Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/184
Nächste Seite
Help-gids: Digitale camera DSC-HX400/HX400V
Hoe te gebruiken
Vóór gebruik
Namen van de onderdelen
Plaats van de onderdelen [1]
Pictogrammen en indicators
Lijst van pictogrammen op het scherm [2]
De riem gebruiken
De schouderriem gebruiken [3]
De zoeker instellen
De zoeker afstellen (diopterinstelling) [4]
Helpfunctie in camera
Over de [Helpfunct. in camera] [5]
Over het opnameadvies [6]
De bedieningsmethode controleren
De bedieningsmethode controleren
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Forum

Suche zurücksetzen

  • was muss ich machen um das Display auf deutsch zu bekommen Eingereicht am 13-8-2018 10:35

    Antworten Frage melden

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Help-gids: Digitale camera

    DSC-HX400/HX400V

    Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik
    Namen van de onderdelen
    Plaats van de onderdelen [1]

    Pictogrammen en indicators
    Lijst van pictogrammen op het scherm [2]

    De riem gebruiken
    De schouderriem gebruiken [3]

    De zoeker instellen
    De zoeker afstellen (diopterinstelling) [4]

    Helpfunctie in camera
    Over de [Helpfunct. in camera] [5]
    Over het opnameadvies [6]

    De bedieningsmethode controleren
    De bedieningsmethode controleren



  • Page 2

    De bedieningsknop gebruiken [7]
    MENU-onderdelen gebruiken [8]
    De Fn (Functie)-knop gebruiken [9]

    Opnemen
    Stilstaande/bewegende beelden opnemen
    Stilstaande beelden opnemen [10]
    Bewegende beelden opnemen [11]

    Een opnamefunctie selecteren
    Lijst met standen van de functiekeuzeknop [12]
    Slim automatisch [13]
    Superieur automat. [14]
    Over scèneherkenning [15]
    De voordelen van automatisch opnemen [16]
    Autom. programma [17]
    iDraaipanorama
    Scènekeuze [19]
    Sluitertijdvoorkeuze [20]
    Diafragmavoorkeuze [21]
    Handm. belichting [22]
    Geheug.nr. oproep. [23]
    Film [24]

    De opnamefuncties gebruiken
    De zoom gebruiken
    Zoom [25]
    De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat [26]
    Zoom-instelling [27]
    Over de zoomvergroting [28]



  • Page 3

    De flitser gebruiken
    De flitser gebruiken
    Flitsfunctie [30]
    Flitscompensatie [31]

    Een schermweergavefunctie selecteren
    De schermweergave veranderen (Opnemen) [32]

    Het formaat/de kwaliteit van stilstaande beelden selecteren
    Beeldformaat (stilstaand beeld) [33]
    Beeldverhouding (stilstaand beeld) [34]
    Kwaliteit (stilstaand beeld) [35]
    Panorama: formaat [36]
    Panorama: richting [37]

    Scherpstellen
    De scherpstellingsmethode veranderen met behulp van de zoom-/scherpstellingschakelaar
    [38]
    Scherpstelgebied [39]
    Scherpstelvergrendeling [40]
    H. scherpst. [41]
    Directe handmatige scherpstelling (DMF) [42]
    MF Assist (stilstaand beeld) [43]
    Scherpst. vergroten [44]
    Schrpstelvergrot.tijd [45]
    Reliëfniveau [46]
    Reliëfkleur [47]
    AF-vergrendeling [48]
    AF-vergrendeling (Aan) [49]
    AF-hulplicht (stilstaand beeld) [50]



  • Page 4

    Belichting instellen
    Belicht.comp. [51]
    Lichtmeetfunctie [52]
    Belichtingsinst.gids [53]

    Een transportfunctie selecteren (Ononderbroken
    opnemen/Zelfontspanner)
    Transportfunctie [54]
    Continue opname [55]
    Zelfontspanner [56]
    Zelfportret [57]
    Zelfontsp.(Cont.) [58]
    Bracket continu [59]
    Witbalansbracket [60]

    De ISO-gevoeligheid selecteren
    ISO [61]
    NR Multi Frame [62]

    De helderheid of het contrast corrigeren
    D.-bereikopt. (DRO) [63]
    Auto HDR [64]

    De kleurtinten aanpassen
    Witbalans [65]
    De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling]. [66]

    Een effectfunctie selecteren
    Foto-effect [67]
    Creatieve stijl [68]



  • Page 5

    Bewegende beelden opnemen
    Bestandsindeling (bewegende beelden) [69]
    Opname-instell. (bewegende beelden) [70]
    SteadyShot (bewegende beelden) [71]
    Microfoon ref. niveau [72]
    Windruis reductie [73]
    Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden) [74]
    Knop MOVIE [75]

    De opnamefuncties aanpassen voor handig gebruik
    Geheugen [76]
    Instell. functiemenu [77]
    Eigen toetsinstelling. [78]
    Werking van de customknop [79]

    De overige functies van dit apparaat instellen
    Creatief met foto's [80]
    Lach-/Gezichtsherk. [81]
    Zachte-huideffect (stilstaand beeld) [82]
    Rode ogen verm. [83]
    Autom. kadreren (stilstaand beeld) [84]
    NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld) [85]
    Datum schrijven (stilstaand beeld) [86]
    Stramienlijn [87]
    Autom.weergave [88]
    FINDER/MONITOR [89]

    Weergeven
    Stilstaande beelden weergeven
    Beelden weergeven [90]



  • Page 6

    Weergavezoom [91]
    Beeldindex [92]
    De schermweergave veranderen (tijdens weergave) [93]

    Beelden wissen
    Een beeld dat wordt weergegeven wissen [94]
    Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen [95]

    Bewegende beelden weergeven
    Bewegende beelden weergeven [96]
    Motion Shot-video [97]

    Panoramabeelden weergeven
    Panoramabeelden weergeven [98]

    Afdrukken
    Printen opgeven [99]

    De weergavefuncties gebruiken
    Weergavefunctie [100]
    Diavoorstelling [101]
    Roteren [102]
    Beveiligen [103]
    WG 4K-stilst. beeld [104]

    Beelden bekijken op een televisie
    Beelden bekijken op een HD-televisie [105]
    Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie [106]

    Instellingen veranderen



  • Page 7

    Menu Setup
    Monitor-helderheid [107]
    Volume-instellingen [108]
    Audiosignalen [109]
    GPS aan/uit (DSC-HX400V) [110]
    Aut. tijdcorrect. GPS (DSC-HX400V) [111]
    Auto aanp. geb. GPS (DSC-HX400V) [112]
    GPS-hulpgeg. contr. (DSC-HX400V) [113]
    GPS log OPNAME (DSC-HX400V) [114]
    GPS loggeg. verwijd. (DSC-HX400V) [115]
    Inst. uploaden(Eye-Fi) [116]
    Tegelmenu [117]
    Modusdraaiknopsch. [118]
    Weergavekwaliteit [119]
    Begintijd energ.besp [120]
    PAL/NTSC schakel. [121]
    Demomodus [122]
    HDMI-resolutie [123]
    CTRL.VOOR HDMI [124]
    USB-verbinding [125]
    USB LUN-instelling [126]
    USB-voeding [127]
    Taal  [128]
    Datum/tijd instellen [129]
    Tijdzone instellen [130]
    Formatteren [131]
    Bestandsnummer [132]
    OPN.-map kiezen [133]
    Nieuwe map [134]
    Mapnaam [135]
    Beeld-DB herstellen [136]
    Media-info weergev. [137]



  • Page 8

    Versie [138]
    Instelling herstellen [139]

    De Wi-Fi-functies gebruiken
    Dit apparaat aansluiten op een smartphone
    PlayMemories Mobile [140]
    Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat [141]
    Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad [142]
    Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)] [143]

    Dit apparaat bedienen met behulp van een smartphone
    Intellig. afstandsbedien. ingeslot. [144]
    One-touch connection met een NFC-compatibele Android-smartphone (NFC One-touch
    remote) [145]

    Beelden kopiëren naar een smartphone
    Naar smartph verznd [146]
    Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC One-touch sharing) [147]

    Beelden kopiëren naar een computer
    Naar computer verz. [148]

    Beelden kopiëren naar een televisie
    Op TV bekijken [149]

    De instellingen van Wi-Fi-functies veranderen
    Vliegtuig-stand [150]
    WPS-Push [151]
    Toegangspunt instel. [152]
    Naam Appar. Bew. [153]



  • Page 9

    MAC-adres weergvn [154]
    SSID/WW terugst. [155]
    Netw.instell. terugst. [156]

    Applicaties toevoegen aan het apparaat
    PlayMemories Camera Apps
    PlayMemories Camera Apps [157]
    Aanbevolen computeromgeving [158]

    De applicaties installeren
    Een serviceaccount openen [159]
    Applicaties downloaden [160]
    Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat met behulp van de Wi-Fi-functie
    [161]

    De applicaties openen
    De gedownloade applicatie openen [162]

    De applicaties beheren
    Applicaties verwijderen [163]
    De volgorde van de applicaties veranderen [164]
    De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps bevestigen [165]

    Weergeven op een computer
    Aanbevolen computeromgeving
    Aanbevolen computeromgeving [166]

    De software gebruiken
    PlayMemories Home [167]



  • Page 10

    PlayMemories Home installeren [168]
    Softwareprogramma's voor Mac-computers [169]

    Dit apparaat aansluiten op een computer
    Het apparaat aansluiten op een computer [170]
    Beelden importeren in de computer [171]
    Het apparaat loskoppelen van de computer [172]

    Een disc met bewegende beelden maken
    Disctype [173]
    Selecteer de methode voor het maken van een disc [174]
    Een disc maken met een ander apparaat dan een computer [175]
    Een Blu-ray Disc maken [176]

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat
    Voorzorgsmaatregelen
    Voorzorgsmaatregelen [177]
    Interne oplaadbare batterij [178]
    Opmerkingen over de accu [179]
    De accu opladen [180]
    Geheugenkaart [181]

    Dit apparaat reinigen
    Reiniging [182]

    Aantal opneembare stilstaande beelden en opnameduur van
    bewegende beelden
    Aantal stilstaande beelden [183]
    Resterende opnameduur van bewegende beelden [184]

    Dit apparaat in het buitenland gebruiken



  • Page 11

    Adapterstekker [185]
    Over tv-kleursystemen [186]

    Overige informatie
    ZEISS-lens [187]
    GPS (DSC-HX400V) [188]
    AVCHD-formaat [189]
    Licentie [190]

    Handelsmerken
    Handelsmerken [191]

    Probleemoplossing

    In geval van problemen
    In geval van problemen
    Problemen oplossen [192]

    Problemen oplossen
    Accu en voeding
    U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen. [193]
    U kunt het apparaat niet inschakelen. [194]
    Het apparaat schakelt plotseling uit. [195]
    De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd niveau aan. [196]
    Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen van de accu. [197]
    De accu is niet opgeladen ondanks dat het oplaadlampje van het apparaat is uitgegaan.
    [198]



  • Page 12

    De accu wordt niet opgeladen. [199]

    Stilstaande/bewegende beelden opnemen
    U kunt geen beelden opnemen. [200]
    Het opnemen duurt erg lang. [201]
    Het beeld is onscherp. [202]
    De zoomfunctie werkt niet. [203]
    De flitser werkt niet. [204]
    Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met de flitser zijn gemaakt. [205]
    De close-up-opnamefunctie (Macro) werkt niet. [206]
    De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het scherm. [207]
    De datum en tijd worden onjuist opgenomen. [208]
    De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen.
    De kleuren van het beeld zijn niet juist. [210]
    In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm kijkt. [211]
    Een donkere schaduw verschijnt in het beeld. [212]
    De ogen van het onderwerp zijn rood. [213]
    Punten verschijnen en blijven op het scherm. [214]
    U kunt niet continu beelden opnemen. [215]
    Het beeld is niet helder in de zoeker. [216]
    Het beeld is wazig. [217]
    Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen. [218]

    Beelden weergeven
    Het lukt niet beelden weer te geven. [219]
    De datum en tijd worden niet afgebeeld. [220]
    Het lukt niet het beeld te wissen. [221]
    Het beeld is per ongeluk gewist. [222]

    GPS
    Het apparaat ontvangt geen GPS-signaal. (DSC-HX400V) [223]
    Er is een buitensporige fout opgetreden in de locatie-informatie. (DSC-HX400V) [224]



  • Page 13

    Ondanks dat de GPS-hulpgegevens zijn opgeslagen, kan de driehoeksmeting enige tijd
    duren (DSC-HX400V). [225]
    De locatie-informatie is niet opgenomen. (DSC-HX400V) [226]

    Wi-Fi
    U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden verbonden niet vinden. [227]
    [WPS-Push] werkt niet. [228]
    [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd. [229]
    U kunt geen bewegende beelden zenden naar een smartphone. [230]
    [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd] wordt voortijdig geannuleerd.
    Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De
    verbinding tussen het apparaat en de smartphone is verbroken.
    U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken. [233]

    Computers
    De computer herkent dit apparaat niet. [234]
    U kunt geen beelden importeren. [235]
    Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis wanneer u een film op een computer
    bekijkt. [236]
    Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd, kunnen niet op dit apparaat worden
    weergegeven. [237]

    Geheugenkaarten
    De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd. [238]

    Afdrukken
    Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden. [239]
    U kunt geen beelden met de datum erop afdrukken. [240]

    Overige
    De lens raakt beslagen. [241]
    Het apparaat stopt met uitgeschoven lens./Het apparaat wordt uitgeschakeld met
    uitgeschoven lens. [242]



  • Page 14

    Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een lange tijd gebruikt. [243]
    Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat is ingeschakeld. [244]
    Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt met twee beelden tegelijk af. [245]
    Het apparaat werk niet goed. [246]

    Mededelingen
    Mededelingen
    Zelfdiagnosefunctie [247]
    Waarschuwingsberichten [248]

    Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren
    Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren
    Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren [249]

    [1] Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik

    Namen van de onderdelen

    Plaats van de onderdelen

    1. Voor opnemen: Fn-knop
    Voor weergeven:
    (Naar smartph verznd-)knop
    2. CUSTOM-knop
    U kunt een gewenste functie toewijzen aan de CUSTOM-knop.



  • Page 15

    3. Ontspanknop
    4. Voor opnemen: W/T (zoom-)knop
    Voor weergeven:
    (index-)knop/
    5. Zelfontspannerlamp/AF-hulplicht
    6. Lens
    7. Flitser

    (weergavezoom-)knop

    Druk op de knop
    (flitser omhoog) om de flitser te gebruiken.
    Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody.
    8.
    (flitser omhoog-)knop
    9. Bevestigingsoog voor de schouderriem
    10. Zoom-/scherpstellingschakelaar
    11. Handinstelring

    1.
    2.
    3.
    4.

    GPS-ontvanger (ingebouwd, alleen DSC-HX400V)
    Stereomicrofoon
    Oogsensor
    Zoeker
    Wanneer u in de zoeker kijkt, wordt de zoekerschermweergavefunctie ingeschakeld, en
    wanneer u uw gezicht verwijdert van de zoeker keert de functie terug naar de
    monitorschermweergavefunctie .

    5. MOVIE (bewegende beelden-)knop
    6.
    (weergave-)knop
    7. Bedieningsknop
    8. FINDER/MONITOR-knop
    Deze knop schakelt om tussen weergave van het beeld op het LCD-scherm of in de
    zoeker.
    9.
    10.
    11.
    12.
    13.

    ON/OFF (aan/uit)-knop en aan-/oplaadlampje
    Functiekeuzeknop
    Besturingsknop
    Wi-Fi-sensor (ingebouwd)
    (N-markering)
    Deze markering geeft het aanraakpunt aan voor het verbinden van dit apparaat met een
    NFC-compatibele smartphone.



  • Page 16

    NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze
    communicatie over een korte afstand.
    14. ? (Helpfunctie in camera-)knop/
    15. MENU-knop

    (wis-)knop

    1. Multi-interfaceschoen*
    2. Diopter-instelwiel
    Stel het diopterniveau in met behulp van het diopter-instelwiel wanneer u de
    schermweergavefunctie hebt ingesteld op de zoekerschermweergavefunctie.
    Als u het diopterniveau wilt instellen, richt u het apparaat op een helder gebied zodat
    het gemakkelijker is om het diopterniveau in te stellen.
    3. Multi/Micro USB-aansluiting*
    Ondersteunt een micro-USB-compatibel apparaat.
    4.
    5.
    6.
    7.

    Afdekking van de aansluitingen
    HDMI-microaansluiting
    Luidspreker
    LCD-scherm
    U kunt de hoek van het LCD-scherm 60 graden omlaag en 90 graden omhoog
    verstellen. Stel de hoek van het LCD-scherm af wanneer u de camera hoog of laag
    houdt om gemakkelijker op te nemen. Duw het LCD-scherm niet met kracht tot voorbij
    zijn draaibereik.



  • Page 17

    1.
    2.
    3.
    4.
    5.
    6.

    Deksel van geheugenkaartgleuf en accuvak
    Accuvak
    Accu-uitwerphendel
    Toegangslamp
    Geheugenkaartgleuf
    Schroefgat voor statief
    Gebruik een statief met een schroef van minder dan 5,5 mm lang. Als de schroef te lang
    is, kunt u de camera niet stevig bevestigen en kan de camera worden beschadigd.

    *Voor

    informatie over compatibele accessoires voor de multi-interfaceschoen en de multi/micro-USBaansluiting, gaat u naar de Sony-website of neemt u contact op met uw Sony-dealer of het
    plaatselijke, erkende Sony-servicecentrum.
    U kunt ook accessoires gebruiken die compatibel zijn met de accessoireschoen. Wij kunnen niet
    garanderen dat de accessoires van andere fabrikanten werken.

    [2] Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik

    Pictogrammen en indicators

    Lijst van pictogrammen op het scherm
    Lijst met pictogrammen van de opnamefunctie



  • Page 18

    Lijst met pictogrammen van de weergavefunctie

    P P* A S M

    1.

    Opnamefunctie

    Geheugennummer

    Status van geheugenkaart/uploaden

    Pictogram van scèneherkenning

    Scènekeuze 
    100
    Resterend aantal

    Beeldverhouding van stilstaande beelden
    20M / 18M / 15M / 10M / 8.9M / 7.5M / 5.0M / 4.5M / 3.7M / 2.1M / VGA
    Beeldformaat van stilstaande beelden



  • Page 19

    Beeldkwaliteit van stilstaande beelden

    Frames per seconde van bewegende beelden

    Opname-instellingen van bewegende beelden

    NFC is geactiveerd

    Resterende acculading

    Waarschuwing voor resterende acculading

    Flitser bezig op te laden

    AF-hulplicht

    SteadyShot

    Camerabeweging-indicator

    Vliegtuig-stand 

    GPS log OPNAME

    Status van GPS-driehoeksmeting

    Overlay-effect

    Windgeluidonderdrukking

    Schrijven van datum

    Microfoon ref. niveau Laag

    Databasebestand vol/Databasebestandsfout



  • Page 20

    Waarschuwing voor oververhitting

    Slimme-zoomfunctie

    Helder Beeld Zoom

    Digitale-zoomfunctie

    Spot-lichtmeetveld
    C:32:00
    Zelfdiagnosefunctie

    Digitale niveaumeter

    Weergavefunctie
    100-0003
    Map - bestandsnummer

    Opnameformaat van bewegende beelden

    Beveiligen
    DPOF
    DPOF ingesteld

    Automatisch objectomkadering
    2.
    Transportfunctie

    Lichtmeetfunctie

    Flitserfunctie/Rode-ogeneffectvermindering
    ±0.0
    Flitscompensatie



  • Page 21

    Scherpstellingsfunctie
    7500K A5 G5
    Witbalans

    Scherpstelgebied

    Dynamisch-bereikoptimalisatie/Auto HDR
    ±0 ±0 ±0
    Creatieve stijl

    Lach-/Gezichtsherk.

    AF-vergrendeling

    Foto-effect

    Gevoeligheidsindicator lachdetectie
    3.

    AF-vergrendeling
    Gidsweergave voor AF-vergrendeling
    Av/Tv schakelen
    Gidsweergave voor omschakelen tussen diafragmawaarde en sluitertijd
    REC 0:12
    Opnameduur van de bewegende beelden (m:s)

    Functie van handinstelring

    Functie van besturingsknop

    Scherpstellen



  • Page 22

    1/250
    Sluitertijd
    F3.5
    Diafragmawaarde
    ±0.0
    Gemeten-handmatig
    ±0.0
    Belichtingscompensatie
    ISO400
    ISO-gevoeligheid

    Sluitertijdbalk

    Diafragma-indicatie

    Histogram

    GPS-informatie
    90°44′55″N
    233°44′55″W
    Lengtegraad- en breedtegraad-weergave

    Foto-effectfout

    Waarschuwing Auto HDR-beeld
    2014-1-1
    10:37AM
    Opnamedatum
    3/7
    Bestandsnummer/Aantal beelden in de weergavefunctie

    [3] Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik

    De riem gebruiken



  • Page 23

    De schouderriem gebruiken
    Bevestig de schouderriem om te voorkomen dat het apparaat valt en beschadigd raakt.
    1. Bevestig beide uiteinden van de riem.

    [4] Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik

    De zoeker instellen

    De zoeker afstellen (diopterinstelling)
    Stel het diopter af op uw gezichtsvermogen door het diopter-instelwiel te draaien totdat het
    scherm in de zoeker scherp te zien is.
    1. Draai het diopter-instelwiel.

    [5] Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik

    Helpfunctie in camera



  • Page 24

    Over de [Helpfunct. in camera]
    De [Helpfunct. in camera] beeldt beschrijvingen af van MENU-onderdelen, Fn (Functie)-knop
    en instellingen, en als een functie niet kan worden ingesteld geeft het de reden daarvan aan.
    1. Druk op de MENU-knop of Fn-knop.
    2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder-/linker/rechterknop van de bedieningsknop.
    3. Druk op de ? (Helpfunct. in camera-) knop.
    De bedieningsgids voor het MENU-onderdeel dat u in stap 2 hebt geselecteerd, wordt
    afgebeeld.
    Als u op
    in het midden van de bedieningsknop drukt nadat u een item hebt
    geselecteerd dat grijs wordt afgebeeld, wordt de reden afgebeeld waarom het item niet
    kan worden ingesteld.

    [6] Hoe te gebruiken

    Vóór gebruik

    Helpfunctie in camera

    Over het opnameadvies
    Geeft het opnameadvies weer overeenkomstig de geselecteerde opnamefunctie.
    1. Druk op de ? (Helpfunct. in camera) knop terwijl het opnamescherm wordt weergegeven.
    2. Druk op de boven-/onderknop van de bedieningsknop om het gewenste opnameadvies te
    selecteren en druk daarna op
    in het midden.
    Het opnameadvies wordt weergegeven.
    U kunt het scherm doordraaien door op de boven-/onderknop van de bedieningsknop te
    drukken.

    Hint

    Om alle opnameadviezen te bekijken, selecteert u MENU →
    [Lijst met opnametips].

    (Camera- instellingen) →



  • Page 25

    [7] Hoe te gebruiken
    controleren

    De bedieningsmethode controleren

    De bedieningsmethode

    De bedieningsknop gebruiken

    U kunt de selectiecursor verplaatsen door op de boven-/onder-/rechter-/linkerknop van de
    bedieningsknop te drukken. Uw selectie wordt vastgelegd wanneer u op
    in het midden van
    de bedieningsknop drukt.
    De functies DISP (weergave-instelling),
    (Belicht.comp.),
    (Creatief met foto's),
    /
    (Transportfunctie) en
    (Flitsfunctie) zijn toegewezen aan de boven-/linker-/rechterknop van
    de bedieningsknop.
    Tijdens weergave kunt u het volgende/vorige beeld weergeven door op de rechter-/linkerknop
    van de bedieningsknop te drukken.

    [8] Hoe te gebruiken
    controleren

    De bedieningsmethode controleren

    De bedieningsmethode

    MENU-onderdelen gebruiken
    In dit gedeelte leert u hoe u instellingen kunt veranderen die betrekking hebben op alle
    camerabedieningen en de camerafuncties kunt uitvoeren, waaronder opnemen, weergeven, en
    bedieningsmethoden.
    1. Druk op de MENU-knop om het menuscherm af te beelden.



  • Page 26

    2. Selecteer het gewenste MENU-onderdeel met behulp van boven-/onder-/linker/rechterknop van de bedieningsknop, en druk daarna op
    in het midden van de
    bedieningsknop.
    De weergave kan van stap 1 rechtstreeks veranderen naar stap 3 afhankelijk van de
    instelling van [Tegelmenu].

    3. Selecteer de gewenste instelitem door op de bedieningsknop te drukken, en druk daarna
    op
    in het midden van de bedieningsknop.
    Selecteer een pictogram bovenaan het scherm en druk op de rechter-/linkerknop van
    de bedieningsknop om naar een ander MENU-onderdeel te gaan.

    4. Selecteer de gewenste waarde van de instelling en druk ter bevestiging op

    .



  • Page 27

    [9] Hoe te gebruiken
    controleren

    De bedieningsmethode controleren

    De bedieningsmethode

    De Fn (Functie)-knop gebruiken
    U kunt functies oproepen tijdens het opnemen van beelden. U kunt maximaal 12 veelgebruikte
    functies registreren onder de Fn (Functie)-knop.
    1. Druk in de opnamefunctie op de Fn (Functie)-knop.

    2. Selecteer een functie die moet worden geregistreerd door op de boven-/onder-/rechter/linkerknop van de bedieningsknop te drukken.

    3. Maak de gewenste instelling door de besturingsknop te draaien.

    Instellingen maken op het specifieke scherm.



  • Page 28

    Selecteer de gewenste functie in stap 2 en druk daarna op
    in het midden van de
    bedieningsknop. Het specifieke scherm voor de functie wordt afgebeeld. Volg de
    bedieningsgids (A) om de instellingen te maken.

    [10] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Stilstaande/bewegende beelden opnemen

    Stilstaande beelden opnemen
    Neemt stilstaande beelden op.
    1. Stel de opnamefunctie in op

    (Slim automatisch).

    2. Stel de hoek van de monitor in en houd de camera vast. Of kijk door de zoeker en houd
    camera vast.
    3. Druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te stellen.
    Als het beeld scherpgesteld is, klinkt een pieptoon en wordt de indicator (

    ) afgebeeld.



  • Page 29

    De kortste opnameafstand is ongeveer 1 cm (W-kant) of 240 cm (T-kant) tussen lens
    en onderwerp.
    4. Druk de ontspanknop helemaal in.

    Scherpstellingsindicator
    brandt:
    Het beeld is scherpgesteld.
    knippert:
    Het scherpstellen is mislukt.
    Hint

    Als het apparaat niet automatisch kan scherpstellen, knippert de scherpstellingsindicator en
    klinkt geen pieptoon. Maak opnieuw een compositie van de opname of kies een andere
    instelling voor het scherpstellen.
    Scherpstellen kan moeilijk zijn in de volgende situaties:
    Het is donker en het onderwerp is ver weg.
    Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond.
    Het onderwerp is zichtbaar door glas heen.
    Het onderwerp beweegt snel.
    Bij reflecterend licht of glimmende oppervlakken.
    Er is een knipperend licht.
    Het onderwerp wordt van achteren belicht.

    [11] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Stilstaande/bewegende beelden opnemen

    Bewegende beelden opnemen
    U kunt bewegende beelden opnemen door op de MOVIE-knop te drukken.
    1. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten.



  • Page 30

    Om de sluitertijd en de diafragmawaarde te veranderen naar de gewenste instellingen, zet
    u de opnamefunctie in de stand
    (Film).
    2. Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen.

    Opmerking

    Wanneer een functie, zoals de zoomfunctie, wordt gebruikt tijdens het opnemen van
    bewegende beelden, wordt het geluid van de apparaatbediening ook opgenomen. Het geluid
    van de werking van de MOVIE-knop kan ook worden opgenomen wanneer u op de MOVIEknop drukt om het opnemen te stoppen.
    Voor de ononderbroken opnameduur van bewegende beelden, raadpleegt u "Opnameduur
    van bewegende beelden". Nadat het opnemen van bewegende beelden klaar is, kunt u het
    opnemen hervatten door nogmaals op de MOVIE-knop te drukken. Het opnemen kan
    automatisch worden onderbroken om het apparaat te beschermen afhankelijk van de
    omgevingstemperatuur.

    [12] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Lijst met standen van de functiekeuzeknop
    U kunt de gewenste opnamefunctie selecteren door de functiekeuzeknop te draaien.



  • Page 31

    Beschikbare functies
    (Slim automatisch):
    Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen terwijl de instellingen automatisch worden
    aangepast.
    (Superieur automat.):
    Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met een hogere kwaliteit dan in de intelligent
    automatische functie.
    P (Autom. programma):
    Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de
    diafragmawaarde (F-getal)). U kunt ook de diverse instellingen kiezen op het menu.
    A (Diafragmavoorkeuze):
    Hiermee kunt u het diafragma instellen en opnemen wanneer u de achtergrond wazig wil
    maken, enz.
    S (Sluitertijdvoorkeuze):
    Hiermee kunt u snelbewegende onderwerpen, enz., opnemen door de sluitertijd handmatig in te
    stellen.
    M (Handm. belichting):
    Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen met de gewenste belichting door de sluitertijd en
    de diafragmawaarde in te stellen.
    1/2 (Geheug.nr. oproep.):
    Hiermee kunt u een beeld opnemen nadat veelgebruikte functies of numerieke instellingen zijn
    opgeroepen die van tevoren waren geregistreerd.
    (Film):
    Hiermee kunt u de instelling voor het opnemen van bewegende beelden veranderen.
    (iDraaipanorama):
    Maakt het mogelijk om een panoramabeeld op te nemen door het beeld samen te stellen.
    SCN (Scènekeuze):
    Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk
    zijn van de scène.

    [13] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Slim automatisch
    Het apparaat analyseert het onderwerp en biedt u de mogelijkheid een opname te maken met
    de juiste instellingen.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand
    2. Richt de camera op het onderwerp.

    (Slim automatisch).



  • Page 32

    Nadat de camera de scène heeft herkend, wordt het pictogram van de herkende scène
    afgebeeld op het scherm.

    3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.

    Opmerking

    Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u beelden opneemt met een andere
    zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie.
    Het apparaat herkent deze scènes mogelijk niet goed onder bepaalde
    opnameomstandigheden.

    [14] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Superieur automat.
    Het apparaat herkent en evalueert automatisch de opnameomstandigheden en de toepasselijke
    instellingen worden automatisch gemaakt.
    Het apparaat kan meerdere beelden opnemen en een samengesteld beeld maken, enz., met
    gebruikmaking van meer opname-instellingen dan in de intelligente automatische functie om
    beelden met een hogere kwaliteit op te nemen.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand

    (Superieur automat.).

    2. Richt de camera op het onderwerp.
    Als de camera een scène herkent, wordt het pictogram van de scèneherkenning afgebeeld
    op het scherm. Zo nodig wordt
    (overlay-pictogram) afgebeeld.



  • Page 33

    3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.

    Opmerking

    Wanneer het apparaat wordt gebruikt om samengestelde beelden te maken, duurt het
    opnameproces langer dan normaal.
    Het apparaat zal de scène niet herkennen wanneer u een andere zoomfunctie gebruikt dan
    de optische-zoomfunctie.
    Het apparaat herkent een scène mogelijk niet goed onder bepaalde
    opnameomstandigheden.

    [15] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Over scèneherkenning
    Scèneherkenning werkt in de functies [Slim automatisch] en [Superieur automat.].
    In deze functie herkent het apparaat automatisch de opnameomstandigheden en neemt het
    beeld automatisch op.

    Scèneherkenning:
    Als het apparaat een scène herkent, worden pictogrammen en gidsen, zoals
    (Portretopname),
    (Kind),
    (Nachtportret),
    (Nachtscène),
    (Portret m. tegenlicht),
    (Tegenlichtopname),
    (Landschap),
    (Macro),
    (Spotlight) of
    (Weinig licht),
    afgebeeld op de eerste regel.
    Als het apparaat een omstandigheid herkent, worden pictogrammen, zoals
    (Statief),
    (Lopen)*,
    (Bewegen),
    (Bewegen (Helder)) of
    (Bewegen (Donker)), afgebeeld op
    de tweede regel.
    *De situatie

    (Lopen) wordt alleen herkend als [

    SteadyShot] is ingesteld op [Actief] of [Slim actief].

    Opmerking

    Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Uit], worden de scènes [Portretopname], [Portret
    m. tegenlicht], [Nachtportret] en [Kind] niet herkend.

