Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/28
Nächste Seite
In-car safety & Quick Guide
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Forum

Suche zurücksetzen

  • Das Verdeck schließt nicht.Es wird angezeigt:Verdeck prüfen. Es bewegt sich nicht. Kommen keine Geräusche. Eingereicht am 3-7-2022 11:48

    Antworten Frage melden

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    In-car safety & Quick Guide



  • Page 2

    In-car safety

    De gordels vormen de meest doeltreffende veiligheidsvoorzieningen in de auto. Zorg daarom
    dat ALLE inzittenden, ook de achterpassagiers,
    hun gordels hebben omgedaan voordat u
    wegrijdt.

    Doe ALTIJD uw veiligheidsgordel om, voordat u
    wegrijdt. Zorg dat het heupgedeelte strak over
    de heupen loopt en trek het diagonale gedeelte
    zo dicht mogelijk tegen de nek.

    Voorstoelen

    Achterbank

    Stel de gordel zo hoog mogelijk af. Zorg dat het
    diagonale gedeelte van de gordel zo dicht
    mogelijk tegen de nek ligt.

    Stel de hoofdsteun dusdanig af dat deze uw
    hoofd voldoende steun biedt.

    Voor maximale veiligheid en optimaal stuurgemak moet u de bestuurdersstoel ALTIJD zo
    ver mogelijk naar achteren zetten. De airbag
    heeft ruimte nodig om uit te zetten.
    Wanneer de airbag wordt geactiveerd, worden
    alle portieren ontgrendeld terwijl de binnen- en
    buitenverlichting en de alarmknipperlichten
    gaan branden.

    Een juiste zithouding
    is zeer belangrijk voor
    de veiligheid. Zit
    rechtop en niet te
    dicht bij het dashboard.

    2

    Voer geen telefoongesprekken tijdens het
    rijden, omdat uw aandacht op het verkeer
    daarbij kan verslappen.



  • Page 3

    Breng een kinderzitje NOOIT op een passagiersstoel met AIRBAG aan vanwege het
    gevaar voor ERNSTIG of DODELIJK letsel.
    Vervoer kinderen met een leeftijd tot 13 jaar of
    een lengte tot 1,40 m op de achterbank. Plaats
    geen voorwerpen tussen de airbag en de
    bestuurder/passagier.

    Kinderen tot 3 jaar (18 kg) moet u ALTIJD in een
    goedgekeurd kinderzitje vervoeren. Zorg dat u
    het kinderzitje stevig hebt vastgezet en op de
    juiste wijze hebt gemonteerd zoals aangegeven
    in de aanwijzingen van de fabrikant. Saab adviseert u een kinderzitje achterstevoren te
    monteren.

    De bevestigingen van het ISOFIX-systeem
    zitten tussen het zit- en ruggedeelte. De bevestigingen zijn alleen bestemd voor gebruik in
    combinatie met ISOFIX-kinderzitjes.

    Kinderen van 3 tot 12 jaar (15 tot 36 kg en korter
    dan 1,40 m) moet u in/op aparte kinderzitjes/
    verhogingskussens vervoeren. Zorg dat het
    heupgedeelte van de gordel laag en strak over
    de heupen loopt en zo dicht mogelijk tegen de
    nek aanligt.

    Bij vervoer van bagage op een stoel of achterbank moet u de bagage goed vastzetten met de
    veiligheidsgordel. Vervoer NOOIT harde voorwerpen op de hoedenplank en leg NOOIT
    bagage op de achterbank zonder de bagage
    met een gordel vast te zetten.

    (De afbeelding toont de Sport Estate)
    Zet zware en grote voorwerpen ALTIJD vast
    aan de bevestigingen in de bagageruimte.
    Schuif de lading zo ver mogelijk naar voren
    tegen de rugleuning van de achterbank aan.

    3



  • Page 4

    1 Verlichting
    2 Groot licht-dimlicht/
    richtingaanwijzers/
    Cruise Control 3
    3 Wissers/sproeiers
    4 Boordcomputer SID
    5 Infotainment Systems
    6 Passagiersairbag
    7 Klimaatregeling
    8 Stoelverwarming

    In deze Quick Guide vindt u informatie over enkele
    belangrijke functies van de auto.
    Meer informatie vindt u in het Instructieboekje dat bij de
    auto hoort of dat van de Infotainment Systems.
    © Copyright General Motors Corporation 2007
    All Rights Reserved
    Printed in Sweden

    4

    9 Alarmlichten
    10 Contactslot.
    Afstandsbediening uitnemen:
    Automatische versnellingsbak: De keuzehendel moet in stand P staan.
    NB! Als de afstandsbediening van ON naar
    OFF wordt gedraaid voordat de auto stilstaat , kan het draaien naar LOCK onmogelijk zijn. Draai in dat geval de afstandsbediening naar de stand ON totdat het ABS-lampje
    dooft, ongeveer 2 seconden. Draai vervolgens terug naar OFF.

    11 SPORT-programma 3
    12 Stuurwielverstelling
    13 Motorkapslot

    3 Een sterretje geeft aan dat de uitrusting niet op alle
    auto’s is aangebracht (afhankelijk van het model, het
    motortype, de marktspecificatie, de gekozen opties en/
    of accessoires).



  • Page 5

    Waarschuwings- en controlelampjes
    Hoofdverlichting
    Groot licht aan.
    Voorste mistlichten 3
    Voorste mistlichten aan.

    Waarschuwingslampje, ABS*
    Storing in anti-blokkeerremsysteem.

    Mistachterlicht
    Mistachterlicht aan.

    Oliedruk, motor*
    Te lage motoroliedruk.

    Voetrem*
    Laag remvloeistofpeil.

    Storingsmelding, motor*
    Storing in brandstof- of ontstekingssysteem.

    Veiligheidsgordels
    Bestuurder heeft veiligheidsgordel
    niet om.

    Controlelampje, gloeibougie
    (dieselmotor)
    Koelvloeistoftemperatuur lager dan
    +5°C. Start de motor wanneer het
    lampje gedoofd is.

    Handrem
    Handremhendel aangehaald.

    Waarschuwing, airbag*
    Storing in airbagsysteem.
    Laag brandstofpeil
    Minder dan 10 liter brandstof in de tank.
    Verlichting aan
    Hoofdverlichting of parkeerlichten aan.
    Cruise Control
    Cruise Control ingeschakeld.
    Automatische
    bandenspanningscontrole 3
    De bandenspanning is 0,4 bar of meer
    onder de aanbevolen spanning gedaald
    of er is een storing opgetreden.

    Schakelstandindicatie,
    automatische versnellingsbak
    Geselecteerde schakelstand bij handmatig schakelen.

