Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/36
Nächste Seite
Voor de installateur/voor de gebruiker
atmoMAG mini 11-0/0 GX
atmoMAG mini 11-0/0 XI
Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding
atmoMAG
Geyser
NL
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Voor de installateur/voor de gebruiker

    Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding

    atmoMAG

    Geyser

    atmoMAG mini 11-0/0 GX
    atmoMAG mini 11-0/0 XI

    NL



  • Page 2

    Voor de gebruiker

    Gebruiksaanwijzing

    atmoMAG

    Inhoudsopgave
    Algemene informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    3

    Bijzondere productkenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . .

    3

    1
    1.1
    1.2
    1.3
    1.4

    Aanwijzingen bij de documentatie . . . . . . . . .
    Bewaren van de documenten. . . . . . . . . . . . . . . . .
    Gebruikte symbolen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    CE-aanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Toesteltype . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    3
    3
    3
    4
    4

    2

    Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    4

    3
    3.1
    3.2
    3.3
    3.4
    3.5

    Aanwijzingen bij installatie en gebruik . . . . .
    Fabrieksgarantie en aansprakelijkheid . . . . . . . . .
    Gebruik volgens de bestemming . . . . . . . . . . . . . .
    Vereisten aan de plaats van opstelling . . . . . . . .
    Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Recycling en afvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    5
    5
    5
    5
    6
    6

    2

    3.5.1
    3.5.2
    3.5.3
    3.6

    Toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Batterij (enkel type XI) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Energiebesparende tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    6
    6
    6
    6

    4
    4.1
    4.2
    4.3
    4.4
    4.4.1
    4.4.2
    4.5
    4.5.1
    4.5.2
    4.6
    4.7
    4.8
    4.9
    4.9.1

    Bediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Overzicht van de bedieningselementen . . . . . . . .
    Maatregelen voor de inbedrijfname . . . . . . . . . . .
    Inbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Wamwaterbereiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Warm water tappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Watertemperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Toestelvermogen instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Vermogensinstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Modulatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Verhelpen van storingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Buiten bedrijf stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Vorstbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Onderhoud en servicedienst . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Batterijwissel (enkel type XI) . . . . . . . . . . . . . . . . .

    6
    6
    7
    7
    7
    7
    8
    8
    8
    8
    8
    9
    9
    10
    10

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG



  • Page 3

    Algemene informatie
    Bijzondere productkenmerken
    Aanwijzingen bij de documentatie 1
    Algemene informatie
    De toestellen atmoMAG mini zijn aansluitklaar, ze dienen
    enkel nog met de buisleidingen en de verbrandingsgasinstallatie verbonden te worden. Ze dienen om een of
    meerdere aftappunten, b.v. wastafels, douches en badkuipen van warm water te voorzien.
    De toestellen moeten aan een verbrandingsgassysteem
    met natuurlijke luchtafvoer (haard) aangesloten worden.
    De toestellen beschikken over een automatische ontstekings- en bewakingsinrichting voor de hoofdbrander,
    daarvoor valt het gasverbruik van een permanent brandende waakvlam weg.
    Bij de toestellen van het type XI wordt de stroomvoorziening voor de elektronische ontsteking door een batterij
    geleverd. Bij de toestellen van het type GX zorgt een
    generator vanaf een doorstromingshoeveelheid van 2,2
    liter per minuut voor de stroomvoorziening van de elektronische ontsteking.
    De geysers van het type XI en GX beschikken over een
    verbrandingsgassenssor die bij storingen van de verbrandingsgasafvoer de gastoevoer naar de brander
    onderbreekt.
    De geysers van het type XI zijn met een veiligheidstemperatuurbegrenzer uitgerust die bij oververhitting van
    de warmtewisselaar het verdere gebruik van het toestel
    verhindert. Bij de toestellen van het type GX is dit niet
    nodig, omdat deze functie door de generator overgenomen wordt.
    De toestellen kunnen aan de beschikbare gassoort aangepast worden. Voor het ombouwen van het toestel op
    andere gassoorten, gelieve uw installateur om advies te
    vragen.
    De precieze benaming van uw toestel heeft de installateur na de installatie in de installatiehandleiding in de
    tab. 10.2 Gaswaarden m.b.t. de ingestelde gassoort vermeld.

    – De toestellen kunnen ook voor de voorziening van
    aftappunten met geringe afnamehoeveelheden, b.v.
    bidets, ingezet worden, omdat al warmwaterhoeveelheden vanaf 2,2 l/min met constante uitlooptemperatuur getapt kunnen worden.
    – De toestellen kunnen ook in gebieden met lage toevoerdruk (vanaf 0,2 bar, type GX vanaf 0,4 bar) probleemloos ingezet worden.
    – De manuele ontstekingsprocedure valt weg.
    – De toestellen van het type GX worden onafhankelijk
    van een batterij gebruikt. Hierdoor valt de batterijwissel weg.

    1

    Aanwijzingen bij de documentatie

    De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de
    volledige documentatie.
    In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installatievoorschriften zijn andere documenten geldig.
    Voor schade die door het niet naleven van deze handleidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk
    gesteld worden.
    Aanvullende geldende documenten
    voor de gebruiker van de installatie:
    – Gebruiksaanwijzing (nr. 921074)
    – Garantiekaart
    voor de installateur:
    – Installatiehandleiding (nr. 921074)
    1.1
    Bewaren van de documenten
    Gelieve deze gebruiksaanwijzing alsook alle aanvullende
    geldende documenten zodanig te bewaren dat ze direct
    ter beschikking staan.
    Geef de documenten bij verhuis of verkoop van het toestel aan de volgende eigenaar.
    1.2
    Gebruikte symbolen
    Gelieve bij de bediening van het toestel de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht te nemen!

    Bijzondere productkenmerken
    Het maximale vermogen van de toestellen kan naargelang de behoefte via de vermogenskeuze van 50 % tot
    100 % in 10 stappen ingesteld worden. In het bereik van
    de gekozen vermogensstand wordt de gashoeveelheid
    traploos aan de doorstromende waterhoeveelheid aangepast.
    Door deze uitrustingskenmerken onstaan voor het
    gebruik de volgende voordelen:
    – Het toestel verbruikt slechts zoveel gas als nodig is
    voor de momentele behoefte. Daardoor wordt in het
    volledige aftapbereik van het toestel een constante
    uitlooptemperatuur bereikt.
    – Het gebruik van thermostaatmengkranen en ééngreepsmengkranen is zonder beperking mogelijk.

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG

    Gevaar!
    Onmiddellijk gevaar voor leven en goed!
    Attentie!
    Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en
    omgeving!
    Aanwijzing!
    Nuttige informatie en aanwijzingen.
    • Symbool voor vereiste activiteit.
    1.3
    CE-aanduiding
    Met de CE-aanduiding wordt gedocumenteerd dat de
    toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamentele vereisten van de volgende richtlijnen voldoen:

    3



  • Page 4

    1 Aanwijzingen bij de documentatie
    2 Veiligheid
    – Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)
    – Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit
    met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van
    de raad)
    – Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de
    Raad)
    1.4
    Toesteltype
    U kunt het geïnstalleerde toesteltype aan de hand van
    de vermelding in het hoofdstuk 10 Technische gegevens
    in de installatiehandleiding vaststellen, die de installateur na de installatie daar aangebracht heeft.

    2

    Daarom geen veranderingen uitvoeren:
    – aan het toestel
    – in de omgeving van het toestel
    – aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht en
    water
    – alsook aan de afvoerleidingen voor verbrandingsgas

    Veiligheid

    Wat te doen in geval van nood
    Gevaar!
    Gasgeur! Vergiftigings- en explosiegevaar door
    defecten!
    Gelieve bij gasgeur als volgt te handelen:
    • Geen licht in-/uitschakelen.
    • Geen andere elektrische schakelaars bedienen.
    • Geen telefoon in de gevarenzone gebruiken.
    • Geen open vuur gebruiken (b.v. aansteker, lucifer).
    • Niet roken.
    • Gasafsluitkraan sluiten.
    • Ramen en deuren openen.
    • Medebewoners waarschuwen.
    • Huis verlaten.
    • Gasmaatschappij of uw erkende technicus op de hoogte brengen.
    Veiligheidsinstructies
    Neem absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in
    acht.
    Gevaar!
    Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-luchtmengsels!
    Explosieve of licht ontvlambare stoffen (b.v.
    benzine, verf etc.) niet in de opstellingsruimte
    van het toestel gebruiken of opslaan.
    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    De verbrandingsgasbewakingsinrichting (verbrandingsgassensor) mag in geen geval uit
    bedrijf gesteld worden. Anders kunnen bij permanent ongunstige luchtafvoeromstandigheden
    in de schoorsteen verbrandingsgassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen.

    4

    Gevaar!
    Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten!
    De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval
    buiten bedrijf gesteld worden en er mogen ook
    geen manipulaties aan deze inrichtingen uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan
    in gevaar kan komen.

    Het veranderingsverbod geldt eveneens voor bouwconstructies in de omgeving van het toestel, voor zover die
    een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel kunnen hebben.
    Voorbeelden hiervoor zijn:
    – Be- en ontluchtingsopeningen in deuren, plafonds,
    ramen en wanden mag u niet afsluiten, ook niet tijdelijk. Bedek bijvoorbeeld geen ventilatieopeningen met
    kledingstukken e.d. Bij het plaatsen van vloerbekledingen mogen de ventilatieopeningen aan de onderkanten van de deuren niet afgesloten of verkleind worden.
    – De ongehinderde toevoer van lucht naar het toestel
    mag u niet hinderen. Let hierop vooral bij het eventueel opstellen van kasten, rekken of dergelijke onder
    het toestel. Een kastachtige mantel van het toestel valt
    onder de betreffende uitvoeringsvoorschriften. Vraag
    hierover om informatie bij uw gespecialiseerde firma,
    als u een dergelijke mantel wenst.
    – Openingen voor toevoerlucht en verbrandingsgas
    moet u vrijhouden. Let erop dat b.v. afdekkingen van
    de openingen bij werkzaamheden opnieuw verwijderd
    worden.
    – De toestellen mogen niet in ruimtes geïnstalleerd worden, van waaruit ventilatie-installaties of warmeluchtverwarmingsinstallaties lucht met behulp van ventilatoren afzuigen (b.v. wasemkappen, droogtrommels).
    Tenzij er veiligheidsinrichtingen gebruikt worden die
    bij het gebruik van de geyser de ventilatoren automatisch uitschakelen. We raden voor dergelijke gevallen
    onze accessoire Solomatik voor MAG (best.-nr. 304
    821) aan.
    – Bij het inbouwen van voegdichte vensters moet u er in
    samenspraak met uw erkende gespecialiseerde firma
    voor zorgen dat er voor voldoende toevoer van verbrandingslucht naar het toestel gezorgd wordt.
    Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan
    moet u in elk geval een beroep doen op de erkende
    gespecialiseerde firma die hiervoor bevoegd is.

