Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/78
Nächste Seite
1
SPEKTRUM DX8
Handleiding
8 kanaals DSM radiobesturingssysteem
met geïntegreerde telemetrie voor
vliegtuigen en helikopters
S
D Logo is een
geregistreerde merknaam
SD-3C, LLC
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    SPEKTRUM DX8
    Handleiding
    8 kanaals DSM radiobesturingssysteem
    met geïntegreerde telemetrie voor
    vliegtuigen en helikopters

    S
    D Logo is een
    geregistreerde merknaam
    SD-3C, LLC

    1



  • Page 2

    Aanwijzing
    Alle aanwijzingen, garanties en bijbehorende documenten kunnen zonder aankondiging door Horizon
    Hobby Inc. gewijzigd worden. Een actuele versie kunt u inzien onder

    http://www.horizonhobby.com/Prodinfo/Files/SPM8800.pdf

    Verklaring van de begrippen:
    De volgende begrippen verklaren de mate van risico in de omgang met het product:
    Aanwijzing: Wanneer een bepaalde handeling niet volgens de voorschriften wordt uitgevoerd
    ontstaat de mogelijkheid van beschadiging en maximaal een klein risico op verwondingen.
    Let op: Wanneer een bepaalde handeling niet volgens de voorschriften wordt uitgevoerd wordt
    het product waarschijnlijk beschadigd en bestaat het risico van een ernstige verwonding.
    Waarschuwing: Wanneer een bepaalde handeling niet volgens de voorschriften wordt
    uitgevoerd leidt dit tot beschadiging en/of ernstige verwondingen of de dood.

    WAARSCHUWING: Lees de hele handleiding zorgvuldig door en maakt u zich vóór het
    gebruik met het product vertrouwd. Een foutieve of ondeskundige omgang kan leiden tot schade
    aan het product, aan eigendommen van uzelf of van anderen en tot ernstige verwondingen.
    Let u er alstublieft op, dat dit product een hoogontwikkeld hobbyproduct en geen speelgoed is. Het
    vereist bij het gebruik concentratie en vaardigheden op mechanisch gebied. Foutieve, ondeskundige
    omgang kan leiden tot schade aan uw eigendommen of die van derden en tot verwondingen aan uzelf
    of aan anderen. Probeer niet om dit product uit elkaar te halen of het met componenten te gebruiken
    die niet uitdrukkelijk met toestemming van Horizon Hobby daarvoor bedoeld zijn. Dit product is niet
    bedoeld voor kinderen zonder direct toezicht van hun ouders.
    De handleiding bevat aanwijzingen en belangrijke informatie voor de veiligheid en het gebruik. Het is
    daarom noodzakelijk, alle daarin opgenomen aanwijzingen en waarschuwingen op te volgen en deze
    handleiding vóór de inbouw en ingebruikname zorgvuldig door te lezen.

    GARANTIE-REGISTRATIE
    Registreer a.u.b. uw product onder www.spektrumrc.com/registration
    SPEKTRUM DX8 ∙ handleiding

    2



  • Page 3

    INHOUDSOPGAVE
    Spektrum’s DX8 met geïntegreerde telemetrie
    Inhoud set
    Eigenschappen systeem
    Laden van de zender
    NiMH/LiPo accumenu
    Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
    m.b.t. accu’s en het laden van accu’s
    Zender identificatie Mode 2
    Zender identificatie Mode Invoer en displayfuncties
    Digitale trimmingen
    Inactiviteitwaarschuwing
    Geen RF Link waarschuwing
    Accu alarm en display
    Programmeerbare alarmen
    AR8000 ontvanger
    Ontvanger inbouw
    Binden
    Failsafe
    Smartsafe
    van laatste stuurinput Failsafe
    Preset Failsafe
    Reikwijdtetest
    Systeeminstellingen
    Modelselectie
    Modeltype
    Modelnaam
    Vleugeltype
    Schakelaartoewijzing (Air)
    Tuimelschijf type
    Schakelaartoewijzing (Heli)
    F-Mode Setup
    Trimmings instelling
    Modelgeheugen terugzetten
    Modelgeheugen kopiëren
    Alarmen
    Telemetrie
    Puls Rate
    Trainerfuncties
    Systeeminstellingen
    SD kaart functie
    Functiemode
    Servo-instellingen
    D/R en Exponential
    Differentiatie
    Gas uit
    Gascurve (vliegtuig)
    Gascurve (heli)
    Kleppensysteem
    Tuimelschijf
    Toerenregeling (Governor)
    Pitchcurve
    Mixers (vliegtuig)
    Rolroer-richtingsroer mixer
    Programmeerbare mixers
    Revo Mix (hekrotor bijmixen)
    Mixers (helikopters)
    Gyro
    Klok/Timer
    Monitor

    1
    4
    5
    5
    6
    7
    5
    8
    9
    9
    9
    10
    10
    10
    10
    11
    12
    13
    14
    13
    14
    14
    15
    17
    17
    18
    19
    20
    21
    20
    22
    23
    24
    25
    26
    26-27
    30
    31
    31
    33
    34
    35….
    38
    40
    41
    42
    43
    45
    46
    48
    50
    51
    52
    55
    54
    57
    62
    63
    66

    Hulp bij problemen
    68
    Algemene informatie
    69
    Aanwijzingen bij de servo’s
    Algemene aanwijzingen
    Extra maatregelen en waarschuwingen
    Veiligheidsaanwijzingen voor piloten
    Garantieperiode
    70
    Garantiebeperkingen
    Schadebeperking
    Veiligheidsaanwijzingen
    Vragen, hulp en reparaties
    Onderhoud en reparatie
    Garantie en reparaties
    Betaalde reparaties
    Veiligheid en waarschuwingen
    Verwijdering in de Europese Unie
    72
    Conformiteitverklaring
    73
    aanhangsel
    73
    Wisselen van Mode
    73
    Mechanische ombouw
    74 Vasthouden
    Programmering Mode wijziging
    75
    Instelbare veerkracht
    75
    Uitgebreide reikwijdtetest
    77
    Flight Log
    76

    3



  • Page 4

    Spektrum’s DX8 met geïntegreerde telemetrie
    De DX8 van Spektrum is de eerste vliegtuigzender die voorzien is van geïntegreerde telemetrie. Het display van
    de zender toont in Realtime de telemetrie-gegevens inclusief ontvangerspanning, Flight Log data en de
    signaalsterkte.
    Externe sensoren maken de overdracht van toerental, externe spanning en temperatuur in Realtime mogelijk.
    Voor een veilige bediening kunnen verschillende alarmen voor te lage accuspanning, overschrijden van
    temperatuur, te hoog toerental en verminderde signaalsterkte geprogrammeerd worden.
    De DX8 voldoet met een doordachte software ook aan de eisen van veeleisende helikopter- en vliegtuigpiloten.
    Een eenvoudig te bedienen rol druktoets in combinatie met een intuïtief te bedienen software maken instellingen
    en programmeringen tot een kinderspel. De DX8 is SD Card compatibel en maakt zo de transfer en de opslag
    van modelgeheugens mogelijk. Firmware kan gemakkelijk via de SD Card als download van
    SPEKTRUMRC.COM websites worden opgeslagen.

    Inhoud set
    DX8 zender
    AR8000 8-kanaals ontvanger
    Netstekker met adapter
    Omhangriem
    SD kaart
    Bindstekker
    TM1000 Telemetrie module
    Volt sensor
    Temperatuur sensor
    Datakabel
    Telemetrie Y-kabel
    Stickervel
    DX8 handleiding
    Programmeeroverzicht

    4



  • Page 5

    Inbussleutel 2,0mm

    Eigenschappen systeem








    Geïntegreerde telemetrie
    4-voudig kogelgelagerde stuurknuppels
    High Speed 11ms Puls Rate
    2048 stappen resolutie
    Telemetrie waarschuwingssysteem
    Hoogwaardige helikopter- en vliegtuigprogramma’s
    SC Card compatibel

    AR8000 ontvanger
    Aanwijzing: De DX8 is compatibel met alle actuele Spektrum vliegtuig ontvangers.
    Let op: Zou u de DX8 samen met Parkfly ontvangers zoals bijv. AR6100 of AR6110 gebruiken, dan
    mogen deze ontvangers alleen in kleine elektrische vliegtuigen of helikopters worden toegepast.
    Wanneer deze Parkfly ontvangers in grotere modellen worden gebruikt kunnen er problemen met de
    reikwijdte ontstaan.
    Aanwijzing: De DX8 is niet compatibel met de originele DSM AR6000 ontvanger

    Laden van de zender
    De DX8 is voorzien van een ingebouwde multilader die 4 NiMH cellen of 2S LiPo accu’s met een laadstroom
    van 200 mAh laadt. De laadbus aan de rechterkant van de zender is qua polariteit niet vastgelegd: U kunt hier
    elke passende 12 volt stekker insteken. Mocht u de in de set inbegrepen NiMH-accu SPMB2000NMTX
    gebruiken, dan moet u deze met de in de set aanwezige 12 volt netstekker gedurende 10-12 uur opladen, om de
    accu helemaal vol te krijgen.
    Let op: Gebruik nooit een Peak-Detection-laadapparaat of een snellader. Deze zou de interne
    laadschakeling van de zender kunnen beschadigen. Gebruik alleen een 12 volt netstekker.
    Steek de netstekker in het stopcontact en steek de laadkabel in de laadbus van de uitgeschakelde zender. De
    blauwe LED aan de voorkant gaat branden. Wanneer u de accu verwisselt voor de SPMB4000LPTX LiPo-accu
    duurt het ca. 30 uur voordat deze opgeladen is, afhankelijk van de al aanwezige capaciteit. Wanneer de LiPoaccu vol is gaat de blauwe LED uit. Laat de netstekker of de accu’s nooit vallen.

    5



  • Page 6

    NiMH/LiPo accumenu
    De Spektrum DX8 wordt geleverd met een NiMH-accu. Het accualarm is standaard ingesteld op 4.3V. U kunt
    ook de door Spektrum aangeboden 2S LiPo-accu gebruiken (SPMB4000LPTX). De LiPo-accu heeft een hogere
    spanning. Wanneer u dus wisselt naar de 2S LiPo-accu is het belangrijk dat u de accuwaarschuwing op de juiste
    waarde voor 2S LiPo’s instelt, om te voorkomen dat de accu te ver ontladen wordt.
    Menuselectie en wijziging van het accutype
    Ga naar het systeemmenu (bladzijde 18) en kies “verder” rechts onderaan in het menu. De volgende aanduiding
    verschijnt:

    Kies met de roltoets ‘accutype’ uit.
    Druk de toets om NiMH of LiPo te selecteren. Het alarm voor de spanning verandert automatisch naar de voor
    deze accu nodige waarde. U kunt de waarschuwing echter ook naar eigen inzicht in dit menu wijzigen. Wij
    adviseren echter dringend bij LiPo om aan de aanbevolen waarde van 6.4V aan te houden.

    6



  • Page 7

    Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen met betrekking tot accu’s en het laden van accu’s
    De onvakkundige omgang of het niet opvolgen van aanwijzingen en waarschuwingen m.b.t. dit product
    kan leiden tot foutieve functie, kortsluiting, hitteontwikkeling, brand, schade aan zaken of verwondingen,
    die tot de dood kunnen leiden.

    Lees vóór het gebruik zorgvuldig de handleiding en de waarschuwingen bij het product door.

    Laat nooit een minderjarige zonder toezicht van een meerderjarige de accu’s laden.

    Laat nooit accu’s of de netstekker vallen.

    Probeer nooit beschadigde accu’s op te laden.

    Laad nooit een accupack dat uit verschillende celtypes bestaat.

    Laat geen accu’s of accupacks in contact komen met vochtigheid.

    Laad nooit accu’s in een extreem koude of hete omgeving of in direct zonlicht (aanbevolen temperatuur 1027◦).

    Maak de accu’s na het laden los van de lader en laat het apparaat na het laden afkoelen.

    Inspecteer nieuwe accu’s vóór het laden.

    Beëindig bij een foutieve functie alle processen en neem contact op met Horizon Hobby.

    Hou de accu’s en lader verwijderd van materialen die zich ook kunnen opwarmen.

    Beëindig direct het laadproces wanneer het laadapparaat te heet wordt om aan te pakken of opzwelt.

    7



  • Page 8

    Zender identificatie Mode 2
    Aanwijzing: om de zender mode te veranderen zie bladzijde 39

    Waarschuwing: Let op de antenne
    Gebruik de antenne niet om voorwerpen mee op te
    pakken. Draag de zender niet aan de antenne.
    Verander aan de antenne niets. Mocht de antenne
    of de componenten ervan beschadigd zijn, dan kan
    dit de prestaties van de zender dusdanig
    beïnvloeden dat dit tot een crash met
    verwondingen of schade kan leiden.

    8



  • Page 9

    Invoer en displayfuncties
    De DX8 beschikt voor een comfortabele bediening van de programma’s over een rol-druktoets en twee
    druktoetsen Back en Clear.

    Met indrukken en rol druktoets navigeert u naar de menu’s en functies.
    Door het rollen van de toets kiest u waarden of opties. Aanwijzing: Wanneer u de rol druktoets langer
    dan 3 seconden indrukt komt u terug bij het begindisplay.
    Druk op de CLEAR knop om de gekozen waarde terug te zetten naar de standaardinstelling.
    Druk op de BACK knop om naar het vorige menu te wisselen.
    Directe toegang naar de modelgeheugen-selectie: U kunt vanuit het hoofddisplay direct naar de modelselectie
    wisselen door de BACK- en CLEAR-knop tegelijkertijd in te drukken.

    Digitale trimmingen
    De DX8 is voorzien van een modern digitaal trimsysteem. De posities van de individuele trimmingen kunt u zien
    op het hoofddisplay. De middenposities van de trimmingen van het gas, rol-, richtings- en hoogteroer en, indien
    geactiveerd, de linker en rechter trimmers worden ook met geluiden weergegeven. U kunt de trimweg van elke
    trimming apart in de trimstap-instelling in de systeeminstelling bepalen. Zie bladzijde 14-15 voor meer
    informatie.
    Aanwijzing: Bij een uitgeschakelde zender worden de trimwaarden voor de rechter en linker trimming
    opgeslagen en bij het inschakelen weer opgeroepen.

    Inactiviteitwaarschuwing
    De DX8 is voorzien van een inactiviteitwaarschuwing om een onnodig ontladen van de accu te voorkomen.
    Wanneer de zender ingeschakeld is en er 10 minuten geen invoer plaatsvindt hoort u een alarm en ziet u
    informatie op het display. Het alarm stopt wanneer u een schakelaar of stuurknuppel beweegt. Tijdens het alarm
    blijft er een RF modulatie bestaan.

    9



  • Page 10

    Waarschuwing ‘geen RF verbinding!’
    De DX8 is voorzien van een waarschuwing wanneer er geen RF verbinding aanwezig is. Mocht de 2.4 GHz band
    vol zijn, dan ziet u op het display de volgende waarschuwing. Deze verschijnt totdat de zender twee vrije
    kanalen voor het zenden heeft gevonden.

    Accu alarm en display
    Mocht de spanning onder 4.3 volt dalen ziet u op het display de waarschuwing ‘accuspanning te laag’ en hoort u
    een alarm. Wanneer dit alarm afgaat tijdens het vliegen moet u onmiddellijk landen.

    Programmeerbare alarmen
    De DX8 beschikt over programmeerbare alarmen die u attent maken op een onveilige schakelaar- of
    stuurknuppelpositie. In de Acro mode zijn dit gas boven de stationairpositie, landingsgestel en kleppen in het
    midden of naar beneden. In de helikoptermodus zijn dit Idle Up1, Idle Up 2 en gas uit. Wanneer een schakelaar
    zich in deze onveilige positie bevindt klinkt er een alarm en de aanduiding geeft weer welk stuurelement in de
    onveilige stand staat. De zender zendt in deze fase niet. Wordt de schakelaar of stuurknuppel terugbewogen, dan
    gaat het alarm uit en werkt de DX8 weer normaal. Zie bladzijde 16 voor de programmering van de alarmen.

