Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/56
Nächste Seite
Nederlands
VL-SWD501EX
VL-SWD501UEX
Draadloos video-intercomsysteem
Bedieningsinstructies
Bedankt dat u hebt gekozen voor een product van Panasonic.
Lees deze handleiding goed door voordat u het product gebruikt. Bewaar de handleiding voor later.
De Installatiehandleiding wordt apart geleverd.
Model
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Bedieningsinstructies
    Draadloos video-intercomsysteem
    Model VL-SWD501EX
    VL-SWD501UEX

    Nederlands

    Bedankt dat u hebt gekozen voor een product van Panasonic.
    Lees deze handleiding goed door voordat u het product gebruikt. Bewaar de handleiding voor later.

    De Installatiehandleiding wordt apart geleverd.



  • Page 2

    Inhoud

    1. Inleiding
    Inleiding
    1.1
    1.2
    1.3
    1.4
    1.5
    1.6

    Model .....................................................................3
    Accessoires ...........................................................3
    Algemene informatie .............................................4
    Procedures en pictogrammen voor de
    bediening ...............................................................4
    Handelsmerken en gedeponeerde
    merken ..................................................................5
    Afkortingen ............................................................5

    2. Belangrijke informatie
    Belangrijke informatie
    2.1
    2.2
    2.3
    2.4

    Voor uw veiligheid .................................................6
    Belangrijke veiligheidsinstructies ...........................7
    Voor de beste prestaties .......................................7
    Andere belangrijke informatie ................................7

    3. Voorbereiding
    Voorbereiding
    3.1
    3.2
    3.3
    3.4
    3.5
    3.6
    3.7
    3.8

    SD-kaarten gebruiken (apart verkrijgbaar) ..........10
    Bediening ............................................................10
    Displays ...............................................................12
    Batterijen plaatsen ...............................................14
    De submonitor opladen .......................................14
    Bevestigen aan de muur .....................................15
    De taal en de datum en tijd instellen ...................15
    Instellingen breedbeeld/zoom en
    zoompositie .........................................................15

    4. Spreken/monitoring
    Spreken/monitoring
    4.1
    4.2
    4.3
    4.4

    Oproepen aannemen ..........................................17
    Oproepen van de deurtelefoon
    doorschakelen .....................................................17
    De buitenomgeving monitoren met de
    deurtelefoon ........................................................18
    Spreken tussen de hoofdmonitor en de
    submonitor ...........................................................18

    5. Opnemen/afspelen
    Opnemen/afspelen
    5.1
    5.2
    5.3

    Beeld en geluid opnemen ....................................19
    Beelden van de deurtelefoon en gesprekken
    opnemen .............................................................20
    Opgenomen beelden afspelen (alleen
    hoofdmonitor) ......................................................20

    6. Een camera gebruiken
    Een camera gebruiken
    6.1
    6.2
    6.3
    6.4

    2

    Verbinding maken met een camera ....................23
    De buitenomgeving monitoren met de
    camera ................................................................23
    Wanneer camerasensoren worden
    geactiveerd ..........................................................24
    Detectie door camerasensor uitschakelen voor een
    bepaalde duur (alleen hoofdmonitor) ..................24

    6.5
    6.6

    Beelden van de camera en gesprekken
    opnemen .............................................................25
    Camera-instellingen wijzigen ...............................26

    7. Elektrische sloten gebruiken
    Elektrische sloten gebruiken
    7.1

    Verbinding maken met elektrische sloten ............29

    8. Handelingen bij inkomende
    oproepen
    Handelingen bij inkomende oproepen
    8.1
    8.2

    Bij ontvangst van een andere inkomende oproep hoofdmonitor .......................................................30
    Bij ontvangst van een andere inkomende oproep submonitor ...........................................................31

    9. Extra functies
    Extra functies
    9.1

    9.2
    9.3
    9.4
    9.5

    Wijzigen hoe beelden worden weergegeven
    (breedbeeld/zoom en verschuiving/kanteling van het
    beeld) ..................................................................33
    Beeld- en geluidsinstellingen voor spreken en
    monitoring ............................................................33
    Instellingen voor het belsignaal ...........................34
    Lijst functie-instellingen - hoofdmonitor ...............35
    Lijst functie-instellingen - submonitor ..................37

    10. Algemene informatie
    Algemene informatie
    10.1
    10.2
    10.3
    10.4
    10.5
    10.6

    Submonitors registreren ......................................39
    Versterkers gebruiken .........................................39
    Submonitors, camera’s en versterkers
    annuleren ............................................................40
    SD-kaarten gebruiken (formatteren/gegevens
    kopiëren/beelden afspelen) .................................41
    Reinigen ..............................................................42
    Specificaties ........................................................42

    11. Problemen oplossen
    Problemen oplossen
    11.1
    11.2
    11.3

    Problemen oplossen ............................................44
    Foutmeldingen - hoofdmonitor ............................49
    Foutmeldingen - submonitor ................................50

    12. Index
    12.1 Index............................................................51



  • Page 3

    1. Inleiding

    1.1 Model
    1. . Inleiding

    Hoofdmonitorstation
    (Hoofdmonitor*1)

    Model

    Draadloos monitorstation
    (Submonitor*1)

    Deurstation
    (Deurtelefoon*1)

    VL-SWD501EX

    VL-MWD501EX

    VL-WD613EX

    VL-V554EX

    VL-SWD501UEX

    VL-MWD501EX

    VL-WD613EX

    VL-V554UEX

    *1

    De productnaam die in deze handleiding wordt gebruikt.
    Afbeelding van product

    VL-MWD501EX

    VL-WD613EX

    VL-V554EX (oppervlakbevestiging)/
    VL-V554UEX (verzonken bevestiging)

    R De afbeeldingen in de meegeleverde handleiding(en) kunnen licht afwijken van het eigenlijke product.
    Let op:
    R Lees het label achter op de hoofdmonitor voordat u dit product aansluit of gebruikt.

    1.2 Accessoires
    1.2.1 Meegeleverde accessoires
    Voor de submonitor
    Accessoire

    Lichtnetadapter/
    PNLV226CE*1
    Aantal
    *1

    Lichtnetadapter/
    PNLV226E*1

    1

    1

    Oplaadbare batterijen
    2

    Oplader
    1

    Voer de lichtnetadapter die niet wordt gebruikt op de voorgeschreven manier af.

    Opmerking:
    R De accessoires voor installatie van de hoofdmonitor en de deurtelefoon staan beschreven in de meegeleverde
    Installatiehandleiding.
    R Om de oplader tegen de muur te bevestigen hebt u de volgende extra items nodig (in de handel verkrijgbaar).
    – Schroeven ´ 2 (voor bevestiging aan de muur):
    Zorg voor de juiste schroeven voor het materiaal, de constructie, de sterkte en andere omstandigheden van of rond de
    plaats van bevestiging en voor het totale gewicht van de objecten die u wilt monteren.

    1.2.2 Aanvullende/vervangende accessoires
    Neem voor verkoopinformatie contact op met uw dichtstbijzijnde Panasonic-leverancier.

    3



  • Page 4

    1. Inleiding
    Per november 2013
    Accessoire
    Oplaadbare batterijen

    Aantal apparaten dat kan worden aangesloten

    Bestelnummer
    HHR-4MVE*1
    Type batterij:
    – nikkel-metaalhydride (Ni-MH)
    – 2 x AAA (R03) per handset

    -

    Deurstation (deurtelefoon genoemd)

    VL-V554EX (oppervlakbevestiging)

    Submonitor

    VL-WD613EX

    Max. 6 (inclusief meegeleverde apparaten)

    Draadloze sensorcamera (camera
    genoemd)

    VL-WD812EX

    Max. 4

    DECT-versterker (versterker genoemd)

    VL-FKD2EX

    Max. 2

    *1

    VL-V554UEX (verzonken bevestiging)

    Max. 2 (inclusief meegeleverde apparaten)

    Vervangende batterijen kunnen een andere capaciteit hebben dan de meegeleverde batterijen.

    1.3 Algemene informatie
    R Neem bij problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van uw apparatuur.
    Conformiteitsverklaring:
    R Panasonic System Networks Co., Ltd. verklaart dat deze apparatuur (VL-SWD501EX/VL-SWD501UEX) voldoet aan de van
    toepassing zijnde vereisten en andere relevante voorwaarden van Richtlijn 1999/5/EG voor radioapparatuur en
    telecommunicatie-eindapparatuur (R&TTE).
    De conformiteitsverklaring voor de relevante Panasonic-producten die in deze handleiding worden beschreven, kan worden
    gedownload op:
    http://www.ptc.panasonic.eu
    Neem contact op met een erkende vertegenwoordiger:
    Panasonic Testing Centre
    Panasonic Marketing Europe GmbH
    Winsbergring 15, 22525 Hamburg, Germany
    Voor later gebruik
    Wij raden u aan om de volgende gegevens te noteren. Dit is handig voor reparaties die vallen onder de garantie.
    Serienummer

    Aankoopdatum

    (aanwezig op achterzijde hoofdmonitor)
    Naam en adres leverancier
    Bevestig hier uw aankoopbon.

    1.4 Procedures en pictogrammen voor de bediening
    n Deze handleiding bevat procedures voor de bediening van het product. Deze procedures worden als volgt beschreven:
    Voorbeeld hoofdmonitor:
    Raak in het hoofdmenu van de hoofdmonitor

    ®

    ® [Registreren/annuleren] ® [Registreren] ® [Camera] aan.

    Betekenis
    Raak in het hoofdmenu van de hoofdmonitor achtereenvolgens
    [Camera] aan.

    4

    ,

    , [Registreren/annuleren], [Registreren] en



  • Page 5

    1. Inleiding



    Tussen [ ] worden de aanraakknoppen weergegeven.
    Tussen " " worden items of berichten op het scherm weergegeven die niet kunnen worden geselecteerd.

    Voorbeeld submonitor:


    (

    : "Belsignaal" ®

    (

    )

    Betekenis
    Druk op de ronde knop in het midden van de multifunctionele knop (
    omhoog of omlaag te drukken (

    ), selecteer "Belsignaal" door de multifunctionele knop

    ) en druk vervolgens op de ronde knop (

    ).



    Tussen " " worden instellingen, items en berichten op het scherm weergegeven.



    Tussen "( )" na multifunctionele knoppen (

    ,

    of

    ) worden de woorden of pictogrammen op het scherm

    weergegeven die boven de multifunctionele knoppen staan.
    n Pictogrammen worden in deze handleiding op de volgende manier gebruikt.
    : geeft aan dat de informatie of procedure betrekking heeft op de hoofdmonitor.
    : geeft aan dat de informatie of procedure betrekking heeft op de submonitor.
    : geeft aan dat de informatie of procedure betrekking heeft op de camera.
    : geeft aan dat de informatie of procedure betrekking heeft op de versterker.

    1.5 Handelsmerken en gedeponeerde merken
    R SDXC Logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
    R Mac OS, QuickTime en het QuickTime-logo zijn handelsmerken van Apple Inc., die in de Verenigde Staten en andere landen
    zijn gedeponeerd.
    R Microsoft, Windows, Windows Vista en Windows Media zijn (gedeponeerde) handelsmerken van Microsoft Corporation in de
    Verenigde Staten en/of andere landen.
    R De software van de submonitor is deels gebaseerd op het werk van de Independent JPEG Group.
    R Alle andere handelsmerken die hier worden genoemd zijn eigendom van de desbetreffende eigenaren.

    1.6 Afkortingen
    In deze handleiding worden de volgende afkortingen gebruikt.
    R Het besturingssysteem Microsoft® Windows® XP wordt aangegeven als Windows XP.
    R Het besturingssysteem Microsoft® Windows Vista® wordt aangegeven als Windows Vista.
    R Het besturingssysteem Microsoft® Windows® 7 wordt aangegeven als Windows 7.
    R Het besturingssysteem Microsoft® Windows® 8 wordt aangegeven als Windows 8.
    R De geheugenkaarten van het type SDXC/SDHC/miniSDHC/microSDHC/SD/miniSD/microSD worden aangegeven als
    SD-kaart.

    5



  • Page 6

    2. Belangrijke informatie

    2.1 Voor uw veiligheid
    2. . Belangrijke informatie

    Om ernstig letsel en gevaar voor uw leven/eigendommen te
    voorkomen moet u dit gedeelte goed nalezen voordat u het
    product in gebruik neemt. Zorg ervoor dat u het product correct
    en veilig kunt gebruiken.

    WAARSCHUWING
    Brand en elektrische schokken voorkomen
    R Gebruik alleen de stroombron die op het product wordt
    aangegeven. Als u niet zeker weet welke spanning bij u
    thuis beschikbaar is, neemt u contact op met uw leverancier
    of het energiebedrijf.
    R Gebruik alleen de meegeleverde voedingseenheid en
    lichtnetadapter.
    R Probeer dit product niet uit elkaar te halen of te modificeren.
    Neem voor reparatie contact op met een erkend
    servicecentrum.
    R Raak de voedingseenheid en lichtnetadapter nooit aan met
    natte handen.
    R Raak de voedingseenheid en lichtnetadapter niet aan
    tijdens onweer.
    R Gebruik het product (behalve de deurtelefoon) niet op
    plaatsen die zijn blootgesteld aan regen, vocht, stoom of
    vettige rook, of in een omgeving met veel stof.
    R Voer geen handelingen uit die de voedingskabel en
    lichtnetadapter kunnen beschadigen (fabriceren,
    ombuigen, uitrekken, samenbinden, sterk buigen,
    beschadigen, wijzigen, blootstellen aan warmtebronnen of
    zware voorwerpen plaatsen op de voedingskabel en
    lichtnetadapter). Gebruik van het product met een
    beschadigde voedingskabel of lichtnetadapter kan een
    elektrische schok, kortsluiting of brand veroorzaken. Neem
    voor reparatie contact op met een erkend servicecentrum.
    R Zorg ervoor dat u het stopcontact of de bedrading niet
    overbelast. Overbelasting door een te groot aantal
    aansluitingen op één stopcontact kan warmteontwikkeling
    veroorzaken met mogelijk brand tot gevolg.
    R Plaats geen metalen voorwerpen in het product. Mors geen
    vloeistoffen op het product (deurtelefoon uitgezonderd).
    Als metalen voorwerpen in het product komen of als het
    product nat wordt, schakelt u de desbetreffende
    stroomgroep uit of trekt u de stekker van het product uit het
    stopcontact. Neem vervolgens contact op met een erkend
    servicecentrum.
    R Gebruik geen magnetron of andere apparatuur, zoals
    inductieverwarming, om het droogproces van onderdelen
    van het product sneller te laten verlopen.
    R Steek de lichtnetadapter volledig in het stopcontact. Als u
    dit niet doet, kan dit leiden tot elektrische schokken en/of
    extreme hitte die brand kan veroorzaken. Gebruik geen
    lichtnetadapters of stopcontacten die beschadigd zijn.
    R Verwijder regelmatig stof enzovoort van de lichtnetadapter
    door deze uit het stopcontact te trekken en vervolgens met
    een droge doek te reinigen. Opgehoopt stof kan leiden tot
    opeenhoping van vocht en dergelijke waardoor brand kan
    ontstaan.

    6

    R Schakel de desbetreffende stroomgroep uit of trek de
    stekker van het product uit het stopcontact als het product
    rook, een abnormale geur of een abnormaal geluid
    produceert, of als het product is gevallen of fysiek is
    beschadigd. Deze omstandigheden kunnen leiden tot
    brand of elektrische schokken. Controleer of de rook
    gestopt is en neem contact op met een erkend
    servicecentrum.
    R Trek de lichtnetadapter aan de behuizing (niet aan de
    metalen delen) uit het stopcontact. Wanneer u de
    lichtnetadapter aan het snoer of aan de contacten uit het
    stopcontact trekt, kan dit leiden tot brand, elektrische
    schokken of letsel.
    Ongelukken voorkomen
    R SD-kaarten kunnen verstikkingsgevaar betekenen. Houd
    SD-kaarten buiten het bereik van kinderen. Als u vermoedt
    dat een kind een SD-kaart heeft ingeslikt, raadpleeg dan
    onmiddellijk een arts.
    R Gebruik dit product niet in zorginstellingen wanneer in deze
    instellingen wordt aangegeven dat dit niet is toegestaan.
    Ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen apparatuur
    gebruiken die gevoelig is voor externe radiofrequente
    energie.
    R Installeer of gebruik dit product niet in de buurt van
    automatische apparaten, zoals automatische deuren en
    brandalarmen. De door dit product uitgezonden
    radiogolven kunnen storingen in dergelijke apparaten
    veroorzaken waardoor ongelukken kunnen gebeuren.
    R Neem contact op met de fabrikanten van uw persoonlijke
    medische apparatuur, zoals pacemakers of
    gehoorapparaten, om te controleren of die apparatuur
    voldoende is beschermd tegen externe radiofrequente
    energie. (Dit product werkt in het frequentiegebied tussen
    1,88 GHz en 1,90 GHz en levert een maximaal
    zendvermogen van 250 mW.)

    LET OP
    Ongelukken, letsel en schade aan eigendommen
    voorkomen
    R Gebruik dit product niet in instabiele omgevingen of
    omgevingen die blootstaan aan sterke trillingen. Hierdoor
    kan het product vallen, met schade aan het product of letsel
    tot gevolg.
    R Houd uw oren niet in de buurt van de luidspreker. Hard
    geluid uit de luidspreker kan tot gehoorbeschadiging
    leiden.
    R Plaats geen muntstukken of andere metalen voorwerpen
    in de oplader. Metalen voorwerpen kunnen warm worden,
    wat brandwonden kan veroorzaken.
    R Plaats geen magneetkaarten of andere apparaten met
    magnetische gegevensopslag, zoals creditcards, in de
    buurt van de oplader. De kaarten of apparaten kunnen
    onbruikbaar worden.



  • Page 7

    2. Belangrijke informatie
    Batterijen van de submonitor
    Lekkage, warmteontwikkeling, breuk en ongelukken
    voorkomen
    R Wij adviseren de batterijen, zoals vermeld op pagina 4, te
    gebruiken. GEBRUIK ALLEEN oplaadbare
    Ni-MH-batterijen van het type AAA (R03).
    R Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
    R Open of beschadig de batterijen niet. Elektrolyten die uit de
    batterijen vrijkomen zijn bijtend en kunnen brandwonden of
    letsel aan ogen en huid veroorzaken. De elektrolyt is giftig
    en kan bij inslikken schade veroorzaken.
    R Laad de batterijen meegeleverd met of bedoeld voor
    gebruik met dit product alleen op volgens de aanwijzingen
    en beperkingen in deze handleiding.
    R Maak batterijen nooit warm en gooi ze nooit in een open
    vuur.
    R Raak de batterijcontacten ( , ) niet aan met metalen
    voorwerpen.
    R Ga voorzichtig met de batterijen om. Raak de batterijen niet
    aan met geleidende materialen, zoals ringen, armbanden
    of sleutels. Dit kan kortsluiting veroorzaken, waardoor de
    batterijen en/of het geleidende materiaal heet kunnen
    worden en brandwonden kunnen veroorzaken.
    R Gebruik voor het opladen van de batterijen alleen de
    voorgeschreven oplader en lichtnetadapter. Als u deze
    aanwijzingen niet opvolgt, kunnen de batterijen opzwellen
    of exploderen.

