Zoom out
Zoom in
Vorherige Seite
1/314
Nächste Seite
FORD B-MAX Instructieboekje
1

Brauchen Sie Hilfe? Stellen Sie Ihre Frage.

Forenregeln

Inhalt der Seiten


  • Page 1

    FORD B-MAX Instructieboekje



  • Page 2

    De informatie in deze publicatie was correct ten tijde van het ter perse gaan. In het belang van de continue
    productontwikkeling behouden we ons het recht voor om specificaties, ontwerp en uitrusting op ieder
    moment zonder aankondiging of verplichting te wijzigen. Niets uit deze uitgave mag in enigerlei vorm en
    door enig middel gereproduceerd, verzonden of in een oproepsysteem opgeslagen of in een andere taal
    vertaald worden zonder onze schriftelijke toestemming. Fouten of omissies uitgesloten.
    © Ford Motor Company 2013
    Alle rechten voorbehouden.
    Onderdeelnummer: CG3573nlNLD 08/2013 20130926100225



  • Page 3

    Inhoudsopgave
    Alle MyKeys wissen.......................................34
    Systeemstatus MyKey controleren.........34
    MyKey gebruiken bij op afstand
    bedienbare startsystemen.....................34
    Storingsdiagnose MyKey.............................35

    Inleiding
    Over deze handleiding ...................................5
    Overzicht van symbolen.................................5
    Aanbeveling nieuwe onderdelen.................7
    Uitrusting mobiele communicatie ............8

    Sloten

    In één oogopslag

    Vergrendelen en ontgrendelen.................36
    Schuifdeur........................................................38
    Handmatig bediende achterklep.............38
    Sleutelloze toegang......................................39

    In één oogopslag ..............................................9

    Veiligheidsuitrusting voor
    kinderen
    Kinderzitjes aanbrengen..............................16
    Plaatsing van kinderzitjes............................19
    Kindersloten.....................................................22

    Beveiliging
    Passief antidiefstalsysteem ......................42
    Antidiefstalsysteem .....................................42

    Veiligheidsgordels

    Stuurwiel

    Veiligheidsgordels vastmaken...................23
    Herinnering veiligheidsgordel ...................24

    Stuurwiel afstellen........................................45
    Audiobediening...............................................45
    Spraaksturing..................................................46
    Snelheidsregeling (Cruise Control)........46

    Aanvullend veiligheidssysteem
    Werking..............................................................25
    Bestuurdersairbag.........................................25
    Passagiersairbag............................................26
    Zij-airbags..........................................................27
    Knie-airbag bestuurder................................27
    Hoofdairbags....................................................27

    Ruitenwissers en ruitensproeiers
    Voorruitwissers................................................47
    Automatisch in- en uitschakelende
    ruitenwissers................................................47
    Voorruitsproeiers...........................................48
    Achterruitwissers en -sproeiers................49

    Sleutels en afstandsbediening

    Verlichting

    Algemene informatie over
    radiofrequenties.........................................28
    Afstandsbediening........................................28
    Een verloren sleutel of
    afstandsbediening vervangen ...............31

    Algemene informatie...................................50
    Verlichtingsbediening..................................50
    Automatisch in- en uitschakelende
    verlichting......................................................51
    Dimmer
    instrumentenpaneelverlichting............52
    Uitschakelvertraging koplampen ............52
    Dagrijlicht..........................................................52
    Voorste mistlampen.....................................52

    MyKey™
    Werking..............................................................32
    MyKey aanmaken...........................................33
    MyKey programmeren..................................34

    1

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 4

    Inhoudsopgave
    Mistachterlichten...........................................53
    Koplamphoogte afstellen...........................53
    Richtingaanwijzers........................................54
    Interieurverlichting.........................................54

    Verwarmde stoelen......................................90
    Armleuning, voor............................................90

    Ruiten en spiegels

    Extra voedingsaansluitingen .....................91
    Aansteker...........................................................91

    Extra voedingsaansluitingen

    Elektrisch bedienbare ruiten......................56
    Buitenspiegels.................................................57
    Binnenspiegel..................................................58
    Kinder observatiespiegel............................59
    Centrale vergrendeling.................................59

    Opbergvakken
    Bekerhouders..................................................93
    Glashouder.......................................................93

    Instrumentenpaneel

    Motor starten en stoppen

    Meters..................................................................61
    Waarschuwings- en
    indicatielampen..........................................61
    Akoestische waarschuwingssignalen en
    -indicaties.....................................................65

    Algemene informatie....................................94
    Contactslot......................................................94
    Sleutelloos starten........................................94
    Stuurwielblokkering - Auto's zonder:
    Keyless Entry en startknop/
    Startdrukknop.............................................96
    Stuurwielblokkering......................................96
    Een benzinemotor starten..........................97
    Een dieselmotor starten.............................98
    Dieselroetfilter................................................98
    Motor uitschakelen.......................................99

    Infodisplays
    Algemene informatie...................................66
    Klok.....................................................................69
    Tripcomputer...................................................69
    Persoonlijke instellingen..............................70
    Infoberichten....................................................70

    Unieke rijeigenschappen

    Klimaatregeling

    Auto-Start-Stop...........................................100

    Werking..............................................................78
    Ventilatieroosters...........................................78
    Handmatige klimaatregeling.....................79
    Automatische klimaatregeling.................80
    Tips voor de klimaatregeling in het
    interieur..........................................................82
    Verwarmde ruiten en spiegels..................85

    Brandstof en tanken
    Veiligheidsmaatregelen.............................102
    Brandstofkwaliteit - Benzine...................103
    Brandstofkwaliteit - Diesel.......................103
    Opraken van de brandstof........................103
    Katalysator.....................................................105
    Tanken..............................................................105
    Brandstofverbruik........................................106
    Technische specificatie.............................108

    Stoelen
    De juiste zitpositie innemen......................86
    Hoofdsteunen.................................................86
    Handmatig verstelbare stoelen...............88
    Achterbank.......................................................89

    2

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 5

    Inhoudsopgave
    Trekhaak .........................................................130
    Sleeppunten...................................................132
    Auto op vier wielen slepen Handgeschakelde
    versnellingsbak..........................................133
    Auto op vier wielen slepen Automatische transmissie....................134

    Versnellingsbak/transmissie
    Handgeschakelde versnellingsbak.......109
    Automatische transmissie.......................109
    Regeling voor bergop rijden.......................112

    Remmen

    Tips voor het rijden

    Algemene informatie...................................114
    Tips voor rijden met ABS ...........................114
    Parkeerrem.......................................................114

    Inrijden..............................................................135
    Voorzorgsmaatregelen voor koude
    weersomstandigheden..........................135
    Door water rijden..........................................135
    Vloermatten....................................................135

    Stabiliteitsregeling
    Werking.............................................................116
    Gebruik maken van
    stabiliteitsregeling....................................116

    Wat te doen bij pech
    Waarschuwingsknipperlichten................137
    Eerstehulpset.................................................137
    Gevarendriehoek...........................................137
    Starten via starthulp....................................137

    Parkeerhulp
    Werking..............................................................117
    Parkeerhulp......................................................117
    Achteruitkijkcamera....................................120

    Zekeringen

    Snelheidsregeling (Cruise
    Control)

    Plaatsen zekeringenhouders....................139
    Specificatie-overzicht zekeringen Auto’s geproduceerd tot:
    04-01-2013.................................................140
    Specificatie-overzicht zekeringen Auto's geproduceerd vanaf:
    05-01-2013.................................................149
    Een zekering vervangen.............................156

    Werking.............................................................122
    Gebruik maken van
    snelheidsregeling......................................122

    Rijhulpmiddelen
    Active City Stop.............................................124

    Onderhoud

    Transport

    Algemene informatie...................................157
    De motorkap openen en sluiten.............158
    Overzicht motorruimte...............................159
    Overzicht motorruimte - 1,4 l
    Duratec-16V (Sigma)/1,6 l
    Duratec-16V Ti-VCT (Sigma).............160
    Overzicht motorruimte - 1.5L
    Duratorq-TDCi/1,6 l Duratorq-TDCi
    (DV) diesel ..................................................161
    Oliepeilstaaf...................................................162

    Algemene informatie..................................126
    Bagageverankeringspunten......................126
    Opbergruimte onder vloer achterin.......126
    Bagagenetten.................................................127
    Bagageafdekkingen......................................127
    Hondenrek.......................................................127

    Aanhangers trekken
    Trekken van een aanhanger.....................129

    3

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 6

    Inhoudsopgave
    Oliepeilstaaf - 1,4 l Duratec-16V
    (Sigma)/1,6 l Duratec-16V Ti-VCT
    (Sigma)........................................................162
    Oliepeilstaaf - 1.5L Duratorq-TDCi/1,6 l
    Duratorq-TDCi (DV) diesel ..................162
    Motorolie controleren.................................162
    Motorkoelvloeistof controleren...............163
    Controle vloeistofpeil koppeling en
    remsysteem...............................................164
    Ruitensproeiervloeistof controleren......164
    12 volt accu vervangen................................165
    Ruitenwisserbladen controleren............165
    Ruitenwisserbladen vervangen...............165
    Koplampen afstellen..................................166
    Een koplamp verwijderen.........................166
    Gloeilampen vervangen.............................167
    Gloeilampentabel.........................................173
    Technische specificatie..............................174

    Audiosysteem
    Algemene informatie...................................197
    Audio-installatie - Auto's met: AM/FM/
    CD..................................................................198
    Audio-installatie - Auto's met: AM/FM/
    CD/Bluetooth...........................................203
    Audio-installatie - Auto's met: AM/FM/
    CD/Navigatiesysteem ...........................210
    Audio-installatie - Auto's met: Sony AM/
    FM/CD..........................................................216
    Audio-installatie - Auto's met:
    Navigatiesysteem /Sony AM/FM/
    CD..................................................................223
    Beveiliging van uw audio-installatie.....230
    Digitale audio................................................230
    CD-speler - Auto's met: AM/FM/CD......231
    CD-speler - Auto's met: AM/FM/CD/
    Bluetooth/Sony AM/FM/CD...............235
    Aansluiting Auxiliary ingang....................239
    Storingen verhelpen
    audio-installatie......................................240

    Verzorging van de auto
    Reinigen van buitenzijde auto...................177
    Reinigen van binnenzijde auto.................178
    Kleine lakschade repareren......................178
    Lichtmetalen velgen reinigen...................178

    Navigatie
    Navigatie..........................................................241

    SYNC™

    Velgen en banden

    Algemene informatie.................................250
    Spraakherkenning gebruiken...................252
    SYNC™ gebruiken met telefoon...........254
    Toepassingen en diensten SYNC™......266
    SYNC™ gebruiken met Media
    Player...........................................................269
    Storingsdiagnose SYNC™........................274

    Algemene informatie..................................180
    Set tijdelijke mobiliteit...............................180
    Verzorging van banden..............................184
    Gebruik van winterbanden.......................184
    Gebruik van sneeuwkettingen.................184
    Bandenspanningcontrolesysteem........185
    Een wiel vervangen......................................186
    Technische specificatie.............................190

    Bijlagen
    Elektromagnetische compatibiliteit......282
    Licentieovereenkomst
    eindgebruiker............................................283

    Inhouden en specificaties
    Voertuigidentificatieplaatje......................193
    Chassisnummer............................................194
    Technische specificatie..............................194

    4

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 7

    Inleiding
    In dit handboek kan de locatie van een
    component worden gekwalificeerd als
    linkerzijde of rechterzijde. De zijde wordt
    bepaald wanneer met het gezicht naar
    voren in de stoel wordt gezeten.

    OVER DEZE HANDLEIDING
    Hartelijk dank voor het kiezen van een Ford.
    We adviseren u, enige tijd te nemen om
    met uw auto kennis te maken door deze
    handleiding te lezen. Hoe meer u van uw
    auto afweet, des te beter kunt u ermee
    omgaan en dat komt de veiligheid en het
    rijplezier ten goede.
    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    Rechterzijde

    B

    Linkerzijde

    Bescherming van het milieu
    Ook u speelt een rol bij de bescherming
    van het milieu. Correct gebruik van auto's
    en geautoriseerde afvoer en verwerking
    van afval, reinigingsmiddelen en
    smeermiddelen zijn belangrijke stappen
    om dit doel te bereiken.

    N.B.: Deze handleiding beschrijft
    productkenmerken en opties die voor de
    beschikbare modellen leverbaar zijn, soms
    nog voordat deze algemeen verkrijgbaar zijn.
    Soms worden opties beschreven waarmee
    uw auto niet is uitgerust.

    OVERZICHT VAN SYMBOLEN
    Dit zijn enkele symbolen die u in uw auto
    kunt aantreffen.

    N.B.: Sommige van de afbeeldingen in deze
    handleiding worden voor verschillende
    modellen gebruikt, waardoor ze er anders
    kunnen uitzien in uw auto. De essentiële
    informatie in de afbeeldingen is echter altijd
    correct.

    Veiligheidswaarschuwing

    Handleiding raadplegen

    N.B.: Gebruik uw auto altijd volgens de
    geldende regels en voorschriften.

    Airconditioningsysteem

    N.B.: Deze handleiding dient bij de auto te
    blijven wanneer deze wordt verkocht. Het
    vormt een integraal onderdeel van de auto.

    Anti-blokkeerremsysteem

    5

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A



  • Page 8

    Inleiding
    Roken, vlammen en vonken
    vermijden

    Koelvloeistoftemperatuur

    Accu

    Motorolie

    Accuzuur

    Explosief gas

    Remvloeistof - niet op
    petroleumbasis

    Ventilatorwaarschuwing

    Remsysteem

    Veiligheidsgordel vastmaken

    Interieurfilter

    Frontairbag

    Brandstofvuldop controleren

    Mistlampen voor

    Kinderslot ver-/ontgrendelen

    Brandstofpomp resetten

    Onderste verankering kinderzitje

    Zekeringenbox

    Bovenste verankering kinderzitje

    Waarschuwingsknipperlichten

    Snelheidsregeling

    Achterruitverwarming

    Niet openen indien heet

    Voorruitverwarming
    Bagageruimteontgrendeling

    Motorluchtfilter

    Boordkrik

    Koelvloeistof

    Buiten het bereik van kinderen
    houden

    6

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 9

    Inleiding
    Verlichtingsschakelaar

    AANBEVELING NIEUWE
    ONDERDELEN

    Waarschuwing lage
    bandenspanning

    Uw auto is volgens de hoogste normen
    gebouwd met gebruik van hoogwaardige
    onderdelen. We raden het gebruik van
    originele Ford en Motorcraft onderdelen
    aan wanneer er gepland onderhoud of
    reparaties aan uw auto moeten worden
    uitgevoerd. U kunt originele Ford en
    Motorcraft onderdelen duidelijk herkennen
    aan de Ford, FoMoCo of Motorcraft logo's
    of markeringen op de onderdelen of hun
    verpakking.

    Correct vloeistofpeil aanhouden

    Let op de gebruiksinstructies

    Paniekalarm

    Gepland onderhoud en
    mechanische reparaties

    Parkeerhulpsysteem

    Een van de beste manieren om er zeker
    van te zijn dat uw auto jarenlang meegaat,
    is het uitvoeren van ondehoud in lijn met
    onze aanbevelingen en het gebruik van
    onderdelen conform de specificaties in
    deze Handleiding. Originele Ford en
    Motorcraft onderdelen voldoen of
    overtreffen deze specificaties.

    Parkeerrem

    Stuurbekrachtigingsvloeistof

    Elektrisch bediende ruiten
    voor/achter

    Schadeherstel
    We hopen dat u nooit bij een aanrijding
    betrokken raakt, maar ongelukken
    gebeuren nou eenmaal. Originele Ford
    vervangingsonderdelen voldoen aan onze
    strikte eisen voor montage, afwerking,
    structurele integriteit, corrosiebescherming
    en deukweerstand. Tijdens de ontwikkeling
    van de auto valideren we of deze
    onderdelen het gewenste
    beschermingsniveau leveren als een geheel
    systeem. Een goede manier om zeker te
    weten dat u dit beschermingsniveau geniet
    is het gebruik van originele Ford
    vervanginngsonderdelen.

    Blokkering elektrisch bediende
    ruit
    Onderhoud motor vereist

    Zijairbag

    Scherm de ogen af

    Stabiliteitsregeling

    Voorruitwisser en -sproeier

    7

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 10

    Inleiding
    Garantie op vervangingsonderdelen

    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    Originele Ford en Motorcraft
    vervangingsonderdelen zijn de enige
    vervangingsonderdelen met het voordeel
    van Ford Garantie. Schade aan uw auto
    die veroorzaakt wordt door andere
    onderdelen dan die van Ford, wordt
    mogelijk niet gedekt door Ford Garantie.
    Zie de voorwaarden en bepalingen van
    Ford Garantie voor meer informatie.

    UITRUSTING MOBIELE
    COMMUNICATIE
    Het gebruik van mobiele
    communicatie-apparatuur wordt steeds
    belangrijker op zowel zakelijk als
    persoonlijk gebied. Bij het gebruik van
    dergelijke apparatuur is het echter
    belangrijk dat uw eigen veiligheid en die
    van anderen niet in het geding komt. Indien
    correct gebruikt, kan mobiele
    communicatie de persoonlijke veiligheid
    en bescherming verbeteren, met name in
    noodsituaties. Bij het gebruik van mobiele
    communicatie-apparatuur moet de
    veiligheid altijd voorop worden gesteld, om
    ervoor te zorgen dat deze voordelen
    behouden blijven. Mobiele
    communicatie-apparatuur omvat, maar is
    niet beperkt tot, mobiele telefoons, pagers,
    draagbare e-mailapparatuur,
    sms-apparatuur en draagbare
    zendontvangers.

    8

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 11

    In één oogopslag

    Overzicht voorzijde exterieur

    A

    Zie Vergrendelen en ontgrendelen (bladzijde 36). Zie Sleutelloze toegang
    (bladzijde 39).

    B

    Zie Active City Stop (bladzijde 124).

    C

    Zie Ruitenwisserbladen vervangen (bladzijde 165).

    D

    Zie Onderhoud (bladzijde 157).

    E

    Zie Sleeppunten (bladzijde 132).

    F

    Zie Gloeilampen vervangen (bladzijde 167).

    G

    Bandenspanning Zie Technische specificatie (bladzijde 190).

    H

    Zie Een wiel vervangen (bladzijde 186).

    9

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 12

    In één oogopslag
    Overzicht interieur

    A

    Zie Versnellingsbak/transmissie (bladzijde 109).

    B

    Zie Vergrendelen en ontgrendelen (bladzijde 36).

    C

    Zie Elektrisch bedienbare ruiten (bladzijde 56). Zie Buitenspiegels (bladzijde
    57).

    D

    Zie Hoofdsteunen (bladzijde 86).

    E

    Zie Veiligheidsgordels vastmaken (bladzijde 23).

    F

    Zie Achterbank (bladzijde 89).

    G

    Zie Handmatig verstelbare stoelen (bladzijde 88).

    10

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 13

    In één oogopslag
    H

    Zie Parkeerrem (bladzijde 114).

    I

    Zie De motorkap openen en sluiten (bladzijde 158).

    Overzicht instrumentenpaneel
    Stuur links

    11

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 14

    In één oogopslag
    Stuur rechts

    A

    Luchtroosters. Zie Ventilatieroosters (bladzijde 78).

    B

    Richtingaanwijzers. Zie Richtingaanwijzers (bladzijde 54). Grootlicht. Zie
    Verlichtingsbediening (bladzijde 50).

    C

    Instrumentengroep. Zie Meters (bladzijde 61). Zie Waarschuwings- en
    indicatielampen (bladzijde 61).

    D

    Startknop. Zie Motor starten en stoppen (bladzijde 94).

    E

    Ruitenwisserschakelaar. Zie Ruitenwissers en ruitensproeiers (bladzijde
    47).

    F

    Informatie- en entertainmentdisplay. Zie Infodisplays (bladzijde 66).

    G

    Audio-unit. Zie Audiosysteem (bladzijde 197).

    H

    Knop centrale portiervergrendeling. Zie Vergrendelen en ontgrendelen
    (bladzijde 36).

    I

    Schakelaar waarschuwingsknipperlichten. Zie Waarschuwingsknipperlichten
    (bladzijde 137).

    J

    Bedieningselementen klimaatregeling. Zie Klimaatregeling (bladzijde 78).

    12

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 15

    In één oogopslag
    J

    Schakelaar achterruitverwarming. Zie Klimaatregeling (bladzijde 78).

    J

    Schakelaar voorruitverwarming. Zie Klimaatregeling (bladzijde 78).

    K

    Schakelaar parkeerhulp. Zie Parkeerhulp (bladzijde 117).

    L

    Start/stop-schakelaar. Zie Auto-Start-Stop (bladzijde 100).

    M

    Kaarthouder of waarschuwingslamp passagiersairbag. Zie Passagiersairbag
    (bladzijde 26).

    N

    Contactslot. Zie Contactslot (bladzijde 94).

    O

    Schakelaars snelheidsregeling (cruise control). Zie Gebruik maken van
    snelheidsregeling (bladzijde 122).

    P

    Claxon.

    Q

    Knieairbag voor bestuurder. Zie Knie-airbag bestuurder (bladzijde 27).

    R

    Stuurwielverstelling. Zie Stuurwiel afstellen (bladzijde 45).

    S

    Bediening audio-unit. Zie Audiosysteem (bladzijde 197). Spraakbesturing. Zie
    Spraaksturing (bladzijde 46).

    T

    Hefboom motorkapontgrendeling. Zie De motorkap openen en sluiten
    (bladzijde 158).

    U

    Lichtschakelaar. Zie Verlichtingsbediening (bladzijde 50). Mistlampen, vóór.
    Zie Voorste mistlampen (bladzijde 52). Mistachterlicht. Zie
    Mistachterlichten (bladzijde 53). Regelknop instrumentenverlichting. Zie
    Dimmer instrumentenpaneelverlichting (bladzijde 52).

    13

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 16

    In één oogopslag
    Overzicht achterzijde exterieur

    A

    Zie Gloeilampen vervangen (bladzijde 167).

    B

    Zie Ruitenwisserbladen vervangen (bladzijde 165).

    C

    Zie Gloeilampen vervangen (bladzijde 167).

    D

    Zie Eerstehulpset (bladzijde 137). Zie Gevarendriehoek (bladzijde 137). Zie
    Set tijdelijke mobiliteit (bladzijde 180). Reservewiel, krik en wielmoersleutel.
    Zie Een wiel vervangen (bladzijde 186). Sleepoog. Zie Sleeppunten (bladzijde
    132).

    E

    Zie Sleeppunten (bladzijde 132).

    F

    Bandenspanning Zie Technische specificatie (bladzijde 190).

    14

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 17

    In één oogopslag
    G

    Zie Een wiel vervangen (bladzijde 186).

    H

    Zie Tanken (bladzijde 105).

    15

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 18

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen
    KINDERZITJES AANBRENGEN

    WAARSCHUWINGEN
    Wanneer uw auto bij een aanrijding
    betrokken is geweest, laat dan het
    kinderzitje door een erkende dealer
    controleren.
    N.B.: De wettelijke voorschriften t.a.v. het
    gebruik van kinderzitjes is per land
    verschillend.
    Alleen kinderzitjes gecertificeerd voor
    ECE-R44.03 (of recenter) zijn getest en
    goedgekeurd voor gebruik in uw auto. Een
    keuze hieruit is beschikbaar bij een erkende
    dealer.

    Kinderzitjes voor verschillende
    gewichtsgroepen
    Gebruik het correcte kinderzitje als volgt:
    Babyzitje

    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik een goedgekeurd kinderzitje
    voor kinderen kleiner dan 150 cm op
    de achterbank.
    Extreem gevaar! Gebruik een naar
    achteren gericht kinderzitje niet op
    een stoel die beschermd wordt door
    een ervoor aangebrachte airbag!
    Lees de instructies van de fabrikant
    en volg deze op wanneer u een
    kinderzitje aanbrengt.

    Plaats kinderen met een lichaamsgewicht
    van minder dan 13 kilogram in een
    achterwaarts gericht babyzitje (Groep 0+)
    dat op de achterbank is bevestigd.

    Verander op geen enkele wijze het
    kinderzitje.
    Houd een kinderzitje nooit op uw
    schoot wanneer de auto rijdt.
    Laat kinderen niet zonder toezicht in
    uw auto achter.

    16

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 19

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen
    Kinderzitje

    N.B.: Wanneer u een kinderzitje op de
    achterbank gebruikt, zorg dan dat het
    kinderzitje stevig tegen de stoel rust. De
    hoofdsteun moet wellicht worden opgetild
    of verwijderd. Zie Hoofdsteunen (bladzijde
    86).
    Stoelverhoger (groep 2)

    Vervoer kinderen met een lichaamsgewicht
    van 13 tot 18 kilogram in een kinderzitje
    (Groep 1), dat op de achterbank is
    bevestigd.

    Stoelverhogers
    WAARSCHUWINGEN
    Bevestig een kinderzitje of een
    zitverhoger nooit alleen met de
    heupgordel.

    Laat kinderen met een lichaamsgewicht
    van meer dan 15 kilogram, maar met een
    lengte van minder dan 150 centimeter in
    een kinderzitje of op een stoelverhoger
    plaatsnemen.

    Bevestig een kinderzitje of een
    zitverhoger niet met een
    veiligheidsgordel die niet gespannen
    is of gedraaid zit.

    Wij raden het gebruik van een kinderzitje
    aan, dat uit een zitverhoger met een
    rugleuning bestaat in plaats van alleen een
    zitverhoger. De hogere zitpositie zorgt
    ervoor dat de standaard veiligheidsgordel
    correct over het midden van de schouder
    van het kind en de heupgordel over de
    heupen komt te liggen.

    Leg de schoudergordel niet onder de
    arm of achter de rug van het kind
    langs.
    Gebruik geen kussens, boeken of
    handdoeken om het kind hoger te
    laten zitten.
    Zorg ervoor dat uw kinderen rechtop
    zitten.

    17

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 20

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen
    Stoelverhoger (groep 3)

    Het ISOFIX systeem bestaat uit twee
    stevige bevestigingsarmen aan het
    kinderzitje, die op de verankeringspunten
    op de buitenste zitplaatsen van de tweede
    zitrij tussen de rugleuning en de zitting
    worden bevestigd. Verankeringspunten
    aan de bovenzijde bevinden zich aan de
    achterzijde van de buitenste zitplaatsen.

    Verankeringspunten aan de
    bovenzijde

    ISOFIX verankeringspunten
    WAARSCHUWING
    Gebruik bij toepassing van het ISOFIX
    systeem een voorziening dat
    voorkomt dat de veiligheidsgordel
    kan draaien. Wij raden het gebruik van een
    veiligheidsgordel aan de bovenzijde of met
    een voet aan.

    Kinderzitje met
    verankeringspunten aan de
    bovenzijde bevestigen

    N.B.: Wanneer u een ISOFIX kinderzitje
    aanschaft, let er dan op dat dit geschikt is
    voor de gewichtsgroep van uw kind en dat
    de ISOFIX maatklasse geschikt is voor de
    plaats waar het zitje wordt aangebracht.
    Zie Plaatsing van kinderzitjes (bladzijde
    19).

    WAARSCHUWINGEN
    Bevestig de veiligheidsgordel aan de
    bovenzijde aan geen ander punt dan
    aan het verankeringspunt dat
    hiervoor is bestemd.

    Uw auto is uitgerust met ISOFIX
    verankeringspunten die geschikt zijn voor
    het gebruik van goedgekeurde ISOFIX
    kinderzitjes.

    Zorg ervoor dat de gordel aan de
    bovenzijde niet doorhangt of
    gedraaid is en goed op het
    verankeringspunt is bevestigd.
    N.B.: Verwijder zo nodig het
    bagageafdekpaneel om de montage te
    vergemakkelijken. Zie Bagageafdekkingen
    (bladzijde 127).

    18

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 21

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen
    N.B.: U moet wellicht de hoofdsteun
    omhoog brengen of verwijderen om de
    montage te vergemakkelijken. Zie
    Hoofdsteunen (bladzijde 86).
    1.

    PLAATSING VAN
    KINDERZITJES
    WAARSCHUWINGEN
    Neem contact op met uw dealer voor
    de laatste informatie betreffende
    onze aanbevolen kinderzitjes.

    Leid de veiligheidsgordel onder de
    hoofdsteun door naar het ankerpunt.

    Extreem gevaar! Gebruik een naar
    achteren gericht kinderzitje niet op
    een stoel die beschermd wordt door
    een ervoor aangebrachte airbag!
    Wanneer een kinderzitje met
    steunpoot wordt gebruikt, dan moet
    de steunpoot stevig op de vloer
    rusten.
    Wordt een kinderzitje met een
    veiligheidsgordel gebruikt, dan mag
    deze niet slap hangen of gedraaid
    zijn.
    Het kinderzitje moet stevig tegen de
    stoel aan rusten. De hoofdsteun
    moet wellicht worden opgetild of
    verwijderd. Zie Hoofdsteunen (bladzijde
    86).

    2. Druk het kinderzitje stevig naar
    achteren zodat de onderste ISOFIX
    verankeringspunten goed aangrijpen.
    3. Bevestig de veiligheidsgordel volgens
    de instructies van de fabrikant van het
    kinderzitje.

    N.B.: Bij gebruik van een kinderzitje op de
    voorstoel, dient u de voorste passagiersstoel
    altijd zo ver mogelijk naar achteren te
    verschuiven. Is het heupgedeelte van de
    veiligheidsgordel moeilijk strakker te zetten
    zonder dat speling overblijft, zet dan de
    rugleuning recht overeind en zet de stoel
    hoger. Zie Stoelen (bladzijde 86).

    19

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 22

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen

    Gewichtsgroepen
    Stoelposities

    0

    0+

    1

    2

    3

    Tot 10 kg

    Tot 13 kg

    9 - 18 kg

    15 - 25 kg

    22 - 36 kg

    Voorstoel aan passagierszijde, met airbag
    AAN

    X

    X

    UF¹

    UF¹

    UF¹

    Voorstoel aan passagierszijde, met airbag
    UIT











    Achterbank

    U

    U

    U

    U

    U

    X Niet geschikt voor kinderen in deze gewichtsgroep.
    U Geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor gebruik in deze
    gewichtsgroep.
    U¹ Geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor gebruik in deze
    gewichtsgroep. Wij raden u echter aan een door de overheid goedgekeurd kinderzitje te
    gebruiken dat op de achterbank is geplaatst.
    UF¹ Geschikt voor universele, naar voren gerichte kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor
    gebruik in deze gewichtsgroep. Wij raden u echter aan een door de overheid goedgekeurd
    kinderzitje te gebruiken dat op de achterbank is geplaatst.
    ISOFIX-kinderzitjes
    Gewichtsgroepen

    Stoelposities

    Voorstoel

    Maatklasse

    1

    Naar achteren
    gericht

    Naar voren gericht

    Tot 13 kg

    9 - 18 kg

    Niet uitgerust met ISOFIX

    Stoeltype
    Achterste zitplaats opzij,
    ISOFIX

    0+

    Maatklasse

    C, D, E

    Stoeltype

    IL

    20

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    **

    *

    *

    A, B, B1

    ***

    IL, IUF



  • Page 23

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen
    Gewichtsgroepen

    Stoelposities

    Middelste zitplaats achterbank

    Maatklasse

    0+

    1

    Naar achteren
    gericht

    Naar voren gericht

    Tot 13 kg

    9 - 18 kg

    Niet uitgerust met ISOFIX

    Stoeltype

    IL Geschikt voor bepaalde ISOFIX kinderzitjes van de categorie semi-universeel. Raadpleeg
    de voertuigaanbevelingslijst van de fabrikant van de kinderzitjes.
    IUF Geschikt voor ISOFIX naar voren gerichte kinderzitjes van de categorie universeel
    goedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep en ISOFIX maatklasse.
    1

    De ISOFIX maatklasse voor universele en semi-universele kinderzitjes is gedefinieerd
    door de hoofdletters A t/m G. Deze letters staan vermeld op het ISOFIX kinderzitje.
    **

    Ten tijde van publicatie is de aanbevolen groep O+ ISOFIX kinderzitjes de Britax Romer
    Baby Safe. Neem contact op met uw dealer voor de laatste informatie betreffende onze
    aanbevolen kinderzitjes.
    ***

    Ten tijde van publicatie is de aanbevolen groep 1 ISOFIX kinderzitjes de Britax Romer
    Duo. Neem contact op met uw dealer voor de laatste informatie betreffende onze
    aanbevolen kinderzitjes.

    21

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 24

    Veiligheidsuitrusting voor kinderen
    KINDERSLOTEN
    WAARSCHUWING
    Wanneer de kindersloten in werking
    zijn gesteld, kunnen de portieren niet
    van binnenuit worden geopend.

    Linkerzijde
    Draai linksom om te vergrendelen en
    rechtsom om te ontgrendelen.

    Rechterzijde
    Draai rechtsom om te vergrendelen en
    linksom om te ontgrendelen.

    22

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 25

    Veiligheidsgordels
    VEILIGHEIDSGORDELS
    VASTMAKEN
    WAARSCHUWINGEN
    Steek de slottong in het gordelslot
    tot een zachte klik hoorbaar is. U
    hebt de veiligheidsgordel niet correct
    bevestigd wanneer u geen klik hoort.
    Zorg dat de veiligheidsgordel correct
    wordt opgeborgen en niet buiten de
    auto hangt tijdens sluiten van het
    portier.

    Trek de veiligheidsgordel gelijkmatig uit.
    Deze kan blokkeren wanneer u hem te snel
    uittrekt of wanneer de auto op een helling
    staat.
    Druk op de rode toets om de
    veiligheidsgordel te ontgrendelen. Laat
    hem volledig en geheel oprollen.

    N.B.: Indien de veiligheidsgordels niet in
    gebruik zijn, maak ze dan in de gleuven op
    het bekledingspaneel aan de buitenzijde
    vast.

    23

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 26

    Veiligheidsgordels
    Gebruik van veiligheidsgordels
    tijdens zwangerschap

    De waarschuwingslamp brandt en een
    akoestisch waarschuwingssignaal
    weerklint wanneer er aan de volgende
    voorwaarden is voldaan:
    • De voorste veiligheidsgordels zijn niet
    vastgemaakt.
    • Uw auto overschrijft een relatief lage
    snelheid.
    De lamp brandt ook wanneer een voorste
    veiligheidsgordel niet is vastgemaakt
    terwijl uw auto rijdt.
    Als u uw veiligheidsgordel niet vastmaakt,
    dam worden zowel het akoestische
    waarschuwingssignaal als de visuele
    waarschuwingen na circa vijf minuten
    automatisch uitgeschakeld.

    WAARSCHUWING
    Breng de veiligheidsgordel voor uw
    eigen veiligheid, maar ook voor dat
    van uw ongeboren kind op correcte
    wijze aan. Draag niet alleen de heupgordel
    of de schoudergordel.

    Waarschuwing veiligheidsgordel
    uitschakelen
    Neem contact op met uw erkende dealer.

    Zwangere vrouwen moeten altijd een
    veiligheidsgordel dragen. Het heupgedeelte
    van een gecombineerde heup- en
    schoudergordel moet laag rond de heupen
    onder de buik worden geplaatst en zo strak
    mogelijk worden gedragen zonder
    comfortverlies. De schoudergordel moet
    rond het midden van de schouder en het
    midden van de borst worden geplaatst.

    HERINNERING
    VEILIGHEIDSGORDEL
    WAARSCHUWING
    Het systeem biedt alleen
    bescherming als u de
    veiligheidsgordel correct gebruikt.

    24

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 27

    Aanvullend veiligheidssysteem
    WERKING

    WAARSCHUWINGEN
    Doorboor de stoel niet met scherpe
    voorwerpen. Dit zou nadelige
    gevolgen voor het ontvouwen van de
    airbags kunnen hebben en de airbags
    kunnen beschadigen. Wanneer deze
    waarschuwing niet wordt opgevolgd, kan
    dit ernstig letsel of de dood tot gevolg
    hebben.

    WAARSCHUWINGEN
    Extreem gevaar! Gebruik een naar
    achteren gericht
    kinderveiligheidszitje nooit op een
    stoel die beschermd wordt door een ervoor
    aangebrachte actieve airbag. Doet u dit
    wel, dan kan dit ernstig letsel of de dood
    tot gevolg hebben.

    Gebruik uitsluitend stoelhoezen die
    zijn ontworpen voor zij-airbags. Laat
    deze aanbrengen door een erkende
    dealer. Wanneer deze waarschuwing niet
    wordt opgevolgd, kan dit ernstig letsel of
    de dood tot gevolg hebben.

    Wijzig de voorzijde van de auto op
    geen enkele wijze. Dit zou nadelige
    gevolgen voor het ontvouwen van de
    airbags kunnen hebben. Wanneer deze
    waarschuwing niet wordt opgevolgd, kan
    dit ernstig letsel of de dood tot gevolg
    hebben.

    N.B.: Het opblazen van een airbag gaat
    gepaard met een luide knal en u ziet een
    onschadelijke, poederachtige stofwolk. Dit
    is normaal.

    Draag een veiligheidsgordel en houd
    voldoende afstand tussen uzelf en
    het stuurwiel. Alleen wanneer de
    veiligheidsgordel correct wordt gedragen,
    kan deze u in een zodanige positie houden
    dat de airbag optimaal effect kan
    bewerkstelligen. Zie De juiste zitpositie
    innemen (bladzijde 86). Wanneer deze
    waarschuwing niet wordt opgevolgd, kan
    dit ernstig letsel of de dood tot gevolg
    hebben.

    N.B.: Reinig de panelen van de airbags met
    een vochtige doek.

    BESTUURDERSAIRBAG

    Laat reparaties aan het stuurwiel, de
    stuurkolom, stoelen, airbags en
    veiligheidsgordel uitvoeren door een
    erkende dealer. Wanneer deze
    waarschuwing niet wordt opgevolgd, kan
    dit ernstig letsel of de dood tot gevolg
    hebben.
    Houd de gebieden voor de airbags
    vrij. Breng niets aan op of over de
    panelen van de airbags. In het geval
    van een aanrijding kunnen harde
    voorwerpen letsel of de dood veroorzaken.

    De airbag treedt in werking bij zware
    frontale aanrijdingen of bij aanrijdingen
    binnen een hoek van maximaal 30 graden
    van links of van rechts. De airbag wordt in
    enkele milliseconden opgeblazen en
    stromen weer leeg zodra deze in contact

    25

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 28

    Aanvullend veiligheidssysteem
    komt met het lichaam van de inzittenden,
    waardoor de voorwaartse beweging wordt
    opgevangen. Bij lichte frontale
    aanrijdingen, het over de kop slaan van de
    auto of bij aanrijdingen van achteren of
    opzij wordt de airbag niet geactiveerd.

    PASSAGIERSAIRBAG

    De airbag treedt in werking bij zware
    frontale aanrijdingen of bij aanrijdingen
    binnen een hoek van maximaal 30 graden
    van links of van rechts. De airbag wordt in
    enkele milliseconden opgeblazen en
    stromen weer leeg zodra deze in contact
    komt met het lichaam van de inzittenden,
    waardoor de voorwaartse beweging wordt
    opgevangen. Bij lichte frontale
    aanrijdingen, het over de kop slaan van de
    auto of bij aanrijdingen van achteren of
    opzij wordt de airbag niet geactiveerd.

    Uitschakelen

    B

    Inschakelen

    Zet de schakelaar in stand A.
    Controleer bij het aanzetten van het
    contact, of de controlelamp airbag
    uitgeschakeld gaat branden.

    De passagiersairbag inschakelen
    WAARSCHUWING
    U moet de airbag inschakelen
    wanneer er geen kinderzitje op de
    voorstoel wordt gebruikt.

    De passagiersairbag uitschakelen
    WAARSCHUWING

    Zet de schakelaar in stand B.

    U moet de airbag uitschakelen
    wanneer een naar achteren gericht
    kinderzitje op de voorstoel wordt
    gebruikt.

    26

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A



  • Page 29

    Aanvullend veiligheidssysteem
    met het lichaam van de inzittende,
    waardoor hij een kussen vormt tussen de
    knieën van de bestuurder en de
    stuurkolom. Tijdens het over de kop slaan
    van de auto, aanrijdingen van achteren en
    opzij wordt de knieairbag niet geactiveerd.

    ZIJ-AIRBAGS
    WAARSCHUWING
    Gebruik uitsluitend stoelhoezen die
    zijn ontworpen voor zij-airbags. Laat
    deze aanbrengen door een erkende
    dealer.

    Voor locatie: Zie In één oogopslag
    (bladzijde 9).
    N.B.: De airbag heeft een lagere
    activeringsdrempel dan de frontairbags.
    Tijdens een lichte aanrijding is het mogelijk
    dat alleen de knieairbag wordt geactiveerd.

    HOOFDAIRBAGS

    De zij-airbags bevinden zich in de zijkant
    van de rugleuningen van de voorstoelen.
    Op de zijkant van de rugleuning is een label
    aangebracht om dit aan te geven.
    De airbag wordt geactiveerd bij zware
    zijdelingse aanrijdingen. De airbag wordt
    niet geactiveerd bij lichte zijdelingse en
    frontale aanrijdingen, aanrijdingen van
    achteren of over de kop slaan van de auto.

    De airbags zijn aangebracht boven de
    zijruiten voor en achter.
    De airbag wordt geactiveerd bij zware
    zijdelingse aanrijdingen. De airbag wordt
    tevens geactiveerd tijdens zware frontale
    aanrijdingen. De gordijnairbag wordt niet
    geactiveerd bij lichte zijdelingse en frontale
    aanrijdingen, aanrijdingen van achteren of
    over de kop slaan van de auto.

    KNIE-AIRBAG BESTUURDER
    WAARSCHUWING
    Probeer niet het paneel van de airbag
    te openen.
    De airbag treedt in werking bij zware
    frontale aanrijdingen of bij aanrijdingen
    binnen een hoek van maximaal 30 graden
    van links of van rechts. De airbag wordt in
    enkele milliseconden opgeblazen en
    stroomt weer leeg zodra hij in contact komt

    27

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 30

    Sleutels en afstandsbediening
    ALGEMENE INFORMATIE
    OVER RADIOFREQUENTIES

    AFSTANDSBEDIENING
    U kunt maximaal acht
    afstandsbedieningen voor uw auto
    programmeren. Dit geldt tevens voor
    afstandsbedieningen die bij de auto zijn
    geleverd. De afstandsbediening moet zich
    tijdens de programmeerprocedure in de
    auto bevinden. Sluit alle portieren en klik
    de veiligheidsgordels voor vast om te
    voorkomen dat er akoestische
    waarschuwingssignalen tijdens het
    programmeren hoorbaar zijn.

    N.B.: Het uitvoeren van wijzigingen of
    modificaties zonder nadrukkelijke
    toestemming van de verantwoordelijke partij
    kan leiden tot vervallen van het recht op
    bediening van het apparaat.
    Het typische werkingsbereik voor uw
    zender is ca. 10 m.
    Een afname van het werkingsbereik kan
    worden veroorzaakt door:
    • weersomstandigheden
    • radiotorens in de buurt
    • gebouwen rond de auto
    • andere geparkeerde auto's naast de
    auto

    Een nieuwe afstandsbediening
    programmeren
    1.

    2.

    De radiofrequentie van de
    afstandsbediening kan ook worden
    gebruikt door andere zenders met een klein
    bereik (bijvoorbeeld zendamateurs,
    medische apparatuur, draadloze
    hoofdtelefoons, afstandsbedieningen en
    alarmsystemen). Wanneer de frequenties
    worden gestoord, kunt u geen gebruik meer
    maken van uw afstandsbediening. De
    portieren kunt u met de sleutel
    vergrendelen en ontgrendelen.

    3.

    4.

    N.B.: Controleer of uw auto vergrendeld is
    voordat u deze onbeheerd achterlaat.
    N.B.: Als u binnen het bereik bent, werkt de
    afstandsbediening als u onbedoeld op een
    toets drukt.

    5.

    28

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Draai de contactsleutel viermaal
    binnen zes seconden vanuit stand 0 in
    stand II.
    Zet het contact in stand 0. Een
    geluidssignaal geeft aan dat het nu
    mogelijk is een afstandsbediening te
    programmeren.
    Druk binnen 10 seconden op een
    willekeurige toets op een nieuwe
    afstandbediening. Ter bevestiging
    klinkt een signaal.
    Herhaal stap drie binnen 10 seconden
    voor iedere nieuwe afstandsbediening.
    Verwijder de sleutel niet uit het
    contactslot wanneer u de toets op de
    afstandsbediening indrukt.
    Schakel het contact weer in (stand II)
    of wacht 10 seconden zonder een
    andere afstandsbediening te
    programmeren om het programmeren
    te beëindigen. Uw auto kan nu alleen
    met de afstandsbedieningen die u
    zojuist hebt geprogrammeerd worden
    vergrendeld en ontgrendeld.



  • Page 31

    Sleutels en afstandsbediening
    Ontgrendelfunctie opnieuw
    programmeren

    1.

    N.B.: Wanneer u de ontgrendeltoets indrukt
    worden alle portieren ontgrendeld of
    worden alleen het bestuurdersportier en de
    achterklep ontgrendeld. Door opnieuw op
    de ontgrendeltoets te drukken worden alle
    portieren ontgrendeld.

    Steek een schroevendraaier zover
    mogelijk in de sleuf aan de zijkant van
    de afstandsbediening. Druk de
    schroevendraaier in de richting van het
    sleutelblad en verwijder dit.

    Houd bij uitgeschakeld contact de
    ontgrendel- en vergrendelknoppen van de
    afstandsbediening gelijktijdig tenminste 4
    seconden lang ingedrukt. De
    richtingaanwijzers knipperen tweemaal
    om de wijziging te bevestigen.
    Herhaal de procedure om de
    oorspronkelijke ontgrendelfunctie in te
    schakelen.

    2. Draai de schroevendraaier in de
    afgebeelde richting om een begin te
    maken de twee huishelften van de
    afstandsbediening van elkaar te
    scheiden.

    Batterij van afstandsbediening
    vervangen
    Zorg dat u oude batterijen op
    milieuvriendelijke wijze weggooit.
    Zoek advies m.b.t. de plaatselijke
    regels m.b.t. recycling.

    Afstandsbediening met inklapbare
    sleutelbaard

    3. Draai de schroevendraaier in de
    afgebeelde richting om de twee
    huishelften van de afstandsbediening
    van elkaar te scheiden.

    29

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 32

    Sleutels en afstandsbediening

    N.B.: Raak de batterijcontacten of de
    printplaat niet met de schroevendraaier aan.

    3. Draai de schroevendraaier in de
    afgebeelde richting om een begin te
    maken de twee huishelften van de
    afstandsbediening van elkaar te
    scheiden.

    4. Verwijder de batterij voorzichtig met
    de schroevendraaier.
    5. Breng een nieuwe batterij (3V CR
    2032) aan met de + naar beneden
    gekeerd.
    6. Zet de twee huishelften van de
    afstandsbediening op elkaar vast.
    7. Breng het sleutelblad aan.

    Afstandsbediening zonder
    inklapbare sleutelbaard

    4. Draai de schroevendraaier in de
    afgebeelde richting om de twee
    huishelften van de afstandsbediening
    van elkaar te scheiden.

    1.

    Houd de toetsen in de randen ingedrukt
    om de afdekking te ontgrendelen.
    Verwijder voorzichtig het kapje.
    2. Verwijder de sleutelbaard.

    30

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 33

    Sleutels en afstandsbediening

    N.B.: Raak de batterijcontacten of de
    printplaat niet met de schroevendraaier aan.
    5. Verwijder de batterij voorzichtig met
    de schroevendraaier.
    6. Breng een nieuwe batterij (3V CR
    2032) aan met de + naar beneden
    gekeerd.
    7. Zet de twee huishelften van de
    afstandsbediening op elkaar vast.
    8. Breng het sleutelblad aan.

    EEN VERLOREN SLEUTEL OF
    AFSTANDSBEDIENING
    VERVANGEN
    Vervangende of extra sleutels of
    afstandsbedieningen kunnen bij een
    erkende dealer gekocht worden. Uw dealer
    kan de afstandsbedieningen voor uw auto
    programmeren of u kunt dit wellicht zelf
    doen. Zie Afstandsbediening (bladzijde
    28).
    Neem contact op met een erkende dealer
    voor het herprogrammeren van de passieve
    elektronische startbeveiliging.

    31

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 34

    MyKey™
    Standaardinstellingen

    WERKING

    De volgende instellingen kunnen niet
    gewijzigd worden:
    • Waarschuwing veiligheidsgordel. Deze
    functie kan niet worden uitgeschakeld.
    Wanneer deze functie geactiveerd
    wordt, wordt de geluidsweergave van
    het audiosysteem onderbroken.
    • Waarschuwing laag brandstofpeil. Er
    worden waarschuwingen in het display
    weergegeven, gevolgd door een
    akoestisch signaal, wanneer het
    brandstofpeil laag is.
    • Bestuurdersondersteuningfuncties,
    bijvoorbeeld navigatie- en
    parkeerhulpsystemen. Deze systemen
    worden automatisch ingeschakeld
    wanneer u het contact inschakelt.

    Met het systeem kunt u sleutels
    programmeren met beperkte rijfuncties
    om goed rijgedrag te stimuleren. Met
    uitzondering van één sleutel kunt u alle
    sleutels gebruiken die voor uw auto met
    deze beperkte rijfuncties zijn
    geprogrammeerd.
    Sleutels die niet geprogrammeerd zijn
    worden admin-sleutels genoemd. Met
    deze sleutels kunt u:
    • een MyKey maken
    • optionele MyKey instellingen
    programmeren
    • alle MyKey-functies wissen.
    Wanneer u een MyKey geprogrammeerd
    heeft, kunt u met behulp van het
    informatiedisplay toegang verkrijgen tot
    de volgende informatie:
    • Hoeveel admin-sleutels en MyKeys bij
    de auto geprogrammeerd zijn.
    • De totale met uw auto gereden afstand
    bij het gebruik van een MyKey.

    Optionele Instellingen
    U kunt de MyKey-instellingen configureren
    wanneer u voor het eerst een MyKey
    maakt. U kunt de instellingen ook achteraf
    wijzigen met behulp van een admin-sleutel.
    De volgende instellingen kunnen
    geconfigureerd worden met behulp van
    een admin-sleutel:
    • Er kunnen diverse snelheidslimieten
    worden ingesteld. Er worden
    waarschuwingen in het display
    weergegeven, gevolgd door een
    akoestisch signaal, wanneer uw auto
    de ingestelde snelheid bereikt. Een
    override van de ingestelde snelheid
    door het gaspedaal volledig in te
    drukken, is niet mogelijk.
    • Er kunnen diverse
    snelheidsherinneringen worden
    ingesteld. Er worden waarschuwingen
    in het display weergegeven, gevolgd
    door een akoestisch signaal, wanneer
    de ingestelde rijsnelheid wordt
    overschreden.

    N.B.: Schakel het contact in om het
    systeem te gebruiken.
    N.B.: Alle MyKeys worden met dezelfde
    instellingen geprogrammeerd. U kunt de
    sleutels niet afzonderlijk programmeren.

    32

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 35

    MyKey™




    Uitvoeringen met keyless
    startsysteem

    Het maximale volume van
    audiosysteem is 45%. Er wordt een
    bericht in het display weergegeven
    wanneer u probeert het beperkte
    volume te overschrijden. De
    automatische volumeregeling wordt
    uitgeschakeld.
    Instelling Altijd aan. Wanneer deze
    instelling geselecteerd wordt, kunt u
    de functie Noodhulpassistentie of Niet
    storen niet uitschakelen.

    1.

    Schakel het contact in met behulp van
    een admin-sleutel.
    2. Verkrijg toegang tot het hoofdmenu via
    het informatiedisplay. Selecteer
    MyKey en druk op de knop OK of de
    pijl naar rechts.

    Auto's met sleutelloos
    toegangssysteem
    Als er een MyKey en een admin-sleutel
    aanwezig zijn, registreert uw auto alleen
    de admin-sleutel.

    MYKEY AANMAKEN
    Uitvoeringen zonder keyless
    startsysteem
    1.

    Steek de sleutel die u wilt
    programmeren in het contactslot.
    2. Schakel het contact in.
    3. Verkrijg toegang tot het hoofdmenu via
    het informatiedisplay. Selecteer
    MyKey en druk op de knop OK of de
    pijl naar rechts.
    4. Selecteer Maak MyKey en druk op OK.
    5. Houd, indien gevraagd, de knop OK
    ingedrukt tot u een bericht ziet waarin
    u verzocht wordt deze sleutel als een
    MyKey te markeren. De sleutel wordt
    beperkt zodra u deze de volgende keer
    gebruikt.
    N.B.: Zorg dat u de MyKey markeert, zodat
    u deze van de admin-sleutels kunt
    onderscheiden.

    3. Houd de sleutel die u wilt
    programmeren precies zoals is
    weergegeven naast de stuurkolom.
    4. Selecteer Maak MyKey en druk op OK.
    5. Houd, indien gevraagd, de knop OK
    ingedrukt tot u een bericht ziet waarin
    u verzocht wordt deze sleutel als een
    MyKey te markeren. De sleutel wordt
    beperkt zodra u deze de volgende keer
    gebruikt.
    N.B.: Zorg dat u de MyKey markeert, zodat
    u deze van de admin-sleutels kunt
    onderscheiden.

    33

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 36

    MyKey™
    MyKey-afstand

    MYKEY PROGRAMMEREN

    Registreert de afstand wanneer
    bestuurders een MyKey gebruiken. De enige
    manier om de totale afgelegde afstand te
    verwijderen is via een admin-sleutel om
    uw MyKey te wissen. Als de afgelegde
    afstand niet wordt geregistreerd zoals
    verwacht, dan gebruikt de beoogde
    gebruiker de MyKey niet of werd deze
    onlangs gewist door een admin-sleutel en
    werd de MyKey daarna opnieuw
    aangemaakt.

    Optionele Instellingen
    1.
    2.

    3.
    4.

    5.

    Schakel het contact in met behulp van
    een admin-sleutel.
    Verkrijg toegang tot het hoofdmenu via
    het informatiedisplay. Selecteer
    MyKey en druk op de knop OK of de
    pijl naar rechts.
    Gebruik de pijltoetsen om naar een
    optionele functie te scrollen.
    Druk op de knop OK of de pijl naar
    rechts om door de instellingen te
    scrollen.
    Druk op de knop OK of de pijl naar
    rechts om een selectie te maken.

    Aantal MyKeys
    Wijst op het aantal MyKeys die voor uw
    auto zijn geprogrammeerd. Gebruik deze
    functie om te detecteren hoeveel MyKeys
    er zijn voor uw auto en te bepalen wanneer
    een MyKey is verwijderd.

    ALLE MYKEYS WISSEN

    Aantal admin-sleutels
    N.B.: Door alle MyKeys te wissen, neemt de
    admin-sleutel weer de standaardinstelling
    aan en wordt de MyKey-afstand naar nul
    gereset.

    Hier wordt aangeduid hoeveel
    admin-sleutels er voor uw auto
    geprogrammeerd zijn. Gebruik deze functie
    om te bepalen hoeveel admin-sleutels er
    zijn voor uw auto en te detecteren of er een
    extra MyKey is geprogrammeerd.

    1.

    Schakel het contact in met behulp van
    een admin-sleutel.
    2. Verkrijg toegang tot het hoofdmenu via
    het informatiedisplay. Selecteer
    MyKey en druk op de knop OK of de
    pijl naar rechts.
    3. Scroll naar Alles wissen en druk opop
    de knop OK.
    4. Houd OK ingedrukt tot er een bericht
    wordt weergegeven dat aanduidt dat
    alle MyKeys zijn gewist.

    MYKEY GEBRUIKEN BIJ OP
    AFSTAND BEDIENBARE
    STARTSYSTEMEN
    MyKey is niet compatibel met achteraf
    aangebrachte (aftermarket)
    startsystemen op afstand die niet door
    Ford zijn goedgekeurd. Als u besluit een
    startsysteem op afstand aan te brengen,
    neem dan contact op met een erkende
    dealer voor een door Ford goedgekeurd
    startsysteem op afstand.

    SYSTEEMSTATUS MYKEY
    CONTROLEREN
    Informatie over de MyKeys die voor uw
    auto geprogrammeerd zijn, kunt u vinden
    met behulp van het informatiedisplay.

    34

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 37

    MyKey™
    STORINGSDIAGNOSE MYKEY
    Alle auto's
    Storing

    Mogelijke oorzaken

    Ik kan geen MyKey maken.

    De sleutel die werd gebruikt om de auto te starten is geen
    admin-sleutel.
    De sleutel die werd gebruikt om de auto te starten is de
    enige sleutel. Er moet op zijn minst één admin-sleutel zijn.

    Ik kan de configureerbare
    instellingen niet programmeren.

    De sleutel die werd gebruikt om de auto te starten is geen
    admin-sleutel.
    Er zijn geen MyKeys voor uw auto geprogrammeerd. Zie
    MyKey aanmaken (bladzijde 33).

    Ik kan de MyKeys niet
    wissen.

    De sleutel die werd gebruikt om de auto te starten is geen
    admin-sleutel.
    Er zijn geen MyKeys voor uw auto geprogrammeerd. Zie
    MyKey aanmaken (bladzijde 33).

    Ik ben de enige beheerdersleutel kwijtgeraakt.

    Koop een nieuwe sleutel bij een erkende dealer.

    Ik ben een sleutel kwijtgeraakt.

    Programmeer een reservesleutel. Zie Passief antidiefstalsysteem (bladzijde 42).

    De MyKey-afstand neemt
    niet toe.

    De MyKey wordt niet door de bedoelde gebruiker gebruikt.
    De MyKeys zijn gewist. Zie Alle MyKeys wissen (bladzijde
    34).

    Auto's met drukknop om te starten
    Storing

    Mogelijke oorzaken

    Ik kan geen MyKey maken.

    De sleutel staat niet in de backup-positie. Zie MyKey
    aanmaken (bladzijde 33).

    Er zijn geen MyKey-rijmodi.

    Er is een admin-sleutel aanwezig wanneer u het contact
    inschakelt.
    Er zijn geen MyKeys voor uw auto geprogrammeerd. Zie
    MyKey aanmaken (bladzijde 33).

    35

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 38

    Sloten
    Portieren vergrendelen

    VERGRENDELEN EN
    ONTGRENDELEN

    Druk op de toets om alle
    portieren te vergrendelen. De
    richtingaanwijzers gaan branden.

    Elektrische portiersloten



    Druk de toets nogmaals binnen drie
    seconden in om te bevestigen dat alle
    portieren zijn gesloten. De portieren wordt
    opnieuw vergrendeld en de
    richtingaanwijzers gaan branden als alle
    portieren en de bagageruimte zijn gesloten.

    Druk de toets eenmaal in. De portieren
    worden vergrendeld.
    Druk nogmaals op de toets. De
    portieren worden ontgrendeld.

    Voor locatie: Zie In één oogopslag
    (bladzijde 9).

    N.B.: Als een portier of de bagageruimte
    niet is gesloten of als de motorkap niet is
    gesloten bij auto's met diefstalbeveiliging
    of starten op afstand, dan knipperen de
    lampen niet.

    Afstandsbediening
    De afstandsbediening kan altijd worden
    gebruikt wanneer niet met de auto wordt
    gereden.

    Dubbele vergrendeling

    Portieren ontgrendelen

    WAARSCHUWING

    N.B.: U kunt het bestuurdersportier met de
    sleutel ontgrendelen. Gebruik de sleutel
    wanneer de afstandsbediening niet werkt.

    Gebruik de dubbele vergrendeling
    niet wanneer er zich personen of
    dieren in de auto bevinden. De
    portieren kunnen niet van binnenuit worden
    ontgrendeld indien de dubbele
    vergrendeling is ingeschakeld.

    N.B.: Als u de auto een aantal weken
    vergrendelt, wordt de afstandsbediening
    uitgeschakeld. De auto moet met de sleutel
    ontgrendeld en de motor met de sleutel
    gestart worden. Door de auto op deze
    manier te ontgrendelen en te starten, wordt
    de afstandsbediening weer ingeschakeld.

    Dubbele vergrendeling is een voorziening
    tegen diefstal die voorkomt dat personen
    de portieren van binnenuit kunnen
    ontgrendelen. U kunt de portieren alleen
    dubbel vergrendelen indien ze allemaal zijn
    gesloten.

    Druk op de toets om het
    bestuurdersportier te
    ontgrendelen.

    Druk de toets tweemaal binnen
    drie seconden in.

    Druk binnen drie seconden de toets in om
    alle portieren te ontgrendelen. De
    richtingaanwijzers knipperen.

    Automatisch opnieuw vergrendelen

    Ontgrendelfunctie opnieuw
    programmeren

    De portieren worden automatisch opnieuw
    vergrendeld wanneer u niet binnen 45
    seconden na het ontgrendelen met de
    afstandsbediening een portier opent. De
    portieren worden vergrendeld en het alarm
    keert terug in de vorige stand.

    De ontgrendelfunctie kan dusdanig worden
    geprogrammeerd dat alleen het
    bestuurdersportier wordt ontgrendeld. Zie
    Afstandsbediening (bladzijde 28).

    36

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 39

    Sloten
    Portieren van binnenuit
    vergrendelen en ontgrendelen
    Druk op de toets. Voor locatie:
    Zie In één oogopslag (bladzijde
    9).

    Portieren met de sleutel
    vergrendelen en ontgrendelen
    N.B.: Laat uw sleutels niet in de auto liggen.
    Met sleutel vergrendelen
    Draai de bovenzijde van de sleutel in de
    richting van de voorzijde van de auto.
    Met sleutel dubbel vergrendelen
    Draai de sleutel tweemaal binnen drie
    seconden in de vergrendelstand.
    Met sleutel ontgrendelen
    N.B.: Als de kindersloten zijn ingeschakeld
    en aan de binnenhandgreep wordt
    getrokken, dan wordt alleen de
    noodvergrendeling en niet het kinderslot
    uitgeschakeld. De portieren kunnen alleen
    worden geopend door vanaf de buitenzijde
    de portierkruk uit te trekken.
    N.B.: Als de portieren met deze methode
    ontgrendeld zijn, dan moeten de portieren
    afzonderlijk vergrendeld worden tot de
    centrale vergrendeling is gerepareed.

    Indrukken om te vergrendelen.

    Ontgrendel het bestuurdersportier met de
    sleutel. Alle andere portieren kunnen
    afzonderlijk worden ontgrendeld door aan
    de binnenhandgrepen te trekken.
    N.B.: Als de centrale vergrendeling niet
    werkt, dan kunnen de portieren afzonderlijk
    met de sleutel in de afgebeelde positie
    worden vergrendeld.

    37

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 40

    Sloten
    N.B.: Zorg in een garage of andere
    afgesloten ruimte dat u de achterklep
    voorzichtig opent of sluit om schade aan de
    achterklep te voorkomen.

    SCHUIFDEUR

    N.B.: Hang niets (fietsenrek, etc.) aan de
    spoiler, ruit of achterklep. Dit kan de
    achterklep en onderdelen hiervan
    beschadigen.
    N.B.: Laat de achterklep tijdens het rijden
    niet open. Dit kan de achterklep en
    onderdelen hiervan beschadigen.

    Achterklep openen en sluiten
    Achterklep openen

    Stap wanneer de achterportieren volledig
    geopend zijn niet op de kabel of het
    mechanisme aan de onderzijde van de
    portieropening.

    HANDMATIG BEDIENDE
    ACHTERKLEP
    WAARSCHUWINGEN
    Het is zeer gevaarlijk om in of buiten
    de bagageruimte van uw auto mee
    te rijden. Bij een aanrijding is het risico
    op ernstig letsel of overlijden groter voor
    personen die in of buiten de bagageruimte
    meerijden. Laat niemand op een plek in uw
    auto zonder stoelen en veiligheidsgordels
    meerijden. Zorg ervoor dat iedereen in uw
    auto op een stoel zit en op correcte wijze
    een veiligheidsgordel gebruikt.

    Druk op de knop bovenaan de handgreep
    van de achterklep om de achterklep te
    ontgrendelen en trek vervolgens aan de
    buitenhandgreep.
    Met afstandsbediening openen
    Druk de toets tweemaal binnen
    drie seconden in.

    Zorg dat de achterklep gesloten is
    om te voorkomen dat uitlaatgassen
    in uw auto gezogen worden. Dit
    voorkomt ook dat er passagiers en bagage
    naar buiten vallen. Indien u met een
    geopende achterklep moet rijden, zorg dan
    voor een goede ventilatie in uw auto zodat
    er geen lucht van buiten in uw auto komt.

    38

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 41

    Sloten
    Achterklep sluiten

    Voor het passief vergrendelen en
    ontgrendelen is een geldige passieve
    sleutel nodig die zich in de omgeving van
    een van de drie externe detectiezones
    bevindt. Deze bevinden zich ca. anderhalve
    meter van de voorportierhandgrepen en
    de achterklep vandaan.

    Aan de binnenzijde van de achterklep
    bevindt zich een uitsparing als hulpmiddel
    bij het sluiten.

    Passieve sleutel

    SLEUTELLOZE TOEGANG

    Uw auto kan met de passieve sleutel
    vergrendeld en ontgrendeld worden. U kunt
    de passieve sleutel als een
    afstandsbedieninge gebruiken. Zie
    Vergrendelen en ontgrendelen
    (bladzijde 36).

    Algemene informatie
    WAARSCHUWING
    Het systeem werkt misschien niet
    wanneer de sleutel zich dicht bij
    metalen voorwerpen of elektronische
    apparaten, zoals mobiele telefoons,
    bevindt.

    Auto vergrendelen

    Het systeem werkt in de volgende gevallen
    niet:
    • De voertuigaccu is leeg.
    • De frequenties van de passieve sleutel
    worden verstoord.
    • De batterij in de passieve sleutel leeg
    is.
    N.B.: Wanneer het systeem niet werkt,
    moet u voor het vergrendelen en
    ontgrendelen van uw auto de sleutelbaard
    gebruiken.
    Het systeem maakt het gebruik van een
    sleutel of afstandsbediening overbodig.
    39

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 42

    Sloten
    Auto ontgrendelen

    WAARSCHUWING
    Uw auto wordt niet automatisch
    vergrendeld. Als u niet op een
    vergrendelknop drukt, blijft uw auto
    ontgrendeld.

    N.B.: Indien de auto langer dan drie dagen
    niet wordt ontgrendeld, schakelt het
    systeem over op een energiebesparende
    modus. Dit is om te voorkomen dat de
    voertuigaccu leegraakt. Wanneer uw auto
    in deze modus ontgrendeld wordt, kan de
    reactietijd van het systeem iets langer dan
    gebruikelijk zijn. Om de energiebesparende
    modus te verlaten, moet de auto
    ontgrendeld worden.

    Op ieder voorportier zijn
    vergrendelknoppen aangebracht.
    Druk eenmaal op de vergrendelknop om
    de centrale vergrendeling en het alarm te
    activeren.

    N.B.: De passieve sleutel moet zich binnen
    het detectiegebied van dat portier bevinden.

    Druk tweemaal binnen drie seconden op
    de vergrendelknop om de dubbele
    vergrendeling en het alarm te activeren.

    De richtingaanwijzers knipperen eenmaal
    lang om te bevestigen dat alle portieren
    en de achterklep ontgrendeld zijn en het
    alarm gedeactiveerd is.

    N.B.: Pak tijdens het vergrendelen van de
    auto nooit de portierhandgreep beet.
    N.B.: Uw auto blijft ongeveer drie seconden
    vergrendeld. Wanneer de vertragingsperiode
    voorbij is, kunt u de portieren weer openen,
    mits de passieve sleutel zich binnen het
    betreffende detectiezone bevindt.

    Alleen bestuurdersportier
    ontgrendelen
    Indien de ongrendelfunctie opnieuw is
    geprogrammeerd zodat alleen het
    bestuurdersportier en de achterklep
    worden ontgrendeld. Zie
    Afstandsbediening (bladzijde 28). Let
    op het volgende:

    De richtingaanwijzers knipperen tweemaal
    kort om te bevestigen dat alle portieren en
    de achterklep vergrendeld zijn en het alarm
    geactiveerd is.

    Als het bestuurdersportier als eerste wordt
    geopend blijven de andere portieren
    vergrendeld. Alle overige portieren kunnen
    van binnen de auto ontgrendeld worden
    door op de ontgrendeknop op het
    dashboard te drukken. Voor locatie: Zie In
    één oogopslag (bladzijde 9). De
    portieren kunnen afzonderlijk worden
    ontgrendeld door vanuit het interieur de
    portierhandgreep van het betreffende
    portier uit te trekken.

    Achterklep
    N.B.: Als de passieve sleutel zich bij
    gesloten portierenin de auto bevindt, kan
    de achterklep niet worden gesloten en komt
    deze weer omhoog.
    N.B.: Indien zich een tweede geldige sleutel
    binnen de detectiezone van de achterklep
    bevindt, kan de achterklep worden gesloten.

    Als het voorste passagiersportier als eerste
    wordt geopend, worden alle portieren en
    de achterklep ontgrendeld.

    40

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 43

    Sloten
    Gedeactiveerde sleutels
    In de auto achtergebleven sleutels worden
    gedeactiveerd bij het vergrendelen van de
    auto.
    Een gedeactiveerde sleutel kan niet meer
    worden gebruikt voor het inschakelen van
    het contact of het starten van de motor.
    U dient alle passieve sleutels weer te
    activeren om ze te kunnen gebruiken.
    Ontgrendel de auto met behulp van een
    niet gedeactiveerde passieve sleutel of de
    afstandsbediening om al uw passieve
    sleutels te activeren.
    Alle passieve sleutels worden vervolgens
    geactiveerd wanneer u het contact
    inschakelt of de motor start met een
    geldige sleutel.

    Portieren met de sleutelbaard
    vergrendelen en ontgrendelen

    1. Verwijder voorzichtig het kapje.
    2. Verwijder de sleutelbaard en steek hem
    in het slot.
    N.B.: Alleen de handgreep van het
    bestuurdersportier beschikt over een
    slotcilinder.

    41

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 44

    Beveiliging
    PASSIEF
    ANTIDIEFSTALSYSTEEM

    ANTIDIEFSTALSYSTEEM

    Werking

    Uw auto kan zijn uitgerust met één van de
    volgende alarmsystemen:

    Alarmsysteem

    Het systeem voorkomt starten van de
    motor met behulp van een incorrect
    gecodeerde sleutel.





    Gecodeerde sleutels
    Wanneer u een sleutel verliest, kunt u bij
    een erkende dealer een vervangingssleutel
    verkrijgen. Geef, indien mogelijk, uw dealer
    het sleutelnummer door, dat op het plaatje
    staat dat met de originele sleutels is
    geleverd. U kunt ook extra sleutels bij een
    erkende dealer verkrijgen.

    Perimeteralarm.
    Perimeteralarm met interieursensors.
    Categorie 1 alarm met interieursensors
    en sirene met afzonderlijke accu.

    Perimeteralarm
    Het perimeteralarm is een afschrikmiddel
    voor personen die ongeoorloofd de
    portieren en de motorkap proberen te
    openen. Het beveiligt ook de
    audio-eenheid.

    N.B.: Wanneer u een sleutel bent verloren,
    laat dan de code bij al uw overige sleutels
    wissen. Laat de vervangingssleutels samen
    met uw overige sleutels opnieuw coderen.
    Neem voor meer informatie contact op met
    een erkende dealer.

    Interieursensors

    N.B.: Dek uw sleutels niet met metalen
    voorwerpen af. De ontvanger herkent een
    gecodeerde sleutel dan wellicht niet.

    Immobilisatiesysteem inschakelen
    WAARSCHUWINGEN
    Zorg dat de sensors van de
    interieurverlichtingseenheid niet
    bedekt worden.

    Nadat het contact is afgezet wordt het
    immobilisatiesysteem na een korte periode
    automatisch ingeschakeld.

    Immobilisatiesysteem
    uitschakelen

    Schakel het alarm niet in indien zich
    personen, dieren of andere
    bewegende voorwerpen in de auto
    bevinden.

    Als u de auto op contact zet, wordt het
    immobilisatiesysteem automatisch
    uitgeschakeld wanneer een correct
    gecodeerde sleutel wordt gebruikt.

    De sensors zijn een afschrikmiddel voor
    indringers doordat ze elke beweging in uw
    auto met behulp van sensors registreren.

    Als u de motor niet kunt starten met
    behulp van een correct gecodeerde sleutel,
    laat de auto dan controleren door een
    erkende dealer.

    42

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 45

    Beveiliging
    Sirene met afzonderlijke accu

    Bij volledige beveiliging zijn de
    interieursensors ingeschakeld als u het
    alarm inschakelt.

    De sirene met afzonderlijke accu is een
    extra alarmsysteem dat de sirene
    inschakelt wanneer het alarm wordt
    geactiveerd. Wanneer u uw auto
    vergrendelt, wordt het systeem
    ingeschakeld. De sirene heeft zijn eigen
    accu en wordt ingeschakeld zodra iemand
    de accukabels of de accu van de sirene zelf
    loskoppelt.

    N.B.: Dit kan resulteren in een vals alarm
    wanneer dieren of bewegende voorwerpen
    in uw auto aanwezig zijn.
    Gereduceerde beveiliging
    Bij gereduceerde beveiliging zijn de
    interieursensors uitgeschakeld wanneer u
    het alarm inschakelt.

    Alarm activeren

    N.B.: U kunt de gereduceerde beveiliging
    slechts gedurende één contactcyclus
    inschakelen. De volgende keer dat u het
    contact inschakelt, zal het alarm worden
    teruggezet naar volledige beveiliging.

    Wanneer het alarm is ingeschakeld, kan
    het op een van de volgende manieren
    worden geactiveerd:







    Indien iemand een portier, de
    achterklep of de motorkap opent
    zonder geldige sleutel of
    afstandsbediening.
    Indien iemand de audio-installatie of
    het navigatiesysteem verwijdert.
    Indien u het contact inschakelt zonder
    geldige sleutel.
    Indien de interieursensors bewegingen
    in uw auto registreren.
    Bij auto's met een sirene met
    afzonderlijke accu, wanneer iemand de
    accukabels of de accu van de sirene
    zelf loskoppelt.

    Ask on Exit (Indien aanwezig)
    U kunt de informatiedisplay zodanig
    instellen, dat telkens wordt gevraagd welk
    beveiligingsniveau u wilt instellen.
    Wanneer u Ask on Exit (vragen bij het
    verlaten van de auto) selecteert, verschijnt
    telkens wanneer u het contact uitschakelt
    het bericht Reduced guard?
    (gereduceerde beveiliging) op het
    informatiedisplay. Zie Infoberichten
    (bladzijde 70).
    Wanneer u de gereduceerde beveiliging
    wilt instellen, drukt u op de OK toets
    wanneer dit bericht verschijnt.

    Wanneer het alarm is geactiveerd, klinkt
    de alarmclaxon gedurende 30 seconden
    en knipperen de
    waarschuwingsknipperlichten vijf minuten.

    Wanneer u de volledige beveiliging wilt
    instellen, verlaat dan uw auto zonder op
    de OK te drukken.

    Iedere verdere poging om een van
    bovenstaande handelingen uit te voeren
    activeert het alarm opnieuw.

    Volledige en gereduceerde
    beveiliging
    Volledige beveiliging
    Volledige beveiliging is de standaard
    instelling.

    43

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 46

    Beveiliging
    Perimeteralarm

    Volledige of gereduceerde beveiliging
    selecteren

    Schakel de alarminstallatie en het
    alarmsignaal uit door de portieren te
    ontgrendelen en schakel het contact in, of
    ontgrendel de portieren met de
    afstandsbediening.

    N.B.: Door Gereduceerd te selecteren
    wordt het alarmsysteem niet permanent in
    de gereduceerde beveiligingsmodus gezet.
    Het systeem wordt slechts één
    contactcyclus in de gereduceerde modus
    geschakeld. Wanneer u regelmatig het
    alarmsysteem in de gereduceerde
    beveiligingsmodus zet, selecteer dan Ask
    on Exit.

    Categorie 1 alarm
    Schakel de alarminstallatie en het
    alarmsignaal uit door de portieren te
    ontgrendelen en schakel het contact
    binnen 12 seconden in, of ontgrendel de
    portieren of de achterklep met de
    afstandsbediening.

    U kunt volledige of gereduceerde
    beveiliging selecteren m.b.v. het
    informatie-display. Zie Algemene
    informatie (bladzijde 70).

    Het alarm inschakelen
    Vergrendel uw auto om het alarm in te
    schakelen. Zie Sloten (bladzijde 36).

