Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/28
Nächste Seite
Voor de installateur
Installatie- en onderhoudshandleiding
Zonnelaadstation
VPM 20/2 S, VPM 60/2 S
BEnl, NL
Installatie- en onderhoudshandleiding
Uitgever/fabrikant
Vaillant GmbH
Berghauser Str. 40 D-42859 Remscheid
Telefon 02191180 Telefax 021911828 10
info@vaillant.de www.vaillant.de
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    Installatie- en onderhoudshandleiding

    Voor de installateur

    Installatie- en onderhoudshandleiding

    Zonnelaadstation
    VPM 20/2 S, VPM 60/2 S

    BEnl, NL

    Uitgever/fabrikant
    Vaillant GmbH
    Berghauser Str. 40   D-42859 Remscheid
    Telefon 021 91 18‑0   Telefax 021 91 18‑28 10
    info@vaillant.de   www.vaillant.de



  • Page 2

    Inhoud
    Inhoud

    12

    Technische gegevens ....................................... 21

    12.1

    Afmetingen........................................................... 21

    1

    Veiligheid.............................................................. 3

    12.2

    Technische gegevens.......................................... 21

    1.1

    Waarschuwingen bij handelingen.......................... 3

    12.3

    Hydraulisch schema en schakelschema ............. 22

    1.2

    Reglementair gebruik............................................. 3

    12.4

    Restopvoerhoogtes.............................................. 22

    1.3

    Algemene veiligheidsinstructies ............................ 3

    12.5

    Buisdiameter........................................................ 24

    1.4

    CE-markering......................................................... 3

    13

    Serviceteam........................................................ 27

    1.5

    Voorschriften (richtlijnen, wetten, normen) ............ 4

    2

    Aanwijzingen bij de documentatie ..................... 5

    2.1

    Originele gebruiksaanwijzing ................................. 5

    2.2

    Aanvullend geldende documenten in acht
    nemen.................................................................... 5

    2.3

    Documenten bewaren ........................................... 5

    2.4

    Geldigheid van de handleiding .............................. 5

    3

    Toestel- en functiebeschrijving.......................... 5

    3.1

    Opbouw ................................................................. 5

    4

    Installatie .............................................................. 6

    4.1

    Zonnelaadstation opbergen en transporteren ....... 6

    4.2

    Leveringsomvang controleren ............................... 6

    4.3

    Opstellingsplaats kiezen ........................................ 6

    4.4

    Zonnelaadstation monteren ................................... 6

    4.5

    Veiligheidsgroep, zonnevoorschakelvat en
    zonne-expansievat monteren ................................ 9

    4.6

    Collectorveld van buizen voorzien....................... 10

    4.7

    Zonnesysteem vullen en ontluchten .................... 10

    4.8

    Zonnelaadstation elektrisch aansluiten ............... 12

    4.9

    Zonnelaadstation sluiten...................................... 13

    5

    Ingebruikneming................................................ 13

    5.1

    Additieven ............................................................ 13

    5.2

    Installatieassistent starten ................................... 13

    5.3

    Taal instellen........................................................ 13

    5.4

    Tijd instellen......................................................... 14

    5.5

    Datum instellen .................................................... 14

    5.6

    Toepassingsbereik instellen ................................ 14

    5.7

    Grootte installatie instellen .................................. 14

    5.8

    Standplaats instellen............................................ 14

    5.9

    Systeem ontluchten ............................................. 14

    5.10

    Testprogramma installatieweerstand
    uitvoeren .............................................................. 14

    5.11

    Contactgegevens registreren .............................. 14

    5.12

    Installatieassistent afsluiten ................................. 15

    6

    Bediening ........................................................... 15

    6.1

    Bedieningsconcept van het zonnelaadstation ..... 15

    6.2

    Installateurniveau oproepen ................................ 15

    7

    Overdracht aan de gebruiker............................ 16

    8

    Storingen herkennen en verhelpen ................. 17

    9

    Inspectie, onderhoud en
    reserveonderdelen............................................. 19

    9.1

    Product onderhouden .......................................... 19

    9.2

    Reserveonderdelen aankopen ............................ 19

    9.3

    Onderhoudswerkzaamheden uitvoeren............... 19

    10

    Zonnelaadstation buiten bedrijf stellen........... 20

    11

    Recycling en afvoer........................................... 20

    2

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 3

    Veiligheid 1
    1
    1.1

    Veiligheid
    Waarschuwingen bij handelingen

    Classificatie van de waarschuwingen bij handelingen
    De waarschuwingen bij handelingen zijn als volgt door waarschuwingstekens en signaalwoorden aangaande de ernst
    van het potentiële gevaar ingedeeld:

    Waarschuwingstekens en signaalwoorden

    Vorstgevaar

    Als het product langere tijd (bijv. wintervakantie) in een onverwarmde ruimte buiten gebruik blijft, dan kan het verwarmingswater in het product en in de buizen bevriezen.




    Bewaar het zonnelaadstation VPM/2 S in vorstvrije zones.
    Installeer het zonnelaadstation VPM/2 S in een droge en
    volledig vorstvrije opstellingsruimte.

    Gevaar!
    Levensgevaar door een elektrische schok

    Ondeskundig gebruik en/of ongeschikt gereedschap kan
    schade veroorzaken (bv. gas- of waterlekkages).

    Reglementair gebruik

    Er kan bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gevaar ontstaan voor lijf en leven van de gebruiker of derden resp.
    schade aan het product en andere voorwerpen.
    Het zonnelaadstation VPM/2 S is ontworpen om het verwarmingswater in het buffervat VPS/3 op te warmen. Een installatie met andere boilers is rekening houdende met de interne
    regeling mogelijk.
    Het zonnelaadstation VPM/2 S mag alleen met Vaillant kanten-klare collectorvloeistof gebruikt worden.
    Het zonnelaadstation VPM/2 S is niet bestemd voor de directe bereiding van warm water.
    Het reglementaire gebruik houdt in:



    1.3.1

    1.3.2

    Opgelet!
    Kans op materiële schade of milieuschade



    Algemene veiligheidsinstructies

    Gevaar!
    Direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel

    Waarschuwing!
    Gevaar voor licht lichamelijk letsel

    1.2

    1.3

    het naleven van de bijgevoegde gebruiks-, installatie- en
    onderhoudshandleidingen van het Vaillant-product en
    van alle andere componenten van de installatie
    het naleven van alle in de handleidingen vermelde inspectie- en onderhoudsvoorwaarden.

    Het gebruik van het product in voertuigen, zoals bijv. campers of woonwagens, geldt als niet volgens de bestemming.
    Niet als voertuigen gelden eenheden die permanent en stationair geïnstalleerd zijn (zogenaamde stationaire installatie).
    Het installeren en gebruiken van het product op plaatsen
    waar het mogelijk aan vocht of spatwater blootgesteld wordt,
    is niet reglementair.
    Een ander gebruik dan het in deze handleiding beschreven
    gebruik of een gebruik dat van het hier beschreven gebruik
    afwijkt, geldt als niet reglementair. Als niet reglementair gebruik geldt ook ieder direct commercieel of industrieel gebruik.
    Attentie!



    Om schroefverbindingen vast te draaien of te lossen,
    gebruikt u principieel passende steeksleutels, maar geen
    buistangen, verlengingen enz.

    1.3.3




    Materiële schade door ondeskundig
    gebruik en/of ongeschikt gereedschap

    Materiële schade door ondichtheden

    Zorg ervoor dat aan de aansluitleidingen geen mechanische spanningen ontstaan.
    Hang geen lasten aan de buizen (bijv. kleding).

    1.3.4

    Gevaar door veranderingen in de
    productomgeving



    Als er veranderingen in de omgeving van het product de
    bedrijfszekerheid van het systeem kunnen beïnvloeden,
    breng dan geen veranderingen aan:





    aan het product
    aan het buffervat VPS/3
    aan de toevoerleidingen voor gas, verbrandingslucht,
    water en spanning
    aan de afvoerleiding en aan de veiligheidsklep voor de
    collectorvloeistof
    aan de bouwsubstantie




    1.3.5

    Veiligheidsafstand

    Als de buis tussen toestel en collectorveld kort is dan 5 m,
    dan kan bij stagnatie van de zonnecollectoren damp tot in
    het toestel dringen.
    Als de buis langer is dan 30 m, dan kan de pompkick voor
    het controleren van de collectortemperatuur niet altijd perfect
    uitgevoerd worden.


    1.4

    Zorg ervoor dat de buis tussen toestel en collectorveld
    minstens 5 m en maximaal 30 m lang is.