    2.2 Belangrijke veiligheidsinstructies
    Volg bij gebruik van dit product altijd de veiligheidsvoorschriften
    ter voorkoming van brand, elektrische schokken of persoonlijk
    letsel.
    1. Gebruik dit product niet in de buurt van water (bijvoorbeeld
    in de buurt van een bad, wasbak, aanrecht, wasteil,
    vochtige kelder of zwembad).
    2. Gebruik alleen de voedingseenheid, lichtnetadapter en
    batterijen die in deze handleiding worden beschreven.
    Gooi nooit batterijen in een open vuur.
    Ze kunnen exploderen. Houd u bij het weggooien van
    batterijen aan de lokale milieuvoorschriften.
    BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

    2.3 Voor de beste prestaties
    Locatie/storing vermijden (hoofdmonitor/submonitor)
    De hoofdmonitor, submonitor en andere compatibele
    Panasonic-apparaten gebruiken radiogolven voor de
    onderlinge communicatie. (Dit product werkt in het
    frequentiegebied tussen 1,88 GHz en 1,90 GHz en levert een
    maximaal zendvermogen van 250 mW.)
    R Voor een maximaal bereik (circa 100 m) en communicatie
    zonder storing installeert u de hoofdmonitor:
    – op een gemakkelijk bereikbare, hoge en centrale
    locatie (binnenshuis) zonder obstakels tussen de
    submonitor en de hoofdmonitor;



    buiten bereik van elektronische apparatuur, zoals
    televisietoestellen, radio’s, computers, draadloze
    apparatuur en draadloze telefoons;
    – uit de buurt van radiozenders, zoals de zendmasten
    voor mobiele telefoons. (Zet de hoofdmonitor bij
    voorkeur niet bij een raam.)
    R Het bereik en de spraakkwaliteit zijn afhankelijk van lokale
    omgevingsomstandigheden.
    R Zet de oplader niet in de buurt van een televisie, luidspreker
    of andere apparatuur die elektromagnetische golven
    produceert. Wanneer u hier niet op let, is de oplader
    mogelijk niet in staat om het product op te laden.
    Omgeving (hoofdmonitor/submonitor)
    R Houd het apparaat (hoofdmonitor en submonitor) uit de
    buurt van apparatuur die elektrische interferentie
    genereert, zoals tl-lampen en motoren.
    R Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
    R Houd het apparaat uit de buurt van warmtebronnen, zoals
    verwarmings- en kooktoestellen. Plaats het apparaat niet
    in een kamer waarin de temperatuur lager is dan 0 °C of
    hoger dan 40 °C. Plaats het apparaat ook niet in vochtige
    kelders.
    R Installeer het apparaat niet op locaties met plotselinge
    temperatuurwisselingen. Er zou zich condens kunnen
    vormen op het apparaat, met mogelijke defecten tot gevolg.
    R Zelfs wanneer de hoofdmonitor en de submonitor binnen
    100 m afstand van elkaar worden gebruikt, kunnen er zich,
    als er obstakels zijn, problemen voordoen, bijvoorbeeld
    een zwakker signaal, ruis, wegvallen van de verbinding,
    vervormd beeld en trage vernieuwing van het beeld.
    Obstakels zijn bijvoorbeeld:
    – Metalen deuren of metalen jaloezieën.
    – Isolatie met aluminiumfolie.
    – Betonnen muren of muren met gegalvaniseerd metaal.
    – Gebruik van de submonitor in een ander gebouw of
    ander deel van het huis, bijvoorbeeld op een andere
    verdieping dan de hoofdmonitor.
    – Veel muren.
    – Ramen met dubbelglas.
    R Sommige soorten hoortoestellen kunnen storing
    ondervinden van de draadloze communicatie tussen de
    hoofdmonitor, submonitor en andere compatibele
    Panasonic-apparaten.
    R Gebruik van het apparaat in de buurt van elektrische
    apparaten kan storing veroorzaken. Ga uit de buurt van het
    elektrische apparaat.
    R In een omgeving met een sterk elektrisch veld kan het beeld
    of geluid van het apparaat worden gestoord.

    2.4 Andere belangrijke informatie
    R De lichtnetadapter is de hoofdaansluiting. Zorg ervoor dat
    er een gemakkelijk bereikbaar stopcontact in de buurt van
    het product aanwezig is.

    7



  • Page 8

    2. Belangrijke informatie
    Let op:
    R Ontploffingsgevaar als een batterij wordt vervangen
    door het verkeerde type. Voer gebruikte batterijen af
    conform de voorschriften.
    Afluisteren
    Dit product werkt met digitale draadloze technologie, wat
    betekent dat een oproep niet zomaar kan worden onderschept.
    Doordat het product voor de communicatie ook met radiogolven
    werkt, is het echter wel mogelijk dat oproepen worden
    afgeluisterd door derden.
    R Met afluisteren wordt bedoeld dat een andere partij met
    opzet of per ongeluk een radiobericht onderschept met een
    ontvanger.
    Privacy en portretrecht
    Houd bij de installatie en het gebruik van de deurtelefoon
    rekening met de rechten en privacy van anderen.
    R Onder privacy wordt vaak verstaan dat mensen of groepen
    moeten kunnen voorkomen dat informatie over zichzelf
    bekend wordt bij andere mensen dan de personen aan wie
    die mensen of groepen die informatie zelf zouden geven.
    Portretrecht is het recht van een persoon om te voorkomen
    dat een afbeelding van zichzelf zomaar zonder
    toestemming wordt gebruikt.
    Persoonlijke gegevens
    Er worden persoonlijke gegevens (beeld en geluid van
    bezoekers en dergelijke) opgenomen in het interne geheugen
    van de hoofdmonitor en op SD-kaarten. Panasonic is niet
    aansprakelijk voor onvoorziene schade die voortvloeit uit het
    bekend worden van de opgenomen informatie.
    R Disclaimer
    Opgenomen gegevens kunnen worden gewijzigd of
    verwijderd als gevolg van onjuiste bediening, blootstelling
    aan statische elektriciteit, ongelukken, storing, reparatie of
    andere handelingen. Panasonic is niet aansprakelijk voor
    directe of indirecte schade die voortvloeit uit verlies of
    aanpassing van opgenomen beelden.
    Het product laten repareren
    R Kopieer opgenomen gegevens van het interne geheugen
    van de hoofdmonitor naar een SD-kaart en verwijder
    vervolgens alle opgenomen gegevens uit het interne
    geheugen, voordat u het product laat repareren. Nadat u
    de gegevens hebt gekopieerd, mag u niet vergeten om de
    SD-kaart uit de hoofdmonitor te halen.
    R Nadat u de gegevens hebt gekopieerd, moet u de
    instellingen van de hoofdmonitor en de submonitor
    initialiseren.*1 (Bij het initialiseren van de instellingen
    worden alle gegevens die in het interne geheugen zijn
    opgeslagen, verwijderd.)
    – Als u het product laat repareren zonder dat het op
    voorhand is geïnitialiseerd, kan na reparatie blijken dat
    het geheugen van de hoofd- of submonitor (inclusief
    opgenomen gegevens en instellingen) is gewist of dat
    de fabrieksinstellingen zijn teruggezet.
    – Als gebruik niet mogelijk is door een defect van de
    hoofd- of submonitor, informeer dan bij de plaats van
    aanschaf.

    8

    Het product weggooien, overdagen of terugsturen
    R In dit product kunnen privégegevens of vertrouwelijke
    gegevens zijn opgeslagen.
    Ter bescherming van uw privacy raden wij u aan om alle
    gegevens (opnamen) uit het geheugen te wissen voordat
    u het product weggooit, overdraagt of terugstuurt.
    Alle opgenomen beelden kunnen in één keer worden
    verwijderd door de hoofdmonitor of de submonitor te
    initialiseren.*1
    R Verwijder de SD-kaart uit de hoofdmonitor.
    – Zie pagina 10 voor meer informatie over het
    weggooien of overdragen van de SD-kaart.
    *1

    Hoofdmonitor: voer [Init. + Beelden verw.] uit in
    [Instellingen initialiseren]. (® pagina 37)
    Submonitor: voer "Initialiseren" uit. (® pagina 38)

    Informatie voor gebruikers betreffende het verzamelen en
    afvoeren van oude apparaten en lege batterijen
    A

    B

    C

    Deze symbolen (A, B, C) op de producten, verpakkingen en/
    of begeleidende documenten betekenen dat gebruikte
    elektrische en elektronische producten en batterijen niet met
    het algemene huishoudelijke afval gemengd mogen worden.
    Voor een correcte behandeling, recuperatie en recyclage van
    oude producten en lege batterijen moeten zij naar de bevoegde
    verzamelpunten gebracht worden in overeenstemming met uw
    nationale wetgeving en de Richtlijnen 2002/96/EC en 2006/66/
    EC.
    Door deze producten en batterijen correct af te voeren draagt
    u uw steentje bij tot het beschermen van waardevolle middelen
    en tot de preventie van potentiële negatieve effecten op de
    gezondheid van de mens en op het milieu die anders door een
    onvakkundige afvalverwerking zouden kunnen ontstaan.
    Voor meer informatie over het verzamelen en recyclen van
    oude producten en batterijen, gelieve contact op te nemen met
    uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwijderingsdiensten of de
    winkel waar u de goederen gekocht hebt.
    Voor een niet-correcte verwijdering van dit afval kunnen boetes
    opgelegd worden in overeenstemming met de nationale
    wetgeving.
    Voor zakelijke gebruikers in de Europese Unie
    Indien u elektrische en elektronische apparaten wilt afvoeren,
    neem dan contact op met uw dealer voor meer informatie.
    Informatie over de verwijdering in andere landen buiten de
    Europese Unie
    Deze symbolen (A, B, C) zijn enkel geldig in de Europese
    Unie. Indien u deze producten wilt afvoeren, neem dan contact
    op met uw plaatselijke autoriteiten of dealer, en vraag
    informatie over de correcte wijze om deze producten af te
    voeren.



  • Page 9

    2. Belangrijke informatie
    Opmerking over het batterijensymbool
    Dit symbool (B) kan gebruikt worden in combinatie met een
    chemisch symbool (C). In dat geval wordt de eis, vastgelegd
    door de Richtlijn voor de betrokken chemische producten
    vervuld.
    Overig
    R Het is niet toegestaan om dit product uit elkaar te halen of
    te modificeren. Neem voor reparatie contact op met de
    leverancier bij wie u dit product hebt gekocht.
    R Dit product kan niet worden gebruikt zonder stroomtoevoer.
    R Voor opgenomen beelden:
    Het opgenomen beeld gaat mogelijk verloren bij:
    – verkeerd gebruik;
    – elektrische schokken of radiostoring;
    – uitval van de stroomvoorziening tijdens gebruik.
    R Panasonic is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van
    externe factoren zoals een stroomstoring.
    R Verwijder de hoofdmonitor en de deurtelefoon van de muur
    als u ze niet meer gebruikt. Zo voorkomt u dat ze vallen.
    (Raadpleeg uw leverancier voor informatie over het
    verwijderen van het product.)

    9



  • Page 10

    3. Voorbereiding

    3. . Voorbereiding

    3.1 SD-kaarten gebruiken (apart
    verkrijgbaar)

    1 Controleer of het scherm van de hoofdmonitor uit is en
    steek de SD-kaart in de SD-kaartsleuf (A).

    SD-kaarten kunnen in de hoofdmonitor worden gebruikt om
    beeld en geluid van de deurtelefoon en camera op te nemen.
    (® pagina 19)
    Wanneer geen SD-kaart wordt gebruikt, wordt het beeld
    opgeslagen in het interne geheugen van de hoofdmonitor. In
    dit geval kan alleen het beeld van de deurtelefoon worden
    opgeslagen. De geheugencapaciteit is beperkt. We raden u
    daarom aan om SD-kaarten te gebruiken voor de opslag van
    beelden.
    Zie pagina 42 voor meer informatie over de SD-kaarten
    die kunnen worden gebruikt.

    3.1.1 Voorzorgsmaatregelen voor SD-kaarten
    R De SD-kaartindicator (® pagina 11) knippert bij het
    lezen of opslaan van gegevens van of op de SD-kaart.
    Zolang de SD-kaartindicator knippert, mag u de SD-kaart
    niet verwijderen, niet op de knop RESET (® pagina 11) drukken en de stroomtoevoer naar de hoofdmonitor niet uitschakelen. Anders kunnen de gegevens
    beschadigd raken.
    R SD-kaarten die door een computer of ander apparaat zijn
    geformatteerd, moeten eerst door de hoofdmonitor worden geformatteerd voordat ze geschikt zijn voor gebruik.
    (® pagina 41)
    R Wanneer de schrijfbeveiligingsschakelaar (A) op de vergrendelde stand
    ("LOCK") staat, kan de SD-kaart niet
    worden geformatteerd en is het niet
    mogelijk om beeld en geluid op te nemen of te verwijderen.

    A

    B

    R Steek de SD-kaart met het afgeschuinde hoekje (B)
    naar binnen. De kaart moet vastklikken.
    R De SD-kaartindicator knippert en de hoofdmonitor
    controleert de opgenomen beelden.

    2 Controleer of "De SD-kaart is gereed." wordt weergegeven
    op het scherm.
    R De SD-kaartindicator gaat uit en vervolgens gaat het
    scherm automatisch uit.

    SD-kaarten verwijderen
    Nadat u hebt gecontroleerd of de SD-kaartindicator uit is, duwt
    u de SD-kaart verder naar binnen, waarna u de kaart kunt
    verwijderen.

    3.2 Bediening
    3.2.1 Deurtelefoon

    A

    R Wij raden u aan om van belangrijke gegevens een
    back-up te maken op een computer of ander apparaat.
    Gegevens op een SD-kaart kunnen beschadigd raken of
    worden verwijderd bij een defect van de SD-kaart of
    wanneer ze blootstaan aan elektromagnetische golven
    of statische elektriciteit.
    SD-kaarten afvoeren of overdragen
    R Gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer van
    de gegevens op een SD-kaart.
    Bij het formatteren of wissen van een SD-kaart door de
    hoofdmonitor, een computer of een ander apparaat
    wordt alleen bepaalde informatie voor het bestandsbeheer gewist. Niet alle gegevens worden van de SD-kaart
    verwijderd. Als u een SD-kaart wilt wegdoen, raden wij
    u aan om de SD-kaart fysiek te vernietigen of om alle
    gegevens op de SD-kaart grondig te wissen met speciaal
    daarvoor in de handel verkrijgbare computersoftware.

    D
    E

    A
    B
    C

    F
    G

    Lensafdekking
    LED-lampjes (voor verlichting)
    Naamplaatje (meegeleverd accessoire)
    R Kan naar wens worden aangebracht bij installatie van
    de deurtelefoon.
    Microfoon
    Cameralens
    Luidspreker

    3.1.2 SD-kaarten plaatsen

    Belknop en indicator (rood)

    Belangrijk:
    R Raak de metalen contacten van de SD-kaart niet aan.

    R Het rode indicatielampje brandt wanneer het apparaat
    stroom krijgt.

    10



  • Page 11

    3. Voorbereiding
    Beeldkwaliteit van de deurtelefoon
    De kwaliteit van het beeld van de deurtelefoon kan wisselen.
    Dit hangt af van factoren als de installatieomgeving en het
    tijdstip.
    Zie pagina 44 voor meer informatie.

    Uitknop
    In deze handleiding aangegeven als

    .

    Resetknop
    Als de hoofdmonitor niet normaal kan worden bediend,
    drukt u met een voorwerp met een scherpe punt op de knop
    RESET om de hoofdmonitor te resetten. (Dit verandert
    niets aan de opgenomen beelden en de geconfigureerde
    instellingen.)

    3.2.2 Hoofdmonitor

    3.2.3 Submonitor

    A

    D

    E
    F
    G

    B

    E

    H

    C

    A

    D

    F

    I
    B
    G

    C

    H
    I

    J

    Display (aanraakpaneel) (® pagina 12)
    Meldingsindicator (blauw)

    J

    R Knippert wanneer er een melding is. (® pagina 13)
    – Wanneer het display wordt aangeraakt, wordt het
    hoofdmenu weergegeven en stopt de indicator met
    knipperen.

    Display (® pagina 13)
    Multifunctionele knoppen

    Luidspreker

    B

    Spreekknop en indicator (blauw)
    .

    In deze handleiding aangegeven als

    A

    R De indicator knippert bij een inkomende oproep van
    een deurtelefoon of submonitor en brandt gedurende
    een oproep.
    R Wanneer de aanraakknop

    wordt

    weergegeven op het scherm, kunnen oproepen ook
    worden beantwoord door deze knop aan te raken.
    SD-kaartsleuf (zijpaneel) (® pagina 10)

    A Pictogrammen voor interactieve toetsen (®
    pagina 14)
    Hier zijn de functies te zien die kunnen worden bediend met

    Hiermee worden de aanraakknoppen en pictogrammen in

    ,

    en

    .

    het beeld weergegeven of verborgen.
    Microfoon
    SD-kaartindicator (blauw)
    R Knippert bij het lezen of opslaan van gegevens van of
    op de SD-kaart. (® pagina 10)

    B

    wordt weergegeven in schermen zoals het

    informatiescherm (® pagina 13). De pijlen die te zien zijn
    in

    geven de richting aan waarin de knop kan worden

    gedrukt.

    11



  • Page 12

    3. Voorbereiding
    R In het informatiescherm kan het volume worden
    gewijzigd door

    omhoog of omlaag te duwen.

    nadat de datum- en tijdinstellingen zijn geconfigureerd. Zie
    pagina 15.)
    Afbeeldingsweergavescherm

    (monitor) (® pagina 18, 24)

    C

    Ladingsindicator (® pagina 15)
    Antenne (ingebouwd)
    R Dek de antenne niet af tijdens het gebruik van de
    submonitor. (Dit kan de radiogolven verzwakken.)
    Luidspreker
    (pagina) (® pagina 17, 18)

    B

    (uit)

    "Wel berichten" wordt weergegeven wanneer er meldingen
    zijn.

    (spreken) (® pagina 17)

    Raak [Controleren] aan om de inhoud van de melding te
    bekijken.

    Microfoon

    Aanraakknoppen (knoppen in donkerblauw op het scherm)

    3.3 Displays
    3.3.1 Hoofdmonitor - aanraakpaneel en
    scherminformatie
    Belangrijk:
    R Raak het display alleen aan met uw vingers.
    R Bedien het display niet met harde en/of puntige
    voorwerpen (een balpen bijvoorbeeld), een scherp
    voorwerp of uw nagels.
    R Duw niet te hard op het display.
    R Gebruik geen in de handel verkrijgbare beschermfolie
    voor LCD-schermen. Bij gebruik van een
    beschermfolie werkt het aanraakpaneel mogelijk niet
    goed.
    R Bij plotselinge veranderingen in de temperatuur,
    bijvoorbeeld na het inschakelen van de verwarming of
    koeling, kan het lijken alsof de binnenkant van het
    display beslaat en werkt het apparaat mogelijk niet
    goed. Wacht in dit geval 1 à 2 uur voordat u het display
    gebruikt.

    De aanraakknoppen veranderen mee met het
    weergegeven scherm en de handelingen die worden
    verricht.
    R Raak knoppen op het scherm aan om een handeling te
    verrichten.
    – Wanneer een knop wordt aangeraakt, is een toon
    te horen en wordt de knop oranje.
    – Het geluid dat de hoofdmonitor maakt kan worden
    uitgeschakeld in de instellingen onder
    [Aanraakgeluid]. (® pagina 37)
    – Zie pagina 12 voor informatie over de knoppen
    van het hoofdmenu.
    – Zie pagina 13 voor informatie over de
    voornaamste knoppen van het
    afbeeldingsweergavescherm.
    Statusinformatiepictogrammen (® pagina 13)
    Knoppen van het hoofdmenu
    Knop

    Opgenomen
    beelden

    Hoofdmenu

    ヒビホパパ モヮ

    Hiermee geeft u een lijst met opgenomen
    beelden weer. (® pagina 20)
    R "Nieuw" wordt weergegeven wanneer er berichten zijn die nog niet zijn
    bekeken.
    Hiermee monitort u de deurtelefoon of
    camera. (® pagina 18, 24)

    20 Februari
    2014

    A

    B
    Opgenomen
    beelden

    Het hoofdmenu is het scherm dat wordt weergegeven wanneer
    u het stand-byscherm (zwart) aanraakt. (Alleen weergegeven

    12

    Actie

    Hiermee roept u de submonitor op. (®
    pagina 18)
    Hiermee geeft u het instelmenu weer.
    (® pagina 26, 35)



  • Page 13

    3. Voorbereiding
    Knop

    Actie

    Pictogram

    Betekenis

    Hiermee geeft u de volgende informatiemenu’s weer:
    A

    B

    Hiermee wordt aangegeven welke camera een oproep doet of heeft, of wordt gemonitord.
    ("1" is het nummer van het apparaat in
    kwestie.)

    C

    Hiermee wordt aangegeven dat de hoofdmonitor een oproep heeft.

    R Raak de knop aan van het menu dat
    u wilt bekijken.
    A Hiermee geeft u meldingen voor
    de hoofdmonitor en camera weer.
    B Hiermee geeft u de opnamegegevens weer (opslagbestemming, beschikbaar geheugen enzovoort).
    C Hiermee geeft u weer of de sensoren zijn ingeschakeld en of verbinding met de camera mogelijk is.

    Hiermee wordt aangegeven dat de hoofdmonitor bezig is met monitoring.
    Hiermee wordt aangegeven dat beelden
    worden opgenomen. (® pagina 20)
    Hiermee wordt aangegeven dat de
    LED-lampjes van de deurtelefoon branden. (® pagina 34)
    Hiermee wordt aangegeven dat de modus "Indrukken om te spreken" aan is.
    (® pagina 17)

    Voornaamste knoppen van het
    afbeeldingsweergavescherm
    Knop

    Hiermee wordt aangegeven dat de
    schrijfbeveiligingsschakelaar van deze
    SD-kaart op de vergrendelde stand
    ("LOCK") staat of dat er een SD-kaart is
    geplaatst waarop niet kan worden opgenomen. (® pagina 10)

    Actie
    Hiermee beantwoordt of start u een oproep van of met de weergegeven bezoeker.
    Hiermee monitort u de weergegeven bezoeker. (U kunt beeld en geluid monitoren.)
    Hiermee geeft u de menu’s weer.