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG



  • Page 5

    Veiligheid 2
    Aanwijzingen bij installatie en gebruik 3
    Attentie!
    Gevaar voor beschadiging door ondeskundige
    veranderingen!
    Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipulaties aan de geyser of aan andere delen van de
    installatie uit.
    Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan
    het toestel zelf uit te voeren.
    – Vernietig of verwijder geen loodjes van componenten.
    Enkel erkende vaklui en de klantendienst van de
    fabriek zijn geautoriseerd om gelode componenten te
    veranderen.
    Gevaar!
    Verbrandingsgevaar!
    Het water uit de waterkraan kan heet zijn.
    Attentie!
    Gevaar voor beschadiging!
    Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de
    omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen
    onder ongunstige omstandigheden tot corrosie –
    ook in het verbrandingsgassysteem – leiden.
    Opstelling en instelling
    Het toestel mag enkel door een erkende installateur
    geïnstalleerd worden. Die is ook verantwoordelijk voor
    de deskundige installatie en inbedrijfname.
    Deze technicus is eveneens voor inspectie/onderhoud en
    reparatie van het toestel alsook voor wijzigingen van de
    ingestelde gashoeveelheid bevoegd.

    3

    Aanwijzingen bij installatie en
    gebruik

    3.1
    Fabrieksgarantie en aansprakelijkheid
    Vaillant B.V. staat namens de fabriek in voor de goede
    kwaliteit van fabricage en materiaal. Bedoelde garantie
    beperkt zich tot materiaal en fabricagefouten en heeft
    een looptijd van EEN JAAR na feitelijke, werkende
    installatie. In deze periode worden de noodzakelijke
    onderdelen kosteloos ter beschikking gesteld. Elke verdere aanspraak op garantie, schadevergoeding, gevolgschade hieronder begrepen, is nadrukkelijk uitgesloten.
    De bovengenoemde fabrieksgarantie geldt uitsluitend en
    alleen onder de volgende voorwaarden:
    1. Het apparaat moet door een deskundige zijn geïnstalleerd volgens de voorwaarden en normen van de competente instanties.
    2. Het te installeren apparaat moet van een Nederlands
    toelatingsnummer zijn voorzien, zijn toegelaten voor
    gebruik op de Nederlandse markt en voldoen aan de
    Nederlandse veiligheidsvoorschriften; eventuele aanpassingen van niet voor de Nederlandse markt goedgekeurde apparatuur kunnen en mogen uitsluitend

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG

    door een erkend installateur of door Vaillant geschieden.
    3. Elke aanspraak op garantie vervalt bij het uitvoeren
    van reparaties, wijzigingen of aanpassingen en/of
    monteren van niet-Vaillant onderdelen zonder voorafgaande toestemming van Vaillant Nederland; daarnaast vervalt elke aanspraak op garantie bij montage
    in afwijking van de ter plaatse geldende voorschriften.
    4. De bij dit garantiebewijs behorende kaart dient ingevuld en binnen acht dagen na installatiedatum ondertekend, voorzien van een stempel van de installerend
    installateur, aan ons te worden verzonden.
    5. De garantie geldt bij normaal huishoudelijk gebruik in
    overeenstemming met de installatievoorschriften.
    Uitdrukkelijk van garantie uitgesloten is gebruik voor
    andere doeleinden dan in de gebruiksaanwijzing vermeld, overbelasting, bevriezing, verwaarlozing of
    onderdelen welke vallen onder de normale gebruiksslijtage.
    6. Aanspraken tijdens de garantieperiode hebben geen
    verlenging van de garantieperiode tot gevolg.
    Elke aanspraak op garantie vervalt daarnaast indien het
    apparaat niet overeenkomstig de daartoe strekkende
    voorschriften tenminste éénmaal jaarlijks door een daartoe erkend deskundige wordt schoongemaakt en van het
    normale onderhoud wordt voorzien.
    3.2 Gebruik volgens de bestemming
    De Vaillant-geysers van de reeks atmoMAG mini zijn volgens de modernste technieken en de erkende veiligheidstechnische regels geconstrueerd. Toch kunnen er
    bij het ondeskundige of niet-reglementaire gebruik gevaren voor leven en goed van de gebruiker of derden
    beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen
    ontstaan.
    De geysers zijn speciaal voor de warmwaterbereiding
    met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend
    gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor
    hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier
    niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt
    alleen de gebruiker.
    Tot het gebruik volgens de bestemming horen ook het in
    acht nemen van de gebruiksaanwijzing en de installatievoorschriften alsook alle andere aanvullende geldende
    documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.
    Attentie!
    Elk misbruik is verboden.
    De geyser moet door een erkend installateur geïnstalleerd worden, die voor de naleving van de bestaande
    voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is.
    3.3 Vereisten aan de plaats van opstelling
    De geysers worden aan een muur, bij voorkeur in de
    buurt van het regelmatige aftappunt en van de verbrandingsgasschoorsteen geïnstalleerd.

    5



  • Page 6

    3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik
    4 Bediening
    Ze kunnen in b.v. woningen, kelderruimtes, bergruimtes
    of polyvalente ruimtes geïnstalleerd worden. Vraag uw
    installateur welke geldende nationale voorschriften in
    acht genomen moeten worden.
    De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u
    dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht.
    Aanwijzing!
    Een afstand van het toestel tot componenten
    van brandbaar materiaal resp. naar brandbare
    onderdelen is niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het
    behuizingsoppervlak een lagere temperatuur
    voorhanden is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C.

    Warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C leiden
    bovendien tot versterkte kalkaanslag.
    Bewuste omgang met water
    Een bewuste omgang met water kan de verbruikskosten
    duidelijk doen dalen. Bijvoorbeeld douchen in de plaats
    van een bad te nemen: Terwijl voor een bad ca. 150 liter
    water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparende armaturen uitgeruste douche slechts ca. een derde
    van deze hoeveelheid nodig. Overigens: Een druppelende
    waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een ondichte
    toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen
    kost een nieuwe pakking slechts een paar cent.

    4

    Bediening

    4.1

    Overzicht van de bedieningselementen

    3.4 Onderhoud
    • Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige
    doek en een beetje zeep.
    Aanwijzing!
    Gebruik geen schurende of reinigingsmiddelen
    die de mantel of de bedieningselementen van
    kunststof zouden kunnen beschadigen.

    3.5 Recycling en afvoer
    Zowel uw geyser alsook de verpakking bestaan voor het
    grootste deel uit recyclebaar materiaal.
    3.5.1 Toestel
    Uw geyser alsook alle accessoires horen niet in het huishoudelijke afval thuis. Zorg ervoor dat het oude toestel
    en evt. voorhanden accessoires op een deskundige
    manier afgevoerd worden.
    3.5.2 Batterij (enkel type XI)
    Voer de lege batterij volgens de voorschriften af bij de
    verzamelpunten (niet met het huisvuil meegeven).
    3.5.3 Verpakking
    Het afvoeren van de transportverpakking laat u het best
    over aan de gespecialiseerde firma die het toestel geïnstalleerd heeft.

    9

    1
    3
    5

    8

    Aanwijzing!
    Gelieve de geldende nationale wettelijke voorschriften in acht te nemen.

    3.6

    Energiebesparende tips

    Gepaste warmwatertemperatuur
    Het water dient slechts zover opgewarmd te worden als
    het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming
    leidt tot onnodig energieverbruik.

    6

    6
    7

    Afb. 4.1 Bedieningselementen atmoMAG mini
    Legenda
    1 Temperatuurkeuzeknop
    3 LCD-display (vlammensymbool, batterijsymbool, uitlooptemperatuur, storingscode)
    5 Hoofdschakelaar AAN/UIT
    6 Koudwateraansluiting
    7 Gasaansluiting
    8 Warmwateraansluiting
    9 Vermogensschakelaar (10-traps van 50 – 100 %)

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG



  • Page 7

    Bediening 4

    Het vlammensymbool knippert terwijl de brander in
    gebruik is. Het batterijsymbool knippert bij een zwakke
    batterij.
    4.2

    Aanwijzing!
    Gelieve bij eventuele ondichtheden in de warmwaterleiding tussen toestel en aftappunten
    onmiddellijk het koudwaterafsluitventiel met
    een sleufschroevendraaier aan het toestel aan
    te sluiten, zie paragraaf 4.7 Buiten bedrijf stellen. Laat ondichtheden door uw erkende installateur verhelpen.

    Maatregelen voor de inbedrijfname

    4.4

    Wamwaterbereiding

    4.4.1 Warm water tappen
    6

    Gevaar!
    Verbrandingsgevaar!
    Het water uit de waterkraan kan heet zijn.

    7

    Afb. 4.2 Afsluitinrichtingen

    • Open de gasafsluitkraan (7) van het toestel door de
    greep in te drukken en naar links tot aan de aanslag te
    draaien (kwartdraai).
    • Open het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting
    (6) van het toestel.
    • Open het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting
    (6) van het toestel door de greep naar links tot aan de
    aanslag te draaien (kwartdraai).
    4.3

    Inbedrijfname

    • Draai de warmwaterkraan aan het aftappunt, b.v. wastafel, gootsteen open, zo treedt de geyser automatisch
    in werking en wordt er warm water geleverd.
    Zolang de brander in gebruik is, verschijnen de uitlooptemperatuur en het vlammensymbool knipperend
    op het display.
    Aanwijzing!
    Als uw geyser bij het tappen van warm water
    niet in werking treedt, controleer dan of het
    voor de waterkraan ingebouwde afsluitventiel
    volledig geopend is en de hoofdschakelaar op
    AAN (I) staat.
    Aanwijzing!
    Verder kan de in de waterkraan ingebouwde zeef
    vervuild zijn. U kunt de zeef demonteren om
    hem schoon te maken. Bij verkalking raden we u
    aan om de zeef met een kalkoplossend middel
    (b.v. azijn) te behandelen.
    De geyser gaat automatisch uit gebruik als u de warmwaterkraan sluit.

    9
    5

    Afb. 4.3 Inbedrijfname

    • Druk de hoofdschakelaar (5) in zodat hij vastklikt.
    • Draai de vermogensdraaischakelaar (9) op de gewenste stand. De geyser gaat in stand-by. Op het display
    verschijnt de uitlooptemperatuur.

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG

    7



  • Page 8

    4 Bediening

    4.4.2 Watertemperatuur instellen

    • Draai de vermogensdraaischakelaar (9) naar rechts
    : vermogen geringer.
    • Draai de vermogensdraaischakelaar (9) naar links
    : vermogen hoger.

