderd (Opname van beelden)

    5

    Op 3/4/2/1 drukken om de aankomstdatum (jaar/
    maand/dag) in te stellen, en druk dan op [MENU/
    SET].
    • Als u de einddatum niet wil instellen, drukt u op [MENU/SET]
    terwijl de datumbalk op het scherm staat.

    6

    Op 4 drukken om [LOCATIE] te kiezen en
    vervolgens op 1 drukken.

    7

    Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/
    SET].

    8
    9

    10

    De locatie invoeren.
    • Voor details over hoe karakters in te voeren, de [TITEL BEW.] sectie lezen op P109.

    Twee keer op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    Een opname maken.
    • Het aantal dagen dat is verstreken sinds de vertrekdatum verschijnt ongeveer

    5 seconden als u het toestel aan zet enz. vlak nadat u een reisdatum hebt ingesteld of
    als er een reisdatum is ingesteld.
    • Wanneer de reisdatum ingesteld is, verschijnt [—] rechts onderaan op het scherm.

    - 77 -



  • Page 78

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ De vertrekdatum wissen
    De reisdatum wordt automatisch geannuleerd als de huidige datum na de
    terugkomstdatum is. Als u de reisdatum wilt annuleren vóór het einde van de vakantie,
    [OFF] selecteren op het scherm dat getoond wordt in stap 3 of 7 en vervolgens twee maal
    op [MENU/SET] drukken. Als de [REIS-SETUP] ingesteld is op [OFF] in stap 3, zal
    [LOCATIE] ook ingesteld worden op [OFF].
    Aantekening
    • De reisdatum wordt berekend aan de hand van de manier waarop de klok is ingesteld en de

    vertrekdatum die u hebt ingevoerd. Als u [WERELDTIJD] (P79) instelt op de reisbestemming,
    wordt de reisdatum berekend aan de hand van de datum in de klokinstelling en de
    reisbestemminginstelling.
    • De ingestelde vertrekdatum wordt opgeslagen zelfs als het toestel uit wordt gezet.
    • Als u [REISDATUM] instelt op [OFF] zal het aantal dagen dat verstrijkt sinds de vertrekdatum
    niet opgeslagen worden, ook niet als u de reisdatum of de einddatum hebt ingesteld. Ook als u
    [REISDATUM] instelt op [SET] nadat u opnamen hebt gemaakt, zal op het scherm niet vermeld
    worden op welke dag van de vakantie u deze opnamen hebt gemaakt.
    • Als u een vertrekdatum hebt ingevoerd en u maakt een opname op een datum voor deze
    vertrekdatum, verschijnt een oranje [-] (minteken) en wordt de dag van de vakantie waarop u
    deze opname hebt gemaakt, niet opgeslagen.
    • Als de reisdatum afgebeeld wordt als [-] (min) in het wit, bestaat er een tijdsverschil, dat
    datumverandering tot gevolg heeft tussen de [HOME] en [BESTEMMING]. (Dit zal opgenomen
    worden)
    • De tekst ingesteld als [LOCATIE] kan later bewerkt worden met [TITEL BEW.].
    • De namen voor [BABY1]/[BABY2] en [HUISDIER] zullen niet opgenomen worden wanneer
    [LOCATIE] ingesteld is.
    • [LOCATIE] kan niet opgenomen worden wanneer u bewegende beelden maakt.

    - 78 -



  • Page 79

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Opnamedata/Tijden op Overzeese Reisbestemmingen (Wereldtijd)
    Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P24 raadplegen.
    U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de
    beelden die u maakt.
    • Kies [KLOKINST.] om de huidige datum en tijd op voorhand in te stellen. (P21)

    1

    Selecteer [WERELDTIJD] vanuit het [SET-UP]
    menu en druk vervolgens op 1.
    • Wanneer u het toestel voor het eerst gebruikt na de aanschaf
    ervan, verschijnt het [GELIEVE DE THUISZONE
    INSTELLEN] bericht. Druk op [MENU/SET] en stel de
    thuiszone in op het scherm in stap 3.

    2

    Op 4 drukken om [HOME] te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    3

    Druk op 2/1 om uw thuiszone te selecteren en A
    druk dan op [MENU/SET].
    A Huidige tijd
    B Tijdsverschil met GMT (Greenwich Mean Time)
    B
    • Als in uw eigen gebied het zomeruur wordt gebruikt [
    ],
    drukt u op 3. Druk opnieuw op 3 om terug te keren naar de
    originele tijd.
    • Als u het zomeruur instelt voor uw woongebied, betekent dit
    niet dat de huidige tijd een uur vooruit wordt gezet. Zet zelf
    de klok één uur vooruit.

    - 79 -



  • Page 80

    Gevorderd (Opname van beelden)

    4

    Op 3 drukken om [BESTEMMING] te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    C Afhankelijk van de instelling verschijnt de tijd in uw
    vakantiebestemmingsgebied of uw eigen woongebied op
    het scherm.

    5

    Druk op 2/1 om de zone te selecteren van uw
    reisbestemming en druk dan op [MENU/SET] om
    in te stellen.

    C
    D

    E
    D Huidige tijd van het bestemmingsgebied
    E Tijdsverschil
    • Als de daglichtbesparingstijd [
    ] gebruikt wordt op de
    reisbestemming, op 3drukken. (De tijd wordt één uur vooruit
    gezet.) Opnieuw op 3 drukken om de originele tijd terug te
    zetten.

    6

    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • Zet de instelling terug naar [HOME] wanneer de vakantie beëindigd is d.m.v. stappen 1, 2 en 3.
    • Als [HOME] al ingesteld is, alleen de reisbestemming veranderen en gebruiken.
    • Als uw reisbestemming niet in de lijst van gebieden op het scherm staat, stelt u het tijdverschil
    tussen uw eigen zone en uw reisbestemming in.

    • Het pictogram van de reisbestemming [“] verschijnt als u beelden afspeelt die u tijdens uw reis
    hebt gemaakt.

    - 80 -



  • Page 81

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
    [FOTO RES.]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Stel het aantal pixels in. Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de beelden
    zal blijken zelfs wanneer ze afgedrukt worden op grote vellen.
    Toepasbare functies: ñ·¿
    ∫ Aspectratio [X].
    ¢ Dit item kan niet ingesteld worden in de intelligente automatische functie.
    (10M)

    3648k2736 pixels

    (7M



    3072k2304 pixels

    (5M

    )

    2560k1920 pixels

    (3M

    )

    2048k1536 pixels

    (2M



    (0,3M

    1600k1200 pixels

    )

    640k480 pixels

    ∫ Aspectratio [Y].
    (9M)
    (6M

    3648k2432 pixels


    3072k2048 pixels

    (4,5M

    )

    2560k1712 pixels

    (2,5M

    )

    2048k1360 pixels

    ∫ Aspectratio [W].
    (7,5M)

    3648k2056 pixels

    (5,5M



    (3,5M

    )

    (2M

    )

    3072k1728 pixels
    2560k1440 pixels
    1920k1080 pixels

    - 81 -



  • Page 82

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Aantekening
    • “EZ” is een afkorting van “Extra optical Zoom”.
    • Een digitaal beeld is opgemaakt uit talrijke punten die pixels

    heten. Hoe groter het aantal pixels, hoe fijner het beeld zal
    zijn wanneer deze afgedrukt wordt op een groot stuk papier
    of afgebeeld wordt op een PC monitor.
    A Heel veel pixels (Fijn)
    B Weinig pixels (Grof)
    ¢ Deze opnamen zijn voorbeelden van dit effect.
    • Als u de aspectratio verandert, de beeldgrootte opnieuw instellen.
    • De extra optische zoom werkt niet in [TRANSFORMEREN], [H. GEVOELIGH.],
    [HI-SPEED BURST], [FLITS-BURST], [SPELDENPRIK] of [ZANDSTRAAL] in de scènefunctie,
    daarom wordt de beeldgrootte voor [ ] niet afgebeeld.
    • Beelden kunnen mozaïsch lijken afhankelijk van het object en de opnamecondities.
    • P158 lezen voor informatie over het aantal opnamen.

    [KWALITEIT]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    De compressiesnelheid instellen waarop de beelden opgeslagen moeten worden.
    Toepasbare functies: ·¿
    [A]:

    Fijn (wanneer u de prioriteit geeft aan de beeldkwaliteit)

    [›]:

    Standaard (wanneer u de standaard beeldkwaliteit gebruikt en het aantal op te
    nemen beelden vergroot zonder het aantal pixels te veranderen)

    Aantekening
    • P158 lezen voor informatie over het aantal opnamen.

    - 82 -



  • Page 83

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [ASPECTRATIO]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het
    afdrukken of het terugspelen past.
    Toepasbare functies: ñ·¿
    [X]:

    [ASPECTRATIO] van een 4:3 TV

    [Y]: [ASPECTRATIO] van een 35 mm filmcamera
    [W]: [ASPECTRATIO] van een hoge-definitie TV, enz.
    [X]

    [Y]

    [W]

    Aantekening
    • De uiteinden van de opgenomen beelden kunnen er afgeknipt worden bij het afdrukken,
    controleer daarom voordat u afdrukt/laat afdrukken. (P155)

    [SLIMME ISO]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Het toestel stelt automatisch de optimale ISO-gevoeligheid en sluitertijd in om bij de
    beweging te passen van het onderwerp en helderheid van de scène om de golfstoring van
    het onderwerp te minimaliseren.
    Toepasbare functies: ·
    ISOMAX
    ISOMAX
    [OFF]/[ ISOMAX
    400 ]/[ 800 ]/[ 1600 ]
    • De bovenste grens van de ISO-gevoeligheid kan ingesteld worden.
    • Hoe hoger de waarde die ingesteld is voor de ISO-gevoeligheid, hoe meer golfstoring

    gereduceerd wordt maar hoe groter de hoeveelheid opnameruis is.

    Aantekening
    • Afhankelijk van de helderheid en van de beweging van het voorwerp, kunt u beweging
    misschien niet voorkomen.

    • Bewegingen zouden niet opgemerkt kunnen worden wanneer een bewegend onderwerp klein
    is, wanneer een bewegend onderwerp zich aan de rand bevindt van het scherm of wanneer
    een onderwerp bewogen wordt/zich beweegt op het precieze moment wanneer de
    ontspanknop helemaal ingedrukt wordt.
    • Om opnameruis te voorkomen, raden we aan om maximum ISO-gevoeligheidsniveau af te
    doen nemen of om [KLEURFUNCTIE] in te stellen op [NATURAL]. (P92)

    - 83 -



  • Page 84

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [GEVOELIGHEID]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Dit laat het aan de gevoeligheid voor licht (ISO-gevoeligheid) toe ingesteld te worden. Het
    instellen op een hoger figuur, staat u in staat ook op donkere plekken beelden te maken
    zonder dat de beelden donker worden.
    Toepasbare functies: ·
    [AUTO]/[100]/[200]/[400]/[800]/[1600]
    ISO-gevoeligheid
    Opnamelocatie (aangeraden)
    Sluitertijd
    Ruis

    100
    Wanneer het licht is (buiten)

    1600
    Wanneer het donker is

    Langzaam

    Snel

    Minder

    Verhoogd

    Aantekening
    • Wanneer ingesteld op [AUTO], wordt de ISO-gevoeligheid automatisch afgesteld op een

    maximum van [ISO400] volgens de helderheid. (Deze kan afgesteld worden tot een maximum
    van [ISO1000] wanneer u de flits gebruikt.)
    • De instelling is niet beschikbaar wanneer [SLIMME ISO] gebruikt wordt. ([
    ] is afgebeeld.)
    • Om beeldruis te voorkomen, raden we aan dat u of het niveau van de maximum
    ISO-gevoeligheid lager instelt of [KLEURFUNCTIE] instelt op [NATURAL] en dan beelden
    maakt. (P92)

    - 84 -



  • Page 85

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [WITBALANS]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit
    naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het
    dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron.
    Toepasbare functies: ·¿n
    [AWB]: Automatische afstelling
    [V]:

    Wanneer u buiten beelden maakt onder een heldere lucht

    [Ð]:

    Wanneer u buiten beelden maakt onder een bewolkte lucht

    [î]:

    Wanneer u buiten beelden maakt in de schaduw

    [Ñ]:

    Wanneer u beelden maakt onder fel licht

    [Ò]:

    Waarde ingesteld d.m.v. [Ó]

    [Ó]: Handmatig ingesteld
    Aantekening
    • De optimale witbalans hangt af van het type halogeenverlichting tijdens de beelden; gebruik
    dus [AWB] of [Ó].

    • De witbalansinstelling blijft opgeslagen, ook als u het toestel uit zet. (De witbalansinstelling
    voor een scènefunctie wordt weer [AWB] als u een andere scènefunctie kiest.)

    ∫ De witbalans handmatig instellen
    1 Kies [Ó] en druk dan op [MENU/SET].
    2 Richt de camera op een wit stuk papier of iets dergelijks
    zodat het frame in het middel gevuld is met het witte object
    en druk dan op [MENU/SET].

    - 85 -



  • Page 86

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ De witbalans fijn afstellen [
    ]
    U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone witbalans.
    • Stel de witbalans in op [V]/[Ð]/[î]/[Ñ]/[Ò].
    1 Druk op 3 [È], meerdere keren, totdat [WB INSTELLEN]
    verschijnt en druk dan op 2/1 om de witbalans fijn in te
    stellen.

    2

    2 [ROOD]: Indrukken wanneer de tint blauwachtig is.
    1 [BLAUW]: Indrukken wanneer de tint roodachtig is.
    • Kies [0] om de oorspronkelijke witbalans weer in te stellen.
    Op [MENU/SET] drukken om te eindigen.
    • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.
    • De witbalansaanduiding op het scherm wordt rood of blauw.
    • U kunt de witbalans onafhankelijk nauwkeurig afstellen voor elke witbalansfunctie.
    • De instelling voor het nauwkeurig afstellen van de witbalans wordt door het beeld gebruikt
    wanneer u de flits gebruikt.

    • De fijnafstelling van de witbalans blijft ook opgeslagen als u de camera uitzet.
    • Het niveau van de instelling voor het nauwkeurig afstellen van de witbalans in [Ò] keert
    terug naar [0] wanneer u de witbalans opnieuw instelt met behulp van [Ó].

    • In de [ONDER WATER] in scènefunctie, is de witbalans vastgesteld op [AWB], maar kan
    deze fijn afgesteld worden.

    ∫ Automatische witbalans
    Afhankelijk van de dominante omstandigheden waarin beelden gemaakt worden, kunnen
    de beelden een roodachtige of blauwachtige tint aannemen. Bovendien wanneer er
    meerdere lichtbronnen gebruikt worden of er niets is met een kleur die in de buurt van wit
    zit, kan de automatische witbalans niet goed kunnen werken. In zo een geval, de
    witbalans instellen op een andere functie dan [AWB].
    1 De automatische witbalans zal met dit bereik werken.
    2 Blauwe lucht
    3 Bewolkte lucht (Regen)
    4 Schaduw
    5 TV scherm
    6 Zonlicht
    7 Wit fluorescerend licht
    8 Gloeilamp
    9 Zonsopgang en zonsondergang
    10 Kaarslicht
    Kl Kelvintemperatuur en kleuren

    - 86 -

    2)
    3)
    4)
    1)

    6)
    7)

    8)
    9)
    10)

    5)



  • Page 87

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [AF MODE]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te
    selecteren onderwerpen past.
    Toepasbare functies: ·¿n
    De camera vindt automatisch het gezicht van de persoon. De
    [š]: Gezichtsherkenning focus en de belichting worden ingesteld op de waarden die het
    best passen bij dat gezicht, ongeacht waar het gezicht zich in
    het beeld bevindt. (max. 15 zones)
    Focus kan afgesteld worden op een gespecificeerd
    onderwerp. De focus zal het onderwerp blijven volgen ook
    wanneer deze beweegt. (Dynamische opsporing)

    [

    ]: AF-opsporing

    [

    Het toestel stelt scherp op één van de 11 focuszones. Dit
    ]: 11-zone-focussing werkt wanneer het object zich niet in het midden van het
    scherm bevindt.

    [ƒ]: 1-zone-focussing
    (Hoge snelheid)

    Het toestel stelt snel scherp es op het object in de AF-zone in
    het midden van het scherm.

    [Ø]: 1-zone-focussing

    Het toestel stelt scherp op het object in de AF-zone in het
    midden van het scherm.

    [Ù]: Punt-focussing

    Het toestel stelt scherp op een beperkte en nauwe zone op
    het scherm.

    - 87 -



  • Page 88

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Aantekening
    • Het toestel is aan het scherpstellen op alle AF-zones wanneer meervoudige AF-zones (max.

    11 zones) tegelijkertijd gaan branden in [ ]. Als u de focuspositie wilt bepalen om beelden te
    maken, de AF-functie naar [ƒ], [Ø] of [Ù] schakelen.
    • Als de AF-functie ingesteld is op [ ], wordt de AF-zone niet afgebeeld totdat er op het beeld
    scherpgesteld wordt.
    • De AF-functie naar [ƒ] of [Ø] schakelen als het moeilijk is scherp te stellen met behulp van
    [Ù].
    • Het toestel kan scherpstellen op onderwerpen die niet een persoon zijn maar bijvoorbeeld een
    gezicht. In dit geval, de AF-functie schakelen naar één van de functies behalve [š] en
    vervolgens een beeld maken.
    • De AF-functie kan niet worden ingesteld in de [VUURWERK]-scènefunctie.
    • In de volgende gevallen is het niet mogelijk [š] in te stellen.
    – In [NACHTL. SCHAP], [VOEDSEL], [STERRENHEMEL], [LUCHTFOTO] en
    [ONDER WATER] in de scènefunctie.
    – In de bewegende-beeldenfunctie.

    ∫ Over [š]
    De volgende AF-zoneframes worden afgebeeld wanneer het toestel de
    gezichten vindt.
    Geel:
    Wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt, wordt de frame
    groen wanneer het toestel scherpgesteld heeft.
    Wit:
    Afgebeeld wanneer er meer dan één gezicht gevonden wordt. Er wordt ook op de andere
    gezichten die zich op dezelfde afstand bevinden als gezichten binnen de gele AF-zones
    scherpgesteld.
    • Onder bepaalde omstandigheden van beelden maken, inclusief de volgende gevallen, zou de
    gezichtsherkenningsfunctie niet kunnen werken, en dit maakt het onmogelijk om gezichten op
    te sporen. [AF MODE] wordt naar [ ] geschakeld.
    – Wanneer het gezicht niet naar het toestel gericht is
    – Wanneer het gezicht op een hoek is
    – Wanneer het gezicht extreem helder of donker is
    – Wanneer de gezichten weinig contrast hebben
    – Wanneer de gezichtstrekken verborgen zijn achter een zonnebril enz.
    – Wanneer het gezicht klein lijkt op het scherm
    – Wanneer er een snelle beweging is
    – Wanneer het onderwerp geen menselijk wezen is
    – Wanneer het toestel schudt
    – Wanneer de digitale zoom gebruikt wordt

    - 88 -



  • Page 89

    Gevorderd (Opname van beelden)

    ∫ Over [ƒ]
    • U kunt sneller scherpstellen op het object dan in de andere AF-functies.
    • Het beeld kan even stoppen met bewegen voordat er scherpgesteld wordt wanneer u de
    ontspanknop tot de helft indrukt. Dit is geen storing.

    ∫ Opzetten van [

    1

    ] (AF-opsporing)

    Breng het onderwerp naar de
    AF-opsporingframe en druk op 4 om
    het onderwerp te vergrendelen
    vergrendelen
    • De AF-opsporingframe zal continu scherp

    Voor het
    vergrendelen

    Vergrendeld

    stellen op de beweging van het onderwerp
    wanneer het onderwerp eenmaal herkend is.
    • AF-opsporing wordt uitgezet wanneer er
    weer op 4 gedrukt wordt.