    3.3.2 Submonitor - monitordisplay
    Informatiescherm

    Hiermee wijzigt u het display van breedbeeld in volledig-beeldweergave. (® pagina 33)
    A

    Hiermee neemt u het weergegeven beeld
    op. (® pagina 20, 25)
    Hiermee keert u terug naar het vorige
    scherm.
    Hiermee opent u het elektrische deurslot.
    (® pagina 29)
    Hiermee opent u het elektrische slagboomslot. (® pagina 29)
    Hiermee schakelt u oproepen van de
    hoofdmonitor door naar de submonitor.
    (® pagina 17)

    B

    Het informatiescherm wordt weergegeven wanneer de
    submonitor van de oplader wordt gehaald of wanneer op
    ,

    ,

    of

    wordt gedrukt wanneer

    het scherm uit is.

    Statusinformatiepictogrammen
    Pictogram

    Betekenis
    Hiermee wordt aangegeven welke deurtelefoon een oproep doet of heeft, of
    wordt gemonitord.
    ("1" is het nummer van het apparaat in
    kwestie.)

    13



  • Page 14

    3. Voorbereiding
    Spreek-/monitoringscherm

    ƪンユヤ
    ƪンユヤ

    Pictogram

    Hiermee wordt aangegeven dat beelden
    worden opgenomen. (® pagina 20)

    A

    Hiermee wordt aangegeven dat de
    LED-lampjes van de deurtelefoon
    "Aan" zijn. (® pagina 34)

    Ʒ
    Ʒ
    Ʒ
    Ʒ

    Pictogrammen voor interactieve toetsen
    Pictogram

    B

    Pictogram

    Actie
    Hiermee geeft u de menu’s weer.

    Statusinformatiepictogrammen

    Hiermee voert u het geselecteerde item
    of de geselecteerde actie uit.

    Betekenis

    Hiermee keert u terug naar het vorige
    scherm.

    Batterijniveau. (® pagina 15)

    Hiermee opent u het elektrisch slot. (®
    pagina 29)

    Bereik: hoe meer blokjes, hoe sterker
    het signaal tussen de submonitor en de
    hoofdmonitor.

    Hiermee zet u het display op zoomweergave. (® pagina 33)

    Buiten bereik.

    Hiermee zet u het display op breedbeeld. (® pagina 33)

    Het nummer van de submonitor die
    wordt gebruikt.
    Hiermee wordt aangegeven dat het volume van het belsignaal van de deurtelefoon is gedempt.
    Hiermee wordt aangegeven dat het volume van het belsignaal van de camera
    is gedempt.
    Hiermee wordt aangegeven welke deurtelefoon een oproep doet of heeft, of
    wordt gemonitord.
    ("1" is het nummer van het apparaat in
    kwestie.)
    Hiermee wordt aangegeven welke camera een oproep doet of heeft, of wordt
    gemonitord.
    ("1" is het nummer van het apparaat in
    kwestie.)
    Hiermee wordt aangegeven dat er een
    oproep is van de deurtelefoon terwijl er
    een oproep gaat naar of loopt met een
    ander apparaat of terwijl een ander apparaat wordt gemonitord. (® pagina 32)
    Hiermee wordt aangegeven dat er een
    oproep is van de camera terwijl er een
    oproep gaat naar of loopt met een ander
    apparaat of terwijl een ander apparaat
    wordt gemonitord. (® pagina 32)
    Hiermee wordt aangegeven dat de modus "Indrukken om te spreken" aan is.
    (® pagina 17)

    14

    Betekenis

    3.4 Batterijen plaatsen




    GEBRUIK ALLEEN oplaadbare Ni-MH-batterijen van het
    type AAA (R03).
    Gebruik GEEN alkalinebatterijen, mangaanbatterijen of
    Ni-Cd-batterijen.
    Zorg ervoor dat u de batterijen ( , ) goed in de
    batterijhouder plaatst.

    Opmerking:
    R Gebruik de meegeleverde oplaadbare batterijen (ALLEEN
    Ni-MH). Wij adviseren de oplaadbare Panasonic-batterijen
    op pagina 4 als u nieuwe batterijen nodig hebt.
    R Maak de plus- ( ) en minzijde ( ) van de batterijen met
    een droge doek schoon.
    R Raak de plus- ( ) en minzijde ( ) van de batterijen of de
    contactpunten van de eenheid niet aan.

    3.5 De submonitor opladen
    Gebruik de oplader alleen met de meegeleverde
    lichtnetadapter van Panasonic (® pagina 3).



  • Page 15

    3. Voorbereiding
    goede conditie te houden en te voorkomen dat de batterijen
    leeglopen.
    – Laad de batterijen op voordat u de submonitor opnieuw
    gebruikt.

    Aansluiting lichtnetadapter
    A

    3.6 Bevestigen aan de muur
    Opmerking:
    R Zorg ervoor dat de muur en de manier van bevestigen
    degelijk genoeg zijn voor het gewicht van de eenheid.
    R Draai de schroeven (in de handel verkrijgbaar) in de muur.

    *1

    B

    25 mm

    *1

    Stevig aandrukken.

    R Sluit de oplader aan op het stopcontact en plaats de
    submonitor in de oplader om de submonitor op te laden.
    Het opladen duurt meestal ongeveer 8 uur.
    A Ladingsindicator
    – tijdens het opladen: aan
    – klaar met opladen: uit
    B Haak
    R In de volgende omstandigheden kan het opladen langer
    duren.
    – Wanneer de omgevingstemperatuur laag is. (®
    pagina 43)
    – Wanneer de submonitor van de oplader wordt gehaald
    of wordt gebruikt tijdens het opladen.


    Wanneer de submonitor buiten bereik is (

    ). (®

    pagina 14)
    R De submonitor kan nooit te ver worden opgeladen, ook al
    staat hij continu in de oplader.

    3.7 De taal en de datum en tijd
    instellen


    Deze handeling kan alleen worden verricht op de
    hoofdmonitor.
    Wanneer de hoofdmonitor voor de eerste keer wordt gebruikt,
    wordt een scherm voor selectie van de taal weergegeven. Volg
    de onderstaande stappen om de taal en de datum en tijd te
    configureren. (De meldingsindicator knippert wanneer deze
    instellingen niet zijn geconfigureerd.)

    1 Raak de taal aan die u wilt gebruiken en raak vervolgens
    [Volgende] aan.

    2 Configureer de datum en de tijd door [+] en [–] aan te raken.
    3 Raak [Ok] aan om de instellingen te voltooien.
    R U hoort een toon en het scherm gaat uit.
    De taal en de datum en tijd wijzigen
    De taal en de datum en tijd kunnen worden gewijzigd via de
    instellingenknop in het hoofdmenu. (® pagina 35)

    Batterijniveau
    Pictogram

    Batterijniveau
    Hoog
    Midden
    Laag

    Opmerking:
    R De taal van de submonitor (ook die van andere
    geregistreerde submonitors) wordt automatisch aangepast
    aan de taal die op de hoofdmonitor wordt ingesteld.
    R Bij een stroomstoring is het mogelijk dat de ingestelde
    datum en tijd verloren gaan. Configureer de instellingen in
    dit geval opnieuw.
    R Per maand kan de tijd ongeveer 60 seconden afwijken.

    Opladen noodzakelijk
    R Zie pagina 43 voor meer informatie over de gebruikstijden
    van de submonitor.
    Opmerking:
    R Wanneer de submonitor niet op de oplader staat of de
    lichtnetadapter niet is aangesloten gedurende 1 week of
    meer, moet u de batterijen verwijderen om de batterijen in

    3.8 Instellingen breedbeeld/zoom en
    zoompositie


    Deze handeling kan alleen worden verricht op de
    hoofdmonitor.

    15



  • Page 16

    3. Voorbereiding
    U kunt configureren hoe het beeld van de deurtelefoon in eerste
    instantie wordt weergegeven op de hoofdmonitor en de
    submonitor.

    U hebt de volgende 3 mogelijkheden voor de weergave van het
    beeld van bezoekers of tijdens monitoring.
    Zoomweergave*1
    (2 keer meer ingezoomd
    dan in breedbeeld)

    Breedbeeld*2 (standaardinstelling)

    Omdat met digitale zoom wordt gewerkt, is de
    beeldkwaliteit lager dan in breedbeeld of
    volledig-beeldweergave.
    In breedbeeld vallen de boven- en onderkant van het beeld
    op de hoofdmonitor weg (vergeleken met de
    volledig-beeldweergave).

    Instellingen zoompositie
    U kunt configureren op welke delen van het beeld wordt
    ingezoomd tijdens de weergave van ingezoomde beelden. Pas
    de positie aan, zodat de mensen of objecten die u wilt zien
    midden in het scherm staan.
    Instellingen:
    1. Raak in het hoofdmenu

    ®

    ® [Initiële

    instellingen] aan.
    2. Instellingen breedbeeld/zoom configureren:

    16

    A

    [Instellingen zoompositie] ® selecteer de deurtelefoon die u wilt configureren.
    (Het beeld van de actieve deurtelefoon wordt
    weergegeven in breedbeeld.)

    B

    Raak de positie aan waarop u wilt inzoomen en
    raak vervolgens [Ok] aan nadat u de geselecteerde positie hebt bevestigd.
    R U hoort een toon, "Geconfigureerd" wordt
    weergegeven en het scherm gaat automatisch
    uit.

    Opmerking:
    R Wanneer [Zoom] is geselecteerd bij [Instellingen
    groothoek/zoom]:
    – Pas de zoompositie aan, zodat de mensen of objecten
    die u wilt zien midden in het scherm staan. (®
    pagina 16)
    – Wanneer het beeld wordt opgenomen, betreft dit alleen
    het deel dat ingezoomd zichtbaar is.
    R Het zoompositiescherm gaat automatisch uit als de
    instellingen binnen ongeveer 90 seconden niet zijn
    vastgelegd. In dit geval zijn de instellingen niet opgeslagen
    en moet u de instellingen opnieuw configureren.

    Volledig-beeldweergave (alleen hoofdmonitor)

    *2

    om de handeling te beëindigen.

    Instellingen zoompositie configureren:

    Instellingen breedbeeld/zoom

    *1

    C Druk op

    A

    Raak [Instellingen groothoek/zoom] aan en selecteer de deurtelefoon die u wilt configureren.

    B

    Raak [Wanneer bezoekers komen] of [Tijdens monitoring] aan en selecteer de weergavemethode
    (Zoom, Groothoek of Alle).
    R U hoort een toon en de instellingen worden
    gewijzigd.



  • Page 17

    4. Spreken/monitoring
    Luisteren naar de bezoeker:

    4.1 Oproepen aannemen
    4. . Spreken/monitoring

    Laat



    los.

    Dit werkt op de hoofdmonitor en de submonitor op dezelfde
    manier.
    Wanneer u een oproep van een deurtelefoon krijgt, gaan de
    hoofd- en submonitor over en laten ze allebei het beeld van de
    deurtelefoon zien. U kunt oproepen aannemen op de volgende
    manier.

    Opmerking:
    R Na de oproep wordt de modus "Indrukken om te spreken"
    geannuleerd.

    1 Druk op

    4.2 Oproepen van de deurtelefoon
    doorschakelen

    en praat tegen de bezoeker.

    R Praat niet door elkaar heen en blijf maximaal ongeveer
    50 cm van de microfoon.
    – Als u en de bezoeker tegelijk spreken, hoort u
    elkaar niet.
    – Spreektijd: maximaal ongeveer 90 seconden.

    2 Druk op

    U kunt een oproep van een deurtelefoon doorschakelen van de
    hoofdmonitor naar de submonitor.
    R Wanneer u meerdere submonitors gebruikt, kunt u een
    oproep van de deurtelefoon doorschakelen naar de
    verschillende submonitors.

    om de handeling te beëindigen.
    Oproepen doorschakelen

    Beschikbare functies tijdens het spreken of bij een
    inkomende oproep
    – Bezoekers monitoren (alleen inkomende oproep)
    : raak
    : druk op






    .

    Opmerking:
    R Het display gaat uit als u de oproep niet binnen ongeveer
    30 seconden beantwoordt.
    R Het beeld bij een inkomende oproep wordt automatisch
    opgenomen op de hoofdmonitor. (® pagina 20)

    : druk op

    : selecteer het apparaat.*1 ®

    1 Houd

    tijdens een oproep ongeveer 2 seconden

    ingedrukt tot u een toon hoort.
    R

    (of

    ) wordt weergegeven op het scherm.

    2 Spreken tegen de bezoeker:
    Praat terwijl u

    (

    )

    *1

    Als u alle apparaten wilt oproepen, selecteert u
    "Iedereen opr.".
    2. Roep de andere partij op.
    3. Wanneer de opgeroepen partij antwoordt, vraagt u aan die
    persoon of hij of zij de oproep van de deurtelefoon wil
    aannemen. Ga als volgt te werk om de oproep door te
    schakelen naar de opgeroepen partij.
    : raak [Naar submonitor] aan.

    Als u en de bezoeker elkaar moeilijk kunnen verstaan, kunt u
    de modus "Indrukken om te spreken" gebruiken. Spreek niet
    door elkaar heen. Wanneer u wilt spreken of wanneer de
    bezoeker wil spreken, drukt u of drukt de bezoeker op
    (Deze functie werkt op de hoofdmonitor en de submonitor op
    dezelfde manier.)

    terwijl u praat tegen de bezoeker die bij

    de deurtelefoon staat.
    R Wanneer er meerdere apparaten zijn die kunnen
    worden geselecteerd:

    4.1.1 Indrukken om te spreken

    om te wisselen tussen spreken en ontvangen.

    aan terwijl u praat tegen de

    bezoeker die bij de deurtelefoon staat.
    R Wanneer er meerdere apparaten zijn die kunnen
    worden geselecteerd, selecteert u het apparaat. Als u
    alle apparaten wilt oproepen, raakt u [Iedereen
    oproepen] aan.

    aan.

    De instellingen voor breedbeeld/zoom aanpassen en het
    beeld verschuiven (® pagina 33)
    De instellingen voor beeld en geluid aanpassen (®
    pagina 33)
    Spreken met "Indrukken om te spreken" (® pagina 17)
    Oproepen doorschakelen (® pagina 17)
    Elektrische sloten openen (® pagina 29)

    : raak

    1.

    : druk op

    .

    Oproepen ontvangen


    Dit werkt op de hoofdmonitor en de submonitor op dezelfde
    manier.
    1. Wanneer u een intercomoproep ontvangt, drukt u op
    om te spreken tegen de partij die de
    intercomoproep doet.
    2. Praat tegen de bezoeker wanneer het beeld van de
    deurtelefoon wordt weergegeven.

    ingedrukt houdt.

    17



  • Page 18

    4. Spreken/monitoring
    3. Druk op

    Opmerking:
    R Het geluid van uw kant van de verbinding is niet te horen
    op de deurtelefoon.
    R Monitoringtijd:

    om de handeling te beëindigen.

    Opmerking:
    R Tijdens het doen van een intercomoproep kan de bezoeker
    geen stemmen horen.
    R Spreken tegen de bezoeker als de opgeroepen partij niet
    antwoordt:

    : ongeveer 90 seconden (tot 3 minuten te verlengen
    door handelingen uit te voeren tijdens de monitoring)
    : ongeveer 3 minuten

    : raak [Spreken tegen bezoeker] aan.
    : druk op

    4.4 Spreken tussen de hoofdmonitor
    en de submonitor

    .

    U kunt het beeld en geluid van de deurtelefoon monitoren.

    Tussen de hoofdmonitor en de submonitor zijn
    intercomoproepen mogelijk.
    – Wanneer u meerdere submonitors gebruikt, zijn
    intercomoproepen tussen de verschillende submonitors
    mogelijk.

    1

    Oproepen doen

    4.3 De buitenomgeving monitoren
    met de deurtelefoon
    aan.

    : raak in het hoofdmenu

    R Wanneer er meerdere apparaten worden
    weergegeven, raakt u eerst het nummer aan van de
    deurtelefoon die u wilt monitoren (A) en vervolgens
    het beeld (B).
    Voorbeeld: er zijn zowel deurtelefoons als camera’s.

    : raak in het hoofdmenu

    1.

    aan.

    R Wanneer er meerdere apparaten zijn die kunnen
    worden geselecteerd, selecteert u het apparaat. Als u
    alle apparaten wilt oproepen, raakt u [Iedereen
    oproepen] aan.

    Scherm aanraken om te monitoren



    : druk op

    .

    R Wanneer er meerdere apparaten zijn die kunnen
    worden geselecteerd:












    : selecteer het apparaat.*1 ®
    A

    : druk op

    Als u alle apparaten wilt oproepen, selecteert u
    "Iedereen opr.".
    2. Roep de andere partij op.
    3. Praat met de opgeroepen partij wanneer die de oproep
    beantwoordt.

    .

    R Wanneer er meerdere apparaten worden
    weergegeven:
    (

    )

    2 Het beeld van de deurtelefoon wordt weergegeven.
    R Druk op

    om iets tegen de gemonitorde partij

    te zeggen.

    3 Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Beschikbare functies tijdens monitoring
    – De instellingen voor breedbeeld/zoom aanpassen en het
    beeld verschuiven (® pagina 33)
    – De instellingen voor beeld en geluid aanpassen (®
    pagina 33)
    – Gemonitord beeld opnemen (® pagina 20)

    18

    )

    *1

    B

    : selecteer de bestemming. ®

    (

    4. Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Oproepen ontvangen


    Dit werkt op de hoofdmonitor en de submonitor op dezelfde
    manier.
    1. Wanneer u een intercomoproep ontvangt, drukt u op
    om te spreken tegen de partij die de
    intercomoproep doet.
    Opmerking:
    R Na ongeveer 30 seconden wordt gestopt met oproepen.
    Een intercomoproep wordt na ongeveer 90 seconden
    automatisch beëindigd.



  • Page 19

    5. Opnemen/afspelen

    5.1 Beeld en geluid opnemen
    5. . Opnemen/afspelen

    Hoeveel beeld en geluid precies kunnen worden opgeslagen, hangt af van de opslagbestemming (intern geheugen of SD-kaart).
    Als u optimaal gebruik wilt maken van alle mogelijkheden van het product, raden wij u aan om als opslagbestemming een SD-kaart
    te gebruiken.
    – Wanneer u een SD-kaart in de hoofdmonitor plaatst, wordt dit automatisch de standaardbestemming. (De opslagbestemming
    kan niet worden geselecteerd.)
    – Zie pagina 10 voor meer informatie over de ondersteunde SD-kaarten en hoe deze worden gebruikt.
    Opslagbestemming

    SD-kaart (2 GB - 64 GB)

    Intern geheugen
    (wanneer geen SD-kaart
    is geplaatst)

    3.000*1

    50

    Maximumaantal beelden
    Type opname

    Opname van inkomende oproep (automatische opname)
    Inhoud van
    elke opname

    Monitoropnamen
    (handmatige opname)
    Opnamen van gesprekken

    *1
    *2

    Beelden van deurtelefoon en oproepen
    (® pagina 20)

    Beelden van camera en
    oproepen
    (® pagina 25)

    Alleen beelden van deurtelefoon
    (® pagina 20)

    Video: max. ca. 30 seconden

    Een serie beelden vastgelegd met een interval
    van 1 seconde plus geluid: max. ca. 30 seconden

    Stilstaande beelden:
    max. 8

    Video en audio: max.
    90 seconden*2

    Een serie beelden vastgelegd met een interval
    van 1 seconde plus geluid: max. ca. 90 seconden*2

    Opname niet mogelijk

    Afhankelijk van de capaciteit van de SD-kaart. Zie pagina 19 voor meer uitleg over de capaciteit en het aantal beelden dat
    een SD-kaart kan bevatten.
    Zie pagina 36 voor de instellingen voor geluidsopnamen in [Oproepen opnemen] voor de deurtelefoon en camera.

    Opmerking:
    R Opgenomen beelden kunnen van het interne geheugen naar de SD-kaart worden gekopieerd. (® pagina 41)
    R Beelden die op een SD-kaart zijn opgenomen, kunnen op een computer worden afgespeeld. (® pagina 41)
    Richtlijn voor de capaciteit en opnamemogelijkheden van SD-kaarten
    In de volgende tabel is bij benadering aangegeven hoeveel beelden kunnen worden opgenomen, afhankelijk van het apparaat dat
    de opname maakt en de grootte van de gebruikte SD-kaart bij gebruik van de standaardinstellingen (met [Oproepen opnemen]
    ingesteld op [Uitschakelen] (® pagina 36)).
    Eenheid: aantal opgenomen beelden

    Type opname

    Capaciteit

    2 GB

    4 GB

    8 GB

    16 GB

    32 GB

    48 GB

    64 GB

    Alleen beelden
    van deurtelefoon

    125

    255

    520

    1.040

    2.090

    3.000

    3.000

    2.300

    3.000

    3.000

    3.000

    3.000

    3.000

    3.000

    Alleen beelden
    van camera

    Opmerking:
    R Wanneer u een camera gebruikt, raden wij u een SD-kaart met een capaciteit van 4 GB of meer aan.
    R Het aantal beelden dat kan worden opgenomen en dat in de tabel is aangegeven, is niet meer dan een richtlijn en kan afwijken
    van het werkelijke aantal beelden dat u kunt opnemen.
    R Omdat SD-kaarten ook gegevens bevatten voor het bestandsbeheer, is het niet mogelijk om de volledige capaciteit te gebruiken
    voor de opslag van eigen gegevens. Wanneer andere gegevens op een SD-kaart worden opgeslagen, kunnen er minder
    beelden en video’s worden opgeslagen op die SD-kaart.