    CE-markering

    Met de CE-markering wordt aangegeven dat de producten
    volgens het typeplaatje voldoen aan de fundamentele vereisten van alle toepasbare richtlijnen.
    De conformiteitsverklaring kan bij de fabrikant geraadpleegd
    worden.

    Ieder misbruik is verboden.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    3



  • Page 4

    1 Veiligheid
    1.5

    Voorschriften (richtlijnen, wetten, normen)

    Geldt voor: België

    Houdt u er rekening mee de nationale regelgeving, normen,
    richtlijnen en wetgeving.
    Geldt voor: Nederland

    Houdt u er rekening mee de nationale regelgeving, normen,
    richtlijnen en wetgeving.

    4

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 5

    Aanwijzingen bij de documentatie 2
    2

    Aanwijzingen bij de documentatie

    2.1

    Originele gebruiksaanwijzing

    3
    3.1

    Deze handleiding is een originele gebruiksaanwijzing volgens de machinerichtlijn.

    2.2



    Toestel- en functiebeschrijving
    Opbouw

    30

    Aanvullend geldende documenten in acht
    nemen

    1

    2

    3

    29

    4

    28

    Neem absoluut goed nota van alle bedienings- en installatiehandleidingen die bij de componenten van de installatie worden meegeleverd.

    27
    5

    26

    2.3



    Documenten bewaren
    Bezorg de handleiding en alle begeleidende documenten
    samen met eventueel noodzakelijke hulpmiddelen aan de
    operator.

    2.4

    Geldigheid van de handleiding

    Deze handleiding geldt uitsluitend voor de volgende producten:
    Typeaanduiding

    6

    25
    24

    7

    23

    8

    22

    9

    21

    10

    20

    11

    19

    12

    Artikelnummer

    Zonnelaadstations
    VPM 20/2 S

    0010014314

    18

    13

    VPM 60/2 S

    0010014315

    17

    14

    16

    15

    Expansievaten voor zonnesystemen
    18 l

    302097

    25 l

    302098

    35 l

    302428

    50 l

    302496

    80 l

    302497

    100 l

    0020020655

    Zonnevoorschakelvaten

    1

    Temperatuurvoeler T2

    16 Buffervatcircuit retour

    2

    Zonnecircuit retour

    17 Stromingssensor DN10

    3

    18 Houder voor borgschroef

    4

    Afsluitklep met terugslagklep
    Veiligheidsgroep

    5

    Afscherming

    5l

    302405

    6

    Zonnepomp

    12 l

    0020048752

    7

    Vul- en aftapkraan

    18 l

    0020048753

    8

    Druksensor

    9

    Buffervatcircuit aanvoer 1

    10 Driewegklep
    11 Temperatuurvoeler T4
    12 Kijkglas
    13 Plaatwarmtewisselaar
    14 Bufferlaadpomp
    15 Afsluitklep retour

    19 Temperatuurbewaker
    20 Terugslagklep
    21 Temperatuurvoeler T3
    22 Afsluitklep aanvoer 2
    23 Buffervatcircuit aanvoer 2
    24 Afsluitklep aanvoer 1
    25 Temperatuurvoeler T1
    26 Kabeldoorvoer
    27 Ontluchterschroef
    28 DIA-systeem
    29 Zonnecircuit aanvoer
    30 Netstekker

    In het zonnelaadstation zijn alle hydraulische en elektrische
    componenten geïntegreerd. Een bijkomende installatie van
    een collectorvoeler of een boilervoeler valt weg. Als veiligheidsinrichting beschikt het zonnelaadstation over een ingebouwde temperatuurbewaker.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    5



  • Page 6

    4 Installatie
    4

    Installatie

    4.1

    Opgelet!
    Materiële schade door lekkend water

    Zonnelaadstation opbergen en
    transporteren

    Bij schade kan water uit het product lekken.



    Opgelet!
    Materiële schade door vorst
    Het display van het station is gevoelig voor
    vorst.





    Kies een geschikte opstellingsplaats.
    – Maximale omgevingstemperatuur: 40 °C
    Kies de opstellingsplaats in de buurt van een stopcontact.
    – Aansluitleiding: ca. 4 m
    Neem de buisleidinglengte tussen zonnelaadstation en
    collectorveld in acht.
    – Buisleidinglengte: 5 … 30 m
    Let bij de montage- en onderhoudswerkzaamheden bij
    de keuze van de opstellingsplaats op voldoende afstand
    tot de muur.

    Bewaar het station in vorstvrije zones.


    Opgelet!
    Beschadigingsgevaar voor de schroefdraad



    Onbeschermde schroefdraden kunnen bij het
    transport beschadigd worden.






    4.3



    4.4

    Zonnelaadstation monteren

    Bewaar het zonnelaadstation in vorstvrije zones.
    Transporteer het zonnelaadstation in de verpakking naar
    de installatieplaats.

    4.2



    Zorg ervoor dat de onbeschermde
    schroefdraden bij het transport niet
    beschadigd worden.

    Kies de opstellingsplaats zodanig dat bij
    schade grotere hoeveelheden water veilig
    kunnen wegstromen (bijv. afvoerputje).

    Leveringsomvang controleren
    Controleer of de levering compleet is.
    Aantal

    Benaming

    1

    Zonnelaadstation VPM/2 S

    3

    Boileradapter met borgring

    3

    Afdichting 3/4" voor zonnecircuit aanvoer, retour
    en veiligheidsgroep

    1

    Veiligheidsgroep met manometer, vulkraan en
    aansluiting voor zonne-expansievat

    1

    Gebruiksaanwijzing

    1

    Installatie- en onderhoudshandleiding

    1

    Opstellingsplaats kiezen
    1

    Opgelet!
    Materiële schade door lekkende collectorvloeistof
    In het geval van schade kan collectorvloeistof
    uit het station lekken.



    Kies de installatieplaats zodanig dat bij
    schade grotere hoeveelheden collectorvloeistof opgevangen kunnen worden.

    Opgelet!
    Materiële schade door vorst

    Greep

    Gevaar!
    Verwondingsgevaar door kantelend buffervat
    Als u voor het plaatsen van de buizen het
    zonnelaadstation of het drinkwaterstation aan
    de boiler monteert, dan kan de boiler naar
    voren kantelen.



    Plaats eerst de buizen van de achterste
    aansluitingen zodat het buffervat niet kan
    kantelen.

    Bij vorst kan het water in het product bevriezen. Bevroren water kan de installatie en de
    opstellingsruimte beschadigen.



    6

    Installeer het product alleen in droge en
    volledig vorstvrije ruimtes.

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 7

    Installatie 4
    Opgelet!
    Gevaar voor beschadiging van gegolfde
    buizen

    Zonnelaadstation bevestigen
    1

    Als de gegolfde buizen meermaals meer dan
    30° in elke richting gebogen worden, dan
    kunnen ze breken.


    1.
    2.
    3.

    3

    Buig de voorgebogen gegolfde buizen niet
    meermaals meer dan 30° in elke richting.

    2

    Zolang het zonnelaadstation nog in het transportkarton
    is, haalt u de kunststof afdekking eraf.
    Zorg ervoor dat het buffervat geïsoleerd is, vast staat
    en nog niet gevuld is.
    Zorg ervoor dat de buizen van de achterste aansluitingen geplaatst zijn.

    Zonnelaadstation openen

    1

    Beugel

    2

    Kabeldoorvoer

    3

    DIA-systeem

    6.
    1

    1

    4.
    5.

    Druk de beugel (1) achter het DIA-systeem (3) naar
    links.
    7. Klap het DIA-systeem naar links.
    8. Verwijder de stop uit de kabeldoorvoer (2).
    9. Rol de netaansluitkabel af.
    10. Leid de netaansluitkabel door de kabeldoorvoer (2).
    11. Monteer de stop in de kabeldoorvoer (2).