    2

    Maak de opname

    Aantekening
    • Dynamische opspoorfunctie kan er niet in slagen te vergrendelen, het onderwerp verliezen in

    AF-opsporing of ander onderwerp opsporen afhankelijk van de opnameomstandigheden zoals
    die, die hieronder staan.
    – Wanneer het onderwerp te klein is
    – Wanneer de opnamelocatie te donker is
    – Wanneer het onderwerp te snel beweegt
    – Wanneer de achtergrond dezelfde of soortgelijke kleur heeft als het onderwerp.
    – Wanneer er zich golfstoring voordoet
    – Wanneer u de zoom gebruikt
    • Als deze er niet in slaagt te vergrendelen, zal de AF-zone rood knipperen en verdwijnen. Druk
    weer op 4.
    • AF-opsporing zal niet werken wanneer het onderwerp niet gespecificeerd is, het onderwerp
    verloren is gegaan of er niet in geslaagd is opgespoord te worden. Het beeld zal in dat geval
    gemaakt worden met [Ø] in [AF MODE].
    • [QUICK AF] zal niet werken tijdens AF-opsporing.
    • Het is niet mogelijk om [ ] in [STERRENHEMEL], [VUURWERK], [SPELDENPRIK],
    [ZANDSTRAAL], of in de bewegend beeldfunctie in te stellen.
    • Het is niet mogelijk om [ ] in [B/W], [SEPIA], [COOL], of [WARM] in [KLEURFUNCTIE] in te
    stellen.
    • Het focusbereik wordt hetzelfde als in de macrofunctie. [5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶]

    [QUICK AF]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Zolang als het toestel stil gehouden wordt, zal het toestel automatisch de focus afstellen
    en zal de focusafstelling vervolgens sneller zijn wanneer de ontspanknop ingedrukt wordt.
    Dit is handig wanneer u bijvoorbeeld een kans voor beelden maken niet wilt missen.
    Toepasbare functies: ·¿
    [OFF]/[ON]
    Aantekening
    • Wanneer [ON] ingesteld is, is [
    ] afgebeeld op het scherm.
    • Deze werkt niet tijdens AF-opsporing.

    - 89 -



  • Page 90

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [BURSTFUNCTIE]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt.
    Selecteer de beelden die u echt mooi vindt tussen alle beelden die u gemaakt hebt.
    Toepasbare functies: ñ·¿
    [OFF]

    ˜

    ò



    2,5¢

    Ongeveer 2

    A



    max. 3





    max. 5

    Burstsnelheid (opnamen/
    seconde)

    Aantal opnamen

    Hangt af van de
    resterende ruimte in het
    ingebouwde geheugen/
    de kaart.

    ¢ De burstsnelheid is constant dezelfde ongeacht de transfersnelheid van de kaart.
    • De waarden van de burstsnelheid die hierboven gegeven worden zijn van toepassing wanneer
    de sluitertijd 1/60 of meer is en wanneer de flits niet geactiveerd is.

    Aantekening
    • Burstfunctie ingesteld op onbegrensd
    – De burstsnelheid wordt de helft langzamer. De exacte snelheidsafname hangt af van de
    kaart, de resolutie en de kwaliteit.

    – U kunt opnamen maken totdat het ingebouwde vermogen of de kaart vol is.

    • De focus wordt vast ingesteld tijdens de eerste opname.
    • Wanneer de burstsnelheid ingesteld is op [˜], worden de belichting en de witbalans ook voor
    de daaropvolgende beelden vastgesteld op de instellingen die gebruikt worden voor het eerste
    beeld. Wanneer de burstsnelheid ingesteld is op [ò], worden deze elke keer dat u een beeld
    maakt afgesteld.
    • Met de zelfontspanner is het aantal opnamen met de burstfunctie vast ingesteld op 3.
    • Als u een bewegend voorwerp volgt tijdens opnamen in een landschap, binnenshuis en weer
    buitenshuis, met een groot verschil tussen licht en schaduw, kan het zijn dat de belichting er
    even over doet om stabiel te worden. Als u de burstfunctie in deze situatie gebruikt, kan de
    belichting niet erg goed zijn.
    • De burstsnelheid (beelden per seconde) kan afnemen afhankelijk van de opname-omgeving
    zoals op donkere plaatsen of als de ISO-gevoeligheid hoog is, enzovoort.
    • De burstfunctie wordt niet geannuleerd wanneer het toestel uitgezet wordt.
    • Als u opnamen maakt met de burstfunctie op het ingebouwde geheugen zal het overschrijven
    van de gegevens even duren.
    • [Œ] is ingesteld voor de flits wanneer burst ingesteld is.
    • Auto bracket is geannuleerd wanneer burst ingesteld is.

    - 90 -



  • Page 91

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [I. EXPOSURE]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Contrast en belichting zullen automatisch aangepast worden wanneer er een groot
    verschil is in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp, om het beeld dichtbij te
    brengen naar hoe u ziet.
    Toepasbare functies: ·
    [OFF]/[ON]
    Aantekening
    • Wanneer [ON] ingesteld is, is [
    ] afgebeeld op het scherm.
    • Zelfs wanneer de [GEVOELIGHEID] ingesteld is op [ISO100], kan [GEVOELIGHEID] ingesteld
    hoger ingesteld worden dan [ISO100] als het beeld gemaakt wordt met [I. EXPOSURE]
    ingesteld op geldig.
    • Compensatie-effect zou verkregen kunnen worden afhankelijk van de omstandigheden.
    •[
    ] wordt geen in het scherm wanneer [I. EXPOSURE] effectief is.

    [DIG. ZOOM]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Deze kan onderwerpen nog meer uitvergroten dan de optische zoom of extra optische
    zoom.
    Toepasbare functies: ·¿n
    [OFF]/[ON]
    Aantekening
    • P42 raadplegen voor gedetailleerde informatie.
    • Als het toestel schudden (beeldbibber) een probleem is tijdens het zoomen, wordt het
    aangeraden dat [STABILISATIE] ingesteld wordt op [AUTO] of [MODE 1].

    - 91 -



  • Page 92

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [KLEURFUNCTIE]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Met behulp van deze functies, kunnen de beelden scherper of zachter gemaakt worden,
    kunnen de kleuren van de beelden naar sepia kleuren gebracht worden of kunnen er
    andere kleur effecten verkregen worden.
    Toepasbare functies: ñ·n
    [STANDARD]:

    Dit is de standaard instelling.

    [NATURAL]:

    De opname wordt zachter.

    [VIVID]:

    De opname wordt scherper.

    [B/W]:

    Het beeld wordt zwart-wit.

    [SEPIA]:

    Het beeld wordt sepia.

    [COOL]:

    Het beeld wordt blauwachtig.

    [WARM]:

    Het beeld wordt roodachtig.

    Aantekening
    • Wanneer u beelden maakt op donkere plekken, kan er ruis optreden. Om ruis te voorkomen,
    raden wij aan in te stellen op [NATURAL].

    • U kunt [COOL] of [WARM] in intelligente automatische functie niet instellen. Bovendien kunt u
    [NATURAL] of [VIVID] niet instellen in bewegende beeldfunctie.

    • Verschillende kleurfuncties kunnen ingesteld worden in verschillende [OPNAME] functies.

    - 92 -



  • Page 93

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [STABILISATIE]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Met behulp van deze functies, wordt golfstoring tijdens het maken van beelden
    opgespoord, en compenseert het toestel automatisch de golfstoring, het mogelijk makend
    golfstoringvrije beelden te maken.
    Toepasbare functies: ·¿n
    [OFF]
    [AUTO]:

    De optimum beeldbibber-compensatie is geselecteerd afhankelijk van de
    omstandigheid.

    [MODE1]:

    Golfstoring wordt altijd gecompenseerd tijdens [OPNAME] functie.

    [MODE2]:

    De golfstoring wordt gecompenseerd wanneer de ontspanknop ingedrukt
    wordt.

    Aantekening
    • De stabilisatorfunctie kan niet voldoende werken in de volgende gevallen.
    – Wanneer er veel camerabeweging is.
    – Als de zoomuitvergroting erg hoog is.
    – In het digitale zoombereik.
    – Wanneer u opnamen maakt terwijl u een bewegend object volgt.
    – Als de sluitertijd langzamer wordt om binnenshuis opnamen te maken of op donkere

    plaatsen.
    Houd de camera stilbeweging wanneer u de ontspanknop indrukt.
    • De instelling wordt op [MODE2] gezet wanneer de scènefunctie op [ZELFPORTRET] staat en
    op [OFF] wanneer de scènefunctie op [STERRENHEMEL] staat.
    • In de bewegende beeldenfunctie, kan [AUTO] of [MODE2] niet ingesteld worden.

    [KORTE SLUITERT.]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    U kunt een beeld helder maken op donkere plekken door [KORTE SLUITERT.] langzamer
    in te stellen. U kunt deze ook sneller instellen om de wazigheid van het onderwerp te
    verminderen.
    Toepasbare functies: ·
    [1/250], [1/125], [1/60], [1/30], [1/15], [1/8], [1/4], [1/2], [1]
    Instelling minimum sluitertijd

    1/250–

    1–

    Helderheid

    Donkerder

    Helderder

    Beweging

    Minder

    Meer

    Aantekening
    • Deze moet normaal gesproken ingesteld zijn op [1/8 ] om beelden te maken. (Wanneer u een
    minimum sluitertijd selecteert die niet [1/8 ], verschijnt [

    ] op het scherm.)

    • Het op een langzamere sluitertijd instellen van [KORTE SLUITERT.] zou de kans op

    beeldbibber kunnen doen toenemen, daarom raden we het gebruik van een statief en de
    zelfontspanner aan voor het maken van beelden.
    • Het op een hogere snelheid instellen van [KORTE SLUITERT.] zou het beeld donkerder
    kunnen maken, daarom raden we aan het beeld op te nemen in een goed verlichte zone. Als er
    geen correcte belichting verkregen kan worden, zal [
    ] in het rood knipperen wanneer de
    ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt.

    - 93 -



  • Page 94

    Gevorderd (Opname van beelden)

    [AUDIO OPNAME]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Geluid kan tegelijk opgenomen worden met het beeld. U kunt de conversatie tijdens het
    filmen of de situatie als een memo opnemen.
    Toepasbare functies: ·¿
    [OFF]:

    Er zal geen geluid opgenomen worden.

    [ON]:

    [B] wordt afgebeeld op het scherm.
    Het geluid zal opgenomen worden zo snel als het beeld opgenomen wordt.
    (Dit zal binnen 5 seconden stoppen)

    • Als u op [MENU/SET] drukt tijdens het geluidsopname, wordt het geluidsopname geannuleerd.
    Aantekening
    • Het geluid wordt apart ingesteld van [AUDIO OPNAME] (P96) in de clipboardfunctie.
    • Het geluid wordt opgenomen met de ingebouwde microfoon.
    • Geluidsopname met dit apparaat zou niet teruggespeeld kunnen worden op andere apparatuur.

    [AF ASS. LAMP]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Het object verlichten maakt het makkelijker scherp te stellen wanneer u bij weinig licht aan
    het opnemen bent en scherp wilt stellen, wat moeilijk is bij weinig licht.
    Toepasbare functies: ·¿n
    [OFF]:

    De AF-lamp gaat niet aan.

    [ON]:

    Wanneer u beelden maakt op donkere plekken, zal de AF-assistentielamp
    branden terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. (Grotere AF-zones
    worden nu afgebeeld.)

    Aantekening
    • Het effectieve bereik van de AF-assistentielamp is 1,5 m.
    • Wanneer u de AF-lamp A niet wenst te gebruiken (b.v. wanneer u opnamen
    maakt van dieren op een donkere plek), de [AF ASS. LAMP] op [OFF]
    zetten. In dit geval zal het moeilijker worden scherp te stellen.

    [KLOKINST.]
    Voor details over [OPNAME] functiemenu, P24 raadplegen.
    Om het jaar, de maand en de tijd in te stellen.
    Deze werkt precies op dezelfde manier als [KLOKINST.] in het [SET-UP] menu.

    - 94 -



  • Page 95

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Instelknop: ¨

    Het maken en bekijken van clipboardbeelden
    (Clipboardfunctie)
    Deze instelling is handig wanneer u beelden maakt van tijdroosters, routekaarten of
    andere informatie i.p.v. aantekeningen maken. Ongeacht het feit dat er een kaart inzit
    of niet, zijn de gegevens opgeslagen in de gewijde clipboardmap van het
    ingebouwde geheugen daarom kan deze onderscheden worden van de normaal
    gemaakte beelden en beschikbaar gemaakt worden om onmiddellijk bekeken te worden.
    Clipboardbeelden kunnen alleen opgenomen, afgespeeld en gewist worden wanneer de
    functieknop ingesteld is op [¨].

    Het maken van clipboardbeelden

    1
    2
    3

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!].
    Stel de functieknop in op [¨].
    Maak de beelden.
    • Aantal opneembare beelden wanneer u het ingebouwde geheugen alleen voor
    clipboardbeelden gebruikt

    Beeldgrootte

    2M

    Aantal opnamen

    1M

    97

    146
    – Als het ingebouwde geheugen beelden bevat die opgenomen zijn in een andere

    opnamefunctie, kunnen er minder beelden opgenomen worden dan de figuren die
    hierboven gegeven worden.

    - 95 -



  • Page 96

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Clipboard-opnamemenu
    Het menuscherm verschijnt wanneer [MENU/SET] ingedrukt wordt tijdens opname van
    clipboardbeeld.

    1

    Op 3/4 drukken om het gewenste menuonderdeel
    te kiezen en vervolgens op 1 drukken.

    Onderdeel
    [FOTO RES.]
    [AUDIO
    OPNAME]

    Beschrijving van de instelling
    Hiermee wordt de beeldresolutie gewijzigd.
    2M : begininstelling (Verkies kwaliteit)
    1M : verkies kwaliteit
    Hiermee wordt gelijktijdig met beeld geluid (5 seconden) opgenomen.
    ¢Deze instelling wordt niet weerspiegeld in [AUDIO OPNAME] (P94)
    in het [OPNAME] functiemenu.

    [LCD MODE]

    Deze heeft dezelfde functie als de [LCD MODE] in het [SET-UP]
    menu. (P28)

    [KLOKINST.]

    Hiermee wordt de klok ingesteld.

    2

    Op 3/4 drukken om de instelling te selecteren en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    3

    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    - 96 -



  • Page 97

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Clipboardbeelden bekijken

    1

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [(].

    2

    Stel de functieknop in op [¨].

    3

    Op 2/1 drukken om het beeld te verplaatsen.
    2:

    De vorige opname terugspelen.

    1:
    De volgende opname terugspelen.
    • Wanneer het zoomhendeltje naar [L] (W) gedraaid is, verschijnt er een scherm dat 12

    beelden toont. Om terug te keren naar de volle scherm-display, het zoomhendeltje naar
    [Z] (T) draaien.

    ∫ Clipboardbeelden wissen
    De stappen die genomen worden zijn dezelfde als voor normaal wissen. Raadpleeg P47.
    • Wanneer een beeld met een zoommarkering gewist wordt, zal het ook niet meer mogelijk zijn
    het beeld te bekijken vóór het zoomen.

    • Ook gezoomde beelden kunnen gewist worden.
    Clipboardbeelden vergroten en deze opslaan in het geheugen
    (zoommarkeringen)
    Deze functie is handig voor het vergroten van delen of plattegronden, bijvoorbeeld, en
    voor het opslaan van deze in het geheugen. Voor details over hoe beelden te vergroten,
    “De terugspeelzoom gebruiken” op P46 raadplegen.

    1

    Selecteer de positie om op te nemen door zoomhendeltje en
    3/4/2/1.

    2

    Op [MENU/SET] drukken.

    A

    • De zoommarkering [

    ] A verschijnt nu op het beeld dat
    opgeslagen is i het geheugen.
    • Om de zoomvergroting of –positie te veranderen, de stappen
    hierboven herhalen.
    • Om de instelling van de zoommarkering te verlaten, de
    zoomvergroting terugzetten op [L] (W) (1k).

    ∫ Beelden bekijken die opgeslagen zijn in het geheugen
    1 Op 2/1 drukken om het beeld te tonen met de
    zoommarkering [ ].
    2 Het zoomhendeltje naar [Z] (T) draaien.

    - 97 -



  • Page 98

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Clipboard afspeelmenu
    Wanneer [MENU/SET] ingedrukt wordt tijdens clipboard afspelen,
    verschijnt het menuscherm. (De genomen stappen zijn dezelfde als
    voor het “Clipboard-opnamemenu” (P96).)

    Onderdeel

    Beschrijving van de instelling

    Hiermee wordt de zoompositie vrijgegeven.
    [ANNULEER 1 Op 2/1 drukken om een clipboardbeeld te selecteren met
    MARK.]
    zoommarkering [ ].
    2 Druk op [MENU/SET] om te annuleren.
    [AUDIO DUB.]

    Hiermee wordt geluid toegevoegd nadat de klembordopnamen zijn
    gemaakt.
    1 Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen.
    2 Op [MENU/SET] drukken om te starten/stoppen met opnemen.

    [KOPIE]

    Hiermee kunnen klembordopnamen één voor één naar een kaart
    worden gekopieerd.
    ¢Zoommarkeringen worden niet gekopieerd.
    1 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/
    SET] drukken.
    2 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]
    drukken.

    [LCD MODE] Deze heeft dezelfde functie als de [LCD MODE] in het [SET-UP] menu. (P28)

    - 98 -



  • Page 99

    Gevorderd (Opname van beelden)

    Instellingen Tijdens Clipboard
    • De volgende functies zijn vastgesteld.
    Onderdeel
    [RICHTLIJNEN]
    ([OPNAME INFO.])

    Beschrijving
    van
    instellingen
    [OFF]

    [RICHTLIJNEN]
    ([PATROON])

    Onderdeel

    Beschrijving
    van
    instellingen

    [ASPECTRATIO]

    X

    [GEVOELIGHEID]

    [AUTO]

    [BESPARING]
    ([BATT. BESP.])

    5 minuten

    [WITBALANS]

    [AWB]

    [BESPARING]
    ([AUTO LCD UIT])

    [OFF]

    [AF MODE]

    Ø

    [ZELFONTSPANNER]

    2 seconden

    [AF ASS. LAMP]

    [ON]

    [KWALITEIT]



    • In de clipboardfunctie, kunnen de volgende functies niet gebruikt worden.
    – [AUTO BRACKET]/Witbalans, fijnafstelling/[SLIMME ISO]/[QUICK AF]/[BURSTFUNCTIE]/[I.

    EXPOSURE]/[DIG. ZOOM]/[KLEURFUNCTIE]/[KORTE SLUITERT.]/[HISTOGRAM]/
    [DIASHOW]/[CATEGOR. AFSP.]/[FAVORIET AFSP.]
    • De [STABILISATIE] (P93) instelling in [OPNAME] geldt ook voor de klembordfunctie.
    • Andere items in het [SET-UP] menu kunnen ingesteld worden in de normale beeldfunctie, enz.
    Instelling zal weerspiegeld worden naar de clipboardfunctie.

    Aantekening
    • Gelieve copyrights en andere soortgelijke kwesties in gedachte houden. (P2)
    • Het [AFSPELEN] functiemenu (P108) kan niet gebruikt worden.
    • Wanneer de beelden die in een andere opnamefunctie opgenomen zijn gedraaid (P117) en
    gekopieerd (P123) zijn als clipboardbeelden, zullen de beelden vòòr de rotatie afgebeeld
    worden.
    • U kunt niet afdrukken terwijl u clipboard speelt. (Clipboardbeeld gekopieerd naar kaart kan
    afgedrukt worden.)