    19



  • Page 20

    5. Opnemen/afspelen

    5.2 Beelden van de deurtelefoon en
    gesprekken opnemen

    1 Ga als volgt te werk wanneer gemonitorde beelden worden

    weergegeven.
    R
    wordt op het scherm weergegeven tijdens de
    opname.

    5.2.1 Automatisch beelden opnemen bij
    inkomende oproepen
    Wanneer er een inkomende oproep is, worden gedurende
    ongeveer 2 seconden na ontvangst van de oproep beelden
    opgenomen, of u die oproep beantwoordt of niet. (Zie
    pagina 19 voor informatie over de inhoud van de opname.)
    Wanneer de oproep niet wordt beantwoord:
    Opgenomen beelden worden opgeslagen als nog niet bekeken
    beelden en de meldingsindicator van de hoofdmonitor knippert.
    Opmerking:
    R Wanneer u een inkomende oproep van een andere
    deurtelefoon hebt tijdens een gesprek of tijdens het
    monitoren met een deurtelefoon (® pagina 30), dan moet
    u dat gesprek of het monitoren beëindigen om het beeld
    van de inkomende oproep weer te geven en op te slaan.
    R Wanneer er meerdere deurtelefoons zijn en er tijdens een
    inkomende oproep een inkomende oproep van een andere
    deurtelefoon is, ligt het aantal opgenomen beelden (8
    beelden) lager en zijn opgenomen video’s minder lang
    (ongeveer 30 seconden).
    Wanneer het interne geheugen of de SD-kaart vol is
    (automatisch bijwerken van beelden)
    Wanneer het geheugen vol is, hoeft u de bestaande beelden
    niet met de hand te verwijderen. Er kunnen toch nieuwe
    berichten worden opgenomen doordat bestaande beelden
    automatisch worden verwijderd, te beginnen met het oudste
    beeld.
    – Beelden die niet zijn bekeken worden ook verwijderd.
    – Zie pagina 13 voor informatie over het raadplegen van de
    opnamestatus van het interne geheugen of de SD-kaart.

    5.2.2 Beelden en geluid opnemen tot het eind van
    een oproep (Oproepen opnemen)
    Als u deze functie wilt gebruiken, moet de hoofdmonitor een
    SD-kaart bevatten en moet [Oproepen opnemen] correct zijn
    geconfigureerd (® pagina 36).
    Wanneer een oproep van een deurtelefoon wordt beantwoord,
    is het in dit geval mogelijk om de oproep van begin tot eind op
    te nemen in 1 videobestand met audiogegevens. (De video kan
    maximaal ongeveer 120 seconden lang zijn.)

    5.2.3 Gemonitorde beelden handmatig opnemen
    Gemonitorde beelden kunnen handmatig worden opgenomen
    met de hoofdmonitor en de submonitor. (Zie pagina 19 voor
    informatie over de inhoud van de opname.)
    Gemonitorde beelden van de camera kunnen op dezelfde
    manier worden opgenomen.

    20

    : raak
    :

    (

    (

    aan.


    : "Opnemen" ®

    )

    Opmerking:
    R Wanneer beelden worden opgenomen met de submonitor,
    kan er een verschil zijn tussen de inhoud van de
    gemonitorde beelden en de opgenomen beelden. Dit komt
    doordat er een kleine pauze zit tussen het moment waarop
    de handeling wordt uitgevoerd en het moment waarop de
    opname begint.

    5.3 Opgenomen beelden afspelen
    (alleen hoofdmonitor)
    Wanneer er nieuwe beelden zijn opgenomen die nog niet zijn
    bekeken, knippert de meldingsindicator en wordt "Nieuw"
    weergegeven.

    1 Raak in het hoofdmenu [Opgenomen beelden] aan.
    R Er wordt een lijst met opgenomen beelden per dag
    weergegeven in een kalender van 1 week.
    – Als u de lijst met beelden van een andere dag wilt
    zien, raakt u de knop aan van de gewenste dag. U
    krijgt dan alle opgenomen beelden van die dag te
    zien.


    Raak

    aan als u een lijst met beelden wilt



    zien die door de camera zijn gemaakt.
    Zie pagina 21 en 22 voor informatie over het
    gebruik van dit scherm en het afspelen van
    beelden.

    2 Klik op het beeld dat u wilt weergeven.
    R Raak

    aan als u alle beelden na de

    geselecteerde dag wilt zien.

    3 Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Opmerking:
    R De meldingsindicator stopt met knipperen wanneer het
    hoofdmenu wordt weergegeven en "Nieuw" in het
    hoofdmenu verdwijnt van het scherm wanneer de lijst met
    opgenomen beelden wordt weergegeven.



  • Page 21

    5. Opnemen/afspelen
    5.3.1 De lijst met opgenomen beelden en het
    scherm voor het afspelen van beelden gebruiken
    Scherm met de lijst met opgenomen beelden

    A

    ビパノチヒパ ビヒノチヒパ ビビノチヒパ ビピノチヒパ ビフノチヒパ ビブノチヒパ ビプノチヒパ
    ヷㄓ
    ・㄂
    ・ㄐ
    ヮ㄂
    ュㄊ
    ヸㄐ
    ュㄐ
    ヒパホパパチモヮ

    パホビビチヱヮ

    Bedieningsknoppen van het scherm met de lijst met
    opgenomen beelden
    Knop

    Actie

    /

    Hiermee gaat u naar de vorige of volgende week.

    /

    Hiermee gaat u naar de vorige of volgende pagina (alleen weergegeven wanneer
    er 7 of meer opgenomen beelden zijn).
    Hiermee verandert u van geheugen (intern geheugen of SD-kaart) waaruit opgenomen beelden worden weergegeven.

    Scherm voor afspelen van beelden

    Hiermee gaat u naar de lijst met beelden
    van de deurtelefoon.

    B

    Hiermee gaat u naar de lijst met beelden
    van de camera.

    ビピチチヰㄌㄕㄐ㄃ㄆㄓチチヒパホフピチモヮ

    Hiermee speelt u beelden af van de geselecteerde datum en alle beelden die na
    die datum zijn opgenomen.

    C

    Hiermee verwijdert u alle beelden van de
    geselecteerde dag.
    R Verwijderen:

    Nummer van opnameapparaat

    Raak

    Datum en tijd van opname
    Hoe ver het afspelen is gevorderd

    Hiermee kunt u beelden zoeken aan de
    hand van de kalender (dit is handig om
    een specifiek beeld terug te vinden als er
    veel opgenomen beelden zijn).
    R Wanneer u hierop drukt, wordt een
    kalender weergegeven zoals hieronder te zien is. Raak de knop aan voor
    de datum die u wilt bekijken.

    Scherm en pictogrammen
    Pictogram

    aan ® bevestig het be-

    richt en raak vervolgens [Ja] aan.

    Betekenis
    Hiermee wordt aangegeven dat er een
    beeld is dat nog niet is bekeken en welke
    beelden nog niet zijn bekeken.
    Zichtbaar wanneer beelden van een
    deurtelefoon worden weergegeven.
    Wanneer beelden van een camera worden weergegeven, is

    of

    zichtbaar.
    Hiermee wordt aangegeven dat een
    beeld van de SD-kaart wordt weergegeven of afgespeeld.
    Hiermee wordt aangegeven dat er geluid
    is opgenomen (weergegeven bij de startpositie van opgenomen oproepen in het
    afspeelscherm).
    Zichtbaar bij het afspelen van beelden.
    Zichtbaar wanneer de afgespeelde beelden zijn onderbroken.
    Zichtbaar wanneer het geluid is gedempt.
    (® pagina 22)
    Zichtbaar wanneer de schrijfbeveiligingsschakelaar van de SD-kaart op "LOCK"
    staat. (® pagina 10)

    Bedieningsknoppen van het afspeelscherm
    Knop

    Actie

    /

    Hiermee gaat u naar het volgende of vorige beeld.
    Hiermee onderbreekt u de beelden.
    Hiermee wordt het geluid afgespeeld
    vanaf het begin van de opgenomen oproepen (als er geluid bij een beeld is opgeslagen).
    Hiermee keert u terug naar de lijst met
    opgenomen beelden.
    Hiermee kunt u beelden verwijderen en
    de helderheid en het volume aanpassen.
    (® pagina 22)

    21



  • Page 22

    5. Opnemen/afspelen
    Knop
    /

    Actie
    /

    Hiermee verandert u van weergave
    (breedbeeld, volledig beeld of zoomweergave). (® pagina 33)
    R U kunt ook inzoomen door een beeld
    aan te raken.
    Hiermee speelt u de onderbroken beelden verder af.

    /

    Hiermee gaat u naar het volgende of vorige beeld.

    5.3.2 Functie van menuknoppen bij het afspelen
    van beelden
    De volgende handelingen kunnen worden verricht met de knop
    die wordt weergegeven bij het afspelen van beelden.
    Afzonderlijke beelden verwijderen:
    Beelden kunnen 1 voor 1 worden verwijderd.
    R Raak [Verwijderen] aan, controleer het weergegeven
    bericht en raak vervolgens [Ja] aan.
    De helderheid van het scherm wijzigen:
    R Raak [Helderheid] aan en wijzig de helderheid door [–]
    (Donkerder) of [+] (Lichter) aan te raken.
    Het volume van afgespeelde beelden wijzigen:
    Tijdens het afspelen van de beelden kan het volume worden
    gewijzigd.
    R Raak [Volume] aan en wijzig het volume door [–] (Zachter)
    of [+] (Harder) aan te raken.
    – Als u het geluid wilt dempen, raakt u [–] aan totdat
    wordt weergegeven.
    Opmerking:
    R Met de instelling [Alle beelden verwijderen] kunnen alle
    beelden in één keer worden verwijderd van de
    opslagbestemming (intern geheugen of SD-kaart). (®
    pagina 36)

    22



  • Page 23

    6. Een camera gebruiken

    6. . Een camera gebruiken

    6.1 Verbinding maken met een
    camera

    3

    Wanneer u een camera aansluit (aanvullende accessoires, ®
    pagina 4), kunt u het beeld buiten monitoren en kunt u op de
    hoofd- en submonitor een melding met beeld en geluid
    ontvangen wanneer de sensor van de camera wordt
    geactiveerd.
    – Zie de handleidingen van de camera voor meer informatie
    over het gebruik van de camera.
    – Voor het opnemen van het beeld van een camera is een
    SD-kaart vereist.

    6.1.2 Door de camera verzonden beelden

    Opmerking:
    R De beeldkwaliteit van de camera kan lager zijn dan die van
    de deurtelefoon.

    : druk op

    Opname-interval voor beelden van de camera
    De camera neemt beelden (een serie beelden) op en stuurt
    deze naar de hoofdmonitor. De hoofdmonitor en de submonitor
    geven deze beelden weer door het stilstaande beeld steeds te
    vervangen door een recenter beeld. (De camera verzendt geen
    videogegevens.)
    Beelden die worden opgenomen bij detectie door sensor
    Het moment van opname van het 1e beeld hangt af van de
    instelling bij [Opname vóór detectie] (® pagina 27: [1
    seconde vóór] of [2 seconden vóór].
    Opnemen vanaf 1
    seconde vóór detectie

    6.1.1 Een camera registreren bij de hoofdmonitor
    Registreer de camera nadat u deze hebt aangesloten op de
    voeding.
    – Registreer 1 camera per keer. Het is niet mogelijk om meer
    camera’s tegelijk te registreren.
    – Deze handelingen hebben betrekking op camera’s van het
    model VL-WD812EX. Zie de camerahandleidingen indien
    nodig.

    om de handeling te beëindigen.

    Opnemen vanaf 2
    seconden vóór detectie

    ¯
    1e beeld

    1 seconde vóór detectie

    2 seconden vóór detectie

    2e beeld

    Net na detectie

    3e beeld

    1 seconde na detectie

    4e beeld

    2 seconden na detectie

    5e beeld

    Circa 4 tot 5 seconden na detectie

    ¯
    ¯

    1

    : raak in het hoofdmenu

    aan ®

    ¯

    ® [Registreren/annuleren] ® [Registreren] ® [Camera]
    ® het nummer van de camera die u wilt registreren.
    R Voer daarna binnen ongeveer 5 minuten de volgende
    handelingen uit op de camera.

    2

    : druk (met voeding op camera aangesloten) op de
    registratieknop aan de achterkant van de camera.
    R De registratieknop bevindt zich
    achter de afdekking (A).
    Trek de afdekking van de registratieknop open en houd de registratieknop (B) ongeveer 3
    seconden ingedrukt met het
    dunne uiteinde van de verwijderingstool voor het kapje van het
    sensorbereik (meegeleverd accessoire). Sluit de afdekking
    van de registratieknop daarna
    weer goed.
    R Tijdens de registratie knippert
    het groene indicatielampje van
    de camera (C). Zodra de registratie is voltooid, hoort u een
    toon en blijft het groene indicatielampje branden.

    A

    R Het 6e beeld en verder wordt vastgelegd met een interval
    van circa 1 seconde.
    R De volgende problemen kunnen zich voordoen wanneer
    het donker is.
    – Het eerste beeld is erg donker. (De LED-lampjes
    branden niet, want er heeft nog geen detectie
    plaatsgevonden.)
    – Objecten in beelden kunnen wazig zijn.
    Beelden die worden opgenomen tijdens monitoring
    Vanaf het moment dat de monitoring wordt gestart, worden de
    beelden vastgelegd met een interval van circa 1 seconde.

    A

    B

    C

    ¯

    6.2 De buitenomgeving monitoren
    met de camera
    U kunt het beeld en geluid van de camera monitoren.
    – Het geluid van uw kant van de verbinding is niet te horen
    op de camera.

    23



  • Page 24

    6. Een camera gebruiken
    1

    : Raak

    in het hoofdmenu en vervolgens

    de afbeelding aan.
    R Als het cameraselectiescherm wordt weergegeven,
    raakt u eerst het nummer aan van de camera die u wilt
    monitoren en vervolgens het beeld.
    ®

    :

    : raak


    gebruiken voor de monitoring. ®

    (

    )

    De monitoringtijd is ongeveer 90 seconden (tot 3
    minuten te verlengen door handelingen uit te
    voeren tijdens de monitoring).
    : druk op

    : selecteer de camera die u wilt

    om iets tegen de gemonitorde partij

    te zeggen.

    3 Druk op

    Opmerking:
    R Monitoringtijd:


    : ongeveer 90 seconden (tot 3 minuten te
    verlengen door handelingen uit te voeren tijdens de
    monitoring)



    : ongeveer 3 minuten

    R Wanneer het beeld maar moeilijk te zien is, bijvoorbeeld in
    het donker of bij veel tegenlicht, wijzigt u de instelling
    [Helderheid] van de camera of activeert u de instelling
    [Tegenlichtcompensatie]. (® pagina 27)

    6.3 Wanneer camerasensoren
    worden geactiveerd
    Wanneer een camerasensor wordt geactiveerd, worden de
    hoofdmonitor en de submonitor hiervan op de volgende manier
    op de hoogte gebracht.

    1 Wanneer een sensor wordt geactiveerd, is het belsignaal

    te horen en worden camerabeelden weergegeven
    gedurende ongeveer 30 seconden.
    R Spreken tegen de andere partij aan de zijde van de
    camera:
    Druk op

    .

    R De andere partij monitoren (bekijken en
    beluisteren) zonder te spreken:

    24

    ® [Waarschuwingsgeluid]

    : raak
    ® [Geluid afspelen] aan.
    :

    om de handeling te beëindigen.

    Beschikbare functies tijdens monitoring
    – De instellingen voor breedbeeld/zoom aanpassen en het
    beeld verschuiven (® pagina 33)
    – De instellingen voor beeld en geluid aanpassen (®
    pagina 33)
    – De camera een waarschuwingsgeluid laten weergeven
    (® pagina 24)
    – Gemonitord beeld opnemen (® pagina 20)

    .

    – De monitoringtijd is ongeveer 3 minuten.
    R De camera een waarschuwingsgeluid laten
    weergeven:

    2 Het beeld van de camera wordt weergegeven.
    R Druk op

    aan.

    (

    (



    : "Waarsch." ®

    )

    Beschikbare functies wanneer een sensor is afgegaan
    – De instellingen voor breedbeeld/zoom aanpassen en het
    beeld verschuiven (® pagina 33)
    – Instellingen voor de helderheid aanpassen (®
    pagina 34)
    – Gemonitord beeld opnemen (® pagina 20)
    Opmerking:
    R Op het moment dat de camerasensoren worden
    geactiveerd, worden automatisch beelden opgenomen op
    de SD-kaart. (® pagina 25)
    R Nadat een sensor is geactiveerd, is er pas weer detectie
    met een sensor mogelijk 10 seconden nadat de weergave
    van de beelden van de eerste geactiveerde sensor is
    gestopt. (U kunt selecteren hoelang er geen detectie
    plaatsvindt. ® pagina 26)
    R Wanneer het beeld maar moeilijk te zien is, bijvoorbeeld in
    het donker of bij veel tegenlicht, wijzigt u de instelling
    [Helderheid] van de camera of activeert u de instelling
    [Tegenlichtcompensatie]. (® pagina 27)
    R U kunt het volume en de soorten geluiden wijzigen die de
    instelling [Waarschuwingsgeluid] gebruikt. (®
    pagina 28)

    6.4 Detectie door camerasensor
    uitschakelen voor een bepaalde duur
    (alleen hoofdmonitor)
    Indien gewenst kan de detectie door de camerasensor voor een
    bepaalde duur worden uitgeschakeld.
    – Wanneer de sensor is uitgeschakeld, gaan er geen
    meldingen naar de hoofd- en submonitor en worden er
    geen beelden opgenomen.
    – Wanneer er meerdere camera’s zijn, worden de sensoren
    van alle camera’s uitgeschakeld.



  • Page 25

    6. Een camera gebruiken
    1 Raak in het hoofdmenu

    ®

    Aan

    Uit

    aan.

    2 Raak de tijd aan die aangeeft hoe lang u de sensor wilt
    uitschakelen.
    R U hoort een toon en "Uit" wordt geel gemarkeerd
    wanneer de instellingen zijn voltooid.

    3 Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Detectie door de sensor weer inschakelen
    Wanneer u de sensor hebt uitgeschakeld, gaat de sensor
    automatisch weer aan nadat de opgegeven duur is verstreken.
    Op de volgende manier kunt u de sensor op elk gewenst
    moment opnieuw inschakelen.
    1. Raak in het hoofdmenu

    ®

    Aan

    Uit

    aan om de

    het monitoren beëindigen om het beeld van de inkomende
    oproep weer te geven en op te slaan.
    R Wanneer er meerdere camera’s zijn en er tijdens een
    inkomende oproep een sensor van een andere camera
    wordt geactiveerd, kan de opnametijd van de
    camerabeelden worden ingekort (maximaal ongeveer 30
    seconden).

    6.5.2 Beelden en geluid opnemen tot het eind van
    een oproep (Oproepen opnemen)
    Als u deze functie wilt gebruiken, moet de hoofdmonitor een
    SD-kaart bevatten en moet [Oproepen opnemen] zijn ingesteld
    op [Inschakelen] (® pagina 36). Met deze functie kunnen
    oproepen van begin tot eind worden opgenomen in 1
    videobestand met audiogegevens (duur maximaal ongeveer
    120 seconden).

    sensor weer in te schakelen.
    2. Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Opmerking:
    R De detectiestatus kan worden nagekeken in het menu voor
    de cameragegevens. (® pagina 13)

    6.5.3 Gemonitorde beelden handmatig opnemen
    en opgenomen beelden afspelen
    Voor beelden van de deurtelefoon werkt dit op dezelfde manier.
    – Gemonitorde beelden handmatig opnemen. (®
    pagina 20)
    – Opgenomen beelden afspelen. (® pagina 20)

    6.5 Beelden van de camera en
    gesprekken opnemen
    U kunt het beeld van een camera met geluidsgegevens erbij
    opnemen op een SD-kaart. (Er kunnen maximaal 3.000
    beelden worden opgeslagen, inclusief die van de
    deurtelefoon.)