    Anti-doorslipregeling (TCS)/
    Stabiliteitsprogramma (ESP)
    Regeling actief.
    Anti-doorslipregeling (TCS)/
    Stabiliteitsprogramma (ESP)*
    Het systeem is handmatig uitgeschakeld of er is een storing opgetreden.
    * Bezoek zo spoedig mogelijk een werkplaats. U
    wordt geadviseerd contact op te nemen met een
    erkende Saab-werkplaats.

    5



  • Page 6

    Verlichting

    Hoe stel ik een snelheid in?
    Duw de hendel in stand SET/+ of SET/- (3 of 4),
    wanneer de auto op de gewenste snelheid rijdt.
    Hoe schakel ik Cruise Control uit?
    Het systeem is op meerdere manieren uit te
    schakelen:

    • trap het rem- of het koppelingspedaal in;
    • duw de schuifknop in stand OFF (2).
    Kan ik Cruise Control tijdelijk uitschakelen?
    Ja. Duw de schuifknop iets naar links (1) en laat
    deze vervolgens terugveren.
    Verlichting gedoofd
    Parkeerlichten
    Hoofdverlichting
    Voorste mistlichten
    Mistachterlicht

    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    en bediening.)

    Cruise Control

    Kan ik de snelheid tijdelijk verhogen?
    Ja. Geef bijvoorbeeld bij het inhalen gas bij
    zonder terug te schakelen (handgeschakelde
    versnellingsbak). Als u het gaspedaal vervolgens weer loslaat, zal de auto automatisch de
    ingestelde snelheid hervatten.
    Kan ik de ingestelde snelheid verhogen
    zonder het systeem te herstarten?
    Ja, u kunt dat op meerdere manieren doen:

    • geef gas bij totdat u de gewenste snelheid
    hebt bereikt en duw de hendel in stand SET/+
    of SET/- (3 of 4);
    • duw de hendel korte tijd in stand SET/+ (3) om
    de snelheid in stapjes van 1,6 km/h te
    verhogen;
    • houd de hendel in stand SET/+ (3) vast, totdat
    u de gewenste snelheid hebt bereikt.
    Kan ik de ingestelde snelheid verlagen
    zonder het systeem te herstarten?
    Ja, u kunt dat op meerdere manieren doen:

    1
    2
    3
    4
    5

    • rem af totdat u de gewenste snelheid hebt
    bereikt en duw de hendel in stand SET/+
    of SET/- (3 of 4);
    • duw de hendel korte tijd in stand SET/- (4) om
    ON: inschakelen
    OFF: uitschakelen
    de snelheid in stapjes van 1,6 km/h te
    SET/+: gewenste snelheid instellen of ingestelde
    verlagen;
    snelheid verhogen
    SET/-: gewenste snelheid instellen of ingestelde • houd de hendel in stand SET/- (4) vast, totdat
    u de gewenste snelheid hebt bereikt.
    snelheid verlagen
    RESUME: ingestelde snelheid hervatten
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)

    Hoe schakel ik Cruise Control in?
    Duw de schuifknop naar rechts (1). Het controlelampje op het hoofdinstrument licht op.

    6



  • Page 7

    Wissers/sproeiers

    Achterruitwissers

    1 Ruststand
    2 Intervalfunctie
    3 Sproeiers en wissers

    Ruitenwissers zonder regensensor

    0 Ruststand
    1 Wissers maken één enkele slag (terugverende
    stand)
    2 Intervalfunctie, interval instellen met de draaiknop
    3 Lage snelheid
    4 Hoge snelheid
    5 Voorruit- en koplampsproeiers
    (hendel naar het stuur halen)

    Opgelet! Als de voorruitwissers actief zijn, gaan
    de achterruitwissers over op de intervalfunctie
    zodra u de achteruitversnelling inschakelt terwijl
    de motor loopt.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    en bediening.)

    Voorruitwissers met regensensor

    0 Ruststand
    1 Wissers maken één enkele slag (terugverende
    stand)
    2 AUTO - regensensor actief, aangegeven op SID
    3 Lage snelheid
    4 Hoge snelheid
    5 Voorruit- en koplampsproeiers
    (hendel naar het stuur halen)

    Na het afzetten van de motor de hendel in stand
    (0) duwen en daarna opnieuw in stand (2) om
    de regensensor in te schakelen.
    De gevoeligheidsgraad van de regensensor is
    in te stellen in Settings (SID).

    7



  • Page 8

    Stuurtoetsen
    Met de stuurknoppen kunnen de meeste
    gebruikte functies van het Audiosysteem
    worden geselecteerd.
    Ook de SID-functies worden via deze toetsen
    aangestuurd (zie ook blz. 17).

    Linkerzijde

    SID-bediening

    SET

    SID-bediening

    CLR

    SID-bediening
    Stembediening activeren
    Stembedieningssessie beëindigen

    Rechterzijde
    Radiostand: Andere opgeslagen
    zender
    CD-stand: Ander nummer/bestand
    op cd of MP3-schijf

    Volumeregeling
    (Zie het Instructieboekje bij het Infotainment
    Systems.)

    8



  • Page 9

    Audiosysteem 3

    Systeem inschakelen
    • Druk op de ON/OFF-knop (13).

    Geluidsregeling 3
    Handmatige geluidsregeling en luidsprekerinstelling

    • Druk op de geluidsregelknop (2) om het instellingsmenu weer te geven.
    • Selecteer instellingsmogelijkheden met een
    van de menuselectieknoppen (5).
    • Pas de instelling aan met de
    geluidsregelknop (2).
    Automatische geluidsregeling
    1 Informatie over MP3-schijf of radiotekst
    2 Geluidsregeling en luidsprekerinstelling/handmatig zenders zoeken/ander nummer/bestand op
    cd of MP3-schijf
    3 Selectie van pagina met favoriete radiozenders
    4 Instellingsmenu
    5 Menuselectieknoppen
    6 Bewaking van verkeersmelding uit/aan
    7 Selectie van programmatype
    8 Invoer van cd- of MP3-schijf (alleen bij geïnstalleerde cd-wisselaar)
    9 Uitvoer van cd- of MP3-schijf
    10 Radio activeren
    Andere frequentieband
    11 Automatisch frequenties zoeken
    Ander nummer/bestand op cd of MP3-schijf
    12 Automatisch frequenties zoeken
    Ander nummer/bestand op cd of MP3-schijf
    13 (Drukken) Uit/aan
    (Draaien) Volume
    14 Handmatig frequenties zoeken
    Vooruit- of achteruitspoelen van nummer/bestand
    op cd of MP3-schijf
    15 Handmatig frequenties zoeken
    Vooruit- of achteruitspoelen van nummer/bestand
    op cd of MP3-schijf
    16 Cd-medium of draagbare speler activeren
    (AUX-ingang)