    Throttle High / Flaps / Landing Position
    AR8000 handleiding
    De AR8000 ontvanger met volledige reikwijdte ondersteunt de DSM2 technologie en is compatibel met alle
    Spektrum en JR vliegtuigzenders die de DSM2 technologie ondersteunen inclusief: JR12X, X9303, Spektrum
    DX10, DX8, DX7, DX6i, DX5e en Spektrum module.
    Aanwijzing: de AR8000 ontvanger is niet compatibel met de DX6 Parkfly zender. (SPMAR9300,
    SPMAR6255)

    \

    10



  • Page 11

    Eigenschappen:

    8 kanaals ontvanger met volledige reikwijdte

    Multilink ontvanger technologie

    Uitgerust met een interne en een externe ontvanger

    SmartSafe Failsafe systeem

    Failsafe met laatste stuurinput

    Voorgeprogrammeerde Failsafe

    QuickConnect met spanningsval-detectie (Brownout Detection)

    Compatibel met Flight log (optioneel)

    2048 stappen resolutie

    High Speed 11ms Pulsrate

    Hold Indicator (rode LED geeft aantal opgetreden Holds tijdens de vlucht aan)

    Toepassingen:
    Vliegtuigen die een 8 kanaals ontvanger met volledige reikwijdte nodig hebben, inclusief:

    Alle typen en formaten van verbrandings- en elektromotormodellen

    Alle typen en formaten zweefvliegtuigen

    Alle typen en formaten van brandstof- en elektrohelikopters
    Aanwijzing: Niet voor het gebruik in vliegtuigen met carbon/koolstof-rompen of vliegtuigen met een hoog
    gehalte aan carbon/koolstof.

    Specificaties
    Type: DSM2 ontvanger met volledige reikwijdte
    Kanalen: 8
    Modulatie: DSM2
    Afmetingen hoofdontvanger: 32,3 x 34,3 x 11,4mm
    Afmetingen satellietontvanger: 20,3 x 28,0 x 6,9mm
    Gewicht van de hoofdontvanger: 9.4g
    Gewicht van de satellietontvanger: 3g
    Gewicht met satellietontvanger: 13.9g
    Bedrijfsspanning: 3,5 – 9,6 volt
    Resolutie: 2048 stappen
    Puls Rate: 11ms met DX7se/DX8/DX10
    Compatibel met: alle DSM2 vliegtuigzenders en modulen, niet met DX6 zender
    Ontvanger inbouw
    Bouw de ontvanger in modellen met verbrandingsmotor zó in, zoals u ook ontvangers van ander fabricaat zou
    inbouwen. Wikkel de ontvanger in schuimrubber en bevestig hem met een elastiek of tywrap.
    In elektroheli’s of elektro-vliegtuigen voor de bevestiging dubbelzijdig klevende tape gebruiken.
    Monteer de externe ontvanger zoals hierboven beschreven ca. 5 cm van de hoofdontvanger vandaan. Zo heeft
    elke ontvanger zijn eigen RF-veld, dat de sleutel is voor een veilige ontvangst, ook in modellen met een hoog
    aandeel aan afschermende componenten (bv. benzinemotorenn, carbonvezels, uitlaten etc.) die het signaal
    kunnen beïnvloeden.
    In vliegtuigen monteert u de ontvanger in het midden op het servoplankje en de satellietontvanger op min. 5 cm
    afstand aan de rompzijkant.

    11



  • Page 12

    Belangrijke aanwijzing m.b.t. V-kabels en servo-verlengkabels
    Wanneer u in een model V-kabels of servo-verlengkabels gebruikt moet u er op letten, dat u standaardkabels
    zonder versterkers gebruikt. Kabels met versterkers kunnen leiden tot foutieve functies. Controleert u dit ook
    wanneer u een ouder model voorziet van een Spektrum besturing.
    Eisen aan de stroomvoorziening
    Een onvoldoende stroomvoorziening is één van de belangrijkste oorzaken van storingen en crashes. Om dit te
    vermijden moet u op de volgende componenten bijzonder goed letten:
    -ontvangeraccu (aantal cellen, celtype, leeftijd, laadtoestand)
    -schakelaar, accu-aansluitingen en regelaar etc.
    - de BEC van de regelaar kan voor het aantal servo’s te zwak zijn.
    De AR8000 heeft een spanning van minimaal 3,5 volt nodig. Ga bij de volgende test uit van een spanning van
    minimaal 4,8 volt. Deze compenseert een mogelijke ontlading of belasting tijdens het vliegen, die groter is dan
    de belasting op de grond.
    Richtlijnen voor de stroomvoorziening
    1. Bij de opbouw van een groot of complex model met krachtige High Torque servo´s een ampere-/ of
    voltmeter gebruiken zoals bv. HAN172. Sluit de voltmeter aan een vrije servouitgang aan bij een
    ingeschakelde besturing. Oefen met uw hand wat druk uit op de servo´s en let op het display van de
    voltmeter; de spanning moet ook onder last meer dan 4,8 volt zijn.
    2. Let bij de ontvanger-stroomvoorziening op voldoende dikke kabels van de ontvangeraccu. Een normale
    kabel is geschikt tot ca. 3 A, met pieken van 5 A. Wanneer u krachtiger servo’s gebruikt kan dit leiden
    tot spanningsproblemen wanneer de draden te dun zijn.
    3. Bij het gebruik van een spanningsregelaar moet u de test gedurende 5 minuten doorlopen. Daardoor
    kunt u zien of de regelaar ook in staat is om het vermogen ook langere tijd op te brengen.
    4. Voor complexe of zeer grote modellen is een dubbele of multiple voeding een must. Voer hier ook de
    test van punt 1 uit om er zeker van te zijn dat de ontvangerspanning altijd constant boven 4,8 volt blijft.
    Let op: Bij het gebruik van NiMH-cellen moet u er op letten, dat deze ook werkelijk vol zijn. Vanwege de
    eigenschappen van DeltaPeak laadapparaten en veranderingen van de laadstroom kan het voorkomen dat een
    80% volgeladen accu voor helemaal vol wordt aangezien. Gebruik een laadapparaat dat de ingeladen stroom in
    mAh weergeeft om de laadtoestand van uw accu te kunnen controleren.
    Binden
    De AR8000 moet vóór gebruik aan de zender worden gebonden. De bindprocedure is een proces, waarbij het
    zenderspecifieke signaal wordt doorgegeven.
    1. Om de AR8000 aan een DSM2 zender te binden, moet u de bindstekker in de BATT/BIND-poort van

    de ontvanger steken.
    Aanwijzing: Om een vliegtuig dat via een BEC systeem van een vaartregelaar van ontvangerstroom
    wordt voorzien te binden, steekt u de bindstekker in de BATT/BIND-poort van de ontvanger en de
    regelaar in de GAS/Throttle-aansluiting. Ga verder bij stap 2.

    12



  • Page 13

    2.

    Schakel de ontvanger in. De ontvanger zal knipperen om aan te geven, dat hij in de bindmodus is.

    3.

    Beweeg de knuppels en schakelaars naar de Failsafe-posities (gas dicht en knuppels neutraal)

    4.

    .
    Volg de aanwijzingen bij de zender voor het binden en het systeem zal zich binnen enkele ogenblikken
    binden. Wanneer het systeem gebonden is brandt de LED permanent.

    5.
    6.

    Verwijder de bindstekker en bewaar deze goed.
    Wanneer alle instellingen aan het model en de zender afgerond zijn, moet het systeem opnieuw
    gebonden worden om de wijzigingen op te slaan.
    Belangrijk: verwijder na het binden de bindstekker, anders zal het systeem bij het volgende
    inschakelen zich opnieuw willen gaan binden.
    7. Wanneer u het modelgeheugen heeft geprogrammeerd moet u opnieuw binden. Daardoor worden alle
    neutrale posities en de minimum-gaspositie overgenomen.

    Failsafes
    Bij het binden van de ontvanger programmeert u eerst de Failsafe-instellingen. Wanneer de verbinding tussen de
    zender en de ontvanger verbroken zou worden zal de ontvanger de servo’s en uitgangen naar de opgeslagen
    Failsafe-posities brengen. De AR8000 ontvanger is voorzien van drie Failsafe-modi.
    SmartSafe Failsafe
    SmartSafe is actief in de beide volgende Failsafe modi. SmartSafe is een veiligheidsfunctie die effect heeft op
    het gaskanaal en de volgende voordelen biedt:

    Ze verhindert het starten van de motor wanneer alleen de ontvanger aanstaat (geen zendersignaal aanwezig).

    Ze verhindert het ‘op scherp staan’ van de regelaar, zolang de gasknuppel niet op stationair/motor uit staat.

    Ze brengt de motor naar stationair/motor uit wanneer er geen zendersignaal meer is.

    13



  • Page 14



    Wanneer de verbinding tijdens het vliegen wordt onderbroken brengt SmartSafe het gaskanaal naar de
    positie die bij het binden is opgeslagen.
    De programmering
    SmartSafe wordt automatisch geactiveerd in de modi Last Command en Preset Failsafe. Aanwijzing: Het is heel
    belangrijk dat bij het binden de gasknuppel in de stationair-/motor uit-positie staat.
    De test
    De instelling kunt u testen door de zender uit te zetten, de ontvanger moet nu het gaskanaal naar stationair
    brengen.
    LET OP: Om een wegvliegen van het model te voorkomen moet afhankelijk van de Failsafe instelling het
    model op de grond verankerd of vastgehouden worden.

    Hold Last Command
    In het geval van een verlies van verbinding houden alle kanalen /servo’s behalve het gaskanaal hun laatste
    positie vast. Wanneer u dus tijdens het verlies van verbinding een bocht zou vliegen blijft het model in deze
    bocht verder gaan.

    De programmering
    1.
    2.

    Laat de bindstekker tijdens het hele bindproces in de bindpoort van de ontvanger zitten.
    Verwijder de bindstekker pas nadat de ontvanger zich met de zender heeft gebonden.

    De test
    Deze instelling kunt u testen door de zender uit zetten. De ontvanger moet nu de laatste positie van alle kanalen
    behalve die van het gaskanaal vasthouden.
    LET OP: Om een wegvliegen van het model te voorkomen moet afhankelijk van de Failsafe instelling het
    model op de grond verankerd of vastgehouden worden.

    Preset Failsafe
    Bij een signaalverlies gaan alle kanalen naar de bij het binden opgeslagen positie. Preset Failsafe is ideaal voor
    zweefvliegers, omdat een kleppenfunctie kan voorkomen dat het model wegvliegt.

    De programmering
    1.
    2.
    3.
    4.
    5.

    Steek de bindstekker in de poort en zet de ontvanger aan.
    Wanneer de ontvanger door knipperen de bindmodus aangeeft de bindstekker verwijderen.
    De LED knippert verder.
    Breng de knuppels en schakelaars naar de gewenste Failsafe-posities en activeer dan het bindproces.
    Het systeem moet zich nu binnen 15 seconden binden.
    Belangrijk: De Failsafe-functies verschillen per ontvangertype; zie hiervoor de handleiding wanneer u een
    ander type ontvanger gebruikt.
    Test vóór iedere vlucht of de binding in orde is en de Failsafe-functie geprogrammeerd is. Om dit te testen de
    zender en ontvanger aanzetten en controleren of er een verbinding is; daarna de zender uitzetten. Kijk of het
    gaskanaal naar stationair / de motor uit gaat.
    LET OP: Om een wegvliegen van het model te voorkomen moet afhankelijk van de Failsafe instelling het
    model op de grond verankerd of vastgehouden worden.
    Reikwijdtetest
    De reikwijdtetest-functie reduceert het uitgangsvermogen. Dit maakt het mogelijk om te testen of de RF
    verbinding in orde is. U moet deze test vóór ieder vliegseizoen en in principe met elk nieuw model uitvoeren. Zo
    komt in het menu reikwijdtetest:
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets.
    De functielijst wordt nu weergegeven.

    14



  • Page 15

    Draai de rol druktoets totdat de reikwijdtetest is geselecteerd en druk hem dan in om de functie uit te kiezen.

    Het display toont bij een ingedrukte trainerknop de boodschap ‘gereduceerd vermogen’. In deze modus kunt u de
    reikwijdtetest uitvoeren. Wanneer u de trainerknop loslaat zendt de zender weer met volledige reikwijdte.

    1.
    2.
    3.
    4.
    5.

    Reikwijdtetest DX8
    Verwijder u ca. 28 meter van het model, dat zich op de grond bevindt.
    Hou de zender zó vast zoals u hem ook tijdens het vliegen zou vasthouden.
    U moet nu bij een geactiveerde reikwijdtetest nog de controle over het model hebben.
    Wanneer u problemen zou constateren moet u contact opnemen met de service van Horizon Hobby.
    Wanneer u de test uitvoert met een actieve telemetriemodule moet u de gegevens op het display zien.

    Systeeminstellingen
    De programmeerfuncties van de DX8 zijn ingedeeld in twee categorieën: de systeeminstelling en de
    functiemodus. De systeeminstelling bevat alle programma’s die bij het eerste instellen van een model nodig zijn
    en minder vaak bij het eigenlijke vliegen met het model. Dit zijn bijvoorbeeld: model type, invoer modelnaam,
    keuze vleugeltype, tuimelschijftype voor helikopter.
    Aanwijzing: Bij de instelling van deze parameters in de systeeminstelling zendt de zender niet om een ongewild
    bewegen van de servo’s te voorkomen. De systeeminstelling in het vliegtuig- en helikoptermenu kent de
    volgende programmapunten:
    vliegtuig
    modelselectie bladzijde 17
    modeltype bladzijde 17
    modelnaam bladzijde 18
    keuze vleugeltype bladzijde 19
    schakelaarkeuze bladzijde 20
    trimstappen bladzijde 23
    model terugzetten bladzijde 24
    model kopiëren bladzijde 25
    alarmen bladzijde 26
    telemetrie bladzijde 26 27
    pulsrate bladzijde 30
    trainerfunctie bladzijde 31
    systeeminstellingen bladzijde 31
    menu SD kaart bladzijde 33

    helikopter
    modelselectie bladzijde 17
    modeltype bladzijde 17
    modelnaam bladzijde 18
    tuimelschijftype bladzijde21
    schakelaarkeuze bladzijde 20
    vliegfase bladzijde 14
    F-mode Setup bladzijde 22
    trimstappen bladzijde 23
    model terugzetten bladzijde 24
    model kopiëren bladzijde 25
    alarmen bladzijde 10
    telemetrie bladzijde 26
    pulsrate bladzijde 30
    trainerfunctie bladzijde 31
    systeeminstellingen bladzijde 31
    menu SD kaart bladzijde 33

    15



  • Page 16

    selectie menu systeeminstelling
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Laat de rol druktoets weer los wanneer het menu
    ‘systeeminstelling’ op het display verschijnt. De DX8 is nu in de modus systeeminstelling.

    Kiezen van een ondermenu uit de systeeminstelling

    Kies door draaien van de rol druktoets het gewenste menu uit. Om de functie/het menu uit te kiezen drukt u op
    de rol druktoets.
    Modelselectie
    De functie modelselectie is nodig om van het ene naar het andere modelgeheugen te wisselen. U kunt tot
    maximaal 30 modellen in het modelgeheugen opslaan. U kunt de functie modelgeheugen via de
    systeeminstelling of via de directe modelselectie kiezen. U kunt de directe modelselectie op ieder moment vanuit
    het hoofd- of telemetriedisplay uitkiezen.

    Directe modelkeuze ,

    Heli – Vliegtuig .

    Druk tegelijkertijd de Clear en Back knoppen in.

    16



  • Page 17

    Druk tegelijkertijd de Clear en Back knoppen in om in het menu modelselectie te komen. Het display
    modelselectie wordt gedurende 10 seconden getoond. Wanneer er geen keuze wordt gedaan wordt het hoofd- of
    telemetriedisplay weer getoond.
    Oproepen van de modelselectie in de systeeminstelling
    Druk de roltoets in en houd deze ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Laat de roltoets los, u bent nu in de
    systeeminstelling. Draai de roltoets tot aan het menupunt modelselectie en druk dan de toets in om de keuze te
    activeren.

    Draai de roltoets om bij het gewenste geheugen te komen. Druk de roltoets in om het gewenste model te kiezen.