    Bevestigingsschroef

    Maak de bevestigingsschroef (1) van de afdekking los.
    Haal de afdekking eraf.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    7



  • Page 8

    4

    4 Installatie

    4
    2

    8
    3

    9
    3

    4

    0

    1
    4

    1

    2

    4

    37

    3
    4
    6
    3

    4

    5
    3

    4
    5

    3

    4

    6

    3

    4

    4
    7
    3
    3

    4
    8

    5

    1
    3

    2
    3

    4
    9

    0
    5
    1

    3

    8
    2

    2

    4

    5

    1

    7
    2

    1

    9
    2

    3

    0

    A

    6

    7

    8

    2
    3

    9

    10

    1 1

    1

    Isolatie

    3

    2

    Boileradapter

    A Schroefdiepte

    12

    13

    Versteleenheid

    18. Schroef de versteleenheden (3) op de boileradapters (2). Neem de schroefdiepte (A) in acht.

    8

    7

    6

    5

    4

    1

    Boileradapter

    5

    Buffervatcircuit retour

    2

    Versteleenheid

    6

    Bevestigingsklem

    3

    Afsluitkraan

    7

    Moer

    4

    Buffervatcircuit aanvoer 1

    8

    Buffervatcircuit aanvoer 2

    Montage aan

    Schroefdiepte A

    VPS 300/3-E

    1 mm

    VPS 500/3-E

    11 mm

    VPS 800/3-E

    18 mm

    VPS 1000/3-E

    18 mm

    VPS 1500/3-E

    29 mm

    VPS 2000/3-E

    31 mm

    Wandhouder

    5 mm

    19. Schuif het zonnelaadstation over de versteleenheden (3) tegen het buffervat of de muurhouder.

    12. Schroef de drie boileradapters (1) van het zonnelaadstation in de aansluitingen van het buffervat of van de
    muurhouder.
    13. Monteer de isolatie van het buffervat (zie Installatieen onderhoudshandleiding buffervat allSTOR).
    14. Verwijder de bevestigingsklemmen (6) van de steekverbindingen tussen de afsluitkranen en de buizen van de
    aanvoer en retour van het zonnelaadstation.
    15. Maak de moeren (7) van de versteleenheden (2) los.
    16. Trek de moeren (7) over de afsluitkranen (3) van de
    versteleenheden (2).
    17. Trek de versteleenheden (2) samen met de afsluitkranen (3) achteraan uit het zonnelaadstation.

    Aanwijzing
    De netaansluitleiding moet boven het zonnelaadstation liggen.
    20. Schroef de moeren op de versteleenheden (3) vast.

    Opgelet!
    Gevaar voor beschadiging van gegolfde
    buizen
    Als de gegolfde buizen meermaals meer dan
    30° in elke richting gebogen worden, dan
    kunnen ze breken.



    Buig de voorgebogen gegolfde buizen niet
    meermaals meer dan 30° in elke richting.

    21. Verbind de buizen van de aanvoer en retour met de
    afsluitkranen.
    22. Bevestig de steekverbindingen met de bevestigingsklemmen.
    23. Klap het DIA-systeem naar rechts tot de beugel vastklikt.
    24. Monteer evt. bijkomende zonnelaadstations.

    8

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 9

    Installatie 4
    4.5

    Veiligheidsgroep, zonnevoorschakelvat en
    zonne-expansievat monteren

    Opgelet!
    Beschadigingsgevaar voor zonne-expansievat

    Voorafgaande werkzaamheden



    Als de stations in cascade geschakeld zijn, dan sluit u om
    plaatsredenen de veiligheidsgroepen boven de stations
    aan.
    – Werkmateriaal: T-stuk

    Hete collectorvloeistof kan de membraan van
    het zonne-expansievat beschadigen.


    3.

    Gebruik een zonnevoorschakelvat.

    Monteer indien nodig een zonnevoorschakelvat.
    Aanwijzing
    Bij bepaalde systeemconfiguraties (bijv. erg
    groot collectoroppervlak) kan de hete collectorvloeistof het zonne-expansievat sterk
    verhitten. De hitte kan de membraan van het
    zonne-expansievat vernietigen. Een zonnevoorschakelvat beschermt het zonne-expansievat tegen te hoge temperaturen.

    1

    4.

    Monteer indien nodig een zonne-expansievat.

    2

    Aanwijzing
    U kunt de voordruk van het zonne-expansievat van 50 tot 400 kPa (0,5 tot 4,0 bar) op de
    installatie afstemmen.

    3

    5.

    Voorwaarden: Grootte van het zonne-expansievat: 18 l, 25 l of 35 l

    4

    1
    2

    Veiligheidsklep, aansluiting voor afblaasleiding
    Vulkraan

    3
    4

    Aansluiting voor zonneexpansievat
    Bijgeleverde afdichting

    Alternatief 1 / 2


    5.

    Alternatief 2 / 2
    Voorwaarden: Grootte van het zonne-expansievat: 50 l, 80 l of
    100 l


    Gevaar!
    Lichamelijk letsel door afsluitinrichting

    1.
    2.

    Stel het zonne-expansievat op.

    Gevaar!
    Lichamelijk letsel door hete collectorvloeistof

    Een afsluitinrichting tussen station en veiligheidsgroep stelt de veiligheidsgroep buiten
    werking. Personen kunnen letsel oplopen.



    Monteer het zonne-expansievat met de toestelhouder aan de muur.

    Hete collectorvloeistof kan door de veiligheidsklep van het station in de opstellingsruimte wegstromen.

    Installeer geen afsluitinrichting tussen
    station en veiligheidsgroep.



    Zorg ervoor dat de bijgeleverde afdichting (4) in het
    aansluitstuk van de veiligheidsgroep gemonteerd is.
    Monteer de veiligheidsgroep.



    Aanwijzing
    Als u de veiligheidsgroep niet direct aan het
    zonnelaadstation, maar in de buurt monteert,
    gebruik dan voor de betere warmteafstraling
    een niet geïsoleerde buis.




    6.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    Zorg ervoor dat de hete collectorvloeistof
    niemand in gevaar brengt.
    Installeer een temperatuurvaste afblaasleiding van de veiligheidsklep naar een
    geschikte opvangbak (bijv. de bus van de
    collectorvloeistof).
    Leid de afblaasleiding met verval naar de
    opvangbak.
    Isoleer de afblaasleiding niet zodat de
    collectorvloeistof kan afkoelen.
    Plaats het opvangreservoir op een stevige
    ondergrond.

    Installeer een afblaasleiding (1).
    – Alternatief
    Edelstalen flexibele buis

    9



  • Page 10

    4 Installatie
    Koperbuis, 14 tot 28 mm diameter

    4.6

    4.7

    Zonnesysteem vullen en ontluchten
    Gevaar!
    Gevaar voor verbranding door lekkende
    hete collectorvloeistof

    Collectorveld van buizen voorzien

    1
    2

    Bij het vullen van het zonnecircuit kan hete
    collectorvloeistof lekken en tot verbrandingen
    leiden.

    3



    4



    Vul het zonnecircuit alleen bij koude collectoren.
    Vul het zonnecircuit bij zonnig weer in de
    ochtend- of avonduren of bij afgedekte
    collectoren.

    Opgelet!
    Beschadigingsgevaar door ondichte
    schroefverbindingen
    Als schroefverbindingen ondicht zijn, dan kan
    er collectorvloeistof uitstromen.



    Controleer de dichtheid van alle schroefverbindingen.

    Opgelet!
    Gevaar voor beschadiging door toegevoegd water
    Als aan de collectorvloeistof water of andere
    vloeistoffen toegevoegd wordt, dan is de bescherming tegen vorst en corrosie niet meer
    gegarandeerd.
    1

    Zonnecircuit retour

    3

    Zonnecircuit aanvoer

    2

    Aansluiting zonnecircuit
    retour

    4

    Aansluiting zonnecircuit
    aanvoer

    1.



    Voorzie het collectorveld en het zonnelaadstation van
    buizen.
    – Alternatief
    Edelstalen gegolfde buis DN 16
    Edelstalen gegolfde buis DN 20

    Opgelet!
    Defect door verkeerd spoelen en legen
    van de collectorrijen
    Door verkeerd spoelen en legen van parallel
    geschakelde collectorrijen kan er lucht in het
    zonnesysteem blijven.

    Voorwaarden: Edelstalen gegolfde buis DN 20


    2.
    3.
    4.

    10

    Gebruik een adapter.
    – Werkmateriaal: Adapter 3/4" naar 1"
    Verbind de retour van het zonnelaadstation met de retour van de zonnecollectoren.
    Verbind de aanvoer van het zonnelaadstation met de
    aanvoer van de zonnecollectoren.
    Isoleer de buizen voldoende.
    – hittebestendig tot 140°C
    – veilig tegen beschadiging door dieren
    – resistent tegen UV-licht

    Meng de collectorvloeistof niet met water
    of andere vloeistoffen.




    1.
    2.

    Voorzie elke collectorrij van een afsluitklep.
    Spoel telkens slechts een collectorrij.
    Nadat u alle rijen gespoeld en geleegd
    hebt, opent u alle afsluitkleppen.

    Vul het zonnecircuit uitsluitend met kant-en-klaar gemengde Vaillant-collectorvloeistof.
    Vul het zonnecircuit met de verplaatsbare Vaillant vulinrichting of de Vaillant vulpomp.