    [16] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    De voordelen van automatisch opnemen



  • Page 34

    In de functie [Superieur automat.] neemt het apparaat op in een hogere kwaliteit dan in de
    functie [Slim automatisch] en voert zo nodig samengesteld opnemen uit.
    In de functie [Autom. programma] kunt u opnemen na het instellen van diverse functies, zoals
    de witbalans, ISO, enz.
    (Slim automatisch):
    Selecteer deze functie als u wilt dat de camera de scène automatisch herkent.
    (Superieur automat.):
    Selecteer deze functie om scènes op te nemen onder moeilijke opnameomstandigheden, zoals
    bij donkere scènes of een onderwerp met tegenlicht. Selecteer deze functie om beelden van
    een hogere kwaliteit op te nemen dan mogelijk is in de functie
    (Slim automatisch).
    P (Autom. programma):
    Selecteer deze functie om op te nemen met diverse functies, behalve de belichting (sluitertijd en
    diafragma), ingesteld.
    Opmerking

    In de functie [Slim automatisch] kunt u donkere scènes of onderwerpen met tegenlicht
    mogelijk niet duidelijk opnemen.
    In de functie [Superieur automat.] duurt het opnameproces langer aangezien het apparaat
    een samengesteld beeld maakt.

    [17] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Autom. programma
    Stelt u in staat op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd als de
    diafragmawaarde).
    U kunt opnamefuncties instellen, zoals [ISO].
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand P (Autom. programma).
    2. U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste instellingen.
    3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.

    Programmaverschuiving
    U kunt de combinatie van sluitertijd en diafragma (F-waarde) veranderen door de
    besturingsknop te draaien zonder de juiste belichting te veranderen die door dit apparaat is
    ingesteld. Deze functie is beschikbaar wanneer de flitser niet wordt gebruikt.
    Wanneer u de besturingsknop draait, verandert "P" op het scherm in "P*".
    Om de programmaverschuiving te annuleren, draait u de besturingsknop om de indicator



  • Page 35

    terug te stellen op "P".
    Opmerking

    Afhankelijk van de helderheid van de omgeving, is het mogelijk dat de
    programmaverschuiving niet kan worden gebruikt.
    Stel de opnamefunctie in op een andere stand dan "P" of schakel het apparaat uit om de
    gemaakte instelling te annuleren.
    Wanneer de helderheid verandert, veranderen tevens de diafragmawaarde (het F-getal) en
    de sluitertijd terwijl de verschuivingswaarde hetzelfde blijft.

    [18] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    iDraaipanorama
    Stelt u in staat om een enkel panoramabeeld te creëren uit meerdere beelden die zijn
    opgenomen tijdens het pannen van de camera.

    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand

    (iDraaipanorama).

    2. Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de scherpstelling en helderheid wilt
    instellen.
    3. Terwijl de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, richt u de camera naar
    één uiteinde van de panoramacompositie.

    (A) Dit gedeelte wordt niet opgenomen.



  • Page 36

    4. Druk de ontspanknop helemaal in.
    5. Pan de camera naar het einde van de overzichtsbalk in de richting van de pijl op de
    monitor.

    (B) Overzichtsbalk

    Opmerking

    Als de volledige hoek van de panoramaopname niet binnen de vaste tijdsduur wordt gepand,
    wordt een grijs gebied toegevoegd aan het samengestelde beeld. Als dit gebeurt, beweegt u
    het apparaat sneller om het volledige panoramabeeld op te nemen.
    Als [Breed] is geselecteerd voor [Panorama: formaat], wordt mogelijk niet de volledige hoek
    van het panoramabeeld binnen de gegeven tijdsduur gepand. Als dit gebeurt, neemt u
    opnieuw op nadat [Panorama: formaat] is ingesteld op [Standaard].
    Aangezien meerdere beelden aan elkaar worden geplakt, verloopt in sommige gevallen de
    overgang mogelijk niet soepel.
    De beelden kunnen wazig zijn in donkere scènes.
    Als een lichtbron, zoals een tl-verlichting, flikkert, zijn de helderheid en kleur van de aan
    elkaar geplakte beelden mogelijk niet consistent.
    Als de volledige hoek van de panoramaopname en de AE/AF-vergrendelingshoek sterk
    verschillen in helderheid en scherpstelling, lukt de opname mogelijk niet. Als dit gebeurt,
    verandert u de AE/AF-vergrendelingshoek en neemt u opnieuw op.
    De volgende situaties zijn niet geschikt voor opnemen met panorama door beweging:
    Bewegende onderwerpen.
    Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden.
    Onderwerpen met ononderbroken soortgelijke patronen, zoals de lucht, het strand of een gazon.
    Onderwerpen die constant veranderen, zoals de golven of een waterval.
    Onderwerpen waarvan de helderheid sterk verschilt van hun omgeving, zoals de zon of een
    gloeilamp.

    Opnemen met panorama door beweging kan worden onderbroken in de volgende situaties:
    Wanneer de camera te snel of te langzaam wordt gepand.
    Het onderwerp is te wazig.
    Hint



  • Page 37

    U kunt de besturingsknop draaien op het opnamescherm om de opnamerichting te
    selecteren.

    [19] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Scènekeuze
    Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken met vooraf ingestelde instellingen die afhankelijk
    zijn van de scène.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand SCN (Scènekeuze).
    2. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Scènekeuze] → gewenste functie.

    Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen
    selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd.

    Menu-onderdelen
    Portret:
    Neemt het onderwerp scherp op tegen een onscherpe achtergrond. Benadrukt de zachte
    huidtinten.

    Geavanc. sportopn.:
    Maakt het mogelijk om snel bewegende onderwerpen op te nemen, zoals bij sport. Terwijl de
    ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, wordt de beweging van het onderwerp
    voorspeld en wordt het scherpgesteld.

    Landschap:
    Neemt het hele landschap scherp op met levendige kleuren.



  • Page 38

    Nachtscène:
    Neemt nachtscènes op zonder dat de donkere sfeer verloren gaat.

    Schemeropn. hand:
    Neemt nachtscènes op met minder ruis en onscherpte zonder dat u een statief gebruikt. Een
    reeks opnamen wordt gemaakt en beeldbewerking wordt toegepast om de
    onderwerpbeweging, camerabeweging en ruis te verminderen.

    Nachtportret:
    Neemt nachtscèneportretten op met de flitser.

    Antibewegingswaas:
    Maakt het mogelijk om binnenshuis op te nemen zonder de flitser te gebruiken en vermindert
    onderwerpbeweging. Het apparaat neemt burst-beelden op en combineert deze om een beeld
    te creëren, waarbij de onderwerpbeweging en ruis worden verminderd.

    Huisdieren:
    Maakt het mogelijk om beelden van uw huisdier op te nemen met de beste instellingen.



  • Page 39

    Voedsel:
    Maakt het mogelijk om opnamen van voedsel te maken met verrukkelijke en felle kleuren.

    Strand:
    Maakt het mogelijk om scènes op het strand op te nemen met heldere en levendige kleuren,
    zelfs in fel zonlicht.

    Sneeuw:
    Maakt het mogelijk om scherpe beelden op te nemen en ingezakte kleuren voorkomen in
    sneeuwscènes of op ander plaatsen waarbij het hele scherm wit lijkt.

    Vuurwerk:
    Maakt het mogelijk om beelden van vuurwerkscènes op te nemen in al hun pracht.

    Zachte huid:
    Maakt het mogelijk om beelden van gezichten op te nemen met een gladder uiterlijk.



  • Page 40

    Hoge gevoeligheid:
    Maakt het mogelijk om stilstaande beelden op te nemen, zelfs op donkere plaatsen zonder de
    flitser te gebruiken, en de onderwerpbeweging te verminderen. Maakt het mogelijk om
    bewegende beelden van donkere scènes helderder op te nemen.

    Opmerking

    In de functies [Nachtscène], [Nachtportret] en [Vuurwerk] is de sluitertijd langer, waardoor het
    wordt aanbevolen om een statief te gebruiken om te voorkomen dat het beeld wazig wordt.
    In de functie [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas] klikt de sluiter 4 keer, waarna het
    beeld wordt opgeslagen.
    Het verminderen van wazige beelden is minder effectief, ook in de functies [Schemeropn.
    hand] of [Antibewegingswaas] , wanneer de volgende onderwerpen worden opgenomen:
    Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken.
    Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden.
    Onderwerpen met ononderbroken soortgelijke patronen, zoals de lucht, het strand of een gazon.
    Onderwerpen die constant veranderen, zoals de golven of een waterval.

    In het geval van [Schemeropn. hand] of [Antibewegingswaas], kan zich blokvormige ruis
    voordoen wanneer u een lichtbron gebruikt die flikkert, zoals fluorescerende verlichting.
    Hint

    Om de scène te veranderen, draait u de besturingsknop op het opnamescherm en selecteert
    u een nieuwe scène.

    [20] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Sluitertijdvoorkeuze
    U kunt de beweging van een bewegend onderwerp op diverse manieren tot uitdrukking brengen
    door de sluitertijd aan te passen, bijvoorbeeld door de beweging te bevriezen met een korte
    sluitertijd, of door een naspoor van het onderwerp te veroorzaken met een lange sluitertijd.



  • Page 41

    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand S (Sluitertijdvoorkeuze).
    2. Selecteer de gewenste instelling door de besturingsknop te draaien.
    3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
    Het diafragma wordt automatisch aangepast om tot een juiste belichting te komen.

    Opmerking

    Als na het instellen geen juiste belichting kan worden verkregen, knippert de
    diafragmawaarde op het opnamescherm. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt
    beter een andere instelling kiezen.
    Wanneer u een lange sluitertijd instelt, gebruikt u een statief om te voorkomen dat het beeld
    wazig wordt.
    Het pictogram
    (SteadyShot-waarschuwing) wordt niet afgebeeld in de
    sluitertijdprioriteitsfunctie.
    Wanneer de sluitertijd 1/3 seconde(n) of langer is, wordt na de opname ruisonderdrukking
    uitgevoerd gedurende dezelfde tijdsduur waarin de sluiter geopend was. U kunt echter niet
    verder gaan met opnemen zolang de ruisonderdrukking wordt uitgevoerd.
    De helderheid van het beeld op de monitor kan verschillen van die van het beeld dat in
    werkelijkheid wordt opgenomen.
    Hint

    Wanneer u een kortere sluitertijd gebruikt, lijkt het of bewegende onderwerpen, zoals een
    hardloper, auto's of de branding van de zee, zijn stilgezet. Wanneer u een langere sluitertijd
    gebruikt wordt een naspoor van het bewegende onderwerp opgenomen, waardoor een
    natuurlijker en dynamischer beeld ontstaat.

    [21] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Diafragmavoorkeuze
    U kunt opnemen door het diafragma in te stellen en het scherpstelbereik te veranderen, of door
    de achtergrond onscherp te maken.De diafragmawaarde kan worden veranderd tijdens het
    opnemen van bewegende beelden.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand A (Diafragmavoorkeuze).
    2. Selecteer de gewenste instelling door de besturingsknop te draaien.
    Kleinere F-waarde: Het onderwerp is scherpgesteld, maar voorwerpen voor en achter
    het onderwerp zijn wazig.



  • Page 42

    Grotere F-waarde: Het onderwerp en de voor- en achtergrond zijn allemaal
    scherpgesteld.
    3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.
    De sluitertijd wordt automatisch aangepast om een juiste belichting te verkrijgen.

    Opmerking

    Als na het instellen geen juiste belichting kan worden verkregen, knippert de sluitertijd op het
    opnamescherm. U kunt zo wel een opname maken, maar u kunt beter een andere instelling
    kiezen.
    De helderheid van het beeld op het scherm kan verschillen van die van het beeld dat in
    werkelijkheid wordt opgenomen.
    Hint

    Kleinere F-waarde (het diafragma wordt groter) verkleint het bereik waarin alles
    scherpgesteld is. Dit maakt het mogelijk om scherp te stellen op het onderwerp en
    voorwerpen voor en achter het onderwerp onscherp te maken (de scherptediepte wordt
    kleiner). Grotere F-waarde (het diafragma wordt kleiner) vergroot het bereik waarin alles
    scherpgesteld is. Dit maakt het mogelijk om de diepte van de omgeving op te nemen (de
    scherptediepte wordt groter).

    [22] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Handm. belichting
    U kunt een opname met de gewenste belichtingsinstelling maken door wijziging van zowel de
    sluitertijd als het diafragma.De sluitertijd en de diafragmawaarde kunnen worden veranderd
    tijdens het opnemen van bewegende beelden.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand M (Handm. belichting).
    2. Druk op de onderknop van de bedieningsknop om de sluitertijd of diafragmawaarde te
    selecteren, en draai daarna de besturingsknop om een waarde te selecteren.
    Controleer de belichtingswaarde bij "MM" (gemeten handmatig).
    Naar +: Beelden worden helderder.
    Naar − : Beelden worden donkerder.
    0: Juiste belichting geanalyseerd door het apparaat
    3. Stel scherp en fotografeer het onderwerp.



  • Page 43

    Opmerking

    [ISO AUTO] kan niet worden geselecteerd voor [ISO] in de handmatige belichtingsfunctie.
    In de handmatige belichtingsfunctie is onder [ISO AUTO] de instelling [ISO] ingesteld op de
    minimale ISO-gevoeligheid. Verander de ISO-waarde zo nodig naar de gewenste instelling.
    Als de hoeveelheid omgevingslicht buiten het meetbereik van gemeten handmatig valt,
    knippert het pictogram voor gemeten handmatig.
    Het pictogram
    (SteadyShot-waarschuwing) wordt niet afgebeeld in de handmatigebelichtingsfunctie.
    De helderheid van het beeld op de monitor kan verschillen van die van het beeld dat in
    werkelijkheid wordt opgenomen.

    [23] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Geheug.nr. oproep.
    Hiermee kunt u een beeld opnemen nadat veelgebruikte functies of camera-instellingen zijn
    opgeroepen die van tevoren werden geregistreerd.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand 1 of 2 (Geheug.nr. oproep.).
    2. Druk op

    in het midden van de bedieningsknop.

    Opmerking

    Registreer opname-instellingen van tevoren met [Geheugen].
    Als u [Geheug.nr. oproep.] instelt na het voltooien van de opname-instellingen, krijgen de
    geregistreerde instellingen voorrang en kunnen de oorspronkelijke instellingen ongeldig
    worden. Controleer de indicators op het scherm voordat u opneemt.

    [24] Hoe te gebruiken

    Opnemen

    Een opnamefunctie selecteren

    Film
    U kunt de sluitertijd of diafragmawaarde instellen op uw gewenste instellingen voor het
    opnemen van bewegende beelden. U kunt ook de beeldhoek controleren alvorens op te nemen.
    1. Zet de functiekeuzeknop in de stand
    2. MENU →

    (Film).

    (Camera- instellingen) → [Film] → gewenste instelling.



  • Page 44

    Als [Modusdraaiknopsch.] is ingesteld op [Aan], kunt u de gewenste instellingen
    selecteren nadat u de stand van de functiekeuzeknop hebt veranderd.
    3. Druk op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt starten.
    Druk nogmaals op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen.

    Menu-onderdelen
    Autom. programma:
    Maakt het mogelijk om op te nemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de sluitertijd
    als de diafragmawaarde). De andere instellingen kunnen handmatig worden gemaakt.
    Diafragmavoorkeuze:
    Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de diafragmawaarde handmatig is ingesteld.
    Sluitertijdvoorkeuze:
    Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de sluitertijd handmatig is ingesteld.
    Handm. belichting:
    Maakt het mogelijk om op te nemen nadat de belichting handmatig is ingesteld (zowel de
    sluitertijd als de diafragmawaarde).

    [25] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De zoom gebruiken

    Zoom
    Vergroot tijdens het opnemen de beelden met de W/T-(zoom)knop.
    1. Vergroot tijdens het opnemen beelden met de W/T-(zoom)knop.
    Draai de W/T (zoom-)knop naar de T-kant om in te zoomen en naar de W-kant om uit
    te zoomen.

    Hint

    Wanneer [Enkel optische zoom], is ingesteld op iets anders dan [Zoom-instelling], kunt u het
    zoombereik van de optische zoom overschrijden bij het zoomen van beelden.
    Wanneer de zoom-/scherpstellingschakelaar in de stand AF/ZOOM staat, kunt u beelden
    zoomen door de handinstelring te draaien.



  • Page 45

    [26] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De zoom gebruiken

    De zoomfuncties die beschikbaar zijn op het apparaat
    De zoomfunctie van het apparaat levert een hogere zoomvergroting door meerdere
    zoomfuncties te combineren. Het pictogram dat op het scherm wordt afgebeeld, verandert met
    de geselecteerde zoomfunctie.

    (1) Optische-zoombereik
    De beelden worden vergroot binnen het optische-zoombereik van het apparaat.
    (2) Slimme-zoombereik (
    )
    Zoomt beelden zonder dat de oorspronkelijke kwaliteit verslechtert door een beeld gedeeltelijk
    af te snijden (alleen wanneer het beeldformaat [M], [S] of [VGA]).
    (3) Helder-Beeld-Zoom-bereik (
    )
    Zoomt beelden met behulp van beeldbewerking met minder vervorming. Stel [Zoom-instelling]
    eerst in op [Aan:HelderBldZoom] of [Aan: Digitale zoom].
    (4) Digitale-zoombereik (
    )
    U kunt beelden vergroten met behulp van beeldbewerking. Als u [Aan: Digitale zoom] instelt op
    [Zoom-instelling], kunt u deze zoomfunctie gebruiken.
    Opmerking

    De standaardinstelling voor [
    Beeldformaat] is [L]. Om de slimme-zoomfunctie te kunnen
    gebruiken, stelt u [
    Beeldformaat] in op [M], [S] of [VGA].
    De zoomfuncties, behalve de optische-zoomfunctie, zijn niet beschikbaar bij opnemen in de
    volgende situaties:
    [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Lach-sluiter]

    U kunt de slimme-zoomfunctie niet gebruiken met bewegende beelden.
    Als u een andere zoomfunctie gebruikt dan de optische zoom, is de instelling
    [Scherpstelgebied] uitgeschakeld en wordt het kader rond het scherpstelgebied afgebeeld
    met een stippellijn. De AF werkt met voorrang in en om het centrale gebied. Bovendien ligt
    [Lichtmeetfunctie] vast op [Multi].

    [27] Hoe te gebruiken

    Zoom-instelling

    De opnamefuncties gebruiken

    De zoom gebruiken



  • Page 46

    U kunt de zoominstelling van het apparaat selecteren.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Zoom-instelling] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Enkel optische zoom:
    De optische zoom is geactiveerd. U kunt de slimme-zoomfunctie gebruiken als u [
    Beeldformaat] instelt op [M], [S] of [VGA].
    Aan:HelderBldZoom (standaardinstelling):
    Zelfs als het zoombereik van de optische zoom wordt overschreden, vergroot het apparaat
    beelden binnen het bereik waarbinnen de beeldkwaliteit niet aanzienlijk verslechtert.
    Aan: Digitale zoom:
    Wanneer het zoombereik van de [Helder Beeld Zoom] wordt overschreden, vergroot het
    apparaat de beelden tot de maximale zoomvergroting. De beeldkwaliteit gaat echter achteruit.
    Opmerking

    Stel [Enkel optische zoom] in als u beelden wilt vergroten binnen het bereik waarbinnen de
    beeldkwaliteit niet verslechtert.

    [28] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De zoom gebruiken

    Over de zoomvergroting
    De zoomvergroting verandert volgens de instellingen van dit apparaat. De zoomvergroting van
    elke instelling is als volgt.

    Als [

    Beeldverhouding] is [4:3]

    [Zoom-instelling]: [Enkel optische zoom (inclusief slimmme-zoomfunctie)]
    [

    Beeldformaat]: L 50×, M 71×, S 100×, VGA 405×

    [Zoom-instelling]: [Aan:HelderBldZoom]
    [

    Beeldformaat]: L 100×, M 142×, S 200×, VGA 810×

    [Zoom-instelling]: [Aan: Digitale zoom]
    [

    Beeldformaat]: L 200×, M 284×, S 400×, VGA 810×

    [29] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De flitser gebruiken

    De flitser gebruiken



  • Page 47

    Gebruik in een donkere omgeving de flitser om het onderwerp te verlichten tijdens de opname,
    en om camerabeweging te voorkomen. Als u tegen de zon in opneemt, gebruikt u de flitser om
    het beeld van het onderwerp met tegenlicht te verlichten.
    1. Druk op de knop

    (flitser omhoog) om de flitser omhoog te laten springen.

    2. Druk de ontspanknop helemaal in.

    Wanneer u de flitser niet gebruikt
    Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody.

    Opmerking

    Wanneer de flitser niet wordt gebruikt, duwt u hem terug in de camerabody.
    U kunt de flitser niet gebruiken wanneer u bewegende beelden opneemt.
    Tijdens het opladen van de flitser knippert
    . Nadat het opladen klaar is, blijft het
    flitserpictogram branden.
    Wanneer een externe flitser (los verkrijgbaar) is bevestigd op de multi-interfaceschoen, heeft
    de status van de externe flitser prioriteit boven de instelling van het apparaat. U kunt de
    ingebouwde flitser van het apparaat niet gebruiken.
    Gebruik geen in de handel verkrijgbare flitser met synchro-hoogspanningsaansluitingen of
    met omgekeerde polariteit.
    Tijdens het opnemen met de flitser en de zoom ingesteld op W, kan de schaduw van de lens
    zichtbaar zijn op het scherm, afhankelijk van de opnameomstandigheden. Als dit gebeurt,



  • Page 48

    neemt u op naast het onderwerp, of stelt u de zoom in op T en neemt u het beeld opnieuw
    op met de flitser.

    [30] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De flitser gebruiken

    Flitsfunctie
    U kunt de flitsfunctie instellen.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Flitsfunctie] → gewenste instelling.

    U kunt ook de flitsfunctie instellen door op
    drukken.

    (Flitsfunctie) op de bedieningsknop te

    Menu-onderdelen
    Flitser uit:
    De flitser werkt niet.
    Automatisch flitsen (standaardinstelling):
    De flitser gaat af in donkere omgevingen of bij het opnemen met sterk tegenlicht.
    Invulflits:
    Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af.
    Langz.flitssync.:
    Elke keer als u op de ontspanknop drukt, gaat de flitser af. U kunt met de langzameflitssynchronisatieopname een helder beeld opnemen van zowel het onderwerp als de
    achtergrond door een langere sluitertijd te gebruiken.
    Geavanceerde flitser:
    De flitser gaat automatisch af bij opnemen op donkere plaatsen of met tegenlicht. Op donkere
    plaatsen wordt de bovengrenswaarde van de ISO-gevoeligheid verhoogd om het flitsbereik te
    maximaliseren.
    Eindsynchron.:
    Elke keer wanneer u de ontspanknop indrukt, gaat de flitser af net voordat de belichting is
    voltooid. Met eindsynchronisatie kunt u een natuurlijke foto maken van het naspoor van een
    bewegend onderwerp, zoals een rijdende auto of een wandelaar.
    Draadloos:
    Bij gebruik van een draadloze flitser, wordt door het schaduweffect sterker een
    driedimensionale indruk gewekt dan bij gebruik van een bevestigde flitser.
    Deze functie is effectief wanneer u een externe flitser (los verkrijgbaar) op het apparaat
    bevestigt die compatibel is met afstandsbediening, en opneemt met draadloze flitser (los



  • Page 49

    verkrijgbaar), die op afstand van het apparaat is geplaatst.
    Opmerking

    De standaardinstelling hangt af van de opnamefunctie.
    De beschikbare flitsfuncties zijn afhankelijk van de opnamefunctie.
    De instelling [Draadloos] kan niet worden gebruikt met de ingebouwde flitser van de camera.

    [31] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De flitser gebruiken

    Flitscompensatie
    Past de hoeveelheid flitslicht aan binnen een bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV.
    Flitscompensatie verandert alleen de hoeveelheid flitslicht. Belichtingscompensatie verandert
    de hoeveelheid flitslicht in combinatie met de verandering van de sluitertijd en het diafragma.
    1. MENU →
    (Camera- instellingen) → [Flitscompensatie] → gewenste instelling.
    Door hogere waarden (+ kant) te selecteren, wordt het flitsniveau hoger, en door lagere
    waarden (– kant) te selecteren, wordt het flitsniveau lager.

    Opmerking

    Het kan zijn dat het hogere flitseffect niet zichtbaar is omdat de beschikbare hoeveelheid
    flitslicht beperkt is in het geval het onderwerp zich buiten het maximumbereik van de flitser
    bevindt. Als het onderwerp zich erg dichtbij bevindt, is het lagere flitseffect mogelijk niet
    zichtbaar.

    [32] Hoe te gebruiken
    selecteren

    De opnamefuncties gebruiken

    Een schermweergavefunctie

    De schermweergave veranderen (Opnemen)
    U kunt de afgebeelde inhoud op het scherm veranderen.
    1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop.
    Iedere keer wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het opname-informatiescherm
    als volgt:
    Graf. weerg. → Alle info weerg. → Geen info → Histogram → Niveau → Graf. weerg.
    Graf. weerg.



  • Page 50

    Alle info weerg.

    Geen info

    Histogram

    Niveau



  • Page 51

    Opmerking

    Histogram wordt niet afgebeeld tijdens het opnemen van panoramabeelden.

    [33] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    stilstaande beelden selecteren

    Het formaat/de kwaliteit van

    Beeldformaat (stilstaand beeld)
    Hoe groter het beeldformaat hoe meer details zullen worden gereproduceerd wanneer het
    beeld wordt afgedrukt op een groot formaat papier. Hoe kleiner het beeldformaat, hoe meer
    beelden kunnen worden opgenomen.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Beeldformaat] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Beeldformaat wanneer [

    Beeldverhouding] is ingesteld op 3:2

    L: 18M 5184×3456 pixels
    M: 8.9M 3648×2432 pixels
    S: 4.5M 2592×1728 pixels
    Beeldformaat wanneer [

    Beeldverhouding] is ingesteld op 4:3

    L: 20M 5184×3888 pixels
    M: 10M 3648×2736 pixels
    S: 5.0M 2592×1944 pixels
    VGA 640×480 pixels
    Beeldformaat wanneer [

    Beeldverhouding] is ingesteld op 16:9

    L: 15M 5184×2920 pixels
    M: 7.5M 3648×2056 pixels
    S: 2.1M 1920×1080 pixels
    Beeldformaat wanneer [

    Beeldverhouding] is ingesteld op 1:1

    L: 15M 3888×3888 pixels
    M: 7.5M 2736×2736 pixels
    S: 3.7M 1920×1920 pixels

    [34] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    stilstaande beelden selecteren

    Het formaat/de kwaliteit van



  • Page 52

    Beeldverhouding (stilstaand beeld)
    Stelt de beeldverhouding in van stilstaande beelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Beeldverhouding] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    3:2:
    Geschikt voor standaardafdrukken.
    4:3 (standaardinstelling):
    Neemt op met beeldverhouding 4:3.
    16:9:
    Voor weergeven op een high-definition-tv.
    1:1:
    Voor het opnemen van composities als een middenformaatcamera.

    [35] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    stilstaande beelden selecteren

    Het formaat/de kwaliteit van

    Kwaliteit (stilstaand beeld)
    Selecteert het compressieformaat van stilstaande beelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Kwaliteit] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Fijn (standaardinstelling):
    Bestandsformaat: JPEG
    Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat.
    Standaard:
    Bestandsformaat: JPEG
    Het beeld wordt bij het opnemen gecomprimeerd in het JPEG-bestandsformaat. Aangezien de
    compressieverhouding van [Standaard] hoger is dan die van [Fijn], is de bestandsgrootte van
    [Standaard] kleiner dan die van [Fijn]. Hiermee kunnen meer bestanden worden opgenomen op
    1 geheugenkaart, maar de kwaliteit is lager.



  • Page 53

    [36] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    stilstaande beelden selecteren

    Het formaat/de kwaliteit van

    Panorama: formaat
    Stelt het beeldformaat in voor het opnemen van panoramabeelden. Het beeldformaat varieert
    afhankelijk van de instelling [Panorama: richting].
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Panorama: formaat] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Als [Panorama: richting] is ingesteld op [Naar boven] of [Naar beneden]
    Standaard: 3424×1920
    Breed: 4912×1920
    Als [Panorama: richting] is ingesteld op [Links] of [Rechts]
    Standaard: 4912×1080
    Breed: 7152×1080
    360°: Maakt het mogelijk op te nemen in het formaat 11520×1080, 360 graden in het rond.

    [37] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    stilstaande beelden selecteren

    Het formaat/de kwaliteit van

    Panorama: richting
    Stelt de richting in waarin de camera moet worden gepand bij het opnemen van
    panoramabeelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Panorama: richting] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Rechts (standaardinstelling):
    Pan de camera van links naar rechts.
    Links:
    Pan de camera van rechts naar links.
    Naar boven:
    Pan de camera van onder naar boven.
    Naar beneden:



  • Page 54

    Pan de camera van boven naar onder.

    [38] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    De scherpstellingsmethode veranderen met behulp van de
    zoom-/scherpstellingschakelaar
    U kunt de scherpstellingsmethode selecteren die geschikt is voor de beweging van het
    onderwerp.
    1. Verschuif de zoom-/scherpstellingschakelaar om de gewenste scherpstellingsmethode te
    selecteren.

    Informatie over de scherpstellingsfuncties
    AF/ZOOM (Enkelvoudige AF):
    De camera stelt scherp en nadat is scherpgesteld, wordt de scherpstelling vergrendeld. Gebruik
    deze functie wanneer het onderwerp stilstaat.
    DMF (D. handm. sch.):
    Na automatisch scherpstellen, fijnregelt u de scherpstelling handmatig.
    MF (H. scherpst.):
    Stelt handmatig scherp.
    Opmerking

    Stof of vingerafdrukken op de lens kunnen zichtbaar zijn op het beeld als het onderwerp te
    dichtbij is. Veeg de lens schoon met een zachte doek of iets dergelijks.
    Als u de scherpstellingsmethode verandert, wordt de ingestelde scherpstellingsafstand
    gewist.
    Hint



  • Page 55

    Als u niet kunt scherpstellen op het beoogde onderwerp met behulp van de automatische
    scherpstelling, selecteert u MF of DMF, en neemt u vervolgens opnieuw op.
    Als tijdens het opnemen van bewegende beelden de zoom-/scherpstellingsschakelaar in de
    stand AF/ZOOM of DMF wordt gezet, wordt
    [Scherpstelfunctie] omgeschakeld naar
    (Continue AF), en blijft het apparaat scherpstellen op het onderwerp.

    [39] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    Scherpstelgebied
    Selecteert het scherpstelgebied. Gebruik deze functie wanneer het moeilijk is goed scherp te
    stellen in de automatische scherpstellingsfunctie.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Scherpstelgebied] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Breed:
    Stelt automatisch scherp op een onderwerp in alle bereiken van het beeld.
    Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt in de stilstaand-beeldopnamefunctie, wordt
    een groen kader afgebeeld rond het gebied dat scherpgesteld is.
    Midden:
    Stelt automatisch scherp op een onderwerp in het midden van het beeld. Indien gebruikt in
    combinatie met de AF-vergrendelingsfunctie, kunt u het gewenste beeld samenstellen.
    Flexibel punt:
    Maakt het mogelijk om het AF-bereikframe te verplaatsen naar de gewenste plaats op het
    scherm en scherp te stellen op een extreem klein onderwerp in een smal gebied.
    Op het Flexibel Punt-opnamescherm kunt u de grootte van het AF-bereikzoekerframe
    veranderen door de besturingsknop te draaien.

    [40] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    Scherpstelvergrendeling
    Neemt beelden op met de scherpstelling vergrendeld op het gewenste onderwerp in de
    automatische scherpstellingsfunctie.



  • Page 56

    1. Zet de zoom-/scherpstellingschakelaar in de stand AF/ZOOM.
    2. Plaats het onderwerp binnen het AF-gebied en druk de ontspanknop tot halverwege in.
    De scherpstelling is vergrendeld.
    3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en plaats het onderwerp terug op de
    oorspronkelijke plaats om het beeld opnieuw samen te stellen.
    4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen.

    [41] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    H. scherpst.
    Als het moeilijk is goed scherp te stellen in de automatische scherpstellingsfunctie, kunt u de
    scherpstelling handmatig uitvoeren.
    1. Zet de zoom-/scherpstellingschakelaar in de stand MF.
    2. Draai de handinstelring om goed scherp te stellen.

    Wanneer u de handinstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het
    scherm.

    [42] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    Directe handmatige scherpstelling (DMF)



  • Page 57

    U kunt fijnregelen nadat de scherpstelling is vergrendeld.
    U kunt snel scherpstellen op een onderwerp in plaats van handmatig scherp te stellen vanaf het
    begin. Dit is handig in gevallen zoals macro-opname.
    1. Zet de zoom-/scherpstellingschakelaar in de stand DMF.
    2. Druk de ontspanknop tot halverwege in om automatisch scherp te stellen.
    3. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en draai de handinstelring om een betere
    scherpstelling te krijgen.

    Wanneer u de handinstelring draait, wordt de scherpstellingsafstand afgebeeld op het
    scherm.

    [43] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    MF Assist (stilstaand beeld)
    U kunt het beeld op het scherm automatisch vergroten om gemakkelijker handmatig scherp te
    stellen. Dit werkt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige
    scherpstelling.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [

    MF Assist] → [Aan].