    - 99 -



  • Page 100

    Gevorderd (Terugspelen)

    [AFSPELEN] functie: ¸
    Gevorderd (Terugspelen)

    Beeld in Opeenvolging Afspelen (Diavoorstelling)
    U kunt de beelden afspelen die u gemaakt heeft in synchronisatie met muziek en u kunt dit
    doen in opeenvolging terwijl u een vastgestelde pauze laat tussen elk van de beelden.
    Verder kunt u de gegroepeerde beelden afspelen per categorie of alleen die beelden
    afspelen die u ingesteld heeft als uw favoriete,n als een diavoorstelling.
    Deze afspeelmethode wordt aangeraden wanneer u het toestel aangesloten heeft op een
    TV die ingesteld is voor het bekijken van de beelden die u gemaakt heeft.

    1

    Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar
    naar [(] en druk dan op [MENU/SET].
    • Stel de functieknop in op wat dan ook behalve [¨].

    2

    Op 1 drukken.

    3

    Op 3/4 drukken om [DIASHOW] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    4

    Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • [FAVORIETEN] kan alleen geselecteerd worden wanneer

    [FAVORIETEN] op het [AFSPELEN] menu (P118) op [ON] staat
    en er al beelden ingesteld zijn als favorieten.

    Wanneer [ALLE] of [FAVORIETEN] geselecteerd is in stap 4

    5

    Op 3 drukken om [START] te kiezen en vervolgens
    op [MENU/SET] drukken.

    6

    Druk op 4 om de diavoorstelling te eindigen.
    • Normaal afspelen wordt hernomen nadat de diavoorstelling
    eindigt.

    - 100 -



  • Page 101

    Gevorderd (Terugspelen)

    Wanneer of [CATEGORIESELECTIE] geselecteerd is in stap 4

    5

    Druk op 3/4/2/1 om de categorie te selecteren
    die u terug wilt spelen en druk dan op [MENU/SET]
    om in te stellen.
    • Voor details over categorieën, verwijzen naar P103.

    6

    Op 3 drukken om [START] te kiezen en vervolgens
    op [MENU/SET] drukken.

    7

    Druk op 4 om de diavoorstelling te eindigen.
    • Normaal afspelen wordt hernomen nadat de diavoorstelling
    eindigt.

    ∫ Operaties die uitgevoerd worden tijdens diavoorstelling
    De cursor die afgebeeld wordt tijdens het terugspelen is dezelfde als 3/4/2/1.
    • Het menuscherm wordt hersteld wanneer [‚] ingedrukt wordt.
    A
    B
    C
    D
    ¢

    Spelen/Pauze
    Stop
    Terug naar vorig beeld¢
    Verder naar volgend beeld¢
    Deze operaties kunnen alleen uitgevoerd worden in de pauzefunctie.

    E Volumeniveau reduceren
    F Volumeniveau verhogen

    - 101 -



  • Page 102

    Gevorderd (Terugspelen)

    ∫ De diavoorstellinginstellingen veranderen
    U kunt de instellingen veranderen voor afspelen van diavoorstelling
    door [EFFECT] of [SET-UP] te selecteren op het
    diavoorstellingmenuscherm.
    [EFFECT]
    Dit beidt u de mogelijkheid de schermeffecten of muziekeffecten te
    selecteren wanneer u van het ene beeld naar het andere beeld
    overschakelt.
    [NATURAL], [SLOW], [SWING], [URBAN], [OFF], [AUTO]
    • Wanneer [URBAN] geselecteerd is, kan het beeld in zwart en wit verschijnen als een
    schermeffect.

    • [AUTO] kan alleen gebruikt worden wanneer [CATEGORIESELECTIE] geselecteerd is. De
    beelden worden afgespeeld met de aanbevolen effecten in elke categorie.

    [SET-UP]
    [DUUR] of [HERHALEN] kan ingesteld worden.
    Onderdeel

    Instellingen

    [DUUR]

    1SEC./2SEC./3SEC./5SEC.

    [HERHALEN]

    ON/OFF

    [MUZIEK]/[AUDIO]

    ON/OFF

    • [DUUR] kan alleen ingesteld worden wanneer [OFF] geselecteerd is als de [EFFECT]
    instelling.

    • [AUDIO] zal alleen afgebeeld worden wanneer het [EFFECT] ingesteld is op [OFF]. Geluid zal
    gespeeld worden samen met het stilstaande beeld met geluid door [AUDIO] op [ON] in te
    stellen.

    Aantekening
    • Bewegende beelden kunnen niet teruggespeeld worden als een diavoorstelling.
    • Het is niet mogelijk nieuwe muziekeffecten toe te voegen.

    - 102 -



  • Page 103

    Gevorderd (Terugspelen)

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Beelden Selecteren en deze Afspelen ([CATEGOR.
    AFSP.]/[FAVORIET AFSP.])
    [CATEGOR. AFSP.]
    Deze functie biedt u de mogelijkheid beelden te zoeken per scènefunctie of andere
    categorieën (zoals [PORTRET], [LANDSCHAP] of [NACHTL. SCHAP]) en beelden te
    sorteren naar elk van de categorieën. U kunt dan de beelden in elke categorie
    terugspelen.

    1
    2

    Voer stappen 1 en 2 op pagina 100 uit.

    3

    Op 3/4/2/1 drukken om de categorie te
    selecteren en dan op [MENU/SET] drukken om in te
    stellen.

    Druk op 3/4 om [CATEGOR. AFSP.] selecteren en druk op
    [MENU/SET].

    • Als er een beeld gevonden wordt in een categorie, wordt de
    categorie-icoon blauw.

    • Het kan even duren om het beeld te zoeken als er veel beelden
    op de kaart staan of het ingebouwde geheugen.

    • Als u op [‚] drukt tijdens het zoeken, zal dit halverwege stoppen.
    • Beelden zijn gesorteerd in de hier onder getoonde categorieën.
    [CATEGORIE]

    Opname-informatie bijv.
    scènefuncties

    *

    [PORTRET],
    [i-PORTRET],
    [GAVE HUID],
    [TRANSFORMEREN],
    [ZELFPORTRET],
    [NACHTPORTRET],
    [i-NACHTPORTRET],
    [BABY1]/[BABY2]

    ,

    [LANDSCHAP],
    [i-LANDSCHAP],
    [ZONSONDERG.],
    [LUCHTFOTO]

    .

    [NACHTPORTRET],
    [i-NACHTPORTRET],
    [NACHTL. SCHAP],
    [i-NACHTL. SCHAP],
    [STERRENHEMEL]

    [CATEGORIE]

    Opname-informatie bijv.
    scènefuncties
    [SPORT], [PARTY],
    [KAARSLICHT],
    [VUURWERK],
    [STRAND], [SNEEUW],
    [LUCHTFOTO]

    Î
    í
    1
    <

    [BABY1]/[BABY2]
    [HUISDIER]
    [VOEDSEL]
    [ONDER WATER]
    [REISDATUM]¢

    Í

    [BEWEGEND BEELD]

    ¢De reisdata van beelden in de clipboardmap zijn niet in categorieën
    ondergebracht.
    • Stilstaande beelden die gecreëerd zijn vanuit een bewegend beeld kunnen niet

    afgespeeld worden vanuit de bewegende beeldencategorie in categorie afspelen.

    - 103 -



  • Page 104

    Gevorderd (Terugspelen)

    [FAVORIET AFSP.]
    U kunt de beelden terugspelen die u ingesteld heeft als [FAVORIETEN] (P118) (Alleen
    wanneer [FAVORIETEN] ingesteldis op [ON] en er beelden zijn die ingesteld zijn op
    [FAVORIETEN]).

    1
    2

    Voer stappen 1 en 2 op pagina 100 uit.
    Druk op 3/4 om [FAVORIET AFSP.] selecteren en druk op
    [MENU/SET].

    Aantekening
    • U kunt alleen [ROTEREN], [LCD ROTEREN], [DPOF PRINT], [BEVEILIGEN] of [AUDIO DUB.]
    in het [AFSPELEN] menu gebruiken.

    - 104 -



  • Page 105

    Gevorderd (Terugspelen)

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Bewegende beelden terugspelen/Beelden met geluid
    Bewegende beelden
    Druk op 2/1 om een beeld te selecteren met een
    icoon van bewegend beeld (zoals [
    ]) en druk dan
    op 3 om af te spelen.

    C

    B

    A

    A De tijd voor opnamen van bewegende beelden
    B Pictogram voor opname van bewegende beelden
    C Icoon bewegend beeld afspelen
    • Nadat het afspelen start, wordt de verstreken afspeeltijd rechts
    bovenaan het scherm afgebeeld.
    Bijvoorbeeld, 8 minuten en 30 seconden wordt afgebeeld als [8m30s].

    ∫ Operaties die uitgevoerd worden tijdens terugspelen van bewegend beeld
    De cursor die afgebeeld wordt tijdens het terugspelen is dezelfde als 3/4/2/1.
    A
    B
    C
    D
    ¢

    Spelen/Pauze
    Stop
    Snel terugspoelen, Frame-per-frame terugspoelen¢
    Snel verder spoelen, Frame-per-frame verder spoelen¢
    Deze operaties kunnen alleen uitgevoerd worden in de pauzefunctie.

    E Volumeniveau reduceren
    F Volumeniveau verhogen

    Beelden met geluid
    Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen met het
    geluidspictogram [
    ] en vervolgens op 3 drukken
    om het beeld met geluid terug te spelen.

    A

    A Geluidsicoon
    • Lees [AUDIO OPNAME] (P94) en [AUDIO DUB.] (P122) voor
    informatie over hoe u niet bewegende opnamen maakt met geluid.

    Aantekening
    • U kunt het geluid horen uit de speaker. Lees [VOLUME] (P27) voor informatie over hoe u het
    volume regelt in het [SET-UP] menu.

    • Het formaat dat met dit toestel teruggespeeld kan worden is QuickTime Motion JPEG.
    • Vergeet niet dat het programma QuickTime meegeleverd wordt om bestanden van bewegende
    beelden die gemaakt zijn met het toestel terug te spelen op een PC.

    • Sommige QuickTime Motion JPEG-bestanden die opgenomen zijn met een PC of andere
    apparatuur kunnen niet met dit toestel teruggespeeld worden.

    • Als u bewegende beelden terugspeelt die opgenomen zijn met andere apparatuur kan de
    beeldkwaliteit slechter worden of kunnen de opnamen niet teruggespeeld worden.

    • Beelden met geluid opgenomen met andere apparatuur zouden niet teruggespeeld kunnen
    worden op dit apparaat.

    • Met een hoge-vermogenskaart is het mogelijk dat de snel-achteruitterugspoelfunctie
    langzamer dan normaal gaat.

    - 105 -



  • Page 106

    Gevorderd (Terugspelen)

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Stilstaande beelden maken van een filmpje
    U kunt een enkel stilstaand beeld maken (met 1 of met 9 schermen) van een filmpje met
    bewegende beelden. Dit is handig om de beweging van bijvoorbeeld een sporter te
    bestuderen van wie u bewegende beelden hebt opgenomen.

    1

    Op 3 drukken om het terugspelen van bewegend
    beeld op pauze te zetten.
    • Om het afgebeelde beeld op te slaan als 1 beeld > ga naar
    stap

    3

    • Om het bewegend beeld op te slaan als 1 beeld met 9 schermen
    > ga naar stap

    2

    2

    Druk op [MENU/SET] om het
    9 schermen-afspeelscherm af te beelden.
    A: 30 frames: Beeld afbeelden elke 1/30 seconde als beeld
    Om frame-per-frame vooruit te gaan
    3/4: Elke 3 frame vooruitgaan
    2/1: Elke 1 frame vooruitgaan
    Verander het aantal framesnelheid per seconde
    Draai het zoomhendeltje naar [L] (W)
    Kwaliteit
    /

    /

    /

    Framesnelheid per
    seconde
    30>15>10>5
    10>5

    Om 9-schermdisplay te eindigen
    Op [MENU/SET] drukken

    3

    Op de ontspanknop drukken.

    4

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    - 106 -

    A



  • Page 107

    Gevorderd (Terugspelen)

    Beeldgrootte
    Onderdeel
    /
    /

    1 opname

    9 beelden

    2M

    2M

    0,3 M

    2M

    0,3 M

    1M

    • [KWALITEIT] is vast ingesteld op [›].
    Aantekening
    • Stilstaande beelden opslaan uit een filmpje dat is gemaakt zijn met andere apparatuur is
    wellicht onmogelijk.

    - 107 -



  • Page 108

    Gevorderd (Terugspelen)

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Het functiemenu [AFSPELEN] gebruiken
    U kunt verschillende functies gebruiken in terugspeelfunctie om opnamen terug te
    spoelen, de beveiliging in te stellen voor deze opnamen, enz.
    • Met [TEKST AFDR.], [NW. RS.], [BIJSNIJD.], [LEVELING] of [ASPECT CONV.] wordt er een

    nieuw bewerkt beeld gecreëerd. Een nieuw beeld kan niet gecreëerd worden als er geen vrije
    ruimte is op het ingebouwde geheugen of de kaart, daarom raden we aan te controleren dat er
    vrije ruimte is en dan het beeld te bewerken.

    [KALENDER]
    U kunt beelden afbeelden per opnamedatum.

    1

    Selecteer [KALENDER] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)
    • U kunt ook de zoomhendel verschillende keren naar [L] (W) draaien om het
    kalenderscherm af te beelden. (P45)

    2

    Op 3/4/2/1 drukken om de terug te spelen datum
    te selecteren.
    3/4: Kies de maand
    2/1: Kies de datum
    • Als er geen beelden tijdens een bepaalde maand zijn gemaakt,
    verschijnt deze maand niet.

    3

    Druk op [MENU/SET] om de beelden af te beelden
    die u op de gekozen datum hebt gemaakt.
    • Op [‚] drukken om terug te keren naar het kalenderscherm.

    4

    Op 3/4/2/1 om een beeld te selecteren en dan op [MENU/SET]
    drukken.
    • Het gekozen beeld verschijnt.

    Aantekening
    • De opnamedatum van het beeld die u op het scherm kiest wordt de gekozen datum als u eerst
    het kalenderscherm afbeeldt.

    • Als er meerdere beelden zijn met dezelfde datum, verschijnt eerst de eerst gemaakte opname
    van die datum.

    • U kunt de kalender weergeven van Januari 2000 tot December 2099.
    • Als u de datum van de camera niet hebt ingesteld, is de opnamedatum ingesteld op 1 Januari
    2008.

    • Als u opnamen maakt nadat u de reisbestemming hebt ingesteld in [WERELDTIJD], worden

    deze opnamen afgebeeld met de data van de reisbestemming in de kalenderterugspeelfunctie.

    - 108 -



  • Page 109

    Gevorderd (Terugspelen)

    [TITEL BEW.]
    U kunt tekst (commentaar) aan de beelden toevoegen. Nadat er tekst geregistreerd is, kan
    dit in de afdrukken gezet worden m.b.v. [TEKST AFDR.] (P111). (Er kunnen alleen
    alfabetische tekens en symbolen ingevoerd worden.)

    1

    Selecteer [TITEL BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    3

    Selecteer het beeld en druk
    vervolgens op [MENU/SET] om in
    te stellen.

    [ENKEL]

    [MULTI]

    • [’] wordt afgebeeld voor beelden die al

    opgenomen zijn met tekst in [BABY1]/
    [BABY2] of [HUISDIER] naaminstellingen
    in scènefunctie, [LOCATIE] in reisdag of
    Op 2/1 drukken
    [TITEL BEW.].

    Druk op 3/4/2/1
    om de beelden te
    om het beeld te
    Instelling [MULTI]
    selecteren.
    kiezen.
    Op [DISPLAY] drukken om (herhalen)
    in te stellen en vervolgens op [MENU/
    SET] drukken.
    • De instelling wordt geannuleerd wanneer [DISPLAY] nog een keer ingedrukt wordt.

    4

    Op 3/4/2/1 drukken om tekst te selecteren en
    druk vervolgens op [MENU/SET] om te registreren.
    • Druk op [DISPLAY] om te schakelen tussen [A] (hoofdletters), [a]
    (kleine letters) en [&/1] (speciale letters en nummers).

    • De cursor bij de invoerpositie kan verschoven worden naar links
    met [L] en naar rechts met [Z].
    • Om een spatie in te voeren, de cursor verschuiven naar [SPATIE] of om een ingevoerd

    teken te wissen, de cursor verschuiven naar [WISSEN], en vervolgens op [MENU/SET]
    drukken.
    • Om te stoppen met bewerken op een willekeurig tijdstip tijdens het invoeren van tekst,
    op [‚] drukken.
    • Er kan een maximum van 30 tekens ingevoerd worden.

    5

    Druk op 3/4/2/1 om de cursor te verplaatsen naar [EXIT] en druk
    dan op [MENU/SET] om de tekstinvoer te eindigen.

    6

    Druk op [‚] om terug te keren naar het menuscherm.¢
    ¢Het menuscherm wordt automatisch hersteld wanneer [MULTI] geselecteerd is.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    - 109 -



  • Page 110

    Gevorderd (Terugspelen)

    ∫ De titel wissen
    [ENKEL] instelling
    1 In stap 4 wanneer [ENKEL] (P109) geselecteerd is, alle tekst wissen, [EXIT]
    selecteren en op [MENU/SET] drukken.
    2 Op [‚] drukken.
    3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    [MULTI] instelling
    1 In stap 4, alle teksten wissen, [EXIT] selecteren en vervolgens op [MENU/SET]
    drukken.
    2 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    Aantekening
    • Er kan ook door de tekst heen gelopen worden als niet alle geregistreerde tekst op het scherm
    past.

    • De naaminstelling van [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] in scènefunctie of [LOCATIE] in
    reisdatum kan ook geregistreerd worden m.b.v. de handeling in stappen 4 en volgende.

    • De naaminstelling van [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] in scènefunctie, [LOCATIE] in
    reisdatum en [TITEL BEW.] kan niet geregistreerd worden tegelijkertijd.

    • U kunt teksten (commentaar) afdrukken m.b.v. de bijgesloten

    “PHOTOfunSTUDIO-viewer-”-software op de CD-ROM (bijgeleverd).

    • U kunt maximaal 50 opnamen gelijktijdig instellen met [MULTI].
    • U kunt geen titelbewerking gebruiken voor beelden die gemaakt zijn met andere apparatuur.

    - 110 -



  • Page 111

    Gevorderd (Terugspelen)

    [TEKST AFDR.]
    U kunt de opnamedatum/-tijd, jaar, reisdatum of titel afdrukken op de opgenomen beelden.
    Dit gaat voor printen van normale afmetingen. (Beelden met een afmeting groter dan
    [
    ] worden verkleind als u de datum enz. erop wil laten afdrukken.)

    1

    Selecteer [TEKST AFDR.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    3

    Selecteer het beeld en druk
    vervolgens op [MENU/SET] om in
    te stellen.

    [ENKEL]

    [MULTI]

    • [‘] verschijnt op het scherm als het beeld
    afgedrukt wordt met tekst.

    Instelling [MULTI]
    Op [DISPLAY] drukken om (herhalen) Op 2/1 drukken om Druk op 3/4/2/1
    in te stellen en vervolgens op [MENU/ het beeld te kiezen. om de beelden te
    selecteren.
    SET] drukken.
    • De instelling wordt geannuleerd wanneer
    [DISPLAY] nog een keer ingedrukt wordt.