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 11

    Installatie 4
    4.7.1

    Zonnecircuit en vulinrichting

    1.
    1

    Zorg er bij grotere zonnesystemen voor dat het collectorvloeistofreservoir altijd voldoende collectorvloeistof
    bevat. Gebruik evt. extra recipiënten.
    Stel de voordruk van het zonne-expansievat voor het
    vullen van de installatie in.
    Schakel de vulpomp uit.
    Open de vul- en ontluchtingskranen aan het zonnelaadstation volledig.

    2.
    3.
    4.

    VPM 20/25/2 W
    VPM 30/35/2 W
    VPM 40/45/2 W

    1

    2
    3
    4

    19

    45°

    90°
    15 min

    18

    2

    17

    5
    6
    7
    8

    16
    15

    p

    14

    45°

    45°

    9

    13
    12

    5 min

    10

    VPM 20/2 S
    VPM 60/2 S

    3

    11



    1

    Vulpositie

    2

    Ontluchtingspositie

    5.
    1

    Collectorveld

    10 Kijkglas

    2

    Veiligheidsgroep

    11 Retourslang

    3

    Manometer

    12 Plaatwarmtewisselaar

    4

    Vul- en aftapkraan aanvoer
    Opvangreservoir

    13 Zonnepomp

    5
    6

    8

    Zonnevoorschakelvat
    (optioneel)
    Zonne-expansievat met
    snelkoppeling
    Vul- en aftapkraan retour

    9

    Druksensor

    7

    14 Afsluitklep retour

    6.

    16 Ontluchterpot
    17 Afsluitklep aanvoer
    18 Terugslagklep
    19 Zonnelaadstation

    Zonnesysteem vullen
    Opgelet!
    Defect door lucht in het zonnecircuit
    Door verkeerd vullen kan er lucht in het zonnesysteem blijven.



    Controleer het vullen van het zonnesysteem.

    De vulpomp transporteert de collectorvloeistof.
    De collectorvloeistof stroomt in het zonnecircuit.

    Het zonnecircuit wordt voldoende ontlucht.

    8.
    9.

    Let op het vloeistofpeil in het collectorvloeistofreservoir.
    Zorg ervoor dat het collectorvloeistofreservoir altijd voldoende collectorvloeistof bevat.
    10. Controleer of de collectorvloeistof uit de terugloopslang
    in het collectorvloeistofreservoir terugstroomt.



    De afsluitkleppen (13) en (16) bezitten en terugslagklep.
    Afsluitklep en terugslagklep zijn één component.

    4.7.2

    Bedrijfspositie

    Laat de vulpomp minstens 15 minuten lopen.



    15 Terugslagklep

    3

    Zet de afsluitklep aanvoer en de afsluitklap retour in de
    vulpositie (1).
    Schakel de vulpomp in.



    7.



    Als uit de terugloopslang zonder bellen collectorvloeistof naar buiten komt, dan is het zonnesysteem
    bijna gevuld.

    11. Zet de afsluitklep aanvoer en de afsluitklap retour in de
    ontluchtingspositie (2).
    12. Laat de vulpomp voor de ontluchting nog 5 minuten
    lopen.
    13. Zet de afsluitklep aanvoer en de afsluitklap retour in de
    bedrijfspositie (3).
    14. Sluit de vul- en aftapkranen.
    15. Zet de vulpomp af.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    11



  • Page 12

    4 Installatie


    4.7.3

    Als de vloeistof in het collectorvloeistofreservoir
    helder is en er geen luchtbelletjes meer opstijgen,
    das was de ontluchting succesvol.



    Zonnesysteem ontluchten




    met een contactopening van ten minste 3
    mm (b.v. zekeringen of contactverbrekers)
    spanningsvrij te maken.
    Beveilig de stroomtoevoer tegen opnieuw
    inschakelen.
    Controleer de systeemcomponenten op
    spanningsvrijheid.
    Open de schakelkast alleen wanneer de
    systeemcomponent zich in spanningsloze
    toestand bevindt.

    Opgelet!
    Materiële schade door droog lopende
    pompen
    Als de elektrische aansluiting tot stand gebracht is, dan starten de zonne- en bufferlaadpomp automatisch. De pompen lopen
    zonder collectorvloeistof of water droog.



    Vul het zonnelaadstation en het buffervat
    voor de elektrische aansluiting van het
    zonnelaadstation.

    1

    1

    1.
    2.

    Ontluchterschroef

    1.
    2.

    Open de ontluchterschroef (1) tot er collectorvloeistof
    uitdruppelt.
    Sluit de ontluchterschroef.


    4.7.4
    1.
    2.
    3.
    4.
    5.
    6.
    7.
    8.
    9.

    4.8

    De installatie is gevuld en ontlucht.

    Dichtheid controleren

    3.
    4.

    Sluit de vul- en aftapkraan retour.
    Schakel de vulpomp in.
    Laat de druk in het zonnecircuit tot 450 kPa (4,5 bar)
    stijgen.
    Controleer alle leidingen en verbindingen in het zonnecircuit op ondichtheden.
    Verhelp ondichtheden en controleer ze opnieuw.
    Stel de systeemdruk in.
    Sluit de vul- en aftapkranen.
    Haal de verplaatsbare Vaillant vulinrichting of de
    Vaillant vulpomp eraf.
    Plaats de kappen op de vul- en aftapkranen.

    Zonnelaadstation elektrisch aansluiten
    Gevaar!
    Levensgevaar door spanningsvoerende
    aansluitingen!

    4

    Bij werkzaamheden in schakelkasten van
    systeemcomponenten met aansluiting op het
    laagspanningsnet (230 V) bestaat levensgevaar door elektrische schok. Ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar staat er nog
    spanning op de netaansluitklemmen!



    12

    Gebruik courante leidingen.
    Let op de minimumdoorsnedes en maximale lengtes
    van de leidingen.
    – Aansluitleiding 230 V: ≥ 1,5 mm²
    – Busleiding (laagspanning): ≥ 0,75 mm²
    – Voelerleiding (laagspanning): ≥ 0,75 mm²
    – Busleidingen: ≤ 300 m
    – Voelerleidingen: ≤ 50 m
    Plaats de aansluitleidingen afzonderlijk.
    Sluit het toestel via een FI-schakelaar op het stroomnet
    aan.

    1

    eBUS-aansluiting

    2

    Serviceaansluiting

    5.

    Verbreek de verbinding van systeemcomponenten met het elektriciteitsnet door
    de stekker uit te trekken of de systeemcomponenten via een scheidingsinrichting

    3

    2

    1

    3
    4

    Aansluiting voor boilerbodemvoeler
    Aansluiting voor collectorvoeler

    Verwijder de afscherming onderaan van het DIA-systeem van het zonnelaadstation.

    Voorwaarden: Bijkomende eBUS-compatibele toestellen voorhanden



    Verbind de eBUS-leiding met de eBUS-aansluiting (1).

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 13

    Ingebruikneming 5


    Plaats de eBUS-leiding vrij van het zonnelaadstation
    naar de andere eBUS-compatibele toestellen.

    Voorwaarden: Boilerbodemvoeler VR10 voorhanden




    Verbind de leiding van de boilerbodemvoeler met de
    aansluiting voor de boilerbodemvoeler (3).
    Plaats de leiding van de boilerbodemvoeler vrij van het
    zonnelaadstation naar het buffervat.

    Voorwaarden: Collectorvoeler VR11 voorhanden



    Verbind de leiding van de collectorvoeler met de aansluiting voor de collectorvoeler (4).
    Aanwijzing
    De collectorvoeler VR11 onderdrukt de pompkick.


    4.9
    1.
    2.
    3.

    Plaats de leiding van de collectorvoeler vrij van het zonnelaadstation naar het buffervat.

    Zonnelaadstation sluiten
    Plaats de afdekking erop.
    Bevestig de afdekking met de bevestigingsschroef.
    Plaats de kunststof afdekking erop.

    volgende producten werden bij Vaillant toestellen tot nu toe
    geen onverdraagzaamheden vastgesteld.



    Voor de verdraagzaamheid van additieven in het overige
    CV-systeem en voor de werkzaamheid ervan aanvaardt
    Vaillant geen aansprakelijkheid.

    Additieven voor reinigingsmaatregelen (aansluitend uitspoelen vereist)








    5.1

    Additieven
    Opgelet!
    Aluminiumcorrosie en hieruit volgende
    lekkages door ongeschikt verwarmingswater!
    Anders als b.v. bij staal, gietijzer of koper reageert aluminium op gealkaliseerd verwarmingswater (pH-waarde > 8,5) met aanzienlijke corrosie.