    2. Stel de scherpstelling in door de scherpstelring te draaien.
    Het beeld wordt vergroot.
    Opmerking

    U kunt [

    MF Assist] niet gebruiken tijdens het opnemen van bewegende beelden.



  • Page 58

    [44] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    Scherpst. vergroten
    U kunt de scherpstelling controleren door het beeld te vergroten voordat u opneemt.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Scherpst. vergroten].

    2. Druk op
    in het midden van de bedieningsknop om het beeld te vergroten en het deel
    te selecteren dat u wilt vergroten met de boven-/onder-/linker-/rechterknop van de
    bedieningsknop.
    3. Bevestig de scherpstelling.
    4. Druk de ontspanknop helemaal in om het beeld op te nemen.

    Hint

    Iedere keer wanneer u op
    in het midden drukt, verandert de zoekerloup.
    Bij handmatig scherpstellen kunt u de scherpstelling aanpassen terwijl een beeld vergroot is.
    De functie [Scherpst. vergroten] wordt opgeheven wanneer de ontspanknop tot halverwege
    wordt ingedrukt.
    U kunt een beeld opnemen terwijl een beeld vergroot wordt weergegeven, maar het
    apparaat neemt het beeld van het volledige scherm op.
    De functie [Scherpst. vergroten] wordt vrijgegeven na het opnemen.

    [45] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    Schrpstelvergrot.tijd
    Stel in hoe lang een beeld moet worden vergroot bij gebruik van de functie [
    [Scherpst. vergroten].
    1. MENU →

    MF Assist] of

    (Eigen instellingen) → [Schrpstelvergrot.tijd] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    2 sec. (standaardinstelling):
    Vergroot de beelden gedurende 2 seconden.



  • Page 59

    5 sec.:
    Vergroot de beelden gedurende 5 seconden.
    Geen beperk.:
    Vergroot de beelden tot u op de ontspanknop drukt.

    [46] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    Reliëfniveau
    U kunt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de
    contouren van scherpgestelde bereiken benadrukken met behulp van een specifieke kleur. Met
    behulp van deze functie kunt u de scherpstelling gemakkelijk controleren.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Reliëfniveau] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Hoog:
    Stelt het reliëfniveau in op hoog.
    Gemiddeld:
    Stelt het reliëfniveau in op gemiddeld.
    Laag:
    Stelt het reliëfniveau in op laag.
    Uit (standaardinstelling):
    Maakt geen gebruik van de reliëffunctie.
    Opmerking

    Aangezien het apparaat oordeelt dat scherpe delen scherpgesteld zijn, verschilt
    [Reliëfniveau] afhankelijk van het onderwerp en de opnameomstandigheden.
    De contouren van scherpgestelde bereiken worden niet benadrukt wanneer het apparaat is
    aangesloten met behulp van een HDMI-kabel.

    [47] Hoe te gebruiken

    Reliëfkleur

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen



  • Page 60

    Stelt bij opnemen met handmatige scherpstelling of met directe handmatige scherpstelling de
    kleur in die wordt gebruikt voor de reliëffunctie.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Reliëfkleur] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Rood:
    Reliëf versterkt in rood.
    Geel:
    Reliëf versterkt in geel.
    Wit (standaardinstelling):
    Reliëf versterkt in wit.

    [48] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    AF-vergrendeling
    Stelt de functie in voor het volgen van het onderwerp om het scherpgesteld te houden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [AF-vergrendeling] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Uit:
    Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld niet.
    Aan:
    Volgt een onderwerp dat moet worden scherpgesteld.

    [49] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    AF-vergrendeling (Aan)
    Handhaaft automatisch de scherpstelling van een bewegend onderwerp.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [AF-vergrendeling] → [Aan].

    2. Plaats het doelkader over het te volgen onderwerp en druk in het midden op

    .



  • Page 61

    Opmerking

    De functie [AF-vergrendeling] werkt mogelijk niet goed in de volgende situaties:
    Het onderwerp beweegt te snel.
    Het onderwerp is te klein of te groot.
    Er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond.
    Het is donker.
    Het omgevingslicht verandert.
    Hint

    Als u het onderwerp kwijt bent, kan dit apparaat het onderwerp detecteren en de AFvergrendelingsfunctie hervatten wanneer het onderwerp weer op het scherm verschijnt.

    [50] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Scherpstellen

    AF-hulplicht (stilstaand beeld)
    Het AF-hulplicht geeft een invullicht zodat gemakkelijker op een onderwerp kan worden
    scherpgesteld in een donkere omgeving. Met het rode AF-hulplicht kan het apparaat
    gemakkelijk scherpstellen wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, totdat de
    scherpstelling wordt vergrendeld.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    AF-hulplicht] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Automatisch (standaardinstelling):
    Maakt gebruik van het AF-hulplicht.
    Uit:
    Maakt geen gebruik van het AF-hulplicht.
    Opmerking

    De camera kan scherpstellen zolang het AF-hulplicht het onderwerp bereikt, ongeacht of het



  • Page 62

    licht het midden van het onderwerp bereikt.
    U kunt [
    AF-hulplicht] niet gebruiken in de volgende situaties:
    Tijdens het opnemen van bewegende beelden
    In de functie [iDraaipanorama]
    Wanneer [Scènekeuze] is ingesteld op [Landschap], [Geavanc. sportopn.], [Nachtscène], [Huisdieren]
    of [Vuurwerk].

    Wanneer [Scherpstelgebied] is ingesteld op [Breed], wordt het AF-bereikzoekerframe
    aangegeven met een stippellijn.
    Het AF-hulplicht zendt zeer helder licht uit. Ondanks dat er geen gezondheidsrisico’s
    bestaan, mag u niet van dichtbij rechtstreeks in het AF-hulplicht kijken.

    [51] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Belichting instellen

    Belicht.comp.
    Uitgaande van de belichtingswaarde die is ingesteld door de automatische belichtingsfunctie,
    kunt u het gehele beeld helderder of donkerder maken als u [Belicht.comp.] verandert naar de
    pluskant respectievelijk de minkant (belichtingscompensatie). Normaal gesproken wordt de
    belichting automatisch ingesteld (automatische belichting).
    1. MENU →
    (Camera- instellingen) → [Belicht.comp.] → gewenste instelling.
    U kunt de belichting instellen binnen een bereik van –2,0 EV tot +2,0 EV.

    Opmerking

    Als u een onderwerp opneemt in uiterst heldere of donkere omstandigheden, of wanneer u
    de flitser gebruikt, kunt u mogelijk geen bevredigend resultaat bereiken.

    [52] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Belichting instellen

    Lichtmeetfunctie
    Selecteert de lichtmeetfunctie die instelt welk deel van het scherm moet worden gemeten voor
    het bepalen van de belichting.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Lichtmeetfunctie] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen



  • Page 63

    Multi (standaardinstelling):
    Na opdeling van het totale scherm in meerdere gebieden wordt het licht op elk gebied gemeten,
    en zo wordt de juiste belichting van het hele scherm bepaald (Multi-patroonmeting).
    Midden:
    Meet de gemiddelde helderheid van het hele scherm, terwijl de nadruk ligt op het
    middengedeelte van het scherm (Middengewogen meting).
    Spot:
    Meet alleen het middengedeelte (Spotmeting). Deze functie is nuttig wanneer het onderwerp
    van achteren wordt belicht of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de
    achtergrond.
    Opmerking

    [Multi] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
    [Slim automatisch]
    [Superieur automat.]
    [Scènekeuze]
    Alle zoomfuncties, behalve optische zoom

    [53] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Belichting instellen

    Belichtingsinst.gids
    U kunt instellen of een gids wordt afgebeeld wanneer u de belichting instelt.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Belichtingsinst.gids] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Uit:
    Beeldt de gids niet af.
    Aan (standaardinstelling):
    Beeldt de gids af.

    [54] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Transportfunctie
    U kunt de transportfunctie instellen, zoals ononderbroken opnamen of zelfontspanner-



  • Page 64

    opnamen.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → gewenste instelling.

    U kunt de transportfunctie tevens instellen door op de knop
    van de bedieningsknop te drukken.

    /

    (Transportfunctie)

    Menu-onderdelen
    Enkele opname (standaardinstelling):
    Neemt één stilstaand beeld op. Normale opnamestand.
    Continue opname:
    Neemt continu beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
    Zelfontspanner:
    Neemt een beeld op na 10 of 2 seconden.
    Zelfportret:
    Nadat het apparaat de gezichten van het gespecificeerde aantal personen heeft gedetecteerd,
    klinkt een pieptoon en begint het opnemen na twee seconden.
    Zelfontsp.(Cont.):
    Neemt continu beelden op na 10 seconden.
    Bracket continu:
    Neemt beelden op wanneer u de ontspanknop ingedrukt houdt, elk met een verschillend
    helderheidsniveau.
    Witbalansbracket:
    Neemt in totaal drie beelden op, elk met een verschillend helderheidsniveau volgens de
    geselecteerde instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter.

    [55] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Continue opname
    Neemt 10 beelden op zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
    1. MENU→

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Continue opname].

    2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerknop van de bedieningsknop.

    Menu-onderdelen
    Continue opname: Hi (standaardinstelling):
    De snelheid van het ononderbroken opnemen wordt ingesteld op het maximum van ongeveer
    10 beelden per seconde.



  • Page 65

    Continue opname: Lo:
    De snelheid van het ononderbroken opnemen wordt ingesteld op het maximum van ongeveer 2
    beelden per seconde.

    [56] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Zelfontspanner
    Het apparaat neemt een beeld op met de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden
    of 2 seconden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontspanner].

    2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerknop van de bedieningsknop.

    Menu-onderdelen
    Zelfontspanner: 10 sec. (standaardinstelling):
    Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden in.
    Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje en klinkt een pieptoon totdat
    de sluiter wordt ontspannen. Druk nogmaals op de ontspanknop als u de zelfontspanner wilt
    annuleren.
    Zelfontspanner: 2 sec.:
    Stelt de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden in. Dit vermindert de
    camerabewegingen die worden veroorzaakt door het indrukken van de ontspanknop.

    [57] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Zelfportret
    Richt de lens op uzelf en neem zelfportretbeelden op.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfportret].

    2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerknop van de bedieningsknop.
    3. Richt de lens op uzelf.



  • Page 66

    Nadat het apparaat de gezichten van het gespecificeerde aantal personen heeft
    gedetecteerd, klinkt een pieptoon en begint het opnemen.

    Menu-onderdelen
    Zelfportret: één persoon (standaardinstelling):
    Het apparaat begint op te nemen nadat het gezicht van één persoon is gedetecteerd.
    Zelfportret: twee personen:
    Het apparaat begint op te nemen nadat de gezichten van twee personen zijn gedetecteerd.

    [58] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Zelfontsp.(Cont.)
    Maakt na 10 seconden zonder onderbreking het aantal opnamen dat u hebt ingesteld. U kunt
    de beste opname kiezen uit de opnamen die zijn gemaakt.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Zelfontsp.(Cont.)].

    2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerknop van de bedieningsknop.

    Menu-onderdelen
    Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 3beeld. (standaardinstelling):
    Neemt drie frames achter elkaar op 10 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt.
    Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en
    ontspant de sluiter na 10 seconden.
    Zelfontsp.(Cont.): 10sec. 5beeld.:
    Neemt vijf frames achter elkaar op 10 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt.
    Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje, klinkt een pieptoon en
    ontspant de sluiter na 10 seconden.

    [59] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Bracket continu
    Neemt meerdere beelden op waarbij automatisch de belichting wordt verschoven van normale



  • Page 67

    belichting, naar donkerder en vervolgens naar lichter. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de
    bracket-opname is voltooid.
    U kunt na het maken van de opnamen het beeld kiezen dat het beste overeenkomt met uw
    bedoeling.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Bracket continu]

    2. Selecteer de gewenste functie met de rechter-/linkerknop van de bedieningsknop.

    Menu-onderdelen
    Bracket continu: 0,3EV 3 beelden (standaardinstelling):
    Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven
    is met plus of min 0,3 EV.
    Bracket continu: 0,7EV 3 beelden:
    Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven
    is met plus of min 0,7 EV.
    Bracket continu: 1,0EV 3 beelden:
    Deze instelling neemt drie beelden achter elkaar op met een belichtingswaarde die verschoven
    is met plus of min 1,0 EV.
    Opmerking

    De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review.
    In de functie [Handm. belichting] wordt de belichting verschoven door de sluitertijd te
    veranderen.
    Als u de belichting opnieuw instelt, wordt de belichting verschoven op basis van de nieuw
    ingestelde belichtingswaarde.
    Als de flitser wordt gebruikt, voert het apparaat een flits-bracketopname uit, waarbij de
    hoeveelheid flitslicht wordt verschoven, zelfs wanneer [Bracket continu] is geselecteerd.
    Druk voor elk beeld op de ontspanknop.

    [60] Hoe te gebruiken
    De opnamefuncties gebruiken
    (Ononderbroken opnemen/Zelfontspanner)

    Een transportfunctie selecteren

    Witbalansbracket
    Neemt drie beelden op, elk met een verschillend kleurtinten volgens de geselecteerde
    instellingen voor de witbalans, kleurtemperatuur en kleurfilter.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Transportfunctie] → [Witbalansbracket].



  • Page 68

    Opmerking

    De laatste opname wordt weergegeven in Auto Review.

    [61] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De ISO-gevoeligheid selecteren

    ISO
    De gevoeligheid voor licht wordt uitgedrukt in de ISO-waarde (aanbevolen-belichtingsindex).
    Hoe hoger de waarde, hoe hoger de gevoeligheid is.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [ISO] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    NR Multi Frame:
    Combineert continue opnamen en maakt een beeld met minder ruis.
    ISO AUTO (standaardinstelling):
    Stelt automatisch de ISO-gevoeligheid in.
    80 / 100 / 125 / 160 / 200 / 250 / 320 / 400 / 500 / 640 / 800 / 1000 / 1250 / 1600
    / 2000 / 2500 / 3200:
    U kunt voorkomen dat beelden opgenomen op donkere plaatsen of van bewegende
    onderwerpen wazig worden door de ISO-gevoeligheid te verhogen (een hogere waarde in te
    stellen).
    Opmerking

    [ISO AUTO] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
    [Slim automatisch]
    [Superieur automat.]
    [Scènekeuze]
    [iDraaipanorama]

    Hoe hoger de ISO-waarde, hoe meer ruis zichtbaar wordt op de beelden.
    De instelling [ISO AUTO] is niet beschikbaar voor [Handm. belichting]. Als u de
    belichtingsfunctie verandert naar [Handm. belichting] terwijl [ISO AUTO] is ingesteld, wordt
    de ISO-waarde veranderd naar de laagste waarde. Stel de ISO in overeenkomstig de
    opnameomstandigheden.
    Wanneer u [NR Multi Frame] gebruikt, duurt het enige tijd tot het apparaat klaar is met het
    uitvoeren van het overlay-proces van de beelden.
    Hint



  • Page 69

    U kunt het automatisch ingestelde bereik van de ISO-gevoeligheid veranderen met de
    instelling [ISO AUTO]. Selecteer [ISO AUTO] en druk op de rechterknop van de
    bedieningsknop, en stel daarna de gewenste waarden in voor [ISO AUTO maximum] en [ISO
    AUTO minimum]. De instellingen [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum] worden
    ook toegepast bij het opnemen in de functie [ISO AUTO] onder [NR Multi Frame].

    [62] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De ISO-gevoeligheid selecteren

    NR Multi Frame
    Het apparaat neemt automatisch meerdere beelden ononderbroken op, combineert ze,
    vermindert de ruis en slaat ze als één beeld op. Met multi-frameruisonderdrukking kunt u een
    hogere ISO-waarde selecteren dan de maximale ISO-gevoeligheid. Het opgenomen beeld is
    één gecombineerd beeld.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [ISO] → [NR Multi Frame].

    2. Druk op de rechterknop van de bedieningsknop om het instelscherm af te beelden, en
    selecteer daarna de gewenste waarde met behulp van de omhoog/omlaag-knoppen.

    Opmerking

    De flitser, [D.-bereikopt.] en [Auto HDR] kunnen niet worden gebruikt.
    Hint

    U kunt het automatisch ingestelde bereik van de ISO-gevoeligheid veranderen met de
    instelling [ISO AUTO]. Selecteer [ISO AUTO] en druk op de rechterknop, en stel daarna de
    gewenste waarden in voor [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum]. De instellingen
    [ISO AUTO maximum] en [ISO AUTO minimum] worden ook toegepast bij het opnemen in
    de functie [ISO AUTO] onder [NR Multi Frame].

    [63] Hoe te gebruiken
    corrigeren

    De opnamefuncties gebruiken

    De helderheid of het contrast

    D.-bereikopt. (DRO)
    Door het beeld onder te verdelen in kleine gebieden, analyseert het apparaat het contrast van
    licht en schaduw tussen het onderwerp en de achtergrond, en creëert een beeld met de
    optimale helderheid en gradatie.



  • Page 70

    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [D.-bereikopt.].

    2. Selecteer de gewenste instelling met de linker-/rechterknop van de bedieningsknop.

    Menu-onderdelen
    Dynamische-bereikopt.: auto (standaardinstelling):
    Corrigeert automatisch de helderheid.
    Dynamische-bereikopt.: 1 ― Dynamische-bereikopt.: 5:
    Optimaliseert de gradatie van een opgenomen beeld voor elk gebied. Selecteer het
    optimalisatieniveau tussen Lv1 (zwak) en Lv5 (krachtig).
    Opmerking

    [DRO/Auto HDR] ligt vast op [Uit] wanneer de opnamefunctie is ingesteld op
    [iDraaipanorama], of wanneer [NR Multi Frame] of [Foto-effect] wordt gebruikt.
    [DRO/Auto HDR] ligt vast op [Uit] wanneer [Nachtscène], [Nachtportret], [Schemeropn.
    hand], [Antibewegingswaas] of [Vuurwerk] is geselecteerd voor [Scènekeuze]. De instelling
    ligt vast op [Dynamische-bereikopt.: auto] wanneer andere functies zijn geselecteerd bij
    [Scènekeuze].
    Tijdens opnemen met [D.-bereikopt.] kan ruis voorkomen in het beeld. Selecteer het juiste
    niveau door het opgenomen beeld te controleren, vooral wanneer u het effect sterker maakt.

    [64] Hoe te gebruiken
    corrigeren

    De opnamefuncties gebruiken

    De helderheid of het contrast

    Auto HDR
    Verbreedt het bereik (gradatie) zodat u van de heldere delen tot de donkere delen beelden met
    de juiste helderheid kunt opnemen (HDR: High Dynamic Range). Eén beeld met een juiste
    belichting en een beeld samengesteld uit over elkaar liggende beelden worden opgenomen.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [DRO/Auto HDR] → [Auto HDR].

    2. Selecteer de gewenste instelling met de linker-/rechterknop van de bedieningsknop.

    Menu-onderdelen
    Auto HDR: belichtingsver. auto (standaardinstelling):
    Corrigeert automatisch het belichtingsverschil.
    Auto HDR: belichtingsver. 1,0 EV ― Auto HDR: belichtingsver. 6,0 EV:



  • Page 71

    Stelt het belichtingsverschil in op basis van het contrast van het onderwerp. Selecteer het
    optimale niveau tussen 1,0 EV (zwak) en 6,0 EV (sterk).
    Bijvoorbeeld, als u de belichtingswaarde instelt op 2,0 EV, worden drie beelden samengesteld
    met de volgende belichtingsniveaus: ; −1,0 EV, optimale belichting en +1,0 EV.
    Opmerking

    Als de opnamefunctie is ingesteld op [Slim automatisch], [Superieur automat.],
    [iDraaipanorama] of [Scènekeuze], kunt u [Auto HDR] niet selecteren.
    Als [NR Multi Frame] is geselecteerd, kunt u [Auto HDR] niet selecteren.
    U kunt de volgende opname niet eerder maken dan dat het opslagproces na het opnemen is
    voltooid.
    U krijgt mogelijk niet het gewenste effect, afhankelijk van het luminantieverschil van een
    onderwerp en de opnameomstandigheden.
    Wanneer de flitser wordt gebruikt, heeft deze functie weinig effect.
    Wanneer de scène weinig contrast heeft, of wanneer apparaatbeweging of
    onderwerpbeweging optreedt, kunt u mogelijk geen goede HDR-beelden maken. Als het
    apparaat een probleem heeft vastgesteld, wordt
    afgebeeld op het opgenomen
    beeld om u te informeren over deze situatie. Maak zo nodig nog een opname en besteed
    aandacht aan het contrast of de onscherpte.

    [65] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De kleurtinten aanpassen

    Witbalans
    Past de kleurtinten aan de omgevingslichtomstandigheden aan. Gebruik deze functie als de
    kleurtinten van het beeld er niet uitzien zoals u verwachtte, of als u doelbewust de kleurtinten
    wilt veranderen voor een fotografisch effect.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Witbalans] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Automatisch (standaardinstelling):
    Het apparaat detecteert automatisch de lichtbron en past de kleurtinten aan.
    Daglicht:
    De kleurtinten worden ingesteld op daglicht.
    Bewolkt:
    De kleurtemperatuur wordt ingesteld op een bewolkte dag.
    Gloeilamp:



  • Page 72

    De kleurtemperatuur wordt ingesteld op plaatsen onder een gloeilamp of onder felle verlichting,
    zoals in een fotostudio.
    TL-licht: koel wit:
    De kleurtemperatuur wordt ingesteld op witte fluorescerende verlichting.
    TL-licht: daglichtwit:
    De kleurtemperatuur wordt ingesteld op neutrale, witte fluorescerende verlichting.
    TL-licht: daglicht:
    De kleurtemperatuur wordt ingesteld op daglichtachtige fluorescerende verlichting.
    Flitslicht:
    De kleurtemperatuur wordt ingesteld op flitslicht.
    Kl.temp./Filter:
    Past de kleurtinten aan afhankelijk van de lichtbron. Bereikt het effect van CC-filters (Color
    Compensation) voor fotografie.
    Eigen:
    Gebruikt de witbalansinstelling opgeslagen in [Eigen instelling].
    Eigen instelling:
    Slaat de basiswitkleur op onder de lichtomstandigheden voor de opnameomgeving.
    Hint

    U kunt de rechterknop van de bedieningsknop gebruiken om het fijnregelscherm af te
    beelden en de kleurtemperatuur naar wens te fijnregelen.
    In [Kl.temp./Filter] kunt u de rechterknop gebruiken om het kleurtemperatuurinstelscherm af
    te beelden en een instelling te maken. Wanneer u nogmaals op de rechterknop drukt, wordt
    het fijnregelscherm afgebeeld waarop u naar wens kunt fijnregelen.
    Opmerking

    [Witbalans] ligt vast op [Automatisch] in de volgende situaties:
    [Slim automatisch]
    [Superieur automat.]
    [Scènekeuze]

    [66] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    De kleurtinten aanpassen

    De basiswitkleur opslaan in [Eigen instelling].
    In een scène waarin het omgevingslicht bestaat uit meerdere soorten lichtbronnen, adviseren
    wij u de eigen witbalans te gebruiken om de witte kleuren nauwkeurig te reproduceren.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Witbalans] → [Eigen instelling].



  • Page 73

    2. Houd het apparaat zo dat het witte gebied volledig het AF-gebied in het midden bedekt en
    druk vervolgens op
    in het midden van de bedieningsknop.
    De gekalibreerde waarden (kleurtemperatuur en kleurfilter) worden afgebeeld en
    geregistreerd.

    Opmerking

    De mededeling [Fout eigen witbalans] geeft aan dat de waarde hoger is dan het verwachte
    bereik, wanneer de flitser wordt gebruikt op een onderwerp met te felle kleuren in het frame.
    Als u deze waarde registreert, wordt op het opname-informatiescherm de
    -indicator
    geel. U kunt nu een opname maken, maar het wordt aanbevolen dat u de witbalans opnieuw
    instelt voor een nauwkeurigere witbalanswaarde.

    [67] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Een effectfunctie selecteren

    Foto-effect
    Selecteer het gewenste effectfilter voor een indrukwekkendere en artistiekere beelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Foto-effect] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Uit (standaardinstelling):
    Schakelt de functie [Foto-effect] uit.
    Speelgoedcamera:
    Creëert een zacht beeld met donkere hoeken en verminderde scherpte.
    Hippe kleuren:
    Creëert een levendig beeld door kleurtinten te accentueren.
    Posterisatie:
    Creëert een hoog contrast en een abstract beeld doordat de primaire kleuren worden
    geaccentueerd, of in zwart-wit.
    Retrofoto:
    Creëert het beeld van een oude foto met sepia-kleurtinten en vervaagd contrast.
    Zachte felle kleuren:
    Creëert een beeld met de aangewezen sfeer: helder, transparant, vluchtig, teer, zacht.
    Deelkleur:



  • Page 74

    Creëert een beeld waarin een bepaalde kleur wordt behouden, maar de andere kleuren worden
    omgezet in zwart-wit.
    Hg. contr. monochr.:
    Creëert een beeld met een hoog contrast in zwart-wit.
    Soft focus:
    Creëert een beeld dat is gevuld met een zacht verlichtingseffect.
    HDR-schilderij:
    Creëert het uiterlijk van een schilderij, waarbij de kleuren en details krachtiger worden
    weergegeven.
    Mono. m. rijke tonen:
    Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en reproductie van details.
    Miniatuur:
    Creëert een beeld waarin het onderwerp levendiger wordt weergegeven en de achtergrond
    aanzienlijk onscherper wordt gemaakt. Dit effect kunt u vaak zien in foto's van
    miniatuurmodellen.
    Waterverf:
    Creëert een beeld met het effect van doorgelopen inkt en kleurvervaging alsof het is
    geschilderd met waterverf.
    Illustratie:
    Creëert een beeld dat op een illustratie lijkt door de buitenlijnen te benadrukken.
    Hint

    U kunt gedetailleerde instellingen voor de volgende [Foto-effect]-functies maken met de
    linker-/rechterknop van de bedieningsknop.
    [Speelgoedcamera]
    [Posterisatie]
    [Deelkleur]
    [Soft focus]
    [HDR-schilderij]
    [Miniatuur]
    [Illustratie]
    Opmerking

    Als [Deelkleur] is geselecteerd, behouden de beelden mogelijk niet de geselecteerde kleur,
    afhankelijk van het onderwerp of de opnameomstandigheden.
    U kunt de volgende effecten niet controleren op het opnamescherm omdat het apparaat het
    beeld pas na de opname bewerkt. Bovendien kunt u geen ander beeld opnemen totdat de
    beeldbewerking is voltooid. U kunt deze effecten niet gebruiken bij bewegende beelden.
    [Soft focus]



  • Page 75

    [HDR-schilderij]
    [Mono. m. rijke tonen]
    [Miniatuur]
    [Waterverf]
    [Illustratie]

    In het geval van [HDR-schilderij] en [Mono. m. rijke tonen], wordt de sluiter drie keer
    ontspannen voor één opname. Let vooral op het volgende:
    Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt of de flitser niet wordt gebruikt.
    Verander de compositie niet voordat u opneemt.

    Als de scène weinig contrast heeft of als aanzienlijke camerabewegingen of
    onderwerpbewegingen zijn opgetreden, kunt u mogelijk geen goede HDR-beelden krijgen.
    Als het apparaat een dergelijke situatie vaststelt, wordt
    /
    afgebeeld op het
    opgenomen beeld om u te informeren over deze situatie. Verander zo nodig de compositie of
    pas de instellingen op een andere manier aan, wees bedacht op wazige beelden en neem
    opnieuw op.

    [68] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Een effectfunctie selecteren

    Creatieve stijl
    Biedt u de mogelijkheid de gewenste beeldbewerking te selecteren. U kunt de belichting
    (sluitertijd en diafragma) naar wens instellen met [Creatieve stijl], anders dan met [Scènekeuze]
    waarbij het apparaat de belichting instelt.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Creatieve stijl] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Standaard (standaardinstelling):
    Voor het opnemen van diverse scènes met een rijke gradatie en mooie kleuren.
    Levendig:
    De verzadiging en het contrast worden verhoogd om opvallende beelden op te nemen van
    kleurrijke scènes en onderwerpen, zoals bloemen, voorjaarsgroen, blauwe luchten of
    zeevergezichten.
    Portret:
    Voor het opnemen van de huidskleur in een zachte tint, ideaal voor het maken van portretten.
    Landschap:
    De verzadiging, het contrast en de scherpte worden verhoogd voor het opnemen van een
    levendig en scherp landschap. Verre landschappen worden meer tot uitdrukking gebracht.



  • Page 76

    Zonsondergang:
    Voor het opnemen van het prachtige rood van de ondergaande zon.
    Zwart-wit:
    Voor het opnemen van beelden in zwart-wit.
    Sepia:
    Voor het opnemen van beelden in sepia.

    Om [Contrast], [Verzadiging] en [Scherpte] in te stellen
    [Contrast], [Verzadiging] en [Scherpte] kunnen worden ingesteld voor elk onderdeel van
    [Creatieve stijl].
    Selecteer een onderdeel om in te stellen met de rechter-/linkerknop van de bedieningsknop, en
    stel daarna de waarde in met de boven-/onderknop van de bedieningsknop.
    Contrast:
    Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe meer het verschil tussen licht en schaduw wordt
    benadrukt, en hoe groter het effect op het beeld.
    Verzadiging:
    Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe levendiger de kleur. Wanneer een lagere waarde
    wordt geselecteerd, wordt de kleur van het beeld ingehouden en onderdrukt.
    Scherpte:
    Stelt de scherpte in. Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe meer de contouren worden
    benadrukt, en hoe lager de geselecteerde waarde, hoe zachter de contouren worden gemaakt.
    Opmerking

    [Standaard] wordt geselecteerd bij gebruik van de volgende functies:
    [Slim automatisch]
    [Superieur automat.]
    [Scènekeuze]
    [Foto-effect]

    Als [Creatieve stijl] is ingesteld op [Zwart-wit] of [Sepia], kan [Verzadiging] niet worden
    ingesteld.

    [69] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    Bestandsindeling (bewegende beelden)
    Selecteert het bestandsformaat van bewegende beelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Bestandsindeling] → gewenste instelling.



  • Page 77

    Menu-onderdelen
    AVCHD (standaardinstelling):
    Neemt bewegende beelden op in high-definition-beeldkwaliteit. Dit bestandsformaat is geschikt
    voor het kijken naar bewegende beelden op een high-definitiontelevisie.
    U kunt een Blu-ray Disc, een AVCHD-opnamedisc of een DVD-Videodisc maken met behulp
    van het softwareprogramma PlayMemories Home.
    MP4:
    Neemt bewegende beelden op in het mp4-formaat (AVC). Dit formaat is geschikt voor uploaden
    naar het web, bijlagen bij een e-mailbericht, enz.
    U kunt geen disc maken met het softwareprogramma PlayMemories Home van bewegende
    beelden die werden opgenomen terwijl [
    Bestandsindeling] stond ingesteld op [MP4].

    [70] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    Opname-instell. (bewegende beelden)
    Selecteert het beeldformaat, de beeldfrequentie en de beeldkwaliteit voor het opnemen van
    bewegende beelden. Hoe hoger de bitsnelheid, hoe hoger de beeldkwaliteit.
    1. MENU →

    Als [

    (Camera- instellingen) → [

    Opname-instell.] → gewenste instelling.

    Bestandsindeling] is ingesteld op [AVCHD]

    60i/50i: Bewegende beelden worden opgenomen met ongeveer 60 velden per seconde (voor
    1080 60i-compatibele apparaten) of 50 velden per seconde (voor 1080 50i-compatibele
    apparaten) in de geïnterlinieerde functie, met Dolby Digital-geluid, in het AVCHD-formaat.
    24p/25p: Bewegende beelden worden opgenomen met ongeveer 24 frames per seconde (voor
    1080 60i-compatibele apparaten) of 25 frames per seconde (voor 1080 50i-compatibele
    apparaten) in de progressieve functie, met Dolby Digital-geluid, in het AVCHD-formaat.
    60p/50p: Bewegende beelden worden opgenomen met ongeveer 60 frames per seconde (voor
    1080 60i-compatibele apparaten) of 50 frames per seconde (voor 1080 50i-compatibele
    apparaten) in de progressieve functie, met Dolby Digital-geluid, in het AVCHD-formaat.

    Als [

    Bestandsindeling] is ingesteld op [MP4]

    Bewegende beelden worden opgenomen in het MPEG-4-formaat met ongeveer 30 frames per
    seconde (voor 1080 60i-compatibele apparaten) of ongeveer 25 frames per seconde (voor
    1080 50i-compatibele apparaten) in de progressieve functie, met AAC-geluid, in het mp4formaat.