    4

    Op 3/4/2/1 drukken om [OPNAMEDATUM], [LEEFTIJD],
    [REISDATUM] of [TITEL] te selecteren en dan op [MENU/SET]
    drukken om elk item in te stellen.
    [OPNAMEDATUM]
    [ZON. TIJD]:

    Druk het jaar, de maand en de datum af.

    [MET TIJD]:

    Druk het jaar, de maand, de dag, het uur en de minuten af.

    [LEEFTIJD] (P65)
    Als deze ingesteld is op [ON], wordt [LEEFTIJD] afgedrukt op de beelden.
    [REISDATUM]
    Als deze ingesteld is op [ON], wordt [REISDATUM] afgedrukt op de beelden.
    [TITEL]
    Tekst wordt afgedrukt samen met het beeld voor beelden die al opgenomen zijn met
    tekst in [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] naaminstellingen in scènefunctie,
    [LOCATIE] in reisdatum of [TITEL BEW.].

    - 111 -



  • Page 112

    Gevorderd (Terugspelen)

    5

    Op [MENU/SET] drukken.
    • Als u [TEKST AFDR.] instelt voor een opname met een grotere beeldresolutie dan
    [

    ] wordt de beeldresolutie kleiner dan wat u hieronder ziet.
    Aspectratio instellen

    Beeldgrootte
    /

    X

    6

    /

    >

    Y

    /

    /

    >

    W
    • Het beeld iets grover.

    /

    /

    >

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    • De melding [NIEUWE FOTO’S OPSLAAN?] verschijnt als het
    beeld is opgenomen met een beeldresolutie van [
    minder.

    7

    ] of

    Druk op [‚] om terug te keren naar het menuscherm.¢
    ¢Het menuscherm wordt automatisch hersteld wanneer [MULTI] geselecteerd is.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • Wanneer u beelden afdrukt die bedrukt zijn met tekst, zal de datum over de bedrukte tekst

    heen afgedrukt worden als u het afdrukken van de datum specificeert bij de fotowinkel of op uw
    printer.
    • U kunt tot 50 beelden tegelijkertijd instellen met [MULTI].
    • Afhankelijk van de printer die u gebruikt, kunnen sommige letters afgeknipt worden tijdens het
    printen. Controleer dit op voorhand.
    • Wanneer er tekst op de [
    ] gedrukt is, is het moeilijk te lezen.
    • Er kunnen geen tekst en data gedrukt worden op de beelden die genomen worden met andere
    apparatuur.

    - 112 -



  • Page 113

    Gevorderd (Terugspelen)

    [NW. RS.] De beeldgrootte (aantal pixels) reduceren
    We raden aan van nieuwe grootte te voorzien, namelijk [
    ] als u een foto met een
    e-mail wilt meesturen of deze wilt gebruiken op een website. (Beelden die ingesteld zijn op
    het minimum aantal pixels voor [ASPECTRATIO] kunnen niet verder in grootte
    gereduceerd worden.)

    1

    Selecteer [NW. RS.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    3

    Selecteer het beeld en de grootte.

    1
    2

    Instelling [ENKEL]
    Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en
    druk vervolgens op [MENU/SET].
    Druk op 2/1 om de grootte¢ te
    selecteren en druk dan op
    [MENU/SET].

    [ENKEL]

    ¢ Alleen de groottes waarnaar de beelden
    gereduceerd kunnen worden, zijn afgebeeld.

    1

    2

    Instelling [MULTI]
    Druk op 3/4 om de grootte te
    selecteren en druk dan op
    [MENU/SET].
    • Wanneer [DISPLAY] ingedrukt wordt, wordt

    [MULTI]

    er een uitleg afgebeeld van voorzien van
    nieuwe grootte.

    Op 3/4/2/1 drukken om het beeld te
    kiezen en vervolgens op [DISPLAY]
    drukken.
    • Deze stap herhalen voor elk beeld, en op
    [MENU/SET] drukken om in te stellen.

    4

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    5

    Druk op [‚] om terug te keren naar het
    menuscherm.¢
    ¢Het menuscherm wordt automatisch hersteld wanneer [MULTI] geselecteerd is.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • U kunt tot 50 beelden tegelijkertijd instellen met [MULTI].
    • De beeldkwaliteit van het van nieuwe grootte voorziene beeld zal slechter worden.
    • Het kan zijn dat u geen nieuw formaat kunt toekennen aan opnamen die met andere
    apparatuur gemaakt zijn.

    - 113 -



  • Page 114

    Gevorderd (Terugspelen)

    [BIJSNIJD.]
    U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen.

    1

    Selecteer [BIJSNIJD.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk
    vervolgens op [MENU/SET].

    3

    Gebruik de zoomhendel en
    druk op 3/4/2/1 om de af
    te werken delen te selecteren.

    Reductie

    Zoomhendel (T): Vergroting
    Zoomhendeltje (W): Reductie
    3/4/2/1: Verplaatsen

    Vergroting

    ()

    De positie verplaatsen

    ()

    4

    Op [MENU/SET] drukken.

    5

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    6

    Op [‚] drukken om terug te keren naar het
    menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • De beeldresolutie van het bijgewerkte beeld zou kleiner kunnen worden dan die van het
    origineel afhankelijk van de snijgrootte.

    • De beeldkwaliteit van het bijgewerkte beeld zal slechter worden.
    • Opnamen die met andere apparatuur opgenomen zijn kunnen wellicht niet bijgewerkt worden.

    - 114 -



  • Page 115

    Gevorderd (Terugspelen)

    [LEVELING]
    Enigszins kantelen van het beeld kan afgesteld worden.

    1

    Selecteer [LEVELING] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk
    vervolgens op [MENU/SET].

    3

    Druk op 2/1 om de kanteling bij te stellen en druk
    vervolgens op [MENU/SET].
    1: met de klok mee
    2: tegen de klok in
    • Tot 2 o kan afgesteld worden.

    4
    5

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    Druk op [‚] om terug te gaan naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • Beeldkwaliteit kan ruw worden wanneer het recht zetten uitgevoerd wordt.
    • Opgenomen pixels kunnen afnemen in vergelijking met het originele beeld wanneer het
    rechtzetten uitgevoerd worden.

    • Recht zetten zou niet uitgevoerd kunnen worden op beelden die opgenomen zijn met andere
    apparatuur.

    - 115 -



  • Page 116

    Gevorderd (Terugspelen)

    [ASPECT CONV.]
    U kunt beelden converteren die gemaakt zijn met een [W] aspectratio in een [Y] of
    [X] aspect ratio.

    1

    Selecteer [ASPECT CONV.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 3/4 drukken om [Y] of [X] te selecteren en
    dan op [MENU/SET] drukken.

    3

    Druk op 2/1 om een beeld dat gemaakt is met
    [W] aspectratio te selecteren en druk dan op
    [MENU/SET].

    4

    Druk op 2/1 om de horizontale positie te bepalen
    en druk dan op [MENU/SET] om set.
    • Gebruik 3/4 om de framestand te bepalen voor verticaal
    gedraaide opnamen.

    5

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.

    6

    Op [‚] drukken om terug te keren naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • Nadat de aspectratio is geconverteerd, kan het beeld groter worden dan het originele.
    • Beelden die gemaakt zijn met andere apparatuur kunt u wellicht niet converteren.

    - 116 -



  • Page 117

    Gevorderd (Terugspelen)

    [ROTEREN]/[LCD ROTEREN]
    Met deze functie kunt u automatisch opnamen verticaal afbeelden als deze gemaakt
    werden met een verticaal gehouden toestel of opnamen handmatig draaien met stappen
    van 90o.
    Draaien (Het beeld wordt handmatig gedraaid)

    1

    Selecteer [ROTEREN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)
    • De [ROTEREN] functie wordt uitgeschakeld wanneer [LCD ROTEREN] ingesteld is op
    [OFF].

    2

    Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • Bewegende beelden en beveiligde opnamen kunnen niet
    gedraaid worden.

    3

    4

    Op 3/4 drukken om de richting te kiezen waarin u
    het beeld wenst te draaien en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    :

    De opname draait rechtsom in stappen van 90o.

    :

    Het beeld draait tegen de klok in, in stappen van 90o.

    Op [‚] drukken om terug te keren naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    Display draaien (Het beeld wordt automatisch gedraaid en afgebeeld)

    1

    Selecteer [LCD ROTEREN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 4 drukken om [ON] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    • De opnamen worden afgebeeld zonder gedraaid te worden
    wanneer u [OFF] kiest.

    • Lees P44 voor informatie over hoe u beelden terug kunt spelen.

    3

    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • Wanneer u opnamen terugspeelt op een PC, zouden deze niet afgebeeld kunnen worden in de
    gedraaide richting tenzij het OS of de software compatibel is met Exif. Exif is een formaat voor
    stilstaande opnamen waarmee opname-informatie enz. toegevoegd kan worden. Dit werd
    vastgesteld door “JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries
    Association)”.
    • Het kan zijn dat u opnamen die met andere apparatuur gemaakt zijn, niet kunt draaien.

    - 117 -



  • Page 118

    Gevorderd (Terugspelen)

    [FAVORIETEN]
    U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze
    ingesteld zijn als favorieten.
    • Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([FAVORIET AFSP.])
    • De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen.
    • Alle beelden wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ])

    1

    Selecteer [FAVORIETEN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 4 drukken om [ON] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    • U kunt geen beelden als favorieten instellen als [FAVORIETEN]
    ingesteld is op [OFF]. Bovendien zal [Ü] niet verschijnen
    wanneer [FAVORIETEN] ingesteld is op [OFF] zelfs als deze
    eerder op [ON] gezet is.

    3

    Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    4

    Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan
    op 4 drukken.
    • Herhaal de bovenstaande procedure.
    • Als 4 opnieuw ingedrukt wordt, wordt de favoriete instelling
    geannuleerd.

    ∫ Alle [FAVORIETEN] instellingen annuleren
    1 [ANNUL] op het scherm dat getoond wordt in stap 2 kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    2 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    • U kunt niet [ANNUL] selecteren als er geen enkel beeld ingesteld is als favoriet.
    Aantekening
    • U kunt tot en met 999 beelden als favorieten instellen.
    • Wanneer u beelden af laat drukken door een fotograaf is [ALLES WISSEN BEHALVEÜ] (P47)
    handig omdat hiermee alleen de beelden die u af wenst te laten drukken op de kaart blijven
    staan.
    • Het kan zijn dat u opnamen die met andere apparatuur gemaakt zijn niet als favorieten in kunt
    stellen.
    • U kunt de instellingen van beelden als favorieten uitvoeren, controleren en annuleren m.b.v. de
    bijgesloten “PHOTOfunSTUDIO-viewer-”-software op de CD-ROM (bijgeleverd).

    - 118 -



  • Page 119

    Gevorderd (Terugspelen)

    [DPOF PRINT]
    DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen
    welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de
    opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter
    of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf.
    Wanneer u fotograaf opnamen af wenst te laten drukken door een fotograaf die op het
    ingebouwde geheugen staan, dient u deze naar een kaart te kopiëren (P123) en
    vervolgens de DPOF in te stellen.

    1

    Selecteer [DPOF PRINT] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    3

    Selecteer het beeld en vervolgens
    op [MENU/SET] drukken.

    [ENKEL]

    Op 2/1 drukken
    om het beeld te
    kiezen.

    4

    Druk op 3/4/2/1
    om de beelden te
    selecteren.

    Druk op 3/4 om het aantal afdrukken in te stellen en druk dan op
    [MENU/SET].
    • Wanneer [MULTI] geselecteerd is, stappen 3 en 4 voor elk beeld herhalen. (Het is niet
    mogelijk dezelfde instelling te gebruiken voor meerdere beelden.)

    5

    [MULTI]

    Druk op [‚] om terug te gaan naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    - 119 -



  • Page 120

    Gevorderd (Terugspelen)

    ∫ Alle [DPOF PRINT] instellingen annuleren
    1 [ANNUL] op het scherm dat getoond wordt in stap 2 kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    2 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    • U kunt geen [ANNUL] selecteren als er geen enkel beeld ingesteld is voor DPOF-afdrukken.
    ∫ De datum afdrukken
    Na het instellen van het aantal afdrukken, kunt u het afdrukken met de opnamedatum
    instellen/annuleren door op [DISPLAY] te drukken.
    • Wanneer u naar een fotograaf voor digitaal afdrukken gaat, dient u het afdrukken van de datum
    apart te bestellen indien u dat wenst.

    • Afhankelijk van de fotograaf of de printer, zou de datum niet afgedrukt kunnen worden zelfs als
    u instelt op het afdrukken van de datum. Voor verdere informatie raadpleegt u uw fotograaf of
    de gebruiksaanwijzing van uw printer.
    • De datum kan niet afgedrukt worden op opnamen die bedrukt zijn met tekst.

    Aantekening
    • Het aantal afdrukken kan ingesteld worden tussen 0 en 999.
    • Met een printer die PictBridge verdraagt, zou het afdrukken van de datum als een
    prioriteitinstelling kunnen zijn, controleer dus of dit zo is.

    • Het zou niet mogelijk kunnen zijn de DPOF-afdrukinstellingen te gebruiken met andere
    apparatuur. In dit geval, alle instellingen annuleren en de instellingen opnieuw maken.

    • Als het bestand niet voldoet aan de DCF-standaard, kunt u geen DPOF-print instellen.

    - 120 -



  • Page 121

    Gevorderd (Terugspelen)

    [BEVEILIGEN]
    U kunt een beveiliging instellen voor opnamen waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk
    gewist kunnen worden.

    1

    Selecteer [BEVEILIGEN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    3

    Selecteer het beeld en vervolgens
    op [MENU/SET] drukken.

    [ENKEL]

    [MULTI]

    Wanneer [MULTI] geselecteerd is
    • Deze stappen herhalen voor elk beeld.
    • De instellingen worden geannuleerd
    wanneer er opnieuw op [MENU/SET]
    gedrukt wordt.

    4

    Op 2/1 drukken
    om het beeld te
    kiezen.

    Druk op 3/4/2/1
    om de beelden te
    selecteren.

    Op [‚] drukken om terug te keren naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    ∫ Alle instellingen [BEVEILIGEN] annuleren
    1 [ANNUL] op het scherm dat getoond wordt in stap 2 kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    2 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    • Als u op [MENU/SET] drukt terwijl u de beveiliging annuleert, zal het annuleren halverwege
    stoppen.

    Aantekening
    • De beveiliging werkt eventueel niet op andere apparatuur.
    • Zelfs als u opnamen in het ingebouwde geheugen of op een kaart beveiligt, zullen ze gewist
    worden als het ingebouwde geheugen of de kaart geformatteerd wordt.

    • Zelfs als u de beelden niet beschermt op een SD-geheugenkaart of een SDHC-geheugenkaart,
    kunnen ze niet gewist worden wanneer de schrijfbeveiliging van de kaarten op [LOCK] staat.

    - 121 -



  • Page 122

    Gevorderd (Terugspelen)

    [AUDIO DUB.]
    U kunt geluid toevoegen nadat u een beeld gemaakt heeft.

    1

    Selecteer [AUDIO DUB.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)

    2

    Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken om de
    geluidsopname te starten.
    • De melding [AUDIOGEGEVENS OVERSCHRIJVEN ?] verschijnt
    als u al geluid hebt opgenomen. Druk op 3 om [JA] te kiezen en
    dan op [MENU/SET] om de geluidsopname te starten. (De
    opname wordt over de vorige geluidsopname geschreven.)
    • Het geluid wordt opgenomen met de ingebouwde microfoon.
    • Als u op [‚] drukt, wordt de geluiddubbing geannuleerd.

    3

    Op [MENU/SET] drukken om te stoppen met
    opnemen.
    • Deze zal automatisch stoppen na het opnemen van ongeveer
    10 seconden zonder dat er op [MENU/SET] gedrukt wordt.

    4

    Op [‚] drukken om terug te keren naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.

    Aantekening
    • Audiodubbing zou niet kunnen goed kunnen werken voor opnamen die gemaakt zijn met
    andere apparatuur.

    - 122 -



  • Page 123

    Gevorderd (Terugspelen)

    [KOPIE]
    Informatie van opnamen die u hebt gemaakt kan van het ingebouwde geheugen naar een
    kaart worden gekopieerd, van een kaart naar het ingebouwde geheugen of van een kaart
    naar de speciale klembordmap.

    1
    2

    Selecteer [KOPIE] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P24)
    Op 3/4 drukken om het menu-onderdeel te kiezen
    en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    : Alle beeldgegevens die in het ingebouwde geheugen zijn
    opgeslagen, worden in één keer gekopieerd op de kaart. >
    stap 4.

    : Er wordt één beeld tegelijk gekopieerd van de kaart naar
    het ingebouwde geheugen. > stap 3.
    : De beelden worden één voor één gekopieerd vanaf de
    kaart naar de gewijde clipboardmap (ingebouwd
    geheugen). (Bewegende beelden kunnen niet
    gekopieerd worden.) > Stap 3.
    – Wanneer u clipboardbeelden naar een kaart kopieert,

    [KOPIE] selecteren op het clipboard afspeelmenu. (P98)

    3

    Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/SET]
    drukken.

    4

    Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op
    [MENU/SET] drukken.
    • Als u op [MENU/SET] drukt terwijl gegevens van het geheugen
    op de kaart worden gekopieerd, zal het kopiëren halverwege
    stoppen.
    • Het toestel niet op geen enkel moment uitschakelen tijdens het
    kopieerproces.

    5

    Druk op [‚] om terug te gaan naar het menuscherm.
    • Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
    • Als u wilt kopiëren van het ingebouwde geheugen naar een kaart, worden alle beelden

    gekopieerd en keert het scherm vervolgens automatisch terug naar het afspeelscherm.

    Aantekening
    • Als u gegevens kopieert van het ingebouwde geheugen naar een kaart die niet voldoende vrije

    ruimte heeft, zullen de beeldgegevens slechts gedeeltelijk gekopieerd worden. Wij raden aan een
    kaart te gebruiken die meer vrije ruimte heeft dan het ingebouwde geheugen (ongeveer 50 MB).
    • Als er een beeld bestaat met dezelfde naam (mapnummer/bestandsnummer) als het naar de
    kopieerbestemming te kopiëren beeld wanneer [
    ] geselecteerd is, wordt er een nieuw
    mapnummer gecreëerd en wordt het beeld gekopieerd. Als er een beeld bestaat met dezelfde
    naam (mapnummer/bestandsnummer) als het naar de kopieerbestemming te kopiëren beeld
    wanneer [
    ] geselecteerd is, wordt dat beeld niet gekopieerd. (P144)
    • Het kan even duren om de gegevens te kopiëren.
    • Alleen met een Panasonic digitale camera (LUMIX) opgenomen opnamen zullen gekopieerd worden.
    (Zelfs als de beelden opgenomen werden met een Panasonic digitale camera, zou u niet in
    staat kunnen zijn de beelden te kopiëren als ze bewerkt zijn met een PC.)
    • DPOF-instellingen van de originele beeldgegevens zullen niet gekopieerd worden. De
    DPOF-instellingen opnieuw instellen nadat het kopiëren voltooid is.

    - 123 -



  • Page 124

    Aansluiten op andere apparatuur

    Aansluiten op andere apparatuur

    Aansluiting op de PC
    U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden.
    • U kunt gemakkelijk de beelden die u geïmporteerd heeft afdrukken of versturen via e-mail. Het
    gebruik de bijgesloten “PHOTOfunSTUDIO-viewer-”-software op de CD-ROM (bijgeleverd) is
    een handige manier hiervoor.
    • Lees de aparte werkingsinstructies voor de geleverde software voor meer informatie over de
    software in de CD-ROM (bijgeleverd) en hoe het geïnstalleerd moet worden.