    • Druk op de geluidsregelknop (2) om het instellingsmenu weer te geven.
    • Druk op de menuselectieknop (5) voor de
    menu-optie Auto EQ.
    • Selecteer de gewenste geluidsinstelling met
    een van de menuselectieknoppen (5).
    ®

    Geluidsregeling Bose Surround
    System 3
    Handmatige geluidsregeling en luidsprekerinstelling

    • Druk op de geluidsregelknop (2) en
    vervolgens op Manual om het instellingsmenu weer te geven.
    • Druk op de menuselectieknop (5) recht onder
    de geluidsregeling/luidsprekerinstelling van
    uw keuze.
    • Pas de gekozen instelling aan door de
    geluidsregelknop (2) te draaien of op de
    knoppen SEEK, FWD of REV te drukken.
    Automatische geluidsregeling

    • Druk op de geluidsregelknop (2) om het instellingsmenu weer te geven.
    • Druk op de menuselectieknop (5) recht onder
    de menuoptie Talk.
    Het systeem schakelt binnen 5 seconden automatisch over van het menu voor de geluidsregeling op het voorgaande menu.

    9



  • Page 10

    Centerpoint

    Radio

    ®

    Het Bose Surround System kent een surroundfunctie voor de geluidsbronnen CD, MP3 en
    AUX. FM/AM ondersteunen de surroundfunctie niet.
    De overige geluidsregelingen en luidsprekerinstellingen kunnen ook worden aangepast als de
    surround-functie actief is, echter niet de Faderinstelling. De instellingen van de functie worden
    voor elke geluidsbron (CD, MP3 en AUX) apart
    opgeslagen.
    • Druk op de geluidsregelknop (2) om het menu
    voor de geluidsregeling te openen.
    • Druk op de menuselectieknop (5) recht onder
    de menuoptie Centerpoint om de surroundfunctie voor de gekozen geluidsbron te
    activeren.

    Radio inschakelen
    • Druk op de BAND-knop (10).
    • Selecteer eventueel een favoriete pagina
    met de FAV-knop (3). Selecteer een zender
    met een van de menuselectieknoppen (5).

    Cd-speler inschakelen
    • Plaats een cd of druk op de CD AUX-knop
    (16).

    Start de cd-wisselaar.
    • Druk op de CD AUX-knop (16) als er een of
    meer cd’s zijn aangebracht of breng (een)
    cd(’s) aan.

    Start de MP3-speler
    • Plaats een cd of druk op de CD AUX-knop
    (16).

    10

    Zender opzoeken, automatisch
    Druk op een van de SEEK-knoppen (11 of 12).
    De radio zoekt op de frequentieband en stopt bij
    de eerstvolgende zender met een sterk signaal.
    Zender opzoeken, handmatig
    Draai aan de geluidsregelknop (2) of druk op
    de REV-knop (14) of de FWD-knop (15). Laat
    de knop/draaiknop los om op de gewenste frequentie te blijven.
    Handmatig een zender opslaan

    • Druk op de FAV-knop (3) om de gewenste
    favoriete pagina te selecteren waar de
    zender moet worden opgeslagen.
    • Houd de menuselectieknop (5) ingedrukt die
    overeenkomt met de gewenste opslagplaats.
    Als het opslaan voltooid is, hoort u een
    geluidssignaal.
    Automatisch zenders opslaan

    • Druk op de MENU-knop (4).
    • Druk op de menuselectieknop (5) voor de
    menu-optie AS.
    • Druk op de menuselectieknop (5) voor de
    menu-optie Rese om de automatische
    opslag van de 12 krachtigste zenders te
    starten. Op het display verschijnt Searching.
    • Wanneer de zenders zijn vastgelegd, wordt
    de FM-pagina of de AM-pagina toegevoegd
    na de pagina’s met voorkeurzenders.
    Sneltoetsen

    • Selecteer een zender door eerst op de FAVknop (3) te drukken en vervolgens op een van
    de menuselectieknoppen (5) of met de stuurknoppen,
    of
    .



  • Page 11

    Cd-speler

    Cd-wisselaar 3

    Van nummer veranderen

    In de cd-wisselaar kunnen cd’s en MP3-schijven
    worden aangebracht.

    • Draai aan de geluidsregelknop (2) of druk
    op de SEEK-knoppen (11 of 12)/stuurknoppen,
    of
    .

    Cd aanbrengen

    Het nummer wordt op het display
    weergegeven.
    Vooruit-/achteruitspoelen

    • Druk op de LOAD-knop (8). Op het display
    verschijnt Please Wait .
    • Wacht tot op het display verschijnt: Insert CD.
    • Breng de cd aan in het invoervak. Op het display verschijnt Loading.

    Meerdere cd’s aanbrengen
    • Houd de REV- of de FWD-knop (14 of 15)
    ingedrukt voor vooruit-/achteruitspoelen.
    • Houd de LOAD-knop (8) 2 seconden lang
    Laat de knop los om te stoppen met vooruit-/
    ingedrukt. U hoort dan een geluidssignaal en
    achteruitspoelen en door te gaan met het
    op het display verschijnt: Please Wait.
    afspelen van het betreffende nummer.
    • Volg de instructies op het display voor het aanbrengen van de cd’s.
    • Als u het aanbrengen wilt annuleren, drukt u
    op de LOAD-knop (8).
    Eén cd verwijderen

    • Druk op de EJECT-knop (9). U hoort een
    geluidssignaal en op het display verschijnt
    Ejecting.
    • Verwijder de cd als Remove CD op het display verschijnt.
    Meerdere cd’s verwijderen

    • Houd de EJECT-knop (9) 2 seconden lang
    ingedrukt. U hoort dan een geluidssignaal en
    op het display verschijnt: Ejecting All.
    Van cd wisselen

    • Druk op de linker of rechter menuselectieknop
    (5) onder de menu-optie CD.
    Wisselen van MP3-bestand/-map
    Zie hoofdstuk MP3-speler.

    11



  • Page 12

    MP3-speler
    MP3-map selecteren/wisselen

    Saab Navigation
    System 3

    • Druk op de linker menuselectieknop (5) onder
    het mapsymbool om het eerste bestand in de
    vorige map af te spelen.
    • Druk op de rechter menuselectieknop (5)
    onder het mapsymbool om het eerste bestand
    in de volgende map af te spelen.
    MP3-bestand selecteren/wisselen

    • Draai aan de geluidsregelknop (2) of druk
    op de SEEK-knoppen (11 of 12)/stuurknoppen,
    of
    .
    Het nummer van het MP3-bestand wordt op
    het display weergegeven.
    Vooruit-/achteruitspoelen
    Houd de REV- of de FWD-knop (14 of 15) ingedrukt voor vooruit-/achteruitspoelen. Laat de
    knop los om het vooruit-/achteruitspoelen te
    stoppen en door te gaan met het afspelen van
    het huidige MP3-bestand.