    Menu-onderdelen



  • Page 78

    Als [

    Bestandsindeling] is ingesteld op [AVCHD]

    60i 24M(FX)*:
    50i 24M(FX)**:
    Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i)
    Bitsnelheid: Maximaal 24 Mbps
    60i 17M(FH) (standaardinstelling)*:
    50i 17M(FH) (standaardinstelling)**:
    Neemt bewegende beelden op in standaardbeeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60i/50i).
    Bitsnelheid: Gemiddeld 17 Mbps
    60p 28M(PS)*:
    50p 28M(PS)**:
    Neemt bewegende beelden op in hoogste beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (60p/50p).
    Bitsnelheid: Maximaal 28 Mbps
    24p 24M(FX)*:
    25p 24M(FX)**:
    Neemt bewegende beelden op in hoge beeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een
    sfeer als in een bioscoop.
    Bitsnelheid: Maximaal 24 Mbps
    24p 17M(FH)*:
    25p 17M(FH)**:
    Neemt bewegende beelden op in standaardbeeldkwaliteit van 1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft
    een sfeer als in een bioscoop.
    Bitsnelheid: Gemiddeld 17 Mbps
    [

    Bestandsindeling]: [MP4]

    1440×1080 12M (standaardinstelling):
    Neemt bewegende beelden op in 1440 × 1080.
    Bitsnelheid: Gemiddeld 12 Mbps
    VGA 3M:
    Neemt bewegende beelden op in het VGA-formaat.
    Bitsnelheid: Gemiddeld 3 Mbps
    * 1080 60i (NTSC)-compatibel apparaat
    ** 1080 50i (PAL)-compatibel apparaat
    Opmerking

    Bewegende beelden van 60p/50p kunnen alleen worden weergegeven op compatibele
    apparaten.
    Bewegende beelden die zijn opgenomen terwijl [
    Opname-instell.] is ingesteld op [60p
    28M(PS)]/[50p 28M(PS)]/[60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)]/ [24p 24M(FX)] /[25p 24M(FX)],
    worden door PlayMemories Home omgezet om een AVCHD-opnamedisc te maken. Deze



  • Page 79

    omzetting kan lang duren. Verder kunt u geen disc maken in de oorspronkelijke
    beeldkwaliteit. Als u de oorspronkelijke beeldkwaliteit wilt behouden, slaat u de bewegende
    beelden op een Blu-ray Disc op.
    Om bewegende beelden van 24p/25p weer te geven op een televisie, moet de televisie
    compatibel zijn met het 24p/25p-formaat. Als de televisie niet compatibel is met het 24p/25pformaat, worden bewegende beelden van 24p/25p uitgevoerd als bewegende beelden van
    60i/50i.

    [71] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    SteadyShot (bewegende beelden)
    Stelt het [SteadyShot]-effect in bij het opnemen van bewegende beelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    SteadyShot] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Slim actief (standaardinstelling):
    Hiermee krijgt u het sterkste

    SteadyShot-effect.

    Actief:
    Hiermee krijgt u een krachtiger SteadyShot-effect.
    Standaard:
    Vermindert u de camerabewegingen tijdens het opnemen van bewegende beelden onder
    stabiele omstandigheden.
    Opmerking

    Als u de instelling van [

    [72] Hoe te gebruiken

    SteadyShot] verandert, zal de opnamehoek veranderen.

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    Microfoon ref. niveau
    U kunt het microfoonniveau instellen voor het opnemen van bewegende beelden.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Microfoon ref. niveau] → gewenste instelling.



  • Page 80

    Menu-onderdelen
    Normaal (standaardinstelling):
    Neemt de omgevingsgeluiden op binnen een bepaald niveau. Deze instelling is geschikt voor
    het opnemen van dagelijkse conversaties.
    Laag:
    Neemt het omgevingsgeluid natuurgetrouw op. Deze instelling is geschikt voor het opnemen
    van realistische geluiden, bijvoorbeeld van een concert.

    [73] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    Windruis reductie
    Stelt in of tijdens het opnemen van bewegende beelden windgeruis wordt verminderd of niet.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Windruis reductie] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Vermindert windgeruis.
    Uit (standaardinstelling):
    Vermindert windgeruis niet.
    Opmerking

    Als u dit instelt op [Aan] op een plaats waar de wind niet hard genoeg waait, dan kan het
    normale geluid met te weinig volume worden opgenomen.

    [74] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    Aut. lang. sluit.tijd (bewegende beelden)
    Stel in of de sluitertijd automatisch moet worden ingesteld of niet tijdens het opnemen van
    bewegende beelden in geval van een donker onderwerp.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Menu-onderdelen

    Aut. lang. sluit.tijd] → gewenste instelling.



  • Page 81

    Aan (standaardinstelling):
    Gebruikt [
    Aut. lang. sluit.tijd]. De sluitertijd wordt automatisch langer bij opnemen op
    donkere plaatsen. U kunt de ruis in de bewegende beelden verminderen door een lange
    sluitertijd te gebruiken tijdens het opnemen op donkere plaatsen.
    Uit:
    Gebruikt [
    Aut. lang. sluit.tijd] niet. De opgenomen bewegende beelden zullen donkerder zijn
    dan wanneer [Aan] is geselecteerd, maar u kunt bewegende beelden opnemen met vloeiendere
    actie en minder onderwerpbeweging.
    Opmerking

    [

    Aut. lang. sluit.tijd] werkt niet in de volgende situaties:
    Als in de opnamefunctie [Film] is ingesteld op [Sluitertijdvoorkeuze] of [Handm. belichting].
    Als [ISO] is ingesteld op iets anders dan [ISO AUTO].

    [75] Hoe te gebruiken

    De opnamefuncties gebruiken

    Bewegende beelden opnemen

    Knop MOVIE
    U kunt instellen of de MOVIE-knop wordt geactiveerd of niet.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Knop MOVIE] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Altijd (standaardinstelling):
    Start het opnemen van bewegende beelden wanneer u in een willekeurige functie op de
    MOVIE-knop drukt.
    Alleen Filmmodus:
    Start het opnemen van bewegende beelden alleen wanneer u op de MOVIE-knop drukt als de
    opnamefunctie is ingesteld op [Film].

    [76] Hoe te gebruiken
    handig gebruik

    De opnamefuncties gebruiken

    De opnamefuncties aanpassen voor

    Geheugen
    U kunt maximaal 2 veelgebruikte functies of apparaatinstellingen registreren in het apparaat. U
    kunt de instellingen eenvoudig oproepen met de functiekeuzeknop.



  • Page 82

    1. Stel het apparaat in op de instelling die u wilt registreren.
    2. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Geheugen] → gewenst nummer.

    Items die kunnen worden geregistreerd
    Opnamefunctie
    Diafragma (F-getal)
    Sluitertijd
    Camera- instellingen
    Optische-zoomvergroting

    Geregistreerde instellingen oproepen
    Selecteer het geheugennummer uit "1" of "2" op de functiekeuzeknop.

    Geregistreerde instellingen veranderen
    Verander de instelling naar de gewenste instelling en registreer deze instelling onder hetzelfde
    functienummer.
    Opmerking

    Programmaverschuiving kan niet worden geregistreerd.

    [77] Hoe te gebruiken
    handig gebruik

    De opnamefuncties gebruiken

    De opnamefuncties aanpassen voor

    Instell. functiemenu
    U kunt de functies toewijzen die moet worden opgeroepen wanneer u op de Fn (Functie)-knop
    drukt.
    1. MENU →
    (Eigen instellingen) → [Instell. functiemenu] → wijs een functie toe aan de
    gewenste locatie.
    De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.

    [78] Hoe te gebruiken
    handig gebruik

    De opnamefuncties gebruiken

    Eigen toetsinstelling.

    De opnamefuncties aanpassen voor



  • Page 83

    Door functies toe te wijzen aan diverse knoppen kunt u de bediening versnellen door op de
    betreffende knop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt afgebeeld.
    1. MENU →
    (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → wijs een functie toe aan de
    gewenste knop.

    Opmerking

    Sommige functies kunnen niet worden toegewezen aan bepaalde knoppen.

    [79] Hoe te gebruiken
    handig gebruik

    De opnamefuncties gebruiken

    De opnamefuncties aanpassen voor

    Werking van de customknop
    Nadat u een functie hebt toegewezen aan de customknop, kunt u die functie uitvoeren door
    eenvoudig op de customknop te drukken wanneer het opname-informatiescherm wordt
    afgebeeld.
    1. MENU →
    instelling.

    (Eigen instellingen) → [Eigen toetsinstelling.] → [Customtoets] → gewenste

    De functies die kunnen worden toegewezen worden afgebeeld op het instelitemselectiescherm.

    [80] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Creatief met foto's
    [Creatief met foto's] is een functie waarmee u de camera intuïtief kunt bedienen met behulp van
    een andere weergave op het scherm. Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op
    (Slim
    automatisch) of
    (Superieur automat.), kunt u de instellingen eenvoudig veranderen en
    beelden opnemen.
    1. Zet de opnamefunctie in de stand
    automat.).
    2. Druk op

    (Slim automatisch) of

    (Creatief met foto's) op de bedieningsknop.

    (Superieur



  • Page 84

    3. Selecteer het onderdeel dat u wilt veranderen met de bedieningsknop.
    (Helderheid):
    Stelt de helderheid in.
    (Kleur):
    Stelt de kleur in.
    (Levendigheid):
    Stelt de levendigheid in.
    (Foto-effect):
    U kunt een gewenst effect selecteren en beelden opnemen met de specifieke textuur.
    4. Selecteer de gewenste instellingen.
    U kunt sommige instellingen tezamen gebruiken door de stappen 3 en 4 te herhalen.
    Om de veranderde instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, drukt u op
    de
    (wis-)knop. (Helderheid), (Kleur) en (Levendigheid) zijn ingesteld op
    [AUTO], en
    (Foto-effect) is ingesteld op
    .
    5. Om stilstaande beelden op te nemen: Druk op de ontspanknop.
    Om bewegende beelden op te nemen: Druk op de knop MOVIE om te beginnen met
    opnemen.

    Opmerking

    Wanneer u bewegende beelden opneemt met de functie [Creatief met foto's], kunt u geen
    instellingen veranderen tijdens het opnemen.
    Als u de opnamefunctie omschakelt naar de functie [Slim automatisch] of de functie
    [Superieur automat.], of het apparaat uitschakelt, keren de instellingen die u hebt veranderd
    terug naar de standaardinstellingen.
    Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op [Superieur automat.], en u [Creatief met foto's]
    gebruikt, voert het apparaat het overlay-proces van de beelden niet uit.

    [81] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Lach-/Gezichtsherk.
    Herkent de gezichten van uw onderwerpen en past de instellingen voor de scherpstelling,
    belichting en flitser aan, en voert automatisch beeldbewerking uit.



  • Page 85

    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Lach-/Gezichtsherk.] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Uit:
    Gebruikt de functie [Gezichtsherkenning] niet.
    Aan (standaardinstelling):
    Selecteert automatisch een gezicht om scherp te stellen.
    Lach-sluiter:
    Herkent een lach en neemt automatisch een beeld op.

    Gezichtsherkenningskader
    Wanneer het apparaat een gezicht detecteert, wordt het grijze gezichtsherkenningskader
    afgebeeld. Wanneer het apparaat vaststelt dat automatische scherpstelling ingeschakeld is,
    wordt het gezichtsherkenningskader wit. Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt,
    wordt het kader groen.

    Tips voor effectiever opnemen van lachende gezichten
    Bedek de ogen niet met haar en houd de ogen een beetje dicht.
    Verberg het gezicht niet met een hoed, masker, zonnebril, enz.
    Probeer het gezicht te richten op het apparaat en houd het gezicht zo rechtop mogelijk.
    Glimlach duidelijk met een open mond. De glimlach is gemakkelijker te detecteren wanneer
    de tanden zichtbaar zijn.
    Als u op de ontspanknop drukt in de lach-sluiterfunctie, neemt het apparaat het beeld op. Na
    het opnemen keert het apparaat terug naar de lach-sluiterfunctie.
    Hint

    Als [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op [Lach-sluiter] , kunt u de lachherkenningsgevoeligheid selecteren uit [Aan: glimlach] , [Aan: normale lach] en [Aan:
    schaterlach] .
    Opmerking

    U kunt [Gezichtsherkenning] niet gebruiken in combinatie met de volgende functies:
    Bij gebruik van een andere zoomfunctie dan de optische-zoomfunctie

    Maximaal acht gezichten van uw onderwerpen kunnen worden herkend.
    Het apparaat detecteert mogelijk helemaal geen gezichten of kan andere voorwerpen



  • Page 86

    detecteren als gezichten onder bepaalde omstandigheden.
    Als het apparaat een gezicht niet detecteert, stelt u de lach-herkenningsgevoeligheid in.
    Als u een gezicht volgt met [AF-vergrendeling] terwijl [Lach-sluiter] wordt uitgevoerd, wordt
    de lach-herkenning alleen uitgevoerd voor dat gezicht.

    [82] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Zachte-huideffect (stilstaand beeld)
    Stelt het effect in dat wordt gebruikt voor het opnemen van gladde huid in de functie
    [Gezichtsherkenning].
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Zachte-huideffect] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Uit (standaardinstelling):
    Gebruikt de functie [
    Zachte-huideffect] niet.
    Aan:
    Gebruik [
    Zachte-huideffect].
    Hint

    Als [

    Zachte-huideffect] is ingesteld op [Aan], kunt u het effectniveau selecteren.

    [83] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Rode ogen verm.
    Wanneer u de flitser gebruikt, geeft deze twee keer of vaker een flits vóór opname om het rodeogenfenomeen te verminderen.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [Rode ogen verm.] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan:
    De flitser werkt altijd om het verschijnsel van de rode ogen te verminderen.
    Uit (standaardinstelling):



  • Page 87

    De rode-ogeneffectvermindering wordt niet gebruikt.
    Opmerking

    Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert. Dit
    is afhankelijk van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het
    onderwerp, en of het onderwerp naar de voorflits kijkt of niet.

    [84] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Autom. kadreren (stilstaand beeld)
    Wanneer dit apparaat gezichten, onderwerpen voor macro-opname of onderwerpen die worden
    gevolgd door [AF-vergrendeling] detecteert en opneemt, snijdt het apparaat automatisch het
    beeld bij naar een geschikte compositie en slaat dit op. Het oorspronkelijke maar ook het
    bijgesneden beeld worden opgeslagen. Het bijgesneden beeld wordt opgeslagen in hetzelfde
    formaat als het originele beeldformaat.

    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    Autom. kadreren] → gewenste instelling.

    Als bijsnijden is ingeschakeld wanneer Live View-weergave wordt gebruikt, wordt
    afgebeeld.
    Na de opname wordt op het Auto Review-scherm het bijgesneden gebied aangegeven
    door een kader.

    Menu-onderdelen
    Uit (standaardinstelling):
    De beelden worden niet bijgesneden.
    Automatisch:
    De beelden worden automatisch bijgesneden naar een geschikte compositie.
    Opmerking

    Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat het bijgesneden beeld niet de



  • Page 88

    optimale compositie is.

    [85] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    NR bij hoge-ISO (stilstaand beeld)
    Tijdens opnemen met een hoge ISO-gevoeligheid vermindert het apparaat de ruis die meer
    opvalt als de gevoeligheid van het apparaat hoog is. Tijdens het ruisonderdrukkingsproces kan
    een mededeling worden afgebeeld en u kunt geen volgend beeld opnemen totdat de
    mededeling is uitgegaan.
    1. MENU →

    (Camera- instellingen) → [

    NR bij hoge-ISO] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Normaal (standaardinstelling):
    Activeert normale hoge-ISO-ruisonderdrukking.
    Laag:
    Activeert gematigde hoge-ISO-ruisonderdrukking. Selecteer dit als u de opnametiming prioriteit
    wilt geven.

    [86] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Datum schrijven (stilstaand beeld)
    U kunt instellen of u een opnamedatum wilt opnemen op het stilstaande beeld.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [

    Datum schrijven] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Neemt een opnamedatum op.
    Wanneer [Aan] is geselecteerd, wordt tijdens het opnemen de markering
    afgebeeld op het
    scherm. In sommige opnamefuncties kan echter geen opnamedatum worden opgenomen en
    gaat de markering
    uit.



  • Page 89

    Uit (standaardinstelling):
    De opnamedatum wordt niet opgenomen.
    Opmerking

    Als u eenmaal een beeld met de datum hebt opgenomen, kunt u later de datum niet vanaf de
    beelden verwijderen.
    Als u bij het afdrukken van de beelden het apparaat instelt op het afdrukken van de datum,
    worden de datums dubbel afgedrukt.
    Het opnametijdstip van het beeld kan niet op het beeld worden geprojecteerd.

    [87] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Stramienlijn
    Stelt in of de rasterlijn wordt afgebeeld of niet. De stramienlijn helpt u de beeldcompositie aan te
    passen.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Stramienlijn] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Uit (standaardinstelling):
    De rasterlijnen worden niet afgebeeld.
    Aan:
    Beeldt de rasterlijn af.

    [88] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    Autom.weergave
    U kunt het opgenomen beeld onmiddellijk na het opnemen op het scherm bekijken. U kunt ook
    de weergaveduur van Auto Review instellen.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [Autom.weergave] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen



  • Page 90

    10 sec./5 sec./2 sec. (standaardinstelling):
    Geeft onmiddellijk na het opnemen het opgenomen beeld op het scherm weer gedurende de
    ingestelde tijdsduur. Als u tijdens Auto Review een bediening uitvoert die het beeld vergroot,
    kunt u dat beeld controleren met behulp van de vergrote schaalverdeling.
    Uit:
    Geeft Auto Review niet weer.
    Opmerking

    Wanneer het apparaat een beeld vergroot met behulp van beeldbewerking, kan het tijdelijk
    eerst het oorspronkelijke beeld weergeven en daarna het vergrote beeld.
    De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Review-scherm.

    [89] Hoe te gebruiken
    instellen

    De opnamefuncties gebruiken

    De overige functies van dit apparaat

    FINDER/MONITOR
    Stelt de methode in voor het omschakelen tussen de elektronische zoeker en het scherm.
    1. MENU →

    (Eigen instellingen) → [FINDER/MONITOR] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Automatisch (standaardinstelling):
    Wanneer u in de elektronische zoeker kijkt, wordt de weergave automatisch omgeschakeld
    naar de elektronische zoeker.
    Handmatig:
    Het apparaat schakelt niet automatisch om tussen de monitorschermweergavefunctie en de
    elektronische-zoekerschermweergavefunctie.
    U kunt de schermweergavefunctie omschakelen door op de knop FINDER/MONITOR te
    drukken.
    Hint

    Als u de schermweergavefunctie tijdelijk wilt omschakelen terwijl [FINDER/MONITOR] is
    ingesteld op [Automatisch], drukt u op de knop FINDER/MONITOR.

    [90] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Stilstaande beelden weergeven



  • Page 91

    Beelden weergeven
    Geeft de vastgelegde beelden weer.
    1. Druk op de

    (Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen.

    2. Selecteer het beeld met de bedieningsknop.

    Hint

    Dit apparaat maakt een beelddatabasebestand aan op een geheugenkaart voor het
    opnemen en weergeven van beelden. Een beeld dat niet is geregistreerd in het
    beelddatabasebestand wordt mogelijk niet goed weergegeven. Om beelden weer te geven
    die zijn opgenomen op andere apparaten, registreert u die beelden in het
    beelddatabasebestand via MENU → [Instellingen] → [Beeld-DB herstellen].

    [91] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Stilstaande beelden weergeven

    Weergavezoom
    U kunt het beeld dat wordt weergegeven vergroten.
    1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en duw daarna de W/T-(zoom)knop naar de Tkant.
    Als het beeld te groot is, duwt u de W/T-(zoom)knop naar de W-kant om de
    zoomvergroting in te stellen.
    2. Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten door op de boven-/onder-/rechter-/linkerknop
    van de bedieningsknop te drukken.

    Hint

    U kunt ook een beeld dat wordt weergegeven vergroten met behulp van MENU.
    Opmerking

    U kunt de functie voor de vergrote weergave niet gebruiken bij bewegende beelden.

    [92] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Stilstaande beelden weergeven



  • Page 92

    Beeldindex
    U kunt meerdere beelden tegelijkertijd in de weergavefunctie weergeven.
    1. Duw de W/T-(zoom)knop naar de W-kant terwijl het beeld wordt weergegeven.
    Om het aantal beelden dat moet worden weergegeven te veranderen
    MENU →
    (Afspelen) → [Beeldindex] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    9 beelden (standaardinstelling)/25 beelden

    Terugkeren naar enkelbeeldweergave
    Selecteer het gewenste beeld en druk op

    in het midden van de bedieningsknop.

    Een gewenst beeld snel weergeven
    Selecteer de balk aan de linkerkant van het indexweergavescherm met de bedieningsknop, en
    druk daarna op de boven-/onderknop van de bedieningsknop. Als de balk is geselecteerd, kunt
    u het kalenderscherm of mapselectiescherm afbeelden door op
    in het midden te drukken.
    Bovendien kunt u de weergavefunctie omschakelen door een pictogram te selecteren.

    [93] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Stilstaande beelden weergeven

    De schermweergave veranderen (tijdens weergave)
    Verandert de schermweergave.
    1. Druk op de DISP (Weergave-instelling)-knop.
    De schermweergave verandert in de volgorde "Info weergeven → Histogram → Geen
    info → Info weergeven" elke keer wanneer u op de DISP-knop drukt.
    De DISP (Weergave-instelling)-instellingen worden toegepast op het Auto Reviewscherm.

    Opmerking

    Het histogram wordt niet weergegeven in de volgende situaties:
    Tijdens het weergeven van bewegende beelden
    Tijdens het lopend weergeven van panoramabeelden
    Tijdens een diavoorstelling
    Tijdens mapweergave (MP4)



  • Page 93

    Tijdens AVCHD-weergave

    [94] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Beelden wissen

    Een beeld dat wordt weergegeven wissen
    U kunt een weergegeven beeld wissen.
    1. Geef het beeld weer dat u wilt wissen.
    2. Druk op de

    (Wissen)-knop.

    3. Selecteer [Wissen] met de bedieningsknop en druk daarna op
    bedieningsknop.

    [95] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    in het midden van de

    Beelden wissen

    Meerdere geselecteerde beelden tegelijk wissen
    U kunt meerdere geselecteerde beelden wissen.
    1. MENU →

    (Afspelen) → [Wissen] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Meerdere bldn.:
    Hiermee worden de geselecteerde beelden gewist.
    (1) Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op
    in het midden van de
    bedieningsknop. Het
    teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te
    annuleren, drukt u nogmaals op
    om het
    -merkteken te verwijderen.
    (2) Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap (1).
    (3) MENU → [OK] → Druk op
    in het midden.
    Alles in deze map:
    Hiermee wist u alle beelden in de geselecteerde map.
    Alles op deze datum:
    Hiermee wist u alle beelden in het geselecteerde datumbereik.



  • Page 94

    [96] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Bewegende beelden weergeven

    Bewegende beelden weergeven
    Geeft de opgenomen bewegende beelden weer.
    1. Druk op de

    (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie.

    2. Selecteer de bewegende beelden die u wilt weergeven met de bedieningsknop.
    3. Om bewegende beelden weer te geven, drukt u op

    in het midden.

    Beschikbare bedieningen tijdens het weergeven van bewegende
    beelden
    U kunt vertraagd weergeven, het volumeniveau veranderen, enz., door op de onderkant van de
    bedieningsknop te drukken.
    : Weergave
    : Pauze
    : Snel vooruit
    : Snel achteruit
    : Vertraagde weergave vooruit
    : Vertraagde weergave achteruit
    : Volgende bestand met bewegende beelden
    : Vorige bestand met bewegende beelden
    : Geeft het volgende frame weer
    : Geeft het vorige frame weer
    : Motion Shot-video (Toont het spoor van een onderwerp in beweging.)
    : Verandert het volumeniveau
    : Sluit de bedieningspaneel
    Hint

    "Vertraagde weergave vooruit", "Vertraagde weergave achteruit", "Weergave van volgende
    frame" en "Weergave van vorige frame" zijn beschikbaar in de pauzestand.

    [97] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Bewegende beelden weergeven

    Motion Shot-video
    U kunt het spoor van de beweging van het onderwerp op hoge snelheid zien, net as een



  • Page 95

    stroboscoopbeeld.
    1. Druk op de onderkant van het besturingswiel tijdens het weergeven van bewegende
    beelden en selecteer vervolgens
    .
    Om de weergave in [Motion Shot-video] te verlaten, selecteert u

    .

    Als u geen spoor ziet, kunt u het interval waarmee het beeld wordt gevolgd aanpassen
    met
    .

    Opmerking

    U kunt de beelden die zijn opgenomen met [Motion Shot-video] niet opslaan in een bestand
    met bewegende beelden.
    Als de beweging van het onderwerp te langzaam is of het onderwerp niet voldoende
    beweegt, kan het apparaat mogelijk geen beeld maken.
    Hint

    U kunt ook het interval voor het volgen van het beeld veranderen met MENU →
    (Afspelen) → [Motion intervalaanp.].

    [98] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Panoramabeelden weergeven

    Panoramabeelden weergeven
    Het apparaat doorloopt automatisch een panoramabeeld van het ene naar het andere uiteinde.
    1. Druk op de

    (weergave-)knop om over te schakelen naar de weergavefunctie.

    2. Selecteer het panoramabeeld dat moet worden weergegeven met de bedieningsknop.
    3. Druk op

    in het midden om het beeld weer te geven.

    Om de weergave te pauzeren, drukt u nogmaals op

    in het midden.

    Om terug te keren naar de weergave van het volledige beeld, drukt u op de MENUknop.



  • Page 96

    Opmerking

    Panoramabeelden die zijn opgenomen op andere apparaten kunnen worden weergegeven in
    een ander formaat dan het oorspronkelijke formaat, of worden mogelijk niet correct
    doorlopen.

    [99] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Afdrukken

    Printen opgeven
    U kunt van tevoren op de geheugenkaart opgeven welke van de stilstaande beelden u later wilt
    afdrukken.
    Het pictogram van de
    -afdrukmarkering wordt afgebeeld op de geselecteerde beelden.
    DPOF staat voor "Digital Print Order Format".
    1. MENU →

    (Afspelen) → [Printen opgeven] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Meerdere bldn.:
    Selecteert beelden voor een afdrukopdracht.
    (1) Selecteer een beeld en druk op
    in het midden van de bedieningsknop. Een
    merkteken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te annuleren, drukt u op
    om het
    merkteken te wissen.
    (2) Herhaal stap 1 om andere beelden af te drukken.
    (3) MENU → [OK] → Druk op
    in het midden.
    Alles annuleren:
    Wist alle DPOF-afdrukmarkeringen.
    Afdrukinstelling:
    U kunt instellen of de datum moet worden afgedrukt op beelden met een DPOFafdrukmarkering.
    (1) Selecteer [Aan] of [Uit] → [Enter] bij [Datum afdrukken].
    Opmerking

    U kunt de DPOF-afdrukmarkering niet toevoegen aan de volgende bestanden:
    Bewegende beelden

    [100] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    De weergavefuncties gebruiken



  • Page 97

    Weergavefunctie
    Stelt de weergavefunctie in (beeldweergavemethode).
    1. MENU →

    (Afspelen) → [Weergavefunctie] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Datumweergave:
    Geeft de beelden weer op datum.
    Mapweergav(stilstaand):
    Geeft alleen stilstaande beelden weer.
    Mapweergave (MP4):
    Geeft alleen bewegende beelden in het MP4-formaat weer.
    AVCHDweergave:
    Geeft alleen bewegende beelden in het AVCHD-formaat weer.

    [101] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    De weergavefuncties gebruiken

    Diavoorstelling
    Geeft automatisch beelden continu weer.
    1. MENU →

    (Afspelen) → [Diavoorstelling] → gewenste instelling.

    2. Selecteer [Enter].

    Menu-onderdelen
    Herhalen:
    Selecteer [Aan], waarin beelden automatisch in een continue lus worden weergegeven, of [Uit]
    (standaardinstelling), waarin het apparaat de diavoorstelling afsluit nadat alle beelden eenmaal
    zijn weergegeven.
    Interval:
    Selecteer het weergave-interval voor beelden uit [1 sec.], [3 sec.] (standaardinstelling), [5 sec.],
    [10 sec.] of [30 sec.].

    Om de diavoorstelling tijdens weergave af te breken
    Druk op de MENU-knop om de diavoorstelling te verlaten. U kunt de diavoorstelling niet
    pauzeren.



  • Page 98

    Hint

    U kunt een diavoorstelling alleen starten wanneer [Weergavefunctie] is ingesteld op
    [Datumweergave] of [Mapweergav(stilstaand)].

    [102] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    De weergavefuncties gebruiken

    Roteren
    Draait een opgenomen stilstaand beeld linksom.
    1. MENU →

    (Afspelen) → [Roteren].

    2. Druk op
    in het midden van de bedieningsknop.
    Het beeld wordt linksom gedraaid. Het beeld draait wanneer u op
    in het midden drukt.
    Als u het beeld eenmaal hebt gedraaid, blijft het beeld gedraaid nadat het apparaat is
    uitgeschakeld.

    Opmerking

    U kunt bewegende beelden niet draaien.
    Beelden die met andere apparaten zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden gedraaid.
    Wanneer gedraaide beelden op een computer worden weergegeven, worden ze mogelijk
    weergegeven in hun oorspronkelijke richting, afhankelijk van de software.

    [103] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    De weergavefuncties gebruiken

    Beveiligen
    Beveiligt opgenomen beelden tegen per ongeluk wissen. De markering
    op beveiligde beelden.
    1. MENU →

    wordt afgebeeld

    (Afspelen) → [Beveiligen] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Meerdere bldn.:
    Past beveiliging toe op meerdere geselecteerde beelden, of annuleert deze.
    (1) Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen, en druk daarna op
    in het midden van de
    bedieningsknop. Het
    teken wordt afgebeeld in het selectievakje. Om de selectie te



  • Page 99

    annuleren, drukt u nogmaals op
    om het
    merkteken te verwijderen.
    (2) Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap (1).
    (3) MENU → [OK] → Druk op
    in het midden.
    Alles in deze map:
    Beveiligt alle stilstaand beelden in de geselecteerde map.
    Alles op deze datum:
    Beveiligt alle stilstaande beelden in het geselecteerde datumbereik.
    Alles in deze map annul.:
    Annuleert de beveiliging van alle stilstaand beelden in de geselecteerde map.
    Alles deze datum annul.:
    Annuleert de beveiliging van alle stilstaand beelden in het geselecteerde datumbereik.

    [104] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    De weergavefuncties gebruiken

    WG 4K-stilst. beeld
    Voert stilstaande beelden met een resolutie van 4K uit naar een via HDMI aangesloten televisie
    die ondersteuning biedt voor 4K.
    1. Schakel dit apparaat en de televisie uit.
    2. Sluit de HDMI-microaansluiting van dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los
    verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie.

    3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal.



  • Page 100

    4. Schakel dit apparaat in.
    5. MENU →

    (Afspelen) → [WG 4K-stilst. beeld] → [OK].

    Opmerking

    Dit menu is alleen beschikbaar op 4K-compatibele televisies. Voor meer informatie
    raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de televisie.

    [105] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Beelden bekijken op een televisie

    Beelden bekijken op een HD-televisie
    Om beelden die in dit apparaat zijn opgeslagen te bekijken op een televisie, zijn een HDMIkabel (los verkrijgbaar) en een HD-televisie uitgerust met een HDMI-aansluiting vereist.
    1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit.
    2. Sluit de HDMI-microaansluiting van dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los
    verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie.

    3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal.
    4. Schakel dit apparaat in.
    De beelden die met het apparaat zijn opgenomen, worden weergegeven op het
    televisiescherm.

    Hint



  • Page 101

    Dit apparaat is compatibel met de norm PhotoTV HD. Als u PhotoTV HD-compatibele
    apparaten van Sony aansluit met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar), wordt de
    televisie ingesteld op de beeldkwaliteit die geschikt is voor het bekijken van stilstaande
    beelden en kunt u genieten van een compleet nieuwe wereld van foto's in adembenemende,
    hoge kwaliteit.
    PhotoTV HD maakt een uiterst gedetailleerde, foto-achtige weergave mogelijk van subtiele
    texturen en kleuren.
    Raadpleeg de bij de compatibele televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer
    informatie.
    Opmerking

    Sluit dit apparaat niet aan op een ander apparaat via de uitgangsaansluitingen van beide
    apparaten. Als u dit toch doet, kan een storing worden veroorzaakt.
    Sommige apparaten werken niet correct wanneer ze zijn aangesloten op dit apparaat. Ze
    voeren bijvoorbeeld geen video of audio uit.
    Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo of een originele kabel van Sony.
    Gebruik een HDMI-kabel die compatibel is met de HDMI-microaansluiting van het apparaat
    en de HDMI-aansluiting van de televisie.