    Het alarm uitschakelen
    Auto's zonder sleutelloze toegang
    Perimeteralarm
    Schakel het alarm en het alarmsignaal uit
    door de portieren met de sleutel te
    ontgrendelen, schakel het contact met een
    correct gecodeerde sleutel in of ontgrendel
    de portieren met de afstandsbediening.
    Categorie 1 alarm
    Schakel het alarm en het alarmsignaal uit
    door de portieren met de sleutel te
    ontgrendelen, schakel het contact binnen
    12 seconden met een correct gecodeerde
    sleutel in of ontgrendel de portieren met
    de afstandsbediening.
    Auto's met sleutelloos
    toegangssysteem
    N.B.: Voor sleutelloze toegang moet zich
    binnen het detectiegebied van dat portier
    een geldige passieve sleutel bevinden. Zie
    Sleutelloze toegang (bladzijde 39).

    44

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 47

    Stuurwiel
    STUURWIEL AFSTELLEN
    WAARSCHUWING
    Verstel nooit het stuurwiel als uw
    auto in beweging is.
    N.B.: Controleer of u in de juiste positie zit.
    Zie De juiste zitpositie innemen (bladzijde
    86).

    3. Vergrendel het stuurkolom.

    AUDIOBEDIENING
    Selecteer de gewenste bron op de
    audio-unit.
    U kunt de volgende functies bedienen met
    behulp van de regeling:
    1. Ontgrendel de stuurkolom.
    2. Zet het stuurwiel in de gewenste stand.

    45

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A

    Volume hoger

    B

    Opwaarts zoeken, volgende of
    gesprek beëindigen



  • Page 48

    Stuurwiel
    C

    Volume lager

    D

    Neerwaarts zoeken, vorige of
    gesprek aannemen

    SNELHEIDSREGELING
    (CRUISE CONTROL)

    Zoeken, volgende of vorige
    Druk de seek toets in om:
    • op het volgende of vorige radiostation
    af te stemmen
    • het volgende of vorige nummer af te
    spelen
    Houd de seek toets ingedrukt om:
    • af te stemmen op het volgende
    radiostation op een hogere of lagere
    frequentie
    • door een nummer te zoeken

    Zie Snelheidsregeling (Cruise Control)
    (bladzijde 122).

    SPRAAKSTURING

    Druk op de toets om de spraakbesturing in
    of uit te schakelen. Zie SYNC™ (bladzijde
    250).

    46

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 49

    Ruitenwissers en ruitensproeiers
    Intervalwissen

    VOORRUITWISSERS
    N.B.: Laat de voorruit volledig ontdooien
    voordat u de ruitenwissers inschakelt.
    N.B.: Controleer of de ruitenwissers zijn
    uitgeschakeld voordat u een wasstraat
    inrijdt.
    N.B.: Breng nieuwe ruitenwisserbladen aan
    zodra ze stroken water en strepen op de
    voorruit beginnen achter te laten.
    N.B.: Schakel de ruitenwissers niet in bij een
    droge voorruit. Daardoor kunnen krassen op
    de voorruit ontstaan, kunnen de
    wisserbladen beschadigd raken en kan de
    wissermotor verbranden. Gebruik altijd de
    ruitensproeiers voordat u de wisfunctie op
    een droge voorruit inschakelt.

    A

    Kort wisinterval

    B

    Intervalwissen

    C

    Lang wisinterval

    Gebruik de draaiknop om het wisinterval
    af te stellen.

    Snelheidsafhankelijke
    ruitenwissers
    Wanneer de snelheid van uw auto
    toeneemt, neemt het interval tussen de
    wisslagen af.

    AUTOMATISCH IN- EN
    UITSCHAKELENDE
    RUITENWISSERS
    A

    Eenmaal wissen

    B

    Intervalwissen

    C

    Normaal wissen

    D

    Snel wissen

    N.B.: Laat de voorruit volledig ontdooien
    voordat u de ruitenwissers inschakelt.
    N.B.: Controleer of de ruitenwissers zijn
    uitgeschakeld voordat u een wasstraat
    inrijdt.
    N.B.: Reinig de voorruit en de wisserbladen
    indien deze strepen of vlekken beginnen
    achter te laten. Breng nieuwe wisserbladen
    aan indien hiermee het probleem niet is
    verholpen.

    N.B.: Als u de ruitenwisserhendel in de
    stand A ingedrukt houdt, blijven de
    ruitenwissers wissen tot u de
    ruitenwisserhendel loslaat.

    47

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 50

    Ruitenwissers en ruitensproeiers
    N.B.: Indien u de automatische verlichting
    in combinatie met de automatische
    wisfunctie inschakelt, wordt het dimlicht
    automatisch ingeschakeld wanneer de
    regensensor de continue wisfunctie van de
    ruitenwissers activeert.

    De ruitenwissers worden ingeschakeld
    zodra water op de voorruit wordt ontdekt.
    De regensensor meet voortdurend de
    hoeveelheid water op de voorruit en stelt
    de wissnelheid van de ruitenwissers
    automatisch af. Deze functie kan worden
    in- of uitgeschakeld via het
    informatiedisplay. Zie Algemene
    informatie (bladzijde 66).

    Natte of winterse rijomstandigheden met
    ijs, sneeuw of zoute mist op de weg kunnen
    ervoor zorgen dat de ruitenwissers niet vlot
    of niet zoals verwacht wissen en dat er
    vegen ontstaan.

    N.B.: Wanneer u deze functie uitschakelt,
    gaat de ruitenwissers terug variabel wissen
    met tussenpozen naargelang de
    gevoeligheid die u hebt ingesteld.

    In deze omstandigheden kunt u het
    volgende doen om uw voorruit schoon te
    houden:
    • Stel de gevoeligheid van de
    automatische ruitenwissers lager in.
    • Wijzig de wissersnelheid indien nodig
    naar normaal of snel wissen.
    • Schakel de automatische wisfunctie
    uit.

    Gebruik de draaiknop om de gevoeligheid
    van de regensensor af te stellen. Bij de
    minimale automatische wisfunctie treden
    de ruitenwissers in werking wanneer de
    sensor een grote hoeveelheid water op de
    voorruit ontdekt. Bij de maximale
    automatische wisfunctie treden de
    ruitenwissers in werking wanneer de sensor
    een kleine hoeveelheid water op de
    voorruit ontdekt.
    Houd de buitenzijde van de voorruit
    schoon. De prestaties van de sensor
    worden nadelig beïnvloed indien het gebied
    rondom de binnenspiegel vuil is. De
    regensensor is zeer gevoelig en de
    ruitenwissers kunnen in werking treden
    indien vuil, nevel of insecten met de
    voorruit in contact komen.

    VOORRUITSPROEIERS
    A

    Maximale automatische
    wisfunctie

    B

    Aan

    C

    Minimale automatische
    wisfunctie

    N.B.: Bedien de sproeiers niet wanneer het
    sproeierreservoir leeg is. Dit kan leiden tot
    oververitting van de sproeierpomp.

    48

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 51

    Ruitenwissers en ruitensproeiers
    Druk op de knop om de sproeiers te
    bedienen. Na het loslaten van de knop
    blijven de ruitenwissers nog kortstondig in
    werking.

    ACHTERRUITWISSERS EN SPROEIERS
    Intervalwissen
    Trek de hendel naar u toe om de
    ruitensproeiers te bedienen. Deze werken
    maximaal 10 seconden. Na het loslaten
    van de hendel blijft de ruitenwisser nog
    kortstondig in werking.

    Trek de hendel naar u toe.

    Wissen tijdens achteruitrijden
    De achterruitwisser wordt automatisch
    ingeschakeld wanneer de achteruit wordt
    ingeschakeld als:
    • de achterruitwisser niet reeds is
    ingeschakeld;
    • de wisserhendel in stand A, B, C of D
    staat;
    • de voorruitwisser is ingeschakeld (in
    de stand B).

    Ruitensproeier achter
    N.B.: Bedien de sproeiers niet wanneer het
    sproeierreservoir leeg is. Dit kan leiden tot
    oververhitting van de sproeierpomp.

    49

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 52

    Verlichting
    ALGEMENE INFORMATIE

    VERLICHTINGSBEDIENING

    Condensvorming in lampen

    Standen van de lichtschakelaar

    Lampen van de buitenverlichting hebben
    ontluchtingsopeningen ten behoeve van
    normale wijzigingen in de luchtdruk
    Condensvorming kan een natuurlijke
    bijkomstigheid van deze constructie zijn.
    Wanneer vochtige lucht via de
    ontluchtingsopeningen in de lampeenheid
    binnendringt, bestaat de mogelijkheid dat
    condensvorming optreedt wanneer de
    temperatuur laag is. Wanneer normale
    condensvorming optreedt, kan zich een
    licht waas aan de binnenzijde van de lens
    vormen. Dit fijne waas verdwijnt wanneer
    de lampen normaal in bedrijf zijn geleidelijk
    via de ontluchtingsopeningen.
    Onder droge weersomstandigheden kan
    dit oplossen 48 uur duren.
    Voorbeelden van acceptabele
    condensvorming zijn:
    • De aanwezigheid van een fijn waas
    (geen strepen, sporen van druppels of
    grote druppels).
    • Een fijn waas dat 50% van de lens
    bedekt.

    Uit

    B

    Parkeerlichten,
    instrumentenpaneelverlichting,
    kentekenplaatverlichting en
    achterlichten

    C

    Koplampen

    Parkeerlichten
    N.B.: Langdurig gebruik van de
    perkeerlichten leidt ertoe dat de accu
    leegraakt.

    Voorbeelden van onacceptabele
    condensvorming zijn:
    • Een waterplas in de lamp.
    • Strepen, sporen van druppels of grote
    druppels aan de binnenzijde van de
    lens.

    Schakel het contact uit.
    Zet de lichtschakelaar in de stand B.

    Ontdekt u onacceptabele condensvorming,
    laat uw auto dan door een officiële dealer
    controleren.

    50

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A



  • Page 53

    Verlichting
    Grootlicht

    Trek de hendel volledig naar u toe om het
    grootlicht in te schakelen.

    De koplampen worden automatisch in- en
    uitgeschakeld in situaties met weinig
    daglicht of tijdens slechte
    weersomstandigheden.

    Druk de hendel naar voeren om het
    grootlicht uit te schakelen.

    Lichtsignaal

    De koplampen blijven branden gedurende
    een bepaalde periode nadat het contact
    is afgezet. De tijdvertraging kan worden
    afgesteld met behulp van de
    bedieningselementen van de
    informatiedisplay. Zie Infodisplays
    (bladzijde 66).

    Trek de hendel licht naar u toe en laat deze
    weer los voor een lichtsignaal met de
    koplampen.

    AUTOMATISCH IN- EN
    UITSCHAKELENDE
    VERLICHTING

    N.B.: Indien u de automatische verlichting
    in combinatie met de automatische
    wisfunctie inschakelt, wordt het dimlicht
    automatisch ingeschakeld wanneer de
    regensensor de continue wisfunctie van de
    ruitenwissers activeert.

    N.B.: Onder slechte weersomstandigheden
    kan het nodig zijn uw koplampen handmatig
    in te schakelen.
    N.B.: Wanneer u de automatische
    verlichting hebt ingeschakeld, kunt u alleen
    het grootlicht inschakelen wanneer de
    functie de koplampen heeft ingeschakeld.
    N.B.: Wanneer u de automatische
    verlichting hebt ingeschakeld, kunt u alleen
    de voorste mistlampen inschakelen
    wanneer de functie de koplampen heeft
    ingeschakeld.

    51

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 54

    Verlichting
    DIMMER INSTRUMENTENPANEELVERLICHTING

    DAGRIJLICHT
    WAARSCHUWING
    Schakel in situaties met weinig
    daglicht of tijdens slechte
    weersomstandigheden altijd uw
    koplampen in. Het systeem activeert de
    achterlichten niet en biedt tijdens deze
    omstandigheden wellicht onvoldoende
    verlichting. Niet inschakelen van uw
    koplampen onder deze omstandigheden
    kan een aanrijding tot gevolg hebben.
    Het systeem schakelt de koplampen in
    onder omstandigheden met weinig licht.
    Inschakelen van het systeem:
    1. Schakel het contact in.
    2. Draai de verlichtingsknop in de stand
    uit, automatische verlichting of
    parkeerverlichting.
    3. Controleer of de keuzehendel van de
    transmissie in stand P staat.

    Druk er meermaals op of druk erop en houd
    ingedrukt tot het gewenste niveau wordt
    bereikt.
    N.B.: Als u de accu loskoppelt of de accu
    lading verliest, keert de verlichting van het
    instrumentenpaneel terug naar de helderste
    instelling.

    VOORSTE MISTLAMPEN

    UITSCHAKELVERTRAGING
    KOPLAMPEN
    Nadat u het contact uitschakelt, kunt u de
    koplampen inschakelen door de
    richtingaanwijzer naar u toe te trekken. Er
    klinkt kort een signaal. Bij een geopende
    deur gaan de koplampen automatisch na
    drie minuten uit, of 30 seconden nadat de
    laatste deur is gesloten. U kunt deze
    functie annuleren door de richtingaanwijzer
    nogmaals naar u toe te trekken of het
    contact in te schakelen.

    Druk op het bedieningselement om de
    mistlampen voor in of uit te schakelen.

    52

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 55

    Verlichting
    U kunt de koplampen inschakelen wanneer
    de verlichting in een andere stand staat
    dan uit.

    N.B.: Gebruik de mistachterlichten niet
    wanneer het regent of sneeuwt.

    N.B.: Gebruik de mistlampen alleen bij
    beperkt zicht, bijvoorbeeld bij mist, sneeuw
    of hevige regenval.

    N.B.: Als u de automatisch inschakelende
    koplampen inschakelt, kunt u de
    mistlampen pas inschakelen wanneer de
    koplampen automatisch zijn ingeschakeld.

    N.B.: Als u de automatisch inschakelende
    koplampen inschakelt, kunt u de
    mistlampen pas inschakelen wanneer de
    koplampen automatisch zijn ingeschakeld.

    KOPLAMPHOOGTE
    AFSTELLEN

    MISTACHTERLICHTEN

    N.B.: Auto's met Xenon lampen zijn
    uitgerust met automatische
    koplampafstelling.
    1.

    Druk op het bedieningselement om de
    mistlampen voor in of uit te schakelen.

    Druk om de knop omhoog te brengen.

    U kunt de mistachterlichten pas
    inschakelen wanneer de mistlampen
    vooraan of de dimlichtkoplampen branden.

    2. Draai de knop naar de gewenste
    instelling.
    3. Druk de knop weer naar binnen.

    N.B.: Gebruik de mistachterlichten alleen
    wanneer de zichtbaarheid minder dan 164
    feet (50 meter) is.

    U kunt de hoogte van de
    koplamplichtbundels aanpassen aan de
    belading van uw auto.

    53

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 56

    Verlichting
    Aanbevolen schakelaarposities koplampafstelling
    Belading

    *

    Lading in bagagecompartiment

    Schakelaarstand

    -

    -

    0

    2

    3

    -

    2

    3

    Max

    1

    -

    Max

    Voorstoelen

    Stoelen, tweede zitrij

    1-2

    1,5
    *

    2,5

    *

    3,5

    Zie Voertuigidentificatieplaatje (bladzijde 193).

    INTERIEURVERLICHTING

    RICHTINGAANWIJZERS

    Instapverlichting

    Druk de hendel omhoog of omlaag om de
    richtingaanwijzers te gebruiken.
    N.B.: Tik de hendel omhoog of omlaag om
    de richtingaanwijzers driemaal te laten
    knipperen om aan te geven dat u van rijbaan
    gaat wisselen.

    Uit

    B

    Portiercontact

    C

    Aan

    Wanneer u de schakelaar in stand B zet,
    gaat de instapverlichting branden wanneer
    u een portier of de achterklep ontgrendelt
    of opent. Wanneer u het contact
    uitschakelt, gaat de instapverlichting korte
    tijd later automatisch uit om te voorkomen
    dat de accu leegraakt. Zet het contact
    korte tijd aan om de verlichting weer in te
    schakelen.

    54

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A



  • Page 57

    Verlichting
    De instapverlichting gaat ook branden
    wanneer u het contact uitschakelt. De
    verlichting gaat korte tijd later automatisch
    uit of wanneer u de motor start.
    Wanneer u de schakelaar in stand C zet bij
    uitgeschakeld contact, gaat de
    instapverlichting branden. Deze gaat korte
    tijd later automatisch uit om te voorkomen
    dat de accu leegraakt. Zet het contact
    korte tijd aan om de verlichting weer in te
    schakelen.

    Leeslampen

    Wanneer u het contact uitschakelt, gaan
    de leeslampen korte tijd later automatisch
    uit om te voorkomen dat de accu leegraakt.
    Zet het contact kort aan om het weer in te
    schakelen.

    55

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 58

    Ruiten en spiegels
    Ruiten volledig sluiten met één
    druk op de knop (indien aanwezig)

    ELEKTRISCH BEDIENBARE
    RUITEN

    Til de schakelaar volledig op en laat deze
    weer los. Druk de schakelaar opnieuw in of
    trek deze omhoog om de ruit te stoppen.

    WAARSCHUWINGEN
    Laat kinderen niet zonder toezicht in
    uw auto achter en laat hen niet met
    de elektrische ruitbediening spelen.
    Ze kunnen zich ernstig verwonden.

    Achterruitvergrendeling

    Controleer bij het sluiten van de
    elektrisch bediende ruiten of de
    ruiten vrij van obstakels zijn en of
    kinderen en huisdieren zich niet in de
    nabijheid van de ruitopeningen bevinden.

    Druk de schakelaar in om de
    achterruitbediening te vergrendelen of te
    ontgrendelen. De schakelaar wordt verlicht
    wanneer de achterruitbediening is
    vergrendeld.

    Inklembeveiliging (indien aanwezig)
    N.B.: U kunt een pulserend geluid horen als
    er slechts één ruit geopend is. Open de
    tegenoverliggende ruit een stukje om het
    geluid te verminderen.

    De ruit stopt automatisch tijdens het
    sluiten. De ruit wordt een stukje geopend
    indien er een obstakel in de weg zit.
    De inklembeveiliging omzeilen

    Druk op de schakelaar om de ruit te
    openen.

    WAARSCHUWING

    Til de schakelaar op om de ruit te sluiten.

    Als u de inklembeveiliging
    overneemt, dan wordt de ruit niet
    geopend wanneer een obstakel
    wordt geregistreerd. Wees voorzichtig
    wanneer u de ruiten sluit, om letsels of
    schade aan het voertuig te voorkomen.

    Ruiten volledig openen met één
    druk op de knop (indien aanwezig)
    Druk de schakelaar volledig in en laat deze
    weer los. Druk de toets opnieuw in of trek
    hem omhoog om de ruit te stoppen.

    56

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 59

    Ruiten en spiegels
    Ga als volgt te werk om deze
    beveiligingsvoorziening te omzeilen
    wanneer weerstand voelbaar is, bijv. in de
    winter:

    8. Reset de procedure en herhaal deze
    indien de ruit niet automatisch sluit.

    1.

    U kunt de ruitbedieningsschakelaars nog
    enkele minuten lang gebruiken nadat u het
    contact hebt uitgeschakeld of totdat een
    van de voorportieren wordt geopend.

    Accessoiresvertraging (indien aanwezig)

    Sluit de ruit twee maal totdat deze het
    weerstandspunt bereikt en laat de ruit
    openen.
    2. Sluit de ruit een derde maal tot het
    weerstandspunt. De inklembeveiliging
    is nu uitgeschakeld en u kunt de ruit nu
    handmatig sluiten. De ruit zal het
    weerstandspunt nu passeren en u kunt
    de ruit nu volledig sluiten.

    BUITENSPIEGELS
    Elektrisch bedienbare
    buitenspiegels

    Neem zo snel mogelijk contact op met uw
    erkende Forddealer indien de ruit na de
    derde poging niet sluit.

    WAARSCHUWING
    Verstel de spiegels niet tijdens het
    rijden.

    De inklembeveiliging resetten
    WAARSCHUWING
    De inklembeveiliging blijft
    uitgeschakeld totdat u het geheugen
    hebt gereset.
    Indien u de accu hebt losgekoppeld, moet
    u het geheugen van de inklembeveiliging
    afzonderlijk voor elke ruit resetten.
    1.

    2.
    3.
    4.

    5.
    6.

    7.

    Trek de schakelaar omhoog en houd
    hem in deze stand tot de ruit volledig
    is gesloten.
    Laat de schakelaar los.
    Trek de schakelaar opnieuw langer dan
    een seconde omhoog.
    Druk de schakelaar in en houd deze
    ingedrukt tot de ruit volledig is
    geopend.
    Laat de schakelaar los.
    Trek de schakelaar omhoog en houd
    hem in deze stand tot de ruit volledig
    is gesloten.
    Open de ruit en probeer deze
    vervolgens automatisch te sluiten.

    Spiegel aan linkerzijde

    B

    Uit

    C

    Spiegel aan rechterzijde

    Druk op de pijlen om de spiegel af te
    stellen.

    57

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A



  • Page 60

    Ruiten en spiegels
    Elektrisch inklapbare
    buitenspiegels

    Druk op de pijl omlaag om de spiegels in
    of uit te klappen.

    Automatisch in- en uitklappen

    Wanneer u nogmaals op de schakelaar
    drukt terwijl de spiegels in beweging zijn,
    stoppen deze en wordt de richting van
    verplaatsing omgekeerd.

    N.B.: Indien de spiegels zijn ingeklapt met
    behulp van de knop voor handmatige
    bediening kunnen ze uitsluitend worden
    uitgeklapt met behulp van deze knop.

    N.B.: Wanneer de schakelaar gedurende
    korte tijd vaak worden bediend, kan het
    systeem een bepaalde tijd lang buiten
    werking treden om schade door
    oververhitting te voorkomen.

    De spiegels worden automatisch ingeklapt
    wanneer u uw auto met de sleutel, de
    afstandsbediening of via een verzoek van
    het sleutelloos toegangssysteem
    vergrendelt. De spiegels worden uitgeklapt
    wanneer u de auto met de sleutel, de
    afstandsbediening, via een verzoek van het
    sleutelloos toegangssysteem of met de
    binnenportierhandgreep van de bestuurder
    ontgrendelt of de motor start.

    Inklapbare buitenspiegels
    Druk de spiegel in de richting van de
    portierruit. Zorg ervoor dat u de spiegel
    volledig in de steun laat aangrijpen
    wanneer deze in zijn oorspronkelijke positie
    wordt teruggezet.

    Handmatig in- en uitklappen

    BINNENSPIEGEL

    N.B.: U kunt de spiegels alleen in- of
    uitklappen wanneer de spiegelschakelaar
    in de stand B uit staat.

    WAARSCHUWING
    Verstel de spiegel nooit tijdens het
    rijden.

    De elektrisch inklapbare spiegels werken
    alleen bij ingeschakeld contact.
    N.B.: U kunt de spiegels nog enkele minuten
    lang bedienen (spiegel kantelen en in- of
    uitklappen) nadat u het contact hebt
    uitgeschakeld. Als u een portier opent, kunt
    u de spiegels niet meer bedienen.

    N.B.: Reinig de behuizing of het spiegelglas
    niet met agressieve schuurmiddelen,
    brandstof of andere petroleum- of
    ammoniakhoudende reinigingsmiddelen.
    U kunt de binnenspiegel naar wens
    afstellen. Sommige spiegels hebben een
    tweede scharnierpunt. Hiermee kunt u de
    spiegelkop op en neer en heen en weer
    bewegen.
    Trek de nok onder de spiegel naar u toe om
    's nachts verblinding via de spiegel tegen
    te gaan.

    58

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 61

    Ruiten en spiegels
    Binnenspiegel met automatische
    anti-verblindingsstand (indien aanwezig)

    N.B.: Integraal sluiten functioneert alleen
    wanneer u het geheugen voor elke ruit
    correct hebt ingesteld. Zie Elektrisch
    bedienbare ruiten (bladzijde 56).

    N.B.: Blokkeer de sensoren aan de voor- en
    achterzijde van de spiegel niet. De werking
    van de spiegel kan hierdoor worden
    beïnvloed. Een passagier of een verhoogde
    hoofdsteun op de middenstoel achterin kan
    het licht naar de sensor ook belemmeren.

    Integraal openen

    De spiegel dimt automatisch om
    verblinding via de spiegel door verlichting
    achter uw auto te voorkomen. Wanneer u
    de achteruitversnelling selecteert wordt
    automatisch weer de normale
    weerspiegeling ingeschakeld om voor goed
    zicht bij het achteruitrijden te zorgen.

    KINDER OBSERVATIESPIEGEL

    Om alle ruiten te openen:
    1.

    Druk de ontgrendelknop van de
    afstandsbediening in en laat deze los.
    2. Houd de ontgrendelknop van de
    afstandsbediening minimaal 3
    seconden ingedrukt.
    Druk op de vergrendel- of ontgrendelknop
    om de openingsfunctie te stoppen.

    Integraal sluiten
    Auto's zonder sleutelloze toegang
    WAARSCHUWING

    CENTRALE VERGRENDELING

    Wees voorzichtig bij het gebruiken
    van de functie voor integraal sluiten.
    Druk in een noodgeval onmiddellijk
    op de vergrendel- of ontgrendelknop om
    te stoppen.

    Met behulp van de functie voor integraal
    openen en sluiten kunt u ook de elektrisch
    bedienbare ruiten bij uitgeschakeld contact
    bedienen.
    N.B.: Integraal openen werkt slechts korte
    tijd nadat u de auto ontgrendeld hebt met
    behulp van de afstandsbediening.

    59

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 62

    Ruiten en spiegels
    N.B.: Het integraal sluiten kan worden
    ingeschakeld met behulp van de handgreep
    op het bestuurdersportier. Integraal openen
    en sluiten kan ook worden ingeschakeld met
    de toetsen op de passieve sleutel.
    Om alle ruiten te sluiten houd u de
    handgreep op het bestuurdersportier
    tenminste twee seconden lang ingedrukt.
    De anti-inklemfunctie is tevens
    ingeschakeld tijdens het integraal openen
    en sluiten.

    Voor het sluiten van alle ruiten drukt u op
    de vergrendelknop van de
    afstandsbediening en houd u deze
    tenminste drie seconden lang ingedrukt.
    Druk op de vergrendel- of ontgrendeltoets
    om de sluitfunctie te stoppen. De
    anti-inklemfunctie is tevens ingeschakeld
    tijdens het integraal openen en sluiten.
    Auto's met sleutelloze toegang

    WAARSCHUWING
    Wees voorzichtig bij het gebruiken
    van de functie voor integraal sluiten.
    Raak in een noodgeval de
    vergrendelsensor van een
    portierhandgreep aan om te stoppen.

    60

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 63

    Instrumentenpaneel
    METERS

    A

    Toerenteller

    B

    Informatiedisplay

    C

    Snelheidsmeter

    D

    Brandstofmeter

    E

    Terugsteltoets dagteller

    Brandstofmeter

    WAARSCHUWINGS- EN
    INDICATIELAMPEN

    Schakel het contact in. De brandstofmeter
    duidt aan hoe veel brandstof er ongeveer
    in de brandstoftank resteert. De
    brandstofmeter kan licht afwijken wanneer
    uw auto op een helling rijdt. De pijl naast
    het symbool van de brandstofpomp duidt
    aan, aan welke zijde van uw auto zich de
    brandstofvulklep bevindt.

    De volgende waarschuwings- en
    controlelampen branden wanneer u het
    contact aanzet:
    • Antiblokkeersysteem.
    • Airbag.
    • Remsysteem.
    • de koelvloeistoftemperatuur
    • Portieren open.
    • Motor
    • Vorstwaarschuwing.
    • Ontsteking

    61

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 64

    Instrumentenpaneel




    Waarschuwingslamp
    koelvloeistoftemperatuur

    Oliedrukmeter
    Stuurbekrachtiging.
    Stabiliteitsregeling.

    WAARSCHUWING

    Indien een van deze waarschuwings- of
    controlelampen niet gaat branden
    wanneer het contact wordt ingeschakeld,
    duidt dit op een storing. Laat het systeem
    controleren door een erkende dealer.

    Hervat uw reis niet wanneer het
    controlelampje gaat branden terwijl
    het peil correct is. Laat het systeem
    onmiddellijk controleren door een erkende
    dealer.

    Waarschuwingslamp
    antiblokkeersysteem

    Als deze lamp brandt tijdens het
    rijden, dan wijst dit op een
    storing. Breng de auto tot
    stilstand zodra dit veilig kan en schakel de
    motor uit. Controleer het koelvloeistofpeil.
    Zie Motorkoelvloeistof controleren
    (bladzijde 163).

    Als deze lamp brandt tijdens het
    rijden, dan wijst dit op een
    storing. De normale remwerking
    van uw auto blijft gehandhaafd zonder
    antiblokkeersysteem.

    Waarschuwingslamp remsysteem

    Controlelamp automatische
    snelheidsregeling

    Deze gaat branden wanneer u
    de parkeerrem inschakelt en het
    contact is aangezet.

    De controlelamp gaat branden
    wanneer u een snelheid heeft
    ingesteld met behulp van de
    snelheidsregeling. Zie Gebruik maken
    van snelheidsregeling (bladzijde 122).

    WAARSCHUWING
    Verminder geleidelijk uw snelheid en
    breng de auto tot stilstand zodra dit
    veilig kan. Gebruik de remmen
    voorzichtig.

    Waarschuwingslamp
    richtingaanwijzer
    Knippert tijdens werking. Een
    plotselinge toename van de
    knipperfrequentie wijst op een
    defecte gloeilamp. Zie Gloeilampen
    vervangen (bladzijde 167).

    Gaat deze lamp branden wanneer de auto
    in beweging is, controleer dan of de
    parkeerrem is vrijgezet. Is de parkeerrem
    vrijgezet, dan wijst dit op een laag
    remvloeistofniveau of een storing in het
    remsysteem. Laat het systeem
    onmiddellijk controleren door een erkende
    dealer.

    Waarschuwingslamp niet goed
    gesloten portier
    Deze gaat branden wanneer u
    het contact aanzet en blijft
    branden als een portier of de
    motorkap open is.

    62

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 65

    Instrumentenpaneel
    Waarschuwingslampen motor

    Waarschuwingslamp Vorst

    Waarschuwingslampje
    motorelektronica (MIL)

    WAARSCHUWING
    Zelfs wanneer de temperatuur tot
    boven 39°F (4ºC) stijgt, is dit nog
    geen garantie dat de weg vrij is van
    gevaren die door plotselinge
    weersveranderingen kunnen ontstaan.

    Waarschuwingslamp aandrijflijn

    Alle auto's
    Gaat branden wanneer de
    buitentemperatuur 39°F (4°C)
    of lager is.

    Als een van deze lampen gaat branden bij
    een draaiende motor, dan duidt dit op een
    storing. De motor blijft draaien maar levert
    wellicht minder vermogen. Wanneer deze
    tijdens het rijden knippert, minder dan
    onmiddellijk snelheid. Blijft de lamp
    knipperen, vermijd dan snel optrekken en
    krachtig afremmen. Laat het systeem
    onmiddellijk controleren door een erkende
    dealer.

    Controlelamp gloeibougie
    Als de lamp brandt, wacht dan
    tot deze dooft alvorens de motor
    te starten.

    Controlelamp buitenverlichting
    aan

    WAARSCHUWING
    Laat deze storing onmiddellijk
    controleren.

    De controlelamp gaat branden
    wanneer u het dimlicht van de
    koplamp, de zijlichten of de
    achterlichten inschakelt.

    Als beide lampen samen gaan branden,
    breng de auto dan zo snel mogelijk tot
    stilstand wanneer dit veilig kan. Doet u dit
    niet, dan kan dit leiden tot verminderd
    vermogen en afslaan van de motor. Zet de
    auto van contact en probeer de motor te
    starten. Laat het systeem onmiddellijk door
    een erkende dealer controleren als de
    motor kan worden gestart.

    Controlelamp grootlicht
    De controlelamp gaat branden
    wanneer u het grootlicht
    inschakelt. Het knippert wanneer
    u een lichtsignaal geeft.

    Waarschuwingslamp laadstroom

    Waarschuwingslamp airbag voor

    Als deze lamp brandt tijdens het
    rijden, dan wijst dit op een
    storing. Schakel alle onnodige
    elektrische apparatuur uit en laat de auto
    onmiddellijk controleren door een erkende
    dealer.

    Als deze lamp brandt tijdens het
    rijden, dan wijst dit op een
    storing. Laat het systeem
    controleren door een erkende dealer.

    Indicatielamp voorste mistlampen
    De controlelamp gaat branden
    wanneer u de mistlampen, vóór
    inschakelt.

    63

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 66

    Instrumentenpaneel
    Waarschuwingslamp laag
    brandstofpeil

    Waarschuwingslamp
    stuurbekrachtiging

    Wanneer deze lamp brandt,
    dient u zo spoedig mogelijk te
    tanken.

    Als deze lamp brandt tijdens het
    rijden, dan wijst dit op een
    storing. De auto blijft volledig
    bestuurbaar, maar hiervoor is meer kracht
    vereist. Laat het systeem zo snel mogelijk
    door een erkende dealer controleren.

    Waarschuwingslamp lage
    bandenspanning
    De lamp brandt wanneer de
    bandenspanning laag is. Zie

    Indicatielamp mistachterlicht
    De controlelamp gaat branden
    wanneer u de mistachterlichten
    inschakelt.

    Bandenspanningcontrolesysteem
    (bladzijde 185).

    Waarschuwingslamp herinnering
    veiligheidsgordel

    Controlelamp infocentrum
    De controlelamp gaat branden
    wanneer een nieuw bericht is
    opgeslagen in de
    informatiedisplay. Zie Infoberichten
    (bladzijde 70).

    De lamp brandt wanneer er een
    veiligheidsgordel niet is
    vastgemaakt. Zie Herinnering
    veiligheidsgordel (bladzijde 24).

    Schakelindicatielampje

    Waarschuwingslamp oliedruk

    De controlelamp brandt om aan
    te geven dat schakelen naar een
    hogere versnelling zuiniger is en
    zorgt voor een lagere
    CO2-uitstoot. De controlelamp
    brandt niet tijdens perioden van
    hoge acceleratie, wanneer u
    remt of het koppelingspedaal intrapt.

    WAARSCHUWING
    Hervat uw reis niet wanneer het
    controlelampje gaat branden terwijl
    het peil correct is. Laat het systeem
    onmiddellijk controleren door een erkende
    dealer.
    Als deze lamp brandt tijdens het
    rijden, dan wijst dit op een
    storing. Breng de auto tot
    stilstand zodra dit veilig kan en schakel de
    motor uit. Controleer het motoroliepeil.
    Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    Controlelamp stabiliteitsregeling
    De lamp knippert tijdens het
    rijden wanneer het systeem
    werkt. Als na het inschakelen van
    het contact deze lamp niet brandt of indien
    deze tijdens het rijden continu brandt, dan
    duidt dit op een storing. Bij storingen wordt
    het systeem uitgeschakeld. Laat het
    systeem zo snel mogelijk door een erkende
    dealer controleren.

    64

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 67

    Instrumentenpaneel
    Waarschuwing veiligheidsgordel

    Wanneer u het elektronisch
    stabiliteitsprogramma uitschakelt, gaat de
    controlelamp branden. De lamp gaat uit
    wanneer u het systeem weer inschakelt of
    wanneer u het contact afzet.

    WAARSCHUWINGEN
    De waarschuwing veiligheidsgordel
    blijft in de standby-modus wanneer
    de voorste veiligheidsgordels zijn
    vastgemaakt. Deze weerklinkt als er een
    van de twee veiligheidsgordels niet
    vastgemaakt is.

    AKOESTISCHE
    WAARSCHUWINGSSIGNALEN
    EN -INDICATIES

    Ga niet op een in het gordelslot
    gestoken veiligheidsgordel zitten om
    te voorkomen dat de waarschuwing
    veiligheidsgordel wordt geactiveerd. Het
    veiligheidssysteem voor inzittenden biedt
    alleen optimale veiligheid wanneer u de
    veiligheidsgordel correct gebruikt.

    Automatische transmissie
    Weerklinkt als u het bestuurdersportier
    opent en de keuzehendel van de
    transmissie niet in P zet.

    Sleutel buiten auto
    Weerklinkt als de snelheid van uw voertuig
    de vooraf vastegestelde limiet overschrijdt
    en de de voorste veiligheidsgordels niet
    vastgemaakt zijn. Het akoestische
    waarschuwingssingaal stopt na een
    bepaalde periode.

    Auto's met sleutelloos systeem
    Weerklinkt als u het portier sluit, de motor
    draait en het systeem geen passieve
    sleutel in uw auto registreert.

    Koplampen ingeschakeld
    Weerklinkt als u de sleutel uit het contact
    verwijderd en het bestuurdersportier opent,
    terwijl de koplampen of de
    parkeerverlichting ingeschakeld zijn.

    Laag brandstofpeil
    Er klinkt een waarschuwingssignaal
    wanneer de resterende brandstof minder
    dan ca. 6 liter is. De weergegeven afstand
    tot een lege tank kan verschillen
    afhankelijk van de rijstijl en het type
    wegdek.

    65

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 68

    Infodisplays
    Bedieningstoetsen
    informatiedisplay

    ALGEMENE INFORMATIE
    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    U kunt verschillende systemen van uw auto
    aansturen met behulp van de
    bedieningstoetsen van het
    informatiedisplay op de audioeenheid. De
    bijbehorende informatie verschijnt op het
    informatiedisplay.
    Gebruik van de bedieningstoetsen:


    N.B.: De informatiedisplay blijft nadat u het
    contact hebt afgezet gedurende enkele
    minuten aan.



    Lijst met componenten



    Het pictogram verandert om de gebruikte
    functie aan te duiden.
    CD



    Radio



    Auxiliary ingang

    Druk op de pijltoets omhoog of omlaag
    om door de opties in het menu te
    scrollen en deze te selecteren.
    Druk op de rechter pijltoets om een
    submenu op te vragen.
    Druk op de linker pijltoets om een
    submenu te verlaten.
    Houd telkens de linker pijltoets
    ingedrukt wanneer u naar het
    hoofdmenu wilt terugkeren.
    Druk op de OK toets om een keuze te
    maken en instellingen of berichten te
    bevestigen.

    Menustructuur informatiedisplay
    U verkrijgt toegang tot het menu met
    behulp van de bedieningstoetsen
    informatiedisplay.
    N.B.: Sommige opties kunnen iets afwijken
    of niet aanwezig zijn indien de items
    optioneel zijn.
    Met SYNC-Media heeft u toegang tot de
    SYNC®-functies.

    66

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 69

    Infodisplays

    SYNC-Telefoon

    Nummer kiezen
    Opnieuw kiezen
    Telefoonboek
    Oproeplijsten
    Snelkeuze
    SMS
    BT-apparaten
    Tel.instellingen

    Menu

    Ford EcoMode
    SYNC-Instelling.

    Bluetooth aan
    Standaard inst.
    Volledige reset
    Install. in SYNC
    Systeeminfo.
    Spraakinstell.

    SYNC-Applicaties
    Navigatie

    Routeopties
    Kaartweergave
    Hulpfuncties
    Pers. gegevens
    Alle instellingen resetten

    Audio

    Adaptief volume
    Klank
    Nav-audio-mix

    67

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 70

    Infodisplays
    Menu

    DSP-instelling
    DSP-equalizer
    Verkeer
    Nieuwsbericht
    Alt. frequentie
    RDS regionaal
    DAB-servicelink
    Bluetooth
    Auto

    Tractiecontrole
    Active City Stop
    Bandenspanningcontr.
    Hill start assist
    Alarmsysteem
    Rain sensor
    El. inklapb. spiegel
    Richtingaanwijzer
    Sfeerverlichting
    Signaaltonen

    Klok

    Tijd
    Datum
    24-uurs

    Display

    Meeteenheid
    Taal
    Dimmen

    MyKey

    MyKey maken
    Tractiecontrole
    ESC

    68

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 71

    Infodisplays
    Menu

    Active City Stop
    Snelh.beperking
    Snelh.waarsch.
    Volumebegrenz.
    Informatie
    Alle MyKeys wissen
    MyKey actief

    Informatie

    System Check

    TRIPCOMPUTER

    Indien van toepassing worden eerst alle
    actieve waarschuwingen weergegeven.
    Het menu System Check kan afwijken op
    basis van uitrustingsopties en actuele
    voertuigstatus. Druk op de pijltoetsen
    omhoog of omlaag om door de lijst te
    scrollen.

    KLOK
    Druk op de toets om door de schermen te
    scrollen.

    Type 1
    Schakel om de klok af te stellen het
    contact in en druk indien nodig op de toets
    H of M op het informatie- en
    entertainmentdisplay.

    U kunt de dagteller, het
    gemiddelde brandstofverbruik
    en de gemiddelde snelheid
    resetten. Scroll naar het gewenste display
    en houd de knop vervolgens ingedrukt.

    Type 2

    De boordcomputer beschikt over de
    volgende informatiedisplays:

    N.B.: Gebruik het informatiedisplay om de
    klok in te stellen. Zie Algemene informatie
    (bladzijde 66).

    Dagteller
    Registreert de gereden afstand
    van de afzonderlijke ritten.

    69

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 72

    Infodisplays
    Resterende afstand tot tank leeg is

    PERSOONLIJKE
    INSTELLINGEN

    Geeft bij benadering de afstand
    aan die nog met uw auto kan
    worden afgelegd tot de tank leeg
    is. De waarde kan variëren naarmate de
    rijomstandigheden veranderen.

    Meeteenheden
    Scroll naar dit display om af te wisselen
    tussen metrische en Engelse eenheden en
    druk op de toets OK.

    Gemiddeld brandstofverbruik

    Afwisselen tussen metrische en Engelse
    eenheden is van invloed op de volgende
    displays:
    • Resterende afstand tot tank leeg is
    • Gemiddeld brandstofverbruik
    • Momenteel brandstofverbruik.
    • Gemiddelde snelheid.

    Geeft het gemiddelde
    brandstofverbruik aan vanaf het
    moment dat de functie op nul
    werd teruggesteld.

    Momenteel brandstofverbruik
    Geeft het actuele
    brandstofverbruik aan.

    Akoestische signalen uitschakelen
    Scroll naar dit display en druk op de toets
    OK om akoestische signalen uit te
    schakelen.
    De volgende akoestische signalen kunnen
    worden uitgeschakeld:
    • Waarschuwingsmeldingen.
    • Informatiemeldingen.

    Stationair brandstofverbruik
    Geeft het actuele
    brandstofverbruik tijdens
    stationair draaien aan.

    INFOBERICHTEN
    N.B.: Niet alle berichten worden
    weergegeven of zijn beschikbaar, afhankelijk
    van de opties waarmee de auto is uitgerust.
    Afhankelijk van het type
    instrumentenpaneel kunnen bepaalde
    berichten worden afgekort of ingekort.

    Gemiddelde snelheid
    Geeft de berekende gemiddelde
    snelheid aan vanaf het moment
    dat de functie op nul werd
    teruggesteld.

    Kilometerteller
    Registreert de totale afstand die
    met uw voertuig gereden is.

    70

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 73

    Infodisplays
    Druk op de toets OK om te bevestigen en
    om enkele berichten van de
    informatiedisplay te verwijderen. Andere
    berichten worden na korte tijd automatisch
    verwijderd.

    De berichtenindicator licht op
    om bepaalde berichten aan te
    vullen. Afhankelijk van de ernst
    van het bericht is de indicator rood of
    oranje en blijft deze branden totdat de
    oorzaak van het bericht is verholpen.

    Bepaalde berichten moeten worden
    bevestigd voordat toegang tot de menu's
    wordt verkregen.

    Sommige berichten worden aangevuld
    door een systeemspecifiek symbool met
    een berichtenindicator.

    Airbag
    Bericht

    airbag storing
    service nu

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    oranje

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    Alarm
    Bericht

    alarm afgegaan
    check voertuig

    oranje

    Zie Beveiliging (bladzijde 42).

    interieurbewaking gedeactiveerd

    oranje

    Zie Beveiliging (bladzijde 42).

    alarmsysteem storing
    volg. servicebeurt

    -

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    Portieren open
    Bericht

    portier bestuurd. open

    rood

    Auto is in beweging. Stop de auto zo
    snel dit veilig kan en sluit het portier.

    zijport. achter best. open

    rood

    Auto is in beweging. Stop de auto zo
    snel dit veilig kan en sluit het portier.

    portier passagier open

    rood

    Auto is in beweging. Stop de auto zo
    snel dit veilig kan en sluit het portier.

    zijport. achter pass. open

    rood

    Auto is in beweging. Stop de auto zo
    snel dit veilig kan en sluit het portier.

    71

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 74

    Infodisplays

    Bericht

    Berichtenindicator

    bagageruimte open

    motorkap open

    Te verrichten handeling

    rood

    Auto is in beweging. Stop de auto zo
    snel dit veilig kan en sluit het portier.

    rood

    Auto is in beweging. Stop de auto zo
    snel dit veilig kan en sluit het portier.
    Zie De motorkap openen en sluiten
    (bladzijde 158).

    portier bestuurd. open

    oranje

    Auto is niet in beweging. Sluiten.

    zijport. achter best. open

    oranje

    Auto is niet in beweging. Sluiten.

    portier passagier open

    oranje

    Auto is niet in beweging. Sluiten.

    zijport. achter pass. open

    oranje

    Auto is niet in beweging. Sluiten.

    bagageruimte open

    oranje

    Auto is niet in beweging. Sluiten.

    motorkap open

    oranje

    Auto is niet in beweging. Sluiten. Zie
    De motorkap openen en sluiten
    (bladzijde 158).

    Motor
    Bericht

    Motor voorgloeien

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    oranje

    Zie Een dieselmotor starten (bladzijde 98).

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    rood

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    Startblokkering motor
    Bericht

    startonderbr. storing
    service nu

    72

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 75

    Infodisplays

    Sleutelloze toegang
    Bericht

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    sleutel niet herkend

    oranje

    Zie Sleutelloze toegang (bladzijde
    39).

    sleutel buiten auto

    oranje

    Zie Sleutelloze toegang (bladzijde
    39).

    sleutelbatterij leeg
    vervang batterij

    oranje

    Zie Afstandsbediening (bladzijde
    28).

    contact uit
    druk op POWER knop

    oranje

    Zie Sleutelloos starten (bladzijde
    94).

    om te starten rem indrukken

    -

    Zie Sleutelloos starten (bladzijde
    94).

    Om te starten druk koppeling in

    -

    Zie Sleutelloos starten (bladzijde
    94).

    achterklep dicht? Gebr. res. sleutel

    -

    Zie Sleutelloze toegang (bladzijde
    39).

    Stuurslot vast
    Stuur draaien

    -

    Zie Stuurwielblokkering (bladzijde
    96).

    Verlichting
    Bericht

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    linker richt. aanwijz. storing
    lamp vervangen

    -

    Zie Gloeilampen vervangen (bladzijde 167).

    recht.richt. aanwijz. storing
    lamp vervangen

    -

    Zie Gloeilampen vervangen (bladzijde 167).

    73

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 76

    Infodisplays

    Onderhoud
    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    remvloeistof
    peil laag
    service nu

    rood

    Zie Controle vloeistofpeil koppeling
    en remsysteem (bladzijde 164).

    remsysteem storing
    veilig stoppen

    rood

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    motorolie druk laag
    veilig stoppen

    rood

    Zie Motorolie controleren (bladzijde
    162).

    motor storing
    service nu

    oranje

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    regen-licht-sens. storing
    volg. servicebeurt

    oranje

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    -

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    Bericht

    motorolie verversen
    volg. servicebeurt

    MyKey
    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    Oranje

    Wordt weergegeven wanneer een MyKey
    in gebruik is, de MyKey snelheidsbegrenzing
    ingeschakeld is en de snelheid van het
    voertuig 130 km/h nadert.

    MyKey
    actief
    Veilig rijden

    -

    Wordt weergegeven wanneer MyKey actief
    is.

    MyKey
    Snelheidsbegrenz.
    tot XX mph

    -

    Wordt weergeven bij het starten van uw
    auto en wanneer MyKey wordt gebruikt en
    de MyKey snelheidsbegrenzing ingeschakeld is.

    -

    Wordt weergeven bij het starten van uw
    auto en wanneer MyKey wordt gebruikt en
    de MyKey snelheidsbegrenzing ingeschakeld is.

    Bericht

    MyKey
    Voertuig op
    maximumsnelheid

    MyKey
    Snelheidsbegrenz.
    tot XX km/h

    74

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 77

    Infodisplays
    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    MyKey
    Controleer snelheid
    Veilig rijden

    -

    Wordt weergegeven wanneer MyKey actief
    is.

    MyKey
    Voertuig dichtbij
    maximumsnelheid

    -

    Wordt weergegeven wanneer een MyKey
    wordt gebruikte en de MyKey snelheidsbegrenzing wordt bereikt.

    Gordel om om
    radio in te schakelen

    -

    Wordt weergegeven wanneer een MyKey
    wordt gebruikt en de gordelherinnering
    geactiveerd is.

    MyKey
    P. Pilot uitschakelen
    niet mogelijk

    -

    Wordt weergegeven wanneer een MyKey
    wordt gebruikt en de Park Pilot geactiveerd
    is.

    MyKey
    ESC uitschakelen
    niet mogelijk

    -

    Wordt weergegeven bij het programmeren
    van een MyKey.

    Bericht

    Stuurinrichting
    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    besturing storing
    service nu

    rood

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    besturing storing
    veilig stoppen

    rood

    Stop uw auto op een veilige plek. Laat
    uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    oranje

    De auto blijft bestuurbaar, maar u zult
    meer kracht moeten uitoefenen om
    het stuurwiel te draaien. Laat uw auto
    zo snel mogelijk door een erkende
    dealer controleren.

    Bericht

    stuurbekrachtiging storing
    service nu

    75

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 78

    Infodisplays

    Transmissie
    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    rood

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    rood

    De transmissie raakt oververhit en
    moet afkoelen. Breng de auto tot stilstand zodra dit veilig kan. Zet de
    keuzehendel van de transmissie in
    stand N of P en schakel de parkeerrem
    in. Schakel het contact uit tot de
    transmissie is afgekoeld en het bericht
    uit de display is verdwenen.

    voertuig niet in park.stand
    selecteer P

    -

    Zie Automatische transmissie
    (bladzijde 109). Zie Motor starten en
    stoppen (bladzijde 94).

    om te starten selecteer N of P

    -

    Zie Automatische transmissie
    (bladzijde 109). Zie Motor starten en
    stoppen (bladzijde 94).

    om te starten druk rempedaal in

    -

    Zie Motor starten en stoppen
    (bladzijde 94).

    om te starten selecteer N

    -

    Zie Automatische transmissie
    (bladzijde 109). Zie Motor starten en
    stoppen (bladzijde 94).

    deur open trek handrem aan

    -

    Zie Automatische transmissie
    (bladzijde 109). Zie Motor starten en
    stoppen (bladzijde 94).

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    oranje

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    ESP storing
    volg. servicebeurt

    -

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    ESP uit

    -

    Zie Gebruik maken van stabiliteitsregeling (bladzijde 116).

    Bericht

    transmissie storing
    service nu

    transmissie oververhit
    veilig stoppen

    Stabiliteitsregeling
    Bericht

    ABS storing
    service nu

    76

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 79

    Infodisplays

    Controlesysteem lage bandenspanning
    Bericht

    Berichtenindicator

    Te verrichten handeling

    bandenspanning controleren

    oranje

    De spanning in een van de banden is
    gedaald. Controleer de spanning zo
    snel mogelijk.

    bandenspann.sys. storing onderhoud zsm

    oranje

    Laat uw auto zo snel mogelijk door een
    erkende dealer controleren.

    77

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 80

    Klimaatregeling
    Het interieur verwarmen

    WERKING

    Laat de lucht naar de beenruimten
    stromen. Laat, bij koud of vochtig weer,
    een geringe hoeveelheid lucht naar de
    voorruit en de portierruiten stromen.

    Buitenlucht
    Zorg dat de luchtinlaat voor de voorruit
    niet geblokkeerd is (bijv. met sneeuw of
    bladeren), zodat het klimaatregelsysteem
    goed kan werken.

    Het interieur afkoelen
    Laat de lucht naar het hoofdniveau
    stromen.

    Gerecirculeerde lucht
    WAARSCHUWING

    VENTILATIEROOSTERS

    Wanneer de luchtrecirculatiestand
    langdurig wordt ingeschakeld,
    kunnen de ruiten beslaan. Wanneer
    de ruiten beslaan, stel dan de standen in
    om de voorruit te ontwasemen.

    Middelste luchtroosters

    De lucht in het passagierscompartiment
    wordt gerecirculeerd. De buitenlucht komt
    het voertuig niet binnen.

    Verwarming
    De verwarmingscapaciteit is afhankelijk
    van de koelvloeistoftemperatuur.

    Airconditioning
    N.B.: De airconditioning werkt alleen
    wanneer de temperatuur hoger is dan 4 °C.
    N.B.: Wanneer u airconditioning gebruikt,
    verbruikt uw voertuig meer brandstof.
    Het systeem leidt de lucht door de
    verdamper om af te koelen. De verdamper
    onttrekt vocht uit de lucht zodat de ruiten
    niet beslaan. Het systeem leidt de
    resulterende condens uit het voertuig,
    waardoor een kleine plas onder het
    voertuig kan worden gevormd. Dit is
    normaal.

    Algemene informatie over de
    klimaatregeling in het interieur
    Sluit alle ruiten.

    78

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 81

    Klimaatregeling
    Zijdelings luchtrooster

    HANDMATIGE KLIMAATREGELING

    A

    Aanjagersnelheid: Regelt de hoeveelheid lucht die in de auto circuleert. Draai
    deze knop om de gewenste snelheid te selecteren of de aanjager uit te
    schakelen. Als u de aanjager uitschakelt, kan de voorruit beslaan.

    B

    Aan en uit: Druk op de toets om het systeem in en uit te schakelen. Wanneer
    het systeem uitgeschakeld is, wordt de toevoer van buitenlucht de auto in
    geblokkeerd.

    79

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 82

    Klimaatregeling
    C

    Luchtrecirculatie: Druk op de toets om te kiezen tussen toevoer van buitenlucht
    en gerecirculeerde lucht. Wanneer u luchtrecirculatie selecteert, gaat het lampje
    in de toets branden en wordt de lucht in het passagierscompartiment
    gerecirculeerd. Hierdoor kan het koelen van het interieur minder lang duren en
    kunnen ongewenste geuren van buiten verminderd worden.

    D

    Luchtverdelingsregeling: Pas de instelling aan om de gewenste luchtverdeling
    te selecteren.

    E

    Voorruitverwarming: Druk op de toets om de voorruit te ontwasemen of van
    een dun laagje ijs te ontdoen.

    F

    Temperatuurregeling: Regelt de temperatuur van de lucht die in de auto
    circuleert. Draai de knop voor de gewenste temperatuur. Als u MAX A/C
    selecteert, verdeelt het systeem recirculatielucht via de luchtroosters in het
    dashboard. Deze stand is zuiniger en efficiënter dan normale airconditioning.

    G

    Achterruitverwarming: Druk op de toets om de achterruit te ontwasemen of
    van een dun laagje ijs te ontdoen.

    H

    Voorstoelverwarming: Druk op de toets om de stoelverwarming in te
    schakelen. Zie Verwarmde stoelen (bladzijde 90).

    I

    Airconditioning: Druk op toets om de airconditioning in of uit te schakelen.
    De airconditioning koelt uw voertuig met buitenlucht. Ter verbetering van de
    airconditioning na het starten van de auto, kunt u het beste twee tot drie minuten
    met iets geopende ruiten rijden.

    AUTOMATISCHE KLIMAATREGELING

    80

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 83

    Klimaatregeling
    A

    Aanjagersnelheid: Regelt de hoeveelheid lucht die in de auto circuleert. Draai
    de knop voor de gewenste aanjagersnelheid. De instelling wordt op het display
    weergegeven.

    B

    Aan/uit-toets: Druk op de toets om het systeem in en uit te schakelen.

    C

    Luchtrecirculatie: Druk op de toets om te kiezen tussen toevoer van buitenlucht
    en gerecirculeerde lucht. De lucht in het passagierscompartiment wordt
    gerecirculeerd. Hierdoor kan het koelen van het interieur minder lang duren en
    kunnen ongewenste geuren van buiten verminderd worden.

    D

    Airconditioning: Druk op toets om de airconditioning in of uit te schakelen.
    De airconditioning koelt uw voertuig met buitenlucht. Ter verbetering van de
    airconditioning na het starten van de auto, kunt u het beste twee tot drie minuten
    met iets geopende ruiten rijden.

    E

    Dashboard: Druk op de toets om de lucht via de luchtroosters in het dashboard
    te verdelen.

    F

    Voorruit: Druk op de toets om de lucht via de luchtroosters bij de voorruit te
    verdelen. U kunt deze instelling ook gebruiken om de voorruit te ontwasemen
    of van een dun laagje ijs te ontdoen.

    G

    Voorruitverwarming: Druk op de toets om de voorruit te ontwasemen of van
    een dun laagje ijs te ontdoen.

    H

    Temperatuurregeling: Regelt de temperatuur van de lucht die in de auto
    circuleert. Draai de knop voor de gewenste temperatuur. Als u MAX A/C
    selecteert, verdeelt het systeem recirculatielucht via de luchtroosters in het
    dashboard. Deze stand is zuiniger en efficiënter dan normale airconditioning.

    I

    Achterruitverwarming: Druk op de toets om de achterruit te ontwasemen of
    van een dun laagje ijs te ontdoen.

    J

    Voorstoelverwarming: Druk op de toets om de stoelverwarming in te
    schakelen. Zie Verwarmde stoelen (bladzijde 90).

    K

    Beenruimte: Druk op de toets om de lucht via de luchtroosters bij de beenruimte
    te verdelen.

    L

    Ontdooen en ontwasemen voorruit: Druk op de toets om de buitenlucht via
    de luchtroosters bij de voorruit te verdelen. De ruitverwarming en airconditioning
    worden automatische geselecteerd. De aanjager wordt op de hoogste snelheid
    en de temperatuur op hoog ingesteld. Wanneer de luchtverdeling in deze stand
    wordt gezet, kunt u geen luchtrecirculatie selecteren en de aanjagersnelheid
    en temperatuurregeling niet handmatig instellen. Druk op de toets AUTO om
    het systeem terug te zetten in de automatische modus.

    81

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 84

    Klimaatregeling
    M

    AUTO: Druk op de toets om de automatische werking te selecteren. Het systeem
    regelt de temperatuur, de hoeveelheid en de verdeling van de luchtstroom om
    de eerder geselecteerde temperatuur te bereiken en behouden.

    N

    MAX A/C: Druk op de toets om maximale airconditioning via de luchtroosters
    in het dashboard te verdelen. Deze stand is zuiniger en efficiënter dan normale
    airconditioning.
    N.B.: Er kan een kleine hoeveelheid lucht
    vanuit de luchtroosters bij de beenruimte
    voelbaar zijn, ongeacht de instelling van de
    luchtverdeling.

    Temperatuurregeling

    N.B.: Rijd niet met het systeem
    uitgeschakeld of met voortdurend
    ingeschakelde luchtrecirculatie om
    ophoping van vocht in de auto te
    voorkomen.
    N.B.: Plaats geen voorwerpen onder de
    voorstoelen, want dit kan de luchtstroom
    naar de achterbank belemmeren.
    N.B.: Verwijder sneeuw, ijs of bladeren uit
    het luchtinlaatgedeelte onderaan de
    voorruit.
    Handbediende klimaatregeling
    U kunt de temperatuur instellen tussen 16
    °C en 28 °C in stappen van 0,5 °C. In de
    stand laag, schakelt het systeem naar
    permanente koeling. In de stand hoog,
    schakelt het systeem naar permanente
    verwarming.

    N.B.: Om het beslaan van de voorruit tijdens
    vochtig weer te voorkomen, moet de
    luchtverdeling worden ingesteld op lucht
    via de luchtroosters bij de voorruit. Verhoog
    zo nodig de temperatuur en de
    aanjagersnelheid om het vrijmaken van de
    voorruit te verbeteren.

    N.B.: In de stand laag of hoog regelt het
    systeem geen stabiele temperatuur.

    Automatische klimaatregeling

    TIPS VOOR DE
    KLIMAATREGELING IN HET
    INTERIEUR

    N.B.: Wijzig de instellingen niet wanneer
    het extreem warm of koud in het interieur
    van de auto is. Het systeem wordt
    automatisch ingesteld voor het verkrijgen
    van de eerder opgeslagen instellingen. Voor
    een efficiënte werking van het systeem
    moeten de zijdelingse luchtroosters volledig
    geopend zijn.

    Algemene tips
    N.B.: Wanneer de luchtrecirculatiestand
    langdurig wordt ingeschakeld, kunnen de
    ruiten beslaan.

    82

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 85

    Klimaatregeling
    N.B.: Wanneer AUTO geselecteerd is bij
    een lage omgevingstemperatuur, wordt de
    luchtstroom naar de voorruit en zijruiten
    geleid zolang de motor nog koud is.

    N.B.: In de AUTO modus wordt bij hoge
    binnen- en buitentemperaturen voor een
    maximale koeling van het interieur
    automatisch de recirculatiestand
    ingeschakeld. Zodra de ingestelde
    temperatuur is bereikt, schakelt het systeem
    automatisch over op toevoer van
    buitenlucht.

    N.B.: Wanneer het systeem uitgeschakeld
    is, wordt de toevoer van buitenlucht de auto
    in geblokkeerd.

    N.B.: Wanneer u voorruit ontdooien en
    ontwasemen kiest, worden de functies op
    dashboard- en beenruimteniveau
    automatisch uitgeschakeld en wordt de
    airconditioning ingeschakeld. Buitenlucht
    stroomt nu het interieur in.

    Snel verwarmen van het interieur
    Auto's met handbediende klimaatregeling

    Auto's met automatische klimaatregeling

    1

    Stel de aanjagersnelheid op de hoogste Stel de aanjagersnelheid op de hoogste
    stand in.
    stand in.

    2

    Stel de temperatuurregeling op de
    hoogste stand in.

    Stel de temperatuurregeling op de
    hoogste stand in.

    3

    Stel de luchtverdeling op de stand voor
    de luchtroosters in de beenruimte in.

    Druk op de toets voor de beenruimte om
    de lucht via de luchtroosters in de beenruimte te verdelen.

    Aanbevolen instellingen voor verwarmen
    Auto's met handbediende klimaatregeling

    Auto's met automatische klimaatregeling

    1

    Stel de aanjagersnelheid op de tweede
    stand in.

    2

    Stel de temperatuurregeling op de
    Stel de temperatuurregeling op de
    middelste stand van de instellingen voor gewenste stand in.
    heet in.

    3

    Stel de luchtverdeling op de stand voor Sluit de luchtroosters in het dashboard.
    de luchtroosters in de beenruimte en bij Open de zijdelingse luchtrossters en richt
    de voorruit in.
    deze op de zijruiten.

    83

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op de toets AUTO.



  • Page 86

    Klimaatregeling
    Snel koelen van het interieur
    Auto's met handbediende klimaatregeling

    Auto's met automatische klimaatregeling

    1

    Stel de aanjagersnelheid op de hoogste Druk op de toets AUTO.
    stand in.

    2

    Stel de temperatuurregeling op de stand Stel de temperatuurregeling op de stand
    MAX A/C in.
    laag in.

    3

    Stel de luchtverdeling op de stand voor
    de luchtroosters in het dashboard in.

    Aanbevolen instellingen voor koelen
    Auto's met handbediende klimaatregeling

    Auto's met automatische klimaatregeling

    1

    Stel de aanjagersnelheid op de tweede
    stand in.

    Druk op de toets AUTO.

    2

    Stel de temperatuurregeling op de
    Stel de temperatuurregeling op de
    middelste stand van de instellingen voor gewenste stand in.
    koud in.

    3

    Stel de luchtverdeling op de stand voor
    de luchtroosters in het dashboard in.

    Open alle luchtroosters in het dashboard
    en stel deze in de gewenste richting in.

    Auto staat langere tijd stil bij extreem hoge omgevingstemperatuur
    Auto's met handbediende klimaatregeling

    Auto's met automatische klimaatregeling

    1

    Schakel de parkeerrem in.

    Schakel de parkeerrem in.

    2

    Zet de keuzehendel van de transmissie
    in stand P of neutraal.

    Zet de keuzehendel van de transmissie
    in stand P of neutraal.

    3

    Stel de temperatuurregeling op de stand Druk op de toets MAX A/C.
    MAX A/C in.

    4

    Stel de aanjagersnelheid op de laagste
    stand in.

    84

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 87

    Klimaatregeling
    Zijruiten ontwasemen bij koud weer
    Auto's met handbediende klimaatregeling

    Auto's met automatische klimaatregeling

    1

    Stel de luchtverdeling op de stand voor
    de luchtroosters in het dashboard en in
    de beenruimte in.

    Druk op de toets voorruit ontdooien en
    ontwasemen.

    2

    Druk op de toets A/C.

    Stel de temperatuurregeling op de
    gewenste stand in.

    3

    Stel de temperatuurregeling op de
    gewenste stand in.

    4

    Stel de aanjagersnelheid op de hoogste
    stand in.

    5

    Richt de zijdelingse luchtroosters in het
    dashboard op de zijruiten.

    6

    Sluit de luchtroosters in het dashboard.

    Maximale koelprestatie in stand
    dashboard of
    dashboard/beenruimte

    Verwarmde voorruit

    1.

    Verwarmde achterruit

    Stel de temperatuurregeling op de
    laagste stand in.
    2. Druk op de toets A/C en de toets
    luchtrecirculatie.
    3. Stel de aanjagersnelheid eerst op de
    hoogste stand in en vervolgens op de
    gewenste stand voor uw comfort in.

    Verwarmde buitenspiegels
    In de elektrisch bedienbare buitenspiegels
    is een verwarmingselement gemonteerd
    dat het spiegelglas ontdooit of ontwasemt.
    Wanneer u de achterruitverwarming
    inschakelt, worden deze elementen
    automatisch ingeschakeld.

    VERWARMDE RUITEN EN
    SPIEGELS
    Ruitverwarming
    Schakel de ruitverwarming in om de voorof achterruit te ontdooien of ontwasemen.
    N.B.: De ruitverwarming werkt alleen bij een
    draaiende motor.

    85

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 88

    Stoelen
    Er wordt aangeraden de volgende
    richtlijnen in acht te nemen:
    • Ga rechtop zitten met de onderzijde
    van uw rug zover mogelijk naar
    achteren.
    • Kantel de rugleuning van de stoel niet
    meer dan 30 graden achterover.
    • Stel de hoofdsteun zodanig in, dat de
    bovenzijde gelijkligt met de bovenzijde
    van uw hoofd. Stel de hoofdsteun zover
    mogelijk naar voren in. Zorg hierbij
    ervoor dat u comfortabel zit.
    • Houd voldoende afstand tussen uzelf
    en het stuurwiel. We raden een afstand
    van minimaal 25 centimeter tussen uw
    borstbeen en de kap van de airbag aan.
    • Houd het stuurwiel met licht gebogen
    armen vast.
    • Buig uw benen licht zodat u de pedalen
    volledig kunt indrukken.
    • Leg de schoudergordel over het midden
    van uw schouder en de heupgordel
    strak over uw heupen.

    DE JUISTE ZITPOSITIE
    INNEMEN
    WAARSCHUWINGEN
    Kantel de rugleuning niet te ver
    achterover, want dit kan ertoe leiden
    dat de persoon op de stoel onder de
    veiligheidsgordel kan doorglijden, hetgeen
    in het geval van een aanrijding kan
    resulteren in ernstig letsel.
    Incorrect en niet recht zitten of een
    te ver achterover gekantelde
    rugleuning kan in het geval van een
    aanrijding resulteren in ernstig letsel of
    overlijden. Ga altijd rechtop tegen uw
    rugleuning zitten, met uw voeten op de
    vloer.
    Plaats geen voorwerpen hoger dan
    de rugleuning op de stoel om het
    risico op ernstig letsel in het geval
    van een aanrijding of tijdens hard remmen
    te beperken.

    Zorg ervoor dat uw zitpositie comfortabel
    is en dat u de volledige controle over de
    auto hebt.

    HOOFDSTEUNEN
    WAARSCHUWING
    Stel de hoofdsteunen correct af
    voordat u in het voertuig
    plaatsneemt en ermee gaat rijden.
    Dit helpt het risico op nekletsel in geval van
    een ongeval te minimaliseren. Verstel de
    hoofdsteun niet tijdens het rijden.

    Wanneer u de veiligheidsgordel correct
    draagt kunnen de stoel, hoofdsteun,
    veiligheidsgordel en airbags bij een
    eventuele aanrijding optimale bescherming
    bieden.

    De hoofdsteunen afstellen
    Stel de hoofdsteun zodanig af dat de
    bovenzijde ervan op dezelfde hoogte ligt
    als de bovenzijde van uw hoofd.

    86

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 89

    Stoelen
    Hoofdsteun buitenzijde achterbank

    1.

    Druk op knop A om de hoofdsteun
    achterwaarts te verplaatsen.
    2. Om de hoofdsteun voorwaarts te
    verplaatsen trekt u aan de hoofdsteun.

    1.

    De hoofdsteun verwijderen

    Hoofdsteun midden achterbank

    Druk de vergrendelknop in en houd
    deze ingedrukt.
    2. Maak de bevestigingsklem m.b.v. een
    geschikt werktuig los.

    Druk de borgknoppen in en verwijder de
    hoofdsteun.

    1.

    Druk de vergrendelknop in en houd
    deze ingedrukt.
    2. Maak de bevestigingsklem m.b.v. een
    geschikt werktuig los.

    87

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 90

    Stoelen
    Lendensteun afstellen

    HANDMATIG VERSTELBARE
    STOELEN
    WAARSCHUWINGEN
    Plaats geen lading of andere
    voorwerpen achter de rugluening
    alvorens deze in de originele positie
    terug te brengen. Trek aan de rugluening
    om te zorgen dat deze volledig aangrijpt
    nadat de rugleuning in de originele positie
    is teruggebracht. Een onvergrendelde stoel
    kan gevaar opleveren als u plotseling stopt
    of een aanrijding heeft.
    Beweeg de stoel naar voren en naar
    achteren nadat u de hendel hebt
    losgelaten om te controleren of de
    stoel goed is vergrendeld.

    Hoogte van de bestuurdersstoel
    verstellen

    De stoel naar achteren en naar
    voren bewegen

    Kantelhoek afstellen

    88

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 91

    Stoelen
    Passagiersstoel neerklappen

    ACHTERBANK

    WAARSCHUWINGEN
    Rijd niet met neergeklapte
    passagiersstoel wanneer een
    persoon op de stoel direct of in het
    midden erachter plaatsneemt.

    De rugleuning van de achterbank
    omklappen
    WAARSCHUWINGEN
    Wanneer u de rugleuningen omklapt,
    let er dan op dat uw vingers niet
    tussen de rugleuning en het
    achterbankframe ingeklemd raken.

    Rijd niet terwijl er voorwerpen op de
    neergeklapte rugleuning liggen.
    Zorg tijdens het neerklappen van de
    passagiersstoel dat u niet in de buurt
    komt van de rugleuning en het
    stoelframe.

    Probeer niet het zitkussen van de
    achterban naar voren te klappen.
    Schuif de hoofdsteunen naar
    beneden. Zie Hoofdsteunen
    (bladzijde 86).

    1. Vergrendelhendel indrukken
    2. Kantel de stoel naar voren. Zorg dat de
    rugleuning in de neergeklapte stand
    staat en goed is vergrendeld.
    3. Druk op de vergrendelhendel om de
    rugleuning weer in de verticale positie
    te brengen. Zorg ervoor dat de
    rugleuning goed wordt vergrendeld.

    1.

    Druk de ontgrendelknoppen naar
    beneden en houd ze in deze stand.
    2. Druk de rugleuning naar voren. Met het
    zakken van de rugleuning van de
    achterbank zakt ook het zitkussen.

    Rugleuning omhoog klappen
    WAARSCHUWINGEN
    Bij het omhoog klappen van de
    rugleuning van de achterbank dient
    u ervoor te zorgen dat de gordels
    zichtbaar zijn voor de inzittenden en niet
    beklemd raken achter de achterbank.

    89

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 92

    Stoelen
    Doe het volgende niet!
    • Zware voorwerpen op de stoel
    plaatsen.
    • De stoelverwarming inschakelen indien
    water of een andere vloeistof op de
    stoel gemorst is. Laat de stoel grondig
    drogen.
    • De stoelverwarming inschakelen terwijl
    de motor niet loopt. Daardoor zou de
    accu ontladen kunnen raken.

    WAARSCHUWINGEN
    Zorg ervoor dat de stoelen en de
    achterbanken goed vastzitten en
    volledig zijn vergrendeld.

    Voor locatie: Zie Klimaatregeling
    (bladzijde 78).
    De stoelverwarming werkt alleen met
    ingeschakeld contact.

    VERWARMDE STOELEN

    De maximum temperatuur wordt na vijf
    tot zes minuten bereikt. Deze wordt
    thermostatisch geregeld.

    WAARSCHUWING

    De stoelverwarming blijft ingeschakeld
    totdat de stoelverwarming dan wel het
    contact wordt uitgeschakeld.

    Mensen die geen pijn op hun huid
    kunnen voelen als gevolg van hoge
    leeftijd, chronische ziekte, diabetes,
    ruggengraatletsel, medicatie,
    alcoholgebruik, uitputting of andere fysieke
    omstandigheden moeten voorzichtig
    omgaan met de stoelverwarming. De
    stoelverwarming kan zelfs bij lage
    temperatuur verbrandingen veroorzaken,
    met name indien ze gedurende langere tijd
    gebruikt wordt. Plaats niets op de stoel dat
    warmte-isolerend is, zoals een deken of
    een kussen. Hierdoor kan de verwarmde
    stoel namelijk oververhit raken. Steek geen
    spelden, naalden of andere puntige
    voorwerpen door de stoelbekleding.
    Hierdoor kan het verwarmingselement
    beschadigd raken, waardoor de verwarmde
    stoel oververhit kan raken. Een oververhitte
    stoel kan ernstig persoonlijk letsel
    veroorzaken.

    ARMLEUNING, VOOR

    90

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 93

    Extra voedingsaansluitingen
    Voedingspunt met 12 Volt
    gelijkstroom

    Voorkomen dat de accu leegraakt:
    • Gebruik het voedingspunt niet langer
    dan nodig wanneer de motor niet
    draait.
    • Laat apparaten 's nachts niet
    aangesloten of wanneer de auto een
    langere periode staat geparkeerd.

    WAARSCHUWING
    Sluit geen extra elektrische
    accessoires aan op de aansluitbus
    van de sigarettenaansteker. Verkeerd
    gebruik van de sigarettenaansteker kan
    schade veroorzaken die niet door uw
    garantie wordt gedekt, en die in brand of
    ernstig letsel kan resulteren.

    Locatie
    Voedingspunten kunt u vinden:
    • op de middenconsole
    • aan de achterzijde van de
    middenconsole.

    N.B.: Bij ingeschakeld contact kunt u het
    aansluitpunt gebruiken voor 12 volt
    apparaten met een maximaal vermogen
    van 20 A.

    AANSTEKER

    Nadat u het contact hebt uitgeschakeld,
    werkt de voedingsspanning nog maximaal
    30 minuten.
    N.B.: Plaats geen voorwerpen anders dan
    een extra plug in het voedingspunt. Doet u
    dit wel, dan wordt de uitgang beschadigd
    en brandt de zekering door.

    N.B.: Houd het verwarmingselement van
    de aansteker niet ingedrukt.
    N.B.: Wanneer u het aansluitpunt gebruikt
    terwijl de motor niet draait, wordt hierdoor
    de accu ontladen.
    N.B.: Bij ingeschakeld contact kunt u het
    aansluitpunt gebruiken voor 12 volt
    apparaten met een maximaal vermogen
    van 20 A.

    N.B.: Hang geen accessoire of
    accessoiresteun aan de plug.
    N.B.: Gebruik het voedingspunt niet boven
    het vermogen van uw auto van 12 volt
    gelijkstroom 180 amp omdat anders een
    zekering kan doorbranden.

    N.B.: Nadat u het contact hebt
    uitgeschakeld, werkt de voedingsspanning
    nog maximaal 30 minuten.

    N.B.: Gebruik het voedingspunt niet voor
    het gebruiken van een sigarettenaansteker.

    N.B.: Gebruik alleen Ford stekkers of
    stekkers die geschikt zijn voor gebruik in SAE
    gestandaardiseerde aansluitingen.

    N.B.: Incorrect gebruik van het
    voedingspunt kan leiden tot beschadiging
    die niet wordt gedekt door de garantie.
    N.B.: Houd de voedingspuntdoppen altijd
    gesloten wanneer het voedingspunt niet
    wordt gebruikt.
    Laat de motor draaien voor volledige
    capaciteit van het voedingspunt.

    91

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 94

    Extra voedingsaansluitingen
    Druk het verwarmingselement in om de
    aansteker te laten gloeien. Hij springt
    automatisch in de oorspronkelijke stand
    terug.