    Voorbereiding:
    Zet het toestel en de PC aan.
    Verwijder de kaart voordat u de beelden gebruikt in het ingebouwde geheugen.

    1

    Sluit het toestel aan op een PC met de USB-kabel A (bijgeleverd).
    • Geen andere USB-verbindingkabels gebruiken dan de meegeleverde

    DC IN

    AV OUT/
    DIGITAL

    COMPONENT
    OUT

    USB-verbindingkabel.
    Gebruik van andere kabels dan de meegeleverde USB-verbindingkabel zou storing
    kunnen veroorzaken.

    A USB aansluitkabel (bijgeleverd)
    • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
    (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.)
    B De markeringen uitlijnen en erin doen.
    C AC-adapter (optioneel)
    • Gebruik een batterij met voldoende batterijstroom of de AC-adapter (optioneel). Als de
    resterende batterijstroom schaars wordt terwijl het toestel en de PC communiceren, knippert de
    statusindicator en piept het alarm.
    Raadpleeg “De USB-aansluitingskabel veilig losmaken” (P126) voordat u de
    USB-aansluitkabel losmaakt. Anders zouden er gegevens beschadigd kunnen raken.

    2

    Op 3/4 drukken om [PC] te kiezen en vervolgens
    op [MENU/SET] drukken.
    • Als [USB MODE] (P31) van te voren ingesteld is op [PC] in het

    [SET-UP] menu, zal het toestel automatisch verbonden worden
    aan de PC zonder het [USB MODE] selectiescherm af te
    beelden. Dit is handig omdat deze niet elke keer dat u de PC
    verbindt ingesteld hoeft te worden.
    • Wanneer het toestel aangesloten is op de PC met [USB MODE]
    ingesteld op [PictBridge(PTP)], zou er een bericht kunnen
    verschijnen op het scherm van de PC. Selecteer [Cancel] om het
    scherm te sluiten, en koppel het toestel los van de PC. Stel dan
    [USB MODE] weer in op [PC].

    - 124 -

    USB MODE

    SEL. USB MODE
    PictBridge(PTP)
    PC

    SELEC

    INST.

    MENU



  • Page 125

    Aansluiten op andere apparatuur

    3

    Dubbel klikken op [Removable Disk] in [My Computer].
    • Wanneer u een Macintosh gebruikt, wordt de drive op de desktop afgebeeld. (“LUMIX”,
    “NO_NAME” of “Untitled” wordt afgebeeld.)

    4
    5

    Dubbel klikken op [DCIM] map.
    M.b.v. een slepen-en-laten vallen-operatie, de beelden die u wilt
    verkrijgen of de map waar deze beelden in opgeslagen zitten naar
    een andere map op de PC verplaatsen.

    - 125 -



  • Page 126

    Aansluiten op andere apparatuur

    ∫ De USB-aansluitingskabel veilig losmaken
    • Ga over tot de verwijdering van de hardware m.b.v. “Veilig Hardware Verwijderen” op het

    opdrachtblad van de PC. Als de icoon niet afgebeeld wordt, controleren dat [TOEGANG] niet
    afgebeeld is op de LCD-monitor van het digitale toestel voordat u de hardware verwijdert.

    Aantekening
    • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter (optioneel) verbindt of loskoppelt.
    • Voordat u een kaart erin doet of verwijdert, het toestel uitzetten en de USB-aansluitingskabel
    loskoppelen. Anders zouden gegevens beschadigd kunnen raken.

    • Met de Mac OS X v10.2 of een eerder operatiesysteem, de Schrijfbeschermingschakelaar van
    de SDHC-geheugenkaart instellen op de [LOCK]-positie wanneer u beelden importeert van
    een SDHC-geheugenkaart.
    • Als het toestel aangesloten is in clipboardfunctie, worden de gegevens van het ingebouwde
    geheugen afgebeeld zelfs als er een kaart erin zit.

    ∫ De inhoud bekijken van het ingebouwde geheugen of kaart m.b.v. de PC
    (mapsamenstelling)
    1

    Mapnummer

    2

    Bestandsnummer

    3

    JPG:

    Opnamen

    MOV:

    Bewegende beelden

    MISC:

    DPOF-print
    Favorieten

    PRIVATE1:
    (Alleen ingebouwd
    geheugen)

    Clipboardbeelden

    Er wordt een nieuwe map gecreëerd wanneer er beelden gemaakt worden in de volgende
    situaties.
    • Nadat [NR. RESET] (P30) in het [SET-UP] menu uitgevoerd is
    • Wanneer er een kaart die een map bevat met dezelfde mapnaam ingedaan is (Zoals wanneer
    er beelden gemaakt werden m.b.v. een toestel van een ander merk)

    • Wanneer er een beeld is met het nummer 999 binnenin de map

    ∫ Aansluiting in de PTP-stand (alleen WindowsR XP, Windows VistaR en Mac OS X)
    Op [USB MODE] tot [PictBridge(PTP)] instellen.
    Gegevens kunnen nu alleen gelezen worden vanaf de kaart naar de PC.
    • Wanneer er 1000 of meer beelden op een kaart staan, zouden de beelden niet geïmporteerd
    kunnen worden.

    - 126 -



  • Page 127

    Aansluiten op andere apparatuur

    Beelden afdrukken
    Als u het toestel verbindt aan een printer die PictBridge verdraagt, kunt u de af te drukken
    beelden selecteren en aangeven dat het afdrukken gestart moet worden op de
    LCD-monitor van het toestel.
    Voorbereiding:
    Het toestel en de printer aanzetten.
    Verwijder de kaart voordat u de beelden afdrukt in het ingebouwde geheugen.
    Voer de instelling van de afdrukkwaliteit en andere instellingen uit op de printer voordat u
    de beelden afdrukt.
    Stel de functieknop in op wat dan ook behalve [¨].

    Sluit het toestel aan op een printer met de USB-kabel A (bijgeleverd).

    DC IN

    AV OUT/
    DIGITAL

    COMPONENT
    OUT

    1

    A USB aansluitkabel (bijgeleverd)
    • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
    (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.)
    B De markeringen uitlijnen en erin doen.
    C AC-adapter (optioneel)
    • Een batterij gebruiken met voldoende batterijstroom of de AC-adapter (optioneel). Als de
    resterende batterijstroom aan het opgaan is terwijl het toestel en de printer met elkaar
    verbonden zijn, knippert de statusindicator en gaat het alarm af. Als dit gebeurt tijdens het
    afdrukken, het afdrukken onmiddellijk stopzetten. Als u niet aan het afdrukken bent, de
    USB-kabel loskoppelen.
    • Wanneer het toestel verbonden is aan de printer, verschijnt de verboden-kabel-los te
    koppelen-icoon [å]. De USB-kabel niet loskoppelen terwijl [å] afgebeeld wordt.

    2

    Op 3/4 drukken om [PictBridge(PTP)] te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.

    USB MODE

    SEL. USB MODE
    PictBridge(PTP)
    PC

    SELEC

    - 127 -

    INST.

    MENU



  • Page 128

    Aansluiten op andere apparatuur

    Aantekening

    • Geen andere USB-verbindingkabels gebruiken dan de meegeleverde USB-verbindingkabel.

    Gebruik van andere kabels dan de meegeleverde USB-verbindingkabel zou storing kunnen
    veroorzaken.
    • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter (optioneel) verbindt of loskoppelt.
    • Voordat u er een kaart indoet of uithaalt, het toestel uitzetten, en de USB-verbindingskabel
    loskoppelen.
    • U kunt niet schakelen tussen het ingebouwde geheugen en de kaart terwijl het toestel
    aangesloten is op de printer. Koppel de USB-verbindingskabel los, zet de kaart erin (of haal
    deze eruit) en koppel vervolgens de USB-kabel weer aan de printer vast.
    • De beelden die opgenomen zijn in clipboardfunctie, kopieer deze naar een kaart (P98), en druk
    deze dan af.

    Een beeld kiezen en uitprinten

    1

    Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • Het bericht verdwijnt binnen ongeveer 2 seconden.

    PictBridge

    100_0001
    1/
    1/9

    SELECTEER DE
    FOTO OM TE PRINTEN

    SELEC
    VEELV. AFDR. PRINTEN

    2

    Op 3 drukken om [PRINT START] te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • Raadpleeg P130 voor de items die niet ingesteld kunnen worden
    voordat u de beelden begint af te drukken.

    • Druk op [MENU/SET] om het afdrukken te annuleren.
    • De USB-kabel losmaken na het afdrukken.

    - 128 -

    MENU

    ENKELVOUDIG SELECT.
    PRINT START
    OFF
    PRINT MET DAT.
    1
    AANTAL PRINTS
    PAPIERAFMETING
    LAY-OUT PAGINA

    ANNUL

    SELEC

    INST.

    MENU



  • Page 129

    Aansluiten op andere apparatuur

    Meerdere beelden kiezen en uitprinten

    1

    Op 3 drukken

    2

    Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • Als het scherm van de afdrukcontrole verschenen is, [JA]
    selecteren en de beelden afdrukken.

    Onderdeel

    PictBridge

    MULTI SELECTEREN
    ALLES SELECTEREN
    DPOF FOTO
    FAVORIETEN
    ANNUL

    SELEC

    INST.

    MENU

    Beschrijving van instellingen

    [MULTI
    SELECTEREN]

    Meerdere beelden tegelijkertijd worden nu afgedrukt.
    • Druk op 3/4/2/1 om de beelden te selecteren en dan verschijnt er,
    wanneer [DISPLAY] ingedrukt wordt, [é] op de af te drukken beelden.
    (Wanneer er weer op [DISPLAY] gedrukt wordt, wordt de instelling
    geannuleerd.)
    • Nadat de beelden geselecteerd zijn, op [MENU/SET] drukken.

    [ALLES
    SELECTEREN]

    Alle opgeslagen beelden uitprinten.

    [DPOF FOTO]

    Hiermee drukt u alleen de beelden af die zijn ingesteld in [DPOF PRINT].
    (P119)

    [FAVORIETEN]¢

    Hiermee drukt u alleen de beelden af die zijn ingesteld als favorieten.
    (P118)

    ¢ Alleen wanneer [FAVORIETEN] op [ON] staat en wanneer een beelden zijn ingesteld als
    favorieten. (P118)

    3

    Op 3 drukken om [PRINT START] te kiezen en
    vervolgens op [MENU/SET] drukken.
    • Raadpleeg P130 voor de items die niet ingesteld kunnen worden
    voordat u de beelden begint af te drukken.

    • Op [MENU/SET] drukken om het afdrukken te annuleren.
    • De USB-kabel losmaken na het afdrukken.

    - 129 -

    MULTI SELECTEREN
    PRINT START
    PRINT MET DAT.
    AANTAL PRINTS
    PAPIERAFMETING
    LAY-OUT PAGINA

    ANNUL

    SELEC

    OFF
    1

    INST.

    MENU



  • Page 130

    Aansluiten op andere apparatuur

    Printinstellingen
    Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2
    van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de
    “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in.
    • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een

    MULTI SELECTEREN
    PRINT START
    PRINT MET DAT.
    AANTAL PRINTS
    PAPIERAFMETING
    LAY-OUT PAGINA

    OFF
    1

    opmaak die niet verwerkt worden door het toestel, stelt u
    [PAPIERAFMETING] of [LAY-OUT PAGINA] in op [{] en stelt u
    ANNUL SELEC
    EXIT
    vervolgens het papierformaat of de opmaak in op de printer. (Voor
    details de handleiding van de printer raadplegen.)
    • Wanneer [DPOF FOTO] geselecteerd is, worden de [PRINT MET DAT.] en [AANTAL PRINTS]
    items niet afgebeeld.
    MENU

    [PRINT MET DAT.]
    Onderdeel

    Beschrijving van instellingen

    [OFF]

    Datum wordt niet afgedrukt.

    [ON]

    Datum wordt afgedrukt.

    • Als de printer geen datum afdrukt, kan de datum niet op de foto afgedrukt worden.
    • Aangezien de instellingen van de printer prioriteit kunnen hebben over het afdrukken met de
    datuminstelling, ook de instelling van de afdruk met datum van de printer controleren.

    Aantekening
    Wanneer u aan de fotowinkel vraagt de beelden af te drukken
    • Door de datum af te drukken m.b.v. [TEKST AFDR.] (P111) of het afdrukken van de datum in te
    stellen op het moment van de [DPOF PRINT] (P119) instelling voordat u naar een fotowinkel
    gaat, kunnen de data afgedrukt worden bij de fotowinkel.

    [AANTAL PRINTS]
    U kunt het aantal afdrukken instellen tot 999.

    - 130 -



  • Page 131

    Aansluiten op andere apparatuur

    [PAPIERAFMETING]
    Onderdeel

    Beschrijving van instellingen

    {

    De printerinstellingen hebben voorrang.

    [L/3.5qk5q]

    89 mmk127 mm

    [2L/5qk7q]

    127 mmk178 mm

    [POSTCARD]

    100 mmk148 mm

    [16:9]

    101,6 mmk180,6 mm

    [A4]

    210 mmk297 mm

    [A3]

    297 mmk420 mm

    [10k15cm]

    100 mmk150 mm

    [4qk6q]

    101,6 mmk152,4 mm

    [8qk10q]

    203,2 mmk254 mm

    [LETTER]

    216 mmk279,4 mm

    [CARD SIZE]

    54 mmk85,6 mm

    • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.

    - 131 -



  • Page 132

    Aansluiten op andere apparatuur

    [LAY-OUT PAGINA] (Paginaopmaken die ingesteld kunnen worden met dit toestel)
    Onderdeel
    {

    Beschrijving van instellingen
    De printerinstellingen hebben voorrang.

    á

    1 beeld zonder frame op 1 pagina

    â

    1 beeld met een frame op 1 pagina

    ã

    2 beelden op 1 pagina

    ä

    4 beelden op 1 pagina

    • U kunt geen enkel onderdeel kiezen als de paginaopmaak niet verwerkt kan worden door de
    printer.

    ∫ Opmaakafdrukken
    Wanneer u een beeld verschillende keren afdrukt op 1 vel papier
    Als u bijvoorbeeld een beeld 4 keer wilt afdrukken op 1 vel papier, stelt u [LAY-OUT
    PAGINA] in op [ä] en vervolgens [AANTAL PRINTS] op 4.
    Wanneer u verschillende beelden afdrukt op 1 vel papier
    Als u bijvoorbeeld 4 verschillende beelden wilt afdrukken op 1 vel papier, [LAY-OUT
    PAGINA] instellen op [ä] en vervolgens [AANTAL PRINTS] in instellen op 1 voor elk van
    de 4 beelden.
    Aantekening
    • Het toestel ontvangt een bericht van de printer wanneer de [¥] aanduiding oranje wordt tijdens

    het afdrukken. Nadat het afdrukken voltooid is, controleren of er problemen zijn met de printer.

    • Als het aantal afdrukken groot is, kunnen de beelden in verschillende keren afgedrukt worden.
    In dit geval kan het resterende aantal afdrukken dat aangegeven wordt verschillen van het
    ingestelde aantal.

    - 132 -



  • Page 133

    Aansluiten op andere apparatuur

    [AFSPELEN] functie: ¸

    Beelden terugspelen op een TV-scherm
    Opnamen terugspelen met de AV-kabel (bijgeleverd)

    COMPONENT
    OUT

    Voorbereiding:
    [TV-ASPECT] instellen. (P31)
    Schakel het toestel en de televisie uit.

    AV OUT/
    DIGITAL



    DC IN


    1 Geel: naar de videoaansluiting
    2 Wit: naar de geluidsaansluiting

    A De markeringen uitlijnen en erin doen.
    B AV-kabel (bijgeleverd)
    • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
    (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.)

    1

    De AV-kabel B (bijgeleverd) aansluiten op de video- en
    geluidaansluitingen op de TV.

    2
    3
    4

    De AV-kabel aansluiten op de [AV OUT] aansluiting op het toestel.
    De televisie aanzetten en “externe aansluiting” kiezen.
    Zet het toestel aan.

    Aantekening
    • Afhankelijk van de [ASPECTRATIO] kunnen er zwarte stroken afgebeeld worden bovenaan en
    onderaan of links en rechts van de beelden.

    • Geen andere AV-kabels gebruiken dan de meegeleverde kabel.
    • De gebruiksaanwijzing van de TV lezen.
    • Als u een beeld verticaal terugspeelt, kan het wazig zijn.
    • U kunt opnamen bekijken op TV’s in andere landen (gebieden) met een NTSC-of PAL-systeem
    als u [VIDEO UIT] in het [SET-UP] menu instelt.

    - 133 -



  • Page 134

    Aansluiten op andere apparatuur

    Opnamen terugspelen op een TV met een slot voor een
    SD-geheugenkaart
    Stilstaande opnamen die gemaakt zijn met een SD-geheugenkaart kunnen teruggespeeld
    worden op een TV met een SD-geheugenkaartslot.
    Aantekening
    • Afhankelijk van het TV-model kunnen de opnamen misschien niet afgespeeld worden op het
    hele scherm.

    • Bewegende beelden kunnen niet teruggespeeld worden. Om bewegende beelden terug te
    spelen, het toestel op de TV aansluiten met de AV-kabel (bijgeleverd).

    • U kunt geen beelden afspelen op SDHC-kaarten als de TV niet voor deze kaarten uitgerust is.
    • MultiMediaCard kunnen wellicht niet afgespeeld worden.

    - 134 -



  • Page 135

    Aansluiten op andere apparatuur

    Afspelen op de TV met component aansluiting
    U kunt beelden en bewegingen op de TV van hoge kwaliteit genieten door het toestel aan
    te sluiten op de TV m.b.v. Componentaansluiting verbindende componentkabel
    (DMW-HDC2: optioneel).
    Componentoutput wordt uitgegeven als 1080i. Verbinden met een TV die compatibel is
    met de 1080i.
    Voorbereiding: Schakel het toestel en de televisie uit.





    AV OUT/
    DIGITAL
    DC IN

    #WFKQ .

    L
    R

    #WFKQ 4



    AUDIO

    COMPONENT
    OUT

    Y/G
    PB/B
    PR/R

    1 Componentpluggen: De pluggen verbinden met de inputaansluitingen van de
    componentvideo op de TV met dezelfde kleur. (Indicatie op de TV
    kan anders zijn.)
    2 Audio-pinpluggen: naar de geluidsaansluiting
    3 TV met componentaansluiting
    A De markeringen uitlijnen en erin doen.
    B Componentkabel (DMW-HDC2: optioneel)
    • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
    (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.)

    1

    Verbind de componentkabel B (DMW-HDC2; optioneel) met de
    componentinput en de audio-inputaansluitingen op de TV.

    2

    Verbind de componentkabel aan de [COMPONENT OUT] aansluiting
    op het toestel.

    3

    Zet de TV aan en schakel naar componentinput.

    4

    Zet het toestel aan.
    • De beelden afspelen. (Met uitzondering van clipboard)

    Aantekening
    • Afhankelijk van de [ASPECTRATIO], zouden er stroken afgebeeld kunnen worden bovenaan
    en onderaan of links en rechts van de beelden.

    • Nooit andere kabels gebruiken dan originele Panasonic componentkabels (DMW-HDC2;
    optioneel).

    • Audio zal uitgegeven worden als monauraal.
    • Als u een beeld verticaal terugspeelt, kan het wazig zijn.
    • Het beeld wordt niet afgebeeld op de LCD-monitor wanneer de componentkabel verbonden is.
    • Er zijn een paar terugspeelmenu’s die niet gebruikt kunnen worden terwijl de componentkabel
    verbonden is. (P148)
    • Wanneer er beelden afgebeeld worden, zouden deze niet juist afgebeeld kunnen worden
    afhankelijk van het type TV.