    [106] Hoe te gebruiken

    Weergeven

    Beelden bekijken op een televisie

    Beelden bekijken op een "BRAVIA" Sync-compatibele
    televisie
    Door dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aan te sluiten op een
    televisie die "BRAVIA" Sync ondersteunt, kunt u dit apparaat bedienen met de
    afstandsbediening van de televisie.
    1. Schakel zowel dit apparaat als de televisie uit.
    2. Sluit de HDMI-microaansluiting van het apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los
    verkrijgbaar) aan op de HDMI-aansluiting van de televisie.



  • Page 102

    3. Schakel de televisie in en selecteer het ingangskanaal.
    4. Schakel dit apparaat in.
    5. MENU →

    (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → [Aan].

    6. Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de televisie om de gewenste
    functie te selecteren.

    Opmerking

    Alleen televisies die "BRAVIA" Sync ondersteunen maken bediening via SYNC MENU
    mogelijk. Raadpleeg de bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
    Als het apparaat is aangesloten op de HDMI-aansluiting van een televisie van een andere
    fabrikant en ongewenste handelingen uitvoert in reactie op de afstandsbediening van de
    televisie, selecteert u MENU →
    (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → [Uit].

    [107] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Monitor-helderheid
    U kunt de helderheid van het scherm instellen.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Monitor-helderheid] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Handmatig:



  • Page 103

    Stelt de helderheid in binnen een bereik van –2 tot +2.

    [108] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Volume-instellingen
    Stelt het volumeniveau in.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Volume-instellingen] → gewenste instelling.

    Het volumeniveau aanpassen tijdens weergave
    Druk tijdens weergave van bewegende beelden op de onderknop van de bedieningsknop om
    het bedieningspaneel af te beelden, en stel daarna het volumeniveau in. U kunt het
    volumeniveau instellen terwijl u naar het werkelijke geluid luistert.

    [109] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Audiosignalen
    Selecteert of het apparaat een geluid voortbrengt of niet.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Audiosignalen] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan (standaardinstelling):
    Brengt geluid voort wanneer is scherpgesteld of de zelfontspanner wordt bediend.
    Sluiter:
    Brengt alleen het sluitergeluid voort.
    Uit:
    Brengt geen geluid voort.

    [110] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    GPS aan/uit (DSC-HX400V)

    Menu Setup



  • Page 104

    U kunt de locatie-informatie opnemen met de beelden wanneer de ingebouwde GPS-sensor
    van dit apparaat de locatie-informatie kan verkrijgen. Met behulp van het bijgeleverde
    softwareprogramma PlayMemories Home kunt u beelden die zijn opgenomen met de locatieinformatie importeren in een computer en ze bekijken op een kaart waarop hun opnamelocatie
    wordt aangegeven. Raadpleeg de helpfunctie van PlayMemories Home voor meer informatie.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [GPS-instellingen] → [GPS aan/uit] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan:
    De GPS-functie wordt geactiveerd.
    Uit (standaardinstelling):
    De GPS-functie wordt uitgeschakeld.
    Het statuspictogram op het scherm kan verschillen afhankelijk van de toestand van de signalen
    die door de satellieten worden gezonden.
    Er wordt geen pictogram afgebeeld:
    [GPS aan/uit] is ingesteld op [Uit]

    Het apparaat kan geen GPS-signaal vinden en kan daarom de locatie-informatie niet verkrijgen.
    Gebruik het apparaat op een open plek buitenshuis.

    Het apparaat zoekt naar GPS-satellieten. De driehoeksmeting kan enige tijd duren.

    Het apparaat kan de huidige locatie-informatie verkrijgen.

    Er is een fout opgetreden in de GPS-functie. Schakel het apparaat uit en schakel het weer in.

    Een GPS-signaal ontvangen
    Een goede driehoeksmeting is niet mogelijk binnenshuis of in de buurt van hoge gebouwen.
    Gebruik het apparaat op een open plek buitenshuis en schakel het apparaat uit en weer aan.
    Het kan van tien seconden tot enkele minuten duren om de locatie-informatie te verkrijgen.
    U kunt de tijdsduur van de driehoeksmeting verkorten door de GPS-hulpgegevens te
    gebruiken.
    Opmerking

    Het kan van tien seconden tot enkele minuten duren om de locatie-informatie te verkrijgen
    wanneer u dit apparaat inschakelt. Als u beelden opneemt voordat het apparaat de locatieinformatie heeft verkregen, wordt de informatie niet opgenomen op de beelden. Om correcte
    locatie-informatie op te nemen, zorgt u er eerst voor dat het apparaat een GPS-signaal



  • Page 105

    ontvangt, en neemt u daarna de beelden op.
    Tijdens het opstijgen en landen van een vliegtuig moet [Vliegtuig-stand] zijn ingesteld op
    [Aan].
    Gebruik GPS overeenkomstig de regelgeving in de landen en gebieden waarin u het
    apparaat gebruikt.

    [111] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Aut. tijdcorrect. GPS (DSC-HX400V)
    Het apparaat verkrijgt de tijdinformatie met behulp van GPS terwijl het apparaat is
    ingeschakeld, en de informatie wordt gebruikt om de tijdinstelling nauwkeurig te houden. Het
    apparaat past de tijdinstelling aan wanneer het wordt uitgeschakeld.
    1. MENU →
    instelling.

    (Instellingen) → [GPS-instellingen] → [Aut. tijdcorrect. GPS] → gewenste

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Gebruikt automatische tijdcorrect van GPS.
    Uit (standaardinstelling):
    Gebruikt geen automatische tijdcorrect van GPS.
    Opmerking

    [Aut. tijdcorrect. GPS] is niet beschikbaar wanneer [GPS aan/uit] is ingesteld op [Uit].
    Voordat u de functie [Aut. tijdcorrect. GPS] gebruikt, stelt u [Datum/tijd instellen] in.
    De gecorrigeerde tijd kan enkele seconden verschillen met de werkelijke tijd.
    [Aut. tijdcorrect. GPS] wordt mogelijk niet correct geactiveerd in sommige gebieden.

    [112] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Auto aanp. geb. GPS (DSC-HX400V)
    Corrigeert automatisch het tijdsverschil als het apparaat het verschil vaststelt door de huidige
    locatie-informatie te verkrijgen via het GPS-systeem.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Auto aanp. geb. GPS] → gewenste instelling.



  • Page 106

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Corrigeert automatisch het tijdsverschil.
    Uit (standaardinstelling):
    Corrigeert het tijdsverschil niet automatisch.
    Opmerking

    Als [GPS aan/uit] is ingesteld op [Uit], is deze functie uitgeschakeld.
    Stel van tevoren [Datum/tijd instellen] in.
    [Auto aanp. geb. GPS] werkt mogelijk niet correct, afhankelijk van de locatie. In dat geval
    stelt u deze instelling in op [Uit].

    [113] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    GPS-hulpgeg. contr. (DSC-HX400V)
    De tijdsduur die de GPS nodig heeft om de locatie-informatie te verkrijgen kan worden verkort
    door de GPS-hulpgegevens te gebruiken. Om de GPS-hulpgegevens automatisch bij te
    werken, sluit u dit apparaat met behulp van een USB-kabel aan op een computer. (De
    bijgeleverde software PlayMemories Home moet van tevoren zijn geïnstalleerd op de
    computer.)

    De vervaldatum van de GPS-hulpgegevens controleren
    1. MENU →

    (Instellingen) → [GPS-instellingen] → [GPS-hulpgeg. contr.].

    Opmerking

    De computer moet zijn verbonden met het internet om de GPS-hulpgegevens te kunnen
    bijwerken.
    Als de geldigheidstermijn van de GPS-hulpgegevens is verstreken, kunnen deze niet worden
    gebruikt om de tijdsduur voor het opnemen van de locatie-informatie te verkorten. Wij
    adviseren u de GPS-hulpgegevens regelmatig bij te werken. De vervaldatum van de GPShulpgegevens is ongeveer binnen 30 dagen.
    Als [Datum/tijd instellen] niet is ingesteld, of de ingestelde tijd sterk verschilt van de
    werkelijke tijd, kan de tijdsduur die de GPS nodig heeft om de locatie-informatie te verkrijgen
    niet worden verkort.
    Om uiteenlopende redenen kan Sony de levering van GPS-hulpgegevens stopzetten.

    De GPS-hulpgegevens bijwerken door de geheugenkaart in uw
    computer te steken



  • Page 107

    Start PlayMemories Home en geef het hoofdscherm weer, en open daarna [GPS Support Tool].
    Selecteer het station van de geheugenkaart en werk de GPS-hulpgegevens bij. Stel daarna de
    bijgewerkte geheugenkaart in dit apparaat.

    [114] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    GPS log OPNAME (DSC-HX400V)
    U kunt het starten/stoppen van het opnemen van het GPS-log instellen. Het apparaat blijft de
    route opnemen, zelfs als het is uitgeschakeld. Om de route te controleren is een computer met
    een internetverbinding en de software PlayMemories Home vereist.
    1. MENU →
    instelling.

    (Instellingen) → [GPS-instellingen] → [GPS log OPNAME] → gewenste

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Start het opnemen van het GPS-log.
    Uit (standaardinstelling):
    Stopt het opnemen van het GPS-log.
    Opmerking

    Als de geheugenkaart niet is geplaatst of als er geen vrije ruimte beschikbaar is op de
    geheugenkaart, kan het apparaat de GPS-hulpgegevens niet opslaan.
    Maximaal 24 uur aan GPS-hulpgegevens kan tegelijkertijd worden opgenomen. Wanneer de
    opnametijdsduur van de GPS-hulpgegevens langer wordt dan 24 uur, stopt het opnemen
    automatisch.
    Sony verzamelt de locatie-informatie en de route-informatie niet.
    Sony levert de locatie-informatie en de route-informatie aan Google Inc., zodat deze
    informatie kan worden weergegeven op een kaart op de computer.

    [115] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    GPS loggeg. verwijd. (DSC-HX400V)
    U kunt alle GPS-loggegevens wissen die zijn opgenomen met [GPS log OPNAME].



  • Page 108

    1. MENU →

    (Instellingen) → [GPS-instellingen] → [GPS loggeg. verwijd.].

    [116] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Inst. uploaden(Eye-Fi)
    Selecteer of de uploadfunctie moet worden gebruikt bij gebruik van een Eye-Fi-kaart
    (verkrijgbaar in de winkel). Dit onderdeel wordt afgebeeld wanneer een Eye-Fi-kaart is
    geplaatst in de geheugenkaartgleuf van het apparaat.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Inst. uploaden] → gewenste instelling.

    2. Stel uw Wi-Fi-netwerk of bestemming in op de Eye-Fi-kaart.
    Raadpleeg voor meer informatie de handleiding die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd.
    3. Plaats de Eye-Fi-kaart die u hebt ingesteld in het apparaat en neem stilstaande beelden
    op.
    De beelden worden automatisch via het Wi-Fi-netwerk naar uw computer, enz.,
    verzonden.

    Menu-onderdelen
    Aan (standaardinstelling):
    Schakelt de uploadfunctie in.
    Uit:
    Schakelt de uploadfunctie uit.
    Aanduiding van communicatiestatus op het scherm
    : Standby. Er zijn geen beelden te verzenden.
    : Klaar voor uploaden.
    : Verbinding maken.
    : Bezig met uploaden.
    : Fout.
    Opmerking

    Eye-Fi-kaarten worden alleen verkocht in bepaalde landen/gebieden.
    Neem voor meer informatie over Eye-Fi-kaarten rechtstreeks contact op met de fabrikant of
    leverancier.
    Eye-Fi-kaarten kunnen alleen worden gebruikt in landen/gebieden waar ze zijn aangeschaft.
    Gebruik Eye-Fi-kaarten in overeenstemming met de wet van de landen/gebieden waar u de
    kaart hebt aangeschaft.
    Eye-Fi-kaarten zijn uitgerust met een draadloze-LAN-functie. Plaats een Eye-Fi-kaart niet in



  • Page 109

    het apparaat in een vliegtuig. Als een Eye-Fi-kaart in het apparaat is geplaatst, stelt u [Inst.
    uploaden] in op [Uit]. Als de uploadfunctie is ingesteld op [Uit], wordt het pictogram
    afgebeeld op het apparaat.
    De stroombesparingsstand werkt niet tijdens het uploaden.
    Als
    (fout) wordt afgebeeld, haalt u de geheugenkaart eruit en plaatst u deze terug erin,
    of schakelt u het apparaat uit en daarna weer in. Als de indicator opnieuw wordt afgebeeld,
    kan de Eye-Fi-kaart beschadigd zijn.
    De draadloze-LAN-communicatie kan worden beïnvloed door andere
    communicatieapparaten. Als de communicatiestatus slecht is, gaat u dichter naar het
    accesspoint toe waarmee u verbinding wilt maken.
    Derden kunnen achterhalen waar u het beeld hebt opgenomen als u het beeld tezamen met
    de GPS-informatie uploadt. Dit komt doordat [GPS aan/uit] is ingesteld op [Aan]. Stel [GPS
    aan/uit] in op [Uit] voordat u opneemt.
    Dit apparaat biedt geen ondersteuning voor de "Endless Memory Mode" van Eye-Fi.
    Alvorens een Eye-Fi-kaart te gebruiken, zorgt u ervoor dat "Endless Memory Mode" is
    uitgeschakeld.

    [117] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Tegelmenu
    Selecteert of het beginscherm van het menu altijd moet worden weergegeven wanneer u op de
    MENU-knop drukt.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Tegelmenu] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Geeft altijd het eerste scherm van het menu weer (tegelmenu).
    Uit (standaardinstelling):
    Schakelt het tegelmenu uit.

    [118] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Modusdraaiknopsch.
    U kunt de beschrijving van een opnamefunctie afbeelden wanneer u de functiekeuzeknop draait



  • Page 110

    en de beschikbare instellingen voor die opnamefunctie verandert.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Modusdraaiknopsch.] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan:
    Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop af.
    Uit (standaardinstelling):
    Beeldt de gids voor de functiekeuzeknop niet af.

    [119] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Weergavekwaliteit
    U kunt de weergavekwaliteit veranderen.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Weergavekwaliteit] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Hoog:
    Geeft weer in hoge kwaliteit.
    Standaard:
    Geeft weer in standaardkwaliteit.
    Opmerking

    Wanneer [Hoog] is ingesteld, is het acculadingverbruik hoger dan wanneer [Standaard] is
    ingesteld.

    [120] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Begintijd energ.besp
    U kunt het tijdstip instellen waarop het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Begintijd energ.besp] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen



  • Page 111

    30 min./5 min./2 minuten (standaardinstelling)/1 min.
    Opmerking

    De automatische uitschakelfunctie wordt niet geactiveerd tijdens het weergeven van een
    diavoorstelling of het opnemen van bewegende beelden, of indien aangesloten op een
    computer.

    [121] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    PAL/NTSC schakel.
    Geeft bewegende beelden die zijn opgenomen met het apparaat weer op een televisie volgens
    het PAL- of NTSC-systeem.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [PAL/NTSC schakel.] → [Enter]

    Opmerking

    Deze functie is alleen aanwezig op apparaten die compatibel zijn met 1080 50i. Het wordt
    niet geleverd met apparaten die compatibel zijn met 1080 60i. Op apparaten die compatibel
    zijn met 1080 50i staat de "50i"-markering op de onderkant.
    Als u een geheugenkaart plaatst die eerder is geformatteerd volgens het PAL-systeem,
    wordt een mededeling afgebeeld die u vraagt de kaart opnieuw te formatteren. Wanneer u
    opneemt volgens het NTSC-systeem, formatteert u de geheugenkaart opnieuw of gebruikt u
    een andere geheugenkaart.
    Wanneer de NTSC-functie is geselecteerd, wordt altijd de mededeling "Uitgevoerd in NTSC."
    afgebeeld op het beginscherm elke keer wanneer u het apparaat inschakelt.

    [122] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Demomodus
    De functie [Demomodus] geeft de bewegende beelden die op de geheugenkaart zijn
    opgenomen automatisch weer (demonstratie) wanneer de camera gedurende een bepaalde
    tijdsduur niet is bediend.
    Selecteer normaal [Uit].
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Demomodus] → gewenste instelling.



  • Page 112

    Menu-onderdelen
    Aan:
    De demonstratie van weergave van bewegende beelden start automatisch als het apparaat
    gedurende ongeveer één minuut niet wordt bediend. Alleen beveiligde bewegende beelden in
    het AVCHD-formaat worden weergegeven.
    Stel de weergavefunctie in op [AVCHDweergave] en beveilig het bestand met bewegende
    beelden dat de oudste opgenomen datum en tijd heeft.
    Uit (standaardinstelling):
    Geeft de demonstratie niet weer.
    Opmerking

    U kunt dit onderdeel alleen instellen wanneer het apparaat wordt gevoed door middel van de
    netspanningsadapter AC-UD10/AC-UD11 (los verkrijgbaar).
    Zelfs wanneer [Aan] is ingesteld, start het apparaat de demonstratie niet als er geen bestand
    met bewegende beelden op de geheugenkaart staat.
    Wanneer [Aan] is geselecteerd, schakelt het apparaat niet over naar de
    stroombesparingsstand.

    [123] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    HDMI-resolutie
    Als u het apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aansluit op een HDtelevisie (high-definitiontelevisie) voorzien van HDMI-aansluitingen, kunt u de HDMI-resolutie
    selecteren voor het uitvoeren van beelden naar de televisie.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [HDMI-resolutie] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Automatisch (standaardinstelling):
    Het apparaat herkent een HD-televisie (high-definitiontelevisie) automatisch en stelt de
    uitgangsresolutie in.
    1080p:
    Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080p).
    1080i:
    Voert signalen uit in HD-beeldkwaliteit (1080i).
    Opmerking

    Als de beelden niet goed worden weergeven met de instelling [Automatisch] , selecteert u



  • Page 113

    [1080i] of [1080p] , afhankelijk van de televisie die moet worden aangesloten.

    [124] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    CTRL.VOOR HDMI
    Wanneer dit apparaat met behulp van een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) wordt aangesloten op
    een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie, kunt u dit apparaat bedienen door de
    afstandsbediening van de televisie te richten op de televisie.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [CTRL.VOOR HDMI] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Aan (standaardinstelling):
    U kunt dit apparaat bedienen met de afstandsbediening van de televisie.
    Uit:
    U kunt dit apparaat niet bedienen met de afstandsbediening van de televisie.
    Opmerking

    [CTRL.VOOR HDMI] is alleen beschikbaar met een "BRAVIA" Sync-compatibele televisie.

    [125] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    USB-verbinding
    Selecteert de toepasselijke USB-verbindingsprocedure voor elke computer en elk USBapparaat die zijn aangesloten op dit apparaat.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [USB-verbinding] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Automatisch (standaardinstelling):
    Brengt automatisch een massaopslagverbinding of MTP-verbinding tot stand, afhankelijk van
    de computer of andere USB-apparaten die moeten worden aangesloten. Windows 7- of
    Windows 8-computers worden verbonden met MTP, en de unieke functies ervan worden
    ingeschakeld voor gebruik.
    Massaopslag:



  • Page 114

    Brengt een massaopslagverbinding tot stand tussen dit apparaat, een computer en andere
    USB-apparaten.
    MTP:
    Brengt een MTP-verbinding tot stand tussen dit apparaat, een computer en andere USBapparaten. Windows 7- of Windows 8-computers worden verbonden met MTP, en de unieke
    functies ervan worden ingeschakeld voor gebruik. Als een computer een ander
    besturingssysteem gebruikt (Windows Vista of Mac OS X), wordt de wizard AutoPlay afgebeeld
    en worden de stilstaande beelden in de opnamemap op dit apparaat geïmporteerd in de
    computer.
    Opmerking

    Als Device Stage* niet wordt afgebeeld met Windows 7 of Windows 8, stelt u [USBverbinding] in op [Automatisch].
    * Device Stage is een menuscherm dat wordt gebruikt om de verbonden apparaten, zoals een
    camera, te beheren (functie van Windows 7 of Windows 8).

    [126] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    USB LUN-instelling
    Verbetert de compatibiliteit door de USB-verbindingsfuncties te beperken.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [USB LUN-instelling] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Multi (standaardinstelling):
    Normaal gebruikt u [Multi].
    Enkel:
    Stel [USB LUN-instelling] alleen in op [Enkel] als u geen verbinding tot stand kunt brengen.

    [127] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    USB-voeding
    Stelt in of voeding moet worden geleverd via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is
    aangesloten op een computer of een USB-apparaat.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [USB-voeding] → gewenste instelling.



  • Page 115

    Menu-onderdelen
    Aan (standaardinstelling):
    Het apparaat wordt gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten op
    een computer, enz.
    Uit:
    Het apparaat wordt niet gevoed via de micro-USB-kabel wanneer het apparaat is aangesloten
    op een computer, enz.

    [128] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Taal 
    Selecteert de taal voor de menu-items, waarschuwingen en mededelingen.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [

    [129] Hoe te gebruiken

    Taal] → gewenste taal.

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Datum/tijd instellen
    Stelt de datum en tijd opnieuw in.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Datum/tijd instellen] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Zomertijd:
    Selecteert de zomertijd [Aan]/[Uit].
    Datum/Tijd:
    Stelt de datum en tijd in.
    Datumindeling:
    Selecteert het weergaveformaat van datum en tijd.

    [130] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup



  • Page 116

    Tijdzone instellen
    Stelt het gebied in waar u het apparaat gebruikt.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Tijdzone instellen] → gewenste gebied.

    [131] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Formatteren
    Formatteert (initialiseert) de geheugenkaart. Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart
    gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u de kaart met behulp van het apparaat te formatteren
    voor stabiele prestaties van de geheugenkaart. Formatteren wist alle gegevens op de
    geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla waardevolle gegevens op een computer of
    soortgelijk apparaat op.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Formatteren].

    Opmerking

    Permanent formatteren wist alle gegevens, ook de beveiligde beelden.

    [132] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Bestandsnummer
    Selecteert hoe bestandsnummers worden toegewezen aan de opgenomen beelden.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Bestandsnummer] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Serie (standaardinstelling):
    Zelfs als u de opnamebestemmingsmap verandert of de geheugenkaart verwisselt, blijft het
    apparaat opeenvolgende nummers toekennen aan bestanden.
    (Als op de nieuwe geheugenkaart een hoger bestandsnummer aanwezig is dan het laatste



  • Page 117

    beeldbestand, wordt een nummer toegewezen dat één hoger is dan het hoogste nummer.)
    Terugstellen:
    Het apparaat stelt de nummers terug op nul nadat een bestand is opgenomen in een nieuwe
    map en wijst aan bestanden een nummer toe beginnend vanaf "0001".
    (Wanneer in de opnamemap een bestand zit, wordt aan een nieuwe opname een
    bestandsnummer toegewezen dat één hoger is dan het hoogste nummer.)

    [133] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    OPN.-map kiezen
    U kunt de opnamemap veranderen waarin de opgenomen beelden worden opgeslagen.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [OPN.-map kiezen] → gewenste map.

    Opmerking

    U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert.

    [134] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Nieuwe map
    Maakt een nieuwe map aan op de geheugenkaart. Een nieuwe map wordt aangemaakt met een
    mapnummer dat één hoger is dan het hoogste mapnummer dat aanwezig is. De opgenomen
    beelden worden opgeslagen in de nieuw aangemaakte map. Een map voor stilstaande beelden
    en een map voor bewegende beelden in het MP4-formaat met hetzelfde mapnummer worden
    tegelijkertijd aangemaakt.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Nieuwe map].

    Opmerking

    Wanneer u een geheugenkaart in dit apparaat plaatst die in andere apparatuur is gebruikt,
    en u beelden opneemt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt.
    Maximaal 4.000 beelden kunnen in één map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van
    de map is opgebruikt, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map aangemaakt.



  • Page 118

    [135] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Mapnaam
    Stilstaande beelden die u opneemt, worden opgeslagen in een map die automatisch wordt
    aangemaakt in de DCIM-map op de geheugenkaart. U kunt de manier waarop mapnamen
    worden toegewezen wijzigen.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Mapnaam] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Standaardform. (standaardinstelling):
    De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + MSDCF.
    Voorbeeld: 100MSDCF
    Datumformaat:
    De vorm van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J (laatste cijfer)/MM/DD.
    Voorbeeld: 10040405 (mapnummer: 100, datum: 04/05/2014)
    Opmerking

    De naam van de map voor bewegende beelden in het MP4-formaat ligt vast als
    "mapnummer + ANV01".

    [136] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Beeld-DB herstellen
    Als beeldbestanden werden verwerkt op een computer, kunnen zich problemen voordoen in het
    beelddatabasebestand. In dergelijke gevallen zullen de beelden op de geheugenkaart niet
    worden weergegeven op dit apparaat. Als deze problemen zich voordoen, repareert u het
    bestand met behulp van [Beeld-DB herstellen].
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Beeld-DB herstellen] → [Enter].

    Opmerking

    Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als de acculading te veel afneemt tijdens het
    repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken.



  • Page 119

    [137] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Media-info weergev.
    Geeft de opnameduur van bewegende beelden en het aantal stilstaande beelden weer dat kan
    worden opgenomen op de geplaatste geheugenkaart.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Media-info weergev.].

    [138] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Versie
    Geeft de versie weer van de software van dit apparaat.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Versie].

    [139] Hoe te gebruiken

    Instellingen veranderen

    Menu Setup

    Instelling herstellen
    Stelt het apparaat terug op de standaardinstellingen. Zelfs als u [Instelling herstellen] uitvoert,
    blijven de opgenomen beelden behouden.
    1. MENU →

    (Instellingen) → [Instelling herstellen] → gewenste instelling.

    Menu-onderdelen
    Camera-instell. terugstell.:
    Stelt de belangrijkste opname-instellingen terug op de standaardinstellingen.
    Initialiseren:
    Stelt alle instellingen terug op de standaardinstellingen.
    Opmerking

    Zorg ervoor dat u de accu niet uitwerpt tijdens het terugstellen.



  • Page 120

    Wanneer u [Initialiseren] uitvoert, kunnen gedownloade applicaties in het apparaat worden
    verwijderd. Om deze applicaties weer te kunnen gebruiken, moet u ze opnieuw installeren.

    [140] Hoe te gebruiken
    smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Dit apparaat aansluiten op een

    PlayMemories Mobile
    Om [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph verznd], enz. te kunnen gebruiken,
    moet de applicatie PlayMemories Mobile zijn geïnstalleerd op uw smartphone.
    Download en installeer de applicatie PlayMemories Mobile vanuit de app-store voor uw
    smartphone. Als PlayMemories Mobile reeds is geïnstalleerd op uw smartphone, moet u deze
    updaten naar de nieuwste versie.
    Voor meer informatie over PlayMemories Mobile, raadpleegt u de ondersteuningspagina
    (http://www.sony.net/pmm/).

    [141] Hoe te gebruiken
    smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Dit apparaat aansluiten op een

    Een Android-smartphone verbinden met dit apparaat
    1. Open PlayMemories Mobile op uw smartphone.
    2. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx).

    3. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat.



  • Page 121

    De smartphone is verbonden met het apparaat.

    [142] Hoe te gebruiken
    smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Dit apparaat aansluiten op een

    Het apparaat aansluiten op een iPhone of iPad
    1. Selecteer de modelnaam van dit apparaat (DIRECT-xxxx: xxxx) op het Wi-Fi-instelscherm
    van uw iPhone of iPad.

    2. Voer het wachtwoord in dat wordt afgebeeld op dit apparaat.



  • Page 122

    De iPhone of iPad is verbonden met het apparaat.
    3. Controleer of uw iPhone of iPad werd verbonden met de "SSID" die wordt afgebeeld op dit
    apparaat.

    4. Ga terug naar het uitgangsscherm en open PlayMemories Mobile.

    [143] Hoe te gebruiken
    smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Dit apparaat aansluiten op een

    Een applicatie oproepen met [One-touch (NFC)]
    U kunt een gewenste applicatie in het applicatiemenu van dit apparaat oproepen door een
    NFC-compatibele Android-smartphone aan te raken met het apparaat. Als de applicatie die u
    oproept een eigenschap heeft die werkt met de smartphone, worden het apparaat en de
    smartphone via Wi-Fi met elkaar verbonden. Om deze functie te gebruiken moet de gewenste
    applicatie van tevoren worden geregistreerd.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [One-touch (NFC)] → gewenste applicatie.

    2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie en raak daarna een NFC-compatibele Androidsmartphone aan bij
    (N-markering) op het apparaat gedurende 1 tot 2 seconden.
    PlayMemories Mobile wordt geopend op de smartphone en de applicatie die u hebt



  • Page 123

    geregistreerd wordt geopend op dit apparaat.

    Opmerking

    Wanneer het apparaat in de weergavefunctie staat, wordt de geregistreerde applicatie niet
    geopend, ook niet wanneer u de smartphone aanraakt met het apparaat.
    Wanneer u een applicatie oproept met aanraakbediening, wordt PlayMemories Mobile
    geopend op de smartphone, zelfs als die applicatie niet werkt met een smartphone. Verlaat
    PlayMemories Mobile zonder een bediening uit te voeren. Als u PlayMemories Mobile niet
    afsluit, blijft de smartphone in de verbinding-standby-status staan.

    [144] Hoe te gebruiken
    van een smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Dit apparaat bedienen met behulp

    Intellig. afstandsbedien. ingeslot.
    U kunt een smartphone als afstandsbediening voor dit apparaat gebruiken en stilstaande
    beelden opnemen. Stilstaande beelden die zijn opgenomen met de afstandsbediening worden
    vanaf dit apparaat naar de smartphone gezonden. De applicatie PlayMemories Mobile moet zijn
    geïnstalleerd op uw smartphone.
    1. MENU →

    (Applicatie) → [Applicatielijst] → [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.].

    2. Wanneer het apparaat klaar is voor de verbinding, wordt op het apparaat een
    informatiescherm afgebeeld. Sluit met behulp van die informatie de smartphone en het
    apparaat aan.
    De verbindingsprocedure verschilt van smartphone tot smartphone.

    3. Controleer de beeldcompositie op het scherm van de smartphone, en druk daarna op de
    ontspanknop (A) op de smartphone om het beeld op te nemen.
    Gebruik knop (B) om instellingen, zoals [EV], [Zelfontsp.] en [Herzien controle] te
    veranderen.



  • Page 124

    Opmerking

    Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] met een
    apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen
    dat toestemming heeft om verbinding te maken met dit apparaat, stelt u de
    verbindingsinformatie terug door deze stappen te volgen. MENU →
    (Draadloos) →
    [SSID/WW terugst.]. Nadat de verbindingsinformatie is teruggesteld, moet u de smartphone
    opnieuw registreren.
    Afhankelijk van toekomstige versies zijn de bedieningsprocedures en schermweergaven
    onderhevig aan wijzigingen zonder kennisgeving.

    [145] Hoe te gebruiken
    van een smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Dit apparaat bedienen met behulp

    One-touch connection met een NFC-compatibele Androidsmartphone (NFC One-touch remote)
    U kunt dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone verbinden met one-touch,
    zonder een ingewikkelde installatieprocedure te hoeven doorlopen.
    1. Activeer de NFC-functie van de smartphone.
    2. Zet dit apparaat in de opnamefunctie.
    De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer
    het scherm.
    3. Raak met het apparaat de smartphone aan.

    (N-markering) wordt afgebeeld op



  • Page 125

    De smartphone en het apparaat zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt geopend
    op de smartphone.
    Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat
    PlayMemories Mobile wordt geopend.

    Over "NFC"
    NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse
    apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de
    datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken.
    NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie
    over een korte afstand.
    Opmerking

    Als u geen verbinding kunt maken, gaat u als volgt te werk:
    Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar
    (N-markering) op het apparaat.
    Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit.
    Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit.
    Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone.

    Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u dit apparaat en de smartphone niet met
    elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].
    Als dit apparaat en de smartphone met elkaar worden verbonden terwijl het apparaat in de
    weergavefunctie staat, wordt het weergegeven beeld naar de smartphone gezonden.

    [146] Hoe te gebruiken
    smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Beelden kopiëren naar een

    Naar smartph verznd
    U kunt stilstaande beelden overbrengen naar een smartphone en deze bekijken. De applicatie



  • Page 126

    PlayMemories Mobile moet zijn geïnstalleerd op uw smartphone.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [Naar smartph verznd] → gewenste instelling.

    Als u in de weergavefunctie op de knop
    (Naar smartph verznd) drukt, wordt het
    instelscherm van [Naar smartph verznd] afgebeeld.
    2. Wanneer het apparaat klaar is voor het kopiëren, wordt op het apparaat een
    informatiescherm afgebeeld. Sluit met behulp van die informatie de smartphone en het
    apparaat aan.
    De instelmethode voor het verbinden van de smartphone en het apparaat varieert
    afhankelijk van de smartphone.