    1

    Afb. 4.4 Instellen van de watertemperatuur

    Het toestel levert een constante watertemperatuur,
    onafhankelijk van de getapte hoeveelheid en de koudwaterinlooptemperatuur.
    Met de temperatuurkeuzeknop (1) kunt u de watertemperatuur variëren:
    :
    • Draai de temperatuurkeuzeknop naar rechts
    Temperatuur hoger.
    : tem• Draai de temperatuurkeuzeknop naar links
    peratuur lager.
    U kunt de watertemperatuur ook veranderen terwijl u
    warm water tapt.
    4.5

    Toestelvermogen instellen

    4.5.1 Vermogensinstelling
    Het toestelvermogen kan via de vermogensdraaischakelaar in tien standen tussen ca. 50 % en 100 % van het
    nominale warmtevermogen ingesteld worden.
    U kunt door het verlagen van het toestelvermogen of
    door het aanpassen van de werkelijke vermogensbehoefte een geringere uitlooptemperatuur bereiken en hierdoor energie besparen.

    4.5.2 Modulatie
    In het bereik tussen de ingestelde vermogensstand en
    het minimaal mogelijke toestelvermogen (ca. 40 %)
    wordt de gashoeveelheid automatisch aan de doorstromende waterhoeveelheid (d.w.z. de aan het aftappunt
    werkelijke uitstromende taphoeveelheid) traploos aangepast en hierdoor wordt de uitlooptemperatuur constant
    gehouden.
    4.6 Verhelpen van storingen
    Een „storing” wordt optisch door een F afwisselend met
    een tweecijferig getal, b.v. F en daarna 02 gesignaleerd.
    Als gebruiker mag u enkel de volgende storingen proberen te verhelpen. Als er andere storingsmeldingen dan
    die die hierna vermeld zijn, weergegeven worden, moet
    u contact opnemen met uw installateur.
    Storing

    Oorzaak

    Oplossing

    Geen functie,
    Enkel type XI:
    geen displayaanduiding.
    Enkel type XI:
    luide
    ontsteking.
    Batterijsymbook knippert
    in het display.
    F02

    Enkel type XI:
    Batterijen leeg.

    Vervang de batterijen door
    nieuwe.

    Batterijen zwak

    Vervang de batterijen door
    nieuwe.

    Temperatuursensor
    defect.
    Gastoevoer onderbroken.
    Lucht in de gastoevoerleiding.
    Enkel type GX:
    Lage waterdruk.
    Enkel type XI:
    Batterijen zwak.

    Neem contact op met uw
    installateur.
    Zorg voor de gastoevoer.
    Bij vloeibaar gas:
    Vervang evt. een lege gasfles door een volle gasfles.
    Open en sluit de waterkraan meerdere keren om
    lucht in de gastoevoer te
    verwijderen.
    Enkel type XI:
    Vervang evt. de batterijen
    door nieuwe.
    Is de storing niet verholpen,
    neem dan contact op met
    uw installateur.

    F29
    Tijdens het
    gebruik.

    Tab. 4.1 Verhelpen van storingen

    9

    Afb. 4.5 Vermogensinstelling

    8

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG



  • Page 9

    Bediening 4

    Storing

    Oorzaak

    Oplossing

    F28
    Het toestel
    treedt niet in
    werking.

    Gastoevoer onderbroken.
    Lucht in de gastoevoerleiding.
    Storing in de ontstekingsinrichting.
    Enkel type GX:
    Lage waterdruk.

    Zorg voor de gastoevoer.
    Bij vloeibaar gas:
    Vervang evt. een lege gasfles door een volle.
    Zorg ervoor dat het afsluitventiel aan de gasaansluiting geopend is.
    Open en sluit de waterkraan meerdere keren om
    lucht in de gastoevoer te
    verwijderen.
    Zorg ervoor dat het koudwaterafsluitventiel geopend
    is.
    Is de storing niet verholpen,
    neem dan contact op met
    uw installateur.
    Zorg ervoor dat het koudwaterafsluitventiel geopend
    is.
    Enkel type XI:
    Vervang evt. de batterijen
    door nieuwe.
    Is de storing niet verholpen,
    neem dan contact op met
    uw installateur.

    F36
    Enkel type GX:
    Oververhitting. Lage waterdruk.
    Enkel type XI:
    Batterijen zwak.
    Veiligheidstemperat
    uurbegrenzer is uitgevallen.

    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    De verbrandingsgasbewakingsinrichting (verbrandingsgassensor) mag in geen geval buiten
    bedrijf gesteld worden en er mogen ook geen
    manipulaties aan deze inrichting uitgevoerd
    worden, waardoor de goede werking ervan in
    gevaar kan komen. Anders kunnen bij permanent ongunstige luchtafvoeromstandigheden in
    de schoorsteen verbrandingsgassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen.

    4.7

    Buiten bedrijf stellen

    5

    Tab. 4.1 Verhelpen van storingen vervolg
    6

    Als het toestel door de veiligheidsinrichtingen geblokkeerd werd, kan het pas opnieuw automatisch ontsteken
    als u het „ontstoord” hebt. Voor het „ontstoren” moet u
    ofwel
    • de waterkraan sluiten en opnieuw openen zonder de
    hoofdschakelaar te bedienen of
    • de waterkraan geopend laten en het toestel door een
    tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uiten opnieuw inschakelen.
    Vooral bij de eerste ingebruikneming en na langere stilstand moet u het toestel onder bepaalde omstandigheden meermaals „ontstoren” voor het nog eens automatisch ontsteekt.
    Als de storing verholpen is, treedt de geyser automatisch opnieuw in werking.
    Gaat het toestel meermaals in storing, laat het dan door
    een installateur controleren.
    Attentie!
    Gevaar voor beschadiging door ondeskundige
    veranderingen!
    Voer in geen geval zelf wijzigingen of manipulaties aan de geyser of aan andere delen van de
    installatie uit.
    Probeer nooit om onderhoud of reparaties aan
    het toestel zelf uit te voeren.

    7
    Afb. 4.6 Buitenbedrijfstelling

    • Druk een keer op de hoofdschakelaar (5), zodat hij in
    de positie UIT losspringt.
    • Sluit de gasafsluitkraan (7) van het toestel door de
    kraan naar rechts tot aan de aanslag te draaien
    (kwartdraai).
    De gastoevoer naar de brander van de geyser is nu afgesloten.
    • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6)
    van het toestel door de greep naar rechts tot aan de
    aanslag te draaien (kwartdraai).
    4.8 Vorstbeveiliging
    Bij vorstgevaar is het nodig dat u uw geyser leegt. Dit is
    b.v. het geval als uw waterleidingen dreigen te bevriezen.
    Ga hierbij als volgt te werk, zie afb. 4.7 Buiten bedrijf
    stellen.
    • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (6)
    van het toestel door de greep naar rechts tot aan de
    aanslag te draaien (kwartdraai).

    Neem de geyser pas opnieuw in gebruik als de storing
    door een installateur verholpen werd.

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG

    9



  • Page 10

    4 Bediening

    4.9 Onderhoud en servicedienst
    Voorwaarde voor de permanente inzetbaarheid en veiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door
    de installateur.
    Attentie!
    Gevaar voor beschadiging door ondeskundige
    bediening!
    Probeer nooit om zelf onderhoudswerkzaamheden of reparaties aan uw geyser uit te voeren.

    1

    Geef de opdracht hiertoe aan een erkend installateur. We
    raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten.
    Te weinig onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het
    toestel beïnvloeden en materiële schade en lichamelijk
    letsel veroorzaken.
    4.9.1 Batterijwissel (enkel type XI)
    Als de levensduur van de batterijen (monocellen type A)
    uitgeput is, moeten ze vervangen worden. Dit wordt door
    het knipperen van het batterijsymbool op het display
    weergegeven.
    Het batterijvak (1) bevindt zich onderaan links aan het
    toestel en is zonder demontage van de toestelmantel
    toegankelijk.

    Afb. 4.7 Legen type XI

    1

    1
    Afb. 4.8 Legen type GX

    • Los de zeskantschroef (1) voor het legen.
    • Open alle aan de geyser aangesloten warmwaterkranen, zodat toestel en leiding volledig leeglopen.
    • Laat de warmwaterkranen geopend en de aftapschroef
    geopend, tot u het toestel opnieuw kunt vullen als het
    vorstgevaar geweken is.
    Aanwijzing!
    Neem bij het latere vullen van de geyser de geyser pas opnieuw in gebruik als na het openen
    van het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting van het toestel water aan de geopende
    warmwaterkranen naar buiten komt. Hierdoor is
    gegarandeerd dat de geyser volledig met water
    gevuld is.

    10

    Afb. 4.9 Batterijwissel

    • Open het deksel van het batterijvak (1).
    • Verwijder de oude batterijen en plaats de nieuwe batterijen conform de markering in het deksel van het
    batterijvak.
    Gevaar!
    Explosiegevaar! Ontladen batterijen niet door
    het laden of andere middelen heractiveren!
    Batterijen niet verhitten of in het vuur werpen!

    Gebruiksaanwijzing atmoMAG



  • Page 11

    Voor de installateur

    Installatiehandleiding

    atmoMAG

    Inhoudsopgave

    5.3.1

    1
    1.1
    1.2

    Aanwijzingen bij de documentatie . . . . . . . . . 2
    Bewaren van de documenten. . . . . . . . . . . . . . . . . 2
    Gebruikte symbolen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2

    2
    2.1
    2.2
    2.3
    2.4
    2.5

    Toestelbeschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    CE-aanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Gebruik volgens de bestemming . . . . . . . . . . . . . .
    Aansluitingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Bouwgroepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    2
    2
    2
    2
    3
    3

    3
    3.1
    3.1.1
    3.1.2
    3.1.3
    3.1.4
    3.1.5
    3.2

    Veiligheidsinstructies en voorschriften. . . . .
    Veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Inbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Inspectie en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Verhelpen van storingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Voorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    4
    4
    4
    4
    4
    5
    5
    5

    4
    4.1
    4.2
    4.3
    4.4
    4.5
    4.5.1
    4.5.2

    Montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Omvang van de levering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Vereisten aan de plaats van opstelling . . . . . . . .
    Voormontage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Toestelmontage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Toestelmantel afnemen of aanbrengen . . . . . . . .
    Toestel monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    5
    5
    5
    6
    7
    9
    9
    9

    5
    5.1
    5.2
    5.3

    Installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Aansluiting aan de gastoevoer . . . . . . . . . . . . . . .
    Aansluiting aan de watertoevoer . . . . . . . . . . . . .
    Aansluiting op het verbrandingsgassysteem . . .

    10
    10
    10
    10

    Installatiehandleiding atmoMAG

    Werking van de verbrandingsgassensor
    controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    5.3.2 Verbrandingsgasbuis monteren . . . . . . . . . . . . . .
    5.4
    Elektrisch bedradingsschema . . . . . . . . . . . . . . . .
    5.4.1 Bedradingsschema type XI . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    5.4.2 Bedradingsschema type GX . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    10
    11
    12
    12
    13

    6
    6.1
    6.1.1
    6.1.2
    6.1.3
    6.2
    6.3
    6.4
    6.5
    6.6

    Inbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Gasinstelling controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Gasinstelling met gastoevoer vergelijken . . . . . .
    Gasvoordruk controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Warmtebelasting controleren . . . . . . . . . . . . . . . .
    Gasinsteltabellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Toestelfunctie controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Overdracht aan de gebruiker . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Fabrieksgarantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
    Aanpassing aan andere gassoort . . . . . . . . . . . . .