    92

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 95

    Opbergvakken
    BEKERHOUDERS
    WAARSCHUWING
    Plaats tijdens het rijden geen hete
    dranken in de bekerhouders.

    GLASHOUDER

    93

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 96

    Motor starten en stoppen
    ALGEMENE INFORMATIE

    CONTACTSLOT

    WAARSCHUWINGEN
    Door langdurig stationair draaien met
    hoge motortoerentallen kan tot zeer
    hoge temperaturen in de motor en
    het uitlaatsysteem leiden, waardoor het
    risico op brand of andere schade ontstaat.
    Laat de motor niet stationair draaien
    en parkeer of rij de auto niet op droog
    gras of ander droog materiaal. Het
    emissiesysteem warmt de motorruimte en
    het uitlaatsysteem op, waardoor het risico
    op brand ontstaat.

    0(uit) - Het contact is uitgeschakeld.
    N.B.: Als u het contact uitschakelt en de
    auto verlaat, laat dan de sleutel niet in het
    contact steken. Hierdoor kan de
    voertuigaccu leegraken.

    Start de motor niet in een gesloten
    garage of in andere gesloten ruimtes.
    Uitlaatgassen kunnen gifitig zijn.
    Open altijd de garage voordat u de motor
    start.

    I (accessoire) - Voor bedienen van de
    elektrische accessoires zoals de radio
    terwijl de motor niet draait.

    Als u uitlaatgassen ruikt in het
    voertuig, moet u het voertuig
    onmiddellijk laten controleren door
    een erkende dealer. Rijd niet met uw
    voertuig indien u uitlaatgassen ruikt.

    N.B.: Laat, om te voorkomen dat de accu
    leegraakt, de contactsleutel niet te lang in
    deze stand staan.
    II (aan) - Alle elektrishe circuits werken
    volledig. Controlelampen en indicators
    branden.

    Als u de accu loskoppelt, kan uw voertuig
    nog ca. 8 kilometer ongebruikelijke
    rijeigenschappen vertonen nadat u de accu
    weer heeft aangesloten. Dit komt omdat
    het motormanagementsysteem opnieuw
    met de motor moet worden uitgelijnd. U
    kunt eventuele ongebruikelijke
    rijeigenschappen in deze periode negeren.

    III (start) - Voor het starten van de motor.
    Laat de sleutel weer los zodra de motor
    start.

    SLEUTELLOOS STARTEN
    WAARSCHUWINGEN
    Het systeem werkt misschien niet
    wanneer de sleutel zich dicht bij
    metalen voorwerpen of elektronische
    apparaten, zoals mobiele telefoons,
    bevindt.

    Het aandrijflijnregelsysteem voldoet aan
    alle Canadese standaardeisen m.b.t. het
    elektrische impulsvelden of
    radio-interferentie voor interferentie
    veroorzakende apparatuur.
    Voorkom dat het gaspedaal vóór en tijdens
    het starten wordt ingedrukt. Gebruik het
    gaspedaal alleen indien u moeilijkheden
    heeft om de motor te starten.

    Controleer altijd voordat u probeert
    uw auto in beweging te brengen of
    het stuurslot is uitgeschakeld.

    94

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 97

    Motor starten en stoppen
    N.B.: Het contact wordt automatisch
    uitgeschakeld wanneer u de auto onbeheerd
    achterlaat. Dit is om te voorkomen dat de
    voertuigaccu leegraakt.

    1. Zet de keuzehendel in stand "P" of "N".
    2. Druk het rempedaal volledig in.
    3. Druk de toets kortstondig in.

    N.B.: Om het contact aan te zetten en de
    motor te starten moet zich een geldige
    sleutel in de auto bevinden.

    Een dieselmotor starten
    N.B.: De startmotor kan pas worden
    ingeschakeld wanneer de controlelamp
    gloeibougies is gedoofd. Onder extreem
    koude omstandigheden kan dit enkele
    seconden duren.

    Contact aan
    Druk de toets eenmaal in. Deze is
    aangebracht op het instrumentenpaneel
    naast het stuur. Alle elektrische circuits en
    accessoires zijn operationeel en de
    waarschuwings- en controlelampen
    branden.

    Motor slaat niet aan
    Alle auto's
    Het systeem werkt in de volgende gevallen
    niet:



    De frequenties van de sleutel worden
    verstoord.
    De sleutelbatterij heeft geen voeding.

    Volg de volgende procedure als de motor
    niet kan worden gestart.

    Motor starten bij uitvoeringen met
    handgeschakelde versnellingsbak
    N.B.: Door tijdens het starten het
    koppelingspedaal op te laten komen, wordt
    de startmotor uitgeschakeld maar blijft het
    contact aan.

    1.

    Houd de sleutel precies zoals is
    weergegeven naast de stuurkolom.
    2. Met de sleutel in deze stand kunt u de
    knop gebruiken om het contact in te
    schakelen en de motor te starten.

    1. Druk het koppelingspedaal volledig in.
    2. Druk de toets kortstondig in.

    Motor starten bij uitvoeringen met
    automatische transmissie
    N.B.: Door tijdens het starten het
    rempedaal op te laten komen, wordt de
    startmotor uitgeschakeld maar blijft het
    contact aan.

    95

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 98

    Motor starten en stoppen
    Handgeschakelde versnellingsbak

    2. Beweeg de keuzehendel van de
    transmissie naar de stand N en gebruik
    de remmen om de auto veilig te
    stoppen.
    3. Beweeg nadat de auto is gestopt de
    keuzehendel naar stand P of N en zet
    de auto van contact.

    N.B.: Door tijdens het starten het
    koppelingspedaal op te laten komen, wordt
    de startmotor uitgeschakeld maar blijft het
    contact aan. In het display wordt een bericht
    weergegeven.
    Als de motor niet start wanneer het
    koppelingspedaal stevig is ingetrapt en de
    knop is ingedrukt:

    STUURWIELBLOKKERING AUTO'S ZONDER: KEYLESS
    ENTRY EN STARTKNOP/
    STARTDRUKKNOP

    1.

    Trap het koppelingspedaal en het
    rempedaal volledig in.
    2. Druk op de startknop tot de motor is
    gestart.

    WAARSCHUWING

    Motor stoppen bij stilstaande auto

    Controleer altijd voordat u probeert
    uw auto in beweging te brengen of
    het stuurslot is uitgeschakeld.

    N.B.: Het contact, alle elektrische circuits,
    waarschuwings- en controlelampen worden
    uitgeschakeld.

    Stuur vergrendelen:
    1. Neem de sleutel uit het contactslot.
    2. Draai het stuur enigszins om de
    vergrendeling te ontgrendelen.

    Handgeschakelde versnellingsbak
    Druk op de toets.
    Automatische transmissie

    Stuur ontgrendelen:
    1. Steek de sleutel in het contact.
    2. Draai de contactsleutel naar stand I.

    1. Zet de keuzehendel in de stand "P".
    2. Druk op de toets.

    Motor stoppen bij rijdende auto

    N.B.: U moet het stuur wellicht enigszins
    draaien om te helpen bij het ontgrendelen
    wanneer druk op het stuur wordt
    uitgeoefend.

    WAARSCHUWING
    Afzetten van de motor terwijl nog
    met de auto wordt gereden, leidt tot
    verlies van rem- en
    stuurbekrachtiging. De stuurinrichting
    wordt niet geblokkeerd, maar benodigt
    meer stuurkracht. Wanneer het contact
    wordt uitgeschakeld, kunnen ook sommige
    elektrische circuits, waarschuwingslampen
    en indicators uitgeschakeld worden.
    1.

    STUURWIELBLOKKERING
    Uw auto heeft een elektronisch bestuurd
    stuurwiel dat automatisch wordt bediend.
    Het systeem vergrendelt het stuurwiel kort
    nadat u de auto hebt geparkeerd en de
    passieve sleutel zich buiten de auto
    bevindt of wanneer u de auto vergrendelt.

    Houd de toets minimaal 1 seconde
    ingedrukt of druk driemaal binnen 2
    seconden op de toets.

    N.B.: Het systeem vergrendelt het stuurwiel
    niet wanneer het contact aan staat of de
    auto beweegt.

    96

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 99

    Motor starten en stoppen
    Stuur ontgrendelen

    Als de motor na drie startpogingen nog niet
    is aangeslagen, wacht dan 10 seconden en
    ga te werk zoals is beschreven onder
    Verzopen motor.

    Zet het contact aan om het stuurwiel te
    ontgrendelen.
    N.B.: U moet het stuurwiel misschien een
    beetje draaien om het te ontgrendelen.

    Levert het starten bij temperaturen lager
    dan -25 °C problemen op, druk het
    gaspedaal dan tot het middenpunt van de
    pedaalslag in en probeer het opnieuw.

    EEN BENZINEMOTOR
    STARTEN

    Verzopen motor
    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak

    N.B.: De startmotor kan slechts een
    beperkte periode worden bediend
    (bijvoorbeeld 10 seconden). Het aantal
    startpogingen is beperkt tot ongeveer zes.
    Als deze limiet wordt overschreden, dan laat
    het systeem pas nieuwe pogingen toe nadat
    een periode is verstreken (bijvoorbeeld 30
    minuten).

    1. Druk het koppelingspedaal volledig in.
    2. Druk het gaspedaal volledig in en houd
    het ingedrukt.
    3. Start de motor.
    Auto's met automatische transmissie

    Koude of warme motor

    1.

    Zet de keuzehendel van de transmissie
    in stand P of N.
    2. Druk het gaspedaal volledig in en houd
    het ingedrukt.
    3. Start de motor.

    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak
    N.B.: Druk het gaspedaal niet in.
    N.B.: Door tijdens het starten het
    koppelingspedaal op te laten komen, wordt
    de startmotor uitgeschakeld maar blijft het
    contact aan.

    Alle auto's
    Slaat de motor niet aan, herhaal dan de
    startprocedure zoals beschreven onder
    Koude of warme motor.

    1. Druk het koppelingspedaal volledig in.
    2. Start de motor.

    Motortoerental na het starten

    Auto's met automatische transmissie

    De snelheid waarbij de motor onmiddellijk
    na het starten stationair draait wordt
    geoptimaliseerd om de emissies te
    minimaliseren en het interieurcomfort en
    het brandstofverbruik te optimaliseren.

    N.B.: Druk het gaspedaal niet in.
    1.

    Zet de keuzehendel van de transmissie
    in stand P of N.

    2. Start de motor.

    Het stationaire toerental varieert
    afhankelijk van bepaalde factoren. Het
    gaat hierbij om temperaturen van
    componenten en omgevingstemperatuur
    en vereisten aan het elektrische systeem
    en het klimaatsysteem.

    Alle auto's
    Wacht even wanneer de motor niet binnen
    10 seconden aanslaat, en probeer het
    opnieuw.

    97

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 100

    Motor starten en stoppen
    Motor slaat niet aan

    Auto's met automatische transmissie

    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak

    N.B.: Druk het gaspedaal niet in.
    N.B.: Door tijdens het starten het
    rempedaal op te laten komen, wordt de
    startmotor uitgeschakeld maar blijft het
    contact aan.

    Als de motor niet start wanneer het
    koppelingspedaal volledig is ingetrapt en
    de contactsleutel naar stand III is
    gedraaid.

    1.

    Zet de keuzehendel van de transmissie
    in stand P of N.
    2. Druk het rempedaal volledig in.
    3. Start de motor.

    1.

    Trap het koppelingspedaal en het
    rempedaal volledig in.
    2. Draai de sleutel in stand III tot de
    motor is gestart.

    Motor slaat niet aan

    EEN DIESELMOTOR STARTEN

    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak

    Koude of warme motor

    Als de motor niet start wanneer het
    koppelingspedaal volledig is ingetrapt en
    de contactsleutel naar stand III is
    gedraaid.

    Alle auto's
    N.B.: Wanneer de temperatuur lager is dan
    -15 °C, mag u de startmotor 10 seconden
    achtereen inschakelen.

    1.

    Trap het koppelingspedaal en het
    rempedaal volledig in.
    2. Draai de sleutel in stand III tot de
    motor is gestart.

    N.B.: U kunt de startmotor slechts een
    beperkte periode inschakelen.
    N.B.: Na een bepaald aantal pogingen om
    de motor te starten, staat het systeem niet
    toe om het opnieuw te proberen voordat
    een bepaalde periode (van bijv. 30 minuten)
    verstreken is.

    DIESELROETFILTER
    Het filter is een onderdeel van het
    uitlaatgasemissiesysteem van uw auto.
    Het zuivert de uitlaatgassen van
    schadelijke roetdeeltjes bij auto's met
    dieselmotor.

    Zet het contact aan en wacht tot
    de controlelamp van het
    voorgloeisysteem uitgaat.
    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak
    N.B.: Druk het gaspedaal niet in.
    N.B.: Door tijdens het starten het
    koppelingspedaal op te laten komen, wordt
    de startmotor uitgeschakeld maar blijft het
    contact aan.
    1. Druk het koppelingspedaal volledig in.
    2. Start de motor.

    98

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 101

    Motor starten en stoppen
    Regeneratie

    U dient af en toe ritten te maken onder de
    volgende omstandigheden ter
    ondersteuning van de
    regeneratieprocedure:
    • Rijd minimaal 20 minuten met de auto
    onder gunstige omstandigheden (hoge
    snelheden tijdens normaal rijden) op
    een hoofdweg of snelweg. Deze rit kan
    korte stoppen bevatten die geen
    invloed hebben op de
    regeneratieprocedure.
    • Voorkom langdurig stationair draaien
    en neem altijd snelheidslimieten en het
    type wegdek in acht.
    • Schakel het contact niet uit.
    • Selecteer een geschikte versnelling om
    het motortoerental idealiter tussen
    1.500 en 3.000 omw/min te houden.

    WAARSCHUWING
    Laat de motor niet stationair draaien
    of parkeer de auto niet op droge
    bladeren, droog gras of ander
    brandbaar materiaal. Het
    regeneratieproces werkt met bijzonder
    hoge uitlaatgastemperaturen en na het
    afzetten van de motor en tijdens en na
    regeneratie blijft de uitlaat een aanzienlijke
    hoeveelheid hitte uitstralen. Dit kan
    brandgevaar opleveren.
    N.B.: U dient te voorkomen dat de
    brandstof opraakt.
    N.B.: Tijdens regeneratie bij een laag
    toerental of stationaire motor kan een hete
    metaalachtige lucht worden geroken en is
    wellicht een klikkend metaalachtig geluid
    hoorbaar. Dit wordt veroorzaakt door de
    tijdens de regeneratie bereikte hoge
    temperaturen en dit is normaal.

    MOTOR UITSCHAKELEN
    Auto's met een turbocompressor

    N.B.: U kunt veranderingen in het geluid van
    de motor of uitlaat horen gedurende het
    regeneratieproces.

    WAARSCHUWING
    Zet de motor niet af wanneer deze
    met een hoog toerental draait. Als
    de motor bij een hoog toerental
    wordt afgezet, zal de turbocompressor nog
    draaien nadat de oliedruk al tot nul is
    gedaald. Dit heeft vroegtijdige slijtage van
    de compressorlagers tot gevolg.

    N.B.: Nadat de motor is afgezet draaien de
    ventilatoren wellicht nog een korte periode
    door.
    Het dieselroetfilter in uw auto moet
    periodiek worden geregenereerd om een
    correcte werking te behouden. Deze
    procedure wordt automatisch uitgevoerd.

    Laat het gaspedaal los. Wacht tot de
    motor stationair draait en zet de motor af.

    Als uw ritten voldoen aan de volgende
    voorwaarden:
    • U rijdt alleen korte afstanden.
    • U schakelt het contact regelmatig in
    en uit.
    • Tijdens uw ritten wordt veelvuldig
    versneld of afgeremd.

    99

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 102

    Unieke rijeigenschappen
    N.B.: De start/stop-indicatielamp brandt
    groen wanneer de motor wordt
    uitgeschakeld. Zie Waarschuwings- en
    indicatielampen (bladzijde 61).

    AUTO-START-STOP
    N.B.: Voor auto's met start/stop-schakelaar
    verschillen de accuvereisten. De accu moet
    worden vervangen door een accu met exact
    dezelfde specificatie als de originele.
    Het systeem verlaagt het
    brandstofverbruik en de CO2-emissies
    door de motor uit te schakelen wanneer
    de auto stationair draait, bijvoorbeeld bij
    verkeerslichten. De motor wordt
    automatisch opnieuw gestart wanneer u
    het koppelingspedaal intrapt of wanneer
    een voertuigsysteem dit aanvraagt,
    bijvoorbeeld voor het laden van de accu.

    N.B.: Wanneer de start/stop-indicatielamp
    oranje knippert, zet de keuzehendel dan in
    neutraal of trap het koppelingspedaal in.
    N.B.: Als het systeem een storing heeft
    geregistreerd, wordt dit uitgeschakeld. Laat
    uw auto door een erkende dealer
    controleren.
    N.B.: Als het systeem wordt uitgeschakeld,
    dan brandt de indicatielamp in de
    schakelaar.

    Om maximaal voordeel uit het systeem te
    halen, moet de keuzehendel in neutraal
    worden gezet en het koppelingspedaal bij
    een stop van langer dan drie seconden
    worden losgelaten.

    N.B.: Het systeem wordt automatisch
    ingeschakeld wanneer u het contact
    inschakelt. Druk op de schakelaar in het
    instrumentenpaneel om het systeem uit te
    schakelen. Het systeem wordt alleen
    uitgeschakeld gedurende de huidige
    contactcyclus. Druk nogmaals op de
    schakelaar om het systeem in te schakelen.
    Voor locatie: Zie In één oogopslag
    (bladzijde 9).

    Start-Stop knop gebruiken
    WAARSCHUWINGEN
    Indien het systeem dit vereist, kan de
    motor automatisch opnieuw worden
    gestart.
    Schakel het contact uit voordat de
    motorkap wordt geopend of
    onderhoudswerkzaamheden worden
    uitgevoerd.

    Motor uitschakelen
    1.
    2.
    3.
    4.

    Schakel altijd het contact uit voordat
    u uit de auto stapt, want het systeem
    kan de motor wel uitgeschakeld
    hebben, maar het contact is nog steeds
    ingeschakeld.

    Het systeem zet de motor wellicht niet af
    onder bepaalde omstandigheden,
    bijvoorbeeld:
    • Om het interieurklimaat te behouden.
    • Een lage accuspanning.
    • De buitentemperatuur is te laag of te
    hoog.
    • Het bestuurdersportier is geopend.
    • Lage bedrijfstemperatuur motor.

    N.B.: Het systeem werkt alleen wanneer de
    motor de normale bedrijfstemperatuur heeft
    bereikt en de buitentemperatuur tussen 0
    °C en 30 lig t.
    N.B.: Als u de motor laat afslaan en binnen
    korte tijd het koppelingspedaal intrapt, dan
    wordt de motor automatisch opnieuw
    gestart.

    100

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Stop de auto.
    Plaats de keuzehendel in neutraal.
    Laat het koppelingspedaal opkomen.
    Laat het gaspedaal los.



  • Page 103

    Unieke rijeigenschappen




    Weinig vacuüm in remsysteem.
    Als een snelheid van 5 km/u niet is
    overschreden.
    De veiligheidsgordel van de
    bestuurdersstoel is niet vastgemaakt.

    Motor opnieuw starten
    N.B.: De keuzehendel van de transmissie
    moet in neutraal staan.
    Druk het koppelingspedaal in.
    Het systeem kan de motor onder bepaalde
    omstandigheden weer starten,
    bijvoorbeeld:
    • Een lage accuspanning.
    • Om het interieurklimaat te behouden.

    101

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 104

    Brandstof en tanken


    VEILIGHEIDSMAATREGELEN
    WAARSCHUWINGEN
    Tank de brandstoftank niet te vol. De
    druk in een overvolle tank kan
    lekkage veroorzaken en leiden tot het
    naar buiten spuiten van brandstof en
    brand.
    Het brandstofsysteem kan onder
    druk staan. Als u een sissend geluid
    hoort bij de tankklep (Easy
    Fuel-systeem zonder tankdop), tank dan
    niet voordat het geluid gestopt is. Anders
    kan er brandstof naar buiten spuiten, wat
    tot ernstig letsel kan leiden.



    Autobrandstof kan bij misbruik of
    incorrecte gebruik leiden tot ernstig
    letsel of overlijden.



    De stroom van brandstof door een
    vulpistool kan statische elektriciteit
    produceren, hetgeen brand kan
    veroorzaken als er brandstof in een
    ondergronds brandstofreservoir wordt
    gepompt.
    Ethanolbrandstof en benzine kan
    benzeen, een kankerverwekkende
    stof, bevatten.



    Schakel voordat u tankt altijd de
    motor uit en zorg ervoor dat vonken
    of open vuur uit de buurt van de
    vulnek worden gehouden. Rook nooit of
    gebruik geen mobiele telefoon tijdens het
    tanken. Brandstofdamp is onder bepaalde
    omstandigheden extreem gevaarlijk.
    Voorkom het inademen van
    brandstofdampen.



    Neem de volgende richtlijnen in acht bij het
    omgaan met autobrandstof:



    Doof alle rokende materialen en open
    vuur voordat u tankt.
    Schakel de motor altijd uit voordat u
    tankt.

    102

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Autobrandstoffen kunnen schadelijk
    of fataal zijn indien deze worden
    ingeslikt. Brandstof zoals benzine is
    zeer giftig en kan bij inslikken resulteren
    in permanent of dodelijk letsel. Als
    brandstof wordt ingeslikt, roep dan
    direct de hulp van een arts in, zelfs als
    er geen directe symptomen zichtbaar
    zijn. De giftige effecten van brandstof
    kunnen uren niet zichtbaar zijn.
    Voorkom het inademen van
    brandstofdampen. Het inademen van
    te veel brandstofdamp kan leiden tot
    irritatie van ogen en luchtwegen. In
    ernstige gevallen kan overmatig of
    langdurig inademen van
    brandstofdamp ernstige ziekte of
    permanent letsel veroorzaken.
    Voorkom daat vloeibare brandstof in
    uw ogen komt. Als er brandstof in de
    ogen terecht komt, verwijder dan
    contactlenzen (indien deze gedragen
    worden), spoel de ogen 15 minuten met
    water en roep medische hulp in. Indien
    er geen medische hulp wordt
    ingeroepen, kan dit leiden tot
    permanent letsel.
    Brandstoffen kunnen ook schadelijk
    zijn wanneer deze via de huid worden
    geabsorbeerd. Als er brandstof op de
    huid, kleren of beide terecht komt,
    verwijder dan direct de vuile kleding en
    was de huid grondig met water en zeep.
    Herhaaldelijk of langdurig contact van
    de huid met vloeibare of gasvormige
    brandstof kan huidirritatie veroorzaken.
    Ga extra voorzichtig te werk wanneer
    u "Antabuse" of een andere vorm van
    disulfiram neemt bij de behandeling
    van alcoholisme. Het inademen van
    brandstofdamp of huidcontact met
    brandstof kan bijwerkingen



  • Page 105

    Brandstof en tanken
    veroorzaken. Bij gevoelige personen
    kan dit leiden tot ernstig letsel of ziekte.
    Als er brandstof op de huid terecht
    komt, was deze dan grondig met water
    en zeep. Neem direct contact op met
    een arts als u bijwerkingen ondervindt.

    BRANDSTOFKWALITEIT DIESEL
    WAARSCHUWINGEN
    Meng de diesel niet met olie, benzine
    of andere vloeistoffen. Deze kunnen
    een chemische reactie veroorzaken.

    BRANDSTOFKWALITEIT BENZINE

    Voeg geen kerosine, paraffine of
    benzine aan de diesel toe. Deze
    kunnen het brandstofsysteem
    beschadigen.

    WAARSCHUWINGEN
    Meng de benzine niet met olie, diesel
    of andere vloeistoffen. Deze kunnen
    een chemische reactie veroorzaken.

    Gebruik diesel die voldoet aan de
    specificatie EN 590, of de
    betreffende nationale specificatie.

    Gebruik geen gelode benzine of
    benzine met additieven die andere
    metallische bestanddelen (bijv. op
    mangaan gebaseerd) bevat. Deze kunnen
    het emissiesysteem beschadigen.

    N.B.: We adviseren alleen brandstof van
    hoge kwaliteit te gebruiken.
    N.B.: Het gebruik van extra additieven of
    andere motorbehandellingen voor normaal
    gebruik van de auto wordt afgeraden.

    N.B.: We adviseren alleen brandstof van
    hoge kwaliteit te gebruiken.

    N.B.: Wij raden het gebruik van aanvullende
    additieven af die vlokvorming moeten
    voorkomen.

    N.B.: Het gebruik van extra additieven of
    andere motorbehandellingen voor normaal
    gebruik van de auto wordt afgeraden.

    Opslaan voor de lange termijn

    Gebruik ongelode benzine met een
    minimum octaangetal van 95 die voldoet
    aan de specificatie EN 228, of een
    equivalent volgens nationale specificatie.

    De meeste diesel bevat biodiesel. We
    adviseren de brandstoftank te vullen met
    brandstof die geen biodiesel bevat als het
    de bedoeling is dat uw auto langer dan
    twee maanden stil blijft staan. Er wordt
    tevens aangeraden contact op te nemen
    met uw dealer.

    Uw auto is geschikt voor ethanolmengsels
    tot 10% (E5 en E10).

    Opslaan voor de lange termijn
    De meeste benzine bevat ethanol. Er wordt
    aangeraden de brandstoftank te vullen
    met brandstof zonder ethanol als de auto
    langer dan twee maanden niet wordt
    gebruikt. Er wordt tevens aangeraden
    contact op te nemen met een erkende
    dealer.

    OPRAKEN VAN DE
    BRANDSTOF
    Rijd de tank nooit helemaal leeg, omdat
    dit een nadelig effect kan hebben op
    aandrijflijncomponenten.
    Als de tank is leeggereden:

    103

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 106

    Brandstof en tanken




    Het contact moet na het tanken
    wellicht enkele malen van OFF naar
    ON worden gedraaid, zodat het
    brandstofsysteem de brandstof van de
    tank naar de motor kan pompen.
    Tijdens het starten kan de starttijd
    enkele seconden langer duren dan
    normaal. Bij een sleutelloos
    ontstekingssysteem kan de motor
    gewoon worden gestart. De starttijd
    duurt langer dan normaal.
    Normaal gesproken is het tanken van
    4,6 liter brandstof genoeg om de motor
    te starten. Als de brandstoftank van
    uw auto leeg is en u op een steile
    helling staat, kan er meer brandstof
    nodig zijn.








    Plaats het goedgekeurd
    brandstofreservoir op de grond.
    Vul het brandstofreservoir niet terwijl
    het in de auto staat (inclusief in de
    kofferruimte).
    Houd het spuitstuk van de
    brandstofpomp in contact met het
    brandstofreservoir tijdens het vullen.
    Gebruik geen inrichting om de
    handgreep van de brandstofpomp op
    zijn plaats te houden.

    Tanken met een draagbaar
    brandstofreservoir
    WAARSCHUWINGEN
    Steek het mondstuk van draagbare
    brandstofreservoirs of trechters uit
    de handel niet in het doploze
    brandstofvulsysteem. Het
    brandstofsysteem en de afdichting kunnen
    beschadigd raken en er kan brandstof op
    de grond terechtkomen en niet in de tank,
    wat kan leiden tot ernstig letsel.

    1.

    De kunststof trechter vindt u in het
    handschoenenkastje.
    2. Plaats de trechter langzaam in het
    doploze brandstofsysteem.
    3. Vul de tank met brandstof uit het
    draagbare brandstofreservoir.
    4. Reinig de trechter na het tanken of gooi
    deze op de juiste manier weg. Extra
    trechters kunnen worden aangeschaft
    bij de erkende dealer als u de trechter
    wilt weggooien.

    Probeer het doploze
    brandstofsysteem niet open te
    wrikken of open te drukken met
    vreemde voorwerpen. Het
    brandstofsysteem en de afdichting kunnen
    beschadigd raken en u of anderen kunnen
    letsel oplopen.
    Wanneer u de brandstoftank van uw auto
    opvult met een draagbaar
    brandstofreservoir, moet u de trechter bij
    uw auto gebruiken.
    Gebruik de volgende richtlijnen om de
    vorming van elektrostatische lading te
    voorkomen wanneer u een niet-geaard
    brandstofreservoir vult:

    104

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 107

    Brandstof en tanken
    KATALYSATOR

    WAARSCHUWINGEN
    Wanneer u een hogedrukspuit
    gebruikt om uw auto te wassen, spuit
    dan kort op de brandstofvulklep
    vanaf een afstand van niet minder dan 200
    millimeter.

    WAARSCHUWING
    Laat de motor niet stationair draaien
    of parkeer de wagen niet op droge
    bladeren, droog gras of ander
    brandbaar materiaal. Tijdens het gebruik
    van de motor en na het afzetten van de
    motor straalt het uitlaatsysteem veel
    warmte uit. Dit kan brandgevaar opleveren.

    Wij raden aan minimaal 10 seconden
    te wachten alvorens het vulpistool
    uit de vulbuis te halen, zodat alle
    achtergebleven brandstof in de
    brandstoftank kan stromen.

    Rijden met een katalysator

    Stop met tanken nadat het
    vulpistool voor de tweede keer is
    afgeslagen. Alle brandstof die u dan
    nog toevoegt vult de expansieruimte in de
    brandstoftank, waardoor de brandstof zou
    kunnen overstromen. Het morsen van
    brandstof kan gevaarlijk zijn voor andere
    weggebruikers.

    WAARSCHUWINGEN
    U dient te voorkomen dat de
    brandstof opraakt.
    Schakel de startmotor niet langdurig
    achtereen in.
    Laat de motor niet met een
    losgekoppelde bougiekabel draaien.

    Verwijder tijdens de gehele
    tankprocedure het vulpistool niet uit
    de volledig geplaatste positie.

    Sleep of duw de auto niet aan.
    Gebruik hulpstartkabels. Zie Starten
    via starthulp (bladzijde 137).

    N.B.: De schuifdeur kan niet volledig worden
    geopend wanneer de brandstofvulklep is
    geopend.

    Zet het contact tijdens het rijden niet
    af.

    N.B.: Uw auto beschikt niet over een
    brandstofvuldop.

    TANKEN
    WAARSCHUWINGEN
    Probeer niet de motor te starten
    wanneer u de tank met de onjuiste
    brandstofsoort hebt gevuld. Hierdoor
    kan de motor worden beschadigd. Laat het
    systeem onmiddellijk controleren door een
    erkende dealer.
    Vermijd open vuur of hittebronnen in
    de nabijheid van het
    brandstofsysteem. Het
    brandstofsysteem staat onder druk.
    Wanneer het brandstofsysteem lekt,
    bestaat het gevaar van verwonding.

    1.

    105

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op de klep om deze te openen.
    Open de klep volledig tot hij
    vergrendelt.



  • Page 108

    Brandstof en tanken

    4. Bedien het vulpistool binnen de
    getoonde gebieden.
    N.B.: Na het plaatsen van een vulpistool
    met de correcte afmeting wordt een
    veerbelaste blokkering geopend. Hierdoor
    wordt voorkomen dat onjuiste brandstof
    wordt getankt.
    2. Breng het vulpistool tot en met de
    eerste nok op het vulpistool A in. Laat
    het rusten op de afdekking van de
    vulbuis.

    5. Til het vulpistool licht op om het te
    verwijderen.

    BRANDSTOFVERBRUIK
    N.B.: De hoeveelheid bruikbare brandstof
    in de tankreserve kan verschillen en er mag
    niet op worden vertrouwd om het rijbereik
    te vergroten. Als wordt getankt nadat de
    brandstofmeter een lege tank heeft
    aangegeven, dan kan wellicht niet de
    volledige hoeveelheid van de genoemde
    inhoud van de brandstoftank worden
    getankt, omdat de tankreserve nog
    aanwezig is in de tank.

    3. Houd het vulpistool tijdens het tanken
    in positie B. Als het vulpistool in positie
    A wordt gehouden, kan dit invloed
    hebben op de brandstofstroom en kan
    de het vulpistool worden uitgeschakeld
    voordat de brandstoftank vol is.

    106

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 109

    Brandstof en tanken
    De CO2 waarden en de
    brandstofverbruikcijfers zijn afgeleid van
    laboratoriumtests volgens Richtlijn (EEC)
    715/2007 en aanvullingen daarop. Deze
    richtlijnen worden door alle
    automobielfabrikanten aangehouden.

    De resultaten zijn het meest nauwkeurig
    wanneer de vulmethode consistent is.

    Brandstofverbruik berekenen
    Meet het brandstofverbruik niet gedurende
    de eerste 1500 km (dit is de inloopperiode
    van uw motor). Een nauwkeuriger meting
    wordt bereikt na 3000 - 5000 km.
    Brandstofkosten, aantal vulbeurten of
    brandstofmeteraflezingen zijn geen
    nauwkeurige opties voor het meten van
    het brandstofverbruik.

    Deze gegevens zijn bedoeld voor het
    vergelijken van merken en modellen. Ze
    zijn niet bedoeld als weergave van het
    werkelijke brandstofverbruik van uw
    wagen. Het brandstofverbruik onder
    praktijkomstandigheden is afhankelijk van
    een groot aantal factoren, waaronder:
    rijstijl, rijden met hoge snelheid, stop-start
    verkeer, gebruik van airconditioning,
    gemonteerde accessoires,
    beladingstoestand, slepen van een
    aanhanger, enz.

    1.
    2.

    3.

    De genoemde hoeveelheid is de
    combinatie van de aangegeven
    hoeveelheid en de tankreserve. De
    aangegeven hoeveelheid is het verschil in
    de hoeveelheid brandstof in een
    brandstoftank en een tank wanneer de
    brandstofmeter een lege tank aangeeft.
    De tankreserve is de hoeveelheid brandstof
    in de tank nadat de brandstofmeter een
    lege tank heeft aangegeven.

    4.

    5.

    Tanken
    Voor constante resultaten tijdens vullen
    van de brandstoftank:






    Houd dit minimaal een maand bij en noteer
    het rijtype (stad of snelweg). Dit levert een
    nauwkeurige schatting op van het
    brandstofverbruik van uw auto onder de
    huidige rij-omstandigheden. Het bijhouden
    van bestanden tijdens de zomer en de
    winter geeft aan hoe de temperatuur van
    invloed is op het brandstofverbruik. Lagere
    temperaturen betekenen over het
    algemeen een lager brandstofverbruik.

    Contact uitzetten voor het tanken. Een
    onnauwkeurige waarde zal het gevolg
    zijn indien u de motor laat lopen.
    Gebruik dezelfde vulverhouding
    (laag-medium-hoog) wanneer wordt
    getankt.
    Niet meer dan twee automatische
    klikonderbrekingen tijdens het tanken.

    107

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Vul de brandstoftank volledig en noteer
    de initiële kilometertellerwaarde.
    Noteer iedere keer de hoeveelheid
    gevulde brandstof tijdens het vullen
    van de tank.
    Na minimaal drie tot vijf maal vullen
    van de tank, moet de brandstoftank
    worden gevuld en de huidige
    kilometertellerwaarde worden
    genoteerd.
    Trek de initiële kilometertellerwaarde
    af van de huidige
    kilometertellerwaarde.
    Bereken het brandstofverbruik door de
    gebruikte liters te vermenigvuldigen
    met 100 en te delen door het aantal
    afgelegde kilometers.



  • Page 110

    Brandstof en tanken
    TECHNISCHE SPECIFICATIE
    Brandstofverbruikscijfers
    Stadsverkeer

    Buitenweg

    Gecombineerd

    CO2-emissie

    l/100 km
    (mpg)

    l/100 km
    (mpg)

    l/100 km
    (mpg)

    g/km

    1.0L EcoBoost (74 kW/100
    pk) zonder start-stop

    6,6 (42,8)

    4,3 (65,7)

    5,1 (55,4)

    119

    1.0L EcoBoost (74 kW/100
    pk) met start-stop

    6 (47,1)

    4,2 (67,3)

    4,9 (57,6)

    114

    1.0L EcoBoost (90 kW/120
    pk)

    6 (47,1)

    4,2 (67,3)

    4,9 (57,6)

    114

    1.4L Duratec -16V

    7,9 (35,8)

    4,9 (57,6)

    6 (47,1)

    139

    1.6L Duratec-16V Ti-VCT

    8,6 (32,8)

    5,1 (55,4)

    6,4 (44,1)

    149

    1.5L Duratorq-TDCi

    4,7 (60,1)

    3,6 (78,4)

    4 (70,6)

    104

    1.6L DuraTorq-TDCi

    4,8 (58,9)

    3,8 (74,3)

    4,1 (68,9)

    109

    Variant

    108

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 111

    Versnellingsbak/transmissie
    Standen keuzehendel

    HANDGESCHAKELDE
    VERSNELLINGSBAK
    De achteruit inschakelen
    Schakel de achteruit niet in wanneer de
    auto in beweging is. Dit kan inwendige
    schade aan de versnellingsbak
    veroorzaken.

    AUTOMATISCHE
    TRANSMISSIE
    WAARSCHUWINGEN
    Zorg dat de parkeerrem altijd volledig
    ingeschakeld is en zorg dat de
    keuzehendel van de transmissie in
    stand P staat. Schakel het contact uit en
    verwijder de sleutel als u de auto verlaat.
    Bedien het rempedaal en het
    gaspedaal niet gelijktijdig. Door beide
    pedalen gelijktijdig gedurende meer
    dan 3 seconden te bedienen, wordt het
    motortoerental beperkt, waardoor het
    lastig kan zijn uw snelheid in het verkeer te
    handhaven, hetgeen tot een ongeval met
    ernstig letsel kan leiden.

    P

    Park (Parkeerstand)

    R

    Reverse (Achteruit)

    N

    Neutral (Neutraal)

    D

    Drive (Rijden)

    S

    Sportmodus en handmatig
    schakelen

    +

    Handmatig opschakelen

    -

    Handmatig terugschakelen
    WAARSCHUWING

    N.B.: Het systeem voert een reeks controles
    uit wanneer u het contact uitschakelt. Er kan
    een zacht klikkend geluid hoorbaar zijn. Dit
    is normaal.

    Druk het rempedaal in voordat u de
    keuzehendel van de transmissie
    verplaatst en houd het pedaal
    ingedrukt totdat u gereed bent om weg te
    rijden.
    Druk de knop op de keuzehendel van de
    transmissie in om een andere stand in te
    schakelen.
    De stand van de keuzehendel wordt op het
    informatiedisplay weergegeven.

    109

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 112

    Versnellingsbak/transmissie
    P (Park)

    D (Drive)
    N.B.: Het schakelen vindt alleen plaats bij
    bepaalde rijsnelheden en motortoerentallen.

    WAARSCHUWINGEN
    Zet de keuzehendel van de
    transmissie alleen in de parkeerstand
    bij stilstaande auto.

    N.B.: U kunt de actueel geselecteerde
    versnelling tijdelijk uitschakelen m.b.v. de
    knoppen + en -.

    Schakel de parkeerrem in en zet de
    keuzehendel van de transmissie in
    de parkeerstand voordat u de auto
    verlaat. Controleer of de keuzehendel van
    de transmissie is vergrendeld.

    Schakel de rijstand (D) in om automatisch
    gebruik te maken van alle voorwaartse
    versnellingen.
    De transmissie kiest de meest geschikte
    versnelling voor optimale prestaties
    gebaseerd op de omgevingstemperatuur,
    het hellingspercentage van de weg, de
    belading van de auto en uw informatie.

    N.B.: Wanneer het bestuurdersportier wordt
    geopend en u de parkeerstand niet hebt
    ingeschakeld, klinkt een akoestisch
    waarschuwingssignaal.

    Sportmodus en handmatig
    schakelen

    In deze stand wordt geen aandrijfkracht
    op de wielen overgebracht en de
    transmissie is geblokkeerd. Wanneer de
    keuzehendel van de transmissie in deze
    stand staat, kunt u de motor starten.

    Sportmodus
    N.B.: In de modus Sport werkt de
    transmissie normaal, maar worden
    versnellingen sneller en bij hogere
    motortoerentallen gekozen.

    R (Reverse)
    WAARSCHUWINGEN
    Zet de keuzehendel van de
    transmissie alleen in stand R
    (achteruit) wanneer de auto stilstaat
    en de motor stationair draait.

    N.B.: In de modus Sport wordt S in het
    informatiedisplay weergegeven.
    Activeer de sportmodus door de
    keuzehendel in de stand S te zetten. De
    modus Sport blijft actief tot u handmatig
    op- of terugschakelt m.b.v. + en -, of de
    keuzehendel weer in stand D zet.

    Zorg altijd dat de auto volledig stil
    staat voordat de keuzehendel uit
    stand R (achteruit) wordt gehaald.

    Handmatig schakelen
    Zet de keuzehendel van de transmissie in
    stand R (achteruit) indien u de auto
    achteruit wilt laten rijden.

    WAARSCHUWINGEN
    Houd de knoppen niet constant in of +.

    N (Neutral)

    De transmissie schakelt automatisch
    terug wanneer het motortoerental
    te laag is.

    In deze stand wordt geen aandrijfkracht
    op de wielen overgebracht maar de
    transmissie is niet geblokkeerd. Wanneer
    de keuzehendel van de transmissie in deze
    stand staat, kunt u de motor starten.

    Druk op de knop - om terug te schakelen
    en op de knop + om op te schakelen.

    110

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 113

    Versnellingsbak/transmissie
    Er worden mogelijk versnellingen
    overgeslagen wanneer er herhaaldelijk
    binnen korte intervallen op de knoppen
    wordt gedrukt.

    N.B.: Beweeg de auto niet langer dan 1
    minuut heen en weer, omdat anders de
    transmissie en de banden beschadigd
    kunnen raken of de motor oververhit kan
    raken.

    De handmatige modus beschikt ook over
    een kickdown functie. Zie Kickdown.

    Als de auto vast komt te zitten in modder
    of sneeuw, dan mag deze heen en weer
    worden bewogen door te schakelen tussen
    vooruit- en achteruitversnellingen
    (stoppen tussen schakelingen met een
    regelmatig patroon). Trap het gaspedaal
    in iedere versnelling licht in.

    Aanwijzingen voor het rijden met
    een automatische transmissie
    WAARSCHUWING
    Laat de motor niet langdurig
    achtereen stationair draaien met een
    ingetrapt rempedaal in de stand D.

    Noodontgrendelhendel
    parkeerrem

    Wegrijden

    WAARSCHUWINGEN
    Rijd niet met de auto nadat is
    gecontroleerd of de remlampen
    werken.

    1. Schakel de parkeerrem uit.
    2. Laat het rempedaal opkomen en druk
    het gaspedaal in.

    Als de parkeerrem volledig is gelost,
    maar de remwaarschuwingslamp
    blijft branden, dan werken de
    remmen wellicht niet correct. Neem
    contact op met een erkende dealer.

    Stoppen
    1.

    Laat het gaspedaal opkomen en druk
    het rempedaal in.
    2. Schakel de parkeerrem in.
    3. Zet de keuzehendel van de transmissie
    in stand N of P.

    Gebruik bij een elektrische storing of bij een
    lege accu de hendel om de keuzehendel
    uit de parkeerstand te verplaatsen.

    Kickdown
    Druk het gaspedaal volledig in terwijl de
    keuzehendel van de transmissie in de
    rijstand staat om voor optimale prestaties
    de op één na laagste versnelling in te
    schakelen. Laat het gaspedaal los wanneer
    kickdown niet langer gewenst is.
    Als de auto vast komt te zitten in
    modder of sneeuw
    N.B.: Beweeg de auto niet heen en weer als
    de motor niet op de normale
    bedrijfstemperatuur is; doet u dit wel, dan
    kan de transmissie beschadigd raken.

    1.

    Schakel de parkeerrem in en schakel
    het contact uit voordat u deze
    procedure uitvoert.
    2. Verwijder de bout.

    111

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 114

    Versnellingsbak/transmissie
    3. Verwijder het zijpaneel van de
    middenconsole.

    WAARSCHUWINGEN
    Als het toerental van de motor
    overmatig wordt verhoogd of een
    functiestoring wordt geregistreerd,
    wordt het systeem gedeactiveerd.
    Het systeem maakt het eenvoudiger op te
    trekken wanneer uw auto op een helling
    staat zonder dat het noodzakelijk is gebruik
    te maken van de parkeerrem.
    Wanneer het systeem actief is, blijft de
    auto nadat u het rempedaal hebt
    losgelaten twee tot drie seconden op de
    helling stilstaan. Hierdoor heeft u tijd om
    uw voet van het rempedaal naar het
    gaspedaal te verplaatsen. De remmen
    worden automatisch gelost zodra de motor
    voldoende vermogen heeft opgebouwd
    om weg te rijden. Zo wordt voorkomen dat
    de auto op een helling kan terugrollen. Dit
    is en voordeel bij het wegrijden op een
    helling (bijvoorbeeld bij een parkeergarage,
    verkeerslichten of bij het achteruitrijden
    bergop tijdens parkeren).

    N.B.: De hendel is roze van kleur.
    4. Druk het rempedaal in. Draai de hendel
    m.b.v. een geschikte gereedschap naar
    voren terwijl u de keuzehendel vanuit
    de parkeerstand in de neutraalstand
    trekt.
    N.B.: Neem zo snel mogelijk contact op met
    een erkende dealer als deze procedure
    wordt toegepast.

    Het systeem wordt op een helling
    automatisch geactiveerd, hetgeen in
    aanzienlijk terugrollen van de auto kan
    resulteren.

    REGELING VOOR BERGOP
    RIJDEN

    Hellingstart gebruiken
    1.

    Druk het rempedaal in om de auto
    volledig tot stilstand te brengen. Houd
    het rempedaal ingedrukt.
    2. Als de sensoren registreren dat de auto
    op een helling staat, dan wordt het
    systeem automatisch geactiveerd.
    3. Wanneer u uw voet van het rempedaal
    neemt, blijft de auto gedurende
    ongeveer twee tot drie seconden op de
    helling staan zonder achteruit te rollen.
    Deze periode wordt automatisch
    verlengd als u bezig bent weg te rijden.
    4. Rijd op de normale manier weg. De
    remmen worden automatisch gelost.

    WAARSCHUWINGEN
    Het systeem vervangt niet de
    parkeerrem. Als u uit de auto stapt,
    schakel dan altijd de parkeerrem in
    en laat de auto achter met de keuzehendel
    van de transmissie in stand P (parkeren).
    U dient in de auto te blijven zitten
    nadat het systeem is geactiveerd.
    U blijft te allen tijde verantwoordelijk
    voor het besturen van uw auto en het
    zo nodig in en uitschakelen van het
    systeem.

    112

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 115

    Versnellingsbak/transmissie
    Het systeem in- en uitschakelen
    N.B.: Het systeem kan allen in- en
    uitgeschakeld worden voor
    handgeschakelde versnellingsbakken.
    N.B.: Wanneer u het systeem uitgeschakeld
    heeft, blijft dit uitgeschakeld tot u het weer
    inschakelt.
    Uw auto wordt geleverd met ingeschakeld
    systeem. U kunt deze functie desgewenst
    uitschakelen: Zie Algemene informatie
    (bladzijde 66).

    113

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 116

    Remmen
    ALGEMENE INFORMATIE

    TIPS VOOR RIJDEN MET ABS
    N.B.: Wanneer het systeem in werking is,
    pulseert het rempedaal en legt wellicht een
    langere weg af. Blijf het rempedaal
    indrukken. Er is tevens wellicht een geluid
    hoorbaar vanaf het systeem. Dat is normaal.

    WAARSCHUWING
    Het systeem is niet bedoeld om de
    bestuurder te ontheffen van zijn
    plicht om tijdens het rijden
    voorzichtig en oplettend te zijn.

    Het anti-blokkeerremsysteem voorkomt
    geen risico's die ontstaan wanneer:
    • u te weinig afstand ten opzichte van
    voor u rijdend verkeer houdt;
    • uw auto last heeft van aquaplanning;
    • u bochten te snel neemt;
    • het wegdek slecht is.

    N.B.: Zo nu en dan kunnen remgeluiden
    hoorbaar zijn; dit is normaal. Als een metaal
    op metaal geluid, een voortdurend schurend
    geluid of een voortdurend piepgeluid
    hoorbaar is, dan kunnen de remvoeringen
    zijn versleten. Als voortdurend trillen of
    schokken in het stuur voorkomt tijdens het
    remmen, laat dan de auto controleren door
    een erkende dealer.

    PARKEERREM

    N.B.: Remmenstof kan zich ophopen op de
    wielen (zelfs onder normale
    rij-omstandigheden). Vanwege slijten van
    de remmen is een beetje stof onvermijdelijk.
    Zie Lichtmetalen velgen reinigen
    (bladzijde 178).

    Auto's met automatische
    transmissie
    WAARSCHUWING
    Trek de handrem altijd volledig aan
    en laat de auto achter met de
    keuzehendel van de transmissie in
    stand P.

    Natte remmen leiden tot een lagere
    wrijvingscoëfficiënt. Trap het rempedaal
    enkele malen voorzichtig in tijdens
    wegrijden bij een wasstraat of stilstaand
    water om de remmen te drogen.

    N.B.: Als de auto wordt geparkeerd op een
    helling en naar boven wijst, zet de
    keuzehendel dan in stand P en draai het
    stuur weg van de stoeprand.

    Noodstopbekrachtiging
    De noodstopbekrachtiging herkent een
    noodstopsituatie aan de snelheid waarmee
    u het rempedaal indrukt. Het systeem zorgt
    voor een maximale remdruk zolang het
    rempedaal wordt ingedrukt. De
    noodremassistent kan de remweg in
    kritieke situaties reduceren.

    N.B.: Als de auto wordt geparkeerd op een
    helling en naar beneden wijst, zet de
    keuzehendel dan in stand P en draai het
    stuur richting de stoeprand.

    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak

    Anti-blokkeerremsysteem

    N.B.: Als de auto wordt geparkeerd op een
    helling en naar boven wijst, selecteer dan
    de 1e versnelling en draai het stuur weg van
    de stoeprand.

    Dit systeem helpt om de stuurregeling en
    de stabiliteit te behouden tijdens een
    noodstop door te voorkomen dat de
    remmen blokkeren.

    114

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 117

    Remmen
    N.B.: Als de auto wordt geparkeerd op een
    helling en naar beneden wijst, selecteer dan
    de achteruitversnelling en draai het stuur
    richting de stoeprand.

    Alle auto's
    N.B.: Druk de ontgrendelknop tijdens het
    aantrekken niet in.
    De handrem inschakelen:
    1. Druk het rempedaal krachtig in.
    2. Trek de handremhendel volledig
    omhoog.
    De handrem lossen:
    1. Druk het rempedaal stevig in.
    2. Trek de hendel enigszins omhoog
    3. Druk op de ontgrendelknop en druk de
    hendel naar beneden.

    115

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 118

    Stabiliteitsregeling
    Het systeem zorgt ook voor een betere
    tractieregeling door het motorkoppel te
    verlagen wanneer de wielen bij het
    accelereren beginnen door te draaien. Het
    verbetert de mogelijkheden om op gladde
    of losse oppervlakken te kunnen optrekken
    en het verbetert het comfort door wielspin
    in haarspeldbochten te beperken.

    WERKING
    Elektronisch
    stabiliteitsprogramma
    WAARSCHUWING
    Het systeem is niet bedoeld om de
    bestuurder te ontheffen van zijn
    plicht om tijdens het rijden
    voorzichtig en oplettend te zijn. Doet u dit
    niet, dan zou zit tot controleverlies over de
    auto en ernstig letsel of de dood kunnen
    leiden.

    Waarschuwingslamp
    stabiliteitsregeling
    De lamp knippert tijdens het rijden
    wanneer het systeem werkt. Zie
    Waarschuwings- en indicatielampen
    (bladzijde 61).

    GEBRUIK MAKEN VAN
    STABILITEITSREGELING
    N.B.: Het systeem wordt automatisch
    ingeschakeld wanneer u het contact
    inschakelt.
    Het systeem kan worden in- en
    uitgeschakeld met behulp van de
    informatiedisplay. Zie Algemene
    informatie (bladzijde 66).

    A

    Zonder ESP

    B

    Met ESP

    Het systeem ondersteunt de stabiliteit van
    de auto wanneer deze dreigt uit te breken.
    Het systeem doet dit door de wielen apart
    te remmen en het motorkoppel zoals
    vereist te beperken.

    116

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 119

    Parkeerhulp
    N.B.: Houd de sensoren vrij van vuil, ijs en
    sneeuw. Reinig de sensoren niet met
    scherpe voorwerpen.

    WERKING
    WAARSCHUWINGEN
    Het systeem is niet bedoeld om de
    bestuurder te ontheffen van zijn
    plicht om tijdens het rijden
    voorzichtig en oplettend te zijn.

    N.B.: Het systeem kan valse alarmen geven
    als het een signaal detecteert dat gebruik
    maakt van dezelfde frequentie als de
    sensoren of als uw auto helemaal
    volgeladen is.

    Als uw voertuig een
    aanhangermodule heeft die niet door
    Ford is goedgekeurd, is het mogelijk
    dat het systeem voorwerpen niet correct
    detecteert.

    N.B.: De buitenste sensoren kunnen de
    zijmuren van een garage detecteren. Als de
    afstand tussen de buitenste sensoren en de
    zijmuur drie seconden lang constant blijft,
    gaat het alarm uit. Als u verder rijdt, zullen
    de binnenste sensoren voorwerpen direct
    achter uw auto detecteren.

    Bij zware regenval of andere
    omstandigheden waardoor
    verstorende reflecties ontstaan is het
    mogelijk dat de sensoren bepaalde
    voorwerpen niet 'zien'.

    PARKEERHULP

    De sensoren kunnen voorwerpen met
    een oppervlak de ultrasone
    geluidsgolven absorberen niet 'zien'.

    WAARSCHUWINGEN
    Sensoren zijn slechts een hulpmiddel
    om bepaalde voorwerpen te
    detecteren wanneer u tegen een lage
    snelheid vooruit of achteruit rijdt.
    Verkeerscontrolesystemen, slecht weer of
    een externe motor en ventilator kunnen de
    sensoren beïnvloeden; dit kan leiden tot
    verminderde prestaties of verkeerde
    activering. Om verwondingen te
    voorkomen moet u de beperkingen van het
    systeem, in detail beschreven in dit
    hoofdstuk, lezen en begrijpen.

    Het systeem detecteert geen
    voorwerpen die zich van uw auto
    vandaan bewegen. Deze worden
    alleen kort nadat zij opnieuw naar de auto
    toe bewegen gedetecteerd.
    Wees bijzonder voorzichtig wanneer
    u achteruit rijdt met een trekhaak of
    accessoire achterop. Zoals
    bijvoorbeeld een fietsendrager. De
    parkeerhulp achteraan geeft slechts de
    afstand bij benadering vanaf de
    achterbumper tot een voorwerp aan.

    Het parkeerhulpsysteem kan niet
    voorkomen dat u tegen kleine of
    bewegende voorwerpen, laag bij de
    grond, aanrijdt. Het parkeerhulpsysteem
    geeft een geluidssignaal wanneer het een
    groot voorwerp detecteert en helpt zo
    schade aan uw auto te voorkomen. Wees
    voorzichtig wanneer u het
    parkeerhulpsysteem gebruikt, om
    verwondingen te voorkomen.

    Als u uw auto met een
    hogedrukreiniger wast, mag u slechts
    kort op de sensoren spuiten, op een
    afstand van minstens 8 inch (20 cm).
    N.B.: Als uw auto een trekhaak heeft, wordt
    het systeem automatisch uitgeschakeld
    wanneer de aanhangerlampen (of
    lichtbalken) zijn aangesloten op de
    aansluiting met 13 pennen via een door Ford
    goedgekeurde aanhangermodule.

    117

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 120

    Parkeerhulp
    N.B.: Sommige accessoires kunnen de
    prestaties beperken of verkeerde activering
    veroorzaken. Bijvoorbeeld grote trekhaken,
    fietsendragers of rekken voor surfplanken.
    N.B.: De sensoren van het
    parkeerhulpsysteem moeten schoon en vrij
    van sneeuw en ijs worden gehouden om
    slechte prestaties of verkeerde activering te
    voorkomen. Reinig de sensors niet met
    scherpe voorwerpen.
    N.B.: Als de parkeerhulpsensoren verkeerd
    zijn uitgelijnd omwille van schade aan de
    bumper, zullen ze minder goed werken of
    verkeerd worden geactiveerd.

    A

    Het parkeerhulpsysteem geeft een
    geluidssignaal en vermindert het volume
    van de radio wanneer het een groot
    voorwerp detecteert dat zich dicht bij de
    bumpers van uw auto bevindt.

    Het systeem detecteert grote voorwerpen
    wanneer u de keuzehendel van de
    transmissie in de stand R (achteruit) zet:
    • en uw auto naar het voorwerp toe rijdt
    tegen een snelheid van minder dan 3
    mph (5 km/u)
    • en uw auto niet beweegt maar een
    bewegend voorwerp de achterkant van
    uw auto nadert tegen een snelheid van
    minder dan 3 mph (5 km/u)
    • wanneer de auto beweegt met een
    snelheid minder dan 5 km/u en een
    bewegend voorwerp de achterzijde van
    de auto nadert met een snelheid
    minder dan 5 km/u.

    N.B.: Wanneer het parkeerhulpsysteem
    geen groot voorwerp meer detecteert, keert
    het volume van de radio terug naar het
    vorige niveau.

    Sensorsysteem achter
    De parkeerhulpsensoren achteraan worden
    automatisch ingeschakeld wanneer u de
    keuzehendel van de transmissie in de stand
    R (achteruit) zet en uw auto tegen een
    snelheid van minder dan 3 mph (5 km/u)
    rijdt. Als de auto dichter bij een groot
    voorwerp rijdt, wordt het geluidssignaal
    sneller herhaald. Wanneer het voorwerp
    zich minder dan 12 inch (30 cm) van het
    midden van de achterbumper van uw auto
    bevindt, klinkt het geluidssignaal
    ononderbroken. Als het voorwerp zich meer
    dan 12 inch (30 cm) van de zijkant van de
    achterbumper van uw auto bevindt, klinkt
    het geluidssignaal drie seconden lang. Als
    het voorwerp zich minder dan 12 inch (30
    cm) van de zijkant van de achterbumper
    van uw auto bevindt, klinkt het
    geluidssignaal ononderbroken.

    Zet de keuzehendel van de transmissie uit
    R (achteruit) of druk op de
    parkeerhulpknop om het systeem uit te
    schakelen. Indien zich een storing in het
    systeem voordoet, verschijnt een
    waarschuwingsmelding in het
    informatiedisplay en kunt u het het
    systeem niet inschakelen.

    118

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Het dekkingsgebied van de
    parkeerhulpsensor achteraan is
    72 inch (183 cm) van het midden
    van de achterbumper van uw
    auto. Er is een kleiner
    dekkingsgebied bij de
    buitenhoeken.



  • Page 121

    Parkeerhulp
    Sensorsysteem voor en achter

    De volgende geluidssignalen zijn te horen
    wanneer grote voorwerpen zich binnen het
    dekkingsgebied van elke bumper bevinden:
    • U hoort een hoge toon uit de voorste
    luidsprekers van het audiosysteem
    wanneer grote voorwerpen zich binnen
    het dekkingsgebied van de sensor op
    de voorbumper van uw auto bevinden.
    Als de auto dichter bij een groot
    voorwerp rijdt, wordt het geluidssignaal
    sneller herhaald.
    • U hoort een lage toon uit de achterste
    luidsprekers van het audiosysteem
    wanneer grote voorwerpen zich binnen
    het dekkingsgebied van de sensor op
    de achterbumper van uw auto
    bevinden. Als de auto dichter bij een
    groot voorwerp rijdt, wordt het
    geluidssignaal sneller herhaald.
    • Het parkeerhulpsysteem geeft
    voorrang aan geluidssignalen op basis
    van de grote voorwerpen die zich het
    dichtst bij de voor- of achterbumper
    van uw auto bevinden. Als een
    voorwerp zich bijvoorbeeld 24 inch (60
    cm) van de voorbumper van uw
    voertuig bevindt en er zich tegelijkertijd
    een voorwerp slechts 16 inch (40 cm)
    van de achterbumper van uw auto
    bevindt, hoort u de lagere toon uit de
    achterste luidsprekers van het
    audiosysteem.
    • U hoort een afwisselend geluidssignaal
    van de voorste en achterste
    luidsprekers van het audiosysteem als
    grote voorwerpen zich minder dan 12
    inch (30 cm) van de voor- en
    achterbumper van uw auto bevinden.
    • Als het voorwerp zich meer dan 12 inch
    (30 cm) van de zijkant van de bumper
    van uw auto bevindt, klinkt het
    geluidssignaal drie seconden lang. Als
    het voorwerp zich minder dan 12 inch
    (30 cm) van de zijkant van de bumper
    van uw auto bevindt, wordt het
    geluidssignaal ononderbroken.

    De parkeerhulpsensoren voor- en
    achteraan worden automatisch
    ingeschakeld wanneer u de keuzehendel
    van de transmissie in de stand R
    (achteruit), D (vooruit) of L (laag) zet en
    uw auto tegen een snelheid van minder
    dan 7 mph (12 km/u) rijdt.

    A

    Het dekkingsgebied van de
    parkeerhulpsensor vooraan is 31
    inch (80 cm) van het midden
    van de voorbumper van uw auto
    en tot 14 inch (35 cm) van de
    zijkant van de voorbumper van
    uw auto. Het dekkingsgebied van
    de parkeerhulpsensor achteraan
    is 72 inch (183 cm) van het
    midden van de achterbumper
    van uw auto. Er is een kleiner
    dekkingsgebied bij de
    buitenhoeken.

    119

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 122

    Parkeerhulp
    Zet de keuzehendel van de transmissie uit
    R (achteruit), D (vooruit), L (laag) of rijd
    weg van grote voorwerpen of druk op de
    parkeerhulpknop om het systeem uit te
    schakelen. Voor de plaats van het item:
    Zie In één oogopslag (bladzijde 9). Als
    er een storing aanwezig is in het systeem,
    verschijnt een waarschuwingsbericht op
    het informatiepaneel en kunt u het
    systeem niet inschakelen.

    Schakel het contact en het audiosysteem
    in.
    Druk op de schakelaar parkeerhulp op het
    instrumentenpaneel of zet de keuzehendel
    van de transmissie in stand R (achteruit).
    De afbeelding wordt op het scherm
    weergegeven.
    De lamp in de schakelaar gaat branden
    wanneer het systeem wordt ingeschakeld.
    De camera werkt wellicht niet correct
    onder de volgende omstandigheden:
    • Donkere gebieden.
    • Fel licht.
    • Als de buitentemperatuur snel toe- of
    afneemt.
    • Als de camera nat is (bijvoorbeeld
    tijdens regen of een hoge vochtigheid).
    • Als het zicht van de camera is
    geblokkeerd (bijvoorbeeld door
    modder).

    ACHTERUITKIJKCAMERA
    WAARSCHUWINGEN
    De bediening van de camera varieert
    afhankelijk van de
    buitentemperatuur, de
    rij-omstandigheden van de auto en het
    type weg.
    De in het display weergegeven
    afstanden kunnen verschillen van de
    werkelijke afstand.
    Plaats geen voorwerpen voor de
    camera.

    Display gebruiken
    WAARSCHUWINGEN
    Obstakels boven de camera worden
    niet weergegeven. Controleer indien
    nodig het gebied achter de auto.

    De camera is aangebracht in de achterklep
    (naast de handgreep).

    Markeringen worden alleen gebruikt
    als algemene richtlijn en worden
    berekend voor auto's met een
    maximale belading op een egaal wegdek.
    De lijnen duiden de afstand van de
    buitenrand van de voorband plus 51
    millimeter tot de achterbumper aan.

    Achteruitkijkcamera inschakelen
    WAARSCHUWING
    Het kan voorkomen dat de camera
    voorwerpen die zich te dicht bij de
    auto bevinden niet kan registreren.
    120

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 123

    Parkeerhulp
    N.B.: De groene lijn wordt verlengd van 0,9
    meter tot een afstand van 3,2 meter.
    N.B.: Wanneer er met een aanhanger
    achteruit wordt gereden, dan worden de
    lijnen niet op het scherm getoond. De
    camera geeft de voertuigrichting en niet de
    aanhanger weer.

    Achteruitkijkcamera uitschakelen
    N.B.: Het systeem wordt automatisch
    uitgeschakeld wanneer de voertuigsnelheid
    ongeveer 12 km/u is.
    Druk op de parkeerhulpschakelaar op het
    instrumentenpaneel. Voor locatie: Zie In
    één oogopslag (bladzijde 9).

    Auto's met parkeerhulp
    In de display wordt tevens een gekleurde
    afstandsbalk getoond. Deze geeft de
    afstand van de achterbumper naar het
    geregistreerde obstakel aan.
    De volgende kleurcodes zijn van
    toepassing:
    • Groen - 0,6 tot 1,8 meter
    • Oranje - 0,3 tot 0,6 meter
    • Rood - 0,3 meter of minder.

    A

    Rood - tot 0,3 meter

    B

    Oranje - 0,3 tot 0,6 meter

    C

    Groen - 0,6 tot 0,9 meter

    D

    Zwart - middenlijn van de
    geprojecteerde route van de
    auto

    121

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 124

    Snelheidsregeling (Cruise Control)
    WERKING
    WAARSCHUWING
    Het systeem is niet bedoeld om de
    bestuurder te ontheffen van zijn
    plicht om tijdens het rijden
    voorzichtig en oplettend te zijn.
    Met de snelheidsregeling (cruise control)
    kunt u met behulp van de schakelaars op
    het stuurwiel de rijsnelheid instellen. U kunt
    cruise control gebruiken bij snelheden
    hoger dan ongeveer 30 km/u.

    De bediening van de cruise control bevindt
    zich in het stuurwiel.

    Cruise control inschakelen

    GEBRUIK MAKEN VAN
    SNELHEIDSREGELING

    Druk op de ON toets en laat deze los.
    Het controlelampje in het
    instrumentenpaneel gaat
    branden.

    WAARSCHUWINGEN
    Schakel onder drukke
    verkeersomstandigheden, op
    bochtige wegen en op gladde wegen
    cruise control niet in. Dit zou tot
    controleverlies over de auto en fataal of
    dodelijk letsel kunnen leiden.

    Snelheid instellen
    1. Accelereer tot de gewenste snelheid.
    2. Druk op de SET+ toets en laat deze
    los.
    3. Neem uw voet van het gaspedaal.

    Wanneer u een heuvel afrijdt, kan de
    snelheid hoger worden dan de
    ingestelde snelheid. Het systeem
    stelt niet de remmen in werking. Schakel
    een versnelling terug om het systeem te
    helpen bij het aanhouden van de
    ingestelde snelheid. Doet u dit niet, dan
    zou zit tot controleverlies over de auto en
    fataal of dodelijk letsel kunnen leiden.

    Ingestelde snelheid wijzigen



    N.B.: Cruise control wordt uitgeschakeld
    indien uw rijsnelheid meer dan 16 km/u
    onder uw ingestelde snelheid afneemt
    terwijl u een helling beklimt.



    122

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op de SET+ of SET- toets en
    houd deze ingedrukt. Laat de toets los
    zodra u de gewenste snelheid hebt
    bereikt.
    Druk op de SET+ of SET- toets en laat
    deze los. De ingestelde snelheid wordt
    met stappen van ca. 2 km/u gewijzigd.
    Druk het gaspedaal of het rempedaal
    in tot de gewenste snelheid is bereikt.
    Druk op de SET+ toets en laat deze
    los.



  • Page 125

    Snelheidsregeling (Cruise Control)
    Ingestelde snelheid annuleren
    Druk op de CAN toets en laat deze los, of
    druk het rempedaal in. De ingestelde
    snelheid wordt niet gewist.
    Ingestelde snelheid hervatten
    Druk op de RES toets en laat deze los.

    Cruise control uitschakelen
    N.B.: U wist de ingestelde snelheid indien
    u het systeem uitschakelt.
    Druk op de OFF toets en laat deze los, of
    schakel het contact uit.

    123

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 126

    Rijhulpmiddelen
    ACTIVE CITY STOP

    WAARSCHUWINGEN
    Indien uw auto is uitgerust met een
    niet door ons goedgekeurde voorruit,
    dan is het mogelijk dat het systeem
    niet naar behoren werkt.

    Algemene informatie
    WAARSCHUWINGEN
    Het systeem is niet bedoeld om de
    bestuurder te ontheffen van zijn
    plicht om tijdens het rijden
    voorzichtig en oplettend te zijn.

    Als de motor stopt nadat het
    systeem is ingeschakeld, dan worden
    de waarschuwingsknipperlichten
    geactiveerd.

    U blijft te allen tijde verantwoordelijk
    voor het besturen van de auto en het
    zo nodig in en uitschakelen van het
    systeem.

    Het systeem werkt wellicht niet bij
    het nemen van scherpe bochten.
    N.B.: Houd de voorruit vrij van
    belemmeringen zoals uitwerpselen van
    vogels, insecten en sneeuw of ijs.

    Kijk nooit direct in de sensor met
    welk type voorwerp dan ook.
    Hierdoor bestaat een risico op
    oogletsel.

    N.B.: Houd de motorkap vrij van ijs en
    sneeuw, want het systeem werkt anders
    niet naar behoren.

    Indien de sensor versperd raakt, is
    het mogelijk dat het systeem niet
    werkt.

    Er is een sensor gemonteerd achter de
    binnenspiegel. De sensor controleert
    voortdurend de omstandigheden om te
    bepalen wanneer er ingegrepen moet
    worden.

    Voor volledige systeemprestaties
    moet het remsysteem worden gezet.
    Zie Inrijden (bladzijde 135).
    De prestaties van het systeem
    kunnen variëren, afhankelijk van de
    auto en de verkeersomstandigheden.

    Het systeem is ontworpen om u te helpen
    bij het reduceren van aanrijdingen met
    voorgangers bij lage snelheden. Het helpt
    u ook bij het reduceren van
    aanrijdingsschade of het volledig
    voorkomen van de aanrijding.

    Het systeem reageert niet op auto's
    die in een andere richting rijden.
    Het systeem reageert niet op fietsen,
    motors, mensen of dieren.

    Het systeem werkt bij snelheden tot ca. 30
    km/u door bediening van de remmen
    wanneer de sensor een waarschijnlijke
    aanrijding detecteert.

    Wanneer het contact ingschakeld is,
    dan verstuurt de sensor voortdurend
    een laserstraal.

    U moet het rempedaal intrappen om de
    volledige remkracht te verkrijgen.

    Het systeem werkt niet tijdens hard
    versnellen en sturen.

    Wanneer het systeem remt of de remmen
    automatisch heeft bediend, dan wordt er
    een bericht in het informatiedisplay
    weergegeven.

    Onder koude en barre
    weersomstandigheden is het
    mogelijk dat het systeem niet werkt.
    Regen, sneeuw, mist en ijs kunnen de
    sensor beïnvloeden.
    Voer geen voorruitreparaties uit in de
    directe omgeving van de sensor.

    124

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 127

    Rijhulpmiddelen
    Active City Stop gebruiken

    U moet harder dan 50 km/u in een rechte
    lijn met de auto rijden om de procedure te
    voltooien. Dit kan enkele minuten duren.

    Het systeem uit- en inschakelen
    N.B.: Het systeem wordt automatisch
    ingeschakeld wanneer u het contact
    inschakelt.

    Informatie lasersensor

    In bepaalde situaties is het raadzaam om
    het systeem uit te schakelen, bijvoorbeeld:
    • Bij rijden in het terrein wanneer
    voorwerpen de voorruit kunnen
    afdekken.
    • Wanneer door een wasstraat wordt
    gereden.
    Het systeem kan worden uit- en
    ingeschakeld met behulp van de
    informatiedisplay. Zie Algemene
    informatie (bladzijde 66).

    WAARSCHUWINGEN
    Onzichtbare laserstraal. Kijk niet
    direct met optische instrumenten
    (vergrootglazen). Klasse 1M
    laserproduct.

    Procedure voor opnieuw leren Active
    City Stop
    N.B.: Nadat de accu is ontkoppeld,
    doorloopt het systeem een procedure voor
    opnieuw leren. Tijdens deze periode is het
    systeem niet beschikbaar.

    IEC 60825-1: 1993 + A2:2001.
    Conform FDA-prestatiestandaard
    voor laserproducten m.u.v. afwijking
    in overeenstemming met laserkennisgeving
    (Laser Notice) nr. 50, d.d. 26 juli 2001.

    Item

    Specificatie

    Max. gemiddeld vermogen

    45mW

    Pulsduur

    33ns

    Golflengte

    905nm

    125

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 128

    Transport
    ALGEMENE INFORMATIE

    BAGAGEVERANKERINGSPUNTEN

    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik bevestigingsriemen die
    voldoen aan een norm, bijv. DIN.
    Zorg ervoor dat alle losse
    voorwerpen goed zijn vastgezet.
    Plaats bagage en ander voorwerpen
    zo laag mogelijk en zo ver mogelijk
    naar voren in de bagageruimte of de
    laadruimte.
    Rijd niet met geopende achterklep
    of achterdeur. Uitlaatgassen kunnen
    de auto worden binnengezogen.
    Overschrijd niet de maximum vooren achterasbelasting voor uw auto.
    Zie Voertuigidentificatieplaatje
    (bladzijde 193).

    OPBERGRUIMTE ONDER
    VLOER ACHTERIN

    Laat geen items in contact komen
    met de achterruiten.

    Afstelbare laadvloer
    N.B.: Wanneer u lange voorwerpen in uw
    auto laadt, zoals bijvoorbeeld buizen,
    houten planken of meubels, moet u
    voorzichtig zijn dat u de interieurbekleding
    niet beschadigt.

    Bij auto's met een reservewiel van de
    standaard afmeting kan de laadvloer
    worden afgesteld in twee standen. De
    laadvloer kan in de hoge of de lage stand
    worden gebracht op planken aan de
    achterzijde van de afwerking van de
    bagageruimte.

    126

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 129

    Transport
    Net verwijderen
    1.

    Breng de buitenste hoofdsteunen
    achterin omhoog. Zie Hoofdsteunen
    (bladzijde 86).
    2. Maak de bovenste en onderste
    bevestigingsklemmen los.

    BAGAGEAFDEKKINGEN
    BAGAGENETTEN

    WAARSCHUWING
    Leg geen voorwerpen op de
    afdekking van de bagageruimte.

    Net aanbrengen en verwijderen
    Net aanbrengen

    De afdekking verwijderen

    HONDENREK
    WAARSCHUWING

    1.

    Breng de buitenste hoofdsteunen
    achterin omhoog. Zie Hoofdsteunen
    (bladzijde 86).
    2. Maak de bovenste
    bevestigingsklemmen vast aan de
    hoofdsteungeleiders.
    3. Maak de onderste
    bevestigingsklemmen vast aan de
    onderste verankeringspunten.

    Zorg dat er een kleine afstand tussen
    het hondentek en de achterstoelen
    aanwezig is.

    127

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 130

    Transport

    1.

    Bevestig het hondenrek aan de
    bovenste en onderste
    verankeringspunten. Draai de
    kartelwielen vast.

    128

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 131

    Aanhangers trekken


    TREKKEN VAN EEN
    AANHANGER
    WAARSCHUWINGEN
    Rijd niet harder dan 100 km/u. Dit
    kan leiden tot verlies van controle
    over de auto, ernstige of dodelijke
    verwondingen.
    De bandenspanningen moeten
    worden vermeerderd met 3 psi (0,2
    bar) boven de specificatie.
    Overschrijd de maximumdruk op de zijkant
    van de band niet. Dit kan ernstige
    verwondingen veroorzaken. Zie Velgen
    en banden (bladzijde 180).





    Overschrijd het maximaal
    toelaatbaar treingewicht, dat op het
    identificatieplaatje van de auto is
    vermeld, niet. Dit kan leiden tot verlies van
    controle over de auto, ernstige of dodelijke
    verwondingen. Zie
    Voertuigidentificatieplaatje (bladzijde
    193).





    Overschrijd het maximale verticale
    gewicht op de trekhaak voor
    aanhangers niet, zoals opgenomen
    in de tabel met voertuigspecificaties. Dit
    kan leiden tot verlies van controle over de
    auto, ernstige of dodelijke verwondingen.
    Zie Inhouden en specificaties (bladzijde
    193).

    N.B.: Het maximale kogelgewicht dat
    vermeld staat op het identificatieplaatje van
    de aanhanger, is de testwaarde van de
    fabrikant van de aanhanger. Het maximale
    kogelgewicht op de trekhaak van de
    aanhanger kan lager zijn.

    Het antiblokkeerremsysteem stuurt
    de oplooprem van de aanhanger niet
    aan. Dit kan leiden tot verlies van
    controle over de auto, ernstige of dodelijke
    verwondingen.