    Fernox Antifreeze Alphi 11
    Sentinel X 500



    Informeer de gebruiker over de nodige maatregelen, indien u deze additieven heeft gebruikt.
    Informeer de gebruiker over de noodzakelijke werkwijze
    voor de vorstbeveiliging.

    5.2

    Als u de start van de installatieassistent niet bevestigt, dan
    wordt de installatieassistent 15 minuten na het inschakelen gesloten en het startscherm verschijnt. Bij het volgende
    inschakelen van het product start de installatieassistent opnieuw.

    5.3

    Taal instellen
    Aanwijzing
    Als u een systeemthermostaat aangesloten hebt,
    dan kunt u de taal alleen aan de systeemthermostaat instellen.

    1.
    2.
    3.

    Ongeschikte antivries- of anticorrosiemiddelen kunnen afdichtingen beschadigen.



    Installatieassistent starten

    De installatieassistent start bij het eerste inschakelen van het
    product. Hij biedt eenvoudige toegang tot de belangrijkste
    testprogramma's en configuratie-instellingen bij de installatie
    van het product. De installatieassistent wordt telkens bij het
    inschakelen weergegeven tot hij eens met succes afgesloten
    werd.

    Zorg er bij aluminium ervoor, dat de pHwaarde van het verwarmingswater tussen
    6,5 en maximaal 8,5 ligt.

    Opgelet!
    Materiële schade door ongeschikte antivries- of anticorrosiemiddelen

    Fernox F1
    Fernox F2
    Sentinel X 100
    Sentinel X 200

    Antivriesmiddelen die permanent in de installatie
    blijven

    Ingebruikneming

    Het zonnelaadstation is gebruiksklaar zodra er netspanning
    is en er een eBUS-verbinding (optioneel) bestaat. De
    werking van het zonnelaadstation is via de parameters
    van het DIA-systeem gewaarborgd. De installatieassistent
    (→ Pagina 13) start de werking.

    Fernox F3
    Sentinel X 300
    Sentinel X 400

    Additieven die permanent in de installatie blijven


    5

    Neem bij het gebruik absoluut de aanwijzingen van de
    fabrikant van het additief in acht.

    Stel met
    of
    de gewenste taal in.
    Druk op
    om de ingestelde taal te bevestigen.
    Druk nog eens op
    om de ingestelde taal een tweede
    keer te bevestigen en om een abusievelijke wijziging te
    vermijden.

    Gebruik alleen geschikte antivries- en
    anticorrosiemiddelen.

    Het toevoegen van additieven aan het CV-water kan materiële schade veroorzaken. Bij ondeskundig gebruik van de

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    13



  • Page 14

    5 Ingebruikneming
    5.4

    Tijd instellen

    5.9

    Systeem ontluchten

    1.

    Aanwijzing
    Als u een systeemthermostaat aangesloten hebt,
    dan kunt u de tijd alleen aan de systeemthermostaat instellen.

    Laat het ontluchtingsprogramma aflopen.



    Het ontluchtingsprogramma start automatisch.
    – Programmaduur: 6 min

    Voorwaarden: Programma beëindigd

    1.
    2.
    3.
    4.

    5.5

    Stel met
    of
    het gewenste uur in.
    Bevestig het ingestelde uur met
    .
    Stel met
    of
    de gewenste minuut in.
    Bevestig de ingestelde minuut met
    .



    Laat de restlucht met behulp van de ontluchterschroef in
    het station af.

    5.10

    Testprogramma installatieweerstand
    uitvoeren

    Datum instellen
    Aanwijzing
    Als u een systeemthermostaat aangesloten hebt,
    dan kunt u de datum alleen aan de systeemthermostaat instellen.

    1.
    2.
    3.
    4.
    5.
    6.

    5.6
    1.

    2.
    3.

    5.7

    Stel met
    of
    de gewenste dag in.
    Bevestig de ingestelde dag met
    .
    Stel met
    of
    de gewenste maand in.
    Bevestig de ingestelde maand met
    .
    Stel met
    of
    het gewenste jaar in.
    Bevestig het ingestelde jaar met
    .

    1

    Toepassingsbereik instellen

    2

    Kies met
    of
    of het station alleen of in cascade
    gebruikt wordt.
    – Nee: station wordt niet in cascade gebruikt
    – Ja: station wordt in cascade gebruikt
    Als u Ja gekozen hebt, dan moet u aan het zonnelaadstation met
    of
    een adres van 1 ... 4 toewijzen.
    Bevestig de wijziging met
    .

    1

    Rode markering

    1.
    2.

    Grootte installatie instellen

    2.

    5.8
    1.
    2.

    14

    Bepaal de oppervlakte (in vierkante meter) van de aangesloten collectoren met
    of
    .
    Bevestig de wijziging met
    .

    Standplaats instellen
    Kies het land waarin u het product installeert met
    .
    Bevestig de wijziging met
    .

    Aanwijzing
    Het testprogramma installatieweerstand past
    het zonnelaadstation aan het drukverlies van
    het zonnecircuit aan.
    3.

    Sluit het testprogramma installatieweerstand af.


    5.11

    of

    Kerf van de plaatklem

    Kijk van boven op het peilglas.
    Breng de rode markering (1) in het kijkglas door op
    en
    te drukken in het gemarkeerde bereik (kerf van
    de plaatklem) (2).

    Aanwijzing
    De grootte van de installatie komt overeen met
    het aantal vierkante meter van het volledige collectoroppervlak. Afhankelijk van de grootte van de
    installatie kiest de zonneregelaar de vultijd.
    1.

    2

    1.
    2.

    De elektronica slaat het drukverlies van het zonnecircuit op.

    Contactgegevens registreren
    Registreer uw telefoonnummer met
    Bevestig uw invoer met
    .

    en

    .

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 15

    Bediening 6
    5.12



    Installatieassistent afsluiten

    Druk voor het afsluiten van de installatieassistent op

    5.

    Druk op



    .

    Aanwijzing
    Als u de installatieassistent met succes doorlopen en bevestigd hebt, dan start hij bij het
    volgende inschakelen niet meer automatisch.

    Bedieningsconcept van het
    zonnelaadstation

    Het zonnelaadstation auroFLOW exclusiv is met een digitaal informatie- en analysesysteem (DIA-systeem) uitgerust.
    Als meerdere instellingen nodig zijn die u nog niet met behulp van de installatieassistent uitgevoerd hebt, dan kunt u
    met behulp van het DIA-systeem bijkomende parameters bekijken en wijzigen.
    In de → gebruiksaanwijzing zonnelaadstation auroFLOW
    exclusiv zijn beschreven:



    Aanwijzing
    Als u na het verlaten van het installateurniveau dit niveau binnen 15 minuten opnieuw
    oproept, hoeft u de code niet opnieuw in te
    voeren.

    Bediening

    6.1

    Bedieningsconcept en bediening van het DIA-systeem
    Aflees- en instelmogelijkheden van het gebruikersniveau

    6.2

    Installateurniveau oproepen
    Opgelet!
    Gevaar voor beschadiging door ondeskundige bediening!
    Ondeskundige instellingen in het installateurniveau kunnen tot schade aan het zonnesysteem leiden.



    De toegang tot het installateurniveau mag
    u alleen gebruiken als u een erkende installateur bent.

    6.2.1

    Foutlijst bekijken/wissen

    Installateurniveau → Foutenlijst


    Met behulp van deze functie kunt u de laatste 10 foutmeldingen van de foutlijst bekijken. U kunt de meldingen
    indien gewenst wissen.

    6.2.2

    Testprocedures starten

    Installateurniveau → Testmenu → Statistieken


    Met behulp van deze functie kunt u statistieken van het
    systeem bekijken.

    Installateurniveau → Testmenu → Testprogramma's


    Met behulp van deze functie kunt u testprogramma's
    starten.

    Installateurniveau → Testmenu → Sensor-/actortest


    Met behulp van deze functie kunt u de sensoren en actoren van het zonnelaadstation testen.

    6.2.3

    Configuratie wijzigen

    Installateurniveau → Configuratie → Taal


    Met behulp van deze functie kunt u de taal wijzigen.

    Installateurniveau → Configuratie → Contactgegevens


    Aanwijzing
    Het installateurniveau is met een paswoord tegen
    onbevoegd gebruik beveiligd, omdat ondeskundige parameterinstellingen in dit niveau tot functiestoringen en schade aan het product kunnen
    leiden.