    14
    14
    14
    14
    15
    16
    17
    17
    17
    17

    7
    7.1
    7.2
    7.3
    7.4
    7.5
    7.6
    7.7

    Inspectie en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
    Voorbereiden van het onderhoud . . . . . . . . . . . . . 17
    Brander reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
    Warmtewisselaar reinigen en ontkalken . . . . . . . 19
    Werking van de waterschakelaar controleren . . 20
    Werking van de verbrandingsgassensor
    controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
    Functietest en herinbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . 21
    Reserveonderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

    8

    Verhelpen van storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

    9

    Servicedienst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22

    10

    Technische gegevens. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

    1



  • Page 12

    1 Aanwijzingen bij de documentatie
    2 Toestelbeschrijving
    1

    Aanwijzingen bij de documentatie

    De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de
    volledige documentatie.
    In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installatievoorschriften zijn andere documenten geldig.
    Voor schade die door het niet naleven van deze handleidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk
    gesteld worden.
    Aanvullende geldende documenten
    voor de gebruiker van de installatie:
    – Gebruiksaanwijzing (nr. 921074)
    – Garantiekaart
    voor de installateur:
    – Installatiehandleiding (nr. 921074)
    1.1
    Bewaren van de documenten
    Gelieve deze gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding alsook alle aanvullende geldende documenten en
    evt. benodigde hulpmiddelen aan de gebruiker van de
    installatie te geven. Die zorgt voor de bewaring, zodat de
    handleidingen en hulpmiddelen indien nodig ter beschikking staan.
    1.2
    Gebruikte symbolen
    Gelieve bij de installatie van het toestel de veiligheidsvoorschriften in deze installatiehandleiding in acht te
    nemen!
    Gevaar!
    Onmiddellijk gevaar voor leven en goed!
    Attentie!
    Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en
    omgeving!
    Aanwijzing!
    Nuttige informatie en aanwijzingen.
    • Symbool voor vereiste activiteit.

    2

    Toestelbeschrijving

    2.1
    Typeplaatje
    U vindt het typeplaatje vooraan op de stormingsbeveiliging. Hiervoor moet u de toestelmantel demonteren, zie
    paragraaf 4.5.1 Toestelmantel afnemen of aanbrengen.
    De gegevens op het typeplaatje van het toestel hebben
    de volgende betekenis:

    Symbool
    MAG
    NL
    mini 11-0/0
    G
    I
    X
    atmoMAG
    Type
    B11

    Betekenis
    Productcategorie
    Landaanduiding
    Toestelvermogen XX in l/min; type
    haardaansluiting; toestelgeneratie
    met elektronische ontsteking en generator
    met elektronische ontsteking en batterij
    met verbrandingsgassensor
    Productreeks
    Soort verbrandingsgasgeleiding en verbrandingsluchttoevoer
    Ruimteluchtafhankelijk gastoestel met
    een stromingsbeveiliging in het verbrandingsgastraject zonder ventilator

    B11 BS
    cat. II 2L 3B/P

    met verbrandingsgasbewakingsinrichting
    Aanduiding van de gassoort:
    Meergastoestel voor aardgas en vloeibaar gas
    2L
    Gasfamilie aardgassen
    G 25 - 25 mbar
    Aardgassen met toegestane gasdrukwaarden
    3B/P
    Gasfamilie vloeibare gassen
    G 30/31 - 30 mbar
    Vloeibare gassen met toegestane gasdrukwaarden
    Pnom.
    Maximaal warmtevermogen
    Pmin.
    Minimaal warmtevermogen
    Qnom.
    Maximale warmtebelasting
    Qmin.
    Minimale warmtebelasting
    pw max.
    Maximaal toegestane waterdruk
    CE 0099
    Certificerende instantie
    CE-99BP821
    Productcertificeringsnummer
    xxxxxxxxxxxxxXXXXXXx Eerste twee cijfers productiejaar, volgende 8 cijfers artikelnummer, overige
    cijfers dienen voor de productiesturing
    XXxx
    Kwaliteitscode b.v. AC15
    xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Servicenummer

    Tab. 2.1 Typeplaatje

    Attentie!
    Het toestel mag enkel met de gassoort gebruikt
    worden die op het typeplaatje vermeld is.
    • Vermeld absoluut het toesteltype en het gastype waarmee het toestel gebruikt wordt in de tab. 10.2
    Gaswaarden m.b.t. het ingestelde gastype in hoofdstuk
    10 Technische gegevens.
    • Monteer de toestelmantel opnieuw op het toestel.
    2.2 CE-aanduiding
    Met de CE-aanduiding wordt gedocumenteerd dat de
    toestellen conform het typeoverzicht aan de fundamentele vereisten van de volgende richtlijnen voldoen:
    – Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad)
    – Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit
    met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van
    de raad)
    – Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de
    Raad)
    2.3 Gebruik volgens de bestemming
    De geysers van de serie atmoMAG mini zijn volgens de
    modernste technieken en de erkende veiligheidstechnische regels geconstrueerd. Toch kunnen er bij het

    2

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 13

    Toestelbeschrijving 2

    ondeskundige of niet-reglementaire gebruik gevaren
    voor leven en goed van de gebruiker of derden beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.

    2.5

    Bouwgroepen

    De geysers zijn speciaal voor de warmwaterbereiding
    met gas bestemd. Een ander of daarvan afwijkend
    gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor
    hieruit resulterende schade kan de fabrikant/leverancier
    niet aansprakelijk gesteld worden. Het risico draagt
    alleen de gebruiker.
    Tot het gebruik volgens de bestemming behoren ook het
    in acht nemen van de bedienings- en installatiehanlei
    ding alsook van alle aanvullende geldende documenten
    en het in acht nemen van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.

    1

    2

    3

    Attentie!
    Elk misbruik is verboden.

    4

    De geyser moet door een erkend installateur geïnstalleerd worden, die voor de naleving van de bestaande
    voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is.
    2.4 Aansluitingen
    Toestelaansluitingen:
    – Water 3/4”
    – Gas 1/2”
    • Na het vastleggen van de standplaats van het toestel
    moet u gas- en waterleidingen aan de aansluitpunten
    van het toestel plaatsen.

    5
    6
    11

    7
    10
    9
    8

    Afb. 2.1 Bouwgroepen type XI
    Legenda
    1 Verbrandingsgassensor
    2 Stromingsbeveiliging
    3 Veiligheidstemperatuurbegrenzer
    4 Temperatuursensor
    5 Warmtewisselaar
    6 Ontstekingselektroden
    7 Brander
    8 Temperatuurkeuzeknop
    9 Batterijvak
    10 Vermogensdraaischakelaar
    11 Gasblok
    12 Bewakingselektrode

    Installatiehandleiding atmoMAG

    3



  • Page 14

    2 Toestelbeschrijving
    3 Veiligheidsvoorschriften en voorschriften
    beperken, stelt de verbrandingsgassensor een stijging
    van de temperatuur vast en onderbreekt de gastoevoer.

    3

    Veiligheidsinstructies en
    voorschriften

    3.1

    Veiligheidsinstructies

    1

    2

    Opgelet!
    Bij het aandraaien of losdraaien van schroefverbindingen in principe passende gaffelsleutels
    (muilsleutels) gebruiken (geen buistangen, verlengingen enz.).
    Ondeskundig gebruik en/of ongeschikt gereedschap kan schade veroorzaken (b.v. gas- of
    waterlekken)!

    3

    3.1.1
    4
    5
    10

    6
    7

    Montage
    Attentie!
    Monteer de gasdoorstromingsgeyser niet boven
    een toestel waarvan het gebruik de geyser zou
    kunnen beschadigen (b.v. boven een fornuis,
    waar vetdampen kunnen opstijgen) of in een
    ruimte met agressieve of sterk stoffige atmosfeer.

    9
    8

    3.1.2 Installatie

    Afb. 2.2 Bouwgroepen type GX
    Legenda
    1 Verbrandingsgassensor
    2 Stromingsbeveiliging
    3 Temperatuursensor
    4 Warmtewisselaar
    5 Ontstekingselektroden
    6 Brander
    7 Generator
    8 Temperatuurkeuzeknop
    9 Vermogensdraaischakelaar
    10 Gasblok
    11 Bewakingselektrode

    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    De verbrandingsgassensor mag in geen geval
    buiten bedrijf gesteld worden. Anders kunnen bij
    permanent ongunstige luchtafvoeromstandigheden in de schoorsteen verbrandingsgassen
    ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen.

    Gevaar!
    Vergiftigings- en explosiegevaar,
    Verbrandingsgevaar!
    Let er bij de installatie van de aansluitingen op
    dat alle pakkingen correct geplaatst worden,
    zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitgesloten worden.

    3.1.3 Inbedrijfname
    Gevaar!
    Hoge koolstofmonoxideconcentraties door nietreglementaire verbranding zijn levensgevaarlijk.
    Het ombouwen van het toestel op een andere
    gassoort mag u enkel met de af fabriek leverbare ombouwsets uitvoeren.
    Gevaar!
    Levensgevaar door uitstromend gas bij defecten
    door ongeschikte inspuiters.
    Het ombouwen van het toestel op een andere
    gassoort mag u enkel met de af fabriek leverbare ombouwsets uitvoeren.

    Als b.v. de verbrandingsgasafvoer helemaal of gedeeltelijk verstopt is of als de plaatselijke luchtdrukverhoudingen aan het gebouw de perfecte verbrandingsgasafvoer

    4

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 15

    Veiligheidsvoorschriften en voorschriften 3
    Montage 4
    Attentie!
    Bij te hoge voordrukwaarden mag u het toestel
    niet in gebruik nemen. Neem contact op met de
    gasmaatschappij als u de oorzaak voor deze
    fout niet kunt verhelpen.

    3.1.4 Inspectie en onderhoud
    Gevaar!
    Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten!
    De veiligheidsinrichtingen mogen in geen geval
    buiten bedrijf gesteld worden en er mogen ook
    geen manipulaties aan deze inrichtingen uitgevoerd worden, waardoor de goede werking ervan
    in gevaar kan komen.
    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    De verbrandingsgasbewakingsinrichting (verbrandingsgassensor) mag in geen geval uit
    bedrijf gesteld worden. Anders kunnen bij permanent ongunstige luchtafvoeromstandigheden
    in de schoorsteen verbrandingsgassen ongecontroleerd uit de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen.
    Attentie!
    Let er bij het demonteren en inbouwen van de
    warmtewisselaar op dat die niet gebogen wordt.
    Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het
    toestel.
    Attentie!
    Gebruik in geen geval draadborstels of andere
    gelijkaardige harde borstels om de warmtewisselaar te reinigen.
    Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het
    toestel.
    Attentie!
    Houd er bij de controle van het ionisatiesysteem rekening mee dat de meetleidingen en
    meetklemmen schoon moeten zijn en niet door
    zeepoplossing (lekzoekspray) nat mogen zijn.