    Menu-onderdelen
    Op dit apparaat selecter.:
    Selecteert een beeld op het apparaat dat moet worden overgebracht naar de smartphone.
    (1) Selecteer uit [Dit beeld], [Alle stilst bldn op datum]/[Alle film(MP4) op datum], [Alle beelden
    deze datum] en [Meerdere beelden].
    (2) Als u [Meerdere beelden] selecteert, selecteert u de gewenste beelden met
    op de
    bedieningsknop, en drukt u vervolgens op MENU → [Enter].
    Op smartphone selecter.:
    Geeft alle beelden die op de geheugenkaart van het apparaat zijn opgenomen weer op de
    smartphone.
    Opmerking

    U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit
    [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA].
    Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen.
    Voor Android-smartphone
    Start PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Instellingen] → [Beeldformaat
    kopiëren].
    Voor iPhone/iPad
    Selecteer in het instelmenu PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Beeldformaat
    kopiëren].

    Sommige beelden kunnen mogelijk niet worden weergegeven op een smartphone,
    afhankelijk van het opnameformaat.
    U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden.



  • Page 127

    Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Naar smartph verznd] met een apparaat
    dat toestemming heeft om verbinding te maken. Als u het apparaat wilt veranderen dat
    toestemming heeft om verbinding te maken met dit apparaat, stelt u de verbindingsinformatie
    terug door deze stappen te volgen. MENU → [Draadloos] → [SSID/WW terugst.]. Nadat de
    verbindingsinformatie is teruggesteld, moet u de smartphone opnieuw registreren.
    Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u dit apparaat en de smartphone niet met
    elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].

    [147] Hoe te gebruiken
    smartphone

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Beelden kopiëren naar een

    Beelden zenden naar een Android-smartphone (NFC Onetouch sharing)
    Door slechts aan te raken kunt u dit apparaat en een NFC-compatibele Android-smartphone
    met elkaar verbinden en het beeld dat op het scherm van het apparaat wordt weergegeven
    rechtstreeks naar de smartphone zenden.
    1. Activeer de NFC-functie van de smartphone.
    2. Een enkel beeld weergeven op het apparaat.
    3. Raak met de smartphone het apparaat aan.

    Het apparaat en de smartphone zijn verbonden en PlayMemories Mobile wordt
    automatisch geopend op de smartphone, waarna het weergegeven beeld naar de
    smartphone wordt gezonden.
    Voordat u de smartphone aanraakt, annuleert u de slaapfunctie en schermvergrendeling
    van de smartphone.
    De NFC-functie is alleen beschikbaar wanneer
    apparaat.

    (N-markering) is afgebeeld op het



  • Page 128

    Raak met de smartphone het apparaat aan gedurende 1 tot 2 seconden totdat
    PlayMemories Mobile wordt geopend.
    Om twee of meer beelden over te brengen, selecteert u MENU →
    (Draadloos) →
    [Naar smartph verznd] om de beelden te selecteren. Nadat het scherm wordt
    weergegeven waarop de verbinding wordt bevestigd, gebruikt u NFC om het apparaat
    en de smartphone met elkaar te verbinden.

    Over "NFC"
    NFC is een technologie die draadloze communicatie over een korte afstand tussen diverse
    apparaten mogelijk maakt, zoals mobiele telefoons, IC-tags, enz. NFC vereenvoudigt de
    datacommunicatie door slechts het aangewezen aanraakpunt aan te raken.
    NFC (Near Field Communication) is een internationale norm voor draadloze communicatie
    over een korte afstand.
    Opmerking

    U kunt het beeldformaat dat naar de smartphone moet worden gezonden selecteren uit
    [Oorspronkelijk], [2M] en [VGA].
    Om het beeldformaat te veranderen, raadpleegt u de volgende stappen.
    Voor Android-smartphone
    Start PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Instellingen] → [Beeldformaat
    kopiëren].
    Voor iPhone/iPad
    Selecteer in het instelmenu PlayMemories Mobile en verander het beeldformaat met [Beeldformaat
    kopiëren].

    Als de beeldindex wordt weergegeven op het apparaat, kunt u geen beelden overbrengen
    met behulp van de NFC-functie.
    Als u geen verbinding kunt maken, doet u het volgende:
    Open PlayMemories Mobile op uw smartphone en beweeg vervolgens de smartphone langzaam naar
    (N-markering) op het apparaat.
    Als de smartphone in een hoesje zit, haalt u hem eruit.
    Als het apparaat in een hoesje zit, haalt u het eruit.
    Bevestig dat de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone.

    Als [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan], kunt u het apparaat en de smartphone niet met
    elkaar verbinden. Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].
    U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden.

    [148] Hoe te gebruiken
    computer

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Naar computer verz.

    Beelden kopiëren naar een



  • Page 129

    U kunt beelden die in het apparaat zijn opgeslagen overbrengen naar een computer die is
    verbonden met een draadloze accesspoint of een draadloos breedbandrouter, en gemakkelijk
    reservekopieën maken met behulp van deze bediening. Alvorens deze bediening te starten,
    installeert u PlayMemories Home op uw computer en registreert u het accesspoint in het
    apparaat.
    1. Start uw computer op.
    2. MENU →

    (Draadloos) → [Naar computer verz.].

    Opmerking

    Afhankelijk van de softwareprogramma-instellingen op de computer, wordt het apparaat
    uitgeschakeld nadat de beelden op de computer zijn opgeslagen.
    U kunt beelden op het apparaat overbrengen naar slechts één computer tegelijk.
    Als u beelden wilt overbrengen naar een andere computer, verbindt u het apparaat door
    middel van een USB-verbinding met de computer, en volgt u de instructies in PlayMemories
    Home.

    [149] Hoe te gebruiken
    televisie

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    Beelden kopiëren naar een

    Op TV bekijken
    U kunt beelden bekijken op een netwerk-compatibele televisie door ze over te brengen vanaf
    het apparaat zonder het apparaat en de televisie te verbinden met een kabel. Voor sommige
    televisies kan het noodzakelijk zijn om bedieningen op de televisie uit te voeren. Raadpleeg de
    bij de televisie geleverde gebruiksaanwijzing voor meer informatie.
    1. MENU →
    verbonden.

    (Draadloos) → [Op TV bekijken] → gewenste apparaat dat moet worden

    2. Als u beelden wilt weergeven door middel van een diavoorstelling, drukt u op
    midden van de bedieningsknop.

    in het



  • Page 130

    Om het volgende/vorige beeld handmatig weer te geven, drukt u op de rechter/linkerknop van de bedieningsknop.
    Om het apparaat dat u wilt verbinden te veranderen, drukt u op de onderknop van de
    bedieningsknop, en selecteert u daarna [Appraatlijst].

    Instellingen voor diavoorstellingen
    U kunt de instellingen van de diavoorstelling veranderen door op de onderknop van de
    bedieningsknop te drukken.
    Keuze afspelen:
    Selecteert de groep beelden die moet worden weergegeven.
    Mapweergav(stilstaand):
    Selecteert uit [Alles] en [Alles in map].
    Datumweergave:
    Selecteert uit [Alles] en [Alles in dat.b.].
    Interval:
    Selecteert uit [Kort] en [Lang].
    Effecten*:
    Selecteert uit [Aan] en [Uit].
    Afspeelbeeldformaat:
    Selecteert uit [HD] en [4K].
    *De instellingen werken alleen op een BRAVIA-televisie die compatibel is met de functies.

    Opmerking

    U kunt deze functie gebruiken op een televisie die DLNA-renderer ondersteunt.
    U kunt beelden bekijken op een Wi-Fi Direct-compatibele televisie of netwerk-compatibele
    televisie (inclusief kabeltelevisie).
    Als u de televisie en dit apparaat op elkaar aansluit en geen Wi-Fi Direct gebruikt, moet u
    eerst uw accesspoint registreren.
    Het weergeven van de beelden op de televisie kan enige tijd duren.
    Bewegende beelden kunnen niet via Wi-Fi op de televisie worden weergegeven. Gebruik
    een HDMI-kabel (los verkrijgbaar).



  • Page 131

    [150] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    Vliegtuig-stand
    Als u aan bord van een vliegtuig, enz., bent, kunt u alle Wi-Fi-functies tijdelijk uitschakelen.
    1. MENU →
    (Draadloos→) [Vliegtuig-stand] → gewenste instelling.
    Als u [Vliegtuig-stand] instelt op [Aan], wordt een vliegtuig-indicator afgebeeld op het
    scherm.

    [151] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    WPS-Push
    Als uw accesspoint een WPS-knop heeft, kunt u het accesspoint eenvoudig in dit apparaat
    registreren door op de WPS-knop te drukken.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [WPS-Push].

    2. Druk op de WPS-knop op het accesspoint dat u wilt registreren.

    Opmerking

    [WPS-Push] werkt alleen als de beveiligingsinstelling van uw accesspoint is ingesteld op
    WPA of WPA2, en uw accesspoint ondersteuning biedt voor de registratiemethode met de
    WPS-knop. Als de beveiligingsinstelling is ingesteld op WEP of uw accesspoint geen
    ondersteuning biedt voor de registratiemethode met de WPS-knop, voert u [Toegangspunt
    instel.] uit.
    Voor informatie over de beschikbare functies en instellingen van uw accesspoint, raadpleegt
    u de gebruiksaanwijzing van het accesspoint, of neemt u contact op met de beheerder van
    het accesspoint.
    Een verbinding komt mogelijk niet tot stand, afhankelijk van de omgevingsomstandigheden,
    zoals het soort bouwmateriaal van de wanden, of de aanwezigheid van een obstakel of een
    slecht draadloos signaal tussen het apparaat en het accesspoint. Als dat gebeurt, verandert
    u de plaats van het apparaat of plaatst u het apparaat dichter bij het accesspoint.



  • Page 132

    [152] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    Toegangspunt instel.
    U kunt uw accesspoint handmatig registreren. Alvorens de procedure te starten, controleert u
    de SSID-naam van het accesspoint, beveiligingssysteem en wachtwoord. Het wachtwoord kan
    in sommige accesspoints vooraf ingesteld zijn. Zie voor meer informatie de gebruiksaanwijzing
    van het accesspoint, of vraag de beheerder van het accesspoint om advies.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [Toegangspunt instel.].

    2. Selecteer het accesspoint dat u wilt registreren.

    Wanneer het gewenste accesspoint wordt afgebeeld op het scherm:
    Selecteer het gewenste accesspoint.
    Wanneer het gewenste accesspoint niet wordt afgebeeld op het scherm:
    Selecteer [Handmatige instelling] en stel het accesspoint in.
    *Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode.

    Als u [Handmatige instelling] selecteert, voert u de SSID-naam van het accesspoint in
    en selecteert u daarna het beveiligingssysteem.
    3. Voer het wachtwoord in en selecteer [OK].

    Voor een accesspoint zonder de

    markering is geen wachtwoord nodig.

    4. Selecteer [OK].

    Hoe het toetsenbord wordt gebruikt



  • Page 133

    Wanneer het handmatig invoeren van tekens is vereist, wordt een toetsenbord afgebeeld op het
    scherm.

    1. Invoervak De tekens die u invoert worden afgebeeld.
    2. Tekensoort wisselen Elke keer wanneer u op
    in het midden van de
    bedieningsknop drukt, wisselt de tekensoort tussen alfabetische letters, cijfers en
    symbolen.
    3. Toetsenbord Elke keer wanneer u op 
    in het midden drukt, wordt het teken dat u
    invoert afgebeeld.

    Bijvoorbeeld: Als u "abd" wilt invoeren

    4.
    5.
    6.
    7.
    8.

    Selecteer de toets voor "abc" en druk eenmaal op
    zodat een "a" wordt afgebeeld →
    selecteer "
    " ((5) Cursor verplaatsen) en druk op
    → selecteer de toets voor "abc"
    en druk tweemaal op
    zodat een "b" wordt afgebeeld → selecteer de toets voor "def"
    en druk eenmaal op
    zodat "d" wordt afgebeeld.
    Vastleggen Legt de ingevoerde tekens vast.
    Cursor verplaatsen Verplaatst de cursor in het invoervak naar links of rechts.
    Wissen Wist het teken dat links van de cursor staat.
    Maakt van het volgende teken een hoofdletter of kleine letter.
    Voert een spatie in.

    Om de invoer te annuleren, selecteert u [Annuleren].

    Overige instelitems
    Afhankelijk van de status of de instelmethode van uw accesspoint, wilt u mogelijk meer items
    instellen.
    WPS PIN:
    Beeldt de PIN-code af die u moet invoeren in het verbonden apparaat.
    Voorrangsverbind.:
    Selecteer [Aan] of [Uit].
    IP-adres instelling:
    Selecteer [Automatisch] of [Handmatig].
    IP-adres:
    Als u het IP-adres handmatig invoert, voert u het vaste adres in.
    Subnetmasker/Standaardgateway:
    Wanneer u [IP-adres instelling] instelt op [Handmatig], voert u het IP-adres in overeenkomstig
    uw netwerkomgeving.



  • Page 134

    Opmerking

    Om het geregistreerde accesspoint voorrang te geven, stelt u [Voorrangsverbind.] in op
    [Aan].

    [153] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    Naam Appar. Bew.
    U kunt de apparaatnaam veranderen onder Wi-Fi Direct.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [Naam Appar. Bew.].

    2. Selecteer het invoervak en voer de apparaatnaam in → [OK].
    Raadpleeg "Hoe het toetsenbord wordt gebruikt" voor de invoermethode.

    [154] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    MAC-adres weergvn
    Beeldt het MAC-adres af van dit apparaat.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [MAC-adres weergvn].

    [155] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    SSID/WW terugst.
    Dit apparaat deelt de verbindingsinformatie voor [Naar smartph verznd] en [Intellig.
    afstandsbedien. ingeslot.] met een apparaat dat toestemming heeft om verbinding te maken.
    Als u het apparaat wilt veranderen dat toestemming heeft om verbinding te maken, stelt u de
    verbindingsinformatie terug.



  • Page 135

    1. MENU →

    (Draadloos) → [SSID/WW terugst.] → [OK].

    Opmerking

    Na het terugstellen van de verbindingsinformatie, en als u dit apparaat verbindt met de
    smartphone, moet u de smartphone opnieuw registreren.

    [156] Hoe te gebruiken
    veranderen

    De Wi-Fi-functies gebruiken

    De instellingen van Wi-Fi-functies

    Netw.instell. terugst.
    Stelt alle netwerkinstellingen terug op de standaardinstellingen.
    1. MENU →

    (Draadloos) → [Netw.instell. terugst.] → [OK].

    [157] Hoe te gebruiken
    Apps

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    PlayMemories Camera

    PlayMemories Camera Apps
    U kunt de gewenste functies toevoegen aan dit apparaat door via het internet verbinding te
    maken met de website voor het downloaden van applicaties
    (PlayMemories Camera Apps).
    Bijvoorbeeld, de volgende bedieningen zijn mogelijk:
    U kunt diverse effecten gebruiken bij het opnemen van beelden.
    U kunt beelden uploaden naar netwerkservices, rechtstreeks vanaf het apparaat.
    Druk op MENU →
    (Applicatie) → [Inleiding] voor informatie over de service en de landen
    en gebieden waar het beschikbaar is.

    [158] Hoe te gebruiken
    Apps

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    Aanbevolen computeromgeving

    PlayMemories Camera



  • Page 136

    Voor meer informatie over de aanbevolen computeromgeving voor het downloaden van
    applicaties en toevoegen van functies aan het apparaat, gebruikt u de volgende URL:
    "PlayMemories Camera Apps"-website (www.sony.net/pmca)

    [159] Hoe te gebruiken
    installeren

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties

    Een serviceaccount openen
    U kunt een serviceaccount openen dat noodzakelijk is voor het downloaden van applicaties.
    1. Ga naar de website voor het downloaden van applicaties.
    http://www.sony.net/pmca
    2. Volg de instructies op het scherm en open een serviceaccount.
    Volg de instructies op het scherm om de gewenste applicatie te downloaden naar het
    apparaat.

    [160] Hoe te gebruiken
    installeren

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties

    Applicaties downloaden
    U kunt applicaties downloaden met behulp van uw computer.
    1. Maak verbinding met de website voor het downloaden van applicaties.
    http://www.sony.net/pmca
    2. Selecteer de gewenste applicatie en download de applicatie aan de hand van de
    instructies op het scherm naar het apparaat.
    Sluit de computer en het apparaat op elkaar aan met behulp van een micro-USB-kabel
    (bijgeleverd) door de instructies op het scherm te volgen.



  • Page 137

    [161] Hoe te gebruiken
    installeren

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties

    Applicaties rechtstreeks downloaden naar het apparaat
    met behulp van de Wi-Fi-functie
    U kunt met de Wi-Fi-functie applicaties downloaden zonder een computer aan te sluiten.
    1. MENU →
    (Applicatie) → Applicatielijst →
    (PlayMemories Camera Apps), en volg
    daarna de instructies op het scherm om applicaties te downloaden.
    Maak van tevoren een serviceaccount aan.

    Opmerking

    Als de IP-adresinstelling van dit apparaat [Handmatig] is, kunt u geen applicaties
    downloaden. Stel [IP-adres instelling] in op [Automatisch].

    [162] Hoe te gebruiken

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties openen

    De gedownloade applicatie openen
    Open een applicatie die is gedownload vanaf de website voor het downloaden van applicaties
    PlayMemories Camera Apps.
    1. MENU →

    (Applicatie) → Applicatielijst → gewenste applicatie die u wilt openen.

    Hint

    Applicaties sneller openen
    Wijs [Applic. downloaden] en [Applicatielijst] toe aan een eigen toets. U kunt met de eigen toets



  • Page 138

    de applicatie alleen openen of de applicatielijst afbeelden wanneer het opnameinformatiescherm wordt afgebeeld.

    [163] Hoe te gebruiken

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties beheren

    Applicaties verwijderen
    U kunt applicaties verwijderen van dit apparaat.
    1. MENU →
    (Applicatie) → Applicatielijst → [Applicatiebeheer] → [Beheren en
    verwijderen]
    2. Selecteer de applicatie die u wilt verwijderen.
    3. Selecteer

    om de applicatie te verwijderen.

    De verwijderde applicatie kan opnieuw worden geïnstalleerd. Voor meer informatie gaat u
    naar de website voor het downloaden van applicaties.

    [164] Hoe te gebruiken

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties beheren

    De volgorde van de applicaties veranderen
    U kunt de volgorde veranderen waarin toegevoegde applicaties worden afgebeeld op dit
    apparaat.
    1. MENU →

    (Applicatie) → Applicatielijst → [Applicatiebeheer] → [Sorteren].

    2. Selecteer de applicatie waarvan u de volgorde wilt veranderen.
    3. Selecteer de bestemming.

    [165] Hoe te gebruiken

    Applicaties toevoegen aan het apparaat

    De applicaties beheren

    De accountinformatie van PlayMemories Camera Apps



  • Page 139

    bevestigen
    De accountinformatie voor het "Sony Entertainment Network" dat is geregistreerd op het
    apparaat, wordt afgebeeld.
    1. MENU →
    weergevn].

    (Applicatie) → Applicatielijst → [Applicatiebeheer] → [Accountgegevens

    [166] Hoe te gebruiken

    Weergeven op een computer

    Aanbevolen computeromgeving

    Aanbevolen computeromgeving
    U kunt de vereiste computeromgeving voor het softwareprogramma controleren op de volgende
    URL:
    www.sony.net/pcenv/

    [167] Hoe te gebruiken

    Weergeven op een computer

    De software gebruiken

    PlayMemories Home
    Door PlayMemories Home te gebruiken kunt u het volgende doen:
    U kunt beelden die met dit apparaat zijn opgenomen importeren in uw computer.
    U kunt beelden die in de computer zijn geïmporteerd weergeven.
    U kunt uw beelden delen met behulp van PlayMemories Online.
    Onder Windows kunt u tevens het volgende doen:
    U kunt de beelden in de computer op een kalender op opnamedatum rangschikken en
    weergeven.
    U kunt beelden bewerken en corrigeren, bijvoorbeeld door ze bij te snijden of het formaat te
    wijzigen.
    U kunt een Blu-ray Disc, AVCHD-disc of DVD-Videodisc maken met bewegende beelden in
    het AVCHD-formaat die geïmporteerd zijn in een computer.
    U kunt beelden uploaden naar een netwerkservice. (Een internetverbinding is vereist.)
    U kunt stilstaande beelden en bewegende beelden die inclusief locatie-informatie zijn
    opgenomen, importeren in een computer en bekijken op een landkaart.



  • Page 140

    Voor meer informatie raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.

    [168] Hoe te gebruiken

    Weergeven op een computer

    De software gebruiken

    PlayMemories Home installeren

    1. Gebruik de internetbrowser op uw computer, ga naar de volgende URL en installeer
    PlayMemories Home.
    www.sony.net/pm/
    Ga verder met de installatie door de instructies op het scherm te volgen.
    Nadat de installatie voltooid is, start PlayMemories Home op.
    Als PMB (Picture Motion Browser) geleverd bij een apparaat dat werd aangeschaft vóór
    2011 reeds is geïnstalleerd op de computer, wordt PMB overschreven door
    PlayMemories Home. Gebruik PlayMemories Home.
    2. Sluit het apparaat en uw computer op elkaar aan met behulp van de bijgeleverde microUSB-kabel.
    Nieuwe functies kunnen worden toegevoegd aan PlayMemories Home. Zelfs als
    PlayMemories Home reeds is geïnstalleerd op uw computer, sluit u dit apparaat en uw
    computer opnieuw op elkaar aan.

    A: Naar de multi/micro-USB-aansluiting
    B: Naar de USB-aansluiting van de computer
    Opmerking

    Log in als beheerder.
    Het kan noodzakelijk zijn om de computer opnieuw op te starten. Wanneer de
    bevestigingsmelding voor opnieuw opstarten wordt afgebeeld, start u de computer opnieuw
    op aan de hand van de aanwijzingen op het scherm.
    DirectX kan worden geïnstalleerd, afhankelijk van uw computeromgeving.
    Hint



  • Page 141

    Voor meer informatie over PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van
    PlayMemories Home of de ondersteuningspagina van PlayMemories Home
    (http://www.sony.co.jp/pmh-se/) (alleen in het Engels).

    [169] Hoe te gebruiken

    Weergeven op een computer

    De software gebruiken

    Softwareprogramma's voor Mac-computers
    Voor meer informatie over de softwareprogramma’s voor Mac-computers, gaat u naar de
    volgende URL:
    http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/

    Autom. draadloos importeren
    "Autom. draadloos importeren" is vereist als u een Mac-computer gebruikt en met behulp van
    de Wi-Fi-functie beelden wilt importeren in de computer. Download "Autom. draadloos
    importeren" vanaf bovenstaande URL en installeer het op uw Mac-computer. Voor informatie,
    raadpleegt u de Help-functie van "Autom. draadloos importeren".
    Opmerking

    De software die kan worden gebruikt verschilt afhankelijk van het gebied.

    [170] Hoe te gebruiken
    computer

    Weergeven op een computer

    Dit apparaat aansluiten op een

    Het apparaat aansluiten op een computer
    1. Plaats een voldoende opgeladen accu in het apparaat.
    2. Zet het apparaat en de computer aan.
    3. Sluit het apparaat en uw computer aan met behulp van de micro-USB-kabel (A)
    (bijgeleverd).



  • Page 142

    Als u het apparaat met behulp van de micro-USB-kabel aansluit op uw computer terwijl
    [USB-voeding] is ingesteld op [Aan], wordt de voeding geleverd door uw computer.
    (standaardinstelling: [Aan])

    [171] Hoe te gebruiken
    computer

    Weergeven op een computer

    Dit apparaat aansluiten op een

    Beelden importeren in de computer
    Met PlayMemories Home kunt u eenvoudig beelden importeren. Voor informatie over de
    functies van PlayMemories Home, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories Home.

    Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken
    van PlayMemories Home (voor Windows)
    Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld nadat een USB-verbinding tot stand is gebracht tussen
    het apparaat en een computer, klikt u op [Map openen en bestanden weergeven] → [OK] →
    [DCIM] of [MP_ROOT]. Kopieer daarna de gewenste beelden naar de computer.
    Als Device Stage wordt afgebeeld op een Windows 7- of Windows 8-computer, dubbelklikt u
    op [Door bestanden bladeren] → medium-pictogram → map waarin de beelden die u wilt
    importeren zijn opgeslagen..

    Beelden importeren in een computer zonder gebruik te maken
    van PlayMemories Home (voor Mac)
    Sluit de camera aan op de Mac-computer. Dubbelklik op het nieuw herkende pictogram op het
    bureaublad → de map waarin het beeld dat u wilt importeren is opgeslagen. Sleep het
    beeldbestand op het pictogram van de vaste schijf en zet het erin neer.
    Opmerking

    Voor bedieningen zoals het importeren van bewegende beelden in het AVCHD-formaat in
    een computer, gebruikt u PlayMemories Home.
    Mappen en bestanden van bewegende beelden in het AVCHD-formaat vanaf de
    aangesloten computer mogen niet worden bewerkt of anderszins gewijzigd. Bestanden van



  • Page 143

    bewegende beelden kunnen beschadigd worden of het kan onmogelijk worden om ze weer
    te geven. U mag de bewegende beelden in het AVCHD-formaat op de geheugenkaart niet
    wissen of kopiëren vanaf de computer. Sony is niet aansprakelijk voor de gevolgen van
    dergelijke bedieningen via de computer.

    [172] Hoe te gebruiken
    computer

    Weergeven op een computer

    Dit apparaat aansluiten op een

    Het apparaat loskoppelen van de computer
    Koppelt de USB-verbinding los tussen dit apparaat en de computer.
    Volg de procedures vanaf stap 1 t/m 2 hieronder voordat u de volgende handelingen uitvoert:
    Loskoppelen van de kabel.
    Eruit halen van de geheugenkaart.
    Uitschakelen van het apparaat.
    1. Klik op de taakbalk op

    en klik daarna op het pictogram

    In Windows Vista, klik op

    (pictogram loskoppelen).

    op de taakbalk.

    2. Klik op de afgebeelde mededeling.

    Opmerking

    Op een Mac-computer, sleep het pictogram van de geheugenkaart of het stationspictogram
    naar het pictogram "Prullenbak" en laat het erin vallen. De verbinding tussen het apparaat en
    de computer wordt verbroken.
    Voor computers met Windows 7 of Windows 8 draait, wordt het verwijderingspictogram
    mogelijk niet afgebeeld. In dat geval kunt u de bovenstaande stappen 1 en 2 overslaan.

    [173] Hoe te gebruiken
    maken

    Weergeven op een computer

    Disctype

    High-definition (HD)-beeldkwaliteit

    Een disc met bewegende beelden



  • Page 144

    Op een Blu-ray Disc kunt u meer bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit
    opnemen dan op een dvd.

    High-definition (HD)-beeldkwaliteit (AVCHD-opnamedisc)
    Bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op een
    dvd-media, zoals een dvd-r, om zo een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit te maken.
    U kunt een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit weergeven op een
    weergaveapparaat voor AVCHD-formaat, zoals een Sony Blu-ray-discspeler en een
    PlayStation®3. U kunt de disc niet weergeven op gewone dvd-spelers.

    Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit
    Bewegende beelden in standard-definition (STD)-beeldkwaliteit die zijn omgezet vanuit
    bewegende beelden in high-definition (HD)-beeldkwaliteit kunnen worden opgenomen op dvdmedia, zoals een dvd-r, om zo een disc van standard-definition (STD)-beeldkwaliteit te maken.
    Hint

    U kunt de volgende typen discs van 12 cm gebruiken met PlayMemories Home. Voor Blu-ray
    Discs, zie "Een Blu-ray Disc maken".
    DVD-R/DVD+R/DVD+R DL: Niet-herschrijfbaar
    DVD-RW/DVD+RW: Herschrijfbaar
    Zorg altijd dat uw "PlayStation 3" de meest recente versie van de systeemsoftware voor
    "PlayStation 3" gebruikt.
    "PlayStation 3" is mogelijk niet verkrijgbaar in sommige landen/gebieden.

    [174] Hoe te gebruiken
    maken

    Weergeven op een computer

    Een disc met bewegende beelden

    Selecteer de methode voor het maken van een disc
    U kunt een disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die zijn opgenomen
    met dit apparaat. Afhankelijk van het type disc, kunnen de apparaten die kunnen worden
    weergegeven verschillen. Selecteer een methode die geschikt is voor uw discspeler.
    Voor informatie over het maken van een disc met behulp van PlayMemories Home, raadpleegt
    u de Help-functie van PlayMemories Home. (Alleen voor Windows)



  • Page 145

    Maakt een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit
    Schrijfbaar bestandsformaat voor bewegende beelden: PS, FX, FH
    Speler: Weergaveapparaten voor Blu-ray-discs (Sony Blu-ray-discspeler, PlayStation®3, enz.)

    Maakt een disc van high-definition (HD)-beeldkwaliteit (AVCHD-opnamedisc)
    Schrijfbaar bestandsformaat voor bewegende beelden: PS*, FX*, FH
    Speler: Weergaveapparaten voor AVCHD-formaat (Sony Blu-ray-discspeler, PlayStation®3,
    enz.)

    Maakt een disc van standard-definition (STD)-beeldkwaliteit
    Schrijfbaar bestandsformaat voor bewegende beelden: PS*, FX*, FH*
    Speler: Gewone dvd-weergaveapparaten (dvd-speler, computer die dvd’s, enz., kan
    weergeven)
    *U

    kunt een disc maken met bewegende beelden die zijn opgenomen in deze formaten met behulp
    van PlayMemories Home door de beeldkwaliteit om te zetten naar een lagere kwaliteit.

    [175] Hoe te gebruiken
    maken

    Weergeven op een computer

    Een disc met bewegende beelden

    Een disc maken met een ander apparaat dan een
    computer
    U kunt ook een disc maken met behulp van een Blu-ray-recorder, enz. Afhankelijk van welk
    apparaat u gebruikt, verschillen de typen discs die u kunt maken.
    Blu-ray-recorder:

    High-definition (HD)-beeldkwaliteit

    Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit
    HDD-recorder, enz.:



  • Page 146

    Standard-definition (STD)-beeldkwaliteit
    Opmerking

    Wanneer u een AVCHD-disc maakt met behulp van PlayMemories Home van bewegende
    beelden opgenomen met [
    Opname-instell.] ingesteld op [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)],
    [60i 24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)], wordt de beeldkwaliteit
    omgezet en is het niet mogelijk een disc te maken in de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Het
    omzetten van de beeldkwalitteit duurt enige tijd. Als u bewegende beelden wilt opnemen met
    de oorspronkelijke beeldkwaliteit, gebruikt u een Blu-ray Disc.
    Om een Blu-ray Disc te maken van bewegende beelden die zijn opgenomen in [60p
    28M(PS)]/[50p 28M(PS)], moet u een apparaat gebruiken dat compatibel is met AVCHDformaat Ver. 2.0. De gemaakte Blu-ray Disc kan alleen worden weergegeven op een
    apparaat dat compatibel is met AVCHD-formaat Ver. 2.0.
    Voor meer informatie over hoe u een disc kunt maken, raadpleegt u de gebruiksaanwijzing
    van het apparaat dat u gebruikt.

    [176] Hoe te gebruiken
    maken

    Weergeven op een computer

    Een disc met bewegende beelden

    Een Blu-ray Disc maken
    U kunt een Blu-ray Disc maken van bewegende beelden in het AVCHD-formaat die in een
    computer zijn geïmporteerd. De computer moet Blu-ray Discs kunnen maken. BD-R-discs (niet
    herschrijfbaar) en BD-RE-discs (wel herschrijfbaar) kunnen worden gebruikt. U kunt geen
    multisessie-opnamen maken. Als u Blu-ray Discs wilt kunnen maken met PlayMemories Home,
    vergeet u niet de speciale invoegtoepassing te installeren. Voor meer informatie, zie de
    volgende URL:
    http://support.d-imaging.sony.co.jp/BDUW/
    Om te kunnen installeren moet uw computer zijn verbonden met het internet. Voor een
    gedetailleerde beschrijving van de bedieningen, raadpleegt u de Help-functie van PlayMemories
    Home.
    Opmerking

    Als u een Blu-ray Disc wilt weergeven die werd gemaakt met behulp van bewegende
    beelden die zijn opgenomen in [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], moet u een apparaat
    gebruiken dat compatibel is met het AVCHD-formaat Ver. 2.0.



  • Page 147

    [177] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Voorzorgsmaatregelen

    Voorzorgsmaatregelen
    Reservekopie maken van geheugenkaarten
    Gegevens kunnen beschadigd raken in de volgende gevallen. Zorg ervoor dat u een
    reservekopie van de gegevens maakt.
    Wanneer de geheugenkaart uit het apparaat wordt verwijderd of het apparaat wordt uitgezet
    tijdens het lezen of wegschrijven van gegevens.
    Wanneer de geheugenkaart wordt gebruikt op plaatsen waar veel statische elektriciteit of
    elektrische ruis is.