    • De gebruiksaanwijzing van de TV lezen.

    - 135 -



  • Page 136

    Overige

    Overige

    Schermdisplay
    ∫ In Opname
    Opnemen met de normale opnamefunctie [!] (Begininstelling)
    1 Opnamefunctie
    2 Flitsfunctie (P51)
    3 AF-zone (P40)
    4 Focus (P40)
    5 Beeldgrootte (P81)
    6 Kwaliteit (P82)
    7 Batterij-aanduiding (P15)
    8 Aantal opnamen (P158)
    9 Ingebouwd geheugen (P19)
    : Kaart (P19) (alleen afgebeeld tijdens
    opname)
    10 Opnamestaat
    11 ISO-gevoeligheid (P84)
    12 Sluitertijd (P40)
    13 Lensopening (P40)
    14 Optische beeldstabilisator (P93)/
    : Waarschuwingsbeweging (P41)

    - 136 -



  • Page 137

    Overige

    ∫ Tijdens de opname (na het instellen)
    15 AF-opsporing (P89)
    : Macrofunctie (P56)
    16 Witbalans (P85)
    17 ISO-gevoeligheid (P84)
    maximum niveau ISO-gevoeligheid (P83)
    18 Kleurfunctie (P92)
    19 Opnamefunctie (P74)
    20 Beschikbare opnametijd (P73): R8m30s
    21 AF-Puntzone (P87)
    22 Naam¢1 (P65)
    23 Histogram (P50)
    24 Reisdatum (P76)
    25 Verstreken opnametijd (P73)
    TRACKING AF : AF-opsporingoperatie (P37, 89)
    : Intelligente ISO (P83)
    26 Huidige datum en tijd/“: Reisdatum ingesteld¢2 (P79)
    W
    T 1X : Zoom/Extra optische zoom (P42)/Digitale zoom (P42, 91)
    27 Minimum sluitertijd
    28 Leeftijd¢1 (P65)
    Locatie¢2 (P76)
    29 Belichtingscompensatie (P58)
    30 LCD-versterking (P28)/
    „: Automatische Stroom LCD (P28)
    31 Intelligente Belichting (P91)
    32 Burstfunctie (P90)/
    : Auto bracket (P59)/B: Geluidsopname (P94)
    33 Snelle AF (P89)/
    : AF-vergrendeling (P72)/
    : AF-assistentielamp (P94)
    34 Het aantal dagen dat verstreken is sinds de reisdatum (P76)
    35 Zelfontspanner functie (P57)
    ¢1 Dit wordt afgebeeld gedurende 5 seconden wanneer het toestel aangezet wordt in [BABY1]/
    [BABY2] of [HUISDIER] in de scènefunctie.

    ¢2 Dit wordt gedurende ongeveer 5 seconden afgebeeld wanneer het toestel aan wordt gezet,
    na het instellen van de klok en na het overschakelen van de terugspeelfunctie naar de
    opnamefunctie.

    - 137 -



  • Page 138

    Overige

    ∫ In Terugspelen
    1 Terugspeelfunctie (P44)
    2 Beveiligd beeld (P121)
    3 Favorieten (P118)
    : Zoommarkering (P97)
    4 Afgedrukt met tekstaanduiding (P111)
    5 Beeldgrootte (P81)
    Pictogram voor opname van bewegende
    beelden (P105)
    6 Kwaliteit (P82)
    7 Batterij-aanduiding (P15)
    8 Map/bestandsnummer (P126)
    Ingebouwd geheugen (P19)
    Verstreken opnametijd (P105): 8m30s
    9 Beeldnummer/Totaal opnamen
    10 Bewegende-beeldenopname (P105): 8m30s
    11 Histogram (P50)
    12 Belichtingscompensatie (P58)
    13 Opname-informatie (P49)
    14 Favorieten (P118)
    15 Opgenomen datum en tijd/Reisbestemminginstelling (P79)/Naam (P65)/Locatie
    (P76)/Titel (P109)
    16 Leeftijd (P65)
    17 Het aantal dagen dat verstreken is sinds de reisdatum (P76)
    18 LCD-versterking (P28)
    19 Aantal DPOF-prints (P119)
    20 Geluid terugpelen (P105)
    : Bewegende beelden terugspelen (P105)
    Waarschuwingspictogram kabelaansluiting (P127)

    - 138 -



  • Page 139

    Overige

    Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik
    Wat u wel en niet moet doen met dit toestel
    Laat het toestel niet vallen, klop er niet mee en oefen er geen zware kracht op uit.
    • Erop letten de tas/hoes waar het toestel inzit nergens tegen aan te stoten en niet te laten vallen
    aangezien dit schade zou kunnen opleveren aan het toestel, de lens of de LCD-monitor.

    • Geen andere spullen aan de polsband hangen die bij het toestel wordt geleverd. Bij het

    opbergen zou er anders iets tegen de LCD-monitor kunnen komen en zou deze zo beschadigd
    kunnen worden.
    • Geen papieren zak gebruiken voor het toestel aangezien een papieren zak makkelijk stuk kan
    gaan en het toestel zo kan vallen en kapot kan gaan.
    • We raden het sterk aan dat u een goede toesteltas/goed toestelkistje aanschaft bij uw
    plaatselijke dealer om uw toestel te beschermen.

    Houd het toestel uit de buurt van magnetische apparatuur (zoals magnetrons,
    televisie, videospelletjes, enz.).
    • Indien u het toestel op of naast een televisie gebruikt, kunnen de opnamen en de audio
    onderbroken worden door de straling van de elektromagnetische golven.

    • Gebruik het toestel niet in de buurt van een mobiele telefoon omdat het geluid ervan een
    nadelige invloed kan hebben op de opnamen en de geluiden.

    • Opgenomen gegevens kunnen beschadigd worden of beelden kunnen vervormd worden, als

    gevolg van sterke magnetische velden die gecreëerd worden door luidsprekers of zware
    motoren.
    • De straling van elektromagnetische golven die door een microprocessor gegenereerd wordt,
    kan een nadelige invloed hebben op het toestel en storingen van beelden en geluiden
    veroorzaken.
    • Als het toestel de invloed van magnetische geladen apparatuur ondergaat en vervolgens niet
    naar behoren werkt, dient u het toestel uit te schakelen en de batterij te verwijderen, of de
    AC-adapter (optioneel) los te maken, en vervolgens de batterij weer terug te plaatsen of de
    AC-adapter weer aan te sluiten. Hierna schakelt u het toestel weer in.

    Gebruik de digitale fotocamera niet in de nabijheid van hoogspanningsdraden of
    hoogspanningsleidingen.
    • Opnemen in de buurt van hoogspanningsdraden of hoogspanningsleidingen kan nadelige
    gevolgen hebben voor de opnamen of geluiden.

    Altijd de meegeleverde snoeren en kabels gebruiken. Ook voor optionele
    accessoires gebruikt u altijd de meegeleverde snoeren en kabels.
    De snoeren of de kabels niet langer maken.
    Het toestel niet bespuiten met insectenverdelgers of chemische middelen.
    • Wordt het toestel met chemische middelen bespoten dan kan het beschadigd raken en de
    afwerkingslaag er van af gaan.

    • Vermijd langdurig contact van de digitale fotocamera met rubber of plastic.

    - 139 -



  • Page 140

    Overige

    Schoonmaken
    Voordat u het toestel schoonmaakt, de batterij verwijderen of de stekker uit het
    stopcontact trekken. Vervolgens het toestel schoonvegen met een droge zachte
    doek.
    • Wanneer het toestel vuil is, kan het schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven
    met een uitgewrongen natte doek en vervolgens met een droge doek.
    • Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zoals benzeen, verdunner, alcohol,
    keukenschoonmaakmiddelen, enz., om het toestel te reinigen, aangezien dit buitenhoes
    of het deklaagje zou kunnen aantasten.
    • Wanneer u een chemische doek gebruikt, ervoor zorgen de bijbehorende instructies te
    volgen.
    Over de LCD-monitor
    • Niet met grote kracht op de LCD monitor drukken. Ongelijke kleuren kunnen op de LCD
    monitor verschijnen en dit kan voor storing zorgen.

    • Als het toestel koud is wanneer u het aanzet, kan het beeld op de LCD-monitor aanvankelijk
    een beetje donkerder dan normaal zijn. Het beeld zal echter weer normaal helder worden
    zodra het toestel zelf opgewarmd is.

    De LCD-monitor wordt geproduceerd met hoge-precisietechnologie. Toch kunnen er
    donkere of lichte punten op het scherm staan (rood, blauw of groen). Dit is geen defect.
    De LCD-monitors hebben meer dan 99,99% effectieve pixels met nauwelijks 0,01%
    van de pixels die niet actief zijn of altijd oplichten. De punten zullen niet opgenomen
    worden op beelden op het ingebouwde geheugen of een kaart.
    Over de Lens
    • Niet hard op de lens drukken.
    • Laat het toestel nooit in de zon liggen met de lens naar de zonnestralen gericht. Zonlicht kan
    problemen veroorzaken. Dit geldt zowel binnen als buiten en in de buurt van een raam.

    - 140 -



  • Page 141

    Overige

    Batterij
    De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de
    chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur
    en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang
    mee.
    Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik.
    • Steek de verwijderde batterij in de meegeleverde batterijhouder
    (bijgeleverd).

    Als u de batterijen per ongeluk laat vallen, controleert u of
    de batterijen en de aansluitingen beschadigd zijn.
    • Door een beschadigde batterij in het toestel te doen zal het toestel
    stukgaan.

    Opgeladen reservebatterijen meenemen wanneer u op
    stap gaat.
    • U dient eraan te denken dat de levensduur van de batterijen korter wordt bij lage temperaturen
    zoals op skipistes.

    • Als u op reis gaat, vergeet dan niet de batterijlader in te pakken (bijgeleverd) zodat u de batterij
    kunt opladen tijdens uw reis.

    Onbruikbare batterijen weggooien.
    • Batterijen hebben een beperkte levensduur.
    • Batterijen niet in open vuur gooien, dit kan ontploffing veroorzaken.
    De batterijaansluitingen niet aanraken met metalen voorwerpen (zoals kettingen,
    haarpinnen, enz.).
    • Dit kan kortsluiting of hitte veroorzaken en u zou uzelf ernstig kunnen verbranden als u de
    batterij aanraakt.

    Oplader
    • Als u een batterijoplader vlak bij een radio gebruikt, kan dit de radio-ontvangst storen.
    • De oplader 1 m of meer verwijderd houden van de radio.
    • De oplader kan ruis maken wanneer deze gebruikt wordt. Dit is geen storing.
    • Na het gebruik, haalt u de batterijoplader uit het stopcontact. (Als u de stekker in het
    stopcontact laat zitten, verbruikt u nog steeds een beetje stroom.)

    • De aansluitingen van de oplader en de batterij schoon houden.
    Kaart

    De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk
    elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op
    plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht.
    De kaart niet plooien of laten vallen.
    • De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen
    worden.

    • De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of
    vervoert.

    • Laat de kaart niet vuil worden en zorg ervoor dat er geen vuil, stof of water op de aansluitingen
    achterop de kaart komen. Raak de aansluitingen niet aan met uw vingers.

    - 141 -



  • Page 142

    Overige

    Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode
    • De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur:
    [Aanbevolen temperatuur:15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40% tot 60%]

    • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen.
    • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.

    Als de batterijen nog langer in het toestel blijven, zullen ze te veel leeg raken en kunnen ze
    onbruikbaar worden, zelfs wanneer ze opgeladen worden.
    • Wanneer de batterijen voor een lange tijd opgeslagen worden, raden we aan ze eens per jaar
    op te laden. De batterijen uit het toestel verwijderen en ze weer opslaan nadat ze helemaal
    leeg geraakt zijn.
    • We raden aan het toestel op te slaan met een droogmiddel (kwartsglas gel) wanneer u deze in
    een kast bewaart.

    Over de Beeldgegevens
    • Opgenomen gegevens kunnen worden beschadigd of zoek raken als de camera kapot gaat
    omdat er verkeerd mee wordt gewerkt. Panasonic is niet aansprakelijk voor schade die is
    veroorzaakt door het verlies van opgenomen gegevens.

    Over statieven
    • Zet het statief goed vast als u het toestel erop bevestigt.
    • Als de camera op een statief zit, kunt u de kaart of batterij niet verwijderen.
    • De schroef op het statief mag niet scheef zitten als u er de camera aan vast maakt of los

    maakt. U kunt de schroef op de camera stuk maken als u deze te hard aanhaalt. U kunt ook de
    camera zelf en alles wat erop zit, beschadigen als u deze te hard aanschroeft op het statief.
    • Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van het statief.

    - 142 -



  • Page 143

    Overige

    Waarschuwingen op het scherm
    Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen.
    De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven.
    [GEHEUGENKAART VERGRENDELD]
    > De Schrijfbeveiliging op de SD-geheugenkaart en de SDHC-geheugenkaart staat op
    [LOCK]. Verschuif de schakelaar terug om deze te ontgrendelen. (P20)

    [GEEN JUISTE FOTO OM WEER TE GEVEN]
    > Een beeld opnemen of een kaart in het toestel doen met een opgenomen beeld en dit
    vervolgens afspelen.

    [DEZE FOTO IS BEVEILIGD]
    > Het beeld wissen nadat de beveiliginstelling geannuleerd is. (P121)

    [DEZE FOTO KAN NIET GEWIST WORDEN]/[SOMMIGE FOTO’S KUNNEN NIET
    GEWIST WORDEN]
    • Beelden die niet gebaseerd zijn op de DCF-standaard kunnen niet gewist worden.

    > Als u een paar beelden wilt wissen, de kaart formatteren nadat u de nodige gegevens op
    een PC etc. opgeslagen heeft. (P32)

    [ER KUNNEN GEEN ADDITIONELE SELECTIES GEMAAKT WORDEN]
    • Het aantal beelden, dat tegelijk ingesteld kan worden wanneer [MULTI] geselecteerd is voor
    [MULTI WISSEN] (P47), [FAVORIETEN] (P118), [TITEL BEW.] (P109), [TEKST AFDR.]
    (P111) of [NW. RS.] (P113) is overschreden.
    > Reduceer het aantal beelden en herhaal vervolgens de operatie.
    • Er zijn meer dan 999 favorieten ingesteld.

    [KAN OP DEZE FOTO NIET INGESTELD WORDEN]
    • [TITEL BEW.], [TEKST AFDR.] of [DPOF PRINT] kan niet worden ingesteld voor beelden die
    niet gebaseerd zijn op de DCF-standaard.

    - 143 -



  • Page 144

    Overige

    [NIET VOLDOENDE RUIMTE INTERN GEHEUGEN]/[NIET VOLDOENDE GEHEUGEN
    OP DE KAART]
    • Er is geen ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart.
    – Wanneer u opnamen kopieert van het ingebouwde geheugen op de geheugenkaart
    (batchkopie), worden de opnamen gekopieerd totdat de kaart vol is.

    [DIV. FOTO’S KUNNEN NIET GEKOP. WORDEN]/[KOPIE KAN NIET VOLTOOID
    WORDEN]
    • De volgende beelden kunnen niet gekopieerd worden.
    – Wanneer een beeld bestaat met dezelfde naam als het beeld dat gekopieerd moet worden
    op de kopiebestemming. (Alleen wanneer u kopieert van een kaart naar het ingebouwde
    geheugen.)
    – Bestanden die niet voldoen aan de DCF-standaard.
    • Verder kunnen beelden die gemaakt of bijgewerkt zijn met andere apparatuur eventueel niet
    gekopieerd worden.

    [FOUT INT. GEHEUGEN
    FOTM. INT. GEH. ?]
    • Dit bericht zal afgebeeld worden wanneer u het ingebouwde geheugen formatteert op een

    PC.
    > Formatteer het ingebouwde geheugen op het toestel opnieuw. (P32) De gegevens op het
    ingebouwde geheugen zullen gewist worden.

    [STORING GEHEUGENKAART
    KAART FORMATEREN ?]
    • Deze kaart heeft een formaat dat niet herkend wordt door het toestel.

    > De kaart opnieuw formatteren met het toestel nadat de nodige gegevens op een PC enz.
    opgeslagen zijn. (P32)

    [AUB CAMERA UIT- EN INSCHAKELEN]/[SYSTEEMFOUT]
    • Dit bericht verschijnt wanneer het toestel niet goed werkt.

    > Schakel het toestel uit en aan. Als het bericht blijft, contact opnemen met de dealer of uw
    dichtstbijzijnde Servicecentrum.

    [PARAMETERFOUT GEHEUGENKAART]
    > Gebruik een kaart die compatibel is met dit toestel. (P20)

    • U kunt alleen een SDHC-geheugenkaart gebruiken als u kaarten gebruikt met 4 GB of meer
    vermogen.

    [STORINGGEHEUGENKAART
    CONTROLEER DE GEHEUGENKAART]
    • Er heeft zich een fout voorgedaan bij het toetreden van de kaart.
    > Voer de kaart opnieuw in.
    > Doe een andere kaart erin.

    - 144 -



  • Page 145

    Overige

    [LEESFOUT/SCHRIJFFOUT
    CONTROLEER DE GEHEUGENKAART]
    • Het is niet gelukt gegevens te lezen of te schrijven.

    > Verwijder de kaart na het uitschakelen van de stroom [OFF]. Zet de kaart er weer in, zet
    de stroom weer aan en probeer de gegevens opnieuw te lezen of te schrijven.
    • De kaart zou stuk kunnen zijn.
    > Doe een andere kaart erin.

    [OPNAME BEW. BEELDEN GEANN. SCHRIJFSNELHEID KAART TE BEPERKT]
    • Wanneer u de beeldkwaliteit instelt op [ ], [
    ], of [
    ], raden we aan een

    hoge-snelheidkaart te gebruiken waar “10MB/s” of groter afgebeeld staat op de verpakking.

    • Afhankelijk van het type SD-geheugenkaart of SDHC-geheugenkaart kan het opnemen van
    bewegende beelden halverwege stoppen.

    [CREËREN VAN EEN MAP NIET MOGELIJK]
    • U kunt geen map aanmaken omdat er geen mapnummers meer zijn. (P126)

    > De kaart formatteren nadat de nodige gegevens op een PC enz. opgeslagen zijn. (P32)
    Als u [NR. RESET] in het [SET-UP] menu kiest na het formatteren, wordt de mapnummer
    weer op 100 gezet. (P30)

    [BEELD WORDT WEERGEGEVEN VOOR 4:3 TV]/[BEELD WORDT WEERGEGEVEN
    VOOR 16:9 TV]
    • De AV-kabel is verbonden aan het toestel.

    > Op [MENU/SET] drukken als u dit bericht onmiddellijk wilt wissen.
    > Kies [TV-ASPECT] in het [SET-UP] menu om het TV-aspect te wijzigen. (P31)
    • Deze melding verschijnt ook als de USB-kabel alleen in de camera zit.
    Sluit het andere eind van de USB-kabel in dit geval aan op een PC of een printer. (P124, 127)

    [PRINTER BEZIG]/[CONTROLEER DE PRINTER]
    • De printer kan niet afdrukken.
    > Controleer de printer.