    Het installateurniveau met een selectie van menupunten verschijnt.
    Aanwijzing
    Hierna geeft een padopgave aan het begin
    van een handelingsinstructie aan hoe u in
    het installateurniveau deze functie bereikt,
    bijv. Menu → Installateurniveau → Testmenu → Testprogramma's.

    Aanwijzing
    U kunt alle ingevoerde instellingen later in het
    menupunt Configuratie bekijken en daar ook
    wijzigen.

    6

    om de ingevoerde code te bevestigen.

    Met behulp van deze functie kunt u de contactgegevens
    wijzigen.

    Installateurniveau → Configuratie → Datum


    Met behulp van deze functie kunt u de datum wijzigen.

    Installateurniveau → Configuratie → Tijd


    Met behulp van deze functie kunt u de tijd wijzigen.

    Installateurniveau → Configuratie → Zomer-/wintertijd
    1.

    Druk tegelijk op


    2.
    3.

    („i”).



    Op het display verschijnt het menu.

    Blader zo lang met
    of
    tot het menupunt Installateurniveau verschijnt.
    Druk op
    om het menupunt te selecteren.


    4.

    en

    Installateurniveau → Configuratie → Cascade


    Op het display verschijnt de tekst Code invoeren
    en de waarde "00".

    Stel met

    of

    de waarde 17 (code) in.

    Met behulp van deze functie kunt u instellen of het DIAsysteem automatisch tussen zomertijd en wintertijd moet
    omschakelen.
    Met behulp van deze functie kunt u vastleggen of het
    station alleen of in cascade gebruikt wordt. Als het station
    in cascade gebruikt wordt, dan moet u aan het station
    een adres van 1 ... 4 toewijzen.

    Installateurniveau → Configuratie → Collectoroppervlak

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    15



  • Page 16

    7 Overdracht aan de gebruiker


    Met behulp van deze functie kunt u instellen hoe groot de
    oppervlakte van het collectorveld is.

    1.

    Installateurniveau → Configuratie → Pompkicktijd


    Met behulp van deze functie kunt u de pompkicktijd instellen.

    Installateurniveau → Configuratie → Pompkickcapaciteit


    2.

    Met behulp van deze functie kunt u het pompkickvermogen instellen (fabrieksinstelling = 20%).

    3.

    Installateurniveau → Configuratie → Modus


    Met behulp van deze functie kunt u de modus van het
    zonnecircuit (low flow, automatic of high flow) instellen.

    4.

    Installateurniveau → Configuratie → Temp. verwarming


    5.

    Met behulp van deze functie kunt u de gewenste temperatuur van de verwarmingsaanvoer instellen.

    Installateurniveau → Configuratie → Temperatuur warm
    w.


    7

    6.

    Overdracht aan de gebruiker
    Instrueer de gebruiker over de bediening van de installatie. Beantwoord al zijn vragen. Wijs de gebruiker
    vooral op de veiligheidsvoorschriften die hij in acht moet
    nemen.
    Wijs de gebruiker erop dat hij voor het vullen van de
    CV-installatie met de ter plaatse beschikbare waterkwaliteit rekening moet houden.
    Wijs de gebruiker erop dat hij voor het vullen van de
    CV-installatie alleen normaal leidingwater zonder chemische additieven mag gebruiken.
    Geef aan de gebruiker uitleg over positie en werking
    van de veiligheidsinrichtingen.
    Informeer de gebruiker over de noodzaak om de installatie volgens de opgegeven intervallen te laten onderhouden.
    Geef de gebruiker alle voor hem bestemde handleidingen en toestelpapieren, zodat hij ze kan bewaren.

    Met behulp van deze functie kunt u de gewenste temperatuur van het warm water instellen.

    Installateurniveau → Configuratie → UV5 schakeltemp.


    Met behulp van deze functie kunt u de schakeltemperatuur van het gelaagde laadventiel instellen.

    Installateurniveau → Configuratie → Max. boilertemp.


    Met behulp van deze functie kunt u de maximale boilertemperatuur instellen.

    Installateurniveau → Configuratie → Inschakelverschil


    Met behulp van deze functie kunt u een temperatuurverschil instellen. Als het ingestelde temperatuurverschil tussen temperatuurvoeler T5 en T6 bereikt is, dan schakelt
    het station in.

    Aanwijzing
    U kunt deze functie gebruiken als de temperatuurvoelers T5
    en T6 aangesloten zijn en de pompkick gedeactiveerd is.
    Installateurniveau → Configuratie → eBUS-thermostaat


    Met behulp van deze functie kunt u vaststellen of een
    eBUS-compatibel toestel (bijv. een thermostaat) aan het
    zonnelaadstation aangesloten is.

    Installateurniveau → Configuratie → Softwareversie


    Met behulp van deze functie kunt u de geïnstalleerde
    softwareversie aflezen.

    6.2.4

    Resets uitvoeren

    Installateurniveau → Resets



    Met behulp van deze functie kunt u het zonnelaadstation
    op de fabrieksinstellingen terugzetten.
    U kunt bovendien de weergegeven zonneopbrengst opnieuw op nul zetten.

    6.2.5

    Installatieassistent starten

    Installateurniveau → Start inst. ass.


    16

    Met behulp van deze functie kunt u de installatieassistent
    starten.

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 17

    Storingen herkennen en verhelpen 8
    8

    Storingen herkennen en verhelpen

    Storing

    Mogelijke oorzaak

    Oplossing

    Zonnepomp maakt geluiden.

    Lucht in de zonnepomp.

    Ontlucht de zonnepomp, de pomp aan de geïntegreerde
    ontluchter en aan andere ontluchters (indien voorhanden).
    Indien nodig: herhaal de ontluchting de volgende dag.

    Installatiedruk te gering.

    Verhoog de installatiedruk.

    Installatie maakt geluiden
    (de eerste dagen na het vullen van de installatie normaal).

    Installatiedruk te gering.

    Verhoog de installatiedruk.

    Zonnepomp loopt, maar van
    de collector stroomt geen
    warme collectorvloeistof naar
    het zonnelaadstation (pomp
    wordt heet).
    Aanvoer- en retourtemperatuur zijn gelijk.
    Boilertemperatuur stijgt niet
    of slechts langzaam.

    Lucht in het leidingsysteem.

    Controleer de installatiedruk.
    Ontlucht aan de collector en in het zonnelaadstation.
    Indien thermostaat VRS 620/3 voorhanden:




    Neem de zonnepomp in gebruik (Installateurniveau →
    Testmenu → Actortest).
    Controleer aan het peilglas of er collectorvloeistof doorstroomt.
    Voer het testprogramma installatieweerstand uit.

    Ontlucht de zonnepomp, de pomp aan de geïntegreerde
    ontluchter en aan andere ontluchters (indien voorhanden).
    Indien nodig:



    Controleer de buisgeleiding (bijv. knikken aan uitstekende balken of rond waterleidingen).
    Verander de buisgeleiding of installeer een bijkomende
    ontluchter.

    Van de collector stroomt
    geen warmte collectorvloeistof naar het zonnelaadstation.
    Buffervat wordt niet opgewarmd.

    Afsluitkranen in het systeem geblokkeerd.

    Open de vul- en aftapkleppen.

    Terugslagkleppen niet in doorstromingsrichting geïnstalleerd.

    Demonteer de afsluitkleppen met terugslapklep en monteer
    ze in stromingsrichting.

    Stroomtoevoer uitgeschakeld.

    Schakel de stroomvoorziening in.

    Display toont foutmelding.

    Sensorstekker uitgetrokken.

    Steek de stekker erin.

    Leidingbreuk.

    Controleer de leiding.

    Sensoren defect.

    Vervang de sensoren.

    Zonnepomp loopt niet, hoewel de zon schijnt.
    (geen symbool "Zonnepomp
    actief" op het display)

    Installatie in de wachtmodus (max. 10
    min.) en voorafgaande boilerlaadpoging
    niet succesvol.
    Boiler heeft maximumtemperatuur.
    Installatie in de collectorbeveiligingsmodus door hoge temperaturen in de collector.

    Wacht tot het symbool voor "zonnepomp actief" op
    het display verschijnt: neem de zonnepomp in gebruik
    (Installateursniveau → Testmenu → Actortest).
    Deblokkeer de rotor.
    Breng een schroevendraaier in de kerf in en draai de pomp
    met de hand.
    Indien nodig: demonteer en reinig de pomp.

    Zonnepomp loopt niet, hoewel de zon schijnt.
    (symbool "Zonnepomp actief" wordt op het display
    weergegeven)

    Pomp vervuild.
    Pomp defect.

    Vervang de pomp.