    Modelmatch
    De DX8 is voorzien van de Model Match technologie, die verhindert dat een model met een verkeerd
    modelgeheugen wordt gevlogen. Deze zeer nuttige functie verhindert foutieve functies en crashes.

    Zo werkt Model Match
    Elk van de dertig modelgeheugens heeft zijn eigen individuele code die tijdens het binden in de ontvanger wordt
    opgeslagen. Na de eerste binding werkt de ontvanger alleen wanneer ook het bijpassende modelgeheugen wordt
    uitgekozen. Wanneer er een verkeerd modelgeheugen gekozen zou zijn zal het systeem niet binden.
    Modeltype

    Heli – Vliegtuig .

    De selectie modeltype biedt u de mogelijkheid om de geselecteerde geheugenplaats te voorzien van een
    vliegtuig- of helikopterprogrammering. U moet deze keuze als eerste maken wanneer u een nieuw model wilt
    gaan programmeren.

    17



  • Page 18

    Keuze van de functie modeltype
    Druk de rol druktoets in en houd deze ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer het menu systeeminstelling
    op het display verschijnt laat u de rol druktoets los. De DX8 is nu in het menu systeeminstelling.

    Draai de rol druktoets tot aan de keuze modeltype en druk dan op de rol druktoets om de keuze te activeren.

    Kies nu met de rol druktoets het gewenste type vliegtuig of helikopter uit.
     U kunt op ieder moment teruggaan naar de systeeminstelling door de knop Back eenmaal in te
    drukken.
     Om naar het hoofdmenu te wisselen drukt u de Back knop tweemaal in,
     of u houdt de rol druktoets langer dan drie seconden ingedrukt

    U ziet nu het afgebeelde display. Draai de rol druktoets om JA uit te kiezen en druk dan op de toets ter
    bevestiging. Kies NEE om naar het vorige menu terug te gaan.

     Aanwijzing: Wanneer u het modeltype wijzigt worden alle programmeringen in het
    desbetreffende geheugen teruggezet naar de standaard fabrieksinstellingen.
    Modelnaam
    U kunt voor de overzichtelijkheid van de modelgeheugens uw model een naam geven, die uit maximaal 10
    tekens bestaat. De naam wordt normaal gesproken bij de basisinstelling ingevoerd, maar kan op ieder moment
    worden gewijzigd, zonder daardoor de programmering te veranderen. U kunt bij het aanmaken van de naam
    kiezen uit grote en kleine letters, cijfers en symbolen.
    Zo kiest u het menu modelnaam uit:

    18



  • Page 19

    Draai de rol druktoets tot de functie modelnaam gekozen is en selecteer de functie dan door indrukken van de rol
    druktoets.

    Draai de rol druktoets tot de gewenste letter verschijnt en kies deze dan uit door indrukken van de toets. Herhaal
    dit tot de naam compleet is. De naam wordt weergegeven op het display. Om te corrigeren drukt u op de Clear
    knop.

    Selectie vleugeltype
    Gebruik de selectie vleugeltype om de vleugels en roeren te programmeren. U heeft de keuze uit acht
    vleugeltypen: normaal, rol- en hoogteroer, twee rolroeren, één rolroer en een klep, twee rolroeren als kleppen
    (Flaperon), twee rolroeren en een klep, twee rolroeren en twee kleppen. Er zijn vijf staarttypen: normaal, Vstaart, twee hoogteroeren, twee richtingsroeren, twee richtings-/hoogteroeren. U moet eerst uw vleugel- en
    staarttype kiezen voordat u de andere instellingen kunt invoeren, zoals bijvoorbeeld kleppen, servo-uitslagen etc.
    Keuze van de vleugeltypes
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display het menu van de
    systeeminstelling verschijnt kunt u de rol druktoets loslaten.

    Draai de rol druktoets tot het menu vleugelselectie verschijnt. Kies door het indrukken van de roltoets de functie
    uit.

    19



  • Page 20

    Draai nu de rol druktoets totdat uw vleugeltype wordt weergegeven. Kies hem uit door het indrukken van de
    toets.

    Keuze van het staarttype
    Draai de rol druktoets totdat uw staarttype getoond wordt. Kies deze uit door de toets in te drukken.
    Schakelaartoewijzing
    De schakelaarselectie maakt het mogelijk om de schakelaars, knoppen en linker- en rechtertrimming aan de
    kanalen Gear, Aux2, Aux3 of inactief toe te wijzen.
    Programmering van de schakelaarkeuze
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display het menu systeeminstelling te
    zien is laat u de rol druktoets weer los.

    Draai de rol druktoets totdat de gewenste schakelaar wordt aangeduid. Kies hem uit door de toets in te drukken.

    Draai de rol druktoets totdat het gewenste kanaal, dat aan de schakelaar gekoppeld moet worden, geselecteerd is.
    Kies hem uit door indrukken van de toets. Herhaal deze procedure voor alle gewenste schakelaars.

    20



  • Page 21

    Tuimelschijftype

    Heli Model

    In het menu tuimelschijftype kiest u de tuimelschijf van uw helikopter uit. Er zijn zes verschillende
    tuimelschijftypen: normaal, 3-servo 120 CCPM, 3-servo 140 CCPM, 3-servo 90 CCPM, 3-servo 135 CCPM en
    2-servo 180 CCPM. Kies het juiste tuimelschijftype uit voordat u andere relevante instellingen programmeert.
    Wanneer u niet zeker weet welk tuimelschijftype u heeft moet u dit nazoeken in de handleiding bij uw
    helikopter.
    Selectie van het tuimelschijftype
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat het menu tuimelschijftype weergegeven wordt. Kies hem uit door indrukken van de
    toets.

    Draai de rol druktoets totdat het juiste tuimelschijftype weergeven wordt. Kies hem uit door indrukken van de
    toets.

    Schakelaartoewijzing

    Heli Model

    De schakelaarselectie maakt het mogelijk om de schakelaars, linker knop, linker en rechter trimmingen aan de
    kanalen toe te wijzen of af te sluiten.
    Trainer knop
    Inactief
    Gear
    Aux 2
    Aux 3
    Gyro, mixers, Hold, toerenregelaar (Governer) en vliegfaseschakelaar Switch
    Inactief
    Gear
    Aux 2 kanaal
    Aux 3 kanaal
    Rechter knop
    Gear
    Aux 2 kanaal
    Aux 3 kanaal
    Gas
    Pitch
    Rechter en linker trimmers
    Linker en rechter trimmers kunnen aan de volgende functies / kanalen worden toegewezen:
    Inactief
    Hover Pitch
    Hovergas
    Gyro trimming
    Toerenregelaar (Governor trim) Gear kanaal
    Aux 2 kanaal
    Aux 3 kanaal

    21



  • Page 22

    Programmering van de schakelaarfuncties
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat de gewenste schakelaar of knop wordt weergegeven en druk op de rol druktoets.

    Kies het kanaal of de functie die u wilt toewijzen. De opties ziet u in de lijst. Druk de druk roltoets in om een
    functie uit te kiezen. Een kanaal of een functie kan maar één keer worden geselecteerd. Herhaal de procedure
    voor alle andere schakelaars.

    F-Mode setup

    Heli

    In dit menu kunnen de schakelaars, die voor de vliegfase- en Hold-functie nodig zijn, worden toegewezen. Als
    standaardinstelling is de vliegfase aan de F-Mode en Hold schakelaar toegewezen. U kunt de Flight Mode ook
    toewijzen uit één van de schakelaars Dualrate rolroer, hoogteroer Dualrate, richtingsroer Dualrate,
    gyroschakelaar, vliegfaseschakelaar, Hold, toerenregeling (Governor) en als functie inactief.
    Programmering van de functie vliegfase
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat F-Mode wordt weergegeven en druk op de rol druktoets.

    22



  • Page 23

    Draai dan naar de Flight Mode of de vliegtoestand en kies door indrukken de functie uit.

    Trimstappen

    Heli en Vliegtuig

    De functie trimstappen legt de uitslag van de servo per trimklik vast. Normaal gesproken wordt een nieuw model
    met grote trimstappen (komt overeen met waarde -10) ingesteld. Later zijn er kleinere instellingen voor een
    nauwkeurige trimming nodig. De instelling van de trimstappen kan voor alle of voor de individuele
    vliegtoestanden worden gekozen. Veel helikopterpiloten hebben per vliegfase liever verschillende trimstappen.
    Belangrijk: de totale uitslag van de trimming wordt niet gewijzigd, alleen de verdeling. Wanneer u een trimstapwaarde van 0 kiest is de trimming gedeactiveerd.
    Zo kiest u de functie trimstappen uit
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat het menu trimstappen wordt weergegeven en druk op de rol druktoets:

    Kies door draaien het gewenste kanaal uit. Druk op de rol druktoets en stel de gewenste waarde door draaien in.
    Herhaal dit indien gewenst voor alle kanalen.

    23



  • Page 24

    Kiezen tussen normale trimming of trimming per vliegfase

    Draai de rol druktoets naar trim type en kies uit vliegfase/Flight Mode of normaal.
    Normale trimming – Wanneer u ‘normaal trimmen’ kiest, gelden de geselecteerde trimstappen voor alle
    vliegfasen / Flight Modes.
    Fase trimming – Wanneer u de mogelijkheid ‘trimmen per vliegfase’ kiest, gelden er per vliegfase eigen
    trimwaarden.

    Model terugzetten

    Heli en Vliegtuig

    De functie model terugzetten is nodig om een model dat niet meer gevlogen wordt uit het geheugen te wissen.
    Wanneer een model eenmaal gewist is kan het niet meer worden teruggebracht.
    Zo kiest u de functie model terugzetten
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat het menu model terugzetten wordt weergegeven en druk op de rol druktoets:

    Verzeker u er van dat het model dat u wilt wissen op het display wordt weergeven. Wanneer dit niet zo is moet
    u bladzijde 12 van de handleiding doornemen. Kies door draaien het gewenste model in en selecteer dan op het
    display ‘terugzetten bevestigen’.

    24



  • Page 25

    Wanneer u ‘ja’ kiest worden de modelinstellingen teruggezet naar de standaard fabrieksinstellingen.

    Model kopiëren

    Heli en Viegtuig

    De functie ‘model kopiëren’ kopieert de actuele programmeerfuncties naar een ander modelgeheugen. U kunt
    beschikken over 30 modelgeheugens.

    U kunt met deze functie de volgorde van de modellen wijzigen en ze volgens categorie of type sorteren.
    Aanwijzing: Let er op dat u na gebruik van deze functie uw model opnieuw moet binden.

    U kunt de functie gebruiken om nieuwe instellingen bij een model uit te proberen, zonder de bestaande
    programmering te wijzigen. Aanwijzing: Let er op dat u na het gebruiken van deze functie uw model
    opnieuw moet binden.

    U kunt bestaande programmeringen als basis van nieuwe programmeringen gebruiken. Zo kan bijvoorbeeld
    de programmering van een Vibe 50w/120CCPM een basis voor de programmering van een andere
    120CCPM verbrandingshelikopter zijn. Een Extra 300 met twee rolroerservo’s en twee hoogteroerservo’s,
    die in het vleugeltype duale kleppen en hoogteroermixer geprogrammeerd zijn, vormt een goede basis voor
    een dergelijk type vliegtuig.
    Programmeren van de functie model kopiëren
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat het menu ‘model kopiëren’ wordt weergegeven en druk op de rol druktoets:

    Controleer goed of u het op het display getoonde model ook echt wilt kopiëren. Wanneer dit niet zo is moet u
    bladzijde 12 van de handleiding nogmaals doornemen. Draai de rol druktoets om het modelgeheugen te kiezen
    waarheen het model gekopieerd moet gaan worden. Neem hiervoor een nog leeg modelgeheugen. Wanneer het
    gewenste geheugen wordt weergegeven moet u de toets indrukken om in het bevestigingsmenu te komen.

    25



  • Page 26

    Kies nu door te draaien de functie ‘kopiëren’ en bevestig dit door indrukken, als u het model wilt kopiëren. Na
    het kopiëren wordt weer het hoofddisplay weergegeven.

    Alarmen

    Heli en Vliegtuig

    De alarmfunctie kan zó worden geprogrammeerd, dat er een alarm klinkt wanneer er bij het inschakelen van de
    zender schakelaars of knuppels in gevaarlijke posities staan. In de helikoptermodus zijn de alarmen op gas, Idle
    up 1, Idle up 2 en Hold geprogrammeerd. In de vliegtuigmodus zijn de alarmen aanwezig op gas, kleppen,
    landingsgestel, vliegfase 1 en vliegfase 2. Wanneer u de zender aanzet en de schakelaars zijn actief of de
    knuppel niet in de onderste positie, dan klinkt er een alarm en verschijnt er een waarschuwing op het display.
    Wanneer er een alarm actief is zendt de zender niet, zolang de knuppel of de schakelaar nog in de onveilige
    positie is.
    Zo kiest u het menu Alarm uit
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets naar alarmen. U ziet dan het volgende display:

    Kies door draaien de gewenste waarschuwing (gas, Idle up 1, Idle up 2 of Hold bij heli’s of kleppen,
    landingsgestel, vliegfase 1, vliegfase 2 voor vliegtuigen) en druk dan op de toets om te kiezen. Draai nu de rol
    druktoets om de waarschuwing aan- of uit te zetten.
    Om te testen moet u de zender uitzetten, een schakelaar of knuppel in een positie brengen die een alarm moet
    veroorzaken en dan de zender weer aanzetten. Het alarm moet nu klinken en op het display moet er een
    waarschuwing te zien zijn.

    Telemetrie

    Heli en Vliegtuig

    De Spektrum TM1000 telemetrie module is compatibel met alle Spektrum en JR ontvangers die een Data (Flight
    Log) aansluiting hebben inclusief:
    Spektrum

    AR7000
    AR9000

    AR7600
    AR9200

    26



  • Page 27





    AR8000
    AR12000
    AR7100R

    JR

    R921

    R922

    AR9300
    AR7100
    AR9100

    R1221
    R1222

    Inbouwen van de TM1000 module
    Bouw de TM1000 module in de buurt van de ontvanger in, zodat de 7,6 cm lange kabel naar de ontvanger
    voldoende is. Bevestig de module met dubbelzijdig klevende tape of wikkel hem in schuimrubber.
    Steek de aansluiting van de datakabel in de datapoort van de TM1000 en het andere uiteinde in de datapoort van
    de ontvanger.
    Aanwijzing: Hou de verbindingskabel verwijderd van metalen of andere geleidende oppervlakten om optimale
    prestaties te verkrijgen. Na deze montage heeft u nu al telemetrie voor de Flight Log data en de
    ontvangerstroomvoorziening. Voordat u verdergaat moet u het systeem opnieuw binden en testen of het
    telemetriesysteem goed functioneert.

    Zo bindt u de telemetrie module en de ontvanger
    1. Hou de bindbutton aan de zijkant van de TM1000 telemetrie modus ingedrukt.
    2. Hou de bindbutton ingedrukt en schakel de ontvanger in. De ontvanger, alle satellieten en de
    TM1000 telemetrie module moeten nu knipperen en daardoor de bindmodus aangeven.
    3. Breng alle schakelaars en knuppels naar de gewenste Failsafe-posities (normaal gesproken gas
    stationair en neutrale knuppels) en activeer de bindmodus van de zender.

    4.

    Het display geeft de geheugenplaats aan. Na enkele seconden zal het systeem binden en naar het
    hoofddisplay wisselen.

    27



  • Page 28

    5.

    Vanuit het hoofddisplay draait u de rol druktoets om de Flight Log data en ontvangerspanning weer
    te geven.

    Temperatuur, spanning en optionele toerentalsensor
    De TM1000 heeft een temperatuur- en een externe spanningssensor. Als optie zijn er toerentalsensoren voor
    benzine- en nitromotoren en voor brushless elektromotoren verkrijgbaar.
    Temperatuursensor
    Monteer de sensor op het object waarvan u de temperatuur wilt meten. U kunt de temperatuursensor bij de
    cilinderkop aanbrengen om het vermogen van de motor te optimaliseren. Om de accutemperatuur te meten moet
    u de sensor op de accu aanbrengen.
    Door verschillende bevestigingsposities krijgt u, met name bij verbrandingsmotoren, verschillende
    temperatuurinformatie. Het is belangrijk om de juiste positie van de sensor proefondervindelijk vast te stellen.