    - 145 -



  • Page 146

    Overige

    Functies die niet ingesteld kunnen worden of niet
    zullen werken onder bepaalde omstandigheden
    Afhankelijk van de specificaties van het toestel, zou het niet mogelijk kunnen zijn bepaalde
    functies in te stellen of zouden sommige functies niet kunnen werken onder bepaalde
    omstandigheden waarin het toestel gebruikt wordt.
    De tabel hieronder noemt deze functies en de overeenkomende omstandigheden ervan
    op.
    • Voor de functies die niet ingesteld kunnen worden of niet zullen werken in de Intelligente
    automatische functie, “Instellingen in intelligente automatische functie” (P38) raadplegen.
    • Voor de functies die niet ingesteld kunnen worden of niet zullen werken in de clipboardfunctie,
    “Instellingen Tijdens Clipboard” (P99) raadplegen.
    Functies die niet ingesteld
    Hoofdomstandigheden waarin de functies niet ingesteld kunnen
    kunnen worden of niet zullen
    worden of niet zullen werken
    werken

    [AUTO POWER LCD]
    (P28)

    • ( functie

    [BATT. BESP.] (P29)

    • Als u een AC-adapter gebruikt
    • Als u het toestel aansluit op een PC of een printer
    • Als u bewegende beelden opneemt of afspeelt
    • Tijdens een diavoorstelling
    • [AUTO DEMO]

    [AUTO LCD UIT] (P29)

    • Als u een AC-adapter gebruikt
    • Terwijl het menuscherm afgebeeld is
    • Als de zelfontspanner ingesteld is
    • Terwijl u bewegende beelden opneemt
    • Als u het toestel aansluit op een PC of een printer

    [AUTO REVIEW] (P30)

    • $ functie

    Extra Optische Zoom
    (P42)


    , 9, ô,
    • $ functie

    [DIG. ZOOM] (P42)



    ,
    en
    ,-, :, ;, í, 9, ô,
    MODE]
    • Wanneer [SLIMME ISO] geselecteerd is

    [HISTOGRAM] (P50)

    • $ functie
    • Tijdens meervoudig afspelen
    • Tijdens afspeelzoom
    • [KALENDER]

    ,

    - 146 -

    en

    in [SCÈNE MODE]
    in [SCÈNE



  • Page 147

    Overige

    [FLITS] (P51)

    • Wanneer auto bracket ingesteld is
    • Wanneer de burstfunctie ingesteld is
    • ,, /, ï, ô, 5, 4 en 7 in [SCÈNE MODE]
    • $ functie

    [ZELFONTSPANNER]
    (P57)

    • ô en < in [SCÈNE MODE]
    • $ functie

    [BELICHTING] (P58)

    • 5 in [SCÈNE MODE]

    [AUTO BRACKET] (P59)

    , 5,

    , ô,
    • $ functie

    en

    in [SCÈNE MODE]

    [FOTO RES.] (P81)


    , 9, ô,
    • $ functie

    ,

    en

    in [SCÈNE MODE]

    [KWALITEIT] (P82)


    , 9, ô,
    • $ functie

    ,

    en

    in [SCÈNE MODE]

    [ASPECTRATIO] (P83)

    • 9, ô,

    en

    [SLIMME ISO] (P83)

    • [SCÈNE MODE]
    • $ functie

    [GEVOELIGHEID] (P84)

    • [SCÈNE MODE]
    • $ functie
    • Wanneer [SLIMME ISO] geselecteerd is

    [WITBALANS] (P85)

    • ,, ., /, 1, 2, 3, ï,

    ,

    in [SCÈNE MODE]

    , 5, 4, 6, 8, 7,

    < in [SCÈNE MODE]

    [WB INSTELLEN] (P86)

    • [B/W], [SEPIA], [COOL] of [WARM] in [KLEURFUNCTIE]

    [QUICK AF] (P89)

    • ., /, 5 en 4 in [SCÈNE MODE]
    • $ functie

    [BURSTFUNCTIE] (P90)


    ,ô,
    , 5,
    en
    • $ functie
    • [AUDIO OPNAME]

    [I. EXPOSURE] (P91)

    • [SCÈNE MODE]
    • $ functie

    [KLEURFUNCTIE] (P92)

    • [SCÈNE MODE]

    ingesteld is

    in [SCÈNE MODE]

    [KORTE SLUITERT.] (P93) • [SCÈNE MODE]
    • $ functie
    • Wanneer [SLIMME ISO] geselecteerd is
    [AUDIO OPNAME] (P94)

    • [AUTO BRACKET]
    • [BURSTFUNCTIE]
    • ô,
    en 5 in [SCÈNE MODE]
    • $ functie

    [AF ASS. LAMP] (P94)

    • 0, ,, /, ï, 4 en 7 in [SCÈNE MODE]

    - 147 -

    en



  • Page 148

    Overige

    Terugspeelzoom (P46)

    • Wanneer u bewegende beelden afspeelt
    • Stilstaande beelden met geluid (wanneer u geluid afspeelt)

    [TITEL BEW.] (P109)

    • Bewegende beelden
    • Beveiligde beelden

    [TEKST AFDR.] (P111)

    • Beelden gemaakt zonder instelling van de klok of titel
    • Bewegende beelden
    • Stilstaande beelden met audio
    • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.]

    [NW. RS.] (P113)

    • Bewegende beelden
    • Stilstaande beelden met audio
    • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.]

    [BIJSNIJD.] (P114)

    • Bewegende beelden
    • Stilstaande beelden met audio
    • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.]

    [LEVELING] (P115)

    • Bewegende beelden
    • Stilstaande beelden met audio
    • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.]

    [ASPECT CONV.] (P116)

    • Beelden gemaakt met Y of X
    • Bewegende beelden
    • Stilstaande beelden met audio
    • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.]

    [ROTEREN] (P117)

    • Bewegende beelden
    • Beveiligde beelden

    [LCD ROTEREN] (P117)

    • Meervoudig terugspelen
    • [KALENDER]

    AFDRUKKEN MET
    DATUM

    • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.]

    [AUDIO DUB.] (P122)

    • Bewegende beelden
    • Beveiligde beelden

    ∫ Functies die niet gebruikt kunnen worden terwijl u de componentkabel verbonden
    is
    [LCD MODE]/[HISTOGRAM]/[TITEL BEW.]/[TEKST AFDR.]/[NW. RS.]/[BIJSNIJD.]/
    [LEVELING]/[ASPECT CONV.]/[AUDIO DUB.]/[KOPIE]/[MULTI] instellingen van [DPOF
    PRINT]/[MULTI] instellingen van [BEVEILIGEN]/[MULTI WISSEN]/Creatie van stilstaande
    beelden uit bewegende beelden

    - 148 -



  • Page 149

    Overige

    Problemen oplossen
    Probeer als eerste de volgende procedures (P149–157).
    Als het probleem niet opgelost wordt, kan deze verbeterd worden door [RESETTEN]
    (P30) te selecteren op het [SET-UP] menu wanneer u beelden maakt.

    Batterijen en stroom
    Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat.
    • De batterij is er niet goed ingedaan. (P17)
    • De batterij is op.
    De LCD-monitor gaat uit terwijl het toestel aanstaat.
    • Is [AUTO LCD UIT] (P29) van de [BESPARING] functie actief ?

    > Tot de helft op de ontspanknop drukken om deze functies te annuleren.

    • De batterij is op.

    Het toestel gaat uit onmiddellijk nadat het aangezet is.
    • De batterij is op.
    • Als u het toestel aanlaat, zal de batterij opgaan.

    > Schakel het toestel uit m.b.v. de [BESPARING] functie enz. (P29)

    Het [CHARGE] lampje knippert.
    • Is de temperatuur van de batterij veel te hoog of te laag? Indien dit het geval is, zal het langer
    duren dan normaal om de batterij op te laden of het opladen zou onvoltooid kunnen blijven.

    • Zijn de uiteinden van de oplader of de batterij vuil?
    > Wrijf het vuil eraf m.b.v. een droge doek.

    - 149 -



  • Page 150

    Overige

    Opnemen
    Heet beeld kan niet opgenomen worden.
    • Is de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar de [!] instelling geschoven? (P33)
    • Is de functieknop correct ingesteld?
    • Is er nog ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart?
    > De onnodige beelden wissen om het beschikbare geheugen te vergroten. (P47)

    Het opgenomen beeld is witachtig.
    • Het beeld kan witachtig worden als er vuil zoals vingerafdrukken op de lens zit.

    > Als de lens vuil is, het toestel aandoen, de lenscilinder (P12) uit doen schuiven en
    voorzichtig het lensoppervlak schoonwrijven met een zachte schone doek.

    De zone om waar de beelden genomen werden wordt donker.
    • Werd het beeld gemaakt met de flits op een korte afstand met de zoom heel dichtbij [W] (1k)?
    > Zoom een beetje in en maak vervolgens de beelden. (P42)

    • Is dit beeld gemaakt in [SPELDENPRIK] in scènefunctie?
    Het beeld is te licht of te donker.

    > Controleer de instelling van de belichtingscompensatie. (P58)

    • Instellen van de [KORTE SLUITERT.] hogere snelheid zou het beeld donkerder kunnen maken.
    > De [KORTE SLUITERT.] instellen op lagere snelheid.

    Er worden 2 of 3 beelden één voor één genomen.
    > Auto bracket (P59), [HI-SPEED BURST] (P67), [FLITS-BURST] (P68) in scènefunctie of
    [BURSTFUNCTIE] (P90) van het [OPNAME] functiemenu op [OFF] instellen.

    Het object is niet goed scherp.
    • Het focusbereik varieert afhankelijk van de opnamefunctie.

    > Stel op de juiste functie in voor de afstand naar het onderwerp.

    • Het onderwerp ligt buiten het focusbereik van het toestel. (P39)
    • Er is camerabeweging (golfstoring) of het onderwerp beweegt enigszins. (P41)
    Het opgenomen beeld is wazig.
    De optische beeldstabiliseerder is niet effectief.
    > De sluitertijd wordt langzamer wanneer er beelden gemaakt worden op donkere plekken,
    daarom het toestel stevig vasthouden met beide handen om de beelden te maken. (P35)
    > Wanneer u beelden maakt met een langzame sluitertijd, de zelfontspanner gebruiken.
    (P57)

    Het is niet mogelijk beelden maken m.b.v. auto bracket.
    • Is het aantal opneembare beelden 2 of minder?

    - 150 -



  • Page 151

    Overige

    Het opgenomen beeld ziet er onafgewerkt uit.
    Er verschijnt ruis op het beeld.
    • Is de ISO-gevoeligheid hoog of de sluitertijd langzaam?

    (De ISO-gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] wanneer het toestel vervoerd wordt. Daarom zal
    er, wanneer u binnenshuis beelden enz. maakt, ruis optreden.)
    > De ISO-gevoeligheid verminderen. (P84)
    > Stel [KLEURFUNCTIE] in op [NATURAL]. (P92)
    > Beelden op heldere plekken maken.
    • Is [H. GEVOELIGH.] of [HI-SPEED BURST] in de scènefunctie ingesteld? Indien dit het geval
    is, neemt de resolutie van het opgenomen beeld iets af wegens een hoge
    gevoeligheidprocessing, maar dit duidt niet op storing.

    De helderheid of tint van het opgenomen beeld verschilt van het echte.
    • Als u opneemt onder fluorlicht kunnen helderheid en tinten lichtjes verschillen als de sluitertijd
    korter wordt. Dit is kenmerkend voor beelden met fluorlicht en is geen storing van het toestel.

    Er verschrijnt een roodachtige verticale streep (smear) op de LCD-monitor
    tijdens het maken van beelden.
    • Dit is een kenmerk van CCDs en het verschijnt wanneer het onderwerp

    een fel gedeelte heeft. Sommige oneffenheden kunnen zich voordoen in
    de omliggende zones, maar dit is geen storing.
    Dit wordt opgenomen in bewegende beelden maar wordt niet
    opgenomen op stilstaande beelden.
    • Het wordt aangeraden dat u beelden maakt terwijl u erop let het scherm
    niet bloot te stelen aan zonlicht of een andere bron van fel licht.

    Opnemen van bewegende beelden stopt halverwege.
    • Gebruikt u een MultiMediaCard? Dit apparaat verdraagt geen MultiMediaCard.

    > Wanneer u de beeldkwaliteit instelt op [ ], [
    ], of [
    ], raden we aan een
    hoge-snelheidkaart te gebruiken waar “10MB/s” of groter afgebeeld staat op de verpakking.
    • Afhankelijk van de kaart kan het opnemen halverwege stoppen.

    Het onderwerp kan niet vergrendeld worden. (AF-opsporing lukt niet)
    • Als het onderwerp andere kleuren heeft dan de omtrek, de AF-zone instellen op de voor het
    onderwerp specifieke kleuren door die zone uit te lijnen met de AF-zone. (P89)

    Lens
    Het opgenomen beeld zou vervormd kunnen worden of er zou zich een kleur om
    het onderwerp kunnen bevinden die er niet hoort.
    • Het is mogelijk dat het onderwerp enigszins vervorm is of dat de randen gekleurd worden,

    afhankelijk van de zoomvergroting, wegens de kenmerken van de lens. De omlijningen van het
    beeld zouden vervormd eruit kunnen zien omdat het perspectief verbeterd is wanneer de brede
    hoek gebruikt is. Dit is geen storing.

    - 151 -



  • Page 152

    Overige

    LCD-monitor
    De LCD-monitor gaat uit ook al staat het toestel aan.
    • De LCD-monitor gaat uit en de statusindicator gaat branden wanneer [AUTO LCD UIT] (P29)
    geselecteerd is voor de [BESPARING] functie.
    [Dit gebeurt niet wanneer u een AC-adapter gebruikt (optioneel).]
    Als de resterende batterijstroom laag is, zou het langer kunnen duren de flits op te laden en
    zou de tijd dat de LCD-monitor uitstaat langer kunnen worden.

    De LCD-monitor wordt even donkerder of helderder.
    • Dit gebeurt als u tot de helft op de ontspanknop drukt om de lensopening in te stellen en heeft
    geen invloed op de beelden.

    • Dit fenomeen doet zich ook voor wanneer de helderheid verandert wanneer de zoom van het
    toestel gebruikt is of wanneer het toestel bewogen wordt. Dit komt door de werking van de
    automatische opening van het toestel en dit is geen storing.

    De LCD-monitor knippert binnenshuis.
    • De LCD-monitor kan enkele seconden lang knipperen nadat u het toestel binnenshuis aanzet
    in fluorescerend licht.

    De LCD-monitor is te helder of te donker.
    > Stel de helderheid van het scherm af. (P27)
    • [SPANNING LCD] is geactiveerd. (P28)

    Er verschijnen zwarte, rode, blauwe en groene stippen op de LCD-monitor.
    • Dit is geen storing.

    Deze pixels beïnvloeden de opgenomen beelden niet.

    Ruis op de LCD-monitor.
    • In donkere plaatsen, kan ruis verschijnen om de helderheid van de LCD monitor te behouden.
    Dit beïnvloedt de beelden die u aan het maken bent niet.

    Flits
    De flits is niet geactiveerd.
    • Staat de flitsinstelling op [Œ]?

    > De flitsinstelling wijzigen. (P51)

    • De flitsfunctie is niet beschikbaar wanneer auto bracket (P59) of [BURSTFUNCTIE] (P90) in
    [OPNAME] functiemenu ingesteld is.

    Flits wordt verschillende keren geactiveerd.
    • De flits wordt twee maal geactiveerd wanneer de rode-ogenreductie (P52) ingesteld is.
    • Is [FLITS-BURST] (P68) in scènefunctie gezet?

    - 152 -



  • Page 153

    Overige

    Terugspelen
    Het beeld dat teruggespeeld wordt, is gedraaid en wordt afgebeeld in een
    onverwachte richting.
    • Is [LCD ROTEREN] (P117) ingesteld op [ON]?
    • U kunt beelden draaien met de [ROTEREN] functie. (P117)
    De opname wordt niet teruggespeeld.
    • Is de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar ingesteld op [(]? (P44)
    • Staat er een beeld op het ingebouwde geheugen of op de kaart?

    > De beelden in het ingebouwde geheugen verschijnen als er geen kaart in het toestel zit. De
    beeldgegevens op een kaart verschijnen alleen als er een kaart in het toestel zit.
    • Is dit een beeld waarvan de bestandsnaam veranderd is in de PC? Zo ja, kan deze niet
    afgespeeld worden door dit apparaat.

    De opgenomen beelden worden niet afgebeeld.
    • Is [CATEGOR. AFSP.] of [FAVORIET AFSP.] ingesteld voor terugspelen?
    > Veranderen naar [NORMAAL AFSP.]. (P44)

    Het mapnummer en het bestandsnummer worden afgebeeld als [—] en het
    scherm wordt zwart.
    • Is dit een niet-standaard beeld, een beeld die bewerkt is m.b.v. een PC of een beeld die
    gemaakt is door een ander merk digitale camera?

    • Heeft u de batterij onmiddellijk na het maken van het beeld verwijderd of heeft u een beeld
    gemaakt m.b.v. een batterij met een lage resterende stroom?
    > Formatteer de gegevens om het hierboven genoemde beeld te wissen. (P32)

    (Er zullen ook andere beelden gewist worden en het zal niet mogelijk zijn deze te
    herstellen. Controleer daarom goed voordat u formatteert.)

    Met een kalenderzoektocht, worden beelden afgebeeld met data die verschillen
    van de eigenlijke data waarop de beelden gemaakt werden.
    • Is de klok van de camera goed ingesteld? (P21)
    • Wanneer beelden bewerkt worden m.b.v. een PC of er beelden gezocht worden die met andere
    apparatuur gemaakt zijn, kunnen deze afgebeeld worden met data die verschillen van de
    eigenlijke data waarop de beelden gemaakt werden.

    - 153 -



  • Page 154

    Overige

    Er verschijnen witte ronde vlekken als zeepbellen op het gemaakte beeld.
    • Als u een beeld maakt met een flits op een donkere plek of binnenshuis,
    zouden er witte vlekken kunnen verschijnen op het beeld veroorzaakt
    doordat de flits stofdeeltjes weerkaatst in de lucht. Dit is geen storing.
    Een kernmerk van dit fenomeen is dat het aantal ronde vlekken en hun
    positie verschillen in elk beeld.

    [WEERGAVE THUMBNAIL] verschijnt op het scherm.
    • Is het een beeld dat opgenomen is met andere apparatuur? In deze gevallen, kunnen beelden
    afgebeeld worden met een mindere beeldkwaliteit.

    Er wordt een klikgeluid opgenomen in de bewegende beelden.
    • Dit apparaat stelt automatisch de opening af tijdens bewegend beeldopname. Op zulke

    momenten, wordt er een klikkend geluid gehoord, en dit geluid kan opgenomen worden op de
    bewegende beelden. Dit is geen storing.

    - 154 -



  • Page 155

    Overige

    TV, PC en printer
    Het beeld verschijnt niet op de televisie.
    • Is het toestel correct op de TV aangesloten?
    > De TV-input instellen op extern.

    • Output vanaf de [COMPONENT OUT] uitlaat is niet mogelijk wanneer deze aangesloten is op
    de PC of de printer.
    > Sluit deze alleen aan op de TV.

    De displayzones op het TV scherm en de LCD-monitor van het toestel
    verschillen.
    • Afhankelijk van het TV-model, kunnen de beelden horizontaal of verticaal uitgetrokken zijn of
    kunnen ze afgebeeld worden met stukken van de rand eraf geknipt.