    6.5.1 Beelden automatisch opnemen na activering
    van een sensor
    Wanneer een sensor wordt geactiveerd, worden beelden van
    1 of 2 seconden*1 vóór detectie automatisch opgenomen*2 op
    een SD-kaart. (® pagina 19)
    *1
    *2

    De instelling [Opname vóór detectie] bepaalt de timing van
    de opname voorafgaand aan detectie. (® pagina 27)
    Wanneer een oproep wordt gedaan nadat een sensor is
    geactiveerd, wordt ook het geluid van de hoofd- of
    submonitor opgenomen.

    Wanneer de oproep niet wordt beantwoord:
    Opgenomen beelden worden opgeslagen als nog niet bekeken
    beelden en de meldingsindicator van de hoofdmonitor knippert
    om aan te geven dat er onbekeken beelden zijn.
    Opmerking:
    R Wanneer er meerdere camera’s zijn, kunnen meerdere
    inkomende oproepen tegelijk worden ontvangen. In dit
    geval heeft de meest recente inkomende oproep voorrang.
    Deze oproep wordt opgenomen.
    R Wanneer u een inkomende oproep van een andere camera
    hebt tijdens een gesprek of tijdens het monitoren met een
    camera (® pagina 30, 31), dan moet u dat gesprek of

    25



  • Page 26

    6. Een camera gebruiken

    6.6 Camera-instellingen wijzigen
    U kunt de instellingen afstemmen op de manier waarop de camera wordt gebruikt.
    De instellingen wijzigen (met de hoofdmonitor)
    1. Raak in het hoofdmenu van de hoofdmonitor

    ®

    ® [Verbonden apparaten] ® [Camera] aan.

    2. Selecteer het nummer (1 - 4) van de camera die u wilt configureren.
    3. Raak de itemnaam, functienaam en instelling aan.
    R Afhankelijk van de functie moet u de handelingen mogelijk herhalen.
    4. Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Opmerking:
    R Het scherm voor het instellen van de functie wordt automatisch gesloten als een inkomende oproep wordt ontvangen of als er
    ongeveer 90 seconden lang geen handelingen worden verricht.
    R In de volgende tabel staan de standaardinstellingen tussen < >.
    Itemnaam: Instellingen sensor
    Functienaam

    Instelling en andere informatie

    Sensorselectie

    Alleen warmtesensor, <Warmte- + bewegingsdetectie>, Alleen externe sensor, Alle sensoren,
    Uit (hiermee worden alle sensoren uitgeschakeld)

    Det. warmtesensor*1

    <Alleen ’s nachts>, Altijd
    R Selecteer de periode voor detectie door de warmtesensor.
    – Wanneer [Alleen ’s nachts] is geselecteerd, werkt de warmtesensor volgens de instellingen bij [Omschakelen dag/nacht] (® pagina 26).

    Bewegingsdetectie*1

    Alleen overdag, <Altijd>
    R Selecteer de periode voor bewegingsdetectie.
    – Wanneer [Alleen overdag] is geselecteerd, werkt de bewegingsdetectie volgens de
    instellingen bij [Omschakelen dag/nacht] (® pagina 26).

    Omschakelen dag/nacht

    <Automatisch>, Timer
    R Bepaal of de omschakeling tussen dag en nacht automatisch moet gebeuren of stel zelf een
    specifieke tijd in.
    – Deze instelling is actief wanneer de instellingen bij [Det. warmtesensor] of [Bewegingsdetectie] zijn ingesteld op [Alleen ’s nachts] of [Alleen overdag].
    Automatisch: hiermee schakelt de camera automatisch van nacht naar dag (en omgekeerd),
    afhankelijk van de omgeving.
    Timer: hiermee kunt u zelf de tijd voor de nacht configureren.
    (Nadat u [Timer] hebt geselecteerd, stelt u de tijd in met [+] en [–], en vervolgens raakt u [Ok]
    aan.)

    Tijd zonder detectie

    <10 seconden>, 30 seconden, 60 seconden
    R Selecteer na hoeveel tijd na activering van een sensor of weergave van een gemonitord beeld
    detectie met de sensor opnieuw mogelijk is.
    – Selecteer een lange periode als u niet wilt dat de sensor te vaak wordt geactiveerd.

    Gevoeligheid warmtesensor

    Hoge gevoeligheid, <Normaal>, Lage gevoeligheid, Zeer lage gevoeligheid, Niet detecteren
    R Selecteer [Hoge gevoeligheid] als de sensor maar moeilijk kan worden geactiveerd. Als de
    sensor te vaak wordt geactiveerd, selecteert u [Lage gevoeligheid] of [Zeer lage gevoeligheid].

    Gevoeligheid bewegingsdetectie

    Hoge gevoeligheid, <Normaal>, Lage gevoeligheid, Zeer lage gevoeligheid
    R Selecteer [Hoge gevoeligheid] als u kleine bewegingen wilt detecteren. Selecteer [Lage gevoeligheid] of [Zeer lage gevoeligheid] als kleine bewegingen niet moeten worden gedetecteerd.

    26



  • Page 27

    6. Een camera gebruiken
    Functienaam

    Instelling en andere informatie

    Bereik bewegingsdetectie

    R Selecteer de afstand (gebied) voor de bewegingsdetectie.
    – Door de delen waar u geen detectie wilt op X te zetten kunt u het detectiegebied verfijnen.
    Configuratie
    1. Raak de delen aan waar u geen detectie wilt. Deze delen krijgen een
    X. (U verwijdert het X door de delen opnieuw aan te raken.)
    2. Raak [Configureren] aan.

    Opname vóór detectie

    <1 seconde vóór>, 2 seconden vóór
    R Hiermee bepaalt u wanneer de opname moet starten: 1 of 2 seconden voordat de sensor
    wordt geactiveerd.
    Zie pagina 23 voor informatie over het opname-interval en de opname die wordt gemaakt
    wanneer een sensor iets detecteert.

    Sensoren controleren

    Warmtesensor, Bewegingsdetectie, Externe sensor
    R U kunt de werking van elke sensor controleren bij het instellen van de camera of op elk ander
    gewenst moment.
    – Selecteer het type sensor dat u wilt controleren, zorg ervoor dat de sensor wordt geactiveerd en controleer of een correcte detectie heeft plaatsgevonden. (Zie de Installatiehandleiding van de camera voor informatie over het controleren van de sensoren.)

    Opnametest

    R Hiermee controleert u of de beelden goed zijn opgenomen vóór en na activering van een
    sensor. (Zie de Installatiehandleiding van de camera voor meer informatie.)

    Externe sensor

    <Maak contact>, Breekcontact
    R Wanneer u in de handel verkrijgbare externe sensoren gebruikt, selecteer dan het type contacten dat de sensor gebruikt.
    – Selecteer het type contact voor de externe sensor die wordt gebruikt en de functie ervan.

    *1

    Wanneer [Omschakelen dag/nacht] is ingesteld op [Timer], wordt de geconfigureerde tijdsduur weergegeven boven de
    knoppen voor [Alleen ’s nachts] en [Alleen overdag].

    Itemnaam: Scherminstellingen
    Functienaam

    Instelling en andere informatie

    Helderheid

    -3, -2, -1, <0>, +1, +2, +3
    R Hiermee regelt u de helderheid van de camera bij. (Hoe hoger de helderheid, hoe lichter het
    beeld.)
    – Regel dit bij wanneer de beelden erg donker of licht zijn.

    Tegenlichtcompensatie

    Aan, <Uit>
    R Wanneer [Aan] is geselecteerd, wordt het tegenlicht gecompenseerd. Afhankelijk van de
    achtergrond van het onderwerp werkt de tegenlichtcompensatie mogelijk niet goed.

    Automatische verlichting

    Wanneer de sensor wordt geactiveerd: Inschakelen, <Alleen in donker>, Uitschakelen
    Tijdens monitoring: Inschakelen, <Alleen in donker>, Uitschakelen

    Onregelmatige kleuren
    voorkomen

    Aan, <Uit>
    R Meestal staat deze instelling op [Uit]. Zet deze instelling alleen op [Aan] als de camerabeelden
    onregelmatige kleuren vertonen. (Met [Aan] kan de beeldkwaliteit afnemen in het donker.)

    Itemnaam: Instellingen geluid
    Functienaam
    Geluid activeren sensor

    Instelling en andere informatie
    Type geluid: <Geluid a>, Geluid b, Geluid c
    Volume: <Hard>, Normaal, Zacht, Dempen
    R Hiermee selecteert u het type en het volume van het geluid dat de camera maakt wanneer
    een sensor iets detecteert.

    27



  • Page 28

    6. Een camera gebruiken
    Functienaam

    Instelling en andere informatie

    Waarschuwingsgeluid

    Type geluid: <Geluid a>, Geluid b, Geluid c
    Volume: <Hard>, Normaal, Zacht
    R Wanneer u de hoofdmonitor of de submonitor gebruikt tijdens monitoring of andere handelingen, kunt u een waarschuwingsgeluid uit de camera laten komen. Selecteer het type en
    het volume van het geluid.

    Volume stem eigenaar

    Hard, <Normaal>, Zacht
    R Hiermee selecteert u het volume van het geluid van de camera tijdens communicatie met
    bezoekers (spreken of roepen).

    Gevoeligheid cameramicrofoon

    <Hoog>, Normaal, Laag
    R Selecteer [Normaal] of [Laag] wanneer te veel geluid wordt geregistreerd.

    Itemnaam: Andere instellingen
    Functienaam

    Instelling en andere informatie

    Indicatielamp

    <Altijd>, Tijdens het zenden, Uit
    R Hiermee selecteert u hoe het indicatielampje gaat branden.
    – Wanneer [Tijdens het zenden] is geselecteerd, gaat het lampje alleen branden wanneer
    de hoofdmonitor of de submonitor wordt gebruikt om te spreken of voor monitoring met
    de camera.

    Geschiedenis detectie camera

    R Hiermee geeft u de detectiegeschiedenis van de sensor weer. (De laatste 24 vermeldingen
    worden weergegeven.)

    Instellingen initialiseren

    Ja, Nee
    R Hiermee zet u de camera terug op de standaardinstellingen.
    – Ook als de instellingen van de camera worden geïnitialiseerd blijft de camera geregistreerd bij de hoofdmonitor. (De registratiegegevens worden niet verwijderd.)

    28



  • Page 29

    7. Elektrische sloten gebruiken

    7. . Elektrische sloten gebruiken

    7.1 Verbinding maken met elektrische
    sloten
    Wanneer een in de handel verkrijgbaar elektrisch slot wordt
    verbonden met de hoofdmonitor, kunt u een deur of een hek
    openen vanaf de hoofd- of submonitor. U kunt ook instellen hoe
    lang de deur of het hek open moet blijven.
    Als u elektrische sloten wilt gebruiken, moeten deze op de
    hoofdmonitor worden geconfigureerd.
    R U kunt maximaal 4 elektrische sloten aansluiten op de
    hoofdmonitor.
    R Zie de handleiding van het elektrisch slot en de
    Installatiehandleiding van dit product voor meer informatie
    over aansluitingen.

    7.1.1 Elektrische sloten configureren


    Deze handeling kan alleen worden verricht op de
    hoofdmonitor.

    1 Raak in het hoofdmenu

    ®

    ®

    [Verbonden apparaten] ® [Elektrisch slot] ® de te
    configureren deurtelefoon aan.
    R [Geluid bij ontgrendelen] kan ook worden
    geconfigureerd. (® pagina 36)

    2 Raak het elektrisch slot aan dat u wilt configureren en raak
    vervolgens de openingsduur van het slot aan.

    3 Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    7.1.2 Elektrische sloten openen

    1 Wanneer u spreekt of monitort met de deurtelefoon:
    : raak
    :

    of

    (

    aan.

    )

    R Wanneer er 2 elektrische sloten op dezelfde
    deurtelefoon zijn aangesloten:
    : selecteer het elektrisch slot dat u wilt openen. ®
    (

    )

    Een andere deur of een ander hek openen:
    R Nadat u de deur of het hek hebt geopend, kunt u nog
    een deur of hek openen door
    aan te raken (submonitor:

    of
    ).

    Opmerking:
    R U kunt de deur of het hek alleen openen tijdens het spreken
    of monitoren.
    R Wanneer u meerdere elektrische sloten gebruikt met
    verschillende deurtelefoons:
    U kunt de elektrische sloten alleen openen vanaf de
    deurtelefoon waaraan ze zijn gekoppeld.

    29



  • Page 30

    8. Handelingen bij inkomende oproepen

    8.1 Bij ontvangst van een andere inkomende oproep - hoofdmonitor
    8. . Handelingen bij inkomende oproepen

    Wanneer een andere inkomende oproep wordt ontvangen van een deurtelefoon of camera tijdens een gesprek, tijdens monitoring
    of bij ontvangst van een inkomende oproep op de hoofdmonitor, is het belsignaal te horen en worden meldingen ontvangen. Dit
    werkt als volgt.
    Voorbeeld: er is een inkomende oproep
    van deurtelefoon 2 tijdens het spreken
    met deurtelefoon 1.

    Voorbeeld: er zijn inkomende oproepen
    van deurtelefoon 1 en camera 2 tijdens
    monitoring met camera 1.

    B

    C

    D




    Voorbeeld: er is een inkomende oproep
    van een deurtelefoon of camera tijdens
    een intercomoproep.
    Intercomoproep



    A

    A

    Volume ontvanger

    E

    Hoofdscherm
    Deurtelefoonknop die aangeeft dat er een nieuwe inkomende oproep is (in het voorbeeld is dit een inkomende oproep van
    deurtelefoon 2)


    Wanneer u deze knop aanraakt, kunt u het beeld van de inkomende oproep weergeven in het hoofdscherm.

    Cameraknop die aangeeft dat er een nieuwe inkomende oproep is (in het voorbeeld is dit een inkomende oproep van camera
    2)


    Wanneer u deze knop aanraakt, kunt u het beeld van de inkomende oproep weergeven in het hoofdscherm.

    Subscherm dat aangeeft dat er een nieuwe inkomende oproep is (in het voorbeeld is dit een inkomende oproep van deurtelefoon
    1)


    Wanneer u het subscherm aanraakt, kunt u het beeld van het subscherm weergeven in het hoofdscherm.

    Knop melding inkomende oproep
    Huidige actie

    Nieuwe inkomende oproep van

    Volgende actie

    Ontvangst van een inkomende oproep van een
    deurtelefoon

    Deurtelefoon

    Het display verandert naar de nieuwe inkomende oproep en de vorige inkomende oproep wordt beëindigd.

    Camera

    De bestaande inkomende oproep van de deurtelefoon wordt weergegeven
    in het hoofdscherm en de nieuwe inkomende oproep van de camera wordt
    weergegeven in het subscherm*1.
    R Wanneer u het subscherm aanraakt, kunt u het beeld laten wisselen tussen het hoofdscherm en het subscherm.

    Spreken of monitoren
    met een deurtelefoon

    Deurtelefoon

    Het nummer van de deurtelefoon waarvan de inkomende oproep afkomstig
    is, is te zien in de aanraakknop (B).
    R Wanneer u B aanraakt, verandert het display naar de nieuwe inkomende
    oproep en de bestaande oproep of het monitoren wordt beëindigd.

    Camera

    De inkomende oproep van de camera wordt weergegeven in het subscherm*1.
    R Wanneer u spreekt met de deurtelefoon:
    – Wanneer u het subscherm aanraakt, kunt u het beeld laten wisselen
    tussen het hoofdscherm en het subscherm. (Wanneer het beeld is
    omgewisseld, kunt u verder spreken met de oorspronkelijke oproep.)
    R Tijdens monitoring met de deurtelefoon:
    – Wanneer u het subscherm aanraakt, verandert het display naar de
    nieuwe inkomende oproep van de camera en het bestaande monitoren wordt beëindigd.

    30



  • Page 31

    8. Handelingen bij inkomende oproepen
    Huidige actie
    Ontvangst van een inkomende oproep van een
    camera

    Spreken of monitoren
    met een camera

    Oproepen van een deurtelefoon doorschakelen

    Tijdens een intercomoproep
    *1
    *2

    Nieuwe inkomende oproep van

    Volgende actie

    Deurtelefoon

    De bestaande inkomende oproep van de camera wordt weergegeven in het
    subscherm en de nieuwe inkomende oproep van de deurtelefoon wordt
    weergegeven in het hoofdscherm.
    R Wanneer u het subscherm aanraakt, kunt u het beeld laten wisselen tussen het hoofdscherm en het subscherm.

    Camera

    Het display verandert naar de nieuwe inkomende oproep en de vorige inkomende oproep wordt beëindigd.

    Deurtelefoon

    De inkomende oproep van de deurtelefoon wordt weergegeven in het subscherm (D).
    R Wanneer u spreekt met de camera:
    – Wanneer u D aanraakt, kunt u het beeld laten wisselen tussen het
    hoofdscherm en het subscherm. (Wanneer het beeld is omgewisseld,
    kunt u verder spreken met de oorspronkelijke oproep.)
    R Tijdens monitoring met de camera:
    – Wanneer u D aanraakt, verandert het display naar de nieuwe inkomende oproep van de deurtelefoon en het bestaande monitoren
    wordt beëindigd.

    Camera

    De inkomende oproep kan worden weergegeven door de cameraknop
    (C)*2 aan te raken.
    R Wanneer u C aanraakt, verandert het display naar de nieuwe inkomende
    oproep en de bestaande oproep of het monitoren wordt beëindigd.

    Deurtelefoon

    De knop voor melding van een inkomende oproep (E) wordt weergegeven.
    R Wanneer u E aanraakt, wordt het doorschakelen geannuleerd en wordt
    opnieuw het scherm van de oorspronkelijke deurtelefoon weergegeven.
    Het nummer van de deurtelefoon waarvan de inkomende oproep afkomstig is, is te zien in een aanraakknop, zoals B.
    R Wanneer u B aanraakt, verandert het display naar de nieuwe inkomende
    oproep en de bestaande oproep of het monitoren wordt beëindigd.

    Camera

    De knop voor melding van een inkomende oproep (E) wordt weergegeven.
    R Wanneer u E aanraakt, wordt het doorschakelen geannuleerd en wordt
    opnieuw het scherm van de oorspronkelijke deurtelefoon weergegeven.
    De inkomende cameraoproep wordt weergegeven in het subscherm*1.
    R Wanneer u het subscherm aanraakt, kunt u het beeld laten wisselen tussen het hoofdscherm en het subscherm. (Wanneer het beeld is omgewisseld, kunt u verder spreken met de oorspronkelijke oproep.)

    Deurtelefoon of camera

    De knop voor melding van een inkomende oproep (E) wordt weergegeven.
    R Wanneer u E aanraakt, verandert het display naar de nieuwe inkomende
    oproep en de bestaande intercomoproep wordt beëindigd.

    Wanneer meerdere inkomende cameraoproepen worden ontvangen, krijgt de meest recente inkomende oproep voorrang.
    Deze wordt weergegeven in het subscherm.
    Wanneer meerdere inkomende cameraoproepen worden ontvangen, krijgt de meest recente inkomende oproep voorrang.
    Deze wordt weergegeven in de cameraknop.

    Opmerking:
    R Het subscherm kan worden uitgeschakeld door

    aan te raken.

    8.2 Bij ontvangst van een andere inkomende oproep - submonitor
    Wanneer een andere inkomende oproep wordt ontvangen van de deurtelefoon of camera tijdens een gesprek, tijdens monitoring
    of bij ontvangst van een inkomende oproep op de submonitor, worden meldingen ontvangen. Dit werkt als volgt.

    31



  • Page 32

    8. Handelingen bij inkomende oproepen
    Huidige actie
    Ontvangst van een inkomende oproep van een
    deurtelefoon of camera

    Nieuwe inkomende oproep van
    Deurtelefoon of camera

    Volgende actie
    Het belsignaal van de deurtelefoon of camera is te horen en

    of

    knippert. (Zie pagina 13 voor informatie over het display.)
    R Wanneer meerdere inkomende oproepen van een deurtelefoon worden
    ontvangen, wordt de oorspronkelijke inkomende oproep beëindigd. De
    nieuwe inkomende oproep krijgt voorrang en wordt weergegeven.
    R Wanneer een inkomende oproep van zowel de deurtelefoon als de camera wordt ontvangen, krijgt de inkomende oproep van de deurtelefoon
    voorrang. Deze oproep wordt weergegeven.
    R Wanneer meerdere inkomende oproepen van een camera worden ontvangen, wordt de oorspronkelijke inkomende oproep beëindigd. De nieuwe inkomende oproep krijgt voorrang en wordt weergegeven.
    Spreken tegen de bezoeker die bij de deurtelefoon staat:
    R Druk op

    .

    Monitoren met de deurtelefoon of camera:
    ®

    R
    Spreken of monitoren
    met een deurtelefoon of
    camera, of tijdens een
    intercomoproep

    Deurtelefoon of camera

    : selecteer het apparaat. ®

    (

    )

    Het belsignaal van de deurtelefoon of camera is te horen en het pictogram
    van het apparaat van de inkomende oproep wordt weergegeven.
    (Zie pagina 13 voor informatie over het display.)
    De inkomende oproep beantwoorden:
    R Druk op

    .