    Een beelddatabasebestand aanmaken
    Als u een geheugenkaart in het apparaat plaatst waarop geen beelddatabasebestand staat en
    vervolgens het apparaat inschakelt, maakt het apparaat automatisch een
    beelddatabasebestand aan en gebruikt daarbij een deel van de capaciteit van de
    geheugenkaart. Het proces kan lang duren en u kunt het apparaat niet bedienen totdat het
    proces voltooid is.
    Als een databasebestandsfout optreedt, exporteert u alle beelden naar uw computer met
    behulp van PlayMemories Home en formatteert u daarna de geheugenkaart met behulp van dit
    apparaat.

    Bewaar/gebruik het apparaat niet op de volgende plaatsen
    Op een buitengewone hete, koude of vochtige plaats
    Op plaatsen zoals een in de zon geparkeerde auto, kan de camerabehuizing door de hitte
    vervormen, waardoor een storing kan optreden.
    Opslaan onder rechtstreeks zonlicht of nabij een verwarmingsbron
    De camerabehuizing kan verkleuren of vervormen, waardoor een storing kan optreden.
    Op plaatsen onderhevig aan trillingen
    In de buurt van een sterk magnetisch veld
    Op zanderige of stoffige plaatsen
    Wees voorzichtig dat er geen zand of stof in het apparaat komt. Hierdoor kan in het apparaat
    een storing optreden, en in sommige gevallen kan deze storing niet worden gerepareerd.

    Bedrijfstemperatuur
    Uw apparaat is ontworpen voor gebruik bij temperaturen tussen 0 °C en 40 °C. Gebruik bij
    extreem lage of hoge temperaturen buiten dit bereik, wordt niet aanbevolen.

    Condensvorming
    Als het apparaat rechtstreeks vanuit een koude naar een warme omgeving wordt



  • Page 148

    overgebracht, kan vocht condenseren binnenin of op de buitenkant van het apparaat. Deze
    vochtcondensatie kan een storing in het apparaat veroorzaken.
    Als vocht condenseert, schakelt u het apparaat uit en wacht u ongeveer een uur om het
    vocht te laten verdampen. Als u probeert om opnamen te maken terwijl er nog vocht in de
    lens aanwezig is, zullen de opgenomen beelden niet helder zijn.

    Over de functies die beschikbaar zijn met het apparaat
    Deze handleiding beschrijft de functies van de 1080 60i-compatibele apparaten en de 1080 50icompatibele apparaten. Om te controleren of dit apparaat een 1080 60i-compatibel apparaat of
    een 1080 50i-compatibel apparaat is, kijkt u of de volgende merktekens op de onderkant van
    het apparaat staan.
    Apparaat geschikt voor 1080 60i: 60i
    Apparaat geschikt voor 1080 50i: 50i

    Opmerkingen over het gebruik in een vliegtuig
    In een vliegtuig stelt u [Vliegtuig-stand] in op [Aan].

    Compatibiliteit van beeldgegevens
    Het apparaat voldoet aan de universele normen van DCF (Design rule for Camera File system)
    vastgesteld door JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
    Wij kunnen niet garanderen dat beelden die met dit apparaat zijn opgenomen, kunnen
    worden weergegeven op andere apparatuur, of dat beelden die met andere apparatuur zijn
    opgenomen of bewerkt, kunnen worden weergegeven op dit apparaat.

    Opmerkingen over het weergeven van bewegende beelden
    op andere apparaten
    Dit apparaat gebruikt MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het AVCHDformaat. Om deze reden kunnen bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen in
    het AVCHD-formaat, niet worden weergegeven op de volgende apparaten.
    Andere apparaten die compatibel zijn met het AVCHD-formaat en die High Profile niet ondersteunen
    Apparaten die incompatibel zijn met het AVCHD-formaat

    Dit apparaat gebruikt ook MPEG-4 AVC/H.264 High Profile voor het opnemen in het MP4formaat. Om deze reden geeft u bewegende beelden die in het MP4-formaat zijn opgenomen
    met dit apparaat weer op apparaten die MPEG-4 AVC/H.264 ondersteunen.
    Discs opgenomen in HD (high-definition)-beeldkwaliteit kunnen alleen worden weergegeven
    op apparaten die compatibel zijn met het AVCHD-formaat.
    Op dvd’s gebaseerde spelers en recorders kunnen geen discs opgenomen in HD (highdefinition)-beeldkwaliteit weergeven omdat ze niet compatibel zijn met het AVCHD-formaat.
    Bovendien is het mogelijk dat een op dvd’s gebaseerde speler of recorder een disc in HDbeeldkwaliteit die is opgenomen in het AVCHD-formaat niet kan uitwerpen.



  • Page 149

    Over de monitor en lens
    De monitor is vervaardigd met gebruikmaking van uiterst nauwkeurige precisietechnologie
    zodat meer dan 99,99 % van de beeldpunten effectief gebruikt kunnen worden. Het is echter
    mogelijk dat enkele kleine zwarte punten en/of oplichtende punten (wit, rood, blauw of groen)
    permanent op de monitor zichtbaar zijn. Dit is een normaal gevolg van het productieproces
    en heeft geen enkele invloed op de beelden.
    Als u de monitor of de lens langdurig blootstelt aan direct zonlicht kan een storing optreden.
    Wees voorzichtig wanneer u het apparaat bij een venster of buiten neerzet.
    Oefen geen druk uit op de monitor. De kleuren op de monitor kunnen veranderen waardoor
    zich een storing kan voordoen.
    Op een koude plaats kan het beeld op de monitor na-ijlen. Dit is geen storing.
    Als op de monitor druppels water of een andere vloeistof zitten, veegt u deze eraf met een
    zachte doek. Als de monitor nat blijft, kan het oppervlak van de monitor veranderen of
    verslechteren. Dit kan een storing veroorzaken.
    Als de accu leeg is, kan het apparaat worden uitgeschakeld terwijl de lens nog uitgeschoven
    is. Plaats een opgeladen accu en schakel daarna het apparaat opnieuw in.
    Zorg ervoor dat u niet tegen de lens stoot of er kracht op uitoefent.

    Informatie over de flitser
    Bedek de flitser niet met uw vingers.
    Draag het apparaat niet aan de flitser en oefen er geen buitensporige kracht op uit.
    Als water, stof of zand via de geopende flitser binnendringt, kan een defect optreden.

    Opmerkingen over het weggooien of aan anderen
    overdragen van dit apparaat
    Voordat u dit apparaat weggooit of aan anderen overdraagt, vergeet u niet de volgende
    bedieningen uit te voeren ter bescherming van privégegevens.
    Voer [Instelling herstellen] uit om alle instellingen terug te stellen.

    [178] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Voorzorgsmaatregelen

    Interne oplaadbare batterij
    Deze camera is uitgerust met een ingebouwde, oplaadbare batterij om de datum en tijd en ook
    andere instellingen te bewaren, ongeacht of de camera is ingeschakeld of niet, en of de accu in
    is opgeladen of niet. Deze oplaadbare batterij wordt tijdens het gebruik van het apparaat
    voortdurend opgeladen. Echter, wanneer u het apparaat slechts korte perioden gebruikt, loopt
    de interne, oplaadbare batterij langzaam leeg. Als u het apparaat in het geheel niet gebruikt



  • Page 150

    gedurende ongeveer 1 maand(en), loopt de interne, oplaadbare batterij helemaal leeg. In dat
    geval moet u de oplaadbare batterij opladen voordat u het apparaat gaat gebruiken. Zelfs als u
    de oplaadbare batterij niet oplaadt, kunt u het apparaat toch gebruiken zolang u de datum en
    tijd niet opneemt.

    Oplaadprocedure voor de interne, oplaadbare batterij
    Plaats een opgeladen accu in het apparaat of sluit het apparaat aan op een stopcontact met
    behulp van de netspanningsadapter (bijgeleverd), en laat het apparaat gedurende 24 uur of
    langer uitgeschakeld liggen.

    [179] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Voorzorgsmaatregelen

    Opmerkingen over de accu
    De accu opladen
    Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt.
    De opgeladen accu verliest steeds wat lading, ook als u de accu niet gebruikt. Laad de accu
    elke keer op voordat u het apparaat gebruikt, zodat u geen kans om beelden op te nemen
    onbenut laat.
    U kunt de accu opladen ook als deze niet volledig leeg is. U kunt een gedeeltelijk opgeladen
    accu gebruiken.
    Als het oplaadlampje knippert en het opladen voortijdig stopt, verwijdert u de accu en plaats
    u deze weer terug.
    Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C
    en 30 °C. De accu zal misschien niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit
    bereik.
    Wanneer u dit apparaat verbindt met een laptop die niet is aangesloten op een
    stroomvoorziening, kan de lading van de accu in de laptop afnemen. Laad dit apparaat niet
    langdurig op met behulp van de laptop.
    Terwijl dit apparaat via een USB-kabel is aangesloten op de computer, mag u de computer
    niet inschakelen, herstarten, uit de slaapstand wekken of uitschakelen. Als u dit toch doet,
    kan een storing in dit apparaat worden veroorzaakt. Koppel het apparaat los van de
    computer voordat u de bovenstaande bedieningen uitvoert.
    Wij kunnen niet garanderen dat het opladen correct werkt als u een zelfgebouwde of
    gewijzigde computer gebruikt.

    Oplaadtijd (volledige lading)
    De oplaadtijd met de netspanningsadapter (bijgeleverd) is ongeveer 230 minuten.
    Bovenstaande oplaadtijd geldt voor het opladen van een volledig lege accu bij een temperatuur



  • Page 151

    van 25 °C. Het opladen kan langer duren afhankelijk van gebruikscondities en de
    omstandigheden.

    Effectief gebruik van de accu
    Bij lage temperaturen presteert de accu minder goed. Dus in de kou is de bedrijfstijd van de
    accu korter. U kunt ervoor zorgen dat de accu langer zijn werk doet, door deze in een zak
    van uw kleding dicht op uw lichaam op te warmen en in het apparaat te plaatsen kort voordat
    u opnamen gaat maken. Als u metalen voorwerpen, zoals sleutels, in uw zak hebt zitten, let u
    erop dat deze geen kortsluiting kunnen veroorzaken.
    De accu zal snel leeg raken als u de flitser of zoom vaak gebruikt.
    Wij adviseren u reserveaccu's voor te bereiden en proefopnamen te maken voordat u de
    werkelijke opnamen maakt.
    Laat de accu niet nat worden. De accu is niet bestand tegen water.
    Laat de accu niet liggen op zeer warme plaatsen, zoals in een voertuig of in direct zonlicht.
    Als de aansluitpunten van de accu vuil zijn, kan het onmogelijk zijn om het apparaat in te
    schakelen of wordt de accu mogelijk niet goed opgeladen. In dat geval maakt u de accu
    schoon door het stof er voorzichtig af te vegen met behulp van een zachte doek of een
    wattenstaafje.

    Resterende-acculadingindicator
    De resterende-acculadingindicator wordt afgebeeld op het scherm.

     
    A: Acculading hoog
    B: Accu leeg
    Het duurt ongeveer één minuut om de juiste resterende-acculadingindicator af te beelden.
    De juiste resterende-acculadingindicator wordt mogelijk niet afgebeeld onder bepaalde
    bedrijfs- of omgevingsomstandigheden.
    Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet bedient terwijl het is ingeschakeld,
    wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld (automatische uitschakelfunctie).
    Als de resterende-acculadingindicator niet op het scherm wordt afgebeeld, drukt u op de
    knop DISP (weergave-instelling) om deze af te beelden.

    Zo bewaart u de accu
    Om de werking van de accu te behouden, laadt u de accu minstens eenmaal per jaar op en
    verbruikt daarna u de lading volledig in het apparaat alvorens de accu op te bergen. Bewaar
    de accu op een koele, droge plaats.
    U kunt het vermogen van de accu opgebruiken door het apparaat in de stand voor de
    diavoorstelling te laten staan totdat het apparaat zichzelf uitschakelt.



  • Page 152

    Voorkom dat de contactpunten vuil worden, worden kortgesloten enzovoort en gebruik
    daarom een plastic zakje om contact met metalen materialen te vermijden wanneer u de
    accu bij u draagt of opbergt.

    Over de levensduur van de accu
    De levensduur van de accu is beperkt. Als u dezelfde accu herhaaldelijk gebruikt, of dezelfde
    accu gedurende een lang tijd gebruikt, neemt de accucapaciteit geleidelijk af. Als de
    gebruiksduur van de accu aanzienlijk achteruitgaat, is het waarschijnlijk tijd om de accu te
    vervangen door een nieuwe.
    De levensduur van de accu wordt bepaald door de manier waarop de accu wordt bewaard en
    door de omstandigheden en omgeving waarin elke accu wordt gebruikt.

    [180] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Voorzorgsmaatregelen

    De accu opladen
    De bijgeleverde netspanningsadapter is specifiek voor dit apparaat. Sluit hem niet aan op
    andere elektronische apparaten. Als u dit toch doet, kan een storing worden veroorzaakt.
    Let erop dat u een originele Sony-netspanningsadapter gebruikt.
    Als het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het opladen, haalt u de accu die
    wordt opgeladen uit het apparaat en plaatst u dezelfde accu stevig terug in het apparaat. Als
    het oplaadlampje opnieuw knippert, kan dit duiden op een defecte accu of is een verkeerd
    type accu geplaatst. Controleer of de geplaatste accu van het opgegeven type is.
    Als de accu van het correcte type is, haalt u de accu uit de acculader, vervangt u hem door
    een nieuwe of een andere accu, en controleert u of de nieuw geplaatste accu correct wordt
    opgeladen. Als de nieuw geplaatste accu correct wordt opgeladen, kan de eerder geplaatste
    accu defect zijn.
    Als het oplaadlampje knippert, zelfs wanneer de netspanningsadapter is aangesloten op het
    apparaat en een stopcontact, duidt dit erop dat het opladen tijdelijk is gestopt en in de standbystand staat. Het opladen stopt automatisch en wordt in de standby-stand gezet wanneer
    de temperatuur buiten het bedrijfstemperatuurbereik komt. Nadat de temperatuur weer
    binnen het bedrijfstemperatuurbereik ligt, wordt het opladen voortgezet en gaat het
    oplaadlampje weer aan. Het wordt aanbevolen om de accu op te laden bij een
    omgevingstemperatuur van 10 °C en 30 °C.
    Zelfs wanneer de bijgeleverde netspanningsadapter met het apparaat wordt gebruikt tijdens
    het opnemen of weergeven van beelden, wordt geen voeding geleverd vanuit het
    stopcontact. Als u de netspanningsadapter AC-UD10/AC-UD11 (los verkrijgbaar) gebruikt,
    kunt u beelden opnemen of weergeven terwijl voeding wordt geleverd door het stopcontact.



  • Page 153

    [181] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Voorzorgsmaatregelen

    Geheugenkaart
    Geheugenkaart
    Aanduiding van kaarttypen in de helpgids
    "Memory Stick PRO Duo"
    ("Memory Stick XC-HG Duo"/"Memory Stick PRO Duo"/"Memory Stick PRO-HG Duo")
    "Memory Stick Micro"
    ("Memory Stick Micro" (M2)/"Memory Stick Micro" (Mark2))
    SD-kaart
    (SD-geheugenkaart/SDHC-geheugenkaart/SDXC-geheugenkaart)
    microSD-geheugenkaart
    (microSD-geheugenkaart/microSDHC-geheugenkaart/microSDXC-geheugenkaart)
    "Memory Stick PRO Duo", "Memory Stick XC-HG Duo" en SD-kaarten tot 64 GB zijn getest
    en goedgekeurd voor gebruik in dit apparaat.
    "Memory Stick Micro" tot 16 GB en microSD-geheugenkaarten tot 64 GB zijn getest en
    goedgekeurd voor gebruik in dit apparaat.
    Voor het opnemen van bewegende beelden adviseren wij u de volgende geheugenkaarten te
    gebruiken:
    (Mark2) ("Memory Stick PRO Duo" (Mark2))
    ("Memory Stick XC-HG Duo" (Mark2))
    ("Memory Stick PRO-HG Duo")
    (Mark2) ("Memory Stick Micro" (Mark2))
    SD-kaart van klasse 4 of sneller, microSD-geheugenkaart van klasse 4 of sneller
    Opmerking

    Wanneer u voor de eerste keer een geheugenkaart gebruikt in dit apparaat, adviseren wij u
    alvorens op te nemen de kaart met behulp van het apparaat te formatteren voor stabiele
    prestaties van de geheugenkaart.
    Formatteren wist alle gegevens op de geheugenkaart permanent en is onherstelbaar. Sla
    kostbare gegevens op een computer of dergelijk apparaat op.
    Als u gedurende een lange tijd herhaaldelijk beelden opneemt en wist, kunnen de gegevens
    in een bestand op de geheugenkaart gefragmenteerd raken, en kan het opnemen van
    bewegende beelden tussentijds worden onderbroken. Als dat gebeurt, slaat u de beelden op
    een computer of ander opslagapparaat op, en voert u daarna [Formatteren] uit.
    De juiste werking van een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, maar in dit
    apparaat wordt gebruikt, kan niet worden gegarandeerd.
    De lees-/schrijfsnelheid van gegevens verschilt afhankelijk van de combinatie van de
    geheugenkaart en de apparatuur die wordt gebruikt.



  • Page 154

    We raden u aan belangrijke gegevens op te slaan op bijvoorbeeld de harde schijf van een
    computer.
    Plak geen etiket op de geheugenkaart zelf en ook niet op de geheugenkaartadapter.
    Raak de contactpunten van de geheugenkaart niet aan met uw hand of met een metalen
    voorwerp.
    Zorg dat u de geheugenkaart nergens tegenaan stoot, niet verbuigt en niet laat vallen.
    Demonteer de geheugenkaart niet en breng er geen wijzigingen in aan.
    Stel de geheugenkaart niet bloot aan water.
    Laat de geheugenkaart niet liggen binnen het bereik van kleine kinderen. Zij zouden deze
    per ongeluk kunnen inslikken.
    De geheugenkaart kan als deze pas lang is gebruikt, heet zijn. Wees voorzichtig als u de
    kaart vastpakt.
    Probeer niet een geheugenkaart te plaatsen die niet in de geheugenkaartgleuf past. Als u dit
    toch doet, zal een storing worden veroorzaakt.
    Gebruik of bewaar de geheugenkaart niet in de volgende omstandigheden:
    Plaatsen met een hoge temperatuur, zoals een auto die in de zon geparkeerd staat
    Plaatsen die zijn blootgesteld aan direct zonlicht
    Op vochtige plaatsen of plaatsen waar zich bijtende stoffen bevinden

    Beelden die zijn opgenomen op een "Memory Stick XC-HG Duo", SDXC-geheugenkaart of
    microSDXC-geheugenkaart kunnen niet worden geïmporteerd of weergegeven op
    computers of AV-apparaten die niet compatibel zijn met exFAT indien aangesloten met
    behulp van een micro-USB-kabel. Controleer of het apparaat compatibel is met exFAT
    voordat u het op het apparaat aansluit. Als u uw apparaat aansluit op een incompatibel
    apparaat, zult u misschien worden gevraagd de kaart te formatteren. Formatteer de kaart
    nooit als reactie op deze melding, omdat alle gegevens op de kaart zullen worden gewist, als
    u dat doet. (exFAT is het bestandssysteem dat wordt gebruikt op "Memory Stick XC-HG
    Duo", SDXC-geheugenkaarten en microSDXC-geheugenkaarten.)

    Opmerkingen over het gebruik van de
    geheugenkaartadapter (los verkrijgbaar)
    Als u een geheugenkaart in een geheugenkaartadapter steekt, controleert u eerst of de
    geheugenkaart in de juiste richting erin wordt gestoken, en steekt u hem er vervolgens
    helemaal in. Als de kaart niet correct wordt geplaatst, kan dat leiden tot een storing.
    Als u een "Memory Stick Micro" of een microSD-geheugenkaart gebruikt met dit apparaat,
    steekt u deze eerst in de speciale geheugenkaartadapter.

    "Memory Stick"
    De typen "Memory Stick" die kunnen worden gebruikt in dit apparaat zijn de volgende. Een
    goede werking kan echter niet worden gegarandeerd voor alle functies van de "Memory Stick".
    "Memory Stick PRO Duo": *1*2*3
    "Memory Stick PRO-HG Duo": *1*2
    "Memory Stick XC-HG Duo": *1*2



  • Page 155

    "Memory Stick Micro (M2)": *1
    "Memory Stick Micro (Mark2)": *1
    *1 Deze

    "Memory Stick" is uitgerust met de MagicGate-functie. MagicGate is
    copyrightbeschermingstechnologie die gebruikmaakt van versleutelen. Dit apparaat kan geen
    gegevens opnemen/weergeven waarbij MagicGate-functies zijn vereist.
    *2 Hoge

    gegevensoverdrachtsnelheid via een parallelle interface wordt ondersteund.

    *3 Bij

    het opnemen van bewegende beelden kunnen alleen media die zijn gemarkeerd met Mark2
    worden gebruikt.

    Opmerkingen over het gebruik van een "Memory Stick
    Micro" (los verkrijgbaar)
    Dit apparaat is compatibel met "Memory Stick Micro" ("M2"). "M2" is de afkorting van
    "Memory Stick Micro".
    Om in dit apparaat een "Memory Stick Micro" te kunnen gebruiken, moet u de "Memory Stick
    Micro" in een "M2"-adapter ter grootte van een Duo steken. Als u een "Memory Stick Micro"
    in het apparaat plaatst zonder een "M2"-adapter ter grootte van een Duo te gebruiken, kan
    het onmogelijk zijn deze vervolgens weer uit het apparaat te halen.
    Laat een "Memory Stick Micro" niet binnen het bereik van kleine kinderen liggen. Zij zouden
    deze per ongeluk kunnen inslikken.

    [182] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Dit apparaat reinigen

    Reiniging
    De lens en flitser reinigen
    Veeg de lens en flitser af met een zachte doek om vingerafdrukken, stof, enz., te verwijderen.

    Reiniging van de lens
    Gebruik geen reinigingsvloeistof die organische oplosmiddelen bevat, zoals thinner of
    benzine.
    Reinig het lensoppervlak met een in de winkel verkrijgbaar blaasbalg. Als het vuil vastzit op
    het oppervlak, veegt u dit eraf met een zachte doek of tissue die licht bevochtigd is met
    lensreinigingsvloeistof. Veeg met spiraalbewegingen vanuit het midden naar de rand. Spuit
    de lensreinigingsvloeistof niet rechtstreeks op het lensoppervlak.

    De flitser reinigen
    Maak het venster van de flitser schoon vóór deze te gebruiken. De warmte van het flitslicht kan
    eventueel vuil op het oppervlak van de flitser doen roken of branden. Veeg het oppervlak van



  • Page 156

    de flitser af met een zachte doek om vuil stof, enz. te verwijderen.

    De buitenkant van het apparaat reinigen
    Reinig de buitenkant van het apparaat met een zachte doek die licht bevochtigd is met water,
    en veeg vervolgens het oppervlak droog met een droge doek. Ter voorkoming van beschadiging
    van de afwerklaag of behuizing:
    Stel het apparaat niet bloot aan chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol,
    wegwerpreinigingsdoekjes, insectenspray, zonnebrandcrème of insecticiden.
    Raak het apparaat niet aan als bovenstaande middelen op uw handen zit.
    Laat het apparaat niet langdurig in aanraking met rubber of vinyl.

    De monitor reinigen
    Als vet van uw handen of handcrème, enz. achterblijft op de monitor, kan de oorspronkelijke
    coating gemakkelijk loslaten. Veeg vet of handcrème zo snel mogelijk eraf.
    Als u de monitor stevig afveegt met een tissue, enz., kunnen krassen in de coating ontstaan.
    Als de monitor vuil wordt met vingerafdrukken of stof, veegt u het stof voorzichtig van het
    oppervlak af, en reinigt u daarna de monitor met behulp van een zachte doek, enz.

    [183] Hoe te gebruiken
    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat
    stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden

    Aantal opneembare

    Aantal stilstaande beelden
    Het aantal stilstaande beelden kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en
    de geheugenkaart.
    [
    Beeldformaat]: [L: 20M]
    Als [
    Beeldverhouding] is ingesteld op [4:3]*
    Standaard
    2GB: 295 beelden
    4GB: 590 beelden
    8GB: 1200 beelden
    16GB: 2400 beelden
    32GB: 4800 beelden
    64GB: 9600 beelden
    Fijn
    2GB: 200 beelden
    4GB: 400 beelden
    8GB: 810 beelden
    16GB: 1600 beelden



  • Page 157

    32GB: 3250 beelden
    64GB: 6500 beelden
    *Als

    [
    Beeldverhouding] is ingesteld op iets anders dan [4:3], kunt u meer stilstaande beelden
    opnemen dan hierboven is aangegeven.
    Opmerking

    Zelfs als het aantal resterende opneembare beelden hoger is dan 9.999, wordt de indicator
    "9999" afgebeeld.
    Wanneer een beeld opgenomen met een ander apparaat wordt weergegeven op dit
    apparaat, is het mogelijk dat het beeld niet wordt weergegeven in het oorspronkelijke
    beeldformaat.

    [184] Hoe te gebruiken
    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat
    stilstaande beelden en opnameduur van bewegende beelden

    Aantal opneembare

    Resterende opnameduur van bewegende beelden
    De onderstaande tabel toont bij benadering de maximale opnameduur van bewegende beelden
    gedurende welke kan worden opgenomen op een geheugenkaart die is geformatteerd in dit
    apparaat. Deze tijdsduren zijn de totale lengten van alle bewegende beelden op de
    geheugenkaart. De opnameduur kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden en
    de geheugenkaart.
    (h (uur), m (minuten))
    60i 24M(FX)
    50i 24M(FX)
    2GB: 10 m
    4GB: 20 m
    8GB: 40 m
    16GB: 1 h 30 m
    32GB: 3 h
    64GB: 6 h
    60i 17M(FH)
    50i 17M(FH)
    2GB: 10 m
    4GB: 30 m
    8GB: 1 h
    16GB: 2 h
    32GB: 4 h 5 m
    64GB: 8 h 15 m



  • Page 158

    60p 28M(PS)
    50p 28M(PS)
    2GB: 9 m
    4GB: 15 m
    8GB: 35 m
    16GB: 1 h 15 m
    32GB: 2 h 30 m
    64GB: 5 h 5 m
    24p 24M(FX)
    25p 24M(FX)
    2GB: 10 m
    4GB: 20 m
    8GB: 40 m
    16GB: 1 h 30 m
    32GB: 3 h
    64GB: 6 h
    24p 17M(FH)
    25p 17M(FH)
    2GB: 10 m
    4GB: 30 m
    8GB: 1 h
    16GB: 2 h
    32GB: 4 h 5 m
    64GB: 8 h 15 m
    1440×1080 12M
    2GB: 15 m
    4GB: 40 m
    8GB: 1 h 20 m
    16GB: 2 h 45 m
    32GB: 5 h 30 m
    64GB: 11 h 5 m
    VGA 3M
    2GB: 1 h 10 m
    4GB: 2 h 25 m
    8GB: 4 h 55 m
    16GB: 9 h 55 m
    32GB: 20 h
    64GB: 40 h 10 m
    Ononderbroken opnemen is mogelijk gedurende ongeveer 29 minuten voor elke opname
    (beperkt door de productspecificaties). Voor bewegende beelden in het formaat [MP4 12M] is
    ononderbroken opnemen mogelijk gedurende ongeveer 15 minuten (beperkt door een
    maximale bestandsgrootte van 2 GB).



  • Page 159

    Opmerking

    De opnameduur van bewegende beelden verschilt omdat het apparaat is uitgerust met VBR
    (variabele bitsnelheid), waardoor de beeldkwaliteit automatisch wordt aangepast aan de
    hand van de opnamescène.
    Wanneer u een snelbewegend onderwerp opneemt, is het beeld helderder, maar de
    opnameduur is korter omdat meer geheugen nodig is voor de opname.
    De opnameduur verschilt ook afhankelijk van de opnameomstandigheden, het onderwerp en
    de instellingen van de beeldkwaliteit en het beeldformaat.

    [185] Hoe te gebruiken
    buitenland gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Dit apparaat in het

    Adapterstekker
    U kunt de netspanningsadapter (bijgeleverd) in ieder land of gebied gebruiken met een
    stroomvoorziening van 100 V t/m 240 V wisselstroom van 50 Hz/60 Hz.
    Opmerking

    Gebruik geen elektronische spanningsomvormer omdat hierdoor een storing kan optreden.

    [186] Hoe te gebruiken
    buitenland gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Dit apparaat in het

    Over tv-kleursystemen
    Om bewegende beelden die met dit apparaat zijn opgenomen te bekijken op een televisie,
    moeten het apparaat en de televisie hetzelfde kleursysteem gebruiken. Controleer het
    kleursysteem van de televisie in het land of gebied waarin u het apparaat gebruikt.
    NTSC-systeem:
    Bahama's, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan, Korea,
    Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten, enzovoort.
    PAL-systeem:
    Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongarije, Hongkong, Indonesië,
    Italië, Koeweit, Kroatië, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
    Portugal, Roemenië, Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand, Tsjechië, Turkije, Verenigd
    Koninkrijk, Vietnam, Zweden, Zwitserland, enzovoort.
    PAL-M-systeem:
    Brazilië
    PAL-N-systeem:



  • Page 160

    Argentinië, Paraguay, Uruguay
    SECAM-systeem:
    Bulgarije, Frankrijk, Griekenland, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort.

    [187] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Overige informatie

    ZEISS-lens
    De camera is uitgerust met een lens van ZEISS die in staat is scherpe beelden met een
    uitstekend contrast te reproduceren. De lens van de camera is geproduceerd onder een
    kwaliteitsborgingssysteem dat is gecertificeerd door ZEISS dat voldoet aan de kwaliteitsnormen
    van ZEISS in Duitsland.

    [188] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Overige informatie

    GPS (DSC-HX400V)
    GPS
    Aangezien de posities van de GPS-satellieten constant veranderen, kan het langer duren om
    de locatie te bepalen of kan het onmogelijk zijn voor de ontvanger om de locatie te bepalen,
    afhankelijk van de locatie en het tijdstip waarop u dit apparaat gebruikt.
    GPS is een systeem waarmee door middel van een driehoeksmeting van radiosignalen
    vanaf GPS-satellieten een geografische locatie kan worden bepaald. Vermijd de camera te
    gebruiken op plaatsen waar de radiosignalen worden geblokkeerd of weerkaatst, zoals
    schaduwrijke plaatsen omgeven door gebouwen of bomen, enz. Gebruik de camera in een
    open omgeving.
    Het kan onmogelijk zijn de locatie-informatie te ontvangen op plaatsen of in situaties waar de
    radiosignalen vanaf de GPS-satellieten het apparaat niet kunnen bereiken, bijvoorbeeld.
    In tunnels, binnenshuis of in de schaduw van gebouwen.
    Tussen hoge gebouwen of in smalle straten waarlangs huizen staan.
    Op ondergrondse locaties, op plaatsen omgeven door dichte op elkaar staande bomen, onder een
    viaduct, of op plaatsen waar magnetische velden worden opgeroepen, zoals in de buurt van
    hoogspanningskabels.
    In de buurt van apparatuur die radiosignalen zenden in dezelfde frequentieband als de camera: rond
    de 1,5 GHz-band van mobiele telefoons, enz.

    Als u de beelden uploadt en deelt die zijn opgenomen met de instelling [GPS aan/uit]
    ingesteld op [Aan], kan de opnamelocatie openbaar worden gemaakt op het internet, ook als
    u die bedoeling niet hebt. Als u geen locatie-informatie wilt opnemen, selecteert u [Uit] bij



  • Page 161

    [GPS aan/uit].

    Over afwijkingen in de driehoeksmeting
    Als u naar een andere plaats gaat, direct nadat u de camera hebt ingeschakeld, kan het
    langer duren voordat het apparaat de driehoeksmeting begint in vergelijking met wanneer u
    op dezelfde plaats blijft.
    Afwijkingen veroorzaakt door de positie van de GPS-satellieten
    Het apparaat berekent automatisch door middel van een driehoeksmeting uw huidige locatie
    wanneer de camera radiosignalen ontvangt vanaf 3 of meer GPS-satellieten. De afwijking in
    de driehoeksmeting toegestaan door de GPS-satellieten is ongeveer 10 m. Afhankelijk van
    de omgeving van de te bepalen locatie, kan de afwijking in de driehoeksmeting groter zijn. In
    dat geval is het mogelijk dat uw werkelijke positie niet overeenkomt met de positie op de
    kaart gebaseerd op de GPS-informatie. De GPS-satellieten worden beheerd door het
    Ministerie van Defensie in de Verenigde Staten en de mate van nauwkeurigheid kan
    opzettelijk worden veranderd.
    Afwijking tijdens de driehoeksmeting
    De camera verkrijgt regelmatig de locatie-informatie. Er is een gering tijdsverschil tussen het
    moment waarop de locatie-informatie wordt verkregen en het moment waarop de locatieinformatie wordt opgenomen op een beeld, waardoor de werkelijke locatie-informatie
    mogelijk niet exact overeenkomt met de locatie op de kaart op basis van de GPS-informatie.