    Montage
    Sluit de temperatuursensor aan de temp/volt aansluiting aan. De sensor is nu actief en toont u de actuele
    temperatuur op het display.

    Externe spanning
    De externe spanningsaanduiding heeft u normaal gesproken nodig om de spanning van de vliegaccu te bewaken.
    Eventueel kunt u er de spanning van de ontstekingsaccu mee bewaken. U kunt hier ook alarmen programmeren
    om een te verregaande ontlading te voorkomen.
    Inbouw
    Sluit de spanningssensor aan de temp / volt aansluiting van de telemetrie module aan. Sluit de andere
    uiteinden van de sensorkabel aan de spanningsbron aan, die u wilt bewaken. Let op de juiste polariteit,
    rood = plus en zwart = min. Normaal gesproken worden deze aansluitingen aan de accu-aansluitingen
    van de regelaar gesoldeerd. U ziet dan de externe spanningsbron aangegeven op het display.
    Aanwijzing: een Y-kabel bevindt zich in de set, om de temperatuur en spanning tegelijkertijd te kunnen
    bewaken.

    28



  • Page 29

    Toerental (sensor als optie verkrijgbaar)

    Er zijn twee sensoren verkrijgbaar: SPMA9569 voor verbrandingsmotoren en SPMA9558 voor brushless
    elektromotoren.

    Motor RPM sensor
    De als optie verkrijgbare motor toerental sensor wordt aan het carterdeksel bevestigd. De sensor meet de
    omwentelingen van het drijfstangoog en geeft daardoor een exacte meting van het toerental door. Ook kan deze
    sensor aan elk draaiende magnetische tandwiel het toerental aflezen. Monteer de sensor op 5mm afstand van het
    draaiende object.

    Aanwijzing: Bij sommige motoren kan het zinvol zijn om de sensor met iets meer afstand in het
    carterdeksel te monteren.

    29



  • Page 30

    Montage
    Schroef de sensor aan het carterdeksel van de motor. Steek de aansluiting in de RPM aansluiting van de
    TM1000.
    Test
    Zet de zender en de ontvanger aan en draai de motor snel rond. Het toerental moet nu op het display
    worden weergegeven. De rode LED op de TM1000 moet aanduiden dat de sensor het toerental heeft
    gemeten. U kunt de afstand van de sensor wijzigen om een beter resultaat te krijgen.
    Elektrische toerental sensor
    De als optie verkrijgbare toerental sensor is geschikt voor het gebruik met elke brushless elektromotor. De sensor
    heeft twee aansluitingen die met twee van de drie aansluitkabels van de motor moeten worden verbonden. Deze
    verbindingen worden normaal gesproken gesoldeerd.

    Inbouw
    Bouw de sensor op een plaats in, waar u de motorkabels en de TM1000 telemetrie-eenheid goed kunt
    bereiken. Soldeer de sensorkabels aan de motorkabels. Sluit de sensor aan de RPM aansluiting van de
    telemetrie-eenheid aan.
    Test
    Schakel de zender en ontvanger in. Laat de motor lopen, het toerental moet nu te zien zijn op het
    display. Aanwijzing: De rode LED geeft aan dat het toerental wordt gemeten.
    Aanwijzing: Het is voor de juiste meting noodzakelijk dat het aantal polen van de motor in het
    telemetrieprogramma wordt ingevoerd. Dit aantal vindt u normaal gesproken in de handleiding bij de
    motor of op de website van de fabrikant.

    Pulsrate
    U kunt de pulsrate instellen op 11ms of 22ms. Wanneer er een ontvanger met 11ms pulsrate wordt gebruikt stelt
    deze zich automatisch op deze pulsrate in. De 11ms pulsrate is niet compatibel met sommige analoge servo’s.
    Stel bij het gebruik van een snelle ontvanger in combinatie met servo’s die niet voor 11mms pulsrate geschikt
    zijn de pulsrate in het menu op 22ms.
    Programmeren van de functie pulsrate
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.
    Draai de rol druktoets totdat het menu pulsrate wordt weergegeven en druk op de rol druktoets. U ziet dan het
    volgende display.

    30



  • Page 31

    Draai nu de rol druktoets om 11 of 22ms uit te kiezen.

    Trainerfuncties

    Heli en Vliegtuig

    De DX8 is voorzien van drie programmeerbare leraar / leerlingfuncties. Deze worden geactiveerd wanneer ze in
    het desbetreffende menu werden geselecteerd en de trainerknop wordt ingedrukt. U kunt kiezen tussen:

    Uit
    Is de trainermode uitgeschakeld, dan kan de zender alleen als leerlingzender worden gebruikt. De leerlingzender
    moet dan dezelfde programmering van servo/draairichtingen, servo/uitslagen, Sub Trim etc. hebben als de
    leraarzender.

    Leraarzender, programmeerbaar
    Met de programmeerbare leraarzender kunt u óf individuele óf alle kanalen tegelijk aan de leerling overgeven,
    wanneer u de trainerknop indrukt. Dit is ideaal voor de leerling en beginner, die zo de controle over elk kanaal
    apart (bijvoorbeeld rolroer) kan leren, terwijl de leraar de andere kanalen stuurt.
    Aanwijzing: Wanneer u de functie ‘programmeerbare leraarzender’ wilt gebruiken moeten alle
    instellingen van de leerlingzender (bv. servo-omkeer, vleugeltype, Sub Trim, servo-uitslag, mixers enz.)
    met die van de leraarzender overeenkomen. Wanneer u twee Spektrum DX8 zenders gebruikt kunt u het
    hele modelgeheugen eenvoudig via de SD kaart naar de leerlingzender overzetten. Daarna moet u in het
    leraar/leerling-menu de leerlingzender op “uit” programmeren.

    Pilot Link leraar
    Wanneer er voor de leraarzender Pilot Link werd gekozen, krijgt de leerling alleen de controle over de
    stuurknuppelfuncties (rolroer, richtingsroer, hoogteroer en gas). De leraarzender houdt de controle over Dual
    Rates en schakelaars. Dit is ideaal voor training met complexe modellen, omdat het in het begin de leerling
    ontlast.
    Leerling
    Gebruik de leerling mode wanneer de DX8 als leerlingzender wordt gebruikt en de leraar zijn Pilot Link heeft
    geactiveerd. In dit geval is er geen bijzondere afstemming tussen de leraar- en de leerlingzender nodig.

    Systeeminstellingen

    Heli en Vliegtuig

    In de systeeminstelling worden de instellingen opgeslagen die voor alle modelgeheugens gelden. Deze
    instellingen zijn: naam van de eigenaar, contrast, mode, regio en taal. Wanneer u bv. mode 1 kiest, geldt deze
    voor alle modellen. Aanwijzing: de mode-instellingen gelden ook wanneer er modellen via de SD kaart
    geïmporteerd worden.
    Zo programmeert u de systeeminstellingen

    31



  • Page 32

    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Kies hier ‘systeeminstellingen’ en druk de rol druktoets in om een keuze te maken.
    Naam eigenaar
    Gebruik deze functie om uw naam in te voeren. De naam van de eigenaar wordt getoond bij het inschakelen van
    de zender.

    Zo programmeert u de naam van de eigenaar
    Kies in de systeeminstelling de functie ‘naam eigenaar’ en kies de functie door indrukken van de toets uit.

    Kies door draaien de gewenste letter of het gewenste teken en druk dan op de rol druktoets. Herhaal dit totdat de
    naam compleet is.
    Aanwijzing: De naam van de eigenaar verschijnt tijdens het inschakelen links onder op het display.

    Instellen van het kontrast
    Kies in de systeeminstellingen ‘kontrast’.

    32



  • Page 33

    Kies een waarde van 1 – 20 totdat het kontrast voor u optimaal is. Druk dan de rol druktoets in ter bevestiging.
    Keuze van de mode
    Om van mode te wisselen moet u bladzijde 39-40 doornemen.
    Keuze van de regio (alleen mogelijk in de EU versie)
    Kies door draaien in de systeeminstelling de functie ‘regio’. Voor EU zenders zijn er twee regio’s beschikbaar:
    EU328 conform de EU-landen en FR328 conform Frankrijk. US-zenders zijn ingesteld op US-247.

    Draai de rol druktoets om de regio te selecteren waarin de zender wordt gebruikt. Kies de regio door indrukken
    uit.

    Taalkeuze
    Kies door draaien en indrukken in de systeeminstelling het menupunt ‘taal’. U kunt kiezen uit vijf talen: Engels,
    Duits, Spaans, Frans en Italiaans.

    Kies door draaien en indrukken de gewenste taal uit.

    Menu SD kaart
    Het menu SD kaart maakt de volgende functies mogelijk:

    Import van een individueel model vanuit een DX8 naar een andere DX8.

    Import van alle modellen van de ene DX8 naar een andere DX8.

    Export van een individueel model vanuit een DX8 naar een andere DX8.

    Export van alle modellen van de ene DX8 naar een andere DX8.

    Update van de Firmware.
    Programmeren van de SD kaart functie
    Hou de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Wanneer op het display de systeeminstelling
    verschijnt kunt u de toets weer loslaten.

    Draai de rol druktoets totdat de functie SD kaart wordt weergegeven en druk op de rol druktoets. U ziet dan het
    volgende display.

    33



  • Page 34

    Wanneer dit nog niet is gebeurd moet u de SD kaart in de SD kaart-slot aan de linker kant steken, met het etiket
    naar voren wijzend. Op het display moet dan onder status ‘klaar’(ready) staan.

    Om één of alle modellen vanaf de SD kaart te importeren kiest u ‘import van een model’ of ‘import van alle
    modellen’. Kies nu het gewenste model uit en druk dan op de rol druktoets om het model te importeren. De
    exportfunctie werkt op dezelfde manier.

    Functiemode
    DE DX8 heeft voor de mogelijke instellingen twee categorieën: de systeeminstelling en de functiemode. De
    functiemode bevat alle instellingen die nodig zijn voor een vliegtuig of helikopter.

    Vliegtuigmodel
    servo-instelling bladzijde 20
    D/R en expo bladzijde 21
    Differentiatie bladzijde 22
    Gas uit bladzijde 23
    Gascurve bladzijde 23
    Kleppensysteem bladzijde 24
    Mixers bladzijde 27
    Rol-richtingsroer mixer bladzijde 27
    Programmeerbare mixers bladzijde 27
    Klokken bladzijde 31
    Monitor bladzijde 33

    helikoptermodel
    servo-instelling bladzijde 20
    D/R en expo bladzijde 21
    gas uit bladzijde 23
    gascurve bladzijde 24
    tuimelschijf bladzijde 25
    toerenregeling bladzijde 26
    pitchcurve bladzijde 26
    revo mixer bladzijde 28
    mixers bladzijde 29
    gyro bladzijde 31
    klokken bladzijde 31
    monitor bladzijde 33

    34



  • Page 35

    De functielijst
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets. De functielijst wordt nu weergegeven.
    Aanduiding van de keuzefunctie in de functielijst
    Kies door draaien en indrukken van de rol druktoets de gewenste functie:

    Servo-instelling

    Heli en Vliegtuig

    In het menu servo-instelling kunt u de draairichting, servo-uitslag, Sub Trim en servosnelheid voor alle acht
    kanalen instellen. Het menu servo-instelling heeft ook een Servo Monitor om alle servobewegingen te
    visualiseren.
    Instelling uitslag – maakt de instelling van de uitslag naar elke richting mogelijk.
    Sub-Trim – wordt gebruikt bij het instellen van de middenpositie.
    Omkeer – poolt de draairichting van de servo om.
    Snelheid – stelt de individuele snelheid van een servo in.
    Functie servo-uitslag
    Druk, uitgaand van het hoofd- of telemetriedisplay, op de rol druktoets. U ziet nu de functielijst. Kies door
    draaien en indrukken van de rol druktoets de servo-instelling. Het menupunt servo-instelling is te zien op het
    display, kies hem uit door de rol druktoets in te drukken.

    Kies door indrukken en draaien van de rol druktoets het gewenste kanaal uit.

    Kies de waarden die onder aan het display worden weergegeven. Wanneer u de desbetreffende stuurknuppel
    centreert worden de beide waarden tegelijkertijd veranderd. Wanneer u de knuppel naar onderen of naar boven
    beweegt wordt alleen die richting veranderd, waarheen u de knuppel heeft bewogen.

    35



  • Page 36

    Sub Trim functie
    Druk, uitgaand van het hoofd- of telemetriedisplay, op de rol druktoets. Kies servo-instelling en daarna Sub
    Trim.

    Kies in het menu ‘Sub Trim’ door indrukken en draaien het kanaal dat u wilt instellen.

    Kies het invoerveld onder in het display en verander de Sub Trim waarde naar wens door de rol druktoets te
    draaien en in te drukken.

    Omkeer servodraairichting
    Druk, uitgaand van het hoofd- of telemetriedisplay, op de rol druktoets en kies ‘servo-instelling’.
    Aanwijzing: Het kan bij uw model nodig zijn om de draairichting van één of meer servo’s om te keren.

    36



  • Page 37

    Kies vanuit servo-uitslag de optie ‘omkeer’.

    Kies het gewenste kanaal uit.

    Kies het veld NORM of OMK en druk de rol druktoets in om de functie om te draaien.

    Servosnelheid
    Druk, uitgaand van het hoofd- of telemetriedisplay, op de rol druktoets en kies ‘servo-instelling’. In dit menu
    wordt de optie servo-uitslag aangeboden, kies in dit veld voor ‘snelheid’.

    37



  • Page 38

    Kies het kanaal door draaien en indrukken van de rol druktoets.

    Kies door draaien en indrukken het veld van de servosnelheid uit. Druk de rol druktoets in om de invoer
    mogelijk te maken en stel de gewenste waarde in door de toets te draaien.

    U kunt met een druk op de Back-knop op ieder moment terugkeren naar de functielijst.
    Om naar het hoofddisplay terug te keren moet u de BACK knop twee maal indrukken of de rol druktoets
    gedurende meer dan drie seconden ingedrukt houden.

    Dual Rate en Exponential

    Heli en Vliegtuig

    Voor het rol- hoogte- en richtingsroer kunt u beschikken over Dual Rate- en exponential-functies. U kunt de
    functies aan individuele schakelaars inclusief de Flight Mode schakelaar toewijzen.
    Dual Rate
    De Dual Rate instelling beïnvloedt de totale stuuruitslag van de servo. Wanneer u de
    stuuruitslag verkleint wordt de gevoeligheid in dezelfde mate geringer.
    Exponential
    De functie Exponential beïnvloedt de gevoeligheid rondom de middenpositie van de
    stuurknuppel; de totale uitslag wordt echter niet verkleind.
    Aanwijzing: Positieve exponential-waarden verkleinen de gevoeligheid inde middenpositie.
    Negatieve waarden vergroten de gevoeligheid, maar worden normaal gesproken niet gebruikt.
    Programmering van de D/R- en Exponential-functie
    Druk, uitgaand van het hoofd- of telemetriedisplay, op de rol druktoets.

    38



  • Page 39

    Kies door indrukken en draaien van de rol druktoets D/R en Expo.

    Selectie van het kanaal
    Kies door draaien en indrukken het gewenste kanaal.

    Selectie van de schakelaar
    Draai de rol druktoets naar het veld ‘schakelaar’ en kies dan de schakelaar voor de functie. U kunt met ‘inactief’
    ook ervoor kiezen, om geen schakelaar te gebruiken.
    Aanwijzing: U kunt voor meerdere kanalen ook één schakelaar gebruiken.

    Selectie van de schakelaarpositie
    Aanwijzing: Positie 0 is de middenstand. Beweeg de schakelaar naar één van de mogelijke standen
    0,1,2. Wanneer u de D/R- of Expo-instellingen invoert zijn deze automatisch actief in de daarbij
    gekozen stand van de schakelaar.