    De oorspronkelijke oproep of het monitoren wordt beëindigd en het
    weergegeven beeld verandert.



    Druk op

    om te spreken tegen de bezoeker die bij de

    deurtelefoon of camera staat.

    32



  • Page 33

    9. Extra functies

    9. . Extra functies

    9.1 Wijzigen hoe beelden worden weergegeven (breedbeeld/zoom en
    verschuiving/kanteling van het beeld)
    Wanneer beelden van een deurtelefoon of camera worden weergegeven, kunt u kiezen uit breedbeeld en zoom, en door het beeld
    te verschuiven of kantelen kunt u bepalen waarop wordt ingezoomd.
    Bediening
    Breedbeeld ® zoom

    Raak de positie aan die u wilt vergroten.

    (

    Volledig-beeldweergave ® zoom



    Zoom ® breedbeeld

    (

    Volledig-beeldweergave ® breedbeeld



    Breedbeeld ® volledig-beeldweergave



    Verschuiven/kantelen


    )

    )

    Raak de positie aan die u wilt weergeven.

    Zie pagina 15 voor meer informatie over breedbeeld, zoom en volledig-beeldweergave.

    Opmerking:
    R Omdat met digitale zoom wordt gewerkt, is de beeldkwaliteit van de zoomweergave lager dan in breedbeeld of
    volledig-beeldweergave.
    R Wanneer beelden worden opgenomen in zoomweergave, wordt alleen het weergegeven deel opgenomen.
    R Wanneer u de hoofdmonitor gebruikt, kunt u de verschuivings-/kantelfuncties en de functies voor breedbeeld, zoom en
    volledig-beeldweergave ook gebruiken tijdens het afspelen van opgenomen beelden.
    R Na een wijziging van het display keert het display terug naar de geconfigureerde instellingen op het moment dat het volgende
    beeld wordt weergegeven.
    – Wijzig de instellingen bij [Instellingen groothoek/zoom] of [Instellingen zoompositie] als u wilt veranderen hoe inkomende
    oproepen van een deurtelefoon en gemonitorde beelden in eerste instantie worden weergegeven. (® pagina 15)
    – Beelden van inkomende oproepen, gemonitorde beelden en opgenomen camerabeelden kunnen in eerste instantie alleen
    in breedbeeld worden weergegeven.

    9.2 Beeld- en geluidsinstellingen voor spreken en monitoring
    De volgende beeld- en geluidsinstellingen kunnen worden geconfigureerd voor het spreken en monitoren met deurtelefoons en
    camera’s.
    Status
    Spreken of monitoren met een deurtelefoon

    Spreken of monitoren met een camera
    *1
    *2
    *3

    Geluidsinstellingen die kunnen worden gewijzigd

    Beeldinstellingen die kunnen worden
    gewijzigd

    R Ontvangstvolume van inkomende
    oproepen
    R Eigen stemvolume (weergegeven
    op deurtelefoon)*1
    R Stemvervormer (maakt de stem die
    op de deurtelefoon te horen is
    zwaarder)

    R Verlichting van LED-lampjes van
    deurtelefoon (handmatig AAN/
    UIT)*2
    R Tegenlichtcompensatie op deurtelefoon*2

    R Ontvangstvolume van inkomende
    oproepen

    R Instelling van de helderheid*3

    R Instelling van de helderheid*2

    Dit is het volume dat buiten bij de deurtelefoon te horen is bij een gesprek via de deurtelefoon. (Deze instelling kan alleen
    worden gewijzigd op de hoofdmonitor.)
    Kan ook worden gewijzigd wanneer er een inkomende oproep van de deurtelefoon is.
    Kan ook worden gewijzigd wanneer er een inkomende oproep van de camera is.

    33



  • Page 34

    9. Extra functies
    Configuratie (configureer de instellingen als volgt tijdens het spreken of tijdens monitoring)
    ® [Geluid] of [Weergeven]*1 aan ® configureer de instellingen die u wilt wijzigen (zie volgende tabel).

    : raak
    *1

    [Geluid] en [Weergeven] worden niet weergegeven tijdens een gesprek of tijdens monitoring met een camera.
    :

    (

    ) ® configureer de instellingen die u wilt wijzigen (zie volgende tabel).

    Ontvangstvolume van
    inkomende oproepen
    wijzigen
    Eigen stemvolume wijzigen (weergegeven op
    deurtelefoon)*1

    Raak [Volume ontvanger] aan en wijzig het volume door [–] (Zachter) of [+] (Harder)
    aan te raken.
    : "Volume" ®



    (

    : wijzig het volume.

    Raak [Volume stem eigenaar] aan en pas het volume aan door [Zacht] of [Normaal] aan
    te raken.
    Raak [Stemvervormer] ® [Aan] aan.

    Stemvervormer gebruiken*1

    : "Stemvervormer" ®

    (

    )

    Raak [Verlichting] aan en raak vervolgens [Aan] of [Uit] aan.
    De LED-lampjes van de
    deurtelefoon in- of uitschakelen*1

    : "Verlichting" ®

    (



    : selecteer de gewenste instelling.

    Raak [Tegenlichtcompensatie] aan en pas de tegenlichtcompensatie aan met [–], [Uit] of [+].
    Tegenlichtcompensatie
    gebruiken voor beeld
    van de deurtelefoon*1

    De helderheid van het
    scherm wijzigen

    *1

    : "Tegenlicht" ®

    (



    hiermee past u de tegenlichtcompensatie aan.

    :

    R [–]: gebruik deze optie wanneer gezichten te licht zijn (zo
    maakt u het beeld donkerder).
    R [Uit]: hiermee schakelt u de
    tegenlichtcompensatie uit.
    R [+]: gebruik deze optie wanneer gezichten te donker zijn
    (zo maakt u het beeld lichter).

    Raak [Helderheid] aan en wijzig de helderheid door [–] (Donkerder) of [+] (Lichter) aan
    te raken.
    : "Helderheid" ®

    (



    : wijzig de helderheid.

    Kan alleen worden geconfigureerd tijdens een gesprek of tijdens monitoring met een deurtelefoon.

    9.3 Instellingen voor het belsignaal
    9.3.1 Instellingen voor het type belsignaal
    U kunt het belsignaal wijzigen dat te horen is wanneer een oproep van de deurtelefoon of de camera wordt ontvangen. (Het
    belsignaal van een intercomoproep kan niet worden gewijzigd.)
    – Voor informatie over het configureren van instellingen: zie pagina 36 voor de hoofdmonitor en pagina 38 voor de submonitor.

    9.3.2 Instellingen voor het volume van het belsignaal
    U kunt het volume wijzigen van het belsignaal dat te horen is bij deurtelefoonoproepen, cameraoproepen en intercomoproepen.

    34



  • Page 35

    9. Extra functies
    : zie pagina 36.

    : ga als volgt te werk.

    1 Wanneer het informatiescherm wordt weergegeven, selecteert u met
    vervolgens drukt u op

    2

    (

    het item waarvan u het volume wilt wijzigen en

    ).

    : wijzig het volume.*1

    3 Druk op
    *1

    om de handeling te beëindigen.

    Als u het geluid wilt dempen, houdt u

    ingedrukt totdat

    wordt weergegeven. (Het volume van de intercomfunctie

    kan niet worden uitgeschakeld.)


    Als u het geluid weer wilt activeren, drukt u op

    .

    9.4 Lijst functie-instellingen - hoofdmonitor
    U kunt de instellingen afstemmen op de manier waarop de hoofdmonitor wordt gebruikt.
    Instellingen wijzigen
    ®

    1. Raak in het hoofdmenu

    aan.

    2. Raak de itemnaam, functienaam en instelling aan.
    R Afhankelijk van de functie moet u de handelingen mogelijk herhalen.
    3. Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Opmerking:
    R Het scherm voor het instellen van de functie wordt automatisch gesloten als een inkomende oproep wordt ontvangen of als er
    ongeveer 90 seconden lang geen handelingen worden verricht.
    R In de volgende tabel staan de standaardinstellingen tussen < >.
    Itemnaam: Initiële instellingen
    Submenu
    1

    Instellingen

    2

    3

    Instellingen tijd en datum*1





    2013-1-1 0:00

    Weergavenotatie tijd





    <12 uur>, 24 uur

    Eerste dag week instellen





    Zondag, <Maandag>

    Instellingen zoompositie

    Deurtelefoon 1 - 2



    Instellingen groothoek/
    zoom

    Deurtelefoon 1 - 2

    Voedingsfrequentie



    Wanneer bezoekers komen/Tijdens monitoring



    Zoom, <Groothoek>, Alle

    Zie voor meer
    informatie pagina 15.

    <50 Hz>, 60 Hz
    R Om een vlekkerig beeld of onregelmatige kleuren
    te voorkomen moet u de juiste voedingsfrequentie
    kiezen voor uw land.

    35



  • Page 36

    9. Extra functies
    Submenu
    1
    Taal selecteren*1
    *1

    2

    3





    Instellingen
    <English>, Français, Deutsch, Italiano, Español, Nederlands

    Wanneer u het product voor de eerste keer gebruikt, moet u de aanwijzingen op het scherm volgen om deze instelling te
    configureren. (® pagina 15)

    Itemnaam: Belsignaal
    Submenu
    1

    Instellingen

    2

    Volume belsignaal

    Belsignaal

    Deurtelefoon

    <Hard>, Normaal, Zacht, Dempen

    Camera

    <Hard>, Normaal, Zacht, Dempen

    Oproepen

    <Hard>, Normaal, Zacht

    Deurtelefoon 1

    <Geluid 1>, Geluid 2, Geluid 3, Geluid 4

    <Normaal>, Herhalen

    Deurtelefoon 2

    Geluid 1, <Geluid 2>, Geluid 3, Geluid 4

    <Normaal>, Herhalen

    Camera 1 - 4

    <Geluid A>, Geluid B, Geluid C, Geluid D

    Itemnaam: Opnemen/afspelen
    Submenu
    1

    Instellingen

    2

    Oproepen opnemen

    Deurtelefoon 1 - 2/
    Camera 1 - 4

    Inschakelen, <Uitschakelen>
    R Als u beelden en geluid wilt opnemen tot het eind van een oproep (®
    pagina 20, 25) selecteert u [Inschakelen].

    Alle beelden verwijderen

    Intern geheugen

    Ja, Nee

    SD-kaart

    Ja, Nee

    Itemnaam: SD-kaart
    Submenu
    1

    Instellingen

    2

    Formatteren



    Ja, Nee

    Kop. naar SD-kaart



    Ja, Nee

    Zie voor meer informatie pagina 41.

    Itemnaam: Verbonden apparaten
    Submenu
    1
    Camera
    Deurtelefoonverbinding*1

    Elektrisch slot

    3





    Zie voor meer informatie pagina 26.

    Deurtelefoon 1



    <Apparaat verbonden>, Automatische detectie, Apparaat niet verbonden

    Deurtelefoon 2



    Apparaat verbonden, <Automatische detectie>, Apparaat niet verbonden

    Deurtelefoon 1 - 2

    Geluid bij ontgrendelen

    36

    Instellingen

    2

    Elektrisch deurslot/Elektrisch
    hekslot


    <Geen verbinding>, 1 sec. ontgrend. - 7 sec. ontgrend.
    <Aan>, Uit

    Zie voor meer
    informatie pagina 29.



  • Page 37

    9. Extra functies
    Submenu
    1

    2

    Verbindingen versterker

    Instellingen

    3

    Versterkers
    apart aangesloten:
    Versterker 1 - 2



    <Submonitor>, Camera

    Versterkers hebben verbinding
    met elkaar:
    Versterker(met
    elkaar verbonden)
    Automatische verlichting

    *1

    Deurtelefoon 1 - 2

    Wanneer bezoekers komen/Tijdens monitoring

    Zie pagina 39 voor
    meer informatie
    over het aansluiten van versterkers.

    <Inschakelen>, Uitschakelen
    R Met deze instelling bepaalt u of de LED-lampjes
    al dan niet automatisch worden ingeschakeld
    wanneer het donker is in de buurt van de deurtelefoon.

    Selecteer [Apparaat niet verbonden] voor deurtelefoons die niet meer worden gebruikt.

    Itemnaam: Registreren/annuleren
    Submenu
    1

    Instellingen

    2

    Registreren

    Manier van registreren: Submonitor en Versterker ® pagina 39 en 40,
    Camera ® pagina 23

    Submonitor/Camera/Versterker

    Manier van annuleren: Submonitor, Camera en Versterker ® pagina 40

    Annuleren
    Itemnaam: Overig
    Submenu
    1
    Aanraakgeluid
    Instellingen

    initialiseren*1

    Demostand

    *1

    Instellingen

    2


    <Aan>, Uit



    Init. + Beelden verw., Instellingen alleen initialiseren
    R Selecteer [Init. + Beelden verw.] voordat u het product weggooit, overdraagt of terugstuurt.



    Gebruik deze instelling alleen wanneer het product wordt gebruikt als demomodel in een winkel.
    Aan, Speciale SD-kaart nodig, <Uit>

    De volgende instellingen worden niet geïnitialiseerd.
    – De instellingen bij [Voedingsfrequentie], [Taal selecteren], [Elektrisch slot], [Verbindingen versterker] en [Camera].
    – Registratiegegevens van apparaten die bij de hoofdmonitor zijn geregistreerd. (Alle apparaten zijn ook na initialisatie nog
    steeds bij de hoofdmonitor geregistreerd.)

    9.5 Lijst functie-instellingen - submonitor
    U kunt de instellingen afstemmen op de manier waarop de submonitor wordt gebruikt.
    Instellingen wijzigen
    1. Druk in het informatiescherm op
    2.

    : selecteer de functie. ®

    (
    (

    ).
    )

    37



  • Page 38

    9. Extra functies
    3.

    : selecteer de instelling. ®

    (

    )

    R Als u "Contrast" wilt aanpassen, gebruik dan
    R Als u "Initialiseren" wilt uitvoeren, druk dan op
    4. Druk op

    en druk op

    (

    ).

    (Ja). (De initialisatie is voltooid wanneer het scherm uitgaat.)

    om de handeling te beëindigen.

    Opmerking:
    R Het scherm voor het instellen van de functie wordt automatisch gesloten als een inkomende oproep wordt ontvangen of als er
    ongeveer 60 seconden lang geen handelingen worden verricht.
    R In de volgende tabel staan de standaardinstellingen tussen < >.
    Submenu
    1
    Belsignaal

    Instellingen

    2
    Deurtelefoon 1

    <Geluid 1>, Geluid 2, Geluid 3, Geluid 4

    <Normaal>, Herhalen

    Deurtelefoon 2

    Geluid 1, <Geluid 2>, Geluid 3, Geluid 4

    <Normaal>, Herhalen

    Camera 1 - 4

    <Geluid A>, Geluid B, Geluid C, Geluid D

    Toetsgeluid



    <Aan>, Uit

    Contrast



    Het contrast kan worden ingesteld op 5 verschillende niveaus (standaardinstelling: niveau 3). Pas het contrast aan wanneer het scherm maar moeilijk
    afleesbaar is.

    Registreren



    Ja, Nee
    R Hiermee registreert u de submonitors bij de hoofdmonitor.
    – De meegeleverde submonitor is al op voorhand bij de hoofdmonitor
    geregistreerd.
    – Zie pagina 39 voor informatie over het opnieuw registreren van
    geannuleerde submonitors.

    Initialiseren



    Ja, Nee
    R Ook als de instellingen van de submonitor worden geïnitialiseerd blijft de
    submonitor geregistreerd bij de hoofdmonitor. (De registratiegegevens
    worden niet verwijderd.)

    38



  • Page 39

    10. Algemene informatie

    10.1 Submonitors registreren
    10. . Algemene informatie

    U kunt op dit product extra submonitors (aanvullende
    accessoires, ® pagina 4) registreren en gebruiken.

    10.1.1 Een submonitor registreren bij de
    hoofdmonitor

    1

    : raak in het hoofdmenu

    aan ®

    ® [Registreren/annuleren] ® [Registreren] ®
    [Submonitor] ® selecteer het nummer van de submonitor
    die u wilt registreren.
    R Voer daarna binnen ongeveer 2 minuten de volgende
    handelingen uit op de submonitor.

    2

    *1:

    wanneer "Registreer het apparaat." wordt

    apparaten op de hoofdmonitor (® pagina 40) de Aan de
    slag van de versterker voor meer informatie over geschikte
    installatielocaties.
    Voorbeeld van signaalbereik en installatie van versterkers
    Elke versterker apart aangesloten
    Op deze manier komt het signaal op grotere afstand van de
    hoofdmonitor. Omdat het signaal door de hoofdmonitor wordt
    verzonden, kunnen verschillende soorten apparaten
    verbinding hebben met elke versterker. (Het is bijvoorbeeld
    mogelijk om submonitors te hebben die verbonden zijn met de
    ene versterker en camera’s die verbinding hebben met een
    andere versterker.) Dit is handig wanneer u verbinding wilt
    hebben met verschillende soorten apparaten over kortere
    afstanden.
    Zonder versterkers:

    weergegeven op het scherm van de submonitor, drukt u op


    (

    (Ja).

    R "Registratie voltooid" wordt weergegeven.

    3
    *1

    : druk op

    .

    Geannuleerde submonitors opnieuw registreren:


    (
    (



    : "Registreren" ®
    (Ja)

    Met versterkers:

    10.2 Versterkers gebruiken
    Als de submonitor of camera ver van de hoofdmonitor
    verwijderd is, of als er zich obstakels (® pagina 7) bevinden
    tussen de submonitor of camera en de hoofdmonitor, kunnen
    de volgende problemen optreden. In dergelijke gevallen kunt u
    een versterker (aanvullende accessoires, ® pagina 4)
    gebruiken om de communicatie tussen de apparaten te
    verbeteren.
    – oproepen met de submonitor vallen weg en het beeld is
    vervormd;
    – het beeld van de camera is vervormd of er worden geen
    meldingen ontvangen van de camerasensoren;


    wanneer

    wordt weergegeven voor de submonitor of

    het rode indicatielampje van de camera knippert, is de
    hoofdmonitor niet in staat om verbinding te maken met de
    submonitor of camera.
    Opmerking:
    R U kunt maximaal 2 versterkers gebruiken. Een
    afzonderlijke versterker kan signalen zenden naar
    meerdere submonitors of camera’s. Dezelfde versterker
    kan echter niet worden gebruikt voor zowel submonitors als
    camera’s.
    R Het signaalbereik hangt af van de indeling van de kamers
    en de muren van het gebouw. Zie na registratie van

    2 versterkers die verbinding hebben met elkaar
    Op deze manier komt het signaal op grotere afstand van de
    hoofdmonitor doordat het signaal rechtstreeks van versterker
    naar versterker gaat. Het signaal wordt dus uitgezonden tussen
    versterkers onderling. Dit betekent dat beide versterkers
    verbinding moeten hebben met hetzelfde type apparaat (alleen
    maar submonitors of alleen maar camera’s). Dit is handig
    wanneer u verbinding wilt hebben met dezelfde soort apparaten
    over langere afstanden.

    39



  • Page 40

    10. Algemene informatie
    Zonder versterkers:

    5

    : sluit de voeding aan op de versterker die u wilt
    registreren en houd vervolgens PROGRAM (A) ongeveer
    3 seconden ingedrukt.
    R Het groene indicatielampje ID (B) knippert.

    Met versterkers:
    A
    B

    R Na afloop van de registratie blijft het indicatielampje
    branden.
    (Of het groene indicatielampje blijft branden hangt af
    van de signaalstatus. Zie in dit geval de Aan de slag
    van de versterker.)

    10.2.1 Een versterker registreren bij de
    hoofdmonitor

    1

    : raak in het hoofdmenu

    aan ®

    ® [Registreren/annuleren] ® [Registreren] ®
    [Versterker] ® selecteer het nummer van de versterker die
    u wilt registreren.

    2 Eerste versterker registreren:
    Ga naar stap 3.
    Tweede versterker registreren:
    Selecteer de juiste verbindingsmethode voor de manier
    waarop u de versterker wilt gebruiken. (® pagina 39)
    R Als [Met elkaar verbonden] is geselecteerd, gaat u naar
    stap 5.

    3 Raak [Volgende] aan.
    4 Selecteer het apparaat waarmee de versterker verbinding
    moet maken.
    R Voer daarna binnen ongeveer 2 minuten de volgende
    handelingen uit op de versterker.

    6

    : druk op

    .

    Opmerking:
    R Wanneer u de apparaten gebruikt in aparte gebouwen of
    over grote afstanden, bestaat de mogelijkheid dat
    versterkers het probleem van weggevallen verbindingen en
    vervormd beeld niet kunnen oplossen.

    10.3 Submonitors, camera’s en
    versterkers annuleren


    Annuleren is alleen mogelijk op de hoofdmonitor.

