STARTEN EN RIJDEN
492
Dieselolie
Bij het tanken is het belangrijk om de juiste
dieselolie te gebruiken. Er zijn verschillende
dieseloliekwaliteiten in de handel voor
gebruik in uiteenlopende omstandigheden.
Maak alleen gebruik van dieselolie van gere-
nommeerde oliemaatschappijen. Giet nooit
brandstof van twijfelachtige kwaliteit in de
tank. De dieselolie moet voldoen aan de norm
EN 590 of SS 155435. Er kan paraffinische
diesel (HVO, XTL) worden gebruikt volgens de
norm EN 15940. Dieselmotoren zijn gevoelig
voor verontreinigingen in de brandstof, zoals
een te hoog gehalte aan zwavel- of metaal-
deeltjes.
Aanduiding
Sticker aan binnenkant tankvulklep.
De aanduiding conform de CEN-norm
EN16942 zit aan de binnenkant van de tank-
vulklep en uiterlijk 12 oktober 2018 ook op de
desbetreffende brandstofpompen en mond-
stukken, op tankstations in heel Europa.
Dit is de aanduiding die geldt voor de huidige
standaardbrandstof in Europa. In een auto met
een dieselmotor is het toegestaan dieselolie te
gebruiken met de volgende aanduiding:
B7 is een dieselsoort met
maximaal 7 vol-% veresterde
methylvetzuren (FAME).
Bij lage temperaturen (lager dan 0 °C (32 °F))
kan de paraffine in de dieselolie uitvlokken,
wat tot startproblemen kan leiden. De verkrijg-
bare brandstofkwaliteiten moeten zich lenen
voor gebruik in het actuele jaargetijde en kli-
maatgebied, maar in extreme weersomstan-
digheden, bij gebruik van verouderde brand-
stof of bij ritten door verschillende klimaatge-
bieden kan desondanks uitvlokking optreden.
Het risico van condensatie in de brandstoftank
neemt af, als u de tank altijd goed gevuld
houdt.
Houd tijdens het tanken het gebied rond de
vulpijp goed schoon. Voorkom morsen op
gelakte oppervlakken. Maak als u gemorst
hebt het gebied met water en zeep schoon.
BELANGRIJK
De dieselolie:
•
moet voldoen aan de norm EN 590,
EN 15940 en/of SS 155435
•
moet een zwavelgehalte hebben van
maximaal 10 mg/kg
•
mag maximaal 7 vol% FAME
22
(B7)
bevatten.
21
Geldt voor bepaalde varianten.
22
Fatty Acid Methyl Ester