    Keuze van de D/R- en Expo-waarden
    Overtuig u ervan dat u het juiste kanaal heeft uitgekozen. Draai de rol druktoets naar het gewenste invoerveld.
    Wanneer de desbetreffende stuurknuppel gecentreerd is geldt de invoer van een waarde voor de beide velden.
    Wanneer u de stuurknuppel in een bepaalde richting brengt geldt de waarde alleen voor die richting. Zo kan de
    D/R- of Expo-waarde ook per kant verschillend worden ingesteld. Kies de juiste waarde door het draaien van de
    rol druktoets.

    39



  • Page 40

    Differentiatie

    Vliegtuig

    De differentiatiefunctie maakt een nauwkeurige instelling van de roeruitslagen van de rolroeren – of bij een
    Deltamodel van de elevons – mogelijk. Een rolroerdifferentiatie wordt geprogrammeerd om ongewenste
    draaibewegingen van het model te voorkomen. U kunt maximaal drie verschillende differentiatiewaarden
    programmeren en deze aan een schakelaar toewijzen.
    Let er op, dat er een positieve + en een negatieve – differentiatie bestaat. Normaal is er een grotere uitslag naar
    boven dan naar beneden nodig.
    Aanwijzing: de differentiatiefunctie is alleen bij duale rolroeren, Flaperon, 2 rolroeren 1 klep, 2
    rolroeren 2 kleppen of Elevon mogelijk (zie bladzijde 13); elk rolroer moet zijn eigen servo hebben.
    Het menu differentiatie
    Druk, uitgaand van het hoofd- of telemetriedisplay, op de rol druktoets. U ziet dan de functielijst.

    Kies door draaien en drukken het menu ‘differentiatie’.

    De basis-instelling van de differentiatie is gedeactiveerd. Druk op het veld ‘gedeactiveerd’ met de toets om één
    van de volgende schakelaarposities uit te kiezen.
    Gedeactiveerd – uit
    Aan – altijd aan
    Landingsg. – schakelaar landingsgestel/gear
    Klep – kleppenschakelaar
    Rolroer D/R – rolroer Dual Rate schakelaar
    Hoogte D/R – hoogteroer Dual Rate schakelaar
    Richting D/R – richtingsroer Dual Rate schakelaar
    Vliegf. – vliegfase/Flight mode schakelaar
    AUX 2 – Aux 2 schakelaar
    Mix – mixer schakelaar
    Druk op de rol druktoets om de gewenste schakelaar uit te kiezen. U ziet dan het display ‘instelling
    differentiatie’.

    Kies de gewenste differentiatiepositie en druk dan op de toets.

    40



  • Page 41

    Stel met de rol druktoets de gwenste waarde in. Herhaal dit voor alle gewenste schakelaarposities.
    Positieve differentiatiewaarden resulteren in meer roeruitslag naar boven dan naar beneden. Het
    differentiatiedisplay maakt ook een wijzigen van de schakelaarposities mogelijk. Kies daarvoor met de rol
    druktoets de schakelaar uit en wijzig of deactiveer de schakelaar door de rol druktoets te draaien.

    Gas uit

    Heli en Vliegtuig

    De gas-uit-functie maakt het mogelijk om de motor met de trainer-, landingsgestel- of linker/rechter
    trimschakelaar uit te zetten.
    Door loslaten of terugzetten van de gewenste schakelaar is de motorfunctie weer actief.

    Zo activeert u de gas-uit-functie en wijst u aan deze functie een schakelaar toe
    Druk vanuit het hoofd- of telemetriedisplay op de rol druktoets. U ziet dan de functielijst.

    Kies door draaien ‘gas uit’ en druk dan de toets in.

    Kies met de rol druktoets het gedeactiveerde veld en kies dan één van de opgesomde schakelaaropties (trainer,
    gear, mixer, linker of rechter trimming).

    41



  • Page 42

    Programmeer de positie ‘gas uit’. Let er op dat 0% = gas dicht, middelste trimming en negatieve waarden
    mogelijk zijn. Om deze functie te testen moet u de schakelaar activeren; u kunt nu de servopositie ook op de
    servo-monitor zien.

    Gascurve

    Vliegtuig

    Bij de programmering van de gascurve worden er posities van de gasservo of van de regelaar afhankelijk van de
    positie van de gasstuurknuppel geprogrammeerd. Door deze programmering wordt er een lineaire curve
    gevormd. U kunt een enkele gascurve (geactiveerd door schakelaar AAN) of maximaal drie curven kiezen die
    via een daartoe aangewezen schakelaar geactiveerd worden. Het display geeft aan de linkerkant een 5-punts
    curve weer, de invoer van de bijbehorende waarden vindt plaats aan de rechterkant van het display.
    Programmeren van de gascurve
    Druk vanuit het hoofd- of telemetriedisplay op de rol druktoets. U ziet dan de functielijst.

    Kies door draaien de optie ‘gascurve’ en druk dan de toets in.

    Toewijzen van een schakelaar
    Draai de rol druktoets naar het schakelaarveld en kies de gewenste schakelaar uit. Kies AAN wanneer de curve
    altijd actief moet zijn.

    Instellen van de curve

    42



  • Page 43

    Wanneer u de schakelaar heeft gekozen en hem in de gewenste positie heeft gezet kunt u de individuele punten
    van de gascurve selecteren: laag , 25%, 50%, 75%, hoog. Druk op de rol druktoets om de waarden in te voeren.

    Verander de waarden door te draaien. Let op de vorm van de curve aan de linkerkant.

    Herhaal dit voor alle andere punten van de curve.
    Aanwijzing: let er op dat u de gascurve voor alle posities van de schakelaar aanpast.
    Activeren van de Expo functie
    Draai de rol druktoets tot aan het veld EXPO en druk dan om AAN of gedeactiveerd te kiezen.

    Gascurve

    HELI

    De DX8 is voorzien van een 5-punts gascurve. U kunt maximaal 4 verschillende gascurven uitkiezen. Een
    grafische weergave aan de linkerkant van het display geeft de waarden weer die aan de rechterkant worden
    ingevoerd. Er is ook een expo-functie om de curve netjes af te ronden.
    Programmering van de gascurve
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets; de functielijst wordt nu weergegeven.

    Kies nu door draaien en indrukken het programmapunt ‘gascurve’ uit.

    43



  • Page 44

    Selectie van de vliegfase
    Kies nu door indrukken en draaien de gewenste vliegfase. De gekozen vliegfase wordt op het display in een
    donkere kleur weergegeven.
    N = Normal
    1 = Idle 1
    2 = Idle 2
    H = Hold

    Instellen van de curve
    Zet de vliegfase-schakelaar in de gewenste positie die u wilt instellen. Kies dan de individuele punten van de
    gascurve uit: laag, 25%, 50%, 75%, hoog. Druk dan op de rol druktoets om de waarden in te voeren.

    Verander de waarden door te draaien. Let op de vorm van de curve aan de linkerkant van het display.

    Herhaal deze stappen voor de andere punten van de curve.
    Activeren van de Expo functie
    Draai de rol druktoets tot aan het veld EXPO en druk dan om AAN of gedeactiveerd te kiezen.

    44



  • Page 45

    Kleppensysteem

    vliegtuig

    De DX8 biedt u drie programmeerbare kleppen- en hoogteroerposities (normaal, midden en landen). U kunt deze
    aan verschillende schakelaars toewijzen. Om een realistisch schaaleffect te krijgen kunt u de snelheid van de
    landingskleppen instellen.
    Een grafische weergave aan de linkerkant van het display geeft tijdens het instellen van de kleppen de
    servopositie weer.
    Aanwijzing: De kleppenfunctie is alleen beschikbaar wanneer een vleugeltype met kleppen is
    geselecteerd (zie bladzijde 13).
    Activeren van het kleppensysteem
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets; de functielijst wordt nu weergegeven.

    Kies door draaien en indrukken van de rol druktoets het programmapunt ‘kleppensysteem’ uit.

    Selectie van de schakelaar
    De standaardinstelling van het kleppensysteem is ‘gedeactiveerd’. Om het te activeren draait u met de rol
    druktoets naar het ‘gedeactiveerd’-veld en drukt u op de toets. Kies dan in het menu ‘kleppensysteem’ de
    schakelaar uit.

    45



  • Page 46

    Instellen van de kleppen- en hoogteroerposities
    Draai met de rol druktoets naar de gewenste kleppenpositie en druk op de toets. Stel nu door de rol druktoets te
    draaien de gewenste waarde van de kleppen in. Aanwijzing: Het is zinvol om de kleppen analoog aan de
    schakelaarposities te programmeren.

    Herhaal deze stappen voor alle gewenste kleppen- en hoogteroerposities.
    Instellen van de snelheid van de kleppen
    Draai de rol druktoets naar het veld ‘snelheid’ en druk hem dan in om in het menu te komen. De snelheid van de
    kleppen beïnvloedt de landingskleppen en het hoogteroer. Beide roeren bereiken op hetzelfde moment hun
    uiteindelijke uitslag.

    Tuimelschijf

    Heli

    In het tuimelschijfmenu stelt u de uitslag en de richting in voor de rol-, nick- en pitchfuncties, wanneer u een
    CCPM mixer in het menu ‘tuimelschijftype’ heeft geselecteerd. In dit menu kunt u ook een Expo functie
    activeren, die de normaal gesproken beperkte uitslagen bij volledige uitslag compenseert. Een elektronische Ering functie beschermt de servo’s tegen vastlopen wanneer er extreme uitslagen op rol en nick worden gestuurd.
    Zolang er geen lineaire servo’s of passende hardware worden toegepast moet u de Expo functie activeren,
    wanneer er een CCPM-mixer actief is. Waarden die in het menu ‘tuimelschijf’ worden ingevoerd beïnvloeden de
    totale uitslag van het kanaal en van de drie servo’s, die de tuimelschijf aansturen. Wanneer u bijvoorbeeld de
    pitch vergroot, vergroot u de uitslag van alle tuimelschijfservo’s; het wijzigen van waarden in dit menu heeft dus
    invloed op meerdere servo’s tegelijkertijd. Aanwijzing: Er kunnen positieve en negatieve waarden voor de
    tuimelschijf worden ingesteld. Om de servo’s in het begin juist in te stellen moet u als eerste de functie ‘servoomkeer’ gebruiken om de correcte draairichting te krijgen. Controleer of de tuimelschijf bij nick naar voren ook
    echt naar voren gaat, en op dezelfde manier bij roll naar links en rechts. Bij de pitchfunctie moet de tuimelschijf
    bij positieve pitch omhoog gaan en bij negatieve pitch naar beneden. Na deze basisinstelling kunt u in dit menu
    met positieve en negatieve waarden de uitslagen instellen.
    Programmeren van de functie ‘tuimelschijf’
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets; de functielijst wordt nu weergegeven.

    46



  • Page 47

    Kies door indrukken en draaien van de rol druktoets het programmapunt ‘tuimelschijf’ uit.

    Programmeren van de tuimelschijf waarden
    Draai de rol druktoets naar de gewenste functie en kies deze uit door de rol druktoets in te drukken.

    Verander de waarden door draaien van de rol druktoets. Let er op dat er positieve en negatieve waarden mogelijk
    zijn. Druk op de rol druktoets ter bevestiging.

    Activeren van de tuimelschijf Expo-functie
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld achter ‘Expo’. Kies door te drukken en te draaien ‘actief’ of ‘inactief’.

    Activeren van de functie E-ring
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld achter ‘E-ring’ (uitslaglimiet). Kies door te drukken en te draaien
    ‘activeren’.

    47



  • Page 48

    Toerenregeling

    Govenor Heli

    De functie ‘toerenregeling’ (Governor) regelt het toerental van de motor. U kunt maximaal vier waarden voor de
    toerenregeling via verschillende schakelaars inclusief de vliegfase-schakelaar programmeren. De waarden voor
    het toerental kunnen in stappen van 5% worden ingevoerd. U kunt ook het kanaal van de toerentalregeling
    instellen.

    Programmeren van de functie ‘toerenregeling’
    Druk bij een ingeschakelde zender vanuit het hoofd- of telemetriedisplay op de rol druktoets; de functielijst
    wordt nu weergegeven.

    Keuze van de schakelaar
    De functie ‘toerenregeling’ staat standaard op ‘gedeactiveerd’. Om hem te activeren draait u de rol druktoets
    naar het ‘gedeactiveerd’-veld, drukt u op de toets en kiest u ‘geactiveerd’. Kies een schakelaar om de functie te
    kunnen schakelen.

    48



  • Page 49

    Toewijzen van het uitgangskanaal
    In dit menu kunt u het kanaal toewijzen waaraan de toerenregelaar van uw helikopter is verbonden.
    Toerenregelaar en gyro moeten op twee verschillende kanalen zitten. Draai de rol druktoets naar het invoerveld
    achter ´kanaal´, druk op de toets en kies het kanaal dat door de toerenregelaar gebruikt moet gaan worden.
    Normaal gesproken wordt hier Aux 2 voor gebruikt.

    Programmeren van de waarden voor de toerenregelaar
    Draai de rol druktoets naar het gewenste invoerveld. Druk de toets in en voer dan door te draaien de gewenste
    waarde in.
    Aanwijzing: de getoonde waarde is de gecorrigeerde waarde voor de toerentalregeling. 0% staat voor
    1.500ms of UIT voor de meeste toerenregelaars.

    Herhaal deze stappen voor alle gewenste waarden van de toerenregeling.

    49



  • Page 50

    Pitchcurve

    Heli

    De DX8 is voorzien van een 5-punts pitchcurve. U kunt maximaal 4 verschillende pitchcurven uitkiezen. Een
    grafische weergave aan de linkerkant van het display geeft de waarden weer die aan de rechterkant worden
    ingevoerd. Er is ook een expo-functie om de curve netjes af te ronden.
    Programmering van de pitchcurve
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets.

    De functielijst wordt nu weergegeven.

    Selectie van de vliegfase
    Kies nu door indrukken en draaien de gewenste vliegfase. De gekozen vliegfase wordt op het display in een
    donkere kleur weergegeven.
    N = Normal
    1 = Idle 1
    2 = Idle 2
    H = Hold

    Instellen van de curve
    Zet de vliegfase-schakelaar in de gewenste positie die u wilt instellen. Kies dan de individuele punten van de
    gascurve uit: laag, 25%, 50%, 75%, hoog. Druk dan op de rol druktoets om de waarden in te voeren.

    50



  • Page 51

    Verander de waarden door te draaien. Let op de vorm van de curve aan de linkerkant van het display.

    Herhaal deze stappen voor de andere punten van de curve.
    \

    Activeren van de Expo functie
    Draai de rol druktoets tot aan het veld EXPO en druk dan om AAN of gedeactiveerd te kiezen.

    Mixers

    VLIEGTUIGEN

    De DX8 biedt acht mixers in de vliegtuigmode. Er is een hoogteroer op kleppen mixer, een rolroer op
    richtingsroer mixer en zes vrij te programmeren mixers. De vrij te programmeren mixers hebben een Trim Offset
    die het mogelijk maakt om het nulpunt van een mixer naar een kant te verschuiven en de trim van het
    Masterkanaal op de trim van het bijgemixte kanaal te zetten. U kunt de mixfuncties aan de volgende schakelaars
    of vliegfasen toewijzen:
    Gedeactiveerd – uit
    Aan – altijd aan
    Landingsg./Gear – schakelaar landingsgestel/Gear
    Rol D/R – rolroer Dual Rate schakelaar
    Hoogte D/R – hoogteroer Dual Rate schakelaar
    Richting D/R – richtingsroer Dual Rate schakelaar
    Vliegf. 1, 2 – vliegfase/Flight Mode schakelaar
    Kleppen midden – kleppen schakelaar middelste positie
    Kleppen landen – kleppen schakelaar landingspositie
    Programmeren van de mixerfunctie

    51



  • Page 52

    Druk bij een ingeschakelde zender vanuit het hoofd- of telemetriedisplay op de rol druktoets; de functielijst
    wordt nu weergegeven. Kies door indrukken en draaien de mixers.

    Kies door indrukken en draaien de gewenste mixer. Let er op dat een hoogteroer-kleppen-mixer alleen actief is,
    wanneer het bijbehorende vleugeltype geselecteerd is.