    Zonnepomp loopt, hoewel de
    zon niet schijnt.

    Installatie in de testmodus.

    Activeer de geïntegreerde zonnekalender:
    Stel de standplaats en de tijd in.

    Weergegeven temperatuur in
    de zonnecircuitaanvoer is te
    laag/te hoog.

    Temperatuur wordt direct in de collectorvloeistof gemeten.

    Wacht tot de weergegeven temperatuur in het zonnecircuit
    met de temperatuur in de collectorvloeistof overeenkomt.

    Pomptoerental schommelt.
    Pomp loopt niet constant.

    Volumestroom van de pomp wordt door
    de interne regelaar gemoduleerd.

    (geen fout)

    Druk daalt (drukschommeling bij het normale
    bedrijf: ±20 ... 30 kPa
    (±0,2 ... 0,3 bar)).

    Na het vullen ontsnapt nog lucht uit de
    installatie.
    Luchtbel is losgekomen.
    Ondichte plaats in het zonnecircuit,
    vooral in het collectorveld.

    Controleer de schroefverbindingen en pakkingbussen aan de
    afsluiters en schroefdraadaansluitingen.
    Controleer de gesoldeerde punten.
    Controleer het collectorveld, vervang defecte collectoren.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    17



  • Page 18

    8 Storingen herkennen en verhelpen
    Storing

    Mogelijke oorzaak

    Oplossing

    Zonneopbrengst is erg gering.

    Buisisolatie te dun of verkeerd.
    Installatie verkeerd gepland.

    Controleer de dimensionering van de installatie (collectorformaat, beschaduwing, buislengtes), verander de installatie
    evt.

    18

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 19

    Inspectie, onderhoud en reserveonderdelen 9
    9
    9.1

    Inspectie, onderhoud en
    reserveonderdelen
    Product onderhouden

    9.3.1

    9.3.1.1 Op kalender gebaseerde
    onderhoudsintervallen
    Op kalender gebaseerde onderhoudsintervallen

    Opgelet!
    Risico op materiële schade door ongeschikte reinigingsmiddelen!


    9.2

    Interval

    Onderhoudswerkzaamheden

    Jaarlijks

    Installatiedruk controleren

    19

    Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen
    mantels, de armaturen of bedieningselementen beschadigen.

    Aansluitingen op lekkages controleren

    19

    Vorstbeveiliging van de collectorvloeistof controleren

    19



    Corrosiebescherming van de collectorvloeistof controleren

    19

    Zonnesysteem ontluchten

    19

    Zonnesysteem vullen

    19

    Zonnelaadstation op beschadigingen
    controleren

    20

    Gebruik geen sprays, geen schuurmiddelen, afwasmiddelen, oplosmiddel- of
    chloorhoudende reinigingsmiddelen.

    Reinig de mantel met een vochtige doek en een beetje
    oplosmiddelvrije zeep.

    Reserveonderdelen aankopen

    De originele componenten van het toestel werden in het kader van de CE-conformiteitskeuring mee gecertificeerd. Als
    u bij het onderhoud of de reparatie geen mee gecertificeerde
    Vaillant originele reserveonderdelen gebruikt, dan vervalt de
    CE-conformiteit van het toestel. Daarom adviseren we dringend de inbouw van Vaillant originele reserveonderdelen.
    Informatie over de beschikbare Vaillant originele reserveonderdelen vindt u op het aan de achterkant vermelde contactadres.



    9.3

    Als u bij het onderhoud of de reparatie reserveonderdelen nodig hebt, gebruik dan uitsluitend Vaillant originele
    reserveonderdelen.

    Bij het vullen van het zonnecircuit kan hete
    collectorvloeistof lekken en tot verbrandingen
    leiden.






    9.3.2



    9.3.3



    Vul het zonnecircuit alleen bij koude collectoren.
    Vul het zonnecircuit bij zonnig weer in de
    ochtend- of avonduren of bij afgedekte
    collectoren.

    Haal de kunststof afdekking eraf.
    Open het zonnelaadstation. (→ Pagina 7)
    Voer de onderhoudswerkzaamheden volgens het onderhoudsschema uit.
    Sluit het zonnelaadstation. (→ Pagina 13)

    2.
    3.
    4.
    5.
    6.

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    Corrosiebescherming van de
    collectorvloeistof controleren

    Zonnesysteem ontluchten

    Controleer en ontlucht evt. het zonnesysteem.
    (→ Pagina 12)

    9.3.7



    Vorstbeveiliging van de collectorvloeistof
    controleren

    Open de ontluchterschroef tot de collectorvloeistof eruit
    druppelt.
    Dompel een pH-indicatorstaafje kort in het staal collectorvloeistof.
    Sluit de ontluchterschroef.
    Vergelijk de kleur van het pH-indicatorstaafje met de
    bijbehorende kleurlegende.
    Voer het monster van de collectorvloeistof in het opvangreservoir van het zonnelaadstation af.
    Als de pH-waarde onder 7,0 ligt, vervang dan de collectorvloeistof.

    9.3.6



    Aansluitingen op lekkages controleren

    Controleer de vorstbeveiliging van de collectorvloeistof.

    9.3.5
    1.

    Installatiedruk controleren

    Controleer de dichtheid van de buisleidingen en verbindingen in het zonnecircuit. (→ Pagina 12)

    9.3.4



    Pagina

    Controleer de installatiedruk aan de manometer.

    Onderhoudswerkzaamheden uitvoeren
    Gevaar!
    Gevaar voor verbranding door lekkende
    hete collectorvloeistof





    Onderhoudsschema

    Zonnesysteem vullen

    Controleer en vul evt. het zonnesysteem. (→ Pagina 11)

    19



  • Page 20

    10 Zonnelaadstation buiten bedrijf stellen
    9.3.8



    10

    Zonnelaadstation op beschadigingen
    controleren

    8.

    Controleer het zonnelaadstation visueel op beschadigingen.

    Zonnelaadstation buiten bedrijf
    stellen

    45°

    Zet de afsluitklep aanvoer en de afsluitklap retour in de
    ontluchtingspositie .
    10. Open de vul- en aftapkranen.



    Bij werkzaamheden in schakelkasten van
    systeemcomponenten met aansluiting op het
    laagspanningsnet (230 V) bestaat levensgevaar door elektrische schok. Ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar staat er nog
    spanning op de netaansluitklemmen!







    Verbreek de verbinding van systeemcomponenten met het elektriciteitsnet door
    de stekker uit te trekken of de systeemcomponenten via een scheidingsinrichting
    met een contactopening van ten minste 3
    mm (b.v. zekeringen of contactverbrekers)
    spanningsvrij te maken.
    Beveilig de stroomtoevoer tegen opnieuw
    inschakelen.
    Controleer de systeemcomponenten op
    spanningsvrijheid.
    Open de schakelkast alleen wanneer de
    systeemcomponent zich in spanningsloze
    toestand bevindt.

    11. Sluit de opvangbak.
    12. Sluit de vul- en aftapkranen.
    13. Breng een waarschuwingssticker aan de voorkant van
    het zonnelaadstation aan waarop staat dat het zonnelaastation buiten bedrijf is.

    11

    Recycling en afvoer

    Verpakking afvoeren



    Voer de verpakking reglementair af.

    Product en toebehoren afvoeren
    Gooi noch het product noch het toebehoren weg met het
    huishoudelijke afval.
    Voer het product en alle accessoires reglementair af.
    Neem alle relevante voorschriften in acht.

    Gevaar!
    Gevaar voor verbranding door hete collectorvloeistof




    Bij een collectortemperaturen boven 100°C
    kan collectorvloeistof als damp lekken en tot
    verbrandingen leiden.

    De collectorvloeistof hoort niet bij het huishoudelijk afval.





    20

    De collectorvloeistof loopt in de opvangbak.
    Aanwijzing
    In het zonnecircuit, vooral in de collectoren,
    zijn evt. nog resten van de collectorvloeistof
    voorhanden die niet konden wegstromen.



    3.
    4.
    5.
    6.
    7.

    45°

    9.

    Gevaar!
    Levensgevaar door spanningsvoerende
    aansluitingen!

    1.
    2.

    Bevestig de slangeinden aan de opvangbak.

    Stel het station alleen bij collectortemperaturen onder 100°C buiten bedrijf.
    Draag een persoonlijke veiligheidsuitrusting.
    Zorg ervoor dat de vulkraan aan de veiligheidsgroep permanent gesloten blijft.

    Collectorvloeistof afvoeren




    Voer de collectorvloeistof conform de plaatselijke voorschriften via een geschikt afvalverwerkingsbedrijf af.
    Voer verpakkingen die niet schoon te maken zijn op dezelfde wijze als de collectorvloeistof.