    De stabiliteit van de combinatie van auto
    en aanhanger is vooral afhankelijk van de
    kwaliteit van de aanhanger.
    Als u een aanhanger trekt, veranderen de
    rijkenmerken van de auto en wordt de
    stopafstand groter. Pas uw snelheid en
    rijgedrag aan de lading van de aanhanger
    aan.

    Wanneer u een aanhanger trekt:



    Volg de specifieke regelgeving van het
    land om een aanhanger te trekken.
    Rijd niet sneller dan 62 mph (100
    km/u), zelfs als het land onder
    bepaalde omstandigheden hogere
    snelheden toestaat.
    129

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Plaats de lading zo laag mogelijk en
    centraal op de as van uw aanhanger.
    Wanneer u met een onbeladen auto
    rijdt, moet de lading in de aanhanger
    zover mogelijk naar de
    aanhangerkoppeling worden
    geschoven, omdat dit voor de beste
    stabiliteit zorgt. Overschrijd de
    maximum toelaatbare kogeldruk niet.
    Zie Inhouden en specificaties
    (bladzijde 193).
    Het kogelgewicht (verticale gewicht
    op de trekhaak van de aanhanger) is
    van essentieel belang voor de
    rijstabiliteit van uw auto en aanhanger.
    Het verticale gewicht op de trekhaak
    moet minstens 4% van het gewicht
    van de aanhanger bedragen en mag
    het maximale toegestane gewicht niet
    overschrijden. Zie Inhouden en
    specificaties (bladzijde 193).
    Beperk de snelheid onmiddellijk als de
    aanhanger tekenen van slingeren
    vertoont.
    Gebruik een lager versnelling tijdens
    het naar beneden rijden op een steile
    afdaling.



  • Page 132

    Aanhangers trekken
    Het bruto treingewicht op het
    identificatieplaatje van de auto is van
    toepassing op hellingen tot 12% en
    hoogtes tot 3281 foot (1000 m) wanneer
    een aanhanger wordt getrokken. In
    berggebieden worden de motorprestaties
    kleiner omwille van de lage luchtdichtheid
    op hogere hoogtes. In hogere regio's boven
    3281 foot (1000 m) moet het opgegeven
    maximaal toegestane bruto treingewicht
    met 10% worden verminderd voor elke
    extra 3281 foot (1000 m).
    N.B.: Niet alle auto's zijn geschikt of
    goedgekeurd voor het aanbrengen van een
    trekhaak. Neem voor meer informatie
    contact op met een erkende dealer.

    Een 13-pens stekkerdoos en het
    bevestigingspunt voor de trekhaakkogel
    bevinden zich onder de achterbumper.
    Draai de stekkerdoos 90 graden tot hij in
    zijn eindstand wordt vergrendeld.

    Verlichting aanhanger

    Mechanisme van trekhaakkogel
    ontgrendelen

    Het elektrisch systeem op uw auto is niet
    geschikt om aanhangers met LED-lampen
    te trekken.

    TREKHAAK
    WAARSCHUWINGEN
    Wanneer de trekhaak niet wordt
    gebruikt, berg dan de trekhaakkogel
    stevig vastgezet in het
    bagagecompartiment op.
    Het aanbrengen van de afneembare
    trekhaakkogel moet bijzonder
    zorgvuldig plaatsvinden aangezien
    de juiste bevestiging bepalend is voor de
    veiligheid van uw auto en de aanhanger.

    1. Verwijder de beschermkap.
    2. Breng de sleutel aan en draai hem
    rechtsom om het mechanisme te
    ontgrendelen.
    3. Houd de trekhaakkogel vast. Trek de
    draaiknop naar buiten en draai hem
    rechtsom totdat hij klikt.
    N.B.: Het rode merkteken op kartelwiel
    moet tegenover het groene merkteken op
    de trekhaakkogel staan.

    Gebruik geen gereedschap voor het
    aanbrengen of verwijderen van de
    afneembare trekhaakkogel.
    Wijzig de aanhangerkoppeling niet.
    Demonteer of repareer de
    trekhaakkogel niet.

    4. Laat de kartelwiel los. De
    trekhaakkogel is nu ontgrendeld.

    130

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 133

    Aanhangers trekken
    Trekhaakkogel aanbrengen

    Met aanhanger rijden

    WAARSCHUWING

    WAARSCHUWING

    Breng de trekhaakkogel alleen aan
    wanneer de koppeling volledig is
    ontgrendeld.

    Wanneer aan een van de
    onderstaande voorwaarden niet kan
    worden voldaan, gebruik dan de
    trekhaak niet en laat deze door een
    erkende dealer controleren.

    Controleer voordat u gaat rijden of de
    trekhaakkogel goed is vergrendeld.
    Controleer of:


    N.B.: Verwijder de dop.




    1.

    Breng de trekhaakkogel verticaal aan
    en druk hem omhoog tot hij aangrijpt.
    N.B.: Houd uw hand niet in de omgeving
    van het kartelwiel.
    N.B.: Het groene merkteken op kartelwiel
    moet tegenover het groene merkteken op
    de trekhaakkogel staan.
    2. Draai de sleutel linksom en verwijder
    de sleutel om de trekhaakkogel te
    vergrendelen.
    3. Trek de beschermkap van de sleutel
    en steek deze in het slot.

    131

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    de groene merktekens tegenover elkaar
    staan
    de draaiknop (A) correct aan de
    trekhaakkogel bevestigd is
    of u de sleutel (B) heeft verwijderd
    De trekhaakkogel stevig vastzit.



  • Page 134

    Aanhangers trekken
    Trekhaakkogel verwijderen

    Verwijder de trekhaakkogel. Breng de
    stekker in de houder aan (1).

    Onderhoud
    WAARSCHUWING

    N.B.: Koppel de aanhanger af.

    Verwijder voordat u uw auto met een
    hogedrukreiniger reinigt de
    afneembare trekhaakkogel en sluit
    de opening met de dop af.

    1.

    Verwijder de beschermkap. Schuif de
    kap op de sleutel. Breng de sleutel aan
    en draai hem linksom.
    2. Houd de trekhaakkogel vast. Trek de
    draaiknop naar buiten en draai hem
    rechtsom totdat hij klikt.
    3. Verwijder de trekhaakkogel.
    4. Laat de kartelwiel los.

    Houd het systeem schoon. Smeer de
    lagerpunten, glij-oppervlakken en
    vergrendelingskogels met harsvrij vet of
    olie. Smeer het slot met grafiet.

    Wanneer de trekhaakkogel op deze wijze
    wordt ontgrendeld, kan hij ten alle tijde
    worden aangebracht.

    In geval van verlies kunnen
    vervangingssleutels onder vermelding van
    het nummer op de slotcilinder.

    Zonder aanhanger rijden

    SLEEPPUNTEN

    WAARSCHUWING

    WAARSCHUWING

    Ontgrendel de trekhaakkogel nooit
    terwijl een aanhanger is
    aangekoppeld.

    Het sleepoog is voorzien van linkse
    schroefdraad. Draai het linksom in
    het draadgat. Zorg ervoor dat het
    sleepoog volledig wordt vastgezet.

    132

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 135

    Aanhangers trekken
    Sleepoog voorzijde

    AUTO OP VIER WIELEN
    SLEPEN - HANDGESCHAKELDE
    VERSNELLINGSBAK
    WAARSCHUWINGEN
    U dient het contact in te schakelen
    wanneer uw auto wordt gesleept.
    Wanneer deze waarschuwing niet
    wordt opgevolgd, kan dit ernstig letsel of
    de dood tot gevolg hebben.
    De rem- en stuurbekrachtiging
    werken niet, tenzij de motor draait.
    Druk het rempedaal harder in en
    houd rekening met langere remafstanden
    en een zwaarder draaiend stuurwiel. Als u
    niet voorzichtig bent, kan dit leiden tot een
    botsing of verwondingen.

    Er is ruimte voor gereserveerd in de
    reservewielkuip.
    Het sleepoog dient zich te allen tijde in uw
    auto te bevinden.
    Verwijder het paneel en breng het sleepoog
    aan.

    Te veel spanning op een sleepkabel
    kan uw auto of de takelwagen
    beschadigen.

    Sleepoog achter

    Tijdens het slepen van uw auto moet
    u de neutraalstand kiezen. Wanneer
    deze waarschuwing niet wordt
    opgevolgd, kan dit schade aan de
    transmissie veroorzaken en leiden tot een
    botsing of verwondingen.
    Trek rustig en soepel zonder rukken op.
    U mag alleen het sleepoog gebruiken dat
    bij uw auto werd geleverd. Zie
    Sleeppunten (bladzijde 132).
    Sleepkabels of sleepbalken moeten aan
    dezelfde kant worden geplaatst.
    Bijvoorbeeld sleeppunt rechtsachter
    verbonden met sleeppunt rechtsvoor.

    N.B.: Als uw auto een trekhaak heeft,
    gebruik deze dan om andere auto's te
    slepen.

    U moet een sleepkabel of een sleepbalk
    gebruiken die sterk genoeg is voor het
    gewicht van de takelwagen en de auto die
    wordt gesleept.
    N.B.: Het gebruik van een sleepbalk is de
    veiligste manier om een auto te slepen.

    133

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 136

    Aanhangers trekken
    Het gewicht de auto die wordt gesleept
    mag niet hoger zijn dan het gewicht van de
    takelwagen.

    Dat mag u in de volgende omstandigheden
    doen:
    • Uw auto is vooruit gericht, zodat deze
    vooruit wordt gesleept.
    • De keuzehendel van de transmissie
    staat in de stand N. Als de keuzehendel
    van de transmissie niet in de stand N
    kan worden geschakeld, moet deze
    wellicht worden uitgeschakeld. Zie
    Automatische transmissie
    (bladzijde 109).
    • De maximumsnelheid is 35 mph (56
    km/u).
    • De maximumafstand is 50 mijl (80
    km).

    Rijd niet harder dan 50 km/u. Zie Auto op
    vier wielen slepen (bladzijde 133).

    AUTO OP VIER WIELEN
    SLEPEN - AUTOMATISCHE
    TRANSMISSIE
    WAARSCHUWINGEN
    U dient het contact in te schakelen
    wanneer uw auto wordt gesleept.
    Wanneer deze waarschuwing niet
    wordt opgevolgd, kan dit ernstig letsel of
    de dood tot gevolg hebben.

    Trek rustig en soepel zonder rukken op.
    U mag alleen het sleepoog gebruiken dat
    bij uw auto werd geleverd. Zie
    Sleeppunten (bladzijde 132).

    U moet zorgen dat de keuzehendel
    van de transmissie in de stand N
    staat. Wanneer deze waarschuwing
    niet wordt opgevolgd, kan dit schade aan
    de transmissie veroorzaken en leiden tot
    een botsing of verwondingen.

    Sleepkabels of sleepbalken moeten aan
    dezelfde kant worden geplaatst.
    Bijvoorbeeld sleeppunt rechtsachter
    verbonden met sleeppunt rechtsvoor.

    De rem- en stuurbekrachtiging
    werken niet, tenzij de motor draait.
    Druk het rempedaal harder in en
    houd rekening met langere remafstanden
    en een zwaarder draaiend stuurwiel. Als u
    niet voorzichtig bent, kan dit leiden tot een
    botsing of verwondingen.

    U moet een sleepkabel of een sleepbalk
    gebruiken die sterk genoeg is voor het
    gewicht van de takelwagen en de auto die
    wordt gesleept.
    N.B.: Het gebruik van een sleepbalk is de
    veiligste manier om een auto te slepen.

    Te veel spanning op een sleepkabel
    kan uw auto of de takelwagen
    beschadigen.

    Het gewicht de auto die wordt gesleept
    mag niet hoger zijn dan het gewicht van de
    takelwagen.

    Slepen in geval van nood
    Als uw auto in panne staat en er geen
    toegang is tot verrijdbare onderstellen, een
    takelwagen of een transportvoertuig met
    laadbed, mag de auto worden gesleept
    met alle wielen op de grond.

    134

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 137

    Tips voor het rijden
    INRIJDEN

    WAARSCHUWINGEN
    De motor kan beschadigd raken als
    water het luchtfilter binnendringt.

    Banden
    WAARSCHUWING

    IN noodsituaties kan de auto met
    maximumsnelheid van 10 km/u door water
    met een maximale diepte van 200 mm
    rijden. U moet extra voorzichtig zijn tijdens
    rijden door stromend water.

    Nieuwe banden hebben een
    inlooptijd van ongeveer 500
    kilometer. Gedurende deze periode
    kan de auto een andere rijkarakteristiek
    vertonen.

    Houd tijdens rijden in water een lage
    snelheid aan en zet de auto niet stil. Voer
    na het rijden door water de volgende
    procedures uit, zodra de situatie dit toelaat:
    • Trap het rempedaal licht in om te
    controleren of de remmen correct
    werken.
    • Controleer of de claxon werkt.
    • Controleer of de verlichting van de auto
    volledig werkt.
    • Controleer de stuurbekrachtiging.

    Remmen en koppeling
    WAARSCHUWING
    Vermijd indien mogelijk het intensief
    gebruik van de remmen en de
    koppeling gedurende de eerste 150
    kilometer in de stad en gedurende de
    eerste 1.500 kilometer op snelwegen.

    Motor
    WAARSCHUWING

    VLOERMATTEN

    Rijd de eerste 1.500 kilometer niet te
    snel. Varieer uw snelheid regelmatig
    en schakel tijdig op. Laat de motor
    niet zwoegen.

    VOORZORGSMAATREGELEN
    VOOR KOUDE
    WEERSOMSTANDIGHEDEN
    De werking van sommige componenten
    en systemen kan worden beïnvloed bij
    temperaturen lager dan -25°C.
    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik steeds vloermatten die
    ontworpen zijn om goed te passen
    op de vloer van uw auto, de pedalen
    vrijlaten en goed kunnen worden bevestigd,
    zodat ze op hun plaats blijven en de
    pedalen niet hinderen of de veilige werking
    van uw auto niet op een andere manier
    hinderen.

    DOOR WATER RIJDEN
    WAARSCHUWINGEN
    Rijd alleen door water in
    noodgevallen en niet als normaal
    wordt gereden.

    135

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 138

    Tips voor het rijden
    WAARSCHUWINGEN
    Vloermatten die niet goed passen
    kunnen ervoor zorgen dat het
    gaspedaal vast komt te zitten terwijl
    het ingedrukt is. Hierdoor kunt u de
    controle over de auto verliezen.
    Maak de vloermatten steeds correct
    vast aan de bevestigingen, zodat ze
    goed op hun plaats blijven liggen en
    de werking van de pedalen niet hinderen.
    Plaats geen vloermatten die niet zijn
    bevestigd of andere vloerbedekking
    op de vloer.
    Plaats geen extra vloermatten of
    andere vloerbedekking bovenop de
    originele vloermatten. Dit zal de
    speling van de pedalen kleiner maken en
    de werking van de pedalen hinderen.
    Zorg dat er geen voorwerpen vallen
    of klem raken onder de pedalen van
    uw auto. Hierdoor kunt u de controle
    over de auto verliezen.
    Voer regelmatig inspecties uit ter
    controle dat de vloermatten goed
    zijn bevestigd.
    Om de vloermatten te plaatsen, haakt u
    het oog van de vloermat over de
    bevestiging en duwt u het omlaag om het
    te vergrendelen.
    Ga in omgekeerde volgorde te werk om te
    verwijderen.

    136

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 139

    Wat te doen bij pech
    WAARSCHUWINGSKNIPPERLICHTEN

    WAARSCHUWINGEN
    Verbind alleen accu's met dezelfde
    nominale spanning met elkaar.
    Gebruik altijd hulpstartkabels met
    geïsoleerde klemmen en een
    voldoende dikke kern.

    De knop voor alarmknipperlichten is
    aangebracht op het instrumentenpaneel.
    Gebruik de knop wanneer uw auto een
    veiligheidsgevaar is voor andere
    weggebruikers.

    N.B.: Koppel de accu niet los van het
    elektrische systeem van uw auto.

    Voor aansluiten hulpstartkabels

    Druk op de knop om de
    alarmknipperlichtfunctie in te schakelen
    (de richtingaanwijzers voor en achter gaan
    knipperen).
    Druk nogmaals op de schakelaar om de
    alarmknipperlichten uit te schakelen.
    N.B.: Bij gebruik terwijl de motor niet loopt,
    wordt hierdoor de accu ontladen. Hierdoor
    kan er onvoldoende vermogen overblijven
    om de motor te starten.
    N.B.: Afhankelijk van toepasselijke wetten
    en voorschriften in het land waarvoor de
    auto oorspronkelijk is geproduceerd, kunnen
    de alarmknipperlichten gaan knipperen
    wanneer u hard remt.

    EERSTEHULPSET
    Er is ruimte vrijgemaakt in de
    bagageruimte.

    GEVARENDRIEHOEK
    Er is ruimte vrijgemaakt in de
    bagageruimte.

    STARTEN VIA STARTHULP
    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik brandstofleidingen,
    motorafdekkingen of inlaatspruitstuk
    nooit als massapunten.

    1.

    137

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A

    Voertuig met bijna ontladen
    accu

    B

    Auto met de hulpaccu

    C

    Positieve hulpstartkabel

    D

    Negatieve hulpstartkabel

    Plaats de auto's zodanig dat ze elkaar
    niet raken.



  • Page 140

    Wat te doen bij pech
    2. Schakel het contact van beide auto's
    uit en schakel alle stroomverbruikers
    uit.
    3. Verbind de pluspool (+) van auto B
    met de pluspool (+) van auto A (kabel
    C).

    WAARSCHUWING
    Schakel de koplampen tijdens het
    loskoppelen van de hulpstartkabels
    niet in. Door de spanningspiek
    kunnen de gloeilampen doorbranden.
    Koppel de kabels in omgekeerde volgorde
    los.

    4. Verbind de minpool (-) van auto B met
    de massaverbinding van auto A (kabel
    D).
    WAARSCHUWINGEN
    Sluit niets aan op de minuspool (–)
    van een bijna ontladen accu.
    Zorg ervoor dat de kabels niet met
    draaiende onderdelen en onderdelen
    van het brandstoftoevoersysteem in
    aanraking kunnen komen.

    Motor starten
    1.

    Start de motor van auto B en laat deze
    met een matig hoog toerental draaien.
    2. Start de motor van auto A.
    3. Laat beide motoren minimaal drie
    minuten draaien alvorens de kabels los
    te koppelen.

    138

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 141

    Zekeringen
    Zekeringenkast in passagierscompartiment

    PLAATSEN
    ZEKERINGENHOUDERS

    De zekeringenkast bevindt zich achter het
    handschoenenkastje. Open het
    handschoenenkastje en maak het leeg.
    Druk de zijwanden naar binnen en laat het
    handschoenenkastje naar beneden
    kantelen.

    Zekeringkast motorruimte

    139

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 142

    Zekeringen
    SPECIFICATIE-OVERZICHT ZEKERINGEN - AUTO’S
    GEPRODUCEERD TOT: 04-01-2013
    Zekeringkast motorruimte

    Zekering

    Vermogen
    zekering

    1

    40 A

    Module antiblokkeersysteem

    1

    30 A

    Module antiblokkeersysteem, elektronisch stabiliteitsprogramma

    Beveiligde circuits

    2

    60 A

    Hoog toerental ventilator koelsysteem

    3

    40 A

    Ventilator koelsysteem

    3

    30 A

    Laag toerental ventilator koelsysteem

    140

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 143

    Zekeringen

    Zekering

    Vermogen
    zekering

    4

    30 A

    Verwarmingsaanjager

    5

    60 A

    Voeding zekeringenkast passagiersruimte (accu)

    6

    30 A

    Carrosserieregelmodule

    Beveiligde circuits

    7

    60 A

    Voeding zekeringenkast passagiersruimte (contact)

    8

    60 A

    Gloeibougies

    8

    50 A

    Module DPS6

    9

    40 A

    Verwarmde voorruit

    10

    40 A

    Verwarmde voorruit

    11

    30 A

    Startmotorrelais

    12

    10 A

    Relais grootlicht links

    13

    10 A

    Relais grootlicht rechts

    14

    15 A

    Continupomp

    15

    20 A

    Bobine

    16

    15 A

    Computer motorregeling, koelventilateur hoog en laag
    toerental

    17

    15 A

    Lamdasondes (benzinemotoren)

    17

    20 A

    Voedingsmodule (dieselmotoren)

    18

    -

    Wordt niet gebruikt

    19

    7,5A

    20

    -

    Regelaar airconditioning
    Wordt niet gebruikt

    21

    -

    Wordt niet gebruikt

    22

    15 A

    Accuvoeding verlichtingsregeling

    23

    15 A

    Mistlampen voor

    24

    15 A

    Richtingaanwijzers

    25

    15 A

    Buitenverlichting linkerzijde

    26

    15 A

    Buitenverlichting rechterzijde

    27

    7,5 A

    Computer motorregeling

    141

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 144

    Zekeringen

    Zekering

    Vermogen
    zekering

    Beveiligde circuits

    28

    20 A

    Module antiblokkeersysteem, elektronisch stabiliteitsprogramma

    29

    10 A

    Koppeling van compressor airconditioning

    30

    -

    Wordt niet gebruikt

    31

    -

    Wordt niet gebruikt

    32

    20 A

    Claxon, accuspaarvoorziening, module sleutelloze toegang

    33

    20 A

    Achterruitverwarming

    34

    20 A

    Brandstofpomprelais, verwarming dieselbrandstof

    35

    15 A

    Cat1 alarmsysteem

    36

    7,5A

    Regeling automatische transmissie

    37

    25 A

    Voorportiermodule linkerzijde

    38

    25 A

    Voorportiermodule rechterzijde

    39

    25 A

    Achterportiermodule linkerzijde

    40

    25 A

    Achterportiermodule rechterzijde

    Relais

    Geschakelde circuits

    R1

    Ventilator koelsysteem

    R2

    Wordt niet gebruikt

    R3

    Computer motorregeling

    R4

    Grootlicht

    R5

    Wordt niet gebruikt

    R6

    Wordt niet gebruikt

    R7

    Koelventilateur

    R8

    Startmotor

    R9

    Koppeling van compressor airconditioning

    R10

    Mistlampen voor

    142

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 145

    Zekeringen
    Relais

    Geschakelde circuits

    R11

    Brandstofpomp, verwarming dieselbrandstof

    R12

    Achteruitrijlamp

    R13

    Verwarmingsaanjager

    Zekeringkast passagiersruimte - Type 1

    Zekering

    Vermogen zekering

    1

    7,5 A

    Ontsteking, regensensor,
    verwarmde voorruit

    2

    10 A

    Remlichten

    3

    7,5 A

    Achteruitrijlamp, achteruitkijkcamera

    4

    7,5 A

    Koplampafstelling

    5

    -

    Wordt niet gebruikt

    6

    15 A

    Achterruitwisser

    7

    15 A

    Sproeierpomp

    8

    -

    143

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Beveiligde circuits

    Wordt niet gebruikt



  • Page 146

    Zekeringen
    Zekering

    Vermogen zekering

    Beveiligde circuits

    9

    15 A

    Verwarmde stoel passagierszijde

    10

    15 A

    Verwarmde stoel bestuurderszijde

    11

    -

    12

    10 A

    Airbagmodule

    13

    10 A

    Ontsteking, elektrische
    stuurbekrachtiging, instrumentenpaneel, passieve
    elektronische startbeveiliging, antiblokkeersysteem

    14

    7,5 A

    Computer motorregeling,
    keuzehendel transmissie,
    brandstofpomp

    15

    7,5 A

    Audiosysteem, instrumentengroep

    16

    7,5 A

    Verwarmde voorruit

    17

    -

    Wordt niet gebruikt

    18

    -

    Wordt niet gebruikt

    19

    15 A

    Diagnosestekker

    20

    20 A

    Multifunctioneel display,
    klok, interieurscanner,
    verwarmingsroosters,
    airconditioningspaneel

    21

    15 A

    Audiosysteem, navigatie,
    Bluetooth

    22

    7,5 A

    Instrumentenpaneel

    Wordt niet gebruikt

    23

    7,5 A

    Aanhangermodule

    24

    7,5 A

    Sync antennemodule

    25

    -

    26

    30 A

    Wisser voorruit, linkerzijde

    27

    30 A

    Wisser voorruit, rechterzijde

    144

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Wordt niet gebruikt



  • Page 147

    Zekeringen

    Relais

    R1

    Geschakelde circuits

    Ontsteking

    Zekeringkast passagiersruimte - Type 2

    145

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 148

    Zekeringen

    Zekering

    Vermogen zekering

    Beveiligde circuits

    1

    7,5 A

    Ognition, regensensor,
    verwarmde voorruit, interieurverlichting, binnenspiegel

    2

    10 A

    Remlichten

    3

    7,5 A

    Achteruitrijlamp

    4

    7,5 A

    Koplampafstelling
    Wordt niet gebruikt

    5

    -

    6

    15 A

    Achterruitwisser

    7

    15 A

    Sproeierpomp

    8

    -

    9

    15 A

    Verwarmde stoel passagierszijde

    10

    15 A

    Verwarmde stoel bestuurderszijde

    Wordt niet gebruikt

    11

    -

    12

    10 A

    Airbagmodule

    13

    10 A

    Ontsteking, elektrische
    stuurbekrachtiging, instrumentenpaneel, passieve
    elektronische startbeveiliging, antiblokkeersysteem

    14

    7,5 A

    Computer motorregeling,
    keuzehendel, brandstofpomp

    15

    7,5 A

    Audiosysteem, instrumentengroep

    16

    7,5 A

    Verwarmde voorruit rechterzijde

    17

    -

    Wordt niet gebruikt

    18

    -

    Wordt niet gebruikt

    19

    10 A

    146

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Wordt niet gebruikt

    Diagnosestekker



  • Page 149

    Zekeringen
    Zekering

    Vermogen zekering

    Beveiligde circuits

    20

    20 A

    Aanhangermodule

    21

    15 A

    Audiosysteem, navigatie

    22

    7,5 A

    Instrumentenpaneel

    23

    7,5 A

    Multifunctioneel display,
    klok, interieurscanner,
    verwarmingsroosters,
    airconditioningspaneel

    24

    10 A

    Sync-module

    25

    -

    26

    30 A

    Wordt niet gebruikt
    Wisser voorruit, linkerzijde

    27

    30 A

    Wisser voorruit, rechterzijde

    28

    30 A

    Module spanningskwaliteit

    29

    20 A

    Elektrisch aansluitpunt
    achterin

    30

    20 A

    Aansteker, voorste
    voedingspunt

    31

    -

    Wordt niet gebruikt

    32

    -

    Wordt niet gebruikt

    33

    -

    Wordt niet gebruikt

    34

    20 A

    Keyless entry (sleutelloze
    toegang)

    35

    20 A

    Keyless entry (sleutelloze
    toegang)

    36

    10 A

    Diagnosestekker
    Contactslot

    37

    15 A

    38

    -

    Wordt niet gebruikt

    39

    -

    Wordt niet gebruikt

    40

    -

    Wordt niet gebruikt

    41

    -

    Wordt niet gebruikt

    42

    7,5 A

    Achteruitkijkcamera

    147

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 150

    Zekeringen
    Zekering

    Vermogen zekering

    Beveiligde circuits

    43

    10 A

    44

    -

    Wordt niet gebruikt

    45

    -

    Wordt niet gebruikt

    46

    -

    Wordt niet gebruikt

    Module active city stop
    (veiligheidssysteem tegen
    kop-staartbotsingen)

    47

    -

    Wordt niet gebruikt

    48

    -

    Wordt niet gebruikt

    49

    -

    Wordt niet gebruikt

    Relais

    Geschakelde circuits

    R1

    Ontsteking

    R2

    Aansteker

    R3

    Wordt niet gebruikt

    R4

    Relais active city stop (veiligheidssysteem tegen kopstaartbotsingen)

    R5

    Wordt niet gebruikt

    R6

    Sleutelloze toegang (accessoire)

    R7

    Sleutelloze toegang (ontsteking)

    R8

    Accubeveiligingsrelais

    R9

    Voorruitverwarming, linkerzijde

    R10

    Voorruitverwarming, rechterzijde

    R11

    Wordt niet gebruikt

    R12

    Wordt niet gebruikt

    148

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 151

    Zekeringen
    SPECIFICATIE-OVERZICHT ZEKERINGEN - AUTO'S
    GEPRODUCEERD VANAF: 05-01-2013
    Zekeringkast motorruimte

    Zekering

    Vermogen
    zekering

    1

    30 A

    Module anti-blokkeerremsysteem
    Moduul elektronische stabiliteitsregeling

    2

    60 A

    Hoog toerental ventilator koelsysteem

    40 A

    Ventilator koelsysteem

    30 A

    Laag toerental ventilator koelsysteem

    30 A

    Verwarmingsaanjager

    3
    4

    Beveiligde circuits

    149

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 152

    Zekeringen

    Zekering

    Vermogen
    zekering

    5

    60 A

    Voeding zekeringenkast passagiersruimte (accu)

    6

    30 A

    Carrosserieregelmodule

    7

    60 A

    Voeding zekeringenkast passagiersruimte (ontsteking)

    60 A

    Gloeibougies (dieselmotoren)

    50 A

    Module DPS6

    9

    40 A

    Verwarmde voorruit linkerzijde

    10

    40 A

    Verwarmde voorruit rechterzijde

    11

    30 A

    Startrelais

    8

    Beveiligde circuits

    12

    10 A

    Relais grootlicht links

    13

    10 A

    Relais grootlicht rechts

    14

    15 A

    Continupomp

    15

    20 A

    Bobine

    16

    15 A

    Computer motorregeling (PCM)
    Snel en langzaam draaiende koelventilator

    17

    15 A

    Lamdasondes (benzinemotoren)

    17

    20 A

    Voedingsmodule (dieselmotoren)

    18

    -

    19

    7,5 A

    20

    -

    Wordt niet gebruikt

    21

    -

    Wordt niet gebruikt

    22

    20 A

    Accuvoeding verlichtingsregeling

    23

    15 A

    Mistlampen vóór

    24

    15 A

    Richtingaanwijzers

    25

    15 A

    Buitenverlichting linkerzijde

    26

    15 A

    Buitenverlichting rechterzijde

    27

    7,5 A

    Computer motorregeling (PCM)

    28

    20 A

    Antiblokkeersysteem

    Wordt niet gebruikt
    Regelaar airconditioning

    150

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 153

    Zekeringen
    Vermogen
    zekering

    Zekering

    Beveiligde circuits

    Stabiliteitsregeling
    29

    10 A

    Koppeling van compressor airconditioning

    30

    -

    Wordt niet gebruikt

    31

    -

    Wordt niet gebruikt

    32

    20 A

    Claxon
    Accuspaarvoorziening
    Module sleutelloos voertuigsysteem

    33

    20 A

    Achterruitverwarming

    34

    20 A

    Relais brandstofpomp
    Verwarmingselement dieselolie

    35

    15 A

    Categorie 1 alarmsysteem

    36

    7,5 A

    Regeling automatische transmissie

    37

    25 A

    Voorportiermodule linkerzijde

    38

    25 A

    Voorportiermodule rechterzijde

    39

    25 A

    Achterportiermodule linkerzijde

    40

    25 A

    Achterportiermodule rechterzijde

    Relais

    Geschakelde circuits

    R1

    Ventilator koelsysteem

    R2

    Wordt niet gebruikt

    R3

    Computer motorregeling (PCM)

    R4

    Ongedimd groot licht

    R5

    Wordt niet gebruikt

    R6

    Wordt niet gebruikt

    R7

    Koelventilateur

    R8

    Startmotor

    R9

    Koppeling van compressor airconditioning

    151

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 154

    Zekeringen
    Relais

    Geschakelde circuits

    R10

    Mistlampen vóór

    R11

    Benzinepomp
    Verwarmingselement dieselolie

    R12

    Achteruitrijlamp

    R13

    Verwarmingsaanjager

    Zekeringenkast in passagierscompartiment

    152

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 155

    Zekeringen

    Zekering

    Vermogen zekering

    Beveiligde circuits

    1

    7,5 A

    Ontsteking
    Regensensor
    Verwarmde voorruit
    Plafondlamp
    Achteruitkijkspiegel

    2

    10 A

    Remlichten
    Achteruitrijlamp

    3

    3A

    4

    7,5 A

    5

    -

    6

    15 A

    Achterruitwisser
    Sproeierpomp

    Koplamphoogte-instelling
    Wordt niet gebruikt

    7

    15 A

    8

    -

    9

    15 A

    Verwarmde passagiersstoel

    10

    15 A

    Verwarmde bestuurdersstoel

    11

    -

    12

    10 A

    Airbagmodule

    10 A

    Ontsteking
    Elektronische stuurbekrachtiging
    Instrumentenpaneel.
    Passieve elektronische
    startbeveiliging
    Antiblokkeersysteem

    14

    7,5 A

    Computer motorregeling
    (PCM)
    Benzinepomp
    Keuzehendel transmissie

    15

    7,5 A

    een audiosysteem
    Instrumentenpaneel.

    16

    7,5 A

    Verwarmde voorruit

    17

    -

    Wordt niet gebruikt

    13

    153

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Wordt niet gebruikt

    Wordt niet gebruikt



  • Page 156

    Zekeringen
    Zekering

    Vermogen zekering

    18

    -

    Wordt niet gebruikt

    19

    10 A

    Datalinkconnector

    20

    20 A

    Trekhaakkogelmodule

    21

    15 A

    een audiosysteem
    Navigatie

    22

    7,5 A

    Instrumentenpaneel.

    23

    7,5 A

    Multifunctioneel display
    Tijd
    Interne scanner
    Verwarmingsroosters
    Airconditioningpaneel

    24

    10 A

    SYNC-module

    25

    -

    26

    30 A

    Ruitenwisser vooraan
    linkerzijde

    27

    30 A

    Ruitenwisser vooraan rechterzijde

    28

    30 A

    Module spanningskwaliteit

    29

    20 A

    Elektrisch aansluitpunt
    achterin

    30

    20 A

    Aansteker
    Aansluiting elektrische
    accessoires

    31

    -

    Wordt niet gebruikt

    32

    -

    Wordt niet gebruikt

    33

    -

    Wordt niet gebruikt

    34

    20 A

    Keyless entry (sleutelloze
    toegang)

    35

    20 A

    Keyless entry (sleutelloze
    toegang)

    36

    -

    37

    15 A

    154

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Beveiligde circuits

    Wordt niet gebruikt

    Wordt niet gebruikt
    Contact



  • Page 157

    Zekeringen
    Zekering

    Vermogen zekering

    Beveiligde circuits

    38

    -

    Wordt niet gebruikt

    39

    -

    Wordt niet gebruikt

    40

    -

    Wordt niet gebruikt

    41

    -

    Wordt niet gebruikt

    42

    7,5 A

    Achteruitkijkcamera

    43

    10 A

    Module active city stop
    (veiligheidssysteem tegen
    kop-staartbotsingen)

    44

    7,5 A

    Controlelamp deactivering
    passagiersairbag

    45

    -

    Wordt niet gebruikt

    46

    -

    Wordt niet gebruikt

    47

    -

    Wordt niet gebruikt

    48

    -

    Wordt niet gebruikt

    49

    -

    Wordt niet gebruikt

    Relais

    Geschakelde circuits

    R1

    Ontsteking

    R2

    Aansteker

    R3

    Wordt niet gebruikt

    R4

    Relais active city stop (veiligheidssysteem tegen kopstaartbotsingen)

    R5

    Wordt niet gebruikt

    R6

    Sleutelloze toegang (accessoire)

    R7

    Sleutelloze toegang (ontsteking)

    R8

    Accu-saver (energiebesparing) - relais

    R9

    Verwarmde voorruit linkerzijde

    155

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 158

    Zekeringen
    Relais

    Geschakelde circuits

    R10

    Verwarmde voorruit rechterzijde

    R11

    Wordt niet gebruikt

    R12

    Wordt niet gebruikt

    EEN ZEKERING VERVANGEN
    WAARSCHUWINGEN
    Wijzig de elektrische installatie van
    de wagen op geen enkele wijze. Laat
    reparaties aan de elektrische
    installatie en het vervangen van relais en
    hoge stroomsterkte-zekeringen uitvoeren
    door een erkende dealer.
    Zet het contact af en schakel alle
    elektrische onderdelen uit voordat u
    probeert een zekering te vervangen.
    Vervang een zekering altijd door een
    zekering met de gespecificeerde
    stroomsterkte. Gebruik van een
    zekering met een hogere stroomsterkte
    kan leiden tot ernstige beschadiging van
    de draden en brand.

    Als elektrische componenten in de auto
    niet werken, kan een zekering zijn
    doorgebrand. Een breuk in de
    zekeringdraad geeft een doorgebrande
    zekering aan. Controleer de betreffende
    zekeringen alvorens elektrische
    componenten te vervangen.

    156

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 159

    Onderhoud
    Controle tijdens tanken

    ALGEMENE INFORMATIE



    Wanneer u uw auto regelmatig laat
    onderhouden zal dit de betrouwbaarheid
    en de inruilwaarde ten goede komen. Er
    staat een groot netwerk van Ford erkende
    reparateurs ter beschikking die u met hun
    professionele expertise ter zijde kunnen
    staan. De erkende reparateurs zijn het best
    gekwalificeerd om het onderhoud aan uw
    auto snel en vakkundig uit te voeren met
    behulp van een groot aantal speciale
    gereedschappen.







    Naast het normale onderhoud raden wij
    aan de volgende controles uit te voeren.



    WAARSCHUWINGEN
    Zet het contact af voordat u
    onderdelen aanraakt of probeert af
    te stellen.

    Maandelijkse controles


    Raak onderdelen van het
    elektronisch ontstekingssysteem bij
    aangezet contact of draaiende motor
    niet aan. Het systeem werkt met
    hoogspanning.







    Zorg dat uw handen en
    kledingstukken niet met de
    koelventilateur in aanraking kunnen
    komen. Onder bepaalde omstandigheden
    kan de koelventilateur na het afzetten van
    de motor nog enkele minuten blijven
    doordraaien.
    Zorg dat vuldoppen stevig worden
    aangebracht na het uitvoeren van
    onderhoudscontroles.

    Dagelijkse controles




    Buitenverlichting.
    Interieurverlichting.
    Waarschuwings- en controlelampen.

    157

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Motoroliepeil. Zie Motorolie
    controleren (bladzijde 162).
    Remvloeistofpeil. Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en
    remsysteem (bladzijde 164).
    Peil van de ruitensproeiervloeistof. Zie
    Ruitensproeiervloeistof
    controleren (bladzijde 164).
    Bandenspanning (in koude toestand).
    Zie Technische specificatie
    (bladzijde 190).
    Staat van de banden. Zie Velgen en
    banden (bladzijde 180).

    Koelvloeistofpeil (bij koude motor).
    Zie Motorkoelvloeistof controleren
    (bladzijde 163).
    Slangen, leidingen en reservoirs op
    lekkage.
    Werking van de airconditioning.
    Werking van de parkeerrem.
    Werking van de claxon.
    Vastzitten van de wielmoeren. Zie
    Technische specificatie (bladzijde
    190).



  • Page 160

    Onderhoud
    2. Verplaats de vergrendelnok naar links.

    DE MOTORKAP OPENEN EN
    SLUITEN
    Motorkap openen

    3. Open de motorkap en ondersteun deze
    met de motorkapsteun.

    Motorkap sluiten
    1.
    1.

    Verwijder de motorkapsteun van de
    vergrendelnok en zet deze na gebruik
    weer correct vast.
    2. Laat de motorkap zakken en vanaf een
    hoogte van 20-30 cm dichtvallen.
    N.B.: Zorg dat de motorkap goed wordt
    gesloten.

    Trek aan de ontgrendelhendel.

    158

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 161

    Onderhoud
    OVERZICHT MOTORRUIMTE

    *

    A

    Expansiereservoir : Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 163).

    B

    Vloeistofreservoir remsysteem en koppeling (stuur rechts) : Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 164).

    C

    Motorolievuldop : Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    D

    Accu: Zie 12 volt accu vervangen (bladzijde 165).

    E

    Vloeistofreservoir remsysteem en koppeling (stuur links) : Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 164).

    *

    1

    *

    F

    Zekeringenkast in motorruimte. Zie Zekeringen (bladzijde 139).

    G

    Vloeistofreservoir voor de voor- en achterruitsproeiers: Zie
    Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 164).

    H

    Luchtfilter: geen onderhoud vereist.

    I

    Motoroliepeilstaaf : Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    1

    *

    De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf hebben een felle kleur voor een makkelijke
    herkenning.

    159

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 162

    Onderhoud
    OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1,4 L DURATEC-16V (SIGMA)/1,6
    L DURATEC-16V TI-VCT (SIGMA)

    *

    A

    Expansiereservoir : Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 163).

    B

    Vloeistofreservoir remsysteem en koppeling (stuur rechts) : Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 164).

    C

    Motorolievuldop : Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    D

    Accu: Zie 12 volt accu vervangen (bladzijde 165).

    E

    Vloeistofreservoir remsysteem en koppeling (stuur links) : Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 164).

    F

    Zekeringenkast in motorruimte. Zie Zekeringen (bladzijde 139).

    G

    Vloeistofreservoir voor de voor- en achterruitsproeiers: Zie
    Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 164).

    H

    Luchtfilter: geen onderhoud vereist.

    I

    Motoroliepeilstaaf : Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    *

    1

    *

    1

    *

    De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf hebben een felle kleur voor een makkelijke
    herkenning.

    160

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 163

    Onderhoud
    OVERZICHT MOTORRUIMTE - 1.5L DURATORQ-TDCI/1,6 L
    DURATORQ-TDCI (DV) DIESEL

    *

    A

    Expansiereservoir : Zie Motorkoelvloeistof controleren (bladzijde 163).

    B

    Vloeistofreservoir remsysteem en koppeling (stuur rechts) : Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 164).

    C

    Motorolievuldop : Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    D

    Accu: Zie 12 volt accu vervangen (bladzijde 165).

    E

    Vloeistofreservoir remsysteem en koppeling (stuur links) : Zie Controle
    vloeistofpeil koppeling en remsysteem (bladzijde 164).

    *

    1

    *

    F

    Zekeringenkast in motorruimte. Zie Zekeringen (bladzijde 139).

    G

    Vloeistofreservoir voor de voor- en achterruitsproeiers: Zie
    Ruitensproeiervloeistof controleren (bladzijde 164).

    H

    Luchtfilter: geen onderhoud vereist.

    I

    Motoroliepeilstaaf : Zie Motorolie controleren (bladzijde 162).

    1

    *

    De vuldoppen en de motoroliepeilstaaf hebben een felle kleur voor een makkelijke
    herkenning.

    161

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 164

    Onderhoud
    OLIEPEILSTAAF

    A

    Minimum

    B

    Maximum

    OLIEPEILSTAAF - 1.5L
    DURATORQ-TDCI/1,6 L
    DURATORQ-TDCI (DV) DIESEL

    OLIEPEILSTAAF - 1,4 L
    DURATEC-16V (SIGMA)/1,6 L
    DURATEC-16V TI-VCT (SIGMA)

    A

    Minimum

    B

    Maximum

    MOTOROLIE CONTROLEREN
    1.

    A

    Minimum

    B

    Maximum

    De auto moet op een vlakke
    ondergrond staan.
    2. Zet de motor af en wacht 10 minuten,
    zodat de olie in het oliecarter kan
    lopen.
    3. Verwijder de oliepeilstaaf en veeg deze
    met een schone, niet pluizende doek
    schoon. Breng de oliepeilstaaf weer
    aan en verwijder hem opnieuw om het
    oliepeil te controleren.
    Wanneer het oliepeil bij de MIN-markering
    staat, vul dan direct olie bij. Zie
    Technische specificatie (bladzijde 174).
    N.B.: Controleer het oliepeil voordat de
    motor wordt gestart.
    N.B.: Controleer of het oliepeil tussen de
    MIN- en MAX-merktekens staat.
    N.B.: Gebruik geen additieven of andere
    smeermiddelen. Onder bepaalde
    omstandigheden kunnen deze de motor
    beschadigen.

    162

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 165

    Onderhoud
    N.B.: Het olieverbruik van nieuwe motoren
    bereikt zijn normale waarden na ongeveer
    5.000 kilometer.

    N.B.: Koelvloeistof zet bij verwarming uit.
    Daardoor kan het koelvloeistofpeil enkele
    millimeters boven het MAX merkteken
    staan.

    Olie bijvullen

    Wanneer het peil bij het MIN merkteken
    staat, vul dan direct koelvloeistof bij.

    WAARSCHUWINGEN
    Vul alleen olie bij wanneer de motor
    koud is. Wacht wanneer de motor
    heet is tien minuten om de motor te
    laten afkoelen. Het niet opvolgen van dit
    voorschrift kan tot ernstig letsel leiden.

    Koelvloeistof bijvullen
    WAARSCHUWINGEN
    Vul alleen koelvloeistof bij wanneer
    de motor koud is. Wacht wanneer de
    motor heet is tien minuten om de
    motor te laten afkoelen.

    Verwijder de vuldop niet bij
    draaiende motor. Het niet opvolgen
    van dit voorschrift kan tot ernstig
    letsel leiden.

    Verwijder de vuldop niet bij
    draaiende motor.
    Verwijder de vuldop niet wanneer de
    motor heet is. Laat de motor eerst
    afkoelen.

    1. Verwijder de vuldop.
    2. Vul olie bij die voldoet aan de Ford
    specificatie. Zie Technische
    specificatie (bladzijde 174).
    3. Draai de vuldop er weer op. Draai hem
    tot u sterke weerstand voelt.
    N.B.: Vul geen olie bij tot boven de
    MAX-markering. Wordt olie tot boven de
    MAX-markering bijgevuld, dan kan dat
    motorschade tot gevolg hebben.

    Onverdunde koelvloeistof is
    brandbaar en kan ontbranden
    wanneer deze wordt gemorst op een
    hete uitlaat.

    N.B.: Neem onmiddellijk gemorste olie op
    met een absorberende doek.

    N.B.: In een noodgeval kan water in het
    koelsysteem worden bijgevuld om een
    tankstation te bereiken. Laat het systeem
    zo snel mogelijk door een erkende dealer
    controleren.

    MOTORKOELVLOEISTOF
    CONTROLEREN

    N.B.: Langdurig gebruik van koelvloeistof
    met een incorrecte mengverhouding kan
    leiden tot motorschade door corrosie,
    oververhitting of bevriezing.
    N.B.: Vul geen koelvloeistof bij tot boven
    de MAX markering.

    WAARSCHUWING
    Voorkom dat de vloeistof in contact
    komt met de huid of de ogen. Mocht
    dit toch gebeuren, spoel het
    betreffende lichaamsdeel dan direct met
    veel water schoon en neem contact op
    met uw huisarts.

    1.

    Verwijder de vuldop. Laat de druk
    langzaam ontsnappen terwijl u de dop
    losdraait.
    2. Vul bij met een mengsel van
    koelvloeistof en water (50/50) op
    basis van vloeistof die voldoet aan de
    Ford-specificatie. Zie Technische
    specificatie (bladzijde 174).

    N.B.: Controleer of het peil tussen de MIN
    en de MAX merktekens staat.

    163

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 166

    Onderhoud
    3. Draai de vuldop er weer op. Draai hem
    tot u sterke weerstand voelt.

    CONTROLE VLOEISTOFPEIL
    KOPPELING EN REMSYSTEEM
    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik geen andere vloeistof dan
    de aanbevolen remvloeistof,
    aangezien dit de efficiëntie van het
    remsysteem kan beperken. Het gebruik van
    de verkeerde vloeistof kan ertoe leiden dat
    u de controle over uw auto verliest, met
    ernstig persoonlijk letsel of de dood als
    gevolg.

    Zie (bladzijde 174).

    Gebruik alleen remvloeistof uit een
    afgesloten reservoir. Vervuiling door
    vuil, water, petroleumproducten of
    andere materialen kunnen leiden tot
    beschadiging of defecten aan het
    remsysteem. Als u deze waarschuwing niet
    in acht neemt, kan dit leiden tot verlies van
    controle over de auto, ernstige of dodelijke
    verwondingen.

    N.B.: Het remsysteem en het
    bedieningsmechanisme van de koppeling
    zijn aangesloten op één reservoir.

    RUITENSPROEIERVLOEISTOF
    CONTROLEREN
    N.B.: Het reservoir voorziet de
    sproeiersystemen vóór en achter van
    sproeiervloeistof.

    Voorkom dat de vloeistof in contact
    komt met de huid of de ogen. Dit kan
    ernstige verwondingen veroorzaken.
    Spoel het betreffende lichaamsdeel direct
    met veel water schoon en neem contact
    op met uw huisarts.

    Gebruik voor het bijvullen een mengsel van
    sproeiervloeistof en water om bevriezing
    bij koude weersomstandigheden te
    voorkomen en het reinigend effect te
    verbeteren. We adviseren alleen
    sproeiervloeistof van hoge kwaliteit te
    gebruiken.

    Een vloeistofpeil tussen de MAX- en
    MIN-markeringen ligt binnen het
    normale werkbereik en er hoeft geen
    vloeistof te worden bijgevuld. Een
    vloeistofpeil buiten het normale
    bedrijfsbereik kan de prestaties van het
    rem- of koppelingssysteem in het gedrang
    brengen. Laat uw auto onmiddellijk
    controleren.

    Raadpleeg de productinstructies voor
    informatie over vloeistofverdunning.

    164

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 167

    Onderhoud
    12 VOLT ACCU VERVANGEN

    RUITENWISSERBLADEN
    VERVANGEN

    WAARSCHUWING

    Wisserbladen voorruit

    Voor auto's met
    start/stop-schakelaar verschillen de
    accuvereisten. De accu moet worden
    vervangen door een accu van exact
    dezelfde specificatie.

    N.B.: De wisserbladen van de voorruit zijn
    verschillend qua lengte. Zie Technische
    specificatie (bladzijde 174). Wanneer u
    ruitenwisserbladen met een onjuiste lengte
    aanbrengt, is het mogelijk dat de
    regensensor niet correct meer werkt.

    De accu is aangebracht in de motorruimte.
    Zie Onderhoud (bladzijde 157).

    Wisserbladen voorruit vervangen

    N.B.: De inklembeveiliging voor de elektrisch
    bediende ruiten moet worden gereset. Zie
    Elektrisch bedienbare ruiten (bladzijde
    56).
    Zorg dat u oude batterijen op
    milieuvriendelijke wijze weggooit.
    Vraag raad aan uw lokale
    instantie voor recycling van oude accu's.

    RUITENWISSERBLADEN
    CONTROLEREN
    1. Druk de vergrendelknoppen samen.
    2. Draai en verwijder het ruitenwisserblad.
    3. Breng de eerder verwijderde
    onderdelen in omgekeerde volgorde
    aan.
    N.B.: Zorg ervoor dat het ruitenwisserblad
    goed op zijn plaats komt te zitten.

    Wisserblad achterruit
    Controleer met uw vingertoppen de rubber
    randen van de ruitenwisserbladen op
    oneffenheden.

    1.

    Reinig de wisserbladen met
    ruitensproeiervloeistof of water op een
    zachte spons of doek.

    165

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Til de ruitenwisserarm op.



  • Page 168

    Onderhoud
    1.

    Verwijder de koplampen. Zie Een
    koplamp verwijderen (bladzijde 166).
    2. Verwijder de afdekkingen. Zie
    Gloeilampen vervangen (bladzijde
    167).
    3. Verschuif de bediening op elke
    koplamp om de lichtstraal van de
    koplamp af te stellen.
    N.B.: Wanneer u opnieuw aan de andere
    kant van de weg rijdt, mag u niet vergeten
    de lichtstralen van de koplampen terug te
    zetten op de oorspronkelijke instelling.

    EEN KOPLAMP VERWIJDEREN
    2. Draai het ruitenwisserblad onder een
    rechte hoek op de ruitenwisserarm.
    3. Maak het ruitenwisserblad los van de
    wisserarm.
    4. Verwijder het wisserblad.
    5. Breng de eerder verwijderde
    onderdelen in omgekeerde volgorde
    aan.
    N.B.: Zorg ervoor dat het ruitenwisserblad
    goed op zijn plaats komt te zitten.

    1.

    Open de motorkap. Zie De motorkap
    openen en sluiten (bladzijde 158).

    KOPLAMPEN AFSTELLEN
    U kunt de lichtstraal van de koplampen
    afstellen naargelang u aan de rechterzijde
    of aan de linkerzijde van de weg rijdt.

    2. Verwijder de bouten en de drukpennen.
    3. Til de buitenzijde van de koplamp op
    om deze los te maken van het onderste
    bevestigingspunt.

    166

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 169

    Onderhoud
    Koplamp

    4. Trek de koplamp zo ver mogelijk
    richting het midden van de auto en
    verwijder deze.

    N.B.: Verwijder de kappen om de
    gloeilampen te kunnen bereiken.

    5. Ontkoppel de twee stekkers.
    N.B.: Wanneer de koplamp wordt
    gemonteerd, let er dan op dat de stekker
    correct wordt aangesloten.
    N.B.: Wanneer de koplamp wordt
    gemonteerd, let er dan op dat het onderste
    bevestigingspunt van de koplamp goed op
    zijn plaats komt te zitten.

    Grootlicht koplamp

    B

    Dimlicht koplamp

    C

    Richtingaanwijzer

    Richtingaanwijzer
    1.

    GLOEILAMPEN VERVANGEN
    WAARSCHUWINGEN
    Schakel de verlichting en het contact
    uit.
    Laat de gloeilamp afkoelen voordat
    u deze verwijderd.
    Raak het glas van de gloeilamp niet
    aan.
    N.B.: Breng alleen gloeilampen met de
    juiste specificaties aan.
    N.B.: De volgende instructies beschrijven
    hoe de gloeilampen moeten worden
    verwijderd. Breng de nieuwe gloeilampen in
    omgekeerde volgorde van verwijderen aan,
    tenzij anders is voorgeschreven.

    167

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    A

    Verwijder de koplamp. Zie Een
    koplamp verwijderen (bladzijde 166).



  • Page 170

    Onderhoud

    2. Verwijder het paneeltje.
    3. Trek de multistekker los.
    4. Maak de klem los en verwijder de
    gloeilamp.
    N.B.: Raak het glas van de gloeilamp niet
    aan.

    2. Draai de lamphouder linksom en
    verwijder deze.
    3. Druk voorzichtig de gloeilamp in de
    lamphouder en draai de gloeilamp
    linksom. Verwijder de gloeilamp.

    Dimlicht koplamp
    1.

    Verwijder de koplamp. Zie Een
    koplamp verwijderen (bladzijde 166).

    Grootlicht koplamp
    1.

    Verwijder de koplamp. Zie Een
    koplamp verwijderen (bladzijde 166).

    2. Verwijder het paneeltje.
    3. Draai de lamphouder linksom en
    verwijder deze.
    4. Verwijder de gloeilamp.
    N.B.: Raak het glas van de gloeilamp niet
    aan.

    168

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 171

    Onderhoud
    Stadslicht
    1.

    Verwijder de koplamp. Zie Een
    koplamp verwijderen (bladzijde 166).

    2. Verwijder de lamphouder.
    3. Verwijder de gloeilamp.

    Naderingslicht
    N.B.: Draai het spiegelglas zover mogelijk
    naar binnen.
    2. Verwijder het paneeltje.
    3. Verwijder de lamphouder.
    4. Verwijder de gloeilamp.

    Zijknipperlicht

    1.

    1.

    Verwijder voorzichtig het zijknipperlicht.

    169

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Steek een schroevendraaier in de
    spleet tussen het spiegelhuis en het
    spiegelglas maak de metalen klem los.



  • Page 172

    Onderhoud
    Achterlampen
    Richtingaanwijzer en rem-/achterlicht

    2. Verwijder de lamp.
    3. Verwijder de gloeilamp.

    Mistlampen, voor
    1.

    N.B.: De gloeilamp van de mistlamp kan
    niet uit de lamphouder worden verwijderd.

    2. Trek de multistekker los.
    3. Verwijder de vleugelmoer.
    4. Verwijder de lamp.

    1. Trek de multistekker los.
    2. Draai de lamphouder linksom en
    verwijder deze.

    170

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Verwijder het bekledingspaneel.



  • Page 173

    Onderhoud

    3. Trek de multistekker los.
    4. Draai de lamphouder linksom en
    verwijder deze.
    5. Druk voorzichtig de gloeilamp in de
    lamphouder en draai de gloeilamp
    linksom. Verwijder de gloeilamp.

    5. Verwijder de lamphouder.
    6. Druk voorzichtig de gloeilamp in de
    lamphouder en draai de gloeilamp
    linksom. Verwijder de gloeilamp.
    A. Achterlicht en remlicht
    B. Richtingaanwijzer

    Centraal derde remlicht

    Achteruitrijlamp en mistlamp

    1.

    Open de achterklep.

    2. Maak de klemmen los.
    1. Open de achterklep.
    2. Verwijder het bekledingspaneel.

    171

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 174

    Onderhoud

    3. Breng een geschikt voorwerp in de
    openingen aan.
    4. Trek voorzichtig de lamp naar de
    voorzijde van de auto om de klemveren
    los te maken.

    6. Verwijder de lamphouder.
    7. Verwijder de gloeilamp.

    Kentekenplaatverlichting

    1. Maak voorzichtig de klemveer los.
    2. Verwijder de lamp.
    3. Verwijder de gloeilamp.
    5. Verwijder de lamp.

    172

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 175

    Onderhoud
    Interieurverlichting

    1. Verwijder voorzichtig de lamp.
    2. Draai de lamphouder linksom en
    verwijder deze.
    3. Verwijder de gloeilamp.

    Verlichting bagageruimte,
    beenruimte en achterklep

    1. Verwijder voorzichtig de lamp.
    2. Draai de lamphouder linksom en
    verwijder deze.
    3. Verwijder de gloeilamp.

    Leeslampen

    1. Werk de lamp voorzichtig los.
    2. Verwijder de gloeilamp.

    GLOEILAMPENTABEL
    Lampje

    Specificatie

    Vermogen (watt)

    PY21W

    21

    H1

    55

    Grootlicht koplamp - standaard serie

    H15

    55

    Dimlicht koplamp

    H7

    55

    Mistlamp voor

    H8

    55

    Richtingaanwijzer, voor
    Grootlicht koplamp - luxe serie

    173

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 176

    Onderhoud
    Lampje

    Specificatie

    Vermogen (watt)

    W5W

    5

    WY5W

    5

    W5W

    5

    Zijlamp - standaard serie
    Zijknipperlicht
    Instapverlichting
    Richtingaanwijzer, achter

    PY21W

    21

    Remlicht en achterlicht

    P21/5W

    21/5

    Mistlamp achter

    H21W

    21

    Achteruitrijlamp

    P21W

    21

    Kentekenplaatverlichting

    W5W

    5

    Bagageruimteverlichting

    W5W

    5

    N.B.: LED-lampen kunnen niet worden
    gerepareerd.

    TECHNISCHE SPECIFICATIE
    Vloeistoffen
    N.B.: Gebruik vloeistoffen die voldoen aan de gedefinieerde specificaties of vereisten.
    Gebruik van andere vloeistoffen kan beschadiging tot gevolg hebben, hetgeen niet onder
    de Garantie valt.
    Item

    Specificatie

    Viscositeitsgraad

    Motorolie - alleen benzinemotoren

    WSS-M2C948-B

    5W-20

    Castrol of Ford motorolie

    Alternatieve motorolie alle benzinemotoren
    behalve 1.0L EcoBoost

    WSS-M2C913-C

    5W-30

    Castrol of Ford motorolie

    Motorolie - dieselmotoren

    WSS-M2C913-C

    5W-30

    Castrol of Ford motorolie

    174

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Aanbevolen vloeistof



  • Page 177

    Onderhoud

    Specificatie

    Viscositeitsgraad

    Antivries

    WSS-M97B44-D

    -

    Motorcraft SuperPlus
    antivries

    Remvloeistof

    WSS-M6C65-A2

    -

    Motorcraft of Ford DOT
    4 LV High Performance
    remvloeistof

    Item

    Aanbevolen vloeistof

    De motor van uw auto is ontworpen voor het gebruik van Castrol en Ford motorolie, die
    een gunstig opleveren met behoud van de duurzaamheid van uw motor.
    Olie bijvullen: Als u geen olie kunt vinden die voldoet aan de specificatie WSS-M2C913-C
    of WSS-M2C948-B (alleen benzinemotoren), dan dient u SAE 5W-30 te gebruiken die
    voldoet aan de specificatie ACEA A3/B5.
    Het gebruik van andere dan de gespecificeerde olie kan tot gevolg hebben dat de motor
    minder snel aanslaat, minder vermogen levert, meer brandstof verbruikt en hogere
    emissiewaardes heeft.
    Castrol motorolie wordt aanbevolen.

    Uitvoering

    Item

    Inhoud in gallons
    (liters)

    Alle

    Sproeiersysteem
    voor de voorruit en
    de achterruit

    0,6 (2,5)

    1.0L EcoBoost

    Motorkoelsysteem

    ongeveer 1,4 (6,3)

    Auto's met benzinemotor, behalve 1.0L
    EcoBoost

    Motorkoelsysteem

    ongeveer 1,2 (5,5)

    Auto's met dieselmotor

    Motorkoelsysteem

    ongeveer 1,3 (6)

    Auto's met benzinemotor

    Brandstoftank

    10,6 (48)

    Auto's met dieselmotor

    Brandstoftank

    10,3 (47)

    1.0L EcoBoost

    Smeersysteem van
    de motor - inclusief
    oliefilter

    0,9 (4,1)

    175

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 178

    Onderhoud
    Uitvoering

    Item

    Inhoud in gallons
    (liters)

    1.0L EcoBoost

    Smeersysteem van
    de motor - exclusief
    oliefilter

    0,9 (4,0)

    1.4L Duratec -16V

    Smeersysteem van
    de motor - inclusief
    oliefilter

    0,9 (4,1)

    1.4L Duratec -16V

    Smeersysteem van
    de motor - exclusief
    oliefilter

    0,8 (3,8)

    1.6L Duratec-16V Ti-VCT

    Smeersysteem van
    de motor - inclusief
    oliefilter

    0,9 (4,1)

    1.6L Duratec-16V Ti-VCT

    Smeersysteem van
    de motor - exclusief
    oliefilter

    0,8 (3,8)

    1.5L Duratorq-TDCi

    Smeersysteem van
    de motor - inclusief
    oliefilter

    0,8 (3,8)

    1.5L Duratorq-TDCi

    Smeersysteem van
    de motor - exclusief
    oliefilter

    0,8 (3,4)

    1,6 l Duratorq-TDCi

    Smeersysteem van
    de motor - inclusief
    oliefilter

    0,8 (3,8)

    1,6 l Duratorq-TDCi

    Smeersysteem van
    de motor - exclusief
    oliefilter

    0,8 (3,5)

    Vulhoeveelheid motorolie
    Motor

    Inhoud in gallons (liters)

    1.0L EcoBoost

    0,2 (0,8)

    1.4L Duratec-16V en 1.6L Duratec-16V Ti-VCT

    0,2 (0,8)

    1.5L Duratorq-TDCi

    0,4 (1,6)

    1,6 l Duratorq-TDCi

    0,4 (1,6)

    176

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 179

    Verzorging van de auto
    REINIGEN VAN BUITENZIJDE
    AUTO

    Achterruit reinigen

    WAARSCHUWINGEN
    Wanneer de auto tijdens het wassen
    in een autowasserette in de was
    wordt gezet, verwijder dan de was
    van de voorruit.

    Gebruik geen scherpe voorwerpen,
    schurende reinigingsmiddelen of
    chemische oplossingen op de
    binnenzijde van de achterruit te reinigen.

    WAARSCHUWING

    Gebruik een schone, niet pluizende doek
    of een vochtige zeem om de binnenzijde
    van de achterruit te reinigen.

    Controleer eerst de geschiktheid van
    de autowasserette voor uw auto,
    voordat u van de autowasserette
    gebruik maakt.

    Chromen onderdelen reinigen

    Sommige wasinstallaties maken
    gebruik van water onder hoge druk.
    Hierdoor kunnen sommige
    onderdelen van uw auto worden
    beschadigd.

    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik geen schuurmiddelen of
    chemische oplosmiddelen. Gebruik
    een zeepoplossing.
    Breng geen reinigingsproduct aan op
    hete oppervlakken en laat geen
    reinigingsproduct achter op chromen
    oppervlakken gedurende een periode die
    de aanbevolen periode overschrijdt.

    Verwijder de antenne voordat u een
    automatische wasstraat inrijdt.
    Schakel de aanjager uit om te
    voorkomen dat deeltjes was zich in
    het luchtfilter vastzetten.

    Gebruik van heavy-duty reinigers of
    chemische reinigingsmiddelen kan
    na verloop van tijd leiden tot
    beschadiging.

    Wij raden aan uw auto met een spons en
    handwarm water en autoshampoo te
    wassen.

    Onderhoud van de lak

    Koplampen reinigen

    WAARSCHUWINGEN
    Poets de auto niet in de felle zon.

    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik geen scherpe voorwerpen,
    schurende reinigingsmiddelen of
    oplossingen op alcoholische of
    chemische basis om de koplampglazen te
    reinigen.

    Voorkom dat polish op kunststof
    oppervlakken komt. Dit laat zich
    moeilijk verwijderen.

    Veeg de koplampglazen niet schoon
    wanneer ze droog zijn.

    Breng geen polish op de voor- en
    achterruit aan. Dit heeft een
    lawaaiige werking van de
    ruitenwissers tot gevolg; bovendien kunnen
    de ruiten dan niet goed worden
    drooggeveegd.

    177

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 180

    Verzorging van de auto
    Wij raden u aan de lak één- of tweemaal
    per jaar in de was te zetten.

    N.B.: Breng geen stickers of labels aan op
    de binnenzijde van de achterruiten.

    REINIGEN VAN BINNENZIJDE
    AUTO

    KLEINE LAKSCHADE
    REPAREREN

    N.B.: Mors niet met luchtverfrissers en
    handzeep op bekledingsoppervlakken van
    het interieur. Wrijf gemorste vloeistof
    onmiddellijk weg. Schade wordt mogelijk
    niet door uw garantie vergoed.

    Lakbeschadigingen door steenslag of
    kleine krasjes moeten zo spoedig mogelijk
    worden hersteld. Een reeks van producten
    is beschikbaar bij een erkende dealer.
    Verwijder vuil zoals uitwerpselen van
    vogels, bomensap, insectenresten,
    teervlekken, wegenzout en industriële
    neerslag alvorens steenslagschade te
    repareren.

    Veiligheidsgordels
    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik voor het reinigen geen
    schurende middelen of chemische
    oplosmiddelen.

    Lees de instructies van de fabrikant en volg
    deze op alvorens de producten te
    gebruiken.

    Laat geen vocht het
    oprolmechanisme van de
    veiligheidsgordel binnendringen.

    LICHTMETALEN VELGEN
    REINIGEN

    Reinig de veiligheidsgordels met behulp
    van interieurreiniger of water en een zachte
    spons. Laat de veiligheidsgordels aan de
    lucht drogen en uit de buurt van
    kunstmatige warmtebronnen.

    N.B.: Breng geen chemisch reinigingsmiddel
    aan op warme of hete velgranden en
    wieldeksels.
    N.B.: Heavy-duty reinigers of chemische
    reinigingsmiddelen in combinatie met
    borstelbewegingen voor het verwijderen van
    remmenstof en vuil kan na verloop van tijd
    leiden tot slijtage van de blanke lak.

    Instrumentenpaneelschermen,
    LCD-schermen en radioschermen
    WAARSCHUWING
    Gebruik voor het reinigen geen
    schurende middelen, oplosmiddelen
    op basis van alcohol of chemische
    oplosmiddelen.

    N.B.: Gebruik geen reinigingsmiddelen op
    basis van waterstoffluoride of sterk bijtende
    reinigingsmiddelen, staalwol, brandstoffen
    of sterke oplosmiddelen voor huishoudelijk
    gebruik.

    Achterruiten

    N.B.: Rijd enkele minuten met de auto
    wanneer u deze een langere periode wilt
    parkeren nadat de wielen zijn gereinigd met
    een wielenreiniger. Zo wordt de kans op
    corrosie van de remschijven, remblokken en
    remvoeringen verminderd.

    WAARSCHUWING
    Gebruik geen schurende materialen
    voor het reinigen van de binnenzijde
    van de achterruiten.

    178

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 181

    Verzorging van de auto
    N.B.: Bij gebruik van sommige automatische
    wasstraten kan de afwerking van de
    velgranden en wieldeksels beschadigd
    raken.
    Lichtmetalen velgen en wieldeksels zijn
    voorzien van een blanke laklaag. Om de
    goede staat van de velgen en wieldeksels
    te behouden wordt het volgende
    aangeraden:
    • Wekelijks reinigen met behulp van de
    aanbevolen wielen- en bandenreiniger.
    • Een spons gebruiken om zware
    afzettingen (vuil en remmenstof) te
    verwijderen.
    • Grondig afspoelen met een
    hogedrukspuit nadat de
    reinigingsprocedure is voltooid.
    Er wordt aanbevolen Ford-wielenreiniger
    te gebruiken. Lees en volg de aanwijzingen
    van de fabrikant.
    Het gebruik van niet aanbevolen
    reinigingsmiddelen kan leiden tot ernstige
    en permanente cosmetische beschadiging.

    179

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 182

    Velgen en banden
    ALGEMENE INFORMATIE

    Algemene informatie

    In de bestuurdersportieropening bevindt
    zich een tabel met de bandenspanning.

    WAARSCHUWINGEN
    Afhankelijk van het type en de
    omvang van de beschadiging kunnen
    sommige banden slechts gedeeltelijk
    of soms geheel niet worden gedicht. Een
    te lage bandenspanning kan het
    weggedrag van de auto beïnvloeden,
    waardoor u de macht over het stuur kunt
    verliezen.

    Controleer bij koude banden de
    bandenspanning bij een temperatuur
    waarin u gaat rijden.
    N.B.: Controleer de bandenspanningen
    regelmatig voor een optimaal
    brandstofverbruik.

    Gebruik de set niet wanneer de band
    al beschadigd is door het rijden met
    een te lage bandenspanning.

    N.B.: Gebruik alleen goedgekeurde velgenen bandenmaten. Het gebruik van andere
    maten kan beschadiging van de auto tot
    gevolg hebben en maakt de
    typegoedkeuring ongeldig.

    Gebruik de bandenreparatieset niet
    bij run flat banden.

    N.B.: Wanneer u banden met een andere
    diameter laat monteren dan die van de in
    de fabriek gemonteerde banden, geeft de
    snelheidsmeter niet meer de juiste snelheid
    aan. Breng uw auto naar een erkende dealer
    en laat het motormanagementsysteem
    opnieuw programmeren.

    Probeer geen lekken te dichten in de
    bandwang.
    Met de bandenreparatieset kunt u de
    meeste gaatjes dichten [tot een diameter
    van zes millimeter], waarna u tijdelijk
    verder kunt rijden.

    N.B.: Wanneer u banden met een andere
    diameter dan de in de fabriek gemonteerde
    banden wilt aanbrengen, controleer dan bij
    een erkende dealer of deze geschikt zijn.

    Let op het volgende bij het gebruik van de
    set:


    SET TIJDELIJKE MOBILITEIT
    Het kan voorkomen dat in de auto geen
    reservewiel is aangebracht. Daarom
    beschikt u over een bandenreparatieset
    waarmee één beschadigde band kan
    worden gerepareerd.



    De set bevindt zich in de reservewielkuip.





    180

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Rijd voorzichtig en vermijd plotselinge
    stuur- of rijmanoeuvres, vooral
    wanneer de auto zwaar beladen is of
    een aanhanger trekt.
    De set zorgt voor een tijdelijke
    reparatie, waardoor u uw reis tot de
    volgende dealer of bandenspecialist
    kunt voortzetten of een afstand van
    maximaal 200 km kunt afleggen.
    Rijd niet harder dan 80 km/u.
    Houd de set buiten het bereik van
    kinderen.
    Gebruik de set bij
    omgevingstemperaturen van -40°C
    tot +70°C.



  • Page 183

    Velgen en banden
    De set gebruiken

    Banden op spanning brengen

    WAARSCHUWINGEN
    Samengeperste lucht kan zich
    gedragen als een explosief of
    drijfmiddel.

    WAARSCHUWINGEN
    Controleer de bandwang voordat u
    het afdichtmiddel in de band pompt.
    Wanneer u scheuren, knobbels of
    dergelijke ziet, probeer dan niet de band
    op te pompen.

    Laat de set tijdens het gebruik nooit
    onbeheerd achter.

    Ga niet vlak naast de band staan
    wanneer de compressor in bedrijf is.

    Laat de compressor niet langer dan
    10 minuten draaien.

    Sla de bandwang gade. Wanneer u
    scheuren, knobbels en dergelijke ziet
    verschijnen, schakel dan de
    compressor uit en laat de lucht met behulp
    van het drukregelventiel I ontsnappen. Rijd
    niet verder met deze band.

    Gebruik de set alleen bij de auto die
    ermee is uitgerust.












    Parkeer uw wagen zodanig langs de
    kant van de weg dat u het verkeer niet
    belemmert en dat u in staat bent de
    set te gebruiken zonder in gevaar te
    komen.
    Trek, zelfs wanneer u op een vlakke
    ondergrond geparkeerd staat, de
    handrem aan om te waarborgen dat
    de auto niet in beweging kan komen.
    Probeer geen vreemde voorwerpen,
    zoals spijkers of schroeven, uit de band
    te verwijderen.
    Laat de motor draaien terwijl de set
    wordt gebruikt, maar niet als de auto
    in een afgesloten of slecht
    geventileerde ruimte staat
    (bijvoorbeeld in een gebouw). Zet in
    dergelijke gevallen de compressor aan
    zonder de motor te starten.
    Vervang de fles met het afdichtmiddel
    door een nieuwe voordat de
    houdbaarheidsdatum (zie de
    bovenzijde van de fles) is bereikt.
    Informeer andere gebruikers van de
    auto dat de band tijdelijk is gerepareerd
    met de set. Stel ze op de hoogte van
    de speciale rijvoorschriften.

    Het afdichtmiddel bevat natuurlijk
    latex. Voorkom contact met huid,
    ogen of kleding. Mocht dit toch
    gebeuren, spoel het betreffende
    lichaamsdeel dan direct met veel water
    schoon en neem contact op met uw
    huisarts.
    Wanneer de bandenspanning binnen
    10 minuten lager wordt dan 26 psi
    (1,8 bar), kan de band ernstig zijn
    beschadigd, waardoor een tijdelijke
    reparatie onmogelijk is. Rijd niet verder met
    deze band.

    181

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 184

    Velgen en banden

    1.

    A

    Label

    B

    Fles afdichtmiddel

    C

    Slang voor fles afdichtmiddel

    D

    Flessenhouder

    E

    Drukmeter

    F

    Stekker met kabel

    G

    Compressorschakelaar

    H

    Slangreparatieset

    I

    Drukregelventiel

    2. Trek het label A waarop de maximaal
    toelaatbare snelheid van 80 km/u
    vermeld staat van de fles
    afdichtmiddel en maak het binnen het
    gezichtsveld van de bestuurder vast op
    het instrumentenpaneel. Het label mag
    niets belangrijks aan het oog
    onttrekken.
    3. Haal de slang H met het
    drukregelventiel I en de stekker met
    kabel F uit de set.
    4. Sluti de slang H met het
    drukregelventiel I aan op de fles
    afdichtmiddel B.
    5. Breng de fles afdichtmiddel B in de
    flessenhouder D aan.
    6. Draai het ventieldopje van de
    beschadigde band eraf.
    7. Schroef de slang van de fles
    afdichtmiddel C stevig op het ventiel
    van de beschadigde band.
    8. De compressorschakelaar G moet in
    de stand 0 staan.
    9. Sluit de stekker F aan op de aansluiting
    van de aansteker of het extra elektrisch
    aansluitpunt. Zie Extra
    voedingsaansluitingen (bladzijde
    91). Zie Aansteker (bladzijde 91).
    10. Start de motor.
    11.
    Zet de compressorschakelaar G in
    stand 1.
    12. Pomp de band niet langer dan 10
    minuten op voor een minimale druk
    van 26 psi (1,8 bar) en een maximum
    druk van 51 psi (3,5 bar). Zet de
    compressorschakelaar G in de stand
    0 en controleer de huidige
    bandenspanning met de drukmeter
    E.
    N.B.: Ga niet verder wanneer een
    bandenspanning van 26 psi (1,8 bar) niet is
    bereikt.

    Haal de set uit de verpakking.

    182

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 185

    Velgen en banden
    N.B.: Wanneer het afdichtmiddel in de band
    wordt gepompt, kan de druk toenemen tot
    87 psi (6 bar) maar deze neem na ca. 30
    seconden weer af.

    18.