    3.1.5 Verhelpen van storingen
    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    Bij een defecte verbrandingsgassensor en
    gedeeltelijk of volledig verstopte verbrandingsgasbuis of schoorsteen kunnen bij permanent
    ongunstige luchtafvoeromstandigheden in de
    haard verbrandingsgassen ongecontroleerd uit
    de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen.

    Installatiehandleiding atmoMAG

    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    De veiligheidsuitschakeling van het toestel kan
    voor het verhelpen van storingen tijdelijk buiten
    werking gesteld zijn.

    3.2 Voorschriften
    De geyser mag enkel door een erkende installateur geïnstalleerd worden.
    Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en de eerste inbedrijfname.
    Voor de installatie van de geyser moet het advies van de
    gasmaatschappij ingewonnen worden.
    De geyser mag enkel in een voldoende geventileerde
    ruimte opgesteld worden.
    Voor de installatie moeten vooral de volgende wetten,
    verordeningen, technische regels, normen en bepalingen
    in de geldige versie in acht genomen worden:
    – NEN 1078. Voorschriften voor aardgasinstallaties
    GAVO 1987 (en aanvullingen);
    – NPR 3378.Toelichting bij NEN 1078;
    – NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties;
    – NEN 3287. Binnenrioleringen in woningen en woongebouwen. Aansluiting van condensvormende, met gasgestookte toestellen.
    – NEN 1006. Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties.
    – Het bouwbesluit.

    4

    Montage

    4.1
    Omvang van de levering
    – Aansluitset bestaande uit:
    – Aansluitstuk aardgas
    – Aansluitstuk vloeibaar gas
    – Aansluitstuk koud water met afsluitventiel
    – Aansluitstuk warm water
    – Pakkingen, pluggen, schroeven
    – Enkel type XI: twee batterijen type A
    4.2 Vereisten aan de plaats van opstelling
    Gelieve bij de keuze van de opstellingsplaats de volgende aanwijzingen in acht te nemen:
    – De geyser mag enkel in een voldoende geventileerde
    ruimte opgesteld worden.
    – De wand, waaraan de geyser gemonteerd wordt, moet
    voldoende stevig zijn om het gewicht van de bedrijfsklare geyser te kunnen dragen.
    – De bijgeleverde bevestigingselementen voldoen soms
    niet aan de vereisten van de opstellingswand. Voor de
    in dit geval vereiste bevestigingselementen moet zelf
    gezorgd worden.

    5



  • Page 16

    4 Montage

    – De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als
    u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde
    vorstbeveiligingsmaatregelen in acht.
    – De opstellingsplaats moet zodanig gekozen worden,
    dat de leidingen (gastoevoer, watertoe- en afvoer)
    goed geplaatst kunnen worden.

    4.3

    A
    1

    Voormontage

    60 60

    3

    B
    1

    a

    Attentie!
    Monteer de gasdoorstromingsgeyser niet boven
    een toestel waarvan het gebruik de geyser zou
    kunnen beschadigen (b.v. boven een fornuis,
    waar vetdampen kunnen opstijgen) of in een
    ruimte met agressieve of sterk stoffige atmosfeer.
    – De geyser moet met een verbrandingsgasbuis met de
    voorgeschreven diameter (zie hoofdstuk 10 Technische
    gegevens) aan een verbrandingsgassysteem met
    natuurlijke luchtafvoer (haard) aangesloten worden.
    Aanwijzing!
    Een afstand van het toestel tot componenten
    van brandbaar materiaal resp. naar brandbare
    onderdelen is niet vereist, omdat bij het nominale warmtevermogen van het toestel aan het
    behuizingsoppervlak een lagere temperatuur
    voorhanden is dan de max. toegestane temperatuur van 85 °C.
    • Leg deze vereisten aan de klant uit.

    6

    60 60

    3

    C
    1

    60 60

    bc

    2
    2

    3
    115

    2

    Afb. 4.1 Voormontage
    Legenda
    1 Warmwateraansluiting R 1/2
    2 Gasaansluiting, 12 x 1 bij vloeibaar gas
    3 Koudwateraansluiting R 1/2
    De afbeelding toont de positie van de aansluitingen bij:
    A Onderbouwinstallatie
    B Opbouwinstallatie
    C Opbouwinstallatie vloeibaar gas

    Bij het gebruik van de Vaillant-accessoires kunnen de
    voorhanden voormontages behouden of zoals weergegeven uitgevoerd worden.
    De aanbevolen afstanden bedragen voor alle toesteltypes:
    a = 92 mm
    b = 85 mm
    c = ≈ 100 mm

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 17

    Montage 4

    4.4

    Afmetingen

    K

    A

    L

    N

    F

    D

    E

    M

    C

    B

    G
    O

    H
    I

    J

    I

    P
    Q

    Afb. 4.2 Maattekening mini GX/XI vloeibaar gas

    Afmeting
    A
    B
    C
    D
    E
    F
    G
    H
    I

    mm
    235
    ∅ 110
    139
    451
    441
    10
    70
    120
    min. 20

    Installatiehandleiding atmoMAG

    Afmeting
    J
    K
    L
    M
    N
    O
    P
    Q

    mm
    310
    243
    115
    580
    605
    50
    125
    253

    7



  • Page 18

    4 Montage

    K

    A

    L

    N

    F

    D

    E

    M

    C

    B

    G
    O

    H
    I

    J

    I

    P
    Q

    Afb. 4.3 Maattekening mini GX/XI aardgas

    Afmeting
    A
    B
    C
    D
    E
    F
    G
    H
    I

    8

    mm
    235
    ∅ 110
    139
    451
    441
    52
    70
    120
    min. 20

    Afmeting
    J
    K
    L
    M
    N
    O
    P
    Q

    mm
    310
    243
    115
    580
    605
    50
    125
    253

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 19

    Montage 4

    4.5

    Toestelmontage

    Toestelmantel aanbrengen

    4.5.1 Toestelmantel afnemen of aanbrengen
    Voor de montage en het onderhoud van de geyser moet
    u de toestelmantel afnemen en na de werkzaamheden
    opnieuw aanbrengen.
    11

    Toestelmantel afnemen

    11

    1

    10
    9

    1

    10
    9

    Afb. 4.4 Toestelmantel afnemen

    • Trek de temperatuurkeuzeknop (1) van de temperatuurkeuzespil en de vermogensdraaischakelaarknop
    (9) af.
    • Verwijder de schroef (10) onder de temperatuurkeuzespil.
    • Trek de toestelmantel naar voren af en til hem naar
    boven uit de beide houders (11).

    Installatiehandleiding atmoMAG

    Afb. 4.5 Toestelmantel aanbrengen

    • Plaats de toestelmantel van boven op de beide houders (11) en druk die tegen de achterwand van het toestel. Let er hierbij op dat de beide haken in de uitsparingen steken.
    • Draai de schroef (10) onder de temperatuurkeuzespil
    opnieuw in.
    • Breng de vermogensdraaischakelaarknop (9) en de
    temperatuurkeuzeknop (1) opnieuw aan.
    4.5.2 Toestel monteren
    • Leg de plaats van opstelling vast, zie paragraaf 4.2
    Vereisten aan de plaats van opstelling
    • Gebruik voor de toestelophanging naargelang de
    plaatselijke omstandigheden de uitsparingen resp.
    boorgaten in de achterwand van het toestel.
    • Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven conform
    de maatgegevens van de afbeelding in het hoofdstuk
    4.4 Afmetingen.
    • Gebruik voor het bevestigen van het toestel naargelang de plaats van bevestiging muurankers, haken,
    schroeven of draadbouten.
    • Monteer de achterwand van het toestel met het
    geschikte bevestigingsmateriaal vast aan de muur.

    9



  • Page 20

    5 Installatie

    5

    Installatie
    Gevaar!
    Vergiftigings- en explosiegevaar,
    Verbrandingsgevaar!
    Let er bij de installatie van de aansluitingen op
    dat alle pakkingen correct geplaatst worden,
    zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitgesloten worden.
    9

    5.1
    Aansluiting aan de gastoevoer
    • Zorg voor de spanningvrije en gasdichte verbinding
    tussen wandaansluiting en toestelaansluiting met
    behulp van een gasafsluitkraan.
    • Controleer het toestel op ondichtheden en dicht ze
    evt. af.
    5.2 Aansluiting aan de watertoevoer
    • Zorg voor de spanningvrije koud- en warmwateraansluitingen.
    • Controleer het toestel op ondichtheden en dicht ze
    evt. af.
    5.3

    Aansluiting op het verbrandingsgassysteem

    1

    Afb. 5.2 Instellen van de maximale temperatuur en van het
    vermogen

    • Draai de temperatuurkeuzeknop (1) naar rechts op
    maximale temperatuur.
    • Draai de vermogensdraaischakelaar (9) helemaal naar
    links tot op het maximale vermogen.
    • Open een warmwaterkraan.
    De verbrandingsgassensor moet binnen 2 minuten automatisch de gastoevoer onderbreken en het toestel vergrendelen.
    U kunt het toestel na het afkoelen van de verbrandingsgassensor (ten vroegste na 15 minuten) opnieuw in
    gebruik nemen.

    1

    2

    5

    Afb. 5.3 Ontgrendelen
    Afb. 5.1 Verbrandingsgasaansluiting
    Legenda
    1 Verbrandingsgasbuis
    2 Buisopening van de stromingsbeveiliging

    5.3.1 Werking van de verbrandingsgassensor controleren
    Controleer voor de montage van de verbrandingsgasbuis
    de correcte werking van de verbrandingsgassensor. Ga
    hierbij als volgt te werk:
    • Sluit de verbrandingsgasweg af.

    10

    U kunt het toestel ontgrendelen doordat u ofwel:
    • de waterkraan sluiten en opnieuw openen zonder de
    hoofdschakelaar te bedienen of
    • de waterkraan geopend laten en het toestel door een
    tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uiten opnieuw inschakelen.
    Sluit de verbrandingsgassensor niet binnen de genoemde tijd:
    • Neem contact op met de servicedienst.
    • Neem het toestel buiten bedrijf.

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 21

    Installatie 5

    5.3.2 Verbrandingsgasbuis monteren
    · Plaats de verbrandingsgasbuis (1) in de verbrandingsgasbuisaansluiting (2) tegen de stromingsbeveiliging,
    zie afb. 5.1 Verbrandingsgasaansluiting.