    Scheid het zonnelaadstation van de stroomtoevoer.
    Stel het benodigde werkmateriaal samen.
    – Opvangbak (grootte afhankelijk van de vulhoeveelheid van de installatie, min. 20 l)
    – 2x slang met 3/4"-tule
    – Persoonlijke veiligheidsuitrusting
    – Gereedschap
    Haal de afdekking van het zonnelaadstation eraf.
    Maak de bevestigingsschroef van de afdekking los.
    Haal de afdekking eraf.
    Koppel de voorhanden bekabeling los.
    Sluit de slangen aan de vul- en aftapkranen aan.

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 21

    Technische gegevens 12
    12

    Technische gegevens

    12.1

    Benaming
    Retour buffervatcircuit (buitenschroefdraad)

    Afmetingen

    100

    300

    VPM 20/2 S

    VPM 60/2 S

    "

    1

    Max. bedrijfsdruk
    (zonnecircuit)

    kPa (bar)

    600 (6)

    Max. bedrijfsdruk
    (boilercircuit)

    MPa
    (bar)

    0,3 (3)

    Max. collectorvloeistoftemperatuur

    °C

    130

    Max. watertemperatuur

    °C

    99

    350

    750

    Zonnepomp
    Nominale spanning

    V, Hz

    230, 50

    Zonnepompverbruik

    W

    max. 70

    Bufferlaadpompverbruik

    W

    max. 63

    Doelwaarde warm
    water

    °C

    65

    Doelwaarde verwarming

    °C

    40

    Maximale boilertemperatuur

    °C

    99

    Fabrieksinstellingen

    450

    12.2

    Eenheid

    Technische gegevens

    Benaming

    Eenheid

    VPM 20/2 S

    VPM 60/2 S

    Zonnecollectoroppervlak

    [m²]

    4 ... 20

    20 ... 60

    Warmteoverbrenger



    21 platen

    49 platen

    Afmetingen
    Hoogte

    mm

    750

    Breedte

    mm

    450

    Diepte bij montage
    aan het buffervat

    mm

    250

    Gewicht

    kg

    18

    19

    Elektrische aansluiting
    Nominale spanning

    V, Hz

    230, 50

    Opgenomen vermogen (ontwerpvermogen)

    W

    max. 140

    Aansluitingstype



    Netaansluiting

    Beschermingsklasse
    (volgens EN 60529)



    IPX2

    Aanvoer zonnecircuit
    (buitenschroefdraad)

    "

    3/4

    Aanvoer zonnecircuit
    (buitenschroefdraad)

    "

    3/4

    Aanvoer buffervatcircuit 1 (buitenschroefdraad)

    "

    1

    Aanvoer buffervatcircuit 2 (buitenschroefdraad)

    "

    1

    Hydraulische aansluiting

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    21



  • Page 22

    12 Technische gegevens
    12.3

    Hydraulisch schema en schakelschema

    Hydraulisch schema en schakelschema
    1

    2
    T1

    X51

    T2
    T3
    T5

    T2

    T6
    X1

    T4

    eBUS
    X3

    F1
    UV5

    X2

    STW

    eBUS

    LED

    X8

    T1

    Pressure

    X7
    X6

    T4

    X5
    X4

    1

    12.4

    Hydraulisch schema

    2

    P2
    P1

    230 V~

    Bedradingsschema

    Restopvoerhoogtes

    Restopvoerhoogte zonnecircuit VPM 20/2 S en VPM 60/2 S
    1200

    1000

    y

    800

    600
    A

    400

    B

    200

    0

    0

    100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600
    x

    x

    Volumestroom [l/h]

    A

    VPM 60/2 S

    y

    Restopvoerhoogte [mbar]

    B

    VPM 20/2 S

    22

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 23

    Technische gegevens 12
    Restopvoerhoogte buffercircuit VPM 20/2 S
    800
    700
    600

    y

    500
    400
    A
    300
    B
    200
    100
    0

    0

    100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600
    x

    x

    Volumestroom [l/h]

    A

    Drinkwater

    y

    Restopvoerhoogte [mbar]

    B

    Verwarming

    Restopvoerhoogte buffercircuit VPM 60/2 S
    800
    700
    600

    y

    500
    A

    400

    B

    300
    200
    100
    0

    0

    100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600
    x

    x

    Volumestroom [l/h]

    A

    Drinkwater

    y

    Restopvoerhoogte [mbar]

    B

    Verwarming

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    23



  • Page 24

    12 Technische gegevens
    12.5

    Buisdiameter

    VPM20/2 S - buffervatzijde
    30
    DN 10

    DN 15

    DN 20

    DN 25

    25

    y

    20

    15

    10

    5

    0

    0

    2

    4

    6

    8

    10

    12

    14

    16

    18

    20

    x
    x

    2

    y

    Collectoroppervlakte [m ]

    Totale buislengte [m]

    Voorbeeld




    2

    Collectoroppervlakte = 14 m
    Totale buislengte = 10 m
    Buisdiameter = nominale wijdte DN15
    Aanwijzing
    Rekening houdende met de buisbochten is de buisdimensionering met een veiligheid van 50% berekend.

    VPM60/2 S - buffervatzijde
    30
    DN 25
    25

    20

    y

    DN 20
    15

    10

    DN 15

    5

    0

    x

    24

    25
    2

    Collectoroppervlakte [m ]

    30

    35

    40
    x
    y

    45

    50

    55

    60

    Totale buislengte [m]

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 25

    Technische gegevens 12
    VPM20/2 S - zonnesysteemzijde, buiscollectoren
    60

    50

    DN 25

    40

    y

    DN 20
    30
    DN 15
    20

    10

    0

    0

    2

    4

    6

    8

    10

    12

    14

    x
    x

    2

    y

    Collectoroppervlakte [m ]

    Totale buislengte [m]

    VPM60/2 S - zonnesysteemzijde, buiscollectoren
    60
    DN 25

    50

    y

    40
    DN 20

    30

    20

    10

    0

    x

    16

    18

    2

    Collectoroppervlakte [m ]

    20

    22
    x
    y

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    24

    26

    28

    Totale buislengte [m]

    25



  • Page 26

    12 Technische gegevens
    VPM20/2 S - zonnesysteemzijde, vlakkeplaatcollectoren
    60
    DN 25
    50

    y

    40
    DN 20

    30
    DN 15
    20

    10

    0

    x

    0

    2

    4

    6

    8

    2

    10
    x
    y

    Collectoroppervlakte [m ]

    12

    14

    16

    18

    20

    Totale buislengte [m]

    VPM60/2 S - zonnesysteemzijde, vlakkeplaatcollectoren
    60
    DN 25

    50

    40

    y

    DN 20
    30

    20

    10

    0

    20

    25

    30

    35

    40

    45

    50

    55

    60

    x
    x

    26

    2

    Collectoroppervlakte [m ]

    y

    Totale buislengte [m]

    Installatie- en onderhoudshandleiding Zonnelaadstation 0020160752_00



  • Page 27

    Serviceteam 13
    13

    Serviceteam

    Geldt voor: België, Vaillant

    N.V. Vaillant S.A.
    Golden Hopestraat 15
    B-1620 Drogenbos
    Belgien, Belgique, België
    Klantendienst: 02 334 93 52
    Geldt voor: Nederland, Vaillant

    Het Serviceteam dient ter ondersteuning van de installateur
    en is tijdens kantooruren te bereiken op nummer:
    Serviceteam: 020 565 94 40

    0020160752_00 Zonnelaadstation Installatie- en onderhoudshandleiding

    27



  • Page 28

    0020160752_00   14.03.2013
    N.V. Vaillant S.A.
    Golden Hopestraat 15   B-1620 Drogenbos
    Tel. 02 334 93 00   Fax 02 334 93 19
    Kundendienst 02 334 93 52   Service après-vente 02 334 93 52
    Klantendienst 02 334 93 52
    info@vaillant.be   www.vaillant.be
    Vaillant Group Netherlands B.V.
    Postbus 23250   1100 DT Amsterdam
    Telefoon 020 565 92 00   Telefax 020 696 93 66
    Consumentenservice 020 565 94 20   Serviceteam 020 565 94 40
    info@vaillant.nl   www.vaillant.nl
    ©Vaillant GmbH2013
    Nadruk van deze handleiding, ook bij wijze van uittreksel, is alleen met de schriftelijke toestemming van de fabrikant toegestaan.






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Vaillant Auroflow VPM wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Vaillant Auroflow VPM in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 1,88 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info