    Stop de auto na ongeveer drie
    kilometer. Controleer en corrigeer zo
    nodig de spanning van de
    beschadigde band.
    19. Breng de set aan en lees de
    bandenspanning af van de drukmeter
    E.
    20. Breng de band op de gespecificeerde
    bandenspanning. Zie Technische
    specificatie (bladzijde 190).
    21. Nadat de band op de correcte
    bandenspanning is gebracht, moet
    de compressorschakelaar G naar
    stand 0 worden bewogen, de stekker
    F uit de aansluiting worden
    verwijderd, de slang C worden
    losgeschroefd en het ventieldopje
    worden vastgemaakt.
    22. Laat de slang C en H aangekoppeld
    op de fles afdichtmiddel B en berg de
    set veilig op.
    23. Rijd naar de dichtstbijzijnde
    bandenspecialist om de beschadigde
    band te laten vervangen. Vertel,
    voordat de band van de velg wordt
    afgenomen, de bandenspecialist dat
    de band een afdichtmiddel bevat. De
    fles met afdichtmiddel B en slang C
    moeten zo snel mogelijk na gebruik
    worden vervangen.
    N.B.: Bedenk dat een bandenreparatieset
    slechts voor tijdelijke mobiliteit zorgt.
    Voorschriften aangaande bandreparatie na
    gebruik van de set kunnen per land
    verschillen. Raadpleeg een bandenspecialist
    voor advies.

    N.B.: Nadat u de compressor hebt
    uitgeschakeld, kunt u horen dat lucht uit de
    beschadigde band ontsnapt. Dit is normaal
    en kan worden genegeerd op voorwaarde
    dat de gespecificeerde minimum
    bandenspanning is bereikt.
    13.

    Neem de stekker F uit de aansluiting
    van de aansteker of het extra
    elektrisch aansluitpunt.
    14. Schroef snel de slang C los van het
    ventiel. Draai het ventieldopje vast.
    N.B.: Een restant van de
    afdichtingsvloeistof kan uit slang C
    druppelen of spuiten terwijl u deze
    loskoppelt. Dit is normaal.
    15.
    16.

    17.

    Laat de fles afdichtmiddel B in de
    flessenhouder D zitten.
    Zorg dat de set veilig wordt
    opgeborgen, maar makkelijk
    bereikbaar is. De set is opnieuw nodig
    bij het controleren van de
    bandenspanning.
    Rijd onmiddellijk weg en rijd ongeveer
    drie kilometer zodat het
    afdichtmiddel het lek kan afdichten.
    WAARSCHUWING

    Wanneer u heftige trillingen,
    onbalans in het stuurwiel of lawaai
    tijdens het rijden waarneemt, minder
    dan snelheid en rijd voorzichtig naar een
    plaats waar u veilig kunt stoppen.
    Controleer de band en de bandenspanning
    opnieuw. Wanneer de bandenspanning
    lager is dan 14,7 psi (1 bar) of wanneer er
    scheuren, knobbels of dergelijke zichtbaar
    zijn, hervat dan uw reis niet met deze band.

    WAARSCHUWING
    Zorg er voordat u wegrijdt voor dat
    de band de voorgeschreven
    bandenspanning heeft. Zie
    Technische specificatie (bladzijde 190).
    U moet de bandenspanning in het oog
    houden totdat de afgedichte band is
    vervangen.

    183

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 186

    Velgen en banden
    Lege flessen afdichtmiddel mogen samen
    met het huishoudelijk afval worden
    afgevoerd. Breng resten afdichtmiddel
    naar uw erkende dealer of voer ze af
    volgens de lokale richtlijnen.

    GEBRUIK VAN
    WINTERBANDEN
    WAARSCHUWING
    Bij het gebruik van winterbanden op
    uw auto, dient u ervoor te zorgen dat
    de correcte wielmoeren worden
    aangebracht.

    VERZORGING VAN BANDEN

    Als winterbanden worden gebruikt, hanteer
    dan de correcte bandenspanningen. Zie
    Technische specificatie (bladzijde 190).

    GEBRUIK VAN
    SNEEUWKETTINGEN
    WAARSCHUWINGEN
    Rijd niet harder dan 50 km/u.

    Zorg voor een langere levensduur ervoor
    dat de banden van de voor- en
    achterwielen gelijkmatig slijten. Wij raden
    aan dat de voor- en achterwielen met
    regelmatige intervallen tussen 5.000 en
    12.000 km te wisselen.

    Rijd niet met sneeuwkettingen op
    een sneeuwvrij wegdek.
    Breng uitsluitend sneeuwkettingen
    op de gespecificeerde banden aan.
    Zie Technische specificatie
    (bladzijde 190).

    WAARSCHUWING
    Zorg dat bij het parkeren de
    bandwangen nergens langsaf
    schuren.

    Wanneer uw auto is uitgerust met
    wieldeksels, verwijder deze dan
    voordat u sneeuwkettingen
    monteert.

    Als u een stoeprand moet oprijden, doe het
    dan zo langzaam mogelijk en rijd zo
    mogelijk met de wielen onder een rechte
    hoek het trottoir op.

    N.B.: Het antiblokkeersysteem blijft
    normaal werken.

    Controleer de banden regelmatig op
    scheuren, vreemde voorwerpen of
    onregelmatige slijtage van het loopvlak.
    Ongelijkmatige slijtage kan betekenen dat
    de wieluitlijning niet meer aan de
    specificaties voldoet.

    Gebruik alleen sneeuwkettingen met kleine
    schakels.
    Monteer alleen sneeuwkettingen op de
    voorwielen.

    Controleer iedere twee weken de
    bandenspanning (inclusief het reservewiel)
    wanneer de banden koud zijn.

    184

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 187

    Velgen en banden
    Auto's met stabiliteitsregeling

    wielomtrek verandert, wordt een lage
    bandenspanning aangeduid. Er wordt een
    waarschuwingsbericht weergegeven in het
    informatiedisplay en de
    waarschuwingslamp brandt. Zie
    Infoberichten (bladzijde 70).

    Wanneer de stabiliteitsregeling
    ingeschakeld is, kan de auto enkele
    ongebruikelijke rijeigenschappen vertonen.
    Om deze te reduceren, schakelt u de
    aandrijfregeling (traction control) uit. Zie
    Gebruik maken van stabiliteitsregeling
    (bladzijde 116).

    Wanneer een waarschuwingsbericht voor
    een lage bandenspanning op het
    informatiedisplay wordt weergegeven,
    controleer dan de bandenspanning zo
    spoedig mogelijk en breng de spanning op
    de voorgeschreven waarde. Zie
    Technische specificatie (bladzijde 190).

    BANDENSPANNINGCONTROLESYSTEEM

    Wanneer dit regelmatig voorkomt, laat dan
    zo snel mogelijk de oorzaak vaststellen en
    verhelp de storing.

    WAARSCHUWINGEN
    Het systeem ontheft u niet van de
    verantwoording om regelmatig de
    bandenspanning te controleren.

    Naast een te lage bandenspanning of een
    beschadigde band kunnen de volgende
    situaties van invloed zijn op de rollende
    omtrek:
    • Ongelijke belading.
    • Gebruik van een aanhangwagen of een
    heuvel op en af rijden.
    • Gebruik van sneeuwkettingen.
    • Rijden op zachte ondergrond zoals
    sneeuw of modder.

    Het systeem waarschuwt u alleen
    voor een lage bandenspanning. Het
    pompt de banden niet op.
    Rijd niet met een aanzienlijk te lage
    bandenspanning. Hierdoor kunnen
    de banden oververhit raken en
    worden beschadigd. Een te lage
    bandenspanning verhoogt het
    brandstofverbruik, verkort de levensduur
    van de banden en heeft een nadelige
    invloed op de rijeigenschappen.

    N.B.: Het systeem functioneert naar
    behoren, maar de detectietijd kan wellicht
    toenemen.

    Buig of beschadig de ventielen niet
    wanneer u de banden oppompt.

    Systeem resetten

    Laat banden aanbrengen door een
    erkende dealer.

    N.B.: Reset het systeem niet wanneer met
    de auto wordt gereden.

    Het detectiesysteem
    bandenspanningsverlies waarschuwt
    ingeval van een luchtdrukwijziging in een
    van de banden. Dit vindt plaats via de
    ABS-sensoren die de rollende omtrek van
    de wielen registreren. Wanneer de

    N.B.: Het systeem moet worden gereset na
    een afstelling van de bandenspanning of
    een bandenwissel.
    1. Schakel het contact in.
    2. Navigeer met behulp van de
    informatiedisplaybediening naar Menu
    > Voertuiginstellingen >
    Detectiesysteem bandenspanning.
    3. Houd de knop OK ingedrukt tot er een
    bevestiging verschijnt.
    185

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 188

    Velgen en banden
    N.B.: Uw auto kan ongewone
    rijeigenschappen vertonen.

    EEN WIEL VERVANGEN
    Wielmoeren

    Voertuigkrik

    Na het overleggen van het certificaat met
    het referentienummer kunt u bij uw Ford
    dealer een vervangende dopsleutel en
    vervangende wielslotmoeren verkrijgen.

    WAARSCHUWINGEN
    De boordkrik waarmee uw auto
    wordt geleverd mag alleen worden
    gebruikt voor het wisselen van een
    wiel in noodsituaties.

    Voertuigen met een reservewiel

    Controleer, voordat u de boordkrik
    gebruikt, of deze niet is beschadigd
    of vervormd en dat de schroefdraad
    is gesmeerd en er geen vuil op zit.

    Indien het reservewiel exact hetzelfde type
    en maat heeft als de overige gemonteerde
    wielen, kunt u het bestaande wiel
    vervangen door het reservewiel en verder
    rijden op de gebruikelijke wijze.

    Plaats nooit iets tussen de krik en de
    grond, of tussen de krik en de auto.

    Indien het reservewiel verschilt van de
    overige gemonteerde wielen, is het
    voorzien van een geel label met de
    toepasselijke snelheidslimiet.

    N.B.: Auto's met een bandenreparatieset
    zijn niet uitgerust met een boordkrik of een
    wielmoersleutel.

    Raadpleeg de volgende informatie
    alvorens het wiel te vervangen.

    Aanbevolen wordt om een hydraulische
    werkplaatskrik te gebruiken bij het wisselen
    tussen zomer- en winterbanden.

    WAARSCHUWINGEN
    Rijd de kortst mogelijke afstanden.

    N.B.: Gebruik een krik met een minimum
    hefvermogen van 1,5 ton en een krikkop met
    een diameter van minimaal 80 mm.

    Monteer niet gelijktijdig meer dan een
    reservewiel op uw auto.

    Voertuigen met een reservewiel

    Voer geen reparatiewerkzaamheden
    uit aan een reservewiel.

    De krik, de wielmoersleutel, het
    afneembare sleepoog en de
    wieldopverwijderaar zijn aangebracht in
    de reservewielkuip.

    Rijd niet door een automatische
    wasstraat.
    Indien u twijfelt over het type
    reservewiel dat u heeft, rijd dan niet
    met snelheden hoger dan 80 km/uur.

    Krikpunten
    WAARSCHUWING

    Breng uitsluitend sneeuwkettingen
    op de gespecificeerde banden aan.
    Zie Technische specificatie
    (bladzijde 190).

    Gebruik alleen de aangegeven
    kriksteunpunten. Wanneer u andere
    punten gebruikt kan dit de
    carrosserie, de stuurinrichting, de
    wielophanging, de motor, het remsysteem
    of de brandstofleidingen beschadigen.

    De bodemvrijheid van uw auto kan
    kleiner zijn. Wees voorzichtig bij
    parkeren naast een stoeprand.

    186

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 189

    Velgen en banden

    A

    Alleen voor gebruik in noodsituaties

    B

    Onderhoud

    A

    Kleine pijlvormige markeringen
    op de dorpels verwijzen naar de
    kriksteunpunten.

    187

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 190

    Velgen en banden
    Wieldop verwijderen

    Wielmoersleutel monteren
    WAARSCHUWING
    Het afneembare sleepoog heeft
    linkse schroefdraad. Draai het
    linksom in het draadgat. Zorg ervoor
    dat het sleepoog volledig wordt vastgezet.

    1. Breng de wieldopverwijderaar aan.
    2. Verwijder de wieldop.
    N.B.: Zorg dat de wieldopverwijderaar
    onder een rechte hoek ten opzichte van de
    wieldop wordt aangetrokken.

    Een wiel verwijderen
    WAARSCHUWINGEN
    Parkeer uw auto dusdanig dat u,
    noch het verkeer hinder ondervindt
    of gevaar loopt.
    Een waarschuwingsdriehoek
    plaatsen.
    Zorg dat de auto met de wielen in de
    rechtuitstand op een stevige, vlakke
    ondergrond staat.

    Steek het afneembare sleepoog in de
    wielmoersleutel.

    Schakel het contact uit en schakel
    de parkeerrem in.

    188

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 191

    Velgen en banden
    WAARSCHUWINGEN
    Schakel de eerste versnelling of de
    achteruit in wanneer uw auto is
    uitgerust met een handgeschakelde
    versnellingsbak. Als de auto een
    automatische transmissie heeft, zet de
    keuzehendel dan in stand (P).
    Laat de inzittenden uitstappen.
    Blokkeer het diagonaal
    tegenoverliggende wiel met een
    geschikt blok hout of een wielkeg.
    Zorg dat de pijlen op banden voor
    één draairichting in de juiste
    draairichting wijzen wanneer de auto
    voorwaarts rijdt. Wanneer een reservewiel
    moet worden gemonteerd waarvan de
    pijlen in tegengestelde richting wijzen, laat
    de band dan zo spoedig mogelijk door een
    officiële dealer in de juiste richting
    monteren.

    2. Draai de wielmoeren een slag los.
    3. Krik de auto op totdat het wiel vrij van
    de grond is.
    4. Verwijder de wielmoeren en het wiel.

    Voer geen werkzaamheden uit onder
    een auto die alleen wordt
    ondersteund door een krik.
    Zorg ervoor dat de krik verticaal ten
    opzichte van het kriksteunpunt staat
    en dat de voet plat op de grond
    staat.

    Wiel aanbrengen
    WAARSCHUWINGEN
    Gebruik alleen goedgekeurde velgenen bandenmaten. Het gebruik van
    andere maten kan beschadiging van
    de auto tot gevolg hebben en maakt de
    typegoedkeuring ongeldig. Zie
    Technische specificatie (bladzijde 190).

    N.B.: Leg lichtmetalen velgen niet op de
    grond, hierdoor wordt te lak beschadigd.
    N.B.: Het reservewiel bevindt zich onder de
    vloerbedekking in de bagageruimte.
    1.

    Breng de dopsleutel voor de
    wielslotmoer aan.

    Laat geen run-flat banden monteren
    indien de auto hiermee oorspronkelijk
    niet was uitgerust. Neem voor meer
    informatie over compatibiliteit contact op
    met een erkende dealer.
    WAARSCHUWING
    Bevestig lichtmetalen velgen niet
    met wielmoeren die voor stalen
    velgen zijn bestemd.
    189

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 192

    Velgen en banden
    N.B.: De wielmoeren voor lichtmetalen
    velgen en stalen spaakvelgen kunnen
    gedurende korte tijd worden gebruikt voor
    het vastzetten van de stalen velg van het
    reservewiel (maximaal twee weken).

    4. Haal de wielmoeren in de aangegeven
    volgorde voorlopig aan.
    5. Laat de auto zakken en verwijder de
    krik.
    6. Haal de wielmoeren in de aangegeven
    volgorde volledig aan. Zie Technische
    specificatie (bladzijde 190).
    7. Breng de wieldop aan met de bal van
    uw hand.

    N.B.: Controleer of de contactvlakken
    tussen velg en naaf schoon zijn.
    N.B.: Zorg ervoor dat de conische zijde van
    de wielmoeren naar de velg is gekeerd.
    1. Breng het wiel aan.
    2. Draai de wielmoeren handvast aan.
    3. Breng de dopsleutel voor de
    wielslotmoer aan.

    WAARSCHUWING
    Laat het aanhaalmoment van de
    wielmoeren en de bandenspanning
    zo spoedig mogelijk controleren.

    TECHNISCHE SPECIFICATIE
    Aanhaalmoment wielmoer
    Velgtype

    Ib-ft (Nm)

    Alle

    100 (135)

    190

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 193

    Velgen en banden
    Bandenspanningen (koude banden)
    Tot 80 km/u
    Normale belading
    Uitvoering

    Ruimtebesparend
    reservewiel
    wanneer dit van de
    aangebrachte
    wielen verschilt

    Bandenmaat

    125/80 R15

    Volle belading

    Voorzijde

    Achterzijde

    Voorzijde

    Achterzijde

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    61 (4,2)

    61 (4,2)

    61 (4,2)

    61 (4,2)

    Tot 160 km/u
    Normale belading
    Uitvoering

    *

    Bandenmaat

    Volle belading

    Voorzijde

    Achterzijde

    Voorzijde

    Achterzijde

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    Alle motoren

    185/60 R15

    *

    33 (2,3)

    29 (2)

    36 (2,5)

    41 (2,8)

    Alle motoren

    195/60 R15

    32 (2,2)

    29 (2)

    36 (2,5)

    46 (3,2)

    Alle motoren

    195/55 R16

    32 (2,2)

    29 (2)

    36 (2,5)

    41 (2,8)

    Alle motoren

    205/45 R17

    33 (2,3)

    29 (2)

    36 (2,5)

    41 (2,8)

    Breng alleen sneeuwkettingen aan op gespecificeerde banden.

    191

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 194

    Velgen en banden

    Snelheid continu hoger dan 160 km/u
    Normale belading
    Uitvoering

    Bandenmaat

    Volle belading

    Voorzijde

    Achterzijde

    Voorzijde

    Achterzijde

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    lbf/in²
    (bar)

    31 (2,1)

    38 (2,6)

    46 (3,2)

    Alle motoren

    185/60 R15

    *

    35 (2,4)

    Alle motoren

    195/60 R15

    32 (2,2)

    31 (2,1)

    36 (2,5)

    46 (3,2)

    Alle motoren

    195/55 R16

    32 (2,2)

    32 (2,2)

    36 (2,5)

    41 (2,8)

    Alle motoren

    205/45 R17

    35 (2,4)

    31 (2,1)

    38 (2,6)

    41 (2,8)

    192

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 195

    Inhouden en specificaties
    N.B.: Het ontwerp van het
    identificatieplaatje kan afwijken van het
    getoonde plaatje.

    VOERTUIGIDENTIFICATIEPLAATJE

    N.B.: De informatie op het
    identificatieplaatje is afhankelijk van de
    vereisten per land.

    A

    Model

    B

    Uitvoering

    C

    Motorbenaming

    D

    Motorvermogen en emissienorm

    E

    Voertuigidentificatienummer

    F

    Maximaal toelaatbaar totaalgewicht

    G

    Maximaal toelaatbaar treingewicht

    H

    Maximum voorasbelasting

    I

    Maximum achterasbelasting

    Het voertuigidentificatienummer (VIN) en
    de maximum toelaatbare gewichten zijn
    vermeld op een plaatje onderaan de
    slotzijde van de rechter portieropening.

    193

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 196

    Inhouden en specificaties
    Het Voertuig Identificatie Nummer
    (chassisnummer) is rechtsvoor naast de
    voorstoel in de bodemplaat ingeslagen.
    Het is ook op de linkerzijde van het
    instrumentenpaneel vermeld.

    CHASSISNUMMER

    TECHNISCHE SPECIFICATIE
    Afmetingen van de auto
    Omschrijving van de maat

    Afmeting in mm (inches)

    Totale lengte

    160,5 (4077)

    Totale breedte inclusief buitenspiegels

    81,4 (2067)

    Totale hoogte - EC rijklaargewicht

    63,1 - 63,5 (1604 - 1613)

    Wielbasis

    98,0 (2489)

    Spoorbreedte voor

    58,5 - 58,7 (1487 - 1492)

    Spoorbreedte achter

    58,1 - 58,3 (1477 - 1482)

    194

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 197

    Inhouden en specificaties
    Afmetingen trekhaak

    195

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 198

    Inhouden en specificaties

    Onderdeel

    Omschrijving van de maat

    Afmeting in mm (inches)

    A

    Bumper – achterzijde trekhaakkogel

    3,1 (78)

    B

    Bevestigingspunt – hart trekhaakkogel

    0,7 (18)

    C

    Hart wiel – hart trekhaakkogel

    D

    Hart trekhaakkogel – langsbalk

    E

    Afstand tussen langsbalken

    F

    Hart trekhaakkogel – hart 1e bevestigingspunt

    16,5 (419)

    G

    Hart trekhaakkogel – hart 2e bevestigingspunt

    26,3 (668)

    33,3 (845)
    20,3 (516)
    40,6 (1032)

    196

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 199

    Audiosysteem
    ALGEMENE INFORMATIE
    Radiofrequenties en factoren voor een goede radio-ontvangst
    Factoren voor radio-ontvangst

    Afstand en sterkte

    Naarmate u verder van een FM station verwijderd bent,
    hoe zwakker het signaal wordt en hoe zwakker de
    ontvangst.

    Terrein

    Heuvels, bergen, hoge gebouwen, bruggen, tunnels, snelwegviaducten, parkeergarages, dicht op elkaar staande
    bomen en onweersbuien kunnen de ontvangst verslechteren.

    Overbelasting van stations

    Wanneer u dichtbij een radiozendtoren rijdt, kan een
    sterket signaal een zwakker signaal verdringen en interferentie in het audiosysteem veroorzaken.
    Stel schijven niet langdurig bloot aan direct
    zonlicht of warmtebronnen.

    Cd- en cd-spelerinformatie
    N.B.: Cd-eenheden spelen alleen
    commercieel gedrukte audio-cd's van 12 cm
    af. Vanwege technische incompatibiliteit is
    het mogelijk dat bepaalde recordable en
    re-recordable cd's niet correct werken in
    Ford cd-spelers.

    MP3- en WMA-track en
    mapstructuur
    Audiosystemen die afzonderlijke MP3- en
    WMA-tracks en mapstructuren kunnen
    herkennen en afspelen, werken als volgt:
    • Er zijn twee verschillende modi voor het
    afspelen van MP3- en WMA-cd's: MP3en WMA-trackmodus
    (systeemstandaard) en MP3- en
    WMA-mapmodus.
    • Bij de MP3- en WMA-trackmodus
    worden eventuele mapstructuren op
    de MP3- en WMA-cd genegeerd. De
    cd-speler nummert elke MP3- en
    WMA-track op de cd (aangeduid met
    de bestandsextensie .mp3 of WMA
    bestandsextensie) van T001 tot
    maximaal T255. Het maximale aantal
    afspeelbare MP3- en WMA-bestanden
    kan geringer zijn, afhankelijk van de
    structuur van de cd en het exacte
    radiomodel dat gemonteerd is.

    N.B.: Plaats geen cd's met zelfgemaakte
    papieren (zelfklevende) labels in de
    cd-speler. Het label kan immers loskomen
    en ervoor zorgen dat de cd vast komt te
    zitten. Op uw zelfgemaakte cd's moet u een
    permanente markeerstift gebruiken in plaats
    van zelfklevende labels. Balpennen kunnen
    de cd's beschadigen. Neem contact op met
    een erkende dealer voor meer informatie.
    N.B.: Gebruik geen onregelmatig gevormde
    cd's of cd's waarop een krasbeschermende
    folie is aangebracht.
    Pak cd's uitsluitend aan de rand beet.
    Reinig de schijf alleen met een
    goedgekeurd reinigingsmiddel voor cd's.
    Veeg de schijf vanaf het midden naar de
    rand toe. Reinig de cd niet in een
    ronddraaiende beweging.

    197

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 200

    Audiosysteem




    De MP3- en WMA-map
    vertegenwoordigt een mapstructuur
    die bestaat uit één mapniveau. De
    cd-speler nummert elke MP3- en
    WMA-track op de cd (aangeduid met
    de bestandsextensie .mp3 of. WMA)
    en alle mappen met MP3- en
    WMA-bestanden, van F001 (map)
    T001 (track) tot F253 T255.
    Cd's samenstellen met één mapniveau
    maakt het navigeren door de
    cd-bestanden eenvoudiger.

    In nummermodus wordt de structuur
    weergegeven en afgespeeld door het
    systeem alsof het slechts één niveau diep
    was (alle .mp3-bestanden worden
    afgespeeld, ongeacht de map waarin ze
    zich bevinden). In mapmodus speelt het
    systeem uitsluitend de .mp3 bestanden in
    de actuele map af.

    AUDIO-INSTALLATIE - AUTO'S
    MET: AM/FM/CD

    Wanneer u uw eigen MP3- en WMA-cd's
    brandt, is het van belang te begrijpen hoe
    het systeem de structuren die u aanmaakt,
    leest. Ook al zijn er verschillende
    bestanden aanwezig (bestanden met
    andere extensies dan mp3 en WMA),
    uitsluitend de bestanden met de extensie
    .mp3 en .WMA worden afgespeeld; andere
    bestanden worden door het systeem
    genegeerd. Daardoor kunt u dezelfde MP3en WMA-cd voor verschillende taken op
    uw werkcomputer, thuiscomputer en het
    systeem in uw auto gebruiken.

    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    198

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 201

    Audiosysteem

    A

    Uitwerpen: Druk op de toets om een CD uit te werpen.

    B

    Cursorpijlen: Druk op een toets om door de schermopties te scrollen.

    C

    CD sleuf: Hier plaatst u een CD.

    D

    OK: Druk op de toets om de schermselecties te bevestigen.

    E

    INFO: Druk op de toets voor toegang tot radio-, CD-, USB- en IPod-informatie.

    F

    TA: Druk op de toets om verkeersberichten in of uit te schakelen; annuleert
    berichten tijdens een actief bericht.

    G

    Numeriek toetsenbord: Druk op de toets om een eerder opgeslagen
    radiostation op te vragen. Om een favoriet radiostation op te slaan, houdt u de
    toets ingedrukt tot het geluid terugkeert.

    H

    Opwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de volgende zender op de
    radiofrequentieband of het volgende nummer op een CD te gaan.

    I

    Aan/uit- en volumeknop: Druk op de knop om het audiosysteem in of uit te
    schakelen. Draai de knop om het volume aan te passen.

    J

    Neerwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de voorgaande zender op de
    radiofrequentieband of het voorgaande nummer op een CD te gaan.

    199

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 202

    Audiosysteem
    K

    MENU: Druk op de toets voor toegang tot verschillende audiosysteemfuncties.

    L

    SOUND: Druk op de toets om de geluidsinstellingen (bass, treble, middle,
    balance en fade) aan te passen.

    M

    AUX: Druk op de toets voor toegang tot de AUX en SYNC functies; deze
    annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    N

    RADIO: Druk op de toets om verschillende radiofrequentiebanden te kiezen;
    deze annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    O

    CD: Druk op de toets om de bron op CD in te stellen; deze annuleert ook het
    navigeren in het menu of de lijst.

    Klanktoets (SOUND)

    Station Tuning Control

    Hiermee kunt u de geluidsinstellingen
    aanpassen (bijvoorbeeld bass, middle en
    treble).

    Automatisch afstemmen
    Selecteer een frequentieband en druk kort
    op een van de zoektoetsen. Het toestel
    stopt bij het eerste radiostation dat in de
    door u gekozen richting wordt gevonden.

    1. Druk de toets SOUND in.
    2. Druk op de pijltjestoetsen
    omhoog/omlaag om de gewenste
    instelling te selecteren.
    3. Gebruik de pijltjestoetsen links/rechts
    om de vereiste aanpassing uit te
    voeren. Het display geeft de gekozen
    instelling weer.
    4. Druk op de OK toets om de nieuwe
    instelling te bevestigen.

    Handmatig afstemmen
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer de modus RADIO en
    vervolgens MANUAL TUNE.
    3. Druk op de linker en rechter
    pijltjestoetsen om de frequentieband
    in kleine stappen omlaag of omhoog
    af te zoeken of houd de toets ingedrukt
    om snel te zoeken tot u een
    radiostation vindt waarnaar u wilt
    luisteren.
    4. Druk op OK om naar een radiostation
    te blijven luisteren.

    Golfbandtoets
    Druk op de RADIO toets om een keuze uit
    de beschikbare golfbanden te maken.
    De keuzetoets kan gebruikt worden om
    weer over te schakelen naar de radio nadat
    u naar een andere bron geluisterd hebt.

    Scan-afstemming

    Of druk op de linker pijltjestoets om de
    beschikbare frequentiebanden weer te
    geven. Scroll naar de gewenste golfband
    en druk op OK.

    SCAN laat u elk gevonden radiostation
    enkele seconden horen.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer de modus RADIO en
    vervolgens SCAN.
    3. Gebruik de zoektoetsen om de
    geselecteerde frequentieband op- of
    neerwaarts af te zoeken.

    200

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 203

    Audiosysteem
    Traffic Information Control

    4. Druk op OK om naar een radiostation
    te blijven luisteren.

    Veel radiostations die op de FM-band
    uitzenden hebben een TP-code die
    aanduidt dat deze verkeersberichten
    uitzenden.

    Voorkeuzezenders
    Met deze voorziening kunt u uw favoriete
    radiostations opslaan, zodat u later hierop
    direct kunt afstemmen door de juiste
    golfband te selecteren en de betreffende
    voorkeuzetoets in te drukken.

    Verkeersberichten in- en uitschakelen
    Voordat u verkeersberichten kunt
    ontvangen, moet u op de toets TA of
    TRAFFIC drukken. TA verschijnt op het
    display om aan te duiden dat de functie is
    ingeschakeld.

    1. Kies een golfband.
    2. Stem af op het gewenste radiostation.
    3. Houd een van de voorkeuzetoetsen
    ingedrukt. Er verschijnen een
    voortgangsbalk en een melding.
    Wanneer de voortgangsbalk vol is, is
    het radiostation opgeslagen. Tevens
    wordt ter bevestiging de
    geluidsweergave kort onderbroken.

    Wanneer u reeds op een radiostation had
    afgestemd dat verkeersberichten uitzendt,
    verschijnt ook TP op de display. Anders
    gaat de unit zoeken naar een station dat
    verkeersberichten uitzendt.
    Wanneer verkeersberichten worden
    uitgezonden, wordt de normale weergave
    van de radio of CD-speler automatisch
    onderbroken en verschijnt TA - Traffic
    mededeling op de display.

    U kunt dit op elke golfband en voor iedere
    voorkeuzetoets herhalen.
    N.B.: Wanneer u naar een ander deel van
    het land rijdt, wordt de informatie van
    radiostations die op een andere frequentie
    uitzenden en onder een voorkeuzetoets zijn
    opgeslagen, automatisch geactualiseerd
    met de correcte frequentie en stationsnaam
    voor dat gebied.

    Indien een radiostation wordt gekozen of
    met behulp van de voorkeuzetoetsen
    wordt opgeroepen dat geen
    verkeersberichten uitzendt, dan blijft het
    toestel op dat radiostation afgestemd
    tenzij TA of TRAFFIC uitgeschakeld en
    vervolgens weer ingeschakeld wordt.

    Autostore

    N.B.: Als TA ingeschakeld is en u een
    voorkeuzetoets selecteert voor (of
    handmatig afstemt op) een radiostation
    dat geen verkeersberichten (TA) uitzendt,
    dan hoort u geen verkeersberichten.

    N.B.: Autostore slaat maximaal de zes
    sterkste beschikbare signalen op (AM- of
    FM-golfband) en overschrijft daarbij de
    eerder opgeslagen radiostations. U kunt
    radiostations, net als bij de andere
    golfbanden, ook handmatig opslaan.



    N.B.: Wanneer u naar een radiostation
    luistert dat geen verkeersberichten (TA)
    uitzendt en u TA uitschakelt en weer
    inschakelt, dan wordt er gezocht naar TP.

    Druk op de RADIO toets en houd deze
    ingedrukt.
    Wanneer het zoeken voltooid is, wordt
    de geluidsweergave hersteld en
    worden de krachtigste signalen onder
    de voorkeuzetoetsen van Autostore
    opgeslagen.

    201

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 204

    Audiosysteem
    Volume verkeersberichten

    News Broadcasts

    Verkeersberichten onderbreken de normale
    geluidsweergave met een
    voorgeprogrammeerd volume dat
    gewoonlijk hoger is dan het gebruikelijke
    luistervolume.

    Sommige audio-eenheden onderbreken
    de normale ontvangst voor
    nieuwsberichten van radiostations op de
    FM-band, of RDS- of EON-geschakelde
    stations.

    Instellen van het voorgeprogrammeerde
    volume:

    Tijdens nieuwsuitzendigen zal het display
    aangeven dat er een binnenkomend
    nieuwsbericht is. Het nieuwsbericht
    onderbreekt de geluidsweergave met
    hetzelfde voorgeprogrammeerde volume
    als bij verkeersberichten.



    Gebruik de volumeknop om het
    gewenste volume in te stellen tijdens
    een inkomend verkeersbericht. De
    display geeft het geselecteerde niveau
    weer.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar NEWS en schakel in of uit
    met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Verkeersberichten beëindigen
    Aan het einde van een verkeersbericht gaat
    de audio-unit weer door met zijn normale
    werking. Om een verkeersbericht voortijdig
    af te breken, drukt u tijdens het
    verkeersbericht op TA of TRAFFIC.
    N.B.: Indien u op een ander tijdstip op TA
    of TRAFFIC drukt, worden alle berichten
    uitgeschakeld.

    Alternative Frequencies
    Veel programma's die op de FM-band
    worden uitgezonden hebben een
    programma-identificatiecode (PI-code),
    die door de audio-unit kan worden herkend.

    Automatic Volume Control
    Indien van toepassing, past de
    automatische volumeregeling het
    geluidsvolume aan, om geluiden van de
    motor en het wegdek te compenseren.
    1.
    2.
    3.
    4.
    5.

    Als bij uw radio AF is ingeschakeld en u rijdt
    vanuit het ene ontvangstgebied naar een
    ander, zoekt deze functie naar een
    krachtiger radiosignaal en stemt daarop
    af wanneer het wordt gevonden.

    Druk op de toets MENU en selecteer
    AUDIO of AUDIO SETTINGS.
    Kies AVC LEVEL of ADAPTIVE VOL.
    Druk op de linker of rechter pijltjestoets
    om de instelling bij te stellen.
    Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Onder bepaalde omstandigheden kan door
    het afstemmen op alternatieve frequenties
    de normale ontvangst tijdelijk worden
    onderbroken.
    De installatie evalueert continu de
    signaalsterkte en, indien een beter signaal
    beschikbaar komt, schakelt de installatie
    over naar dat alternatief. De
    geluidsweergave wordt onderbroken terwijl
    het toestel de lijst met alternatieve
    frequenties controleert en, zo nodig, de
    gekozen golfband eenmaal afzoekt naar
    een alternatieve frequentie.

    202

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 205

    Audiosysteem
    Wanneer een radiostation wordt gevonden
    wordt de weergave van het geluid hervat;
    wanneer er geen radiostation wordt
    gevonden, stemt het systeemautomatisch
    af op de oorspronkelijke frequentie.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar RDS REGIONAL en
    schakel in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Indien geselecteerd, wordt AF op het
    display weergegeven.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar ALTERNAT FREQ of
    ALTERNATIVE FREQ en schakel dit
    in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    AUDIO-INSTALLATIE - AUTO'S
    MET: AM/FM/CD/BLUETOOTH
    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    Regional Mode
    De regionale modus regelt het gedrag van
    alternatieve frequenties (AF) door tussen
    regionale netwerken van een hoofdzender
    te schakelen. Een zender kan over een
    groot netwerk beschikken dat in een groot
    deel van het land te ontvangen is. Op
    verschillende tijden van de dag kan dit
    grote netwerk worden onderverdeeld in
    een aantal kleinere regionale netwerken,
    die bijvoorbeeld in grotere plaatsen of
    steden zijn gevestigd. Wanneer het
    netwerk niet in regionale zenders wordt
    opgesplitst, zendt het complete netwerk
    hetzelfde programma uit.

    N.B.: Een geïntegreerde multifunctionele
    display bevindt zich boven de eenheid. Deze
    toont belangrijke informatie over de regeling
    van uw systeem. Daarnaast bevinden zich
    rondom het display diverse pictogrammen
    die oplichten wanneer een functie actief is
    (bijvoorbeeld CD, Radio of Aux.)

    Regionale modus AAN: Dit voorkomt het
    willekeurig schakelen naar andere
    regionale netwerken, die niet hetzelfde
    programma uitzenden.
    Regionale modus UIT: Hiermee kan een
    groter gebied worden ontvangen wanneer
    naburige regionale netwerken hetzelfde
    programma uitzenden, maar kan leiden tot
    willekeurig overschakelen wanneer dit niet
    het geval is.

    203

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 206

    Audiosysteem

    A

    Uitwerpen: Druk op de toets om een CD uit te werpen.

    B

    Cursorpijlen: Druk op een toets om door de schermopties te scrollen.

    C

    CD sleuf: Hier plaatst u een CD.

    D

    OK: Druk op de toets om de schermselecties te bevestigen.

    E

    INFO: Druk op de toets voor toegang tot radio-, CD-, USB- en IPod-informatie.

    F

    TA: Druk op de toets om verkeersberichten in of uit te schakelen; annuleert
    berichten tijdens een actief bericht.

    G

    Sound (klank): Druk op de toets om de geluidsinstellingen (bass, treble,
    middle, balance en fade) aan te passen.

    H

    Numeriek toetsenbord: Druk op de toets om een eerder opgeslagen
    radiostation op te vragen. Om een favoriet radiostation op te slaan, houdt u de
    toets ingedrukt tot het geluid terugkeert.

    I

    Functietoets 4: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    204

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 207

    Audiosysteem
    J

    Functietoets 3: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    K

    Opwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de volgende zender op de
    radiofrequentieband of het volgende nummer op een CD te gaan.

    L

    Aan/uit- en volumeknop: Druk op de knop om het audiosysteem in of uit te
    schakelen. Draai de knop om het volume aan te passen.

    M

    Neerwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de voorgaande zender op de
    radiofrequentieband of het voorgaande nummer op een CD te gaan.

    N

    Functietoets 2: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    O

    Functietoets 1: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    P

    MENU: Druk op de toets voor toegang tot verschillende audiosysteemfuncties.

    Q

    PHONE: Druk op de toets voor toegang tot de telefoonfunctie van het SYNC
    systeem door op PHONE en vervolgens op MENU te drukken. Zie de afzonderlijke
    handleiding.

    R

    AUX: Druk op de toets voor toegang tot de AUX en SYNC functies; deze
    annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    S

    RADIO: Druk op de toets om verschillende radiofrequentiebanden te kiezen;
    deze annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    T

    CD: Druk op de toets om de bron op CD in te stellen; deze annuleert ook het
    navigeren in het menu of de lijst.

    205

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 208

    Audiosysteem
    Golfbandtoets
    Druk op de RADIO toets om een keuze uit
    de beschikbare golfbanden te maken.
    De keuzetoets kan gebruikt worden om
    weer over te schakelen naar de radio nadat
    u naar een andere bron geluisterd hebt.
    Of druk op de linker pijltjestoets om de
    beschikbare frequentiebanden weer te
    geven. Scroll naar de gewenste golfband
    en druk op OK.

    Station Tuning Control
    DAB service linking
    N.B.: Het systeem wordt niet automatisch
    ingeschakeld telkens wanneer u het contact
    inschakelt.
    A

    N.B.: Via service linking zijn kruisreferenties
    naar andere betreffende frequenties van
    hetzelfde radiostation mogelijk, bijvoorbeeld
    FM en andere DAB-ensembles.

    Beschrijvingen voor
    functietoetsen 1-4

    Functietoetsen 1 tot en met 4 zijn
    contextafhankelijk en wijzigen als functie
    van de huidige audio-unitmodus. De
    beschrijving van de actuele functie wordt
    in het scherm weergegeven.

    N.B.: Het systeem schakelt automatisch
    naar een ander corresponderend
    radiostation indien het huidige radiostation
    niet beschikbaar is, bijvoorbeeld tijdens het
    verlaten van het dekkingsgebied.

    Klanktoets

    DAB service linking in- en uitschakelen. Zie
    Algemene informatie (bladzijde 66).

    Hiermee kunt u de geluidsinstellingen
    aanpassen (bijvoorbeeld bass, middle en
    treble).

    Automatisch afstemmen

    1. Druk de klanktoets in.
    2. Druk op de pijltjestoetsen
    omhoog/omlaag om de gewenste
    instelling te selecteren.
    3. Gebruik de pijltjestoetsen links/rechts
    om de vereiste aanpassing uit te
    voeren. Het display geeft de gekozen
    instelling weer.
    4. Druk op de OK toets om de nieuwe
    instelling te bevestigen.

    Selecteer een frequentieband en druk kort
    op een van de zoektoetsen. Het toestel
    stopt bij het eerste radiostation dat in de
    door u gekozen richting wordt gevonden.
    Handmatig afstemmen
    1.

    206

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op functietoets 2.



  • Page 209

    Audiosysteem
    2. Druk op de linker en rechter
    pijltjestoetsen om de frequentieband
    in kleine stappen omlaag of omhoog
    af te zoeken of houd de toets ingedrukt
    om snel te zoeken tot u een
    radiostation vindt waarnaar u wilt
    luisteren.
    3. Druk op OK om naar een radiostation
    te blijven luisteren.

    N.B.: Wanneer u naar een ander deel van
    het land rijdt, wordt de informatie van
    radiostations die op een andere frequentie
    uitzenden en onder een voorkeuzetoets zijn
    opgeslagen, automatisch geactualiseerd
    met de correcte frequentie en stationsnaam
    voor dat gebied.

    Autostore
    N.B.: Autostore slaat maximaal de 10
    sterkste beschikbare signalen op (AM- of
    FM-golfband) en overschrijft daarbij de
    eerder opgeslagen radiostations. U kunt
    radiostations, net als bij de andere
    golfbanden, ook handmatig opslaan.

    Scan-afstemming
    SCAN laat u elk gevonden radiostation
    enkele seconden horen.
    1. Druk op functietoets 3.
    2. Gebruik de zoektoetsen om de
    geselecteerde frequentieband op- of
    neerwaarts af te zoeken.
    3. Druk opnieuw op functietoets 3 of OK
    om naar een radiostation te blijven
    luisteren.




    Voorkeuzezenders

    Druk op de RADIO toets en houd deze
    ingedrukt.
    Wanneer het zoeken voltooid is, wordt
    de geluidsweergave hersteld en
    worden de krachtigste signalen onder
    de voorkeuzetoetsen van Autostore
    opgeslagen.

    Traffic Information Control

    Met deze voorziening kunt u uw favoriete
    radiostations opslaan, zodat u later hierop
    direct kunt afstemmen door de juiste
    golfband te selecteren en de betreffende
    voorkeuzetoets in te drukken.

    Veel radiostations die op de FM-band
    uitzenden hebben een TP-code die
    aanduidt dat deze verkeersberichten
    uitzenden.

    1. Kies een golfband.
    2. Stem af op het gewenste radiostation.
    3. Houd een van de voorkeuzetoetsen
    ingedrukt. Er verschijnen een
    voortgangsbalk en een melding.
    Wanneer de voortgangsbalk vol is, is
    het radiostation opgeslagen. Tevens
    wordt ter bevestiging de
    geluidsweergave kort onderbroken.

    Verkeersberichten in- en uitschakelen
    Voordat u verkeersberichten kunt
    ontvangen, moet u op de toets TA of
    TRAFFIC drukken. TA verschijnt op het
    display om aan te duiden dat de functie is
    ingeschakeld.
    Wanneer u reeds op een radiostation had
    afgestemd dat verkeersberichten uitzendt,
    verschijnt ook TP op de display. Anders
    gaat de unit zoeken naar een station dat
    verkeersberichten uitzendt.

    U kunt dit op elke golfband en voor iedere
    voorkeuzetoets herhalen.

    Wanneer verkeersberichten worden
    uitgezonden, wordt de normale weergave
    van de radio of CD-speler automatisch
    onderbroken en verschijnt TA - Traffic
    mededeling op de display.
    207

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 210

    Audiosysteem
    Automatic Volume Control

    Indien een radiostation wordt gekozen of
    met behulp van de voorkeuzetoetsen
    wordt opgeroepen dat geen
    verkeersberichten uitzendt, dan blijft het
    toestel op dat radiostation afgestemd
    tenzij TA of TRAFFIC uitgeschakeld en
    vervolgens weer ingeschakeld wordt.

    Indien van toepassing, past de
    automatische volumeregeling het
    geluidsvolume aan, om geluiden van de
    motor en het wegdek te compenseren.
    1.

    N.B.: Als TA ingeschakeld is en u een
    voorkeuzetoets selecteert voor (of
    handmatig afstemt op) een radiostation
    dat geen verkeersberichten (TA) uitzendt,
    dan hoort u geen verkeersberichten.

    2.
    3.

    N.B.: Wanneer u naar een radiostation
    luistert dat geen verkeersberichten (TA)
    uitzendt en u TA uitschakelt en weer
    inschakelt, dan wordt er gezocht naar TP.

    5.

    4.

    Druk op de toets MENU en selecteer
    AUDIO of AUDIO SETTINGS.
    Kies AVC LEVEL of ADAPTIVE VOL.
    Druk op de linker of rechter pijltjestoets
    om de instelling bij te stellen.
    Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Volume verkeersberichten

    News Broadcasts

    Verkeersberichten onderbreken de normale
    geluidsweergave met een
    voorgeprogrammeerd volume dat
    gewoonlijk hoger is dan het gebruikelijke
    luistervolume.

    Sommige audio-eenheden onderbreken
    de normale ontvangst voor
    nieuwsberichten van radiostations op de
    FM-band, of RDS- of EON-geschakelde
    stations.

    Instellen van het voorgeprogrammeerde
    volume:

    Tijdens nieuwsuitzendigen zal het display
    aangeven dat er een binnenkomend
    nieuwsbericht is. Het nieuwsbericht
    onderbreekt de geluidsweergave met
    hetzelfde voorgeprogrammeerde volume
    als bij verkeersberichten.



    Gebruik de volumeknop om het
    gewenste volume in te stellen tijdens
    een inkomend verkeersbericht. De
    display geeft het geselecteerde niveau
    weer.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar NEWS en schakel in of uit
    met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Verkeersberichten beëindigen
    Aan het einde van een verkeersbericht gaat
    de audio-unit weer door met zijn normale
    werking. Om een verkeersbericht voortijdig
    af te breken, drukt u tijdens het
    verkeersbericht op TA of TRAFFIC.

    Alternative Frequencies

    N.B.: Indien u op een ander tijdstip op TA
    of TRAFFIC drukt, worden alle berichten
    uitgeschakeld.

    Veel programma's die op de FM-band
    worden uitgezonden hebben een
    programma-identificatiecode (PI-code),
    die door de audio-unit kan worden herkend.

    208

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 211

    Audiosysteem
    Als bij uw radio AF is ingeschakeld en u rijdt
    vanuit het ene ontvangstgebied naar een
    ander, zoekt deze functie naar een
    krachtiger radiosignaal en stemt daarop
    af wanneer het wordt gevonden.

    een aantal kleinere regionale netwerken,
    die bijvoorbeeld in grotere plaatsen of
    steden zijn gevestigd. Wanneer het
    netwerk niet in regionale zenders wordt
    opgesplitst, zendt het complete netwerk
    hetzelfde programma uit.

    Onder bepaalde omstandigheden kan door
    het afstemmen op alternatieve frequenties
    de normale ontvangst tijdelijk worden
    onderbroken.

    Regionale modus AAN: Dit voorkomt het
    willekeurig schakelen naar andere
    regionale netwerken, die niet hetzelfde
    programma uitzenden.

    Het toestel evalueert continu de
    signaalsterkte en, indien een beter signaal
    beschikbaar komt, schakelt het toestel
    over naar dat alternatief. De
    geluidsweergave wordt onderbroken terwijl
    het toestel de lijst met alternatieve
    frequenties controleert en, zo nodig, de
    gekozen golfband eenmaal afzoekt naar
    een alternatieve frequentie.

    Regionale modus UIT: Hiermee kan een
    groter gebied worden ontvangen wanneer
    naburige regionale netwerken hetzelfde
    programma uitzenden, maar kan leiden tot
    willekeurig overschakelen wanneer dit niet
    het geval is.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar RDS REGIONAL en
    schakel in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Wanneer een radiostation wordt gevonden
    wordt de weergave van het geluid hervat;
    wanneer er geen radiostation wordt
    gevonden, stemt het systeemautomatisch
    af op de oorspronkelijke frequentie.
    Indien geselecteerd, wordt AF op het
    display weergegeven.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar ALTERNAT FREQ. of
    ALTERNATIVE FREQ. en schakel dit
    in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Regional Mode
    De regionale modus regelt het gedrag van
    alternatieve frequenties (AF) door tussen
    regionale netwerken van een hoofdzender
    te schakelen. Een zender kan over een
    groot netwerk beschikken dat in een groot
    deel van het land te ontvangen is. Op
    verschillende tijden van de dag kan dit
    grote netwerk worden onderverdeeld in

    209

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 212

    Audiosysteem
    N.B.: Boven de unit is een ingebouwde
    multifunctionele display aangebracht.
    Hierop wordt belangrijke informatie
    weergegeven over de bediening van het
    systeem. Daarnaast bevinden zich rondom
    het display diverse pictogrammen die
    oplichten wanneer een functie actief is
    (bijvoorbeeld CD, Radio of Aux.)

    AUDIO-INSTALLATIE - AUTO'S
    MET: AM/FM/CD/
    NAVIGATIESYSTEEM
    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    210

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 213

    Audiosysteem

    A

    Uitwerpen: Druk op de toets om een CD uit te werpen.

    B

    Cursorpijlen: Druk op een toets om door de schermopties te scrollen.

    C

    CD sleuf: Hier plaatst u een CD.

    D

    OK: Druk op de toets om de schermselecties te bevestigen.

    E

    INFO: Druk op de toets voor toegang tot radio-, CD-, USB-, IPod- en
    navigatie-informatie. Als Navigatie is geselecteerd, worden door op deze toets
    te drukken gegevens weergegeven van de huidige locatie of rit.

    F

    MAP Druk op de toets voor toegang tot het kaartscherm. Zie Navigatie
    (bladzijde 241).

    G

    MENU Druk op de toets voor toegang tot verschillende audiosysteemfuncties.

    H

    Numeriek toetsenbord: Druk op de toets om een eerder opgeslagen
    radiostation op te vragen. Om een favoriet radiostation op te slaan, houdt u de
    toets ingedrukt tot het geluid terugkeert.

    211

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 214

    Audiosysteem
    I

    Functietoets 4: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    J

    Functietoets 3: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    K

    Opwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de volgende zender op de
    radiofrequentieband of het volgende nummer op een CD te gaan.

    L

    Aan/uit- en volumeknop: Druk op de knop om het audiosysteem in of uit te
    schakelen. Draai de knop om het volume aan te passen.

    M

    Neerwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de voorgaande zender op de
    radiofrequentieband of het voorgaande nummer op een CD te gaan.

    N

    Functietoets 2: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    O

    Functietoets 1: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    P

    PHONE: Druk op de toets voor toegang tot de telefoonfunctie van het SYNC
    systeem door op PHONE en vervolgens op MENU te drukken. Zie de afzonderlijke
    handleiding.

    Q

    AUX: Druk op de toets voor toegang tot de AUX en SYNC functies; deze
    annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    R

    RADIO: Druk op de toets om verschillende radiofrequentiebanden te kiezen;
    deze annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    S

    CD: Druk op de toets om de bron op CD in te stellen; deze annuleert ook het
    navigeren in het menu of de lijst.

    T

    NAV Druk op de toets voor toegang tot het navigatiesysteem.

    212

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 215

    Audiosysteem
    Handmatig afstemmen
    1. Druk op functietoets 2.
    2. Druk op de linker en rechter
    pijltjestoetsen om de frequentieband
    in kleine stappen omlaag of omhoog
    af te zoeken of houd de toets ingedrukt
    om snel te zoeken tot u een
    radiostation vindt waarnaar u wilt
    luisteren.
    3. Druk op OK om naar een radiostation
    te blijven luisteren.
    Scan-afstemming
    SCAN laat u elk gevonden radiostation
    enkele seconden horen.

    A

    1. Druk op functietoets 3.
    2. Gebruik de zoektoetsen om de
    geselecteerde frequentieband op- of
    neerwaarts af te zoeken.
    3. Druk opnieuw op functietoets 3 of OK
    om naar een radiostation te blijven
    luisteren.

    Beschrijvingen voor
    functietoetsen 1-4

    Functietoetsen 1 tot en met 4 zijn
    contextafhankelijk en wijzigen als functie
    van de huidige audio-unitmodus. De
    beschrijving voor de huidige
    functieweergaven in het scherm.

    Voorkeuzezenders
    Met deze voorziening kunt u uw favoriete
    radiostations opslaan, zodat u later hierop
    direct kunt afstemmen door de juiste
    golfband te selecteren en de betreffende
    voorkeuzetoets in te drukken.

    Golfbandtoets
    Druk op de RADIO toets om een keuze uit
    de beschikbare golfbanden te maken.
    De keuzetoets kan gebruikt worden om
    weer over te schakelen naar de radio nadat
    u naar een andere bron geluisterd hebt.

    1. Kies een golfband.
    2. Stem af op het gewenste radiostation.
    3. Houd een van de voorkeuzetoetsen
    ingedrukt. Er verschijnen een
    voortgangsbalk en een melding.
    Wanneer de voortgangsbalk vol is, is
    het radiostation opgeslagen. Tevens
    wordt ter bevestiging het geluid kort
    gedempt.

    Of druk op de linker pijltjestoets om de
    beschikbare frequentiebanden weer te
    geven. Scroll naar de gewenste golfband
    en druk op OK.

    Station-afstemtoetsen
    Automatisch afstemmen

    U kunt dit op elke golfband en voor iedere
    voorkeuzetoets herhalen.

    Selecteer een frequentieband en druk kort
    op een van de zoektoetsen. Het toestel
    stopt bij het eerste radiostation dat in de
    door u gekozen richting wordt gevonden.

    213

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 216

    Audiosysteem
    N.B.: Wanneer u naar een ander deel van
    het land rijdt, wordt de informatie van
    radiostations die op een andere frequentie
    uitzenden en onder een voorkeuzetoets zijn
    opgeslagen, automatisch geactualiseerd
    met de correcte frequentie en stationsnaam
    voor dat gebied.

    Indien een radiostation wordt gekozen of
    met behulp van de voorkeuzetoetsen
    wordt opgeroepen dat geen
    verkeersberichten uitzendt, blijft het
    toestel op dat radiostation afgestemd
    tenzij TA of TRAFFIC uit- en vervolgens
    weer ingeschakeld wordt.

    Autostore

    N.B.: Als TA ingeschakeld is en u een
    voorkeuzetoets selecteert voor (of
    handmatig afstemt op) een radiostation
    dat geen verkeersberichten (TA) uitzendt,
    dan hoort u geen verkeersberichten.

    N.B.: Autostore slaat maximaal de 10
    sterkste beschikbare signalen op (AM- of
    FM-golfband) en overschrijft daarbij de
    eerder opgeslagen radiostations. U kunt
    radiostations, net als bij de andere
    golfbanden, ook handmatig opslaan.



    N.B.: Wanneer u naar een radiostation
    luistert dat geen verkeersberichten (TA)
    uitzendt en u TA uitschakelt en weer
    inschakelt, dan wordt er gezocht naar TP.

    Druk op de RADIO toets en houd deze
    ingedrukt.
    Wanneer het zoeken voltooid is, wordt
    de geluidsweergave hersteld en
    worden de krachtigste signalen onder
    de voorkeuzetoetsen van Autostore
    opgeslagen.

    Volume verkeersberichten
    Verkeersberichten onderbreken de normale
    geluidsweergave met een
    voorgeprogrammeerd volume dat
    gewoonlijk hoger is dan het gebruikelijke
    luistervolume.

    Traffic Information Control

    Instellen van het voorgeprogrammeerde
    volume:

    Veel radiostations die op de FM-band
    uitzenden hebben een TP-code die
    aanduidt dat deze verkeersberichten
    uitzenden.



    Verkeersberichten in- en uitschakelen
    Voordat u verkeersberichten kunt
    ontvangen, moet u op de toets TA of
    TRAFFIC drukken. TA verschijnt op het
    display om aan te duiden dat de functie is
    ingeschakeld.

    Verkeersberichten beëindigen
    Aan het einde van een verkeersbericht gaat
    de audio-unit weer door met zijn normale
    werking. Om een verkeersbericht voortijdig
    af te breken, drukt u tijdens het bericht op
    TA of TRAFFIC.

    Wanneer u reeds op een radiostation had
    afgestemd dat verkeersberichten uitzendt,
    verschijnt ook TP op de display. Anders
    gaat de unit zoeken naar een station dat
    verkeersberichten uitzendt.

    N.B.: Indien u op een ander tijdstip op TA
    of TRAFFIC drukt, worden alle berichten
    uitgeschakeld.

    Wanneer verkeersberichten worden
    uitgezonden, wordt de normale weergave
    van de radio of CD-speler automatisch
    onderbroken en verschijnt TA - Traffic
    mededeling op de display.
    214

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Gebruik de volumeknop om het
    gewenste volume in te stellen tijdens
    een inkomend verkeersbericht. De
    display geeft het geselecteerde niveau
    weer.



  • Page 217

    Audiosysteem
    Automatic Volume Control

    Als bij uw radio AF is ingeschakeld en u rijdt
    vanuit het ene ontvangstgebied naar een
    ander, zoekt deze functie naar een
    krachtiger radiosignaal en stemt daarop
    af wanneer het wordt gevonden.

    Indien van toepassing, past de
    automatische volumeregeling het
    geluidsvolume aan, om geluiden van de
    motor en het wegdek te compenseren.
    1.
    2.
    3.

    Onder bepaalde omstandigheden kan door
    het afstemmen op alternatieve frequenties
    de normale ontvangst tijdelijk worden
    onderbroken.

    Druk op de toets MENU en selecteer
    AUDIO of AUDIO SETTINGS.
    Kies AVC LEVEL of ADAPTIVE VOL.
    Druk op de linker of rechter pijltjestoets
    om de instelling bij te stellen.
    Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    News Broadcasts

    Het toestel evalueert continu de
    signaalsterkte en, indien een beter signaal
    beschikbaar komt, schakelt het toestel
    over naar dat alternatief. De
    geluidsweergave wordt onderbroken terwijl
    het toestel de lijst met alternatieve
    frequenties controleert en, zo nodig, de
    gekozen golfband eenmaal afzoekt naar
    een alternatieve frequentie.

    Sommige audio-eenheden onderbreken
    de normale ontvangst voor
    nieuwsberichten van radiostations op de
    FM-band, of RDS- of EON-geschakelde
    stations.

    Wanneer een radiostation wordt gevonden
    wordt de weergave van het geluid hervat;
    wanneer er geen radiostation wordt
    gevonden, stemt het systeemautomatisch
    af op de oorspronkelijke frequentie.

    Tijdens nieuwsuitzendigen zal het display
    aangeven dat er een binnenkomend
    nieuwsbericht is. Het nieuwsbericht
    onderbreekt de geluidsweergave met
    hetzelfde voorgeprogrammeerde volume
    als bij verkeersberichten.

    Indien geselecteerd, wordt AF op het
    display weergegeven.

    4.
    5.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar ALTERNAT FREQ. of
    ALTERNATIVE FREQ. en schakel dit
    in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar NEWS en schakel in of uit
    met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Regionale modus
    De regionale modus regelt het gedrag van
    alternatieve frequenties (AF) door tussen
    regionale netwerken van een hoofdzender
    te schakelen. Een zender kan over een
    groot netwerk beschikken dat in een groot
    deel van het land te ontvangen is. Op
    verschillende tijden van de dag kan dit
    grote netwerk worden onderverdeeld in

    Alternative Frequencies
    Veel programma's die op de FM-band
    worden uitgezonden hebben een
    programma-identificatiecode (PI-code),
    die door de audio-unit kan worden herkend.

    215

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 218

    Audiosysteem
    een aantal kleinere regionale netwerken,
    die bijvoorbeeld in grotere plaatsen of
    steden zijn gevestigd. Wanneer het
    netwerk niet in regionale zenders wordt
    opgesplitst, zendt het complete netwerk
    hetzelfde programma uit.

    AUDIO-INSTALLATIE - AUTO'S
    MET: SONY AM/FM/CD
    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    Regionale modus AAN: Dit voorkomt het
    willekeurig schakelen naar andere
    regionale netwerken, die niet hetzelfde
    programma uitzenden.
    Regionale modus UIT: Hiermee kan een
    groter gebied worden ontvangen wanneer
    naburige regionale netwerken hetzelfde
    programma uitzenden, maar kan leiden tot
    willekeurig overschakelen wanneer dit niet
    het geval is.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar RDS REGIONAL en
    schakel in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    N.B.: Boven de unit is een ingebouwde
    multifunctionele display aangebracht.
    Hierop wordt belangrijke informatie
    weergegeven over de bediening van het
    systeem. Daarnaast bevinden zich rondom
    het display diverse pictogrammen die
    oplichten wanneer een functie actief is
    (bijvoorbeeld CD, Radio of Aux.)

    216

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 219

    Audiosysteem

    A

    Aan, uit: Druk op de knop om het audiosysteem in of uit te schakelen.

    B

    DISPLAY: Druk op de toets om de display in de standby-modus te zetten.

    C

    Numeriek toetsenbord: Druk op de toets om een eerder opgeslagen
    radiostation op te vragen. Om een favoriet radiostation op te slaan, houdt u de
    toets ingedrukt tot het geluid terugkeert. In cd-modus drukt u op een cijfer om
    een nummer te kiezen. In telefoonmodus gebruikt u de knoppen om een
    telefoonnummer te vormen.

    D

    CD sleuf: Hier plaatst u een CD.

    E

    Cursorpijlen: Druk op de toets om door de schermopties te scrollen.

    F

    Digitale signaalverwerking: Druk op de toets voor toegang tot de functies
    voor digitale signaalverwerking.

    G

    Uitwerpen: Druk op de toets om een CD uit te werpen.

    H

    INFO: Druk op de toets voor toegang tot radio-, CD-, USB- en IPod-informatie.

    I

    KLOK: Druk op de toets voor toegang tot de klokfuncties.

    217

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 220

    Audiosysteem
    J

    Opwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de volgende zender op de
    radiofrequentieband of het volgende nummer op een CD te gaan (in de
    CD-modus). In de telefoonmodus kan de toets gebruikt worden om een oproep
    te beëindigen. Een inkomende oproep kan hiermee geweigerd worden.

    K

    MUTE: Druk op de toets om het geluid uit te schakelen. Druk nogmaals op de
    toets om het geluid weer in te schakelen.

    L

    TA: Druk op de toets om verkeersberichten in of uit te schakelen; annuleert
    berichten tijdens een actief bericht.

    M

    Functietoets 4: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    N

    SOUND: Druk op de toets om de geluidsinstellingen (bass, treble, middle,
    balance en fade) aan te passen.

    O

    Functietoets 3: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    P

    OK: Druk op de toets om de schermselecties te bevestigen.

    Q

    Functietoets 2: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    R

    MENU: Druk op de toets voor toegang tot verschillende audiosysteemfuncties.

    S

    Functietoets 1: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    T

    PHONE: Druk op de toets voor toegang tot de telefoonfunctie van het SYNC
    systeem door op PHONE en vervolgens op MENU te drukken. Zie de
    afzonderlijke handleiding.

    U

    AUX: Druk op de toets voor toegang tot de AUX en SYNC functies; deze
    annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    V

    Neerwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de voorgaande zender op de
    radiofrequentieband of het voorgaande nummer op een CD te gaan (in de
    CD-modus). In de telefoonmodus kan de toets gebruikt worden om een oproep
    te verrichten. Een inkomende oproep kan hiermee geaccepteerd worden.

    W

    RADIO: Druk op de toets om verschillende radiofrequentiebanden te kiezen;
    deze annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    X

    CD: Druk op de toets om de bron op CD in te stellen; deze annuleert ook het
    navigeren in het menu of de lijst.

    Y

    Volume: Draai de knop om het volume aan te passen.

    218

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 221

    Audiosysteem
    Golfbandtoets
    Druk op de RADIO toets om een keuze uit
    de beschikbare golfbanden te maken.
    De keuzetoets kan gebruikt worden om
    weer over te schakelen naar de radio nadat
    u naar een andere bron geluisterd hebt.
    Of druk op de linker pijltjestoets om de
    beschikbare frequentiebanden weer te
    geven. Scroll naar de gewenste golfband
    en druk op OK.

    Station-afstemtoetsen
    DAB-service koppelen
    N.B.: Het systeem wordt niet automatisch
    ingeschakeld telkens wanneer u het contact
    inschakelt.
    A

    N.B.: Via service linking zijn kruisreferenties
    naar andere betreffende frequenties van
    hetzelfde radiostation mogelijk, bijvoorbeeld
    FM en andere DAB-ensembles.

    Beschrijvingen voor
    functietoetsen 1-4

    Functietoetsen 1 tot en met 4 zijn
    contextafhankelijk en wijzigen als functie
    van de huidige audio-unitmodus. De
    beschrijving voor de huidige
    functieweergaven in het scherm.

    N.B.: Het systeem schakelt automatisch
    naar een ander corresponderend
    radiostation indien het huidige radiostation
    niet beschikbaar is, bijvoorbeeld tijdens het
    verlaten van het dekkingsgebied.

    Klanktoets (SOUND)

    DAB service linking in- en uitschakelen. Zie
    Algemene informatie (bladzijde 66).

    Hiermee kunt u de geluidsinstellingen
    aanpassen (bijvoorbeeld bass, middle en
    treble).

    Automatisch afstemmen

    1. Druk de toets SOUND in.
    2. Druk op de pijltjestoetsen
    omhoog/omlaag om de gewenste
    instelling te selecteren.
    3. Gebruik de pijltjestoetsen links/rechts
    om de vereiste aanpassing uit te
    voeren. Het display geeft de gekozen
    instelling weer.
    4. Druk op de OK toets om de nieuwe
    instelling te bevestigen.

    Selecteer een frequentieband en druk kort
    op een van de zoektoetsen. Het toestel
    stopt bij het eerste radiostation dat in de
    door u gekozen richting wordt gevonden.
    Handmatig afstemmen
    1.

    219

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op functietoets 2.



  • Page 222

    Audiosysteem
    2. Druk op de linker en rechter
    pijltjestoetsen om de frequentieband
    in kleine stappen omlaag of omhoog
    af te zoeken of houd de toets ingedrukt
    om snel te zoeken tot u een
    radiostation vindt waarnaar u wilt
    luisteren.
    3. Druk op OK om naar een radiostation
    te blijven luisteren.

    N.B.: Wanneer u naar een ander deel van
    het land rijdt, wordt de informatie van
    radiostations die op een andere frequentie
    uitzenden en onder een voorkeuzetoets zijn
    opgeslagen, automatisch geactualiseerd
    met de correcte frequentie en stationsnaam
    voor dat gebied.

    Autostore
    N.B.: Autostore slaat maximaal de 10
    sterkste beschikbare signalen op (AM- of
    FM-golfband) en overschrijft daarbij de
    eerder opgeslagen radiostations. U kunt
    radiostations, net als bij de andere
    golfbanden, ook handmatig opslaan.

    Scan-afstemming
    SCAN laat u elk gevonden radiostation
    enkele seconden horen.
    1. Druk op functietoets 3.
    2. Gebruik de zoektoetsen om de
    geselecteerde frequentieband op- of
    neerwaarts af te zoeken.
    3. Druk opnieuw op functietoets 3 of OK
    om naar een radiostation te blijven
    luisteren.

    N.B.: U dient FM AST of AM AST te
    selecteren om deze functie te gebruiken.



    Voorkeuzezenders
    Met deze voorziening kunt u uw favoriete
    radiostations opslaan, zodat u later hierop
    direct kunt afstemmen door de juiste
    golfband te selecteren en de betreffende
    voorkeuzetoets in te drukken.

    Verkeersinformatie instellen
    Veel radiostations die op de FM-band
    uitzenden hebben een TP-code die
    aanduidt dat deze verkeersberichten
    uitzenden.

    1. Kies een golfband.
    2. Stem af op het gewenste radiostation.
    3. Houd een van de voorkeuzetoetsen
    ingedrukt. Er verschijnen een
    voortgangsbalk en een melding.
    Wanneer de voortgangsbalk vol is, is
    het radiostation opgeslagen. Tevens
    wordt ter bevestiging de
    geluidsweergave kort onderbroken.

    Verkeersberichten in- en uitschakelen
    Voordat u verkeersberichten kunt
    ontvangen, moet u op de toets TA of
    TRAFFIC drukken. TA verschijnt op het
    display om aan te duiden dat de functie is
    ingeschakeld.

    U kunt dit op elke golfband en voor iedere
    voorkeuzetoets herhalen.

    Wanneer u reeds op een radiostation had
    afgestemd dat verkeersberichten uitzendt,
    verschijnt ook TP op de display. Anders
    gaat de unit zoeken naar een station dat
    verkeersberichten uitzendt.

    220

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op de RADIO toets en houd deze
    ingedrukt.
    Wanneer het zoeken voltooid is, wordt
    de geluidsweergave hersteld en
    worden de krachtigste signalen onder
    de voorkeuzetoetsen van Autostore
    opgeslagen.



  • Page 223

    Audiosysteem
    Wanneer verkeersberichten worden
    uitgezonden, wordt de normale weergave
    van de radio of CD-speler automatisch
    onderbroken en verschijnt TA - Traffic
    mededeling op de display.

    N.B.: Indien u op een ander tijdstip op TA
    of TRAFFIC drukt, worden alle berichten
    uitgeschakeld.

    Indien een radiostation wordt gekozen of
    met behulp van de voorkeuzetoetsen
    wordt opgeroepen dat geen
    verkeersberichten uitzendt, dan blijft het
    toestel op dat radiostation afgestemd
    tenzij TA of TRAFFIC uitgeschakeld en
    vervolgens weer ingeschakeld wordt.

    Indien van toepassing, past de
    automatische volumeregeling het
    geluidsvolume aan, om geluiden van de
    motor en het wegdek te compenseren.

    Automatische volumeregeling

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Kies AVC LEVEL of ADAPTIVE VOL.
    4. Druk op de linker of rechter pijltjestoets
    om de instelling bij te stellen.
    5. Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    6. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    N.B.: Als TA ingeschakeld is en u een
    voorkeuzetoets selecteert voor (of
    handmatig afstemt op) een radiostation
    dat geen verkeersberichten (TA) uitzendt,
    dan hoort u geen verkeersberichten.
    N.B.: Wanneer u naar een radiostation
    luistert dat geen verkeersberichten (TA)
    uitzendt en u TA uitschakelt en weer
    inschakelt, dan wordt er gezocht naar TP.

    Digitale signaalverwerking

    Volume verkeersberichten

    Digitale signaalverwerking op basis
    van zitplaatsen

    Verkeersberichten onderbreken de normale
    geluidsweergave met een
    voorgeprogrammeerd volume dat
    gewoonlijk hoger is dan het gebruikelijke
    luistervolume.

    Deze functie houdt rekening met de
    verschillen in afstand tot de diverse
    luidsprekers in de auto ten opzichte van de
    zitplaatsen. U dient de correcte zitplaats
    te selecteren voor een correcte
    audio-instelling.

    Instellen van het voorgeprogrammeerde
    volume:


    Gebruik de volumeknop om het
    gewenste volume in te stellen tijdens
    een inkomend verkeersbericht. De
    display geeft het geselecteerde niveau
    weer.

    Digitale signaalverwerking op basis
    van equalizer
    Kies de muziekcategorie waarnaar u bij
    voorkeur luistert. Het audiosignaal
    verandert om de weergave van de specifiek
    gekozen muziekstijl te verbeteren.

    Verkeersberichten beëindigen
    Aan het einde van een verkeersbericht gaat
    de audio-unit weer door met zijn normale
    werking. Om een verkeersbericht voortijdig
    af te breken, drukt u tijdens het
    verkeersbericht op TA of TRAFFIC.

    Instellingen digitale signaalverwerking
    wijzigen
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.

    221

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 224

    Audiosysteem
    3. Scrol naar de gewenste functie voor
    digitale signaalverwerking.
    4. Druk op de toets OK.
    5. Druk op de pijltjestoetsen
    omhoog/omlaag om de gewenste
    instelling te selecteren.
    6. Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    7. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Onder bepaalde omstandigheden kan door
    het afstemmen op alternatieve frequenties
    de normale ontvangst tijdelijk worden
    onderbroken.

    Nieuwsuitzendingen

    Het toestel evalueert continu de
    signaalsterkte en, indien een beter signaal
    beschikbaar komt, schakelt het toestel
    over naar dat alternatief. De
    geluidsweergave wordt onderbroken terwijl
    het toestel de lijst met alternatieve
    frequenties controleert en, zo nodig, de
    gekozen golfband eenmaal afzoekt naar
    een alternatieve frequentie.

    Sommige audio-eenheden onderbreken
    de normale ontvangst voor
    nieuwsberichten van radiostations op de
    FM-band, of RDS- of EON-geschakelde
    stations.

    Wanneer een radiostation wordt gevonden
    wordt de weergave van het geluid hervat;
    wanneer er geen radiostation wordt
    gevonden, stemt het systeemautomatisch
    af op de oorspronkelijke frequentie.

    Tijdens nieuwsuitzendigen zal het display
    aangeven dat er een binnenkomend
    nieuwsbericht is. Het nieuwsbericht
    onderbreekt de geluidsweergave met
    hetzelfde voorgeprogrammeerde volume
    als bij verkeersberichten.

    Indien geselecteerd, wordt AF op het
    display weergegeven.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar ALTERNAT FREQ. of
    ALTERNATIVE FREQ. en schakel dit
    in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar NEWS en schakel in of uit
    met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Regionale modus
    De regionale modus regelt het gedrag van
    alternatieve frequenties (AF) door tussen
    regionale netwerken van een hoofdzender
    te schakelen. Een zender kan over een
    groot netwerk beschikken dat in een groot
    deel van het land te ontvangen is. Op
    verschillende tijden van de dag kan dit
    grote netwerk worden onderverdeeld in
    een aantal kleinere regionale netwerken,
    die bijvoorbeeld in grotere plaatsen of
    steden zijn gevestigd. Wanneer het
    netwerk niet in regionale zenders wordt
    opgesplitst, zendt het complete netwerk
    hetzelfde programma uit.

    Alternatieve frequenties
    Veel programma's die op de FM-band
    worden uitgezonden hebben een
    programma-identificatiecode (PI-code),
    die door de audio-unit kan worden herkend.
    Als bij uw radio AF is ingeschakeld en u rijdt
    vanuit het ene ontvangstgebied naar een
    ander, zoekt deze functie naar een
    krachtiger radiosignaal en stemt daarop
    af wanneer het wordt gevonden.

    222

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 225

    Audiosysteem
    Regionale modus AAN: Dit voorkomt het
    willekeurig schakelen naar andere
    regionale netwerken, die niet hetzelfde
    programma uitzenden.

    AUDIO-INSTALLATIE - AUTO'S
    MET: NAVIGATIESYSTEEM /
    SONY AM/FM/CD

    Regionale modus UIT: Hiermee kan een
    groter gebied worden ontvangen wanneer
    naburige regionale netwerken hetzelfde
    programma uitzenden, maar kan leiden tot
    willekeurig overschakelen wanneer dit niet
    het geval is.

    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar RDS REGIONAL en
    schakel in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    N.B.: Boven de unit is een ingebouwde
    multifunctionele display aangebracht.
    Hierop wordt belangrijke informatie
    weergegeven over de bediening van het
    systeem. Daarnaast bevinden zich rondom
    het display diverse pictogrammen die
    oplichten wanneer een functie actief is
    (bijvoorbeeld CD, Radio of Aux.)

    223

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 226

    Audiosysteem

    A

    Aan, uit: Druk op de knop om het audiosysteem in of uit te schakelen.

    B

    NAV: Druk op de toets voor toegang tot het navigatiesysteem.

    C

    Numeriek toetsenbord: Druk op de toets om een eerder opgeslagen
    radiostation op te vragen. Om een favoriet radiostation op te slaan, houdt u de
    toets ingedrukt tot het geluid terugkeert. In cd-modus drukt u op een cijfer om
    een nummer te kiezen. In telefoonmodus gebruikt u de knoppen om een
    telefoonnummer te vormen.

    D

    CD sleuf: Hier plaatst u een CD.

    E

    Cursorpijlen: Druk op de toets om door de schermopties te scrollen.

    F

    MAP: Druk op de toets voor toegang tot de mapfuncties.

    G

    Uitwerpen: Druk op de toets om een CD uit te werpen.

    H

    INFO: Druk op de toets voor toegang tot radio-, CD-, USB-, IPod- en
    navigatie-informatie. Als Navigatie is geselecteerd, worden door op deze toets
    te drukken gegevens weergegeven van de huidige locatie of rit.

    I

    KLOK: Druk op de toets voor toegang tot de klokfuncties.