    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8
    9
    10
    11

    12

    Sneltoetspagina’s doorbladeren
    Laatst gesproken instructie herhalen
    Bestemming aangeven
    Terug naar navigatiekaart met actuele positie van
    auto
    Weergavestand van kaart wijzigen
    (Drukken) Uit/aan
    (Draaien) Volume
    Cd’s of MP3-schijven uitvoeren
    (Lang drukken) Scherm openen om bij invoervak
    voor dvd te komen
    Geluidsregeling en luidsprekerinstelling/handmatig frequenties zoeken/ander nummer,
    bestand op cd of MP3-schijf
    Menu voor AM, FM, CD of draagbare speler
    activeren
    Instellingenmenu voor geluid, radio, navigatie,
    scherm of klok
    Automatisch frequenties zoeken omhoog
    Ander nummer/bestand vooruit op cd of
    MP3-schijf
    Automatisch frequenties zoeken omlaag
    Ander nummer/bestand achteruit op cd of
    MP3-schijf



  • Page 13

    Systeem inschakelen
    • Druk op de ON/OFF-knop (5).
    Bedieningselementen
    Aanwijsscherm - Kies de knoppen op het
    scherm om een keuze te bevestigen, een
    functie te starten of een submenu te openen.
    Als een knop op het scherm gekozen is, hoort u
    een geluidssignaal. De schermknoppen zijn
    gemarkeerd als een functie beschikbaar is.
    NAV (4) - Terug naar de navigatiekaart met de
    actuele positie van de auto. Bij iedere druk op
    de NAV-knop bladert u de tabs Full Map, TMC
    door alsmede de tabs met de actieve
    geluidsbron ( AM, FM , CD, etc.).

    WAARSCHUWING
    De geldende verkeersregels en de heersende verkeerssituatie hebben altijd
    voorrang boven de aanwijzingen van het
    Navigation System. Let op het gevaar
    voor ongelukken!

    Navigatie
    Route bepalen
    Om een adres te kunnen aangeven moet u het
    juiste land hebben geselecteerd. Om de huidige
    landkeuze te bekijken of een ander land te
    selecteren, kies:

    1 DEST (3).
    2 Druk op de schermknop voor weergave van
    de landcode.
    3 Met de pijlknoppen kunt u door de lijst
    scrollen om een land te kiezen.
    4 Kies OK om te bevestigen.
    Adres aangeven
    Geef een adres aan door er een te zoeken in
    een adressenregister.

    1 DEST (3) è Address Entry.
    2 Controleer of u het juiste land hebt gekozen.
    3 Kies Town en type de naam van de
    gewenste plaats in of kies Last 5 Towns om
    een van de vijf laatst ingevoerde plaatsen te
    kiezen.
    4 Voer in het desbetreffende tekstveld de
    straatnaam in door op de letterknoppen te
    drukken.
    5 Kies House No. en voer het huisnummer in.
    Het systeem geeft de beschikbare huisnummers weer voor de aangegeven straat.
    6 Kies Map. De aangegeven bestemming verschijnt op de kaart.
    7 Kies Go en kies daarna
    routecriterium (Fastest, Shortest of Other ).
    De route wordt berekend en op de kaart
    weergegeven.

    13



  • Page 14

    POI (Point of Interest) kiezen
    Bestemming uit de interessante reisdoelen
    kiezen.

    1 DEST (3) è POI - Point of Interest.
    2 Controleer of u het juiste land hebt gekozen.
    3 Kies POI-name en voer de naam in van de
    POI.
    4 Kies Go op de lijst rechts van de gewenste
    POI-naam. De aangegeven bestemming
    verschijnt op de kaart.
    5 Kies routecriterium (Fastest, Shortest of
    Other). De route wordt berekend en op de
    kaart weergegeven.
    6 Kies Start Guidance om de routebegeleidingssessie te starten.
    Routevoorkeuren
    Geef criteria aan voor de berekening van een
    route.

    1 Druk op de MENU-knop (9) totdat de
    tab Nav is geselecteerd of kies Nav.
    2 Kies voor Route Preference.
    3 Kies bijv. Avoid major roads om snelwegen te
    vermijden bij het berekenen van de route.

    Navigation Audio System
    Geluidsregeling 3
    Handmatige geluidsregeling en luidsprekerinstelling

    • Druk op de geluidsregelknop (7) om het
    instellingsmenu weer te geven.
    • Stel de hoge tonen, midrange en lage tonen
    in met de knoppen + (plus) of - (min).
    Stel ook de balans van de luidsprekers links/
    rechts/voor/achter met de bijbehorende
    knoppen in.
    Automatische geluidsregeling

    • Druk op de geluidsregelknop (7) om het
    instellingsmenu weer te geven.
    • Kies de geluidsregeling van uw keuze,
    bijvoorbeeld Talk.
    ®

    Geluidsregeling Bose Surround
    System 3
    Handmatige geluidsregeling en luidsprekerinstelling

    • Druk op de geluidsregelknop (7) om het
    instellingsmenu weer te geven.
    • Stel de hoge tonen, midrange en lage tonen
    in met de knoppen + (plus) of - (min).
    Stel ook de balans van de luidsprekers links/
    rechts/voor/achter met de bijbehorende
    knoppen in.
    Centerpoint
    ®

    Het Bose Surround System kent een surround-functie voor de geluidsbronnen CD,
    MP3 en AUX. FM/AM ondersteunen de surround-functie niet.
    • Druk op Centerpoint om de surroundfunctie te activeren. De overige geluidsregelingen en luidsprekerinstellingen kunnen ook
    worden aangepast als de surround-functie
    actief is, echter niet de Fader-instelling.
    De instellingen van de surrond-functies
    worden voor elke geluidsbron (CD, MP3 en
    AUX) apart opgeslagen.