    Over de gebruiksbeperkingen van GPS in een vliegtuig
    Tijdens het opstijgen en landen van een vliegtuig moet [Vliegtuig-stand] zijn ingesteld op
    [Aan].
    Als u geen locatie-informatie wilt opnemen, stelt u [GPS aan/uit] in op [Uit].

    [189] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Overige informatie

    AVCHD-formaat
    Het AVCHD-formaat werd ontwikkeld voor digitale high-definitionvideocamera’s voor het
    opnemen van een high-definition (HD)-signaal met behulp van een zeer efficiënte
    compressiecoderingstechnologie. Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat wordt gebruikt om de
    gegevens van bewegende beelden te comprimeren, en het Dolby Digital- of Linear PCMsysteem wordt gebruikt om de audiogegevens te comprimeren.
    Het MPEG-4 AVC/H.264-formaat is in staat beelden efficiënter te comprimeren dan de
    conventionele beeldcompressieformaten.
    Aangezien het AVCHD-formaat gebruikmaakt van compressiecoderingstechnologie, kan het
    beeld instabiel zijn in scènes waarin het scherm, de kijkhoek, de helderheid, enz., drastisch



  • Page 162

    veranderen, maar dit is geen defect.

    [190] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Overige informatie

    Licentie
    Opmerkingen over de licentie
    Dit apparaat wordt geleverd met softwareprogramma’s die worden gebruikt onder
    licentieovereenkomsten aangegaan met de rechthebbenden van die softwareprogramma’s. Op
    basis van verzoeken van de eigenaren van het auteursrecht van deze softwareprogramma's,
    hebben wij de verplichting u van het volgende in kennis te stellen. Wij verzoeken u de volgende
    gedeelten te lezen. De licenties (in het Engels) zijn opgenomen in het interne geheugen van uw
    apparaat. Breng een massaopslagverbinding tot stand tussen het apparaat en een computer
    om de licenties in de map "PMHOME" - "LICENSE" te lezen.
    VOOR DIT PRODUCT IS EEN LICENTIE VERLEEND ONDER DE AVCPATENTENPORTFOLIOLICENTIE VOOR HET PERSOONLIJKE GEBRUIK DOOR EEN
    GEBRUIKER OF VOOR ANDERE GEBRUIKEN WAARBIJ HIJ/ZIJ GEEN BELONING
    ONTVANGT VOOR
    (i) HET CODEREN VAN VIDEO IN OVEREENSTEMMING MET DE AVC-NORM ("AVCVIDEO")
    EN/OF
    (ii) HET DECODEREN VAN AVC-VIDEO DIE IS GECODEERD DOOR EEN CONSUMENT IN
    HET KADER VAN EEN PERSOONLIJKE ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN VAN EEN VIDEOLEVERANCIER DIE IS GEAUTORISEERD OM AVC-VIDEO TE LEVEREN.
    ER WORDT GEEN LICENTIE VERLEEND OF GEÏMPLICEERD VOOR ENIG ANDER
    GEBRUIK. AANVULLENDE INFORMATIE KAN WORDEN VERKREGEN VAN MPEG LA,
    L.L.C. ZIE HTTP://WWW.MPEGLA.COM

    Over softwareprogramma’s waarop GNU GPL/LGPL van
    toepassing is
    De software die geschikt is voor de volgende GNU General Public License (hierna "GPL"
    genoemd) of GNU Lesser General Public License (hierna "LGPL" genoemd) worden bij het
    apparaat geleverd.
    Dit brengt u ervan op de hoogte dat u het recht hebt broncode te openen, te wijzigen en
    opnieuw te distribueren voor deze softwareprogramma's krachtens de condities van de
    geleverde GPL/LGPL (Algemene Openbare Licentie/Mindere Algemene Openbare Licentie).
    Broncode wordt aangeboden op het internet.
    U kunt deze downloaden met behulp van de volgende URL.



  • Page 163

    http://www.sony.net/Products/Linux/
    Wij willen liever niet dat u contact met ons opneemt over de inhoud van de broncode.
    De licenties (in het Engels) zijn opgenomen in het interne geheugen van uw apparaat. Breng
    een massaopslagverbinding tot stand tussen het apparaat en een computer om de licenties in
    de map "PMHOME" - "LICENSE" te lezen.

    [191] Hoe te gebruiken

    Voorzorgsmaatregelen/Dit apparaat

    Handelsmerken

    Handelsmerken
    De volgende markeringen zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Sony
    Corporation.
    , Cyber-shot,
    , Memory Stick,
    ,
    Memory Stick PRO,
    , Memory Stick Duo,
    , Memory Stick PRO Duo,
    , Memory Stick PRO-HG Duo,
    , Memory Stick XC-HG Duo,
    ,
    Memory Stick Micro,
    , MagicGate, BRAVIA, PhotoTV HD,
    PlayMemories Online, het PlayMemories Online-logo, PlayMemories Home, het
    PlayMemories Home-logo, PlayMemories Mobile en het PlayMemories Mobile-logo
         PlayMemories Camera Apps, het PlayMemories Camera Apps-logo
         Multi-interfaceschoen, het multi-interfaceschoen-logo
    Blu-ray Disc™ en Blu-ray™ zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association.
    AVCHD Progressive en het AVCHD Progressive-logotype zijn handelsmerken van
    Panasonic Corporation en Sony Corporation.
    Dolby en het dubbele-D-symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
    HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of
    gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC.
    Microsoft, Windows, DirectX en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde
    handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
    Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc.
    iOS is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Cisco Systems Inc.
    iPhone en iPad zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
    Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
    Android en Google Play zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Google
    Inc.



  • Page 164

    Wi-Fi, het Wi-Fi-logo en Wi-Fi PROTECTED SET-UP zijn gedeponeerde handelsmerken of
    handelsmerken van Wi-Fi Alliance.
    Het N-markering is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van NFC Forum, Inc. in
    de Verenigde Staten en in andere landen.
    DLNA en DLNA CERTIFIED zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
    Digital Living Network Alliance.
    "
    " en "PlayStation" zijn gedeponeerde handelsmerken van Sony Computer
    Entertainment Inc.

    Geniet nog meer van uw PlayStation 3 door de applicatie voor PlayStation 3 te downloaden
    vanaf de PlayStation Store (waar beschikbaar).
    De applicatie voor PlayStation 3 vereist een PlayStation Network-account en het
    downloaden van de applicatie. Toegankelijk in gebieden waarin de PlayStation Store
    beschikbaar is.
    Eye-Fi is een handelsmerk van Eye-Fi Inc.
    Alle andere in deze gebruiksaanwijzing vermelde systeem- en productnamen zijn doorgaans
    handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de betreffende ontwikkelaars of
    fabrikanten. In deze gebruiksaanwijzing worden de aanduidingen ™ en ® mogelijk niet in alle
    gevallen vermeld.

    [192] Probleemoplossing

    In geval van problemen

    In geval van problemen

    Problemen oplossen
    Als u problemen ondervindt met het apparaat, probeer dan de volgende oplossingen.
    1. Controleer de onderdelen onder "Problemen oplossen" en controleer daarna het apparaat.
    Als een mededeling zoals "C/E:□□:□□" wordt afgebeeld op het scherm, raadpleegt u het
    zelfdiagnosedisplay.
    2. Haal de accu eruit, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu weer terug, en schakel
    vervolgens het toestel in.
    3. Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen.
    4. Neem contact op met uw dealer of plaatselijk, erkend servicecentrum. Extra informatie
    over dit apparaat en antwoorden op veelgestelde vragen vindt u op onze Customer



  • Page 165

    Support-website voor klantenondersteuning.
    http://www.sony.net/

    [193] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding

    U kunt de accu niet in het apparaat plaatsen.
    Controleer of de accu in de juiste richting wordt gehouden en steek hem erin totdat de
    vergrendelingshendel wordt vergrendeld.

    [194] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding

    U kunt het apparaat niet inschakelen.
    Nadat de accu in het apparaat is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat het
    apparaat van stroom wordt voorzien.
    Controleer of de accu correct is geplaatst.
    De accu zal uit zichzelf leeglopen, zelfs als u hem niet gebruikt. Laad de accu vóór gebruik
    op.
    Controleer of uw accu een NP-BX1-accu is.

    [195] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding

    Het apparaat schakelt plotseling uit.
    Afhankelijk van de apparaat- en accutemperatuur kan de voeding automatisch worden
    uitgeschakeld om het apparaat te beschermen. In dat geval wordt een mededeling op het
    scherm van het apparaat afgebeeld voordat het apparaat wordt uitgeschakeld.
    Als u het apparaat gedurende een bepaalde tijdsduur niet gebruikt, wordt het automatisch
    uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu leegloopt. Schakel het apparaat weer in.

    [196] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding



  • Page 166

    De resterende-acculadingindicator geeft een verkeerd
    niveau aan.
    Dit doet zich voor wanneer u het apparaat op een zeer warme of koude plaats gebruikt.
    De capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd en door herhaald gebruik af. Als de
    gebruiksduur na opladen aanzienlijk korter is geworden, is het waarschijnlijk tijd de accu te
    vervangen door een nieuwe.

    [197] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding

    Het oplaadlampje van het apparaat knippert tijdens het
    opladen van de accu.
    Dit verschijnsel doet zich voor wanneer u de accu oplaadt in een extreem warme of koude
    omgeving. De optimale temperatuur voor het opladen van de accu ligt tussen 10 °C en 30
    °C.

    [198] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding

    De accu is niet opgeladen ondanks dat het oplaadlampje
    van het apparaat is uitgegaan.
    Controleer of uw accu een NP-BX1-accu is.
    Accu's die langer dan een jaar niet zijn gebruikt, zijn mogelijk niet meer goed.

    [199] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Accu en voeding

    De accu wordt niet opgeladen.
    Als de accu niet wordt opgeladen (het oplaadlampje brandt niet) ondanks dat u de juiste
    oplaadprocedure hebt gevolgd, verwijdert u de accu en plaatst u dezelfde accu weer stevig
    terug, of koppelt u de USB-kabel los en sluit u deze weer aan.



  • Page 167

    [200] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    U kunt geen beelden opnemen.
    U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar en de schakelaar staat
    in de stand LOCK. Zet de schakelaar in de stand voor opnemen.
    Controleer de vrije opslagcapaciteit van de geheugenkaart.
    U kunt tijdens het opladen van de flitser geen beelden opnemen.

    [201] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Het opnemen duurt erg lang.
    De ruisonderdrukkingsfunctie wordt uitgevoerd op een beeld. Dit is geen storing.
    De functie [Auto HDR] is bezig een beeld te bewerken.
    Het apparaat voegt beelden samen.

    [202] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Het beeld is onscherp.
    Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Neem op vanaf de minimale opnameafstand (W-kant:
    ong. 1 cm; T-kant: ong. 240 cm) tussen de lens en het onderwerp.
    Druk de ontspanknop tot halverwege in en neem daarna de beelden op.
    Er is onvoldoende omgevingslicht.
    Het onderwerp dat u opneemt is niet geschikt voor automatisch scherpstellen. Neem op in de
    functie [Flexibel punt] of in de handmatige-scherpstelfunctie.

    [203] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden



  • Page 168

    De zoomfunctie werkt niet.
    U kunt de zoomfuncties niet gebruiken tijdens het opnemen in de functie panorama door
    beweging.
    U kunt alleen de optische zoom gebruiken in de volgende situaties:
    Bij gebruik van de lach-sluiterfunctie.
    [Transportfunctie] is ingesteld op [Zelfportret]

    [204] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    De flitser werkt niet.
    Zet de flitser omhoog.
    U kunt een flitser niet gebruiken in de volgende situaties:
    [Antibewegingswaas], [Nachtscène], [Schemeropn. hand], [Vuurwerk] of [Hoge gevoeligheid] is
    geselecteerd als de scènekeuzefunctie.
    Tijdens het opnemen in de functie panorama door beweging.
    Tijdens het opnemen van bewegende beelden.

    [205] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Wazige ronde witte vlekken zijn te zien op beelden die met
    de flitser zijn gemaakt.
    Het flitslicht is weerkaatst door deeltjes in de lucht (stof, pollen enzovoort) en dat is op het
    beeld te zien. Dit is geen storing.

    [206] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    De close-up-opnamefunctie (Macro) werkt niet.



  • Page 169

    Het apparaat stelt automatisch scherp. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. Het
    scherpstellen kan enige tijd duren als een onderwerp van dichtbij wordt opgenomen.
    De close-up-opnamefunctie werkt niet wanneer [Geavanc. sportopn.] of [Vuurwerk] is
    geselecteerd als de scènekeuzefunctie.

    [207] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    De opnamedatum en -tijd worden niet afgebeeld op het
    scherm.
    Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld. Deze worden alleen tijdens
    weergave afgebeeld.

    [208] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    De datum en tijd worden onjuist opgenomen.
    Stel de juiste datum en tijd in.
    Het gebied dat is geselecteerd met behulp van [Tijdzone instellen] verschilt van het
    werkelijke gebied. Selecteer het werkelijke gebied.

    [209] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen.
    Het onderwerp is te helder of te donker om op te nemen met de huidige instellingen voor de
    diafragmawaarde en/of sluitertijd. Kies andere instellingen.

    [210] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden



  • Page 170

    opnemen

    De kleuren van het beeld zijn niet juist.
    Stel de [Witbalans] af.
    [Foto-effect] is ingesteld. Stel [Foto-effect] in op [Uit].
    Om de instellingen terug te stellen op de standaardinstellingen, voert u [Instelling herstellen]
    uit.

    [211] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere
    plaats naar het scherm kijkt.
    Het apparaat probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door de monitor tijdelijk
    helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed
    op het opgenomen beeld.

    [212] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Een donkere schaduw verschijnt in het beeld.
    Afhankelijk van de helderheid van het onderwerp, is het mogelijk dat een donkere schaduw
    zichtbaar is op het beeld wanneer u het diafragma verandert. Dit is geen storing.

    [213] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    De ogen van het onderwerp zijn rood.
    Stel [Rode ogen verm.] in op [Aan].
    Neem het beeld op met behulp van de flitser vanaf een afstand korter dan het flitsbereik.



  • Page 171

    Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.

    [214] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Punten verschijnen en blijven op het scherm.
    Dit is geen storing. Deze punten worden niet opgenomen.

    [215] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    U kunt niet continu beelden opnemen.
    De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden.
    De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu.

    [216] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Het beeld is niet helder in de zoeker.
    Stel de diopter goed in met behulp van het diopter-instelwiel.

    [217] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Het beeld is wazig.
    Activeer de SteadyShot-functie door de ontspanknop tot halverwege in te drukken en neem
    daarna beelden op.
    Het beeld werd opgenomen op een donkere locatie zonder gebruik te maken van de flitser,
    waardoor bewegingen van het apparaat werden veroorzaakt. Het gebruik van een statief of



  • Page 172

    de flitser wordt aanbevolen. [Schemeropn. hand] en [Antibewegingswaas] in [Scènekeuze]
    zijn ook effectief bij het verminderen van wazige beelden.

    [218] Probleemoplossing
    opnemen

    Problemen oplossen

    Stilstaande/bewegende beelden

    Het duurt te lang voordat de flitser opnieuw is opgeladen.
    De flitser is binnen een korte tijd meerdere keren gebruikt. Als de flitser meerdere keren
    achter elkaar is gebruikt, kan het opladen langer duren dan gebruikelijk omdat moet worden
    voorkomen dat de camera te heet wordt.

    [219] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Beelden weergeven

    Het lukt niet beelden weer te geven.
    Zorg ervoor dat de geheugenkaart helemaal in de gleuf van het apparaat is geduwd.
    De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer.
    Wanneer een beeldbestand is verwerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is
    opgenomen op een ander model dan dit apparaat, is niet gegarandeerd dat het beeldbestand
    op dit apparaat kan worden weergegeven.
    Het apparaat staat in de USB-functie. Koppel het apparaat los van de computer.
    Gebruik PlayMemories Home om op dit apparaat beelden weer te geven die op uw computer
    zijn opgeslagen.

    [220] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Beelden weergeven

    De datum en tijd worden niet afgebeeld.
    De schermweergave is ingesteld op het weergeven van alleen beelden. Druk op DISP
    (Weergave-instelling) op de bedieningsknop om informatie af te beelden.

    [221] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Beelden weergeven



  • Page 173

    Het lukt niet het beeld te wissen.
    Annuleer de beveiliging.

    [222] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Beelden weergeven

    Het beeld is per ongeluk gewist.
    Wanneer u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. We adviseren u de
    beelden die u niet wilt wissen, te beveiligen.

    [223] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    GPS

    Het apparaat ontvangt geen GPS-signaal. (DSC-HX400V)
    Stel [GPS aan/uit] in op [Aan].
    Mogelijk is het apparaat niet in staat de radiosignalen vanaf de GPS-satellieten te ontvangen
    vanwege obstakels.
    Om door middel van een driehoeksmeting de locatie-informatie correct te berekenen,
    verplaatst u het apparaat naar een open plek buitenshuis en schakelt u het apparaat weer in.

    [224] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    GPS

    Er is een buitensporige fout opgetreden in de locatieinformatie. (DSC-HX400V)
    De foutmarge kan tot enkele honderden meters bedragen, afhankelijk van de omliggende
    gebouwen, zwakke GPS-signalen, enz.

    [225] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    GPS



  • Page 174

    Ondanks dat de GPS-hulpgegevens zijn opgeslagen, kan
    de driehoeksmeting enige tijd duren (DSC-HX400V).
    [Datum/tijd instellen] is niet ingesteld, of de ingestelde tijd verschilt sterk van de werkelijke
    tijd. Stel de datum en tijd correct in.
    De geldigheidsduur van de GPS-hulpgegevens is verstreken. Werk de GPS-hulpgegevens
    bij.
    Aangezien de GPS-satellieten constant bewegen, kan het langer duren om de locatie te
    bepalen of kan het onmogelijk zijn voor de ontvanger om de locatie te bepalen, afhankelijk
    van de locatie en het tijdstip waarop u het apparaat gebruikt.
    GPS is een systeem waarmee door middel van een driehoeksmeting van radiosignalen
    vanaf GPS-satellieten een geografische locatie kan worden bepaald. Vermijd het apparaat te
    gebruiken op plaatsen waar de radiosignalen worden geblokkeerd of weerkaatst, zoals
    schaduwrijke plaatsen omgeven door gebouwen of bomen, enz. Gebruik het apparaat in een
    open omgeving.

    [226] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    GPS

    De locatie-informatie is niet opgenomen. (DSC-HX400V)
    Gebruik voor het importeren van bewegende beelden met GPS-locatie-informatie in uw
    computer het softwareprogramma PlayMemories Home.

    [227] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    U kunt het draadloze accesspoint waarmee moet worden
    verbonden niet vinden.
    Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld als gevolg van de
    signaalomstandigheden. Plaats het apparaat dichter bij het draadloze accesspoint.
    Mogelijk wordt het draadloze accesspoint niet op het apparaat afgebeeld vanwege de
    instellingen van het accesspoint. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het draadloze
    accesspoint.



  • Page 175

    [228] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    [WPS-Push] werkt niet.
    [WPS-Push] werkt mogelijk niet afhankelijk van de instellingen van het accesspoint.
    Controleer de SSID en het wachtwoord van het draadloze accesspoint en voer
    [Toegangspunt instel.] uit.

    [229] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    [Naar computer verz.] wordt voortijdig geannuleerd.
    Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Naar computer verz.] voortijdig worden
    geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw.

    [230] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    U kunt geen bewegende beelden zenden naar een
    smartphone.
    U kunt geen bewegende beelden in het AVCHD-formaat zenden naar een smartphone. Stel [
    Bestandsindeling] in op [MP4] om bewegende beelden op te nemen.

    [231] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar smartph
    verznd] wordt voortijdig geannuleerd.
    Wanneer de resterende acculading laag is, kan [Intellig. afstandsbedien. ingeslot.] of [Naar
    smartph verznd] voortijdig worden geannuleerd. Laad de accu op en probeer het opnieuw.



  • Page 176

    [232] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    Het opnamescherm voor [Intellig. afstandsbedien.
    ingeslot.] wordt niet soepel afgebeeld./De verbinding
    tussen het apparaat en de smartphone is verbroken.
    Datacommunicatie tussen dit apparaat en de smartphone kan mislukken als gevolg van de
    signaalomstandigheden. Plaats dit apparaat dichter bij de smartphone.

    [233] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Wi-Fi

    U kunt One-touch connection (NFC) niet gebruiken.
    Houd
    (N-markering) op de smartphone en
    (N-markering) op het apparaat zo dicht
    mogelijk bij elkaar. Als er geen reactie is, beweegt u de smartphone een paar millimeter, of
    haalt u de smartphone weg bij het apparaat, wacht u langer dan 10 seconden en raakt u ze
    weer met elkaar aan.
    [Vliegtuig-stand] is ingesteld op [Aan] Stel [Vliegtuig-stand] in op [Uit].
    Controleer of de NFC-functie is geactiveerd op de smartphone. Voor meer informatie
    raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de smartphone.
    Plaats geen metalen voorwerpen anders dan een smartphone in de buurt van
    (Nmarkering).
    Breng geen verbinding tot stand tussen dit apparaat en twee of meer smartphones
    tegelijkertijd.
    Als een andere NFC-applicatie op uw smartphone draait, beëindigt u die applicatie.

    [234] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Computers

    De computer herkent dit apparaat niet.
    Stel [USB-verbinding] in op [Massaopslag].
    Gebruik de micro-USB-kabel (bijgeleverd) om de apparaten met elkaar te verbinden.
    Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan.
    Koppel alle apparatuur behalve dit apparaat, het toetsenbord en de muis los van de USBaansluitingen van uw computer.
    Sluit het apparaat rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander



  • Page 177

    apparaat.
    Als u [USB-voeding] instelt op [Uit], kan de computer mogelijk dit apparaat herkennen.

    [235] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Computers

    U kunt geen beelden importeren.
    Sluit dit apparaat goed aan op de computer door middel van een USB-verbinding.
    Als u beelden opneemt op een geheugenkaart die op een computer is geformatteerd, kan het
    onmogelijk zijn de beelden te importeren in een computer. Neem op met een geheugenkaart
    die door dit apparaat is geformatteerd.

    [236] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Computers

    Het beeld en het geluid worden onderbroken door ruis
    wanneer u een film op een computer bekijkt.
    U geeft de film rechtstreeks weer vanaf de geheugenkaart. Importeer de film op uw computer
    met PlayMemories Home en geef hem weer.

    [237] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Computers

    Beelden die vanaf een computer zijn geëxporteerd,
    kunnen niet op dit apparaat worden weergegeven.
    Gebruik PlayMemories Home om beelden die op een computer zijn opgeslagen te kopiëren
    naar een geheugenkaart die in dit apparaat is geplaatst, en ze weer te geven op dit apparaat.

    [238] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Geheugenkaarten

    De geheugenkaart is per ongeluk geformatteerd.



  • Page 178

    Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U kunt de gegevens
    niet herstellen.

    [239] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Afdrukken

    Bij de afdruk van de beelden worden beide randen
    afgesneden.
    Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder van het beeld
    worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat werd opgenomen met [
    Beeldverhouding] ingesteld op [16:9], kunnen de zijkanten van het beeld worden
    afgesneden.
    Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u op de printer de instellingen voor
    bijsnijden en afdrukken zonder randen. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze
    functies heeft of niet.
    Als u de beelden afdrukt in een winkel, vraagt u aan het winkelpersoneel of ze de beelden
    kunnen afdrukken zonder dat de randen worden afgesneden.

    [240] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Afdrukken

    U kunt geen beelden met de datum erop afdrukken.
    Als u [
    Datum schrijven] instelt op [Aan], kunt u stilstaande beelden met de datum erop
    afdrukken. Merk op dat u de datum niet van het beeld kunt wissen op de camera.
    Als u beelden wilt afdrukken met de datum erop, gebruikt u [Afdrukinstelling] onder [Printen
    opgeven].
    U kunt beelden afdrukken met de datum op het beeld geprojecteerd als de printer of de
    software Exif-informatie kan herkennen. Voor eventuele compatibiliteit met Exif-informatie,
    neemt u contact op met de fabrikant van de printer of van de software.
    Met behulp van PlayMemories Home kunt u beelden met de datum erop afdrukken zonder
    de datum op te nemen.
    Wanneer u beelden laat afdrukken in een winkel, kunnen de beelden op verzoek ook worden
    afgedrukt met de datum.

    [241] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Overige



  • Page 179

    De lens raakt beslagen.
    Condensvorming is opgetreden. Zet het apparaat uit en laat het ongeveer een uur liggen
    voordat u het weer gebruikt.

    [242] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Overige

    Het apparaat stopt met uitgeschoven lens./Het apparaat
    wordt uitgeschakeld met uitgeschoven lens.
    Probeer niet met kracht zelf de lens te bewegen nadat deze gestopt is met bewegen.
    Plaats een opgeladen accu en schakel daarna het apparaat opnieuw in.

    [243] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Overige

    Het apparaat wordt warm wanneer u het gedurende een
    lange tijd gebruikt.
    Dit is geen storing. Schakel het apparaat uit en gebruik het enige tijd niet.

    [244] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Overige

    Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat het apparaat
    is ingeschakeld.
    Stel de datum en tijd opnieuw in.
    De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg. Plaats een opgeladen accu en laat het
    toestel gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen.

    [245] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Overige



  • Page 180

    Het aantal op te nemen beelden neemt niet af of neemt
    met twee beelden tegelijk af.
    Dit komt doordat de compressieverhouding en het beeldformaat na compressie veranderen
    afhankelijk van het beeld, wanneer u een JPEG-beeld opneemt.

    [246] Probleemoplossing

    Problemen oplossen

    Overige

    Het apparaat werk niet goed.
    Schakel het apparaat uit. Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als het apparaat heet
    is, haalt u de accu eruit en laat u hem afkoelen voordat u deze corrigerende handeling
    uitvoert.
    Als de netspanningsadapter AC-UD10/AC-UD11 (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, koppelt u
    het netsnoer los. Sluit het netsnoer aan en schakel het apparaat weer in. Als het apparaat
    dezelfde fout herhaalt of nog steeds niet naar behoren functioneert nadat u deze oplossingen
    hebt toegepast, neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende
    technische dienst van Sony.

    [247] Probleemoplossing

    Mededelingen

    Mededelingen

    Zelfdiagnosefunctie
    Als een code wordt afgebeeld die begint met een letter uit het alfabet, is de zelfdiagnosefunctie
    van dit apparaat in werking getreden. De laatste twee cijfers (hieronder aangeduid met twee
    blokjes: □□) verschillen afhankelijk van de toestand van het apparaat.
    Als u de fout niet kunt verhelpen, zelfs niet nadat u de corrigerende handeling enkele keren
    hebt uitgevoerd, kan het noodzakelijk zijn het apparaat te laten repareren. Neem contact op
    met uw Sony-dealer of de plaatselijke erkende technische dienst van Sony.

    C:32:□□
    C:95:□□
    Er is een storing opgetreden in de hardware van het apparaat. Schakel het toestel uit en
    daarna weer in.



  • Page 181

    C:13:□□
    Het apparaatkan geen gegevens op de geheugenkaart schrijven of er vanaf lezen. Probeer
    het apparaat uit en weer in te schakelen, of probeer de geheugenkaart er meerdere keren uit
    te halen en weer in te plaatsen.
    Een niet-geformatteerde geheugenkaart is geplaatst. Formatteer de geheugenkaart.
    De geplaatste geheugenkaart kan niet worden gebruikt in dit apparaat, of de gegevens zijn
    beschadigd. Plaats een nieuwe geheugenkaart.

    E:61:□□
    E:62:□□
    E:91:□□
    Er is een storing in het apparaat opgetreden. Stel alle instellingen van het apparaat terug op
    de standaardinstellingen en schakel het apparaat daarna weer in.

    E:94:□□
    Een storing is opgetreden bij het schrijven of wissen van gegevens. Reparatie is
    noodzakelijk. Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke erkende technische
    dienst van Sony. Bereid u voor om alle cijfers van de foutcode door te geven die achter de 'E'
    staan.

    [248] Probleemoplossing

    Mededelingen

    Mededelingen

    Waarschuwingsberichten
    Gebied/datum/tijd instellen
    Stel het gebied, de datum en de tijd in. Laad de ingebouwde, oplaadbare reservebatterij op
    als u het apparaat gedurende een lange tijd niet hebt gebruikt.
    Geheugenkaart onbruikbaar. Formatteren?
    De geheugenkaart is geformatteerd op een computer en de bestandsindeling is gewijzigd.
    Selecteer [Enter], en formatteer daarna de geheugenkaart. U kunt de geheugenkaart daarna
    opnieuw gebruiken, maar alle eerder opgenomen gegevens op de geheugenkaart zijn
    gewist. Het formatteren kan enige tijd duren. Vervang de geheugenkaart als de mededeling
    opnieuw wordt afgebeeld.
    Geheugenkaartfout
    Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst.
    Het formatteren is mislukt. Formatteer de geheugenkaart opnieuw.



  • Page 182

    Kan geheugenkaart niet lezen. Plaats geheugenkaart opnieuw.
    Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst.
    De geheugenkaart is beschadigd.
    De contactpunten van de geheugenkaart zijn vuil.
    Op deze geheugenkaart kunt u mogelijk niet normaal opnemen en afspelen.
    Er is een niet-compatibele geheugenkaart geplaatst.
    Verwerkt...
    Bij het uitvoeren van ruisonderdrukking, wordt het onderdrukkingsproces op dit moment
    uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren van de ruisonderdrukking kunt u geen verdere opnamen
    maken.
    Beeldweergave onmogelijk.
    Beelden die zijn opgenomen met een ander apparaat of beelden die zijn gewijzigd op een
    computer, kunnen mogelijk niet worden weergegeven.
    Camera te warm. Laat camera afkoelen.
    Het apparaat is heet geworden omdat u zonder onderbreking opnamen hebt gemaakt. Zet
    het apparaat uit. Laat het apparaat afkoelen en wacht totdat het apparaat weer klaar is voor
    gebruik.

    U hebt gedurende een lange tijd beelden opgenomen, waardoor de temperatuur van het
    apparaat is opgelopen. Stop met het opnemen van beelden totdat het apparaat is afgekoeld.
    Opnemen niet beschikbaar in dit filmformaat.
    Stel [

    Bestandsindeling] in op [MP4].

    Het aantal beelden waarvoor databeheer in een databasebestand door het apparaat mogelijk
    is, is overschreden.

    Het lukt niet het databasebestand te registreren. Importeer alle beelden op een computer en
    herstel de geheugenkaart.
    Fout van beelddatabasebestand
    Er is iets fout gegaan in het beelddatabasebestand. Selecteer [Instellingen] → [Beeld-DB
    herstellen].
    Systeemfout



  • Page 183

    Camerafout. Schakel uit en in.
    Haal de accu eruit en plaats hem weer terug. Als de mededeling vaak wordt afgebeeld,
    neemt u contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke, erkende technische dienst van
    Sony.
    Beeldvergroting onmogelijk.
    Beeldrotatie onmogelijk.
    Beelden die met een ander apparaat zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden vergroot
    of geroteerd.

    [249] Probleemoplossing
    Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden
    opleveren
    Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren

    Situaties die voor dit apparaat moeilijkheden opleveren
    Het apparaat kan onder bepaalde omstandigheden sommige functies niet ten volle benutten.
    Bij opnemen onder de volgende omstandigheden, stelt u het beeld opnieuw samen of verandert
    u de opnamefunctie en neemt u het beeld opnieuw op.
    Zwakke belichtingsomstandigheden
    iDraaipanorama
    AF-vergrendeling
    Felle belichtingsomstandigheden
    AF-vergrendeling
    Variërende helderheidsniveaus
    AF-vergrendeling
    Flikkerende lampen
    iDraaipanorama
    Onderwerpen die zich te dicht bij het apparaat bevinden
    iDraaipanorama
    Grote, bewegende onderwerpen of onderwerpen die te snel bewegen
    Superieur automat.
    iDraaipanorama
    Auto HDR
    AF-vergrendeling



  • Page 184

    Onderwerpen die te klein of te groot zijn
    iDraaipanorama
    AF-vergrendeling
    Scènes met te weinig contrast, zoals de lucht of een zandstrand
    iDraaipanorama
    Superieur automat.
    Scènes die continu veranderen, zoals een waterval
    iDraaipanorama
    Superieur automat.






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Sony DSC-HX400V wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Sony DSC-HX400V in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,26 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Sony DSC-HX400V

Sony DSC-HX400V Bedienungsanleitung - Deutsch, Englisch - 539 seiten

Sony DSC-HX400V Bedienungsanleitung - Holländisch - 37 seiten

Sony DSC-HX400V Bedienungsanleitung - Holländisch, Dänisch, Französisch, Italienisch, Portugiesisch, Spanisch, Polnisch, Schwedisch, Norwegisch, Finnisch - 539 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info