    1 Raak in het hoofdmenu

    aan ®

    ®

    [Registreren/annuleren] ® [Annuleren] ® selecteer het
    type apparaat dat u wilt annuleren.

    2 Selecteer het apparaat dat u wilt annuleren in de

    weergegeven lijst.
    R Versterkers annuleren:
    Wanneer 2 versterkers verbinding hebben met elkaar,
    kan alleen de versterker die zich het verst van de
    hoofdmonitor af bevindt, worden geannuleerd.

    3 Lees het bericht en raak [Ja] aan.
    R U hoort een toon en "Annuleren voltooid" wordt
    weergegeven.

    4 Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    Belangrijk:
    R Om onjuist gebruik te voorkomen moet u de batterijen
    uit de geannuleerde submonitors verwijderen.

    40



  • Page 41

    10. Algemene informatie

    10.4 SD-kaarten gebruiken
    (formatteren/gegevens kopiëren/
    beelden afspelen)
    Formatteren:
    SD-kaarten die door een computer of ander apparaat zijn
    geformatteerd, moeten eerst door de hoofdmonitor worden
    geformatteerd voordat ze geschikt zijn voor gebruik.
    Opgenomen beelden kopiëren (intern geheugen ®
    SD-kaarten)
    U kunt per keer maximaal 50 opgenomen beelden kopiëren die
    in de hoofdmonitor zijn opgeslagen.
    R Gekopieerde gegevens worden opgeslagen in de map
    "BACKUP" in de map "PRIVATE" van de SD-kaart (®
    pagina 42). Als gegevens nogmaals naar dezelfde
    SD-kaart worden gekopieerd, worden alle vastgelegde
    gegevens overschreven die al in de map "BACKUP" zijn
    opgeslagen.
    R Gekopieerde gegevens kunnen alleen op een computer
    worden afgespeeld en niet op de hoofdmonitor.
    Handelingen (alleen hoofdmonitor)

    1 Steek de SD-kaart die u wilt formatteren of die u wilt

    gebruiken voor het kopiëren van opgenomen gegevens in
    de SD-kaartsleuf. (® pagina 10)

    2 Raak in het hoofdmenu

    ®

    ®

    [SD-kaart] aan.

    3 Formatteren:
    Raak [Formatteren] aan, lees het bericht en raak
    vervolgens [Ja] aan.
    Opgenomen gegevens kopiëren:
    Raak [Kop. naar SD-kaart] aan, lees het bericht en raak
    vervolgens [Ja] aan.
    Belangrijk:
    R Tijdens het formatteren of kopiëren knippert de
    SD-kaartindicator. Zolang het indicatielampje
    knippert, mag u de SD-kaart niet verwijderen en niet
    op de knop RESET drukken (® pagina 11).

    4 Druk op

    om de handeling te beëindigen.

    R Verwijder zo nodig de SD-kaart.

    10.4.1 Beelden afspelen op een computer
    Door een SD-kaart in een SD-kaartsleuf te steken in een
    computer of in een SD-kaartlezer die op een computer is
    aangesloten, kunt u de beelden die op de SD-kaart zijn
    opgeslagen (stilstaande beelden en video’s) afspelen op een
    computer.
    – Stilstaande beelden (in JPEG-indeling) kunnen worden
    bekeken met weergavesoftware die JPEG ondersteunt.



    Video’s (Motion JPEG-indeling) kunnen worden
    afgespeeld met QuickTime Player. (Op computers met
    Windows® 7 of Windows® 8 kunnen video’s ook worden
    afgespeeld met Windows Media® Player.)

    Ondersteunde besturingssystemen*1:
    Windows® XP/Windows Vista®/Windows® 7/Windows® 8/Mac
    OS® X
    *1

    Afhankelijk van de compatibiliteit tussen de weergave- of
    videosoftware en het besturingssysteem kunnen
    stilstaande of bewegende beelden mogelijk niet goed
    worden afgespeeld.

    Beelden afspelen:
    Zie de bedieningsinstructies van de computer.

    10.4.2 Mapstructuur op SD-kaarten en
    bestandsindelingen
    Wanneer u een SD-kaart in de hoofdmonitor plaatst, worden
    mappen gemaakt op de SD-kaart. De gegevens die
    rechtstreeks op de SD-kaart worden opgeslagen en de
    gegevens die uit het interne geheugen naar de SD-kaart
    worden gekopieerd, komen in aparte mappen terecht.
    R Wijzig de naam van de mappen niet en verwijder deze
    mappen niet met een computer. (Als u dit wel doet, kunnen
    de gegevens niet meer worden afgespeeld op de
    hoofdmonitor.)
    R De volgende 3 soorten bestanden worden opgeslagen op
    de SD-kaart.
    – JPG: stilstaande beelden (JPEG-indeling)
    – MOV: video’s (Motion JPEG-indeling)
    – TXT: opnamegegevens (tekstindeling)
    Mapstructuur voor opgenomen beelden en hun
    bestandsindeling bij directe opslag op een SD-kaart
    Mapstructuur
    Voorbeeld:

    DCIM/100_D501
    A

    Mapnummer (100 - 129)
    R Wanneer u een SD-kaart gebruikt waarop gegevens
    staan die door een ander apparaat zijn opgeslagen, zijn
    de mapnummers 100 - 999 beschikbaar.
    Bestandsindeling
    Voorbeeld:

    DRI_0001.JPEG
    A

    B

    Naam van apparaat waarvan beeld afkomstig is
    R DR1 - DR2: deurtelefoon 1 - 2
    R CM1 - CM4: camera 1 - 4
    Bestandsnummer
    R 1 opgenomen beeld per nummer.

    41



  • Page 42

    10. Algemene informatie
    R In elke map worden de bestanden genummerd van
    0001 tot 0100.
    Mapstructuur en bestandsindeling van gegevens die van
    het interne geheugen van de hoofdmonitor worden
    gekopieerd naar de SD-kaart
    Mapstructuur
    Voorbeeld:

    PRIVATE/PANA_GRP/DOOR/BACKUP/20141013
    A

    Opnamedatum (Voorbeeld: 13 oktober 2014)
    Bestandsindeling
    Voorbeeld:

    10.6 Specificaties
    Hoofdmonitor (VL-MWD501EX)
    Voeding

    Voedingseenheid (VL-PS240)
    24 V DC, 0,5 A

    Stroomverbruik

    Stand-by: circa 1,4 W
    Tijdens gebruik: circa 10 W

    Afmetingen (mm)
    (hoogte ´ breedte
    ´ diepte)

    Circa 180´165´21
    (zonder uitstekende delen)

    Gewicht

    Circa 470 g

    Gebruiksomgeving

    Omgevingstemperatuur: circa 0 °C
    tot +40 °C
    Relatieve luchtvochtigheid (niet
    condenserend): max. 90 %

    Display

    Kleurendisplay circa 5 inch breed

    Spreken

    Handsfree

    Installatie

    Wandmontage (montagebeugel
    meegeleverd)

    Frequentiegebied

    1,88 GHz tot 1,90 GHz

    Optie-uitgang
    (normaal open)

    Nominale belasting:
    24 V AC/DC, 0,3 A of lager
    Min. toepasbare belasting:
    5 V DC, 0,001 A
    (Geproduceerd bij een oproep van
    de deurtelefoon (® pagina 17).)

    B

    13450000.TXT
    A

    C

    Opnametijd (Voorbeeld: 13:45)
    Teller (00 - 49)
    Per opgenomen bestand een opnamenummer
    R 00: de bestanden bevatten opnamegegevens
    R 01 - 08: het nummer van het beeld (8 beelden)

    10.5 Reinigen
    Veeg het product af met een zachte, droge doek.
    Als het product erg vies is, kunt u een licht vochtige doek
    gebruiken.
    Belangrijk:
    R Gebruik geen reinigingsmiddelen die alcohol,
    schuurmiddelen, poederzeep, benzine, thinner, was of
    olie bevatten en gebruik geen kokend water. Spuit geen
    insecticiden, glasreiniger of haarlak op het product. Dit
    kan leiden tot een wijziging in de kleur of kwaliteit van
    het product.
    De oplader reinigen:
    Trek voor de veiligheid de oplader uit het stopcontact voordat
    u de oplader reinigt.

    R Compatibele SD-kaarten
    U kunt de volgende SD-kaarten die voldoen aan de
    SD-normen gebruiken. (SD-kaarten gemaakt door
    Panasonic worden aanbevolen.)
    – Ondersteunde typen SD-kaarten*1
    SD-geheugenkaart*2: 2 GB
    SDHC-geheugenkaart*3: 4 GB - 32 GB
    SDXC-geheugenkaart: 48 GB en 64 GB
    – Bestandssysteem
    SD-geheugenkaart: FAT16
    SDHC-geheugenkaart: FAT32
    SDXC-geheugenkaart:: exFAT

    De submonitor reinigen:
    Om onbedoelde bediening van de submonitor te voorkomen
    moet u de batterijen verwijderen vóór het reinigen.

    *1

    Het aanraakpaneel van de hoofdmonitor reinigen:

    *3

    Raak in het hoofdmenu


    ®

    Het scherm "Aanraakscherm reinigen" wordt ongeveer 90
    seconden lang weergegeven. In deze tijd kunt u de
    hoofdmonitor reinigen. (Druk op



    42

    aan.

    wanneer u

    klaar bent.)
    Reinig het aanraakpaneel met een zachte, droge zoek. Let
    erop dat u geen krassen maakt.

    *2

    Zie pagina 19 voor meer uitleg over de capaciteit en het
    aantal opnamen dat een SD-kaart kan bevatten.
    miniSD- en microSD-geheugenkaarten kunnen ook
    worden gebruikt. Wel is dan een adapter noodzakelijk.
    miniSDHC- en microSDHC-geheugenkaarten kunnen ook
    worden gebruikt. Wel is dan een adapter noodzakelijk.

    Voedingseenheid (VL-PS240) (alleen voor gebruik
    binnenshuis)
    Voeding

    In: 220-240 V AC, 0,2 A, 50/60 Hz
    Uit: 24 V DC, 0,6 A

    Afmetingen (mm)
    (hoogte ´ breedte
    ´ diepte)

    Circa 116´100´54 (zonder uitstekende delen)



  • Page 43

    10. Algemene informatie
    Gewicht

    Circa 230 g

    Spreken

    Handsfree

    Gebruiksomgeving

    Omgevingstemperatuur: circa 0 °C
    tot +40 °C
    Relatieve luchtvochtigheid (niet
    condenserend): max. 90 %

    Bedrijfsduur*1

    Stand-by: circa 80 uur

    Oplaadtijd*2

    Circa 8 uur

    Zendbereik

    Circa 100 m (zichtlijn vanaf hoofdmonitor)

    Installatie

    Bevestiging op DIN-rail

    Deurtelefoon (VL-V554EX/VL-V554UEX)
    Voeding

    Voeding aangeleverd door hoofdmonitor
    20 V DC, 0,23 A

    Afmetingen (mm)
    (hoogte ´ breedte
    ´ diepte)

    VL-V554EX: circa 169´118´30
    (zonder uitstekende delen)
    VL-V554UEX: circa 169´118´16,5
    (zonder de delen die in de muur zitten)

    Gewicht

    VL-V554EX: circa 405 g
    VL-V554UEX: circa 345 g

    Gebruiksomgeving

    Omgevingstemperatuur: circa
    -10 °C tot +50 °C
    Relatieve luchtvochtigheid (niet
    condenserend): max. 90 %

    Kijkhoek

    *1
    *2

    Bij gebruik volledig opgeladen in een
    omgevingstemperatuur van 20 °C.
    Bij gebruik in een omgevingstemperatuur van 20 °C. De
    oplaadtijd kan toenemen wanneer de
    omgevingstemperatuur lager is dan dit.

    n Oplader
    Voeding

    Lichtnetadapter (PNLV226CE/
    PNLV226E)
    In: 220-240 V AC, 0,1 A, 50/60 Hz
    Uit: 5,5 V DC, 0,5 A

    Stroomverbruik

    Stand-by: circa 0,4 W
    (submonitor niet in oplader)
    Tijdens opladen: circa 1,4 W

    Afmetingen (mm)
    (hoogte ´ breedte
    ´ diepte)

    Circa 43´81´76
    (zonder uitstekende delen)

    Horizontaal: circa 170°
    Verticaal: circa 115°

    Gewicht

    Circa 70 g (exclusief lichtnetadapter)

    Installatie

    VL-V554EX: oppervlakbevestiging
    (montagebasis meegeleverd)
    VL-V554UEX: verzonken bevestiging (inbouwkastje meegeleverd)

    Gebruiksomgeving

    Omgevingstemperatuur: circa 0 °C
    tot +40 °C
    Relatieve luchtvochtigheid (niet
    condenserend): max. 90 %

    Min. vereiste verlichting

    1 lx
    (binnen circa 50 cm van cameralens)

    Verlichting

    LED-lampjes

    IP-waarde

    IP54*1

    IK-waarde

    IK07

    *1

    Opmerking:
    R Wijzigingen in ontwerp en specificaties voorbehouden.

    De waterbestendigheid wordt alleen gegarandeerd als de
    deurtelefoon correct is geïnstalleerd volgens de
    aanwijzingen in de Installatiehandleiding en afdoende
    beschermende maatregelen zijn getroffen tegen water.

    Submonitor (VL-WD613EX)
    n Behuizing
    Voeding

    Oplaadbaar Ni-MH (AAA ´ 2)

    Afmetingen (mm)
    (hoogte ´ breedte
    ´ diepte)

    Circa 173´52´30
    (zonder uitstekende delen)

    Gewicht

    Circa 160 g (inclusief batterijen)

    Gebruiksomgeving

    Omgevingstemperatuur: circa 0 °C
    tot +40 °C
    Relatieve luchtvochtigheid (niet
    condenserend): max. 90 %

    Display

    Circa 2,2 inch kleurendisplay

    Frequentiegebied

    1,88 GHz tot 1,90 GHz

    43



  • Page 44

    11. Problemen oplossen

    11.1 Problemen oplossen
    11. . Problemen oplossen

    Monitordisplay (beelden van deurtelefoon)
    Probleem

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    Beelden lijken vervormd.

    R Beelden kunnen vervormd lijken door de eigenschappen van de cameralens.
    Dit is geen defect.

    -

    De achtergrond heeft een
    groene schijn.

    R ’s Nachts of wanneer er weinig licht is in de omgeving van de deurtelefoon,
    kunnen lampen of witte voorwerpen in de buurt van de deurtelefoon groen
    lijken. Dit is geen defect.

    -

    Beelden die ’s nachts zijn
    gemaakt, zijn donker en gezichten zijn niet herkenbaar.

    R [Automatische verlichting] is ingesteld op [Uitschakelen].
    → Wijzig de instelling in [Inschakelen].

    37

    R De LED-lampjes van de deurtelefoon verlichten niet tot aan de rand van het
    zichtbare gebied (het gebied naast de deurtelefoon). Daarom zijn gezichten
    mogelijk niet herkenbaar, ook al staan ze vlak bij de deurtelefoon.
    → Wij raden u aan om voor extra verlichting te zorgen in de buurt van de
    deurtelefoon.

    -

    R Gezichten zijn donker wanneer er veel zon of veel tegenlicht is in de omgeving
    van de deurtelefoon.
    → Gebruik de functie voor tegenlichtcompensatie.

    34

    Beelden zijn vies of onduidelijk.
    R Beelden zijn onscherp.

    R Er zit vuil op de lens van de deurtelefoon.
    → Veeg de lens schoon met een zachte, droge doek.

    42

    Beelden zijn wit of zwart.

    R De helderheid van het display staat niet goed afgesteld.
    → Regel de helderheid bij wanneer beelden worden weergegeven.

    Beelden zijn wit of er zijn witte lijnen of cirkels zichtbaar
    op het display.

    R Er schijnt sterk licht (de zon bijvoorbeeld) in de lens van de deurtelefoon,
    waardoor beelden moeilijk te zien zijn op het display. (Dit is geen defect.)
    → U kunt dit probleem verminderen door de deurtelefoon niet in de volle zon
    te installeren of door de deurtelefoon in een iets andere hoek te installeren.

    -

    Beelden flikkeren.

    R Er bevindt zich verlichting op wisselstroom, zoals tl-verlichting, in de buurt van
    de deurtelefoon.
    → Verlichting op wisselstroom, zoals tl-verlichting, kan flikkering geven in het
    donker. (Dit is geen defect.)

    -

    Gezichten zijn donker.

    R Er zit condens op de lens van de deurtelefoon.
    → Wacht tot de condens is verdampt.

    34

    Beelden van het gebied dat
    u wilt zien in zoomweergave
    worden niet goed weergegeven.

    R Pas de zoompositie aan.
    → Configureer de instellingen bij [Instellingen zoompositie].

    Beelden worden vervormd
    of met veel vertraging weergegeven op de submonitor.
    (Het duurt 5 seconden of langer voordat ze zichtbaar
    zijn.)

    R U dekt de antenne op de submonitor af met uw hand.
    → Doe dit niet.

    12

    R De submonitor is te ver af van de hoofdmonitor of het signaal wordt tegengehouden door bijvoorbeeld een betonnen muur.
    → Breng de submonitor dichter bij de hoofdmonitor of naar een omgeving
    zonder obstakels.

    7

    15

    Monitordisplay (beelden van camera)
    Probleem

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    Er staan mensen, maar die
    zijn helemaal niet of maar
    gedeeltelijk zichtbaar.

    R In de volgende gevallen lukt het mogelijk niet om mensen goed weer te geven
    met de camera.
    – Wanneer mensen bewegen aan de rand van het sensorgebied.
    – Wanneer mensen langzaam of snel opzij bewegen voor de camera.
    – Wanneer mensen opzij bewegen vlak voor de camera (circa 1 m).

    -

    Beelden zijn vies of onduidelijk (onscherp).

    R Er zit vuil op de lensafdekking van de camera.
    → Veeg de lensafdekking schoon met een zachte, droge doek.

    -

    44



  • Page 45

    11. Problemen oplossen
    Probleem

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    Beelden worden niet met de
    juiste helderheid weergegeven.

    R De helderheid op de locatie waar de camera is geïnstalleerd, verandert snel.
    → Wacht ongeveer 1 seconde. De helderheid wordt automatisch bijgeregeld.

    -

    Beelden zijn wazig en gezichten of andere voorwerpen zijn moeilijk te onderscheiden.

    R Wanneer beelden van een donkere omgeving worden bekeken, is het mogelijk
    dat, als gevolg van de eigenschappen van de beeldsensor van de camera,
    gezichten moeilijk te onderscheiden zijn. (Dit is geen defect.)
    → Wij raden u aan om voor extra verlichting te zorgen in de buurt van de
    camera. (De LED-lampjes van de camera geven niet genoeg licht om de
    hele omgeving goed te verlichten.)

    -

    Objecten in beelden zijn wazig.

    R Beelden kunnen wazig worden wanneer het onderwerp beweegt. (Dit is een
    eigenschap van de beeldsensor van de camera. Het is geen defect.)
    R Beelden van objecten kunnen gemakkelijk wazig worden wanneer beelden
    van een donkere omgeving worden bekeken of wanneer het object donker is.
    → Wij raden u aan om voor extra verlichting te zorgen in de buurt van de
    camera. (De LED-lampjes van de camera geven niet genoeg licht om de
    hele omgeving goed te verlichten.)

    -

    R Beelden kunnen witte puntjes of gekleurde lichtpuntjes bevatten wanneer
    beelden van een donkere omgeving worden bekeken of wanneer het object
    donker is. (Dit is een eigenschap van de beeldsensor van de camera. Het is
    geen defect.)
    → Wij raden u aan om voor extra verlichting te zorgen in de buurt van de
    camera. (De LED-lampjes van de camera geven niet genoeg licht om de
    hele omgeving goed te verlichten.)

    -

    R Verlichting op wisselstroom, zoals tl-verlichting, kan onregelmatige kleuren of
    flikkering geven in het donker.
    → Wanneer u [Onregelmatige kleuren voorkomen] instelt op [Aan], nemen
    de onregelmatige kleuren en flikkering mogelijk af. (De beeldkwaliteit van
    beelden in een donkere omgeving kan echter afnemen.)

    27

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    Beelden bevatten witte puntjes of gekleurde lichtpuntjes.

    Beelden hebben onregelmatige kleuren.

    Belsignaal
    Probleem
    Geen belsignaal te horen
    voor de deurtelefoon of camera.

    R Het belsignaalvolume is gedempt.
    → Activeer het geluid van het belsignaal.

    34

    R De batterijen van de submonitor zijn leeg.
    → Laad de batterijen op.

    14

    Oproepen (deurtelefoon, camera en intercom)
    Probleem

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    Geluid valt weg of is slecht
    hoorbaar.

    R Het geluid kan wegvallen of slecht hoorbaar zijn wanneer er veel lawaai is in
    de omgeving van de hoofdmonitor, de submonitor of de deurtelefoon.
    → Gebruik "Indrukken om te spreken".