    Bewegende beelden kunnen niet op een TV afgespeeld worden.
    • Probeert u bewegende beelden terug af te spelen door de kaart rechtstreeks in een

    kaartingang op de TV te steken?
    > Sluit het toestel aan op de TV met de AV kabel (meegeleverd) of met de componentkabel
    (DMW-HDC2; optioneel), en speel vervolgens de bewegende beelden terug op het toestel.
    (P133, 135)

    Het beeld verschijnt niet helemaal op de TV.
    > Controleer de [TV-ASPECT] instelling. (P31)

    Het beeld kan verplaatst worden wanneer het toestel aangesloten is op een PC.
    • Is het toestel correct aangesloten op de PC?
    • Wordt het toestel correct herkend door de PC?
    > Stel in op [PC] in [USB MODE]. (P31, 124)

    De kaart wordt niet herkend door de PC. (Het ingebouwde geheugen wordt wel
    herkend.)
    > De USB-kabel losmaken. Maak de kabel pas vast als de kaart in het toestel zit.

    • Wanneer de functieknop ingesteld is op [¨], zal de inhoud van het ingebouwde geheugen
    afgebeeld worden.
    > Stel de functieknop in op wat dan ook behalve [¨].

    Het beeld kan niet afgedrukt worden wanneer het toestel op een printer
    aangesloten is.
    • Beelden kunnen niet afgedrukt worden m.b.v. een printer die PictBridge niet verdraagt.
    > [USB MODE] op [PictBridge(PTP)] instellen. (P31, 127)

    De uiteinden van de beelden worden eraf geknipt bij het afdrukken.
    > Wanneer u een printer gebruikt met een bijwerkfunctie of een kantenvrije afdrukfunctie,
    dient u deze functie te annuleren voordat u afdrukt. (Voor details, de gebruiksaanwijzing
    lezen van de printer.)
    > Wanneer u de beelden laat afdrukken, dient u te vragen of de beelden afgedrukt kunnen
    worden met beide uiteinden.

    - 155 -



  • Page 156

    Overige

    Overige
    Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen.
    > Druk op [MENU/SET], kies het [SET-UP] menupictogram [
    pictogram om de gewenste taal in te stellen. (P32)

    ] en kies dan het [~]

    Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt
    wordt.
    • Op donkere plekken gaat de AF-lamp (P94) branden om gemakkelijker op het object scherp te
    stellen.

    De AF-lamp gaat niet aan.
    • Is [AF ASS. LAMP] in het [OPNAME] functiemenu ingesteld op [ON]? (P94)
    • De AF-lamp gaat niet aan op heldere plekken.
    Het toestel wordt warm.
    • Het oppervlak van het toestel kan warm worden tijdens het gebruik. Dit heeft geen invloed op
    de prestaties of de kwaliteit van het toestel.

    De lens klikt.
    • Wanneer de helderheid verandert wegens bewegen van de zoom of het toestel enz., kan de

    lens klikken en kan het beeld op het scherm drastisch veranderen. Het beeld wordt echter niet
    beïnvloed. Het geluid wordt veroorzaakt door de automatische afstelling van de opening. Dit is
    geen storing.

    De klok is opnieuw ingesteld.
    • Als u het toestel niet voor lange tijd gebruikt, kan de klok opnieuw ingesteld worden.

    > Wanneer het bericht [AUB KLOK INSTELLEN] verschijnt, stel dan de klok opnieuw in.
    Wanneer u een opname maakt voordat de klok is ingesteld, wordt [0:00 0. 0. 0]
    opgeslagen. (P22)

    Wanneer beelden gemaakt worden m.b.v. de zoom, zijn ze enigszins vervormd
    en hebben de zones rondom het onderwerp kleuren die er in het echt niet zijn.
    • Het is mogelijk dat het onderwerp enigszins vervormd wordt of dat de randen gekleurd zijn,

    afhankelijk van de zoomvergroting wegens de kenmerken van de lens, maar dit is geen storing.

    Het inzoomen stopt onmiddellijk.
    • Wanneer u de extra optische zoom gebruikt, zal de inzoomactie tijdelijk stoppen in de buurt van
    [W]. Dit is geen storing.

    - 156 -



  • Page 157

    Overige

    De bestandsnummers zijn niet op volgorde opgenomen.
    • Wanneer u een handeling uitvoert na een bepaalde actie, kunnen de beelden opgeslagen

    worden in mappen met nummers die anders zijn dan de nummers die vóór deze handeling
    gebruikt werden. (P126)

    De mapnummers worden in toenemende volgorde opgeslagen.
    • Als de batterij erin gezet of eruit gehaald is zonder eerst de stroom van het toestel uit te

    schakelen, zullen de map- en bestandnummers voor de gemaakte beelden niet in het
    geheugen opgeslagen worden. Wanneer de stroom vervolgens weer aangedaan wordt en er
    beelden gemaakt worden, kunnen deze opgeslagen worden onder bestandnummers die
    toegeschreven hadden moeten worden aan eerdere beelden.

    [LEEFTIJD] is niet correct afgebeeld.
    • Controleer de klok- (P21) en verjaardaginstellingen (P65).
    De lenscilinder is ingetrokken.
    • De lenscilinder trekt ongeveer 15 seconden na het schakelen van [OPNAME] functie naar
    [AFSPELEN] functie in.

    - 157 -



  • Page 158

    Overige

    Overige

    Aantal mogelijke beelden en beschikbare
    opnametijd
    • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn correct bij benadering. (Ze wijzigen
    afhankelijk van de opnamecondities en het kaarttype.)

    • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de
    onderwerpen.

    ∫ Aantal opnamen
    Aspectratio
    Beeldgrootte

    X
    (10M):

    (7M

    ):

    (5M

    ):

    (3M

    ):

    (3648k2736)

    (3072k2304)

    (2560k1920)

    (2048k1536)

    Kwaliteit

    A



    A



    A



    A



    Ingebouwd
    geheugen
    (Ongeveer 50 MB)

    9

    20

    14

    28

    20

    40

    32

    62

    Kaart

    32 MB
    64 MB
    128 MB
    256 MB
    512 MB
    1 GB
    2 GB
    4 GB
    8 GB
    16 GB
    32 GB

    5

    11

    7

    16

    11

    23

    18

    36

    11

    24

    16

    34

    24

    48

    38

    75

    24

    49

    35

    69

    50

    99

    78

    150

    48

    97

    68

    135

    98

    190

    150

    290

    97

    190

    135

    270

    195

    380

    300

    590

    195

    380

    270

    540

    390

    770

    600

    1180

    390

    770

    550

    1090

    790

    1530

    1220

    2360

    770

    1520

    1090

    2150

    1560

    3010

    2410

    4640

    1580

    3100

    2230

    4380

    3180

    6130

    4910

    9440

    3180

    6250

    4490

    8820

    6410

    12350

    9880

    19000

    6390

    12540

    9010

    17700

    12870

    24780

    19820

    38120

    - 158 -



  • Page 159

    Overige

    Aspectratio
    Beeldgrootte

    X
    (2M

    ):

    (1600k1200)

    (0,3M

    ):

    (640k480)

    Kwaliteit

    A



    A



    Ingebouwd
    geheugen
    (Ongeveer 50 MB)

    51

    97

    240

    400

    29

    56

    145

    230

    61

    115

    290

    480

    125

    230

    600

    970

    240

    460

    1170

    1900

    480

    910

    2320

    3770

    Kaart

    32 MB
    64 MB
    128 MB
    256 MB
    512 MB
    1 GB
    2 GB
    4 GB
    8 GB
    16 GB
    32 GB

    970

    1830

    4640

    7550

    1920

    3610

    8780

    12290

    3770

    7090

    17240

    24130

    7670

    14440

    35080

    49120

    15440

    29070

    70590

    98840

    30970

    58310

    141620 198270

    - 159 -



  • Page 160

    Overige

    Aspectratio
    Beeldgrootte

    Y
    (9M):

    (6M

    ):

    (4,5M

    ):

    (2,5M

    ):

    (3648k2432)

    (3072k2048)

    (2560k1712)

    (2048k1360)

    Kwaliteit

    A



    A



    A



    A



    Ingebouwd
    geheugen
    (Ongeveer 50 MB)

    11

    22

    15

    32

    22

    45

    36

    69

    Kaart

    32 MB
    64 MB
    128 MB
    256 MB
    512 MB
    1 GB
    2 GB
    4 GB
    8 GB
    16 GB
    32 GB

    6

    12

    8

    18

    13

    26

    20

    40

    13

    27

    19

    38

    27

    54

    43

    83

    27

    55

    39

    78

    56

    110

    88

    165

    54

    105

    77

    150

    110

    210

    170

    330

    105

    210

    150

    300

    210

    430

    340

    650

    210

    430

    300

    600

    440

    860

    680

    1310

    440

    870

    620

    1220

    890

    1700

    1360

    2560

    870

    1720

    1230

    2410

    1740

    3350

    2680

    5020

    1770

    3500

    2500

    4910

    3550

    6820

    5450

    10230

    3580

    7050

    5040

    9880

    7160

    13720

    10980

    20590

    7180

    14160

    10110

    19820

    14360

    27530

    22020

    41300

    Aspectratio
    Beeldgrootte
    Kwaliteit
    Ingebouwd
    geheugen
    (Ongeveer 50 MB)

    Kaart

    32 MB
    64 MB
    128 MB
    256 MB
    512 MB
    1 GB
    2 GB
    4 GB
    8 GB
    16 GB
    32 GB

    (7,5M):

    W
    ):

    (5,5M

    (3,5M

    ):

    (2M

    ):

    (3648k2056)
    A


    (3072k1728)
    A


    (2560k1440)
    A


    (1920k1080)
    A


    13

    26

    18

    37

    27

    53

    47

    92

    7
    15
    33
    65
    125
    250
    520
    1030
    2090
    4220
    8470

    15
    32
    65
    125
    250
    510
    1020
    2010
    4090
    8230
    16520

    10
    22
    46
    91
    180
    360
    730
    1450
    2950
    5950
    11940

    21
    45
    92
    180
    350
    710
    1420
    2800
    5710
    11490
    23050

    15
    32
    66
    130
    250
    520
    1040
    2040
    4160
    8370
    16800

    30
    63
    125
    250
    500
    1000
    1980
    3890
    7920
    15940
    31970

    27
    57
    115
    220
    450
    900
    1800
    3540
    7220
    14530
    29150

    53
    105
    220
    430
    860
    1720
    3410
    6700
    13640
    27450
    55070

    - 160 -



  • Page 161

    Overige

    ∫ Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen)
    Instelling beeldkwaliteit
    Ingebouwd geheugen
    (Ongeveer 50 MB)

    Kaart

    j

    j

    j

    1 min 38 s

    4 min 20 s
    2 min 35 s

    32 MB

    4s

    14 s

    17 s

    56 s

    64 MB

    12 s

    33 s

    39 s

    1 min 58 s

    5 min 20 s

    128 MB

    29 s

    1 min 10 s

    1 min 22 s

    4 min 00 s

    10 min 50 s

    256 MB

    59 s

    2 min 15 s

    2 min 40 s

    7 min 50 s

    21 min 10 s

    512 MB

    2 min 00 s

    4 min 30 s

    5 min 20 s

    15 min 40 s

    42 min 00 s

    1 GB

    4 min 00 s

    9 min 20 s

    10 min 50 s

    31 min 20 s

    1 h 24 min

    2 GB

    8 min 20 s

    19 min 00 s

    22 min 10 s

    1 h 4 min

    2 h 51 min

    4 GB

    16 min 30 s

    37 min 30 s

    43 min 40 s

    2 h 5 min

    5 h 36 min

    8 GB

    33 min 40 s

    1 h 16 min

    1 h 28 min

    4 h 15 min

    11 h 23 min

    16 GB

    1 h 8 min

    2 h 33 min

    2 h 59 min

    8 h 35 min

    22 h 55 min

    32 GB

    2 h 16 min

    5 h 8 min

    5 h 59 min

    17 h 13 min

    46 h 00 min

    (DMC-FX37PL/DMC-FX37SG/DMC-FX38GC)
    ¢ U kunt continu bewegende opnamen opmaken tot 2 GB.
    Alleen de maximum beschikbare opnametijd voor 2 GB verschijnt op het scherm.

    (DMC-FX37EG/DMC-FX37E)
    ¢ Bewegende beelden kunnen continu opgenomen worden gedurende max. tijd van
    15 minuten. Verder is continue opname groter dan 2 GB niet mogelijk. (Voorbeeld: [8m 20s]
    met [ ])
    Resterende tijd voor continue opname wordt afgebeeld op het scherm.

    Aantekening
    • De resterende opnametijd en de beschikbare opnametijd die op het scherm verschijnen,
    kunnen eventueel niet in de goede volgorde afnemen.

    • Dit apparaat kan geen bewegende beelden opslaan op MultiMediaCard.
    • De extra optische zoom werkt niet in [TRANSFORMEREN], [H. GEVOELIGH.], [HI-SPEED
    BURST], [FLITS-BURST], [SPELDENPRIK] of [ZANDSTRAAL] in de scènefunctie, daarom
    wordt de beeldgrootte voor [ ] niet afgebeeld.

    - 161 -



  • Page 162

    Overige

    Specificaties
    Digitale Camera:

    Informatie voor Uw Veiligheid

    Stroom:

    DC 5,1 V

    Stroomverbruik:

    1,4 W (Wanneer u opneemt)
    0,6 W (Wanneer u terugspeelt)

    Toesteleffectieve pixels: 10.100.000 pixels
    Beeldsensor:
    1/2,33q CCD, totaal pixelaantal 10.700.000 pixels, Primair
    kleurfilter
    Lens:
    Optisch 5kzoom, f l 4,4 mm tot 22 mm (35 mm filmcamera
    equivalent: 25 mm tot 125 mm)/F2.8 tot F5.9
    Digitale zoom:
    Max. 4k
    Extra optische zoom:
    Max. 8,9k
    Focus:
    Normaal/Macro/Gezichtsdetectie/AF-opsporing/
    11-zone-focussing/1-zone-focussing (Hoge snelheid)/
    1-zone-focussing/Punt-focussing
    Focusbereik:
    Normaal: 50 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶
    Macro/Intelligente auto/Clipboardfunctie:
    5 cm (Breed)/1 m (Tele) tot ¶
    Scènefunctie: Er kunnen verschillen zijn in de bovenstaande
    instellingen.
    Ontspannersysteem:
    Elektronische ontspanneriMechanische ontspanner
    Bewegend
    beeldenopname:
    1280k720 pixels (30 frames/seconde, alleen wanneer u een
    Kaart gebruikt)/
    848k480 pixels (30 frames/seconde, alleen wanneer u een
    Kaart gebruikt)/
    640k480 pixels (30 frames/seconde, alleen wanneer u een
    Kaart gebruikt)/
    320k240 pixels (30 frames/seconde, 10 frames/seconde)
    Met geluid
    Burstopname
    Bursttijd:
    2,5 beelden/seconde (Normaal), Ongeveer 2 beelden/seconde
    (Onbegrensd)
    Aantal resterende
    opnamen:
    Max. 5 beelden (Standaard), max. 3 beelden (Fijn), Afhankelijk
    van het resterende vermogen van het ingebouwde geheugen of
    de kaart (Onbegrensd).
    (Prestatie in burstopname bestaat alleen met
    SD-geheugenkaart/SDHC-geheugenkaart.
    MultiMediaCard-prestatie zal minder zijn.)
    Snelle-burst
    Bursttijd:
    Ongeveer 6 beelden/seconde
    (3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de
    beeldgrootte.)
    Aantal resterende
    opnamen:
    Als u het ingebouwde geheugen gebruikt:
    Ongeveer 15 beelden (onmiddellijk na het formatteren)
    Als u een Kaart gebruikt: Max. 100 beelden (ditverschilt
    afhankelijk van het type kaart en de opnamecondities)

    - 162 -



  • Page 163

    ISO-gevoeligheid:
    Sluitertijd:
    Witbalans:
    Belichting (AE):
    Meetfunctie:
    LCD-monitor:
    Flits:

    Microfoon:
    Speaker:
    Opnamemedia:

    Overige

    AUTO/100/200/400/800/1600
    [H. GEVOELIGH.] functie: 1600 tot 6400
    8 seconden tot 1/2000ste van een seconde
    [STERRENHEMEL] functie: 15 seconden, 30 seconden,
    60 seconden
    Automatische witbalans/Daglicht/Bewolkt/Schaduwachtig/
    Gloeilichten/Witinstelling
    Programma-AE
    Belichtingscompensatie (1/3 EV-stap, j2 EV tot i2 EV)
    Multipel
    2,5q TFT LCD
    (Ongeveer 230.000 stippen) (zichtsveldratio ongeveer 100%)
    Flitsbereik: [ISO AUTO]
    Ongeveer 60 cm tot 6,0 m (Breed)
    AUTO, AUTO/Rode-ogenreductie, Gedwongen AAN
    (Gedwongen AAN/Rode-ogenreductie), Langzame synch./
    Rode-ogenreductie, Gedwongen UIT
    Monauraal
    Monauraal
    Ingebouwd geheugen (Ongeveer 50 MB)/SD-geheugenkaart/
    SDHC-geheugenkaart/MultiMediaCard (Alleen stilstaande
    beelden)

    Beeldgrootte
    Stilstaand beeld:

    Wanneer de instelling van de aspectratio [X] is
    3648k2736 pixels, 3072k2304 pixels, 2560k1920 pixels,
    2048k1536 pixels, 1600k1200 pixels, 640k480 pixels
    Wanneer de instelling van de aspectratio [Y] is
    3648k2432 pixels, 3072k2048 pixels, 2560k1712 pixels,
    2048k1360 pixels
    Wanneer de instelling van de aspectratio [W] is
    3648k2056 pixels, 3072k1728 pixels, 2560k1440 pixels,
    1920k1080 pixels
    Bewegende beelden: 1280k720 pixels (Alleen als u een kaart gebruikt)
    848k480 pixels (Alleen als u een kaart gebruikt)
    640k480 pixels (Alleen als u een kaart gebruikt),
    320k240 pixels
    Kwaliteit:
    Fijn/Standaard
    Opname-fileformaat
    Stilstaand beeld:
    JPEG (gebaseerd op “Design rule for Camera File system”,
    gebaseerd op “Exif 2.21” standaard)/DPOF overeenkomstig
    Beelden met geluid: JPEG (gebaseerd op “Design rule for Camera File system”,
    gebaseerd op “Exif 2.21” standaard)r“QuickTime”
    (beeldopnamen met audio)
    Bewegende beelden: “QuickTime Motion JPEG” (bewegende beelden met geluid)

    - 163 -



  • Page 164

    Interface
    Digitaal:
    Analoge video/
    audio:
    Aansluiting
    [COMPONENT OUT]:
    [AV OUT/DIGITAL]:
    [DC IN]:
    Afmetingen:
    Massa:
    Werkingstemperatuur:
    Werkingsvochtigheid:

    Overige

    “USB 2.0” (Hoge snelheid)
    NTSC/PAL Composiet (Geschakeld door menu), Component
    Geluidslijn-output (monauraal)
    Toegewijde jack (10 pin)
    Toegewijde jack (8 pin)
    Toegewijde jack (2 pin)
    Ongeveer 94,7 mm (W)k51,9 mm (H)k22,0 mm (D)
    (de uitstekende delen niet meegerekend)
    Ongeveer 125 g (de kaart en batterij niet meegerekend)
    Ongeveer 146 g (met kaart en batterij)
    0 oC tot 40 oC
    10% tot 80%

    Batterijoplader:
    Informatie voor Uw Veiligheid
    Input:

    110 V tot 240 V

    Output:

    LADING

    4,2 V

    50/60 Hz, 0,2 A
    0,8 A

    Batterijpakket (lithium-ion):
    Informatie voor Uw Veiligheid
    Stroom:

    3,6 V

    - 164 -






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Panasonic lumix dmc fx37 efw wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Panasonic lumix dmc fx37 efw in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 18,81 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Panasonic lumix dmc fx37 efw

Panasonic lumix dmc fx37 efw Bedienungsanleitung - Deutsch - 164 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info