    Installatiehandleiding atmoMAG

    11



  • Page 22

    12
    Rood

    Rood

    Veiligheidstemperatuurbegrenzer

    Rookgassensor

    Enkel type XI

    Rood

    Zwart

    Oranje

    Zwart

    Temperatuursensor

    Wit

    Extra bus

    Groen

    Elektronische bus

    1

    Bewakingselektrode
    Ontstekingselektroden

    5.4

    Batterijkast
    2 x 1 ,5 V

    Microschakelaar

    Elektr. veiligheidsventiel

    5 Installatie

    Elektrisch bedradingsschema

    5.4.1 Bedradingsschema type XI

    Afb. 5.4 Bedradingsschema type XI

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 23

    Installatiehandleiding atmoMAG

    Rookgassensor

    Enkel type GX

    Generator

    Rood

    Microschakelaar

    Rood

    Rood

    Zwart

    Oranje

    Zwart

    Wit

    Temperatuursensor

    Extra bus

    Enkel
    type GX

    Groen

    1

    Elektronische bus

    Elektr. veiligheidsventiel

    Bewakingselektrode
    Ontstekingselektroden

    Installatie 5

    5.4.2 Bedradingsschema type GX

    Afb. 5.5 Bedradingsschema type GX

    13



  • Page 24

    6 Inbedrijfname

    6

    Inbedrijfname

    De eerste inbedrijfname en de bediening van het toestel
    alsook het instrueren van de gebruiker moet door een
    gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
    Bij de eerste inbedrijfname moet u de gasinstelling controleren en de batterijen (enkel type XI) plaatsen.
    De verdere inbedrijfname/bediening vindt u zoals in de
    gebruiksaanwijzing in de paragraaf 4.3 beschreven.

    1

    2

    6.1
    Gasinstelling controleren
    • Vergelijk hiervoor de tabellen in het hoofdstuk 6.2
    Gasinsteltabellen.
    6.1.1 Gasinstelling met gastoevoer vergelijken
    • Vergelijk de gegevens over de toesteluitvoering (categorie en ingestelde gassoort) op het typeplaatje met
    de plaatselijk voorhanden gassoort. Informatie krijgt u
    bij de plaatselijke gasmaatschappij.
    Geen overeenstemming:
    • Stel het toestel op de voorhanden gassoort om (zie
    hoofdstuk 6.6 Aanpassing aan andere gassoort).
    6.1.2 Gasvoordruk controleren
    De gasvoordruk kunt u met een vloeistofdrukmeettoetsel
    (resolutie minstens 0,1 mbar) meten. Ga hierbij als volgt
    te werk:
    • Sluit de gasafsluitkraan.

    Afb. 6.2 Meetnippel gasvoordruk type GX

    • Schroef de afdichtingsschroef van de voordrukmeetnippel opnieuw (1) uit.
    • Sluit een U-buis-manometer aan.
    • Sluit de gasafsluitkraan.
    • Neem het toestel conform de gegevens in de gebruiksaanwijzing in gebruik en tap warm water.
    • Meet de voordruk (gasstroomdruk).
    Gasfamilie

    Toegestaan gasvoordrukbereik in mbar

    Aardgas 2L
    G 25

    20 – 30

    Vloeibaar gas 3B/P
    G 30/31

    25 – 35

    Tab. 6.1 Gasvoordrukbereik
    1

    Attentie!
    Bij te hoge voordrukwaarden mag u het toestel
    niet in gebruik nemen. Neem contact op met de
    gasmaatschappij als u de oorzaak voor deze
    fout niet kunt verhelpen.

    2






    Afb. 6.1 Meetnippel gasvoordruk type XI

    14

    Neem het toestel buiten bedrijf.
    Sluit de gasafsluitkraan.
    Sluit een U-buis-manometer aan.
    Schroef de afdichtingsschroef van de voordrukmeetnippel opnieuw in.
    • Sluit de gasafsluitkraan.
    • Controleer de meetnippel op dichtheid.

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 25

    Inbedrijfname 6

    6.1.3 Warmtebelasting controleren
    U kunt de warmtebelasting op twee manieren controleren:
    – Aflezen van de gasdoorstromingswaarde aan de teller
    (volumetrische methode)
    – Controleren van de branderdruk (branderdrukmethode)

    1

    Volumetrische methode
    Er moet voor gezorgd zijn dat tijdens de controle geen
    extra gassen (b.v. mengsels van vloeibaar gas en lucht)
    voor het voldoen aan de piekbehoefte toegevoerd worden. Win hierover informatie in bij de bevoegde gasmaatschappij.
    Zorg ervoor dat er geen bijkomende toestellen tijdens
    de controle gebruikt worden.

    2

    3
    Afb. 6.4 Inspuiters
    Legenda
    1 Inspuiter
    2 Brander
    3 Inspuiterrail

    9

    1

    • Controleer of de juiste inspuiters ingezet zijn. Vergelijk
    hiervoor de aanduiding op de gemonteerde inspuiters
    met de gegevens in de tabel in hoofdstuk 10
    Technische gegevens. Hiervoor moet u evt. de brander
    demonteren, zie hoofdstuk 7.2 Brander reinigen.
    • Zijn de inspuiters niet de oorzaak voor de afwijking,
    neem dan contact op met de servicedienst.
    • Neem het toestel buiten bedrijf.
    Branderdrukmethode

    Afb. 6.3 Instellen van de maximale temperatuur en van het
    vermogen

    • Neem het toestel volgens de aanwijzingen in de
    gebruiksaanwijzing in gebruik en zet de temperatuurkeuzeknop (1) door naar rechts te draaien op maximale temperatuur.
    • Draai de vermogensdraaischakelaar (9) helemaal naar
    links tot op het maximale vermogen.
    • Zoek de vereiste gasstromingswaarde in tab. 6.3
    Gasdoorstroming uit (tabelwaarde l/min), zie paragraaf
    6.2 Gasinsteltabellen
    • Noteer de gastellerstand.
    Tap warm water met volledig geopende waterkraan.
    Hierbij moet de nominale waterhoeveelheid stromen,
    zie hoofdstuk 10 Technische gegevens.
    • Lees na ca. 5 minuten permanent gebruik van het toestel de gasdoorstromingswaarde aan de teller af en
    vergelijk de waarde met de waarde in de tabel.
    Afwijkingen van ± 5% zijn toegestaan.
    Als de afwijkingen de opgegeven grenzen overschrijden:

    Installatiehandleiding atmoMAG

    1

    2

    Afb. 6.5 Meetnippel branderdruk type XI

    15



  • Page 26

    6 Inbedrijfname

    1
    1

    2

    2
    Afb. 6.6 Meetnippel branderdruk type GX

    3

    • Schroef de afdichtingsschroef van de branderdrukmeetnippel (2) uit.
    • Sluit een U-buis-manometer aan (resolutie minstens
    0,1 mbar).

    9

    1

    Afb. 6.8 Mondstukaanduiding
    Legenda
    1 Inspuiter
    2 Brander
    3 Inspuiterrail

    • Controleer of de juiste gaspitten ingezet zijn, zie tab.
    10.2 Gaswaarden m.b.t. de ingestelde gassoort.
    Vergelijk hiervoor de aanduiding op de gemonteerde
    inspuiters met de gegevens in de tabel in hoofdstuk 10
    Technische gegevens. Hiervoor moet u evt. de brander
    demonteren, zie hoofdstuk 7.2 Brander reinigen.
    • Zijn de inspuiters niet de oorzaak voor de afwijking,
    neem dan contact op met de servicedienst. U mag het
    toestel niet in gebruik nemen.
    • Neem het toestel buiten bedrijf.
    6.2

    Afb. 6.7 Instellen van de maximale temperatuur en van het vermogen

    • Neem het toestel volgens de aanwijzingen in de
    gebruiksaanwijzing in gebruik en zet de temperatuurkeuzeknop (6) door naar rechts te draaien op maximale temperatuur.
    • Tap warm water met volledig geopende waterkraan.
    Hierbij moet de nominale waterhoeveelheid stromen,
    zie hoofdstuk 10 Technische gegevens.
    • De vereiste branderdruk in mbar vindt u in de tab. 6.4
    Branderdruk.
    • Vergelijk de gemeten druk met de tabelwaarde.
    Afwijkingen van ± 10% zijn toegestaan.
    • Neem het toestel buiten bedrijf.
    • Sluit een U-buis-manometer aan.
    • Schroef de afdichtingsschroef van de branderdrukmeetnippel opnieuw in.
    • Controleer de afdichtingsschroef op dichtheid.
    Overschrijden de afwijkingen de opgegeven grenzen:

    Gasinsteltabellen

    Toesteluitvoering voor

    Aardgassen

    Vloeibare gassen

    Aanduiding op het typeplaatje

    2L
    G 25 – 25 mbar

    3B/P
    G 30/31 – 30 mbar

    Instelling bij levering

    G 25

    G 30

    Aanduiding inspuiters

    135

    072

    Tab. 6.2 Gasinstelling bij levering
    Gasfamilie
    Aardgas 2L
    G 25
    Vloeibaar gas 3B/P
    G 30
    G 31

    Gasdoorstroming in nominale
    warmtebelasting in l/min
    45,3
    11,5
    15

    Tab. 6.3 Gasdoorstroming
    Gasfamilie
    Aardgas 2L
    G 25
    Vloeibaar gas 3B/P
    G 30
    G 31

    Branderdruk bij nominale warmtebelasting in mbar
    9,2
    24
    24

    Tab. 6.4 Branderdruk

    16

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 27

    Inbedrijfname 6
    Inspectie en onderhoud 7
    6.3 Toestelfunctie controleren
    • Controleer de werking van het toestel aan de hand van
    de gebruiksaanwijzing.
    • Controleer het toestel op dichtheid op het vlak van gas
    en water.
    • Controleer de perfecte verbrandingsgasafvoer aan de
    stromingsbeveiliging, b.v. met een dauwspiegel.
    • Controleer de werking van de verbrandingsgassensor,
    zie hoofdstuk 5.3 Aansluiting op het verbrandingsgassysteem.
    • Vermeld absoluut het toesteltype en de gassoort waarmee het toestel gebruikt wordt in de tab. 10.2
    Gaswaarden m.b.t. tot de ingestelde gassoort in hoofdstuk 10 Technische gegevens.
    • Monteer de mantel opnieuw aan het toestel.

    6.6

    6.4 Overdracht aan de gebruiker
    De gebruiker van het toestel moet over het gebruik en
    de werking van zijn geyser geïnstrueerd worden.
    • Maak de klant met de bediening van het toestel vertrouwd. Neem samen met de gebruiker de gebruiksaanwijzing door en beantwoord eventueel zijn vragen.
    • Geef de gebruiker alle voor hem bestemde handleidingen en toestelpapieren, zodat hij ze kan bewaren.
    • Wijs de gebruiker erop dat u het toesteltype en de gassoort waarmee het toestel gebruikt wordt in de installatiehandleiding in de tab. 10.2 Gaswaarden m.b.t. tot
    de ingestelde gassoort in hoofdstuk 10 Technische
    gegevens vermeld hebt.
    • Geef de gebruiker uitleg over de getroffen maatregelen voor de verbrandingsluchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer en benadruk dat deze maatregelen
    niet veranderd mogen worden.
    • Wijs de gebruiker vooral op de veiligheidsvoorschriften
    die hij in acht moet nemen.
    • Wijs de gebruiker op de noodzaak van het regelmatig
    controleren/onderhouden van de installatie. Raad hem
    aan om een inspectie-/onderhoudscontract af te sluiten.
    • Wijs de gebruiker erop dat de handleidingen in de
    buurt van de geyser moeten blijven.
    • Wijs de gebruiker er nadrukkelijk op dat ruimtelijke
    veranderingen enkel in samenspraak met de erkende
    gespecialiseerde firma uitgevoerd mogen worden.