    14



  • Page 15

    Automatische geluidsregeling
    Radio
    U hebt de mogelijk de geluidsregeling automaRadiozender kiezen
    tisch af te stemmen op het programma dat u
    Er zijn drie schermweergavestanden voor het
    beluistert of op de schijf die u afspeelt.
    kiezen/opzoeken van radiozenders:
    • Druk op de geluidsregelknop (7) om het
    • Volledige kaart - Alleen de stuurknoppen,
    menu voor geluidsregeling en luidsprekerinstellingen te openen.
    of
    , kunnen worden gebruikt om
    • Kies voor Talk.
    een andere opgeslagen zender te kiezen/op
    te zoeken.
    Radio inschakelen
    • Gedeelde kaart - In de schermstand met volledige kaart kiest u een geluidstab om het
    • Druk op de AUDIO-knop (8).
    scherm te delen en zowel het kaartbeeld als
    • Kies de tab FM of AM.
    het menu voor de actieve geluidsbron weer te
    geven. In deze stand zijn alle functies voor het
    kiezen/opzoeken van radiozenders
    Cd-speler inschakelen
    beschikbaar.
    • Breng een cd aan of druk op de AUDIO-knop

    Actieve geluidsbron - Druk op de AUDIO(8) en kies de cd-tab als er al een schijf is
    knop (8) om alleen het menu met de actieve
    geladen.
    geluidsbron weer te geven.
    Zender opzoeken, automatisch
    • Breng een schijf (of meerdere schijven) aan Druk op een van de SEEK-knoppen (10 of 11).
    of druk op de AUDIO-knop (8) en kies de cd- De radio zoekt op de frequentieband en stopt bij
    de eerstvolgende zender met een sterk signaal.
    tab als er al een schijf is geladen.

    Start de MP3-speler

    Zender opzoeken, handmatig
    Draai aan de geluidsregelknop (7). Laat de knop
    los om bij de gewenste frequentie te stoppen.
    Handmatig een zender opslaan

    • Druk op de FAV-knop (1) om de gewenste
    sneltoetspagina (1-3) te selecteren waar de
    zender moet worden opgeslagen.
    • Maak een keuze en houd de sneltoets op het
    scherm (1-5) die overeenkomt met de
    gewenste opslagplaats ingedrukt. Als het
    opslaan voltooid is, hoort u een geluidssignaal.
    Sneltoetsen
    • Blader naar de sneltoetspagina van uw keuze
    door op de FAV-knop (1) te drukken.
    Een andere opgeslagen zender kan ook met
    de stuurknoppen,
    of
    , worden

    opgezocht.

    15



  • Page 16

    Cd-speler

    MP3-speler

    Cd afspelen

    Mp3-schijf aanbrengen

    • In de schermstand met een volledige kaart
    kiest u CD om het scherm te delen en zowel
    het kaartbeeld als het cd-menu weer te
    geven.
    Om alleen het cd-menu weer te geven, drukt
    u op de AUDIO-knop (8) of kiest u CD.

    • In de schermstand met een volledige kaart
    kiest u CD om het scherm te delen en zowel
    het kaartbeeld als het cd-menu weer te
    geven.
    Om alleen het cd-menu weer te geven, drukt
    u op de AUDIO-knop (8) of kiest u CD.

    Van nummer veranderen

    Mp3-map, artiest of album kiezen/wisselen

    • Draai aan de geluidsregelknop (7) of druk
    op de SEEK-knoppen (10 of 11)/stuurknoppen,
    of
    .

    • Kies de pijl-links of pijl-rechts op het scherm
    om naar de/het voorgaande of de/het volgende mp3-map, artiest of album te gaan.

    Het nummer wordt op het scherm
    weergegeven.
    Vooruit-/achteruitspoelen

    MP3-bestand selecteren/wisselen

    • Draai aan de geluidsregelknop (7) of druk
    op de SEEK-knoppen (10 of 11)/stuurknoppen,
    of
    .

    • Houd de knop
    of
    op het scherm
    Het nummer van het MP3-bestand wordt op
    ingedrukt voor vooruit-/achteruitspoelen.
    het scherm weergegeven.
    Laat de knop los om te stoppen met vooruit-/
    achteruitspoelen en door te gaan met het
    Vooruit-/achteruitspoelen
    afspelen van het betreffende nummer.
    • Houd de knop
    of
    op het scherm
    ingedrukt voor vooruit-/achteruitspoelen.
    Laat de knop los om te stoppen met vooruit-/
    achteruitspoelen en door te gaan met het
    afspelen van het actuele MP3-bestand.

    16



  • Page 17

    SID (Saab Information
    Display)

    Boordcomputerfuncties op het SID
    Afhankelijk van het uitrustingsniveau zijn de
    volgende functies te selecteren:
    • Buitentemperatuur, Temp
    • Actieradius met de resterende hoeveelheid
    brandstof, D.T.E
    • Gemiddeld brandstofverbruik, Fuel Ø
    • Afstand tot punt van bestemming, Dist
    • Gemiddelde snelheid, Speed Ø
    • Snelheidswaarschuwing, SPD W
    • Instelling van bijvoorbeeld alarmtijd, taal,
    regensensor 3, Settings
    • Bewerking van bijvoorbeeld nummerlijsten,
    Phone 3
    De functies worden geselecteerd met de stuurknoppen,
    of
    .

    Instellen
    De functies
    • Afstand tot punt van bestemming, Dist
    • Gemiddelde snelheid, Speed Ø
    • Snelheidswaarschuwing, SPD W
    zijn als volgt in te stellen:
    1 Selecteer een functie met de stuurknoppen,
    of
    .
    2 Houd de stuurknop SET ingedrukt totdat u
    een geluidssignaal hoort.
    3 Druk op
    of
    om de gewenste waarde
    in te stellen.
    4 Sluit de instelling af door de SET-knop in te
    drukken.

    Resetten
    1 Kies de functie die op nul moet worden
    gesteld met de stuurknoppen,
    of
    .
    • Fuel Ø
    • Speed Ø
    • DTE
    • Trip (Als Dist als dagteller wordt gebruikt)
    2 Houd de stuurknop CLR ca. 1 seconde lang
    ingedrukt.
    U hebt de door u geselecteerde functie daarmee
    gereset.

    Waarschuwingen
    Door de stuurknop CLR in te drukken, bevestigt
    u dat u de tekstmelding hebt gezien.

    Settings
    In bepaalde systemen van de auto, bijvoorbeeld
    alarm of taal, kunt u eigen instellingen verrichten. Dit noemen we “Settings”.
    1 Selecteer Settings met de stuurknoppen,
    of
    .
    2 Houd de stuurknop SET ingedrukt totdat u
    een geluidssignaal hoort.
    3 Selecteer het gewenste menu met
    of
    .
    4 Druk de stuurknop SET in en voer de
    gewenste aanpassingen uit met
    of
    .
    5 Sluit af met een druk op de SET-knop.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    en bediening.)
    Settings
    Block Heater 3

    MANUAL START
    TIMER A, B or C
    Park Heater 3

    MANUAL START
    TIMER A, B or C
    Rain Sensor 3

    HIGH
    MEDIUM
    LOW

    17



  • Page 18

    Theft Alarm 3

    ESP

    FULL ALARM

    ON

    DOOR ONLY

    OFF

    Park Assistance 3

    ON
    OFF
    Alarm Clock

    ON
    OFF
    Language

    ENGLISH
    DEUTSCH
    SVENSKA
    FRANÇAIS
    ITALIANO
    ESPAÑOL
    Speed Scale Illumin.