    17

    R Wanneer u spreekt met de submonitor of camera:
    U dekt de antenne (® pagina 12) op de submonitor af met uw hand.
    → Doe dit niet.
    R Wanneer u spreekt met de submonitor of camera:
    De submonitor of camera is te ver af van de hoofdmonitor of het signaal wordt
    tegengehouden door bijvoorbeeld een betonnen muur.
    → Breng de submonitor of camera dichter bij de hoofdmonitor of naar een
    omgeving zonder obstakels.
    Als u de submonitor of camera niet kunt verplaatsen, kunt u het signaal
    mogelijk verbeteren met een versterker (aanvullend accessoire).

    -

    7
    39

    45



  • Page 46

    11. Problemen oplossen
    Probleem
    Oproepen zijn niet te horen
    door ruis of feedback.
    De bezoeker kan uw stem
    niet horen, maar u hoort de
    stem van de bezoeker wel.

    Oorzaak en oplossing
    R Ruis of feedback kan zich voordoen wanneer u te dicht in de buurt van de
    andere partij bent.
    → Ga uit de buurt van de andere partij.
    R U gebruikt "Indrukken om te spreken". (
    hoofdmonitor en

    -

    wordt weergegeven op de

    wordt weergegeven op de submonitor.)

    → Wanneer u "Indrukken om te spreken" gebruikt, kan de bezoeker u alleen
    horen zolang u

    Pagina

    17

    ingedrukt houdt.

    Submonitor (opladen)
    Probleem
    knippert en er zijn 2 korte tonen te horen.
    U zet de submonitor op de
    oplader, maar de ladingsindicator gaat niet branden.

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    R De batterijen zijn bijna leeg.
    → Laad de batterijen onmiddellijk op.
    R De lichtnetadapter zit niet in het stopcontact.
    → Steek de lichtnetadapter goed in het stopcontact.
    R De submonitor is niet goed op de oplader geplaatst.
    → Plaats de submonitor stevig in de oplader. (De rode ladingsindicator
    brandt.)

    14

    R De batterijen zijn nieuw of leeg.
    → Zet de submonitor op de oplader en wacht een paar minuten.
    De ladingsindicator gaat niet
    uit nadat de batterijen ongeveer 8 uur zijn opgeladen.

    R Als de submonitor van de oplader wordt gepakt of wordt gebruikt tijdens het
    opladen, duurt het opladen langer.

    -

    R De oplaadtijd kan toenemen wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan
    20 °C.

    -

    R De oplaadtijd neemt toe wanneer de voeding van de hoofdmonitor wordt uitgeschakeld of

    wordt weergegeven op de submonitor.

    → Zorg ervoor dat de voeding van de hoofdmonitor is ingeschakeld, en laad
    de submonitor vervolgens op in de buurt van de hoofdmonitor, zodat

    7
    14

    wordt weergegeven voor de signaalsterkte van de submonitor.
    knippert nadat de submonitor na het opladen maar
    2 of 3 keer is gebruikt.
    De submonitor, de lichtnetadapter of de oplader is warm.

    R Reinig de plus- ( ) en minzijde ( ) van de batterijen met een droge doek
    en laad de batterijen opnieuw op.
    R Het is tijd om de batterijen te vervangen.

    14

    R Dit is normaal. (In de zomer kunnen ze een beetje warmer aanvoelen dan in
    de winter.)
    → Als ze heel erg warm zijn, moet u de lichtnetadapter uit het stopcontact
    trekken en contact opnemen met een erkend servicecentrum.

    -

    Camera (werking van de sensor)
    Probleem
    Monitoring is mogelijk met
    de camera, maar meldingen
    van de sensor worden niet
    ontvangen.

    46

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    R De camera (detectie met sensor) is uitgeschakeld.
    → Raak

    ®

    Aan

    Uit

    aan.

    R De instelling [Sensorselectie] van de camera is ingesteld op [Uit] (geen detectie).
    → Zet [Sensorselectie] op een andere instelling dan [Uit].

    24

    26



  • Page 47

    11. Problemen oplossen
    Probleem
    Sensoren detecteren niets.
    R Bewegingsdetectie en
    warmtesensor werken
    niet

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    Bewegingsdetectie/warmtesensor
    R De sensoren werken niet wanneer [Sensorselectie] is ingesteld op [Uit] of
    [Alleen externe sensor].
    → Controleer de instellingen.

    26

    Bewegingsdetectie werkt niet
    R ’s Nachts werkt de bewegingsdetectie niet wanneer [Bewegingsdetectie] is
    ingesteld op [Alleen overdag].
    → Controleer de instellingen.

    26

    R Wanneer het object kleine bewegingen maakt, wordt het niet gedetecteerd.
    → Verhoog de gevoeligheid bij [Gevoeligheid bewegingsdetectie].

    26

    R In het donker is detectie moeilijker.
    → Gebruik de warmtesensor voor detectie of installeer verlichting om de omgeving rond het object beter te verlichten.

    -

    Warmtesensor werkt niet
    R Overdag werkt de warmtesensor niet wanneer [Det. warmtesensor] is ingesteld op [Alleen ’s nachts].
    → Controleer de instellingen.

    26

    R In de volgende omstandigheden lukt detectie mogelijk niet:
    – wanneer er zich reflecterende voorwerpen voor de camera bevinden, die
    de warmtedetectie kunnen storen, zoals glas;
    – wanneer er sneeuw op de warmtesensor zit;
    – wanneer mensen langzaam naar de voorzijde van de camera toe bewegen;
    R Detectie is moeilijk wanneer de buitentemperatuur in de buurt van de lichaamstemperatuur ligt. Detectie is ook moeilijk wanneer mensen dikke kleding dragen.
    → Verhoog de gevoeligheid bij [Gevoeligheid warmtesensor].

    26

    47



  • Page 48

    11. Problemen oplossen
    Probleem

    Oorzaak en oplossing

    De sensoren werken niet
    goed.
    R Elke keer dat een auto
    voorbijkomt, worden de
    sensoren geactiveerd
    (met meer dan 5 m ertussen)
    R De sensoren worden geactiveerd wanneer er
    geen mensen in de buurt
    van de camera zijn.

    Bewegingsdetectie/warmtesensor
    R In de volgende omstandigheden worden de sensoren geactiveerd op het moment dat een temperatuurwijziging en beweging van objecten worden waargenomen.
    – Wanneer een auto het detectiegebied binnenkomt. (Wanneer een auto of
    het licht van de koplampen van de auto in het detectiegebied komt, wordt
    beweging gedetecteerd. De hoge temperatuur van de uitlaat of motorkap
    van de auto kan ertoe leiden dat sensoren zelfs worden geactiveerd op
    een afstand van 5 m of verder.)
    – Wanneer objecten in het detectiegebied bewegen door de wind, zoals
    takken van bomen of kleding die hangt te drogen.
    – Wanneer kleine dieren, zoals een kat of hond, in het detectiegebied komen.
    – Wanneer het regent of sneeuwt.
    → Laat de camera in een andere hoek wijzen (niet meer naar de straat).

    Pagina

    -

    → Wanneer u bewegingsdetectie gebruikt, wijzig dan het detectiebereik met de
    instelling [Bereik bewegingsdetectie]. Om detectie van koplampen van auto’s
    te voorkomen zet u [Bewegingsdetectie] op [Alleen overdag].

    26
    27

    → Wanneer u de warmtesensor gebruikt, kunt u de hoek van de sensor bijregelen
    met het hendeltje daarvoor en het detectiebereik met het sensorbereikkapje.
    (Zie de camerahandleidingen voor meer informatie.)

    -

    Alleen warmtesensor
    R Op de volgende locaties is onjuiste detectie door de warmtesensor mogelijk:
    – op plaatsen waar de camera kan worden blootgesteld aan direct zonlicht;
    – in de buurt van toestellen voor verwarming of koeling (snelle veranderingen in temperatuur);
    – in een omgeving met veel vet of vocht;
    – onder buitenlampen of andere omgevingen die warm kunnen worden;
    – in de buurt van vuur of verwarmingstoestellen;
    – op plaatsen waar de camera kan worden blootgesteld aan storing van
    magnetische apparatuur;
    – op plaatsen met reflecterende voorwerpen voor de camera, die de warmtedetectie kunnen storen, zoals glas;
    – op plaatsen met sterke lichtbronnen, zoals tl-lampen, die van invloed kunnen zijn op de temperatuur;
    – in de buurt van apparaten die radiogolven uitzenden, zoals mobiele telefoons.

    -

    R Wanneer de buitentemperatuur laag is, neemt het detectiebereik toe (ongeveer 5 m) en wordt er te veel gedetecteerd.
    → Verlaag de gevoeligheid bij [Gevoeligheid warmtesensor].

    26

    De warmtesensor heeft
    moeite met detecteren.

    R De warmtesensor is vies.
    → Veeg de warmtesensor schoon met een zachte, droge doek.

    -

    Mensen die naar de voorzijde van de camera lopen,
    kunnen niet worden gedetecteerd.

    R Door de eigenschappen van de sensoren is de camera mogelijk niet in staat
    om mensen te detecteren die naar de camera toe lopen.
    → Ga als volgt te werk.
    – Wijzig de cameralocatie zodat objecten de camera vanaf de zijkant
    passeren. (Het is gemakkelijker om objecten die zich opzij bewegen
    te detecteren voor de camera.)
    – Als u objecten wilt detecteren die naar de voorzijde van de camera toe
    bewegen, gebruik dan een in de handel verkrijgbare externe sensor.
    (Zie de camerahandleidingen voor meer informatie.)

    -

    48



  • Page 49

    11. Problemen oplossen
    Overig
    Probleem

    Oorzaak en oplossing

    R "Demostand" wordt
    weergegeven op het
    scherm.
    R Het belsignaal is regelmatig te horen.
    R U kunt niet spreken of
    geen oproepen doen.

    R De functie [Demostand] is geconfigureerd op de hoofdmonitor.
    → Ga naar [Overig] in de functie-instellingen en zet [Demostand] op [Uit].

    Het product reageert niet
    goed bij de juiste bediening.
    Het product werkt niet goed.

    R Ga als volgt te werk.

    Pagina

    37

    : druk met een voorwerp met een scherpe punt op de knop RE-



    11

    SET onder op de hoofdmonitor. (Dit verandert niets aan de opgenomen
    beelden en de geconfigureerde instellingen.)


    : verwijder de batterij en plaats deze opnieuw. (Dit verandert niets aan

    -

    de opgenomen beelden en de geconfigureerde instellingen.)
    De hoofdmonitor werkt niet
    goed.
    R Er wordt niets weergegeven op de monitor.
    R Geen belsignaal.
    R Stemmen niet te horen.

    R Controleer de voeding.
    R Als de voeding is aangesloten, is er wellicht een probleem met de elektrische
    bedrading.
    → Neem contact op met een erkend servicecentrum.

    -

    De submonitor krijgt geen
    meldingen wanneer de camera iets detecteert.

    R De submonitor is te ver af van de hoofdmonitor of het signaal wordt tegengehouden door bijvoorbeeld een betonnen muur.
    → Breng de submonitor dichter bij de hoofdmonitor of naar een omgeving
    zonder obstakels.

    7

    R De batterijen van de submonitor zijn leeg.
    → Laad de batterijen op.

    14

    R Wanneer het aanraakpaneel niet reageert.
    – Het aanraakpaneel is vies. Reinig het aanraakpaneel.
    – Als reinigen niet helpt, moet u het aanraakpaneel bijstellen.

    42
    -

    Wanneer u het aanraakpaneel van de hoofdmonitor
    aanraakt:
    R reageert het aanraakpaneel niet;
    R reageert een andere
    knop dan die waarop u
    drukt.

    R Wanneer een andere knop reageert dan die waarop u drukt.
    – Het aanraakpaneel moet worden bijgesteld.

    -

    Het aanraakpaneel bijstellen
    1. Houd

    op de hoofdmonitor ingedrukt en druk 3 keer op
    .

    2. Volg de aanwijzingen op het scherm en raak met uw vinger de "+"-tekens aan
    (op 5 plaatsen).
    3. Raak [Ok] aan.

    11.2 Foutmeldingen - hoofdmonitor
    Bij het eerste gebruik van apparaten of bij registratie van apparaten
    Display
    "Kan niet registreren"

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    R Registratie mislukt omdat de daarvoor voorgeschreven tijd werd overschreden.
    → Controleer of de apparaten die u wilt registreren goed zijn aangesloten en
    voeding krijgen, en probeer het vervolgens opnieuw.

    23
    39
    40

    49



  • Page 50

    11. Problemen oplossen
    Verbinding van camera’s
    Display

    Oorzaak en oplossing

    Pagina

    "Kan niet verbinden met camera"

    R De camera is te ver af van de hoofdmonitor of het signaal wordt tegengehouden door bijvoorbeeld een betonnen muur.
    → Breng de camera dichter bij de hoofdmonitor of naar een omgeving zonder
    obstakels. Als u de camera niet kunt verplaatsen, kunt u het signaal mogelijk verbeteren met een versterker (aanvullend accessoire).

    7

    "Zenden niet mogelijk"

    11.3 Foutmeldingen - submonitor
    Display
    "Kan niet verbinden met
    hoofdmonitor"
    "Kan niet verbindenmet camera 1"
    (Wanneer er meerdere camera’s zijn, is het cameranummer mogelijk niet 1.)
    "Registratie mislukt"

    50

    Oorzaak en oplossing
    R De submonitor of camera is te ver af van de hoofdmonitor of het signaal wordt
    tegengehouden door bijvoorbeeld een betonnen muur.
    → Breng de submonitor of camera dichter bij de hoofdmonitor of naar een
    omgeving zonder obstakels.
    Als u de camera niet kunt verplaatsen, kunt u het signaal mogelijk verbeteren met een versterker (aanvullend accessoire).

    R Registratie op de hoofdmonitor is niet voltooid. Breng de submonitor dichter
    bij de hoofdmonitor en probeer de registratie opnieuw.

    Pagina

    7

    -



  • Page 51

    12. Index

    DECT-versterker: 4
    Deurstation: 3, 4
    Deurtelefoon: 10
    Display: 11
    Draadloos monitorstation: 3
    Draadloze sensorcamera: 4

    Bereik bewegingsdetectie: 27
    Bewegingsdetectie: 26
    Det. warmtesensor: 26
    Externe sensor: 27
    Geluid activeren sensor: 27
    Geschiedenis detectie camera: 28
    Gevoeligheid bewegingsdetectie: 26
    Gevoeligheid cameramicrofoon: 28
    Gevoeligheid warmtesensor: 26
    Helderheid: 27
    Indicatielamp: 28
    Instellingen initialiseren: 28
    Omschakelen dag/nacht: 26
    Onregelmatige kleuren voorkomen: 27
    Opname vóór detectie: 27
    Opnametest: 27
    Sensoren controleren: 27
    Sensorselectie: 26
    Tegenlichtcompensatie: 27
    Tijd zonder detectie: 26
    Volume stem eigenaar: 28
    Waarschuwingsgeluid: 28
    Functie-instellingen - hoofdmonitor
    Aanraakgeluid: 37
    Alle beelden verwijderen: 36
    Annuleren: 37
    Automatische verlichting: 37
    Belsignaal: 36
    Camera: 36
    Demostand: 37
    Deurtelefoonverbinding: 36
    Eerste dag week instellen: 35
    Elektrisch slot: 29, 36
    Formatteren: 36, 41
    Instellingen groothoek/zoom: 15, 35
    Instellingen initialiseren: 37
    Instellingen tijd en datum: 15, 35
    Instellingen zoompositie: 15, 35
    Kop. naar SD-kaart: 36, 41
    Oproepen opnemen: 36
    Registreren: 37
    Taal selecteren: 15, 36
    Verbindingen versterker: 37
    Voedingsfrequentie: 35
    Volume belsignaal: 36
    Weergavenotatie tijd: 35
    Functie-instellingen - submonitor
    Belsignaal: 38
    Contrast: 38
    Initialiseren: 38
    Registreren: 38, 39
    Toetsgeluid: 38

    E

    H

    12.1 Index
    A
    Aanraakpaneel: 11
    Accessoires: 3
    Afspelen
    Opgenomen beelden en geluid van deurtelefoon en
    camera: 20
    Alle beelden verwijderen: 36
    Annuleren: 40
    Antenne: 12
    Apparaten toevoegen (Registreren)
    Camera: 23
    Submonitor: 39
    Versterker: 40

    B
    Batterijen (opladen): 14
    Batterijniveau: 15
    Batterijniveauweergave: 14
    Beelden (opnemen)
    Afspelen: 20
    Automatisch beelden bijwerken: 20
    Verwijderen: 21, 22
    Zoeken: 21
    Beelden en geluid opnemen (deurtelefoon en camera)
    Automatische opname: 20, 25
    Handmatig opnemen: 20, 25
    Opgenomen beelden automatisch bijwerken: 20
    Oproepen opnemen: 20, 25
    Belknop: 10
    Belsignaal (type wijzigen): 34
    Bevestiging aan de muur: 15
    Breedbeeld: 15, 33
    Breedbeeld/zoom: 15, 33

    C
    Cameragegevens: 13
    Cameralens: 10
    Contrast: 38

    D

    Een camera gebruiken: 23
    Apparaten annuleren: 40
    Elektrisch slot: 29

    F
    Functie-instellingen - camera
    Automatische verlichting: 27

    Helderheid-instellingen
    Helderheid: 22
    Helderheid van camerabeeld: 27
    Helderheid van het scherm: 34
    Het volume wijzigen
    Volume belsignaal: 34
    Volume bij het afspelen van beelden: 22
    Volume ontvanger: 34

    51



  • Page 52

    12. Index
    Volume stem eigenaar: 34
    Hoofdmenu: 12
    Hoofdmonitor: 11
    Hoofdmonitorstation: 3

    I
    Indrukken om te spreken: 17
    Informatiescherm: 13
    Instellingen initialiseren
    Camera: 28
    Hoofdmonitor: 37
    Submonitor: 38
    Instellingen tijd en datum: 15
    Intercomoproepen: 18

    K
    Klep van batterijvak: 3

    L
    Ladingsindicator: 12
    LED-lampjes: 10
    Lensafdekking: 10
    Luidspreker: 10, 11, 12

    M
    Meldingenscherm: 13, 15
    Meldingsindicator: 11
    Microfoon: 10, 11, 12
    Monitoring: 18, 23
    Monitoring met de camera: 23
    Monitoring met de deurtelefoon: 18
    Multifunctionele knoppen: 11

    O
    Ondersteunde modellen: 3
    Opladen: 14
    Oplader: 3, 14
    Oproepen: 12
    Intercomoproepen: 18
    Oproepen van de deurtelefoon doorschakelen: 17
    Oproepen opnemen: 20, 25, 36
    Oproepen opnemen (cameraoproepen): 25
    Oproepen opnemen (oproep van deurtelefoon): 20
    Oproepen van de deurtelefoon doorschakelen: 17

    R
    Registreren (apparaten toevoegen)
    Camera: 23
    Submonitor: 39
    Versterker: 40
    Reinigen: 42
    Reset: 11, 49
    RESET-knop: 11, 49

    S
    SD-kaarten: 10
    Aantal opnamen: 19

    52

    Bestandsindelingen: 41
    Formatteren: 41
    Kopiëren (intern geheugen ® SD-kaarten): 41
    Mapstructuur: 41
    Opnamegegevens: 13
    Schrijfbeveiligingsschakelaar: 10
    SD-kaarten plaatsen: 10
    SD-kaarten verwijderen: 10
    SD-kaartindicator: 11
    Sensordetectie
    Camerasensoren: 24, 25
    Specificaties: 42
    Spreekindicator: 11
    Stemvervormer: 34

    T
    Taal selecteren: 15, 36
    Tegenlichtcompensatie (camera): 27
    Tegenlichtcompensatie (deurtelefoon): 34
    Tijd: 15
    Toetsgeluid: 38

    V
    Verlichtingsinstellingen (camera): 27
    Verlichtingsinstellingen (deurtelefoon)
    Automatische verlichting: 37
    Handmatig AAN/UIT: 34
    Verschuiving van het beeld: 33
    Versterker: 39
    Volledig-beeldweergave: 15, 33
    Volume: 34
    Volume belsignaal: 34
    Volume stem eigenaar: 28, 34

    Z
    Zoomweergave: 15, 33



  • Page 53

    Notities

    53



  • Page 54

    Notities

    54



  • Page 55

    Notities

    55



  • Page 56

    1-62, 4-chome, Minoshima, Hakata-ku, Fukuoka 812-8531, Japan
    http://www.panasonic.net/
    © Panasonic System Networks Co., Ltd. 2013

    PNQX6470ZA PC1113MT0






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Panasonic VL-SWD501UEX wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Panasonic VL-SWD501UEX in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 3,13 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Panasonic VL-SWD501UEX

Panasonic VL-SWD501UEX - - seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info