    Als de gassoort verandert, moet het toestel aan de
    beschikbare gassoort aangepast worden. Hiervoor moeten bepaalde delen van het gastoestel veranderd of vervangen worden.
    Deze wijzigingen en de daardoor vereiste nieuwe instellingen mogen enkel door een erkende installateur en
    volgens de momenteel geldende nationale voorschriften
    uitgevoerd worden.
    De aanpassing kunt u makkelijk uitvoeren als u de aanwijzingen in de handleidingen, die met de Vaillant ter
    beschikking gestelde gasomstellingssets geleverd worden, naleeft.

    6.5 Fabrieksgarantie
    Aan de eigenaar van het toestel verlenen we een
    fabrieksgarantie aan de op de garantiekaart vermelde
    voorwaarden.
    Garantiewerkzaamheden worden principieel enkel door
    onze fabrieksklantendienst uitgevoerd.
    We kunnen u daarom eventuele kosten, die voor u bij het
    uitvoeren van werkzaamheden aan het toestel tijdens de
    garantietijd ontstaan, enkel toekennen als we u hiertoe
    de opdracht gegeven hebben en als het om een garantiegeval gaat.

    Installatiehandleiding atmoMAG

    Aanpassing aan andere gassoort
    Gevaar!
    Hoge CO-concentraties door niet-reglementaire
    verbranding zijn levensgevaarlijk.
    Het ombouwen van het toestel op een andere
    gassoort mag u enkel met de af fabriek leverbare ombouwsets uitvoeren.
    Gevaar!
    Levensgevaar door uitstromend gas bij defecten
    door ongeschikte inspuiters.
    Het ombouwen van het toestel op een andere
    gassoort mag u enkel met de af fabriek leverbare ombouwsets uitvoeren.

    7

    Inspectie en onderhoud

    7.1
    Voorbereiden van het onderhoud
    Voor het onderhoud van het toestel moet u de behuizing
    demonteren, zie paragraaf 4.5 Demontage toestel.
    Leeg voor het uitvoeren van de hierna beschreven
    onderhoudswerkzaamheden eerst het toestel, zie hoofdstuk 4.8 Vorstbeveiliging in de gebruiksaanwijzing.
    Voor de reiniging van het toestel moet u eerst de brander en daarna de warmtewisselaar demonteren. Monteer
    na het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden
    alle delen opnieuw in de omgekeerde volgorde.
    Reinig altijd zowel de brander alsook de warmtewisselaar.
    Aanwijzing!
    Vervang altijd alle gedemonteerde pakkingen
    door nieuwe pakkingen (pakkingsets zie hoofdstuk 7.7 Reserveonderdelen).

    7.2
    Brander reinigen
    Voor het reinigen van de brander moet u de brander
    demonteren en evt. de inspuiterrail demonteren als de
    stofaanzetting dit vereist.

    17



  • Page 28

    7 Inspectie en onderhoud

    Afb. 7.1 Steekcontact van de ontstekingselektroden type XI

    Afb. 7.3 Befestiging brander aan het gasblok type XI

    Afb. 7.2 Steekcontact van de ontstekingselektroden type GX

    Afb. 7.4 Befestiging brander aan het gasblok type GX

    • Maak het steekcontact van de ontstekingselektroden
    aan het elektronische bord los.

    • Draai twee draadschroeven uit waarmee de brander
    aan het gasblok bevestigd is.
    • Til de brander een beetje op en trek hem er naar
    voren toe uit.
    • Draai twee draadschroeven uit om de inspuiterrail te
    demonteren.

    18

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 29

    Inspectie en onderhoud 7

    Afb. 7.5 Opbouw brander

    • Verwijder eventuele verbrandingsresten met een messing draadborstel. Gaspitten, injectoren en branderrails
    moet u eventueel met een zacht penseel reinigen en
    met perslucht (stof en vuil) uitblazen. Bij sterke vervuiling wast u de brander met zeeploog uit en spoelt u
    met helder water na.
    • Monteer de inspuiterrail opnieuw aan de brander.
    7.3
    Warmtewisselaar reinigen en ontkalken
    Voor het reinigen van de warmtewisselaar moet u eerst
    de brander en daarna de warmtewisselaar demonteren.

    Afb. 7.7 Demontage temperatuursensor type GX

    • Enkel type GX: Trek de temperatuursensor (NTC) af.

    Attentie!
    Let er bij het demonteren en inbouwen van de
    warmtewisselaar op dat die niet gebogen wordt.
    Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het
    toestel.

    Afb. 7.8 Achterwandbevestiging warmtewisselaar type XI

    Afb. 7.6 Demontage veiligheidstemperatuurbegrenzer en temperatuursensor type XI

    • Enkel type XI: Trek de temperatuursensor (NTC) en de
    veiligheidstemperatuurbegrenzer af.

    Installatiehandleiding atmoMAG

    19



  • Page 30

    7 Inspectie en onderhoud

    Attentie!
    Gebruik in geen geval draadborstels of andere
    gelijkaardige harde borstels om de warmtewisselaar te reinigen.
    Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het
    toestel.
    Aanwijzing!
    Bij het reinigen is het mogelijk dat de coating
    lichtjes afgesleten wordt. De werking van de
    warmtewisselaar wordt hierdoor echter niet
    gehinderd.
    Aanwijzing!
    Let er bij het opnieuw inbouwen op dat de branderkamers in het midden onder de verwarmingsschacht gericht zijn.
    Enkel type XI:
    Vergeet niet om de veiligheidstemperatuurbegrenzer en de temperatuursensor (NTC)
    opnieuw aan te brengen.

    Afb. 7.9 Achterwandbevestiging warmtewisselaar type GX

    • Maak de wartelmoeren aan de koudwatertoe- resp.
    warmwaterafvoerleidingen los.
    • Maak de plaatschroeven van de klemmen los waarmee
    de koud- en warmwaterleidingen aan de achterwand
    bevestigd zijn.
    • Maak de klemmen los waarmee de warmtewisselaar
    aan de stromingsbeveiliging bevestigd is.
    • Trek de warmtewisselaar naar voren onderaan uit.
    Bij geringe vervuiling:
    • Spoel de lamellen van de warmtewisselaar met een
    scherpe waterstraal uit.
    Bij sterke vervuiling:
    • Gebruik een zachte, gewone borstel voor de reiniging
    van het lamellenblok. Reinig het lamellenblok het best
    van boven en onderen in een bak met heet water om
    vet- en stofdelen te verwijderen.

    Enkel type GX:
    Vergeet niet om de temperatuursensor (NTC)
    opnieuw aan te brengen.
    • Monteer eerst opnieuw de warmtewisselaar en daarna
    de brander.
    Schade aan de coating repareren
    Kleinere schade aan de coating van de warmtewisselaar
    kunt u moeiteloos met de hiervoor voorbereide Supralstift (onderdeel-nr.: 990 310) repareren.
    Hiervoor moet de beschadigde plaats droog en vrij van
    afzettingen en vethoudende resten zijn.
    • Schud voor het gebruik krachtig aan de Supral-stift en
    breng daarna het coatingmateriaal dun en gelijkmatig
    aan.

    Aanwijzing!
    Werk enkel met geringe borsteldruk. De lamellen
    mogen in geen geval gebogen worden!
    • Spoel daarna de warmtewisselaar onder stromend
    water af.
    Bij vervuilingen met olieachtige of vethoudende
    bestanddelen:
    • Reinig de warmtewisselaar onder toevoeging van vetoplossende wasmiddelen in een heet waterbad.
    Bij verkalkingen:
    • Gebruik een gewone kalkoplosser. Neem de bijbehorende gebruiksaanwijzingen in acht.
    Aanwijzing!
    We raden u aan om, naargelang de waterkwaliteit, de warmtewisselaar periodiek te ontkalken.

    20

    Aanwijzing!
    De coating is luchtdrogend en vereist geen
    enkele nabewerking. Het toestel kan onmiddellijk na het coaten opnieuw gebruikt worden.

    7.4
    Werking van de waterschakelaar controleren
    De waterschakelaar moet periodiek op vervuiling of verkalking gecontroleerd worden.
    • Bij afzettingen aan de membraanschotelstift of bij een
    ondichte pakkingbus:
    Gebruik de passende reparatieset.
    7.5

    Werking van de verbrandingsgassensor controleren
    De geysers zijn met een verbrandingsgassensor uitgerust. Bij een niet deskundig geïnstalleerde verbrandingsgasinstallatie schakelt die bij het uitstromen van ver-

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 31

    Inspectie en onderhoud 7
    Verhelpen van storingen 8
    brandingsgas in de opstellingsruimte het toestel vergrendelend uit.
    Na het uitvoeren van inspectie/onderhoud moet u de
    verbrandingsgassensor op goede werking controleren:
    We raden u aan om de Vaillant-verbrandingsgaswaaier,
    die als reserveonderdeel (nr. 990 301) verkrijgbaar is.
    Het gebruik is in de bijgeleverde gebruiksaanwijzing
    beschreven.
    Ga hierbij als volgt te werk:
    • Sluit de verbrandingsgasweg af.

    9

    1

    Afb. 7.10 Instellen van de maximale temperatuur en van het
    vermogen

    • Draai de temperatuurkeuzeknop (1) naar rechts op
    maximale temperatuur.
    • Draai de vermogensdraaischakelaar (9) naar links tot
    op het maximale vermogen.
    • Open een warmwaterkraan.
    De verbrandingsgassensor moet binnen 2 minuten automatisch de gastoevoer onderbreken en het toestel vergrendelen.
    U kunt het toestel na het afkoelen van de
    verbrandingsgassensor (ten vroegste na 15 minuten)
    opnieuw in gebruik nemen.

    • de waterkraan sluit en opnieuw opent zonder de
    hoofdschakelaar (5) te bedienen of
    • de waterkraan geopend laten en het toestel door een
    tweede keer indrukken van de hoofdschakelaar (5) uiten opnieuw inschakelen.
    Sluit de verbrandingsgassensor niet binnen de genoemde tijd:
    • Neem contact op met de servicedienst.
    • Neem het toestel buiten bedrijf.
    7.6
    Functietest en herinbedrijfname
    Na het uitvoeren van inspectie/onderhoud moet u het
    toestel op goede werking controleren:
    • Neem het toestel in gebruik.
    • Controleer het toestel op ondichtheden aan de gas- en
    waterzijde en dicht het evt. af.
    • Controleer ontsteking en gelijkmatig vlambeeld van de
    hoofdbrander.
    • Controleer de juiste instelling en goede werking van
    alle besturings- en bewakingsinrichtingen.
    • Controleer of de verbrandingsgasafvoer in orde is
    (dauwspiegel).
    Aanwijzing!
    Houd er bij de controle van het ionisatiesysteem rekening mee dat de meetleidingen en
    meetklemmen schoon moeten zijn en niet door
    zeepoplossing (lekzoekspray) nat mogen zijn.