    0-260 km/h
    0-140 km/h
    Units

    METRIC
    US
    IMPERIAL
    Climate System
    Next Service: xx %

    INTERMEDIATE
    MAIN
    Time for Service

    INTERMEDIATE
    MAIN
    MAIN & INTERMED.
    Reset Service Check?
    YES NO
    TCS

    ON
    OFF
    18

    Uitschakelen
    De functies SPD W en Alarm worden uitgeschakeld met de stuurknop CLR. U kunt ze
    weer inschakelen met de stuurknop SET.



  • Page 19

    Klimaatregeling

    Handbediende klimaatregeling

    1 Temperatuur
    2 Ventilatorsnelheid
    3 Luchtverdeling
    4 Elektrische verwarming, rechter voorstoel
    5 Recirculatie
    6 Achterruitverwarming/zijspiegelverwarming
    7 Alarmlichten
    8 A/C uit/aan
    9 Elektrische verwarming, linker voorstoel
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten en
    bediening.)

    Automatische regeling

    1 Temperatuurinstelling, linkerzijde
    2 AUTO (automatische klimaatregeling)
    3 Handmatige instelling van de luchtstroom
    4 Handmatige instelling van de ventilatorsnelheid
    5 Ontwaseming
    6 Handmatige instelling van de luchtstroom
    7 Temperatuurinstelling, rechterzijde
    8 Recirculatie
    9 Elektrische verwarming, rechter voorstoel
    10 Achterruitverwarming/zijspiegelverwarming
    11 Alarmlichten
    12 A/C uit/aan
    13 Elektrische verwarming, linker voorstoel
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten en
    bediening.)

    Binnenverlichting

    1 Uit
    2 Aan/uit door portierschakelaar
    3 Aan
    (Zie instructieboekje, Interieur).

    Binnenverlichting,
    Cabriolet

    1 Linker leeslampje
    2 Binnenverlichting
    3 Rechter leeslampje
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk 9-3 Cabriolet.)

    19



  • Page 20

    Bekerhouder

    Bediening kap

    Bekerhouder in dashboard

    Openen
    1 De motor starten en stationair laten lopen.
    2 De schakelaar omlaagduwen en in deze
    stand vasthouden totdat de kap is geopend,
    de kapafdekking is gesloten en er een kort
    geluidssignaal klinkt. De schakelaar iets
    langer vasthouden in deze stand om de zijruiten te openen.
    3 Controleren of er geen storingsmelding op
    het SID verschijnt.

    Sluiten

    Bekerhouder in opbergvak tussen voorstoelen

    Bekerhouder onder zitgedeelte achterbank

    20

    1 De motor starten en stationair laten lopen.
    2 De schakelaar omhoogduwen en in deze
    stand vasthouden totdat de kap gesloten is,
    de kapafdekking is gesloten en er een kort
    geluidssignaal klinkt.
    Let erop dat alle zijruiten automatisch iets
    worden geopend om te voorkomen dat de
    afdichtrubbers beschadigd raken bij het
    sluiten van de kap. De schakelaar iets
    langer in deze stand vasthouden om de zijruiten te sluiten.
    3 Controleren of de bevestigingshaken van de
    kap goed vastzitten.
    4 Controleren of er geen storingsmelding op
    het SID verschijnt.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk 9-3 Cabriolet.)



  • Page 21

    Stoelen

    Bestuurdersportier

    Handmatig bediende voorstoel

    Centrale vergrendeling (voor bediening vanuit
    de auto)

    1
    2
    3
    4
    5

    Omhoog-omlaag hoofdsteunen
    Hardheid lendensteun
    Helling rugleuning
    Omhoog-omlaag
    Vooruit-achteruit

    1 Elektrisch bediende zijruiten
    2 Centrale vergrendeling
    3 Zijspiegels

    Elektrisch bediende voorstoel
    1
    2
    3
    4
    5
    6

    Helling stoel
    Omhoog-omlaag hoofdsteunen
    Hardheid lendensteun
    Helling rugleuning
    Omhoog-omlaag
    Vooruit-achteruit

    Werking elektrisch bediende zijruiten op de
    Cabriolet:
    Kap gesloten:
    De zijruiten zijn te bedienen met de bijbehorende knoppen.
    Kap geopend:
    Met de voorste bedieningsknoppen zijn beide
    zijruiten aan een bepaalde zijde te bedienen
    (linker knop - linker zijruiten; rechter knop rechter zijruiten).

    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Veiligheid.)

    21



  • Page 22

    Sloten

    1 Alle portieren, de tankvulklep en de bagageklep vergrendelen/alarm activeren.
    2 Alle portieren, de tankvulklep en de bagage- Vergrendelen/ontgrendelen met de traditioklep ontgrendelen/alarm uitschakelen.
    nele sleutel
    3 Bagageklep openen/achterklep ontgren1 Vergrendelen
    2 Ontgrendelen
    delen (Sport Estate)
    4 Buiten- en binnenverlichting inschakelen/
    uitschakelen (brandt 30 seconden).
    • Sleutel uit afstandsbediening halen door op
    Paniekalarm (auto’s met diefstalalarm):
    het embleem te drukken.
    Houd de knop langer dan 2 seconden ingedrukt om het alarm gedwongen te starten.
    • Het portier handmatig ontgrendelen.

    Op afstand openen/sluiten 3

    Als de auto uitgerust is met een alarmsysteem
    gaat dat vervolgens af. Het alarm valt stil, wanDoor de toets 1 of 2 langer dan 2 seconden
    neer u de afstandsbediening in het contactslot
    ingedrukt te houden kunt u:
    steekt en naar stand ON draait.
    • (toets 1) de zijruiten en het zonnedak
    sluiten, de elektrisch bediende zijspiegels
    inklappen en tegelijkertijd de auto vergrendelen en het alarm activeren;
    • (toets 2) de zijruiten en het zonnedak
    openen en tegelijkertijd de auto ontgrendelen en het alarm uitschakelen.

    Kinderslot activeren met een schroevendraaier
    of de traditionele sleutel in de afstandsbediening door de cilinder 45° te verdraaien.
    Bij activering van het kinderslot is het achterportier alleen vanaf de buitenzijde te openen.

    22



  • Page 23

    Ruggedeelte
    neerklappen

    Sport Sedan

    Doorsteekluik

    • Klap de armleuning omlaag en open het doorsteekluik door de handgreep omhoog te
    trekken. Achter op het doorsteekluik vindt u
    een vergrendeling die u moet verdraaien om
    het luik te ontgrendelen.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Interieur.)