    224

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 227

    Audiosysteem
    J

    Opwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de volgende zender op de
    radiofrequentieband of het volgende nummer op een CD te gaan (in de
    CD-modus). In de telefoonmodus kan de toets gebruikt worden om een oproep
    te beëindigen. Een inkomende oproep kan hiermee geweigerd worden.

    K

    HOME: Druk op de toets voor toegang tot het adresmenu, om naar uw
    thuisadres te gaan of uw thuisadres te wijzigen.

    L

    TRAFFIC: Druk op de toets om verkeersberichten in of uit te schakelen en een
    actief bericht te annuleren. Als Navigatie is geselecteerd, gaat u naar het
    verkeersmenu als u op deze toets drukt.

    M

    Functietoets 4: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    N

    SOUND: Druk op de toets om de geluidsinstellingen (bass, treble, middle,
    balance en fade) aan te passen.

    O

    Functietoets 3: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    P

    OK: Druk op de toets om de schermselecties te bevestigen.

    Q

    Functietoets 2: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    R

    MENU: Druk op de toets voor toegang tot verschillende audiosysteemfuncties.

    S

    Functietoets 1: Druk op de toets om verschillende functies van het
    audiosysteem te selecteren, afhankelijk van in welke modus (bijv. radio of CD)
    u zich bevindt.

    T

    PHONE: Druk op de toets voor toegang tot de telefoonfunctie van het SYNC
    systeem door op PHONE en vervolgens op MENU te drukken. Zie de
    afzonderlijke handleiding.

    U

    AUX: Druk op de toets voor toegang tot de AUX en SYNC functies; deze
    annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    V

    Neerwaarts zoeken: Druk op de toets om naar de volgende zender op de
    radiofrequentieband of het voorgaande nummer op een CD te gaan (in de
    CD-modus). In de telefoonmodus kan de toets gebruikt worden om een oproep
    te verrichten. Een inkomende oproep kan hiermee geaccepteerd worden.

    W

    RADIO: Druk op de toets om verschillende radiofrequentiebanden te kiezen;
    deze annuleert ook het navigeren in het menu of de lijst.

    X

    CD: Druk op de toets om de bron op CD in te stellen; deze annuleert ook het
    navigeren in het menu of de lijst.

    Y

    Volume: Draai de knop om het volume aan te passen.

    225

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 228

    Audiosysteem
    Golfbandtoets
    Druk op de RADIO toets om een keuze uit
    de beschikbare golfbanden te maken.
    De keuzetoets kan gebruikt worden om
    weer over te schakelen naar de radio nadat
    u naar een andere bron geluisterd hebt.
    Of druk op de linker pijltjestoets om de
    beschikbare frequentiebanden weer te
    geven. Scroll naar de gewenste golfband
    en druk op OK.

    Station-afstemtoetsen
    DAB-service koppelen
    N.B.: Het systeem wordt niet automatisch
    ingeschakeld telkens wanneer u het contact
    inschakelt.
    A

    N.B.: Via service linking zijn kruisreferenties
    naar andere betreffende frequenties van
    hetzelfde radiostation mogelijk, bijvoorbeeld
    FM en andere DAB-ensembles.

    Beschrijvingen voor
    functietoetsen 1-4

    Functietoetsen 1 tot en met 4 zijn
    contextafhankelijk en wijzigen als functie
    van de huidige audio-unitmodus. De
    beschrijving voor de huidige
    functieweergaven in het scherm.

    N.B.: Het systeem schakelt automatisch
    naar een ander corresponderend
    radiostation indien het huidige radiostation
    niet beschikbaar is, bijvoorbeeld tijdens het
    verlaten van het dekkingsgebied.

    Klanktoets

    DAB service linking in- en uitschakelen. Zie
    Algemene informatie (bladzijde 66).

    Hiermee kunt u de geluidsinstellingen
    aanpassen (bijvoorbeeld bass, middle en
    treble).

    Automatisch afstemmen

    1. Druk de toets SOUND in.
    2. Druk op de pijltjestoetsen
    omhoog/omlaag om de gewenste
    instelling te selecteren.
    3. Gebruik de pijltjestoetsen links/rechts
    om de vereiste aanpassing uit te
    voeren. Het display geeft de gekozen
    instelling weer.
    4. Druk op de OK toets om de nieuwe
    instelling te bevestigen.

    Selecteer een frequentieband en druk kort
    op een van de zoektoetsen. Het toestel
    stopt bij het eerste radiostation dat in de
    door u gekozen richting wordt gevonden.
    Handmatig afstemmen
    1.

    226

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op functietoets 2.



  • Page 229

    Audiosysteem
    2. Druk op de linker en rechter
    pijltjestoetsen om de frequentieband
    in kleine stappen omlaag of omhoog
    af te zoeken of houd de toets ingedrukt
    om snel te zoeken tot u een
    radiostation vindt waarnaar u wilt
    luisteren.
    3. Druk op OK om naar een radiostation
    te blijven luisteren.

    N.B.: Wanneer u naar een ander deel van
    het land rijdt, wordt de informatie van
    radiostations die op een andere frequentie
    uitzenden en onder een voorkeuzetoets zijn
    opgeslagen, automatisch geactualiseerd
    met de correcte frequentie en stationsnaam
    voor dat gebied.

    Autostore
    N.B.: Autostore slaat maximaal de 10
    sterkste beschikbare signalen op (AM- of
    FM-golfband) en overschrijft daarbij de
    eerder opgeslagen radiostations. U kunt
    radiostations, net als bij de andere
    golfbanden, ook handmatig opslaan.

    Scan-afstemming
    SCAN laat u elk gevonden radiostation
    enkele seconden horen.
    1. Druk op functietoets 3.
    2. Gebruik de zoektoetsen om de
    geselecteerde frequentieband op- of
    neerwaarts af te zoeken.
    3. Druk opnieuw op functietoets 3 of OK
    om naar een radiostation te blijven
    luisteren.

    N.B.: U dient FM AST of AM AST te
    selecteren om deze functie te gebruiken.



    Voorkeuzezenders
    Met deze voorziening kunt u uw favoriete
    radiostations opslaan, zodat u later hierop
    direct kunt afstemmen door de juiste
    golfband te selecteren en de betreffende
    voorkeuzetoets in te drukken.

    Verkeersinformatie instellen
    Veel radiostations die op de FM-band
    uitzenden hebben een TP-code die
    aanduidt dat deze verkeersberichten
    uitzenden.

    1. Kies een golfband.
    2. Stem af op het gewenste radiostation.
    3. Houd een van de voorkeuzetoetsen
    ingedrukt. Er verschijnen een
    voortgangsbalk en een melding.
    Wanneer de voortgangsbalk vol is, is
    het radiostation opgeslagen. Tevens
    wordt ter bevestiging het geluid kort
    gedempt.

    Verkeersberichten in- en uitschakelen
    Voordat u verkeersberichten kunt
    ontvangen, moet u op de toets TA of
    TRAFFIC drukken. TA verschijnt op het
    display om aan te duiden dat de functie is
    ingeschakeld.

    U kunt dit op elke golfband en voor iedere
    voorkeuzetoets herhalen.

    Wanneer u reeds op een radiostation had
    afgestemd dat verkeersberichten uitzendt,
    verschijnt ook TP op de display. Anders
    gaat de unit zoeken naar een station dat
    verkeersberichten uitzendt.

    227

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Druk op de RADIO toets en houd deze
    ingedrukt.
    Wanneer het zoeken voltooid is, wordt
    de geluidsweergave hersteld en
    worden de krachtigste signalen onder
    de voorkeuzetoetsen van Autostore
    opgeslagen.



  • Page 230

    Audiosysteem
    Wanneer verkeersberichten worden
    uitgezonden, wordt de normale weergave
    van de radio of CD-speler automatisch
    onderbroken en verschijnt TA - Traffic
    mededeling op de display.

    N.B.: Indien u op een ander tijdstip op TA
    of TRAFFIC drukt, worden alle berichten
    uitgeschakeld.

    Indien een radiostation wordt gekozen of
    met behulp van de voorkeuzetoetsen
    wordt opgeroepen dat geen
    verkeersberichten uitzendt, blijft het
    toestel op dat radiostation afgestemd
    tenzij TA of TRAFFIC uit- en vervolgens
    weer ingeschakeld wordt.

    Indien van toepassing, past de
    automatische volumeregeling het
    geluidsvolume aan, om geluiden van de
    motor en het wegdek te compenseren.

    Automatische volumeregeling

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Kies AVC LEVEL of ADAPTIVE VOL.
    4. Druk op de linker of rechter pijltjestoets
    om de instelling bij te stellen.
    5. Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    6. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    N.B.: Als TA ingeschakeld is en u een
    voorkeuzetoets selecteert voor (of
    handmatig afstemt op) een radiostation
    dat geen verkeersberichten (TA) uitzendt,
    dan hoort u geen verkeersberichten.
    N.B.: Wanneer u naar een radiostation
    luistert dat geen verkeersberichten (TA)
    uitzendt en u TA uitschakelt en weer
    inschakelt, dan wordt er gezocht naar TP.

    Digitale signaalverwerking

    Volume verkeersberichten

    Digitale signaalverwerking op basis
    van zitplaatsen

    Verkeersberichten onderbreken de normale
    geluidsweergave met een
    voorgeprogrammeerd volume dat
    gewoonlijk hoger is dan het gebruikelijke
    luistervolume.

    Deze functie houdt rekening met de
    verschillen in afstand tot de diverse
    luidsprekers in de auto ten opzichte van de
    zitplaatsen. U dient de correcte zitplaats
    te selecteren voor een correcte
    audio-instelling.

    Instellen van het voorgeprogrammeerde
    volume:


    Gebruik de volumeknop om het
    gewenste volume in te stellen tijdens
    een inkomend verkeersbericht. De
    display geeft het geselecteerde niveau
    weer.

    Digitale signaalverwerking op basis
    van equalizer
    Kies de muziekcategorie waarnaar u bij
    voorkeur luistert. Het audiosignaal
    verandert om de weergave van de specifiek
    gekozen muziekstijl te verbeteren.

    Verkeersberichten beëindigen
    Aan het einde van een verkeersbericht gaat
    de audio-unit weer door met zijn normale
    werking. Om een verkeersbericht voortijdig
    af te breken, drukt u tijdens het bericht op
    TA of TRAFFIC.

    Instellingen digitale signaalverwerking
    wijzigen
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.

    228

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 231

    Audiosysteem
    3. Scrol naar de gewenste functie voor
    digitale signaalverwerking.
    4. Druk op de toets OK.
    5. Druk op de pijltjestoetsen
    omhoog/omlaag om de gewenste
    instelling te selecteren.
    6. Druk op de OK toets om uw keuze te
    bevestigen.
    7. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Onder bepaalde omstandigheden kan door
    het afstemmen op alternatieve frequenties
    de normale ontvangst tijdelijk worden
    onderbroken.

    Nieuwsuitzendingen

    Het toestel evalueert continu de
    signaalsterkte en, indien een beter signaal
    beschikbaar komt, schakelt het toestel
    over naar dat alternatief. De
    geluidsweergave wordt onderbroken terwijl
    het toestel de lijst met alternatieve
    frequenties controleert en, zo nodig, de
    gekozen golfband eenmaal afzoekt naar
    een alternatieve frequentie.

    Sommige audio-eenheden onderbreken
    de normale ontvangst voor
    nieuwsberichten van radiostations op de
    FM-band, of RDS- of EON-geschakelde
    stations.

    Wanneer een radiostation wordt gevonden
    wordt de weergave van het geluid hervat;
    wanneer er geen radiostation wordt
    gevonden, stemt het systeemautomatisch
    af op de oorspronkelijke frequentie.

    Tijdens nieuwsuitzendigen zal het display
    aangeven dat er een binnenkomend
    nieuwsbericht is. Het nieuwsbericht
    onderbreekt de geluidsweergave met
    hetzelfde voorgeprogrammeerde volume
    als bij verkeersberichten.

    Indien geselecteerd, wordt AF op het
    display weergegeven.
    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar ALTERNAT FREQ. of
    ALTERNATIVE FREQ. en schakel dit
    in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of AUDIO
    SETTINGS.
    3. Scroll naar NEWS en schakel in of uit
    met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    Regionale modus
    De regionale modus regelt het gedrag van
    alternatieve frequenties (AF) door tussen
    regionale netwerken van een hoofdzender
    te schakelen. Een zender kan over een
    groot netwerk beschikken dat in een groot
    deel van het land te ontvangen is. Op
    verschillende tijden van de dag kan dit
    grote netwerk worden onderverdeeld in
    een aantal kleinere regionale netwerken,
    die bijvoorbeeld in grotere plaatsen of
    steden zijn gevestigd. Wanneer het
    netwerk niet in regionale zenders wordt
    opgesplitst, zendt het complete netwerk
    hetzelfde programma uit.

    Alternatieve frequenties
    Veel programma's die op de FM-band
    worden uitgezonden hebben een
    programma-identificatiecode (PI-code),
    die door de audio-unit kan worden herkend.
    Als bij uw radio AF is ingeschakeld en u rijdt
    vanuit het ene ontvangstgebied naar een
    ander, zoekt deze functie naar een
    krachtiger radiosignaal en stemt daarop
    af wanneer het wordt gevonden.

    229

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 232

    Audiosysteem
    Regionale modus AAN: Dit voorkomt het
    willekeurig schakelen naar andere
    regionale netwerken, die niet hetzelfde
    programma uitzenden.

    De volgende formats worden ondersteund:
    • DAB
    • DAB+
    • DMB-audio (digitale uitzending van
    multimedia).

    Regionale modus UIT: Hiermee kan een
    groter gebied worden ontvangen wanneer
    naburige regionale netwerken hetzelfde
    programma uitzenden, maar kan leiden tot
    willekeurig overschakelen wanneer dit niet
    het geval is.

    Ensembles
    Ensembles bevatten een groep
    radiostations. Elk ensemble kan uit
    verschillende radiostations bestaan.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer AUDIO of
    AUDIO-SETTINGS.
    3. Scroll naar RDS REGIONAL en
    schakel in of uit met de toets OK.
    4. Druk op de toets MENU om te terug te
    keren.

    De naam van de radiostation wordt
    weergegeven onder de naam van het
    ensemble.
    N.B.: Wanneer u van het ene ensemble naar
    het andere gaat, kan het even duren voor
    het systeem is gesynchroniseerd met het
    volgende ensemble. Het systeem wordt
    gedempt tijdens de synchronisatie.

    BEVEILIGING VAN UW AUDIOINSTALLATIE

    Golfband selecteren
    DAB1 en DAB2 werken op dezelfde wijze.
    U kunt op elke golfband tot maximaal 10
    voorkeuzes opslaan.

    Elke eenheid omvat een unieke code die
    gekoppeld is aan het
    voertuigidentificatienummer (VIN). Het
    systeem controleert automatisch of de
    audio-installatie en de auto
    overeenkomen, voordat het gebruik wordt
    toegestaan.

    1. Druk de RADIO toets in.
    2. Druk op de linker pijltjestoets om de
    beschikbare golfbanden weer te geven.
    3. Selecteer DAB1 of DAB2.

    Als er een beveiligingscodebericht
    verschijnt, neem dan contact op met een
    erkende dealer.

    Radiostation-afstemtoetsen
    Druk op de RADIO toets en selecteer
    DAB1 of DAB2. Beide vooraf ingestelde
    lijsten werken op dezelfde manier en
    kunnen tot 10 verschillende vooraf
    ingestelde radiostations bevatten.

    DIGITALE AUDIO
    Met het systeem kunt u luisteren naar
    DAB-radiostations (digitale audiozenders).

    N.B.: Wanneer u het eerste of laatste
    radiostation in een ensemble bereikt, gaat
    u naar het volgende ensemble bij verder
    afstemmen. Er kan enige vertraging zijn
    tijdens deze wisseling en het geluid wordt
    kort gedempt.

    N.B.: Dekking varieert van regio tot regio en
    kan de ontvangstkwaliteit beïnvloeden. Het
    wordt nationaal, regionaal en lokaal
    uitgezonden.

    230

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 233

    Audiosysteem
    Automatisch afstemmen
    1.

    Na het opslaan kunt u op elk moment op
    een vooraf ingestelde toets drukken om
    een favoriete radiostation te kiezen.

    Druk op een zoektoets. Het systeem
    stopt bij het eerste radiostation die het
    vindt in de gekozen richting.

    N.B.: Radiostations die zijn opgeslagen op
    de vooraf ingestelde toetsen zijn wellicht
    niet steeds beschikbaar wanneer u het
    dekkingsgebied verlaat. Het systeem wordt
    gedempt wanneer dit gebeurt.

    Radiostationlijst
    Met deze functie worden alle beschikbare
    radiostations in een lijst weergegeven.

    Radiotekst

    1. Druk op functietoets 1.
    2. Druk op de pijltjestoetsen links of
    rechts om naar een ander ensemble te
    gaan. Druk op de pijltjestoets omhoog
    of omlaag om naar uw gewenste
    radiostation te gaan.
    3. Druk OK om uw selectie te bevestigen.
    N.B.: Op het scherm worden alleen de
    radiostations in het huidige ensemble
    weergegeven.

    U kunt extra informatie weergeven.
    Bijvoorbeeld de naam van de artiest. Om
    deze optie in te schakelen kiest u een
    radiostation en drukt u op functietoets 3.
    N.B.: Het is mogelijk dat extra informatie
    niet altijd beschikbaar is.
    Service Linking
    Als u het dekkingsgebied van een
    DAB-radiostation verlaat, zal het systeem
    automatisch overschakelen naar het
    overeenkomstige FM-radiostation.

    Handmatig afstemmen
    1. Druk op functietoets 2.
    2. Druk op de pijltjestoets links of rechts
    om in kleine stappen omhoog of
    omlaag op de golfband te zoeken.
    Houd de toets ingedrukt om snel op de
    golfband te zoeken.
    3. Druk OK om uw selectie te bevestigen.
    N.B.: Afstemmen zoeken is ook mogelijk op
    dit scherm.

    Deze functie kan worden in- en
    uitgeschakeld met behulp van de
    informatiedisplay. Zie Algemene
    informatie (bladzijde 66).
    N.B.: Als een DAB-radiostation geen
    overeenkomstige FM-radiostation heeft,
    wordt het geluid gedempt terwijl er wordt
    geprobeerd om om te schakelen.
    N.B.: Het systeem geeft het FM-symbool
    weer wanneer de DAB- en FM-radiostations
    overeenstemmen.

    Voorkeuzezenders
    Met deze functie kunt u tot 10 favoriete
    radiostations uit elk ensemble in elke
    vooraf ingestelde lijst opslaan.

    CD-SPELER - AUTO'S MET:
    AM/FM/CD

    1. Kies een radiostation.
    2. Houd een van de voorkeuzetoetsen
    ingedrukt. Er verschijnen een
    voortgangsbalk en een melding.
    Wanneer de voortgangsbalk vol is, is
    het radiostation opgeslagen. Het geluid
    wordt even gedempt ter bevestiging.

    CD afspelen
    N.B.: Tijdens het afspelen wordt de CD, het
    nummer en de tijd die is verstreken sinds de
    start van het nummer in het display
    weergegeven.

    231

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 234

    Audiosysteem
    Druk tijdens radio-ontvangst eenmaal op
    de toets CD om het afspelen van de CD te
    starten.

    2. Selecteer HERHALEN. Hiermee kan
    de functie in- of uitgeschakeld worden.
    Het nummer wordt na afloop herhaald.

    Het afspelen start direct zodra een CD is
    geladen.

    Nummerselectie

    Wanneer een MP3- of WMA-CD wordt
    afgespeeld , bestaan de opties uit
    HERHALEN van het nummer of herhalen
    van alle nummers in de map.



    Nummers op CD zoeken



    Druk eenmaal op de toets voor
    neerwaarts zoeken om het huidige
    nummer te herhalen. Wanneer binnen
    twee seconden vanaf het begin van
    een nummer op deze toets wordt
    gedrukt, dan wordt het vorige nummer
    gekozen.

    Met behulp van de functie SCAN kunt u
    elk nummer ongeveer vijf seconden lang
    beluisteren.
    Er zijn verschillende scanmodi mogelijk,
    afhankelijk van het type CD dat wordt
    afgespeeld.

    Druk op de pijltoetsen omhoog en
    omlaag om het gewenste nummer te
    selecteren en druk vervolgens op de
    toets OK.

    1.

    Druk op de toets MENU en selecteer
    CD MODE.
    2. Selecteer SCAN. Hiermee kan de
    functie in- of uitgeschakeld worden.
    N.B.: Wanneer een MP3- of WMA-CD wordt
    afgespeeld , bestaan de opties uit SCAN
    voor de CD of alleen de nummers in de map.

    Snel vooruit en achteruit
    Druk op de toets voor neerwaarts zoeken
    of opwaarts zoeken en houd deze
    ingedrukt om achterwaarts of voorwaarts
    binnen de nummers van de CD te zoeken.

    3. Druk op de toets OK om de
    scan-modus te stoppen.

    Shuffle en willekeurig afspelen

    MP3- en WMA-bestanden afspelen

    Door het willekeurig afspelen van
    nummers, ook wel bekend als “shuffle”,
    worden alle opnames op de CD in
    willekeurige volgorde afgespeeld.

    MP3 (MPEG 1 Audio Layer-3) of WMA
    (Windows media audio) is een standaard
    technologie en format voor het
    comprimeren van audiodata. Hierdoor is
    een efficiënter gebruik van de media
    mogelijk.

    1.

    Druk op de toets MENU en selecteer
    CD MODE.
    2. Selecteer SHUFFLE. Hiermee kan de
    functie in- of uitgeschakeld worden.

    U kunt MP3-bestanden op CD-ROM's,
    CD-R's en CD-RW's afspelen. De CD moet
    voldoen aan ISO 9660 niveau 1 of niveau
    2 format, of Joliet of Romeo in het
    gedecomprimeerde format. U kunt ook een
    CD gebruiken die in multi session is
    opgenomen.

    Wanneer een MP3-CD wordt afgespeeld,
    bestaan de opties uit SHUFFLE voor de
    hele CD of het willekeurig afspelen van alle
    nummers in de map.

    Nummers van CD herhalen
    1.

    Druk op de toets MENU en selecteer
    CD MODE.

    232

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 235

    Audiosysteem
    ISO 9660 Format

    Bestandsformaten

    Dit is de meest algemene internationale
    standaard voor het logische format van
    bestanden en mappen op een CD-ROM.

    Bij andere formats dan ISO 9660 niveau 1
    en niveau 2, is het mogelijk dat namen van
    mappen of bestanden niet correct worden
    weergegeven.

    Er zijn een aantal specificatieniveaus. In
    niveau 1 moeten de bestandsnamen in de
    8.3 format (niet meer dan acht tekens per
    naam, niet meer dan drie tekens in de
    extensie .MP3 en . WMA) in hoofdletters
    zijn geschreven.

    Neem in acht dat bij de naamgeving het
    bestandsformaat .MP3 of . WMA aan de
    bestandsnaam wordt toegevoegd.

    De namen van mappen mogen niet meer
    dan acht tekens bevatten. Er kunnen niet
    meer dan acht mapniveaus (bomen) zijn.
    Bij niveau 2 specificaties mogen namen 31
    tekens bevatten.

    Als u het bestandsformaat .MP3 of . WMA
    aan een ander bestand dan MP3 of WMA
    toevoegt, kan de eenheid het bestand niet
    correct herkennen en zullen er willekeurige
    geluiden gegenereerd worden die
    beschadiging van de luidsprekers tot
    gevolg kunnen hebben.

    Elke map kan maximaal acht bomen
    bevatten.

    De volgende CD’s hebben een langere
    starttijd bij het afspelen.

    Denk aan deze beperkingen voor Joliet of
    Romeo in het geëxpandeerde format
    wanneer u de software voor uw
    CD-brander configureert.



    Multi Session



    Deze opnamemethode maakt het mogelijk
    gegevens met behulp van de track-at-once
    methode toe te voegen.

    Een Multi Session CD afspelen



    Wanneer het eerste nummer van de eerste
    sessie alleen audio CD data bevatten, dan
    worden alleen audio CD data van de eerste
    sessie afgespeeld. Andere informatie dan
    audio CD data of
    MP3-/WMA-bestandsinformatie (nummer,
    tijd, enz.) wordt zonder geluid
    weergegeven.

    Conventionele CD's beginnen met een
    CD-regelgebied waarvan het begin lead-in
    wordt genoemd en het einde lead-out. Een
    multi session CD is een CD met meerdere
    sessies, met elk een segment van lead-in
    tot lead-out, dat als één sessie wordt
    gezien.

    Wanneer het eerste nummer van de eerste
    sessie geen audio CD data is:

    CD-Extra: het format dat audio nummers
    (audio CD data) als tracks op sessie 1, en
    data als tracks op sessie 2 opneemt.



    Mixed CD: Bij dit format worden data
    opgenomen als track 1 en audio (audio CD
    data) als track 2.


    233

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Een CD die is opgenomen met een
    gecompliceerde boomstructuur.
    Een CD die is opgenomen in multi
    session.
    Een CD waaraan data kunnen worden
    toegevoegd.

    Als er een MP3- of WMA-bestand op
    de CD staat, wordt alleen MP3, WMA
    of andere data overgeslagen. Audio CD
    data wordt niet herkend.
    Als er geen MP3- of WMA-bestand op
    de CD staat, wordt niets afgespeeld.
    Audio CD data wordt niet herkend.



  • Page 236

    Audiosysteem
    Afspeelvolgorde MP3- en
    WMA-bestanden



    De volgorde waarin de mappen en
    bestanden worden afgespeeld, is als
    weergegeven.
    N.B.: Een map die geen MP3- of
    WMA-bestand bevat, wordt overgeslagen.


    Om een gewenste afspeelvolgorde voor
    de map of bestandsnaam te specificeren:
    Voer de volgorde op nummer (bijv. 01, 02,
    etc.) in en sla de inhoud vervolgens op een
    CD op. De volgorde verschilt afhankelijk
    van de software die voor het schrijven werd
    gebruikt.



    Wanneer een deel van een tag (aan het
    begin van het nummer) wordt
    overgeslagen, wordt geen geluid
    weergegeven. Sla veranderingen in tijd
    over afhankelijk van de capaciteit van
    de tag. Voorbeeld: Bij 64 kbytes, is het
    ongeveer 2 seconden (met
    RealJukebox).
    Wanneer een deel van de tag wordt
    overgeslagen, is de weergegeven
    verstreken tijd niet nauwkeurig. Voor
    MP3 bestanden met een bitsnelheid
    anders dan 128 kbps, wordt tijdens het
    afspelen de verstreken tijd niet
    nauwkeurig weergegeven.
    Wanneer een MP3 bestand is gemaakt
    met MP3 conversiesoftware (bijv.
    RealJukebox - een geregistreerd
    handelsmerk van RealNetworks Inc),
    wordt de tag automatisch geschreven.

    MP3 of WMA navigatie
    MP3 nummers kunnen op verschillende
    manieren op een CD worden opgenomen.
    Ze kunnen allemaal in de hoofdmap
    worden geplaatst, net als bij een normale
    audio-CD, of ze kunnen in een bepaalde
    map worden geplaatst, die bijvoorbeeld
    bedoeld is voor een album, artiest of
    bepaald genre.
    De normale afspeelvolgorde bij CD's met
    meerdere mappen is:

    ID3 tag versie 2



    Het volgende vindt plaats wanneer een
    MP3- of WMA-bestand dat een tag bevat,
    wordt afgespeeld:



    Eerst de nummers in de root-map
    (bovenliggend niveau) afspelen
    Dan de nummers in de map(pen)
    binnen de root-map afspelen
    Vervolgens verder met de tweede map,
    etc.

    Naar een nummer navigeren.
    1.

    Druk op de omhoog of omlaag toets
    om in de nummerlijst te komen.
    2. Navigeer door de mapstructuur met de
    pijltoetsen om een andere map of
    ander nummer (bestand) te kiezen.

    234

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 237

    Audiosysteem
    3. Druk op OK om een gemarkeerd
    nummer te selecteren.

    N.B.: De CD wordt niet uitgeworpen. Het
    afspelen van de CD wordt gepauzeerd op
    de plaats waar de weergave van de radio
    werd hervat.

    Opties weergave MP3 en WMA

    Druk opnieuw op de CD toets om het
    afspelen van de CD te hervatten.

    Wanneer een MP3- of WMA-CD wordt
    afgespeeld, kan bepaalde informatie die
    gecodeerd in elke opname is opgenomen,
    worden weergegeven. Deze informatie
    omvat meestal:




    CD-SPELER - AUTO'S MET:
    AM/FM/CD/BLUETOOTH/
    SONY AM/FM/CD

    De naam van het bestand.
    De naam van de map.
    ID3 informatie die op het album kan
    staan of de naam van de artiest.

    CD afspelen
    N.B.: Tijdens het afspelen toont het display
    de schijf, het nummer en de tijd die is
    verstreken sinds de start van het nummer.

    Gewoonlijk wordt de naam van het
    bestand dat wordt afgespeeld
    weergegeven. Druk om een van de andere
    informatie-items te selecteren
    herhaaldelijk op de INFO toets tot het
    benodigde item wordt weergegeven in de
    display.

    Druk tijdens radio-ontvangst één keer op
    CD om het afspelen van de cd te starten.
    Wanneer een schijf wordt geladen, start
    het afspelen onmiddellijk.

    N.B.: Wanneer de gekozen ID3 informatie
    niet beschikbaar is, verschijnt NO MP3 of
    WMA TAG op het display.

    Nummerselectie


    Druk eenmaal op de toets voor
    neerwaarts zoeken om het huidige
    nummer te herhalen. Als hierop binnen
    twee seconden na de start van een
    nummer wordt gedrukt, wordt het
    vorige nummer afgespeeld.



    Gebruik de pijltoetsen omhoog of
    omlaag om het gewenste nummer te
    selecteren en druk op OK.

    Opties weergave CD tekst
    Wanneer een audio CD met CD tekst wordt
    afgespeeld, kan een beperkte hoeveelheid
    informatie, die aan elk nummer is
    toegevoegd, worden weergegeven. Deze
    informatie omvat meestal:




    De naam van de CD.
    De naam van de artiest.
    De naam van het nummer.

    U kunt een nummer selecteren via het
    numerieke toetsenbord. Kies het gewenste
    nummer helemaal (bijvoorbeeld 1 en
    daarna 2 voor nummer 12) of kies het
    nummer en druk op OK.

    N.B.: Deze display-opties kunnen op
    dezelfde wijze worden gekozen als bij MP3
    CD’s. NO DISC NAME of NO TRACK NAME
    wordt weergegeven in de display als geen
    informatie is gecodeerd.

    Snel vooruit en achteruit
    Druk op de toets voor neerwaarts zoeken
    of opwaarts zoeken en houd deze
    ingedrukt om achterwaarts of voorwaarts
    binnen de nummers van de CD te zoeken.

    CD afspelen beëindigen
    Om terug te keren naar de radio-ontvangst,
    moet bij alle eenheden op de toets RADIO
    worden gedrukt.
    235

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 238

    Audiosysteem
    Shuffle en willekeurig afspelen

    U kunt MP3-bestanden op CD-ROM's,
    CD-R's en CD-RW's afspelen. De CD moet
    voldoen aan ISO 9660 niveau 1 of niveau
    2 format, of Joliet of Romeo in het
    gedecomprimeerde format. U kunt ook een
    CD gebruiken die in multi session is
    opgenomen.

    Door het willekeurig afspelen van
    nummers, ook wel bekend als “shuffle”,
    worden alle opnames op de CD in
    willekeurige volgorde afgespeeld.
    Druk op functietoets 2.
    N.B.: Wanneer een MP3 cd wordt
    afgespeeld, kunt u het systeem nummers
    in willekeurige volgorde laten afspelen voor
    de volledige cd of in de huidige map. Druk
    op toets 2 om te wisselen tussen deze
    opties.

    ISO 9660 Format
    Dit is de meest algemene internationale
    standaard voor het logische format van
    bestanden en mappen op een CD-ROM.
    Er zijn een aantal specificatieniveaus. In
    niveau 1 moeten de bestandsnamen in de
    8.3 format (niet meer dan acht tekens per
    naam, niet meer dan drie tekens in de
    extensie .MP3 en . WMA) in hoofdletters
    zijn geschreven.

    Gebruik indien nodig de toets zoeken
    omhoog of omlaag om het volgende
    nummer te selecteren om in willekeurige
    volgorde af te spelen.

    Nummers van CD herhalen

    De namen van mappen mogen niet meer
    dan acht tekens bevatten. Er kunnen niet
    meer dan acht mapniveaus (bomen) zijn.
    Bij niveau 2 specificaties mogen namen 31
    tekens bevatten.

    Druk op functietoets 1.
    N.B.: Wanneer een MP3 of WMA cd wordt
    afgespeeld, kunt u het systeem het huidige
    nummer of alle nummers in de huidige map
    laten herhalen. Druk op toets 1 om te
    wisselen tussen deze opties.

    Elke map kan maximaal acht bomen
    bevatten.
    Denk aan deze beperkingen voor Joliet of
    Romeo in het geëxpandeerde format
    wanneer u de software voor uw
    CD-brander configureert.

    Nummers op CD zoeken
    Druk op functietoets 3.
    N.B.: Wanneer een MP3 of WMA cd wordt
    afgespeeld, kunt u het systeem nummers
    op de cd of in de huidige map laten zoeken.
    Druk op toets 3 om te wisselen tussen deze
    opties.

    Multi Session
    Met deze manier van opname kunt u
    gegevens toevoegen met de methode
    onmiddellijk traceren.

    MP3- en WMA-bestanden afspelen

    Conventionele CD's beginnen met een
    CD-regelgebied waarvan het begin lead-in
    wordt genoemd en het einde lead-out. Een
    multi session CD is een CD met meerdere
    sessies, met elk een segment van lead-in
    tot lead-out, dat als één sessie wordt
    gezien.

    MP3 (MPEG 1 Audio Layer-3) of WMA
    (Windows media audio) is een standaard
    technologie en format voor het
    comprimeren van audiodata. Hierdoor is
    een efficiënter gebruik van de media
    mogelijk.

    CD-Extra: het format dat audio nummers
    (audio CD data) als tracks op sessie 1, en
    data als tracks op sessie 2 opneemt.

    236

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 239

    Audiosysteem
    Gemengde cd: In dit formaat worden
    gegevens opgeslagen als nummer 1 en
    wordt audio (gegevens van audio-cd)
    opgeslagen als nummer 2.





    Bestandsformaten
    Bij andere formaten dan ISO 9660 niveau
    1 en niveau 2, is het mogelijk dat de namen
    van mappen of bestanden niet correct
    worden weergegeven.

    Afspeelvolgorde MP3- en
    WMA-bestanden

    Neem in acht dat bij de naamgeving het
    bestandsformaat .MP3 of . WMA aan de
    bestandsnaam wordt toegevoegd.

    De volgorde waarin de mappen en
    bestanden worden afgespeeld, is als
    weergegeven.

    Als u het bestandsformaat .MP3 of . WMA
    toevoegt aan een ander bestand dan MP3
    of WMA, kan de eenheid het bestand niet
    correct herkennen en genereert het
    willekeurig geluid dat uw luidsprekers kan
    beschadigen.

    N.B.: Het systeem slaat elke map zonder
    MP3- of WMA-bestand over.
    Om een gewenste afspeelvolgorde op te
    geven voor de map- of bestandsnaam,
    voert u de volgorde op nummer
    (bijvoorbeeld 01 of 02) in en neemt u de
    inhoud op een schijf op. De volgorde
    verschilt afhankelijk van de software die
    voor het schrijven werd gebruikt.

    De volgende CD’s hebben een langere
    starttijd bij het afspelen.




    Een CD die is opgenomen met een
    gecompliceerde boomstructuur.
    Een CD die is opgenomen in multi
    session.
    Een niet-gefinaliseerde schijf, waaraan
    u meer gegevens kunt toevoegen.

    Een Multi Session CD afspelen
    Wanneer het eerste nummer van de eerste
    sessie alleen gegevens van een audio-cd
    zijn, worden de gegevens van de audio-cd
    van de eerste sessie afgespeeld. Gegevens
    van een cd die geen audio-, MP3- of
    WMA-bestandsgegevens zijn (zoals
    nummer en tijd) worden zonder geluid
    weergegeven.
    Wanneer het eerste nummer van de eerste
    sessie geen audio CD data is:

    237

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Als er een MP3- of WMA-bestand op
    de schijf staat, slaat het systeem deze
    bestanden en andere gegevens over.
    Audio CD data wordt niet herkend.
    Als er geen MP3- of WMA-bestand op
    de schijf staat, wordt er niets
    afgespeeld. Audio CD data wordt niet
    herkend.



  • Page 240

    Audiosysteem
    ID3 tag versie 2

    2. Navigeer door de mapstructuur met de
    pijltoetsen om een andere map of
    ander nummer (bestand) te kiezen.
    3. Druk op OK om een gemarkeerd
    nummer te selecteren.

    Het volgende treedt op wanneer een MP3of WMA-bestand met een tag wordt
    afgespeeld:






    Wanneer een deel van een tag (aan het
    begin van het nummer) wordt
    overgeslagen, wordt geen geluid
    weergegeven. De tijd voor het
    overslaan is afhankelijk van de
    capaciteit van de tag. Voorbeeld: Bij 64
    kbytes, is het ongeveer 2 seconden
    (met RealJukebox).
    Wanneer een deel van de tag wordt
    overgeslagen, is de weergegeven
    verstreken tijd niet nauwkeurig. Voor
    MP3-bestanden met een andere
    bitsnelheid dan 128 kbps wordt de tijd
    niet nauwkeurig weergegeven tijdens
    het afspelen.
    Wanneer een MP3-bestand wordt
    gecreëerd met MP3-conversiesoftware
    (zoals RealJukebox - een gedeponeerd
    handelsmerk van RealNetworks Inc.),
    dan wordt de tag automatisch
    gegenereerd.

    Opties weergave MP3 en WMA
    Wanneer een MP3- of WMA-schijf wordt
    afgespeeld, kan bepaalde informatie
    worden weergegeven die in elk nummer is
    gecodeerd. Dergelijke informatie omvat
    meestal:




    De naam van het bestand.
    De naam van de map.
    ID3-informatie, wat het album of de
    naam van de artiest kan zijn.

    De eenheid geeft normaal de naam van
    het bestand dat wordt afgespeeld weer.
    Om andere informatie te selecteren, drukt
    u meermaals op INFO tot het gewenste
    item op het display verschijnt.
    N.B.: Als de gekozen ID3-informatie niet
    beschikbaar is, verschijnt NO MP3 of WMA
    TAG op het display.

    MP3 of WMA navigatie

    Opties weergave CD tekst

    U kunt MP3-nummers op verschillende
    manieren op de cd opnemen. U kunt ze in
    de basisdirectory zetten, zoals op een
    conventionele audio-cd, of in mappen met
    categorieën, zoals album, artiest of genre.

    Wanneer een audioschijf met cd-tekst
    wordt afgespeeld, kan beperkte informatie
    worden weergegeven die in elk nummer is
    gecodeerd. Dergelijke informatie omvat
    meestal:

    De normale afspeelvolgorde bij CD's met
    meerdere mappen is:









    Eerst de nummers in de root-map
    (bovenliggend niveau) afspelen
    Dan de nummers in de map(pen)
    binnen de root-map afspelen
    Vervolgens verder met de tweede map,
    etc.

    N.B.: U kunt deze weergaveopties op
    dezelfde manier als de MP3-weergaven
    selecteren. Als er geen gecodeerde
    informatie is, verschijnt NO DISC NAME of
    NO TRACK NAME op het display.

    Om naar een nummer te gaan:
    1.

    Druk op de omhoog of omlaag toets
    om in de nummerlijst te komen.

    238

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    De naam van de CD.
    De naam van de artiest.
    De naam van het nummer.



  • Page 241

    Audiosysteem
    CD afspelen beëindigen

    Met de extra ingangsaansluiting kunt u uw
    draagbare audiospeler aansluiten en de
    muziek hierop via de luidsprekers van uw
    auto afspelen. U kunt elke draagbare
    audiospeler gebruiken die ontworpen is
    voor gebruik met een hoofdtelefoon. Uw
    audioverlengkabel moet over een
    mannelijke stekker van 1/8 inch (3,5 mm)
    aan elke uiteinde beschikken.

    Druk op RADIO om terug te keren naar de
    radio-ontvangst op alle eenheden.
    N.B.: De cd wordt niet uitgeworpen. De
    schijf wordt gepauzeerd op het moment dat
    de radio-ontvangst terugkeerde.
    Druk opnieuw op CD om de cd verder af te
    spelen.

    1.

    AANSLUITING AUXILIARY
    INGANG

    2.

    WAARSCHUWINGEN
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, ongelukken en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur of functies
    die uw aandacht van de weg kunnen
    afleiden. Uw hoofdverantwoordelijkheid is
    de veilige bediening van uw auto. We raden
    het gebruik van handheld-apparaten
    tijdens het rijden af en adviseren waar
    mogelijk het gebruik van spraakgestuurde
    systemen. Zorg dat u zich bewust bent van
    alle nationale wetten met betrekking tot
    het gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    3.
    4.
    5.

    6.

    7.

    Uit veiligheidsoverwegingen dient u
    geen draagbare audiospelers aan te
    sluiten of instellingen hiervan aan te
    passen tijdens het rijden.
    Bewaar de draagbare audiospeler
    tijdens het rijden op een veilige plek,
    zoals de middenconsole of het
    dashboardkastje. Harde voorwerpen
    kunnen bij een aanrijding of abrupte stop
    rondgeslingerd worden, waardoor het risico
    op ernstig letsel verhoogd wordt. De
    audioverlengkabel moet lang genoeg zijn
    om de draagbare audiospeler tijdens het
    rijden veilig te bewaren.

    239

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Zorg dat uw auto stilstaat en de radio
    en draagbare muziekspelers zijn
    uitgeschakeld.
    Sluit de verlengkabel van de draagbare
    audiospeler in de extra
    ingangsaansluiting.
    Schakel de radio in. Selecteer een
    FM-radiozender of een cd.
    Pas het volume desgewenst aan.
    Schakel de draagbare audiospeler in
    en pas het volume aan tot de helft van
    het maximale niveau.
    Druk op AUX tot LINE of LINE IN in
    het display verschijnt. Als het goed is
    hoort u de muziek van het apparaat,
    zelfs als het volume laag is.
    Pas het volume op uw draagbare
    audiospeler aan tot het volume het
    niveau van de FM-zender of de cd
    bereikt. Schakel hiervoor heen en weer
    tussen de AUX- en FM- of
    cd-bediening.



  • Page 242

    Audiosysteem
    STORINGEN VERHELPEN AUDIO-INSTALLATIE
    Display audio-unit

    Rectificatie

    CONTROLEER CD

    Algemeen bericht voor storingen tijdens het afspelen
    van een CD, zoals 'cannot read the CD' (kan CD niet
    lezen), 'data-CD inserted' (data-CD aangebracht), enz.
    Controleer of de CD is aangebracht met de juiste zijde
    naar boven gekeerd. Reinig de CD of reinig deze opnieuw
    of vervang de CD door een exemplaar met voor u
    bekende muziek. Neem contact op met uw dealer
    wanneer de storing blijft bestaan.

    STORING CD-LOOPWERK

    Algemeen bericht voor storingen tijdens het afspelen
    van een CD, zoals een mogelijke storing in het mechanisme.

    CD-DRIVE TE WARM

    Omgevingstemperatuur te hoog – CD-speler werkt niet
    totdat deze is afgekoeld.

    240

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 243

    Navigatie
    Druk op de betreffende toets op het front
    in om toegang te krijgen tot de
    systeemfuncties. Hierdoor komt u in de
    geselecteerde modus.

    N.B.: De SD-kaartgleuf is veerbelast. Voor
    het verwijderen van de SD-kaart drukt u de
    kaart in en laat u deze weer los. Probeer niet
    de kaart te verwijderen zonder deze eerst in
    te drukken. Hierdoor kan er schade ontstaan.

    Zie de desbetreffende procedure van de
    audioeenheid voor instructies over de
    bediening van de audioeenheid en de
    beschikbare navigatiefuncties. Zie
    Audiosysteem (bladzijde 197).

    Kaartgegevens laden
    WAARSCHUWINGEN
    De aangegeven maximale snelheid
    is wellicht niet van toepassing op uw
    auto. U bent altijd verantwoordelijk
    voor het besturen van uw auto, het
    overzien van de systemen en het houden
    aan de correcte snelheidslimiet. Bij het
    nalaten hiervan kunt u de macht over het
    stuur verliezen.

    1.

    Laad de SD-kaart voor navigatie in de
    gleuf.
    2. Druk op de NAV toets. De
    verkeersveiligheidswaarschuwing
    bevestigt dat de kaartgegevens goed
    zijn geïmporteerd.
    3. Het systeem is nu klaar voor gebruik.

    Het glas van het LCD scherm kan
    breken wanneer het met een hard
    voorwerp in aanraking komt. Raak
    de vloeibare kristallen niet aan wanneer
    het glas mocht breken. Reinig de huid
    onmiddellijk met water en zeep wanneer
    deze met de kristallen in aanraking is
    gekomen.

    Raadpleeg een erkende dealer voor
    updates van kaarten en systeemupgrades.
    N.B.: U mag alleen gegevens onder licentie
    van Ford gebruiken.

    N.B.: Schakel het contact niet in en start
    de motor niet terwijl de software wordt
    bijgewerkt.
    N.B.: Reinig de unit niet met oplosmiddelen
    of spuitbussen. Gebruik alleen een vochtige
    doek.
    N.B.: De navigatie SD-kaart moet zich in de
    SD-kaartgleuf bevinden om het
    navigatiesysteem te kunnen gebruiken.
    Neem contact op met een erkende dealer
    indien u een vervangende SD-kaart nodig
    hebt.

    241

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 244

    Navigatie
    Verkeersveiligheid

    2. Selecteer Reisdoel invoeren.
    3. Begin bovenaan, selecteer het land
    gevolgd door de postcode of de stad
    en de straat, samen met het
    huisnummer of kruispunt.
    4. Voer de adresgegevens in met de
    pijltjestoetsen.
    5. Nadat u voldoende gegevens hebt
    ingevoerd, selecteert u Start
    routegeleiding of drukt u op
    functietoets één om de route te
    berekenen.
    N.B.: Na de eerste invoer blijft het
    geselecteerde land de standaardoptie tot
    u dit handmatig verandert.

    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    N.B.: Indien nodig kunt u verschillende
    schermen met tekens selecteren met de
    pijltjestoetsen omhoog en omlaag.

    N.B.: U bent uiteindelijk verantwoordelijk
    voor de veilige bediening van de auto en
    moet beoordelen of het veilig is om de
    voorgestelde route te volgen.
    Navigatiefuncties dienen slechts als
    hulpmiddel. Beslissingen tijdens het rijden
    dient u op basis van uw eigen observaties
    van de lokale omstandigheden en de
    geldende verkeersregels te nemen. Volg de
    voorgestelde route niet als dit in een
    onveilige of ongeoorloofde manoeuvre kan
    resulteren, als u hierdoor in een onveilige
    situatie terecht komt of als u naar een
    gebied wordt geleid dat u als onveilig
    beschouwt. De kaarten waarvan dit systeem
    gebruik maakt, kunnen onnauwkeurig zijn
    door eventuele fouten, wegwijzigingen,
    verkeers- of rijomstandigheden.

    N.B.: Als u alleen naar een stadscentrum
    wilt rijden, voert u gewoon de naam van de
    stad in en start u de routegeleiding.
    N.B.: Als u alleen naar een district wilt
    rijden, bijvoorbeeld in een stad, voert u
    gewoon de naam van het district in en start
    u de routegeleiding.
    De route wordt berekend en het scherm
    keert terug naar het hoofdnavigatiescherm.
    Selecteer desgevraagd eerst het soort
    route dat u wenst. Volg de commando's
    op het scherm en de spraakcommando's
    om uw bestemming te bereiken.

    Menustructuur
    U verkrijgt toegang tot het menu met
    behulp van de bedieningstoetsen
    informatie- en entertainmentdisplay. Zie
    Infodisplays (bladzijde 66).

    Veiligheidsinformatie
    Wanneer de route-instructies nauwkeurig
    moeten worden bekeken, zet de wagen
    dan op een veilig moment aan de kant en
    parkeer deze.

    N.B.: Sommige opties kunnen iets afwijken
    of niet aanwezig zijn indien de items
    optioneel zijn.

    Een route instellen
    1.

    Druk op de NAV toets.

    242

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 245

    Navigatie

    Navigatie

    Actieve routegel.

    *

    Route

    Routelijst
    Omleiding
    Gedeelte vrijgev.
    Bestemming invoeren

    *

    Land
    Stad/PC
    Straat
    Stadsdeel
    Start routegeleiding
    TA

    *

    Verkeer

    TMC op route
    Alle TMC
    Omleiding
    Routelijst
    Gedeelte vrijgev.
    Start routegeleiding

    *

    Eigen adres

    Adres wijzigen
    *

    Laatste best.
    Favorieten

    Favorieten (a-z)

    *

    Nabije spec. best.

    *

    Spec. bestemm.

    Nabij best.
    Langs snelweg
    Spec. best. nabij adres
    Naam zoeken
    Tochtenplanning

    *

    Nieuwe tocht
    Bewaarde tochten

    243

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 246

    Navigatie
    Navigatie

    Positie opslaan

    *

    Route

    *

    Routeopties

    Eco
    Snel
    Kort
    Altijd vragen

    Rijstijl:

    Rustig
    Normaal
    Snel

    Eco instellingen

    Aanhanger
    Dakkoffer

    Dynamisch
    Snelweg
    Tunnel
    Veer/autotrein
    Tolwegen
    Seizoenswegen
    Vignet
    Speciale functies

    *

    GPS-informatie
    Systeeminfo.
    Positie invoeren
    Demo-modus

    *

    Raadpleeg de desbetreffende tabel voor een beschrijving van deze menu-items.
    Route

    Routeopties

    Selecteer eventueel Altijd vragen zodat
    u altijd wordt gevraagd welke routeoptie
    u voor uw reis wilt kiezen.

    Druk op de NAV toets en blader naar
    Routeopties. U kunt dan de routeopties
    instellen voor het volgende.

    244

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 247

    Navigatie
    Eco

    Dynamisch

    Gebruikt de meest zuinige route.

    Wanneer deze functie is ingeschakeld en
    het toestel ontvangt een geldig traffic
    message channel signaal, wordt de route
    automatisch herzien en wordt rekening
    gehouden met verkeersongevallen en files.

    N.B.: Uw rijstijl zal hier invloed op hebben.
    Snel
    Gebruikt de snelste route.
    Kort

    N.B.: Deze functie kan vertraging en
    oponthoud tijdens het rijden voorkomen.

    Gebruikt de kortste afstand.

    Snelweg

    Bestuurder

    Wanneer dit is uitgeschakeld zal het
    systeem snelwegen op uw route vermijden
    en uw routeafstand en -tijden automatisch
    bijwerken.

    Rustig
    Deze optie berekent uw aankomsttijd op
    basis van een rustige rit naar de
    bestemming.

    Tunnel
    Wanneer dit is uitgeschakeld zal het
    systeem tunnels op uw route vermijden en
    uw routeafstand en -tijden automatisch
    bijwerken.

    Normaal
    Deze optie berekent uw aankomsttijd op
    basis van een normale rit naar de
    bestemming.

    Veerboten en autotreinen

    Snel
    Deze optie berekent uw aankomsttijd op
    basis van een snelle rit naar de
    bestemming.

    Wanneer dit is uitgeschakeld zal het
    systeem veerboten en autotreinen op uw
    route vermijden en uw routeafstand en
    -tijden automatisch bijwerken.

    Eco instellingen

    Tolwegen

    Aanhanger

    Wanneer dit is uitgeschakeld zal het
    systeem tolwegen op uw route vermijden
    en uw routeafstand en -tijden automatisch
    bijwerken.

    Gebruik deze functie om de
    economy-instellingen van uw reis te
    wijzigen afhankelijk van het feit of al dan
    niet een aanhanger is aangekoppeld
    (indien dit het geval is, wordt rekening
    gehouden met de aanhangergrootte).

    Seizoenswegen
    Wanneer dit is uitgeschakeld zal het
    systeem seizoenswegen (bijvoorbeeld
    bergpassen) op uw route vermijden en uw
    routeafstand en -tijden automatisch
    bijwerken.

    Gesloten dakkoffer
    Gebruik deze functie om de
    economy-instellingen van uw reis te
    wijzigen met betrekking tot het gebruik van
    een dakkoffer.

    245

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 248

    Navigatie
    Vignet

    Informatie

    Wanneer dit is uitgeschakeld zal het
    systeem tolwegen vermijden en uw
    routeafstand en -tijden automatisch
    bijwerken.

    Druk op de toets Informatie voor details
    over uw huidige positie of reis. Als u tijdens
    actieve routegeleiding op deze knop drukt,
    wordt de laatste instructie voor navigatie
    herhaald.

    Uw navigatievoorkeuren instellen
    Selecteer instellingen waarmee het
    systeem rekening dient te houden bij het
    plannen van uw route.
    Druk op de NAV toets en kies een van de volgende opties.
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Bestemming invoeren

    Voer uw reisdoeldetails in (bijvoorbeeld plaatsnamen
    invoeren, straatnamen invoeren of een plek op een kaart
    kiezen).

    Verkeer

    Kies hoe u wilt dat het systeem omgaat met verkeersproblemen langs uw route (bijvoorbeeld files op de route).

    Eigen adres

    Geeft de plaats op de kaart aan die op dit moment als
    eigen adres is opgeslagen. Er kan slechts één adres worden
    opgeslagen als het eigen adres.

    Laatste best.

    Toegang tot eerdere reisdoelen die in het systeem zijn
    ingevoerd. Selecteer het gewenste reisdoel uit de lijst.

    Favorieten

    Een lijst met uw opgeslagen favorieten bekijken.

    Spec. bestemm.

    Zoeken naar speciale bestemmingen in de buurt, op uw
    route of op uw bestemming en deze selecteren. U kunt
    zoeken op naam of op categorie.

    Tochtenplanning

    Een nieuwe tocht instellen en opslaan door een aantal
    verschillende bestemmingen in te voeren en de volgorde
    te kiezen waarin u ze wilt bezoeken. U kunt tevens een
    bestaande reis wijzigen of een vorige reis opvragen. Het
    systeem berekent automatisch de door u gekozen reis en
    geeft deze weer.

    Positie opslaan

    Uw huidige positie onder een naam opslaan. Zo slaat u ze
    automatisch op in uw favorieten.

    Routeopties

    Uw routeopties instellen vanaf de beschikbare lijst.

    Speciale functies

    GPS- en systeeminformatie, of een demonstratie van de
    systeemfuncties selecteren.

    246

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 249

    Navigatie
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Een demonstratiemodus selecteren waarin het systeem
    een tocht zal simuleren terwijl de auto stilstaat. U kunt de
    startpositie van de auto handmatig selecteren.

    Druk op de MENU toets, kies de navigatieoptie en kies een van de volgende opties.
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Routeopties

    Uw routeopties instellen.

    Kaartweergave

    De kaartweergave aanpassen voor uw tocht (bijvoorbeeld
    pijlen op kaart, aankomsttijden en kaartinhoud).

    Hulpfuncties

    Weergegeven informatie voor uw reis aanpassen
    (bijvoorbeeld borden, rijstroken en snelheidslimieten).
    De waarschuwingsfunctie bij gevaar in- of uitschakelen.

    Pers. gegevens

    Persoonlijke gegevens wissen (bijvoorbeeld uw eigen
    adres).

    Instellingen terug

    Reset de navigatie-instellingen.
    N.B.: Als u de positie opslaan selecteert,
    wordt de bestemming ook opgeslagen in
    uw favorieten.

    Uw eigen adres opslaan
    1. Druk op de NAV toets.
    2. Selecteer de optie eigen adres.
    3. Voer de gewenste gegevens in met de
    pijltjestoetsen.
    4. Druk op de functietoets bevestigen.
    N.B.: Uw laatste bestemming wordt
    automatisch weergegeven als u uw eigen
    adres verandert.

    Een favoriet selecteren
    1. Druk op de NAV toets.
    2. Selecteer de optie favorieten.
    3. Blader naar de gewenste bestemming
    met de pijltjestoetsen.
    4. Druk op de toets OK om de navigatie
    te starten.

    Een favoriet toevoegen

    Spraakniveau voor navigatie afstellen

    1. Druk op de NAV toets.
    2. Blader naar de optie om de
    bestemming in te voeren.
    3. Voer de gewenste gegevens in met de
    pijltjestoetsen.
    4. Druk op de functietoets opslaan.

    U kunt het spraakniveau afstellen tijdens
    een actieve spraakopdracht via de
    volumeregeling.
    N.B.: Als u tijdens actieve routegeleiding op
    de informatieknop drukt, wordt de laatste
    instructie voor navigatie herhaald.

    247

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 250

    Navigatie
    Navigatie en audio mengen

    De schaalverdeling kan worden ingesteld
    van 0,05 tot 500 mijl of van 50 m tot 500
    km, met een automatische instelling
    bovenaan. De automatische instelling
    verandert de schaalverdeling van de kaart
    voortdurend op basis van de rijsnelheid en
    het soort weg waarop wordt gereden.

    Met deze functie kunt u de verhouding van
    het volume tussen de audioeenheid en het
    spraakniveau van de navigatie afstellen.
    Zie Algemene informatie (bladzijde 66).
    Tolerant bestemming invoeren

    U kunt de pijltjestoetsen gebruiken om de
    weergave te veranderen naar 2D,
    bocht-per-bocht, 3D of schone weergave.

    Deze functie zoekt een aantal
    bestemmingen met een soortgelijke
    spelling dan wat u hebt ingevoerd. Dit is
    nuttig als u niet zeker weet hoe een
    bestemming wordt gespeld.

    Zoomen
    Deze functie zorgt ervoor dat automatisch
    op de kaartweergave wordt ingezoomd bij
    een afslag of het maken van ingewikkelde
    manoeuvres. Kort daarna keert de
    zoomschaal terug naar het vorige niveau
    in automatische modus.

    1. Druk op de NAV toets.
    2. Blader naar de optie om de
    bestemming in te voeren.
    3. Selecteer Tolerant voor u de gegevens
    over uw bestemming invoert en begin
    uw bestemming in te voeren.
    4. Druk op de toets OK. Het systeem
    zoekt naar bestemmingen met
    soortgelijke spelling.
    5. Gebruik de pijltjestoetsen om een
    bestemming in de lijst te selecteren en
    druk op de OK toets om uw
    bestemming te bevestigen.

    Handmatig: Druk op functietoets één en
    pas de instelling aan met de pijltoetsen
    links of rechts. Druk op OK om uw instelling
    te bevestigen.
    Automatisch: Druk op functietoets één en
    gebruik de pijltjestoetsen omhoog en
    omlaag om de automatische optie te
    selecteren. Druk op OK om uw instelling
    te bevestigen.

    Routeschermen

    Verplaatsen

    Kaartweergave

    Druk in kaartmodus op functietoets twee.
    U kunt de pijltjestoetsen op de audioeenheid nu gebruiken om over de kaart te
    bewegen.

    Druk op de MAP toets om de kaartmodus
    weer te geven. Op dit scherm wordt de
    huidige locatie van uw auto in het midden
    door middel van een pijl binnen een cirkel
    aangeduid. De pijl wijst in de rijrichting.

    Druk opnieuw op functietoets twee om
    terug te keren naar de oorspronkelijke
    weergave.

    De informatie op de bovenste regel omvat
    de naam van de actuele straat of van de
    volgende straat die moet worden genomen
    als er moet worden afgeslagen.

    Navigatiescherm
    Wanneer met een navigatieroute is
    begonnen, is het standaard scherm het
    hoofdnavigatiescherm.

    U kunt de wijze waarop de kaart wordt
    weergegeven veranderen, door in- of uit te
    zoomen en de oriëntatie-instellingen te
    wijzigen. Druk op functietoets één. De
    actuele schaalverdeling wordt op het
    display weergegeven.

    248

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 251

    Navigatie
    Zodra u via een geactiveerde route rijdt,
    worden via het scherm en d.m.v. gesproken
    tekst aanwijzingen gegeven. Naar welke
    audiobron u ook wilt luisteren, primair
    wordt iedere afslag en de informatie over
    de afstand op het scherm weergegeven in
    de vorm van een grafische inzet. U hoeft
    het toestel niet op het
    hoofdnavigatiesysteem te laten staan
    wanneer u langs een route navigeert. Druk
    op de MAP toets op elk moment om terug
    te keren naar het hoofdnavigatiescherm.
    Indien nodig kan er net wat meer
    gedetailleerde informatie over uw route
    beschikbaar zijn op het
    hoofdnavigatiescherm.

    Het SD-logo is een handelsmerk.
    De navigatie-software is gedeeltelijk
    gebaseerd op de werkzaamheden van het
    FreeType team © 2006.
    De navigatie-software is gedeeltelijk
    gebaseerd op de werkzaamheden van de
    onafhankelijke JPEG groep.

    Waarschuwing voor gevaarlijk
    punten
    Het systeem ondersteunt een
    waarschuwingsfunctie dat visuele en
    hoorbare informatie geeft over gevaarlijke
    verkeerssituaties. U kunt het systeem inen uitschakelen via het weergavemenu
    voor informatie en entertainment.
    Raadpleeg Hulpfuncties in het
    navigatiemenu.
    N.B.: Deze functie is slechts in bepaalde
    landen beschikbaar.

    Updates van navigatiekaarten
    Er zijn jaarlijkse updates van
    navigatiekaarten te koop. Neem contact
    op met een erkende dealer.

    Typegoedkeuringen

    249

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 252

    SYNC™
    ALGEMENE INFORMATIE

    SYNC is een communicatiesysteem voor
    auto's dat werkt met uw van Bluetooth
    voorziene mobiele telefoon en draagbare
    mediaspeler.



    Hiermee kunt u:
    • Oproepen maken en ontvangen
    • Muziek van uw mediaspeler openen en
    afspelen
    • Emergency Assistance gebruiken
    • Contacten in telefoonboek en muziek
    openen via spraakcommando's
    • Muziek streamen vanaf uw
    aangesloten gsm
    • Vooraf opgestelde sms'en kiezen

    Zorg dat u de gebruikshandleiding van uw
    apparaat leest voordat u dit in combinatie
    met SYNC® gebruikt.



    Ondersteuning
    Neem contact op met een erkende dealer
    voor meer ondersteuning. Ga voor meer
    informatie naar de regionale website van
    Ford.

    250

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Het geavanceerde
    spraakherkenningssysteem gebruiken
    Uw USB-apparaat laden (als uw
    apparaat dit ondersteunt).



  • Page 253

    SYNC™
    Veiligheidsinformatie

    andere gegevens bevatten over uw
    telefoonboek, tekstberichten (gelezen en
    ongelezen) en de oproepgeschiedenis. De
    gegevens bevatten tevens de
    oproepgeschiedenis terwijl uw mobiele
    telefoon niet op het systeem aangesloten
    was. Als u verbinding maakt met een
    mediaspeler creëert en bewaart het
    systeem een index van ondersteunde
    mediabestanden. Het systeem slaat ook
    een kort ontwikkelingslog van ca. 10
    minuten op van alle recente
    systeemactiviteit. Het logprofiel en andere
    systeemgegevens kunnen gebruikt worden
    ter verbetering van het systeem en ter
    ondersteuning van de diagnose in het geval
    van eventuele storingen.

    WAARSCHUWING
    Afleiding tijdens het rijden kan leiden
    tot verlies van de controle over de
    auto, aanrijdingen en letsel. We
    adviseren zeer voorzichtig te werk te gaan
    bij het gebruik van apparatuur die uw
    aandacht van de weg kunnen afleiden. Uw
    hoofdverantwoordelijkheid is de veilige
    bediening van uw auto. We raden het
    gebruik van handheld-apparaten tijdens
    het rijden af en adviseren waar mogelijk
    het gebruik van spraakgestuurde systemen.
    Zorg dat u zich bewust bent van alle
    nationale wetten met betrekking tot het
    gebruik van elektronische apparaten
    tijdens het rijden.

    Het profiel van de mobiele telefoon, de
    index van de mediaspeler en het
    ontwikkelingslogbestand blijven in het
    systeem aanwezig tenzij deze worden
    gewist. Deze zijn alleen algemeen
    toegankelijk in de auto als u uw mobiele
    telefoon of mediaspeler verbindt. Als u het
    systeem of uw auto niet langer wilt
    gebruiken, dan raden we u aan een Master
    Reset te voltooien om alle opgeslagen
    informatie te wissen. Zie Infodisplays
    (bladzijde 66).

    Bij het gebruik van SYNC:
    • Bedien geen afspeelapparatuur
    wanneer de stroomdraden of kabels
    ervan zijn gebroken, gespleten of
    beschadigd. Plaats snoeren en kabels
    voorzichtig op een plaats waar u er niet
    op kunt stappen en waar ze de werking
    van pedalen, stoelen, compartimenten
    of veilig rijden niet hinderen.
    • Laat afspeelapparatuur niet onder
    extreme omstandigheden in uw auto
    liggen, want hierdoor kan de
    apparatuur beschadigd raken. Zie de
    handleiding van uw apparaat voor
    meer informatie.
    • Probeer het systeem niet te wijzigen of
    repareren. Neem contact op met uw
    erkende dealer.

    Er is speciale uitrusting nodig voor toegang
    tot systeemgegevens. Er is tevens toegang
    nodig tot de SYNC-module van de auto.
    Ford zal geen toegang tot de
    systeemgegevens verkrijgen voor andere
    dan de beschreven doeleinden zonder
    toestemming. Voorbeelden van toegang
    tot systeemgegevens zijn een rechterlijk
    bevel of waar nodig op order van wettelijke
    uitvoerders, andere overheidsinstanties of
    derden die als wettelijke autoriteit gelden.
    Andere partijen kunnen onafhankelijk van
    ons om toegang tot de informatie vragen.
    Verdere privacygegevens zijn beschikbaar.
    Zie Toepassingen en diensten SYNC™
    (bladzijde 266).

    Privacy-informatie
    Wanneer uw mobiele telefoon op SYNC
    wordt aangesloten, dan maakt het
    systeem een profiel aan dat aan uw
    mobiele telefoon gekoppeld is. Het
    systeem maakt dit profiel aan om uw meer
    mobiele functies en een efficiëntere
    bediening te bieden. Dit profiel kan onder
    251

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 254

    SYNC™
    Wacht alvorens een spraakcommando te
    geven tot de systeemmededeling is
    geweest gevolgd door een enkele
    pieptoon. Spraakcommando's die eerder
    uitgesproken worden, zullen niet
    geregistreerd worden in het systeem.

    SPRAAKHERKENNING
    GEBRUIKEN
    Dit systeem helpt u bij de bediening van
    veel functies m.b.v. spraakcommando's.
    Hierdoor kunt u uw handen aan het
    stuurwiel houden en uw aandacht houden
    op wat er in uw omgeving gebeurt.

    Spreek natuurlijk, zonder lange pauzes
    tussen de woorden.
    U kunt het systeem op elk moment
    onderbreken terwijl het spreekt door op de
    spraaktoets te drukken. U kunt een
    spraaksessie ook annuleren door de
    spraaktoets op elk willekeurig moment
    ingedrukt te houden.

    Handige tips
    Zorg dat het interieur van de auto zo stil
    mogelijk is. Windgeruis van open ruiten en
    trillingen door het wegdek kunnen het
    correct herkennen van gesproken
    commando's door het systeem
    voorkomen.

    Een spraaksessie starten
    Druk op de spraakknop. Op het
    display verschijnt een lijst met
    beschikbare commando's.

    Zeg

    U wilt

    "Bluetooth Audio"

    Streamen van audio vanaf uw gsm.

    "Annuleren"

    Annuleren van de gevraagde actie.

    "Line-in"

    Verkrijgen van toegang tot het apparaat dat op de extra
    ingangsaansluiting aangesloten is.

    "Telefoon"

    Maken van oproepen.

    "SYNC"

    Terugkeren naar het hoodmenu.

    "USB"

    Verkrijgen van toegang tot het apparaat dat op uw USBpoort is aangesloten.

    "Spraakinstellingen"

    Aanpassen van het spraakniveau voor interactie en feedback.

    "Help"

    Horen van een lijst met gesproken commando's die
    beschikbaar zijn in de huidige modus.

    252

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 255

    SYNC™
    Systeeminteractie en -feedback

    Een hogere mate van interactie is de
    standaardinstelling om u te helpen bij het
    leren van het gebruik van het systeem. U
    kunt deze instellingen op elk willekeurig
    moment wijzigen.

    Het systeem geeft feedback aan de hand
    van akoestische tonen, propmts, vragen
    en gesproken bevestigingen, afhankelijk
    van de situatie en het gekozen
    interactieniveau. U kunt het
    spraakherkenningssysteem zodanig
    aanpassen dat dit meer of minder
    instructies en feedback geeft.

    Het interactieniveau aanpassen
    Druk op de spraakknop. Zeg
    "Spraakinstellingen" bij een
    prompt en kies daarna een van
    de volgende opties:

    U zegt

    Het systeem zal

    "Dialoogmodus gevorderden"

    Minder akoestische interactie en meer
    toonprompts geven.

    "Dialoogmodus standaard"

    Uitgebreide interactie en begeleiding geven.

    Het systeem schakelt standaard de dialoogmodus standaard in.
    Druk op de spraaktoets om de instelling
    voor bevestigingsprompt te wijzigen. Zeg
    "Spraakinstellingen" bij een prompt en kies
    daarna een van de volgende opties:

    Bevestigingsprompts zijn korte vragen die
    het systeem stelt wanneer uw verzoek niet
    duidelijk is of wanneer er meer dan één
    reactie op uw verzoek mogelijk is. Het
    systeem kan bijvoorbeeld vragen of het
    commando "phone" correct is.
    U zegt

    Het systeem zal

    "Bevestiging uit"

    Maakt de meest waarschijnlijke keuze op
    basis van het commando. Er kan soms toch
    gevraagd worden de instellingen te bevestigen.

    "Bevestiging aan"

    Uw gesproken commando verduidelijken
    met een korte vraag.
    Zeg bijvoorbeeld "één" na de toon om Jan
    Jansen thuis te bellen. Zeg "twee" na de
    toon om Jan Jansen mobiel te bellen. Zeg
    "drie" na de toon om de vrouw van Jan
    Jansen thuis te bellen.

    Het systeem maakt een optielijst aan
    indien er op basis van uw gesproken
    commando's meerdere mogelijkheden zijn.
    Als dit is ingeschakeld, kan het systeem u
    tot vier mogelijkheden om verduidelijking
    vragen.

    253

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 256

    SYNC™
    Dezelfde logica geldt voor media-inhoud.
    Zeg bijvoorbeeld "één" na de toon om Jan
    Jansen af te spelen. Zeg "twee" na de toon

    om Jan Jansen af te spelen. Zeg "drie" na
    de toon om de vrouw van Jan Jansen af te
    spelen.

    U zegt

    Het systeem zal

    "Media kandidatenlijst uit"

    Maakt de meest waarschijnlijke keuze uit
    de media-optielijst. Het systeem kan u af
    en toe vragen stellen.

    "Media kandidatenlijst aan"

    Uw gesproken commando voor mediaopties verduidelijken.

    "Telefoon kandidatenlijst uit"

    Maakt de meest waarschijnlijke keuze uit
    de optielijst van de gsm. Het systeem kan
    u af en toe vragen stellen.

    "Telefoon kandidatenlijst aan"

    Verduidelijkt uw gesproken commando voor
    gsm-opties.




    Spraakinstellingen wijzigen
    U kunt de spraakinstellingen wijzigen met
    behulp van de informatie- en
    entertainmentdisplay.

    Andere functies zoals het versturen van
    een tekstbericht (sms) met behulp van
    Bluetooth en Automatic phonebook
    download (telefoonboek automatisch
    downloaden) zijn telefoonafhankelijke
    functies. Zie de handleiding van uw
    mobiele telefoon of ga naar uw lokale Ford
    website om de compatibiliteit van het
    toestel te controleren.

    1. Druk op de MENU toets.
    2. Selecteer SYNC-Instelling.
    3. Selecteer Spraakinstell..

    SYNC™ GEBRUIKEN MET
    TELEFOON

    Mobiele telefoon voor het eerst
    koppelen

    Handsfree bellen is een van de
    hoofdfuncties van SYNC. Ondadnks dat
    het systeem een verscheidenheid aan
    functies ondersteunt, zijn veel functies
    afhankelijk van de mobiele telefoon zelf.

    N.B.: Schakel het contact en de radio in.
    N.B.: Druk op de pijl omhoog of omlaag op
    uw audiosysteem om door de menu's te
    scrollen.

    De meeste mobiele telefoons met de
    draadloze Bluetooth-technologie
    ondersteunen de volgende functies:
    • Een inkomend gesprek beantwoorden.
    • Een gesprek beëindigen.
    • De privacy-modus gebruiken.
    • Een nummer kiezen.

    Door uw mobiele telefoon draadloos te
    verbinden met het systeem kunt u
    handsfree bellen en gebeld worden.

    254

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Nummer herhalen.
    Melding gesprek in wacht.
    Beller-ID.



  • Page 257

    SYNC™
    1.

    Zorg dat de Bluetooth-functie op uw
    mobiele telefoon ingeschakeld is
    voordat het zoeken wordt gestart.
    Raadpleeg zo nodig de handleiding van
    het apparaat.
    2. Druk op de toets PHONE. Als de
    display van de audio-unit aangeeft dat
    geen telefoons zijn gekoppeld,
    selecteer dan de optie Toevoegen.
    3. Wanneer een bericht voor het beginnen
    met koppelen in de display van de
    audio-unit wordt weergegeven, zoek
    dan naar SYNC op uw mobiele telefoon
    om de koppelingsprocedure te starten.
    4. Voer indien gevraagd in de display van
    uw mobiele telefoon de PIN van zes
    tekens, verstrekt door het systeem, in
    de display van de audio-unit in. In de
    display wordt aangeduid wanneer de
    koppeling met succes is voltooid.

    N.B.: Druk op de pijl omhoog of omlaag op
    uw audiosysteem om door de menu's te
    scrollen.

    Afhankelijk van de capaciteit van uw
    mobiele telefoon en uw markt, kan het
    systeem u vragen stellen zoals het instellen
    van de huidige mobiele telefoon als
    primaire telefoon (de mobiele telefoon
    waarmee het systeem automatisch
    verbinding probeert te maken na het
    inschakelen van het contact), het
    downloaden van uw telefoonboek, etc.

    7.

    1.

    2.
    3.
    4.
    5.
    6.

    Zorg dat de Bluetooth-functie op uw
    mobiele telefoon ingeschakeld is
    voordat het zoeken wordt gestart.
    Raadpleeg zo nodig de handleiding van
    het apparaat.
    Druk op de toets PHONE.
    Selecteer de optie voor
    Bluetooth-apparatuur.
    Druk op de toets OK.
    Selecteer de optie Toevoegen. Het
    koppelingsproces wordt gestart.
    Wanneer een bericht voor het beginnen
    met koppelen in de display van de
    audio-unit wordt weergegeven, zoek
    dan naar SYNC op uw apparaat om de
    koppelingsprocedure te starten.
    Voer indien gevraagd in de display van
    uw mobiele telefoon de PIN van zes
    tekens, verstrekt door het systeem, in
    de display van de audio-unit in. In de
    display wordt aangeduid wanneer de
    koppeling met succes is voltooid.

    Het systeem kan vragen stellen die
    betrekking hebben op het instellen van de
    huidige mobiele telefoon als primaire
    mobiele telefoon, downloaden van het
    telefoonboek enz.

    Meer mobiele telefoons koppelen
    N.B.: Schakel het contact en de radio in.

    Spraakcommando's mobiele telefoon
    "Telefoon"

    "Call <naam>"

    "Handsfree uit"

    1

    "<naam> thuis bellen"

    "Pauzeren"

    1

    1

    "<name> op het werk bellen"
    "<naam> op kantoor bellen"

    1

    "Conferentie"
    2,4

    "Menu"

    255

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 258

    SYNC™
    "Telefoon"

    "<naam> op GSM bellen"

    1

    2

    "Telefoonboek <naam>"
    1

    "<naam> op ander nummer bellen"
    "Ontvangen oproepen"
    "Gemiste oproepen"
    "Gekozen"

    "Telefoonboek <naam> thuis"

    2

    2

    "Telefoonboek <naam> op kantoor"

    2

    2

    "Telefoonboek <naam> op het werk"

    2

    "Verbindingen"

    2

    "Telefoonboek <naam> op GSM"
    "Telefoonboek <naam> op ander

    2

    nummer"

    2

    -

    1,3

    "Kiezen"
    1

    2

    Bij deze commando's hoeft u niet eerst "Phone" te zeggen.