    7.7
    Reserveonderdelen
    Om alle functies van het Vaillant-toestel voor lange duur
    te garanderen en om de toegestane seriestand niet te
    veranderen, mogen bij onderhoudswerkzaamheden enkel
    originele reserveonderdelen van Vaillant gebruikt worden.
    Een opsomming van eventueel benodigde reserveonderdelen vindt u in de geldige Vaillant onderdelencatalogi.
    Informatie krijgt u bij de Vaillant-verkoopsbureaus.

    5

    Afb. 7.11 Ontgrendelen

    U kunt het toestel ontgrendelen doordat u ofwel:

    Installatiehandleiding atmoMAG

    21



  • Page 32

    8 Verhelpen van storingen
    9 Servicedienst
    8

    Verhelpen van storingen

    De hierna vermelde storingen mogen enkel door een
    gekwalificeerde installateur verholpen worden.
    • Gebruik voor reparaties enkel originele reserveonderdelen.
    • Controleer de juiste inbouw van de delen alsook het in
    acht nemen van de oorspronkelijke positie en richting.

    Storing

    Oorzaak

    Oplossing

    F29
    Tijdens het
    gebruik.

    Enkel type XI:
    Batterijen leeg.
    Enkel type GX:
    Lage waterdruk.
    Gastoevoer onderbroken.
    Lucht in de gastoevoer.
    De ionisatiestroom is
    te laag.
    Vlammendetector
    defect

    Enkel type XI:
    Vervang de batterijen door
    nieuwe.
    Zorg ervoor dat het koudwaterventiel geopend is.
    Reinig de zeef evt. in de
    koudwatertoevoer.
    Zorg voor de gastoevoer.
    Bij vloeibaar gas:
    Vervang evt. een lege gasfles door een volle gasfles.
    Open en sluit de waterkraan meerdere keren om
    lucht in de gastoevoer te
    verwijderen.
    Controleer de ionisatiestroom. Controleer de
    kabelverbinding. Vervang
    evt. de ionisatie-elektrode.
    Is de storing niet verholpen, neem dan contact op
    met de servicedienst.

    F28
    Het toestel
    treedt niet in
    werking.

    Gastoevoer onderbroken.
    Enkel type GX:
    Lage waterdruk.
    Storing in de ontstekingsinrichting.
    Servomotor defect.

    Zorg voor de gastoevoer.
    Bij vloeibaar gas:
    Vervang evt. een lege gasfles door een vollegasfles.
    Zorg ervoor dat het
    afsluitventiel aan de gasaansluiting geopend is.
    Open en sluit de waterkraan meerdere keren om
    lucht in de gastoevoer te
    verwijderen.
    Controleer de kabelverbinding met het steekcontact.
    Vervang de elektroden.
    Vervang het servoventiel.
    Is de storing niet verholpen, neem dan contact op
    met de servicedienst.
    Controleer de installatie
    van de verbrandingsgasafvoer op het in acht
    nemen van de minimale
    buislengte.
    Zorg voor de vrije verbrandingsgasafvoer.
    Vervang de veiligheidstemperatuurbegrenzer of
    de verbrandingsgassensor
    inclusief kabels.
    Is de storing niet verholpen, neem dan contact op
    met de servicedienst.

    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    Bij een defecte verbrandingsgassensor en
    gedeeltelijk of volledig verstopte verbrandingsgasbuis of schoorsteen kunnen bij permanent
    ongunstige luchtafvoeromstandigheden in de
    haard verbrandingsgassen ongecontroleerd uit
    de schoorsteen in de opstellingsruimte terugstromen.
    Gevaar!
    Vergiftigingsgevaar door koolstofmonoxide!
    De veiligheidsuitschakeling van het toestel kan
    voor het verhelpen van storingen tijdelijk buiten
    werking gesteld zijn.
    • Controleer na het verhelpen van elke storing of de veiligheidsuitschakeling van het toestel functioneert.
    Storing
    Oorzaak
    Geen functie
    Batterijen leeg.
    Enkel type XI:
    Geen displayaanduiding

    Enkel type XI: Batterijen zwak.
    Luide ontsteking
    Batterijsymbook knippert
    in het display.
    F02
    Kabelbreuk van de
    temperatuursensor.
    Temperatuursensor
    defect.
    Negatieve temperatuurcoëfficiënt heeft
    kortsluiting.
    Temperatuursensor
    meet foute waarde
    omdat hij op een verkeerde plaats gemonteerd is.

    Oplossing
    Zorg ervoor dat het
    koudwaterafsluitventiel
    geopend is. Reinig de zeef
    evt. in de koudwatertoevoer.
    Zorg voor de gastoevoer.
    Enkel type XI:
    Vervang de batterijen door
    nieuwe.
    Vervang de batterijen door
    nieuwe.

    Monteer de temperatuursensor op de juiste plaats,
    zie hoofdstuk 7 Inspectie
    en onderhoud.
    Vervang de temperatuursensor.
    Is de storing niet verholpen, neem dan contact op
    met de servicedienst.

    F36
    Enkel type XI:
    Oververhitting. Batterijen zwak.
    Enkel type GX:
    Lage waterdruk.
    Installatie van de
    verbrandingsgasafvoer evt. niet correct.
    (verbrandingsgasbuis
    te kort).
    Verbrandingsgasbuis
    gedeeltelijk verstopt.
    Veiligheidstemperat
    uurbegrenzer of verbrandingsgassensor
    defect.
    Kabelbreuk of kortsluiting in de kabel
    van de veiligheidstemperatuurbegrenzer en de verbrandingsgassensor.

    Tab. 8.1 Verhelpen van storingen vervolg

    Tab. 8.1 Verhelpen van storingen

    9

    Servicedienst

    De servicedienst is er ter ondersteuning van de installateur en tijdens kantooruren te bereiken op nummer
    (020) 565 92 00.

    22

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 33

    Technische gegevens 10

    10 Technische gegevens
    Geyser, type B11, B11 BS
    • Kruis absoluut het geïnstalleerde toesteltype en het
    ingestelde gastype in de tab. 10.2 Gaswaarden m.b.t. de
    ingestelde gassoort aan.
    Kenmerk

    Eenheid

    Gascategorie
    Warmwaterhoeveelheid bij
    Temperatuurkeuzeknop op
    heet
    Temperatuurkeuzeknop op
    warm
    Maximale warmtebelasting
    (Qmax.)
    (m.b.t. de verwarmingswaarde
    Hi)1)
    Minimale warmtebelasting
    (Qmin.)
    Maximaal warmtevermogen
    (Pmax.)
    Minimaal warmtevermogen
    (Pmin.)
    Modulatiebereik
    Maximaal toegestane waterdruk pw max.
    Minimaal toegestane waterdruk pw min.
    Verbrandingsgastemperatuur
    bij maximaal warmtevermogen
    Verbrandingsgastemperatuur
    bij minimaal warmtevermogen
    Maximale verbrandingsgasmassastroom
    Minimale verbrandingsgasmassastroom

    MAG mini
    NL
    11-0/0 XI
    II2L 3B/P

    MAG mini
    NL
    11-0/0 GX
    ll2L 3B/P

    l/min.

    2,2-5,5

    2,2-5,5

    l/min.

    4-11

    4-11

    kW

    22,1

    22,1

    kW

    9,3

    9,3

    kW

    19,2

    19,2

    kW

    7,7

    7,7

    kW
    bar

    7,7-19,2
    13

    7,7-19,2
    13

    bar

    0,15

    0,4

    °C

    160

    160

    °C

    110

    110

    g/s

    14,4

    14,4

    g/s

    13,3

    13,3

    Geïnstalleerd toesteltype →
    (aankruisen wat van
    toepassing is)
    Gaswaarde m.b.t. de ingeEenheid MAG mini MAG mini
    stelde gassoort
    NL
    NL
    11-0/0 XI 11-0/0 GX
    ← (aankruisen wat van
    toepassing is)
    Aardgas G 25
    Gasaansluitwaarde bij maximaal warmtevermogen
    Aansluitdruk (gasstroomdruk)
    pw voor het toestel
    Inspuiter1)
    Branderdruk bij maximaal
    warmtevermogen
    ← (aankruisen wat van
    toepassing is)
    Vloeibaar gas G 30
    Gasaansluitwaarde bij maximaal warmtevermogen
    Aansluitdruk (gasstroomdruk)
    pw voor het toestel
    Inspuiter1)
    Branderdruk bij maximaal
    warmtevermogen
    ← (aankruisen wat van
    toepassing is)
    Vloeibaar gas G 31
    Gasaansluitwaarde bij maximaal warmtevermogen
    Aansluitdruk (gasstroomdruk)
    pw voor het toestel
    Inspuiter1)
    Branderdruk bij maximaal
    warmtevermogen

    m3/h

    2,7

    2,7

    mbar

    25

    25

    mm
    mbar

    1,35
    9,2

    1,35
    9,2

    kg/h

    1,8

    1,8

    mbar

    30

    30

    mm
    mbar

    0,72
    24

    0,72
    24

    kg/h

    1,8

    1,8

    mbar

    30

    30

    mm
    mbar

    0,72
    24

    0,72
    24

    Tab. 10.2 Gaswaarden m.b.t. de ingestelde gassoort
    Afmetingen
    Hoogte
    Breedte
    Diepte (incl. draaiknop)
    ∅ Aansluiting verbrandingsgasbuis
    Gewicht ca.
    CE-nummer (PIN)

    mm
    mm
    mm
    mm

    580
    310
    243 (253)
    110

    580
    310
    243 (253)
    110

    kg

    12
    99BP821

    12
    99BP821

    1) De inspuiterwaarde komt overeen met de boorgatdiameter
    vermenigvuldigd met 100.

    Tab. 10.1 Toestelspecifieke technische gegevens
    1) 15 °C, 1013,25 mbar, droog

    Installatiehandleiding atmoMAG

    23



  • Page 34

    24

    Installatiehandleiding atmoMAG



  • Page 35

    Installatiehandleiding atmoMAG

    25



  • Page 36

    921074_01NL 07 2004

    Wijzigingen voorbehouden

    10.005.979 NL00






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Vaillant atmoMAG mini 11-0-0 GX wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Vaillant atmoMAG mini 11-0-0 GX in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,48 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Vaillant atmoMAG mini 11-0-0 GX

Vaillant atmoMAG mini 11-0-0 GX Bedienungsanleitung - Deutsch - 32 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info