    Anti-blokkeerremsysteem
    (ABS)
    Sport Estate

    • Ontgrendel het ruggedeelte van uw keuze
    door aan de bijbehorende handgreep in de
    bagageruimte (Sport Sedan)/bovenkant van
    het ruggedeelte (Sport Estate) te trekken.
    • Klap het ruggedeelte voorover.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Interieur.)

    Trap het rempedaal volledig in en voer zo nodig
    een uitwijkmanoeuvre uit.
    Laat het rempedaal nooit los, voordat de auto
    helemaal stilstaat of het gevaar geweken is!
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)

    23



  • Page 24

    Sentronic 3

    Traction Control System
    (TCS)
    Het Traction Control System (aandrijfregelsysteem) zorgt dat de wielen niet gaan doorslippen, waardoor een optimale trekkracht
    wordt verkregen en de grip en de wegligging
    worden verbeterd.
    Wanneer het systeem actief is, licht het controlelampje
    op. Dit betekent dat één of meer
    wielen de grip op het wegdek hebben verloren.
    Als het systeem actief is, hebben de banden
    minder grip op het wegdek en moet u extra
    voorzichtig zijn.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)

    Sentronic maakt het mogelijk om handmatig te
    schakelen op een auto met een automatische
    versnellingsbak. U schakelt met de keuzehendel of (zoals het geval is op bepaalde
    varianten) met de stuurtoetsen.

    Bediening
    1 Duw de keuzehendel in stand M.
    2 Kies een hogere versnelling door de keuzehendel naar voren te duwen of op de rechter
    stuurtoets te drukken.
    3 Kies een lagere versnelling door de keuzehendel naar achteren te duwen of op de
    linker stuurtoets te drukken.
    Bij handmatig schakelen verschijnt de gekozen
    versnelling op het display van het hoofdinstrument. De gekozen versnelling wordt voorafgegaan door de letter M.
    Overschakelen van de 3de naar de 4de versnelling of van de 4de naar de 5de versnelling
    is alleen mogelijk bij een motortoerental hoger
    dan 2000 omw/min.
    Bij gladheid is het raadzaam om in de 2de of
    3de versnelling weg te rijden zodat de wielen
    niet doorslippen.
    Op steile, aflopende hellingen moet u een
    lagere versnelling kiezen om krachtiger op de
    motor af te remmen en zo de remmen te ontzien.
    Bij een motortoerental lager dan 2000 omw/min
    in de 4de en 5de versnelling is kickdown
    mogelijk.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)

    24

    Stabiliteitsprogramma
    (ESP) 3
    Het stabiliteitsprogramma helpt de bestuurder
    om het voertuig te stabiliseren in verrassende
    rijsituaties die anders moeilijker te hanteren
    zouden zijn.
    Als het systeem actief is, gaat het controlelampje
    branden.
    Wanneer het systeem actief is, hebben de
    banden minder grip op het wegdek en dient u
    verder extra voorzichtig te zijn.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)



  • Page 25

    Akoestisch
    parkeerhulpsysteem 3
    Het parkeerhulpsysteem helpt u bij het achteruitrijden en parkeren. Het systeem wordt automatisch geactiveerd, wanneer u de achteruitversnelling inschakelt. Het systeem registreert
    obstakels tot op ca. 1,8 m achter de auto. Wanneer er zich een obstakel binnen het meetgebied bevindt, geeft het systeem geluidssignalen af. Wanneer de auto het obstakel tot op
    ca. 90 cm genaderd is volgen de geluidssignalen elkaar merkbaar sneller op. Bij een
    afstand van minder dan ca. 30 cm vloeien de
    signalen over in één lange toon.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)

    Automatische
    versnellingsbak

    Achteruitkijkspiegel en
    zijspiegels

    Zijspiegels
    1
    2
    3
    4

    Zijspiegel kiezen
    Drukplaatje voor het instellen
    Elektrisch inklappen 3
    Zijspiegel aan passagierszijde inklappen tijdens
    het achteruitrijden 3

    Trap op het rempedaal en houd de vergrendelingsknop op de keuzehendel ingedrukt, wanneer u de keuzehendel uit stand P of N wilt
    halen.

    SPORT-programma 3
    Het programma wordt ingeschakeld met de
    knop SPORT (pos. 11, blz. 4). De schakelpunten worden dusdanig gewijzigd dat er bij
    dezelfde gaspedaalstand later wordt opgeschakeld en eerder wordt teruggeschakeld.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Starten en
    rijden.)

    Gevarendriehoek 3

    Achteruitkijkspiegel, handbediend
    1 Normale stand
    2 Anti-verblindingsstand

    De gevarendriehoek zit met klittenband op de
    bekleding van de bagageruimte vast.
    Plaats een gevarendriehoek op 50–100 meter
    achter de auto, zodat achteropkomend verkeer
    tijdig wordt gewaarschuwd. Als heuvels e.d.
    het zicht belemmeren, moet u een grotere
    afstand aanhouden.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    en bediening.)

    Achteruitkijkspiegel, automatische
    anti-verblindingsregeling 3

    1 Automatische anti-verblindingsregeling aan/uit

    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Interieur.)
    25



  • Page 26

    Finesses
    “Follow-Me-Home”-verlichting

    Wanneer u de functie “Follow-Me-Home” activeert, blijven de dimlichten
    nog ca. 30 seconden lang branden nadat u de
    motor hebt afgezet en het bestuurdersportier
    hebt gesloten.
    1 Neem de afstandsbediening uit.
    2 Open het bestuurdersportier.
    3 Haal de hendel voor het wisselen van groot
    licht/dimlicht tot in de eindstand naar het
    stuurwiel toe.
    4 Sluit het portier, waarna het dimlicht
    nog ca. 30 seconden lang blijft branden.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    en bediening.)

    “Lead-Me-to-the-Car”-verlichting

    De functie “Lead-Me-to-the-Car” maakt het u
    makkelijker om uw auto terug te vinden op een
    parkeerplaats. U kunt de functie ook gebruiken
    om iemand af te schrikken die tracht in te
    breken in de auto.
    U schakelt de buiten- en binnenverlichting in

    Remlichten buiten werking
    Als de gloeilamp van een van de remlichten
    kapotgaat, zal het achterlicht naast de kapotte
    gloeilamp dienst doen als remlicht. Er verschijnt dan een storingsmelding op het SID om
    aan te geven dat het remlicht kapot is.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Onderhoud
    van de auto.)