    Rolroer/richtingsroer-mixer
    Gebruik de rolroer/richtingsroer-mixer om ongunstige draaibewegingen te compenseren, zoals die bijvoorbeeld
    bij een Piper J 3 Cub kunnen optreden.
    Zo programmeert u de rolroer/richtingsroer-mixer
    Wanneer u in het vleugeltype de kleppen-optie heeft geselecteerd ziet u de optie hoogteroer/kleppen-mixer.
    Draai de rol druktoets naar het veld hoogte>klep. Draai nu de rol druktoets om rolroer>richtingsroer te tonen en
    druk dan op de toets om deze mixer te selecteren. U ziet dan het bijbehorende instelmenu.

    Toewijzen van de mixer aan een schakelaar
    Draai de rol druktoets tot aan het veld ‘schakelaar’ en kies door drukken en draaien de gewenste schakelaar om
    de mixer mee aan of uit te zetten. Wanneer u AAN kiest is deze mixer altijd actief.

    Instellen van de mixpercentages rolroer op richtingsroer
    Draai der rol druktoets tot aan de invoervelden en druk hem dan in. Wanneer u de stuurknuppel naar links of
    rechts beweegt kunt u voor deze beide kanten individuele waarden instellen. Let er op, dat er ook negatieve
    waarden mogelijk zijn. Druk op de rol druktoets om de waarden op te slaan.

    52



  • Page 53

    Controleert u of de ingestelde mixer juist functioneert. Wanneer één van de functies de verkeerde kant op loopt
    kan het nodig zijn om een tegengestelde waarde in te voeren.
    Aanwijzing: Op dezelfde manier wordt de hoogteroer/landingskleppen-mixer geprogrammeerd.

    Programmeerbare mixers

    Vliegtuig

    Programmeerbare mixers maken het mogelijk om elk kanaal met een ander kanaal of met zichzelf te mixen.
    Bekende mixers zijn richtingsroer/stuurbaar neuswiel, twee richtingsroeren, twee hoogteroeren, richtingsroer op
    rolroer, richtingsroer op rolroer op hoogteroer bij meskant vliegen.

    Zo programmeert u programmeerbare mixers
    Met de hoogteroer/kleppenmixer op het display draait u de rol druktoets om de mixer te selecteren, en drukt u
    hem daarna in. Draai nu de rol druktoets om één van de programmeerbare mixers 1 – 6 uit te kiezen.

    Kiezen van het Master- en Slave-kanaal
    Het Master kanaal is het controlerende kanaal. Het Slave kanaal volgt het Master kanaal met de percentages die
    voor hem geprogrammeerd zijn. Draai de rol druktoets naar het linker gedeactiveerde (uit-) veld. Draai nu de rol
    druktoets om het Master kanaal in te stellen. Wanneer u het Master kanaal heeft geselecteerd drukt u de rol
    druktoets in om hem te bevestigen.

    53



  • Page 54

    Draai nu de rol druktoets naar het rechter gedeactiveerde (uit-) veld. Draai de rol druktoets om het Slave kanaal
    in te stellen. Wanneer u het Slave kanaal heeft uitgekozen drukt u op de rol druktoets om hem te bevestigen.

    Toewijzen van een schakelaar aan een programmeerbare mixer
    Draai de rol druktoets naar het schakelaar-invoerveld rechts onderaan op het display. Druk de toets in om de
    gewenste schakelaar uit te kiezen, waarmee u de mixer aan en uit schakelt. Wanneer u AAN kiest blijft de mixer
    altijd aan.

    Instellen van de programmeerbare mixerpercentages
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld. Druk en draai de rol druktoets om de waarde in te voeren. U kunt met
    negatieve waarden de draairichting van het Slave kanaal omdraaien. Voer de beide waarden hier in.

    Om er zeker van te zijn dat een programmeerbare mixer juist werkt moet u de schakelaar activeren en het Master
    kanaal bewegen. Let er daarbij op dat het bijbehorende Slave kanaal naar de gewenste kant uitslaat.

    54



  • Page 55

    Offset
    De Offset functie definieert het punt waarbij de beide mixers elkaar ontmoeten. Normaal gesproken is dit 0% of
    het midden. Wanneer u een Offsetwaarde nodig heeft moet u als volgt te werk gaan:

    Offsetprogrammering
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld achter Offset (midden). Druk de toets en geef de waarde in. Bevestig
    de waarde door nogmaals te drukken. Er zijn positieve en negatieve waarden beschikbaar die het kruispunt naar
    beide richtingen kunnen verschuiven.

    Met trimming
    De functie ‘met trimming’ neemt de trimwaarden van het Master kanaal, wanneer deze van een trimming is
    voorzien (gas, rol-, hoogte- en richtingsroer), over naar het Slave kanaal. Dit is bijvoorbeeld erg makkelijk bij
    het gebruik van twee richtingsroerservo’s.

    Activeren van de functie ‘met trimming’
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld naar het invoerveld achter de trimming. Druk en draai de toets om
    tussen gedeactiveerd (uit-) en geactiveerd (aan) te kiezen.

    Revo mixer – hekrotor bijmixen voor gyro’s zonder heading Lock

    Heli

    De Revo mixer wordt bijna op dezelfde manier als de gas of pitch mixer geprogrammeerd. U kunt vier aparte
    Revo mixers of een Revo mixer naar twee of meer vliegfasen programmeren. Een grafische weergave aan de
    linkerkant van het display toont u de waarden die aan de rechterkant werden ingevoerd. Een Expo-functie maakt
    het mogelijk om de curve te effenen.
    Aanwijzing: Gebruik alleen deze functie ‘hekrotor-bijmixen’ wanneer de gyro zich in de gewone
    modus zonder een Heading-Lock-functie bevindt.
    Programmering van het hekrotor-bijmixen
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets. De functielijst wordt nu weergegeven.

    55



  • Page 56

    Kies door indrukken en draaien Revo mix.

    Selectie van de vliegfase
    Kies de gewenste vliegfase uit. Deze wordt donker weergegeven.
    N = Normal
    1 = Idle 1
    2 = Idle 2
    H = Hold

    Instellen van de curve
    Schakel de vliegfase-schakelaar naar de gewenste positie die u wilt instellen. Kies dan de individuele punten van
    de gascurve uit: laag, 25%, 50%, 75%, hoog. Druk dan de rol druktoets in om de waarden te kunnen invoeren.

    56



  • Page 57

    Verander de waarden door te draaien. Let op de vorm van de curve aan de linkerkant van het display.

    Herhaal deze stappen voor alle andere punten van de curve.

    Activeren van de Expo functie
    Draai de rol druktoets tot aan het veld EXPO en druk dan op de keuze AAN of gedeactiveerd (uit).

    Mixers

    Heli

    De DX8 biedt u acht mixers voor helikopters. U kunt een mixer cyclisch > gas programmeren die bij een
    stuurinput van rol, nick of hekrotor actief wordt. Deze mixer voorkomt het inzakken van het toerental bij
    cyclische stuurbewegingen. Een tuimelschijfmixer mixt rol op nick en nick op rol voor een betere timing van de
    tuimelschijf. Er zijn ook zes vrij programmeerbare mixers. U kunt de mixers via de vliegfasen activeren of via de
    schakelaar voor het landingsgestel (Gear). De programmeerbare mixers hebben een Offset functie waarbij het
    snijpunt van de mixers gekozen kan worden, evenals een meenemen van de trimming van het Master naar het
    Slave kanaal.

    Programmeren van de mixer

    57



  • Page 58

    Druk vanuit het hoofd- of telemetriedisplay op de rol druktoets. U ziet nu de functielijst. Kies nu door indrukken
    en draaien de mixers.

    Cyclisch op gas mixer
    De Z mixer verhindert een inzakken van het toerental wanneer er rol, nick of hekrotor wordt gegeven. Bij volgas
    voorkomt deze mixer een vastdraaien van de servo’s.
    Aanwijzing: Wanneer u een toerenregelaar gebruikt is deze mixer niet nodig.

    Toewijzing van de Z mixer aan een vliegfase
    Draai de rol druktoets om de mixer aan een vliegfase toe te wijzen. U kunt dan meerdere of alle vliegfasen op
    deze mixer activeren. Wanneer u geen vliegfase selecteert is deze mixer altijd uit.
    N = Normal
    1 = Idle 1
    2 = Idle 2
    H = Hold
    M = Mix

    Instellen van de programmeerbare mixerpercentages
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld. Druk en draai de rol druktoets om de waarde in te voeren. U kunt met
    negatieve waarden de draairichting van de mixer omdraaien. Voer de waarden voor alle gewenste kanalen in.

    Overtuig u ervan,dat de ingestelde Z mixer ook juist functioneert. Schakel met de vliegfase-schakelaar de mixer
    aan. Beweeg de tuimelschijf cyclisch of de hekrotor en kijk naar de positie van de gasservo. Wanneer er een
    functie de verkeerde kant op draait kan het nodig zijn om een tegengestelde waarde in te voeren.

    Tuimelschijfmixer
    58



  • Page 59

    De tuimelschijfmixer corrigeert de timing door het mixen van rol op nick en van nick op rol. Wanneer deze
    mixer correct is ingesteld reageert de helikopter met een zo gering mogelijke vertraging.

    Programmering van de tuimelschijfmixer
    Met de weergave van de Z mixer op het display rolt u naar het aangeduide mixerveld en kiest u hier door
    indrukken en draaien de tuimelschijfmixer. U ziet dan het display van de tuimelschijfmixer.

    Toewijzen van de tuimelschijfmixer aan een vliegfase
    Draai de rol druktoets om aan de mixer een vliegfase toe te wijzen. U kunt ook meerdere of alle vliegfasen op
    deze mixer activeren. Wanneer u geen enkele vliegfase selecteert is deze mixer altijd uit.
    N = Normal
    1 = Idle 1
    2 = Idle 2
    H = Hold
    M = Mix

    Instellen van de programmeerbare mixerpercentages
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld. Druk en draai de rol druktoets om de waarde in te voeren. U kunt met
    negatieve waarden de draairichting van het Slave kanaal omdraaien. Voer de waarden voor alle gewenste
    tuimelschijf-kanalen in.

    Controleer of de tuimelschijfmixer correct en naar de juiste kant werkt. Schakel daarvoor de vliegfase-schakelaar
    naar een positie waarin de mixer actief is. Beweeg dan helemaal het Master kanaal rol of nick en hou die positie
    vast. Schakel nu de mixer op inactief en let op de beweging van het Slave kanaal door op de servo-monitor te
    kijken.

    59



  • Page 60

    Programmeerbare mixers
    Programmeerbare mixers maken het mogelijk om elk kanaal op een ander kanaal of met zichzelf te mixen. Bij
    helikopters worden met deze mixers schaaleffecten zoals een intrekbaar landingsgestel of belichting aangestuurd.

    Programmering van vrij programmeerbare mixers 1-6
    Met de weergave van de Z mixer op het display rolt u naar het aangeduide mixerveld en kiest u hier door
    indrukken en draaien de Mix 1. U ziet dan het display van de Mix1.

    Kiezen van het Master- en Slave-kanaal
    Het Master kanaal is het controlerende kanaal. Het Slave kanaal volgt het Master kanaal met de percentages die
    voor hem geprogrammeerd zijn. Draai de rol druktoets naar het linker gedeactiveerde (uit-) veld. Draai nu de rol
    druktoets om het Master kanaal in te stellen. Wanneer u het Master kanaal heeft geselecteerd drukt u de rol
    druktoets in om hem te bevestigen.

    Draai nu de rol druktoets naar het rechter gedeactiveerde (uit-) veld. Draai de rol druktoets om het Slave kanaal
    in te stellen. Wanneer u het Slave kanaal heeft uitgekozen drukt u op de rol druktoets om hem te bevestigen.

    Toewijzen van de programmeerbare mixer aan een vliegfase
    60



  • Page 61

    Draai de rol druktoets om de mixer aan een vliegfase toe te wijzen. U kunt ook meerdere of alle vliegfasen op
    deze mixer activeren. Wanneer u geen vliegfase kiest is de mixer altijd uit.
    N = Normal
    1 = Idle 1
    2 = Idle 2
    H = Hold
    M = Mix

    Instellen van de programmeerbare mixerpercentages
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld. Druk en draai de rol druktoets om de waarde in te voeren. U kunt met
    negatieve waarden de draairichting van de mixer omdraaien. Voer de waarden voor alle gewenste kanalen in.

    Om er zeker van te zijn dat een programmeerbare mixer juist werkt moet u de schakelaar activeren en het Master
    kanaal bewegen. Let er daarbij op dat het bijbehorende Slave kanaal naar de gewenste kant uitslaat.

    Offset
    De Offset functie definieert het punt waarbij de beide mixers elkaar ontmoeten. Normaal gesproken is dit 0% of
    het midden. Wanneer u een Offsetwaarde nodig heeft moet u als volgt te werk gaan:

    Offsetprogrammering
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld achter Offset (midden). Druk de toets en geef de waarde in. Bevestig
    de waarde door nogmaals te drukken. Er zijn positieve en negatieve waarden beschikbaar die het kruispunt naar
    beide richtingen kunnen verschuiven.

    61



  • Page 62

    Met trimming
    De functie ‘met trimming’ neemt de trimwaarden van het Master kanaal, wanneer deze van een trimming is
    voorzien (gas, rol, nick, hekrotor), over naar het Slave kanaal.
    Activeren van de functie ‘met trimming’
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld naar het invoerveld achter de trimming. Druk en draai de toets om
    tussen gedeactiveerd (uit-) en geactiveerd (aan) te kiezen.

    Gyro

    Heli

    Gebruik de gyrofunctie voor het programmeren en instellen van het effect van uw gyrosysteem. U kunt
    maximaal vier gyrowaarden programmeren, die door verschillende schakelaars inclusief de vliegfaseschakelaar
    geschakeld kunnen worden. De waarde kunnen voor een nauwkeurige instelling in stappen van 5% worden
    ingevoerd. U kunt het kanaal voor de gyro-programmering uitkiezen. Het display geeft de waarden aan met een
    N voor een normale gyro en een T voor een heading Lock gyro.

    Programmering van de gyrofunctie
    Druk vanuit het hoofd- of telemetriedisplay op de rol druktoets; u ziet dan de functielijst.

    Kies door indrukken en draaien van de rol druktoets de gyrofunctie uit.

    62



  • Page 63

    Selectie van een schakelaar
    De gyrofunctie staat standaard op inactief (uit). Om hem te activeren kiest u door indrukken en draaien het
    ‘inactief’-veld en drukt u op de rol druktoets. Kies dan de gewenste schakelaar voor deze functie.

    Toewijzen van het uitgangskanaal
    U kunt in dit menu het ontvangerkanaal toewijzen. Aan de toerenregelaar en de gyro moeten twee verschillende
    kanalen zijn toegewezen. Het kanaal van de regelaar verschijnt niet in de keuzelijst. Kies door draaien en
    indrukken van de rol druktoets het invoerveld van het kanaal uit en selecteer dan het kanaal voor de gyrofunctie.
    Normaal gesproken wordt hiervoor het kanaal voor het landingsgestel (gear) gebruikt.

    Instellen van de waarden
    Draai op de rol druktoets om het gewenste invoerveld uit te kiezen en druk op de toets. Stel dan de gewenste
    waarde in. Het display geeft de waarden aan met een N voor een normale gyro en een T voor een Heading Lock
    gyro.

    Herhaal deze stappen voor alle gewenste gyrowaarden.

    Klok/Timer

    Heli en Vliegtuig
    63



  • Page 64

    De DX8 Timer kan als Count Down Timer of als stopwatch worden gebruikt, die u op het display wordt
    getoond. Na het bereiken van de geprogrammeerde tijd klinkt er een alarm. U kunt de Timer met de
    trainerschakelaar, de linker of rechter trimming of automatisch activeren, wanneer het gaskanaal over een
    bepaalde positie komt. Er is ook een interne Timer beschikbaar, die op het display aangeeft hoe lang een
    specifiek model in gebruik is geweest.
    Programmeren van de klok/Timer
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets; u ziet nu de functielijst. Kies met de rol druktoets de
    functie ‘klok’ uit en druk op de rol druktoets om in het menu te komen.

    Keuze van de klok-mode – uit, aftellen of stopwatch
    Kies het mode-veld uit en druk dan op de rol druktoets.

    Kies ‘uit’, ‘aftellen’

    of ‘stopwatch’. Druk op de rol druktoets ter bevestiging.