    2

    Deze commando's zijn niet beschikbaar tot de telefooninformatie volledig met behulp
    van Bluetooth is gedownload.
    3

    Zie de tabel Kiezen hierna.

    4

    Zie de tabel Menu hierna.

    Telefoonboekcommando's
    Wanneer u het systeem vraagt om toegang
    tot een naam, nummer, etc. in het
    telefoonboek, dan wordt de gevraagde
    informatie in de display van de audio-unit
    weergegeven. Druk op de spraaktoets en
    zeg "Bellen" om de contactpersoon te
    bellen.
    "Dial"

    "112" (een een twee), etc.
    "700" (zevenhonderd)
    "800" (achthonderd)
    "900" (negenhonderd)
    "Pond", (#)
    "Nummer <0-9>"

    256

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 259

    SYNC™
    "Dial"

    "Asterisk" (*)
    "Alles wissen" (verwijdert alle ingevoerde tekens)
    "Wissen" (verwijdert een teken)
    "Plus"
    "Sterretje"
    N.B.: Om de kiesmodus te verlaten, houdt
    u de toets Phone ingedrukt en drukt u op
    een willekeurige toets op op de audio-unit.
    "Menu"

    "(Telefoon) verbindingen"
    "SMS melden uit"
    "SMS melden aan"
    "Beltoon instellen"
    "Beltoon 1 instellen"
    "Beltoon 2 instellen"
    "Beltoon 3 instellen"
    "Beltoon (telefoon) uit"
    "Telefoonnaam"
    "Tekstberichten inbox"
    Woorden tussen haakjes zijn optioneel en hoeven niet gezegd te worden om het systeem
    het commando te laten begrijpen.
    Om het laatst genoemde cijfer te wissen,
    zegt u "delete (wissen)" of drukt u op de
    pijl naar links op de audio-unit. Om alle
    genoemde cijfers te verwijderen, zegt u
    "clear (verwijderen)" of houdt u de pijl naar
    links op de audio-unit ingedrukt.

    Bellen
    1.

    Druk op de spraaktoets en, wanneer dit
    gevraagd wordt, zeg "Call <name>"
    (Bel <naam>" of "dial (kiezen)"
    gevolgd door een nummer.
    2. Wanneer het systeem het nummer
    bevestigt, zeg dan nogmaals "kiezen"
    om te bellen.

    257

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 260

    SYNC™
    Telefoonopties tijdens een actief
    gesprek

    Om het gesprek te beëindigen, drukt u op
    de toets End call (Einde) op het stuurwiel
    of selecteert u de optie End call (Einde) in
    de display van de audio-unit en drukt u op
    OK.

    Tijdens een actief gesprek heeft u extra
    menufuncties tot uw beschikking, zoals
    een gesprek in de wacht zetten,
    gesprekken samenvoegen, etc.

    Een telefoongesprek
    beantwoorden

    Kies voor toegang tot dit menu één van de
    beschikbare opties onderaan de display
    van de audio-unit of selecteer de optie voor
    meer.

    Wanneer u wordt gebeld, kunt u:
    • Beantwoord de oproep door op de
    toets Gesprek aannemen op het stuur
    te drukken of de optie voor aannemen
    van een gesprek te selecteren in de
    display van de audio-unit. Druk op de
    toets OK.
    • Weiger de oproep door op de toets
    Gesprek weigeren op het stuur te
    drukken of de optie voor weigeren van
    een gesprek te selecteren in de display
    van de audio-unit. Druk op de toets OK.
    • De oproep negeren door niets te doen.
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Mic. uit

    De microfoon van uw auto uitschakelen. Selecteer de optie
    opnieuw om de microfoon in te schakelen.

    Privé

    Een gesprek van een actieve handsfree omgeving overschakelen naar uw mobiele telefoon voor een meer privé
    gesprek.
    Indien geselecteerd geeft de display van de audio-unit aan
    dat het gesprek privé is.

    Pauze

    Een actief gesprek in de wacht zetten.
    Indien geselecteerd geeft de display van de audio-unit aan
    dat het gesprek in de wacht is gezet.

    Nummer kiezen

    Nummers invoeren, bijvoorbeeld nummers voor wachtwoorden, met behulp van het numierieke toetsenbord van
    het systeem.

    Conferentie

    Twee afzonderlijke gesprekken samenvoegen. Het systeem
    ondersteunt maximaal drie bellers in een meervoudig
    gesprek of conferentiegesprek.
    1. Selecteer de optie voor meer.

    258

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 261

    SYNC™
    Na het selecteren van

    Kunt u

    2. Verkrijg toegang tot het gewenste contact via het
    systeem of gebruik spraakcommando's om de tweede
    oproep te plaatsen. Indien het tweede gesprek actief is,
    selecteert u de optie Meer.
    3. Navigeer naar de optie om gesprekken samen te voegen
    en druk op de toets OK.
    Telefoonboek

    Toegang tot de contacten in uw telefoonboek verkrijgen.
    1. Selecteer de optie voor meer.
    2. Navigeer naar de optie voor telefoonboek en druk op de
    toets OK.
    3. Scrol door de contacten in uw telefoonboek.
    4. Druk nogmaals op OK wanneer de gewenste selectie
    in de display van de audio-unit wordt weergegeven.
    5. Druk op de toets OK of "Kiezen" om de selectie te bellen.

    Oproeplijsten

    Toegang tot uw oproeplijsten verkrijgen.
    1. Selecteer de optie voor meer.
    2. Navigeer naar de optie voor het weergeven van
    oproeplijsten en druk op de toets OK.
    3. Scrol door de opties in oproeplijsten (ontvangen,
    gekozen of gemiste).
    4. Druk nogmaals op OK wanneer de gewenste selectie
    in de display van de audio-unit wordt weergegeven.
    5. Druk op de toets OK of "Kiezen" om de selectie te bellen.
    1.

    Druk op de toets PHONE om het
    telefoonmenu te openen.
    2. Selecteer een van de beschikbare
    opties.

    Toegangsfuncties via het
    telefoonmenu
    U kunt toegang tot uw oproeplijsten en
    telefoonboek verkrijgen, tekstberichten
    versturen en toegang tot de telefoon- en
    systeeminstellingen verkrijgen. Ook kunt u
    toegang tot geavanceerde functies zoals
    noodhulpoproep verkrijgen.
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Nummer kiezen

    Een nummer kiezen met behulp van het numerieke toetsenbord van het audiosysteem.

    Opnieuw kiezen

    Het laatst gebelde nummer herhalen (indien beschikbaar).
    Druk op de toets OK om te selecteren.

    1,2

    Telefoonboek

    Toegang verkrijgen tot uw gedownloade telefoonboek.

    259

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 262

    SYNC™
    Na het selecteren van

    Kunt u

    1. Druk op de toets OK om te bevestigen en in te voeren.
    U kunt de opties onderaan het scherm gebruiken om snel
    toegang tot een alfabetische categorie te verkrijgen. U
    kunt ook de lettes op het toetsenbord gebruiken om snel
    naar een bepaalde letter in de lijst te gaan.
    2. Scrol door de contacten in uw telefoonboek.
    3. Druk nogmaals op OK wanneer de gewenste selectie
    in de display van de audio-unit wordt weergegeven.
    4. Druk op de toets OK of "Kiezen" om de selectie te bellen.
    Oproeplijsten

    Toegang verkrijgen tot uitgaande, ingaande of gemiste
    oproepen.
    1. Druk op de toets OK om te selecteren.
    2. Scrol om te selecteren uit Ontvangen oproepen, Gekozen
    oproepen of Gemiste oproepen. Druk op de toets OK om
    uw keuze te maken.
    3. Druk op de toets OK of "Kiezen" om de selectie te bellen.
    Het systeem probeert automatisch uw telefoonboek en
    de oproeplijst opnieuw te downloaden wanneer uw
    mobiele telefoon wordt verbonden met het systeem. U
    dient de functie voor automatisch downloaden in te
    schakelen wanneer uw mobiele telefoon deze functie
    ondersteunt.

    1

    Snelkeuze

    Een van de tien ingevoerde snelkeuzes selecteren. Om een
    snelkeuze in te voeren, gaat u naar het telefoonboek en
    houdt u een van de nummers op het numerieke toetsenbord van het audiosysteem ingedrukt.

    SMS

    Tekstberichten verzenden, downloaden en verwijderen.

    BT-apparaten

    Verkrijg toegang tot de optie voor menu-items van Bluetooth-apparaten (toevoegen, verbinden, als primair
    instellen, aan of uit, verwijderen).

    1

    Tel.instellingen

    1

    Noodhulpoproep
    1

    Verschillende instellingen en functies van uw mobiele
    telefoon bekijken.
    Schakel de functie SYNC-noodhulpoproep in of uit.

    Dit is een telefoonafhankelijke functie.
    Met het systeem kunt u tekstberichten
    ontvangen, versturen, downloaden en
    verwijderen. Het systeem kan tevens
    ontvangen tekstberichten lezen, zodat u
    uw ogen niet van de weg hoeft te nemen.

    Tekstberichten
    N.B.: Dit is een telefoonafhankelijke functie.

    260

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 263

    SYNC™
    Een tekstbericht ontvangen

    Uw tekstberichten versturen,
    downloaden en verwijderen

    N.B.: Uw mobiele telefoon moet het
    downloaden van tekstberichten met behulp
    van Bluetooth ondersteunen om
    tekstberichten te kunnen ontvangen.

    1. Druk op de toets PHONE.
    2. Selecteer de optie voor tekstberichten
    en druk op de toets OK.

    N.B.: Per tekstbericht is slechts één
    ontvanger toegestaan.

    Er wordt een lijst met beschikbare
    tekstberichten weergegeven.

    Wanneer een nieuw bericht ontvangen
    wordt, weerklinkt een toon en geeft de
    display van de audio-unit aan dat u een
    nieuwe bericht heeft.

    U kunt uit de volgende opties kiezen:
    • New Hiermee kunt u een nieuw
    tekstbericht versturen op basis van een
    vooraf gedefinieerde set van 15
    berichten.
    • Weerg. Hiermee kunt het hele bericht
    lezen en wordt bovendien de optie
    gegeven om het bericht door het
    systeem te laten voorlezen. Selecteer
    de meeroptie om naar het volgende
    bericht te gaan. Op deze manier kunt
    u de afzender beantwoorden, de
    afzender bellen of het bericht
    doorsturen.
    • Wissen Hiermee kunt u de huidige
    tekstberichten van het systeem
    verwijderen (niet van uw mobiele
    telefoon). De display van de audio-unit
    geeft aan wanneer alle tekstberichten
    zijn gewist.
    • More Hiermee kunt u alle berichten
    wissen of handmatig het downloaden
    van alle ongelezen berichten van uw
    mobiele telefoon activeren.

    U heeft de volgende opties:
    • Selecteer de luisteroptie om het
    systeem het bericht te laten voorlezen.
    • Selecteer de bekijkoptie om het
    tekstbericht te openen. Selecteer de
    negeeroptie of doe niets om het
    tesktbericht in het postvak IN te
    plaatsen. Nadat er geselecteerd is,
    heeft u de mogelijkheid het bericht te
    laten voorlezen, andere berichten weer
    te geven of de optie Meer te selecteren.
    • Druk op de spraaktoets en zeg "SMS
    voorlezen".
    • Selecteer de meeroptie en gebruik de
    pijltoetsen om door meer functies te
    navigeren. Kies uit de volgende opties:
    • Afzender antw.: Druk op de toets
    OK voor toegang tot de vooraf
    gedefineerde berichten die u kunt
    versturen en scrol vervolgens door
    de lijst.
    • Afzender bellen: Druk op de toets
    OK om de afzender van het bericht
    te bellen.
    • SMS doorsturen: Druk op de toets
    OK om het bericht door te sturen
    naar iemand in uw telefoonboek of
    oproeplijsten. U kunt ook ervoor
    kiezen een nummer in te voeren.

    Als u de optie voor het verzenden van een
    tekstbericht selecteert, wordt een lijst met
    vooraf gedefinieerde berichten
    weergegeven in de display van de
    audio-unit.
    Een tekstbericht versturen
    1.

    261

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Selecteer de optie Zenden wanneer de
    gewenste selectie in de display van de
    audio-unit gemarkeerd wordt
    weergegeven.



  • Page 264

    SYNC™
    Toegang tot uw telefooninstellingen

    2. Selecteer de bevestigingsoptie
    wanneer de contactpersoon wordt
    weergegeven en druk nogmaals op de
    toets OK om te bevestigen wanneer
    het systeem u vraagt of u een bericht
    wilt versturen. Ieder tekstbericht wordt
    verstuurd met een vooraf gedefinieerde
    handtekening.
    N.B.: U kunt tekstberichten versturen door
    een contactpersoon uit het telefoonboek te
    kiezen en de tekstoptie in de display van de
    audio-unit te selecteren of door een
    ontvangen bericht in de inbox te
    beantwoorden.

    Dit zijn telefoonafhankelijke functies. Met
    uw telefooninstellingen kunt u toegang tot
    functies (zoals uw beltoon of
    tekstberichtmelding) verkrijgen en deze
    aanpassen, uw telefoonboek wijzigen en
    automatisch downloaden instellen.
    1. Druk op de toets PHONE.
    2. Navigeer tot de optie voor
    telefooninstellingen verschijnt en druk
    vervolgens op de toets OK.
    3. Scrol om een van de volgende opties
    te selecteren:

    Na het selecteren van

    Kunt u

    Inst. als hoofd

    Als deze optie wordt aangevinkt, gebruikt het systeem
    deze mobiele telefoon als primaire telefoon wanneer er
    meerdere mobiele telefoons aan het systeem zijn gekoppeld. Deze optie kan gewijzigd worden voor alle gekoppelde mobiele telefoons (niet alleen voor de actieve telefoon) via het menu Bluetooth-apparaten.

    Status telefoon

    De naam van de mobiele telefoon, de naam van de
    provider, het nummer van de mobiele telefoon, de
    signaalsterkte en het batterijniveau bekijken.
    Hierna kunt u op de pijl naar links drukken om terug te
    keren naar het telefoonstatusmenu.

    Beltoon inst.

    De beltoon voor een ingaande oproep selecteren (een van
    het systeem of een van uw mobiele telefoon).
    1. Druk op de toets OK om te selecteren en te navigeren
    om iedere beltoon te beluisteren.
    2. Druk op de toets OK om te selecteren.
    Als uw mobiele telefoon in-band beltonen ondersteunt,
    dan klinkt de beltoon van uw mobiele telefoon als "Beltoon
    mobiele telefoon" is gekozen.

    SMS melden

    De optie kiezen om een toon te horen die u over een
    ontvangen tekstbericht informeert.
    1. Druk op de toets OK om de toon in of uit te schakelen.

    Inst. tel.boek

    De inhoud van uw telefoonboek aanpassen (bijvoorbeeld
    toevoegen, verwijderen, downloaden). Druk op de toets
    OK om te selecteren en scrol tussen:

    262

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 265

    SYNC™
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Contacten toevoegen: Druk op de toets OK om meer
    contacten van uw telefoonboek toe te voegen. "Push" de
    gewenste contacten van uw mobiele telefoon. Zie de
    handleiding van uw apparaat voor informatie over de
    "push" van contacten.
    Delete (wissen): Druk op de toets OK om het huidige
    telefoonboek en de oproeplijsten te verwijderen. Als een
    bericht verschijnt waarin wordt gevraagd om te wissen,
    selecteer dan de optie voor bevestigen. Het systeem keert
    terug naar het menu voor telefooninstellingen.
    Nu downloaden: Druk op de toets OK om uw telefoonboek te selecteren en naar het systeem te downloaden.
    Auto-download: Deze optie om uw telefoonboek automatisch te downloaden wanneer uw mobiele telefoon
    verbinding maakt met het systeem kunt u in- of uitschakelen. De duur van het downloaden is afhankelijk van de
    mobiele telefoon en de hoeveelheid.
    Wanneer automatisch downloaden ingeschakeld is,
    worden eventueel opgeslagen wijzigingen, toevoegingen
    of verwijderingen in het systeem sinds uw laatste download verwijderd.
    Als automatisch downloaden is uitgeschakeld, wordt uw
    telefoonboek niet gedownload wanneer uw mobiele
    telefoon worden verbonden met het systeem.
    Toegang tot uw telefoonboek, oproeplijsten en tekstberichten is alleen mogelijk wanneer uw gekoppelde mobiele
    telefoon met het systeem verbonden is.
    Menu-opties Bluetooth-apparaten

    Bluetooth-apparaten

    1. Druk op de toets PHONE.
    2. Navigeer tot de optie voor
    Bluetooth-apparaten verschijnt en druk
    vervolgens op de toets OK.
    3. Scrol om een van de volgende opties
    te selecteren:

    Dit menu biedt toegang tot uw
    Bluetooth-apparaten. Gebruik de
    pijltoetsen om door de menu-opties te
    scrollen. Via het menu kunt u apparaten
    toevoegen, verbinden en verwijderen en
    een mobiele telefoon als primaire telefoon
    instellen.
    Na het selecteren van

    Toevoegen

    Kunt u

    Extra mobiele telefoons aan het systeem koppelen.
    1. Selecteer de optie Toevoegen om de koppelingsprocedure te starten.

    263

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 266

    SYNC™
    Na het selecteren van

    Kunt u

    2. Wanneer een bericht voor het beginnen met koppelen
    in de display van de audio-unit wordt weergegeven, zoek
    dan naar SYNC op uw mobiele telefoon. Raadpleeg zo
    nodig de handleiding van het apparaat.
    3. Voer indien gevraagd in de display van uw mobiele
    telefoon de PIN van zes tekens, verstrekt door het systeem,
    in de display van de audio-unit in. In de display wordt
    aangeduid wanneer de koppeling met succes is voltooid.
    4. Als de optie voor het instellen van de mobiele telefoon
    als primaire telefoon verschijnt, selecteer dan Ja of Nee.
    5. Afhankelijk van de functionaliteit van uw mobiele telefoon, kunnen er andere vragen worden gesteld (bijvoorbeeld of u uw telefoonboek wilt downloaden). Selecteer
    Ja of Nee om uw antwoord te bevestigen.
    Wissen

    Een gekoppelde telefoon verwijderen.
    Selecteer de optie voor verwijderen en bevestig wanneer
    het systeem vraagt het geselecteerde apparaat te verwijderen. Nadat een mobiele telefoon uit de lijst verwijderd
    is, kan de mobiele telefoon alleen verbonden worden door
    het volledige koppelingsproces opnieuw uit te voeren.

    Hoofd

    Een eerder gekoppelde mobiele telefoon als primaire
    mobiele telefoon instellen.
    Selecteer de optie voor primaire telefoon om de primaire
    mobiele telefoon te bevestigen.
    Het systeem probeert een verbinding te maken met de
    primaire mobiele telefoon wanneer de auto op contact
    wordt gezet. Wanneer een mobiele telefoon als primaire
    telefoon geselecteerd wordt, dan wordt deze als eerste
    in de lijst weergegeven en gemarkeerd met een asterisk.

    Verb.

    Een eerder gekoppelde mobiele telefoon verbinden. U kunt
    slechts met een mobiele telefoon per keer verbinding
    maken om gebruik te maken van de functionaliteit van de
    mobiele telefoon. Wanneer er met een andere telefoon
    verbinding wordt gemaakt, wordt de verbinding met de
    vorige mobiele telefoon voor de telefoondiensten
    verbroken. Met het systeem kunt u tegelijkertijd verschillende Bluetooth-apparaten gebruiken voor de functionaliteit van de mobiele telefoon en de functie Bluetooth audio
    afspelen.

    264

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 267

    SYNC™
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Selecteer deze optie om verbinding te maken met de
    geselecteerde, eerder gekoppelde mobiele telefoon.
    Ontkp.

    De geselecteerde mobiele telefoon ontkoppelen. Selecteer
    deze optie en bevestig als hierom wordt gevraagd. Nadat
    een mobiele telefoon ontkoppeld is, kan hiermee weer
    verbinding worden gemaakt zonder de volledige koppelingsprocedure opnieuw te hoeven uitvoeren.
    2. Selecteer de optie SYNC-instellingen
    en druk op de toets OK.

    Systeeminstellingen
    1.

    Druk op de MENU toets.
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Bluetooth aan

    Deze optie in- of uitschakelen om de Bluetooth-interface
    van het systeem in of uit te schakelen. Selecteer deze optie
    druk vervolgens op de toets OK om de status van de optie
    te wijzigen.

    Standaard inst.

    Terugkeren naar de standaardinstellingen. Bij deze selectie
    wordt uw geïndexeerde informatie (telefoonboek,
    oproeplijsten, tekstberichten en gekoppelde apparaten)
    niet gewist.
    Selecteer deze optie en bevestig wanneer Set defaults?
    (Standaard inst.?) in de display van de audio-unit
    verschijnt.

    Volledige reset

    Alle informatie die op het systeem is opgeslagen (telefoonboek, oproeplijsten, tekstberichten en gekoppelde apparaten) volledig wissen en naar de standaardinstellingen
    terugkeren.
    Selecteer deze optie en bevestig wanneer Master reset?
    (Volledige reset?) in de display van de audio-unit
    verschijnt. De display duidt aan wanneer dit voltooid is en
    het systeem keert terug naar het menu SYNC-instellingen.

    Install. in SYNC

    Gedownloade applicaties of software-updates installeren.
    Selecteer deze optie en bevestig wanneer Install on
    SYNC (Install. in SYNC) in de display van de audio-unit
    verschijnt. Er moet een geldige SYNC-applicatie of -update
    op de USB-drive beschikbaar zijn om de installatie met
    succes te kunnen voltooien.

    265

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 268

    SYNC™
    Na het selecteren van

    Kunt u

    Systeeminfo.

    Het versienummer en serienummer van het systeem
    weergeven.
    Druk op de toets OK om te selecteren.

    Spraakinstell.

    Het submenu voor spraakinstellingen bevat verschillende
    opties. Zie Spraakherkenning gebruiken (bladzijde 252).

    USB doorzoeken

    De actuele menustructuur van het verbonden USB-apparaat doorzoeken. Druk op de toets OK en gebruik de pijlen
    omhoog en omlaag om door de mappen en bestanden te
    scrollen. Gebruik de pijlen naar link en rechts om een map
    te openen en sluiten. Media-inhoud in dit menu kan direct
    voor afspelen geselecteerd worden.

    Noodhulpoproep

    De functie noodhulpoproep in- of uitschakelen. Zie
    Toepassingen en diensten SYNC™ (bladzijde 266).
    WAARSCHUWINGEN

    TOEPASSINGEN EN DIENSTEN
    SYNC™

    Het systeem probeert geen
    noodhulpoproep te doen als de
    instelling voor de functie
    voorafgaand aan een aanrijding niet op
    Aan (On) staat ingesteld.,Dit kan
    resulteren in een vertraagde reactietijd,
    waardoor het risico op ernstig letsel of
    overlijden mogelijk groter is. Wacht niet tot
    het systeem een noodoproep verricht als
    u dit zelf kunt doen. Bel direct de
    noodhulpdiensten om een vertraging in de
    reactietijd te voorkomen. Als u u binnen vijf
    seconden na de aanrijding geen Emergency
    Assistance hoort, is het systeem of de gsm
    mogelijk beschadigd of buiten werking.

    1.

    Druk op de knop MENU om het menu
    van het systeem te openen.
    2. Blader naar SYNC-Applicaties en
    druk op OK.
    Er verschijnt een lijst met beschikbare
    applicaties. Elke applicatie kan zijn eigen
    specifieke instellingen hebben.

    SYNC Emergency Assistance
    WAARSCHUWINGEN
    Voor de werking van deze functie
    moet uw gsm over Bluetooth
    beschikken en compatibel zijn met
    het systeem.

    N.B.: Zorg voordat u deze functie inschakelt
    dat u de belangrijke informatie in de Privacy
    Notice Emergency Assistance verderop in
    dit hoofdstuk leest.

    Zorg ervoor dat uw gsm zich op een
    veilige plek in uw auto bevindt. Als
    dit niet gebeurt, kan dit tot ernstig
    letsel of beschadiging van de gsm leiden,
    waardoor deze functie mogelijk niet correct
    werkt.

    266

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 269

    SYNC™
    N.B.: Wanneer u deze functie in- of
    uitschakelt, is die instelling van toepassing
    op alle gekoppelde gsm's. Als u deze functie
    hebt uitgeschakeld en een eerder
    gekoppelde telefoon verbinding maakt
    wanneer u het contact aanzet, wordt een
    spraakbericht afgespeeld, een bericht of
    pictogram weergegeven op het scherm of
    beide.

    Uit met een gesproken herinnering zorgt
    voor een herinnering in de display en een
    gesproken herinnering wanneer uw gsm
    wordt aangesloten en het contact wordt
    ingeschakeld.
    Uit zonder een gesproken herinnering zorgt
    alleen voor een herinnering in de display
    wanneer uw gsm wordt aangesloten.
    Voor een correcte werking van Emergency
    Assistance:
    • Het systeem moet van spanning
    worden voorzien en correct werken ten
    tijde van de aanrijding en gedurende
    de activering en het gebruik van de
    functie.
    • U moet de functie inschakelen voor een
    botsing.
    • Er moet een gsm op het systeem
    aangesloten zijn.
    • In bepaalde landen kan het nodig zijn
    om een geldige en geregistreerde
    SIM-kaart met belkrediet te hebben
    om een noodoproep te plaatsen en uit
    te voeren.
    • Een aangesloten gsm moet ten tijde
    van het ongeval een oproep kunnen
    verrichten.
    • De netwerkdekking, batterijlading en
    signaalsterkte van de aangesloten gsm
    moeten voldoende zijn.
    • Uw auto moet over accuspanning
    beschikken.

    N.B.: Elke gsm werkt anders. Deze functie
    werkt bij de meeste gsm's, maar sommige
    gsm's kunnen problemen ondervinden bij
    het gebruik van deze functie.
    N.B.: Zorg dat u vertrouwd bent met de
    informatie over het activeren van de airbag.
    Zie Aanvullend veiligheidssysteem
    (bladzijde 25).
    Als een airbag wordt geactiveerd of de
    brandstofpomp wordt uitgeschakeld bij
    een botsing, kan het systeem contact
    opnemen met de hulpdiensten door 112 te
    kiezen (het draadloze noodnummer dat in
    de meeste Europese landen werkt) via een
    gekoppelde en verbonden gsm. Ga voor
    meer informatie over het systeem en
    Emergency Assistance naar de regionale
    website van Ford.

    Emergency Assistance in- en
    uitschakelen
    1.

    Druk op de toets PHONE om het
    gsm-menu te openen.
    2. Selecteer de optie Emergency
    Assistance en druk op OK.
    3. Selecteer de gewenste optie en druk
    op OK.

    N.B.: Deze functie werkt alleen in een
    Europees land of regio waar SYNC
    Emergency Assistance de lokale
    hulpdiensten kan bellen. Ga naar uw lokale
    Ford website voor meer informatie.

    Displayopties
    Als u deze functie inschakelt, verschijnt er
    een bevestigingsbericht op het display.
    Als u deze functie uitschakelt, verschijnt er
    een dialoogvenster op het display, waarin
    u een gesproken herinnering kunt instellen.

    267

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 270

    SYNC™
    In het geval van een aanrijding

    Tijdens een oproep:
    • Emergency Assistance maakt gebruik
    van informatie van het GPS van de
    auto of het gsm-netwerk (indien
    beschikbaar) om de meest geschikte
    taal te selecteren. Het waarschuwt ook
    de medewerker van de noodhulpdienst
    dat er een botsing is geweest en geeft
    het introductiebericht. Dit bericht kan
    ook de GPS-coördinaten van uw auto
    omvatten.
    • De taal die het systeem gebruikt voor
    interactie met de inzittenden van de
    auto kan verschillen van de taal die
    gebruikt wordt om informatie aan de
    telefonist(e) van de noodhulpdienst
    door te geven.
    • Na het introductiebericht wordt de
    spraaklijn geopend, zodat u handenvrij
    kunt praten met de medewerker van
    de noodhulpdienst.
    • Wanneer de lijn geopend wordt, dient
    u erop voorbereid te zijn om informatie
    over uw naam, telefoonnummer en
    locatie te verstrekken.

    N.B.: Niet bij elke botsing wordt de airbag
    geactiveerd of de brandstofpomp
    uitgeschakeld (waardoor Emergency
    Assistance kan worden ingeschakeld). Als
    de Emergency Assistance echter geactiveerd
    wordt, probeert het systeem contact op te
    nemen met de noodhulpdiensten. Als een
    verbonden gsm beschadigd wordt of de
    verbinding met het systeem wordt
    verbroken, zoekt het en probeert het
    verbinding te maken met een beschikbare
    reeds gekoppelde gsm. Het systeem
    probeert 112 te kiezen.
    Vóór de oproep:
    • Als u de oproep niet annuleert en SYNC
    erin slaagt een oproep te maken, wordt
    een introductiebericht afgespeeld voor
    de medewerker van de noodhulpdienst.
    Na dit bericht is er handenvrije
    communicatie tussen de inzittenden
    van de auto en de medewerker.
    • Het systeem zorgt voor een kort
    tijdvenster (ca. 10 seconden) waarin
    de oproep geannuleerd kan worden.
    Als u de oproep niet annuleert, probeert
    het systeem 112 te kiezen.
    • Het systeem speelt een bericht af,
    zodat u weet wanneer het een
    noodoproep probeert te maken. U kunt
    de oproep annuleren door het
    betreffende pictogram in het display
    te selecteren of door op de knop voor
    het beëindigen van de oproep op uw
    gsm te drukken.

    N.B.: Terwijl het systeem informatie geeft
    aan de medewerker van de noodhulpdienst,
    speelt het systeem een bericht af, zodat u
    weet dat er belangrijke informatie wordt
    verzonden. Daarna wordt u gemeld wanneer
    de lijn geopend is om de handenvrije
    communicatie te starten.
    N.B.: Tijdens een Emergency
    Assistance-oproep verschijnt een
    noodprioriteitscherm met de
    gps-coördinaten van de auto indien
    beschikbaar.
    N.B.: Het is mogelijk dat de informatie over
    de gps-locatie niet beschikbaar is op het
    moment van de botsing; in dit geval zal
    Emergency Assistance toch proberen een
    noodoproep uit te voeren.

    268

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 271

    SYNC™
    N.B.: Het is mogelijk dat de
    noodhulpdiensten de gps-coördinaten niet
    ontvangen; in dit geval is handenvrije
    communicatie met een medewerker van de
    noodhulpdienst beschikbaar.

    Privacy notice Emergency Assistance
    Wanneer u Emergency Assistance
    inschakelt, kan aan de noodhulpdiensten
    worden meegedeeld dat uw auto
    betrokken is geweest bij een botsing met
    activering van een airbag of uitschakeling
    van de brandstofpomp. Deze functie kan
    mogelijk informatie over uw locatie of
    andere informatie over uw voertuig of de
    aanrijding aan de telefonist(e) doorgeven,
    zodat de juiste noodhulpdiensten
    ingeschakeld kunnen worden.

    N.B.: De medewerker van de
    noodhulpdienst kan, onafhankelijk van
    SYNC Emergency Assistance, ook informatie
    van het gsm-netwerk, zoals het
    telefoonnummer, de locatie van de gsm en
    de gsm-maatschappij, ontvangen.
    Emergency Assistance werkt mogelijk niet
    als:
    • Uw gsm of hardware voor Emergency
    Assistance beschadigd is tijdens de
    botsing.
    • De accu van de auto of het systeem
    geen spanning heeft.
    • Uw gsm uit de auto werd geworpen
    tijdens de botsing.
    • Uw gsm niet over een geldige en
    geregistreerde SIM-kaart en beltegoed
    beschikt.
    • U zich een Europees land of regio
    bevindt waar de SYNC Emergency
    Assistance de oproep niet kan doen.
    Ga naar uw lokale Ford website voor
    meer informatie.

    Als u deze informatie niet wilt meedelen,
    schakelt u de functie niet in.

    SYNC™ GEBRUIKEN MET
    MEDIA PLAYER
    U kunt toegang krijgen tot en muziek
    afspelen vanaf de mediaspeler via het
    luidsprekersysteem van de auto met
    behulp van het mediamenu van het
    systeem of met spraakgestuurde
    commando's. U kunt uw muziek ook
    sorteren en afspelen op specifieke
    categorieën zoals op artiest of albums.
    SYNC ondersteunt bijna elke mediaspeler,
    inclusief: iPod, Zune, afspelen vanaf
    apparaatspelers en de meeste
    USB-apparaten. SYNC ondersteunt ook
    audioformaten zoals MP3, WMA, WAV en
    ACC.

    Belangrijke informatie over de functie
    Emergency Assistance
    Emergency Assistance verricht momenteel
    geen oproepen naar noodhulpdiensten in
    de volgende landen: Albanië, Wit-Rusland,
    Bosnië-Herzegovina, Macedonië,
    Nederland, Oekraïne, Moldavië en Rusland.

    De mediaspeler aansluiten op de
    USB-poort
    N.B.: Als uw mediaspeler een
    aan/uit-schakelaar heeft, moet u het
    apparaat aanzetten.

    Ga naar uw lokale Ford website voor meer
    informatie.

    Verbinden met behulp van
    spraakcommando's
    1.

    269

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Sluit het apparaat op de USB-poort
    van de auto aan.



  • Page 272

    SYNC™
    2. Druk op de spraaktoets en zeg "USB"
    wanneer dit gevraagd wordt.
    3. U kunt nu muziek afspelen door een
    van de betreffende spraakcommando's
    te geven. Zie de spraakcommando's
    voor media.
    Verbinden met behulp van het
    systeemmenu









    1.

    Wat speelt er nu?

    Sluit het apparaat op de USB-poort
    van de auto aan.
    2. Druk op de toets AUX tot een
    initialiseerbericht in het display
    verschijnt.
    3. Afhankelijk van hoeveel
    mediabestanden er op het aangesloten
    apparaat, kan een bericht voor
    indexeren in de display verschijnen.
    Wanneer de indexering voltooid is,
    keert het scherm terug naar het menu
    Play.

    Nummers.
    Artiesten.
    Albums.
    Genres.
    USB doorzoeken.
    Reset Sync USB.
    Afsluiten.

    Tijdens het afspelen kunt u op de
    spraaktoets drukken en het systeem
    vragen wat wordt afgespeeld. Het systeem
    leest de tags met metagegevens (indien
    ingevuld) van het huidige nummer.

    Spraakcommando's voor media
    Druk op de spraaktoets en,
    wanneer dit gevraagd wordt, zeg
    "USB" en vervolgens een van de
    volgende opties:

    Druk op Zoeken. U kunt nu door de lijst
    scrollen:
    • Alles afspelen.
    • Afspeellijsten.
    "USB"

    "Pauze"

    1,2

    "Nummer <naam> afspelen"

    "Afspelen"

    "Herhalen uit"
    "Herhalen aan"

    1,2

    "Album <naam> afspelen"
    "Alles afspelen"

    "Album <naam> zoeken"
    1,2

    "Artiest <naam> zoeken"

    1,2

    "Genre <naam> zoeken"

    "Artiest <naam> afspelen"

    3

    "Nummer <naam> zoeken"

    "Volgend nummer"

    1

    1,2

    "Nummer <naam> zoeken"

    270

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    1,2

    1

    "Genre <naam> afspelen"
    "Volgende map"

    1,2



  • Page 273

    SYNC™
    "USB"

    "Shuffle uit"

    1,2

    "Afspeellijst <naam> afspelen"
    "Vorige map"

    "Shuffle aan"

    "Vorig nummer"

    "Soortgelijke muziek"

    3

    "Wat speelt er nu?"

    1

    "Lied <naam> afspelen"
    1

    <naam> is een dynamische lijst, wat betekent dat het de naam van allerlei gegevens
    kan zijn, zoals de gewenste groep, artiest of het gewenste nummer.
    2

    Spraakcommando's die niet beschikbaar zijn tot indexeren is voltooid.

    3

    Spraakcommando's die alleen beschikbaar zijn in mapmodus.

    Gids voor spraakberichten

    "Genre zoeken" of "Genre
    afspelen"

    Het systeem zoekt alle gegevens van uw geïndexeerde
    muziek en begint, indien beschikbaar, met het afspelen
    van het gekozen muziektype. U kunt alleen muziekgenres
    afspelen die aanwezig zijn in de tags met metagegevens
    over het genre die u hebt op uw mediaspeler.

    "Soortgelijke muziek"

    Het systeem stelt een afspeellijst samen en speelt
    vervolgens muziek af die vergelijkbaar is met de muziek
    die momenteel via de USB-poort wordt afgespeeld, aan
    de hand van de geïndexeerde metadata-informatie.

    Zoeken of Afspelen,
    "Artiest", "Nummer" of
    "Album"

    Het systeem zoekt naar een specifiek(e) artiest, nummer
    of album in de via de USB-poort geïndexeerde muziek.

    Gebruik de AUX of Source toets of druk
    op de spraaktoets om Bluetooth audio in
    te schakelen. Zeg desgevraagd "Bluetooth
    audio" en daarna:

    Het systeem kan ook muziek van uw gsm
    via Bluetooth afspelen.

    271

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 274

    SYNC™

    "Bluetooth Audio"

    "Verbindingen"
    "Pauze"
    "Afspelen"
    "Volgend nummer"
    "Vorig nummer"
    1.

    Druk op AUX om USB-weergave te
    selecteren en vervolgens op Opties
    om het menu Media te openen.
    2. Scrol om te navigeren door:

    Functies mediamenu
    Met het mediamenu kunt u kiezen hoe uw
    muziek wordt afgespeeld (zoals op artiest,
    genre, shuffle of herhalen) en kunt u
    soortgelijke muziek zoeken of de index van
    uw USB-apparaten resetten.
    U kiest

    U kunt

    De afspeellijst willekeurig
    afspelen en een nummer
    herhalen

    Uw muziek willekeurig afspelen of herhalen. Als u uw keuze
    hebt gemaakt, blijft dit aan tot u het uitschakelt.

    Soortgelijke muziek

    U kunt soortgelijke muziek als in de huidige afspeellijst
    afspelen via de USB-poort. Het systeem maakt gebruik
    van de metadata-informatie van elk nummer om een
    afspeellijst samen te stellen. Het systeem creëert vervolgens een nieuwe lijst met soortgelijke nummers en begint
    af te spelen. Voor deze functie moet de metadata-tag van
    elk nummer van informatie zijn voorzien. Als uw metadatatags geen informatie bevatten, dan zijn de nummers bij
    bepaalde afspeelapparatuur niet beschikbaar in spraakherkenning, afspeelmenu of soortgelijke muziek. Als u deze
    nummers echter op uw afspeelapparaatuur opslaat in de
    mass storage device mode dan zijn ze beschikbaar in
    spraakherkenning, de menuverkenner Afspelen en Soortgelijke muziek. Het systeem plaatst Onbekende nummers
    in een lege tag met metagegevens.

    Reset SYNC USB

    Voert een reset van de USB-index uit. Nadat de nieuwe
    indexering is voltooid, kunt u kiezen wat u uit de USBbibliotheek wilt afspelen.

    272

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 275

    SYNC™
    Toegang tot de USB-bibliotheek

    2. Druk op AUX om USB-weergave te
    selecteren en vervolgens op Zoeken.

    Met dit menu kunt u uw mediabestanden
    kiezen en afspelen op artiest, album, genre,
    afspeellijst en nummer of zelfs bladeren
    door wat op uw USB-apparaat staat.
    1.

    Als er geen mediabestanden beschikbaar
    zijn, dan wordt dit op de display aangeduid.
    Als er mediabestanden zijn, hebt u de
    volgende opties om te bladeren en te
    kiezen:

    Zorg dat u uw apparaat aansluit op de
    USB-poort van uw auto en inschakelt.
    U kiest

    Alles afspelen

    U kunt

    Alle geïndexeerde mediabestanden van uw audiospeler
    *

    afspelen, een per keer in numerieke volgorde.
    Druk op OK om te selecteren. De titel van het eerste
    nummer wordt in de display weergegeven.
    Afspeellijsten

    Toegang tot uw afspeellijsten verkrijgen (van formaten
    *

    zoals . ASX, .M3U, . WPL of . MTP).
    1. Druk op OK om te selecteren.
    2. Blader naar de gewenste afspeellijst en druk op OK.
    Nummers

    Een specifiek geïndexeerd nummer zoeken en afspelen.
    1. Druk op OK om te selecteren.
    2. Blader naar het gewenste nummer en druk op OK.

    Artiesten

    Alle geïndexeerde mediabestanden sorteren op artiest.
    Na het selecteren, stelt het systeem een lijst samen en
    speelt vervolgens alle artiesten en nummers in alfabeti-

    *

    *

    sche volgorde af.
    1. Druk op OK om te selecteren.
    2. Blader naar de gewenste artiest en druk op OK.
    Albums

    Alle geïndexeerde mediabestanden sorteren op albums.
    *

    1. Druk op OK om te selecteren.
    2. Blader naar de gewenste albums en druk op OK.
    Genres

    Geïndexeerde muziek sorteren op genre (categorie).
    1. Druk op OK om te selecteren.
    2. Blader naar het gewenste genre en druk op OK.

    USB doorzoeken

    Alle ondersteunde mediabestanden op uw via de USBpoort aangesloten mediaspeler doorzoeken. U kunt alleen
    mediabestanden bekijken die compatibel zijn met SYNC;
    andere opgeslagen bestanden zijn niet zichtbaar.
    1. Druk op OK om te selecteren.

    273

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    *



  • Page 276

    SYNC™
    U kiest

    U kunt

    2. Blader om geïndexeerde mediabestanden op uw flashstations te bekijken en druk op OK.
    Reset Sync USB

    Voert een reset van de USB-index uit. Nadat de nieuwe
    indexering is voltooid, kunt u kiezen wat u wilt afspelen uit
    de USB-bibliotheek met nummers.

    *

    U kunt de toetsen onder aan het audiodisplay gebruiken om snel naar een bepaalde
    alfabetische categorie te gaan. U kunt ook de lettes op het numerieke toetsenbord
    gebruiken om snel naar een bepaalde letter in de lijst te gaan.

    Bluetooth-apparaten en
    systeeminstellingen

    STORINGSDIAGNOSE SYNC™

    Toegang tot deze menu's kan verkregen
    worden met behulp van de display van de
    audio-unit. Zie SYNC™ gebruiken met
    telefoon (bladzijde 254).

    Uw SYNC systeem is eenvoudig in gebruik.
    Indien u echter vragen mocht hebben,
    raadpleeg dan de onderstaande tabellen.
    Bezoek de Ford website om de
    compatibiliteit van uw gsm te controleren.

    Problemen met gsm's
    Probleem

    Veel achtergrondgeluiden
    tijdens een telefoongesprek
    Tijdens een
    gesprek hoor ik
    de andere
    persoon, maar
    andersom niet.

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    De audio-instellingen van
    uw gsm hebben mogelijk Raadpleeg de handleiding van uw apparaat
    invloed op de werking
    om het geluid aan te passen.
    van SYNC.

    Mogelijke functiestoring
    van de gsm.

    Dit is een gsm-afhankelijke functie.
    SYNC kan mijn
    telefoonboek
    niet downloaden.

    Mogelijke functiestoring
    van de gsm.

    Probeer uw gsm uit te schakelen, te
    resetten of de accu te verwijderen, en
    probeer het daarna opnieuw.
    Zorg dat de microfoon voor SYNC niet is
    ingesteld op OFF.
    Controleer de compatibiliteit van uw gsm.
    Probeer uw gsm uit te schakelen, te
    resetten of de accu te verwijderen, en
    probeer het daarna opnieuw.
    Probeer de contacten in uw telefoonboek
    over te brengen naar SYNC door de optie
    voor toevoegen te gebruiken.

    274

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 277

    SYNC™
    Problemen met gsm's
    Probleem

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    U moet uw gsm en de functie telefoonboek
    automatisch downloaden inschakelen op
    SYNC.

    Het systeem
    zegt "Telefoonboek gedownload" maar mijn
    Beperkte mogelijkheden
    SYNC-telefoonvan uw gsm.
    boek is leeg of
    er ontbreken
    contactpersonen.

    Dit is een gsm-afhankelijke functie.

    Probeer de contacten in uw telefoonboek
    over te brengen naar SYNC door de optie
    voor toevoegen te gebruiken.
    Als de ontbrekende contacten op uw SIMkaart zijn opgeslagen, probeer ze dan naar
    het geheugen van de gsm te kopiëren.
    Verwijderen eventuele afbeeldingen of
    speciale ringtones die aan het ontbrekende
    contact gekoppeld zijn.
    U moet uw gsm en de functie telefoonboek
    automatisch downloaden inschakelen op
    SYNC.
    Controleer de compatibiliteit van uw gsm.
    Probeer uw gsm uit te schakelen, te
    resetten of de accu te verwijderen, en
    probeer het daarna opnieuw.

    Ik ondervind
    problemen bij
    het verbinden
    van mijn gsm
    met SYNC.

    Mogelijke functiestoring
    van de gsm.

    Probeer uw apparaat uit SYNC te verwijderen, SYNC uit uw apparaat te verwijderen
    en probeer het opnieuw.
    Controleer altijd de beveiligingsinstellingen
    en de instellingen van "auto accept/
    prompt" met betrekking tot de SYNC Bluetooth-verbinding van uw gsm.
    Update de firmware van uw gsm.
    Schakel de instelling auto-download uit.

    Het versturen
    van een SMS
    werkt niet via
    SYNC.

    Dit is een gsm-afhankelijke functie.
    Mogelijke functiestoring
    van de gsm.

    Controleer de compatibiliteit van uw gsm.
    Probeer uw gsm uit te schakelen, te
    resetten of de accu te verwijderen, en
    probeer het daarna opnieuw.

    275

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 278

    SYNC™
    Problemen met gsm's
    Probleem

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    Uw gsm moet het downloaden van sms'en
    met behulp van Bluetooth ondersteunen
    om sms'en te kunnen ontvangen.
    Dit is een gsm-afhankelijke functie.
    Audio-sms'en
    werken niet op
    mijn gsm.

    Dit is een beperking van
    de gsm.

    Ga naar het menu tekstberichten van SYNC
    om te zien of uw gsm de functie ondersteunt. Druk op de toets PHONE, scrol en
    selecteer daarna de optie voor tekstberichten en druk vervolgens op OK.
    Elke gsm is verschillend, raadpleeg daarom
    de handleiding van uw apparaat voor de
    specifieke gsm die u koppelt. Er kan kunnen
    verschillen tussen gsm's bestaan op basis
    van merk, model, serviceprovider en softwareversie.

    Problemen met USB en media
    Probleem

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    Probeer het apparaat uit te schakelen, te
    resetten of de accu te verwijderen, en
    probeer het daarna opnieuw.
    Ik ondervind
    problemen bij
    het aansluiten
    van mijn apparaat.

    Mogelijke functiestoring
    van het apparaat.

    Controleer of u de kabel van de fabrikant
    gebruikt.
    Zorg dat u de USB-kabel correct aansluit
    op het apparaat en de USB-poort van uw
    auto.
    Controleer of het apparaat niet beschikt
    over een automatisch installatieprogramma of actieve beveiligingsinstellingen.

    SYNC herkent
    het apparaat
    niet wanneer ik Dit is een beperking van
    het contact van het apparaat.
    mijn auto
    inschakel.

    Zorg dat u het apparaat niet in de auto
    achterlaat bij zeer hoge of lage temperaturen.

    Bluetooth audio Dit is een apparaatafhan- Zorg dat u het apparaat aansluit op SYNC
    streamt niet.
    kelijke functie.
    en druk op afspelen op uw apparaat.

    276

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 279

    SYNC™
    Problemen met USB en media
    Probleem

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    Het apparaat is niet
    aangesloten.

    SYNC herkent
    de muziek op
    mijn apparaat
    niet.

    Uw muziekbestanden
    bevatten mogelijk niet de
    Zorg dat de nummers over alle informatiejuiste informatie over
    details beschikken.
    artiest, titel, album of
    genre.
    Het bestand kan corrupt Probeer het beschadigde bestand te
    zijn.
    vervangen door een nieuwe versie.
    Het nummer wordt
    misschien beschermd
    door auteursrechten,
    waardoor het niet kan
    worden afgespeeld.

    Wanneer ik mijn
    iPhone of iPod
    Touch aansluit
    via USB en BlueDit is een beperking van
    tooth Audio
    tegelijk, hoor ik het apparaat.
    soms geen
    geluid.

    Bij sommige apparaten moet u de USBinstellingen wijzigen van massa-opslag naar
    media transfer protocol-klasse (MTPklasse).
    Selecteer in het afspeelscherm van de
    iPhone of iPod Touch het airplay-pictogram
    van het audio-apparaat onderaan het
    scherm van uw iPhone of iPod Touch.
    Selecteer SYNC om naar de iPhone of iPod
    Touch te luisteren via Bluetooth Audio.
    Selecteer Dock Connector om naar de
    iPhone of iPod Touch te luisteren via USB.

    Problemen met spraakcommando's
    Probleem

    SYNC begrijpt
    niet wat ik zeg.

    Mogelijke oorzaak

    U gebruikt mogelijk
    onjuiste spraakcommando's.

    Mogelijke oplossing

    Controleer de spraakcommando's voor uw
    gsm en voor uw media aan het begin van
    de betreffende hoofdstukken.
    Raadpleeg het audiodisplay tijdens een
    actieve spraaksessie voor een lijst met
    spraakcommando's.

    U spreekt mogelijk te snel De microfoon van het systeem bevindt zich
    of op het verkeerde
    in de binnenspiegel of net boven de voorruit
    moment.
    in de hemelbekleding.

    277

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 280

    SYNC™
    Problemen met spraakcommando's
    Probleem

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    U gebruikt mogelijk
    onjuiste spraakcommando's.

    SYNC begrijpt
    de naam van
    een nummer of
    artiest niet.

    Controleer de spraakcommando's voor uw
    media aan het begin van het betreffende
    mediahoofdstuk.

    U zegt de naam wellicht
    niet exact zoals het
    systeem deze heeft
    opgeslagen.

    Zeg het nummer of de artiest exact zoals
    het systeem deze heeft opgeslagen. Als u
    zegt "Speel artiest Prince" speelt het
    systeem geen muziek van Prince and the
    Revolution of Prince and the New Power
    Generation.
    Zorg dat u altijd de gehele titel noemt, zoals
    "California remix featuring Jennifer Nettles".
    Als de titels in hoofdletters staan, moet u
    ze spellen. Voor LOLA moet u "L-O-L-A"
    zeggen.

    Het systeem "leest" de
    naam mogelijk niet op
    dezelfde manier als u
    deze zegt.

    Gebruik geen speciale tekens in de titel; het
    systeem herkent deze niet.
    Controleer de spraakcommando's voor uw
    gsm aan het begin van het hoofdstuk gsm.

    U gebruikt mogelijk
    onjuiste spraakcommando's.

    SYNC begrijpt
    of belt niet de
    juiste contactpersoon
    wanneer ik wil
    bellen.

    U kunt ook gebruik maken van de gsm en
    media-optielijst om een lijst met mogelijke
    opties te verkrijgen als het systeem u niet
    volledig begrepen heeft. Zie Spraakherkenning gebruiken (bladzijde 252).

    U zegt de naam wellicht
    niet exact zoals het
    systeem deze heeft
    opgeslagen.

    Zorg dat u de naam exact zegt zoals het
    systeem deze heeft opgeslagen. Als de
    naam van de contactpersoon bijvoorbeeld
    Joe Wilson is, zegt u "Bel Joe Wilson".
    Het systeem werkt beter wanneer volledige
    namen in de lijst worden vermeld, zoals
    "Joe Wilson" in plaats van alleen "Joe".

    De contacten in uw telefoonboek zijn mogelijk
    Gebruik geen speciale tekens, zoals 123 of
    erg kort, lijken op elkaar ICE, want die worden niet door het systeem
    of bevatten speciale
    herkend.
    tekens.

    278

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 281

    SYNC™
    Problemen met spraakcommando's
    Probleem

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    Contactpersonen staan Als de contactpersonen in hoofdletters
    misschien in uw telefoon- staan, moet u ze spellen. Voor JAKE dient
    boek in hoofdletters.
    u "Call J-A-K-E" te zeggen.
    SYNC past de phonetische uitspraakregels
    van de geselecteerde taal op de contactnamen in de gsm toe.

    Het SYNC
    spraakbesturingssysteem
    heeft
    problemen met
    het herkennen
    van buitenlandse namen
    die zijn opgeslagen op mijn
    gsm.

    U zegt de buitenlandse
    namen misschien met de
    momenteel geselecteerde taal voor SYNC.

    Het SYNC
    spraakbesturingssysteem
    heeft
    problemen met
    het herkennen
    van buitenlandse
    nummers,
    artiesten,
    albums, genres
    en namen in de
    afspeellijst van
    de mediaspeler
    of USB flashdrive.

    SYNC past de phonetische uitspraakregels
    van de geselecteerde taal op de namen in
    U zegt de buitenlandse
    de mediaspeler of USB flashdrive toe.
    namen misschien met de SYNC kan enkele uitzonderingen maken
    momenteel geselecvoor zeer populaire artiestennamen
    teerde taal voor SYNC.
    (bijvoorbeeld U2), zodat u altijd de Engelse
    uitspraak voor deze artiesten kunt
    gebruiken.

    Nuttige tip: U kunt uw contactpersoon
    handmatig kiezen. Druk op PHONE. Selecteer de optie telefoonboek en daarna de
    naam van de contactpersoon. Druk op de
    softkey-optie om de contactnaam te horen.
    SYNC leest de contactnaam voor, zodat u
    een idee krijgt van welke uitspraak SYNC
    verwacht.

    279

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 282

    SYNC™
    Problemen met spraakcommando's
    Probleem

    Het systeem
    genereert
    gesproken
    aanwijzingen en
    de uitspraak van
    sommige
    woorden is
    mogelijk niet
    correct voor
    mijn taal.
    Met mijn vorig
    bedieningssysteem voor Bluetooth kon ik de
    radio, cd en het
    klimaatregelsysteem bedienen.
    Waarom kan ik
    deze systemen
    niet met SYNC
    bedienen?

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    SYNC maakt gebruik van synthetisch
    gegenereerde spraak in plaats van vooraf
    opgenomen menselijke spraak.
    SYNC maakt gebruik van
    tekst-naar-spraak technologie voor gesproken
    aanwijzingen.

    SYNC is erop gericht uw
    mobiele apparatuur en
    de opgeslagen inhoud
    ervan te bedienen.

    SYNC biedt verschillende nieuwe spraakbesturingsfuncties voor een uitgebreid aantal
    talen. Een contacnaam direct uit het telefoonboek bellen zonder opname vooraf
    (bijvoorbeeld “bel John Smith”) of een
    nummer, artiest, album, genre of afspeellijst
    in uw mediaspeler direct selecteren
    (bijvoorbeeld"speel artiest Madonna").
    SYNC biedt veel meer uitgebreide mogelijkheden dan het vorige systeem, zoals de
    naam van een contactpersoon rechtstreeks
    vanuit het telefoonboek kiezen zonder
    opname vooraf (bijvoorbeeld “Kies Jan
    Jansen”) of een nummer, artiest, album,
    genre of afspeellijst rechtstreeks vanuit uw
    mediaspeler kiezen (bijvoorbeeld "speel
    artiest Madonna").

    280

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 283

    SYNC™

    Algemeen
    Probleem

    De geselecteerde taal voor
    het instrumentenpaneel en
    het display voor
    informatie en
    entertainment
    komt niet
    overeen met de
    SYNC-taal
    (telefoon, USB,
    Bluetooth
    audio, spraakbesturing en
    gesproken
    aanwijzingen).

    Mogelijke oorzaak

    Mogelijke oplossing

    SYNC ondersteunt slechts vier talen in een
    afzonderlijke module voor tekstweergave,
    spraakbesturing en gesproken aanwijzingen. Het land waar u de auto hebt
    gekocht, bepaalt de vier talen op basis van
    de meest populaire talen die er worden
    SYNC ondersteunt de
    gesproken. Als de geselecteerde taal niet
    geselecteerde taal voor beschikbaar is, blijft SYNC in de huidige
    het instrumentenpaneel actieve taal.
    en het display voor informatie en entertainment SYNC biedt verschillende nieuwe spraakbesturingsfuncties voor een uitgebreid aantal
    niet.
    talen. Een contactnaam direct uit het telefoonboek bellen zonder opname vooraf
    (bijvoorbeeld “bel John Smith”) of een
    nummer, artiest, album, genre of afspeellijst
    in uw mediaspeler direct selecteren
    (bijvoorbeeld"speel artiest Madonna").

    281

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 284

    Bijlagen
    ELEKTROMAGNETISCHE
    COMPATIBILITEIT

    WAARSCHUWINGEN
    Monteer geen zender/ontvangers,
    microfoons, luidsprekers en
    dergelijke in het ontvouwbereik van
    de airbags.

    WAARSCHUWINGEN
    Uw auto is getest en gecertificeerd
    volgens de wetgeving betreffende
    elektromagnetische comptabiliteit
    (72/245/EEC, UN ECE Regeling 10 of
    andere geldende lokale vereisten). U dient
    ervoor te zorgen dat apparatuur die u heeft
    gemonteerd voldoet aan de betreffende
    lokale wetgeving. Laat apparatuur
    aanbrengen door een erkende dealer.

    Bevestig geen antennekabels aan de
    originele bedrading,
    brandstofleidingen en remleidingen
    van de auto.
    Houd antenne- en voedingskabels
    op een afstand van tenminste 10
    centimeter van elektronische
    modules en airbags.

    De radiofrequentiezenders (bijv.
    mobiele telefoons, amateur
    radiozenders, enz.) mogen alleen in
    uw auto worden gemonteerd wanneer
    deze voldoen aan de in onderstaande tabel
    vermelde parameters. Er zijn geen
    bijzondere voorzieningen of voorwaarden
    voor het monteren of gebruiken ervan.

    282

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 285

    Bijlagen

    Frequentieband
    MHz

    Maximum uitgangsvermogen in
    watt (piek RMS)

    Antenneplaatsen

    1 – 30

    50 W

    3. 4

    30 – 54

    50 W

    1. 2. 3

    68 – 87,5

    50 W

    1. 2. 3

    142 – 176

    50 W

    1. 2. 3

    380 – 512

    50 W

    1. 2. 3

    806 – 940

    10 W

    1. 2. 3

    1200 – 1400

    10 W

    1. 2. 3

    1710 – 1885

    10 W

    1. 2. 3

    1885 – 2025

    10 W

    1. 2. 3

    N.B.: Controleer na het aanbrengen van een
    RF-zender of deze niet de overige elektrische
    uitrusting in de auto stoort, zowel in de
    standby- als in de zendmodus.

    LICENTIEOVEREENKOMST
    EINDGEBRUIKER

    Controleer alle elektrische uitrusting:
    • met het contact AAN
    • bij draaiende motor
    • tijdens een proefrit bij verschillende
    snelheden.

    SYNC® Licentieovereenkomst
    Eindgebruiker (EULA)


    Controleer of de elektromagnetische
    velden die door de gemonteerde zender in
    het interieur van de auto worden opgewekt
    niet de grenzen overschrijden waaraan het
    menselijk lichaam mag worden
    blootgesteld.

    283

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    U hebt een apparaat ("APPARAAT")
    verkregen dat door Ford Motor
    Company en haar
    dochtermaatschappijen ("FORD
    MOTOR COMPANY") gelicenseerde
    software van een partner van Microsoft
    Corporation ("MS") bevat. Deze
    geïnstalleerde, oorspronkelijk van MS
    afkomstige softwareproducten,
    evenals bijbehorende media, gedrukte
    materialen en "online" of elektronische



  • Page 286

    Bijlagen



    documentatie ("MS SOFTWARE"),
    worden beschermd door internationale
    intellectuele eigendomsrechten en
    verdragen. De MS SOFTWARE wordt
    in licentie gegeven, niet verkocht. Alle
    rechten voorbehouden.
    De MS SOFTWARE kan gekoppeld
    worden aan en/of communiceren met,
    of kan later met upgrades worden
    bijgewerkt om gekoppeld te worden
    aan en/of te communiceren met door
    FORD MOTOR COMPANY verstrekte
    aanvullende software en/of systemen.
    Deze van FORD MOTOR COMPANY
    afkomstige aanvullende software en
    systemen, evenals bijbehorende media,
    gedrukte materialen en "online" of
    elektronische documentatie ("FORD
    SOFTWARE") worden beschermd door
    internationale intellectuele
    eigendomsrechten en verdragen. De
    FORD SOFTWARE wordt in licentie
    gegeven, niet verkocht. Alle rechten
    voorbehouden.





    De MS SOFTWARE en/of FORD
    SOFTWARE kan gekoppeld worden
    aan en/of communiceren met, of kan
    later met upgrades worden bijgewerkt
    om gekoppeld te worden aan en/of te
    communiceren met door leveranciers
    van software van derden en service
    verstrekte aanvullende software en/of
    systemen. De oorspronkelijk van
    leveranciers van software van derden
    en service afkomstige aanvullende
    software en service, evenals
    bijbehorende media, gedrukte
    materialen en "online" of elektronische
    documentatie ("SOFTWARE VAN
    DERDEN"), worden beschermd door
    internationale intellectuele
    eigendomsrechten en verdragen. De
    SOFTWARE VAN DERDEN wordt in
    licentie gegeven, niet verkocht. Alle
    rechten voorbehouden.
    Naar de MS SOFTWARE, FORD
    SOFTWARE en SOFTWARE VAN
    DERDEN wordt hierna collectief en
    afzonderlijk verwezen als
    "SOFTWARE".

    INDIEN U NIET INSTEMT MET DEZE
    LICENTIE-OVEREENKOMST VOOR
    EINDGEBRUIKERS ("EULA") MAG U
    HET APPARAAT NIET GEBRUIKEN EN
    MAG U DE SOFTWARE NIET
    KOPIËREN. MET IEDER GEBRUIK VAN
    DE SOFTWARE, INCLUSIEF MAAR NIET
    BEPERKT TOT HET GEBRUIK ERVAN
    OP HET APPARAAT, STEMT U IN MET
    DEZE EULA (OF BEKRACHTIGT U UW
    EERDERE TOESTEMMING).
    TOEKENNING VAN
    SOFTWARELICENTIE: Met deze EULA
    wordt u de volgende licentie toegekend:

    284

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 287

    Bijlagen


    U mag u de SOFTWARE gebruiken
    zoals geïnstalleerd op het APPARAAT
    en anderszins gekoppeld aan door of
    via FORD MOTOR COMPANY of haar
    leveranciers van software van derden
    en service verstrekte systemen en/of
    service.



    Beschrijving van andere rechten en
    beperkingen






    Spraakherkenning: Indien de
    SOFTWARE
    spraakherkenningscomponenten
    omvat, dient u er rekening mee te
    houden dat spraakherkenning een
    inherent statistisch proces is en dat
    herkenningsfouten inherent aan het
    proces zijn. FORD MOTOR COMPANY
    noch haar leveranciers kunnen
    aansprakelijk worden gesteld voor
    schade voortvloeiend uit fouten in het
    spraakherkenningsproces.
    Beperkingen aan nabouwen,
    decompilatie en demontage: U mag
    de SOFTWARE niet nabouwen,
    decompileren of demonteren, noch
    mag u anderen toestemming geven de
    SOFTWARE na te bouwen, te
    decompileren of te demonteren,
    behalve en uitsluitend voor zover
    dergelijke activiteiten uitdrukkelijk zijn
    toegestaan door toepasselijk recht
    niettegenstaande deze beperking.
    Beperkingen aan distribueren,
    kopiëren, modificeren en creëren
    van afgeleide werkzaamheden: U
    mag de SOFTWARE niet distribueren,
    kopiëren, modificeren of hiervan
    afgeleide werkzaamheden uitvoeren,
    behalve en uitsluitend voor zover
    dergelijke activiteiten uitdrukkelijk zijn
    toegestaan door toepasselijk recht
    niettegenstaande deze beperking.







    285

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Enkelvoudige EULA: De
    documentatie voor de eindgebruiker
    van het APPARAAT en eraan
    gerelateerde systemen en service kan
    meerdere EULA's bevatten, zoals
    meerdere vertalingen en/of meerdere
    mediaversies (bijv. in de
    gebruikersdocumentatie en in de
    software). Zelfs als u meerdere EULA's
    ontvangt, hebt u slechts een licentie
    voor het gebruik van één kopie van de
    SOFTWARE.
    SOFTWARE overdracht: U mag
    onder deze EULA uw rechten
    uitsluitend permanent overdragen als
    onderdeel van een verkoop of
    overdracht van het APPARAAT, op
    voorwaarde dat u geen kopieën
    bewaart, u alle SOFTWARE (inclusief
    alle onderdelen daarvan, de media en
    het gedrukte materiaal, eventuele
    upgrades en - indien van toepassing het Certificaat (de Certificaten) van
    Authenticiteit) overdraagt, en de
    ontvanger instemt met de
    voorwaarden van deze EULA. Als de
    SOFTWARE een upgrade is, moet elke
    overdracht alle voorgaande versies van
    de SOFTWARE omvatten.
    Beëindiging: Zonder afstand van
    eventuele andere rechten, kan FORD
    MOTOR COMPANY of MS deze EULA
    beëindigen indien u niet voldoet aan de
    voorwaarden en condities van deze
    EULA.
    Beveiligingsupdates/Digitaal
    Rechten Beheer: Inhoud-eigenaren
    maken gebruik van de
    WMDRM-technologie in uw
    APPARAAT ter bescherming van hun
    intellectueel eigendom, inclusief
    inhoud waarop auteursrechten rusten.
    Delen van de SOFTWARE op uw
    APPARAAT gebruiken
    WMDRM-software om toegang tot
    WMDRM-beveiligde inhoud te
    verkrijgen. Als de inhoud niet met



  • Page 288

    Bijlagen



    WMDRM-software beschermd kan
    worden, kunnen eigenaren van inhoud
    Microsoft vragen het vermogen van de
    SOFTWARE om WMDRM te gebruiken
    voor het afspelen of kopiëren van
    beschermde inhoud in te trekken. Deze
    actie heeft geen invloed op
    onbeschermde inhoud. Wanneer uw
    APPARAAT licenties voor beveiligde
    inhoud downloadt, gaat u ermee
    akkoord dat Microsoft een
    intrekkingslijst aan de licenties kan
    toevoegen. Eigenaars van inhoud
    kunnen u vragen de SOFTWARE op uw
    APPARAAT te upgraden voor toegang
    tot hun inhoud. Als u een upgrade
    weigert, is toegang tot de inhoud
    waarvoor de upgrade vereist is niet
    mogelijk.
    Toestemming om data te
    gebruiken: U stemt ermee in dat MS,
    Microsoft Corporation, FORD MOTOR
    COMPANY, leveranciers van software
    van derden en systemen, hun filialen
    en/of de door hen aangewezen
    agenten technische informatie mogen
    verzamelen en gebruiken die ze op
    enigerlei wijze als onderdeeel van
    productondersteuningsservice met
    betrekking tot de SOFTWARE of de
    bijbehorende service hebben
    verzameld. MS, Microsoft Corporation,
    FORD MOTOR COMPANY, leveranciers
    van software van derden en service,
    hun partners en/of de door hen
    aangewezen agenten mogen deze
    informatie uitsluitend gebruiken voor
    het verbeteren van hun producten of
    het leveren van aangepaste service of
    technologie aan u. MS, Microsoft
    Corporation, FORD MOTOR COMPANY,
    leveranciers van software van derden
    en systemen, hun partners en/of hun
    aangewezen agent mogen deze
    informatie aan andere verstrekken,
    maar niet in een zodanige vorm dat u
    daardoor persoonlijk geïdentificeerd
    kunt worden.





    Als FORD MOTOR COMPANY of derde
    software- en serviceleveranciers u
    Aanvullende componenten verstrekken of
    aan u beschikbaar stellen en er geen
    andere EULA-voorwaarden bij de
    Aanvullende componenten verstrekt
    worden, dan gelden de voorwaarden van
    deze EULA.

    286

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013

    Servicecomponenten op
    internetbasis: De SOFTWARE mag
    componenten bevatten die het gebruik
    van bepaalde diensten op internetbasis
    mogelijk maken en vergemakkelijken.
    U erkent en aanvaardt dat MS,
    Microsoft Corporation, FORD MOTOR
    COMPANY, leveranciers van software
    van derden en service, hun partners
    en/of hun aangewezen agent de versie
    van de SOFTWARE en/of de
    componenten ervan waarvan u gebruik
    maakt kan controleren en upgrades
    voor of aanvullingen op de SOFTWARE
    kan verstrekken die automatisch door
    uw APPARAAT gedownload kunnen
    worden.
    Aanvullende software/diensten:
    De SOFTWARE mag FORD MOTOR
    COMPANY, leveranciers van software
    van derden en service, MS, Microsoft
    Corporation, hun partners en/of de
    door hen aangewezen agenten in staat
    stellen om aan u SOFTWARE updates,
    supplementen, aanvullende
    componenten, of servicecomponenten
    op internbet-basis van de SOFTWARE
    te leveren of ter beschikking te stellen
    na de datum waarop u uw
    oorspronkelijke kopie van de
    SOFTWARE ("Aanvullende
    Componenten") hebt verkregen.



  • Page 289

    Bijlagen
    Als MS, Microsoft Corporation, hun
    partners en/of hun aangewezen agent
    Aanvullende componenten beschikbaar
    stellen, en er geen andere
    EULA-voorwaarden verstrekt worden, dan
    gelden de voorwaarden van deze EULA,
    behalve dat MS, Microsoft Corporation of
    partener die de Aanvullende
    component(en) verstrekt de licentiegever
    van de Aanvullende component(en) is.



    FORD MOTOR COMPANY, MS, Microsoft
    Corporation, hun partners en/of hun
    aangewezen agent behouden zich het
    recht voor zonder aansprakelijkheid aan u
    verstrekte of beschikbaar gestelde
    diensten op internetbasis door het gebruik
    van de SOFTWARE te staken.



    Links naar sites van derden: De MS
    SOFTWARE kan u de mogelijkheid
    bieden om naar sites van derden te
    linken door van de SOFTWARE gebruik
    te maken. De sites van derden staan
    niet onder de controle van MS,
    Microsoft Corporation, hun partners
    en/of hun aangewezen agent. MS noch
    Microsoft Corporation noch hun
    partners noch hun aangewezen agent
    zijn verantwoordelijk voor (i) de inhoud
    van sites van derden, links op de sites
    van derden, of wijzigingen of updates
    van sites van derden, of (ii) webcasting
    of andere vormen van overdracht vanaf
    sites van derden. Als de SOFTWARE
    links naar sites van derden verstrekt,
    dan worden deze links slechts voor uw
    gemak verstrekt, en het opnemen van
    een link impliceert geen goedkeuring
    van de site van derden door MS,
    Microsoft Corporation, hun partners
    en/of hun aangewezen agent.
    Verplichting om verantwoordelijk
    te rijden: U erkent uw verplichting om
    op verantwoordelijke wijze te rijden en
    uw aandacht op het verkeer te richten.
    U leest en houdt zich aan de
    gebruiksaanwijzing van het APPARAT,
    met name als ze betrekking hebben op
    veiligheid en van elk risico met
    betrekking tot het gebruik van het
    APPARAAT wordt uitgegaan.

    UPGRADES AND RECOVERY MEDIA:
    Indien de SOFTWARE door FORD MOTOR
    COMPANY los van het APPARAAT op
    media zoals een ROM chip, CD ROM
    disk(s) of via download van het web of
    andere middelen is geleverd, en is
    gemarkeerd als "For Upgrade Purposes
    Only" (uitsluitend voor
    upgrade-doeleinden) of "For Recovery
    Purposes Only" (uitsluitend voor
    herstel-doeleinden) mag u een (1) kopie
    van dergelijke SOFTWARE op het

    287

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 290

    Bijlagen
    APPARAAT installeren als vervangende
    kopie voor de bestaande SOFTWARE, en
    mag u deze gebruiken in overeenstemming
    met deze EULA, inclusief eventuele
    aanvullende EULA termen die bij de
    upgrade SOFTWARE zijn gevoegd.

    EXPORTBEPERKINGEN: U erkent dat
    de SOFTWARE onderworpen is aan de
    exportwetgeving van de Verenigde Staten
    en de Europese Unie. U gaat ermee
    akkoord om aan alle toepasselijke
    internationale en nationale wetten,
    inclusief die van de Verenigde Staten, te
    voldoen die op de SOFTWARE van
    toepassing zijn. Export Administration
    Regulations (EAR), alsmede beperkingen
    met betrekking tot eindgebruikers,
    eindgebruik en bestemming afgegeven
    door de Verenigde Staten en andere
    overheden. Zie voor meer informatie
    http://www.microsoft.com/exporting/.

    INTELLECTUELE
    EIGENDOMSRECHTEN: Alle titel- en
    intellectuele-eigendomsrechten in en op
    de SOFTWARE (inclusief maar niet beperkt
    tot afbeeldingen, foto's, animaties, video,
    audio, muziek, tekst and "applets" verwerkt
    in de SOFTWARE), het bijbehorende
    gedrukte materiaal, en eventuele kopieën
    van de SOFTWARE, zijn eigendom van MS,
    Microsoft Corporation, FORD MOTOR
    COMPANY, of hun partners of leveranciers.
    De SOFTWARE wordt in licentie gegeven,
    niet verkocht. U mag de gedrukte
    materialen bij de SOFTWARE niet kopiëren.
    Alle aanspraken en intellectuele
    eigendomsrechten op de inhoud waartoe
    toegang kan worden verkregen door het
    gebruik van de SOFTWARE is het
    eigendom van de betreffende eigenaar van
    inhoud en kunnen beschermd zijn door
    toepasbaar auteursrecht of andere
    intellectuele eigendomswetten en
    verdragen. Deze EULA verleent u geen
    recht tot het gebruik van dergelijke inhoud.
    Alle rechten die niet specifiek onder deze
    EULA zijn toegekend, zijn door MS,
    Microsoft Corporation, FORD MOTOR
    COMPANY, leveranciers van software van
    derden en service, hun partners en
    leveranciers voorbehouden. Het gebruik
    van online diensten waartoe toegang kan
    worden verkregen via de SOFTWARE kan
    worden beheerst door de betreffende
    gebruiksvoorwaarden met betrekking tot
    dergelijke diensten. Indien deze
    SOFTWARE documentatie bevat die
    uitsluitend in elektronische vorm wordt
    verstrekt, mag u één kopie van dergelijke
    elektronische documentatie afdrukken.

    HANDELSMERKEN: Deze EULA verleent
    u geen rechten met betrekking tot enig
    handelsmerk of servicemerken van FORD
    MOTOR COMPANY, MS, Microsoft
    Corporation, leveranciers van software van
    derden of diensten, hun partners of
    leveranciers.
    PRODUCTONDERSTEUNING:
    Productondersteunming voor de
    SOFTWARE wordt niet geleverd door MS,
    haar moedermaatschappij Microsoft
    Corporation, of hun partners of
    dochtermaatschappijen. Raadpleeg voor
    productondersteuning de FORD MOTOR
    COMPANY instructies in de documentatie
    bij het APPARAAT. Indien u vragen hebt
    over deze EULA, of om enige andere reden
    contact wilt opnemen met FORD MOTOR
    COMPANY, zie dan het adres dat in de
    documentatie bij het APPARAAT is
    verstrekt.
    Geen aansprakelijkheid voor bepaalde
    schades: BEHALVE ZOALS VERBODEN
    DOOR DE WET, KUNNEN FORD MOTOR
    COMPANY, LEVERANCIERS VAN
    SOFTWARE VAN DERDEN OF SERVICE,
    MS, MICROSOFT CORPORATION EN HUN
    PARTNERS IN GEEN ENKEL GEVAL
    AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD
    VOOR INDIRECTE, SPECIALE,
    RESULTERENDE OF INCIDENTELE
    SCHADE VOORTVLOEIEND UIT OF MET
    288

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 291

    Bijlagen
    BETREKKING TOT HET GEBRUIK VAN OF
    PRESTATIES VAN DE SOFTWARE. DEZE
    BEPERKING GELDT ZELFS ALS ENIGE
    REMEDIE NIET AAN ZIJN EERSTE DOEL
    VOLDOET. IN GEEN GEVAL ZIJN MS,
    MICROSOFT CORPORATION EN/OF HUN
    PARTNERS AANSPRAKELIJK VOOR EEN
    BEDRAG VAN MEER DAN
    TWEEEHONDERDVIJFTIG US DOLLAR
    (U.S. $250.00).

    Instructies lezen en opvolgen: Alvorens
    uw systeem op Windows
    Automotive-basis te gebruiken, dient u alle
    instructies en veiligheidsinformatie in deze
    eindgebruikershandleiding
    ("Gebruikershandleiding") te lezen en op
    te volgen. Het niet opvolgen van de
    voorzorgsmaateregelen in deze
    Gebruikershandleiding kan leiden tot een
    ongeval of andere ernstige gevolgen.