    Koplamphoogteverstelling 3
    Op auto’s met halogeenlampen stelt u de koplamphoogte af door de bijbehorende draaiknop
    linksom te draaien. Stand 1 - lichte belading,
    stand 3 - maximale belading.
    Auto’s met xenonlampen zijn voorzien van
    automatische koplamphoogteverstelling.
    Afhankelijk van de belading van de auto wordt
    de koplamphoogte telkens dusdanig bijgesteld
    dat tegenliggers niet worden verblind.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    en bediening.)

    Night Panel

    Om bij donker een behaaglijker verlichting in de
    auto te creëren kunt u de functie Night Panel
    activeren. Deze functie beperkt de hoeveelheid
    visuele informatie, zodat u alleen de belangmet de toets
    op het afstandsbediening.
    rijkste informatie krijgt.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Sloten en dief- (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Instrumenten
    stalalarm.)
    en bediening.)

    Op afstand openen/sluiten 3
    Bij het op afstand openen/sluiten opent of sluit
    u alle zijruiten en een eventueel zonnedak
    vanaf de afstandsbediening.
    • Openen door toets
    op de
    afstandsbediening 2 seconden lang ingedrukt te houden.
    • Sluiten door toets
    op de
    afstandsbediening 2 seconden lang ingedrukt te houden.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Interieur.)

    Gekoeld dashboardkastje 3

    Er zit een schuifluikje in het dashboardkastje
    dat kan worden geopend om koude lucht aan te
    voeren (alleen auto’s met ACC). Dit maakt het
    mogelijk om bijv. chocolade ook bij warm weer
    koel te bewaren.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Interieur.)

    26

    Hulpverwarming 3
    Auto’s met dieselmotor: Op sommige
    markten zijn auto’s met een dieselmotor uitgerust met hulpverwarming. Deze hulpverwarming werkt op dieselolie en start automatisch
    bij het aanslaan van de motor, als de koelvloeistoftemperatuur lager is dan 75°C en het buiten
    kouder is dan +8°C.

    Het symbool
    op het hoofdinstrument
    brandt altijd wanneer de koelvloeistoftemperatuur lager is dan +75°C en de buitentemperatuur lager is dan +8°C.
    De hulpverwarming zorgt ervoor dat de motor
    sneller op bedrijfstemperatuur komt.
    (Zie Instructieboekje, hoofdstuk Technische
    gegevens.)



  • Page 27

    Motorruimte

    Turbobenzinemotor, 4-cilinder
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8

    Oliebijvulopening, motor
    Koelvloeistof
    Rem- en koppelingsvloeistof
    Accu
    Relais- en zekeringhouder
    Sproeiervloeistof
    Stuurbekrachtigingsvloeistof
    Oliepeilstok, motorolie

    Dieselmotor 1.9TiD
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8

    Oliebijvulopening, motor
    Koelvloeistof
    Rem- en koppelingsvloeistof
    Accu
    Relais- en zekeringhouder
    Sproeiervloeistof
    Stuurbekrachtigingsvloeistof
    Oliepeilstok, motorolie

    Turbobenzinemotor, V6
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8

    Stuurbekrachtigingsvloeistof
    Koelvloeistof
    Rem- en koppelingsvloeistof
    Accu
    Relais- en zekeringhouder
    Sproeiervloeistof
    Oliebijvulopening, motor
    Oliepeilstok, motorolie

    Dieselmotor 1.9TTiD
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8

    Oliebijvulopening, motor
    Koelvloeistof
    Rem- en koppelingsvloeistof
    Accu
    Relais- en zekeringhouder
    Sproeiervloeistof
    Stuurbekrachtigingsvloeistof
    Oliepeilstok, motorolie

    27



  • Page 28

    Tanken

    Bandenspanning
    Belading/
    snelh.
    km/h

    Voor/
    achter
    bar (psi)

    195/65 R15 H

    1–3 inz.
    0–160

    2,3/2,3
    (33/33)

    215/60 R15 V

    1–3 inz.
    0–160

    2,4/2,2
    (35/32)

    215/55 R16 V

    1–3 inz.
    0–160

    2,2/2,2
    (32/32)

    225/45 R17 W
    RF/XL

    1–3 inz.
    0–190

    2,4/2,4
    (35/35)

    235/45 R17 W

    1–3 inz.
    0–190

    2,4/2,4
    (35/35)

    225/45 R18 W
    RF/XL

    1–3 inz.
    0–190

    2,4/2,4
    (35/35)

    195/65 R15 Q
    winterbanden

    1–3 inz.
    0–160

    2,4/2,4
    (35/35)

    205/65 R15 Q
    winterbanden

    1–3 inz.
    0–160

    2,4/2,4
    (35/35)

    N.B.

    215/55 R16 Q
    winterbanden

    1–3 inz.
    0–160

    2,4/2,4
    (35/35)

    Het gebruik van brandstof met een lager
    octaangetal dan aanbevolen kan ernstige
    motorschade veroorzaken.

    225/45 R17 Q
    RF/XL
    winterbanden

    1–3 inz.
    0–160

    2,5/2,5
    (36/36)

    235/45 R17 Q
    winterbanden

    1–3 inz.
    0–160

    2,4/2,4
    (35/35)

    125/85 R16 M
    reservewiel

    max. 80

    4,2/4,2
    (60/60)

    Bandenmaat

    Draai de dop los door deze voorzichtig linksom
    te draaien.
    Sluiten: Draai de tankdop dusdanig ver
    rechtsom dat u drie klikken hoort.
    Brandstofkwaliteit

    Benzinemotor:

    Ongelood 95 (RON)

    Benzinemotor
    aangepast voor
    ethanol 3

    E85 (ook brandstof met
    een lager gehalte aan
    ethanol)

    Dieselmotor:

    Dieselmotoren moeten
    op dieselolie lopen die
    voldoet aan de Europese norm NEN-EN 590.
    Dieselolie, cetaangetal
    minstens 45.

    Inhoud brandstoftank

    Benzinemotor en
    dieselmotor:

    58 liter

    N.B. In de tabel wordt uitgegaan van de meest voorkomende beladingssituatie. Zie voor de overige
    situaties hoofdstuk Technische gegevens in het
    Instructieboekje dat bij de auto hoort.
    Banden verwisselen, zie het Instructieboekje voor
    de goedgekeurde banden per motorvariant.

    Benzinemotor aan- 61 liter
    gepast voor ethanol

    NL Ordering no. 32 001 320
    © Copyright Saab Automobile AB, 2007.
    Printed in Sweden






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Saab 9-3 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Saab 9-3 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 4,74 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Saab 9-3

Saab 9-3 Bedienungsanleitung - Englisch - 292 seiten

Saab 9-3 Bedienungsanleitung - Holländisch - 304 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info