    Programmeren van een tijd
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld ‘tijd’. Draai om een tijd in te voeren de rol druktoets en bevestig de
    tijd door het indrukken van de toets.

    64



  • Page 65

    Programmeren van een geluidsalarm, trilfunctie, geluidsalarm en trilfunctie of UIT
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld van het alarm. Draai om in te voeren de rol druktoets en druk deze in
    als bevestiging. U kunt kiezen uit geluidsalarm, trilfunctie, trilfunctie en geluidsalarm of UIT.

    Keuze van de Timer/klok startmethode
    Draai de rol druktoets naar het invoerveld achter ‘start’ en druk hem dan in. U kunt hier kiezen uit vijf opties:
    trainerschakelaar, motorlooptijd, gas eenmaal, linker en rechter trim.
    Gas eenmaal: De Timer start wanneer de geprogrammeerde gaspositie is bereikt en loopt dan verder,
    onafhankelijk van de positie van de gasknuppel.
    Motorlooptijd: De Timer sart wanneer de geprogrammeerde startpositie is bereikt. Wanneer het gas onder de
    geprogrammeerde startpositie komt stopt de timer en telt pas weer verder wanneer het startpunt weer wordt
    overschreden.
    Deze methode is voor elektrovliegers of alle modellen interessant, waarbij de motorlooptijd en niet de totale
    vliegtijd van belang is.

    Draai de rol druktoets om de startmethode ‘trainerschakelaar’, ‘motorlooptijd’, ‘gas eenmaal’ of ‘linker en
    rechter trim’ te kiezen. Druk op de rol druktoets na uw keuze.

    Programmering van een gasknuppel positie (alleen wanneer de Timer via de gasknuppel
    wordt gestart)
    Wanneer u ‘gas eenmaal’ of ‘motorlooptijd’ heeft gekozen verschijnt de positie van de gasknuppel op het
    keuzedisplay. Deze positie van de knuppel activeert de Timer.

    65



  • Page 66

    Draai de rol druktoets om de gewenste positie van de gasknuppel op te slaan. Druk ter bevestiging op de rol
    druktoets.

    Terugzetten van het interne geheugen
    Er zijn verschillende mogelijkheden om de interne Timer terug te zetten. Draai de rol druktoets naar het veld
    ‘inter’. Druk op de rol druktoets om de Timer weer terug te zetten.

    Om de stopwatch op het hoofddisplay terug te zetten (reset) drukt u op de Clear toets naast het display.

    Monitor

    Heli en Vliegtuig

    De monitor geeft de positie van elke individuele servo grafisch en numeriek weer. Dit is heel nuttig bij de
    programmering van functies, trim-instellingen, mixers en servo-draairichtingen. De numerieke waarde op de

    66



  • Page 67

    monitor komt overeen met de uitslag. (100% servo-uitslag in de programmering komt overeen met 100% waarde
    op het display).

    Het monitordisplay
    Druk bij een ingeschakelde zender op de rol druktoets. De functielijst wordt nu weergegeven.

    Draai de rol druktoets nu naar ‘monitor’ en druk de toets dan in.

    67



  • Page 68

    Probleem

    Mogelijke oorzaken

    oplossing





    Zender en ontvanger zijn te
    dicht bij elkaar.
    De apparatuur bevindt zich in
    de buurt van metalen objecten.
    U heeft een verkeerd
    modelgeheugen gekozen.
    Controleer de antenne op
    beschadigingen.





    Hoofd- en satellietontvanger
    zijn te dicht bij elkaar.





    Onvoldoende
    ontvangerspanning.





    Losse of beschadigde stekkers
    en kabels tussen accu en
    ontvanger.
    Zenderhouder of –pult heeft de
    bindknop geactiveerd.
    Bindknop werd vóór het
    inschakelen ingedrukt.
    Een spanningsval (Brownout)
    is opgetreden.
    Het systeem werd
    ingeschakeld en heeft zich
    gebonden. Daarna werd de
    ontvanger uitgeschakeld
    zonder de zender uit te zetten
    De sensor is te dicht bij de
    drijfstang aangebracht.
    Temperatuursensor is aan de
    voorkant van de cilinderkop in
    de luchtstroom van de
    propeller gemonteerd.



    Het systeem bindt niet.









    De ontvanger gaat al
    op korte afstand in de
    Fail Safe mode.

    Ontvanger valt uit
    tijdens gebruik.

    Ontvanger verliest de
    binding.








    Ontvanger knippert na
    de landing.







    Toerental wordt niet
    weergegeven.
    Temperatuursensor
    geeft te lage waarde
    aan.




    68









    Hou de zender 1,50 tot 3 meter van
    de ontvanger verwijderd.
    Verwijder de apparatuur van metalen
    objecten.
    Bind de zender en ontvanger
    opnieuw.
    Vervang de ontvanger of neem
    contact op met de service van
    Horizon Hobby.
    Monteer de hoofd- en
    satellietontvanger op minimaal 6cm
    afstand en haaks op elkaar.
    Laad de accu’s op. Spektrum
    ontvangers hebben minimaal 3,5 volt
    spanning nodig. Een onvoldoende
    stroomvoorziening kan er toe leiden,
    dat de spanning onder de 3,5 volt
    daalt (Brownout ontstaat) en de
    ontvanger opnieuw bindt.
    Controleer de stekkers en kabels.
    Vervang beschadigde kabels en
    stekkers.
    Verwijder de zenderhouder of -pult
    Bind de zender opnieuw volgens de
    handleiding.
    Controleer accuspanning.



    Zet de zender uit wanneer de
    ontvanger uitgezet is.



    Vergroot de afstand tussen de sensor
    en de drijfstang iets.
    Bevestig de sensor aan de achterkant
    van de cilinderkop. Noteer de
    temperatuur van de cilinderkop bij
    een goed lopende motor en neem
    deze als referentie. Zou de
    temperatuur duidelijk boven deze
    liggen loopt de motor te arm.





  • Page 69

    DX8 hulp bij problemen

    Algemene informatie
    Aanwijzingen bij de servo’s

    Smeer geen servotandwielen en motoren

    Voorkom overbelasting van retract-servo’s. Controleer of deze servo’s de volledige uitslag kunnen maken,
    omdat ze anders veel stroom kunnen trekken.

    Overtuig u ervan, dat de servohevels vrij kunnen bewegen. Een geblokkeerde servo kan een accu in korte
    tijd leegtrekken.

    Corrigeer elk trillen van de roeren, omdat dit de potentiometer van de servo kan beschadigen.

    Bevestig de servo altijd met de rubbertules en de holnieten. Schroef de servo’s niet te vast, omdat dit het
    dempend effect van de rubbertules teniet doet.

    Controleer of de servohevel goed vastgeschroefd is. Gebruik alleen de meegeleverde schroeven, omdat deze
    een speciale maat hebben.

    Gebruik geen servohevels die vergeeld of verkleurd zijn. Deze hevels kunnen breken en een crash
    veroorzaken.

    Controleer alle schroeven regelmatig. Vliegtuigen trillen gemakkelijk en ongeborgde schroeven kunnen
    losraken.
    Algemene informatie
    Radiobestuurde modellen vormen een fascinerende hobby. Maar: door hun kracht vormen ze soms ook een
    risico, wanneer er nonchalant met hen wordt omgesprongen. Het is absoluut noodzakelijk dat de radiobesturing
    vakkundig, correct en bijzonder zorgvuldig geïnstalleerd wordt. Verder moet u er zich van overtuigen dat u zelf
    over voldoende ervaring beschikt om het door u gebruikte model altijd veilig te besturen en wel onder alle
    omstandigheden. Wanneer u nieuw bent in deze sport en niet over de nodige ervaring beschikt moet u hulp
    zoeken bij ervaren piloten, verenigingen of uw detailhandelaar.
    Extra maatregelen en waarschuwingen
    Als gebruiker van het product bent u verantwoordelijk voor het veilige gebruik om te voorkomen dat personen
    gewond raken of goederen beschadigd worden. Volgt u zorgvuldig alle aanwijzingen en waarschuwingen voor
    dit product en voor alle componenten en producten (laadapparaten, accupacks etc.) die in samenhang met dit
    product worden gebruikt, op. Uw model ontvangt radiosignalen en wordt daardoor bestuurd. Radiosignalen

    69



  • Page 70

    kunnen gestoord worden, wat tot een signaalverlies in het model kan leiden. Overtuigt u zich er daarom van dat u
    rond uw model voldoende veiligheidsafstand heeft om een ongeluk te kunnen voorkomen.

    Vlieg nooit met bijna lege of zwakke zenderaccu’s.

    Gebruik uw model niet op een straat of op een druk plein.

    Volg deze handleiding met alle waarschuwingen op, evenals de handleidingen van alle toebehoren, die u
    gebruikt.

    Houdt u chemicaliën, kleine onderdelen en elektrische componenten buiten bereik van kinderen.

    Vocht beschadigt de elektronica. Vermijd daarom het indringen van water bij componenten die hier niet
    voor gemaakt of tegen beschermd zijn.

    Gebruik niet meer dan 40 DSM zenders tegelijkertijd.

    Veiligheidsaanwijzingen voor piloten

    Let er op dat de accu’s voor uw zender en ontvanger altijd voldoende opgeladen zijn.

    Hou de tijd waarin de radiobesturing ingeschakeld is in de gaten om te voorkomen dat de besturing door
    energiegebrek uitvalt.

    Voer vóór de eerste vliegpoging een reikwijdtetest uit. Wanneer u op dezelfde dag van model wisselt dient
    u de test opnieuw uit te voeren. Wanneer er twijfel bestaat aan de reikwijdte moet u in geen geval met het
    model gaan vliegen.

    Controleer alle roeren vóór iedere vlucht.

    Vlieg niet met uw model in de buurt van toeschouwers, geparkeerde voertuigen of andere objecten, die door
    het gebruik beschadigd of verwond kunnen raken.

    Vlieg niet met het model tijdens ongeschikte weerssituaties. Slecht zicht kan leiden tot desoriëntatie en een
    ongeluk veroorzaken.

    Wijs niet direct met de antenne naar het model. De afstraling aan de punt van de antenne is het geringst.

    Neem geen risico’s. Wanneer u tijdens het vliegen een ongewoon vlieggedrag vaststelt, moet u direct
    landen en het probleem eerst oplossen. De veiligheid heeft altijd de hoogste prioriteit.

    Garantietermijn
    Exclusieve garantie – Horizon Hobby Inc (Horizon) garandeert dat het gekochte product vrij van materiaal- en
    montagefouten is. De garantieperiode komt overeen met de wettelijke bepalingen van het land waarin het
    product werd aangeschaft. In Duitsland bedraagt de fabrieksgarantieperiode 6 maanden en de wettelijke
    garantieperiode 18 maanden na het einde van de fabrieksgarantie.
    Garantiebeperkingen
    (a) De garantie wordt alleen aan de eerste koper verleend en is niet overdraagbaar. De aanspraak van de koper
    bestaat uit de reparatie of het omwisselen in het kader van deze garantie. De garantie heeft uitsluitend betrekking
    op producten, die bij een erkende Horizon handelaar gekocht werden. Verkopen aan derden worden door deze
    garantie niet gedekt. Aanspraken op garantie worden alleen geaccepteerd als een geldig aankoopbewijs getoond
    kan worden. Horizon behoudt het recht om deze garantiebepalingen zonder aankondiging te wijzigen of aan te
    passen en herroept daarmee bestaande garantiebepalingen.
    (b) Horizon biedt geen garantie voor de verkoopbaarheid van het product, de vaardigheden
    en de lichamelijke conditie van de consument voor een bepaald gebruiksdoel van het product. De koper zelf is
    ervoor verantwoordelijk om na te gaan of het product aansluit bij zijn vaardigheden en het gebruiksdoel.
    (c) Aanspraken van de koper – Alleen Horizon heeft het recht om te beslissen of het product dat voor garantie in
    aanmerking komt gerepareerd of vervangen wordt. Dit zijn de exclusieve rechten van de koper, wanneer er een
    defect wordt vastgesteld.
    Horizon behoudt zich het recht voor om alle toegepaste componenten te controleren, die bij het garantiegeval
    betrokken zijn. De beslissing of het product gerepareerd of vervangen wordt ligt alleen bij Horizon. De garantie
    sluit cosmetische defecten of defecten die ontstaan zijn door overmacht, verkeerde behandeling van het product,
    foutief gebruik van het product, commerciële toepassingen of modificaties op welke manier dan ook, uit. De
    garantie sluit schades die door verkeerde inbouw, foutief gebruik, ongelukken ,service of reparatiepogingen, die

    70



  • Page 71

    niet door Horizon werden veroorzaakt, uit. Voor retourzendingen door de koper direct aan Horizon of aan een
    van de vertegenwoordigingen is de schriftelijke toestemming van Horizon nodig.
    Schadebeperking
    Horizon is niet voor directe of indirecte gevolgschade, inkomensderving of commerciële verliezen, die op de één
    of andere manier met het product samenhangen verantwoordelijk, onafhankelijk van het feit of een aanspraak in
    samenhang met een contract, fabrieksgarantie of wettelijke garantietermijn gemaakt wordt. Horizon zal ook
    geen aanspraken op een garantiegeval accepteren die boven de individuele waarde van het product uitkomen.
    Horizon heeft geen invloed op de inbouw, het gebruik of het onderhoud van het product of productcombinaties,
    die door de koper gekozen worden. Horizon biedt geen garantie en accepteert geen aanspraken voor
    verwondingen of beschadigingen, die door het gebruik van het product kunnen ontstaan. Met het gebruik en de
    inbouw van het product accepteert de koper alle genoemde garantiebepalingen zonder beperkingen en
    voorbehoud.
    Wanneer u als koper niet bereid bent om deze bepalingen in samenhang met het gebruik van het product te
    accepteren verzoeken we u om het product in ongebruikte toestand in de originele verpakking en compleet aan
    uw verkoper terug te geven.
    Veiligheidsaanwijzingen
    Dit is een hoogwaardig hobbyproduct en geen speelgoed. Het moet met voorzichtigheid gebruikt worden en
    vereist enige fysieke en mentale vaardigheid. Wanneer u het product onvoorzichtig of onverantwoord gebruikt
    kan dit leiden tot verwondingen aan personen of dieren en grote schade aan goederen. Dit product is niet
    geschikt voor kinderen zonder toezicht van ouders of verzorgers. De handleiding bevat veiligheidsaanwijzingen
    en voorschriften, alsmede aanwijzingen voor het onderhoud en gebruik van het product. Het is noodzakelijk om
    deze aanwijzingen vóór het eerste gebruik te lezen en te begrijpen. Alleen zo kan de verkeerde omgang
    voorkomen en kunnen ongevallen met verwondingen of schade worden verhinderd.
    Vragen, hulp en reparaties
    Uw plaatselijke handelaar kan een beoordeling w.b. de garantie niet zonder overleg met Horizon uitvoeren. Dit
    geldt ook voor reparaties binnen de garantietermijn. Daarom moet u in een dergelijk geval contact opnemen met
    uw handelaar; deze zal in samenwerking met Horizon uw garantieaanspraak zo spoedig mogelijk behandelen.
    Onderhoud en reparatie
    Wanneer uw product onderhouden of gerepareerd moet worden dient u zich of aan de detailhandelaar of direct
    aan Horizon te wenden. Let er op dat de originele kartonnen verpakking normaal gesproken niet voldoende is om
    bij een verzending niet beschadigd te worden. Maak gebruik van een pakketdienst met een Tracking functie en
    een verzekering, omdat Horizon geen aansprakelijkheid aanvaardt voor het transport van het product. Voegt u bij
    het product uw aankoopbewijs, evenals een uitvoerige beschrijving van het defect en een lijst met alle
    opgestuurde individuele componenten. Verder hebben we het complete adres, een telefoonnummer voor
    eventuele vragen en een e-mailadres nodig.