    Bewaar de Gebruikershandleiding in
    de auto: Wanneer de
    Gebruikershandleiding in de auto wordt
    bewaard, kan deze als gebruiksklaar
    referentiemateriaal dienen voor u en
    andere gebruikers die niet bekend zijn met
    het systeem op basis van Windows
    Automotive. Zorg ervoor dat voor het
    eerste gebruik van het systeem, alle
    personen toegang tot de
    Gebruikershandleiding hebben en de
    instructies en veiligheidsinformatie
    zorgvuldig lezen.

    ER ZIJN GEEN ANDERE GARANTIES
    DAN DIE UITDRUKKELIJK VERSTREKT
    KUNNEN ZIJN VOOR UW NIEUWE
    AUTO.

    Adobe
    Bevat Adobe® [Flash® Player] of [AIR®]
    technologie van Adobe Systems
    Incorporated. Dit [Licentiehouderproduct]
    bevat [Adobe® Flash® Player] [Adobe®
    AIR®] software onder licentie van Adobe
    Systems Incorporated, Copyright
    ©1995-2009 Adobe Macromedia Software
    LLC. Alle rechten voorbehouden. Adobe,
    Flash en AIR zijn handelsmerken van
    Adobe Systems Incorporated.

    WAARSCHUWING
    Het bedienen van bepaalde delen
    van dit systeem tijdens het rijden kan
    uw aandacht van de weg afleiden,
    en mogelijk een ongeval of andere ernstige
    gevolgen veroorzaken. Wijzig nooit de
    systeeminstellingen of voer nooit
    non-verbale gegevens in (met behulp van
    uw handen) tijdens het rijden. Stop de auto
    op een veilige en legale wijze voordat u
    probeert deze bewerkingen uit te voeren.
    Dit is belangrijk aangezien tijdens het
    instellen of wijzigen van sommige functies
    u misschien uw aandacht van de weg moet
    afleiden en uw handen van het stuurwiel
    moet verwijderen.

    Eindgebruikerinformatie
    Microsoft® Windows® Mobile voor
    belangrijke autombobielveiligheidsinformatie
    Dit systeem Ford SYNC ™ bevat software
    die in licentie is gegeven aan fabrikant
    FORD MOTOR COMPANY door een partner
    van Microsoft Corporation volgens een
    licentie-overeenkomst. Verwijdering,
    reproductie, reconstructie of ander
    onbevoegd gebruik van de software van
    dit systeem in schending van de
    licentie-overeenkomst is strikt verboden
    en kan leiden tot juridische actie.

    289

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 292

    Bijlagen
    Algemene bediening

    Afleidingsgevaar: Voor bepaalde
    navigatiefuncties zijn handmatige
    (niet-verbale) instellingen vereist. Een
    dergelijke instelling uitvoeren of gegevens
    invoeren tijdens het rijden, kan uw
    aandacht aanzienlijk afleiden en tot een
    ongeval of andere ernstige gevolgen leiden.
    Stop de auto op een veilige en legale wijze
    voordat u probeert deze bewerkingen uit
    te voeren.

    Spraakgestuurde commando's:
    Functies binnen het systeem op basis van
    Automotive Windows kunnen worden
    bewerkstelligd met enkel gesproken
    commando's. Via gesproken commando's
    tijdens het rijden kunt u het systeem
    bedienen kunt zonder uw handen van het
    stuurwiel te halen.
    Langdurig bekijken van scherm: Probeer
    geen toegang te verkrijgen tot functies
    waarvoor u het scherm tijdens het rijden
    langdurig moet bekijken. Stop op een
    veilige en legale manier voordat u probeert
    toegang te verkrijgen tot een functie van
    het systeem die langdurige aandacht
    vereist. Zelfs af en toe vluchtig naar het
    scherm kijken kan gevaarlijk zijn als uw
    aandacht op een kritiek moment van uw
    rijtaak wordt afgeleid.

    Laat uw eigen inzicht prevaleren: Alle
    verstrekte navigatiefuncties dienen slechts
    als hulpmiddel. Beslissingen tijdens het
    rijden dient u op basis van uw eigen
    observaties van de lokale omstandigheden
    en de geldende verkeersregels te nemen.
    Dergelijke functies zijn geen vervanging van
    uw persoonlijke inzicht. Routesuggesties
    gemaakt door dit systeem dienen nooit
    lokale verkeersregels of uw persoonlijke
    inzicht of kennis van veilige rijpraktijken te
    vervangen.

    Volume-instelling: Verhoog het volume
    niet overmatig. Houd het volume tijdens
    het rijden op een niveau waarbij u kan nog
    steeds ander verkeer en noodhulpsignalen
    kunt horen. Rijden terwijl u deze geluiden
    niet kunt horen, kan tot een ongeval leiden.

    Routeveiligheid: Volg de voorgestelde
    route niet als dit in een onveilige of
    ongeoorloofde manouevre kan resulteren,
    als u hierdoor in een onveilige situatie
    terechtkomt of als u naar een gebied wordt
    geleid dat u als onveilig beschouwt. De
    bestuurder is uiteindelijk verantwoordelijk
    voor de veilige bediening van de auto en
    moet derhalve evalueren of het veilig is om
    de voorgestelde route te volgen.

    Gebruik van
    spraakherkenningsfuncties:
    Spraakherkenningssoftware is een inherent
    statistisch proces dat aan fouten
    onderhevig is. Het is uw
    verantwoordelijkheid om
    spraakherkenningsfuncties in het systeem
    te controleren en eventuele fouten te
    corrigeren.

    Mogelijke onnauwkeurigheden van
    kaarten: De kaarten waarvan dit systeem
    gebruik maakt, kunnen onnauwkeurig zijn
    door eventuele, wegwijzingen,
    verkeersomstandigheden of
    rijomstandigheden. Gebruik altijd goed
    inzicht en gezond verstand wanneer u de
    voorgestelde routes volgt.

    Navigatiefuncties: Navigatiefuncties in
    het systeem zijn bedoeld om instructies
    informatie van afslag tot afslag te leveren
    tot de gewenste bestemming. Zorg dat alle
    personen die gebruik maken van dit
    systeem de instructies en
    veiligheidsinformatie zorgvuldig lezen en
    geheel volgen.

    290

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 293

    Bijlagen
    Noodhulpdiensten: Vertrouw niet op
    navigatiefuncties in het systeem om
    noodhulpdiensten te lokaliseren. Vraag de
    lokale autoriteiten of een telefonist(e) van
    de noodhulpdienst voor deze locaties. Niet
    alle noodhulpdiensten zoals
    politiebureaus, brandweerkazernes,
    ziekenhuizen en klinieken zijn opgenomen
    in de database van de kaart voor dergelijke
    navigatiefuncties.

    naar een plek stuurt die u onveilig acht,
    volg dergelijke aanwijzingen dan niet; (c)
    zorg dat u geen bestemmingen invoert of
    de de TeleNav-software anderszins
    manipuleert, tenzij uw voertuig stilstaat en
    geparkeerd is; (d) gebruik de
    TeleNav-software niet voor illegale,
    onbevoegde, onbedoelde, onveilige,
    gevaarlijke of onrechtmatige doeleinden,
    of op een wijze die afwijkt van deze
    overeenkomst; (e) rangschik alle
    GPS-apparaten en draadloze apparaten
    en kabels die nodig zijn voor het gebruik
    van de TeleNav-software op een veilige
    manier in uw auto, zodat ze het rijden en
    de werking van eventuele
    veiligheidssystemen (zoals een airbag) niet
    kunnen beïnvloeden.

    TeleNav-software
    Licentieovereenkomst Eindgebruiker
    Lees deze voorwaarden en bepalingen
    zorgvuldig voordat u de TeleNav-software
    gebruikt. Uw gebruik van de
    TeleNav-software betekent dat u deze
    voorwaarden en bepalingen accepteert.
    Als u niet akkoord gaat met deze
    voorwaarden en bepalingen, zorg dan
    datde zegel van de verpakking niet
    verbroken wordt, de TeleNav-software niet
    verbroken wordt en de software niet
    anderszins wordt gebruikt.

    U gaat ermee akkoord TeleNav te vrijwaren
    van alle claims die voortvloeien uit
    eventueel gevaarlijk of anderszins
    ongepast gebruik van de TeleNav-software
    in een bewegend voertuig, inclusief
    gevolgen van uw nalaten om te voldoen
    aan de bovenstaande aanwijzingen.

    TeleNav kan deze Overeenkomst en het
    privacybeleid op elk gewenst moment
    herzien, met of zonder kennisgeving aan u.
    U gaat ermee akkoord om van tijd tot tijd
    http://www.telenav.com te bezoeken om
    de dan geldende versie van deze
    Overeenkomst en van het privacybeleid te
    controleren.

    2. Accountinformatie
    U gaat akkoord: (a) met het verstrekken
    van juiste, nauwkeurige, actuele en
    volledige informatie over uzelf aan TeleNav
    wanneer u de TeleNav-software
    registreert, en (b) met het direct
    informeren van TeleNav over eventuele
    wijzigingen van dergelijke informatie, en
    deze juist, nauwkeurig, actueel en volledig
    te houden.

    1. Veilig en wettig gebruik
    U erkent dat aandacht besteden aan de
    TeleNav-software voor u en anderen een
    risico op letsel of overlijden kan betekenen
    in situaties die anderszins uw volledige
    aandacht vereisen, en u dus met het
    volgende instemt bij het gebruik van de
    TeleNav-software: (a) neem alle
    verkeersregels in acht en rijd veilig; (b)
    gebruik uw eigen persoonlijke inzicht
    tijdens het rijden. Als u denkt dat een door
    de TeleNav-software voorgestelde route
    u aanwijzingen geeft een onveilige of
    illegale manoeuvre te laten uitvoeren, u

    3. Softwarelicentie
    Onderworpen aan uw naleving van de
    voorwaarden van deze Overeenkomst,
    verleent TeleNav u hierbij een persoonlijke,
    niet-exclusieve, niet-overdraagbare licentie
    (behalve zoals uitdrukkelijk is toegestaan
    met betrekking tot uw permanente
    overdracht van de
    TeleNav-softwarelicentie), zonder het
    recht om sublicentie te geven, de
    291

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 294

    Bijlagen
    TeleNav-software (alleem in
    objectcodevorm) te gebruiken voor
    toegang tot en gebruik van de
    TeleNav-software. Deze licentie wordt
    beëindigd bij eventuele beëindiging of
    afloop van deze Overeenkomst. U gaat
    ermee akkoord dat u de TeleNav-software
    alleen gebruikt voor uw persoonlijke
    zakelijke of recreatieve doeleinden, en niet
    om commerciële navigatiediensten aan
    derden te bieden.

    smadend of anderszins verwerpelijk is; en
    (f) leasen, verhuren, of anderszins
    ongeoorloofde toegang voor derden tot de
    TeleNav-software toestaan zonder
    voorafgaande schriftelijke toestemming
    van TeleNav.
    4. Disclaimers
    Voor zover toegestaan volgens toepasselijk
    recht, zal TeleNav, zijn licentiegevers en
    leveranciers, of agenten of werknemers
    van een van de voorgaande, in geen enkel
    geval aansprakelijk zijn voor gemaakte
    beslissingen of ondernomen acties door u
    of iemand anders, vertrouwend op de
    informatie verstrekt door de
    TeleNav-software. TeleNav garandeert
    ook niet de juistheid van de kaart of andere
    gegevens die voor de TeleNav-sSoftware
    worden gebruikt. Dergelijke gegevens
    kunnen niet altijd overeenkomen met de
    werkelijkheid vanwege, onder andere,
    wegafsluitingen, wegwerkzaamheden,
    constructiewerkzaamheden, weer, nieuwe
    wegen en andere veranderende
    omstandigheden. U bent verantwoordelijk
    voor het gehele risico voortvloeiend uit uw
    gebruik van de TeleNav-software. U stemt
    bijvoorbeeld, maar zonder beperking,
    ermee in om niet op de TeleNav-software
    te vertrouwen voor kritische navigatie in
    gebieden waar het welzijn of het
    voortbestaan van u of anderen afhankelijk
    is van de nauwkeurigheid van navigatie,
    aangezien de kaarten of de functionaliteit
    van de TeleNav-software niet bedoeld zijn
    ter ondersteuning van dergelijke
    toepassingen met een hoog risico, vooral
    in meer afgelegen geografische gebieden.

    3.1 Licentiebeperkingen
    U gaat ermee akkoord geen van de volgene
    zaken te verrichten: (a) reconstrueren,
    decompileren, demonteren, vertalen,
    modificeren, wijzigen of anderszins
    veranderen van de TeleNav-sSoftware of
    enig deel daarvan; (b) pogen de broncode,
    audiobibliotheek of structuur van de
    TeleNav-software af te leiden zonder
    voorafgaande en uitdrukkelijke schriftelijke
    toestemming van TeleNav; (c) verwijderen
    van de TeleNav-Software, of wijzigen van
    handelsmerken, handelsnamen, logo's,
    octrooi- of auteursrechten van TeleNav of
    zijn leveranciers, of andere kennisgevingen
    of markeringen; (d) distribueren,
    sublicentiëren of anderszins overdragen
    van de TeleNav-software overdragen aan
    anderen, behalve als deel van uw
    permanente overdracht van de
    TeleNav-software; of (e) gebruiken van de
    TeleNav-software op een manier die (i)
    inbreuk maakt op de intellectuele
    eigendomsrechten of merkgebonden
    rechten, rechten van publiciteit of privacy
    of andere rechten van een partij, (ii) een
    wet, statuut, besluit of regelgeving
    schaadt, met inbegrip van maar niet
    beperkt tot wet- en regelgeving
    gerelateerd aan spamming, privacy,
    consument en kinderbescherming,
    obsceniteit of smaad, of (iii) schadelijk,
    bedreigend, beledigend, intimiderend,
    kwetsend, lasterlijk, vulgair, obsceen,

    TELENAV WIJST ALLE GARANTIES MET
    BETREKKING TOT DE
    TELENAV-SOFTWARE, WETTELIJK,
    UITDRUKKELIJK OF IMPLICIET,
    UITDRUKKELIJK AF EN SLUIT DEZE UIT,
    MET INBEGRIP VAN ALLE GARANTIES DIE
    VOORTVLOEIEN UIT VERHANDELEN,
    GEBRUIK OF HANDEL, EN MET INBEGRIP,

    292

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 295

    Bijlagen
    MAAR NIET BEPERKT TOT, DE IMPLICIETE
    GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID,
    GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD
    DOEL EN NIET-INBREUK OP RECHTEN
    VAN DERDEN MET BETREKKING TOT DE
    TELENAV-SOFTWARE. Bepaalde
    rechtsgebieden staan de disclaimer van
    bepaalde garanties niet toe, dus deze
    beperking is mogelijk niet op u van
    toepassing.

    VOOR DE TELENAV-SOFTWARE.
    SOMMIGE STATEN EN/OF
    RECHTSGEBIEDEN STAAN DE
    UITSLUITING OF BEPERKING VAN
    INCIDENTELE SCHADE OF
    GEVOLGSCHADE NIET TOE, ZODAT DE
    BOVENSTAANDE BEPERKINGEN OF
    UITSLUITINGEN MOGELIJK NIET OP U
    VAN TOEPASSING ZIJN.
    6. Arbitrage en toepasselijk recht

    5. Beperking van aansprakelijkheid

    U gaat ermee akkoord dat alle geschillen,
    claims of controverses voortvloeiend uit
    of verband houdend met deze
    Overeenkomst of de TeleNav-software
    worden beslecht door onafhankelijke
    arbitrage met betrekking van een neutrale
    arbiter en beheerd door de American
    Arbitration Association in de county Santa
    Clara, Californië. De arbiter past de de
    commerciële regels van arbitrage
    (Commercial Arbitration Rules) van de
    American Arbitration Association toe, en
    het oordeel op basis van toekenning door
    de arbiter kan door een bevoegde
    rechtbank worden ingevoerd. Neem in acht
    dat er geen rechter of jury bij een
    arbitrageprocedure is en de beslissing van
    de arbiter bindend is voor beide partijen. U
    gaat uitdrukkelijk akkoord uw recht op een
    juryproces op te zeggen.

    VOOR ZOVER TOEGESTAAN ONDER
    TOEPASSELIJK RECHT, KUNNEN
    TELENAV OF HAAR LICENTIEGEVERS EN
    LEVERANCIERS IN GEEN GEVAL
    AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD
    DOOR U OF DERDEN VOOR INDIRECTE,
    INCIDENTELE, VOORTVLOEIENDE,
    SPECIALE OF , MORELE SCHADE (IN ELK
    GEVAL INCLUSIEF, MAAR NIET BEPERKT
    TOT, SCHADE WEGENS DE
    ONMOGELIJKHEID TOT GEBRUIK VAN DE
    APPARATUUR OF TOEGANG TOT
    GEGEVENS, GEGEVENSVERLIES, VERLIES
    VAN ZAKEN, VERLIES VAN WINSTEN,
    ONDERBREKING VAN DE
    BEDRIJFSVOERING OF DERGELIJKE) DIE
    VOORTVLOEIEN UIT HET GEBRUIK VAN
    OF HET ONVERMOGEN TOT GEBRUIK
    VAN DE TELENAV-SOFTWARE, ZELFS
    ALS TELENAV GEADVISEERD IS OVER
    VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE
    SCHADE.

    Deze Overeenkomst en de prestaties
    hieronder worden beheerst onder en
    opgezet volgens de wetten van de staat
    Californië, zonder gelding van de
    conflictregels. Voor zover gerechtelijke
    actie noodzakelijk is in verband met de
    bindende arbitrage, gaan zowel u als
    TeleNav ermee akkoord zich te
    onderwerpen aan de exclusieve
    bevoegdheid van de rechtbanken van de
    county Santa Clara, Californië. Het Verdrag
    van de Verenigde Naties inzake Contracten
    voor de internationale verkoop van
    goederen is niet van toepassing.

    NIETTEGENSTAANDE ENIGE SCHADE DIE
    U OM WELKE REDEN OOK ZOU KUNNEN
    OPLOPEN (INCLUSIEF EN ZONDER
    BEPERKING, ALLE SCHADE HIERIN
    VERMELD EN ALLE DIRECTE OF 09/22/09
    - 10 van 19 - Vertrouwelijk ALGEMENE
    SCHADE IN CONTRACT,
    ONRECHTMATIGHEDEN (INCLUSIEF
    NALATIGHEID) OF ANDERSZINS), WORDT
    DE VOLLEDIGE AANSPRAKELIJKHEID VAN
    TELENAV EN VAN ALLE LEVERANCIERS
    VAN TELENAV BEPERKT TOT HET
    WERKELIJK DOOR U BETAALDE BEDRAG

    293

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 296

    Bijlagen
    7. Toewijzing

    door implicatie, statuut, aansporing,
    estoppel of anderszins, en TeleNav en haar
    leveranciers en licentiegevers behouden
    hierbij alle andere betreffende rechten dan
    de licenties expliciet verleend in deze
    Overeenkomst.

    U mag deze Overeenkomst of een van uw
    rechten of verplichtingen niet verkopen
    toewijzen of overdragen, behalve in
    totaliteit, in verband met uw permanente
    overdracht van de TeleNav-software, en
    uitdrukkelijk geconditioneerd op het
    akkoord gaan van de nieuwe gebruiker van
    de TeleNav-software met het gebonden
    zijn door de voorwaarden en bepalingen
    van deze Overeenkomst. Een dergelijke
    verkoop, toewijzing of overdracht die niet
    expliciet is toegestaan onder deze
    paragraaf zal resulteren in onmiddellijke
    beëindiging van deze Overeenkomst,
    zonder aansprakelijkheid aan TeleNav, in
    welk geval u en alle andere partijen
    onmiddellijk alle gebruik van de
    TeleNav-software staken.
    Niettegenstaande het voorgaande, kan
    TeleNav deze Overeenkomst op elk
    moment toewijzen aan enige andere partij
    zonder voorafgaande kennisgeving, mits
    de cessionaris gebonden blijft aan deze
    Overeenkomst.

    8,3
    Door gebruik te maken van de
    TeleNav-software, gaat u akkoord met het
    op elektronische wijze ontvangen van alle
    communicatie, waaronder kennisgevingen,
    overeenkomsten, wettelijk vereiste
    openbaarmakingen of andere informatie
    met betrekking tot de TeleNav-software
    (collectief "Kennisgevingen"). TeleNav kan
    dergelijke Kennisgevingen verstrekken door
    deze op de TeleNav Website te plaatsen
    of door dergelijke Kennisgevingen naar uw
    draadloze apparaat te laten downloaden.
    Als u wenst uw toestemming om
    Kennisgevingen elektronisch te ontvangen
    in te trekken, dient u het gebruik van de
    TeleNav-software te stoppen.
    8,4

    8. Diversen

    Het niet eisen van de uitvoer van enige
    bepaling door u of TeleNav, zal geen
    afbreuk doen aan het recht van de
    betreffende partij om de uitvoer op een
    later tijdstip te eisen, noch zal een
    ontheffing van enige schending of
    tekortkoming van deze Overeenkomst een
    ontheffing van enige daaropvolgende
    schending of tekortkoming van de bepaling
    zelf vormen.

    8,1
    Deze Overeenkomst vormt de volledige
    overeenkomst tussen u en TeleNav met
    betrekking tot het onderwerp hiervan.
    8,2
    Behalve voor de beperkte licenties die
    uitdrukkelijk zijn verleend in deze
    overeenkomst, behoudt TeleNav alle
    rechten, titels en belangen in en op de
    TeleNav-software, inclusief en zonder
    beperking alle gerelateerde rechten op
    intellectueel eigendom. Geen licenties of
    andere rechten die niet uitdrukkelijk zijn
    verleend in deze Overeenkomst zijn
    bedoeld om verleend of toegekend te
    worden, of worden verleend of toegekend,

    8,5
    Indien enige bepaling hierin als
    onuitvoerbaar wordt gezien, dan zal een
    dergelijke bepaling worden aangepast aan
    de intentie van de partijen, en zullen de
    overige bepalingen van deze
    Overeenkomst volledig en onverminderd
    van kracht blijven.

    294

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 297

    Bijlagen
    8,6

    installeren, kopiëren, gebruiken, verkopen
    of overdragen. Als u de voorwaarden van
    deze overeenkomst wenst te verwerpen,
    en de Gegevens niet geïnstalleerd,
    gekopieerd of gebruikt hebt, dient u binnen
    dertig (30) dagen na aankoop contact op
    te nemen met de verkoper of NAVTEQ
    North America, LLC ("NT") voor een
    terugbetaling van uw aankoopprijs. Ga naar
    visit www.navteq.com o mcontact op te
    nemen met NT.

    De koppen in deze Overeenkomst dienen
    slechts ter referentie en worden niet als
    onderdeel van deze Overeenkomst
    beschouwd, en hiernaar zal niet verwezen
    worden in verband met de constructie of
    interpretatie van deze Overeenkomst.
    Zoals gebruikt in deze overeenkomst,
    dienen de woorden "met inbegrip van" en
    "inclusief", en variaties daarvan, niet
    beschouwd te worden als termen van
    beperking, maar als termen die gevolgd
    worden door de woorden "zonder
    beperking".

    De Gegevens worden verstrekt voor uw
    persoonlijke, interne gebruik en mogen niet
    worden doorverkocht. De gegevens zijn
    beschermd door auteursrecht, en zijn
    onderworpen aan de volgende
    voorwaarden (deze "Licentieovereenkomst
    Eindgebruiker") en bepalingen waarmee
    u akkoord gaat, enerzijds, en NAVTEQ
    North America LLC ("NT") en haar
    licentiegevers (met inbegrip van hun
    licentiegevers en leveranciers) anderzijds.

    9. Overige leveranciervoorwaarden en bepalingen
    De TeleNav-software maakt gebruik van
    kaartgegevens en andere gegevens die
    door derde leveranciers aan TeleNav in
    licentie zijn gegeven ten behoeve van u en
    andere eindgebruikers. Deze
    Overeenkomst omvat
    eindgebruikervoorwaarden die van
    toepassing zijn op deze bedrijven
    (opgenomen aan het einde van deze
    Overeenkomst), en uw gebruik van de
    TeleNav-software is dus ook onderworpen
    aan dergelijke voorwaarden. U gaat ermee
    akkoord om te voldoen aan de volgende
    aanvullende voorwaarden en bepalingen,
    die voor derde leverancierlicentiegevers
    van TeleNav gelden:

    De Gegevens voor gebieden in Canada
    omvatten informatie die verkregen is met
    de toestemming van Canadese
    autoriteiten, waaronder: © Her Majesty the
    Queen in Right of Canada, © Queen's
    Printer for Ontario, © Canada Post
    Corporation, GeoBase®.
    NT heeft een niet-exclusieve licentie van
    de United States Postal Service ® om
    ZIP+4 ® informatie te publiceren en
    verkopen.

    NavTeq Licentieovereenkomst
    Eindgebruiker

    © United States Postal Service ® 2009.
    Prijzen zijn niet vastgesteld, gecontroleerd
    of goedgekeurd door de United States
    Postal Service ®. De volgende
    handelsmerken en registraties zijn
    eigendom van de USPS: United States
    Postal Service, USPS en ZIP+4.

    EINDGEBRUIKERSVOORWAARDEN
    De verstrekte inhoud ("Gegevens") is onder
    licentie, wordt niet verkocht. Door dit
    pakket te openen, of de gegevens te
    installeren, te kopiëren of anderszins te
    gebruiken, gaat u akkoord gebonden te zijn
    aan de voorwaarden van deze
    overeenkomst. Als u niet akkoord gaat met
    de voorwaarden van deze overeenkomst,
    is het u niet toegestaan de Gegevens te

    De Gegevens voor Mexico omvatten
    bepaalde Gegevens van het Instituto
    Nacional de Estadística y Geografía.
    VOORWAARDEN EN BEPALINGEN

    295

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 298

    Bijlagen
    Licentiebeperkingen op gebruik: U gaat
    ermee akkoord dat uw licentie voor het
    gebruik van deze Gegevens is beperkt tot
    en geconditioneerd voor persoonlijk gebruik
    en niet-commerciële doeleinden, en niet
    voor servicebureau, timesharing of andere
    soortgelijke doeleinden. Behalve zoals
    anders hierin is uiteengezet, gaat u akkoord
    met het niet anderszins reproduceren,
    kopiëren, modificeren, decompileren,
    demonteren of reconstrueren van enig
    gedeelte van deze Gegevens, en mag u
    deze niet overdragen of distribueren in elke
    vorm of voor elk doel dan ook, behalve voor
    zover toegestaan door dwingend recht.

    aan communicatie gekoppelde
    toepassingen bij voertuigen die beschikken
    over mogelijkheden met betrekking tot
    voertuignavigatie, positiebepaling,
    verzending, real-time routebegeleiding,
    wagenpark of vergelijkbare toepassingen;
    of (b) met of gekoppeld aan
    communicatie, inclusief en zonder
    beperking, mobiele telefoons, palmtop en
    handcomputers, pagers en personal digital
    assistants of PDA's.
    WAARSCHUWING
    Deze Gegevens kunnen
    onnauwkeurige of onvolledige
    informatie bevatten vanwege het
    verloop van tijd, veranderende
    omstandigheden, gebruikte bronnen en de
    aard van het verzamelen van uitgebreide
    geografische Gegevens, die kunnen leiden
    tot incorrecte resultaten.

    Licentiebeperkingen op overdracht: Uw
    beperkte licentie staat geen overdracht of
    doorverkoop van de Gegevens toe, behalve
    op voorwaarde dat u de Gegevens en al
    het bijbehorende materiaal op een
    permanente basis mag overdragen als: (a)
    u geen kopieën van de Gegevens bewaart;
    (b) de ontvanger akkoord gaat met de
    voorwaarden van deze
    Licentieovereenkomst Eindgebruiker; en
    (c) u de Gegevens in exact dezelfde vorm
    overdraagt zoals u deze hebt gekocht door
    fysiek overbrengen van de oorspronkelijke
    media (bijvoorbeeld de CD-ROM of DVD
    die u hebt gekocht), alle originele
    verpakkingsmaterialen, alle Handleidingen
    en andere documentatie. Met name
    Multi-disc sets mogen alleen overgedragen
    of verkocht worden als een complete set
    als verstrekt aan u en niet als een subset
    daarvan.

    Geen garantie: Deze Gegevens worden
    "as is" (als verstrekt) aan u geleverd, en u
    gaat ermee akkoord deze te gebruiken op
    uw eigen risico. NT en haar licentiegevers
    (en hun licentiegevers en leveranciers)
    geven geen garanties of verklaringen van
    enige soort, expliciet of impliciet,
    voortvloeiend uit recht of anderszins, met
    inbegrip van maar niet beperkt tot, de
    inhoud, kwaliteit, nauwkeurigheid,
    volledigheid, effectiviteit, betrouwbaarheid,
    geschiktheid voor een bepaald doel, nut,
    gebruik of resultaten die uit deze Gegevens
    verkregen worden, of een foutvrije of
    ononderbroken werking van de Gegevens
    of de server.

    Aanvullende licentiebeperkingen:
    Behalve waartoe u door NT specifiek
    gelicentieerd bent in een afzonderlijke
    schriftelijke overeenkomst, en zonder
    beperking van de voorgaande paragraaf,
    is uw licentie geconditioneerd op gebruik
    van de Gegevens zoals voorgeschreven in
    deze overeenkomst, en mag u niet (a) deze
    Gegevens gebruiken in combinatie met
    producten, systemen, of andere
    geïnstalleerde of anderszins verbonden of

    Disclaimer van garantie: NT EN HAAR
    LICENTIEGEVERS (MET INBEGRIP VAN
    HUN LICENTIEGEVERS EN
    LEVERANCIERS) WIJZEN ALLE
    GARANTIES, EXPLICIET OF IMPLICIET,
    VAN KWALITEIT, PRESTATIES,
    VERKOOPBAARHEID, GESCHIKTHEID

    296

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 299

    Bijlagen
    VOOR EEN BEPAALD DOEL OF
    NIET-INBREUK AF. Sommige staten,
    gebieden en landen staan bepaalde
    garantieuitsluitingen niet toe, dus in dat
    opzicht kan de bovenstaande uitsluiting
    mogelijk niet voor u gelden.

    wetten, regels en voorschriften beheerd
    door het Office of Foreign Assets Control
    van de Verenigde Staten. Department of
    Commerce en Bureau of Industry and
    Security van de Verenigde Staten.
    Department of Commerce. In de mate dat
    dergelijke wetten, regels of voorschriften
    voor export NT verbieden haar
    verplichtingen uit hieronder te leveren of
    te distribueren Gegevens na te leven, zal
    een dergelijk gebrek verontschuldigd
    worden en zal geen schending van deze
    Overeenkomst vormen.

    Disclaimer van aansprakelijkheid: NT
    EN HAAR LICENTIEGEVERS (MET
    INBEGRIP VAN HUN LICENTIEGEVERS EN
    LEVERANCIERS) KUNNEN NIET DOOR U
    AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD
    VOOR CLAIMS, EISEN OF ACTIES,
    ONGEACHT DE AARD VAN DE OORZAAK
    VAN DE CLAIMS, EISEN OF ACTIES
    BEWEREND VERLIES, LETSEL OF
    SCHADE, DIRECT OF INDIRECT, DIE UIT
    HET GEBRUIK OF HET BEZIT VAN DEZE
    GEGEVENS KUNNEN VOORTVLOEIEN; OF
    VOOR HET VERLIES VAN WINST,
    INKOMSTEN, OVEREENKOMSTEN OF
    BESPARINGEN, OF ANDERE DIRECTE,
    INDIRECTE, INCIDENTELE, SPECIALE OF
    GEVOLGSCHADE VOORTVLOEIEND UIT
    UW GEBRUIK VAN OF ONVERMOGEN TOT
    GEBRUIK VAN DEZE GEGEVENS,
    EVENTUELE TEKORTKOMINGEN IN DEZE
    GEGEVENS, OF DE SCHENDING VAN DEZE
    VOORWAARDEN OF BEPALINGEN, IN EEN
    ACTIE IN CONTRACT OF
    ONRECHTMATIGHEID OF OP BASIS VAN
    EEN GARANTIE, ZELFS ALS NT OF HAAR
    LICENTIEGEVERS GEADVISEERD ZIJN
    OVER DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE
    SCHADE. Sommige staten, gebieden en
    landen staan bepaalde
    aansprakelijkheidsuitsluitingen of
    schadebeperkingen niet toe, dus in dat
    opzicht kan het bovenstaande mogelijk
    niet voor u gelden.

    Volledige overenkomst: Deze
    voorwaarden en bepalingen vormen de
    volledige overeenkomst tussen NT (en
    haar licentiegevers, inclusief hun
    licentiegevers en leveranciers) en u, met
    betrekking tot het onderwerp hiervan, en
    vervangen in hun geheel alle eerder
    bestaande geschreven of mondelinge
    overeenkomsten tussen ons met
    betrekking tot dergelijke onderwerpen.
    Scheidbaarheid: U en NT gaan ermee
    akkoord dat als enig gedeelte van deze
    overeenkomst onwettig of onuitvoerbaar
    is, dit van de Overeenkomst wordt
    gescheiden en zal de rest van de
    Overeenkomst volledig en onverminderd
    van kracht blijven.
    Toepasselijk recht: De bovenstaande
    voorwaarden en bepalingen worden
    beheerst door de wetten van de staat
    Illinois, zonder effect te geven aan (i) de
    strijdigheid van wettelijke bepalingen, of
    (ii) het Verdrag van de Verenigde Naties
    inzake Contracten voor de internationale
    verkoop van goederen, dat expliciet is
    uitgesloten. U gaat ermee akkoord zich te
    onderwerpen aan de persoonlijke jurisdictie
    van de staat Illinois voor alle geschillen,
    claims en acties voortvloeiend uit of in
    verband met de Gegevens verstrekt aan u
    hieronder.

    Exportcontrole: U gaat ermee akkoord
    geen delen van de Gegevens of directe
    producten daarvan van waar dan ook te
    exporteren, behalve in overeenstemming
    met, en met alle vereiste licenties en
    goedkeuringen onder toepasselijke wetten,
    regels en voorschriften voor export, met
    inbegrip van maar niet beperkt tot de

    297

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 300

    Bijlagen
    Eindgebruikers overheid: Als de
    Gegevens worden verworven door of
    namens de overheid van de Verenigde
    Staten, of een andere entiteit die rechten
    zoekt of toepast die vergelijkbaar zijn met
    die gewoonlijk opgeëist worden door de
    overheid van de Verenigde Staten, zijn deze
    gegevens een "commerciële term" zoals
    deze term is gedefinieerd in 48 C.F.R.
    ("FAR") 2.101, wordt in licentie gegeven in
    overeenstemming met deze
    Licentieovereenkomst Eindgebruiker, en
    elke kopie van Gegevens geleverd of
    anderszins ingericht moet passend
    gemarkeerd en ingesloten te worden met
    de volgende "Kennisgeving van gebruik",
    en moet worden behandeld in
    overeenstemming met deze Kennisgeving:

    Als de Contracterende functionaris, de
    federale regering of een federale
    functionaris weigert om de hierin verstrekt
    legenda te gebruiken, moet de
    Contracterende functionaris, de federale
    regering of een federale functionaris
    NAVTEQ hierover informeren voordat er
    aanvullende of alternatieve rechten in de
    Gegevens worden gezocht.
    Wi-Fi hotspot gegevens verstrekt door
    JiWire, © 2013 JiWire.
    Gracenote® Copyright
    CD- en muziekgerelateerde gegevens van
    Gracenote, Inc., copyright© 2000-2007
    Gracenote. Gracenote Software, copyright
    © 2000-2007 Gracenote. Dit product en
    deze service kunnen over een of meer van
    de volgende V.S. octrooien #5,987,525,
    #6,061,680, #6,154,773, #6,161,132,
    #6,230,192, #6,230,207, #6.240,459,
    #6,330,593 en andere uitgegeven of
    uitstaande octrooien beschikken. Sommige
    diensten verstrekt onder licentie van Open
    Globe, Inc. voor V.S. octrooi: #6,304,523.

    KENNISGEVING VAN GEBRUIK
    CONTRACTANT
    (FABRIKANT/LEVERANCIER)
    NAAM:
    NAVTEQ
    CONTRACTANT
    (FABRIKANT/LEVERANCIER)
    425 West Randolph Street, Chicago, IL
    60606.

    Gracenote en CDDB zijn geregistreerde
    handelsmerken van Gracenote. Het
    Gracenote logo en logotype, en het
    "Powered by Gracenote™" logo zijn
    handelsmerken van Gracenote.

    Deze Gegevens zijn een commercieel item
    zoals gedefinieerd in FAR 2.101

    Gracenote® Licentieovereenkomst
    Eindgebruiker (EULA)

    ADRES:

    en zijn onderworpen aan de
    Licentieovereenkomst Eindgebruiker
    waaronder

    Dit apparaat bevat software van
    Gracenote, Inc., 2000 Powell Street
    Emeryville, California 94608
    ("Gracenote").

    deze Gegevens zijn verstrekt.
    © 2011 NAVTEQ. Alle rechten
    voorbehouden.

    Met de software van Gracenote (de
    "Gracenote Software") kan dit apparaat
    een identificatie van CD en
    muziekbestanden uitvoeren en
    muziekgerelateerde informatie verkrijgen,
    met inbegrip van naam, artiest, nummer

    298

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 301

    Bijlagen
    en titelinformatie ("Gracenote Gegevens"),
    van online servers ("Gracenote Servers"),
    en andere functies vervullen. U mag
    Gracenote Gegevens uitsluiten gebruiken
    met behulp van de beoogde
    Eindgebruikerfuncties van dit apparaat.

    beding is Gracenote aansprakelijk voor
    betalingen aan u voor informatie die u
    verstrekt, met inbegrip van
    auteursrechtelijk beschermd materiaal of
    muziekbestandinformatie. U gaat ermee
    akkoord dat Gracenote haar betreffende
    rechten, gezamenlijk of afzonderlijk, onder
    deze overeenkomst rechtstreeks in de
    naam van elk bedrijf tegen u kan
    afdwingen.

    Dit apparaat bevat mogelijk inhoud die
    behoort tot de Gracenote aanbieders.
    Indien dit het geval is, gelden alle hierin
    uiteengezette beperkingen met betrekking
    tot Gracenote Gegevens ook voor
    dergelijke inhoud, en hebben dergelijke
    inhoudaanbieders het recht op alle hierin
    uiteengezette voordelen en beveiligingen
    beschikbaar voor Gracenote.

    Gracenote gebruikt een unieke ID voor het
    bijhouden van vragen voor statistische
    doeleinden. Het doel van een willekeurig
    toegewezen numerieke ID is om Gracenote
    het aantal vragen te laten tellen zonder
    iets te weten over wie u bent. Zie de
    website www.gracenote.com voor meer
    informatie en het Gracenote Privacybeleid.

    U gaat ermee akkoord dat u de inhoud van
    Gracenote ("Gracenote Inhoud"),
    Gracenote Gegevens, de Gracenote
    Software en Gracenote Servers uitsluitend
    gebruikt voor uw eigen persoonlijk,
    niet-commercieel gebruik. U gaat ermee
    akkoord geen Gracenote Inhoud,
    Gracenote Software of Gracenote
    Gegevens (behalve in een Tag die is
    gekoppeld aan een muziekbestand) toe te
    wijzen, kopiëren, overdragen of verzenden
    naar derden. U GAAT ERMEE AKKOORD
    GEEN GRACENOTE INHOUD, GRACENOTE
    GEGEVENS, DE GRACENOTE SOFTWARE,
    OF GRACENOTE SERVERS TE GEBRUIKEN
    OF EXPLOITEREN, BEHALVE ZOALS
    HIERIN UITDRUKKELIJK IS TOEGESTAAN.

    DE GRACENOTE SOFTWARE, ELK ITEM
    VAN GRACENOTE GEGEVENS EN DE
    GRACENOTE INHOUD WORDEN "AS IS"
    (ALS VERSTREKT) AAN U IN LICENTIE
    GEGEVEN. GRACENOTE GEEFT OOK
    GEEN VERKLARINGEN OF GARANTIES,
    EXPLICIET OF IMPLICIET, MET
    BETREKKING TOT DE NAUWKEURIGHEID
    GRACENOTE GEGEVENS VAN DE
    GRACENOTE SERVERS OF GRACENOTE
    INHOUD. GRACENOTE, COLLECTIEF EN
    AFZONDERLIJK, BEHOUDT HET RECHT
    VOOR GEGEVENS EN/OF INHOUD VAN
    DE BETREFFENDE SERVERS VAN DE
    BEDRIJVEN TE VERWIJDEREN OF, IN HET
    GEVAL VAN GRACENOTE,
    GEGEVENSCATEGORIEËN TE WIJZIGEN
    OM REDENEN DIE GRACENOTE
    VOLDOENDE ACHT. ER WORDT GEEN
    GARANTIE GEGEVEN DAT GRACENOTE
    INHOUD OF DE GRACENOTE SOFTWARE
    OF GRACENOTE SERVERS FOUTVRIJ ZIJN
    OF DAT DE WERKING VAN DE
    GRACENOTE SOFTWARE OF GRACENOTE
    SERVERS ONONDERBROKEN IS.
    GRACENOTE IS NIET VERPLICHT OM U
    TE VOORZIEN VAN VERBETERDE OF
    AANVULLENDE GEGEVENSTYPEN DIE
    GRACENOTE DESGEWENST IN DE

    U gaat ermee akkoord dat uw
    niet-exclusieve licenties voor het gebruik
    van Gracenote Inhoud, Gracenote
    Gegevens, de Gracenote Software en
    Gracenote Servers worden beëindigd als
    u deze beperkingen schendt. U gaat ermee
    akkoord dat indien uw licenties beëindigd
    worden, u alle gebruik van Gracenote
    Inhoud, Gracenote Gegevens, de
    Gracenote Software en Gracenote Servers
    staakt. Gracenote behoudt alle rechten
    voor in respectievelijk Gracenote Gegevens,
    de Gracenote Software, en de Gracenote
    Servers en Gracenote Inhoud, met inbegrip
    van alle eigendomsrechten. Onder geen
    299

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 302

    Bijlagen
    TOEKOMST KAN VERSTREKKEN EN IS
    VRIJ OM HAAR ONLINE DIENSTEN OP ELK
    MOMENT TE STOPPEN. GRACENOTE
    WIJST ALLE GARANTIES AF, EXPLICIET
    OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN MAAR
    NIET BEPERKT TOT, IMPLICIETE
    GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID,
    GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD
    DOEL, TITEL EN NIET-INBREUK.
    GRACENOTE KAN OOK DE RESULTATEN
    VERKREGEN DOOR HET GEBRUIK VAN
    DE GRACENOTE SOFTWARE OF EEN
    GRACENOTE SERVER GARANDEREN. IN
    GEEN GEVAL IS GRACENOTE
    AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE
    GEVOLGSCHADE OF INCIDENTELE
    SCHADE OF VOOR GEDERFDE WINST OF
    VERLOREN INKOMSTEN VOOR WELKE
    REDEN DAN OOK.

    De antenne die voor deze zender wordt
    gebruikt mag zich niet in de buurt van een
    andere antenne of zender bevinden of hier
    tegelijkertijd mee werken.

    © Gracenote 2007.
    FCC ID: KMHSYNCG2
    IC: 1422A-SYNCG2
    Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de
    FCC-voorschriften en aan RSS-210 van
    Industry Canada. Bediening is onderhevig
    aan de volgende twee voorwaarden: (1)
    Dit apparaat mag geen schadelijke
    interferentie veroorzaken en (2) dit
    apparaat moet ontvangen interferentie
    accepteren (inclusief interferentie die kan
    leiden tot ongewenste bediening.
    WAARSCHUWING
    Het uitvoeren van wijzigingen of
    modificaties aan het apparaat
    zonder nadrukkelijke toestemming
    van de verantwoordelijke partij kan leiden
    tot vervallen van het recht op bediening
    van het apparaat. De term "IC" vóór het
    radiocertificatienummer duidt alleen aan
    dat er aan de technische specificates van
    Industry Canada is voldaan.

    300

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 303

    Index

    1

    Afstandsbediening........................................28
    Afstandsbediening met inklapbare
    sleutelbaard......................................................29
    Afstandsbediening zonder inklapbare
    sleutelbaard......................................................30
    Batterij van afstandsbediening
    vervangen...........................................................29
    Een nieuwe afstandsbediening
    programmeren.................................................28
    Ontgrendelfunctie opnieuw
    programmeren.................................................29

    12 volt accu vervangen................................165

    A
    A/C
    Zie: Klimaatregeling............................................78

    Aanbeveling nieuwe onderdelen.................7
    Garantie op vervangingsonderdelen...............8
    Gepland onderhoud en mechanische
    reparaties..............................................................7
    Schadeherstel..........................................................7

    Airconditioning
    Zie: Klimaatregeling............................................78

    Akoestische waarschuwingssignalen en
    -indicaties......................................................65

    Aanhangers trekken.....................................129
    Aansluiting Auxiliary ingang....................239
    Aansteker...........................................................91
    Aanvullend veiligheidssysteem................25

    Automatische transmissie...............................65
    Koplampen ingeschakeld.................................65
    Laag brandstofpeil..............................................65
    Sleutel buiten auto..............................................65
    Waarschuwing veiligheidsgordel...................65

    Werking....................................................................25

    ABS
    Zie: Remmen.........................................................114

    Alarm

    Accessoires
    Zie: Aanbeveling nieuwe onderdelen..............7

    Zie: Antidiefstalsysteem ...................................42

    Achterbank.......................................................89

    Algemene informatie over
    radiofrequenties..........................................28
    Alle MyKeys wissen.......................................34
    Antidiefstalsysteem .....................................42

    De rugleuning van de achterbank
    omklappen........................................................89
    Rugleuning omhoog klappen..........................89

    Alarm activeren.....................................................43
    Alarmsysteem.......................................................42
    Het alarm inschakelen.......................................44
    Het alarm uitschakelen.....................................44
    Volledige en gereduceerde beveiliging.........43

    Achterklep
    Zie: Handmatig bediende achterklep...........38

    Achterruitwissers en -sproeiers................49
    Intervalwissen.......................................................49
    Ruitensproeier achter.........................................49
    Wissen tijdens achteruitrijden........................49

    Armleuning, voor............................................90
    Audiobediening...............................................45

    Achteruitkijkcamera....................................120

    .....................................................................................45

    Achteruitkijkcamera inschakelen.................120
    Achteruitkijkcamera uitschakelen.................121
    Auto's met parkeerhulp.....................................121
    Display gebruiken...............................................120

    Audio-installatie - Auto's met: AM/FM/
    CD/Bluetooth.............................................203
    Alternative Frequencies..................................208
    Automatic Volume Control...........................208
    Autostore..............................................................207
    Golfbandtoets....................................................206
    Klanktoets............................................................206
    News Broadcasts..............................................208
    Regional Mode...................................................209
    Station Tuning Control....................................206
    Traffic Information Control............................207
    Voorkeuzezenders.............................................207

    Achteruitkijkcamera
    Zie: Achteruitkijkcamera..................................120

    Active City Stop.............................................124
    Active City Stop gebruiken..............................125
    Algemene informatie.........................................124
    Informatie lasersensor......................................125

    301

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 304

    Index
    Audio-installatie - Auto's met: AM/FM/
    CD/Navigatiesysteem .............................210

    Audio-installatie - Auto's met: Sony AM/
    FM/CD............................................................216

    Alternative Frequencies....................................215
    Automatic Volume Control.............................215
    Autostore...............................................................214
    Golfbandtoets......................................................213
    News Broadcasts................................................215
    Regionale modus................................................215
    Station-afstemtoetsen.....................................213
    Traffic Information Control.............................214
    Voorkeuzezenders..............................................213

    Alternatieve frequenties..................................222
    Automatische volumeregeling.......................221
    Autostore..............................................................220
    Digitale signaalverwerking...............................221
    Golfbandtoets.....................................................219
    Klanktoets (SOUND)........................................219
    Nieuwsuitzendingen.........................................222
    Regionale modus...............................................222
    Station-afstemtoetsen....................................219
    Verkeersinformatie instellen.........................220
    Voorkeuzezenders.............................................220

    Audio-installatie - Auto's met: AM/FM/
    CD....................................................................198

    Audiosysteem................................................197

    Alternative Frequencies..................................202
    Automatic Volume Control............................202
    Autostore...............................................................201
    Golfbandtoets....................................................200
    Klanktoets (SOUND).......................................200
    News Broadcasts...............................................202
    Regional Mode....................................................203
    Station Tuning Control....................................200
    Traffic Information Control.............................201
    Voorkeuzezenders..............................................201

    Algemene informatie.........................................197

    Automatische klimaatregeling.................80
    Temperatuurregeling..........................................82

    Automatische transmissie.......................109
    Aanwijzingen voor het rijden met een
    automatische transmissie............................111
    Noodontgrendelhendel parkeerrem.............111
    Sportmodus en handmatig
    schakelen..........................................................110
    Standen keuzehendel......................................109

    Audio-installatie - Auto's met:
    Navigatiesysteem /Sony AM/FM/
    CD...................................................................223

    Automatisch in- en uitschakelende
    ruitenwissers.................................................47
    Automatisch in- en uitschakelende
    verlichting........................................................51
    Auto op vier wielen slepen Automatische transmissie.....................134

    Alternatieve frequenties..................................229
    Automatische volumeregeling.....................228
    Autostore...............................................................227
    Digitale signaalverwerking.............................228
    Golfbandtoets.....................................................226
    Klanktoets............................................................226
    Nieuwsuitzendingen.........................................229
    Regionale modus...............................................229
    Station-afstemtoetsen...................................226
    Verkeersinformatie instellen..........................227
    Voorkeuzezenders..............................................227

    Slepen in geval van nood.................................134

    Auto op vier wielen slepen Handgeschakelde
    versnellingsbak...........................................133
    Auto-Start-Stop...........................................100
    Motor opnieuw starten.....................................101
    Motor uitschakelen...........................................100
    Start-Stop knop gebruiken............................100

    B
    Bagageafdekkingen......................................127
    De afdekking verwijderen.................................127

    Bagagenetten.................................................127
    Net aanbrengen en verwijderen....................127

    Bagageverankeringspunten......................126
    Bandenreparatieset
    Zie: Set tijdelijke mobiliteit.............................180

    302

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 305

    Index
    Bandenspanningcontrolesysteem........185

    CD-speler - Auto's met: AM/FM/
    CD....................................................................231

    Systeem resetten...............................................185

    Banden

    CD afspelen...........................................................231
    CD afspelen beëindigen..................................235
    MP3- en WMA-bestanden afspelen...........232
    Nummerselectie.................................................232
    Nummers op CD zoeken..................................232
    Nummers van CD herhalen............................232
    Opties weergave CD tekst..............................235
    Opties weergave MP3 en WMA....................235
    Shuffle en willekeurig afspelen....................232
    Snel vooruit en achteruit.................................232

    Zie: Velgen en banden......................................180

    Band oppompen bij een lek/gat
    Zie: Set tijdelijke mobiliteit.............................180

    Bekerhouders..................................................93
    Bestuurdersairbag.........................................25
    .....................................................................................25

    Beveiliging ........................................................42
    Beveiliging van uw
    audio-installatie........................................230
    Bijlagen............................................................282
    Binnenspiegel..................................................58

    Centrale vergrendeling.................................59
    Integraal openen..................................................59
    Integraal sluiten....................................................59

    Binnenspiegel met automatische
    anti-verblindingsstand..................................59

    Chassisnummer............................................194
    Contactslot......................................................94
    Contactslot

    Brandstof en tanken....................................102
    Technische specificatie...................................108

    Brandstofkwaliteit - Benzine...................103

    Zie: Contactslot....................................................94

    Controle koelvloeistofpeil

    Opslaan voor de lange termijn......................103

    Brandstofkwaliteit - Diesel.......................103

    Zie: Motorkoelvloeistof controleren............163

    Controle oliepeil

    Opslaan voor de lange termijn......................103

    Brandstofverbruik........................................106

    Zie: Motorolie controleren...............................162

    Brandstofverbruik berekenen........................107
    Tanken.....................................................................107

    Controle vloeistofpeil koppeling en
    remsysteem.................................................164
    Cruise Control

    Brandstofverbruik
    Zie: Technische specificatie...........................108

    Zie: Snelheidsregeling (Cruise Control)......122

    Buitenspiegels.................................................57

    D

    Elektrisch bedienbare buitenspiegels...........57
    Elektrisch inklapbare buitenspiegels............58
    Inklapbare buitenspiegels................................58

    C

    Dagrijlicht..........................................................52
    De juiste zitpositie innemen......................86
    De motorkap openen en sluiten.............158

    CD-speler - Auto's met: AM/FM/CD/
    Bluetooth/Sony AM/FM/CD................235

    Dieselroetfilter................................................98

    Motorkap openen...............................................158
    Motorkap sluiten.................................................158

    CD afspelen..........................................................235
    CD afspelen beëindigen..................................239
    MP3- en WMA-bestanden afspelen..........236
    Nummerselectie.................................................235
    Nummers op CD zoeken.................................236
    Nummers van CD herhalen...........................236
    Opties weergave CD tekst..............................238
    Opties weergave MP3 en WMA...................238
    Shuffle en willekeurig afspelen....................236
    Snel vooruit en achteruit.................................235

    Regeneratie............................................................99

    Digitale audio................................................230
    ..................................................................................230

    Dimmer
    instrumentenpaneelverlichting.............52
    .....................................................................................52

    Door water rijden..........................................135
    ...................................................................................135

    DPF
    Zie: Dieselroetfilter..............................................98

    DRL
    Zie: Dagrijlicht........................................................52

    303

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 306

    Index

    E

    Gebruik maken van
    stabiliteitsregeling......................................116
    ....................................................................................116

    Een benzinemotor starten..........................97

    Gebruik van sneeuwkettingen.................184

    Koude of warme motor......................................97
    Motor slaat niet aan............................................98
    Motortoerental na het starten.........................97
    Verzopen motor....................................................97

    Auto's met stabiliteitsregeling......................185

    Gebruik van winterbanden.......................184
    Gevarendriehoek...........................................137
    Glashouder.......................................................93
    Gloeilampentabel.........................................173
    Gloeilampen vervangen.............................167

    Een dieselmotor starten.............................98
    Koude of warme motor.....................................98
    Motor slaat niet aan............................................98

    Achterlampen......................................................170
    Centraal derde remlicht.....................................171
    Interieurverlichting..............................................173
    Kentekenplaatverlichting.................................172
    Koplamp.................................................................167
    Leeslampen...........................................................173
    Mistlampen, voor................................................170
    Naderingslicht.....................................................169
    Stadslicht..............................................................169
    Verlichting bagageruimte, beenruimte en
    achterklep.........................................................173
    Zijknipperlicht......................................................169

    Een koplamp verwijderen.........................166
    Een verloren sleutel of
    afstandsbediening vervangen ................31
    Een wiel vervangen......................................186
    Een wiel verwijderen.........................................188
    Krikpunten.............................................................186
    Voertuigen met een reservewiel...................186
    Voertuigkrik...........................................................186
    Wiel aanbrengen................................................189
    Wieldop verwijderen.........................................188
    Wielmoeren..........................................................186
    Wielmoersleutel monteren............................188

    Een zekering vervangen.............................156
    Eerstehulpset.................................................137
    Elektrisch bedienbare ruiten......................56

    H
    Handgeschakelde versnellingsbak.......109

    Accessoiresvertraging.........................................57
    Achterruitvergrendeling.....................................56
    Inklembeveiliging.................................................56
    Ruiten volledig openen met één druk op de
    knop.....................................................................56
    Ruiten volledig sluiten met één druk op de
    knop.....................................................................56

    De achteruit inschakelen.................................109

    Handmatig bediende achterklep.............38
    Achterklep openen en sluiten..........................38

    Handmatige klimaatregeling.....................79
    Handmatig verstelbare stoelen...............88
    De stoel naar achteren en naar voren
    bewegen.............................................................88
    Hoogte van de bestuurdersstoel
    verstellen............................................................88
    Kantelhoek afstellen..........................................88
    Lendensteun afstellen.......................................88
    Passagiersstoel neerklappen..........................89

    Elektrische portiersloten
    Zie: Vergrendelen en ontgrendelen...............36

    Elektromagnetische
    compatibiliteit............................................282
    Extra voedingsaansluitingen .....................91
    Locatie.......................................................................91
    Voedingspunt met 12 Volt
    gelijkstroom........................................................91

    Handrem
    Zie: Parkeerrem....................................................114

    Herinnering veiligheidsgordel ...................24

    G

    Waarschuwing veiligheidsgordel
    uitschakelen......................................................24

    Hondenrek.......................................................127
    Hoofdairbags....................................................27

    Gebruik maken van
    snelheidsregeling.......................................122
    Cruise control inschakelen..............................122
    Cruise control uitschakelen.............................123

    304

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 307

    Index
    Hoofdsteunen.................................................86

    Kleine lakschade repareren......................178
    Klimaatregeling...............................................78

    ....................................................................................86
    De hoofdsteunen afstellen..............................86
    De hoofdsteun verwijderen..............................87

    Werking....................................................................78

    Klok.....................................................................69
    Type 1........................................................................69
    Type 2.......................................................................69

    I

    Knie-airbag bestuurder................................27
    Koplampen afstellen..................................166
    Koplamphoogte afstellen...........................53

    In één oogopslag ..............................................9
    Overzicht achterzijde exterieur........................14
    Overzicht instrumentenpaneel.........................11
    Overzicht interieur................................................10
    Overzicht voorzijde exterieur..............................9

    Aanbevolen schakelaarposities
    koplampafstelling...........................................54

    L

    Infoberichten....................................................70
    Infodisplays......................................................66

    Lekke band oppompen

    Algemene informatie..........................................66

    Informatiecentrum

    Zie: Set tijdelijke mobiliteit.............................180

    Licentieovereenkomst
    eindgebruiker..............................................283

    Zie: Infodisplays....................................................66

    Inhouden en specificaties ........................193
    Technische specificatie....................................194

    SYNC® Licentieovereenkomst
    Eindgebruiker (EULA).................................283

    Inleiding................................................................5
    Inrijden..............................................................135

    Lichtmetalen velgen reinigen...................178
    Luchtroosters

    Banden...................................................................135
    Motor.......................................................................135
    Remmen en koppeling......................................135

    Zie: Ventilatieroosters.........................................78

    M

    Inrijden
    Zie: Inrijden............................................................135

    Instrumentenpaneel......................................61
    Interieurverlichting.........................................54

    Meters..................................................................61

    Instapverlichting...................................................54
    Leeslampen............................................................55

    Mistachterlichten...........................................53
    Mistlampen - Achter

    Brandstofmeter.....................................................61

    Zie: Mistachterlichten.........................................53

    K

    Mistlampen - Voor

    Katalysator.....................................................105

    Motorkapslot

    Zie: Voorste mistlampen...................................52

    Rijden met een katalysator.............................105

    Zie: De motorkap openen en sluiten...........158
    Zie: De motorkap openen en sluiten...........158

    Kinder observatiespiegel.............................59
    Kindersloten.....................................................22

    Motorkoelvloeistof controleren...............163

    Linkerzijde................................................................22
    Rechterzijde............................................................22

    Motorolie controleren.................................162

    Koelvloeistof bijvullen.......................................163

    Kinderzitjes aanbrengen..............................16

    Olie bijvullen.........................................................163

    Motorstartblokkering

    ISOFIX verankeringspunten..............................18
    Kinderzitje met verankeringspunten aan de
    bovenzijde bevestigen....................................18
    Kinderzitjes voor verschillende
    gewichtsgroepen..............................................16
    Stoelverhogers........................................................17
    Verankeringspunten aan de
    bovenzijde...........................................................18

    Zie: Passief antidiefstalsysteem ....................42

    Motor starten en stoppen ..........................94
    Algemene informatie..........................................94

    Motor uitschakelen.......................................99
    Auto's met een turbocompressor.................99

    305

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 308

    Index
    MyKey aanmaken...........................................33

    Overzicht motorruimte - 1,4 l
    Duratec-16V (Sigma)/1,6 l Duratec-16V
    Ti-VCT (Sigma).........................................160
    Overzicht motorruimte - 1.5L
    Duratorq-TDCi/1,6 l Duratorq-TDCi
    (DV) diesel ...................................................161
    Overzicht motorruimte...............................159
    Overzicht van symbolen.................................5

    Uitvoeringen met keyless
    startsysteem.....................................................33
    Uitvoeringen zonder keyless
    startsysteem.....................................................33

    MyKey gebruiken bij op afstand
    bedienbare startsystemen......................34
    MyKey programmeren..................................34
    Optionele Instellingen........................................34

    P

    MyKey™.............................................................32
    Werking....................................................................32

    Parkeerhulp......................................................117

    N

    Sensorsysteem achter.......................................118
    Sensorsysteem voor en achter.......................119

    Navigatie..........................................................241

    Parkeerhulp .....................................................117

    Een route instellen.............................................242
    Informatie.............................................................246
    Kaartgegevens laden.........................................241
    Menustructuur....................................................242
    Routeopties.........................................................244
    Typegoedkeuringen..........................................249
    Updates van navigatiekaarten.....................249
    Uw navigatievoorkeuren instellen...............246
    Verkeersveiligheid..............................................242
    Waarschuwing voor gevaarlijk
    punten...............................................................249

    Werking....................................................................117

    Parkeerrem.......................................................114
    Alle auto's...............................................................115
    Auto's met automatische transmissie........114
    Auto's met handgeschakelde
    versnellingsbak................................................114

    Passagiersairbag............................................26
    .....................................................................................26
    De passagiersairbag inschakelen...................26
    De passagiersairbag uitschakelen.................26

    Passief antidiefstalsysteem ......................42
    Gecodeerde sleutels...........................................42
    Immobilisatiesysteem inschakelen...............42
    Immobilisatiesysteem uitschakelen.............42
    Werking....................................................................42

    O
    Oliepeilstaaf - 1,4 l Duratec-16V
    (Sigma)/1,6 l Duratec-16V Ti-VCT
    (Sigma).........................................................162
    Oliepeilstaaf - 1.5L Duratorq-TDCi/1,6 l
    Duratorq-TDCi (DV) diesel ...................162

    PATS
    Zie: Passief antidiefstalsysteem ....................42

    Persoonlijke instellingen..............................70
    Akoestische signalen uitschakelen...............70
    Meeteenheden......................................................70

    ...................................................................................162

    Oliepeilstaaf...................................................162
    Onderhoud......................................................157

    Plaatsen zekeringenhouders....................139

    Algemene informatie.........................................157
    Technische specificatie.....................................174

    Zekeringenkast in
    passagierscompartiment...........................139
    Zekeringkast motorruimte..............................139

    Opbergruimte onder vloer achterin.......126

    Plaatsing van kinderzitjes............................19

    Afstelbare laadvloer..........................................126

    R

    Opbergvakken ................................................93
    Opraken van de brandstof........................103

    Regeling voor bergop rijden.......................112

    Tanken met een draagbaar
    brandstofreservoir........................................104

    Hellingstart gebruiken........................................112
    Het systeem in- en uitschakelen....................113

    Over deze handleiding ...................................5
    Bescherming van het milieu...............................5

    306

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 309

    Index
    Reinigen van binnenzijde auto.................178

    Sleutelloze toegang......................................39

    Achterruiten..........................................................178
    Instrumentenpaneelschermen,
    LCD-schermen en radioschermen..........178
    Veiligheidsgordels...............................................178

    Algemene informatie..........................................39
    Auto ontgrendelen..............................................40
    Auto vergrendelen...............................................39
    Gedeactiveerde sleutels.....................................41
    Passieve sleutel....................................................39
    Portieren met de sleutelbaard vergrendelen
    en ontgrendelen................................................41

    Reinigen van buitenzijde auto...................177
    Achterruit reinigen...............................................177
    Chromen onderdelen reinigen........................177
    Koplampen reinigen...........................................177
    Onderhoud van de lak.......................................177

    Sleutels en afstandsbediening.................28
    Sloten.................................................................36
    Sneeuwkettingen

    Remmen...........................................................114
    Algemene informatie.........................................114

    Zie: Gebruik van sneeuwkettingen..............184

    Richtingaanwijzers........................................54
    Rijhulpmiddelen ...........................................124
    Ruiten en spiegels..........................................56
    Ruitensproeiers

    Snelheidsregeling (Cruise Control)
    Zie: Gebruik maken van
    snelheidsregeling...........................................122

    Snelheidsregeling (Cruise Control)........46

    Zie: Ruitenwissers en ruitensproeiers...........47

    Werking...................................................................122

    Ruitensproeiervloeistof
    controleren..................................................164
    Ruitenwisserbladen controleren............165
    Ruitenwisserbladen vervangen...............165

    Specificatie-overzicht zekeringen Auto's geproduceerd vanaf:
    05-01-2013..................................................149
    Zekeringenkast in
    passagierscompartiment...........................152
    Zekeringkast motorruimte..............................149

    Wisserblad achterruit.......................................165
    Wisserbladen voorruit......................................165

    Ruitenwissers en ruitensproeiers.............47

    Specificatie-overzicht zekeringen Auto’s geproduceerd tot:
    04-01-2013..................................................140

    S

    Zekeringkast motorruimte..............................140
    Zekeringkast passagiersruimte - Type
    1.............................................................................143
    Zekeringkast passagiersruimte - Type
    2............................................................................145

    Schuifdeur........................................................38
    Set tijdelijke mobiliteit...............................180
    Algemene informatie........................................180
    Banden op spanning brengen........................181
    De set gebruiken..................................................181

    Spiegels

    Sleeppunten...................................................132
    Sleutelloos starten........................................94

    Zie: Ruiten en spiegels.......................................56
    Zie: Verwarmde ruiten en spiegels................85

    Contact aan...........................................................95
    Een dieselmotor starten....................................95
    Motor slaat niet aan............................................95
    Motor starten bij uitvoeringen met
    automatische transmissie...........................95
    Motor starten bij uitvoeringen met
    handgeschakelde versnellingsbak...........95
    Motor stoppen bij rijdende auto.....................96
    Motor stoppen bij stilstaande auto..............96

    Spraakherkenning gebruiken...................252
    Een spraaksessie starten................................252
    Handige tips.........................................................252
    Systeeminteractie en -feedback..................253

    Spraaksturing..................................................46
    Stabiliteitsregeling........................................116
    Werking...................................................................116

    Starten via starthulp....................................137
    Motor starten.......................................................138
    Voor aansluiten hulpstartkabels...................137

    Stoelen..............................................................86
    Storingen verhelpen
    audio-installatie.......................................240

    307

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 310

    Index
    Storingsdiagnose MyKey.............................35

    Tips voor de klimaatregeling in het
    interieur...........................................................82

    Alle auto's...............................................................35
    Auto's met drukknop om te starten..............35

    Aanbevolen instellingen voor koelen ..........84
    Aanbevolen instellingen voor
    verwarmen.........................................................83
    Algemene tips.......................................................82
    Auto staat langere tijd stil bij extreem hoge
    omgevingstemperatuur................................84
    Maximale koelprestatie in stand dashboard
    of dashboard/beenruimte...........................85
    Snel koelen van het interieur...........................84
    Snel verwarmen van het interieur..................83
    Zijruiten ontwasemen bij koud weer............85

    Storingsdiagnose SYNC™........................274
    Stuurwiel afstellen........................................45
    Stuurwielblokkering - Auto's zonder:
    Keyless Entry en startknop/
    Startdrukknop..............................................96
    Stuurwielblokkering......................................96
    Stuur ontgrendelen..............................................97

    Stuurwiel...........................................................45
    SYNC™ gebruiken met Media
    Player............................................................269

    Tips voor het rijden met ABS

    Bluetooth-apparaten en
    systeeminstellingen.....................................274
    De mediaspeler aansluiten op de
    USB-poort.......................................................269
    Functies mediamenu........................................272
    Spraakcommando's voor media.................270
    Toegang tot de USB-bibliotheek.................273
    Wat speelt er nu?...............................................270

    Zie: Tips voor rijden met ABS .........................114

    Tips voor het rijden.......................................135
    Tips voor rijden met ABS ...........................114
    Toepassingen en diensten
    SYNC™........................................................266
    Emergency Assistance in- en
    uitschakelen....................................................267
    In het geval van een aanrijding.....................268
    SYNC Emergency Assistance.......................266

    SYNC™ gebruiken met telefoon...........254
    Bellen......................................................................257
    Bluetooth-apparaten.......................................263
    Een telefoongesprek beantwoorden.........258
    Meer mobiele telefoons koppelen..............255
    Mobiele telefoon voor het eerst
    koppelen..........................................................254
    Spraakcommando's mobiele
    telefoon............................................................255
    Tekstberichten....................................................260
    Telefoonopties tijdens een actief
    gesprek.............................................................258
    Toegangsfuncties via het
    telefoonmenu................................................259
    Toegang tot uw telefooninstellingen.........262

    Transport.........................................................126
    Algemene informatie........................................126

    Trekhaak .........................................................130
    Mechanisme van trekhaakkogel
    ontgrendelen...................................................130
    Met aanhanger rijden.........................................131
    Onderhoud............................................................132
    Trekhaakkogel aanbrengen.............................131
    Trekhaakkogel verwijderen.............................132
    Zonder aanhanger rijden..................................132

    Trekken van een aanhanger.....................129
    Verlichting aanhanger......................................130
    Wanneer u een aanhanger trekt:..................129

    SYNC™...........................................................250

    Tripcomputer...................................................69

    Algemene informatie.......................................250

    ....................................................................................69
    Kilometerteller.......................................................70

    Systeemstatus MyKey controleren.........34
    Aantal admin-sleutels.......................................34
    Aantal MyKeys.......................................................34
    MyKey-afstand......................................................34

    U
    Uitrusting mobiele communicatie ............8
    Uitschakelvertraging koplampen ............52
    Unieke rijeigenschappen ..........................100

    T
    Tanken..............................................................105
    Technische specificaties
    Zie: Inhouden en specificaties ......................193

    308

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 311

    Index

    V

    Voorruitwissers................................................47
    Intervalwissen........................................................47
    Snelheidsafhankelijke ruitenwissers.............47

    Veiligheidsgordels vastmaken...................23

    Voorste mistlampen.....................................52
    Voorzorgsmaatregelen voor koude
    weersomstandigheden...........................135

    Gebruik van veiligheidsgordels tijdens
    zwangerschap..................................................24

    Veiligheidsgordels..........................................23
    Veiligheidsmaatregelen.............................102
    Veiligheidsuitrusting voor kinderen..........16
    Velgen en banden........................................180

    W
    Waarschuwings- en
    indicatielampen............................................61

    Algemene informatie........................................180
    Technische specificatie...................................190

    Controlelamp automatische
    snelheidsregeling............................................62
    Controlelamp buitenverlichting aan.............63
    Controlelamp gloeibougie................................63
    Controlelamp grootlicht....................................63
    Controlelamp infocentrum..............................64
    Controlelamp stabiliteitsregeling..................64
    Indicatielamp mistachterlicht.........................64
    Indicatielamp voorste mistlampen...............63
    Schakelindicatielampje.....................................64
    Waarschuwingslamp airbag voor..................63
    Waarschuwingslamp
    antiblokkeersysteem......................................62
    Waarschuwingslampen motor.......................63
    Waarschuwingslamp herinnering
    veiligheidsgordel.............................................64
    Waarschuwingslamp
    koelvloeistoftemperatuur............................62
    Waarschuwingslamp laadstroom.................63
    Waarschuwingslamp laag
    brandstofpeil....................................................64
    Waarschuwingslamp lage
    bandenspanning.............................................64
    Waarschuwingslamp niet goed gesloten
    portier..................................................................62
    Waarschuwingslamp oliedruk........................64
    Waarschuwingslamp remsysteem................62
    Waarschuwingslamp
    richtingaanwijzer.............................................62
    Waarschuwingslamp
    stuurbekrachtiging.........................................64
    Waarschuwingslamp Vorst..............................63

    Ventilatie
    Zie: Klimaatregeling............................................78

    Ventilatieroosters...........................................78
    Middelste luchtroosters.....................................78
    Zijdelings luchtrooster........................................79

    Vergrendelen en ontgrendelen.................36
    Afstandsbediening..............................................36
    Elektrische portiersloten...................................36
    Portieren met de sleutel vergrendelen en
    ontgrendelen.....................................................37
    Portieren van binnenuit vergrendelen en
    ontgrendelen.....................................................37

    Verlichtingsbediening..................................50
    Grootlicht.................................................................51
    Lichtsignaal.............................................................51
    Parkeerlichten.......................................................50
    Standen van de lichtschakelaar....................50

    Verlichting.........................................................50
    Algemene informatie..........................................50

    Versnellingsbak/transmissie...................109
    Versnellingsbak
    Zie: Versnellingsbak/transmissie.................109

    Verwarmde ruiten en spiegels..................85
    Ruitverwarming....................................................85
    Verwarmde buitenspiegels..............................85

    Verwarmde stoelen......................................90
    Verwarming
    Zie: Klimaatregeling............................................78

    Verzorging van banden..............................184
    Verzorging van de auto................................177
    VIN
    Zie: Chassisnummer.........................................194

    Waarschuwingsknipperlichten................137
    Wagen wassen

    Vloermatten....................................................135
    Voertuigidentificatieplaatje......................193
    Voorruitsproeiers...........................................48

    Zie: Reinigen van buitenzijde auto................177

    Wassen
    Zie: Reinigen van buitenzijde auto................177

    309

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 312

    Index
    Wat te doen bij pech ...................................137
    Wielmoeren
    Zie: Een wiel vervangen...................................186
    Zie: Een wiel vervangen...................................186

    Winterbanden
    Zie: Gebruik van winterbanden.....................184

    Z
    Zekeringen.......................................................139
    Zij-airbags..........................................................27

    310

    B-MAX (CB2) Vehicles Built From: 25-06-2012, Vehicles Built Up To: 31-12-2013



  • Page 313



  • Page 314

    CG3573nlNLD






Missbrauch melden von Frage und/oder Antwort

Libble nimmt den Missbrauch seiner Dienste sehr ernst. Wir setzen uns dafür ein, derartige Missbrauchsfälle gemäß den Gesetzen Ihres Heimatlandes zu behandeln. Wenn Sie eine Meldung übermitteln, überprüfen wir Ihre Informationen und ergreifen entsprechende Maßnahmen. Wir melden uns nur dann wieder bei Ihnen, wenn wir weitere Einzelheiten wissen müssen oder weitere Informationen für Sie haben.

Art des Missbrauchs:

Zum Beispiel antisemitische Inhalte, rassistische Inhalte oder Material, das zu einer Gewalttat führen könnte.

Beispielsweise eine Kreditkartennummer, persönliche Identifikationsnummer oder unveröffentlichte Privatadresse. Beachten Sie, dass E-Mail-Adressen und der vollständige Name nicht als private Informationen angesehen werden.

Forenregeln

Um zu sinnvolle Fragen zu kommen halten Sie sich bitte an folgende Spielregeln:

Neu registrieren

Registrieren auf E - Mails für Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 wenn:


Sie erhalten eine E-Mail, um sich für eine oder beide Optionen anzumelden.


Holen Sie sich Ihr Benutzerhandbuch per E-Mail

Geben Sie Ihre E-Mail-Adresse ein, um das Handbuch zu erhalten von Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 in der Sprache / Sprachen: Holländisch als Anhang in Ihrer E-Mail.

Das Handbuch ist 21,5 mb groß.

 

Sie erhalten das Handbuch in Ihrer E-Mail innerhalb von Minuten. Wenn Sie keine E-Mail erhalten haben, haben Sie wahrscheinlich die falsche E-Mail-Adresse eingegeben oder Ihre Mailbox ist zu voll. Darüber hinaus kann es sein, dass Ihr ISP eine maximale Größe für E-Mails empfangen kann.

Andere Handbücher von Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Zusatzinformation - Deutsch - 12 seiten

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Kurzanleitung - Deutsch - 20 seiten

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Bedienungsanleitung - Deutsch - 326 seiten

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Kurzanleitung - Englisch - 17 seiten

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Bedienungsanleitung - Englisch - 298 seiten

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Zusatzinformation - Holländisch - 12 seiten

Ford B-Max - juni 2012 - dec 2013 Kurzanleitung - Holländisch - 19 seiten


Das Handbuch wird per E-Mail gesendet. Überprüfen Sie ihre E-Mail.

Wenn Sie innerhalb von 15 Minuten keine E-Mail mit dem Handbuch erhalten haben, kann es sein, dass Sie eine falsche E-Mail-Adresse eingegeben haben oder dass Ihr ISP eine maximale Größe eingestellt hat, um E-Mails zu erhalten, die kleiner als die Größe des Handbuchs sind.

Ihre Frage wurde zu diesem Forum hinzugefügt

Möchten Sie eine E-Mail erhalten, wenn neue Antworten und Fragen veröffentlicht werden? Geben Sie bitte Ihre Email-Adresse ein.



Info