    Garantie en reparaties
    Garantiegevallen worden alleen bewerkt wanneer een origineel aankoopbewijs van een geautoriseerde
    detailhandelaar aanwezig is, waaruit de koper en de aankoopdatum blijkt. Wanneer een garantiegeval wordt
    goedgekeurd zal het product gerepareerd of vervangen worden. Deze beslissing kan alleen door Horizon worden
    genomen.
    Te betalen reparaties
    Wanneer er sprake is van een reparatie die door de klant betaald dient te worden stellen we eerst een offerte op,
    die wij aan uw handelaar doorgeven. De reparatie wordt pas uitgevoerd wanneer wij de toestemming van de
    handelaar ontvangen. De kosten van de reparatie dienen bij uw detailhandelaar voldaan te worden. Bij betaalde
    reparaties worden minimaal 30 minuten werkplaatstijd en de retourverzendkosten in rekening gebracht. Zouden
    wij na 90 dagen nog geen toestemming voor de reparatie hebben ontvangen, dan behouden wij ons het recht voor
    om het product te vernietigen of voor andere doeleinden te gebruiken.
    Let op: betaalde reparaties worden alleen aan elektronica en motoren uitgevoerd. Mechanische reparaties, met
    name bij helikopters en RC-cars zijn extreem tijdrovend en moeten daarom door de koper zelf worden
    uitgevoerd.
    Elektronica en motoren moeten regelmatig geïnspecteerd worden. Reparaties en garantieaanvragen dienen aan
    het onderstaande adres gezonden te worden:

    71



  • Page 72

    Horizon Hobby Deutschland GmbH
    Hamburger Strasse 10
    25337 Elmshorn
    Germany
    Belt u +49 4121 4619966 of schrijf een e-mail aan service@horizonhobby.de om vragen m.b.t. het product of
    een garantieafwikkeling te stellen.
    Veiligheid en waarschuwingen
    Als gebruiker van het product bent u verantwoordelijk voor het veilige gebruik ervan, zodat het leven en de
    eigendommen van anderen niet in gevaar worden gebracht. Volgt u zorgvuldig alle aanwijzingen en
    waarschuwingen m.b.t. dit product en bijbehorende componenten op. Uw model ontvangt radiosignalen en wordt
    daardoor bestuurd. Radiosignalen kunnen gestoord worden, wat kan leiden tot een verlies van signaal. Zorgt u er
    dus voor dat u en anderen voldoende afstand houden tot uw model om ongelukken te voorkomen.








    Gebruik uw model op een open plek, ver van verkeer, mensen en voertuigen.
    Gebruik uw model niet op een openbare weg.
    Gebruik uw model niet op een drukke straat of op een druk plein.
    Gebruik de zender niet met lege accu’s of batterijen.
    Volg deze handleiding met alle waarschuwingen op, evenals de handleidingen van alle toebehoren, die u
    gebruikt.
    Houdt u chemicaliën, kleine onderdelen en elektrische componenten buiten bereik van kinderen.
    Vocht beschadigt de elektronica. Vermijd daarom het indringen van water, omdat de componenten hier niet
    tegen bestand zijn.

    Aanwijzingen voor het verwijderen binnen de Europese Unie.
    Dit product mag niet met huishoudelijk afval samen worden weggegooid. In plaats daarvan is de gebruiker
    verantwoordelijk voor het afdanken van dit product, door de apparaten naar een bepaald verzamelpunt voor de
    recycling van elektronisch afval en elektronische apparaten te brengen. De gescheiden inzameling en de
    recycling van elektronisch afval helpt om natuurlijke hulpbronnen te sparen en garandeert dat het elektronisch
    afval op een dusdanige manier wordt verwerkt dat de menselijke gezondheid en het milieu hiervan geen schade
    ondervinden. Om meer informatie over de locatie van deze verzamelpunten te verkrijgen dient u contact op te
    nemen met uw gemeente of met het bedrijf dat het elektronische afval inzamelt.

    Conformiteitverklaring volgens de wet voor radioapparatuur en
    telecommunicatievoorzieningen (FTEG) en de richtlijn 1999/5/EG (R&TTE)

    Horizon Hobby Deutschland
    Otto Hahn Str. 9a

    72



  • Page 73

    D-25337 Elmshorn

    verklaart dat het product: Spektrum DX8 zender (SPM8800EU, SPM88001FR)
    apparaatklasse:

    2

    aan de wettelijke eisen van de par. 3 en de overige desbetreffende bepalingen van de FTEG (artikel 3 van de
    R&TTE) voldoet.

    Toegepaste geharmoniseerde normen:
    EN 609050-1:2006

    Gezondheid en veiligheid volgens par.3 (1) 1. (artikel 3(1)a))

    EN 301 489-1 V1.6.1
    EN 301 489-17 V1.2.1

    Beschermingseisen met betrekking tot electromagnetische verdraagzaamheid par.3 (1) 2, (artikel 3(1) b))

    EN 300 328 V1.7.1 (2006-10)

    Maatregelen met betrekking tot het efficiënte gebruik van het
    frequentiespectrum par.3 (2) (artikel 3 (2))

    CE
    Elmshorn, 08.0.2010

    Jörg Schamuhn
    Bedrijfsleider

    Birgit Schamuhn
    Bedrijfsleidster

    Aanhangsel
    Wisselen van mode

    73



  • Page 74

    De DX8 kan eenvoudig naar mode 1,2,3 of 4 worden omgebouwd. Deze ombouw vereist een mechanische
    ingreep en een programmering. De stuurknuppels en schakelaarposities voor de mode 1 en 2 zijn afgebeeld op
    bladzijde 6 en 7. Volg voor de ombouw de onderstaande aanwijzingen.
    Mechanische ombouw
    De mechanische ombouw is nodig bij de wissel van mode 1 naar mode 2 en bij de wissel van mode 3 naar mode
    4. De centreer-veer voor het hoogteroer en de wig voor het gas moeten daarbij omgewisseld worden.
    Stap 1. Verwijder voorzichtig de achterste kussens en maak de zes schroeven los.

    Stap 2. Neem voorzichtig het achterste behuizingdeel los, let daarbij op de aan het deksel bevestigde
    kabels.
    (De afdekkingen zijn op de afbeelding wit gekleurd. In uw zender zijn ze zwart.)

    Wijziging van de ratel van de gasknuppel van de ene kant naar de andere
    Stap 3. U ziet nu de beide metalen veren van de gasknuppel. De ene is verantwoordelijk voor de ratel,
    de andere voor de wrijving.

    Aanwijzing: De afdekking werd voor illustratie-doeleinden verwijderd.
    Stap 4. Stel vast, op welke knuppel-eenheid de ratel is aangebracht ( Bij Mode 2 de rechter
    knuppeleenheid van achteren gezien). Maak de schroef voor de wrijvingsveer los, totdat deze
    geen contact meer heeft met het wrijvingsdeel van de stuurknuppel-eenheid. U moet de knuppel
    nu vrij kunnen bewegen. Schroef nu de wrijvingsveer van de tegenoverliggende stuurknuppeleenheid vast. U kunt ervoor kiezen, om een ratel of alleen wrijving op de gasknuppel te hebben.

    Aanwijzing: De afdekkingen op de foto zijn verwijderd ter verduidelijking.
    Verandering van de hoogteroer-centrering
    Aanwijzing: Wanneer u een wijziging van de stuurmode toepast, waarbij u gas en hoogteroer
    omwisselt, adviseren wij om de gas- en hoogteroerknuppel helemaal onder- of bovenaan vast te houden,
    terwijl u de centreerschroef los- of vastschroeft. Dit ontlast het centreermechanisme voor de
    hoogteroersturing en maakt de instelling eenvoudiger.
    Stap 5. Stel vast, op welke knuppel de centrering ingesteld is (Mode 2 is de linker knuppel van achteren
    gezien). Gebruik een kruiskopschroevendraaier en draai de centreerschroef geheel aan, zie
    afbeelding. Daardoor wordt de veer van het centreermechanisme gedeactiveerd. Nu draait u de
    centreerschroef aan de andere knuppeleenheid zover uit, totdat de centrering helemaal actief is.

    Aanwijzing: De afdekking is op de foto verwijderd.
    Stap 6. Een gas-aanslag wordt aangebracht om de uitslag van het gas ergonomisch optimaal in te
    stellen. Wanneer u wisselt van stuurmode, waarbij het gas en hoogteroer van plaats verwisselen,
    moeten ook de aanslagen worden verwijderd. Eerst moet u de twee printjes losmaken en naar
    boven leggen. Nu heeft u toegang tot de bovenste, binnenste schroeven van de afdekking.
    Verwijder nu de acht schroeven van de afdekking en haal deze afdekking weg.

    74



  • Page 75

    Stap 7. Gas-aanslagen worden aangebracht om de totale uitslag van de gasknuppel te verkleinen. Veel
    piloten geven de voorkeur aan een kleinere uitslag van het gas, om het gevoel voor de
    richtingsroercommando’s (mode 2) bij stationair of volgas te verbeteren. Wanneer u de
    gasknuppel van de ene naar de andere kant omzet moeten ook de aanslagen worden omgezet.
    Verwijder de aanslagen van de bestaande knuppeleenheid met een kruiskopschroevendraaier en
    installeer deze aan de andere kant.

    Stap 8. Monteer de afdekking voor de stuurknuppels en de beide printjes weer en daarna de achterkant
    van de zenderbehuizing. Let er op, dat er geen kabels of rubberen delen bekneld raken. Schroef
    de 6 schroeven van de behuizing weer vast. Monteer nu alle rubberen kussens.

    Programmering van de mode-wijziging
    Wanneer u de mechanische mode-wijziging heeft uitgevoerd, moet u ook in ieder geval de programmering
    veranderen. Wanneer het gas en het hoogteroer omgewisseld worden moet de zender opnieuw gekalibreerd
    worden (systeemmenu).
    Programmeren van de systeeminstelling
    Houd de rol druktoets ingedrukt terwijl u de zender aanzet. Druk op de toets om de mode functie te selecteren.
    Keuze van de mode
    Draai in de systeeminstelling naar het invoerveld ‘mode’. Druk op de toets om de mode-functie te kiezen.

    Draai met de toets naar de gewenste mode en druk de toets in om de keuze te bevestigen.

    Wanneer u van mode wisselt en daarbij gas en hoogteroer omruilt is het nodig om de knuppels te kalibreren.
    Wanneer de mode-wijziging in de zender wordt geprogrammeerd verschijnt automatisch de aanduiding voor het
    kalibreren na het inschakelen van de zender. U ziet de volgende aanduiding:

    Om te kalibreren moet u de knuppels over de hele uitslag van de ene eindpositie naar de andere en weer terug
    naar het midden bewegen. Wanneer alle knuppels in de middenpositie staan drukt u op ‘opslaan’, om de
    instelling op te slaan.

    Instelbare veerkracht
    De DX8 biedt u de mogelijkheid om de veerkracht van de hoogteroer-, rolroer- en richtingsroerknuppel in te
    stellen. Om deze in te stellen hoeft de behuizing niet geopend te worden.
    Instellen van de veerkracht:
    Stap 1. Maak de beide zijdelingse rubberkussens los om de instelschroeven van het rolroer-,
    richtingsroer-, hoogteroer- en gaskanaal te kunnen bereiken.

    75



  • Page 76

    Stap 2. Met een kruiskopschroevendraaier kunt u nu de gewenste veerkracht instellen. Met de klok mee
    is hardere veerkracht, tegen de klok in draaien is minder veerkracht.

    Stap 3. Wanneer u met de veerkracht tevreden bent kunt u de rubberkussens weer monteren.

    Instellen van de lengte van de stuurknuppels
    U kunt bij de DX8 gemakkelijk de lengte van de stuurknuppels verstellen. Gebruik hiervoor de inbussleutel, die
    in de set aanwezig is. Draai de sleutel met de klok mee om de stuurknuppels korter te maken, en tegen de klok in
    om ze te verlengen.

    Uitgebreide reikwijdtetest
    Voor vliegtuigen, die gedeeltelijk uit afschermende materialen (zoals bijvoorbeeld turbinejets, schaalmodellen,
    vliegtuigen met carbon rompen) bestaan is de uitgebreide reikwijdtetest aanbevelenswaardig. De uitgebreide
    reikwijdtetest controleert het ontvangstvermogen van de interne en externe ontvanger en helpt om indien nodig
    de positie van de ontvanger in het model te optimaliseren.
    Uitgebreide reikwijdtetest
    1. Sluit de Flight Log (SPM9540) of de telemetriemodule aan de Batt/Data-aansluiting van de
    ontvanger aan en schakel de zender en de ontvanger in. Wanneer u de telemetriemodule gebruikt
    moet u controleren of deze aan de ontvanger gebonden is.
    2. Druk op de knop van de Flight Log tot F (Frame Losses) wordt getoond of activeer het telemetriedisplay van de zender.
    3. Vraag een helper om het model vast te houden en daarbij de Flight Log in het oog te houden.
    4. Stel u op een afstand van ca. 28 meter op, zodat u het vliegtuig kunt zien; hou de zender normaal
    vast en activeerde reikwijdtetest.
    5. Vraag de helper om het model in verschillende richtingen te draaien (neus naar boven, naar
    beneden, links, rechts etc.) en bij elke situatie de Flight Log te observeren.
    6. Laat na een minuut de trainerschakelaar los. Een succesvolle reikwijdtetest geeft geen Frame
    Losses aan. Test met de Flight Log de ontvangst van elke antenne. De antenneverliezen (Fades)
    moeten ongeveer voor alle antennes dezelfde zijn. Wanneer een bepaalde antenne veel meer
    verliezen heeft moet deze antenne een andere positie krijgen.
    7. Een succesvolle reikwijdtetest ziet er als volgt uit:
    H – 0 Hold
    F – 0 Frame Losses
    A, B, R, L antenne verliezen (Fades) zijn normaliter onder de 100. Belangrijk daarbij is de relatie
    van de antennes onderling. Wanneer een antenne veel meer verliezen heeft ( 2 tot 3 keer zoveel)
    moet de test herhaald worden. Als deze test dezelfde resultaten heeft moet de ontvanger/antenne
    een andere plaats krijgen.
    Flight Log
    De Flight Log (SPM9540) is compatibel met de AR8000 ontvanger. Hij geeft het totale ontvangstvermogen
    weer, evenals het vermogen van elke antenne apart. Bovendien geeft hij ook de ontvangerspanning aan.
    Zo werkt de Flight Log
    Sluit de Flight Log na een vlucht aan op de Datapoort van de AR8000 ontvanger. Het display toont u
    automatisch de ontvangerspanning aan, bv. 6v2 = 6,2 volt. Aanwijzing: wanneer de spanning onder de 4,8 volt
    komt knippert het display om de lage spanning aan te geven.
    Door indrukken van de knop aan de bovenkant van het display kunt u de volgende informatie oproepen:
    A – Antenneverliezen van de interne antenne A
    B – Antenneverliezen van de interne antenne B (is bij de AR8000 niet nodig)
    L – Antenneverliezen van de linker interne antenne

    76



  • Page 77

    R – Antenneverliezen van de rechter interne antenne (is bij de AR8000 niet nodig)
    F – Frame Losses
    H – Holds
    Antenneverliezen –geven het verlies aan informatiebits bij een specifieke antenne. Het is normaal dat tijdens
    een vlucht ca. 50 – 100 antenneverliezen optreden. Wanneer een specifieke antenne tijdens een vlucht meer dan
    500 verliezen zou hebben moet de antenne een nieuwe positie krijgen om de RF verbinding te optimaliseren.
    Frame Loss – geeft het aantal gelijktijdige antenneverliezen op alle aangesloten antennes weer. Voor een
    correcte verbinding mag het aantal Frame Losses op niet meer dan 20 per minuut liggen.
    Hold – Wanneer er 45 op elkaar volgende Frame Losses optreden grijpt de Hold in. Deze duurt ca. een seconde.
    Als een Hold tijdens de vlucht optreedt is het dwingend noodzakelijk het systeem te controleren en de antennes
    op andere plekken te plaatsen of opnieuw uit te richten tot het systeem weer probleemloos werkt.
    Aanwijzing: Gebruik voor het verlengen van de aansluitkabel een servo-verlengkabel. Als de Flight
    Log in het model moet blijven moet u het op een goed zichtbare plaats met dubbelzijdig klevend
    plakband bevestigen.

    77



  • Page 78

    78






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Spektrum DX8i wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Spektrum DX8i in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,86 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info